PRS-D1200M - Ontvanger PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PRS-D1200M PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PRS-D1200M PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRS-D1200M - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRS-D1200M van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING PRS-D1200M PIONEER
Inhoudsopgave Alvorens ge
Alvorens gebruik .... 1
Bezoek onze website 1
Bij problemen 2
Over dit product 2
WAARSCHUWING 2
WAARSCHUWING 2
Instellen van dit toestel 3
Spanningsindicator 3
Bovenafdekking 3
Subsonic Keuzetoets ....3
Bass Boost regelaar 3
BFC (Beat Frequency Control) schakelaar ..... 3
MODE SELECT schakelaar 4
Versterkingsregelaar 4
Regelaar voor drempelfrequentie voor LPF ..... 4
Ingangsschakelaar 4
POWER MODE schakelaar 4
Correct instellen van de Gain (extra versterking) 5
Aansluiten van het toestel 6
Aansluitschema 7
Aansluitingen zonder solderen 8
Aansluiten van het spanningsaansluitpunt ...... 8
Verbinden van de luidsprekeruitgangsaansluitingen .... 9
Gebruik van de luidspreker-ingang 9
Aansluiten van de luidsprekerdraden 10
Installatie 14
Bevestigen van de Bass Boost afstandsbediening 15
Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis 15
Terugzetten van de bovenafdekking 15
Dank U zeer voor de aanschaf van dit PIONEER-product. Lees deze gebruiksaanwijzing goed door, voordat het toestel in gebruik genomen wordt.

Deponeer dit product niet bij het gewone huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsysteem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar maken en de recycling van gebruikte elektronische producten.
In de lidstaten van de EU, Zwitserland en Noorwegen kunnen particulieren hun gebruikte elektronische producten gratis bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen of een verkooppunt (indien u aldaar een gelijkwaardig nieuw product koopt) inleveren.
Indien u zich in een ander dan bovengenoemd land bevindt kunt u contact opnemen met de plaatselijke overheid voor informatie over de juiste verwijdering van het product.
Zodoende zorgt u ervoor dat het verwijderde product op de juiste wijze wordt behandeld, opnieuw bruikbaar wordt gemaakt, t gerecycleerd en het niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.
Bezoek onze website
Hier vindt u onze site:
http://www.pioneer.nl
- Registreer uw product. Wij bewaren de gegevens van het product dat u heeft aangeschaft zodat u deze eenvoudig kunt opvragen als u die nodig mocht hebben voor de verzekering na bijvoorbeeld verlies of diefstal.
- O p onze website vindt u de laatste informatie over Pioneer Corporation.
Bij problemen
Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde PIONEER service-centrum, wanneer de eenheid niet juist functioneert.
Over dit product
Dit product is een klasse D versterker voor de subwoofer. Als zowel de L (linker) als R (rechter) kanalen zijn aangesloten op de RCA (tulp) ingangsaansluitingen van dit product, zal de geluidsweergave gemengd zijn omdat dit product een mono-versterker is.
WAARSCHUWING
- V ervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.
- Gebruikt de meegeleverde inbussleutel om de schroeven of bouten vast te draaien wanneer u de draden aan de aansluitingen bevestigt. Gebruik van een los verkrijgbare, lange inbussleutel kan ertoe leiden dat er teveel kracht wordt gezet, hetgeen de aansluitingen en de bedrading zou kunnen beschadigen.
WAARSCHUWING
- We raden u aan de speciale, los verkrijgbare, rode accudraad en aardedraad [RD-228] te gebruiken. Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.
- R aak de versterker niet met natte handen aan. U zou anders een elektrische schok kunnen krijgen. Raak de versterker tevens niet aan wanneer deze nat is.
- V oor de verkeersveiligheid dient u het volume zodanig in te stellen dat u verkeerssignalen en ander verkeer nog goed kunt horen.
- C ontroleer de verbindingen van de spanningstoevoer en luidsprekers inden de zekering van het los verkrijgbare accudraad of de zekering van de versterker regelmatig doorbrandt. Zoek de oorzaak en los het probleem op. Plaats vervolgens een nieuwe zekering van hetzelfde formaat en ampérage.
- Om een onjuiste werking van de versterker en luidsprekers te voorkomen, schakelt het beschermingscircuit van de versterker de spanning naar de versterker uit indien de omstandigheden niet normaal zijn. Schakel in dit geval de spanning van het systeem uit (OFF), controleer de verbinding met de spanningsbron en luidsprekers. Zoek de oorzaak en los het probleem op.
- R aadpleeg de plaats van aankoop indien u de oorzaak niet kunt vinden.
- Om een elektrische schok of kortluiting te voorkomen tijdens het aansluiten en installeren, moet de negative (-) pool van de accu worden ontkoppeld voordat u de eenheid aansluit.
- C ontroleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
- Laat de versterker IN GEËN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
Instellen van dit toestel
- Om de schakelaar te verzetten kunt u indien nodig een kleine schroevendraaier gebruiken.

text_image
Spanningsindicator De spanningsindicator licht op wanneer de spanning wordt ingeschakeld. Bovenafdekking Voor u het toestel gaat installeren, dient u de schroeven los te maken met een inbussleutel van 4 mm en dient u de bovenafdekking te verwijderen. Subsonic Keuzetoets Het Subsonic filter houdt onhoorbare frequencies lager dan 20 Hz tegen om ongewenste vibraties te voorkomen en vermogensverliezen te minimaliseren. Bass Boost regelaar U kunt de lage tonen extra versterken (Bass Boost) met 0, 6, 9 of 12 dB. Voor aanwijzingen amtrant hetBFC (Beat Frequency Control) schakelaar
De BFC schakelaar bevindt zich aan de onderkant van het toestel. Als u een ritmisch geluid (beat) hoort wanneer u naar een MW/LW uitzending luistert met uw autostereo, kunt u de BFC schakelaar verzetten met behulp van een kleine schroevendraaier.
MODE SELECT schakelaar
U kunt de synchronisatiefunctie van de versterker instellen op MASTER, SYNC, of SYNC INV. Zet de MODE SELECT schakelaar op MASTER wanneer u alleen de versterker gebruikt. Wanneer u twee of meer van deze synchroon geschakelde versterkers gebruikt, dient u de eerste daarvan op MASTER te zetten en de resterende op SYNC of SYNC INV afhankelijk van de manier waarop ze zijn aangesloten. De versterkers moeten alleen op SYNC INV worden ingesteld wanneer ze synchroon geschakeld zijn in een brugschakeling. Wanneer u over wilt schakelen naar de SYNC INV stand zult u de stopper van de MODE SELECT schakelaar moeten verwijderen zodat u de SYNC INV schakelaar kunt zien. Verwijder de stopper pas nadat u zich ervan heeft overtuigd dat de verbindingen correct gemaakt zijn. Zie “Aansluiten van de luidsprekerdraden” voor details omtrent de MODE SELECT schakelaar.
Versterkingsregelaar
Draai de versterkingsregelaar naar rechts indien de weergave te zacht klinkt, zelf wanneer het volume is verhoogd met de autostereo die u met deze eindversterker gebruikt. Draai de versterkingsregelaar naar links indien het geluid vervormt wanneer het volume wordt verhoogd.
- W anneer u een auto-stereo gebruikt met RCA (standaard uitgangsspanning 500 mV), dient u de NORMAL stand in te stellen. Wanneer u een Pioneer autostereo met RCA gebruikt, met een maximale uitgangsspanning van 4 V of meer, dient u het niveau aan te passen aan het uitgangsniveau van de autostereo.
- W anneer u te veel ruis hoort bij het gebruik van de luidsprekeringangsaansluitingen, moet u de versterkingsregelaar naar links draaien.
Regelaar voor drempelfrequentie voor LPF
U kunt een drempelfrequentie van 40 Hz t/m 240 Hz kiezen.
Ingangsschakelaar
Het is mogelijk signalen te ontvangen van de externe uitgang van een autostereo of de luidspreker-uitgang van een autostereo. Verzet de ingangsschakelaar voor u de stroom inschakelt. Omdat er een zeer hard geluid geproduceerd kan worden via de luidsprekers wanneer u de ingangsschakelaar omzet terwijl de stroom is ingeschakeld, zal de stroom worden uitgeschakeld door een ingebouwde beveiliging. Bij gebruik van een externe uitgang dient u deze schakelaar naar links te zetten. Voor instructies betreffende de aansluitingen verwijzen we u naar het “Aansluitschema”. Bij gebruik van een luidspreker-uitgang dient u de schakelaar naar rechts te zetten. In dit geval is het nodig het meegeleverde luidspreker-ingangssnoer met RCA (tulp) stekkers te gebruiken. Zie voor details de paragraaf “Gebruik van de luidspreker-ingang”.
POWER MODE schakelaar
Bij gebruik van luidsprekers met een synthetische impedantie van 2 Ω t/m 8 Ω, dient u deze schakelaar in de rechter stand (NORMAL) te zetten. Bij gebruik van luidsprekers met een synthetische impedantie tussen 1 Ω en 2 Ω, dient u deze schakelaar in de linker stand (HI-CURRENT) te zetten. Deze instellingen worden alleen gebruikt wanneer u een enkele versterker gebruikt. Zie “Aansluiten van de luidsprekerdraden” wanneer u meerdere versterkers wilt combineren.
Als de luidsprekerimpedantie hoger is dan 2 Ω (4 Ω in brugschakeling), kunt umet deze schakelaar in de NORMAL stand een hoger vermogen realiseren dan wanneer de POWER MODE schakelaar op HI-CURRENT zou staan.
Correct instellen van de Gain (extra versterking)
- D it toestel is uitgerust met een beveiliging die bedoeld is om storingen aan het toestel zelf en aan de luidsprekers veroorzaakt door een te hoog uitgangsvermogen, onjuist gebruik of onjuiste aansluitingen te voorkomen.
- W anneer er geluid wordt gereproduceerd bij een te hoog volume enz. zal deze functie de geluidsweergave binnen een paar seconden onderbreken. Dit duidt echter niet op een storing. Wanneer u het volume van het hoofdtoestel lager zet, zal de geluidsweergave worden hersteld.
- A ls de geluidsweergave wordt onderbroken, is het mogelijk dat de 'gain' (extra versterking) van dit toestel incorrect is ingesteld. Om er zeker van te kunnen zijn dat de geluidsweergave niet zal worden onderbroken wanneer het hoofdtoestel met een hoog volume weergeeft, dient u de 'gain' instelling van de versterker op een geschikte stand te zetten in overeenstemming met het maximale pre-out uitgangsniveau van het hoofdtoestel. Zo is het niet nodig het volume van het hoofdtoestel te verlagen en wordt een te hoog uitgangsniveau voorkomen.
- A Is u het volume van het hoofdtoestel hoger zet en de 'gain' (extra versterking) van de versterker op de juiste stand, maar merkt dat het geluid nog steeds zo nu en dan onderbroken wordt, dan dient u contact op te nemen met uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER service-centrum.
'Gain' instelling van dit toestel

text_image
Pre-out niveau: 4 V GAIN NORMAL Pre-out niveau: 6,5 V 6.5V 0.4V Pre-out niveau: 2 V (Standaard: 500 mV)- O p de afbeelding hierboven is de GAIN ingesteld op NORMAL.
Verhouding tussen de 'gain' van de versterker en het uitgangsvermogen van het hoofdtoestel

flowchart
graph LR
A["Normale 'gain'"] -->|Gelijk vermogen| B["Volumestappen hoofdtoestel"]
C["Maximale 'gain'"] -->|Gelijk vermogen| D["Volumestappen hoofdtoestel"]
E["Vermogen"] --> F["Normale 'gain'"]
G["Vermogen"] --> H["Maximale 'gain'"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccc,stroke:#333
style D fill:#ccc,stroke:#333
style F fill:#fff,stroke:#333
style G fill:#fff,stroke:#333
- Als u de 'gain' (extra versterking) van de versterker op een ongeschikt niveau instelt, zal alleen de vervorming toenemen en zal het vermogen slechts marginaal toenemen.
Golfvorm signaal bij weergave met hoog volume via de 'gain' instelling van de versterker

flowchart
graph LR
A["Normale 'gain'"] --> B["Golfvorm signaal"]
B --> C["'Gain' versterker (normaal)"]
C --> D["Maximale 'gain'"]
D --> E["Golfvorm signaal"]
E --> F["'Gain' versterker (maximaal)"]
F --> G["Gelijk vermogen"]
G --> H["End"]
- B ij een hoog uitgangsvermogen wordt de golfvorm van het signaal vervormd, terwijl het vermogen slechts marginaal zal veranderen als u de 'gain' van de versterker hoger instelt.

WAARSCHUWING
- V oorkom kortsluiting en beschadiging van de eenheid en ontkoppel de nagatieve (-) accupool van het voertuig.
- Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleer- of plakband vast. Bescherm de bedrading door de gedeelten in de buurt van metalen delen met isoleerband af ze dekken.
- L eid de draden niet langs plaatsen die heet worden, bijvoorbeeld in de buurt van de verwarmingselementen. Indien de isolatie van draden heet wordt, zullen de draden worden beschadigd met kortsluiting tot gevolg.
-
Z org dat de bedrading de werking van bewegende of verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de versnelling, handrem of stoelverstelmechanismen van het de auto niet hindert.
-
Sluit draden niet kort. Het beschermingscircuit werkt anders namelijk niet wanneer het voor de veiligheid zou moeten functioneren.
- T ap het spanningsdraad van dit toestel niet af voor gebruik van andere apparaten. Het vermogen van het draad zou dan namelijk worden overschreden, met oververhitting tot gevolg.
- V ervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.

WAARSCHUWING:
Om beschadiging en/of letsel te voorkomen
- A ard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks en sluit evenmin een negatief snoer (−) aan voor verschillende luidsprekers.
- D it toestel is ontworpen voor auto's met een accu van 12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolg eerst de accuspanning na voor u het toestel installeert in een recreatief voertuig, vrachtwagen of bus.
- D e accu raakt mogelijk uitgeput indien de autostereo langdurig is ingeschakeld maar de motor stationair draait of is uitgeschakeld. Zet de autostereo uit wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
- A is het systeem-afstandbedieningssnoer van de versterker is aangesloten op de spanningsaansluiting via de contactschakelaar (12 V gelijkstroom), is de versterker altijd ingeschakeld wanneer het contact aanstaat, ongeacht of de autostereo wel of niet door u is aangezet. Hierdoor raakt de accu mogelijk uitgeput wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
-
Sluit GEEN subwoofer aan met een lagere impedantie dan opgegeven onder “Aansluiten van het toestel”. Dit kan namelijk leiden tot schade aan de versterker, rookontwikkeling en oververhitting. Ook kan het oppervlak van de versterker heet aanvoelen, hetgeen zelfs kan leiden tot lichte brandwonden.
-
U kunt drie soorten subwoofers aansluiten op de versterker; 1: een subwoofer met een nominaal ingangsvermogen van 420 W of meer en een impedantie van 4 Ω, 2: een subwoofer met een nominaal ingangsvermogen van 600 W of meer en een impedantie van 2 Ω of 3: een subwoofer met een nominaal ingangsvermogen van 600 W of meer en een impedantie van 1 Ω. Als het nominale ingangsvermogen en de impedantie buiten de genoemde waarden ligt, kan de subwoofer vlam vatten, rook uitstoten of kapot gaan.
- Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zo ver als mogelijk uit de buurt van de luidsprekerdraden. Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad en aardedraad, luidsprekerdraden en de versterker zo ver als mogelijk uit de buurt van de antenne, antennekabel en tuner.
Aansluitschema
- Dit schema laat de verbindingen zien bij gebruik van een externe uitgang. Schuif de ingangsschakelaar naar links (RCA).
- Wanneer u een externe uitgang van een autostereo aansluit op een RCA (tulpstekker) ingang, dient u de aansluiting voor geluidsignalen met het volledige toonbereik te gebruiken. De reden hiervoor is dat het laag-doorlaatfilter (LPF) van de versterker niet uitgeschakeld kan worden. Als deze aansluiting niet gebruikt kan worden, dient u de uitgangsaansluiting voor de subwoofer te verbinden met de RCA ingangsaansluiting.
- Bij gebruik van een luidspreker-uitgang zullen de noodzakelijke verbindingen afwijken van dit schema. Raadpleeg voor details de paragraaf "Gebruik van de luidspreker-ingang". In beide gevallen dient u de ingangsschakelaar op de juiste stand te zetten. Zie voor details hieromtrent de paragraaf "Instellen van dit toestel".

flowchart
graph TD
A["Doorvoerbuisje"] --> B["Zekering (40 A) × 2"]
B --> C["Speciaal rood accusnoer [RD-228"] (los verkrijgbaar)]
B --> D["Aardingssnoer (zwart) [RD-228"] (los verkrijgbaar)]
B --> E["Bass Boost afstandsbediening"]
E --> F["6 m"]
F --> G["Aansluiting voor Bass Boost afstandsbediening"]
G --> H["Verbind deze aansluiting met de Bass Boost afstandsbediening via de daarbij behorende draad."]
H --> I["Zekering (40 A) × 2"]
I --> J["Luidsprekeruitgangs-aansluitpunt Raadpleeg het hoofdstuk “Aansluiten van de luidsprekerdraden” voor richtlijnen i.v.m. het aansluiten van luidsprekers."]
J --> K["Externe uitgang"]
K --> L["Aansluitsnoer met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar)."]
K --> M["Autostereo met RCA-uitgangspenaansluitingen"]
M --> N["SYNC OUT/ SYNC IN aansluiting"]
N --> O["Zie “Aansluiten van de luidsprekerdraden” voor aanwijzingen omtrent het gebruik van de SYNC OUTPUT/SYNC INPUT aansluiting."]
Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar)
Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voor de systeemafstandsbediening van de autostereo (SYSTEM REMOTE CONTROL). Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op het relais-besturingsaansluitpunt van de automatische antenne. Als de autostereo niet beschikt over een systeem-afstandsbe-dieningsaansluitpunt, sluit dan het mannelijke aansluitpunt aan op het spanningsaansluitpunt via de contactschakelaar.
Aansluitingen zonder solderen
- Sluit geen bedrading met blootliggende geleiderkern aan op de stroomaansluitingen van deze versterker (spanningsaansluitpunt, GND aardeaansluiting, aansluiting voor systeemafstandsbediening). Als de blootliggende geleiderkern van een dergelijke draad los raakt of breekt, zou dit kunnen leiden tot kortsluiting of brand.
- Omdat de draad na verloop van tijd los zal komen te zitten, moet u deze regelmatig controleren en indien nodig opnieuw vastzetten.
- Zet de uiteinden van de draadjes niet vast door ze te solderen of af te binden.
- L et er bij het vastdraaien op dat u de draad niet met de isolatie vastklemt.
- G ebruik de meegeleverde inbussleutel om de schroef van de versterkeraansluiting vast of los te draaien. Zet de draad goed vast met de schroef van de aansluiting. Omdat echter te vast aandraaien van de aansluitingsschroef voor de systeemafstandsbediening het risico met zich meebrengt dat de draad beschadigd raakt, moet u de draad bij het vastdraaien goed in de gaten houden en voorzichtig zijn dat u de schroef niet te vast aandraait.
Aansluiten van het spanningsaansluitpunt
- We raden u aan de speciale, los verkrijgbare, rode accudraad en aardedraad [RD-228] te gebruiken. Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.
- D e aanbevolen maten voor de draden (AWG: American Wire Gauge) zijn als volgt. De accudraad en de aarddraad moeten allemaal dezelfde maat hebben.
- G ebruik draad van 10 AWG tot 20 AWG voor de draad voor de systeemafstandsbediening.
Maat voor de accudraad en de aarddraad
| Draadlengte minder dan minder dan minder dan 4,5 m 7,2 m 11,4 m |
| Draadmaat 8 AWG 6 AWG 4 AWG |
1. Trek het accudraad van het motorgedeelte naar de cabine van de auto.
- S luit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoeraansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu.

text_image
Positieve aansluiting (+) Motor- compartment Interieur van het voertuig Zekering (40 A) × 2 Steek het rubberen O-vormige doorvoerbuisje in de carrosserie van de auto. Boor een gat van 13 mm in de carrosserie van de auto.2. Sluit de draden aan.
- Z et de draden stevig met de schroeven van de aansluitingen vast.

text_image
Aansluiting voor systeemaftstandsbediening Spannings-aansluitpunt (POWER) Accudraad Aandingsnoer Draad voor systeemaftstandsbediening Aansluitpuntschroeven GND aarde-aansluitingWAARSCHUWING
Als de accudraad niet goed wordt bevestigd aan het aansluitpunt met behulp van de schroef, kan het aansluitpunt oververhit raken, hetgeen kan leiden tot schade en letsel, met inbegrip van lichte brandwonden.
Verbinden van de luidsprekeruitgangsaansluitingen
- G ebruik draad van 10 AWG tot 16 AWG voor luidsprekerdraad.
- Strip ongeveer 10 mm tot 12 mm van de isolatie van het uiteinde van de luidsprekerdraden met een striptang of mes.

- Verbind de luidsprekerdraden met de luidsprekeruitgangsaansluiting.
- Zet de luidsprekerdraden goed met de schroeven van de aansluiting vast.

text_image
Aansluitpuntschroeven Luidspreker- uitgangsaansluiting LuidsprekerdraadGebruik van de luidspreker-ingang
Sluit de uitgangsdraden van de autostereo aan op de versterker via de meegeleverde luidspreker-ingangsdraad met RCA (tulp) stekkers.
- Schuif de ingangsschakelaar naar rechts (SP).
Verbindingen bij gebruik van de luidspreker-ingang

flowchart
graph TD
A["Autostereo"] --> B["Luidspreker-ingang"]
B --> C["Wit: Zwart: Zwart: Rood: Links ⊕ Links ⊖ Rechts ⊖ Rechts ⊕"]
C --> D["Luidspreker-ingangsdraad met RCA (tulp) stakkers"]
Naar de RCA-ingangsaansluiting van dit toestel.
- Als resultaat van het aansluiten van de luidspreker van de autostereo op de versterker, zal de stroom voor de versterker automatisch worden ingeschakeld wanneer de autostereo aan wordt gezet. In dit geval is het niet nodig de draad voor de systeemafstandsbediening aan te sluiten.
- W anneer de versterker en het hoofdtoestel op elkaar zijn aangesloten met een luidsprekerdraad met RCA (tulpstekker) aansluitingen, zal de versterker alleen worden ingeschakeld wanneer er slechts één versterker wordt gebruikt. Als er twee of meer versterkers gecombineerd synchroon zijn geschakeld, dient u het hoofdtoestel en alle versterkers op elkaar aan te sluiten met de systeembedieningsdraad.
Opmerking:
- Sluit de draad voor de systeemafstandsbediening aan wanneer de stroom voor de versterker niet ingeschakeld moet worden wanneer de autostereo wordt aan gezet.
Aansluiten van de luidsprekerdraden
Sluit de luidsprekerdraden aan en zet de MODE SELECT en POWER MODE schakelaars op de voor uw systeem correcte standen, zoals hieronder en op de volgende bladzijde aangegeven.
- Wanneer er twee of meer versterkers gecombineerd synchroon zijn aangesloten, dient u uitsluitend deze versterkers te gebruiken. Gebruik deze versterkers niet door elkaar met andere versterkers.
- Wanneer er twee of meer versterkers gecombineerd synchroon zijn aangesloten, dient u de extra versterking (Gain), subsonische keuzeschakelaar, afsnijfrequentie voor het laag-doorlaatfilter en de extra lage tonenversterking (Bass Boost) te regelen via de versterker waarvan de MODE SELECT schakelaar op MASTER is gezet. Deze instellingen functioneren niet voor versterkers die op SYNC of SYNC INV staan.

WAARSCHUWING
Diagram A - Correct Diagram B - Incorrect

text_image
4 Ω Luid- spreker 4 Ω Luid- spreker2 Ω brugschakeling

text_image
4 Ω Luid- spreker1 Ω brugschakeling
4 Ω Luidspreker
U mag deze versterker NIET installeren of gebruiken door luidsprekers van 2 Ω (of lager) parallel te bedraden om een overbrugde modus (brugschakeling; diagram B) van 1 Ω (of lager) te verkrijgen.
Een onjuiste overbrugging kan leiden tot schade aan de versterker, rook en oververhitting. Het oppervlak van de verwerker kan ook te heet worden om aan te raken en dit kan resulteren in lichte brandwonden.
Om een overbrugde modus (brugschakeling) op de juiste manier te installeren of te gebruiken en een belasting van 2 Ω te verkrijgen, dient u twee luidsprekers van 4 Ω parallel te bedraden met Links + en Rechts - (diagram A) of een enkelvoudige luidspreker van 2 Ω te gebruiken.
Als de synthetische impedantie tussen 2 Ω en 4 Ω ligt, moet u de POWER MODE schakelaar op de HI-CURRENT stand zetten.
Raadpleeg bovendien de handleiding van de luidspreker in kwestie voor meer informatie over de juiste manier van aansluiten.
Enkele versterker

text_image
De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. Aansluiten op een autostereo. Zie het "Aansluitschema" voor details. 1 Ω tot 8 Ω- Gebruik luidsprekers met een impedantie van 1 Ω tot 8 Ω.
- De instelling van de POWER MÔDE schakelaar hangt af van de luidsprekerimpedantie. Zie "Instellen van het toestel" voor details.
Twee versterkers (Ex. brugschakeling)

text_image
De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. SYNC OUT Zie het "Aansluitschema" voor details. 2 Ω tot 16 Ω De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC INV staan. Luidsprekerdraad (los verkrijgbaar). Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). SYNC IN- Gebruik alleen luidsprekers met een impedantie van 2 Ω tot 16 Ω. Controleer bovendien of de synthetische tenminste 2 Ω bedraagt wanneer er meerdere versterkers in brugschakeling worden gebruikt.
- D e instelling van de POWER MODE schakelaar hangt af van de luidsprekerimpedantie. Zet de POWER MODE schakelaar op de HI-CURRENT stand bij een impedantie tussen 2 Ω en (minder dan) 4 Ω, of zet deze schakelaar op NORMAL bij een impedantie tussen 4 Ω en 16 Ω. Voor beide versterkers wordt dezelfde instelling gebruikt.
- W anneer u over wilt schakelen naar de SYNC INV stand zult u het stickertje van de MODE SELECT schakelaar af moeten halen zodat u de SYNC INV schakelaar kunt zien. Haal het stickertje pas weg nadat u zich ervan heeft overtuigd dat de verbindingen correct gemaakt zijn.
Twee versterkers

text_image
De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. SYNC OUT Aansluiten op een autostereo. Zie het "Aansluitschema" voor details. 1 Ω tot 8 Ω De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC staan. Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). 1 Ω tot 8 Ω SYNC IN- Gebruik luidsprekers met een impedantie van 1 Ω tot 8 Ω.
- De instelling van de POWER MÔDE schakelaar hangt af van de luidsprekerimpedantie. Zie "Instellen van het toestel" voor details. Voor beide versterkers wordt dezelfde instelling gebruikt.
Vier versterkers (Ex. brugschakeling)

text_image
De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. SYNC OUT Aansluiten op een autostereo. Zie het "Aansluitschema" voor details. Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). Luidsprekerdraad (los verkrijgbaar). De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC INV staan. SYNC OUT De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC INV staan. SYNC IN Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). SYNC OUT Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). 2 Ω tot 16 Ω Luidsprekerdraad (los verkrijgbaar). De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC INV staan. SYNC IN Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar).- Gebruik alleen luidsprekers met een impedantie van 2 Ω tot 16 Ω. Controleer bovendien of de synthetische tenminste 2 Ω bedraagt wanneer er meerdere versterkers in brugschakeling worden gebruikt.
- D e instelling van de POWER MODE schakelaar hangt af van de luidsprekerimpedantie. Zet de POWER MODE schakelaar op de HI-CURRENT stand bij een impedantie tussen 2 Ω en (minder dan) 4 Ω, of zet deze schakelaar op NORMAL bij een impedantie tussen 4 Ω en 16 Ω. Voor vier versterkers wordt dezelfde instelling gebruikt.
- W anneer u over wilt schakelen naar de SYNC INV stand zult u het stickertje van de MODE SELECT schakelaar af moeten halen zodat u de SYNC INV schakelaar kunt zien. Haal het stickertje pas weg nadat u zich ervan heeft overtuigd dat de verbindingen correct gemaakt zijn.
Vier versterkers

text_image
De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. SYNC OUT voor details. 1 Ω tot 8 Ω De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC staan. SYNC OUT Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). SYNC IN Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). 1 Ω tot 8 Ω De MODE SELECT schake- laar moet op SYNC staan. SYNC OUT SYNC IN 1 Ω tot 8 Ω De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC staan. Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). SYNC IN 1 Ω tot 8 Ω- Gebruik luidsprekers met een impedantie van 1 Ω tot 8 Ω.
- De instelling van de POWER MODE schakelaar hangt af van de luidsprekerimpedantie. Zie "Instellen van het toestel" voor details. Voor vier versterkers wordt dezelfde instelling gebruikt.

WAARSCHUWING
• N iet installeren op:
—Plaatsen waar het de bestuurder of passagiers zou kunnen verwonden wanner de auto plotseling stopt.
—Plaasten waar de bestuurder door de eenheid tijdens het rijden zou kunnen worden gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloer voor de bestuurdersstoel.
- K ontroleer dat draden niet in de weg van de stoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijk kortsluiting kunnen veroorzaken.
- C ontroleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
- P laats lapse schroeven zodanig dat de kop van de schroef niet in aanraking met draden komt. Dit is belangrijk en voorkomt dat draden door trillingen van het voertuig door worden gesneden met brand tot gevolg.
- Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
- G ebruik de bijgeleverde onderdelen op de manier die is beschreven om de installatie uit te voeren zoals het hoort. Als andere onderdelen dan diegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, is het mogelijk dat inwendige onderdelen van de versterker schade oplopen of loskomen, zodat de versterker niet meer werkt.
- V ervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.

WAARSCHUWING:
Om slechte werking en/of letsel te voorkomen
- Z org dat de ventiltie van de versterker niet wordt gehinderd, en let derhalve op de volgende punten tijdens het installeren.
—Zorg dat er voor een goede vrije ruimte boven de versterker is.
—Bedek de versterker niet met een vloermat of kleed.
- Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
- Installeer de versterker niet op onstabiele plaatsen, zoals op de reservebandhouder.
- D e beste installatieplaats is verschillend afhankelijk van het automerk en model en uw wensen. Plaats de versterker echter beslist stevig op een stabiele plaats.
- M aak eerst voorlopige aansluitingen en ga na of de versterker en het systeem naar behoren werken.
- N a het installeren van de versterker, moet u controleren dat het reservewiel, de krik en het gereedschap nog gemakkelijk kunnen worden verwijderd.
Bevestigen van de Bass Boost afstandsbediening
Bevestig deze met zelftappende schroeven (3 mm × 10 mm) op een gemakkelijk toegankelijke plek, bijvoorbeeld onder het dashboard.

Zelftappende schroef (3 mm × 10 mm)
Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis
- Zet de versterker op de plaats waar hij moet worden geïnstalleerd. Steek de bijgeleverde tapschroeven (4 mm × 30 mm) in de schroefgaten. Druk met een schroevendraaier op de schroeven zodat ze een inkeping maken op de plaats waar de gaten voor de installatie moeten komen.
- Boor gaten met een diameter van 2,5 mm op de plaatsen die zijn gemerkt en installeer de versterker, ofwel op de vloermat ofwel rechtstreeks op het chassis.
Terugzetten van de bovenafdekking
- Pas de bovenafdekking netjes op het toestel en doe de schroeven terug.
• Z et de afdekking op de juiste manier terug op de versterker.
- Draai de schroeven vast met een inbussleutel van 4 mm.

text_image
Schroef Bovenafdekking Tapschroeven (4 mm × 30 mm) Vloermat of chassis Boor een gat met een diameter van 2,5 mmTechnische gegevens
Spanningsbron 14,4 V gelijkstroom (10,8 V t/m 15,1 V toelaatbaar)
Aarding ...... Negatieve klem aan massa
Stroomverbruik 39 A (met continu spanning, 4 Ω)
Gemiddeld stroomverbruik* 12 A (4 Ω voor een kanaal)
20 A (2 Ω voor een kanaal)
28 A (1 Ω voor een kanaal)
Zekering 40 A × 2
Afmetingen 301 (B) mm × 57 (H) mm × 213 (D) mm
Belastingsimpedantie 4 Ω (1 Ω t/m 8 Ω toelaatbaar)
Frequentieweergave 10 Hz t/m 240 Hz (+0 dB, -3 dB)
S/R verhouding 92 dB (IEC-A netwerk)
Vervorming 0,5% (10 W, 100 Hz)
Laag-doorlaatfilter ...... Afsnijfrequentie: 40 Hz t/m 240 Hz
Afsnij-helling: -18 dB/oct
Subsonisch filter (HPF) ...... Frequentie: 20 Hz
Helling: -18 dB
Extra versterking lage tonen ....Frequentie: 50 Hz
Niveau: 0 / 6 / 9 / 12 dB
Versterkingsregeling .... RCA: 400 mV t/m 6,5 V
SP: 1,6 V t/m 26 V
Maximale ingangsniveau /-impedantie RCA: 6,5 V / 22 kΩ
SP: 26 V / 90 kΩ
Opmerking:
- T echnische gegevens en ontwerp zijn ter productverbetering zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar.
\*Gemiddeld stroomverbruik
- H et gemiddelde stroomverbruik is zo goed als gelijk aan het maximale stroomverbruik van dit toestel bij ontvangst van een audiosignaal. Gebruik deze waarde bij het uitrekenen van het totale stroomverbruik van meerdere vermogensversterkers.