HEAVY DUTY 2024.11.11 - Wasmachine BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HEAVY DUTY 2024.11.11 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HEAVY DUTY 2024.11.11 BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HEAVY DUTY 2024.11.11 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HEAVY DUTY 2024.11.11 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING HEAVY DUTY 2024.11.11 BLAUPUNKT
NL - Gebruiksaanwijzing
Kort indrukken: Het menu openen/sluiten (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU)
Lang indrukken: Geheugenopnamefunctie (PSCAN) voor VHF/DAB
② Knop/draaiknop links:
Rotatie: Volume luid/stil
Kort indrukken: De autoradio inschakelen tijdens het gebruik: Afspelen dempen of, afhankelijk van de geluidsbron, pauzeren
Lang indrukken: Uitschakelen van de autoradio
③ Handsfree microfoon alleen actief als er geen externe microfoon is aangesloten
Steek in geen geval voorwerpen in het gat, dit is geen RESET-knop!
④ IR-sensor : Ontvanger voor optionele infrarood afstandsbediening
⑤ LC Display: Weergave van informatie zoals station, muzieknummer, tijd en instellingsopties
⑥ CD-sleuf (modellen met CD-drive):
Invoer van CD-gegevensdragers
Alleen in de handel verkrijgbare CD's kunnen worden gebruikt, geen single-CD's, geen CD's met adapters, geen CD's met andere vormen)
⑦ Knop/draaiknop rechts:
Rotatie: Afhankelijk van de bron en functiemodus, zoeken, zender wijzigen, nummer wijzigen, terugspoelen enz. Schakel in het menu tussen de instelopties
Druk kort op: Overschakelen naar de tweede of derde functie.
Als er gedurende ongeveer 15 seconden geen commando wordt ingevoerd, wordt de standaardfunctie opnieuw geactiveerd. In het menu Opties selecteren/Opties bevestigen Lang indrukken: Functie voor het afspelen van nummers of zenders (SCAN) (afhankelijk van de geselecteerde bron) In het menu, de USB-afspeelmodus enz
⑧ MIC Knop (modellen zonder CD-drive):
Kort indrukken: Microfooningang activeren/deactiveren
Lang indrukken: Instelling microfoonversterking
EJECT-knop, CD-uitwerping (CD-drive modellen): Een geplaatste CD uitwerpen
⑨ USB-poort met stofbescherming:
Vouw de stofkap naar rechts om hem te openen. Aansluiting voor USB-geheugenstick of Apple-apparaat voor het afspelen van muziek
⑩ Microfoon/AUX-aansluiting (afhankelijk van model):
Microfoon: 6,3 mm, mono (met stofkap)
AUX: 3,5 mm, stereo
⑪ Telefoonhoorn:
Knop "Aannemen": Kort indrukken: Gesprekken beantwoorden/kiezen
Lang indrukken: Softkey-optie (zie hoofdstuk BLUETOOTH HANDSFREE APPARAAT)
Knop "Gesprek beëindigen": Kort indrukken: Een gesprek beëindigen/weigeren Lang indrukken: //.
⑫ Stationknoppen:
Kort indrukken: Zender oproepen, opgeslagen telefoonnummer of de weergegeven tweede functie/speciale functie zoeken, zoals zoeken naar nummers (bladeren), afspelen/pauzeren, herhaalfunctie, willekeurig afspelen, afhankelijk van de geselecteerde bron
Lang indrukken: Geheugenfunctie voor radiostations en telefoonnummers
⑬ SRC-knop:
Kort indrukken: Audiobron selectie, de beschikbare audiobronnen worden één voor één omgeschakeld.
Sommige geluidsbronnen kunnen worden uitgeschakeld, zie INSTELLINGEN | MENU Lang indrukken: Bronspecifieke functies, Travelstore op VHF, zenderlijstupdate op DAB.
⑭ Decoratief frame rondom dat de gaten voor het ontgrendelingsgereedschap afdekt, zie hoofdstuk MONTAGE | DEMONTAGE | AANSLUITINGEN
⑮ DIS-knop:
Kort indrukken: Schakelen tussen verschillende informatie zoals tijd, zendernaam, radiotekst, nummerinformatie enz. afhankelijk van de geselecteerde bron
Lang indrukken: De helderheid van het display wijzigen (als de helderheid is ingesteld op HANDMATIG in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU)
2. Bedieningselementen – Afstandsbediening (optioneel accessoire)
De autoradio kan op afstand worden bediend met behulp van de afstandsbedieningssensor die is ingebouwd in de voorkant. Dit is mogelijk met de afstandsbediening die verkrijgbaar is als accessoire voor de autoradio (bestelnummer 1 101 402 001 001) of met de oudere Blaupunkt-afstandsbedieningen (RC-08, RC-09, RC-10, RC-10H, RC-12H).
Er moet visueel contact zijn tussen de sensor op de radio en het zendoog van de afstandsbediening. Houd er rekening mee dat de bediening via de op het stuurwiel gemonteerde afstandsbediening mogelijk niet goed werkt, afhankelijk van de positie.

① Aan/uit-knop:
Autoradio aan-/uitzetten.
De autoradio kan alleen met de afstandsbediening worden ingeschakeld als het contact is ingeschakeld. Deze functie verhoogt de ruststroom van de autoradio en mag daarom niet worden gebruikt zonder ingeschakeld contact om de accu van het voertuig te beschermen.
② Knoppen voor volume/mute of pauze, afhankelijk van de audiobron
③ Multifunctionele knopen om bronspecifieke functies te bedienen.
④ SRC (audiobron/bron):
Audiobron selectie, de beschikbare audiobronnen worden één voor één omgeschakeld.
Sommige geluidsbronnen kunnen worden uitgeschakeld, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU.
⑤ DIS-knop:
De weergave schakelen tussen verschillende informatie zoals tijd, zendernaam, radiotekst,
nummerinformatie enz. afhankelijk van de geselecteerde bron
⑥ MENU-knop:
Het menu openen/sluiten (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU)
⑦ Geheugenknopen 1-6:
Zender oproepen, opgeslagen telefoonnummer of de weergegeven tweede functie/speciale functie zoeken, zoals zoeken naar nummers (bladeren), afspelen/pauzeren, herhaalfunctie, willekeurig afspelen, afhankelijk van de geselecteerde bron.
Niet alle functies/geheugen zijn beschikbaar, afhankelijk van het model
⑧ Telefoontoetsen:
Een gesprek aannemen/kiezen en beëindigen/weigeren.
3. Gefeliciteerd met uw aankoop
Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe Blaupunkt autoradio en we wensen u veel plezier met het gebruik ervan.
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u de autoradio voor het eerst gebruikt om vertrouwd te raken met de functies.
Als u echter onverwachte problemen ondervindt, raadpleeg dan de handleiding om na te gaan of u deze zelf kunt oplossen. Raadpleeg ook het hoofdstuk FOUTEN ZOEKEN aan het einde van de handleiding.
Uw Blaupunkt-dealer en serviceteam helpen u graag verder als u uw probleem niet zelf kunt oplossen. U vindt de contactgegevens op de website www.blaupunkt.com.
Deze handleiding kan van toepassing zijn op verschillende modellen met verschillende functies, zodat sommige functies en opties niet beschikbaar zijn of kunnen verschillen voor een bepaald model.
We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen door te voeren om de autoradio te verbeteren, waardoor afwijkingen van de functies beschreven in deze gebruiksaanwijzing mogelijk zijn.
Inhoud
- Bedieningselementen – autoradio
- Bedieningselementen – Afstandsbediening (optioneel accessoire)
- Gefeliciteerd met uw aankoop
- Veiligheidsprincipes
- Algemene informatie | Leveringsomvang | Software-update
- In-/uitschakelen | Volume veranderen
- Analoge radio: VHF/middengolven (FM/AM)
- Digitale radio: DAB/DAB+ (afhankelijk van model)
- Afspelen vanaf externe apparaten/gegevensdragers: USB
- Afspelen vanaf externe apparaten/gegevensdragers: CD (afhankelijk van model)
-
Weergave extern apparaat/datadrager: iPod / iPhone
-
Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: AUX
- Afspelen vanaf externe apparaten/gegevensdragers: Microfoon (afhankelijk van model)
- Bluetooth®-verbindingsconfiguratie
- Bluetooth®-audiostreaming
- Bluetooth®-handenvrij systeem
- Geluidsinstellingen
- Klok
- Stuurwiel afstandsbediening (SWC)
- Instellingen | Menu
- Montage | Demontage | Aansluitingen
- Nuttige informatie | Technische gegevens
- Fouten zoeken
4. Veiligheidsprincipes
Veiligheidsprincipes
De autoradio is vervaardigd in overeenstemming met de huidige stand van de techniek en de gespecificeerde veiligheidsvoorschriften. Als u echter de veiligheidsprincipes in deze handleiding niet in acht neemt, kan gevaar ontstaan.
Deze handleiding is bedoeld om de gebruiker vertrouwd te maken met de functies van de autoradio.
- Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de autoradio gebruikt.
- Bewaar deze handleiding op een plaats die toegankelijk is voor alle gebruikers.
- Geef de autoradio altijd samen met deze handleiding door aan derden.
- Volg de instructies van de apparaten die samen met de autoradio worden gebruikt.
- Als zich een probleem voordoet, mag u de autoradio niet verder gebruiken.
Gebruikte symbolen
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt:

GEVAAR! Waarschuwing voor letsel

VOORZICHTIG! Waarschuwing voor schade aan de DVD/CD-drive of de gebruikte gegevensdrager

GEVAAR! Hoog volume waarschuwing

De CE-markering bevestigt de conformiteit met de EU-richtlijnen
Tip. Specifieke functies om rekening mee te houden bij het gebruik van de autoradio.
- Beschrijving
Verkeersveiligheid
Neem de volgende verkeersveiligheidstips in acht.

Gebruik het apparaat zodanig dat u te allen tijde veilig het voertuig kunt besturen.
Het gebruik van de autoradiofuncties tijdens het rijden kan de aandacht afleiden van de verkeerssituatie en tot ernstige ongevallen leiden!
Elke functie die u afleidt van de situatie op de weg en van het besturen van het voertuig tijdens het rijden moet worden vermeden. Om dergelijke functies te gebruiken, stopt u op een geschikte plaats, trekt u de handrem aan en bedient u de autoradio terwijl de auto stilstaat.

Luister altijd naar de radio op een matig volume om uw gehoor te beschermen en akoestische waarschuwingssignalen te kunnen horen (bijv. van de politie). Tijdens mute-pauzes (bv. bij het wisselen van de geluidsbron) is de volumeverandering niet hoorbaar. Verhoog het volume niet tijdens deze mute-pauzes.
Algemene veiligheidsprincipes
Breng geen wijzigingen aan en open de autoradio niet.
Er zijn binnenin geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Steek geen voorwerpen in de openingen van de autoradio en draai geen ongeschikte schroeven in de behuizing.
CD/DVD-radio's bevatten een Klasse 1 laser, die uw gezichtsvermogen kan beschadigen.
Beoogd gebruik:
Deze autoradio is bedoeld voor installatie en gebruik in een voertuig met een voedingsspanning van 12 V of 24 V (afhankelijk van het model) en moet geïnstalleerd worden in een DIN-sleuf. De parameter grenswaarden van de autoradio moeten in acht worden genomen. De autoradio is bedoeld voor privé, niet-commercieel gebruik.
Laat reparaties en, indien nodig, de installatie door een gekwalificeerd specialist uitvoeren.
5. Algemene informatie | Leveringsomvang | Software-update
Conformiteitsverklaring
Blaupunkt Competence Center Car Multimedia Evo Sales GmbH verklaart hierbij dat de autoradio voldoet aan de essentiële eisen en andere relevante bepalingen van de RED-richtlijn 2014/53/EU en de RoHS-richtlijn 2011/65/EU. De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het internet op de website www.blaupunkt.com. Als deze niet beschikbaar is op de website, neem dan contact met ons op.
Informatie over handelsmerken
Alle andere handelsmerken en hun logo's, merk- of bedrijfsnamen zijn uitsluitend gebruikt voor identificatiedoeleinden en zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Aanwijzingen inzake schoonmaak
Oplosmiddelen, schoonmaak- en schuurmiddelen, alsmede cockpitsprays, luchtverversers en onderhoudsproducten voor kunststoffen kunnen bestanddelen bevatten die het oppervlak van de autoradio kunnen beschadigen. Gebruik alleen een droge of licht vochtige, pluisvrije en zachte doek om de autoradio schoon te maken.
Aanwijzingen inzake afvoer

Gooi het oude apparaat niet bij het huisvuil! Gebruik voor het afvoeren van uw oude apparaat en accessoires de
beschikbare inlever- en inzamelsystemen.
Leveringsomvang
De leveringsomvang omvat de volgende onderdelen:
- Autoradio
- Handleiding
- Interne microfoon
- Stofkap voor microfoonaansluiting
• ISO A/ ISO B aansluitkabel
• DIN-ISO antenneadapter - Montageframe - Verwijdergereedschap
Aanbevolen of noodzakelijke accessoires (niet meegeleverd):
• Infrarood afstandsbediening: 1 101 402 001 001
- RC-24 bedrade afstandsbediening: 2 010 024 000 000
• DAB-antenne voorruit: 2 006 021 000 000
- Actieve/passieve antennesplitters
• Voertuigspecifieke adapter/montageframe
Voor meer informatie over accessoires die geschikt zijn voor een bepaald voertuig, neemt u contact op met uw dealer of de fabrikant van het voertuig.
Software update
De software van de autoradio kan worden bijgewerkt via externe gegevensdragers. De handleiding voor het bijwerken en verdere informatie zijn bij de update gevoegd. Updates kunnen worden aangevraagd bij de technische ondersteuning.
Wanneer u een update aanvraagt bij Blaupunkt, geef dan zo veel mogelijk details over het probleem met de radio. Technische ondersteuning heeft ook informatie nodig over de momenteel geïnstalleerde softwareversie op de autoradio (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU).
Als de autoradio goed werkt, is een update niet nodig; elke update brengt ook een risico op fouten tijdens de update met zich mee. Ondanks zorgvuldig testen kunnen er in zeldzame gevallen nieuwe of andere bugs verschijnen of functies op een ongewenste manier worden gewijzigd.
Laad geen software van externe bronnen in de autoradio, want dit kan de autoradio onherstelbaar beschadigen.
De individuele opties en functies van de autoradio kunnen verschillen van die in de handleiding, omdat opties/functies gewijzigd, toegevoegd of zelfs verwijderd kunnen zijn als gevolg van verdere softwareontwikkeling. Dit is geen gebrek of reden voor een klacht over de radio.
6. In-/uitschakelen | Volume veranderen
Om het apparaat in/uit te schakelen, drukt u op de linker knop/draaiknop.
Druk kort op de knop/draaiknop om het apparaat in te schakelen.
Om het apparaat uit te schakelen, drukt u op de knop/draaiknop en houdt u deze een seconde ingedrukt.
Houd er rekening mee dat als de radio eenmaal ingeschakeld is, het enkele seconden kan duren voordat hij weer bediend of uitgeschakeld kan worden, omdat er op de achtergrond nog interne opstartprocessen actief zijn.
- De radio kan ook worden ingeschakeld terwijl het contact uit staat - het display toont dan kort 1
HOUR ON/1 STUNDE.
De radio schakelt na een uur automatisch uit om de batterij te sparen.
De automatische uitschakelfunctie kan worden gedeactiveerd als het contact plus bijvoorbeeld niet beschikbaar is in het voertuig. Dit brengt echter het risico met zich mee dat de autoradio de batterij leegmaakt als u vergeet hem uit te schakelen. Zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU.
In-/uitschakelen via het contactslot van het voertuig
Als het contact wordt uitgeschakeld terwijl de autoradio in bedrijf is, wordt de autoradio automatisch uit- en weer ingeschakeld bij de volgende inschakeling van het contact. Als de autoradio is uitgeschakeld door op de linker knop/draaiknop te drukken, blijft hij permanent uitgeschakeld bij het in-/uitschakelen van het contact totdat hij handmatig weer wordt ingeschakeld.
Als de functie niet werkt zoals beschreven, is de autoradio niet correct aangesloten.
Tijdens een actief gesprek wacht het apparaat met uitschakelen tot het gesprek beëindigd is.
Wijzigen van het volume
Het volume kan worden geregeld met de linker knop/draaiknop, het volume kan worden ingesteld van 0 (geen geluid) tot 50 (max.volume).
Het display toont het ingestelde volumeniveau gedurende een paar seconden.
Afhankelijk van de instelling onthoudt de autoradio bij het opnieuw inschakelen het laatste volume of het geprogrammeerde volume (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU).
Instellen van het muziekvolume:
Draai tijdens het afspelen van muziek aan de linker knop/draaiknop om het volume te wijzigen.
Het volume van verkeersberichten instellen:
Draai tijdens een verkeersbericht aan de knop/draaiknop om het volume te wijzigen; deze waarde wordt automatisch opgeslagen en kan worden gewijzigd in de instellingen (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU).
De prioritering van verkeersberichten moet geactiveerd zijn, zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO_of INSTELLINGEN | MENU
Instellen van het Bluetooth® volume (telefonie): Draai tijdens een telefoongesprek aan de linker knop/draaiknop om het volume te wijzigen. Deze waarde wordt automatisch opgeslagen en kan worden gewijzigd in de instellingen (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU).
Bovendien kan of moet het gespreksvolume, evenals het belsignaal, worden aangepast op de mobiele telefoon, raadpleeg hiervoor de handleiding van de telefoonfabrikant.
U kunt ook de microfoongevoeligheid aanpassen, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU.
Dempen van de autoradio (Mute)
Druk kort op de Knop/draaiknop om de autoradio te dempen of het vorige volume weer te activeren. De autoradio geeft MUTE (STUMM) weer. Het afspelen van media wordt gepauzeerd en hervat wanneer de dempingsfunctie opnieuw wordt geannuleerd.

Luister altijd naar de radio op een matig volume om uw gehoor te beschermen en akoestische waarschuwingssignalen (politie, hulpdiensten, brandweer) te kunnen horen. Tijdens mute-pauzes (bv. bij het wisselen van de geluidsbron) is de volumeverandering niet hoorbaar. Verhoog het volume niet tijdens deze mute-pauzes.
7. Analoge radio: VHF/middengolven (FM/AM)
Analoge transmissiewijzen voor radiosignalen, zoals VHF (FM) op 87,5-108 MHz, zijn de "klassieke" transmissiewijzen en worden wereldwijd veel gebruikt.
Zenders worden analoog uitgezonden (FM= frequentiemodulatie, MW/AM= amplitudemodulatie).
Bij zwakke of fluctuerende signalen vervaagt het stereosignaal op VHF, zenders worden in mono afgespeeld en beginnen te zoemen.
Zenders kunnen vaak op verschillende frequenties worden ontvangen, afhankelijk van de regio.
Afhankelijk van de ontvangstkwaliteit kunnen autoradio's automatisch van frequentie veranderen als de zender de nodige RDS-informatie geeft en de transmissiesignalen voldoende sterk zijn om RDS-gegevens te ontvangen en te verwerken. Informatie zoals zendernaam, radiotekst, inhoud en tijd kan ook worden verzonden via RDS.
De VHF/MW radioweergave starten
Gebruik de knop SRC of de knop FM om een van de geheugenniveaus FM1, FM2, FMT, AM of AMT te selecteren.
- Sommige geheugenniveaus zijn inactief, afhankelijk van de instelling; bijvoorbeeld, alleen geheugenniveau FM1 is actief. Voor informatie over aanpassingen, zie INSTELLINGEN | MENU.
- Op elk geheugenniveau zijn 5 geheugenplaatsen beschikbaar.
Zoeken van een zender
Het zoeken naar zenders kan worden gestart door kort aan de rechterknop te draaien. Het zoeken stopt automatisch bij de volgende ontvangstzender.
De zoekgevoeligheid kan worden ingesteld in de instellingen, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU.
U kunt de frequentie ook handmatig instellen als het signaal van de zender die u zoekt erg zwak is en het zoeken niet stopt bij de gewenste frequentie. Om dit te doen, drukt u eenmaal kort op de rechter knop/draaiknop; op het display verschijnt MANUAL (HANDMATIG). Draai aan de rechter knop/draaiknop tot de gewenste frequentie is ingesteld.
Als er gedurende ongeveer 15 seconden niets wordt ingevoerd, schakelt de autoradio het automatisch zoeken weer in en toont het display kort AUTO.
PTY zoeken
Als de PTY-functie (programmatype | MENU) actief is (zie hoofdstuk INSTELLINGEN), kan de PTY-functie ook worden geselecteerd door op de rechter knop/regelknop te drukken.
Door aan de rechter draaiknop te draaien, kunt u zenders zoeken met de juiste PTY-code (voor de preselectie van het PTY-type, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU).
Als er gedurende ongeveer 15 seconden niets wordt ingevoerd, schakelt de autoradio het automatisch zoeken weer in en toont het display kort AUTO.
Opslaan van zenders/oproepen van opgeslagen zenders
U kunt uw favoriete zenders opslaan in het zendergeheugen met de knopen 1-5.
Op elk geheugenniveau kunnen 5 zenders worden opgeslagen.
Stel het gewenste station in zoals hierboven beschreven. Druk hiervoor langer dan een seconde op de geheugenknop, een pieptoon bevestigt dat de zender is opgeslagen. Laat de knop weer los na de pieptoon.
Door kort op een van de geheugenknopen 1-5 te drukken, kunt u een eerder opgeslagen zender oproepen.
Extra functies
In de geheugenniveaus met de letter T (FMT en AMT) kunt u 5 zenders met de beste ontvangst opslaan met behulp van de automatische zoekfunctie (Travelstore). Selecteer hiervoor het gewenste geheugenniveau met de knop SRC en druk nogmaals langer dan een seconde op de knop SRC; op het display verschijnt T-STORE totdat het proces is voltooid.
Als u Travelstore op een ander geheugenniveau opstart, schakelt het systeem automatisch over naar het geheugenniveau van Travelstore en activeert het dit indien nodig automatisch in de instellingen. Alleen de zenders in het Travelstore-geheugenniveau worden opgeslagen/gewijzigd.
Afspelen van opgeslagen zenders (P-SCAN)
U kunt alle zenders op het huidige geheugenniveau afspelen:
Druk hiervoor langer dan een seconde op de knop MENU, op het scherm verschijnt P-SCAN en een knipperende geheugenlocatie/radiozender.
P-SCAN gaat door totdat de functie wordt geannuleerd door op een willekeurige knop te drukken.
- De SCAN-tijd kan worden aangepast in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU
Afspelen van beschikbare zenders (SCAN)
Druk de rechterknop langer dan een seconde in en op het display verschijnt SCAN en de huidige zender. SCAN gaat door totdat de functie wordt geannuleerd door op een willekeurige knop te drukken.
- De SCAN-tijd kan worden aangepast in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU
Wijzigen van het display
Door de knop DIS langer ingedrukt te houden, kan het scherm worden omgeschakeld tussen verschillende informatie:
- Stationnaam
- PTY (programmatype)
- Radiotekst
- Geheugenruimte/geheugenniveau + frequentie
- Geheugenruimte/geheugenniveau + tijd
De beschikbaarheid van de displayfunctie hangt af van de geselecteerde band, zender en ontvangstkwaliteit. Als algemene regel geeft het toestel altijd de frequentie, zendernaam en vervolgens de informatie die is gedefinieerd met de DIS-knop weer wanneer de zender wordt gewijzigd.
Verdere functies of opties:
Zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU.
8. Digitale radio: DAB/DAB+ (afhankelijk van model)
Digital Audio Broadcasting (kortweg DAB of DAB+) is de digitale opvolger van analoge VHF-uitzendingen. Digitale transmissie (DAB is gebaseerd op MPEG-1 Audio Layer 2 (MP2), het nieuwere DAB+ is gebaseerd op HE AAC v2) resulteert in enkele verschillen met de vertrouwde analoge VHF-radio:
Verschillende zenders worden digitaal gecodeerd op één kanaal (één frequentie) en in gecomprimeerde vorm uitgezonden – zogenaamde MULTIPLEXES (ook programmapakketten genoemd).
De zenders die binnen een bepaald MULTIPLEX vallen, worden SERVICES (= zenders en/of datadiensten) genoemd.
In Duitsland bijvoorbeeld zijn MULTIPLEX regionaal beschikbaar bij publieke omroepen of ook bij particuliere omroepen; daarnaast zijn er momenteel twee MULTIPLEX die in heel Duitsland te ontvangen zijn met particuliere DIENSTEN:
MULITPLEX kan vaak in het hele zendgebied via verschillende zenderlocaties (gemeenschappelijk golfnetwerk) op hetzelfde kanaal worden ontvangen, waardoor kanaalwisselingen niet nodig zijn. Dit geeft meer ruimte voor extra programma-aanbieders.
De stations genereren niet de ruis die bekend is van VHF, of het station is hoorbaar in consistente kwaliteit of het is helemaal niet hoorbaar wanneer de foutcorrectie niet langer in staat is om het signaal te reconstrueren, vergezeld van een kort, zogenaamd 'borrelend' of 'tjilpend' geluid.
Het afspelen van DAB/DAB+ radio starten
Gebruik de SRC-knop om één van de geheugenniveaus DAB1, DAB2 of DAB3 te selecteren
- Sommige geheugenniveaus zijn inactief, afhankelijk van de instelling; bijvoorbeeld, alleen geheugenniveau DAB1 is actief. Voor informatie over aanpassingen, zie INSTELLINGEN | MENU.
- Op elk geheugenniveau zijn 5 geheugenplaatsen beschikbaar.
Zenders kunnen worden geselecteerd in de hieronder beschreven selectiemodi met behulp van de rechter knop/regelknop; u kunt tussen selectiemodi schakelen door kort op de rechter knop/regelknop te drukken.
Als er gedurende ongeveer 15 seconden geen signaal wordt ingevoerd, schakelt de autoradio terug naar de standaardmodus De standaardmodus kan worden ingesteld met de optie DAB MODE (DAB MODUS), zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU.
De autoradio is in de fabriek ingesteld op de LIST (LISTE) -selectiemodus.
LIST (LISTE) -selectiemodus:
Door aan de rechterknop te draaien, kun u in alfabetische volgorde omhoog (met de klok mee) of omlaag (tegen de klok in) scrollen door alle zenders die bekend zijn van de autoradio. Zodra de gewenste zender is gevonden en bevestigd door op de rechter Knop/draaiknop te drukken of zonder verdere invoer, schakelt de radio over naar de geselecteerde/weergegeven zender.
De zenderlijst kan worden bijgewerkt door de toets SRC ingedrukt te houden of door de menuoptie DAB SERVICE SCAN (DAB SERVICE SUCHE) te selecteren. De autoradio toont SCAN en werkt de zenderlijst bij, niet-beschikbare of onjuiste zenders worden uit de lijst verwijderd en nieuw gevonden zenders worden toegevoegd. SCAN mag niet worden onderbroken. Dit heeft geen invloed op het geheugen van de zender.
De lijstmodus toont alle zenders in alfabetische volgorde die bekend zijn bij de autoradio. Stations die momenteel niet beschikbaar zijn, kunnen ook worden weergegeven. Op het display verschijnt NO SIGNAL (KEIN SIGNAL). Zenders kunnen ook dubbel worden weergegeven als ze op verschillende kanalen worden uitgezonden of er kunnen gaten in de lijst zitten.
Selectiemodus SERVICE (SENDER):
Door aan de rechterknop te draaien, kun u door de zenders in de huidige multiplex bladeren. Zodra de gewenste zender is gevonden en er geen verdere invoer nodig is, schakelt de radio over naar de geselecteerde/getoonde zender. Na het passeren van het eerste of laatste station van de huidige multiplex, toont het scherm <<< of >>> en wordt de keuzeoptie kort vertraagd om beter te kunnen navigeren. U kunt de rechterknop onmiddellijk in de tegenovergestelde richting draaien om in de huidige multiplex te blijven, of nog een stap in dezelfde richting zetten om automatisch naar de vorige (<<) of volgende
(>>> ) ontvangen multiplex te zoeken en de laatste of eerste zender daarin af te spelen.
- Wanneer <<< of >>> wordt bereikt, stopt het apparaat kort met zoeken om beter te kunnen navigeren.
ENSEMBLE selectiemodus:
Draai de rechterknop/draaiknop in de gewenste richting om een multiplex te vinden op lagere of hogere kanalen. Het display toont het huidige kanaal tijdens het zoeken tot een nieuwe multiplex wordt gevonden.
Deze zoekfunctie werkt op dezelfde manier als de zoekfunctie die geactiveerd wordt bij het bladeren door zenders op het <<</>>> scherm in de modus SERVICE selectie; het wordt alleen gebruikt om sneller een ander multiplex te vinden zonder door alle kanalen in het huidige programmapakket te moeten bladeren.
PTY-selectiemodus:
Als de PTY-functie (programmatype | MENU) actief is (zie hoofdstuk INSTELLINGEN), kan de PTY-functie ook worden geselecteerd door op de rechter knop/regelknop te drukken.
Door aan de rechter draaiknop te draaien, kunt u bladeren door alle zenders die bekend zijn bij de autoradio met de overeenstemmende PTY-code (voor de voorselectie van het PTY-type, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU).
Zodra de gewenste zender is gevonden en er geen verdere invoer nodig is, schakelt de radio over naar de geselecteerde/getoonde zender.
Opslaan van zenders/oproepen van opgeslagen zenders
U kunt uw favoriete zenders opslaan in het zendergeheugen met de knopen 1-5.
Op elk geheugenniveau kunnen 5 zenders worden opgeslagen.
Stel het gewenste station in zoals hierboven beschreven. Druk hiervoor langer dan een seconde op de geheugenknop, een pieptoon bevestigt dat de zender is opgeslagen. Laat de knop weer los na de pieptoon.
Door kort op een van de geheugenknopen 1-5 te drukken, kunt u een eerder opgeslagen zender oproepen.
Extra functies
Afspelen van opgeslagen zenders (P-SCAN)
U kunt alle zenders op het huidige geheugenniveau afspelen:
Druk hiervoor langer dan een seconde op de knop MENU, op het scherm verschijnt P-SCAN en een knipperende geheugenlocatie/radiozender.
P-SCAN gaat door totdat de functie wordt geannuleerd door op een willekeurige knop te drukken.
- De SCAN-tijd kan worden aangepast in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU
Afspelen van beschikbare zenders (SCAN)
Druk de rechterknop langer dan een seconde in, de zenderlijst wordt geüpdatet en op het display verschijnt SCAN en de huidige zender. SCAN gaat door totdat de functie wordt geannuleerd door op een willekeurige knop te drukken.
- De SCAN-tijd kan worden aangepast in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU
Wijzigen van het display
Door de knop DIS langer ingedrukt te houden, kan het scherm worden omgeschakeld tussen verschillende informatie:
- Naam station (dienst)
- PTY (programmatype)
- Naam van de multiplex (programmapakket)
- Geheugen/ geheugenniveau + kanaal
- Radiotekst
- Geheugen/ geheugenniveau + tijd
De beschikbaarheid van de weergavefunctie is afhankelijk van het station. Wanneer een zender wordt gewijzigd, geeft het toestel altijd eerst de multiplex weer (indien gewijzigd), de zendernaam en vervolgens de informatie die is gedefinieerd met de DIS-knop.
Verdere functies of opties:
Zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU
9. Afspelen vanaf externe apparaten/gegevensdragers: USB
USB-datadragers (USB-sticks) kunnen via de USB-poort worden aangesloten op de autoradio en de mediabestanden daarin afspelen, mits de datadragers en bestanden compatibel zijn met de autoradio.
Gebruikte gegevensdragers/soorten media:
- USB-gegevensdragers met FAT16-, FAT32-, exFAT-bestanden bestandssysteem
- Bestandsformaten: MP2, MP3, WMA, APE, FLAC, AAC, MP4, WAV (behalve: Hi-Res en tegen kopiëren beveiligde audiobestanden)
- Blaupunkt kan de juiste werking van alle mediabestanden/datadragers die op de markt beschikbaar zijn of door Blaupunkt zijn gemaakt, waaronder de hierboven genoemde, niet garanderen.
- Het gebruik van Hi-Res audiobestanden kan het apparaat vertragen of leiden tot onjuist afspelen.
- Het is niet mogelijk om MP3-spelers/mobiele telefoons aan te sluiten voor muziekweergave via directe toegang tot het geheugen van de MP3-speler/mobiele telefoon.
De USB-poort van de autoradio kan ook worden gebruikt om externe apparaten zoals mobiele telefoons op te laden. Fabrikantspecifieke snellaadfuncties worden niet ondersteund. Er kan niet worden gegarandeerd dat elk apparaat kan worden opgeladen en dit kan ook afhangen van de gebruikte USB-kabel. Gebruik kabels zonder gegevensoverdrachtfunctie.
De autoradio is uitgerust met twee USB-poorten:
- USB1: USB-poort onder de klep aan de voorkant van de autoradio (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO)
- USB2: • USB-poort op de achterkant van de autoradio (zie hoofdstuk MONTAGE | DEMONTAGE | AANSLUITINGEN)
USB-gegevensdrager aansluiten / USB-weergave starten
Bij gebruik van de USB-poort vooraan: De stofkap naar rechts openen/opzij vouwen.
Steek de USB-gegevensdrager voorzichtig in de USB-aansluiting, gebruik geen kracht en kantel de USB-gegevensdrager niet.
De radio schakelt automatisch om naar de USB-modus. De gegevens worden gelezen, het afspelen begint met het eerste multimediabestand dat wordt herkend door de radio.
Als de USB-gegevensdrager reeds is aangesloten, schakelt u om naar de USB-bron met de SRC-knop. De gegevens worden geladen en het afspelen begint bij het laatst gespeelde bestand.
USB-weergave
- Door aan de rechter knop/draaiknop te draaien, kunt u het nummer wijzigen, vooruit en achteruit.
- Door eenmalig op de rechter knop/draaiknop te drukken (op het display verschijnt CUE/REW (SPULEN)), kunt u nummers vooruit- en terugspoelen door aan de rechter knop/draaiknop te draaien. Door nogmaals in dezelfde richting te draaien wordt de snelle vooruit/achteruit beweging beëindigd.
- Als u nogmaals op de rechter knop/draaiknop drukt (op het display verschijnt FOLDER (VERZEICHNIS)), kunt u de catalogus wijzigen door aan de rechter knop/draaiknop te draaien.
Als er gedurende ongeveer 15 seconden geen commando wordt ingevoerd, wordt de standaardfunctie opnieuw geactiveerd.
Extra functies
Songweergavefunctie (SCAN):
Druk de rechter Knop/draaiknop langer dan een seconde in en de display toont SCAN en het huidige nummer. SCAN gaat door totdat de functie wordt geannuleerd door op een willekeurige knop te drukken.
- De SCAN-tijd kan worden aangepast in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU
De volgende functies kunnen worden gebruikt met de geheugenknopen:
- Knop 1 (titel zoeken):
Gebruik de knop/draaiknop om door de mappen en bestanden op het opslagmedium te navigeren en titels te selecteren.
Het display onderaan toont een vergrootglas en, afhankelijk van de weer te geven inhoud, een mappensymbool (map) of een notitiesymbool (muziekbestand).
<< verschijnt aan het einde van de lijst. Selecteer << op het display om één niveau omhoog/omlaag te gaan; u kunt deze functie ook op elk moment activeren door de rechter Knop/draaiknop ingedrukt te houden. Mappen zonder afspeelbare bestanden worden niet weergegeven. Om het zoeken naar een titel te annuleren, drukt u nogmaals op 1
- Knop 2 (pauze):
Weergave onderbreken. Het afspelen kan worden gepauzeerd door de autoradio te dempen (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO).
- Knop 3 (herhaalfunctie):
Mogelijke opties zijn: RPT TRACK (RPT TITEL), RPT DIR (RPT VERZ) of RPT OFF (RPT AUS). De overeenkomstige afspeelmodus wordt aangegeven tijdens het overschakelen en weergegeven door symbolen op het display.
- Knop 4 (willekeurig afspelen):
Mogelijke opties zijn: MIX ALL (MIX ALLE), MIX DIR (MIX VERZ) of MIX OFF (MIX AUS). De overeenkomstige afspeelmodus wordt aangegeven tijdens het overschakelen en weergegeven door symbolen op het display.
Wijzigen van het display
Door de knop DIS langer ingedrukt te houden, kan het scherm worden omgeschakeld tussen verschillende informatie:
- Informatie over mediabestanden, zoals bestandsnaam, map, afspeeltijd, ID3-informatie
- Uur
De beschikbaarheid van de weergavefunctie is afhankelijk van de gebruikte bestanden. Wanneer een nummer wordt gewijzigd, geeft het apparaat altijd eerst de map weer (als die is gewijzigd), de bestandsnaam en vervolgens de informatie die is gedefinieerd met de DIS-knop.
Verwijderen van de USB-gegevensdrager
Verwijder de gegevensdrager nooit zonder de radio eerst uit te schakelen, anders kunnen de gegevensdrager of de gegevens erop beschadigd raken.

Verhoogd risico op letsel door uitstekende USB-sticks!
Bij een ongeval kunnen uitstekende delen letsel veroorzaken.
Daarom is het raadzaam zo klein mogelijke USB-sticks te gebruiken.
10. Afspelen vanaf externe apparaten/gegevensdragers: CD (afhankelijk van model)
Het CD-station kan worden gebruikt om optische gegevensdragers af te spelen, op voorwaarde dat ze compatibel zijn met de autoradio, evenals bestanden.
Gebruikte gegevensdragers/soorten media:
- Commercieel verkrijgbare muziek-CD's met een diameter van 12 cm
- CD/CD-R/CD-RW dataschijven met een diameter van 12 cm
- Bestandsindelingen: MP3, WMA (met uitzondering van audiobestanden met kopieerbeveiliging)
- Blaupunkt kan de juiste werking van alle mediabestanden/datadragers die op de markt beschikbaar zijn of door Blaupunkt zijn gemaakt, waaronder de hierboven genoemde, niet garanderen.
- Het gebruik van Hi-Res audiobestanden kan het apparaat vertragen of leiden tot onjuist afspelen.
- Gebruik alleen CD's met het Compact Disc logo om een goede werking te verzekeren.
Bij problemen met beschrijfbare CD/DVD gegevensdragers, raden wij u aan deze op een lagere snelheid te branden of andere media te gebruiken.
Inleggen van een CD/starten van de CD-weergave

Gevaar voor beschadiging van het CD-station!
CD's met niet-ronde contouren, CD's met een diameter van 8 cm (mini-CD's), beschadigde CD's of CD's met labels mogen niet worden gebruikt. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade aan de drive veroorzaakt door ongeschikte CD's.
Plaats de CD in de CD-sleuf met de bedrukte zijde naar boven (zie het hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO) tot u een lichte weerstand voelt. De CD wordt automatisch binnengehaald en het afspelen begint.
- Belemmer of help de automatische toevoer van de CD niet.
Als u eerder een CD heeft geplaatst, schakel dan over naar de CD-bron met de SRC knop.
CD-weergave
- Door aan de rechter knop/draaiknop te draaien, kunt u het nummer wijzigen, vooruit en achteruit.
- Door eenmalig op de rechter knop/draaiknop te drukken (op het display verschijnt CUE/REW (SPULEN)), kunt u nummers vooruit- en terugspoelen door aan de rechter knop/draaiknop te draaien. Door nogmaals in dezelfde richting te draaien wordt de snelle vooruit/achteruit beweging beëindigd.
- Wanneer u CD's gebruikt, kunt u de map wijzigen door nogmaals op de rechter knop/draaiknop te drukken (op het display verschijnt FOLDER (VERZEICHNIS)) en aan de rechter knop/draaiknop te draaien.
Als er gedurende ongeveer 15 seconden geen commando wordt ingevoerd, wordt de standaardfunctie opnieuw geactiveerd.
Extra functies
Songweergavefunctie (SCAN):
Druk de rechter Knop/draaiknop langer dan een seconde in en de display toont SCAN en het huidige nummer. SCAN gaat door totdat de functie wordt geannuleerd door op een willekeurige knop te drukken.
- De SCAN-tijd kan worden aangepast in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU
De volgende functies kunnen worden gebruikt met de geheugenknopen:
- Knop 1 (titel zoeken):
Gebruik de knop/draaiknop om door de mappen en bestanden op het opslagmedium te navigeren en titels te selecteren.
Het display onderaan toont een vergrootglas en, afhankelijk van de weer te geven inhoud, een mappensymbool (map) of een notitiesymbool (muziekbestand).
<< verschijnt aan het einde van de lijst. Selecteer << op het display om één niveau omhoog/omlaag te gaan; u kunt deze functie ook op elk moment activeren door de rechterKnop/draaiknop ingedrukt te houden. Mappen zonder afspeelbare bestanden worden niet weergegeven. Om het zoeken naar een titel te annuleren, drukt u nogmaals op 1
- Knop 2 (pauze):
Weergave onderbreken. Het afspelen kan worden gepauzeerd door de autoradio te dempen (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO).
- Knop 3 (herhaalfunctie):
Mogelijke opties zijn: RPT TRACK (RPT TITEL), RPT DIR (RPT VERZ) of RPT OFF (RPT AUS). De overeenkomstige afspeelmodus wordt aangegeven tijdens het overschakelen en weergegeven door symbolen op het display.
- Knop 4 (willekeurig afspelen):
Mogelijke opties zijn: MIX ALL (MIX ALLE), MIX DIR (MIX VERZ) of MIX OFF (MIX AUS). De overeenkomstige afspeelmodus wordt aangegeven tijdens het overschakelen en weergegeven door symbolen op het display.
Wijzigen van het display
Door de knop DIS langer ingedrukt te houden, kan het scherm worden omgeschakeld tussen verschillende informatie:
- Informatie over mediabestanden zoals tracknummer, bestandsnaam, map, afspeeltijd, ID3-informatie
• Uur
De beschikbaarheid van de weergavefunctie is afhankelijk van de gebruikte bestanden. Wanneer een track wordt gewijzigd, geeft het toestel altijd eerst de map weer (indien gewijzigd), de bestandsnaam/het tracknummer en vervolgens de informatie die is gedefinieerd met de DIS-knop.
Verwijderen van CD
Druk op de uitwerpknop [▲] om de geplaatste CD uit te werpen.
- Het uitwerpen van een CD mag niet worden gehinderd of geholpen.
11. Weergave extern apparaat/datadrager: iPod / iPhone
Ondersteuning voor Apple iPod/iPhone
De iPod/iPhone functie geeft direct toegang tot de actieve muziekspeler op het Apple apparaat.
Deze autoradio heeft twee USB-poorten die compatibel zijn met Apple iPod/iPhone:
- USB-poort onder de klep aan de voorkant van de autoradio (zie hoofdstuk BEDIENINGSELMENTEN VAN DE AUTORADIO)
- USB-poort op de achterkant van de autoradio (zie hoofdstuk MONTAGE | DEMONTAGE | AANSLUITINGEN)
Vanwege licentievoorschriften worden alleen nieuwere Apple® apparaten met een Lightning- of USB-C-connector (iAP2-protocol) ondersteund, de autoradio is niet compatibel met oudere apparaten die een 30-pens-connector (iAP1-protocol) gebruiken.
Een iPod®/iPhone® aansluiten / Afspelen starten
Bij gebruik van de USB-poort vooraan: De stofkap naar rechts openen/opzij vouwen.
Steek de USB-stekker voorzichtig in de USB-aansluiting zonder kracht te gebruiken of de USB-stekker te kantelen.
De radio schakelt automatisch over naar de iPod®/iPhone® -modus.
Het afspelen start vanaf het laatst afgespeelde bestand op de iPodzie®/iPhone® of vanaf de media vanaf de laatst gebruikte toepassing.
Als er al een iPod®/iPhone® is aangesloten, schakelt u over naar de IPOD-bron met de SRC-knop. De gegevens worden geladen en het afspelen begint bij het laatst gespeelde bestand.
IPod®/iPhone® afspelen
- Door aan de rechter knop/draaiknop te draaien, kunt u het nummer wijzigen, vooruit en achteruit.
- Door eenmalig op de rechter knop/draaiknop te drukken (op het display verschijnt CUE/REW
(SPULEN)), kunt u nummers vooruit- en terugspoelen door aan de rechter knop/draaiknop te draaien. Door nogmaals in dezelfde richting te draaien wordt de snelle vooruit/achteruit beweging beëindigd.
Als er gedurende ongeveer 15 seconden geen commando wordt ingevoerd, wordt de standaardfunctie opnieuw geactiveerd.
Extra functies
Songweergavefunctie (SCAN):
Druk de rechter Knop/draaiknop langer dan een seconde in en de display toont SCAN en het huidige nummer. SCAN gaat door totdat de functie wordt geannuleerd door op een willekeurige knop te drukken.
- De SCAN-tijd kan worden aangepast in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU
De volgende functies kunnen worden gebruikt met de geheugenknopen:
- Knop 2 (pauze):
Weergave onderbreken. Het afspelen kan worden gepauzeerd door de autoradio te dempen (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO).
- Knop 3 (herhaalfunctie):
Mogelijke opties zijn: RPT TRACK (RPT TITEL), RPT ALL (RPT ALLE) of RPT OFF (RPT AUS). De overeenkomstige afspeelmodus wordt aangegeven tijdens het overschakelen en weergegeven door symbolen op het display.
- Knop 4 (willekeurig afspelen):
Mogelijke opties zijn: MIX ALL (MIX ALLE) of MIX OFF (MIX AUS). De overeenkomstige afspeelmodus wordt aangegeven tijdens het overschakelen en weergegeven door symbolen op het display.
Wijzigen van het display
Door de knop DIS langer ingedrukt te houden, kan het scherm worden omgeschakeld tussen verschillende informatie:
- Informatie over multimediabestanden
• Uur
- De beschikbaarheid van de weergavefunctie is afhankelijk van de gebruikte bestanden.
- Afhankelijk van het gebruikte Apple®-apparaat en de toepassingen voor het afspelen van media die erop beschikbaar zijn, kunnen de functionaliteit en bediening via de radio veranderen en zijn mogelijk niet alle beschreven functies beschikbaar.
De iPod®/iPhone® verwijderen
Verwijder de gegevensdrager niet zonder de radio eerst uit te schakelen, anders kunnen het apparaat
of de gegevens die erop zijn opgeslagen, beschadigd raken.
12. Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: AUX
AUX-modus
De radio is voorzien van een AUX-aansluiting:
Model zonder CD-station, met microfooningang:
- AUX-connector op de achterkant van de autoradio (zie hoofdstuk MONTAGE | DEMONTAGE | VERBINDINGEN)
CD-model zonder microfooningang:
- AUX-aansluiting op de voorkant van de autoradio (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO)
Sluit het gewenste apparaat, zoals een externe CD-speler, MP3-speler of cassettespeler, aan met behulp van de geschikte adapters uit het accessoire aanbod.
Selecteer de AUX bron met de SRC knop. Regel indien nodig het volume op het externe apparaat als de gebruikte uitgang op het externe apparaat regelbaar is.
- Op modellen zonder CD moet de AUX-functie worden geactiveerd in het menu om deze te kunnen gebruiken, zie INSTELLINGEN | MENU. Modellen met een AUX-aansluiting aan de voorkant hebben een autodetectiefunctie.
- Gebruik alleen onbeschadigde stekkers en kabels om schade aan de radio of storingen in de autoradio te voorkomen.
13. Afspelen vanaf externe apparaten/gegevensdragers: Microfoon (afhankelijk van model)
Microfoonstand
Modellen zonder CD-station zijn uitgerust met een microfoonaansluiting, zodat bijvoorbeeld mededelingen kunnen worden gedaan in touringcars of andere voertuigen met passagiers.
- Microfoonaansluiting op de voorkant van de autoradio (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO)
Sluit de microfoon aan, verwijder indien nodig eerst de stofkap van de aansluiting en leg hem op een veilige plaats.
Om de microfoon in of uit te schakelen, selecteert u de MIKROFON-bron met de MIC-knop. Het apparaat geeft MIX ON (MIX AN) of MIX OFF (MIX AUS) weer. Druk de MICknop langer dan een seconde in om de MIC GAIN-instelling voor de microfoonversterking op te roepen

Verhoogd risico op letsel door uitstekende stekkers!
Bij een ongeval kunnen uitstekende delen
letsel veroorzaken.
Daarom is het aan te raden om zo klein mogelijke pluggen of haakse pluggen te gebruiken.
14. Bluetooth®-verbindingsconfiguratie
Bluetooth®
Met de Bluetooth®-functie kunnen mobiele telefoons en mediaspelers met Bluetooth® draadloos worden aangesloten om te telefoneren en muziek af te spelen (Bluetooth®-audiostreaming).
Wanneer een compatibel apparaat is aangesloten op de autoradio, kunt u de functies gebruiken die in de volgende secties worden beschreven.
Handsfree bellen via de radio is ook mogelijk als de autoradio uit staat maar het contact aan. Als het contact wordt ingeschakeld, maakt de radio verbinding met de mobiele telefoon en als er een inkomend gesprek binnenkomt, wordt de autoradio automatisch ingeschakeld zodat het gesprek kan worden beantwoord. Deze functie kan worden uitgeschakeld, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU.
Een Bluetooth®-verbinding tot stand brengen
Schakel de autoradio in, open de Bluetooth®-instellingen op het Bluetooth®-apparaat en zoek naar beschikbare apparaten. Verbind de gevonden autoradio volgens de procedure die beschreven wordt in de gebruiksaanwijzing van het Bluetooth®-apparaat.
Na een succesvolle verbinding toont de autoradio kort CONNECTED (VERBUNDEN) gevolgd door de naam van het verbonden apparaat en het kleine Bluetooth®-symbool op het display licht op.
Bevestig onmiddellijk alle verzoeken op uw telefoon, anders kunnen functies beperkt of niet beschikbaar zijn of kan het koppelen mislukken.
- Dit proces hoeft maar één keer te worden uitgevoerd, de apparaten zullen automatisch verbinding met elkaar maken wanneer ze binnen bereik zijn.
- Ten tijde van de introductie werd de Bluetooth®-functie uitgebreid getest met verschillende telefoons en multimediaspelers om de grootst mogelijke compatibiliteit te garanderen. Afhankelijk van het gebruikte apparaat kunnen de functies echter beperkt zijn of helemaal niet werken. Controleer bij dergelijke problemen of er een update beschikbaar is voor uw Bluetooth®-apparaat of autoradio.
Als de autoradio of een aangesloten Bluetooth®-apparaat een update heeft ontvangen, moet de Bluetooth®-verbinding volledig worden gewist en opnieuw tot stand worden gebracht in geval van problemen.
De autoradio onthoudt de laatste 5 Bluetooth®-apparaten en maakt automatisch opnieuw verbinding met het meest recent verbonden en beschikbare Bluetooth®-apparaat. Voordat u een ander Bluetooth®-apparaat aansluit, moet u de verbinding met het reeds aangesloten apparaat verbreken. De automatische herverbinding van de laatste 5 Bluetooth®-apparaten na het inschakelen neemt minder tijd in beslag voor het laatste Bluetooth®-apparaat dat is verbonden met de autoradio dan voor andere Bluetooth®-apparaten die eerder zijn verbonden
Andere Bluetooth®-apparaten (zoals Bluetooth®-hoofdtelefoons of -ontvangers) die samen met de telefoon worden gebruikt voor handenvrij bellen of muziekstreaming, moeten worden uitgeschakeld wanneer de telefoon is aangesloten op de radio om mogelijke conflicten of storingen te voorkomen.
15. Bluetooth®-audiostreaming
De mobiele telefoon moet zijn verbonden met de autoradio, zie hoofdstuk BLUETOOTH® CONNECTIE INSTELLEN.
- Het aangesloten Bluetooth®-apparaat moet de A2DP- en AVRCP-functies ondersteunen om muziek te kunnen afspelen ("streamen") via de autoradio en het afspelen te regelen.
Bluetooth®-weergave starten (audiostreaming)
Om het afspelen te starten, schakelt u over naar de BT STREAM-audiobron met de SRC-knop.
- Door aan de rechter knop/draaiknop te draaien, kunt u het nummer wijzigen, vooruit en achteruit.
- Door eenmalig op de rechter knop/draaiknop te drukken (op het display verschijnt CUE/REW (SPULEN)), kunt u nummers vooruit- en terugspoelen door aan de rechter knop/draaiknop te draaien. Door nogmaals in dezelfde richting te draaien wordt de snelle vooruit/achteruit beweging beëindigd.
Als het afspelen niet start of start met de verkeerde toepassing op de mobiele telefoon, start/selecteer dan de juiste audiospeler op de aangesloten mobiele telefoon waarmee u audiostreaming wilt gebruiken. De autoradio heeft geen invloed op de selectie van de toepassing waarvan muziek wordt afgespeeld op de mobiele telefoon.
- Afhankelijk van de toepassing die op de telefoon wordt gebruikt, zijn niet alle afspeelfuncties beschikbaar
U kunt het volume op het aangesloten Bluetooth®-apparaat aanpassen als het geluid te zacht of te hard is in vergelijking met andere geluidsbronnen in het autogeluidssysteem (De werking van deze functie is afhankelijk van het aangesloten Bluetooth®-apparaat).
- Het is niet mogelijk om muziek te streamen van deze autoradio via Bluetooth® naar een ander apparaat (bijv. Bluetooth®-ontvanger, enz.), deze autoradio ondersteunt alleen muziekontvangst via Bluetooth®.
Extra functies
De volgende speciale functies kunnen worden geactiveerd/gedeactiveerd met stationsknop 2:
• AFSPELEN/PAUZE
- Het afspelen kan worden gepauzeerd door de autoradio te dempen (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO).
Afspeelfunctie (SCAN)
Druk de rechter Knop/draaiknop langer dan een seconde in en de display toont SCAN en het huidige nummer. SCAN gaat door totdat de functie wordt geannuleerd door op een willekeurige knop te drukken.
- De SCAN-tijd kan worden aangepast in het menu, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU
Wijzigen van het display
Door de DIS knop ingedrukt te houden, kan er tussen verschillende informatie geschakeld worden:
De beschikbaarheid van de weergavefunctie hangt af van de gebruikte bestanden/het gebruikte apparaat/de gebruikte toepassing.
16. Bluetooth®-handenvrij systeem
De mobiele telefoon moet zijn verbonden met de autoradio, zie hoofdstuk BLUETOOTH® CONNECTIE INSTELLEN.
- Het verbonden Bluetooth®-apparaat moet HFP-en PBAP-functies ondersteunen om te kunnen bellen en het telefoonboek te downloaden via de autoradio.
- Voordat u het telefoonboek kunt gebruiken, moet u dit laden met de functie DOWNLOAD P-BOOK (T-BUCH LADEN).
Inkomende oproep
Een inkomende oproep wordt gesignaleerd door een beltoon en wordt weergegeven op de autoradio.
Een gesprek kan worden beantwoord of geweigerd met de knopen GESPREK AANNEMEN/KIEZEN en GESPREK WEIGEREN/BEËINDIGEN
Uitgaande oproep
Een uitgaande oproep kan op verschillende manieren tot stand worden gebracht via het
BLUETOOTH-menu:
PB SEARCH (TB SUCHE):
Gebruik de rechter knop/draaiknop om de eerste letter te zoeken en te selecteren en vervolgens een item uit het telefoonboek dat vanaf de mobiele telefoon is overgebracht.
PHONEBOOK (TELEFONBUCH)
U kunt de knop/draaiknop gebruiken om een item te zoeken en te selecteren in het telefoonboek dat u hebt overgezet van uw mobiele telefoon.
VOICEDIAL (SPRACHWAHL):
Als u deze functie selecteert, wordt de spraakassistent van de verbonden telefoon geactiveerd om een functie uit te voeren, zoals het kiezen van een telefoonnummer.
Raadpleeg de handleiding van uw mobiele telefoon voor informatie over de functies en activering van de spraakassistent.
Sprakgestuurd bellen/spraakherkenning wordt uitgevoerd/verwerkt door de spraakassistent in de aangesloten telefoon, niet door de autoradio. Hij kan worden gebruikt om functies op de mobiele telefoon te activeren, maar de autoradio zelf kan niet worden bediend.
DIAL NEW NUMBER (NEUE NR. WÄHLEN):
Het te selecteren nummer kan worden ingevoerd met de rechter knop/draaiknop.
Druk kort op de knop/draaiknop om naar het volgende cijfer te gaan.
Als een onjuiste invoer wordt gedaan, kan het laatste cijfer worden gewist door de rechter Knop/draaiknop ingedrukt te houden.
Druk op de knop GESPREK AANNEMEN/KIEZEN om het nummer te kiezen nadat het volledig is ingevoerd.
Het telefoonboek van een aangesloten telefoon gebruiken
Met de opties DOWNLOAD P-BOOK (T-BUCH LADEN) en DELETE P-BOOK (T-BUCH LÖSCHEN)
kunt u het telefoonboek van de op dat moment aangesloten telefoon gebruiken in de autoradio.
- Om toegang te krijgen tot het telefoonboek, moet de telefoon aangesloten zijn.
Indien het bericht PHONEBOOK FULL
(TELEFONBUCH VOLL) verschijnt, wis dan het telefoonboek van de telefoon die niet meer in gebruik is. Hiervoor sluit u een geschikte telefoon aan op de autoradio en wist u het telefoonboek met
DELETE P-BOOK (T-BUCH LÖSCHEN) of verwijdert u de telefoon volledig van de autoradio met PHONE LIST (TELEFON-LISTE).
- Het kan nodig zijn om toegang te verlenen tot het telefoonboek op de mobiele telefoon.
De mogelijkheid om toegang te krijgen tot het telefoonboek van een verbonden telefoon is apparaatspecifiek en wordt mogelijk niet ondersteund, afhankelijk van de gebruikte telefoon.
Een telefoonnummer opslaan / een opgeslagen nummer kiezen
Een handmatig ingevoerd nummer (zie vorig hoofdstuk DIAL NEW NUMBER (NEUE NR
WAEHLEN) kan worden opgeslagen door lang op een van de geheugenknopen (1-5) te drukken. Zodra het nummer is opgeslagen, kan de naam worden ingevoerd met de rechter knop/draaiknop. Om op te slaan na het invoeren van een naam, houdt u de gewenste opslagknop (1-5) opnieuw ingedrukt totdat het nummer wordt bevestigd met de OK-knop.
Druk op de knop GESPREK AANNEMEN/KIEZEN en vervolgens op de geheugenknop (1-5) om het opgeslagen nummer op te roepen. Het nummer wordt gekozen wanneer opnieuw op de knop GESPREK AANNEMEN/KIEZEN wordt gedrukt.
- Opgeslagen nummers zijn beschikbaar op alle aangesloten telefoons.
17. Geluidsinstellingen
In het AUDIO (KLANG) menu kunt u parameters instellen die het geluid beïnvloeden.
18. Klok
De autoradio heeft een interne klok.
De tijd kan op het display worden weergegeven door de DIS-knop ingedrukt te houden tot de gewenste informatie wordt weergegeven.
Tweede functie van de knop "Gesprek aannemen" (SOFTKEY)
De knop GESPREK AANNEMEN/KIEZEN kan naar wens in het menu worden toegewezen om de gewenste functie te starten zonder het Bluetooth®-menu te hoeven oproepen. De geselecteerde functie kan worden geactiveerd door lang op de knop GESPREK AANNEMEN/KIEZEN te drukken. Mogelijke opties:
PB SEARCH (TB SUCHE), PHONEBOOK (TELEFONBUCH), VOICEDIAL (SPRACHWAHL) en DIAL NEW NUMBER (NEUE NR. WÄHLEN).
Zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU en de vorige sectie UITGAANDE OPROEP.
Voor meer informatie over de instellingselementen en hun functies, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU.
De tijd kan ook worden weergegeven als de autoradio uitgeschakeld is.
Om de tijd weer te geven wanneer de autoradio is uitgeschakeld, moet het contact van de auto ingeschakeld zijn, als het contact wordt uitgeschakeld, schakelt het display volledig uit om het energieverbruik te beperken.
Voor informatie over instellingen en andere klokopties, zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU.
19. Stuurwiel afstandsbediening (SWC)
Bij deze autoradio kunt u de knopen van de stuurwiel afstandsbediening (indien aanwezig) vrij toewijzen aan bestaande functies in de SWC-configuratie van de autoradio.
De volgende functies zijn beschikbaar:
BRON (QUELLE):
De audiobron/het geheugenniveau van de autoradio selecteren
Wijzigen van het volume.
SEEK+/SEEK- (SUCHLAUF+/SUCHLAUF-):
Analoge radio: Zender zoeken, druk lang op de knop voor handmatig afstemmen. DAB-radio: Blader door de lijst met zenders, druk lang op Services/multiplexen zoeken. Media afspelen: Wijzig titel, druk lang op Wijzig catalogus.
MUTE (STUMM):
De autoradio dempen.
ACCEPTEREN/AFWIJZEN (BT ANNEHMEN/BT ABLEHNEN):
Een telefoongesprek aannemen/afwijzen.
DISPLAY (ANZEIGE):
Omschakelen van het display.
PRESET+/PRESET- (SPEICHER+/SPEICHER-):
Geheugen wijzigen tijdens radiobediening, lang indrukken Zoeken/DAB: Lijst van stations. Tijdens het afspelen van media Titel wijzigen, lang indrukken Map wijzigen.
Functies onthouden
- Open de instellingen van het geluidssysteem van de autoradio met de MENU-knop
- Gebruik de knop/draaiknop onder VARIOUS
(VERSCHIEDENES) om de optie SWC te selecteren. - Selecteer de gewenste functie die geprogrammeerd moet worden en bevestig door
op de rechter knop/draaiknop te drukken om het programmeerproces te starten.
- De autoradio wacht nu op een signaal van de stuurwiel afstandsbediening en geeft het bericht PRESS BUTTON AT STEERING WHEEL FOR 1 SEC (TASTE FUER 1 SECOND DRUECKEN) weer.
- Druk minstens één seconde op de gewenste knop op de stuurwiel afstandsbediening - Als de knop met succes geprogrammeerd is, verschijnt op het display OK. Als de autoradio een FAIL (FEHLER) foutmelding geeft of helemaal niet reageert, herhaal dan de procedure.
- Herhaal deze procedure voor alle knoppen die geprogrammeerd moeten worden.
- Indien het onthouden ook na verscheidene pogingen niet mogelijk is of niet correct verloopt, controleer dan de aansluitingen van de autoradio of de compatibiliteit van de gebruikte interface. Als het bericht FAIL (FEHLER) altijd wordt weergegeven, zit de fout waarschijnlijk in de afstandsbediening of interface. Als de radio helemaal niet reageert, controleer dan of de afstandsbediening/interface correct is aangesloten en of deze überhaupt is aangesloten.
Alle knoppen moeten altijd in één keer volledig worden geprogrammeerd; elke vorige knopprogrammering wordt volledig gewist wanneer een nieuwe knop wordt geprogrammeerd.
- De programmeerbare SWC-interface van de radio omvat analoge stuurwielvoorbereiding. De radio werkt met analoge afstandsbedieningen die functies activeren via verschillende weerstandswaarden (weerstandsmatrix) op de aansluiting (maximaal twee stuurlijnen).
Sommige afstandsbedieningen zijn rechtstreeks compatibel, voor andere is een SWC-interface nodig. Stuurwiel afstandsbedieningen via CAN-bus kunnen niet worden aangesloten zonder interface.
Voor meer informatie over accessoires die geschikt zijn voor een bepaald voertuig, neemt u contact op met uw dealer of de fabrikant van het voertuig.
20. Instellingen | Menu
Selecteer de instellingen door op de MENU knop te drukken.
Draai aan de rechter knop/draaiknop om door de instellingen te navigeren.
Als u <<< aan het einde van de categorie bereikt, wordt de selectieoptie even vertraagd om beter te kunnen navigeren.
Om een optie te selecteren of te wijzigen, selecteert u deze door op de rechter
Knop/draaiknop te drukken, wijzigt u de optie door aan de rechter Knop/draaiknop te draaien en bevestigt u de instelling door nogmaals op de rechter Knop/draaiknop te drukken.
Druk op de MENU-knop om de instellingen af te sluiten.
De instellingen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, die op de volgende pagina's worden beschreven.
TUNER (RADIO)
In dit submenu kunt u instellingen maken voor de radio-ontvanger.
Zie ook hoofdstuk ANALOGE RADIOBEDIENING (FM/MW) en BEDIENINGEN VAN DE DIGITALE RADIO
TRAF:
Prioritering verkeersberichten in-/uitschakelen
Wanneer deze functie is geactiveerd, schakelt de radio om naar de laatst beluisterde radiozender, en vervolgens weer terug naar de vorige actieve bron na ontvangst van een verkeersbericht. Wanneer de functie actief is, verschijnt er een klein symbool met drie voertuigen op het display. Tijdens een verkeersbericht verschijnt TRAFFIC (VERKEHR) op het display.
Deze functie moet door de radiozender worden ondersteund.
De volumeverandering tijdens een verkeersbericht wordt toegepast op toekomstige verkeersberichten. Raadpleeg de menu-optie VOLUME (LAUTSTAERKE) om het volume in te stellen.
Als de ontvangst van een radiozender wordt onderbroken, zoekt de autoradio automatisch naar een nieuwe zender met verkeersberichten.
Als u deze functie inschakelt, wordt het zoeken beperkt tot VHF-zenders die deze functie ondersteunen.
- Het huidige verkeersbericht kan worden onderbroken door op de knop SRC te drukken.
REG:
Wanneer deze functie is geactiveerd, worden alleen zenders geselecteerd met hetzelfde regionale programma, wanneer wegens slechte ontvangst automatisch van zender moet worden gewisseld.
- De functie RDS AF moet zijn ingesteld op ON (EIN), de functie moet worden ondersteund door de radiozender.
PTY:
Wanneer deze functie is ingeschakeld, is ook de PTY functie beschikbaar door op de rechter knop/draaiknop te drukken, wat het zoeken naar een bepaald type station /muziekgenre mogelijk maakt.
Alleen actief wanneer PTY op ON (EIN) staat.
Selectie van het type zender/muziekgenre voor de PTY-functie.
Alleen actief wanneer PTY op ON (EIN) staat.
Instellen van de PTY-taal.
- Dit heeft alleen invloed op de weergave van PTY-types, niet op de zenderkeuze of andere instellingen.
SENS HI/LO (EMPF +/-):
Stel de VHF-zoekgevoeligheid in, HI (+) zoekt ook naar zwakke stationsignalen, LO (-) zoekt alleen naar sterke lokale stationsignalen.
HICUT (HICUT):
Om de akoestiek van zwakke signalen / signalen met VHF-zenderruis te verbeteren, kunt u bij ruis/storingen het bereik van de hoge tonen automatisch verlagen afhankelijk van de ontvangststerkte door deze functie in te schakelen.
RDS AF:
Als deze functie actief is, schakelt de radio altijd om naar de beste zendfrequentie (alternatieve frequentie).
Deze functie moet door de radiozender worden ondersteund.
FM PRESETS (FM SPEICHEREBENEN):
Inschakelen/uitschakelen van geheugenniveaus FM2, FMT, AM, AMT. Als de SRC-knop niet actief is, kunt u het gewenste geheugenniveau niet selecteren met de SRC-knop.
Activeren/deactiveren van geheugenniveaus DAB2, DAB3. Als de SRC-knop niet actief is, kunt u het gewenste geheugenniveau niet selecteren met de SRC-knop.
DAB MODE:
Bepaalt de functie van de rechter knop/draaiknop in DAB-modus. Opties:
LIST (LISTE) (standaardinstelling) of SERVICE.
Functie zie hoofdstuk BEDIENING DIGITALE RADIO.
Stationslijst bijgewerkt. De autoradio toont SCAN en werkt de zenderlijst bij, niet-beschikbare of onjuiste zenders worden uit de lijst verwijderd en nieuw gevonden zenders worden toegevoegd. Dit heeft geen invloed op geheugenlocaties.
- Het scannen van de service kan ook worden gestart door de SRC-knop ingedrukt te houden.
SERVICE LINK:
Afhankelijk van de instelling schakelt de autoradio over naar een alternatief DAB-kanaal (DAB-instelling), naar alternatieve VHF-frequenties (FM-instelling) of naar beide (ALL-instelling) om de geselecteerde service te blijven afspelen als de DAB-ontvangst slecht is.
SERVICE NAME:
DAB-zendernamen worden door omroepen in twee varianten geleverd.
Geef aan of de zendernaam met 8 of 16 tekens moet worden weergegeven.
De alfabetische sortering van de zenderlijst is altijd gebaseerd op de 16-cijferige zendernaam. Als het display is ingesteld op 8 tekens, kan dit leiden tot sorteerverschillen!
AREA (REGION):
Instellen van de ontvangstregio waarin de radio wordt gebruikt.
<
Terug naar het hoofdmenu
AUDIO (KLANG):
In dit submenu kunt u het geluid individueel instellen.
BASS (TIEFEN):
Versterken of verminderen van lage frequenties. Individuele aanpassing voor elke geluidsbron.
TREBLE (HOEHEN):
Versterken of verminderen van hoge frequenties. Individuele aanpassing voor elke geluidsbron.
BAL (BALANCE):
Balansaanpassing (luidspreker links/rechts).
FADER:
Balansregeling (voor-achterluidsprekers).
LOUD:
Inschakelen/uitschakelen van de loudness functie (basactivering)
SOUND (KLANG):
POP, ROCK, CLASSIC presetgeluiden inschakelen.
Als het geluidsschema is ingeschakeld, werken de instellingen BASS
EQUALIZER niet en zijn ze gedeactiveerd.
EQUALIZER:
Semi-parametrische 3-bands equalizer. De frequentie kan worden ingesteld en beïnvloed door TREBLE (HOEHEN), MIDDLE (MITTEN) en BASS (TIEFEN).
FREQ: Frequentie-instelling
GAIN: Frequentie verhogen/verlagen
Q-FA: Filterkwaliteit (alleen MIDDLE (MITTEN)/BASS (TIEFEN))
Als de equalizer aan staat, werken de instellingen BASS (TIEFEN)/TREBLE (
HÖHEN) en SOUND (KLANG) niet en zijn ze uitgeschakeld.
SUB-OUT:
Instellen van het uitgangsniveau (GAIN) en de crossoverfrequentie (FREQ) van de subwooferuitgang.
AMP:
Instelling schakelsignaalvertraging voor externe versterkers (voorkomen/verminderen van klikken bij inschakelen)
MIXGAIN:
Instelling microfooningangsversterking
- Ook beschikbaar door de MIC-knop ingedrukt te houden

Terug naar het hoofdmenu
DISPLAY (ANZEIGE):
In dit submenu kunt u instellingen voor het display maken.
DIM MAN/ AUTO:
Omschakelen van knop en helderheid display handmatig/automatisch.
- AUTO: DIMMER/BELEUCHTUNG (KI. 58) (zie hoofdstuk MONTAGE | DEMONTAGE | AANSLUITINGEN) schakelt de helderheid van het display automatisch tussen de vooraf ingestelde waarden DAY (TAG) en NIGHT (NACHT), afhankelijk van de status van de voertuigverlichting.
• MAN (MANUELL): Lang indrukken van de DIS knop wisselt tussen de ingestelde DAY (TAG) en NIGHT (NACHT) waarden.
- DAY (TAG): Instellen van de display helderheid voor de dag.
- NIGHT (NACHT): Instellen van de display helderheid voor de nacht.
SCROLL (scrollen):
Door de informatie op het scherm scrollen als deze langer is dan kan worden weergegeven (tekst scrollen).
• AUS (OFF): Scrollen van informatie uitgeschakeld
- 1X: Toestemming om informatie eenmalig te bekijken
- ON (AN): Toestemming om informatie voortdurend te bekijken
LANGUAGE (SPRACHE):
De taal van het autoradiomenu selecteren. Mogelijke talen: DEUTSCH, ENGLISH.
COLOR (FARBE):
Kleurselectie op het LC-display. Er zijn zeven vooraf ingestelde kleuren beschikbaar:
GREEN (GRÜN), YELLOW (GELB), RED (ROT), VIOLET (LILA), BLUE (BLAU), SKYBLUE (HIMMELBLAU), WHITE (WEISS).

Terug naar het hoofdmenu
VOLUME (LAUTSTAERKE):
In dit submenu kunnen de volume-instellingen van de autoradio worden gemaakt.
ON VOLUME (AN LAUTST):
Selecteer of de autoradio opnieuw moet worden gestart met het laatst gebruikte volume LAST VOL (LETZTE LAUTSTÄRKE) of met de vooraf ingestelde waarde AN VOL (ON VOL).
- Het schakelvolume is altijd beperkt tot het maximale 30.
TA VOL:
Het volume van verkeersberichten instellen. ➔ Als het volume van het actieve verkeersbericht wordt gewijzigd, wordt deze instelling bijgewerkt of overschreven.
HF VOL:
Instellen van het volume van de handenvrije kit.
Als het volume tijdens een telefoongesprek wordt gewijzigd, wordt deze instelling bijgewerkt of overschreven.
BEEP:
Instellen van het geluidssignaal bij het indrukken van een knop.
De opname van een zender wordt altijd bevestigd door een geluid, zelfs als de BEEP optie op OFF(AUS) staat.
- Het belangrijke audiosignaal wordt alleen gereproduceerd door de interne eindtrap van de autoradio, maar niet door de uitgangen van de voorversterker.
<
Terug naar het hoofdmenu
CLOCK (UHR)
In dit submenu kunt u instellingen maken voor de klok.
CLOCK (UHR):
Schakel de tijdweergave ON (AN) / OFF (AUS) wanneer de autoradio uitgeschakeld is. Als de autoradio uitgeschakeld is en het contact ingeschakeld, wordt de klok op het display weergegeven.
MODUS:
Omschakelen tussen 12- en 24-uurs weergave.
SET 00:00:
Handmatig instellen van de klok. Draai de rechter knop/draaiknop naar links om de minuten in te stellen, draai de rechter knop/draaiknop naar rechts om de uren in te stellen.
Als de optie AUTO actief is, wordt de handmatig ingestelde tijd overschreven.
AUTO:
Activering van automatische tijdinstellingen met behulp van gegevenssignaal van de radio.
<<<
Terug naar het hoofdmenu
BLUETOOTH®
In dit submenu kunt u instellingen maken voor de Bluetooth® functie. Zie ook hoofdstuk HANDENVRIJE BLUETOOTH® SET :
PB SEARCH (TB SUCHE):
Zoeken naar een naam in het telefoonboek
PHONEBOOK (TELEFONBUCH)
Het oproepen van een telefoonboek overgebracht vanaf een mobiele telefoon.
SOFTKEY: Configuratie van de bijkomende functie van de knop "Gesprek aannemen". Beschikbare opties:
PB SEARCH (TB SUCHE)
PHONEBOOK (TELEFONBUCH)
VOICEDIAL (SPRACHWAHL)
Het telefoonboek op de autoradio verwijderen.
DOWNLOAD P-BOOK (T-BUCH LADEN):
Een telefoonboek laden vanaf een mobiele telefoon.
VOICEDIAL (SPRACHWAHL)
De spraakassistent starten op de verbonden telefoon.
DIAL NEW (NEUE NR WAEHLEN):
Handmatige invoer van het te selecteren telefoonnummer.
MICROPHONE LEVEL (MIKROFON PEGEL):
Instellen van de microfoongevoeligheid van 1 (ongevoelig) tot 3 (gevoelig).
De microfoongevoeligheid kan niet worden gewijzigd tijdens een gesprek; de instelling geldt zowel voor de interne als de externe microfoon.
<<<
Terug naar het hoofdmenu
VARIOUS (DIVERSES):
In dit submenu kunnen verschillende instellingen worden gemaakt.
DEMO:
De demofunctie in-/uitschakelen.
Als er gedurende een bepaalde tijd geen
knop wordt ingedrukt, verschijnt het radiofunctiedisplay en verandert de kleur van het display continu.
AUX:
Activeren/deactiveren van AUX-ingang (activeren/deactiveren van selectiebeschikbaarheid via SRC-toets, alleen modellen met AUX-ingang achterin).
SCAN:
Stel de tijd van de afspeelfunctie in (4/8/12/16/60 seconden).
SWC:
Voor het opslaan van de stuurwiel afstandsbediening, zie hoofdstuk STUURWIEL AFSTANDSBEDIENING (SWC).
ACC-DETECTION (ZUENDPLUS ERKENNUNG):
Schakelt de detectie van het ontstekingssignaal plus (ACC/ontsteking plus (Kl.15)) uit voor de volgende functies:
- De autoradio schakelt niet automatisch uit na een uur als hij zonder contact plus werkt. - Bluetooth-koppeling vindt niet plaats als de autoradio is uitgeschakeld en het contact actief is.
De autoradio blijft reageren op het contact plus signaal om in/uit te schakelen en de klok weer te geven (indien geactiveerd).
Als u deze functie uitschakelt, bestaat het risico dat de autoradio de accu ontlaadt als u vergeet hem uit te schakelen
VERSION:
Verzoek om de softwareversie van de autoradio.
NORMSET:
De autoradio terugzetten naar de fabrieksinstellingen.
Wanneer deze optie wordt geselecteerd, zal de autoradio opnieuw opstarten met de fabrieksinstellingen (er worden geen updates geannuleerd).
<<<
Terug naar het hoofdmenu
<
Het menu verlaten
21. Montage | Demontage | Aansluitingen
Installatieprincipes
Installeer het apparaat alleen als u ervaring heeft met het inbouwen van autoradio's en vertrouwd bent met het elektrische systeem van het voertuig. Let op de informatie bij de aansluitingen van de autoradio. Sluit de autoradio alleen aan met geschikte adapters; zorg ervoor dat alle kabels de juiste signalen of spanningen dragen. De stekkers in het voertuig mogen niet rechtstreeks op de autoradio worden aangesloten zonder verdere tests.
De installatie van het apparaat mag de werking van airbags en andere veiligheidsvoorzieningen en/of bedieningselementen niet hinderen of blokkeren.
Ontkoppel de voertuigaccu (minpool, massa) voordat u de autoradio installeert, anders kunnen er storingen of zelfs beschadigingen aan de autoradio of de voertuigelektronica optreden. Neem de veiligheidsaanwijzingen van de autofabrikant in acht (airbag, alarmsysteem, boordcomputer, startonderbreker, enz.).
Afhankelijk van het model moet eventuele transportbescherming, zoals borgschroeven, van de CD/DVD-stations worden verwijderd voordat de autoradio wordt geïnstalleerd.
Controleer of er labels op de autoradio zitten die dergelijke veiligheidsfuncties aangeven.
Om de autoradio te verwijderen en ook om het montageframe te verwijderen voordat u de autoradio installeert, steekt u het ontgrendelingsgereedschap in de openingen aan de zijkant (zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO) tot het op zijn plaats vastklikt. Trek nu voorzichtig de autoradio uit de montagesleuf of verwijder het montageframe van de autoradio.
Het montageframe voor de autoradio moet in de juiste 1-DIN radioaansluiting van het voertuig worden gestoken. De uitsteeksels in het montageframe voor de installatie moeten op de juiste punten naar buiten worden gebogen om het montageframe aan de montagesleuf van de radio in het voertuig te bevestigen.
Sluit vervolgens de autoradio aan en plaats hem in het frame totdat hij vastklikt. Oefen bij het plaatsen van de autoradio geen druk uit op de bedieningselementen of het display/displayframe. Afhankelijk van het voertuig waarin de radio geïnstalleerd moet worden, zijn optionele en specifieke aansluitadapters en/of montagetoebehoren nodig, zoals montageframes, afdekkingen, enz.
OEM-specifieke functies, zoals in het voertuig geïntegreerde displays of boordcomputerbediening, worden niet ondersteund.
De OEM-afstandsbediening van het stuurwiel wordt alleen ondersteund als er geschikte adapters of interfaces beschikbaar zijn, zie hoofdstuk STUURWIEL AFSTANDSBEDIENING (SWC)
Installatiefouten kunnen leiden tot beschadiging van de radio of van de voertuigelektronica.
Zorg ervoor dat er geen kabels of stekkers beschadigd raken tijdens de installatie en verwijdering. Beschadigde stekkers of kabels mogen niet opnieuw worden gebruikt.
De behuizing van de radio wordt heet tijdens het gebruik; zorg ervoor dat er geen kabels in contact komen met de behuizing.
Montage op een plaats met een hoge luchtvochtigheid of stof/vuil kan leiden tot storingen of defecten in de autoradio.
Indien u hulp nodig heeft bij het installeren van de autoradio, raadpleeg dan een gespecialiseerde installateur van Hi-Fi systemen voor auto's.
Blaupunkt aanvaardt geen aansprakelijkheid of garantie voor schade veroorzaakt door onjuiste en/of ondeskundige installatie, bediening of gebruik en/of de gevolgen daarvan.

B
A
| A | B | ||
| 1 | NC/vrij | 1 | Speaker/Luidspreker(s) RR+ |
| 2 | Mute/Dempen (actieve massa) | 2 | Speaker/Luidspreker(s) RR- |
| 3 | NC/vrij | 3 | Speaker/Luidspreker(s) RF+ |
| 4 | BATT/Batterij (Kl. 30) | 4 | Speaker/Luidspreker(s) RF- |
| 5 | Antenna/schakeluitgang (op afstand) | 5 | Speaker/Luidspreker(s) LF+ |
| 6 | Dimmer/verlichting (Kl. 58) | 6 | Speaker/Luidspreker(s) LF- |
| 7 | ACC/Ontsteking plus (Kl. 15) | 7 | Speaker/Luidspreker(s) LR+ |
| 8 | GND/massa (Kl. 31) | 8 | Speaker/Luidspreker(s) LR- |

Verbindingen en verbindingsdefinities
① DAB-antenne: SMB connector met 12 V fantoomvoeding (max. 150 mA)
② AUX-INGANG: Aansluiting externe geluidsbron (afhankelijk van model)
③ USB: USB-poort achteraan (REAR USB)
④ SWC: Bij aansluiting op de stuurwiel afstandsbediening kan een externe adapter/interface nodig zijn, zie hoofdstuk STUURWIEL AFSTANDSBEDIENING (SWC).
⑤ EXT-MIC: Aansluiting voor externe microfoon, schakelt automatisch als externe microfoon wordt aangesloten
⑥ Klemblok met vak A (stroomvoorziening), vak B (luidspreker) en radiozekering (platte autozekering, 10 A, rood)
⑦ PREAMP-OUT RR, FR, RL, FL (van links naar rechts): Voorversterkeruitgangen voor aansluiting van een externe versterker
⑧ SUB/SW: Subwoofer uitgang voor aansluiting van een actieve subwoofer
⑨ FM/AM-antenne: DIN-connector
MUTE/STUMM: Dempen van de autoradio via massacontact.
BATT/ BATTERIE (KI.30): Accu, permanente voeding van de accu van het voertuig.
Schakelbare voeding voor actieve antennes of stuurspanning voor externe eindversterkers/subwoofers (12 V, max. 150 mA).
Voertuigverlichtingsingang, vereist voor automatisch schakelen van de helderheid van knoppen/display en nachtelijke weergave van de autoradio (rode verlichting van de linker knop/wijzerplaat als de autoradio is uitgeschakeld). De ingang vereist 0 V (uit)/5-30 V (geactiveerd). PWM-signalen kunnen het scherm laten flikkeren en mogen in dit geval niet worden gebruikt.
ACC/ZÜNDPLUS (KI.15): Omschakeling van de plus ontsteking van het contactslot
De apparaten in deze reeks zijn verkrijgbaar met verschillende bedrijfsspanningen, dus zorg ervoor dat het elektrische systeem van het voertuig de juiste spanning levert om schade aan het apparaat te voorkomen.
Zelfs bij modellen met een bedrijfsspanning van 24 V V hebben de uitgangen voor antennes en versterkers een uitgangsspanning van 12 V.
De autoradio ondersteunt geen CD-wisselaars, interface of andere componenten die compatibel zijn met oudere Blaupunkt autoradio's.
Zorg ervoor dat het contact en de continue plus correct zijn aangesloten, anders kan de autoradio een verhoogde stroomafname hebben en niet volledig uitschakelen. Dit kan ook leiden tot een ontladen of beschadigde autoaccu, storingen in de voertuigelektronica of andere externe componenten!
De gebruikelijke nationale wettelijke bepalingen en, afhankelijk van het land/leverancier, uitgebreide garanties kunnen van toepassing zijn. Neem contact op met uw Blaupunkt-dealer als u vragen hebt.
Dienst
Als een reparatieservice nodig is, neem dan rechtstreeks contact op met de dealer waar het product is gekocht. Informatie over servicepartners in uw land vindt u ook op www.blaupunkt.com.
Technische gegevens
| FM-frequentiebereik:87,5–108 Mhz | |
| DAB-frequentiebereik: | 174,928–239,200 Mhz(kanaal 5 A-13 F) |
| Luidsprekerimpedantie: | ≥ 4 Ohm/kanaal |
| Spanningstoevoer | |
| Bedrijfsspanning (modelafhankelijk): | |
| 12 V (14,4 V) | |
| 24 V (28,8 V) | |
| Stroomverbruik | |
| Naam van de vestiging: | < 10 A |
| Uit (ACC uit): | < 5 mA |
| Ingangen/uitgangen | |
| Antenne/versterker: | 12 V, max. 150 mA |
| DAB-antenne: | 12 V, max. 150 mA |
| USB-poort: | 5 V, max. 1 A |
| Voorversterker uitgang | 2 Vss |
| Dimeringang: | 0 V (uit)/5-30 V (aan) |
23. Fouten zoeken
Hieronder vindt u illustraties van fouten en hun mogelijke oplossingen.
Als u nog steeds problemen heeft met de autoradio, neem dan contact op met uw dealer of het Blaupunkt Service Center. Laat bij problemen de autoradio nakijken of installeren door een gekwalificeerde specialist. De meeste problemen die zich voordoen kunnen het gevolg zijn van een verkeerde aansluiting en bediening.
Lees de gebruiksaanwijzing volledig.
- Sommige items zijn mogelijk niet van toepassing op uw model omdat de betreffende functie of optie niet beschikbaar is.
- Zodra de airbag is gemonteerd, gaan de indicatorlampjes op het dashboard branden / stopt de snelheidsmeter met werken / wordt de autoradio geblokkeerd en wordt PHONE of TELEFON etc. weergegeven:
De autoradio was verkeerd aangesloten of de kabels waren beschadigd. Koppel onmiddellijk de accu van het voertuig los en verwijder de radio. Laat de installatie uitvoeren door een gekwalificeerde specialist.
- De autoradio kan niet worden ingeschakeld/de autoradio geeft 1 HOUR/ 1 STUNDE aan bij het inschakelen en schakelt na een uur uit:
Het ontstekingsplus is niet aangesloten of niet geactiveerd. Controleer de aansluitingen.
- Bij hoger volume begint het display te flikkeren/valt de autoradio helemaal uit:
Controleer de doorsnede van de voedingskabel. Laat de installatie uitvoeren door een gekwalificeerde specialist.
- Problemen bij het afspelen van audio, storing van afzonderlijke of alle kanalen:
De bedrading van de luidsprekers en de luidsprekers zelf moeten gecontroleerd worden, er mag geen kabel in contact komen met aarde, de afzonderlijke kanalen mogen niet onder de gespecificeerde minimale impedantie komen (zie technische gegevens).
- De afstandsbediening werkt niet:
Verwijder de plastic folie van het batterijvak. Controleer of de batterij goed vastzit.
Richt de afstandsbediening rechtstreeks op de autoradio.
Niet alle modellen hebben deze functie.
- De autoradio schakelt niet in/ De autoradio reageert niet op het contact/ De autoradio schakelt na een bepaalde tijd altijd automatisch uit/ De autoradio kan niet worden ingeschakeld zonder het contact aan te zetten:
Contactontsteking /permanente plus correct aangesloten? De ontstekingsplus moet correct 0 V/volledige spanning schakelen, in de status "ontsteking uit" mag er geen restspanning op de ontstekingsplus staan.
Controleer of de autoradio correct is aangesloten. In geen geval mogen voertuigstekkers rechtstreeks worden aangesloten op de autoradio zonder eerst de toewijzing van de PIN per PIN te controleren.
Laat de installatie uitvoeren door een gekwalificeerde specialist.
- De instellingen en/of geprogrammeerde stations gaan verloren, de tijd werkt niet correct:
Kortom, het apparaat slaat de instellingen permanent op, zelfs zonder stroom. Sommige instellingen worden echter alleen permanent opgeslagen wanneer correct wordt uitgeschakeld, dus zorg ervoor dat u de autoradio correct uitschakelt.
Functies zoals tijd, laatste audiobron, laatste USB/CD-afspeelpositie vereisen een constante stroomvoorziening. Voor een goede werking moet de autoradio correct worden aangesloten op een ononderbroken stroomvoorziening, die niet mag worden onderbroken.
- De autoradio ontvangt geen of een zwak radiosignaal:
Controleer de antenne voor het gegeven ontvangstgebied.
Controleer of een fantoomvoedingsadapter nodig is.
Is de antenne correct gemonteerd? Veel antennes vereisen een tegenpool (carrosserie).
Vastplakkende raamantennes mogen niet geïnstalleerd worden op ramen die bedekt zijn met damp.
LED-lampen of andere elektrische componenten kunnen de radio-ontvangst verstoren, daarom moeten dergelijke storingen worden uitgesloten. Bij de ingebruikname van de radio, moet u ervoor zorgen dat de autoradio is ingesteld op het juiste radiogebied (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU).
- NO SIGNAL of NO SERVICE wordt plotseling weergegeven in de DAB-modus:
De huidige MULTIPLEX (programmapakket) heeft een te zwak signaal en audiosignaal decoding is niet mogelijk. Selecteer een andere multiplex/verander locatie/controlleer DAB-antenne.
- De autoradio geeft plotseling het bericht SEEK PI (SUCHE PI)/SEEK TP (SUCHE TP) weer of wijzigt de zender als de radio in bedrijf is:
Controleer de antenne en autoradio-instellingen. Deactiveer indien nodig de alternatieve frequentiefunctie (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU). Slechte ontvangst kan leiden tot een verandering van zender als prioritering van verkeersberichten is ingeschakeld.
- De autoradio wordt niet correct weergegeven / geeft de zendernaam niet weer in de radiomodus:
Stel het scherm in zoals beschreven in de instructies. Controleer de ontvangst (controleer de antenne).
Opmerking: Sommige zenders zenden extra informatie uit in plaats van de RDS-zendernaam; hierop heeft de autoradio geen invloed.
- USB, CD, DVD, SD of andere gegevensdragers werken niet:
Controleer de werking met een andere gegevensdrager, formatteer de gegevensdrager, speel andere bestanden af.
Controleer de radio op transportbeveiliging voor het CD/DVD-station en verwijder deze voor de installatie.
- De geplaatste CD wordt telkens wanneer het toestel wordt ingeschakeld even uitgeworpen en na korte tijd opnieuw geplaatst:
Het apparaat is niet goed aangesloten op de vaste plus, het station wordt telkens uitgeworpen voor initialisatie wanneer het opnieuw wordt aangesloten.
- Mobiele telefoon laadt niet of traag op via USB:
Dit is afhankelijk van de telefoon en de gebruikte kabel, fabrikant-specifieke snellaadfuncties worden mogelijk niet ondersteund.
- Problemen met Bluetooth® (telefoonboek wordt niet weergegeven, telefoon maakt geen verbinding, beller kan niet worden gehoord): Houd er rekening mee dat automatische herverbinding alleen correct werkt als de radio correct is aangesloten op ACC/ontsteking plus (aansluitklem 15) en BATT/batterij (aansluitklem 30).
Controleer of er software-updates beschikbaar zijn voor uw telefoon en/of autoradio.
Reset de autoradio via NORMSET (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU) of druk op de RESET-knop (afhankelijk van het model, zie hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN VAN DE AUTORADIO).
Verwijder de autoradio uit de lijst op uw telefoon en herstel de verbinding. Bevestig alle verzoeken voor telefoonautorisaties door JA te antwoorden. Gebruik als test een andere telefoon.
- Bluetooth®-weergave is te stil of onhoorbaar: Afhankelijk van het model slaan de telefoons de volumeniveaus voor verschillende aangesloten apparaten en verschillende applicaties afzonderlijk op. Provoceer in dit geval de audio-uitvoer van de toepassing met een te laag volume (start het afspelen van de muziek van de betreffende toepassing of het navigatiebericht) en pas het volume op de telefoon aan tijdens het afspelen. (De werking van deze functie kan afhankelijk zijn van het aangesloten Bluetooth®-apparaat).
- De gesprekspartner hoort mij niet:
Controleer de aansluiting van de externe microfoon.
Controleer de microfooninstelling in de Bluetooth®-instellingen (indien beschikbaar).
Gebruik als test een andere telefoon.
- SUB-OUT of de instelopties ervan op de autoradio werken niet (afhankelijk van het model):
Controleer of de subwoofer correct is aangesloten op de SUB-OUT uitgang van de autoradio, anders hebben de opties in de geluidsinstellingen geen effect.
- De fout/het probleem wordt hier niet vermeld. De autoradiofunctie werkt niet zoals verwacht/ De autoradio gedraagt zich niet zoals verwacht:
Reset de autoradio via NORMSET (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU) of druk op de knop RESET (afhankelijk van het model).
Laat de installatie uitvoeren door een gekwalificeerde specialist.
Neem contact op met uw service provider. Het is belangrijk om te onthouden: Een gedetailleerde beschrijving van de storing en de huidige software van de autoradio is nodig wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling (zie hoofdstuk INSTELLINGEN | MENU)