IWC 71252 ECO (EU) INDESIT

IWC 71252 ECO (EU) - Wasmachine INDESIT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis IWC 71252 ECO (EU) INDESIT in PDF-formaat.

Page 37
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : INDESIT

Model : IWC 71252 ECO (EU)

Categorie : Wasmachine

Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IWC 71252 ECO (EU) - INDESIT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IWC 71252 ECO (EU) van het merk INDESIT.

GEBRUIKSAANWIJZING IWC 71252 ECO (EU) INDESIT

Uitpakken en waterpas zetten

Hydraulische en elektrische aansluitingen

Onderhoud en verzorging, 40

Afsluiten van water en stroom

Reinigen van de wasautomaat

Reinigen van het wasmiddelbakje

Onderhoud van deur en trommel

Reinigen van de pomp

Controleren van de buis van de watertoevoer

Voorzorgsmaatregelen en advies, 41

Beschrijving van de wasautomaat en

starten van een programma, 42-43

Een programma starten

Persoonlijke instellingen, 45

Instellen van de temperatuur

Instellen van de centrifuge

Wasmiddelen en wasgoed, 46

Voorbereiden van het wasgoed

Bijzondere kledingstukken

Balanceersysteem van de lading

Storingen en oplossingen, 47

! Het is belangrijk deze handleiding te bewa-

ren voor latere raadpleging. In het geval u het

apparaat verkoopt, of u verhuist, moet het

boekje bij de wasautomaat blijven zodat de

nieuwe gebruiker de functies en betreffende

raadgevingen kan doornemen.

! Lees de instructies aandachtig door: u vindt

er belangrijke informatie betreffende installatie,

gebruik en veiligheid.

Uitpakken en waterpas zetten

1. De wasautomaat uitpakken.

2. Controleer of de wasautomaat geen schade

heeft geleden gedurende het vervoer. Indien

dit wel het geval is moet hij niet worden aan-

gesloten en moet u contact opnemen met de

tijdens het vervoer en

de rubberen ring met

bijbehorende afstan-

dsleider die zich aan

de achterkant bevin-

den (zie afbeelding).

4. Sluit de openingen af met de bijgeleverde

5. Bewaar alle onderdelen: mocht de wasau-

tomaat ooit worden vervoerd, dan moeten

deze weer worden aangebracht.

! Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed

1. Installeer de wasautomaat op een rechte en

stevige vloer en laat hem niet steunen tegen

een muur, meubel of dergelijke.

2. Als de vloer niet

volledig horizontaal is

kunt u de onregelma-

tigheid opheffen door

de voorkant losser of

(zie afbeelding); de

inclinatiehoek, gemeten ten opzichte van het

werkvlak, mag de 2° niet overschrijden.

Een correcte nivellering geeft de machine

stabiliteit en voorkomt trillingen, lawaai en het

zich verplaatsen van de automaat tijdens de

werking. In het geval van vloerbedekking of

een tapijt regelt u de stelvoetjes zodanig dat

onder de wasmachine genoeg plaats is voor

Hydraulische en elektrische aan-

Aansluiting van de watertoevoerbuis

1. Sluit de toevoerbuis

aan op de koudwater-

dstuk met schroefdraad

van 3/4 gas (zie afbeel-

tomaat aansluit moet

u het water laten lopen

totdat het helder is.

2. Verbind de water-

hem op de betreffen-

schroeven, rechtsbo-

kant (zie afbeelding).

3. Let erop dat er geen knellingen of kronkels in

! De waterdruk van de kraan moet zich binnen

de waarden van de tabel Technische Gege-

vens bevinden (zie bladzijde hiernaast).

! Als de toevoerbuis niet lang genoeg is moet

u zich wenden tot een gespecialiseerde winkel

of een bevoegde installateur.

! Gebruik nooit tweedehands buizen.

! Gebruik de buizen die bij het apparaat wor-

NL Aansluiting van de afvoerbuis

Verbind de buis, zon-

aan een afvoerleiding

of aan een afvoer in

kraan (zie afbeelding).

afvoerslang mag niet

! Gebruik nooit verlengstukken voor de buis;

indien dit niet te vermijden is moet het ver-

lengstuk dezelfde doorsnede hebben als de

oorspronkelijke buis en mag hij niet langer zijn

Elektrische aansluiting

Voordat u de stekker in het stopcontact steekt

moet u zich ervan verzekeren dat:

• het stopcontact geaard is en voldoet aan de

• het stopcontact het maximum vermogen

van de wasau -tomaat kan dragen, zoals aan-

gegeven in de tabel Technische Gegevens (zie

• de spanning zich bevindt tussen de waar-

den die zijn aangegeven in de tabel Techni-

sche Gegevens (zie hiernaast);

• de contactdoos geschikt is voor de stekker

van de wasautomaat. Indien dit niet zo is moet de

stekker of het stopcontact vervangen worden.

! De wasautomaat mag niet buitenshuis worden

geïnstalleerd, ook niet op een beschutte plaats,

aangezien het gevaarlijk is hem aan regen en

onweer bloot te stellen.

! Als de wasautomaat is geïnstalleerd moet het

stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn.

! Gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstek-

zie het typeplaatje met de tech-

nische eigenschappen dat op

het apparaat is bevestigd

tot 1200 toeren per minuu

dprogramma voor katoen

programma 4; standaar-

dprogramma voor katoen

Deze apparatuur voldoet

aan de volgende EEC voor-

- 2004/108/CE (Elektroma-

gnetische compatiabiliteit)

- 2006/95/CE (Laagspanning)

! Het snoer mag niet gebogen of samengedru-

! De voedingskabel mag alleen door een bevo-

egde installateur worden vervangen.

Belangrijk! De fabrikant kan niet aansprakelijk

worden gesteld wanneer deze normen niet

Na de installatie en voor u de wasautomaat in ge-

bruik neemt, dient u een wascyclus uit te voeren

met wasmiddel maar zonder wasgoed, op het

eraf, tegen de klok in

(zie afbeelding): het

is normaal dat er een

beetje water uit komt;

3. maak de binnenkant goed schoon;

4. schroef het deksel er weer op;

5. monteer het paneel weer, met de haakjes

goed bevestigd in de juiste openingen, voor-

dat u het paneel tegen de machine aandrukt.

Controleren van de buis van de

Controleer minstens eenmaal per jaar de

slang van de watertoevoer. Als er barstjes of

scheuren in zitten moet hij vervangen worden:

gedurende het wassen kan de hoge waterdruk

onverwachts breuken veroorzaken.

! Gebruik nooit tweedehands buizen.

Afsluiten van water en stroom

• Sluit na iedere wasbeurt de kraan af. Hier-

mee beperkt u slijtage van de waterinstallatie

van de wasmachine en voorkomt u lekkage.

• Sluit altijd eerst de stroom af voordat u de

wasautomaat gaat schoonmaken en gedu-

rende onderhoudswerkzaamheden.

Reinigen van de wasautomaat

De buitenkant en de rubberen onderdelen

kunnen met een spons en een lauw sopje

worden schoongemaakt. Gebruik nooit schu-

urmiddelen of oplosmiddelen.

Reinigen van het wasmiddelbakje

door het op te lichten

en naar voren te trek-

ken (zie afbeelding).

mend water. Dit moet

Onderhoud van deur en trommel

• Laat de deur altijd op een kier staan om nare

luchtjes te vermijden.

Reinigen van de pomp

De wasautomaat is voorzien van een zelfrei-

nigende pomp en hoeft dus niet te worden

onderhouden. Het kan echter gebeuren dat

kleine voorwerpen (muntjes, knopen) in het

voorvakje dat de pomp beschermt en zich aan

de onderkant ervan bevindt, terechtkomen.

! Verzeker u ervan dat de wascyclus klaar is en

haal de stekker uit het stopcontact.

Toegang tot het voor-

hulp van een schroe-

Onderhoud en verzorging41

NL Voorzorgsmaatregelen

! De wasmachine is ontworpen en geproduceerd volgens

de internationale veiligheidsnormen. Deze aanwijzingen zijn

voor uw eigen veiligheid geschreven en moeten aandachtig

• Dit apparaat is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijk

niet-professioneel gebruik.

• Dit apparaat mag alleen door kinderen van 8 jaar

en ouder, door personen met een beperkt licha-

melijk, sensorieel of geestelijk vermogen, of met

onvoldoende ervaring of kennis worden gebruikt,

mits ze worden begeleid, of wanneer zij toerei-

kende instructies hebben gekregen betreffende

het veilige gebruik van het apparaat en mits zij

op de hoogte zijn van de betreffende gevaren.

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Onderhoud en reiniging mogen niet door kinde-

ren zonder supervisie worden uitgevoerd.

• Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent of met

natte of vochtige handen of voeten.

• Trek de stekker nooit uit het stopcontact door aan het

snoer te trekken, maar altijd door de stekker zelf beet te

• Open het wasmiddelbakje niet terwijl de machine in

• Raak het afvoerwater niet aan aangezien het zeer heet

• Forceer de deur nooit: het veiligheidsmechanisme dat

een ongewild openen van de deur voorkomt, kan be-

• Probeer in geval van storingen nooit zelf de interne me-

chanismen van de wasautomaat te repareren.

• Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de machi-

ne komen als deze in werking is.

• De deur kan tijdens het wassen zeer heet worden.

• Als de machine verplaatst moet worden, doe dit dan met

twee of drie personen tegelijk en zeer voorzichtig. Doe dit

nooit alleen, want het apparaat is erg zwaar.

• Voordat u het wasgoed in de automaat laadt, moet u

controleren of hij leeg is.

• Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal: houdt u aan

de plaatselijke normen zodat het materiaal hergebruikt

• De Europese Richtlijn 2012/19/EU over Vernieti ging

van Electrische en Electronische Apparatuur, vereist dat

oude huishoudelijke electrische apparaten niet mogen

vernietigd via de normale ongesorteerde afvalstroom.

Oude apparaten moeten apart worden ingezameld om

zo het hergebruik van de gebruikte materialen te optima-

liseren en de negatieve invloed op de gezondheid en het

milieu te reduceren. Het symbool op het product van de

“afvalcontainer met een kruis erdoor” herinnert u aan uw

verplichting, dat wanneer u het apparaat vernietigt, het

apparaat apart moet worden ingezameld.

Consumenten moeten contact opnemen met de locale

autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van ver-

nietiging van hun oude apparaat.42

NL Wasmiddelbakje: voor wasmiddelen en wasversterkers

(zie “Wasmiddelen en wasgoed”).

Toets ON/OFF: voor het in- en uitschakelen van de wa-

PROGRAMMAKNOP: voor het instellen van de program-

ma’s. Gedurende het programma blijft de knop stilstaan.

Toetsen met controlelampje FUNCTIE: voor het selecte-

ren van de beschikbare functies. Het controlelampje van

de gekozen functie zal aanblijven.

CENTRIFUGEKNOP: voor het instellen of uitsluiten van

de centrifuge (zie “Persoonlijke Instellingen”).

TEMPERATUURKNOP: voor het instellen van de tempe-

ratuur of koud wassen

(zie “Persoonlijke Instellingen”).

Controlelampjes VOORTGANG CYCLUS/UITGESTEL-

DE START: voor het volgen van het verloop van het

Het controlelampje geeft de lopende fase weer.

Als de functie “Uitgestelde start” is ingesteld, tonen de

lampjes de tijd die resteert tot het starten van het program-

ma (zie pagina hiernaast).

Controlelampje DEUR GEBLOKKEERD: om te zien of de

deur kan worden geopend (zie pagina hiernaast).

Toets met controlelampje START/PAUSE: om program-

ma’s te starten of ze tijdelijk te onderbreken.

N.B.: om de lopende wascyclus te pauzeren drukt u op

deze toets. Het oranje licht van het betreffende controle-

lampje zal gaan knipperen terwijl het lampje van de lopen-

de fase vast aan zal blijven staan. Als het controlelampje

DEUR GEBLOKKEERD uit is, kunt u het deurtje openen

(wacht circa 3 minuten).

Om het programma te hervatten drukt u opnieuw op deze

Deze wasautomaat beschikt, in overeenkomst met de

nieuwe normen betreffende de energiebesparing, over

een systeem wat het apparaat automatisch na 30 minuten

uitschakelt (stand-by) indien men het niet gebruikt. Druk

kort op de ON-OFF toets en wacht tot de wasautomaat

Beschrijving van de wasautomaat

en starten van een programma Controlelampjes VOORTGANG CYCLUS/UITGESTELDE START Controlelampje

DEUR GEBLOKKEERD Toets met controlelampje START/

PAUSE Bedieningspaneel

TEMPERATUUR KNOP Wasmiddelbakje Toetsen met controlelampjes

CENTRIFUGEKNOP PROGRAMMAKNOP43

De controlelampjes geven belangrijke informatie.

Ze geven informatie over:

Als de functie “Uitgestelde Start” is geactiveerd

(zie “Persoonlijke Instellingen”) zal, nadat het programma is

gestart, het controlelampje dat bij de uitgestelde start hoort

Naar gelang de tijd verloopt wordt de resterende wachttijd

getoond, met het knipperen van het betreffende controle-

Als de geselecteerde vertraging is verlopen zal het inge-

stelde programma van start gaan.

Controlelampjes lopende fase

Als u de gewenste wascyclus heeft geselecteerd en

gestart gaan de controlelampjes één voor één aan om te

tonen op welk punt de cyclus is:

Functietoetsen en betreffende controlelampjes

Als u een functie selecteert gaat het bijbehorende controle-

lampje aan. Als de gekozen functie niet geschikt is voor het

ingestelde programma gaat het betreffende controlelampje

knipperen en zal de functie niet worden geactiveerd. Als de

geselecteerde functie niet compatibel is met een optie die

daarvòòr is ingesteld, zal het controlelampje van de eerder

geselecteerde functie gaan knipperen en zal alleen de twe-

ede functie worden geactiveerd; het controlelampje van de

geactiveerde functie zal aangaan.

Controlelampje deur geblokkeerd:

Als het controlelampje aan is betekent het dat de deur is

geblokkeerd om te verhinderen dat hij per ongeluk wordt

geopend. Om het deurtje te openen moet u wachten tot

het controlelampje uitgaat (wacht circa 3 minuten). Om de

deur te openen tijdens de wascyclus drukt u op de knop

START/PAUSE; als het controlelampje DEUR GEBLOKKE-

ERD uit is, kunt u het deurtje openen.

Een programma starten

1. Schakel de wasautomaat in met de ON/OFF toets. Alle controlelampjes gaan een paar seconden aan en gaan dan weer

uit en het controlelampje START/PAUSE knippert.

2. Laad het wasgoed in en sluit de deur.

3. Stel het gewenste programma in met de PROGRAMMAKNOP.

4. Stel de wastemperatuur in (zie “Persoonlijke instellingen”).

5. Stel het centrifugetoerental in (zie “Persoonlijke instellingen”).

6. Voeg wasmiddel en wasversterkers toe (zie “Wasmiddelen en wasgoed”).

7. Selecteer de gewenste functies.

8. Start het programma door op de START/PAUSE toets te drukken. Het betreffende controlelampje zal een vast groen licht

vertonen. Om de ingestelde cyclus te annuleren zet u de wasautomaat op pauze door op de START/PAUSE toets te drukken

en een nieuwe cyclus te kiezen.

9. Aan het einde van het programma gaat het controlelampje aan. Als het controlelampje DEUR GEBLOKKEERD

uitgaat, kunt u het deurtje openen (wacht circa 3 minuten). Haal het wasgoed eruit en laat de deur op een kier staan zodat de

trommel kan drogen. Schakel de wasautomaat uit in met de ON/OFF toets.

NL Standaardprogramma voor katoen op 20°C (programma 7) ideaal voor een lading vuil katoen. De optimale prestaties, zelf

met koud water, die kunnen worden vergeleken met een wascyclus op 40°C, worden gegarandeerd door een mechanische

werking die de snelheid varieert met herhaaldelijke en zeer dicht op elkaar liggende piekvariaties.

Express (programma 11) is bedoeld voor het snel wassen van niet zo vuil wasgoed: het duurt slechts 15 minuten en bespa-

art dus elektriciteit en tijd. Met het programma (11 op 30 °C) kunt u verschillende soorten stoffen samen wassen (behalve

zijde en wol) met een lading van max. 1,5 kg.

Sport Intensief (programma 12) is ontwikkeld voor het wassen van zeer vuile sportkleding (trainingspakken, sportbroeken,

enz.). Om optimale resultaten te bereiken raden wij u aan nooit de maximaal aangegeven hoeveelheid te overschrijden die

staat aangegeven in de “Programmatabel”.

Sport Licht (programma 13) is ontwikkeld voor het wassen van niet zo vuile sportkleding (trainingspakken, sportbroeken,

enz.). Om optimale resultaten te bereiken raden wij u aan nooit de maximaal aangegeven hoeveelheid te overschrijden die

staat aangegeven in de “Programmatabel”. We raden u aan een vloeibaar wasmiddel te gebruiken, met een hoeveelheid die

voldoende is voor een halve lading.

Sport Schoenen (programma 14) is ontwikkeld voor het wassen van sportschoenen. Voor optimale resultaten dient u nooit

meer dan 2 paar tegelijk te wassen.

De duur van de cyclus die wordt aangegeven op het display of op de gebruiksaanwijzing is een geschatte waarde die wordt gecalculeerd bij standaard omstandigheden.

De effectieve tijd kan variëren aan de hand van talloze factoren zoals temperatuur en druk van de watertoevoer, de kamertemperatuur, de hoeveelheid wasmiddel, de hoeveelheid en type lading, de balancering van de was en de geselecteerde aanvullende opties.1) Controleprogramma volgens de directive 1061/2010: selecteer het programma 3 met een temperatuur van 60°C. Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van

energie en water, voor wasgoed dat op 60°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven. 2) Controleprogramma volgens de directive 1061/2010: selecteer het programma 4 met een temperatuur van 40°C. Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van

energie en water, voor wasgoed dat op 40°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven. Voor alle Test Institutes:2) Programma katoen lang: selecteer het programma 4 met een temperatuur van 40°C. 3) Programma synthetisch lang: selecteer het programma 6 met een temperatuur van 40°C.Programma’sBeschrijving van het ProgrammaMaximale Temp (°C) Maximaal toerental (toeren per minuut)WasmiddelMaxi-male lading (kg) Overgebleven vochtigheid %Energieverbru-ik kWhTotaal water ltDuur cyclusVoorwasWassenWasver-zachterDagelijkse was (Daily) 1 Katoen met voorwas: zeer vuile witte was.90° 1200  7 53 2,21 78 170’ 2 Katoen: Zeer vuile witte was.90° 1200 -   7 53 2,16 72 160’ 3 Standaardprogramma voor katoen op 60° (1): zeer vuil wit en kleu-recht bont wasgoed.60° 1200 -   7 53 1,07 52,5 180’ 4 Standaardprogramma voor katoen op 40° (2): niet zo vuile witte en bonte fijne was.40° 1200 -   7 53 1,00 75 170’ 5 Katoen bont delicaat: niet zo vuile witte en bonte was.40° 1200 -   7 53 0,66 54 90’ 6 Synthetisch: zeer vuile kleurvaste bonte was.60° 800 -   3,5 44 0,93 47 115’ 6 Synthetisch (3): niet zo vuile kleurvaste bonte was.40° 800 -   3,5 44 0,57 46 100’ 7 Standaardprogramma voor katoen op 20°: niet zo vuile witte en bonte fijne was.20° 1200 -   7 - - - 170’Speciale was (Special) 8 Wol: voor wol, kasjmier, etc.40° 800 -   1,5 - - - 70’ 9 Zijde/Gordijnen: voor zijde, viscose, lingerie.30° 0 -   1 - - - 55’10 Jeans40° 800 -   3,5 - - - 75’ 11 Express: voor het snel opfrissen van niet zo vuil wasgoed(niet geschikt voor wol, zijde en handwas).30° 800 -   1,5 71 0,19 31 15’Sport 12 Sport Intensief30° 600 -   2,5 - - - 85’ 13 Sport Licht30° 600 -   2,5 - - - 60’ 14 Sport Schoenen30° 600 -   Max. 2 paar.- - - 60’Delprogramma’sSpoelen- 1200 - -  7 - - - 36’Centrifugeren + Afpompen - 1200 - - - 7 - - - 16’45

NL Instellen van de temperatuur

Door aan de TEMPERATUURKNOP te draaien kunt u de wastemperatuur instellen (zie Programmatabel).

De temperatuur kan verlaagd worden tot aan koud wassen ( ).

De machine voorkomt dat u een temperatuur instelt die hoger is dan het maximum voorzien voor dat programma.

Instellen van de centrifuge

Door aan de CENTRIFUGEKNOP te draaien stelt u de snelheid van de centrifuge van het gekozen programma in.

De maximum snelheden voorzien voor de programma’s zijn:

Programma’s Maximum snelheid

Katoen 1200 toeren per minuut

Synthetisch 800 toeren per minuut

Wol 800 toeren per minuut

Zijde alleen waterafvoer

U kunt de snelheid van de centrifuge verminderen, of uitsluiten met het symbool .

De machine voorkomt automatisch dat er een centrifuge wordt uitgevoerd die sneller is dan het maximum voorzien voor dat

De verschillende functies van de wasautomaat zorgen voor de door u gewenste schone en witte was.

Voor het activeren van de functies:

1. druk op de toets die bij de gewenste functie hoort;

2. het aangaan van het betreffende controlelampje geeft aan dat de functie actief is.

N.B.: Het snel knipperen van het lampje geeft aan dat de bijbehorende functie niet gekozen kan worden bij het ingestelde

Als u deze optie selecteert zullen de mechanische beweging, de temperatuur en het water geoptimaliseerd worden voor een

beperkte lading van niet zo vuil katoenen en synthetisch wasgoed (zie “Programmatabel”). Met “ ” kunt u wassen in

een kortere tijd en kunt u water en energie besparen. We raden u aan een hoeveelheid vloeibaar wasmiddel te gebruiken die

voldoet voor een halve lading.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 1, 2, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, , .

De functie draagt bij aan energiebesparing door het voor het wassen van het wasgoed niet te verwarmen: een

voordeel voor zowel het milieu als de energierekening. De versterkte werking en het geoptimaliseerde waterverbruik garanderen

uitstekende resultaten met een gelijke gemiddelde tijdsduur als een standaardcyclus. Om betere wasresultaten te verkrijgen,

wordt het gebruik van een vloeibaar wasmiddel aanbevolen.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 1, 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14, , .

Door deze functie te selecteren verhoogt u het spoelresultaat en zorgt u ervoor dat elk spoor van wasmiddel verdwijnt. Deze

optie is vooral nuttig bij personen met een gevoelige huid.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 11, .

Stelt de start van de wasautomaat tot aan 12 uur uit.

Druk meerdere malen op de toets totdat het controlelampje dat bij de gewenste vertraging hoort aangaat. Bij de vijfde druk op

de toets wordt de functie uitgeschakeld.

N.B.: Als de START/PAUSE knop eenmaal is ingedrukt kan de vertraging alleen verminderd worden voor u het ingestelde

programma van start doet gaan.

! Deze optie is bij alle programma’s mogelijk.

Persoonlijke instellingen46

NL Wasmiddelen en wasgoed

Wasmiddelbakje Een goed wasresultaat hangt ook af van de juiste dosis wasmiddel: te veel wasmiddel maakt het wassen niet be-ter. Het wasmiddel blijft aan de binnenzijde van de wasau-tomaat zitten en zorgt voor het vervuilen van het milieu. ! Gebruik nooit wasmiddelen voor handwas aangezien die te veel schuim vormen. ! Gebruik waspoeder voor witte katoenen was, voor de voorwas en voor het wassen op temperaturen van meer dan 60°C. ! Volg de aanwijzingen op de wasmiddelverpakking. Trek het laatje naar voren en giet het wasmiddel of de wasversterker er als volgt in:bakje 1: Wasmiddel voor voorwas (poeder)bakje 2: Wasmiddel voor hoofdwas (poeder of vloeibaar)Het vloeibare wasmiddel moet vlak voor de start in het bakje worden gegoten.bakje 3: Wasversterkers (wasverzachter, enz.)De wasverzachter mag niet boven het roostertje uitkomen. Voorbereiden van het wasgoed • Verdeel het wasgoed volgens:- het soort stof / het symbool op het etiket.- de kleuren: scheid de bonte was van de witte was.• Leeg de zakken en controleer de knopen.• Overschrijd het aangegeven gewicht, berekend voor droog wasgoed, nooit: zie “Programmatabel”.Hoeveel weegt wasgoed? 1 laken 400-500 g. 1 sloop 150-200 g. 1 tafelkleed 400-500 g. 1 badjas 900-1200 g. 1 handdoek 150-250 g. Bijzondere kledingstukken Wol: met het programma 8 is het mogelijk alle wollen kledingstukken in de wasautomaat te wassen, ook die met het etiket “alleen handwas” . Voor de beste resultaten dient u een specifiek wasmiddel te gebruiken en nooit de 1,5 kg wasgoed te overschrijden.

Zijde: gebruik het speciale programma 9 om alle zijden kledingstukken te wassen. We raden u aan een speciaal wasmiddel voor fijne was te gebruiken.Gordijnen: vouw de gordijnen en doe ze in de bijgelever-de zak. Gebruik het programma 9.Jeans: draai de kledingstukken binnenstebuiten voor u ze wast en gebruik een vloeibaar wasmiddel. Gebruik het programma 10. Balanceersysteem van de lading Om overmatige trillingen te vermijden verdeelt de automaat de lading voor het centrifugeren op een gelijkmatige manier. Dit gebeurt door de trommel te laten draaien op een snelheid die iets hoger ligt dan de wassnelheid. Als na herhaaldelijke pogingen de lading nog steeds niet goed is gebalanceerd, zal de wasautomaat de centrifuge op een lagere snelheid uitvoeren dan die voorzien was. Als de lading zeer uit balans is zal de wasautomaat een verdeling uitvoeren in plaats van een centrifuge. Teneinde een betere distributie van de waslading en een juiste balancering te bereiken raden wij u aan kleine en grote kledingstukken te mengen.47

NL Storingen en oplossingen

Het kan gebeuren dat de wasautomaat niet werkt. Voor u contact opneemt met de Servicedienst (zie “Service”)moet u con-

troleren of het niet een storing betreft die u zelf makkelijk kunt verhelpen met behulp van de volgende lijst.

De wasautomaat gaat niet aan.

De wascyclus start niet.

De wasautomaat heeft geen water-

toevoer (het controlelampje van de

eerste wasfase knippert snel).

De wasautomaat blijft water aan-

De wasautomaat voert het water

niet af of centrifugeert niet.

De machine trilt erg tijdens het

De wasautomaat lekt.

cties” en het controlelampje

“START/PAUSE” gaan knipperen, en

een van de controlelampjes van de

“lopende fase” en van “deur geblok-

keerd” blijven vast aanstaan.

Er ontstaat teveel schuim.

Mogelijke oorzaken / Oplossing:

• De stekker zit niet in het stopcontact of niet ver genoeg om contact te maken.

• Het hele huis zit zonder stroom.

• De deur zit niet goed dicht.

• De ON/OFF toets is niet ingedrukt.

• De START/PAUSE toets is niet ingedrukt.

• De waterkraan is niet open.

• De uitgestelde start is ingesteld (zie “Persoonlijke Instellingen”).

• De watertoevoerbuis is niet aangesloten op de kraan.

• De buis is gebogen.

• De waterkraan is niet open.

• Het hele huis zit zonder water.

• Er is onvoldoende druk.

• De START/PAUSE toets is niet ingedrukt.

• De afvoerbuis is niet op 65 tot 100 cm afstand van de grond af geïnstalleerd

(zie “Installatie”).

• Het uiteinde van de afvoerbuis ligt onder water (zie “Installatie”).

• De afvoer in de muur heeft geen ontluchting.

Als na deze controles het probleem niet is opgelost, moet u de waterkraan

dichtdraaien, de wasautomaat uitzetten en de Servicedienst inschakelen. Als u

op een van de hoogste verdiepingen van een flatgebouw woont kan zich een

hevelingsprobleem voordoen, waarbij de wasautomaat voortdurend water aan-

en afvoert. Om deze storing te verhelpen zijn er in de handel speciale beluchters

• Het programma voorziet geen afvoer: bij enkele programma’s moet dit met de

hand worden gestart (zie “Starten en Programma’s”).

• De afvoerbuis is gebogen (zie “Installatie”).

• De afvoerleiding is verstopt.

• De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze gedeblokkeerd (zie “In-

• De wasautomaat staat niet goed recht (zie “Installatie”).

• De wasautomaat staat te krap tussen meubels en muur (zie “Installatie”).

• De buis van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie “Installatie”).

• Het wasmiddelbakje is verstopt (voor reiniging zie “Onderhoud en verzorging”).

• De afvoerbuis is niet goed aangesloten (zie “Installatie”).

• Doe de wasautomaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht circa 1

minuut en doe hem daarna weer aan.

Als de storing voortzet, dient u de Servicedienst in te schakelen.

• Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasautomaten (er moet “voor wasautoma-

at”, “handwas en machinewas”, of dergelijke op staan).

• U heeft teveel wasmiddel gebruikt.48

Voordat u de Servicedienst inschakelt:

• Controleer eerst of u het probleem zelf kunt oplossen (zie “Storingen en oplossingen”).

• Start het programma opnieuw om te controleren of de storing is verholpen;

• Als dit niet het geval is moet u contact opnemen met de erkende Technische Servicedienst via het telefoonnummer dat op

het garantiebewijs staat.

! Wendt u nooit tot een niet erkende installateur.

• het model van de machine (Mod.);

• het serienummer (S/N);

Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasautomaat en aan de voorzijde als u het deurtje opendoet.I