SRP-280285 - Wetenschappelijke rekenmachine CITIZEN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SRP-280285 CITIZEN in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Wetenschappelijke rekenmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SRP-280285 - CITIZEN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SRP-280285 van het merk CITIZEN.
GEBRUIKSAANWIJZING SRP-280285 CITIZEN
Andere functies ( X , √, 2–15 2–16
Algemene inleiding 1–1 De voeding Aan- en uitzetten Om de rekenmachine aan te zetten, drukt u op [ ON ]; Om de rekenmachine uit te zetten, drukt u op [ 2nd ] [ OFF ]. De batterijen vervangen De SRP-280 wordt gevoed door twee alkalinebatterijen (GP76A). De SRP-285 wordt gevoed door één alkalinebatterij (GP76A) en één zonnecel. Als het beeldscherm zwakker wordt en de gegevens moeilijk leesbaar worden (in het bijzonder wanneer de verlichting zwak is voor de SRP-285), moet u de batterij zo snel mogelijk vervangen. Het vervangen van de batterijen :
1) Draai de schroeven los en verwijder het achterdeksel.
2) Verwijder de oude batterijen en plaats de nieuwe batterijen
zoals aangegeven wordt op het polariteitschema dat is aangebracht in het batterijcompartiment. Breng de schroeven weer op hun plaats aan en druk vervolgens op [ ON ] om de rekenmachine aan te zetten. Automatisch uitschakelen (Auto Power-Off) Deze rekenmachine schakelt automatisch uit na ongeveer 9~15 minuten zonder activiteit. Zet de rekenmachine opnieuw aan door op de toets [ ON ] te drukken. Het beeldscherm, het geheugen en de instellingen worden onthouden en zullen niet beïnvloed worden wanneer de rekenmachine automatisch uitschakelt Het opnieuw instellen Wanneer de rekenmachine tijdens de werking niet reageert of ongewone resultaten vertoont, drukt u op [ 2nd ] [ RESET ]. Op het beeldscherm zal nu een bericht verschijnen dat u vraagt of u al dan niet de rekenmachine opnieuw wil instellen en de geheugeninhoud wil wissen.
Gebruik de [ ] toets om de cursor naar " Y " te verplaatsen en druk vervolgens op [ ENTER ] om alle variabelen, programma’s, wachtende taken, statistische gegevens, antwoorden, vorige invoer en geheugen te wissen. Kies " N " indien u het opnieuw instellen van de rekenmachine wilt annuleren. Wanneer de rekenmachine geblokkeerd is en niet op toetsaanslagen reageert, druk dan tegelijkertijd op [ 0 ] en [ DMS ] om deze situatie te verhelpen. Deze handeling zal alle instellingen terugzetten naar de standaardinstellingen. D–3 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 1–2 Het contrast bijregelen Druk op de [ MODE ] toets en druk vervolgens op [ ] of [ ] om het contrast te verlagen of te verhogen. Hou één van beide toetsen ingedrukt om het beeldscherm donkerder of lichter te maken. 1–3 Het beeldscherm Het beeldscherm bestaat uit de invoerregel, de resultaatregel, en de indicators Indicator Invoerregel M A I N Indicator 74 – 8 ÷ 7
Resultaatregel Invoerregel DeSRP-280 kan ingevoerde getallen weergeven met maximaal 76 cijfers. De SRP-285 kan ingevoerde getallen weergeven met maximaal 80 cijfers. De ingevoerde getallen beginnen aan de linkerkant; getallen met meer dan 11 cijfers schuiven op naar links. Druk op [ ] of [ ] om de cursor doorheen een ingevoerd getal te verplaatsen. Druk op [ 2nd ] [ ] of [ 2nd ] [ ] om de cursor onmiddellijk naar het begin of het einde van het ingevoerde getal te verplaatsen. Resultaatregel Het beeldscherm kan een resultaat met 10 cijfers, weergeven in decimale vorm, met een minteken, met een " x10 " indicator en met een positieve of negatieve exponent van 2 cijfers. Resultaten die het maximaal aantal cijfers overschrijden worden weergegeven in de wetenschappelijke notatie. Indicators Indicator
2nd MODE MAIN STAT Base-n VLE CPLX DEGRAD ENGSCI TAB De volgende indicators verschijnen op het beeldscherm om de huidige status van de rekenmachine aan te geven. Betekenis Zelfstandig geheugen Het resultaat is een negatief getal of de invoerregel is vol De tweede functietoets is actief. Modusselectie is actief De hoofdmodus is actief De statistische modus is actief De getalbasis modus is actief De variabele lineaire vergelijkingmodus is actief De kwadratische vergelijkingmodus is actief De complexe getalmodus is actief Hoekmodus: DEGrees, GRADs, of RADs ENGineering of SCIentific notatie Het aantal decimalen dat getoond wordt staat vast D–4 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 HYP BUSY
De hyperbolische functie zal berekend worden Er wordt een bewerking uitgevoerd Er staan nog meer cijfers aan de linker- of rechterkant van het beeldscherm Er zijn vroegere of latere resultaten die weergegeven kunnen worden 1–4 Toetsaanduidingen Vele toetsen van de rekenmachine hebben meer dan één functie. Elke functie van een toets wordt op een verschillende manier op de toets aangeduid zodat u gemakkelijk en snel de gewenste functie kunt vinden. Aanduiding op het toetsenbord Wit Betekenis Rechtstreekse invoer Geel Druk eerst op [ 2nd ] en vervolgens op de toets Groen Druk op de toets in de Base-n modus 1–5 Alvorens het uitvoeren van berekeningen Een modus selecteren Druk op [ MODE ] om een menu met de verschillende modi weer te geven. U kunt één van de volgende zes modi selecteren: " 0) MAIN ", " 1)STAT ", " 2)Base-n ", " 3)CPLX ", " 4)VLE ", " 5)QE ". Voorbeeld: selectie van de modus " 2)Base-n ": ] of Methode 1: Schuif doorheen het menu aan de hand van [ ] totdat "2)Base-n" weergegeven wordt. Selecteer de gewenste modus door op [ ENTER ] te drukken. Methode 2: Toets onmiddellijk het nummer van de modus, [ 2 ] , in, om de gewenste modus te selecteren. Een optie in het weergegeven menu kiezen Er zijn vele functies en instellingen beschikbaar in de menu’s. Een menu is een lijst met opties die weergegeven worden op de invoerregel. Voorbeeld: Door te drukken op de [ DRG ] toets wordt het menu voor de keuze van de hoekinstelling in de MAIN modus weergegeven: Methode : Druk op [ DRG ] om het menu weer te geven en verplaats de cursor aan de hand van [ ] of [ naar de gewenste optie. Druk op [ ENTER ] wanneer de gewenste onderlijnd is. Een menu-optie die gevolgd wordt door een argumentwaarde kunt u selecteren door de argumentwaarde in te toetsen wanneer de optie onderlijnd is. De menu-optie en de argumentwaarde wordt weergegeven op het vorige scherm. D–5 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 De " 2nd " toetsen gebruiken Wanneer u op de [ 2nd ] toets drukt, zal de " 2nd " indicator op het beeldscherm verschijnen om u te verwittigen dat u de tweede functie gaat openen van de volgende toets die u indrukt. Indien u per ongeluk op de [ 2nd ] toets drukt, druk dan nogmaals op de [ 2nd ] toets om de " 2nd " indicator te laten verdwijnen. De cursor Druk op de [ ] of [ ] toets om de cursor naar links of rechts verplaatsen. Hou één van beide toetsen ingedrukt om de cursor aan een hoge snelheid te verplaatsen. Druk op de [ ] of [ ] toets om het beeldscherm naar boven of beneden te schuiven en eerdere invoer of antwoorden te bekijken. U kunt eerdere invoer opnieuw gebruiken of wijzigen wanneer het zich op de invoerregel bevindt. Verbeteringen maken tijdens het intoetsen Om een teken met de cursor te wissen, onderlijnt u het teken door de cursor aan de hand van de [ ] of [ ] toets op de gewenste plaats te brengen en drukt u op [ DEL ] om het teken te wissen. Hou [ DEL ] ingedrukt om alle tekens rechts van de cursor te wissen. Elke keer dat u op [ DEL ] drukt, zal het teken direct links van de cursor gewist worden. Om een teken te vervangen, onderlijnt u het teken door de cursor aan de hand van de [ ] of [ ] toets op de gewenste plaats te brengen en toetst u het nieuwe getal in om het vorige teken te vervangen. Om een teken in te voegen, verplaatst u de cursor naar de positie waar u het teken wilt invoegen. Vervolgens drukt u op [ 2nd ] [ INS ] en toetst u het gewenste teken in. (Opmerking) : De knipperende cursor " " betekent dat de rekenmachine zich in de invoermodus bevindt. Wanneer de knipperende cursor als " _ " weergegeven wordt dan bevindt de rekenmachine zich in de overschrijfmodus. Druk op de [ CL ] toets om alle ingevoerde tekens te wissen. De herhaalfunctie De herhaalfunctie (Replay) slaat de laatst uitgevoerde bewerking op. Nadat de bewerking is uitgevoerd kunt u op de [ ] of [ toets drukken om de bewerking vanaf het begin of het einde weer te geven. U kunt de cursor verder verplaatsen aan de hand van ] of [ ] om de waarden of opdrachten te bewerken. Om een cijfer te verwijderen, drukt u op [ DEL ]. (of, in de overschrijfmodus, typt u gewoon over het cijfer). Zie Voorbeeld 1. De herhaalfunctie van de SRP-280 kan ingevoerde gegevens tot 228 tekens opslaan. De herhaalfunctie van de SRP-285 kan D–6 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 ingevoerde gegevens tot 320 tekens opslaan. Na de uitvoering of tijdens het invoeren, kunt u op [ ] of [ ] drukken om de invoerstappen weer te geven en waarden of opdrachten te bewerken voor volgende uitvoering. Zie Voorbeeld 2. (Opmerking) : De herhaalfunctie wordt niet gewist, zelfs wanneer u op [ CL ] drukt of de rekenmachine uitschakelt. U kunt dus zelf de inhoud opvragen nadat u op [ CL ] gedrukt heeft. De inhoud van de herhaalfunctie wordt wel gewist wanneer u van modus verandert. Foutieve invoer weergeven Wanneer er een ongeldige rekenkundige bewerking wordt ingevoerd dan zal de cursor u tonen waar de fout is. Druk op [ ] of [ ] om de cursor te verplaatsen en toets vervolgens de correcte waarde in. U kunt ook een fout wissen door op [ CL ] te drukken en vervolgens de waarden en de uitdrukking opnieuw in te toetsen vanaf het begin. Zie Voorbeeld 3. Berekeningen met het geheugen Druk op [ M+ ] om een resultaat aan het actieve geheugen toe te voegen. Druk op [ M– ] om de waarde uit het actief geheugen te wissen. Om de waarde in het actief geheugen op te vragen, drukt u op [ MRC ]. Om het actief geheugen te wissen drukt u tweemaal op [ MRC ]. Zie Voorbeeld 4. De rekenmachine heeft acht geheugenvariabelen voor herhaaldelijk gebruik: A, B, C, X, Y, X1, X2 en PROG. U kunt een werkelijk getal in de variabelen A, B, C, X, Y, X1, X2 en een uitdrukking in PROG opslaan. Zie Voorbeeld 5.
[ P/V RCL ] vraagt alle variabelen op. [ SAVE ] slaat de waarden op in de variabelen. [ 2nd ] [ RECALL ] vraagt de waarde van de variabele op. [ 2nd ] [ CL-VAR ] verwijdert alle variabelen, uitgezonderd PROG. [ 2nd ] [ CL-PROG ] verwijdert de inhoud van PROG. Volgorde van de bewerkingen Elke berekening wordt uitgevoerd in de volgende prioriteitsvolgorde:
1) Uitdrukking tussen haakjes.
2) Coördinaattransformatie en functies van het type B die het
indrukken van de functietoets vereisen alvorens het invoeren,
bijvoorbeeld, sin, cos, tan, sin , cos , tan , sinh, cosh, tanh,
sinh , cosh , tanh , log, ln, 10 , e , √, NEG, NOT, X'( ) en Y'( )
3) Functies van het type A die het invoeren van waarden vereisen
alvorens u op de functietoets kunt drukken, bijvoorbeeld, x , , ! , X , %, r, g.
4) Machtsverheffingen ( ^ ), X
6) Verkort vermenigvuldigingsformaat dat zich voor de variabelen
8) Verkort vermenigvuldigingsformaat dat zich voor functies van
- Wanneer functies met dezelfde prioriteit gebruikt worden in een reeks, dan worden deze functies uitgevoerd van rechts naar links.
e ln120 e { ln (120 ) } In andere gevallen gebeurt de uitvoering van links naar rechts.
- Samengestelde functies worden uitgevoerd van rechts naar links.
- De gegevens binnen de haakjes hebben altijd de hoogste prioriteit Nauwkeurigheid en capaciteit
Uitvoer: ± 10 cijfer Berekening: SRP-280 → 24 cijfers SRP-285 → 14 cijfers In het algemeen wordt elke logische berekening weergegeven door een mantisse (het getal dat voor de exponent staat) met maximum 10 cijfers of een mantisse met 10 cijfers plus een exponent met 2 ± 99 cijfers tot 10 De ingevoerde getallen moeten zich bevinden in het bereik van de onderstaande functies: Functies sin x cos x tan x Invoerbereik Deg : x < 4.5 x 10 10 deg Rad : x < 2.5 x 10 8πrad
y > 0 : x ≠ 0, –1 x 10 < log Y < 100 y=0:x>0 y < 0 : x=2n+1, l/n, n is een geheel getal. (n≠0)
maar: –1 x 10 < log y < 100
0 ≤ r ≤ n, n <10 , n,r zijn gehele getallen. x < 1 x 10 100 , y < 1 x 10 100 D–9 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 Base–n SRP-280 : 1–VAR : n ≤ 40, 2–VAR : n ≤ 40 SRP-285 : 1–VAR : n ≤ 42, 2–VAR : n ≤ 42 FREQ. = n, 0 ≤ n < 10 σx,σy, x , y ,a, b, r : n≠0 ; Sx, Sy: n≠0, 1 DEC : – 2147483648 ≤ X ≤ 2147483647 BIN : 10000000000000000000000000000000 ≤ X ≤ 11111111111111111111111111111111 (voor negatieve getallen) 0≤X≤ (voor nul, positieve getallen) OCT : 20000000000 ≤ X ≤ 3777777777(voor negatieve getallen) 0 ≤ X ≤ 17777777777 (voor nul of positieve getallen) HEX : 80000000 ≤ X ≤ FFFFFFFF (voor negatieve getallen) 0 ≤ X ≤ 7FFFFFFF (voor nul of positieve getallen) Foutmeldingen Een foutmelding zal op het beeldscherm verschijnen en verdere berekeningen zullen onmogelijk worden wanneer er zich één van de onderstaande situaties voordoet. SRP-280 SRP-285 DOMAIN Er Wanneer een opgegeven DOMAIN Error argument buiten het geldig bereik van de functie ligt. DOMAIN Er De FREQ-waarde (in 1-VAR FREQ DOMAIN Error stats) < 0 of is geen geheel getal. DIVIDE BY 0 U hebt geprobeerd een deling door 0 uit te voeren OVERFLOW Er Wanneer het resultaat van de functieberekeningen het opgegeven bereik overschrijdt. STAT Er DIVIDE BY 0 Error OVERFLOW Error Wanneer u in de niet STATmodus, op [ DATA ] of [ STATVAR ] drukt. D – 10 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 STAT Error SYNTAX Er (1) Er werden invoerfouten gemaakt. (2) Wanneer er onjuiste argumenten gebruikt zijn in opdrachten of functies die argumenten vereisen. SYN Error NO SOL MULTI SOLS De simultane vergelijking heeft geen oplossing of is oneindig in de VLE-modus. NO SOL MULTI SOLS NO REAL SOL De kwadratische vergelijking heeft geen reële oplossing in de QE-modus. LENGTH Er Een invoer in de SRP-280 overschrijdt 84 cijfers (De limiet voor de SRP-285 is 88 cijfers) na een impliciete vermenigvuldiging met autocorrectie.
IMP LENGTH Error Druk op de [ CL ] toets om de bovenstaande foutmeldingen te wissen.
Modus 0 - MAIN 2–1 Rekenkundige bewerkingen Rekenkundige bewerkingen worden uitgevoerd door de toetsen in te drukken in dezelfde volgorde als de uitdrukking. Zie Voorbeeld Voor negatieve waarden, drukt u op [ (−) ] alvorens de waarde in te geven. Zie Voorbeeld 7. gemengde rekenkundige bewerkingen hebben vermenigvuldigingen en delingen een hogere prioriteit dan optellingen en aftrekkingen. Zie Voorbeeld 8.
Resultaten die groter zijn dan 10 of kleiner zijn dan 10 weergegeven in de exponentiële vorm. Zie Voorbeeld 9 2–2
worden Weergaveformaten Druk op [ 2nd ] [ TAB ] om het menu weer te geven voor het selecteren van het formaat van het aantal decimale plaatsen. Om het aantal decimale plaatsen in te stellen op n ( F0123456789 ), toets u de n-waarde rechtstreeks in of drukt u op de [ ENTER ] toets wanneer het gewenste getal onderlijnd is. (De standaardinstelling is de drijvende komma notatie F en de nwaarde is • ). Zie Voorbeeld 10. Zelfs wanneer het aantal decimale plaatsen ingesteld is, wordt de interne berekening voor een mantisse uitgevoerd tot op 14 cijfers voor de SRP-285 en 24 cijfers voor de SRP-280, en wordt de weergavewaarde opgeslagen in 10 cijfers. Om deze waarden af D – 11 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 te ronden op het ingestelde aantal decimale plaatsen, drukt u op [ 2nd ] [ RND ]. Zie Voorbeeld 11. De weergaveformaten voor getallen kunnen in het menu weergegeven worden door op [ 2nd ] [ SCI/ENG ] te drukken. De menu-opties in het menu zijn: FLO (drijvende komma notatie), SCI (wetenschappelijke notatie), en ENG (technische notatie). Druk op [ ] of [ ] totdat het gewenste formaat onderlijnd is, en druk vervolgens op [ ENTER ]. Zie Voorbeeld 12. (Opmerking) : In het technisch (engineering) formaat worden de getallen op dezelfde wijze weergegeven als in het wetenschappelijk formaat, alleen kan in het technisch formaat de mantisse drie cijfers links van het decimaalteken hebben in plaats van slechts één. In het technisch formaat is de exponent dus steeds een veelvoud van drie. Dit is nuttig wanneer ingenieurs eenheden converteren gebaseerd op veelvouden van 10 3. U kunt een getal invoeren in mantisse of in de exponentiële vorm door te drukken op de [ EXP ] toets. Zie Voorbeeld 13. 2–3 Berekening met haakjes Bewerkingen binnen de haakjes worden altijd eerst uitgevoerd. De SRP-280 kan 14 niveaus van opeenvolgende haakjes in een enkele berekening verwerken. De SRP-285 kan 22 niveaus van opeenvolgende haakjes in een enkele berekening verwerken. Zie Voorbeeld 14. Gesloten haakjes die zich onmiddellijk voor de bewerking van de [ ENTER ] toets bevinden, kunnen weggelaten worden, ongeacht hoeveel er vereist zijn. Zie Voorbeeld 15. Een vermenigvuldigingsteken " x " dat zich onmiddellijk voor een open haakje bevindt kan weggelaten worden. Zie Voorbeeld 16. (Opmerking) : De rekenmachine kan een automatische verbetering (autocorrectie) doen van afgekorte vermenigvuldigingen die zich voor alle functies bevinden, uitgezonderd geheugenvariabelen, linkse haakjes en functies van het type B. Van nu af aan zullen de vermenigvuldigingen van het afgekorte type niet meer in deze handleiding gebruikt worden. Zie Voorbeeld 17. Het correcte resultaat kan niet verkregen worden door [ ( ] 2 [ + ] 3 [ ) ] [ EXP ] 2 in te voeren. Zorg ervoor dat u in het onderstaand voorbeeld [ x ] 1 tussen [ ) ] en [ EXP ] invoegt. Zie Voorbeeld 18. 2–4 Procentberekening Druk op [ 2nd ] [ % ] om het getal op het beeldscherm te delen door 100. Gebruik deze knop om percentages, intresten, kortingen en percentageverhoudingen te berekenen. Zie Voorbeeld 19. D – 12 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 2–5 Doorlopend berekenen U kunt de laatst uitgevoerde bewerking herhalen door op de [ = ] toets te drukken voor verdere berekening. Zie Voorbeeld 20. Zelfs wanneer de berekeningen beëindigd worden met de [ = ] toets, kunt u het bekomen resultaat toch nog gebruiken voor verdere berekeningen. Zie Voorbeeld 21. 2–6 Antwoordfunctie De antwoordfunctie slaat het meest recente resultaat op. Het resultaat wordt zelfs bewaard wanneer u de rekenmachine afzet. Eens dat er een numerieke waarde of een numerieke uitdrukking ingevoerd wordt en u drukt op [ ENTER ], wordt het resultaat opgeslagen door deze functie. Zie Voorbeeld 22. (Opmerking) : Zelfs wanneer de uitvoering van een berekening resulteert in een fout wordt de huidige waarde toch nog bewaard in het antwoordgeheugen. 2–7 Logaritme en antilogaritme De rekenmachine kan algemene en natuurlijke logaritmes en antilogaritmes berekenen aan de hand van de toetsen [ LOG ],
[ LN ], [ 2nd ] [ 10 ], en [ 2nd ] [ e ]. Zie Voorbeeld 23. 2–8 Bewerkingen met breuken Breuken worden als volgt op het beeldscherm voorgesteld: 5 / 12 Op het beeldscherm:
Om een gemengd getal in te voeren, toetst u het geheel getal in,
drukt u op [ A /c ], toetst u de teller in, drukt u op [ A /c ], en toetst u de noemer in. Om een breuk in te voeren, toetst u de teller in, drukt u op [ A /c ], en toets u de noemer in. Zie Voorbeeld 24. 56 ∪ 5 /12 Op het beeldscherm: 56 Wanneer u tijdens een bewerking met een breuk op een functieopdracht toets, zoals: ( [ + ], [ – ], [ x ] of [ ] ) of de [ = ] toets drukt, zal de breuk zoveel mogelijk vereenvoudigd worden.
/e ] te drukken kunt u overschakelen Door op [ 2nd ] [ A /c tussen de meest nauwkeurige waarde en eenvoudigste waarde. Zie Voorbeeld 25. Om de weergave van het resultaat over te schakelen tussen een decimaal en een breuk, drukt u op [ 2nd ] [ F D ] en vervolgens op [ ENTER ]. Zie Voorbeeld 26. Berekeningen die zowel breuken als decimale getallen bevatten worden berekend in decimaal formaat. Zie Voorbeeld 27. 2–9 Hoekconversie Druk op [ DRG ] om het hoekmenu weer te geven en de eenheid van de hoek (DEG, RAD, GRAD) in te stellen. De verhouding tussen de drie hoekeenheden is: D – 13 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 180°=πrad = 200 grad Hoekconversies ( Zie Voorbeeld 28. ) :
1. Verander de standaard hoekinstelling naar de eenheid
waarnaar u wilt converteren.
2. Voer de waarde van de te converteren eenheid in.
3. Druk op [ DMS ] om het menu weer te geven. De eenheden
die u kunt selecteren zijn: °(graden), (minuten), (seconden),
(radialen), ( gradians ) of DMS (Graden-MinutenSeconden).
4. Kies de eenheid waarvan u wilt converteren.
5. Druk tweemaal op [ ENTER ].
Selecteer “ DMS ” om de vooraf ingevoerde hoekwaarde naar de DMS-notatie te converteren. Als het resultaat van deze conversie bijvoorbeeld 1°30′0 ″ zou zijn, dan is de waarde van de hoek: 1 graad, 30 minuten en 0 seconden. Zie Voorbeeld 29. Om een DMS-notatie naar een decimale notatie te converteren, selecteert u °(graden), ′ (minuten), ″ (seconden). Zie Voorbeeld
2–10 Trigonometrische / Inverse trig. functies De SRP-280 / SRP-285 is voorzien van de standaard trigonometrische functies en inverse trigonometrische functies –1
sin, cos, tan, sin , cos en tan . Zie Voorbeeld 31. (Opmerking) : Wanneer u deze toetsen gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de rekenmachine ingesteld staat op de gewenste hoekeenheid. 2–11 Hyperbolische / Inverse hyp. functies De SRP-280 / SRP-285 gebruikt [ 2nd ] [ HYP ] om de hyperbolische en inverse hyperbolische functies, – sinh, cosh,
tanh, sinh , cosh en tanh te berekenen. Zie Voorbeeld 32. (Opmerking) : Wanneer u deze toetsen gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de rekenmachine ingesteld staat op de gewenste hoekeenheid. 2–12 Coördinaattransformatie Druk op [ 2nd ] [ R P ] om een menu weer te geven voor de conversie van rechthoekige coördinaten naar polaire coördinaten of omgekeerd. Zie Voorbeeld 33. Rechthoekige coördinaten Polaire coördinaten D – 14 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 x + y i = r (cosθ+ i sinθ) (Opmerking) : Wanneer u deze toetsen gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de rekenmachine ingesteld staat op de gewenste hoekeenheid. 2–13 Waarschijnlijkheid Druk op [ PRB ] om het waarschijnlijkheidsmenu weer te geven. Zie Voorbeeld 34. Dit menu heeft de volgende functies: nPr nCr
RANDM RAND 2–14 Berekent het aantal mogelijke permutaties van r uit n objecten. Berekent het aantal mogelijke combinaties van r uit n objecten. Berekent de faculteit van een opgegeven positief geheel getal n , waarbij n≦69. < SRP-280 > Genereert een willekeurig getal tussen 0 en 1. < SRP-285 > Genereert een willekeurig getal tussen 0 en 1. Andere functies ( X–1, √,
, X 2, ^ ) Met de rekenmachine kunt u ook de volgende functies uitvoeren: inverse machtsverheffing ( [ x ] ), vierkantswortel ( [ √ ] ), universele wortel ( [ X ] ), kwadraat ( [ x ] ) en exponentiële functies ( [ ^ ] ). Zie Voorbeeld 35. 2–15 Conversie van eenheden De rekenmachine heeft een ingebouwde functie voor de conversie van eenheden, die u toelaat getallen van het metriek stelsel te converteren naar het Engels stelsel en omgekeerd. Zie Voorbeeld 36.
1. Toets het getal in dat u wilt converteren.
2. Druk op [ 2nd ] [ CONV ] om het menu weer te geven. Er
zijn 7 submenu’s die afstand, oppervlakte, temperatuur, capaciteit, gewicht, energie en druk behandelen. ] of [ ] toets om doorheen de lijst met de
verschillende eenheden te schuiven en selecteer de gewenste eenheid door op [ ENTER ] te drukken. ] of [ ] om het ingevoerde getal naar een
andere eenheid te converteren. 2–16 Constanten Het CONST-menu heeft u toegang tot een aantal ingebouwde constanten voor het gebruik in uw berekeningen. De rekenmachine heeft de volgende ingebouwde constanten: Symbool Betekenis
Waarde 299792458 m / s Lichtsnelheid in een vacuüm D – 15 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24 Aardeversnelling door de zwaartekracht Zwaartekrachtconstante Molaire volume van ideaal gas Avagadro getal 9.80665 m.s –11
Massa van een elektron 9.109389754 x 10 Massa van een proton(SRP-280) Massa van een proton(SRP-285) Plank constante Boltzmann constante 1.672623110 x 10 –27 1.672623110 x 10 –34 6.626075540 x 10 J.s –23 1.38065812 x 10 J.K
–27 Volg de onderstaande stappen om een constante op de plaats van de cursor in te voegen ( Zie Voorbeeld 37.) :
Druk op [ CONST ] om het constantenmenu weer te geven.
] totdat de gewenste constante onderlijnd is. Modus 1 - STAT Er zijn drie menuwerkingen in het statistisch menu: 1–VAR ( voor het analyseren van gegevens in één enkele gegevensset), 2–VAR (voor het analyseren van gepaarde gegevens in twee gegevenssets) en CLR–DATA ( voor het wissen van alle gegevenssets). Zie Voorbeeld 38. Om gegevens voor statistische analyse in te voeren:
1. In het statistisch menu, kiest u 1 -VAR of 2 - VAR.
2. Druk op [ DATA ].
3. Voer een x –waarde in en druk op [
4. Voer de frequentie ( FREQ voor SRP-280 / F voor SRP-285) van
de x-waarde in (in 1–VAR modus) of de overeenkomende ywaarde ( in 2–VAR modus ) en druk op [
5. Herhaal stap 3 om meer gegevens in te voeren.
Om de ingevoerde gegevens te analyseren:
1. Druk op[ STATVAR ] om een reeks statistische variabelen (zie
onderstaande tabel) op het statistische resultaatmenu weer te geven. De eerste variabele ( n ) is onderlijnd en zijn waarde bevindt zich op de resultaatregel. ] om door het statistische resultaatmenu te
schuiven. De waarde van elke variabele wordt weergegeven op de resultaatregel. D – 16 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24
3. U kunt een weergegeven waarde in een bewerking te
gebruiken, door op [ ENTER ] te drukken. De waarde wordt gekopieerd naar de invoerregel.
4. Om een waarde voor x (of y) te voorspellen wanneer er een
waarde voor y (of x) gegeven is, selecteer de x ' (of y ') variabele, druk op [ ENTER ], voer de opgegeven waarde in en druk nogmaals op [ ENTER ]. Variabele Betekenis
Het aantal ingevoerde x-waarden of x-y paren. Gemiddelde van de x-waarden of y-waarden Standaardafwijking van de steekproef van de xwaarden of y-waarden. Standaardafwijking van de populatie van de xwaarden of y-waarden De som van alle x-waarden of y-waarden
De som van alle x -waarden of y -waarden De som van (x x y) van alle x-y paren Snijpunt met de y-as van de lineaire regressie Helling van de lineaire regressie Correlatiecoëfficiënt Voorspelde x-waarde, wanneer a, b, en ywaarde opgegeven zijn Voorspelde y-waarde, wanneer a, b, en xwaarde opgegeven zijn. (Opmerking) : Indien er onder het STATVAR menu, een ] of [ foutmelding verschijnt, kunt u op [ drukken om de volgende waarde van de statistische variabele weer te geven. To view or change data :
] om door de gegevens te schuiven die u ingevoerd heeft.
3. Om een ingevoerde waarde te veranderen, dient u het weer te
geven en vervolgens de nieuwe gegevens in te voeren. De nieuwe ingevoerde gegevens zullen de vroegere invoer ] of [ ENTER ] om de verandering op overschrijven. Druk op [ te slaan. (Opmerking) : Zelfs wanneer u de STAT modus afsluit, zullen alle gegevens in de 1–VAR en 2–VAR modus bewaart blijven tenzij u alle gegevens wist door de D–CL modus te selecteren. D – 17 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24
Modus 2 - Base-n 4–1 Grondtalconversie In deze modus kunt u de getalbasis (10, 16, 2, 8 ) instellen door op [ 2nd ] [ dhbo ] te drukken. Selecteer de gewenste getalbasis in het weergegeven menu door het te onderlijnen en vervolgens op [ ENTER ] te drukken. Het overeenkomstig symbool – " d ", " h ", " b ", " o " zal op het beeldscherm weergegeven worden. (De standaardinstelling is d: decimale getalbasis). Zie Voorbeeld 39. (Opmerking) : In deze mode kunt u werken met de volgende cijfers: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, A, B, C, D, E, F. Indien er een waarde gebruikt wordt die niet geldig is voor de gekozen getalbasis, wijs dan de overeenkomstige indicator (d, h, b, o) toe, of er zal een foutmelding verschijnen. Binaire getalbasis ( b ) : 0, 1 Octale getalbasis( o ) : 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 Decimale getalbasis ( d ) : 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 Hexadecimale getalbasis ( h ) : 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, A, B, C, D, E, F ] te drukken kunt u de blokfunctie gebruiken om een Door op [ resultaat met meer dan 8 cijfers in de octale of binaire getalbasis weer te geven. Het systeem kan maximaal 4 blokken weergeven. Zie Voorbeeld 40. 4–2 Negatieve uitdrukking In de binaire, octale, en hexadecimale getalbasissen, stelt de rekenmachine negatieve nummers voor aan de hand van de complementnotatie. Het complement is het resultaat dat bekomen wordt in deze getalbasis door het getal van 10000000000 af te trekken, door op de [ NEG ] toets in een niet-decimale getalbasis te drukken. Zie Voorbeeld 41. 4–3 Rekenkundige basisbewerkingen in andere getalbasissen Met de rekenmachine kunt u berekeningen maken met nietdecimale grondtallen. De rekenmachine kan binaire, octale en hexadecimale getallen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Zie Voorbeeld 42. 4–4 Logische functies Logische functies worden uitgevoerd aan de hand van logische operators (AND), negatieve logische operators (NAND), logische sommen (OR), exclusieve logische sommen (XOR), negaties (NOT), en negaties van exclusieve logische sommen (XNOR). Zie Voorbeeld 43. D – 18 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24
Modus 3 - CPLX In de complexe getalmodus kunt u complexe getallen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Zie Voorbeeld 44. De resultaten van een complexe bewerking worden als volgt weergegeven:
Reële waarde Absolute waarde
Imaginaire waarde Argument waarde Modus 4 - VLE De lineaire vergelijkingsmodus met variabelen (VLE) kan een stelsel van simultane vergelijkingen met twee onbekenden, zoals de onderstaande, oplossen: ax+by=c d x + e y = f, waarbij x en y onbekend zijn. In de VLE modus, dient u enkel elke coëfficiënt ( a, b, c, d, e, f ) in de juiste volgorde in te voeren en de rekenmachine zal automatisch de waarde van x en y berekenen. Zie Voorbeeld 45.
Modus 5 - QE De kwadratische vergelijkingsmodus (QE) kan een vergelijking, zoals de onderstaande, oplossen: a x 2 + b x + c = 0, waarbij x onbekend is. In de QE modus, dient u enkel elke coëfficiënt ( a, b, c ) in de juiste volgorde in te voeren en de rekenmachine zal automatisch de waarde van x berekenen. Zie Voorbeeld 46. D – 19 File name : SR19-Dutch.doc vision : 2003/08/24
Notice-Facile