WP2400G9 - WINNY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis WP2400G9 WINNY in PDF-formaat.

Page 32
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : WINNY

Model : WP2400G9

Categorie : Onbepaald

Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WP2400G9 - WINNY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WP2400G9 van het merk WINNY.

GEBRUIKSAANWIJZING WP2400G9 WINNY

NL NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing (Istruzioni Originali)

NL Maximale waarden voor geluid en trillingen Voor model 414 464 534

IDENTIFICATIELABEL EN ONDERDELEN VAN DE MACHINE 1. Niveau van de geluidssterkte volgens richtlijn 2000/14/EG 2. EG-merkteken volgens richtlijn 98/37/EEG (2006/42/CE vanaf 29/12/2009) 3. Bouwjaar 4. Type grasmaaier 5. Serienummer 6. Naam en adres van de fabrikant 7. Artikelcode Onmiddellijk na de aankoop van de machine, worden de identificatienummers (3 – 5 – 6) in de hiertoe bestemde ruimten op de laatste pagina van de handleiding genoteerd.

Geluidsdrukniveau aan het oor van de bediener (op basis van de norm 81/1051/EEG) db(A) 78,4 79,6 80,3 - Meetonzekerheid (2006/42/CE - EN 27574) db(A) 0,7 0,6 0,7 Gemeten geluidsniveau (volgens de richtlijn 2000/14/EG, 2005/88/EG) db(A) 94,0 94,9 96,3 - Meetonzekerheid (2006/42/CE - EN 27574) db(A) 0,2 0,2 0,2 Gegarandeerd geluidsniveau (volgens de richtlijn 2000/14/EG, 2005/88/EG) db(A) 96

11. Chasis 12. Motor 13. Mes 14. Steenbeschermkap 15. Opvangzak 16. Steel 17. Versnellingsknop 18. Hendel rem motor 19. Bedieningshendel aandrijving BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN OP DE KNOPPEN (indien aanwezig) 21. Traag 22. Snel 23. Starter 24. Stop motor 25. Aandrijving ingeschakeld 26. Rust 27. Motor starten VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Uw grasmaaier moet voorzichtig gebruikt worden. Daarom zijn er op de machine pictogrammen op aangebracht die u aan de belangrijkste veiligheidsvoorschriften herinneren. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Verder wordt u aanbevolen de veiligheidsvoorschriften in het speciale hoofdstuk daarover in dit boekje zorgvuldig door te lezen. 51. Waarschuwing: Lees de gebruikaanwijzingen vóórdat u deze grasmaaier gebruikt. 52. Gevaar voor wegschietende voorwerpen. Houd andere personen uit de buurt tijdens het gebruik van deze maaier. 53. Gevaar voor snijwonden. Draaiende messen. Houd handen en voeten uit de buurt van het mes. 54. Alleen voor grasmaaier met elektrische motor 55. Waarschuwing: Wanneer de machine wordt uitgeschakeld, blijft het mes nog even draaien 56. Waarschuwing: Trek de kap van de bougie uit het stopcontact alvorens u onderhoud of reparaties aan uw maaier uitvoert. 57. Alleen voor grasmaaier met elektrische motor.

NL VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG DOORLEZEN A) VOORBEREIDING 1) Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en u in staat bent de grasmaaier op de juiste wijze te gebruiken. Leer hoe u de motor snel kunt uitschakelen. 2) Gebruik de grasmaaier uitsluitend voor het doel waarvoor hij is bestemd, dat wil zeggen voor het maaien en het opvangen van gras. Ieder doel waarvoor de grasmaaier wordt gebruikt dat niet uitdrukkelijk in de gebruiksaanwijzing wordt vermeld kan gevaarlijk zijn en zou de machine kunnen beschadigen. De volgende situaties behoren tot het oneigenlijk gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – vervoer van personen, kinderen of dieren op de machine; – zich door de machine laten vervoeren; – gebruik van de machine voor het aanslepen of aanduwen van een last; – gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval; – gebruik van de machine voor het knippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatie dan gras; – gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk; – het mes aanschakelen op zones zonder gras. 3) Laat kinderen of personen die deze gebruiksaanwijzing niet gelezen hebben de grasmaaier niet gebruiken. De leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn. 4) Gebruik de grasmaaier in geen geval: – als er personen, met name kinderen of dieren in de buurt zijn; – als u onder invloed van medicijnen of alcohol e.d. bent omdat deze uw reactievermogen kunnen verminderen. 5) Denk eraan dat de gebruiker van de grasmaaier aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.

B) VOOR HET GEBRUIK 1) Tijdens het maaien dient u altijd stevige schoenen en een lange broek te dragen. Gebruik de grasmaaier niet met blote voeten of met open sandalen. 2) Controleer het gehele terrein dat u wilt maaien grondig en verwijder alles wat door de machine kan worden uitgestoten of de snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (zoals stenen, takken, ijzerdraad, botten e.d.). 3) LET OP: GEVAAR! De benzine is bijzonder brandbaar: – bewaar de brandstof in speciale tanks; – giet de brandstof, met behulp van een trechter en alleen in de open lucht, in de tank. Tijdens deze handeling en bij het hanteren van de brandstof is het verboden te roken. – giet de brandstof in de tank vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien; – als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de grasmaaier uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn; – draai de dop altijd weer goed op de benzinetank op de grasmaaier en het benzineblik. 4) Vervang de geluiddempers als deze defect zijn. 5) Vóór het gebruik dient u een algemene controle te verrichten en dient u met name de toestand van de messen te controleren en dient u te kontroleren of de bouten en de messen niet versleten of beschadigd zijn. Vervang het beschadigde of versleten mes en/of bouten altijd samen, om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft. 6) Vóórdat u met het maaien begint, dient u de beschermingen te monteren (opvangzag en afschermkap).

C) TIJDENS HET GEBRUIK 1) Start de motor niet in gesloten ruimten, waar zich gevaarlijke koolstofmonoxyde kan ontwikkelen. 2) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht. 3) Indien mogelijk, maai niet als het gazon nat is. 4) Kontroleer op een glooiend terrein altijd of u voldoende steunpunten heeft. 5) Ren in geen geval, maar loop gewoon; laat u niet voorttrekken door de grasmaaier; 6) Maai een helling altijd in de dwarsrichting en nooit van boven naar beneden. 7) Pas goed op als u op een helling van richting verandert; 8) Maai geen gazons die een helling van meer dan 20° hebben. 9) Pas goed op als u de grasmaaier naar u toe haalt; 10) Als de grasmaaier om vervoersredenen schuin gehouden moet worden, of als u de grasmaaier over een terrein verplaatst waar geen gras

ligt, of als de grasmaaier van of naar het te maaien terrein verplaatst dient u het mes vast te zetten. 11) Gebruik de grasmaaier nooit om gras te maaien als de beveiligingen beschadigd zijn, of zonder de grasopvangzak of zonder de deflector. 12) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van de motor niet buitengewoon hoog oplopen. 13) Bij de modellen met voorttrekking, dient u vóórdat u de motor start de wielaandrijving uit te schakelen. 14) Start de motor voorzichtig volgens de aanwijzingen en houd uw voeten uit de buurt van het mes. 15) Houd de grasmaaier niet schuin bij het inschakelen. Schakel de grasmaaier op een vlakke ondergrond in waar geen obstakels zijn of hoog gras. 16) Kom niet met uw handen of voeten in de buurt van of onder de roterende gedeelten. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening. 17) Til de grasmaaier niet op of vervoer de grasmaaier niet terwijl de motor draait. 18) Schakel de motor uit en koppel de bougiekabel los: – vóórdat u enige werkzaamheden onder het maaidek uitvoert of vóórdat u het uitwerpkanaal leegt; – vóórdat u de grasmaaier kontroleert, schoonmaakt of ermee werkt; – nadat u op een vreemd voorwerp gestoten bent, controleer of de grasmaaier beschadigd is en voer de nodige reparaties uit vóórdat u de maaier opnieuw gebruikt; – als de grasmaaier abnormaal begint te trillen (Meteen de oorzaak van de trillingen opsporen en hem laten nakijken door een Gespecialiseerd Servicecentrum). 19) Schakel de motor uit: – iedere keer als u de grasmaaier onbeheerd achterlaat. Haal bij de modellen die elektrisch bestuurd worden ook de sleutel eruit; – vóórdat u benzine bijtankt; – iedere keer als u de grasopvangzag verwijdert of opnieuw aanbrengt; – vóórdat u de maaihoogte afstelt. 20) Neem gas terug vóórdat u de motor uitschakelt. Draai na het maaien de benzinetoevoer dicht, waarbij u de aanwijzingen in het motorinstructieboekje nauwkeurig dient op te volgen. 21) Tijdens het maaien dient u altijd een veiligheidsafstand van het roterende mes in acht te nemen, afhankelijk van de lengte van de handgreep.

D) ONDERHOUD EN OPSLAG 1) Laat de bouten en de schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de grasmaaier pleegt zal de werking van de maaier veilig blijven en zal het prestatieniveau gelijk blijven. 2) Zet de grasmaaier niet met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen. 3) Laat de motor afkoelen vóórdat u de grasmaaier opbergt. 4) Om het brandgevaar zoveel mogelijk te beperken dient u de motor, de geluiddemper van het uitwerpmechanisme, de accubak en de benzinetank vrij te houden van gras, bladeren of teveel vet. Laat geen zakken of bakken met gemaaid gras in de opslagruimte achter. 5) Controleer de deflector en de opvangzag regelmatig zodat u kunt controleren of deze onderdelen versleten of beschadigd zijn. 6) Als u de tank moet legen, dient u dit in de open lucht te doen en terwijl de motor koud is. 7) Trek werkhandschoenen aan als u het mes demonteert en opnieuw monteert. 8) Zorg dat het maaidek opnieuw in balans wordt gebracht nadat het mes geslepen is. Alle handelingen aan het maaidek (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een welbepaalde vaardigheid en het gebruik van speciaal gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen, dienen deze handelingen bijgevolg uitgevoerd te worden in een gespecialiseerd servicecentrum. 9) Gebruik de machine om veiligheidsredenen nooit met versleten of beschadigde onderdelen. De onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker.

E) TRANSPORT EN VERPLAATSING 1) Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, is het noodzakelijk: – stevige werkhandschoenen te dragen; – neem de machine vast op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht; – doe een beroep op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heffen, volgens de kenmerken van het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden. 2) Bevestig de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen.

NL GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Voor de motor en de batterij (indien aanwezig) wordt verwezen naar de relatieve handleidingen. OPMERKING - De overeenkomst tussen de verwijzingen in de tekst en de bijbehorende afbeeldingen (op de pag. 2 – 3) is het nummer dat voor iedere paragraaf staat.

1. VERVOLLEDIG DE MONTAGE OPMERKING - De machine kan mogelijk geleverd worden met sommige onderdelen reeds gemonteerd. LET OP – De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. De verpakking moet volgens de plaatselijke geldende bepalingen worden afgevoerd.

1.1a Handgreep type “I” - zonder verstelling in de hoogte - Het onderste gedeelte van de handgreep (1) op de zijgaten van het chassis monteren, door dit met behulp van de meegeleverde schroeven (2) vast te maken. Het bovenste gedeelte (3) vastmaken met behulp van de meegeleverde schroeven (4), waarbij u erop dient te letten dat de geleidespiraal (5) van de aantrekkabel op de juiste plaats komt. Voor sommige modellen: sluit de remkabel van de motor (6) aan door het klemmenbord (7) van de draad vast te haken in de opening van de stuurhendel (8); bevestig de kabelhouder (6a) aan de handgreep met behulp van de schroeven (9), zoals aangeduid. De stuurkabels met behulp van de klemmen (10) vastmaken. 1.1b Handgreep type “II” met verstelling in de hoogte Het onderste gedeelte van de handgreep (1), die reeds gemonteerd is, weer in de werkstand zetten en met behulp van de onderste knoppen (2) vastzetten. Let er hierbij op dat de twee pennen (3) in hun respectieve opening (4) blijven zitten. Het bovenste gedeelte (5) vastmaken met behulp van de meegeleverde schroeven (6), waarbij u erop dient te letten dat de geleidespiraal (7) van de aantrekkabel op de juiste plaats komt. Voor sommige modellen: sluit de remkabel van de motor (8) aan door het klemmenbord (9) van de draad vast te haken in de opening van de stuurhendel (10); bevestig de kabelhouder (8a) aan de handgreep met behulp van de schroeven (11), zoals aangeduid. De stuurkabels met behulp van de klemmen (12) vastmaken.Door de knoppen (2) los te draaien is het mogelijk om de handgreep op twee verschillende hoogtes te zetten. 1.2a Als de machine van een harde zak voorzien is: Scheid zorgvuldig het plaatje (1) en de rondsels (2) van het bovenste gedeelte van de zak (3). Verwijder de rondsels (2) en monteer het plaatje (1) op het bovenste gedeelte van de zak (3) door het vast te klikken. De beide gedeelten van de zak (3) en (4) monteren, waarbij u erop dient te letten dat de haakjes zo ver mogelijk in de daarvoor bestemde plaats geschoven worden totdat u een klik hoort. Bevestig ze vervolgens met behulp van de meegeleverde schroeven (5). 1.2b Het frame (15) in de zak (17) voeren en alle plastic profielen (18) aanhaken met behulp van een schroevendraaier, zoals op de figuur wordt aangeduid. De omtrekboord (19) van het zeildoek tot op het einde toe in de gleuf van het plastic gedeelte (13) brengen, vertrekkend 5-7 mm van de uiteinden. 1.3 Bij de modellen die van een elektrisch startmechanisme zijn voorzien, dient u de kabel van de accu op de klem van de algemene bedrading van de grasmaaimachine aan te sluiten.

2. BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGSKNOPPEN 2.1 Het gashendel (indien aanwezig) wordt door middel van de hendel (1) bediend. De standen van de hendel blijken uit het betreffende plaatje.Sommige modellen beschikken over een motor met een vast toerental, waarbij u geen gaspedaal nodig heebt. 2.2 De rem van het mes wordt door de hendel (1) bediend die tegen de handgreep aan getrokken moet worden om de machine te starten en tijdens de werking aangetrokken moet blijven. Als u de hendel los laat slaat de motor af. 2.3 Bij de modellen met tractie kunt u de grasmaaimachine inschakelen door de hendel (1) tegen de handgreep te trekken. De grasmaaimachine gaat niet meer vooruit als u de hendel los laat. 2.4 Door middel van de speciale hendels (1) kan de maaihoogte afgesteld worden. Voor enkele modellen, verwijder de schijfbescherming (2) en schroef de pen (3) los met behulp van de meegeleverde sleutel (4); positioneer de wielen in het gat (5) dat overeenkomt met de gewenste snijhoogte en zet de pen (3) volledig aan met behulp van de sleutel (4). De hoogte moet voor de vier wielen gelijk zijn. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS HET MES STIL STAAT.

3. MAAIEN VAN HET GRAS 3.1 De deflector optillen en de harde zak (1) correct vasthaken, zoals blijkt uit de afbeelding. 3.2 Voor het opstarten, volgt men de aanwijzingen in de handleiding van de motor; trek dan de remhendel van het mes (1) tegen de handgreep en geef een stevige ruk aan het handvat van de startkoord (2). Bij de modellen met elektrische start, trekt men de remhendel van het mes (1) tegen de handgreep en verdraait men de contactsleutel (3). 3.3 Het gazon zal er mooier uitzien als u het gras steeds op dezelfde hoogte maait en in afwisselende richting. RAADGEVINGEN VOOR DE ZORG VAN HET GAZON Iedere soort gras heeft verschillende kenmerken en er kunnen dus verschillende werkwijzen nodig zijn om het gazon te verzorgen; lees steeds de aanwijzingen op de zaadverpakkingen met betrekking op de maaihoogte, en al naargelang de groeicondities van de zone waar men werkt. Houd er rekening mee dat de meeste soorten gras uit een steel en een of meerdere bladeren bestaan. Als de bladeren volledig afgemaaid worden, wordt het gazon beschadigd en zal het moeilijker teruggroeien. Over het algemeen, gelden de volgende aanwijzingen: – een te laag maainiveau veroorzaakt scheuren en leegtes in het grasveld, en een "gevlekt" aspect”; – in dezomer, moet het gras hoger gemaaid worden om te vermijden dat het terrein uitdroogt; – maai het gras niet wanneer het nat is; dit zou de werkzaamheid van het mes verminderen omwille van het gras dat aan het mes vastkleeft en zou scheuren in het grasveld veroorzaken; – indien het gras bijzonder hoog is, is het raadzaam eerst te maaien op de maximaal toegestane hoogte en vervolgens een tweede maaibeurt te doen na twee of drie dagen.

3.4 Na gebruik van de machine dient u de hendel (1) van de rem los te laten en het kapje van de bougie (2) te verwijderen. Bij de modellen die van een contact zijn voorzien dient u het 31

contactsleuteltje (3) eruit te nemen. WACHTEN TOTDAT HET SNIJSYSTEEM STIL STAAT vóórdat u welke ingreep dan ook verricht.

4. NORMALE ONDERHOUDSBEURT BELANGRIJK – Een regelmatig en zorgvuldig onderhoud is van wezenlijk belang om de veiligheid en oorspronkelijke prestaties van de machine in stand te houden. De grasmaaier op een droge plaats bewaren. 1) Draag sterke werkhandschoenen vóór elke reiniging, onderhoudsbeurt of afstelling van de machine. 2) Was de machine zorgvuldig na elk gebruik; verwijder gras en modder die zich opgehoopt hebben aan de binnenkant van het chassis, om te voorkomen dat deze ter plaatse drogen en de machine de daaropvolgende keer moeilijk gestart wordt. 3) De laklaag aan de binnenkant van het chassis kan mettertijd loskomen door de schurende werking van het gemalen gras; mocht dit voorvallen, werk de laklaag dan tijdig bij met een roestvrije verf, om te voorkomen dat roest ontstaat dat het metaal aantast. 4) Indien het nodig is toegang te hebben tot de onderkant van de machine, wordt de machine uitsluitend overgeheld langs de zijde aangeduid op de handleiding van de motor, volgens de aangegeven instructies. 5) Giet geen benzine op de plastic onderdelen van de motor of de machine, om schade te voorkomen en verwijder onmiddellijk elk spoor van benzine dat eventueel gemorst werd. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen, veroorzaakt door benzine.

worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen. – Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende locale normen.

6. ACCESSOIRES LET OP: Voor uw eigen veiligheid is het strikt verboden enig ander accessoire te monteren dan in de als volgt vermelde lijst weergegeven wordt en nadrukkelijk voor uw model en type machine ontworpen is.

6.1 “Mulching” kit (indien niet bijgeleverd) Versnippert het pas gemaaide gras en laat het achter op het terrein, in plaats van de grasopvangzak.

4.1 Iedere ingreep aan het mes kan het beste steeds door een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden, dat over geschikt gereedschap beschikt. Deze machine is voorzien voor het gebruik van messen met de code: 81004360/3 (voor model 414) 81004365/3 (voor model 464) 81004381/1 (voor model 534) De messen moeten altijd het keurmerk hebben. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de boven vermelde messen in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid. Monteer het mes (2) weer met de code en het keurmerk naar de grond gericht, in de volgorde in de figuur. Draai de middelste schroef (1) aan met een 35-40 Nm dynamometrische sleutel.

4.2 Om de accu op te laden dient u de speciale accu-lader (1) te gebruiken, waarbij u de aanwijzingen die in het boekje van de accu staan zorgvuldig moet naleven. Sluit de batterijlader niet rechtstreeks aan op de klem van de motor. De motor kan niet gestart gebruik makend van de batterij als voedingsbron, omdat deze laatste beschadigd kan worden. Als u de grasmaaier lange tijd niet gebruikt dient u de accu van de motor los te koppelen en te zorgen dat hij altijd geladen blijft.

5. MILIEUBESCHERMING De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. – Wees geen storend element voor uw buren. – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval. – Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, benzine, batterijen, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen

Bij twijfel of indien iets u niet duidelijk is, wordt contact opgenomen met het dichtstbijzijnd Servicecentrum of de Dealer.