RSV4 FACTORY - Motorfiets APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RSV4 FACTORY APRILIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RSV4 FACTORY APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RSV4 FACTORY - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RSV4 FACTORY van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING RSV4 FACTORY APRILIA
omdat u een vanhaar producten heeft gekozen. Wij hebden deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast za u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zich er zeker van dat indien u hier reckening mee za houden, u makkelijk za wennen aan uw/New voertuig, waar u lang maar volle tevredenheid gebruik van za kunnen make. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit的那一 ste moet het worden overhandigd aan de neue eigenaar.
RSV4 FACTORY
aprilia
De instructies in deze handledeig zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zichoor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het Klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage要去 uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die Niet uitgebrecht in deze uitgave zichen beschreiben, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschicht; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke verilgheit
Indien deutsche voorschriften nicht of nicht volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan Personen tot gevolg生態.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zDat het gebruik van het voertuig geen schade aanricht aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften nicht of zich volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventuele het verwallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zich erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijkkeiten worden gezonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en voraal de paragraaf "VEILIG RIJDEN".Uw verilgheid en die van anderen hangt nicht enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiente van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN.We raden THATAM an om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integgerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
INDEX INDEX
GENERAL RULES 9
Vooronderstelling 10
Koolmonoxide 10
Brandstof. 11
Warme onderdelen 12
Koelvloeistof 12
Gebrukte motorolie en koppelingsolie 13
Rem-en koppelingsvloeistof 14
Elektrolyt en waterstofgas van de accu. 15
Standaard. 16
Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid. 17
VOERTUING 19
Plaats van de hoofdcomponenten 21
Legenda 23
Analoog instrumentenpaneel 24
Groep controlelampjes 26
Digital display 26
Alarmen 30
Selectie lokalisations 32
Commandoknuppen 36
Geavanceerde functies 39
Startschakelaar 48
Stuurslot vergrendelen 49
Drukknop claxon. 50
Schakelaarrichtingaanwijzers 50
Lichtschakelaar 51
Knop die knippert voor grootlicht 52
Startknop. 52
Stopschakelaar motor. 53
De werking van het immobilizersysteme 53
Stroomlijnpanelen 54
Zadel openen 55
Documentenvakje/gereedschapskit. 58
Identificatie. 58
GEBRUIK 61
Controles 62
Tanken 65
Reguleringachterdempers 67
Installing achterste schokdempers 71
Regulering voorvorken 73
Instelling voorvork. 76
Regeling stuurdemper 78
Regulering voorremhendel 80
Regulering schakelhendel 80
Inrijden 81
Startendesmotors 82
Start/besturing 87
Stoppen van de motor 95
Parkeren 96
Katalysator 97
Standaard. 100
Basisveiligheidsnormen 102
ONDERHOUD. 109
Premisse 110
Controle van het peil van de motorolie 110
Het bijvullen van motorolie 113
Banden 113
Peil koelyvloeistof. 117
Controle van de koelvloeistof 119
Bijvulling van de koelvloeistof 119
Controle van het oliepeil van de remmen 120
Bijvullen van de remvloeistof. 121
Verwijdering van de accu. 125
Inwerkingstelling van een neue accu. 126
Controle van het elektrolytpeil 127
Opladen van de accu 128
Langer stillegen 129
Zekeringen 130
Afstellen van de koplamp. 136
Richtingaanwijzers voor 138
Richtingaanwijzers awhile 139
Kentekenverlichting 139
Remlicht 140
Achteruitkijkspiegels 140
Schijfrem voor en andere 141
Reinigen van het voertuig. 143
Vervoer 148
Controle van de speling van de ketting 149
Regeling van de speling van de hetting. 150
Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon 151
Smering en reiniging van de ketting. 152
Bijgeleverd gereedschap. 165
GEPLAND ONDERHOUD. 167
Tabel gepland onderhoud. 168
RSV4 FACTORY
aprilia


Chap. 01
General rules
Hst. 01
Algemene
normen
Foreword
NOTE
CARRY OUT THE MAINTENANCE OPERATIONS AT HALF THE INTERVALS SPECIFIED IF THE VEHICLE IS USED IN WET OR DUSTY AREAS, OFF ROAD OR FOR SPORTING APPLICATIONS.
Vooronderstelling
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS-HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.
Carbon monoxide
Wanner het nodig is om de motor te doen werken om een handeling UIT te voeren, controeert men of dit in een open ruimte of in een goed geventileerd lokaal gebeurt. Laat de motor nooit werken in een gesloten ruimte. Wanner men in een gesloten ruimte werkst, gebruikt men een evacuationsystem voor de uitlaatgassen.
LET OP

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN GIFTIG GAS DAT BEWUSTELOOSHEID EN OOK DE DOOD KAN VEROORZAKEN.
Fuel
CAUTION


THE FUEL USED TO POWER INTERNAL COMBUSTION ENGINES IS HIGHLY FLAMMABLE AND MAY BE EXPLOSIVE UNDER CERTAIN CONDITIONS. IT IS THEREFORE RECOMMENDED TO CARRY OUT REFUELLING AND MAINTENANCE PROCEDURES IN A VENTILATED AREA WITH THE ENGINE SWITCHED OFF. DO NOT SMOKE DURING REFUELLING OR NEAR FUEL VAPOUR. AVOID ANY CONTACT WITH NAKED FLAME, SPARKS OR OTHER HEAT SOURCES WHICH MAY CAUSE IGNITION OR EXPLOSION.
DO NOT ALLOW FUEL TO DISPERSE INTO THE ENVIRONMENT.
De motor en de onderdelen van de uitlaatinstallatie worden zeer warm en blijven lang warm, ook nadat de motor wordenuitgezet. Vooraleer men deze onderden hanteert, draagt men isolerendehandschoenen, of wacht men tot de motor en de uitlaatinstallatie zijn afgekoeld.
Coolant
De koelvloeistof bevat ethyleenglycol, wat in sommige omstandigheden ontvlambaar is. Wanner het brandt, produeert ethylglycol onzichtbare vlammen, die toch brandwonden veroorzaken.
CAUTION

TAKE CARE NOT TO SPILL COOLANT ONTO HOT ENGINE OR EXHAUST SYSTEM COMPONENTS; THE FLUID MAY IGNITE AND BURN WITH AN INVISIBLE FLAME. WHEN CARRYING OUT MAINTENANCE, IT IS ADVISIBLE TO WEAR LATEX GLOVES. EVEN THOUGH IT IS TOXIC, COOLANT HAS
LET OP

LET OP OM GOEN KOELVLOEISTOF TE MORSEN OP DE HETE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE; DEZE ZOU BRAND KUNNEN VATTEN MET ONZICTBARE VLAMMEN. BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
A SWEET FLAVOUR WHICH MAKES IT VERY ATTRACTIVE TO ANIMALS. NEVER LEAVE THE COOLANT IN OPEN CONTAINERS IN AREAS ACCESSIBLE TO ANIMALS AS THEY MAY DRINK IT.
Gebruike motorolie en koppelingsolie
LET OP


BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUKEN.
DE OLIE VAN DE MOTOR OF DE VERSNELLINGSBAK KAN ERNSTIGESCHADE VEROORZAKEN AAN DEHUID, WANNEER HET LANG EN DAGELIJKS WORDT GEBRUIKT.
Rem- en koppelingsvloeistof

DE REMVLOEISTOF KAN GELAKTE, PLASTIC OF RUBBEREN OPPERVILAKKEN BESCHADIGEN. WANNEER MEN HET ONDERHOUD VAN DE REMINSTALLATIE UITVOERT, BESCHERMT MEN DEZE ONDERDELEN MET EEN SCHONE DOEK. DRAAG STEEDS EEN BESCHERMENDE BRIL WANNEER MEN HET ONDERHOUD VAN DE INSTALLATIONS UITVOERT. DE REMVLOEISTOF IS UTERST SCHADELIJK VOOR DE OGEN. IN GEVAL VAN TOEVAALLIG CONTACT MET DE OGEN, SPOELT MEN ONMIDDELIJK MET OVERVLOEDIG Koud EN REIN WATER, EN RAADPLEEGT MEN ONMIDDELLIJK EEN ARTS.
Elektrolyt en waterstofgas van de accu
CAUTION
LET OP


THE BATTERY ELECTROLYTE IS TOXIC, CORROSIVE AND, AS IT CONTAINS SULPHURIC ACID, MAY CAUSE BURNING IF IT COMES INTO CONTACT WITH THE SKIN. WHEN HANDLING BATTERY ELECTROLYT, WEAR TIGHT-FITTING GLOVES AND PROTECTIVE APPAREL. IN THE EVENT OF SKIN CONTACT WITH THE ELECTROLYTIC FLUID, RINSE WELL WITH PLENTY OF CLEAN WATER. IT IS PARTICULARLY IMPORTANT TO PROTECT YOUR EYES BECAUSE EVEN TINY AMOUNTS OF BATTERY ACID MAY CAUSE BLINDNESS. IN THE EVENT OF CONTACT WITH THE EYES, RINSE WITH PLENTY OF WATER FOR FIFTEEN MINUTES AND CONSULT AN EYE SPECIALIST IMMEDIATELY. IF THE FLUID IS ACCIDENTALLY SWALLOWED, DRINK LARGE QUANTITIES OF WATER OR MILK, FOLLOWED BY MILK OF MAGNESIA OR VEGETABLE OIL AND SEEK MEDICAL ADVICE IMMEDIATELY. THE
DE ELEKTKROLYT VAN DE ACCU IS GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT MET DE HUID KAN HET BRANDWONDEN VEROORZAKEN OMDAT HET ZWAVELZUUUR BEVAT. DRAAG NAUWSLUITENDE HANDSCHOENEN EN BESCHERMENDE KLEDING WANNEER MEN HET ELEKTKROLYT VAN DE ACCU HANTEERT. WANNEER DE ELEKTKROLYTVLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET Koud WATER. HET IS ZEER BELANGRIJK OM DE OGEN TE BESCHERMEN, OMDAT OOK EEN ZEER KLEINE HOVEEELHEID ZUUR VAN DE ACCU BLINDHEID KAN VEROORZAKEN. WANNEER HET IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE OGEN, MOET MEN VIJFTIEN MINUTEN LANG OVERVLOEDIG WASSEN MET WATER EN ONMIDDELLIJK EEN OOGARTS RAADPLEGEN. WANNEER HET TOEVAllig ZOU WORDEN INGESLIKT, MOET MEN VEEL WATER OF MELK
Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid
Behalve waar gespecifieerd worden in dit Gebruiks- en onderhoudsboekje, mag geen enkel mechanismch of elektrisch onderdeel gedemonteerd worden.
LET OP
SOMMIGE CONNECTOREN VAN HET VOERTUIG KUNNEN ONDERLING VERWISSELBAAR ZIJN, EN ALS ZE VERKEERD GEMONTEERD WORDEN KUNNEN ZE DE NORMALE WERKING VAN HET VOERTUIG SCHADEN EN/ OF ONHERSTELBARE SCHADE AAN DE DELEN ZELF VEROORZAKEN.
RSV4 FACTORY
aprilia


Chap. 02
Vehicle
Hst. 02
Voertuing

02_01

02_02
Plaats van de hoofdcomponenten (02_02)
Legende:
- Linker zichbekleding
- Akoestische melder
- Linker voorlicht
- Kapje
- Linker acheteruitkijkspiegel enrichtingaanwijzer
- Sturrdemper
- Koppelingshendel
- Linkerschakelaar
-
Dop van de brandstoftank
-
Fuel tank
- Left side fairing
- Battery
- Auxiliary fuses
- Main fuses
- Rear light
- License plate light
- Rear left turn indicator
- Saddle / glovebox / toolkit compartment lock
- Left hand rider footrest
- Side stand
- Gear lever
- Left hand fairing lug
- Engine oil radiator
- Coolant radiator
- Tail fairing
- Right side fairing
- Rear shock absorber
- Air filter
- ECU
- Right hand switch
- Starter button
- Front brake fluid reservoir
- Instrument/indicator light panel
- Right hand rear view mirror and turn indicator
- Front right headlamp
- Right side fairing
- Expansion tank cap
- Coolant expansion tank
- Oil filter
- Engine oil plug
- Right hand fairing lug
- Engine oil level
- Gear lever
-
Right hand rider footrest
-
Brandstoftank
- Linker lijplaatje
- Accu
- Secundaire zekeringen
- Hoofdzekeringen
- Achterlicht
- Nummerplaatlicht
- Linker richtingaanwijzer acheeraan
- Slot van het zadel / documentenvakje / gereedschapskit
- Linker voetsteun bestuurder
- Laterale standard
- Versnellingshendel
- Beslag linkerzijbekleding
- Olieradiator motor
- Koelvloeistofradiator
- Achterspatbord
- Rechter lijplaatje
- Achterste schokdemper
- Luchtfilter
- ECU Unit
- Rechter schakelaar
- Startknop
- Vloeistofank van de Voorrem
- Instrumenten/aanwijzersgroep
- Rechter awhilekijkspiegel enrichtingaanwijzer
- Rechter koplamp
- Rechter zichbekleding
- Dop van het expansievat
- Expansievat koelvloeistof
- Olieffilter
- Dop van de motorolie
- Beslag rechtzerzbekleding
- Peil van de motorolie
- Versnellingshendel
-
Rechter voetsteun bestuurdern
-
Rear brake pump and fluid reservoir
-
Rear right turn indicator
-
Pomp en remvloeistof tank achteraan
- Rechter richtingaanwijzer achteraan

02_03
Dashboard (02_03)
key:
- Horn button
- Turn indicator control
- MODE Control
Legenda (02_03)
Legende:
-
Drukknop van de akoestische melder
-
Clutch control lever
- HIGH-BEAM FLASH SWITCH
- Ignition switch /steering lock
- Instruments and gauges
- Throttle grip
- Engine stop button
- Starter button
-
Front brake lever
-
Commando van de richtingaanwijzers
- Commando MODE
- Commandohendel van de koppeling
- DRUKKNOP VOOR HET KNIPPEREN VAN HET GROOT LICH
- Schakelaar van de ontsteking /stuurslot
- Instrumenten en individatoren
- Gashandvat
- Drukknop voor het stilleggen van de motor
- Startknop
- Hendel van de Voorrem

Analog instrument panel (02_04)
key:
- Rpm indicator
- Multifunctional digital display
- Warning lights
Analoog instrumentenpaneel (02_04)
Legende:
- Toerenteller
- Digital multifunctioneel display
- CONTROLLEAMPEN
Het dashboard heeft een immobilizersystem dat de start belet wanner het systeme de sleutel Niet herkent die erder werden opgeslagen.
Bij het voertuig worden twee reeds opge-slagen sleutels geleverd. Het dashboard aanvaardt tegelijkkertijd maximum vier sleutels: voor hun activering of voor het desactiveren van een verloren sleutel, moet men zich wenden tot een Officièle aprilia Dealer. Wanneer het voertuig wordt overhandigd, za ongeveer 10 se- conden lang na het draaien van de sleutel in positie ON het dashboard vragen om een persoonlijke code van vijf cijfers in te voeren. Deze vraag zar nicht meer worden weergegeven nadat de persoonlijke code ward ingevoerd. Voor de procedure van het invoeren van de code moet de paragraaf WIJZIGING VAN DE CODE ge- raadpleegd worden
Het is belangrijk om de persoonlijke code te herinneren, waar dat deze dient voor het volgende:
- het starten van het voertuig wanner de werkking van het immobilizersystemeem defect is
- het vermijdt de verranging van het dashboard wanner de ontstekingsschakelaar要去 verrangen worden
- het opslaan van{nieuwe sleu-tels

Light unit (02_05)
key:
- Controlelamp algemene Warning, rood
- Controlelamp van de versnelling in vrij, groen
- Controleamp van de laterale standaard uitgeklapt, oranje
- Oranje controlelamp van de brandstofreserve
- Controlelamp van de rechterrichtingaanwijzer, groen
- Controleamp ABS (niet actief)
- Controlelamp schakelen, rood
- Controlelamp van de linker richtingaanwijzer, groen
- Controlelamp grootlicht, blauw

DigitalLCDdisplay(02_06, 02_07,02_08,02_09,02_10, 02_11,02_12)
- Door de ontstekingsstreutel in positie 'KEY ON' te draaien, worden op het dashboard het volgende twee seconden lang weergegeven:
- Het logo 'RSV4'
- Alle controleampen

-
The rpm indicator pointer moves to then go back to its initial position.
-
De wijzer van de toerenteller verplaatst zich en keert daarna terug maar de beginpositie.

- Versnelling ingeschakeld;
- klok (bruikbaar in de modaliteit H24, en in de modaliteit H12 zonder aanduiding AM / PM);
- meting van de watertemperatuur (in ^ C of in ^ )
MODALITEIT 2
- Versnelling ingeschakeld;
- chronometer;
- meting van de watertemperatuur.
Op het centrale deel worden de volgende functies getoond:
- snelheid (snelheidsmeter);
- map geselecteerd (bovenaan links);

-eventue aanduiding van de lokalisatie van de centrale (onderaan links).
Op het onderste deel worden de volgende functies getoond:
- hodometer totaal;
- gegevens van de boardcomputer;
-eventuale alarmen.
2 km na de aanschakeling van de controlamp van de brandstofreserve verschijnt op het digitaal display de aanduiding van het+aantal afgelegde km in reserve.
Wanneer de controlelamp van de brandstofreserve oplicht, gaat deze door op het commando MODE te drukken uit en na 60 seconden wee aan.
Bij "KEY-ON" kan de aanduiding van de reserve 60 seconden later aangeduid worden.


Het dashboard kan momentele verbruik weergeven.
Het dashboard kan het gemiddelde verbruik vanaf de LASTe reset van het reisverslag weergeven.
Bij aanvang van het reserveverbruik, verschijnt inplaats van de hodometer het aantal km (mi) dat vanaf het begin van de reserve is afgelegd.
Wanner de limieten van de onderhouds-intervals worden overschreden, verschijnt een icoon met het symbol van de Engelse sleutel. Wanner de geprogrammeerde onderhoudshandelingen bij de Dealers en Geauthoriseerde aprilia Garages worden uitgevoerd, kan deze aan-duiding geelimineerd worden.
Wonneer de sleutel in de positie "KEY ON" wordt gedraaid en er ontbreken minder dan 300km (186 mi) tot het uitvoeren van het geprogrammeerd onderhoud, knippert de icoon "Engelse sleutel" vijf seconden lang.
Met de sleutel in positie "KEY OFF" knippert de contrôlelamp van het algemeen alarm om de activering van het immobilizersysteme te melden. Om het verbruik van de accu te verminderen houdt het knipperen op na 48 uren.

Alarms (02_13, 02_14, 02_15, 02_16, 02_17)
Wanner een onregelmatigheid gedeteerd wordt, wordt op het onderste deel van het display een icoon weergegeven die verschil afhankelijk van de oorzaak.
Men要去zichonmiddelijk toteen Officiele aprilia Dealer wenden.
ALARM SERVICE
Wonneer een onregelmatigheid gedeteerd worden door het dashboard of de elektronische centrale, meldt het dashboard de onregelmatigheid door de icoon SERVICE wee te geven en door het oplichten van de rode controlamp van het algemeen alarm

Wanner bij de ontsteking een onregelmatigheid van de immobilizer worden gedetecteerd, vraagt het dashboard om de code van de gebruiker in te voeren Wanner de code correct worden ingevoerd, meldt het dashboard de onregelmatigheid door het symbool SERVICE waar te Geven en door het oplichten van de rode controlamp van het algemeen alarm.
Een ernstige onregelmatigheid worden gemeld door het snel knipperen (twee knipperingen per seconde) van de controllamp van het algemeen alarm, en door de afwisselende weergave van de opschriften URGENT en SERVICE op het digitaal
display. Men moet zich onmiddelijk tot een Officièle aprilia Dealer wenden. In deze gezallen activeert de centrale een veiligheidsprocedure door de prestaties van het voertuig te beperken, zodat met beperkte snelheid de Officièle aprilia Dealer kan bereikt worden. Naargelang het type van onregelmatigheid konnen de prestaties op twee manieren beperkt worden: a) door het maximum geleverde koppel te verminderen; b) door de motor aan een toerental te honden datiets hoger is dan het minimum (tijdens deze werkung worden het gascommando gedisactiveerd).

Oil failure
In geval van een onregelmatigheid van de oliedruk of de sensor van de oliedruk, meldt het dashboard de onregelmatigheid met een ampul en het oplichten van de rode controlamp van het algemeen alarm.
Alarm oververhitting van de motor
Het alarm van de overtemperatuur van de motor worden geactiveerd wanner de temperatuur 115^ (239°F) bereikt. Dit worden gemeld door het oplichten van de rode alarmcontrollamp.

Wanneer de afwezigheid van de verbinding worden gedetecteerd, meldt het dashboard de onregelmatigheid door het symbol van het Niet verbonden zijn wee te给他们 en door het oplichten van de rode controleamp van het algemeen alarm.

Turn indicator alarms
Alarmen richtingaanwijzers
Wanner het dashboard het stukgaan van de richtingaanwijzers detecteert, knippert de controlamp van de richtingaanwijzersiens zo snel, en verschijnt de aanduiding op het digitaal display.

Selectie lokaliseties (02_18, 02_19, 02_20)
De centrale voor de besturing van de mot- tor voorziet 3 verschillende "lokalisaties" van de besturing van de elektronische gashendel, die als volgt worden weergegeven bovenaan links op het digitale display op het dashboard:
T voor de lokalisatie TRACK
S voor de lokalisatie SPORT
- R voor de lokalisatie ROAD
De modaliteit TRACK is reactiever, en werk bedacht voor gebruik op het circuit.
LET OP
HET GEBRUK VAN DEZE MODALI-TEIT WORDT AANGERADEN VOOR ERVAREN MOTORRIJDRS EN OP WEGEN MET EEN GOEDE WEGLIGGING. HET GEBRUK OP NATTE WEGEN EN/OF METEEN SLECHTE WEGLIGGING WORDT AFGERADEN.

De modaliteit SPORT wird bedacht voor een sportief gebruik. In deze modaliteit zijn de prestaties van het voertuig in de eerste en tweede versnelling beperkt.

De modaliteit ROAD verwadt voor een gebruik op de openbare weg. Het systeem verminder het maximale koppel dat geleverd worden door de motor maar geeft het op een zachte manier, zDat een betere grip verkreten worden. In deze modaliteit worden de prestaties van de motor beperkt, en kan de maximum snelheid dus Niet bereikt worden.
CAUTION
THIS IS NOT AN ANTI-SKID DEVICE. BE EXTREMELY CAUTIOUS WHEN RIDING ON ROADS WITH LOW GRIP.
LET OP
HET IS GEEN ANTI-SLIPMECHANISME, EN ER WORDT DUS AANGERA- DEN OM ZEER GOED OP TE LETTEN OP WEGEN METEEN SLECHTE WEG- LIGGING.
De overgang maar de verschillende lokalisaties gebeurt door middel van de inwerkingstelling van de startknop, die 5 sec na de start van de motor de functie van selectieknop voor de lokalisaties aanneemt.
LET OP
DE SELECTIEPROCEDURE VAN DE LOKALISATIES IS EVENEENS ACTIEF MET DE MOTOR IN WERKING, MAAR ENKEL MET GESTARTE MOTOR EN WANNEER GEEN GAS GEGEVEN WORDT.
Om de lokalisatie te wijzigen, moet als volgt gehandeld worden:
- wonneer voor de eerste keer op de startknop gedrukt worden, worden het symbool van de actueel toegepaste lokalisatie "in negatief" weergegeven op het display
- wanneer binnen 1,5 seconden voor een tweede koer op de knop gedrukt worden, worden de volgende lokalisatie geselec-
teerd die steeds negatif worden weergegeven op het display. Wanneer meer dan 1,5 sec verstrijken zonder dat op de knop gedrukt worden (anders worden de volgende lokalisatie geselecteerd) en zonder gas te geben, worden de neue lokalisatie "in positief" weergegeven op het display, en worden deze dues effctief als neue lokalisatie toegepast.
LET OP
WANNEER OP HET DISPLAY DE NIEUWE LOKALISATIE NOG IN NEGATIEF WORDT WEERGEGEVEN, DUS ZICH NOG IN DE FASE VAN DE AANVAARDING DOOR DE CENTRALE BEVINDT, EN HET GASCOMMANDO WORDT BEDIEND, BEGINT DE NIEUW Gekozen LOKALISATIE IN POSITIEF TE KNIPPEREN OP HET DISPLAY, MAAR WORDT NOG NIET EFFECTIEF TOEGEPAST TOT HET GASCOMMANDO WORDT LOSGELATEN.


Control buttons (02_21, 02_22, 02_23, 02_24)
Trip journal 1 and 2
Boardjournaal 1 en 2
Er zijn twee boordjournals aanwezig.
Met een large druk op het commando MODEaar links,wordt het BOORDJOURNAL 1 geseleerd,enlicht deicon "1" op het DIGITAAL DISPLAY op.
Met een large druk op het commando MODEaarrechts,wordt het BOORDJOURNAL2 geseleerd,enlicht deicon "2"op het DIGITAAL DISPLAY op.
In elk journaal wordt bij elke korte druk van het commando MODEaar rechts of aan links achtereenvolgens de volgende informatie weergegeven:
HODOMETER TOTAAL
HODOMETER PARTIEEL
TIJDSDUUR
MAXIMUM SNELHEID
GEMIDDELDE SNELHEID
GEMIDDELD BRANDSTOFVERBRUIK
ONMIDDELLIJK BRANDSTOFVER-BRUIK
MENU (enkel wanneer het voertuig stilstaat)
Bij de volgende trefwoorden: HODOMETER PARTIEEL, TIJDSDUUR, MAXIUM SNELHEID, GEMIDDELDE SNEL

HEID, GEMIDDELD BRANDSTOFVERBRUIK wist een korte druk op de centrale toets alle aanduidingen die opgeslagen werden in het actieve BOORDJOURNAAL.

Wanner de snelheid nul is en wanner het beeldschem MENU verschijnt, geeft een lange druk op de centrale toets toe-gang tot de geavanceerde functies van het dashboard.
CHRONOMETER
CHRONOMETER
Om de chronometer te gebruiken,要去 de functie CHRONOMETER geseleeteerd worden in het MENU van de geavanceerde functies van het dashboard.
De chronometer verschijnt bovenaan op het digitaal display, en verrangt de klok.
Wanneer het voertuig in beweging is, wordt de werking van de chronometer ge-controlled door de centrale toets van het commando MODE.
De start van de chronometer worden UITgevoerd met een korte druk op de centrale toets. De eerste druk doet deijdmeting starten. Wanner men nog druktijdens de eerste 10 seconden na het begin van deijdmeting, herbegint de chronometer vanaf nul. Na dezeperiode za bij een volgende druk het gegeven opgeslagen worden, en zal de volgende meting starten.
Met een lange druk op de centrale toets of wanner de snelheid terugkeert maar nul, worden de meting geannuleerd, en op het display verschijnt de LASTe meting. De sessie start weezoals hierboven werk beschreiben.
Na de verwerving van 40 tijdmetingen, stopt de verwering. Een neue sessie tijdmetingen kan enkel hernomen worden wanner de eerder uitgevoerde metingen gewist worden met het MENU van de geavanceerde functies van het dashboard.

Advanced functions (02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30)
Geavanceerde functions (02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30)
MENU
Het configuratiemenu, dat rechtstreeks vanaf het beeldschemm van het menu kan bereikt worden, bestaat uit de volgende trefwoorden:
-EXIT
- INSTELLINGEN
- CHRONOMETER
- DIAGNOSTIEK
-TALEN.
SETTINGS
Het menu van de INSTELLINGEN bestaatuit de volgende trefwoorden:
-EXIT
- REGELING VAN HET UUR
- SCHAKELEN
- RETROVERLICHTING
- WIJZIGING VAN DE CODE
- HERSTELLING VAN DE CODE
-°C/°F
- 12/24 h
De functies van het menu van de instellenen worden aangeduid in de volgende paragrafen.
Na het beeindigen van de handeling keert het display terug maar het hoofdmenu.
TIME ADJUSTMENT
In deze modaliteit worden de waarde van de klok ingesteld. Het hoofdschemm verschijnt wee, met de opschrift "REGE- LING VAN DE KLOK".
Wanneer deze modaliteit worden bereikt, za de aanduiding van de这段时间 verwijdijnen en za enkel die van de uren blijven. Bij elke druk maar rechts van het commando MODE verhoegt de waarde van de uren, en symmetrisch bij elke druk maar links van het commando MODE verlaagt de waarde van de uren. Een druk op het centrale deel van het commando MODE slaat de ingestelde waarde op, en er wordt overgegaan� de regeling van de minutes.
Wanneer deze modaliteit worden bereikt, verwijdigt de aanduiding van de uren en blijft enkel die van de Minutes. Bij elke druk maar rechts van het commando MODE verhoogt de waarde van de Minutes, en symmetrisch bij elke druk maar links van het commando MODE verlaagt de waarde van de Minutes.
Een druk op het centrale deel van het commando MODE slaat de ingestelde

waarde op, en worden de modaliteit van de regeling van de klok verlaten.
In deze functie stelt men de waarde van de schakellimiet in. Het hoofdschem verschijnt met de melding "SCHAKELLIMIET".
Bij elke druk maar rechts van het commando MODE verhoogt de limietwaarde met 100 RPM, en viceversa bij elke druk maar links van het commando MODE verlaagt de limietwaarde met 100 RPM.
Bij het bereiken van de limiet, onderste of bovenste, heeft elke volgende druk op de schakelaar geen enkel effect.
De handeling eindigt met een druk op het commando MODE in de centrale positie, waardoor de ingestelde Waarde wordt opgeslagen, de wijzer keert terug maar nul, en het dashboard gaat terug maar de pagina van het menu van de configuratie.
Bij de eerste aansluiting van de accu wordt het dashboard ingesteld op de waarde van de toeren van de proefperiode, en bij de volgende aansluitingen wordt het ingesteld op de LAST ingestelde waarde:
TOERENTAL VAN DE PROEFPERIODE: 7500 toeren/min (rpm)
MAXIMUM TOERENTAL: 15000 toeren/min (rpm)
Bij het overschrijden van de vastgestelde waarde knippert de controlamp van de
when the value goes back below the threshold limit.
melding van het schakelen op het dashboard, tot onder de limiet worden teruggekeerd.


Met deze functie kan de intensiteit van de retroverlichting ingesteld worden op drie niveaus. Bij elke druk maar rechts of links van het commando MODE, kan de gebruiker de volgende iconen lezen:
LOW
MEAN
HIGH
Op het einde van de handeling keert het dashboard met een druk op het commando MODE in centrale positie谈起harr het menu INSTELLINGEN.
Wanneer de accu wordt losgekoppeld, wordt het display aan de maximum helderheid geconfigureerd.

CODE CHANGE
Deze functie worden gebrukt wanneer men over de oude code beschikt, en wanneer men deze wil wijzigen. In deze functie verschijnt de melding:
"VOER DE OUDE CODE IN"
Na de herkenning van de oude code wordt er gevraagd om de neue code in te voeren, en het display toont de volgende melding:
"VOER DE NIEUWE CODE IN"
Op het einde van de handeling keert het display terug maar het menu DIAGNOSTIEK. Wanner men denen met de code heeft bereikt, worden deze handeling nicht toegelaten.
Op het einde van de handeling keert het dashboard terug maar het menu INSTELLINGEN.
Wanneer voor de eerste keer worden op geslagen, worden enkel het invoeren van de(AP)neuwe code gevraagd.
CODE RESET
Deze functie worden gebruikt wanner men Niet over de oude code beschikt en wanner men.Deze wil wijzigen, in dit geval moet men minstens twee sleutels in het ontstekingsblokjeplaatsen. De eerste is reeds geplaatst, en daarna worden het plaatsen van de tweede bevraagd met demelding:
"PLAATS DE TWOEDE SLEUTEL"
Tijdens de overgang van de ene maar de andere sleutel blijt het dashboard opgelicht, en wanner de sleutel Niet binnen de 20 seconden worden geplaatst worden de handeling beeingidg. Na de herkenning van de tweede sleutel worden de invoer van de nieuwe code bevgraagd met de melding:
"VOER DE NIEUWE CODE IN"
Op het einde van de handeling keert het display terug maar het menu DIAGNOSTIEK. Wonneer men deze met de code heeft bereikt, worden deze handeling Niet toegelaten.
Op het einde van de handeling keert het dashboard terug maar het menu INSTELLINGEN.
^ C / ^
Select the ^ C / ^ F option from the SETTINGS menu for this function.
This function selects the unit of measurement for the coolant temperature: ^ C or ^ F .
12H/24H
Dit menu selecteert de meeteenheid van de koelwatertemperatuur: ^ C of ^ .
12H/24H
Om besteht modality te bereiken, moet in het menu INSTELLINGEN 12H / 24H geleselecteerd worden.
Dit menu selecteert de weergave 12H of 24H van de klok.
CHRONOMETER
Om de functie van de chronometer te bereiken, moet op het configuratiemenu het trefwoord CHRONOMETER geseleeteerd worden. Wanner de functie CHRONOMETER worden geseleeteerd, verschijnt een beeldschem met de volgende opties:
-EXIT
- KLOK / CHRONOMETER
- WISSEN METINGEN
KLOK / CHRONOMETER

Hiermee kan de functie geseleerd worden die bovenaan het display moet weergegeven worden: klok of chronometer.
View times
Deze functie toont de verworven chronometertijden. Met korte drukken op de keuzeschakelaar MODEaar rechts en links worden de pagina's van de metingen overlopen, en met een lange druk verschijnt op het display het menu CHRONOMETER. Wanner de accu wordt losgekoppeld, verliest men de opgeslagen tijden.
Delete times
Deze modaliteit elimineert de verworven chronometertijden. De bevestiging voor het wissen worden gezvaagd. Na het beeindigen van de handeling keert het display terug maar het menu CHRONOMETER.
DIAGNOSIS
Open the configuration menu to display the DIAGNOSIS option.
Wonneer het configuratiemenu wordt bereikt, is het mogelijk om het trefwoord DIAGNOSTIEK wee te given.
Dit menu worden geinterfaced met de systemen die aanwezig zich op de motor, en
voert hierop de diagnose uit. Om het te activeren moet de toegangscode ingevoerd worden, die enkel in het bezit is van de erkende dealers van Aprilia.
LANGUAGES
Vanaf het configuratiemenu kan de functie van de TALEN bereikt worden. Wanner het trefwoord TALEN worden geselteerd, kan de taal van de interface gekozen worden
De opties zijn:
-ITALIANO
- ENGLISH
- FRANÇAIS
- DUITS
- ESPANOL
Op het einde van de handeling keert het display terug maar het menu TALEN

Ignition switch (02_31)
De ontstekingsschakelaar (1) bevindt zich op de bovensteplaat van de kop van de stuurinrichting.
Bij het voertuig worden twee sleutels bijgeleverd (eén reservesleutel).
Het uitgaan van de lichten gebeurt wanner de ontstekingsschakelaar op OFF'WORDt geplaatst.
N.B.
DE SLEUTEL ACTIVEERT DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR/HET STUURSLOT.
N.B.
DE DIMLICHTEM / GROTE LICHEN GAAN AUTOMATISCH AAN NA DE START VAN DE MOTOR.
LOCK: Het stuur is geblokkeerd. Het is nicht möglich om de motor te starten en om de lichten te activieren. Het is möglich om de sleutel te verwijderen.
OFF: De motor en de lichten können nicht in werkung worden gesteld. Het is möglichk om de sleutel te verwijderen.
ON: De motor kan gestart worden. Het is nicht möglich om de sleutel te verwijderen.
PARKING: De stuurinrichting is geblokkeerd. De motor kan nicht gestart worden.
Het positielicht van het voorlicht en de positielachten van het achechterlicht worden geactiveerd. Het is möglichk om de sleutel te verwijderen. Nadat de sleutel worden verwijderd, is het immobilizersystem actief (indien aanwezig).

Stuurslot vergrendelen (02_32)
Om het stuur te blokkeren:
- Draai het stuur volledig maar links.
- Draai de sleutel in positie «OFF».
- Druk op de sleutel en draai hem in te-genwijzerzin (haar links) rond, stuur langzaam tot de sleutel op «LOCK» worden geplaatst.
- Verwijder de sleutel.
LET OP

DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI-TIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.

Horn button (02_33)
De akoestische melder worden in werkig gesteld door op de drukknop te drukken.

Schakelaar richtingaanwijzers (02_34)
Verplaats de schakelaar maar links, om aan te duiden dat men maar links draait; verplaats de schakelaar maar rechts, om aan te duiden dat men maar rechts draait; Druk op de schakelaar om de richtingaanwijzer te deactiveren.
LET OP
WANNEER DE CONTROLELAMP VAN DE PIJLEN SNEL KNIPPERT, ZIJN EEN OF BEIDE LAMPJES VAN DE RICHTINGAANWIJZERS VERBRAND.
Het automatisch terugspringen van de richtingaanwijzers is met de volgende logica uitgevoerd.
Als het voertuig stil staat, en de snugheid dus gelijk is aan nul, blijven de richtingaanwijzers oneindig knipperen.
Als het voertuig in beweging is, springen de richtingaanwijzers automatisch terug wonneer een van de volgende twee toestanden bereikt worden:
- Na eenijd t = 40 sec.
Nadat 500m (0,31 mi) is afgelegd
Als tijdens dit tijsdsverloop de snelheid tot nul daalt, worden de meting van tijd en afstand gewist, en begint de meting opnieuw wanner het voertuig wee in beweging worden gezet.
De overgang van de richtingaanwijzing van de ene maar de andere Kant zonder een tussentijdse nulstellingsimpuls, zorgt voor het wissen van de meting en het opnieuw starten van het meten van zowel vrij als afstand.

Wanner op de schakelaar van de lichten wordt gedrukt, wordt het dimlicht ingeschakeld; wanner er nogmaals wordt op gedrukt, wordt het groot Licht ingeschakeld.


Passing button (02_36)
Knop die knippert voor grootlicht (02_36)
Hiermee kan men het knipperen van het grootlicht gebruiken, in geval van gevaar of nood.
Wanneer men de drukknop loslaat, worden het knipperen van het grootlicht gedeactiveerd.
Startknop (02_37)
Wanneer, met de sleutel in de ontsteking en op ON gedraaid, op de knop worden gedrukt, zal de startmotor de motor in werkinq stellen

DE STARTKNOP NEEMT ENKELE SE-CONDEN NA DE START VAN DE MOTOR DE FUNC TIE VAN SELECTIEK-NOP VAN DE LOKALISATIE AAN.

Engine stop switch (02_38)
Dit is een veiligheidsschakelaar of een moodstopschakelaar.
Druk op de schakelaar om de motor stil te leggen.

De werking van het immobilizersystem (02_39)
Om de bescherming gegen diefstal te verhogen, is het voertuig uitergerust met een elektronisch blokkeersystem van de motor, dat automatisch worden geactiveerd wonneer de ontstekingsstreutel worden verwijderd.
Bewaar de tweede sleutel op een veilige plaats, waar dat wonneer ook de tweede sleutel worden verloren, het Niet meer mogelijk is om een kopie te make.
Dit houdt in dat vele onderdelen van het voertuig要去en verrangen worden (naast de sloten).
Elke sleutel heeft in de handgreep een elektronisch mechanisme - transponder die het verzonden radiofrequentiesignaal moduleert bij de start, langs een in de
schakelaar ingebouwde speciale antennne.
Het gemoduleerd signala vormt het "wachtwoord" waarmee de speciale centrale de sleutel herkent, en enkel aan deze voorwaarde de start van de motor toestaat.
LET OP
HET IMMOBILIZERSYSTEEM KAN VIER SLEUTELS OPSLAAN.
DE HANDELING VAN HET OPSLAAN KAN ENKEL BIJ EEN Erkende Aprilia Dealer UITGEVOERD WORDEN.
DE PROCEDURE VAN HET OPSLAAN WIST DE EERDER INGESTELDE CODES, DUS WANNEER DE KLANT NIEUWE SLEUTELS WIL OPSLAAN, MOET HIJ ZICH WENDEN TOT EEN DEALER MET ALLE SLEUTELS DIE MOETEN GEACTIVEERD WORDEN.

Fairings (02_40)
SIDE FAIRINGS
Stroomlijnpanelen (02_40)
ZIJBEKLEDINGEN
De uit te voeren handelingen worden beschreiben voor de rechtter bekledging, maar gelden voor beiden bekledingen.
- Draai de vier bouten (1) los en verwijder ze.
-
De drie inzetstukken op de binnenbekledging (2) losmakers.
-
Ease off the lateral fairing very carefully, taking particular care with the fixing point (3) with the air duct and with the tabs (4) fastening the fairing to the lug.
-
To reassemble, repeat the above procedure in reverse order, taking particular care not to damage the components involved.
-
De zichbekleding zeer voorzichting losmaken, en hierbij goed letten op het inzetstuk (3) met het luchttransport en op de bevestigingsvinnen (4) met het beslag.
- Voor de hermontage het hierboven beschrevene in omgekeerde volgorde uitvoeren, en goed op de betreffende onderdelen letten.
NOTE
VERWIJDERING ACHTERSPATBORD/PASSAGIERSZADEL
- Draai de sleutel met de klok mee.

-
Lift and remove the tail fairing / passenger saddle.
-
Het achterspatbord / passagierszadel omhoog trekken en afhalen.

RIDER SADDLE REMOVAL
VERWIJDERING VAN HET ZADELVAN DE BESTUURDER
- Gebruik de zeshoekige sleutel die zich onder het achterspatbord / passagierszadel bevindt, de twee bevestigingsbouten van het zadel losschroeven en uitnemen en het zadel van het voertuig afhalen.


Refitting
- Het hierboven beschreve in omgekeerde volgorde herhalen.
- Na het zadel waar gemonteerd en vastgezet te hebben, de zeshoekige sleutel in de hiervoor bestemde houder van het achterspatbord / passagierszadel doen.
- Goed letten op de positionering van het achterspatbord/passagierszadel; de achtervinnen onder het spbatbord plaatsen en de voorkant maar beneden drukken zodate het slot dichtklapt.
LET OP
VOORALEER MEN HET ZADEL OMLAAG BRENGT EN BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET VERGETEN IS IN DE DOCUMENTENRUIMTE / GEREEDSCHAPSKIT.
LET OP
VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT BEVESTIGD IS. ALS HET ZADELTJE VOOR DE PASSAGIER OP HET VOERTUIG GEMONTEERD IS, MOET GECONTROLEERD WORDEN OF HET CORRECT VASTGEHAAKT IS VOORDAT DE PASSAGIER ER OP GAAT ZITTEN.
HET SPATBORD KAN GEBRUIKT WORDEN IN PLAATS VAN HET ZA
AND DOING SO WILL RESULT IN AN EXTREMELY HIGH PROBABILITY OF THE PASSENGER FALLING OFF THE VEHICLE.
DELTJE VAN DE PASSAGIER; WANNEER HET SPATBORD GEMONTEERD IS, KAN DE PASSAGIER NIET VERVOERD WORDEN. HET VEROEREN VAN DE PASSAGIER OP HET SPATBORD IS ILLEGALAAL, EN HET IS ZEER GOED MOGELIJK DAT DE PASSAGIER VAN HET VOERTUIG VALT.

- Voor toegang tot de documentenruimte / gereedschapskit要去 het zadel afgenomen worden.
- De gereedschapskit is onder het zadel bevestigd.

Het is een goede gewoonte om het fraumenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven. Het framenummer kan gelebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder-delen.

CHANGING THE IDENTIFICATION CODE IS A CRIME THAT MAY BE PUNISHED WITH SERIOUS CRIMINAL CHARGES. FURTHERMORE, THE LIMITED WARRANTY FOR NEW VEHICLES WILL BE CANCELLED IF THE VEHICLE IDENTIFICATION NUMBER (VIN) HAS BEEN MODIFIED OR CANNOT BE QUICKLY DETERMINED.

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICATIECODES IS EEN MISDRIJF DAT BESTRAFT KAN WORDEN MET ERNSTIGE BESCHULDIGENGEN. BOVENDIEN ZAL DE BEPERKTE GARANTIE VOOR NIEUWE VOERTUIGEN GEANNULEERD WORDEN ALS HET SERIE-NUMMER VAN DE IDENTIFICATIE VAN HET VOERTUIG (VIN) GEWIJZIGD WERD OF NIET ONMIDDELLIJK KAN BEPAALD WORDEN.
CHASSIS NUMBER
Het framenummer is gedrukt op de kop van het stuur, rechter kant.
Frame nr.
ENGINE NUMBER
Het motornummer is gedrukt op het onderstel van de motorcarter, op de linker kant.
Motor nr.
RSV4 FACTORY
aprilia


Chap. 03
Use
Hst. 03
Gebruik
Checks (03_01)
CAUTION

BEFORE RIDING, ALWAYS PERFORM A PRELIMINARY CHECK OF THE VEHICLE TO ENSURE CORRECT AND SAFE OPERATION. FAILURE TO DO SO MAY LEAD TO SERIOUS PERSONAL INJURY OR DAMAGE TO THE VEHICLE. DO NOT HESITATE TO CONTACT AN OFFICIAL aprilia DEALER IF YOU DO NOT UNDERSTAND HOW SOME CONTROLS WORK OR IF A MALFUNCTION IS DETECTED OR SUSPECTED. CHECKING TAKES VERY LITTLE TIME BUT CONSIDERABLY INCREASES SAFETY.
Controles (03_01)
LET OP

VOOR HET VERTREK VOERT MEN
VOOR EEN CORRECTE EN VEILIGE
WERKING STEEDS EEN VOORAFGAANDE CONTROLE VAN HET
VOERTUIG UIT. HET NIET UITVOEREN VAN DEZE HANDELINGEN KAN ERNSTIGE LETSELS AAN UZELF OF SCHADE AAN HET VOERTUIG VEROORZAKEN. AARZEL NIET OM ZICH TE WENDEN TOT EEN Officièle aprilia Dealer, WANNEER MEN DE WERKING VAN BEPAALDE COMMANDO'S NIET BEGRIJPT OF WANNEER MEN ONREGELMATIGHEDEN IN DE WERKING MERKT OF VERMOEDIT. DE NODIGTE IJD VOOR EEN CONTROLE IS UI-TERST BEPERKT, EN DE VEILIGHEID KOMT OP DE EERSTE PLAATS.

Dit voertuig is voorzien voor het onmiddelijk ontdekken van eventuele onregelmatigheden in verband met de werkking, die opgeslagen worden door de elektronische centrale.
Telkens als de ontstekingsschakelaar op "ON" wordt geplaatst,licht de contro- lamp van de alarm LED op het dashboard ongeveer drie seconden lang op.
PRE-RIDE CHECKS
| Voorste en achechterste schijfrem | Controller de werkung, de loze slag van de commandohendels, het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controller de slijtage van de remblokken. Indien nodig vult men remvloeistof bij. |
| Gashendel | Controller of hij zacht werkt en of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. Registeren en/of smeer indien nodig. |
| Motorolie | Controller en/of vul bij indien nodig. |
| Wielen/banden | Controller de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. Verwijder eventuele aanwezigete vremeinde voorwerpen uit het profiel van het rijvlak. |
| Remhendels | Controller of ze zicht werken. Smeer de bewegingsplaatsen en regel de slag indien nodig. |
| Koppelingshendel | Controller de correcte werkung en de lege slag. Controller de staat van de kabel op het stuur en op de |
motor. Vervang de kabel als hij beschadigd is. Smeer indien nodig de bewegingsplaatsen.
| Stuur | Controller of de rotatie vrij is tot aan de eindhoven op beiden kanten, homogenen en vloeijend is, en of geen spelingen of lossingen aanwezig+zijn. |
| Laterale standardaard | Controller of hij goed schuift, en of de spanning van de veren hem in de normale positie terugbrengt. Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen. Controller de correcte werkung van de veilighheidsschakelaar van de laterale standardaard. |
| Bevestigingselementen | Controller of de bevestigingselementen Niet gelost+zijn. Stel ze af of sluit ze eventueel. |
| Brandstoftank | Controller het peel, en tank indien nodig. Controller eventuele lekken of afsluitingen van het circuit. Controller de correcte sluiting van de brandstofdop. |
| Schakelaar voor het stilleggen van de motor (ON - OFF) | Controller de correcte werkung. |

Refuelling (03_02)
To refuel:
Voor het tanken handelt men als volgt:
- Hef het dekseltje (1) op.
- Plaats de sleutel (2) in het slot van de brandstofdop (3).
- Draai de sleutel in wijzerszin, trek aan het brandstofdeurtje, en open het.
Brandstoftank (inclusief de reserve)
17 I (3.74 UK gal)
Reserve van de brandstoffank
3,6 I (0.79 UK gal)
Refuel.
Voer het tanken UIT.
CAUTION

DO NOT ADD ADDITIVES OR ANY OTHER SUBSTANCES TO THE FUEL.
LET OP

VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN AAN DE BRANDSTOF TOE.
WHEN USING A FUNNEL OR ANY OTHER ELEMENT, MAKE SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.
WANNEER EEN TRECHTER OF IETS ANDERS WORDT GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT SCHOOL WORDEN.

DO NOT FILL THE TANK UP TO THE RIM; FUEL MAXIMUM LEVEL MUST ALWAYS BE BELOW THE LOWER EDGE OF THE FILLER NECK (SEE FIGURE).

VUL DE TANK NIET VOLLEDIG; HET MAXIMUM BRANDSTOFPEIL MOET ONDER DE ONDERSTE RAND VAN DE BUISVERBINDING BLIJVEN (RAADPLEEG DE FIGUUR).
after refuelling:
nadat men heeft getankt:
- De dop kan alleen gesloten worden wanner de sleutel (2) ingebracht is.
- Sluit de dop waar door er op te drukken, wanneer de sleutel (2) aanwezig is.
- Verwijder de sleutel (2).
H et dekseltje (1) wee sluiten.

CONTROLEER OF DE DOP CORRECT GESLOTEN IS.

De achechterste ophanging bestaat UIT een groep veerschokdempo, die verbonden is door middel van een uni-ball aan het frame en door middel van hefsystemen aan de achtermork.
Voor de regeling van de achechterste schokdempers kan het volgende uitgevoerd worden: Rem in extensie met behulp van de regeling van de gekartelde knop (1); rem in compressie met behulp van de regeling van de gekartelde bout met knop (2); Voorbelasting van de veer met behulp van de regeling van de moer (3) die in de zit geblokkeerd worden door middel van de moerblokkering (4).
N.B.
HET VOERTUIG IS UITGERUST MET EEN OPHANGING DIE REGELBAAR IS IN DE HOOGTE. VOOR GEBRUK OP HET CIRCUIT MOETEN DE WAARDEN GERESPECTEERD WORDEN DIE AANBEVOLEN WORDEN VOOR GEBRUK OP DE OPENBARE WEG.
LET OP
WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS-HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.

RACING TRACK SETTINGS MUST BE DONE ONLY FOR OFFICIAL COMPETITIONS OR SPORTS EVENTS WHICH ARE, IN ALL CASES, AWAY FROM NORMAL ROAD TRAFFIC AND WITH THE AUTHORISATION OF THE RELEVANT AUTHORITIES.
IT IS STRICTLY FORBIDDEN TO RIDE A VEHICLE SET FOR RACING ON ROADS AND MOTORWAYS.

- Gebruik de speciale sleutel, en draai gematigd de blokkeer-moer (4) los.
- Handel op de regelmoer (3) om de Voorbelasting van de veer (B) te regelen.
- Na de blokkering moet de moer (4) gesloten worden.
- Handel op de bout (1) voor het regelen van de hydraulische remming in extensie van de schokdempo.
- Druk op de knop (2) voor het regelen van de hydraulische remming in compressie.
Om de inrichting van het voertuig te veranderen:
- De gegenmoer (5) een beetje losdraaien.
- Met het register (6) de hartafstand van de schokdempoer (A) regelen.
- Na regeling de tegenmoer (5) vastdraaien.
Indien nodig wendl men zich tot een Officièle aprilia Dealer.
PROBEER HET VOERTUIG HERHAALDELIJK UIT OP DE WEG, TOT MEN DE OPTIMALE REGELING VERKRIJGT.

(^*) = wijzerszin
(^**) = tegenwijzerszin
Regulering voorvorken (03_05)
- Met de hendel van de voorrem geactiveerd, drukt men herhaal delijk op het stuur, door de vork te latent zakken. De loop要去 zichtংen, en er mogen geen oliesporen op de stangenংen.
- Controller de sluiting van alle onderdelen en de werkung van alle bewegingsplaatsen van de voorste enchterste ophanging.
LET OP
VOOR DE VERVANGING VAN DE OLIE
VAN DE VOORWORK EN DE OLIE-KEERRINGEN, WENDT MEN ZICH TOT
EEN Officièle aprilia Dealer
De voorste ophanging bestaatuit een hydraulische vork,verbonden door middel van twee platen aan de stuurinrichtingskop
Voor de instelling van de inrichting van het voertuig is elke stang voorzien van een bout bovenaan (1) voor de regeling van de hydraulische remming in extensie, van een bout onderaan (2) voor de regeling van de hydraulische remming in compressie en van een moer bovenaan (3) voor de regeling van de voorbelasting van de veer.

FORCEER DE ROTATIE VAN HET REGELREGISTER (1-2) NIET VERDER DAN DE EINDSLAG IN DE TWEE RICHTINGEN, OM MOGELIJKE BESCHADIIGENTE VERMIJDEN. STEL BEIDE STANGEN IN MET DEZELFDE IJKING VAN DE VOORBELASTING VAN DE VEER EN DE HYDRAULISCHE REMMING: WANNEER MEN MET HET VOERTUIG RIJDT MET EEN VERSCHILLENDE INSTELLING VAN DE STANGEN, VERMINDERT DIT DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG. WANNEER MEN DE VOORBELASTING VAN DE VEER VERHOOGT, MOET MEN OOK DE HYDRAULISCHE REMMING IN EXTENSIE VERHGEN, OM PLOTSELINGE STUITERINGEN TIDENS HET RIJDEN TE VERMIJDEN.
De standaardinstelling van de voorvork is zodanig geregeld om te voldoen aan de meeste rijcondities aan lage snelheid, en
met weinig én met volle lading van het voertuig.
Het is alleszins möglichk om een aangepaste regeling uit te voeren in functie van het gebruik van het voertuig.

DE REGELINGEN VOOR GEBRUK OP CIRCUIT MOGEN UITSLUITEND UIT-GEVOERD WORDEN VOOR GEORGANISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPORTIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLESZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET IN HET VERKEER, EN MET TOESTEMMING VAN DE RECHTSBEVOEGDE AUTORITEITEN.
HET IS TEN STRENGTHE VERBODEN OM REGELINGEN VOOR SPORTIEF GEBRUK UIT TE VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG VOORZIEN VAN DEZE INRICHTING TE RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRADES.
CAUTION
FOR THE CORRECT SETTING PARAMETERS, READ THE PARAGRAPH "SETTING THE FRONT FORK" CAREFULLY.
Indien nodig wendl men zich tot een Officiële aprilia Dealer.

Instelling voorvork (03_06, 03_07)

VOOR HET TELLEN VAN HET AANTAL KLIKKEN EN/OF DRAAIEN VAN HET REGELREGISTER (1 - 2 - 3), VERTEKT MEN STEEDS VAN DE HARDSTE INSTELLING (VOLLEDIGE ROTATIE VAN HET REGISTER IN WIJZERSZIN).
FRONT FORK - STANDARD ADJUSTMENT (FOR USE ON
ROAD)
| Hydraulische regeling in extensie, bout (1) | vanaf alles gesloten (*), losdraaien (**') 12 klikken |
| Hydraulische regeling in compressie, bout (2) | vanaf alles gesloten (*), losdraaien (**') 12 klikken |
| Voorbelasting van de veer, moer (3) | vanaf alles open (*), vastdraaien (**') voor 8 draaien |
| Uitsteking van de stangen (A) (***) vanaf de bovenste plaat (exclusief de dop) | 2 strepen / 8 mm (2 strepen / 0.31 in) |
FRONT FORK - RACING ADJUSTMENT RANGE (ONLY TRACK
| CIRCUIT) | |
| Hydraulische regeling in extensie, bout (1) | Vanaf—helemaal gesloten (*), losdraaien (* *) 8 - 10 klikken |
| Hydraulische regeling in pressie, bout (2) | Vanaf—helemaal gesloten (*), losdraaien (* *) 6 - 8 klikken |
| Voorbelasting van de veer, moer (3) | Vanaf—helemaal open (*), vastdraaien (* *) voor 7 - 8 draaien |
| Uitsteking van de stangen (A) (***) vanaf de bovenste plaat (exclusief de dop) | 2 strepen / 8 mm (2 strepen / 0.31 in) - 3 strepen / 12 mm (3 strepen / 0.47 in) |

(^) -Clockwise
(^*) - Anticlockwise
(^) - Met de klok mee
(^*) - Tegen de klok in
(^**) = voor dit type regeling uitsluitend contact opnemen met een Officièle aprilia Dealer.

De stuurdemper kan geregeld worden door aan de knop (1) te draaien.
- Door met de klok mee aan de knop (1) te draaien, worden het stuur stijver.
- Door de knop gegen de klok in te draaien, worden het stuur soepeler.

DE REGELINGEN VOOR SPORTIEF GEBRUK MOGEN UITSLUITEND UIT-GEVOERD WORDEN VOOR GEORGANISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPORTIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLESZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET IN HET VERKEER, EN MET TOESTEMMING VAN DE RECHTSBEVOEGDE AUTORITEITEN.
HET IS TEN STRENGSTE VERBODEN OM REGELINGEN VOOR SPORTIEF GEBRUIK UIT TE VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG VOORZIEN VAN DEZE INrichtING TE RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRADES.

VOER DE REGELINGEN ENKEL UIT WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT. NADAT DE REGELINGEN GEWIJZIGD WERDEN, MOET STEEDS GECONTROLEERD WORDEN OF HET
STEERING DAMPER - STANDARD SETTING (FOR ROAD USE)
| Hydraulic setting | From all open (**) tighten (*) 5 - 8 clicks |
| GEBRUIK OP DE WEG) | |
| Hydraulische regeling | Vanaf—helemaal open (**)vastdraaien (**) voor 5 - 8 klikken |
STEERING DAMPER- RACING SETTING RANGE (FOR TRACK ONLY)
| Hydraulic setting | From all open (**) tighten (*) 10 - 13 clicks |
SCHOKDEMPER STUUR - RANGE REGELING RACING (ENKEL GEBRUIK OP CIRCUIT)
| Hydraulische regeling | Vanaf—helemaal open (**)vastdraaien (**) voor 10 - 13klikken |
(^*) = clockwise
(^*) = wijzerszin
(^**) = anticlockwise
(^**) = tegenwijzerszin

Regulering voorremhendel (03_09)
Het is möglich om de afstand te regelen tussen het uiteinde van de hendel (1) en het handvat (2), door aan het register (3) te draaien.
Duw de commandohendel (1) vooruit en draai aan het register (3) tot de hendel (1) op de gewenste afstand worden geplaatst.
- Door het register gegen de klok in te draaien, komt de hendel (1) dichter bij het handvat (2).

De spelimg van de hendel van de koppeling (1) kan middels het register (3) afgesteld worden.
- Het register (3) in de bewegingsrichting draaien om de speling van de hendel (1) te vergroten, en de werkung op het rijden controlleren door het handvat (2) te gebruiken zoals in rijstand.
- Controller of de spelimg zich tussen 1 en 3 mm (0.039 en 0.12 in) bevindt.
Running in
De proefperiode van de motor is fundamentally voor het garanderen van de duur en de correcte werkung. Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan eenmeer efficientre proefperiode. Wijzig de rijsnelheidijdens de proefperiode. Op deze manier kan men het werk van de onderdelen "belasten" en cervolgens "ontlasten", door de delen van de motor af te koelen.
LET OP
ENKEL NADAT MEN DE SERVICEBEURT NA DE PROEFPERIODE HEEFT UITGEVOERD, VERKRIJGT MEN DE BESTPEPRESTATIES VAN HET VOERTUIG.
Men moet zich houden aan de volgen-de indications:
Versnel Niet bruusk en volledig wanneer de motor aan een laag regime werkt, tijdens en na de proefperiode.
Tijdens de eerste 100 km (62 hijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmaterial van de pastilles op de remschijven te verkrijgen.
Er wordt aanbevolen omijdens de eerste 1000km (621 mi) de 7500 toeren/min Niet te overschrijden, en om tot 2000km (1243 mi) de 9500 toeren/min Niet te overschrijden.

AFTER THE SPECIFIED MILEAGE, TAKE YOUR VEHICLE TO AN Official aprilia Dealer FOR THE CHECKS INDICATED IN THE "SCHEDULED MAINTENANCE" TABLE IN THE SCHEDULED MAINTENANCE SECTION TO AVOID INJURY TO YOURSELF OR OTHERS AND /OR DAMAGING THE VEHICLE.

BIJ DE VOORZIENE KILOMETER-STAND LAAT MEN BIJ EEN Officièle aprilia Dealer DE CONTROLES UIT-VOEREN DIE VOORZIEN ZIJN IN DE TABEL VAN HET "PERIODIEK ONDERHOUD" VAN HET DEEL GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD, OM LETSELS AAN ZICHZELF EN ANDEREN EN/OF SCHADE AAN HET VOERTUIG TE VOORKOMEN.
Dit voertuig beschikt over een aanzienlijk vermogen en moet geleidelijk enzer voorzichtig gezruikt worden.
Plaats geen voorwerpen in het kapje (tussen het stuur en het dashboard) zodate de rotatie van het stuur en het zich op het dashboard Niet gezahnderd worden.

EXHAUST FUMES CONTAIN CARBON MONOXIDE, AN EXTREMELY HARMFUL SUBSTANCE IF INHALED.
NEVER START THE ENGINE IN A CLOSED OR INSUFFICIENTLY VENTILATED SPACE.

FAILURE TO OBSERVE THIS WARNING COULD LEAD TO UNCONSCIOUSNESS AND EVEN DEATH DUE TO SUFFOCATION.
CAUTION
WITH THE SIDE STAND LOWERED, THE ENGINE MAY ONLY BE STARTED WITH THE GEARBOX IN NEUTRAL. IF YOU ATTEMPT TO ENGAGE A A GEAR IN THIS CONDITION, THE ENGINE WILL STOP.
WITH THE SIDE STAND RETRACTED, THE ENGINE MAY BE STARTED WITH THE GEARBOX IN NEUTRAL OR WITH A GEAR ENGAGED AND THE CLUTCH LEVER PRESSED.

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN UITERST SCHADELIJKE STOF WANNEER ZE WORDT INGEADEMD.
DE MOTOR NIET STARTEN IN AFGESLOTEN OF ONVOLDOENDE GEVENTILEERDE RUIMTEN.

WANNEER MEN DIT ADVIES NIET OPVOLGT, KAN MEN FLAUWVALLEN ENOOK STERVEN DOOR VERSTIKING.
LET OP
MET DE LATERALE STANDAARD OMLAAG, KAN DE MOTOR ENKEL GESTART WORDEN WANNEER DE VERSNELLINGSBAK IN VRIJ STAAT, EN WANNEER MEN IN DIT GEVAL PROBEERT OM TE SCHAKELEN, WORDT DE MOTOR STILGE-LEGD.
MET DE LATERALE STANDAARD OMHOOG, IS HET MOGELIKK OM DE MOTOR TE STARTEN MET DE VERSNELLINGSBAK IN VRIJ OF WANNEER ER GESCHAKELD IS EN WANNEER DE KOPPELINGSHENDEL GEACTIVEERD IS.



Ga op het voertuig zitten in de rijpositie.
- Controller of de standard volledig ingeklapt is.
- Blokker minstens een wie1, door een remhendel te active- ren.
Activeer de koppelingshendel (8) volledig en plaats de commandohendel van de versnelingsbak (9) in vrij (groene controlelamp "N" (10) aan).
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor (2) op RUN.
- Draai de sleutel (4) in ON.
- Druk één keer op de startknop (3).
Op dit moment gebeurt het volgende:
Op het multifunctioneel display verschijnt het beeldschemm van de start voor 2 seconden.
Op het dashboard lichten alle controleampen (5) en de retroverlichting op voor 2 seconden.
- De wijzer van de toerenteller (6) gaat maar het schaalminimum, en na 3 seconden keert hij terug�aar de minimum waarde.
Tijdens het normale gebruik van het voertuig worden op de instrumenten de huidige waarde onmiddelijk getoond.


INTENSE USE/ON THE TRACK IN RESERVE CAN DAMAGE THE ENGINE.

THE OVERREVIVING THRESHOLD IN NEW VEHICLES IS SET TO 6000 RPM. RAISE THE THRESHOLD GRADUALLY AS YOU BECOME FAMILIAR WITH THE VEHICLE AND RUNNING IN HAS BEEN COMPLETED.

WANNEER OP HET DASHBOARD DE CONTROLELAMP VAN DE BRANDSTOFRESERVE (7) OPLICHT, MOET MEN ONMIDDELLIJK BRANDSTOF TANKEN.

INTENS GEBRUIK / GEBRUIK OP HET CIRCUIT KAN SCHADE AAN DE MOTOR VEROORZAKEN.

OP EEN NIEUW VOERTUIG IS DE LIMIET VAN HET TE HOOG TOERENTAL INGESTELD OP 6000 TOEREN/MIN (RPM). OVERSCHRIJDT DE LIMIET GELEDELIJK AAN WANNEER U MEER VERTROUWELIKHEID KRIJGT MET HET VOERTUIG EN NADAT HET INGEREDEN IS.


AFTER A FEW SECONDS FROM THE ENGINE START-UP, THE START-UP BUTTON ASSUMES THE MAPPING CHANGE FUNCTION.

IF THE ENGINE OIL PRESSURE ICON IS DISPLAYED AND THE GENERAL WARNING LIGHT IS ON, THE OIL PRESSURE IN THE CIRCUIT IS TOO LOW.

DE STARTKNOP NEEMT ENKELE SE-CONDEN NA DE START VAN DE MOTOR DE FUNC TIE VAN SELECTIEK-NOP VAN DE LOKALISATIE AAN.

WANNEER OP HET DISPLAY DE ICOON VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE EN DE ALGEMENE CONTROLELAMP WARNING VERSCHIJNEN, IS DE OLIEDRUK IN HET CIRCUIT ONVOLDOENDE.

Start de motor.
Regel de inclinatie van de achteruitkijspiegeltjes op correcte wijze.
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STIL- STAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE AchteruitKIJKSPIEGELTJES GEWOON TE RAKEN. HET REFLECTERENE OPPERVVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOORWERPEN VERDER DAN DAT ZE WERKELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, EN ENKEL ERVARING MAAKT HET IN-SCHATTEN MOGELIK VAN DE AF-STAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.

- Met het gashandvat (2) losgelaten (Pos.A) en de motor aan het minimum toenental,要去 koppelingshendel (3) volledig geactiveerd worden.
Schakel in de eerste versnelling door de commandohendel van de versnellingsbak (4) maar beneden te duwen. - Laat de remhendel los (geactiveerd bij de start).
MAY STALL THE ENGINE AND LIFT THE FRONT WHEEL.
Laat de hendel van de koppeling (3) langzaam los en geef tege-lijkertijd gas door aan het gashandvat (2) te draaien (Pos.B).
Het voertuig zal beginnen rijden.
- De eerste kilometers beperkt men de snelheid om de motor op te warmen.
NOTE
THE VEHICLE HAS A REVOLUTION LIMITER THAT IS ENABLED BY MEANS OF THE RIDE BY WIRE INJECTION SYSTEM: THE ENGINE DOES NOT EXCEED MAXIMUM RPM BUT DOES NOT CAUSE GRIPPING OR LACK OF BALANCE WHEN RIDING.
N.B.
HET VOERTUIG BESCHIKT OVER EEN TOERENTALBEGRENZER DIE BESTUURD WORDT DOOR HET INJECTIESYSTEEM RIDE BY WIRE: DE MOTOR OVERSCHRIJDT HET MAXIMUM REGIME NIET, MAAR ER WOR
Verhoog geleidelijk aan de sleheid door graduel aan het gashandvat te draaien (2) (Pos.B), zonder het aanbevolen toeren-tal te overschrijden.

HANDEL MET EEN ZEKERE SNEL-HEID.
RIJ NIET MET HET VOERTUIG AAN EEN TE LAAG TOERENTAL.
- Laat het gashandvat los (2) (Pos.A) en activeer de hendel van de koppeling (3), breng de commandohendel voor het schakelen omhoog (4), maar de hendel van de koppeling los (3) en geef gas.
Herhaal de twee staat handelingen om over te gaan waar de hogere versnellingen.

WANNEER OP HET DISPLAY HET LOGO VAN DE MOTOROLIE OPLICHTTIJDENS DE NORMALE WERKINGVAN DE MOTOR, IS DE DRUK VAN DE
IF THIS OCCURS, STOP THE ENGINE AND CONTACT AN aprilia Official Dealer.
- Wonneer men op een afdaling rijdt en bij het remmen, gelebruikt men de compressie van de motor om de remactie te verhogen.
- Wanner men een helling oprijdt en de geschakelde versnelling is Niet geschikt voor de snelheid (hoge versnelling, gematigde snelheid), het toerental van de motor verlaagt.
LET OP
WANNEER MEN TERUGSCHAKELT, DOET MEN DIT MET EEN VERSNELLING PER KEER; WANNEER MEN MEERDERT VERSNELLINGEN PER KEER TERUGSCHAKELT, KAN HET MAXIMALE VERMOGENSREGIME "TE HOOG TOERENTAL" OVERSCHREDEN WORDEN.
VOOR EN TIJDENS HET "TERUG-SCHAKELEN" VAN EEN VERSNEL
NOTE
THE VEHICLE HAS AN ANTI-SLIPPER CLUTCH THAT IS ABLE TO PREVENT THE WHEEL LOCKING WHEN DOWN-SHIFTING, ANY POSSIBLE PULSINGS ON THE LEVER ARE A SIGN THAT THE SYSTEM IS WORKING PROPERLY.
LING, VERTRAAGT MEN DOOR HET GASHANDVAT LOS TE LATEN, OM HET "TE HOOG TOERENTAL" TE VERMIJDEN.
N.B.
HET VOERTUIG IS VOORZIEN VAN EEN KOPPELING MET SCHOKBESCHERMING ZODAT HET WIEL NIET WORDT GEBLOKKEERD BIJ HET TERUGSCHAKEN; HET EVENTUEEL SCHOKKEN VAN DE HENDEL HEEFT TE MAKEN MET DE GOEDE WERKING VAN HET SYSTEEM.

- Laat het gashandvat (2) (Pos.A) los.
- Indien nodig activeert men gematigd de remhendels en mindert men de snelheid van het voertuig.
Activeer de hendel van de koppeling (3) en breng de commandohendel voor het schakelen (4) omlaag, om maar de lagere versnelling te schakelen. - Laat de remhendels los indien geactiveerd.
Laat de hendel van de koppeling (3) los en geef gematigd gas.
LET OP
STOP HET VOERTUIG DOOR VOORAL DE VOORREM TE GEBRUIKEN. GEBRUIK DE ACHTERREM ENKEL OM HET REMMEN TE BALANCEREN,

IF THE COOLANT TEMPERATURE SHOWN ON THE MULTIFUNCTIONAL DIGITAL DISPLAY IS HIGHER THAN 115^ (239^) STOP THE VEHICLE AND LET THE ENGINE RUN AT 3000 rpm FOR ABOUT TWO MINUTES SO THAT THE COOLANT FLOWS REGULARLY IN THE SYSTEM; THEN SET THE ENGINE STOP SWITCH TO "OFF" AND CHECK THE COOLANT LEVEL.
IF THE TEMPERATURE INDICATION CONTINUES FLASHING AFTER CHECKING THE COOLANT LEVEL, CONTACT AN Official aprilia Dealer.
DO TURN THE IGNITION KEY TO "KEY OFF", BECAUSE THE COOLING FANS WOULD STOP REGARDLESS OF THE COOLANT TEMPERATURE, WHICH WOULD CAUSE A FURTHER TEMPERATURE RISE.
IN MANY CASES THE ENGINE WILL CONTINUE TO OPERATE WITH LIMITED PERFORMANCE; IMMEDIATELY CONTACT AN Official aprilia Dealer.
IN ORDER TO AVOID CLUTCH OVERHEATING, SHUT THE ENGINE OFF AS SOON AS POSSIBLE ONCE THE VEHICLE HAS STOPPED AND AT THE SAME TIME THE GEAR IS ENGAGED AND THE CLUTCH LEVER OPERATED.
EN STEEDS SAMEN MET DE VOOR-REM.

WANNEER OP HET MULTIFUNCTIONEEL DIGITAAL DISPLAY EEN TEMPERATUUR VAN DE KOELVLOEISTOF VERSCHIJNT DIE HOGER IS DAN 115^ (239^) , STOPT MEN HET VOERTUIG EN LAAT MEN DE MOTOR DRAAIEN AAN 3000 toeren/min (rpm) VOOR ONGEVEER TWEEN MINUTEN, ZODAT DE KOELVLOEISTOF REGELMATIG KAN CIRCULEREN IN DE INSTALLatie; PLAATS DE SCHAKELAAR VOOR HET STILLEGGEN VAN DE MOTOR OP "OFF" EN CONTROLLEER HET PEIL VAN DE KOELVLOEISTOF.
WANNEER NA DE CONTROLE VAN HET PEIL VAN DE KOELVLOEISTOF DEMELDING VAN DE TEMPERATUUR BLIJFT KNIPPEREN, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officièle aprilia Dealer.
PLAATS DE ONTSTEKINGSSLEUTEL NIET OP "KEY OFF", OMDAT DE KOELVENTILATOREN ONAFHANKELIJK VAN DE TEMPERATUUR VAN DE KOELVLOEISTOF ZOUDEN STOPPEN MET DRAAIEN, ZODAT DE TEMPERATURE NOG ZOU VERHOGEN.

Stoppen van de motor (03_20)
- Laat het gashandvat los (1) (Pos.A), activeer geleidelijk de remmen en "schakel" tegelijkkortijd terug om snugheid te minderen.
Wonneer men snelheid geminderd heeft, voert men het volgende uit voordat het voertuig volledig komt stil te staan:
Activeer de hendel van de koppeling (2) zodate de motor nicht stilvalt.
Met het voertuig stil:
- Plaats de hendel van de versnelling in vrij (groene controledlamp "N" aan).
- De koppelingshendel loslaten.
Tijdens een momentele pauze houdt men minstens een rem ingetrokken.
LET OP

VERMIJD INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVERWACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.
Parking
De keuze van de parkeerzone is zeer belangrijk en要去 de verkeerstekens en de volgende aanduidingen respecteren.
LET OP
PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND.
CONTROLEER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DE
CHILDREN. DO NOT LEAVE YOUR VEHICLE UNATTENDED WITH THE ENGINE ON OR THE KEY IN THE IGNITION SWITCH.
CAUTION
VEHICLE FALL OR EXCESSIVE INCLINATION CAN CAUSE FUEL OUTFLOW.
FUEL USED TO DRIVE EXPLOSION ENGINES IS HIGHLY FLAMMABLE AND CAN BECOME EXPLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDITIONS.

DO NOT REST THE RIDER OR PASSENGER WEIGHT ON THE SIDE STAND.
LEN EERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBEWAAKT AKTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
LET OP
HET VALLEN OF DE EXCESSIEVE INCLINATIE VAN HET VOERTUIG KUNNEN HET UITSTROMEN VAN BRANDSTOF VEROORZAKEN.
DE BRANDSTOF DIE WORDT GEBRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-TERST BRANDBAAR, EN KAN EXPLOSIEF WORDEN IN BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN.

BELAST DE LATERALE STANDAARD
NIET MET UW GEWICT OF DAT VAN DE PASSAGIER.
Catalytic silencer
Het voertuig is uitgerust met een knal-demper met metalen katalysator van het type "trivalent met platina - palladium - rodium".
Dit mechanisme moet de CO (koolmonoxide) en de HC (onverbrande koolwater-
stoffen) die aanwezig় in de uitlaatgassen oxideren, zodat ze respectievelijk omgezet worden in kooldioxide en waterdamp.

VERMIJD OM HET VOERTUIG TE PARKEREN IN DE BUURT VAN DROGE STRUIKGEWASSEN OF VAN PLAATSEN DIE BEREIKBAAR ZIJN DOOR KINDEREN, OMDAT DE KATALYTISCHE UITLAAT Tijdens HET GEBRUIK ZEER HOGE TEMPERATUREEN BEREIKT; LET DUS ZEER GOED OP EN VERMIJD EENDER WELK CONTACT, VÖR ZE HELEMAAL AFGEGKOELD IS.
GEBRUK GEEN BENZINE MET LOOD, OMDAT ZO DE KATALYSATOR WORDT VERNIETIGD.
Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieten:
- de verwijdering en elke handeling om eender welt toestel of samenstellend element in een新产品 voertuig Niet-operationeel te make, door eender wie, behalve voor het onderhoud, de herstellung of de verranging, om de lawaai-emissie te controleren voor de verkoop of levering
van het voertuig aan de koper of wanner het gebruikt worden;
- het gebruik van het voertuig dagat dit mechanisme of samenstellend element werk verwijderd of Niet-operationeel werk gemaakt.
Controleer de uitlauf/knaldemper van de uitlauf en de buizen van de knaldemper, en controllerer of er geen roest of boringen zich en of het uitlaatsystem correct werkt.
Wanneer het lawaai van het uitlaatsystem verhoogt, contacteert men onmiddelijk een Officièle aprilia Dealer.

HET VOERTUIG BESCHIKT OVER EEN UITLAATKLEP DIE BESTUURD WORDT DOOR DE ELEKTRONISCHE CENTRALE, DIE ZICH SLUIT OM HET LAWAAI TE BEPERKEN WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT EN IN ZIJN VRIJ STAAT.
HET IS VERBODEN AAN HET UITLAATSYSTEEM EN AAN DE UITLAATKLEP TE KNOEION.

Stand (03_21)
Wonneer men voor eender welk manoeuvre (bijvoorbeeld het verplaatsen van het voertuig) de standard要去 dichtklappen, handelt men als volgt voor het herplaatsen van het voertuig op de standard:
- De parkeerzone kiezen.
Grijp het linker handvat (1) vast en steun de rechtter hand op het achterste bovenste deel van het voertuig (2). - Duw op de laterale standard met de rechter voet, en klap hem vollediguit (3).
- Hel het voertuig tot de staandaard de grond raakt.
- Draai het stuur volledig maar links.

CONTROLEER OF HET TERREIN VAN DE PARKEERZONE VRIJ, VAST EN VLAK IS.
LET OP

CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.
Laat de ontstekingsstreutel NOOT zichter op het voertuig, en gebruik steeds hetstuurslot. Parkeer het voertuig op eenveilige plaat, indien möglich in een garage of een bewaakte plaat. Gebruik indien möglich een extra antidiefstalmechanisme. Controller of de documenten en de verkeersbelasting in orde+zijn. Schrijf uw gegevens en telefoonnummer op deze,) om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
NAAM:
VOORNAAM:
ADRES:
TELEFOONNUMBER:
WARNING
IN MANY CASES, STOLEN VEHICLES CAN BE IDENTIFIED BY DATA IN THE USE / MAINTENANCE BOOKLET
WAARSCHUWING
IN VEEL GEVALLEN WORDEN GESTOLEN VOERTUIGEN GEIDENTIFICERD DOOR MIDDEL VAN DE GEJEVENS IN HET GEBRUKS- EN ONDERHOUDSBOEKJE.


Schenk maximaal aandacht aan de vol-gende veiligheidsaanduidingen, waar dat opgesteld zich om letsels aan personen, schade aan voorwerpen of het voertuig te vermijden,veroorzaakt door de bestuurder of de passagier die vallen, en/of van het vallen of omslaan van het voertuig zich.
Het op- en afstappen van het voertuig moet gebeuren met een totale bewegingsvrijheid en met handen die nicht worden gehinderd (voorwerpen, Niet gedragen helm of handschoenen of bril).
Men moet steeds opstappen en afstappen aan de linker kant van het voertuig, en enkel wanner de laterale standarduiitgeklapt is.



De standard is ontworpen om het gewicht van het voertuig met een minimum last te steunen, zonder bestuurder en passagier.
Het opstappen in de rijPOSITIE wanneer het voertuig op de laterale standaard staat, is enkel toegestaan om de mogelijkheid te voorkomen dat het valt, en de laterale standaard is nicht voorzien om het gewicht van de bestuurder en de passagier te dragen.
Tijdens het op- of afstappen kan het gewicht van het voertuig evenwichtsverliesveroorzaken, met als gevolg de maybekheid op het vallen en het omslaan.
LET OP
DE BESTUURDER MOET STEEDS EERST OP HET VOERTUIG STAPPEN EN ALS LAATSTE AFSTAPPEN, EN HIJ ZORGT VOOR HET EVENWICT EN DE STABILITEIT Tijdens HET OP- EN AFSTAPPEN VAN DE PASSAGIER
Bovendien moet de passagier voorzichtig op- en afstappen om het voertuig en de passagier Niet uit evenwicht te brengen.
LET OP
DE PILOT MOET DE PASSAGIER OP DE HOOGTE BRENGEN VAN HOE MEN MOET OP EN AFSTAPPEN.
HET VOERTUIG IS VOORZIEN VAN SPECIALE VOETENSTEUNEN VOOR DE PASSAGIER, VOOR HET OP EN AFSTAPPEN. DE PASSAGIER MOET STEEDS DE LINKER VOETENSTEUN GEBRUIKEN VOOR HET OP EN AF-STAPPEN.
NIET AFSTAPPEN OF PROBEREN OM AF TE STAPPEN DOOR VAN HET VOERTUIG TE SPRINGEN OF HET BEEN UIT TE STREKKEN OM DE GROND TE RAKEN. IN BEIDE GEVALLEN ZOUDEN HET EVENWICT EN DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG GESCHAAD KUNNEN WORDEN.
LET OP
DE BAGAGE EN DE OP DE ACHTERKANT VAN HET VOERTUIG VASTGEMAAKTE DELEN KUNNEN HINDERLIJK ZIJN TIJDENS HET OP- EN AFSTAPPEN.
IN ELK GEVAL MOET MEN EEN GOED GECONTROLEERDE BEWEGING VAN HET RECHTER BEEN VOORZIEN EN UITVOEREN, DIE DE ACHTERKANT VAN HET VOERTUIG MOET VERMIJ
DEN EN OVERTREFFEN (ACHTERSTUK EN BAGAGE), ZONDER DAT HET VOERTUIG UIT EVENWICT WORDT GEBRacht.
GETTING ON THE VEHICLE
Grijp het stuur correct vast en stap op het voertuig zonder uw gewicht op de laterale stan-daard te lately rusten.
LET OP
WANNEER MEN NIET MET BEIDE VOETEN DE GROND RAAKT, STEUNT MEN OP DE RECHTER VOET (IN GEVAL VAN EVENWICHTSVERLIES IS DE LINKER KANT "BESCHERMD" DOOR DE LATERALE STANDAARD), EN HOUDT MEN DE LINKER VOET KLAAR OM TE STEUNEN.
-
Place both feet on the ground, straighten and balance the vehicle keeping it upright in riding position.
-
Laat beiden voeten op de grond steunen,plaats het voertuigrecht vooruit, en houd het in evenwicht.
CAUTION
THE RIDER MUST NOT EXTRACT OR ATTEMPT TO EXTRACT THE PASSENGER FOOTRESTS WHILE SEATED, BECAUSE THIS MIGHT COMPRO
LET OP
DE BESTUURDER IN DE RIJPOSITIE MAG OF MAG NIET PROBEREN OM DE VOETENSTEUN VAN DE PASSAGIER UIT TE KLAPPEN, DIT ZOU HET EVENWICTHT EN DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG KUNNEN SCHADEN.
MISE VEHICLE STABILITY AND BALANCE.
- De twee voetensteunen van de passagier door de passagier laten afnemen.
- De passagie aanwijzingen geven hoe het voertuig te bestijgen.
- Met de linkervoet de laterale standaard—helemaal lately inklappen.
AFSTAPPEN
- De parkerzone kiezen.
- Het voertuig stilleggen.
Leg de motor stil.

CONTROLEER OF HET TERREIN VAN DE PARKEERZONE VRIJ, VAST EN VLAK IS.
- Met de linker hiel duwt men te-gen de laterale standard, en klapt men.Deze vollediguit.
LET OP
WANNEER MEN NIET MET BEIDE VOETEN DE GROND RAAKT, STEUNT MEN OP DE RECHTER VOET (IN GEVAL VAN EVENWICHTSVVERLIES IS DE LINKER KANT "BESCHERMD"
- Place both feet on the ground and keep the vehicle balanced in the upright position.
-
Give instructions as necessary to help the passenger dismount the vehicle.
-
Beide voeten op de grond zieten, en het voertuig in de rijstand in evenwicht honden.
- De passagier aanwijzingen geven hoe van het voertuig te stappen.

RISK OF FALLING AND OVERTURNING.
MAKE SURE THE PASSENGER HAS GOT OFF THE VEHICLE.
- Tilt the motorcycle until the stand touch the ground.
- Grasp the handlebar firmly and get off the vehicle.
- Turn the handlebar fully leftwards.
-
Return the passenger footpegs to position.
-
Hel het voertuig tot de staandaard de grond raakt.
- Neem het stuur correct vast en stap van het voertuig.
- Draai het stuur volledig maar links.
- Plaats de voetensteun van de passagier in positie.
RSV4 FACTORY
aprilia


Chap. 04
Maintenance
Hst. 04
Onderhoud
Foreword
WARNING
THIS VEHICLE IS DESIGNED TO DETECT IN REAL TIME ANY MALFUNCTIONS, STORED BY THE ECU AND WHICH CAN BE READ BY MEANS OF THE DIAGNOSIS SYSTEM SUPPLIED TO THE aprilia Official Dealer.
Premisse
WAARSCHUWING
DIT VOERTUIG KAN ONMIDDELLIJK EVENTUELE ONREGELMATIGHEDEN VAN DE WERKING OPSPOREN, DIE GEMEMORISEERD WORDEN DOOR DE ELEKTRONISCHE CENTRALE EN GELEZEN KUNNEN WORDEN MET HET DIGANOSESYSTEEM WAAROVER DE Officièle aprilia Dealers BEsCHIKKEN.

Controle van het peil van de motorolie (04_01)
Controller regelmatig het peil van de motorolie.
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS-HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.
TEMPORARILY DROP BELOW THE "MIN" MARK.
THIS SHOULD NOT BE CONSIDERED A PROBLEM PROVIDED THAT THE ALARM WARNING LIGHT AND THE ENGINE OIL PRESSURE ICON DISPLAY DO NOT TURN ON SIMULTANEOUSLY.
CAUTION
DO NOT IDLE THE ENGINE WITH THE VEHICLE AT A STAND STILL TO WARM THE ENGINE AND BRING THE OIL TO OPERATING TEMPERATURE.
PREFERABLY CHECK THE OIL AFTER A JOURNEY OF AFTER TRAVELLING APPROXIMATELY 15 Km (10 miles) IN EXTRAURBAN CONDITIONS (ENOUGH TO WARM UP THE ENGINE OIL TO OPERATING TEMPERATURE).

DE CONTROLE VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE MOET UITGEVOERD WORDEN BIJ WARME MOTOR.
WANNEER MEN DE CONTROLE VAN HET PEIL VAN DE MOTORolie BIJ KOUDE MOTOR UITVOERT, KAN DE OLIE TijDELijk ONDER HET "MIN" PEIL DALEN.
DIT VORMT GEEN ENKEL PROBLEEM, MITS DE CONTROLELAMP VAN HET ALARM EN DE ICOON VAN DE DRUK VAN DE MOTORolie OP HET DISPLAY NIET TEGELIJK OPLICHTEN.
LET OP
OM DE MOTOR OP TE WARMEN EN DE MOTOROLIE OP WERKTEMPERA TUUR TE BREngen, LAAT MEN DE MOTOR NIET WERKEN AAN HET MINIMUM TOERENTAL WANNEER HET VOERTUIG STIL STAAT.
DE CORRECTE PROCEDURE VOORZIET HET UITVOEREN VAN DE CONTROLLE NA EEN REIS, OF NADAT MEN ONGEVEER 15 km (10 mili) HEEFT AFGELEGD BUITEN DE STAD (VOLDOENDE OM DE MOTOROLIE OP TEMPERATUUR TE BREngen).
- De motor afzetten en een paar seconden wachten.
- Houd het voertuig in verticale positie met de twee wielen op de grond.
- Controlleren of de ondergrond plat is.
- Middels het hiervoord bestemde controlevenster op de carter, aan de rechterkant van het voertuig, controeren of de olie het controlevenster voor driekwart bedekt.
LET OP
HET OLIEPEIL MAG NOOIT ONDER
HET MINIMUM DALEN (DE HELFT VAN
HET KIKGLAS) EN MAG HET MAXIUM NIED OVERSCHRIJDEN (KIKGLAS HELEMAAL VOL); ALS DE MINIMUM EN MAXIMUM OLIEPEILEN
NIET GERESPECTEERD WORDEN,
KAN DE MOTOR ERNSTIG BESCHADIGD WORDEN

Het bijvullen van motorolie (04_02)
Indien nodig要去 het oliepeil van motor op de volgende manier hersteld worden:
- Draai de dop los en verwijder hem.
LET OP
ALLEEN DE IN DE PRODUCTENTABEL AANGERADEN MOTORolie GEBRIKEN.
Bijvullen met de benodigde hoeveelheid motorolie om het juiste niveau te bereiken.
LET OP
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN TOE AAN DE OLIE. WANNEER MEN EEN TRECHTER OF IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
Tyres
Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).

CHECK TYRE INFLATION PRESSURE REGULARLY AT AMBIENT TEMPERATURE.
MEASUREMENTS MAY BE INCORRECT IF TYRES ARE WARM.
CHECK PRESSURE MAINLY BEFORE AND AFTER LONG TRIPS.
IF THE TYRE PRESSURE IS太o HIGH, UNEVENNESS IN THE ROAD SURFACE WILL NOT BE CUSHIONED AND WILL BE TRANSMITTED TO THE HANDLEBAR, RESULTING IN AN UNPLEASANTLY HARSH RIDE AND POOR ROAD GRIP, ESPECIALLY WHEN CORNERING.
AN UNDERINFLATED TYRE, ON THE OTHER HAND, WILL EXTEND THE CONTACT PATCH TO INCLUDE A LARGER PORTION OF THE TYRE SIDEWALLS. WHEN THIS IS THE CASE, THE TYRE MIGHT SLIP ON OR BECOME DETACHED FROM THE RIM, LEADING TO LOSS OF CONTROL OVER THE VEHICLE.
TYRES MAY EVEN DETACH FROM THE RIMS UNDER VERY HARD BRAKING.
THE VEHICLE MAY EVEN SKID IN A BEND.

CONTROLER REGELMATIG DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGEVINGSTEMPERATUUR.
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT.
VOER DE METING UIT VOORAL VOOR EN NA EEN LANGE REIS.
WANNEER DE BANDENSPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFEN-HEID VAN HET TERREIN NIET GEDEMPT EN DUS NAAR DE STUURIN-RICHTING OVERGEBRACHT, ZODAT HET RIJCOMFORT VERMINDERT EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN VERSLECHTERT.
WANNEER VICEVERSA DE BANDENSPANNING ONVOLDOENDE IS, WERKENDE ZIJKANTEN VAN DE BANDEN MEER, EN KAN HET ZIJN DAT DE BAND OP DE VELG SLIPT OF LOSKOMT, MET ALS GEVOLG DAT MENDE CONTROLE OVER HET VOERTUIG VERLIEST.
WANNEER MEN BRUUSK REMT, KUNNEN DE BANDEN UIT DE VELGEN KOMEN.
IN BOCHTEN KAN HET VOERTUIG GAAN SLIPPEN.
CONTROLER DE STAAT VAN HET RIJOPPERVLAK EN DE SLIJTAGE,
Minimum dieptelimiet van het rijvlak:
vooraan en achteraan 2 mm (0.079 in) (USA 3 mm - 0.118 in) en alleszins nicht minder dan voorgeschreveen door de van kracht zichnde wetgeving van het land waar het voertuig worden gelebruikt.
Cooling fluid level
Gebruik het voertuig Niet wanner het peel van de koelvloeistof zich onder het minimum peel bevindt.
LET OP

DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK WANNEER HIJ WORDT INGESLIKT; HET CONTACT MET DE HUID EN DE OGEN KAN IRRITATIES VEROORZAKEN. WANNEER DE VLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID EN DE OGEN, SPOELT MEN LANG MET VEEL WATER, EN RAADPLEEGT MEN EEN ARTS. WANNEER HET WORDT INGESLIKT, MOET MEN OVERGEVEN, DE MOND EN DE KEEL SPOELEN MET VEEL WATER, EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLEGEN.
Dit mengsel is ideaal voor de meeste werkingstemperatures, en garandeert een goede bescherming gegen corrosie.
Het is een goede gewoonte om hetzelfde mengsel ookijdens het warme seizoen te gebruiken, waar op deze manier verlies door verdamping en het frequent bijvullen worden vermeden.
Op deze manier verminderen de bezinskels van mineraalzouten, die in de radiator door het verdamente water werden gelaten, en verandert de efficientre van de koelinstallatie Niet.
If the external temperature drops below 0 ^ C (32°F), check the cooling system frequently and add more antifreeze fluid if needed (up to 60% max.).
In geval de buitentemperatureur hinter dan 0^ (32^) bedraagt, moet men het koelcircuit frequen controeren en voegt men indienoodzakelijk een hogere concentatie antivries toe (tot een maximum van 60% ).
Voor de koeloplossing gezebuilt men gedestilleerd water, om de motor nicht te beschadigen.
LET OP

DRAAI DE DOP NIET VAN DE RADIATOR WANNEER DE MOTOR WARM STAAT, OMDAT DE KOELVLOEISTOF EEN HOGE TEMPERATUUR HEEFT EN ONDER DRUK STAAT. BIJ CONTACT MET DE HUID OF DE KLEDING KAN HET ERNSTIGE LETSELS/SCHADE VEROORZAKEN.

Coolant check (04_03)
Controle van de koelvloeistof (04_03)
Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.
- Hou het voertuig rechttop met de twee wielen op een vlakke ondergrond.
- Controller of, gezien vanaf de linkerkant van het voertuig, middels de hiervoor bestemde spleet op derechtber binnenbekledging, het vloeistofniveau in het expansievat zich:tussen de aangegeven niveaus "FULL" (maximum) en "LOW" minimum bevindt.
WAARSCHUWING
VOER DE HANDELINGEN VAN DE CONTROLE EN HET BIJVULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER DE MOTOR UITGESCHAKELD IS EN Koud STAAT.
Coolant top-up
Bijvulling van de koelvloeistof
- Verwijder de rechtter zichbekledging.
- De dop van het expansievat verwijden.
- Met de aanbevolen vloeistof vullen totdat de streep "FULL" van het expansievat bereikt worden, zichtaar op de linkerkant door
Controle van het oliepeil van de remmen
Controle van de remvloeistof
- Plaats het voertuig op de staand.
Voor de voorrem要去 het stuur volledig maar rechts gedraaid worden. - Voor de weiterrem要去 het voertuig in verticale positie gehonden worden zodate de vloeistof in de tank parallel met dedop is.
- Controller of de vloeistof in de tank de "MIN" referentie overschrijdt:
MIN = minimum peel.
MAX = maximum peel
Wanner de vloeistof minstens de "MIN" referenceiet Niet bereikt:
- Controller de slijtage van de rempastilles en van de schijf.
- Wanner de pastilles en/of des schijf Niet要去en verragen worden, voert men het bijvullen UIT.
Bijvullen van de remvloeistof (04_04, 04_05)

GEVAAR OP HET UITSTROMEN VAN REMVLOEISTOF. ACTIVEER DE REMHENDEL NIET, WANNEER DE DOP VAN DE VLOEISTOFTANK GELOST OF VERWIJDERD IS.
LET OP

VERMIJDT DAT DE REMVLOEISTOF LANG WORDT BLOOTGESTELD AAN DE LUCHT. DE REMVLOEISTOF IS HYGROSCOPISCH, EN ABSORBEERT VOCHTIGHEID WANNEER HET IN CONTACT KOMET MET DE LUCHT. LAAT DE TANK VAN DE REMVLOEISTOF ENKEL OPEN VOOR DE TIJD DIE NODIG IS VOOR HET BIJVULLEN.

OM GEN VLOEISTOF VAN DE REMINSTALLATIE TE MORSEN TijdENS HET BIJVULLEN, RAADT MEN AAN OM DE VLOEISTOF IN DE TANK PARALLEL MET DE RAND VAN DE TANK TE HOUDEN (IN HORIZONTALE POSITIE). VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN TOE AAN DE VLOEISTOF. WANNEER MEN EEN

BRAKE FLUID IS HIGHLY CORROSIVE - AVOID CONTACT WITH THE SKIN, EYES AND BIKE PARTS.
Aanbeloven producten
AGIP BRAKE 4
remvloeistof
Inplaats van de aanbevolen vloeistof kan men vloeistoffen gebruiken met conforme of hogere prestaties dan de specifieken. Synthetische vloeistof SAE J1703, NHTSA 116 DOT 4, ISO 4925

Installatie van de voorrem
- Gebruik een korte kruskop-schroevendraaier om de bouten (1) van de vloeistoftank van de voorste reminstallatie (2) los te draaien.
- Hef het deksel op (3) compleet met bouten (1) en pakking (4), en verwijder het.
- De tank (2) bijvullen met de aanbevolen remvloeistof, totdat het minimumniveau, aangegeven met "MIN" overschreten worden.
LET OP

MEN MAG ENKEL BIJVULLEN TOT AAN HET MAXIMUM PEIL WANNEER ER NIEUWE PASTILLES AANWEZIG ZIJN. MEN RAADT AAN OM NIET BIJ TE VULLEN TOT AAN HET MAX PEIL WANNEER DE PASTILLES VERSLETTEN ZIJN, OMDAT DE VLOEISTOF ZAL UITSTROMEN WANNEER DE REMPASTILLES ZULLEN VERVANGEN WORDEN.
CONTROLEER DE REMEFFICIÊNTIE.
IN HET GEVAL VAN EEN BUITENSPORIGE SLAG VAN DE REMHENDEL OF IN GEVAL VAN LEKKEN, KAN HET NODIG ZIJN OM DE INSTALLATIE TE ONTLUCHTEN.

Rear braking system
Installatie van dechterrem
- De bovenste moer (5) van dechterste rempomp losschroeven.
- De tank met de aanbevolen remstof bijvullen, totdat het juiste niveau op het controlevenster (6) bereikt is.
LET OP

MEN MAG ENKEL BIJVULLEN TOT AAN HET MAXIMUM PEIL WANNEER ER NIEUWE PASTILLES AANWEZIG ZIJN. MEN RAADT AAN OM NIET BIJ TE VULLEN TOT AAN HET MAX PEIL WANNEER DE PASTILLES VERSLETIEN ZIJN, OMDAT DE VLOEISTOF ZAL UITSTROMEN WANNEER DE REMPASTILLES ZULLEN VERVANGEN WORDEN.
CONTROLER DE REMEFFICIENTIE.
IN HET GEVAL VAN EEN BUITENSPORIGE SLAG VAN DE REMHENDEL OF IN GEVAL VAN LEKKEN, KAN HET NODIG ZIJN OM DE INSTALLATIE TE ONTLUCHTEN.

Verwijdering van de accu (04_06)
- Controller of de ontstekings-schakelaar zich in positie "OFF" bevindt.
- Verwijder het zadel van de bestuurder.
- Draai de twee bouten (1) los met behulp van de vaste sleutel van 10mm (0.39 in) die bij de geereedschapskit worden geleverd, en verwijder ze.
- De doos met secundaire zekeringen (2) uitmelen.
- De accublokkering (3) verwijderen.
- Draai de bout (4) los en verwijder ze van de negatieve klem (-).
- Verplaats de negatieve kabel (5) zijdelings.
- Draai de bout (6) los en verwijder ze van de positieve klem (+).
- Verplaats de positieve kabel (7) zijdelings.

LET GOED OP DAT GEEN KORTSLUI-TING WORDT VERKREGEN DOOR DE

Grijp de accu (8) stevig vast, en verwijder ze uithaarplaats door ze op te heffen.
- Plaats de accu op een vlakke ondergrond, in een koele en droge plaats.
Herplaats het zadel van de bestuurder.
Inwerkingstelling van een neue accu (04_07)

CONTROLER OF DE TERMINALS
VAN DE KABELS EN DE KLEMMEN
VAN DE ACCU:
- IN GOEDE CONDITIONS VERKEREN (EN GEEN CORROSIE VERTONEN OF BEDEKT ZIJN MET AFZETTINGEN);
-BEDEKT ZIJN MET NEUTRAAL VET OF VASELINE.
LET OP
BIJ DE HERMONTAGE VERBINDT MEN EERST DE KABEL OP DE POSI
TIEVE KLEM (+) EN DAARNA OP DE NEGATIEVE KLEM (-) .
- Remove the saddle if refitted.
- Place the battery (8) in its housing.
- Fasten the positive cable (7) to the positive terminal (+), tightening the screw (6).
- Fasten the negative cable (5) to the negative terminal (+), tightening the screw (4).
- Fit the battery retainer (3).
- Fit the secondary fuse box (2).
- Tighten the two screws (1) with the 10mm (0.39") open-ended spanner that is included in the tool kit.
-
Fit and fasten the rider's saddle as described in the paragraph "opening the saddle".
-
Als het zadel werk op zijnplaats is gezet, dit verwijderen.
- Plaats de accu (8) op+zijnplaats.
- De positieve kabel (7) plaatsen en vastmaken aan de positieve klem (+) door de bout (6) vast te draaien.
- De negatieve kabel (5)plaatsen en vastmaken aan de negatieve klem (-) door de bout (4) vast te draaien.
- De accublokkering (3) plaatsen.
- De doos met secundaire zerke-ringen (2)plaatsen.
- Sluit de twee bouten (1) met behulp van de vaste sleutel van 10 mm (0.39 in) die bij de gereedschapskit worden geleverd.
- Het bestuurderszadelplaatsen en vastmaken zoals beschreiben in de paragraaf "opening zadel".
Controle van het elektrolytpeil
WAARSCHUWING
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET EEN ACCU VAN HET TYPE ZONDER ONDERHOUD, EN ER MOET DUS GEEN ENKELE HANDELING UITGEVOERD WORDEN BEHALVE EEN
- Verwijder de accu.
Voorzie een geschikte acculader.
Voorzie de acculader voor het aangegeven type van lading.
Verbindt de accu aan de acculader.
LET OP

TIJDENS HET LADEN OF HET GEBRUIK, VOORZIET MEN HET LOKAAL VAN EEN GESCHIKTE VENTILATIE EN VERMIJDT MEN HET INADEMEN VAN DE GASSEN DIE VRIJKOMENTIJDENS HET OPLADEN VAN DE ACCU.
Schakel de acculader aan.
Wanneer het voertuig langer dan vijftien dagen inactief blijft, moet men de accu opladen om sulfatering te vermiiden.
- Verwijder de accu.
Tijdens de winter of wonneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de laing (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
- Laad ze volledig op door gebruik te make n van een normale la-ding.
Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.

Fuses (04_08, 04_09, 04_10, 04_11)
Wonneer men het Niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het Niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren.
Controllereer eerst de secundaire zekeringen van 15A, en cervolgens de hoofdzekering van 30A.
LET OP

HERSTEL GEEN DEFECTE ZEKERINGEN.
GEBRUK NOOIT ANDERE ZEKERINGEN DAN DE GESPECIFICEERDE.
MEN ZOU SCHADE KUNNEN VER- OORZAKEN AAN HET ELEKTRISCH
CAUTION
A FUSE THAT BLOWS FREQUENTLY MAY INDICATE A SHORT CIRCUIT OR OVERLOAD. IF THIS OCCURS, CONSULT AN aprilia Official Dealer.
SYSTEMEEM, OF ZELFS BRAND IN GEVAL VAN KORSTSLUITING.
LET OP
WANNEER EEN ZEKERING FREQUENT WORDT BESCHADIGD, IS ER WAARSCHIJNLIJK EEN KORTSLUI TING OF EEN OVERBELASTING. IN DIT GEVAL RAADPLEEGT MEN EEN Officièle aprilia Dealer.


To check:
- Plaats de ontstekingsschake-laar op "OFF" om een toevalige kortsluiting te vermiiden.
- Verwijder het zadel van de bestuurder.
- Open het dekseltje van de doos (1) van de secundaire zekeringen.
- Verwijder de zekeringen één voor één, en controllerer of de draad (2) onderbroken is.
Vooraleer men de zekering ver-.
vangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak van het probleem. - Vervang de zekering indien beschadigd, met een andere met bezelfde elektrische stroomsterkte.
- Verwijder het zadel van de bestuurder.
Voer ook voor de hoofdzekeringen de handelingen uit die eer

NOTE
der werden beschreiben voor de secundaire zekeringen.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.
LET OP
WANNEER MEN DE ZEKERING VAN 30A VERWIJDERT, WORDEN DE FUNCTIONS OP NUL GESTELD: DIGITALE KLOK, REISINFORMATIE EN CHRONOMETENGEN.
AUXILIARY FUSES DISTRIBUTION
| A) zekering van 5A | Relais lichten, stop, positielichten |
| B) Zekering van 5A | Dashboard, richtingaanwijzers, snugelid, dashboard diagnose. |
| C) zekering van 15A | Centrale |
| D) zekering van 7,5A | Centrale |
| E) zekering van 15A | Groot Licht, dimlichten, claxon, koelschroeven |
| F) zekering van 15A | Bobines, injectoren, benzinepomp, lambdasonde, secundaire lucht |
CAUTION
Oplading van de accu en ladingen van het voertuig, injectieladingen (rode en rood/witte kabels).
CAUTION
THERE IS ONE SPARE FUSE (H).
LET OP
EEN ZEKERING IS EEN RESERVEZEKERING (H).

Voor een duidelijkzer zich ward het kapje van het voertuig verwijderd. Voor de verranging van de lampen van de grote lichten en de dimlichten, moet het kapje zich nicht verwijderd worden.
In het voorlicht vindt men:
- een lampje van het grootlicht (1);
- twee lampjes van het dimlicht (2);


- twee lampjes van het positielicht (3
Aan de binnenkant van dechteruitkijkspiegels bevinden zich twee richtingaanwijzerlampjes (4).
Het lampje van het grootlicht en dat van het dimlicht zijn bezelfde.
Voor de verwanging:
- Plaats het voertuig op de staand.
LAMPJES VAN HET GROOT LICHT EN HET DIMLIGHT
Wanneer de lampjes van het grootlicht en het dimlicht geleijktijdig moeten verrangen worden, merkt men de connectors en controleert men bij de hermontage de correcte plaatsing.
Maak de connector los (5 of 6).
- Draai de stopmoer in gegenwijzerszin, en verwijder de lampromp.
- Het lampje verrangen door een ander van hetzelfde type.
- Hermonteer de lamprom in de speciale zit en draai ze in wijzerszin tot ze blokkeert.
- Installer de connector (5 of 6) correct.
LAMPJE VAN HET POSITIELICHT
Grijp de lamphouder van de positielichten vast (7), trek er aan, en verwijder hem uit de zit.
CAUTION

BEFORE REPLACING A BULB, TURN THE IGNITION SWITCH TO «KEY OFF» AND WAIT A FEW MINUTES FOR THE BULB TO COOL OFF.
- Verwijder en verrang het lampje met een ander van hetzelfde type.
LET OP

VOORALEER MEN EEN LAMPJE VERVANGT, PLAATST MEN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «OFF», EN Wacht MEN ENKELE MINUTEN ZODAT DEZE KAN AFKOELEN.
WANNEER MEN HET LAMPJE VERVANGT, DRAAGT MEN REINE HANDSCHOENEN OF GEBRUIKT MEN EEN REIN EN DROOG DOEK.
LAAD GEEN AFDRUKKEN ACHTER OP HET LAMPJE, OMDAT HET KAN OVERVERHITTEN EN DUS STUK KAN GAAN. WANNEER MEN HET LAMPJE MET DE BLOTE HANDEN AANRAAKT, REINIGT MEN DE EVENTUELE AFDRUKKEN MET ALCOHOL, OM TE VERMIJDEN DAT HET WORDT BEsCHADIGD.
FORCEER DE ELEKTRISCHE KABELS NIE.

Afstellen van de koplamp (04_15, 04_16)
N.B.
OP BASIS VAN WAT WORDT VOORGESCHREVEN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE WETGEVING IN HET LAND VAN GEBRUIK VAN HET VOERTUIG, MOETEN ER VOOR DE CONTROLLE VAN DE RICHTING VAN DE LICHTBUNDEL SPECIFIEKE PROCEDURES AANGENOMEN WORDEN.

Voor het uitvoeren van de horizontale regeling van de lichtbundel:
- Plaats het voertuig op de staand.
-
Vanaf de linker achechterkant van het capje, met een korte kruis-kopschroevendraaier tegelijkker-tijd de beiden bouteen bewerken:
-
door de rechterbout vast te schroeven en tegelijkertijd de linkerbout los te schroeven, verplaatst de lichtbundel zich maar links.
- door de linkerbout vast te schroeven en tegelijkkertijd de rechterbout los te schroeven, verplaatst de lichtbundel zich maar rechts.
CONTROLEER DE CORRECTE HORIZONTALE RICHTING VAN DE LICHTBUNDEL.
Voor het uitvoeren van de verticale regeling van de lichtbundel:
- Plaats het voertuig op de staand.
- Vanaf de achechterkant links van het kapje met een korte kruskopschroevendraaier de middelste bout bewerken (3). Door haar VAST TE DRAAIEN (in wijzerzin) worden delichtbundel verhoogd; Doorhaar LOS TE DRAAIEN (in gegenwijzerszin) worden delichtbundel verlaagd.
- Met dezebout wordt de helling van de gehele optische groep aan de voorkant afgesteld.


Richtingaanwijzers voor (04_17, 04_18)
-
Draai de bout los en verwijder deze.
-
Draai de lamp in gegenwijzers-zin, en verwijder ze.
- Het lampje met zelfde type lampje verrangen.
Rear optical unit
De motor is uitgerust met een LED achterlicht, dus voor de verrangng worden aangeraden om zich te wenden tot een Officièle aprilia Dealer.

Richtingaanwijzers awhile (04_19)
- Plaats het voertuig op de staand.
- Draai de bout los (1) en verwijder ze.
- Verwijder de lens (2).
- Druk gematigd op het lampje (3), en draai het in gegenwijzer-zin.
Verwijder het lampje (3)uit de zitting. - Plaats op correcte wijze een新产品 lampje van hetzelfde type.

Number plate light (04_20)
Kentekenverlichting (04_20)
- Plaats het voertuig op de staand.
- Draai de bout los en verwijder deze.
- Verwijder de lamphouder van het nummerplaatlicht.
- Verwijder en verrang het lampje met een ander van hetzelfde type.
Brake light
De motor is uitgerust met een LED achterlicht, dus voor de verrangng worden aangeraden om zich te wenden tot een Officièle aprilia Dealer.

Achteruitkijkspiegelts (04_21, 04_22, 04_23)
- Dechteruitkijspiegels konnen ten opzichte van de steun ingeklapt worden, door ze vanaf de rijstand waar binnen te draaien.


-
If necessary, adjust the inclination of the rear view mirrors correctly as shown in the figure.
-
Indien nodig de helling van dechteruitkijspiegels afstellen zoals in de figuur aangegeven.
CAUTION
IT IS FORBIDDEN TO REMOVE THE REAR-VIEW MIRRORS FOR RIDING ON THE ROAD.
CAUTION
THE REAR-VIEW MIRRORS ARE FIXING ELEMENTS OF THE WINDSHIELD. IF THE REAR-VIEW MIRRORS ARE REMOVED (ONLY FOR USING ON TRACKS) IT IS NECESSARY TO REPLACE THEM WITH A SUITABLE SCREW.
LET OP
DE ACHTERUITKIJKSPIEGELS MOETEN VERPLICHT AANWEZIG ZIJN WANNEER U OP DE OPENBARE WEG GAAT RIJDEN.
LET OP
DE ACHTERUITKIJKSPIEGELS ZIJN BEVESTIGSELEMENTEN VAN HET KAPJE. ALS DE SPIEGELS WORDEN VERWIJDERD (UITSLUITEND VOOR GEBRUK OP CIRCUITS), MOETEN ZE VERVANGEN WORDEN MET EEN DAARVOOR BESTEMDE BOUT.

Schijfrem voor enijken (04_24, 04_25, 04_26)
LET OP

CONTROLER DE SLIJTAGE VAN DE REMPASTILLES VOORAL VOOR ELKE REIS.

Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
-
Plaats het voertuig op de staand.
Voer een visuele controle uit tussen de schijf en de pastilles, door te handelen als volgt: -
van boven zichteraan voor de voorste remtangen (1);
-
van onder achteraan voor dechterste remtang (2).
LET OP
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJVINGSMATERIALIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES MET DE SCHIJF, MET ALS GEVOLG LAWAAI VAN METAAL EN DETANG DIE VONKEN MAAKT; DEDOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRITEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.

Wanner de dikte van het wrijvingsmaterial (ook slechts van de pastille vooraan 3) of achteraan (4)) verminder is tot een waarde van ongeveer 1,5 mm (0.06 inch) (of wanner ook slechts een van de slijtage-indicators zichtaar is),That men alle pastilles van de remtangen verrangen, door zich te wenden tot een Officièle aprilia Dealer.

GEBRUK ENKEL ORIGINELE PASTILLES.
ALS ANDERE PASTILLES GEBRUIKTF WORDEN, KUNNEN DE PRESTATIES GESCHAAD WORDEN EN/OF KAN DE REMINSTALLATIE BESCHADIGD WORDEN.
Reinigen van het voertuig (04_27, 04_28, 04_29)
Reinig het voertuig regelmatig wanneeer het worden gebruikt in de volgende zones of condities:
- Atmosferische verruiling (stad en industrielle zones).
Zoutgehalte en vochtigkeit uit de atmoseffer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat). - Speciale milieu/seizuonsconditions (het gebruik van zout, che
mische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
Vermijd vooral dat er op de carrosserie afzettingen achechterblijven, resten van industrielle en verruilende stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vogels, enz.
- Parkeer het voertuig Niet onder bomen. In sommige seizoenen kan er uit de bomen hors, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zichoor voor de lak.
LET OP

VOORALEER MEN HET VOERTUIG WAST, DICTH MEN DE INLATEN VAN DE AANZUIGLUCHT VAN DE MOTOR EN DE UITLAATOPENINGEN VAN DE UITLAAT.
LET OP


NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT
GEWASSEN, KAN DE REMDOELTREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSSOPPERVLAKKEN VAN DE REMINSTALLATTIE. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN.


ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REM-CONDITIONS TE HERSTellen. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLES UIT.
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken,要去en een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, en de modder en het vuil verwijdersen met een zachte spons voor carrosseries die doordrenkt is in veel water en shampoo (2÷ 4%) delen shampoo in water). Spoel verrolgens overvoedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken. De delen in elektrolytisch geoxideerd of gelakt aluminium, zoals de vorken, de velgen, het frame, de voetensteunen enz., moeten gewassen worden met neutrale zoep en water. Het gebruik van te agressieve reinigingsmiddelen kan de oppervlaktebehandeling van deze onderdelen aantasten.

VOOR DE REINIGING VAN DE LICH- TEN GEBRUIKT MEN EEN SPONS DIE WERD ONDERGEDOMPELD IN WATER EN EEN NEUTRAAL REINIGINGS-MIDDEL, WRIJFT MEN ZachtJES OP

DIRECT SUNLIGHT, ESPECIALLY DURING SUMMER, OR WITH THE BODYWORK STILL HOT AS THE CAR SHAMPOO CAN DAMAGE THE PAINTWORK IF IT DRIES BEFORE BEING RINSED OFF.
CAUTION

DO NOT USE WATER (OR LIQUIDS) AT TEMPERATURES OVER 40^ (104^) WHEN CLEANING THE VEHICLE PLASTIC PARTS. DO NOT AIM HIGH PRESSURE AIR/WATER JETS OR STEAM JETS DIRECTLY TO THE FOLLOWING PARTS: WHEEL HUBS, CONTROLS ON THE RIGHT AND LEFT SIDE OF THE HANDLEBAR, BEARINGS, BRAKE PUMPS, INSTRUMENTS AND GAUGES, EXHAUST SILENCER, IGNITION SWITCH/STEERING LOCK. DO NOT USE ALCOHOL OR SOLVENTS TO CLEAN ANY RUBBER OR PLASTIC SADDLE COMPONENTS: USE WATER AND MILD SOAP.
CAUTION
DO NOT USE SOLVENTS OR PETROL BY-PRODUCTS (ACETONE, TRICHLOROETHYLENE, TURPentine, PETROL, THINNERS) TO CLEAN THE SADDLE. USE INSTEAD DETERGENTS WITH SURFACE ACTIVE AGENTS NOT EXCEEDING 5% (NEU
DE OPPERV LAKKEN EN SPOELT MEN FREQUENT MET VEEL WATER. MEN HERINNERT DAT HET OPPOETSEN MET SILICONENWAS UITGEVOERD MOET WORDEN NADAT MEN HET VOERTUIG ZORGVULDIG HEEFT GEWASSEN. POETS MATTE LAKKEN NIET OP MET SCHURENDPE PASTA'S. HET Wassen MAG NOOIT WORDEN UITGEVOERD IN DE ZON, VOORAL NIET IN DE ZOMER WANNEER DE CARROSSEIRE NOG WARM IS, OMDAT DE SHAMPOO DIE VOOR HET SPOELEN OPDROOGT DE LAK KAN BESCHADIGEN.
LET OP

GEBRUIK GEEN WATER (OF VLOEISTOFFEN) MET EEN TEMPERATUUR HOGER DAN 40^ (104^) VOOR DE REINIGING VAN DE PLASTIC DELEN VAN HET VOERTUIG. RICT DE WATERSTRALEN OF PERSLUCHT OF DAMP NIET OP DE VOLGENDE DELEN: DE NAVEN VAN DE WIELEN, DE COMMANDO'S OP DE RECHTER EN LINKER KANT VAN HET STUUR, DE KUSSENTJES, DE REMPOMPEN, DE INSTRUMENTEN EN DE INDICATOREN, DE UITLAAT VAN DE KNALDEMPER, DE ONSTEKINGSSCHAKELAAR / STUURSLOT. VOOR DE REINIGING VAN DE RUBBEREN EN PLASTIC DELEN EN VAN HET ZADEL
TRAL SOAP, DEGREASING DETERGENTS OR ALCOHOL).
Na de reiniging要去en de volgende onderdelen gesmeerd worden:
transmissieketting;
commandohendels;
- pedaalcommando's;
koppelingskabel;
-
start-up block.
-
startblok.

Transport (04_30, 04_31)
Vervoer (04_30, 04_31)
Vooraleer men het voertuig vervoert, moet men de brandstoftank zorgvuldig ledigen, en controlleren ofhee goed droog is.
Tijdens de verplaatsing moet het voertuig in verticale positie blijven, goed verankerd zijn en in de eerste versnelling geplaatst worden, om eventuelelekken van brandstof en olie te vermijden.
IN GEVAL VAN EEN DEFECT MAG MEN HET VOERTUIG NIET SLEPEN, MAAR MOET MEN EEN HULPDIENST CONTACTEREN.

-
Fold the rear view mirrors inward so that they are less exposed to external damage.
-
De achechteruitkijkspiegelts ten opzichte van de rijstand waar binnen draaien, zodate ze minder worden blootgesteld aan externe beschadigingen.

Chain backlash check (04_32)
Controle van de speling van de ketting (04_32)
Voor de contrôle van de speling:
Leg de motor stil.
- Plaats het voertuig op de staand.
- Plaats de hendel van de versnellingsbak in vrij.
- Controller of de verticale schommeling, in een puntCUSen het rondsel en de kroon in de onderste vertakking van de ketting, minstens 30~mm (1.18 in) bedraagt.
- Verplaats het voertuig vooruit, zodat de verticale schommeling van de ketting ook in andere posities kan gecontroleerd worden; de spelimg moetijdens allefasen van de rotatie van het wieI constant blijven.
Wanneer de speling uniform is, maarmeer of minder dan 30~mm (1.18 in) bedraagt, voert men de regelinguit.
LET OP
WANNEER MEN IN SOMMIGE POSI-TIES EEN HOGERE SPELING OP-MERKT, ZIJN ER SAMENGEDRUKTE OF AFGESLAGEN SCHAKELS, EN IN-DIT GEVAL MOET DE KETTING WORDEN VERVANGEN.
OM TE VOORKOMEN DAT DE SCHAKELS KUNNEN AFSLAAN, SMEERT MEN REGELMATIG DE KETTING.


Regeling van de speling van de ketting (04_33, 04_34)
Wanneer het na de contrôle nodig is om de spanning van de ketting te regelen, handelt men als volgt:
- Het voertuig op de hiervoor bestemde anschter steunstandaard (optional)plaatsen.
- Los de blokkeermoer (1) volledig.
- Los de tweetteengoeren (4).
Handel op de registers (5) en regel de speling van de ketting, door langs beiden kanten van het voertuig te controeren ofdezelf-de referenties (2 - 3) overeen-komen.
Sluit de twee gegenmoeren (4).
Sluit de moer (1). - Controller de spelimg van de ketting.
N.B.
VOOR HET CENTREREN VAN HET WIEL ZIJN ER VASTE REFERENTIES (2-3) VOORZIEN, DIE MEN IN DE ZIT- TEN VAN DE SLEDEN VAN DE KETTINGSPANNER OP DE ARMEN VAN DE VORK VINDT, VOOR DE WIELPIN.
Aandraikoppels (N^*m)
Moer achechterwiel
120 Nm (88,5 lbf ft)
Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon
Controller bovendien de volgende delen, en controller of de ketting, het rondsel en de kroon geen:
- Beschadigde rolten haben.
- Geloste pinnen hebben.
- Droge, verroeste, samenge-drukte of afgeslagen schakels hebben.
- Excessieve slijtage vertonen.
- Ontbrekende dichttingsringen hebben.
- Excessief versleten of beschadigde rondsel- of kroontanden—hebben.
LET OP
WANNEER DE ROLLEN VAN DE KETTING BESCHADIGD, DE PINEN GELOST EN/OF DE DICHTINGSRINGEN BESCHADIGD OF AFWEZIG ZIJN, MOET MEN DE VOLLEDIGE GROEP VAN DE KETTING VERVANGEN (RONDSEL, KROON EN KETTING).
CAUTION
LUBRICATE THE CHAIN ON A REGULAR BASIS, PARTICULARLY IF YOU FIND DRY OR RUSTY PARTS. FLAT-TENED OR JAMMED CHAIN LINKS SHOULD BE LUBRICATED AND GOOD OPERATING CONDITIONS RE
LET OP
SMEER DE KETTING REGELMATIG, VOORAL WANNEER MEN DROGE OF VERROESTE DELEN OPMERKT. DE SAMENGEDRUKTE OF AFGESLAGEN SCHAKELS MOETEN GE-SMEERD WORDEN EN OPNIEUW IN
STORED. IF REPAIR IS NOT POSSIBLE, CONTACT AN Official aprilia Dealer TO HAVE IT REPLACED.
WERKCONDITIONS GEBRacht WORDEN. WANNEER DIT NIET MOGELIJK ZOU ZIJN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer, DIE ZAL ZORGEN VOOR DE VERVANGING.
Smering en reiniging van de ketting
Was de ketting absolutiert nicht met waterstralen, dampstralen, waterstralen onder hoge druk, en met oplosmiddelen met hoge ontvlambaarheidsgraad.
- Was de ketting met nafta of kerosine. Wanneer de ketting vlug verroest, moet men de onderhoudshandelingen eerder uithoeren.
smeer de ketting elke keer dit nodig is. - Nadat de ketting gewassen en gedroogd is, smeert men ze met vetspray voor verzegelde kettingen.

DE TRANSMISSIEKETTING IS VOORZIEN VAN DICHTINGSRINGEN TUSSEN DE SCHAKELS, DIE DIENEN OM HET VET BINNENIN TE HOUDEN. WEES ZEER VOORZICTIG BIJ DE REGELING, DE SMERING, HET WASSEN EN DE VERVANGING VAN DE KETTING.
DO NOT USE THE VEHICLE IMMEDIATELY AFTER CHAIN LUBRICATION AS LUBRICANT COULD BE SPRAYED OUT BY CENTRIFUGAL FORCE AND FOUL THE SURROUNDING AREA.
DE SMEERMIDDELEN VOOR KETTINGEN DIE MEN VINDT IN DE HANDEL KUNNEN SCHADELIJKE STOFFEN BEVATTEN VOOR DE RUBBEREN DICHTINGSRINGEN VAN DE KETTING.
GEBRUK HET VOERTUIG NIET ONMIDDELLIJK NADAT DE KETTING WERD GESMEERD, OMDAT HET SMEERMIDDEL DOOR DE CENTRIFGEKRacht IN HET ROND WORDT GESPROEID ZODAT DE OMLIGGENDE ZONES BESMEURD RAKEN.
RSV4 FACTORY
aprilia


Chap. 05
Technical data
Hst. 05
Technische
gegevens
DIMENSIONS
| Max lengte | 2040 mm (80.31 inch) |
| Max. bredte (bij de besturing) | 735 mm (28.94 inch) |
| Max hoogte (tot de kap) | 1120 mm (44.09 in) |
| Hoogte tot het zadel | 847 mm (33.35 inch) |
| hartafstand | 1420 mm (55.90 inch) |
| Minimum vrij hoogte vanaf de grond | 130 mm (5.12 inch) |
| Leeg gewicht | 189 kg (417 lb) |
| Gewicht per versnellingsorde | 200 kg (441 lb) |
| Gewicht bij maximale belasting (zonder bestuurder) | 275 kg (441 lb) |
ENGINE
| Model | V4 |
| Type | 65° longitudinal V-4, 4-stroke, 4 valves per cylinder, double overhead camshafts. |
| Engine capacity | 999 cm³ (60.96 cu.in) |
MOTOR
| Model | V4 |
| Type | 4 cilinders 4-takt in V 65° in de lenghte met 4 kleppen per cilinder, dubbele as met nokken in de kop. |
| Cylinderinhoud | 999 cc (60.96 cu in) |
| Bore / stroke | 78 mm / 52.26 mm (3.07 in / 2.06 in) | Boring/slag | 78 mm / 52,26 mm (3.07 in / 2.06 in) |
| Compression ratio | 13:1 | Compressieverhouding | 13:1 |
| Engine speed at idle | 1400 ± 100 rpm | Toerental van de motor bij het minimumtoerental | 1400 ± 100 rpm (rpm) |
| Engine revs at maximum speed | 14000 ± 100 rpm | Toerental van de motor bij het maximumregime | 14000 ± 100 rpm (rpm) |
| Clutch | Multiplate wet clutch with mechanical control lever on left side of the handlebar Anti-juddering and slipper clutch systems | Koppeling | Multischijf in oliebad met mechanisch commando op de linkerkant van het stuur. Anti-trilling en anti-slag systemen |
| Ignition | electronic | Start | Elektrisch |
| TIMING SYSTEM | Morse chain on intake camshaft, cam to cam gear, bucket tappets and valve clearance adjustments with calibrated pads | Distributie | Morse-ketting op aanzuigas, raderwerk cam to cam, klepstoters en regeling van de klepspelting met gekalibreerde remblokken. |
| Acceptable values with control clearance between cam and valve | intake: 0.10 - 0.15 mm (0.0039 - 0.0059 in) exhaust: 0.20 - 0.25 mm (0.0079 - 0.0098 in) | De waarden hebben een controlespelting:tussen de kam en de klep | aanzuiging: 0,10 - 0,15 mm (0.0039 - 0.0059 in)uitlaat: 0,20 - 0,25 mm (0.0079 - 0.0098 in) |
| Lubrication system | Wet sump with oil radiator | Smeersystem | Vochtige carter met olieradiator |
| Oil pump | Dual trochoidal pump (lubrication + cooling) | Oliepomp | Dubbele trochiodale pomp (smering + koeling) |
| Oil filter | With external cartridge filter | Oliefilter | Met extern filtrelement |
CAPACITY
| Brandstoftank (inclusief de reserve) | 17 I (3.74 UK gal) |
| Reserve van de brandstoftank | 3,6 I (0.79 UK gal) |
| Motorolie | olieverversing en olieffilter 4 I (0.88 Uk gal) |
| Koelvloeistof | 2,4 I (0.53 UK gal) |
| Plaatsen | 1 + 1 Dubbele configuratie: als het voertuig uitergerust is met een steunen en passagierszadel |
| Maximaal vervoerbaar gewicht | 201 kg (443 lb) |
GEAR RATIOS
| Type | 525 |
| Met verzegelde koppelingsschakel | |
| Model | Regina 108 schakels |
FUEL SYSTEM
| Brandstof | Loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). |
FUEL SYSTEM
| Diameter smoorklephuis | 48 mm (1.89 inch) |
| Type | Elektronische injectie met 2 injectoren per cilinder, 4 gemotoriseerde smoorklephuizen (Ride by wire). Aanzuigkegeltjes met variabile hoogte. 2 dynamische luchtinlaten. Selecteerbare Multimap. |
CHASSIS
| Type | Regelbaar aluminium frame met dubbele balk met gegoten elementen en gedrukt in staalplaat. |
| Hellingshoek van het stuur | 26,5° (de afmetingen verwijzen maar het "naakte" frame) |
| Voorloop | 107 mm (4.21 inch) |
(met regelbare inzetstukken, kop standaard)
SUSPENSION
| Voorvork | Ohlins van omgeekerde stangen, hydraulisch regelbaar, stangen diam 43 mm (1,69 in) (met Tin oppervlaktebehandeling) |
| Verplaatsing van het voorwiel | 120 mm (4.72 in) |
| Achterste schokdemper | Zijkant met progressieve krukstang met APS-system. Schokdemper OHLINS met piggy-back, regelbare voorbelasting van de veer en lenghte asafstand, hydraulische rem in compressie en uitrekking. |
| Verplaatsing van hetchterwiel | 130 mm (5.12 inch) |
BRAKES
| Vooraan | Met dubbele vrijende schijf - Ø 320 mm (12.59 in), monoblok tangen met radiale bevestiging met vier zuigertjes - Ø 34 mm (1.34 in) |
WHEEL RIMS
| Velg van het voorwiel | 3,50 x 17" |
| Velg van hetijkenwiel | 6,00 x 17" |
TYRES
| Grootlicht / dimlicht | 12 V - 55W H11 |
| Voorste positielicht | 12V - 5W |
| Richtingaanwijzers | 12V - 10W (Wit Licht) |
| Nummerplaatlicht | 12V - 5W |
WARNING LIGHTS
| Grootlicht | LED |
| Rechterrichtingaanwijzer | LED |
| Linkerrichtingaanwijzer | LED |
| Algemene Warning | LED |
| Versnellingsbak in vrij | LED |
| Laterale standardaarduitgeklapt | LED |
| Brandstofreserve | LED |
| ABS | LED |

Bijgeleverd gereedschap (05_01, 05_02)
- Onder het passagierszadel / spatbord bevindt zich een zeshoekige sleutel waarmee de bevestigingsbouten van het zadel verwijderd+kunnen worden om zo toegang te krijgen tot de geereedschapsruimte.
- Voor hoe het passagierszadel / spatbord te verwijdenen, worden verwezenaar het deel Voertuig /documentenruimte gereedschapskit

De bijgevoegde gereedschappen zijn:
- Gereedschapstas
- Kruiskopschroeevendraier met nicht omkeerbaat handvat
- Vorksleutel 17 mm (0.67 in);
- Vorksleutel 8 - 10 mm (0.31 - 0.39 in)
- Zeshoeckssleutel mannelijk gebogen 3 mm (0.12 in)
- Zeshoeckssleutel mannelijk gebogen 5 mm (0.67 in)
- Moersleutel voor regeling voorbelasting
- Verlengstuk voor sleutel
- Tangetje voor het verwijderen vanzekeringen
RSV4 FACTORY
aprilia


Chap. 06 Programmed maintenance
Hst. 06 Gepland nderhoud
Scheduled maintenance table
Tabel gepland onderhoud
Een aangepast onderhoud is van doorslaggevend belang voor een langere levensduur van het voertuig in optimale werkconditions met optimale prestaties.
Daarom heeft aprilia een serie van controles en onderhoudshandelingen gegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina. Het is een goede gewoonte om eventuelekleine onregelmatigheden bij de werkking ommiddelijk mee te delen aan een Officièle aprilia Dealer of Verkoper zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt.
Het is absolutui noodzakelijk om de servicebeurten uit te voeren aan de voorgeschreveven kilometerintervals en tijden, wanneer de voorziene kilometerstand wordt bereikt Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het "Geprogrammeerd Onderhoud", raadpleegt men het "Garantieboekje".
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS
HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.
(1) Bij elke keer starten controlleren
(2) Controlleren en reinigen, regelen of verrangen indien nodig voor elke reis
(3) Elke 1000 km (621 mi) controlleren en reinigen, regelen of verrangen.
(4) Elke 2aar verrangen
(5) Elke 4aar verrangen
(6) Elke 5000 km (3107 rijl) in geval van sportief gebruik
(7) Elke 10000 km (6213 vrij) in geval van sportief gebruik
ROUTINE MAINTENANCE TABLE
| Product | Beschrijving | Kenmerken |
| AGIP TEC 4T, SAE 15W-50 | Motorolie | Gebruik merkolies met conforme of hogere prestaties dan de specifieken CCMC G-4 A.P.I. SG. SAE 15W-50 |
| AGIP MP GREASE | Vet voor kussentjes, koppelingen, knooppunten en hefsystemen | Inplaats van het aanbevolen product, gebruikt men merkvet voor draaiende kussentjes, met bruikbaar temperatuurbereik -30°C...+140°C (-22°F...+284°F), druppelpunt 150°C...230°C (302°F...446°F), hoge antiroestbescherming, goede watertend gegen water en oxidatie. |
| AGIP PERMANENT SPEZIAL | Koelvloeistof | Biologisch afbreekbare koelvloeistof, gebruisklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming gegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. |
| AGIP BRAKE 4 | remvloeistof | Inplaats van de aanbevolen vloeistof kan men vloeistoffen gebruiken met conforme of hogere prestaties dan de specifieken. Synthesische vloeistof SAE J1703, NHTSA 116 DOT 4, ISO 4925 |
| OHLINS 5W | Olie van de vork | - |
TABLE OF CONTENTS
A
Onderhoud: 109, 167, 168
R
Remvloeistof: 121
Richtingaanwijzers: 50, 138, 139
s
Schijfrem: 141
Schokdempers: 71
Standaard: 16, 100
Start: 87
Stuurslot: 49
T
Veiligheidsnormen: 102
Z
Zadel:55
Zekeringen: 130
THE VALUE OF SERVICE
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officièle Netwerk van aprilia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale utrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderden van aprilia zich essentiele factoren!
Voor informatie in verband met de dichtsbijzende Officièle dealer en/of Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtsstreeks op de geografische kaart op once Officièle Website.
www.aprilia.com
Enkel wonneer men Originele aprilia Reserveonderelden aanvgraagt, za men een product krijn dat reeds besteerd en getest er wird tijnde de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitstontroleprocedures om de volgilde betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrivingen en de illustraties in deze utgave ons niet bindend; aprilia houdt zich derhalve hecht voor om, met behoud van de essentielle eigenschappen van het model dat hierin is beschrenen en geillustreeord, op elk moment wizigingen aan te brengen aan de organen, de onderden of de levering van accessoires aan gelang zig dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciele aard, zonder verplichte te ons im tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontrolererd worden via het officiele verkoopsnetwerk van aprilia.