BCM1017 - Batterij Ferm - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BCM1017 Ferm in PDF-formaat.
| Producttype | Lithium-ion accu |
| Merk | Ferm |
| Model | BCM1017 |
| Nominale spanning | 18 V |
| Capaciteit | 2,0 Ah |
| Celtype | Lithium-ion |
| Gewicht | 0,5 kg |
| Afmetingen (L x B x H) | 120 x 80 x 60 mm |
| Voeding | Geschikte Ferm lader (niet inbegrepen) |
| Typische laadtijd | Ongeveer 1 uur |
| Gebruikstemperatuur | -10 °C tot 40 °C |
| Opslagtemperatuur | 10 °C tot 25 °C |
| Geïntegreerde beveiliging | Tegen overladen, diepontlading en kortsluiting |
| Laadindicator | LED op de accu |
| Compatibiliteit | Ferm 18 V gereedschap |
| Onderhoud | Reinigen met een droge doek, vermijd vocht |
| Langdurige opslag | Laad tot 50 % en bewaar op een koele plek |
| Veiligheid | Niet blootstellen aan hitte, niet demonteren |
| Onderdelen | Verkrijgbaar bij erkende Ferm dealers |
| Repareerbaarheid | Niet door gebruiker te repareren |
| Recycling | Niet bij het huisvuil, inleveren bij inzamelpunt |
Veelgestelde vragen - BCM1017 Ferm
Gebruikersvragen over BCM1017 Ferm
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterij in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BCM1017 - Ferm en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BCM1017 van het merk Ferm.
GEBRUIKSAANWIJZING BCM1017 Ferm
Lees nauwkeurig de instructies alvorens de acculader te gebruiken!
Ken uw apparaat
Voordat u de acculader gaat gebruiken, dient u allereerst de gebruiksaanwijzing goed door te nemen, en met name de veiligheidsvoorschriften nauwkeurig te bestuderen. Let tevens op de aanwijzingen voor onderhoud om een correct en langdurig functioneren van het apparaat te waarborgen. Voordat u het apparaat gaat bedienen, is het aan te raden uzelf vertrouwd te maken met de bedieningsknoppen, en u ervan te vergewissen hoe het apparaat direct uit te schakelen in geval van nood. Bewaar deze gebruikershandleiding en andere, bij dit apparaat behorende documenten zorgvuldig, zodat u ze in de toekomst nogmaals kunt nalezen.
Inhoud
- Gegevens
- Veiligheid
- Installatie
- Gebruik van de acculader
- Onderhoud
1. GEGEVENS
Technische specificaties
Ingangsspanning 230 V \~ 50 Hz
Model Start 75
Uitgangsspanning 2 A 6 A 12 A
Accu capaciteiten 20 Ah 60 Ah 120 Ah
Dit apparaat is uitgerust met een overbelastingsbeveiliging in de vorm van een thermische zekering, die geactiveerd wordt zodra de netstroom uitgeschakeld wordt.
Inhoud verpakking
Het volgende wordt meegeleverd bij uw acculader:
1 Set accuklemkabels
1 Handleiding
1 Garantiekaart
2. VEILIGHEID
Omschrijving van de symbolen
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt:

Lees de instructies nauwkeurig

In overeenkomst met noodzakelijke en toepasbare veilgheidsnormen binnen de Europese richtlijnen

Wijst op het risico van persoonlijke verwondingen, mogelijke doodsoorzaak of schade aan het apparaat, in het geval de instructies in deze handleiding niet opgevolgd worden.

Alleen binnenshuis gebruiken

Geeft gevaar voor electrische schokken aan.

Draag een veiligheidsbril

Kapotte en/of afgedankte electrische en electronische apparaten dienen te worden aangeboden op de daarvoor aangewezen locaties voor recycling.
Algemene veiligheidsinstructies
1. Houd de werkomgeving schoon.
- Een rommelige werkplek kan aanleiding geven tot ongelukken.
- Zorg ervoor dat de werkomgeving goed verlicht is.
2. Werkomgeving.
Laat nooit gereedschap achter in de regen. Gebruik het gereedschap niet op vochtige of natte plaatsen. Gebruik het gereedschap nooit in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of gassen.
3. Voorkom electrische schokken.
Zorg ervoor dat het netsnoer niet in de buurt komt van warmtebronnen, olie of scherpe randen. Vermijd huidcontact met ontmantelde delen van het netsnoer of de stekker.
4. Houd kinderen uit de buurt.
Sta niet toe dat kinderen of andere belangstellenden het gereedschap aanraken, en houd hen op veilige afstand van de werkplek.
5. Bewaar gereedschap op een veilige plek.
Gereedschap dat niet in gebruik is, moet op een droge en af te sluiten plek opgeborgen worden, buiten bereik van kinderen.
6. Forceer het gereedschap niet.
Het apparaat doet zijn werk beter en veiliger, wanneer het enkel dáárvoor gebruikt wordt, waarvoor het bestemd is. Schade, die voortkomt uit geforceerd gebruik, wordt niet gedekt door de fabrieksgarantie.
7. Gebruik het juiste type gereedschap.
Gebruik gereedschap met een laag vermogen nooit voor zwaar werk. Gebruik het apparaat nooit voor andere toepassingen dan die, waarvoor het geschikt is
Til het gereedschap nooit op aan de netspanningskabel en ruk er nooit aan om de stekker uit het stopcontact te trekken. Zorg ervoor dat het netsnoer niet in de buurt komt van warmtebronnen, olie of scherpe randen.
9. Onderhoud het gereedschap zorgvuldig.
- Het gereedschap werkt zowel optimaal als het veiligst wanneer het schoongehouden wordt.
- Leef de instructies na t.a.v. onderhoud en vervanging van onderdelen. Houd het gereedschap droog en vetvrij.
10. Afkoppelen van het apparaat
Ontkoppel het apparaat van het lichtnet wanneer het niet in gebruik is, voordat het schoongemaakt wordt, of wanneer er onderdelen of assecoires vervangen moeten worden.
11. Verlengkabel voor buitengebruik.
Wanneer buiten gewerkt wordt dient enkel gebruik gemaakt te worden van verlengkabels die hiervoor geschikt zijn, en dus als zodanig aangeduid zijn. Wanneer gebruik wordt gemaakt van geaard electrisch gereedschap dient men dit aan te sluiten op een verlengkabel met (rand-) aarding.
12. Blijf waakzaam.
Observeer wat u doet, gebruik uw gezond verstand. Hanteer het gereedschap niet, wanneer u zich niet kunt concentreren op het werk dat u doet.
13. Het gereedschap nalopen op beschadiging.
- Voordat u het apparaat aanzet, dient u na te lopen of alle veiligheidsfuncties en onderdelen probleemloos en correct functioneren;
- Beschadigde veiligheidsonderdelen en functionele onderdelen dienen gerepareerd of vervangen te worden in een erkend service center, tenzij anders aangegeven in deze gebruikershandleiding. Beschadigde schakelaars en bedieningsknoppen dienen vervangen te worden in een service center. Gebruik het apparaat niet wanneer het niet normaal aan- of uitgezet kan worden.
Speciale veiligheidsinstructies
Bij het ontwerp van de acculader is rekening gehouden met de voorwaarden voor een veilig gebruik. Elke verandering, aanpassing, omzetting of ander alternatief gebruik kan afbreuk doen aan de veiligheid van het apparaat. Bovendien zal hiermee de garantie komen te vervallen.
- Let op de volgende zaken:
- Correspondeert het voltage van de acculader met het voltage van het lichtnet?
Acculaders met een 230 Volt-indicatie kunnen gewoon gebruikt worden op het 220 Volt lichtnet - Zijn het netsnoer en de stekker in goede conditie?
- Vermjd het gebruik van lange verlengkabels voor de voeding van de acculader
- Probeer nooit de behuizing van een accu te openen, omdat hierdoor gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen.
- Gebruik de acculader niet wanneer er veel vochtigheid aanwezig is.
- Stel de accu (en de acculader) niet bloot aan fel zonlicht en hoge temperaturen.
- Het is mogelijk, dat tijdens het opladen het accuzuur begint te koken. Dit is niet ongebruikelijk. Kijk goed uit voor spatten, want accuzuur is agressief en bijtend! Schakel in dit geval de acculader uit om ongelukken te voorkomen en om de accu te laten afkoelen.
- Het is mogelijk dat tijdens het opladen een zgn. detonerend gas vrijkomt. Dit is de reden waarom de vulschroefdoppen van de accu opengedraaid worden alvorens op te laden (niet van toepassing op gesloten accu's, m.a.w. accu's zonder vulschroefdoppen). Het opladen dient plaats te vinden in een goed geventileerde ruimte.
- De acculader stopt niet automatisch na het opladen van de accu. Daarom moet men deze uitzetten en vervolgens loskoppelen van de accu. Laat de acculader evenmin aangesloten op het lichnet nadat de accu volledig opgeladen is.
- Deze modelserie is alleen geschikt voor het opladen van de zuur- en loodhoudende accu's in tabel 1 en het starten van auto's. De apparaten mogen niet voor andere accu's en accessoires worden gebruikt. Zij mogen ook niet worden gebruikt als gelijkstroombron in verband met gevaar voor brand en elektrische schok.
- De lader mag uitsluitend aan een passend stopcontact met randaarde worden aangesloten.
- Bij gebruik van de accu moet water en zeep beschikbaar zijn. De accu bevat corrosieve stoffen die gevaarlijk zijn voor huid en ogen. Als u per ongeluk met deze stoffen in aanraking komt, moet u direct met water afspoelen en een arts raadplegen.
- De accu bevat een grote hoeveelheid energie. De plus- en minpool mogen niet gelijktijdig met metaal in aanraking komen. Er bestaat dan kans op kortsluiting, persoonlijk letsel of brand.
- Niet-oplaadbare batterijen mogen niet worden opgeladen.
- De accuklem die niet aan het chassis wordt aangebracht, moet als eerste worden aangesloten. De andere aansluiting wordt met het chassis verbonden, uit de buurt van de accu en de brandstofleiding. Dan wordt de acculader aan het lichtnet aangesloten.
Het apparaat dient volledig uitgeschakeld te worden in geval van:
- Slecht functioneren of schade aan het stopcontact of aan het netsnoer.
- Rook of stank, veroorzaakt door verschroeide of verbrande isolatie.

Draag altijd een veiligheidsbril en oude kleren wanneer u aan een accu werkt, want accuzuur is een agressief en bijtend product!
3. INSTALLATIE
Voordat u de acculader inschakelt dienen de volgende stappen ondernomen te worden (Fig. 1):
- Wanneer de accu nog aangesloten is dient deze eerst ontkoppeld te worden, - eerst de negatieve pool (A); - dan de positieve pool (B)!
Het is aanbevolen om de accu uit het voertuig te verwijderen alvorens op te laden.
- Controleer het peil van het accuzuur. Verwijder hiervoor eerst de vulschroefdoppen, controleer vervolgens het peil en, indien nodig, vul bij met gedestilleerd water (verkrijgbaar bij de drogist). De electrische lading kan gemeten worden met een hydrometer.
- Maak de contactpunten en polen schoon. Dit kan gedaan worden met een staalborstel of met schuurpapier.
- Bevestig eerst de positieve klem van de lader (rood) aan de positieve pool (+) van de accu. Bevestig vervolgens de negatieve klem van de lader (zwart) aan de negatieve pool (-) van de accu.
Controleer of de klemmen van de acculader goed contact maken met de accu.
- De volgende stappen dienen te worden genomen met behulp van de informatie, zichtbaar op het laad-controle display.
- De lader mag niet direct op de accu worden gelegd of omgekeerd.
- Als de temperatuur van de accu tijdens het laden hoger wordt dan 40°C, dient de laadstroom te worden verlaagd, als de temperatuur boven de 45°C komt, dient het laden te worden beëindigd tot de accu is afgekoeld. Daarna kan verder worden geladen.
- Steek nu de stekker in het stopcontact en zet de schakelaar op "Charge" (opladen). Bij het laden moet worden gecontroleerd of de wijzer van de laadstroommeter in orde is. (Let op: (1) De laders zijn alleen geschikt voor accu's die een restspanning van meer dan 2V hebben. Bij accu's met een restspanning van minder dan 2V zal geen stroom worden toegevoerd. (2) De laadstroommeter toont slechts de algemene informatie en geen exacte meting).
- Als bij het laden de indicator "Full" (vol) oplicht, moet worden gecontroleerd of de accuvloeistof een soortelijk gewicht van 1,28 heeft. Zo niet, moet verder worden geladen, zo ja, dan is het laden beëindigd en kan de schakelaar "Power" op "Off" (uit) worden gezet. Dan kan de stekker uit het stopcontact worden gehaald en de twee klemmen van de plus- en minpool van de accu worden verwijderd. (Na het opladen van de accu in het voertuig, moet eerst de klem van het chassis worden verwijderd).
4. HOE DE ACCULADER TE GEBRUIKEN
Uitleg van schakelaars, oplichtende waarschuwingsindicaties en het display op het voorpaneel
Het apparaat kan gebruikt worden als acculader "CHARGE" (I) en als jump starter "START" (II). Kies de juiste instelling met de schakelaar (3 posities) aan de rechter zijde van het frontpaneel. Wanneer de schakelaar zich in de middelste positie "OFF" (0) bevindt is de lader uitgeschakeld (Fig. 2).
6V / 12V
De acculader kan accu's van zowel 6V als 12V laden. Hiertoe dient men de schakelaar aan de rechter zijde van het frontpaneel in de gekozen stand te zetten.
Laad / Start
Kies de juiste instelling met de schakelaar (2 standen: "CHARGE/START") die zich in het midden van het frontpaneel bevindt.
Selecteer spanning
Selecteer het spanningsniveau 2A / 6A / 12A van de lader zodat deze overeenkomt met het voltage en het vermogen van de accu
Laadindicatie
De 4 rode oplichtende indicators aan de linker zijde van het frontpaneel geven bij benadering het vermogenspeil aan van de accu (25%, 50%, 75%, "FULL").
Omwisseling
De rode waarschuwingsindicatie geeft aan dat de acculader foutief op de accu is aangesloten: de klemmen dienen omgewisseld te worden (rode klem op + en zwarte klem op -).
Laadproces
- Bevestig de startkabels op correcte wijze aan de accu en stop de stekker in het stopcontact.
- Kies het juiste voltage m.b.v. de 6V / 12V schakelaar
- Selecteer de "CHARGE" modus (2 standenschakelaar)
- Selecteer met de spanningsschakelaar nu de "CHARGE"-stand (=laden)
- De laadspanning is nu zichtbaar op het display aan de voorkant. Deze spanningsmeter is geen precisie-instrument en geefts slechts bij benadering een indicatie van de laadspanning.
- Gedurende het laadproces geven 4 rode oplichtende indicators informatie over het vermogenspeil van de accu. Wanneer de indicator "FULL" aangaat, betekent dit dat het laadproces compleet is
- Selecteer met de spanningsschakelaar nu de "OFF"-stand en ontkoppel het apparaat van de netvoeding.
- Verwijder de startkabels van de + en - polen van de accu.
Jump-starting procedure
- Laad de accu op gedurende 10 tot 15 minuten volgens de hierboven omschreven stappen.
- Zet de spanningsschakelaar in de "START" -positie
- Selecteer de "START" modus (2 standenschakelaar)
- Start het voertuig onmiddellijk
In deze positie is de lader gedurende een korte periode in staat te functioneren in een overspanningsmodus.

Waarschuwing!
Probeer niet de motor langer dan 5 seconden te laten doorstarten Wacht gemiddeld 100 seconden met een volgende startpoging Probeer niet meer dan drie maal te starten. Bij drie mislukte startpogingen zou de accu van het voertuig reeds volledig opgeladen moeten zijn
Problemen verhelpen
1. Geen laadspanning
• Probleem met de netvoeding
- Neem contact op met een gekwalificeerde electromonteur
- 6V / 12V voltageselector is onjuist ingesteld
• Kies de correcte positie,
corresponderend met het juiste voltage
- Beginvoltage is te laag
- Vervang de accu
- + en - polen van de accu zijn geoxideerd en/of vuil
• Maak de polen schoon
- Accu is beschadigd
- Vervang de accu
2. Lage laadspanning
-
- en - polen van de accu zijn geoxideerd en/of vuil
• Maak de polen schoon
- en - polen van de accu zijn geoxideerd en/of vuil
• Accu is volledig opgeladen
• Meet het soortelijk gewicht
3. Uitzonderlijk luid zoemen van de transformator
• Kies de correcte positie, corresponderend met het juiste voltage
- Instabiele positie
• Wijzig positie voor een juiste plaatsing
Een opgeladen accu controleren
Op basis van het soortelijk gewicht van het accuzuur kan bepaald worden of een accu volledig is opgeladen of niet. Met behulp van een soortelijkgewichtmeter kan het soortelijk gewicht bepaald worden.
Lege accu: s.g. = 1.13 kg/dm³
Volle accu : s.g. = 1.28 kg/dm³

Let op! Het gasmengsel kan een explosie veroorzaken. Haal eerste de stekker uit het stopcontact, voordat de aansluitingen van de accu worden aangebracht of verwijderd.
5. ONDERHOUD
Verwijder altijd de stekker uit het stopcontact wanneer de acculader schoongemaakt wordt, of wanneer deze een onderhoudsbeurt krijgt. Gebruik nooit water of andere vloeistoffen bij het schoonmaken van de lader. Houd het netsnoer en de acculader schoon. Bepaalde schoonmaakmiddelen en oplosmiddelen (wasbenzine, thinner) kunnen plastic onderdelen aantasten of doen oplossen. Deze producten bevatten o.a. benzeen, trichloorethyleen, chloride of ammoniak.

Let op! Om het gevaar voor elektrische schok te vermijden, moet de lader aan een stopcontact met goede randaarde worden aangesloten en mag de lader niet in regen of sneeuw worden gebruikt. Beschadigde kabels en leidingen moeten direct door een vakman worden vervangen.
Defecte accu's
- Beschadigde accu's die niet op spanning kunnen blijven.
Het is vaak het geval, dat accu's die in slechte conditie verkeren, niet langer opgeladen kunnen worden. Zij dienen vervangen te worden omdat ze hun electrische lading verliezen.
- Kortgesloten accu's.
Als na verscheidene uren opladen de acculader aangeeft dat de accu nog steeds niet is opgeladen, betekent dit meestal dat een van de accu-elementen kortsluiting maakt. De accu dient dan vervangen te worden.
Slecht functioneren
Wanneer uw acculader niet langer naar behoren functioneert, kan dit twee oorzaken hebben:
- De accuklem is verkeerd aangebracht.
Controleer of de rechter klem is aangesloten op de rechter accupool. - De beveiligingsschakelaar staat uit.
Levensduur van de accu
De levensduur van uw accu zal aanmerkelijk langer zijn wanneer u hetvolgende inachtneemt:
- Controleer het vloeistofpeil van de accu iedere maand en, indien nodig, vul dit bij met gedestilleerd water.
- Maak de polen van uw accu regelmatig schoon om aanslag en oxidatie te voorkomen. Breng vervolgens een beetje vaseline aan op beide polen.
- Wanneer een voertuig weinig gebruikt wordt, zal de accu ervan ontladen. Daarom dient deze regelmatig tot maximum capaciteit opgeladen te worden. Op deze wijze wordt een slechte werking ervan voorkomen.
Wanneer alles is gecontroleerd, en de acculader nog steeds niet naar behoren oplaadt, dient deze naar het service center, vermeld op de garantiekaart, opgestuurd te worden.
Milieu
Om beschadiging tijdens transport te voorkomen wordt het apparaat geleverd in een stevige verpakking, die grotendeels bestaat uit materiaal, geschikt voor hergebruik. Kies daarom a.u.b. voor recycling van het verpakkingsmateriaal.

Kapotte en/of afgedankte electrische en electronische apparaten dienen te worden aangeboden op de daarvoor aangewezen locaties voor recycling.
Garantie
Voor de garantiebepalingen wordt verwezen naar de apart bijgeleverde garantiekaart
CHARGEUR DE BATTERIES
