EUROMAC 390-38CC - Kettingzaag MCCULLOCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EUROMAC 390-38CC MCCULLOCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Kettingzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EUROMAC 390-38CC - MCCULLOCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EUROMAC 390-38CC van het merk MCCULLOCH.
GEBRUIKSAANWIJZING EUROMAC 390-38CC MCCULLOCH
Gebruiksaanwijzing EERST GOED DOORLEZEN
ZIJKANT B. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
1) Zorg er voor dat alle gebruikers deze
voorschriften zorgvuldig gelezen hebben voordat zij met de machine gaan werken. Gebruik de machine alleen waarvoor ze bestemd is. Laat nooit kinderen met de machine werken.
2) Werk uitsluitend met de machine in gepaste
kleding: a) nauw sluitende kleding (geen short of wijde kleding), b) veiligheidsschoenen (geen sandalen en nooit blootvoets), c) werkhandschoenen, d) gezichtsbeschermer of veiligheidsbril. Verwijder eventuele beschermfolie, e) gehoorbeschermer, f) bij gebruik van zaagbladen: helm. Zorg er voor dat u weet hoe de machine te stoppen in geval van nood (zie het hoofdstuk STARTEN EN UITZETTEN VAN MOTOR). In geen geval gebruiken bij oververmoeidheid, ziekte, onder invloed van alcohol of bepaalde medicijnen. Kijk uit voor de draaiende onderdelen en voor de hete delen van de machine.
3) Het langduring gebruik van de machine of
ander gereedschap onderwerpt de gebruiker aan trillingen die het “witte vinger verschijnsel” kunnen veroorzaken (Raynaud’s Phenomenon). Dit kan een verminderde gevoeligheid van de handen voor warmteverschil tot gevolg hebben en tot een gehele verstijving leiden. De gebruiker moet daarom goed op z’n handen en vingers letten wanneer hij dit produkt lang of vaak gebruikt. Mocht één van de symptomen toch optreden, consulteer dan meteen een arts. Houd de machine altijd met twee handen vast en zorg er voor dat u stevig op de grond staat. De machine moet uitsluitend bediend worden zoals aangegeven in het hoofdstuk VEILIG GEBRUIK.
4) Loop nooit met een draaiende motor naar het
volgende werkobject. Schakel de machine uit, plaats de beschermer op het maai-of zaagblad en draag de machine met de aandrijfas naar
achteren gericht. Bij vervoer in een auto de machine goed vastzetten zodat er geen brandstof kan ontsnappen. Het is raadzaam de brandstoftank te ledigen alvorens de machine te vervoeren. OPGELET: Voor uw veiligheid is het verplicht tijdens transport en opslag het mes met de bijgeleverde hoes te beschermen.Start de machine uitsluitend op een vlakke ondergrond en zorg er voor dat u stevig staat. Het maaiblad of de draadkop mogen de grond of een ander obstakel niet raken.
5) VOORKOMING VAN BRAND: Werk niet met de
machine in de buurt van vuur of op plekken waar brandstof gemorst is. Start noch laat de motor ooit in werking in een dichte of slecht geventileerde ruimte. UITLAATGASSEN ZIJN
GIFTIG EN KUNNEN VERSTIKKING OF DOOD
VEROORZAKEN BIJ INADEMING. Na het vullen van de brandstoftank gemorste brandstof goed afvegen. Nooit roken tijdens het vullen en de machine starten op minstens 3 meter afstand van de vulplaats en de voorraadtank. Nooit vullen met draaiende motor.
6) Laat geen omstanders of dieren toe in de buurt
van de werkplek (minimum afstand 15 meter). Als iemand nadert, de machine stoppen en het maaiblad of draadkop tot stilstand brengen (zie: STARTEN EN UITZETTEN VAN MOTOR). Ean draaiend maaiblad of draadkop kan stenen, gras of andere voorwerpen wegslingeren. Het blad is zeer scherp, wees dus voorzichtig ook wanneer de machine niet in werking is. Draag altijd werkhandschoenen. Doe de motor uit en wacht tot de draaiende onderdelen stil staan voordat men de machine controleert of voordat men het maaiblad of draadkop aanraakt, vooral als men vaststekende materialen moet verwijderen.
GEBRUIK DE MACHINE NOOIT ZONDER DAT
BESCHERMKAP STEVIG GEMONTEERD IS
(zie hoofdstuk: VEILIG GEBRUIK en MONTAGE 31-55 cabrio 320-380-248729 29-11-2001 MAAIBLAD EN NYLON DRAADKOP). Schenk veel aandacht aan de veiligheidsvoorschriften daar bij niet opvolgen hiervan uw eigen leven of dat van anderen gevaar loopt door: a) mogelijk kontakt met maai-en/of zaagblad. b) wegslingerende voorwerpen. 14:41 Pagina 9 ATTENTIE: Start de machine nooit als de motor en de aandrijfas los van elkaar zijn. De koppeling kan dan uiteenspatten. Bij machines die van een koppeling voorzien zijn, moet men er zich van verzekeren dat het maai-onderdeel stil staat wanneer de motor op minimum draait.
Dit produkt moet aan de rechterkant van de gebruiker gehouden worden, zodat de uitlaatgassen van de gebruiker afgaan en de kleding geen obstakel vormt. Als u voor het eerst een trimmer gebruikt, neem dan de tijd om er vertrouwd mee om te gaan. Kontroleer de machine alvorens deze te gebruiken op loszittende bouten of moeren, beschadigde onderdelen en eventuele brandstoflekken. Vervang versleten of beschadigde accessoires (maai/zaagblad, draadkop en beschermkap). Laat reparaties of onderhoud uitsluitend verrichten door officiele servicedealers. N.B. Om een goede functionering maar ook de veiligheid van de machine te behouden, verzeker u ervan dat elk deel door originele reserveonderdelen of accessoires wordt vervangen. Vermijd langdurig gebruik van de trimmer. Overmatige vibratie kan pijn veroorzaken.
1) Maak de werkplek vrij van obstakels zoals:
stenen, touw, metaal of andere voorwerpen die rond de as kunnen draaien of weggeslingerd kunnen worden. Men moet enkel maaien wat voor het type maai-onderdeel geschikt is, en vermijden dat het in aanraking komt met rotsen of metaal enz. Zet uw haar zo vast dat het maximaal tot de schouders reikt. Alvorens te gaan werken moet de steungordel omgedaan worden en in hoogte zodanig gekorrigeerd dat de machine goed in evenwicht hangt aan de rechterzijde van het lichaam. Het maai/zaagblad of draadkop moet parallel met het grondoppervlak lopen. De machine niet gebruiken als men niet stevig op de grond staat; men moet altijd in goed evenwicht staan. Maai of snoei altijd met de werkplek voor u; naar achteren toe maaien is gevaarlijk omdat men eventuele gevaren niet kan zien. Op de uitvoeringen die een delta handgreep hebben en van metalen maaiblad voorzien zijn, is een veiligheidshandvat aan de zijkant verplicht. Het veiligheidsshandvat aan de zijkant voorkomt dat het apparaat te veel zwaait en zodoende dat het metalen blad in aanraking komen met de ledematen.
2) De steunring (B) moet in de aanvankelijke
positie blijven om het uit evenwicht raken van de machine te voorkomen. Bij modellen die voorzien zijn van een delta handgreep kan men het stuur verstellen om een soepeler gebruik te verkrijgen.
3) De volgende accessoires kunnen gemonteerd
worden: a) Maai-of zaagblad, b) Nylon draadkop. Nooit een blad monteren zonder daarbij alle onderdelen op de juiste manier te monteren, anders kan het blad los komen en de gebruiker of andere personen verwonden: a) NOOIT HET MAAIBLAD LATEN WERKEN
ZONDER EERST DE BESCHERMKAP TE
HEBBEN GEMONTEERD. b) NOOIT DE DRAADKOP LATEN WERKEN
ZONDER EERST DE BESCHERMKAP TE
HEBBEN GEMONTEERD. Tijdens het werken het maai-zaagblad of draadkop van de machine nooit boven de middel uit laten komen. NYLON DRAADKOP: Zorg er voor dat de draadkop op de juiste wijze gemonteerd is. De draadkop kan gebruikt worden voor het maaien van het grasveld, langs muren, rond bomen of andere plekken waar planten of struiken niet beschadig mogen worden. Voor de draadkop alleen draden van elastisch materiaal gebruiken die door de fabrikant aanbevolen worden. Nooit bijvoorbeeld draad van metaal gebruiken, dat kapot zou kunnen gaan en heel gevaarlijk kan worden als het weg vliegt. MAAIBLAD: Zorg er voor dat het maaiblad op de juiste wijze gemonteerd is (zie hoofdstuk MONTAGE MAAIBLAD EN NYLON DRAADKOP). Wanneer men een metalen blad of maaikop vervangt, moet men alle onderdelen gebruiken in de juiste volgorde.
4) MAAIBLADEN kunnen gebruikt worden voor
alle grassoorten, zwaar onkruid of licht struikgewas. Gebruik de machine als een zeis en houd de gashendel geheel ingedrukt.
5) ATTENTIE: Werk uitsluitend met een scherp
maaiblad. Een versleten of bot maaiblad maait niet goed en kan een plotselinge terugslag veroorzaken. Deze terugslag treed op als een stuk hout of een ander zwaar voorwerp geraakt word. Deze terugslag kan zo sterk zijn dat men de kontrole over de machine verliest. Nooit een metalen blad scherpen, maar wel
PERSONEN EN/OF VOORWERPEN. vervangen door een nieuw blad. REACTIE TERUGSLAG: Deze kan ook optreden bij gebruik van elk type circuleer blad in de risico sektor. Daarvoor is het aan te raden de overgebleven sektor te gebruiken. ZAAGBLADEN kunnen gebruikt worden voor het zagen van houtopslag, bomen tot een doorsnee 7 cm en zwaar struikgewas.
VERDERE VEILIGHEIDS-MAATREGELINGEN D. BRANDSTOFMENGSEL Alleen brandstof gebruiken als aanbevolen in deze handleiding. Dit produkt is uitgerust met een tweetakt motor en moet daarom worden gevoed met een tweetakt benzine en oliemengsel. Loodvrije benzine gebruiken met een minimum octaangehalte van 90. Alleen olie gebruiken uit verzegelde containers. Om een goed brandstofmengsel te verkrijgen, eerst de olie in de container gieten en daarna de benzine toevoegen. Het gebruik van een tweederangs olie of benzine kan de prestatie beïnvloeden of de levensduur van bepaalde onderdelen reduceren. LOODVRIJE BENZINE Indien men loodvrije benzine gebruikt dient men te mengen met een volledig synthetische 2-takt motorolie of 2-takt motorolie, zie tabell. BELANGRIJK Altijd het mengsel voor gebruik goed schudden. Mengsmering heeft de eigenschap na verloop van tijd in kwaliteit achteruit te gaan en dient dan ook binnen 2 maanden gebruikt te worden. Wij raden u derhalve aan alleen de hoeveelheid mengsmering aan te maken die op dat moment nodig is. Nooit een brandstofmengsel gebruiken van meer dan 2 maanden oud aangezien dit de motor kan beschadigen. ATTENTIE Rook niet als u aan het vullen bent. De tankdop altijd langzaam los draaien, om te vermijden dat eventuale interne druk ontsnapt. Bijvullen op open plaatsen, kom niet te dicht in de buurt van open vuur of vonken. Bewaar de mengsmering altijd in een daarvoor bestemde jerry-can.
VEILIGE OPSLAG VAN BRANDSTOF
Benzine is licht ontvlambaar. Doof altijd eerst open vuur voordat u met benzine gaat werken. Voorkom morsen met benzine. Sla de brandstof op in een goed geventileerde ruimte, in een daarvoor bestemde jerry-can. Zet nooit een motor weg met nog benzine in de tank, in slecht geventileerde ruimten, of waar benzine damp in aanraking kan komen met openvuur, vonken of een waakvlam van bijvoorbeeld een cv-ketel. Benzine dampen kunnen een explosie of brand veroorzaken. Sla geen grote hoeveelheden benzine op. Het is ten zeerste af te raden de brandstof geheel op te verbruiken. Dit om problemen bij het starten te voorkomen.
E. MONTAGE BESCHERMKAP
1) Om veiligheidsredenen is het noodzakelijk dat
het apparaat gebruikt wordt met de juiste kap (P/N 247208) indien gebruikt met een mes of nylon spoelkop, m.u.v. het 24-80-tands blad. Draadbegrenzer (L): monteren als afgebeeld.
2) Wanneer men een zaagblad gebruikt (optionele
accessoire) dient de correcte kap aangebracht te worden (P/N 240553). Tevens dient men de dubbele steungordel te gebruiken. Alleen messen of nylon spoelkoppen gebruiken
duidelijk gemarkeerd met een maximum snelheid van tenminste 10.500 min-1. Montage instructies zorgvuldig opvolgen. N.B. Zaagbladen (24 of 80 tanden) hebben een voetdiameter van 20 mm en vereisen dan ook het gebruik van een bovenflens van toepasselijke afmeting om een correcte passing te verzekeren. Het onderdeelnummer wordt aangegeven in de samenvattingstabel voor snij-onderdelen. 31-55 cabrio 320-380-248729 29-11-2001 14:41 Pagina 11
F. MONTAGE MAAIBLAD EN NYLON DRAADKOP
In verband met de veiligheid, altijd: de beschermkap monteren die behoort bij het te gebruiken maaiblad of nylon draadkop (zie hoofdstuk MONTAGE BESCHERMKAP).
1) Monteer het maaiblad conform de tekening:
a) Beschermkap vulring, b) Bovenplaat met centerning, c) maaiblad met de tekst en draairichtingpijl naar boven, d) onderplaat, e) vaste afstandhouder, f) bladbevestigingsbout (lengte 16 mm).
2) Bij gebruik van een draaiende afstandhouder is
de montage als volgt: a) Beschermkap vulring, b) Bovenplaat met centrerring, c) Maaiblad met de tekst en draairichtingpijl naar boven, d) Onderplaat, e) Vulring, f) Draaiende afstandhouder, g) Bladbevestigingsbout (lengte 34,5 mm). Vervang tijdig de bladbevestigingsbout wanneer deze beschadigd is.
3) Zorg er voor dat de centerning op de
bovenplaat goed in het gat van het maaiblad past. Tegen de klok in vastdraaien. Tijdens het vastdraaien kan het maaiblad geblokkeerd worden door de bijgeleverde sleutel of een schroevedraaier door de gaten van de bovenplaat en de transmissiekop te steken. De gaten kunnen in lijn gebracht worden door de bovenplaat te draaien.
4) Monteer de nylon draadkop conform de
tekening: a) Beschermkap vulring, b) Bovenplaat, c) Beschermkap, d) Nylon draadkop. Tegen de klok in vastdraaien.
5) De draadkop kan geblokkeerd worden op
dezelfde manier zoals beschreven onder 3. WAARSCHUWING: Gebruik de beschermkap niet als het maaiblad worot gebruikt (item C Fig. 4F).
G MONTAGE MOTOR/AANDRIJFAS
ATTENTIE: Start de motor nooit als de aandrijfas niet aan de motor bevestigd is. De koppeling zal dan uiteenspatten.
1) Bevestig de motor aan de aandrijfas.
Zoorg er voor dat het koppelingshuis goed rond de koppeling past. Draai dan de 2 bouten (A) kruislings vast.
2) Bevestig het uiteinde van de gaskabel (B) in de
opening van het draaiende asje (C).
3) Regel stelschroef (D) dusdanig af zodat kabel
(B) gemakkelijk in de opening van het draaiende asje (C) geplaats kan worden. Zet het geheel vast met kontramoer (E). 4A) Schuif de verbindingen van de stopkabel in elkaar. 4B) Aarde aansluiting. Bevestigen als aangegeven op de tekening.
H MONTAGE HANDGREPEN
Voor uw veiligheid, reguleer de klem van de dubbele handgreep en zet deze op een 40 cm afstand van de motorkoppeling/stang vast.
2) DELTA HANDGREEP AAN VOORKANT
Voor uw veiligheid de handgreep voor de sticker op de stang monteren op een afstand van minstens 11 cm van de achterhandgreep wanneer u de draadkop monteert, en op een afstand van minstens 36 cm wanneer u de metalen bladen monteert. De handgreep moet altijd loodrecht ten opzichte van de stang gemonteerd worden, zoals in afbeelding 2. Het voorste veiligheidshandvat moet worden gemonteerd door gebruik van de bijgesloten accessoires en volgens het agebeelde figuur.
I STARTEN EN UITZETTEN VAN MOTOR
ATTENTIE: Lees eerst de hoofdstukken VEILIGHEID, VEILIG GEBRUIK en SYMBOLEN.
STARTEN VAN KOUDE MOTOR
1) De knop helemaal omdraaien vanaf de positie
2) De veiligheidsknop (S) naar beneden drukken,
aan de gashendel (A) trekken en op de voorgasgever (B) drukken, vervolgens (A) los laten, en dan (B). ATTENTIE: Als knop (B) ingedrukt is, draait het blad.
3) Breng de chokehendel (E) naar gesloten stand
4) Pomp zolang met balgje (C) totdat men de
brandstof naar de tank ziet lopen via pijpje (D). Aan de startkabel trekken totdat men de motor hoort opstarten.
5) Breng de chokehendel (E) naar open stand
29-11-2001 14:41 en trek weer aan de startkabel totdat de motor gaat lopen. Laat de machine even lopen terwijl u de trimmer stilhoudt. Trek nu aan de gashendel om de voorgasgever te ontkoppelen. De motor draait nu op minimum toeren.
STARTEN VAN WARME MOTOR
Zet de stopschakelaar in positie START I. Gashendel in positie stationair. Chokehendel naar rechts OPEN . Pomp zolang met balgje (C) totdat men de brandstof naar de tank ziet lopen via pijpje (D). Trek aan het aandrijftouw. ATTENTIE: Als knop (B) ingedrukt is, draait het blad. Pagina 12
6) UITZETTEN VAN DE MOTOR
Druk op de stopschakelaar en schuif deze in de positie STOP 0. ATTENTIE: Als de motor gestopt is zullen maaiblad of draadkop nog even doordraaien. Houd de machine zolang stevig vast totdat alles stillstaat. N.B. In geval van nood kan men de onderdelen eerder tot stilstand brengen door het blad over de grond te strijken.
L AFREGELEN VAN DE CARBURATEUR
Wij adviseren het afregelen bij voorkeur door een officiële dealer te laten verrichten. De carburateur is uitgerust met een drietal afregelschroeven: L: Deze naald regelt de brandstoftoevoer voor het stationair toerental en de acceleratie naar het maximum toerental. De afregeling van naald (L): draai (L) voorzichtig met de wijzers van de klok mee totdat ze stopt. Draai nu de naald een volle slag open tegen de wijzers van de klok in . Wanneer de zaag niet goed accellereert moet de naald 1/8 slag verder opengedraaid worden. Men krijgt dan meer brandstoftoevoer. H: Deze naald regelt de brandstoftoevoer voor het maximale toerental (gasklep geheel geopend). De afregeling van naald (H): draai (H) voorzichtig in de richting van de klok totdat ze stopt. Draai nu de naald een volle slag open tegen de richting van de klok in. Wanneer het toerental van de motor te hoog oploopt moet de naald 1/8 slag verder opengedraaid worden. I: De (I) naald regelt de stand van de gasklep voor het stationair lopen van de motor (2.800 min-1). ATTENTIE: Bij een te hoog stationair toerental kan het maai-onderdeel gaan lopen.De carburateur is tijdens produktie afgesteld voor normaal gebruik. Indien grote wijzigingen voor het gebruik noodzakelijk zijn, neem dan kontakt op met een officiële dealer die over originele onderdelen, de juiste gereedschappen en de laatste fabrieksgegevens beschikt.
M PERIODIEK ONDERHOUD
Kontroleer regelmatig alle bouten en moeren en zorg er voor dat deze goed aangedraaid zijn. Vervang beschadigde, versleten of kromme maaibladen. Zie erop toe dat de nylon draadkop of het maaiblad op de juiste manier gemonteerd is (zie hoofdstuk MONTAGE MAAIBLAD EN NYLON DRAADKOP) en de bevestigingsbout goed aangedraaid is.
1) REINIGEN VAN HET LUCHTFILTER
(minstens elke 25 bedrijfsuren). Een vervuild luchtfilter veroorzaakt problemen met de afstelling van de carburateur. De motor kan geen maximaal vermogen leveren, het brandstofverbruik stijgt en het starten wordt bemoeilijkt. Verwijder het filter (zie Afb.1). Maak het filter en de binnenzijde van het filterhuis goed schoon. Het filter kan ook met perslucht gereinigd worden.
2) Pers vet in het transmissiehuis door nippel (C)
(alle 50 bedrijfsuren).
Verwijder de bougie regelmatig (uiterlijk iedere 50 bedrijfsuren) om deze schoon te maken en de electrodeafstand (0,5/0,6 mm) te kontroleren. Vervang de bougie na 100 bedrijfsuren of eerder indien deze sterk ingebrand is. Sterk inbranden kan optreden indien een mindere kwaliteit mengolie gebruikt is of een verkeerde mengverhouding aangehouden is.
Het filter kan verwijderd worden door de tankdop los te draaien en het filter met een gebogen ijzerdraad of een tang uit de tank te nemen. Het is aan te bevelen eenmaal per jaar uw machine door een servicedealer geheel na te laten zien. Onverwachte storingen worden dan 31-55 cabrio 320-380-248729 29-11-2001 14:41 voorkomen en de levensduur en prestaties van de machine worden verhoogt. ZEER REGELMATIG: De koelvinnen van de motor en de openingen in kappen schoonmaken met een houten krabber Pagina 13 voorkomt oververhiting. LANG BUITEN GEBRUIK: Maak de brandstoftank leeg, start de motor en laten lopen tot deze vanzelf stopt. Berg de machine op in een droge ruimte.
N AANBRENGEN VAN RESERVEDRAAD
1) Borgmoer aan de onderzijde van de spoelkop
losdraaien door het met de wijzers van de klok mee te draaien.
2) Neem het onderste deksel weg. Neem de lege
spoel van z’n plaats en haal elk draadstukje weg.
HET OPWINDEN VAN EEN NIEUW KOORD
3) Bereid twee stukken nylonkoord van elk
ongeveer 2,5 mt lengte met een diameter van 2,4 mm. Steek beide draden in de twee tegenover elkaar liggende openingen van de spoel. Zet de uiteinden van de draden met een tang vast om te voorkomen dat deze er weer uit schieten.
4) Wind de twee draden in dezelfde richting op de
5) Zet de uiteinden van de twee draden in de
twee tegenover elkaar liggende openingen vast.
6) Plaats de spoel terug en rijg de draaduiteinden
door de daarvoor bestemde ringen.
7) Trek aan de draden tot er aan elk uiteinde circa
8) Spoelkop assembleren als afgebeeld;
dieptestop,veer en borgmoer aanbrengen (tegen de wijzers van de klok in draaien).
9) Om de nylon draad door te voeren naarmate
het afslijt, de dieptestop naar beneden trekken en met de wijzers van de klok mee draaien om de gewenste lengte door te voeren.
STORINGZOEKINGSTABEL Motor start niet De motor draait slecht of verliest vermogen De machine start maar zaagt slecht Ga na of de stopschakelaar in positie I staat. Controleer het brandstofpeil min. 25% inhoud tank. Ga na of het luchtfilter niet vervuild is. De bougie demonteren, afdrogen, reinigen, bijstellen en zonodig vervangen. De carburateur nakijken, en eventueel de schroeven aandraaien. Vervang het brandstoffilter. Neem contact op met uw dealer. De montage aanwijzingen van de maai-onderdelen nauwkeurig opvolgen. Controleer of de maai-onderdelen geslepen zijn, zo niet wendt u zich tot uw winkelier. Motor veroorzaakt nog altijd moeilijkheden: Neem contact op met uw dealer.
Notice-Facile