43-Compact E - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 43-Compact E SABO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 43-Compact E SABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 43-Compact E - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 43-Compact E van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 43-Compact E SABO
Bedieningshandleiding
NL
Газонокосилка
Руководство по
эксплуатации
RU

Voor het lezen van de bedieningshandleiding gelieve de eerste en laatste pagina uit te klappen.

Русский
Originele gebruiksaanwijzing
Русский RU
NL Verduidelijking van de pictogrammen
NL Verduidelijking van de pictogrammen
NL Waarschuwing voor hete oppervlakken - motor en uitlaat niet aanraken. Verbrandingsgevaar!
NL Uitlaatgassen zijn giftig - motor niet in gesloten ruimtes laten lopen. Vergiftigingsgevaar!
NL Benzine is licht ontvlambaar - vonken en vlammen uit de buurt houden, niet roken. Brandgevaar!
1 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje....2
2 Inleiding....2
3 Verklaring van de symbolen....3
4 Gebruik conform de voorschriften ....4
5 Algemene veiligheidsvoorschriften voor handmatig bestuurde cirkelmaaiers (benzine) 4
Algemene veiligheidsinstructies ....4
Voorbereidende maatregelen 5
Gebruik....5
Onderhoud en opslag....7
6 Beschrijving van de componenten....8
7 Voorbereidende werkzaamheden....8
Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1)....9
Montage van de startstang (Afbeelding D + L1)......9
Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1) 9
Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I)....9
Montage van de kabelboom (uitsluitend bij elektrische start)....9
Montage van de geladen startaccu (alleen bij elektrostart) (afbeelding V1 + U1) 10
8 Voor de eerste ingebruikneming....10
Startaccu laden (alleen bij elektro-start)....10
Laadapparaat (afbeelding R4)....10
Opladen in ingebouwde toestand (Afbeelding X1)...10
Opladen van de accu in uitgebouwde toestand (Afbeelding W1)....10
Olie bijvullen (Afbeelding Y1)....11
Brandstof invullen 11
9 Starten van de motor 11
Handmatige start zonder elektro-start (Afbeelding D + E)....11
Elektro-start-modellen (Afbeelding D + P4 + E) ..12
10 Uitschakelen van de motor (Afbeelding F + P4).....12
11 Stoppen in geval van nood 12
12 Grasopvanginrichting....12
Gebruik met grasopvangzak....12
Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K)....12
Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L)......13
Gebruik zonder opvangzak....13
13 Het maaien....13
Maaien op hellingen....13
Oliepeilcontrole 13
Controle van de bedrijfsveiligheid....13
Tijdelijke beperkingen....13
Tips voor de verzorging van het gazon ....13
Maaien (Afbeelding M)....13
Mulchen....14
Wat verstaat men onder mulchen?......14
Hoe bereikt men een perfect gesneden gazon? ......14
Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1) 14
14 Onderhoudsintervallen....15
15 Verzorging en onderhoud van de maaier....16
Reiniging (Afbeelding O)....16
Opbergen 16
Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1)....16
Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N)....16
Onderhoud van de messenbalk....17
Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q)....17
Vervangen van de messenbalk....17
Onderhoud van de wielen (Afbeelding S)......17
Startaccu bijladen (alleen bij elektro-start) ......17
16 Onderhoud van de motor....18
Olie wisselen....18
Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W)....18
Controle van de bougie (Afbeelding Y)....18
Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand)....19
17 Oorzaken van storingen en het verhelpen daarvan ...19
Technische gegevens .zie binnenzijde boekomslag (achter) Conformiteitverklaring .......voor Technische gegevens
1 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE

text_image
1 2 L WA dB SABO Maschinenfabrik GmbH A John Deere Company Auf dem Höchsten 22 D - 516-05 Gummersbach WBM CE min⁻¹ kW kg 3 4 10 9 8 7 6 51 Typebenaming
2 Model- en serienummer
3 Vermogen
4 Gewicht
5 Gecontroleerde veiligheid
6 Nominaal motortoerental
7 Bouwjaar
8 CE conformiteitsteken
9 Handgeleide grasmaaier
10 Gegarandeerd geluidsdrukniveau
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen:
43-COMPACT (SA760, SA1141): zonder elektrische start
43-COMPACT E (SA961): met elektrische start
De juiste typebenaming van uw apparaat kunt u vinden op het typeplaatje.
NL
2 INLEIDING
Lieve tuinvriendin, lieve tuinvriend,
Wanneer bij de fierheid op een verzorgde gazon nog de vreugde aan het werken in de tuin bijkomt, dan weet men eerst, wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe gazonmaaier van SABO heeft u een goede keuze gemaakt. Hij verenigt het hoge prestatievermogen van een traditie-onderneming met de innovaties van modeme hightech. Dat voelt u, wanneer u ermee werkt, en het verheugt u, wanneer u het perfecte resultaat ziet.
Maar voor u met de gazonverzorging start, hier enige belangrijke informatie, die u absoluut in acht dient te nemen.
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig, voor u de maaier voor het eerst in gebruik neemt, om u met de correcte bediening en het onderhoud van de machine vertrouwd te maken en om letsels of schade aan uw gazonmaaier te vermijden.
Gebruik de gazonmaaier voorzichtig. De op het toestel aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De betekenis van de pictogrammen is verduidelijkt op de openklapbare pagina.
De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De verklaring van de symbolen vindt u in de tabel op de volgende pagina.
De omschrijvingen links en rechts hebben steeds betrekking op de in rijrichting geziene linker of rechter zijde van het toestel.
Hoe nauwkeuriger u de technische aanwijzingen in acht neemt, hoe betrouwbaarder uw gazonmaaier van SABO zal functioneren. Wij wijzen u er op, dat schade aan de maaier, die door bedieningsfouten is ontstaan, niet onder onze garantieplicht vallen. Gelieve het bijgevoegde uittreksel uit onze garantievoorwaarden in acht te nemen.
Wij wensen u veel vreugde bij de verzorging van uw gazon en uw grondstuk.
![]() | WAARSCHUWINGGebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. |
![]() | WAARSCHUWINGDerden uit de gevaarszone verwijderd houden!Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden.Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken.Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn. |
![]() | WAARSCHUWINGBenzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief.Uitlopende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar.Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken.Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop niet geopend en geen benzine bijgevuld worden.Bij lopende motor moet de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd zijn. |
![]() | WAARSCHUWINGBenzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief.Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken.Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden. |
![]() | WAARSCHUWINGLet op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden.De motor alleen achter de maaiier staand starten.Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. |
![]() | WAARSCHUWINGLet op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden.Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden.Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. |
![]() | WAARSCHUWINGOmhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken.Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon.Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen.Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroef van het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.Vóór het starten van de motor controleren of de gereedschappen verwijderd zijn. |
![]() | VOORZICHTIGUitlaat en motor bereiken bij het gebruik zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar!Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten af-koelen. Het toestel nooit met beschadigd of zonder veiligheidsrooster van de uitlaat gebruiken. |
![]() | VOORZICHTIGAls bij werkzaamheden aan het apparaat de bougiestekker niet eraf wordt getrokken, zou de motor gestart kunnen worden en zware verwondingen het gevolg kunnen zijn.Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, de bougiestekker eraf trekken en de contactsleutel, indien voorhanden, uittrekken. Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok!Betreffende reinigings- of onderhoudsinstructies in de gebruiksaanwijzing raadplegen. |

WAARSCHUWING
Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken.
De motor uitschakelen en wachten tot de messenbalk stil staat:
- wanneer de maaier opgeheven of gekanteld moet worden, bijv. voor transport;
- bij het niet op het gazon rijden op wegen of straten;
- wanneer de machine gedurende korte tijd zonder toezicht achterblijft;
- voor de maaihoogte wordt ingesteld;
- voor de grasopvangzak wordt afgenomen;
- voor de mulchprop wordt verwijderd;
- voor het bijtanken.

VOORZICHTIG
Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk kan tot letsels leiden.
Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen.
4 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN
- Het toestel is uitsluitend bestemd voor het maaien van grasperken en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Gebruik conform de voorschriften"). Elke verder leidende toepassing geldt als niet conform de voorschriften; voor hieruit resulterende schade is de producent niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Bij het gebruik conform de voorschriften hoort ook het nakomen van de door de producent voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en instandhoudingvoorwaarden.
- Bij gebruik in openbare plantsoenen, parken, op sportvelden, langs de weg en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder voorzichtig te werk gaan.
- De maaier mag niet worden gebruikt in het bijzonder voor het snoeien van bosjes, hagen en struiken, het snoeien van klimgewassen, begroeiing op daken en in balkonbloembakken of het afzuigen of schoonblazen van voetpaden.
- Niet toegelaten is het gebruik van eender welke, niet door SABO vrijgegeven anvullings- en aanbouwtoestellen. Bij het gebruik van zulke aanvullings- en aanbouwtoestellen vervallen de CE-conformiteit en de aanspraak op garantie. Eigenmachtige veranderingen aan deze gazonmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de producent voor de daaruit resulterende schade uit.
5 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (BENZINE)
Algemene veiligheidsinstructies

Lees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de bedieningelementen en het juiste gebruik van de machine. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Denk eraan dat de bediener van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
- Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval van doorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd.
• Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen. - Geef iedereen die met het apparaat moet werken uitleg over de mogelijk gevaarlijke momenten, en over hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn.
- Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is.

Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn.
- Berg uw machine veilig op! Ongebruikte apparaten moeten in een droge, afgesloten ruimte en ontoegankelijk voor kinderen bewaard worden.
Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het maaien moet altijd stevig schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.

Controleer voor en tijdens het maaien het te bewerken gebied en verwijder alle stenen, stokken, kabels en andere voorwerpen die kunnen worden gegrepen en weggeslingerd.
Wanneer met de maaier loof moet worden opgezogen, dan moeten vooraf eveneens alle stenen en andere vreemde voorwerpen verwijderd worden. Wanneer dit wegens de op het gazon liggende bladeren niet gevrijwaard kan worden, dan mag er geen loof worden opgezogen.

Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een autonome maaier gebruikt, moeten de volgend veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de autonome maaier in acht worden genomen:
- vóór de werkzaamheden op deze oppervlakken (maaien, verticuteren, enz.) moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd.
- wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation.
- wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond ge verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing.
– de begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. - rondslingerende kabelresten voor de maaier verwijderen.
Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen.
WAARSCHUWING
- Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief.
Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. - Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderen ontoegankelijk bewaren.
- Tank niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger met kunststofbekleding vullen. Tank voor het vullen met brandstof niet in de nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem afzetten.
- Tank alleen in de open lucht met een koude motor. Tijdens het tanken zijn roken en open vuur verboden.
- Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of een aanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerrycan.
- Tank benzine voor u de motor start.
- Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als het apparaat heet is.
- Probeer de motor niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder in plaats daarvan het appa de met benzine vervuilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor niet te starten voordat de benzinedampen zijn vervlogen.
– Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weer volledig af. - Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop.
- Vóór het gebruik moet altijd door een zichtcontrole gecontroleerd worden of de pictogrammen, het snijgereedschap, bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Ter vermijding van onbalans moeten versleten of beschadigde messen door een geautoriseerde vakwerkplaats worden vervangen.
Gebruik
- Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
- Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging!
- Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geen motoronderdelen aanraken die onder spanning staan.
- Opgelet! Apparaat niet voor aanzuigopeningen van ruimtebeluchtingstoestellen laten lopen.
NL
- Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok!
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
• Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets. - Pas de rijsnelheid aan de persoon en het terrein aan. Verhoog de snelheid langzaam totdat u de juiste snelheid heeft bereikt en schakel eventueel de rijaandrijving uit.
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- Niet te dicht op terreinhellingen, greppels en taluds afrijden. De machine kan plotseling over de kop gaan, als een wiel over de rand van een klip of een greppel rijdt of een rand plotseling zakt.
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
- Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij kan maaien op hellingen die tot 25° aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 15° niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
• Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan. - Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen.
Veiligheidsinrichtingen zijn:

- Veiligheidsbedieningshendel (1)
Bedieningshendel voor de motorrem op gevaarlijke momenten loslaten: motor en messenbalk komen binnen drie seconden tot stilstand.
De functie van de veiligheidsbedieningshendel mag niet buiten werking worden gesteld.
Men moet controleren of de veiligheidsbedieningshendelwerkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.
Bescherminrichtingen zijn:

- Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklep (12), deflector
Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen.
Het toestel mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder reglementair bevestigde opvangzak resp.
deflector of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt.

- Behuizing
Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk.
Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
- Afdekkingen van de riemaandrijving (10), motorafdekkingen (4)
Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door bewegende onderdelen.
Het apparaat mag niet met beschadigde c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde afdekkingen
worden gebruikt.

- Veiligheidsrooster voor de uitlaat ( 5)
De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het veiligheidsrooster beschermt tegen verbrandingen.
Het toestel niet zonder veiligheidsrooster voor de uitlaat gebruiken.
De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
- Wijzig de basisafstelling van de motor niet of jaag hem niet over zijn toeren.
• Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen.

Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan.

Bij het starten of aanlopen van de motor mag u de machine niet kantelen, maar mag u deze, indien noodzakelijk, alleen zodanig schuin plaatsen dat de snijdgereedschap van de gebruiker af wijst maar echter slechts zover als dit absoluut noodzakelijk is. Start bij toestellen met zijdelingse uitworp de motor niet, wanneer u voor het uitworpkanaal staat

Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening.

Stop de motor, trek de bougiestekker eraf, vergewis u ervan dat alle bewogen delen volledig stilstaan en dat de contactsleutel, indien voorhanden, uitgetrokken is:
- als de machine verlaten wordt;
- voordat u de machine controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert;
- voordat u blokkeringen loswerkt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert;
- als er een vreemd voorwerp werd geraakt;
-
als de machine abnormaal begint te trillen.
-
Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
- Indien de machine ongewoon sterk begint te vibreren, is een onmiddellijke controle door de vakhandelaar noodzakelijk.

Schakel de motor uit, overtuig u ervan, dat alle bewegende delen volkomen stil staan en de contactsleutel, indien voorhanden, afgetrokken is:
— als u de maaier moet optillen of moet kantelen, bijv. voor transport;
- wanneer u de machine naar het maaioppervlak heen en weer transporteert;
- bij het ruiden buiten het gras;
- als u de machine even verlaat;
- wanneer u de snijhoogte wilt regelen;
- voor de grasopvangzak wordt afgenomen;
- voor de mulchprop wordt verwijderd;
- voordat u bijtankt.
- Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien dicht te worden gedraaid.
Onderhoud en opslag
• Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.

U mag alleen bij uitgeschakelde motor de uitwerpklep openen en de grasopvangzak verwijderen of de mulchprop verwijderen.

Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen of kunnen ontvlammen.

Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen.
Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten afkoelen.
- Om brandgevaar te vermijden houdt u motor, geluiddemper (uitlaat) en brandstoftank vrij van gras, bladeren of uitlopende olie (vet).
Bij het op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar!
Laat de motor afkoelen, voordat u de machine neerzet in gesloten ruimtes.
De machine niet opslaan in de buurt van open vlammen of vuurbronnen zoals bijv. boilers of verwarmingen.


Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert.
Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen.
Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet worden uitgevoerd door een erkend vakbedrijf. Door een foutief gemonteerde meskoppeling kan de mesbalk losraken, wat tot ernstige verwondingen kan leiden. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.
- Op goede zitting van de bougiestekker letten! Aanraken is alleen gevaarlijk zolang de bougiestekker niet zoals voorgeschreven geïnstalleerd is.
• Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.


Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
Voer onderhouds- en reinigingswerkzaamheden alleen uit als de motor is uitgeschakeld en de bougiestekker is afgetrokken.
- Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken! Gevaar: elektrische schok.
- Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst.
Om garantievergoedings- en veiligheidsredenen mogen alleen originele reserveonderdelen gebruikt worden.
6 BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN
1 Veiligheidsschakelbeugel voor motorrem
2 Verstelgreep voor instelling van de snijhoogte (draaggreep achter) met druktoets
3 Olievulopening met meetstaaf
4 Motorafdekking
5 Uitlaatrooster
6 Snijhoogte-indicatie
7 Draaggreep
8 Bougie
9 Luchtfilter
10 Afdekkingen van de riemaandrijving
11 Tankafsluiting
12 Uitwerpklep
13 Startkabelgreep
14 Startsleutel (afhankelijk van het model)
Voor de montage bevinden zich de volgende afzonderlijke delen in de verpakking:
- Maaier met gemonteerde stuurboom
• Opvangdoek, opvangzakframe
• Gereedschapszakje met volgende inhoud: - Bedieningshandleiding met Conformiteitsverklaring
– Garantiebepalingen en garantiekaart
– Diverse montageonderdelen.
Mocht er toch een onderdeel ontbreken, neem dan contact op met uw gespecialiseerde vakhandelaar.
Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1)
- De Z-vormig ineengeklapte duwboom naar boven uit elkaar trekken A1.
- Als het bovenstuk en het onderstuk van de duwboom op één niveau liggen, de vleugelmoeren handmatig vastdraaien E1.
- Bij het onderstuk van de duwboom de uiteinden met de getande kunststof aanpassingen zó ver naar achteren zwenken dat deze in de eveneens getande uitsparing bij de maaierbehuizing klikken B1.
Daardoor kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld. - De vleugelmoeren aan beide kanten met de hand stevig aandraaien B1.
- De kabelboom (elektrische start) en de bowdenkabel in de kabelgeleidingen leggen. Daardoor wordt verhinderd dat de kabel en de bowdenkabel bij het omklappen van de duwboom vastgeklemd raken E1.
- De bowdenkabel met behulp van de kortere kabelbanden uit de gereedschapzak bevestigen aan de linker onderboom.
VOORZICHTIG
Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de vleugelmoeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de getande kunststof adapters uit de uitsparing aan de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar!
Montage van de startstang (Afbeelding D + L1)
- Om de starterkabel in te hangen moet eerst de veiligheidsschakelbeugel (1) aan het bovengedeelte van de stang (2) worden omgeklapt.
- De starterkabel (3) uittrekken en door een draaiende beweging in de houder van de starterhandgreep (4) haken.
Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1)
Het frame van de opvangzak met de beugel vooraan in het opvangdoek plaatsen. De bovenste naden van het opvangdoek aan de beugel uitlijnen.
Het houderprofiel (1) moet eerst gemonteerd worden R1.
- Houderprofiel met lus (1) door de opening (2) in het frame van de opvangzak steken en op het frame van de opvangzak opdrukken.
- Daarna de horizontale en zijdelingse profielen van het opvangdoek bevestigen.
- De uitwerpklep van de maaier naar boven openen.
- Til de opvangzak op met de draaggreep, plaats de schans (3) R1 aan de opening van de opvangzak en hang deze met zijn beide zijdelingse haken boven in de maaierbehuizing S1.
- De uitwerpklep op de opvangzak klappen.
Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I)


Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
De maaihoogte wordt achter de motor ingesteld.
- Druk met de duim op de grijze druktoets, breng de maaier in de gewenste positie door de greep aan de maaier omhoog of omlaag te bewegen.
- Door het loslaten van de druktoets arrêteert de hendel in de gewenste maaihoogte.
- De markering links op de maaier toont de ingestelde maaihoogte aan.
BELANGRIJK
Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde grasmatten!
Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden.
Naast de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en vangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijden het gras.
Montage van de kabelboom (uitsluitend bij elektrische start)
De reeds meegeleverde kabelboom zodanig met de meegeleverde langere kabelbinders aan het rechter onderstuk van de stang bevestigen, dat de stekker losjes op de contacten kan worden gestoken.
Montage van de geladen startaccu (alleen bij elektro-start) (afbeelding V1 + U1)
- De batterij langs opzij op de batterijhouder achter de motor plaatsen, let er daarbij op, dat het aansluitkabel naar achteren wijst.
- Batterijdeksel en schroeven M6x120 uit het gereedschapszakje nemen.
- Het deksel op de batterij plaatsen (Batterij daarbij schuin plaatsen) en met de beide schroeven vastschroeven V1.
- De batterijstekker voor het maaien verbinden met de passende stekker van de kabelboom U1.
Laden van de batterij, zie paragraaf „Startbatterij laden“.
8 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Alle boutverbindingen en de bougiestekker controleren op juiste montage. De bouten beter vastschroeven, indien nodig! Hierbij vooral de bevestiging van de messenbalk controleren (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de messenbalk“).
De bevestigingsschroef van de messen dient steeds door een vakwerkplaats te worden vastgeschroefd. Wanneer de messenschroef te vast of te los wordt aangeschroefd, kunnen messenkoppeling en messenbalk beschadigd worden of loskomen, wat tot zware letsels kan leiden.
Let u er op dat alle veiligheidsinrichtingen correct zijn bevestigd en dat zij niet beschadigd zijn.
Startaccu laden (alleen bij elektro-start)
- De startaccu is een onderhoudsvrije droge accu
- Vóór de eerste inbedrijfstelling moet deze ca. 24 uur met het originele oplaadapparaat worden opgeladen. Om veiligheidsredenen en om schade aan de accu te vermijden mag de accu alleen binnen in een gebouw en in droge ruimtes en niet in direct zonlicht geladen worden.
- Om onnodig stroomverbruik te voorkomen na het opladen de netstekker van het oplaadapparaat uittrekken en de accu loskoppelen van het oplaadapparaat.
- Het moet worden voorkomen dat lege accu's langere tijd ongeladen blijven.
- Om de accu altijd gebruiksklaar te houden adviseren wij om telkens vóór en na elk maaiseizoen of langere gebruikspauzen de accu ca. 24 uur op te laden. Voorkom diepontladingen, omdat daardoor de accu kan uitvallen.
- Om onbevoegd gebruik van de maaier vooral door kinderen te voorkomen moet de contactsleutel uitgetrokken zijn en dient de kabel van de accu naar de startmotor altijd onderbroken te worden door de accustekker uit de contrastekker van de kabelboom te trekken, als u de grasmaaier wegzet tot u opnieuw gaat maaien. Dit dient op zijn minst echter te gebeuren, voordat u de maaier voor de winterpauze opslaat.
- Sla de accu in een droge, koele en vorstvrije ruimte op.
AANWIJZING
U kunt de accu zowel in ingebouwde als in uitgebouwde toestand opladen.
Laadapparaat (afbeelding R4)
Het laadapparaat bestaat uit twee delen en moet vóór het eerste gebruik ineen worden gestoken.
De landspecifieke stekker (1) op het laadapparaat (2) steken en naar voor schuiven, tot hij inklikt.
BELANGRIJK
Gebruik het meegeleverde oplaadapparaat alleen voor de accu die bij de grasmaaier hoort. Probeer eveneens nooit om uw maaier op te laden met een ander oplaadapparaat. U zou uzelf in gevaar kunnen brengen of uw apparaat kunnen beschadigen.
Om veiligheidsredenen en om schade aan het laadapparaat te vermijden mag het laadapparaat alleen binnen in een gebouw en in droge ruimtes gebruikt en niet in direct zonlicht geladen worden.
Opladen in ingebouwde toestand (Afbeelding X1)
- Trek de accukabel van de kabelboom los.
- Sluit de accukabel aan op een originele lader en steek de stekker van de lader in een stopcontact met 230V-netspanning.
Opladen van de accu in uitgebouwde toestand (Afbeelding W1)
Batterij uitbouwen
- Voor het uitbouwen van de batterij, de accukabel van de kabelboom lostrekken, de schroeven losmaken, het deksel verwijderen en de batterij uitnemen.
- Sluit de accukabel aan op een originele lader en steek de stekker van de lader in een stopcontact met 230V-netspanning.
BELANGRIJK
Laadapparaat niet aan de stekkerverbinding van de kabelboom aansluiten, omdat anders het laadapparaat kan worden beschadigd.
AANWIJZING
De rode controlelamp aan het oplaadapparaat brandt tijdens het opladen en dooft pas na beeindiging van het oplaadproces.
- Bevestig de accu na het opladen weer op de accuhouder (als de accu voor opladen is uitgebouwd). Sluit voordat u gaat maaien de accukabel weer op de kabelboom aan.
AANWIJZING
Wanneer de accu wegens mechanische beschadiging of slijtage vervangen moet worden, moet de oude accu als giftig afval bij de plaatselijke verzamelcentra van de gemeente of bij uw geautoriseerde vakwerkplaats worden afgegeven om een correcte verwerking te waarborgen.
Olie bijvullen (Afbeelding Y1)

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
BELANGRIJK
Schade vermijden! De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gevuld. Vóór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) met een trechter na het losschroeven van de oliepeilstok in deze opening vullen.
- De maaier op effen bodem parkeren.
- Olie langzaam tot aan de vulopening vullen. Niet te vol maken.
- Olieniveau controleren.
Oliepeilstok verwijderen. De peilstok met een schone lap afvegen, weer insteken en vastdraaien. Daarna de peilstok er weer uittrekken en het olieniveau aflezen. De olie moet zich tussen de markeringen "ADD" en "FULL" bevinden.
Eventueel olie navullen. Het olieniveau mag echter niet boven de FULL-markering liggen.
Oliepeilstok in de motor weer insteken en vastdraaien.
- Na het eerste vullen het bord „NO OIL“ (GEEN OLIE) boven aan de motor verwijderen.
Brandstof invullen


Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
- Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standaard brandstof.
Brandstof met maximaal 10% ethanol is acceptabel. - Benzinedop losdraaien.
- Brandstof m. b. v. een trechter tot max. onderkant van de vulpijp invullen.
- Benzinedop weer aanbrengen en vastdraaien.
9 STARTEN VAN DE MOTOR



Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
De motor mag alleen achter de maaier staande worden gestart.
In elk geval de maaier op een effen niet met hoog gras begroeide vlakte plaatsen (is het gras te lang, dan wordt daardoor het aanlopen van de mesbalk belemmerd en het starten onmogelijk). Waar dit niet mogelijk is, de grasmaaier zo schuin opstellen, dat de snijdinrichting in de van de gebruiker afgekeerde richting wijst maar echter slechts zover als dit absoluut noodzakelijk is.
Handmatige start zonder elektro-start (Afbeelding D + E)
- De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken en vasthouden D.
- De startkabel (3) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt, dan snel uittrekken E, – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren.
De motor loopt automatisch op het optimale max. toerental dat vereist is voor een mooi snijbeeld (motortoerental = mestoerental).
VOORZICHTIG
Startkabelgreep tijdens het starten stevig vastpakken. De greep zou anders uit de hand kunnen glijden. Verwondingsgevaar!
Elektro-start-modellen (Afbeelding D + P4 + E)
- De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken en vasthouden D.
- De contactsleutel (4) net zolang tot aan de aanslag naar rechts draaien totdat de motor aanspringt P4.
AANWIJZING
Om te zorgen voor een lange levensduur van accu en starter dient het starten nooit langer dan 5 secondfen te bedragen.
De motor loopt automatisch op het optimale max. toerental dat vereist is voor een mooi snijbeeld (motortoerental = mestoerental).
AANWIJZING
Mocht de elektrische starter ooit defect zijn, dan kan de motor ook handmatig worden gestart.
- De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken en vasthouden D.
- De startkabel (3) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt, dan snel uittrekken E – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren.
VOORZICHTIG
Startkabelgreep tijdens het starten stevig vastpakken. De greep zou anders uit de hand kunnen glijden.
Verwondingsgevaar!
BELANGRIJK
De motor loopt alleen wanneer de veiligheidsschakelbeugel op het bovenste deel van de duwboom wordt gedrukt.
Op het moment, dat u de schakelbeugel loslaat, dan klapt deze door veerdruk weer terug omhoog naar zijn uitgangspositie, de motorrem wordt geactiveerd en binnen drie seconden komen de motor en de messenbalk tot stilstand.
10 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (Afbeelding F + P4)
- Veiligheidsschakelbeugel (1) loslaten F.
- Contactsleutel (4) eruit trekken (alleen bij elektro-start) P4.
11 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD
OPGELET
Verwondingen vermijden! Motor en mesbalk moeten binnen 3 seconden stoppen. Anders de volgende geautoriseerde vakwerkplaats consulteren.
Veiligheidsschakelbeugel loslaten.
- Het mes kommt tot stilstand.
- De motor wordt uitgeschakeld.
12 GRASOPVANGINRICHTING



Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Gebruik met grasopvangzak
Let er bij het maaien op, dat de opvangzak op tijd wordt leeggemaakt. Het turbosignaal op de opvangzak geeft het juiste tijdstip aan om de zak leeg te maken.
BELANGRIJK
Men moet erop letten dat bij het hanteren met de opvangzak de schans (3) R1 niet verbogen wordt.
Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K)
Aan de bovenkant van de opvangzak is een indicatie geplaatst, waarmee men zien kan of de opvangzak leeg of vol is:
- Indien de opvangzak leeg is gaat het signaal onder het maaien bol staan J.
- Indien de opvangzak vol is valt het signaal in elkaar; dan moet het maaien dadelijk gestaakt en de opvangzak leeg gemaakt worden K.
BELANGRIJK
Indien het weefsel van de opvangzak erg vuil is gaat het signaal niet bol staan. Het weefsel moet dan worden schoongemaakt! Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk.
BELANGRIJK
Opvangzak niet met warm water reinigen!
Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L)
- Motor uitschakelen.
- Uitwerpklep openen.
- De gevulde opvangzak van de maaier met de draagbeugel uit de maaier loshaken – de uitwerpklep sluit automatisch.
- Opvangzak aan beugel en handgleuf op de bodem vasthouden en goed leegschudden.
Gebruik zonder opvangzak
WAARSCHUWING
Bij het gebruik zonder opvangzak moet de uitwerpklep aan het maaichassis steeds gesloten zijn (naar onder geklapt).
13 HET MAAIEN





Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Maaien op hellingen
OPGELET
Met de maaier kan in bermen en op hellingen met een schuinstand tot 25° gereden worden. Steilere schuinstanden kunnen schade aan de motor veroorzaken.
Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stabiel staat. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 15° niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat!
Oliepeilcontrole
Vóór elk maaien het oliepeil controleren Y1. De motor nooit met te weinig of te veel olie laten lopen. Onherstelbare schade zou het gevolg kunnen zijn.
Controle van de bedrijfsveiligheid
Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaaan. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Ter vermijding van een gevaar elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes controleren. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk”).
Om de 10 bedrijfsuren ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Daarnaast schroeven en moeren controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien!
Controleren of de bougie goed bevestigd is! Aanraken is alleen gevaarlijk als de bougie niet volgens de voorschriften geïnstalleerd is. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken! Gevaar: elektrische schok.
Bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door tegen een hindemis aan te rijden, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
Tijdelijke beperkingen
Er bestaan plaatselijke voorschriften met betrekking tot de tijden, waarop maaiers mogen worden gebruikt. Informeert u zich a.u.b.voor het gebruik van de maaier bij de desbetreffende instantie.
Tips voor de verzorging van het gazon
Maaien (Afbeelding M)
Na 10 – 14 dagen begint elk gazon te verwilderen. U zult ervaren: hoe vaker het gras gemaaid wordt, hoe beter en krachtiger het eruit ziet; want regelmatig maaien bevordert een gelijkmatige groei.
Verwijder vóór elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen.
Maai alleen droog gras. Bij natte bodem wordt de grasnerf gemakkelijk beschadigd; de wielen drukken zich in de grond en laten sporen achter.
Als het gras te lang is geworden, maai het gazon dan eerst met hoge instelling van de snijhoogte in de ene richting, en daarna met lagere, door u gewenste hoogte-instelling in de breedte. Snij alleen met scherpe, foutloze messen, opdat de grashalmen niet uitrafelen. Een zuiver snijbeeld bereikt u als u de maaier in staptempo in zo recht mogelijke banen leidt. Deze banen moeten altijd een paar centimeter overlappen, opdat er geen stroken blijven staan.
Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde grasmatten!
Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden.
Naast de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en het opvangresultaat. De rijsnelheid aanpassen aan persoon, terrein en aan de te snijden grashoogte. Bij een grotere afsnijlengte van het gras moet een langzamere rijsnelheid worden gekozen, indien nodig de rijaandrijving niet inschakelen.
Bij het maaien van hoog gras eerst een hoge instelling van de snijhoogte kiezen en daarna met lagere hoogte-instelling nog een keer maaien in de breedte.
Mulchen
Uw grasmaaier kan met een mulchset worden uitgerust. De overeenkomstige ombouwset voor het mulchsysteem is in de vakhandel als toebehoren verkrijgbaar (Bestelnr. Ombouwset zie originele reserveonderdelen en toebehoren).
WAARSCHUWING
De ombouw van de maaier op het mulchsysteem dient steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats te worden uitgevoerd. Door een verkeerd gemonteerde messenkoppeling of door een te vast of te los aangetrokken messenschroef kan de messenbalk loskomen, hetgeen tot zware letsels kan leiden.
Wat verstaat men onder mulchen?
Bij het mulchen wordt het gazon gesneden en worden de afgesneden halmen gelijktijdig door een speciaal mulchmessensysteem meermaals klein gesneden. Dit mulchmessensysteem richt de grashalmen op en snijdt de halmen in zeer korte stukken, die dan gelijkmatig over het gazonoppervlak worden verdeeld.
Het afgesneden gras kan nu sneller uitdrogen en verrotten, waardoor de humusvorming wordt bevorderd. De bodem wordt zo op natuurlijke wijze bemest en ook nog beschermd tegen uitdroging.
Het verzamelen en verwijderen van het afgesneden gras vervalt. Het mulchconcept ondersteunt daardoor de ecologische kringloop aanzienlijk.
NL
Hoe bereikt men een perfect gesneden gazon?
Bij gebruik van de mulchmaaier mag de af te snijden grashoogte niet groter dan 10 cm zijn. In één rondgang wordt nu maximaal 1/3 van de grashoogte afgesneden. Wanneer er geen goed resultaat wordt bereikt, moet er eventueel een tweede rondgang achteraan worden gedaan.
Afhankelijk van de grassoort en de intensiteit van de groei moet regelmatig worden gemaaid. Mulchen vereist juist in de sterke groeifase vaker maaien dan het traditionele verzamelen, omdat anders aan deze eenderde-regel moeilijk kan worden voldaan.
Om een optimaal mulchresultaat te bereiken moet u bij het mulchen in vergelijking met het traditionele maaien de snelheid van de machine verlagen om het gras de tijd te geven langer in de maaimachine te verblijven waardoor het meerdere malen gesneden kan worden.
Het beste snijbeeld en resultaat wordt bereikt bij droog gras, omdat nat gras door de korte grasafsnijding snel samenkleeft en klontert. Deze grasklonten vormen rot en schimmel en het belemmeren de gewenste ecologische kringloop.
Wanneer het gras toch een keer onder vochtige omstandigheden gemaaid moet worden moet het gras korter worden afgesneden, d.w.z. dat de snijhoogte 1-2 stappen hoger moet worden ingesteld dan bij droog gras.
U zult merken dat wanneer u zich aan deze eenvoudige regels houdt u een gezond gazon krijgt en dat u zich het afvoeren van het afgemaaide gras bespaart.
Wanneer het gras toch een keer te hoog is geworden voor mulchen, kan met enkele handgrepen de mulchmaaier worden omgebouwd voor het maaien met een gras-opvangzak.
Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1)
- Motor afzetten.
- Uitwerpklep optillen.
- De mulchstop verwijderen uit het kanaal U2.
- De grasopvangzak in de voorziene houder aan de behuizing van de maaier hangen S1.
Een ombouw van het mulchmessysteem is niet noodzakelijk! Bij moeilijke maaiomstandigheden (bijv. nat gras) kan het wel voorkomen dat de opvangzak minder gevuld wordt.
Opdat het apparaat opnieuw als mulchmaaier kan worden ingezet, moet de mulchstop weer worden ingebouwd. Hiervoor de grasopvangzak eraf nemen, de mulchstop in het uitwerpkanaal steken en de uitwerpklep sluiten.
14 ONDERHOUDSINTERVALLEN
BELANGRIJK
Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Indien u gebreken vaststelt, gelieve u dan te wenden tot een geautoriseerde vakwerkplaats.
Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen.
De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden.
Vóór de eerste inbedrijfstelling
• Het oliepeil controleren Y1.
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- De messchroef controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
• Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
• Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Vóór elk bedrijf
• Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen.
- Radius van de begrenzingskabel controleren (indien ook een autonome maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
• Het oliepeil controleren Y1
- Toestand en goede bevestiging van het mes controleren, de messchroef eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
• Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
• Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
• Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren.
Om de 10 bedrijfsuren
• Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting.
Na elk bedrijf
• De maaier schoonmaken.
- Het mes controleren op beschadigingen en slijtage.
Inrijtijd – Na de eerste 5 bedrijfsuren
• De motorolie verversen Y1.
Om de 25 bedrijfsuren of om de drie maanden
- Papierelement van het luchtfilter schoonmaken W.
- Bougie reinigen en elektrodenafstand instellen Y.
Om de 50 bedrijfsuren of eenmaal per jaar
• De motorolie verversen Y1
- De lagers van de wielen smeren.
Bij de jaarlijkse inspectie
- Papierelement van het luchtfilter laten vervangen W.
• Bougie laten vervangen Y.
15 VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE MAAIER
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en storingvrije werking!
Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit!







Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Reiniging (Afbeelding O)
BELANGRIJK
Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de maaier op zijn linkerkant leggen (in rijrichting), aangezien er anders startproblemen zouden kunnen optreden.
OPGELET
Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar!
Vuil en grasresten direct na het maaien verwijderen. Voor de reiniging een borstel of doek gebruiken.
De mesbalk niet draaien, aangezien er anders motorolie in de carburateur/het luchtfilter wordt gepompt en er startproblemen kunnen optreden.
OPGELET
De vingers niet in de openingen van het ventilatorhuis steken en de ventilator vasthouden. Als de mesbalk bij het reinigen toch gedraaid moet worden, bestaat het gevaar dat de vingers geplet raken tussen ventilator en ventilatorhuis!
BELANGRIJK
Nooit met een hogedrukreiniger of normale waterstraal de omgeving van de aandrijving, motordelen (zoals ontstekingssysteem, carburateur enz.) afdichtingen en lagerplaatsen reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn.
Opbergen
De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt.
Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1)
- Voor plaatsbesparende opslag of voor transport de vier vleugelmoeren zo ver losdraaien, dat de duwboom zonder weerstand in Z-vorm boven de motor in elkaar kan worden geklapt A1.
De getande kunststof adapters aan het onderste uiteinde van de duwboom moeten losspringen uit de uitsparing aan de behuizing.
- De bowdenkabels hierbij niet knikken of beknellen.
VOORZICHTIG
Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan de boom ongewild omslaan bij het losdraaien van de vleugelmoeren en het losspringen van de kunststof adapters uit de uitsparing aan de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom, bovenstuk en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar!
Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N)
- Als het apparaat moet worden gedragen, dit niet aan de uitwerpklep vastpakken! Pak het vooraan en achteraan vast aan de draaggreep N.
- Het apparaat staand transporteren.
- Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond opdat het apparaat niet kan wegrollen, voordat het wordt vastgezet.
- De grasopvangbak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken.
- Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn riemen van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik.
- Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Zet het apparaat bij de wielen zodanig vast dat het tijdens het rijden niet beweegt.
OPGELET
De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te stevig wordt vastgemaakt, kunnen er beschadigingen optreden.
Onderhoud van de messenbalk
Een scherp mes garandeert optimaal snijresultaat. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen
Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q)
WAARSCHUWING
Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen.
De snijranden van de mesbalk mogen slechts zolang worden bijgeslepen totdat de desbetreffende waarde (zie afbeelding Q) of de markering (1) op de mesbalk (ring) bereikt is. Opgelet! Slijphoek van 30° in acht nemen.
Uw vakbedrijf kan deze waarde (slijtagelimiet) voor u controleren!
WAARSCHUWING
Een mes waarbij de slijtagegrens (markering) werd overschreden kan breken en weggeslingerd worden, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken.
Vervangen van de messenbalk
WAARSCHUWING
Het vervangen van de mesbalk moet absoluut worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde meskoppeling of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben.
- Bij vervangen alleen originele messenbalken gebruiken!
- Reserve messenbalken moeten duurzaam voorzien zijn van de naam en/of het teken van de producent of leverancier en het onderdeelnummer.
Onderhoud van de wielen (Afbeelding S)
Eenmaal per jaar of om de 20 bedrijfsuren de lagers van de wielen inoliën.
- Wieldoppen demonteren.
- Met een sleutel de moeren losdraaien en de wielen verwijderen.
- Schuif, nadat de lagers gesmeerd zijn, de wielen op en schroef deze weer zo vast, dat de wielen nog makkelijk maar zonder speling kunnen draaien.
Startaccu bijladen (alleen bij elektro-start)
BELANGRIJK
Gebruik het meegeleverde oplaadapparaat alleen voor de accu die bij de grasmaaier hoort. Probeer eveneens nooit om uw maaier op te laden met een ander oplaadapparaat. U zou uzelf in gevaar kunnen brengen of uw apparaat kunnen beschadigen.
Om veiligheidsredenen en om schade aan het laadapparaat te vermijden mag het laadapparaat alleen binnen in een gebouw en in droge ruimtes gebruikt en niet in direct zonlicht geladen worden.
De accu kan in gemonteerde of ongemonteerde toestand worden geladen.
- Steekverbinding accukabel naar kabelboom scheiden.
- Batterij uitbouwen Voor het uitbouwen van de batterij, de schroeven losmaken, het deksel verwijderen en de batterij uitnemen.
- Sluit de accukabel aan op een originele lader en steek de stekker van de lader in een stopcontact met 230V-netspanning.
- Bevestig de accu na het opladen weer op de accuhouder (als de accu voor opladen is uitgebouwd). Sluit voordat u gaat maaien de accukabel weer op de kabelboom aan.
(zie ook hoofdstuk „Voor de eerste inbedrijfstelling – starterbatterij laden")
16 ONDERHOUD VAN DE MOTOR







Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
WAARSCHUWING
Verwondingen vermijden! Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide en kunnen ernstige aandoeningen of dood tot gevolg hebben.
De motor niet in gesloten ruimten, zoals garages, inschakelen, ook niet als deuren en vensters geopend zijn. De machine naar buiten bewegen voordat de motor wordt gestart.
BELANGRIJK
Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor en/of maaier op zijn linkerkant leggen (in rijrichting), beter echter voor omhoog kantelen O (bougie naar boven), aangezien er anders startproblemen zouden kunnen optreden. Bij het omhoog kantelen van de maaier erop letten dat de uitwerpklep niet beschadigd wordt. In opgetilde toestand de maaier beveiligen!
OPGELET
Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar!
Het regelmatig uitvoeren van de voorgeschreven service- en onderhoudswerkzaamheden vormt de voorwaarde voor een duurzame en storingvrije functie van de motor en bovendien een basisvoorwaarde voor garantieaanspraken.
De motor vooral uitwendig altijd schoonhouden, vooral de omgeving van geluiddemper en cilinder moet altijd vrij van vreemde voorwerpen zijn (bijv. grasresten). Uitlaat en motor bereiken tijdens het bedrijf zeer hoge temperaturen. Brandbare vreemde voorwerpen zoals loof, gras enz. kunnen ontbranden.
Ook een foutloze koeling is alleen gegarandeerd als de cilinderribben steeds schoon zijn.
BELANGRIJK
De motor nooit met een hogedrukreiniger of een normale waterstraal reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn.
Olie wisselen
AANWIJZING
Om het milieu te beschermen adviseren wij de olieverversing door een vakwerkplaats te laten uitvoeren.
Bij een nieuwe motor moet de olie voor de eerste keer na 5 bedrijfsuren worden gewisseld, later om de 50 bedrijfsuren of minstens 1 keer per seizoen.
- De olie wisselen, zolang de motor warm is.
- Voor de motor of de machine op het toestel wordt gekanteld om olie af te tappen, de benzinetank leegmaken en de motor zolang laten lopen, tot hij wegens brandstoftekort stil valt.
- Schakel de motor uit en trek de bougiestekker los.
- Voor het verversen van de olie, de oliepeilstok uit de vulpijp halen en de maaier zodanig kantelen dat de oude olie in een opvangbak vloeit.
Afgewerkte olie niet laten weglopen in het riool of in de grond, maar afvoeren volgens de plaatselijke milieuvoorschriften.
- Daarna de maaier weer rechtop zetten en kwaliteitsolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen. Oliepeilstok vastschroeven en oliepeil controleren (zie hoofdstuk Olie invullen, zie afbeelding Y1)!
Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W)
BELANGRIJK
Nooit de motor met gedemonteerde luchtfilter starten of laten lopen.
- De schroef van het luchtfilterdeksel losdraaien en naar beneden klappen.
- Filterelement (1) voorzichtig wegnemen en op een gladde onderlaag zacht uitkloppen of bij sterke vervuiling vernieuwen.
- Filterelement nooit met olie bestrijken of met perslucht schoonblazen. Erg vuile of vette filterelementen moeten door nieuwe vervangen worden.
- Na het reinigen of vervangen het filterelement in het huis plaatsen en deksel zorgvuldig sluiten.
Bij ongunstige gebruiksvoorwaarden (sterke stofontwikkeling) is de reiniging bij iedere maaibeurt noodzakelijk, in andere gevallen om de 3 maanden of om de 25 bedrijfsuren.
(Bestelnr. filterelement zie originele reserveonderdelen en accessoires)
Controle van de bougie (Afbeelding Y)
Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker aftrekken en de bougie losschroeven. Als de elektrode sterk versleten is, dan dient de bougie te worden vervangen (bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires). De bougie kan eventueel ook met een staalborstel worden gereinigd. Vervolgens dient de elektrodeafstand te worden afgesteld op 0,7 mm. De bougie (op omkeerring letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een copsleutel handvast monteren. Bougiestekker erop drukken. De bougie elk jaar vervangen.
Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand)
- Benzinetank leegmaken en motor zo lang laten draaien tot deze door gebrek aan brandstof automatisch afslaat.
- Schakel de motor uit en trek de bougiestekker af.
- De olie aftappen zolang de motor nog warm is. Met verse olie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen.
- Gras- en maaibezinksel van cilinder en koelribben, onder de motorkap en rondom de uitlaat verwijderen.
- De maaier moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
17 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN DAARVAN
| Storingen | Mogelijke oorzaken | Oplossing |
| Motor springt niet aan | Schakelbeugel niet omgeklapt. | Schakelbeugel op het bovengedeelte van de duwboom drukkenD. |
| Brandstoftank leeg. | Schone en verse brandstof bijtanken. | |
| Bougiestekker los. | Bougiestekker vastdrukken of door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | |
| Bougie defect resp. vervuild of elektroden afgebrand. | Schakelbeugel op het bovengedeelte van de duwboom drukkenElektrodenafstand 0,7 mmY. | |
| Motor krijgt te veel benzine (bougie nat). | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | |
| Luchtfilter vervuild. | Luchtfilterelement reinigen resp.vernieuwenW. | |
| Batterij niet geladen (alleen bij elektro-start). | Accu opladen W1, X1. | |
| Startproces duurt langer dan 5 seconden of werd te vaak herhaald (alleen bij elektro-start). | Als er tegen de verwachting in startproblemen zouden optreden, dan moet de accu ook tussentijds worden opgeladen. | |
| Verbindingskabel tussen contactsleutel, accu en motor los of zonder contact (alleen bij elektro-start). | Accustekker verbinden met de contrastekker van de kabelboom U1 of laten controleren door een geautoriseerde vakwerkplaats. | |
| Motorvermogen neemt af | Luchtfilter vuil. | Luchtfilter schoonmaken resp. vervangenW. |
| Bougie verkoold. | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | |
| Motor draait onregelmatig | Luchtfilter vuil. | Luchtfilter schoonmaken resp. vervangenW. |
| Bougie verkoold. | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | |
| Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Sterke trillingen (vibratie) | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | |
| Snit onzuiver, gazon wordt geel | Messenbalk bot. | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren Q. |
| Maaihoogte te gering. | Grotere maaihoogte instellen I. | |
| Toerental van de motor te laag. | Met maximaal toerental werken. | |
| Maaien met te hoge snelheid. | Maaisnelheid aanpassen. | |
| Maaibanen niet voldoende overlapt. | Bij hoog gras moeten de maaibanen eventueel verder overlappen. | |
| Gazon is warboel. | Door een verticuteermachine te gebruiken kan de kwaliteit van het gazon merkbaar beter worden. | |
| Uitworp verstopt | Niet op turbosignaal gelet J + K. | Leegmaken van de opvangzak L. |
| Toerental van de motor te laag. | Met maximaal toerental werken. | |
| Maaihoogte te gering terwijl het gras te lang is. | Grotere Maaihoogte instellen I. | |
| Maaien met te hoge snelheid. | Maainsnelheid aanpassen. | |
| Gras is vocht. | Gazon laten drogen. | |
| Het gemulchte gras ziet er slecht uit:Klompen, bovenmatige maaigoedhoeveelheden, grof gemaaid | Messenbalk bot. | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren. |
| Mulchregel niet nageleefd (max. 1/3 van de grashoogte snijden; de te snijden grashoogte moet kleiner dan 10 cm zijn) | Grotere maaihoogte instellen I. Maaier op achteruitworp ombouwen U2 + S1 en gazon eerst met hoge snij-instelling maaien. | |
| Rijsnelheid te hoog. | Rijsnelheid aanpassen. | |
| Grasverzameling onder het maaiwerk. | Grotere maaihoogte instellen I. | |
| Maaibanen niet voldoende overlapt. | Bij hoog gras moeten de maaibanen eventueel verder overlappen. | |
| Gras is vocht. | Grotere maaihoogte instellen I. Gazon laten drogen. |
Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtst bijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats.
Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert.








