SIEMENS

RVP201 - Thermostaat SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RVP201 SIEMENS in PDF-formaat.

📄 26 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice SIEMENS RVP201 - page 7
Bekijk de handleiding : Français FR Ελληνικά EL Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SIEMENS

Model : RVP201

Categorie : Thermostaat

Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RVP201 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RVP201 van het merk SIEMENS.

GEBRUIKSAANWIJZING RVP201 SIEMENS

nl Nederlands Gelieve de instructies niet weg te werpen maar ze bij het toestel te bewaren! Sanitairwarmwaterlading enkel bij RVP211! Montage Bepaling van de montageplaats In een droog lokaal, b.v. stookruimte. Montagemogelijkheden: - in een schakelkast, aan de binnenkant of op een rail (EN 60715) - op een schakelpaneel - aan de voorkant van een schakelkast - op de schuine voorkant van een schakellessenaar Toelaatbare omgevingstemperatuur: 0…50 °C. Elektrische installatie - De plaatselijke voorschriften naleven i.v.m. elektrische installa- ties. - De kabels mogen niet mechanisch belast worden. - De verbindingsleidingen van de regelaar naar de gemotori- seerde afsluiter en de circulatiepomp voeren netspanning. - De voelerleidingen niet parallel met de netspanningsleidingen plaatsen (veiligheidsklasse II EN 60730!). Leidingspecificaties Max. toelaatbare leidinglengte voor de voelers en het ruimte- toestel: Cu-kabel ∅ 0,6 mm: 30 m Cu-kabel 0,5 mm²: 50 m Cu-kabel 1,0 mm²: 80 m Cu-kabel 1,5 mm²: 120 m Montage en bedrading van de basisplaat Muurmontage

1. De basisplaat van het toestel losmaken.

2. De basisplaat tegen de muur houden.

De markering ”TOP” moet zich bovenaan bevinden!

3. De bevestigingsgaatjes tekenen.

4. De gaatjes doorboren.

5. Zo nodig, de gaatjes in de basisplaat doorboren voor de

6. De basisplaat vastschroeven.

7. De aansluitklemmen bevestigen.

2. De basisplaat van het toestel losmaken.

3. Zo nodig, de gaatjes in de basisplaat doorboren voor de

4. De basisplaat op zijn plaats zetten. De markering ”TOP”

moet zich bovenaan bevinden!

5. De basisplaat, zo nodig, vastschroeven (volgens het soort

rail). Opbouwmontage - Maximale dikte: 3 mm. - Nodige uitsnijding: 138 × 92 mm.

1. De basisplaat van het toestel losmaken.

2. Zo nodig, de gaatjes in de basisplaat doorboren voor de

3. De basisplaat langs achter in de frontale uitsnijding brengen

tot ze tegen de aanslag zit. De markering ”TOP” moet zich bovenaan bevinden!

4. De bevestigingsbeugels achter de frontplaat brengen:

op pagina 24 De bevestigingsbeugels correct links en rechts plaatsen. Ze mogen niet uit de uitsnijding steken!

5. De aansluitklemmen bevestigen. De kabellengte zodanig

kiezen dat er voldoende plaats overblijft voor het openen van de schakelkastdeur. De regelaar op de basisplaat monteren

1. De bevestigingshendeltjes aan de hand van de bevesti-

gingsschroeven plaatsen. Voorstelling op de zijkant van het toestel: Zie afbeelding

2. Het toestel in de basisplaat plaatsen tot het tegen de aanslag

zit. De markering ”TOP” moet zich bovenaan bevinden!

3. De bevestigingsschroeven afwisselend aandraaien.

Montage van een schakelklok In het geval er een schakelklok (weekschakelklok of digitale schakelklok) moet worden ingebouwd, dient u met een mes het hiertoe voorziene schijfje uit het deksel te snijden.Building Technologies 74 319 0614 0 c 20.05.2008 8/26 Instellen van de klok na spanningsonder- breking Na een spanningsonderbreking wordt de klok versneld ingesteld. Het automatisch instellen kan verbroken worden door de bedrijf- soortenschakelaar kort op handbedrijf en vervolgens terug te zetten op de gewenste bedrijfstand . Aansluitend kan de klok, handmatig, opnieuw worden ingesteld. Inbedrijfstelling Specifieke regelingen aan de installatie Regelelementen: zie voorbeld op pagina 8. De codeerschakelaars en de potentiometers voor de specifieke installatie-instellingen zijn bereikbaar na het verwijderen van de elektronische schakelklok - Demonteren van de schakelklok: de schijf vastnemen en naar u toe trekken om hem van de regelaar los te maken. - Montage van de schakelklok: de schakelklok erin steken en drukken (het inklikken is hoorbaar). Controle van de gemotoriseerde afsluiter Voor de klepafsluiter of sectorkraan, nagaan of: - deze goed gemonteerd is (debietrichting), - het segment binnen het juiste bereik draait (rekening houden met de positie-aanduiding), - het handbedrijf niet meer actief is Opgelet bij vloer- of plafondverwarming! De veiligheidsthermostaat moet goed ingesteld zijn. Tijdens de werkingscontrole mag de aanvoertemperatuur de toegelaten maximumwaarde (meestal 55 °C) niet overschrijden, anders dient u onmiddellijk: - de klepafsluiter of sectorkraan manueel te sluiten, - de pomp uit te schakelen, - de afsluitkraan van de pomp te sluiten. Inbedrijfstelling van de regelaar

1. De bedrading controleren aan de hand van het installatie-

2. De netspanning aanschakelen.

3. Het “Override” lampje controleren:

- als het knippert, kan er een fout zijn in de bedrading van de voeler, - als het opgelicht is, betekent dit dat een afstandsbediening (ruimtetoestel, schakelaar) de regelaar kortsluit. Het ruim- tetoestel op bedrijf instellen of het externe schakelcon- tact openen.

4. De bedrijfsschakelaar op

op 4 instellen en de potentiometer op +8 °C zetten: - de aanvoertemperatuur moet stijgen: ketel aan, afsluiter open, pomp van de verwarmingskring aan (thermische mo- toren reageren vertraagd!), - anders, de bedrading van de voeler (aanvoer / ketel, bui- tentemperatuur), van de servomotor / ketel en de pomp van de verwarmingskring controleren.

6. De bedrijfsschakelaar op

7. De stooklijn op 0,25 instellen en de knop

op –8 °C: - de brander moet uitgeschakeld worden (letten op: minima- le looptijd van 4 minuten), de afsluiter moet naar ”kouder” gaan, de pomp van de verwarmingskring moet aange- schakeld blijven, - anders, de bedrading van de voeler (aanvoer / ketel, bui- tentemperatuur), van de servomotor / ketel en de pomp van de verwarmingskring controleren. Inbedrijfstelling van de afstandsbediening

1. De bedrijfsschakelaar op een van beide Auto standen

2. Als er een ruimtetoestel is: op dit toestel het bedrijf

instel- len: - het “Override” lampje moet opgelicht zijn, - anders, de bedrading van het ruimtetoestel controleren.

3. Als er een extern contact is: dit contact sluiten (waardoor de

regelaar in bedrijf werkt): - het “Override” lampje moet opgelicht zijn, - anders, de bedrading van het contact controleren. Inbedrijfstelling van de sanitairwarmwaterla- ding (enkel bij RVP211)

1. De sanitairwarmwatertemperatuur moet handwarm zijn (met

de hand of met een meettoestel controleren).

2. De bedrijfsschakelaar van de regelaar op

op 60 °C instellen. - de temperatuur van het sanitairwarmwater moet stijgen: laadpomp aan of keerklep open, - anders, de bedrading van de sanitairwarmwater tem- peratuurvoeler en van de pomp van de verwarmingskring / keerklep controleren.

op 10 °C instellen: - de laadpomp (letten op: nadraaitijd van 6 minuten) of de keerklep moet uitgeschakeld zijn, - anders, de bedrading van de sanitairwarmwater tempera- tuurvoeler controleren.

opnieuw op 55 °C instellen (fabrieksinstelling).

Instellingselementen Zie afbeelding

op pagina 24 1 Plaats voor de schakelklok 2 “Override” lampje (overbrugging, standaard) 3 Keuzeschakelaar voor het wer-kingstype 4 Instelknop voor de stooklijn 5 Instelknop voor verlaging van de temperatuur 6 Instelknop voor de SWW-temperatuur (RVP211) 7 Instelknop voor de comforttemperatuur 8 Codeerschakelaar 9 Instelpotentiometer voor invloed van de omgevingstem-peratuur, alsmede uitschakeling afkoelbedrijf 10 Instelpotentiometer voor maximaalbegrenzing van de aanvoer- of keteltemperatuur 11 Instelpotentiometer voor de ECO-stookbegrenzing 12 Instelpotentiometer van het schakeldifferentiaal Codeerschakelaars Functie Stand: links Symbool Symbool Stand: rechts: Soort servomotor Bediening van een servomotor met mengkraan/afsluiter

Bediening van een brander (met of zonder ventilator) Regelingstype 3-punts (modulerend) 2-punts (open/dicht of aan/uit) Vorstbeveiliging Ja, met vorstbeveiliging

Neen, zonder vorstbeveiliging Voorrang sanitairwarmwaterla- ding (enkel RVP211) Met (absolute) voorrang. Bij vloer- verwarming en ketelbedrijf: steeds op abs. instellen!

Geen voorrang (parallel) Enkel voor RVP211 met keteltemperatuurregeling Servomotor voor sanitairwarm- waterlading Keerklep LaadpompBuilding Technologies 74 319 0614 0 c 20.05.2008 9/26 Instelpotentiometers De instellingen moeten bepaald worden bij de studie van het project. Als deze niet bepaald zijn, kan u de hierna opgegeven waarden gebruiken. Stand Functie Regelbereik Richtwaarde Opmerkingen Schakeldifferentiaal voor 2-puntssturing 1…20 K Brandersturing: 6 K

Invloed van de ruimtetemperatuur op de regeling van de aanvoertempe- ratuur 0…100 % invloed Off = zonder afkoel- bedrijf 50 % (met afkoelbedrijf) In installaties zonder ruimtetoestel- len is de instelling niet werkzaan Installaties zonder buitentempera- tuurvoeler: 0…100 % = met afkoelbedrijf Off = zonder afkoelbedrijf Stooklijnbegrenzing voor het ECO-auto- matisme –10…+8 K (betrokken op de gewenste ruimte- temperatuur) –3 K (geeft een stook- lijnbegrenzing van 17 °C voor een gewenste ruimtetem- peratuur van 20 °C) Inactieve functie: Off Maximaalbegren- zing van de aan- voer- of keteltempe- ratuur 10…100 °C Voor vloer- of plafondverwarm- ing: max. 55 °C Inactieve functie: Off Instellingen op de regelaar Zo nodig, kan het deksel van het toestel met een plombeerdraad verzegeld worden. Stooklijn: Zie afbeelding

Buitentemperatuur [°C]

1. De stooklijn volgens de projectaanwijzingen instellen.

terug op 0 instellen (fabrieksinstelling die ove- reenstemt met een ruimtetemperatuur van 20 °C).

op –6 °C laten staan (fabrieksinstelling, verlaging t.o.v.

4. De bedrijfsschakelaar op een van beide

Auto standen laten staan.

5. De schakelklok volgens de gebruiksaanwijzing instellen.

Aanvoertemperatuur [°C] Aansluitschema’s Zie afbeeldingen

op pagina 24 Voor laagspanning Voor netspanning

Meting van de SWW-temperatuur via voeler (enkel RVP211) Extern schakelcontact voor bedrijfsomschakeling Meting van de SWW-temperatuur via thermostaat (enkel RVP211) Aansluiting 3-punts servomotor, pomp van de verwarmingskring en (enkel RVP211) SWW-laadpomp Aansluiting brander (regeling van de keteltemperatuur) Aansluiting elektrothermische servomotor (regeling van de aanvoertemperatuur) Aansluiting servomotor keerklep sanitairwarmwater (enkel RVP211) A6 Ruimtetoestel B1 Aanvoer- of keteltemperatuurvoeler B3 SWW-temperatuurvoeler (enkel RVP211) B9 Buitentemperatuurvoeler E1 Brander F1 Ketelthermostaat F2 Veiligheidsthermostaat F3 Boilerthermostaat (enkel RVP211) M1 Pomp verwarmingskring M3 SWW-laadpomp (enkel RVP211) N1 RVP201/211 regelaar S1 Extern schakelcontact Y1 3-puntsaandrijving Y2 Elektrothermische aandrijving Y3 Servomotor voor keerklep (enkel RVP211)