RX 125 - Motorfiets APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RX 125 APRILIA in PDF-formaat.

📄 147 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice APRILIA RX 125 - page 1
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : APRILIA

Model : RX 125

Categorie : Motorfiets

Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RX 125 - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RX 125 van het merk APRILIA.

GEBRUIKSAANWIJZING RX 125 APRILIA

omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat riden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig: daarmaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidies ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelik zal wennen aan uw nieuw voertuig, waaru lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bi verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar. SX-RX 125 Ed. 03 2008

The instructions in this booklet have been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; This booklet also details routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle atan authorised aprilia Dealer or Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations notspecifically described in this booklet require the use ofspecial tools and/or particular technical knowledge: for these operations, please take your vehicle to an authorised aprilia Dealer or Workshop. De instructies in deze handieiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelike leidraad te zin voor het gebruik; men vint eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die uitgevoerd moeten worden op het voertuig, bi een Dealer of Erkende aprilia Garage. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstelingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

B 5 E Personal safety Failure to completely observe these instructions will result in serious risk of personal injury. Safeguarding the environment Sections marked with this symbol indicate the correct use ofthe vehicle to prevent damaging the environ- ment. Vehicle intactness The incomplete or non-observance of these regula- tions leads to the risk of serious damage to the vehicle and sometimes even the invalidity ofthe guarantee. The symbols shown above are very important. They are used to highlight those parts of the booklet that should be read with particular care. As you can see, each sign consists of a different graphic symbol, mak- ing it quick and easy to locate the various topics. Before starting the engine, read this bookletthorough- ly and the "SAFE RIDING" section in particular. Your safety as well as others does not only depend on the quickness of your reflexes and agility, but also on how well you know your vehicle, the state of maintenance ofthe vehicle itself and your knowledge of the rules for SAFE RIDING. For your safety, get to know your vehicle well so as to safely ride and master itin road traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of the vehicle, and must be handed to the new owner in the event of sale. Persoonlike veiligheid Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge- volg hebben. Bescherming van Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur. Staat van het voertuig Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge- volg hebben. Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb- ben namelik tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym- bool, zodat de bibehorende onderwerpen meteen duidelik kunnen worden gevonden in de verschillen- de delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf “VEILIG RIJ DEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar o0k van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJ DEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be- heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJ K Deze handleiding moet beschouwd worden als inte- grerend deel van het voertuig, en moet worden over- handigd bi de verkoop ervan.

ALGEMENE NORMEN. Vooronderstelling. Koolmonoxide.… Brandstof.…. Warme onderdele: Koelvioeistof.. Gebruikte motorolie en koppelingsolie. Rem- en koppelingsvioeistof.…… Elektrolÿt en waterstofgas van de accu Standaard.. . Communicatie van de defecten die invioed hebben op de vei- ligheid... 17 VOERTUING 23 Plaats van de hoofdcomponenten.. 27 Legenda… … Analoog instrumentenpaneel. Groep controlelampjes Digitaal display. Startschakelaar.…… Stuurslot vergrendelen: Drukknop claxon.…… Schakelaar richtingaanwizers. Lichtschakelaar. Knop die knippert voor groot licht Commando van de manuele starter. Tank van de mengerolie. Die sitzbank.. Documentenvakje/gereedschapskit. Identiicatie.. GEBRUIK Controles….

Tanken.… Regulering achterrempedaal Regulering schakelhendel. Inrijden… Starten des motor: Start / besturing. Stoppen van de motor. Parkeren.….… Katalysator. Standaard Tips tegen diefstal ONDERHOUD.... Versnellingsbak oliepeil. Banden.. Demonteren van de bougie. Demonteren van het luchtflter. Peil koelvioeistof.. Controle van het oliepeil van de remmen Bijvullen van de remvloeisto ACCU.... Controle van het elektrolytpeil. Opladen van de accu. Länger stilegen. Zekeringen. Lampjes… Koplampset. Afstellen van de koplamp. Richtingaanwijzers voor. Lampenset achter… Richtingaanwijzers achter. Kentekenverlichting.. Afstellen van het stationair toerental. Schirem voor en achter. Stilstand van het voertui Reinigen van het voertuig Transmissieketting.… Controle van de speling van de ketting Regeling van de speling van de ketting

UITGEVOERD WORDEN. Koolmonoxide Wanneer het nodig is om de motor te doen werken om een handeling uit te voeren, controleertmen of ditin een open ruimte of in een goed geventileerd lokaal gebeurt. Laat de motor nooït werken in een gesloten ruimte. Wanneer men in een gesloten ruimte werkt, gebruikt men een evacuatiesysteem voor de uitiaat- gassen. LET OP

STOF VEROORZAKEN. Warme onderdelen De motor en de onderelen van de uitlaat- installatie worden zeer warm en bliven warm voor een zekere periode, ook nadat de motor wordt uitgezet. Vooraleer men deze onderdelen hanteert, draagt men isolerende handschoenen, of wacht men tot de motor en de uitlaatinstallatie zijn afgekoeld Koelvloeistof De koelvioeistof bevat ethyleenglycol, wat in sommige omstandigheden ont- viambaar is. Wanneer het brandt, produ- ceert ethylglycol onzichtbare vlammen, die toch brandwonden veroorzaken: LET OP

VERWIJ DER DE RADIATORDOP NIET

NIET MET UW GEWICHT OF DAT VAN DE PASSAGIER. Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid ALGEMENE VOORZORGSMAATRE-

Wanneer men de herstelling, de demon- tage en hermontage van het voertuig uit- voert, moet men zich nauwgezet aan het volgende advies houden:

VOOR DE DEMONTAGE VAN DE ON-

DERDELEN + Verwijder vuil, modder, stof en vreemde voorwerpen van het voertuig, voordat men de de- montage van de onderdelen uit- voert. Gebruik, waar voorzien, de speciale gereedschappen USULOU SUSWÊ|Y T / SIN [SUD L

LEN die voor dit voertuig ontworpen werden. Los en/of sluit de bouten en de moeren niet met tangen of an- dere gereedschappen, maarge- bruik steeds de speciale sleutel. Merk de posities op alle verbin- dingskoppelingen (buizen, ka- bels, enz.) vooraleer men ze scheidt, en identificeer ze met verschillende onderscheidende tekens. Ek stuk moet duidelik gemerkt worden, zodat het tjdens de fa- se van de installatie geïdentif- ceerd kan worden. Reinig en was de gedemonteer- de onderdelen zorgvuldig met een reinigingsmiddel met lage ontvlambaarheids graad. Houd de onderling gekoppelde delen bij elkaar, omdat het ene bij het andere ‘past’ als gevolg van de normale slitage. Sommige onderdelen moeten samen gebruiktworden of volle- dig vervangen worden: Houd ze ver van warmtebron- nen.

Gebruik enkel ORIGINELE RE- SERVEONDERDELEN van aprilia. Gebruik de aanbevolen smeer- middelen en verbruiksmateria- len. Smeer de delen (wanneer mo- gelik) vooraleer men ze mon- teert. Bij het sluiten van de bouten en de moeren, begintmen met die- gene met de grootste diameter of met de interne, en men werkt diagonaal. Voer het sluiten uit met opeenvolgende passages, vooraleer men het sluitingskop- pel toepast. Vervang steeds de zelfborgen- de moeren, de pakkingen, de dichtingsringen, de elastische ringen, de O-ringen (OR), de splitpennen en de bouten door nieuwe, wanneerze schade aan de schroefdraad vertonen. Wanneer men de kussenties monteert, smeert men ze over- vioedig. Controleer of elk onderdeel cor- rect gemonteerd is Na een herstellingshandeling of periodiek onderhoud, voert men USULOU SUSWÊ|Y T / SIN [SUD L

de voorafgaande controles uit en test men het voertuig in een privé-zone of in een zone met weinig verkeer. + Reinig alle koppelingsviakken, de randen van de oliekeerringen en de pakkingen véér de her- montage. Breng een laagje vet op basis van lithium aan op de randen van de oliekeerringen Hermonteer de oliekeerringen en de kussentjes met het merk of hetfabricatienummer naar de buitenkant gericht (zichtbare kant). ELEKTRISCHE CONNECTORS De elekrische connectors moeten als volgt worden losgemaakt, het niet res- pecteren van deze procedure leidttot on- herstelbare schade aan de connector en aan de bekabeling: Indien aanwezig, drukt men op de speci- ale veiligheidskoppelingen. + Grijp de twee connectors vast en verwijder ze, door ze in de tegenovergestelde richting uit elkaar te trekken. + In aanwezigheid van vuil, roest, vochtigheid, enz., reinigt men zorgvuldig de binnenkantvan de connector met gebruik van een persluchtstraal.

+ Controleer of de kabels correct vastgeklemd zijn aan de interne terminals van de connectors. + Plaats vervolgens de twee con- nectors, en controleer de cor- recte koppeling (wanneer te- genovergestelde koppelingen aanwezig zijn, hoortmen een ty- pische “klik") LET OP TREK NIET AAN DE KABELS OM DE

MAAR OP EEN WIJZE INGEBRACHT

Plaats van de hoofdcomponenten (02_04) Legende SX - RX

1. Schakelaar van de ontsteking /

Zekeringen Achterstuk Achterlicht Linkersteun van de passagier {met kiksysteem, gesloten/ open) Vork Linkersteun van de bestuurder Versnellingshendel Starthendel Linkerradiator Olietank van de menger Accu Dop van de brandstoftank Rechter achteruitkikspiegeltie Tank van voorrem Voorlicht Rechterradiator Achterremhendel Rechtersteun van de bestuurder Pomp van de achterrem Olietank van de achterrem Rechtersteun van de passagier {met kiksysteem, gesloten/ open) Legenda (02_05) Legende:

Schakelaar van de ontsteking / stuurslot Instrumenten en indicatoren Commandohendel van de kop- peling Gashandvat Hendel van de voorrem

Hendel voor koudstarten Schakelaar van de lichten Schakelaar van de richtingaan- wijzers Drukknop van de akoestische melder

4. Controlelamp van het controle-

systeem van de motor

Groep controlelampjes Controlelamp van de versnellingsbak in vri Deze licht op wanneer de versnelings- bak zich in de vripositie bevindt. Controlelamp van het oliepeil van de menger Deze licht op telkens als men de ontste- kingsschakelaar op ON zet, op deze ma- nier wordt de werkingstest van de con- trolelamp _uitgevoerd. Wanneer de controlelamp tjdens deze fase niet op- licht, wendt men zich tot een Officièle aprilia Dealer. Deze licht op telkens als de hoeveelheid olie in de menger tot onder het toelaat- bare minimumpeil zakt. LET OP

Controlelamp van het controlesys- teem van de motor Deze licht op, elke keer men de ontste- kingsschakelaar in ON plaatst, en de mo- tor staat niet aan, op deze manier wordt een werkingstest van de controlelamp uitgevoerd. Wanneer de controlelamp ti- dens deze fase niet oplicht, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer. LET OP

LIJK TOT Officièle aprilia Dealer. Controlelamp van het groot licht Deze licht op wanneer de lampen van de grote lichten geactiveerd zijn, of wanneer men de knippering van de grote lichten activeert.

Controlelamp van de richtingaanwij- zers Deze knippert wanneer het signaal van verandering van richting in functie is Controlelamp van het te hoog toeren- tal Hij knippert wanneer het activeringsni- veau (maximum toerental) overschreden wordt. Digitaal display (02_07, 02_08, 02_09, 02_10, 02_11, 02_12) COMMANDO'S 1Drukknop MODE; voor het visualiseren en het regelen (werkt enkel wanneer het voertuig stlstaat). BunyeoA z / 2PIY2A 7

ALGEMEEN Als de ontstekingsleutel in de stand ON gezet wordt, lichten de volgende lampen op het dashboard 3 seconden lang op: + Alle controlelampen: + De retroverlichting; *__ Op het digitaal multifunctioneel display alle segmenten. Vervolgens wordt de ingestelde wielom- trek getoond. Na de begincontrole geeft het multifunc- tionele display ogenblikkelik de gemeten grootheden weer van het scherm dat ac- üefwas bij de vorige uitschakeling. WIELOMTREK Afhankelijk van het model, SX125 of RX125, verschijnt een identificatienum- mer van de wielomtrek om de correcte overeenkomst tussen het dashboard en de omtrek van het geïnstalleerde wiel te controleren. + Overeenkomst SX125: 17-6-1891 + Overeenkomst RX125: 18-6-2066 LET OP

TRIP In de configuratie TRIP worden de parti- ele gegevens van de reis getoond. Druk, om de configuratie TRIP te selec- teren, bi stilstaande motor de drukknop MODE in en de aanduiding HODOME- TER TOTAAL gaat naar PARTIEEL. Als men bij stlstaande motor de druk- knop MODE opnieuw indrukt, wordt de aanduiding HODOMETER PARTIEEL vervangen door de kiok. Druk, om de tellers van HODOMETER PARTIEEL op nulte zetten bij stilstaande BunyeoA z / 2PIY2A 7

motor, de drukknop MODE langer dan vif seconden in, daarna wordt op het display de weergegeven waarde in de zone B vervangen door vier horizontale streep- jes. Nadat men de drukknop loslaat, wor- den de streepjes vervangen door vier nullen (000.0). uUR Als bij scherm TRIP de drukknop MODE ingedrukt wordt bi) stilstaande motor, gaat men naar de functie UUR. Wanneer de huidige eenheid van de snelheid km/ h is, wordt het uur gevisualiseerd in het formaat van 24 uren, wanneer ze in mph is, wordt het formaat van 12 uren gevi- sualiseerd, met daarnaast de aanduiding AMPM. REGELING + Druk op MODE totdat de num- mers van het uur beginnen te knipperen; + Bijelke druk op de drukknop MODE vermeerdert de waarde van het uur met één eenheid, door op de drukknop te blijven drukken, gaat de waarde auto- matisch verder; + Wanneer men twee seconden lang niets aanraakt, wordt de waarde opgeslagen en gaat men over naar de modaliteit van de regeling van de minuten:

Handel op analoge wijze voor het instel- len van de minuten en de seconden, het opslaan van het gegeven zal gebeuren zoals eerder, wanneer men tee secon- den lang niets aanraakt. Wanneer de meeteenheid mijlen is, zullen na het ein- de van de regeling van het uur de para- meters AM en PM om beurt beginnen te knipperen, wanneer men op MODE drukt ophetgeldige symbool, wordthetaan het uur gekoppeld, en wijzigthet wanneer de klok overgaat van 12:59:59 naar 13. TOERENTELLER Op het scherm van de KLOK drukt men eventies op de drukknop MODE bij stil- staande motor, en men gaatnaar de con- figuratie TOERENTELLER, de waarde wordt aangeduid in de zone B, deze waarde wordt ook weergegeven door een grafische balk in zone C van het dis- play.

De icoon van de accu lichtop wanneer de acculading onvoldoende is, en wanneer ze verschiint tijdens de normale werking van het voertuig, controleertmen de staat van de lading en het systeem voor het opladen van de accu. Het is normaal dat de icoon véér en tjdens de start ver- BunyeoA z / 2PIY2A 7

schint, om daama uit te gaan wanneer de motor gestart is. Startschakelaar De ontstekingsschakelaar bevindt zich op de bovenste plaat van de kop van het stuur. Bij het voertuig worden tue sleutels bij- geleverd (één reservesleutel). Het uitgaan van de lichten gebeurt wan- neer de ontstekingsschakelaar op OFF gezet wordt.

PLAATST. LOCK: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelik om de motor te starten en om de lichten te activeren. Hetis mogelik om de sleutel te verwideren. OFF: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is moge- lik om de sleutel te verwijderen.

ON: De motor kan gestart worden. Het is niet mogelik om de sleutel te verwijde- ren. Stuurslot vergrendelen (02_13) LET OP DRAAI DE SLEUTEL NOO!IT IN POSI- TIE «LOCK» TI] DENS HET RIj DEN,

ZODAT MEN DE CONTROLE OVER

HET VOERTUIG NIET VERLIEST. Om het stuur te blokkeren: + Draai het stuur volledig naar links. + Draai de sleutel in positie «OFF». + Druk op de sleutel en draai hem in te- genwizerzin (naar links) rond, stuur lang- zaam tot de sleutel op «LOCK» wordt geplaatst. + Verwijder de sleutel. BunyeoA z / 2PIY2A 7

Drukknop claxon (02_14) De akoestische melder wordt in werking gesteld door op de drukknop te drukken. Schakelaar richtingaanwijzers (02_15) Verplaats de schakelaar naar links, om aan te duiden dat men naar links draait: verplaats de schakelaar naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait, Druk op de schakelaar om de richting- aanwijzer te deactiveren. LET OP

Lichtschakelaar (02_16) Hiermee kan de lichtbundel van groot licht naar dimlicht en viceversa omge- schakeld worden. Knop die knippert voor groot licht (02_17) Hiermee kan men het knipperen van het grootlicht gebruiken, in geval van gevaar of nood Wanneer men de drukknop loslaat, wordt hetknipperen van het groot licht gedeac- tiveerd. BunyeoA z / 2PIY2A 7

Commando van de manuele starter (02_18) Door de hendel omlaag te draaien voor het "koudstarten", treedt de starter voor hetkoudstarten van de motor in werking. Om de starter uit te schakelen, moet de hendel voor het "koudstarten" naar de beginpositie gebracht worden. Tank van de mengerolie Hetvoertuig is voorzien van een geschei- den menger die benzine met olie mengt voor de smering van de motor. Het bereiken van de reserve wordt aan- geduid door het verschinen van het logo van de oliereserve van de menger, op het mutfunctioneel display.

MENGER WORDT VERWIJ DERD,

VEROORZAKEN. Voor de invoer van olie van de menger in de tank, handelt men als volgt + Verwijder hetzadel van de be- stuurder. + Verwijder de dop Oil mixer reservoir SX125 RX125 Mixer oil (reserve included) 11(0.22 UKgal) 11(0.22 UKgal) Mixer oil reserve 0.25 1 (0.055 UKgal) 0.25 | (0.055 UKgal)

itzbank (02_19, 02_20) + Plaats het voertuig op de stan- daard. Plaats de sleutel in het slot. + Draai de sleutel in tegenwijzer- zin. + Hefhetzadel op, en verwijder het.

MENTENRUIMTE/GEREEDSCHAPS- KIT. + Breng het zadel aan en positio- neer de speciale haken achter- aan + Doe hetzadel dicht en druk er op, zodat het slot klikt. VOORALEER MEN GAAT RIJDEN,

Documentenvakje/ gereedschapskit (02_21) De documentenruimte / gereedschapskit bevindt zich onder het zadel van de be- stuurder; om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Verwijder het zadel van de be- stuurder. Maximum toegestaan gewicht 1,5 kg (33 lb) Identificatie (02_22, 02_23) Het is een goede gewoonte om het fra- menummer en het motomummer op de speciale plaats in dit boekje te schriven Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder- delen. LET OP

The chassis number is stamped on the Het framenummer is gedrukt op de kop right side of the headstock. van het stuur, rechter kant. Chassis No. . Frame nr.

Voorste en achterste schiffrem Controleer de werking, de loze slag van de commandohendels, hetpeil van de vioeistof en eventuele lekken. Controleer de slitage van de pastiles. Neem, als werkzaamheden nodig zijn,

Throttie grip Check that it functions smoothly and that it can be fully opened and closed at all steering positions. If any operation is required, contact an Official aprilia Dealer. contact op met een Officièle aprilia Dealer. Mixer oil Check and/or top-up as required. Gearbox oil Check oil level. If topping up is necessary, contact an Official aprilia Dealer. Gashendel Controleer of hij zacht werkt en of men ze volledig kan openen en sluiten, in alle posites van het stuur. Neem, als werkzaamheden nodig zin, contact op met een Officièle aprilia Dealer. Wheels/tyres Check that tyres are in good conditions. Check inflation pressure, tyre wear and potential damage Remove any foreign objects stuck in the tread. Olie van de menger Controleer en/of vul bi indien nodig. Olie van de versnellingsbak Controleer het oliepeil. Neem, als bijvullen nodig is, contact op met een Officiële aprilia Dealer. Brake levers Check they function smoothly. Lubricate the joints and adjust the travel, if necessary. Steering Check that the rotation is homogeneous, smooth and there are no signs of clearance or slackness. Wielen/banden Controleer de conditie van de riviekken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. Verwiider eventueel aanwezige vreemde voorwerpen uit het profiel van het riviak. Clutch The clutch must work without gripping and/or slipping. The empty travel at the clutch control lever end must be at least 10-15 mm (0.40 - 0.60 in). Remhendels Controleer of ze zacht werken. Smeer de bewegingsplaatsen en regel de slag indien nodig. Stuur Controleer of het draaien homogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt.

Schakelaar voor het stilleggen van Controleer de correcte werking. de motor (ON - OFF) Lichten, controlelampen, akoestische melder, schakelaars van het achterste stoplicht en elektrische mechanismen Controleer de correcte werking van de akoestische en visuele mechanismen. Vervang indien nodig de lampjes van de richtingaanwijzers. Neem, als het nodig is om op andere wize of op andere bestanddelen van het elektrische systeem te werken, contact op met een Officiële aprilia Dealer. Refuelling (03_01) Unscrew the fuel tank cap to refuel.

Regulering achterrempedaal (03_02) Hetrempedaal (3) werd ergonomisch ge- plaatst bij de assemblage van het voer- tuig. Indien nodig kan de hoogte aangepast worden: + Los de tegenmoer (1). + Regel de hoogte van hetrem- pedaal met de pompcomman- dostaaf (2), garandeer een mi- nimumspeling van 0,5 - 1 mm (0.020 - 0.040 in) tussen pomp- commandostaaf en pompzui- ger.

U KAN KOPEN BI} EEN Officièle apri- lia Dealer. Inrijden Het inrijden van de motor is fundamen- teel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. LILTCDES EEE

Rij indien mogelik op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode. Wijzig de risnelheid tjdens de proefperiode. Op deze wijze kan men de werking van de onderdelen "belasten en vervolgens "ontlasten”, en de delen van de motor koëlen. Ook al is het be- langrik om de onderdelen van de motor tijdens de proefperiode te belasten, moet men opleten om niet te overdriven: LET OP

HET VOERTUIG. Men moet zich houden aan de volgende indicaties: + Niet bruusk en volledig gas ge- ven wanneer de motor aan een laag toerental draait, tidens en na de proefperiode + Tijdens de eerste 100 km (62 mij) moet voorzichtig op de remmen gehandeld worden, en mag niet bruusk en lang geremd worden. Dit om een correcte stabilisatie van het wrivingsma- teriaal van de pastilles op de remschiven te verkrigen. + Tijdens de eerste 800 km (500 mij}, mag men de 6000 toeren/ min (rpm) niet overschriden.

REN EN/OF SCHADE AAN HET VOER- TUIG TE VOORKOMEN. + Tussen de 800 km (500 mijl) en de 1600 km (1000 mijl) moet er feller gereden worden, moet de snelheid gewizigd worden en mag het maximum acceleratie- vermogen slechts eventies ge- bruikt worden, zodat de onder- delen beter worden gekoppeld: overschrijdt de 9000 toeren/min rpm) van de motor niet + Na 1600 km (1000 mil) mogen er hogere prestaties van de mo- tor verwacht worden, zonder dat de motor boven het maximum vermogensregime van 11000 toeren/min (rpm) draait. xnge9 £/2SNE

GESTARTIS. Plaats het voertuig op de stan- daard. Bereik de linker kant van het voertuig. Ofwel: Klap de standaard in. Ga op het voertuig zitten in de ripositie Vervolgens: Draai de hendel van het brand- stofkraantje (1) in de stand ON. Controleer of de schakelaar van de lichten (2) zich in de stand “dimlichten" bevindt. Draai de sleutel (3) op "KEY ON". Op het dashboard gaat de rode controlelamp van ‘reserve olie menger' branden Blokkeer het voorwiel met de voorste remhendel (4) xnge9 £/2SNE

+ Als metkoude motor gestart wordt, draai in tegenwizerzin {Pos. A) de hendel voor het koudstarten (6). + Draai het startpedaal (7) naar buiten toe. + Bedien het startpedaal (7) kor- daat en laat hem onmiddelljk los. + Herhaal de handeling, indien nodig, tot de motor start. + Houd minstens één remhende (4) geactiveerd en geef geen gas tot aan het vertrek. LET OP

Draai bij verwarmde motor in wizerzin (Pos. B) de hendel voor het koudstarten (6).

STARTEN MET VERZOPEN MOTOR

Wanneer men de startprocedu- re niet correct uitvoert, of wan- neer er een excessieve hoe- veelheid brandstof aanwezig is in de aanzuigleiding, zou de mo- tor kunnen verzuipen. Herhaal, om een verzopen mo- tor te starten, de eerder be- schreven werkzaamheden, tot aan de kordate bediening van het startpedaal (7) Draai het gashandvat (8) hele- maal rond (Pos. C). Bedien hetstartpedaal (7) enke- le malen kordaat en laat hem onmiddellik los. Koudstarten Wanneer de omgevingstempe- ratuur laag is (dichtbij of onder het vriespunt (32°F)), zou de eerste start moeilik kunnen ver- lopen. In dit geval handelt men als volgt: Draai in tegenwizerzin (Pos. A) de starthendel (6). Draai een weinig aan het gas- handvat (8) en bedien tegeliker- tijd enkele malen hetstartpedaal (7) op kordate wijze en laathem onmiddellik los. xnge9 £/2SNE

Wanneer de motor start: + Laathetgashandvat los (8) + Draai in wijzerzin (Pos. B) de hendel voor het koudstarten (6). + Wanneer hetregime van hetmi- nimum toerental instabiel blikt, handelt men op het gashandvat (8) metkleine en veelvuldige ro- taties. Wanneer de motor niet start: Wacht enkele seconden lang en voer de startprocedure opnieuw uit

START NA EEN LANGE INACTIVITEIT

Als het voertuig lange tid inactief ge- weest is, bedien dan enkele malen het startpedaal (7) op kordate wijze, zonder gas te geven, zodat het brandstoftoe- voercircuit met brandstof gevuld wordt. Om de motor te starten, geeft men ge- matigd gas en voert men de startproce- dure uit. Start/besturing (03_08,03_09, 03_10, 03 11) WAARSCHUWING

HINDERD. Als tidens het rijden de standaard hoe- veelheid brandstof opraakt, draai dan de hendel van het brandstofkraantie (1) in de stand "RES" om de brandstofreserve te activeren. LET OP

*_ Startde motor. + De eerste kilometers beperkt men de snelheid om de motor op te warmen. + Laathet gashandvat (2) los (Pos. A) en laat de motor aan het minimum toerental draaien, activeer de koppelingshendel (3) helemaal. + Schakelin de eerste versnelling door de commandohendel van de versnellingsbak (4) naar be- neden te duwen. + Laat de remhendel los (geacti- veerd bij de start). LET OP Blj HET VERTREK KAN HET TE

+ Laattraag de hendel van de koppeling (3) los en geef tegeli- kertijd gas door gematigd aan hetgashandvatte draaien (Pos. B). Het voertuig zal beginnen rijden

OVERSCHRIJD HET AANBEVOLEN

TOERENTAL NIET. + Vermeerder snelheid door ge- leidelik aan het gashandvat (2) te draaien (Pos. B), zonder het aanbevolen toerental te over- schrijden. Om naar de tweede versnelling te schakelen:

+ Laathetgashandvat los (2) (Pos. A), activer de koppe- lingshendel (3) en plaats de commandohendel voor het schakelen (4) omhoog. Laat de hendel van de koppeling (3) los en geef gas + Herhaal de twee laatste hande- lingen om over te gaan naar de hogere versnellingen.

VAN DE MENGER ZICH IN RESERVE; IN DIT GEVAL VULT MEN OLIE BI IN DE MENGER. Het overgaan van een hogere naar een lagere versnelling, "terugschakelen" ge- noemd, wordt uitgevoerd: + wanneer men op een afdaling rijt en bij het remmen, men ge- bruikt de compressie van de motor om de remactie te verho- gen. + Wanneer men een helling op- rit, de geschakelde versnelling is niet geschikt voor de snelheid (hoge versnelling, gematigde snelheid en het toerental van de motor verlaagt. xnge9 £/2SNE

VERMI DEN. Om “terug te schakelen”: + Laathetgashandvat los (2) (Pos. A) + Indien nodig activeert men ge- matigd de remhendels en min- dert men de snelheid van het voertuig. + Activeer de hendel van de kop- peling (3) en breng de comman- dohendel voor hetschakelen (4) omlaag, om naar de lagere ver- snelling te schakelen. + Laat de remhendels los indien geactiveerd. + Laatde hendel van de koppeling los en geef gematigd gas.

SCHIKTE WIJZE DE DRUK OP DE

TE REMMEN. + Laat het gashandvat los (Pos. A), activeer geleidelik de rem- men, en “schakel" tegelikertjd terug om snelheid te minderen. Wanneer men snelheid geminderd heeft, voert men het volgende uit voordat het voertuig volledig komt stil te staan: + Activeer de hendel van de kop- peling zodat de motor niet stil- valt Met het voertuig stil: + Plats de hendel voor het scha- kelen in vri (groene controle- lamp aan). + Laatde hendel van de koppeling los. + Tijdens een tidelike pauze moet er minstens één rem ge- activeerd worden:

Parkeren (03_13, 03_14) De keuze van de parkeerzone is zeer be- langrik en moet de verkeerstekens en de volgende aanduidingen respecteren. LET OP

NIET MET UW GEWICHT OF DAT VAN DE PASSAGIER. 3 Use / 3 Gebruik + Stop the scooter. + Stop het voertuig + Setthe engine stop switch to + Plaats de schakelaar voor het "key off. stlleggen van de motor op ‘off. 03_13 + Turn the key to setthe ignition Draai de sleutel rond en switch to key off plaats de ontstekingsschake- + Tumtthe fuel valve lever (1) to laar op'KEY OFF'. OFF. Draai de hendel van het brand- *__Restthe vehicle onits stand. stofkraantje (1) in de stand + Block the steering and take out OFF. . the key. Plaats het voertuig op de stan- ‘Q daard. à Blokkeer de stuurinrichting en verwider de sleutel. 03_14

Katalysator Het katalytüsche uitvoering van het voer- tuig is uitgerust met een uitlaat met me- talen katalysator van het type "bivalent met platina - rodium". Ditmechanisme heeft als taak om de CO {koolmonoxide) en de HC (onverbrande koolwaterstof) te oxideren die aanwezig zijn in het uitlaatgas, door ze respectie- velik om te zetten in kooldioxide en wa- terdamp.

Standaard (03_15) Grip het linker handvat en de handgreep van de passagier vast. Duvwr op de laterale standard met de rechter voet, en klap hem volledig uit Hel het voertuig tot de stan- daard de grond raakt. Draai het stuur volledig naar links. LET OP

Tips tegen diefstal LET OP

VERWIJDEREN VOORALEER MEN

ZELFS DE DOOD ALS GEVOLG. Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot. Parkeer het voertuig op een veilige pleats, indien mogelik in een ga- rage of een bewaakte plaats. Gebruik in- dien mogelik een extra antidiefstalme- chanisme. Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn Schrif uw gegevens en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal. NAAM VOOR- NAAM: xnge9 £/2SNE

+ Controleer of het oliepeil het controleglasje (1) volledig be- dekt. LET OP

REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BI} EEN Officièle aprilia Dealer. Banden Dit voertuig is voorzien van banden met binnenband (Tube Type) PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

4 Maintenance / 4 Onderhoud

RIJ VLAK vooraan: 2 mm (0.078 in) achteraan: 2 mm (0.078 in) Demonteren van de bougie (04_02, 04 03) Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettngen, en vervang ze indien nodig. Om de bougie te verwijderen en te reini- gen: + Verwijder de pipet van de bou- gie. + Verwider alle vuiresten van de basis van de bougie, draai ze los met de in de gereedschapskit bigevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zittng, zorg ervoor dat er geen stof of andere stof- fen binnenin de cilinder terecht komt. + Controleer of de elektrode en het centrale porselein van de

bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en rei- nig eventueel met speciale rei- nigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltie. + Blaas goed uit met een lucht- straal om te vermiden dat de venwijderde resten in de motor terecht komen. Wanneer de bougie scheuren op de isole- ring, verroeste elektroden of ex- cessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen: + Controleer de afstand tussen de elektroden met een diktemeter, is de waarde nietjuist, plooi dan voorzichtig de aardelektrode. + Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draait men de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd. + Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijge- voegde sleutel, door ze een 1/2 draai vastte draaien om de ron- del vastte drukken. Sluitkoppel van de bougie: 20 Nm (2 kgm). LET OP

04_03| 4 Maintenance / 4 Onderhoud

SCHAAD KUNNEN WORDEN. Technische kenmerken Afstand van de elektroden 0,7 - 0,8 mm (0.027 - 0.031 in) + Plaats de pipet van de bougie correct, zodat deze niet loskomt door de vibraties van de motor. Demonteren van het luchtfilter LET OP

Peil koelvloeistof (04_04) Gebruik het voertuig niet wanneer het peil van de koelvioeistof zich onder het minimum peil bevindt. LET OP

GEN. De oplossing van de koelvioeistof be- staat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste werkingstemperaturen, en garandeert een goede bescherming tegen corrosie. Hetis een goede gewoonte om hetzelfde mengsel ook tidens het warme seizoen te gebruiken, omdat op deze manier ver- lies door verdamping en het frequent bij- vullen wordt vermeden PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

Op deze manier verminderen de bezink- sels van mineraalzouten, die in de radia- tor door het verdampte water werden gelaten, en verandert de efficiëntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de buitentemperatuur zich on- der het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuitfrequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere concentra- tie antivries toe (tot een maximum van 60%). Voor de koeloplossing gebruikt men ge- destilleerd water, om de motor niet te beschadigen. LET OP

VERWIJ DER DOP «1» NIET VAN HET

Controle en bijvullen LET OP

DE MOTOR KOUD STAAT. + Leg de motor stil en wachttothij afgekoeld is. + Plats het voertuig op een vaste en vlakke ondergrond. + Houd het voertuig in verticale positie met de twee wielen op de grond. + Draai de radiatordop «1» een Kik in tegenwizerzin rond. + Wachtenkele seconden lang zodat de eventuele druk in de inrichting afgelaten wordt. + Draai de radiatordop «1» op- nieuw in tegenwizerzin rond en verijder hem. + Controleer of de viveistof de ra- diatorplaten helemaal bedekt. LET OP

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

ZE PERFECT SCHOON ZIJN. + Indien nodig vult men koelvioei- Stof bij, tot de platen van de ra- diator volledig bedekt zijn. Over- schrijd dit peil niet, anders zal de vioeistof tjdens de werking van de motor uitstromen. Wanneer

men een trechter of iets anders gebruikt, moet deze perfect schoon zijn. + Plaats de radiatordop (1) weer. LET OP

MEN ZICH TOT EEN Officiéle aprilia Dealer. Controle van het oliepeil van de remmen (04_05, 04_06) Controle van de remvloeistof + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Voor de voorrem moet het stuur volledig naar rechts gedraaid worden. + Voor de achterrem moet het voertuig in verticale positie ge- houden worden zodat de vioei- stof in de tank parallel met de dopis. + Controleer of de viceistoffen in de tank van de voorreminstalla- tie (1) en in de tank van de ach- terreminstallatie (2) boven de streepjes "MIN" (minimum) ko- men. PNOUJSPUO + / SUEUAUIEN +

Als de vioeistoffen de streepjes "MIN" niet bereiken: + Controleer de slitage van de rempastilles en van de schif. + Als de pastilles enof de schijf niet moeten worden vervangen, moet men bijvullen + Wanneer de pastilles en/of de schijf moeten worden vervan- gen, controleert men de rem- vioeistof, en vult men eventueel bi. Bijvullen van de remvloeistof LET OP

VOLGORDE. + Verwijder het zadel. + Controleer of de terminals van de kabels en de klemmen van de accu: - zich in goede condities bevinden (en niet verroest zin of bedekt zijn met afzet- tingen); - bedekt zijn met neutraal vet of vaseline Indien nodig: + Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in de positie “key off" bevindt. PNOUJSPUO + / SUEUAUIEN +

+ Maakt men eerst de negatieve kabel (-) en daama de positieve kabel (+) los. + Borstelt men met een metalen borstelom elk spoor van roestte elimineren + Verwider hetontiuchtingsbuisje van de accu + Verwijder de accu uit haar plaats, en plaats haar op een viakke ondergrond in een koele en droge plaats + Verbindt men eerst de positieve kabel (+) en daama de negatie- ve kabel (-). + Bedek de terminals en de klem- men met neutraal vet of vaseli- ne.

OP NUL GEZET. Controle van het elektrolytpeil Voor de controle van hetpeil handeltmen als volgt: + Hef de brandstoftank op + Houd het voertuig in verticale positie metde twee wielen op de grond. + Controleer of het vioeistofpeil zich tussen de twee strepen

“MIN'en"MAX" bevindt, die op de zikant van de accu gedrukt zin. Neem, als datniethetgevalis, contact op met een Officiële aprilia Dealer die het elektrolyt zal bijvullen of de accu vervan- gen. LET OP

FERENTIE, OMDAT HET PEIL TIj- DENS HET LADEN STI) GT. Opladen van de accu + Verwijder de accu. + Verwijder de doppen van de ele- menten. + Controleer het elektrolytpeil van de accu. + Verbind de accu aan een accu- lader + Er wordt aangeraden om opte laden aan een elektrische stroomsterkte die 1/10 bedraagt van de capaciteit van de accu zelf. + Na hetladen controleertmen het elektrolytpeil weer, en vult men eventueel gedistilleerd wa- ter bij. PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

+ Plats de doppen weer op de elementen LET OP

WANNEER MEN DE ZEKERING VAN

20A VERWIJ DERT, WORDT DE VOL-

GENDE FUNCTIE OP NUL GESTELD: DIGITALE KLOK. Wanneer het voertuig langer dan vijfüien dagen inactief blift, moet men de accu opladen om sulfatering te vermijden: + Verwijder de accu en plaats ze op een frisse en droge plaats.

Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de la- ding (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermiden. + Laadze volledig op door gebruik te maken van een normale la- ding. Wanneer de accu op het voertuig blift, maakt men de kabels los van de klem- men. Zekeringen (04_09, 04_10, 04_11) LET OP

Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren Plaats de ontstekingsschakelaar op ‘off om een toevallge kortsuiting te vermiÿ- den. Hef de brandstoftank op. + Verwider één zekering per keer en controler of de draad onder- broken is. + Vooraleer men de zekering ver- vangt, zoekt men indien moge- ljk de oorzaak die het probleem heeft veroorzaakt. + Vervang de zekering, indien be- schadigd, met een andere met hetzelfde ampèregehalte.

Vanaf de accu naar de ontstekingsscha- Kelar, de spanningsregelaar, de kiok.

Vanafde ontstekingsschakelaar naar alle ladingen van de lichten en de akoesti- sche melder, de solenoïden FP (FULL POWER), het motortje RAVE FP (FULL POWER)

3) Zekering van 7,5A

Vanaf de ontstekingsschakelaar naar de ontsteking, en de startveiligheid Lampjes NB.

Koplampset (04_12, 04_13, 04_14) In het voorlicht vindt men: + Twee lampjes van het positie- licht «1». + Een lampje van het dimlicht/ groot licht «2». Voor de vervanging: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draai de twee bovenste bouten los. + Verwijder het maskerte uit de zitngen van het spatbord Lampje van het positielicht «1» + Verwijder het positielampje, en vervang het met een van het zelfde type. Lampje van het dimlicht / groot licht «2» + Grip de elektische connector van het lampje «3» vast, trek er aan, en maak hem los van de lemphouder. + Verwijder de kap «4» van de pa- raboofzitting en de terminals van het lampe + Koppel de tee uiteinden van de trekveer «5» los die zich op de lamphouder bevindt.

+ Verwijder het lampje uit de zit- ting. Bij de hermontage: + _Installeer op correcte wijze een lampje van hetzelfde type. + Plaats de kap «4» correct in de paraboolzitting en de terminals van het lampje. + Verbind de elektische connec- tor van het lampje «3». Afstellen van de koplamp (04_15, 04_16)

Voor een snelle controle van de correcte richting van de voorste lichtbundel, han- delt men als volgt: Plaats hetvoertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleer of de ondergrond VIäk is. Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten, en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lin van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte). Voor het regelen van de lichtbundel: Handel op beide kanten: draai de bout «1» los. Richt de koplamp tot de gewen- ste positie wordt verkregen Handel op beide kanten: suit de bout «1»

Richtingaanwijzers voor (04_17) Plaats het voertuig op de stan- daard. Draai de bout los (1) en verwij- derze. Verwijder de lens (2). Druk gematigd op het lampje (3), en draai het in tegenwizer- zin. Verwijder het lampje (3) uit de zit. Plaats op correcte wize een nieuw lampje van hetzelfde ty- pe. PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

DEN. Lampenset achter De motor is uitgerust met een LED ach- terlicht, dus voor de vervanging wordt aangeraden om zich te wenden tot een officièle aprilia Dealer.

Richtingaanwijzers achter (04_18) Plaats het voertuig op de stan- daard. Draai de bout los (1) en verwij- derze. Verwijder de lens (2). Druk gematigd op het lampje (3), en draai het in tegenwizer- zin. Verwijder het lampje (3) uit de zit. Plaats op correcte wize een nieuw lampje van hetzelfde ty- pe. PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

DEN. Kentekenverlichting (04_19) Vervanging: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draai de bout (1) los en verwi- der ze. + Verwijder de groep van hetlicht

+ Om de lamphouder te verwijde- ren mag niet aan de elektrische kabels getrokken worden. + Grijp de lamphouder (3) vast, trek er aan en venwijder hem uit de zitting. Verwijder en vervang hetlampje (4) meteen ander van hetzelfde type.

Afstellen van het stationair toerental (04_20) LET OP

VOOR DE REGELING VAN HET MINI-

TOTEEN Officièle aprilia Dealer WEN- DEN. Schijfrem voor en achter (04_21, 04_22, 04_ 23)

DE VOLGENDE INFORMATIE BE-

IS GELDIG VOOR BEIDE. De slijtage van de pastilles van de rem- schif hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype. LET OP

Voor het uitvoeren van een snelle con- role van de slitage van de pastilles: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Voer een visuele controle uit tussen de remschif en de pas- tlles, door te handelen als volgt: - van boven vooraan voor de voorste remtang (1); - van boven achteraan voor de achterste remtang (2);

+ Wanneer de dikte van het wri- vingsmateriaal (00k van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm (0.60 in), moet men beide pastilles ver- vangen. - Voorste pastille (3) - Achterste pastille (4) LET OP

VOOR DE VERVANGING WENDT MEN

ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer. Stilstand van het voertuig (04_24, 04_25)

20A VERWIJ DERT, WORDEN DE VOL-

Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet ge- bruiken van het voertuig tegen te gaan Bovendien moetmen de herstellingen en de algemene controle vér het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren. Handel als volgt: + Verwijder de bougie en gietin de cilinder een lepelte (5 - 10 cc /

0.30 - 0.61cu in) olie voor 2takt

motoren. Plaats de ontstekingsschakelaar op ‘key on' en druk enkele seconden lang op de startknop van de motor, om de olie uni- form over de opperviakken van de cilin- der te verdelen. Hermonteer de bougie Verwijder de accu. Was en droog het voertuig. Breng was aan op de gelakte opperviakken. + Blaas de banden op. + Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, maak gebruik van een daarvoor bestemde steun. + Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder voch- tigheid, beschermd tegen zon- nestralen, en waar temperatuur- verschillen miniem zijn.

+ Bedek het voertuig, maar niet met plastic of ondoordringbaar material. Reinigen van het voertuig (04_26, 04 27) Reinig het voertuig regelmatig wan- neer hetwordt gebruiktin de volgende zones of condities: + Atmosferische vervuiling (stad en industriële zones). + Zoutgehalte en vochtigheid uit de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig kimaat). + Speciale milieu/seizoenscondi- ties (het gebruik van zout, che- mische anti-isproducten op we- gen in de winterperiode). + Vermijd vooral dat er op de car- rosserie afzettingen achterbli- ven, resten van industriêle en vervuilende stoffen, teervlek- ken, dode insecten, uitwerpse- len van vogels, enz. + Parker het voertuig niet onder bomen. In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelik zijn voor de lak PNOUJSPUO + / SUEUAUIEN +

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

Om het vuil en de modder te verwideren die zich hebben afgezet op de gelakte opperviakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, en de modder en het vuil verwideren met een zachte spons voor carrosseries die doordrenktis in veel water en shampoo (2 +4% delen shampoo in water]. Spoel vervolgens overvioedig met water en droog af met een zeemvel. Om de exteme delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken. De delen in elektrolytisch geoxi- deerd of gelakt aluminium, zoals de vor- ken, de velgen, het frame, de voeten- steunen enz, moeten gewassen worden met neutrale zeep en water. Het gebruik van te agressieve reinigingsmiddelen kan de opperviaktebehandeling van deze onderdelen aantasten.

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

DEN DAT HET GAAT SCHUIVEN. Transmissieketting Het voertuig is voorzien van een ketting van hettype met verbindingsschakel AIN

4 Maintenance / 4 Onderhoud 04_28|

BI} EEN Officièle aprilia Dealer. Controle van de speling van de ketting (04_28) Voor de controle van de speling: + Leg de motor stil. + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Plaats de hendel van de ver- snellingsbak in vri. + Controleer of de verticale schommeling, in een punt tus- sen het rondsel en de kroon in de onderste vertakking van de ketting, ongeveer 20 - 25 mm (0.79 - 0.98 in) bedraagt. + Verplaats het voertuig vooruit, zodat de verticale schommeling van de ketting ook in andere po- sities kan gecontroleerd wor- den; de speling moet in alle

fasen van de rotatie van het wiel constant bliven. LET OP

MEN REGELMATIG DE KETTING. Wanneer de speling uniform is, maar meer of minder dan 20 - 25 mm (0.79 -

0.98 in) bedraagt, voert men de regeling

uit Regeling van de speling van de ketting Wanneer de speling uniform is, maar meer of minder dan 20 - 25 mm (0.79 -

0.99 in) bedraagt, voert men de regeling

REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BI} EEN Officièle aprilia Dealer. Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon (04_29) Controleer bovendien de volgende delen, en controleer ofde ketting, hetrondsel en de kroon geen: + Beschadigde rollen hebben + Geloste pinnen hebben. + Droge, verroeste, samenge- drukte of afgeslagen schakels hebben. + Excessieve slijtage vertonen. + Excessief versleten of bescha- digde rondsel- of kroontanden hebben. LET OP

ZI) N, WENDT MEN ZICH TOT EEN Of- ficièle aprilia Dealer, DIE ZAL ZORGEN VOOR DE VERVANGING. + Controleer de slitage van het wieltie van de kettngspanner. + Controleer uiteindelik de slita- ge van de beschermingssiede van de vork LET OP

Smeer de ketting telkens als het nodig is en in ieder geval tenminste elke 500 km (310.68 mi), altijd na elke wasbeurt of na rijden in de regen. Was de ketting absoluut niet met water- stralen, dampstralen, waterstralen onder hoge druk en met oplosmiddelen met ho- ge ontviambaarheidsgraad

Type tweetakt met gelaagde aanzuiging tweetakt met gelaagde aanzuiging Aantal cilinders

Complessieve cilinderinhoud 124,82 cc (7.62 cu in) 124,82 cc (7.62 cu in) Boring/loop 54/54, 5 mm (2.12/2.14 in) 54/54, 5 mm (2.12/2.14 in) Compressieverhouding (22,5 +- 0,5):1 (22,5 +- 0,5):1 Starten kickstarter kickstarter Toerental van de motor bij stationair toerental 1200 +/- 100 toeren / min (rpm) 1200 +/- 100 toeren / min (rpm) Koppeling Multischif in oliebad Mutischif in oliebad Smeersysteem Afzonderiik metautomatische menger op variabele wijze 1 Afzonderljk met automatische menger op variabele wijze 1

__ Vakwerkframe met dubbele motorsteun | Vakwerkframe met dubbele motorsteun met buizen in hoogwaardig staal met buizen in hoogwaardig staal Hellingshoek van het stuur 28° 28° Voorloop 102 mm (4.02 in) - ophangingen helemaal 113 mm (4.45 in) - ophangingen helemaal gestrekt gestrekt SUSPENSIONS

F Upside-down with 40 mm (1.57 in) Upside-down with @ 40 mm (1.57 in) ront stems stems Front suspension travel 260 mm (10.24 in) 260 mm (10.24 in) Rear single gas shock absorber single gas shock absorber Rear suspension travel 265 mm (10.43 in) 265 mm (10.43 in) OPHANGINGEN

v Upside-down met stangen diameter 40 | Upside-down met stangen diameter 40 ooraan mm (1.57 in) mm (1.57 in) Verplaatsing van de voorste ophanging 260 mm (10.24 inch) 260 mm (10.24 inch)

Lampje van nummerplaat sw sw Achterste positielicht / stoplicht met led met led Lampje van het voorste positielicht 2x3W 2x3W Lampjes van de voorste / achterste richtingaanwijzers 4x10W 4x10W Lampje van het dimlicht/groot licht HS1 Hs1

Bijgeleverd gereedschap (05_01) De bigevoegde gereedschappen zijn:

4. Mannelijke zeshoekige sleutels

5. Schroevendraaier dubbele

7. Speciale buissleutel voor de re-

geling van de speling van de koppeling.

Tabel gepland onderhoud Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties. Daarom heeft aprilia een serie van con- troles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pa- gina. Het is een goede gewoonte om eventuele keine onregelmatigheden bij de werking onmiddellik mee te delen aan een Officièle aprilia Dealer of Verko- per zonder te wachten, om ze te verhel- pen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt. Het is absoluut noodzakelik om de ser- vicebeurten uitte voeren aan de voorge- schreven kiometerintervals en tijden, wanneer de voorziene kilometerstand wordtbereikt Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het "Geprogrammeerd Onderhoud', raadpleegtmen het'Garan- tieboekje”.

Kabels van de transmissie en de commando's Centrale Rave (FULL POWER) Centreren van de wielen Kussentjes en speling van het stuur Kussentjes van de wielen Remschiven Luchtfilter Oliefier van de menger Algemene werking van het voertuig Speling van de koppeling Installatie lichten Koelinstallatie

Reminstallaties Remvloeistof * Oliepeil van de menger Koelvloeistof * Uitlaatknaldemper Olie van de vork en oliekeerring** Olie van de versnellingsbak Regeling van het vooricht Pin van de starthendel Zuiger en segmenten Mengerpomp en ontiuchting Wielen en banden Sluiting van bouten Controlelamp van de oliereserve van de menger Eindtransmissie (ketting, kroon, rondsel)**#* Brandstofbebuizing** Bebuizing van de reminstallatie** Oliebebuizing van de menger** Slijtage van de koppeling Slitage van de pastilles

Tabel aanbevolen producten LET OP

Product Beschrijving Kenmerken

AGIP GEAR SYNTH, SAE 75W - 90

Olie van de versnellingsbak In plaats van de aanbevolen olies, kan men olies gebruiken met conforme of hogere prestaties dan de specifieken A.P_1. GL - 4

aanbevolen OLIE VOOR DE VORK Wanneer men wil beschikken over een gemiddelde actie van de aangeboden olies AGIP FORK 5W of AGIP FORK 20W, kunnen als altematief de volgende olies gebruikt worden

Olie van de menger In plaats van de aanbevolen olies, kan men olies, geheel synthetisch, gebruiken met conforme of hogere prestaties dan de specifieken ISO - L - EGD of als alternatief JASO FC of als alternatief API TC.

Vet voor de draaiende ring van het toonwiel Vet met molybdeendisulfide en lithiumzeep

Neutraal vet of vaseline

AGIP CHAIN GREASE SPRAY

Vetspray voor kettingen

6 Programmed maintenance / 6 Gepland onderhoud Product Beschrijving Kenmerken

Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifeke trainingsprogramma van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiéle Netwerk van aprilia grondig dit voetuig, en beschikken ze over de nodige speciale uirusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen. De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle véér het riden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Ori Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiéle factoren ! Voor informatie in verband met de dichtstbizinde Officiéle dealer enfof Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zo8kt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Offciële Website www.aprilia.com Enkel wranneer men Originele aprilia Reserveonderdelen aanvraagf, zal men een product krjgen dat reeds bestudeerd en getest werd tjdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia Reserveonderdelen worden systematisch ondenvorpen aan kwalteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen. De beschrjvingen en de illustrates in deze uitgave zijn niet bindend: aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiéle eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geilustreerd, op elk moment wizigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of de levering van accessoires naar gelang zi dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplichtte zijn om tjdig deze uitgave bi te werken. Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderljke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van aprilia

© Copyright 2008 - april. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. aprilia - Dienst na verkoop. Het merk aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.