FLOORTEC 550 B - Vloerreiniger NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FLOORTEC 550 B NILFISK in PDF-formaat.

Page 51
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : NILFISK

Model : FLOORTEC 550 B

Categorie : Vloerreiniger

Download de handleiding voor uw Vloerreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FLOORTEC 550 B - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FLOORTEC 550 B van het merk NILFISK.

GEBRUIKSAANWIJZING FLOORTEC 550 B NILFISK

DOEL EN INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING Deze handleiding heeft tot doel de bediener te voorzien van alle informatie die nodig is om deze machine op de juiste en veiligste manier te gebruiken. Er staat informatie in over technische aspecten, de werking, het stoppen, onderhoud, vervangingsonderdelen en de veiligheid van de machine. De gebruikers en technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van deze machine moeten de instructies in deze uitgave zorgvuldig lezen, voordat ze met de machine aan het werk gaan. Als u twijfelt over de instructies, kunt u contact opnemen met een servicecentrum van Nilfisk-Alto om zo duidelijkheid te krijgen.

Gebruikershandleiding van de elektronische acculader, indien van toepassing op uw machine. Deze handleiding vormt een integraal onderdeel van deze handleiding. Daarnaast zijn de volgende handleidingen leverbaar: • Catalogus met vervangingsonderdelen (behoort tot de uitrusting van de machine). • Werkplaatshandleiding (te raadplegen bij de servicecentra van Nilfisk-Alto).

VERVANGINGSONDERDELEN EN ONDERHOUD Deze handleiding is bestemd voor de gebruiker van de machine en de technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de machine.

Als er onderhouds- of herstelwerkzaamheden aan de machine nodig zijn, moet u deze door bevoegd personeel of bij een servicecentrum van Nilfisk-Alto (zie deze handleiding) uit laten voeren; er mogen alleen originele vervangingsonderdelen en accessoires worden gebruikt. Als u hulp nodig heeft of vervangingsonderdelen en accessoires wilt bestellen bij Nilfisk-Alto, zorg dan dat u het model en het serienummer altijd bij de hand heeft.

OPBERGEN VAN DE HANDLEIDING MODIFICATIES EN VERBETERINGEN De bedieningshandleiding moet in een geschikte envelop bij de machine worden opgeborgen. Er mogen geen vloeistoffen of andere materialen bij komen zodat de handleiding goed leesbaar blijft.

Bij Nilfisk-Alto streven we constant naar perfectie van onze producten en we behouden ons het recht voor modificaties en aanpassingen aan te brengen indien wij die nodig achten. U bent niet verplicht deze modificaties of verbeteringen door te voeren op een eerder aangeschafte machine. Eventuele aanpassingen en/of toevoeging van accessoires moeten expliciet worden goedgekeurd en uitgevoerd door Nilfisk-Alto.

BETREFFENDE PERSONEN IDENTIFICATIEGEGEVENS Het serienummer en het model van de machine staan op het plaatje op het chassis en zijn vanaf de binnenzijde leesbaar door de motorklep van de machine omhoog te brengen. (18, Afb. T). Het productiejaar van de machine is weergegeven in de CE-aanduiding. Het productiejaar kan ook worden afgeleid van de eerste twee cijfers van het serienummer van de machine. Deze informatie heeft u nodig voor vervangingsonderdelen voor de machine en de motor. Gebruik de ruimte hieronder om de identificatiegegevens van uw machine te noteren zodat u ze altijd bij de hand heeft.

Model MACHINE Serienummer MACHINE

FLOORTEC 550 B VEILIGHEID De onderstaande symbolen worden gebruikt om eventuele gevaarlijke situaties aan te geven. Lees deze informatie altijd aandachtig door en neem de nodige voorzorgsmaatregelen om personen en voorwerpen te beschermen. Geen enkel preventieplan ter voorkoming van ongevallen is effectief zonder de volledige medewerking van de persoon die direct verantwoordelijk is voor de werking van de machine. De meeste ongevallen die zich binnen een bedrijf, op de werkvloer of op locatie voordoen, worden veroorzaakt door het niet naleven van enkele elementaire veiligheidsmaatregelen. Een oplettende en voorzichtige bediener is de beste garantie tegen ongevallen en is het meest effectief in elk preventieplan.

146 2357 000(1)2005-03 A GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS SYMBOLEN GEVAAR! Dit symbool geeft een gevaar met mogelijk dodelijk afloop voor de bediener aan. LET OP! Dit symbool geeft een mogelijk risico op persoonlijk letsel aan. WAARSCHUWING! Dit symbool geeft een waarschuwing of opmerking aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties. Lees de blokken tekst die met dit symbool zijn gemarkeerd zorgvuldig door. OPMERKING Bij deze handelingen kunt u de gebruikershandleiding erbij nemen.

ALGEMENE INSTRUCTIES Hierna volgen waarschuwingen en specifieke aandachtspunten om mogelijke schade aan de machine of letsel bij personen te voorkomen.

Zet de contactsleutel van de machine in de uitstand en ontkoppel de accu voordat u enige onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert. Deze machine mag alleen worden gebruikt door speciaal opgeleid en bevoegd personeel. De machine mag niet worden gebruikt door kinderen of mensen met een handicap. Zorg dat er geen vonken, vlammen of rokende materialen bij de accu in de buurt kunnen komen. Bij normaal gebruik van de machine kunnen er explosieve gassen vrij komen. Draag geen sieraden als u in de buurt van elektrische onderdelen werkt. Werk nooit onder een omhoog gebrachte machine als deze niet voldoende wordt ondersteund door veiligheidssteunen. Gebruik deze machine niet in ruimten waar schadelijke, gevaarlijke, ontvlambare en/of explosieve stoffen, vloeistoffen of dampen aanwezig zijn. Bij het opladen van de accu’s kan het bijzonder explosieve waterstofgas vrijkomen. Houd de motorkap open als de accu wordt opgeladen en voer de handelingen alleen uit in een goed geventileerd ruimte en uit de buurt van open vuur.

Lees voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert alle instructies zorgvuldig door. Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden en losse kledingstukken vast komen te zitten in de bewegende delen van de machine. Tijdens het opladen van de accu’s mag er niet gerookt worden. Laat de machine nooit onbeheerd staan met de sleutel in het contactslot van het instrumentenpaneel en controleer altijd of de machine niet uit zichzelf kan bewegen. Gebruik de machine niet op oppervlakken die een schuinere hellingshoek hebben dan op het plaatje van de machine staat aangegeven. Was de machine niet met directe waterstralen, een hogedrukspuit of met bijtende materialen. Gebruik geen perslucht voor de algemene reiniging van de machine. Gebruik de machine niet in bijzonder stoffige ruimten. Let er bij het gebruik van de machine op dat er zich geen mensen, met name kinderen, in het werkgebied van de machine bevinden. Zet geen flessen vloeistof op de machine. De opslagtemperatuur van de machine moet tussen 0°C en +40°C liggen. De temperatuur moet bij gebruik van de machine tussen de 0°C en +40°C liggen. De vochtigheidsgraad moet tussen 30% en 95% liggen. Zorg altijd dat de machine niet in de zon, regen of andere weersomstandigheden staat, zowel in werking als in stilstand. Gebruik de machine niet als vervoermiddel. Laat de borstels niet werken als de machine stilstaat om schade aan de vloer te voorkomen. Gebruik bij brand een poederbrandblusser. Gebruik geen water. Stoot niet tegen kasten of stellingen, zeker als de kans bestaat dat er voorwerpen kunnen omvallen. Pas de bedrijfssnelheid van de machine aan het oppervlak aan. Verwijder de beschermingsdelen van de machine nooit met de hand; hou u nauwkeurig aan de instructies voor normaal onderhoud. Verwijder of verander geen plaatjes van de fabrikant op de machine. Als u afwijkingen in de werking van de machine vermoedt, controleer dan of deze niet worden veroorzaakt door gebrek aan dagelijks onderhoud. Als dat niet het geval is, roept u de hulp in van bevoegd personeel of van een bevoegd servicecentrum.

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING VERPAKKING VERWIJDEREN Controleer bij aflevering van de machine zorgvuldig of de kartonnen verpakking en de machine niet zijn beschadigd tijdens het transport. Als u beschadigingen heeft aangetroffen, bewaar de verpakking dan zoals u deze van de transporteur heeft ontvangen. Neem onmiddellijk contact op met de transporteur om een verzoek tot schadevergoeding in te vullen. Controleer altijd of de volgende onderdelen bij uw machine zijn geleverd: 1. Technische documentatie; Gebruikers- en onderhoudshandleiding van de veegmachine - van de elektronische acculader (indien van toepassing op de machine), Catalogus met vervangingsonderdelen 2. Hoofdzekering N° 1 3. Zekering N°1 zijborstel

BESCHRIJVING VAN DE MACHINE BEDRIJFSCAPACITEIT De veegmachine is ontwikkeld en gebouwd voor de reiniging en/of het vegen van gladde, solide vloeren in openbare en bedrijfsruimten, en voor het verzamelen van stof en kleine vuildeeltjes en wel onder gecontroleerde, veilige omstandigheden door een bevoegde bediener. OPMERKING Alle verwijzingen naar voorwaarts, achterwaarts, voor, rechts, links of achter in deze handleiding zijn vanuit de bediener met de handen op het stuur bekeken (3, Afb. C).

Controle- en bedieningspaneel (Zie Afb. B) 1. Bedieningspaneel 2. Contactsleutel 3. Lampje voor lege accu 4. Lampje voor bijna lege accu 5. Lampje voor volle accu 6. Informatiescherm (display) 7. Keuzeknop op het display: urenteller/urenteller en minuten/accuspanning (V), 8. Knop voor filterschudder (optioneel) 9. Bevestigingsschroeven van het paneel

FLOORTEC 550 B Buitenkant (algemeen) (Zie Afb. C) 1. Rempedaal op het voorwiel (optioneel) 2. Stop zijborstel 3. Stuur 4. Snelheidshendel 5. Hendel voor afstellinghoek stuur 6. Opbergvak 7. Motorkap 8. Achterwielen op vaste as 9. Zwenkwiel voor 10. Zijborstel 11. Hoofdborstel 12. Hendel voor heffing en hoogteafstelling van de zijborstel 13. Zijflap links 14. Zijflap rechts 15. Flap voor 16. Flap achter 17. Afvalcontainer 18. Haak van de afvalcontainer 19. Handgreep van de afvalcontainer 20. Handgreep van de handmatige filterschudder 21. Verwijderbare klep van de hoofdborstel 22. Regelaar links voor de hoogte van de hoofdborstel 23. Regelaar rechts voor de hoogte van de hoofdborstel 24. Rechterklep van de hoofdborstel 25. Bevestigingsschroeven rechterklep van de hoofdborstel Onder motorklep (Zie Afb. T) 1. Motorklep (geopend) 2. Accu’s 3. Accuconnector 4. Elektronische acculader (optioneel) 5. Elektrische kabel voor aansluiting van de acculader op het stroomnetwerk 6. Hoofdzekering 7. Zekering motor zijborstel 8. Doppen accu (lood) 9. Keuzeschakelaar voor accu met lood (WET) of gel (GEL) op de optionele elektronische acculader 10. Montageschema voor accu’s 11. Lampje voor volle accu 12. Riem van de hoofdborstel 13. Riem van de aandrijving 14. Riemschijf van de hoofdborstel 15. Riemschijf van de achterwielen 16. Aanzuigventilator 17. Elektrische hoofdmotor 18. Plaatje met serienummer / technische gegevens / CE-markering

146 2357 000(1)2005-03 A GEBRUIKSAANWIJZING TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN Afmetingen

Breedte van het reinigingsvlak zonder zijborstel

Breedte van het reinigingsvlak met zijborstel

Lengte machine met ingeklapt stuur

Breedte van de machine, zonder zijborstel

Hoogte met verlaagd stuur

Minimale hoogte van de grond

Hoogte van het stuur, minimum/maximum Afmetingen hoofdborstel

Snelheid op maximale kracht

40 L Voorwiel, sturend Achterwielen, aandrijving Elektromotor Geluidsniveau (LpA) Accu’s

84 Kg 125/37,5-50 mm 250 x 45 mm 600W 64 dB(A) Waarden

Met lood, met elektrolyt

Met gel, onderhoudsvrij

12 V Bruikbare capaciteit accu’s

Maximale afmetingen van de accuruimte

Aanzuiging en stoffiltering

Elektrische filterschudder (optioneel)

12V, 30W Omlaag brengen hoofdborstelruimte

18 mm H2O Elektrische installaties, voor de diverse optionele uitrustingen (Zie Afb. U) CH1 Acculader CN1 Connector accu CN2 Connector acculader EB1 Elektronisch schema ES1 Elektromagnetische schakelaar F1 Hoofdzekering F2 Zekering zijborstel (15A) F3 Zekering filterschudder (15A) M1 Motor hoofdborstel M2 Motor zijborstel M3 Motor filterschudder R1 Relais filterschudder SW1 Schakelaar met sleutel SW2 Beveiligingsschakelaar opening motorklep SW3 Schakelaar filterschudder

146 2357 000(1)2005-03 A Kleurcodering BK zwart BU blauw BN bruin GN groen GY grijs OG oranje PK roze RD rood VT paars WH wit YE geel

650 / 1.120 mm 265 mm x 500 mm

Afmetingen zijborstel

Totaalgewicht machine zonder accu

NEDERLANDS ELEKTRISCHE BESCHERMINGEN Hoofdzekering: 6, Afb. T Zekering zijborstel: 7, Afb. T Zekering filterschudder (optioneel): in de ruimte onder het bedieningspaneel

ACCESSOIRES / OPTIES Naast de onderdelen van de standaarduitvoering kan de machine worden uitgerust met de volgende accessoires, volgens het gebruik van de machine: – accu(‘s) met gel; – elektronische acculader; – hoofd- en zijborstels met hardere of zachtere haren dan de standaardborstel – stoffilter in antistatisch polyester en in polyester BIA C; – elektrische filterschudder; – voorwiel met rempedaal. Neem voor meer informatie over de hierboven genoemde optionele accessoires contact op met een leverancier.

GEBRUIK LET OP! Op de machine zijn enkele plaatjes aangebracht met de volgende woorden: – GEVAAR! – LET OP! – WAARSCHUWING – ADVIES Bij het lezen van deze handleiding moet de bediener de betekenis van deze symbolen goed kennen. Dek de stickers niet af en vervang ze onmiddellijk als ze beschadigd zijn.

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING CONTROLE / VOORBEREIDINGEN VOOR EEN ACCU OP EEN NIEUWE MACHINE MONTAGE VAN DE ACCU EN INSTELLEN VAN HET TYPE ACCU (WET OF GEL)

Voor de machine is een accu van 12 V nodig of twee accu’s van 6 V die zijn aangesloten volgens het schema in Afb. T, 10. De machine kan op een van de volgende manieren worden geleverd: a) De accu (lood of gel) is op de machine gemonteerd en klaar voor gebruik. 1. Breng de motorklep (7, Afb. C) van de machine omhoog en controleer of de accu is aangesloten op de machine door middel van de juiste connector (3, Afb. T). 2. Laat de motorklep zakken en zorg daarbij dat de motorklep op de juiste manier wordt gesloten (de machine moet eruitzien zoals in Afb. C). 3. Steek de contactsleutel (2, Afb. B) in het bedieningspaneel en draai de sleutel in stand 'I' (zonder de gashendel 4, Afb. C) aan te trekken. Als het groene lampje gaat branden (5, Afb. B), is de accu klaar voor gebruik. Als dat niet het geval is, moet de accu worden opgeladen (zie de procedure in het hoofdstuk Onderhoud). b) De accu (met lood) is op de machine gemonteerd, maar is droog (bevat dus geen elektrolyt). 1. Doe de motorklep van de machine (7, Afb. C) omhoog. 2. Verwijder de doppen (8, Afb. T) van de accu.

Op basis van het gekozen type accu (lood of gel) moet het betreffende elektronische schema van de machine en (indien van toepassing) de acculader worden ingesteld. Ga als volgt te werk:

WAARSCHUWING! Let goed op als u met loodzwavelzuur werkt, want het is een bijtende stof; als het op de huid of in de ogen komt, moet u goed spoelen en een arts raadplegen. De accu’s moeten worden gevuld in een goed geventileerde ruimte. Draag werkhandschoenen. 3. Vul de cellen (of de enkele elementen) van de accu met loodzwavelzuur voor accu’s (densiteit van 1,27 op 1,29 Kg bij 25°C) aan de hand van de instructies in de gebruikershandleiding van de accu. De juiste hoeveelheid loodzwavelzuur staat in de gebruikershandleiding van de accu. 4. Laat de accu enkele minuten staan en vul de cellen daarna met loodzwavelzuur aan de hand van de instructies in de handleiding van de accu. 5. Laad de accu op (zie de procedure in het deel Onderhoud) Zonder accu 1. Schaf een geschikte accu aan (Zie het deel Technische eigenschappen en schema 10, Afb. T). Wend u tot een bevoegd leverancier van accu’s voor de keuze en montage van de accu’s. 2. Ga verder met de installatie van de accu. 3. Ga verder met de afstelling van de machine en de acculader (indien gemonteerd) aan de hand van het type accu dat is gemonteerd en ga te werk zoals in het volgende deel wordt beschreven.

FLOORTEC 550 B Instelling van de machine 1. Draai de contactsleutel (2, Afb. B) in stand '0' 2. Doe de motorklep omhoog (7, Afb. C) 3. De fabrieksinstelling van de machine is voor een accu op lood (WET). Als deze instelling overeenkomt met het type gekochte accu, kunt u naar het volgende deel gaan. Als dit niet het geval is, voert u de volgende handelingen uit: 4. Ontkoppel de connector (3, Afb. T) 5. Sluit de klep (7, Afb. C). 6. Draai de schroeven (9, Afb. B) los en verwijder voorzichtig het bedieningspaneel (1) 7. Zet de verbinding (1, Afb. S) op de connectoren (2) 'WET' voor loodaccu’s of op de connectoren (3) 'GEL' voor gelaccu's. 8. Plaats het bedieningspaneel terug en bevestig dit met de schroeven (9, Afb. B) 9. Sluit de connector (3, Afb. T) weer aan Instelling acculader 1. Draai de sleutel naar '0' (2, Afb. B); breng de motorklep (7, Afb. C) omhoog en zet de keuzeschakelaar (9, Afb. T) op 'WET' voor loodaccu's en op 'GEL' voor gelaccu's. 2. Monteer de accu in de machine aan de hand van het schema (10, Afb. T). 3. Laad de accu op (zie de procedure in het deel Onderhoud)

VOOR HET STARTEN LET OP! Controleer of de afvalbak (17, Afb. C) goed is gesloten voordat u de machine start.

146 2357 000(1)2005-03 A GEBRUIKSAANWIJZING DE MACHINE STARTEN EN STOPPEN Telkens als u start, doet u het volgende 1. Steek de contactsleutel (2, Afb. B) in het bedieningspaneel en draai de sleutel in stand 'I' (zonder de gashendel (4, Afb. B) aan te trekken). Controleer daarna of het groene lampje (5, Afb. B) brandt. 2. Als het rode of gele lampje (3 of 4, Afb. B) brandt, zet u de sleutel in stand '0' en verwijdert u de sleutel. Laad de accu op (zie de procedure in het hoofdstuk Onderhoud). Starten van de machine 1. Stel het stuur (3, Afb. C) naar wens af door middel van de knop (5). 2. Laat de zijborstel (10, Afb. C) zakken door de hendel (12) te laten zakken (zonder draaien), nadat u de stop (2) heeft losgehaald. OPMERKING De zijborstel (10, Afb. C) kan omhoog en omlaag worden gebracht terwijl de motor werkt. 3. 4.

Draai de contactsleutel (1, Afb. B) in stand 'I' zonder de gashendel (4, Afb. C) aan te trekken. Controleer of het groene lampje (5, Afb. B) brandt (accu laadt op). Als het gele of rode lampje (3 of 4, Afb. B) brandt, zet u de contactsleutel op ' 0' en laadt u de accu op. (zie het betreffende hoofdstuk). Trek voorzichtig aan de gashendel (4, Afb. C) totdat de machine begint te bewegen. De voorwaartse snelheid is proportioneel met de druk die op de snelheidshendel (4, Afb. C) wordt uitgeoefend.

De machine stoppen Om de machine te stoppen hoeft u alleen maar de snelheidshendel (4, Afb. B) volledig los te laten. Als u de machine wilt stoppen, zet u de contactschakelaar (1, Afb. B) in de stand '0'. U kunt de zijborstel (10, Afb. C) omhoog brengen (zonder te draaien) door de knop (12, Afb. C) omhoog te bewegen en deze daarna in de stop (2) te zetten.

146 2357 000(1)2005-03 A NEDERLANDS MACHINE IN BEDRIJF 1.

Zorg dat u niet te lang op een plaats blijft staan met de machine terwijl de borstels draaien: dan kunnen er markeringen op de vloer achterblijven. Voor een goed resultaat moet het stoffilter altijd zo schoon mogelijk zijn. Als u het tijdens het vegen wilt schoonmaken, gebruikt u de filterschudder. Ga als volgt te werk: a) Handmatige filterschudder: zet de contactsleutel in de stand '0', trek de handgreep (20, Afb. C) voorzichtig naar buiten tot de aanslag en laat hem dan los. De interne contraveer raakt het frame van het stoffilter, waardoor het heen en weer schudt; Herhaal de bovenstaande handeling enkele malen. Zet de contactsleutel in de stand 'I'. b) Elektrische filterschudder (optioneel): druk enkele seconden op de knop voor de filterschudder (8, Afb. B). Herhaal deze handeling gemiddeld elke 10 minuten tijdens de werkzaamheden (dit is afhankelijk van de hoeveelheid stof in de te reinigen zone).

OPMERKING Tijdens deze handeling wordt de hoofdmotor, en daarmee alle functies, automatisch gestopt. OPMERKING Als het stoffilter verstopt is, kan de machine geen stof en vuil verzamelen. WAARSCHUWING! Gebruik de machine niet op een natte ondergrond om schade aan het stoffilter te voorkomen. Als de werkzaamheden zijn voltooid en als de afvalcontainer (17, Afb. C) vol is, moet deze geleegd worden. OPMERKING Als de afvalcontainer vol is, kan de machine geen stof en vuil verzamelen.

Stop de machine en laat de snelheidshendel los. Draai de contactsleutel (2, Afb. B) in stand '0'. Haal de haak los (18, Afb. C) door aan het kortste uiteinde te trekken. Haal met behulp van de handgreep (19, Afb. C) de afvalcontainer (17) los en leeg deze. Zet de afvalcontainer weer terug en bevestig de haak (18) opnieuw. De machine is weer klaar voor gebruik

NA GEBRUIK VAN DE MACHINE Als u klaar bent, moet u de volgende handelingen uitvoeren voordat u machine achterlaat: 1. Reinig het filter met behulp van de handgreep van de handmatige filterschudder (20, Afb. C) of met de betreffende knop (2, Afb. B) van de elektrische filterschudder, indien van toepassing. 2. Leeg de afvalcontainer (17, Afb. C) (zie de instructies in het vorige deel). 3. Breng de zijborstel omhoog met behulp van de knop (12, Afb. C). 4. Verwijder de contactsleutel (2, Afb. B) van de machine. 5. Controleer of de machine niet uit zichzelf kan bewegen 6. Schakel het optionele rempedaal (26, Afb. C) in.

MAXIMALE VOORWAARTSE BEWEGING De machine kan op maximale snelheid draaien als de contactsleutel (2, Afb. B) in stand '0' of stand 'I' staat.

ONDERHOUD De levensduur van de machine en de veilige werking ervan worden geholpen door nauwkeurig en regelmatig onderhoud. Hieronder staat het verkorte schema voor regelmatig onderhoud. De aangegeven perioden zijn afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden en worden bepaald door de verantwoordelijke persoon voor onderhoud. LET OP! De handelingen moeten worden uitgevoerd op een uitgeschakelde machine, waarbij de sleutel uit het contact is verwijderd en (indien daarom wordt gevraagd) de accu is ontkoppeld. Lees altijd alle instructies in het hoofdstuk Veiligheid. Alle regelmatige of buitengewone onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door bevoegd personeel of bij een bevoegd servicecentrum. In deze handleiding worden alleen de eenvoudigste en meest voorkomende onderhoudswerkzaamheden beschreven. OPMERKING De procedures voor de onderhoudswerkzaamheden die niet in het vastgelegde onderhoudsschema staan, vindt u in de werkplaatshandleiding, die bij de verschillende servicecentra ligt.

LANGE PERIODE VAN STILSTAND Als de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, is het raadzaam de volgende handelingen uit te voeren: – Ontkoppel de connector (3, Afb. T) van de accu. – Zet de machine iets omhoog zodat de flaps, de hoofdborstel en de wielen de grond niet raken. – Als de machine is uitgerust met een optionele acculader, moet u de positieve klem van de accu (+) meteen van de pool (+) van de accu halen.

EERSTE GEBRUIKSPERIODE Na de eerste gebruiksperiode (de eerste 8 uur) moet de bevestiging van de bevestigingselementen en aansluitingen worden gecontroleerd; controleer of de zichtbare onderdelen heel en niet beschadigd zijn.

Visuele controle van de aandrijfriemen aandrijving, hoofdborstel

Controle hoogte en werking flaps Controle hoogte zij- en hoofdborstels Reiniging stoffilter en controle op beschadiging

Controle werking elektrische filterschudder (optioneel)

Controle bevestiging schroeven en moeren Afstelling koppeling aandrijfriem

Vervanging aandrijfriemen: aandrijving, hoofdborstel

Controle of vervanging borstels (of koolborstels) van de elektrische hoofdmotor Controle werking veiligheidsschakelaar voor opening motorklep

(*): zie voor de betreffende procedure de werkplaatshandleiding. (1): of voor elk start.

CONTROLE VAN DE HOOGTE VAN DE HOOFDBORSTEL OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.

Controleer of de hoofdborstel de juiste hoogte van de vloer heeft. Ga als volgt te werk: – zet de machine op een vlakke ondergrond. zet de machine stil en laat de hoofdborstel enkele seconden draaien; – zet de hoofdborstel stil en verplaats de machine; – controleer of de indruk (1, Afb. D) van de hoofdborstel over de hele lengte 2 tot 4 cm breed is; – als de indruk (1) hiervan afwijkt, kunt u de hoogte van de borstel afstellen. Ga te werk als in punt 2. Zet de machine op een platte ondergrond en schakel indien van toepassing het rempedaal (26, Afb. C) in. Draai de contactsleutel (2, Afb. B) in stand '0'. Haal de knoppen (1, Afb. E) aan beide kanten van de machine los. Stel aan beide kanten van de machine, zo veel als nodig is, de indicator (2) om de hoogte van de borstel af te stellen bij en draai de knoppen (1) opnieuw aan. OPMERKING De indicator (2) moet aan beide kanten van de machine in dezelfde stand staan; de maximaal toegestane afwijking is twee markeringen voor de indruk (1, Afb. D) van 2 tot 4 cm die in punt 1 werd genoemd.

Voer punt 1 opnieuw uit om te controleren of de hoofdborstel nu de juiste hoogte van de grond heeft. Als de borstel door overmatige slijtage niet meer kan worden afgesteld, moet de borstel zoals in het volgende deel worden vervangen. WAARSCHUWING! Als de indruk van de hoofdborstel op de grond te groot is (meer dan 4 cm), dan kan dit problemen opleveren voor de werking van de machine en kunnen de bewegende en elektrische delen oververhitten. Hierdoor kan de levensduur van de machine aanzienlijk afnemen. Wees nauwkeurig bij het uitvoeren van de bovenstaande controle en laat de machine nooit werken als hij niet aan de genoemde voorwaarden voldoet.

146 2357 000(1)2005-03 A FLOORTEC 550 B

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING DE HOOFDBORSTELVERVANGEN OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels. WAARSCHUWING! Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de hoofd- of de zijborstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen. 1. 2. 3. 4.

Zet de machine op een platte ondergrond en schakel indien van toepassing het rempedaal (26, Afb. C) in. Draai de contactsleutel (2, Afb. B) in stand '0'. Haal de knoppen (1, Afb. E) aan beide kanten van de machine los. Verplaats de indicatoren (2, Afb. E) voor de afstelling van de hoogte van de hoofdborstel, totdat deze de maximale afstand van de grond heeft. Draai de knoppen (1) opnieuw aan. Doe de motorklep omhoog (7, Afb. C). Draai de knop (3, Afb. E) aan de linkerkant los. Verwijder de afdekking (1, Afb. F) van de borstel en trek deze naar buiten om hem uit de stops (2) te halen. Verwijder de borstel (1, Afb. G). Controleer ook of de naaf geen vuil of voorwerpen (draden, etc.) bevat die per ongeluk zijn meegedraaid. Tref voorbereidingen voor de montage van de nieuwe borstel, draai hem zodanig dat de haren van de borstel in de juiste richting staan, zoals u in afbeelding H ziet (vanaf boven gezien). Zet de nieuwe borstel vast in de machine en controleer of het contact (1, Afb. I) in de betreffende naaf (4, Afb. Q) valt. Plaats de afdekking (1, Afb. F) van de borstel weer terug en laat hem in de steunen vallen (2). Draai de knop (3, Afb. E) opnieuw aan. Controleer de hoogteafstelling van de zijborstel, de procedure hiervoor wordt in het vorige deel beschreven.

HOOGTEAFSTELLING VAN DE ZIJBORSTEL OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels. 1.

DE ZIJBORSTEL VERVANGEN OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels. WAARSCHUWING! Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de borstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen. 1. 2. 3.

FLOORTEC 550 B Controleer of de zijborstel de juiste hoogte van de vloer heeft. Ga als volgt te werk: – zet de machine op een vlakke ondergrond en laat de zijborstel zakken; – zet de machine stil en laat de zijborstel enkele seconden draaien; – zet de zijborstel stil en verplaats de machine; – controleer of de indruk van de zijborstel zowel in de breedte als de richting zoals in afbeelding J is. Wanneer dit niet het geval is, moet de hoogte van de borstel worden afgesteld, zoals in het volgende punt wordt beschreven. Draai de hendel (12, Afb. C) met de klok mee of tegen de klok in om de hoogte van de borstel van de grond af te stellen. Voer punt 1 opnieuw uit om te controleren of de zijborstel nu de juiste hoogte van de grond heeft. Als de borstel door overmatige slijtage niet meer kan worden afgesteld, moet de borstel zoals in het volgende deel worden vervangen.

Zet de machine op een platte ondergrond en schakel indien van toepassing het rempedaal (25, Afb. C) in. Draai de contactsleutel (2, Afb. B) in stand '0'. Steek uw hand in de zijborstel en druk de lipjes (1, Afb. K) naar binnen. Verwijder de borstel (2) door deze uit de vier pennen te verwijderen (3). Zet de nieuwe borstel in de machine en zorg dat deze in de pennen (3) en de lipjes (1) vastgrijpt. Controleer de hoogteafstelling van de zijborstel, de procedure hiervoor wordt in het vorige deel beschreven.

146 2357 000(1)2005-03 A GEBRUIKSAANWIJZING REINIGING STOFFILTER EN CONTROLE OP BESCHADIGING HOOGTE EN WERKING VAN DE FLAPS CONTROLEREN OPMERKING Naast het kartonnen standaardfilter zijn er ook optioneel polyester filters. Deze procedure is van toepassing op alle typen.

Zet de machine op een platte ondergrond en schakel indien van toepassing het rempedaal (26, Afb. C) in. 2. Draai de contactsleutel (2, Afb. B) in stand '0'. 3. Haal de stop (18, Afb. C) los. 4. Haal met behulp van de handgreep (19, Afb. C) de afvalcontainer (17) los. 5. Draai de handgreep (1, Afb. L) omhoog (ongeveer 90°) en laat het frame van het filter (2) naar buiten draaien. 6. Verwijder het stoffilter (3) naar boven). 7. Reinig het filter buiten door het op een vlak en schoon oppervlak uit te schudden, sla met de zijkant (1, Afb. M) die tegenover de zijde met het rooster (2) staat. Voltooi het reinigen door middel van een loodrechte straal (3) perslucht van maximaal 6 Bar en blaas alleen door de zijkant die door het rooster (2) wordt beschermd . Hou bij de verschillende typen filters de volgende aanwijzingen aan: – Kartonnen filter (standaard): gebruik geen water of schoonmaakmiddelen om het schoon te maken; het filter kan anders onherstelbaar beschadigd raken. – Polyester filter (optioneel): zie de hierboven vermelde instructies voor de reiniging. Om het filter grondig te reinigen kunt u het filter met water en eventueel een niet-schuimende schoonmaakmiddel reinigen. Hoewel het filter hierdoor schoner wordt, wordt de levensduur van het filter korter en zal dus vaker moeten worden vervangen. Het gebruik van niet geschikte schoonmaakmiddelen kan de functionele eigenschappen van het filter verminderen. 8. Controleer of de filtereenheid geen scheuren vertoont. 9. Reinig indien nodig langs de rubberen pakking (4, Afb. L) van de filterruimte; controleer tegelijkertijd of deze intact is. Ga over tot vervanging als dat niet het geval is. 10. Bij de montage voert u dezelfde handelingen als bij de demontage uit, maar dan in omgekeerde volgorde.

NEDERLANDS Zet de machine op een vlakke ondergrond die als referentieoppervlak kan dienen om de juiste hoogte van de flaps te controleren. Schakel daarna indien van toepassing de pedaalrem (26, Afb. C) in of blokkeer de wielen. Draai de contactsleutel (2, Afb. B) in stand '0'.

Controle zijflaps 3. Controleer of de zijflaps (13 en 14, Afb. C) intact zijn. Vervang de flaps als er scheuren (1, Afb. N) van meer dan 20 mm of breuken (2) van meer dan 10 mm in zitten (zie de werkplaatshandleiding voor vervanging van de flaps). 4. Controleer of de zijflaps (13 en 14, Afb. C) 0 tot 3 mm van de grond staan (zie afbeelding O). Stel zo nodig de hoogte van de flaps bij en ga hierbij als volgt te werk. Linkerflap: a) Open de motorklep; draai de knop los (3, Afb. E) en verwijder de afdekking links (1, Afb. F) van de borstel, trek hem naar buiten om hem uit de stops los te halen (2). b) Stel de hoogte van de flaps af (3, Afb. F) met behulp van de openingen (4). c) Monteer de verwijderde onderdelen in de omgekeerde volgorde van demontage. Rechterflap: a) Verwijder de hoofdborstel, zie het betreffende deel. b) Trek de riem (12, Afb. T) van de poelie (14); het gaat gemakkelijker als u de poelie (14) handmatig op de ventilator (16) draait. c) Draai de schroeven (25, Afb. C) los en verwijder de afdekking rechts (24) samen met de riem (12, Afb. T). d) Stel de hoogte van de flaps af (1, Afb. R) met behulp van de openingen (2). e) Monteer de verwijderde onderdelen in de omgekeerde volgorde van demontage.

OPMERKING Als u het filter opnieuw monteert moet u het filter met het rooster (2, Afb. M) naar de voorkant van de machine draaien. [In de richting van de ventilator (16, Afb. T)]

146 2357 000(1)2005-03 A FLOORTEC 550 B

NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING Controle voor- en achterflap 5. Verwijder de hoofdborstel, zie het betreffende deel. 6. Controleer of de voorflaps (1, Afb. Q) en de achterflaps (2) intact zijn. 7. Vervang de flaps als er scheuren (1, Afb. N) van meer dan 20 mm of breuken (2) van meer dan 10 mm in zitten (zie de werkplaatshandleiding voor vervanging van de flaps). 8. Controleer of de voorflaps (1, Afb. Q) en de achterflaps (2) de vloer lichtjes raken en of ze niet loskomen van de vloer (zie Afb. P). 9. Stel eventueel de hoogte van de flaps af met behulp van de openingen (3, Afb. Q). 10. Monteer de verwijderde onderdelen in de omgekeerde volgorde van demontage.

Accu met externe acculader opladen 1. Controleer of de acculader geschikt is aan de hand van de instructies op het apparaat: nominale spanning van de acculader = 12V. OPMERKING gebruik een acculader die geschikt is voor het type accu dat is gemonteerd. 2. 3. 4. 5.

OPLADEN VAN DE ACCU LET OP! Bij het opladen van de accu’s kan het bijzonder explosieve waterstofgas vrijkomen. Laad de accu alleen op in een goed geventileerde ruimte en ver van open vuur. Tijdens het opladen van de accu’s mag er niet gerookt worden. Houd de motorkap geopend als de accu’s worden opgeladen. LET OP!

Let goed op bij het opladen van de accu. Er kunnen tijdens het opladen soms kleine hoeveelheden vloeistof uit de accu lopen. Deze vloeistof is een bijtende stof. Als de vloeistof in contact komt met de huid of de ogen, spoel dan overvloedig uit met water en raadpleeg een arts. 1.

Zet de machine op een platte ondergrond en schakel indien van toepassing het rempedaal (26, Afb. C) in. Draai de contactsleutel (2, Afb. B) in stand '0'. Doe de motorklep omhoog (7, Afb. C). (alleen bij loodaccu’s) controleer of het peil van de elektrolyt in de accu’s voldoende is; vul zo nodig bij via de doppen (8, Afb. T). laat alle doppen (8) open als u de accu oplaadt. Reinig (indien nodig) de bovenkant van de accu. Ga verder met het opladen van de accu op een van de volgende manieren, afhankelijk van de aanwezigheid van een elektronische acculader op de machine (4, Afb. T).

Ontkoppel de connector (3, Afb. T) van de accu en sluit die op de externe acculader aan. Sluit de acculader aan op het stroomnet. Ontkoppel de acculader na het opladen van het stroomnet en van de stekker (3, Afb. T) van de accu. Controleer of het niveau van de elektrolyt in de accu correct is en sluit alle doppen (8). (Alleen voor loodaccu's). Sluit de connector (3, Afb. T) van de accu weer aan op de aansluiting op de machine. Sluit de motorklep (7, Afb. C); de machine is klaar voor gebruik.

De accu opladen met meegeleverde acculader optioneel - op de machine 1. (Alleen bij loodaccu’s) controleer of het peil van de elektrolyt in de accu’s voldoende is; vul zo nodig bij via de doppen (8, Afb. T). 2. Sluit na het bijvullen van het niveau de doppen (8) en reinig (indien nodig) de bovenkant van de accu. 3. Sluit de kabel (5, Afb. T) van de acculader aan op het stroomnet. LET OP! Controleer of de spanning en frequentie op het plaatje van de machine (18, Afb. T) overeenkomen met die van het stroomnet. 4. 5. 6. 7.

Als het groene lampje (11, Afb. T) brandt, is de accu opgeladen. Zie voor meer informatie over de werking van de acculader (4, Afb. T) de betreffende handleiding. Ontkoppel de kabel (5, Afb. T) van de acculader van het stroomnet en plaats deze terug op de machine. Sluit de motorklep (7, Afb. C); de machine is klaar voor gebruik. OPMERKING Als de acculader op het stroomnet is aangesloten, worden alle functies van de machine automatisch uitgeschakeld.

146 2357 000(1)2005-03 A GEBRUIKSAANWIJZING VEILIGHEIDSFUNCTIES BEVEILIGINGSSCHAKELAAR OPENING MOTORKAP Deze wordt ingeschakeld als de motorkap van de machine wordt geopend: alle functies worden uitgeschakeld. Als de machine blijft werken wanneer de motorklep open staat, neem dan onmiddellijk contact op met een bevoegd servicecentrum of uw leverancier.

STORINGEN LOKALISEREN PROBLEEM OPLOSSING NEDERLANDS VERWIJDERING Als de machine wordt afgedankt, moet hij naar een bevoegd verwijderingbedrijf gebracht worden. Voordat de machine wordt afgedankt, moeten de volgende onderdelen worden verwijderd: – Accu – Polyester stoffilter – Hoofdborstel en zijborstel WAARSCHUWING! De verwijderde onderdelen moet naar een erkende verzamelplaats worden gebracht die voldoet aan de geldende regels van de milieuwet.

Controleer of de connector (3, Afb. T) goed is aangesloten Controleer of de motorklep goed is gesloten. U draait de sleutel in de stand 'I', maar de machine start niet. Controleer of de zekering (6, Afb. T) intact is Controleer of de optionele acculader op het stroomnet is aangesloten. De zijborstel werkt niet.

Controleer of de zekering (7, Afb. T) intact is

De machine werkt alleen in stilstand, maar gaat uit als hij moet bewegen en het rode lampje brandt.

Laad de accu opnieuw op. Vervang de accu als het probleem zich blijft voordoen.

De accu werkt niet lang.

Monteer een accu met grotere capaciteit. ( min. 140 Ah)

OPMERKING Als de machine met optionele gemonteerde acculader is aangeschaft, werkt de machine niet zonder de acculader op de machine. Als u problemen heeft met de acculader, kunt u het beste contact opnemen met een bevoegd servicecentrum. Neem voor meer informatie contact op met de servicecentra van Nilfisk. Zij beschikken over de werkplaatshandleiding.

146 2357 000(1)2005-03 A FLOORTEC 550 B