ECI501N - ECI501S - Fornuis ESSENTIELB - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ECI501N - ECI501S ESSENTIELB in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ECI501N - ECI501S - ESSENTIELB en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ECI501N - ECI501S van het merk ESSENTIELB.
GEBRUIKSAANWIJZING ECI501N - ECI501S ESSENTIELB
Wijzigingen voorbehouden.
VEILIGHEIDSINFORMATIE Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan NEDERLANDS
ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan. Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen. Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg. WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen. Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd. Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken. Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik in een binnenomgeving. Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgastenhuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik niet hoger is dan (gemiddeld) huishoudelijk gebruik. Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat en de kabel vervangen. Het apparaat kan worden gebruikt tot een maximum van 2000 m boven zeeniveau. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op schepen, boten of vaartuigen. Installeer het apparaat ter voorkoming van oververhitting niet achter een decoratieve deur. Installeer het apparaat niet op een platform. NEDERLANDS
Bedien het apparaat niet door middel van een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem. WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden. Gebruik nooit water om het kookvuur te blussen. Schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met bijv. een blusdeken of deksel. LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden. WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken. Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers om de glazen deur of de glazen afdekplaat van de kookplaat schoon te maken. Deze kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken. Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden. Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. In het geval het apparaat rechtstreeks op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem altijd contact op met de erkende servicedienst. Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector. WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken. Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of ovenschalen te verwijderen of erin te plaatsen. Zet de stroomtoevoer uit alvorens onderhoud te plegen. NEDERLANDS
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrische schokken te voorkomen. Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, een erkend servicecentrum of een gekwalificeerde persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties met elektriciteit te voorkomen. Wees voorzichtig als je de opslaglade aanraakt. Deze kan heet worden. Om de inschuifrailen te verwijderen trek eerst de voorkant van de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden. Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde. WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren.
Verwijder alle verpakkingsmaterialen. Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat. Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat. Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel. Trek het apparaat nooit aan de handgreep van zijn plaats. De afmetingen van de keukenkast en de uitsparing moeten kloppen. Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
Installeer het apparaat op een veilige en geschikte plaats die aan alle installatieeisen voldoet. Delen van het apparaat staan onder stroom. Sluit het apparaat met meubel om te voorkomen dat de gevaarlijke delen worden aangeraakt. De zijkanten van het apparaat moeten naast apparaten of units staan van dezelfde hoogte. Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam wordt geopend. Installeer een stabilisator om te voorkomen dat het apparaat kantelt. Raadpleeg het hoofdstuk Installatie. NEDERLANDS
2.2 Aansluiting op het
elektriciteitsnet WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken.
Alle elektrische verbindingen moeten worden uitgevoerd door een erkend elektricien. Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom. Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact. Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels. Laat de stroomkabel niet in aanraking komen met de deur van het apparaat of de niche onder het apparaat, met name niet als deze werkt of als de deur heet is. De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst. Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is. Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken. Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker. Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers. De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm. Sluit de deur van het apparaat volledig voordat u de stekker in het stopcontact steekt. NEDERLANDS
WAARSCHUWING! Risico op letsel en brandwonden. Risico op elektrische schokken.
De specificatie van dit apparaat niet wijzigen. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden. Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter. Schakel het apparaat na elk gebruik uit. Wees voorzichtig met het openen van de deur van het apparaat wanneer het apparaat in werking is. Er kan hete lucht vrijkomen. Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water. Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak. Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm bewaren van de inductiekookzones als het apparaat in werking is. WAARSCHUWING! Risico op brand en explosie
Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd vlammen of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vetten en oliën als u ermee kookt. De dampen die erg hete olie vrijkomen, kunnen spontane ontbranding veroorzaken. Gebruikte olie die voedselresten kan bevatten, kan brand veroorzaken bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt. Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. Laat geen vonken of open vlammen in contact met het apparaat komen wanneer u de deur opent. Open de deur van het apparaat voorzichtig. Het gebruik van ingrediënten met alcohol kan een mengsel van alcohol en lucht veroorzaken. WAARSCHUWING! Risico op schade aan het apparaat.
Om schade of verkleuring van het email te voorkomen: – plaats ovenschalen of andere voorwerpen niet rechtstreeks op de bodem van het apparaat. – leg geen aluminiumfolie op het apparaat of direct op de bodem van de uitsparing. – plaats geen water direct in het hete apparaat. – bewaar geen vochtige gerechten en voedsel in het apparaat nadat u klaar bent met koken. – wees voorzichtig bij het verwijderen of bevestigen van accessoires. Verkleuring van het email of roestvrij staal is niet van invloed op de werking van het apparaat. Gebruik een diepe pan voor vochtige taarten. Vruchtensappen veroorzaken vlekken die permanent kunnen zijn. Laat geen heet kookgerei op het bedieningspaneel staan. Laat kookgerei niet droogkoken. Zorg ervoor dat je geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat laat vallen. Het oppervlak kan beschadigd raken. Schakel de kookzones niet terwijl er leeg kookgerei of geen kookgerei op geplaatst is. Kookgerei gemaakt van gietijzer, aluminium of met een beschadigde bodem kan krassen veroorzaken. Til deze voorwerpen altijd op als je ze op de kookplaat moet verplaatsen.
2.4 Reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, brand en schade aan het apparaat.
Schakel het apparaat voor onderhoud uit. Haal de netstekker uit het stopcontact. Zorg ervoor dat het apparaat is afgekoeld. Er bestaat een risico dat de glasplaten kunnen breken. Vervang direct de glazen deurpanelen als deze beschadigd zijn. Neem contact op met een erkend servicecentrum.
Wees voorzichtig als u de deur van het apparaat verwijdert. De deur is zwaar! Vet en voedsel dat in het apparaat achterblijft, kan brand veroorzaken. Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat. Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen. Volg als u een ovenspray gebruikt de aanwijzingen op de verpakking. Reinig niet het katalytisch email (indien van toepassing) met een schoonmaakmiddel.
2.5 Binnenverlichting
WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken.
Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten. Dit product bevat een lichtbron van energie-efficiëntieklasse G. Gebruik alleen lampjes met dezelfde specificaties.
Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking. NEDERLANDS
Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat. Haal de stekker uit het stopcontact. Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
Verwijder de deurvergrendeling om te voorkomen dat kinderen of huisdieren binnen in het apparaat vast komen te zitten.
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
3.1 Locatie van het apparaat
U kunt uw vrijstaand apparaat met kasten aan een of twee zijden en in de hoek plaatsen. Afmetingen
3.3 Het apparaat waterpas zetten
Zie voor minimale afstanden de tabel.
Gebruik kleine pootjes aan de onderkant van het apparaat om het kookoppervlak aan de bovenkant waterpas met andere oppervlakken te brengen. Minimum afstanden Afmetingen
Stel de juiste hoogte en ruimte voor het apparaat in voordat je de antikantelbescherming bevestigt. LET OP! Zorg ervoor dat je de antikantelbescherming op de juiste hoogte installeert. Zorg ervoor dat het oppervlak achter het apparaat glad is. Je moet de anti-kantelbescherming installeren. Als je deze niet installeert, kan het apparaat kantelen. Je apparaat heeft het symbool op de afbeelding (indien van toepassing) om u eraan te herinneren dat je de antikantelbescherming installeert. voorkant van het apparaat op en plaats deze in het midden van de ruimte tussen de kastjes. Als de ruimte tussen de aanrechtkastjes groter is dan de breedte van het apparaat, moet je de zijmeting aanpassen om het apparaat te centreren. Als je de afmetingen van het fornuis hebt gewijzigd, moet je de antikantelbeveiliging correct uitlijnen. LET OP! Als de ruimte tussen de aanrechtkastjes groter is dan de breedte van het apparaat, moet je de zijmetingen aanpassen aan het midden van het apparaat.
- 336 mm onder het bovenvlak van het apparaat en 80 - 85 mm van de zijkant van het apparaat in de ronde opening op een beugel. Schroef het in het vaste materiaal of gebruik de geschikte versterking (muur). 80-85
De fabrikant is niet verantwoordelijk als u zich niet houdt aan de veiligheidsvoorschriften in het hoofdstuk Veiligheid. Dit apparaat wordt geleverd met een netsnoer en zonder stekker. WAARSCHUWING! De stroomkabel mag het in de illustratie gearceerde onderdeel van het apparaat niet raken. 331-336
3.6 Aansluitingenpaneel en
aansluitschema Controleer of alle aansluitingen zijn aangebracht zoals in de afbeelding.
2. Je vindt het gat aan de linkerkant aan de
achterkant van het apparaat. Til de NEDERLANDS
Klemmenplaat Aansluitdiagram 230 V ~
Soort aansluiting Zekering (A) Stroomkabel sectie (mm2) 230 V ~
4.1 Algemeen overzicht
Temperatuurindicator/symbool Temperatuurinstelknop Elektronische tijdschakelklok Ovenfunctieknop Verwarmingselement Lamp Ventilator Inschuifrails, verwijderbaar Inzetniveaus
4.2 Indeling van het kookoppervlak
180 mm 140mm 1 Inductiekookzone 1800 W, met de PowerBoost 2800 W 2 Inductiekookzone 1400 W, met de PowerBoost 2500 W 3 Display 4 Inductiekookzone 2100 W, met de PowerBoost 3700 W 210 mm
Bakrooster Voor kookgerei, bak- en braadvormen. Bakplaat Voor gebak en koekjes. Grill-/braadpan
Om te bakken en braden of als pan om vet in op te vangen. Opslaglade De opslaglade bevindt zich onder de ovenruimte. NEDERLANDS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 Eerste reiniging
Verwijder all accessoires en verwijderbare inschuifrails uit de oven. Druk op herhaaldelijk tot het indicatielampje voor de functie Dagtijd knippert. Zie 'De tijd instellen' om een nieuwe tijd in te stellen.
Zie het hoofdstuk 'Onderhoud en reiniging'. Warm de lege oven voor het eerste gebruik voor. Reinig de oven en accessoires voor het eerste gebruik. Zet de accessoires en verwijderbare inschuifrails terug in de beginstand. en de
maximumtemperatuur in.
2. Laat de oven een uur werken.
U moet de tijd instellen voordat u de oven bedient. De aanduiding knippert als u het apparaat aansluit op het stopcontact, als er een stroomstoring is geweest of als de timer niet is ingesteld. Druk op om de correcte tijd in te stellen. Na ongeveer 5 seconden stopt het knipperen en geeft de klok de ingestelde tijd van de dag weer.
3. Stel de functie in en druk op: . Stel de
maximumtemperatuur in. De maximale temperatuur voor deze functie is 210°C.
4. Laat de oven 15 minuten werken.
5. Stel de functie . Stel de
maximumtemperatuur in.
6. Laat de oven 15 minuten werken.
7. Zet de oven uit en laat deze afkoelen.
Accessoires kunnen heter worden dan normaal. De oven kan een vreemde geur en rook afgeven. Zorg ervoor dat de luchtstroom in de ruimte voldoende is.
Je kunt de dagtijd niet wijzigen als een van de functies in werking is.
6. KOOKPLAAT - DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Kookplaat bedieningspaneel
Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt. Tip‐ toets Functie Opmerking
AAN / UIT De kookplaat in- en uitschakelen.
Blokkering / Kinderbeveiligings‐ inrichting Het bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen.
Timerindicatie voor de kookzo‐ nes Geeft aan voor welke zone u de tijd instelt.
Timerdisplay De tijd in minuten weergeven.
Het instellen van de kookstand of tijdinstelling. PowerBoost De functie in- en uitschakelen.
Scherm Beschrijving De kookzone is uitgeschakeld.
De kookzone wordt gebruikt. De stip betekent een niveauverandering van half zoveel warmte. PowerBoost werkt. NEDERLANDS
Beschrijving Er is een storing. OptiHeat Control (3-staps restwarmte-indicator): doorgaan met koken / warmhoud‐ stand / restwarmte. Blokkering / Kinderbeveiligingsinrichting werkt. Het kookgerei is niet geschikt of te klein, of er is geen kookgerei op de kookzone ge‐ plaatst. Automatische uitschakeling werkt.
u de kookstand niet instelt nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld, u iets hebt gemorst of iets langer dan 10 seconden op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel. De kookplaat te heet wordt (bijvoorbeeld als een steelpan droog kookt). De kookzone moet afgekoeld zijn voordat u de kookplaat weer kunt gebruiken. u ongeschikte pannen gebruikt. Het
symbool gaat branden en na 2 minuten schakelt de kookzone automatisch uit. u een kookzone niet uitschakelt of de
Zolang het indicatielampje aanstaat, bestaat er een risico op brandwonden door restwarmte. De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte rechtstreeks in de bodem van het kookgerei. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van het kookgerei.
verschijnen De indicatielampjes als een kookzone heet is. De aanduidingen tonen het niveau van de restwarmte voor de kookzones die je momenteel gebruikt. Het indicatielampje kan ook verschijnen:
- voor de aangrenzende kookzones, zelfs als je ze niet gebruikt,
- als er heet kookgerei op de koude kookzone wordt geplaatst,
- als de kookplaat is uitgeschakeld, maar de kookzone nog heet is. Het indicatielampje verdwijnt als de kookzone is afgekoeld.
6.4 In- of uitschakelen
Raak 1 seconde aan om de kookplaat in– of uit te schakelen.
6.5 Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
alle kookzones zijn uitgeschakeld, NEDERLANDS
kookstand verandert. Na een tijdje gaat aan en schakelt de kookplaat uit. De verhouding tussen kookstand en de tijd waarna de kookplaat uitschakelt: Warmte-instelling De kookplaat wordt uitgescha‐ keld na 1-2 6 uur 3-4 5 uur
aanraken om te verhogen. aanraken
tegelijkertijd om te verlagen. Raak aan om de kookzone uit te schakelen.
Kookwekker Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan voor een beperkte tijdsduur voor uitsluitend de inductiekookzone worden geactiveerd. Daarna wordt de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand. Om de functie voor een kookzone in te schakelen: raak aan. gaat branden. De functie uitschakelen: raak
aan. Timer met aftelfunctie Je kunt deze timer gebruiken om in te stellen hoelang de kookzone moet werken voor een kooksessie. Stel eerst de kookzone in en dan de functie. U kunt eerst de warmte-instelling instellen en dan de functie, of andersom. Kookzone instellen: aanraken herhaaldelijk totdat het indicatielampje van de gewenste kookzone gaat branden. Om de functie te activeren of de tijd te van de wijzigen: raak geselecteerde kookzone aan om de tijd in te stellen (00 - 99 minuten). Als het lampje van de kookzone langzaam gaat knipperen, wordt de tijd afgeteld. Om de resterende tijd weer te geven: stel de kookzone in met . Het indicatielampje van de kookzone begint snel te knipperen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven. Om de functie uit te schakelen: stel de kookzone in met en raak van de geselecteerde kookzone aan. De resterende tijd loopt terug naar 00. Het indicatielampje van de kookzone dooft. Om de functie uit te schakelen kunt u ook tegelijkertijd tikken op
Om de functie te activeren: raak aan.
aan om de tijd in te stellen. Als Raak de tijd verstreken is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00. Om de functie te stoppen: tik op
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd. Stel eerst de kookstand in. De functie inschakelen: raak aan. gaat gedurende 4 seconden aan. De timer blijft aan. De functie uitschakelen: Raak vorige kookstand gaat aan. aan. De Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.
Kinderbeveiligingsinrichting Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt. Om de functie te activeren: de kookplaat inschakelen met instellen. Raak . De warmte-instelling niet 4 seconden lang aan. Raak een willekeurige aan. gaat branden. Schakel de kookplaat uit met
Om de functie te deactiveren: de kookplaat Als de tijd verstreken is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00. Schakelt de kookzone uit. Om de functie te stoppen: tik op warmte-instelling is De functie heeft geen invloed op de werking van de kookzones.
U kunt deze functie gebruiken als timer gebruiken terwijl de kookplaat is ingeschakeld en de kookzones niet geactiveerd zijn (de
gaat branden. Stel de warmte-instelling niet in. Raak 4 seconden lang aan. Raak een willekeurige aan. gaat branden. Schakel de kookplaat uit met
Om de functie voor een kooksessie te onderdrukken: de kookplaat inschakelen met . gaat branden. Raak gelijktijdig aan tot het signaal geactiveerd wordt. gaat aan. Stel de warmteinstelling binnen 10 seconden in. Je kunt de kookplaat bedienen. Als je de kookplaat uitschakelt met de -functie, werkt weer.
6.11 OffSound Control (In- en
uitschakelen van de geluiden) De kookplaat uitschakelen. Controleer of alle timerfuncties en Kinderbeveiligingsinrichting niet geactiveerd zijn. Gedurende 3 seconden
6.12 Vermogensbeheer-functie
Alle kookzones zijn aangesloten op één fase. Zie de afbeelding. De fase heeft een maximale elektriciteitslading. De functie verdeelt het vermogen tussen de kookzones. De functie wordt geactiveerd als de totale elektriciteitslading van de kookzones wordt overschreden. De functie verlaagt het vermogen van de andere kookzones. Het kookstanddisplay van de verlaagde zones verandert tussen twee niveaus. aanraken. Gedurende 3 seconden aanraken. Op het timerdisplay wordt
weergegeven. Raak van de zone aan om een van het volgende opties te selecteren:
- de geluiden zijn uitgeschakeld
- de geluiden zijn aan Als de functie op alleen horen als:
aanraakt Kookwekker afgaat Timer met aftelfunctie afgaat u iets op het bedieningspaneel plaatst.
7. KOOKPLAAT - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel. Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen. Panmaterialen
goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant). NEDERLANDS
niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein. Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd, een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt. De bodem van de pannen moet zo dik en vlak mogelijk zijn. Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet. Afmetingen van pannen Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan. De efficiëntie van de kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Pannen met een diameter kleiner dan het minimum ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
7.3 Lawaai tijdens gebruik
kraakgeluid: de pan is gemaakt van verschillende materialen (een sandwichconstructie). fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwichconstructie).
- zoemend geluid: als u hoge kookstanden gebruikt.
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissend, brommend: de ventilator werkt. Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken.
kooktoepassingen De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt. De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn. Warmte-in‐ stelling Gebruik om het volgende te doen: Tijd (min) Aanwijzingen
Houd gekookt voedsel warm. indien nodig Doe een deksel op het kookgerei.
Van tijd tot tijd mengen.
Kook met een deksel erop.
Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op melkbasis, reeds bereide gerechten opwarmen.
Voeg minimaal twee keer zo veel vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de proce‐ dure door.
Stoom groenten, vis, vlees.
Voeg een paar eetlepels vocht toe.
Gebruik max. ¼ l water voor 750 g aardappelen.
Bereid grotere hoeveelheden voed‐ sel, stoofschotels en soepen.
Warmte-in‐ stelling Gebruik om het volgende te doen: Tijd (min) Aanwijzingen
Zachtjes bakken: escalope, kalfs‐ vlees cordon bleu, cutlets, rissoles, worstjes, lever, roux, eieren, pan‐ nenkoeken, donuts. indien nodig Halverwege de bereidingstijd om‐ draaien. 7-8 Zware friet, hash browns, lenden‐ steaks, steaks.
Halverwege de bereidingstijd om‐ draaien.
Kook water, kook pasta, braadvlees (goulash, stoofvlees), frietjes bakken. Grote hoeveelheden water koken. PowerBoost is ingeschakeld.
8. KOOKPLAAT - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Algemene informatie
Reinig de kookplaat na elk gebruik. Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem. Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat. Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat. Gebruik een speciale schraper voor het glas.
8.2 De kookplaat schoonmaken
suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven. Verwijder wanneer de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalkringen, waterringen, vetvlekken, glanzende metaalverkleuring. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje nietschurend reinigingsmiddel. Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek. Verwijder glanzende metaalverkleuring: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn. Verwijder onmiddellijk: gesmolten kunststof, plastic folie, suiker en
9. OVEN - DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
9.1 Het in- en uitschakelen van
1. Draai de functieknop van de oven naar
2. Draai de knop voor de temperatuur om de
temperatuur te selecteren. Het lampje gaat aan wanneer de oven in werking is.
3. Om de oven uit te schakelen, draai je de
knoppen voor de ovenfuncties en temperatuur naar de uit-stand.
Een onjuiste bediening van de oven of defecte componenten kunnen gevaarlijke oververhitting veroorzaken. Om dit te voorkomen is de oven voorzien van een veiligheidsthermostaat die de stroomtoevoer onderbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de oven automatisch weer ingeschakeld. Als de oven in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van de oven koel te houden. Als u de oven uitschakelt, zorgt u ervoor dat beide knoppen voor de ovenfuncties en temperatuur in de uit-stand staan. Anders zal de koelventilator blijven werken.
Symbool Ovenfuncties Toepassing Uit-stand De oven is uit. Boven + onder‐ warmte Voor het bakken en roosteren op één ovenniveau. Onderwarmte Voor het bakken van taarten met een krokante bodem en het bewaren van voedsel. Vochtig bakken Deze functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Raadpleeg voor de kookinstructies het hoofdstuk 'Aanwijzingen en tips', Vochtig bakken. De ovendeur moet tij‐ dens het koken gesloten zijn, zodat de functie niet wordt on‐ derbroken en de oven werkt met de hoogst mogelijke energieefficiëntie. Bij het gebruik van deze functie kan de tempera‐ tuur in de ruimte verschillen van de ingestelde temperatuur. Het verwarmingsvermogen kan worden verminderd. Zie voor algemene aanbevelingen voor energiebesparing het hoofd‐ stuk ‘Energie-efficiëntie’, Oven - Energiebesparing. Deze functie wordt gebruikt om de energie-efficiëntieklasse vast te stellen overeenkomstig EN 60350-1. Grillen Om plat voedsel te grillen en brood te roosteren De maximale temperatuur voor deze functie is 210°C. Echte hetelucht Voor het bakken op maximaal twee rekniveaus tegelijk en om voedsel te drogen. Stel de temperatuur 20 - 40 °C lager in dan voor Boven + onderwarmte. Ontdooien Om voedsel te ontdooien (groenten en fruit). De ontdooitijd is afhankelijk van de hoeveelheid ingevroren voedsel en de grootte daarvan. NEDERLANDS
A. Klokfuncties B. Timer
Knop Functie Beschrijving MIN Om de tijd in te stellen. KLOK De klokfunctie instellen. PLUS Om de tijd in te stellen.
10.3 Tabel met klokfuncties
Klokfunctie Toepassing DAGTIJD Om de tijd in te stellen, te wijzigen of te controleren. DUUR Instellen hoe lang de oven in werking is. KOOKWEKKER Om de timer in te stellen. Deze functie heeft geen invloed op de werking van de oven. U kunt de TIMER op elk gewenst moment instellen, ook als de oven niet ingeschakeld is.
10.4 De BEREIDINGSDUUR
1. Stel een ovenfunctie en de temperatuur
5. Druk op een willekeurige toets om het
geluidssignaal uit te zetten.
6. Draai de knop voor de ovenfuncties en de
knop voor de temperatuur naar de uitstand. drukken totdat
om de tijd voor de BEREIDINGSDUUR in te stellen. Op het display verschijnt
4. Wanneer de ingestelde tijd is verstreken,
knippert en hoort u een geluidssignaal. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld.
drukken totdat knipperen. begint te
om de gewenste tijd in
te stellen. De KOOKWEKKER start automatisch na vijf seconden.
3. Wanneer de ingestelde tijd voorbij is,
klinkt er een geluidssignaal. Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te zetten.
4. Draai de knop voor de ovenfuncties naar
ingedrukt. De klokfunctie gaat na een paar seconden uit.
10.6 De klokfuncties annuleren
drukken tot het symbool voor de benodigde ovenfunctie begint te knipperen.
11. OVEN - GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
11.1 Accessoires plaatsen
Bakrooster Plaats de braadpan tussen de geleidestangen van de inschuifrails. Zorg ervoor dat de achterwand van de oven niet raakt. Bakrooster en diepe pan samen: Plaats de plaat tussen de geleiders van de inschuifrails en het bakrooster op de geleiders erboven. Plaats het schap tussen de geleidestangen van de inschuifrails. plaat: Duw de bakplaat niet helemaal naar de achterwand van de ovenruimte. Dit voorkomt dat de warmte rond de plaat circuleert. Het voedsel kan verbrand worden, vooral aan de achterkant van de plaat. NEDERLANDS
12. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. De temperaturen en baktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn afhankelijk van de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
12.1 Algemene informatie
Het apparaat heeft vier rekstanden. Tel de rekstanden vanaf de bodem van het apparaat. Het apparaat heeft een speciaal systeem dat de lucht circuleert en voor doorlopende recycling van stoom zorgt. Dankzij dit systeem is het mogelijk om voedsel te bereiden in een atmosfeer met stoom en worden de gerechten zacht van binnen en knapperig van buiten. Bovendien worden de bereidingstijd en het energieverbruik tot een minimum beperkt. Vocht kan in het apparaat of op de glazen deurpanelen condenseren. Dit is normaal. Ga altijd iets terug staan van het apparaat als u de deur van het apparaat tijdens de werking opent. Om de condens te verminderen, dient u het apparaat 10 minuten te laten voorverwarmen. Veeg na elk gebruik het vocht van het apparaat. Plaats geen voorwerpen direct op de bodem van het apparaat en bedek de bodem tijdens de bereiding niet met aluminiumfolie. Dit kan de bakresultaten veranderen en de emaillelaag beschadigen.
Gebruik voor de eerste baksessie de lagere temperatuur. Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca. 10 - 15 minuten langer zijn.
NEDERLANDS Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake niet overal even bruin. Als de cake niet overal even bruin wordt, hoeft u de temperatuurinstelling niet te wijzigen. De verschillen verminderen tijdens het bakken. Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten weer afgekoeld zijn, verdwijnt de vervorming.
12.3 Voor de bereiding van
gebak De ovendeur mag pas worden geopend als driekwart van de baktijd is verstreken. Als u twee bakplaten tegelijkertijd gebruikt, dient u één niveau ertussen leeg te laten. De functie boven- en onderwarmte is samen met de standaard temperatuur ideaal voor het bakken van brood.
12.4 Voor de bereiding van vlees
en vis Gebruik een diepe bak voor erg vet voedsel om te oven te behoeden voor blijvende vetvlekken. Laat het vlees ongeveer 15 minuten rusten voordat u het aansnijdt, zodat het vleessap er niet uit stroomt. Om te veel rook tijdens het braden in de oven te vermijden, kunt u een beetje water in de lekbak gieten. Om rook te vermijden, voegt u water toe wanneer het is opgedroogd.
12.5 Bereidingstijden
De bereidingsduur is afhankelijk van het soort voedsel, de samenstelling en het volume. Houd in eerste instantie het bereidingsproces in de gaten. Zoek bij het gebruik van dit apparaat de beste instellingen (temperatuur, bereidingsduur, etc.) voor uw kookgerei, recepten en hoeveelheden.
12.6 Boven + onderwarmte
Voedsel Gewicht (g) Tempera‐ tuur (°C) Tijd (min.) Platte cake1)
Bakplaat Koffiebroodjes met appels en gist
Bakplaat Halve kip Varkensbraadstuk
Bakplaat Gevulde gistca‐
Bakplaat Zwitserse appel‐
Bakplaat Kerstcake1)
Bakplaat Quiche Lorraine1)
1 ronde bakplaat (diameter: 26 cm) Boerenbrood4) 750 + 750
2 lichtbak (lengte: 20 cm) Roemeense bis‐ 600 + 600
2 lichtbak (lengte: 25 cm) op dezelfde rekstand Roemeense bis‐ cuittaart - traditio‐ neel 600 + 600
2 lichtbak (lengte: 25 cm) op dezelfde rekstand Broodjes1)
Bakplaat Zwitserse rol1)
Bakplaat ke1) flan1) cuittaart1) NEDERLANDS
Voedsel Gewicht (g) Tempera‐ tuur (°C) Tijd (min.) Inzet‐ niveau Accessoires Schuim
Bakplaat Kruimeltaart1)
Bakplaat Botercake1)
1) Warm de oven 10 minuten voor.
2) Laat de cake na het uitschakelen 7 minuten in de oven staan.
3) Laat de cake 10 minuten in de oven staan nadat je het apparaat hebt uitgeschakeld.
4) Stel de temperatuur in op 250 °C en warm de oven 10 minuten voor.
1+3 bakplaat Gistcake met ap‐
bakplaat pels1) Varkensbraadstuk
bakplaat Gevulde gistcake
bakplaat Zwitserse appel‐
bakplaat Kerstcake 1)
bakplaat Quiche Lorraine1)
1 ronde bak‐ plaat (diame‐ ter: 26 cm) Boerenbrood4) 750 + 750
2 lichtbak (lengte: 25 cm) op dezelfde rekstand Roemeense bis‐ cuittaart - traditio‐ neel 600 + 600
2 lichtbak (lengte: 25 cm) op dezelfde rekstand Broodjes1)
bakplaat Broodjes1) 800 + 800
1+3 bakplaat Zwitserse rol1)
bakplaat Schuim 400 + 400
1+3 bakplaat Kruimeltaart1)
bakplaat Biscuittaart1)
bakplaat Botercake1) 600 + 600
1+3 bakplaat cuittaart1)
1) Verwarm de oven 10 minuten voor.
2) Laat de cake na het uitschakelen 7 minuten in de oven staan.
3) Laat de cake 10 minuten in de oven staan nadat je het apparaat hebt uitgeschakeld.
4) Stel de temperatuur in op 230°C en verwarm de oven 10 minuten voor.
Gerecht Tem‐ per‐ atuur (°C) Tijd (min) Roos‐ ter‐ hoog‐
bakplaat of grill- / roosterpan Broodjes
rooster Koninginnenbrood (op‐ gerolde cake met jam)
bakplaat of grill- / roosterpan Brownie
bakplaat of grill- / roosterpan Brood en pizza Cake in bakplaat NEDERLANDS
Gerecht Tem‐ per‐ atuur (°C) Tijd (min) Roos‐ ter‐ hoog‐
zes keramieken vormpjes op rooster Luchtige vlaaibodem
flanvorm op rooster Taart
cakevorm op rooster Vis in zakjes 300 g
pizzavorm op rooster Vlees in zakje 250 g
bakplaat of grill- / roosterpan Vleesspiesjes 500 g
bakplaat of grill- / roosterpan Koekjes
bakplaat of grill- / roosterpan Muffins
bakplaat of grill- / roosterpan Smakelijke cracker
bakplaat of grill- / roosterpan Zandkoekjes
bakplaat of grill- / roosterpan Groentemix in zakjes 400 g
bakplaat of grill- / roosterpan Omelet
pizzavorm op rooster Groenten op plaat 700 g
bakplaat of grill- / roosterpan Cake in bakblik Vis Vlees Kleine gebakken items Vegetarisch
12.9 Informatie voor testinstituten
Voedsel Functie Tempe‐ ratuur (C°) Accessoires Inzetni‐ veau Tijd (min) Kleine cakes, (16 stuks per bakplaat) Boven + onder‐ warmte
NEDERLANDS Voedsel Functie Tempe‐ ratuur (C°) Accessoires Inzetni‐ veau Tijd (min) Kleine cakes, (16 stuks per bakplaat) Warme Lucht
Kleine cakes, (16 stuks per bakplaat) Echte hetelucht
Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal ge‐ plaatst) Boven + onder‐ warmte
Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal ge‐ plaatst) Warme Lucht
Zachte cake zonder vet Boven + onder‐ warmte
Zachte cake zonder vet Warme Lucht
Zachte cake zonder vet Echte hetelucht
Zandtaartdeeg / Geba‐ kreepjes Boven + onder‐ warmte
Zandtaartdeeg / Geba‐ kreepjes Warme Lucht
Zandtaartdeeg / Geba‐ kreepjes Echte hetelucht
eerste kant; 15 tweede kant
1) Verwarm de oven 5 minuten voor.
2) Verwarm de oven 10 minuten voor.
12.10 Pizza hetelucht
Als u pizza maakt, verkrijgt u de beste resultaten door de bedieningsknop van de oven naar de stand Pizza te draaien. NEDERLANDS
1. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de
zijwand. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Opmerkingen over de
reiniging Maak de voorkant van de oven schoon met een zachte doek, warm water en een mild reinigingsmiddel. Gebruik voor metalen oppervlakken een specifiek reinigingsmiddel. Reinig de binnenkant van de oven na elk gebruik. Vetaccumulatie of andere voedselresten kunnen brand veroorzaken. Het risico is hoger voor de grillpan.
2. Trek de inschuifrail bij de achterkant uit
de zijwand en verwijder deze. Maak alle accessoires na elk gebruik schoon en laat ze drogen. Gebruik een zachte doek met een warm sopje en een reinigingsmiddel. De accessoires niet in de afwasmachine reinigen.. Verwijder hardnekkige vlekken met een speciale ovenreiniger. Gebruik geen ovenreiniger op de katalytische oppervlakken. Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of voorwerpen met scherpe randen.
Installeer de verwijderde accessoires in de omgekeerde volgorde.
13.4 Katalytische reiniging
13.2 Ovens van roestvrij staal of
aluminium De opening met een katalytische coating is zelf-reinigend. Deze absorbeert vet. Maak de ovendeur alleen met een vochtige doek of natte spons schoon. Droog maken met een zachte doek.
Vermijd het gebruik van staalwol, zure of schurende producten, deze kunnen de oppervlakken van de oven beschadigen. Maak het bedieningspaneel van de oven net zo voorzichtig schoon
13.3 De inschuifrails
Als u de binnenkant van de oven wilt reinigen, verwijdert u de inschuifrails. LET OP! Wees voorzichtig bij het verwijderen van de inschuifrails.
NEDERLANDS Voordat u de katalytische reiniging aanzet:
verwijder alle accessoires . reinig de oven met warm water en een mild reinigingsmiddel. maak de binnenruit van de deur schoon met lauw water en een zachte doek.
2. Stel de maximumtemperatuur in en laat
de oven 1 uur werken.
3. Oven uitschakelen.
4. Maak de ovenruimte van de afgekoelde
oven schoon met een zachte, natte doek. Verkleuring van de katalytische coating heeft geen invloed op de katalytische reiniging.
13.5 De glasplaten van de oven
verwijderen en installeren Je kunt de interne glasplaten verwijderen om ze schoon te maken. Het aantal glasplaten verschilt per model. WAARSCHUWING! Houd de ovendeur enigszins open tijdens het reinigingsproces. Als je de deur helemaal opent kan deze per ongeluk dichtgaan, met mogelijke schade tot gevolg. WAARSCHUWING! Gebruik het apparaat niet zonder de glasplaten.
1. Open de deur totdat deze in een hoek
van ongeveer 30° staat. De deur staat op zichzelf als hij iets open staat. WAARSCHUWING! Als je de glasplaten verwijdert, probeert de ovendeur te sluiten.
4. Houd de glasplaten aan hun bovenkant
vast en trek deze een voor een omhoog uit de geleider.
5. Reinig de glasplaat met een sopje. Droog
de glasplaat voorzichtig af. Als de reiniging voltooid is, plaats je de glasplaten en de ovendeur terug. Voer de bovenstaande stappen uit in omgekeerde volgorde. Plaats de kleinste glasplaat eerst, daarna de grotere glasplaat en de deur. LET OP! Zorg ervoor dat je de interne glasplaat in de juiste zittingen plaatst.
13.6 De lade verwijderen
WAARSCHUWING! Bewaar geen ontvlambare dingen in de lade (bijv. schoonmaakmiddelen, plastic zakken, ovenhandschoenen, papier, reinigingssprays, enz). Als u de oven gebruikt, kan de lade heet worden. Er kan brand ontstaan. 30° De lade onder de oven kan worden verwijderd om gemakkelijker te worden schoongemaakt.
2. Pak de deurafdekking (B) aan de
bovenkant van de deur aan beide kanten vast en druk deze naar binnen om de klemsluiting te ontgrendelen.
1. Trek de lade volledig naar buiten, tot
deze niet verder kan.
3. Trek de deurlijst naar voren om hem te
Voer de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit om de lade te installeren. NEDERLANDS
13.7 Het lampje vervangen
De achterlamp WAARSCHUWING!
1. Draai het afdekglas van de lamp en
2. Reinig de glasafdekking.
3. Vervang de lamp door een geschikte
300 °C hittebestendige lamp.
4. Installeer het glazen deksel.
Gevaar voor elektrische schokken. Het lampje kan heet zijn.
1. Schakel de oven uit. Wacht tot de oven
2. Trek de oven uit het stopcontact.
3. Plaats een doek op de bodem van de
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
14.1 Wat te doen als...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Je kunt het apparaat niet inscha‐ kelen. Het apparaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïnstalleerd. Controleer of het apparaat goed is aangesloten op het lichtnet. De zekering is doorgeslagen. Verzeker u ervan dat de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer door‐ slaan, neem je contact op met een erkende installateur. De zekering is doorgeslagen. Schakel de kookplaat opnieuw in en stel de kookstand binnen 10 seconden in. Je hebt 2 of meer sensorvelden tegelijkertijd aangeraakt. Raak slechts één sensorveld aan. Water of vetvlekken op het bedie‐ ningspaneel. Reinig het bedieningspaneel. Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Als de kookplaat wordt uitgescha‐ keld, klinkt er een geluidssignaal. Je hebt iets op een of meer sen‐ sorvelden geplaatst. Verwijder het voorwerp van de sensorvelden. De kookplaat wordt uitgescha‐ keld. Je hebt iets op het sensorveld Verwijder het voorwerp van het sensorveld. De kookstand schakelt tussen twee niveaus. De Powerfunctie is in werking. Je kunt de kookplaat niet inscha‐ kelen of bedienen.
NEDERLANDS geplaatst
Raadpleeg het hoofdstuk ‘Dage‐ lijks gebruik’. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De sensorvelden worden heet. De pan is te groot of u plaatst de‐ ze te dicht bij de bedieningsknop‐ pen. Plaats grotere pannen indien mo‐ gelijk op de achterste kookzones. gaat aan. Automatische uitschakeling werkt. Schakel de kookplaat uit en weer in. gaat aan. De functie vergrendeling/kinder‐ beveiliging werkt. Raadpleeg het hoofdstuk ‘Dage‐ lijks gebruik’. Er staat geen pan op de zone. Plaats een pan op de zone. Het kookgerei is onjuist. Gebruik het juiste kookgerei. Zie ‘Nuttige aanwijzingen en tips’. De diameter van de bodem van de pan is te klein voor de zone. Gebruik pannen met de juiste af‐ metingen. Er is een fout opgetreden in de kookplaat. Maak de kookplaat enige tijd los van de stroomtoevoer. Koppel de zekering los van het elektrische systeem van het huis. Sluit het gaat aan. en een getal gaan branden. apparaat opnieuw aan. Als gaat branden, neem dan contact op met een erkend servicecen‐ trum. Er is een storing opgetreden in de kookplaat, omdat er kookgerei is drooggekookt. Automatische uitschakeling en de oververhit‐ tingsbescherming voor de zones zijn in werking getreden. Schakel de kookplaat uit. Verwij‐ der het hete kookgerei. Schakel na ongeveer 30 seconden de kookzone opnieuw in. Als het probleem lag bij het kookgerei, verdwijnt het foutbericht. De rest‐ warmte-indicator kan blijven branden. Laat het kookgerei vol‐ doende afkoelen. Controleer of uw kookgerei compatibel is met de kookplaat. Zie ‘Nuttige aanwijzingen en tips’. De oven is uitgeschakeld. Schakel de oven in. De benodigde instellingen zijn niet ingesteld. Zorg ervoor dat de instellingen correct zijn. De klok is niet ingesteld. Stel de klok in De lamp werkt niet. De lamp is defect. Vervang de lamp. Stoom en condens slaan neer op het eten en in de ovenruimte. Je hebt het gerecht te lang in de oven achtergelaten. Laat gerechten na het bereiden niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven staan. gaat aan. De oven wordt niet warm. NEDERLANDS
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het duurt te lang om de gerech‐ ten te bereiden of ze koken te snel. De kamertemperatuur is te laag of te hoog. Pas indien nodig de temperatuur aan. Volg het advies in de gebrui‐ kershandleiding. Het display toont een foutcode die niet in deze lijst voorkomt. Er is een elektrische storing. Schakel het apparaat uit met de huiszekering of de veiligheids‐ schakelaar in de zekeringkast en schakel deze weer in. Neem contact op met de klanten‐ service als de foutcode opnieuw wordt weergegeven. Op het display verschijnt "12.00". Er is een stroomstoring opgetre‐ den. Stel de klok opnieuw in. Je kunt de oven niet inschakelen of bedienen. Het display toont "400" en er klinkt een geluidssig‐ naal. De oven is niet juist op een elek‐ trische toevoer aangesloten. Controleer of de oven goed is aangesloten op het stopcontact (zie het aansluitdiagram indien beschikbaar).
14.2 Servicegegevens
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich aan de voorkant van de ovenruimte. Verwijder het typeplaatje niet uit de ovenruimte. Wij raden je aan om de gegevens hier te noteren: Model (MOD.)
15.1 Productinformatie voor kookplaat volgens EU-richtlijn 66/2014
Modelnummer ECI501n Type kookplaat Kookplaat in vrijstaand fornuis Aantal kookzo‐ nes
Verwarmings‐ technologie Inductie NEDERLANDS Diameter van ronde kookzo‐ nes (Ø) Linksachter Rechtsachter Middenvoor 18,0 cm 14,0 cm 21,0 cm Energieverbruik per kookzone (EC electric coo‐ king) Linksachter Rechtsachter Middenvoor 174,0 Wu/kg 182,0 Wu/kg 173,0 Wu/kg Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) 176,3 Wu/kg EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kookapparaten - Deel 2: Kookplaten Methoden voor het meten van prestaties.
15.2 kookplaat Energiebesparend
Je kunt energie besparen tijdens het dagelijks koken als je de onderstaande aanwijzingen volgt.
Gebruik bij het opwarmen van water alleen de hoeveelheid die je nodig hebt. Plaats, indien mogelijk, altijd de deksels op het kookgerei. Plaats het kookgerei direct in het midden van de kookzone. Gebruik de restwarmte om het voedsel warm te houden of om het te laten smelten.
15.3 Productinformatie voor ovens en productinformatieblad*
Naam leverancier Essentiel B Modelnummer ECI501n 943005565 Energie-efficiëntie-index
Energie-efficiëntieklasse
Energieverbruik met een standaard belading, conventionele mo‐ dus 0,84 kWh/cyclus Energieverbruik met een standaard belasting, heteluchtmodus 0,75 kWh/cyclus Aantal holtes
Warmtebron Elektriciteit Volume 57 l Soort oven Oven in vrijstaand fornuis Massa 46 kg
- Voor de Europese Unie overeenkomstig EU-verordeningen 65/2014 en 66/2014. Voor de Republiek Belarus overeenkomstig STB 2478-2017, aanhangsel G; STB 2477-2017, bijlagen A en B. Voor Oekraïne overeenkomstig 568/32020. De energie-efficiëntieklasse is niet van toepassing op Rusland. EN 60350-1 - Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 1: Fornuizen, ovens, stoomovens en grills - Me‐ thoden voor het meten van prestaties. NEDERLANDS
Restwarmte Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten, verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10 minuten voor het einde van het koken. De restwarmte in de oven zal blijven koken. Deze oven bevat functies die u helpen energie te besparen tijdens het dagelijks koken. Zorg ervoor dat de ovendeur gesloten is als u de oven in werking stelt. Open de ovendeur niet te vaak tijdens gebruik. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit. Je kunt de restwarmte gebruiken om andere maaltijden op te warmen. Eten warm houden Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en een maaltijd warm te houden. Gebruik metalen kookgerei om meer energie te besparen. Vochtig bakken Verwarm de oven niet voor als het niet hoeft. Functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Voor meer details zie hoofdstuk "Oven - Dagelijks gebruik", Ovenfuncties. Houd onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als je een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt. Koken met hete lucht Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
16. MILIEUBESCHERMING
Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente. Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool Electrolux Appliances AB - Contact Address: Al. Powstańców Śląskich 26, 30-570 Kraków, Poland niet weg met het huishoudelijk afval.
Notice-Facile