RXV 5.5 - Offroad motorfiets APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RXV 5.5 APRILIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RXV 5.5 APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Offroad motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RXV 5.5 - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RXV 5.5 van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING RXV 5.5 APRILIA
Gefeliciteerd met de aankoop van de(APRnXV.
Het is een motor die de manier van opvatten van enduro motoren radicaal wil veranderen. Het is een innovatief voertuig, en het is in staat hoge prestaties en plezier in alle gebruksomstandigheden te garanderen. De primaire doelstelling van aprilia is dan ook het realizeren van motoren met een hoge technologische inhoud, die buitengewoon veilig zich en in staat zich om metterijd hun waarde te behouden.
BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN WAT BETREFT HET GEBRUIK VAN HET VOERTUIG EN DE WETTELIJKE GARANTIE
De motoren aprilia RXV werden geproduerd, ontworpen en ontwikkeld voor sportief gebruik op een piste of om te crossen. Daarom要去e voldoen aan reglementen en de categorieën die actuel in gebruik zijn door de belangrijkste internationale motorbonden.
Het model RXV werd ontworpen voor lange crosswedstrijden (enduro) en is Niet geschikt voor courant gebruik voor motorcross.
Om een voortijdige slijtage en het eventuele stukgaan te vermielen,要去en de vooraf bepalde handelingen die aangeduid worden in de tabel van het onderhoud, in deze handleiding, absolutnoodzakelijk gespecteerd worden. Door het respecteren van de intervals en de handelingen van het onderhoud, uitgevoerd bij een dealer of erkende garage van aprilia, zullen de prestaties van het voertuig behouden blijven en za ernstige schade vermeden worden.
De motoren RXV worden Niet opgevoerd geleverd, zodat ze in deze versie gehomologeerd+zijn voor het gebruik op openbare wegen en gedekt zich door de wettelijkke garantie op voorwaarde dat de intervals en de handelingen van het onderhoud nauwkeurig gespecteerd worden, en dat ze uitgevoerd worden bij een dealer of erkende garage van aprilia, waar de servicebeurt genoteerd zal worden op het waarvoord bestemde garantieboekje.
Deze voertuigen zich nicht geschikt voor wegbebruik: de verhoudingen van de versnellingsbak, de koelinstallatie, de setting van de ophangingen, de reminstallatie en de kenmerken van de levering van de motor+zijn geoptimaliseerd voor sportief gebruik, waar de omstandigheden en het type van gebruik zeer verschillen van de omstandigheden die zich voordoen op openbare wegen.
Hier volgen enkele voorbeelden, die nicht gelden voor alle gevallen, van enkele omstandigheden die de motor ernstig kuren beschaden: lang wachten bij een verkeerslicht, trajecten op slewegen met de motor steeds aan het maximum toerental of het rijden acheter Wagens.
Eender welke wijziging of geknoei aan het voertuig, en voor het verhogen van de prestaties van de motor, maken dat het voertuig nicht更是 gehomologeerd is voor gebruik op de openbare weg, maar dat het enkel gebruikt mag worden in georganiseerde wedstrijden en met goedkeuring van de bevoegde instanties. Deze handelingen doen alle rechten op de wettelijkke garantie verrallen.
Voor uw veiligheid is het best dat enkel de originele reserveonderdelen en accessoires van aprilia gebruikt worden. aprilia kan Niet aansprakelijk gesteld worden voor het gebruik van Niet-originele onderdelen en voor de schade die hierdoor veroorzaakt worden.
APRILIA WIL U BEDANKEN
omdat u een vanhaar producten heegt gekozen. Wij hebden deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waardenen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast za u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heegt gemaakt. Wij zich en zeker van dat indien u hier reckening mee za houden, u makkelijk za waren aan uw nuew voertuig, waar u lang maar volle tevredenheid gebruik van za hunnen make. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit的那一ste moet het worden overhandigd aan de neue eigenaar.
RXV 450-550
aprilia
De instructies in deze handledeig zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zichoor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het Klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage要去 uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die Niet uitgebrecht in deze uitgave zichen beschreiben, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschicht; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke verilgheit
Indien deze voorschriften nicht of nied volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan Personen tot gevolg hebben.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zDat het gebruik van het voertuig geen schade aanricht aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften Niet of nicht volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventuele het verwallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zich erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijkkeiten worden gezonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en voraal de paragraaf "VEILIG RIJDEN".Uw verilgheid en die van anderen hangt nicht enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiente van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN.We raden THATOM AN OM VERTUWD te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integgerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
INDEX INDEX
GENERAL RULES 9
Koolmonoxide 10
Brandstof. 10
Warme onderdelen 11
Koelvloeistof 11
Gebrukte motorolie en koppelingsolie 13
Rem-en koppelingsvloeistof 14
Elektrolyt en waterstofgas van de accu. 14
Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid. 16
VOERTUING 23
Plaats van de hoofdcomponenten 25
Legenda 27
Analoog instrumentenpaneel 28
Groep controlelampjes 28
Digital display. 30
Startschakelaar 35
Stuurslot vergrendelen 35
Drukknop claxon 36
Schakelaarrichtingaanwijzers 36
Lichtschakelaar 37
Startknop. 37
Stopschakelaar motor 38
Zadelopenen 39
Identificatie 39
GEBRUIK. 43
Controles. 44
Tanken 47
Reguleringachterdempers. 49
Regulering voorvorken 53
Inrijden 55
Stoppen van de motor 61
Antidiefstalsystem 62
Standaard. 63
Veilig rijden 64
Lading 70
ONDERHOUD. 71
Peil motorolie 72
Vervanging van de motorolie 75
Versnellingsbak oliepeil 77
Demonteren van de bougie 81
Demonteren van het luchtfilter 86
Peil koelvloeistof 88
Controle van het oliepeil van de remmen 92
Accu. 102
Zekeringen 103
Lampjes 107
Koplampset 107
Afstellen van de koplamp. 109
Schijfrem voor en awhile 110
Stilstand van het voertuig 114
Reinigen van het voertuig 116
Vervoer 120
Transmissieketting 120
Controle van de speling van de hetting. 121
Regeling van de speling van de ketting. 122
Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon 123
Smering en reiniging van de ketting. 125
Bijgeleverd gereedschap. 134
ONDERDELEN EN ACCESSOIRES 135
Waarschuwingen 136
GEPLAND ONDERHOUD 137
Tabel gepland onderhoud. 138
RXV 450-550
aprilia

Chap. 01
General rules
Hst. 01
Algemene normen
Carbon monoxide
Wanner het nodig is om de motor te doen werkken om een handlediguit te voeren, controleert men of dit in een open ruimte of in een goed geventileerd lokaal gebeurt. Laat de motor nooit werken in een gesloten ruimte. Wanner men in een gesloten ruimte werkt, gebruikt men een evacuationsystem voor de uitlaatgassen.
LET OP

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN GIFTIG GAS DAT BEWUSTELOOSHEID EN OOK DE DOOD KAN VEROORZAKEN.
Brandstof
LET OP


DE BRANDSTOF DIE WORDT GEBRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VANDE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-TERST BRANDBAAR EN KAN EXPLOSIEF WORDEN IN BEPAALDE OM-STANDIGHEDEN. VOER HET TANKEN EN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN
De motor en de onderdelen van de uitlaatinstallatie worden zeer warm en blijven lang warm, ook nadat de motor wordenuitgezet. Vooraleer men deze onderden hanteert, draagt men isolerendehandschoenen, of wacht men tot de motor en de uitlaatinstallatie zijn afgekoeld.
Coolant
De koelvloeistof bevat ethyleenglycol, wat in sommige omstandigheden ontvlambaar is. Wanner het brandt, produeert ethylglycol onzichtbare vlammen, die toch brandwonden veroorzaken.


TAKE CARE NOT TO POUR COOLANT ONTO HOT ENGINE OR EXHAUST SYSTEM COMPONENTS; THE FLUID MAY CATCH FIRE AND BURN WITH INVISIBLE FLAMES. WHEN CARRYING OUT MAINTENANCE OPERATIONS, IT IS ADVISABLE TO WEAR LATEX GLOVES. EVEN THOUGH IT IS TOXIC, COOLANT HAS A SWEET FLAVOUR WHICH MAKES IT VERY ATRACTIVE TO ANIMALS. NEVER LEAVE THE COOLANT IN OPEN CONTAINERS IN AREAS ACCESSIBLE TO ANIMALS AS THEY MAY DRINK IT.
Gebruike motorolie en koppelingsolie
CAUTION

Rem- en koppelingsvloeistof

DE REMVLOEISTOF KAN GELAKTE, PLASTIC OF RUBBEREN OPPERVLAKKEN BESCHADIGEN. WANNEER MEN HET ONDERHOUD VAN DE REMINSTALLATIE UITVOERT, BESCHERMT MEN DEZE ONDERDELEN MET EEN REIN DOEK. DRAAG STEEDS EEN BESCHERMENDE BRIL WANNEER MEN ONDERHOUD UITVOERT OP DE REMINSTALLATIE. DE REMVLOEISTOF IS UTERST SCHADELIJK VOOR DE OGEN. IN GEVAL VAN TOEVAILLIG CONTACT MET DE OGEN, SPOELT MEN ONMIDDELLIJK MET OVERVLOEDIG Koud EN REIN WATER, EN RAADPLEEGT MEN ONMIDDELLIJK EEN ARTS.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
Elektrolyt en waterstofgas van de accu
LET OP

DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT MET DE HUID KAN HET BRANDWON
Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid
Wanneer men de herstelling, de demontage en hermontage van het voertuig uittvoert, moet men zich nauwgezet aan het volgende advies houden.
BEFORE REMOIVING COMPONENTS
- Verwijder vuil, modder, stof en vreeemde voorwerpen van het voertuig, voordat men de demontage van de onderdelen uitvoert. Gebruik, waar voorzien, de speciale gereedschappen die voor dit voertuig ontworpen werden.
DEMONTAGE VAN DE ONDERDELEN
- Los en/of sluit de bouten en de moeren Niet met tangen of an-
dere gereedschappen, maar gebruik steeds de speciale sleutel.
- Merk de posities op alle verbindingskoppelingen (buizen, kabels, enz.) vooraleer men ze scheidt, en identificierer ze met verschillende onderscheidende tekens.
- Elk stuk要去 duidelijk gerekt worden, zodate het tijdens de fase van de installmentie geidentificerd kan worden.
- Reinig en was de gedemonteer-de onderdelen zorgvuldig met een reinigingsmiddel met lage ontvlambaarheidsgraad.
- Houd de onderling gekoppelde delen bij elkaar, waar het ene bij het andere "past" als gevolg van de normale slijtage.
- Sommige onderdelen要去en samen gebruikt worden of volledig verrangen worden.
Houd ze ver van warmtebronnen.
REASSEMBLY OF COMPONENTS
CAUTION
- Gebruik enkel ORIGINELE RESERVEONDERDELEN van aprilia.
- Gebruik de aanbevolen smeermiddelen en verbruiksmateriai-len.
- Smeer de delen (wonneer maybeijk) vooraleer men ze monteert.
Bij het sluiten van de bouten en de moeren, begint men met die-gene met de grootste diameter of met de interne, en men werkt diagonala. Voer het sluiten uit met oepenvolgende passages, Vooraleer men het sluitingskoppel toepast. - Vervang steeds de zelfborgende moeren, de pakkingen, de dichtingsringen, de elastische ringen, de O-ringen (OR), de splitpennen en de bouteen door neue, wanner ze schade aan de schroefdraad vertonen.
- Wanner men de kussentjes monteert, smeert men ze overvloedig.
- Controller of elk onderdeel correct gemonteerd is.
- Na een herstellingshandeling of periodiek onderhoud, voert men de Voorafgaande controles UIT en test men het voertuig in een privé-zone of in een zone met weinig verkeer.
Reinig alle koppelingsvlakken, de randen van de oliekeerringen en de pakkingen voor de her
montage. Breng een laagje vet op basis van lithium aan op de randen van de oliekeerringen. Hermonteer de oliekeerringen en de kussentjes met het merk of het fabricatienummeraar de buitenkant gericht (zichtbare kant).
ELECTRIC CONNECTORS
De elektrische connectors要去en als volgt worden losgemaakt, het Niet respecteren van deze procedure leidt tot onherstelbare schade aan de connector en aan de bekabeling:
Indien aanwezig, drukt men op de speciale veiligheidskoppelingen.
Grijp de twee connectors vast en verwijder ze, door ze in de tegenovergestelde richting uit elkaar te trekken.
- In aanwezigheid van vuil, roest, vochtigheid, enz., reinigt men zorgvuldig de binnenkant van de connector met gebruik van een persluchtstraal.
- Controller of de kabels correct vastgeklemd zijn aan de interne terminals van de connectors.
- Plaats verwolgens de twee connectors, en controllerer de correcte koppeling (wonneer tegenovergestelde koppelingen aanwezigহn,hoort men een typische "klik").
CAUTION
TO DISCONNECT THE TWO CONNECTORS,DO NOT PULL THE CABLES.
NOTE
THE TWO CONNECTORS CONNECT ONLY FROM ONE SIDE: CONNECT THEM THE RIGHT WAY ROUND.
LET OP
TREK NIET AAN DE KABELS OM DETWEE CONNECTORS LOS TE MAKEN.
N.B.
DE TWEE CONNECTORS KUNNEN MAAR OP EEN WIJZE INGEBRACHT WORDEN, PLAATS ZE IN DE JUISTE RICHTING OP DE KOPPELING.
TIGHTENING TORQUE
CAUTION
DO NOT FORGET THAT THE TIGHTENING TORQUE OF ALL FASTENING ELEMENTS ON WHEELS, BRAKES, WHEEL SPINDLES AND OTHER SUSPENSION COMPONENTS PLAY A KEY ROLE IN ENSURING THE VEHICLE'S SAFETY AND MUST COMPLY WITH SPECIFIED VALUES. CHECK THE TIGHTENING TORQUE OF FASTENING PARTS ON A REGULAR BASIS AND ALWAYS USE A TORQUE WRENCH TO REASSEMBLE THESE COMPONENTS. FAILURE TO COMPLY WITH THESE RECOMMENDATIONS MAY CAUSE ONE OF THESE COMPONENTS TO GET LOOSE AND EVEN DETACHED, THUS BLOCKING A WHEEL, OR OTHERWISE COMPROMISE VEHICLE HANDLING. THIS CAN LEAD TO FALLS, WITH THE RISK OF SERIOUS INJURY OR DEATH.
SLUITINGSKOPPELS
LET OP
VERGEET NIET DAT DE SLUITINGSKOPPELS VAN ALLE BEVESTIGSELEMENTEN OP WIELEN, REMMEN, WIELPINEN EN ANDERE ONDERDELEN VAN DE OPHANGEN EEN FUNDAMENTELE ROL SPELEN VOOR HET GARANDEREN VAN DE VEILIGHEID VAN HET VOERTUIG, EN DAT ZEAAN DE VOORGESCHREVEN WAARDEN MOETEN GEHOUDEN WORDEN. CONTROLER REGELMATIG DE SLUITINGSKOPPELS VAN DE BEVESTIGSELEMENTEN, EN GEBRUK STEEDS EEN DYNAMOMETRISCHE SLEUTEL WANNEER MEN ZE HERMONTEERT. WANNEER MEN DEZE WAARSCHUWINGEN NIET RESPECTEERT, ZOU EEN VAN DEZE ELEMENTEN KUNNEN LOSSEN EN LOSKOMEN EN EEN WIEL BLOKKEREN OF ANDERE PROBLEMEN VEROORZAKEN DIE DE MANOEUVREERBAAR
HEID NEGATIEF KUNNEN BEINVLOEDEN ZODAT MEN KAN VALLEN MET HET RISICO OP ERNSTIGE LETSELS OF DE DOOD.
RXV 450-550
aprilia

Chap. 02
Vehicle
Hst. 02
Voertuing

02_01

02_02
Plaats van de hoofdcomponenten (02_02)
Legende
- Linker radiator koelvloeistof
- Linker awhilekijkspiegeltje
- Dop van de brandstoftank
- Brandstoftank
- Accu
- Zadel
- Achterlicht
- Achtervork
- Transmissieketting
-
Linker lijplaatje achteraan
-
Side stand
- Left rider footrest
- Gear shift lever
- Main fuse box
- Front left side fairing
- Front right side fairing
- Coolant right side radiator
- Coolant expansion tank cap
- Right rear-view mirror
- Air filter housing
- Auxiliary fuses housing
- Rear right side fairing
- Pump with rear brake fluid reservoir
- Right rider footrest
-
Rear brake control lever
-
Laterale standard
- Linker voetensteun van de bestuurder
- Commandohendel voor het schakelen
- Hoofdzekeringenhouser
- Linker lijplaatje vooraan
- Rechter lijplaatje vooraan
- Rechter radiator koelvloeistof
- Dop van het expansievat van de koelvloeistof
- Rechter achteruitkijkspiegel
- Doos luchtfilter
- Doos secundaire zekeringen
- Rechter zichplaatje achteraan
- Pomp met vloeistof tank hinterrem
- Rechter voetensteun van de bestuurder
- Commandohendel van de achterrem

02_03
Dashboard (02_03)
KEY
- Linker achteruitkijspiegel
- Commandohendel van de koppeling
- Instrumenten en individatoren
- Ontstekingsschakelaar (ONOFF)
- Hendel van de Voorrem
- Rechter achteruitkijkspiegel
- Gashandvat

Analog instrument panel (02_04)
KEY
Analoog instrumentenpaneel (02_04)
Legende
- SCROLL knop
- Controlelamp van de versnelling in vrij (groen)
- Controlelamp van de druk van de motorolie (rood) (niet actief)
- Digital multifunctioneel display
- Controleamp van de brandstof-reserve (orange)
- Controlelamp van het grootlicht (blauw)
- Controlelamp van de richtingaanwijzers (groen)
Light unit
Neutral gear indicator «2 »
Groep controelampjes
Indicatielamp, versnellingsbak in vrij «2 »
Dezelichtopwanner deversnellingsbakzichindevrijpositiebehindt.
Multifunctioneel digitaal display «4» Snelheidsmeter (km/h - MPH) Visualiseert de onmiddelijkje rijnselheid op 3 cijfers.
Kilometerteller / Mijlenteller Visualiseert het partieel of totaal aantal aflegege de kilometers of ijlen
Low fuel warning light «5 »
Controlelamp van het grootlicht «6 »
Deze Licht op wanner de lampen van de grote lichten geactiveerd zich, of wanner men de knippering van de grote lichten activeert.
Turn indicator warning light «7 »
Controlelamp van de richtingaanwijzers «7 »
Deze knippert wonneer het signaal van verandering van richting in functie is

DigitalLCDdisplay(02_05, 02_06,02_07,02_08,02_09, 02_10,02_11,02_12,02_13, 02_14,02_15)
Bij elke aanschakeling van het bedieiningspaneel volgt een check van 2 seconden van het display en de controlampen, en verrolgens geeft het dashboard de LAST ingestelde functie wee.
Bij elke druk op de SCROLL knop volgen de volgende functies elkaar op:

SPEED - ODO
Links op het display worden de onmiddelijkke snelheid van het voertuig weergegeven in km/h of mph.
Rechts op het display worden de afgelegde afstand weergegeven in km of miles, afhankelijk van de instelling.


SPEED-H
Links op het display worden de onmiddelijke slelheid van het voertuig weergegeven in km/h of mph.
Rechts op het display worden de werkingsuren van de motor weergegeven.
SPEED - CLK
Links op het display worden de onmiddelijke slelheid van het voertuig weergegeven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt het uur weergegeven.
INSTELLING VAN DE KLOK
Wanneer de SCROLL knop voor minstens 3 seconden worden ingedrukt, za de waarde van de uren vergroten. Wanneer de knop na 3 seconden worden losgelaten, za de waarde van de minutes vergroten.


SPEED - TRIP 1
Links op het display worden de onmiddelijkke snugheid van het voertuig weergegeven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de partieel afgelegde afstand weergegeven in km of miles, afhankelijk van de instelling.
SPEED - STP 1
Links op het display worden de onmiddelijkke snugelid van het voertuig weergegeven in km/h of mph.
Rechts op het display worden een chronometer weergegeven.
Om deze functie te activeren,要去 de SCROLL knop voor minstens 3 seconden ingedrukt worden
Links op het display worden de onmiddelijkke slenelid van het voertuig weergegeven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de gemiddelde slenelheid weergegeven. Dit geveven worden gegenereerd door de active-ring van TRIP 1.
SPEED - V max
Links op het display worden de onmiddelijkke slelheid van het voertuig weergegeven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de maximum snelheid weergegeven in de huidige meeteenheid.
Om deze functie op nul te stellen, moet voor minstens 3 seconden op de SCROLL knop gedrukt worden.
SPEED - TRIP 2
Links op het display worden de onmiddelijkke slelheid van het voertuig weergegeven in km/h of mph.
Rechts op het display worden de partieel afgelegde afstand weergegeven in km of miles, afhankelijk van de instelling.
Om deze functie op nul te stellen,要去 voor minstens 3 seconden op de SCROLL knop gedrukt worden.

SPEED - RPM
Links op het display worden de onmiddelijkke snugheid van het voertuig weergegeven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt het toerental per minuut van de motor weergegeven.

Schakel het voertuig aan en hou de SCROLL knop ingedrukt tot het symbol "km/h" verschijnt.
De symbolen "Km/h" en "Mph Miles" zullen aufwisselend weergegeben worden.
Druk nogmaals op de SCROLL knop wanner de gewenste meeteenheid weergegeven worden.

Ignition switch (02_16)
Startschakelaar (02_16)
De ontstekingsschakelaar bevindt zich voör de linker radiator.
Bij het voertuig worden twee sleutels bijgeleverd (eén reservesleutel).
Het uitgaan van de lichten gebeurt wanner de ontstekingsschakelaar op OFF worden geplaatst.
N.B.
DE LICHEN LICHTEN AUTOMATISCH OP NA DE START VAN DE MOTOR.

Stuurslot vergrendelen (02_17)
Om het stuur te blokkeren:
Draai het stuur volledig maar links.
- Druk op de sleutel en draai hem in tegenwijzerszin (aar links), stuur traag maar rechts terwijl de sleutel ingedrukt blijt enaar rechts worden gedraaid.
- Verwijder de sleutel.

Horn button (02_18)
To action the horn, press button «3».
Drukknop claxon (02_18)
Door op drukknop «3» te drukken, activeert men de akoestische melder.

Schakelaar richtingaanwijzers (02_19)
Verplaats schakelaar «4»aar links, om aan te duiden dat men maar links draaait; Verplaats schakelaar «4»aar rechts, om aan te duiden dat men maar rechts draaait; Druk op schakelaar «4»om de richtingaanwijzer te desactiveren.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONSTEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT

Wanner de omleider van de lichten «2» zich in de bovenste positie bevindt, worden het grootlicht geactiveerd; wanner hij zich in de onderste positie bevindt, worden het dimlicht geactiveerd. Met drukknop «1» is het möglichk om het knipperen van het grootlicht te activeren in geval van gevaar of mood.

Door op drukknop «2» te drukken, doe t het startmotortje de motor draaien.

Dit is een veiligheidsschakelaar of een moodstopschakelaar. Met schakelaar «1» in positie «ON», is het möglichk om de motor te starten; door er op te drukken in positie «OFF» worden de motor stilgelegd.
LET OP

RAAK DE STOPSCHAKELAAR VAN DE MOTOR NIET AAN Tijdens HET RIJDEN.
LET OP

MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE《ON》,KAN DE ACCU ONTLADEN.
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STIL-STAAT NADAT MEN DE MOTOR HEEFT STILGELEGD, DRAAIT MEN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «OFF».

02_23

02_24
-
Draai aan de bevestigingsclip.
Duwhetzadelnairoo. -
Verwijder het zadel.
Identification (02_25, 02_26)
Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven. Het framenummer kan gebruikt worden voor de aankoop van reserveonderdelen.
CAUTION

ALtering IDENTIFICATION NUMBERS IS AN OFFENCE WHICH MAY RESULT IN SEVERE CRIMINAL CHARGES AND FINES. PARTICULARLY MODIFYING THE CHASSIS NUMBER WILL IMMEDIATELY INVALIDATE THE WARRANTY
LET OP

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICATIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ZWA-RE STRAFRECHTELIJKE EN ADMINISTRATIEVE SANCTIES; VOORAL DE WIJZIGING VAN HET FRAMENUMMER VEROORZAAKT HET ONMIDDELLIJKE VERVAL VAN DE GARANTIE

ENGINE NUMBER
Het motornummer is gedrukt op het onderstel van de motorcarter, op de linker kant.
Motor nr.

CHASSIS NUMBER
Het framenummer is gedrukt op de kop van het stuur, rechter kant.
Frame nr.
RXV 450-550
aprilia

Chap. 03
Use
Hst. 03
Gebruik
Checks
CAUTION

BEFORE SETTING-OFF, ALWAYS CARRY OUT A PRELIMINARY CHECK OF THE VEHICLE, FOR CORRECT AND SAFE OPERATION. FAILURE TO DO SO MAY LEAD TO SEVERE PERSONAL INJURY OR VEHICLE DAMAGE. DO NOT HESITATE TO CONTACT AN OFFICIAL aprilia DEALER IF YOU DO NOT UNDERSTAND HOW SOME CONTROLS WORK OR IF A MALFUNCTION IS DETECTED OR SUSPECTED. CHECKS DO NOT TAKE LONG AND RESULT IN SIGNIFICANTLY ENHANCED SAFETY.
Controles
LET OP

VOER VOOR HET WEGRIJDEN ALTIJD EEN CONTROLE VAN HET VOERTUIG UIT OM EEN CORRECTE EN VEILIGE WERKZAAMHEID TE GARANDEREN. HET NIET UITVOEREN VAN DEZE HANDELINGEN KAN ERNSTIGE LETSELS AAN UZELF OF SCHADE AAN HET VOERTUIG VEROORZAKEN. AARZEL NIET OM ZICH TE WENDEN TOT EEN Officièle aprilia Dealer, WANNEER MEN DE WERKING VAN BEPAALDE COMMANDO'S NIET BEGRIJT OF WANNEER MEN ONREGLMATIGHEDEN IN DE WERKING MERKT OF VERMOEDIT. DE NODIGTEIJD VOOR EEN CONTROLE IS UI-TERST BEPERKT, EN DE VEILIGHEID KOMT OP DE EERSTE PLAATS.
PRE-RIDE CHECKS
Voorste en achechterste schijfrem
Controleer de werking, de loze slag van de commandohendels, het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controleer de slijtage van de pastilles. Indien nodig vult men remvloeistof bij.
| Throttle grip | Check that the throttle functions smoothly and can be fully opened and closed in all steering positions. Adjust and/or lubricate if necessary. | Gashendel | Controller of hij zacht werkten of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. Registreer en/of smeer indien nodig. |
| Engine/gearbox oil | Check and/or top-up as required. | Olie motor/versnellingsbak | Controller en/of vul bij indien nodig. |
| Wheels/ tyres | Check that tyres are in good condition. Check inflation pressure and check for tyre wear and damage. Remove any foreign objects stuck in the tread. | Wielen/banden | Controller de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. Verwijder eventueel aanwezighe vreeemde voorwerpen uit het profiel van het rijvlak. |
| Brake levers | Check they function smoothly. Lubricate joints and adjust travel if necessary. | Remhendels | Controller of ze zacht werken. Smeer de bewegingsplaatsen en regel de slag indien nodig. |
| Clutch | Check for proper operation. Check control lever empty travel. The clutch must work without gripping and/or slipping. | Koppeling | Controller de werkung en de lege loop van de commandohendel. De koppeling要去 zonder rukken en/of slippen werken. |
| Steering | Check that the rotation is uniform, smooth and there are no signs of clearance or slackness. | Stuur | Controller of het draaien homogenen en vloeendi, en zonder spelung of het loosen ervan gebeurt. |
| Side stand | Check its operation. Check that there is no friction when the side stand is pulled up and down and that the springs' tension makes it snap back to its rest position. Lubricate joints and couplings as required. | Laterale standard | Controller of ze werk. Controller of er tijdens het in- en uitrklassen van de standard geen wrijvingen�, en of de spanning van de |
veren hem wee in de normale positie brengt. Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen.
| Bevestigingselementen | Controller of bevestigingselementen nicht gelost zich. Stel ze af of sluit ze eventueel. |
| Transmissieketting | Controller de spelimg. |
| Brandstoffank | Controller het peel, en tank indien nodig. Controller eventuelelekken of afsluitingen van het circuit. Controller de correcte sluiting van de brandstofdop. |
| Koelvloeistof | Het peel in de radiator moet zodanig zich dat de platen van de radiator bedekt zich. |
| Schakelaar voor het stilleggen van de motor (RUN - OFF) | Controller de correcte werkung. |
| Lichten, contrôleampen, akoestische melder, schakelaars van hetijkenste stoplicht en elektrische mechanismen | Controller de correcte werkung van de koestische en visuele mechanismen. Vervang de lampjes of grijp in bij defecten. |

Refuelling (03_01)
Gebruik loodvrije superbenzine volgens DIN 51 607, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
Voor het tanken, handelt men als volgt:
- Draai de dop van de brandstof-tank (1) los, en verwijder hem.
Voer het tanken van brandstofuit.
LET OP


DE BRANDSTOF DIE WORDT GEBRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-TERST BRANDBAAR EN KAN EXPLOSIEF WORDEN IN BEPAALDE OM-STANDIGHEDEN. VOER HET TANKEN EN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN UIT IN EEN GEVENTILEERDE ZONE EN MET DE MOTOR UIT. ROOK NIET TIJDENS HET TANKEN EN IN DE NABIJHEID VAN BRANDSTOFDAMPEN, EN VERMIJD ABSOLUUT CONTACT MET VRIJE VLAMMEN, VONKEN EN ELKE ANDERE BRON DIE HET VLAM VATTEN OF EXPLODEREN ERVAN KAN VEROORZAKEN.
LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN

AVOID SPILLING FUEL FROM THE FILLER OR IT MAY IGNITE IF IT COMES INTO CONTACT WITH HOT ENGINE PARTS. IN THE EVENT OF ACCIDENTAL FUEL SPILLAGE, MAKE SURE THAT THE AFFECTED AREA IS FULLY DRY BEFORE STARTING THE ENGINE. FUEL EXPANDS WITH HEAT AND DIRECT SUNLIGHT. THEREFORE, NEVER FILL THE FUEL TANK UP TO THE RIM. CLOSE THE CAP ADEQUATELY AFTER REFUELLING. BE CAREFUL FUEL DOES NOT GET INTO CONTACT WITH THE SKIN, DO NOT INHALE VAPOURS OR SWALLOW FUEL. DO NOT TRANSFER FUEL FROM ONE CONTAINER TO ANOTHER USING A HOSE.
Characteristic
De hinterste ophanging bestaatuit een groep veerschokdempo, die verbonden is door middel van een silentblock aan het frame en door middel van hefsystemen aan de achtermork. Om de instelling te regelen, is de schokdempo voorzien van een regelaar met bout voor de regeling van de hydraulische remming in extensie (1), van een regelaar met bout (2) voor de regeling van de hydraulische remming in compressie (lage snelheid), van een draaiknop (6) voor de regeling van de hydraulische remming in compressie (hoge snelheid), van een moer voor de regeling van de Voorbelasting van de veer (3) en van een blokkeermoer (4).

REAR SHOCK ABSORBER ADJUSTMENT
De standaardinstelling van dechterste schokdempo is zodenig geregeld om te voldoen aan de meeste rijcondities aan lage en hoge snelheid, en met weinig en volle lading van het voertuig. Het is alles-zins möglichk om een aangepaste regelinguit te voeren volgens het gebruik van het voertuig.

CAUTION

- Gebruik de speciale sleutel, en draai gematigd de blokkeer-moer (4) los.
- Handel op de regelmoer (3) om de Voorbelasting van de veer (B) te regelen.
- Wanner men de optimale inrichtingscondities hebft bereikt, sluit men de blokkeermoer (4) volledig.
Handel op de bout (2) voor de regeling van de hydraulische remming in compressie aan large snelheden (raadpleeg de tabel). - Handel op de draaiknop (6) voor de regeling van de hydraulische remming in compressie aan ho-ge snelheden (raadpleeg de tabel).

SET SPRING PRELOAD AND REBOUND DAMPING BASED ON THE VEHICLE'S USAGE CONDITIONS. IF YOU INCREASE THE SPRING PRELOAD, YOU ALSO NEED TO INCREASE REBOUND DAMPING, IN ORDER TO AVOID SUDDEN JERKS WHEN RIDING. SHOULD YOU NEED ANY ASSISTANCE, CONTACT AN Official aprilia Dealer.

TO AVOID COMPROMISING THE SHOCK ABSORBER'S OPERATION, DO NOT LOOSEN SCREW «5» AND DO NOT TAMPER WITH THE SEAL UNDERNEATH IT, AS NITROGEN MAY COME OUT, WITH RESULTING RISK OF AN ACCIDENT.
CAUTION

SPORT SETTINGS MAY BE USED ONLY FOR OFFICIAL COMPETITIONS TO BE CARRIED OUT ON TRACKS, AWAY FROM NORMAL ROAD TRAFFIC AND WITH THE AUTHORISATION OF THE RELEVANT AUTHORITIES. USING SPORT SETTINGS AND RID

REGISTRER DE VOORBELASTING VAN DE VEER EN DE HYDRAULISCHE REMMING IN extensie VAN DE SCHOKDEMPER, OP BASIS VAN DE GEBRUKCONDITIONS VAN HET VOERTUIG. WANNEER MEN DE VOORBELASTING VAN DE VEER VERHOOGT, MOET MEN OOK DE HYDRAULISCHE REMMING IN extensie VAN DE SCHOKDEMPER VERHOGEN, VOOR HET VERMIJDEN VAN PLOTSELINGE STUITERINGEN TIJDENS HET RIJDEN. INDIEN NODIG WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer.

OM DE WERKING VAN DE SCHOKDEMPER NIET TE SCHADEN, MAG DEBOUT 5 NIET GELOST WORDEN EN MAG MEN NIET HANDELEN OP HET ONDERSTAANDE MEMBRAAN, ANDERS ZAL ER STIKSTOF UITSTROMEN, EN IS ER GEVAAR OP ONGEVALLEN.
DE REGELINGEN VOOR SPORTIEF GEBRUK MOGEN UITSLUITEND UITE GEVOERD WORDEN VOOR GEORGANISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPORTIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLESZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET IN HET VERKEER, EN MET TOESTEMMING VAN DE RECHTSBEVOEGDE AUTORITEITEN. HET IS TEN STRENGSTE VERBODEN OM REGELINGEN VOOR SPORTIEF GEBRUK UIT TE VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG VOORZIEN VAN DEZE INRICHING TE RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRADES.
| Asafstand van de schokdempo (A) | 473 ± 1,5 mm (18.6 ± 0.06 in) |
| Lengte van de veer (voorbelast) (B) | 241 ± 1 mm (9.48 in) |
| Regeling in extensie, bout (1) | 16 klikken vanaf hebemaal gesloten |
| Regeling in compressie (lage能力和 sleel), bout (2) | 13 klikken vanaf hebemaal gesloten |

03_06
Regulering voorvorken (03_06, 03_07)
VOORSTE OPHANGING
De Voorste ophanging bestaat uit een hydraulische vork, verbonden door middel van twee platen aan de stuurinrichtingskop Voor de instelling van de inrichting van het voertuig, is elke stang van de vork voorzien van een bovenste bout «1» voor de regeling van de hydraulische regeling in extensie, en een onderste bout «2» voor de regeling van de hydraulische remming in compressie.
REGELING VAN DE VOORVORK
LET OP
FORCEER DE ROTATIE VAN HET REGELREGISTER (1-2) NIET VERDER DAN DE EINDSLAG IN DE TWEE RICHTINGEN, OM MOGELIJKE BESCHADIGGEN TE VERMIJDEN. STEL BEIDE STANGEN IN MET DEZELFDE IJKING VAN DE VOORBELASTING VAN DE VEER EN DE HYDRAULISCHE REMMING: WANNEER MEN MET HET VOERTUIG RIJDT MET EEN VERSCHILLLENDE INSTELLING VAN DE STANGEN, VERMINDERT DIT DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG. WAN

03_07
De standaardinstelling van de voorste schokdempo is zodanig geregeld om te voldoen aan de meeste rijcondities aan lage snelheid, en met weinig en met volle lading van het voertuig. Het is aleszins möglichk om een aangepaste regeling uit te voeren, volgens het gebruik van het voertuig.
Standaard regeling van de voorste op-hanging:
- Hydraulische regeling in extensie, bout (1) vanaf alles gesloten (^) , openen (^*) voor 12 klikken;
- Hydraulische regeling in compression, bout (2) vanaf alles gesloten (^) (H), openen (^) voor 12 klikken;
Uitsteking van de stangen (A) (^*) vanaf de bovensteplaat (exclusief de dop): 1 streep.
(^*) = Wijzerszin
(^**) = Tegenwijzerszin
(^**) = Voor dit type van regeling wendt men zich uitsluitend tot een Officièle aprilia Dealer
De proefperiode van de motor is fundamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werkig. Rij indien moge
lijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een更是 efficientre proefperiode. Wijzig de rijnsnelheidijdens de proefperiode. Op deze manier kan men het werk van de onderdelen "belasten" en cervolgens "ontlasten", door de delen van de motor af te koelen. Ook al is het belangrijk om de onderdelen van de motorijdens de proefperiode te belasten, moet men opletten om Niet te overdrijven.
Men要去 zich houden aan de volgen-de indications:
Versnel Niet bruusk en volledig wanner de motor aan een laag regime werkt, tijdens en na de proefperiode.
- voor de eerste 3 werkingsuren mag de gashendel voor maximum 50% gedraaid worden, enogens de 8000 toeren/min (rpm) Niet overschreden worden,
- voor de volgende 12 uren mag de gashendel voor maximum 75% gedraaid worden.
N.B.
OOK NA DE PROEFPERIODE MOET MEN VERMIJDEN OM DE MOTOR TE LATEN DRAAIEN AAN HET TOEREN-AANTAL VAN DE INGREEP VAN DE BEGRENZER:
RXV 450 11500 rpm (toeren/min)
RXV 550 11000 rpm (toeren/min)
Starting up the engine (03_08, 03_09, 03_10, 03_11, 03_12)
CAUTION

DO NOT CARRY OBJECTS IN THE WINDSHIELD (BETWEEN HANDLEBAR AND INSTRUMENT PANEL) SO THAT THE HANDLEBAR CAN TURN FREELY AND THE INSTRUMENT PANEL IS VISIBLE AT ALL TIMES.
CAUTION
BEFORE STARTING THE ENGINE, READ THE "SAFE RIDING" SECTION CAREFULLY.
Starten des motors (03_08, 03_09, 03_10, 03_11, 03_12)
LET OP

PLAATS GEEN VOORWERPEN IN HET KAPJE (TUSSEN HET STUUR EN HET DASHBOARD), ZODAT DE ROTATIE VAN HET STUUR EN HET ZICT OP HET DASHBOARD NIET WORDEN GEHINDERD.
LET OP
VOORALEER MEN DE MOTOR START, LEEST MEN AANDACHTG DE PARAGRAAF "HET VEILIG RIJDEN".


03_08
Ga op het voertuig zitten in de rijpositie.
- Controller of de standard volledig ingeklapt is.
- Controller of de omleider van de lichten (1) zich in de positie van de dimlichten befindt.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor (2) op RUN.

-
Push the ignition switch (4) (a red LED lights up in the switch).
-
Druk op de ontstekingsschakelaar (4) (er zal een rode led oplichten op de schakelaar).
At this stage:
Op dit moment gebeurt het volgende:
Op het dashboard verschijnt het beeldscherm van de start voor twee seconden.
- Op het dashboard lichten alle controleampen op voor twee seconden.
- Blokker minstens een wie1, door een remhendel te active- ren.
Activeer de koppelingshendel volledig, en plaats de commandohendel van de versnellingsbak in vrij [groene contrôlelamp (N) aan]. - Druk op de startknop «3» zonder gas te gehen, en LAST hem los zodra de motor start.



CAUTION
DO NOT START THE ENGINE WHEN A GEAR AND THE CLUTCH ARE ENGAGED.
CAUTION
IN ORDER TO AVOID EXCESSIVE BATTERY CONSUMPTION, DO NOT KEEP THE START-UP BUTTON ON «3» FOR MORE THAN THREE SECONDS AT A TIME FOR FIVE SUCESSIVE ATTEMPTS. IF THE ENGINE DOES NOT START, WAIT FOR SOME TIME TO ALLOW THE STARTER MOTOR TO COOL.
CAUTION
TO AVOID OVERLOADING THE START-UP COMPONENTS, THE VEHICLE ELECTRONIC CONTROL UNIT INTERVENES IN CASE OF DIFFICULT START-UP: THE STARTER MOTOR CAN BE ACTIVATED FOR A MAXIMUM OF 6 SECONDS, TIME AFTER WHICH THE CONTROL UNIT DISABLES START-UP FOR 10 SECONDS. ONLY AFTER THIS TIME HAS ELAPSED, YOU CAN ATTEMPT A NEW START-UP. IN CASE OF EMERGENCY, THE TIMER CAN BE RESET WITH A "KEY OFF/KEY ON", AND THEN THE VEHICLE CAN BE STARTED.
LET OP
START DE MOTOR NIET WANNEER ER GESCHAKELD IS EN WANNEER DE KOPPELING GEACTIVEERD IS
LET OP
OM EEN EXCESSIEF VERBRUIK VAN BRANDSTOF TE VERMIJDEN, DRUKT MEN NIET LANGER OP DE START-KNOP «3» VOOR LANGER DAN DRIE SECONDEN, VOOR VIJF OPEENVOLGENDE POGINGEN. WANNEER IN DIT TIJDSINTERVAL DE MOTOR NIET START, Wacht MEN ENKELE MINUTEN ZODAT DE STARTMOTOR KAN AFKOELEN.
LET OP
OM DE STARTMECHANIEK NIET TE OVERBELASTEN, GRIJPT DE ELEKTRONISCHE CENTRALE VAN HET VOERTUIG IN IN GEVAL VAN EEN MOEILIJKE START: DE STARTMOTOR KAN VOOR MAXIMUM 6 SECONDEN CONTINU GEACTIVEERD WORDEN, WAARNA DE CENTRALE DE START VOOR 10 SECONDEN ZAL DESACTIVEREN; NA DEZE 10 SECONDEN KAN EEN NIEUWE POGING ONDERNOMEN WORDEN. IN NOODGEVALLEN KAN DE TIMER OP NUL GESTELD WORDEN, DOOR EEN KEY OFF/KEY ON UIT TE VOEREN, EN KAN DE START ONMIDDELLIJK UITGEVOERD WORDEN.
CAUTION
AVOID PRESSING THE «ON» STARTER BUTTON WHEN THE ENGINE HAS ALREADY STARTED, AS THIS COULD DAMAGE THE STARTER MOTOR.
CAUTION
DUE TO THE ENGINE'S TIGHT MANUFACTURING TOLERANCES AND THE FACT THAT OIL DUCTS ARE SIZED FOR SPORTS APPLICATIONS, THE ENGINE MAY NOT START AT TEMPERATURES LOWER THAN 0^ (32° F). DO NOT ATTEMPT TO START THE ENGINE TIME AND TIME AGAIN TO AVOID DAMAGING THE STARTER MOTOR. IT IS THEREFORE ADVISIBLE TO PARK THE VEHICLE INDOORS, PARTICULARLY DURING THE WINTER.
CAUTION
Stoppen van de motor (03_13)
De keuze van de parkeerzone is zeer belangrijk en moet de verkeerstekens en de volgende aanduidingen respecteren.
LET OP

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND.
CONTROLER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DELEN EERVAN, NIET GEVAARLIJK KUNNEN ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBEWAKT ACHTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN WANNEER DE STANDAARD UITGK LAPT IS.
Voor het parkeren van het voertuig:
- De parkeerzone kiezen.
- Het voertuig stilleggen.
-
Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «1» op «OFF».
-
Set the ignition switch «2» to «OFF».
- Plaats de ontstekingsschakelaar «2» op «OFF».
De rode led naast de schakelaar moet uitgaan.

- Stap van het voertuig af.
- Plaats het voertuig op de staand.

De versie Six Days is uitergerust met een antidiefstalsystem (1) dat moet aangebracht worden op de schijf van de achterrem (2) (hangslot met sleutel).
N.B.

VERWIJDER HET ANTIDIEFSTALSYSTEM VAN DE SCHIJF VAN DE ACHTERREM ELKE KEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT OF EEN MANOEUVRE UITGEVOERD WORDT

Stand (03_15)
Voor hetplaatsen van het voertuig op de standaard:
Grijp het linker handvat «1» vast en steun de rechter hand op het achterste bovenste deel van het voertuig «2».
Duw op de laterale standard «3» met de rechter voet, en klap hem volledig UIT.
- Hou de standarde volledig uitgeklapt, en hel het voertuig tot de standarde de grond raakt.
- Draai het stuur volledig maar links.
LET OP
CONTROLER OF HET TERREIN VAN DE PARKEERZONE VRIJ, VAST EN VLAK IS.



Om met het voertuig te rijden要去 men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen.
Men要去 zeker van zich dat de psychofysische condities geschikt zich voor het rijden, met vooral aandacht voor fysi-sche moeheid of slaperegheid.
De meeste ongevalten zich te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurder.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controllerer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.
Respecteer nauwkeurig de bewegwijzering en het normenstelsel in verband met het nationale enplaatselijk verkeer.
Vermijdt bruske en gevaarlijke manoeuvres voor zichselt en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het Niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien要去 men steeds rekening honden met de condities van het wegdek, de zichtaarheid, enz.
Stoot nicht gegen obstkels die schade aan het voertuig of controverlies over het voertuig hunnen veroorzaken.
Blijf nicht darüber voertuigen rijden om de eigena snelheid te verhogen.
LET OP

RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET VOETENVLAK (OF OP DE VOETENSTEUNEN VAN DE BESTUURDER), EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSITIE.



Vermijdt absoluut omrecht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden.
De bestuurder mag nicht afgeleid zich, zich nicht latent afleiden of zich latenten beinvloeden door Personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanner het met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "LABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controllerer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloeistoffen correct+zijn.
Wonneer het voertuig een onceval heeft gehad, gezallen is of er werk谈起 gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reministallatie en de fundamentele delen nicht zichorn beschadigd.
Laat het voertuig eventuele controlleren bij een Officièle aprilia Dealer, door vooral aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoorde gebruiker Niet in staat is om hun integritweit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werkung om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.
Rij absolutiert nicht met het voertuig wanner de aangebrachte schade de veiligheid schaatd.
Wijzig absolutiert nicht de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.
Wonneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aangebrachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het verigheidsniveauau schaden en het voertuig zichs illegaal makeen.
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale enplaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig.
Men要去 Vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alles-zins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Vermijdt absolut om wedstrijden te houden met de voertuigen.
Vermijdt om te crosen.


CLOTHING
Vooraleer men gaat rijden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vast te make. Controller of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mo-gelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zicht-baar voor andere wegbebruikers en ver-mindert men aanzijelijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanner men valt.
De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden要去en gesloten zich; koorden, ceinturen en denen mogen nicht bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die möglichke gevaarlijk zijn wanner men valt, bijvoorbeeld: suntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagier).



ACCESSORIES
De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installment en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aanijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden nicht bedekt en dus de functionaliteit ervan schaatd, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing Niet beperkt, de active-ring van de commando's Niet hinder, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht Niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando's hinderen, en die dus de reactietijden bij nood knen verlagen.
De bekledingen en de windschemen met große afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, hunnen aerodynamische krachten veroorzaken die de stabilititeit van het voertuigijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het nicht gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermögen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht hunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom hunnen zijn, die nodig is voor de werkung van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.

aprilia raadt het gebruik aan van originele accessoires (aprilia genuine accessories).
Load
NOTE
THE VEHICLE IS NOT SUITABLE FOR TRANSPORTING LOADS OR LUGGAGE.
Lading
N.B.
HET VOERTUIG IS NIET GESCHIKT OM LASTEN OF BAGAGE TE VERVOEREN.
RXV 450-550
aprilia

Chap. 04
Maintenance
Hst. 04
Onderhoud
Controle van het peil van de motorolie en het bijvullen
LET OP

MORS DE OLIE NIET!
DRAAG ZORG OM GEEN ENKEL ONDERDEEL, OM DE ZONE WAARIN MEN WERKT, EN OM OMLIGGENDE ZONES NIETTE BESMEUREN. REINIG ZORGVULDIG ELK EVENTUEEL OLIESPOOR.
BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE WERKING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer.
To check:
CAUTION
-
The correct oil level is near the MAX mark.
-
Hou het voertuig verticaal met de twee wielen op de grond.
- Controller het oliepeil langus het speciale transparante buisje «1».
MAX = maximum peil
MIN = minimum peel.
- Het peil is correct wanner het ongeveer het MAX peil bereikt.

04_02
Top up as required:
CAUTION
Indien nodig herstelt men het peil van de motorolie:
LET OP
WANNEER MEN HET VOERTUIG SPORTIEF GEBRUIKT MET EEN TE HOOG OLIEPEIL, IS HET MOGELIJK DAT ENKELE OLIESPATTEN DE FILTERKIST BEREIKEN LANGS DE ONTLUCHTING VAN DE MOTOR.
LET OP

OVERSCHRIJDT DE MARKERING «MAX» NIET EN LAAT HET NIET ONDER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AANDE MOTOR TE VEROORZAKEN.
- Unscrew and remove the filler plug «2».
-
Top-up the oil in the reservoir until you reach the correct level.
-
Draai de toevoerdop «2» los, en verwijder hem.
Herstel het juiste peel door detank bij te vullen.
CAUTION
DO NOT ADD ADDITIVES OR ANY OTHER SUBSTANCES TO THE OIL. WHEN USING A FUNNEL OR ANY OTHER ELEMENT, MAKE SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.
LET OP
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN TOE AAN DE OLIE. WANNEER MEN EEN TRECHTER OF IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
NOTE
USE OIL RECOMMENDED IN THE PRODUCTS TABLE.
N.B.
GEBRUIK DE OLIE DIE WORDT AANBEVOLEN IN DE TABEL VAN DE PRODUCTEN

- Plaats het voertuig op een vaste en vlakke ondergrond.
- Plaats het voertuig op de staand.

Leg de motor stil en当场 hem afkoelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zichto te staan.
- Verwijder de carterbedekking
- Draai de vuldop van de olie (1) los, en verwijder hem.
- Plaats eenrecipient onder de afvoerdop van de motorolie aan de kant van het vliegewiel.
- Draai de afvoerdop van de olie (2) los, verwijder hem, en LAST alle motorolie volledig uiststromen.


- Unscrew the engine oil filter cover (4).
- Remove the engine oil filter cover (4) and collect the O-ring.
- Remove the engine oil filter.
- Place a container underneath the engine oil drainage plug (3) of the recovery reservoir.
- Unscrew and remove the oil drainage plug (3) from the recovery reservoir and drain all the engine oil.
- Fit a new engine oil filter.
- Screw the engine oil filter cover (4).
- Screw and tighten the oil drainage/filler plugs (2)(3).
Pour approx. 1000~cm^3 (61.02 cu.in) of engine oil through the filler opening. - Screw and tighten the oil filler plug (1).
- Start the engine and let it run for several minutes.
-
Stop the engine.
-
Draai het deksel van de motoroliefilter (4) los.
- Verwijder de bedekking van de filter van de motorolie (4), en recupereeer de O-ring.
- Verwijder de van de motoroliefilter.
- Plaats eenrecipient onder de afvoerdop van de motorolie (3) van de recupereertank.
- Draai de afvoerdop van de motorolie (3) van de tank los, en LAST alle motorolie volledig uitsstromen.
- Installee een neue motoroliefilter.
- Draai het deksel van de motoroliefilter (4) vast.
- Draai de afvoer/vuldoppen van de olie (2) en (3) vast, en sluit ze.
Voer het bijvullenuit langsdevbulboring, met ongeveer 1000cc (61.02 cu.in) motorolie. -
Draai de vuldop van de olie (1) vast, en sluit hem.
-
Unscrew and take out the oil filler plug (1).
Top up with other 250~cm^3 (15.25 cu.in) of oil. - Screw and tighten the plug (1).
- Start the engine and let it run for several minutes.
- Stop the engine and leave it cool off.
-
Check engine oil level.
-
Start de motor, en LAST hem voor enkele minuteu opwarmen.
Leg de motor stil. - Draai de vuldop van de olie (1) los, en verwijder hem.
Voeg nog 250 cc (15.25 cu in) olie bij. - Draai de dop (1) vast, en sluit hem.
- Start het voertuig, en LAST de mot- tor voor enkele minuten draaien.
- Leg de motor stil, en LAST hem afkoelen.
Voer de contrôle uit van het feuil van de motorolie.
Leg de motor stil.
Wacht enkele minuten zodate olie van de versnellingsbak waar de koppeling kan lopen.
- Houd het voertuig in verticale positie met de twee wielen op de grond.
- Verwijder de hendel van de achterrem door de bout (1) los te draaien, en recupereeer de sluit-ring.

- Unscrew and remove the cap/ dipstick (2).
-
The oil level is correct when it is close to the cap/dipstick (2) opening.
-
Draai de inspectiedop (2) los, en verwijder hem.
- Het peil is correct wanner de olie de opening van de inspectedop (2) bijna bereikt.

If necessary:
- Verwijder de vuldop (3).
Vul olie bij tot de opening van de inspectiedop (2) bereikt worden.

DO NOT ADD ADDITIVES OR OTHER SUBSTANCES TO THE FLUID.
IF A FUNNEL OR ANY OTHER ELEMENT IS USED, MAKE SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.

VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-STOF.
WANNEER MEN EEN TRECHTER OF IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT SCHOOL ZIJN.
- Wacht enkele minuten zodate olie van de koppeling maar de versnellingsbak kan lopen. Controller daarna opnieuw het oliepeil.
- Hermonteer de hendel van dechterrem, en denk er aan om de ring:tussen de hendel en de carter te plaatsen, door de bout (1) vast te draaien.
VERVANGING
N.B.
VOOR EEN BETERE EN VOLLEDIGE UITSTROMING, MOET DE OLIE WARM ZIJN, EN DUS VLOEIBAARDER

- Verlaag de carterbuffer.
- Plaats een geschikt recipient met gegaste capaciteit onder de afvoerdop (4).
- Draai de afvoerdop (4) los en verwijder hem.
- Draai de vuldop (3) los en verwijder hem.
Voer de olie af, en LAST ze enkele minutes uitduipen in het recipi-ent. - Controller en verrang eventu-eel de dichtingsrondellen van de afvoerdop (4).
- Draai de afvoerdop (4) vast en sluit hem.
- Verwijder de hendel van de achterrem door de bout (1) los te draaien, en recupereeer de sluit-ring.
- Draai de inspectiedop (2) los, en verwijder hem.
Vul neue olie bij tot de opening van de inspectiedop (2) bereikt worden.
Wacht enkele minuten zodate olie van de koppeling maar de versnellingsbak kan lopen. - Controller daarna opnieuw het oliepeil.
Sluit de vuldop (3).
LET OP
DE PASSAGE VAN DE OLIE VANAF KOPPELING NAAR DE VERSNELLINGSBAK EN VICEVERSA, KAN BIJZONDER TRAAG VERLOPEN WAN
NEER DE OMGEVINGS-, OLIE- OF MOTORTEMPERATUUR LAAG IS.
-
Refit the rear brake lever, remember to insert the washer between the lever and the crankcase, by tightening the screw (1).
-
Hermonteer de hendel van dechterrem, en denk er aan om de sluitringussen de hendel en de carter teplaatsen, doorbout (1) vast te draaien.
NOTE
USE OIL RECOMMENDED IN THE PRODUCTS TABLE.
N.B.
GEBRUIK DE OLIE DIE WORDT AANBEVOLEN IN DE TABEL VAN DE PRODUCTEN

- Plaats het voertuig op de staand.
N.B.

HET VOERTUIG IS UITGERUST MET EEN BOUGIE (2) PER CILINDER. DE VOLGENDE HANDELINGEN ZIJN IN VERBAND MET EEN BOUGIE, MAAR GELDEN VOOR BEIDE.
- Remove the tube (1) of spark plug (2).
- Clean off any trace of dirt from the spark plug (2) base.
-
Insert the spanner supplied in the tool kit into the hexagonal head of spark plug (2).
-
Verwijder de pipet (1) van de bougie (2).
Verwijder elk vuilspoor van de basis van de bougie (2). -
Plaats de sleutel die worden bij geleverd bij de gereedschapskit op de zeskantige zit van de bougie (2).
-
Unscrew spark plug (2) and remove it from its seat, making sure no dust or dirt gets into the cylinder.
- Draai de bougie (2) los en verwijder ze uit de zit, en LAST goen stof of andere stoffen in de cilinder terechtkomen.
- Controller of de elektroden en de isolering van de bougie (2) geen koolstofresten of corrosietekens vertonen, reinig ze eventueel met een persluchtstraal.
Wanneer de bougie (2) scheurjtes op de isolering, corrosie op de elektroden, excessieve afzettingen vertoont, of de centrale elektrode vertoont een afgerond toppunt, moet ze verrangen worden.
CAUTION

USE RECOMMENDED SPARK PLUGS ONLY. USING A SPARK PLUG OTHER THAN THE TYPE SPECIFIED MIGHT COMPROMISE ENGINE PERFORMANCE AND LIFE. CHECK THE GAP
LET OP

GEBRUK ENKEL BOUGIES VAN HET AANBEVOLEN TYPE, ANDERS ZOUDEN DE PRESTATIES EN DE DUUR VAN DE MOTOR GESCHAAD KUNNEN WORDEN. VOOR DE CONTROLE
BETWEEN ELECTRODES WITH A FEELER THICKNESS GAUGE
VAN DE AFSTAND TUSSEN DE ELEK-TRODE MOET EEN DIKTEMETER VAN HET RANDTYPE GEBRUIKT WORDEN.


- Controller de afstandussen de elektroden met een diktemeter van het Randtype.
LET OP

PROBEER OP GEEN ENKELE MANIER OM DE AFSTAND TUSSEN DE ELEKTKRODEN WEER OP MAAT TE BREngen.
Afstand van de elektroden
$$ 0, 7 \pm 0, 8 \mathrm {m m} (0. 0 2 7 \pm 0. 0 3 1 \mathrm {i n}) $$
Als de afstand:tussen de elektroden vers schilt van wat beschreiben worden, moet de bougie (2) verrangen worden.
- Controller of de rondel zich in goede condities bevindt.
Installation:
Voor de installment:
- Draai de bougie (2) manueel vast zodat de schroefdraad nicht worden beschadigd.
- Sluit de bougies met behulp van de bij de gereedschapskit bijgevoegde sleutel, door elke bougie (2) een 1/2 draai vast te draaien om de rondel vast te drukken.
LET OP

DE BOUGIE (2) MOET GOED WORDEN VASTGEDRAAID, OMDAT ANDERS DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN, EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHADIGD.
Aandraikoppels (N^*m)
Bougie USA
8.85 lbf ft (12 Nm)
- Plaats de pipet van de bougie (1) correct, zodate deze Niet loskomt door de vibraties van de motor.

04_14

04_15
Demonteren van het luchtfilter (04_14, 04_15)
- Verwijder het zadel.
- Verwijder de zijplaatjes.
- Hef de tank op door op te letten voor de benzinebuis.
Koppel het deksel van de filterkist los, door de handgrepen langs beiden kanten vast te grijpen, en het op te heffen. - Verwijder de bedekking van de filterdoosComplet met filter langs awhile, en let op om de connector van de centrale Niet te beschaden (verwijder deze eventuele).
N.B.
TIJDENS HET OPHEFFEN EN DE HERPLAATSING VAN DE BRANDSTOFFANK MOET DE BENZINEBUIS MANUEEL BEGELEID WORDEN, EN MOET DE CORRECTE PLAATSING IN DE ZITERVAN GECONTROLEERD WORDEN.
LET OP
VOORZIE DE SPONS VAN DE FILTER VAN OLIE, ZOALS AANGEDUID WORDEN IN DE TABEL VAN HET GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD.
N.B.
BIJ DE HERMONTAGE LET MEN OP DAT DE FILTERKIST PERFECT REIN IS. VERWIJDER ELK SPOOR VAN VUIL, ZODAT DITER NIET KAN INVAL
CAUTION

MAKE SURE THAT TANK'S THREAD SEALER DOES COME INTO TOUCH WITH THE BATTERY'S POSITIVE POLE UNDER ANY CIRCUMSTANCE.
CAUTION

Gebruik het voertuig Niet wonneer het peel van de koelvloeistof zich onder het minimum peel bevindt.
LET OP

DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK WANNEER HIJ WORDT INGESLIKT; HET CONTACT MET DE HUID EN DE OGEN KAN IRRITATIES VEROORZAKEN. WANNEER DE VLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID EN DE OGEN, SPOELT MEN LANG MET VEEL WATER, EN RAADPLEEGT MEN EEN ARTS. WANNEER HET WORDT INGESLIKT, MOET MEN OVERGEVEN, DE MOND EN DE KEEL SPOELEN MET VEEL WATER, EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLEGEN.
Dit mengsel is ideaal voor de meeste werkingstemperatures, en garandeert een goede bescherming gegen corrosie.
Het is een goede gewoonte om hetzelfde mengsel ookijdens het warme seizoen te gebruiken, waar op deze manier verlies door verdamping en het frequent bijvullen worden vermeden.
Op deze manier verminderen de bezink-sels van mineraalzouten, die in de radiator door het verdampaete water werden gelaten, en verandert de efficicntie van de koelinstallatie Niet.

Wonneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controlleren, en voegt men indien nodig een hogere concentra-tie antivries toe (tot een maximum van 60% ).
Voor de koeloplossing gezruikt men gedestilleerd water, om de motor nicht te beschadigen.
LET OP

VERWIJDER DOP «1» NIET VAN DE RADIATOR WANNEER DE MOTOR WARM STAAT, OMDAT DE KOELVLOEISTOF EEN HOGE TEMPERATURE UR HEEFT EN ONDER HOGE DRUK STAAT. BIJ CONTACT MET DE HUID
Controle en bijvullen
LET OP

VOER DE HANDELINGEN VAN DE CONTROLE EN HET BIJVULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.

Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.
- Plaats het voertuig op een vaste en vlakke ondergrond.
- Houd het voertuig in verticale positie met de twee wielen op de grond.
- Draai de radiatordop (1) voor een klik in gegenwijzerzin.
Wacht enkele seconden lang zodat de eventuele druk in de inrichting afgelaten worden.
- Draai de radiatordop (1) op-nieuw in gegenwijzerzin, en verwijder hem.
- Controller of de vloeistof de radiatorplaten helemaal bedekt.
- Controller bovendien het peil in het expansievat (onder het deksel van de motorcarter) langs
het waaroor bestemde venster-tje.
Het peil moet zich:tussen de MIN en MAX referenties bevinden.
OP

VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-STOF.
WANNEER MEN EEN TRECHTER OF IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT SCHOOL ZIJN.
- Indien nodig vult men koelvloeistof bij, tot de platen van de radiator volledig bedekt zich. Overschrijd dit peel Niet, anders zal de vloeistof tiijdens de werkig van de motor uittstromen. Wanner een trechter of iets anders gebruikt worden, moet deze perfectereinigid worden.
- Plaats de radiatordop (1) weir.
LET OP
IN GEVAL VAN EXCESSIEF KOELVLOEISTOFVERBRUIK, CONTROLLEERT MEN OF ER GEEN LEEKEN IN HET CIRCUIT ZIJN.
Controle van het oliepeil van de remmen (04_18, 04_19, 04_20, 04_21)
Controleer het peil van de remvloeitof volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud
De volgende informatatie is in verband met slechts een reministallatie, maar geldt voor beiden.
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACHTERAAN, MET GESCHEIDEN HYDRAULISCHE CIRCUITS.
LET OP

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE SPELYNG OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEM AAN PROBLEMEN MET DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL
ABLE TO CARRY OUT ROUTINE CHECK PROCEDURES.
CAUTION

MAKE ESPECIALLY SURE THAT BRAKE DISCS ARE NOT SMEARED OR LUBRICATED, PARTICULARLY AFTER MAINTENANCE AND CHECK PROCEDURES HAVE BEEN CARRIED OUT.
CHECK THAT BRAKE WIRES ARE NOT TWISTED OR WORN.
PAY UTMOST ATTENTION THAT NOW WATER OR DUST INADVERTENTLY GETS INTO THE CIRCUIT.
IT IS ADVISIBLE TO WEAR LATEX GLOVES WHEN SERVICING THE HYDRAULIC CIRCUIT.
THE BRAKE FLUID MAY CAUSE IRRITATION IF IN CONTACT WITH SKIN OR EYES.
CAUTION

Met het verbruik van de wrijvingspastilles vermindert het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slijtage te compenseren.
De vloeistoftank van de voorrem (1) bevindt zich nabij de koppeling van de hendel van de voorrem.
De vloestoftank van de achterrem (2) is geintegreerd in de rempomp die op het frame bevestigd is, op de rechter kant, naast de vork.


Controleer vór het vertrek het peel van de remvloeistof in de tanks.
LET OP

GEBRUK HET VOERTUIG NOOIT WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT VAN DE REMINSTALLATIE.
Voorrem
Controle
- Plaats het voertuig verticaal en hou het stuurrecht.
- Controller of de vloeistof in de tank (1) de MIN referentie overschrijdt.
MIN = minimum peel.
MAX = maximum peil
Wanneer de vloeistof nicht minstens het MIN bereikt.
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VERMINDERT PROGRESSIEF MET DE SLIJTAGE VAN DE PASTILLES.

04_20
- Controller de slijtage van de rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf Niet要去en verrangen worden, voert men het bijvullen UIT.
LET OP
GEVAAR OP HET UITSTROMEN VAN REMVLOEISTOF. ACTIVEER DE HENDEL VAN DE VOORREM NIET WANNEER DE BOUTEN (3) GELOST ZIJN, OF VOORAL NIET WANNEER HET DEKSEL VAN DE TANK VAN DE REMVLOEISTOF (4) VERWIJDERD IS.
- Gebruik een korte kruisschroe-venddraaier voor het losdraaien van de bouten (3) van de tank van de remvloeistof.
LET OP
VERMIJDT DAT DE REMVLOEISTOF LANG WORDT BLOOTGESTELD AAN DE LUCHT. DE REMVLOEISTOF IS HYGROSCOPIsH, EN ABSORBEERT VOCHTIGHEID WANNEER HET IN CONTACT KOMT MET DE LUCHT. LAAT DE TANK VAN REMVLOEISTOF «1» ENKEL OPEN VOOR DE TIOD DIE NODIG IS OM HET BIJVULLEN UIT TE VOEREN.
-
Lift and remove the cover (4) together with the screws (3) and the gasket (5).
-
Hef het deksel op (4) compleet met bouteen (3) en pakking (5), en verwijder het.
CAUTION

TO AVOID SPILLING BRAKE FLUID DURING TOP-UP, DO NOT SHAKE THE VEHICLE. DO NOT ADD ADDI-TIVES OR OTHER SUBSTANCES TO THE FLUID. WHEN USING A FUNNEL OR ANY OTHER ELEMENT, MAKE SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.
LET OP

OM Tijdens HET BIJVULLEN DE REMVLOEISTOF NIET TE MORSEN, RAADT MEN AAN OM NIET TE SCHUDDEN MET HET VOERTUIG. VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN TOE AAN DE VLOEISTOF. WANNEER MEN EEN TRECHTER OF IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
Vul de tank «1» bij met remvloeistof, tot het aangeduide MIN peel wordt overschreden.
CAUTION

TOP UP TO MAX LEVEL MARK ONLY WHEN BRAKE PADS ARE NEW. IT IS ADVISIBLE NOT TO TOP UP TO THE MAX LEVEL MARK WHEN THE BRAKE PADS ARE WORN BECAUSE YOUR RISK SPILLING THE FLUID WHEN CHANGING THE BRAKE PADS.
LET OP

MEN MAG ENKEL BIJVULLEN TOT AAN HET MAX PEIL WANNEER ER NIEUWE PASTILLES AANWEZIG ZIJN. MEN RAADT AAN OM NIET BIJ TE VULLEN TOT AAN HET MAX PEIL WANNEER DE PASTILLES VERSLETEN ZIJN, OMDAT DE VLOEISTOF ZAL UITSTROMEN WANNEER DE REMPASTILLES ZULLEN VERVANGEN WORDEN.
CHECK BRAKING EFFICIENCY.
WHEN THE BRAKE LEVER HAS EXCEEDING TRAVEL OR IF YOU NOTICE A LOSS OF BREAKING, CONTACT AN APRILIA OFFICIAL DEALER. THE BRAKING SYSTEM MAY NEED BLEEDING.
CONTROLEER DE REMEFFICIENTIE.
IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN VERLIES VAN EFFICIÊNTIE VAN DE REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICÊLE APRILIA DEALER, OMDAT HET NODIG KAN ZIJN OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOEREN VAN DE INSTALLATIE.
Rear brake
Checking
- Plaats het voertuig verticaal.
- Controller of de vloeistof in de tank de MIN teferentie overschrijdt.
MIN = minimum peel.
Wanneer de vloeistof nicht minstens het MIN bereikt.
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VERMINDERT PROGRESSIEF MET DE SLIJTAGE VAN DE PASTILLES.

04_21
- Controller de slijtage van de rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf Niet要去en verrangen worden, voert men het bijvullen UIT.
Bijvulling
LET OP
GEVAAR OP HET UITSTROMEN VAN REMVLOEISTOF. ACTIVEER DE HENDEL VAN DE VOORREM NIET WANNEER DE BOUTEN (6) GELOST ZIJN, OF VOORAL NIET WANNEER HET DEKSEL VAN DE TANK VAN DE REMVLOEISTOF (7) VERWIJDERD IS.
- Gebruik een sleutel voor het losdraaien van de twee bouten (6) van de tank van de remvloeestof (2).
LET OP
VERMIJDT DAT DE REMVLOEISTOF LANG WORDT BLOOTGESTELD AAN DE LUCHT. DE REMVLOEISTOF IS HYGROSCOPISCH, EN ABSORBEERT VOCHTIGHEID WANNEER HET IN CONTACT KOMT MET DE LUCHT. LAAT DE TANK VAN DE REMVLOEISTOF 2ENKEL OPEN VOOR DE TIJD DIE NODIG IS OM HET BIJVULLEN UIT TE VOEREN.
-
Lift and remove the cover (7) together with the screws (6) and the gasket (8).
-
Hef het deksel op (7) compleet met bouteen (6) en pakking (8), en verwijder het.
CAUTION

TO AVOID SPILLING BRAKE FLUID DURING TOP-UP, DO NOT SHAKE THE VEHICLE. DO NOT ADD ADDI-TIVES OR OTHER SUBSTANCES TO THE FLUID. WHEN USING A FUNNEL OR ANY OTHER ELEMENT, MAKE SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.
LET OP

OM Tijdens HET BIJVULLEN DE REMVLOEISTOF NIET TE MORSEN, RAADT MEN AAN OM NIET TE SCHUDDEN MET HET VOERTUIG. VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN TOE AAN DE VLOEISTOF. WANNEER MEN EEN TRECHTER OF IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
Vul de tank (2) bij met remvloeistof, tot het aangeduide MIN peel wordt overschreden.
CAUTION

TOP UP TO MAX LEVEL MARK ONLY WHEN BRAKE PADS ARE NEW. IT IS ADVISIBLE NOT TO TOP UP TO THE MAX LEVEL MARK WHEN THE BRAKE PADS ARE WORN BECAUSE YOUR RISK SPILLING THE FLUID WHEN CHANGING THE BRAKE PADS.
LET OP

MEN MAG ENKEL BIJVULLEN TOT AAN HET MAX PEIL WANNEER ER NIEUWE PASTILLES AANWEZIG ZIJN. MEN RAADT AAN OM NIET BIJ TE VULLEN TOT AAN HET MAX PEIL WANNEER DE PASTILLES VERSLETIEN ZIJN, OMDAT DE VLOEISTOF ZAL UITSTROMEN WANNEER DE REMPASTILLES ZULLEN VERVANGEN WORDEN.
CHECK BRAKING EFFICIENCY.
WHEN THE BRAKE LEVER HAS EXCEEDING TRAVEL OR IF YOU NOTICE A LOSS OF BREAKING, CONTACT AN APRILIA OFFICIAL DEALER. THE BRAKING SYSTEM MAY NEED BLEEDING.
CONTROLER DE REMEFFICIÊNTIE.
IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN VERLIES VAN EFFICIÊNTIE VAN DE REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICÊLE APRILIA DEALER, OMDAT HET NODIG KAN ZIJN OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOEREN VAN DE INSTALLATIE.


Battery (04_22, 04_23, 04_24)
Verwijder het zadel.
- Draai de bevestigingsbout los, verwijder ze van de negatieve kabel, en recupereer de boutblokkering.
- Draai de bevestigingsbout los, verwijder ze van de positieve kabel, en recupereer de boutblokkering.

04_24
-
Remove the battery.
-
Verwijder de accu.
Fuses (04_25, 04_26, 04_27, 04_28, 04_29)
Zekeringen (04_25, 04_26, 04_27, 04_28, 04_29)
CAUTION

NEVER ATTEMPT TO REPAIR FAULTY FUSES. NEVER USE A FUSE OF A RATING OTHER THAN SPECIFIED. THIS COULD DAMAGE THE ELECTRICAL SYSTEM OR CAUSE A SHORT CIRCUIT, WITH THE RISK OF FIRE.
CAUTION

A FUSE THAT BLOWS FREQUENTLY MAY INDICATE A SHORT CIRCUIT OR OVERLOAD. IF THIS OCCURS, CONTACT AN Official aprilia Dealer.
LET OP

HERSTEL GEEN DEFECTE ZEKERINGEN. GEBRUIK NOOIT ANDERE ZEKERINGEN DAN GESPECIFICEERD. MEN ZOU SCHADE KUNNEN VEROORZAKEN AAN HET ELEKTRISCH SYSTEEM, OF ZELFS BRAND IN GEVAL VAN KORSTSLUITING.
LET OP

WANNEER EEN ZEKERING FREQUENT WORDT BESCHADIGD, IS ER WAARSCHIJNLIJK EEN KORTSLUI-TING OF EEN OVERBELASTING. IN
DIT GEVAL RAADPLEEGT MEN EEN Officièle aprilia Dealer.

Wanneer men het Niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het Niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controeren.
Controllereer eerst de secundaire zekeringen enervoigens de hoofdzekering van 30A.
Voor de contrôle:
- Plaats de ontstekingsschake-laar op (OFF) om een toevalige kortsluiting te vermiijden.
- Verwijder de lijplaat door de twee bouten (1) los te draaien en ze uithaar zit te verwijderen.
- Hef het deksel (2) van de secundaire zekeringendoos op.

- Verwijder de zekeringen een voor een, en controller ofdraad (3) onderbroken is.
Vooraleer men de zekering verwangt, zoekt men indien mogelijk deoorzaak van het probleem. - Vervang de zekering indien beschadigd, met een andere metdezelfde elektrische stroomsterkte.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.

Verwijder het linker lijplaatje, door op analoge wijze te handelen van het rechter lijplaatje.
Voer ook voor de hoofdzekeringen de eerder beschreiben handelingen van de secundaire zekeringen UIT.
SECONDARY FUSES DISTRIBUTION
(1) Fuse
NOT USED
SCHIKKING VAN DE SECUNDAIRE ZEKERINGEN
(1) Zekering
NIET GEBRUIKT
| (2) Zekering van 15A | Vermogen van het relais van de centrale |
| (3) Zekering van 15A | Positielichten, richtingaanwijzers, claxon, dashboard, stoplicht |
| (4) Zekering van 15A | Opwekking van het relais van de centrale |
| (5) Zekering van 7,5A | Bobines van de injectors |
| (6) Zekering van 7,5A | Elektroschroef |
| (7) Zekering van 7,5A | Benzinepomp |

NOTE
| Zekering van 30A | Het opladen van de accu (er is slechts=eén zekering, de tweede is een reservezekering). |

04_29

04_30
Lamps
NOTE
In het voorlicht vindt men:
- Twee lampjes van het positie-licht «1».
- Een lampje van het dimlicht / grootlicht «2».



To replace:
- Plaats het voertuig op de staand.
- Draai de twee bovenste bouten los.
Verwijder het maskertje uit de zittingen van het spatbord.
Lampje van het positielicht «1»
- Verwijder het positielampje, en verzang het met een van het-zelfde type.
Lampje van het dimlicht / grootlicht «2»
Grijp de elektrische connector van het lampje «3» vast, trek er aan, en maak hem los van de lamphouder.
- Verwijder de kap «4» van de pa-raboolzitting en de terminals van het lampje.
Koppel de twee uiteinden van de trekveer «5» los die zich op de lamphouder bevindt.
- Verwijder het lampje uit de zitting.
Bij de hermontage:
- Installer op correcte wijze een lampje van hetzelfde type.
- Plaats de kap «4» correct in de paraboolzitting en de terminals van het lampje.
Verbind de elektrische connector van het lampje «3».

04_34

Voor een snelle controle van de correcte richting van de voorste lichtbundel, handelt men als volgt:
- Plaats het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controllerer of de ondergrond vlak is.
- Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten, en controllerer of de lichtbundel die op de wand worden geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ondeveer 9/10 van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
Handel op bereits kanten: draai de bout «1» los.
- Richt de koplamp tot de gewenste positie worden verkreten
Handel op bereits kanten: sluitbout «1».
Schijfrem voor enchter (04_37, 04_38, 04_39, 04_40)
LET OP

DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GARANDEREN, EN MOETEN DUS STEEDS PERFECT EFFICIENT WOR
CHECK THE BRAKES BEFORE EACH RIDE. A DIRTY DISC SOILS THE PADS, LEADING TO LOSS OF BRAKING. DIRTY PADS MUST BE REPLACED, WHEREAS A DIRTY BRAKE DISC MAY BE CLEANED WITH A HIGH-QUALITY DEGREASING PRODUCT. HAVE THE BRAKE FLUID CHANGED AT AN Official aprilia Dealer ONCE A YEAR. USE THE BRAKE FLUID SPECIFIED IN THE RECOMMENDED PRODUCT TABLE.
NOTE
THIS VEHICLE IS EQUIPPED WITH FRONT AND REAR DISC BRAKES, EACH OPERATED BY AN INDEPENDENT HYDRAULIC CIRCUIT.
DEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE VOOR ELKE REIS. EEN VUILSE SCHIJF BESMEURT DE PASTILLES, EN VERMINDERT DUS DE DOELTREFENDHEID VAN HET REMMEN. VUILSE PASTILLES MOETEN WORDEN VERVANGEN, TERWIJL DE VUILSE SCHIJF WEER GEREINIGD MOET WORDEN MET EEN ONTVETTEND PRODUCT VAN HOGE KWALITEIT. DE REMVLOEISTOF MOET EENS PER JAAR VERVANGEN WORDEN DOOR EEN Officièle aprilia Dealer. GEBRUIK DE SPECIFIEKE REMVLOEISTOF DIE WORDT AANGEDUID IN DE TABEL VAN DE AANBEVOLEN PRODUCTEN.
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACHTERAAN, MET GESCHEIDEN HYDRAULISCHE CIRCUITS.

Het voorste remsysteem is met een enkele schijf (linker kant).
Het achechterste remsysteem is met een enkele schijf (rechter kant).
De volgende informatatie is in verband met slechts een reminstallatie, maar geldt voor beiden.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles verminder het peil van de remvloeistof in de tank (1-2), om automatisch de slijtagte compenseren.

04_38
De vloeistoftank van de voorrem «1» bevindt zich nabij de koppeling van de hendel van de voorrem. De vloeistoftank van de achechterrem «2» is geintegreerd in derempomp die aan het frame is bevestigd, op de rechter kant, naast de vork.

04_39
Controleer vór het vertrek het peil van de remvloeistof in de tanks «1» en «2», en de slijtage van de pastilles.
Controle van de slijtage van de pastilles
De slijtage van de pastilles van de remschijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.
LET OP

ER IS MEER SLIJTAGE WANNEER MEN OP STOFFIGE EN NATTE WEGEN RIJDT, EN CROSST.

Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
- Plaats het voertuig op de staand.
Controle van de pastilles van de voorste remtang:
Voer een visieve controle uittussen de remtang en de pastille, door te handelen langsboven vooraan;
Controle van de pastilles van de achesterste remtang:
Voer een visieve controle uittussen de remtang en de pastille, door te handelen langsboven achteraan;
N.B.
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJVINGSMATERIALAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES MET DE SCHIJF, MET ALS GE
VOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE TANG DIE VONKEN MAAKT; DE DOELTREFENDHEID VAN HET REMMEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRITEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.
Wanner de dikte van het wrijvingsmaterial (ook van slechts een pastille) verminderd is tot onceveer 1,5 mm (0.06 in) (of ook wanner slechts een van de slijtage-indicators Niet meer zichtaar is), verwangt men beiden pastilles.
LET OP
VOOR DE VERVANGING MOET MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer WENDEN.
Periods of inactivity (04_41)
CAUTION

WHEN THE VEHICLE IS LEFT UNUSED FOR OVER TWENTY DAYS, DISCONNECT THE 30 A FUSE TO PREVENT BATTERY DEGRADATION.
Stilstand van het voertuig (04_41)
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG INACTIEF BLIJFT VOOR LANGER DAN TWINTIG DAGEN, MAAKT MEN DE ZEKERING VAN 30 A LOS OM TE VERMIJDEN DAT DE ACCU VERVALT.

04_41
Men要去 enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het Niet gebruiken van het voertuig gegen te gaan. Bovendien要去 men de herstellingen en de algemene controle voor het opbergenuitvoeren, anders kan men vergeten om ditervoelgens uit te voeren.
Handel als volgt:
Verwijder de accu.
Was en droog het voertuig.
- Blaas de banden op.
- Plaats het voertuig in een nicht verwarmd lokaal, zonder vochtigheid, beschermd gegen zonneutralen, en waar temperatuurverschillen minimum zijn.
- Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bind dit vast, zodate er geen vochtigkeit in kan komt.
N.B.
PLAATS HET VOERTUIG ZODANIG DAT BEIDE BANDEN VAN DE GROND ZIJN, DOOR GEBRUIK TE MAKEN VAN EEN DAARVOOR BESTEMDE STEUN.
-
Bedek het voertuig, maar met geen plastic of ondoordringbaar materiaal.
-
Cover the vehicle. Avoid using plastic or waterproof materials.
After storage
NA HET OPBERGEN
Verwijder de bedekking en reinig het voertuig.
- Verwijder de bedekking en rei-nig het voertuig.
- Controller de staat van lading van de accu, en installer ze.
Tank brandstof.
Voer de Voorbereidende controlesuit.
LET OP

VOER EEN TESTRONDE VAN ENKELE KILOMETERS UIT AAN EEN GEMATIGDE SNELHEID IN EEN VERKEERSVRIJE ZONE.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanneeer het worden gebruikt in de volgende zones of condities:
- Atmosferische verruiling (stad en industrielle zones).
Zoutgehalte en vochtigkeit uit de atmoseffer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat).
- Speciale milieu/seizoensconditions (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
Vermijdt vooral dat er op de carroserie afzettingen overblijven van industrielle en vervoilende stoffen, teervlekken, dode insecten,uitwerpselen van vogels,enz. Parkeer het voertuig nicht onder bomen. In sommige seizoenen kan er uit de bomen hors, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zichn voor de lak.
LET OP

VOORALEER MEN HET VOERTUIG WAST, DICTH MEN DE INLATEN VAN DE AANZUIGLUCHT VAN DE MOTOR EN DE UITLAATOPENINGEN VAN DE UITLAAT.
LET OP


NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT
GEWASSEN, KAN DE REMDOELTREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSSOPPERVLAKKEN VAN DE REMINSTALLATTIE. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND
OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN. ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REMCONDITIONS TE HERSTellen. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLES UIT.

TO CLEAN THE HEADLIGHTS USE A SPONGE SOAKED IN WATER AND MILD DETERGENT, RUBBING THE SURFACE GENTLY AND RINSING FREQUENLY WITH PLENTY OF WATER. REMEMBER TO CLEAN THE VEHICLE CAREFULLY BEFORE APPLYING SILICON WAX POLISH. DO NOT POLISH MATT-PAINTED SURFACES WITH POLISHING PASTE. THE VEHICLE SHOULD NEVER BE WASHED IN DIRECT SUNLIGHT, ESPECIALLY DURING SUMMER, OR WITH THE BODYWORK STILL HOT AS THE CAR SHAMPOO CAN DAMAGE THE PAINTWORK IF IT DRIES BEFORE BEING RINSED OFF.
CAUTION

DO NOT USE WATER (OR LIQUIDS) AT TEMPERATURES OVER 40^ (104^) WHEN CLEANING PLASTIC PARTS OF THE VEHICLE. DO NOT AIM HIGH

VOOR DE REINIGING VAN DE LICH- TEN GEBRUIKT MEN EEN SPONS DIE WERD ONDERGEDOMPELD IN WATER EN EEN NEUTRAAL REINIGINGS-MIDDEL, WRIJFT MEN ZACHTJES OP DE OPPERVLAKKEN EN SPOELT MEN FREQUENT MET VEEL WATER. MEN HERINNERT DAT HET OPPOETSEN MET SILICONENWAS UITGEVOERD MOET WORDEN NADAT MEN HET VOERTUIG ZORGVULDIG HEEFT GEWASSEN. POETS MATTE LAKKEN NIET OP MET SCHURENDPE PASTA'S. HET WASSEN MAG NOOIT WORDEN UITGEVOERD IN DE ZON, VOORAL NIET IN DE ZOMER WANNEER DE CARROSSERIE NOG WARM IS, OMDAT DE SHAMPOO DIE VOOR HET SPOELEN OPDROOGT DE LAK KAN BESCHADIGEN.
PRESSURE AIR/WATER JETS OR STEAM JETS DIRECTLY TO THE FOLLOWING PARTS: WHEEL HUBS, CONTROLS ON THE RIGHT AND LEFT SIDE OF THE HANDLEBAR, BEARINGS, BRAKE PUMPS, INSTRUMENTS AND GAUGES, EXHAUST SILENCER, IGNITION SWITCH. DO NOT USE ALCOHOL OR SOLVENTS TO CLEAN ANY RUBBER OR PLASTIC SADDLE COMPONENTS: USE WATER AND MILD SOAP.
CAUTION

DO NOT APPLY PROTECTIVE WAX ON THE SADDLE AS IT MAY BECOME SLIPPERY.
LET OP

GEBRUIK GEEN WATER (OF VLOEISTOFFEN) MET EEN HOGERE TEMPERATUUR DAN 40^ (104^) VOOR DE REINIGING VAN DE PLASTIC DELEN VAN HET VOERTUIG. RICT DE WATERSTRALEN OF PERSLUCHT OF DAMP NIET OP DE VOLGENDE DELEN: DE NAVEN VAN DE WIELEN, DE COMMANDO'S OP DE RECHTER EN LINKER KANT VAN HET STUUR, DE KUSSENTJES, DE REMPOMPEN, DE INSTRUMENTEN EN DE INDICATOREN, DE UITLAAT VAN DE KNALDEMPER, DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR. VOOR DE REINIGING VAN DE RUBBEREN EN PLASTIC DELEN EN VAN HET ZADEL, MAG MEN GEEN ALCOHOL OF OPLOSMIDDELEN GEBRUIKEN; GEBRUIK DAARENTEGEN WATER EN NEUTRALE ZEEP.
LET OP

BRENG OP HET ZADEL GEEN BESCHERMENDE WAS AAN OM TE VERMIJDEN DAT HET GAAT SCHUIVEN.
Transport
Tijdens de verplaatsing moet het voertuig in verticale positie blijven, goed verankerd zijn en in de eerste versnelling geplaatst worden, om eventuelelekken van brandstof, olie en koelvloeistof te vermijden.
IN GEVAL VAN EEN DEFECT MAG MEN HET VOERTUIG NIET SLEPEN, MAAR MOET MEN EEN HULPDIENST CONTACTEREN.
Transmission chain
De RXV heeft een ketting met verbindingsschakel.


EEN EXCESSIVE LOSSING VAN DE KETTING KAN ZE UIT HET RONDSELDOEN KOMEN, EN EEN ONGEVAL OF ERNSTIGE SCHADE AAN HET VOERTUIG VEROORZAKEN. CONTROLEER REGELMATIG DE SPELING, EN VOER INDIEN NODIG DE REGELING UIT. VOOR DE VERVANGING VAN DE KETTING WENDT MEN ZICH UITSLU-TEND TOT EEN Officièle aprilia Dealer, DIE EEN SNELLE EN VERZORGDE SERVICE ZAL GARANDEREN.

INCORRECTLY EFFECTED MAINTENANCE MAY CAUSE EARLY WEAR OF THE CHAIN AND OR DAMAGE THE PINION AND/OR THE CROWN. PERFORM MAINTENANCE OPERATIONS MORE FREQUENTLY IF YOU RIDE THE VEHICLE IN EXTREME CONDITIONS OR ON DUSTY AND OR Muddy ROADs.

EEN NIET UITGEVOERD ONDERHOUD KAN VOORTIJDIGE SLIJTAGE VAN DE KETTING VEROORZAKEN EN/OF HET RONDSEL EN/OF DE KROON BESCHADIGEN. VOER DE ONDERHOUDSHANDELINGEN REGELMATIGER UIT WANNEER HET VOERTUIG IN STRENGE OMSTANDIGHEDEN OF OP STOFFIGE EN/OF MODDERIGE WEGEN WORDT GEBRUIKT.

Chain backlash check (04_42)
To check backslash:
Controle van de speling van de ketting (04_42)
Voor de contrôle van de speling:
Leg de motor stil.
- Plaats het voertuig op de staand.
- Plaats de hendel van de versnellingsbak in vrij.
- Controller of de verticale schommeling, in een tussenlig-gend puntCUSen het rondsel en de kroon in de onderste vertakking van de ketting, ongeveer 20 ÷ 25 mm (0.79 ÷ 0.98 in) bedraagt.
- Verplaats het voertuig vooruit, zodat de verticale schommeling van de ketting ook in andere posities worden gecontroleerd; de
speling moet in alle fasen van de rotatie van het wiel constant blijven.
Wanneer de speling uniform is, maarmeer of minder dan 20÷ 25 mm (0.79÷ 0.98 in) bedraagt, voert men de regelinguit.
LET OP
ALS IN BEPAALDE POSITIES EEN GROTERE SPELING AANWEZIG IS, ZIJN ER VERPLETTERDE OF VAST-GELOPEN SCHAKELS AANWEZIG.
OM TE VOORKOMEN DAT DE SCHAKELS KUNNEN AFSLAAN, SMEERT MEN REGELMATIG DE KETTING.

Regeling van de speling van de ketting (04_43, 04_44)
Wanneer het na de contrôle nodig is om de spanning van de ketting te regelen, handelt men als volgt:
- Plaats het voertuig op de staand.
- Los de blokkeermoer (1) volledig.
- Los de tweetteengoeren (4).
Handel op de registers (5) en regel de speling van de ketting, door langs beiden kanten van het voertuig te controeren ofdezelf-de referenties (2 - 3) overeen-komen.
Sluit de twee gegenmoeren (4).

NOTE
WHEEL CENTRING IS CARRIED OUT USING THE IDENTIFIABLE FIXED REFERENCES (2-3) INSIDE THE TENSIONER PAD MOUNTS ON THE FORK ARMS, IN FRONT OF THE WHEEL BOLT.
Locking torques (N^*m)
Sluit de moer (1).
- Controller de spelimg van de ketting.
N.B.
VOOR HET CENTREREN VAN HET WIEL ZIJN ER VASTE REFERENTIES (2-3) VOORZIEN, DIE MEN IN DE ZIT- TEN VAN DE SLEDEN VAN DE KETTINGSPANNER OP DE ARMEN VAN DE VORK VINDT, VOOR DE WIELPIN.
Aandraikoppels (N^*m)
Sluitkoppel van de wielmoor (1)
120 Nm (12,0 kgm).
Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon (04_45, 04_46, 04_47)
Controller bovendien de volgende delen, en controller of de ketting, het rondsel en de kroon geen:
- Beschadigde rolten hebben.
Geloste pinnen hebben. - Droge, verroeste, samenge-drukte of afgeslagen schakels hebben.
- Excessieve slijtage vertonen.
- Ontbrekende dichttingsringen hebben.
Excessief versleten of beschadigde rondsel- of kroontanden hebben.
CAUTION
- Controller de slijtage van de rol van de ketting «6», van het glijvlak van het oog van de ketting en van de glijvlakken van de kettingspanner «7».
- Controller uiteindelijk de slijtage van de beschermingssslede van de vork «8».
LET OP
SMEER DE KETTING REGELMATIG, VOORAL WANNEER MEN DROGE OF VERROESTE DELEN OPMERKT. DE SAMENGEDRUKTE OF AFGESLAGEN SCHAKELS MOETEN GESMEERD WORDEN EN OPNIEUW IN WERKCONDITIONS GEBRacht WORDEN. WANNEER DIT NIET MOGELIKZOU ZIJN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer, DIE ZAL ZORGEN VOOR DE VERVANGING.

04_47
Smering en reiniging van de ketting
Smeer de ketting elke keer dit nodig is. Smeer de ketting met een vetspray voor kettingen. Was de ketting absloluit Niet met waterstralen, dampstralen, waterstralen onder hoge druk en met oplosmiddelen met hoge ontvlambaarheidsgraad.

WEES ZEER VOORZICTIG BIJ DE REGELING, DE SMERING, HET WAsSEN EN DE VERVANGING VAN DE KETTING.
RXV 450-550
aprilia

Chap. 05 Technical data Hst. 05 Technische gegevens
TECHNICAL DATA RXV 450 - RXV 550 (VEHICLE)
| Voorste ophanging | telescoopvork met hydraulische werking, stangen Ø 45 mm (Ø 1.77 in) |
| Verplaatsing van de voorste ophanging | 298,5 mm (11.75 in) |
| Achterste ophanging | Achtervork en regelbare hydraulische monoschokdempo |
| Verplaatsing van het Achterwiel | 300 mm (11.81 in) (bruikbaar) |
| Voorrem | met schijf - Ø 270 mm (Ø 10.63 in), met hydraulische transmissie |
| Achterrem | met schijf - Ø 240 mm (Ø 9.45 in), met hydraulische transmissie |
| Wielvelgen | met spaken |
| Velg van het voorwiel | 1,60 x 21" |
| Velg van het Achterwiel | 2,15 x 18" |
| Voorband | 90/90 21 54R |
| Spanning van de voorband | 100 kPa (1.0 bar) |
| Achterband | 140/80 18 70R |
| Spanning van de Achterband | 110 kPa (1.1 bar) |
RXV 450 TECHNICAL DATA (ENGINE)
| Aantal cilinders | 2 |
| Compressieve cilinderinhoud | 449 cc (27.40 cu in) |
| Boring/loop | 76 mm / 49,5 mm (2.99 in / 1.95 in) |
| Compressieverhouding | 13 ± 0,5 |
| Start | Elektrisch |
| Toerental van de motor bij het minimumregime | 1800 ÷ 2000 toeren/min (tpm) |
| Koppeling | Multischijf in oliebad |
| Smeersystem | Dubbele gezehden smering met externe tank |
| Luchtfilter | In spons |
| Koeling | Met vloeistof |
| VERSHELLINGSBAK | mechanisch met 5 versnellingen met pediaalcommando op de linker Kant van de motor |
| Transmissieverhouding | Primaire: 22/56 = 1: 2,545 Eind: 15/50 = 1: 3,200 |
| 1ste | 12/31= 1: 2,583 (secundaire) 1: 21,042 (totale) |
| 2° | 13/25 = 1: 1,923 (secundaire) 1: 15,664 (totale) |
| 3° | 15/23 = 1: 1,533 (secundaire) 1: 12,489 (totale) |
1: 10.288 (total)
| 4° | 19/24= 1: 1,263 (secundaire) |
| 1: 10,288 (totale) | |
| 5° | 21/22= 1: 1,047 (secundaire) |
| 1: 8,533 (totale) | |
| Transmissieketting | met koppelingsschakel |
| Voedingsystem | elektronische injectie |
| Diffusor | Ø 38 mm (1.49 in) |
| VOEDING | Loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). |
RXV 550 TECHNICAL DATA (ENGINE)
| Model | 55RX |
| Motor | bicilindrisch 4-takt met 4 kleppen per cilinder, monoas met nokken in de kop |
| Aantal cilinders | 2 |
| Compressieve cilinderinhoud | 553 cc (33.75 cu in) |
| Boring/slag | 80 mm / 55,0 mm (3.15 in / 2.16 in) |
| Compressieverhouding | 12,5 ± 0,5 |
| Start | Elektrisch |
| Toerental van de motor bij het minimumregime | 1800 ÷ 2000 toeren/min (tpm) |
| Clutch | multiple-disc oil-bathed clutch | Koppeling | Multischijf in oliebad |
| Lubrication system | Separate twin-sump lubrication system with external reservoir | Smeersystem | Dubbele gezehden smering met externe tank |
| Air filter | Sponge | Luchtfilter | In spons |
| Cooling | Fluid | Koeling | Met vloeistof |
| Gearbox | mechanical, 5 speeds with foot lever on the left hand side of the engine | VERSHELLINGSBAK | mechanisch met 5 versnellingen met pedaalcommando op de linker Kant van de motor |
| Gear ratio | Primary: 22/56 = 1 : 2.545Final: 15/50 = 1 : 3.200 | Transmissieverhouding | Primaire: 22/56 = 1: 2,545Eind: 15/50 = 1: 3,200 |
| 1st | 12/31 = 1 : 2.583 (secondary)1: 21.042 (total) | 1ste | 12/31= 1: 2,583 (secundaire)1: 21,042 (totale) |
| 2nd | 13/25 = 1 : 1.923 (secondary)1: 15.664 (total) | 2° | 13/25 = 1: 1,923 (secundaire)1: 15,664 (totale) |
| 3rd | 15/23 = 1 : 1.533 (secondary)1: 12.489 (total) | 3° | 15/23 = 1: 1,533 (secundaire)1: 12,489 (totale) |
| 4th | 19/24 = 1 : 1.263 (secondary)1: 10.288 (total) | 4° | 19/24= 1: 1,263 (secundaire)1: 10,288 (totale) |
| 5th | 21/22 = 1 : 1.047 (secondary)1: 8.533 (total) | 5° | 21/22= 1: 1,047 (secundaire)1: 8,533 (totale) |
| Drive chain | with master link | Transmissieketting | met koppelingssschakel |
| Fuel system | electronic injection | Voedingsystem | elektronische injectie |
| Diffuser | Ø 40 mm (1.57 in) | Diffusor | Ø 40 mm (1.57 in) |
| Fuel supply | premium unleaded petrol, minimum octane rating of 95 (NORM) and 85 (NOMM) | VOEDING | Loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). |
ELECTRICAL COMPONENTS
| Ontsteking | Elektronisch |
| Standaardbougie | NGK CR8EKB |
| Elektrodenafstand van de bougies | 0,7 - 0,8 mm (0.028 in - 0.031 in) |
| Weerstand | 5 kΩ |
| Accu | 12V - 6Ah |
| Hoofdzekering | 30 A |
| Secundaire zekeringen | 5 A, 7,5 A, 15 A |
| Generator (met permanente magneet) | 12V - 350W |
| Lamp van het dimlicht | 12V - 55W |
| Lamp van het groot Licht | 12V - 60W |
| Lamp van het voorste positielicht | 12V - 3W |
| Lamp van het Licht van de richtingaanwijzers | Met microlampjes |
| Lamp van het nummerplaatlicht | 12V - 5W |
| Lamp van hetchyterste positielicht/stoplicht | LED |
| Controllamp van de versnellingsbak in vrij | LED |
Kit equipment
Bijgeleverd gereedschap
Bij het voertuig worden een gereedschapstas bijgeleverd die het volgende bevat:
Gereedschapstas.
- Omkeerbare schroevendraaier platte punt/kruis 6 × 128 ~mm .
- Handgreep voor de omkeerbare schroevendraaier.
- Pijpsleutel 16 x 50 mm met gelaste zeskant 13 x 20 mm.
- Gebogen dubbele veelhoekige sleutel 12 × 13 ~mm .
RXV 450-550
aprilia

Chap. 06
Onderdelen en accessoires
Warnings
De modellen RXV worden geleverd met een série van Niet geinstalleerde accessoires:
Veiligheidsriem voor standarde
- Nummerplaathouder/achterlicht racing
- Handbescherming
LET OP

GEBRUK HET VOERTUIG NIET OM TECROSSEN WANNEER DE GEHOMOLOGEERDE NUMMERPLAATHOUDER/ACHTERLICHT GEINSTALLEERD IS.
RXV 450-550
aprilia

Chap. 07
Programmed
maintenance
Hst. 07
Gepland onderhoud
Scheduled maintenance table
CAUTION

THE MAINTENANCE OPERATIONS LISTED MUST BE CARRIED OUT BY A DEALER OR AUTHORISED APRILIA WORKSHOP, OTHERWISE THE WARRANTY WILL BE VOIDED.
NOTE
CARRY OUT MAINTENANCE OPERATIONS AT HALF THE INTERVALS RECOMMENDED IF THE VEHICLE IS USED IN WET OR DUSTY AREAS, OFF ROAD OR FOR SPORTING APPLICATIONS.
Tabel gepland onderhoud
LET OP

DE AANGEDUIDE HANDELINGEN MOETEN UITGEVOERD WORDEN BIJ EEN Dealer of Erkende aprilia Garage. INDIEN DIT NIET GBEURT, VERVALT ELK GARANTIERECHT.
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS-HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.
PERIODIC MAINTENANCE CHART FOR VEHICLES IN THE ORIGINAL VERSION (THROTTLED) FOR ROAD OPERATION
| Km x 1.000 | 0,5 | 3 | 6 | 9 | 12 | 15 | 18 | 21 | 24 | 27 | 30 |
| Sluiting van de bouten van de vlindergroep | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Vlinderrompen | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Luchtfilter en filterdoos | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Benzineleidingen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Minimum regeling | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Olie van de versnellingsbak | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R |
| Veren van de koppeling | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Schijven van de koppeling | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Commando van de koppeling | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Dichting van de installmentie | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Motorolie en filter van de motorolie | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R |
| Olieleidingen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Gaskabels | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Peil van de remvloeistof | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Remleidingen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de bouten van de reminystallatie | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Dikte van de remschijven | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Dikte van de pastilles | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Elektrische contacten en schakelaars | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Aansluitingen van de accu | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Werking/richting van de lichten | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Werking van de elektrische installmentie | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Uitlaat | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Condities en spanning van de banden | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Kussentjes van de wielen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Spaken en coaxialiteit van de velgen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de moeren en de bouteen van de wielpinnen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de bevestigingsbouteen van de motor | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de moeren en de bouteen van de wielen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Stofbeschermingen van de vork | - | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| Benen van de vork | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Vork | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de bouteen van de vorkplaten, vorkvoetjes | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de pinnen van de schokdemper | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Schokdemper | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Speling van de stuurkussentjes | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Stofkeerringen | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| Transmissieketting | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Koppeling van de ketting, kroon van de ketting en kettinggeleider | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sturkussentjes | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin van de koppelingshendel | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Gaskabels | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pinnen van de voetensteun van de bestuurder | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Stangen van dechterste ophangeningen | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin van de zijdelingse standaard | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin en kussentjes van het voorwiel | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin van de achtervork | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin en kussentjes van hetchyter | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Luchtifilter in spons | - | - | R | - | R | - | R | - | R | - | R |
| BOUGIES | - | - | R | - | R | - | R | - | R | - | R |
| Complete versnellingsbak | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Veer van de overdrukklep en de terugslagklep | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Cilinderijpen | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Kussenblokken van de drijfstang en bankkussenblokken | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Raderwerken voor de start | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Raderwerken van de oliepomp | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Sproeiers voor de smering van de kop | - | - | - | C | - | - | C | - | - | C | - |
| Zuigers en elastische klemmen | - | - | - | R | - | - | R | - | - | R | - |
| Zuigerpen van de zuiger | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Rollen van de balanceringen | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Kleplichter | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Slijtage van de nokkenassen | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Kussens van de nokkenassen | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Dichting van de klepzitten | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Kleppen | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Kleppenspeling | - | - | - | A | - | - | A | - | - | A | - |
| Klepgeleiders | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Veerrondellen, schijven, tassen | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Tanden van de kettingspanner | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Klepveren | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Distributieketting | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Glijvlakken van de transmissieketting | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Benzinepomp | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Vork (volledig onderhoud) | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Olie van de vork | - | - | - | R | - | - | R | - | - | R | - |
| Schokdemper (volledig onderhoud) | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Speling van de kussentjes van de drijfstang | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Glijvlak van de ketting | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Oog voor de geleiding van de ketting | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Rol kettingspanner | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Glijvlak kettingspanner | - | - | - | I | - | - | I | - | - | I | - |
| Remvloeistof *** | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
I: CONTROLLEREN EN REINIGEN, REGELEN, SMEREN OF VERVANGEN INDIEN NODIG
C: REINIGEN, R: VERVANGEN, A: REGELEN, L: SMEREN
Einde proefperiode
Ontluchten
** Vervang elkxAA
PERIODIC MAINTENANCE CHART FOR VEHICLES IN FREE VERSION FOR HOBBY SPORTS APPLICATIONS.
| Gebruiksuren | 3 | 15 | 30 | 45 | 60 | 75 | 90 | 105 | 120 | 135 | 150 |
| Sluiting van de bouten van de vlindergroep | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Vlinderrompen | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Luchtfilter en filterdoos | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Benzineleidingen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Minimum regeling | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Olie van de versnellingsbak | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R |
| Veren van de koppeling | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Schijven van de koppeling | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Commando van de koppeling | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Dichting van de installmentie | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Motorolie en filter van de motorolie | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R |
| Olieleidingen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Gaskabels | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Peil van de remvloeistof | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Remleidingen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de bouten van de reminstallatie | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Dikte van de remschijven | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Dikte van de pastilles | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Elektrische contacten en schakelaars | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Aansluitingen van de accu | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Werking/richting van de lichten | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Werking van de elektrische installmentie | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Uitlaat | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Condities en spanning van de banden | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Kussentjes van de wielen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Spaken en coaxialiteit van de velgen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de moeren en de bouteen van de welpinnen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de bevestigingsbouteen van de motor | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de moeren en de bouteen van de wielen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Stofbeschermingen van de vork | - | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| Benen van de vork | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Vork | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de bouteen van de vorkplaten, vorkvoetjes | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de pinnen van de schokdemper | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Schokdemper | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Speling van de stuurkussentjes | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Stofkeerringen | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| Transmissieketting | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Koppeling van de ketting, kroon van de ketting en kettinggeleider | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Stuurkussentjes | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin van de koppelingshendel | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Gaskabels | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pinnen van de voetensteun van de bestuurder | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Stangen van de achechterste ophangingen | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin van de zijdelingse standard | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin en kussentjes van het voorwiel | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin van de achtermork | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin en kussentjes van hetchyter | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Luchtifilter in spons | - | - | - | - | R | - | - | - | R | - | - |
| BOUGIES | - | - | - | - | R | - | - | - | R | - | - |
| Complete versnellingsbak | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Veer van de overdrukklep en de terugslagklep | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Cilinderpijpen | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Kussenblokken van de drijfstang en bankkussenblokken | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Raderwerken voor de start | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Raderwerken van de oliepomp | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Sproeiers voor de smering van de kop | - | - | - | - | - | - | C | - | - | - | - |
| Zuigers en elastische klemmen | - | - | - | - | - | - | R | - | - | - | - |
| Zuigerpen van de zuiger | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Rollen van de balanceringen | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Kleplichter | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Slijtage van de nokkenassen | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Kussentjes van de nokkenassen | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Dichting van de klepzitten | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Kleppen | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Kleppenspeling | - | - | - | - | - | - | A | - | - | - | - |
| Klepgeleiders | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Veerondellen, schijven, tassen | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Tanden van de kettingspanner | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Klepveren | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Distributieketting | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Grijvlakken van de transmissieketting | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Benzinepomp | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Vork (volledig onderhoud) | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Olie van de vork | - | - | - | - | - | - | R | - | - | - | - |
| Schokdemper (volledig onderhoud) | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Speling van de kussentjes van de drijfstang | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Grijvlak van de ketting | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Oog voor de geleiding van de ketting | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Rol kettingspanner | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Grijvlak kettingspanner | - | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - |
| Remvloeistof *** | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
- Einde proefperiode
Ontluchten
* Vervang elkmaal
PERIODIC MAINTENANCE CHART FOR VEHICLES IN FREE VERSION FOR COMPETITIVE SPORTS APPLICATIONS
| Gebruiksuren | 3 | 15 | 30 | 45 | 60 | 75 | 90 | 105 | 120 | 135 | 150 |
| Sluiting van de bouten van de vlindergroep | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Vlinderrompen | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Luchtfilter en filterdoos | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Benzineleidingen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Minimum regeling | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Olie van de versnellingsbak | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R |
| Veren van de koppeling | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Schijven van de koppeling | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Commando van de koppeling | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Dichting van de installmentie | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Motorolie en filter van de motorolie | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R | R |
| Olieleidingen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Gaskabels | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Peil van de remvloeistof | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Remleidingen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de bouten van de reminestallatie | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Dikte van de remschijven | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Dikte van de pastilles | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Elektrische contacten en schakelaars | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Aansluitingen van de accu | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Werking/richting van de lichten | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A | A |
| Werking van de elektrische installmentie | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Uitlaat | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Condities en spanning van de banden | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Kussentjes van de wielen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Spaken en coaxialiteit van de velgen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de moeren en de bouten van de welpinnen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de bevestigingsbauten van de motor | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Stofbeschermingen van de vork | - | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| Benen van de vork | - | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Vork | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sluiting van de pinnen van de schokdemper | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Schokdemper | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Speling van de stuurkussentjes | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Stofkeerringen | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| Transmissieketting | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Koppeling van de ketting, kroon van de ketting en kettinggeleider | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Sturkussentjes | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin van de koppelingshendel | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Gaskabels | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pinnen van de voetensteun van de bestuurder | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Stangen van dechterste ophangingen | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin van de zijdelingse standard | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin en kussentjes van het voorwiel | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin van de achtervork | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Pin en kussentjes van hetchyter | - | L | L | L | L | L | L | L | L | L | L |
| Luchtifilter in sponns | - | - | - | R | - | - | - | R | - | - | - |
| BOUGIES | - | - | - | R | - | - | - | R | - | - | - |
| Complete versnellingsbak | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Veer van de overdrukklep en de terugslagklep | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Cilinderwijpen | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Kussenblokken van de drijfstang en bankkussenblokken | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Raderwerken voor de start | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Raderwerken van de oliepomp | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Sproeiers voor de smering van de kop | - | - | - | - | - | C | - | - | - | - | - |
| Zuigers en elastische klemmen | - | - | - | - | - | R | - | - | - | - | - |
| Zuigerpen van de zuiger | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Rollen van de balanceringen | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Kleplichter | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Slijtage van de nokkenassen | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Kussens van de nokkenassen | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Dichting van de klepzitten | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Kleppen | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Kleppenspeling | - | - | - | - | - | A | - | - | - | - | - |
| Klepgeleiders | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Veerrondellen, schijven, tassen | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Tanden van de hettingspanner | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Klepveren | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Distributieketting | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Glijvlakken van de transmissieketting | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Benzinepomp | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Vork (volledig onderhoud) | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Olie van de vork | - | - | - | - | - | R | - | - | - | - | - |
| Schokdemper (volledig onderhoud) | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Speling van de kussentjes van de drijfstang | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Glijvlak van de ketting | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Oog voor de geleiding van de ketting | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Rol kettingspanner | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Glijvlak kettingspanner | - | - | - | - | - | I | - | - | - | - | - |
| Remvloeistof *** | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
- Einde proefperiode
Ontluchten
* Vervang elkmaal
CAUTION
| Product | Beschrijving | Kenmerken |
| AGIP RACING 4T 10W-60 | Motorolie | Gebruik merkolies met conforme of hogere prestaties dan de specifieken CCMC G-4 A.P.I. SG. SAE 10W-60 |
| AGIP RACING 4T 10W-60 | Olie van de versnellingsbak | - |
| AGIP PERMANENT SPEZIAL | Koelvloeistof | Biologisch afbreekbare koelvloeistof, gebruisklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming gegen vriesttemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. |
| AGIP BRAKE 4 | remvloeistof | Inplaats van de aanbevolen vloeistof kan men vloeistoffen gebruiken met conforme of hogere prestaties dan de specifieken. Synthesische vloeistof SAE J1703, NHTSA 116 DOT 4, ISO 4925 |
| AGIP MP GREASE | Vet voor kussentjes, koppelingen, knooppunten en hefsystemen | Inplaats van het aanbevolen product, gebruikt men merkvet voor draaiende kussentjes, met bruikbaar temperatuursveld -30°C...+140°C (-22°F...+284°F), druppelpunt 150°C...230°C (302°F...446°F), hoge anticorrosiebescherming, goede watstand gegen water en oxidatie. |
| AGIP FORK 7.5W | Olie van de vork | SAE 7,5W |
TABLE OF CONTENTS
A
Accessories: 135
Air filter: 86
B
Battery: 14, 102
Brake: 14, 92, 110
C
Chain: 120-123, 125
Clutch: 14
Clutch fluid: 14
Coolant: 11
D
Disc brake: 110
Display: 30
E
Onderhoud: 71, 137, 138
1
Identificatie: 39
R
Richtingaanwijzers:36
THE VALUE OF SERVICE
Dankzij de voortduren de technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officièle Network van aprilia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle voor het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zich essentiele factoren!
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officièle dealer en/of Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtsstreeks op de geografische kaart op once Officièle Website:
www.aprilia.com
Enkel wonneer men Originele aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, za men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest wardijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitstcontrolprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrivingen en de illustraties in deze uitgave ons niet bindend; aprilia houdt zich derhalve hecht voor om, met behoud van de essentielle eigenschappen van het model dat hierin is beschrenen en geillustreeord, op elk moment wizigingen aan te brengen aan de organen, de onderden of de levering van accessoires aan gelang zich dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciele aard, zonder verplichte te ons im tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontrolererd worden via het officiele verkoopsnetwerk van aprilia.