DH 24PM - Boor HITACHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DH 24PM HITACHI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DH 24PM HITACHI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DH 24PM - HITACHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DH 24PM van het merk HITACHI.
GEBRUIKSAANWIJZING DH 24PM HITACHI
Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door.
Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren.
Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst.
De term "elektrisch gereedschap" heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt d kans op ongelukken.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoffen, gassen of stof.
Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt. Afleidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker op het elektrische gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op de wandcontactdoos.
De stekker mag op geen enkele manier gemodificeerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap. Deugdelijke stekkers en geschikte wandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten.
Wanneer uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok.
c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden.
Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrisch gereedschap terechtkomt.
d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen.
Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok.
e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifiek geschikt is voor het gebruik buiten.
Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt.
Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt.
Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen.
Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.
Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niet-glijdende veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel.
c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen.
Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden.
d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet.
Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren.
e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt.
Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap.
f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen.
Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken.
g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt.
Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico's.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei. U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt.
Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden.
c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt.
Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken.
Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen.
e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhouden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zijn op de juiste werking van het gereedschap.
Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt.
Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-hetzelf ongelukken.
f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon.
Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik.
g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waarbij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen.
Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
5) Onderhoudsbeurt
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden die authentieke onderdelen gebruikt.
Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
VOORZORGMAATREGELEN
Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen.
VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN BOORHAMER
- Draag gehoorbeschermers.
Blootstelling aan geluid kan gehoorverlies veroorzaken.
- Gebruik de hulphandgrepen die zijn meegeleverd met het gereedschap.
Indien u de controle verliest, kan dit persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
-
Het booreinde gedurende of direct na het uitzetten NIET aanraken. Het booreinde wordt tijdens het boren uiterst heet en zou ernstige brandwonden kunnen veroorzaken.
-
Voordat U in een muur, plafond of vloer iets uitbreekt, dient gecontroleerd te worden of er electrische kabels of leidingen onder liggen.
-
Houd de handgrepen van het elektrisch gereedschap altijd stevig vast. Zoniet, dan zal de tegendruk onzuiver werk of gevaarlijke situaties in de hand werken.
-
Draag een stofmasker
Adem de schadelijke stoffen die tijdens het boren of beitelen vrijkomen niet in. De stoffen kunnen schadelijk zijn voor uw gezondheid en de gezondheid van toeschouwers.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Voltage (verschillend van gebied tot gebied)* | (110V, 115V, 120V, 127V, 220V, 230V, 240V) |
| Opgenomen vermogen 800W* | |
| Onbelaste snelheid 0 – 1150 | min^-1 |
| Anatal slagen belast 0 – 4600 min | ^-1 |
| Capaciteit: beton 3,4 – 24 mmstaal 13 mmhout 32 mm | |
| Gewicht (zonder kabel en zijgreep) 2,6 kg |
* Controleer het naamplaatje op het apparaat daar het apparaat afhankelijk van het gebied waar het verkocht wordt gewijzigd kan worden.
STANDAARD TOEBEHOREN
(1) Plastic doos .... 1
(2) Zijgreep .... 1
(3) Diepte-maatlat .... 1
(4) Boorkophouder 1
De standaard toebehoren kunnen zonder aankondiging op ieder moment worden veranderd.
EXTRA TOEBEHOREN (los te verkrijen)

flowchart
graph TD
A["Gereedschap Adapters"] --> B["Draaien + hameren"]
A --> C["Alleen hameren"]
B --> D1["In beton of tegels boren\nBoorstuk (smalle as schacht)"]
B --> D2["In beton of tegels boren\nBoorstuk"]
B --> D3["Boren van ankergaten\nBoorstuk (vernauwde schacht)"]
B --> D4["Gat met grote diameter boren\nPasplaatje Middenpin Kernstuk"]
B --> D5["Bepalen van anker\nAnkerstellingsadaptor"]
B --> D6["Bout-aanbrengwerk voor chemische anker\nZeskant"]
B --> D7["Breken\nPuntboor (Vierkante dwarsdoorsnede) Puntboor (Ronde dwarsdoorsnede)"]
B --> D8["Maken en trekken van sleuven\nBeitel Steekbeitel"]
B --> D9["Sleuven\nSleuvenbeitel"]
C --> E1["In staal of hout boren\nBoorbit voor staal\nBoorbit voor hout"]
C --> E2["Hulpstuk voor smalle as schacht (SDS Plus schacht)"]
C --> E3["Zorg ervoor dat het gereedschap tijdens het klussen naar boven wijst\nStofvangkap Stofverzamelaar(B)"]
C --> E4["Vernauwde schachtadaptor + Cotter\nKernstukschacht"]
C --> F["met boorkophouder"]
● In beton of tegels boren
| Boorstuk (smalle as schacht) | ||
| Buitendiameter | Totale lengte Effektieve lengte | |
| 3,4 mm | 90 mm 45 mm | |
| 3,5 mm | ||
| SDS-plus boorbit | ||
| Buitendiameter | Totale lengte Effektieve lengte | |
| 4,0 mm 1 | 10 mm 50 mm | |
| 5,0 mm | 110 mm 50 mm | |
| 160 mm 100 mm | ||
| 5,5 mm 1 | 10 mm 50 mm | |
| 6,5 mm 1 | 60 mm 100 mm | |
| 7,0 mm 1 | 60 mm 100 mm | |
| 8,0 mm 1 | 60 mm 100 mm | |
| 8,5 mm 1 | 60 mm 100 mm | |
| 9,0 mm 1 | 60 mm 100 mm | |
| 12,0 mm | 166 mm 100 mm | |
| 260 mm 200 mm | ||
| 12,7 mm 1 | 66 mm 100 mm | |
| 14,0 mm 1 | 66 mm 100 mm | |
| 15,0 mm 1 | 66 mm 100 mm | |
| 16,0 mm | 166 mm 100 mm | |
| 260 mm 200 mm | ||
| 17,0 mm 1 | 66 mm 100 mm | |
| 19,0 mm 2 | 60 mm 200 mm | |
| 20,0 mm 2 | 50 mm 200 mm | |
| 22,0 mm 2 | 50 mm 200 mm | |
● Boren van ankergaten
| Vernauwde schachtadaptorSoort taper |
| Morse taper (Nr.1) |
| Morse taper (Nr.2) |
| A-taper |
| B-taper |
● Gat met grote diameter boren
| Kernstuk Buitendiameter | Middenpin | Kernstukschacht Totale lengte |
| 25 mm* | Niet van toepassing | 105 mm300 mm |
| 29 mm* | ||
| 32 mm | ||
| 35 mm (A) | ||
| 38 mm | ||
| 45 mm | (B) 300 mm | |
| 50 mm |
* Zonder geleideplaat
● Bepalen van anker
De extra toebehoren kunnen zonder aankondiging op ieder moment worden veranderd.
TOEPASSINGEN
Draaien en hameren
○ Boren van ankergaten
○ Boren van gaten in beton
○ Boren van gaten in tegels
Alleen draaien
○ Boren in staal of hout
○ Vastdraaien van machine-schroeven, houtschroeven
Alleen hameren
○ Licht hakwerk in beton, het maken en trekken van sleuven.
VOOR HET GEBRUIK
1. Netspanning
Controleren of de netspanning overeenkomt met de opgave op het naamplaatje.
2. Netschakelaar
Controleren of de netschakelaar op „UIT“ staat. Wanneer de stekker op het net aangesloten is, terwijl de schakelaar op „AAN“ staat, begint het gereedschap onmiddellijk te draaien, hetwelk ernstig gevaar betekent.
3. Verlengsnoer
Wanneer het werkterrein niet in de buurt van een stopcontact ligt, dan moet men gebruik maken van een verlengsnoer, dat voldoende dwarsprofiel en voldoende nominaal vermogen heeft. Het verlengsnoer moet zo kort mogelijk gehouden worden.
4. Bevestigen van het boorstuk (Afb. 1)
LET OP
Om ongelukken te voorkomen moet u de hoofdschakelaar uit zetten en de stekker uit het stopcontact halen.
OPMERKING
Wanneer u wilt werken met puntboren, boorstukken enz., moet u gebruik maken van de originele onderdelen zoals aangegeven door ons bedrijf.
(1) Maak de schacht van het boorstuk netjes schoon.
(2) Steek het boorstuk met een draaiende beweging in de gereedschapshouder totdat het boorstuk vergrendelt (Afb. 1).
(3) Controleer of het boorstuk goed vast zit door er aan te trekken.
(4) Om het boorstuk te verwijderen, de greep volledig in de richting van de pijl trekken en vervolgens het boorstuk naar buiten trekken (Afb. 2).
- Voor het installeren van de stofvangkap of de stofverzamelaar (B) (Extra toebehoren) (Afb. 3, Afb. 4) Bij gebruik van de boorhamer boven uw hoofd zonder de stofopvang-adapter, dient u de stofvangkap of de stofverzamelaar (B) aan te brengen, voor het opvangen van stof en vallende deeltjes.
○ Aanbrengen van de stofvangkap Breng de stofvangkap voor het gebruik aan op de boorkop, zoals aangegeven in (Afb. 3). Voor het aanbrengen op een boorkop met een grote diameter kunt u het middengat van de stofvangkap vergroten door het voorzichtig met de boorhamer uit te boren.
○ Aanbrengen van de stofverzamelaar (B) Breng de stofverzamelaar (B) voor het gebruik aan op de boorkop, door de stofverzamelaar (B) voor het eind van de boorkop gelijk te houden met de groef in de handgreep (Afb. 4).
LET OP
○ De stofvangkap en de stofverzamelaar (B) dienen uitsluitend voor het boren in boten. Gebruik deze onderdelen niet bij het boren in hout of in metaal.
○ Steek de stofverzamelaar (B) volledig in het klemgedeelte van de hoofdeenheid.
○ Bij inschakelen van de boorhamer terwijl de stofverzamelaar (B) niet tegen het beton-oppervlak aan sluit, zal de stofverzamelaar (B) met de boorkop mee draaien. Let dus op dat u de schakelaar pas indrukt nadat u de stofverzamelaar (B) stevig tegen het betonnen oppervlak gedrukt heeft. (Bij gebruik van de stofverzamelaar (B) met een boorkop die in totaal meer dan 190 mm lang is, kan de stofverzamelaar (B) het betonnen oppervlak niet raken, zodat meedraaien dan onvermijdelijk is. Gebruik daarom de stofverzamelaar (B) uitsluitend op een boorkop met een totale lengte van 166 mm, 160 mm of 110 mm.)
○ Leeg de stofverzamelaar (B) telkens na het boren van twee of drie gaten.
○ Verwijder de stofverzamelaar (B) voor u de boorkop vervangt.
6. Kiezen van aandrijfstuk
Schroefkoppen of boren kunnen beschadigd worden als men niet een boorstuk van de juiste grootte gebruikt om de schroef aan te draaien.
7. Kontrole van de draairichting van de boor (Afb. 5)
De boor draait rechtsom (van achteren gezien) wanneer de R-kant van de drukknop ingedrukt wordt. De L-kant van de drukknop dient te worden ingedrukt om de boor linksom te laten draaien.
8. De boorkophouder of boorstukhouder vervangen LET OP
○ Voorkom ongevallen, zet de schakelaar uit en trek de stekker uit het stopcontact.
○ Om letsels door een ongeval te voorkomen, verwijdert u puntig gereedschap voordat u de spanklauw vervangt.
Verwijder of monteer de boorkop- of boorstukhouder volgens de onderstaande procedures.
Draai de blokkeerhendel in de richting van de pijl die op de hendel staat en trek de boorkop- of boorstukhouder naar buiten.
(Als het moeilijk is om de boorkop- of boorstukhouder naar buiten te trekken, lijnt u de richtingshendel uit met het T teken en draait u aan de blokkeerhendel om hem naar buiten te trekken.) (Afb. 6)
(1) Zet de blokkeerhendel gelijk met de gleuf.
(2) Duw de blokkeerhendel naar binnen en draai hem in de richting die op de hendel aangeduid staat.
(3) Om te controleren of de blokkeerhendel stevig is gemonteerd, probeert u de blokkeerhendel naar buiten te trekken (Afb. 7).
GEBRUIK
LET OP
Voorkom ongelukken en controleer dat de startschakelaar in de uit-stand is gedrukt en de stekker van het netsnoer is ontkoppeld alvorens een boorstuk of andere onderdelen te bevestigen of te verwijderen.
1. Bediening van de schakelaar
Het toerental van de boor kan door verandering van de druk op de drukschakelaar geregeld worden. De snelheid is gering, wanneer de drukschakelaar slechts licht getrokken is en verhoogt zich, wanneer de schakelaar verder doorgetrokken wordt. Doorlopend bedrijf verkrijgt men door het trekken van de drukschakelaar en het indrukken van de vergren delknop. Voor het uitschakelen trekt men de druk schakelaar er opnieuw uit en maakt de vergrendelknop los. Na het loslaten keert de drukschakelaar terug op de oorspronkelijke plaats. De drukschakelaar kan tijdens de linksregeling niet verder dan halverwege worden ingedrukt en draait twee keer zo langzaam dan tijdens de normale rechtsregeling. De vergrendelknop kan tijdens de linksregeling niet gebruikt worden.
2. Draaien + hameren
Deze boorhamer kan worden ingesteld om te draaien en te hameren door op de drukknop te drukken en de richtingshendel op het T ^1 teken te draaien met de boorstukhouder gemonteerd. (Afb. 8).
(1) Bevestig de boor.
(2) Plaats de punt van de boor op de gewenste positie en trek aan de schakelaar (Afb. 9).
(3) Het is niet nodig met kracht tegen de boorhamer te drukken. Lichtjes drukken zodat de stukjes naar buiten komen is reeds voldoende.
LET OP
Als het boorstuk vast komt te zitten in een ijzeren stang, kan de boorhamer hevig gaan schudden. Zorg er daarom voor dat beide handgrepen goed worden vastgehouden zoals aangegeven in Afb. 9.
3. Alleen draaien
Deze boorhamer kan worden ingesteld om alleen te draaien door op de drukknop te drukken en de richtingshendel op het teken te draaien met de boorkophouder gemonteerd.(Afb. 10).
LET OP
○ Voorkom ongevallen, zet de schakelaar uit en trek de stekker uit het stopcontact.
○ Let bij het monteren of verwijderen van het boorstuk op dat u uw handen niet bezeert met het boorstuk.
(1) Monteren
Nadat u het boorstuk in de boorstukhouder heeft gestoken, houdt u de ring stevig vast met uw hand en draait u de mof rechtsom vast (in de richting van “← GRIP.ZU”)
Als het loskomt door het gebruik, draai de mof dan stevig vast. Hoe vaster u de mof draait, hoe sterker de grip wordt.
(2) Verwijderen
Houd de ring stevig vast met uw hand en draai de mof linksom los in de richting van ("OPEN.AUF →").
LET OP
○ Het is niet nodig met kracht tegen de boorhamer te drukken. Dit resulteert in slijtage van de punt van het boorstuk en een kortere levensduur van de boorhamer.
○ Bij het terugtrekken van de boor uit het geboorde gat, is het mogelijk dat het boorstuk breekt. Ga daarom voorzichting te werk bij het terugtrekken.
○ Probeer geen ankergaten te boren of gaten in beton terwijl de machine in de „alleen draaien“ functie is.
○ Gebruik de boorhamer niet om te draaien en te hameren met de boorkophouder gemonteerd. Dit zal de levensduur van de diverse onderdelen van de machine aanzienlijk verkorten.
- Drijven van machineschroeven
Monteer het aandrijfstuk in de boorkophouder op dezelfde manier als het boorstuk wordt gemonteerd. Steek het aandrijfstuk in de groef van schroefkop en zet de schakelaar aan om de schroef vast te draaien.
LET OP
○ Zorg ervoor dat de schroef niet al te lang wordt aangedraaid, omdat de schroef beschadigd zou kunnen worden.
○ Zet de boorhamer recht op de schroef wanneer deze wordt aangedraaid; wanneer dit niet gedaan wordt kan de kop van de schroef beschadigd worden. De draaikracht kan ook onvoldoende op de schroef worden overgebracht.
○ Gebruik de boorhamer niet om te draaien en te hameren met de boorkophouder en boorstuk gemonteerd.
- Aandraaien van houtschroeven
(1) Kiezen van de juiste boorpunt Gebruik indien mogelijk altijd een kruisgleufschroef omdat een boorpunt gemakkelijk van een sleufkopschroef afglijdt.
(2) Aandraaien van houtschroeven
○ Maak een gat in de oppervlakte van het hout voordat de houtschroef ingedraaid wordt. Zet de punt van de boor op de kop van de schroef en draai deze langzaam naar binnen. ○ Draai de boorhamer eerst langzaam totdat de schroef gedeeltelijk is ingedreven, en trek dan verder aan de schakelaar om optimale drijfkracht te verkrijgen.
LET OP
Neem voorzichtigheid in acht bij het maken van een gat voor de schroef; met de hardheid van het hout dient rekening gehouden te worden. Als het gat te klein is, of te ondiep, hetgeen meer drijfkracht vereist, kan het schroefdraad van de schroef beschadigd worden.
- Alleen hameren
Deze boorhamer kan worden ingesteld om alleen te hameren door op de drukknop te drukken en de richtingshendel op het 📂 teken te draaien met de boorstukhouder gemonteerd. (Afb. 12).
(1) Bevestig de puntboor of beitel.
(2) Druk op de drukknop en zet de keuzeschakelaar in het midden van het teken en teren (Afb. 13). De draaifunctie is stopgezet, draai de greep en zet de beitel in de gewenste positie (Afb. 14).
(3) Draai de keuzeschakelaar naar het T teken (Afb. 12). De puntboor of beitel is aan de schacht vastgezet.
LET OP
- Gebruik van de stopper (Afb. 15)
(1) Draai de knop op de zijhendel los en steek de stopper in de U-vormige groef van de zijhendel.
(2) Bepaal de positie van de sopper overeenkom-stig de diepte van het gat en draai de knop stevig vast.
- Gebruik van het boorstuk (met vernauwde schacht) en de vernauwde schachtadaptor
(1) Bevestig de vernauwde schachtadaptor aan de boorhamer (Afb. 16).
(2) Bevestig het boorstuk (met vernauwde schacht) aan de vernauwde schachtadapter (Afb. 16).
(3) Schakel de boorhamer in en boor een gat van de gewenste diepte.
(4) Voor het verwijderen van het boorstuk (met vernauwde schacht) dient de cotter in de gleuf van de vernauwde schachtadaptor te worden gestoken. Sla nu op de cotter terwijl de boorhamer wordt ondersteund (Afb. 17).
GEBRUIK VAN HET KERNSTUK (VOOR LICHE BELASTING)
Met behuip van het kernstuk (voor lichte balasting) kunnen grote kaliber gaten geboord worden. Gebruik het kernstuk samen met de los verkrygbare en de kernstukschacht.
1. Monteren
LET OP
Schakel de boorhamer uit en trek de stekker uit het stopcontact.
(1) Bevestig het kernstuk aan de kernstukschacht (Afb. 18). Bedek de schroefdraad van de kernstukschacht met vet om naderhand het demonteren te vergemakkelijken.
(2) Bevestig de kernstukschacht aan de boorhamer (Afb. 19).
(3) Steek de middenpin zo ver mogelijk in het pasplaatje.
(4) Leg het pasplaatje op het kernstuk en draai het links- of rechtsom zodat het niet uit positie kan raken, zelfs als het kernstuk naar beneden wordt gericht (Afb. 20).
2. Boren (Afb. 21)
(1) Steek de stekker in het stopcontact.
(2) De middenpin heeft een ingebouwde veer.
Door deze recht en zachtjes tegen een muur of vloer te drukken maakt de oppervlakte van het kernstuk contact waarna een gat geboord kan worden.
(3) Als de diepte van het gat ongeveer 5 mm bedraagt, kan de positie van het gat bepaald worden. Verwijder hierna de middenpin en het plaatje en boor vervolgens het gat.
(4) Het is niet nodig met kracht tegen de boorhamer te drukken. Wordt dit wel gedaan, dan zal dit resulteren in overmatige slijtage van de punt van het boorstuk en een kortere levensduur van de boorhamer.
LET OP
Schakel de boorhamer uit en trek de stekker uit het stopcontact alvorens de middenpin en het plaatje te verwijderen.
3. Demonteren (Afb. 22)
Neem de kernstukschacht uit de boorhamer en sla twee of drie keer hard met een hamer op de kop van de kernstukschacht. Het kernstuk kan nu verwijderd worden.
SMEREN
Gebruik vet met een lage viscositeit voor het smeren van de boorhamer. In dit geval hoeft de boorhamer slechts af en toe te worden ingevet. Neem contact op met uw dealer als er vet lekt bij de schroeven.
Gebruik van een niet voldoende ingevette boorhamer zal resulteren in een verkorting van de levensduur.
LET OP
Gebruik uitsluitend het voorgeschreven soort vet. Bij gebruik van een willekeurig ander soort vet kunnen de prestaties van de boorhamer negatief beïnvloed worden. Raadpleeg uw dealer voor het insmeren.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
1. Inspectie van de boor
Versleten boren dienen onmiddelijk vervangen of geslepen te worden, daar gebruik van versleten boren kan resulteren in verminderde efficiëntie en defekten aan de motor.
2. Inspectie van de bevestigingsschroef
Alle bevestigingsschroeven moten regelmatig geïnspecteerd en gecontroleerd worden of zij juist aangedraaid zijn. Wanneer één van de schroeven losraakt, dan moet deze onmiddellijk opnieuw aangedraaid worden. Gebeurt dat niet, dan kan dat tot aanzienlijke gevaren leiden.
3. Onderhoud van de motor
De motorwikkeling is het „hart“ van het electrische gereedschap. Er moet daarom bijzonder zorgvuldig op gelet worden, dat de wikkeling niet beschadigd en/of met olie of water bevochtigd wordt.
4. Inspecteren van de koolborstels
Met het oog op uw veiligheid en om elektrische schokken te voorkomen, mogen inspectie en vervanging van de koolborstels alleen uitgevoerd worden door een erkend Hitachi service-centrum.
5. Vervangen van het stroomsnoer
Als het stroomsnoer van het gereedschap beschadigd raakt, moet het gereedschap aan een erkend Hitachi Service-centrum worden geretourneerd om het stroomsnoer te laten vervangen.
6. Lijst vervangingsonderdelen LET OP
Reparatie, modificatie en inspectie van Hitachi elektrisch gereedschap dient te worden uitgevoerd door een erkend Hitachi Service-centrum.
Deze Onderdelenlijst komt van pas wanneer u deze samen met het gereedschap aanbiedt bij het erkende Hitachi Service-centrum wanneer u om reparatie of ander onderhoud verzoekt.
Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.
MODIFICATIES
Hitachi elektrisch gereedschap wordt voortdurend verbeterd en gewijzigd teneinde gebruik te kunnen maken van de nieuwste technische ontwikkelingen.
Daarom is mogelijk dat sommige onderdelen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.
GARANTIE
We garanderen dat elektrisch gereedschap van Hitachi overeenstemt met de wettelijke/landenspecifieke regelgeving. Deze garantie dekt geen defecten of schade wegens verkeerd gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten, stuurt u het elektrische gereedschap, niet uit elkaar gehaald, met het GARANTIECERTIFICAAT dat zich bevindt op het einde van deze bedieningsinstructies, naar een erkend Hitachi servicecenter.
OPMERKING
Op grond van het voortdurende research- en ontwikkelingsprogramma van HITACHI zijn veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehouden.
Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen
De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN60745 en voldoen aan de eisen van ISO 4871.
Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 103 dB (A)
Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 90 dB (A)
Onzekerheid KpA: 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Typische gewogen effektieve versnellingswaarde: 15,7 m/s ^2 .