TA-VA80ES - Ontvanger SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TA-VA80ES SONY in PDF-formaat.
| Producttype | Audio/videoreceiver |
| Model | TA-VA80ES |
| Merk | Sony |
| Afmetingen (B x H x D) | 430 x 160 x 350 mm |
| Gewicht | 12 kg |
| Voeding | 220-240 V AC, 50/60 Hz |
| Stroomverbruik | 300 W |
| Uitgangsvermogen | 5 x 100 W (stereo) |
| Aantal kanalen | 5.1 |
| Tuner | FM/AM, 30 presets |
| Ondersteunde audioformaten | Dolby Pro Logic, DTS (optionele decoder) |
| Audio-ingangen | CD, Tuner, Tape, Aux, DVD (5.1 analoog) |
| Video-ingangen | Composiet, S-Video |
| Uitgangen | Luidsprekers (5), Hoofdtelefoon, Subwoofer pre-out |
| Extra functies | Afstandsbediening, Automatisch afstemmen |
| Onderhoud en reiniging | Afnemen met een zachte, droge doek. Geen oplosmiddelen gebruiken. |
| Veiligheid | Loskoppelen voor reiniging. Vocht vermijden. |
| Reserveonderdelen | Beschikbaar via Sony-klantenservice |
| Repareerbaarheid | Reparatie mogelijk door een professional |
| Algemene informatie | Geproduceerd in Japan. Handleiding beschikbaar in PDF. |
Veelgestelde vragen - TA-VA80ES SONY
Gebruikersvragen over TA-VA80ES SONY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TA-VA80ES - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TA-VA80ES van het merk SONY.
GEBRUIKSAANWIJZING TA-VA80ES SONY
Gebruiksaanwijzing NL
Bruksanvisning S
TA-VA80ES
WARNING
To prevent fire or shock hazard, do not expose the unit to rain or moisture.
Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om gevaar voor brand of een elektrische schok te voorkomen.
Open niet de behuizing, om gevaar voor elektrische schokken te vermijden. Laat reparaties aan de erkende vakhandel over.
Plaats het apparaat niet in een gesloten ruimte, zoals een boekenrek of ingebouw de kast.
Voor de klanten in Nederland

Bij dit produkt zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
- Mocht er vloeistof of een voorwerp in het apparaat terechtkomen, trek dan de stekker van de versterker uit het stopkontakt en laat het apparaat eerst door een onderhoudsmonteur kontroleren, alvorens het weer in gebruik te nemen.
Stroomvoorziening
- Kontroleer, alvorens de versterker in gebruik te nemen, of de bedrijfsspanning van het apparaat overeenkomt met de plaatselijke netspanning. De bedrijfsspanning van de versterker staat vermeld op het naamplaatje op het achterpaneel van het apparaat.
- Zolang de stekker van het netsnoer in het stopkontakt steekt, blijft er spanning op het apparaat staan, zelfs nadat het apparaat is uitgeschakeld.
- Trek de stekker uit het stopkontakt wanneer u denkt de versterker geruime tijd niet te gebruiken. Pak de stekker vast om deze uit het stopkontakt te trekken; trek nooit aan het snoer.
- Om veiligheidsredenen is een van de pennen van de netstekker breder dan de andere, zodat de netstekker slechts op een manier in het stopkontakt kan worden gestoken. Raadpleeg uw dealer als de netstekker niet volledig in het stopkontakt kan worden gestoken.
- Mocht het nodig zijn het netsnoer of de stekker te vervangen, laat dit dan uitsluitend bij een erkende vakhandel verrichten.
Opstelling
- Zet de versterker op een goed geventileerde plaats, met voldoende luchtdoorstroming om oververhitting van de inwendige onderdelen te voorkomen, in het belang van een langdurige betrouwbare werking.
- Plaats de versterker niet in de buurt van een warmtebron of in direkt zonlicht. Vermijd tevens plaatsen met veel stof, vocht en mechanische trillingen of schokken.
- Zet niets bovenop het apparaat dat de ventilatie-openingen aan de bovenzijde kan blokkeren, in het belang van een juist funktioneren van het apparaat en een langere levensduur van de componenten.
Aansluiten
- Alvorens u begint met het maken van de aansluitingen, dient u vooral de versterker uit te schakelen en de stekker uit het stopkontakt te trekken.
Reinigen
- Reinig de behuizing, het voorpaneel en de bedieningsorganen met een zachte doek, licht bevochtigd met wat milde vlocibare zeep. Gebruik geen schuurspons of schuurmiddelen en ook geen oplosmiddelen zoals wasbenzine of alkohol (spiritus).
Mocht u verder nog vragen of problemen met de bediening van het apparaat hebben, aarzel dan niet kontakt op te nemen met de dichtstbijzijnde Sony handelaar.
Omtrent deze handleiding
De aanwijzingen in deze handleiding gelden voor het model TA-VA80ES.
Ter verduidelijking
- Alle aanwijzingen in de tekst beschrijven de bediening met de toetsen op het apparaat zelf. U kunt voor de bediening echter ook de toetsen op de afstandsbediening gebruiken die dezelfde of soortelijke namen dragen als de bedieningsorganen op het apparaat.
- Zie blz. 33 voor een "Beknopte bedieningsgids".
- Zie voor nadere bijzonderheden betreffende de afstandsbediening de "Beschrijving van de afstandsbediening" op bladzijde 30.
- Op een aantal plaatsen in deze gebruiksaanwijzing zult u de onderstaande symbolen aantreffen:

Dit symbool verschijnt bij funkties die enkel via de afstandsbediening beschikbaar zijn.

Dit symbool vestigt uw aandacht op handige tips, die de bediening vergemakkelijken.
Deze versterker is uitgerust met het Dolby* Pro Logic Surround systeem.
* Geproduceerd onder licentle van: Dolby Laboratories Licensing Corporation. DOLBY, het dubbel D symbool ☐☐, AC-3 en PRO LOGIC zijn handelsmerken van: Dolby Laboratories Licensing Corporation.
INHOUDSOPGAVE
Voorbereidingen
Uitpakken 4
Aansluitoverzicht 4
Aansluiten van geluidsapparatuur 5
Aansluiten van de luidsprekers 6
Aansluiten van uw TV-toestel/videorecorder 8
Aansluiten van digitale apparatuur 8
Aansluiten van de netsnoeren 10
Alvorens de versterker in gebruik te nemen 10
Basisbediening
Kiezen van een weergavebron 11
Invoeren van een naam voor de weergavebronnen 14
Opnemen 14
Gebruik van de sluimerfunktie 15
Dolby Surround instellingen
Dolby Digital 16
Geluidsbijregeling
Gebruik van de voorgeprogrammeerde klankbeelden 18
Bijregelen van de klankbeelden 20
Extra afstandsbedieningsfunkties
Bedienen van een apparaat terwijl naar een ander apparaat gekeken/geluisterd wordt (bediening op de achtergrond) 23
Wijzigen van de fabrieksinstelling van een FUNCTION toets 23
Programmeren van de afstandsbediening 24
Aanvullende informatie
Verhelpen van storingen 25
Verklarende woordenlijst 27
Gebruik van de SET UP toets 28
Beschrijving van het achterpaneel 29
Beschrijving van de afstandsbediening 30
Index 32
Beknopte bedieningsgids 33
Uitpakken
Kontroleer of het onderstaande bijgeleverd toebehoren inderdaad in de verpakking van de versterker aanwezig is:
• Afstandsbediening RM-P501 (1)
• AA-formaat (R6) batterijen (2)
Inleggen van batterijen in de afstandsbediening
Plaats twee AA-formaat (R6) batterijen in de afstandsbediening en let hierbij op dat de + en de - polen van de batterijen in de juiste richting liggen, zoals aangegeven in het batterijvak. Richt de afstandsbediening bij het gebruik recht op de afstandsbedieningssensor R van de versterker.

Bij normaal gebruik zullen de batterijen ongeveer 6 maanden meegaan.
Als u de versterker niet langer meer op afstand kunt bedienen, is het tijd beide batterijen door nieuwe te vervangen.
Opmerkingen
- Laat de afstandsbediening nooit op een erg warme of vochtige plaats liggen.
- Gebruik geen oude en nieuwe batterij naast elkaar.
- Let op dat de afstandsbedieningssensor van de versterker niet blootgesteld wordt aan rechtstreekse zonnestraling of fel lamplicht. Dit kan de juiste werking ervan verstoren.
- Als u denkt de afstandsbediening geruime tijd niet te gebruiken, kunt u de batterijen er beter uit verwijderen, om schade door eventuele batterijlekkage en corrosie te voorkomen.
Aansluitoverzicht
Op deze versterker kunt u de volgende geluidsapparatuur voor opname en weergave aansluiten. Zie de bladzijden aangegeven tussen haakjes voor aanwijzingen betreffende het aansluiten van de apparatuur op de versterker. Zie voor de plaats en de benaming van de aansluitbussen de "Beschrijving van het achterpaneel" op blz. 29.

flowchart
graph TD
A["Aansluiten van de luidsprekers (6)"] --> B["Voorluidspreker (links)"]
C["Aansluiten van uw TV-toestel/videorecorder (8)"] --> D["TV-toestel"]
E["Aansluiten van digitale apparatuur (8)"] --> F["Videorecorder"]
E --> G["Laserdisc-speler"]
H["Actieve lagetonen-luidspreker"] --> I["Voorluidspreker (rechts)"]
J["Achterluidspreker (links)"] --> K["Videocamera/recorder"]
J --> L["Middenluidspreker"]
M["Aansluiten van geluidsapparatuur (5)"] --> N["Compact disc speler"]
O["Achterluidspreker (rechts)"] --> P["Tuner"]
O --> Q["Cassettedeck"]
O --> R["DAT deck/minidisc-recorder"]
O --> S["Platenspeler"]
Alvorens met aansluiten te beginnen
- Zorg dat alle betrokken apparatuur is uitgeschakeld, alvorens u enige aansluiting maakt.
- Steek de stekkers van de netsnoeren pas in het stopkontakt nadat alle andere aansluitingen naar behoren zijn gemaakt.
- Sluit de snoeren stevig aan, met alle stekkers over de volle lengte in de aansluitbussen, om het optreden van brom en andere stoorgeluiden te voorkomen.
- Let er bij het aansluiten van een audio/videosnoer op dat u de gekleurde stekkers, en daarmee de polen, van de aansluitsnoeren niet verwisselt; sluit geel (video) op geel aan, wit (rechts) op wit, en rood (links) op rood, zowel op de versterker als op de aangesloten apparatuur.
Aansluiten van geluidsapparatuur
Overzicht
Hieronder volgen een aantal schema's en aanwijzingen voor het aansluiten van verschillende audio-componenten op de versterker. Zie "Aansluiten van digitale apparatuur" op blz. 8 voor het maken van digitale verbindingen.

Wat voor snoeren zijn er nodig?
Audio-aansluitsnoceren (niet bijgeleverd) (1 voor elke compact disc speler, tuner en platenspeler; 2 voor elk cassettedeck, DAT deck of minidisc-recorder)

De pijl geeft de richting van de signaalstroom aan.
Compact disc speler

Tuner

flowchart
graph LR
Versterker["Versterker"] --> TUNER["TUNER"]
Versterker --> TUNER_IN["IN"]
TUNER --> TUNER_OUT["OUTPUT"]
TUNER_OUT --> OUTPUT_OUT["OUTPUT"]
style Versterker fill:#f9f,stroke:#333
style Tuner fill:#ccf,stroke:#333
style_OutputPort["Output Port"] fill:#cfc,stroke:#333
Cassettedeck

Als uw platenspeler over een aarleiding beschikt
Verbind de aardleiding met de SIGNAL GND aansluiting van de versterker, om een storende bromtoon te voorkomen.
Aansluiten van de luidsprekers
Overzicht
Hieronder volgen de aanwijzingen voor het aansluiten van uw luidsprekers op de versterker. U dient op zijn minst voorluidsprekers (links en rechts) aan te sluiten en kunt indien gewenst een middenluidspreker en achterluidsprekers aansluiten. Door gebruik van een midden- en achterluidsprekers worden betere akoestiekeffekten verkregen en door daarnaast een actieve lagtonen-luidspreker aan te sluiten kunt u de basweergave verbeteren.

Wat voor snoeren zijn er nodig?
- Luidsprekersnoeren (niet bijgeleverd) (1 voor elke luidsprekerbox)

Strip 15 mm van de plastic isolatie aan de uiteinden van het luidsprekersnoer, en draai de draden ineen. Let op dat u de polen van de luidsprekersnoeren niet verwisselt; sluit + (plus) op + aan en - (min) op -. Bij verwisselde aansluitingen kan er vervorming optreden en zal de basweergave niet naar behoren zijn.
- Mono-audiosnoer (niet bijgeleverd) (1 voor elke actieve lagetonen-luidspreker)

Aansluitingen
Voorluidsprekers

Aansluiten van de luidsprekersnoeren

Midden- en achterluidsprekers

Actieve lagetonen-luidspreker


Als u een tweede paar voorluidsprekers heeft
Sluit deze aan op de FRONT SPEAKERS B aansluitingen.
Opmerking
Als u voorluidsprekers gebruikt met een laag maximaal ingangsvermogen, wees dan voorzichtig bij het instellen van de geluidssterkte om overbelasting van de luidsprekers te voorkomen.
Luidspreker-opstelling
Voor de beste, ruimtelijk klinkende akoestiekweergave bevelen wij u het volgende aan:
- Gebruik luidsprekers van een zo goed mogelijke kwaliteit.
- Gebruik voor-, midden- en achterluidsprekers van hetzelfde formaat en dezelfde kwaliteit.
- Zorg dat alle luidsprekers op ongeveer dezelfde afstand van uw luisterplaats vandaan staan (A). U mag de middenluidspreker wat dichterbij plaatsen, maar niet verder naar voren dan de denkbeeldige rechte lijn tussen de twee voorluidsprekers (B). De achterluidsprekers mogen zonodig ook wat dichter bij de luisterplaats worden opgesteld dan de voorluidsprekers (C), indien de afmeting of vorm van de kamer dit vereist. Als het akoestiekeffekt niet bevredigend is bij de gekozen luidspreker-opstelling, stel dan de CENTER DELAY en REAR DELAY parameters bij (zie blz. 16).

Opmerkingen
- Zet de middenluidspreker of de achterluidsprekers niet verder van uw luisterplaats vandaan dan de voorluidsprekers.
- Als u de achterluidsprekers aan de zijwanden naast uw luisterplaats hangt, dient u te zorgen dat ze ongeveer 60 tot 90 cm boven uw luisterplaats hangen.

Afhankelijk van de vorm van uw luisterkamer (enz.) kan het soms wel eens beter uitkomen om de achterluidsprekers achterin de kamer te plaatsen in plaats van langs de zijwanden. Een van de voordelen van een dergelijke opstelling is dat u gebruik kunt maken van een groter type staande achterluidsprekers, die overeenkomen met uw voorluidsprekers.

Opmerking
Als u de achterluidsprekers achter uw luisterplaats zet, dient u vooral de luidspreker-opstelling te kontroleren in het SPEAKER SETUP menu voor het gebruik van de VIRTUAL MULTI REAR en VIRTUAL REAR SHIFT klankbeelden (zie blz. 16 en 19 voor nadere bijzonderheden).
Kiezen van de gewenste luidsprekers
Als u slechts één paar voorluidsprekers heeft aangesloten, zet u de SPEAKERS keuzeschakelaar op het voorpaneel op "A". Zie het onderstaande tabelletje als u twee paar voorluidsprekers heeft aangesloten.
| U wilt luisteren naar | Zet de SPEAKERS keuzeschakelaar op |
| Luidsprekers A (aangesloten op de FRONT SPEAKERS A aansluitingen) | A |
| Luidsprekers B (aangesloten op de FRONT SPEAKERS B aansluitingen) | B |
| Luidsprekers A èn B (parallele aansluiting) | A+B^* |
* Sluit luidsprekers met een nominale impedantie van 8 ohm of hoger aan op de FRONT SPEAKERS A en B aansluitingen.

Gebruik van een andere versterker met aangesloten luidsprekers
Sluit de andere versterker aan op de PRE OUT aansluitingen van deze versterker. De signalen van de PRE OUT aansluitingen komen dan op de luidsprekeraansluitingen van de andere versterker te staan. De signalen die op de PRE OUT aansluitingen staan zijn hetzelfde als de signalen die naar de luidsprekeraansluitingen van deze versterker worden gestuurd. U kunt ieder gewenst luidsprekerpaar (voorluidsprekers) aansluiten op de luidsprekeraansluitingen van de aangesloten versterker.
Aansluiten van uw TV-toestel/videorecorder
Overzicht
Hieronder volgen een aantal schema's en aanwijzingen voor het aansluiten van de video-componenten op de versterker. Zie "Aansluiten van digitale apparatuur" op deze bladzijde voor het maken van digitale verbindingen.

Wat voor snoeren zijn er nodig?
- Audio/video-aansluitsnoer (niet bijgeleverd) (1 voor elk TV-toestel of laserdisc-speler; 2 voor elke videorecorder)

- Video-aansluitsnoer (niet bijgeleverd) (1 voor een videomonitor)


Voor videobeelden van betere kwaliteit
In plaats van een gewone videokabel kunt u ook een S-VIDEO kabel (niet bijgeleverd) aansluiten op de TV, I.D, VIDEO 1/2/3 of MONITOR aansluiting.
Opmerking
Het signaal dat binnenkomt via de S VIDEO IN aansluiting wordt niet naar de normale VIDEO OUT aansluiting gestuurd. Ook zal het signaal dat binnenkomt via de VIDEO IN aansluiting niet naar de S VIDEO OUT aansluiting worden gestuurd.
Aansluitingen
De pijl geeft de richting van de signaalstroom aan.
TV-toestel

Videomonitor
Als u een videomonitor gebruikt, sluit dan niets aan op de TV VIDEO IN aansluiting.

flowchart
graph LR
A["VERSTERKER MONITOR"] -->|OUT| B["Videomonitor"]
B -->|→| A
Videorecorder (via de VIDEO 1/2 aansluitingen)
Als u twee videorecorders heeft, sluit u de tweede videorecorder aan op de VIDEO 2 aansluitingen.

Videocamera/recorder of videospel-apparaat
Gebruik de VIDEO3 INPUT aansluitingen op het voorpaneel.

Laserdisc-speler
Als u nog een tweede laserdisc-speler heeft, sluit deze dan aan op de VIDEO 2 aansluitingen.

Aansluiten van digitale apparatuur
Overzicht
Hieronder volgen de aanwijzingen voor het aansluiten van een laserdisc-speler, TV-toestel, DAT deck/minidisc-recorder of compact disc speler voorzien van een digitale aansluiting(en), op de versterker. Voor gebruik van een digitale component moet u de vereiste ingangsfunktie voor de betreffende component kiezen (zie blz. 11).

Wat voor snoeren zijn er nodig?
- Optisch digitaal aansluitsnoer (niet bijgeleverd) (1 voor een laserdisc-speler, een compact disc speler of een TV-toestel; 2 voor een DAT deck of minidisc-recorder)

- AC-3 RF/coaxiaal digitaal aansluitsnoer (niet bijgeleverd) (1 voor een laserdisc-speler)

Aansluitingen
De pijl geeft de richting van de signaalstroom aan.
Laserdisc-speler
Sluit de laserdisc-speler aan op de LD COAXIAL IN of OPTICAL IN aansluiting.

flowchart
graph LR
A["Laserdisc-speler"] --> B["COAXIAL CUT"]
B --> C["Versterker"]
C --> D["LD AC3 RF R"]
C --> E["LD COAXAL IN"]
C --> F["LD OPTICR R"]
C --> G["TV OPTICL R"]
C --> H["CD OPTICL R"]
C --> I["DAT MD OPTICR R"]
C --> J["DAT MD OPTICL OUT"]
K["Laserdisc-speler"] --> L["OPTICAL CUT"]
L --> M["Optical"]
Als uw laserdisc-speler een AC-3 RF uitgangsaansluiting heeft, verbindt deze dan met de LD AC-3 RF IN aansluiting van de versterker zoals hieronder is aangegeven.

flowchart
graph TD
A["Versterker"] --> B["AC 3 RF IN"]
A --> C["LO"]
A --> D["EOARIAL IN"]
A --> E["LD"]
A --> F["OPTICAL IN"]
A --> G["TV"]
A --> H["OPTICAL IN"]
A --> I["CD"]
A --> J["OPTICAL IN"]
A --> K["DAT"]
A --> L["MD"]
A --> M["OPTICAL IN"]
A --> N["DAT"]
A --> O["OUT"]
P["Laserdisc-speler"] --> Q["AC 3 RF"]
P --> R["OUT"]
TV-toestel

Waarschuwing betreffende de weergave van een DAT deck/minidisc-recorder
Bij de weergave van een DAT deck of minidisc-recorder via deze versterker mag u geen DAT cassette of minidisc spelen die digitale opnamen bevat van Dolby Digital (AC-3) signalen opgenomen vanaf een laserdisc-speler, etc. Er kunnen dan namelijk stoorgeluiden van hoog volume in het signaal zijn, waardoor de versterker of uw luidsprekers worden beschadigd.
Opmerking
Om analoge opnamen te kunnen maken, dient u de digitale componenten (compact disc speler, DAT deck/minidis-recorder, enz.) tevens op de analoge aansluitingen aan te sluiten.
Aansluiten van de netsnoeren
Aansluiten van het netsnoer
Steek de netsnoerstekker van deze versterker en die van uw audio/video-apparatuur in een gewoon wandstopkontakt.
Als u het netsnoer van andere geluidsapparatuur aansluit op de netuitgang (AC OUTLET) van deze versterker, zorgt de versterker voor stroomtoevoer van de aangesloten apparatuur, zodat u de gehele installatie eenvoudig kunt in- en uitschakelen met de netschakelaar van de versterker.

Voorzichtig
Let op dat het stroomverbruik van de apparatuur aangesloten op de netuitgang van de versterker niet de capaciteit overschrijdt die op het achterpaneel is aangegeven. Sluit op deze netuitgang in geen geval huishoudelijke apparatuur aan zoals een strijkijzer, een ventilator, een TV-toestel of andere apparatuur met een hoog stroomverbruik.
Alvorens de versterker in gebruik te nemen
Voordat u de versterker gaat gebruiken, dient u te zorgen dat:
- De MASTER VOL regelaar volledig linksom is gedraaid ("0").
- De juiste luidsprekers zijn gekozen. (Zie "Kiezen van de gewenste luidsprekers" op blz. 7 voor nadere bijzonderheden.)
- De BALANCE regelaar in het midden staat. (Druk op de PANEL UP/DOWN toets om het voorpaneelklepje te openen en kontroleer de instelling van de BALANCE regelaar.) Om de BALANCE regelaar te verstellen, drukt u op de regelaar zodat deze naar buiten springt. Zorg dat u de regelaar weer naar binnen drukt voordat u het voorpaneelklepje sluit. Het klepje zal namelijk niet dichtgaan als de regelaar niet naar binnen is gedrukt.
Schakel de versterker in en kontroleer de volgende aanduiding.
- Druk op de MUTING toets van de afstandsbediening als de "MUTING" aanduiding in het uitleesvenster oplicht.
Wissen van alle gegevens uit het geheugen van de versterker
Volg de onderstaande aanwijzingen wanneer u de versterker in gebruik neemt of als u het geheugen van de versterker volledig wilt wissen.

1 Schakel de versterker uit.
2 Druk vervolgens de DISPLAY, PANEL UP/DOWN en POWER toetsen tegelijk in. De inhoud van het geheugen (parameter-instellingen e.d.) is nu volledig gewist.
Kiezen van een weergavebron
Om te luisteren of kijken naar een aangesloten weergavebron kunt u de betreffende ingangsfunktie kiezen op de versterker of de afstandsbediening. Allereerst dient u echter te zorgen dat:
- Alle apparatuur juist en stevig is aangesloten zoals aangegeven op blz. 5 t/m 9.
- De MASTER VOL regelaar volledig linksom ("0") is gedraaid om beschadiging van de luidsprekers te voorkomen.
- De PANEL UP/DOWN toets is ingedrukt, zodat het voorpaneelklepje open is en de toetsen gebruikt kunnen worden.

1 Druk op de POWER schakelaar om de versterker in te schakelen.
De STANDBY indikator dooft.
2 Kies de weergavebron waarnaar u wilt luisteren (en kijken).
| Om te kijken/luisteren naar | Draait u aan de FUNCTION knop zodat de onderstaande aanduiding oplicht |
| Videocassettes | VIDEO 1 of VIDEO 2 |
| Videocassettes of videospel-apparaat | VIDEO 3 |
| Laserdiscs | LD |
| TV-uitzendingen | TV |
| Audiocassettes | TAPE |
| Digitale audiocassettes (DAT) of minidiscs (MD) | DAT/MD |
| Compact discs (CD) | CD |
| Radio-uitzendingen | TUNER |
| Grammofoonplaten | PHONO |
3 Schakel de (beeld- en) geluidsbron in, zoals bijvoorbeeld de compact disc speler, en start de weergave ervan.
4 Gebruik de MASTER VOL regelaar om de geluidssterkte naar wens in te stellen. Om de geluidssterkte van de luidsprekers van het TV-toestel in te stellen, gebruikt u de geluidssterkteregelaar van het TV-toestel.

Gelijktijdige weergave van een willekeurige beeldbron en geluidsbron
Volg de onderstaande aanwijzingen om een bepaalde beeldbron weer te geven in kombinatie met een willekeurig andere geluidsbron.
1 Kies een weergavebron (eerste bron).
2 Kies een van de beschikbare weergavebronnen (tweede bron).
| Druk meermalen op MODE zodat de onderstaande aanduiding oplicht | Draai dan aan de FUNCTION knop en kies |
| V: ____(VISUAL SELECT) | Videorecorder, laserdisc-speler of TV-toestel |
| A: ____(AUDIO SELECT) | Cassettedeck, DAT deck/minidisc-recorder, compact disc speler, tuner, platenspeler, videorecorder, laserdisc-speler of TV-toestel |

Weergeven van digitale programmabronnen
Volg de onderstaande bedieningsprocedure.
1 Volg voorgaande stap 1 en 2 om de component te kiezen.
2 Druk enkele malen achtereen op de INPUT MODE toets om de ingangsfunktie voor de betreffende component te kiezen.
| U kiest | De versterker stelt in op |
| AUTO INPUT | de component aangesloten op de volgende aansluiting(en) (in volgorde van prioriteit), afhankelijk van de component die u in bovenstaande stap 1 gekozen heeft.Als u “LD” gekozen heeft:1 LD AC-3 RF IN aansluiting2 LD COAXIAL IN aansluiting3 LD OPTICAL IN aansluiting4 LD (analoge) aansluitingenAls u “TV”, “CD” of “DAT/ MD” gekozen heeft:1 de OPTICAL IN aansluiting2 de analoge ingangsaansluitingen |
| DIGITAL (AC-3 RF)* | de component aangesloten op de LD AC-3 RF IN aansluiting |
| DIGITAL (COAXIAL)* | de component aangesloten op de LD COAXIAL IN aansluiting |
| DIGITAL (OPTICAL) | de component aangesloten op de OPTICAL IN aansluiting |
| ANALOG INPUT | de component aangesloten op de analoge ingangsaansluitingen |
* Verschijnt alleen wanneer u in stap 1 "LD" gekozen heeft.
(Wordt vervolgd)
| Voor het | Gaat u als volgt te werk |
| Dempen van de geluidsweergave [IMAGE] | Druk op de MUTING toets van de afstandsbediening. Nogmaals indrukken om weer geluid te horen. |
| Versterken van de basweergave | Druk op de BASS BOOST toets zodat de BASS BOOST indikator oplicht. |
| Instellen van de balans van de voorluidsprekers | Draai de BALANCE regelaar links- of rechtsom. |

Luisteren via een hoofdtelefoon
Sluit een hoofdtelefoon aan op de PHONES aansluiting en zet de SPEAKERS schakelaar op "OFF".

Voor zuivere geluidsweergave zonder bijregeling
Druk op de DIRECT PASS toets (of op de DIRECT toets van de afstandsbediening) zodat het geluidssignaal niet meer via de circuits voor de klankregeling, basversterking en akoestiekfunkties loopt. De DIRECT PASS toets licht op.

Instellen van de helderheid van de aanduidingen in het uitleesvenster
Via menu-bediening:
1 Druk enkele malen achtereen op de SET UP toets om het "OTHER SETUP" menu te kiezen.
2 Gebruik de digitale signaalverwerkingstoetsen (♠/♦) en stel in op "DIMMER".
3 Gebruik de digitale signaalverwerkingstoetsen (◄ /►) om de helderheid in te stellen.
Met behulp van de toets op de versterker:
Druk meermalen op de DIMMER toets om de helderheid in te stellen.
Kijken naar TV/videoprogramma's
| Om te kijken naar | Gaat u als volgt te werk |
| TV-programma's | Schakel het TV-toestel en de versterker in en draai aan de FUNCTION knop totdat de TV indikator oplicht. |
| Videocassettes of laserdiscs | 1 Draai aan de FUNCTION knop om het gewenste apparaat te kiezen (bijv. VIDEO 1).2 Schakel het TV-toestel in en kies op de TV de video-ingang waarop uw video-apparaat is aangesloten.3 Schakel het video-apparaat in (videorecorder, laserdisc-speler) en begin met weergeven. |

Wanneer u naar TV- of videoprogramma's kijkt
Het verdient aanbeveling het geluid weer te geven via de luidsprekers die op de versterker zijn aangesloten in plaats van via de luidsprekers van het TV-toestel. U heeft dan namelijk de beschikking over de akoestiekfunkties van de versterker, zoals Dolby Surround, en tevens kunt u de afstandsbediening van de versterker gebruiken om het geluid naar wens in te stellen. Schakel de luidsprekers van het TV-toestel uit voordat u begint, zodat u ten volle kunt genieten van de vele geluidsfunkties van uw versterker.
Funktiekeuze op de afstandsbediening

Met deze afstandsbediening kunt u de versterker bedienen en de Sony apparatuur die op de versterker is aangesloten.

1 Druk op een van de SYSTEM CONTROL/FUNCTION toetsen om de apparatuur te kiezen die u wilt gebruiken.
De versterker en de gekozen apparatuur worden ingeschakeld. De SYSTEM CONTROL/FUNCTION toetsen zijn bij het verlaten van de fabriek als volgt ingesteld:
| Om te kijken/luisteren naar | Drukt u op |
| Videocassettes | VIDEO 1 (VTR 3*),VIDEO 2 (VTR 1*) ofVIDEO 3 (VTR 2*) |
| Laserdiscs | LD |
| TV-uitzendingen | TV |
| Audiocassettes | TAPE |
| Digitale audiocassettes (DAT) of minidiscs (MD) | DAT/MD |
| Compact discs (CD) | CD |
| Radio-uitzendingen | TUNER |
| Grammofoonplaten | PHONO |
* Sony videorecorders worden bediend met een VTR 1, 2 of 3 instelling die overeenkomt met respektievelijk Beta, 8-mm en VHS.
Opmerking
Bij het indrukken van een SYSTEM CONTROL/ FUNCTION toets wordt de apparatuur geaktiveerd waarvoor de betreffende toets bestemd is (d.w.z. de apparatuur die is aangesloten op de aansluitingen die bij de toets horen). Als de aangesloten apparatuur echter verschilt van de apparatuur waarvoor de toets is bestemd, is eenmaal indrukken van de betreffende toets niet voldoende. Om bijvoorbeeld naar de Sony laserdisc-speler te kijken, aangesloten op de VIDEO 2 aansluitingen (blz. 8): Druk op de VIDEO 2 toets om de funkcie om te schakelen en druk dan op de LD toets om de afstandsbediening in te stellen voor bediening van de laserdisc-speler.
Wijzigen van de fabrieksinstellingen van de toetsen
Zie blz. 23.
Als de gekozen apparatuur niet wordt ingeschakeld
Druk op de netschakelaar van de betreffende apparatuur.
2 Begin met de weergave.
Zie "Beschrijving van de afstandsbediening" op blz. 30 voor nadere bijzonderheden.
Uitschakelen van de apparatuur
Druk op de SYSTEM OFF toets. Bij indrukken van deze toets wordt tevens de video/audio-apparatuur aangesloten op AC OUTLET op het achterpaneel van de versterker uitgeschakeld.

Bij gebruik van een Sony TV-toestel
Als u op de "TV" toets drukt om te kijken naar een TV-programma, zal het TV-toestel worden ingeschakeld en wordt hierop automatisch de "TV" ingangsfunktie gekozen. Het TV-toestel zal eveneens automatisch worden ingeschakeld en de juiste video-ingangsfunktie aktiveren wanneer u op de VIDEO 1 of VIDEO 2 toets drukt. Als het TV-toestel niet automatisch op de juiste ingangsfunktie overschakelt, dient u op de TV/VIDEO toets van de afstandsbediening te drukken om dit handmatig te doen.

Kijken naar de televisie zonder gebruik van de versterker (alleen voor Sony TV-toestellen)
Druk op de TV CONTROL ON toets om de afstandsbediening in te stellen voor bediening van het TV-toestel. Bij indrukken van deze toets wordt het TV-toestel ingeschakeld en zal automatisch de "TV" ingangsfunktie worden gekozen. Als het TV-toestel niet automatisch naar de "TV" ingangsfunktie overschakelt, drukt u op de TV/VIDEO toets.
Aparatuur instellen om wel/niet gekozen te kunnen worden
Volg de onderstaande aanwijzingen indien u wenst dat bepaalde apparatuur bij het ronddraaien van de FUNCTION knop niet wordt gekozen.
1 Druk enkele malen achtereen op de SET UP toets zodat het FUNCTION HOOKUP menu verschijnt.
2 Gebruik de digitale signaalverwerkingstoetsen (♠/♦) om de apparatuur te kiezen.
3 Gebruik de digitale signaalverwerkingstoetsen (♦/♦) om de "CONNECT" (kan wél gekozen worden) of "NO" (kan niet gekozen worden) instelling te kiezen.
Opmerking
Als u probeert om een apparaat te kiezen waarvoor de NO instelling voor de afstandsbediening is gekozen, verschijnt "NO CONNECTION" in het uitleesvenster.
Invoeren van een naam voor de weergavebronnen
U kunt een naam van maximaal 8 letters invoeren voor iedere weergavebron. Deze naam (bijv. "VHS") verschijnt in het uitleesvenster van de versterker wanneer de betreffende weergavebron gekozen wordt. Voor iedere weergavebron kan er slechts één naam in het geheugen worden vastgelegd.
De benamingsfunktie is handig om de apparatuur van elkaar te kunnen onderscheiden. Wanneer u bijvoorbeeld twee videorecorders heeft aangesloten, kunt u een van de videorecorders van de naam "VHS" voorzien en de andere van "8MM". Bovendien komt deze funkcie van pas als u een bepaalde type component heeft aangesloten op aansluitbussen die eigenlijk voor een andere type component bedoeld zijn; u heeft bijvoorbeeld een tweede compact disc speler aangesloten op de TUNER aansluitingen.

1 Kies de programmabron (component) waarvoor u een naam wilt invoeren.
2 Druk enkele malen achtereen op de DPC MODE toets totdat de INDEX aanduiding oplicht.
3 Druk op de of toets om de letter te kiezen en druk dan op de toets om de cursor naar de volgende positie te verplaatsen.
De naam wordt automatisch in het geheugen vastgelegd.
Invoegen van een spatie
Druk op de of toets totdat een blanco vakje (spatie) in het uitleesvenster verschijnt (het spatie- teken bevindt zich tussen " " en "A").
Als u een fout heeft gemaakt
Druk meermalen op de ♦ of ♦ toets totdat de letter die u wilt veranderen knippert. Kies vervolgens de nieuwe letter.
Invoeren van namen voor de andere programmabronnen
Herhaal de bovenstaande procedure.

U kunt de zelf ingevoerde naam of de oorspronkelijke naam (de naam van de component waarvoor de aansluitingen oorspronkelijk bedoeld waren) in het uitleesvenster aangeven.
Telkens wanneer u op de DISPLAY toets drukt, wordt omgeschakeld tussen de zelf ingevoerde naam en de oorspronkelijke naam.
Opnemen
Met deze versterker kunt u op eenvoudige wijze opnemen vanaf en naar de apparatuur die op de versterker is aangesloten. U hoeft hiervoor het weergave-apparaat en opname-apparaat niet nog eens afzonderlijk op elkaar aan te sluiten. Nadat u de programmabron op de versterker gekozen heeft, kunt u deze opnemen en eventueel opname-montage uitvoeren, zonder dat u hiervoor de toetsen en regelaars op de afzonderlijke apparaten hoeft te gebruiken.
Alvorens u begint met opnemen, dient u eerst even te kontroleren of alle betrokken apparatuur wel geheel naar behoren is aangesloten.

→: Signaalstroom van audiosignaal
→: Signaalstroom van videosignaal
Opnemen op een normale audiocassette of op een minidisc
Via deze versterker kunt u opnemen op een normale audiocassette, een DAT digitale audiocassette of een minidisc. Raadpleeg indien nodig de gebruiksaanwijzing van uw cassettedeck, DAT deck of minidisc-recorder.
1 Kies de geluidsbron die u wilt opnemen.
2 Maak het betreffende apparaat klaar voor weergave.
Bij gebruik van de compact disc speler bijvoorbeeld, steekt u een compact disc in het apparaat.
3 Steek een lege cassette of een minidisc in het opname-apparaat en stel indien nodig het opnameniveau in.
4 Start het opnemen op het opname-apparaat en start vervolgens de weergave van het weergave-apparaat.
Opmerkingen
- Signalen die via een digitale aansluiting binnenkomen, worden niet naar de analoge REC OUT aansluitingen gestuurd. Om een analoge opname te maken, dient u de opnamebron op de analoge ingangsaansluitingen aan te sluiten.
- Eventuele bijregeling van het geluid heeft geen invloed op het signaal dat uitgestuurd wordt via de DAT/MD OPTICAL OUT, DAT/MD REC OUT en TAPE REC OUT aansluitingen.
Opnemen op een videocassette
Via deze versterker kunt u materiaal van een andere videorecorder, van de TV of van een laserdisc-speler opnemen op een videocassette. Indien gewenst, kunt u het geluid van een van de aangesloten geluidsbronnen aan de opname op de videocassette toevoegen.
Raadpleeg indien nodig de gebruiksaanwijzing van uw videorecorder of laserdisc-speler.
1 Kies de programmabron die u wilt opnemen.
2 Maak het betreffende apparaat klaar voor weergave.
Bij gebruik van de laserdisc-speler bijvoorbeeld, steekt u een laserdisc in het apparaat.
3 Steek een lege videocassette in de videorecorder (aangesloten op VIDEO 1 of VIDEO 2) die u voor opnemen gebruikt.
4 Start het opnemen op de opname-videorecorder en start vervolgens de weergave van de videocassette of laserdisc die u wilt opnemen.

Tijdens het opnemen van de videocassette of serdisc kunt u het geluid vervangen door dat van en andere geluidsbron die op de versterker is angesloten.
U kunt bijvoorbeeld het beeld van een laserdisc opnemen samen met het geluid van een compact disc. Hiervoor drukt u tijdens opnemen op de MODE toets zodat "A: ____ (AUDIO SELECT)" wordt aangegeven en dan draait u aan de FUNCTION knop om de geluidsbron te kiezen. Vanaf dat punt zal dan het geluid van de betreffende bron op het geluidsspoor van de videocassette worden opgenomen in plaats van het geluid dat bij de videobron hoort.
Wilt u weer het geluid van de oorspronkelijke videobron opnemen, druk dan op de MODE toets zodat "A: ____ (AUDIO SELECT)" verschijnt en draai vervolgens aan de FUNCTION knop om weer op die videobron in te stellen.
Opmerkingen
- U kunt niet het geluid opnemen van de programmabron die is aangesloten op de LD AC-3 RF IN, COAXIAL IN of OPTICAL IN aansluiting.
- Eventuele bijregeling van het geluid heeft geen invloed op het signaal dat uitgestuurd wordt via de VIDEO 1/2 AUDIO OUT aansluitingen.
Gebruik van de sluimerfunktie
U kunt de versterker zo instellen dat deze automatisch na het verstrijken van een bepaalde tijdsduur uitschakelt.

Druk op de SLEEP toets terwijl de versterker ingeschakeld is.
Bij meermalen indrukken van de SLEEP toets verandert de tijdsduur zoals hieronder aangegeven.

Nadat u de tijdsduur heeft ingesteld, wordt de verlichting van het uitleesvenster gedimd.

U kunt de tijdsduur naar wens tot op de minuut nauwkeurig instellen.
Druk eerst op de SLEEP toets en gebruik dan de digitale signaalverwerkingstoetsen (♠ en ♦) om de tijd nauwkeurig in te stellen. De tijdsduur verandert in stapjes van 1 minuut. De maximale tijdsduur is 5 uur.

Tijdens het gebruik van de sluimerfunktie kunt u de resterende tijdsduur kontroleren tot de versterker door de sluimerfunktie wordt uitgeschakeld.
Druk op de SLEEP toets. De resterende tijdsduur wordt aangegeven in het uitleesvenster.
Dolby Digital
Om de best klinkende akoestiekweergave te verkrijgen, dient u eerst te registreren welk type luidsprekers u heeft aangesloten en op welke afstand uw achterluidsprekers staan. Vervolgens gebruikt u de testtoon om de geluidssterkte van alle luidsprekers evenredig in te stellen.

Registreren van het type luidsprekers en de plaats van de achterluidsprekers
1 Druk enkele malen achtereen op de SET UP toets om "SPEAKER SETUP" te kiezen.
2 Gebruik de digitale signaalverwerkingstoetsen (♠/♦) om in te stellen op de parameter die u wilt bijregelen en maak de gewenste instelling met de andere twee regeltoetsen (♦/♦).
FRONT SP. (formaat van voorluidsprekers)
- Gewoonlijk dient u de "LARGE" instelling te kiezen.
- Als bij weergave van een Dolby Digital geluidsbron (wordt aangegeven door het oplichten van de "DISCRETE" aanduiding) een onbevredigend akoestiekeffekt wordt verkregen, of als er onderbrekingen in het geluid zijn, kiest u "SMALL" om de Dolby Digital (AC-3) basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de laagste frekwenties van de voorkanalen worden overgeheveld naar de lagetonen-luidspreker of naar een ander stel "LARGE" luidsprekers die hier beter op zijn berekend.
CENTER SP. (formaat van de middenluidspreker)
- Gewoonlijk dient u de "LARGE" instelling te kiezen.
- Als bij weergave van een Dolby Digital geluidsbron (wordt aangegeven door het oplichten van de "DISCRETE" aanduiding) een onbevredigend akoestiekeffekt wordt verkregen, of als er onderbrekingen in het geluid zijn, kiest u "SMALL" om de Dolby Digital (AC-3) basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de laagste frekwenties van het middenkanaal worden overgeheveld naar de voorluidsprekers, de lagetonen-luidspreker of naar een ander stel "LARGE" luidsprekers die hier beter op zijn berekend.
- Gebruikt u geen middenluidspreker, kies dan "NO".
REAR SP. (formaat van de achterluidsprekers)
- Gewoonlijk dient u de "LARGE" instelling te kiezen.
- Als bij weergave van een Dolby Digital geluidsbron (wordt aangegeven door het oplichten van de "DISCRETE" aanduiding) een onbevredigend akoestiekeffekt wordt verkregen, of als er onderbrekingen in het geluid zijn, kiest u "SMALL" om de Dolby Digital (AC-3) basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de laagste frekwenties van de achterkanalen worden overgeheveld naar de lagetonen-luidspreker of naar een ander stel "LARGE" luidsprekers die hier beter op zijn berekend.
- Gebruikt u geen achterluidsprekers, kies dan "NO".
REAR SP. (opstelling van de achterluidsprekers)
Met deze parameter kunt u de plaatsing van uw achterluidsprekers invoeren, voor de juiste werking van de Digital Cinema Sound VIRTUAL REAR SHIFT en VIRTUAL MULTI REAR klankbeelden. Zie de onderstaande afbeelding.
- Stel in op "SIDE" als de plaats van uw achterluidsprekers binnen het zijgebied Ⓐ valt.
- Stel in op "BEHIND" als uw achterluidsprekers verder naar achteren staan opgesteld, in het gebied B.
Overigens is deze instelling alleen van invloed op de VIRTUAL REAR SHIFT en VIRTUAL MULTI REAR klankbeelden.
Deze parameter verschijnt niet als de REAR SP. parameter (formaat van de achterluidsprekers) op "NO" is ingesteld.

SUB WOOFER (aanwezigheid van een aparte lagetonen-luidspreker)
- Als u een lagtonen-luidspreker heeft aangesloten, dan stelt u in op "YES" om het LFE (low frequency extension) lagtonen-kanaal via de speciaal hiervoor bestemde luidspreker te laten weergeven.
- Gebruikt u geen aparte lagetonen-luidspreker, dan stelt u in op "NO". Hiermee schakelt u de Dolby Digital (AC-3) basverdelingscircuits in, zodat de LFE laagfrekwente signalen worden overgenomen door de andere luidsprekers.

Als u vindt dat het akoestiekeffekt onbevredigend is
Volg de onderstaande procedure om de vertragingstijd voor de midden- en achterluidsprekers bij te stellen.
1 Druk enkele malen achtereen op de SET UP toets om "OTHER SETUP" te kiezen.
2 Gebruik de digitale signaalverwerkingstoetsen (♠/♠) om "CENTER DELAY" of "REAR DELAY" te kiezen en stel de gewenste vertragingstijd in met de andere twee regeltoetsen (♠/♠).
Bijregelen van de geluidssterkte van de luidsprekers
Verricht het evenredig instellen van alle luidsprekers vanaf uw luisterplaats, met de afstandsbediening.
Opmerking
Dit apparaat is voorzien van een nieuwe testtoon in de frekwentieband rond 800 Hz om het instellen van de luidsprekers te vergemakkelijken.

1 Druk op de SOUND FIELD ON/OFF toets om de klankbeeldfunktie in te schakelen.
2 Druk op de GENRE toets en kies "DOLBY".
3 Druk op de MODE toets en kies "NORMAL SURROUND" of "ENHANCED SURROUND".
4 Druk op de TEST TONE toets.
Nu wordt de testtoon door elke luidspreker op zijn beurt weergegeven.
5 Gebruik vanaf uw luisterplaats de digitale
signaalverwerkingstoetsen ( ) de parameter te kiezen die u wilt bijregelen en gebruik dan de andere twee regeltoetsen (< / >) om zo in te stellen dat de testtoon op het gehoor via alle luidsprekers even luid doorkomt.
| U wilt instellen | Kies | Instellen tussen |
| de geluidsbalans van de achterluidsprekers | REAR L R | L (links) en R (rechts) |
| het niveau van de achterluidsprekers | REAR | -20.0dB en +10.0dB (in stapjes van 0,5 dB) |
| het niveau van de middenluidspreker | CENTER | -20.0dB en +10.0dB (in stapjes van 0,5 dB) |
| het niveau van de lagetonen-luidspreker | SUB WOOFER | -20.0dB en +10.0dB (in stapjes van 0,5 dB) |
Tijdens het instellen van het luidsprekerniveau/balans wordt de testtoon alleen via de betreffende luidspreker(s) weergegeven.
De testtoon wordt automatisch uitgeschakeld nadat het niveau van de lagetonen-luidspreker is ingesteld.
Uitschakelen van de testtoon
Druk op de TEST TONE toets.

U heeft nog een andere mogelijkheid om het niveau van de midden- en achterluidsprekers in te stellen
Druk in voorgaande stap 5 op de CENTER LEVEL +/- of REAR LEVEL +/- toetsen.
Opmerking
Kies het "NORMAL SURROUND" of "ENHANCED
SURROUND" klankbeeld voordat u de testtoon inschakelt.
Gebruik van de voorgeprogrammeerde klankbeelden
U kunt uit de voorgeprogrammeerde akoestische klankbeelden het klankbeeld kiezen waarbij uw geluidsbron het best klinkt.

1 Druk op de SOUND FIELD toets om de klankbeeldfunktie in te schakelen.
Een van de klankbeeld-aanduidingen verschijnt in het uitleesvenster.
2 Druk op de GENRE toets en kies het gewenste klankbeeldgenre.
3 Druk op de MODE toets en kies het gewenste klankbeeld uit het genre.
Zie de tabel op deze bladzijde voor een beschrijving van de klankbeelden.
Weergeven zonder akoestiekeffekten
Kies "ACOUSTIC" in het MUSIC genre. De akoestiekeffekten komen te vervallen maar u kunt wel nog de klankkleur-parameters bijstellen (zie blz. 21).
Uitschakelen van de klankbeeldfunktie
Druk op de SOUND FIELD toets.

Audio- en videomateriaal met Dolby Surround akoestiek is gewoonlijk herkenbaar aan de verpakking.
Soms zijn videocassettes of laserdiscs echter voorzien van Dolby Surround akoestiek terwijl dit niet op de verpakking staat vermeld.
Klankbeelden
| GENRE MODE Geluidseffekt | ||
| DOLBY1) | NORMAL SURROUND | Voor het decoderen van Dolby Surround geluid. |
| ENHANCED SURROUND | Verbetert de klank van Dolby Digital geluidsbronnen met een enkel mono achterkanaal. | |
| MOVIE | CINEMA STUDIO A | Levert de klank van de Sony Pictures Entertainment “Cary Grant Theater” filmstudio. |
| CINEMA STUDIO B | Levert de klank van de Sony Pictures Entertainment “Kim Novak Theater” filmstudio. | |
| CINEMA STUDIO C | Levert de klank van de Sony Pictures Entertainment orkest-opnamestudio. | |
| SMALL THEATER | Voegt de akoestische geluidsreflekties van een bioscoopzaal toe aan het gedecodeerde DolbySurround geluid. | |
| MEDIUM THEATER | ||
| LARGE THEATER | ||
| NIGHT THEATER | Levert de akoestiekeffekten voor het ‘s avonds kijken naar een film met laag ingesteld volume. | |
| MONO MOVIE | Geeft een bioscoop-achtig geluid bij films met een 2-kanaals mono-geluidsspoor. | |
| 3D | VIRTUAL ENHANCED A | Simuleert met alleen het geluid van de voorluidsprekers een ruimtelijke geluidsweergave met “virtuele” achterluidsprekers zonder in feite achterluidsprekers te gebruiken. Zie afbeeldingAop blz. 19. |
| VIRTUAL ENHANCED B | Simuleert met alleen het geluid van de voorluidsprekers een ruimtelijke geluidsweergave met “virtuele” achterluidsprekers zonder in feite achterluidsprekers te gebruiken. Zie afbeeldingBop blz. 19. | |
| VIRTUAL REAR SHIFT | Gebruikt een gesimuleerde ruimtelijke geluidsweergave om het geluid van de achterluidsprekers naar een andere plaats te verschuiven, zoals aangegeven in afbeeldingCop blz. 19. De plaats waarnaar het geluid wordt verschoven is afhankelijk van uw instelling van de achterluidsprekerpositie (REAR SP.) (zie blz. 16). | |
GENRE MODE Geluidseffekt
| 3D | VIRTUAL MULTI REAR | Gebruik een gesimuleerde ruimtelijke geluidsweergave om een heel stel "virtuele" achterluidsprekers te creëren uit een enkel stel achterluidsprekers, zoals aangegeven in afbeelding op deze bladzijde. De plaats waar de virtuele achterluidsprekers terechtkomen is afhankelijk van uw instelling van de achterluidspreker-positie (REAR SP.) (zie blz. 16). |
| MUSIC | SMALL HALL | Geeft de akoestiek van een rechthoekige concertzaal. Bij uitstek geschikt voor zacht geluid van akoestische instrumenten. |
| LARGE HALL | ||
| SMALL OPERA HOUSE | Geeft de akoestiek van een operagebouw. | |
| LARGE OPERA HOUSE | ||
| SMALL JAZZ CLUB | Geeft de akoestiek van een jazzclub. | |
| LARGE JAZZ CLUB | ||
| CHURCH | Geeft de akoestiek van een kerkgebouw. | |
| LIVE HOUSE | Geeft de akoestiek van een live-house. | |
| ACOUSTIC2) | Geeft normale 2-kanaals stereo (geen akoestiekeffekten). | |
| KARAOKE3) | Onderdrukt het zanggeluid van normale 2-kanaals muziekbronnen. | |
| SPORTS | ARENA | Voor de beleving van een live-concert vanaf de voorste rij in een grote concert-arena. Perfekt voor rock & roll. |
| STADIUM | Voor de beleving van een live-concert in een openlucht-stadion. Ideaal voor zwaar elektrische muziek, of voor sportevenementen. | |
| GAME | GAME Geeft de meest treffende geluids- en akoestickeffekten voor videospelletjes. | |
1) Zorg dat u de geluidssterkte van de midden- en/of achterluidsprekers juist bijregelt zodat een optimaal Dolby Digital (AC-3) Surround geluid wordt verkregen (blz. 17).
2) Hiervoor hoeven geen midden- en/of achterluidsprekers te zijn aangesloten.
3) Dit klankbeeld heeft geen invloed wanneer de muziekbron een afzonderlijk vokaal-kanaal heeft (bijv. een video-CD met karaoke-sporen).
A VIRTUAL ENHANCED A

B VIRTUAL ENHANCED B

© VIRTUAL REAR SHIFT
![Voor achterluidsprekers [zijkant]; REAR SP. op [SIDE] ingesteld* Voor achterluidsprekers [achter]; REAR SP. op [BEHIND] ingesteld* L C R SL SR (<<) □□□ SL SR](/content/2026/06/1276671/images/e19e97bfbcfd556fc5af646ab1494c77157d3f2a620814df1d3751b559f9dcab.jpg)
D VIRTUAL MULTI REAR
![Voor achterluidsprekers [zijkant]; REAR SP. op [SIDE] ingesteld* Voor achterluidsprekers [achter]; REAR SP. op [BEHIND] ingesteld* L C R SL SR SL SR](/content/2026/06/1276671/images/0adf510975a8dbd161da720d796506c456418f47f9478c125b97c13ea32adc24.jpg)
L: Linker voorluidspreker
R: Rechter voorluidspreker C: Middenluidspreker SL: Linker achterluidspreker
SR:Rechter achterluidspreker □: Virtuele luidspreker
* Zie blz. 16 voor nadere bijzonderheden over het registreren van de opstelling van de achterluidsprekers.
Relatie tussen een Dolby-surround-geluid gecodeerde bron en het geluidssignaal dat de versterker afgeeft
Het geluidssignaal dat de versterker afgeeft bij weergave van een Dolby-surround-geluid gecodeerde bron verschilt afhankelijk van de informatie die de geluidsbron bevat en de instellingen op de versterker, zoals hieronder wordt beschreven.
- Bij weergave van een geluidsbron gecodeerd met "Discrete" informatie
Als het DOLBY NORMAL SURROUND of ENHANCED SURROUND klankbeeld is gekozen of als de DIRECT PASS toets oplicht:
De "DISCRETE" aanduiding verschijnt in het uitleesvenster en het geluid van alle Dolby Digital geluidskanalen in de bron wordt gedecodeerd en weergegeven.
Als een ander klankbeeld dan ACOUSTIC of KARAOKE\* is gekozen:
De "DISCRETE" aanduiding verschijnt in het uitleesvenster en alle Dolby Digital geluidskanalen in de bron worden voorzien van het klankbeeldeffekt, voordat deze worden weergegeven.
Als het ACOUSTIC klankbeeld is gekozen of als de klankbeeldfunktie is uitgeschakeld:
De geluidsbron wordt omgezet in een 2-kanalen (links, rechts) stereo-geluidsbron en dan weergegeven. Wanneer het ACOUSTIC klankbeeld gekozen is, kunt u de toonregeling-parameters gebruiken om het geluid bij te regelen (zie blz. 21).
- Bij weergave van een geluidsbron gecodeerd met Dolby Pro Logic informatie
Als het DOLBY NORMAL SURROUND of ENHANCED SURROUND klankbeeld is gekozen of als de DIRECT PASS toets oplicht:
De "PRO LOGIC" aanduiding verschijnt en het Dolby Pro Logic geluid wordt gedecodeerd en dan weergegeven.
Als een ander klankbeeld dan ACOUSTIC is gekozen:
De geluidsbron wordt van het klankbeeldeffekt voorzien voordat deze wordt weergegeven. Bij gebruik van het "MOVIE" (behalve MONO MOVIE) of "3D"
klankbeeldgenre, verschijnt de aanduiding "PRO LOGIC" in het uitleesvenster en wordt het Dolby Pro Logic geluid gedecodeerd en weergegeven.
Als het ACOUSTIC klankbeeld is gekozen of als de klankbeeldfunktie is uitgeschakeld:
De geluidsbron wordt omgezet in een 2-kanalen (links, rechts) stereo-geluidsbron en dan weergegeven. Wanneer het ACOUSTIC klankbeeld gekozen is, kunt u de toonregeling-parameters gebruiken om het geluid bij te regelen (zie blz. 21).
* Het KARAOKE klankbeeld is bedoeld om de zang te onderdrukken die in het midden geplaatst is van 2-kanaals stereogeluid. Dit betekent dat een 5-kanaals Dolby Digital bron eerst gereduceerd moet worden tot 2 kanalen voordat het KARAOKE effekt hierop kan worden tocgepast. Als gevolg hiervan zal de "DISCRETE" aanduiding niet verschijnen wanneer u KARAOKE kiest.
Bijregelen van de klankbeelden
Ieder klankbeeld bevat klankkleur-parameters (lage/hoge tonen) en akoestiek-parameters. Zij vormen samen de variabelen die het klankbeeld bepalen. U kunt de klankbeelden naar wens bijregelen door de geluidsparameters (klankkleur-en/of akoestiek-parameters) te wijzigen. Aangezien deze versterker is uitgerust met een DSP digitale signaalprocessor kunt u de geluidsparameters elektronisch bijregelen. De DSP schakelingen zetten de analoge audiosignalen automatisch om in digitale signalen zodat er bij het bijregelen van de klank praktisch geen verlies in geluidskwaliteit optreedt.
Wanneer u een klankbeeld bijgeregeld heeft, zullen de nieuwe instellingen in het geheugen bewaard blijven, tenzij het apparaat langer dan 1 week niet op een stopkontakt aangesloten is. Om een bijgeregeld klankbeeld opnieuw te wijzigen, hoeft u enkel de gewenste veranderingen aan te brengen.

Zelf instelbare parameters
EFFECT: Intensiteit van het effekt
WALL: Type wandbekleding
SEAT (F-R/L-R): Luisterpositie (voor-achter/links-rechts)
REV: Nagalmtijd
LFE MIX: Lagetonen-kanaal mengniveau
D.COMP: Compressie van het dynamisch bereik
R (BAL/LEV): Balans/niveau van de achterluidsprekers
W LEV: Niveau van de lagtonen-luidspreker
C LEV: Niveau van de middenluidspreker
EQ: Klankregeling-parameter
Opmerkingen
- Alle bovenstaande klankbeelden kunt u gebruiken met Dolby Digital (AC-3) geluidsbronnen.
- Met de EFFECT parameter kunt u de "nadruk" van het klankbeeld bepalen.
- Als de DIRECT PASS toets oplicht, kunt u toch nog de geluidssterkte van de achterluidsprekers, de lagetonen-luidspreker en de middenluidspreker instellen.
Alvorens u begint
Zie "Dolby Digital" op blz. 16 om een optimaal Dolby Surround geluid te verkrijgen. In deze paragraaf worden de niveau-instellingen van de luidsprekers en de bijregeling van het DOLBY klankbeeld beschreven.
Instellen van de klankkleur-parameters
Met deze parameters stelt u de klankkleur (weergave van de lage en hoge tonen) van de voor-, midden- en achterluidsprekers in tot het geluid naar wens klinkt. De onderstaande instellingen gelden tegelijk voor alle klankbeelden.
1 Geef een geluidsbron weer en druk dan enkele malen achtereen op de DPC MODE toets tot de EQ indikator oplicht.
2 Druk herhaaldelijk op de EQUALIZER CH toets en kies "F" (voorkanaal), "C" (middenkanaal) of "R" (achterkanaal).
3 Druk op de EQUALIZER BAND toets om "BASS" of "TREBLE" te kiezen.
4 Gebruik de digitale signaalverwerkingstoetsen (↑/↓) om de frekwentie-aanduiding (Hz) te kiezen en dan de andere twee regeltoetsen (↔/↔) om de gewenste instelling te maken.
5 Gebruik de digitale signaalverwerkingstoetsen (♠/♦) om de niveau-aanduiding (dB) te kiezen en dan de andere twee regeltoetsen (♦/♦) om de gewenste instelling te maken.
6 Herhaal de stappen 2 t/m 5 naar vereist.

U kunt de klankkleur-instellingen tijdelijk uitschakelen zonder deze te annuleren
Druk op de EQUALIZER ON/OFF toets (of op de EQ/TONE toets van de afstandsbediening).
Opmerking
Bij het instellen van de parameters is het mogelijk dat u stoorgeluiden (ruis) hoort.
Instellen van de akoestiek-parameters en de effekt-intensiteit parameter
Stel deze parameters in overeenkomstig de diverse aspekten van uw luisterruimte en uw luisterplaats. Zie de tabel op blz. 21 voor de parameters die u bij ieder klankbeeld kunt bijregelen.
1 Druk enkele malen achtereen op de DPC MODE toets totdat de SUR indikator oplicht.
2 Gebruik de digitale signaalverwerkingstoetsen (♠/♦) om in te stellen op de parameter die u wilt bijregelen en maak de gewenste instelling met de andere twee regeltoetsen (♦/♦).
U wilt instellen Kies Instellen tussen
| De “nadruk” van het klankbeeld.1) | EFFECT 0% en 100% | |
| De weerkaatsing van de hoge frekwenties, om zo het sonische karakter van de luisterruimte te veranderen. | WALL | S (zachte wandbekleding) en H (harde wandbekleding) (in 17 stapjes) |
| Uw luisterpositie (voor/achter), om zo de akoestiek van de gekozen positie te simuleren. | SEAT | F (voor) en R (achter) (in 17 stapjes) |
| Uw luisterpositie (links/rechts), om zo de akoestiek van de gekozen positie te simuleren. | SEAT L (links) en R (rechts) (in 17 stapjes) | |
| De tijdsduur dat een nagalm blijft klinken tot deze -60 dB zwakker is dan het oorspronkelijke direkte geluid. | REVERB S (kort) en L (lang) (in 17 stapjes) | |
| Verzwakking van het niveau van het LFE (low frequency extension) lagetonen-kanaal, dat wordt weergegeven via de lagetonen-luidspreker.2) | LFE MIX MUTE, -20.0dB en 0dB (in stapjes van 0,5 dB) | |
| Compressie van het dynamisch bereik van het geluidsspoor | D.RANGE COMP | OFF, 0.1 tot 0.9, STD, MAX3) |
1) Als het KARAOKE klankbeeld is gekozen, stelt deze parameter de "nadruk" van de zang in. Hoe hoger de instelling, hoe minder dominant het zanggeluid is.
2) De instelling van deze parameter heeft geen invloed op het niveau van de basfrekwenties van de voor-, midden- en achterkanalen die naar de lagetonen-luidspreker worden gestuurd door de basverdelingscircuits. Bij de 0dB instelling wordt het volledige LFE signaal uitgestuurd op het mengniveau dat is gekozen door de opnamestudiotechnicus. Door instellen op MUTE kunt u de weergave van het LFE lagtonen-kanaal via de lagtonen-luidspreker geheel onderdrukken.
3) Door instellen op OFF wordt het geluidsspoor normaal weergegeven, zonder compressie. Door instellen op STD wordt het geluidsspoor weergegeven met het volledig dynamisch bereik, zoals gekozen door de opnamestudio-technicus. In de MAX stand wordt het dynamisch bereik drastisch beperkt.

Een van de klankbeelden terugstellen op de abrieksinstellingen
1 Kies het klankbeeld dat u wilt terugstellen.
2 Druk op de SURROUND STANDARD toets.
Alle instellingen van alle klankbeelden terugstellen op de fabrieksinstellingen
1 Als het apparaat ingeschakeld is, drukt u op de POWER schakelaar om het apparaat uit te schakelen.
2 Houd nu de SOUND FIELD toets ingedrukt en druk dan op de POWER schakelaar.
De aanduiding "SURR CLEAR" verschijnt in het uitleesvenster en alle instellingen worden teruggesteld op de fabrieksinstellingen.
Bedienen van een apparaat terwijl naar een ander apparaat gekeken/geluisterd wordt (bediening op de achtergrond)
Tijdens het kijken/luisteren naar een bepaalde programmabron, kunt u een ander apparaat bedienen.

1 Houd de BACKGROUND toets ingedrukt.
2 Druk op de toets voor het apparaat dat u wilt bedienen (zie de onderstaande tabel) en tegelijk op een van de volgende toetsen: VISUAL POWER, TV/VIDEO, CH/PRESET +/-, ANT TV/VTR, D.SKIP, ▶, ◀, ■, ◀◀/▶▶, ◀◀/▶◀I, ◀, ●.
Voorbeeld: Beginnen met opnemen op het cassettedeck terwijl u naar een compact disc luistert. Houd de BACKGROUND toets ingedrukt en druk dan op 4 (of 5) en tevens op ● + ▶.
De cijfertoetsen komen overeen met de volgende apparaten:
| Cijfertoets | Apparaat |
| 1 | Compact disc speler |
| 2 | DAT deck |
| 3 | Minidisc-recorder |
| 4 | Cassettedeck A |
| 5 | Cassettedeck B |
| 6 | Laserdisc-speler |
| 7 | Videorecorder (bedieningsstand VTR 1*) |
| 8 | Videorecorder (bedieningsstand VTR 2*) |
| 9 | Videorecorder (bedieningsstand VTR 3*) |
| >10 | DBS (Digital Broadcasting System) tuner |
* Sony videorecorders kunnen worden bediend in een VTR 1, 2 of 3 stand. Deze bedieningsstanden komen overeen met resp. Beta, 8-mm en VHS.
Wijzigen van de fabrieksinstelling van een FUNCTION toets
Als de fabrieksinstellingen van de SYSTEM CONTROL/FUNCTION toetsen (zie blz. 12) niet overeenkomen met de componenten in uw systeem, kunt u de instellingen wijzigen. Indien u bijvoorbeeld een Sony laserdisc-speler op de VIDEO 2 aansluitingen heeft aangesloten, kunt u de instelling van de VIDEO 2 toets wijzigen zodat deze gebruikt kan worden om de afstandsbediening in te stellen op het bedienen van de laserdisc-speler.
De instelling van de TUNER en de PHONO toets kan niet gewijzigd worden.

1 Houd de SYSTEM CONTROL/FUNCTION toets ingedrukt waarvan u de funktionie wilt veranderen (bijv. VIDEO 2).
2 Druk op de cijfertoets voor de component die u wilt toewijzen aan de SYSTEM CONTROL/FUNCTION toets (bijv. 6 - laserdisc-speler).
Zie de tabel in "Bedienen van een apparaat terwijl naar een ander apparaat gekeken/geluisterd wordt" in de kolom hiernaast voor de componenten die bij de cijfertoetsen horen. U kunt nu de VIDEO 2 toets gebruiken om uw Sony laserdisc-speler te bedienen.
Terugstellen op de fabrieksinstelling
Herhaal de bovenstaande procedure.
Programmeren van de afstandsbediening
Met de afstandsbediening kunt u ook apparatuur bedienen van een andere fabrikant dan Sony. U dient dan wel eerst de afstandsbedieningscodes van die apparatuur in uw afstandsbediening te programmeren. Zodra dit gedaan is, kan de betreffende apparatuur als onderdeel van uw totale stereo-installatie worden bediend.
Heeft u Sony apparatuur die niet op deze afstandsbediening reageert, dan kunt u eveneens de programmeerfunktie gebruiken om uw afstandsbediening de codes van de andere apparatuur aan te leren. Deze afstandsbediening kan alleen codes aanleren van andere infrarood-afstandsbedieningen.
Neem bij het programmeren van afstandsbedieningscodes de volgende punten in acht:
- De twee afstandsbedieningen moeten recht tegenover elkaar liggen (zie onderstaande stap 3).
- De afstand tussen de twee afstandsbedieningen moet ongeveer 5 cm zijn.
- De afstandsbedieningen mogen tijdens het programmeren van de codes niet verschoven worden.

1 Druk op de SYSTEM CONTROL/FUNCTION toets van de component waarvan u de codes wilt programmeren (behalve de TUNER of PHONO toets).
Als u bijvoorbeeld de codes van de afstandsbediening van een compact disc speler wilt programmeren, drukt u op de CD toets.
2 Druk op de LEARN toets zodat de LEARN indikator oplicht.
3 Druk op de toets van deze afstandsbediening waaronder u de afstandsbedieningscode van de andere afstandsbediening wilt vastleggen. De LEARN indikator knippert langzaam. Gebruik alleen de hierboven aangegeven gearceerde toetsen (zie "Beschrijving van de afstandsbediening" op blz. 30 voor de toetsen die u kunt gebruiken voor de bediening van de afzonderlijke componenten).

Als de LEARN indikator snel knippert
Dit betekent dat u de toets die u heeft ingedrukt niet kunt gebruiken.
4 Druk op de andere afstandsbediening de toets in waarvan u de afstandsbedieningscode in deze afstandsbediening wilt programmeren, en houd de toets ingedrukt totdat de LEARN indikator kontinu blijft branden (niet meer knippert).
5 Herhaal stap 3 en 4 voor alle afstandsbedieningscodes die u wilt programmeren. Iedere toets kan slechts één code "aanleren" van een andere afstandsbediening.
6 Druk op de LEARN toets. Nadat de LEARN indikator dooft, kunt u de component waarbij de andere afstandsbediening hoort, bedienen met behulp van deze afstandsbediening.
Als u de code voor de opnamefunktie programmeert Leg deze afstandsbedieningscode vast onder de ● toets.
Kontroleer de volgende punten als u de afstandsbedieningscodes niet kunt programmeren:
- Als de LEARN indikator in het geheel niet oplicht, zijn de batterijen uitgeput. Vervang in dit geval beide batterijen door nieuwe.
- Als de LEARN indikator niet knippert of oplicht in stap 3 of 4, duidt dit op interferentie. Wis de afstandsbedieningscode zoals beschreven in "Wissen van geprogrammeerde afstandsbedieningscodes" hieronder, en programmeer de code opnieuw vanaf het begin.
- Als de afstandsbedieningen te ver uit elkaar liggen, kunnen de codes niet overgestuurd worden. De afstand tussen de apparaatjes moet ongeveer 5 cm zijn.
- Als u tijdens het uitvoeren van stap 2 en 3 niet binnen 1 minuut doorgaat met de volgende stap, komt de programmeerfunktie automatisch te vervallen. Begin in dit geval opnieuw vanaf stap 2.
- Als het geheugen van de afstandsbediening vol is (bij het programmeren van de afstandsbedieningscodes van Sony apparatuur kunt u ongeveer 60 codes vastleggen), kunt u toch nog nieuwe codes onder voorheen geprogrammeerde toetsen vastleggen, maar dan zal de nieuwe code de voorheen geprogrammeerde code vervangen.
Opmerkingen
- Inschakelen van geprogrammeerde componenten door indrukken van de SYSTEM CONTROL/FUNCTION toets is niet mogelijk. U moet de componenten inschakelen met de netschakelaars op de componenten zelf.
- Programmeer geen afstandsbedieningscodes van een airconditioning of andere huishoudelijke apparatuur in deze afstandsbediening.
Wissen van geprogrammeerde afstandsbedieningscodes
Volg de onderstaande procedure om alle geprogrammeerde afstandsbedieningscodes te wissen. De funkties van de toetsen worden dan teruggesteld op de oorspronkelijke fabrieksinstellingen.
1 Druk op de LEARN toets zodat de LEARN indikator oplicht.
2 Houd de SYSTEM OFF, VISUAL POWER en MASTER VOL – toets ingedrukt totdat de LEARN indikator driemaal knippert en dan uitgaat.
Verhelpen van storingen
Mocht er zich bij het gebruik van de versterker een van de volgende problemen voordoen, loop dan deze lijst van kontrolepunten na en u zult de storing veelal eenvoudig kunnen verhelpen. Blijft het probleem echter onopgelost, neem dan a.u.b. kontakt op met uw dichtstbijzijnde Sony handelaar.
Er klinkt geen geluid of de geluidssterkte blijft te gering.
→ Kontroleer of alle luidsprekers en audio/video-componenten naar behoren zijn aangesloten.
→ Kontroleer of u op de versterker de juiste geluidsbron heeft gekozen.
→ Kontrolcer of u de SPEAKERS keuzeschakelaar juist heeft ingesteld (zie blz. 7).
Druk op de MUTING toets als de aanduiding "MUTING" in het uitleesvenster wordt aangegeven.
De beveiligingsinrichting van de versterker is geaktiveerd als gevolg van een kortsluiting. Schakel de versterker uit, verhelp het probleem van de kortsluiting en schakel de versterker dan weer in.
Het geluid van links en rechts is verwisseld of de geluidsbalans is onbevredigend.
→ Kontroleer of alle luidsprekers en audio/video-componenten naar behoren zijn aangesloten.
→ Draai aan de BALANCE regelaar.
Er klinkt een hinderlijke bromtoon of een ander storend geluid.
→ Kontroleer of alle luidsprekers en audio/video-componenten naar behoren zijn aangesloten.
Houd de aansluitsnoeren uit de buurt van een transformator of een motor en tenminste 3 meter van een TV-toestel of tl-verlichting.
→ Plaats de geluidsinstallatie niet te dicht in de buurt van een ingeschakeld TV-toestel.
→ Sluit een eventueel aanwezige aarddraad aan op de h SIGNAL GND aansluiting.
De stekkers en aansluitbussen zijn vuil. Reinig de stekkers en aansluitbussen met een doekje, licht bevochtigd met wat spiritus of zuivere alkohol.
De middenluidspreker geeft geen geluid weer.
→ Kies een DOLBY of MOVIE (behalve MONO MOVIE) klankbeeld (zie blz. 18).
→ Maak de vereiste instellingen voor het type luidsprekers en de plaats van de achterluidsprekers (zie blz. 16).
Stel de geluidssterkte van de luidspreker naar behoren in (zie blz. 17).
Een bepaalde component kan niet gekozen worden.
→ Kontroleer de FUNCTION HOOKUP instelling van de component (zie blz. 13).
Opnemen is niet mogelijk.
→ Kontroleer of de apparaten juist zijn aangesloten.
→ Kies het weergave-apparaat met de FUNCTION draaiknop/toetsen.
→ U kunt geen geluid opnemen van een programmabron die is aangesloten op de LD AC-3 RF IN, COAXIAL IN of OPTICAL IN aansluiting (zie blz. 15).
De achterluidsprekers geven niet of nauwelijks geluid weer.
→ Maak de vereiste instellingen voor het type achterluidsprekers (zie blz. 16).
Stel de geluidssterkte van de luidsprekers naar behoren in (zie blz. 17).
→ Zorg dat het gewenste klankbeeld is ingeschakeld.
Onderbrekingen in het geluid, frekwenties vallen weg.
De "LARGE" instelling is gekozen voor luidsprekers die de lagere frekwenties niet goed kunnen weergeven. Stel in op "SMALL" (zie blz. 16).
→ Stel de LFE MIX parameter lager in (zie blz. 22).
Het geluid wordt niet met akoestiekeffekt weergegeven.
→ Zorg dat het gewenste klankbeeld is ingeschakeld.
Op het TV-scherm of de videomonitor is geen beeld of slechts een onduidelijk beeld zichtbaar.
→ Zorg dat op de versterker de juiste funkcie gekozen is.
Kies op uw TV-toestel of videomonitor de juiste ingangsfunktie (bij Sony TV-toestellen gebruikt u hiervoor de TV/VIDEO toets van de afstandsbediening).
→ Plaats het TV-toestel of de videomonitor niet te dicht in de buurt van de geluidsinstallatie.
De afstandsbediening werkt niet.
→ Richt de afstandsbediening recht op de afstandsbedieningssensor R van de versterker.
→ Er bevindt zich een obstakel tussen de versterker en de kop van de afstandsbediening.
→ Vervang beide batterijen in de afstandsbediening door nieuwe.
→ Kontroleer of u de juiste funktionie op de afstandsbediening heeft gekozen.
→ Als u op de TV CONTROL ON toets drukt, kan de afstandsbediening alleen gebruikt worden voor de bediening van het TV-toestel. In dit geval drukt u op een van de SYSTEM CONTROL/FUNCTION toetsen om de afstandsbediening weer te kunnen gebruiken voor de bediening van de versterker (etc.).
Druk op de POWER toets van de versterker om de versterker in te schakelen en kontroleer de FUNCTION HOOKUP instelling van de component die u wilt gebruiken. Als de instelling voor de component "NO" is, zullen de versterker en de component niet ingeschakeld worden wanneer u op de bijbehorende SYSTEM CONTROL/FUNCTION toets drukt.
Het voorpaneelklepje gaat niet dicht.
→ Druk de BALANCE regelaar naar binnen.
→ Maak eventueel aangesloten snoeren los van de VIDEO3 INPUT aansluitingen op het voorpaneel.
Technische gegevens
Versterker-gedeelte
UITGANGSVERMOGEN
Stereo-stand (4 ohm bij 1 kHz, THV 0,7%)
100 watt + 100 watt
Surround-stand (4 ohm bij 1 kHz, THV 0,7%)
Voorkanalen: 100 watt + 100 watt
Middenkanaal ^1) : 100 watt
Achterkanalen ^1) : 100 watt + 100 watt
1) Afhankelijk van de klankbeeld-instellingen en de geluidsbron is het mogelijk dat er geen geluid via deze kanalen wordt weergegeven.
Frekwentiebereik
PHONO: RIAA korrektiecurve
±0,5 dB
CD, TAPE, DAT/MD, TUNER, VIDEO 1,2:
10 Hz - 50 kHz dB (met de DIRECT PASS
funktie ingeschakeld)
Ingangen
| Gevoeligheid | Impedantie | S/R (gewogen netwerk, ingangsniveau) | |
| PHONO | 2,5 mV | 50 kOhm | 75 dB ^2 (A, 2,5 mV) |
| TAPE, DAT/MD, CD, TUNER, VIDEO 1, 2, 3, LD, TV | 150 mV | 50 kOhm | 82 dB ^2 (A, 150 mV) |
| LD AC-3 RF | — | 75 ohm | 100 dB(A, 20 kHz LPF) |
| LD/TV/CD/DAT MD OPTICAL | — | — | 100 dB(A, 20 kHz LPF) |
| LD COAXIAL | 0,5 Vt-t | 75 ohm | 100 dB(A, 20 kHz LPF) |
2) '78 IHF
Uitgangen VIDEO 1,2 AUDIO OUT:
Uitgangsspanning: 150 mV
Impedantie: 10 kOhm
PRE OUT:
Uitgangsspanning: 2 V
Impedantie: 1 kOhm
PHONES:
Voor hoofdtelefoon met lage of hoge impedantie
BASS BOOST versterking
+6 dB bij 70 Hz
Digitaal signaalverwerkingsgedeelte
Modulatie (analoog-digital omzetting)
High Density Lineaire Omzetter
Demodulatie (digitaal-analoog omzetting)
High Density Lineaire Omzetter (geavanceerde puls digitaal-analoog omzetter)
Bemonsteringsfrekwentie
48 kHz
Akoestiek-parameters
LFE MIX: MUTE, -20 - 0 dB, in stappen van 0,5 dB
EFFECT: instelbaar in 21 stappen
WALL: instelbaar in 17 stappen
SEAT F/R: instelbaar in 17 stappen
SEAT L/R: instelbaar in 17 stappen
REVERB vertragingstijd: instelbaar in 17 stappen
Afhankelijk van het klankbeeld is het mogelijk dat sommige parameters niet ingesteld kunnen worden (zie blz. 21).
Klankkleurregeling
BAND (Frekwentiebanden): BASS/TREBLE (lage/hoge tonen)
Kantelpuntfrekwenties:
Lage tonen: 99 Hz - 992 kHz
Hoge tonen: 1,0 kHz - 8,6 kHz
Sterkteregeling: ±10 dB, in stappen van 0,5 dB
Video-gedeelte
Ingangen 1 Vt-t, 75 ohm
Uitgangen 1 Vt-t, 75 ohm
Algemeen
Systeem Voorversterker:
Ruisarme NF-type equalizer
Eindversterker:
Zuiver komplementaire SEPP
Stroomvoorziening
230 V wisselstroom, 50/60 Hz
Stroomverbruik
380 watt
Netuitgang 1 geschakelde netuitgang, max.
belastbaarheid 100 watt
Afmetingen 430 · 160 · 435 mm
(inklusief uitstekende delen en knoppen)
Gewicht (bij benadering)
15,6 kg
Bijgeleverd toebehoren
Zie blz. 4.
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden, zonder kennisgeving.
Verklarende woordenlijst
Akoestisch rondom-geluid
Dit geluid bestaat uit drie geluidscomponenten: rechtstreeks geluid, vroeg weerkaatst geluid en een nagalm. De akoestiek van de ruimte waarin u zich bevindt beïnvloedt de wijze waarop deze drie geluidscomponenten te horen zijn. De versterker kombineert deze geluidscomponenten op een dusdanige manier dat diverse luisteromgevingen, zoals bijvoorbeeld een concertzaal, kunnen worden nagebootst.
• Zaal-geluidscomponenten

• Overdracht van het geluid van de achterluidsprekers Rechtstreeks geluid

bar
| Period | Event Description | | ------------------- | ----------------------------- | | Vrooge weerkaatsingen | Peak (approx. 100) | | Nagalm | Declining (approx. 50) | | Tijd | Declining (approx. 20) |Dolby Digital (AC-3)
Dit is een nieuw digitaal akoestieksysteem voor het weergeven in de huiskamer van de geluidsbronnen die zijn gecodeerd volgens het Dolby SR-D 3-dimensionaal bioscoop-geluidssysteem. Deze technologie biedt u de mogelijkheid in uw huiskamer te genieten van de verbluffende klank van volledige 5.1-kanaals speelfilm-geluidssporen, zoals die in de studio door de regisseur en geluidstechnici zijn samengesteld.
Dolby Pro Logic Surround
Decodeersysteem van Dolby Surround geluid waarmee TV-programma's en videocassettes zijn opgenomen. Vergelcken met het vroegere Dolby Surround systeem, zorgt de Dolby Pro Logic Surround voor verbetering van het geluidsbeeld door gebruik van vier afzonderlijke kanalen: voor het doorsturen van de geluidseffekten buiten beeld, de dialoog in beeld, de beweging van het filmgeluid en de muziek. Dit stelt u in staat een sfeer te verkrijgen vergelijkbaar aan die in een bioscoop. Om van de Dolby Pro Logic te kunnen genieten, heeft u een paar achterluidsprekers en/of een middenluidspreker nodig. Om de akoestiek zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen, dient u eerst de middenkanaal-aanpassing (CENTER MODE) te kiezen die het beste past bij uw luidspreker-opstelling.
Effekt-intensiteit
De intensiteit van het effekt is een kombinatie van het niveau van de vroege weerkaatsingen en de nagalm. Er zijn 21 instellingen voor de intensiteit van het akoestiekeffekt. Naarmate u een hogere instelling kiest, is de "nadruk" van het effekt sterker.
Klankbeeld (geluidsveld)
Dit is het geluidspatroon dat geproduceerd wordt door een of meerdere geluidsbronnen in een bepaalde omgeving, als gevolg van rechtstreeks en weerkaatst geluid, en de akoestiek van de ruimte.
Middenkanaal-aanpassing
Dit is een middenluidspreker-formaatinstelling die gebruikt wordt door het Dolby Pro Logic Surround systeem. Voor een zo goed mogelijk akoestiekgeluid dient u de gebruikte typen luidsprekers te registreren (blz. 16) De onderstaande tabel toont het verband tussen de luidsprekerformaat-parameters en de middenkanaal-aanpassing.
FS CS RS C.Mode
| SMALL SMALL SMALL — | |
| LARGE SMALL SMALL NORMAL | |
| SMALL SMALL LARGE — | |
| LARGE SMALL LARGE NORMAL | |
| LARGE LARGE SMALL WIDE | |
| LARGE LARGE LARGE WIDE | |
| SMALL LARGE SMALL — | |
| SMALL LARGE LARGE — | |
| SMALL NO SMALL — | |
| LARGE NO SMALL PHANTOM | |
| LARGE NO LARGE PHANTOM | |
| SMALL NO LARGE — | |
| LARGE SMALL NO — | |
| LARGE LARGE NO 3CH LOGIC | |
| SMALL SMALL NO — | |
| SMALL LARGE NO — | |
| FS: Formaat voorluidsprekers | RS: Formaat achterluidsprekers |
| CS: Formaat middenluidspreker | C.Mode: Dolby Pro Logic middenkanaal-aanpassing |
Parameter
Dit is een variabele van het geluid, zoals de klank of vertragingstijd, die in kombinatie met andere variabelen (parameters) het geluid bepalen. U kunt de voorgeprogrammeerde klankbeelden naar wens bijregelen door de parameters te wijzigen.
Vertragingstijd
De vertragingstijd is het tijdsverschil tussen de akoestiek-weergave van de voorluidsprekers en die van de achterluidsprekers. Door de vertragingstijd van de achterluidsprekers in te stellen, kunt u de sfeer van verschillende luisterruimtes nabootsen. Als u uw achterluidsprekers in een kleine kamer of dicht in de buurt van uw luisterpositie heeft opgesteld, maakt u de vertragingstijd langer. Voor een ruime kamer of wanneer de achterluidsprekers ver van de luisterpositie vandaan staan opgesteld, maakt u de vertragingstijd korter.
Gebruik van de SET UP toets
Met behulp van de SET UP toets (op de versterker) en de digitale signaalverwerkingstoetsen kunt u diverse instellingen maken. De bediening die bij ieder menu hoort, is in de voorgaande hoofdstukken beschreven. De onderstaande tabel toont de toegang tot de menu's.
| Druk enkele malen achtereen op de SET UP toets en kies* | Druk op de ◆ of ◆ toets en kies | Druk dan op de ◆ of ◆ toets en kies | Zie blz. |
| SPEAKER SETUP | FRONT SP. LARGE of SMALL 16 | ||
| CENTER SP. LARGE, SMALL of NO 16 | |||
| REAR SP. | |||
| REAR SP. SIDE of BEHIND 16 | |||
| SUB WOOFER YES of NO 16 | |||
| FUNCTION HOOKUP VIDEO 1 CONNECT of NO 13 | |||
| VIDEO 2 | |||
| LD | |||
| TV | |||
| TAPE | |||
| DAT/MD | |||
| CD | |||
| TUNER | |||
| PHONO | |||
| OTHER SETUP CENTER DELAY 0 t/m 5ms (in stapjes van 1 ms) | 16 | ||
| REAR DELAY 0 t/m 15ms (in stapjes van 5 ms) | 16 | ||
| DIMMER | een van de 4helderheidsinstellingen | ||
| 12 | |||
* 4 sekonden na het indrukken van de SET UP toets verschijnt in het uitleesvenster "PLEASE PUSH CURSOR".
Beschrijving van het achterpaneel

Beschrijving van de afstandsbediening
De bladzijdenummers aangegeven tussen haakjes verwijzen naar bladzijden in de gebruiksaanwijzing waarin de betreffende toets gebruikt wordt. De bediening van de toets is dan vereist of de toets wordt gebruikt in plaats van een andere toets met dezelfde funkcie en naam (of ongeveer dezelfde naam) op de versterker. Zie de tabel op de volgende bladzijde voor een beschrijving van de afstandsbedieningstoetsen die hieronder niet zijn aangegeven of voor afstandsbedieningstoetsen die geen korresponderende toets hebben op het voorpaneel van de versterker.

1 Sluimerfunktietoets (SLEEP) (15)
2 Afstandsbedieningscode-programmeertoets (LEARN) (24)
3 Beeldbron aan/uit-schakelaar (VISUAL POWER) (24)
4 Installatie-uitschakeltoets (SYSTEM OFF) (13, 24)
5 Programmabron-keuzetoetsen (SYSTEM CONTROL/FUNCTION) (11 t/m 15, 23, 24)
6 TV/video-keuzetoets (TV/VIDEO) (13)
7 Testtoontoets (TEST TONE) (17)
8 Insteltoetsen voor middenluidsprekerniveau (CENTER LEVEL +/-) (17)
9 Insteltoetsen voor achterluidsprekerniveau (REAR LEVEL +/-) (17)
10 Lagetonenversterkingstoets (BASS BOOST) (12)
11 Volumetoetsen (MASTER VOL +/−) (11, 24)
12 Dempingstoets (MUTING) (10, 12)
13 Keuzetoets voor digitale signaalverwerkingsfunktie (DPC MODE) (14, 21, 22)
14 Digitale
signaalverwerkingstoetsen
(DIGITAL PROCESSING
CONTROL) (14 t/m 17, 21, 22)
15 Direkt-toets (DIRECT) (12)
16 Klankkleur/toonregelingtoets, toonbereiktoets (EQ/TONE, BAND) (21)
17 Klankbeeldfunktietoetsen (SOUND FIELD ON/OFF, GENRE, MODE) (17, 18)
18 Toets voor achtergrond-
bediening (BACKGROUND) (23)
19 Cijfertoetsen (23)
20 TV-bediening inschakeltoets (TV CONTROL ON) (13)
| Afstands-bedieningstoets(en) | Voor bediening van de | Funktie |
| 0-9, >10 | Tuner Kiezen van voorkeurzender-nummers. | |
| Compact disc speler/minidisc-recorder/laserdisc-speler | Kiezen van muziekstuknummers/beeldfragmenten.“0” kiest nummer 10. | |
| TV-toestel/videorecorder | Kiezen van kanaalnummers. | |
| CH/PRESET+/- | Tuner Doorlopen en kiezen van voorkeurzenders. | |
| videorecorder | Kiezen van TV-kanalen.TV-toestel/ | |
| DISC | Compact disc speler | Kiezen van discs (alleen compact disc speler met multi-disc wisselaar). |
| D.TUNING | Tuner Inschakelen van de direkte afstemfunktie. | |
| D. SKIP | Compact disc speler | Overslaan van discs (alleen compact disc speler met multi-disc wisselaar). |
| SHIFT | Tuner Kiezen van voorkeurzendergroep. | |
| ◀◀/▶▶ | Compact disc speler | Zocken van muziekstukken/beeldfragmenten (voorwaarts en achterwaarts). |
| Cassettedeck/minidisc-recorder/videorecorder/laserdisc-speler | Snel voorwaarts enterugwaarts. | |
| ◀◀/▶▶I | Compact disc speler/minidisc-recorder/laserdisc-speler | Overslaan van muziekstukken/beeldfragmenten. |
| II | Compact disc speler/cassettedeck/minidisc-recorder/laserdisc-speler/videorecorder | Kortstondig onderbreken van de weergave of opname(pauzefunktie). (Ook voor het starten met opnemen wanneer de component in de ‘opname-standby’ stand staat.) |
| ▶ | Compact disc speler/cassettedeck/minidisc-recorder/laserdisc-speler/videorecorder | Beginnen met weergeven. |
| ■ | Compact disc speler/cassettedeck/minidisc-recorder/laserdisc-speler/videorecorder | Stoppen met weergeven. |
| ◀ | Cassettedeck | Beginnen met weergeven van de keerzijde van de cassette. |
| ● | Cassettedeck Om het cassettedeck in de ‘opname-standby’ stand te zctten. | |
| ● + ▶ | Cassettedeck/minidisc-recorder/videorecorder | Beginnen met opnemen wanneer ingedrukt samen met ▶ (of ◀ , voor cassettedeck). |
| Afstands-bedieningstoets(en) | Voor bediening van de | Funktie |
| RMS DIRECTION | Cassettedeck Kiezen van bandtransportrichting (alleen voor cassettedecks uitgerust met de RMS* funktie). | |
| RMS CLEAR | Cassettedeck Wissen van RMS* programma (alleen voor cassettedecks uitgerust met de RMS funktie). | |
| RMS DIRECTION◀/▶ | Cassettedeck Programmeren van muzickstukken (alleen voor cassettedecks uitgerust met de RMS* funktie). | |
| ENTER | TV-toestel/ videorecorder/ DBS tuncr/ compact disc speler | Veranderen van kanaal/disc indien gebruikt met 0 - 9. |
| VISUAL POWER | TV-toestel/ videorecorder/ DBS tuncr/ laserdisc-speler | In- en uitschakelen van het betreffende apparaat. |
| -/- - | TV-toestel | Kiezen van de kanaal-invoerstand: één of twee cijfers (alleen voor Europa). |
| SUB CH +/- | TV-toestel | Kiezen van voorkeuzekanalen voor het klein beeld.** |
| POSITION | TV-toestel | Wijzigen van de plaats van het klein beeld.** |
| SWAP | TV-toestel | Omwisselen van het klein en groot beeld.** |
| P IN P | TV-toestel | Inschakelen van de beeld-in-beeld funktie.** |
| JUMP | TV-toestel | Heen en weer springen tussen het vorige en het huidige kanaal. |
| ANT TV/VTR | Videorecorder | Kiezen van het uitgangssignaal van de antenne-aansluiting: TV-signaal of videorecorder-programma. |
| MASTER VOL +/- | TV-toestel | Gewoonlijk voor het instellen van de totale geluidssterkte van de versterker.Als op TV CONTROL ON is gedrukt, stellen deze toetsen de geluidssterkte van de TV in. |
| MUTING | TV-toestel | Gewoonlijk voor het dempen van het geluid van de versterker.Als op TV CONTROL ON is gedrukt, dempt deze toets het geluid van de TV. |
| SLOPE | Niet van toepassing.— | |
| — | Niet van toepassing5.1 INPUT | |
* RMS: Random Music Sensor (muziekzocksysteem)
** Alleen voor Sony TV-toestellen met beeld-in-beeld funkcie
A
Aansluiten digitale apparatuur 8,9 geluidsapparatuur 5 luidsprekers 6,7 netsnoer 10 overzicht 4 TV-toestel/videorecorder 8
Aansluitingen. Zie Aansluiten Achtergrond, bediening op de 23
Afstandsbediening afstandsbedieningscodes wissen 24 bediening op achtergrond 23 gebruik voor niet-Sony apparatuur 24 instellingen wijzigen 23 programmeren 24 Apparatuur selecteerbaar/niet- selecteerbaar maken 13
B
Batterijen 4 Bijgeleverd toebehoren 4 Bijregelen effekt- en akoestiek- parameters 22 klankkleur-parameters 21 luidsprekervolume 17 vertragingstijd 16
C
Center Mode middenluidspreker- aanpassing 27
D
Dolby Digital 16, 27 Dolby Pro Logic Surround 27 Dolby Surround instellingen 16
E, F, G, H, I, J
Editing. Zie Opnemen Effektniveau 21, 27
K
Kijken naar TV/ videoprogramma's 12 Klankbeelden bijregelen 20-22 instelbare parameters terugstellen op fabrieksinstellingen 22 voorgeprogrammeerde klankbeelden 18-20, 27 Kopiiëren van opnamen. Zie Opnemen
L
Luidsprekers aansluiten 6,7 kiezen van luidsprekersysteem 7 opstelling 7 registreren van type en plaats van de achterluidsprekers 16
M
Middenkanaal-aanpassing (Center Mode) 27
N
Namen invoeren voor programmabronnen 14
0
Opnemen op cassette of minidisc 14 op videocassette 15
P, Q, R
Parameter 21, 22, 27 Programmabron kiezen ingangsfunktie 11 met de afstandsbediening 12, 13 op de versterker 11, 12
S, T
Sluimerfunktie 15 Speciale instellingen/ bijregeling afstandsbediening 23, 24 klankbeeld 20-22 Surround akoestiek-weergave 16, 17, 27
U
Uitpakken 4
V
Vertragingstijd 16, 27
W, X, Y, Z
Weergavebron kiezen. Zie Programmabron Kiezen
Benaming van de bedieningsorganen
Toetsen
BACKGROUND 23 BASS BOOST 11
CENTER LEVEL +/- 17
DIMMER 11
DIRECT PASS 11
DISPLAY 10,14
DPC MODE 14,20
EQUALIZER BAND 20
EQUALIZER CH 20
EQUALIZER ON/OFF 20
GENRE 17, 18
INPUT MODE 11
LEARN 24
MASTER VOL +/- 24
MODE 11, 17, 18
MUTING 10,12
PANEL UP/DOWN 10,11
REAR LEVEL +/- 17
SET UP 11, 16
SLEEP 15
SOUND FIELD
(ON/OFF) 17, 18, 20
SURROUND STANDARD 20
SYSTEM CONTROL/ FUNCTION 12, 13, 24
SYSTEM OFF 12, 24
TEST TONE 17
TV CONTROL ON 13
VISUAL POWER 24
↔/→/↑/↓ (digitale
signaalverwerkingstoetsen)
11, 14-17, 20
Cijfertoetsen 23
Schakelaars
(keuzeschakelaar)
FUNCTION 11, 14
POWER 10, 11, 20
SPEAKERS 7,11
Aansluitklemmen
CENTER SPEAKER 6
REAR SPEAKERS 6
FRONT SPEAKERS 6
SIGNAL GND 5
Regelaars
BALANCE 10,11
Overige voorzieningen
AC OUTLET 10
R 4
Kiezen van een weergavebron
Voorbeeld 1: Luisteren naar een compact disc

Ronddraaien totdat de CD indikator oplicht.
Schakel de compact disc speler in.
Begin met het afspelen van de compact disc.
Voorbeeld 2: Kijken naar een videocassette

Ronddraaien totdat de VIDEO 1 indikator oplicht.
Begin met het weergeven van de videocassette.
Gebruik van de voorgeprogrammeerde klankbeelden
Voorbeeld: Kijken naar een Dolby Surround gecodeerde film, weergegeven op een laserdisc-speler aangesloten op de LD aansluitingen

Ronddraaien totdat de LD indikator oplicht.
SOUND FIELD


GENRE

Meermalen indrukken om DOLBY te kiezen.

MODE

Meermalen indrukken om NORMAL SURROUND of ENHANCED SURROUND te kiezen.
Schakel de laserdisc-speler in.

Begin met het weergeven van de laserdisc.