KMF40SW20 - Combinatiekoelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KMF40SW20 BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Combinatiekoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KMF40SW20 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KMF40SW20 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KMF40SW20 BOSCH
m Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken. Bij beschadiging ■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft. Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! Gebruik geen puntige en scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. Voor het reinigen de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden! Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ■ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau. Aanwijzingen over de afvoer
- Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
- Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. m Waarschuwing Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker
3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen
om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat
spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat ■ Zakje met montagemateriaal ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Gebruiksaanwijzing ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden Opstellen van het apparaat Transport Het toestel is zwaar. Bij het transport en bij de montage beveiligen!. Op grond van het gewicht en de afmetingen van het apparaat en om het risico van letsel of schade aan het apparaat te minimaliseren, zijn ten minste twee personen nodig voor de veilige opstelling van het apparaat. De juiste plaats Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht: Naast elektrische- of gasfornuizen: 3 cm. ■ Naast een CV-installatie 30 cm. Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 25 mm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condenswater te vermijden. Wanneer er boven het apparaat een plank of een kast wordt gemonteerd, dient men een opening van 30 mm aan te houden, zodat het apparaat desgewenst uit de nis kan worden getrokken. De verwarmde lucht aan de achterkant van het apparaat moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden.
Ondergrond m Attentie Het apparaat is erg zwaar. Uitvoering: 158 kg De vloer van de opstellocatie moet hiertegen bestand zijn, en moet zo nodig worden versterkt.
Om de deuren tot aan de aanslag te kunnen openen, moeten bij opstelling in een hoek of nis aan de zijkanten minimumafstanden worden aangehouden (zie het hoofdstuk Opstelmaten). Als de naburige keukeninrichting dieper dan 60 cm is, moeten aan de zijkanten minimumafstanden worden aangehouden om de volle deuropeningshoek te kunnen gebruiken (zie het hoofdstuk Deuropeningshoek). Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting Omgevingstemperatuur De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Deze geeft aan binnen welke omgevingstemperaturen het apparaat gebruikt kan worden. Het typeplaatje bevindt zich rechts onderaan in de koelruimte. Klimaatklasse
Toelaatbare omgevingstemperatuur +10 °C tot 32 °C +16 °C tot 32 °C +16 °C tot 38 °C +16 °C tot 43 °C Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. Beluchting De beluchtings- en ontluchtingsopeningen in de achterzijde van het apparaat in geen geval afdekken. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. Steek de afstandshouder op de daartoe bestemde houder op de achterzijde van het apparaat. Hierdoor wordt de minimumafstand tot de wand in acht genomen.
Apparaat horizontaal zetten Het apparaat op de daarvoor bestemde plaats zetten en stellen. Het apparaat moet waterpas en stevig op de vloer staan. Oneffenheden in de vloer d.m.v. de twee schroefvoetjes aan de voorkant opheffen. Om de schroefvoetjes te verstellen een steeksleutel gebruiken. Aanwijzing Het apparaat moet loodrecht staan. Zet het apparaat in de juiste stand met behulp van een waterpas. Deurgreepafdekkingen monteren Monteer de meegeleverde afdekkingen aan de zijkanten van de deurgrepen. Daardoor voorkomt u dat kinderen zich aan de randen kunnen verwonden. Stellen van de deuren Het apparaat beschikt over verstelbare deuraanslagen. Hiermee kunnen de deuren worden gesteld.
1. Open de beide deuren van het koelcompartiment en
de bovenste schuiflade van het diepvriescompartiment.
2. Onder de onderste scharnieren van de deuren van
het koelcompartiment bevindt zich telkens een schroef. Verstel de schroeven met een kruiskopschroevendraaier om de deuren te stellen.
3. Telkens wanneer u een slag rechtsom maakt, wordt
de desbetreffende deur 1,5 mm hoger afgesteld. De maximale hoogteverstelling bedraagt 3 mm. Aanwijzing Om de schroeven gemakkelijker te kunnen verdraaien, dienen de deuren leeg te zijn. Daarnaast kunt u de deurverstelling vergemakkelijken door de deur enigszins op te tillen.
Apparaat aansluiten Apparaatdeuren demonteren Het apparaat door een vakman volgens bijgesloten montagehandleiding laten plaatsen en aansluiten. De transportbeveiligingen van de legplateaus en de voorraadvakken pas na plaatsing van het apparaat verwijderen. Naast de wettelijk voorgeschreven nationale voorschriften moeten ook de aansluitvoorwaarden van het plaatselijke elektriciteitsleidingbedrijf in acht worden genomen. Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Als het apparaat niet door de deur past, kunnen de deuren van het apparaat worden afgeschroefd. m Attentie Het afschroeven van de deuren mag uitsluitend worden uitgevoerd door de klantenservice. Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje (zie hoofdstuk „Servicedienst”). m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. SRZHU9HQWLODWLRQ
- Niet bij alle modellen.
Koelruimte Verskoelruimte Diepvriesruimte Hoofdschakelaar Aan/Uit Lichtschakelaar koelruimte Boter en kaasvak Verlichting koelruimte Voorraadvak voor kleine flesjes Deurafdichtingsklep
Vak voor grote flessen Verskoellade Diepvrieslade Bedieningspaneel en display Ventilator Verstelbaar voorraadvak (EasyLift) Glasplateau in de koelruimte Flessenrek Snack-Box
Bedieningspaneel en display Het bedieningspaneel en display op de deur bestaat uit een aanrakingspaneel. Door een toetsenveld aan te raken wordt de betreffende functie ingeschakeld.
Keuzetoets Koelruimte Maakt de instelling van de temperatuur in de koelruimte mogelijk. Indicatie koelruimte Toont de actuele temperatuurinstelling voor de koelruimte. Selectietoets verskoelcompartiment Stelt de temperatuur van het verskoelcompartiment in. Indicatie verskoellade Toont de actuele temperatuurinstelling voor de verskoellade. Keuzetoets Diepvriesruimte Maakt de temperatuurinstelling voor de diepvriesruimte mogelijk. Indicatie diepvriesruimte Toont de actuele temperatuurinstelling voor de diepvriesruimte. Toets „mode” Om speciale functies te kiezen. Zie hoofdstuk „Speciale functies”. Indicatie Speciale functies Zie hoofdstuk „Speciale functies”.
Toets „timer” Met deze functie kunt u een tijdverloop instellen en wordt u door een akoestisch signaal gewaarschuwd. Zie hoofdstuk „Speciale functies”. Display timer Toont het tijdsverloop bij geactiveerde speciale functie van de timer. Insteltoetsen +/De toetsen dienen voor het instellen van de temperaturen in de verschillende koelzones. ■ het veranderen van de tijdinstelling van de speciale functie Timer. Toets „super” Dient voor het inschakelen van de functies superkoelen (koelruimte) en supervriezen (vriesvak) (zie het hoofdstuk Superkoelen resp. het hoofdstuk Supervriezen). Bevestigingstoets Deze toets dient voor het bevestigen van de geselecteerde speciale functies.
Toets alarm/lock De toets dient voor het
uitschakelen van het alarmsignaal (zie het hoofdstuk Alarmfunctie) uitschakelen van de toetsvergrendeling (zie het hoofdstuk Speciale functies). Alarm function Door indrukken van de alarmtoets wordt het alarmsignaal uitgeschakeld. In de volgende gevallen kan het alarm afgaan: Deuralarm Apparaat inschakelen Schakel het apparaat in met de toets aan/uit 1. Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie diepvriescompartiment 6 en de indicatie alarm lichten op. Druk de toets alarm 14 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld en de indicatie alarm stopt met knipperen. De temperatuurindicatie diepvriescompartiment 6 geeft de ingestelde temperatuur aan. De indicatie alarm dooft zodra het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt. De vooringestelde temperaturen worden na meerdere uren bereikt. Leg pas daarna levensmiddelen in het apparaat. Temperatuur instellen Ga als volgt te werk om instellingen op het apparaat op te geven:
1. Selecteer met de selectietoetsen
koelcompartiment 1, verskoelcompartiment 3 of diepvriescompartiment 5 het gewenste compartiment.
2. Stel met de insteltoetsen +/- 11 de gewenste
temperatuur in. Koelcompartiment (van +2 °C tot +10 °C instelbaar) Wij raden een instelling van +4 °C aan. Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren. Verskoelcompartiment (van 0 °C tot +8 °C instelbaar) Wij raden een instelling van 0 °C aan. Aanwijzing Stel de temperatuur van het verskoelcompartiment warmer in als er zich rijp op de gekoelde waren optreedt! Diepvriescompartiment (van -16 °C tot -26 °C instelbaar) Wij raden een instelling van -18 °C aan.
Als het apparaat langere tijd open staat, wordt het deuralarm (continu signaal) ingeschakeld. Door de deur te sluiten op op de toets alarm 14 te drukken, wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld. Temperatuuralarm Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het te warm in het apparaat is en de levensmiddelen gevaar lopen. Als de levensmiddelen geen gevaar lopen, kan het akoestische en optische signaal optreden bij: Het in gebruik nemen van het apparaat. Het laden van grote hoeveelheden verse levensmiddelen. In het desbetreffende display verschijnt “Alarm” en er wordt een alarmsignaal weergegeven. Als u de toets alarm indrukt, verschijnt in het temperatuurindicatie gedurende enkele seconden de warmste temperatuur die in het diepvriescompartiment heeft geheerst. Daarna wordt weer de ingestelde temperatuur weergegeven. De indicatie “alarm” verdwijnt zodra de ingestelde temperatuur weer is bereikt.
Aanwijzingen ■ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kan het opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ■ Als het in het koelcompartiment te warm is geworden, kunt u de warm geworden waren het beste verhitten alvorens deze te consumeren. Rauwe levensmiddelen in geval van twijfel niet meer gebruiken.
Speciale functies [eco] Met deze functie schakelt u het apparaat in de energiebesparende stand om. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: + 6 °C ■ Verskoelcompartiment: 0 °C ■ Diepvriescompartiment: - 16 °C [eco] in-/uitschakelen
1. Druk de toets mode 7 in.
2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het
display “eco” met een pijl is gemarkeerd.
3. Bevestig de selectie met de toets 13.
Als naast de selectie een balk verschijnt, is de functie ingeschakeld. [lock] Met de functie „lock” kunt u het apparaat tegen onbedoelde bediening beveiligen. [lock] in-/uitschakelen
1. Druk de toets mode 7 in.
2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het
display “lock” met een pijl is gemarkeerd.
3. Bevestig de selectie met de toets 13.
Als naast de selectie een balk verschijnt, is de functie ingeschakeld. Er zijn geen instellingen meer via de toetsen mogelijk. Druk 3 seconden de toets “Alarm/Lock” 14 in om de functie weer uit te schakelen. „timer” [fresh] Met deze functie kunt u een tijdverloop van 1–99 minuten instellen. U wordt met een signaal eraan herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd uit het vak gehaald moeten worden. In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten ingesteld. Met de modus [fresh] blijven levensmiddelen nog langer vers. m Attentie Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: 4 °C ■ Verskoelcompartiment: 0 °C ■ Diepvriescompartiment: - 18 °C [fresh] in-/uitschakelen
1. Druk de toets mode 7 in.
2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het
display “fresh” met een pijl is gemarkeerd.
3. Bevestig de selectie met de toets 13.
Als naast de selectie een balk verschijnt, is de functie ingeschakeld. [vacation] Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus schakelen. m Attentie Bewaar in deze tijd geen levensmiddelen in het koelcompartiment! Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: 14 °C ■ Verskoelcompartiment: 14 °C Het diepvriescompartiment handhaaft de ingestelde temperaturen. Flessen met dranken kunnen springen als ze langer dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden opgeslagen. Timer instellen en starten
1. Druk de selectietoets timer 9 in.
2. Stel met de insteltoetsen +/- 11 het gewenste aantal
3. Bevestig de instelling met de bevestigingstoets 13en
start de timer. In het display timer 10 wordt het resterende aantal minuten weergegeven. Na afloop van het ingestelde aantal minuten wordt een alarmsignaal weergegeven.
4. Schakel het alarmsignaal uit met de toets “alarm/
lock” 14. De timerfunctie is nu beëindigd. Netto-inhoud De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). [vacation] in-/uitschakelen
1. Druk de toets mode 7 in.
2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het
display “vacation” met een pijl is gemarkeerd.
3. Bevestig de selectie met de toets 13.
Als naast de selectie een balk verschijnt, is de functie ingeschakeld.
De diepvriesruimte Het diepvriescompartiment gebruiken
Voor het opslaan van diepvriesproducten. Voor het maken van ijsblokjes. Voor het invriezen van levensmiddelen. Aanwijzing Let erop dat het diepvriescompartiment altijd gesloten is! Als de deur open staat, ontdooien de diepvriesproducten en treedt in het diepvriescompartiment sterke rijpvorming op. Bovendien: energieverspilling door een hoog stroomverbruik! Na het sluiten van het diepvriescompartiment ontstaat er onderdruk, waardoor een zuigend geluid optreedt. Wacht twee tot drie minuten tot de onderdruk zich heeft geëgaliseerd. Wij adviseren de ijsblokjesreservoir in het apparaat te laten. Dit waarborgt een optimale temperatuurverdeling in de vriesruimte. Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.
4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. ■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. ■ Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen De koelruimte De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven. Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende. Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt. Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren. De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas. Aanwijzing Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen
1. Druk de selectietoets diepvriescompartiment 5 in.
Het display diepvriescompartiment 6 wordt geactiveerd.
2. Druk de toets super 12 in.
Als in het display diepvriescompartiment 6 “Super” en een temperatuurinstelling van -30 °C worden weergegeven, is het supervriezen geactiveerd. Het supervriezen wordt na ca. 2½ dagen automatisch uitgeschakeld. Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
bij omgevingstemperatuur in de koelkast in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator in de magnetron m Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-enklaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. Let op de koudezones in het koelcompartiment Door de luchtcirculatie in het koelcompartiment ontstaan zones met een verschillende koude. De koudste zones bevinden zich helemaal onder in het koelcompartiment en in de opbergruimte voor grote flessen. De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Aanwijzingen ■ Bewaar in de warmste zone bijvoorbeeld harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. ■ Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst, vlees in het verskoelcompartiment (zie het hoofdstuk Verskoelcompartiment). Deuren van het koelcompartiment openen en sluiten Aan de linker deur van het koelcompartiment bevindt zich een afdichtingsklep. Deze afdichtingsklep dicht de spleet tussen de deuren van het koelcompartiment af. m Attentie De afdichtingsklep wordt beschadigd als u de linker deur van het koelcompartiment sluit terwijl de rechter deur van het koelcompartiment reeds gesloten is. Sluit daarom altijd eerst de linker deur van het koelcompartiment.
Superkoelen Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. om dranken snel te koelen. Aanwijzing Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen
1. Druk de selectietoets koelcompartiment 1 in.
Het display koelcompartiment 2 wordt geactiveerd.
2. Druk de toets super 12 in.
Als in het display koelcompartiment 2 “Super” en een temperatuurinstelling van +2 °C worden weergegeven, is het superkoelen geactiveerd. De verskoelhouder De temperatuur in de verskoelhouder wordt nabij 0 °C gehouden. De lage temperatuur, die op de bewaarde waren kan worden afgestemd, biedt ideale opslagomstandigheden voor verse levensmiddelen. De levensmiddelen kunnen tot drie keer langer worden bewaard dan in de normale koelzone - voor een nog langere versheid, alsmede behoud van voedingsstoffen en smaak. Vochtlade De vochtlade aan de rechterkant van de verskoelhouder wordt afgedekt door een speciaal filter dat voor een optimaal behoud van de luchtvochtigheid in het opbergvak zorgt. Daardoor heerst in de vochtlade, afhankelijk van de belading, een luchtvochtigheid van maximaal 95%. Dit opslagklimaat biedt de ideale omstandigheden voor vers fruit, sla, groente, kruiden of paddestoelen. Aanwijzing Afhankelijk van de hoeveelheid en het type van de opgeslagen waren kan zich condenswater in de vochtlade voordoen. Verwijder het condenswater met een droge doek. Geschikt om vers te koelen: In principe alle levensmiddelen die vers zijn en nog langer vers moeten blijven, bijv. vis, zeevruchten, vlees, worstwaren, melkproducten en kant-en-klaargerechten. Niet geschikt voor „verskoelen”: Koudegevoelige fruit en groente (bijv. zuidvruchten zoals ananas, bananen, papaja’s, citrusvruchten en meloenen, evenals tomaten, aubergines, courgettes, paprika’s, komkommers, aardappels). De ideale plaats voor het bewaren van deze levensmiddelen is de koelruimte. Attentie bij het inkopen van levensmiddelen: Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid op moment van inkoop”. In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen zijn die u bewaart in het apparaat, hoe langer ze vers blijven. Let daarom bij de aankoop altijd op de mate van versheid van de levensmiddelen. Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht nemen. Bewaartijden (bij 0 °C) In de verskoelhouder heersen lagere temperaturen dan in het koelcompartiment. Bij de instelling van 0 °C kunnen ook temperaturen onder 0 °C optreden. De temperatuur dient op de bewaarde levensmiddelen te worden afgestemd:
Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop Verse vis, zeevruchten Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) Gerookte vis, broccoli Sla, venkel, abrikozen, pruimen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool Uitvoering van de diepvriesruimte (niet bij alle modellen) max. 3 dagen max. 5 dagen max. 7 dagen max. 14 dagen max. 21 dagen max. 30 dagen
Inzetbak voor de lade Tussenschot met koude-accu's De inzetbak kan eruit worden gehaald. In het tussenschot tussen de diepvriesladen kunnen koude-accu's en kleine diepvriesproducten overzichtelijk worden opgeslagen. Bij een stroomuitval of storing vertragen de koudeaccu's het warm worden van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u de koude-accu's in het bovenste vak op de levensmiddelen legt. De koude-accu's kunnen ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit worden genomen. Nadat de bovenste diepvrieslade eruit is genomen, kan ook het tussenschot worden verwijderd. IJsbereider
1. Het ijsbakje verwijderen, voor ¾ vullen met
drinkwater en weer aanbrengen.
2. Als de ijsblokjes bevroren zijn de draaigrepen van
de ijsbakjes een aantal keren naar rechts draaien en loslaten. De ijsblokjes laten los en vallen in het voorraadbakje.
3. IJsblokjes uit het voorraadbakje halen.
Variabele indeling van de binnenruimte (niet bij alle modellen) U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen.
Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken.
De deurvakken kunnen in hoogte worden versteld zonder te worden verwijderd. Druk de knoppen aan de onderzijde van de deurvakken tegelijkertijd omhoog om de deurvakken omlaag te bewegen. De vakken kunnen zonder de knoppen omhoog worden bewogen. Voor het verwijderen: deurvak optillen en verwijderen. Ontdooien Diepvriesruimte Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig. Koelruimte Het apparaat wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een verdampingsschaal aan de achterkant van het apparaat. Schoonmaken van het apparaat m Waarschuwing Het apparaat nooit met een stoomreiniger reinigen! m Attentie Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. m Attentie Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. m Attentie De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen! Ga als volgt te werk: Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaat Toets Aan/Uit indrukken. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
1. Uitschakelen van het apparaat.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering
losdraaien resp. uitschakelen.
3. Schoonmaken van het apparaat.
4. Deur van het apparat open laten.
1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering
3. Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een
koele plaats. Koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en
lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
6. Deurafdichting alleen met schoon water
schoonmaken en grondig droogwrijven.
7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en
8. Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.
Uitvoering Voor het reinigen kunnen alle variabele delen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Variabele indeling van de binnenruimte) Energie besparen
Aanwijzing Open de deuren volledig (90°) om de lades te verwijderen en te reinigen. Vochtfilter verwijderen
1. Verwijder eerst de rechter verskoelhouder. Trek
daarna het vochtfilter naar buiten.
2. Verwijder de filterafdekking, neem het filter uit, reinig
het in lauwwarm water, laat het drogen en zet alles weer in elkaar.
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie „Opstellen van het apparaat”, „Beluchting”). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat. Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd. Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/ uit. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Voer een zelftest van het apparaat uit (zie hoofdstuk „Zelftest apparaat”). U moet de kosten voor advies van de monteur van de Servicedienst zelf betalen – ook in de garantietijd! Storing Eventuele oorzaak De temperatuur wijkt erg af van de instelling. Oplossing In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. Er wordt een alarmsignaal weergegeven. De toets alarm 14 brandt. Storing - het is te warm in het diepvriescompartiment! Druk de toets alarm 14 in om het alarmsignaal uit te schakelen. De deur is geopend. Sluit de deur. De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Verwijder de afdekking. Er zijn teveel levensmiddelen tegelijk in het diepvriesvak gelegd. Max. invriescapaciteit niet overschrijden. Nadat de storing is verholpen, dooft de toets alarm na enige tijd. De verlichting functioneert niet. De lichtschakelaar klemt. Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit. De verlichting is defect. (Zie hoofdstuk „Verlichting”.) De bodem van de koelruimte is nat. De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). De zijwanden van het apparaat zijn In de zijwanden lopen buizen die tijdens het warm. koelproces warm worden. Dat is normaal voor het apparaat, en geen storing. Het apparaat koelt niet. De verlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit indrukken. Stroomuitval. Controleren of er stroom is. De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. De stekker zit niet goed in het stopcontact. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. De koelmachine wordt steeds vaker De deur van het apparaat werd te vaak en langer ingeschakeld. geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.
Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
Zelftest apparaat Servicedienst Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden. Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Zelftest starten
1. Schakel het apparaat uit en wacht 5 minuten.
2. Schakel het apparaat weer in.
3. Druk de toets mode 7 en de bevestigingstoets 13
5 seconden lang tegelijkertijd in. Het zelftestprogramma start. Als op het display „E…” verschijnt, dan gaat het om een storing. Neem contact op met de klantenservice wanneer deze foutmelding verschijnt. Zelftest apparaat beëindigen Druk de toets mode 7 en de bevestigingstoets 13 nogmaals 5 seconden lang tegelijkertijd in. Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Notice-Facile