KIS2LVFEO - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KIS2LVFEO SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KIS2LVFEO - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KIS2LVFEO van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING KIS2LVFEO SIEMENS
Inhoudsopgave 1 Veiligheid 1.1 Algemene aanwijzingen 1.2 Bestemming van het apparaat 1.3 Inperking van de gebruikers ... 1.4 Veiliger transport 1.5 Veilige installatie 1.6 Veilig gebruik 1.7 Beschadigd apparaat
8 Extra functies 90 8.1 Super-functie 90
9 Alarm 91 9.1 Deuralarm 91
2 Het voorkomen van materiële schade 86 3 Milieubescherming en besparing 86 3.1 Afvoeren van de verpakking ... 86 3.2 Energie besparen 86 4 Opstellen en aansluiten 4.1 Leveringsomvang 4.2 Criteria voor de opstellocatie .. 4.3 Apparaat monteren 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
5 Uw apparaat leren kennen 88 5.1 Apparaat 88 5.2 Bedieningspaneel 88 6 Uitrusting 6.1 Legplateau 6.2 Flessenrek 6.3 Groente- en fruitlade 6.4 Deurrekken 6.5 Accessoires
7 De Bediening in essentie 7.1 Apparaat inschakelen 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 7.3 Machine uitschakelen 7.4 Temperatuur instellen
10 Koelvak 10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak 10.2 Koudezones in het koelvak ... 10.3 Sticker "OK" 11 Vriesvak 11.1 Deur van het vriesvak 11.2 Invriescapaciteit 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
91 91 91 92 92 92 92 92 92 93 93
12 Ontdooien 93 12.1 Ontdooien in het koelvak. 93 12.2 Ontdooien in het vriesvak 94 13 Reiniging en onderhoud 13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 13.2 Apparaat schoonmaken 13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 13.4 Onderdelen eruit halen
14 Storingen verhelpen 97 14.1 Stroomuitval 99 14.2 Apparaatzelftest uitvoeren 99
15 Opslaan en afvoeren 99 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 99 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 100 16 Servicedienst 100 16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 101 17 Technische gegevens 101
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken. ▶ Het apparaat niet alleen optillen. 80
1.5 Veilige installatie WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten. ▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. ▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand. ▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd. ▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. ▶ Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. ▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen. Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. ▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. ▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen. ▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. ▶ Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen. ▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders. ▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. ▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden. ▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. ▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak. VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen. ▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. ▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. ▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt. 83
▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen. ▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 100 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden vervangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. 84
▶ Ventileer de ruimte. ▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 90 ▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 100
nl Het voorkomen van materiële schade
2 Het voorkomen van materiële schade LET OP! Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken. ▶ Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. ▶ Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. ▶ Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren. Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie ¡ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen: – Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig. ¡ De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. ¡ Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. ¡ Ontdooi het vriesvak regelmatig. ¡ Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.
Opstellen en aansluiten
4 Opstellen en aansluiten 4.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 100 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Inbouw ¡ Uitrusting en accessoires1 ¡ Montagemateriaal ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenservice overzicht ¡ Garantiebijlage2 ¡ Energielabel ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan. ▶ Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 45 bedragen.
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 Klimaatklasse
SN N ST T Toegestane ruimtetemperatuur 10 °C…32 °C 16 °C…32 °C 16 °C…38 °C
16 °C…43 °C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur. Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nismaten Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat. Nisdiepte Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in. Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
nl Uw apparaat leren kennen
Nisbreedte Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren ▶ Het apparaat conform meegelever-
de montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 1. Haal het informatiemateriaal er uit. 2. Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips en karton. 3. Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 95
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 1. De apparaatstekker van het aan-
sluitsnoer aan het apparaat aansluiten. 2. De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5
3. De netstekker op vastheid contro-
leren. a Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen 5.1 Apparaat Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat. → Fig. 1
Flessenrek → Pagina 89 Groente- en fruitlade → Pagina 89 Typeplaatje → Pagina 101 Deurrek voor grote flessen → Pagina 89
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. → Fig. 2
stelt de temperatuur van het koelvak in. brandt, wanneer Superkoelen is ingeschakeld. Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.
6 Uitrusting De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 95
6.2 Flessenrek Bewaar flessen veilig op het flessenrek. Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten. → "Plateau verwijderen", Pagina 95
6.3 Groente- en fruitlade Bewaar vers fruit en groente verpakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt. Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen. Verwijder het condenswater met een droge doek. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.4 Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Deurrek verwijderen", Pagina 95
6.5 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierplateau. Variabel flessenrek Bewaar flessen veilig op het variabele flessenrek. → Fig. 3 IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken. IJsblokjes maken Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater. 1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor ¾ met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak. Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken. 2. Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
nl Bediening Bediening
7.3 Machine uitschakelen 3 Seconden ingedrukt hou-
7.1 Apparaat inschakelen
7.4 Temperatuur instellen
1. Het apparaat elektrisch aansluiten.
Koelvaktemperatuur instellen ▶ Zo vaak op drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C. → "Sticker "OK"", Pagina 92
→ Pagina 88 Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3 seconden ingedrukt houden. a De motor start met maximaal 8 minuten vertraging. a Het apparaat begint te koelen. 2. De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 90
7.2 Opmerkingen bij het gebruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, kan het tot 8 minuten duren voordat de motor start. ¡ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd. ¡ De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities: – Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend – Beladingshoeveelheid – Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen – Omgevingstemperatuur – Direct instralend zonlicht
Vriesvaktemperatuur instellen ▶ Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 90. De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
8 Extra functies Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Super-functie Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker. Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie. → "Invriescapaciteit", Pagina 92 Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen ▶ Zo vaak op drukken tot brandt. Opmerking: Na ca. 24 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Super-functie uitschakelen ▶ Op drukken.
9 Alarm 9.1 Deuralarm Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld. Er klinkt een waarschuwingssignaal en de temperatuurdisplays knipperen. Na 10 minuten knippert de binnenverlichting.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ¡ Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen. ¡ Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt. ¡ Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen. ¡ Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen. ¡ Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Deuralarm uitschakelen ▶ De apparaatdeur sluiten of op ##CP0400SY## drukken. a Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
Koudste zone De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau. Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren. De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar. Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
11.1 Deur van het vriesvak
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn. De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd. Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen. → "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 90 Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.
11 Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak. Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.2 Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 /
5 Voorwaarden voor invriesvermogen 1. Bij het inladen van verse levensmiddelen, Super-functie inschakelen. → "Super-functie inschakelen", Pagina 91 2. Verse levensmiddelen het best zo dicht mogelijk achteraan tegen de zijwanden invriezen.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ¡ Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt. ¡ Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. ¡ De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ¡ Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen. 92
¡ Levensmiddelen per portie invriezen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Product Gevogelte, vlees Groente, fruit
Bewaartijd Tot 8 maanden Tot 12 maanden
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezondheid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand. 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen. 2. De lucht eruit drukken. 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen. 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
¡ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Brood bij kamertemperatuur ontdooien. ¡ Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij
−18 °C Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch. → Fig. 4
Product Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket
Bewaartijd Tot 6 maanden
12 Ontdooien 12.1 Ontdooien in het koelvak.
nl Reiniging en onderhoud
Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd. Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden: → "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 95.
12.2 Ontdooien in het vriesvak Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien Het vriesvak regelmatig ontdooien. 1. Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Super-functie inschakelen. → "Super-functie inschakelen", Pagina 91 De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren. 2. De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koelelementen, indien voorhanden, wikkelen. 3. Het apparaat uitschakelen. → Pagina 90 4. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 5.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden! Heet water, spatwater en stoom kunnen tot verbranding leiden.
▶ Doe uitsluitend heet en geen ko-
kend water in de pan voor het ontdooiproces. Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, niet kokend water op een panonderzetter in het vriesvak. Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen. Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven. Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 88 De diepvrieswaren inladen. → Pagina 92
13 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 90 2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen. 4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
Reiniging en onderhoud 5. Verwijder alle uitrustingsdelen en
accessoires uit het apparaat. → Pagina 95
13.2 Apparaat schoonmaken
3. Met een zachte, droge doek gron-
dig nadrogen. 4. De uitrustingsdelen plaatsen. 5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
→ Pagina 88 6. Doe de levensmiddelen in het ap-
WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn. ▶ Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen. ▶ Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken. ▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen. ▶ Het sop mag niet in het afvoergat komen. Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen. 1. Apparaat voorbereiden voor reini-
ging. → Pagina 94 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,
de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen. 1. Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen. 2. Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje. → Fig. 5
13.4 Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen ▶ Het plateau aan de voorzijde optillen , er uit trekken en verwijderen . → Fig. 6 Deurrek verwijderen ▶ Het deurrek omhoog tillen en verwijderen. → Fig. 7 Groente- en fruitlade verwijderen 1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken. 2. Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op en verwijder deze . → Fig. 8
nl Reiniging en onderhoud
Ladefront verwijderen U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenlade verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.
▶ Druk de klikhaken aan de zijkant
van de lade in en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade . → Fig. 9
14 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden vervangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst. Storing Apparaat werkt na het aansluiten niet hoorbaar en koelt niet. Displays en verlichting branden. Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. LED-verlichting functioneert niet.
Oorzaak en probleemoplossing Geen storing. Na het aansluiten duurt het tot maximaal 8 minuten voordat het apparaat hoorbaar start. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Het presentatielicht is ingeschakeld. ▶ Voer de apparaatzelftest uit. → Pagina 99 a Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 90 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 90 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Bodem van het koelvak is nat.
De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. ▶ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Pagina 95
nl Storingen verhelpen
Storing Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.
Apparaat produceert geluiden.
Oorzaak en probleemoplossing Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen inof uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar. ▶ Haal flessen of containers van elkaar. Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
14.1 Stroomuitval Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert. Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing. Opmerkingen ¡ Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren. – Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weggooien. – Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen. 1. Het apparaat uitschakelen. → Pagina 90 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 3. Het apparaat na 5 minuten opnieuw elektrisch aansluiten. → Pagina 88 4. Binnen 10 seconden na het realiseren van de elektrische aansluiting gedurende 5 tot 7 seconden ingedrukt houden, tot een tweede akoestische signaal klinkt.
a De apparaatzelftest start. a Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal. a Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en twee keer knippert, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. a Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen klinken en gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.
15 Opslaan en afvoeren 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 90 2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. Alle levensmiddelen verwijderen. Het apparaat ontdooien. → Pagina 93 Het apparaat reinigen. → Pagina 95 Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezondheid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. ▶ Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen. ▶ Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. 1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk
af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. → Fig. 1 / 5 Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het Enummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EUenergielabel.
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte 101
BSH Hausgeräte GmbH Carl-Wery-Straße 34 81739 München, GERMANY siemens-home.bsh-group.com
Notice-Facile