XWA 71451 WB - Wasmachine INDESIT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis XWA 71451 WB INDESIT in PDF-formaat.

Page 37
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : INDESIT

Model : XWA 71451 WB

Categorie : Wasmachine

Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding XWA 71451 WB - INDESIT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. XWA 71451 WB van het merk INDESIT.

GEBRUIKSAANWIJZING XWA 71451 WB INDESIT

Uitpakken en waterpas zetten

Hydraulische en elektrische aansluitingen

Onderhoud en verzorging, 40

Afsluiten van water en stroom

Reinigen van de wasautomaat

Reinigen van het wasmiddelbakje

Onderhoud van deur en trommel

Reinigen van de pomp

Controleren van de buis van de watertoevoer

Voorzorgsmaatregelen en advies, 41

Balanceersysteem van de lading

Beschrijving van de wasautomaat en

starten van een programma, 42-43

Een programma starten

Persoonlijke instellingen, 45

Instellen van de temperatuur

Instellen van de centrifuge

Wasmiddelen en wasgoed, 46

Voorbereiden van het wasgoed

NL Een correcte nivellering geeft de machine

stabiliteit en voorkomt trillingen, lawaai en het

zich verplaatsen van de automaat tijdens de

werking. In het geval van vloerbedekking of

een tapijt regelt u de stelvoetjes zodanig dat

onder de wasmachine genoeg plaats is voor

Hydraulische en elektrische aan-

Aansluiting van de watertoevoerbuis

1. Sluit de toevoerbuis

aan op de koudwater-

dstuk met schroefdra-

tomaat aansluit moet

u het water laten lopen

totdat het helder is.

2. Verbind de water-

hem op de betreffende

watertoevoer te schro-

aan de achterkant (zie

3. Let erop dat er geen knellingen of kronkels

! De waterdruk van de kraan moet zich binnen

de waarden van de tabel Technische Gege-

vens bevinden (zie bladzijde hiernaast).

! Als de toevoerbuis niet lang genoeg is moet

u zich wenden tot een gespecialiseerde winkel

of een bevoegde installateur.

! Gebruik nooit tweedehands buizen.

! Gebruik de buizen die bij het apparaat wor-

! Het is belangrijk deze handleiding te bewa-

ren voor latere raadpleging. In het geval u het

apparaat verkoopt, of u verhuist, moet het

boekje bij de wasautomaat blijven zodat de

nieuwe gebruiker de functies en betreffende

raadgevingen kan doornemen.

! Lees de instructies aandachtig door: u vindt

er belangrijke informatie betreffende installatie,

gebruik en veiligheid.

Uitpakken en waterpas zetten

1. De wasautomaat uitpakken.

2. Controleer of de wasautomaat geen schade

heeft geleden gedurende het vervoer. Indien

dit wel het geval is moet hij niet worden aan-

gesloten en moet u contact opnemen met de

tijdens het vervoer en

de rubberen ring met

bijbehorende afstan-

dsleider die zich aan

de achterkant bevin-

den (zie afbeelding).

4. Sluit de openingen af met de bijgeleverde

5. Bewaar alle onderdelen: mocht de wasau-

tomaat ooit worden vervoerd, dan moeten

deze weer worden aangebracht.

! Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed

1. Installeer de wasautomaat op een rechte en

stevige vloer en laat hem niet steunen tegen een

muur, meubel of dergelijke.

2. Als de vloer niet

volledig horizontaal is

kunt u de onregelma-

tigheid opheffen door

de voorkant losser of

(zie afbeelding); de

inclinatiehoek, geme-

ten ten opzichte van

het werkvlak, mag de

2° niet overschrijden.NL

Aansluiting van de afvoerbuis

Verbind de buis, zon-

aan een afvoerleiding

of aan een afvoer in

de bijgeleverde steun

afbeelding). Het ui-

teinde van de afvoer-

slang mag niet onder

! Gebruik nooit verlengstukken voor de buis;

indien dit niet te vermijden is moet het ver-

lengstuk dezelfde doorsnede hebben als de

oorspronkelijke buis en mag hij niet langer zijn

Elektrische aansluiting

Voordat u de stekker in het stopcontact steekt

moet u zich ervan verzekeren dat:

• het stopcontact geaard is en voldoet aan de

• het stopcontact het maximum vermogen van de

wasautomaat kan dragen, zoals aangegeven in

de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast);

• de spanning zich bevindt tussen de waar-

den die zijn aangegeven in de tabel Techni-

sche Gegevens (zie hiernaast);

• de contactdoos geschikt is voor de stekker

van de wasautomaat. Indien dit niet zo is

moet de stekker of het stopcontact vervan-

! De machine mag alleen binnenshuis op een

vorstvrije en droge plek worden geïnstalleerd

om elektronische schade door bevriezing of

condensatie te voorkomen.

! Als de wasautomaat is geïnstalleerd moet het

stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn.

! Gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers.

! Het snoer mag niet gebogen of samengedru-

! De voedingskabel mag alleen door een bevo-

egde installateur worden vervangen.

Belangrijk! De fabrikant kan niet aansprakelijk

worden gesteld wanneer deze normen niet

Na de installatie en voor u de wasautomaat in

gebruik neemt, dient u een wascyclus uit te

voeren met wasmiddel maar zonder wasgoed,

op het programma “WASMACHINE REINIGEN”

(zie “Reinigen van de wasautomaat”).

zie het typeplaatje met de tech-

nische eigenschappen dat op

het apparaat is bevestigd

tot 1400 toeren per minuut

programma 9; Katoen 40°C.

Deze apparatuur voldoet

aan de volgende CE voor-

- 2004/108/CE (Elektroma-

gnetische compatiabiliteit)

- 2006/95/CE (Laagspanning)40

NL Onderhoud en verzorging

Reinigen van de pomp

De wasautomaat is voorzien van een zelfrei-

nigende pomp en hoeft dus niet te worden

onderhouden. Het kan echter gebeuren dat

kleine voorwerpen (muntjes, knopen) in het

voorvakje dat de pomp beschermt en zich aan

de onderkant ervan bevindt, terechtkomen.

! Verzeker u ervan dat de wascyclus beëindigd

is en haal de stekker uit het stopcontact.

Toegang tot het voorvakje:

zijkanten naar bene-

den toe en verwijder

het paneel (zie afbe-

eraf, tegen de klok in

(zie afbeelding): het

is normaal dat er een

beetje water uit komt;

3. maak de binnenkant goed schoon;

4. schroef het deksel er weer op;

5. monteer het paneel weer, met de haakjes

goed bevestigd in de juiste openingen, voor-

dat u het paneel tegen de machine aandrukt.

Controleren van de buis van de

Controleer minstens eenmaal per jaar de

slang van de watertoevoer. Als er barstjes of

scheuren in zitten moet hij vervangen worden:

gedurende het wassen kan de hoge waterdruk

onverwachts breuken veroorzaken.

! Gebruik nooit tweedehands buizen.

Afsluiten van water en stroom

• Sluit na iedere wasbeurt de kraan af. Hier-

mee beperkt u slijtage van de waterinstal-

latie van de wasmachine en voorkomt u

• Sluit altijd eerst de stroom af voordat u de

wasautomaat gaat schoonmaken en gedu-

rende onderhoudswerkzaamheden.

Reinigen van de wasautomaat

• De buitenkant en de rubberen onderdelen

kunnen met een spons en een lauw sopje

worden schoongemaakt. Gebruik nooit schu-

urmiddelen of oplosmiddelen.

• De wasautomaat beschikt over een pro-

gramma “WASMACHINE REINIGEN” voor het

reinigen van de binnenkant van de automaat.

Dit moet worden uitgevoerd als de automaat

Het wasmiddel (circa 10% van de hoeveelheid

die wordt aanbevolen voor een niet zo vuile

was) of de speciale reinigingsmiddelen voor

wasautomaten kunnen worden gebruikt als

hulpmiddelen tijdens dit wasprogramma. We

raden u aan dit reinigingsprogramma elke 40

wascycli uit te voeren.

Om dit programma te activeren drukt u tegelij-

kertijd 5 sec. op de toetsen A en B (zie afb.).

Het programma start automatisch en heeft een

duur van circa 70 minuten. Om de cyclus te

beëindigen drukt u op de toets START/PAUSE.

Reinigen van het wasmiddelbakje

Verwijder het laadje

door op het hendeltje

(1) te drukken en het

naar voren te trekken

(2) (zie afbeelding).

mend water. Dit moet u

Onderhoud van deur en trommel

• Laat de deur altijd op een kier staan om nare

luchtjes te vermijden.

Voorzorgsmaatregelen

• Het verwijderen van het verpakkingsmateriaal:

houdt u aan de plaatselijke normen zodat het materiaal

hergebruikt kan worden.

• De Europese richtlijn 2012/19/EU, betreffende afge-

dankte elektrische en elektronische apparatuur, voorziet

dat huishoudelijke apparatuur niet met het normale afval

mag worden meegegeven. De afgedankte apparatuur

moet apart worden opgehaald om het wedergebruik

van materialen waarvan hij is gemaakt te optimaliseren

en om potentiële schade aan de gezondheid en het

milieu te voorkomen. Het symbool van de afvalemmer

met een kruis staat op elk product, om aan te geven dat

het apart moet worden weggegooid.

Voor verdere informatie betreffende het correcte verwijde-

ren van huishoudelijke apparatuur kunnen de gebruikers

zich wenden tot de gemeentelijke reinigingsdienst of de

! De wasmachine is ontworpen en geproduceerd volgens

de internationale veiligheidsnormen. Deze aanwijzingen zijn

voor uw eigen veiligheid geschreven en moeten aandachtig

• Dit apparaat is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijk

niet-professioneel gebruik.

• Dit apparaat mag alleen door kinderen van

8 jaar en ouder, door personen met een

beperkt lichamelijk, sensorieel of geestelijk

vermogen, of met onvoldoende ervaring of

kennis worden gebruikt, mits ze worden

begeleid, of wanneer zij toereikende instruc-

ties hebben gekregen betreffende het veilige

gebruik van het apparaat en mits zij op de

hoogte zijn van de betreffende gevaren. Kin-

deren mogen niet met het apparaat spelen.

Onderhoud en reiniging mogen niet door kin-

deren zonder supervisie worden uitgevoerd.

• Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent of met

natte of vochtige handen of voeten.

• Trek de stekker nooit uit het stopcontact door aan het

snoer te trekken, maar altijd door de stekker zelf beet te

• Open het wasmiddelbakje niet terwijl de machine in

• Raak het afvoerwater niet aan aangezien het behoorlijk

• Forceer de deur nooit: het veiligheidsmechanisme dat

een ongewild openen van de deur voorkomt, kan be-

• Probeer in geval van storingen nooit zelf de interne

mechanismen van de wasautomaat te repareren.

• Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de ma-

chine komen als deze in werking is.

• De deur kan tijdens het wassen zeer heet worden.

• Als de machine verplaatst moet worden, doe dit dan

met twee of drie personen tegelijk en zeer voorzichtig.

Doe dit nooit alleen, want het apparaat is erg zwaar.

• Voordat u het wasgoed in de automaat laadt, moet u

controleren of hij leeg is.

Balanceersysteem van de lading

Om overmatige trillingen te vermijden verdeelt de auto-

maat de lading voor het centrifugeren op een gelijkmatige

manier. Dit gebeurt door de trommel te laten draaien op

een snelheid die iets hoger ligt dan de wassnelheid. Als na

herhaaldelijke pogingen de lading nog steeds niet goed is

gebalanceerd, zal de wasautomaat de centrifuge op een

lagere snelheid uitvoeren dan die voorzien was. Als de

lading zeer uit balans is zal de wasautomaat een verdeling

uitvoeren in plaats van een centrifuge. Teneinde een betere

distributie van de waslading en een juiste balancering te

bereiken raden wij u aan kleine en grote kledingstukken te

NL Wasmiddelbakje: voor wasmiddelen en wasversterkers

(zie “Wasmiddelen en wasgoed”).

Toets ON/OFF: voor het in- en uitschakelen van de wa-

Toets PUSH & WASH: (zie “Programma’s).

PROGRAMMAKNOP: voor het instellen van de program-

ma’s. Gedurende het programma blijft de knop stilstaan.

Toetsen met controlelampje FUNCTIE: voor het selecte-

ren van de beschikbare functies. Het controlelampje van

de gekozen functie zal aanblijven.

TEMPERATUUR toets: voor het instellen van de tempera-

tuur of koud wassen (zie “Persoonlijke Instellingen”).

CENTRIFUGE toets: voor het instellen of uitsluiten van de

centrifuge (zie “Persoonlijke Instellingen”).

UITGESTELDE START toets

Stelt de start van de machine uit tot aan 9 uren:

Druk meerdere malen op de toets totdat het

controlelampje dat bij de gewenste vertraging hoort

Als u vier keer achter elkaar op de knop drukt zal de optie

worden uitgeschakeld.

N.B.: Als de START/PAUSE knop eenmaal is ingedrukt

kan de vertraging alleen verminderd worden voor u het

ingestelde programma van start doet gaan.

! Deze optie is bij alle programma’s mogelijk.

Controlelampjes VOORTGANG CYCLUS: voor het vol-

gen van het verloop van het wasprogramma.

Het controlelampje geeft de lopende fase weer.

Controlelampje DEUR GEBLOKKEERD: om te zien of de

deur kan worden geopend (zie pagina hiernaast).

Toets met controlelampje START/PAUSE: om program-

ma’s te starten of ze tijdelijk te onderbreken.

N.B.: om de lopende wascyclus te pauzeren drukt u op

deze toets. Het oranje licht van het betreffende controle-

lampje zal gaan knipperen terwijl het lampje van de lopen-

de fase vast aan zal blijven staan. Als het controlelampje

DEUR GEBLOKKEERD uit is, kunt u het deurtje openen

(wacht circa 3 minuten).

Om het programma te hervatten drukt u opnieuw op deze

Deze wasautomaat beschikt, in overeenkomst met de

nieuwe normen betreffende de energiebesparing, over

een systeem wat het apparaat automatisch na 30 minuten

uitschakelt (stand-by) indien men het niet gebruikt. Druk

kort op de ON-OFF toets en wacht tot de wasautomaat

Gebruik in off-mode: 0,5 W Gebruik in Left-on: 8 W Beschrijving van de wasautomaat

en starten van een programma Controlelampjes VOORTGANG CYCLUS Toets met controlelampje

START/PAUSE Bedieningspaneel

MAKNOP TEMPERATUUR toets CENTRIFUGEtoets Toetsen met controlelampjes FUNCTIE Controlelampje

De controlelampjes geven belangrijke informatie.

Ze geven informatie over:

Als de functie “Uitgestelde Start” is geactiveerd

(zie “Persoonlijke Instellingen”) zal, nadat het programma is

gestart, het controlelampje dat bij de uitgestelde start hoort

Naar gelang de tijd verloopt wordt de resterende wachttijd

getoond, met het knipperen van het betreffende controle-

Als de geselecteerde vertraging is verlopen zal het inge-

stelde programma van start gaan.

Controlelampjes lopende fase

Als u de gewenste wascyclus heeft geselecteerd en

gestart gaan de controlelampjes één voor één aan om te

tonen op welk punt de cyclus is:

Functietoetsen en betreffende controlelampjes

Als u een functie selecteert gaat het bijbehorende controle-

lampje aan. Als de gekozen functie niet geschikt is voor het

ingestelde programma gaat het betreffende controlelampje

knipperen en zal de functie niet worden geactiveerd.

Als de gekozen optie niet compatibel is met een voorheen

ingestelde optie, zal dit worden aangegeven door het knip-

peren van het betreffende controlelampje en een geluids-

signaal (3 pieptonen). Alleen de tweede optie zal worden

geactiveerd en het lampje van de geactiveerde optie zal

Controlelampje deur geblokkeerd:

Als het controlelampje aan is betekent het dat de deur is

geblokkeerd om te verhinderen dat hij per ongeluk wordt

geopend. Om het deurtje te openen moet u wachten tot

het controlelampje uitgaat. Om de deur te openen tijdens

de wascyclus drukt u op de knop START/PAUSE; als het

controlelampje DEUR GEBLOKKEERD uit is, kunt u het

deurtje openen (wacht circa 3 minuten).

Een programma starten

Snelle programmering

1. HET WASGOED INLADEN. Open de deur. Laad het

wasgoed in en zorg ervoor nooit de laadhoeveelheid te

overschrijden aangegeven in de programmatabel op de

2. WASMIDDEL DOSEREN.Trek het bakje naar buiten

en doe het wasmiddel in de speciale bakjes, zoals aan-

gegeven in “Wasmiddelen en wasgoed”.

4. Druk op de toets “PUSH & WASH” om het

wasprogramma te starten.

Traditionele programmering

1. Schakel de machine in met de ON/OFF knop. Alle

controlelampjes gaan een paar seconden aan, en daarna

blijven de controlelampjes voor alle instellingen van het

geselecteerde programma aan, en knippert het controle-

2. Laad het wasgoed in en sluit de deur.

3. Stel het gewenste programma in met de PROGRAM-

4. Stel de wastemperatuur in (zie “Persoonlijke instellingen”).

5. Stel het centrifugetoerental in (zie “Persoonlijke instellingen”).

6. Voeg wasmiddel en wasversterkers toe (zie “Wasmidde-

7. Selecteer de gewenste functies.

8. Start het programma door op de START/PAUSE toets te

drukken. Het betreffende controlelampje zal een vast groen

licht vertonen. Om de ingestelde cyclus te annuleren zet

u de wasautomaat op pauze door op de START/PAUSE

toets te drukken en een nieuwe cyclus te kiezen.

9. Aan het einde van het programma gaat het controlelam-

pje aan. Als het controlelampje DEUR GEBLOKKEERD

uitgaat, kunt u het deurtje openen (wacht circa 3 minu-

ten). Haal het wasgoed eruit en laat de deur op een kier

staan zodat de trommel kan drogen. Schakel de wasauto-

maat uit in met de ON/OFF toets.44

De duur van de cyclus die wordt aangegeven op het display of op de gebruiksaanwijzing is een geschatte waarde die wordt gecalculeerd bij standaard omstandigheden. De effectieve tijd kan variëren aan de hand van

talloze factoren zoals temperatuur en druk van de watertoevoer, de kamertemperatuur, de hoeveelheid wasmiddel, de hoeveelheid en type lading, de balancering van de was en de geselecteerde aanvullende opties. 1) Controleprogramma volgens de norm 1061/2010: selecteer het programma 8

met een temperatuur van 60°C. Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van

energie en water, voor wasgoed dat op 60°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven. 2) Controleprogramma volgens de norm 1061/2010: selecteer het programma 9

met een temperatuur van 40°C. Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van

energie en water, voor wasgoed dat op 40°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven. Voor alle Test Institutes:2) Programma katoen lang: selecteer het programma 9 met een temperatuur van 40°C. 3) Programma Synthetisch lang: selecteer het programma 10 met een temperatuur van 40°C.Programma’sBeschrijving van het ProgrammaMaxi. Temp (°C) Maximaal toerental (toeren per mi-nuut)WasmiddelMaximale lading (kg) Overgebleven vochtigheid %Energieverbruik kWh Totaal water ltDuur cyclusVoorwasWassenWasver-zachterBlekenSpeciaal 1 Sport kleding30° 600 - - 3,5 - - - 55’ 2 Donkere kleding30° 800 - - 4 - - - 70’ 3 Anti-Geur cyclus (Katoen) 60° 1000 - - 3,5 - - - 110’ 3 Anti-Geur cyclus (Synthetisch) 40° 1000 - - 3,5 - - - 100’ 4 DeliIcaat30° 0 - - 1 - - - 80’ 5 Wol: voor wol, kasjmier, etc. 40° 800 - - 1,5 - - - 70’ 6

Dekbedden: voor kledingstukken/beddengoed gevuld met dons. 30° 1000 -  - 2 - - - 110’Standaard 7 Katoen Wit 90° + P: Zeer vuile witte was. 90° 1400   - 7 53 2,15 77 170’

8 Katoen 60° (Standaard) (1): Zeer vuil wit en kleurecht bont wasgoed. 60° (Max. 90°)1400 -  - 7 53 1,13 52,5 180’

9 Katoen 40° (Standaard) (2): Niet zo vuile witte en bonte was.40° 1400 -  - 7 53 1,00 75 170’

Met deze functie kunt u een wascyclus starten terwijl de wasautomaat uit is, zonder dat u daarvoor op de toets ON/OFF

hoeft te drukken of, nadien als u de wasautomaat aanzet, zonder dat u andere toetsen en/of knoppen in hoeft te drukken

(als u dit niet doet zal het programma Push & Wash worden uitgeschakeld). Om de Push & Wash cyclus te starten houdt u

de knop 2 seconden lang ingedrukt. Het controlelampje geeft aan dat de cyclus is gestart. Deze wascyclus is ideaal voor het

wassen van katoenen en synthetische was en wast op een temperatuur van 30° met een maximaal centrifugetoerental van

1200 toeren per minuut. Max. lading 3,5 kg. (Duur cyclus 50’).

1. Laad het wasgoed in (katoenen en/of synthetische was) en sluit de deur.

2. Wasmiddel en toevoegmiddelen invoeren.

3. Start het programma door 2 seconden op de toets Push & Wash te drukken. Het betreffende controlelampje zal groen

worden en de deur zal worden geblokkeerd (het symbool deur geblokkeerd gaat aan).

N.B.: Als u het programma start met de Push & Wash toets wordt een automatische cyclus geactiveerd, aangeraden voor

katoen en synthetisch wasgoed. Deze cyclus kan niet worden aangepast. Bij dit programma kunt u geen verdere opties

Om de deur te openen terwijl de automatische cyclus bezig is, drukt u op de START/PAUSE toets. Als het symbool deur

geblokkeerd uit is kunt u de deur openen. Druk nogmaals op de START/PAUSE toets om het programma te hervatten vanaf

het punt dat het werd onderbroken.

4. Aan het einde van het programma gaat het controlelampje END aan.NL

Instellen van de temperatuur

De TEMPERATUURTOETS indrukken te draaien kunt u de wastemperatuur instellen (zie Programmatabel).

De temperatuur kan verlaagd worden tot aan koud wassen ( ). De machine voorkomt dat u een temperatuur instelt die

hoger is dan het maximum voorzien voor dat programma.

! Uitzondering: als u het programma 8 selecteert kunt u de temperatuur tot op 90° instellen.

Instellen van de centrifuge

De CENTRIFUGETOETS indrukken te draaien stelt u de snelheid van de centrifuge van het gekozen programma in.

De maximum snelheden voorzien voor de programma’s zijn:

Programma’s Maximum snelheid

Katoen 1400 toeren per minuut

Synthetisch 800 toeren per minuut

Wol 800 toeren per minuut

U kunt de snelheid van de centrifuge verminderen, of uitsluiten met het symbool .

De machine voorkomt automatisch dat er een centrifuge wordt uitgevoerd die sneller is dan het maximum voorzien voor dat

De verschillende functies van de wasautomaat zorgen voor de door u gewenste schone en witte was.

Voor het activeren van de functies:

1. druk op de toets die bij de gewenste functie hoort;

2. het aangaan van het betreffende controlelampje geeft aan dat de functie actief is.

N.B.: Het snel knipperen van het lampje geeft aan dat de bijbehorende functie niet gekozen kan worden bij het ingestelde

De eerste keer dat u drukt gaat het symbool 9’ aan, de tweede keer het symbool 30’ en de derde keer het symbool 60’. Als

u een vierde keer drukt gaat opnieuw het symbool 9’ aan.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 1-2-3-4-5-6-7-8-9-10-11-12-13- - .

Als u tijdens een wasprogramma bij bepaalde omstandigheden op deze toets drukt, kunt u het programma in slechts 20’

beëindigen. U voert hierdoor slechts een korte spoelcyclus uit en een maximale centrifuge van 800 toeren of minder, als u

dit tijdens de persoonlijke instellingen van het programma al handmatig had beperkt. In dit geval zal de was- en spoelkwali-

teit niet optimaal zijn. Als u op de toets drukt gaat zowel het betreffende controlelampje aan als het lampje dat de spoelfase

aangeeft. Als de geselecteerde temperatuur 40° of hoger is en/of de toets wordt ingedrukt tijdens de beginfase van het

programma, zal de duur van de optie “Einde snelle cyclus” langer zijn om ervoor te zorgen dat het wasmiddel goed in het

water wordt opgelost en de kleding niet wordt beschadigd. In dit geval knippert het controlelampje van de spoelfase en zal

het lampje van de wasfase aanblijven totdat de nodige omstandigheden worden bereikt. In het geval de overgebleven duur

van het wasprogramma minder is dan 20’ minuten, zal de optie niet beschikbaar zijn.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 2-4-5-6-14- - .

Gemakkelijker strijken

Als u deze functie selecteert zullen het wassen en de centrifuge dusdanig worden aangepast dat er minder kreuken worden

gevormd. Aan het einde van de wascyclus zal de wasautomaat de trommel langzaam laten ronddraaien. De controlelampjes

van de optie GEMAKKELIJKER STRIJKEN en die van START/PAUSE gaan knipperen en het controlelampje END gaat aan.

Om de cyclus te beëindigen drukt u op de START/PAUSE toets of op de toets GEMAKKELIJKER STRIJKEN.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 1-3-5-14- - .

Door deze functie te selecteren verhoogt u het spoelresultaat en zorgt u ervoor dat elk spoor van wasmiddel verdwijnt. Deze

optie is vooral nuttig bij personen met een gevoelige huid.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 2-4-14- .

Persoonlijke instellingen46

NL Wasmiddelen en wasgoed

Wasmiddelbakje Een goed wasresultaat hangt ook af van de juiste dosis wasmiddel: te veel wasmiddel maakt het wassen niet beter. Het wasmiddel blijft aan de binnenzijde van de wasautomaat zitten en zorgt voor het vervuilen van het milieu.! Gebruik nooit wasmiddelen voor handwas aangezien die te veel schuim vormen.! Gebruik waspoeder voor witte katoenen was, voor de voorwas en voor het wassen op temperaturen van meer dan 60°C.! Volg de aanwijzingen op de wasmiddelverpakking.Trek het laatje naar voren en giet het wasmiddel of de wasversterker er als volgt in:Vak 1: Wasmiddel voor voorwas (poeder)Voordat u het middel erin strooit moet u controleren of het aan-vullende bakje 4 er niet in zit.Vak 2: Wasmiddel voor hoofdwas (poeder of vloei-baar)Als u een vloeibaar wasmiddel gebruikt raden we u aan het bijgeleverde schotje A te gebruiken voor een correcte dosering. Voor het gebruik van poederwasmiddel doet u het schotje terug in de opening B.Vak 3: Wasversterkers (wasverzachter, enz.)De wasverzachter mag nooit het niveau “max” overschri-jden dat staat aangegeven op de centrale pin. Extra bakje 4: Bleekmiddel Bleekcyclus Plaats het bijgeleverde bakje 4 in het vak 1. Schenk het bleekmiddel en zorg ervoor nooit het “max” niveau, dat staat aangegeven op de centrale spil, te overschrijden. Om te bleken giet u het bleekwater in het aanvullende bakje 4 en stelt u het programma in .! Het traditionele bleekmiddel kan voor stevig wit wasgoed gebruikt worden, terwijl het delicate bleekmiddel geschikt is voor gekleurde stoffen, synthetische stoffen en wol. Voorbereiden van het wasgoed • Verdeel het wasgoed volgens: - het soort stof / het symbool op het etiket. - de kleuren: scheid de bonte was van de witte was.• Leeg de zakken en controleer de knopen.• Overschrijd het aangegeven gewicht, berekend voor droog wasgoed, nooit: zie “Programmatabel”.Hoeveel weegt wasgoed? 1 laken 400-500 g. 1 sloop 150-200 g. 1 tafelkleed 400-500 g. 1 badjas 900-1200 g. 1 handdoek 150-250 g. Speciale programma’s

Sport kleding (programma 1) is ontwikkeld voor het wa- ssen van niet zo vuile sportkleding (trainingspakken, sport-broeken, enz.). Om optimale resultaten te bereiken raden wij u aan nooit de maximaal aangegeven hoeveelheid te over-schrijden die staat aangegeven in de “Programmatabel”. We raden u aan een vloeibaar wasmiddel te gebruiken, met een hoeveelheid die voldoende is voor een halve lading. Donkere kleding: gebruik de programma 2 voor het wassen van bonte was. Het programma is ontwikkeld voor het langdurige behoud van de donkere kleuren. Voor een beter resultaat raden we u aan voor de bonte was een vloeibaar wasmiddel te gebruiken.Anti-Geur cyclus: gebruik het programma 3 voor het wassen van wasgoed waar nare luchtjes aan zitten (bv. rook, zweet, frituur). Het programma is speciaal ontwikkeld voor het verwi-jderen van nare luchtjes en het behouden van de vezels van de kleding. We raden u aan synthetisch wasgoed of gemengd wasgoed op 40° te wassen en kleurbestendig katoen op 60°.Delicaat: gebruik het programma 4 voor het wassen van zeer fij-ne was. We raden u aan de kleding binnenstebuiten te keren voor u hem wast. Voor een beter resultaat raden we u voor de fijne was aan een vloeibaar wasmiddel te gebruiken. Voor het wassen van Zijde of Gordijnen selecteert u de cyclus 4 en activeert u de optie (in dit geval is het ook mogelijk de optie “Extra Spoelen” te activeren). De wasautomaat zal de cyclus eindigen terwijl de was nog in de week ligt en het lampje zal gaan knipperen. Om het water af te voeren en de was uit de automaat te halen moet u op de knop START/PAUSE drukken of op de optie .Wol: het “Wol” wasprogramma van deze wasmachine is door The Woolmark Company getest en goedgekeurd voor het wassen van kleding waar wol in is verwerkt en die als handwas geclassificeerd is, op voorwaarde dat de aanwijzingen worden opgevolgd die op het etiket van het kledingstuk vermeld staan en de instructies van de fabrikant van de wasmachine. (M1126) Dekbedden: om donzen wasgoed te wassen zoals bijvoorbe-eld éénpersoons dekbedden (niet zwaarder dan 2 kg.), kussens, ski-jacks, gebruikt u het speciale programma 6. We raden u aan de jacks in de trommel te laden met de randen naar binnen toe gevou- wen (zie afbeeldingen) en ervoor te zorgen de ¾ van het volume van de trommel niet te overschrijden. Voor het beste resultaat raden wij aan vloeibaar wasmiddel in het doseerbakje te gieten. Gekleurd: gebruik de programma 11 voor het wassen van licht gekleurde was. Het programma is ontwikkeld voor het langdurige behoud van de mooie kleuren van uw wasgoed. Katoen 20° (programma 12) Katoen ideaal voor een lading vuil katoen. De optimale prestaties, zelf met koud water, die kunnen worden vergeleken met een wascyclus op 40°C, worden gega-randeerd door een mechanische werking die de snelheid varieert met herhaaldelijke en zeer dicht op elkaar liggende piekvariaties. Eco Synthetisch 20° (programma 13) ideaal voor gemengd wasgoed (katoen en synthetisch) dat middelmatig vuil is. De opti-male prestaties, zelf met koud water, worden gegarandeerd door een mechanische werking die de snelheid varieert met middelmati-ge en van te voren vastgestelde intervallen. Snel (programma 14) hiermee kunt u de duur van de was bepalen, van 9’ tot 60’. Als u op de overeenkomende toets “Snel” drukt kunt u de duur van de cyclus laten variëren van 9’ (refresh), tot 30’ (wassen), tot aan 60’ (wassen). De cyclus 9’ zorgt ervoor dat u de kledingstukken met alleen wasverzachter kunt spoelen. Gebruik absoluut geen wasmiddel! De cyclus 30’ is ontwikkeld om een licht vuile was te wassen op 30° (wol en zijde uitgezonderd), met een maximale lading van 3 kg, in een zeer korte tijd: de cyclus duurt slechts 30 minuten en bespaart dus elektriciteit en tijd. De programma 60’ is ontwikkeld om wasgoed van kleurbestendig katoen in een uur op 60° te wassen. Het wasgoed moet middelmatig vuil zijn, zodat de wasprestaties kunnen worden gegarandeerd. Voor synthetische of gemengde was raden we u aan de temperatuur te verlagen naar 40°.

Storingen en oplossingen

Het kan gebeuren dat de wasautomaat niet werkt. Voor u contact opneemt met de Servicedienst (zie “Service”)moet u con-

troleren of het niet een storing betreft die u zelf makkelijk kunt verhelpen met behulp van de volgende lijst.

De wasautomaat gaat niet aan.

De wascyclus start niet.

De wasautomaat heeft geen water-

toevoer (het controlelampje van de

eerste wasfase knippert snel).

De wasautomaat blijft water aan-

De wasautomaat voert het water

niet af of centrifugeert niet.

De machine trilt erg tijdens het

De wasautomaat lekt.

De controlelampjes van de “Functies” en

het controlelampje “START/PAUSE” gaan

knipperen, en een van de controlelamp-

jes van de “lopende fase” en van “deur

geblokkeerd” blijven vast aanstaan.

Er ontstaat teveel schuim.

Push & Wash wordt niet geactive-

Het programma duurt veel minder

Mogelijke oorzaken / Oplossing:

• De stekker zit niet in het stopcontact of niet ver genoeg om contact te maken.

• Het hele huis zit zonder stroom.

• De deur zit niet goed dicht.

• De ON/OFF toets is niet ingedrukt.

• De START/PAUSE toets is niet ingedrukt.

• De waterkraan is niet open.

• De uitgestelde start is ingesteld (zie “Persoonlijke Instellingen”).

• De watertoevoerbuis is niet aangesloten op de kraan.

• De buis is gebogen.

• De waterkraan is niet open.

• Het hele huis zit zonder water.

• Er is onvoldoende druk.

• De START/PAUSE toets is niet ingedrukt.

• De afvoerbuis is niet op 65 tot 100 cm afstand van de grond af geïnstalleerd

(zie “Installatie”).

• Het uiteinde van de afvoerbuis ligt onder water (zie “Installatie”).

• De afvoer in de muur heeft geen ontluchting.

Als na deze controles het probleem niet is opgelost, moet u de waterkraan dicht-

draaien, de wasautomaat uitzetten en de Servicedienst inschakelen. Als u op een

van de hoogste verdiepingen van een flatgebouw woont kan zich een hevelingspro-

bleem voordoen, waarbij de wasautomaat voortdurend water aan- en afvoert. Om

deze storing te verhelpen zijn er in de handel speciale beluchters te koop.

• Het programma voorziet geen afvoer: bij enkele programma’s moet dit met de

hand worden gestart (zie “Starten en Programma’s”).

• De functie is actief: voor het beëindigen van het programma drukt u op de

START/PAUSE toets (“Persoonlijke Instellingen”).

• De afvoerbuis is gebogen (zie “Installatie”).

• De afvoerleiding is verstopt.

• De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze gedeblokkeerd (zie “Installatie”).

• De wasautomaat staat niet goed recht (zie “Installatie”).

• De wasautomaat staat te krap tussen meubels en muur (zie “Installatie”).

• De buis van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie “Installatie”).

• Het wasmiddelbakje is verstopt (voor reiniging zie “Onderhoud en verzorging”).

• De afvoerbuis is niet goed aangesloten (zie “Installatie”).

• Doe de wasautomaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht circa 1

minuut en doe hem daarna weer aan.

Als de storing voortzet, dient u de Servicedienst in te schakelen.

• Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasautomaten (er moet “voor wasauto-

maat”, “handwas en machinewas”, of dergelijke op staan).

• U heeft teveel wasmiddel gebruikt.

• Nadat de wasautomaat wordt ingeschakeld heeft u een andere opdracht ingevoerd

i.p.v. Push & Wash. Schakel de wasautomaat uit en druk op de knop Push & Wash.

• U heeft de optie “Einde snelle cyclus” geactiveerd.48

Voordat u de Servicedienst inschakelt:

• Controleer eerst of u het probleem zelf kunt oplossen (zie “Storingen en oplossingen”).

• Start het programma opnieuw om te controleren of de storing is verholpen;

• Als dit niet het geval is moet u contact opnemen met de erkende Technische Servicedienst via het telefoonnummer dat op

het garantiebewijs staat.

! Wendt u nooit tot een niet erkende installateur.

• het model van de machine (Mod.);

• het serienummer (S/N);

Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasautomaat en aan de voorzijde als u het deurtje open-