BS 500 - Trilplaat Wacker Neuson - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BS 500 Wacker Neuson in PDF-formaat.
| Producttype | Trilplaat |
| Merk | Wacker Neuson |
| Model | BS 500 |
| Motortype | VM80, tweetakt, mengsmering |
| Aanbevolen brandstofmengsel | 50:1 of 100:1 (benzine/olie) |
| Toerental - vollast | 4400 ± 100 tpm |
| Toerental - stationair | 1800 ± 100 tpm |
| Bougie | Champion RL95YC, elektrodenafstand 0,8–0,9 mm |
| Compressie (cilinderkop koud) | 8,0–9,7 bar |
| Luchtfilter | Dubbel element (voorfilter + papierelement) |
| Smering stampersysteem | SAE 10W30, 562 ml |
| Geluidsniveau (op gebruiker) | 90 dB(A) |
| Geluidsvermogen (gegarandeerd) | 108 dB(A) |
| Trillingsniveau (hand/arm) | 14 m/s² |
| Gebruiksdoel | Verdichting van losse grond en grind |
| Onderhoudsinterval luchtfilter | Wekelijks of elke 25 uur (controleren/reinigen) |
| Veiligheidsvoorzieningen | Noodstopknop, brandstofafsluiter, beschermkappen |
| Startsysteem | Repeteerstarter |
Veelgestelde vragen - BS 500 Wacker Neuson
Gebruikersvragen over BS 500 Wacker Neuson
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Trilplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BS 500 - Wacker Neuson en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BS 500 van het merk Wacker Neuson.
GEBRUIKSAANWIJZING BS 500 Wacker Neuson
BS 500 Inhoudsopgave
1. Voorwoord 3
2. Informatie inzake veiligheid 4
2.1 Bedrijfsveiligheid 5
2.2 Bedrijfsveiligheid motor 7
2.3 Bedieningsveiligheid 8
2.4 Montageplaatsen voor Labels 9
2.5 Bedieningslabels 10
2.6 Bedieningslabels 13
3. Technische specificaties 15
3.1 Stamper specificaties 15
3.2 Geluidsmeting 15
3.3 Trillingsmeting 16
3.4 Afmetingen 16
4. Bedrijf 17
4.1 Gebruik 17
4.2 Aanbevolen brandstof 17
4.3 Voor u begint 17
4.4 Starten 18
4.5 Stoppen 19
4.6 Bedrijf 19
4.7 Juiste verdichting 20
Inhoudsopgave
BS
5. Onderhoud 21
5.1 Onderhoudsschema .....21
5.2 Onderhoud luchtfilter 22
5.3 Smering ....23
5.4 Bevestiging voet ....23
5.5 Afstellen carburateur 24
5.6 Opslag op lange termijn 24
5.7 Transport 25
5.8 Storingen 26
1. Voorwoord
Deze handleiding geeft informatie en procedures om dit Wacker-model veilig te gebruiken en te onderhouden. Voor uw eigen veiligheid en bescherming tegen letsel de in deze handleiding beschreven veiligheidsaanwijzingen zorgvuldig lezen, begrijpen en nakomen.
Houd deze handleiding of een kopie ervan bij de machine. Mocht u deze handleiding kwijtraken of een extra exemplaar willen hebben, neem dan contact op met Wacker Corporation. Deze machine is gebouwd met de veiligheid van de gebruiker in gedachten; de machine kan echter gevaar opleveren wanneer deze niet op de juiste manier gebruikt en onderhouden wordt. Volg de bedieningsaanwijzingen zorgvuldig! Mocht u vragen hebben over het gebruik of onderhoud van deze installatie, neem dan contact op met Wacker Corporation.
De informatie in deze handleiding is gebaseerd op machines in productie ten tijde van de publicatie. Wacker Corporation behoudt zich het recht voor welk deel dan ook van deze informatie zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
Alle rechten, in het bijzonder kopieer- en distributierechten, zijn voorbehouden.
Geen enkel deel van deze uitgave mag in welke vorm of op welke manier dan ook, hetzij elektronisch of mechanisch, waaronder fotokopiëren, worden vermenigvuldigd zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Wacker Corporation.
Elke soort vermenigvuldiging of distributie die niet door Wacker Corporation is goedgekeurd, is een inbreuk op geldige auteursrechten en zal worden vervolgd. Wij behouden ons uitdrukkelijk het recht voor technische wijzigingen aan te brengen, zelfs zonder voorafgaande kennisgeving, die het doel hebben onze machines en de veiligheidsnormen ervan te verbeteren.
Informatie inzake veiligheid BS 500
2. Informatie inzake veiligheid
Deze handleiding bevat vermeldingen voorafgegaan door GEVAAR, WAARSCHUWING, VOORZICHTIG, AANDACHT en N.B., die moeten worden opgevolgd om de kans op lichamelijk letsel, beschadiging van de machine of verkeerd onderhoud te beperken.

Dit is het waarschuwingssymbool. Het wordt gebruikt om te wijzen op mogelijk gevaar voor lichamelijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen na dit symbool op om mogelijk letsel of fataal letsel te voorkomen.

GEVAAR duidt op een gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, zal resulteren in de dood of een ernstig letsel.

WAARSCHUWING duidt op een gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, kan resulteren in de dood of een ernstig letsel.

VOORZICHTIG duidt op een gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, kan resulteren in een klein of licht letsel.
AANDACHT: gebruikt zonder het veiligheidssymbool, duidt AANDACHT op een gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, kan resulteren in materiële schade.
N.B.: Geeft extra informatie die van belang is voor een procedure.
BS 500 Informatie inzake veiligheid
2.1 Bedrijfsveiligheid

Een adequate opleiding en bekendheid met de machine zijn noodzakelijk voor het veilig bedienen ervan. Verkeerd gebruik van de machine of gebruik door ongeschoold personeel kan gevaar opleveren. Lees de gebruiksvoorschriften en zorg dat u vertrouwd bent met de bediening en plaats van alle instrumenten en knoppen. Onervaren gebruikers dienen te worden opgeleid door iemand die vertrouwd is met de apparatuur voordat zij de machine mogen bedienen.
2.1.1 De machine NOOIT gebruiken voor toepassingen waarvoor deze niet is bedoeld
2.1.2 Laat NOOIT iemand zonder geschikte training deze apparatuur bedienen. Iedereen die deze apparatuur bedient, moet vertrouwd zijn met de risico's en gevaren die eraan verbonden zijn.
2.1.3 NOOIT de warme knaldemper, het motorblok of koelribben aanraken. Dit zal brandwonden veroorzaken.
2.1.4 Gebruik NOOIT hulpstukken die niet aanbevolen zijn door Wacker. Dit kan resulteren in schade aan de apparatuur of verwonding van de gebruiker.
2.1.5 Een draaiende machine NOOIT onbeheerd achterlaten.
2.1.6 De functie van de bedieningselementen NOOIT wijzigen of uitschakelen.
2.1.7 NOOIT de choke gebruiken om de machine uit te zetten.
2.1.8 De machine NOOIT gebruiken op plaatsen waar gevaar is voor ontploffing.
2.1.9 Er ALTIJD voor zorgen dat diegene die de machine bedient bekend is met de correcte veiligheidsprocedures en bedieningswijze voordat hij/zij de machine gebruikt.
2.1.10 Er ALTIJD voor zorgen dat alle andere personen zich op veilige afstand van de machine bevinden. De machine stoppen als personen op het werkterrein van de machine komen.
2.1.11 Vergewis u er ALTIJD van dat de gebruiker vertrouwd is met de juiste veiligheidsvoorzieningen en bedieningstechnieken vooraleer hij/zij de machine gebruikt.
2.1.12 Draag ALTIJD beschermende kledij tijdens het bedienen van de apparatuur.
2.1.13 Een stofbril of veiligheidsbril bijvoorbeeld, beschermt de ogen tegen schade die kan worden veroorzaakt door rondvliegend puin.
2.1.14 ALTIJD doordacht en voorzichtig te werk gaan met de machine.
Informatie inzake veiligheid BS 500
2.1.16 De motor ALTIJD uitzetten als de stamper niet wordt gebruikt.
2.1.17 U dient ALTIJD de bougie te verwijderen of los te koppelen voordat u onderhoud verricht aan de stamper om te voorkomen dat deze per ongeluk start.
2.1.18 De stamper ALTIJD zodanig sturen dat de gebruiker niet tussen de stamper en vaste voorwerpen komt te zitten. Voorzichtigheid is vooral geboden als op ongelijke grond wordt gewerkt of bij het verdichten van grof materiaal. Ervoor zorgen dat u stevig staat als u de machine onder dergelijke omstandigheden gebruikt.
2.1.19 De stamper ALTIJD bedienen op een wijze die alle risico van omkantelen of vallen uitsluit wanneer in de buurt van randen of onderbrekingen in het terrein, putten, hellingen, greppels en platforms wordt gewerkt.
2.1.20 De machine ALTIJD op de juiste wijze opslaan wanneer u deze niet gebruikt. De machine dient op een schone, droge plaats en buiten het bereik van kinderen te worden opgeslagen.
2.1.21 Sluit de brandstofklep op motoren die daarmee zijn uitgerust ALTIJD af wanneer deze niet gebruikt wordt.
2.1.22 ALTIJD machine bedienen met alle veiligheidsvoorzieningen en beschermingen op hun plaats en bedrijfsklaar. Veiligheidsvoorzieningen NIET wijzigen of uitschakelen. Machine NIET bedienen indien enige veiligheidsvoorziening of bescherming ontbreekt of niet bedrijfsklaar is.
BS 500 Informatie inzake veiligheid
2.2 Bedrijfsveiligheid motor

Er zijn altijd risico's verbonden aan de bediening en brandstofvoorziening van verbrandingsmotoren. Het niet in acht nemen van de onderstaande veiligheidsvoorschriften kan leiden tot ernstige of fatale verwondingen.
2.2.1 NIET roken tijdens het bedienen van de machine.
2.2.2 NIET ROKEN wanneer u de benzinetank vult.
2.2.3 NIET TANKEN wanneer de motor warm is of draait.
2.2.4 NIET TANKEN in de nabijheid van open vuur.
2.2.5 NIET morsen bij het vullen van de tank.
2.2.6 De motor NIET laten draaien in de nabijheid van open vuur.
2.2.7 Laat de machine NIET binnenshuis draaien of in een ingesloten ruimte zoals een diepe greppel, tenzij voor afdoende ventilatie via hulpstukken zoals afzuigventilatoren of -slangen is gezorgd. Uitlaatgas van de motor bevat giftig koolmonoxidegas. Blootstelling aan koolmonoxidegas kan tot bewusteloosheid en zelfs dood leiden.
2.2.8 De tank ALTIJD in een goed geventileerde omgeving vullen.
2.2.9 Na het tanken ALTIJD de benzinedop terugplaatsen.
2.2.10 ALTIJD de brandstofleidingen, brandstofdop en brandstoftank op lekken en scheuren controleren voordat u de motor start. De machine niet inschakelen als er brandstoflekken zijn of de brandstofdop of brandstofleidingen loszitten.
2.3 Bedieningsveiligheid

Een slecht onderhouden machine kan een bron van gevaar vormen! Voor het veilige en juiste gebruik van de machine op lange termijn zijn periodiek onderhoud en reparatie vereist.
2.3.1 Probeer NIET om de machine te reinigen of te herstellen terwijl hij aan staat. Draaiende onderdelen kunnen ernstige verwondingen veroorzaken.
2.3.2 De machine NIET zonder luchtfilter gebruiken.
2.3.3 Het papierelement van het luchtfilter, het voorfilter of het luchtfilterdeksel NIET verwijderen terwijl de stamper in bedrijf is.
2.3.4 De toerenregelaar van de motor NIET anders afstellen. De motor mag niet op andere snelheden draaien dan de snelheden die in het hoofdstuk Technische specificaties worden opgegeven.
2.3.5 Torn een verzopen benzinemotor waarvan de bougie verwijderd is niet. Brandstof die in de cilinder opgesloten zit, zal uit de bougieopening spuiten.
2.3.6 Test, als de motor verzopen is of de geur van benzine aanwezig is, NIET op vonken bij benzine motoren. Een verdwaalde vonk kan dampen doen ontbranden.
2.3.7 Gebruik GEEN benzine of andere types brandstoffen of brandbare oplossingen om onderdelen te reinigen, vooral niet in gesloten ruimtes. Dampen van brandstoffen en oplossingen kunnen ontplofbaar worden.
2.3.8 Na reparatie of onderhoud de veiligheidsvoorzieningen en beschermkappen ALTIJD terugplaatsen.
2.3.9 Houd de plaats rond de uitlaat ALTIJD vrij van vuil zoals bladeren, papier, karton enz. Een hete uitlaat zou deze kunnen doen ontbranden.
2.3.10 Voor periodiek onderhoud ALTIJD de voorschriften in de handleiding volgen.
2.3.11 Vuil ALTIJD verwijderen van koelribben van het motorblok.
2.3.12 ALWAYS replace worn or damaged components with spare parts designed and recommended by Wacker Corporation.
2.3.13 Verwijder de bougie van machines die van benzinemotoren voorzien zijn ALTIJD vóór een onderhoudsbeurt om per ongeluk opstarten te vermijden.
2.3.14 Houd de machine ALTIJD schoon en de labels goed leesbaar. Vervang alle ontbrekende of slecht leesbare labels. Labels verschaffen belangrijke bedieningsinstructies en waarschuwen tegen gevaren en risico's.
BS 500 Informatie inzake veiligheid
2.4 Montageplaatsen voor Labels

Informatie inzake veiligheid BS 500
2.5 Bedieningslabels
Op Wacker-machines zijn waar nodig labels met internationale symbolen aangebracht. Deze labels worden hieronder beschreven:
| Label Betekenis | ||
![]() | Dit ingegoten label bevat belangrijke informatie over de veiligheid en bediening. Indien het onleesbaar wordt, moet het deksel worden vervangen. Raadpleeg het onderdelenboek voor bestelinformatie. | |
![]() | GEVAAR!Gevaar voor verstikking. | |
![]() | Ogen, oren en hoofd beschermen wanneer u de machine bedient. | |
![]() | GEVAAR!Geen vonken, vlammen of brandende voorwerpen nabij de brandstoftank. | |
![]() | De motor stoppen om bij te tanken. | |
BS 500 Informatie inzake veiligheid
| Label Betekenis | ||
![]() | VOORZICHTIG!Gebruik alleen schone, gefilterde benzine als brandstof. | |
![]() | WAARSCHUWING!Draag oorbeschermers bij het bedienen van deze machine, om gehoorverlies te voorkomen. | |
![]() | ⚠WARNING ▲ADVERTENCIAREPLACE GUARD MONTE DE NUEVO PROTECTOR⚠WARNUNG ▲AVERTISSEMENTSCHUTZ WIEDERMONTIEREN REMETTRE PROTECTEUR | WAARSCHUWING!Heet oppervlak! Beschermkap terugplaatsen! |
![]() | WAARSCHUWING!Veren zijn samengedrukt. Maak de deksel langzaam los om te voorkomen dat de veer wordt uitgestoten. Ernstig letsel indien geraakt door samengedrukte veerdeksel. | |
![]() | Gegarandeerd geluidskrachtniveau in dB(A). | |
Informatie inzake veiligheid BS 500
| Label Betekenis | |
![]() | Een naamplaatje met het modelnummer,artikelnummer, revisie- en serienummer is aan elk apparaat bevestigd. Maak een aantekening van de informatie op dit plaatje zodat u dit bij de hand hebt als het naamplaatje verloren raakt of beschadigd wordt. Als u onderdelen bestelt of onderhoudsinformatie vraagt, wordt u altijd gevraagd om het model, artikelnummer,revisienummer en serienummer van het apparaat op te geven. |
![]() | Deze machine wordt mogelijk beschermd door een of meer van de volgende octrooien. |
BS 500 Informatie inzake veiligheid
2.6 Bedieningslabels
Op Wacker-machines zijn waar nodig labels met internationale symbolen aangebracht. Deze labels worden hieronder beschreven:
| Label Betekenis | |
![]() | Sluit choke. |
![]() | Open gasklep 1/4 tot 1/2 van de volledig geopende stand. |
![]() | Trek aan repeteerstarter. |
![]() | Open choke. |
![]() | De brandstofhendel via de arreteerstand naar de stoppositie brengen. |
Informatie inzake veiligheid BS 500
| Label Betekenis | |
![]() | Brandstofhendel:0 = StoppenSchildpad = StationairKonijn = Draaien |
![]() | Motorstopknop:Op de knop drukken om de motor te stoppen. |
![]() | Choke0 = OpenI = Dicht |
![]() | De motor van deze stamper gebruikt een tweetakt-benzine/oliemengsel (mengsmering).Meng gewone loodvrije benzine en een tweet-akt-/buitenboord-motorolie in een aparte con-tainer voordat u de tank vult. |
BS 500 Technische specificaties
3. Technische specificaties
3.1 Stamper specificaties
| Artikelnummer: | BS 5000007550, 00080480008049, 0009074, 0009075 | |
| Stamper | ||
| Type motor | type | VM80 |
| Toerental - vollast | toeren/minuut | 4400 ± 100 |
| Toerental - stationair | toeren/minuut | 1800 ± 100 |
| Aangrijppunt koppeling | toeren/minuut | 2800 ± 100 |
| Bougie afstand | type | Champion RL95YC |
| Elektrodenafstand | mm | 0,8–0,9 |
| Compressie cilinderkop koud | bar/cm3 | 8,0–9,7 |
| Luchtfilter | type | Dubbel element |
| Smering | olietype | Gebruik een ratio van 50:1 bij standaard tweetaktolie.Gebruik een ratio van 100:1 of 50:1 bij Wacker tweetaktolie of bij tweetaktolie met specificaties per NMMA TC-W3, API TC, JASO FC of ISO EGD. |
| Stampermechanisme Smering | olietype | SAE 10W30 |
| De capaciteit van het stampersysteem | ml | 562 |
3.2 Geluidsmeting
De vereiste geluidspecificatie in Paragraaf 1.7.4.f van de Machinerieën Wijzer 89/392/EEC, is:
- geluidslast op de locatie van de gebruiker (L pA ) = 90 dB(A).
- gegarandeerd geluidskrachtniveau (L WA ) = 108 dB(A).
Deze geluidswaarden werden vastgesteld volgens ISO 3744 voor de geluidsdruk ( LWA ) en ISO 6081 voor de geluidslast ( LpA ) op de locatie van de gebruiker.
Technische specificaties BS 500
3.3 Trillingsmeting
Het trillingsniveau voor de hand/arm, gemeten volgens het bijgevoegde document 1, paragraaf 2.2 of 3.6.3 van de EG-bepalingen inzake machines, is ongeveer 14 m/s 2 .
De gewogen effectieve acceleratiewaarde is gemeten volgens ISO 8662, deel 1.
De gemeten geluids- en trillingswaarden werden verkregen bij gebruik op gebroken grind bij nominaal motortoerental.
3.4 Afmetingen
mm (in.)


wc_gr000042
BS 500 Bedrijf
4. Bedrijf
4.1 Gebruik
Stampers zijn ontworpen voor verdichting van losse grond en grind om te voorkomen dat deze gaat inklinken en om een stevige, solide ondergrond te bieden voor fundamenten, betonplaten, funderingen, en andere structuren.
4.2 Aanbevolen brandstof
De motor van deze stamper gebruikt een twee-takt-benzine/oliemengsel (mengsmering).
Meng gewone loodvrije benzine en een tweetakt-/buitenboord-motorolie in een aparte container voordat u de tank vult.
| Mengsmering 50:1 Mengsmering 100:1 | |||
| Benzine Olie | Benzine Olie | ||
| 5 liters 100 | ml 5 liters 50 ml | ||
| 10 liters 200 | ml 10 liters 100 ml | ||
| 15 liters 300 | ml 15 liters 150 ml | ||
4.3 Voor u begint
4.3.1 De veiligheidsvoorschriften vooraan in deze handleiding doorlezen.
4.3.2 Tank vullen met het juiste mengsel.
4.3.3 Stamper op los zand of gravel plaatsen. De stamper NOOIT starten op een harde ondergrond, zoals asfalt of beton.
4.4 Starten
Zie afbeelding: wc_gr000043
4.4.1 Open de brandstofklep.
N.B.: Soms moet u bij warme motoren choken.
4.4.3 De gasklep 1/4 tot 1/2 van de volledig geopende stand (c3) openen.
4.4.4 Aan het startkoord (a) trekken totdat de motor aanslaat.
N.B.: Wanneer een machine voor het eerst wordt gebruikt, onlangs een servicebeurt heeft gehad, zonder brandstof kwam of lange tijd niet gebruikt werd, moet er misschien meer keren aan het koord worden getrokken om de brandstof naar de carburateur te brengen.
4.4.5 Open de choke (b2) op de carburateur terwijl de motor warm loopt, of blijf aan het koord trekken tot deze start, als de motor probeert de starten.
N.B.: Een koude motor moet gedurende ongeveer een (1) minuut in de stationaire stand (c2) kunnen opwarmen. Als de choke niet geopend wordt, nadat de motor probeerde te starten, kan deze verdrinken.

4.5 Stoppen
Zie afbeelding: wc_gr000043
4.5.1 De gashendel in de stationaire stand (c2) zetten.
4.5.2 De motor uitzetten door de gashendel via de arreteerstand naar de uitstand (c1) te brengen. De motor komt tot stilstand en de brandstofklep zal sluiten.
N.B.: Als de gashendelkabel breekt, de stamper met de hand stoppen met behulp van de STOP-knop (d) van de motor.
4.6 Bedrijf
Zie afbeelding: wc_gr000044
Houd trilstamper schoon en droog. Vermijd onbelaste slagen. Laat de stamper nooit op volle kracht werken bij het wegduwen van materiaal of bij het optillen van de uitrusting.
Voor optimale controle, prestatie en minimale hand/arm-vibratie, houdt u de hefboom vast zoals wordt getoond. Hand/arm-vibratie (HAV) werd geoptimaliseerd voor deze stand. Vermelde HAV-niveaus zijn gemeten op positie A net vóór de handpositie getoond in overeenstemming met EN1033 en ISO 5349.
AANDACHT: Om beschadiging van de stamper te voorkomen, mag u de stamper niet laten werken op zijn zijde.
Indien de stamper op zijn zijde zou kantelen, plaats de stamper dan in de getoonde positie, schakel de motor uit door de gasbedieningshendel via de arretering in de uit-stand te plaatsen.

Zie afbeelding: wc_gr000045
4.7.1 De stamper in de stand volgas (a4) laten lopen om de beste prestaties te verkrijgen.
4.7.2 De stamper sturen met de handgreep. De machine op eigen kracht laten vooruitgaan. NIET proberen de machine te 'overmeesteren'.
4.7.3 Voor een goede verdichting dient de voet de grond vlak te raken (b) en niet met de teen of de hiel. Hierdoor voorkomt u overmatige slijtage van de voet.
BS 500 Onderhoud
5. Onderhoud
5.1 Onderhoudsschema
| Dagelijks voor u begint | Na de eerste 5 uur | Iedere week of 25 uur | Iedere maand of 100 uur | Iedere 3 maanden of 300 uur | Jaarlijks | |
| Brandstofpeil controleren. Motor-oliepeil controleren. | ■ | |||||
| Luchtfilter inspecteren. Zo nodig vervangen. | ■ | |||||
| Oliepeil in kijkglas controleren. | ■ | |||||
| Brandstofleiding en koppelstuk-ken op barsten en lekken control-eren. Zo nodig vervangen. | ■ | |||||
| Bevestiging stampvoet aan-draaien. | ■ | ■ | ||||
| Externe sluitingen controleren. | ■ | ■ | ||||
| Koelribben motorblok schoon-maken. | ■ | |||||
| Elektroden bougie reinigen en afstellen. | ■ | |||||
| Motorolie verversen. | ■ | |||||
| Bougie vervangen. | ■ | |||||
| Repeteerstarter reinigen. | ■ | |||||
| Olie slagsysteem vervangen. * | ■ | |||||
| De hefkabel voor de kraan inspecteren op slijtage beschad-igingen of vernielingen | ■ | |||||
| Inspecteer de benzinefilter. | ■ | |||||
| * Olie slagsysteem vervangen na eerste 50 bedrijfsuren.N.B.: Als de motor slecht loopt, de luchtfilterelementen controleren, reinigen en vervangen wanneer dat nodig is. | ||||||
5.2 Onderhoud luchtfilter
Zie afbeelding: wc_gr000046

NOOIT benzine of andere soorten oplosmiddelen met een laag vlampunt gebruiken om het luchtfilter te reinigen. Dit zou tot brand of explosie kunnen leiden.
AANDACHT: De motor NOOIT zonder luchtfilter laten draaien. Dit kan ernstige motorschade veroorzaken.
De stamper is uitgerust met een tweedelige luchtfilter. Onder normale werkomstandigheden moeten deze onderdelen een keer per week schoongemaakt worden. Onder extreme, droge en stoffige omstandigheden is het onderhoud hiervan echter dagelijks vereist. Wanneer een onderdeel vol met aangekoekt vuil zit, dat moeilijk te verwijderen is, moet U het onderdeel vervangen. Volg de volgende werkwijze bij het schoonmaken van de onderdelen:
5.2.1 Het luchtfilterdeksel (a) verwijderen. Het voorfilter en het papierelement verwijderen en inspecteren op gaten of scheurtjes. Vervangen indien ze beschadigd zijn.
5.2.2 Voorfilter (b): Reinigen met perslucht onder lage druk. Wanneer het voorfilter zeer vuil is, in een oplossing van een zacht wasmiddel en warm water wassen. Grondig met schoon water spoelen. Goed laten drogen alvorens het voorfilter weer aan te brengen.
N.B.: Geen olie op het voorfilter aanbrengen.
5.2.3 Papierelement (c): Zachtjes tegen het element kloppen om vuil te verwijderen. Het papierelement vervangen als het zwaar vervuild is.
5.2.4 Het filterhuis (d) met een schone doek schoonvegen.
AANDACHT: Tijdens het reinigen geen vuil in de motorinlaatpoort laten komen — dit heeft motorschade tot gevolg.


Zie afbeelding: wc_gr000047, wc_gr000046
5.3.1 Ververs de olie van het stampersysteem na de eerste 50 bedrijfsuren en daarna om de 300 uur. Verwijder het peilglas (f) en kantel de machine naar achteren totdat hij op de handgreep rust om de olie af te tappen.
N.B.: Met het oog op de bescherming van het milieu dient een stuk plastic en een bak onder de machine te worden geplaatst om eventueel weglopende vloeistof op te vangen. Voer deze vloeistof af volgens de milieuvoorschriften.
5.3.2 Met de stamper op een vlakke ondergrond vult u olie bij door de stop (e). De juiste smering van het stampersystem wordt aangegeven wanneer ongeveer 1/2—3/4 van het peilglas (f) vol is.
5.4 Bevestiging voet
Zie afbeelding: wc_gr000048
Bij nieuwe machines of nadat u de voet hebt vervangen, de bevestigingsbouten en moeren (a) controleren en vastdraaien na de eerste 5 bedrijfsuren. Daarna iedere week inspecteren.
Aangegeven aantrekkoppel aanhouden.

Zie afbeelding: wc_gr00049
Technische specificatie raadplegen voor het juiste stationaire en bedrijfstoerental. Een toerenteller gebruiken om de carburateur zo nauwkeurig mogelijk af te stellen.
5.5.1 De motor starten en op de bedrijfstemperatuur laten komen.
5.5.2 Het stationaire motortoerental instellen terwijl de motor stationair draait en de choke (a) helemaal open is. De stationairregelschroef (b) naar binnen of buiten draaien tot het juiste stationaire toerental is verkregen.
AANDACHT: De stelschroef NIET te strak vastdraaien; anders kunt u de carburateur beschadigen.

5.6 Opslag op lange termijn
5.6.1 Benzine uit de tank aftappen.
5.6.2 Motor starten en laten draaien tot resterende benzine is opgebruikt.
5.6.3 Bougie verwijderen. Door de opening voor de bougie ongeveer 30 ml. schone motorolie SAE 10W30 in de cilinder gieten.
5.6.4 Startkabel langzaam doortrekken om olie in de motor te verdelen.
5.6.5 Bougie terugplaatsen.
5.7 Transport
Zie afbeelding: wc_gr000050
5.7.1 Motor altijd afzetten wanneer u de machine vervoert.
5.7.2 Ervoor zorgen dat de takel voldoende is om het gewicht van de machine te dragen (zie identificatieplaatje op de machine voor het gewicht).
5.7.3 Centraal hijsoog (a) gebruiken om de machine op te tillen.
Controleer de hefkabel voor de kraan altijd op slijtage, schade of vernielingen. Bescherm de kabel tegen scherpe randen. Gebruik deze niet als er ergens tekenen zijn van doorgesneden draden, overmatige slijtage of andere defecten aanwezig zijn. Vervang een beschadigde kabel onmiddellijk om letsel of de dood te voorkomen.
5.7.4 De machine op het voertuig vastbinden om te vermijden dat deze omvalt, wegrolt of eraf valt. De machine plat leggen en op het voertuig vastbinden op punten (a) en (b).
AANDACHT: Benzinetank aftappen om te voorkomen dat benzine uit dop (c) lekt.

wc_gr000050
5.8 Storingen
| Probleem / Symptoom Oorzaak / Oplossing | |
| Motor start niet of slaat af. • Geen benzine in de tank.• Bougie is vuil.• Benzinekraan staat dicht. | |
| Motor accelereert niet, start moeilijk, of loopt onregelmatig. | • Verkeerd mengsel. Teveel olie.• Bougie is vuil.• Knaldemper en uitlaatpoort reinigen.• Krukaskeerringen lekken.• Luchtfilter kan verstopt zijn. |
| Motor loopt warm. • Verkeerd mengsel. Onvoldoende olie.• Koelribben en ventilatorbladen reinigen. | |
| Motor draait; stamper func-tioneert niet. | • Koppeling op schade inspecteren. Vervangen indien nodig.• Gebroken drijfstang of krukasmechanisme.• Motor heeft weinig vermogen. Compressieverlies. Uitlaatpoort verstopt. |
| Motor draait; stamper func-tioneert onregelmatig. | • Olie/vet op koppeling.• Gebroken/versleten veren.• Vuilophoping op stampvoet.• Gebroken onderdelen in stampermechanisme of krukas.• Vollast toerental van motor is te hoog. |




















