SHIVER 750 GT ABS - Motorfiets APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SHIVER 750 GT ABS APRILIA in PDF-formaat.

📄 181 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice APRILIA SHIVER 750 GT ABS - page 1
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : APRILIA

Model : SHIVER 750 GT ABS

Categorie : Motorfiets

Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SHIVER 750 GT ABS - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SHIVER 750 GT ABS van het merk APRILIA.

GEBRUIKSAANWIJZING SHIVER 750 GT ABS APRILIA

omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat riden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig: daarmaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidies ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelik zal wennen aan uw nieuw voertuig, waaru lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bi verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.

The instructions in this booklethave been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; italso describes routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. De instructies in deze handieiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelike leidraad te zin voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadtmen aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

B 5 E Personal safety Failure to completely observe these instructions will result in serious risk of personal injury. Safeguarding the environment Sections marked with this symbol indicate the correct use ofthe vehicle to prevent damaging the environ- ment. Vehicle intactness The incomplete or non-observance of these regula- tions leads to the risk of serious damage to the vehicle and sometimes even the invalidity ofthe guarantee. The symbols shown above are very important. They are used to highlight those parts of the booklet that should be read with particular care. As you can see, each sign consists of a different graphic symbol, mak- ing it quick and easy to locate the various topics. Before starting the engine, read this bookletthorough- ly and the "SAFE RIDING" section in particular. Your safety as well as others does not only depend on the quickness of your reflexes and agility, but also on how well you know your vehicle, the state of maintenance ofthe vehicle itself and your knowledge of the rules for SAFE RIDING. For your safety, get to know your vehicle well so as to safely ride and master itin road traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of the vehicle, and must be handed to the new owner in the event of sale. Persoonlike veiligheid Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge- volg hebben. Bescherming van Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur. Staat van het voertuig Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge- volg hebben. Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb- ben namelik tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym- bool, zodat de bibehorende onderwerpen meteen duidelik kunnen worden gevonden in de verschillen- de delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf “VEILIG RIJ DEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar o0k van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJ DEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be- heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJ K Deze handleiding moet beschouwd worden als inte- grerend deel van het voertuig, en moet worden over- handigd bi de verkoop ervan.

ALGEMENE NORMEN. Vooronderstelling. Koolmonoxide.… Brandstof.…. Warme onderdele: Koelvioeistof.. Gebruikte motorolie en koppelingsolie. Rem- en koppelingsvioeistof.…… Elektrolÿt en waterstofgas van de accu Standaard.. . Communicatie van de defecten die invioed hebben op de vei- ligheid... VOERTUING 19 Plaats van de hoofdcomponenten.. 21 Legenda.…… ne Instrumenten… Groep controlelampjes 2 Digitaal display. 28 Alarmen.…… Selectie lokalisaties. 34 Commandoknoppen 37 Geavanceerde functies 40 Startschakelaar.…… Stuurslot vergrendelen: Drukknop claxon.….……. Schakelaar richtingaanwizers. Knop die knippert voor groot licht Inschakelknop alarmiichten: Startknop… Stopschakelaar motor. Antiblokkeersysteem ABS...

Opladen van de accu.. Länger stillegen… Zekeringen 129 Lampjes.. 132 Afstellen van de koplamp. 135 Richtingaanwizers voor. 138 Lampenset achter. 138 Richtingaanwijzers achtel 139 Kentekenverlichtin 140 Achteruitkjkspiegels. 140 Schijfrem voor en achter. 142 Stilstand van het voertuig. 144 Reinigen van het voertui 146 Vervoer.… 150 Controle van de speling van de ketting 151 Regeling van de speling van de kettng. 152 Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon

UITGEVOERD WORDEN. Koolmonoxide Wanneer het nodig is om de motor te doen werken om een handeling uit te voeren, controleertmen of ditin een open ruimte of in een goed geventileerd lokaal gebeurt. Laat de motor nooït werken in een gesloten ruimte. Wanneer men in een gesloten ruimte werkt, gebruikt men een evacuatiesysteem voor de uitiaat- gassen. LET OP

STOF VEROORZAKEN. Warme onderdelen De motor en de onderdelen van de uit- laatinstallatie worden zeer warm en bli- ven lang warm, ook nadat de motor wordt uitgezet. Vooraleer men deze onderde- len hanteert, draagt men isolerende handschoenen, of wacht men tot de mo- tor en de uitlaatinstallatie zijn afgekoeld. Koelvloeistof De koelvioeistof bevat ethyleenglycol, wat in sommige omstandigheden ont- viambaar is. Wanneer het brandt, produ- ceert ethylglycol onzichtbare vlammen, die toch brandwonden veroorzaken: LET OP

VERWIJ DER DE RADIATORDOP NIET

NIET MET UW GEWICHT OF DAT VAN DE PASSAGIER. Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid Behalve waar gespecificeerd wordt in dit Gebruiks- en onderhoudsboekje, mag geen enkel mechanisch of elektrisch on- derdeel gedemonteerd worden. LET OP

Plaats van de hoofdcomponenten (02_02) Legende: Linker ziplaatie Linker richtingaanwijzer voor- aan Vioeistoftank van de koppeling Linker achteruitkiks piegeltie Accu Documentenruimte / gereed- schapskit Hoofdzekeringen Secundaire zekeringen BunyeoA z / 2PIY2A 7

Zekeringen ABS Zadel Achterlicht Linker richtingaanwizer achter- aan Slot van de documentenruimte / gereedschapskit Linker voetensteun van de pas- sagier (met kliksysteem, geslo- ten / open) Achtervork Transmissieketting Linker voetensteun van de be- stuurder Laterale standard Commandohendel voor het schakelen Centrale Akoestische melder Voorste schijfrem links Rechter richtingaanwizer ach- teraan Nummerplaaticht Dop van de brandstoftank Brandstoftank Linker achteruitkikspiegelte Vioeistoftank van de voorrem Rechter richtingaanwijzer voor- aan Dop van het expansievat Voorlicht Expansievat Voorste geluidswiel Voorste schijfrem rechts Sensor ABS vooraan Luchtfilter Centrale ABS Filter van de motorolie

Dop van de motorolie Peil van de motorolie Commandohendel van de ach- terrem Rechter voetensteun van de be- stuurder Pomp van de achterrem Sensor ABS achteraan Achterste geluidswiel Achterste schifrem Achterste schokdemper Rechter voetensteun van de passagier (met kiksysteem, ge- sloten / open) Vioeistoftank van de achterrem BunyeoA z / 2PIY2A 7

Legenda (02_03) Legende en plaats van de comman- do's / instrumenten

2. Schakelaar van de ontsteking /

stuurslot Dashboard Hendel van de voorrem Gashandvat Drukknop voor het knipperen van het groot licht

12. Plug socket 9. Drukknop van de akoestische

13. Glove-boxes melder

11. Startknop / stop motor / selectie

Het dashboard heeft een immobilizer die de start belet wanneer het systeem de sleutel die eerder werd opgeslagen niet herkent. Bi het voertuig worden twee reeds opge- slagen sleutels geleverd. Het dashboard aanvaardt tegelikertid maximum vier sleutels: voor hun activering of voor het desactiveren van een verloren sleutel, moet men zich wenden tot een Officièle aprilia Dealer. Wanneer het voertuig wordt overhandigd, zal ongeveer 10 se- conden lang na het draaien van de sleutel in positie ON het dashboard vragen om een persoonlijke code van vif cijfers in te voeren. Deze vraag zal nietmeer worden weergegeven nadatde persoonlike code werd ingevoerd. Voor de procedure van het invoeren van de code moet de para- graaf WIJZIGING VAN DE CODE ge- raadpleegd worden Het is belangrijk om de persoonlijke code te herinneren, omdat deze dient voor het volgende: + _ hetstarten van het voertuig wanneer de werking van het immobilizersysteem defect is

+ het vermijdt de vervanging van het dashboard wanneer de ontstekingsschakelaar moet vervangen worden + _hetopslaan van nieuwe sleu- tels Groep controlelampjes (02_05) Legende:

tingaanwijzer, groen

standaard uitgeklapt, amber- geel

richtingaanwijzer, groen

al display (02_06, 02_07, 02_08, 02_09, 02_10, 02_11, 02_12) + Door de ontstekingssleutel in positie KEY ON'te draaien, wordt op het dashboard het vol- gende weergegeven voor twee seconden: - Het logo 'SHIVER" - Alle controlelampen + De wijzer van de toerenteller verplaatst zich en keert daarna terug naar de beginpositie. De algemene schikking van het beeld- scherm dat verschint is de volgende: - Omgevingstemperatuur; - Klok; - geselecteerde lokalisatie; - snelheidsmeter; - hodogram, boordjouraal of accessoi- refuncties

+ Bovenaan het dashboard wor- den de volgende functies weer- gegeven: MODALITEIT 1 - versnelling ingeschakeld: dit is een be- rekende waarde, en wordt dus enkel weergegeven, met een lichte vertraging, wanneer het voertuig in versnelling ge- schakeld is en wanneer de koppeling niet ingeknepen is - klok (bruikbaar in de modaliteit H24, en in modaliteit H12 zonder aanduiding AM / PM) - meting van de omgevingstemperatuur in °C of in °F) MODALITEIT 2 - ronde en tjd per ronde + Op het centrale deel worden de volgende functies getoond: - snelheid (snelheidsmeter) - balk van de motortemperatuur + Ophetonderste deel worden de volgende functies getoond: - hodogram totaal - gegevens van de boordcomputer - eventuale alarmen BunyeoA z / 2PIY2A 7

2 km na de aanschakeling van de con- trolelamp van de brandstofresenve ver- schijnt op het digitaal display de aandui- ding van het aantal afgelegde km in reserve. Wanneer deze actief is, verdwint ze bij het drukken op één van de commando's van de joystick en verschint ze weer na 60 seconden. Wanneer het voertuig zich in reserve be- vindt, licht de controlelamp 60 seconden na "KEY ON" op. Wanneer de buitentemperatuur lager of gelik is aan 3°C (37°F), verschinthet is- symbool op het display. Wanneer de limieten van de onderhouds- intervals worden overschreden, ver- schijnt een icoon methetsymbool van de engelse sleutel. Wanneer de geprogram- meerde onderhoudshandelngen bi de dealers en geautoriseerde aprilia gara- ges worden uitgevoerd, kan deze aan- duiding geélimineerd worden.

Wanneer de sleutel in de positie "KEY ON" wordt gedraaid en er ontbreken 300km tot het uitvoeren van het gepro- grammeerd_onderhoud, knippert de icoon met de ‘engelse sleutel" voor vif seconden. Met de sleutel in positie "KEY OFF" knip- pert de controlelamp van het algemeen alarm om de activering van het immobili- zersysteem te melden. Om het verbruik van de accu te veminderen, houdt het knipperen op na 48 uren. Alarmen (02_13, 02_14, 02_15, 02_16, 02 17, 02 18) Wanneer een onregelmatigheid gedetec- teerd wordt, wordt op het onderste deel van het display een icoon weergegeven die verschilt afhankelik van de oorzaak. Men moet zich onmiddellijk tot een Offi- ciêle aprilia Dealer wenden. ALARM SERVICE Wanneer een onregelmatigheid gedetec- teerd wordt door het dashboard of de elektronische centrale, meldt het dash- board de onregelmatigheid door de icoon SERVICE weer te geven en door het op- lichten van de rode controlelamp van het algemeen alarm BunyeoA z / 2PIY2A 7

Wanneer bij de ontsteking een onregel- matigheid van de immobilizer wordt ge- detecteerd, vraagt het dashboard om de code van de gebruiker in te voeren Wan- neer de code correct wordt ingevoerd, meldt het dashboard de onregelmatig- heid door het symbool SERVICE weerte geven en door het oplichten van de rode controlelamp van het algemeen alarm.

ALARM URGENT SERVICE

Een emnstige onregelmatigheid wordt ge- meld door het snel knipperen (hee knip- peringen per seconde) van de controle- lamp van hetalgemeen alarm, en door de afwisselende weergave van de opschrif. ten URGENT en SERVICE op hetdigitaal display. Men moet zich onmiddellik tot een Officiéle aprilia Dealer wenden. In deze gevallen activeert de centrale een veiligheidsprocedure door de prestaties van het voertuig te beperken, zodat met beperkte snelheid de Offcièle aprilia Dealer kan bereikt worden. Naargelang hettype van onregelmatigheid kunnen de prestaties op twee manieren beperkt worden: a) door het maximum geleverde koppel te verminderen; b) door de motor aan een toerental te houden dat iets ho- ger is dan het minimum (tjdens deze werking wordt het gascommando gedis- activeerd).

Onregelmatigheid van de tempera- tuursensor van de lucht In geval van een onregelmatigheid van de temperatuursensor van de lucht, wordt het alarm op het dashboard vast weergegeven met het symbool "op de plats van de aanduiding van de tempe- ratuur. In dit geval licht de rode controle- lamp van het algemeen alarm niet op. Onregelmatigheid olie In geval van een onregelmatigheid van de oliedruk of de sensor van de oliedruk, meldt het dashboard de onregelmatig- heid met een ampul en het oplichten van de rode controlelamp van het algemeen alarm Alarm oververhitting van de motor Het alarm van de oververhiting van de motor wordt geactiveerd wanneer de temperatuur gelijk of hoger is dan 110 °C (230 °F), en dit wordt gemeld door het oplichten van de rode controlelamp van het algemeen alarm en door het knippe- ren van de icoon van de thermometer op het display. BunyeoA z / 2PIY2A 7

Alarm elektronische centrale niet ver- bonden Wanneer de afwezigheid van de verbin- ding wordt gedetecteerd, meldt het dash- board de onregelmatigheid door hetsym- bool van het niet verbonden zijn weer te geven en door het oplichten van de rode controlelamp van het algemeen alarm. Alarmen richtingaanwijzers Wanneer het dashboard het stukgaan van de richüngaanwijzers detecteert, knippert de controlelamp van de richting- aanwijzers eens zo snel, en verschit de aanduiding op het digitaal display. Selectie lokalisaties (02_19, 02 20, 02 21) De centrale voor de besturing van de mo- tor voorziet 3 verschillende "lokalisaties" van de besturing van de elektronische gashendel, die als volgt worden weerge- geven bovenaan links op het digitale dis- play op het dashboard: *_T voor de lokalisatie TOURING *_S voor de lokalisatie SPORT

  • R voor de lokalisatie RAIN

De modaliteit TOURING werd bedacht voor een toeristisch gebruik van het voer- tuig. De modaliteit SPORT is reactiever, en werd bedacht voor een sportief gebruik van het voertuig LET OP

GEN EN/OF MET EEN SLECHTE WEG- LIGGING WORDT AFGERADEN. De modaliteit RAIN werd bedacht voor het gebruik van het voertuig op natte we- gen of met een slechte wegligging. Het systeem verminderthetmaximale koppel dat geleverd wordt door de motor maar geeft het op een zachte manier, zodat een betere grip verkregen wordt. In deze modaliteit worden de prestaties van de motor beperkt, en kan de maximum snel- heid dus niet bereikt worden.

LIGGING. De overgang naar de verschillende loka- lisaties gebeurt door middel van de in- werkingstelling van de startknop, die 5 sec na de start van de motor de functie Bunysoa z / aIYeAz

van selectieknop voor de lokalisaties aanneemt. LET OP

WORDT. Om de lokalisatie te wijzigen, moet als volgt gehandeld worden: + wanneer voor de eerste keer op de knop gedrukt wordt, wordt hetsymbool van de actueel toe- gepaste lokalisatie ‘in negatief" weergegeven op het display + wanneer binnen 1,5 seconden voor een teede keer op de knop gedrukt wordt, wordt de volgende lokalisatie geselec- teerd die steeds negatief wordt weergegeven op het display. Wanneer meer dan 1,5 sec ver- striken zonder dat op de knop gedrukt wordt (anders wordt de volgende lokalisatie geselec- teerd) en zonder gas te geven, wordt de nieuwe lokalisatie "in positief" meergegeven op het display, en wordt deze dus ef- fectiefals nieuwe lokalisatie toe- gepast.

DO WORDT LOSGELATEN. Commandoknoppen (02_22, 02_23, 02 24, 02 25) Boordjournaal 1 en 2 Er zin tee boordjoumaals aanwezig. Met een lange druk op het commando MODE naar links, wordt het BOORD- JOURNAAL 1 geselecteerd, en licht de icoon "1" op het DIGITAAL DISPLAY op Met een lange druk op het commando MODE naar rechts, wordt het BOORD- JOURNAAL 2 geselecteerd, en licht de icoon "2" op het DIGITAAL DISPLAY op In elk journaal wordt bij elke korte druk van hetcommando MODE naar rechts of naar links achtereenvolgens de volgende informatie weergegeven: HODOMETER TOTAAL BunyeoA z / 2PIY2A 7

HODOMETER PARTIEEL TI]DSDUUR MAXIMUM SNELHEID GEMIDDELDE SNELHEID GEMIDDELD BRANDSTOFVERBRUIK ONMIDDELLIJK BRUIK BRANDSTOFVER- MENU (enkel wanneer het voertuig stil- staat) Bij de volgende trefwoorden: HODOME-

MUM SNELHEID, GEMIDDELDE SNEL-

BRUIK wisteen korte druk op de centrale tvets alle aanduidingen die opgeslagen werden in het actieve BOORDJ OUR- NAAL. Wanneer de snelheid nul is en wanneer het beeldscherm MENU verschint, geeft een lange druk op de centrale toets toe- gang tot de geavanceerde functies van het dashboard.

CHRONOMETER Om de chronometer te gebruiken, moet de functe CHRONOMETER geselec- teerd worden in het MENU van de ge- avanceerde functies van het dashboard. De chronometer zal bovenaan het digi- taal display verschinen, en vervangt de aanduiding van de versnelling, de kiok en de omgevingstemperatuur. Wanneer het voertuig in beweging is, wordt de werking van de chronometer ge- controleerd door de centrale toets van het commando MODE. De start van de chronometer wordt uitge- voerd met een korte druk op de centrale tvets. De eerste druk doet de tjdmeting starten. Wanneer men nog drukt tjdens de eerste 10 seconden na het begin van de tijdmeting, herbegint de chronometer vanaf nul. Na deze periode zal bi) een volgende druk het gegeven opgeslagen worden, en zal de volgende meting star- ten. Met een lange druk op de centrale toets of wanneer de snelheid terugkeert naar nul, wordt de meting geannuleerd, en op het display verschijnt de laatste meting De sessie start weer zoals hierboven werd beschreven. Na de verwerving van 40 tijdmetingen, stopt de venwerving. Een nieuwe sessie tijdmetingen kan enkelhemomen worden wanneer de eerder uitgevoerde metingen BunyeoA z / 2PIY2A 7

gewist worden methet MENU van de ge- avanceerde functies van het dashboard. Geavanceerde functies (02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02 30, 02 31) MENU Het configuratiemenu, dat rechtstreeks vanaf het beeldscherm van hetmenu kan bereikt worden, bestaat uit de volgende trefwoorden: - EXIT - INSTELLINGEN - CHRONOMETER - DIAGNOSTIEK - TALEN. INSTELLINGEN Het menu van de INSTELLINGEN be- staat uit de volgende trefwoorden: - EXIT

- WIJZIGING VAN DE CODE

=°C/E -12/24h De functies van het menu van de instel- lingen worden aangeduid in de volgende paragrafen Na het beëindigen van de handeling keert het display terug naar hethoofdme-

In deze modaliteit wordt de waarde van de klok ingesteld. Het hoofdscherm ver- schijnt weer, met de opschrift "REGE- LING VAN DE KLOK". Wanneer deze modaliteit wordt bereikt, zal de aanduiding van de minuten ver- dwinen en zal enkel die van de uren bliven. Bij elke druk naar rechts van de keuzeschakelaar MODE verhoogt de waarde van de uren, en symmetrisch bij elke druk naar links van de keuzescha- Kelaar MODE verlaagt de waarde van de uren. Een druk op het centrale deel van de keuzeschakelaar MODE slaat de in- gestelde waarde op, en er wordt overge- gaan naar de regeling van de minuten. Wanneer deze modaliteit wordt bereikt, verduint de aanduiding van de uren en blift enkel die van de minuten. Bij elke druk naar rechts van de keuzeschakelaar MODE verhoogt de waarde van de minu- ten, en symmetrisch bij elke druk naar BunyeoA z / 2PIY2A 7

links van de keuzeschakelaar MODE ver- laagt de waarde van de minuten. Een druk op hetcentrale deel van de keu- zeschakelaar MODE slaat de ingestelde waarde op, en wordt de modaliteit van de regeling van de klok veriaten. SCHAKELLIMIET In deze functie stelt men de waarde van de schakellimietin. Hethoofdscherm ver- schijnt met de melding "SCHAKELLI- MIET". Bij elke druk naar rechts van de MODE schakelaar verhoogt de limietwaarde met 100 RPM, en viceversa bij elke druk naar links van de MODE schakelaar verlaagt de limietwaarde met 100 RPM Bi het bereiken van de limiet, onderste of bovenste, heeftelke volgende druk op de schakelaar geen enkel effect. De handeling eindigt met een druk op de MODE schakelaar in de centrale positie, waardoor de ingestelde waarde wordt opgeslagen, de wijzer keert terug naar nul, en het dashboard gaatterug naar de pagina van hetmenu van de configuratie. Bij de eerste aansluiting van de accu wordt het dashboard ingesteld op de waarde van de toeren van de proefperi- ode, en bi de volgende aansluitingen wordt het ingesteld op de laatst ingestel- de waarde:

+ MINIMUM TOERENTAL: 5000 toeren/min (rpm) + MAXIMUM TOERENTAL: 12000 toeren/min (rpm) Bihetoverschriden van de vastgestelde waarde knippert de alarmcontrolelamp op het dashboard tot onder de limiet wordt teruggekeerd

INTENSITEIT VAN DE RETROVER-

LICHTING Met deze functie kan de intensiteit van de retroveriichting ingesteld worden op drie niveaus. Bijelke druk naar rechts of links van de MODE schakelaar, kan de gebrui- er de volgende iconen lezen:

  • HIGH Op het einde van de handeling keert het dashboard met een druk op de MODE schakelaar in centrale positie terug naar het menu INSTELLINGEN Wanneer de accu wordt losgekoppeld, wordt het display aan de maximum hel- derheid geconfigureerd. BunyeoA z / 2PIY2A 7

CODE WIJZIGEN Deze functie wordt gebruikt wanneer men over de oude code beschikt, en wan- neer men deze wil wijzigen. In deze func- tie verschijnt de melding:

"VOER DE OUDE CODE IN"

Na de herkenning van de oude code wordt er gevraagd om de nieuwe code in te voeren, en het display toont de volgen- de melding:

"VOER DE NIEUWE CODE IN"

Op het einde van de handeling keert het display terug naar het menu DIAGNOS- TIEK. Wanneer men deze met de code heeft bereikt, wordt deze handeling niet toegelaten. Op het einde van de handeling keert het dashboard terug naar het menu INSTEL- LINGEN.

Wanneer voor de eerste keer wordt op- geslagen, wordt enkel het invoeren van de nieuwre code gevraagd. CODE RESETTEN Deze functie wordt gebruikt wanneer men niet over de oude code beschikt en wanneer men deze wil wijzigen, in dit ge- val moet men minstens twee sleutels in hetontstekingsblokje plaatsen. De eerste is reeds geplaatst, en daama wordt het plaatsen van de teede gevraagd met de melding:

"PLAATS DE TWEEDE SLEUTEL"

Tidens de overgang van de ene naar de andere sleutel blift het dashboard opge- licht, en wanneer de sleutel niet binnen de 20 seconden wordt geplaatstwordt de handeling beëindigd. Na de herkenning van de teede sleutel wordt de invoer van de nieuwe code gevraagd met de melding:

"VOER DE NIEUWE CODE IN"

Op het einde van de handeling keert het display terug naar het menu DIAGNOS- TIEK. Wanneer men deze met de code heeft bereikt, wordt deze handeling niet toegelaten. Op het einde van de handeling keert het dashboard terug naar het menu INSTEL- LINGEN. BunyeoA z / 2PIY2A 7

°CI°F Om deze moditeit te bereiken, moet in het menu INSTELLINGEN °C / °F gese- lecteerd worden. Dit menu selecteert de meeteenheid van de omgevingstemperatuur: °C of °F. 12H / 24H Om deze modaliteit te bereiken, moet in hetmenu INSTELLINGEN 12H / 24H ge- selecteerd worden. Dit menu selecteert de weergave 12H of 24H van de klok. CHRONOMETER Om de functie van de chronometer te be- reiken, moet op het configuratiemenu het trefwoord CHRONOMETER geselec- terd worden. Wanneer de functie CHRONOMETER wordt geselecteerd, verschint een beeldscherm met de vol: gende opties: - EXIT - ACTIVERING CHRONOMETER - WEERGAVE METINGEN - WISSEN METINGEN Activering van de chronometer

Wanneer dit wordt geselecteerd, wordt een pagina bereikt waar de functie kan geselecteerd worden die u bovenaan het display wil: klok of chronometer. Het dashboard blift ook na een plaat- sing / verwidering van de sleutel in de gekozen configuratie. Visualiser de metingen Deze functie toont de verworven chrono- metertiden. Met korte drukken op de keuzeschakelaar MODE naar rechts en links worden de pagina's van de metin- gen overlopen, en met een lange druk verschint op het display het menu CHRONOMETER. Wanneer de accu wordt losgekoppeld, verliest men de op- geslagen tiden. Wis de metingen Deze modaliteit elimineert de verworven chronometertijden. De bevestiging voor het wissen wordt gevraagd. Na het be- eindigen van de handeling keert het dis- play terug naar het menu CHRONOME- TER. DIAGNOSTIEK BunyeoA z / 2PIY2A 7

Wanneer het configuratiemenu wordt be- reikt, is het mogelik om het trefwoord DIAGNOSTIEK weer te geven Dit menu wordt geïnterfaced met de sys- temen die aanwezig zijn op de motor, en voert hierop de diagnose uit. Om deze te activeren moet de toegangscode inge- voerd worden, die enkel in hetbezitis van de assistentiecentra van aprilia. TALEN Vanaf het configuratiemenu kan de func- tie van de TALEN bereikt worden. Wan- neer het trefwoord TALEN wordt gese- lecteerd, kan de taal van de interface gekozen worden De opties zijn: - ITALIAANS - ENGELS - FRANS - DUITS - SPAANS Op het einde van de handeling keert het display terug naar het menu TALEN

Startschakelaar (02_32) De ontstekingsschakelaar (1) bevindt zich op het voorste deel van de brand- stoftank. Bij het voertuig worden twee sleutels bij- geleverd (één reservesleutel). Het uitgaan van de lichten gebeurt wan- neer de ontstekingsschakelaar op «OFF» wordt geplaatst.

TISCH OP NA DE START VAN DE MO- TOR. LOCK: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelik om de motor te starten en om de lichten te activeren. Hetis mogelik om de sleutel te verwijderen OFF: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is moge- lik om de sleutel te verwijderen ON: De motor kan gestart worden. Het is niet mogelik om de sleutel te verwijde- ren. BunyeoA z / 2PIY2A 7

Stuurslot vergrendelen Om het stuur te blokkeren: + Draai het stuur volledig naar links. + Draai de sleutel in positie «OFF». + Druk op de sleutel en draai hem in te- genwijzerzin (naar links) rond, stuur lang- zaam tot de sleutel op «LOCK» wordt geplaatst. + Vernijder de sleutel. LET OP

HET VOERTUIG NIET VERLIEST. Drukknop claxon (02_33) Wanneer deze ingedrukt wordt, wordt de akoestische melder in werking gesteld.

Schakelaar richtingaanwijzers (02_ 34) Verplaats de schakelaar naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats de schakelaar naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk op de schakelaar om de richting- aanwijzer te deactiveren. LET OP

RICHTINGAANWIJ ZERS VERBRAND. Knop die knippert voor groot licht (02_35) Hiermee kan men het knipperen van het grootlicht gebruiken, in geval van gevaar of nood Wanneer men de drukknop loslaat, wordt hetknipperen van het groot licht gedeac- tiveerd. BunyeoA z / 2PIY2A 7

Inschakelknop alarmlichten (02_36) Door op de knop te drukken, met de ont- stekingsschakelaar in positie "ON", wor- den de vier richtingaanwizers en de relatieve controlelampen op het dash- board geliktidig geactiveerd De HAZARD blift ook actief wanneer de sleutel wordt verwijderd, maar kan niet gedesactiveerd worden. Om HAZARD te desactiveren, moet de schakelaar in po- sitie "ON" gebrachtworden en moetweer op de knop gedrukt worden. Startknop (02_37) Door op de drukknop te drukken doet de startmotor de motor draaien. LET OP

Stopschakelaar motor (02_38) Dit is een veiligheidsschakelaar of een noodstopschakelaar. Druk op de schakelaar om de motor st te leggen Antiblokkeersysteem ABS HetABS is een mechanisme dathetblok- keren van de wielen belet in geval van een noodremming, door de stabiliteit van het voertuig tidens het remmen te ver- hogen tegenover een traditioneel rem- systeem. Met het ABS systeem wordt de controle van het voertuig verbeterd, maar de fysi- sche limieten van de wegligging van het voertuig mogen niet overschreden wor- den. De bestuurder is verantwoordelik om aan een gepaste snelheid te riden, door rekening te houden metde weersin- viveden en de toestand van hetwegdek, en door de noodzakelike veiligheidsmar- ge te laten. HetABS kan in de verschillende situaties beoordelingsfouten en hetoneigenlik ge- bruik van de remmen niet compenseren BunyeoA z / 2PIY2A 7

ABS NIET KAN ELIMINEREN. Bij de start van het voertuig, na de begin- check van het dashboard, knippert de controlelamp van hetABS tot sneller dan 5 km/h (3.1 mph) wordt gereden, waarna ze uitgaat.

Als de controlelamp van het ABS blijft knipperen of vast oplicht, werd een sto- ring gedetecteerd en wordt het ABS au- tomatisch gedesactiveerd. In dat geval moeten de volgende hande- lingen uitgevoerd worden: - stop het voertuig: - sleutel OFF-ON; - ri harder dan 5 km/h (3.1 mph): de con- trolelamp ABS moet uitgaan: = hetABS is in werking, Als de melding van het gedesactiveerde ABS aanhoudt: IN DIT GEVAL WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer.

RIJ VEILIGHEID TE VERLAGEN. Technische kenmerken Afstand tussen het geluidswiel en de achterste sensor 0,1 - 2,00 mm (0.004 - 0.079 in) Afstand tussen het geluidswiel en de voorste sensor 0,1- 3,17 mm (0.004 - 0.125 in) immobilizersysteem (02_39) Om de bescherming tegen diefstal te ver- hogen, is het voertuig uitgerust met een elektronisch blokkeersysteem van de motor, dat automatisch wordt geacti- veerd wanneer de ontstekingssleutel wordt venwijderd. Bewaar de teede sleutel op een veilige plaats, omdat wanneer ook de tweede sleutel wordt verloren, het niet meer mo- gelik is om een kopie te maken. Dithoudt BunyeoA z / 2PIY2A 7

in dat vele onderdelen van het voertuig moeten vervangen worden (naast de slo- ten). Elke sleutel heeft in de handgreep een elektronisch mechanism - transponder - die hetverzonden radiofrequentiesignaal moduleert bij de start, langs een in de schakelaar ingebouwde speciale anten- ne. Het gemoduleerd signaal vormt het “wachwoord" waarmee de speciale cen- tale de sleutel herkent, en enkel aan deze voonwaarde de start van de motor toestaat. LET OP

DEALER MET ALLE SLEUTELS DIE

MOETEN GEACTIVEERD WORDEN. De werkingsmodaliteit van de immobil- zer wordt gemeld door een controlelamp

1) op het dashboard:

+ Immobilizer uitgeschakeld con- trolelamp uit.

+ Immobilizer ingeschakeld con- trolelamp knippert. + Sleutel niet herkend snel knip- peren. Opbergruimte (02_40) NB.

REINIGD WORDT. + Open de opbergruimte (als op de rechter zijde van het voertuig gehandeld wordt, moet de sleu- tel gebruikt worden). + Draai de vijf bouten los, en ver- wijder ze. + Verwijder de ruimte langs bo- ven, door ze te draaien. BunyeoA z / 2PIY2A 7

Zadel openen (02_42, 02_43, 02_44) + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Plaats de sleutel (1) in het slot. + Draai de sleutel (1) in tegenwij- zerszin, verwijder hem, en hef hetzadel op (2). Binnenin het uiteinde van het voertuig werd een nuttige documentenruimte/ge- reedschapskit voorzien. Om dit te berei- ken is het voldoende om het zadel (2) op te heffen. Om het zadel te blokkeren (2): + Plaats hetzadel (2) zodat de voorste bevestigingen op de juiste plaats terecht komen + Duw op het midden van het za- del (2), overeenkomstig de ach- terste bevestigingen, zodat ze correct geplaatst worden. + Duwop hetzadeltje van de pas- sagier zodat het slot klikt. LET OP

Identificatie (02_46) Het is een goede gewoonte om het fra- menummer en het motomummer op de speciale plaats in dit boekje te schriven Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder- delen. LET OP

TIE FRAMENUMMER Het framenummer is gedrukt op de kop van het stuur, rechter kant. Frame nr... MOTORNUMMER Het motomummer is gedrukt op het on- derstel van de motorcarter, op de linker kant. Motor nr. BunyeoA z / 2PIY2A 7

Chap. 03 Use Hst. 03 Gebruik

Controleer de conditie van de riviekken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. xnge9 £/2SNE

Controleer de correcte werking van de veiligheidsschakelaar. Drive chain Check it for backlash.

Bevestigingselementen Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zin. Registreer of sluit ze eventueel. Transmissieketting Controleer de speling. Fuel tank Check the coolant level and refil if necessary. Check the circuit for leaks or obstructions. Check that the tank cap closes correct. Coolant Fluid level inside the expansion tank should be between the “FULL'and'LOW' reference marks. Engine stop switch (ON -OFF) Check function Lights, warning lights, hom, rear stop light switch and electrical devices Check function of hom and lights. Replace bulbs or repair any faults noted. Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien nodig. Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit. Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop. Koelvloeistof Het peil in het expansievat moet zich tussen de referenties FULL" en'LOW' bevinden. Tone wheels Check that the tone wheels are perfecty clean and in good conditions Schakelaar voor hetstilleggen van de motor (ON - OFF) Controleer de correcte werking. Lichten, controlelampen, akoestische melder, schakelaars van het achterste stoplicht en elektrische mechanismen Controleer de correcte werking van de akoestische en visuele mechanismen. Vervang de lampjes of grip in bi defecten. Geluidswielen Controleer of de geluidswielen perfectrein zin en nietbeschadigd zijn.

Tanken (03_02) Voor hettanken, handelt men als volgt: + Hefhet dekseltie (1) op. Plaats de sleutel (2) in het slot van de brandstofdop (3) Draai de sleutel in wijzerszin, trek aan het brandstofdeurtie en open het Capaciteit van de tank (inclusief de re- serve): 15 liter Reserve in de tank: 3 liter + Voer hettanken uit. LET OP

nadat men heeft getankt: + De dop kan alleen gesloten wor- den wanneer de sleutel (2) in- gebracht is. + Sluit de dop weer door er opte drukken, wanneer de sleutel (2) aanwezig is + Verwijder de sleutel (2). + Het dekselie (1) weer sluiten.

CONTROLEER OF DE DOP CORRECT

GESLOTENIS. Regulering achterdempers (03_03, 03_04, 03_05) De achterste ophanging bestaat uit een groep_ veer-schokdemper, _ verbonden door middel van een uni-ball aan het fra- me. Om de instelling te regelen is de schok- demper voorzien van een boutregister (1) voor de regeling van de hydraulische remming in extensie, van een moer voor de regeling van de voorbelasting van de veer (2) en van een blokkeermoer (3). LET OP

+ Gebruik de speciale sleutel, en draai gematigd de blokkeer- moer (3) los. + Handel op de regelmoer (2) om de voorbelasting van de veer (A) te regelen + Na de blokkering moet de moer (3) gesloten worden. + Handel op de bout (1) voor het regelen van de hydraulische remming in extensie van de schokdemper

Regulering voorvorken (03_06) LET OP OP DEZE VORK IS HET NIET MOGE- LIK OM EEN REGELING UIT TE VOE- REN. + Met de hendel van de voorrem geactiveerd, drukt men herhaal- delik op het stuur, door de vork te laten zakken. De loop moet zachtzin, en er mogen geen oliesporen op de stangen zijn. + Controleer de sluiting van alle onderdelen en de werking van alle bewegingsplaatsen van de voorste en achterste ophanging. LET OP

Regulering voorremhendel (03_07) Het is mogelik om de afstand te regelen tussen het uiteinde van de hendel (1) en hethandvat (2), door aan het register (3) te draaien. De MAX en MIN klikken komen overeen met een ruw geschatte afstand, tussen het uiteinde van de hendel en het hand- vat, van respectievelik 114 mm (4.49 in) en 96 mm (3.78 in). + Duw de commandohendel (1) vooruit en draai aan het register 31 tot de hendel (1) op de ge- wenste afstand wordt geplaatst. Regulering achterrempedaal (03_08) De commandohendels werden ergono- misch gepleatst tjdens de fase van de assemblage van het voertuig. Indien nodig is het mogelik om de positie van de hendels te regelen. + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draaide bout (1) gedeeltelik los + Draai de excentriek (2) door de optimale positie van het pedaal- te (3) te zoeken.

+ Sluitde bout(1) en controleer de Stabiliteit van de excentriek in positie LET OP

WORDEN, DIE U KAN KOPEN BI} EEN OFFICIÈLE aprilia DEALER. Regulering schakelhendel (03_09) Het is mogelik om de afstand te regelen tussen het uiteinde van de hendel (1) en hethandvat (2), door aan het register (3) te draaien. De MAX en MIN klikken komen overeen met een ruw geschatte afstand, tussen het uiteinde van de hendel en het hand- vat, van respectievelik 118 mm (4.65 in) en 115 mm (4.53 in). + Duw de commandohendel (1) vooruit en draai aan het register (3) tot de hendel (1) op de ge- wenste afstand wordt geplaatst. xnge9 £/2SNE

Inrijden De proefperiode van de motor is funda- menteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien moge- lik op wegen met veel bochten enof hel- lingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer effciëntere proefperiode. Wij- zig de risnelheid tjdens de proefperiode. Op deze manier kan men hetwerk van de onderdelen “belasten" en vervolgens “ontlasten”, door de delen van de motor af te koelen. LET OP

HET VOERTUIG. Men moet zich houden aan de volgen- de indicaties: + Versnel niet bruusk en volledig wanneer de motor aan een laag regime werkt, tijdens en na de proefperiode. + Tijdens de eerste 100 km (62 mij) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrivingsmateriaal van de pastilles op de remschiven te verkrijgen.

REN EN/OF SCHADE AAN HET VOER- TUIG TE VOORKOMEN. Starten des motors (03_10, 03_11, 03_ 12,03 13,03 14, 03_ 15) Dit voertuig beschikt over een aan- zienlijk vermogen en moet geleidelijk en zeer voorzichtig gebruikt worden. Plaats geen voorwerpen in het kapje {tussen het stuur en het dashboard) zodat de rotatie van het stuur en het zichtop het dashboard niet gehinderd worden.

Op dit moment gebeurt het volgende: Ga op het voertuig zitten in de ripositie Controleer of de standaard vol- ledig ingeklapt is Controleer of de schakelaar van de lichten (1) zich in de positie van de dimlichten bevindt. Plaats de schakelaar voor het stlleggen van de motor (2) op RUN Draai de sleutel (3) en plaats de ontstekingsschakelaar op "ON Op het multiunctioneel display verschint het beeldscherm van de start voor 2 seconden. Op het dashboard lichten alle controlelampen (4) en de retro- verlichting op voor 2 seconden: De wijzer van de toerenteller (5) gaat naar het schaalminimum, en na 3 seconden keert hi terug naar de minimum waarde Tijdens hetnormale gebruik van het voertuig wordt op de instru- menten de huidige waarde on- middellik getoond.

HET VOERTUIG. + Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel te active- ren. + Activeer de koppelingshendel (7) volledig en plaats de com- mandohendel van de versnel- lingsbak (8) in vri (groene con- trolelamp "N' (9) aan). + Op het voertuig is een starter aanwezig, die beheerd wordt door de centrale, die automa- tisch in werking treedt wanneer dit nodig is (koudstarten).

CIRCUIT ONVOLDOENDE. + Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek. xnge9 £/2SNE

HEID HEEFT ONTDEKT. Ride by wire Het voertuig is uitgerust met een innova- tef controlesysteem van de gashendel, RIDE BY WIRE genaamd, zodat de mo- tor op elk moment een optimal gedrag heeft, door rekening te houden met de eisen van de bestuurder, met de algeme- ne werkingscondities en met de externe condities (atmosferische druk, tempera- tuur). Het systeem kan vergeleken bi de

traditionele injectiesystemen een elektro- nische controle uitvoeren, ook van de gashendel, zodat de traditionele kabel vervangen wordt. Bij het rijden op hoog- tes compenseert het systeem RIDE BY WIRE een onvermidelik vermogensver- lies (1% elke 100 meter hoogteverschil door de lagere zuurstofconcentratie in de lucht), door te handelen op de opening van de viinderkleppen. De reactie van de motor op de vraag totkoppel, door middel van de gashendel, is bijgevolg dezelfde als wanneer op viaktes gereden wordt, door de natuurljke vermogensverminde- ring naar de maximum toerentallen te verplaatsen. De vlinderkleppen bevinden zich dus in de positie ‘helemaal open' wanneer de gashendel niet helemaal ge- draaid wordt; wanneer nog aan de gas- hendel gedraaid wordt, zullen de presta- ties van het voertuig dezelfde blijven: Start/besturing (03_16,03_17, 03_18, 03 19, 03_ 20, 03 21, 03_22) LET OP WANNEER TI} DENS HET RIJ DEN DE

INGEKLAPT IS. Om te vertrekken: + Startde motor. + Regel de inclinatie van de ach- teruitkikspiegelties op correcte wize. LET OP

VOLGEN. + Methet gashandvat (2) losgela- ten (Pos.A) en de motor aan het minimum toerental, moet de koppelingshendel (3) volledig geactiveerd worden. + Schakel in de eerste versnelling door de commandohendel van de versnellingsbak (4) naar be- neden te duwen. + Laat de remhendel los (geacti- veerd bij de start). LET OP Blj HET VERTREK KAN HET TE

+ Laatde hendel van de koppeling (3) langzaam los en geef tege- likertid gas door aan het gas- handvat (2) te draaien (Pos.B). Het voertuig zal beginnen rijden + De eerste kilometers beperkt men de snelheid om de motor op te warmen

OVERSCHRIJD HET AANBEVOLEN

TOERENTAL NIET. + Verhoog geleidelik aan de snel- heid door gradueel aan het gas- handvat te draaien (2) (Pos.B), zonder het aanbevolen toeren- talte overschrijden Om naar de tweede versnelling te schakelen:

+ Laat het gashandvat los (2) (Pos.A) en activeer de hendel van de koppeling (3), breng de commandohendel voor het schakelen omhoog (4), laat de hendel van de koppeling los (3) en geef gas + Herhaal de tee laatste hande- lingen om over te gaan naar de hogere versnellingen.

MANIER: + Wanneer men op een afdaling rijét en bi het remmen, gebruikt xnge9 £/2SNE

men de compressie van de mo- tor om de remactie te verhogen. + Wanneermen een helling oprijdt en de geschakelde versnelling is niet geschikt voor de snelheid (hoge versnelling, gematigde snelheid), het toerental van de motor verlaagt. LET OP WANNEER MEN TERUGSCHAKELT,

VERMI) DEN. + Laat het gashandvat los (2) (Pos.A) + Indien nodig activeert men ge- matigd de remhendels en min- dert men de snelheid van het voertuig. + Activeer de hendel van de kop- peling (3) en breng de comman- dohendel voor hetschakelen (4) omlaag, om naar de lagere ver- snelling te schakelen.

+ Laat de remhendels los indien geactiveerd + Laatde hendel van de koppeling (3) los en geef gematigd gas

ERATION AND BRAKING IN EXCESS. + Tijdens een momentele pauze houdtmen minstens één rem in- getrokken. LET OP

Parkeren De keuze van de parkeerzone is zeer be- langrik en moet de verkeerstekens en de volgende aanduidingen respecteren. LET OP

NIET MET UW GEWICHT OF DAT VAN DE PASSAGIER. Katalysator Het voertuig is uitgerust met een knal- demper met metalen katalysator van het type "trivalent met platina - palladium - rodium". Ditmechanisme moet de CO (koolmono- xide) en de HC (onverbrande koolwater- stoffen) die aanwezig zijn in de uitlaat- gassen oxideren, zodatze respectievelik omgezet worden in kooldioxide en water- damp.

WORDT VERNIETIGD. Men waarschuut de eigenaar van het voertuig dat de wethet volgende kan ver- bieden: + de venwijdering en elke hande- ling om eender welk toestel of samenstellend element in een nieuw voertuig niet-operationeel te maken, door eender wie, be- halve voor het onderhoud, de herstelling of de vervanging, om de lawaai-emissie te controle- ren véér de verkoop of levering van het voertuig aan de koper of wanneer het gebruikt wordt; + hetgebruik van het voertuig na- dat dit mechanisme of samen- stellend element werd verwij- derd of niet-operationeel werd gemaakt. Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitiaat en de buizen van de knaldemper, en controler ofer geen roestof boringen zin en of het uitaatsysteem correct werkt. Wanneer het lawaai van het uitlaatsys- teem verhoogt, contacteert men onmid- dellik een Officièle aprilia Dealer. xnge9 £/2SNE

AAN HET UITLAATSYSTEEM. Standaard (03_24) Wanneer men voor eender welk ma- noeuvre (bivoorbeeld het verplaatsen van het voertuig) de standard moet dichtklappen, handelt men als volgt voor het herplaatsen van het voertuig op de standaard: + De parkeerzone kiezen. + Grip het linker handvat (1) vast en steun de rechter hand op het achterste bovenste deel van het voertuig (2). + Duw op de laterale standaard met de rechter voet, en klap hem volledig uit (3) + __Hel het voertuig tot de stan- daard de grond raakt. + Draai het stuur volledig naar links.

HET VOERTUIG. Tips tegen diefstal LET OP

VERWIJDEREN VOORALEER MEN

ZELFS DE DOOD ALS GEVOLG. Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot. Parkeer het voertuig op een veilige pleats, indien mogelik in een ga- rage of een bewaakte plaats. Gebruik in- dien mogelik een extra antidiefstalme- chanisme. Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn Schrif uw gegevens en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval xnge9 £/2SNE

van het terugvinden van het voertuig na diefstal. NAAM: VOORNAAM: ADRES: .... TELEFOONNUMMER:. WAARSCHUWING

ONDERHOUDSBOEK]E. Basis veiligheidsnormen (03_25, 03_26, 03_27, 03 28, 03_29) Schenk maximaal aandacht aan de vol- gende velligheidsaanduidingen, omdat ze opgesteld zijn om letsels aan perso- nen, schade aan voorwerpen of het voer- tuig te vermiden, die afkomstig zijn doordat de bestuurder of de passagier vallen, enfof van het vallen of omslaan van het voertuig zelf. Het op- en afstappen van het voertuig moet gebeuren met een totale bewe- gingsvriheid en zodat de handen niet worden gehinderd (voorwerpen, niet ge- dragen helm of handschoenen of bril).

Men moet steeds opstappen en afstap- pen aan de linker kant van het voertuig, en enkel wanneer de laterale standaard uitgeklapt is. De standaard is ontworpen om het ge- wicht van het voertuig met een minimum last te steunen, zonder bestuurder en passagier. Het opstappen in de ripositie wanneer het voertuig op de laterale standaard staat, is enkel toegestaan om de moge- likheid te voorkomen dat het valt, en de laterale standaard is niet voorzien om het gewicht van de bestuurder en de passa- gier te dragen. Tidens het op- of afstappen kan het ge- wicht van het voertuig evenwichtsverlies veroorzaken, met als gevolg de mogelijk- heid op het vallen en het omslaan. LET OP

Bovendien moetde passagier voorzichtig op- en afstappen om het voertuig en de passagier niet uit evenwicht te brengen. LET OP

WORDT GEBRACHT. OPSTAPPEN + Grip hetstuur correct vasten stap op het voertuig zonder uw gewicht op de laterale stan- daard te laten rusten. LET OP

KLAAR OMTE STEUNEN. + Laatbeide voeten op de grond steunen, plaats het voertuig recht vooruit, en houd het in evenwicht LET OP

DEN. + De twee voetensteunen van de passagier door de passagier la- ten afnemen. + De passagie aanwizingen ge- ven hoe het voertuig te bestij- gen. + Met de linkervoet de laterale standaard helemaal laten in- klappen. AFSTAPPEN De parkeerzone kiezen. + Het voertuig stileggen

CONTROLEER OF HET TERREIN VAN

VLAKIS. + Met de linker hiel duwt men te- gen de laterale standaard, en klapt men deze volledig uit. LET OP

KLAAR OMTE STEUNEN. + Beide voeten op de grond zet- ten, en hetvoertuig in de rijstand in evenwicht houden. + De passagier aanwijzingen ge- ven hoe van hetvoertuig te stap- pen. GEVAAR OP VALLEN OF OMSLAAN.

TEN. + _Hel het voertuig tot de stan- daard de grond raakt. + Grip hetstuur correct vast, en stap van het voertuig. + Draai het stuur volledig naar links. + Klap de voetensteunen van de passagier in. xnge9 £/2SNE

Chap. 04 Maintenance Hst. 04 Onderhoud

Controle van het peil van de motorolie (04_01) Controleer regelmatig het peil van de mo- torolie

TEMPERATUUR TE BRENGEN). + Leg de motor st + Houd het voertuig in verticale positie metde twee wielen op de grond. + Controleer het oliepeil langs de daarvoor bestemde opening op de motorcarter. MAX = maximum peil. MIN = minimum peil. Het verschil tussen het "MAX" en het "MIN" bedraagt ongeveer 600 cc (36.61 cu in). + Het peil is correct wanneer on- geveer het "MAX" peil bereikt wordt. PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

Het bijvullen van motorolie (04_02) LET OP

DE MOTOR TE VEROORZAKEN. Indien nodig herstelt men het peil van de motorolie: + Draai de tankdop (1) los en ver- wijder hem. Wanneer een trechter of iets anders gebruikt wordt, moet deze perfect ge- reinigd worden.

+ Herstel het juiste peil door de tank bij te vullen. Vervanging van de motorolie (04_03, 04 04)

VOLGENDE INSTRUCTIES. Controleer regelmatig het peil van de mo- torolie. Voor de vervanging: LET OP

4 Maintenance / 4 Onderhoud

GENDE HANDELINGEN. Reinig met een doek zorgvuldig de zone rondom de vuldop (1) van eventuele vuilafzettingen: Plaats een recipiënt met een mi- nimum capaciteit van 4000 cc (244 cu in) onder de afvoerdop

Draai de afvoerdop (2) los en verwijder hem. Draai de vuldop (1) los en ver- wijder hem. Voer de olie af, en laatze enkele minuten uitdruipen in het recipi- ënt. Vervang de dichtingsrondel van + Remove any metalscrapattach- ed to the drainage plug (2) mag- net. Screw and tighten the drainage plug (2). Locking torques (N*m) Oil drainage plug - M16x1.5 19 Nm (14.01 Ibf ft)

de afvoerdop (2). + Verwijder de metalen afzettin- gen van de magneet van de af- voerdop (2). + Draai de afvoerdop (2) vasten sluit hem. Aandraaikoppels (N*m) Afvoerdop van de olie - M16x1,5 19 Nm (14.01 Ibf ft)

ILTER + Voer de vervanging van de mo- toroliefiter (3) elke 20000 km (12428 mij) uit (of bij elke ver- vanging van de motorolie). + Verwijder de filter van de motor- olie (3). Gebruik geen filter die reeds werd ge- bruikt. *__ Draai de motoroliefilter (3) vast. Banden Dit voertuig is voorzien van banden zon- der binnenband (tubeless)

4 Maintenance / 4 Onderhoud

BANDEN. Minimum dieptelimiet van het rijvlak: vooraan en achteraan 2 mm (0.079 in) {USA 3 mm - 0.118 in) en alleszins niet minder dan voorgeschreven door de van PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

kracht zinde wetgeving van het land waar het voertuig wordt gebruikt. Demonteren van de bougie LET OP

+ Verwijder de opbergruimte. + Draai de bout (1) los en verwij- der ze, en verplaats de richting- aanwijzer omlaag. + Draai de bout (2) los, verwijder ze, en venwijder de bedekking. + Draai de vier bouten (3) los en venwijder ze. + Koppel de connector van de richtingaanwizer los, en verwij- der de klem die de kabel blok- keert. + Verwijder de zijplat, en letop voor de vinnen van de klemver- bindingen. LET OP VOOR DE HERONTAGE VAN DE ZIj-

DE ONDERDELEN. Demonteren van het luchtfilter LET OP

WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN OFFICIÈLE aprilia DEALER. Demonteren van het luchtfilter LET OP

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

HOUDEN VERWIJ DER DE DOP NIET VAN HET

In het omgekeerde geval: + Verwijder de rechter zijplaat. + Verwijder de vuldop (1). + Vul bij met aanbevolen koel- vioeistof,tothet vloeistofpeil on- geveer de referentie "MAX" be- reikt. Overschridt dit peil niet, anders zal de vloeistof tjdens de werking van de motor uitstro- men. + Herplaats en blokkeer de vuldop Q). LET OP

4 Maintenance / 4 Onderhoud Checking the brake oil level Controle van het oliepeil van (04_10,04 11) de remmen (04_10, 04_11) + Forthe front break, restthe ve- hicle on its stand and tum the handiebar so that the fluid in the reservoir is parallel to the reser- voir edge. + Check thatthe fluid in the reser- voir is above the "MIN" refer- ence mark + Forthe rear break, keep the ve- hicle upright and check that the fluid in the reservoir is parallel to the reservoir edge. + Make sure thatthe fluid level in the reservoir is above the "LOWER" reference mark. Top-up ifthe fluid does notreach atleast the "LOWER" / "MIN" reference mark. Voor de voorrem moet het voer- tuig op de standaard geplaatst worden, en moet het stuur ge- draaid worden zodatde vloeistof in de tank zich parallel met de rand van de tank bevindt. Controleer of de vloeistof in de tank de "MIN" referentie over- schrijdt Voor de achterrem moet het voertuig verticaal gehouden worden, en moet gecontroleerd worden of de vloeistof in de tank zich parallel met de rand van de tank bevindt Controleer of de vloeistof in de tank de "LOWER" referentie overschrijdt. + Check brake pads and disc for Wanneer de vloeistof minstens de "LO- wear WER" / "MIN" referentie niet bereikt, + _Ifthe pads and/or the disc do not moet bijgevuld worden. need replacing, top-up the fluid

Controleer de slitage van de rempastilles en van de schif. Wanneer de pastilles en/of de schif niet moeten vervangen worden, voert men het bivullen uit.

Bijvullen van de remvloeistof LET OP

PENBIJ EEN Officièle aprilia Dealer. Controle koppelingsvloeistof (04_12) + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draai het stuur zodat de vloei- stof in de tank zich parallel be- vindt met de rand van de tank. + Controleer of de viceistof in de tank de "MIN" referentie over- schrijdt: Wanneer de vloeistof minstens de "MIN" referentie niet bereikt, moet bijgevuld worden PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

Bijvullen koppelingsvloeistof LET OP

BI} EEN Officiéle aprilia Dealer. Inwerkingstelling van een nieuwe accu (04_ 13) + Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie "OFF" bevindt. + Verwijder het zadel van de be- stuurder. + Draai de bout (1) los en verwi- der ze van de negatieve klem

+ Verplaats de negatieve kabel (2) zijdelings. + Draai de bout (3) los en verwi- derze van de positieve klem (+). + Verplaats de positieve kabel (4) zijdelings. + Draai de tee bouten (5) los en verwijder ze + Verwijder het blokkeerbeugeltje

+ Grijp de accu (7) stevig vast, en venijder ze uit haar plaats door ze op te heffen. + Plaats de accu (7) op een vlakke ondergrond, in een koële en droge plaats. + Herplaats het zadel van de be- stuurder. LET OP

Controle van het elektrolytpeil WAARSCHUWING

EEL OPLADEN. Opladen van de accu + Verwider de accu. + Voorzie een geschikte accula- der. + Voorzie de acculader voor het aangegeven type van lading. + Verbindt de accu aan de accu- lader. LET OP

30A VERWIJDERT, WORDEN DE

Wanneer het voertuig langer dan vijfien dagen inactief blift, moet men de accu opladen om sulfatering te vermiden. + Verwider de accu. Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de la- ding (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden. + Laadze volledig op door gebruik te maken van een normale la- ding. Wanneer de accu op het voertuig blift, maakt men de kabels los van de klem- men DE EERSTE KEER DAT U DE MOTOR

Zekeringen (04_14, 04_15, 04_16, 04_ 17, 04_18) Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren. Controleer eerst de secundaire zekerin- gen van 15A, en vervolgens de hoofdze- Keringen van 30A. LET OP

Voor de controle: + Plaats de ontstekingsschake- laar op "OFF" om een toevallige kortsuiting te vermijden. + Verwijder het zadel van de be- stuurder. + Open het dekseltje van de doos (1) van de secundaire zekerin- gen. + Verwijder de zekeringen één voor één, en controler of de draad (2) onderbroken is. + Vooraleer men de zekering ver- vangt, zoekt men indien moge- ljk de oorzaak van het pro- bleem. + Vervang de zekering indien be- schadigd, met een andere met dezelfde elektrische stroom- sterkte. + Voer ook voor de hoofdzekerin- gen de handelingen uit die eer- der werden beschreven voor de secundaire zekeringen.

30A VERWIJDERT, WORDEN DE

SECUNDAIRE ZEKERINGEN À - Bobine, Relais van de logica van de lichten, Relais van de logica recovery, Stop, Claxon, Positielichten, Nummer- plaatiicht (10 A). B - Dimlichten / grote lichten (15 A). € - Positief onder spanning aan de cen- tale EFG-1x en aan het dashboard, Di- agnostiek dashboard (10 A). D - Dashboard, Ride by wire (15 A). E - Permanente positief, Voeding van de ECU-centrale (3 A). F - Lambdabrander, bobines, Logica van de start, Relais van de schroef en de in- jectie, Benzinepomp, Ontluchting van de kleppen, Injectoren, ECU-centrale, Logi- ca van de start (20 A). G - Reservezekeringen (10 - 15 - 20 A) HOOFDZEKERINGEN H - Zekering ABS (20 A) 1-Hetopladen van de accu, ladingen van het voertuig en injectieladingen (30 A) J - Reservezekeringen (20 À - 30 A) PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

4 Maintenance / 4 Onderhoud

BELS NIET. Vervanging van de lampjes van het voorlicht LET OP

EEN Officièle aprilia Dealer. + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Om de lampjes van de koplamp te bereiken, moeten de opberg- ruimte en de ziplaat aan de lin- ker kant verwijderd worden PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

In het voorlicht vindt men: + _twee lampjes (1) van het posi- tielicht. + een lampje (2) van het groot licht. + een lampje (3) van het dimicht

LAMPJE VAN HET DIMLICHT

+ Venwijder het deksel (5). + Grip de twee elektrische con- nectoren van het lampje vast, trek er aan en maak ze los van het lampje + Koppel de tee uiteinden van de trekveer los, die zich op de lemphouder bevindt. + Verwijder het lampje van het dimlicht (8) uit de zit.

LAMPJE VAN HET GROOT LICHT

+ Venwijder het deksel (5). + Grip de twee elektrische con- nectoren van het lampje vast, trek er aan en maak ze los van het lampje + Koppel de tee uiteinden van de trekveer los, die zich op de lemphouder bevindt. + Verwijder het lampje van het groot licht (7) uit de zit. Installer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.

+ Verwijder het dekseltje (4) met behulp van een schroevendraai- er. + Grip de lamphouder van de po- sitielichten vast, trek er aan, en venwijder hem uit de zit. + Verwijder het positielampje (6) en vervang het met één van het- zelfde type. + Controleerde correcte plaatsing van het lampje in de lamphou- der. Afstellen van de koplamp (04_22, 04 23, 04 24)

DURES AANGENOMEN WORDEN. EU: Voor een snelle controle van de cor- recte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter af- stand van een verticale wand, en contro- leert men of het terrein vlak is. Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lin van de koplamp be- vindt (ongeveer 9/10 van de totale hoog- te). Voor hetuitvoeren van de verticale re- geling van de lichtbundel: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Handel vanaf de achterkant links van het kapje met een kor- te kruisschroevendraaier op de daarvoor bestemde bout (1). Door haar VAST TE DRAAIEN {in wijzerszin) wordt de lichtbun- del verhoogd; Door haar LOS TE DRAAIEN (in tegenwijzers- zin) wordt de lichtbundel ver- leagd + Herhaal dezelfde handeling op de rechter licht.

DEL. Voor het uitvoeren van de horizontale regeling van de lichtbundel: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draai aan de achterkantrechts van het kapje aan de daarvoor bestemde bout (2). Door haar VAST TE DRAAIEN (in wijzer- zin) wordt de lichtbundel naar links verplaatst Door haar LOS TE DRAAIEN (tegenwijzerszin), wordt de lichtbundel naar rechts verplaatst + Herhaal dezelfde handeling op de rechter licht.

Richtingaanwijzers voor (04_25) + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draai de bout los (1) en verwi- der ze. + Verwijder de lens (2) + Druk gematigd op het lampje (3), en draai het in tegenwizer- zin. + Verwijder het lampje (3) uit de zit + Plaats op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde ty- pe. WAARSCHUWING

DIE U KAN KOPEN BI} EEN OFFICIË- LE aprilia DEALER. Richtingaanwijzers achter (04_26) + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draai de bout los (1) en verwij- derze. + Verwijder de lens (2). + Druk gematigd op het lampje (3), en draai het in tegenwizer- zin. + Verwijder het lampje (3) uit de zit + Plaats op correcte wize een nieuw lampje van hetzelfde ty- pe. WAARSCHUWING

Kentekenverlichting (04_27, 04_28) Plaats het voertuig op de stan- daard. Draai de onderste bevestigings- bout (1) los, en recuperer de moer. Verwijder de lens van het num- merplaaticht (2). Verwijder het lampje (3) en ver- vang het met één van hetzelfde type. Achteruitkijkspiegels (04_29, 04_30) Plaats het voertuig op de cen- trale standaard op een stevig en viak terrein. Verwijder de beschermingskap

VALLIG KAN VALLEN. + Houd de bout (2) geblokkeerd, en los de moer (3) volledig.

NIET. + Verwijder het achteruitkikspie- gelte (4). LET OP

HERHAAL DEZE HANDELINGEN

VOOR DE VERWIJ DERING VAN HET

WORDT VERZEKERD. Na de hermontage: + Regel de inclinatie van de ach- teruitkikspiegelties op correcte wize. Schijfrem voor en achter (04_31, 04 32, 04 33) LET OP

CONTROLEER DE SLI) TAGE VAN DE

ELKE REIS. Voor hetuitvoeren van een snelle con- trole van de slijtage van de pastilles: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Voer een visuele controle uit tussen de schif en de pastilles, door te handelen als volgt: - achteraan voor de tangen van de voor- rem (1);

- op de rechter kant van de motor, van boven naar onder voor de tang van de achterrem (2). LET OP

DEZE MANIER GESCHAAD. Wanneer de dikte van het wrijvingsmate- riaal (ook slechts van de pastille vooraan ofachteraan) verminderd is tot een waar- de van ongeveer 1,5 mm (0.06 in) (of wanneer ook slechts één van de slitage- indicators zichtbaaris), laat men alle pas- tlles van de remtangen vervangen, door zich te wenden tot een Officièle aprilia Dealer. PNOUJSPUO + / SUEUAUIEN +

Stilstand van het voertuig (04_34) Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet ge- bruiken van het voertuig tegen te gaan. Bovendien moetmen de herstellingen en de algemene controle vér het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren. Handel als volgt: + Verwider de accu. + Was en droog het voertuig. + Breng was aan op de gelakte opperviakken. + Blaas de banden op. + Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder voch- tigheid, beschermd tegen zon- nestralen, en waar temperatuur- verschillen miniem zijn. + Plats een plastic zakje op de uitlaat en bind dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen.

STEUN. + Plaats het voertuig op de speci- le voorste standaard (optio- neel) en op de achterste stan- daard (optioneel). + Bedek het voertuig, maar ge- bruik geen plastic of ondoor- dringbaar materiaal.

VERWIJDER DE PLASTIC ZAKJES

VAN DE UITEINDEN VAN DE UITLAAT. + Verwijder de bedekking en rei- nig het voertuig. + Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze + Tank brandstof. + Voer de voorbereidende contro- les uit. PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

KEERSVRIJE ZONE. Reinigen van het voertuig (04_35, 04_36, 04_37) Reinig het voertuig regelmatig wan- neer het wordt gebruiktin de volgende zones of condities: + Atmosferische vervuiling (stad en industriële zones). + Zoutgehalte en vochtigheid uit de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig kimaat). + Speciale milieu/seizoenscondi- ties (het gebruik van zout, che- mische anti-isproducten op we- gen in de winterperiode) + Vermijd vooral dat er op de car- rosserie afzettingen achterbli- ven, resten van industriële en vervuilende stoffen, teerviek- ken, dode insecten, uitwerpse- len van vogels, enz. + Parkeer het voertuig niet onder bomen. In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische

stoffen bevatten die schadelik zijn voor de lak LET OP

Zij N DOOR DE AANWEZIGHEID VAN

Om het vuil en de modder te verwijderen die zich op de gelakte opperviakken heb- ben afgezet, moet men een waterstraal onderlage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, en de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons voor carrosseries, doordrenkt met water en shampoo (2 + 4% delen sham- poo in water). Spoel vervolgens over- vioedig met water en droog af met een zeemvel. Om de exteme delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ont- vettend_reinigingsmiddel, kwasten en doeken. De delen in elektrolytisch geoxi- deerd of gelakt aluminium, zoals de vor- ken, de velgen, het frame, de voeten- steunen enz, moeten gewassen worden met neutrale zeep en water. Het gebruik van te agressieve reinigingsmiddelen kan de opperviaktebehandeling van deze onderdelen aantasten:

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

Mi DEN DAT HET GAAT SCHUIVEN. Vervoer (04_38) Vooraleer men het voertuig vervoert, moet men de brandstoftank zorgvuldig ledigen, en controleren of deze goed droog is. Tijdens de verplaatsing moethet voertuig in verticale positie bliven, goed veran- kerd zijn en in de eerste versnelling ge- plaatst worden, om eventuele lekken van brandstof en olie te vermijden.

CONTACTEREN. Controle van de speling van de ketting (04_39) Voor de controle van de speling: + Leg de motor st + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Plaats de hendel van de ver- snellingsbak in vri + Controleer of de verticale schommeling, in een punt tus- sen het rondsel en de kroon in de onderste vertakking van de ketting, minstens 25 mm (0.98 in) bedraagt. + Verplaats het voertuig vooruit, zodat de verticale schommeling van de ketting ook in andere po- sities kan gecontroleerd wor- den; de speling moettidens alle fasen van de rotatie van het wiel constant bliven. Wanneer de speling uniform is, maar meer of minder dan 25 mm (0.98 in) be- draagt, voert men de regeling uit. PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

4 Maintenance / 4 Onderhoud

MEN REGELMATIG DE KETTING. Regeling van de speling van de ketting LET OP

REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BI} EEN Officièle aprilia Dealer. Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon Controleer bovendien de volgende delen, en controleer ofde ketting, hetrondsel en de kroon geen: + Beschadigde rollen hebben.

+ Geloste pinnen hebben. + Droge, verroeste, samenge- drukte of afgeslagen schakels hebben. + Excessieve slitage vertonen. + Ontbrekende dichtingsringen hebben. + Excessief versieten of bescha- digde rondsel- of kroontanden hebben. LET OP

Smering en reiniging van de ketting Was de keting absoluut niet met water- stralen, dampstralen, waterstralen onder hoge druk, en metoplosmiddelen metho- ge ontvlambaarheidsgraad + Was de ketting met nafta of ke- rosine. Wanneer de ketting vlug verroest, moet men de onder- houdshandelingen eerder uit- voeren. smeer de ketting elke keer dit nodig is. + Nadat de ketting gewassen en gedroogd is, smeert men ze met vetspray voor verzegelde ket- tingen.

Generator (met permanente magneet) 13,5 V - 450 W bij 6000 rpm

Händgreep voor de omkeerbare schroevendraaier (3): Vorksleutel 11 - 13 mm (0.43 -

Gebogen mannelike zeskant- sleutels 3, 4,5, 6 mm (0.12, 0.16, 0.20, 0.24 in) (5): Trektangen voor de zekeringen (6): Dubbele vorksleutel 8 - 10 mm (0.31 - 0.39 in) (7); Sleutel voor regeling voorbelas- ting moer schokdemper (8) Afgeplat cilindervormig verleng- stuk voor sleutel (9).

Tabel gepland onderhoud Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties. Daarom heeft aprilia een serie van con- troles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pa- gina. Het is een goede gewoonte om eventuele keine onregelmatigheden bij de werking onmiddellik mee te delen aan een Officièle aprilia Dealer of Verko- per zonder te wachten, om ze te verhel- pen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt. Het is absoluut noodzakelik om de ser- vicebeurten uitte voeren aan de voorge- schreven kiometerintervals en tijden, wanneer de voorziene kilometerstand wordtbereikt Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het "Geprogrammeerd Onderhoud', raadpleegtmen het'Garan- tieboekje”.

Achterste schokdemper Bougie Transmissieketting + Kabels van de transmissie en de commando's Kussentjes en speling van het stuur Kussentis van de wielen Diagnose van centrale Remschiven Luchtfilter Filter van de motorolie Vork Algemene werking van het voertuig Kleppenspeling Koelinstallatie

Reminstallaties Installatie lichten Veiligheidsschakelaars Vioeistof van de koppelingbediening ** Remvloeistof ** Koelvloeistof ** Olie van de vork * Motorolie Regeling van de lichten Oliekeerring van de vork Flexibele koppeling Banden - spanning / slijtage*®"#* Wielen Sluiting van bouten Ophangingen en stand Controlelamp voor foutsignalering op dashboard *** Brandstofbuizen *%* Slitage van de koppeling Slitage van remblokjes

6 Programmed maintenance / 6 Gepland onderhoud Product Beschrijving Kenmerken ACEA A3-04/J ASO MA.

Olie van de vork SAE 5W

Vet voor kussenties, koppelingen, knooppunten en hefsystemen In plaats van het aanbevolen product, gebruikt men merkvet voor draaiende kussentjes, met bruikbaar temperatuurbereik -30°C..+140°C (-22°F...+284°F), druppelpunt 150°C...230°C (302°F...446°F), hoge antiroestbescherming, goede weerstand tegen water en oxidatie. AGIP CHAIN GREASE SPRAY aanbevolen voor KETTINGEN Vet AGIP BRAKE 4/BRAKE 5.1 aanbevolen REMVLOEISTOF . AGIP BRAKE 4/BRAKE 5.1 aanbevolen VLOEISTOF VAN DE . KOPPELING AGIP PERMANENT SPEZIAL aanbevolen KOELVLOEISTOF VOOR DE Biologisch afbreekbare koelvloeistof, MOTOR gebruiksklaar, met "long life” technologie en kenmerken (rood). Verzekerteen bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°C (-40°F). Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.

Remvloeistof: 123 Richtingaanwizers: 51, 138,

Schijfrem: 142 Standaard: 17, 98 Start: 85 Stuurslot: 50

Veiligheidsnormen: 100

Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officièle Netwerk van aprilia grondig dit voertig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstelingen. De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertig. De controle vébr het riden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiéle factoren ! Voorinformatie in verband met de dichtstbizinde Offciéle dealer enjof Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechstreeks op de geografische kaart op onze Offciële Website www.aprilia.com Enkel wranneer men Originele aprilia Reserveonderdelen aanvraagf, zal men een product krjgen dat reeds bestudeerd en getest werd tjdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia Reserveonderdelen worden systematisch ondenvorpen aan kwalteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen. De beschrjvingen en de illustrates in deze uitgave zijn niet bindend: aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiéle eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geilustreerd, op elk moment wizigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of de levering van accessoires naar gelang zi dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplichtte zijn om tjdig deze uitgave bi te werken. Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderljke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van aprilia.

© Copyright 2009 - april. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. aprilia - Dienst na verkoop. Het merk aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.