CIES55MCTT - Inductiekookplaat CANDY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CIES55MCTT CANDY in PDF-formaat.

📄 193 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice CANDY CIES55MCTT - page 130
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL Polski PL

Download de handleiding voor uw Inductiekookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CIES55MCTT - CANDY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CIES55MCTT van het merk CANDY.

GEBRUIKSAANWIJZING CIES55MCTT CANDY

  • Stosować patelnię o średnicy równej wielkości elementu graficznego dla wybranego pola. PL-32 Veiligheidswaarschuwingen Uw veiligheid is belangrijk voor ons. Lees deze informatie alstublieft voordat u uw kookplaat in gebruik neemt. Installatie Gevaar voor elektrische schokken Koppel het apparaat los van het elektriciteitsnet voordat u werkzaamheden of onderhoud verricht. Aansluiting op een goed aardingssysteem is essentieel en verplicht. Veranderingen aan het bedradingssysteem in uw huis mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien. Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood. Gevaar van snijwonden Let op - de randen van de panelen zijn scherp. Het niet voorzichtig zijn kan leiden tot letsel of snijwonden. Belangrijke veiligheidsaanwijzingen Lees deze aanwijzingen zorgvuldig door voordat u dit apparaat installeert of gebruikt. NL-1 Er mogen nooit brandbare materialen of producten op dit apparaat worden geplaatst. Gelieve deze informatie ter beschikking te stellen van de persoon die verantwoordelijk is voor de installatie van het toestel, aangezien dit uw installatiekosten kan verminderen. Om een gevaarlijke situatie te voorkomen, moet dit apparaat geïnstalleerd worden volgens deze installatie-instructies. Dit apparaat mag uitsluitend correct geïnstalleerd en geaard worden door een gekwalificeerd persoon. Dit apparaat moet aangesloten worden op een circuit waarin een werkschakelaar is ingebouwd die volledige loskoppeling van de elektrische voeding mogelijk maakt. Het niet correct installeren van het apparaat maakt de garantie of aansprakelijkheidsclaims ongeldig. Werking en onderhoud Gevaar voor elektrische schokken Bereid geen gerechten op een gebroken of gebarsten kookplaat. Als het kookplaatoppervlak mocht breken of barsten, schakel dan het apparaat onmiddellijk uit met de hoofdschakelaar en neem contact op met een gekwalificeerd technicus. Schakel de kookplaat uit met de hoofdschakelaar voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden verricht. NL-2 Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood. Gevaar voor de gezondheid Dit apparaat voldoet aan de elektromagnetische veiligheidsnormen. Personen met pacemakers of andere elektrische implantaten (zoals insulinepompen) moeten echter hun arts of de fabrikant van het implantaat raadplegen alvorens dit apparaat te gebruiken, om er zeker van te zijn dat hun implantaten niet worden beïnvloed door het elektromagnetische veld. Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot de dood. Gevaar door een heet oppervlak Tijdens het gebruik worden toegankelijke delen van dit apparaat heet genoeg om brandwonden te veroorzaken. Laat uw lichaam, kleding of andere voorwerpen dan geschikt kookgerei niet in contact komen met het inductieglas totdat het oppervlak is afgekoeld. Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het fornuis worden geplaatst omdat ze heet kunnen worden Houd kinderen uit de buurt. Handgrepen van pannen kunnen te heet zijn om aan te raken. Controleer of handgrepen van steelpannen niet boven andere ingeschakelde kookzones uitsteken. Houd handgrepen uit de buurt van kinderen. NL-3 Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot brandwonden en verbrandingen. Gevaar van snijwonden Het messcherpe blad van een schraper voor kookplaten wordt blootgesteld als de afdekking wordt verwijderd. Gebruik de schraper uiterst voorzichtig en berg hem altijd veilig en uit de buurt van kinderen op. Het niet voorzichtig zijn kan leiden tot letsel of snijwonden. Belangrijke veiligheidsaanwijzingen Laat het apparaat nooit onbeheerd achter als het in gebruik is. Het overkoken van voedsel veroorzaakt rokerige en vette vlekken die in brand kunnen vliegen. Gebruik uw apparaat nooit als werk- of opbergoppervlak. Laat nooit voorwerpen of keukengerei op het apparaat liggen. Laat geen magnetiseerbare voorwerpen (b.v. creditcards, geheugenkaarten) of elektronische apparaten (b.v. computers, MP3-spelers) in de buurt van het apparaat, aangezien deze kunnen worden beïnvloed door het elektromagnetische veld ervan. Gebruik uw apparaat nooit om de kamer te verwarmen. Schakel de kookzones en de kookplaat na gebruik altijd uit, zoals beschreven in deze handleiding (bijv. met behulp van de aanraaktoetsen). Vertrouw niet op de NL-4

pandetectiefunctie om de kookzones uit te schakelen wanneer u de pannen verwijdert. Laat kinderen niet met het apparaat spelen of er op zitten, staan of klimmen. Bewaar geen voorwerpen die interessant zijn voor kinderen in de kastjes boven het apparaat. Kinderen die op de kookplaat klimmen kunnen ernstig letsel oplopen. Laat kinderen niet alleen of zonder toezicht in de zone waar het apparaat in gebruik is. Kinderen of personen met een beperking die van invloed is op hun vermogen om het apparaat te gebruiken, moeten van een verantwoordelijke en competente persoon leren hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze persoon moet zeker weten dat zij het apparaat kunnen gebruiken zonder gevaar voor henzelf of hun omgeving. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat tenzij dit specifiek wordt aanbevolen in de handleiding. Al het andere onderhoud moet uitgevoerd worden door een gekwalificeerde technicus. Gebruik geen stoomreiniger om uw kookplaat te reinigen. Leg geen zware voorwerpen op uw kookplaat en laat ze er niet op vallen. Ga niet op uw kookplaat staan. Gebruik geen pannen met gekartelde randen of schuif geen pannen over het glazen inductieoppervlak, omdat dit krassen op het glas kan veroorzaken. NL-5 Gebruik geen schuursponsjes of andere agressieve reinigingsmiddelen, omdat deze krassen kunnen maken op het glazen inductieoppervlak. Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijn servicevertegenwoordiger of ander bevoegd personeel om gevaarlijke situaties te voorkomen. Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik en soortgelijke toepassingen zoals: - personeelskeukens in winkels, kantoren en andere werkomgevingen; - boerderijen; - door klanten in hotels, motels en andere residentiële omgevingen; - b&b-omgevingen. WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen worden heet tijdens gebruik. Wees voorzichtig en raak de verwarmingselementen niet aan. Kinderen onder de 8 jaar mogen niet in de buurt van de oven komen tenzij er continu toezicht is. Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen ouder dan 8 jaar en personen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of gebrek aan ervaring en kennis als zij in de gaten gehouden worden of aanwijzingen hebben gekregen over hoe zij het apparaat op veilige wijze kunnen gebruiken en als zij de bijbehorende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. NL-6

Reiniging en onderhoudswerkzaamheden mogen niet door kinderen uitgevoerd worden als zij niet onder toezicht staan. WAARSCHUWING: Bereidingen op een kookplaat met vet of olie zonder toezicht kunnen gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT een brand te blussen met water, maar schakel het apparaat uit en dek de vlam af bijv. met een deksel of een branddeken. WAARSCHUWING: Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken. WAARSCHUWING: Als er barsten komen in kookplaten van glaskeramiek of soortgelijk materiaal, die delen onder spanning beschermen, schakelt u het apparaat uit om elektrische schokken te voorkomen Gebruik geen stoomreiniger. Het apparaat is niet bedoeld om bediend te worden door middel van een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem. LET OP: Op het kookproces dient toezicht te worden gehouden. Ook bij een korte bereiding moet u de pannen continu in de gaten houden. WAARSCHUWING: Om kantelen van het apparaat te voorkomen, moet dit stabilisatiemiddel worden geïnstalleerd. Raadpleeg de installatie-instructies. WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kooktoestel zijn ontworpen of door de NL-7 fabrikant van het toestel in de gebruiksaanwijzing als geschikt zijn aangeduid of kookplaatbeschermers die in het toestel zijn ingebouwd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken. Dit apparaat is voorzien van een aardingsaansluiting voor uitsluitend functionele doeleinden. Gefeliciteerd met de aanschaf van uw nieuwe inductiekookplaat. Wij adviseren u wat tijd te besteden aan het lezen van deze Handleiding voor Installatie / Gebruik zodat u volledig begrijpt hoe u de kookplaat correct kunt installeren en bedienen. Lees het installatiegedeelte voor de installatie. Lees alle veiligheidsaanwijzingen aandachtig door voordat u de kookplaat in gebruik neemt en bewaar deze Handleiding zodat u hem in de toekomst nog eens kunt raadplegen. NL-8 Productoverzicht Bovenaanzicht

3. Regeltoets vermogen/bedieningstoets boostfunctie

4. Toetsenvergrendeling

5. Functie Warmhouden

6. 6. Bedieningstoets pauzefunctie

NL-9 Informatie over inductiekoken Inductiekoken is een veilige, geavanceerde, efficiënte en zuinige kooktechnologie. Het werkt door elektromagnetische trillingen die rechtstreeks warmte in de pan opwekken, in plaats van indirect door het glasoppervlak te verhitten. Het glas wordt alleen heet omdat de pan het uiteindelijk opwarmt. ijzeren pan magnetisch circuit keramische glasplaat inductiespoel opgewekte stromen Voordat u uw nieuwe inductiekookplaat in gebruik neemt

  • Lees deze handleiding, let met name op het deel „Veiligheidswaarschuwingen”.
  • Verwijder eventuele beschermfolie die nog op uw inductiekookplaat aanwezig is. Het gebruik van de aanraaktoetsen
  • De bedieningstoetsen reageren op aanraking, u hoeft dus geen enkele druk uit te oefenen.
  • Gebruik de bal van uw vinger en niet het topje.
  • Elke keer als er een aanraking gedetecteerd wordt, klinkt er een piepje.
  • Zorg ervoor dat de bedieningselementen altijd schoon en droog zijn en dat ze niet bedekt worden door een voorwerp (bijv. keukengerei of een doek). Zelfs een dun laagje water kan de bediening bemoeilijken. NL-10 Keuze van het juiste kookgerei Gebruik uitsluitend kookgerei waarvan de bodem geschikt is voor bereiding met inductie. Zoek naar het inductiesymbool op de verpakking of op de bodem van de pan. U kunt controleren of uw kookgerei geschikt is voor inductie door een magnetische test uit te voeren. Beweeg een magneet over de onderkant van de pan. Als de magneet wordt aangetrokken, dan is de pan geschikt voor inductie. Als u geen magneet hebt:

1. Giet wat water in de pan die u wilt controleren.

niet gaat knipperen en het water warm wordt, dan is de pan geschikt. Kookgerei gemaakt van de volgende materialen is niet geschikt: zuiver roestvrij staal, aluminium of koper zonder magnetische bodem, glas, hout, porselein, keramiek en aardewerk. Gebruik geen kookgerei met scherpe randen of een gebogen bodem. Controleer of de bodem van uw pan glad is en plat tegen het glas ligt, en even groot is als de kookzone. Gebruik pannen waarvan de doorsnede even groot is als de grafiek van de gekozen zone. Bij het gebruik van een pan die iets groter is zal de energie op maximale efficiëntie gebruikt worden. Als u een kleinere pan gebruikt, kan de efficiëntie minder zijn dan verwacht. Zet de pan altijd in het midden van de kookzone. Til pannen altijd op van de inductiekookplaat – verschuif ze niet want dat kan krassen op het glas veroorzaken. NL-11 Afmetingen pan De kookzones worden tot op zekere hoogte automatisch aangepast aan de pandiameter. De panbodem moet afhankelijk van de kookzone een minimum diameter hebben. Voor een optimale werking van de kookplaat, dient u de pan in het midden van de kookzone te plaatsen. Diameter van onderkant van inductiekookgerei Bereidingszone Minimum (mm) 1, 2 (180 mm)

Flex-zone 240 of 160*270 Het bovenstaande kan variëren naargelang de kwaliteit van de gebruikte pan. Het gebruik van uw Inductiekookplaat De bereiding beginnen

1. Raak de bedieningstoets AAN/UIT aan.

Na inschakeling klinkt de zoemer eenmaal, op het display wordt „–” of „– –” weergegeven, dit betekent dat de inductiekookplaat in stand-by staat.

2. Zet een geschikte pan op de kookzone die u wilt

  • Controleer of de bodem van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn.

3. Stel een vermogensniveau in door de schuifregelaar aan te raken, of schuif

langs de toets „—” of raak een willekeurig punt van de „—” aan. NL-12

a. Als u niet binnen 1 minuut het vermogen instelt, wordt de inductiekookplaat automatisch uitgeschakeld. U moet dan weer vanaf stap 1 beginnen. b. U kunt tijdens de bereiding op elk moment de warmte-instelling veranderen. c. Als u langs de „—” schuift, varieert het vermogen van fase 1 tot fase 9. Als op het display warmte-instelling afwisselend knippert met de Betekent dit dat:

  • u geen pan op de juiste kookzone gezet hebt of,
  • dat de pan die u gebruikt niet geschikt is voor bereiding met inductie of,
  • dat de pan te klein is of niet goed in het midden van de kookzone is gezet. Als er geen geschikte pan op de kookzone is gezet, wordt de zone niet warm. Het display zal na 1 minuut automatisch worden uitgeschakeld als er geen geschikte pan op de kookzone is gezet. Na afloop van de bereiding

1. Schakel de kookzone uit door langs de „—” naar het linker punt te schuiven,

en vervolgens 1 seconde ingedrukt te houden.

2. Zorg ervoor dat de vermogensinstelling „0” en vervolgens „H” weergeeft.

3. Schakel de hele kookplaat uit door de bedieningstoets

AAN/UIT aan te raken.

4. Let op hete oppervlakken

'H' geeft aan welke kookzone te heet is om aan te raken. Deze verdwijnt wanneer de kookzone is afgekoeld tot een veilige temperatuur. Deze functie kan ook gebruikt worden om energie te besparen: als u een andere pan wilt verwarmen kunt u de kookzone die nog heet is gebruiken. In het geval van een stroomonderbreking terwijl "H" is ingeschakeld, moet u erop letten dat u het kookoppervlak niet aanraakt, zelfs als "H" niet langer wordt weergegeven wanneer de stroom terug is. Het energiebeheer gebruiken Met het energiebeheer kunt u het totale vermogen instellen op 2,5 kW/3,0 kW/4,5 kW/6,5 kW en 7,4 kW. De standaardinstelling voor het totale vermogen is het maximale vermogensniveau. Het totale vermogensniveau instellen om aan uw behoefte te voldoen

1. Zorg ervoor dat de kookplaat is uitgeschakeld.

Opmerking: u kunt het energiebeheer alleen instellen wanneer de kookplaat is uitgeschakeld.

2. Houd de knop „Pauzefunctie” 5 seconden ingedrukt.

U kunt de zoemer een keer horen piepen.

3. Nadat u de pieptoon hoort, houdt u tegelijkertijd de knoppen „+” en „-”

3 seconden ingedrukt. De timerindicator geeft knipperend het voorgaande totale vermogensniveau weer, bijvoorbeeld „2,5”. Houd „+” en „-” nogmaals 1 seconde ingedrukt om over te schakelen naar een ander vermogensniveau, bijvoorbeeld 3.0. Wanneer het gewenste vermogen knippert, drukt u op de knop „Pauzefunctie” en houdt u deze 5 seconden ingedrukt. De zoemer piept 10 keer. Dit betekent dat de instelling is voltooid. NL-14 Opmerking:

1. Na stap 2 moet u „+” en „-” binnen 3 seconden na het horen van de

pieptoon aanraken. Anders moet u opnieuw beginnen vanaf stap 2.

2. Wacht na het instellen tot het einde van 10 pieptonen. Raak tijdens deze

periode geen enkele knop aan. Anders is de instelling ongeldig. Regels voor energiebeheer Als het totale vermogen de limiet van 2,5 kW, 3,0 kW, 4,5 kW, 6,5 kW, 7,4 kW overschrijdt (afhankelijk van welk niveau u hebt ingesteld), kunt u het vermogensniveau van geen enkele zone verhogen. Als u deze verhoogt, piept de kookplaat 3 keer en geeft de indicator knipperend 'Pn’ weer. U moet dus het vermogensniveau van andere zones verlagen voordat u het vermogen van de betreffende zone verhoogt. Vermogensbeperking in midden- en rechterzones

  • De kookzones zijn in twee groepen verdeeld. Elke groep heeft een maximale elektriciteitsbelasting van 3600 W.
  • De beperking vermindert het vermogen naar de andere kookzones.
  • De weergave van de warmte-instelling van de gereduceerde zones verandert tussen twee niveaus. Als bijvoorbeeld alle zones zijn ingeschakeld, wordt het grootste vermogensniveau van drie zones verlaagd naar 7-niveau, 7-niveau, 7-niveau. Groep a Groep b In Groep a kunnen beide zones tegelijkertijd op niveau 9 werken omdat ze in totaal 3500 W zijn. Als er in Groep b 3 zones werken, is het maximale vermogensniveau dat elke zone kan bereiken 7. Als de achterste zone van Groep b is uitgeschakeld, NL-15 kunnen de andere twee zones het maximale vermogensniveau 8 bereiken. Als u wilt dat een van de zones van Groep b op het hoogste vermogensniveau werkt, moeten slechts 2 zones worden afgesteld. De kookplaat vermindert automatisch het vermogen van de eerste zone die u hebt ingeschakeld. De boost gebruiken Boost is de functie waarbij een zone in één seconde stijgt naar een groter vermogen en dit 5 minuten wordt aangehouden. Zo kookt u krachtiger en sneller. De boost gebruiken om meer vermogen te krijgen

1. Raak de toets aan van het bedieningspaneel die u wilt boosten en houd

vervolgens de „b” 3 seconden ingedrukt. Op het vermogensdisplay verschijnt „P” om aan te geven dat de zone wordt geboost.

2. Het Boost-vermogen duurt 5 minuten, daarna gaat de zone terug naar

3. Als u de boost gedurende deze 5 minuten wilt annuleren, tikt u tweemaal op

de toets „B”. De verwarmingszone gaat terug naar vermogenstrap „9”. Of schuif langs de „—” naar het linkerpunt, de verwarmingszone keert terug naar de vermogenstrap waarin u hebt aangeraakt.

Beperkingen bij gebruik De vijf zones zijn in twee groepen verdeeld. Als u de boostfunctie wilt gebruiken op de ene zone van een groep, zorg er dan eerst voor dat de andere zone op/onder vermogensniveau 5 werkt. Als in Groep b één zone in boostmodus werkt, kan er tegelijkertijd maar één andere zone werken. NL-16 Groep a Groep b Warmhouden gebruiken Warmhouden is de functie waarbij één zone een lager vermogen behoudt om de temperatuur stabiel te houden. Warmhouden gebruiken om een stabiele temperatuur te krijgen

1. Raak de schuifregelaar aan van de verwarmingszone die u warm wilt

houden, raak vervolgens de warmhoudknop aan, de kookzone-indicator zal „A” weergeven.

2. Als u de warmhoudfunctie wilt annuleren, tikt u op de schuifregelaar van de

verwarmingszone en vervolgens op de knop . De verwarmingszone keert terug naar vermogenstrap „0”. De pauzefunctie gebruiken De pauzefunctie kan op elk moment tijdens het koken worden gebruikt. Deze functie maakt het mogelijk om de inductiekookplaat te stoppen en weer te hervatten. NL-17

1. Ga na of de kookzone werkt.

2. Raak de knop Pauzefunctie aan, de kookzone-indicator zal „ll” weergeven.

Vervolgens wordt de werking van de inductiekookplaat uitgeschakeld op alle kookzones, met uitzondering van de pauze-, aan-/uit- en vergrendeltoetsen.

3. Om de pauzestatus te annuleren, tikt u op de Pauzefunctie, waarna de

kookzone teruggaat naar de vermogenstrap die u eerder hebt ingesteld. Flex-zone

  • Deze zone kan als een enkele zone of als twee verschillende zones worden gebruikt, afhankelijk van hoe u wilt koken.
  • De flexibele zone bestaat uit twee onafhankelijke inductiespoelen die apart kunnen worden bediend.
  • Belangrijk: Zorg ervoor dat u het kookgerei in het midden van de kookzone plaatst. Grote, ovale, rechthoekige en lange pannen moeten altijd in het midden van de kookzone worden geplaatst en beide logo's bedekken. Voorbeelden van goede en slechte plaatsing van pannen: Als grote zone

1. Raak de schuifregelaar van de verwarmingszone (linkerkant) aan die u in

flex-zone wilt brengen, raak vervolgens de selectieknop van de flex-zone aan om het flexibele gebied als één enkele grote zone te activeren, de indicator volgende toets zal branden. NL-18

2. Raak de schuifregelaar langs „—” aan of raak een willekeurig punt van „—”

aan om het vermogensniveau aan te passen. Als twee onafhankelijke zones

1. Als u de flex-zone wilt annuleren, tikt u nogmaals op de schuifregelaar van

de verwarmingszone en tikt u vervolgens op de selectietoets van de flexzone. De indicator naast de toets van de flex-zone verdwijnt. De bedieningstoetsen vergrendelen

  • U kunt de bedieningstoetsen vergrendelen om onbedoeld gebruik te voorkomen (bijvoorbeeld kinderen die per ongeluk de kookzones inschakelen).
  • Wanneer de bedieningstoetsen vergrendeld zijn, zijn ze allemaal uitgeschakeld, behalve de toets AAN/UIT. De bedieningstoetsen vergrendelen Raak de toets toetsenvergrendeling aan. De indicator van de timer toont „Lo”. De bedieningstoetsen ontgrendelen

1. Controleer of de inductiekookplaat is ingeschakeld.

2. Raak de vergrendeltoets even aan.

3. Nu kunt u uw inductiekookplaat gaan gebruiken.

Wanneer de kookplaat in de vergrendelingsmodus staat, zijn alle bedieningselementen uitgeschakeld behalve de AAN/UIT-knop. U kunt de inductiekookplaat altijd uitschakelen met de AAN/UIT-knop in een noodgeval, maar u moet de kookplaat eerst ontgrendelen bij de volgende handeling. Beveiliging tegen te hoge temperatuur Een ingebouwde temperatuursensor bewaakt de temperatuur in de inductiekookplaat. Wanneer een te hoge temperatuur wordt gedetecteerd, wordt de inductiekookplaat automatisch uitgeschakeld. Overkookbeveiliging De overkookbeveiliging is een veiligheidsfunctie. De kookplaat wordt binnen 10 seconden automatisch uitgeschakeld als er water op het bedieningspaneel stroomt, terwijl de zoemer 1 seconde piept. NL-19 Detectie van kleine voorwerpen Wanneer er een te kleine of niet-magnetische pan (bijv. aluminium) gebruikt wordt of er een ander klein voorwerp (bijv. mes, vork, sleutel) op de kookplaat ligt, wordt de kookplaat binnen 1 minuut automatisch in stand-by gezet. De ventilator blijft de inductiekookplaat nog 1 minuut langer afkoelen. Beveiliging door automatische uitschakeling De automatische uitschakeling is een beveiligingsfunctie voor uw inductiekookplaat. De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als u hem vergeet uit te schakelen na de bereiding. De standaard werkingsduur voor de verschillende vermogensniveaus is in onderstaande tabel vermeld: Vermogensniveau

Standaard bedrijfsduur (uur)

Wanneer de pan wordt verwijderd, stopt de inductiekookplaat onmiddellijk te verwarmen en wordt na 2 minuten automatisch uitgeschakeld. Mensen met een pacemaker moeten hun arts raadplegen alvorens dit apparaat te gebruiken. Het gebruik van de timer U kunt de timer op twee verschillende manieren gebruiken:

  • U kunt hem gebruiken als kookwekker. In dat geval zal de timer de kookzone niet uitschakelen nadat de tijdsduur is verlopen.
  • U kunt hem ook zodanig instellen dat één kookzone, nadat de tijd is verstreken, uitgeschakeld wordt.
  • U kunt een tijdsduur van maximaal 99 minuten instellen. Het gebruik van de timer als kookwekker Als u geen enkele kookzone selecteert

1. Controleer of de kookplaat is ingeschakeld.

Opmerking: u kunt de kookwekker ook gebruiken als u geen enkele kookzone geselecteerd hebt.

2. Raak „-” of „+” van de timerbediening aan, de

indicator van de kookwekker begint te knipperen en op het timerdisplay verschijnt „30”.

3. Stel de tijd in door de toets „-” of „+” aan te raken.

Tip: Raak de toets „-” of „+” eenmaal aan om deze met 1 minuut te verlagen of te verhogen. Blijf de toets „-” of „+” van de timer aanraken om de tijdsduur met 10 minuten te verlengen of te verkorten. Als de ingestelde tijdsduur de 99 minuten overschrijdt, keert de timer automatisch terug naar 0 minuten. NL-20

4. Annuleer de tijd door de „-” van de timer aan te raken en naar beneden te

5. Zodra de tijd is ingesteld, begint deze onmiddellijk af

te tellen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven en het lampje van de timer knippert gedurende 5 seconden.

6. De zoemer piept gedurende 30 seconden en op de

timer wordt „ - - ” weergegeven wanneer de ingestelde tijd verstreken is. De timer instellen om een kookzone uit te schakelen Om deze functie in te stellen voor de kookzones:

1. Raak de schuifregelaar aan van de kookzone waarvoor

u de timer wilt instellen.

2. Raak „-” of „+” van de timerbediening aan, de

indicator van de kookwekker begint te knipperen en op het timerdisplay verschijnt „30”.

3. Stel de tijd in door de toets „-” of „+” aan te raken.

Tip: Het één keer aanraken van de „-” of „+” toets verlaagt of verhoogt de waarde met 1 minuut. Als de toets „-” of „+” ingedrukt gehouden wordt, verhoogt of verlaagt de timer de waarde met 10 minuten. Als de ingestelde tijdsduur de 99 minuten overschrijdt, keert de timer automatisch terug naar 0 minuten.

4. Als u de timer wilt annuleren, raakt u de schuifregelaar van de selectietoets

aan en vervolgens de „-” of „+” van „Timer”. De timer wordt geannuleerd, eerst wordt „00” weergegeven op het minutendisplay en daarna „--”. NL-21

5. Zodra de tijd is ingesteld, begint deze

onmiddellijk af te tellen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven en het lampje van de timer knippert gedurende 5 seconden. OPMERKING: De rode stip naast de indicator voor het vermogensniveau gaat branden om aan te geven dat de zone is geselecteerd.

6. Wanneer de kooktimer afloopt, wordt de

bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en wordt „H” weergegeven. Als er eerder andere kookzones zijn ingeschakeld, dan blijven deze werken. Instellen van de timer om meer dan één kookzone uit te schakelen

1. Als u deze functie voor meer dan één verwarmingszone gebruikt, geeft de

timerindicator de kortste tijd weer. (bijv. zone 1# ingestelde tijd 2 minuten, zone 2# ingestelde tijd 5 minuten, de timerindicator geeft „2” aan.) OPMERKING: De knipperende rode stip naast de vermogensniveau-indicator betekent dat de timerindicator de tijd van de verwarmingszone weergeeft. Als u de ingestelde tijd van de andere verwarmingszone wilt controleren, raakt u de schuifregelaar van de verwarmingszone één keer aan. De timer geeft zijn ingestelde tijd aan. (ingesteld op 5 minuten) (ingesteld op 2 minuten)

2. Wanneer de kooktimer afloopt, wordt de bijbehorende verwarmingszone

automatisch uitgeschakeld en wordt “H” weergegeven. OPMERKING: Als u de tijd wilt wijzigen nadat de timer is ingesteld, moet u beginnen bij stap 1 NL-22 Onderhoud en reiniging Wat? Hoe? Belangrijk! Dagelijks vuil op de glasplaat (vingerafdrukken, sporen, vlekken achtergelaten door levensmiddelen of het overkoken van niet zoete vloeistoffen op de glasplaat)

1. Schakel de elektrische stroom • Als de elektrische stroom naar de

naar de kookplaat uit. kookplaat is onderbroken, wordt er

2. Gebruik een reiniger voor

geen indicatie ‘heet oppervlak’ kookplaten terwijl het glas weergegeven maar de kookzone nog warm (maar niet heet!) kan nog wel heet zijn! Wees uiterst is! voorzichtig.

3. Spoel af en droog af met een • Sommige reinigingsartikelen voor

schone doek of keukenpapier. zwaar gebruik, bepaalde nylon

4. Schakel de elektrische stroom

sponsjes en agressieve/schurende naar de kookplaat weer in. reinigingsmiddelen kunnen krassen op het glas veroorzaken. Lees altijd het etiket om te controleren of uw reinigingsmiddel of schuurmiddel geschikt is.

  • Laat nooit resten van reinigingsmiddel achter op de kookplaat: dat kan vlekken veroorzaken. Overgekookt voedsel, gesmolten resten en hete zoethoudende vlekken op de glasplaat Verwijder deze onmiddellijk met • Verwijder vlekken van gesmolten en een scherp mes, paletmes of suikerhoudend voedsel zo snel krabber die geschikt is voor mogelijk. Als u deze laat afkoelen inductiekookplaten van glas, op de glasplaat, kunnen ze moeilijk maar let op hete oppervlakken te verwijderen zijn of zelfs het van de kookzones: glazen oppervlak blijvend

1. Schakel de elektrische stroom

beschadigen. naar de kookplaat uit door de • Gevaar voor snijwonden: als de stekker uit de veiligheidsafdekking verwijderd is, wandcontactdoos te halen. is het blad van een schraper

2. Houd de schraper of het

vlijmscherp. Gebruik de schraper gereedschap onder een hoek uiterst voorzichtig en berg hem van 30° en schraap het vuil altijd veilig en uit de buurt van naar een koude zone van de kinderen op. kookplaat.

3. Verwijder het vuil met een

vaatdoekje of keukenpapier.

4. Volg stappen 2 tot 4 voor het

hierboven beschreven ‘Dagelijks vuil op de glasplaat’. Overgekookt voedsel op de aanraaktoetsen

1. Schakel de elektrische stroom • De kookplaat kan een piep laten

naar de kookplaat uit. horen en uitgeschakeld worden en

2. Laat het vuil weken

de aanraaktoetsen kunnen niet

3. Veeg de zone van de

werken als er vloeistof op ligt. aanraaktoetsen schoon met Verzeker u ervan dat de zone met een schone vochtige spons of de aanraaktoetsen goed droog is doek. voordat u de kookplaat weer

4. Veeg de zone volledig droog

inschakelt. met keukenpapier.

5. Schakel de elektrische stroom

naar de kookplaat weer in. NL-23 Adviezen en tips Probleem Mogelijke oorzaken Oplossingen De inductiekookplaat kan niet ingeschakeld worden. Er is geen elektrische stroom. Controleer of de inductiekookplaat is aangesloten op het elektriciteitsnet en dat hij is ingeschakeld. Controleer of er stroomuitval in uw huis of omgeving is. Als u alles gecontroleerd hebt en het probleem aanhoudt, belt u een gekwalificeerd technicus. De aanraaktoetsen reageren niet. De toetsen zijn vergrendeld. Ontgrendel de toetsen. Zie deel ‚Het gebruik van uw inductiekookplaat’ voor aanwijzingen. De aanraaktoetsen zijn moeilijk te bedienen. Misschien ligt er een dun laagje water op de toetsen of misschien gebruikt u het topje van uw vinger om de toetsen aan te raken. Controleer of de zone van de aanraaktoetsen droog is en gebruik de bal van uw vinger om de toetsen aan te raken. Er zitten krassen op de glasplaat. Kookgerei met scherpe randen. Gebruik kookgerei met vlakke en gladde bodems. Zie ‚Het kiezen van het juiste kookgerei’. Ongeschikt schuursponsje of verkeerde reinigingsproducten gebruikt. Zie ‚Onderhoud en reiniging’. Sommige pannen maken krakende of klikkende geluiden. Dit kan veroorzaakt worden door de constructie van uw kookgerei (lagen van verschillende materialen met verschillende trillingen). Dit is normaal voor kookgerei en duidt niet op een storing. De inductiekookplaat maakt een laag brommend geluid wanneer hij gebruikt wordt met een hoge warmte-instelling. Dit wordt veroorzaakt door de technologie van bereiden met inductie. Dit is normaal, maar het geluid zou minder moeten worden of volledig verdwijnen als u een lagere warmte instelt. Lawaai van een Een in uw inductiekookplaat ventilator afkomstig van ingebouwde ventilator is in de inductiekookplaat. werking getreden om te voorkomen dat de elektronica oververhit raakt. De ventilator kan zelfs door blijven werken nadat u de inductiekookplaat hebt uitgeschakeld. NL-24 Dit is normaal en er is geen actie noodzakelijk. Trek de stekker van de inductiekookplaat niet uit de wandcontactdoos terwijl de ventilator werkt. Pannen worden niet heet en verschijnt op het display. De inductiekookplaat of een kookzone is onverwacht uitgeschakeld, er klinkt een geluidssignaal en er wordt een storingscode weergegeven (normaal afgewisseld met twee letters op het display van de timer). De inductiekookplaat detecteert de pan niet omdat hij niet geschikt is voor bereidingen met inductie. Gebruik kookgerei dat geschikt is voor bereidingen met inductie. Zie deel ‚Het kiezen van het juiste kookgerei’. De inductiekookplaat detecteert de pan niet omdat hij te klein is voor de kookzone of niet goed in het midden van de kookzone is geplaatst. Zet de pan goed in het midden en controleer of de bodem overeenkomt met de afmetingen van de kookzone. Technische storing. Noteer de letters en cijfers van de storingscode, trek de stekker van de inductiekookplaat uit de wandcontactdoos en neem contact op met een gekwalificeerd technicus. Weergave storingen en inspectie Als zich een storing voordoet, wordt de inductiekookplaat automatisch in de beveiligde status gezet en worden de bijbehorende codes weergegeven: Probleem Mogelijke oorzaken Oplossingen F3/F4 Storing temperatuursensor van de Neem contact op met de inductiespoel leverancier. F9/FA Storing temperatuursensor van IGBT. Neem contact op met de leverancier. E1/E2 Abnormale voedingsspanning Controleer of de elektrische voeding normaal is. Schakel weer in als de elektrische voeding weer normaal is.

Hoge temperatuur van de temperatuursensor van de inductiespoel Neem contact op met de leverancier.

Hoge temperatuur van de IGBT temperatuursensor Start opnieuw nadat de kookplaat is afgekoeld. Hierboven is de beoordeling en inspectie van veel voorkomende storingen weergegeven. Haal het apparaat niet zelf uit elkaar en vermijd elk gevaar en schade aan de inductiekookplaat. NL-25 Technische specificatie Kookplaat CIES55MCTT Bereidingszones 5 zones Voedingsspanning 220-240V~, 50-60Hz Geïnstalleerd elektrisch vermogen 2,5 kW: 2250-2750 W of 3,0 kW: 2700-3300 W of 4,5 kW: 4050-4950 W of 6,5 kW: 5850-7150 W of 7,4 kW: 6600-7400 W Productafmetingen L×B×H (mm) 770X520X60 Inbouwafmetingen A×B (mm) 740X490 Gewicht en afmetingen zijn bij benadering. Omdat we er voortdurend naar streven om onze producten te verbeteren, kunnen we de specificaties en ontwerpen zonder voorafgaande kennisgeving wijzigen. Installatie Selectie van installatiegereedschappen Snijd een opening in het werkblad in overeenstemming met de afmetingen aangegeven op de tekening. Voor de installatie en het gebruik moet er minstens 5 cm ruimte vrij gelaten worden rond de opening. Controleer of de dikte van het werkblad minstens 30 mm is. Selecteer een werkblad van hittebestendig materiaal om vervorming veroorzaakt door de hittestraling van de kookplaat te voorkomen. Zoals hieronder is aangegeven: AFDICHTING L(mm) B(mm) H(mm) D(mm) A(mm) B(mm) X(mm)

740+5 490+5 50 mini Zorg er onder alle omstandigheden voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd wordt en dat de luchtinlaat- en uitlaatopeningen niet geblokkeerd zijn. Controleer of de inductiekookplaat goed werkt. Zoals hieronder is aangegeven NL-26 Opmerking: De veiligheidsafstand tussen de kookplaat en het kastje erboven dient minstens 760 mm te zijn. A(mm) B(mm) C(mm) D

Luchtuitlaat 5 mm 50 mini 20 mini Luchtinlaat Controleer, voordat u de kookplaat installeert, of

  • het werkoppervlak vierkant en waterpas is, en dat er geen structurele onderdelen interfereren met de ruimtevereisten
  • het werkoppervlak gemaakt is van hittebestendig materiaal
  • als de kookplaat boven een oven geïnstalleerd wordt, dat de oven een ingebouwde koelventilator heeft
  • de installatie voldoet aan alle ruimtevereisten en alle voorschriften en normen die van toepassing zijn
  • er een geschikte werkschakelaar in de permanente bedrading is ingebouwd die volledige loskoppeling van de netvoeding mogelijk maakt, gemonteerd en geplaatst in overeenstemming met de plaatselijke bedradingsvoorschriften en regels. De werkschakelaar moet van een goedgekeurd type zijn en voorzien zijn van een opening tussen de contacten van 3 mm in alle polen (of in alle actieve [fase-] geleiders als de plaatselijke bedradingsvoorschriften deze variatie op de vereisten toestaan)
  • de werkschakelaar moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor de klant bij wie de kookplaat geïnstalleerd wordt
  • raadpleeg plaatselijke bouwinstanties en wettelijke voorschriften als u twijfels hebt over de installatie
  • gebruik hittebestendige en gemakkelijk te reinigen afwerkingen (zoals keramische tegels) voor de wandoppervlakken rond de kookplaat. Controleer, nadat u de kookplaat geïnstalleerd hebt, of
  • de voedingskabel niet toegankelijk is via deurtjes of laden van kastjes
  • er voldoende frisse lucht van buiten de kasten naar de onderkant van de kookplaat kan stromen NL-27
  • als de kookplaat boven een lade of een kastje gemonteerd is, er een thermische beveiligingsplaat geïnstalleerd is aan de onderkant van de kookplaat
  • de werkschakelaar gemakkelijk te bereiken is door de klant Voordat de bevestigingsbeugels geplaatst worden Het apparaat moet op een stabiel, vlak oppervlak gezet worden (gebruik de verpakking). Oefen geen kracht uit op de bedieningselementen die uit de kookplaat steken. De stand van de beugel afstellen Bevestig de kookplaat op het werkblad door 4 beugels vast te schroeven aan de onderkant van de kookplaat (zie afbeelding) na installatie.

Schroefgat Onderkant Glas Bevestigingsbeugel Vastdraaien ST3. 5*8 Werkblad/keukenkast Onderkant Voorzichtig

1. De inductiekookplaat moet geïnstalleerd worden door gekwalificeerd

personeel of technici. Wij hebben deskundigen voor u ter beschikking. Voer deze handeling nooit zelf uit.

2. De kookplaat mag niet geïnstalleerd worden rechtstreeks boven een

afwasmachine, koelkast, vriezer, wasmachine of wasdroger, aangezien vocht de elektronica van de kookplaat kan beschadigen. NL-28

3. De inductiekookplaat moet zodanig geïnstalleerd worden dat er een betere

hittestraling gegarandeerd kan worden om de betrouwbaarheid van de kookplaat te vergroten.

4. De wand en het gebied boven het werkblad waar hitte opgewekt wordt,

moet hittebestendig zijn.

5. Om beschadiging te voorkomen, moeten de lagen van het werkblad en het

kleefmiddel hittebestendig zijn. De kookplaat aansluiten op het elektriciteitsnet Deze kookplaat mag uitsluitend op het elektriciteitsnet worden aangesloten door een gekwalificeerd persoon. Alvorens de kookplaat aan te sluiten op het elektriciteitsnet, controleren of:

1. het bedradingssysteem in uw woning geschikt is voor het vermogen

dat de kookplaat nodig heeft

2. de spanning overeenkomt met de waarde die op het typeplaatje is

3. de doorsnede van de voedingskabel bestand is tegen de op het

typeplaatje vermelde belasting. Gebruik bij de aansluiting op het elektriciteitsnet geen adapters, verloopstukken of aftakkingen, aangezien deze kunnen leiden tot oververhitting en brand. De voedingskabel mag nergens hete delen raken en moet zodanig geplaatst worden dat de temperatuur ervan nooit de 75˚C kan overschrijden. Controleer met een elektricien of het bedradingssysteem van uw woning geschikt is zonder wijzigingen aan te brengen. Eventuele wijzigingen mogen uitsluitend aangebracht worden door een erkend elektricien. De voeding moet aangesloten worden in overeenstemming met de betreffende norm of een enkelpolige stroomonderbreker. De aansluitmethode is hieronder weergegeven. Netsnoer Netsnoer Blauw Geel/groen Grijs Bruin Blauw Geel/groen Grijs Bruin Zwart Blauw Grijs Bruin Geel/groen Netsnoer Zwart Input Input Zwart Blauw Geel/groen Grijs Bruin Input Zwart Input Netsnoer

  • Als de kabel beschadigd is of vervangen moet worden, moeten deze werkzaamheden uitgevoerd worden door een vertegenwoordiger van de klantenservice met speciale gereedschappen om ongelukken te voorkomen. NL-29
  • Indien het apparaat rechtstreeks op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, moet een omnipolaire stroomonderbreker worden geïnstalleerd met een minimumopening van 3 mm tussen de contacten.
  • De installateur moet garanderen dat de correcte elektrische aansluiting gemaakt is en dat deze voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.
  • De kabel mag niet verbogen of platgedrukt worden.
  • De kabel moet regelmatig gecontroleerd worden en mag alleen vervangen worden door erkende technici. Dit apparaat is geëtiketteerd in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Elektronische en elektrische apparaten bevatten zowel vervuilende stoffen (die schadelijk zijn voor het milieu) als basiselementen (die opnieuw kunnen worden gebruikt). Het is belangrijk dat de elektronische en elektrische apparaten specifieke behandelingen ondergaan om de vervuilende stoffen correct te verwijderen en als afval te verwerken en alle materialen terug te winnen. Personen kunnen een belangrijke rol spelen om ervoor te zorgen dat elektronische en elektrische apparaten niet in het milieu terecht komen. Hiervoor moeten enkele elementaire regels in acht worden genomen: - elektronische en elektrische apparaten mogen niet worden behandeld als gewoon huisvuil; - elektronische en elektrische apparaten moeten worden afgegeven bij speciale inzamelcentra die worden beheerd door de gemeente of een geregistreerd bedrijf. In veel landen worden grote elektrische en elektronische apparaten aan huis afgehaald. Wanneer u een nieuw apparaat koopt, kunt u uw oude apparaat vaak inleveren bij de leverancier, die het gratis accepteert als eenmalige maatregel, op voorwaarde dat het apparaat van hetzelfde type is en dezelfde functies heeft als het aangeschafte apparaat. NL-30 Productinformatie voor elektrische kookplaten voor huishoudelijk gebruik overeenkomstig Verordening (EU) nr. 66/2014 van de Commissie Stand Symbool Waarde Modelidentificatie CIES55MCTT Type kookplaat: Elektrische kookplaat Aantal kookzones en/of -gebieden zones Eenheid

gebieden Inductiekookzon Verwarmingstechnologie Inductiekookgebi (inductiekookzones eden en -kookgebieden, keramische en keramische en halogeenkookzo halogeenkookzones, nes vaste kookplaten) vaste kookplaten Voor cirkelvormige kookzones of gebieden: diameter van de nuttige kookoppervlakte per elektrisch verwarmde kookzone, afgerond tot op 5 mm Voor niet-cirkelvormige kookzones of gebieden: lengte en breedte van de nuttige kookoppervlakte per elektrisch verwarmd(e) kookzone of gebied, afgerond tot op 5 mm

NL-31 Energieverbruik per kookzone of gebied, berekend per kg Rechtsvoor

Wh/kg Rechtsvoor Elektrisch koken 194,9 Wh/kg Elektrische kookplaat 191,6 Wh/kg Energieverbruik van de kookplaat, berekend per kg Toegepaste norm: EN 60350-2 Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 2: Kookplaten Methoden voor het meten van de prestaties Tips voor energiebesparing:

  • Voor een optimale werking van de kookplaat, dient u de pan in het midden van de kookzone te plaatsen.
  • Het gebruik van een deksel verkort de bereidingstijden en bespaart energie door de warmte vast te houden.
  • Beperk de hoeveelheid vocht of vet om de bereidingstijden te verkorten.
  • Begin de bereiding op een hoge instelling en verlaag de instelling zodra het voedsel is doorverwarmd.
  • Gebruik pannen waarvan de doorsnede even groot is als de grafiek van de gekozen zone. NL-32 Consignes de sécurité Votre sécurité est importante pour nous. Veuillez lire ces informations avant d’utiliser votre table de cuisson. Installation Risque de choc électrique Débranchez l’appareil du réseau électrique avant d’effectuer tout travail ou entretien sur celui-ci. Le raccordement à un bon système de mise à la terre est essentiel et obligatoire. Seul un électricien qualifié est habilité à effectuer des modifications sur le système de câblage domestique. Le non-respect de ces consignes peut entraîner un choc électrique ou la mort. Risque de blessure par coupure Faites attention - les bords des panneaux sont tranchants. Le non-respect de cette précaution peut entraîner des blessures ou des coupures. Consignes importantes de sécurité Veuillez lire les instructions avant d’installer ou d’utiliser cet appareil. FR-1 Aucun matériau ou produit combustible ne doit être placé sur cet appareil quel que soit le moment. Veuillez mettre cette information à la disposition de la personne responsable de l’installation de l’appareil afin de réduire vos coûts d’installation. Afin d’éviter tout danger, cet appareil doit être installé conformément aux présentes instructions d’installation. Cet appareil doit être correctement installé et mis à la terre uniquement par une personne qualifiée. Cet appareil doit être raccordé à un circuit incorporant un sectionneur permettant une déconnexion complète de l’alimentation électrique. L’installation incorrecte de l’appareil peut entraîner l’annulation de toute garantie ou responsabilité. Fonctionnement et entretien Risque de choc électrique Ne pas cuisiner sur une table de cuisson cassée ou fissurée. En cas de rupture ou de fissuration de la surface de la table de cuisson, éteignez immédiatement l’appareil en coupant l’alimentation électrique du réseau (interrupteur mural) et contactez un technicien qualifié. Coupez l’alimentation réseau de la table de cuisson avant le nettoyage ou l’entretien. FR-2 Le non-respect de cette recommandation peut entraîner un choc électrique ou la mort. Risque pour la santé Cet appareil est conforme aux normes de sécurité électromagnétique. Toutefois, les personnes porteuses de pacemakers ou d’autres implants électriques (tels que des pompes à insuline) doivent consulter leur médecin ou le fabricant de l’implant avant d’utiliser cet appareil, afin de s’assurer que leurs implants ne seront pas affectés par le champ électromagnétique de l’appareil. Le non-respect de ces consignes peut entraîner le décès. Risque de surface chaude Pendant l’utilisation, les parties accessibles de cet appareil deviennent suffisamment chaudes pour causer des brûlures. Ne laissez pas votre corps, vos vêtements ou tout autre objet autre qu’un ustensile de cuisson approprié entrer en contact avec le verre à induction jusqu’à ce que la surface soit froide. Les objets métalliques tels que les couteaux, les fourchettes, les cuillères et les couvercles ne doivent pas être placés sur la table de cuisson, car ils peuvent devenir très chauds Tenir les enfants à l’écart. Les poignées des casseroles peuvent être chaudes au toucher. Vérifiez que les poignées de casserole ne se trouvent pas au-dessus d’une FR-3 autre zone de cuisson. Tenir les poignées hors de portée des enfants. Le non-respect de ces consignes peut entraîner brûlures ou un choc électrique. Risque de blessure par coupure Lorsque le couvercle de protection est rétracté, la lame d’un racleur est tranchante comme un rasoir. Utiliser avec une extrême prudence et toujours stocker en toute sécurité et hors de portée des enfants. Le non-respect de cette précaution peut entraîner des blessures ou des coupures. Consignes importantes de sécurité Ne laissez jamais l’appareil sans surveillance lorsqu’il est utilisé. L’ébullition cause des vapeurs et des débordements graisseux qui peuvent s’enflammer. N’utilisez jamais votre appareil comme surface de travail ou de rangement. Ne laissez jamais d’objets ou d’ustensiles sur l’appareil. Ne posez jamais ou ne laissez jamais d’objets magnétisés (par ex. cartes de crédit, cartes mémoire) ou d’appareils électroniques (par ex. ordinateurs, lecteurs MP3) à proximité de l’appareil car ils pourraient être affectés par son champ électromagnétique. N’utilisez jamais votre appareil pour réchauffer ou chauffer la pièce. Après utilisation, éteignez toujours les zones de cuisson et la table de cuisson comme décrit dans FR-4
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CANDY

Model : CIES55MCTT

Categorie : Inductiekookplaat