EM 8 - Hometrainer CHRISTOPEIT SPORT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EM 8 CHRISTOPEIT SPORT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EM 8 - CHRISTOPEIT SPORT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EM 8 van het merk CHRISTOPEIT SPORT.
GEBRUIKSAANWIJZING EM 8 CHRISTOPEIT SPORT
1. Overzicht van de losse delen
2. Belangrijke aanbevelingen en veiligheidsinstructies pagina 32
4. Montagehandleiding met explosietekeningen
5. Handleiding bij de computer
6. Trainingshandleiding
pagina 37 - 40 pagina 41 Geachte klant Wij willen u van harte gelukwensen met de aanschaf van uw hometrainer en hopen dat u hier veel plezier aan zult beleven. Neem a.u.b. de instructies en aanwijzingen uit deze montage- en bedieningshandleiding in acht en volg deze op. Bij eventuele vragen kunt u natuurlijk altijd contact met ons opnemen. Met vriendelijke groeten, Top-Sports Gilles GmbH Belangrijke aanbevelingen en veiligheidsinstructies worden.
11. Er moeten trainingskledij en schoenen gedragen worden, die voor een
fitnesstraining met het toestel geschikt zijn. De kleding moet zodanig zijn, dat deze omwille van de vorm (bijvoorbeeld lengte) ervan tijdens de training niet kan blijven hangen. De trainingschoenen moeten in overeenstemming met het trainingstoestel gekozen worden, uw voeten in principe een vaste passing geven en een slipvrije zool hebben. Onze producten werden in principe door de TÜV-GS (Technische Keuringsdienst) gecontroleerd en voldoen bijgevolg aan de actuele, hoogste veiligheidsnorm. Dit feit impliceert echter niet dat de hierna volgende beginselen niet strikt in acht genomen moeten worden.
1. Het toestel nauwkeurig in overeenstemming met de montage-instructies
opbouwen en uitsluitend de voor de opbouw van het toestel bijgevoegde en in de stuklijst vermelde, specifiek voor het toestel bestemde onderdelen gebruiken. Vóór de eigenlijke opbouw de volledigheid van de levering aan de hand van de leveringsnota en de volledigheid van de kartonnen verpakking aan de hand van de stuklijst van de montage-instructies en van de gebruiksaanwijzing controleren.
12. Wanneer duizeligheid, misselijkheid, borstpijn en andere abnormale
symptomen ondervonden worden, de training vroegtijdig beëindigen en u tot een geschikte geneesheer wenden.
2. Vooraleer het toestel voor het eerst gebruikt wordt en met regelmatige
tussentijden nakijken of alle schroeven, moeren en overige verbindingen vast zitten, opdat een veilige operationele toestand gewaarborgd is.
14. Personen zoals kinderen, mindervaliden en gehandicapten mogen het
toestel uitsluitend gebruiken in bijzijn van een tweede persoon, die hulp kan verlenen en instructies kan geven. Het gebruik van het toestel door kinderen zonder toezicht dient door gepaste maatregelen te worden uitgesloten.
13. Over het algemeen geldt dat sporttoestellen geen speelgoed zijn. Ze
mogen daarom uitsluitend in overeenstemming met de bepalingen en door op gepaste wijze geïnformeerde en geïnstrueerde personen gebruikt worden.
3. Het toestel op een droge, effen plaats installeren en het toestel tegen
vochtigheid en vocht beschermen. Oneffenheden van de vloer dienen door gepaste maatregelen op de vloer en, voor zover beschikbaar bij dit toestel, door daarvoor bestemde, regelbare onderdelen van het toestel geneutraliseerd te worden. Het contact met vochtigheid en vocht dient uitgesloten te worden.
15. Er dient op gelet te worden dat de trainer en andere personen zich
nooit met één of ander lichaamsdeel binnen het bereik van nog in beweging zijnde onderdelen begeven of bevinden. Dit produkt kan aan het einde van de levensduur niet via het gewone huisafval worden afgevoerd, maar dient naar een verzamelpunt voor recycling electrische apparaten gebracht te worden.Het symbool op het produkt, de gebruiksaanwijzing, of de verpakking wijst u daarop. De grondstoffen zijn volgens hun kenmerken verwerkbaar. Met de verwerking, van deze oude apparaten, doet u een bijdrage aan de bescherming van ons milieu Vraagt u bij de gemeente naar de desbetreffende verwerkingsplaats.
4. Voor zover de opstellingsplaats in het bijzonder tegen drukplaatsen,
verontreiniging en dergelijke beschermd moet worden, een geschikt, slipvrij support (bijvoorbeeld rubberen mat, houten plaat of dergelijke) onder het toestel leggen.
5. Vóór het begin van de training alle voorwerpen binnen een omtrek van
2 meter rond het toestel verwijderen.
6. Voor de reiniging van het toestel geen agressieve reinigingsmiddelen
gebruiken. Voor de opbouw en voor eventuele herstellingen uitsluitend het respectievelijk bijgeleverde of geschikte, eigen gereedschap gebruiken. Residu door het lassen aan het toestel dient onmiddellijk verwijderd te worden zodra de training beëindigd werd.
17. Bij dit toestel betreft het een niet van de snelheid afhankelijk toestel.
18. Het toestel is met een 16-trappige weerstandsinstelling uitgerust.
Deze maakt respectievelijk een verlaging en een verhoging van de remweerstand en daardoor van de trainingsbelasting mogelijk. Darbij leidt het draaien van de instelknop van de weerstandsinstelling in de richting van niveau 1 tot een verlaging van de remweerstand en daardoor van de trainingsbelasting. Het draaien van de instelknop van de weerstandsinstelling in de richting van niveau 16 leidt tot een verhoging van de remweerstand en daardoor van de trainingsbelasting.
7. In geval van een ondeskundige en bovenmatige training zijn nadelige
gevolgen voor de gezondheid mogelijk. Vóór het begin van een doelgerichte training dient daarom een geschikte geneesheer te worden geraadpleegd. Deze geneesheer kan bepalen, aan welke maximale belasting (impulsie, watt, duur van de training enz.) men zich mag blootstellen, en kan nauwkeurige inlichtingen met betrekking tot een correcte lichaamshouding bij de training, de doelstellingen van de training en de voeding geven. Er mag niet na uitgebreide maaltijden getraind worden.
19. Dit toestel werd conform de EN 957 -1 en -5 „H, A“ gekeurd en
gecertificeerd. De toegelaten maximale belasting (= lichaamsgewicht) werd op 150 kg bepaald.
8. Met het toestel slechts trainen wanneer het foutloos functioneert. Voor
eventuele herstellingen uitsluitend van originele reserveonderdelen gebruik maken.
9. Bij de instelling van verstelbare onderdelen op respectievelijk de correcte
positie of de gemarkeerde, maximale instelpositie alsook op een reglementair voorgeschreven positie letten.
10. Voor zover in de gebruiksaanwijzing niet anders beschreven, mag het
toestel met het oog op de training uitsluitend door één persoon gebruikt
Controleer na het openen van de verpakking a.u.b. aan de hand van de onderstaande stuklijst of alle onderdelen aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is, kunt u met de montage beginnen. Wanneer een bepaald onderdeel niet in orde is of ontbreekt, of wanneer u in de toekomst een reserveronderdeel nodig heeft, kunt u zich wenden tot: Stuklijst - reserveonderdelenlijst EM 8 best.nr. 9805 Stand: 01. 08. 2005 Ergometer voor training klasse A ca. 9 kg vliegwielmassa Motorgestuurde weerstandsregeling 6 voorgeprogrammeerde trainingsprogramma's 4 voorgeprogrammeerde hartslagfrequentie programma's ( polsslag gestuurd) 2 individuele programma's 1 lichaamsvet programma 1 omwenteling onafhankelijk programma (ingave van de watt prestatie) 1 manueel programma, weerstand in 16-fases regelbaar handpolsslag meting Lichaamsvet analyse Horizontaal en verticaal verstelbare zadelpositie ( snelsluiting) Adapter Computer ontvangst via hartslag frequentie zender 6-venster computer met digitale aanduiding van; tijd, snelheid, afstand, lichaamsvet analyse ca. calorieverbruik, wattage, odometer,BMI, BMR en recovery en polsslagfrequentie Belastbaar met een lichaamsgewicht tot ca. 150 kg Afmeting: ca. L 96x B 52 x H 140 cm Afbeeldingsnr. Beschrijving Adresse: Top-Sports Gilles GmbH Telefon: +49 (0) 20 51 - 6 06 70 Telefax: +49 (0) 20 51 - 6 06 74 4 e-mail: info@christopeit-sport.com Afmetingen
Voet kappen met transportrolleneenheid
Rondkopschroef met binnenzeskant M8 x 52 Gemonteerd aan afbeeldingsnr. ET-nummer 33-9805-01-SI
Steunbuis voor zadel
Schroef voor hoogtecompensatie
39-10165 Nederlands Technische specificatie: Afbeeldingsnr. Beschrijving Afmetingen
Aantal stuks Gemonteerd aan afbeeldingsnr. ET-nummer 33-9814-09-SI
1,55 36-9805-26-BT Aandrijfschijf
1,69 36-9821 Opname voor Magneetbeugel
Onderlegplatje 6//12
Onderlegplatje 12//15
39-9988 Montagehandleiding Vooraleer met de montage te beginnen, absoluut onze aanbevelingen en veiligheidsaanwijzingen in acht nemen. De details vindt u op het karton. Controleer of de zending volledig is met behulp van de stuklijst. Sommige delen zijn al voorgemonteerd. Stap 1: Montage van de voorste en van de achterste voet
Breng de achterste voet (8) gemonteerd met voetafdekkingen (9) en hoogtecompensatieschroeven (41) op het frame, en schroef hem vast door middel van zeskantschroeven (10), onderlegplaatjes (5) en veerringen (6). De hoogtecompensatieschroeven (41) zijn voorzien om het toestel in geval van oneffenheden te stabiliseren.
Breng de voorste voet (2), gemonteerd met voetafdekkingen (3) op het frame (1) en schroef hem vast door middel van de de afsluitschroeven (4), onderlegplaatjes (5), veerringen (6) en dopmoeren (7).
Schuif de afdekking (17) op het zadel steunbuis (16) en in de dienovereenkomstige opname op het frame (1) en zet deze in de gewenste positie vast met behulp van de snelsluiting (21). (de snelsluiting (21) moet losgemaakt worden door deze een beetje te draaien, en daarna kan getrokken worden om de hoogtevastzetting vrij te geven en de hoogte van het zadel te verstellen. Na de gewenste instelling de snelsluiting (21) opnieuw vastdraaien en vastzetten).
Steek het zadel (19) op de zadelglijder (18A) en schroef hem in de gewenste schuine positie op de houder van het zadel vast.
Stel uw zadel (19) in de gewenste positie in en zet het zadel vast door middel van de stergreepmoer (20) en onderlegplatje (42). Nederlands Stap 2: Montage van de steunbuis voor het zadel en de zadel. Stapt 3: Montage van de steunbuis voor het stuur
Verwijder de schroeven (10), onderlegplaatjes (5) en veerringen (6) uit de opname van de steunbuis van het stuur op het frame (1).
Breng de steunbuis van het stuur (13) op het frame, en verbind de stelmotor (15) met de motor verbindingskabel (14).
Schuif de steunbuis van het stuur (13) in de desbetreffende opname op het frame (1) zonder de kabels te klemmen en bevestig deze door middel van de schroeven (10), de onderlegplaatjes (5) en de veerringen (6).
Stap 4: Montage van het stuur en van de computer
U schroeft de computer (22) op de computerhouder aan het frame (13) middels de schroeven (23) vast, zonder de kabel daarbij de beschadigen.
Voert u het stuur (27) door de geopende stuurophanging op het frame (13) en sluit u deze over het stuur (27). Steekt u de voorste stuurbekleding(28) over de stuurophanging en schroeft u het stuur (27) op het frame (13) middels de stervormige schroef (32) vast. Tevens zekert u dan de stuurbekleding (28) middels de schroef (31).
Steekt vervolgens de polsslagkabel (24) in de vanzelfsprekende ontvanger aan de achterzijde van de computer(22). Schroeft u de achterste stuurbekleding (29) middels de schroeven (30+31) eveneens vast. Stap 5: Montage van de pedalen
Monteer de pedaalvastzetbanden op de desbetreffende pedalen (33R/33L). (Opgepast: Het uiteinde met de gaten voor de grootteinstelling moet naar buiten wijzen.)
Monteer de pedalen (33R/33L) op de krukarmen (34+88). De pedalen zijn gemarkeerd met „R“ voor rechts en „L“ voor links. (opgepast: links en rechts zijn te zien vanuit de richting wanneer men op het toestel zit en traint. Het rechter pedaal (33R) moet in de richting van de wijzers van de klok, en het linker pedaal (33L) in tegenovergestelde richting van de wijzers van de klok ingedraaid worden.) Stap 6: Aansluiting van het nettoestel
Steek de stekker van het nettoestel (35) in de desbetreffende bus op het achterste uiteinden van de bekleding.
Steek daarna het nettoestel (35) in een contactdoos (220V/50Hz). STAP 7: Controle:
Alle schroef- en stekkerverbindingen op een correcte montage en juiste werking controleren. Daarmee is de montage beëindigd.
Wanneer alles in orde is, met lichte weerstandsinstellingen vertrouwd raken met het apparaat en de individuele instellingen vastzetten. Opmerking: De gereedschapsset en de gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig bewaren, omdat u ze wellicht later voor een reparatie of het bestellen van reserveonderdelen nodig heeft.
- Toetsen TRAININGSCOMPUTER In totaal 6 toetsen: START/STOP (S), INVOER (E), FUNCTIE (F), OMHOOG (+), OMLAAG (-), en TEST (Test). „S“: start van de training of onderbreking van de training in het gekozen programma. In de modus „STOP“ is het STOP-display J verlicht. De computer begint pas te tellen wanneer voordien de toets „S“ ingedrukt werd. Indien de toets „S“ langer dan 3 seconden ingedrukt wordt, worden al de waarden op 00:00 terug naar de oorspronkelijke stand gebracht. „E“: met de invoer- en bevestigingstoets (N) gaat men van het ene naar het andere invoerveld over. De telkens opgeroepen functie knippert. Met de +/- toets O + P voert u de waarden in en door de toets „E“ opnieuw in te drukken, worden deze bevestigd. Tegelijkertijd springt het knipperende display naar het volgende invoerveld. „F“: doorgaans geeft de computer WATT en tpm aan. Door deze toets even in te drukken, kunt u naar het display „KJoule“ in plaats van „Watt“ en „Speed“ (snelheid) in plaats van „tpm“ overschakelen. „Test“: met deze toets kunt u uw fitnesscijfer noteren. „+“ en „-“: met de +/- toetsen wijzigt u de waarden – uitsluitend knipperende gegevens kunnen qua waarde gewijzigd worden.
- Displays START: weergave van de modus „Start“. Al de beschikbare waarden worden weergegeven. STOP: weergave van de modus „Stop“. Er kunnen vooraf bepaalde gegevens ingesteld worden. Tijd / grootte / gewicht t/min = pedaalomwentelingen / Speed (snelheid) / km/uur Afstand / vet% = vetgehalte % KJoule / watt / BMR Waarschuwingspolsslag / beoogde polsslag / BMI / leeftijd Polsslag / lichaamstype Geslacht Niveau = remweerstand Programmanummer Display „Stop“ Display „Start“ Functietoets Toets „Start – stop“ Invoer- en bevestigingstoets Toets „-“ Toets „+“ Toets „Fitness“ Computerkabelaansluiting aan de achterzijde van de computer 21 Handpulsaansluiting aan de achterzijde van de computer Programma 8 = wattprogramma; programma 9-12 = polsslagprogramma’s; programma 13-15 individuele gebruikersprogramma’s) NIVEAU: weergave van de gekozen trapweerstand van niveau 1 – 16. Hoe groter het getal, hoe groter de weerstand. Het bijbehorende balkdisplay heeft 8 balkjes ter beschikking. Ieder balkje omvat twee waarden (bijvoorbeeld: 3 balkjes vormen niveau 5 of 6). De exacte waarde kunt u in het display NIVEAU H terugvinden. Deze trapweerstand kan te allen tijde, in al de programma’s, met de toetsen „+“ en „–“ gewijzigd worden. GESLACHT: weergave van het vooraf ingevoerde geslacht „Mannelijk/ vrouwelijk“ (voorafgaande invoer in het programma 13) TIJD/GROOTTE/GEWICHT: voor de instelling / weergave van de tijd in minuten en seconden tot maximum 99:00 minuten. Voorkeuze in stappen van minuten / telling „Omhoog“ en „Omlaag“ in stappen van seconden. In de programma’s 2 – 12 minimale vooraf in te voeren tijd 5 minuten. Ofwel kan TIJD ofwel kan AFSTAND vooraf ingevoerd worden – beide samen gaat niet. Invoer/weergave van de lichaamsgrootte en van het lichaamsgewicht uitsluitend in programma 13 beschikbaar. Computerhandleiding voor 9805 De computer van uw ERGOMETER is uitermate gebruiksvriendelijk. Doordat al de functies tegelijkertijd weer te geven, komt een omslachtig heen en weer wisselen van de ene naar de andere functie weg te vallen en wordt u steeds in één oogopslag over het verloop van uw training geïnformeerd. Bij dit toestel betreft het een toerentalonafhankelijk apparaat . Om een door u gewenst Prestatievermogen te laten opleveren, regelt de computer de rem onafhankelijk van de trapfrequentie. Inschakelen:
1) Steek de aansluitstekker in de adapteraansluitbus aan het torstel. En
signaal weerklinkt – al de LCD-displaysegmenten verschijnen 2 seconden lang en worden op 00 gezet. 2) De netstekker is reeds in het stopcontact / apparaat werd automatisch uitgeschakeld. Door een willekeurige toets in te drukken – of bij minstens één pedaalomwenteling – wordt de computer zelfstandig ingeschakeld. Uitschakelen: Zodra het toestel langer dan ca. 4 minuten niet meer bediend wordt, wordt de computer zelfstandig uitgeschakeld. Nadat de training beëindigd werd, netstekker uittrekken. t/min/SPEED/km/h: weergave van pedaalomwentelingen per minuut en snelheid in km/h. Met de toets „F“ kan er tussen SPEED en pedaalomwentelingen t/min heen en weer geschakeld worden. AFSTAND/VET %: weergave en voorafgaande invoer voor de afstand. De voorafgaande invoer kan van 0 tot 999,0 km ingevoerd worden. De telling „Omhoog/omlaag“ gebeurt in stappen van 0,1 km. De afstand kan niet gelijktijdig met een tijd vooraf ingevoerd worden. Weergave van het berekende lichaamsvetgehalte in % uitsluitend in het programma 13 beschikbaar.
Nederlands PROGRAMMA : weergave van het ingestelde programma 1-15 (programma 1 – 7 = fitnessprogramma’s;
KJOULE/WATT/BMR: door middel van de gemiddelde waarden berekent de computer de Joule, die in KJoule aangegeven worden. Om de bindende maateenheid voor energie „Joule“ in de algemeen gebruikelijke vermelding „Calorieën“ te berekenen, maakt u gebruik van de hierna volgende formule: 1 Joule = 0,239 cal, c.q. 1 cal = 4,186 J. De Joules kunnen niet rechtstreeks ingevoerd worden omdat ze automatisch door de computer berekend worden. Met de toets „F“ kan er tussen watt en KJoule over en weer geschakeld worden. Der computer meet exact het ter gelegenheid van de training behaalde prestatievermogen. De weergave gebeurt in watt. In het programma 8 volgt hier de weergave van de beoogde waarde. BMR (Basal Metabolism Ratio) = basisomzet aan energie, die uw lichaam in rusttoestand verbruikt. Deze waarde wordt berekend op basis van een formule, die met vetgehalte, grootte, gewacht, leeftijd en geslacht rekening houdt (uitsluitend in het programma 13 beschikbaar). hogere balken=hogere trapweerstand lagere balken= lagere trapweerstand elk balkensegment houdt 2 waarden in elke van de 10 tijdsbalken houdt 1/10 deel in van de opgegeven trainingstijd. Trapweerstand: door middel van de + / - toets P+O kunt u steeds - in alle programma’s - de trapweerstand aanpassen. De Wijziging kunt u op de balkhoogte en op het display NIVEAU H aflezen – hoe hoger het balkje, hoe hoger de weerstand en omgekeerd. Ieder balksegment staat voor twee waarden (bijvoorbeeld 3 segmenten staat voor niveau 5 en 6 of 7 Segmenten staat voor niveau 13 en 14). De gekozen waarde wordt door het display NIVEAU weergegeven. De wijziging heeft uitwerking op de actuele en de volgende tijdpositie. De hoogte van het balkje geeft de belasting aan, geen terreinprofiel. Programmaprocédés worden op het display grafisch voorgesteld. Het verloop van de individuele programma’s gebeurt in overeenstemming met de weergave van het balkdiagram in het displayveld, bijvoorbeeld programma 3 = berg + dal enz. (daarbij is de balkhoogte = weerstand, de tijd wordt over de balkbreedte verdeeld) • Na programma-instelling onvoorwaardelijk toets „S“ indrukken wanneer er met de training gestart wordt. In het andere geval volgt er geen weergave van de polsslag, wattinstelling etc. MAXIMALE LIMIET POLSSLAG/BMI/LEEFTIJD: beschikbaar in de programma’s 1- 8 (niet in programma’s 9 –12). Zodra u uw leeftijd invoert, berekent de computer een waarschuwingspolsslagwaarde, die u in geen geval mag overschrijden (formule: (220 – leeftijd) x 0,85 ). Wanneer deze waarde bereikt wordt, begint het display „Polsslag“ te knipperen – u dient dan de snelheid of het belastingsniveau onmiddellijk te verlagen. In principe zijn al de vastgestelde en weergegeven waarden niet geschikt voor geneeskundige analyses. A. Instelmogelijkheden van de programma’s: Beschikbaar in de programma’s 9 – 12 en 14 – 15. In het programma 9: weergave van de door u vooraf ingevoerde, individuele beoogde polsslag. In het programma 10 - 12: trainingsprogramma met 60% / 75% of 85% van uw MHF (maximale hartslagfrequentie). Na de invoer van uw leeftijd wordt uw MHF berekende en op basis daarvan met het respectievelijke percentage uitgerekend. Het resultaat – uw trainingspolsslag MHF – wordt in het veld „E“ en uw actuele polsslag wordt in het veld „F“ aangegeven. In het programma 14 -15: trainingsvoorstel met 65% van uw MHF. Invoer / weergave van uw leeftijd. Weergave van BMI (Body Mass Index) = lichaamsgewicht: lichaamsgrootte². WEERGAVE VAN DE POLSSLAG/BODY TYP: hier wordt de actuele polsslag weergegeven. Handcontactmeting heeft voorrang op borstgordel-zender-meting. Om de polsslagmeting te activeren, moet voordien steeds de toets „S“ ingedrukt worden. Aan de hand van het uitgerekende lichaamsvetgehalte wordt er tussen 9 verschillende lichaamstypes een onderscheid gemaakt: Type 1 vetgehalte 5%-9%; Type 2 vetgehalte 10%-14%; Type 3 vetgehalte 15%-19%; Type 4 vetgehalte 20%-24%; Type 5 vetgehalte 25%-29%; Type 6 vetgehalte 30%-34%; Type 7 vetgehalte 35%-39%; Type 8 vetgehalte 40%-44%; Type 9 vetgehalte 45%-49% Aan het berekende lichaamstype wordt er in de programma’s 14 en 15 een overeenkomstig trainingsprogramma toegewezen. Displays in een overzicht: Weerstandsprofiel: de gewenste duur van de training kan binnen het bereik „A / TIJD“ vooraf ingesteld worden. Deze vooraf ingestelde tijd wordt door het systeem in 10 gedeeltelijke intervallen onderverdeeld. Ieder balkje op de tijdas (horizontaal) = 1/10 van de vooraf ingevoerde tijd, bijvoorbeeld: trainingstijd = 5 min = ieder balkje is 30 seconden, trainingstijd = 10 min = ieder balkje = 1 min. Ieder van de 10 balkjes stemt overeen met een dergelijke tussentijd. Het telkens actuele tijdbalkje wordt gekenmerkt doordat het KNIPPERT. Indien er geen tijd vooraf ingevoerd werd, betekent ieder tijdbalkje 3 minuten training, d.w.z. na 3 minuten springt het knipperdisplay van balk 1 naar balk 2 enz. en dit tot in totaal 30 minuten. Indien het programma inmiddels met de toets „S“ gestopt wordt, blijft de tijd staan om van daaruit opnieuw verder te tellen nadat de toets „S“ opnieuw ingedrukt werd.
Programma 1 (handmatig) Programma 2 (omhoog - omlaag) Programma 3 (dal) Programma 4 (fitness) Programma 5 (platform) Programma 6 (berg) Programma 7 (interval) Programma 8 Programma 9 (watt-toerentalonafhankelijk) (beoogde polsslag) Programma 10 (60% max. polsslag) Programma 11 (75% max. polsslag) Programma 12 (85% max. polsslag) Programma 13 (lichaamsvet) Programma 14 (gebruiker U 1) Programma 1: handmatig Dit programma komt overeen met de functies van een normale hometrainer. Zo worden hier de tijd, de snelheid/t/min, de afstand, de watt/Kjoule, de actuele polsslag en de waarschuwingspolsslag permanent in het displayveld weergegeven. Door om te schakelen met de toets „F“ kan er bovendien van watt/t/min naar KJoule/snelheid overgeschakeld worden. Door middel van de toetsen „+“ en „-“ kan de trapweerstand handmatig ingesteld worden. Alle waarden kunnen met de hand bediend worden – er volgt geen automatische regeling. Programma’s 2 -7: fitness Hier zijn er verschillende trainingsprogramma’s vooraf ingevoerd. Bij de keuze van één van deze programma’s volgt er een automatisch programmaprocédé, dat verschillende intervallen omvat. De verdeling gebeurt in moeilijkheidsniveaus en in tijdintervallen. U kunt echter steeds op het programma beroep doen om trapweerstand of tijdverloop te wijzigen. Bovendien volgt er een overeenkomstige balkweergave in het displayveld. Programma 8: wattprogramma Hier kunt u uw individuele wattvermelding invoeren. Binnen een bepaalde tolerantiezone wordt de trapweerstand automatisch – onafhankelijk van de trapfrequentie door de computer bijgeregeld zodat u zich steeds in de vooraf ingevoerde zone bevindt. Programma 15 (gebruiker U 1) Programma 9: beoogde trainingshartslagfrequentie THF Hier kunt u uw persoonlijke - optimale trainingspolsslagfrequentie THF vooraf invoeren. Binnen een bepaalde tolerantiezone wordt de trapweerstand automatisch door de computer bijgeregeld zodat u zich steeds in de vooraf ingevoerde zone bevindt. Programma 10 - 12: Hier berekent de computer na de invoer van uw leeftijd zelfstandig uw maximale hartslagfrequentie en afhankelijk van het programma de corresponderende - op 60% / 75% of 85% - aangepaste beoogde frequentie van de training. Deze gewenste waarde wordt weergegeven. De trapweerstand wordt automatisch door de computer bijgeregeld om bij deze beoogde frequentie te blijven. Programma 13: uw persoonlijk profiel – voor 2 verschillende personen Hier berekent de computer na de invoer van uw persoonlijke gegevens zoals geslacht / grootte / gewicht en leeftijd uw waarden voor de BMI, BMR, lichaamsvetgehalte en lichaamstype. U hebt de mogelijkheid om de berekening voor twee verschillende personen door te voeren. Het resultaat wordt weergegeven en vervolgens samen met een trainingsvoorstel in de programma’s 14 en 15 gearchiveerd.
Nederlands A. Programmakeuze: Programma’s 14 en 15: individuele trainingsprogramma’s Omwille van het in het programma 13 berekende lichaamstype wordt er in het programma 14 voor de gebruiker 1 en in het programma 15 voor de gebruiker 2 een trainingsvoorstel gearchiveerd. vier hoogste polsslagwaarden tijdens de laatste 20 seconden vóór het indrukken van de toets „Fitness“ beroep gedaan.
5. In het veld F „Polsslag“ wordt de op het gegeven moment gemeten
polsslagwaarde weergegeven.
6. Na verloop van één minuut is de tijd terug naar 0:00 gegaan en
weerklinkt er een signaalgeluid. De motor keert terug. In het veld F „Polsslag“ wordt de eindpolsslag op het tijdstip 0:00 aangegeven. U kunt nu uw handen van de polsslagvoelers verwijderen. Na een aantal seconden verschijnt in het midden van het display uw fitnesscijfer van F 1,0 - F 6,0 (systeem met schoolcijfers).
7. Om verder te trainen, drukt u de START-toets M in.
CONTRASTINSTELLING: Om het LCD – display bij uiteenlopende lichtverhoudingen beter te kunnen lezen, kan het contrast in 16 niveaus als volgt ingesteld worden:
2. Gelijktijdig de toetsen „E“ en „+“ langer dan 2 seconden ingedrukt
houden tot er een kort waarschuwingsgeluid weerklinkt.
3. Met toets „+ / -“ kan de lichtintensiteit in 16 niveaus ingesteld worden.
In de fabriek werd het display op niveau 8 gezet.
4. Met toets „S“ de modus „Stop“ verlaten.
FOUTMELDINGEN: Bij iedere nieuwe start voert de computer een sneltest op goede functioneerbaarheid door. Indien dan toch eens niet alles in orde is, geeft de computer drie verschillende foutmogelijkheden aan: E 1 Dit symbool en een waarschuwingsgeluid verschijnen wanneer de bedrading verkeerd aangesloten is. Controleer al de kabelverbindingen, meer in het bijzonder aan de stekkers. Na oplossing van de fout de toets „S“ 2 seconden lang ingedrukt houden om het systeem terug op 000 te zetten. E 2 Dit symbool verschijnt wanneer de meetwaarden niet correct zijn of wanneer de IC beschadigd is. E 3 Dit symbool verschijnt wanneer er in het programma 13 bij de meting geen signalen van de handpuls ontvangen worden POLSSLAGMETING:
In het linkse en rechtse stuurgedeelte is telkens een metalen contactplaat, de voelers, voorzien. Verbind de kabel met de aansluiting 21 op de computer. Gelieve erop te letten dat steeds beide handpalmen gelijktijdig met normale kracht op de voelers liggen. Zodra er een polsslag volgt, knippert er een hart naast het polsslagdisplay F. (De handpulsmeting dient slechts ter oriëntatie omdat het door beweging, wrijving, zweet etc. tot afwijkingen van de effectieve polsslag kan komen. Bij een klein aantal personen kan het tot foutieve functies van de handpulsmeting komen. Indien u moeilijkheden met de handpulsmeting ondervindt, raden wij het gebruik van een cardioborstgordel aan.
2. Cardiopolsslagmeting:
In de handel zijn zogeheten cardiopolsslagmeters verkrijgbaar, die uit een zenderborstgordel en een armbandhorloge-ontvanger bestaan. De computer van uw ERGOMETER is met een ontvangtoestel (zonder zender) voor bestaande cardiopolsslagmeetinstrumenten uitgerust. Indien u in het bezit van een dergelijk toestel bent, kunnen de door uw zendtoestel (borstgordel) uitgestraalde impulsen op het computerdisplay afgelezen worden. Dit functioneert met al de niet-gecodeerde borstgordels, waarvan de zendfrequentie tussen 5,0 en 5,5 KHz ligt. De reikwijdte van de zendtoestellen bedraagt al naargelang het model 1 tot 2 m. OPGELET: indien beide polsslagmeetmethoden tegelijkertijd gebruikt worden (bijvoorbeeld: ze dragen een borstgordel en leggen gelijktijdig hun handen op de handpulsvoelers) heeft de handpulsmeting voorrang. Toets „START“ beslist indrukken, anders volgt er geen polsslagmeting.
FITNESSCIJFER / FUNCTIE „ONTSPANNINGSPOLSSLAG“
Uw ergometer biedt de mogelijkheid, een evaluatie van uw individuele fitness in de vorm van een „fitnesscijfer“ door te voeren. Het meetprincipe is gebaseerd op het feit dat bij gezonde, goed getrainde personen de polsslagfrequentie binnen een bepaalde tijdspanne na de training sneller daalt dan bij gezonde, minder goed getrainde personen. Voor de vaststelling van de fitnesstoestand wordt er daarom op het verschil van de polsslagfrequentie op het einde van de training (beginpolsslag) en één minuut na het einde van de training (eindpolsslag) beroep gedaan. Start deze functie pas wanneer u een tijdje getraind hebt. Vóór het begin van de functie „Ontspanningspolsslag“ moet u uw actuele polsslagfrequentie laten weergeven doordat u uw handen op de handpulsvoelers legt of met cardioborstgordel traint .
1. Druk de toets „Test“ in en leg daarna beide handen voor de
polsslagmeting tegen de voelers.
2. De computer gaat over naar de modus „STOP“, in het midden van het
display wordt er een groot hartsymbool weergegeven en de automatische meting „Ontspanningspolsslag“ wordt geïntroduceerd.
3. De tijd, die op het display begint, wordt 0:60 aan achteruit geteld
4. In het veld E „Beoogde polsslag „ wordt de beginpolsslag in het begin
van de meting weergegeven. Daarbij wordt er op het gemiddelde van de
Trainingshandleiding De onderstaande factoren moeten in acht worden genomen bij het bepalen van de benodigde training voor het bereiken van een merkbare verbetering van uw figuur en gezondheid:
De mate van lichamelijke belasting bij de training moet de normale belasting overschrijden, zonder dat u daarbij buiten adem en/of uitgeput raakt. De hartslag kan een geschikte richtwaarde voor een effectieve training zijn. Tijdens de training moet deze tussen de 70% en 85% van de maximale hartslag liggen (zie de tabel en formule om deze te bepalen en te berekenen). Tijdens de eerste weken moet de hartslag tijdens de training in het laagste deel hiervan, rond 70% van de maximale hartslag liggen. In de loop van de daaropvolgende weken en maanden zou de hartslag langzaam tot de bovengrens van 85% van de maximale hartslag moeten stijgen. Hoe beter de conditie van degene die traint is, des te meer moet het trainingsniveau stijgen om tussen de 70% tot 85% van de maximale hartslag te komen. Dit kan worden bereikt door langer te trainen en/of door de moeilijkheidsgraad te verhogen. Wanneer de hartslag niet op het display wordt weergegeven of wanneer u voor de zekerheid uw hartslag wilt controleren, omdat deze door eventuele gebruiksfouten enz. onjuist weergegeven kan zijn, kunt u het volgende doen: De hartslag op de gebruikelijke wijze meten (bijv. de pols voelen en het aantal slagen per minuut tellen). De hartslag met een geschikt en geijkt meetapparaat meten (verkrijgbaar bij gezondheidsinstellingen)
Iedere trainingssessie moet uit drie fasen bestaan: een “warming-up”, een “trainingsfase” en een “cooling down”. In de “warming-up” moet de lichaamstemperatuur en de zuurstoftoevoer langzaam toenemen. Dit kan worden bereikt door vijf tot tien minuten lang gymnastiekoefeningen te doen. Daarna moet de eigenlijke training (“trainingsfase”) beginnen. De trainingsbelasting moet de eerste minuten laag zijn en dan gedurende een periode van 15 tot 30 minuten zo toenemen, dat de hartslag zich tussen de 70% en 85% van de maximale hartslag bevindt. Om de bloedsomloop na de “trainingsfase” te ondersteunen en om spierpijn of verrekte spieren te voorkomen, moet de trainingsfase door een “cooling down” worden gevolgd. Hierbij moeten vijf tot tien minuten lang stretchoefeningen en/of lichte gymnastiekoefeningen worden gedaan. 90% des Maximalpulses 90% of the maximum pulse rate
De meeste experts adviseren een gezondheidsbewust dieet, dat op uw trainingsdoel moet worden afgestemd en drie tot vijf maal per week een lichamelijke training. Een normale volwassene moet tweemaal per week trainen om zijn huidige conditie te behouden. Om zijn conditie te verbeteren en zijn lichaamsgewicht te veranderen moet hij minimaal driemaal per week trainen. Natuurlijk is de ideale trainingsfrequentie vijf maal per week. Maximalpuls (220-Alter) Maximum pulse rate (220-age) 200 ■
Berekeningsformules: Maximale hartslag (220 - leeftijd) 90% van de maximale hartslag 85% van de maximale hartslag 70% van de maximale hartslag
De sleutel tot een succesvol programma is een regelmatige training. U kunt het beste een vaste tijd en plaats per trainingsdag vaststellen en u ook geestelijk op de training voorbereiden. Train alleen met een goed humeur en houd uw doel voor ogen. Met een continue training zult u zien dat u per dag vooruitgang boekt, dat u zich verder ontwikkelt en dat u uw persoonlijke trainingsdoel beetje bij beetje nadert.
(220 - leeftijd) x 0,9 (220 - leeftijd) x 0,85 (220 - leeftijd) x 0,7 Обзор содержания
Notice-Facile