DVM1000 - Multimeter VELLEMAN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DVM1000 VELLEMAN in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale multimeter |
| Merk | Velleman |
| Model | DVM1000 |
| Categorie | Multimeter |
| Afmetingen | 175 x 90 x 45 mm |
| Gewicht | 350 g (met batterijen) |
| Voeding | 2 AAA-batterijen 1.5 V |
| Display | LCD-scherm 3 ½ digits (2000 punten) |
| Gelijkspanning | 200 mV, 2 V, 20 V, 200 V, 1000 V |
| Wisselspanning | 200 V, 750 V |
| Gelijkstroom | 200 µA, 2 mA, 20 mA, 200 mA, 10 A |
| Weerstand | 200 Ω, 2 kΩ, 20 kΩ, 200 kΩ, 2 MΩ, 20 MΩ |
| Continuïteitstest | Ja, met zoemer |
| Diodetest | Ja |
| Transistortest (hFE) | Ja, bereik 0-1000 |
| Capaciteit | Niet gespecificeerd (schatting: niet aanwezig) |
| Frequentie | Niet gespecificeerd |
| Temperatuur | Niet gespecificeerd |
| Onderhoud en reiniging | Reinig met een zachte, droge doek. Vermijd oplosmiddelen. Vervang de batterijen als het display uitgaat. |
| Veiligheid | CAT II 1000 V, CAT III 600 V. Beschermingszekering voor stroommetingen. |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Reservezekeringen (F 250 mA/250 V en F 10 A/250 V). AAA-batterijen. |
| Algemene informatie | Wordt geleverd met meetsnoeren, type K thermokoppel (optioneel) en gebruikershandleiding. |
Veelgestelde vragen - DVM1000 VELLEMAN
Gebruikersvragen over DVM1000 VELLEMAN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DVM1000 - VELLEMAN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DVM1000 van het merk VELLEMAN.
GEBRUIKSAANWIJZING DVM1000 VELLEMAN
| 1 | RJ11 | testaansluiting |
| 2 | "RJ45" | testaansluiting |
| 3 | HOLD | knop |
| 4 | AC/D | C knop |
| 5-8 | Testsnoeraansluitbussen | |
| 9 | RJ-te | stblokje |
| 10 | draai | schakelaar |
| 11 | TEST | |
| 12 | LIGH | T knop |
| 13 | lcd-s | cherm |
Aan alle ingezetenen van de Europese Unie
Belangrijke rnilieu-informatie betreffende dit product

Dit symbool op het toestel of de verpakking geeft aan dat, als het na zijn lewenscyclus wordt weggeworpen, dit toestel schade kan toebrengen aan het milieu. Gooi dit toestel (en eventuele batterijen) niet bij het gewone huishoudelijke afval; het moet bij een gespecialiseerd bedrijf terechtkomen voor recyclage. U moet dit toestel naar uw verdeler of naar een lokaal recyclagepunt brengen. Respecteer de plaatselijke milie uwetgeving.
Hebt u vragen, contacteer dan de plaatselijke autoriteiten inzake verwijdering.
Dank u voor uw aankoop! Lees deze handleiding grondig voor u het toestel in gebruik neemt. Werd het toestel beschadigd tijdens het transport, installeer het dan niet en raadpleeg uw dealer. Deze digitale 3-in-1 multimeter combineert de functies van een digitale multimeter, een telefocnlijntester en een netwerkkabeltester. Inhoud: 1 x multimeter, 1 x set meetsroeren, 1 x 9V-batterij en deze handleiding.
Eigenschappen:
- Metin g van gelijkspanning, 5 bereiken van 200 mV tot 1000 mV
- Metin g van wisselspanning, 5 bereiken van 200 mV tot 700 mV
- Metin g van gelijk-/wisselstroom, 5 bereiken van 200 A tot 10 A
- Metin g van weerstand, 7 bereiken van 200 Ω tot 200 MΩ / hoorbare continuïteitstest
- Diode test
- Batter ijtest: 1,5 V/6 V/9 V
- Teste n van een telefoonlijn (RJ11)
- Teste n van een netwerkkabel ("RJ45" 8P8C-stekker EIA/TIA-568-B) (max. kæbellengte = 10 m)
Raadpleeg de Velleman® service- en kwaliteit sgarantie achteraan deze handleiding.
2. Gebruik te symbolen
| Dit symbool staat voor instructies lezen:Het niet lezen van deze instructies en de handleiding kan leiden tot beschadiging, letsel of de dood | |
| Dit symbool betekent gevaar:Gevaarlijke toestand of actie die kan leiden tot letsel of de dood | |
| Dit symbool betekent risico op gevaar/schade:Risico op het ontstaan van een gevaarlijke toestand of actie die kan leiden tot schade, letsel of de dood | |
| Dit symbool betekent aandacht, belangrijke informatie:Het niet in acht nemen van deze informatie kan leiden tot een gevaarlijke toestand | |
| AC (wisselstroom) | |
| DC (gelijkstroom) | |
| zowel wissel- als gelijkstroom | |
| Dubbele isolatie (klasse II-bescherming) | |
| Aarding | |
| Zekering | |
| Capaciteit (condensator) | |
| Diode | |
| Continuïteit | |
| Achtergrondverlichting |
3. Veiligheidsinstructies
![]() | Lees deze handleiding grondig, leer eerst de functies van het toestel kennen voor u het gaat gebruiken. |
![]() | Gebruik het toestel enkel waarvoor het gemaakt is. Bij onoordeelkundig gebruik vervalt de garantie. De garantie geldt niet voor schade door het negeren van bepaalde richtlijnen in deze handleiding en uw dealer zal de verantwoordelijkheid afwijzen voor defecten of problemen die hier rechtstreeks verband mee houden. |
![]() | Volg de richtlijnen hieronder om een veilig gebruik te garanderen en alle functies van de meter ten volle te benutten. |
![]() | Respecteer tijdens het gebruik van de meter alle richtlijnen aangaande beveiliging tegen elektroshodks en verkeerd gebruik. De aangegeven limietwaarden mogen nooit overschreden worden |
DVM1000
Rev. 01
![]() | WAARSCHUWING:Om brand te vermijden gebruik de juiste zekeringen.Opmerking: dit is de vertaling van de waarschuwing die zich bovenaan op de achterkant van het toestel bevindt. |
![]() | WAARSCHUWING:Om elektrische schokken te vermijden, verwijder de testsnoeren alvorens de behuizing te openenOpmerking: dit is de vertaling van de waarschuwing die zich onderaan op de achterkant van het toestel bevindt. |
![]() | Houd dit toestel uit de buurt van kinderen en onbevoegden. |
![]() | Bescherm het toestel tegen schokken. Vermijd brute kracht tijdens de bediening. |
![]() | Vermijd kou de, hitte en grote temperatuursschommelingen, Als het toestel van een koude naar een warme omgeving verplaatst wordt, laat het toestel dan eerst voldo ende op temperatuur komen. Dit om meetfouten en condensvorming te vermijden. |
![]() | Dit is een installatiecategorie CAT III 600 V/CATT II 1000 V meetinstrument. Gebruik dit toestel nooit in een hogere CAT dan aangegeven.Zie §4 Overspanning-/installatiecategorie. |
![]() | Vervuilingsgraad 2-toestel, enkel geschikt voor gebruik binnenshuis! Stel dit toestel niet bloot aan stof, regen, vochtigheid en opspattende vbleistoffen. Niet geschikt voor industrieel gebruik.Zie §5 Vervuilingsgraad/Vervuilingsgraad. |
![]() | Controleer voor gebruik indien de meetsnoeren in goede staat verkeren.Houd tijdens metingen uw vingers achter de beschermingsrand van de meetpennen! Raak geen vrije meetbussen aan wanneer de meter met een circuit is verbonden. |
![]() | Let erop dat de meter zich in de juis te stand bevindt alvorans deze te verbinden met het testcircuit. |
![]() | Elektrocutiegevaar tijdens het gebruik van deze multimeter. Wees voorzichtig tijdens het meten van een circuit onder spanning. Wees uiterst voorzichtig bij metingen > 60 VDC of 30 V RMS AC. |
![]() | Meet niet aan circuits waarin spanningen kunnen voorkomen > 1000 V. |
![]() | Meet geen s troom in circuits met een spanning > 250 V. |
![]() | Voer geen weerstand-, diode- of continuoustimesmetingen uit in circuits waarop spanning aanwezig is, of zou kunnen voorkomen. |
![]() | Bij stroommetingen tot 10 A max. 15 sec. aaneensluitend meten, telkens 15 min. wachten tussen 2 metingen. |
![]() | Wees voorzichtig bij metingen aan toestellen zoals tv's of schakelende voedingen, Let op bij metingen op circuits zoals TV's of schakelende voedingen, er kunnen spanningspieken voorkomen die de meter kunnen beschadigen |
![]() | De gebruiker mag geen inwendige onderdelen vervangen. Vervang beschadigde of verloren accessoires enkel door accessoires van hetzelfde type of met dezelfde specificaties. Bestel reserveaccessoires zoals meetsnoeren bij uw dealer. |
![]() | Schakel de meter uit en verwijder de testsnoeken vóór u de batterij of zekering vervangt. |
![]() | Om veiligheidsredenen mag u geen wijzigingen aanbrengen. Schade door wijzigingen die de gebruiker heeft aangebracht valt niet onder de garantie. |
4. Overspanning-/installatiecategorie
DMM's worden opgedeeld volgens het risico op en de ernst van spanningpieken die kunnen optreden op het meetpunt. Spanningspieken zijn kortstondige uitbarstingen van energie die geïnduceerd worden in een systeem door bvb. bliksieminslag op een hoogspanningslijn.
De bestaande categorieën volgens EN 61010-1 zijn:
| CAT I Ee | n CAT I meter is geschikt voor metingen op beschermde elektronische circuits die n et rechtstreeks verbonden zijn met het lichtnet, bvb. Elektronische schakelingen, stuursignalen... |
| CAT II Ee | n CAT II meter is geschikt voor metingen in CAT I omgevingen en op en kelfasige apparaten die aan het lichtnet gekoppeld zijn door middel van een stekker en circuits in een normale huiselijke omgeving, op voorwaarde dat het circuit minstens 10m verwijderd is van een CAT III omgeving, en minstens 20m van een CAT IV omgeving. Bvb. Huishoudapparaten, draagbare gereedschappen ... |
| CAT III Ee | n CAT III-meter is geschikt voor metingen in CAT I- en CAT II-omgevingen, alsook voor metingen aan enkel- en meerfasige (vaste) toestellen op meer dan 10 m van een CAT IV-omgeving, en metingen in- of aan distributiekasten (zekeringkasten, verlichtingscircuits, elektrisch fornuis). |
| CAT IV Ee | n CAT IV meter is geschikt voor metingen in CAT-I, CAT II en CAT III omgevingen alsook metingen op het primaire toevoerniveau.Merk op dat voor metingen op kringen waarvan de toevoerkabels buitenshuis lopen (zowel bovenals ondergronds) een CAT IV meter moet gebruikt worden. |
Waarschuwing:
Dit toestel is ontworpen conform EN 61010-1 installatiecategorie CAT III 600V / CAT II 1000V. Dit houdt bepaalde gebruiksbeperkingen in die te maken hebben met voltages en spanningspieken die kunnen voorkomen in de gebruiksomgeving, zie tabel hierboven.
Dit toestel is geschikt voor metingen tot max. 1000 V aan:
- Besch ermde circuits die beveiligd of niet rechtstreeks verbonden zijn aan het lichtnet zoals bvb. stuursignalen en metingen aan elektronica, circuits achter een scheidingstransformator
- Circuit s rechtstreeks verbonden aan het lichtnet maar beperkt tot:
Meting en aan mon ofaseapparaten verbonden met het lichtnet door middel van een stekker (stopcontact)
Meting en aan monofaseapparaten en circuits rechtstreeks verbonden met het lichtnet in een gewone huiselijke omgeving op meer dan 10m van een CAT II I omgeving en 20 m van een CAT IV omgeving. (bv. verlichtingskringen op meer dan 10 m van de zekeringkast)
Dit toestel is geschikt voor metingen tot max. 600 V aan:
- Metin g en in-/aan laagspanningsborden (zekeringkast na de tellerkast)
- Metin gen aan mono- en meerfaseapparaten en circuits uitgezonderd in een CAT IV omgeving (bvb. metingen aan stopcontacten, elektrisch fornuis, verlichtingskringen, busbars, zekeringen en automaten)
DIT TOESTEL. IS NIET GESCHIKT VOOR METINGEN VAN/AAN:
- Spann ingen hoger dan 1000 V.
- Metin gen aan distributieborden en buiteninstallaties. (hieronder vallen de tellerkast en toestellen/circuits buiten of los van de huiselijke omgeving zoals kringen in schuurtjes, tuinhuisjes en losstaande garages- of kringen verbonden via ondergrondse leidingen zoals tuinverlichting of vijverpompen.

Dit toestel is enkel geschikt voor metingen tot max. 600V in een CAT III omgeving en tot max. 1000V' in een CAT II omgeving.
5. Vervuilingsgraad (pollution degree)
IEC 61010-1 specifieert verschillende types vervuilingsgraden welke bepaalde risico's met zich meebrengen. Iedere vervuilingsgraad vereist specifieke beschermingsmaat-regelen. Omgevingen met een hogere vervuilingsgraad hebben een betere bescherming nodig tegen mogelijke invloeden van de verschillende types vervuiling die in deze omgeving kunnen voorkomen. Deze bescherming bestaat hoofdzakelijk uit aagepaste isolatie en een aangepaste behuizing. De opgegeven Pollution degree waarde geeft aan in welke omgeving dit apparaat veilig gebruikt kan worden.
| Pollutionlegree 1 | Omgeving zonder, of met enkel droge- niet geleidende vervuiling. De voorkomende vervuiling heeft geen invloed (Komit enkel voor in uitzondelijke omgevingen) |
| Pollutionlegree 2 | Omgeving met enkel niet geleidende vervuiling, Uitzonderlijk kan condensatie voorkomen. (bvb. huishoudelijke- en kanto oromgeving) |
| Pollutionlegree 3 | Omgeving waar geleidende vervuiling voorkomt, of droge niet geleidende vervuiling die geleidend kan worden door condensatie. (industriële omgevingen en omgevingen die blootgesteld worden aan buitenlucht zonder rechtstreeks contact met neerslag |
| Pollutionlegree 4 | Omgeving waar frequent geleidende vervuiling voorkomt, bvb. veroorzaakt door geleidend stof, regen of sneeuw (in openlucht en omgevingen met een hoge vochtigheidsgraad of hoge concentraties fijn stof) |
Waarschuwing:
Dit toestel is ontworpen conform EN 61010-1 vervuilingsgraad Pollution degree 2. Dit houdt bepaalde gebruiksbeperkingen in die te maken hebben met de pollutie die kan voorkomen in de gebruiksomgeving, zie tabel hierboven.

Dit toestel is enkel geschikt voor gebruik in omgevingen met Pollution degree 2 classificatie
6. Omschrijving
Raadpleeg de figuren op pagina 2 van deze handleiding.
7. Gebruik

Elektrocutiegevaar tijdens het gebruik van dezeimultimeter.
Wees voorzichtig tijdens het meten van een circuit oncler spanning.
Controleer vooraleer te meten altijd indien de aansluitingen, de functie en het bereik correct zijn ingesteld en indien het toestel en/of de testsnoeren niet beschadigd zijn
- Overschrijd nooit de grenswaarden! Deze waarden worden vermeld in de specificaties van elk meetbereik..
-
Raak geen ongebruikte ingangsbussen aan wanneer de meter gekoppeld is aan een schakeling die u aan het testen bent.
-
Gebruik de meter enkel voor het meten in de aangeduide meetcategorie-installaties en meet geen voltages die de aangeduide waarden kunnen overschrijden.
- Koppel de testsnoeren los van het meetcircuit vooraleer u een andere functie kiest met de draaischakelaar.
- Let op bij metingen op circuits zoals tv's of schakelende voiedingen, er kunnen spanningspieken voorkomen die de meter kunnen beschadigen.
- Wees uiterst voorzichtig wanneer u werkt met voltages bo/ en 60VDC of 30VAC RMS. Houd tijdens metingen uw vingers te allen tijde achter de beschermingsrand van de meetpennen!
- Meet geen stroom in circuits met een spanning > 250V
- Voer nooit weerstandsmetingen, continuïteitstest, transistortest of diodetest uit op schakelingen die onder spanning staan. Vergewis uzelf ervan dat condensatoren die zich in het circuit bevinden ontladen zijn.
- "HOLD" functie: druk op de "HOLD" knop om de weergegeven waarde op het scherm te bevriezen, om het scherm terug vrij te geven druk opnieuw op de knop
- "LIGHT" functie: Achtergrondverlichting, druk op de "LIGHT" knop op de achtergrondverlichting in te schakelen. Om de achtergrondverlichting uit te schakelen druk opnieuw op de knop.
7.1 Spanningsmetingen

Meet niet aan circuits waarin spanningen kunnen voorkomen > 600V CAT III of 1000V CAT II

Wees uiterst voorzichtig wanneer u werkt met voltages; boven 60Vdc of 30Vac rms. Hou tijdens metingen uw vingers te allen tijde achterde beschermingsrand van de meetpennen! Raak geen aansluitbussen aan tijdens de meting
- Koppel het zwarte meetsnoer met de COM- en het rode meetsnoer met de VΩ-bus.
- Plaats de draaischakelaar op V n ihet gewenste bereik, indien u niet zeker bent van het te meten bereik
- kies dan eerst de hoogste stand, en ga over naar een lagere instelling indien gewenst
- Selecteer wissel- of gelijkspanningsmeting met de AC/DC-toets (AC = wisselspanning, DC = gelijkspanning)
- Verbind de meetsnoeren met het te meten circuit.
- De gemeten spanning kan afgelezen worden op de display.
No ta:
- Bij gelijkspannings metingen wordt een negatieve polariteit van de gemeten spanning aan het rode meetsnoer weergegeven doorh et "-" teken vóór de weergegeven waarde.
- Indien het geselecteerde bereik te klein is voor de gemeten waarde verschijnt "1" op de display, selecteer dan een groter bereik.
7.2 Stroommetingen

Meet geen stroom in circuits met een spanning > 250/

Stroommetingen mA-aansluiting tot max. 200mA, voor stroommetingen tot max. 10A gebruik de 10A-aansluiting. Bij stroommetingen tot 10A max. 15sec. a aneensluitend meten, telkens 15min. wachten tussen 2 metingen

Wees uiterst voorzichtig wanneer u werkt met voltage: boven 60VDC of 30VAC RMS. Houd tijdens metingen uw vingers te allen tijde achterde beschermingsrand van de meetpennen!
- Koppel het zwarte meetsnoer met de COM- en het rode meetsnoer met de mA-bus voor metingen tot max. 200mA.
- Koppel het zwarte meetsnoer met de COM- en het rode meetsnoer met de 10A-bus voor metingen tot max.10A.
- Plaats de draaischakelaar op A ≈ nihet gewenste bereik, indien u niet zeker bent van het te meten bereik.
- kies dan eerst de hoogste stand, en ga over naar een lagere instelling indien gewenst
- Stel de draaischakelaar in op het 200μA/2mA/20mA/200mA bereik voor metingen tot 200mA als testsnoer verbonden is met de mA bus.
- Stel de draaischakelaar in op het 10A bereik voor metingen tot 10A als testsnoer verbonden is met de 10A bus.
- Selecteer wissel- of gelijkspanningsmeting met de AC/DC-toets (AC = wisselspanning, DC = gelijkspanning).
- Verbind de meetsnoeren in serie met het circuit.
- Lees de gemeten waarde van het lcd-scherm af.
No ta:
- Bij gelijk stroommetingen wordt een negatie ve polaritet van de gemeten stroom aan het rode meetsnoer weergegeven door het "-" teker vóór de weergegeven waarde.
- Het mA -bereik is beveiligd tegen overbelasting met een zekering F200mA 250V, het 10A bereik is niet beveiligd!
- Bij stro ommetingen tot 10A max. 15sec. aaneensluitend meten, telkens 15min. wachten tussen 2 metingen
7.3 Continuiteitstest/doorverbindingtest en diodetest

Voer geen continuit eitsmeting/diodetest uit in circuits waarop spanning aanwezig is, of zou kunnen voorkomen
- Koppel het zwarte meetsnoer met de COM- en het rode meetsnoer met de VΩ -bus.
- Plaats de draaischakelaar op ➤+ ∙.
- Verbind de meetsnoeren met het te testen circuit.
- Continuïteitstest:
Indien de weerstand minder dan 70Ω bedraagt, is wordt een continue pieptoon weergegeven, de indicatie weergegeven op het scherm is de spanningsval. Indien de weerstand groter is dar het meetbereik of bij een open circuit word '1' weergegeven op het scherm
- Diodetest:
Verbind het rode meetsnoer met de anode van de diode en het zwarte meetsnoer met de kathode. De meter geeft de voorwaartse spanningsval van de diode weer. Bij verkeerde aansluitpolariteit of open circuit verschijnt '1' op het scherm.
No ta:
- Zorg er voor dat bij de continuïteittest/diodetest geen spanning meer op de schakeling staat en dat alle condensatoren volledig ontladen zijn
- Meten van diodes die zich in een circuit bevinden kan foute resultaten opleveren, het is best de diodes los te koppelen van het meetcircuit.
7.4 Weerstandsmetingen

Voer geen weerstandsmeting uit in circuits waarop spanning aanwezig is, of zou kunnen voorkomen
- Koppel het zwarte meetsnoer met de COM- en het rode meetsnoer met de VΩ-bus.
- Plaats de draaischakelaar op in het gewenste bereik, ind ien u niet zeker bent van het te meten bereik
- kies dan eerst de hoogste stand, en ga over naar een lagere instelling indien gewenst
- Verbind de meetsnoeren met het te meten circuit.
- De gemeten weerstand kan afgelezen worden op het display.
No ta's:
- Zorg er voor dat bij weerstandsmetingen geen spanning meer op de schakeling staat en dat: alle condensatoren volledig ontladen zijn.
- Om een zo nauwkeurig mogelijke lage weerstandswaarde te verkrijgen, verbind eerst de meetpennen met elkaar. Onthoud de afgelezen weerstandswaarde van de meetsnoeren. Trek deze af van de gemeten weerstandswaarde van het cirouit.
- Indien de weerstand groter is dan het meetbereik of bij een open circuit word '1' weergegeven op het scherm.
- Weersta ndsmetingen > 1MΩ stabiliseren zich pas na en kele seconden.
- In het 2 00MΩ-berek, trek 10 eenheden af van het gemieten resultaat. Voorbeeld: Bij het meten van een weerstand van 100MΩ, is de aflezing 101.0MΩ. De correcte waarde is 101.0MΩ - 1.0MΩ = 100.0MΩ.
7.5 Batterijtest (BAT)

Voer geen batterijtest uit in circuits, enkel op losse batterijen
- Koppel het zwarte meetsnoer met de COM- en het rode meetsnoer met de VΩ-bus.
- Plaats de draaischakelaar op "BAT" in stand die overeen komt met de nominale spanning van de te testen batterij.
- Verbind de rode meetpen met de positieve pocl van de batterij en de zwarte meetpen met de negatieve pool van de batterij.
- De gemeten batterijspanning verschijnt op het scherm
No ta:
| Nominale batterijspanning | 1.5V | 6V | 9V |
| Testbelasting | 27Ω | 68Ω | 100Ω |
7.6 Telefoonlijntest:

Verwijder de meetsnoeren indien u het toestel indien u de telefoonlijntest gebruikt!
- Verwijder de testsnoeren van de aansluitbussen.
- Verwijder de beschermingsplaat waarachter de testaansluitingen zitten (2 schroeven).
- Plaats de draaischakelaar op "RJ11".
- Verbind de RJ11 testaansluiting met het einde van de telefoonlijn.
- Zorg ervoor dat het andere eind van de telefocnlijn verborden is met een analoge telefooncer trale.
• Druk op de TEST-toets. - Bij een slechte verbinding of open zijn verschijnt "FAULT" cp het scherm.
7.7 Netwerkkabeltest:

Voer geen netwerkkabeltest uit op aangesloten circuits!
Verwijcer de meetsnoeren indien u het toestel indien u de netwerkkabeltest gebruikt!
De netwerkkabeltest is geschikt voor het testen van netwerkverbindingen met modulaire 8P8C connectoren en aangesloten volgens de EIA/TIA-568-B normen - volgens voorschriften T568A en T568B voor netwerkkabel met 8 geleiders (4 x gebalanceerde twisted pair), impedantie: 10CΩ
- Verwijder de testsnoeren van de aansluitbusse n.
- Verwijder de beschermingsplaat waarachter de: testaanslui:ingen zitten (2 schroeven).
- Plaats de draaischakelaar op "RJ45".
- Verbind de "RJ45" testaansluiting een uiteinde van de netwerkkabel.
- Verbind het andere uiteinde van de netwerkkabel met de "CABLE REMOTE" unit.
• Druk op de TEST-toets - Op het scherm verschijnt eerst het volledige testresultaat van de netwerkkabeltest.
- Bij iedere volgende druk op de TEST-toets verschijnt het resultaat per aderpaar tot alle aderparen doorlopen zijn
Mogelijke foutmeldingen:
Raadpleeg de figuur op pagina 2 van deze handleiding.
| OPEN | Er is geen specifieke aanduiding voor een open (niet verbonden) aderpaar. Een kabel kan 2, 3 of 4 aangesloten aderparen bevatten. Bepaal of een paar al dan niet aanwezig is (en doorverbonden of open) door de getoonde paren te vergelijken met de verwachtte. Indien een aderpaar niet aangesloten of doorverbonden is verschijnt de aderpaaraanduiding niet op het scherm.De aderpaaraanduidingen zijn: 1-2, 3-6, 4-5, 7-8 (en SHIELD indien afgeschermde kabel) |
| SHO. | Dez e aanduiding slaat op kortsluiting van aders |
| IMIS. | Dez e aanduiding slaat op verkeerd aangesloten aderparen |
| IREV. | Dez e aanduiding wil zeggen dat de individuele geleiders binnen een aderpaar omgewisseld zijn |
| SPL. | Deze aanduiding wil zeggen dat de individuele geleiders van verschillende aderparen zijn omgewisseld. |
| 8P8C | T568A pin out | T568B pin out |
| Pin 1 | Paar 3 - wit/groen | Paar 2 - wit/oranje |
| Pin 2 | Paar 3 - groen | Paar 2 - oranje |
| Pin 3 | Paar 2 - wit/oranje | Paar 3 - wit/groen |
| Pin 4 | Paar 1 - blauw | Paar 1 - blauw |
| Pin 5 | Paar 1 - wit/blauw | Paar 1 - wit/blauw |
| Pin 6 | Paar 2 - oranje | Paar 3 - groen |
| Pin 7 | Paar 4 - wit/bruin | Paar 4 - wit/bruin |
| Pin 8 | Paar 4 - bruin | Paar 4 - bruin |
8. Reiniging en onderhoud

De gebruiker mag geen inwendige onderdelen vervangen. Indien het toestel defect is raadpleeg uw dealer. Vervang beschadigde of verloren accessoires enkel door accessoires van hetzelfde type of met dezelfde specificaties. Bestel reserveaccessoires zoals meetsnoeren bij uw dealer.
Koppel de testsnoeren los van het meetcircuit en trek de stekkers uit de aansluitbussen vooraleer de batterijen of de zekering te vervangen.
Algemeen orderhoud:
- Maak het toestel geregeld schoon met een vochtige, niet pluizende doek. Gebruik geen alcohol of solventen.
Vervangen van de zekering:
- Koppel de testsnoeren los van het meetcircuit en trek de stekkers uit de aansluitbussen.
• Schakel het toestel uit. - Verwijder de 4 behuizingschroeven achteraan en open voorzichtig het toestel.
- Verwijder de zekering uit de zekeringhouder en plaats een nieuwe zeker ring van hetzelfde type en met dezelfde specificaties (F200mA/250V, ∅ 5 x 20mm).
- Sluit het toestel zorgvuldig.
Vervangen van de batterij:
- Vervang de batterij van zodra wanneer + het scherm verschijnt om onjuiste meetresultaten te vermijden.
- Koppel de testsnoeren los van het meetcircuit en trek de stekkers uit de aansluitbussen.
• Schakel het toestel uit. - Verwijder de 2 batterijvakschroeven achteraan en open het batterijvak.
- Vervang de batterij door een nieuwe batterij van hetzelfde type en met dezelfde specificaties (6LR61/6F22 9V alkaline, gebruik geen oplaadbare batterijen).
No ta:
- Probeer de meter zelf nooit te repareren of te ijken.
- Maak d e meter nooit open wanneer hij aan een spannir g is gekoppeld.
- Laat elk e reparatie uitvoeren door een geschoolde technicus die de gevaren kent.
9. Technische specificaties
Dit toestel is niet geijkt bij aankoop! Gebruik dit toestel enkel voor metingen aan installatiecategorie CAT I, CAT II en CAT III circuits (zie §4). Gebruik dit toestel alleen in een vervulingsgraad 2 omgeving (zie §5).
| Ideale omgevingstemperatuur | 18-28°C |
| Ideale relatieve vochtigheid | 80% |
| Max. Gebruikshoogte | max. 2000m |
| Overspanningcategorie | 1000V CAT. II en 600V CAT. III |
| Vervuilingsgraad | vervuilingsgraad 2 |
| Werktemperatuur | 0°C~40°C |
| Opslagtemperatuur | -10°C~50°C (opslaan zonder batterijen) |
| Zekering | mA bereik F200mA / 2:50V, 5 x 20mm (10A niet beveiligd) |
| Display | 31/2-digit lcd |
| Aanduiding buiten bereik | ja ('1') |
| Aanduiding zwakke batterij | ja (###) |
| Polariteitinstelling | '-'automatische aanduiding |
| "Hold" functie van de gegevens | ja |
| Achtergrondverlichting | ja |
| Automatische uitschakeling | nee |
| Voeding | 1 x 9V 6LR61 / 6F22 batterij |
| Afmetingen | 185 x 85 x 44mm |
| Gewicht | ± 360g (net batterijen) |
| Accessoires | handleiding, meetsnoeren, batterijen, temperatuursonde |
9.1 Spanning
| Bereik | Resolutie | Na uwkeurigheid | |
| Gelijkspanning | 200mV | 0.1mV | ± 0.8% ± 2 d gits |
| 2V | 1mV | ||
| 20V | 10mV | ||
| 200V | 100mV' | ||
| 1000V | 1V | ± 1.2% ± 3 d gits | |
| Wisselspanning | 200mV | 0.1mV | ± 1.2% ± 3 d gits |
| 2V | 1mV | ± 0.8% ± 2 d gits | |
| 20V | 10mV | ||
| 200V | 100mV' | ||
| 700V | 1V | ± 1.2% ± 5 d gits |
Ingangsimpedantie: 10MΩ
Frequentiebereik: 40Hz \~ 400Hz
9.2 Stroom
| Bereik | Resolutie | Nauwkeurigheid | |
| Gelijkstroom | 200μA | 0.1μA | ±0.8% ± 3 digits |
| 2mA | 1μA | ||
| 20mA | 10μA | ||
| 200mA | 100μA | ±1.5% ± 2 digits | |
| 10A | 10mA | ±2.0% ± 5 digits | |
| Wisselstroom | 200μA | 0.1μA | ±2.0% ± 3 digits |
| 2mA | 1μA | ±1.0% ± 3 digits | |
| 20mA | 10μA | ||
| 200mA | 100μA | ±1.8% ± 3 digits | |
| 10A | 1mA | ±3.0% ± 5 digits |
Beveiliging overbelasting: F 200mA/250V voor 200μA- \~ 200mA-bereik
Frequentiebereik: 40Hz \~ 400Hz
9.3 Weerstand
| Bereik | Resolutie | Nauwkeurigheid |
| 200Ω | 0.1Ω | ± 0.8% ± 3 digits |
| 2kΩ | 1Ω | ± 0.8% ± 2 digits |
| DVM1000 | Rev. 01 | ||
| 20kΩ | 10Ω | ||
| 200kΩ | 100Ω | ||
| 2MΩ | 1kΩ | ||
| 20MΩ | 10kΩ | ± 1.0% ± 2 digits | |
| 200MΩ | 100kΩ | ± 5.0% ± 10 digits | |
Max. open circuit meetspanning: 700mV---(3-vdor 200MΩ-bereik), VΩ meetbus heeft positieve polariteit Opmerking: In het 200MΩ-bereik geeft de display 1MΩ weer wanneer er een kortsluiting op de ingang is. Deze 1MΩ moet u van het meetresultaat aftrekken.
9.4 Diode/continuïteit
| Bereik | Omschrijving |
| Dio detest | Weergave van de benaderende voorwaartse spanningsval van de diode |
| Continuïteitstest | Pieptoon wanneer de weerstand < 70 |
Gebruik dit toestel enkel met originele accessoires. Velleman nv is niet aansprakelijk voor schade of kw etsuren bij (verkeerd) gebruik van dit toestel. Voor meer informatie over dit product en de meest recente versie van deze handleiding, zie www.vellemar.eu. De informatie in deze handleiding kan te allen tijde worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving.
© AUTEURSRECHT
Velleman nv heeft het auteursrecht voor deze handleiding. Alle wereldwijde rechten voorbehouden. Het is niet toegestaan om deze handleiding of gedeelten ervan over te nemen, te kopieren, te ve-talen, te bewerken en op te slaan op een elektronisch medium zonder voorafgaande schriftelijk e toestemning van de rechthebbende.
NOTICE D'EMPLOI
1. Introduction
Velleman® service- en kwaliteitsgarantie
Velleman® heeft ruim 35 jaar ervaring in de elektronicawereld en verdeelt in meer dan 85 landen.
Al onze producten beantwoorden aan strikte kwaliteitseisen en aan de wettelijke bepalingen geldig in de EU. Om de kwaliteit te waarborgen, ondergaan onze producten op regelmatige tijdstippen een extra kwaliteitscontrole, zowel door onze eigen kwaliteitsafdeling als door externe gespecialiseerde organisaties. Mocht er ondanks deze voorzorgen toch een probleem optreden, dan kunt u steeds een beroep doen op onze waarborg (zie waarborgvoorwaarden).
Algemene waarborgvoorwaarden consumentengoederen (voor Europese Unie):
- Op alle consumentengoederen geldt een garantieperiode van 24 maanden op productie- en materiaalfouten en dit vanaf de oorspronkelijke aankoopdatum.
- Indien de klacht gegrond is en een gratis reparatie of vervanging van een artikel onmogelijk is of indien de kosten hiervoor buiten verhouding zijn, kan Velleman® beslissen het desbetreffende artikel te vervangen door een gelijkwaardig artikel of de aankoopsom van het artikel gedeeltelijk of volledig terug te betalen. In dat geval krijgt u een vervangend product of terugbetaling ter waarde van 100% van de aankoopsom bij ontdekking van een gebrek tot één jaar na aankoop en levering, of een vervangend product tegen 50% van de kostprijs of terugbetaling van 50 % bij ontdekking na één jaar tot 2 jaar.
• Valt niet onder waarborg:
- alle rechtstreekse of onrechtstreekse schade na de levering veroorzaakt aan het toestel (bv. door oxidatie, schokken, val, stof, vuil, vocht...), en door het toestel, alsook zijn inhoud (bv. verlies van data), vergoeding voor eventuele winstderving.
- verbruiksgoederen, onderdelen of hulpstukken die regelmatig dienen te worden vervangen, zoals bv. batterijen, lampen, rubberen onderdelen, aandrijfriemen... (onbeperkte lijst).
- defecten ten gevolge van brand, waterschade, bliksem, ongevallen, natuurrampen, enz.
- defecten veroorzaakt door opzet, nalatigheid of door een onoordeelkundige behandeling, slecht onderhoud of abnormaal gebruik of gebruik van het toestel strijdig met de voorschriften van de fabrikant.
- schade ten gevolge van een commercieel, professioneel of collectief gebruik van het apparaat (bij professioneel gebruik wordt de garantieperiode herleid tot 6 maand).
- schade veroorzaakt door onvoldoende bescherming bij transport van het apparaat.
- alle schade door wijzigingen, reparaties of modificaties uitgevoerd door derden zonder toestemming van Velleman®.
- Toestellen dienen ter reparatie aangeboden te worden bij uw Velleman®-verdeler. Het toestel dient vergezeld te zijn van het oorspronkelijke aankoopbewijs. Zorg voor een degelijke verpakking (bij voorkeur de originele verpakking) en voeg een duidelijke foutomschrijving bij.
- Tip: alvorens het toestel voor reparatie aan te bieden, kijk nog eens na of er geen voor de hand liggende reden is waarom het toestel niet naar behoren werkt (zie handleiding). Op deze wijze kunt u kosten en tijd besparen. Denk eraan dat er ook voor niet-defecte toestellen een kost voor controle aangerekend kan worden.
- Bij reparaties buiten de waarborgperiode zullen transportkosten aangerekend worden.
- Elke commerciële garantie laat deze rechten onverminderd.





















