CS 2150 - Kettingzaag JONSERED - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 2150 JONSERED in PDF-formaat.
| Producttype | 2-takt benzinekettingzaag |
| Cilinderinhoud | 49,4 cm3 |
| Maximaal vermogen | 2 300 W (3,1 pk) |
| Zaagbladlengte | 45 cm (18 inch) - compatibel 33 tot 45 cm |
| Kettingsteek | 0,325'' |
| Brandstoftankcapaciteit | 0,5 L |
| Kettingsmeertankcapaciteit | 0,26 L |
| Gewicht | 5 kg |
| Geluidsniveau | 113 dB(A) |
| Anti-vibratiesysteem | Ja |
| Kettingrem | Ja (handbeschermer + automatische activering) |
| Luchtfiltering | Turbo air cleaning (centrifugale voor-scheiding) |
| Ketting spanner | Zijdelings, gereedschaploos |
| Startmechanisme | Spin Start + pomp |
| Aanbevolen gebruik | Bosbezitters, deeltijdprofessionals |
Veelgestelde vragen - CS 2150 JONSERED
Gebruikersvragen over CS 2150 JONSERED
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kettingzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 2150 - JONSERED en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 2150 van het merk JONSERED.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 2150 JONSERED
Symbolen op de machine:
WAARSCHUWING! Motorkettingzagen kunnen gevaarlijk zijn! Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in ernstig letsel of overlieden van de gebruiker of anderen.
Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik de machine Niet voor u alles duidelijk heeft begrepen.


Draag altijd:
- Goedgekeurde veiligheidshelm
- Goedgekeurde gehoorbeschemmers
Veiligheidsbril of vizier

Dit product voldoet aan de geldende CE-richtlijnen.

Geluidsemissie maar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap. De emissie van de machine worden aangegeven in het hoofdstuk Technische gegevens en op plaatjes.

Overige op de machine aangegeven symbolen/ plaatjes verwijzenaar specifieke eisen aan certificering op bepaalde markten.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing:
Controle en/of onderhoud moet altijd uitgevoerd worden met uitgeschakelde motor en de stopschakelaar in de STOP-stand.
Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen.
Moet regelmatig schoongemaakt worden.
Controleer met het blote oog.
Gebruik van veiligheidsbril of vizier verplicht.
Brandstof bijvullen.
Olie bijvullen en afstellen van oliestroom.
De kettingrem要去 geactiveerd zich wanner u de motorkettingzaag start.
WAARSCHUWING! Er kan terugslag optreden wanneer de punt van het zaagblad in contact komt met een voorwerp en een reactie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog en maarachtenaar de gebruiker toe komt. Dit kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.









Inhoud
VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
Symbolen op de machine: 84
Symbolen in de gebruiksaanwijzing: 84
INHOU
Inhoud 85
INLEIDING
Besteklant! 86
WAT IS WAT?
Wat is wat op de motorkettingzaag? 87
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Maatregelen voor gebruik van een neue motorkettingzaag 88
Belangrijk 88
Gebruik altijd uw gezond verstand. 88
Persoonlijke veiligheidsuitrusting 89
Veiligheidsuitrusting van de machine 89
Snijuitrusting 93
MONTEREN
Monteren van zaagblad en ketting 99
BRANDSTOFHANTERING
Brandstof 100
Kettingolie 100
Tanken 101
Opslag voor langeijd 101
STARTEN EN STOPPEN
Starten en stoppen 102
ARBEIDSTECHNIEK
Voor ieder gebruik: 104
Algemene werkinstricties 104
Maatregelen die terugslag voorkomen 111
ONDERHOUD
Algemeen 113
Carburaturinstelling 113
Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de motorkettingzaag .... 114
Geluiddempfer 116
Starter 116
Luchtfilter 117
Bougie 118
Neuswiel van het zaagblad smeren 118
Naaldlager smeren 118
Het instellen van de oliepomp 118
Koelsysteme 119
Centrifugal reinigen "Air Injection" 119
Gebruik in de winter 119
Onderhoudsschema 120
TECHNISCHE GEGEVENS
Vijlen en vijilmallen van de zaagketting 122
EG-verklaring van overeenstemming 123
INLEIDING
Beste klant!
Gefeliciteerd met de aankoop van een Jonsered-product!
We zijn ervan overtuigd dat u de kwaliteit en prestaties van ons product gedurende een langeperiode maar volle tevredenheit zult waarden. Door de aankoop van eén van onsste producten krijt u de beschikking over professionele hulp bij reparations en service moct er toch ieis geleuren. Wanner u de machine Niet heeft gekocht bij een van onserekende dealers, kurz u hen vragen aan deichtstbijzijnde serviceworkplaats.
Wij hapen dat u tevreden zult zich met uw machine en dat deze u gedurende langeijd zal vergezellen. Denk erom dat deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kutu u de levensduur van uw machine en de tweedehandes Waarde aanzienlijk verlengen. Mocht u uw machine verkopen moet u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de新形势下 eigenaar over te dragen.
Succes met het gebruik van uw Jonsered-product!
Jonsered werkkt voortdurend aan het verder ontwikkelen vanhaar producten en houdt zich dan ook hetrecht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren.
WAT IS WAT?

Wat is wat op de motorkettingzaag?
1 Cylinderkap
2 Voorste handvat
3 Terugslagbeevilig
4 Starter
5 Kettingolietank
6 Starthendel
7 Stelschroeven carburateur
8 Chokehendel/Startgasvergrendeling
9 Achterste handvat
10 Stopschakelaar (In- en uitschakelen van ontsteking.)
11 Brandstoftank
12 Geluideddemper
13 Neuswiel
14 Ketting
15 Zaagblad
16 Schorssteun
17 Kettingvanger
18 Koppelingdeksel
19 Achterhandgreep met rechterhandbescherming
20 Gashendel
21 Gashendelvergrendeling
22 Decompressieklep (CS 2145S, CS 2150)
23 Combisleutel
24 Kettingspannerschroef
25 Gebruiksaanwijzing
26 Zaagbladbescherming
27 Schroef voor instellen van oliepomp
28 Informatie- en waarschuwingsplaatje
29 Product- en serienummerplaatje
30 Brandstofpomp
Maatregelen voor gebruik van een neue motorkettingzaag
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Controleer de montage en de afstelling van de snijuitrusting. Zie de instructies in het hoofdstuk Monteren.
Tank en start de motorzaag. Zie de instructies in de hoofdstukken Brandstofhantering en Starten en Stopen.
- Gebruik de motorkettingzaag Niet voor er voldoende kettingsmeerolie bij de zaagketting is gekommen. Zie de instructies in het hoofdstuk Smeren van de snijuitrusting.
- Langdurige bootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik waarom algijd goedgekeurde gehoorbescheming.

WAARSCHUWING! De oorspronkelijke vormgeving van de machine mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Men moet altiijd originele onderdelen gebruiken. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of Niet-originele onderdelen konnen tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden.

WAARSCHUWING! Als motorkettingzagen slordig of verkeerd gebruikt worden,uronze gevaarlijk gereedschapen en toen ernstige,zelfs levensgevaarlijke verwondingen leiden. Het is erg belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing leest en begrijpt.

WAARSCHUWING! De binnenkant van de geluiddempo bevat chemalien die kankerverwekkend hunnen. Vermijd contact met deze elementen wonneer de carburateur is beschadigd.

WAARSCHUWING! Langdurige inademing van de uiltaatgassen van de motor, kettingolienevel en stof van zaagsel kan een gezondheidsrisico vormen.

WAARSCHUWING! Het ontstekingssysteme van deze machine produeertijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden pacemakers storen. Om het risico van ernstig of fataal letsel te verminderen, raden wij aan dat Personen met een pacemaker contact opnemen met hun arts en de fabrikant van de pacemaker voor ze deze machine gaan bedieren.
Belangrijk
BELANGRIJK!
De machine is alleen gemaakt om in hout te zagen.
U mag alleen de zaagblad/zaagkettingcombinations gebruiken, die wij aanbevelen in het hoofdstuk Technische gegevens.
Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft gedronken of medicijnen heeft ingenomen, die uw gezichtsvermögen, beoordealingsvermögen of coordinatievermögen können beinvoeden.
Draag.altijd persoonlijkeveiligheidsuitrusting.Zie instructies in het hoofdstuk Persoonlijkeveiligheidsuitrusting.
Wijzig deze machine nooit zo dat hij Niet langer overeenstemt met de originele uitovoering, en gebruik de machine Niet als u denkt dat anderen hem hebben gewijzigd.
Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de onderhouds-, controle- en service-instructies van deze gebruiksaanwijzing. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen要去 uitgevoerd worden door opgeleide en gekwalificierde specialisten. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud.
Gebruik uitsluitend de in每次都 gebruiksaanwijzing aanbevolen accessoires. Zie instructies in de hoofdstukken Snijuiitrusting en Technische gegevens.
N.B.! Gebruik altijd een beschemingsbril of gezichtsvizier om het risico van verwonding door wegliegende voorwerpen te verminderen. Een motorzaag is in staat om met groe kracht voorwerpen, zoals zaagsel,kleine stukjes met hostage enz.,weg te slingeren.Dit kan leiden tot ernstig letsel,vooral aan ogen.

WAARSCHUWING! Een motor latent lopen in een afgesloten of slechtGeVentileerde ruimte kan dodelijk ongelukken verroorzaken door verstikkung of koolmonoxidevergiftingig.

WAARSCHUWING! Een verkeerde snijuitrusting of een verkeerde zaagblad/ kettingcombinatie verhoogt het risico op terugslag! Gebruik uitsluitend de zaagblad/kettingcombinaties die wij aanbevelen, en volg de vrijinstrumentie. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische geveens.
Gebruik alkijd uw gezond verstand.
Het is onmogelijk om alle denkbare situatives, waarvoor u zich geplaatst kunt zien bij het gebruik van een motorzaag, af te dekken. Wees altdijk voorzichtig en gebruik gezond verstand. Vermijd situatives, waarvoor u
zich nicht voldoende gekwalificeerd acheft. Wanner u zich, na het lezen van每次都 instructies, nog steeds onzeker voelt over de handelwijze,要去 u een expert om advies vragen voor u verdergaat. Aarzel net om contact op te nemen met uw dealer of met ons, wanner u vragen heeft over het gebruik van motorzagen. We waar ugraag van Dienst om u adviezen te geven, die u helpen uw motorzaag op een betere en veiliger manier te gebruiken. Volg een opleading in het gebruik van motorzagen. Uw dealer, bosbouwschool of uw bilbiotheek konnen u vertellen welk opleadingsmateriaal en welke cursussen beschikkaar+zijn.

Er worden voortdurend gewerkt aan het verbeteren van design en techniek - verzabeteren waardoor uw veriligheid en effectiviteit toenemen. Breng regelmatig een bezoek aan uw dealer om te zien welk nut u kurz hebben van de noviteiten die worden geintroduceerd.
Persoonlijke veiligheidsuitrusting

WAARSCHUWING! Het grootste gedeelte van de ongevallen met
motorkettingzagen gebeurt wanner de
ketting de gebruiker raakt. Bij al het
gebruik van de machine要去
goedgekeurde persoonlijke
beschemingsuitrusting gebruikt
worden. Persoonlijke
beschermingsuitrusting elimineert derisico's Niet, maar verminder het schadelijk effect in geval van een ongeval. Vraag uw dealer om raad wanner u uw utrusting koapt.

Goedgekeurdeveiligheidshelm
- Gehoorbeschemmers
Veiligheidsbril of vizier
- Handschoenen met zaagbescherming
Broeken met zaagbescherming
- Laarzen met zaagbescherming, stalen neus en anti-slip zool
- U要去 altijd een EHBO-kit bij de hand hebben.
Brandblusser en spa

Verder要去 kleding goed aansluiten zonder u in uw bewegingen te belemmeren.
BELANGRIJK! Er können vonden komen van de geluideddempert, zaagblad en hetting of een andere bron. Houd alsijt een hulpmiddel voor brandblussen beschikbaar, voor het geval u ze nodig moct hebben. Op die manier helpt u bosbranden voorkomen.
Veiligheidsuitrusting van de machine
In dit hoofdstuk worden uitgelegd wat de veriligeidsonderdelen van de machine zich, en hun functie. Voor contrôle en onderhoud zich de instructies in het hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de veriligeidsuitrusting van de motorzaag. Zie de instructies in het hoofdstuk Wat is wat?, om te zich waar deze onderdelen zich bevinden op uw machine.
De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanneer het onderhoud aan de machine Niet op de juiste manier worden uitgevoerd en wannear service en/of reparations nicht vakkundig worden gedaan. Indien umeer informatie nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde serviceworkplaats.

WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit wanneer de veiligheidsuitrusting defect is. De veiligheidsuitrusting要去 worden gecontroleerd en onderhoden. Zie de instructies in het hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de motorzaag. Als uw machine Niet door alle controles komt,要去 u ermee maar uw serviceworkplaats voor reparatie.
Kettingrem met terugslagbeveiliging
Uw motorzaag is voorzien van een kettingrem, die de ketting in geval van terugslag stopt. Een kettingrem verminder het risico op oncegallen, maar alleen u als gebruiker kutze voorkomen.

Wees voorzichtig wanner u de motorkettingzaag gezrukt en zorg ervoor dat de terugsslagriso-sector van het zaagblad nooit in contact komt met een Voorwerp.

- De kettingrem (A) wordt of handmatig geactiveerd (via uw linkerhand) of met het traagheidsmechanisme.
- Het activeren vindt plaatswanneer deterugslagbeveiliging (B) maar voren worden geduwd.


- Deze beweging activeert een met een veer gespannen mechanisme dat de remvoering (C) rond het kettingaandrijvingssysteme van de motor (D) (koppelingtrommel) spant.


- De terugslagbeveiliging werden nicht alleen geconstrueerd om de kettingrem te activeren. Een andere belangrijke functie is dat ze het risico vermindert dat de linkerhand de ketting raakt wanneer men de greed op het voorste handvat verliest.

- De kettingrem要去 geactiveerd zijn wanner u de motorzaag start, om te voorkomen dat de ketting draait.

- Gebruik de kettingrem als 'parkeerrem' bij starten en bij kortere verplaatsingen, om ongelukken te voorkomen waar bij gebruikers of omgeving onvrijwillig in contact komen met een bewegende zaagketting.

- De ketting worden ontkoppeld door de terugslagbeveiliging maar après te duwen, maar het voorste handvat.

- Een terugslag kan bliksemsnel gebeuren en erg krachtig zijn. Meestal is de terugslag erglicht en worden de kettingrem nicht altijd geactiveerd. In die geallen is het belangrijk dat men de motorkettingzaag stevig vasthoudt en Niet-Laat vallen.

Hoe de kettingrem geactiveerd worden, manueel of via het traagheidsmechanisme, worden bepaald door de sterkte van de terugslag en door de positie van de motorkettingzaag in verhouding tot het voorwerp waarmee de terugslagrisico-sector in contact komt. Bij hevige terugslag en wanner de terugslagrisicosector van de motorkettingzaag zich zo ver möglichk van de gebruiker bevindt, is de kettingrem zo geconstrueree, dat hij worden geactiveerd via het
tegenwicht van de kettingrem (traagheid) in deruergslagrichting.

Bij minder hevige terugslag en wanneer de terugslagrisico-sector van de motorkettingzaag zich dichter bij de gebruiker bevindt, worden de kettingrem manueel geactiveerd met de linkerhand.

- Bij velstand is de linkerhand in een stand, waardoor het onmogelijk is de kettingtem handmatig te activeren. Bij deze greep, d.w.z. wanneer de linkerhand zo geplaatst is dat ze de beweging van de terugslagbeveiliging Niet kan beinvloeden, kan de kettingrem uitsluitend geactiveerd worden via het traagheidsmechanisme.

Zal mijn hand de kettingrem bij terugslag algid activeren?
Nee. Er is een zekere kracht voor nodig om de terugslagbeveiliging maar voren te bewegen. Als uw hand de terugslagbeveiliging slechts Licht beroert of eroverheen gunshot, kan het gebeuren dat de kracht Niet voldoende groot is om de kettingrem te activeren. Ook wanner u werkt, moet u de handgrepen van de motorzaag stevig beet honden. Als u dat doet en u krijtger terugslag, LAST u misschien nooit uw hand los van de voorhandgreep en activeert u de kettingrem nicht, of de kettingrem worden pas geactiveerd wanner de zaag al eventjes heeft hunnen rondslingeren. In zo'n situatie kan het voorkomen dat de kettingrem de ketting Niet kan stoppen voor deze u raakt.
Er zich ook bepaalde werkhoudingen waardoor uw hand Niet bij de terugslagbeveiliging kan om de kettingrem te activeren, bijv. wonneer de zaag in velpositie worden gehonden.
Zal de kettingrem alkijd door de traagheid worden geactiveerd, wonneer terugslag opttreedt?
Nee. Ten ersten要去 uw rem functioneren. Het is makkelijk de rem te testen, zich de instructcies in het hoofdstub Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de motorzaag. Wij raden aan dat u dit doet, iedere koer voor u begint te werkken. Ten tweede要去 derugslag voldoende sterk+zijn om de kettingrem te activeren. Als de kettingrem gevoelig zou zich, zou deze voortdurend worden geactiveerd, wat lastig zich杞n.
Zal de kettingrem me als untijd beschermen gegen letsel als terugslag voorkomt?
Nee. Ten eerste要去 uw rem functioneren om de bedoelde bescherming te geven. Ten tweede要去 hij zo worden geactiveeerd als hierboven beschrenven, om de zaagketting bij terugslag te stoppen. Ten derde kan de kettingrem worden geactiveerd, maar wonneer het zaagblad te zich bij u is, kan het gebeuren dat de rem Niet opijd afgeremid is om de ketting te stoppen voor de motorzaag u raakt.
Alleen uzelf en een juiste arbeitstechniek kennener terugslag en de bijbehorende risico's elimineren.
Gashendelvergrendeling
De gashendelvergrendeling is geconstruereeord om onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen. Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt gedrukt (= wonneer men het handvat vasthoudt) worden de gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashendelvergrendeling terug maar hun respectievelijke beginpositions. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld worden op stationair draaien.

B
Kettingvanger
De kettingvanger is geconstrueree on een losgeraakte of bebarsten ketting op te vangen. Vervang.Deze,als dat nodig is, met een kettingvanger van aluminium (verkrijgbaar als reserveonderdeel).Dit kan meestal voorkomen worden door de ketting juist op te spannen (zie instructies in het hoofdstuk Monteren) en door voor correct onderhoud en service van het zaagblad en de ketting te zorgen (zie de instructies in het hoofdstuk Algemene werkinstructions).

De rechterhandbescherming moet er behalte de hand beschemmen wonneer de ketting losraakt of breekt, ook voor zorgen dat de takken en twijgen de grip op het,achterste handvat Niet beinvoeden.

Trillingdempingssysteme
Uw machine is uitergerust met een trillingdempingssystem dat geconstrueree is om zo trillingvrij en comfortabel möglichk met de zaag te konnen werken.

Het trillingdempingssysteme van de machine reducert het overbrengen van de trillingen van de motorenheid/ snijuitrusting op de handvateenheid van de machine. Het motorzaaghuis inclusief de snijuitrusting is via een zogenaam drilingdempend element opgehangen in de handvateenheid.

Zagen in een harde houtsoort (de meeste loofbomen)veroorzaakteer trillingen dan zagen in een zachte houtsoort (de meeste naaldbomen).Zagen met een botte
of verkeerde snijuitrusting (verkeerd type of verkeerd geslepen) verhoegt het trillingniveau.


WAARSCHUWING! Als men teveel worden blotgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij Personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanner u symptomen heeft die wijzen op te groe blootstelling aan trillingen. Voorbeelden van zulke symptomen zich slapen, geen gevoel, "kriebels", "speldeprikken", pijn, geen of minder kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze symptomen komen meestel voor op vingers, handen of polsen. Deze symptomen konnen toenemen bij koude temperaturen.
Stopschakelaar
De stopschakelaar要去 gebruikt worden om de motor uit te schakelen.

Geluiddempo
De geluidemper wird ontworpen om het geluidsniveau zo laag möglich te honden, en om de uitlaatgassen weg te richten van de gebruiker.

WAARSCHUWING! De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kuren vonden bevatten die brand+kennenveroorzaken. Start de machine waarom nooit binnenshuis of in de buurt vanlicht ontvlambaar materiaa!
In gebieden met een warm en droog klimaat kan het risico van branden erg groot zijn. Het komt voor dat deze gebieden gereguleerd worden met wetgeving, die vereist dat de geluidemper onder andere uitgerust要去en bijn met een goedgekeurd vondenopvangnet.

N.B.! De geluidemper worden zeer heet, zowel tijdens het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook bij stationair draaien. Wees oplettend op brandgevaar, vooral bij hantering vlakbij brandgevaarlijke stoffen en/of gassen.

WAARSCHUWING! Gebruik de motorzaag nooit zonder of met een kapotte geluiddemper. Door een kapotte geluiddemper kunnen het geluidsniveau en het risico van brand aanzienlijk toenemen. Hou gereedschap voor brandblussen bij de hand. Gebruik nooit een motorzaag zonder of met een defect vondenopvangnet, als een vondenopvangnet verplicht is in uw werkgebied.
Snijuitrusting
In dit hoofdstuk worden behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken:
- Het terugslagrisico van uw machine redueert.
- Vermindert het risico op losraken en barsten van de ketting.
- Bereikt optimale snijprestaties.
- De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
Voorkomt toename van trillingsniveau.
Basisregels
- Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen snijuitrusting! Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens.

Zorg ervoor dat de tanden van de ketting goed en juist geslepen zijn! Volg once instructies en gebruik de aanbevolen vrijmal. Een verkeerd geslepen of beschadigde ketting verhoojt het risico op ongevallen.

Zorg ervoor dat de tanddiepte juist is! Volg onsze instructies en gebruik de aanbevolen diepestellermal. Als de tanddiepte te groot is, verhooegt dit het risico op terugslag.

- Hou de ketting gestrekt! Als de ketting nicht voldoende gestrekt is, neemt het risico toe dat de
ketting losraakt en de slijtage van zaagblad, ketting en kettingwiel neemt toe.


Zorg ervoor dat de snijuitrusting voldoende gesmeerd is en onderhoud ze op de juiste manier! Als de ketting nicht voldoende gesmeerd worden, neemt het risico op barsten toe en verhoegt de slijtage van zaagblad, ketting en kettingwiel.

Snijuitrusting die het risico op terugslag vermindert

WAARSCHUWING! Een verkeerde snijuitrusting of een verkeerde zaagblad/ kettingcombinatie verhoogt het risico op terugslag! Gebruik uitsluitend de zaagblad/kettingcombinations die wij aanbevelen, en volg de vijlinstructie. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens.
Terugslag kan alleen voorkomen worden doordat u er als gebruiker voor zorgt dat de terugslagrisico-sector van het zaagblad nooit in contact komt met een voorwerp.
Door snijutrusting met een "ingebouwde" terugslagreductie te gelebruiken en door de ketting correcte te slijpen en te onderhoden kan het effect van een terugslag gereduceerd kan worden.
Zaagblad
Hoe kleiner de neusradius, hoe minder neiging tot terugslag.
Ketting
Een ketting bestaat uit een aantal verschillende schakels die leverbaar zich in standaarduitvoering en in eenuitvoering die het risico op terugslag redueert.
BELANGRIJK! Geen enkele zaagketting elimineert het risico op terugslag.

WAARSCHUWING! Ieder contact met een draaiende zaagketting kan ernstig letsel veroorzaken.
Een aantal uitdrukkingen die de specificaties van het zaagblad en de ketting aangeven.
Om alle verilgheidsonderdelen op de snijuitrusting te behouden, moet u versleten of beschadigde zaagblad-/ kettingcombinations verrangen door een zaagblad en ketting die Jonsered aanbeveelt. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische geegevns voor informatie welke zaagblad-/kettingcombinations we aanbevelen.
Zaagblad
- Length (duim/cm)

Aantal tanden in het neuswiel (T).

- Kettingsteek (=pitch) (duim). Het neuswiel van het zaagblad en het kettingaandrijftandwiel van de motorkettingzaag要去en aangepast�n aan de afstandussen de aandrijschakels.

- Aantal aandrijfschakels (stuks). Elke zaagbladlengthe levert in combinatie met de kettingsteek en het anteil tanden van het neuswiel een bepaald anteal aandrijfschakels op.

- Zaagbladgroefbreedte (duim/mm). De breedte van de zaagbladgroef moet aangepast zijn aan de aandrijschakelbreedte van de ketting.

- Kettingolie-opening en opening voor het zaaagblad moet aangepast zijn aan de constructie van de motorkettingzaag.

Ketting
- Kettingsteek (=pitch) (duim)

Aandrijschakel-breedte (mm/duim)

Aantal aandrijfschakels (stuks)

Slijpen en afstellen van de tanddiepte van de ketting
Algemeen met betrekking tot het slijpen van de tanden
- Zaag nooit met een botte ketting. De ketting is bot wanner u de snijutrusting door de boom要去 drukken en wanner de houten spaanders ergklein zich. Met een zeer botte ketting zijn er zichs—helemaal geen spaanders. Dan krijt men alleen houtpoeder.
- Een goed geslepen ketting eet zich door het hout en geeft houten spaanders die groot en lang+zijn.

- De zagende delen van een ketting worden zaagschakels genoermd en bestaan uij een snijtand (A) en een dieptestellernok (B). Het verschil in hoogte:tussen deze.beide bepaaldt snijdiepie.

Bij het slijpen van snijtanden moet men reckening honden met vier verschillende afmetingen.
1Vijlhoek

2 Snijhoek

3 Vijlpositie

4 Diameter van de rende vijl

Het is erg moeilijk om zonder hulpmiddelen een ketting correct te slijpen. Daarom raden we u aan one vijlmael te gebruiken. Die garandeert dat de ketting wordst geslepen voor een optimale terugslagreductie en zaagcapaciteit.

Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens voor de gegevens die van toepassing zijn bij het slijpen van de ketting van uw motorzaag.

WAARSCHUWING! Het nicht volgen van de slijpinstructies,verhoogt het terugslagrisico van de ketting aanzienlijk.
Sijpen van de snijtand


Om de snijtand te slijpen heeft u een Ronde vijl en een vijlmal nodig. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens met betrekking tot de diameter van deRonde vijl en welke vijlmal worden aanbevolen voor de ketting van uw motorzaag.



- Controller of de ketting gestrekt is. Als de ketting nicht voldoende gestrekt is, is ze zijdelings onstabel waardoor ze Niet juist geslepen kan worden.


Vijl altiqd van de binnenkant van de snijtand waar buiten toe. Til de vijl op wonneer u maar de volgende tandGaat.Vijl eerst alle tanden aan een kant,draai daarna de motorzaag om en vijl de tanden van de andere kant.

Vijl zo dat alle tanden even lang zijn. Wanner de lenghte van de snijtand slechts 4mm (0,16^ ) bedraagt, is de ketting versleten en moet ze vervangen worden.


Algemeen betreffende het instellen van de snijdiepte
- Wonneer men de snijtanden slijpt, vermindert de tanddiepte (=snijdiepte). Om de maximum zaagcapaciteit te behouden,要去 die dieptestellernok verlaagd worden tot de aanbevolen hoogte. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens hoe groot de tanddiepte要去 zijn voor de ketting van uw motorzaag.


WAARSCHUWING! Een te große sniadjtieve vergroot het terugslagrisico van de ketting!
Afstelling van de tanddiepte

- Wonneer de snijdiepte worden afgesteld,要去en de snijtanden net geslepen zijn. We raden aan de snijdiepte bij te stellen na elke derde kettingslijpbeurt. N.B.! Bij deze aanbeveling worden ervan uitgegaan dat de lenghte van de snijtanden Niet abnormaal afgevijd werk.
- Om de snijdiepte in te stellen heeft u een platte vrij en een dieptestellermal nodig. We raden u aan once vijlmal voor de tanddiepte te gebruiken, om de juiste maat voor de tanddiepte en de juiste hoek van de dieptestellernok te krijgen.



Leg de vijlmal over de zaagketting. Informatie over het gebruik van de vijlmal staat op de verpakking. Gebruik de platte vrij om het overschot van het deel van de dieptestellernok dat onder de mal uitkomt, weg te vrijden. De snijdiepte is correct als u geen wonderstand voelt wanner u de vrij over de mal haalt.

Ketting strekken



WAARSCHUWING! Een onvoldoende gestrekte ketting kan resulteren in het losraken van de ketting wat tot ernstige en zelfs dodelijke verwondingen kan leiden.
Hoe meer u de ketting gebruikt, hoe langer ze worden. Het is belangrijk dat u de snijuitrusting aan deze verandering aanpast.
Bij elke tankbeurt moet gecontroleerd worden de hetting voldoende gestrekt is. N.B.I. Een十几年e hetting vereist een inrijperiode gedurende dewelke men vaker moet controlenen de hetting voldoende gestrekt is.
Algemeen geldt dat de ketting zo hard möglich gestrekt要去 worden, maar nicht harder dan dat men ze manueel rond kan draieren.

- Maak de zaagbladmoeren los die het koppelingdeksel/kettingrem vergrendelen. Gebruik de combisleultel. Draai de zaagbladmoeren met de hand zo vast möglichk.

- Til de zaagbladpunt op en strek de ketting door aan de kettingstrekschoef te draaien met behulp van de combisleutel. Strek de ketting tot hij Niet langer slap hangt aan de onderkant van het zaagblad.

- Gebruik de combisleutel en haal de zaagbladmoeren aan toenwijl u tegelijkertijd de zaagbladpunt omhoog houdt. Controller of de ketting gemakkelijk rond kan gedraaid worden met de hand en of hij Niet maar beneden hangt aan de onderkant van het zaagblad.


De planta van de kettingstrekschroef is verschillend voor de once diverse modellen motorzagen. Zie de instructies in het hoofdstuk Wat is wat?, waar worden aangegeven waar hij op uw model zit.
Snijuitrusting smeren

WAARSCHUWING! Onvoldoende smeren van de snijuitrusting kan een breuk van de ketting veroorzaken wat tot ernstige en,zelfs dodelijke verwondingen kan leiden.
Zaagkettingolie
Zaagkettingolie要去en goede heching aan de motorzaagketting en tevens goede vloeie-eigenschappen hebben, of het nu een warmer zomer of een koude winter is.
Als fabrikant van motorkettingzagen hebben wij een optimale zaagkettingolie ontwikkeld die door zijn plantaardige basis bovendien biologisch afbreekbaar is. Wij raden het gebruik van onze olie aan voorZWiel een maximale levendsduur van de motorzaagketting als voor behoud van het milieu. Als once zaagkettingolie Niet verkrijgbaar is, bevelen wij gewone zaagkettingolie aan.
Gebruik nooit afvalolie! Deze is schadelijk voor uzelf, voor de machine en het milieu.
BELANGRIJK! Bij gegruik van plantaardige kettingolie, moet u de zaagketting demonteren en ketting en zaagbladgleuf schoonmaking, voor u ze langeijd opberget. Anders bestaat het risico dat de kettingolie oxideert, wat ertoe leidt dat de zaagketting stijf worden et het neuswiel van het zaagblad aanloopt.
Kettingolie bijvullen
- Al once motorkettingzaagmodellen—hebben automatisch kettingsmering. Een aantal modellen is ook leverbaar met verstelbare olistroom.


- De tank voor de kettingolie en de brandstoffank zijn zo gedimensioneerd dat de brandstof op is voordat de kettingolie op is.
Deze veiligheidsfunctie vereistECHter wel dat men de juiste kettingolie gebruikt (met te dunne en dunvloeiende olie raakt de kettingolietank leeg voor de brandstof op is),dat men once aanbevelingen met betrekking tot de carburateurinstalling volgt (met een te "magere" instelling gaat de brandstof langer mee dan de kettingolie) en dat men once aanbevelingen met betrekking tot de snijuitrusting volgt (een te lang zaagblad heefteer kettingolie nodig).
Controle van de kettingsmering
- Controller bij elk teankbeurt de kettingsmering. Zie de instructies in het hoofdstuk Smeren van het neuswiel van het zaagblad.
Hou de zaagbladpunt op ca. 20 cm (8 duim) op een vastlicht voorwerp gericht. Na 1 minuut draaien met 3/4 gas geven, moet er een duidelijkke olander te zien zich op het lichte voorwerp.

- Controller of het kettingoliekanaal van het zaagblad open is. Maak schoon indien nodig.

- Controller of de zaagbladgroef schoon is. Maak schoon indien nodig.

- Controller of het neuswiel van het zaagblad soepel draait en of de smeeropening van het neuswiel open is. Maak schoon en smeer indien nodig.

Als de kettingsmering Niet werkt na de bovenstaande controles en de bijbehorende maatregelen,要去 u de motorkettingzaag maar uw serviceworkplaats brengen.
Kettingaandrijftandwiel

De koppelingtrommel is voorzien van een van de volgende kettingaandrijftandwielen:
A Spur-aandrijftandwiel (kettingaandrijftandwiel vastgesoldeerd op de trommel)
B Rim-aandrijftandwiel (vervangbaar)


B
Controleer regelmatig het slijtageniveau van het kettingaandrijf-tandwiel. Vervang het als het abnormalaal versleten is. Het kettingaandrijf-tandwiel要去 verwangen worden telkens men de ketting verwangent.
Naaldlager smeren

Beide soorten kettingpoelie's hebben een naaldlager aan deuitgaande as, dat regelmatig gesmeerd moet worden (1 keer per week). N.B.! Gebruik lagervet van goede kwaliteit of motorolie.


Slijtagecontrole van de snijuitrusting


Controller de ketting dagelijks:

- Of er zichtbare barsten in klinken en schakels+zijn.
- Of de ketting stijf is.
- Of klinken en schakels abnormaal versleten zijn.
Gooi de zaagketting weg als deze een of enkele van bovenstaande punten vertoont.
We raden aan een neue zaagketting te gebruiken om de slijtage van de ketting die u gebruikt te controlen.
Wanneer de lenghte van de snijtanden slechts 4mm bedraagt, is de ketting versleten en moet ze verrangen worden.
Zaagblad



Controleer regelmatig:
- Of er braam zit op de buitenzijden van het zaagblad. Vijl weg indien nodig.


- Of de zaagbladgroef abnormaal versleten is. Vervang het zaagblad indien nodig.

- Als de zaagbladneus abnormaal of ongelijkmatig versleten is. Als er een "holte" ontstaat in waar de radius van de zaagbladneus ophoudt, was de ketting Niet voldoende gestrekt.

Voor een zo lang möglichke levensduur moet het zaagblad elkde dag omgedraaid worden.


WAARSCHUWING! Het grootste gedeelte van de oncegallen met motorkettingzagen gebeurt wanner de ketting de gebruiker raakt.
Draag altijd persoonlijke
veiligheidsuitrusting. Zie instructues in het hoofdstuk Persoonlijke
veiligheidsuitrusting.
Voer geen taken uit waarvoor u zich nicht voldoende gekwalificeerd aesthetic. Zie instructies in de hoofdstukken Persoonlijke veiligheidsuitrusting, Maatregelen om terugslag te voorkomen, Snijuitrusting en Algemene werkinstructies.
Voorkom situatuies waar risico op terugslag bestaat. Zie instructies in het hoofdstuk Veiligheidsuitrusting voor de machine.
Gebruik de aanbevolen snijuitrusting en controllerer de condite waar ze zich bevindt. Zie instructies in het hoofdstub Algemene werkinstrictions.
Controller de werkung van de verilgheidsonderdelen van de motorkettingzaag. Zie instructies in de hoofstukken Algemene werkinstrukties en Algemene verilgheidsinstructies.
Monteren van zaagblad en ketting



WAARSCHUWING! Wanner u aan de ketting werkt, moet u altijd handschoenen dragen.
Controller of het kettingrem ontkoppeld is door de terugslagbeveiliging van de kettingrem aan de voorste handvatbeugel te duwen.

Verwijder de zaagbladmoeren en het koppelingdeksel (kettingrem). Verwijder de transportbescherming (A).

Monteer het zaagblad over de zaagbladbouteen. Plaats het zaagblad in dechterste stand. Plaats de ketting over het kettingaandriiftandwiel en in de zaagbladgroef. Begin aan de bovenkant van het zaagblad.

Controleer of de randen van de motorzaagschakels op de bovenkant van het zaagblad waar voren zijn gericht.
Monteer het koppelengdeksel en Zoek de kettingafstelpen in de opening van het zaagblad. Controleer of de aanrijfschakels van de ketting op het aanrijftandwiel passen en of de ketting juis in de groef van het zaagblad zit. Draai de motorzaagbladmoeren met de hand vast.

Span de ketting door met behulp van de combisleutel de kettingspanschroef met de klok mee te schroeven. De ketting moet aangspannen worden tot ze Niet langer slap hangt aan de onderkont van het zaagblad. Ze de instructies in het hoofdstuk Zaagketting spannen.

De ketting is juist gespannen wanner ze nicht langer slap hangt aan de onderkant van het zaagblad en toch gemakkelijk met de hand kan worden voortbewogen. Hou de tip van het blad omhoog en draai de zaagbladmoeren met de combisleutel vast.

Op een neue ketting moet de kettingspanning vaak gecontroleerd worden tot de ketting goed "ingelopen" is. Conteleer regelmatig de kettingspanning. Correct aangespannen kettingen geen goede bedrijfsprestaties en hebben een lange levensduur.

Monteren van schorssteun
Voor het monteren van een schorssteun – neem contact op met uw servicewerkplaats.

Brandstof
Let op! Uw machine is uitergerust met een twee-takt motor; gebruik steeds met twee-takt motorolie vermengde benzine. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding, is het erg belangrijk dat u de oliehoeveelheid steeds nauwkeurig afmeet. Als ukleine brandstofhoeveelheden mengt, hebden zichs kleine afwijkingen van de juiste oliehoeveelheid een groe invloed op de mengverhouding.

WAARSCHUWING! Zorg steeds voor een goede ventilatie bij het vullen en hantenen van brandstof.
Benzine
- Gebruik loodvrije of gelode benzine van een hoge kwaliteit.
N.B.!. Motoren voorzien van een katalysator要去en op een loodvrij benzine-oliemengsel olopen. Gelode benzine maakt de katalysator kapot en de werkung worden nihil. Een groene tankdop op motorzagen met katalysator geeft aan dat u alleen loodvrijne benzine mag gebruiken. - Het aanbevolen laagste octaangetal is 90 (RON). Indien u de motor gekruikt met benzine met een lager octaangetal dan 90, kan het zogenaamde pinglelen voorkomen. Dit leidt tot een hogere motortemperatuur en hogere belasting van de lagers, wat ernstige schade aan de motor kan zeroorzaken.
- Als men voortdurend met een hoop torental werkkt (b.v. sneoien) is het aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken.
Milieubrandstof
JONSERED beveelt het gebruik van milieuvriendelijk benzine aan (zogenaamde alkylaatbenzine), hetzij Aspen tweetaktbenzine hetzij milieubenzine voor viertaktmotoren gemengd met tweetaktolie zoals hieronder aangegeven. Let op dat het nodig kan zijn de carburateur af te stellen wanner u van brandstof verandert (zie de instructies in het hoofdstuk Carburateur).
Inlopen
Gedurende langeijd op hoge toeren werkken, dient gedurende de eerste 10 uur te worden vermeden.
Tweetaktolie
- Voor de beste resultaten en prestaties, moet u JONSERED tweetaktolie gebruiken, die specialaord wordt gemaakt voor onsze luchtgekoelde tweetaktmotoren.
- Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboardmotoren, zogenaamde outboardoil (aangeduid met TCW).
- Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren.
- Een lage oliekwaliteit of een te rijk olei/ brandstofmengsal kan de functie van de katalysator op het spel zetten en de levensduur verminderen.
Mengverholding
1:50 (2%) met JONSERED tweetaktolie.
1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor luchtgekuele tweetaktmotoren, geklassificiererd voor JASO FB/ISO EGB.
| Benzine, liter | Tweetaktolie, liter | |
| 2% (1:50) | 3% (1:33) | |
| 5 | 0,10 | 0,15 |
| 10 | 0,20 | 0,30 |
| 15 | 0,30 | 0,45 |
| 20 | 0,40 | 0,60 |
Mengen

- Meng de benzine en olie altiijd in een schone jerrycan die goedgekeurd is voor benzine.
- Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij.
- Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de brandstoftank van de machine vult.
- Meng Niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is.
- Als u de machine gedurende een langereijd Niet gebruikt, moet u de brandstoftank leeg makeen hem schoonmakers.
Kettingolie
- Als smeermiddel raden we een speciale olie aan (kettingsmeerolie) met goede adhesie.

- Gebruik nooit gebruikte olie. Dit kan de oliepomp, het zaagblad en de ketting beschaden.
- Het is belangrijk het juiste olietype te gebruiken in verhouding tot de luchttemperatuur (juiste viscositeit).
- Bij temperaturen onder 0^ worden bepaalde oliesoorten minder visceus. Dit kan de pomp overbelasten en de componenten van de pomp beschadigen.
- Neem contact op met uw dealer voor het kiezen van de juist kettingolie.
Tanken


WAARSCHUWING! Om het risico op brand te verminderen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
Rook nicht en plaats ook geen warm voorwerp in de buurt van de brandstof.
Stop de motor en LAST hem voor het tanken enkele minutes afkoelen.
Open de dop van de tank voorzichtig
wanner u wilt tanken zodate
overdruk langzaam verwijdnt.
Draai de dop van de tank goed vast na het tanken.
Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start.
Maak de dop van de tank en de directe omgeving goed schoon. Maak de brandstof- en kettingolietanks regelmatig schoon. Het brandstofffilter要去 minstens een keer peraar verrangen worden. Verontreinigungen in de tank kuren defecten verroorzaken. Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jerrycan voorzichtig te schudden voor u de tank vult. De volumes van de kettingolie- en brandstoffanks zich goed op elkaar afgestemd. Vul waarom de kettingolie- en de brandstoffank altijd op hetzelfde tijdstip.


WAARSCHUWING! Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst brandgevaarlijk. Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof en kettingolie. Vergeet het brand-, explosie- en inademingsgevaar Niet.
Brandstofveiligheid
Tank nooit wanneer de motor van de machine loopt.
Zorg voor een goede ventilatieijdens het tanken en het(AP) men gen van brandstof (benzine en 2-takt olie).
- Verplaats de machine ten minste 3 m van de tankplaats voor u de motor start.

- Start de machine nooit:
1 Als u brandstof of hettingolie op de machine heeft gemorst. Neem alle gemorste brandstof af en laat de benzineresten verdampen.
2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in contact+zijn geweest met brandstof. Gebruik water en zoep.
3 Als de machine brandstof lekt. Controller de tankdop en de brandstoffleidingen regelmatig op lekkage.

WAARSCHUWING! Gebruik nooit een machine met zichbare beschadigingen aan bougiebescheming en ontstekingskabel. Er bestaat een risico van vonkvorming, wat brand kanveroorzaken.
Transport en opbergen
Berg de motorkettingzaag en de brandstof zo dat eventuele lekkage en dampen Niet in contact kennen komen met vonden of vlammen. Bijvoorbeeld elektrische machines, elektrische motoren, stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
- De brandstof moet in waarvoort bedoelde en goedgekeurde tanks worden bewaard.
- Bij opslag van langere duur en transport van de motorkettingzaag要去en de brandstof-en zaagkettingolietanks worden geleegd. Vraag bij uw tankstation de gemeente waar u de afgetapte brandstof en kettingolie kwijt kan.
- De transportbescherming van de snij-uitrusting moet tijdens transport of opslag van de machine alsijd aangebracht zich, om abusievelijk contact met de scherpe ketting te vermijden. Ook een ketting die nicht beweegt, kan ernstig letsel toebraren aan de gebruiker of andere Personen, die de ketting aanraken.
Opslag voor langearend
Leeg de brandstof- en olietanks op een goed geventileerde plaats. Bewaar de brandstof in goedegeurde jerrycans op een veilige plaats. Monteer de zaagbladbescherming. Maak de machine schoon. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoudsschema.
Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een langeperiode van stalling.
Starten en stoppen

WAARSCHUWING! Voor het starten moet u rekening honden met de volgende punten:
De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer de motorzaag worden gestart, om het risico van contact met de draaiende ketting bij de start te verminderen.
Start de motorkettingzaag nooit zonder da zaagblad, ketting en alle kappen gemonteerd zijn. Anders kan de koppeling losraken en persoonlijk letsel veroorzaken.
Plaats de machine steeds op een stabiele ondergrund. Zorg ervoor dat u stevig staat en dat der ketting nicht in contact kan komen met een voorwerp.
Hou onbevoegden uit het werkgebied.
Koude motor
Starten: De kettingrem moet geactiveerd zich wanneer u de motor start. Activeer de rem door de terugslagbescherming maar voren te brengen.

Ontsteking; choke: Zet de chokehendel in de chokestand. De stopschakelaar za dan automatisch in de startupitie worden gezet.

Startgas: De gecombineerde choke/startgaspositie wordt verkreten door de hendel in de chokestand te zetten.
Als de machine uitergerust is met een brandstompom (A): Druk een aantal malen op de rubberen balg van de brandstompom totdat er brandstof in de balg komt. De balg hoeft Niet—helemaal gewuld te worden.
Als de machine uitgerust is met een decompressieklep (B): Druk de klep in om de druk in de cilinder te verminderen en om zo het starten van de machine te vergemakkelijken. De decompressieklep要去 algid gebruikt worden bij het starten. Wanner de machine gestart is, gaat de klep automatisch terug maar de beginpositie.


Warme motor
Volgdezelfdestartprocedurealsvoordekoude motor,
maarzonderdechokehendelindechokestende zetten.
De startgasstandworderkregendodechokehendel
inde chokestendetzhen hemerugin et drukken.

Starten

Grijp het voorste handvat beet met uw linkerhand. Plaats uwrechtervoet op het onderste van het achechterste handvat en druk de motorzaag op de grond. Grijp de starthendel beet, en trek met uwrechterhand langzaam aan het starterkoord tot u onderstand voelt (starthaken gripen in) en trek daarna eenaarpeerkeen snel en kort. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand.
N.B.! Trek het starterkoord Niet volledig UIT en staat de starthendel Niet zomaar los wanner het vollediguitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden.

Druk de chokehendel onmiddelijk in wanneer de motor ontsteekt, en herhaal de startupingen tot de motor start. Wanneer de motor start, geef snel vol gas en het startgas worden automatisch uitgeschakeld.
Omdat de kettingrem nog steeds geactiveerd is moet het toerental van de motor zo snel möglichk terug maar nullast, wat u bereikt door de gasvergrendeling snel uit te schakelen. Daardoor voorkomt u onnodige slijtage van koppeling, koppelengstrommel en remband.

Let op! Reset de kettingrem door de terugslagbescherming terug te brengenaar de handvatbeugel. De motorkettingzaag is dankaar voor gebruik.


WAARSCHUWING! Langdurige
inademing van de uiltaatgassen van de
motor, kettingolienevel en stof van
zaagsel kan een gezondheidsrisico
vormen.
- Start de motorkettingzaag nooit zonder dat zaagblad, zaagketting en alle kappen correct gemonteerd zijn. Zie de instructies in het hoofdstuk Monteren. Wanneer zaagblad en ketting Niet op de motorzaag+zijn gemonteerd, kan de koppeling losraken en ernstig letsel veroorzaken.

- De kettingrem要去 geactiveerd zich wanner u de motorzaag start. Zie instructies onder het hoofdstuk Starten en stoppen. Gebruik nooit de valstart voor de motorzaag. Deze methode is zeer gevaarlijk,ondat u makkelijk de controle over de motorzaag kurz verliezen.

-
Start de machine nooit binnenshuis. Vergeet niet dat het gevaarlijk is om de uitlaatgassen van de motor in te ademen.
-
Controller de omgeving en vergewis u ervan dat er geen risico bestaat dat mensen of dieren in contact komen met de snijuitrusting.

- Hou de motorzaag algid met beiden handen beet. Hou uw rechterhand op de hinterhandgreep en uw linkerhand op de voorhandgreep. Alle gebruikers, zowel rechts- als linkshandigen,要去 den ze grep gebruiken. Hou stevig vast zodat uw duimen en vingers de handgerepen van de motorzaag omsluiten.

Stoppen

U stopt de motor door het stopcontactaar stopstand te schuiven.
Voor ieder gebruik:

1 Controller of de kettingrem goed werkt en nicht beschadigd is.
2 Controller of de awhilee rechtherhandbescherming nicht beschadigd is.
3 Controller of de gashendelvergrendeling goed werkteniet beschadigd is.
4 Controller of het stopcontact goed functioneert en onbeschadigd is.
5 Controller of alle handvatten vrij van olie+zijn.
6 Controller of het trillingsdempingssysteme goed werkt en Niet beschadigd is.
7 Controller of de geluidemper goed vast zit en nicht beschadigd is.
8 Controller of alle onderdelen van de motorkettingzaag vastgedraaid zich en dat ze nicht beschadigd zich en ontbreken.
9 Controller of de kettingvanger op+zijnplaats zit en nicht beschadigd is. Vervang deze, als dat nodig is, met een kettingvanger van aluminium (verkrijgbaar als reserveonderdeel).
10 Controller de kettingspanning.
Algemene werkinstrictions
BELANGRIJK!
In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels voor het werken met een motorkettingzaag door. Deze informatatie kan nooit de kennis verrangen die een vakman via opledingen en praticte ervaring hebts verworven. Wanner u in een situation belandt waar u Niet goed weet hoe u verder te werk要去 gaan,要去 u een expert raadplegen. Wend u touw dealer, uw serviceworkplaaties of een ervaren motorkettingzaaggebruiker. Vermijd gebruik waarvan u vindt dat u Niet voldoende gekwalificeerd bent!
Voor u de motorkettingzaag gaat gebruiken, moet u weten wat terugslag is en hoe dit voorkomen kan worden. Zie instructies in het hoofdstuk Maatregelen die terugslag voorkomen.
Voor u de motorkettingzaag gaat gebruiken要去 u begrijpen wat het verschil is:tussen zagen met de onderkant en zagen met de bovenkant van het zaagblad.Zie de instructies in het hoofdstuk Maatregelen om terugslag te voorkomen en De veiligheidsuitrusting van de machine.
Draag altiijd persoonlijke verilgheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk Persoonlijke verilgheidsuitrusting.
Basisveiligheidsregels
1 Controller de omgeving:
- Om ervoor te zorgen dat u de contrôle over uw machine nicht kurz verliezen vanwege omstanders, dieren of een andere reden.
- Om te voorkomen dat omstanders en dieren in contact komen met de ketting of geraakt worden door de vallendeBoom en gewond raken.

N.B.! Volg de hierboven genoemde puntenaar gebruik de motorkettingzaag nooit als u niet de mogelijkheid heeft om hulp in te roepen in geval van een ongeval.
2 Gebruik de motorkettingzaag nicht in ongunstige weersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, hevige regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot gevaarlijke situatuies leiden, zo kan de grond glad zijn, de wind de valrichting van de boom beinvloeden enz.
3 Wees extra voorzichtig bij het afzagen vankleine takken en zaag Niet in struiken (=veel kleine takken tegelijkertijd). Kleine takken kanne na het afzagen vastraken in de ketting, in uw gezicht e.d. geslingerd worden en ernstige verwondingen verroorzaken.

4 Zorg ervoor dat u veilig kutn gaan en staan. Controller er er eventuele hindernissen zich als u onverwacht snel moet kuren wegkomen (wortels, stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra voorzichtig wonneer u op hellend terrein werkt.

5 Wees extra voorzichtig wanner u in bomen zaagt die gespannen zijn. Een gespannen boom kan zowel voor
als na het doorzagen in zijn normale stand terug vliegen. Als u op de verkeerde plaats staat of de inkening op de verkeerde plaatensmaakt, kan dit ertoe leiden dat de boom u of de machine raakt zodat u de controle verliest. In beide geallen kunt u ernstig gewond raken.


6 Wonneer u zich verplaatst moet de ketting vergrendeld worden met de kettingrem en moet de motor uitgeschakeld worden. Draag de motorkettingzaag met het zaagblad en de ketting maar,achter gritc. Als het om een langere verplaatsing gaat,moet u de zaagbladbeschermng gebruiken.

7 Wanner u de motorzaag op de grond plaatst,要去 u de ketting met de kettingrem blokkeren en ervoor zorgen dat u de machine in de gaten kunt honden. Als de motorzaag een langereijd "geparkeerd" worden,要去 u de motor uitzieten.
Basisregels
1 Door te begrijpen wat terugslag is en hoe het veroorzaakt worden, kut u het verrassingseffect reduceren of elimineren. Het verrassingseffect verhoegt het ongevalrisico. De meeste terugslagen zijn Klein, maar sommige{kunnen bliksemsnel en erg krachtig zich.
2 Hou de motorzaag aktijd stevig vast met uw rechterhand op hetijkenste handvat en uw linker handvat op het voorste handvat. Plaats uw duimen en vingers rond de handvatten. Ledereen, of men nu rechts- of linkshandig is, moet de motorzaag op deze manier vastgrijpen. Want dit is de Beste greed om het terugslageffect te reduceren en de controle over de motorzaag te behouden. Laat de handvatten nicht los!

3 De meeste terugslagongevallen gebeuren bij het snoeien. Zorg ervoor dat u stevig staat en dat er niets op de grond ligt waarover u kurz struikelen of uw evenwicht kurz verliezen.
Door onoplettendheid kan de terugslagrisico-sector van de motorzaag onopzettelijk een tak, een boom in
de buurt of een ander voorwerp raken, en terugslagveroorzaken.

Zorg dat u controle over het werkstuk heb. Als de stukken, die u zaagt, Klein enlicht zich hunnen ze in de ketting vastraken enaar u geworpen worden. Al hoeft dit op zich nicht gevaarlijk te zijn, u kurz erdoor verrast worden en de controle over de zaag verliezen. Zaag nooit opgestapelde stammen of takken zonder ze eerst uit elkaar te trekken. Zaag slechts een stam of een stuk per keer. Verwijder de afgezaagde stukken om uw werkterrein veilig te houden.

4 Gebruik de motorzaag nooit hoger dan schouderhoogte en zaag Niet met de tip van het zaagblad. Zaag nooit wanner u de motorzaag slechts met een hand vasthoudt!

5 Om volledige controte te hebben over uw motorkettingzaag is het noodzakelijk dat u stabel staat. Werk nooit terwijl u op een trap staat, hoog in eenBoom of opplaatsen waar u geen stabiele ondergrund hebt om op te staan.

6 Zaag met een hoge kettingsnelheid, d.w.z. met volgas.
7 Wees extra voorzichtig wanner u met de bovenkant van het zaagblad zaagt, d.w.z. wanner u van de onderkant van het zaagvoorwerp zaagt. Dit worden zagen met duwende ketting genoemd. De ketting duwt de motorzaag dan maar acheerenaar de gebruiker toe. Wanner de ketting beklemd raakt, kan de motorzaagaar acheerenaar u toe worden geworpen.

8 Als de gebruiker deze duwende beweging nicht pareert, bestaat het risico dat de motorzaag zo ver waarchyter wordt geduwd dat dererugslagriscosector van het zaagland het enige contact met de boom vormt, wat tot terugslag leidt.

Met de onderkant van het zaagblad zagen, d.w.z. van de bovenkant van het zaagvoorwerp waar beneden, worden zagen met trekkende ketting genoemd. Dan worden de motorzaagaar deBoom getrokken en de voorkant van de motorzaaghuis vormt dan een naturuurlijke steun tegen de stam. Bij zagen met trekkende ketting hebdt gebruiker meer controle over de motorkettingzaag en waar de terugslagriscosector van het zaagblad zich bevindt.

9 Volg de vijl- en onderhoudsinstructies voor het zaagblad en de ketting. Als u het zaagblad en de ketting verrangent, mag slechts eén van de door ons aanbevolen combinaties gelebruikt worden. Zie instructs in de hoofdstukken Snijuitrusting en Technische gegevens.
Basistechniek zagen

WAARSCHUWING! Gebruik nooit een motorzaag door hem met een hand vast te houden. U kunt een motorzaag nicht veilig controleren met een hand. Hou de handgrepen.altijd met beiden handen stevig vast.
Algemeen
- Geef altijd volgas bij het zagen!
- Laat de motor na elke zaagsnede stationair draaien (als de motor langdurig op volte toeren draaiz zonder dat hij belast worden, d.w.z. zonder de waarstand die de motor bij het zagen via de ketting ondervindt, kan dit tot ernstige beschadigingen van de motor leiden).
- Vanaf de bovenkant zagen = met "trekkende" hetting zagen.
- Vanaf de onderkant zagen = met "duwende" ketting zagen.
Zagen met een "duwende" ketting betekent een groter risico op terugslag. Zie instructs in het hoofdstuk Maatregelen die terugslag voorkomen.
Benamingen
Zagen = Algemene benaming voor zagen door hout.
Snoeien = Takken van een geveldeBoom afzagen.
Splijten = Wonneer het voorwerp dat u door/af wilt zagen afbreekt voor u de hele zaagsnede aangebracht heb.
Voor het zagen要去 rekening houden met vrij erg belangrijke factoren:
1 De snijuitrusting mag Niet vastgeklemd worden in de motorzaagsnede.

2 Het zaagvoorwerp mag Niet splijten.

3 De ketting magijdens en na het zagen Niet in contact komen met de grond of een ander voorwerp.

4 Bestaat er risico op terugslag?

5 Kunt u op deze grond en in deze omgeving veilig gaan en staan?
Dat de ketting worden vastgeklemd of dat het zaagvoorwerp split is te wijten aan twee ororzaken: welke steun het zaagvoorwerp voor en na het zagen heeft en of het zaagvoorwerp onder spanning staat.
De ereder genoemde ontgewenste verschijnselen können in de meeste geallen voorkomen worden door het zagen
in twee stappen uit te voeren: vanaf de boven- en de onderkant. Het gaat erom de "wil" van het zaagvoorwerp om de ketting vast te klemmen of te splijten, te neutraliseren.
BELANGRIJK! Als de ketting wordt vastgeklemd in de motorzaagsnede: schakel de motor uit! Probeer de motorkettingzaag Niet los te trekken. Als u dit doet kurz u zich verwonden aan de ketting wonneer de motorzaag plotseling loskomt. Gebruik een hefboom om de motorkettingzaag los te make.
Hieronder volgt een theoretische beschrijving van hoe de meeste voorkomende situatuies waarmee de gebruiker van een motorkettingzaag te makek krijgt, gezendeerd要去en worden.
Snoeien
Bij het snoeien van dikkere takken moet mendezelfde principes toepassen als bij het zagen.
Zaag moeilijke takken stukje voor stukje af.

Zagen

WAARSCHUWING! Probeer nooit te zagen in stammen als ze opgestapeld liggen of wanneer eenaar stammen dicht bij elkaar liggen. Dergelijk handelwijzen vergroten het risico van terugslag aanzienlijk, wat kan leiden tot ernstig of levensbedreigend letsel.
Als u een stapel stammen heeft, moetijdere stam die u wilt zagen, van de stapel af, op een zaagbok of -tafel worden gelegd en apart worden doorgezaagd.
Verwijder de doorgezaagde stukken ut het werkterrein. Door ze in het werkterrein te lately litgen, vergroot u zowel het risico om per ongeluk terugslag te krijgen als het risico om uw balans te verliezen verwijl u werkct.


De stam ligt op de grond. Er bestaat geen risico dat de ketting worden vastgelemd of dat de stam splijt. Het risico dat de ketting na het doorzagen de grond raakt, isECHTER wel groot.

Zaag van bovenaarbeneden door de hele stam. Wees voorzichtig op het einde van de motorzaagsnede zodat u voorkomt dat de ketting de grond raakt. Blijf vol gas geben maar wees bereid om te reageren indien dit nodig macht zich.

Als dit möglich is (kan de stam geroteerd worden?) zaag de stam dan voor 2/3 door.

Roteer de stam zo dat de resterende 1/3 van bovenaf kurz zagen.

De stam worden aan een kant ondersteund. Groot risico op splijten.

Begin met van onder maar boven te zagen (ca. 1/3 van de stam diameter).

Zaag de stam daarna van bovenaar beneden door zodate twee zaagsneden elkaar ontmoeten.

De stam worden aan beiden kanten ondersteund. Groot risico dat de ketting worden vastgeklemd.

Begin met van onder maar boven te zagen (ca. 1/3 van de stam diameter).

Zaag de stam daarna van bovenaar beneden door zodate te wee zaagsneden elkaar ontmoeten.


Veltechniek
BELANGRIJK! Voor het vellen van eenBoom is veel techniek vereist. Een onervaren motorkettingzaaggebruiker mag geen bomen vellen met de motorzaag. Voer nooit takenuit waaroor u Niet voldoende gekwalificeerd bent!
Veiligheidsafstand
De veiligheidsafstandussen de boom die gemeld zal worden en de dichtstbijzinde werkplek moet toen minste 2 1/2 boomlengtes bedragen. Zorg ervoor dat niemand zich voor eenijdens het vellen in deze "risicozone" bevindt.


Velrichting
Bij het vellen van bomen is het de bedoeling dat de boom zo geveld worden dat het snoeien en het doorzagen van de geveldeBoom in zulk "eenvoudig" terrein als möglichk kan gebeuren. U moet er verilg kunnen gaan en staan.
Nadat u bepaald heeft in welke richting u wilt dat de boom valt, moet u ook beoordelen wat de natuurlijke valrichting van deBoom is.
Die wordt bepaald door de volgende factoren:
Helling
Hoe gebogen de boom is
Windrichting
Takkenconcentratie
Eventueel gewicht van de sneeuw op de boom
- Obstakels binnen de reikwijdte van deBoom: bijv. andere bomen, elektriciteitsleidingen, wegen en gebouwen.
- Kijk waar schade of rot in de stam, waardoor het waarschijnlijk is dat deBoom breekt en valt voordat u dit verwacht.

Na deze beoordeling kan men gedwongen zich om de boom in+zijn naturuurlijke richting te lately venallen odomat blijkt dat het onmogelijk of te gevaarlijk is om te proberen de boom in de gewennenfte richting te lately vallen.
Een andere belangrijke factor, die geen invloed heeft op de valrichting, maar wel belangrijk is voor uw persoonlijke verilgheid, is dat u moet controleren of deBoom geen beschadigde of "dode" takken heeft die af+kunnen breken en u kunnen verwonden.
In de eerste plaat smoet voorkomen worden dat de vallendeBoomvastraakt in een andere boom.Het is erg gevaarlijk om zoin vastgeraakte boom op de grond te krijgen en het oncegalsrisico is erg groot.Zie instructies in het hoofdstuk Hanteren van een misluktpe poging.

BELANGRIJK! Op kritieke velmomenten要去 de gehoorbescherserm direct na het voetooien van motorzaagwerkzaamheden opgefklapt worden, zodate u geluiden en waarschuwingssignalen kutn opmerken.
Onderste gedeelte van de stam Snoeien en vluchtweg
Haal altijd tot schouderhoogte de takken van de stam. Het is het veiligst van onder maar boven te werkken en de stam tussen u en de motorkettingzaag te houden.

Verwijder de vegetatie rond de boom en controllerer of er eventuelei hinderissen (stenen, takken, kullen enz.) zich zodate u gemakkelijk weg Aunt komen wanneer de boom begint te vallen. De vluchtweg moet in een hoek van circa
135^ (schuin achefterwaarts) gegenover de geplande valrichting liggen.

1 Risicozone
2 Vluchtweg
3 Velrlichting
Vellen

WAARSCHUWING! We raden invlodoende gekwalificierde gebrukers ten sterkste af bomen te vellen met een zaagbladlengthe die kleiner is dan de stamdiameter!
Het vellen geleburt met drie zaagsneden. Eerst maakt men een inkening die bestaat uit een bovenste inkening en een onderste inkening, en daarna worden het vellen beeindig met een zaagsnede. Door de inkeningen en de motorzaagsnede op de juisteplaats aan te brengen, kan men de valrichting erg nauwkeurig sturen.
Inkeping
Bij het aanbrengen van de inkinge begun men met de bovenste inkinge. Sta aan de rechterkant van de boom en zaag met trekkende ketting.

De inkepingsdiepte moet 1/4 van de stam diameter bedragen en de hoek tussen de bovenste en de onderste inkening ten minste 45^

De beide inkepingen ontmoeten elkaar op de inkepinglijn. De inkepinglijn要去 volkommen horizontaal liggen en tegelijkkertijd een rechte hoek (90^) vormen met de gekozen valrichting.

Zaagsnede
De motorzaagsnede worden aangebracht vanaf de andere
kant van de boom en moet volkommen horizontal liggen.
Sta links van de boom en zaag met trekkende ketting.
Breng de motorzaagsnede ca. 3-5 cm (1,5-2") boven de horizontale lui n van de inkening aan.

Steek de schorssteun (indien deze gemonteerd is) ache ter het scharnierstuk. Zaag met vol gas en duw de ketting/het zaagblad langzaam in deBoom. Let op of de boom Niet in eenrichting beweegt die tegenovergesteld is aan de gekozen valrichting. Breng zodra de snijdiepte dit toelaat, een velwig of een breekijzer aan in de motorzaagsnede.

De motorzaagsnede moet parallel met de inkepinglijn beeindigd worden zodate de afstandussen beiden tenminste 1/10 van de stamdiameter bedraagt. Het Niet doorgenzaagde gedeelte worden scharnierstuk genoemd.

Het scharnierstuk doet Dienst als scharnier en stuart derichting van de vallende boom.

Als het scharnierstuk teklein is of doorgezaagd is of als de inkeping of de motorzaagsnede verkeerd geplaatst zich, kan men alle controle over de valrichting van de boom verliezen.

Wanner de motorzaagsnede en de inkening maar,zijn, moet de boom uit zichzelf beginnen te vallen of met behulp van de velwig of het breekijzer.

We raden aan een zaagbladlengte te gebruiken die groter is dan de stam diameter van de boom, zodat de zaagsnede en de inkeping aangebracht kan den worden met een zogenaamde "enkelvoudige snede". Zie de instructies in het hoofdstubk Technische gegevens welke zaagbladlengtes wij aanbevelen voor uw motorkettingzaag.

Er zijnethododesombomen te vellen met een stamdiameter die groter is dan de zaagbladlengte.Bij deze methodes is het risico dat de terugslagrisico-sector van hetzaagblad in contactkommeneteenoorwerp erg groot.

Hanteren van een mistrukte poging
"Vastgeraakte boom" omlaag halen
Het is erg gevaarlijk om zoin vastgeraakte boom op de grond te krijgen en het ongevalsrisico is erg groot.
Probeer de boom die ergens opgevallen is nooit maar beneden te zagen.

Werk nooit binnen het risicogebied van bomen die vast hangen in een andere boom.

De veiligste methode is een takel gebruiken.
Gemonteerd op een trekker

Draagbaar

Bomen en takken zagen die onder spanning staan
Voorbereidingen: Beoordeel in welke richting de bomen/ takken gespannen zijn en waar het breekpunt (d.w.z. het punt waar de boom/tak zou breken als hij nog meer gespannen zou worden) zich bevindt.

Beoordeel hoe u de spanning het best kutn wegnemen en of u dit zich sunt. In extra gecompliceerde situatuies is de enige veilige methode gen motorkettingzaag te gebruiken en een takel te gebruiken.
In het algemeen geldt:
Sta zo dat u Niet het risico loopt geraakt te worden door de boom/tak wanneer de spanning worden weggenomen.

Maak eén of meerdere sden op of in de buurt van het breekpunt. Zaag zo diep en breng zoveel sden aan als nodig is om de spanning in de boom/tak voldoende weg te nemen zodat de boom/tak "afbreekt" bij het breekpunt.

Zaag een voorwerp dat onder spanning staat nooit hebelaal door!
Wanner u de boom/tak moet doorzagen, maakt u twee of drie snedes van 3-5 cm diep met 3 cmussenruimte.

Zaag cervolgens steeds dieper tot de spanning van de boom/tak verdwijnt.

Zaag de boom/tak cervolgens vanaf de andere kant door, nadat de spanning eraf is.
Maatregelen die terugslag voorkomen

WAARSCHUWING! De terugslag kan bliksemsnel, plotseling en krachtig+zijn en kan ertoe leiden dat de motorzaag, het zaagblad en de ketting tegen de gebruiker sloan. Als de ketting in beweging is wonneer ze de gebruiker raakt, kan dit tot ernstige en zelfs dodelijke verwondingen leiden. Het is moodzakelijk om te begrijpen waardoor terugslag wordenveroorzaakten hoe terugslag voorkomen kan worden door voorzichtig en op de juiste manier te werken.
Wat is terugslag?
Terugslag is de benaming van een plotselinge reactie waar bij de motorzaag en het zaagblad terugslaan van een voorwerp dat geraakt werk door de terugslagriscsector van de zaagblapunt.


Terugslag geleurt altijd in de richting van het zaagbladopppervlak. Meestal slaan de motorzaag en het zaagblad omhoog enaar achteren aan de gebruiker toe. Maar dit kan ook in andere richtingen zijn, afhankelijk van de positie waarin de motorzaag zich bevindt op het ogenblick dat de terugslagrisico-sector in contact komt met een voorwerp.

Terugslag vindt uitsluitend plaats wanner de terugslagrisico-sector van het zaagblad in contact komt met een voorwerp.

Snoeien

WAARSCHUWING! De meeste terugslagongevallen geleuren bij het snoeien. Gebruik de terugslagriscosector van het zaagblad Niet. Wees uiterst voorzichtig en vermijd dat de punt van het zaagblad in contact komt met de stam, andere takken of voorwerpen. Wees uiterst voorzichtig met takken die op spanning staan. Ze konnenaar u terugveren en ertoe leiden dat u de controle verliest, wat letsel kanveroorzaken.
Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan! Werk vanaf de linkerkant van de stam. Werk zo zich möglich bij de motorkettingzaag voor een zo goed möglichke controle. Indien möglichkt moet u het gewicht van de motorkettingzaag op de stam lately rusten.

Verplaats u uitsluitend wanner de stam zich:tussen u en de motorkettingzaag befindt.
Stam van gevelde boom doorzagen
Zie instructies in het hoofdstuk Basistechniek zagen.
Algemeen
De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruksaanwijzing worden beschreiben.
BELANGRIJK! Al het overige onderhoud dat Niet in dit handboek worden genoemd要去uitgevoerd worden door een erkende werkplaats (dealer).
Carburaturinstelling
Afhankelijk van de geldende milieu- en emissiewetgeving is uw motorzaag uiterrust met een uitslagbegrenzer op de stelschroeven van de carburateur. Deze beperken de instelmogelijkheden tot maximaal een 1/2 slag.

Uw Jonsered-product is geconstruereeand gemaakt volgens specificaties, die de schadelijke uitaatgassen reduceren.
Werking
- Via de gasklebediening stuart de carburateur het toerental van de motor. In de carburateur worden brandstof en lucht vermingd. Dit(APsengel (brandstof/ Iucht) kan worden afgesteld. Om het maximum vermogen van de machine te konnen benutten, moet de afstelling correct zijn.
- De werkking van de katalysator is o.a. afhankelijk van een correct afgestelde carburateur. Volg de onderstaande instructies en gebruik een toerenteller als hulpmiddel.
- Afstellen van de carburateur houdt in dat de motor worden aangepast aan plaatelsijke omstandigheden, b.v. klimaat, hoogte, benzine en soort 2-taktolie.
-
De carburateur heeft drie afstelposities:
-
L = Lage toeren-naald
- H = Hogetoeren-naald
- T = Stelschroef voor stationair draaien

- Met de L- en de H-naalden worden de gewenste brandstofhoeveelheid afgesteld in functie van de
luchtstroom die de opening van de gasklepediening toelaat. Door de schroeven met de klok mee te draaien worden het lucht/brandstofmengsel armer (minder brandstof) en door ze tegen de klok in te draaien, worden het lucht/brandstofmengsel rijker (meer brandstof). Een armer mengsel geeft een hoger toerental en een rijker mengsel een lager toerental.
- De T-schroef regelt de positie van de gasklebediening bij stationair draaien. Als de T-schroef met de klok mee wordt gedraaid, krijt men een hoger stationair torental en als ze gegen de klok in wordt gedraaid, een lager stationair torental.
Basisafstelling en inrijden
Tijdens het testen in de fabrik verwitd de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De eerste tienaar要去 u voorkomen op een veel te hoog toerental te werken.
N.B.! Als de ketting roteert bij stationair toerental moet de T-schroef gegen de klok in gedraaid worden tot de ketting stocht.
Aanbevolen stationair toerental: 2700 omw./min.
Fijnafstelling
Wanner de machine "ingereden" is, moet de fijnafstelling van de carburateur uitgevoerd worden. Ze要去 uitgevoerd worden door een gekwalificeerdeskundig persoon. Eerst wordt de L-naald, dan de T-schroef voor het stationair toerental en tenslotte de H-naald afgesteld.
Vervangen brandstofsoort
Een neue fijnafstelling kan nodig zich wonneer de motorkettingzaag na het verrangen van brandstofsoort zich anders gedraagt met betrekking tot starten, acceleratie, max. torental enz.
Voorwaarden
- Voor met het afstellen worden begonnen,要去 het luchtfilter schoon en het cilinderdeksel gemonteerd zijn. Als de carburateur afgesteld worden wanneser het luchtfilter vluis is, krijt men een te arm brandstoffmengsel wanneser het luchtfilter worden schoongemakt. Dit kan tot ernstige beschadigingen van de motor leiden.
- Probeer de naalden L en H Niet voorbij de stoppen af te stellen, want dit kan tot beschadigingen leiden.
- Start de machine volgens de startinstrumentie en LASTZe ca. 10 min. warmdraien.
- Plaats de machine op een plat oppervlak zDat het zaagblad weg van u af wijst en het zaagblad en de ketting Niet in contact komen met de ondergrond of een ander voorwerp.
Laag toerental-naald L
Draai de L-sproeier met de klok mee tot de stop. Wanneer de motor een slechte acceleratie heeft of nicht goed stationair loopt, moet u de L-sproeier gegen de klok in draaien tot een goede acceleratie en stationair torental is bereikt.
Fijnafstelling van schroef T
Het stationair toerental worden afgesteld met de schroef T. Als afstelling nodig is, moet u terwijl de motor draait, de schroef met de klok mee draaien tot de ketting begint te roteren. Draai daarna de schroef gegen de klok in tot de ketting stilstaat. Het stationair toerental is correct aftgesteld wanner de motor in alle posities gelijkmatig draaait en dit met een goede marge tot het toerental waarbij de ketting begint te draaien.

WAARSCHUWING! Als het stationair toerental zich zo kan worden afgesteld dat de ketting stilstaat, dient u uw dealer te raadplegen. Gebruik de motorzaag nooit voor ze correct is afgesteld of gerepareerd.
Hoge toeren-naald H
De motor worden in de fabriek afgesteld op zeiniveau. Wonneer worden gewerkt op grote hoogte of onder andere weersomstandigheden, temperaturen en luchtvochtigheid kan het nodig zijn de hogetoerennaald een weinig af te stellen.
N.B.! Wort de hoge-toerennaald te ver ingedraaid, kan dat beschadigingen van zuiger en/of cylinder verroorzaken.
Bij het testen in de fabrik worden de hoge-toerennaald zo ingesteld dat de motor voloet aan de geldende wettelijkie eisen en tevens maximaal presteert. De hoge-toerennaald van de carburateur wordtervolgens vastgezet met een bewegingsbegrenzer in maximaaluitgeschroefde stand. De bewegingsbegrenzer beperkt de instelmogelijkheid tot maximaal een halve slag.
Correct afgestelde carburateur
Een correct afgestelde carburateur houdt in dat de machine zonder enige aarzeling accelereert en dat de machine een ietsje "lalt" bij vol gas geven. Verder mag de ketting niet roteren bij stationair draieren. Een te arm afgestelde L-naald kan tot startmoeilijkheden en slecht accelereren leiden. Een te arm afgestelde H-naald leidt tot een lager vermogen van de machine, een slechte acceleratie en/of motorbeschadiging.
Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de motorkettingzaag
Let op! Om service en reparations aan de machine uit te voeren, is een speciale opleiding nodig. Dit geldt voor vooral voor de veiligeidsuitrusting van de machine. Als de machine eén van de volgende controles Niet goed doorstaat, raden wij aan dat u maar uw serviceworkplaats.gaat.
Kettingrem met terugslagbeveiliging Controle van slijtage aan de remvoering


Maak de kettingrem en de koppelingtrommel vrij van spaanders, hors en vuil. Vuil en slijtage hebben een negatieve invloed op het remvermogen.

Controleer regelmatig of de dikte van de remvoering op de meest versleten plaatens temminste 0,6 mm bedraagt.
Terugslagbeveiling controlleren


Controller of dererugslagbeveiliging geen zichtbare beschadigingen vertoont zoals materiaalbarsten.

Duw de terugslagbeveiliging maar voren en terug om te controlleren of hij makkelijk loopt en of hij stabil verankerd is bij় verbinding in het koppelingdeksel.

Controle van het traagheidsmechanisme

Hou de motorzaag, met de motor uit, boven een boomstronk of een ander stabel voorwerp. Laat de voorhandgreep los en laat de motorzaag door+zijn eigenv gewicht, draaiend rond dechterhandgreep, maar de stronk vallen.

Wanneer de punt van het zaagblad de stronk raakt, moet de rem geactiveerd worden.

Remvermogen controlleren
Plaats de motorkettingzaag op een stabiele ondergrund en start ze. Zorg ervoor dat de zaagketting Niet in contact kan komen met de grond of een ander voorwerp. Zie instructies onder de kop Starten en stoppen.

Hou de motorkettingzaag stevig vast met uw duimen en vingers stevig om de handvatten.

Geef volgas en activeer de kettingrem door uw linkerpols\ aar de terugslagbeveiliging te bewegen. Laat het voorste\ handvat Niet los. De ketting要去 onmiddelijk stoppen.

Gashendelvergrendeling

- Controller of de gashendel vergrendeld is in de stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in de oorspronkelijke stand staat.

- Druk de gashendelvergrendeling in en controllerer of ze teruggaataar de oorspronkelijke positie wanneer uhaar loslaat.

- Controller of de gashendel en de gashendelvergrendeling vlot lopen en of hun terugspringveersystemen werken.

- Start de motorkettingzaag en geef vol gas. Laat de gashendel los en controllere of de ketting stopt en stil blijft staan. Als de ketting roeteert wanneer de gashendel in de stationaire stand staat,要去 de stationair instelling van de carburateur gecontroleerd worden.
Kettingvanger

Controleer of de kettingvanger Niet beschadigd is en of hij vast zit in de het motorzaaghuis. Vervang deze, als dat nodig is, met een kettingvanger van aluminium (verkrijgbaar als reserveonderdeel).

Controller of de rechterhandbeveiliging geen zichbare beschadigingen vertoont, bijv. materiaalbarsten.

Trillingdempingssysteme



Controleer het trillingdempingselement regelmatig op materiaalbarsten en verrormingen.

Controller of het trillingdempingselement vast verankerd isussen de motorenheid en de handvateenheid.

Stopschakelaar

Start de motor en controllerer of de motor wordenuitgeschakeld wanner de stopschakelaar in destopstand worden gezet.

Geluiddempper



Gebruik de machine nooit wanner de geluiddempoer defect is.

Controller regelmatig of de geluiddempo vastzit in demachine.

Bepaalde geluiddempers zich voorzien van een speciaal vonkenopvangnet. Indien uw machine uitergerust is met zo'n geluiddempers, moet u het net minstens eén keer per
week schoonmaking. Gebruik bij voorkeur een stalen borstel. Een verstopt net leidt tot oververhitting van de motor wat tot ernstige beschadigingen van de motor leidt.
Let op! Een beschadigd net mag nooit worden teruggeplaatst. Bij verstopping van het net zal de machine oververhitten waardoor de zuiger en cilinder kuren worden beschadigd. Gebruik de machine nooit als de geluiddemper in slechte staat is. Gebruik de knalpot nooit wanner het vondenopvangnet ontbreekt of defect is.

De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonden die droge en ontvlambare materialen in brand hunnen steken.
Een geluiddempster voorzien van katalysator vermindert sterk de gehaltes kooldwaterstof (HC), stikkstoffoxides (NO) en aldehyden in de uitlaatgassen. Koolmonoxide (CO, dat giftig maar reukloos is, worden echter nicht verminderd! Werk waarom nooit in afgesloten de slecht geventilerde ruimtes. Wanner u werk't met sneeuwwallen om u heb, in ravijnen of onder krappe omstandigheden moet algijd goede luchtcirculatie heersen.
Starter

WAARSCHUWING! De in het starterhuis gemonteerde terugspringveer is opgespannen en kan eruit springen als men Niet voorzichtig tewerk gaat en kan dan personeelijke verwondingen veroorzaken.
Wees alti\dijk voorzichtig bij het verrangen van de veer of het startkoord. Gebruik een beschemmingsbril en beschemmingshandspoelen.
Een gebroken of versleten starterkoord verrangen

- Draai de schroeven los waarmee de starter op het carter bevestigd is en verwijder de starter.

- Trek het starterkoord ca. 30 cm uit en til ze op tot de inkeping in de periferie van de schijf. Nulstel de terugspringveer door de schijf langzaamchyteruit te draaien.

Maak de schroef in het midden van de koordschijf los en haal meenemerwiel, meenemervere en koordschijf weg. Bevestig een nuwsterkerkoord in de schijf en maak vast. Wikkel het starterkoord circa 3 keer rond de koordschijf. Monteer de koordschijf op de retourveer, zodat het uiteinde van de retourveer in de schijf haakt. Monteer verwolgens meenemervere, meenemerwiel en de schroef in het midden van het koordswijl. Leid het starterkoord door de opening in het starterhuis en de starthendel. Maak daarna een stevige knoop in het starterkoord.

De terugspringveer spannen
- Plaats het starterkoord in de inkeping van de schijf en draai de schijf 2 slagen maar rechts.
Let op! Controller of de schijf, wonneer het starterkoord volledig uitgetrokken is, tenminste een halve slag gedraaid kan worden.

Vervangen van een gebroken retour- en meenemerverveer.

Retourveer (A)
- Til de koordpoelie op. Zie instructies in het hoofdstuk Een gebroken of versleten starterkoord verrangen. Denk eraan dat de terugstelveer opgespannen in het starterhuis ligt.
- Verwijder de cassette met de terugstelveer uit de starter.
- Smeer de terugstelveer in met dunne olie. Monteer de cassette met de terugstelveer in de starter. Monteer de koordpoelie en span de terugstelveer op.
Meenemervereer (B)
Maak de schroef in het midden van de koordschijf los en haal meenemerwiel en meenemerverveer weg.
- Vervang de meenemervereer en monteer het meenemerwiel bovenop de veer.

Starter monteren
- Monteer de starter door eerst het starterkoord vollediguit te trekken en daarna de starter op het carter teplaatsen. Laat het starterkoord langzaam los zodat de starthaken in het wil gewijpen.
- Monteer de schroeven die de starter op zijnplaats houden en draai ze vast.

Luchtfilter

Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemakt (stof en vuiil verwijderen) om de volgende problemen te vermijden:
- Storingen van de carburateur
Moeilijkheden bij het starten - Vermogensverlies
- Onnodige slijtage van de motoronderdelen.
Abnormaal hoog brandstofverbruik - Demonteer het luchtfilter door het cilinderdeksel te verwijderen en schroef het luchtfilter eraf. Bij het weer in elkaar zetten diert u te controlleren dat het filter dicht gegen de filterhouser ligt. Reinig het filter door het te schudden of af te borstelen.

Voor grondiger reinigen=kunt u water en zoep gebruiken. Na een lange gebruiksperiode kan het luchtfilter Niet meer wordengereinigd.Daarom moet het filter regelmatig verwangen worden.Een beschadigluchtfilter moet altiijd verwangen worden.
Een JONSERED motorkettingzaag kan uitgerust worden met verschillende luchtfiltertypes afhankelijk van de werkkomgeving, die weersomstandigheden, het seizedoen enz. Vraag uw dealer om advies.
Bougie

De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van de bougie:
- Een incorrecte afstelling van de carburateur.
- Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of verkeerde olie).
Een vuil luchtfilter.
Deze faktoren verooorzaken afzettingen op de elektronen van de bougie, wat tot motordefecten en startmoeilijkheden kan leiden.
Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig onbelast draait, dient u altiijd eerst de bougie te controeren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en controllere of de afstandussen de elektroden 0,5 mm bedraagt. De bougie要去 na een maand gebruik, of eeder indien nodig, verrangen worden.


Let op! Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere types können de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor dat de bougie zag. radio-ontstoring heeft.
Neuswiel van het zaagblad smeren



Het neuswiel van het zaagblad moet bij elke tankbeurt gesmeerd worden. Gebruik een hiervoor bedoelde smeerspuit en lagervet van goede kwaliteit.

Naaldlager smeren


De koppelingsstrommel is voorzien van een naaldlager op de uitgaande as. Dit naaldlager要去 regelmatig worden gesmeerd (1 keer per week).
Bij het smeren worden het koppelingsdeksel gedemonteerd door de twee moeren van het zaagblad los te draaien. Leg de zaag op zijn zijkant neer, met de koppelingsstrommel omhoog.
U smeert door motorolie in het midden van de koppelengstrommel te druppelen verwijl de koppelengstrommel worden gedraaid.

Het instellen van de oliepomp

De oliepomp is instelbaar. Het instellen gebeurt door de schroef met een schroevendraier of combinatiesleutel te draaien. De machine wordt af fabriek geleverd met de schroef in positie 2. Door de schroef met de wijzers van de klok mee te draaien worden de olietoevoer kleiner, door de schroef gegen de wijzers van de klok in te draaien groter.

Aanbevolen stand:
Zaagblad 13^ - 15^ : Positie 1
Zaagblad 15"-18": Positie 2
Zaagblad 18^ - 20^ : Positie 3

WAARSCHUWING! Bij het instellen mag de motor Niet draaien.
Koelsystem


Omdewerktemperatuurzo laag mogelijk te houden,isdemachinemuitgerust met een koelsystem.
Het koelsystemebestaat UIT:
1 Luchtinlaat in de starter.
2 Luchtgeleidingsrail.
3 Ventilatorschoepen op het vliegwiel.
4 Koelflenzen op de cilinder.
5 Cilinderkap (leidt de koellucht maar de cilinder).

Maak het koelsysteme een keer per week schoon met een borstel; dit moet vaker geleuren wanner u in moeilijke omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt koelsystem leidt tot oververhitting van de machine waardoor de cilinder en zuiger beschadigd worden.
Let op! Het koelsysteme van een motorkettingzaag met katalysator moet dagelijks schoongemaakt worden. Dit is vooral erg belangrijk op een motorkettingzaag met katalysator die vanwege de hogere uitlaatgastemperatuur een erg goede koeling van de motor en de katalysatoreenheid vereist.
Centrifugal reinigen "Air Injection"
Centrifugaal reinigen houdt het volgende in: Alle lucht naar die carburateur gaat door de starter. Vuil en stof worden weggeblazen door de koelventilator.

BELANGRIJK! Om de werkung van de centrifugaalreiniging Niet in gevaar te brengen,要去 hij goed onderhonden worden. Maak de luchtinlaat van de starter, de ventilatorschoepen van het vliegwiel, de ruimte rond het vliegwiel, de inlaatpijp en de carburateurruimte schoon.
Gebruik in de winter
Wanner de machine worden gebruikt bij kou of sneeuw kunnen storingen in de werkig optreden die worden veroorzaakt door:
Een te lage motortemperatuur.
- Ijsvorming op luchtfilter en bevriezing in de carburateur.
Men dient.darom speciale maatregelen te treffen, zoals:
- De luchtinlaat van de starter verminderen en zo de werktemperatuur van de motor verhogen.
Temperatures van 0^ oflager:

Het cilinderdeksen is voorbereid om aangepast te konnen worden voor gebruik bij koude. Draai aan de winterklep zodate de in de cilinder verwarmde lucht de carburateurkamer in kan en zo voorkomt dat bijv. het luchtfilter dicht vriest.

Voor gebruik bij temperaturen lager dan -5^ en/of in de sneeuw waar ook verkrijgbaar:
- een special deksel (A) voor het starterhuis
- een winterplug (B) voor de luchtsproeier die volgens de tekening worden gemonteerd.

Deze verminderen de koude lucht en voorkomen dat er grote hoeveelheden sneeuw de carburateurkamer ingezogen worden.
N.B.! Wanner de winterplug is gemonteerd moet de winterklep open zijn!
BELANGRIJK! Bij temperaturen hoger dan -5^ of 0^ MOET de machine waar aan staandaard uitvoerig teruggebracht worden. Anders bestaat het gevaar van oververhitting, waardoor de motor ernstig beschadigd kan worden.
Onderhoudsschema
Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine要去 worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschreiben in het hoofdstuk Onderhoud.
| Dagelijks onderhoud | Wekelijks onderhoud | Maandelijks onderhoud |
| Maak de machine uitwendig schoon. | Op motorzagen zonder katalysator要去 u het koelsystem eiddere week controleren. | Controler de remvoering van de kettingrem op slijtage. Vervang deze wanner minder dan 0,6 mm over is op de meest versleten plaat. |
| Controler of de delen van de gashendel goed werken.(Gashendelvergrendeling en gashendel.) | Controler de starter, het startkoord en de terugspringveer. | Controler het centrum van de koppeling, de koppelingtrommel en de koppelingveer op slijtage. |
| Maak de kettingrem schoon en controller de remfunctie vanuit veiligheidsoogpunt. Controller of de kettingvanger nielt beschadig is, verrang deze, als dat nodig is, met een kettingvanger van aluminium (verkrijgbaar als reserveonderdeel). | Controller of de trillingsdempingselementen niet beschadigd zijn. | Maak de bougie schoon. Controller of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm bedraagt. |
| Het zaagblad要去 voor evenwichtig afslijten dagelijks worden omgekeerd. Controller of de smeeropening nielt verstopt is. Maak de groef schoon. Als het zaagblad uitergerust is met een poelie,要去 die gesmeerd worden. | Smeer het lager van de koppelingtrommel. | Maak de buitenkant van de carburateur schoon. |
| Controller of de ketting en het zaagblad voldoende olie krijgen. | Verwijder eventuele braam op de zijkanten van het zaagblad met een vrij. | Controller het brandstofffilter en de brandstoffleidingen. Vervang indien nodig. |
| Controller de zaagketting op zichbare barsten in klinken en schakels, of de ketting stijf is en of klinken en schakels abnormaal versleten+zijn. Vervang indien nodig. | Maak het vonkenopvangnet van de geluidemper schoon of verrang het. | Leeg de brandstoffank en maak deze inwendig schoon. |
| Slijp de ketting en controller de condite en de spanning. Controller het kettingwiel op abnormale slijtage, verrang indien nodig. | Maak de carburateurruimte schoon. | Leeg de olietank en maak deze inwendig schoon. |
| Maak de luchtinlaat van de starter schoon. | Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. | Controller alle kabels en aansluitingen. |
| Controller of de bouteu en moeren en vastgedraaid+zijn. | ||
| Controller of de stopschakelaar werkt. | ||
| Controller of er brandstof lekt uitt motor, tank of brandstoffleidingen. | ||
| Op motorzagen met katalysator要去 u het koelsystem dagelijks controleren. |
TECHNISCHE GEGEVENS
Technische gegevens
| CS 2141/CS 2141S | CS 2145S | CS 2150 | |
| Motor | |||
| Cylinderinhoud, cm3 | 45 | 45,0 | 49,4 |
| Cylinderdiameter, mm | 42 | 42 | 44 |
| Slaglengte, mm | 32,5 | 32,5 | 32,5 |
| Stationair toerental, t/min | 2700 | 2700 | 2700 |
| Vermogen, kW/ t/min | 2,0/9000 | 2,2/9000 | 2,3/9000 |
| Ontstekingssystem | |||
| Fabrikant van ontstekingssystem | SEM | SEM | SEM |
| Soort ontstekingssystem | CD | CD | CD |
| Bougie | NGK BPMR 7A/ Champion RCJ 7Y | NGK BPMR 7A/ Champion RCJ 7Y | NGK BPMR 7A/ Champion RCJ 7Y |
| Elektrodenafstand, mm | 0,5 | 0,5 | 0,5 |
| Brandstof-/smeersystem | |||
| Fabrikant van carburateur | Zama | Zama | Zama |
| Soort carburateur | C3-EL18 | C3-EL18 | C3-EL18 |
| Inhoud benzinetank, liter | 0,5 | 0,5 | 0,5 |
| Capaciteit oliepomp bij 9.000 omw./min., ml/min. | 9 | 9 | 5-12 |
| Inhoud olietank, liter | 0,25 | 0,25 | 0,25 |
| Type oliepomp | Automatisch | Automatisch | Automatisch |
| Gewicht | |||
| Motorzaag+zonder zaagblad, ketting en met lege tanks, kg | 4,9/5,0 | 5,0 | 4,9 |
| Lawaai-emissie (zie opm. 1) | |||
| Geluidsvermögen, gemeten dB(A) | 112 | 112 | 114 |
| Geluidsvermögen, gegarandeerd LWA dB(A) | 113 | 113 | 115 |
| Geluidsniveau (zie opm. 2) | |||
| Equivalent geluidsdrukniveau bij hetoor van de gebruiker, gemeten volgens de van toepassing zijnde internationale normen, dB(A) | 101 | 101 | 101 |
| Trillingsniveau (zie opm. 3) | |||
| Voorste handvat, m/s2 | 3,1 | 3,2 | 3,2 |
| Achterste handvat, m/s2 | 3,5 | 4,0 | 4,0 |
| Ketting/zaagblad | |||
| Standaard zaagbladlengthe, duim/cm | 13"/33 | 13"/33 | 13"/33 |
| Aanbevolen zaagbladlengthes, duim/cm | 13-18"/33-45 | 13-18"/33-45 | 13-18"/33-45 |
| Effectieve zaaglengte, duim/cm | 12-17"/31-43 | 12-17"/31-43 | 12-17"/31-43 |
| Steek, duim/mm | 0,325/8,25 | 0,325/8,25 | 0,325/8,25 |
| Dikte van de aandrijschakel, duim/mm | 0,058/1,5 | 0,058/1,5 | 0,058/1,5 |
| 0,050/1,3 | 0,050/1,3 | 0,050/1,3 | |
| Type aandrijfwienen/aantal tanden | Rim/7 | Rim/7 | Rim/7 |
| Kettingsnelheid bij maximum vermogen, m/sec. | 17,3 | 17,3 | 17,3 |
Opm.1: Emissie van geluid maar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (Lw) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG.
Opm. 2: Equivalent geluidsdrukniveau, volgens ISO 7182, worden berekend als deijdsgewogen energiesom van de geluidsdrukniveau in verschillende werkomstandigheden, met de volgende tijsindeling: 1/3 nullast, 1/3 maximum belasting, 1/3 maximum toerental.
Opm. 3: Het equivalent trillingniveau, volgens ISO 7505, worden berekend als de tijsdgewogen energiesom van de trillingniveau in verschilde werkkomstandigheden, met de volgende tijsdverdling: 1/3 nullast, 1/3 maximum belasting, 1/3 maximum torental.
Zaagblad- en hettingcombinations
De onderstaande combinaties zijn CE-typegoedgekeurd.
| Zaagblad | Ketting | ||||
| Lengte, duim | Steek, duim | Spoorbredte, mm | Maximum aantal tanden neuswiel | Type | Lengte, aandrijfschake Is (stuks) |
| 13 | 0,325 | 1,3 | 10T | Jonsered H30 | 56 |
| 15 | 0,325 | 1,3 | 10T | 64 | |
| 16 | 0,325 | 1,3 | 10T | 66 | |
| 18 | 0,325 | 1,3 | 10T | 72 | |
| 13 | 0,325 | 1,5 | 10T | Jonsered H25 | 56 |
| 15 | 0,325 | 1,5 | 10T | 64 | |
| 16 | 0,325 | 1,5 | 10T | 66 | |
| 18 | 0,325 | 1,5 | 10T | 72 | |
Vijlen en vijilmallen van de zaagketting
| inch/mm | inch/mm | ||||||
| H30 | 3/16 /4,8 | 85° | 30° | 10° | 0,025/0,65 | 5056981-00 | 5049816 -74 |
| H25 | 3/16 /4,8 | 85° | 30° | 10° | 0,025/0,65 | 5056981-00 | 5049816 -75 |
EG-verklaring van overeenstemming
(Alleen geldig voor Europa)
Jonsered, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de Jonsered motorkettingzagen CS 2141, CS 2141S, CS 2145S en CS 2150 met een serienummer uit 2002 en verder (het一年多 met waaropvolgend een serienummer worden duidelijk aangegeven op het productplaatje), in overeenstemming zichen met de voorschriften in de RICHTLIJN VAN DE RAAD:
- van 22 Juni 1998 "betreffende machines" 98/37/EG, bijlage IIA.
- van 15 december 2004 "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2004/108/EEC.
- van 8 mei 2000 "betreffende geluidsemissie door materieeel voor gebruik buitenshuis" 2000/14/EG.
Voor informatatie betreffende lawaaiemissies, die hoofdstuk Technische gegevens. De volgende normen zijn van toepassing: EN292-2, CISPR 12:1997, EN608.
Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft een EG-typecontrole uitgevoerd volgens artikel 8, punt 2c, van de machinerichtijn (98/37/EG). De certificaten van de EG-typecontrole volgens bijlage VI hebben nummer: 404/00/750 - CS 2141, CS 2141S, 404/00/750 - CS 2145S, 404/00/749 - CS 2150
Verder heeft SMP, Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, een verklaring afgeveen van overeenstemming met bijlage V van de richtlijn van de raad van 8 mei 2000 "betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenhuis" 2000/14/EG. De certificaten hebben nummer: 01/161/037 - CS 2141, CS 2141S, CS 2145S, 01/161/062 - CS 2150S.
De geleverde motorkettingzaag komt overeen met het exemplaar dat een EG-typecontrole heeft ondergaan.
Bengt Frogelius, Hoofd Ontwikkeling Motorzaag
1151206-20