40-Spirit RS - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 40-Spirit RS SABO in PDF-formaat.
| Producttype | Duwmaaier |
| Merk | SABO |
| Model | 40-Spirit RS |
| Snijbreedte | 40 cm |
| Snijhoogte | Verstelbaar van 25 tot 75 mm |
| Motortype | 4-takt benzinemotor |
| Motorinhoud | 125 cm³ |
| Motorvermogen | 2,5 kW (3,4 pk) |
| Tankinhoud | 0,7 liter |
| Brandstoftype | Loodvrije benzine |
| Opvangzakcapaciteit | 50 liter |
| Maaisysteem | Roterend stalen mes |
| Mulchen | Ja (mulchplug inbegrepen) |
| Uitworp | Achteruit of mulchen |
| Duwstang | Ergonomisch opvouwbaar |
| Wielen | 4 wielen met kogellagers |
| Diameter voorwielen | 18 cm |
| Diameter achterwielen | 20 cm |
| Gewicht | 25 kg |
| Afmetingen (L × B × H) | 135 × 50 × 100 cm |
| Geluidsniveau | 85 dB(A) |
| Veiligheid | Dode man beveiligingsbalk |
| Onderhoud | Reinigen na gebruik, jaarlijkse olieverversing |
| Reserveonderdelen beschikbaar | Ja (messen, filters, bougies) |
Veelgestelde vragen - 40-Spirit RS SABO
Gebruikersvragen over 40-Spirit RS SABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 40-Spirit RS - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 40-Spirit RS van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 40-Spirit RS SABO
2 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje ....2
3 Verduidelijking van de pictogrammen 2
4 Verklaring van de symbolen....2
5 Gebruik conform de voorschriften ....3
6 Algemene veiligheidsvoorschriften voor handmatig bestuurde cirkelmaaiers (benzine)....3
Algemene veiligheidsinstructies ....3
Voorbereidende maatregelen....3
Gebruik 4
Onderhoud en opslag....5
7 Beschrijving van de componenten....5
8 Voorbereidende werkzaamheden....5
Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1)....6
Montage van de startstang (Afbeelding D + L1)....6
Grasopvangzak monteren en dan in de maaier inhangen
(Afbeelding Q1 + R1 + S1)....6
Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I)....6
9 Voor de eerste ingebruikneming 6
Olie bijvullen (Afbeelding Y1)....6
Brandstof invullen 6
10 Starten van de motor (Afbeelding D + E)....6
11 Uitschakelen van de motor (Afbeelding F)....7
12 Stoppen in geval van nood....7
13 Grasopvanginrichting....7
Gebruik met grasopvangzak 7
Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L)....7
Gebruik zonder opvangzak 7
14 Het maaien....7
Maaien op hellingen 7
Oliepeilcontrole....7
Controle van de bedrijfsveiligheid 7
Tijdelijke beperkingen....7
Tips voor de verzorging van het gazon....7
Maaien (Afbeelding M) 7
Mulchen 7
Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1) 7
15 Onderhoudsintervallen....8
16 Verzorging en onderhoud van de maaier 8
Reiniging (Afbeelding O) 8
Opbergen 8
Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1) 8
Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N) 8
Onderhoud van de messenbalk 8
Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q)....8
Vervangen van de messenbalk....9
Onderhoud van de wielen (Afbeelding S) 9
17 Onderhoud van de motor 9
Olie wisselen....9
Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W)....9
Controle van de bougie (Afbeelding Y) 9
Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand)....9
18 Oorzaken van storingen en het verhelpen daarvan....9
Conformiteitsverklaring ....zie achter, na de laatste taal
1 INLEIDING
Beste tuinliefhebber,
als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet.
Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden.
Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden.
Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De betekenis van de pictogrammen is uitgelegd op deze pagina.
De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De verklaring van de symbolen vindt u in de tabel op de volgende pagina.
De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat.
Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen.
Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein.
2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE

1 Typebenaming
2 Model- en serienummer
3 Nominaal vermogen
4 Gewicht
5 Gecontroleerde veiligheid
6 Nominaal toerental motor
7 Bouwjaar
8 CE-conformiteitsteken
9 Handgeleide grasmaaier
10 Gegarandeerd geluidsdrukniveau
3 VERDUIDELIJKING VAN DE PICTOGRAMMEN

Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen!

Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden!

Opgelet voor scherpe messen! Contact met roterende mesbalk vermijden! Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor afzetten en de bougiestekker uittrekken.

Waarschuwing voor hete oppervlakken - motor en uitlaat niet aanraken. Verbrandingsgevaar!

Uitlaatgassen zijn giftig - motor niet in gesloten ruimtes laten lopen. Vergiftigingsgevaar!

Benzine is licht ontvlambaar - vonken en vlammen uit de buurt houden, niet roken. Brandgevaar!
Dit toestel hoort niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.
4 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
![]() | WAARSCHUWINGGebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. |
![]() | WAARSCHUWINGDerden uit de gevaarszone verwijderd houden!Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden.Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken.Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn. |
![]() | WAARSCHUWINGBenzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief.Uitlopende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar.Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop niet geopend en geen benzine bijgevuld worden.Bij lopende motor moet de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd zijn. |
![]() | WAARSCHUWINGBenzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief.Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden. |
![]() | WAARSCHUWINGLet op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden.De motor alleen achter de maaier staand starten.Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. |
![]() | WAARSCHUWINGLet op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden.Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden.Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. |

WAARSCHUWING
Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken.
Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon.
Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen.
Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroef van het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
Vóór het starten van de motor controleren of de gereedschappen verwijderd zijn.

VOORZICHTIG
Uitlaat en motor bereiken bij het gebruik zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar!
Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten af-koelen. Het toestel nooit met beschadigd of zonder veiligheidsrooster van de uitlaat gebruiken.

VOORZICHTIG
Als bij werkzaamheden aan het apparaat de bougiestekker niet wordt uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen zware verwondingen het gevolg zijn.
Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, de bougiestekker uittrekken en de contactsleutel, indien voorhanden, eruit halen. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok!
Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen.
Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.

WAARSCHUWING
Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken.
De motor uitschakelen en wachten tot de messenbalk stil staat:
- wanneer de maaier opgeheven of gekanteld moet worden, bijv. voor transport;
- bij het niet op het gazon rijden op wegen of straten;
- wanneer de machine gedurende korte tijd zonder toezicht achterblijft;
- voor de maaihoogte wordt ingesteld;
- voor de grasopvangzak wordt afgenomen;
- voor de mulchprop wordt verwijderd;
- voor het bijtanken.

VOORZICHTIG
Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk kan tot letsels leiden.
Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen.
5 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik"). Elke daarboven uitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
- Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en in agrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist.
- De maaiier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas, heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiing op daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen.
- Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.
6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (BENZINE)
Algemene veiligheidsinstructies

Lees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Denk eraan dat de bediener van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
- Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval van doorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd.
- Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
- Geef iedereen die met het apparaat moet werken uitleg over de mogelijk gevaarlijke momenten, en over hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn.
- Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is.

Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn.
- Berg uw machine veilig op! Ongebruikte apparaten moeten in een droge, afgesloten ruimte en ontoegankelijk voor kinderen bewaard worden.
Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het maaien moet altijd stevig schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
- Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen.

Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.

Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een autonome maaier gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de autonome maaier in acht worden genomen:
- vóór de werkzaamheden op deze oppervlakken (maaien, verticuteren, enz.) moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd.
- wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation.
- wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing.
- de begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden.
- rondslingerende kabelresten voor de maaier verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen.
WAARSCHUWING


- Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken.
- Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderen ontoegankelijk bewaren.
- Tank niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger met kunststofbekleding vullen. Tank voor het vullen met brandstof niet in de nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem afzetten.
- Tank alleen in de open lucht met een koude motor. Tijdens het tanken zijn roken en open vuur verboden.
- Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of een aanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerrycan.
- Tank benzine voor u de motor start.
- Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als het apparaat heet is.
- Probeer de motor niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder in plaats daarvan het apparaat van de met benzine vervuilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor niet te starten voordat de benzinedampen zijn vervlogen.
- Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weer volledig af.
- Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop.
- Controleer voor gebruik altijd visueel of de messen, de bevestigingsbouten en de gehele maaieenheid versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten ter voorkoming van onbalans.
- De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen.
Gebruik
- Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
- Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging!
- Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geen motoronderdelen aanraken die onder spanning staan.
- Opgelet! Apparaat niet voor aanzuigopeningen van ruimtebeluchtingstoestellen laten lopen.
• Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok!
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
- Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
- De rijsnelheid aan de persoon en het terrein aanpassen. Verhoog de snelheid langzaam, totdat u de bij u passende rijsnelheid hebt bereikt.
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- Niet te dicht op terreinhellingen, greppels en taluds afrijden. De machine kan plotseling over de kop gaan, als een wiel over de rand van een klip of een greppel rijdt of een rand plotseling zakt.
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
- Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij kan maaien op hellingen die tot 25° aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 15° niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
• Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan. - Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar.
Veiligheidsinrichtingen zijn:

- Veiligheidsschakelbeugel (1) Schakelbeugel voor motorrem op het moment van gevaar loslaten: Motor en mesbalk moeten binnen drie seconden blijven stilstaan. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.
Bescherminrichtingen zijn:

- Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklepti, deflector Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen. Het toestel mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder reglementair bevestigde opvangzak resp. deflector of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt.

- Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
- Afdekkingen van de riemaandrijving, motorafdekkingen (4) Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door bewegende onderdelen. Het apparaat mag niet met beschadigde c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde afdekkingen worden gebruikt.

- Veiligheidsrooster voor de uitlaat ( 5) De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het veiligheidsrooster beschermt tegen verbrandingen. Het toestel niet zonder veiligheidsrooster voor de uitlaat gebruiken.
De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
- Wijzig de basisafstelling van de motor niet of jaag hem niet over zijn toeren.
- Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen.

Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan.

Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Bij apparaten met zijdelingse uitwerp mag u de motor niet starten, als u voor het uitwerpkanaal staat.

Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening.

Stop de motor, trek de bougiestekker eraf, vergewis u ervan dat alle bewogen delen volledig stilstaan en dat de contactsleutel, indien voorhanden, uitgetrokken is:
- als de machine verlaten wordt;
- voordat u de machine controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert;
- voordat u blokkeringen loswerkt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert;
- als er een vreemd voorwerp werd geraakt;
-
als de machine abnormaal begint te trillen.
-
Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
- Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist.
Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats.

Schakel de motor uit, overtuig u ervan, dat alle bewegende delen volkomen stil staan en de contactsleutel, indien voorhanden, afgetrokken is:
- als u de maaier moet optillen of moet kantelen, bijv. voor transport;
- wanneer u de machine naar het maaioppervlak heen en weer transporteert;
- bij het ruiden buiten het gras;
- als u de machine even verlaat;
- wanneer u de snijhoogte wilt regelen;
- voor de grasopvangzak wordt afgenomen;
- voor de mulchprop wordt verwijderd;
- voordat u bijtankt.
- Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien dicht te worden gedraaid.
Onderhoud en opslag
- Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.

U mag alleen bij uitgeschakelde motor de uitwerpklep openen en de grasopvangzak verwijderen of de mulchprop verwijderen.

Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen of kunnen ontvlammen.

Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten afkoelen.
- Om brandgevaar te vermijden houdt u motor, geluiddemper (uitlaat) en brandstoftank vrij van gras, bladeren of uitlopende olie (vet). Bij het op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Laat de motor afkoelen, voordat u de machine neerzet in gesloten ruimtes. De machine niet opslaan in de buurt van open vlammen of vuurbronnen zoals bijv. boilers of verwarmingen.

Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert.

Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen.
Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet worden uitgevoerd door een erkend vakbedrijf.
Door een foutief gemonteerde meskoppeling kan de mesbalk losraken, wat tot ernstige verwondingen kan leiden.
Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.
- Op goede zitting van de bougiestekker letten! Aanraken is alleen gevaarlijk zolang de bougiestekker niet zoals voorgeschreven geïnstalleerd is.
- Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.

Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken bougiestekker. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.
- Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken! Gevaar: elektrische schok.
- Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst.
Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt.
Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
7 BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN

1 Veiligheidsbedieningshendel voor de motorrem
2 Verstelgreep voor instelling maaihoogte (draaggreep achter) met druktoets
3 Olievulopening met oliestaaf
4 Motorafdekking
5 Uitlaatrooster
6 Aanwijzing snijhoogte
7 Draaggreep voor
8 Bougie
9 Luchtfilter
10 Tankdop
11 Uitwerpklep
12 Greep starterkabel
Voor de montage bevinden zich de volgende afzonderlijke delen in de verpakking:
- Maaier met gemonteerde stuurboom
-
Opvangdoek, opvangzakframe, schans
• Gereedschapszakje met volgende inhoud: -
Bedieningshandleiding met Conformiteitsverklaring
- Garantiebepalingen en garantiekaart
- Diverse montageonderdelen.
NL
Mocht er toch een onderdeel ontbreken, neem dan contact op met uw gespecialiseerde vakhandelaar.
Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1)
De z-vormig in elkaar geklapte stang naar boven toe uit elkaar trekken A1.
- Als het bovenste en onderste gedeelte van de stang in één vlak liggen de beide vleugelmoeren met de hand vastdraaien E1.
- Zwenk op het onderste gedeelte van de duwstang de uiteinden met de getande kunststof aanpassingen zover naar achteren totdat deze in de eveneens getande uitsparing op de behuizing van de maaier vastklikken B1. Hierdoor kunt u de stang op drie verschillende hoogten instellen.
- De beide vleugelmoeren met de hand stevig vastdraaien B1.
- De kabel op de linkerzijde in de kabelgeleiding leggen. Daardoor wordt een vastklemmen van de kabel verhinderd bij het omklappen van de geleidestangen E1.
- De bowdenkabel met behulp van de kabelbanden uit de gereedschapszakje aan de onderste geleidestang bevestigen.
VOORZICHTIG
Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de vleugelmoeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de getande kunststof adapters uit de uitsparing aan de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar!
Montage van de startstang (Afbeelding D + L1)
- Om de starterkabel in te hangen moet eerst de veiligheidsschakelbeugel (1) aan het bovengedeelte van de stang (2) worden omgeklapt.
- De starterkabel (3) uittrekken en door een draaiende beweging in de houder van de starterhandgreep (4) haken.
Grasopvangzak monteren en dan in de maaier inhangen (Afbeelding Q1 + R1 + S1)
- De zijdelingse houderklem (2) van de schans (1) op het opvangzakframe drukken Q1.
- Langs onder de beugel (3) van de dwarse stang in de schans inhangen.
- Daarna de onderste houderklemmen (4) op de dwarse stang van het opvangzakframe drukken.
- Het frame van de opvangzak met de beugel vooraan in het opvangdoek plaatsen. De bovenste naden van het opvangdoek aan de beugel uitlijnen.
- De profielen van de opvangzak op de stangen van het frame drukken R1.
- De uitwerpklep van de maaier naar boven openen.
- Til de opvangzak op met de draaggreep, plaats de schans (1) aan de opening van de opvangzak en hang deze met zijn beide zijdelingse haken boven in de maaierbehuizing S1.
- De uitwerpklep op de opvangzak klappen.
Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I)

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
De maaihoogte wordt achter de motor ingesteld.
- Druk met de duim op de grijze druktoets, breng de maaier in de gewenste positie door de greep aan de maaier omhoog of omlaag te bewegen.
- Door het loslaten van de druktoets arrêteert de hendel in de gewenste maaihoogte.
- De markering links op de maaier toont de ingestelde maaihoogte aan.
BELANGRIJK
Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde grasmatten!
Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden.
Naast de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en vangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijden het gras.
9 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Alle schroefverbindingen en de bougiestekker controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name de bevestiging van de mesbalk moet gecontroleerd worden (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk“).
De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken.
Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaaan. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Olie bijvullen (Afbeelding Y1)

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
BELANGRIJK
Schade vermijden! De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gevuld.
Vóór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) met een trechter na het losschroeven van de oliepeilstok in deze opening vullen.
- De maaier op effen bodem parkeren.
- Olie langzaam tot aan de vulopening vullen. Niet te vol maken.
- Olieniveau controleren.
Oliepeilstok verwijderen. De peilstok met een schone lap afvegen, weer insteken en vastdraaien. Daarna de peilstok er weer uittrekken en het olieniveau aflezen. De olie moet zich tussen de markeringen "ADD" en "FULL"bevinden. Eventueel olie navullen. Het olieniveau mag echter niet boven de FULL-markering liggen. Oliepeilstok in de motor weer insteken en vastdraaien.
- Na het eerste vullen het bord „NO OIL“ (GEEN OLIE) boven aan de motor verwijderen.
Brandstof invullen

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
- Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standaard brandstof. Brandstof met maximaal 10% ethanol is acceptabel.
- Benzinedop losdraaien.
- Brandstof m. b. v. een trechter tot max. onderkant van de vulpijp invullen.
- Benzinedop weer aanbrengen en vastdraaien.
10 STARTEN VAN DE MOTOR (Afbeelding D + E)

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
De motor alleen starten als u achter de maaier staat.
De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden.
- De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken en vasthouden D.
- De startkabel (3) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt, dan snel uittrekken E, - de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren.
De motor loopt automatisch op het optimale max. toerental dat vereist is voor een mooi snijbeeld (motortoerental = mestoerental).
VOORZICHTIG
Startkabelgreep tijdens het starten stevig vastpakken. De greep zou anders uit de hand kunnen glijden. Verwondingsgevaar!
BELANGRIJK
De motor loopt alleen wanneer de veiligheidsschakelbeugel op het bovenste deel van de duwboom wordt gedrukt. Op het moment, dat u de schakelbeugel loslaat, dan klapt deze door veerdruk weer terug omhoog naar zijn uitgangspositie, de motorrem wordt geactiveerd en binnen drie seconden komen de motor en de messenbalk tot stilstand.
11 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (Afbeelding F)
– Veiligheidsschakelbeugel loslaten.
12 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD
Veiligheidsschakelbeugel loslaten.
- Het mes komt tot stilstand.
- De motor wordt uitgeschakeld.
OPGELET
Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos functioneert.
- als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaan.
Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
13 GRASOPVANGINRICHTING



Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Gebruik met grasopvangzak
Let er bij het maaien op, dat de opvangzak op tijd wordt leeggemaakt. Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk.
BELANGRIJK
Opvangzak niet met warm water reinigen!
BELANGRIJK
Men moet erop letten dat bij het hanteren met de opvangzak de schans (1) S1 niet verbogen wordt.
Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L)
- Motor uitschakelen.
- Uitwerpklep openen.
- De gevulde opvangzak van de maaier met de draagbeugel uit de maaier losshaken
- de uitwerpklep sluit automatisch.
- Opvangzak aan de draagbeugel en aan de onderzijde van de bodem vasthoudend grondig uitschudden.
Gebruik zonder opvangzak
WAARSCHUWING
Bij het gebruik zonder opvangzak moet de uitwerpklep aan het maaichassis steeds gesloten zijn (naar onder geklapt).
14 HET MAAIEN




Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Maaien op hellingen
OPGELET
Met de maaier kan in bermen en op hellingen met een schuinstand tot 25° gereden worden. Steilere schuinstanden kunnen schade aan de motor veroorzaken.
Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stabiel staat. In principe mogen met de hand geleide grasmaalers bij hellingen steiler dan 15° niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat!
Oliepeilcontrole
Vóór elk maaien het oliepeil controleren Y1. De motor nooit met te weinig of te veel olie laten lopen. Onherstelbare schade zou het gevolg kunnen zijn.
Controle van de bedrijfsveiligheid
Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaan. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Ter vermijding van een gevaar elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes controleren. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk").
Om de 10 bedrijfsuren ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Daarnaast schroeven en moeren controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien!
Controleren of de bougie goed bevestigd is! Aanraken is alleen gevaarlijk als de bougie niet volgens de voorschriften geïnstalleerd is. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken! Gevaar: elektrische schok.
Bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door tegen een hindernis aan te rijden, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist.
Tijdelijke beperkingen
Er bestaan plaatselijke voorschriften met betrekking tot de tijden, waarop maaiers mogen worden gebruikt. Informeert u zich a.u.b.voor het gebruik van de maaier bij de desbetreffende instantie.
Tips voor de verzorging van het gazon
Maaien (Afbeelding M)
WAARSCHUWING
Verwijder vóór elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen.
Een instructie over het thema gazonverzorging krijgt u op aanvraag van uw handelaar. Informatie en instructies voor het maaien vindt u ook op de homepage van de fabrikant.
Mulchen
Uw grasmaaier kan worden uitgerust met een mulchkit. De voor de ombouw op mulchsystem benodigde ombouwset is in de gespecialiseerde handel verkrijgbaar als toebehoren (bestel-nr. ombouwset zie Originele onderdelen en toebehoren).
De mulchkit bevat ook tips en informatie over mulchen. Ook op de homepage van de fabrikant vindt u informatie over het thema mulchen
WAARSCHUWING
De ombouw van de maaier op mulchsystem altijd laten uitvoeren door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde meskoppeling of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kunnen de mesbalken loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben.
Als het gras toch eens te hoog is om te mulchen, dan kan de mulchmaaier in een handomdraai worden omgebouwd voor het maaien met grasvangzak.
Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1)
- Motor afzetten.
- Uitwerpklep optillen.
- De mulchstop verwijderen uit het kanaal U2.
- De grasopvangzak in de voorziene houder aan de behuizing van de maaier hangen S1.
Een ombouw van het mulchmessysteem is niet noodzakelijk! Bij moeilijke maaiomstandigheden (bijv. nat gras) kan het wel voorkomen dat de opvangzak minder gevuld wordt.
Opdat het apparaat opnieuw als mulchmaaier kan worden ingezet, moet de mulchstop weer worden ingebouwd. Hiervoor de grasopvangzak eraf nemen, de mulchstop in het uitwerpkanaal steken en de uitwerpklep sluiten.
15 ONDERHOUDSINTERVALLEN
BELANGRIJK
Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Indien u gebreken vaststelt, gelieve u dan te wenden tot een geautoriseerde vakwerkplaats.
Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen.
De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden.
Vóór de eerste inbedrijfstelling
• Het oliepeil controleren Y1.
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- De messchroef controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Vóór elk bedrijf
- Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen.
- Radius van de begrenzingskabel controleren (indien ook een autonome maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
• Het oliepeil controleren Y1. - Toestand en goede bevestiging van het mes controleren, de messchroef eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
- Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren.
Om de 10 bedrijfsuren
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting.
Na elk bedrijf
- De maaier schoonmaken.
- Het mes controleren op beschadigingen en slijtage.
Inrijtijd – Na de eerste 5 bedrijfsuren
- De motorolie verversen Y1.
Om de 25 bedrijfsuren of om de drie maanden
- Papierelement van het luchtfilter schoonmaken W.
- Bougie reinigen en elektrodenafstand instellen Y.
Om de 50 bedrijfsuren of eenmaal per jaar
- De motorolie verversen Y1.
- De lagers van de wielen smeren.
Bij de jaarlijkse inspectie
• Papierelement van het luchtfilter laten vervangen W.
- Bougie laten vervangen Y.
16 VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE MAAIER
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken!
Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit!

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Reiniging (Afbeelding O)
BELANGRIJK
Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de maaier op de linkerzijde leggen (in rijrichting) omdat er anders startmoeilijkheden zouden kunnen optreden.
OPGELET
Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar!
Verwijder vuil en grasresten onmiddellijk na het maaien. Gebruik een borstel of een lap voor het reinigen.
Draai niet aan de mesbalk, want dan wordt er motorolie in carburator en luchtfilter gepompt en startmoeilijkheden kunnen optreden.
BELANGRIJK
Nooit met hogedrukreiniger of normale waterstraal de omgeving van de aandrijving, motordelen (zoals ontstekingssysteem, carburateur enz.) afdichtingen en lagerplaatsen reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn.
Opbergen
De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt.
Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1)
- Voor plaatsbesparende opslag of voor transport de vier vleugelmoeren zo ver losdraaien, dat de duwboom zonder weerstand in Z-vorm boven de motor in elkaar kan worden geklapt A1.
De getande kunststof adapters aan het onderste uiteinde van de duwboom moeten losspringen uit de uitsparing aan de behuizing. - De Bowdenkabel hierbij niet knikken of beknellen.
VOORZICHTIG
Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan de boom ongewild omslaan bij het losdraaien van de vleugelmoeren en het losspringen van de kunststof adapters uit de uitsparing aan de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom, bovenstuk en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar!
Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N)
- Als het apparaat moet worden gedragen, dit niet aan de uitwerpklep vastpakken! Pak het vooraan en achteraan vast aan de draaggreep N.
- Het apparaat staand transporteren.
- Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond opdat het apparaat niet kan wegrollen, voordat het wordt vastgezet.
- De grasopvangbak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken.
- Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn riemen van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik.
- Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Zet het apparaat bij de wielen zodanig vast dat het tijdens het rijden niet beweegt.
OPGELET
De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te stevig wordt vastgemaakt, kunnen er beschadigingen optreden.
Onderhoud van de messenbalk
Een scherp mes garandeert optimaal snijresultaat. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los de te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen
Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q)
WAARSCHUWING
Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen.
De snijvlakken van de messenbalk mogen alleen worden bijgeslepen totdat de markering (1) op de messenbalk (ring) (zie afbeelding Q) is bereikt. OPGELET! Slijphoek van 30° in acht nemen.
Uw vakbedrijf kan deze waarde (slijtagelimiet) voor u controleren!
WAARSCHUWING
Een mes waarbij de slijtagegrens (markering) werd overschreden kan breken en weggeslingerd worden, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken.
Vervangen van de messenbalk
WAARSCHUWING
Het vervangen van de mesbalk moet absoluut worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde meskoppeling of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben.
- Bij de vervanging alleen originele mesbalken gebruiken. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
- Snijgereedschappen ter vervanging moeten permanent met de naam en/of het logo van de firma of leverancier en met het deel-nr. zijn gekenmerkt.
Onderhoud van de wielen (Afbeelding S)
Eenmaal per jaar of om de 50 bedrijfsuren de lagers van de wielen inoliën.
- Wieldoppen demonteren.
- Met een sleutel de moeren losdraaien en de wielen verwijderen.
- Schuif, nadat de lagers gesmeerd zijn, de wielen op en schroef deze weer zo vast, dat de wielen nog makkelijk maar zonder speling kunnen draaien.
17 ONDERHOUD VAN DE MOTOR

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
WAARSCHUWING
Verwondingen vermijden! Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide en kunnen ernstige aandoeningen of dood tot gevolg hebben.
De motor niet in gesloten ruimten, zoals garages, inschakelen, ook niet als deuren en vensters geopend zijn. De machine naar buiten bewegen voordat de motor wordt gestart.
BELANGRIJK
Voor de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor en/of de maaier op de linker zijde leggen (in rijrichting), omdat anders startmoeilijkheden kunnen optreden.
OPGELET
Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar!
Het regelmatig uitvoeren van de voorgeschreven service- en onderhoudswerkzaamheden vormt de voorwaarde voor een duurzame en storingvrije functie van de motor en bovendien een basisvoorwaarde voor garantieaanspraken. De motor vooral uitwendig altijd schoonhouden, vooral de omgeving van geluiddemper en cilinder moet altijd vrij van vreemde voorwerpen zijn (bijv. grasresten). Uitlaat en motor bereiken tijdens het bedrijf zeer hoge temperaturen. Brandbare vreemde voorwerpen zoals loof, gras enz. kunnen ontbranden.
Ook een foutloze koeling is alleen gegarandeerd als de cilinderribben steeds schoon zijn.
BELANGRIJK
De motor nooit met een hogedrukreiniger of een normale waterstraal reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn.
Olie wisselen
AANWIJZING
Om het milieu te beschermen adviseren wij de olieverversing door een vakwerkplaats te laten uitvoeren.
Bij een nieuwe motor moet de olie voor de eerste keer na 5 bedrijfsuren worden gewisseld, later om de 50 bedrijfsuren of minstens 1 keer per seizoen.
- De olie wisselen, zolang de motor warm is.
-
Voor de motor of de machine op het toestel wordt gekanteld om olie af te tappen, de benzinetank leegmaken en de motor zolang laten lopen, tot hij wegens brandstoftekort stil valt.
-
Schakel de motor uit en trek de bougiestekker los.
- Voor het verversen van de olie, de oliepeilstok uit de vulpijp halen en de maaier zodanig kantelen dat de oude olie in een opvangbak vloeit. Afgewerkte olie niet laten weglopen in het riool of in de grond, maar afvoeren volgens de plaatselijke milieuvoorschriften.
- Daarna de maaier weer rechtop zetten en kwaliteitsolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen. Oliepeilstok vastschroeven en oliepeil controleren (zie hoofdstuk Olie invullen, zie afbeelding Y1)!
Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W) BELANGRIJK
Nooit de motor met gedemonteerde luchtfilter starten of laten lopen.
- De schroef van het luchtfilterdeksel losdraaien en naar beneden klappen.
- Filterelement (1) voorzichtig wegnemen en op een gladde onderlaag zacht uitkloppen of bij sterke vervuiling vernieuwen.
- Filterelement nooit met olie bestrijken of met perslucht schoonblazen. Erg vuile of vette filterelementen moeten door nieuwe vervangen worden.
- Na het reinigen of vervangen het filterelement in het huis plaatsen en deksel zorgvuldig sluiten.
Bij ongunstige gebruiksvoorwaarden (sterke stofontwikkeling) is de reiniging bij iedere maaibeurt noodzakelijk, in andere gevallen om de 3 maanden of om de 25 bedrijfsuren. (Bestelnr. filterelement zie originele reserveonderdelen en accessoires)
Controle van de bougie (Afbeelding Y)
Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker aftrekken en de bougie losschroeven. Als de elektrode sterk versleten is, dan dient de bougie te worden vervangen (bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires).
De bougie kan eventueel ook met een staalborstel worden gereinigd. Vervolgens dient de elektrodeafstand te worden afgesteld op 0,7 mm. De bougie (op omkeerring letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een dopsleutel handvast monteren.
Bougiestekker erop drukken. De bougie elk jaar vervangen.
Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand)
- Benzinetank leegmaken en motor zo lang laten draaien tot deze door gebrek aan brandstof automatisch afslaat.
- Schakel de motor uit en trek de bougiestekker af.
- De olie aftappen zolang de motor nog warm is. Met verse olie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen.
- Gras- en maaibezinksel van cilinder en koelribben, onder de motorkap en rondom de uitlaat verwijderen.
- De maaier moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
18 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN DAARVAN
| Storingen | Mogelijke | oorzaken | Oplossing |
| Motor slaat niet aan | Schakelbeugel is niet omgeklapt. | Schakelbeugel op het bovenstuk van duwstang drukken D. | |
| Brandstoftank leeg. Zuivere en nieuwe brandstof natanken. | |||
| Bougiestekker los. Bougiestekker plaatsen of door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | |||
| Bougie defect resp. vuil of elektroden opgebrand. | Bougie vervangen of reinigen, afstand tussen de elektroden op 0,7mm instellen Y. | ||
| Motor krijgt te veel benzine (bougie nat). | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Luchtfilter vuil. Luchtfilter | schoonmaken resp. vervangen W. | ||
| Motorvermogen neemt af | Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . | |
| Bougie verkoold. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Motor draait onregelmatig | Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . | |
| Bougie verkoold. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Sterke trillingen (vibratie) | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | |
| Snit onzuiver, gazon wordt geel | Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren Q . | |
| Maaihoogte te gering. Grotere maaihoogte instellen I . | ||
| Toerental van de motor te laag. | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | |
| Maaien met te hoge snelheid. | Maaisnelheid aanpassen. | |
| Maaibanen niet voldoende overlapt. | Bij hoog gras moeten de maaibanen eventueel verder overlappen. | |
| Gazon is warboel. Door een verticuteermachine te gebruiken kan de kwaliteit van het gazon merkbaar beter worden. | ||
| Uitworp verstopt | Toerental van de motor te laag. | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. |
| Maaihoogte te gering terwijl het gras te lang is. | Grotere Maaihoogte instellen I . | |
| Maaien met te hoge snelheid. | Maainsnelheid aanpassen. | |
| Gras is vocht. Gazon laten drogen. | ||
| Het gemulchte gras ziet er slecht uit: Klompen, bovenmatige maalgoedhoeveelheden, grof gemaaid | Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren. | |
| Mulchregel niet nageleefd (max. 1/3 van de grashoogte snijden; de te snijden grashoogte moet kleiner dan 10 cm zijn) | Grotere maaihoogte instellen I .Maaier op achteruitworp ombouwen U2 + S1 en gazon eerst met hoge snij-instelling maaien. | |
| Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid aanpassen. | ||
| Grasverzameling onder het maaiwerk. | Grotere maaihoogte instellen I . | |
| Maaibanen niet voldoende overlapt. | Bij hoog gras moeten de maaibanen eventueel verder overlappen. | |
| Gras is vocht. Grotere maaihoogte instellen I .Gazon laten drogen. | ||
Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtst bijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats.
Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert.
| Motor B&S 4-takt-motor, 650 Quantum | |
| Cilinderinhoud | 1903 |
| Toerental | 2800-1 |
| Apparaatvermogen | 2,4 |
| Afstand elektroden 0,7 mm | |
| Brandstof | Loodvrije standaard brandstof, met max. 10% ethanol |
| Tankinhoud | ca.1,5 liter |
| Smeerolie | SAE 30, SAE 20W50, SAE 15W40 of soort-gelijke kwaliteitsolie |
| Hoeveelheid olie | 0,6 liter |
Maaier
| Behuizing | Slagbestendige kunststof (PP) |
| Maaibreedte | 400 mm |
| Maaihoogte | Zentrale, 25, 32, 40, 50, 60, 75 mm |
| Stuurboom in hoogte regelbaar | 3-voudig |
| Capaciteit opvangzak | 44 liter |
| Gewicht | 25 kg |
| Lengte | 1360 mm |
| Breedte | 455 mm |
| Hoogte | 1010 mm |
| Wielen voor / achter | 150 mm / 180 mm |
| Lagers voor | Conische kogellagers |
| Lagers achter | Conische kogellagers |
Geluidsvermogen
| Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten conform 2000/14/CE | Lwa = 96 dB(A) |
Geluidsdrukniveau
| Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN ISO 5395-2 | LpA = 84 dB(A) |
| Meetonzekerheden; conform ISO 4871 | 3 dB |
Trillingen
| Trillingen aan de stuurboom; gemeten volgens EN ISO5395-2 | ahW = 5 m/s2 |
| Meetonzekerheden; conform EN12096 | 2,5 m/s2 |
20 ORIGINELE ONDERDELEN
| Motorolie | SA24208 |
| Bougie | SA16815 |
| Luchtfilterelement | SA26547 |
| Set voor verbouwen van de maaimachine om te mulchen | SA575 |
1 Introducción....2





