METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - Externe flitser voor camera

MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - Externe flitser voor camera METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL METZ in PDF-formaat.

📄 176 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - page 57
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL METZ

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Externe flitser voor camera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL METZ

Bedienungsanleitung
Gebruiksaanwijzing
Manuale instruzioni

Mode d'emploi
Operating instruction
Manual de instructcciones

1 Veiligheidsinstructies 57
2 Dedicated flitsfuncties 58
3 Flitser gereedmaken 58
3.1 Het aanbrengen van de flitser 58
3.2 Voeding 58
3.3 In- en uitschakelen van de flitser 59
3.4 Power-pack P76 (optioneel accessoire) 59
3.5 Automatische uitschakeling / Auto-OFF 59
4 Displayverlichting 60
5 Flitsfuncties (menu 'Mode') 60
5.1 Het instellen van de flitsfuncties 60
5.2TTL-functions 60
5.3 Automatische -invulflitsregeling 61
5.4 Automatisch flitsenfunctie 62
5.5 Automatisch involflitsfunctie 62
5.6 Flitsen met manual-instelligen 62
5.7 Stroboscopisch flitsen 62
6 Flitsparameters (menu 'Parameter') 63
6.1 Het instellen van de flitsparameters 64
6.2 Stand van de hoofdreflector (Zoom) 64
6.3 Correcties op de flitsbelichting (EV) 64
6.4 Met de hand in te stellen deeilvermogen (P) 65
7Extra functions (menu 'Select') .65
7.1 Het instellen van extra functies 65
7.2 Beep-functionie (Beep) 66
7.3 Flitsbelichtingstruppe (FB) 66
7.4 Extended-zoomfunctie (Zoom Ext) 67
7.5 Remote-slaaffunctie (Remote) 67
7.6 Schakelen tessen meter en feet (m / ft) 69
7.7 Hulpreflector 70
7.8 Instellicht (ML) 'Modelling Light' 70
7.9 Automatische uitschakeling (Standby) 71
7.10 Vergrendeling van de toetsen (KeyLock) 71

8 Motorisch gesturde zoomreflector 72
9 Hoofdreflector adapter 72
10 Flitstechnieken 72
10.1 Indirect flitsen 72
10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart 73
10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector 73
10.4 Dicht bijopnamen / macro-opnamen 73
10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting 73
11 Aanduiding van flitsparaatheid 74
12 Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd 74
13 Aanduiding van de belichtingscontrole 74
14 Aanduiding van de flitsreikwijdte 74
15 Flitssynchronisatie 75
15.1 Normale synchronisatie 75
15.2 Synchronisation bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2) 75
15.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden/SLOW.75
15.4 HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden 75
15.5 Flits vooraf gegen het 'rode ogen-effect' 76
16 Meerzone AF-meetflits 76
17 Ontsteeksturing (Auto-Flash) 76
18 Onderhoud en verzorging 77
18.1 Het updaten van de firmware 77
18.2 Reset 77
18.3 Formeren van de flitscondensator 77
19 Troubleshooting 77
20 Technische gegevens 80
21 Bijzondere toebehoren 81
Tabel 3: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1) 159
Tabel 4: Flitsduur en deelvermogensstappen 160
Tabel 5: Belichtingstijden bij de stroboscoopfunctie 161
Tabel 6: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes162
Tabel 7: Max. Richtgetallen bij de HSS functie 162

Voorwoord

Hartelijk dank voor uw beslissing om een product van Metz aan te schaffen. Wij verheugen ons, u als klant te mogen begroeten.

Natuurlijk sunt u nauwelijs wachten, de flitser in gebruik te nemen. Het loont城县 der moeite deze gebruiksaanwijzing door te lezen, want alleen dan leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan

Deze flitser is geschikt voor:

  • Digitale Sony spiegelreflexcamera's met TTL-, TTL-flits vooraf en ADI-meting. Analoge en digitale Konica-Minolta Dynax / Dimage camera's.

Voor camera's van andere fabrikanten is deze flitser nicht geschikt! Sla s.v.p. ook de bladzijde met afbeeldingen aan het eind van de gebruiks-aanwijzing open.

1 Veiligheidsinstructies

  • De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie!
  • In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmid-delen enz.) mag de flitser absolut而不是 worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
  • Fotografeer nooit bestuurders van auto's, bussen, treinen, fietsers of motorrijders tijdens de rit met een flitser. Door verblinding zonden ze een ongeluk können veroorzaken!
  • Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van Personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken en aanleiding�n tot zware storingen in het kijkken, tot blindheid aan toe!
  • Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen!
  • Stel batterijen / accu's Niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeld zonnesschijn, vuur of dergelijke!
  • Gooi verbruike batterijen / accu's Niet in vuur!

  • Uit verbruike batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contactpunten tot gevolg heeft. Haal waarom verbruike batterijen altijd uit het apparaat.

  • Batterijen können nicht worden opgeladen.
  • Stel de flitser en het laadapparaat Niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen)!
  • Bescherm uw flitser wegen große hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser Niet in het handschoenvak van de auto!
  • Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geenlicht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag Niet vuil zijn. Als u hierop Niet let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector konnen verbranden.
  • Raak het venster van de reflector Niet aan als u een serie van meerdere flitsen achechterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding!
  • Neem de flitser Niet uit elkaar! HOOGSPANNING! In het interieur van het apparatusat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerd zouden können worden.
    Bij sérieflitsen met vol vermogen en de korte flitsvolgtijden zoals die bij gebruik van NiCd-accu's optreden, moet u er op leten dat er telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minuten ingelast worden! Daarmee vermijdt u overbelasting van het apparaat.
  • Bij sérieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden worden de groothoekdiffusor bij zoomstanden van 35mm en minder, flink heet. De flitser beschermt zich gegen oververhitting door de flitsvolgtijden automatisch langer te make.
  • De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gezbrukt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
  • Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser voor gebruik acclimatiseren!
  • Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!

2 Dedicated flitsfuncties

Dedicated flitsfungties zijn special op het camerasysteme ingestelde flitsfungties. Afhankelijk van het type camera wordenং verzschillende flitsfungties ondersteund.

  • Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera
  • Automatische omschakeling waar de flitssynchronisatietijd
  • TTL-flitsfungtie (standaard-TTL zonder meetflits vooraf)
  • ADI-meting en TTL met flits vooraf
  • Automatische invulflitsstiring
  • Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
  • Synchronisatie bij het open- of zichgaan va de sluiter (REAR)
  • Automatische HSS-synchronisatie bij TTL en M
  • Automatische sturing van de motorische zoomreflector
  • Extended-zoomfungtie
  • Sturing van de AF-meetflits
  • Automatische aanduiding van de flitsreikwijdte
  • Ontsteeksturing (AUTO-FLASH)
  • Draadloze Remote-Slave-flitsfunctie
  • Wake-Up-functie voor de flitser
  • Het updaten van de firmware

In het kader van deze gebruksaanwijzing is het Niet möglichk, alle camera-modellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie waar voor de aanwijzingen in de gebruksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijkke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zich moeten worden ingesteld!

3 Flitser gereedmaken

3.1 Het aanbrengen van de flitser Flitser op de camera monteren

Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag gegen de flitser draaien.
  • Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
  • De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag gegen het camerahuis draaien en de flit-ser vastklemmen.

Flitser van de camera afnemen

Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen hetuis van de flitser draaien.
  • Flitser uit de accessoireschoen schuiven.

3.2 Voeding

Batterij, c.q. accukeuze

De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:

  • 4 NiCd-accu's, 1,2 V, type IEC KR6 (AA / Penlight), deze bieden zeer korte flitsvolgtijden en+zijn Spaarzaam in het gebruik odomat ze herlaadhaar zijn.
  • 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capacititeit dan de NiCd-accu en zijn minderbezwaarlrijk voor het milieu waaroot te geen cadmium bevatten.
  • 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
  • 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.
  • Power-Pack P76 met verbindskabel V58-50 (optioneel accessoire).

Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd Niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p. UIT.

Batterijen verwisselen

De accu's / batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt. Als de flitsvolgtijd (tijdCUSen het ontsteken van een flits met vol vermogen, bij. bij M'tot het opniew oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid 16eer dan 60 seconden duurt

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar 15uit.
  • Schuif het deksel van het batterijvak ⑧ maar beneden en klap het open.
  • Leg de batterijen in de lengterichting, overeenkomstig de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het deksel van het batterijvak ⑧.
    Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen konnen het apparaat vernielen! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en door bezelfde batterijen van een type fabrikant, met geldijke capaciteit! Verbruekte batterijen horen Niet in het huisvuil! Lever uw bijdrage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de waarvoordestemde verzamelplaatsen!

3.3 In- en uitschakelen van de flitser

De flitser moet via zijn hoofdschakelaar ⑤ ingeschakeld worden. In de stand 'ON' is de flitser ingeschakeld.

Schuif de hoofdschakelaar ⑤ waar de linker positie (AUS, c.q. OFF) om de flitseruit te schakelen.

Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd Niet te gebruiken, dan bevelen wij aan: de flitser via zich hoofdschakelaar ⑤uit te schakelen en de voeding (batterijen, c.q. accu's) eruit te halen.

3.4 Power-pack P76 (optioneel accessoire)

Als het aantal flitsen en de flitsvolgtijden voor uw toepassing Niet voldoen, kan de flitser door een Power-Pack P76 (optioneel accessoire) van energie worden voorzien. Het Power-Pack P76 worden met de verbindingskabel V58-50 (optio

neel accessoire) via de aansluiting ④ aan de flitser aangesloten. Daar bij hoeven er in de flitser geen batterijen / accu's ingelegd te zich.

Ingelegde batterijen / accu's mogen nicht in de flitser blijven.

Voor het aansluiten van het Power-Pack P76, c.q. de verbindingskabel V58-50 (optioneel accessaire)要去 de hoofdschakelaar 15 van de flitser in de linker positie (AUS, c.q. OFF) worden geschoven.

De flitser moet dan met de hoofdschakelaar van het Power-Pack P76 in-, c.q.uitgeschakeld worden (zie de gebruiksaanwijzing van het Power-Pack P76).

Om de flitser bij het gebruik van het Power-Pack gegen thermische overbelasting te beschermen worden bij extreme belasting de flitsvolgtijd door een bewakingsschakeling overeenkomstig verlngd! Voor het aansluten en afnemen van de verbindingskabel, c.q. het Power-Pack de flitser en het Power-Pack uitschakelen!

3.5 Automatische uitschakeling / Auto - OFF

In de fabriek worden de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 10 Minutes -

  • na het inschakelen;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na het uitschakelen van het belichtingsmeetsystem van de camera ...

... maar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om energia te sparen en de voeding gegen onbedoeld ontladen te beschermen. De aanduiding van de flitsparaatheid 16 en de aanduidingen in het LC-display verdwijnen.

De geactiveerde automatische uitschakeling van het apparaat wordt door het symbool in het display aangegeven.

De het LAST ingestelde flitsfunctie blijt na het automatisch uitschakenen behouden en staat na het inschakenen onmiddelijk waar ter beschikking. De flitser wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. door het aantippen van de ontspanknop op de camera (Wake-Up-functie) waar ingeschakeld.

Als u de flitser langereijd Niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altiijd via+zijn hoofdschakelaar ⑤uit!

Indien noodzakelijk kan de automatische uitschakeling reeds na 1 minut plaatsvinden of worden gedexeveerd (zie 7.9).

4 Displayverlichting

Bij elke druk op de betreffende toets worden gedurende ong. 10 seconden de verlichting van het LC-display van de flitser geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits door de camera of via de handontspankop 4 ⑥ op de flitser worden de displayverlichting uitgeschakeld.

5 Flitsfuncties (menu 'Mode')

Afhankelijk van het type camera staan verschillende TIT flitsfuncties (standaard-TTL zonder flits vooraf, TIT met flits vooraf, ADI-flitsregeling), automatisch A, manual M, en stroboscoop ter beschikking. Voor het instellen van de flits-functie moet er waarom vooraf een uitwisseling van gegevensussen camera en flitserplaatsvinden, bijv. door het even aantippen van de ontspankop op de camera.

U3 Afhankelijk van het type camera worden extra flitsfuncties ondersteund. Deze flitsfuncties kuren na een oberdracht van gegevens met de camera in het 'Mode' menu geseleerd, c.q. geactiveerd worden. Het systeme bepaalt, dat bij enkele typen camera's, afhankelijk van de erop ingestelde camerafunctie alleen de functie TTL worden ondersteund. Andere flitsregelingen (Automatisch flitsen A, Manual M, enz.) zijn dan nicht in te stellen, c.q. te activeren!

5.1 Het instellen van de flitsfuncties

  • Druk zo vak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' worden aangegeven. De volgende funties staan ter beschikking:

tL standaard-TTL zonder flits vooraf, TTL met flits vooraf en ADI.

TLLHSS TTL - flitsfungtie met synchronisatie op korte belichtingstijden HSS

A Automatisch-flitsenfunctie

M Met de hand in te stellen flitsfungtie

M HSS Flitsen met manual-installingen en synchronisatie ook bij korte belich-tingstijden

Stroboscoop-flitsfungtie

  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste flitsfungie (TIL, Automatisch flitsen A, manual M enz.) instellen. Deinstilling reedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt waar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch waar de normale weergave terug.

De flitsparameters voor ISO, diafragmawaarde en brandpuntsafstand van het objectief, c.q. de stand van de zoomreflector worden automatisch ingesteld, als de camera de betreffende geevens maar de flitser doorgeeft.

De aanduiding van de reikwijdt in het display van de flitser vindt waar aanleiding van de door de camera waar de flitser gestuurde flitsparameters plaats.

Als de camera een of meer flitsparameters nicht doorgeeft, moeten deze met de hand op de flitser worden ingesteld (zie 6).

5.2 TTL-functions

In de TTL-flitsfuncties komt u op eenvoudige wijze tot zeer goede flitsopnamen. In deze flitsfuncties worden de belichtingsmeting door een sensor in de camera uitgevoerd. Deze meet het door het onderwerp gereflecteerdelicht door het objektief heb (TTL = 'Trough The Lens'). De camera berekent waar bij automatisch het vereiste flitsvermogen voor een correcte belichting van de opname. Het voordeel van de TTL-flitsfunctie ligt hierin, dat alle factoren die de belichting kuren beinvloeden (opnamefilters, veranderingen van diafragma- en brandpuntsafstand bij zoomobjectieven, verlenging van de uittrek bij dichtbijopnamen enz.) automatisch bij het regelen van het flitslicht in acht worden genomen.

Na een correct belichte opname verschijnt gedurende ont. 3 sec. de aanduiding van de belichtingscontrole ④ 'o.k.' (zie 4.2).

De flitser ondersteunt automatisch de op de camera ingestelde TTL flitsfungtie. Er verschijnt geen aparte aanduiding voor die ingestelde flitsfungtie!

Let er op, of er voor uw camera beperkingen gelden ten aanzien van de ISO-waarden voor de TTL-flitsfunctie (bijv. ISO 64 tot ISO 1000; zich de gebruiksaanwijzing van de camera)! Voor het testen van de TTL-functie要去er zich bij analoge camera's een film in de camera bevinden!

TTL met flits vooraf en ADI-meting

De TTL met flits vooraf en de ADI-meting� digitale TTL-flitsfunctiones en neue ontwikkelingen van de TTL-flitsfunctiones van analoge camera's. Bij de opname worden dan, voor de eigenlijke belichting, een nagenoeg onzichtbare meetflits door de flitser afgeveen. Het door het onderwerp gereflecteerdelicht worden door de camera gevalueerd. Overeenkomstig deze evaluatie worden de eerstvol-gende flitsbelichting door de camera aan de opnamesituatie aangepast (zie voor details de gebruiksaanwijzing van uw camera). Bij de ADI-meting worden bovendien gegevens betreffende de afstandsinstelling van het objctief bij het flitsen meegerekend. De keuze, c.q. instelling van de flitsfunctiones TTL met flits vooraf of ADI-meting moet op de camera zichs plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Op de flitser要去 flitsfungtie TTL worden ingesteld.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen UP en DOWN de flitsfungtie in. De geseleterde flitsfungtie worden waar bij gegen een balkje geplaatst. De instelling treedt onmid-dellijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt waar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch waar de normale weergave terug.

Bij een correct belichte opnamelicht de aanduiding van de flitscontrole "o.k.' ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).

TTL-flitsfungtie

Deze analogue TTL-flitsfungie wordt door alle analogue camera's ondersteund. Het is de normale TTL-flitsregeling (TTL-flitsfungie zonder meetflits vooraf).

Hetinstallen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de flitsfungtie in. De geseleerde flitsfungtie worden waar bijingen balkje geplaatst. De instelling treedt onmid-dellijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt waar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch waar de normale weergave terug.

Bij de meeste camera's worden bij geprogrammeerd, automatisch flitsen P en bij de onderwerpsprogramma's bij daglicht, de automatische invulflitsregeling geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).

Met de involflits=kunt u lastige schaduwen wegwerken en bij tegenlicht een uitge-balanceerde verlichting:tussen onderwerp en achtergrond bereiken. Een comput-tergestuurd meetsysteme in de camera zorgt voor de meest geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsijd.

Let er op, dat de bron van het gegenlicht Niet rechtsstreeks in het objctief schijt. Het meetsystem van de camera zou daardoor in de war konnen raken!

Voor de automatische TTL-invulflitsregeling behoeft niets te worden ingesteld en er vindt in die gevallen ook geen aanduiding vanplaats.

5.4 Automatisch flitsenfunctie

In de automatisch-flitsenfunctie A meet de fotosensor 10 van de flitser het door het onderwerp gereflecteerde Licht. De fotosensor 10 heeft een meethoek van ong. 25^ en meet alleen tijdens de eigen lichtafgifte. Als de flitser voldoende Licht heeft gegeven, schakelt de belichtingsautomaat van de flitser hem onmiddelijkuit. De fotosensor 10要去 op het onderwerp gericht zich.

In het display wordt de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De kortste flitsafstand bedraagt ong. 10% van de maximale reikwijdte. De flitsopnamen lukken het beste als het onderwerp zich onceveer in het midden van de reikwijdte bevindt, diearmee wordt de belichtingsautomatiek dan voldoende spelruimte voor een uitgewogen verlichting.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie A in. De geseleerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Bij een correct belichte opnamelicht de aanduiding van de flitscontrole "o.k.' ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).

5.5 Automatisch invulflitsfunctie

Bij de automatisch invulflitsfunctie bij daglicht worden op de flitser in de automatisch-flitsenfunctie A een correctiewaarde van ong. -1 EV ... -2 EV voor de flitsbelichting ingesteld (zie 6.3 en 10.5). Daardoor ontstaat bij de opname een naturulijk werkend ophelderingseffect voor de schaduwpartijen.

5.6 Flitsen met manual-instellen

In de functie van flitsen met manual-instellenen M wordt door de flitser de volle energie uitgestraald zonder dat die geregold worden. De aanpassing aan de

opnamesituatie kan bijv. door de diafragma-instelling op de camera of door het kiezen van een geschikt deelvermogen worden bereikt.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP en DOWN u de functie M in. De geselecteerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkking.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Het instellen van een deelvermogen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'P' voor deelvermogen worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 - 1/256) in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

In het display worden de afstand aangegeven, waar bij het onderwerp correct worden belicht.

Sommige camera's ondersteunen de functie van flitsen met manual-instelingen M alleen in de cameramodus Manual!

5.7 Stroboscopisch flitsen

De functie stroboscopisch flitsen is een flitsfungtie met handinstelling (manual). Hierbij hunnen Meerdere flitsbelichtingen op eén enkel beeld gemaakt worden. Dat is bijzonder interestt bij bewegingsstudies en efectopnamen. In de stroboscopisch flitsenfungtie geeft de flitser Meerdere flitsen met een bepaalde flitsfrequentie af. De functie is daemon alleen met een deelvermogen van max. 1/4 of minder te realizeren.

Voor een stroboscoop-opname kan de flitsfrequentie (flitsen per seconde) van 1 ... 50 Hz in stappen van 1 Hz en het aantal flitsen van 2 ... 50 in stappen van 1 flits worden gekozen.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie † ‡ ‡ in. De geseleerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkking.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Aantal flitsen (N) bij stroboscopisch flitsen

In deze functie kan het aantal flitsen (N) per opname worden ingesteld.

Het eenal flitsen kan tussen 2 en 50 stapsgewijs worden ingesteld. Het waar bij maximaal möglichke, met de hand ingestelde deelvermogen worden dan automatisch aangepast.

Flitsfrequentie (f) bij stroboscopisch flitsen

In deze functie kan de flitsfrequentie (f) worden ingesteld. De flitsfrequentie geeft het aantal flitsen per seconde aan. De flitsfrequentie kan:tussen 1 en 50 stapsgewijs worden ingesteld Het waarbij maximaal mogelijkke, met de hand ingestelde deelvermogen worden dan automatisch aangepast.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (N, c.q. f) worden aangegeven.
  • Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Het maximaal möglichke deelvermogen stelt zich in de stroboscoopfunctie automatisch in. Het is afhankelijk van de ingestelde ISO- en diafragmawaarden. Om de kortst möglichke flitsduur te bereiken kunt u het deelvermogen op de minimale waarde van 1/256 instellen.

In het display wordt de bij de ingestelde parameters geldende afstand aangegeven. Door het veranderen van de diafragmawaarde of het deelvermogen kan de waarde van de afstand tot het onderwerp worden aangepast.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (P = met de hand in te stellen deelvermogen) worden aangegeven.
  • Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

De hulpreflector worden in de stroboscoopfunctie nicht ondersteund. Ook als de hulpreflector in het Selectmenu geactiveerd werk, flitst hij in de stroboscoopfunctie Niet mee! In het display worden het symbool voor de hulpreflector dan ook Niet aangegeven!

6 Flitsparameters (menu 'Parameter')

Voor het correct functioneren van de flitser is hetoodzakelijk dat de verschillende flitsparameters, zoals bijv. de zoomstand van de hoofdreflector, diafragma-waarde,lichtgevoeligheid ISO enz. aan de instellenen op de camera worden aangepast.

Voor de automatische aanpassing van de flitsparameters moet de combinatie van camera en flitser gemonteerd en ingeschakeld zijn. Bovendien moet er een uitwisseling van gegevensussen camera en flitser hebbenplaatsgevonden. Tip daartoe even de ontspankop op de camera aan. In het display worden de maxi-male reikwijdtde, overeenkomstig de ingestelde flitsparameters aangegeven.

6.1 Het instellen van de flitsparameters

Bij het voor het eerst op een knop drukken worden de displayverlichting geactiveerd

Afhankelijk van de ingestelde flitsfunctie worden in het menu verschillende flitsparameters aangegeven. Bij camera's met digitale overdracht van de gegevens worden de flitsparameters voor de diafragmawaarde (F), de brandpuntsafstand van het objectief (Zoom) en de lichtgevoeligheid (ISO) automatisch op de flitser ingesteld. De flitsparameters voor de diafragmawaarde (F) en de lichtgevoeligheid (ISO) kan denaar bij nicht worden veranderd.

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (zie hieronder) worden aangegeven.

De volgende flitsparameters zijn möglichk:

TTL/TTL-HSSAM/M HSS###Tabel 1
---NStroboscoop aantal flitsen
---fStroboscoop flitsfrequentie
--PPMet de hand in te stellen deelvermogen
ZoomZoomZoomZoomReflectorstand
-EV--Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
    Het systeem verhindert aanduiding van de diafragma- en ISO-waarde in het display van de flitser, als de flitser op de camera eveneens worden gebruikt.

6.2 Stand van de hoofdreflector (Zoom)

Als er geen digitale overdracht van gegevens zusammen camera en flitser plaat s haeft gezonden können de reflectorstanden

24 mm - 28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm (kleinbeeld-formaat 24 × 36 ) met de hand worden ingesteld.

In het display worden MZoom (met de hand ingestelde zoomstand) en de reflectorstand aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'Zoom' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste zoomstand in. Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Bij de digitale overdracht van gegevensussen camera en flitser worden de standen van de hoofdreflector automatisch ingesteld.

In het display worden AZoom (automatisch ingestelde zoomstand) en de reflectorstand aangegeven.

Als de hoofdeflector opzij of maar boven is gezwenkt, verschijnt er in de functie AZoom geen aanduiding van de reflectorstand (zie 10.1).

6.3 Correcties op de flitsbelichting (EV)

Bij grote helderheitsverschillen:tussen onderwerp en achtergrund kan het nodig zijn een met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting (EV) uit te voeren. In de automatisch-flitsenfunctie A kuren correctiewaarden van -3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in stappen van 1/3 diafragmawaarde worden ingesteld. (zie 10.5)

Het instellen:

  • Schakel de flitser in de automatisch-flitsenfunctie A (zie 5.4).
  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'EV' (EV = Exposure Value; diafragmawaarde) aangegeven worden.
  • Met de PLUS / MINUS -toetsen de gewenste EV-waarde (= correctiewaarde) instellen. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

In de TTL-flitsfunctionies moet de camera het instellen van een correctie op de flitsbelichting ondersteunen. Het instellen hiervan moet op de camera worden gedaan (zie de gebruiksaanwijzing van de camera!)

6.4 Met de hand in te stellen deelvermogen (P)

In de manual flitsfungtie M en de stroboscopisch-flitsenfungtie 山山 is het flitsvermöen door het met de hand (manual) instellen van een deelvermögen (P) aan te passen aan de opnamesituatie. Het instelbereik strekt zich in de manual flitsfungtie M uit van P 1/1 (vol vermogen) tot P1/256 in stappen van 1/3.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para'(parameter), dat in het display 'P' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 ... 1/256) in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

In de stroboscopisch-flitsenfunctie past zich het maximaal instelbare deelvermogen aan de ingestelde flitsparameters aan.

In de stroboscopisch-flitsenfunctie is het verlagen van het met de

hand in te stellen alleen in hele stappen möglichk!

Bij het verlagen van de het aanl flitsen (N) en de flitsfrequentie (f) worden het deelvermogen Niet verlaagd!

7 Extra functions (menu 'Select')

De extra functies worden met de toets 'Sel' (Select) gekozen. Afhankelijk van het type camera en de ingestelde flitsfunctie staan er verschillende extra functies ter beschikking. Bij camera's die bepaalde extra functies Niet ondersteunen, worden deze in het menu eventuele niet aangegeven! Zie hiervoor ook Tabel 2!

7.1 Het instellen van extra functies

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN (het gewenste item, c.q. de extra functie. Het geselecteerde item wordt vór een donker balkje getoond De volgende extra functies staan, afhankelijk van de flitsfunctie en gebrukke camera ter beschikking:

Tabel 2

TTL/TTL-HSAM/M HSS
-
BeepBeepBeepBeep
Remote-Remote-
-FB--
StandbyStandbyStandbyStandby
MLMLMLML
KEYLOCKKEYLOCKKEYLOCKKEYLOCK
ZoomExtZoomExtZoomExtZoomExt
m / ftm / ftm / ftm / ft

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - Het instellen van extra functies - 1

  • Druk op de toets 'Set' en bevestig daarmee de keuze van de extra functie.
  • Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN de gewenste instelling. Deze instelling treedt onmiddelijk in werkung
  • Druk zo vaak op de toets 'Return', dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Met de Beep-functie kan de gebruiker zich verschillende functies van het appar-. raat akoestisch latent melden. Daardoor kan de fotograaf zich geheel op+zijn onderwerp en de opnamen concentreren en hoeft hij Niet te letten op optische statusaanduidingen!

De Beep-functie geeft akoestisch het bereiken van de flitsparaatheid, de correcte belichting of een fouit in de bediening aan.

Akoestische melding na het inschakenen van de flitser:

  • Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piejie na het inschaken geeft de flitspa- raatheid aan.

Beep-signalen na de opname:

  • Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piejie, direct na de opname geeft aan dat de opname correct ward belicht en de flitser nog steeds paraat is. Als er onmiddelijk na de opname geen piejie opklinkt, dan is de opname onderbelicht.
  • Een intermitterend (- - - ) piepjde direct na de opname is het signaal voor een correct belichte opname terwijl de flitser beschter pas na een volgende continu (ong. 2 s.) piep waar paraat is.

Beep-signalen bij deinstallingen in de automatisch-flitsenfunctie:

  • Een korte piep als alarm treedt op, wonneer bij de automatisch-flitsenfunctie de diafragma- en ISO-instellenen tot het overschrijden van het regelbereik van het flitslicht zou leiden. Het automatiekdiafragma worden dan automatisch in de dichtstbij liggende, toelaatbare waarde veranderd.

Bij ingeschakeld Beep-functie wordt in het display ook het symbol aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven worden.
  • Selecteer met de toetsen UP en DOWN het item 'BEEP'. Het gekozen item worden gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' waarmee u uw keuze bevestigt.
  • Met de toetsen UP en DOWN de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

7.3 Flitsbelichtingstrupje (FB)

In de functie automatisch-flitsen A kan een flitsbelichtingstrupje (Flash-Bracketing FB) worden uitgevoerd. Een flitsbelichtingstrupje bestaat uit drie openvolgende flitsopnamen met elk een andere correctiewaarde.

Bij het instellen van een flitsbelichtingstripje worden in het display FB en de correctiewaarde aangegeven. De correctiewaarden reiken van 1/3 tot 3 in derden van een diafragmawaarde.

Het systeem van de camera bepaal, dat in de TTL-flitsfuncties geen flitsbelichtingstripje op de flitser kan worden ingesteld!

Het instellen:

  • Zet de flitser in de stand „automatisch.flitsen A" (zie 5.6)
  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display "Select" worden aangegeven.
  • Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN het item 'FB'. Het geseleernde item worden gegen een donker balkje aangegeven.
  • Druk op de toets 'Set' waarmee u uw keuze bevestigt.

  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.

  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Als 'FB 0' aangegeven worden ist het flitsbelichtingstripje gedeactiveerd.

  • De eerste opname worden zonder correctie uitgevoerd. In het display verschijnt bovendien 'FB 1'.
  • De tweede opname volgt met een minus-correctie. In het display worden bovendien 'FB 2' aangegeven en waar bij tevens de minus-correctiewaarde (EV).
  • De derde opname worden met een plus-correctie uitgevoerd. In het display worden bovendien 'FB 3' aangegeven en waar bij tevens de plus-correctiewaar de (EV).
  • Na de derde opname worden de functie flitsbelichtingstripje automatisch gedeactiveerd. De aanduiding 'FB' in het display dooft.

Bij het instellen van het flitsbelichtingstripje worden de correctiewaarde algijd positief aangegeven!

7.4 Extended-zoomfunctie (Zoom Ext)

Bij de extended zoomfunctie worden de zoomstand van de hoofdflector ten opzichte van de brandpuntsafstand van het objectief gereduceerd. De waaruit voortvloeieende bredere lichtbundel zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachtere flitsverlichting.

Voorbeeld:

De brandpuntsafstand van het objectief bedraagt 50~mm . De flitser stuart, bij ingestelde extended-zoomfunctie, de zoomstand van de hoofdflector aan op 35~mm . In het display wordenichter wel 50~mm aangegeven.

  • Bij de aanduiding 'EXT ON' is de extended-zoomfunctie geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'EXT OFF' is de extended-zoomfunctie gedeactiveerd.

Het instellen:

  • Druk zo v aak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'ZoomExt' kiezen. Het geseleter-de item worden waar bijingen een donker balkje getoond.
  • Druk op de topets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terug schakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Na het activeren van de extended-zoomfunctie worden in het display, behalve de brandpuntsafstand, ook 'EZoom' aangegeven.

Het system bepaalt, dat de extended-zoomfunctie alleen voor brandpuntsafstanden vanaf 28 mm en langer (kleinbeeld 24 × 36 ) kan wordenuitgevoerd.

7.5 Remote-slaaffunctie (Remote)

De flitser ondersteunt het draadloze Sony-Remote-systeme in de slaaffunctie. Hierbij hunnen een of meerere slaafflitsers door de in de camera ingebouwde flitser, die dan als controllerflitser werkdt, draadloos op afstand worden ontstoken. Het flitslicht van de controllerflitser heeft waar bij alleen een voor de slaafflitsers sturende functie en draagt zelf nauwelijks bij aan de belichting van de opname. De slaafflitsers要去en met hun ingebouwde sensor voor de remote-functionie ③ het Licht van de controllerflitser hunnen ontvangen.

De remote-slaaffunctie worden alleen door de digitale spiegelreflexcamera's ondersteund! In de remote-slaaffunctie verschijt er geen aanduiding van de reikwijdtte van het flitslicht! De hoofdeflector ⑦ van de flitser worden in de slaaffunctie automatisch in de 24 mm stand gezet om een zo breed möglich veld uit te lichten. De zoomstand van de reflector kan, indien gewenst, wel met de hand worden veranderd (zie 6.2).

Activeren en deactiveren van de remote-slaaffunctie

Voor het activeren, c.q. deactiveren van de remote-slaaffunctie zijn er twee mogelijkheden.

Mogelijkheid 1: als de flitser op de camera is aangebrachte

  • Klap de in de camera ingebouwde flitser (controllerflitser) geheel in en breng de flitser (mecablitz 58AF-1 digital) op de camera aan (zie 3.1).
  • Schakel camera en slaaffliser in. Schakel vór het actieveren van de remotesaaffunctie de camera in de draadloze remote-flitsfunctie in ('draadloos flitsen', 'Wireless", c.q. 'WL'; zie de gebruksaanwijzing van de camera).
  • Tip de ontspanknop op de camera even aan, zDat er een uitwisseling van gegevens:tussen camera en flitser plaats kan vinden. De flitser worden hierbij automatisch in de functie van remote-slaafflitser geschakeld. Tegelijkertijd worden camera en flitser op hetzfnde remote-kanaal ingesteld (zie hieronder). In het display van de flitser worden 'SLAVE' aangegeven.

Deactiveren van de remote-slaaffunctie:

  • Bij de op de camera aangebrachte flitser de draadloze remote-slaaffunctie ('draadloos flitsen', 'Wireless", c.q. 'WL') deactiveren, c.q. de cameraaar de normale flitsfungtie omschakelen.
  • Tip de ontspankop op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gegevensussen camera en flitserplaats kan vinden. De flitser worden hierbij automatisch in de normale flitsfungtie geschakeld. Uit het display van de flitser verdwijnt de aanduiding 'SLAVE'.

Mogelijkheid 2: als de flitser Niet op de camera is aangebrachte

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven staat.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het menupunt 'Remote'uit. Het gekozen menupunt staat hierbij gegen een donkere balk aangegeven.
  • Druk op de toets 'Set' en bevestig op die manier de keuze van 'Remote'.

  • Activeer met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ 'Remote Slave' voor het activeren, c.q. 'Remote OFF' voor het deactiveren van de remote-functionie. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.

  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat in het display de aanduiding 'SLAVE' verschijt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch waar de aanduiding 'SLAVE'.
  • Schakel de cameraaar de draadloze remote-flitsfunctie om ('draadloos flitsen', Wireless", c.q. 'WL', zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Het instellen van de remote-flitsfunctie

Door het Sony-Remote-sytem worden de flitsfuncties TTL en manual M ondersteund. De keuze van de remote-flitsfunctie vindt plaat met de toets 'Mode'. Druk waaroor zo vaak op de toets 'Mode', dat het symbol voor de gewenste remote-flitsfunctie 'TTL', c.q. 'M' wordt aangegeven. De instelling treedt onmiddelijk in werkinq en worden automatisch opgeslagen.

In de remote-flitsfungtie 'SLAVE' is de synchronisatie bij korte belichtings-tijden HSS JTL HSS, c.q. M HSS) op de slaafflitser Niet in te stellen. De synchronisatie bij korte belichtingstijden worden op de slaafflitser bij het afflitsen indien nodig voor de duur van de opname geactiveerd, als op de camera een kortere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd van de camera ingesteld staat (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!

Op de camera+kunnen in de remote-flitsfungtie alleen dan kortere belichtingstijden dan de flitsssynchronisatietijd worden ingesteld, als de slaafflitser zich nicht op de camera bevindt en de camera in de remote-functie 'WL' (wireless) geschakeld staat.

Het instellen van het remote-kanaal

Om te voorkomen, dat meerere remote-systemen in eenzfelfde ruimte elkaar storend beinvloeden, staan u 4 van elkaar onafhankelijkke remote-kanalen (CHANNEL 1, 2, 3 of 4) ter beschikking. Controller- en slaafflitter(s) die bij hetzfelfde remote-systeem horen,要去en (alle) op hetzfelfde remote-kanaal ingesteld staan.

Het instellen op de slaafflitser (mecablitz)

  • Terwijl de remote-functie geactiveerd is, drukt u zo vaak op de toets 'Para', dat in het display alleen 'CHANNEL' (= remote-kanaal) en het remote-kanaal aangegeven staat. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. U kunt kiezen:tussen kanaal 1,2,3,of 4.Deinstling treedt onmiddelijk in werkinq.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat in het display de aanduiding 'SLAVE' verschijnt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch om maar de aanduiding 'SLAVE'.

Hetinstallopde controller-flitser(camera)

Deinstalling van het remote-kanbaal op de controller (de in de camera ingebouwde flitser) volgt automatisch bij een uitwisseling van gegevens als de slaaf-flitser zich op de camera bevindt en de ontspanknop van de camera worden aanggetipt.

Door het camerasysteme bepaald, kan het kiezen en instellen van het remote-kanaal alleen op de slaafflitser plaatsvinden en nicht op de camera!

Correctie van de flitsbelichting bij TTL-remote

In de functie TTL-remote kan, voor het aanpassen van het flitsvermogen, met de hand een correctie op de flitsbelichting ingesteld worden:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display alleen nog 'TTL' staat aangegeven (als er reeds erder een correctiewaarde werk ingesteld, worden die eveneens aangegeven).
  • Met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling uitvoeren. Correctiewaarden van -3 EV tot +3 EV zijn in stappen van 1/3 EV met de hand instelbaar. De instelling treedt onmiddelijk in werkig.
  • Na ong. 5 sec. worden de instelling automatisch opgeslagen. Na het instellen van een deelvermogen worden in het display 'TTL' en de met de hand ingestelde correctie op de flitsbelichting aangegeven.

In de remote-functie manual M kan, voor het aanpassen van het flitsvermogen, met de hand een deelvermogen worden ingesteld.

  • Druk zo vaak op de toets "Para", dat M en het met de hand ingestelde deel van het flitsvermogen worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. Instellenen van P 1/1 (vol flitsvermögen) tot P 1/256) zijn möglichk.

De installing treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 sec. worden deinstelling automatisch opgeslagen. Na het instellen van een deelvermogen worden in het display 'M' en het ingestelde deelvermogen aangegeven.

Het testen van de Remote-flitsfungtie

  • Neem de slaafflitser van de camera af en klap het in de camera ingebouwde flitsapparaat open.
  • Zet de slaafflitser zoals u hem voor de latere opname wilt plaaten. Gebruik voor het neerzetten van de slaafflitser een flitsvoetje W-F127 (Accessoire;zie 17).
  • Wacht tot de slaaflitser en de flitser in de camera opgeladen zijn. Als bij de slaaflitser de condensator opgeladen is, knippert zich AF-meetflits ⑫.
  • Ontsteek met de cameraflitser een proefflits, bijv. Met de AEL-toets (afhankelijk van het type camera; zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
  • De slaaflitser antwoord met een in tijd iets vertraagde proefflits. Als de slaaflitser geen proefflits afgeeft, corrigeer dan de stand van de slaaflitser zodat deze het Licht van de controllerlitser goed kan ontvangen, c.q. verklein de afstand:tussen controller-en slaaflitser.
  • Na succesvol proeflitsenkestumet de opnamen beginnen.

7.6 Schakelen tessen meter en feet (m / ft)

De aanduiding van de reikwijde in het display van de flitser kan maar keuze in meters m of in feet ft plaatsvinden. De instelling vindt in het item m / ft plaats.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets "SEL', dat in het display "Select' wordt aangegeven.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - Het instellen: - 1

  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'm/ft'uit. Het geselecteerde item worden谈起en een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.

  • Bij de aanduiding 'm' worden de afstanden in meters aangegeven.

  • Bij de aanduiding 'ft' worden de afstanden in feet aangegeven.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display waar maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug�aar de normale weergave.

7.7 Hulpreflector

De hulpreflector ⑨ dient voor het frontaal ophelderen als de hoofdreflector ⑦ voor indirect flitsen maar de zijkant ofণ boven is gezwenkt (zie 10.3).

Is de hoeveelheid Licht uit de hulpreflector ⑨ te groot, dan kan deze tot 1/2, c.q. 1/4 worden verminderd.

  • Installing 'Off': hulpreflector uitgeschakeld;
  • Installing 'P1/1': de hulpreflector werkst op vol vermogen;
  • Installing 'P1/2': de hulpreflector werk op half vermogen;
  • Instelling 'P1/4': de hulpreflector werk op 1/4 van zijn vermogen.

Bij geactiveerde hulpreflector 念 wordt na het opslaan het symbol in het display aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item uit. Het geseleerde item wordt gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van de extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. Deinstalling

treedt onmiddelijk in werking.

  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.

Let ook op de aanwijzingen in paragraf 10.3!

7.8 Instellicht (ML) 'Modelling Light'

Bij het instellicht gaat het om een stroboscopisch flitslicht met hoge freiagentie. Bij een duur van ont. 3 seconden ontstaat de indruk van een quasi continu Licht. Met het instellicht kan de Lichtverdeling reeds voor de opname worden beoordeeld.

  • Bij de aanduiding 'ML ON' is het instellicht geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'ML OFF' is het instellicht gedeactiveerd.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'ML'uit. Het geselecteerde item verschijnt gegen een donker balkje.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.

Na activeren van de instellichtfunctie worden via de aanduiding van flitsparaatheid 16, c.q. de ontspankop voor handbediening 16 het symbol 4 4 4 aangegeven. Bij druk op de handontspankop 16 van de flitser worden het instellicht ontstoken.

7.9 Automatische uitschakeling (Standby)

In de fabriek is de flitser zo ingesteld, dat hij ong 10 Minutes -

  • na het inschaken;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na uitschaken van het belichtingsmeetsystem in de camera ...

... in de stand-by functie schakelt (Auto-OFF) om energie te sparen en de voeding te beschermen gegen onbedoeld ontladen. De aanduiding van flitsparaatheid ① en de aanduidingen in het LC-display doven UIT.

De hetIRST ingestelde flitsfunctie blijft na de automatische uitschakeling in het geheugen van de flitser beholden en staat onmiddelfijk na het inschaken weer ter beschikking. De flitser wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. or het aantippen van de ontspankop op de camera weer ingeschakeld (Wakeup functie).

Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd Niet te gebruiken,要去 het apparaat algid via zich hoofdschakelaar ⑤ uitschakelen!

Bij geactiveerde automatische uitschakeling worden in het display © aangegeven. De flitser schakelt als hij Niet worden gebruikt na een of tien minutes in de stroom-besparende stand-by toestand. Om hem waar in te schakelen drukt u op een willekeurige toets, c.q op de ontspanknop van de camera. (Wake-Up functie).

In de remote-slaaffunctie vindt de automatische uitschakeling van de flitser Niet plaats!

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'Standby'. Het geselecteerde item worden waar bij gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. De in stelling

treedt onmiddelijk in werking.

  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.
  • Bij de aanduiding 'Standby 10 min' vindt de automatische uitschakeling na 10 minutes plaats;
  • bij de aanduiding 'Standby 1 min' vindt de automatische uitschakeling na 1 minut pleats;
  • Bij de aanduiding 'Standby OFF' is de automatische uitschakeling gedacti-veerd.

7.10 Vergrendeling van de toetsen (KEYLOCK)

Met de functie voor het vergrendelen van de toetsen (KEYLOCK) kan den de toetsen van de flitser gegen onbedoeld verstellen worden vergrendeld. Als de toetsvergrendeling via drie toetsen geactiveerd is, worden in het display het symbol omangegeven.

Het activeren van de toetsenvergrendeling:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'KEYLOCK'. Het geselecteerde item worden waar bij gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in.

  • Bij de aanduiding 'KEYLOCK YES?' worden de toetsenvergrendeling geactiveerd;

  • Bij de aanduiding 'KEYLOCK NO?' worden de toetsenvergrendeling gedeactiveerd.

  • Druk op de toets 'Set' om de keuze te bevestigen.

Het opheffen van de toetsenvergrendeling:

Bij het drukken op een toets verschijnt in het display de aanduiding 'UNLOCK? Press these keys' Als aanwijzing dat de toetsen vergrendeld zichn verschijnt het symbol Om de toetsen te ontgrendelen moet u de beiden middelste toet

sen ong. 3 seconden ingedrukt houden. Het display schakelt waar de normale weergave terug als de toetsenvergrendeling is opgeheven.

8 Motorisch gesturde zoomreflector

Het aanpassen van de zoomstand van de hoofdeflector kan bij objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 24mm (kleinbeeld 24× 36mm )plaatsvinden.

Voor objektiven met een brandpuntsafstand vanaf 18mm kan de ingebouwd groothoekdiffusor ② voor de hoofdreflector ⑦ worden geklapt.

De volgende zoomstanden staan ter beschikking:

24-28-35-50-70-85 en 105 (brandpuntsafstand in mm)

(om)gerekendaarkleinbeeldformaat 24× 36mm

Bij gebruik van de groothoekdiffusor ② wordt de hoofdreflector ⑦ automatisch in de stand 24 mm gestuurd! In het display worden, vanwege de groothoekdiffusor, 18 mm aangegeven (zie 9).

Automatische aanpassing van de zoomreflector

Hierbij past de zoomstand van de hoofdreflector ⑦ zich automatisch aan de brandpuntsaftstand van het objektief aan. In het display van de flitser worden „AZoom" en de reflectorstand (mm) aangegeven.

Met de hand verstellen van de zoomstand bij AZoom

De zoomstand van de hoofdreflector ⑦ kan ook bij het gebruik op een camera die de gegevens doorgeeft, veranderd worden, bijv. om bepaalde verlichtingseffecten te verkrijgen (bijv. hot-spot enz.). Zie ook 6.2

Na het opslaan wordt „MZoom" in het display aangegeven.

TerugzettenaardeA-Zoofunctie

  • Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevensCUSen cameraeblifserplaats kan vinden.
  • De zoomstand zo vaak veranderen, dat in het display „AZoom" aangegeven worden.

9 Hoofdreflector adapter

Groothoekdiffusor

Met de groothoekdiffusor ② worden de verlichtingshoek van de flitser aangepast aan objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat). Trek de groothoekdiffusor ② uit de hoofdreflector ⑦ tot de aanslag maar voren en LAST hem los. De groothoekdiffusor klapt automatisch maar beneden.

De hoofdfreflector wird automatisch in de vereiste stand gestuurd. In het display worden de afstandswaarden en de zoomwaardeaar de nr 18 mm gecorrigeerd.

De stand van de hoofdreflector is hierbij Niet met de hand te verstellen.

Voor het inschuiven de groothoekdiffusor ② 90^ omhoog klappen en helemaal inschuiven.

Mecabounce 58-90

Bij gelebruik van de mecabounce 58-90 (accessaire; zich Fout! Verwijzingsbron nicht gezonden.) worden de hoofdreflector ⑦ automatisch maar de vereiste stand gestuurd. In het display worden de afstandsaanduidingen en de zoomwaarde waar 16 (mm) gecorrigeerd. De stand van de hoofdreflector is hierbij Niet met de hand te verstellen.

10 Flitstechnieken

10.1 Indirect flitsen

Door indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en vermindert de duidelijke schaduwerking. Bovendien wordt natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- totchtergrund gereduceerd.

Voor indirect flitsen kan de hoofdreflector ⑦ van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt. Om kleurzwemen in de opnamen te vermijden要去 het reflechterende vlok liefst neutral van kleur, c.q. wit+zijn. Voor een frontale opheldering kan extra de hulpreflector ⑨ in het menu 'Select' worden geactiveerd (zie 7.8).

Bij verticalz zwenken van de hoofdreflector moet u er op letten, dat hji

voldoende gezwenkt worden, zodat er geen direct Licht op het onderwerp kan vallen. Zwenk dus minstens tot de 60^ klikstand.

Bij het indirect flitsen worden de hoofdreflector ⑦ bij de autozoom-functionie (AZoom;zie 6.2)aar een waarvoor optimale stand gestuurd.In het display verschijnt geen aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht of voor de stand van de reflector.

10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart

Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectorkaart ① können bij Personen als volgt spitslichtjes in de ogen worden verkreten:

Zwenk de reflectorkop 90^ naar boven;
- trek de reflectorkaart ① samen met de groothoekdiffusor ② boven uit de reflectorkop maar voren;
- houd de reflecterende kaart ① vast en schuif de groothoekdiffusor ② terug in de reflectorkop.

10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector

Bij gezwenkte hoofdreflector ⑦ kan als extra voor frontale opheldering van het onderwerp de hulpreflector ⑨ via het menu 'Select' worden geactiveerd (zie 7.7).

Het gebruiken van de hulpreflector ⑨ is in principe alleen zinvol en möglichk als de hoofdreflector ⑦ gezwenkt is. Als de hoofdreflector Niet gezwenkt is, worden de hulpreflector bij de opname Niet ontstoken.

Is de hoeveelheid Licht vanuit de hulpreflector te groot, dan kan deze via het menu 'Select' tot 1/2 worden verminderd (zie 7.7).

De hulpreflector worden door de functies stroboscoop, instellicht ML en remote Niet ondersteund! De hulpreflector geeft geen Licht af, als de hoof-dreflector in zijn normale stand staat of maar beneden gezwenkt worden.

10.4 Dicht bijopnamen / macro-opnamen

In het dicht bijbereik en bij macro-opnamen kan door de parallaxfoutussen flitser en objektief aan de onderrand van het beeld het onderwerp afgeschaduwd

worden. Om dit te vermiijden kan de hoofdreflector met een hoek van

-7° maar beneden worden gezwenkt. Druk waaroor op de ontgrendelknop ⑬ van de reflector en zwenk hem�<|im_start|>

Is de hoofdreflector waar beneden gezwenkt dan worden dat in het display aangegeven met "TILT". De hulpreflector worden hier bij Niet ondersteund en flitst Niet mee..

Bij opamen in het dicht bijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand aangehouden moet worden om overbelichting te vermijden.

De minimale flitsafstand bedraagt ong. 10% van de in het LC-display aangegeven reikwijdte. Let er ook op, dat bij zicht bijopnamen het flitslicht Niet door het objectief afgeschermd worden!

10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting

De belichtingsautomaat van de flitser en van de meeste camera's is afgestemd op een reflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen). Een donkere achtergrund die veel Licht absorbeert of een lichte achtergrund (bijv. bij gegenlichtopnamen) of een die sterk reflecteert kan tot over- c.q. onderbelichting van het onderwerp leiden.

Om bovengenoed effect te compenseren kan de flitsbelichting met de hand via een correctiewaarde aan het onderwerp worden aangepast. De hoogte van deze correctiewaarde hangt af van het contrastussen onderwerp en achtergrond!

Op de flitser kuren, in de automatisch flitsenfunctie A met de hand correctiewaarden op de flitsbelichting worden ingesteld van -3 EV (diafragmastops) tot +3 EV (diafragmastops) in stappen van 1/3 stop.

Veel camera's hebben een instelmogelijkheden voor de belichtingscorrecties, die ook bij de TTL-flitsfungtie te gebruiken zijn.

Donker onderwerp gegen een lichte achtergrond:

Positieve correctiewaarde (ongeveer -1 tot +2 diafragmawaarden EV).

Licht onderwerp gegen een donkere achechtergrund:

Negativcve correctiewaarde (ongeveer -1 tot -2 diafragmawaarden EV).

Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijdtte in het display van de flitser veranderen en aan de correctiewaarden worden aan-gepast (afhankelijk van het type camera). Instelling: zie 6.4.

In de TTL-flitsfunctiones moet de camera het instellen van een correctie op de flitsbelichting ondersteunen. Het instellen ervan vindt plaats op de camera (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!

11 Aanduiding van flitsparaatheid

Zodra de flitscondensator opgeladen is, Licht op de flitser de aanduiding van flitsparaatheid 16) op en geeft daarmee aan, dat de flitser gereed is. Dat beteKent, dat bij de volgende opname flitslicht kan worden gebruikt. Het signal van de flitsparaatheid wordenaar de camera overgebracht en zorgt in de zoeker waarvan voor de overeenkomstige aanduiding.

Wordt een opname gemaakt voordat in de zoeker van de camera de aandui-ding van flitsparaatheid oplicht, wordt er geen flits ontstoken en kan de opname wellicht verkeerd worden belicht, als de camera reeds maar de flitssynchronisa-tietijd (zie 12) is omgeschakeld.

De in de flitser ingebouwde meerzone AF-meetflits ⑪ kan door AF-camera's alleen bij aangegeven flitsparaatheid geactiveerd worden (zie 17)

12 Automatisch instellen van de flitssynchronisatieijd

Afhankelijk van het type camera en de erop ingestelde camerafunctie worden de ingestelde belichtingsstijd bij het bereiken van de flitsparaatheid omgeschakeld waar de flitsssynchronisatietijd.

Verschillende camera's beschikken over een synchronisatiebereik, bijv. 1/30 s. tot 1.125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Welke synchronisisatieijd de camera dan aanstuurt hangt van de helderheid van de omgeving en de brandpuntsafstand van het gebruekte objctief af.

Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kutnen, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen synchronisatie (zie ook de gebruksaanwijzing

van uw camera en 17) worden toegepast.

Bij camera's met een centraalsluiter (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera) en bij de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie 15.4) vindt geen automatische omschakelingaar de flitssynchronisatie plaats. Daardoor kan er met alle belichtingstijden geflitst worden. Als u城县 het volle vermogen van de flitser nodig heeft, gebruik dan geen kortere belichtingstijd dan 1/125 s.

13 Aanduiding van de belichtingscontrole

De aanduiding van belichtingscontrole „o.k." ⑭licht alleen op, als de opname in de TTL-flitsfunctie, c.q. de automatisch-flitsenfunctie correct verbelicht! Verschijt de aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' ⑭na de opname zich dan is de opname onderbelicht en moet u de eerstvolgend lagere diafragmawaarde instellen (bijv. diafragmawaarde 8 in planta van diafragmawaarde 11) of de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterende vlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen en de opname herhalen. Let op de aanduiding van de flitsreikwijdtte in het display van de flitser (zie 14).

14 Aanduiding van de flitsreikwijdte

In het display van de flitser worden de waarde van de maximale reikwijde van het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde is gebaseerd op een reflectiegraad van 25% van het onderwerp, die voor de meeste opnamesituaries geldt. Sterke afwijkingen van de reflectiegraad, bijv. bij zeer sterk of zeer zwak reflecterende onderwerpen konnen de reikwijde beinvloeden.

In de TTL- en automatisch-flitsenfunctie is het het beste wanner het onderwerp zich ongeveer in het midden van de aangegeven waarde bevindt. Daarmee worden de belichtingsautomatiek voldoende spelruimte geboden voor een gelijkmatige verlichting. De minimale flitsafstand mag nicht minder dan 10% van de aangegeven waarde bedragen om overbelichting te vermijden! De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde worden bereikt.

In de manual flitsfungtie M worden de afstand tot het onderwerp aangegeven die voor een correcte belichting moet worden aangehouden. De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragma-waarde van het objectief en door te kiezen:tussen vol en een deelvermogen 'P' worden bereikt.

De reikwijdte kan maar keuze in meter (m) of feet (ft)plaatsvinden (zie 7.7). Bij gezwenkte hoofdreflector worden geen reikwijdte aangegeven!

Automatisch aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijdte

De camera's geven de flitsparameters (bijv. die voor de lichtgevoeligheid ISO, brandpuntsafstand van het objectief, diafragma en correctie op de belichting) door maar de flitser. De flitser past+zijn instellingen aan automatisch op aan. Uit de flitsparameters en het richtgetal worden de maximale flitsreikwijde berekend en in het display aangegeven.

Daarvoort meot tussen camera en flitser een uitwisseling van gegeven plaatsvinden

15 Flitssynchronisatie

15.1 Normale synchronisatie

Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichting ontstoken (synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standardfunctie die dan ook door alle camera's wordt ondersteund. Voor de meeste flitsopnamen is dit de meest geschikte synchronisatie. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde functie maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijdenussen 1 / 30 s. en 1 / 125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeff voor deze functie niets voor te worden ingesteld en vindt er ook geen aanduiding plaats.

15.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2)

Sommige camera's bieden de mogelijkheid de flits te synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2). Daar bij wordt de flits pas aan het einde van de belichting ontstoken. Daar bij wordt de flits aan het einde van

de belichtingstijd ontstoken, onmiddelijk voór de sluiter begint zich te gaan. Dit is vooral een voordeel bij opnamen met langere belichtingstijden (langer dan bijv. 1/30 seconde) en bewegende onderwerpen met een eigenlichtbron,,ondat dan de bewegende lichtbronnen een Lichtstaart awhilen, inplaats van dat deze zich voór het onderwerp opbouwt. Met het synchroniseren bij het zichgaan van de sluiter krijt u bij bewegende lichtbronnen een 'natuurlijk' van de opnamesituatie! Afhankelijk van de erop ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden dan zijn flitssynchronisatietijd in.

De synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter要去 op de camera zich worden ingesteld (zie de gebruksaanwijzing van uw camera)!

15.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW

Sommige camera's bieden in bepaalde functies de mogelijkheid tot flitsopnamen in combinatie met een lange belichtingstijd. In deze functie hebt u de mogelijk-kheid om in schemerlicht of bij avond de achtergrond van de opname better in beeld te krijgen. Dit worden bereikt door belichtingstijden die aangepast zijn aan de lage omgevingshelderheid. Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstijden gekozen, die longerijken dan z^n flitssynchronisatietijd. Bij sommige camera's wordt de synchronisatie met lange belichtingstijden in bepaalde cameraprogramma's (bijv. bij diafragmavooorkeuze 'Av', nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft u voor deze functie niets in te stellen en vindt er ook geen aanduiding plaats.

Gebruik bij lange belichtingen een statief om bewegen van de camera tijdens het opnemen te voorkomen!

15.4 HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden

Sommige camera's ondersteunen de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Met deze flitsfungtie is het可想而知, die flitser ook bij korte belichtingstijden dan de flitsssynchronisatietijd te gebruiken. Interessant is deze functie bijv. bij portretopnamen in zeer lichte omgevingen en door een wijd geopend diafragma (bijv. F 2.0) de scherptediepte

begrensd要去cken! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichingstijden in de flitsfuncties TTL (TTL HSS) en M (M HSS).

Natuurkundig bepaald, worden door de synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS beschert het richtgetal en daarmee ook de reikwijdte van de flits soms flink beperkt! Let waarom op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser! De HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden worden automatisch uitgevoerd als op de camera automatisch door het belichtingsprogramma of met de hand een kortere tijd dan de flitsssynchronisatieiind ingesteld is.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden - 1

Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden ook van die belichtingstijd afhankelijk is: hoe korte de belichtingstijd, des te lager het richtgetal! Deinstilling vindt via het Mode-menu plaats (zie 5.1).

15.5 Flits vooraf gegen het 'rode ogen-effect'

Verschillende camera's beschikken over de möglichkeid een flits, voorafgaand aan de eigenglijke hoofdflits, te ontsteken om het 'rode ogen-effect' te verminderen (Red-Eye-Reduction). Deze functie worden alleen ondersteund door de in de camera ingebouwde flitser. Op externe flitsers worden deze functie in principie Niet ondersteund.

16 Meerzone AF-meetflits

Zodra er nicht mehr voldoende omgevingslicht om voor automatisch scherp te konnen stellen, worden door de camera de meerzone AF-meetflits ⑪ in de flitser geactiveerd. Daar bij worden een streeppatroon op het onderwerp gprojekteerd waar de camera op kan scherpstellen. De reikwijdtde bedraagt, affankelijk van de geselecteerde AF-sensor in de camera, ont. 6 ... 9 m (bij standardobjectief 1,7 / 50 mm). De maximale reikwijdtde worden met de centrale AF-sensor van de camera bereikt. Wegens de parallaxussen objectief en de AF-meetflits in de flitser bedraagt de zicht bij-instelgrens met de AF-meetflits ont. 0,7 m tot 1 m.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - Meerzone AF-meetflits - 1

Om de camera de AF-meetflits ⑪ te lien activeren,要去 op de camera de autofocusfunctie 'Single-AF (S)' ingesteld zich en de flitser要去 flitspa

raat+zijn. Sommige cameratypes ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. De meerzone AF-meetflits ⑪ van de flitser worden dan Niet geactiveerd (bijv. bij compactcamera's; zie de gebruik-saanwijzing van uw camera)!

Zoomobjectieven met een geringe Lichtsterkte{kunnen de reikwijdte van de meerzone AF-meetflits behoorlijk beperken!

Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits van de flitser. Wordt dan een decentrale sensor geselec- teerd, dan worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd!

17 Ontsteeksturing (Auto-Flash)

Is er voldoende omgevingslicht voor een belichting in de normale modus, dan verhindert de camera het ontsteken van een flits. De belichting vindt danplaats met de in het display van de camera aangegeven belichtingsstijd. Het activeren van de ontsteeksturing worden aangegeven door het verdwijnen van de flitskaar-aanduiding in de zoeker van de camera. Bij het bedieren van de ontspanknop op de camera worden geen flits ontstoken.

De ontsteeksturing werkkt bij verschillende camera's alleen in de functie program 'P' en diafragma-automatiek 'S' (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). De ontsteeksturing kan bij sommige camera's worden gedestructiveerd: druk waarvoor op de camera op de toets voor de flitssturing (zie de gebruiksaanwijzing van de camera) en houd deze bij de opname ingedrukt. Bij het aantippen van de onspanknop op de camera verschijnt in de zoeker van de camera nu weer de flitsklaar-aanduiding. De elektronica in de camera kiest een geschikte tijd-diafragmacombatinatie. Bij de opname worden een flits ontstoken.

18 Onderhoud en verzorging

Verwijder vuil en stof met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen schoonmaakmiddel - de kunststofonderdelen zouden beschadigd konnen worden.

18.1 Het updaten van de firmware

De firmware-versie van de flitser worden onmiddelijk na het met de hoofdschakelaar ⑤ inschaken van de flitser gedurende een korteijd rechts onderin hetdisplay aangegeven, bijv. "V1.0" voor de firmware-versie 1.0.

De firmware van de flitser kan via de USB-interface ⑤ geactualiseerd en in technisch opzicht aan de functies van toekomstige camera's worden aangepast Firmware-update).

Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage: www.metz.de

18.2 Reset

De flitser kan maar de fabrieksinstellenen worden teruggezet. Druk waaroor op de toets 'Mode' en houd deze gedurende 3 s. ingedrukt. In het display worden dan 'Reset' aangegeven. Na ong. 3 s. wisselt de aanuiding in het display maar de afleveringstoestand.

De updates van de firmware zijn hierin Niet betrokken!

18.3 Formeren van de flitscondensator

De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een naturkundige ver-andering, als het apparaat gedurende een langere tijd Niet worden ingeschakeld. Het is waaromoodzakelijk, de flitser eens per kwartaal gedurende 10 min. in te schaken. De voeding moet aanbij zo veel energie leveren, dat de flitsparaatheid uiterlijk 1 min. na het inschaken oplicht.

19 Troubleshooting

Zou het ook voorkomen, dat bijv. in het display van de flitseronzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser Niet functioneert zoals hij op grond van zich instellenen zou behoren te doen, schakel de flitser dan gedurende ont. 10 seconden met de hoofdschakelaar ⑤ uit. Controller of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellenen.

Vervang de batterijen, c.q. de accu's gegen{nieuwe, c.q. vers opgeladen accu's! De flitser zou nu na het inschakenoer 'normaal'要去en functioneren. Als dit Niet het geval is, ga er dan mee maar uw fotohandelaar.

Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen können optreden. Onder elk punt zijn möglichke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.

a) In het display verzischijnt de reikwijdte Niet

  • De hoofdreflector staat nicht in de normale stand.
    Op de flitser staat de remote-functionie ingesteld.

b) In het display staat de reflectorstand Niet aangegeven

  • De hoofdfreflector ⑦ is horizontal of vertical uit zijn normale positie gezwenkt (zie 10.1).
    c) In het display worden 'TILT' aangegeven
  • De hoofdreflector ⑦ is vanuit zijn normale [positie maar beneden gezwenkt (zie 10.1).
    d) In het display van de flitser worden het kloksymbol aangegeven
  • Op de flitser is de automatische uitschakeling geactiveerd (zie 7.9.).
    e) De AF-meetflits van de flitser worden nicht geactiveerd.
  • De flitser is nicht paraat.
  • De camera staat nicht in de functie Single AF (S-AF).

  • De camera ondersteunt alleen de eigien, interne AF-meetflits.

  • Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor worden gekozen, worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd! Activeer de centrale AF-sensor!

f) De stand van de zoomreflector worden nicht automatisch aangepast aan de actuèle zoomstand van het objectief.

  • De camera geeft geen gevevens door maar de flitser.
  • Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
  • De camera is uitgerust met een objctief zonder CPU.
  • De flitser werkkt in de manual zoominstelling 'MZoom'. Schakel om maar autozoom (zie 8).

g) In het display verschijnt de aanduiding "POWERPACK"

  • Op de mecablitz is een Niet toegelaten Power Pack aangesloten. Sluit alleen een Metz Power Pack P76 aan.
  • Een Metz Power Pack P76 is aingesloten en in het batterijvak van de mecablitz zitten nog batterijen/accu's. Haal de batterijen uit het batterijvak van de mecablitz.

h) In het display verschijnt een batterijwaarschuwing

  • Bij het verzchijnen van de waarschuwingsaanduiding is er nog zoveel energia, dat slechts enkele flitsen+kunnen worden ontstoken. Zie ook par. 3.2 "Batterijen verrangen". Er zijnchainsacter ook oplaadapparaten waar bij de batterijwaarschuwing relatief vroeg verschijnt, hoewel er nog zo'n 50% van het aantal flitsen kan worden ontstoken. In het draadloze remotefunctie laat het systeme een batterijwaarschuwing Niet toe.

i) In het display verschijnt een batterijsymbolbool

  • Op de mecablitz is een Metz Power Pack P76 aangesloten en in het batterijvak van de mecablitz bevinden zich batterijen. Haal deze batterijenuit de mecablitz.

j) De stand van de zoomreflector worden nicht automatisch aangepast aan de actuèle zoomstand van het objectief.

  • De camera geeft geen digitale gegevens aan de flitser door.
  • Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitserplaats. Ontspankop op de camera aantippen!

k) In het display knippert de aanduiding van de zoomstand van de reflector.

  • Waarschuwing wegens vignettering lans de randen van het beeld: de op de camera ingestelde brandpuntsafstand van het objctief (omgerekendaar Kleinbeeld 24× 36mm ) iskleiner dan de op de flitser ingestelde zoomstand van de reflector

I) De hulpreflector is Niet te activeren, c.q. ontsteekt geen flits.

  • In de flitsfuncties stroboscoop, remote en instellicht (ML) worden de hulpreflector Niet ondersteund. In deze functies kan de hulpreflector Niet worden geactiveerd, c.q ontsteekt hij geen flits.
  • De hoofdfreflector staat in zijn normale stand of hij is maar beneden gezwenkt.

m) De instelling voor met de hand in te stellen correcties op de TTL-flitsbelichting werkt Niet.

  • De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flitsbelichting op de flitser Niet.

n) De automatische omschakeling waar de flitssynchronisatieijd vindt Niet plaats.

  • De camera werkkt met een centraalsluiter (de meeste compactcamera's). Er hooft waar bij geen omschakeling maar een flitssynchronisatieijdplaats te vinden.
  • De camera werkkt met de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden. Daar bij

vindt omschakeling maar de flitssynchronisatietijd Niet plaats.

  • De camera werkkt met een langere belichtingsstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie worden waar bij nicht maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
    o) De opnamen vertonen aan de onderzijde een schaduw.
  • Door de parallax:tussen objectief en flitser kan het onderwerp in het dichtbijbereik, affankelijk van de brandpuntsafstand, aan de onderzijde van het beeld Niet geheel worden uitgelicht. Neig de hoofdreflector, c.q. zet de groothoekdiffusor voor de reflector.
    p) De opname zich te donker.
  • Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indirect flitsen ver-mindert de reikwijdte van de flits.
  • Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor worden het meetsystem van de camera, c.q. van de flitser beinvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.
    q) De opnamen zijn teicht.
  • In het dicht bijbereik konnen overbelichtingen (te lichte opnamen) voorkomen, als u bijv. een langere dan de kortste flitsduur van de flitser gebruikt. De minimale afstand tot het onderwerp要去 minstens 10% van de aangegeven reikwijde bedragen.
    r) De flitsparameters voor de lichtgevoeligheid ISO en de diafragmawaarde F zijn op de flitser Niet te verstellen.
  • Tussen camera en flitser vindt een digitale uittwisseling van geevens laats. Daar bij worden de waarden van ISO en diafragma F automatisch op de flitser ingesteld. Het met de hand verstellen van ISO en diafragmawaarde is waar bij nicht möglich!

s) De diafragma- en ISO-waarden van de camera worden Niet in het display aangegeven en+kunnen Niet met de hand op de flitser worden ingesteld.

  • Tussen camera en flitser vindt automatisch een digitale uittwisseling van gevevens plaat. Het met de hand instellen, c.q. verstellen van de diafraAGMA- en ISO-waarden is waarom nicht möglichk! Het system van de camera bepaalt, dat de waarden van diafraAGMA en ISO Niet in het display worden aangegeven (zie Fout! Verwijzingsbron Niet gezonden.).
  • De diafragma- en ISO-waarden worden in de flitsfuncties van automatisch flitsen A, manual M aangegeven als de flitser Niet op de camera worden bediend, d.w.z. als er geen uitwisseling van gevevens kanplaatsvinden. De waarden können dan met de hand versteld worden, bijv. voor het gebruik met een servo-flitsontspanner.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - n) De automatische omschakeling waar de flitssynchronisatieijd vindt Niet plaats. - 1

Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm:

in het metersystem: 58

in het feetsystem: 192

Flitsfunctions:

Standaard-TTL ontblood van meetflits vooraf, TTL met flits vooraf, ADI-meting, automatisch-flitsenfunctie A, manual M, stroboscopisch flitsen, Synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS, Remote-slaaf.

Bereik van de automatische werkdiafragma's bij ISO 100 / 21°:

F1,0 tot F45 inclusief detussenwaarden

Met de hand instelbare deelvermogens:

P 1/1 ... P 1/256 in stappen van een derde

Flitsduur (zie Tabel 4, S. 160)

Meethoek fotosensor: Ong. 25^

Kleurtemperatuur: Ong. 5600 K

Lichtgevoeligkeit: ISO 6 tot ISO 6400

Synchronisatie: Laagspannings-IGBT-onsteking

Aantallen flitsen:

  • Ong. 180 met Metz NiMH accumapak 1600mAh
  • Ong. 180 met super-alkalimangaanbatterijen
  • Ong. 430 met Metz Power-Pack P76

Flitsvolgli:

  • Ong. 5 second met NiMh accupak 1600mAh
  • Ong. 5 seconden super-alkalimangaanbatterijen
  • Ong. 2,5 seconden met Power Pack P76

(telkens bij vol vermogen)

(telkens bij vol vermogen)

Verlichtingshoek

Hoofdreflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24× 36mm ... met groothoekdiffusor vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat 24× 36mm) Hulpreflector vanaf 35 mm (kleinbeeldformaat 24× 36mm) Zwenkbereiken en klikstanden van de hoofdreflector
Naar boven -7^45^60^75^90^ Tegen de wijzers van de klok in 30^ .180
Richting wijzers van de klok 30^60^90^120^ Afmetingen ong. in mm (B x H x D)
Lampstaaf 71× 148× 99 Gewicht:
Flitser zonder accu Ong. 355 gram
De levering omvat
Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, gebruiksaanwijzing,
tas T58 en standvoet.

21 Bijzondere toebehoren

Voor foute werkung van en schades aan de mecablitz,veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zich wij Niet aansprakelijk.

  • Mecabounce 58-90

(Bestelnr. 000058902)

Met deze diffusor verkrijt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werkung is verbluffend, sondern de Foto's een zacht effect krijgen. De gelaatskleur van personen worden natuurlijker weergegeven. De flitsreikwijde wordt ongeveer de helft korter.

  • Reflexschirm 58-23/54-23

(Bestellnr. 000058235)/(Bestellnr. 000054236)

Verzacht door+zijn zachte,gerichte licht,harde slagschaduwen.

Power-Pack P76

(Bestellnr. 000129768)

voor groter aantal flitsen.

Verbindingskabel V58-50 (bestelnr. 000058504) vereist.

Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!

Afvoeren van de batterijen

Batterijen horen nicht bij het huisvuil.

S.v.p. de batterijen bij een waarvoort bestemd inzamelpunt afgeven.

S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.

Batterijen / accu's�in de regel ontladen wonneer het waarvoorgebrukke apparaat

  • uitschakelt en aangeeft, "batterijen leeg"
  • de batterijen na longer gebruik Niet meer goed functioneren.

Om kortsluiting te voorkomen,要去en de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.

1 Safety instructions 83
2 Dedicated flash functions 84
3Preparing the flash unit for use 84
3.1 Mounting the flash unit 84
3.2 Power supply 84
3.3 Switching the flash unit on and off 85
3.4 Power Pack P76 (optional accessory) 85
3.5 Auto OFF for the flash unit 85
4 Display illumination 85
5 Operating modes (mode menu) 86
5.1 Adjusting procedure for flash operating modes 86
5.2 TTL-flash modes 86
5.3 Automatic fill-in flash mode 87
5.4 Automatic flash mode 87
5.5 Automatic flash mode 88
5.6 Manual flash mode 88
5.7 Strobe flash mode 88
6 Flash parameters (Parameter menu) 89
6.1 Setting procedure for the flash parameters 89
6.2 Main reflector position (Zoom) 90
6.3 Flash exposure correction (EV) 90
6.4 Manual partial light output (P) 90
7 Special functions (Select menu) 91
7.1 Setting procedure for the special functions 91
7.2 Beep function (Beep) 91
7.3 Flash Bracketing Series (FB) 92
7.4 Extended Zoom Mode (Zoom Ext) 92
7.5 Remote Slave Mode (Remote) 93
7.6 Meter-Feet changeover (m/ft) 95
7.7 Secondary reflector 95
7.8 Modelling Light (ML) 95
7.9 Auto OFF Function (Standby) 96

Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled worden en dus geschikt+zijn voor hergebruik.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 1

Dit symbolism betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zich levensduur gescheiden van het huisvuil apart要去 worden ingeleverd.

Breng dit apparaat maar een van deplaatselijke verzamelpunten of maar een kringloopwinkel.

Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschemen.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 2

In het kader de CE-markering werden bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 3

SCA Contacten nicht aanraken!

In uitzonderlijke gevallen kan aanraken leiden.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - SCA Contacten nicht aanraken! - 1

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL - SCA Contacten nicht aanraken! - 2

Remarque:

Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL

Categorie : Externe flitser voor camera