PHN3320X - Fornuis PROGRESS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PHN3320X PROGRESS in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur PHN3320X PROGRESS
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PHN3320X - PROGRESS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PHN3320X van het merk PROGRESS.
GEBRUIKSAANWIJZING PHN3320X PROGRESS
Gebruiksaanwijzing User Instructions Inbouwfornuis Built-in cooker PHN 8320
2 progress Inhoudsopgave Waarschuwingen en belangrike veiligheidsinformatie Beschriving van het apparaat Bediening … Voordat u het apparaat in gebruik neemt Elektronisch programmeren Gebruik van de oven … Baktabellen … Reiniging en onderhoud . Het oplossen van problemen Technische gegevens Instructies voor de installateui Instructies voor de inbouw … Klantenservice… Handleiding voor de gebruiksaanwijzing AN Veiligheidsinstructies cg Stap-voor-stap-handieiding C Dit apparaat voldoet aan de volgende EG-richtlijnen: - 2006/95(Laagspanningsrichtlijn); - 89/336 (EMC Richitlin); - 93/68 (algemene richtlin); en daaropvolgende wizigingen. FABRIKANT: ELECTROLUX HOME PRODUCTSITALY S.p.A. Viale Bologna, 298 47100 FORLI (Italy)
3 progress A Waarschuwingen en belangrijke veiligheidsinformatie Bewaar de bij dit apparaat geleverde gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Als het apparaat aan derden wordt geschonken of verkocht, of als u het apparaat bij verhuizing in de oude woning achterlaat, is het belangrijk dat de nieuwe gebruiker over deze gebruiksaanwi g en de adviezen kan beschikken. Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor de veiligheid van de gebruiker en diens huisgenoten. Lees ze dus aandachtig door, voordat u het apparaat aansluit en/of in gebruik neemt. Installatie De installatie moet verricht worden door vakkundig personeel, met inachtneming van de geldende voorschriften. De afzon- derlike installatiewerkzaamheden zin be- schreven in de instructies voor de installateur. Laat de installatie en aansluiting uitvoeren door een vakman, overeenkomstig de hem, dankzi zijn vakkennis bekende richtlinen. Ook eventuele voor de installatie noodza- kelke wijzigingen aan de elektriciteits- voorziening moeten door een erkend installateur uitgevoerd worden. Deze oven is geschikt voor gebruik als afzonderlik apparaat of in combinatie met een elektrische kookplaat, voor aansluiting op een 1-,2- of 8-fasige spanningsbron (of groepen) van 230 V. De aansluiting op meerdere fasen zonder nulleider (400 V/) leidt tot het defect van de oven en de aangesloten kookplaten. Werking Deze oven is ontworpen voor de berei- ding van gerechten; gebruik hem nooit voor andere doeleinden. Tijdens de werking van de oven extra voorzichtig zijn. Door de grote hitte van de verwarmingselementen zijn de roos- ters en andere delen erg heet. Indien u - om welke reden dan ook - alu- miniumfolie in de oven gebruikt, laat dit dan nooit in direct contact komen met de bodem van de oven. Ga bi het reinigen van de oven voorzich- tig te werk: sproei nooit vloeistof op het vetfilter (indien aanwezig), de verwarmingselementen en de thermostaatsensor. Het is gevaarlijk veranderingen van welke aard ook aan te brengen aan het appa- raat of aan de kenmerken ervan. Tijdens het bak-, braad- en grillproces worden de ovendeur en de andere on- derdelen van het apparaat erg heet, Houd kinderen daarom uit de buurt van het apparaat. Indien er elektrische appa- raten worden aangesloten op stopcon- tacten in de buurt van de oven, let er dan op dat de aansluitsnoeren niet in aanra- king komen met hete opperviakken of vastgeklemd raken tussen de ovendeur. Gebruik altid ovenwanten om vuurvaste, hete schotels of schalen uit de oven te halen. Een regelmatige reiniging voorkomt de achteruitgang van het oppervlakte- material van de oven. Schakel voordat u de oven gaat reinigen de stroom uit of haal de stekker uit het stopcontact. Verzeker u ervan dat de oven in de stand «UIT> staat, als de oven niet meer ge- bruikt wordt. Het apparaat mag niet worden gereinigd met een stoomreiniger. Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers. U kunt daarmee krassen op de deur veroorzaken en dat kan leiden tot het barsten van het glas. Veiligheid Dit apparaat is bestemd voor gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk om het door kinderen te laten gebruiken of hen ermee te laten spelen.
4 progress Houd kinderen uit de buurt, zolang de oven in werking is. Ook nadat u de oven heeft uitgeschakeld, blijft de deur nog lange tijd heet. Dit apparaat mag niet gebruikt worden door kinderen of andere personen wiens lichamelijke, motorische of geestelijke gesteldheid of gebrek aan ervaring en kennis die daardoor het apparaat niet kunnen gebruiken zonder supervisie of instructies van een verantwoordelijk persoon om zeker te zijn van dat het apparaat veilig kan worden gebruikt. Afvalverwerking ® Verpakkingsmateriaal De verpakking bestaat uit milieu- vriendelijke materialen die geschikt zijn voor hergebruik. De onderdelen van kunststof zijn voorzien van de volgende merktekens, biv. >PE>, >PS< enz. Gooi de verpakkingsmaterialen weg in over- eenstemming met hun kenmerken bi de gemeentelike afvaldienst in de daarvoor bedoelde containers. OC] Oude apparaten Het symboa op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behan- deld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwi- derd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalverwerking. Voor gedetail- leerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het product hebt ge- kocht. A Let op: Opdat een afgedankt appa- raat geen gevaar meer oplevert, moet het voordat het als afval wordt ver- werkt, onbruikbaar gemaakt worden. Trek de stekker uit het stopcontact en verwijder de hoofdkabel van het apparaat. Klantenservice Laat controlewerkzaamheden of repara- ties uitvoeren door de klantenservice van de fabrikant of door een door de fabrikant geautoriseerde klantenservice en gebruik alleen originele onderdelen. Probeer nooit zelf storingen van of be- schadigingen aan het apparaat te repare- ren. Reparaties die door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden.
5 progress Beschrijving van het apparaat
1. Bedieningspaneel 9. Knop voor kookzone rechtsachter
2. Knop voor kookzone linksvoor 10. Knop voor kookzone rechtsvoor
3. Knop voor kookzone linksachter 11. Ventilatieopening voor de koelventilator
4. Temperatuurregelaar - Controlelampje 12. Grill
5. Temperatuurregelaar 13. Ovenverlichting
6. Elektronische tijdklok 14. Ovenventilator
7. Ovenregelaar 15. Typeplaatje
8. Bedrijfscontrolelampje
Accessoires Bakplaat Rooster Braadslede
6 progress Bediening Verzonken knoppen Deze modellen zijn voorzien van verzonken knoppen. Deze knoppen werken op het systeem van indrukken-uittrekken. Ze kunnen helemaal in het paneel verdwijnen als de oven buiten gebruik is. Bedieningsknop Door aan de thermostaatknop te draaien kan de meest geschikte temperatuur gekozen worden en door aan de keuzeknop te draaien kan het meest geschikte verwarmings- systeem gekozen worden: Oven uitgeschakeld Hete lucht Boven- en onderwarmte Onderwarmte Ventilatorgrill Grill Ontdooien x(2D0DE ° Bedrijfscontrolelampje Het bedriffscontrolelampje gaat branden als de functieknop wordt ingesteld. Temperatuurregelknop - Controlelampje Dit controlelampje gaat branden als er aan de temperatuurregelknop gedraaid wordt. Het lampje blijft branden tot de ge- wenste temperatuur bereikt is. Daarna gaat het knipperen om aan te geven dat de tem- peratuur in stand wordt gehouden. Bedieningsknop voor de kookplaat Op het bedieningspaneel bevinden zich de schakelknoppen voor de vier verwarmingselementen van de kookzones. De kookzones worden ingesteld met een schakelaar met 9 standen waarvan de vol- gende standen gebruikt kunnen worden: O=UIT 4 = Minimum 9 = Maximum
Tweekringskookzone - Inschakeling {zie de lijst van apparaten in hoofdstuk “Tech- nische gegevens”) Door de kookzoneknop van stand 9 in de stand te Zzetten, worden de beide verwarmingskringen ingeschakeld ©) (rechtsom); “klik” is hoorbaar. Beide verwarmingskringen worden nu tegelik inge- schakeld. Aansluitend wordt de gewenste stand ingesteld (knop naar links draaien). A De bereiding van gerechten met olie of vetten zoals bijv. frites, mag niet zonder toezicht plaats: vinden, daar olie en vetten oververhitting gemakkelijk kun- nen ontvlammen. Veiligheidsthermostaat Om gevaarlijke oververhitting te voorko- men (door ondeskundig gebruik van het ap- paraat of defecte onderdelen), is de oven voorzien van een veiligheidsthermostaat, die de stroomtoevoer onderbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de oven auto- matisch weer ingeschakeld. Als de veiligheidsthermostaat is geacti- veerd vanwege onjuist gebruik van het appa- raat, hoeft u (nadat de oven is afgekoeld) al- leen de fout te verhelpen. Wordt de thermo- staat daarentegen geactiveerd vanwege een defect onderdeel, neem dan contact op met onze klantenservice. Koelventilator De koelventilator koelt de oven en het bedieningspaneel af. De ventilator wordt na- dat de oven enkele minuten in werking is au- tomatisch ingeschakeld. Warme lucht wordt door de afscherming in de buurt van de deur- greep van de oven naar buiten afgevoerd. Als de oven wordt uitgeschakeld kan de ventila- tor nog enige tid draaien om de bedienings- elementen af te koelen. Dit is helemaal nor- maal. (Gi) De werking van de ventilator hangt af van hoe lang en op welke temperatuur de oven gebruikt is. Het is mogelik dat de ventilator helemaal niet ingescha- keld wordt op lagere temperatuur- instellingen of als de oven maar korte tijd gebruikt is. 7 progress
8 progress Voordat u de oven voor het eerst in gebruik neemt G) Verwijder al het verpakkings- materiaal, zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van de oven, voordat u de oven in gebruik neemt. Voordat u de oven in gebruik neemt, moet de oven één keer opgewarmd worden zonder dat u er gerechten in geplaatst heeft. Gedurende deze tijd kan er een onaange- naam luchtje ontstaan. Dit is helemaal nor- maal. Het wordt veroorzaakt door fabricage- resten. G) De oven functioneert alleen als u 1] de klok hebt ingesteld. Zorg ervoor dat de ruimte goed geventi- leerd is. Æ 1. Stel het tijdstip van de dag in met de optie elektronisch programme- ren (zie hoofdstuk “Elektronisch programmeren").
2. Draai de functieknop op hete lucht
3. Draai de thermostaatknop naar
4. Zet een raam open voor de ventila-
nuten werken. Herhaal deze procedure voor de functie boven- en onderwarmte (==) en voor de functie ventilatorgrill gedurende ongeveer 5-10 minuten. Œ Laat de oven daarna afkoelen. Maak een doek vochtig met warm water en wat mild reinigingsmiddel en maak daarmee de binnenkant van de oven schoon. Maak, voordat u de oven voor het eerst gebruikt, ook alle accessoires grondig schoon. Pak, om de deur te openen, altijd de handgreep in het midden vast.
De oven werkt pas nadat de klok is ingesteld. De oven kan echter ook zonder enige programmering bediend worden Als de stroom uitvalt worden alle in- Stellingen (kiok, programma-instelling of lopend programma) gewist. Als de stroomtoevoer weer hersteld is, knip- peren de cijfers in het display. De kiok en de timer moeten in een dergelik geval wel opnieuw worden ingesteld. Om het juiste tijdstip van de dag in te stel- len (Ô) Wanneer de stroomtoevoer wordt inge- schakeld, of nadat de stroom is uitgevallen, knippert het controlelampje “Klok” @) op het display. Om de klok in te stellen:
1. Druk op toets “4” of"
2. Wacht daarna 5 seconden: het controle-
lampje “Klok” @ gaat uit en op het display verschijnt de ingestelde tijd. Het apparaat is klaar voor gebruik. Om het juiste tijdstip van de dag opnieuw in te stellen:
1. Druk nogmaals op toets (C] om de func-
tie “Klok” te Kiezen. Het overeenkomstige controlelampje gaat knipperen. Ga dan verder zoals hierboven is beschreven. ®o œ ww Functiekeuzetoets @ Toets"—" Toets “+” Controlelampje Controlelampje “Bereidingstid” [| Controlelampje “Einde bereidingstijd" | Controlelampje “Timer” Controlelampje “Klok" (O)
10 progress Het tijdstip van de dag kan alleen op- nieuw worden ingesteld als er geen auto- matische functie (bereidingstijd | of einde bereidingstid —$}) ingesteld is. Bereidingstijd || Met deze functie wordt de oven automa- tisch uitgeschakeld als de geprogrammeerde bereidingstijd afgelopen is. Zet het gerecht in de oven, kies een bereidingsfunctie en stel de bereidingstemperatuur in. Druk nogmaals op de toets (CG) om de functie “Bereidings- tid” te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje |] gaat knipperen. Ga dan als volgt verder: Zo stelt u de bereidingstijd in:
1. Druk op toets “4” of".
2. Wacht 5 seconden nadat u de instelling
hebt uitgevoerd: het controlelampje “Be- reidingstid” |] gaat branden en op het display verschiint weer het tidstip van de dag.
3. Als de geprogrammeerde bereidingstijd
is verstreken, wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Er klinkt een geluids- signaal en het controlelampje knippert. Draai de functieknop van de oven en de thermostaatknop op nul. Om het geluidsalarm uit te schakelen een Willekeurige toets indrukken. OPMERKING: Door het uitschakelen van het geluidssignaal wordt de oven weer op handmatige bediening gezet. Als de functieknop en de thermostaat- knoppen niet op nul gezet zijn, zal de oven weer gaan opwarmen. Zo annuleert u de bereidingstijd:
1. Druk nogmaals op de toets @ om de
functie “Bereidingstijd” te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje [| gaat knipperen en op het display ver- schijnt de resterende bereidingstid.
2. Druk op toets “…" tot “0:00” op het
display verschijnt. 5 seconden later gaat het controlelampje uit en zal het tijdstip van de dag weer op het display verschij- nen.
Einde bereidingstijd —| Met deze functie kunt u de oven zodanig instellen dat deze automatisch uitgeschakeld wordt als de geprogrammeerde bereidings- tid afgelopen is. Zet het gerecht in de oven, kies een bereidingsfunctie en stel de bereidingstemperatuur in. Druk nogmaals op de toets & om de functie “Einde bereidingstijd” te kiezen. Het overeenkom- stige controlelampje —$] gaat knipperen. Ga dan als volgt verder: Zo stelt u het einde van de bereidingstijd in:
hebt uitgevoerd: het controlelampje “Einde bereidingstid” 5] gaat branden en op het display verschiint weer het tijd- stip van de dag.
3. Als de geprogrammeerde bereidingstijd
is verstreken, wordt de oven automa- tisch uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal en het controlelampje knippert. Draai de functieknop van de oven en de thermostaatknop op nul Om het geluidsalarm uit te schakelen een willekeurige toets indrukken. OPMERKING: Door het uitschakelen van het geluidssignaal wordt de oven weer op handmatige bediening gezet. Als de functieknop en de thermostaat- knoppen niet op nul gezet zijn, zal de oven weer gaan opwarmen. Zo annuleert u het geprogrammeerde einde van de bereidingstij
1. Druk nogmaals op de toets @ om de
functie “Einde bereidingstijd” te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje —| gaat knipperen en op het display verschiint het geprogrammeerde Einde bereidingstijd 11 progress
2. Druk op toets “…", tot op het display het
tijdstip van de dag verschijnt. Er klinkt een geluidssignaal en het controlelampije gaat uit. Combinatie van “Bereidingstijd” Il en “Einde bereidingstijd” —ÿ| De functies “Bereidingstijd” en “Einde bereidingstid” kunnen tegelijk gebruikt wor- den om de oven automatisch in te schakelen en later uit te schakelen.
1. Stel met behulp van de functie
“Bereidingstid” | (stel de bereidings- tiid in zoals beschreven in het betreffende hoofdstuk) de tijdsduur in. Druk vervol- gens op toets @ op het display ver- schijnt de geprogrammeerde instelling.
2. Stel met behulp van de functie “Einde
bereidingstijd” | (stel het Einde bereidingstijd in zoals beschreven in het betreffende hoofdstuk) het tidstip van het einde van de bereiding in. Het overeenkomstige controlelampje gaat branden en op het display verschijnt het tijdstip van de dag. De oven zal in- en uitgeschakeld worden volgens de inge- stelde programma's. Timer D Het timersignaal klinkt aan het einde van een ingestelde tidsduur; de oven blijft echter ingeschakeld, als hij op dat moment in ge- bruik is. Zo stelt u de timer in:
1. Druk nogmaals op toets @ om de func-
tie “Timer” te kiezen. Het overeenkom- stige controlelampje 5e gaat knipperen.
2. Druk vervolgens op toets “4” of"
hebt uitgevoerd. Het controlelampje van de “Timer” 5e gaat branden.
4. Als de ingestelde tidsduur is afgelopen
begint het controlelampje te knipperen en klinkt er een geluidssignaal. Druk op een Wwillekeurige toets om het geluidssignaal uit te schakelen.
schakelt u de timer uit: Druk nogmaals op de toets x om de functie “Timer” te kiezen. Het overeen- Kkomstige controlelampje Se gaat knippe- ren en op het display verschijnt de reste- rende tijd. Druk op toets “", tot “0:00” op het display verschijnt. 5 seconden later gaat het controlelampje uit en zal het tijdstip van de dag weer op het display verschij- nen. schakelt u het display uit: Druk tegelikertijd op twee programmeer- knoppen en houd ze ong. 5 seconden in- gedrukt. Het display wordt uitgescha- keldl. Om het display in te schakelen, drukt u op een Wwillekeurige toets. Het display kan alleen uitgeschakeld worden als er geen andere functies zijn ingesteld. 18 progress
14 progress Gebruik van de oven
Belangrijk! - Leg geen aluminiumfo- lie in de oven en plaats geen bakblik enz. op de bodem, aangezien de daardoor veroorzaakte hitte- concentratie het emaille van de oven beschadigt. Zet pannen en schalen, hittebestendige pannen en schalen of aluminium bakplaten altijd op het rooster, dat in de geleiders is gescho- ven. Wanneer levensmiddelen ver- warmd worden ontstaat stoom, net als in een ketel. Wanneer de stoom in aanraking komt met de glazen deur van de oven, wordt er condens ge- vormd en ontstaan er waterdruppels. Warm de lege oven altijd 10 minuten voor, om condensvorming te beperken. Wij adviseren u na elke bereiding de wa- terdruppels weg te vegen.
De ovendeur moet tijdens de be- reiding gesloten zijn. Wees voorzichtig bij het openen van de ovendeur. Laat hem niet “open vallen”, maar ondersteun de deur met de handgreep totdat hij helemaal open is. De oven heeft vier inzetniveaus. De plaatsen voor de roosters worden van de bodem van de oven geteld, zoals aangegeven in de afbeelding. De roosters moeten absoluut goed op hun plaats worden gezet (zie afbeel- ding). Zet geen serviesgoed of schalen rechtstreeks op de bodem van de oven. ere
1. Draai de knop op de gewenste functie
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur. - De warmte wordt het best verdeeld op het middelste inzetniveau. Als de onder- Kant van het gerecht een bruiner korstje moet krijgen, zet u het op een lager inzetniveau. Als de bovenkant een brui- ner korstje moet krijgen, zet u het ge- recht op een hoger inzetniveau. - Het materiaal en de afwerking van de bakplaat en de schalen is van invioed op de mate waarin het voedsel een bruin korstje krijgt. Geëmailleerde, donkere, zware of vormen of keuken- gereedschappen zonder beschermlaag maken een sterkere bruining van de on- derkant mogelik, terwijl vormen van glas of glanzend aluminium of gepolijste sta- len bakplaten de hitte reflecteren en daardoor slechts een geringe bruiner- ende werking op de onderkant toestaan. - __Zet de gerechten altijd in het midden van het rooster, om een geljkmatige bruining te bevorderen. -__Zet de gerechten op bakplaten van ge- schikte afmetingen, zodat vloeistof niet op de bodem van de oven kan lekken. Zo bespaart u zichzelf schoonmaak- werkzaamheden. -__Zet gerechten, potten of bakblikken nooit rechtstreeks op de bodem van de oven, deze wordt namelijk erg heet en dan kunnen er beschadigingen ont- staan. Bij deze instelling komt de warmte van zowel de bovenste als de onderste verwarmingselementen. Daarom heeft u slechts een inzetniveau nodig voor de bereiding. Deze instelling is met name geschikt voor gerechten, die aan de on- derkant extra gebruind moeten worden zoals quiches en pasteien. Gratins, lasagna en andere gerechten die vooral aan de bovenkant gebruind moe- ten worden, kunnen ook heel goed met deze instelling bereid worden. 15 progress Onderwarmte =
1. Draai de functieknop van de oven op
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur. Deze functie is met name geschikt voor het blindbakken van deeg. Deze functie kan ook gebruikt worden voor quiches of pas- teien, omdat het deeg van de bodem gega- randeerd goed gebakken wordt. G) Het controlelampje van de thermo- staat blift branden tot de juiste tem- peratuur bereikt is. Daarna gaat het knipperen om aan te geven dat de temperatuur in stand wordt gehou- den. Hete lucht
1. Draai de functieknop van de oven op
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur. - Het voedsel wordt bereid met behulp van voorverwarmde lucht die gelijkmatig door een ventilator in de oven wordt rond geblazen. - De warmte wordt snel bereikt en gelik- matig over alle ovenzones verdeeld. Dat betekent dat u geliktijdig verschillende soorten gerechten kunt bakken, braden en stomen. Bereiden met hetelucht ga- randeert een snelle verwijdering van vocht; de drogere omgeving van de oven voorkomit dat de verschillende aro- ma's en smaken van het ene gerecht naar het andere worden overgebracht. - De mogelïkheid om gerechten op ver- schillende inzetniveaus te bereiden bete- kent dat u verschillende gerechten tege- likertijd kunt bereiden; tot maximaal drie bakplaten koekjes en minipizza's, om meteen op te eten of om ze vervolgens in te vriezen. - _ Natuurlik kan de oven ook gebruikt wor- den voor bereidingen op één niveau. Daarbij kunt u het best de laagste ni- veaus gebruiken, dan kunt u de voort- gang makkelijker in de gaten houden.
16 progress -__Bovendien is de oven met name ge- schikt voor het steriliseren van jam en ei- gen vruchten op siroop en om padden- stoelen en fruit te drogen. Grillen O De meeste levensmiddelen kunnen het beste op het rooster in de grillpan gelegd worden, hierdoor is een maximale lucht- circulatie mogelijk en ligt het voedsel niet in zijn eigen vet of vocht. Vis, lever en niertjes kunnen, indien nodig, ook recht- streeks in de grillpan gelegd worden. -__ Het is het beste als de levensmiddelen, voordat ze gegrild worden, droog zijn, daarmee voorkomt u spatten. Strijk ma- ger vlees en vis licht in met een beetje olie of gesmolten boter, zodat de ge- rechten tijdens de bereiding mals blijven. -__ Groenten als bijgerecht, zoals bijvoor- beeld tomaten en paddenstoelen, kun- nen tijdens het grillen van het viees onder het rooster gelegd worden. - _ Brood moet op het bovenste inzetniveau geroosterd worden. - Het te grillen gerecht moet zo nu en dan omgekeerd worden. Gebruik van de grill O Via de grill komt de directe warmte snel tot in het midden van het bereik van de grill- pan. Met de grill kunt u heel goed kleinere hoeveelheden grillen. Op die manier kunt u ook energie besparen.
1. Draai de functieknop van de oven op
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
3. Kies het geschikte inzetniveau voor het
rooster en de grillpan, afhankelik van de dikte van het voedsel dat u wilt grillen. Volg daarna de aanwijzingen voor het grillen op. Het grill-element werkt via de thermo- staat. Tijdens het grillen wordt de grill met regelmatige tussenpozen in- en uitgescha- keld, om oververhitting te voorkomen.
1. Dei de functieknop van de oven op
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur. Dit is een alternatieve bereidingsmetho- de voor gerechten die anders met de norma- le grill bereid worden. Het grill-element en de ventilator werken afwisselend, daardoor wordt de hete lucht in de oven gecirculeerd. Stel voor de ventilatorgrill een maximale temperatuur van 200°C Ontdooien * De ovenventilator werkt zonder warmte en laat de lucht in de oven op kamertempe- ratuur circuleren. Controleer of de thermostaatknop op de stand UIT staat.
G) Aanwijzingen en Tips Bakken: Taart en gebak vereisen gewoonlik een gemiddelde temperatuur (150°C-200°C). Daarom moet de oven gedurende ong. 10 minuten voorverwarmd worden. Doe de ovendeur niet open voordat 3/4 van de baktid is verstreken. Bak kruimeldeeg in een springvorm of op een bakblik tot 2/3 van de baktijd. Ver- volgens kunt u het garneren en afbakken. Deze extra baktijd hangt af van de soort en hoeveelheid van de garnering. Biscuitdeeg moet moeiljk van de lepel lopen. De baktijd zou door te vloeibaar deeg onnodig langer duren. Als er twee bakblikken met gebak tege- ljkertijd in de oven worden geplaatst, moet er tussen de blikken één niveau worden vrij- gelaten. Als er twee bakblikken met gebak tege- likertijd in de oven worden geplaatst, moe- ten deze na ongeveer 2/3 van de baktijd worden omgewisseld en omgedraaid. Braden: Braad geen stukken die minder wegen dan 1 kg. Kleinere stukken kunnen tijdens het braden uitdrogen. Donker viees, dat van buiten goed gebraden maar van binnen roze tot rood moet blijven, moet bij een hogere temperatuur (200°C-250°C) worden gebra- den. Licht vlees, gevogelte en vis hebben daarentegen een lagere temperatuur (150°C-175°C) nodig. Doe bij een korte bereidingstijd de ingrediënten voor de saus of jus direct aan het begin in de braadslede. Heeft het gerecht een langere bereidingstijd nodig, voeg deze ingrediënten dan pas het laatste half uur toe. U kunt controleren of het vlees gaar is met behulp van een lepel: als het vlees niet kan worden ingedrukt, is het gaar. Rosbief en ossenhaas, die van binnen roze moeten blijven, moeten op een hogere temperatuur en in kortere td worden gebraden. Als u viees direct op het rooster braadit, plaats dan de braadslede op het onderste niveau zodat de sappen worden opgevan- gen. 17 progress Het braadstuk minstens 15 minuten la- ten staan, voordat u het aansnijdt, zodat het vleesvocht niet kan weglopen. Om rookvorming in de oven te beper- ken, kunt u een beetje water in de braads- lede gieten. Om condensvorming te voorko- men, een paar keer water toevoegen. Bor- den kunnen tot zi geserveerd worden in de oven op de laagste temperatuur warm ge- houden worden. A Voorzichtig! Leg geen aluminiumfolie of kookgerei in de oven en zet de braadslee of het bakblik niet op de bodem van de oven, anders kan het emaille van de oven door de oplopende hitte beschadigd worden. Bereidingstijden De bereidingstijden kunnen verschillen al naar gelang de samenstelling, ingrediënten en hoeveelheid vocht in de afzonderlijke ge- rechten. Noteer de instellingen van uw eerste bereidingsexperimenten, om ervaring op te doen als u deze gerechten later nog eens wilt bereiden. Op basis van uw eigen ervaringen kunt u de aangegeven waarden individueel aan- passen.
18 progress Baktabellen Boven- en onderwarmte en hete lucht G) Tijden zijn exclusief voorverwarmen. De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen. Bowen enondervamie]_ Heleluent _|Bereidingstid GERECHT NVeau | Temp. Niveau [Temp. | in minuten | pMERkINGEN EE |) 0 GEBAK Schuimtaart 2 170 | 2(ten) | 160 | 45-60 | incakevorm Zandkoekdeeg 2 170 | 2(ten3) | 160 | 20-30 | incakevorm Karnemelk-kwarktaart 1 175 2 165 | 60-80 | incakevorm Appeltaart 1 170 | 2(teng> | 160 | 90-120 | incakevorm Strudel 2 180 2 160 | 60-80 | opbakblik Jamtaart 2 190 | 2(ten3” | 180 | 40-45 | incakevorm Cake 2 170 2 150 | 60-70 | incakevorm Biskuitgebak 1 170 | 2(ten3” | 165 | 30-40 | incakevorm Kerststol 1 150 2 150 | 120-150 | in cakevorm Pruimentaart 1 175 2 160 | 50-60 | In broodvorm Kieine cake 3 170 2 160 | 20-35 | Op bakplaat Koekjes 2 160 | 2ftens” | 150 | 20-30 | Op bakplaat Schuimpjes 2 135 | 2ten} | 150 | 60-20 | Op bakplaat Koffiebroodjes 2 200 2 190 | 12-20 | Opbakplaat Soesjes 20f8 | 210 | 2(1en8} | 170 | 25-85 | opbakblik Tartes 2 180 2 170 | 45-70 | incakevorm
Wit brood 1 195 2 185 | 60-70 Roggebrood 1 190 1 180 | 30-45 | In broodvorm Broodjes 2 200 | 2{tengy | 175 | 25-40 | Opbakblik Pizza 2 200 2 200 | 20-30 | opbakblik OVENSCHOTELS Hartige taart 2 200 | 2(teng | 175 | 40-50 | bakvorm Groentetaart 2 200 | 2{1en8} | 175 | 45-60 | bakvorm Quiche 1 210 1 190 | 30-40 | bakvorm Lasagne 2 200 2 200 | 2535 | bakvorm Cannelloni 2 200 2 200 | 2535 | bakvorm VLEES Rund 2 190 2 175 | 50-70 | Oprooster Varken 2 180 2 175 | 100-130 | Op rooster Kalf 2 190 2 175 | 00-120 | Oprooster Rosbief r0od 2 210 2 200 | 50-60 | Oprooster medium 2 210 2 200 | 60-70 | Oprooster doorbakken 2 210 2 200 | 70-80 | Oprooster Varkensschouder 2 180 2 170 | 120-150 | Met zwoerd Varkensschenkel 2 180 2 160 | 100-120 | 2stuks Lam 2 190 2 175 | 110-130 | Bout Kip 2 190 2 200 | 70-85 | Heel Kalkoen 2 180 2 160 | 210-240 | Heel Eend 2 175 2 220 | 120-150 | heel Gans 2 175 1 160 | 150-200 | heel Konin 2 190 2 175 | 60-80 | Instukken Haas 2 190 2 175 | 150-200 | Instukken Fezant 2 190 2 175 | 90-120 | heel Gehakt 2 180 2 170 | samen150 | broodvorm VIS ForeVZeebrasem 2 190 | 2fieng} | 175 | 40-55 | 3-4 vissen Tonin/Zalm 2 190 | 2ien3 | 175 | 35-60 | 4-6fiets De aangegeven temperaturen zijn richtgetallen. Eventueel moeten de temperaturen aangepast worden aan persoonlijke wensen. {* Indien u geliktijdig meer dan een gerecht wilt bereiden, adviseren wij u deze op de tussen haakjes aangegeven niveaus te plaatsen.
19 progress G) Tijden zijn exclusief voorverwarmen. De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen. Grillen Hoeveelheid Grillen Bereidingstiid GERECHT (minuter) Stuks | gram emp.(‘C)| 1e kant 2e kant Tournedos 4 800 250 12-15 12-14 Biefstuk 4 600 250 10-12 6-8 Worstjes 8 / 250 12-15 10-12 Varkenskarbonades 4 600 250 12-16 12-14 Kip (in twee helften) 2 1000 250 30-35 25-30 Kebabs 4 / 250 10-15 10-12 Kip (borst) 4 400 250 12-15 12-14 Hamburger’ 6 600 250 20-30 *Voorvenwarmen 500" Vis (filets) 4 400 3 250 12-14 10-12 Sandwiches 4-6 / 3 250 5-7 / Toast 4-6 / 3 250 2-4 2-3 Ventilatorgrill ÂÀ Stel voor de ventilatorgrill een maximale temperatuur van 200°C in. GERECHT Hoeveelheid Niveau Temp. °C |Bereidingstid (minuten) ©] (gr) E Onder Boven = kant kant Opgerolde braadstukken (kalkoen) 1000 3 200 30 - 40 20 - 80 Kip (in twee helften) 1000 3 200 25 - 30 20 - 30 Kippenpoten - 3 200 15 - 20 15-18 Kwartel 500 3 200 25 - 80 20 -25 Groentegratin - 3 200 20 - 25 - St. Jacobsschelpen - 3 200 15 - 20 - Makreel - 3 200 15-20 10-15 Vismoten 800 3 200 12-15 8-10 G De aangegeven temperaturen zijn richtgetallen. Eventueel moet de temperatuur aangepast worden aan persoonlijke wensen.
20 progress Reiniging en onderhoud Voordat u de oven schoonmaakt, de oven uitschakelen en laten afkoelen. Het apparaat mag niet schoongemaakt worden met een stoomreiniger.
Belangrijk: Voor elke reinigings- handeling de stekker van het apparaat ab- soluut uit het stopcontact halen. Voor een lange levensduur van het ap- paraat is het noodzakelik de volgende reinigingswerkzaamheden regelmatig uit de voeren: - _ Doe dit alleen bi een afgekoelde oven. -__ Maak de geëmailleerde delen schoon met een sopje. -_ Gebruik geen schuurmiddelen. -__ Onderdelen van roestvrij staal en de glasplaat droogwrijven met een zachte doek. - Gebruik bij hardnekkige viekken normaal verkrijgbare reinigingsmiddelen voor roestvrij staal of warme azin. Het emaille van de oven is uiterst duur- zaam en in hoge mate resistent. De inwer- king van hete fruitzuren (citroenen, pruimen of dergelijke) kunnen echter op de opper- viakken van emaille blijvende matte en ruwe viekken achterlaten. Dergelijke viekken op het hoogglanzende oppervlak van het emaille hebben echter geen invioed op de functies van de oven. Reinig de oven gron- dig na elk gebruik. Zo kunt u verontreinigin- gen het makkelijkst verwijderen. Verder inbranden wordt daardoor voorkomen. Reinigingsmiddelen Voordat welke schoonmaakmiddelen dan ook voor uw oven gebruikt, moet u con- troleren of ze geschikt zijn en of hun gebruik wordt aanbevolen door de fabrikant. Reinigingsmiddelen met bleekmiddel mogen NIET worden gebruikt, aangezien deze de toplaag van de opperviakken dof kunnen maken. Gebruik geen agressieve schuurmiddelen. Buitenkant reinigen Neem regelmatig het bedieningspaneel, de ovendeur en de afdichting af met een zachte, goed uitgewrongen doek met warm water en wat vloeibaar reinigingsmiddel. Om beschadigen of verzwakken van de glasplaten van de deur te voorkomen, moet u het gebruik van de volgende producten vermijden: + Huishoudelijke schoonmaakmiddelen en bleekmiddelen + Geïmpregneerde sponsjes die niet ge- schikt zijn voor pannen met antiaanbak- laag + Brillo- of staalwolsponsjes + Chemische ovenreiningers of spuitbus- sen + Roestverwijderaars + Viekkenverwijderaars voor bad en goot- steen Reinig het venster aan de binnen- en buitenkant met een warm sopje. Mocht het binnenvenster van de deur erg verontreinigd zijn, dan is het gebruik van een speciaal reinigingsmiddel aan te bevelen. Gebruik geen krabber om aangekoekt vuil te verwij- deren.
Reinig de ovendeur NIET wanneer de glasplaten warm zijn. Als deze voorzorgsmaatregel niet wordt nageleefd, kan de glasplaat barsten. Als de glasplaat gebarstenis of diepe krassen heeft, is de structuur van het glas aangetast. De glasplaat moet vervangen worden om te voorkomen dat hi versplintert. Neem contact op met onze service-afdeling die u graag advies zal geven.
Binnenkant oven De emaillen bodem van de oven kunt u het beste reinigen terwijl de oven nog warm is. Veeg de oven na elk gebruik schoon met een zachte doek, die na elk gebruik in warm water met zeep gewassen moet worden. Af en toe moet de oven grondiger worden ge- reinigd. Gebruik daarvoor een in de handel verkrijgbare ovenreiniger.
Ovendeur De ovendeur bestaat uit twee glasplaten. Om het schoonmaken makkeliker te maken kan de ovendeur verwijderd worden en kunnen de roosters naar buiten getrokken worden. AN Let op - De ovendeur moet gede- monteerd worden voordat u hem schoon kunt maken. De deur zou plotseling dicht kunnen slaan, als u probeert de binnenste ruiten te verwijderen als de deur nog vast- zit aan de oven. Æ Ga voor de demontage als volgt te werk.
3. Tilde hendel op de scharnieren op en trek
4. Pak de deur aan beide buitenkanten vast
en sluit hem tot ongeveer 45°.
5. Trek de deur uit zin zitting naar voren.
6. Leg de deur op een vaste ondergrond en
bescherm het opperviak van de hand- greep met een zachte doek.
7. Maak voor het verwijderen van de binnen-
ruiten het vergrendelingssysteem los. 21 progress
9. Til de bovenste ruit voorzichtig een stukje
op en trek hem naar buiten, deze is her- kenbaar aan de decoratie op alle vier de kanten. Maak de ovendeur schoon met lauw water en een zachte doek. Gebruik geen metaal- sponsjes, schuursponsjes of zuren, die het speciale warmtereflecterende opperviak van de binnenruit kunnen beschadigen. Zet de binnenruit na het schoonmaken weer in de deur. Monteer de deur weer aan de oven; ga daarvoor in omgekeerde volgorde van de demontage te werk. Let er op dat u de ruiten weer op de goede plaats zet. cF Ga als volgt te werk: a) De binnenruit met de decoratie op de vier kanten moet zodanig gemonteerd wor- den dat de zeefdruk naar de buitenkant van de oven gericht is. De ruit is goed geplaatst als u met uw vinger over het zichtbare opperviak strijkt en u geen on- effenheden ter hoogte van de zeefdruk voelt. De binnenruit moet in zijn sponning ge- plaatst worden zoals aangegeven op de afbeelding. Nadat u de ruiten in de ovendeur geplaatst heeft moet u ze vastzetten zoals beschreven in Punt 8. NN Maak de ovendeur nooït schoon als hij warm is, de ruiten zouden kunnen barsten. Als u krassen of scheuren in de glasplaat consta- teert, onmiddellijk contact opne- men met de Klantenservice en de ruiten laten vervangen. Modellen van roestvrij staal of alumi- nium: Maak de ovendeur en het bedieningspaneel van roestvrij staal of aluminium schoon met een vochtige spons en droog hem daarna zorgvuldig af met een zachte doek. Gebruik geen metaalsponsjes, staalwol, zuren ofschuurmiddelen die krassen op het opperviak kunnen veroorzaken.
De afdichting van de ovendeur schoon- maken Rondom de opening van de oven is een afdichting aangebracht. À Controleer regelmatig of de < afdichting intact is. De afdichting, indien nodig, schoonmaken, zon- der daarbij voorwerpen of schuur- middelen te gebruiken. Als u be- schadiging van de afdichting con- stateert, neem dan onmiddellijk contact op met de dichtstbij: de Klantenservice. Gebruik de oven niet zolang de afdichting niet ver- vangen is. Gri verwarmingselement Dit model is uitgerust met een neerklapbaar grillelement, om de bovenkant van de oven gemakkelijker te kunnen reinigen. Verzeker u er eerst van dat de oven afgekoeld is en dat de stekker uit het stopcontact getrokken is.
1. Draai de schroef, waarmee het
grillelement bevestigd is, los. Als u deze handeling voor de eerste keer uitvoert, raden wi u aan een schroevendraaier te gebruiken.
2. Trek het grillelement dan voorzichtig
naar beneden, zodat u bij de bovenkant van de ovenruimte kunt komen.
3. Reinig de bovenkant van de oven met
een geschikt reinigingsmiddel en droog hem af, voordat u het neerklapbare grillelement weer op zijn plaats zet.
4. Duw het grillelement voorzichtig naar
boven op zijn oorspronkelijke plaats en draai de borgmoer weer goed vast. IN Zorg ervoor dat de borgmoer van de grill goed vastgedraaid is, om te voorkomen dat de grill omlaag valt wanneer deze in gebruik is. 23 progress
24 progress Vervangen van de binnenverlichting À Neem het apparaat van de stroomvoorziening zodat ook de zekering uitgeschakeld wordt. Als het ovenlampje moet worden ver- vangen, dan moet dit voldoen aan de vol- gende eisen: -__ Vermogen: 15 W/25 W - Voltage: 230 V (50 Hz) -_ Hittebestendig tot 300° C - _ Soort aansluiting: E14 Deze lampen zijn verkrijgbaar bij uw vak- handelaar. c Zo vervangt u het ovenlampje:
1. Verzeker u ervan dat de oven afgekoeld
is en dat de stekker uit het stopcontact getrokken is.
2. Druk het glazen dekseltje in en draai het
3. Verwijder het kapotte lampje en vervang
4. Plaats het glazen dekseltje terug en
steek de stekker weer in het stopcon- tact. Ovenroosters en roostergeleiders Laat de ovenroosters en geleiders in warm water met afwasmiddel weken en ver- wijder hardnekkig vuil met een goed met reinigingsmiddel doorweekt schoonmaak- sponsje. Goed afspoelen en met een zachte doek afdrogen. U kunt de geleiders verwijderen om ze schoon te kunnen maken. cF Ga hiervoor als volgt te werk:
1. Verzeker u ervan dat de oven afgekoeld
is en dat de stekker uit het stopcontact getrokken is.
2. Verwijder de voorste schroef terwijl u
met uw andere hand de geleider vast- houdit.
4. Zet de geleiders na het schoonmaken
weer op hun plaats: ga daarvoor in om- gekeerde volgorde te werk. Zorg ervoor dat de borgmoeren van de geleiders goed vastgedraaid zijn.
25 progress Het oplossen van problemen Als het apparaat niet goed werkt, voer dan de volgende controles uit, voordat u contact opneemt met de service-afdeling van Electrolux. PROBLEEM OPLOSSING ” De oven gaat niet aan. + Controleer of u een bereidingsfunctie en een temperatuur hebt ingesteld, + controler of het apparaat goed is aangeslo- ten en of de contactschakelaar of de net- stroomtoevoer naar de oven op AAN staan. m Het controlelampje voor de | & Kies een temperatuur met de thermostaat- oventemperatuur brandt niet. knop, + kies een functie met de functieknop # Debinnenverichting van de oven | + Kies een functie met de functieknop, brandt niet. of + _ controler het lampje en vervang dit, indien nodig {zie “Vervangen van de binnenverichting”). m De bereiding van de gerechten | & Eventueel moet de temperatuur veranderd duurt te lang of de gerechten worden, worden te snel gaar. of + neem de inhoud van deze aanwijzing goed door, met name hoofdstuk “Gebruik van de oven” m Stoom en condenswater slaan | & Laat de gerechten na afloop van de bereiding neer op de gerechten en de deur niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven van de oven. staan. # De ventilator maakt lawaai. + Controleer of de roosters en het kookgerei niet tegen het achterpaneel van de oven sto- ten en daardoor gaan trillen. = De elektronische tijdschakelklok | + Lees de aanwijzingen voor de timer. werkt niet. = Op het display verschijnt | & Stel de klok in (zie hoofdstuk “Om het juiste “12.00”. tidstip van de dag in te stellen”).
26 progress Technische gegevens Verwarmingsvermogen Onderwarmte 1000 W Boven- en onderwarmte 1800 W Grill 1650 W Hetelucht 1825 W Ventilatorgrill 1675 W Ovenlampje 25 W Motor van de heteluchtventilator 25W Motor van de koelventilator 25W Totale aansluitwaarde 1875 W Spanning (50 Hz) 230 V-400 V 3N- Inbouw Hoogte 600 mm Breedte 560 mm Diepte 550 mm Inbouw Hoogte 335 mm Breedte 395 mm Diepte 400 mm Ovencapaciteit 531 Het apparaat kan met de volgende inbouw- kookplaten en keramische glazen inbouw- kookvelden worden gecombineerd': + Type keramische glazen kookplaat: PEM 6000 E Totale aansluitwaarde 6,0 KW Spanning (50 Hz) 230V + Type keramische glazen kookplaat: PES 6000 E Totale aansluitwaarde 5,8kW Spanning (50 Hz) 230V + _ Type keramische glazen kookplaat: PES 6060 E Totale aansluitwaarde 7,6kKW Spanning (50 Hz) 230V Maximaal nominaal verwarmingsvermogen . Oven + keramische glazen kookplaat 9,475 KW
Aanwijzingen voor de installateur 27 progress AN Inbouw en installatie moeten uitgevoerd worden met strikte inachtneming van de geldende voorschriften. Elke ingreep mag slechts plaatsvinden als het apparaat uitgeschakeld is. Ingrepen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkend installateur. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld als de veiligheidsvoorschriften niet worden nageleefd. Aansluiten op netstroom Let voor het aansluiten op het volgende: - De zekering en de huisinstallatie moeten op de max. belasting van het apparaat be- rekend zin (zie typeplaatje). - De huisinstallatie moet voorzien zijn van een aardaansluiting overeenkomstig de voorschriften en voldoen aan de betref- fende geldende voorschriften. - Het stopcontact of de meerpolige contact- verbreker moeten ook na voltooïng van de installatie van het apparaat makkelijk be- reikbaar zijn. Het apparaat wordt zonder aansluitsnoer geleverd, daar afhankelik van de aanwezige voedingsbron, een aansluitsnoer met stekker noodzakelik is dat voldoet aan de desbetref- fende norm en geschikt moet zin voor de op het typeplaatje aangegeven belasting. Steek de stekker in een geschikt stopcontact. De volgende typen aansluitsnoeren zijn geschikt, met inachtneming van de nominale doorsneden: HO7RN-F, HOSRN-F, HOSRR-F, HOSWV-F, HO5V2V2-F (T90), HO5BB-F. Als de aansluiting zonder stekker wordt uitgevoerd, of als de stekker tussen het appa- raat en de aansluiting op het stroomnet niet toegankelik is, moet er tussen het apparaat en de aansluiting op het stroomnet een meerpolige stroomonderbreker (bijv. zekeringen, LS-schakelaar) met een minimale afstand tussen de contacten van 3 mm aan- gebracht worden. De schakelaar mag de aardleiding nergens onderbreken. De geel- groene aardleiding dient 2-3 cm langer te zijn dan alle andere kabels.
28 progress Het aansluitsnoer moet in ieder geval zo- danig geplaatst zijn, dat het nergens 50°C (boven kamertemperatuur) bereikt. Na voltooide aansluiting moeten de verwarmingselementen gecontroleerd wor- den, door ze ong. 3 minuten in werking te stellen. Klemmenbord Het apparaat is met een gemakkelijk toegankelijke 6-polige aansluitklem uitgerust, waarvan de aansluitingen al voorbereid zijn op de werking met 400 V met nulleider (zie afbeelding). In geval van andere netspanningen moe- ten de aansluitingen van de aansluitklem overeenkomstig het schema afbeelding wor- den verlegd. De aardleiding komt op de klem © Kabel na het aansiluiten op de aansluitklem met een snoerontlastingsklem bevestigen. Elektrische aanslui ing op de kookplaat A Let op: montagehandleiding voor de kookplaat, inbouwoven of schakelkast volgen! Dit apparaat kan worden aangesloten op de in hoofdstuk «Technische gegevens» aan- gegeven kookplaatmodellen Het stopcontact voor het aansluiten van de kookplaat bevindt zich op de behuizing van de oven. Uit de inbouwkookplaat steken de aansluitkabels van de verwarmings- elementen en de aardkabel; deze kabels zijn voorzien van een steekaansluiting. Steek de stekker en de aansluitkabel in het desbetret- fende stopcontact van de oven. De mogelik- heid van een verkeerde aansluiting is zo- doende uitgesloten. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als de veiligheids- voorschriften niet opgevolgd worden.
Instructies voor de inbouw 29 progress Om een probleemloze werking van het inbouwapparaat te kunnen waarborgen, moeten de keukenmeubelen of de uitspa- ring waarin het apparaat wordt ingebouwd de geschikte afmetingen hebben. In overeenstemming met de geldende voorschriften moeten alle delen, die de be- scherming tegen aanraking van onder span- ning staande en geïsoleerde delen garande- ren, zodanig bevestigd zijn, dat ze niet zon- der gereedschap verwijderd kunnen wor- den. Hierbij hoort ook de bevestiging van eventuele afsluitende kanten aan het begin of einde van een rij inbouwapparaten. De bescherming tegen aanraking moet in ieder geval door het inbouwen gegaran- deerd zin. Het apparaat kan met de achterkant of zijkant tegen hogere keukenmeubelen, ap- paraten of wanden worden geplaatst. Aan de andere zijkant mogen er echter geen an- dere apparaten of meubelen van dezelfde hoogte als het apparaat geplaatst worden. Afmetingen van oven (zie afbeelding) Instructies voor de inbouw Om een probleemloze werking van het inbouwapparaat te kunnen waarborgen, moeten de keukenmeubelen of de uitspa- ring waarin het apparaat wordt ingebouwd de geschikte afmetingen hebben. Bevestiging in het meubel
1. Open de ovendeur.
2. Bevestig de oven met behulp van de vier
afstandshouders in de meubelen (zie af- beelding - A). Deze passen exact in de gaten van het frame. Draai aansluitend de vier meegeleverde houtschroeven vast (zie afbeelding - B).
30 progress Klantenservice Als het probleem na de beschreven controles niet kan worden opgelost, bel dan de dichtstbijzinde klantenservice van de fabrikant en vermeld de aard van het defect, het model van het apparaat (Mod.), het Productienummer (Prod. Nr.) evenals het fabricagenummer (Ser. Nr.) die u op het typeplaatje van de oven vindt.
SimpelGids