AR8242C - AR8242LB - AR8242N - AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AR8242C - AR8242LB - AR8242N AMICA in PDF-formaat.

Page 121
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AMICA

Model : AR8242C - AR8242LB - AR8242N

Categorie : Onbepaald

Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AR8242C - AR8242LB - AR8242N - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AR8242C - AR8242LB - AR8242N van het merk AMICA.

GEBRUIKSAANWIJZING AR8242C - AR8242LB - AR8242N AMICA

Beste klant Vanaf vandaag zijn de dagelijkse klusjes eenvoudiger dan ooit tevoren. Het apparaat is een combinatie van uitzonderlijk bedieningsgemak en perfecte effectiviteit. Na het lezen van de gebruiksaanwijzing kent de bediening voor u geen geheimen meer. Ieder apparaat dat de fabriek verlaat is vóór het inpakken op controleplekken grondig gecontroleerd op veiligheid en functionaliteit. Wij vragen u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen voordat u het apparaat inschakelt. Naleving van de aanwijzingen die erin zijn opgenomen beschermt u tegen onjuist gebruik. Bewaar de gebruiksaanwijzing en zorg dat u hem altijd binnen handbereik heeft. Volg de gebruiksaanwijzing nauwkeurig op om ongevallen te voorkomen. Hoogachtend

AANWIJZINGEN BETREFFENDE VEILIGHEID VAN GEBRUIK

• Het apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik. • De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die het gebruik van het apparaat niet beïnvloeden. • Sommige opmerkingen in deze gebruiksaanwijzing zijn hetzelfde voor de verschillende typen koelapparatuur, (voor koelkasten, koel-vrieskasten of diepvriezers). U vindt informatie over het type van uw apparaat op de productkaart die is meegeleverd met het product. • Producent steelt zich niet verantwoordelijk voor de schade die uit het niet nagaan van de aanwijzingen van deze gebruiksaanwijzing voortvloeit. • Wij adviseren deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig te bewaren om te kunnen raadplegen in de toekomst of doorgeven aan de volgende gebruiker. • Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen met een beperkte fysieke, somatische of psychische vaardigheden (waaronder kinderen) en personen die geen ervaring ermee of kennis ervan hebben, tenzij dit onder toezicht of volgens gebruiksaanwijzing gebeurt, die door personen die voor de veiligheid verantwoordelijk zijn doorgegeven wordt. • Wees u bijzonder attent op het zelfstandig gebruik van het apparaat door kinderen. Het apparaat is geen speelgoed. Het is verboden om op de uitschuifbare elementen te zitten en aan de deur hangen. • De koelvries combinatie werkt correct in de omgevingstemperatuur welke aangegeven staat op de tabel met technische gegevens. Plaats het apparaat niet in een kelder, een gang of een niet verwarmde chalet in de herfst en in de winter. • Tijdens het opstellen, schuiven en optillen is het - 122 -

verboden om aan de deurhandgrepen te grijpen, aan de gleuf aan de achterkant van de koelkast te trekken of compressor aan te rakken. Tijdens het transport, het optillen of opstellen dient de koel-vriescombinatie zich niet meer dan 40° van de verticale positie bevinden. Indien dit wel plaatshad, kan het apparaat pas na 2 uur na de opstelling aangezet worden (tek. 2). Voordat u aan onderhoudswerkzaamheden begint haal altijd de stekker uit het stopcontact. Trek nooit aan het netsnoer, maar aan de stekker. De ongewone of sterkere geluiden ontstaan door het uitbreiden en verkleinen van de onderdelen door de temperatuurwijzigingen. Vanwege de veiligheid is het niet aangeraden om het apparaat zelf te herstellen. De herstellingswerkzaamheden, die door niet bevoegde personen zijn uitgevoerd, kunnen gevaarlijk voor de gebruikers van het apparaat zijn. Ingeval van storing van het koelsysteem is het aangeraden om de ruimte, waarin het apparaat geplaatst werd door enkele minuten te ventileren (deze ruimte dient ten minste 4 m3 hebben; voor het product met isobutaan/R600a) Gedeeltelijk ontdooide producten dient u niet nog een keer in te vriezen. Bewaar dranken in blikken en flessen, in het bijzonder koolzuurhoudende dranken, niet in de diepvriezer. Blikken en flessen kunnen barsten. Plaats geen pas van de diepvriezer genomen producten direct in de mond (ijs, ijsblokken, ezv.), hun lage temperatuur kan ernstige letsels veroorzaken. Let op om het koelsysteem niet te beschadigen, bv. door het prikken in de kanalen van de koelvloeistof in de verdamper, het breken van pijpen. Het ingespoten koelvloeistof is brandbaar. Ingeval van contact met het oog, dient u het met schoon water afspoelen en onmiddellijk met arts contacteren. Als de voedingskabel beschadigd raakt, dan moet deze vervangen worden bij een specialistische service. - 123 -

• Het apparaat is bestemd voor het bewaren van voedingsmiddelen. Gebruik het niet voor andere doeleinden. • Koppel het apparaat volledig los van het lichtnet (door de stekker uit het stopcontact te trekken) tijdens werkzaamheden als schoonmaken, onderhoud of verplaatsen. • Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder, door personen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen en personen zonder ervaring of kennis van het apparaat wanneer op hen gelet wordt of ze geïnstrueerd zijn over het veilig gebruik van het apparaat en ze de gevaren kennen in verband met het gebruik van het apparaat. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen gedaan worden tenzij ze 8 jaar zijn of ouder en er toezicht wordt gehouden door een juiste persoon. • Om meer ruimte te creëren in de diepvriezer, kunt u de laden verwijderen en de producten direct op de legplanken plaatsen. Dit heeft geen invloed op de thermische en mechanische eigenschappen van het apparaat. De opgegeven inhoud van de diepvriezer is berekend bij afwezigheid van de laden. WAARSCHUWING: Brandgevaar / brandbare materialen • Kinderen van 3 tot 8 jaar mogen producten in het koelapparaat zetten en eruit halen. Om verontreiniging van de voedingsmiddelen te voorkomen, moet u zich houden aan de volgende regels: • Als u de deur lange tijd opent, kan de temperatuur in de verschillende ruimten van het apparaat aanzienlijk stijgen. • Maak de oppervlakken die in contact komen met voedingsmiddelen regelmatig schoon evenals, indien aanwezig, de waterafvoersystemen. • Bewaar rauw vlees en vis in geschikte containers in - 124 -

de koelkast, zodat ze niet in contact kunnen komen met andere voedingsmiddelen en niet op andere voedingsmiddelen kunnen lekken. • Vriesruimten met twee sterren zijn bestemd voor het bewaren van eerder ingevroren voedingsmiddelen, het bewaren of bevriezen van ijs of het bevriezen van ijsblokjes. • Ruimtes met één ster, twee sterren en drie sterren zijn niet bestemd voor het invriezen van verse voedingsmiddelen. Soorten ruimten

Ruimte zonder sterren

Uiteindelijke bewaartemperatuur [OC]

Geschikte voedingsmiddelen

Eieren, gekookte voedingsmiddelen, verpakte voedingsmiddelen, vruchten en groenten, zuivel, gebak, dranken en overige producten die niet geschikt zijn om in te vriezen.

Zeevruchten (vis, garnalen, mosselen), zoetwaterproducten en vleesproducten (aanbevolen 3 maanden, hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en voedzaam het product zal zijn), geschikt voor ingevroren verse producten.

Zeevruchten (vis, garnalen, mosselen), zoetwaterproducten en vleesproducten (aanbevolen 3 maanden, hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en voedzaam het product zal zijn), niet geschikt voor bevroren verse producten.

Zeevruchten (vis, garnalen, mosselen), zoetwaterproducten en vleesproducten (aanbevolen 2 maanden, hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en voedzaam het product zal zijn), niet geschikt voor bevroren verse producten.

Zeevruchten (vis, garnalen, mosselen), zoetwaterproducten en vleesproducten (aanbevolen 1 maand, hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en voedzaam het product zal zijn), niet geschikt voor bevroren verse producten.

Vers varkensvlees, rundvlees, vis, kip, sommige verpakte, verwerkte producten etc. (aanbevolen wordt deze dezelfde dag nog te eten, maar uiterlijk binnen 3 dagen). Gedeeltelijk verpakte, verwerkte producten (producten die niet geschikt zijn om in te vriezen)

Vers/bevroren varkensvlees, rundvlees, kip, zoetwaterproducten etc. (7 dagen onder 0°C, boven 0°C wordt aanbevolen deze nog dezelfde dag te eten, maar uiterlijk binnen 2 dagen). Zeevruchten (onder 0°C gedurende 15 dagen, bij voorkeur niet bewaren bij temperaturen hoger dan 0°C)

Ruimte voor het bewaren van verse voedingsmiddelen

Vers varkensvlees, rundvlees, vis, kip, gekookte producten etc. (aanbevolen wordt deze dezelfde dag nog te eten, maar uiterlijk binnen 3 dagen).

Ruimte voor het bewaren van wijn

Rode, witte, mousserende wijnen etc.

• Opgelet: bewaar de producten in overeenstemming met de aanbevelingen voor de verschillende ruimten en de aanbevolen bewaartemperatuur van het product. • Als u het koelapparaat niet gebruikt en het langere tijd leeg zal staan, moet u het uitschakelen, ontdooien, schoonmaken, drogen en de deur open laten staan om te voorkomen dat er in het apparaat schimmel ontstaat. • Reinigen van de waterdispenser (voor producten met waterdispenser): Reinig de watertanks als ze 48 uur niet zijn gebruikt; als het water gedurende 5 dagen niet is afgetapt, spoel dan het watersysteem dat op de waterleiding is aangesloten door. • De minimumperiode waarin reserveonderdelen die nodig zijn om het apparaat te repareren beschikbaar blijven, bedraagt 7 of 10 jaar, afhankelijk van het type en het doel van het reserveonderdeel, en is in overeenstemming met Verordening (EU) 2019/2019 van de Commissie. • De lijst met reserveonderdelen en de bestelprocedure zijn beschikbaar op de websites van de fabrikant, importeur of de officiële vertegenwoordiger. • Meer informatie over het product vindt u in de Europese productdatabase voor energie-etikettering EPREL op de website https://eprel.ec.europa.eu. U kunt de informatie verkrijgen door de QR-code op het energie-etiket te scannen of door het productmodel in te voeren in de zoekmachine van EPREL https://eprel.ec.europa.eu/ - 126 -

INSTALLATIE EN WERKOMSTANDIGHEDEN VAN HET APPARAAT Dit koelapparaat is niet bedoeld voor gebruik als inbouwapparaat.

Installatie voor de eerste ingebruikname • • • • • • • •

Pak het product uit en verwijder de veiligheidsbanden van de deur en uitrusting (Tek. 4). De restanten van het lijm kunt u met een zacht reinigingsmiddel verwijderen. Gooi de piepschuim elementen van de verpakking niet weg. Ingeval van een toekomstig transport, dient de koel-vriescombinatie nog een keer met behulp van piepschuim elementen, folie en plakband beveiligt te worden. Was de binnenkant van de koelkast en de diepvriezer met een zacht warm water met een afwasmiddel en daarna droog het met een doek en wacht tot het droog wordt. Plaats de koel-vriescombinatie op een ondergrond, die vlak, waterpas en stabiel is, in een droge en regelmatig ventileerde ruimte, niet in direct zonlicht of naast andere warmtebronnen, zoals een gasfornuis, CV-radiator, CV-buis of warme water installatie ezv. Op de buiten oppervlakken van het product kan zich beschermende folie bevinden welke verwijderd dient te worden. Het apparaat moet waterpas geplaatst zijn, wat kunt u bereiken door op een juiste manier 2 voorvoetjes op te schuiven (tek. 3). Om de deur vrijuit te kunnen openen, dient de afstand tussen de zijwand van het product (aan de kant van de deurscharnieren) en de muur in overeenstemming te zijn met afbeelding 5*. De ruimte dient regelmatig geventileerd te worden en het lucht dient onbelemmerd van alle zijden van het apparaat circuleren (tek. 6*).

Minimale afstanden van warmtebronnen • • •

van elektrische fornuizen, gasfornuizen en andere fornuizen - 30 mm, van olie- of steenkoolkachels - 300 mm, van ingebouwde fornuizen - 50 mm

Indien het behouden van deze afstanden niet mogelijk is, dient u een juiste isolatieplaat te gebruiken. Attentie: • De achterwand van de koelkast en in het bijzonder de condensor en andere elementen van het koelingssysteem mogen de andere elementen niet aan te rakken, in het bijzonder elementen die defecten kunnen veroorzaken (CV-buis en wateraanvoerbuis). • Het is verboden om aan de onderdelen van het aggregaat te manipuleren. In het bijzonder mag het capillair niet defect te zijn, die u bij de compressor ziet. Het capillair mag niet gevouwen, getrokken nog gerold worden. • Het beschadigen van het capillair door de gebruiker maakt de garantie ongeldig (tek. 8). • In geselecteerde modellen bevindt zich de deurhendel aan de binnenkant van het product en dient het vastgeschroeft te worden met een schroevendraaier.

Aansluiten op het electriciteitsnet • • •

Zet de temperatuurregelaar in de positie „OFF” of een andere positie die het apparaat uitschakelt (zie de pagina met de beschrijving van de besturing) voordat u het aansluit. Suit het apparaat op het electriciteitsnet met wisselstroom 220-240V, 50Hz aan, met gebruik van een correct geïnstalleerd stopcontactdoos, die geaard is en over een zekering van 10A beschikt. De aansluiting op het electriciteitsnet met een aarding moet volgens de wettelijke voorschriften uitgevoerd zijn. De producent stelt zich niet verantwoordelijk voor de schade, die door de personen of voorwerpen geleden kan worden als gevolg van het niet nagaan van de verplichting van dit voorschrift. Het is verboden om verloopstekkers, verdeelstekkers en verlengsnoeren te gebruiken. Indien u wel een verlengsnoer moet gebruiken, het dient over een beschermring te beschikken, alleen één contactdoos hebben en over een veiligheidsatest VDE/GS te beschikken. Ingeval van het gebruik van een verlengsnoer (met een beschermring en veiligheidsmarkering), moet zijn nest zich in een veilige afstand van waterbakken bevinden en kan niet het gevaar oplopen om met het water en ander afvalwater in aanraking te komen.. De gegevens staan op de typeplaatje, dat zich beneden aan de binnenwand van de koelkast bevindt**.

Uitschakelen Het apparaat dient in elk moment van het electriciteitsnet te kunnen worden uitgeschakeld door de stekker eruit te halen of de dubbelpolige schakelaar uit te zetten (tek. 9). Klimaatklasse Informatie over de klimaatklasse staat op de typeplaatje. Deze geeft aan in welke omgevingstemperatuur (dwz. ruimte, waarin hij staat) het product optimaal (correct) werkt. Klimaatklasse

Toelaatbare omgevingstemperatuur

Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij omgevingstemperaturen binnen een bereik

Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij omgevingstemperaturen binnen een bereik

van 16°C tot 32°C ST

Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij omgevingstemperaturen binnen een bereik

Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij omgevingstemperaturen binnen een bereik van 16°C tot 43°C

* Geldt niet voor inbouwapparatuur **Toegepast afhankelijk van het model

UITPAKKEN Het apparaat is beveiligd tegen transportschade. Na het uitpakken moet het verpakkingsmateriaal zo verwerkt worden dat er geen risico voor het milieu ontstaat. Al het materiaal dat voor de verpakking is gebruikt is milieuvriendelijk, het kan voor 100% hergebruikt worden en het is gelabeld met het bijbehorende symbool. Attentie! Het verpakkingsmateriaal (polyethyleenzakjes, stukken polystyreen etc.) bij het uitpakken buiten het bereik van kinderen houden.

VERWIJDERING VAN GEBRUIKTE APPARATUUR Dit product is overeenkomstig met de Europese richtlijn 2012/19/EG. Dit merkteken informeert dat dit apparaat na afloop van zijn levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval verwijderd mag worden. De gebruiker is verplicht om het aan te bieden bij een inzamelpunt voor gebruikte elektrische en elektronische apparatuur. De inzamelende instanties, waaronder lokale inzamelpunten, winkels en gemeentelijke instanties vormen een geschikt systeem voor de inzameling van deze apparatuur. De juiste behandeling van gebruikte elektrische en elektronische apparatuur leidt tot het vermijden van consequenties die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid en de natuurlijke omgeving en voortkomen uit de aanwezigheid van gevaarlijke bestanddelen en verkeerde opslag en verwerking van dergelijke apparatuur.

BEDIENING EN FUNCTIES Het bewaren van producten in de koelkast • • • • • • • • •

Bewaar de producten op borden, in dozen of in voedselfolie verpakt. Plaats ze gelijkmatig op de oppervlakte van de platen. Levensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen, indien het wel gebeurt kunnen ze verrijpen of vochtig worden. Het is verboden om warme voedsel in de koelkast te plaatsen. Producten, die makkelijk geuren opnemen, bv. boter, melk, kwark en producten die een sterk geur hebben, bv. vlees, vissen en kazen dienen verpakt met folie of in goed gesloten dozen geplaatst worden. Groenten die rijk aan water zijn, veroorzaken verdamping over de groentelade; dit verstoort de correcte werking van de koelkast niet. Droog de groenten voor het plaatsen ervan in de koelkast. Te grote hoeveelheid vocht verkort de tijd van het bewaren, in het bijzonder met betrekking tot groenten met bladeren. Bewaar de groenten zonder wassen. Het wassen verwijderd hun beschermingslaag, daarom is het aangeraden om ze net voor het eten te wassen. De producten in korven (laden) 1, 2, 3* plaats (zie tek. 11).** 1. verpakte producten 2. Verdamper plank / kast 3. Normaal laadniveau 4.

Het is toegestaan om producten op de draadroosters van de verdamper van de diepvriezer te plaatsen* Het is toegestaan dat producten 20-30 mm voorbij de natuurlijke laadgrens worden geschoven.** U kunt de onderste mand verwijderen om meer laadruimte te creëren. U stapelt de producten op de bodem van de diepvriezer tot de maximale hoogte.*

Het invriezen van producten** • • • • • •

Bijna alle levensmiddelen kunnen worden ingevroren, met uitzondering van groenten die rauw worden gegeten, bv. sla. Alleen producten van uitstekende kwaliteit kunnen worden ingevroren, verpakt in afgemeten porties die op een keer kunnen worden gebruikt. Gebruik materialen zonder geur om producten te verpakken, die geen lucht nog vocht toelaten en vet niet doorlaten. Het meest geschikt zijn: zakjes, platen van polyetheenfolie, aluminiumfolie. De verpakking dient goed worden gesloten en bij het product passen. Glazen verpakkingen zijn verboden. Breng verse en warme levensmiddelen (in de omgevingstemperatuur) die gaan worden ingevroren, niet in contact met reeds ingevroren producten. Aanbevolen wordt om per etmaal eenmalig niet meer dan de aanbevolen hoeveelheid verse levensmiddelen in de diepvriezer te plaatsen die staat vermeld in de technische specificatie van het apparaat.

Om de goede kwaliteit van de ingevroren producten te garanderen, is het aangeraden om de reeds ingevroren producten te verplaatsen opdat ze niet in contact met verse producten komen. De ingevroren producten dienen op de ene kant van de diepvriezer geplaatst worden en de verse producten aan de andere kant, zo dicht mogelijk bij de achter- en zijwand. Gebruik voor het invriezen van producten de ruimte die is aangeduid met . De temperatuur in de koelkast wordt onder andere bepaald door: omgevingstemperatuur, het aantal geplaatste levensmiddelen, frequentie van deuropening, de hoeveelheid rijp, de stand van de thermostaat Indien na het sluiten van de koelkast de deur niet direct opnieuw opengaat, wacht 1 tot 2 minuten, zodat de ontstane onder druk gecompreseerd wordt.

De bewaartijd van ingevroren producten is afhankelijk van hun kwaliteit voor het invriezen en de bewaringstemperatuur. Bij een bewaringstemperatuur van -18°C zijn de volgende bewaartijden aanbevolen: Producten

De ruimte voor snelkoeling is niet geschikt voor het bewaren van bevroren voedsel. In deze ruimte kunt u ijsblokjes maken en bewaren.

Opgelet: Als het apparaat geen ruimte met heeft, betekent dit dat dit koelapparaat niet geschikt is voor het invriezen van voedingsmiddelen.

* Betreft apparaten met een vriesruimte in het onderste gedeelte van het apparaat ** Betreft apparaten met een vriesruimte *** Geldt niet voor apparaten met een vriesruimte met de aanduiding

BEDIENING Bediening van het apparaat Het bedieningspaneel staat weergegeven op afbeelding 10. Om het u makkelijk te maken staat hij ook hieronder:

1 - Lichtbron 2 - Thermostaat

Regelen van de temperatuur in het apparaat Verandering van de instelling van de draaiknop zorgt voor een temperatuurwijziging in het apparaat: Positie OFF/0 Het apparaat is uitgeschakeld het apparaat heerst de hoogste temperaPositie 1 In tuur (binnenin is het warmer) het apparaat heerst een gemiddelde temPosities 2-6 In peratuur het apparaat heerst de laagste temperatuur Positie 7 In (binnenin is het kouder) Opgelet: • Het is mogelijk dat de thermostaat van uw apparaat een andere schaalverdeling heeft dan deze omschrijving. De algemene regel van de werking is hier boven beschreven. • Als de draaiknop van uw apparaat geen positie heeft die is aangeduid als “OFF" of “0", kunt u het apparaat volledig uitschakelen door de stekker uit het stopcontact te trekken. Voordat u het apparaat uitschakelt moet u de laagste waarde van de thermostaat instellen.

Aanvullende informatie betreffende de temperatuur •

Er zijn veel factoren die invloed hebben op de temperatuur in het apparaat. De instelling van de draaiknop is onder andere afhankelijk van de omgevingstemperatuur, de hoeveelheid zonlicht, de frequentie waarmee het apparaat wordt geopend, de hoeveelheid levensmiddelen. De middelste positie van de draaiknop is in de meeste gevallen het meest optimaal. De cellen dienen met levensmiddelen pas na het afkoelen opgevuld worden min. na 4 uur werking van het apparaat. Het is niet aangeraden om de temperatuur vanwege de verandering van seizoenen in te stellen. De stijging van de omgevingstemperatuur wordt door de sensor ontdekt en gaat de compressor automatisch langer werken om de gewenste binnentemperatuur te behouden. Geringe veranderingen van de temperatur zijn normaal en kunnen ontstaan door bv. een groot aantal verse producten in de koelkast te bewaren of wanneer de deur door een langere periode open stond. Het heeft geen invloed op de levensmiddelen en de temperatuur gaat snel terug naar de normale waarde.

VERLICHTING Dit hoofdstuk betreft apparaten die fabrieksmatig zijn uitgerust met gloeilampen en bepaalde apparaten met ledverlichting in de vorm van lampjes met een E14-fitting.

Vervanging van de verlichting • • • • •

Zet de draaiknop in de positie "OFF" en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact. Demonteer het beschermkapje van het lampje en haal het lampje eruit (Afb. 18). Vervang het lampje door een werkend lampje met identieke parameters als het fabrieksmatig geïnstalleerde lampje (220-240 V, max., fitting E14, maximale afmetingen van het bolletje: doorsnede - 26 mm, lengte 55 mm). Bevestig het beschermkapje van het lampje. Gebruik geen lampjes met een kleiner of groter vermogen. Pas uitsluitend lampjes toe met de parameters die hierboven staan vermeld.

Opgelet: • Gebruikte verlichting mag niet worden gebruikt voor het verlichten van woonruimten. • Indien deze gebruiksaanwijzing geen afbeelding bevat met nummer 18, moet het lampje worden vervangen door een gekwalificeerde technicus van de servicedienst.

Plaats de koelkast of de vrieskast niet in de nabijheid van radiatoren, ovens en stel ze niet rechtstreeks bloot aan zonnestralen. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet bedekt zijn. Ze moeten een- tot tweemaal per jaar gereinigd en ontstoft worden. De gepaste temperatuur kiezen: een temperatuur van 6 tot 8 °C in de koelkast en -18 °C in de vrieskast is voldoende. Als u op vakantie vertrekt, dient u de temperatuur in de koelkast te verhogen. Open de deur van de koelkast of de vrieskast enkel als dit noodzakelijk is. Het is goed om te weten welke levensmiddelen er in de koelkast bewaard worden en waar ze zich precies bevinden. Ongebruikte levensmiddelen dienen zo snel mogelijk terug in de koelkast of de vrieskast geplaatst worden, voordat ze opwarmen. Reinig de binnenkant van de koelkast regelmatig met een doekje met zacht detergent. Toestellen zonder automatische ontdooifunctie dienen regelmatig ontdooid te worden. Vermijd dat er een rijmlaag van meer dan 10 mm dik gevormd wordt. De afdichting rond de deur moet rein gehouden worden. Anders zal de deur niet meer volledig sluiten. Een beschadigde afdichting moet altijd vervangen worden.

Wat betekenen de sterretjes?

Een temperatuur van niet meer dan -6 °C volstaat om ingevroren levensmiddelen gedurende ongeveer een week te bewaren. Lades of vakken die aangeduid zijn met één sterretje vindt men (meestal) in goedkopere koelkasten.

Bij een temperatuur van minder dan -12 °C kan men gedurende één tot twee weken levensmiddelen bewaren zonder dat ze hun smaak verliezen. Dit is niet voldoende om levensmiddelen in te vriezen.

Hoofdzakelijk gebruikt om levensmiddelen in te vriezen bij een temperatuur van minder dan -18 °C. Laat toe om verse levensmiddelen met een gewicht tot 1 kg in te vriezen. Zo’n toestel laat toe om levensmiddelen bij een temperatuur van minder dan -18 °C te bewaren en grotere hoeveelheden levensmiddelen in te vriezen.

Zones in de koelkast Door de natuurlijke luchtcirculatie ontstaan er in het koelvak verschillende temperatuurzones. • De koudste zone bevindt zich rechtstreeks boven de groentelades. In deze zone dienen delicate en snel bederfbare levensmiddelen bewaard te worden zoals: - vis, vlees, gevogelte, - vleeswaren, kant-en-klare maaltijden, - gerechten of gebak met eieren of room, - vers deeg, cakemengsels, - verpakte groenten en andere verse levensmiddelen waarvan het etiket een bewaartemperatuur van ongeveer 4 °C aangeeft. • De warmste zone bevindt zich bovenaan in de deur. Hier dient boter en kaas bewaard te worden. Levensmiddelen die niet in de koelkast bewaard mogen worden •

Niet alle levensmiddelen mogen in de koelkast bewaard worden. Dit zijn onder andere: - groenten en fruit die gevoelig zijn voor lage temperaturen, bijvoorbeeld bananen, avocado, papaja, passievrucht, aubergine, paprika, tomaat en komkommer. - Onrijpe vruchten, - Aardappelen Attentie: Voorbeeld van producten plaatsing in het apparaat (Tek. 12). Om voedingsmiddelen zo lang mogelijk te kunnen bewaren en verspilling te voorkomen, plaatst u de producten zoals weergegeven op Afb. 12. Bovendien toont deze afbeelding de verdeling van laden, manden en planken die zorgt voor het meest efficiënte energiegebruik van het koelapparaat. Het bewaren van voedingsmiddelen onder de juiste omstandigheden en bij de juiste temperatuur verlengt de houdbaarheid en optimaliseert het elektriciteitsverbruik. Het juiste temperatuurbereik moet op de verpakking of etiketten van voedselproducten zijn vermeld.

ONTDOOIEN, WASSEN EN ONDERHOUD Gebruik nooit oplosmiddelen of agressieve, schurende schoonmaakmiddelen (bv. schuurpoeders of reinigingsmelk) voor het schoonmaken van de behuizing en de plastic onderdelen van het product! Gebruik alleen milde vloeibare schoonmaakmiddelen en een zacht doekje. Gebruik geen sponsjes.

Ontdooien van de koelkast*** •

Aan de achterwand van de koelkast ontstaat rijp, die automatisch ontdooit. Tijdens het ontdooien van de rijp, tezamen met de druppeltjes kunnen ook ontreinigingen door de opening voortvloeien. Dit kan het verstoppen van de opening veroorzaken. In zo’n geval moet de opening met plunjer gereinigd worden (tek. 13). Het apparaat werkt in cyclusfazen: eerst koelen (aan de achterwand ontstaat rijp) en daarna ontdooien van de rijp (druppeltjes aan de achterwand). Voor het beginnen met reinigen dient het apparaat van het electriciteitsnet uitgeschakeld worden, door de stekker eruit te halen, uitschakeling of losdraaien van de zekering. Het water mag niet in contact met het bedieningspaneel of verlichting komen. Gebruik bij het ontdooien geen ontdooisprays. Ze kunnen explosieve mengsels vormen en oplossers bevatten die de kunststof onderdelen van het apparaat beschadigen en zelfs voor de gezondheid schadelijk zijn. Het water die bij het wassen gebruikt wordt mag niet door de opening naar de verdamper vloeien. Was het apparaat met een zachte detergent, behoudens de dichting in de deur. De dichting in de deur was met schoon water en droog met een doek. Reinig nauwkeurig alle elementen van de uitrusting (groentevakken, rekken, glazen platen ezv.).

Ontdooien van de diepvriezer** • • • • • •

Het is aangeraden om het ontdooien van de diepvriezer tezamen met het wassen van het product uit te voeren. Grote hoeveelheid ijs op de vriesoppervlakten verstoort de werking van het apparaat en vergroot het energieverbruik. Het is aangeraden om het apparaat ten minste een of twee keer per jaar te ontdooien. Wanneer er veel ijs ontstaat, moet u het apparaat vaker ontdooien. Indien in de diepvriezer bevinden zich ingevroren levensmiddelen, stel de draaiknop op max. ong. 4 uur voor het geplande ontdooien in. Daardoor gaat het mogelijk zijn om de ingevroren producten in de kamertemperatuur te bewaren. Plaats de ingevroren producten in een kan, omgevouwen met krantenpapier en deken en houd ze in een koele plek. Het ontdooien van de diepvriezer dient zo snel mogelijk uitgevoerd worden. Het te lange bewaren van de producten in de kamertemperatuur verkort hun houdbaarheid.

Om de vriesruimte te ontdooien handelt u als volgt:** • • • • • •

Schakel het apparaat uit met behulp van het bedieningspaneel en trek vervolgens de stekker uit het stopcontact. Open de deur en haal de producten eruit. Afhankelijk van het model trekt u het afvoerkanaaltje naar buiten dat zich in het onderste gedeelte van de diepvries in de basis van het apparaat bevindt. Laat de deur openstaan, hierdoor versnelt u het ontdooiproces. U kunt ook een schaal met heet (geen kokend) water in de vriesruimte plaatsen. Maak de binnenkant van de diepvriezer schoon en droog hem af. Schakel het apparaat in volgens de gebruiksaanwijzing.

Automatisch ontdooien van de koelkast**** De koelkast werd in de functie van automatisch ontdooien voorzien. Toch kan het aan de achterwand van de koelkast rijp verzamelen. Deze ontstaat als veel verse producten in de koelkast bewaard worden.

Automatisch ontdooien van de diepvriezer**** De diepvriezer werd in de functie van automatisch ontdooien voorzien (no-frost). Voedsel wordt met gebruik van koud, circelend lucht ingevroren en de vocht van de diepvriezer wordt naar buiten afgevoerd. Daardoor in de diepvriezer ontstaan er geen grote hoeveelheden ijs en rijp en de producten vriezen niet samen.

Handwassen van de koelkast en diepvriezer**** Het wordt aangeraden om de koelkast en diepvriezer ten minste een keer per jaar te wassen. Het voorkomt het ontstaan van bacteriën en onprettige geuren. Schakel het apparaat met de knop (1) uit, maak het leeg van producten en was met water met zachte detergent. Daarna droog met een doek.

Uithalen en inzetten van de legplateaus***** Til het legplateau op en schuif het uit, schuif het daarna in totdat u niet meer verder kunt en de sluiting van het legplateau zich in de geleider bevindt (Afb. 15).

Plaatsen en verplaatsen van de opbergvak***** Druk het opbergvak omhoog en neem het naar voren en zet op de gewenste hoogte terug (Afb. 16). Ten alle tijde is het verboden om de diepvriezer met gebruik van een electrische radiator of haardroger te ontdooien.

Betreft apparaten met een vriesruimte (*/***). Geldt niet voor apparaten met een Antirijpsysteem Betreft apparaten met een koelruimte. Geldt niet voor apparaten met een Antirijpsysteem Betreft apparaten met een Antirijpsysteem Niet van toepassing voor diepvriezers

STORINGEN VINDEN EN VERHELPEN Verschijnselen

Het apparaat werkt niet

Onderbreking in de electrische installatie

- controleer of de stekker goed in het stopcontact zit - controleer of de spanningskabel niet beschadigt is - controleer of er spanning op het stopcontact staat door bv. een ander toestel aan te sluiten bv. een nachtlamp - controleer of het apparaat aan staat door de thermostaat op meer dan 0 te zetten

Binnenverlichting werkt niet

De gloeilamp is los of doorgebrand ( In apparaten met gloeilampen verlichting).

- Controleer het vorige punt „Het apparaat werkt niet”draai de gloeilamp aan of vervang de doorgebrande (In apparaten met gloeilampen verlichting).

Slechte instelling van de temperatuurregelaar

- temperatuur met de draaiknop naar beneden draaien

Andere redenen in het punt „Vries-/koeltemperatuur is niet laag genoeg”

- controleren volgens punt „Vries-/koeltemperatuur is niet laag genoeg”

De waterafvoeropening is verstopt

- maak de verstopte opening schoon (zie hoofdstuk - „Ontdooien van de koelkast”)

De ventilatie binnen de cel is belemmerd

- controleer of de levensmiddelen en dozen de achterwand van de koelkast niet aanraken

Het apparaat staat niet waterpas en stabiel

- het apparaat waterpas opstellen

Het apparaat raakt aan wanden, meubels of andere elementen

- het apparaat zo opstellen, dat er geen andere elementen aanraakt en zelfstandig staat

Het apparaat werkt continue

Er ontstaat water in de onderste deel van de koelkast

Ongewone of sterkere geluiden

Vries-/koeltemperatuur is niet laag genoeg

Slechte instelling van de temperatuurregelaar

- draai de draaiknop op een hogere positie

De omgevingstemperatuur is hoger of lager dan de temperatuur welke aangegeven staat op de tabel met technische gegevens van het apparaat.

Het apparaat is bestemd voor werking in een temperatuur welke aangegeven is op de tabel met technische gegevens van het apparaat.

Het apparaat staat in de zon of te dicht bij een warmtebron

- verander de opstelling van het apparaat volgens de gebruiksaanwijzing

In het apparaat werd te grote hoeveelheid warme levensmiddelen per een keer gelegd

- 72 uur wachten tot de producten gekoeld (ingevroren) worden en de temperatuur terug naar het gewenste niveau gaat

De ventilatie binnen de cel is belemmerd

- controleer of de levensmiddelen en dozen de achterwand van de koelkast niet aanraken

De ventilatie aan de achterkant van het apparaat is belemmerd

- van de wand schuiven voor de afstand van min. 30 mm

De deur van de koelkast/ vriezer wordt te vaak geopend of blijft te lang open staan

- de deur minder vaak openen en/of de tijd van open staan verkorten

De deur is niet goed gesloten

- levensmiddelen en vakken zo leggen, dat ze het sluiten van de deur niet belemmeren

De compressor werkt niet vaak genoeg

- controleer of de omgevingstemperatuur niet lager is dan het bereik van de klimaatklasse.

De dichting van de deur zit los

- dichting vastmaken

Bij het normale gebruik van het koeltoestel kunnen er verschillende soorten geluiden ontstaan, die geen enkele invloed hebben op de correcte werking van de koelkast. Geluiden die gemakkelijk verholpen kunnen worden: •

Lawaai doordat de koelkast niet waterpas staat – regel de opstelling met behulp van de regelvoetjes vooraan. Leg eventueel zacht materiaal onder de wieltjes achteraan, in het bijzonder bij een tegelvloer. • Wrijving tegen de aanpalende meubelen – verschuif de koelkast. • Knarsen van schuiven of schappen – neem de schuif of het schap weg en plaats het daarna terug. • Geluid van tegen elkaar stotende flessen – plaats de flessen uit elkaar. Geluiden die hoorbaar zijn tijdens het normale gebruik van het toestel, worden veroorzaakt door de werking van de thermostaat, de compressor (aanslaan), het koelsysteem (krimpen en uitzetten van het materiaal onder invloed van temperatuurverschillen en doorstroom van koelvloeistof).

GARANTIE, SERVICE Garantie De garantieverplichtingen blijken uit het garantiebewijs. De producent is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk gebruik van het product. Service • • • •

De producent van het apparaat raadt aan om alle reparaties en afstelwerkzaamheden uit te laten voeren door de fabrieksservice of de geautoriseerde service van de producent. Om veiligheidsredenen mag u het apparaat niet zelf repareren. Reparaties die zijn uitgevoerd door personen die niet over de vereiste kwalificaties beschikken, kunnen een ernstig gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat. De minimale garantieperiode voor het apparaat die door de fabrikant, importeur of gevolmachtigde wordt aangeboden, staat vermeld op het garantiebewijs. Het apparaat verliest zijn garantie als gevolg van eigenhandige aanpassingen, wijzigingen, schending van de verzegeling of andere beveiligingen van het apparaat of onderdelen daarvan, en andere eigenhandige interventie in de apparatuur die niet in overeenstemming is met de gebruiksaanwijzing.

Reparatiemelding en assistentie bij storingen Als het apparaat gerepareerd moet worden, moet u contact opnemen met de klantenservice. De adresgegevens en het telefoonnummer van de klantenservice vindt op het garantiebewijs. Als u contact opneemt, zorg er dan voor dat u het serienummer van het apparaat bij de hand heeft, dit staat op het typeplaatje. Voor uw gemak kunt u het hieronder noteren:

Verklaring van de producent Hierbij verklaart de producent, dat het product aan de eisen van de onderstaande Europese richtlijnen voldoet: • • • •

Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC Richtlijn 2009/125/EC Richtlijn RoHS 2011/65/EC

en over de certificering en de conformiteitsverklaring voor organen die toezicht op de markt houden beschikt.