KIL22AD30 - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KIL22AD30 BOSCH in PDF-formaat.

Page 79
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : KIL22AD30

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KIL22AD30 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KIL22AD30 van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING KIL22AD30 BOSCH

nl Gebruiksaanwijzing

Servizio Assistenza Clienti 78nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen

en waarschuwingen 79

Aanwijzingen over de afvoer 81

Omvang van de levering 81

Kamertemperatuur, ventilatie

De juiste plaats 82

Apparaat aansluiten 82

Kennismaking met het apparaat 83

Inschakelen van het apparaat 84

Instellen van de temperatuur 85

Maximale invriescapaciteit 87

Invriezen en opslaan 87

Verse levensmiddelen invriezen 88

Ontdooien van diepvrieswaren 89

Apparaat uitschakelen en buiten

Schoonmaken van het apparaat 91

Verlichting (LED) 92

Energie besparen 93

Bedrijfsgeluiden 93

Kleine storingen zelf verhelpen 94

Zelftest apparaat 96

12* Vario door shelf

nlGebruiksaanwijzing

Veiligheidsbepalingen

Voordat u het apparaat

Lees de gebruiksaanwijzing en het

installatievoorschrift nauwkeurig door.

U vindt daarin belangrijke informatie over

plaatsing, gebruik en onderhoud van het

De fabrikant aanvaardt geen

aansprakelijkheid als de aanwijzingen

en waarschuwingen in de gebruiks-

aanwijzing niet in acht worden genomen.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het

montagevoorschrift voor later gebruik

of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een geringe

hoeveelheid van het milieuvriendelijke

maar brandbare koelmiddel R600a.

Let erop dat de leidingen van het

koelcircuit bij het transport of de

installatie niet beschadigd worden.

Koelmiddel dat naar buiten spuit

kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

■ Open vuur of andere

ontstekingsbronnen uit de buurt van

het apparaat houden;

■ Ruimte gedurende een paar minuten

■ Apparaat uitschakelen en de

stekker uit het stopcontact trekken;

■ Contact opnemen met de

Hoe meer koelmiddel het apparaat

bevat, des te groter moet de ruimte zijn

waarin het apparaat wordt opgesteld.

In een te kleine ruimte kan bij een lek

een ontvlambaar mengsel van gas

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek

minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid

koelmiddel in uw apparaat vindt u op het

typeplaatje aan de binnenkant van het

Als de aansluitkabel van het apparaat

beschadigd raakt, moet deze

worden vervangen door de fabrikant,

de klantenservice of een andere

gekwalificeerde persoon.

Onvakkundige installatie en reparaties

kunnen groot gevaar opleveren voor

Reparaties mogen uitsluitend worden

uitgevoerd door de fabrikant,

de klantenservice of een andere

gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen

van de fabrikant gebruikt worden.

Alleen bij deze onderdelen garandeert

de fabrikant dat ze aan de

veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel

mag uitsluitend via de klantenservice

■ Nooit elektrische apparaten in het

apparaat gebruiken (bijv.

verwarmingsapparaten, elektrische

ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!

■ Het apparaat nooit met een

stoomreiniger ontdooien of

schoonmaken! De hete stoom

kan in de elektrische onderdelen

terechtkomen en kortsluiting

veroorzaken. Kans op een elektrische

■ Gebruik geen puntige of scherpe

voorwerpen om een laag ijs of rijp

te verwijderen. Hierdoor kunt u de

koelleidingen beschadigen.

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan

vlam vatten of tot oogletsel leiden.

■ Geen producten met brandbare

drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen

explosieve stoffen in het apparaat

opslaan. Gevaar voor explosie!

■ Plint, uittrekbare manden of laden,

deuren etc. niet als opstapje

gebruiken of om op te leunen.

■ Om te ontdooien of schoon te maken:

stekker uit het stopcontact trekken

resp. de zekering uitschakelen of

losdraaien. Altijd aan de stekker

trekken, nooit aan de aansluitkabel.

■ Dranken met een hoog

alcoholpercentage altijd goed

afgesloten en staand bewaren.

■ Geen olie of vet gebruiken

op kunststof onderdelen en

deurdichtingen. Ze kunnen poreus

■ De be- en ontluchtingsopeningen van

het apparaat nooit afdekken.

■ Personen (inclusief kinderen) met

fysieke, sensorische of psychische

beperkingen of gebrekkige kennis

mogen dit apparaat uitsluitend

gebruiken indien ze onder toezicht

staan van een persoon die

verantwoordelijk is voor hun veiligheid

of door deze persoon zijn ingelicht

over de wijze waarop het apparaat

dient te worden gebruikt.

■ Flessen en blikjes met vloeistoffen –

vooral koolzuurhoudende dranken –

niet in de diepvriesruimte opslaan.

De flessen en blikjes kunnen

■ Diepvrieswaren nadat u ze uit de

diepvriesruimte hebt gehaald, nooit

onmiddellijk in de mond nemen.

Kans op verbranding!

■ Vermijd langdurig contact van uw

handen met de diepvrieswaren,

ijs of de verdamperbuizen enz.

Kans op verbranding!

Kinderen in het huishouden

■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen

ervan zijn geen speelgoed voor

Verstikkingsgevaar door opvouwbare

kartonnen dozen en folie!

■ Het apparaat is geen speelgoed voor

■ Bij een apparaat met deurslot:

sleutel buiten het bereik van kinderen

Het apparaat is geschikt

■ voor het koelen en invriezen van

■ voor het bereiden van ijs.

Dit apparaat is bestemd voor

privégebruik in het huishouden en de

huiselijke omgeving.

Het apparaat is ontstoord volgens

EU richtlijn 2004/108/EC.

Het koelcircuit is op dichtheid

Dit apparaat voldoet aan de

veiligheidsbepalingen voor

elektrische apparaten (EN 60335-2-24).nl

* Afvoeren van de verpakking

van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat

tegen transportschade. De gebruikte

materialen zijn onschadelijk voor het

milieu en kunnen opnieuw worden

gebruikt. Help daarom mee en zorg

dat de verpakking milieuvriendelijk

U kunt bij uw leverancier of bij de

reinigingsdienst in uw gemeente

informeren hoe u uw oude apparaat

en het verpakkingsmateriaal van het

nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren

voor een milieuvriendelijke verwerking.

* Afvoeren van uw oude

Oude apparaten zijn geen waardeloos

afval! Door een milieuvriendelijke afvoer

kunnen waardevolle grondstoffen worden

Bij afgedankte apparaten

1. Stekker uit het stopcontact trekken.

2. Aansluitkabel doorknippen en samen

met de stekker verwijderen.

3. Legplateaus en voorraadvakken niet

eruit halen om het kinderen moeilijk

te maken erin te klimmen!

4. Laat kinderen niet met het afgedankte

apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!

Koelapparaten bevatten koelmiddel en

in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten

worden afgevoerd. Met het oog op een

doelmatige en milieuvriendelijke afvoer

mogen de leidingen van het koelcircuit

tot het moment van transport niet

Controleer na het uitpakken

alle onderdelen op eventuele

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel

waar u het apparaat hebt aangeschaft of

bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende

onderdelen: ■ Inbouwapparaat■ Uitrusting (modelafhankelijk)■ Zakje met montagemateriaal■ Gebruiksaanwijzing■ Montagevoorschrift■ Klantenserviceboekje■ Garantiebijlage■ Informatie over energieverbruik en geluiden

Dit apparaat is gekenmerkt

in overeenstemming met de

Europese richtlijn 2002/96/EG

betreffende afgedankte

and electronic equipment –

WEEE). Deze richtlijn geeft het

kader aan voor een in de

EU geldende terugname

en verwerking van oude

ventilatie en nisdiepte

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde

klimaatklasse geconstrueerd.

Afhankelijk van de klimaatklasse kan

het apparaat bij de volgende

omgevingstemperaturen gebruikt

De klimaatklasse staat op

het typeplaatje, afb. /.

Het apparaat is volledig functioneel

binnen de binnentemperatuurgrenzen

van de aangegeven klimaatklasse.

Wanneer een apparaat uit

klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een

lagere binnentemperatuur, kunnen

beschadigingen aan het apparaat

worden uitgesloten tot een temperatuur

De lucht aan de achterzijde van het

apparaat wordt warm. De verwarmde

lucht moet ongehinderd afgevoerd

kunnen worden. Anders moet de

koelmachine meer presteren.

Waardoor het energieverbruik toeneemt.

De be en ontluchtingsopeningen mogen

dan ook nooit worden afgedekt!

Voor het apparaat wordt een nisdiepte

van 560 mm aanbevolen. Bij een

kleinere nisdiepte – minstens 550 mm –

wordt het energieverbruik iets hoger.

Geschikt voor het opstellen zijn droge,

ventileerbare vertrekken. Het apparaat

liefst niet in de zon of naast een fornuis,

verwarmingsradiator of een andere

warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast

een warmtebron niet te vermijden, maak

dan gebruik van een isolerende plaat of

neem de volgende minimumafstanden in

■ Naast elektrische of gasfornuizen

■ Naast een CV-installatie 30 cm.

Na het plaatsen van het apparaat moet

u minimaal 1 uur wachten voordat u het

apparaat in gebruik neemt. Tijdens het

transport kan het gebeuren dat de olie

van de compressor in het koelsysteem

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte

van het apparaat schoonmaken

(zie hoofdstuk „Schoonmaken van het

Klimaatklasse Toelaatbare

omgevingstemperatuur

SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +16 °C tot 38 °C T +16 °C tot 43 °Cnl

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt

van het apparaat bevinden en ook

na het opstellen van het apparaat goed

Het apparaat voldoet aan bescherm-

klasse I. Het apparaat aansluiten op een

volgens de voorschriften geïnstalleerd

220–240 V/50 Hz wisselstroom-

stopcontact met aardleiding.

Het stopcontact moet zijn beveiligd met

een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen

worden gebruikt op het typeplaatje

controleren of de aansluitspanning en

de stroomsoort overeenkomen met de

waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt

deze gegevens op het typeplaatje.

Het apparaat mag in geen geval

worden aangesloten op elektronische

energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen

netvoedingsinverters en sinusinverters

Netvoedingsinverters worden gebruikt bij

fotovoltaïsche installaties die

rechtstreeks zijn aangesloten op het

openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande

systemen (bijv. op schepen of in

berghutten) die geen rechtstreekse

aansluiting op het openbare

elektriciteitsnet hebben, moet een

sinusinverter worden gebruikt.

De laatste bladzijde met de afbeeldingen

uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing

is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn

* Niet bij alle modellen.

8* Uittrekbaar glasplateau

vochtigheidsregelaar

11 Voorraadvak in de deur

13 Vak voor grote flessennl

Het apparaat met de toets Aan/Uit 1

Het apparaat begint te koelen.

De verlichting is ingeschakeld wanneer

Wij adviseren een temperatuurinstelling

van +4 °C voor de koelruimte.

Bewaar gevoelige levensmiddelen niet

Aanwijzingen bij het gebruik

■ Na het inschakelen van het apparaat

kan het een aantal uren duren voordat

de ingestelde temperatuur is bereikt.

Vóór die tijd geen levensmiddelen

in het apparaat leggen.

■ Terwijl de koelmachine loopt, vormen

zich dooiwaterdruppels of een

laagje rijp op de achterwand van

de koelruimte. U hoeft de

dooiwaterdruppels niet af te wissen of

de rijp af te schrapen. De achterwand

wordt automatisch ontdooid.

Het dooiwater loopt via het

afvoergootje naar de koelmachine,

waar het verdampt. Afb. #

■ De voorzijde van het apparaat achter

de deur wordt gedeeltelijk licht

verwarmd waardoor de vorming van

condenswater in de buurt van

de deurafdichting wordt voorkomen.

Om het hele apparaat in en uit

Dient voor het in- en uitschakelen

van de super-functie

(zie het hoofdstuk Super-functie).

De toets brandt wanneer de

super-functie is ingeschakeld.

3 Temperatuurinsteltoets

Met deze toets wordt de

temperatuur ingesteld.

4 Temperature display

De cijfers komen overeen met

Om het alarmsignaal uit te

schakelen (zie hoofdstuk „Alarm

De temperatuur is instelbaar

van +2 °C tot +8 °C.

Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak

indrukken tot de gewenste temperatuur

in de koelruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het

geheugen opgeslagen. De ingestelde

temperatuur wordt aangegeven op de

temperatuurindicatie 4.

De temperatuur in het vriesvak is

afhankelijk van de temperatuur in de

Het deuralarm (aanhoudend

geluidssignaal) wordt ingeschakeld als

de deur van het apparaat langer dan

twee minuten openstaat. Door de deur

te sluiten wordt het alarmsignaal weer

De alarm-toets 5 indrukken om het

alarmsignaal uit te schakelen.

Wanneer de super-functie is

ingeschakeld, wordt het kouder in het

vriesvak en in de koelruimte.

■ Het apparaat kan hardere

bedrijfsgeluiden gaan maken.

■ Voor het invriezen van kleine

hoeveelheden levensmiddelen hebt

u de super-functie niet nodig.

Super functie gebruiken

■ Bij het aanbrengen van de verse

levensmiddelen de super-functie

■ Snel invriezen van levensmiddelen –

vitaminen, voedingswaarde,

uiterlijk en smaak blijven behouden.

■ Snel koelen van dranken

■ Bewaren van grote hoeveelheden

levensmiddelen in de koelruimte.

Toets super 2 indrukken.

De toets brandt wanneer de super-

functie is ingeschakeld.

De super-functie schakelt na ca.

1½ dagen automatisch uit en het

op de eerder ingestelde temperatuur

De gegevens over de netto-inhoud vindt

u op het typeplaatje in uw apparaat.

De koelruimte is een ideale plaats voor

het bewaren van vlees, worst, vis,

melkproducten, eieren, toebereide

etenswaren en brood/banket.

In acht nemen bij het bewaren

■ Bewaar verse, onbeschadigde

levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit

en de versheid langer bewaard.

■ Bij kant-en-klaarproducten en

afgevulde producten de door de

fabrikant vermelde houdbaarheids- of

gebruiksdatum in acht nemen.

■ De levensmiddelen goed verpakt of

afgedekt inruimen, om aroma, kleur

en versheid te bewaren. Dit voorkomt

geuroverdracht en verkleuring van de

kunststof onderdelen in de koelruimte.

■ Warme gerechten en dranken

eerst laten afkoelen en pas daarna

in het apparaat zetten.

Voorkom dat de levensmiddelen de

achterwand raken. Anders wordt de

luchtcirculatie verminderd.

Levensmiddelen of verpakkingen kunnen

aan de achterwand vastvriezen.

Let op de koudezones

Door de luchtcirculatie in de koelruimte

verschillen de koudezones:

■ De koelste zone bevindt zich tussen

de aan de zijkant afgebeelde pijl en

de glasplaat eronder. Afb. $

Bewaar in de koudste zone gevoelige

levensmiddelen (bijv. vis, worst,

■ De warmste zone bevindt zich

helemaal bovenaan in de deur.

Bewaar in de warmste zone bijv.

harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn

aroma verder ontwikkelen en de boter

blijft goed smeerbaar.

vochtigheidsregelaar

De groentelade is de optimale plaats

voor het bewaren van vers fruit en verse

groente. Met een vochtigheidsregelaar

en een speciale afdichting kan de

luchtvochtigheid in de groentelade

worden aangepast. Hierdoor kunnen

vers fruit en verse groente tot tweemaal

zo lang worden bewaard als bij

een conventionele bewaarmethode.

De luchtvochtigheid in de groentelade

kunt u instellen afhankelijk van

het soort en de hoeveelheid bewaarde

■ overwegend fruit en bij hoge belading

– lagere luchtvochtigheid

■ overwegend groente en bij gemengde

belading of geringe belading – hogere

■ Koudegevoelig fruit (bijv. ananas,

bananen, papaja en citrusvruchten)

en groente (bijv. aubergines,

komkommers, courgettes, paprika,

tomaten en aardappels) dienen voor

een optimaal behoud van kwaliteit

en aroma buiten de koelkast bewaard

te worden op een temperatuur van

circa +8 °C tot +12 °C.

■ Afhankelijk van de soort en de

hoeveelheid bewaarde levens-

middelen kan zich condenswater

vormen in de groentelade.

Condenswater verwijderen met een

droge doek en de luchtvochtigheid in

de groentelade aanpassen met

behulp van de vochtigheidsregelaar.

■ bewaren van diepvriesproducten,

■ maken van ijsblokjes,

■ invriezen van kleine hoeveelheden

■ Aan de handgreep kunt u zien of de

deur van het vriesvak goed dicht is.

■ De deur van het vriesvak sluit met een

■ Bij een open deur ontdooien de

diepvrieswaren. In het vriesvak vormt

zich een dikke laag ijs.

Bovendien: energieverspilling door

te hoog stroomverbruik!

Gegevens over de maximale

invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op

het typeplaatje. Afb. /

Voorwaarden voor max.

■ Verse levensmiddelen zo dicht

mogelijk bij de zijwanden invriezen.

■ Bij het aanbrengen van de verse

levensmiddelen de super-functie

Invriezen en opslaan

■ De verpakking mag niet beschadigd

■ Neem de houdbaarheidsdatum in

■ De temperatuur in de verkoop-koelkist

moet -18 °C of kouder zijn.

■ De diepvriesproducten liefst in een

koeltas transporteren en snel in

het vriesvak leggen.nl

Verse levensmiddelen

Gebruik uitsluitend verse levens-

Om de voedingswaarde, het aroma en

de kleur zo goed mogelijk te behouden,

dient groente geblancheerd te worden

voordat het wordt ingevroren.

Bij aubergines, paprika’s, courgettes en

asperges is blancheren niet

Literatuur over invriezen en blancheren

Al ingevroren levensmiddelen mogen

niet met de nog in te vriezen

levensmiddelen in aanraking komen.

■ Geschikt om in te vriezen:

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees,

wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden,

gepelde eieren, melkproducten

zoals kaas, boter en kwark, bereide

gerechten en kliekjes zoals soep,

eenpansgerechten, gaar vlees en gare

vis, aardappelgerechten, ovenschotels

■ Niet geschikt om in te vriezen:

Groentesoorten die meestal rauw

worden gegeten, zoals kropsla en

radijsjes, ongepelde eieren,

wijndruiven, hele appels, peren en

perziken, hardgekookte eieren,

yoghurt, dikke zure melk, zure room,

crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken

zodat ze niet uitdrogen of hun smaak

1. Levensmiddelen in de verpakking

2. Lucht eruit drukken.

3. Het geheel van een goede sluiting

4. Vermeld op de pakjes inhoud en

Voor verpakking geschikt:

Kunststof-, polyetheen- en

aluminiumfolie, diepvriesdozen.

Deze producten zijn in de handel

Niet geschikt voor verpakking:

pakpapier, vetvrij papier, cellofaan,

vuilniszakken en gebruikte

Als sluiting geschikt:

elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,

koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en folie van polyetheen

kunnen met een folie-lasapparaat

De houdbaarheid is afhankelijk van

het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten,

■ Kaas, gevogelte, vlees:

Afhankelijk van soort en bereidingswijze

van de levensmiddelen kunt u kiezen uit

de volgende mogelijkheden:

■ bij omgevingstemperatuur

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren

niet opnieuw invriezen. Pas na het koken

of braden tot een kant-en-klaargerecht

kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor

(niet bij alle modellen)

U kunt de plateaus en voorraadvakken

in de binnenruimte naar wens

verplaatsen: Daartoe het legplateau

uittrekken, vooraan optillen en

Uittrekbaar glasplateau

Voor een beter overzicht op de levens-

middelen kan het uittrekbare glazen

legplateau worden uitgetrokken.

Om hoge voorwerpen te koelen (bijv.

kannen of flessen), kan het voorste deel

van het varioplateau worden verwijderd

en onder het achterste deel worden

Het vario-deurplateau kunt u opzij

De flessenhouder voorkomt dat de

flessen kantelen bij het openen en

sluiten van de deur.

1. IJsbakje voor ¾ vullen met drinkwater

en in het vriesvak zetten.

2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met

een bot voorwerp losmaken (steel van

3. Om de ijsblokjes los te maken:

het ijsbakje iets verbuigen of kort

onder stromend water houden.nl

(niet bij alle modellen)

Met de „OK”-temperatuurcontrole

kunnen temperaturen onder +4 °C

worden geregistreerd.

Stel de temperatuur trapsgewijs kouder

in als de sticker niet „OK” aangeeft.

Bij ingebruikneming van het apparaat

kan het tot 12 uur duren voor de

temperatuur is bereikt.

Apparaat uitschakelen

Uitschakelen van het apparaat

Toets Aan/Uit 1 indrukken.

De temperatuurindicatie gaat uit en de

koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van

Als u het apparaat langere tijd niet

1. Uitschakelen van het apparaat.

2. Stekker uit het stopcontact trekken of

de zekering losdraaien resp.

3. Schoonmaken van het apparaat.

4. Deur van het apparat open laten.

volautomatisch ontdooid

Als de koelmachine loopt, vormen zich

dooiwaterdruppels of een laagje rijp op

de achterwand van de koelruimte.

Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels

niet af te wissen of de rijp af te schrapen.

De achterwand wordt automatisch

ontdooid. Het dooiwater loopt via het

dooiwatergootje, afb. #. Het dooiwater

loopt van het dooiwatergootje naar de

koelmachine waar het verdampt.

Dooiwatergootje en afvoergaatje

regelmatig schoonmaken, zodat het

dooiwater kan weglopen.

Het vriesvak wordt niet automatisch

ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs

vermindert de afgifte van koude aan

de diepvrieswaren en verhoogt het

energieverbruik. Het vriesvak regelmatig

Een laag rijp of ijs niet met een mes of

een scherp voorwerp afschrapen.

U kunt hierdoor de koelleidingen

beschadigen. Koelmiddel dat naar

U gaat als volgt te werk:

Schakel de super-functie ca. 4 uur voor

het ontdooien in. Daardoor bereiken de

levensmiddelen een zeer lage

temperatuur en kunnen ze langer op

kamertemperatuur worden bewaard.

1. Diepvrieswaren eruit halen en op

een koele plek bewaren.

Koude-accu (indien beschikbaar) op

de diepvrieswaren leggen.

2. Apparaat uitschakelen.

3. Stekker uit het stopcontact trekken

resp. de zekering uitschakelen of

4. Om het ontdooiproces te versnellen

een pan met heet water op een

onderzetter in het vriesvak zetten.

5. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.

6. Dooiwater met een spons of doekje

7. Wrijf het vriesvak droog.

■ Gebruik geen schoonmaak of

sponsjes gebruiken. Op de metalen

oppervlakken kan corrosie ontstaan.

■ De legplateaus en voorraadvakken

mogen niet in de afwasautomaat

gereinigd worden. Ze kunnen

U gaat als volgt te werk:

1. Vóór het schoonmaken het apparaat

2. Stekker uit het stopcontact trekken

of de zekering losdraaien resp.

3. Levensmiddelen verwijderen en op

een koele plaats bewaren.

De koude-accu (indien aanwezig) op

de levensmiddelen leggen.

4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.

5. Het apparaat schoonmaken met een

zachte doek en lauw water met een

scheutje pH neutraal schoonmaak-

middel. Het afwaswater mag niet in de

verlichting of via het afvoergat in het

verdampingsgedeelte terechtkomen.

6. Deurafdichting alleen met schoon

water schoonmaken en grondig

aansluiten en inschakelen.

Voor het reinigen kunnen alle variabele

onderdelen van het apparaat worden

Glasplateaus eruit halen

Daartoe het plateau uittrekken, vooraan

optillen en verwijderen.

Uittrekbaar glasplateau verwijderen

Hendel aan de onderzijde aan beide

zijden indrukken, glasplateau naar voren

trekken, laten zakken en zijwaarts naar

De dooiwatergoot en het afvoergat

regelmatig reinigen met wattenstaafjes

o.i.d., zodat het dooiwater goed kan

Legplateaus uit de deur nemen

Legplateaus optillen en verwijderen.

Het glasplateau kunt u verwijderen en uit

elkaar nemen om het te reinigen.

De groentelade uittrekken voordat u het

glasplateau verwijderd.

Reservoir verwijderen

Reservoir tot aan de aanslag uittrekken,

vooraan optillen en verwijderen.

Als u onaangename luchtjes ruikt:

1. Apparaat uitschakelen met de

Aan/Uit-knop. Afb. "/1

2. Alle levensmiddelen uit het apparaat

3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk

Schoonmaken van het apparaat).

4. Alle verpakkingen schoonmaken.

5. Sterk ruikende levensmiddelen

luchtdicht verpakken om luchtjes te

6. Apparaat weer inschakelen.

7. Levensmiddelen inruimen.

8. Na 24 uur controleren of er opnieuw

luchtjes zijn ontstaan.

Het apparaat is voorzien van een

onderhoudsvrije LED verlichting.

Reparaties aan deze verlichting mogen

alleen door de Servicedienst of een

erkend vakman worden uitgevoerd.nl

■ Het apparaat in een droge, goed te

ventileren ruimte plaatsen!

Het apparaat niet direct in de zon of in

de buurt van een warmtebron plaatsen

zoals een verwarmingsradiator of een

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

■ Een nisdiepte van 560 mm

Een kleinere nisdiepte leidt tot een

hoger energieverbruik.

■ Warme gerechten en dranken eerst

laten afkoelen, daarna in het apparaat

■ Diepvrieswaren in de koelruimte

leggen om ze te ontdooien en de kou

van de diepvrieswaren gebruiken

om andere levensmiddelen te koelen.

■ Deuren van het apparaat zo kort

■ Een laag rijp of ijs in de vriesruimte

regelmatig laten ontdooien.

Een laag rijp of ijs vermindert de

afgifte van koude aan de

diepvrieswaren en verhoogt

het energieverbruik.

■ Let erop dat de deur van het vriesvak

■ Om een verhoogd stroomverbruik te

vermijden, dient de achterkant van

het apparaat af en toe gereinigd te

■ De ordening van de uitrustingsdelen

heeft geen invloed op de

energieopname van het apparaat.

Heel normale geluiden

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten,

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Motor, schakelaar of magneetventielen

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een

waterpas stellen. Leg er zo nodig iets

Reservoirs of draagplateaus wiebelen

Controleer de delen die eruit gehaald

kunnen worden en zet ze eventueel

opnieuw in het apparaat.

Flessen of serviesgoed raken elkaar

De flessen of het serviesgoed los van

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.

Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over

de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing

te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek

Storing Eventuele oorzaak Oplossing

De temperatuur wijkt

In sommige gevallen is het

voldoende om het apparaat

gedurende 5 minuten uit te

Als de temperatuur te warm is:

na enkele uren controleren of de

temperatuurinstelling genaderd is.

Als de temperatuur te koud is:

de volgende dag de temperatuur

nogmaals controleren.

Geen enkele indicatie

Stekker in het stopcontact steken.

Controleer of er stroom is.

Controleer de zekeringen.

Temperatuurindicatie

De elektronica heeft

Inschakelen van de Servicedienst.

Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.

De deur stond te lang

De verlichting wordt

Na het sluiten en openen van

De diepvrieswaren met een bot

Niet met een mes of een scherp

voorwerp losmaken.nl

Storing Eventuele oorzaak Oplossing

Het vriesvak heeft een

Ontdooien van het vriesvak.

Zie hoofdstuk „Ontdooien“.

Zorg er altijd voor dat de deur van

het vriesvak goed dicht is.

de koelruimte is nat.

Het dooiwatergootje en het

afvoergaatje schoonmaken (zie

„Schoonmaken van het apparaat”).

Deur van het vriesvak

Deur van het vriesvak sluiten.

De deur van het vriesvak sluit met

Temperatuur warmer instellen.

Super-functie uitschakelen.

De koelmachine wordt

steeds vaker en langer

Deur van het apparaat niet onnodig

De be en ontluchtings-

Afdekkingen verwijderen.

niet, de temperatuur-

Het presentatielicht

Alarmtoets, afb "/5, gedurende

10 seconden ingedrukt houden tot

een bevestigingssignaal te horen is.

Na een tijdje controleren of het

Het apparaat beschikt over een

automatisch zelftestprogramma dat

de oorzaken van storingen aangeeft die

alleen door de Servicedienst verholpen

1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten

2. Apparaat inschakelen en binnen

de eerste 10 seconden de

super-toets, afb. "/2, gedurende

3-5 seconden ingedrukt houden,

tot er een geluidssignaal klinkt.

Het zelftestprogramma start.

Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd,

klinkt er een lang geluidssignaal.

Wanneer de zelftest is afgelopen en

er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is

uw apparaat in orde.

Als de super-toets 10 seconden knippert

en er 5 geluidssignalen klinken, is er

sprake van een fout. Neem contact op

met de klantenservice.

Zelftest apparaat beëindigen

Na afloop van het programma schakelt

het apparaat weer over op het normale

Adres en telefoonnummer van de

Servicedienst in uw omgeving kunt u

vinden in het telefoonboek of in de

meegeleverde brochure met service-

adressen. Geef a.u.b. aan de

Servicedienst het E-nummer (E-Nr.)

en het FD-nummer (FD) van het apparaat

U vindt deze gegevens op het

Door vermelding van het fabrikaat- en

productnummer kunt u onnodige

voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u

zich de daarmee verbonden meerkosten.

Verzoek om reparatie en advies

De contactgegevens in alle landen vindt

u in de bijgesloten lijst met