AS 45 E - Sneeuwblazer ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AS 45 E ALPINA in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrische sneeuwblazer |
| Merk | Alpina |
| Model | AS 45 E |
| Voeding | Elektrisch 230 V / 50 Hz |
| Motor | 2000 W |
| Dooibreedte | 45 cm |
| Maximale dooihogte | 25 cm |
| Maximale werpafstand | 10 m |
| Opvangbakcapaciteit | Zonder opvangbak (directe uitworp) |
| Wielen | 2 aangedreven wielen |
| Gewicht | 22 kg |
| Afmetingen (L x B x H) | 90 x 55 x 60 cm |
| Geluidsniveau | 85 dB(A) |
| Veiligheid | Noodstop, overbelastingsbeveiliging |
| Onderhoud | Reinigen na elk gebruik, bewegende delen smeren |
| Reserveonderdelen | Verkrijgbaar bij de Alpina service-afdeling |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - AS 45 E ALPINA
Gebruikersvragen over AS 45 E ALPINA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AS 45 E - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AS 45 E van het merk ALPINA.
GEBRUIKSAANWIJZING AS 45 E ALPINA
Dit symbool verwijst naar een WAARSCHU-WING. Als de instructies niet nauwkeurig worden opgevolgd, kan dit tot ernstig persoonlijk letsel en/of materiële schade leiden.
Op de machine vindt u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat tijdens het gebruik voorzichtigheid en oplettendheid geboden zijn.
Betekenis van de symbolen:

Waarschuwing. Als de voorschriften niet worden opgevolgd, bestaat er een kans op ernstige verwondingen en een defecte machine.

Lees de gebruiksaanwijzing voordat u de machine gaat gebruiken.

Houd omstanders op een veilige afstand van de machine.

Waarschuwing: harde voorwerpen die wegschieten.

Haal de stekker uit het stopcontact voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. Schakel de motor uit voordat u de uitvoerpijp gaat ontstoppen.

Houd uw handen en voeten uit de buurt van de draaiende onderdelen.

Kans op dodelijke verwondingen en verminking. Voorkom verwondingen door de draaiende vijzel. Houd handen, voeten en kleding uit de buurt.
Kans op levensgevaarlijke elektrische schokken.
1.1 VERWIJZINGEN
1.1.1 Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze handleiding zijn genummerd met 1, 2, 3 etc.
Onderdelen in afbeeldingen worden aangegeven met A, B, C etc.
Een verwijzing naar onderdeel E in afbeelding 5 wordt als volgt weergegeven: "5:E".
1.1.2 Titels
De titels in deze gebruikershandleiding zijn op de volgende manier genummerd:
"2.3.2" is een subtitel van "2.3" en wordt onder deze titel vermeld.
Wanneer naar een titel wordt verwezen, wordt alleen het nummer van deze titel aangegeven. Bijvoorbeeld "Zie 2.3.2".
2 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
2.1 ALGEMEEN
- Lees deze instructies zorgvuldig door. Zorg dat u bekend bent met de werking van alle bedieningsmechanismen en het juiste gebruik van de machine.
- Laat kinderen of anderen die niet op de hoogte zijn van deze instructies de snceuwfrees niet gebruiken. In gemeentelijke verordeningen kunnen beperkingen worden aangegeven voor de leeftijd van de bestuurder.
- Gebruik de machine nooit wanneer anderen, met name kinderen of dieren, in de buurt zijn.
- De bestuurder is aansprakelijk voor ongelukken bij anderen of schade aan het eigendom van anderen.
- Zorg dat u niet struikelt of valt, vooral bij het achteruit bewegen van de machine.
- Gebruik de sneeuwfrees niet wanneer u onder invloed bent van alcohol of geneesmiddelen of als u vermoeid of zick bent.
2.2 VOORBEREIDING
- Controleer het werkgebied van de sneeuwfrees en verwijder losse of vreemde voorwerpen.
- Schakel alle bedieningselementen uit voordat u de motor start.
- Gebruik de sneeuwfrees alleen als u geschikte werkkleding draagt. Draag schoenen die een goede grip op de gladde ondergrond hebben.
- Pas de hoogte van de vijzelbehuizing aan zodat dat deze boven grindpaden uitsteekt.
- Controleer of de netspanning overeenkomt met de spanning die op het typeplaatje van de sneeuwfrees is aangegeven.
- Ga de machine nooit opnieuw afstellen als de motor loopt (tenzij anders aangegeven in de instructies).
- Laat de sneeuwfrees wennen aan de buitentemperatuur voordat u deze in gebruik necmt.
- Draag tijdens onderhoud en service altijd een veiligheidsbril of een vizier.
2.3 GEBRUIK
- Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van draaiende onderdelen. Vermijd contact met de opening van de uitvocrpijp.
- Gebruik de sneeuwfrees uitsluitend voor het ruimen van sneeuw.
- Wees voorzichtig bij het rijden op of oversteken van grindpaden, trottoirs en wegen. Wees bedacht op verborgen gevaren en het verkeer.
- Richt de uitvoerpijp nooit op de openbare weg of het verkeer.
- Als de sneeuwfrees op een vreemd voorwerp stoot, stopt u de motor, trekt u de stekker uit het stopcontact en controleert u de machine op beschadigingen. Herstel de schade voordat u de machine weer gaat gebruiken.
- Als de machine abnormaal gaat trillen, stopt u de motor en gaat u op zock naar de oorzaak. Trillen duidt doorgaans op een probleem.
- De sneeuwfrees kan alleen worden aangesloten op een geaard stopcontact. De aardlekschakelaar moet schakelen bij een lekstroom van max. 30 mA.
- Risico op struikelen over de stroomkabel. Kijk altijd waar de stroomkabel zich bevindt zodat deze niet in de weg ligt voor uw voeten of andere voorwerpen in het werkgebied.
- De sneeuwfrees mag alleen worden aangesloten met een kabel die is goedgekeurd voor buitengebruik.
- De stroomkabel die op de sneeuwfrees is aangesloten, moet altijd intact zijn. Gebruik nooit een beschadigde kabel.
-
Gebruik de sneeuwfrees niet als de stekker, de stroomkabel of andere elektrische apparatuur beschadigd zijn.
-
Reparaties aan de elektrische apparatuur mogen alleen worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien.
- Rijd tijdens het gebruik nooit over de stroomkabel van de sneeuwfrees.
- Als de stroomkabel van de sneeuwfrees tijdens het gebruik beschadigd raakt, volgt u deze instructies:
A. Stop the motor.
B. Verlaat het werkgebied in tegengestelde richting van het beschadigde deel van de kabel.
C. Haal de stekker uit het stopcontact.
- In de volgende gevallen zet u de motor uit en haalt u de stekker uit het stopcontact:
A. Als de gebruiker de machine verlaat.
B. Als de vijzelbehuizing of de uitvoerpijp blokkeren en gereinigd moeten worden.
C. Voordat u reparaties of aanpassingen gaat uitvoeren.
- Zorg dat alle draaiende onderdelen zijn gestopt en de bedieningselementen zijn uitgeschakeld voordat u de machine gaat schoonmaken, repareren of inspecteren.
- Rijd nooit dwars over een helling. Rijd van boven naar beneden en van beneden naar boven. Wees voorzichtig bij het veranderen van richting op een helling. Vermijd steile hellingen.
- Gebruik de machine nooit zonder voldoende bescherming of zonder dat de veiligheidsmechanismen zijn geplaatst.
- U mag bestaande veiligheidsmechanismen niet losmaken of uitschakelen.
- Gebruik de sneeuwfrees nooit in de buurt van hekken, auto's, ruiten, hellingen etc. zonder dat de blaasrichting van de uitvoerpijp correct is afgesteld.
- Houd kinderen uit de buurt van het werkgebied. Zorg dat een andere volwassene op de kinderen let.
- Overbelast de machine niet door er te snel mee te rijden.
- Rijd voorzichtig achteruit. Kijk achter u voordat en terwijl u achteruit rijdt, om te controleren of er geen obstakels aanwezig zijn.
- Richt de uitvoerpijp nooit op omstanders. Laat niemand voor de machine staan.
- Ontkoppel de vijzel als u de sneeuwfrees gaat vervoeren of als deze niet in gebruik is. Rijd niet te snel op een gladde ondergrond tijdens het vervoer.
- Gebruik alleen accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant van de machine.
- Gebruik de sneeuwfrees niet bij slecht zicht of zonder goede verlichting.
- Zorg altijd voor een goede balans en een goede grip op de handgreep.
2.4 ONDERHOUD EN OPBERGEN
- Draai alle schroeven en moeren goed aan zodat de machine veilig kan worden gebruikt.
- Spocel de machine nooit af met water. Dit beschadigt de elektrische apparatuur en kan elektrische schokken veroorzaken.
- Controleer vóór gebruik alle elektrische onderdelen. De sneeuwfrees niet gebruiken als de isolatie, aansluitingen of andere elektrische onderdelen beschadigd zijn.
-
Gebruik altijd originele reserveonderdelen. Niet-originele reserveonderdelen kunnen verwondingen veroorzaken, ook al passen ze in de machine.
-
Raadpleeg de aanbevelingen in de instructies voordat u de machine voor langere tijd gaat opbergen.
- Vervang beschadigde waarschuwings- en instructiestickers.
- Laat de motor na gebruik een aantal minuten doorlopen met aangekoppelde vijzel. Dit voorkomt dat de vijzel vastvriest.
3 MONTAGE
3.1 UITPAKKEN
- Maak de doos voorzichtig open.
- Haal alle documentatie uit de doos.
- Til de sneeuwfrees uit de doos.
- Knip de tie-wraps door waarmee de bedieningsstang van de uitvoerpijp aan de handgreep vastzit.
- Gooi de doos en verpakking in overeenstemming met de lokale regelgeving weg.
3.2 HANDGREEP
- Klap de handgreep open.
- Draai de vier knoppen (1:D) vast.
- Bevestig de kabel met twee klemmen (1:C) aan de hand-greep.
3.3 BEDIENING UITVOERPIJP
- Steek de bedieningsstang door het oog op de handgreep (2:L).
- Plaats de stang in het koppelstuk (2:M). Zorg dat de gaten in de stang en het koppelstuk op één lijn liggen.
- Zet de stang vast door de schroef (3:N) door de stang en het koppelstuk te steken en deze vast te draaien.
- Controleer de uitvoerpijp door deze in beide richtingen volledig te draaien. De uitvoerpijp moet vrij kunnen ronddraaien.
4 BEDIENING
De sneeuwfrees is voorzien van de volgende bedieningselementen.
Starthendel (1:A) – Voor het starten en stoppen van de elektrische motor.
Startknop (1:K) – Voor activering van de starchendel.
Connector (1:J) – Voor de stroomkabel.
Kabelsteun (1:B) – Voor ondersteuning van de stroomkabel.
Deflectorvergrendeling (1:E) - Vergrendelt de deflector.
Bedieningshendel uitvoerpijp (1:F) – Voor het instellen van de blaasrichting van de uitvoerpijp.
Uitvoerpijp (1:H) – Voor uitwerpen van de sneeuw.
Deflector (1:I) – Bepaalt op welke afstand de sneeuw wordt uitgeworpen.
5 MACHINE GEBRUIKEN
5.1 ALGEMEEN
Start de motor pas als de onder 'MONTAGE' beschreven maatregelen zijn uitgevoerd.

Gebruik de sneeuwfrees niet zonder dat u de bijgesloten instructies en alle waarschuwings- en instructiestickers op de sneeuwfrees en in deze instructies hebt gelezen en begrepen.

Draag tijdens onderhoud en service altijd een veiligheidsbril of een vizier.
5.2 VOOR HET STARTEN

De aansluitkabel en de stekkers moeten onbeschadigd en geschikt voor buitengebruik zijn.

De stroomkabel mag alleen worden aangesloten op een stopcontact dat wordt beveiligd door een aardlekschakelaar met een lekstroom van max. 30 mA.

De stroomkabel moet worden opgehangen aan de kabelsteun. Anders zou de stekker beschadigd kunnen raken, wat levensgevaarlijk is.
Sluit de stroomkabel van de sneeuwfrees aan op het stopcontact.
Hang de kabel op aan de kabelsteun (1:B) en sluit deze aan op de connector (1:J).
5.3 STARTEN
Start de motor en de vijzel zoals hieronder beschreven.
- Kantel de sneeuwfrees iets naar achteren, zodat de vijzel net boven de grond hangt.
- Druk de knop (1:K) in en houd deze ingedrukt. Knijp de starchendel (1:A) in.
- Laat de startknop los, richt de vijzel naar de grond en begin met sneeuwruimen.
5.4 VEILIGHEIDSTEST
Na het starten en voor het gebruiken van de machine is het van essentieel belang om onderstaande veiligheidstest uit te voeren.
Als de machine niet naar behoren functioneert, GEBRUIKT U DEZE NIET. Neem dan voor reparatie contact op met een erkende dealer.
Vijzeltest
Laat de starchendel los. De motor en de vijzel moeten direct stoppen.
5.5 STOPPEN
Stop de motor en de vijzel door de starchendel los te laten (1:A).
5.6 SNEEUWRUIMEN
Zic afb. 1.

Richt de sneeuw nooit op omstanders.
Stop de motor altijd voordat u de uitvoerpijp gaat ontstoppen.
Draag altijd oogbescherming als u de sneeuwfrees gebruikt.

Laat de motor niet langer dan 20 seconden doorlopen als de vijzel blokkeert. Overbelasting beschadigt de motor.
- Start de motor als hierboven beschreven en controleer de uitwerpafstand en -richting.
-
Stop de motor indien nodig en pas de stand van de deflector aan (1:1). Afstelling verder omhoog zorgt voor een verdere uitwerpafstand en verder omlaag geeft een kortere afstand. Zet de deflector met behulp van de knop (1:E) in de gewenste stand vast.
-
Stop de motor indien nodig en verstel de uitvoerpijp (1:H) met de hendel (1:F) zodat de sneeuw in de gewens- te richting wordt uitgeworpen.
-
Stop de sneeuwfrees door de starchendel los te laten (1:A).
De sneeuwfrees wordt automatisch aangedreven met behulp van de vijzel. Om de aandrijving te vergemakkelijken tilt u de handgreep iets omhoog. Duw de sneeuwfrees niet.
5.7 BEDIENINGSTIPS
- Begin direct na de sneeuwval met sneeuwruimen.
- Voor een volledig schone ondergrond overlapt u iedere geruimde baan.
- Werp de sneeuw indien mogelijk tegen de wind in uit.
- Als het hard waait, richt u de deflector zodanig dat de sneeuw dicht bij de grond wordt uitgeworpen, zodat deze minder snel wordt weggeblazen.
- Uit veiligheidsoogpunt en om beschadiging aan de sneeuwfrees te voorkomen, houdt u het gebied waar u wilt gaan sneeuwruimen vrij van stenen, speelgoed en andere vreemde voorwerpen.
- De capaciteit van de snecuwfrees is afhankelijk van de hoogte en de dichtheid van de sneeuwlaag. Test hoe de snecuwfrees werkt onder verschillende sneeuwomstandigheden.
5.7.1 Droge en normale sneeuw
Een sneeuwlaag van 20 cm verwijdert u snel en gemakkelijk door met een gelijkmatige snelheid te rijden. Laat de sneeuw tegen de wind in uitwerpen.
5.7.2 Natte, vaste sneeuw
Rijd langzaam voorwaarts. Vermijd het gebruik van de sneeuwschuiver voor het verwijderen van dikke lagen restsneeuw en ijs. Het frezen zal leiden tot overbelasting van de vijzel.
5.8 NA GEBRUIK

Spoel de sneeuwfrees nooit met water af. Risico op beschadiging van het elektrische systeem en kans op elektrische schokken.
- Stop de motor.
- Haal de stroomkabel van de sneeuwfrees uit het stopcontact.
- Laat de sneeuwfrees 30 minuten afkoelen.
- Maak de binnen- en buitenzijde van de sneeuwfrees met een geschikte borstel schoon.
- Controleer of er geen beschadigde of losse onderdelen zijn. Repareer/vervang onderdelen indien nodig.
6 ONDERHOUD

Trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudswerkzaamheden aan de machine gaat uitvoeren.
6.1 VÓÓR GEBRUIK
- Controleer iedere keer dat u de sneeuwfrees gebruikt of de elektrische onderdelen onbeschadigd zijn en zonder problemen werken. De sneeuwfrees mag niet gebruikt worden bij problemen of ontbrekende onderdelen.
- Controleer of de vijzel gemakkelijk ronddraait.
- Controleer of alle schroeven zijn aangedraaid. Draai deze indien nodig extra aan.
- Spuit de vijzel in met siliconenspray. Dit voorkomt ijsvorming.
- Controleer of de starchendel alleen geactiveerd kan worden nadat de startknop is ingedrukt.
6.2 PROBLEMEN OPLOSSEN
Onderstaande problemen kunnen doorgaans direct door de gebruiker worden opgelost. Neem bij twijfel contact op met een erkende dealer.
Als de motor niet start:
- De stroomkabel is niet aangesloten of is beschadigd.
- De stop is doorgeslagen. Necem contact op met een erken-de elektricien als er een stop met een hogere ampère geënstalleerd moet worden.
De motor ratelt, maar start niet:
- De vijzel of de uitvoerpijp is geblokkeerd.
- De condensator is defect. Neem contact op met uw GGP-dealer.
De motor stopt plotseling:
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- De beveiliging tegen overbelasting is in werking getreden. Wacht 10 minuten en probeer de motor opnieuw te starten.
De sneeuwfrees ruimt geen sneeuw:
- De vijzel of de uitvoerpijp is geblokkeerd.
De aandrijfriem zit los of is beschadigd.
7 STALLING
Als de sneeuwfrees voor langere tijd wordt gestald, bijvoorbeeld tijdens de zomermaanden, neemt u de volgende maatregelen:
- Maak de sneeuwfrees grondig schoon.
- Inspecteer de sneeuwfrees op beschadigingen. Voer indien nodig reparaties uit.
- Werk lakbeschadigingen bij.
- Behandel ongelakte metalen oppervlakken met een roest-werend middel.
- Stal de sneeuwfrees in een schone, droge omgeving.
8 AANKOOPVOORWAARDEN
Fabricagefouten en materiaaldefecten vallen volledig onder de garantie. De gebruiker dient de instructies in de bijgeleverde documentatie zorgvuldig op te volgen.
De garantie geldt niet in de volgende gevallen:
- Niet lezen van de bijgeleverde documentatie door de gebruiker.
- Onachtzaamheid.
- Onjuist en ongeoorloofd gebruik of onjuiste en ongeoorloofde montage.
- Het gebruik van andere dan originele reserveonderdelen.
- Het gebruik van accessoires die niet door GGP zijn geleverd of goedgekeurd.
De garantie geldt ook niet voor:
- Aan slijtage onderhevige onderdelen zoals aandrijfriemen, frezen, wielen
- Normale slijtage
- Motoren. Deze zaken vallen onder de garantie van de bij- behorende fabrikant met afzonderlijke voorwaarden.
Op alle aankopen is de nationale wetgeving in het land van de koper van toepassing. De rechten die de koper aan de nationale wetgeving in zijn land kan ontlenen worden door deze garantie niet beperkt.
1 GENERALITÀ
