GEBRUIKSAANWIJZING EH975SK31E SIEMENS
Veiligheidsvoorschriften 20
Oorzaken van schade.... 22
Bescherming van het milieu 22
Verwijdering van afvalstoffen op een milieuvriendelijke manier 22
Tips om energie te besparen 22
Koken op Inductie.... 23
Voordelen van het Koken op Inductie 23
Geschikte pannen.... 23
Het apparaat leren kennen.... 24
Het bedieningspaneel.... 24
De kookzones.... 24
Restwarmte-indicator.... 24
Programmeren van de kookplaat 25
Aan- en uitzetten van de kookplaat.... 25
De kookzone afstellen 25
Kooktabel 25
Kooksensor 26
Geschikte pannen.... 27
Temperatuurbereiken.... 27
Afstellen van de temperatuur 27
Zo wordt dit geprogrammeerd.... 27
Tabel....28
Voedsel frituren 28
Koken met de snelkookpan.... 29
Kookprogramma's....29
Tips voor het koken.... 29
Frituurfunctie.... 29
Koekenpannen voor de frituurfunctie.... 30
De temperatuurniveaus.... 30
Zo wordt dit geprogrammeerd.... 30
Tabel 31
Frituurprogramma's 32
Kinderslot 32
Het kinderslot activeren en deactiveren 32
Het permanente kinderslot inschakelen of uitschakelen...... 32
Functie Powerboost....32
Gebruiksbeperkingen 32
Activeren.... 32
Deactiveren 32
Timerfunctie ....33
Een kookzone automatisch uitschakelen.... 33
Automatische tijdslimiet ....33
Beschermingsfunctie bij reiniging....34
Basisinstellingen ....34
Toegang tot de basisinstellingen.... 35
Onderhoud en reiniging....35
Kookplaat 35
Omlijsting van de kookplaat 35
Kooksensor.... 35
Repareren van storingen ....36
Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat.... 36
Servicedienst ....37
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.siemens-home.com en in de online-shop: www.siemens-eshop.com
⚠️ Veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door Berg de gebruiksaanwijzing, het installatievoorschrift en de apparaatpas goed op voor later gebruik of om ze door te geven aan volgende eigenaren.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan niet in, maar neem contact op met de technische dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat niet, dan gaat elk recht op een schadevergoeding verloren.
Dit apparaat moet worden geïnstalleerd volgens het meegeleverde installatievoorschrift.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het
bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.
Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandbediening.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Risico van brand!
■ Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken.
- De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen.
- Het apparaat wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat.
- De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld.
Zekering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de klantenservice.
Risico van verbranding!
- De kookzones en de omgeving ervan worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
■ Voorwerpen van metaal worden zeer snel
heet op de kookplaat. Leg nooit
voorwerpen van metaal, zoals messen,
vorken, lepels of deksels, op de
kookplaat.
■ Schakel de kookplaat na elk gebruik altijd uit met de hoofdschakelaar. Wacht niet tot de kookplaat automatisch uitschakelt doordat er geen pan op staat.
Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
■ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
- Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
■ Scheuren of barsten in het glaskeramiek kunnen schokken veroorzaken. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Dit apparaat voldoet aan de reglementeringen inzake de veiligheid en de elektromagnetische compatibiliteit. Personen met een pacemaker of een geïmplanteerde insulinepomp mogen echter niet in de buurt komen van het apparaat om het te bedienen. Het is onmogelijk om te garanderen dat 100% van deze mechanismen die op de markt zijn voldoen aan de geldige regelgeving omtrent elektromagnetische compatibiliteit en dat er zich geen interferenties voordoen die de juiste werking in gevaar brengen. Ook is het mogelijk dat personen met andere soorten mechanismen, zoals hoorapparaten, enige vorm van hinder kunnen ondervinden.
Gevaar voor beschadiging!
Deze plaat is uitgerust met een ventilator, die zich aan de onderzijde bevindt. Indien er zich onder de kookplaat een lade bevindt, mogen daar geen kleine of papieren voorwerpen in worden bewaard. Als deze namelijk worden geabsorbeerd kunnen ze de ventilator beschadigen of de koeling verslechteren.
Tussen de inhoud van de lade en de inlaat van de ventilator moet een afstand van ten minste 2 cm worden aangehouden.
Risico van letsel!
- Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting. De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld. Gebruik alleen hittebestendige vormen.
■ Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone kunnen kookpannen plotseling in de hoogte springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
Oorzaken van schade
Attentie!
■ Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken.
- Plaat nooit lege plannen op de kookzones. Dit kan schade veroorzaken.
■ Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel, de indicatorzones of op de omlijsting van de kookplaat. Dit kan schade veroorzaken.
■ Als er harde of scherpe voorwerpen op de kookplaat vallen, kan dit de plaat beschadigen.
Aluminiumfolie en plastic bakken smelten als ze op een hete kookzone gelegd worden. Het gebruik van beschermplaten op de kookplaat wordt afgeraden.
Algemeen overzicht
In de onderstaande tabel vindt u de meest voorkomende vormen van schade:
Schade Oorzaak Maatregel
| Vlekken Gemorst voedsel Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. |
| Ongeschikte reinigingsproducten Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. |
| Krassen Zout, suiker en zand Gebruik de kookplaat niet als werkoppervlak of steun. |
| Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de vitroceramische plaat veroorzaken |
| Verkleuringen Ongeschikte reinigingsproducten Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. |
| Aanraking van de pannen Til kookpannen en koekenpannen op om ze te verplaatsen. |
| Afbladderingen Suiker, levensmiddelen met een hoog suikergehalte | Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. |
Bescherming van het milieu
Pak het apparaat uit en gooi het verpakkingsmateriaal op milieuvriendelijke wijze weg.
Verwijdering van afvalstoffen op een milieuvriendelijke manier

Dit apparaat is geïdentificeerd conform de Richtlijn betreffende Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur WEEE 2002/96/EG. Deze richtlijn omschrijft het kader voor de recyclage en het hergebruik van afgedankte apparaten binnen het hele Europese grondgebied.
Tips om energie te besparen
■ Doe altijd de bijbehorende deksel op de pan. Bij koken zonder deksel op de pan is het energieverbruik vier keer zo hoog. Gebruik een glasdeksel om een goede zichtbaarheid te hebben zonder dat u het deksel van de pan hoeft te nemen.
■ Gebruik pannen met een dikke en vlakke bodem. Pannen met bolle bodems verhogen het energieverbruik.
- De diameter van de bodem van de pan moet overeenkomen met de afmeting van de kookzone. In het tegenovergestelde geval kan energieverspilling ontstaan. Opgelet: De fabrikant duidt gewoonlijk de grootste diameter van de pan aan. Deze is over het algemeen groter dan de diameter van de bodem van de pan.
■ Kies pannen met een afmeting die geschikt is voor de hoeveelheid voedsel die u gaat bereiden. Een grote pan die maar halfvol is, verbruikt veel energie.
■ Kook met weinig water. Zo wordt energie bespaard en blijven bovendien vitamines en mineralen van de groente behouden.
■ Selecteer een lagere vermogensstand.
Koken op Inductie
Voordelen van het Koken op Inductie
Koken op Inductie betekent een radicale verandering van de traditionele wijze van verwarmen, aangezien de warmte rechtstreeks in de pan wordt gegenereerd. Daarom biedt het een aantal voordelen:
■ Tijdbesparing bij het koken en frituren; doordat de pan rechtstreeks wordt verwarmd.
■ Dit werkt energiebesparend.
■ Eenvoudiger in onderhoud en reiniging Overgelopen voedingswaren verbranden minder snel.
■ Kook- en veiligheidscontrole; de plaat levert energie of stopt de energietoevoer onmiddellijk als op de controleknop gedrukt wordt. De inductiekookzone levert geen warmte meer af als de pan wordt weggenomen, ook al wordt het apparaat voor die tijd niet uitgeschakeld.
Geschikte pannen
Uitsluitend geschikt voor inductiekoken zijn ferromagnetische pannen zoals van:
■ geëmailleerd staal
■ gietijzer
■ speciale pannen voor inductie van roestvrij staal.
Kijk, om te weten of de pannen geschikt zijn, of ze worden aangetrokken door een magneet.
Andere pannen die geschikt zijn voor inductie
Er bestaat een ander soort pannen speciaal voor inductie, met een niet geheel ferromagnetische bodem.


Bij het gebruik van grote pannen met een ferromagnetische zone met een kleinere diameter, wordt enkel de ferromagnetische zone verwarmd, zodat de warmte niet homogeen kan worden verdeeld.
De recipiënten met aluminiumzones in de bodem, reduceren de ferromagnetische zone en bijgevolg zal er minder warmte worden verdeeld en kunnen zich detectieproblemen voordoen.
Om goede kookresultaten te verkrijgen, is het raadzaam dat de diameter van de ferromagnetische zone van de pan aangepast is aan de maat van de kookzone. Als de pan in de kookzone niet wordt gedetecteerd,controleer dan in de zone met een wat kleinere diameter.
Niet geschikte pannen
Gebruik nooit pannen van:
■ dun normaal staal
■ glas
■ aardewerk
■ koper
aluminium
Kenmerken van de bodem van de pan
De kenmerken van de bodem van de pannen kunnen invloed hebben op de homogeniteit van het kookresultaat. Pannen die gemaakt zijn van materialen die warmte verspreiden, zoals "sandwich" pannen van roestvrij staal, verdelen de warmte op gelijkmatige wijze, waardoor tijd en energie worden bespaard.
Geen pan of ongeschikte afmeting
Als er geen pan op de geselecteerde kookzone wordt geplaatst of als deze niet van het geschikte materiaal is of geen geschikte afmeting heeft, knippert de kookstand op de indicator van de kookzone. Plaats een geschikte pan, zodat het knipperen stopt. Als er meer dan 90 seconden wordt gewacht gaat de kookzone automatisch uit.
Lege pannen of pannen met een dunne bodem
Verwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitgerust met een intern veiligheidssysteem, maar een lege pan kan zo snel heet worden dat de functie "automatisch uitschakelen" geen tijd heeft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan niet aan en schakel de kookzone uit. Als het apparaat na het afkoelen niet werkt, neem dan contact op met de technische dienst.
Pandetectie
Iedere kookzone heeft een minimumlimiet voor pandetectie, die afhankelijk is van het materiaal van de pan die wordt gebruikt. Daardoor mag alleen de kookzone worden gebruikt die het meest geschikt is voor de pan.
Automatische detectie in dubbele of drievoudige kookzones
Deze zones kunnen pannen van verschillende afmetingen herkennen. Afhankelijk van het materiaal en de eigenschappen van de pan, past de zone zich automatisch aan en wordt alleen de enkele zone geactiveerd, ofwel de hele zone, waarbij het geschikte vermogen wordt geleverd voor goede kookresultaten.
Het apparaat leren kennen
Deze gebruiksinstructies kunnen op de diverse kookplaten toegepast worden. Op pagina 2 staat een algemeen overzicht van de modellen met informatie over hun afmetingen.
Het bedieningspaneel

Bedieningsvlakken
Bij het aanraken van een symbool wordt de overeenkomstige functie geactiveerd.
Aanwijzingen
■ De instellingen wijzigen niet als er verschillende symbolen tegelijk aangeraakt worden. Hierdoor kan de programmeerzone worden gereinigd in geval van gemorst voedsel.
■ Zorg ervoor dat de bedieningsvlakken altijd droog zijn. Vocht heeft een negatieve invloed op de werking.
De kookzones
Kookzone Activeren en deactiveren
| ○ Enkelvoudige kookzone Gebruik een pan met de geschikte maat. |
| ◎ Dubbele zone De zone gaat automatisch aan wanneer een pan gebruikt wordt, waarvan de bodem dezelfde maat heeft als de buitenste zone. |
| ◎ Drievoudige zone De zone wordt automatisch ingeschakeld wanneer een pan gebruikt wordt waarvan de bodem dezelfde maat heeft als de buitenste zone ( ◎ of ◎) die u in werking wenst te stellen . |
Gebruik enkel pannen die geschikt zijn om te koken op inductie, zie hoofdstuk "Geschikte pannen".
Restwarmte-indicator
De kookplaat beschikt over een restwarmte-indicator in elke kookzone, die aanduidt welke nog warm zijn. Raak kookzones met die indicatie niet aan.
Ook als de plaat uitgeschakeld is, blijft h/H, branden zo lang de kookzone warm is.
Als de pan van de plaat genomen wordt voordat de kookzone uitgeschakeld is, verschijnen afwisselend de indicator h/H en de geselecteerde kookstand.
Programmeren van de kookplaat
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe een kookzone kan worden afgesteld. In de tabel staan de kookstanden en de bereidingstijden voor verschillende gerechten vermeld.
Aan- en uitzetten van de kookplaat
De kookplaat wordt in- en uitgeschakeld met de hoofdschakelaar.
Inschakelen: druk op het symbool ①. De indicator boven de hoofdschakelaar gaat branden. De kookplaat is klaar om te werken.
Uitschakelen: druk op het symbool ① tot de indicator boven de hoofdschakelaar dooft. Alle kookzones worden uitgeschakeld. De restwarmte-indicator blijft branden tot de kookzones voldoende afgekoeld zijn.
Aanwijzing: De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld zodra alle kookzones meer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn.
De kookzone afstellen
Regel de gewenste vermogensstand in de programmeerzone.
Vermogensstand 1 = minimumvermogen.
Vermogensstand 9 = maximumvermogen.
Elke vermogensstand is voorzien van een tussenliggende afstelling. Deze wordt aangegeven met een punt.
Selecteer de vermogensstand
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
-
Selecteer de kookzone: druk op de programmeerzone van de gewenste kookzone.
-
Beweeg, binnen de volgende 10 seconden, uw vinger over de programmeerzone, totdat de gewenste vermogensstand verschijnt.


De vermogensstand wijzigen
Beweeg uw vinger over de programmeerzone, totdat de gewenste vermogensstand verschijnt.
De kookzone uitschakelen
Selecteer in de programmeerzone de vermogensstand 0. De kookzone wordt uitgeschakeld en de restwarmte-indicator verschijnt.
Aanwijzing: Als er geen pan op de inductiekookzone geplaatst wordt, zal de gekozen kookstand beginnen knipperen. Na het verstrijken van een tijd gaat de kookzone uit.
Kooktabel
In de volgende tabel worden enkele voorbeelden gegeven.
De kooktijden zijn afhankelijk van de vermogensstand, het type, het gewicht en de kwaliteit van het voedsel. Daarom zijn er variaties.
De vermogensstanden beïnvloeden het kookresultaat.
Roer puree, gebonden soep en dikke sauzen af en toe om tijdens het opwarmen.
Gebruik de vermogensstand 9 als u begint te koken.
| Vermogensstand Kooktijd in minuten |
| Smelten |
| Chocolade, chocoladeglazuur, boter, honing 1-1. - Gelatine 1-1. - | | |
| Verhitten en warmhouden |
| Maaltijdsoep (bv. linzen) 1-2 - Melk** 1.-2. - Worstjes verhit in water** 3-4 | - | |
| Ontdooien en verhitten |
| Diepvriesspinazie | 2.-3. 5-15 min. | |
| Diepvriesgoulash | 2.-3. 20-30 min. | |
| Op een zacht vuurtje gaarstoven, op een zacht vuurtje koken |
| Aardappel-gehaktballen | 4.-5.* | 20-30 min. |
| Vis | 4-5* | 10-15 min. |
| Witte sauzen, bv. bechamel | 1-2 3-6 min. | |
| Geklopte sauzen, bv. bearnaisesaus, Hollandse saus | 3-4 8-12 min. | |
| Vermogensstand | Kooktijd in minuten |
| Koken, stomen, smoren |
| Rijst (met twee keer zoveel water) 2-3 15-30 min. | | |
| Rijstpap 2-3 25-35 min. | | |
| Aardappelen in de schil 4-5 25-30 min. | | |
| Geschilde aardappelen met zout 4-5 15-25 min. | | |
| Pasta 6-7* 6-10 min. | | |
| Eenpansgerecht, soep 3.-4. 15-60 min. | | |
| Groenten 2.-3. 10-20 min. | | |
| Diepvriesgroenten 3.-4. 7-20 min. | | |
| Koken met de snelkookpan 4.-5. - | | |
| Sudderen |
| Rollade | 4-5 50-60 min. | |
| Stoofschotel | 4-5 60-100 min. | |
| Goulash | 3.-4. 50-60 min. | |
| Braden / Frituren met een beetje olie** |
| Filets, al dan niet gepaneerd | 6-7 6-10 min. | |
| Diepvriesfilets | 6-7 8-12 min. | |
| Koteletten, al dan niet gepaneerd | 6-7 8-12 min. | |
| Biefstuk (3 cm dikte) | 7-8 8-12 min. | |
| Borst (2 cm dikte) 5-6 10-20 min. | | |
| Diepvriesborst | 5-6 10-30 min. | |
| Vis en visfilet, ongepaneerd 5-6 8-20 min. | | |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6-7 8-20 min. | |
| Gepaneerde diepvriesvis, bv. vissticks | 6-7 8-12 min. | |
| Garnalen en steurgarnalen | 7-8 4-10 min. | |
| Diepvriesgerechten, bv. gesauteerd | 6-7 6-10 min. | |
| Pannenkoeken | 6-7 een portie na de andere frituren | |
| Omelet | 3.-4. een portie na de andere frituren | |
| Spiegeleieren | 5-6 | 3-6 min. |
| Frituren** (150-200g per portie in 1-2 l olie) |
| Diepvriesproducten, bv. frites, kipnuggets | 8-9 een portie na de andere frituren | |
| Diepvrieskroketten | 7-8 | |
| Gehaktballen | 7-8 | |
| Vlees, bv., stukjes kip | 6-7 | |
| Vis, gepaneerd of in bierdeeg | 6-7 | |
| Groenten, paddenstoelen, gepaneerd of in bierdeeg, bv. champignons | 6-7 | |
| Banket, bv. beignets, fruit in bierdeeg | 4-5 | |
Met deze functie kunt u koken op de achterste kookzones. Deze is geschikt om voedsel te koken dat in water wordt verhit, met veel olie of vet dat geschikt is om te frituren.
Aanwijzing: De functie kooksensor mag niet worden gebruikt om te braden of te bakken in weinig olie.
Zo werkt dit
Pannen die heet voedsel bevatten geven warmte af. De kooksensor detecteert deze warmte en de kookplaat stelt automatisch de temperatuur af.
Kooktips
■ De kookzone verwarmt enkel wanneer dit nodig is. Zo wordt energie bespaard.
■ De olie en het vet raken niet oververhit.
■ De temperatuur is op ieder moment afgesteld. Het voorkomt dat het voedsel overkookt en u hoeft het vermogen niet steeds bij te stellen.
Geschikte pannen
De voor deze functie geschikte pannen hebben een bodem die de warmte op de juiste manier afgeeft aan de sensor. Als de pannen niet geschikt zijn, werkt de automatische temperatuurregeling niet. Het voedsel kan overkoken of aanbranden.
Er kunnen geëmailleerde pannen met een geschikte maat worden gebruikt. De bodem van de pan moet een diameter hebben die groot genoeg is om de kookzone te bedekken. Gebruik in het geval van pannen in roestvrij staal, de sensorbanden die bij het apparaat worden geleverd.
Sensorbanden
De bijgeleverde sensorbanden zijn ook verkrijgbaar als speciale toebehoren bij de dealer van elektrische apparaten. Vermeld de HZ-nummers: HZ 390001
Temperatuurbereiken
Bij het koken met de kooksensor worden er geen vermogensstanden, maar temperatuurbereiken geprogrammeerd. De kookplaat is voorzien van vijf temperatuurbereiken:
Temperatuur- Indicator Geschikt voor bereik
| 170-180 °C 170 °C frituren |
| 110-120 °C 120 °C koken met de snelkookpan |
| 90-100 °C 100 °C koken, aan de kook brengen |
| 80-90 °C 90 °C gaarstoven, luchtig maken |
| 60-70 °C 70 °C ontdooien, verhitten, warmhou-den |
Afstellen van de temperatuur
Het kookpunt van het water is afhankelijk van de hoogte in verhouding tot de zeespiegel. Als een gerecht te hard of te zacht kookt, kan het kookpunt worden bijgesteld.
De basisinstelling selecteren 4. De kookzone aansluiten. De waarde van de basisinstelling is 3. Selecteer de geschikte waarde voor elke hoogte:
| Hoogte | Instelwaarde c4 |
| 0- 100 m. | 1 |
| 100- 200 m. | 2 |
| 200- 400 m. | 3* |
| 400- 600 m. | 4 |
| 600- 800 m. | 5 |
| 800- 1000 m. | 6 |
| 1000- 1200 m. | 7 |
| 1200- 1400 m. | 8 |
| Hoger dan 1400 m | 9 |
| * Basisinstelling |
Om de basisinstellingen aan te passen, zie paragraaf "Basisinstellingen"
Aanwijzingen
- Het kookpunt mag niet gewijzigd worden als de plaat zich op een hoogte tussen 0 - 400 m bevindt. In principe kan gekookt worden met de basisinstelling, maar als de kookresultaten niet bevredigend zijn, kan het kookpunt met de basisinstellingen worden gewijzigd.
- Het temperatuurbereik 90 – 100 °C is voldoende om te koken, ook al kookt het water niet zo sterk als gewoonlijk.
Zo wordt dit geprogrammeerd
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- Leg het voedsel in de pan en voeg vloeistof toe, twee vingers dik is voldoende.
- Zet de pan midden op de kookzone en doe het deksel erop.
- Druk op de kooksensor van de gewenste kookzone. De kooksensor wordt geactiveerd. De indicator R gaat branden.

- Selecteer, binnen de 10 seconden, het gewenste temperatuurniveau op de programmeerzone. Op de visuele indicator gaat de geselecteerde kookstand branden.

De functie kooksensor zal geactiveerd zijn.
Het temperatuursymbool blijft branden tot de aangepaste temperatuur bereikt is. Dan hoort u een signaal en gaat het temperatuursymbool uit. De kooksensor behoudt de temperatuur van de pan binnen het ingestelde temperatuurbereik.
Uitschakelen van de kooksensor
Schakel de kookzone uit. Bedek de kooksensor zodat de lens niet vuil wordt.
Aanwijzingen
- Het voedsel kan ook samen met de warme vloeistof in de pan worden gedaan: Vul de pan met alleen vloeistof. Programmeer de kookplaat op de manier die is omschreven in de punten 3 en 4. Als de temperatuur is bereikt en er een signaal klinkt, kan het voedsel worden toegevoegd.
- De afdekking van de kooksensor wordt warm als een nabijgelegen kookzone aanstaat.
Tabel
De tabel geeft aan welk temperatuurniveau geschikt is voor elk soort voedsel. De kooktijd kan variëren, volgens het type, het gewicht en de kwaliteit van het voedsel.
| Indicator Totale kooktijd vanaf het akoes-tisch signaal |
| Soepen Vleesbouillon | 100 °C | 60-90 min. |
| Maaltijdsoep | 100 °C |
| Groentesoep | 100 °C |
| Bijgerechten Aardappelen | 100 °C | 30-40 min. |
| Aardappel-gehaktballen | 90 °C |
| Pasta. | 100 °C |
| Polenta | 90 °C |
| Rijst | 90 °C |
| Eieren Hardgekookte eieren (op het vuur geplaatst in koud water) 100 °C 5-10 min. |
| Vis Gesmoorde vis 90 °C 15-20 min. |
| Vlees Gehaktballen | 100 °C | 20-30 min. |
| Gevulde pasta, bv. ravioli | 100 °C |
| Soepkip | 100 °C |
| Gekookt rundvlees | 100 °C |
| Worstjes | 90 °C |
| Groente Verse groente, bv. broccoli | 100 °C | 10-20 min. |
| Verse groente, bv. spruitjes | 100 °C |
| Diepvriesgroente: bv. spruitjes, bonen* | 100 °C |
| Groente in roomsaus, diepgevroren: bv. groente met room* | 100 °C |
| Peulvruchten | Linzen, erwten, kikkererwten | 100 °C | 15-20 min. |
| Zoete gerechten | Griesmeelpuree | 90 °C | 5-10 min. |
| Compote | 90 °C | 10-20 min. |
| Rijstpap | 90 °C | 35-45 min. |
| Chocoladepudding | 90 °C | 3-5 min. |
| Gerechten | Conservenblik, bv. goulashsoep | 70 °C | 10-15 min. |
| Instantsoepen, bv. vermicellisoepen | 100 °C | 5-10 min. |
| Instantsoepen, bv. roomsoepen | 90 °C | 10-15 min. |
| Dranken | Melk | 90 °C | - |
| Glühwein | 70 °C | - |
| Gerechten voor bereiding in de snelkookpan | Kip | 120 °C | 20-25 min. |
| Rijst | 120 °C | 6-8 min. |
| Aardappelen | 120 °C | 10-12 min. |
| Maaltijdsoep | 120 °C | 15-20 min. |
| Gefrituurde gerechten** | Banket, bv. beignets, fruit in bierdeeg en Berlijnse bollen | 170 °C | Een portie na de andere frituren |
| Vlees, bv. stukjes kip, gehaktballen | 170 °C |
| Groenten, gepaneerd of in bierdeeg | 170 °C |
* Voeg vloeistof toe volgens de aanwijzingen van de fabrikant
** Na de voorverwarming het deksel verwijderen om te frituren (zie de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voedsel frituren")
Voedsel frituren
Verhit nooit olie of vet zonder toezicht.
Olie of frituurvet
Gebruik om te frituren geschikte olie of vet, bijvoorbeeld plantaardige olie. Voeg het vet in kleine porties toe. Zorg ervoor dat er voldoende vet in de pan zit. Vul de pan met een laagje van ten minste twee vingers dik.
Niet geschikte olie of vet
Het is niet raadzaam om mengsels te gebruiken, bijvoorbeeld olie met vet of verschillende soorten vet. Hete olie en vet kunnen schuim produceren.
Verhit de olie of het vet.
Verhit de olie of het vet in een pan met deksel erop. Als het signaal weerklinkt wijst dit erop dat de olie of het vet heet is. Nu kan het voedsel worden gefrituurd.
Frituren
Frituur altijd zonder deksel.
- Doe de eerste portie erin en frituur deze.
- Haal de portie uit de pan. Als de temperatuurindicator niet aan gaat, wijst dit erop dat de olie of het vet nog niet warm genoeg is om de volgende portie te frituren. Als hij wel aan gaat, wacht dan tot het signaal klinkt en de indicator dooft alvorens de volgende portie in de pan te doen.
- Frituur de volgende portie.
Kookprogramma's
Met deze programma's kunnen de volgende groepen gerechten worden bereid:
| Kookprogramma | Gerecht |
| P1 | Pasta |
| P2 | Aardappelen |
| P3 | Rijst |
| P4 | Aardappel-gehaktballen |
| P5 | Verse groente, bv. broccoli, spruitjesDiepvriesgroenten, bv. spruitjes, bonen |
| P6 | Gerechten en groenten om in de koekenpan te bereiden, diepvriesproducten |
| P7 | Worstjes verwarmen |
| P8 | Rijstpap |
| P9 | Berlijnse bollen, donuts, deegstengels frituren |
Aanwijzing: Frituur diepvriesproducten in kleine porties. Doet u dat niet, dan koelt de olie of het vet te snel af. Voorbeeld: Diepvries frites: 1,5 l. olie of vet voor porties van ongeveer 150 g. frites.
Koken met de snelkookpan
Voeg vloeistof toe volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
Kook de peulvruchten binnen het temperatuurbereik van 100 °C. Verwijder het schuim en dek de snelkookpan af. Kook verder met een temperatuurbereik van 120 °C.
Selecteer het gewenste kookprogramma
- Druk op de kooksensor.
- Druk binnen de volgende 10 seconden op het symbool P. Op de visuele indicator van de kookzone gaan PO branden.
- Beweeg, binnen de volgende 10 seconden, uw vinger over de programmeerzone, totdat het gewenste programma verschijnt.
Het programma is nu geselecteerd.
Tot de overeenkomstige temperatuur bereikt is, blijft het temperatuursymbool branden. Als de temperatuur bereikt is, hoort u een signaal en gaat het temperatuursymbool uit.
Uitschakelen van de kookprogramma's
Selecteer de kookzone en regel ze op 0 in de programmeerzone.
Tips voor het koken
| In blokken diepvriesvoedsel Leg het diepvriesproduct, zoals spinazie, in de pan. Voeg vloeistof toe volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Doe de deksel op de pan. Selecteer een temperatuurbereik van 70 °C. Af en toe roeren. |
| Bereiden van voedsel dat veel water afscheidt (bv. visfilet) | Kook met weinig vloeistof, een laagje van twee vingers dik is voldoende. Doe altijd het deksel op de pan. |
| Bereiden van voedsel dat veel schuim produceert (bv. pasta) | Doe ook bij het bereiden van voedsel dat veel schuim produceert het deksel op de pan. Op die manier wordt energie bespaard. |
| Indikken van voedsel Kook het voedsel op de aanbevolen temperatuur. Als het ingedikt is, laat dan op 90 °C het vocht verdampen. |
| Het voedsel, zoals aardappelen, is op onregelmatige wijze gekookt | Gebruik de volgende keer meer vloeistof. |
| Er klinkt geen signaal De pan altijd afdekken met een deksel. Op die manier werkt de automatische regeling optimaal. |
Frituurfunctie
Met deze functie kunt u frituren terwijl de temperatuur van de koekenpan automatisch wordt geregeld.
De kookzones die met deze functie zijn uitgerust bevinden zich aan de zijkant rechts, of vooraan, afhankelijk van het model (zie afbeelding).

Voordelen bij het frituren
De kookzone verwarmt enkel wanneer dit nodig is. Op die manier wordt energie bespaard. De olie en het vet raken niet oververhit.
Aanwijzingen
■ Verhit nooit olie, boter of reuzel zonder toezicht.
■ Zet de koekenpan in het midden van de kookzone.
Controleer of de bodem van de koekenpan de juiste diameter heeft.
■ Doe geen deksel op de koekenpan. Doet u dat wel, dan werkt de automatische regeling niet. U kunt wel gebruik maken van een beschermende zeef, zo werkt de automatische regeling wel.
- Gebruik uitsluitend olie die geschikt is om te frituren. Gebruikt u boter, margarine, olijfolie of reuzel, selecteer dan het temperatuurniveau min.
Koekenpannen voor de frituurfunctie
Er zijn pannen die optimaal geschikt zijn voor deze functie. Ze kunnen achteraf aangekocht worden als optioneel toebehoren, in de vakhandel of bij onze technische dienst. Duid altijd de overeenkomstige referentie aan:
■ HZ390210 kleine pan (15 cm diameter).
■ HZ390220 middelgrote pan (19 cm)
■ HZ390230 grote pan (21 cm)
De koekenpannen hebben een antiaanbaklaag. Het is ook mogelijk om voedsel te frituren met weinig olie.
De hieronder vermelde temperatuurniveaus werden speciaal voor dit type pannen ingesteld.
Aanwijzing: Als u een ander type pan gebruikt, probeer dan eerst op het laagste temperatuurniveau en pas dit indien nodig aan. Deze pannen kunnen oververhit geraken.
De temperatuurniveaus
Vermogensstand Temperatuur Geschikt voor
| max hoog bv. aardappelkoekjes, gesauteerde aardappelen en weinig doorbakken steak. |
| med | middelhoog-hoog bv. "fijne" bakproducten zoals gepaneerde diepvriesproducten, schnitzels, ragout en groente. |
| low laag-middelhoog bv. grote bakproducten zoals frikandellen en worstjes, vis. |
| min laag bv. omeletten gebakken in boter, olijfolie of margarine |
Zo wordt dit geprogrammeerd
Selecteer uit de tabel het geschikte temperatuurniveau. Plaats de koekenpan op de kookzone.
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- Druk op het symbool S van de gewenste kookzone. Op de visuele indicator gaat de indicator R branden.

- Selecteer, binnen de 10 seconden, het gewenste temperatuurniveau op de programmeerzone.

De frituurfunctie is nu geactiveerd.
Het temperatuursymbool blijft aan tot de baktemperatuur wordt bereikt. Dan hoort u een signaal en gaat het temperatuursymbool uit.
- Doe olie of vet in de koekenpan, en vervolgens het voedsel. Draai het voedsel zoals gewoonlijk om, zodat het niet verbrandt.
De frituurfunctie uitschakelen
Selecteer de kookzone en druk op het symbool S. Neem vervolgens de koekenpan weg.
Tabel
De tabel geeft aan welk temperatuurniveau geschikt is voor elk soort voedsel. De kooktijd kan variëren, afhankelijk van het soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van het voedsel.
De geselecteerde vermogensstand is afhankelijk van het soort koekenpan dat gebruikt wordt.
| Temperatuurniveau | Totale bereidingstijd vanaf het akoestisch signaal |
| Vlees Schnitzel, al dan niet gepaneerd | med | 6-10 min. |
| Lendestuk | med |
| Koteletten | low |
| Cordon bleu | low |
| Biefstuk, zacht gebakken (3 cm dikte) | max |
| Biefstuk, zachtjes of goed gebakken (3 cm dikte) | med |
| Borst (2 cm dikte) | low |
| Gekookte of rauwe worstjes | low |
| Hamburgers / frikadellen | low |
| Leberkäse | min |
| Ragout, gyros | med |
| Gehakt | med |
| Doorregen spek | min |
| Vis Gebakken vis | low | 10-20 min. |
| Visfilet, al dan niet of gepaneerd | low / med |
| Garnalen en steurgarnalen | med |
| Eiergerechten Pannenkoeken | med | een voor een frituren |
| Omeletten | min |
| Spiegeleieren | min / med |
| Roereieren | min |
| Kaiserschmarm | low |
| Wentelteefjes / Franse toast | low |
| Aardappelen Gesauteerde aardappelen, bereid met ongeschilde, gekookte aardappelen | max 6-12 min. |
| Gesauteerde aardappelen, bereid met rauwe aardappelen* | low 15-25 min. |
| Aardappelkoekjes max een portie na de andere frituren |
| Geglaceerde aardappelen med 10-15 min. |
| Groente Knoflook, uien | min | 2-10 min. |
| Courgette, aubergine | low |
| Paprika, groene asperges | low |
| Paddestoelen | med |
| Geglaceerde groente | med |
| Diepvriesproducten | Schnitzel | med | 15-20 min. |
| Cordon bleu | low | 10-30 min. |
| Borst | min | 10-30 min. |
| Nuggets | med | 10-15 min. |
| "Gyros", "Kebab" | med | 10-15 min. |
| Gebakken vis, al dan niet gepaneerd | low | 10-20 min. |
| Vissticks | med | 8-12 min. |
| Frites | med / max | 4-6 min. |
| Panklare gerechten en groenten | min | 8-15 min. |
| Loempia | low | 10-30 min. |
| Camembert / kaas | low | 10-15 min. |
| Diversen | Camembert / kaas | low | 7-10 min. |
| Kant-en-klaarmaaltijden, te bereiden door toevoeging van water, bv. pasta in de koekenpan | min | 4-6 min. |
| Croutons | low 6-10 min. |
| Amandelen / walnoten / pijnboompitten* | min | 3-7 min. |
* In een koude koekenpan.
Frituurprogramma's
Gebruik deze programma's uitsluitend met voor de frituurfunctie aanbevolen koekenpannen.
Met deze programma's kunnen de volgende gerechten worden bereid:
Programma Gerecht
| P1 | Schnitzel |
| P2 | Kippenborst, cordon bleu |
| P3 | Biefstuk, weinig doorgebakken |
| P4 | Biefstuk, half of goed doorgebakken |
| P5 | Vis |
| P6 | Gerechten en groenten om in de koekenpan te bereiden, diepvriesproducten |
| P7 | Oven - frites, diepvriesproducten |
| P8 | Pannenkoeken |
| P9 | Omelet, eieren |
Selecteer het gewenste programma
Selecteer de kookzone.
- Druk op het symbool P. Op de visuele indicator van de kookzone gaat PO branden.
- Beweeg, binnen de volgende 10 seconden, uw vinger over de programmeerzone, totdat het gewenste programma verschijnt.
Het programma is nu geselecteerd.
Tot de overeenkomstige temperatuur bereikt is, blijft het temperatuursymbool branden. Als de temperatuur bereikt is, hoort u een signaal en gaat het temperatuursymbool uit.
Doe olie of vet in de koekenpan, en vervolgens het voedsel. Draai het voedsel zoals gewoonlijk om, zodat het niet verbrandt.
Het programma uitschakelen
Selecteer de kookzone en druk op het symbool P. Neem vervolgens de koekenpan weg.
Kinderslot
De kookplaat kan beveiligd worden tegen ongewilde inschakeling, om te voorkomen dat kinderen de kookzones kunnen inschakelen.
Het kinderslot activeren en deactiveren
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
Activeren: houd het symbool 📄 gedurende circa 4 seconden ingedrukt. Het symbool —O gaat gedurende 10 seconden branden. De kookplaat blijft geblokkeerd.
Deactiveren: houd het symbool 📂 gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De blokkering is gedeactiveerd.
Het permanente kinderslot inschakelen of uitschakelen
Met deze functie wordt het kinderslot altijd automatisch ingeschakeld als de kookplaat wordt uitgezet.
Activeren en deactiveren
Zie paragraaf "Standaardinstellingen".
Functie Powerboost
Met de functie Powerboost kan het voedsel sneller worden verwarmd dan wanneer de vermogensstand 9 wordt gebruikt.
Gebruiksbeperkingen
Deze functie is beschikbaar in alle kookzones, als de andere zone van dezelfde groep niet in werking is, (zie afbeelding). Zo niet, zal de visuele indicator van de geselecteerde kookzone knipperen 6 en 9; vervolgens zal de kookstand automatisch aangepast worden 9.
In groep 2 kan de functie powerboost gelijktijdig geactiveerd worden in alle kookzones (zie afbeelding).

Activeren
- Selecteer de gewenste vermogensstand 9.
- Druk op de programmeerzone boven het symbool +6. De functie zal geactiveerd worden.
Deactiveren
Druk op de programmeerzone boven het symbool +6. De functie Powerboost is nu gedeactiveerd.
Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan de Powerboost functie automatisch uitgeschakeld worden om de elektronische onderdelen aan de binnenzijde van de plaat te beschermen.
Timerfunctie
Deze functie kan op twee verschillende manieren gebruikt worden:
■ om een kookzone automatisch uit te schakelen.
■ als kookwekker.
Een kookzone automatisch uitschakelen
Voer de kooktijd in voor de gewenste kookzone. De zone gaat automatisch uit na het verstrijken van de tijd.
Zo wordt dit geprogrammeerd
- Selecteer de gewenste vermogensstand.
- Druk op het symbool Ⓛ van de gewenste kookzone. Op de visuele indicator van de kookzone verschijnt ☐☐ en de indicator I→I gaat branden.
- Selecteer in de programmeerzone de gewenste kooktijd. De mogelijke voorafgaande instelling is van links naar rechts 1, 2, 3..... tot 10 minuten. In de volgende 10 seconden worden de opties van de programmeerzone doorlopen tot de gewenste programmeertijd bereikt wordt.


De geselecteerde kooktijd wordt getoond gedurende 10 seconden en begint te lopen.
Als in de programmeerzone vooraf 1 tot 5 ingedrukt wordt, vermindert de kooktijd met een minuut. Als de knop ingedrukt gehouden wordt, vermindert de tijd automatisch tot 1 minuut..
Als in de programmeerzone vooraf de regeling 6 tot 10 ingedrukt wordt, zal de kooktijd met een minuut verlengd worden. Als de knop ingedrukt gehouden wordt, verhoogt de tijd automatisch tot 99 minuten.
Na het verstrijken van de tijd
De kookzone gaat uit. Er klinkt een geluidssignaal en op de visuele indicator verschijnt 00 gedurende 10 seconden. De indicator I→I gaat branden. Druk op het symbool ⏻, de indicators doven en het akoestisch signaal stopt.
De tijd wijzigen of annuleren
Druk op het symbool Ⓤ van de gewenste kookzone. Wijzig de kooktijd met de programmeerzone of stel af op 📄.
Een kookzone automatisch uitschakelen met de functie kooksensor geactiveerd
Tijdens het koken met het sensorsysteem gaat de geprogrammeerde kooktijd pas in als de temperatuur in de geselecteerde zone bereikt is.
Een kookzone met frituurfunctie automatisch uitschakelen
Tijdens het koken met de frituurfunctie, gaat de geprogrammeerde kooktijd pas in als de temperatuur in de geselecteerde zone bereikt is.
Aanwijzing: De kooktijd kan ingesteld worden tot 99 minuten.
Automatische timer
Met deze functie kan een kooktijd voor alle kookzones ingesteld worden. Na het inschakelen van een kookzone, begint de ingestelde tijd te lopen. De kookzone zal automatisch uitschakelen als de kooktijd verstreken is.
De instructies over de activering van de timer vindt u in het hoofdstuk "Basisinstellingen".
Aanwijzing: De kooktijd van een kookzone kan gewijzigd of geannuleerd worden:
Druk op het symbool ⏻ van de gewenste kookzone. Wijzig de kooktijd met de programmeerzone of stel af op 00.
Kookwekker
Met de kookwekker kan een tijd geprogrammeerd worden tot 99 minuten. Deze is niet afhankelijk van andere instellingen. De kookplaat moet ingeschakeld zijn. De kookwekker kan worden geactiveerd in een willekeurige uitgeschakelde kookzone. Deze functie schakelt de kookzone niet automatisch uit.
Zo wordt dit geprogrammeerd
- Druk op het symbool ⏻ van een kookzone, de indicator ♠ gaat branden. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt ⚡.
- Selecteer in de programmeerzone de gewenste tijd.
Na enkele seconden begint de tijd te lopen.
Na het verstrijken van de tijd
Er klinkt een waarschuwingssignaal. De visuele indicator van de timerfunctie toont ☐☐ en de indicator ♠ gaat branden. Na 10 seconden doven de indicators.
Druk op het symbool ⏻, de indicators doven en het akoestisch signaal stopt.
De tijd wijzigen of annuleren
Druk op het symbool ⏻ van de gewenste kookzone. De tijd in de programmeerzone wijzigen of instellen op 00.
Aanwijzing: Wanneer de kookwekker wordt ingeschakeld, wordt de overeenstemmende kookzone geblokkeerd. Schakel eerst de kookwekker uit en stel daarna de kookzone in.
Automatische tijdslimiet
Indien de kookzone gedurende lange tijd in werking is en er geen enkele wijziging in de instelling uitgevoerd wordt, dan wordt de automatische tijdslimiet geactiveerd.
De kookzone wordt niet meer verhit. Op de visuele indicator van de kookzone knipperen afwisselend F8 en de restwarmte-indicator h/H.
De indicator gaat uit als er op een willekeurig symbool wordt gedrukt. Nu kan de kookzone opnieuw ingesteld worden.
Wanneer de automatische limiet geactiveerd is, wordt deze geregeld volgens de geselecteerde kookstand (van 1 tot 10 uur).
Beschermingsfunctie bij reiniging
Indien het bedieningspaneel gereinigd wordt terwijl de kookplaat ingeschakeld is, kunnen de instellingen gewijzigd worden.
Om dit te vermijden, beschikt de kookplaat over de beschermingsfunctie bij reiniging. Druk op het symbool 📄. Er weerklinkt een signaal. Het bedieningspaneel blijft gedurende 35 seconden geblokkeerd. Nu kan het oppervlak van het
bedieningspaneel gereinigd worden zonder risico op wijziging van de instellingen.
Aanwijzing: De blokkering heeft geen invloed op de hoofdschakelaar. De kookplaat kan desgewenst uitgeschakeld worden.
Basisinstellingen
Het apparaat beschikt over diverse basisinstellingen. Deze instellingen kunnen aangepast worden aan de behoeften van de gebruiker.
| Indicator Functie |
| c1 | Permanent kinderslot0 Gedeactiveerd.*1 Geactiveerd. |
| c2 | Akoestische signalen0 Bevestigingssignaal en foutsignaal gedeactiveerd.1 Alleen bevestigingssignaal gedeactiveerd.2 Alle signalen zijn geactiveerd.* |
| c4 | Instelling volgens de hoogte1-2 Vermindering.3 Basisinstelling.*4-3 Uitbreiding. |
| c5 | Automatische timer0 Uitgeschakeld.*1-99 Tijd van de automatische uitschakeling |
| c6 | Duur van het geluidssignaal van de timerfunctie1 10 seconden.*2 30 seconden.3 1 minuut. |
| c7 | Functie Power-Management0 = Gedeactiveerd.*1 = 1000 W minimumvermogen.1 = 1500 W2 = 2000 W...9 of 9. = maximumvermogen van de plaat. |
| c8 | Terug naar de standaardinstellingen0 Persoonlijke instellingen.*1 Terug naar de fabrieksinstellingen. |
| *Fabrieksinstelling |
Toegang tot de basisinstellingen
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- Schakel de kookplaat in met de hoofdschakelaar.
- Druk binnen de volgende 10 seconden, op het symbool ⏻ gedurende 4 seconden.

Links op het scherm verschijnt c 1 en rechts 0.
-
Druk op symbool ⏻ totdat links op het scherm de indicator van de gewenste functie getoond wordt.
-
Selecteer vervolgens de gewenste instelling in de programmeerzone.

- Houd het symbool Ⓛ nogmaals gedurende meer dan 4 seconden ingedrukt.
De instellingen zijn op de juiste wijze bewaard.
Aanwijzing: In de instelling c4 , moet eerst de kooksensor geactiveerd en de overeenstemmende kookzone geselecteerd worden. Selecteer vervolgens de gewenste instelling in de programmeerzone van de geselecteerde kookzone. Als een willekeurige andere programmeerzone wordt aangeraakt, kan er geen wijziging plaatsvinden.
Afsluiten
Om de instellingen af te sluiten, de kookplaat met de hoofdschakelaar uitschakelen.
Onderhoud en reiniging
De raadgevingen en waarschuwingen in dit hoofdstuk zijn bedoeld voor het optimaal schoonmaken en onderhouden van de kookplaat.
Kookplaat
Reiniging
Maak de kookplaat na ieder gebruik schoon. Op die manier voorkomt u dat aangekoekte resten verbranden. Maak de kookplaat pas schoon als hij voldoende afgekoeld is.
Gebruik alleen reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. Volg de aanwijzingen op de verpakking van het product op.
Gebruik nooit:
■ Schuurmiddelen
■ Agressieve schoonmaakmiddelen zoals ovensprays of vlekkenmiddel
■ Schuursponzen
■ Hogedrukreinigers of stoommachines
Glasschraper
Verwijder hardnekkig vuil met een glasschraper.
- Verwijder het beschermkapje van de schraper
- Maak het oppervlak van de kookplaat met het mesje schoon.
Maak het oppervlak van de kookplaat niet met het beschermkapje van de schraper schoon, er kunnen anders krassen op komen.
⚠ Risico op verwondingen!
Het mes is erg scherp. Gevaar voor snijwonden. Bescherm het mesje als het niet gebruikt wordt. Vervang het mesje onmiddellijk als het gebreken vertoont.
Onderhoud
Gebruik een speciaal middel voor het onderhoud en de bescherming van de kookplaat. Volg de raadgevingen en waarschuwingen op de verpakking op.
Omlijsting van de kookplaat
Om schade aan de omlijsting van de kookplaat te vermijden, moeten de volgende aanwijzingen worden opgevolgd:
■ Gebruik alleen warm water met een beetje zeep
■ Gebruik nooit scherpe of bijtende producten
■ Gebruik de glasschraper niet
Kooksensor
Het glas van de kooksensor moet altijd schoon zijn. Neem vetspatten en vuil regelmatig weg met een wattenstaafje of een zachte doek met glasreiniger.
Ongeschikte reinigingsproducten
Gebruik nooit:
■ Schuursponsjes
■ Reinigingscrème.
Repareren van storingen
Normaal zijn de storingen toe te schrijven aan kleine details. Neem de volgende raadgevingen en waarschuwingen in acht alvorens contact op te nemen met de Technische Dienst.
Indicator Storing Maatregel
| geen De stroom is uitgevallen. Controleer met andere elektrische apparaten of de stroom is uitgeval- len. |
| Het apparaat is niet aangesloten volgens het aansluitschema. | Controleer of het apparaat is aangesloten volgens het aansluit- schema. |
| Storing in het elektronische systeem. Als de storing na de voorgaande controles niet is opgelost, neem dan contact op met de technische dienst. |
| E knippert | Het bedieningspaneel is vochtig of er ligt iets op. | Droog de zone van het bedieningspaneel of neem het voorwerp weg. |
| Er + nummer /d+ nummer / E+ nummer | Storing in het elektronische systeem. Koppel de kookplaat af van het verdeelnet. Wacht circa 30 seconden en sluit ze opnieuw aan.* |
| FO | Er is een interne fout in de werking opge- treden. | Koppel de kookplaat af van het verdeelnet. Wacht circa 30 seconden en sluit ze opnieuw aan.* |
| F2 | Het elektronische systeem is oververhit geraakt en heeft de overeenkomstige kookzone uitgeschakeld. | Wacht tot het elektronische systeem voldoende afgekoeld is. Druk vervolgens op een willekeurig symbool van de kookplaat.* |
| F4 | Het elektronische systeem is oververhit geraakt en heeft alle kookzones uitgeschakeld. | |
| U1 | Onjuiste voedingsspanning, overschrijding van de normale werklimieten. | Neem contact op met uw elektriciteitsleverancier. |
| U2/U3 | De kookzone is oververhit en werd uitge- schakeld om uw kookplaat te beschermen. | Wacht totdat het elektronische systeem voldoende afgekoeld is en schakel deze opnieuw in. |
* Als de indicatie voortduurt, neem dan contact op met de technische dienst.
Zet geen hete pannen op het bedieningspaneel.
Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat
De technologie van het verwarmen door inductie is gebaseerd op het ontstaan van elektromagnetische velden die ervoor zorgen dat de warmte rechtstreeks op de bodem van de pan wordt voortgebracht. De pannen kunnen, afhankelijk van hun bouw, geluiden of trillingen voortbrengen, zoals hieronder worden genoemd:
Dit geluid ontstaat tijdens het koken op een hoge kookstand. De oorzaak daarvan is de hoeveelheid energie die de kookplaat aan de pan overdraagt. Het geluid verdwijnt of vermindert zodra de kookstand wordt verlaagd.
Een laag fluitend geluid
Dit geluid ontstaat als de pan leeg is. Het geluid verdwijnt zodra er water of voedsel in de pan wordt gedaan.
Knisperen
Dit geluid doet zich voor bij pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen. Het geluid komt door de trillingen die ontstaan op de verbindingsvlakken van de verschillende materialen. Dit geluid is afkomstig van de pan. De hoeveelheid voedsel en de bereidingswijze kunnen variëren.
Hoge fluitende geluiden
De geluiden ontstaan met name in pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen, zodra deze worden aangezet op de hoogste stand en op twee kookzones tegelijk. Deze fluitende geluiden verdwijnen of worden minder zodra het vermogen wordt verlaagd.
Geluid van de ventilator
Voor een goed gebruik van het elektronische systeem moet de kookplaat op een gecontroleerde temperatuur werken. Daartoe is de kookplaat uitgerust met een ventilator die steeds als de temperatuur wordt vastgesteld door middel van de verschillende kookstanden gaat werken. De ventilator kan ook door inertie werken, nadat de kookplaat is uitgezet, als de gedetecteerde temperatuur nog te hoog is.
De omschreven geluiden zijn normaal en maken deel uit van de inductietechnologie en duiden niet op een storing.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar.
E-nummer en FD-nummer
Geef wanneer u contact opneemt met de servicedienst altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van het apparaat op. Het typeplaatje met de nummers vindt u op het identificatiebewijs van het apparaat.
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4020
B 070 222 142
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
fr
Table des matières