GEBRUIKSAANWIJZING H6IS35H1FR DAEWOO
Wij danken u dat u voor dit product hebt gekozen.
Deze gebruikershandleiding bevat belangrijke informatie over veiligheid en instructies die zichen bedoeld u te helpen in de bediening en het onderhoud van uw apparaat.
Neem de hijd om deze gebruikershandleiding door te lezen voordat u uw apparaat in gebruik neemt en bewaar hem als naslagwerk voor de toekomst.
| Symbool | Type | Betekenis |
| A | WAARSCHUWING | Risico op ernstig of dodelijk letsel |
| S | RISICO OP ELEKTRISCHE SCHOK | Risico van gevaarlijke spanning |
| M | BRAND | Waarschuwing; Gevaar voor brand / ontvlambare materialen |
| ! | LET OP | Risico op letsel of beschadiging aan eigendom |
| BELANGRIJK / OPMERKING | Correcte bediening van het systeme |
INHOUD
1.VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 4
1.1. Algemene veiligheidswaarschuwingen 4
1.2. Waarschuwingen bij de installmente 7
1.3.Tijdens het gebruik 8
1.4. Tijdens reiniging en onderhoud 8
2.INSTALLATIE EN VOORBEREIDING VOOR GEBRUIK 9
2.1. Instructies voor de installmenter 9
2.2.Installatie van de kookplaat 9
2.3.Elektrische aansluiting en veiligheid 11
3.PRODUCTKENMERKEN 12
4.GEBRUK VAN HET PRODUCT 13
4.1. Bedieningsknuppen oven 13
5. REINIGING EN ONDERHOUD 19
5.1. Reiniging 19
6.PROBLEEMOPLOSSING EN TRANSPORT 20
6.1.Probleemoplossing 20
6.2. Transport 20
1. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- Lees deze instructies zorgvuldig en volledig voor u uw apparaat in gebruik neemt en bewaar deze op een handige locatie voor eventuele raadpleging in de toekomst.
- Deze handleiding is geschreven voor meer dan een model en het is waarom möglichk dat een aantal functies, die in deze handleiding worden besproken, Niet aanwezig zijn op uw apparaat. Let waaromijdens het lezen van deze handleiding in het bijzonder op de afbeeldingen.
1.1. ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN
- Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8aar en ouder en personen met een verminderde fysieke, gevoelsmatige en mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis als ze onder toezicht staan of instructies krijgen met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat en de betrokken risico's. Kinderen mogen Niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het apparaat Niet schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
WAARSCHUWING: Het apparaat en zijn toegankelijkste onderdelen wordenijdens gebruik heet. Zorg ervoor geen verwarmingselementen aan te raken. Kinderenjonger dan 8aar要去enuit de buurt worden gehouden, tenzij ze onder voortdurend toezicht staan.
WAARSCHUWING: Onbeheerd koken met vet of olie op een kookplaat kan gevaarlijk+zijn en brandveroorzaken. Probeer een brand NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit endek de vlam af met bijv. een deksel of een branddeken.
LET OP: Op het bereidingsproces要去 worden toegezien. Op een kort bereidingsproces要去 voortdurend worden toegezien.
WAARSCHUWING: Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken.
WAARSCHUWING: Als het oppervlak gebarsten is, moet u het apparaat uitschakelen om het risico op elektrische schokken te voorkomen.
- Op het oppervlak van inductiekookplaten要去en geen metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels worden geplaatst. Deze{kennen heet worden.
- Schakel bij inductiekookplaten de kookplaatelementen na gebruik uit met de bedieningsklop. Vertrouv Niet op de panherkenning.
- Voor modellen met geintegreerde deksel geldt dat bij morsen de deksel schoongemaakt dient te worden voor gebruik en dat u de kookplaat af要去 soften koelen voordat u de deksel sluit.
- Gebruik het apparaat Niet met een externe timer of afzonderlijk afstandsbedieningsystem.
- Gebruik geen harde schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen schrapers om de oppervlakken in de oven schoon te make. Deze+kunnen het oppervlak krassen en dit kan leiden tot het barsten van het glas of schade aan de oppervlakken.
- Gebruik geen stoomreinigers om het apparaat schoon te make.
-
Uw apparaat werk geproduerd conform de toepasselijkke lokale en internationale normen en voorschriften.
-
Onderhoud en reparations mogen alleen door erkend onderhoudspersoneel worden uitgevoerd. Installatie- en onderhoudswerk dat door nieterkende installateurs worden uitgevoerd kan u in gevaar brengen. De specificaties van het apparaat mogen nicht worden gewijzigd of aangepast. Ongeschikte kookplaatbeschemmers konnen ongelukken veroorzaken.
-
Voor de aansluiting van uw apparaat要去 uervoor zorgen dat de lokale distributievoorwaarden (soort gas en gasdruk of elektrische spanning en freqentie) en de vereisten van het apparaat compatibel়n. De specificaties voor dit apparaat staan vermeld op het label.
Let OP: Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor de bereiding van etenswaren en voor huishoudelijk gebruik. Het mag Niet worden gebruikt voor andere doeleinden of in een andere toepassing, zoals voor Niet-huishoudelijk gebruik, in een commerciele omgeving of om een ruimte te verwarmen.
- Alle möglichke maatregelen werden genomen om uw verilgheid te garanderen. Aangezien het glas kan breken, moet u voorzichtig়ijtens het schoonmaken teneinde krassen te vermijden. Zorg dat u Niet met accessoires op het glas slaat of klopt.
- Zorg ervoor dat het netsnoerijdens de installationeniet klem komt te zitten of wordt beschadigd. Om elk risico uit te sluiten moet het netsnoer door de fabrikant, zich onderhoudsdienst of een gekwalificeerd persoon worden verrangen als het is beschadigd.
-
Houd kinderen en dieren uit de buurt van dit apparaat.
-
Houd bij de in gebruik zijnde inductiekookplaat voorwerpen uit de buurt die gevoelig zijn voor magnetische velden (zoals creditcards, betaalpassen, horloges en soortgelijke voorwerpen). Personen met een pacemaker worden sterk aangeraden hun cardioloog te raadplegen voordat ze gebruik make van een inductiekookplaat.
1.2. WAARSCHUWINGEN BIJ DE INSTALLATIE
- U mag het apparaat Niet gebruiken voor de installmentie volledig uitgevoerd is.
- Het apparaat要去 worden gemonteerd door een geauthoriseerde monteur. De fabrikant is nicht verantwoordelijk voor eventuele schade die kan worden veroorzaakt door de defecte plaatsing en installmentie door Niet-geauthoriseerde Personen.
- Controller bij het uitpakken van het apparaat of erijdens het transport geen schade is opgelopen. Neem in geval van twijfel het apparaat Niet in gebruik en neem onmiddelijk contact op met uw leverancier of een erkende servicedienst. De materialen van de verpakking (nylon, niedjes, piepschuim, enz.) können schadelijk� zijn voor kinderen. Ze要去en dan ook onmiddelijk verzameld en verwijderd worden.
- Bescherm uw apparaat gegen weersomstandigheden. Stel het Niet bloot aan dezon, regen, sneeuw, stof of overmatig vocht.
- De omliggende materialen van het apparaat (o.a. kastjes)要去en minimaal bestand zichn tegen een temperatuur van 100^ .
- De temperatuur van het bodemoppervlak van de kookplaat kanijdens gebruik stijgen, er要去 waarom eenplaat onder het product worden geinstalleerd.
- Plaats geen ontvlambaar of brandhaar materiaal in of in de buurt van het apparaat als het in werkig is.
Laat het fornuis nicht onbeheerd awhile wanner u met vaste of vloeibare vetten kookt. Deze{kunnen bij oververhitting vlam vatten. Giet nooit water op vlammen die worden veroorzaakt door olie/vet. Schakel het fornuis uit endek de pan af met zich deksel of een branddeken.
- Indien het product voor een langereperiode nicht worden gebruikt,draait u de hoofdschakelaaruit. Draai het gasventiel zich als u het gasapparaat Niet gebruikt.
- U要去 paffen steeds centraal op de kookzone plaatsen, en de handvaten要去en veilig worden gedraaid zodate ze Niet{kunnen worden omgestoten of vast genomen.
- Let er op dat de bedieningsknoppen van het apparaat alkijd op '0' (stop) staan als het apparaat Niet worden gelebruikt.
1.4. Tijdens REINIGING EN ONDERHOUD
- Zorg ervoor dat uw apparaat van de stroom is afgesloten voordat u schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden UITvoert.
- Verwijder de bedieningsknoppen nichtijdens het reinigen van het bedieningspaneel.
- Om de efficiëntie en veiligheid van het apparaat te handhaven, raden we aan dat u steeds de originele reserveonderdelen gezruikt en dat u bij een eventueel probleemuitsluitend beroep doet op once erkende servicedienst.
2. INSTALLATIE EN VOORBEREIDING VOOR GEBRUK

WAARSCHUUNG: Dit apparaat mag uitsluitend worden geinstalleerd door erkend onderhoudspersoneel of een
gekwaliffeerd elektricien en overeenkomstig de instructies van deze handleding en conform de geldende plaatselijke voorschriften.
- Onjuiste installmentie kan letsel en schade veroorzaken, waar de fabrikant Niet aansprakelijk kan worden gehonden en de garantie kan hierdoor komen te verrallen.
- Voor de installmentie要去 voor zorgen dat de lokale distributievooraarden (aard van het gas en gasdruk en/of elektrische spanning en freiouctie) en de vereisten van het apparaat compatibel zich. De instellingscondities voor dit apparaat staan vermeld op het typeplaatje.
- De geldende wetten, verordeningen, richtlijnen en normen van het land van gezebruik van het apparaat要去en worden opgevolgd (veiligheidsvoorschriften, correcte hergebruik volgens de regelgeving, enz.).
2.1. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEUR Algemene instructies
- Na verwijdering van het verpakkingsmaterial van het toestelen de accessoires,要去 u controleren of het apparaat Niet beschadigd is. Indien u schade denkt vast te stellen, mag u het apparaat Niet gebruiken en要去 u onmiddelijk contact opnemen met erkend servicepersoneel of een gekwalificeerd elektricien.
Zorg ervoor dat er geen brandbare of ontvlambare materialen in de buurt zich, zoals gordijnen, olie, wasgoed, enz., die snel vlamvatten.
- Apparaten om het apparaat heb moeten zich gemaaakt van materialen die bestand zich tergen temperaturen van boven 100^ .
- Als er boven het apparaat een afzuigkap of kast worden geinstalleerd, treft u hieronder de veilige afstand:tussen het kookoppervlak en een kast/afzuigkap.

- Het apparaat mag nicht worden geinstalleerd direct boven een vaatwasmachine, koelkast, diepvriezer, wasmachine of wasdroger.
- Als de onderkant van het apparaat met de hand kan worden bereikt,要去 een barrière van geschikt materiaaal aan de onderkant van het apparaat worden geplaatst om er zo voor te zorgen dat er geen toegang is tot de onderkant van het apparaat.
- Als de kookplaat boven een oven worden geplaatst,要去 de oven een koelventilator hebben.
Zorg dat de inductiekookplaat goed geventileerd worden en dat de luchtinvoer en -uitvoer Niet worden geblokkeerd.
2.2. INSTALLATIE VAN DE KOOKPLAAT
Het apparaat wordt geleverd met een installmentiekit inclusief zichklevend afdichtmaterial en bevestigingsbeugels en -schroeven.
- Snij de openingsafmetingen uit zoals worden aangegeven op de afbeelding. Plaats de opening dusdanig op het aanrechtblad dat de volgende vereisten zijn gevolgd de kookplaat is geinstalleerd.
| B (mm) | 590 | min. A (mm) | 50 |
| T (mm) | 520 | min. C (mm) | 50 |
| H (mm) | 56 | min. E (mm) | 500 |
| C1 (mm) | 560 | min. F (mm) | 10 |
| C2 (mm) | 490 | G (mm) | 20 |
| D (mm) | 50 | I (mm) | 38 |
| J (mm) | 5 | | |




- Breng de bijgeleverde eenzijdige zichklevende tape aan rond de onderkant van de kookplaat. Rek het Niet UIT.

- Schroef de 4 montagebeugels voor het aanrechtblad op de zijkanten van het product.
Zet het apparaat in de opening.
WAARSCHUWING: De elektrische aansluiting van dit apparaat mag uitsluitend worden UITgevoerd door erkend onderhoudsponeel of een gekwalificeerd elektricien en overeenkomstig de instructies van deze handledeiding en conform de geldende voorschriften.
Voordat dit apparaat op de stroom wordt aangesloten, dient het maximale vermogen van het apparaat (weergegeven op het identificatielabel van het apparaat) te worden vergeleken met de beschikbare netspanning, en de bedrading van de netspanning moet het maximale vermogen van het apparaat aankunnen (ook weergegeven op het identificatielabel van het apparaat).
Zorg erijdens installmentie voor dat er geisoleerde kabels worden gebruikt. Een onjuiste aansluiting kan uw apparaat beschadigen. Als het stroomsnoor beschadigd is, dient dit door gekwalificierd personeel te worden verrangen.
- Gebruik geen adapters,meerwegstekkers en/of verlangkabels.
- De stroomkabel moet UIT de buurt blijven van hete delen van het apparaat en mag Niet worden gebogen of geklemd. Anders kan de kabel beschadigd raken en kortsluiting veroorzaken.
- Als het apparaat Niet met een stekker aan de netstroom worden aangesloten, dient een isolatorschakelaar die geschikt is voor alle polen (met minstens 3mm contactruimte) te worden gezrukt om aan de veriligeidsvoorschriften te voldoen.
- Nadat het apparaat is geinstalleerd要去 de gezekerde schakelaar eenvoudig bereikbaarহn.
Zorg ervoor dat alle aansluitingen goed vastzitten.
- Bevestig de stroomkabel in de kabelklem en sluit de deksel.
- De aansluiting op het klemmenblok
wordt gedaan op de aansluitkast.

3. PRODUCTKENMERKEN

Belangrijk: De specificaties van het product verschillen en het uiterlijk van uw apparaat kan afwijken van de afbeeldingen die hieronder zijn weergegeven.
Onderdelenlijst

- Inductiezzone
- Bedieningspaneel
4. GEBRUIK VAN HET PRODUCT
4.1. BEDIENINGSKNOPPEN OVEN Inductiezone
De informatatie in de volgende tabel isuitsluitend bedoeld als richtig.
| Instellingen | Gebruiken voor |
| 0 | Element UIT |
| 1-3 | Delicate verwarming |
| 4-5 | Zacht sudderen, langzaam opwarmen |
| 6-7 | Opnieuw opwarmen en stevig sudderen |
| 8 | Koken, bakken en braden |
| 9 | Maximale warmte |
| P | Boost-functie |
Kookgerei
- Gebruik kwalitatief hoogwaardig kookgerei van geemailled staal, gietijzer of roestvrij staal met een dikke, platte, gladde bodem. De kwaliteit en samenstelling van het kookgerei hebben een direct effect op de kookresultaten.
- Gebruik geen kookgerei met een holle of bolle bodem. Aluminium en roestvrijstalen kookgerei met een Niet-ferromagnetische bodem of een bodem van glas, koper, messing, keramiek of porselein is ongeschikt voor inductieverwarming.
- Om te controleren of het kookgerei geschikt is voor inductiekoken houdt u een magneet bij de bodem van het kookgerei houden. Als de magneet blijft hangen, dan is het kookgerei over het algemeen geschikt. U kunt ook een beetje water in het kookgerei doen en deze op een kookzone zetten die op maximaal vermogen staat. Het water要去 binnen een paar seconden opgewärmd zichn.
- Bij het gebruik van bepaalde pannen, kuren verschillende geluiden te horen zich. Dit heeft te make met het ontwerp van de pannen en heeft geen invloed op de prestaties of veiligheid van de kookplaat.
-
Plaats de pan in het midden van de kookzone om de Beste kookresultaten te bereiken.
-
Het symbol knippert als het vermogensniveau in het display van de kookzone is geseleerd en er een ongeschikte pan of geen pan op de kookzone is geplaatst. De kookzone schakelt na 2 minutes automatisch uit.
- Als er een geschikte pan op de kookzone is geplaatst, dan verdwijnt het symbool. De bereiding van de etenswaren worden voortgezet op het gekozen vermogensniveau.
Voor een optimale energieverdrecht dient de diameter van de kookgerebasis overeen te stemmen met die van de kookzone.
- De minimale diameter van het kookgerei要去 D120 mm voor kookzones van 160 mm, D140 mm voor kookzones van 210 mm en D160 mm voor kookzones van 290 mm.

X
Ronde

steelpanbodem
Kleine
steelpandiameter

Bodem van de steelpan
zit Niet goed vast
Het apparaat wordt bediend via tiptoetsen en de functies worden via displays en geluidssignalen bevestigd.
Aanraakbedieningseenheid

1- Indicator toetsvergrendeling
2-Verwarmerselectie
3-Timerbeeldscherm
4-Timerfunctie kookzone-indicators
5-Timerselectie
6-Toetsvergrendeling
7-Slim pauzeren
8- Selectie gekoppelde verwarming
9-Schuifknoppen
10-Boost
11-Aan/Uit
Gebruik de inductiekookzones met geschikt kookgerei.
Nadat de netstroom worden ingeschakeld, lichten alle displays kort op. Vervolgens komt de kookplaat in stand-bymodus en is hij gereed voor gebruik.
De kookplaat worden bediend door op de juiste elektronische knop te drukken. Elke keer nadat een knop is ingedrukt, volgt een zoemend geluid.
Het apparaat aanzetten
Schakel de kookplaat aan met de AAN/ UIT-knop ① .Alle verwarmerdisplays tonen een constante 0^ en de stippen rechtsonder knipperen. (Indien er binnen 20 seconden geen kookzone worden gekozen, schakelt de kookplaat automatisch uit.)
Het apparatus uitzetten
Schakel de kookplaat elk willekeurig momentuit door ① te drukken.
De AAN/UIT-knop ① heeft alkijd prioriteit over de uitschakelfunctie.
De kookzones aanzetten
Druk op de verwarmerselectieknop die overeenkomt met de verwarmer die u wilt gebruiken. Er verschijnt een constante stip op het display van de gekozen verwarmer en de knipperende stippen op alle andere displays.gaanuit.
U kunt voor de gekozen verwarmer een warmtestandkiezen door de schuifknop in te drukken. Het element is nu klaar voor gebruik. Selecteer voor snelle kooktijden het gewenste kookniveau en druk op de knop P'om de boost-functie te activeren.
De kookzones uitzetten
Kies het element dat u wilt uitschakelen door op de verwarmerselectietoets te drukken. Gebruik de schuifknop en verlaag de temperatuur maar '0'. (Tegelijkkertijd op de linker- en rechterkant van de schuifknop drukkenzet de temperatuur ook op '0').
Als de kookzone heet is, wordt er in plaats van '0' 'H' weergegeven.
Alle kookzones uitzetten
Raak de toets ① aan om alle kookzones tegelijkertijd uit te schakelen.
In de stand-bymodus verschijnt H^ op alle kookzones die heet+zijn.
Indicator van de restwarmte
De indicator van de restwarmte geeft aan dat het keramische deel een temperatuur heeft die nog te gevaarlijk hoog is om aan te raken.
Na het uitschakelen van de kookzone geeft het respectievelijke display 'H' aan totdat de temperatuur van de desbeteffende kookzone veilig is.
Slim pauzeren
Als Slim pauzeren is geactiveerd, worden het vermogen van alle ingeschakelde branders verminderd.
Als u Slim pauzeren deactiveert, schakelen de verwarmers automatischtering湃 hier het vorige temperatuurniveau.
Als Slim pauzeren nicht worden gedeactiveerd, schakelt de kookplaat na 30 minutesuit.
Druk op aan om Slim pauzeren te activeren. Het vermogen van de geactiveerde verwärmer(s) worden verlaagd tot niveau 1 en II'verschijnt op alle displays.
Druk nogmaals op om Slim pauzeren te deactiveren. 'I' verschijnt en de verwarmers
gaan werken op de het vorige ingestelde niveau.
Uitschakelbeveiligingsfunctie
Een kookzone worden automatischuitgeschakeld als de warmte-instelling nichtis aangepast voor een specifieke tjidsduur. Een wijziging in de warmte-insteling vande kookzone za de tjidsduur resettenaar de oorspronkelijke waarde.Deze oorspronkelijke waarde is afhankelijk vanhet gekozen temperatuurniveau,zoals hieronder weergegeven.
| Warmte-instellung | Uitschakelbeveiligingsfunctieuit na |
| 1 - 2 | 6 uu r |
| 3 - 4 | 5 uu r |
| 5 | 4 uu r |
| 6 - 9 | 1,5 uu r |
Kinderslot
Na inschakeling van het apparaat kan het kinderslot worden geactiveerd. Druk tegelijkkertijd op de linker- en rechterkant van de schuifknop en verrolgens nogmaals op de rechterkant van de schuifknop om het kinderslot te activieren. 'L' dat LOCKED (VERGRENDELD) betekent, verschijnt in het display van alle verwarmers en de regelknoppen hunnen Niet worden gebruikt. (Als een kookzone heet is, zullen afwisselend 'L' en 'H' worden weergegeven.)
De kookplaat blijt vergrendeld totdat davon wordt ontgrendeld, zichs als het apparaat aan en uit is gezet.
Zet de kookplaat eerst aan om het kinderslot te deactiveren. Druk tegelijkkertijd op de linker- en rechterkant van de schuifknop en nervolgens nogmaals op de rechterkant van de schuifknop L'verdwijnt van het display en de kookplaat wordenuitgeschakeld.
Toetsvergrendeling
De toetsvergrendelingsfunctie worden gebrukt om de 'veilige modus' in te schakelenijdens gebruik van het apparaat. Het is nu Niet möglichk om aanpassingen te doen door op de knappen te drukken (bijvoorbeeld warmte-installingen). Het is alleen möglichk om het apparaat uit te schakelen.
De vergrendelingsfunctie worden actief als de knop voor toetsvergrendeling 8 minstens 2 seconden worden ingedrukt. Deze actie worden bevestigd door een zoemer. Na het jeust indrukken gaat de indicator toetsvergrendeling knipperen en worden de verwärmer vergrendeld.
Timerfunctie
De timerfunctie is beschikbaar in twee versies, namelijk:
Kookwekkertimer (1 - 99 min.)
De kookwekkertimer kan worden bediend als de kookzones uitgeschakeld staan. De timerdisplay geeft 00' aan met een knipperende stip.
Gebruik de timerknop en de schuifknop om de tijd te verhogen of verlagen. Het bereik loopt van 0 tot 99 minutes. Indien er binnen 10 seconden niets worden veranderen aan de weergeveen hij, wordt de kookwekkertimer ingesteld en zaal de knipperende stip verdwijnen. Als de timer eenmaal is ingesteld, gaat hij aftellen.
Als de timer op nul staat, klinkt er een geluidssignaal en knippert het timerdisplay. Het geluidssignaal stopt automatisch na 2 minutes en/of door op een willekeurige knop te drukken.
De kookwekkertimer kan op elk moment worden gewijzigd of uitgeschakeld door middel van de timerknop 一 of deschuifknop . Het uitschakelen van de kookplaat met ① schakelt ook alsijd de kookwekkertimer UIT.
Kookzonetimer (1 - 99 min.)
Als de kookplaat is ingeschakeld, kan een onafhankelijkke timer voor iedere kookzone worden geprogrammeerd.
Selecteer een kookzone, dan de temperatuurinstelling en activeer tot slot de timerinstellingsknop .De timer kan worden geprogrammeerd als uitschakelfunctie voor een kookzone. Vier ledlampjes rond de timer geben aan voor welke kookzone de timer is ingesteld.
10 seconden na de LASTe handling verandert het timerdisplayaar de timer die als eerste afloodt (als er een timer is ingesteld voor meer dan eén kookzone).
Als de timer afloodt, hoort u een geluidssignaal en geeft de timer '00' wee. De led van de desbetreffende kookzone knippert. De geprogrammeerde kookzone wordtuitgeschakeld en als de kookzone heet is, wordt H' weergegeven.
Het geluidssignaal en het knipperen van het timer-ledlampje stoppen automatisch na 2 minutes en/of door op een willekeurige knop te drukken.
Zoemer
Terwijjl de kookplaat in werkking is worden de volgende activiteiten aangegeven met de zoemer.
Normale knopactivering gaat gepaard met een kort geluidssignaal.
Voortdurende knopbediening voor een langereijd (10 seconden) gaat gepaard met een langer geluidssignaal metCUSpenzoen.
Boost-functie
Selecteer een kookzone en stel het gewenste kookniveau in en druk verzolgens op de (boost-)knop 'P' om deze functie te gebruiken.
De boost-functie kan alleen worden geactiveerd als deze van toepassing is voor de geselecteerde kookzone. Als de boost-functie actief is, worden een P^ weergegeven op het desbeteffende display.
Het activeren van de booster kan het maximale vermogen overschrijden; in dat geval wordt het geintegreerde vermogensbeheer geactiveerd.
De nods verminderung van het vermogen wordt weergegeven door het knipperen van het display van de desbetreffende kookzone. Het knipperen is 3 seconden actief en LAST u verdere aanpassingen van de instellenen doe noordat het vermogen wordt verminderd.
Gekoppelde zone
De gekoppelde zone aanzetten
Druk tegelijkkertijd op de verwarmierselectieknopen linksvoor en linksachter. Er verschijnt een constante stip op het display van de linker verwarmer. Op de andere displays worden 'b' en 'r' weergegeven. De knipperende stippen worden nicht更是 weergegeven.
Kies de temperatuurinstelling door middel van de schuifknop. Verhoog de warmteinstelling door op de rechterkant van de schuifknop te drukken of verlaag de warmte-insteling door op de linkerkant van de schuifknop te drukken.
Het gekoppelde element is maar voor gebruik. Selecteer voor slende kooktijd het gewenste kookniveau en druk verzolgens op de toets P^ om de boost-functionie te activeren.
De gekoppelde zone uitzetten
Druk op de verwarmerselectieknop linksachter of linksvoor en verlaag met de linkerkart van de schuifknop het niveau waar 0^ om het gekoppelde element te kiezen. Als de gekoppelde kookzone heet is, worden H^ weergegeven.
Speciale kookstanden
Druk de verwarmerselectieknop in en-Laat hem los om door de speciale vereidingsfuncties als koken, bakken, warmhouden en chocolade smelten te gaan. De speciale vereidingsfuncties zijn alleen beschikbaar op de rechterkant van de kookplaat. Koken en bakken kan nicht tegelijkertijd worden gekozen totdat de kookplaat een piepgeluid geeft.
Kookfunctie
Deze functie worden gezruikt om water te koken en de temperatuur dicht bij het kookpunt te houden. Druk tweemaal op de verwarmerselectieknop om de kookfunctie te activeren. Als de kookfunctie is geactiveerd, toont het overeenkomstige display 'b'. De kookplaat geeft een piepgeluid om aan te given dat het water kookt en het water langzaam aan de kook worden gehonden.

De bovenstaande afbeelding toont het display van de verwarmer rechtsvoor die de kookfunctie aangeeft.
Bakfunctie
Deze functie verwarmt olie tot 160^ . Druk diemaal op de verwarmerselectieknop om deze functie te activeren. Als de bakfungtie is geactiveerd, toont het overeenkomstige display 'F'. De kookplaat geeft een piepgeluid om aan te given dat de olie gereed is voor bakken.

De bovenstaande afbeelding toont het display van de verwarmer rechtsvoor die de bakfunctie aangeeft.
Warmhoudfunctie
Deze functie houdt de temperatuur van het voedsel op circa 50^ . Druk viermaal op de verwarmerselectieknop om de warmhoudfunctie te activeren. Als de warmhoudfunctie is geactiveerd, toont het overeenkomstige display 'u'.

De bovenstaande afbeelding toont het display van de verwarmer rechtsvoor die de warmhoudfunctie aangeeft.
Chocoladesmeltfunctie
Deze functie smelt chocolade of soortgelijk voedsel op circa 40^ . Druk vijfmaal op de verwarmerselectieknop om de chocoladesmeltfunctie te activeren. Als de chocoladesmeltfunctie is geactiveerd, toont het overeenkomstige display 'c'.

De bovenstaande afbeelding toont het display van de verwarmer rechtsvoor die de chocoladesmeltfunctie aangeeft.

De prestaties en tijdsduur können variieren aan gelang de hoeveelheid voedsel in de pan en de kwaliteit van an. 1,5 liter water of 0,5 liter olie gegen este kookprestaties met deze functies.
| Foutcodes |
| Als er zich een fout voordoet, worden de foutcode weergegeven op de displays van de verwarmers. |
| E1 | Koelventilator uitgeschakeld. Bel een erkende servicemonteur. |
| E3 | De voedingsspanning is anders dan de nominale waarden. Schakel de kookplaat uit door op ① te drukken, wacht tot 'H' voor alle zones verdwijnt, schakel de kookplaat in door op ① te drukken en zet het gebruik voort. Bel een erkende servicemonteur alsdezelfde bout waar wordt weergegeven. |
| E4 | De netfrequentie is anders dan de nominale waarden. Schakel de kookplaat uit door op ① te drukken, wacht tot 'H' bij alle zones verdwijnt, schakel de kookplaat in door op ① te drukken en zet het gebruik voort. Haal de stekker van het apparaat eruit en doe hem er weer in alsdezelfde bout waar wordt weergegeven. Zet de kookplaat aan door op ① te drukken en zet het gebruik voort. Bel een erkende servicemonteur alsdezelfde bout nog steeds worden weergegeven. |
| E5 | De interne temperatuur van de kookplaat is te hoog. Schakel de kookplaat uit door op ① te drukken en laat de verwarmers afkoelen. |
| E6 | Communicatieboutussen de aanraakbediening en de verwarmer. Bel een erkende servicemonteur. |
| E7 | Temperatuursensor van de spiraal is uitgeschakeld. Bel een erkende servicemonteur. |
| E8 | Temperatuursensor van de koeler is uitgeschakeld. Bel een erkende servicemonteur. |
| EA | Verzadigingsfout groe spiraal Schakel de kookplaat uit door op de aan/uit-knop te drukken, schakel de kookplaat verrolgens waar aan door op de aan/uit-knop te drukken en ga door met het gebruiken ervan. Bel een erkende servicemonteur alsdezelfde bout waar wordt weergegeven. |
| EC | Fout met de voedingsspanning: Schakel de kookplaat uit door op de aan/uit-knop te drukken, schakel de kookplaat verrolgens waar aan door op de aan/uit-knop te drukken en ga door met het gebruiken ervan. Bel een erkende servicemonteur alsdezelfde bout waar wordt weergegeven. |
| C1-C8 | Microprocessor-waarschuwing. Schakel de kookplaat uit door op de aan/uit-knop te drukken, schakel de kookplaat verrolgens waar aan door op de aan/uit-knop te drukken en ga door met het gebruiken ervan. Bel een erkende servicemonteur alsdezelfde bout waar wordt weergegeven. |
5. REINIGING EN ONDERHOUD
5.1. REINIGING
WAARSCHUWING: Schakel het apparaat uit en laat het volledig afkoelen voordat u schoonmaakwerkzaamheden op uw apparaat uitvoert.
Algemene instructies
- Controller voor gebruik van schoonmaakmiddelen in uw apparaat of ze geschikt+zijn en aanbevolen worden door de fabrikant.
- Gebruik crème of vloeibare reinigingsmiddelen die geen vaste deeltjes bevatten. Gebruik geen bijtende middelen, schuurpoeders, ruwe staalwol of harde gereedschappen,,ondat deze het oppervlak können beschadigen.
Gebruik geen reinigingsmaterialen met vaste deeltjes die kuren krassen op het glas,@email en/of geverfde delen van uw apparaat.
- Neem eventuele gemorste vloeistoffen meteen op om te voorkomen dat onderdelen worden beschadigd.
Gebruik geen stoomreinigers om het apparaat of delen ervan schoon te make.
Reinigen van de keramische glasplaat
Keramische glasplaten können zwaar keukengerei dragen, maar+kunnen breken als er met een scherp voorwerp op worden geslagen/gestoten.

kookplaten - als het oppervlak gebarsten is, moet u het apparaat uitschaken om het risico op elektrische schokken te voorkomen.
Maak voor reiniging van vitrokeramisch glas gebruik van een crème of vloeibare reiniger. Spoel daarna het glas af en droog het grondig met een droge doek.

Gebruik geen reinigingsmaterialen die bestemd zijn voor staal,wantDEXKonnen het glas beschadigen.
- Als de coating of bodem van het kookgerei stoffen met een laag smeltpunt bevat, kan dit het glaskeramische kookoppervlak beschadigen. Als er plastic, aluminiumfolie, suiker of suikerhoudende levensmiddelen op de warme glaskeramische kookplaat
terecht is/zijn gekomen, schraap dit/\
deze dan zo snel en veilig möglichk van het warme oppervlak. Als deze stoffen smelten+knen ze de glaskeramische kookplaat beschadigen. Breng indien möglichk van tevoren een laagje van een geschikt beschemminder aan als u producten met een hoog suikergehalte kookt, Zoals bijvoorbeeld jam.
Stof op het oppervlak moet worden gereinigd met een vochtige doek.
Kleurveränderingen in het keramische glas hebben geen effect op de structuur of de duurzaamheid van de keramiek en worden Niet veroorzaakt door een verandering in het materiaal.
Kleurveränderingen in het keramische glas kuren worden veroorzaakt door verschillende redenen:
- Gemorste gerechten zich nicht van het oppervlak gereinigd.
- Het gebruik van onjuiste schalen op de kookplaat kan het oppervlak uitslijten.
- Gebruik van onjuiste reingigungsmaterialien.
Reinigen van roestvrij stalen onderdelen (indien aanwezig)
- Reinig de roestvrij stalen onderdelen van uw apparaat regelmatig.
Veeg de roestvrij stalen delen na ieder gebruik af met een uitsluitend in water gedrenkte doeck. Droog ze daarna goed af met een droge doeck.

Was de roestvrij stalen onderdelen nicht als ze nog heet zich van het koken.

Laat geen azijn, koffie, melk, zout, water, citroen of tomatensap gedurende langereijd(APtet het roestvrij staal.
6. PROBLEEMOPISSING EN TRANSPORT
Als u na deutsche basisprobleemoplossing nog problemen met uw apparaat ondvindt, neem dan contact op met een erkend servicebedrijf of een erkende monteur.
| Probleem | Mogelijkke oorzaak | Oplossing |
| Het scherm van de besturingskaart van de kookplaat is zwart. De kookplaat of kookzones kennen nicht aangezet worden. | Er is geen stroomvoorziening. | Controleer de zekering voor het apparaat.
Controleer of er spreke is van een stroomonderbreking door andere elektronische apparatuur te proberen. |
| De kookplaat schakeltijdens gebruik uit en op elkde display knippert 'F'. | De knoppen zijn vochtig of er rust iets op de knoppen. | Droog de knoppen of verwijder het object. |
| De kookplaat schakeltijdens gebruik uit. | Een van de kookzones heeft te lang aan gestaan. | U=kunt de kookzone opnieuw gebruiken door deze waar aan te zetten. |
| De knoppen van de kookplaat werken Niet en het lampje van het kinderslot brandt. | Kinderslot is actief. | Schakel het kinderslot uit. |
| De pannen make lawaaiijdens het koken of de kookplaat maakt een klikgeluidijdens het koken. | Dit is normalaal bij kookgerei voor een inductiekookplaat. Dit wordtverooraakt door de overdracht van energie van de kookplaat maar het kookgerei. | Dit is normalaal. Er is geen risico. Niet voor uw kookplaat en Niet voor uw kookgerei. |
| Het symbool 'U'licht op in de display van een van de kookzones. | Er staat geen pan op de kookzone, of de pan is Niet geschikt. | Gebruik een geschakte pan. |
| Vermogensniveau 9 of 'P'wordt automatisch verlaagd. Als u tegetelijkkrietijd vermogensniveau 'P' of 9 kiest bij twee kookzones aandezelfde Kant. | Maximaal vermogensniveau voor de twee zones bereikt | Door beiden zones op vermogensniveau 'P' of 9 te gebruiken, wordt het toegestaan maximaal vermogensniveau voor de twee zones overschreden. |
6.2. TRANSPORT
Maak gelebruik van de originele productverpakking en vervoer het product in+zijn originele doos. Volg de transportpictogrammen op de verpakking op. Plak alle onafhankelijkke onderdelen met tape op het product om te voorkomen dat tijdens het vervoer schade ontstaat.
Als u de oorspronkelijke verpakking Niet hebt: bereid een doos zodenig voor dat het apparaat, in het bijzonderde externe oppervlakken het product, beschermd+zijn tegen externe bedreigingen.