ZJB9476 - Koelkast ZANUSSI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ZJB9476 ZANUSSI in PDF-formaat.

Page 68
Bekijk de handleiding : Français FR English EN Español ES Nederlands NL Русский RU
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ZANUSSI

Model : ZJB9476

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ZJB9476 - ZANUSSI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ZJB9476 van het merk ZANUSSI.

GEBRUIKSAANWIJZING ZJB9476 ZANUSSI

WAARSCHUWINGEN EN BELANGRIJKE ADVIEZEN Het is uiterst belangrijk dat het bij het apparaat behorende instructieboekje bewaard blijft. Zou het apparaat door u aan iemand anders gegeven of verkocht worden, of zou het apparaat in het huis van waaruit u verhuist achterblijven, dan dient de nieuwe gebruik(st)er over het instructieboekje en de daarin opgenomen waarschuwingen te kunnen beschikken. Indien dit apparaat in de plaats van een oud model met haak- of veersluiting opgesteld wordt, dan is het raadzaam de sluiting van het oude apparaat, dat terzijde gezet wordt, onbruikbaar te maken. Hiermee wordt voorkomen dat spelende kinderen zich erin opsluiten, hetgeen levensgevaarlijk is. Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen te hebben, alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik neemt.

Algemene veiligheid •

Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door kinderen, personen met verminderde lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke capaciteiten of een gebrek aan kennis en ervaring, tenzij er toezicht is ingesteld door de persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of tenzij zij van deze persoon instructies hebben gekregen over het gebruik. Laat kinderen niet zonder toezicht in de buurt van het apparaat.

Het is gevaarlijk om, in welke vorm dan ook, dit apparaat of de eigenschappen daarvan te veranderen.

Neem vóór u aan ontdooien, schoonmaakwerkzaamheden of het verwisselen van het, eventueel aanwezige, verlichtingslampje begint altijd de steker uit het stopcontact.

Dit apparaat is zwaar. Delen van randen aan achter- en onderkant kunnen scherp zijn. Wees voorzichtig bij het tillen.

Plaats NOOIT explosieve stoffen in het apparaat, zoals gasvullingen, benzine, ether, aceton enzovoorts.

Het direct vanuit een vriesvak, vriesgedeelte of vriezer consumeren van ijslollies en dergelijke, kan verbranding van de mondhuid tot gevolg hebben; wacht even.

van het apparaat kan circuleren. Vermijd schade aan de koelkringloop. Alléén voor diepvrieskasten (uitgezonderd ingebouwde): het apparaat kan zeer goed in de kelder geplaatst worden. Plaats elektrische apparaten (bijv. ijsmachines) nooit in de kast, tenzij dat door de fabrikant goedgekeurd is.

Onderhoud / Reparatie •

Een eventueel noodzakelijke wijziging aan de elektrische huisinstallatie of het aansluitsnoer, ten behoeve van de installatie van dit apparaat, mag uitsluitend door een daartoe bevoegd persoon uitgevoerd worden. Het betreffende stopcontact dient, ook na eventuele onder- of inbouw, gemakkelijk bereikbaar te zijn. Werkzaamheden welke door personen zonder de noodzakelijke kennis uitgevoerd worden, kunnen schade of letsel tot gevolg hebben.

Laat inspectie- en/of herstelwerkzaamheden uitvoeren door de ELECTROLUX SERVICE en laat geen andere dan originele DISTRIPARTS onderdelen plaatsen.

Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in de koudekringloop; het onderhoud en het bijvullen dient daarom uitsluitend door door het bedrijf aangewezen deskundig personeel uitgevoerd te worden. Tracht, in geval van storing of een defect, dit apparaat niet zelf te repareren. Reparaties welke door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden. Raadpleeg ELECTROLUX SERVICE.

AFDANKEN. Verwijder de deur(en) of het deksel en knip het aansluitsnoer af, zodat, in afwachting van wegbrengen of weghalen, spelende kinderen er zich niet in op kunnen sluiten of aan een elektrische schok bloot kunnen staan.

Heel goed oppassen, tijdens het verplaatsen, dat de delen van het koelcircuit niet zodanig worden beschadigd, dat de koelvloeistof naar buiten zou kunnen lekken.

Huishoudelijke koel- en/of vriesapparaten zijn uitsluitend bedoeld voor het bewaren en/of invriezen van eet- of drinkbare producten.

Plaats het apparaat niet in de nabijheid van een centrale verwarming of een gasfornuis.

De beste resultaten worden bereikt bij een omgevingstemperatuur tussen +18°C en +43°C (klasse T); tussen +18°C en 38°C (klasse ST); tussen +16°C en 32°C (klasse N); +10°C en 32°C (klasse SN); de klasse staat op het kenplaatje vermeld.

Laat het apparaat niet langdurig in direct zonlicht staan. Zorg dat er voldoende lucht aan de achterkant 68

Attentie: u dient niet alleen rekening te houden met de omgevingstemperatuur voor dit type product maar tevens met de volgende aanwijzingen: wanneer de omgevingstemperatuur onder de aangeduide minimum waarde daalt, wordt de bewaartemperatuur in het vriesvak niet meer gegarandeerd; u kunt de bewaarde levensmiddelen dan het beste zo snel mogelijk nuttigen. •

Volg de raadgevingen van de fabrikant op met betrekking tot waar en hoe u spijzen en dranken bewaart of invriest. Ontdooide diepvriesproducten mogen, om gezondheidsredenen, niet wederom ingevroren worden.

De vriezende binnenwanden of -vlakken in het apparaat bevatten koelmiddel. Plaats geen scherpe voorwerpen tegen zo’n wand of vlak en schraap evenmin met metalen voorwerpen rijp of ijs af. Lekkage kan het gevolg zijn, hetgeen een onherstelbare schade aan het apparaat en bederf van de levensmiddelen veroorzaakt.

Plaats geen koolzuurhoudende of mousserende dranken in het vriesvak, het vriesgedeelte of de vriezer; de blikjes of flesjes kunnen door bevriezing van de inhoud exploderen.

Overtuig u er van dat het apparaat niet op het aansluitsnoer staat. Belangrijk: Als de voedingskabel beschadigd raakt, moet de kabel, eventueel met stekers, vervangen worden; deze onderdelen zijn verkrijgbaar bij de fabrikant of het servicecentrum.

De warmte welke het apparaat aan de spijzen en dranken ontrekt, moet onbelemmerd aan de omgeving afgestaan kunnen worden. Slechte ventilatie onder, achter en boven het apparaat resulteert in slechte koel-en/of vriesrestaties door ongewild tijdelijk iutschakelen van de kompressor of onjuiste werking van de absorptieunit .

Plaats het apparaat met z’n achterkant zo dicht mogelijk bij een muur. Hiermee voorkomt u verbrandingsletsel door aanraking van hete tot zeer hete delen.

Afhankelijk van de wijze van transport kan olie vanuit de compressor in het koelcircuit gevloeid zijn. Wacht, na het plaatsen van het apparaat, ten minste een half uur alvorens de steker in het stopcontact te steken. Na achteroverliggend vervoer ten minste een halve dag. Daarmee geeft u de olie de gelegenheid in de compressor terug te vloeien. Apparaten welke van een absorptieunit voorzien zijn kunnen direct in bedrijf genomen worden. Controleer circa 24 uur na het in bedrijf stellen of het apparaat naar behoren werkt.

Milieubescherming Dit apparaat bevat, zowel in het koelcircuit als in de isolatie, geen ozononvriendelijke stoffen. Het apparaat mag niet samen met huisvuil of gesloopte apparaten weggegooid worden. Afgedankte koel- en vriesapparaten moeten volgens de plaatselijke regelingen op deskundige wijze verwerkt worden. Informeer bij uw gemeente naar de mogelijkheden in uw woonplaets. Vermijd dat het koelcircuit wordt beschadigd, vooral aan de achterkant in de buurt van de warmtewisselaar. De materialen in dit apparaat die voorzien zijn van het symbool zijn geschikt voor recycling.

Weggooien van oude apparaten Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk negatieve gevolgen voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het product hebt gekoch.

WAARSCHUWINGEN ADVIEZEN 1

Breng het apparaat naar z’n definitieve plaats.

Draai de haken 180° om de juiste stand te verkrijgen (2). De beginstand (1) is die van tijdens de verzending.

Bevestig het apparaat aan de muur door middel van de meegeleverde beugel.

WEGWERPEN VAN VERPAKKINGSMATERIAAL Het verpakkingsmateriaal van onze grote elektrische huishoudelijke apparaten kan met uitzondering van houten onderdelen, gerecycled worden en dus bij het kringloopafval worden gezet.

PE PP PS Wij bevelen u aan om:

PE voor Polyethyleen** 02 = ^ PE-HD; 04 = ^ PE-LD

Papier, karton en golfkarton in de speciale papierbakken te werpen.

PP voor Polypropyleen

Plastic verpakkingsmateriaal in de speciaal daarvoor bestemde plastic-containers te gooien. Indien dit soort bakken in uw buurt nog niet voorkomen mag u het materiaal aan de vuilnisman meegeven.

Als verpakkingsmateriaal gebruiken wij slechts recycleerbare kunststoffen, zoals bijv.:

PLASTIC BESTANDDELEN Om er gemakkelijker achter te komen hoe u het materiaal van dit apparaat moet wegwerpen en /of recycleren zijn er op verschillende punten herkenbare symbolen op aangebracht.

In de voorbeelden staat:

INHOUD PS SAN ABS Waarschuwingen en Belangrijke adviezen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68 Aanwijzingzn voor het wegwerpen van verpakkingsmateriaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70 Het gebruik - Reiniging van de binnenkant - Bedienings-en kontroleinrichting Vrieskast . . . . . . . . . . . . Ingebruikname - Temperatuurinstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 Het gebruik - Het invriezen van verse levensmiddelen - Bewaren van diepvriesprodukten - . . . . . . . . . Het ontdooien van ingevroren produkten - Jslaatjes. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72 Het gebruik - Invriezen - Tips - Tips het invriezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73 Het gebruik - Bedienings-en kontroleinrichting Koelkast . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74 Het gebruik - AutoFresh - Koelruimte. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75 Onderhoud - Reinigen van de binnenkant - Het ontdooien - Vervangen ven de lamp . . . . . . . . . . . . . 76 Storing - Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77 Installatie - Plaats van opstelling - Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78 Inbouw - Aanwijzingen - Hoogte-instelling - Montage van de zijpanelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79 Inbouw - Aanwijzingen - Montage van de deurtjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80 Inbouw - Aanwijzingen - Opstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81 Inbouw - Aanwijzingen - Aanbrengen van de plint. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82 Garantievoorwaarden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83 70

HET GEBRUIK Reiniging van de binnenkant Voor u de kast in gebruik neemt, dient u de binnenkant met lauw water en een neutraal schoonmaakmiddel te reinigen om de typische geur van een nieuw apparaat weg te nemen. Droog vervolgens de wanden goed af.

Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen, waarmee u de afwerkingen van het apparaat zou kunnen beschadigen.

Bedienings- en kontroleinrichting Vrieskast

netcontrole-indicatie (groen)

toets AAN/UIT van de diepvriezer

toets voor temperatuurinstelling (voor warmere temperaturen)

temperatuurindicatie van de diepvriezer

toets voor temperatuurinstelling (voor koudere temperaturen)

Toets om het alarm uit te schakelen

indicatie voor ingeschakelde AUTO FREEZE-functie (geel)

Toets AUTO FREEZE Toetsen voor temperatuurinstelling De temperatuur wordt ingesteld via de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER). De toetsen staan in verbinding met de temperatuurindicatie. •

Door te drukken op één van de twee toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER) wordt de temperatuurindicatie van de WERKELIJKE temperatuur (temperatuurindicatie brandt) op de GEWENSTE temperatuur (temperatuurindicatie knippert) omgeschakeld.

Met elke verdere druk op één van beide toetsen wordt de GEWENSTE temperatuur 1 °C verder gesteld. De GEWENSTE temperatur dient binnen 24 uur te worden bereikt. Als geen toets wordt ingedrukt, schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd (ca. 5 sec.) automatisch weer op de WERKELIJKE temperatuur terug. GEWENSTE temperatuur betekent: De temperatuur die in de diepvriezer moet heersen. De GEWENSTE temperatuur wordt met knipperende cijfers aangegeven.

WERKELIJKE temperatuur betekent: De temperatuurindicatie geeft de temperatuur aan die op dat moment werkelijk in de diepvriezer heerst. De WERKELIJKE temperatuur wordt met brandende cijfers aangegeven.

Temperatuurindicatie De temperatuurindicatie kan meerdere soorten informatie aangeven. •

Bij normaal gebruik wordt de temperatuur aangegeven die op dat moment in de diepvriezer heerst (WERKELIJKE temperatuur).

Tijdens de temperatuurinstelling wordt knipperend de op dat moment ingestelde diepvriezer temperatuur aangegeven (GEWENSTE temperatuur).

In gebruik nemen - temperatuur instellen 1. Stekker in stopcontact steken. 2. Toets Vriezer AAN/UIT indrukken. Het groene lichtnetlampje gaat branden. Het alarmcontrolelampje (F) knippert zodra de ingestelde temperatuur bereikt worden. Het geluidsalarm wordt ingeschakeld. 71

3. Druk op de toest “G” om het geluidsalarm uit te schakelen.

Druk minstens 24 uur tevoren op de Auto freeze toets, om verse levensmiddelen in te vriezen.

4. Druk op de toetsen „+“ (C) of „-“ (E). De temperatuurindicatie schakelt om en geeft knipperend de op dat moment ingestelde GEWENSTE temperatuur aan.

Doe de levensmiddelen die diepgevroren moeten worden in het bovenste vak, omdat dit het koudste punt is. Let op!

5. Gewenste temperatuur door indrukken van de toetsen „+“ (C) en „-“ (E) instellen (zie hoofdstuk "Toetsen voor temperatuurinstelling"). De temperatuurindicatie geeft direct de gewijzigde instelling aan. Met elke druk op de toets wordt de temperatuur 1 °C hoger ingesteld. Uit voedingswetenschappelijk standpunt is -18 °C voor de diepvriezer koud genoeg als bewaartemperatuur. 6. Het alarmcontrolelampje wordt uitgeschakeld zodra de ingestelde temperatuur bereikt worden. Druk op de alarmtoers om het geluidsalarm uit te schakelen.

AUTO FREEZE De AUTO FREEZE-functie versnelt het invriezen van verse levensmiddelen en beschermt tegelijkertijd de reeds ingevroren waren tegen ongewenste verwarming. 1. Door te drukken op de AUTO FREEZE toets wordt de AUTO FREEZE-functie ingeschakeld. Het gele lampje gaat branden. Als op deze toets gedrukt wordt, verschijnt het opschrift SP op het display. Als de AUTO FREEZE-functie niet handmatig beëindigd wordt, schakelt de elektronica van het apparaat de AUTO FREEZE-functie na 48 uur uit. Het gele lampje gaat uit. 2. De AUTO FREEZE toets te drukken kan de AUTO FREEZE-functie te allen tijde handmatig beëindigd worden. Het gele lampje gaat uit.

Toets om het alarm uit te schakelen Een abnormale verhoging van de temperatuur in de diepvries (bijv. uitvallen van de elektriciteit) wordt aangeduid door het knipperen van het controlelampje (F) en door een geluidsignaal. Wanneer de normale omstandigheden hersteld worden, gaat het geluidsalarm uit, terwijl het alarmcontrolelampje blijft knipperen. Door op alarmtoets (G) te drukken, verschijnt op de aanduiding (D) gedurende enkele seconden de hoogste temperatuur die in de diepvriezer ontstaan is.

Het invriezen van verse levensmiddelen Het vriesvak is geschikt om verse levensmiddelen in te vriezen en om bevroren en diepgevroren levensmiddelen gedurende lange tijd te bewaren. 72

Wanneer moet de Auto freeze functie gebruikt worden: Kleine hoeveelheden verse ongeveer 6 etenswaren in de diepvriezer doen uur vooraf (ongeveer 5 kg) ongeveer Maximale hoeveelheid verse 24 uur etenswaren in de diepvriezer doen vooraf (zie plaatje met serienummer) niet nodig Bij diepvriesproducten Als men dagelijks kleine niet nodig hoeveelheden verse etenswaar, tot 2 kg, in de diepvries doet.

Het bewaren van diepgevroren levensmiddelen Bij de inwerkingstelling of na een tijd waarin de diepvriezer niet gebruikt is, de levensmiddelen in het apparaat doen, nadat het minstens gedurende twee uur op de Auto freeze functie gelopen heeft. Schakel de functie vervolgens uit.

Belangrijk Als, bijvoorbeeld door stroomuitval die langer duurt dan aangegeven wordt in de tabel technische gegevens bij ‘tijd om van –18°C naar –9°C te gaan in uren’ , de opgeslagen producten onopzettelijk ontdooid worden, moeten deze direct worden geconsumeerd of onmiddellijk toebereid en na afkoeling opnieuw ingevroren.

Het ontdooien van ingevroren produkten De diepvriesprodukten moet u vóór gebruik in de koelkast of bij kamertemperatuur laten ontdooien, al naar gelang de beschikbare tijd. Kleine of in stukken ingevroren produkten kunnen onmiddellijk gekookt of gebakken worden. De kookof baktijd zal dan natuurlijk iets langer zijn.

Jslaatjes Bij het apparaat worden 1 of meerdere ijslaatjes voor het maken van ijsblokjes geleverd. Vul ze met drinkwater en plaats ze in het vriesvak. Gebruik geen metalen voorwerpen om de laatjes los te wrikken!

Indien de etenswaren onmiddellijk na de installatie of een lange periode waarin het apparaat niet gebruikt is ingevroren wordt, dient men op de drukknop (I) te drukken en het apparaat minstens 4 uur leeg te laten werken, alvorens er etenswaren in te doen. Indien de diepvriezer reeds werkt met etenswaar erin, dient men 24 uur voor het begin van het diepvriesproces op de drukknop (I) te drukken.

De in te vriezen levensmiddelen legt u in de invriesruimte.

Per 24 uur kunt u 13 kg verse levensmiddelen invriezen. Overschrjd deze hoeveelheid niet.

Tips voor het invriezen •

Vries uitsluitend levensmiddelen van eerste kwaliteit in.

Zie toe dat de levensmiddelen vers zijn en maak ze, waar nodig, van te voren goed schoon.

Verdeel de levensmiddelen van te voren in handzame porties. Dat heeft twee voordelen: ze vriezen sneller in en bij later gebruik hoeft u slechts zoveel te ontdooien als u op dat moment nodig heeft. Denkt u erom dat ontdooide levensmiddelen niet wederom ingevroren mogen worden. Wel kunt u ontdooide levensmiddelen eerst koken of braden en dan weer invriezen; de kwaliteit zal echter niet meer als voorheen zijn.

Mager vlees is langer houdbaar dan vet vlees, ook zout verkort de houdbaarheid.

Verpak levensmiddelen in folie, speciale diepvriesdozen of diepvrieszakken, zoals deze daarvoor in de handel verkrjgbaar zijn.

Te langzaam invriezen verkort de houdbaarheid; vries daarom niet meer dan de maximum toegestane hoeveelheid tegelijk in. Gaat u op achtereenvolgende dagen invriezen, vermindert u dan de maximum toegestane hoeveelheid (typeplaatje) per keer met eenderde.

Open tijdens het invriezen de vriezer zo weinig en zo kort mogelijk.

Vergeet u niet de invriesschakelaar na 24 uur invriezen terug te schakelen op de BEWAARstand (gele lampje uit). Het is niet erg als u dat vergeet, maar het kost u onnodig extra energie.

Nog een laatste tip: Als u geen ervaring met “zelf diepvriezen” hebt, koopt u dan in de boekwinkel een boek over dit onderwerp.

Bedienings- en kontroleinrichting Koelkast

netcontrole-indicatie (groen)

toets AAN/UIT van de koelkast

toets voor temperatuurinstelling (voor warmere temperaturen)

temperatuurindicatie

toets voor temperatuurinstelling (voor koudere temperaturen)

indicatie voor ingeschakelde Auto Fresh-functie (geel)

L M N O P Toetsen voor temperatuurinstelling De temperatuur wordt ingesteld via de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER). De toetsen staan in verbinding met de temperatuurindicatie. •

Door te drukken op één van de twee toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER) wordt de temperatuurindicatie van de WERKELIJKE temperatuur (temperatuurindicatie brandt) op de GEWENSTE temperatuur (temperatuurindicatie knippert) omgeschakeld.

Met elke verdere druk op één van beide toetsen wordt de GEWENSTE temperatuur 1 °C verder gesteld. De GEWENSTE temperatur dient binnen 24 uur te worden bereikt. Als geen toets wordt ingedrukt, schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd (ca. 5 sec.) automatisch weer op de WERKELIJKE temperatuur terug. GEWENSTE temperatuur betekent: De temperatuur die in de koelruimte moet heersen. De GEWENSTE temperatuur wordt met knipperende cijfers aangegeven. WERKELIJKE temperatuur betekent: De temperatuurindicatie geeft de temperatuur aan die op dat moment werkelijk in de koelruimte heerst. De WERKELIJKE temperatuur wordt met brandende cijfers aangegeven.

Temperatuurindicatie De temperatuurindicatie kan meerdere soorten informatie aangeven. •

Bij normaal gebruik wordt de temperatuur aangegeven die op dat moment in de koelruimte heerst (WERKELIJKE temperatuur).

Tijdens de temperatuurinstelling wordt knipperend de op dat moment ingestelde koelruimte temperatuur aangegeven (GEWENSTE temperatuur). In gebruik nemen - temperatuur instellen 1. Stekker in stopcontact steken. 2. Toets KOELEN AAN/UIT indrukken. Het groene lichtnetlampje gaat branden. Het apparaat start. 3. Druk op de toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER). De temperatuurindicatie schakelt om en geeft knipperend de op dat moment ingestelde GEWENSTE temperatuur aan. 4. Gewenste temperatuur door indrukken van de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER) instellen (zie hoofdstuk "Toetsen voor temperatuurinstelling"). De temperatuurindicatie geeft direct de gewijzigde instelling aan. Met elke druk op de toets wordt de temperatuur 1 °C hoger ingesteld. Uit voedingswetenschappelijk standpunt is +5 °C voor de koelruimte koud genoeg als bewaartemperatuur. Aanwijzing: als de instelling veranderd wordt, start de compressor niet direct als op dat ogenblik automatisch wordt ontdooid. Omdat de bewaartemperatuur in de koelruimte snel wordt bereikt, kunt u direct na het inschakelen levensmiddelen in de koelruimte leggen.

Auto Fresh De Auto Fresh-functie is geschikt voor het snel afkoelen van grotere hoeveelheden in de koelruimte. 1. Door te drukken op de Auto Fresh toets wordt de Auto Fresh-functie ingeschakeld. Het gele lampje gaat branden. De Auto Fresh-functie zorgt nu voor intensief koelen. Daarbij wordt automatisch een temperatuur van +2 °C ingesteld. Na verloop van 6 uur wordt de Auto Fresh-functie automatisch beëindigd. Het gele lampje gaat uit. 2. De Auto Fresh toets te drukken kan de Auto Freshfunctie te allen tijde handmatig beëindigd worden. Het gele lampje gaat uit.

Koelruimte Om de deuren van de ijskast goed te kunnen openen en sluiten, is het raadzaam beide deuren tegelijkertijd te openen en te sluiten (zoals in de afbeelding getoond wordt). • Plaats geen hete dranken of spijzen in de koelruimte. Laat ze eerst tot kamertemperatuur afkoelen. •

Dek levensmiddelen, vooral sterk geurende, met een deksel of folie af.

Plaats de levensmiddelen zo dat de lucht in de koelruimte vrj kan cirkuleren.

De ingestelde temperatuur als u de koelrulmte kouder (naar hoger cijfer) of juist minder koud (naar lager cijfer) wilt. De thermostaat tracht de ingesteide temperatuur zo goed mogelijk konstant te houden. Op welk cijfer u daartoe de thermostaat moet instellen, is onder andere afhankeljk van •

hoe vaak u de deur van de koelrulmte opent,

hoe hoog de omgevingstemperatuur is en

hoeveel levensmiddelen zich in de koelruimte bevinden.

U krijgt meer ruimte in de koeler, wanneer u het voorste deel van de rekjes omklapt. De koelverdamper ontdooit zichzelf regelmatig automatisch. Dat doet hij steeds tjdens de stilstandperioden van de kompressor. Zou op de achterwand in de koelruimte een dikke rijplaag ontstaan, drukken toets voor temperatuurinstelling (L), waardoor de kompressor weer af en toe zal stopper.

ONDERHOUD Neem vóór iedere handeling altijd eerst de steker uit de wandkontaktdoos. Belangrijk Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in het koelcircuit; onderhoud en bijvulling dient daarom uitsluitend door door bevoegd personeel uitgevoerd te worden.

Reinigen van de binnenkant Neem võõr het schoonmaken altijd eerst de steker uit het stopkontakt. De binnenkant van alle ruimten en de accessoires kunt u schoonmaken met lauw water waaraan een weinig soda (een eetlepel op 4 iiter water) toegevoegd is. Nalappen met schoon water en daarna goed droogzemen. De laden in de vriesruilmten laten zich geheel uit de kast nemen door ze naar voren te trekken en dan jets op te tillen.

Ontdooien van de koelruimte De koelverdamper ontdooit zichzelf regelmatig automatisch. Dat doet hij steeds tjdens de stilstandperioden van de kompressor. Zou op de achterwand in de koelruimte een dikke rijplaag ontstaan, drukken toets voor temperatuurinstelling, waardoor de kompressor weer af en toe zal stopper. Het geatje in de afvaergoot in de koelrulmte moet u regelmatig reinigen met het steafje dat zich voor dit doel dearin bevindt. Gebruik voor het verwijderen van de rijp nooit metalen voorwerpen; u zou uw koelkast kunnen beschadigen.

Geen voorwerpen of methodes gebruiken om het ontdooiproces te versnellen die niet door de fabrikant zijn aangegeven. Temperatuurstijging van diepvriesproducten kan hun houdbaarheidsduur verkorten.

Vervangen verlichtingslampjes Neem eerst de steker uit het stopkontakt. Koelruimte Het lampje kunt u bereiken door eerst het beschermkapje te verwijderen. Gebruik voor de vervanging een lampje ampje met hetzelfde vermogen. Het maximale vermogen is op het afschermkapje aangegeven.

EENVOUDIGE STORINGEN Voor u de servicedienst waarschuwt kunt u mogelijk zelf de oorzaak van de storing ontdekken en verhelpen. Indien de kast in het geheel niet werkt, sluit dan even een ander elektrisch apparaat op het betreffende stopkontakt aan. Als dat ook niet werkt is de betreffende groepzekering defekt. Water op de bodem van de koelruimte duidt op een verstopte gootafvoer of er ligt iets tegen de achterwand. Als u de invriesschakelaar van de koel/vrieskombinatie op invriezen schakelt en u hoort dat de kompressor niet direkt start, dan duidt dat niet op een storing maar de thermostaat had toevallig net even daarvoor de kompressor gestopt; een interne beveiliging zorgt ervoor dat de start uitgesteld wordt. Datzelfde kan ook gebeuren indien u de steker uit het stopkontakt neemt terwijl de kompressor loopt of zojuist gestopt is. In dat geval zal de kompressor niet direkt starten als u de steker meteen weer terugplaetst. Indien het rode kontrolelampje blijft branden, schakel de thermostaatknop dan in de stand voor invriezen, laat de deur dicht en waarschuw direkt de servicedienst. Werkt de vriesruimte in het geheel niet meer, waarschuw dan direkt de servicedienst. Als u de servicedienst nodig hebt, zorgt u er dan voor dat u het modelnummer en het produktnummer (typeplaatje, zie pijl in de figuur) bij de hand hebt; de servicedienst zal u erom vragen.

TECHNISCHE GEGEVENS Netto inhoud in liter van het koelgedeelte

Netto inhoud in liter van het vriesgedeelte

Energieverbruik in kWh/24h

Energieverbruik in kWh/jaar

Invriescapaciteit in kg/24h

Tijd om van -18°C naar -9°C te gaan per uur

Deze gegevens vindt u op het garantiebewijs of op het typeplaatje van het apparaat.

INSTALLATIE Elektrische aansluiting Overtuig u ervan dat de netspanning en de netfrequentie, welke op het typeplaatje in de kast staan aangegeven, overeenkomen met de netspanning en de netfrequentie in uw woning. Een afwijking op de netspanning tot plus of minus 6% is toegestaan. Bij aansluiting op een andere spanning dient u een geschikte transformator te gebruiken. De steker mag alleen geplaatst worden in een geaard stopcontact. De kast is daarom voorzien van een speciaal drieaderig snoer, geschikt voor een geaard stopcontact. Mocht het stopcontact in uw woning niet geaard zijn, dan dient een erkend installateur het apparaat volgens de geldende normen te aarden. Wij wijzen u er op dat schade of letsel, veroorzaakt door het niet voldoen aan dit veiligheidsvoorschrift, niet onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant valt. Dit apparaat voldoet aan de volgende EEGrichtlijnen: - 87/308 EG-richtlijnvan 2.6.87 met betrekking tot de radio-ontstoring. - 73/23 EG-richtlijn van 19/02/73 (Laagspanning) en opeenvolgende wijzingen; - 89/336 EG-richtlijn van 03/05/89 (Elektromagnetische compatibiliteit) en opeenvolgende wijzingen.

Plaats van opstelling Plaats het apparaat uit de buurt van warmtebronnen: centrale verwarming, kachels, felle zonnestralen enz. Zie voor inbouw de betreffende aanwijzingen.

Attentie Het apparaat moet van het elektriciteitsnet afgehaald kunnen worden; de stekker moet dus ook na de installatie bereikbaar blijven.

INBOUW - AANWIJZINGEN Hoogte-instelling De hoogte van het apparaat kan aan die van de andere keukenkastjes, tussen 820 mm en 870 mm, aangepast worden.

Vòòr het tussenbouwen moeten de achterste voetjes en wieltjes op hoogte ingesteld worden. De uitgangshoogte van de wieltjes is 820 mm. Om het apparaat op een hoogte van 870 mm te brengen, draait u de vier voetjes met de meegeleverde sleutel op hoogte, verwjdert u de wieltjes en zet deze weer vast op een lagere stand.

Montage van de zijpanelen •

Monteer de hoeklijnen op de panelen volgens de tekening. De maat 260* mm is bedoeld voor een 100 mm hoge plint onder het paneel. Is de plint hoger of lager, dan moet ook de maat 260* mm evenredig groter gekozen worden.

ACHTERRAND VOORRAND RECHTER ZIJPANEEL

Zet de panelen tegen het apparaat.

Monteer de haakse beugeltjes aan de achterkant. Let hierbij op de dikte van de panelen (max. breedte van het meubel 900 mm).

Voor een correcte uitlijning dient men te controleren dat de afstand tussen het apparaat en het meubel 45 mm is.

Bevestig de panelen aan de voorkant.

Bevestig de haakjes (die in het zakje zitten) in het onderste gedeelte van de deuren (referenties aanwezig).

Montage van de deurtjes •

Open de deur en verwijder de afdekking van de beugel. Draai de moeren met de pakkingringen los en verwijder de beugel van de deur.

Boor gaten in de meubeldeur zoals afgebeeld.

BOVEN DEURTJE LINKS BOVEN DEURTJE RECHTS ONDER DEURTJE RECHTS

Bevestig de beugel aan de meubeldeur met de in het zakje bijgeleverde schroeven.

Plaats de beugel weer op de stelschroeven en schroef de moeren en pakkingringen erin, maar niet te vast.

Doe de deur weer dicht en controleer of de meubeldeur op de gewenste hoogte geplaatst is, eventueel bijstellen met de stelschroeven. Gebruik de schroeven zelf voor de verticale uitlijning van de meubeldeur. Voor een eventuele horizontale uitlijning de meubeldeur zelf verplaatsen. Na voltooiing van de volledige uitlijning de moeren van de beugels en de schroeven van het beugeltje vastdraaien.

Bevestig de montagehoek onder de deur op het paneel met de twee kunstofringen die in het doosje met accessories zitten. Zet tenslotte de afdekking van de beugel weer op zijn plaats.

Breng het apparaat naar z’n definitieve plaats.

Draai de haken 180° om de juiste stand te verkrijgen (2). De beginstand (1) is die van tijdens de verzending.

Bevestig het apparaat aan de muur door middel van de meegeleverde beugel.

Laat ten behoeve van de noodzakelijke ventilatie, rulmte boven de kast vrij. Wordt boven het apparaat nog een kastje aan de muur bevestigd, houd dat dan tenminste 50 mm van de mour en zorg voor een rulmte van 50 mm tussen de bovenkant van dat kastje en het plafond.

Aanbrengen van de plint Voor hoogte 820 mm •

Bij een plinthoogte van 140 tot 170 mm, een uitsparing zoals in de figuur getekend maken. 170 220

Bij een plinthoogte groter dan 100 maar kleiner dan 140 mm, het meegeleverde aanvulstuk op maat sn9den en door middel van snappen onder het ventilatierooster monteren.

Bij een plinthoogte van 100 mm, het meegeleverde aanvulstuk in z’n geheel monteren.

Bij een plinthoogte van 190 tot 220 mm, een uitsparing zoals in de figuur getekend maken.

Bij een plinthoogte groter dan 150 maar kleiner dan 190 mm, het meegeleverde aanvulstuk op maat snijden en tussen plint en ventilatierooster monteren.

Bij een plinthoogte van 150 mm, het meegeleverde aanvulstuk in z’n geheel monteren.

Wordt het apparaet in een al ingebouwde keuken geplaatst, monteer dan voet E om de plint aan te bevestigen.

Onze toestellen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze klantendienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de waarborgtermijn. De levensduur van het toestel wordt daardoor niet negatief beïnvloed.

Onderstaande waarborgvoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de waarborgverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaangetast.

Voor dit toestel verlenen wij waarborg volgens onderstaande voorwaarden: 1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het toestel die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker. Deze waarborgvoorwaarden zijn niet van toepassing in geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik. 2. De waarborgprestatie houdt in dat het toestel kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden, om mogelijke verdere schade te voorkomen. 4. Voor een beroep op waarborg dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsdatum te worden overlegd. 5. De waarborg heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare onderdelen, zoals (vitrokeramisch) glas, kunststof, rubber, die ontstaan is door onzorgvuldig gebruik 6. De waarborg heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gestelde kwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het toestel onbeduidend zijn. 7. De waarborg geldt evenmin voor schade veroorzaakt door: • chemische en elektrochemische inwerking van water, • abnormale milieuomstandigheden in het algemeen • voor het toestel oneigenlijke bedrijfsomstandigheden • contact met agressieve stoffen. 8. De waarborg heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwoordelijkheid is ontstaan, niet vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen van de gebruiks- of montageaanwijzingen. 9. Het recht op waarborg vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het toestel voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10.Toestellen die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd of gezonden naar onze klantendienst. Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde toestellen. 11.Indien het toestel zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, dan worden de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker. 12.Indien binnen de waarborgperiode de herstelling van hetzelfde gebrek meermaals mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overleg met de gebruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode. 13.Herstelling onder waarborg heeft geen verlenging van de waarborgtermijn noch aanvang van een nieuwe waarborgtermijn tot gevolg. 14.Op herstellingen geven wij een waarborg van 12 maanden, uitsluitend op hetzelfde gebrek. 15.Verdere of andere rechten, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan buiten het toestel, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wettelijk is vastgelegd. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het toestel niet overtreffen.

Deze waarborgvoorwaarden gelden voor in België gekochte en/of in gebruik zijnde toestellen. Indien een toestel naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het toestel voldoet aan de technische voorwaarden ( o.a. spanning, frequentie, installatievoorschriften, gassoort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte toestellen dient de gebruiker zich zelf te vergewissen van de bepalingen in België. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de waarborg, en kunnen niet altijd worden aangebracht.

Ook na afloop van de waarborgtermijn staat onze klantendienst u ter beschikking.

Adres Klantendienst: