Laguna (2001) - Automobiel RENAULT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Laguna (2001) RENAULT in PDF-formaat.
| Type product | Auto |
| Merk en model | Renault Laguna (2001) |
| Lengte | 4,58 m |
| Breedte | 1,77 m |
| Hoogte | 1,43 m |
| Leeggewicht | Ongeveer 1300 kg |
| Brandstoftype | Benzine of diesel |
| Motoropties | 1.6L, 1.8L, 2.0L benzine; 1.9L dCi diesel |
| Transmissie | Handmatig (5- of 6-versnellings) of automatisch |
| Veiligheidssystemen | ABS, airbags (front, zij) |
| Onderhoud olieverversing | Elke 15.000 km of 1 jaar |
| Vervanging distributieriem | Elke 60.000 km of 5 jaar |
| Bandenmaat | 195/65 R15 of 205/55 R16 |
| Brandstoftank inhoud | 70 liter |
| CO2-uitstoot | 140-190 g/km (afhankelijk van motor) |
| Opbergvakken interieur | Dashboardkastje, deurvakken, middenconsole |
| Stoelconfiguratie | 5 zitplaatsen |
| Vering | MacPherson voor, multi-link achter |
| Stuurbekrachtiging | Elektrohydraulisch |
Veelgestelde vragen - Laguna (2001) RENAULT
Gebruikersvragen over Laguna (2001) RENAULT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Automobiel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Laguna (2001) - RENAULT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Laguna (2001) van het merk RENAULT.
GEBRUIKSAANWIJZING Laguna (2001) RENAULT
In dit instructieboekje worden aanwijzingen gegeven voor de bediening en het onderhoud, zodat u:
- uw Renault goed zult leren kennen waardoor u al zijn kwaliteiten en zijn vele mogelijkheden ten volle zult kunnen benutten.
- doorhetopvolgenvaneenvoudige-maarbeslistnoodzakelijke-onderhoudsvoorschriften,zijnprestatiesoptimaalkunt houden.
- zonderoverbodigtijdverlieszelfkleinestoringenkuntverhelpenwaarvoorgeenspecialistnodigis.
Door dit instructieboekje zorgvuldig te bestuderen, zult u geïnformeerd worden over zijn mogelijkheden, de wijze waarop u diekuntgebruikenenoverdenieuwetechniekendieindezeautozijntoegepast.Indienbepaaldeonderwerpenunietgeheelduidelijkzijn,danwillendetechniciinonzedealerorganisatieugraagaanvullendinformeren.
Omhetlezenvanditboekjevoorutevergemakkelijkengebruikenwijhetvolgendesymbool:

Omeengevaarofeenveiligheidsadviesaantegeven.
Ditinstructieboekjeistotstandgekomenaandehandvandegegevensdieophetmomentvansamenstellingvandit boekje bekend waren. In dit boekje staan alle mogelijke uitrustingen (standaard of optioneel) van dit model beschreven, deaanwezigheidervanindeautoisafhankelijkvandeuitvoering,degekozenoptiesenhetlandvanaflevering.
WijwensenugoedereisinuwRENAULT.
Gehele of gedeeltelijke nadruk of vertaling is verboden zonder schriftelijke toestemming van RENAULT, 92100 Billancourt 2001, Frankrijk.
Inéénoogopslag
- Bandenspanning 0.04
-Renaultcardafstandsbediening:gebruik....1.02 → 1.09
•Kinderzitjes....1.34 → 1.41
• Waarschuwingslampjes(instrumentenpaneel)....1.46 → 1.71 - Starten/stilzettenmotor....2.02-2.03
•(In)rijden....2.02 → 2.34
Controlesysteembandenspanning....2.12 → 2.17
Elektronischstabiliteitsprogramma:ESP....2.18-2.19
Tractiecontrole:ASR....2.20-2.21
Noodstopbekrachtiging:BAS(BrakeAssistSystem)....2.24
Snelheidsregelaar - begrenzer 2.25 → 2.30
Parkeerhulp....2.31 - Verwarming/Airconditioning 3.02 → 3.19
•Motorkap/onderhoud....4.02 → 4.15 - Praktischetips(vervangenlampen,zekeringen,storingen verhelpen) 5.02 → 5.42
I N H O U D
Hoofdstuk
Ken uw auto ....
1
Rijden
2
Comfort
3
Onderhoud ....
4
Praktische tips ....
5
Alfabetischeinhoudsopgave......
7
BANDENSPANNING (in bar of kg/cm² koud)
| Uitvoeringen | 1.616V-1.816V2.0IDE-1.9dCi | 3.0V61.9dCi | 2.2dCi | |
| Type(zieconstructeursplaatje) | BGOA-BGOB-BGOCBGOE-BGOH-BGOJBGOK-BGOL-BGOMBGOI-BGOV-BGOWBGOO-BGO5-BGO6BGO8 | BGOD-BGOYBGO1-BGO2 | BGOG-BGORBGO7 | BGOF-BGO9 |
| Normaalgebruik• Voor2,0(1)2,32,22,3(1)• Achter2,02,12,12,1 | ||||
| Gebruikvolbelasten/ofsnelweg(2)• Voor2,3(1)2,72,52,7(1)• Achter2,22,22,22,2 | ||||
| Reservewiel | 2,32,72,52,7 | |||
| Velgmaat (3) | 6,5 J 15 - 6,5 J 16 - 7 J 17 | |||
| Bandenmaat (3) | 195/65 R 15 H - 205/55 R 16 V - 205/60 R 16 V - 225/45 R 17 V | |||
Veiligheidvan debandenengebruikvansneeuwkettingen
Ziedeparagraaf "Banden" in hoofdstuk5 voor het gebruik van het reservewielendem mogelijkheid voor het gebruik van sneeuwkettingen.
(1) Auto met automatische transmissie: aan voorzijde 0,1 bar toevoegen.
(2) Bijzonderheid vol belaste auto (maximum toegelaten totale massa) met een aanhangwagen. De maximum snelheid is 100 km/u en de bandenspanning moet worden verhoogd met 0,2 bar. De massa's staan aangegeven in de paragraaf "Massa's" in hoofdstuk 6.
(3) De maten van de velgen en van de banden is afhankelijk van de uitvoering en van het land van aflevering.
Hoofdstuk1:Kenuwauto
Renault Card afstandsbediening: algemeen, gebruik, extra portiervergrendeling .... 1.02 → 1.09
Portieren 1.10 → 1.14
Startvergrendeling 1.15 - 1.16
Hoofdsteunen - Stoelen 1.17 → 1.22
Autogordels 1.23 → 1.26
Aanvullende veiligheidsvoorzieningen 1.27 → 1.33
voorin 1.27 → 1.30
achterin 1.31
zijkant 1.32
Voor de veiligheid van de kinderen 1.34 → 1.41
Bedieningsorganen 1.42 → 1.45
Instrumentenpanel 1.46 → 1.73
Infoscherm 1.64 → 1.67
Boordcomputer (verbruiksmeter) 1.68 → 1.71
Sprekend dashboard 1.72 - 1.73
Klokje en buitentemperatuur 1.74
Stuurwiel 1.75
Spiegels 1.76 - 1.77
Claxon - Lichtsignalen 1.78
Verlichting en richtingaanwijzers 1.79 → 1.81
Afstellen van de koplampen 1.81
Ruitenwissers / Sproeiers 1.82 → 1.84
Brandstof tanken 1.85 - 1.86
RENAULTCARDAFSTANDSBEDIENING:algemeen

-deportieren,deachterklepende tankdopklepontgrendelenofver-grendelen(ziedevolgendeblad-zijden);
-afhankelijkvandeauto,deruiten enhetopendakautomatischsluiten(ziehiervoordeparagrafen "automatischebedieningvande ruiten"en"opendak"inhoofdstuk3);
-sommigevoorzieningenbedienen (bijv.:radio,elektrischestoelen);
-demotorstarten(ziehoofdstuk2, paragraaf"startenvandemotor").
RENAULTCARDAFSTANDSBEDIENING:algemeen(vervolg)

RenaultCardhandsfreeaf- standsbedieningB
Dezeisherkenbaaraandedrieknopjes 1, 2 en 3.
Hiermeekuntu:
-alsudatwenst, automatischportierenontgrendelenofvergrendelen(deuren, achterklep)endetankdopklep;
-deportieren,deachterklepen
detankdopklephandmatigont-
grendelenofvergrendelen(ziede
volgendebladzijden);
-afhankelijkvandeauto,deruiten enhetopendakautomatischsluiten(ziehiervoordeparagrafen "automatischebedieningvande ruiten" en "open dak" in hoofdstuk3);
-sommigevoorzieningenbedienen (bijv.:radio,elektrischestoelen);
-demotorstarten(ziehoofdstuk2, paragraaf"startenvandemotor").

Dezesleutel hoeftmaar zeldengebruikte worden: metdeze sleutel kanalleen het bestuurdersportier ontgrendeldworden(alsdebatterij vandeRenaultcardopis,bijontladenaccu).
Desleutel zitinde Renaultcard. Omhemeruittehalen,moetumet krachtaandesleuteltrekken.
Voorhetgebruikervan,raadpleegtu hoofdstuk1,paragraaf'vergrendelen/ontgrendelenvandeportieren".
RENAULTCARDAFSTANDSBEDIENING:algemeen(vervolg)

De Renault cards A en B werken op eenbatterijdievervangenmoet wordenalshetcontrolelampjevan debatterij5nietmeeroplicht(zie paragraaf"Renaultcard:batterij", hoofdstuk5)

Bijzonderheid:voorsommigeauto's ishetmogelijkomindeRenault cardgekozeninstellingendoorde gebruikervandeRenaultcardvast teleggen:deinstellingenvansommigeradio's,deafstellingvande elektrischverstelbarestoel(alsdeze eengeheugenheeft),destandvan despiegels,deinstellingenvande thermostatischeregelingvandeverwarmingendeairconditioning.Het isdusraadzaamomsteedsdezelfde Renaultcardtegebruikenomopdezemaniersteedsuwpersoonlijke instellingenterugtevinden.
BereikvandeRenaultcard
HetbereikvandeRenaultcard wordtbeïnvloeddoordeomgeving. Leterbijhetvasthoudenvande Renaultcardopdatdeportieren nietperongelukwordenvergren-deldofontgrendeld!

LaatuwRenaultcard nooitindekaartlezer achteralsudeautover- laat en een kind (of
dier)indeautozit.Hetkindzou demotorkunnenstartenofbij- voorbeeldderuitenkunnenbedienenendoorhetsluitenervan ernstig worden verwond aan hals,arm,ofhandalsdezeuitde autosteken.Gevaarvoorernstige verwondingen.
RENAULTCARDAFSTANDSBEDIENING:algemeen(vervolg)

Bijzondereomstandigheden
DewerkingvandeRenaultcardkan gestoordwordenindeomgeving vaneenzendinstallatieofbijgebruikvanapparatuurdiewerktop dezelfdefrequentiealsdeRenault card.
Gebruikindatgevaldereservesleutel4omdeautotekunnenopenen (zieparagraafvergrendelen/ont-grendelenvandeportieren").
VervangenofextraRenaultcard
Bijverliesofindienueenandere Renaultcardwenst,kuntudeze uitsluitendbijuwRenault-dealer bestellen.
-HetvervangenvaneenRenault cardmoetaltijdbijeenRenault-dealergebeurenwanthetsysteem moetdaarbijwordengeïinitialis-secrdmetalleRenaultcards.
-Hetismogelijkmaximaalvier Renaultcardsperautotegebruiken.
-Perautokanslechtseenhands- freeRenaultcardgebruiktwor- den, de andere zijn 2-knops Renaultcards.
StoringvandeRenaultcard.
Zorgervoordatdebatterijtjesvan deRenaultcardingoedestaatverkeren.Zijhebbeneenlevensduur vanongeveertweejaar.
Zieparagraaf"Renaultcard:batterijen"inhoofdstuk5.
RENAULTCARDAFSTANDSBEDIENING(2-knops):gebruik

Ontgrendelenvandeportieren
Drukhetontgrendelknopje1in.
Hetontgrendelenzietuaanhetéén keeroplichtenvandeknipperlichten.
Bijzonderheid(voorsommigelanden):
-dooreenkeerophetknopje1te drukken,ontgrendeltuuitsluitend hetbestuurdersportier,
-doortweekeerachterelkaarophet knopje1tedrukken,ontgrendeltu alleportieren.
Portierenvergrendelen
Drukhetvergrendelknopje2in.
Hetvergrendelenzietuaanhet tweekeeroplichtenvandeknipper- lichten.
-alshetbestuurdersportierniet goedgeslotenis,wordendeportierennietvergrendeldenlichten deknipperlichtennietop.
-alseenvandeandereportieren nietgoedgeslotenis,lichtende knipperlichtennietop.
Advies
BergdeRenaultcardafstandsbedieningnooitopeenplekopwaar dezeverbogenofperongelukbeschadigdzoukunnenworden:dit kanbijvoorbeeldgebeurenalsuop decardgaatzittenalsdezeinuw achterzakzit.
RENAULTCARDHANDSFREEAFSTANDSBEDIENING:gebruik

Handsfreefunctie
Ontgrendelenvandeportieren
DraagdeRenaultcardbijue naardeauto.
Zodrauwhandindechandgreep vaneenportier(deurofachterklep) steekt,ontgrendelendeslotenzich automatisch.
Hetontgrendelenzietuaanhetéén keeroplichtenvandeknipperlichten.
Portierenvergrendelen
DraagdeRenaultcardbiju.Nadat deportierengeslotenzijn,looptu wegvandeauto:deportierenver-grendelenzichautomatisch.
N.B.:deafstandwaaropdeautover-grendeldwordt,hangtafvandecom-geving.
Hetvergrendeleniszichtbaardoor hettweekeeroplichtenvande knipperlichten,enhetvastoplich- tenvandezijknipperlichten(gedu- rendeongeveer10secondes)ener klinkteengeluidssignaal.
Ditgeluidssignaalkanopverschillendemanierenwordeningesteldofwordenuitgeschakeld,raadpleeguwRenault-dealer.
Bijzonderheid: voorauto'sdieniet voorzienzijnvaneenRenaultcard voor automatische portiervergren- deling(insommigelanden),druktu opknop3omdeportierentever- grendelen.
Handmatig vergrendelen met behoudvandehandsfreefunctie
Ukuntdeportierendirectvergren- delendoordeknop3intedrukken eneventueelcontrolerenofdepor- tierengoed vergrendeldzijn door aandehandgreepvanceenportierte trekken.
Naongeveer3secondeswordtde automatischewerkingweeractief.
N.B.
-alsdeRenaultcardindeomgeving van de auto blijft, gebruik dan knop2omdeRenaultcarduitte schakelen;
-alsudeautogedurendelangere tijd(meerdan3weken)nietgebruikt,radenwijuaanknop2te gebruikenomdeRenaultcarduit teschakelen,zodathetbatterijtje nietontlaadt.

Laat nooit de Renault cardindeautoachterals udeautoverlaat.
RENAULTCARDHANDSFREEAFSTANDSBEDIENING:gebruik(vervolg)

Handbediendefunctie
Ukuntdehandsfreefunctieopheffen door op de toets 1 of 2 te drukken:nuisdehandbediendefunctie actiefendeRenaultcardwerktop dezelfdemanieralshiervoorbeschrevenisindeparagraaf“Renault cardafstandsbediening:gebruik”.
Terugnaardehandsfreefunctie
Omweerterugtegaannaarde handsfreefunctie,druktuopknop3.
Radiostoringen
Deaanwezigheidvansommige voorwerpenindebuurtvande Renaultcard, kanvaninvloedzijn ophetgoedfunctionerenvanhet systeem.
Advies
BergdeRenaultcardafstandsbedieningnooitopeenplekopwaar dezeverbogenofperongelukbeschadigdzoukunnenworden:dit kanbijvoorbeeldgebeurenalsuop decardgaatzittenalsdezeinuw achterzakzit.
EXTRAPORTIERVERGRENDELING

Extraportiervergrendelingvande portieren(voorsommigelanden) Metdezefunctiewordendeportierenvergrendeldenkunnenzeniet vanbinnenuitgeopendworden (bijv.ingevalvanhetinslaanvan eenruit,waarnaiemandwilproberenhetportiervanbinnenuitteopenen).

Omdezeextraportiervergrendelingteactiveren, kuntu:
-tweekeerkortdeknop2of3in drukkenof;
-eenkeerlangdeknop2of3in drukken.
Hetvergrendelenzietuaanhetvier keeroplichtenvandeknipperlichten.
Bijzonderheid:deextravergrendelingwerktnietalsdeknipperlichtenofdemarkeringslichtenbranden.

Gebruiknooitdeextraportiervergrendelingalsernog iemandindeautozit!
PORTIERENOPENENENSLUITEN

Portierenvanbuitenafopenen
Alsudeportierenontgrendeldheeft metbehulpvandeRenaultcard, paktudehandgreep1entrekthem naarutoeomhetportierteopenen.

Waarschuwingssignaal verlichtingbrandtnog
Alsbijhetopenenvaneenportier delichtennogbrandenterwijlhet contactisafgezetdanklinktereen signaalomutewaarschuwendatde accuwordtontladen.
PORTIERENOPENENENSLUITEN(vervolg)

Veiligheidvandekinderen
Auto'suitgerustmetschakelaar3 metlampje
Drukopdeschakelaar3omdefunctiesruitbedieningachterenopenen vandeportierenachteropteheffen.
Hetoplichtenvanhetlampjeinde schakelaargeeftaandatdeportierenvergrendeldzijn.

Ingevalvanstoringhoort ueengeluidssignaalen lichthetlampjenietop.

Eenachterportierkannietvanbinnenuitwordengeopendalsuhet knopje4omzet.Controleerofhet portierinderdaadnietvanbinnenuitgeopendkanworden.Herhaalditbijhetandereachterportier.
VERGRENDELEN, ONTGRENDELENVANDEPORTIEREN

Vergrendelen/Ontgrendelenvan buitenaf
DitismogelijkmetdeRenaultcard: ziedeparagrafen"Renaultcard"in hoofdstuk1.

Bijzondergeval:gebruikvandereservesleutel2
HaalhetkapjeA(metbehulpvan hetuiteindevandereservesleutel) terhoogtevanuitsparing1weg.
Steekdereservesleutel2inhetslot enontgrendeldit.
Openhetportier.

Ingevalvaneenelektrischestoring, ishetmogelijkdeportierenhandmatigtevergrendelen.
Bijopenportiermoetudeschroef3 draaien(metbehulpvanbijv.een schroevendraaierofhetuiteinde vandereservesleutel)endaarnahet portiersluiten.Nuishetportiervan buitenafvergrendeld.
Ukunthetportieralleennogvan binnenuitopenen.
ONTGRENDELEN/VERGRENDELENVANDEPORTIEREN(vervolg)

Deportieren, tankdopklep, achterklepwordentegelijkertijdvergren-deldofontgrendeld.
Vergrendeldooropdeschakelaar4 tedrukken(kantvanhethang- slotsymbool).
Eenvoorportierdatopenstaatkan nietwordenvergrendeld.

Waarschuwingslampjevande portieren
Alshetcontactaanis,gevenhet waarschuwingslampje5indeschakelaar4enhetlampje6informatie ofdeportierenwelofnietvergren-deldzijn:
-alsdeportierenvergrendeldzijn, lichten de lampjes 5 en 6 op; -alsdeportierennietgoedgesloten zijn,lichtendelampjes5en6niet op;
Metcontactuit,alsudeportieren vergrendeltmetdeRenaultcard, lichthetlampje5openblijftongeveereenminuutbrandenwaarna hetdooft.

Bedenkdathetrijden metvergrendeldeportierencenbelemmering kan zijn voor hulpverleners ingevalvannood.
AUTOMATISCHEPORTIERVERGRENDELINGTIJDENSHETRIJDEN
Bedenkeerstofudezefunctiewilt gebruikenofniet.
Inschakelenvandefunctie
Zethetcontactaanenhouddeschakelaar1gedurendevijfsecondesingedruktaandekant"vergrendelen" (drukopdekantvanhethang-slotsymbool),totueengeluidssignaalhoort.
Uitschakelenvandefunctie
Zethetcontactaanenhouddeschakelaar1gedurendevijfsecondesingedruktaandekant"ontgrendelen" (aandekanttegenoverhethang-slotsymbool),totueengeluidssignaalhoort.

Bedenkdathetrijden metvergrendeldeportiereneenbelemmeringkan zijnvoorhulpverleners vannood.

Nahetwegrijdenvandeauto,ver-grendelendeportierenautomatisch alsdeautodesnelheidvanongeveer10km/uheeftbereikt.
Deportierenontgrendelenautomatisch
-bijstilstaandeautodoorhetopenenvaneenvoorportier.
N.B.: nahetopenenvaneenachterportiervergrendeltditweerautomatischzodradeauto10km/u rijdt;
-alsuopdeschakelaar1voorhet ontgrendelenvandeportieren, drukt.

Alsueenstoringconstateert(geen automatischevergrendeling, het lampje 2 in knop 1 en het lampje 3 lichtennietopbijhetvergrendelen vande portieren), controleer dan eerstofalleportierengoedgesloten zijn. Alsdeportierengoedgesloten zijn, moetueenRenault-dealer raadplegen.
STARTVERGRENDELING
Hierdoorkandemotoralleenwordengestartdoordebezittervande Renaultcardvandeauto.
Debeveiligingkomt, enkelesecon- desnadatdeRenaultcarduitde kaartlezerisgehaald, automatisch inwerking.

Hetkangevaarlijkzijn omwerkzaamhedenuit tevoerenaanhetsysteem (rekeneenheid, bedrading
enz.). DitmagalleendoordeskundigRenault-personeelwordenge-daan.

Alsdeautohetsignaalnietaccepteert gaanhetlampje1endekaartlezer continusnelknipperenenkuntude autonietstarten.

Controle-enwaarschuwings- lampjes
Indicatievandebeveiliging
Enkelesecondesnahetstilzettenvan demotor,gaat hetlampje1continu knipperen.
De beveiliging komt pas in werking nadatdeRenaultcarduitdekaartle-zerisgehaald.
Controlevandewerkingvanhetsysteem
Bijhetaanzettenvanhetcontact(door deRenaultcardgeheelindekaartlezertesteken),kuntudemotorstarten. Hetlampje1gaatgedurendeongeveer driesecondesbrandenwaarnahet dooft.
STARTVERGRENDELING(vervolg)

Waarschuwingslampjestoring Als,nahetaanzettenvanhetcontact(doordeRenaultcardgeheelin dekaartlezertesteken),hetlampje1 blijftknipperenofcontinuoplicht, duidtditopeenstoringinhetsysteem.
IngevalvanstoringindeRenault card(snelknipperenvanhetlampje 1envankaartlezer),gebruikdan, indienmogelijk,detweedeRenault card(bijdeautogeleverd).
UmoetindezegevallencontactopnemenmeteenRenault-dealer.Hij isdeenigedieaandestartvergrendelingmagwerken.
HOOFDSTEUNENVOOR

Hogeroflagerzetten
Alsuopuwstoelzit, trektude hoofdsteunnaarutoeenverschuift uhemtegelijkertijd.
Zetdehoofdsteunnooitzolaag, dat hijtegenderugleuningaankomt:de inkeping2(diealsaanslagdient) geeftdeminimumafstandaandie nietoverschredenmagworden.
Verwijderenvandehoofdsteun
Metdehoofdsteunindehoogste stand, druktuophetlipje1omde hoofdsteunuitzijngeleiderstehalen.

Bijsommigeauto's,ishetmogelijk dehellingvandehoofdsteuninte stellen.Drukhiervoordevoorkant Avandehoofdsteunindegewenste stand.
Terugplaatsenvandehoofdsteun
Plaatsdepotenvandehoofdsteun metdevertandingnaarvorengekeerdindegeleiders.
Drukdehoofdsteunnaarbeneden tothijvastklikt.

Dehoofdsteuniseenveiligheidsorgaandataltijdop zijnplaatsmoetzitten.Hij geefteenmaximalebeveili-
gingalsdeafstandtussendehoofdsteunenhetachterhoofdzoklein mogelijkisendebovenkantvande hoofdsteunopgelijkehoogteismet dekruin.
HOOFDSTEUNENACHTER

Trekdehoofdsteunnaarutoeen verschuifhemtegelijk.
Verwijderen
Schuifdehoofdsteunomhoog,druk tegenhetlipje1entrekdehoofdsteunverderomhooguitzijngeleiders.
Terugplaatsen:
Plaatsdepotenvandehoofdsteun metdevertandingnaarvorengekeerdindegeleidersenschuifhem indegewenstestand.

Standvandehoofdsteunenach- terbijnietgebruik
Drukhetlipje1vandegeleidersvan dehoofdsteuninenlaatdehoofdsteunhelemaalzakken.
Dehoofdsteunindeonderstestand (helemaalnaarbeneden),isalleen toegestaanalsdehoofdsteunniet gebruiktwordt.Indienereenpassagieropdestoelzit,magdehoofdsteunnietindeonderstestandgebruiktworden.

Dehoofdsteuniseenveiligheidsorgaan, dataltijdop zijnplaatsmoetzitten.
Hijgeefteenmaximale beveiligingalsdeafstandtussende hoofdsteunenhctachterhoofdzo kleinmogelijkisendebovenkant vandehoofdsteunopgelijkehoogteismetdekruin.
VOORSTOELENZONDERELEKTRISCHEVERSTELLING

Naarvorenofnaarachterenschui- ven
Trekbeugel1omhoogomdestoelte ontgrendelen.Indegewenstestand laatudebeugellos.Controleerofde zittingvergrendeldis.
Rugleuningverstellen
Trekbeugel2omhoogtotderugleuningindegewenstestandstaat.
Lendensteunbestuurdersstoel:
Trekhendel4naarutoe.

Omveiligheidsredenen mogendezeafstellingen alleenuitgevoerdwordenalsdeautostilstaat.

Vooreenoptimalewerking vandeautogordelsmoctu derugleuningennietteveel achteroverzetten.
Leteropdatderugleuningenvan destoelengoedvergrendeldzijn.
Laatgeenspullenopdevloer(bij debestuurder)liggen.Ingevalvan plotselingremmenzoudendeze onderde pedalen terechtkunnen komen,waardoor debestuurder dezenietmeergoedkanbedienen.
STOELVERWARMING

Alshetcontactaanstaat,kunnende voorstoelenverwarmdwordenalsu schakelaar1indrukt.Hetbijbehorendecontrolelampjeinhetinstrumentenpaneelgaatbranden.
Eenbrandendcontrolelampjebetekentnietdatdestoelverwarming actiefis.Hetsysteemwordtthermostatischgeregeldenkomtalleen inwerkingalsdetemperatuurinde autolagerisdan12°C(meteentolerantievan4°C).
VOORSTOELENMETELEKTRISCHEVERSTELLING
Metdeschakelaars1en3regeltude vormvandestoel.Schakelaar1bedientdestelmotoreninhetzitkussen,schakelaar3dieinderugleuning.
Voordeauto'sdiemetschakelaar2 uitgerustzijn,kandegekozenzitpositieopgeslagenworden.Hierbijis hetmogelijkdezitpositieinde Renaultcardopteslaan.
Hetsysteemkangebruiktworden:
-metdeRenaultcardindestand "accessoires"(eersteinkeping); -voordeauto'smetschakelaar2, werkthetsysteemookgedurende ongeveer40minutenbijcontactaf alshetportiergeopendwordt.

Omveiligheidsredenen mogendezeafstellingen alleenuitgevoerdwordenalsdeautostilstaat.

•Vooruit
Schakelaarnaarvorendrukken.
- Achteruit
Schakelaar naar achteren drukken.
- Hogerzetten:
Achterkantvandeschakelaaromhoogbewegen.
•Lagerzetten:
Achterkantvandeschakelaarom-
laagbewegen.
Rugleuningverstellenmetschakelaar3
- Helling van de rugleuning verstellen Drukdeschakelaarnaarvoren of naar achteren.

Voor een optimale werkingvandeautogordels moetuderugleuningen niette veelachterover
zetten.
Let er op dat de rugleuningen vandestoelengoedvergrendeld zijn.
Laatgeenspullenopdevloer(bij de bestuurder) liggen.In geval vanplotselingremmenzouden deze onder de pedalen terecht kunnenkomen,waardoordebestuurderdezenietmeergoedkan bedienen.
MEMORYSYSTEEMVANDEBESTUURDERSSTOEL
Dezitpositiekanvastgelegdworden metbehulpvandeRenaultcard. Indezitpositiezijndeafstellingen vanbestuurdersstoelendebuitenspiegelsopgenomen.
Alsdezitpositieinhetgeheugen opgenomenis, wordenbijhetont-grendelenenhetopenenvande portierenmetdeRenaultcardautomatischdeinstellingenvandestoel enbuitenspiegelsdieopdeRenault cardgeregistreerdzijn, gebruikt.
Hetsysteemkangebruiktworden: -metdeRenaultcardindestand "accessoires"(eersteinkeping);
-bijhetopenenvanhetbestuur- dersportier,contactaf,gedurende ongeveer40minuten.

SteekdeRenaultcardhelemaal in dekaartlezer, steldestoelindegewenstestandmetbehulpvande schakelaars1en3(zieparagraaf "voorstoelenmetelektrischeverstelling" inhoofdstuk1).
Drukdeknop2intotdatueenge- luidssignaalhoort:dezitpositieis vastgelegd.
Herhaaldezeprocedurevoorelke Renaultcard.
Oproepenvaneengeheugenpositie
Drukbijstilstaandeauto,kortop knop2.
N.B.: Hetoproepenvandegeheugenpositiewordtonderbrokenalsu opeenvandeknoppenvanafstellingvandestoeldrukt.
Tijdenshetrijden, ishetmogelijk dezitpositieintestellen, maaru kuntnieteengeheugenpositieop- roepen.
AUTOGORDELS
Gebruiktijdenshetrijdenaltijdde autogordel.Hetnietdragenvande gordelisgevaarlijkenstrafbaar.
Voordatuwegrijdt:
-steleerstdestoelafindevooru idealestand.
-enstelvervolgensdegordelopde hiernaaangegevenwijzeaf.

Eenverkeerdafgestelde autogordelkanbijeen ongevalletselveroorzaken.
Zwangerevrouwenmoetenook hungordeldragen.Leterindeze situatieopdatdeheupgordel nietteveelopdeonderbuik drukt.
Dejuistezithouding
• Gagoeddiepinuwstoelzitten.
Ditisbelangrijkvooreengoede
ondersteuningvandeonderkant
vandewervelkolom.
- Verschuifdestoelzodatumakkelijkbijdepedalenkuntkomen. Plaatsdestoelzovernaarachterendatuhetkoppelingspedaal nognetgeheelkuntindrukken. Stelderugleuningzoafdatude armenmoetstrekkenombijde bovenkantvanhetstuurwielte kunnenkomen.
- Steldehoofdsteunaf.Deafstand tussendehoofdsteunenuwachterhoofdmoetzokleinmogelijk zijn.
- Steldehoogtevanhetzitkussen af. Verstelhetkussenomeenzo goedmogelijkzichtophetverkeertehebben.
•Steldestandvanhetstuurwielaf

Afstellenvandeautogordel
Gagoedtegenderugleuning zitten.
Debandvandeschoudergordel1 moetzodichtmogelijklangsdehals overdeschouderlopen.
De band van de heupgordel 2 moet vlakoverdeheupenlangshetbekkenlopen.
Deautogordelmoetzodirectmogelijktegenhetlichaamgedragenwordenennietoverbijv.tedikkekledingofoverertussengestoken voorwerpen.
AUTOGORDELS(vervolg)

Verplaatsknop3omdehoogtevan deschoudergordel1zogoedmogelijk aanuwpostuuraantepassen.
-omdegordeltelatenzakken,druk opknop3enlaatgelijktijdigde gordelzakken;
-omdegordelomhoogtebrengen, d u w d e k n o p 3omhoog.
Controleernahetafstellenofde knopweergoedisvergrendeld.

Vastmaken
Trekdebandvandegordelrustig overuheenendrukdegesp4inde sluiting6(trekaandegesp4omte controlerenofhijgoedvastzit).Als degordelblokkeert,moetudeband eenstukteruglatengaanenop-nicuwrustigoveruheentrekken.
Vastmaken(vervolg)
Indiendegordelnietvrijkomt:
-trektudegordellangzaammaar krachtigongeveer3cmnaarbuiten;
-laatudegordelzichzelfoprollen;
-roltudegordelopnieuwaf;
-alsdegordelnogniettegebruiken is,moetueenRenault-dealerraadplegen.

Waarschuwingslampjebestuurdersgordel niet vastgemaakt
Hetbrandtvasttotdeautoongeveer 10 km/uur rijdt, hierna gaat het knipperenenklinktereengeluidssignaalgedurendeongeveer90secondes,waarnahetvervolgensweer vastgaatbranden.
Losmaken
Drukopderodeknop5vandesluiting6,debandwordtnudoorhet oprolmechanismeteruggetrokken.
Hetoprollengaatsoepeleralsude gespmet dehand naarde middenstijlbrengt.
AUTOGORDELSACHTER
Gordelsaandezijkanten
Hetvergrendelen,ontgrendelenen afstellengebeurtopdezelfdemanier alsbijdevoorstegordels.

Trekdegordellangzaamuitzijn houder1.
Klikdezwartegesp2vastinde zwartesluiting3.

Devolgenderaadgevingengeldenvoordeautogordelsvoorenachter.

- Verandernietsaandeoorspronkelijkeonderdelenvanhetveiligheidsmechanisme,aandebevestigingervan ofaandievandestoelen. RaadpleeguwRenault-dealervoorhetmonterenvanbijv.eenkinderzitje.
•Zorgdatergeenvoorwerpentussenderiemenwordengestokendiespelingkunnenveroorzaken(wasknijpers,klemmetjes,enz.):eenautogordeldieteloszit,kanverwondingenveroorzakeningevalvaneenongeluk.
- Draagnooitdeschoudergordelachterderugofonderdearmlangs.
- Eenautogordelmagnooitdoormeerpersonentegelijkgebruiktworden;slauwgordelnooitomeenbabyofeenkind heendatopuwschootzit.
• Degordelmagnietgedraaidzijn.
- Autogordelsdieingebruikwarentijdenseenernstige aanrijdingmoetenaltijdvervangenworden, evenalsgordelsdie beschadigingenvertonen.
- Leterbijhetterugkantelenvandeachterbankopdatdeautogordelsweeropdejuistewijzegebruiktkunnenworden.
- Stelindiennodigdestandendespanningvandegordelafopuwpostuur.
AANVULLENDEVEILIGHEIDSVOORZIENINGENVOORIN
Ditzijn:
■ deprimairegordelspanners,
■ desecondairegordelspanner voordebestuurder,
■ dekrachtbegrenzers,
■ defrontaleairbagsvoordebestuurderenvoorpassagier.
Dezevoorzieningenwordengelijk- tijdigofafzonderlijk, afhankelijk vandeernstvandeanrijding, geactiveerdbijeenfrontalebotsing.
Afhankelijkvandeernstvande aanrijding,kanhetsysteemdevolgendemiddelenactiveren:
-deautogordel;
-deprimairegordelspanner(diege-activeerdwordtomdegordelstrak tegenhetlichaamtespannen);
-desecondairegordelspanner(voor debestuurdersstoel),dekleine frontaleairbagendekrachtbegrenzer;
-degrotefrontaleairbag.

Bijcontactaan,kantijdenseenern- stigefrontaleaanrijding,afhankelijk vandeernstvandeschok,hetsy- teemdevolgendeplunjersactive- ren:
-plunjer1dieonmiddellijkdegor-
delstraktrekt;
-plunjer2opdebestuurdersstoel.
Degordelspannerstrekkendeautogordelstraktegenhetlichaamwaardoor de doeltreffendheid van de gordelwordtverbeterd.

• Laataldezeveiligheids- voorzieningencontrole- rennaeenaanrijding.
- Hetisstrengverbodenzelfwerkzaamhedenuittevoerenaanhet gordelspansysteem(gordelspanners, airbags, rekenenheden, bedrading)ofhetineenandere autoovertezetten.
- Omtevoorkomendathetsysteem tenonrechte in werking komt, maguitsluitenddeskundig Renaultpersoneelaandegordelspannersenairbagswerken.
- Het elektrischeontstekingsmechanismevandegordelspanners maguitsluitenddoorspeciaal opgeleidpersoneelmetspeciaal gereedschap worden gecontroleerd.
- Laatdegaspatronenvandegordelspannersendecairbagsdoor eenRenault-dealerverwijderen voordatdeautowordtgesloopt.
AANVULLENDEVEILIGHEIDSVOORZIENINGENVOORIN(vervolg)
Krachtbegrenzer
Vanafeenbepaaldehevigheidvan deschokvandeanrijdingkomtdit mechanismeinwerkingomde krachtdiedegordelophetlichaam uitoefenttebegrenzentoteendraaglijkniveau.

Waarschuwinglevens- duurairbagsengordel- spanners
Depyrotechnischesystemenin deairbagsendegordelspanners hebbeneenbeperktelevensduur. Zemoetennatienjaarworden vervangenaltijdalszijgeactiveerdzijngeweest.Ditvervangenmaguitsluitenddooreen Renault-dealerwordengedaan.
Degordelspannersendeairbag werkensamen.Bijeenniettijdigevervangingkandeveiligheid vandeinzittendeningevaarkomen.
Airbagvoordebestuurderende voorpassagier
Deautokanzijnvoorzienvaneen airbagbij delinkerenderechter voorstoel.
Hetstuurwielen het dashboardhebbendeinscriptie "Airbag" en aande onderrandvan devoorruit iseen stickeraangebrachtomteherinnerenaandeaanwezigheidvandearbags.
Deairbagshebben:
-eenopblaasbaarkussenen een gaspatrooninhetstuurwielvoor debestuurdereninhetdashboard voordepassagier;
-een elektronischerekeneenheid, gemeenschappelijk voor beide airbags, meteenschokdetectordie deaanrijdingregistreert enhet elektrische ontsteking van de gaspatroonactiveert;
-een gemeenschappelijk schuwingslampje op het instrumentenpaneel.
waar-

Bijhetafgaanvandeairbagvindt eenexplosieplaatswaardoorwarmte en rook vrijkomt zonder enig brandgevaarenerklinkteenluide knal. De airbag die onmiddellijk naarbuitenkomtkanongevaarlijke,lichteschaafwondenveroorzaken.
AANVULLENDEVEILIGHEIDSVOORZIENINGENVOORIN(vervolg)

Bijeenzwarefrontaleaanrijding wordeninongeveer0,03secondede luchtkussensinhetstuurwielenin hetdashboardopgeblazendiede klapopvangenvanhethoofdvande bestuurdertegenhetstuurwielen vandepassagiertegenhetdashboard.Daarnalopendekussens weerleegomhetverlatenvandcautoniettebemoeilijken.
Bijzonderheidvandefrontale airbag
Afhankelijkvandekrachtvande schok,zijnertweemogelijkheden: -dekleineairbagdiezichalseerste ontplooit;
-degroteairbag.Destiknadenvan deairbagscheurenopen,waardoorereengrotervolumeinde airbagvrijkomt(bijeenzwaardere botsing).

Storingen
Hetlampje1ophetinstrumentenpaneelgaatbrandenalshetcontact wordtaangezetendooftnaenkele secondes.
Alshetnietoplichtbijhetaanzetten vanhetcontactofalshetoplichtbij draaiendemotor,wijstditopeen storinginhetsysteem.
Laathetsysteemdirectdooruw Renault-dealer controleren en indiennodigherstellen.Wachtuhier telangmeedanbetekentdat,datde beschermingindetussenliggende periodemisschiennietoptimaalis.
AANVULLENDEVEILIGHEIDSVOORZIENINGENVOORIN(vervolg)

Hierondervolgeneenaantalaanwijzingenomelkebelemmeringbij hetopblazenvandeairbag(s)of verwondingdoorrondvliegende voorwerpentevoorkomen.

Airbaginhetstuurwiel
- Verandernietsaanhetstuurwielofdenaafdop,
•Dekdenaafdopnietaf,
- Bevestiggeenvoorwerpen(speldjes,logo's,klokje,telefoonhouder)ophet stuurwiel,
- Hetstuurwielmagnietwordengedemonteerd.UitsluitendspeciaalopgeleideRenaultmonteursmogeneraanwerken,
•Ganiettedichtachterhetstuurwielzitten, maarijdmetlichtgebogenarmenzodatervoldoenderuimteoverblijftvooreengoedeenelfectievebeveiligingdoordeairbag.(zieparagraaf“Afstellenvandejuistezithouding” inhoofdstuk1).
Airbaginhetdashboard
- Plakofbevestignietsophetdashboard(speldjes,logo's,klokjesenz.)inde airbagzoneA;
- Houdderuimtetussenhetdashboardendevoorpassagiervrij(geendierof pakjesopschoot,geenparapluofwandelstoktegenhetdashboardzetten);
- Laatdepassagiernooitzijnvoetenophetdashboardleggen.Ditkanzeer gevaarlijkzijn.Komniettedicht(metknieën,hoofdofhanden)bijhetdashboard.
ERMAGGEENACHTERSTEVORENGEPLAATSTKINDERZITJEOPDE VOORSTEPASSAGIERSSTOELWORDENGEBRUIKTWANNEERDEAU- TOEENAIRBAGINHETDASHBOARDHEEFT.
AANVULLENDEVEILIGHEIDSVOORZIENINGENZIJGORDELSACHTERIN
Ditzijn:
■ Gordelspannersinhetoprolmechanisme.
■ Krachtbegrenzers.
Dezevoorzieningenwordengelijk- tijdigofafzonderlijk, afhankelijk vandeernstvandeanrijding, geactiveerdbijeenfrontalebotsing.
Afhankelijkvandecrnstvande aanrijd 2 ingzijnertweemogelijkheden:
-alleendeautogordelbeschermte
inzittenden;
-degordelspannerswordengeactiveerdomdegordelstraktegenhet lichaamvandeinzittendente spannen.
Gordelspannersachter
Hetsysteemwerktalleenalshet contactaanstaat.
Bijeenernstigefrontaleaanrijding trekteenplunjerdesluitingvande gordelmeteenklapnaarachteren waardoordegordelstraktegenhet lichaamkomtwaardoordedoeltreffendheidervanwordtverbeterd.

• Laataldezeveiligheids- voorzieningencontrolleren naeenaanrijding.
- Hetisstrengverbodenzelfwerkzaamhedenuittevoerenaanhet gordelspansysteem(gordelspanners, airbags, reken-eenheden, bedrading)ofhetineenandere autoovertezetten.
- Omtevoorkomen dathet systeem ten onrechte in werking komt, maguitsluitenddeskundig Renaultpersoneelaandegordelspannersenairbagswerken.
- Hetelektrischeontstekingsmechanismevandegordelspanners maguitsluitenddoorspeciaal opgeleidpersoneelmetspeciaal gereedschap worden gecontroleerd.
- Laatdegaspatronenvandegordelspannersendcairbagsdoor eenRenault-dealerverwijderen voordatdeautowordtgesloopt.
Krachtbegrenzer
Vanafeenbepaaldehevigheidvan deschokvandeanrijdingkomtdit mechanisme in werking om de krachtdiedegordelophetlichaam uitoefenttebegrenzentoteendraag- lijkniiveau.

Waarschuwing levens- duurairbagsengordel- spanners
Depyrotechnischesystemenin deairbagsendegordelspanners hebbeneenbeperktelevensduur. Zemoetennatienjaarworden vervangenenaltijdalszijgeactiveerdzijngeweest.Ditvervangen mag uitsluitenddoor een Renault-dealerwordengedaan.
Degordelspannersendeairbag werkensamen.Bijeenniettijdigevervangingkandeveiligheid vandeinzittendeningevaarkomen.
VEILIGHEIDSVOORZIENINGENAANDEZIJKANT

Zij-airbagsA
Dezij-airbagszijnindevoorstoelen ondergebrachtenafhankelijkvande auto, ookindeachterstoelen. Ze ontplooienzichaandezijkantvan destoel(portierzijde)omdeinzit-tendentebeschermentegeneen aanrijdingtegendezijkant.

Despleteninderugleuningen(aandekantvan deportieren)komen overeenmetdezone
waarbinnendeairbagzichkan ontplooien:hetisverbodenhier ietsintestoppen.

1

1
ZijruitairbagsB
Ditiseenairbagdiezichaandezijkantbovenbevindtendiezichontplooitlangsdezijruitenvooren achteromdeinzittendenbijeenhevigebotsingtegendezijkanttebeschermen.
Depictogrammen1opdevoorruit herinnerenuaandeaanwezigheid vandezevoorzieningen.

Waarschuwingeninzake dezij-airbag
• Stoelhoezen:voor de
stoelenmetzij-airbagszijnspecialestoelhoezennodig.RaadpleeguwRenault-dealeromte wetenofdergelijkehoezen voor uw auto bestaan in de Renault Boutique.Het gebruik vananderhoezen(ofhoczendiebestemd zijnvooreenandermodel)kan de goedewerkingvande zij-airbagbelemmeren endaardoorde veiligheid vande inzittendenin gevaarbrengen.
- Plaatsgeenaccessoires, voorwerpen of dieren tussen de rugleuning, het portier en de interieurbekleding. Dewerkingvande airbag kanhierdoor belemmerd worden en verwondingen veroorzaken als de airbag wordt geactiveerd.
- Demontage of wijziging van de stoel en de interieurbekleding is verboden, tenzijditgebeurtdoor deskundigRenault-personeel.
AANVULLENDEVEILIGHEIDSVOORZIENINGEN
Hierondervolgeneenaantalaanwijzingenomelkebelemmeringbijhetopblazenvandeairbag(s)ofverwondingdoor rondvliegendevoorwerpentevoorkomen.

Deairbagiseenaanvullendebeschermingbijhetgebruikvandaeutogordel.Beideorganenvormeneenveiligheidssysteem.Degordelmoetaltijdwordengedragen.Hetnietdragenkanbijeenongevaldeinzittenden blootstellenaanzeerzwareverwondingenendegevolgenvandewerkingvandcairbagverergeren.
Airbagsbeschermenalleenbijeenzwarefrontaleaanrijdingennietbijeenaanrijdingtegendezijkantofdeachterkantofalsdeautoomkantelt.
- Hetisstrengverbodenzelfwerkzaamhedenuittevoerenaanairbagsystemen(rekeneenheid,bedradingenz.).Deze mogenuitsluitenddoorspeciaalopgeleideRenault-monteurswordengecontroleerdengerepareerd;
- Om te voorkomen dat de airbag(s) ten onrechte word(t)(en) opgeblazen of juist niet als dat wel nodig zou zijn, mag uitsluitenddeskundigRenaultpersoneelaanhetsysteemwerken;
- Laatdeairbag(s)controllerenna(eenpogingtot)diefstalvandeauto;
- Alsudeautouitleentofverkoopt, brengdenieuweberijder/eigenaardanopdehoogtevandezebijzonderhedendoor hemditinstructieboekjebijdeautoteleveren;
- Laatdegaspatro(o)n(en)dooreenRenault-dealerverwijderenvoordatdeautowordtgesloopt.
VOORDEVEILIGHEIDVANDEKINDEREN
Hetgebruikvanbevestigingsmidde- lenvoorbaby'senkinderenisaan wettelijkebepalingengebonden.
InEuropamoetenkinderenjonger dan12jaarofkleinerdan1,50m vervoerdwordenineengoedgekeurdbevestigingsmiddeldatpast bijhetgewichtendelengtevanhet kind.
Voorhetjuistegebruikvandeze voorzieningenisdebestuurdervan deautoverantwoordelijk.
Umoetwetendateenbotsing met50km/uovereenkomtmet eenvalvan10meterhoogte. Andersgezegd:hetnietvastmaken vaneenkindishetzelfdealshet latenspelenopeenbalkonzonderbalustradecopdederdeverdieping!
(1) Houdualtijdaandewettelijkevoorschriftenvanhetlandwaarureist. Dezekunncanderszijndandchierbovengenoemdebepalingen.

Baby'senkinderenmogen nietvervoerdwordenopde schootvandeinzittenden vandeauto.
Bijeenfrontalebotsingbij50km/u, veranderteenkindvan30kgineen projectielvaneenton:ukunthet onmogelijkmeervasthouden,zelfs alsuindegordelvastzit.
Hetisookgevaarlijkeenkinddat opschootzitvasttemaken.Maak nooittweepersonenvastmeteen gordel.
Doorhetverscherpenvandeeisen dicaankinderzitjeswordengesteld zijnmodernekinderzitjesveiliger danoudemodellen.
Kiesdaaromuitsluitendeenkinderzitjedattenminstevoldoetaande EuropesenormECE44.
Dezeherkentuaanhetoranjeetiket metdeletterEgevolgddoorhet nummervanhetlandenhetjaar waarinhetisgoedgekeurd.
Denormverdeeltdekinderzitjes invijf5categorieën:
Categorie0:van 0tot10kg
Categorie0+:van 0tot13kg
Categorie1:van 9tot18kg
Categorie2:van15tot25kg
Categorie3:van22tot36kg
VOORDEVEILIGHEIDVANDEKINDEREN(vervolg)
Dejuistekeuze
Deveiligheidvandekinderenisaf- hankelijkvanu.
Omuwkindeenmaximaleveiligheidtegevenadviserenwijuhetgebruikvandekinderzitjesdieuw Renault-dealerukanleveren.
AlsuwautovoorzienisvaneenIso- fix-systeem.gebruikdanbijvoor- keureenIsofixkinderzitje(zie hoofdstuk1,paragraaf"Bevesti- gingssysteemIsofixkinderzitjes").
Vooriederecategoriezijnerkinder-zitjesbeschikbaar.Dezezijn ontwikkeldinsamenwerkingmetdefabrikant en getest in Renault automobielen.
Vraag uwRenault-dealer omadvies bijhet kiezenvanhet juistekinder-zitje en laat hij u helpen bij het installerenervan.

In de eerste twee levensjaren, is de nekvaneenkindbijzonderkwetsbaar.Eenkinddatbijeenfrontale botsingvooruitkijkt, riskeertzelfs hersenletsel. Renault adviseert daarom een achterstevoren geplaatstkuipstoeltjemet harnas(fi-guur1).

Tussentweeenvierjaar, ishetbekkennognietvoldoende ontwikkeld omaltijdgoeddoordedriepunts gordelvandeautoopzijnplaatsgehouden te worden waardoor het kindbuikletsel kanoplopenbij een frontale botsing. Gebruik daarom achterstevorengeplaatste zitjes (figuur 1) of kuipzitjes (figuur 2) of een zitjemeteenharnas.
Zetde hoofdsteunin dehoogste stand, zodatderugleuning van het kinderzitjegoed tegen derugleuningvandeautosteunt.

Omelkrisico tevermijdendatuw veiligheidkanaantasten, raden wij u aan om door RENAULT goedgekeurde accessoires te gebruiken: deze zijn aan uw auto aangepast en alleen deze worden door RENAULT gegarandeerd.
VOORDEVEILIGHEIDVANDEKINDEREN(vervolg)

Voorhetcorrectvasthoudenvanhet bekkenvaneenkindvan4tot7jaar, adviserenwijhetgebruikvankinderzitjesdiekunnenwordengecombineerdmetdedriepuntsgordels.Datwilzeggeneen zitkussenverhoger(figuur3)met riemgeleidersdie ervoorzorgen dat dedriepuntsgordelvandeautohorizontaaloverdeheupenvanhet kind loopt.

Omervoortezorgendatdegordel zo dicht mogelijk langs de hals loopt, zonderdieteraken, advise-renwijeenzitkussenverhogermet een in hoogte verstelbare rugleuningeneengordelgeleider. Hetis ookmogelijkkeenkinderzitjezoals in figuur4 tegebruiken.
Zet de hoofdsteun in de hoogste stand, zodat de rugleuning van het kinderzitje goed tegen de rugleuning van de auto steunt.
Categorie3(van22tot36kg)
Voor kinderen ouder dan 7 jaar, gebruikt u een zitkussenverhoger met riemgeleidersdie ervoorzorgen dat dedriepuntsgordelvandeautohorizontaaloverdeheupenvanhet kind loopt.
Omervoortezorgendatdegordel zo dicht mogelijk langs de hals loopt, zonderdieteraken, advise-renwijeenzitkussenverhogermet een in hoogte verstelbare rugleuning en een gordelgeleider.
Bijgebruikvaneenzitkussenverho- gerzonder rugleuning (figuur3) moet de hoofdsteun van de auto wordenafgesteld ophetpostuur van het kind: de bovenrand van de hoofdsteunmoetopgelijkehoogte staan met de kruin van het kind en magnooitlagerstaandandehoogte van de ogen.
VOORDEVEILIGHEIDVANDEKINDEREN(vervolg)
5

17712
6
17714

Ermaggeenachterstevorengeplaatstkinderzitjeopdevoorstoel wordengebruiktwanneerdeautoinhetdashboardeenairbagheeft. Gevaarvoorernstigeverwondingenalsdeairbagzichontplooit.
Dezevoorschriftenstaanookophetetiket5(ophetdashboard)enhet etiket6(opdevoorruitaandekantvandepassagier).
VOORDEVEILIGHEIDVANDEKINDEREN(vervolg)

KINDERVEILIGHEID
-
Verander niets aan de oorspronkelijke onderdelen van het veiligheidsmechanisme, de gordels, de stoelen en aandebevestigingervan.
• Houduechterinallegevallenaandevoorschriftenvandebetreffendefabrikant. -
Laathetkindgeentedikkeklerendragenensteeknietstussenhetkindenhetkinderzitjeofdegordel.
- Degordelvandeautomoetgoedstrakzijngespannen, zodathetkinderzitjezoveelmogelijkééngeheelvormtmetde auto. Controleerdespanningregelmatig.
- Laatdeschoudergordelnooitonderdearmofachterderuglangslopen.
- Hetharnasofdegordelmoetstrakophetlichaamvanhetkindzijnafgesteld.
• Laathetkindtijdenshetrijdennooitopdestoelenofbankrechtopstaanofopzijnofhaarknieënzitten. - Controleerregelmatigdejuistehoudingvanhetkind,metnamealshetslaapt.
- Zet het kinderzitje altijd vast met een autogordel, ook als het zitje leeg is: een los zitje verandert bij een botsing in een gevaarlijkprojectiel.
- Autogordelsenbevestigingsmiddelendieingebruikwarentijdenseenernstigeaanrijdingmoetenaltijdvervangen worden.
- Laatnooiteenkindalleenachterindeauto,zelfsnietinhetkinderzitje.
• Vergrendel(indienmogelijk)deachterportierenzodatzijnietvanbinnenuitkunnenwordengeopend. - Laatkinderennooituitstappenaandekantvanhetverkeer.
- Geefalsvolwassenehetgoedevoorbeelddooraltijduwautogordelvasttemakenvoordatdeautowegrijdt.
VOORDEVEILIGHEIDVANDEKINDEREN
BevestigingssysteemvanIsofix-kinderzitjes
Ditiseennieuwsysteemvoorhet vastmakenvaneenkinderzitje.Met ditsysteemkaneenkinderzitje linksofrechtsopdeachterbank wordenvastgemaakt.
Hetsysteembestaatuitdevolgende elementen:
- tweebestigingspuntenperstoel tussenhetzitkussenenderugleuning.
- eenspeciaalRenault-kinderzitje mettweehakendieindebevestigingspuntenvastgrijpen.
Inditmodelmagalleenhetdoor Renaultgoedgekeurdekinderzitje wordengebruikt.UwRenault-dealer kanuditleveren.
Voorkinderentotongeveer 18maandenoudwordthetachterstevoren gebruikt; daarna tot het kind ongeveer vier jaar oud is plaatstuhetzodathetkindvooruit reist. Dit kinderzitje heeft twee grendelswaarmeeuhetvastzetaan deISOFIX-bevestigingspuntenvan uwRenault.Hetkanookinandere auto'sworden gebruiktdoor het meteen driepuntsgordelvastte maken.

- Letopdatdetoegangtot debevestigingspunten bij het plaatsen van het zitje niet wordt belem (doorbijv.speelgoed,doekuilenz.).
- Denkeraltijdaanhetkindgoed vasttemakeninhetkinderzitje voordatuwegrijdt.
VOORDEVEILIGHEIDVANDEKINDEREN(vervolg)

Isofix-zitjevooruitgemonteerd
Alshetkinderzitjevooruitgemonteerdis, magdevoorstoelnietverderdanhalverwegedestelrailsnaar achterenzijngeschovenenmoetde rugleuningrechtopstaan.

Isofixachterstevorengemonteerd
Alshetkinderzitjeachterstevoren gemonteerdis, magdevoorstoel nietverderdanhalverwegedestelrailsnaarvorenzijngeschoven.
Deschaalvanhetkinderzitjemoet zodichtmogelijkbijderugleuning zijnofertegenrusten.

• Leesvoorhetmonterenvanhet kinderzitjedegebruiksaanwijzing.
- Plaatsdegeleiders1(bijhetzitje geleverd)indeopeningendiein hetzitkussenvoorzienzijn;
- Breng de haken 3 van het kinder-zitjetegenover de bevestigingsringen2vandezijstoelenachter.
VOORDEVEILIGHEIDVANDEKINDEREN(vervolg)

Montagevanhetkinderzitje (vervolg)
- Vergrendeldehaken3a a nd e be vestigingsringenencontroleerde vergrendelingdoorhetkinderzitjenaarvoren/achterenen links/rechtstedrukken;
• Drukdeonderkantvanhetkinderzitjekrachtigtegenderugleuning vandeachterbank.

Elkezijplaatsachterisvoorzienvan tweeringenomdeonderkantvan hetkinderzitjeaantebevestigen.
VraaguwRenault-dealerhoeubij de ringen kunt komen, als u het kinderzitjevoordeeerstekeermon- teert.
Bevestigingsringalshetkinderzitje vooruitgemonteerdwordt,gebruik deriem4diebijhetzitjegeleverd wordt:
- haal de riem 4 tussen de twee stangen van de hoofdsteun achter door;
- zet de haak 5 op de ring 6 in de bagageruimtevast.

Bevestigingsringalshetkinderzitje achteruit gemonteerd wordt,gebruik de riem 4 die bij het zitje geleverdwordt:
-schuifhetplaatjewegom bij de bevestigingsring7tekomen;
-zethethaakje5vanderiemvast aandebevestigingsring7.
BEDIENINGSORGANENLINKS STUUR

BEDIENINGSORGANENLINKSSTUUR(vervolg)
Deaanwezigheidvandehieronderbeschrevenorganenisafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveauen eventueleoptiesvandeauto.
1Zijrooster.
2Ventilatieroostervandelinker portierruit.
3Stuurkolomschakelaarvoor:
•richtingaanwijzers,
•verlichting,
•mistlichtenvoor,
•mistachterlicht.
4Instrumentenpaneel.
5Airbagvoordebestuurder.
6Radiobedieningssatelliet.
7• Schakelaarvoorderuiten-wissersensproeiersvooren achter.
- Functiekeuzevandeboord-computer,
8Schakelaarvoorhetstartenof stilzettenvandemotor.
9Aanduidingvanhetcontrolesysteemvoordebandenspanning.
10 Waarschuwingslampjesvoor:
- autogordelbestuurderniet vastgemaakt,
- portier(en) niet goed gesloten,
- lekkeband.
11Centraleventilatieroosters.
12Aanduiding, afhankelijk van de auto, vantijd, temperatuur, radiogegevens, telefoon, navigatiesysteem, enz.
13Inbouwplaatsvoorradio,navigatiesysteem.
Bekerhouder.
14Plaatsvoorairbaginhetdash-
board.
15Ventilatieroostervanzijruit.
16Zijrooster.
17Dashboardkastje.
18 Bedieningspaneelvoordeventilatie, verwarming, airconditioningenruitontwaseming.
19Asbakenaansteker.
20Handrem.
21Schakelaarsvoor:
•alarmknipperlichten,
• portiervergrendeling.
22Versnellingshendel.
23KaartlezerRenaultcard.
24Hoogte- en diepteverstelling
stuurwiel.
25Opbergvak.
26 Knop voor het ontgrendelen vandemotorkap.
27Schakelaarsvoor:
•verstellen van de koplampen,
•regelweerstand instrumenten-tenverlichting,
- snelheidsregelaarenbegren-
zer.
• elektronischstabiliteitsprogramma(ESP).
• sprekenddashboard.
BEDIENINGSORGANEN RECHTS STUUR

BEDIENINGSORGANENRECHTSSTUUR(vervolg)
Deaanwezigheidvandehieronderbeschrevenorganenisafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveauen eventueleoptiesvandeauto.
1 Ventilatieroostervandelinker portierruit.
2Plaatsvoorairbaginhetdashboard.
3Inbouwplaatsvoorradio, navigatiesysteem. Bekerhouder.
4Aanduidingvanhetcontrolesysteemvandebandenspanning.
5Waarschuwingslampjesvoor: • autogordelbestuurderniet vastgemaakt,
- portier(en)nietgoedgesloten,
- lekkeband.
6Centraleventilatieroosters.
7Aanduiding, afhankelijkvande auto, vantijd, temperatuur, radiogegevens, telefoon, navigaticsysteem, enz.
8Schakelaarvoor hetstartenof stilzettenvandemotor.
9Stuurkolomschakelaarvoor: •richtingaanwijzers,
•verlichting,
•mistlichtenvoor,
•mistachterlicht.
10Instrumentenpaneel.
11Airbagvoordebestuurder.
12Radiobedieningssatelliet.
13 • Schakelaar voor de ruiten-wissersensproeiersvooren achter.
- Functiekeuze van de boord-computer.
14Ventilatieroostervanzijruit.
15Zijrooster.
16Schakelaarsvoor:
•verstellenvandekoplampen,
•regelweerstand instrumentenverlichting,
• snelheidsregelaarenbegrenzer,
• elektronischstabiliteitsprogramma(ESP),
- sprekenddashboard.
17 Knop voor het ontgrendelen vandemotorkap.
18Opbergvak.
19Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel.
20Bedieningspaneelvoordeventilatie, verwarming, airconditioningenruitontwaseming.
21KaartlezerRenaultcard.
22Handrem.
23Schakelaarsvoor:
• alarmknipperlichten,
• portiervergrendeling.
24Versnellingshendel.
25Asbakenaansteker.
26Dashboardkastje.
27Zijrooster.
INSTRUMENTENPANEEL
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.

Als het lampje

oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.
Het lampje

geeft aan dat u binnenkort een Renault-dealer moet bezoeken.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.


huwingslampje
ruitensproeierpeil
Vulhetruitensproeier- reservoirbij.

Nietingebruik

Waarschuwingslampje airbag
Ditlampjegaatbranden
alshetcontactwordtaangezet endooftnaenkeleseconden. Alshetnietoplichtbijhetaanzettenvanhetcontactofalshet oplichtbijdraaiendemotor, wijstditopeenstoringinhet systeem.LaathetsysteemdirectdooruwRenault-dealer controlerenindiennodig herstellen.

Controlelampjemist-achterlicht


elampjemist- lichtenvoor

Controlelampjestoel-verwarming
2 Toerenteller(x100)
- Omhetbrandstofverbruikte beperkenadviserenwijude motorindelageversnellingen niet sneller te laten draaiendan3000tr/min(of 2500tr/min bij eendieselmotor).
- Laatdetoerentellernietin het rood gearceerde gebied kommen
3 Brandstofpeilmeter
4 Koelvloeistof temperatuurmeter
Bij normaal gebruik komt de wijzernietinhetgebied4a. Bi j zware motorbelasting kan de wijzerwelin ditgebiedkomen.
5 Snelheidsmeter (geeft aan in km/uofmph)


huwingslampje
Elektronisch StabiliteitsProgramma(ESP)
entractiecontrole(ASR)
Erzijnverschillendemogelijk-hedenvoorhetoplichtenvan hetwaarschuwingslampje:zie hoofdstuk 2, paragraaf "elektronischstabiliteitsprogramma: ESPen" tractiecontrole".
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.

Als het lampje

oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.
Het lampje

geeft aan dat u binnenkort een Renault-dealer moet bezoeken.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.


huwingslampje vandebandenspan- ning
Erzijnverschillendemogelijk- hedenvoorhetoplichten vanhetwaarschuwingslampje afhankelijkvanhetprobleem: ziehoofdstuk2,paragraaf“con- trolesysteembandenspanning”.

Nietingebruik

Controlelampjegroot- licht

Controlelampjedim- licht


elampjesnel- heidsbegrenzer en snelheidsregelaar
Zie voor de werking hoofdstuk2, paragrafen "snelheidsregelaar" en "snelheidsbegrenzer".
7 Aflezenvanhetoliepeil
Vooreenbetrouwbare aflezing van het oliepeil moet de auto horizontaal staan en mag de motorgeruimetijdnicthebben gedraaid. Bijhet aanzettenvan hetcontactengedurendeeenhalveminuut:
- geefthetdisplay“oilok”aan, alshetoliepeilcorrectis. (Omhetoliepeilnauwkeurig teweten, druktuopdeknop nulinstellingvandedagteller of op de functiekeuzetoets voor de gegevens van de boordcomputer. De blokjes ophetdisplaygevenhetoliepeilaan. Zijverdwijnennaarmate het oliepeil daalt en worden vervangen door een streepje.
Om andere informatie te kunnenlezenopuwboordcomputer, drukt u opnieuw op de functiekeuzetoets).
- alshetoliepeiltelaagis,verschijnthet woord“ok”niet ophetdisplay,knipperende streepjes en het woord “oil”enlichthetwaarschu-wingslampjeSERVop. Umagdemotornietstarten zolangugeenolieheeftbijge-vuld.
Aflezenboordcomputer
Na 30 secondes, schakelt het displayovernaardeboordcomputerfunctie: zie de paragraaf "boordcomputer"inhoofdstuk1.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.

Als het lampje

oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.
Het lampje
SERV
geeft aan dat u binnenkort een Renault-dealer moet bezoeken.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.
8Nulinstellingtoets
Drukopdefoetsomdedagtelleropnultezettenendegeheugensvandeboordcomputer leegtemaken.
9W huwingslampje
STOPonmiddellijk
Ditlampjedooftzodra demotordraait. Ditlampjekanalleenoftegelijk metanderecontrolelampjesoplichten. Alshetlampjeoplicht,moetu directstoppenzonderhetoverigeverkeeringevaartebrengenendeinstructiesbijhetbetreffendelampjeopvolgen.


huwingslampje
startvergrendeling
Ziedeparagraaf“startvergrendeling”eldersindit hoofdstuk.

Waarschuwingslampje SERVICE
Ditgaatbrandenalsu hetcontactaanzetendooftna driesecondes. Ditlampjekanalleenoftegelijk metanderecontrolelampjesoplichten. Alsditoplichtmoetudeauto binnenkortbijeenRenault-dealerlatencontroleren.


lampje rich- tingaanwijzerslinks

Waarschuwingslampje brandstofpeil
Hetdooftongeveerdrie secondesnahetaanzettenvan hetcontact. Gazosnelmogelijktankenals ditlampjeoplichtalsdemotor draait.

Controlelampje richtingaanwijzersrechts
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.

Als het lampje

oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.
Het lampje

geeft aan dat u binnenkort een Renault-dealer moet bezoeken.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.


huwingslampje ernstigdefectaanin-spuitsysteem/
Waarschuwingslampjekoel- vloeistoftemperatuur
- Waarschuwingslampjeernstigdefectaaninspuitsysteem
Alsdittijdenshetrijdenbegintteknipperen, duidtdit opeenstoringinhetinspuitsysteem. Stoponmiddellijk, zethetcontactafenraadpleegeenRenault-dealer.
• Waarschuwingslampjekoel-vloeistoftemperatuur
Als dit continu brandt tijdens hetrijden, duidt ditop een oververhittingvandemotor. Stopenlaatdemotoreéentot twee minuten stationair draaien. Als de temperatuur nietdaalt, moetuhetcontact afzetten en laat u de motor afkoelen. Controleeralsdemo- tor isafgekoeldde hoeveelheidkoelvloeistofendestaat vandeaandrijfriemen. Raadpleeg indien nodig een Renault-dealer.


elampje voor- verwarming(dieselmo- tor) en elektronische storing (benzinemotor endieselmotor).
- Controlelampjevoorverwarming
(dieselmotor) Bij hetaanzetten van hetcontact, moet ditlampje gaan branden; de motor wordt voorverwarmd. Als de voorverwarming is beeindigd, doofthetlampjeenkande motorwordengestart.
• Waarschuwingslampje elektronischestoring
(benzinemotorendieselmo- tor)
Alshettijdenshetrijdengaat branden,wijst hetopeen elektr(on)ischestoring.Laat hetsysteemdirectdooruw Renault-dealercontroleren enindiennodigherstellen.

nuwingslampje oliedruk
Ditgaatbrandenalsu hetcontactaanzetendooftna driesecondes. Alshetonder hetrijdengaatbranden, moetu onmiddellijkstoppenenhet contactafzetten. Controleerhet oliepeil van de motor. Als dit peil normaalis, heeft destoring eenandereoorzaak: Roepdirect de hulp in van een Renault-dealer.

Waarschuwingslampje laadstroom
Dit lampjemoet uitgaan zodrademotordraait. Alshetonderhetrijdengaat branden, is ereenstoringinhet laadstroomcircuitvandeaccu. Stopenlaathetlaadstroomcircuitcontroleren.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.

Als het lampje

oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.
Het lampje

geeft aan dat u binnenkort een Renault-dealer moet bezoeken.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.
9Nfangebruik.

Waarschuwingslampje remsysteemenwaar- schuwingslampjehand-
remaangetrokken
Alsditlampjebijhetremmen gaatbranden,wijstditopeen dalingvandehoeveelheidrem- vloeistofofeenstoringinhet remsysteem. St hulpinvaneenRenault-dealer.
10 Waarschuwings- en controle-lampjesmetinformatieoverde werkingvandeautomatische transmissie
Ziedeparagraaf“Automatische transmissie”inhoofdstuk2.
11W huwingslampje luchtverontreiniging Ditlampjelichtopbij hetaanzettenvanhetcontact (alsdeautohiermeeuitgerust is).
- Alshetcontinubrandt, moet u zo snel mogelijk uw Renault-dealerraadplegen;
- Als het lampje knippert, moetuvaartverminderentot het knipperenophoudt. Laathetsysteemdirectdoor uwRenault-dealercontrolcrenenindiennodigherstellen.
Raadpleeg de paragraaf "Tips voorzuinigrijden enminder luchtverontreiniging" inhoofdstuk2.
12W huwingslampje anti-blokkeersysteem
Ditgaatbrandenalsu hetcontactaanzetengaatdaarnauit. Alsditlampjetijdens hetrijdenoplicht, wijstditop eenstoringin het ABS-systeem. Erkandanmetdeautoworden geremdalsbijeenautozonder ABS. Raadpleegzospoedigmogelijk eenRenault-dealer.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

Als het lampje

oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.
Het lampje

geeft aan dat u binnenkort een Renault-dealer moet bezoeken.
Tegelijk met het oplichten van bepaalde lampjes, laat het sprekend dashboard een waarschuwing horen. Raadpleeg hiervoor de paragraaf "sprekend dashboard" in hoofdstuk 1.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.
1Nfingebruik

Nietingebruik

Waarschuwingslampje airbag
Ditlampjegaatbranden alshetcontactwordtaangezet endooftnaenkeleseconden. Alshetnietoplichtbijhetaanzettenvanhetcontactofalshet oplichtbijdraaiendemotor, wijstditopeenstoringinhet systeem.LaathetsysteemdirectdooruwRenault-dealer controlerenenindiennodig herstellen.

Controlelampjemist- achterlicht

Controlelampjemist- lichtenvoor
1W (H) huwingslampje remsysteemenwaar- schuwingslampjehand- remaangetrokken Alsditlampjebijhetremmen gaatbranden,wijstditopeen dalingvandehoeveelheidrem- vlocistofoefeenstoringinhet remsysteem.Stopenroepde hulpinvaneenRenault-dealer.
2 Toerenteller(x100)
- Omhetbrandstofverbruikte beperkenadviserenwijude motor in de lage versnellingen nietsnellertelatendraaien dan3000tr/min(of2500tr/minbijeendieselmotor).
- Laatdetoerentellernietinhet rood gearceerde gebied ko-men.
3 Brandstofpeilmeter
4 Waarschuwingslampje startvergrendeling Ziedeparagraaf "startvergrendeling" elders in dit hoofdstuk.
5 Koelvloeistof temperatuurmeter Bij normaal gebruik komt de wijzernietinhetgebied5a. B ij zwaremotorbelastingkande wijzerwelinditgebiedkomen. Er is pas gevaar als het lampje oplicht.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

Als het lampje
STOP
oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.
Het lampje
SERV
geeft aan dat u binnenkort een Renault-dealer moet bezoeken.
Tegelijk met het oplichten van bepaalde lampjes, laat het sprekend dashboard een waarschuwing horen. Raadpleeg hiervoor de paragraaf "sprekend dashboard" in hoofdstuk 1.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.
6Snelheidsmeter(geeftaanin km/uofmph)

elampjestoel- verwarming

Nietingebruik

Controlelampjegroot- licht

Controlelampjedim- licht

Controlelampjevan snelheidsregelaar/begrenzer
Zievoordewerking hoofdstuk2, paragrafen “snel- heidsregelaar”en “snelheids- begrenzer”.

elampje rich- tingaanwijzersrechts

huwingslampje luchtverontreiniging
Dit lampje licht op bij hetaanzetten vanhet contact (als de auto hiermee uitgerust is).
- Alshetcontinubrandt, moet u zo snel mogelijk uw Renault-dealerraadplegen;
- Als het lampje knippert, moctuvaartverminderentot hetknipperenophoudt. Laathetsysteemdirectdoor uwRenault-dealercontrole- renen indiennodig herstellen.
Raadpleeg de paragraaf “Tips voorzuinigrijden enminder luchtverontreiniging” in hoofdstuk2.
10Nulinstellingtoets
Drukopdetoetsomdedagtel- ler op nul te zetten en de geheu- gens van de boordcomputer leegtemaken.
11Infoscherm
Opditinfoschermverschijnen verschillendesoorteninformatie.Afhankelijkvanhetbelang vandeinformatiekunnentegelijk een ofmeercontrole lampjesoplichten:zie hoofdstuk1, paragraaf“infoscherm”.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

Als het lampje
STOP
oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.
Het lampje
SERV
geeft aan dat u binnenkort een Renault-dealer moet bezoeken.
Tegelijk met het oplichten van bepaalde lampjes, laat het sprekend dashboard een waarschuwing horen. Raadpleeg hiervoor de paragraaf "sprekend dashboard" in hoofdstuk 1.
INSTRUMENTENPANEEL(vervolg)
Deaanwezigheidendewerkingvandehieronderbeschrevenlampjeszijnafhankelijkvanhetland, hetuitrustingsniveaueneventueleoptiesvandeauto.
12Aflezenvanhetoliepeil
Vooreenbetrouwbareaflezing vanhetoliepeilmoetdeauto horizontaalstaanenmagde motorgeruimetijdnethebben gedraaid.
Bijhetaanzettenvanhetcontactengedurendeeenhalveminuut:
-geefthetdisplay“oilok”aan, alshetoliepeilcorrectis. (Omhetoliepeilnauwkeuri- geraftelezen,zetudedag- telleropnulofdruktuopde
functiekeuzetoetsvande boordcomputer, indien uw autohiermecuitgerustis.De blokjesophetdisplaygeven hetoliepeilaan.Zijverdwij- nen naarmate het oliepeil daalt en worden vervangen dooreenstreepje.)
Omandereinformatietekunnenlezenopuwboordcomputer, druktuopnieuwopde functiekeuzetoets.
12 - als het oliepeil te laag is, verschijnthetwoord“ok”niet ophetdisplay,knipperende streepjesenhetwoord“oil” enhetwaarschuwingslampje SERVlichtop.
Umagdemofornietstarten zolangugeenolieheeftbijgevuld.
Aflezenboordcomputer
Na 30secondes, schakelt het displayovernaardeboordcomputerfunctie: zie deparagraaf "boordcomputer" inhoofdstuk1.
13

Waarschuwingslampje anti-blokkeersysteem
Ditgaatbrandenalsu
hetcontactaanzetengaatdaar-nauit.Alsditlampjetijdens hetrijdenoplicht,wijstditop eenstoringinhetABS-systeem.
Erkandanmetdeautoworden geremdalsbijeenautozonder ABS.
Raadpleegzospoedigmogelijk eenRenault-dealer.
14

Controlelampje richtingaanwijzerslinks
INFOSCHERM

Ophetinfoscherm1verschijnen verschillendeinformatieboodschappen,storingsmeldingenen alarmsignalen
Alseréénboodschapis,verschijnt diealleenophetinfoscherm.Zijner meerdereboodschappendanwisselendieelkaaraf.Deboodschappen dichetmeesturgentzijnverschijnenheteerstophetscherm:dus eerstdealarmsignalenendande storingen.
Informatieboodschappen
Dezebiedenhulptijdenshetstarten vandeautoofgeveninformatieover eenkeuzediegemaaktkanworden ofdemaniervanrijden.
Voorbeeldenvaninformatiebood- schappenworden op de volgende bladzijdesgegeven.
Storingsmeldingen
Deze boodschappen worden in oranjeweergegeven.Zeverschijnen alleenof afgewisselddoor debood-schapSERVICEophetscherm.
Inhetgevalvaneenstoringsmeldingmoetuzospoedigmogelijkuw Renault-dealerraadplegenvoorhet verhelpenvandestoring(metuitzonderingvanhetcontrolelampje vanderuitensproeiervloeistof).
Voorbeeldenvanstoringsmeldingen wordenop devolgende bladzijden gegeven.
Alarmsignalen
Dezeboodschappenwordeninrood weergegeven.Ze verschijnenalleen of afgewisseld door de boodschap STOPophetscherm.
U moetdirect stoppenzonder het overigeverkeeringevaartebrengen endirectuw Renault-dealerraadplegen.
Voorbeelden van alarmsignalen worden opdevolgendebladzijdes gegeven.
Het infoscherm wordt donker door een druk op de functiekeuzetoets van de boordcomputer. Ziedeparagraaf "Boordcomputer" inhoofdstuk1.
Tegelijkmethetoplichtenvan bepaalde lampjes, laat het spre-kenddashboarddeenwaarschu-winghoren.Raadpleeghiervoor deparagraaf "sprekenddashboard"inhoofdstuk1.
INFOSCHERM(vervolg)
Voorbeeldenvaninformatieboodschappen
| Automet handgeschakelde versnellingsbak | Automet automatische transmissie | Betekenisvandeboodschappen |
![]() | ![]() | "Kaartinvoeren"VraagtdeRenaultcardindekaartlezerintebrengen. |
![]() | ![]() | "Voorverwarmingdiesel"Voorverwarming(dieselmotor) |
![]() | ![]() | "SpanningOK"Bandenspanningisgoed |
![]() | ![]() | "Snelheidsbegrenzer"Weergavevandeingesteldemaximumsnelheid(ziedeparagraaf"snelheidsbegrenzcr"inhoofdstuk2) |
![]() | ![]() | "Snelheidsregelaar"Weergavevandeingesteldegeregeldesnelheid(ziedeparagraaf"snelheidsregelaar"inhoofdstuk2) |
INFOSCHERM(vervolg)
Voorbeeldenvanstoringsmeldingen
| Automet handgeschakelde versnellingsbak | Automet automatische transmissie | Betekenisvandeboodschappen |
![]() | ![]() | "Storinginspuiting" |
![]() | "Storingtransmissie"Storingautomatischetransmissie | |
![]() | ![]() | "Spanningtelaag"Bandenspanningvaneenbandtelaag:inditvoorbeeldheeftderechterachterband nietgenoegspanning. |
![]() | ![]() | "Sensordefect"Sensordefect:ditwordtweergegevenalsbijvoorbeeldhetreservewielopdeautoge-monteerdis(zieparagraaf“Controlesysteembandenspanning”inhoofdstuk2). |
INFOSCHERM(vervolg)
Voorbeeldenvanstoringsmeldingen
| Automet handgeschakelde versnellingsbak | Automet automatische transmissie | Betekenisvandeboodschappen |
![]() | ![]() | "ESPoff"Elektronischstabiliteitsprogrammaen/oftractiecontrole(ASR)werktnietmeer(zie debetreffendeparagrafeninhoofdstuk2) |
![]() | ![]() | "Ruitensproeier"Vulzosnelmogelijkhetreservoirbij. |
![]() | ![]() | "Service"BezoekRenault-dealer:ditberichtverschijntalleenofafgewisselddooreenofmeer vandehiervoorgenoemdewaarschuwingen.Wijradenuaanopkortetermijnbijeen Renault-dealerlangstegaan. |
INFOSCHERM(vervolg)
Alarmsignalen
Alsdezeboodschappenverschijnen,moetudirectstoppenzonderhetoverigeverkeeringevaartebrengen.
| Automet handgeschakelde versnellingsbak | Automet automatische transmissie | Betekenisvandeboodschappen |
![]() | ![]() | "Contactafzetten"Ernstigestoringinspuitsysteem |
![]() | ![]() | "Oliedruk"Storingoliedruk |
![]() | ![]() | "Lek"Inditvoorbeeldisderechterachterbandlek |
![]() | ![]() | "Motortemperatuur"Temperatuurkoelvloeistofnietcorrect |
INFOSCHERM(vervolg)
Alarmsignalen
Alsdezeboodschappenverschijnen,moetudirectstoppenzonderhetoverigeverkeeringevaartebrengen.
| Automet handgeschakelde versnellingsbak | Automet automatische transmissie | Betekenisvandeboodschappen |
![]() | ![]() | "Laadstroomdefect"Storinglaadstroomaccu |
![]() | ![]() | "Spanningtelaag"Bandenspanningtelaag:inditvoorbeeldheeftderechterachterbandveelteweinig spanning. |
![]() | ![]() | "STOP"Stoponmiddellijk:ditberichtverschijntalleenofafgewisselddooreenofmeervande hiervoorgenoemdewaarschuwingen.Umoetdirectstoppenzonderhetoverigeverkeeringevaartebrengen. |
BOORDCOMPUTER

Deplaatsvanhetdisplayverschilt pertypeauto.
Toets2
Nulinstellingvandeboordcomputerenvandedagteller
Dedagtellerkanalleenopnulwordengezetalsdezefunctieisgeselecteerd.
Automatischenulinstelling
Indiendecapaciteitvaneenvande geheugenswordtoverschreden, springtdeaanwijzingautomatisch opnulterug.
Toets3
Functiekeuze
Methetkortindrukkenvandeze
toets3kuntueenvoorecendevol-
gendegegevenslatenaangeven:
a)totaalteller,
b)dagteller,
c)verbruiktebrandstof,
d)gemiddeldverbruik,
e)actueelverbruik,
f)bereikmetdeovergebleven brandstof,
g)afgelegdeafstand,
h)gemiddeldesnelheid.
i) overgeblevenafstandtotdevol-
gendeolieverversing.
j)snelheidsinstelling (snelheidsregelaar/begrenzer).
k)uitzettenvanhetinfoscherm
Knipperendecijfers
RaadpleegeenRenault-dealer.
Betekenisvandewaardengedurendedeeerstepaarkilometerna eennulinstelling
De waarden van gemiddeld verbruik, bereik engemiddelde snelheidwordenstabielerennauwkeurigernaarmatedeafgelegdeafstand vanafdelaatstenulinstellinggroter wordt.
Tijdensdeeerstepaarkilometersna denulinstellingzultumerkendat:
- hetbereikonderhetrijdengroter wordt.Ditisnormaalwanthetgemiddeldeverbruikdaaltals:
-deautometeen constantesnel- heidrijdt,
-demotorzijn bedrijfstemperatuur bereikt (nulinstelling bij koudemotor), - u vanuit druk stadsverkeer op debuitenwegkomt.
Doordathetgemiddeldeverbruik daalt,wordthetbereikgroter.
- het gemiddelde verbruik toe-neemt als de motor stationair draaitendeautostilstaat. Ditisnormaal:deboordcomputer teltdeverbruiktebrandstofzonderdatereenafstandwordtafgelegd.
BOORDCOMPUTER(vervolg)
| Voorbeeldenvan functiekeuzesdoorachter elkaar3intedrukken | Betekenisvandeindicatie | |
![]() | ![]() | a)Totaalteller. |
![]() | ![]() | b)Dagteller. |
![]() | ![]() | c)Verbruiktehoeveelheidbrandstof(inliters)vanafdelaatstenulinstelling. |
![]() | ![]() | d)Gemiddeldverbruik(inliters/100km)vanafdelaatstenulinstelling.Dezewaardewordtaangegevenna400metergeredentehebbenwordtberekendaandehandvandesindsdelaatstenulinstellingafgelegdeaf-standenverbruiktebrandstof. |
BOORDCOMPUTER(vervolg)
| Voorbeeldenvan functiekeuzesdoorachter elkaar3intedrukken | Betekenisvandeindicatie | |
![]() | ![]() | e)Actueelverbruik(inliters/100km). Dewaardewordtaangegevenzodradeautosnellerrijdtdan25km/u. |
![]() | ![]() | f)Hetbereik(inkm)metdecovergeblevenbrandstof. Uitgaandevanhetgemiddeldeverbruiksindsdelaatstenulinstellingende hoeveelheidbrandstofindetank. Dezewaardewordtaangegevenna400metergeredentehebben. |
![]() | ![]() | g)Afgelegdeafstand(inkm)vanafdelaatstenulinstelling |
![]() | ![]() | h)Gemiddeldesnelheid(inkm/u)vanafdelaatstenulinstelling. Dezewaardewordtaangegevenna400metergeredentehebben. |
BOORDCOMPUTER(vervolg)
| Voorbeeldenvan functiekeuzesdoorachter elkaar3intedrukken | Betekenisvandeindicatie | |
![]() | ![]() | i)Overgeblevenafstandtotdevolgendeverversingvandemotorolie*Resterendeafstandtotdevolgendeonderhoudsbeurt.Erzijnverschillendemogelijkheden:onderhoudsbeurtnoodzakelijkbinnen1500kmofbinnentweemaanden.Hetsymboolknippert(gedurende30secondesalshetdisplayniet“over-geblevenafstandtotdevolgendeverversing”aangeeftenonophoudelijkbijde indicatie“overgeblevenafstandtotdevolgendeverversing”)afstand 0 km of onderhoud nu noodzakelijkHetsymboolknippertonophoudelijkongeachtdegekozeninformatieophet display.InitialiseringvanhetdisplaynahetverversenvandemotorolieMetcontactaan,kiesdefunctie“overgeblevenafstandtotdevolgendeverversing”ophetdisplay.Houdtoets2langerdanvijfsecondesingedrukt.Dewaardeophetdisplay knippertvierkeerenwordtvervangendoordewaarde“overgeblevenafstandtotde volgende verversing” die geïntialiseerd is. Deze waarde knippert vier keer. Laat toets 2 los,dewaardewordtvastweergegevenenisinhgetgeheugenopgenomen. |
![]() | ![]() | j)Adviessnelheidvansnelheidsregelaarofsnelheidsbegrenzer(afhankelijkvanauto)Zievoordewerkinghoofdstuk2,paragrafen“snelheidsregelaar”en“snelheidsbegrenzer” |
*Alnaargelanghetlandvanaflevering(verkeersomstandigheden,klimaat,staatvandewegen,enz.),kandezeafwijken van de waarde van de boordcomputer. Het olieverversingsinterval dat in het onderhoudsboekje van de auto staat vermeldisdoorslaggevend.
SPREKENDDASHBOARD.
Sprekenddashboard
Deberichtenwordenautomatisch uitgesprokenenversterkenhetvisueleeffectvanlampjes.
Hetsprekenddashboardwaakt voortdurendoverhetfunctioneren vandevitaleorganeninuwauto.
Degesprokenberichtenzijnteverdeleninadviezenenwaarschuwingen, engaaninbepaaldegevallen vergezeldvanhetoplichtenvande overeenkomendelampjesophetinstrumentenpaneel.
Raadpleeginzo'ngevaldeparagraaf "instrumentenpaneel".
Degesprokenberichten
Degesprokenberichtenzijnafhankelijkvanhetuitrustingsniveau van deautoenhebbenbetrekkingopde bewakingvandevolgendefuncties:
-oliedruk,
-remsystem,
-laadstroomcircuit,
-oververhittingvandemotor,
-vergrendelingssysteemstuurkolom,
-brandstofhoeveelheid,
-inspuitsysteem,
-automatischetransmissie,
-nietgoedgeslotenportieren,ach-
terklepofmotorkap,
-brandendeverlichting,
-aangetrokkenhandrem,
-defectelampen(dimlichten,rem-
lichten,enz.),
-snelheidsafhankelijke
stuurbekrachtiging,
-peilruitensproeiervloeistof,
-autogordelvergeten,
-oliepeilvandemotor,
-elektronischstabiliteits
programma(ESP),
-snelheidsregelaar/begrenzer,
-bandenspanningnietgoed/lekke band,
-enz.
SPREKENDDASHBOARD(vervolg)

Alsdezetoetsisingedrukt, worden degesprokenberichtenvervangen dooreengongslag.
Wiltutochhetberichthoren, druk dandeherhalingstoets1in.
Herhalingstoets"REP"
Toets1indrukken
Deberichtendieophetmomentvan indrukkeninhetgeheugenaanwezigzijn,wordenuitgesproken.
Indienergeenafwijkingis,danver- telthetsprekendedashboard,datde bewakingsfunctieactiefis.
Alsdeherhalingstoetswordtingedruktophetmomentdatereen boodschapklinkt,wordtdezeboodschaponderbrokeneninzijngeheel herhaald.
Debuitentemperatuuren/ofdetijd wordenaangegevenalshetcontact aanstaat.
Optijdzettenvanhetklokje1
Drukoptoets:
Hvoordeuren
Mvoordeminuten
Buitentemperatuurmeter
Bijzonderheid:
Alsdebuitentemperatuurtussen -3°Cen+3°Cligt,knipperendetekens°C(waarschuwingvoorkans opgladheid).

Buitentemperatuurmeter
Debuitenthermometeris beslistgeengladheids-detector.Gladheidisniet
alleenvandetemperatuurafhankelijk, maarvanmeerfactoren zoalsdeliggingvandewegende vochtigheidvandelucht
Auto's voorzien van Carminat, Odysline,telefoon.
Ziedebetreffendeinstructieboekjes voordebijzonderhedenvandeze uitrustingen.
Alsdeelektrischevoedingonderbrokenis geweest(losgenomen accukabel, zekering doorgebrand)geefthetdisplayniet langerdejuisteinformatieaan.
Hetklokjemoetweergelijkgezet worden.
Zethetalleenbijstilstaandeauto gelijk.
STUURWIEL

Hoogte-endiepteafstelling
Trekdehendel1naarbenedenen schuifhetstuurwielindegewenste stand.Drukdehendelomhoogom hetstelmechanismeteblokkeren.

Verstelhetstuurwieluit-sluitendalsdeautostil-staat.
Laathetstuurwielniettelangin cenuiterstestandgedraaidstaan omtevoorkomendatdestuurbe- krachtigingsolietewarmwordt.
Zetnooitdemotoraftijdenshetrijden:bijuitgeschakeldemotoriser geenrem-enstuurbekrachtiging.
BUITENSPIEGELS

Buitenspiegels
Alshetcontactaanstaatkunnende spiegelswordenversteldmet knop1:
- instand Cregeltudestandvande linkerspiegel,
-instandEregeltudestandvande rechterspiegel.
Zetnahetverstellendeknopweer indemiddenstandDterug.

Zetknop1indepositieF:debuitenspiegelskantelennaarbinnen.
Omdespiegelsweerinderijstand tezetten, zetudeknopinpositie C, DofE.
Verwarmdebuitenspiegels
Hetspiegelglaswordtverwarmdals deachterruitverwarmingaanstaat.
Electrochroomspiegels
Dezewordenbijduisternisautomatischdonkerderonderinvloedvan deverlichting(grootlicht)vanachterurijdendevoertuigen.

Debuitenspiegelaande kantvandebestuurderis intweedelenuitgevoerd. IndeelBzietuwatumet
eennormalespiegelziet.Met deelAzietueengroterehoek aandeachter-enzijkantvande auto.
VoorwerpendieuindeelAziet lijkenverderwegdanzijnwerkelijkheidzijn.
SPIEGELS

Debinnenspiegelisverstelbaar.Om tevoorkomendatuinhetdonker verblindwordtdoorachterurijden- devoertuigen,kanhetspiegelglasin denachtstandgekanteldworden methetknopje1achterdespiegel.

Despiegelwordtbijduisternisautomatischdonkerderonderinvloed vandeverlichting(grootlicht)van achterurijdendevoertuigen.
CLAXONENLICHTSIGNALEN

Drukophetmiddenvanhetstuur-wielA.
Lichtsignaal
Ukunt,ookalsdeoverigeverlichtingnietbrandt,eensignaalmethet grootlichtgevendoordeschakelaar 1naarutoetetrekken.

Hiermeeschakeltutegelijkertijdde vierknipperlichtenin.
Ugebruikthetalarmsignaalalsu:
• gedwongenbentdeautostilte zettenopeenplaatswaarhetoverigeverkeerditnietverwachtof waarditverbodenis
- ingevalvanovermachtzoalsbij eendefectofongeval.


Uverplaatstdeschakelaar1evenwijdigaanhetstuurwieleninde richtingwaarinuditgaatdraaien.
Bijhetveranderenvanrijstrookop eensnelwegwordthetstuurslechts weiniggedraaid,waardoordeschakelaarnietvanzelfterugkomtinde ruststand0.Ugeeftdanrichtingaan doorderichtingaanwijzerschakelaarindegewenstestandtedrukken.
Deschakelaarveertbijhetloslaten automatischinderuststandOterug.
VERLICHTING

Uontsteektdemarkerings- lichtendoorheteindevanschake- laar1teverdraaientothethierbo- venafgebeeldesymboolzichtbaar wordtbijmerkteken3.
Deinstrumentenverlichtinggaat branden.Delichtsterkteervankunt uregelenmetdedraaiknop2.
Dimlicht

Uontsteektdemarkerings- lichtendoorheteindevanschake- laar1teverdraaientothethierbo- venafgebeeldesymboolzichtbaar wordtbijmerkteken3.
Hetbijbehorendecontrolelampjein hetinstrumentenpaneelgaatbranden.

Grootlicht

Vanuitdedimlichtstand trektudelichtschakelaar1naaru toe.
Alshetgrootlichtbrandt, wordtdit doorhetbijbehorendecontrolelampjeophetinstrumentenpaneelaangegeven.
Omhetgrootlichtuitenhetdim- lichtweerinteschakelen,trektude lichtschakelaaropnieuwnaarutoe.
Lichtenuit
Draaiheteindevandescha- kelaar1terugindebeginstand.

Waarschuwingssignaal verlichtingbrandtnog
Bijhetopenenvaneenvoorportier klinkteensignaalomutewaarschuwen indien de lichten nog branden,terwijlhetcontactisafgezet(deaccuwordtdanontladen).

Controleer, voordatuin hetdonkerwegrijdt, de werkingvandeverlichting en stel indien estandvandekoplamodebelastingvandeau-
VERLICHTING(vervolg)

Mistlichtenaandevoorzijde

Draaidemiddelsteringvandeschakelaar4zodathetmerkteken5bij hetsymboolstaat.
Dewerkingisafhankelijkvandegevoerdeverlichting;hetcontrole-lampjeophetinstrumentenpaneel gaatbranden.

Mistachterlicht

Draaidemiddelstering vandeschakelaar4zodathetmerkteken5bijhetsymboolstaat.
Dewerkingisafhankelijkvandegevoerdeverlichting;hetcontrole-lampjeophetinstrumentenpaneel gaatbranden.
Zodradeweersomstandighedendit toelatenmoetuhetmistachterlicht uitschakelenomdeachterurijden- deweggebruikersniettehinderen.
Bijhetuitschakelenvandeverlichting,gaanookdemistlichtenvoor enachteruit.
KOPLAMPENELEKTRISCHVERSTELLENVANBINNENUIT

AlsudezeknopAomlaagdraait, gaandelichtbundelsnaarbeneden; bijomhoogdraaienvandeknop gaandelichtbundelsomhoog.
RUITENWISSERSEN-SPROEIERSVOOR

Autovoorzienvanrui- tenwisservoormetin- terval

Contactaan, verplaatsdeschake- laar1
- A ruststand.
- Bwissenmetintervallen Dewissersvegenmettussen- pozenvanenkelesecondes.De duurvanhetintervalisteregge- lendoorhetuiteindevande ruitenwisserschakelaar1te verdraaien:
- Clangzaamcontinuwissen.
• Dsnelcontinuwissen.
Autovoorzienvanruitenwisser voormetregensensor
Contactaan, verplaatsdeschake- laar1
- A ruststand.
- Bstand"regensensor" Indezestandsignaleerthetsysteemwaterdatopdevoorruit ligtenschakelthetwissenin meteenaangepastewissnel- heid.
- Clangzaamcontinuwissen.
• Dsnelcontinuwissen.
Nauitzettenvanhetcontact, is hetnoodzakelijkterugtegaan naarderuststand Aomderegensensorweerinteschakelen.
Automatischeanpassingvan dewissnelheid
Alsutijdenshetrijden, een w is- snelheidgeselecteerdheeft,gaatde- zcelkekeeralsdeautostilstaat overtoteenlagerewissnelheid:
• vansnelcontinuwissennaar langzaamcontinuwissen;
• van langzaam continu wissen naarwissenmetintervallen.
Zodradeautoweergaatrijden, beginnendewissersweermetdeoorspronkelijk ingestelde snelheid werken.
Als u bij stilstaande auto schakelaar 1 in een andere stand zet, schakelt u hiermee bovenge-noemdautomatismeuit.
N.B.
alshetmechanismeisgeblokkeerd (bijvoorbeelddoordatdewisserbladenzijnvastgevrorenaandevoorruit) wordt de voeding van de ruitenwissermotorautomatischuitgeschakeld.
RUITENWISSERSEN-SPROEIERSVOOR(vervolg)

Ruitensproeiers, koplampsproeiers
Deruitensproeiervoorwordtingeschakelddoor, alshetcontactaan staat, schakelaar 1 naarutoetetrekken
- Alsdeverlichtinguitis wordtderuitensprociervande voorruitingeschakeld.
- Alsdeverlichtingbrandt wordentegelijkertijdookdekoplampsproeiersingeschakeld.
Controleer, voordatuwegrijdtals hetvriest, ofderuitenwisserbladen nietaanderuitzijnvastgevroren. Anderskanderuitenwissermotor tewarmworden.
Controleerregelmatigdestaatvan deruitenwisserbladen.Zodrahun werkingafneemtmoctuzevervangen,ongeveereensperjaar.
Alsuhetcontactafzetvoordatude ruitenwisserhebtuitgeschakeld (standA),blijvendewisserarmen onmiddellijkstilstaan.
RUITENWISSEREN-SPROEIERACHTER

Contactaan,deachterruitwisser wordtingeschakelddoorheteinde vanschakelaar1teverdraaientot hetmerkteken2tegenoverhetsymboolstaat.
Achterruitsproeier

Contactaan,deachterruit-wisserwordtingeschakelddoorhet eindevanschakelaar1teverdraaien tothetmerkteken2tegenoverhet symboolstaat.
Alsudeschakelaarloslaat, blijftde achterruitwisserwerken.

Deachterruitwisserkomtinwerkingalsudeachteruitversnelling inschakeltterwijlderuitenwissers vandevoorruitinwerkingzijn.
Controleer, voordatuwegrijdtals hetvriest, ofderuitenwisserbladen nietaanderuitzijnvastgevroren. Anderskanderuitenwissermotorte warmworden.
Controleerregelmatigdestaatvan deruitenwisserbladen.Zodrahun werkingafneemtmoetuzevervangen,ongeveereensperjaar.
De arm van de achterruitwisser kannietgeheelomhoogwordengezet:alsuhemomhoogmoetzetten, bijvoorbeeld om de achterruit schoontemaken, trektuhemomhoogtegendeanslagenhoudtu hemindezestandvast.
BRANDSTOFTANK

Bruikbareinhoudvandetank:
ongeveer70liter.
OmhetklepjeAteopenen,druktu aandekantvanhetscharnier.
Tijdenshettankenkuntudedop aanhetklepje1hangen.

Detankdopisvaneenspe- ciaaltype.Vraagnaardit- zelfdetypealsueenandere dopkoopt.Raadpleeguw
Renault-dealer.
Rookniettijdenshettankenen ontsteekgeenopenvuurindenabijheidvandebrandstoftankofde tankdop.
Soortbrandstof
Benzinemotor
Gebruikbrandstofvaneenbekend merkmeteenkwaliteitdieovereen komtmetdenormendieinonsland zijnvastgelegd.
Ziedetabellen"Gegevensvande motor".
Dieselmotor
Gebruikuitsluitenddieselbrandstof.Leteropdatbijhettankengeen waterbijdebrandstofkomt.De vuldopendeomgevingervanmoetengoed stofvrij zijn.Gebruik dieselbrandstofvaneenbekendmerk.

Gebruik beslist geen brandstofopbasis van koolzaad. Vermeng de brandstofbeslistnietmet benzine.
BRANDSTOFTANK(vervolg)
Tankenvanbrandstof
Benzinemotor
Gebruikalleenongelodebenzine. Schadedieontstaanisalsgevolg vanhettankenvanloodhoudende benzinewordtnietdoordefabrieksgarantiegedekt.
Omtevoorkomendaterabusievelijkloodhoudendebenzinewordt getankt,heeftdevulhalseennauwe doorlaatmetklepwaarinalleeneen vulpistoolmetongelodebenzine past.
-Drukmethetvulpistooldeklepin devulhalsopenensteekhetpistoolzovermogelijknaarbinnen.
-Houdtijdenshettankenhetvulpistoolindezestandtotuklaar bentmettanken.
Brandstoftanken(vervolg)
Alleuitvoeringen
Alshetvulpistoolautomatischisafgeslagen, magunogmaximaaltwee literbrandstofbijvullen.

Vooruwveiligheidishet strengverbodenaanhet brandstofsysteem(elektronischerekeneenheden, bedrading, brandstofsysteem,inspuitstuk, beschermingskappen,enz.)reparatiesof wijzigingenuittevoeren( behalvealsditdoordeskundigpersoneelvaneenRenault-dealergebeurt.
Doordringende stank van brandstof
Uwautoisvoorzienvaneenbrandstofsysteemdatonderdrukstaat.In gevalvaneenaanhoudendestank vanbrandstof,moetu:
- directstoppenzonderhetoverige verkeeringevaartebrengenen hetcontactafzetten;
- dealarmknipperlichtenaanzetten enallepassagiersuitlatenstappenzenzevervanhetverkeerhouden;
- nietaanhetbrandstofsysteemkomenendeautonietstartenvoordatdezedooreenRenault-dealer isnagekeken.
Hoofdstuk2:Hetrijden (mettipsvoorzuinigenmilieubewustautorijden)
Inrijden-Contactslot 2.02
Starten - Stilzetten van de motor 2.02 - 2.03
Bijzonderheden benzinemotor 2.04
Bijzonderheden dieselmotor 2.05
Versnellingshendel 2.06
Stuurbekrachtiging 2.07
Handrem 2.07
Tips voor zuinig rijden en minder luchtverontreiniging 2.08 → 2.10
Het milieu 2.11
Controlesysteem bandenspanning 2.12 → 2.17
Elektronisch stabiliteits programma: ESP 2.18 - 2.19
Tractiecontrole: ASR 2.20 - 2.21
Antiblokkeersysteem: ABS 2.22 - 2.23
Noodstopbekrachtiging: BAS (Brake Assist System) 2.24
Snelheidsbegrenzer 2.25 → 2.27
Snelheidsregelaar 2.28 → 2.30
Parkeerhulp 2.31
Automatische transmissie 2.32 → 2.34
INRIJDENSTARTENVANDEMOTOR
■ Benzinemotor
Rijddeeerste1000kmnietsneller dan 130km/uurindehoogsteversnellingenlaatdemotormetniet meerdan3000tot3500tr/min draaien.
Na1000kmkuntuuwautozonder beperkingengebruiken;pasna 3000kmzalhijechterzijnvolle vermogenkunnengeven.
Onderhoudsbeurten:raadpleeghet onderhoudsboekjevanuwauto voorhetuittevoerenonderhoud.
Dieselmotor
Laatdemotordeeerste1500km nietsnellerdraaiendan2500tr/ min.Daarnakuntusnellerrijden maarpasna 6000 kmzultu overhet vollevermogenvandemotorkun- nenbeschikken
Trektijdenshetinrijdennooitsnel op. Alsdemotornogkoudismagu hem in de lagere versnellingen nooitmeteenhoogtoerentallaten draaien.
Onderhoudsbeurten:raadpleeghet onderhoudsboekjevanuwauto voorhetuittevoerenonderhoud.

BrengdeRenaultcardindekaartle- zer1dieovertweeinkepingenbe- schikt:deeerstekomtovereenmet de stand“accessoires”,detweede is destand “starten vande motor”. Voordeauto'sdievoorzienzijnvan het infoscherm, verschijnt hierop de boodschap“kaartinvoeren”.
Stand"accessoires"
(Eersteinkeping)
Ook als de motor niet draait, werken de eventuele accessoires (radio, enz.).
Stand"startenvandemotor"
(Tweedeinkeping)
BrengdeRenaultcardhelemaalin dekaartlezer1(totuhetgeluidvan het ontgrendelen van de stuurkolomhoort),knop2lichtopterbevestigingdatudemotorkuntstarten:drukkortopknop2omte starten. Hetwaarschuwingslampje A licht op ter bevestiging dat de motorgestartis.
N.B.: zolang knop 2 niet oplicht, kuntunietstarten(bijvoorbeeld: dieselmotor verwarmt nog voor, versnellingingeschakeld).
Bijzonderegevallen
Insommigegevallenishetnodig hetstuurwieltebewegen,terwijlu opschakelaar2druktomdestuurkolomteontgrendelen.
STARTEN(vervolg)OFSTILZETTENVANDEMOTOR.
Stand"startenvandemotor" (vervolg)
Wachtbijdedieseluitvoeringentot hetcontrolelampjevoorverwar-
mingor 70 strumen-
tenpaneelgedoofdis,voordatuop knop2drukt.
Zodrademotorstart, dooftknop2 enhetsignaal "motordraait" Alicht op(deRenaultcardzithelemaal in dekaartlezerendeverlichtinghiervandooft).
Stilzettenvandemotor
Bijstilstaandemotor, druktukort opknop2: hetcontactwordtuitgezetenhetsignaal "motordraait" A dooft.
Voorsommigeauto'smetautomatischetransmissie,zetudehendelin destandparkerenP.
HaaldeRenaultcarduitdekaartle- zer1.
AlsudeRenaultcarduitdekaartlezerhaalt,gaathetbinnenlichtbranden(alsditindestand"automatische werking" staat), wordt de stuurkolomgeblokkeerdengaande accessoiresuit.
N.B.:alsudeRenaultcardinde kaartlezerlaat zitten,klinkt ereen geluidssignaaldat u waarschuwtzodrau het bestuurdersportier opent endeverlichtingvandekaartlezer knippert.
Bijzondereomstandigheden
Als de motor niet met de Renault card kan worden stilgezet, kan de zekering "noodstopvoordemotor" indemotorruimtegebruiktworden. Zie paragraaf "zekeringen motor-ruimte"vanhoofdstuk5.

LaatnooitdeRenaultcard indekaartlezerzittenalsu deautoachterlaatmeteen kind (of een dier)
erin.Metcontactaankanhetkind deruitenbedienenendoorhetomhooggaanervan ernstigworden verwondaanhals,armofhandals dezeuitdeautosteken. Gevaar voorernstigeverwondingen.
Zethet contactniet afvoordat de autogeheeltotstilstand isgekomen. Alsdemotornietmeerdraait, isergeen stuurbekrachtigingen rembekrachtiging. Ookwerkenveiligheidsvoorzieningenzoalsairbag engordelspannersnietmeer.
AlsudeRenaultcarduitdekaartlezer haalt, wordt de stuurinrichtinggeblokkeerd.
BIJZONDERHEDENVANDEUITVOERINGENMETEENBENZINEMOTOR
Onderbepaaldeomstandigheden, zoals:
- Telangdoorrijdenalshetwaarschuwingslampjebrandstofreservebrandt,
- Hetgebruikvanloodhoudende benzine,
- HetgebruikvannietdoorRenault goedgekeurdetoevoegingenaan demotorolieofdebenzine.
Ofbijhetoptredenvanstoringen zoals:
- eendefecteontstekingoflosse bougiekabelwaardoor de ontstekingoverslaatendeautomethorten en stoten rijdt,
• Vermogensverliesvandemotor,
kan de katalysator oververhit raken waardoor hij minder effectief wordtendefectkan raken.
Indien u een van de hierboven genoemdestoringenconstateert, dient uuwautozospoedigmogelijkdoor uw Renault-dealer telaten herstellen.
Door de in het garantie- en onderhoudsbockje voorgeschreven onderhoudsbeurtenuittelatenvoeren kunt udergelijke storingen voorkomen.
Bij startmoeilijkheden
Alsdeautonietdirectaanslaatmag u de startmotor niet lang achtereen latendraaienom beschadigingvan dekatalysatortevoorkomen.Ook mag de auto niet worden aangeduwdofaangesleept.
RaadpleegeenRenault-dealeren laatdestoringverhelpen.

Parkeerdeautonietofblijf nietmetdraaiendemotor staanopeenplaatswaarde uitlaat zich boven brand-
baar materiaalbevindt. Onderongunstige omstandigheden (droog te, hardewind) kanbrandontstaan als de hete uitlaat in contact komt methetgrasofde bladeren.
BIJZONDERHEDENVANDEUITVOERINGENMETEENDIESELMOTOR
Toerentalvandedieselmotor
Deinspuitpompvandedieselmotor heefteenmechanischebegrenzing dieervoorzorgtdathetafgestelde motortoerentalingeenvandever- snellingenkanwordenoverschre- den.
Alsdetankisleeggereden
Wanneerdemotordoorbrandstofgebrekstilgevallenisenuhebt weergetankt, kuntudemotornormaalstarten, mitsnatuurlijkdeaccuingoedeconditieis: zieparagraaf "brandstoftank" inhoofdstuk1 voor debijzonderhedenvandieselmoto-renvoorzienvaneencommonrail (hogedruk) inspuitsysteem.
Alsdemotorechternaeenpaar startpogingenvanenkelesecondes nietwil aanslaan,moet ueen Renault-dealerraadplegen.
Voorzorgenindewinter
Omproblemenbijvorsttevoorko- men:
•Zorgdatdeaccusteedsgoedgeladenis.
- Laathetbrandstofpeilindetank nietonnodiglaagkomenomcondensatievanwaterdamptegente gaan.
Auto met brandstofffilterverwarming
Dankzijdezevoorzieningkuntu's winters, mitsdeautovorstvrijgestaldwordt, tot-18°Cblijvenrijden zonder speciale toevoegingen aan debrandstof. Wordtdeautohoofdzakelijk over korte afstanden gebruikt(koudemotor)danisdebeveiligingtot-5°C.
VERSNELLINGSHENDEL

Bijstilstaandeauto, schakeltueerst inneutraalenvervolgensverplaatst udeversnellingshendelindeachteruitversnelling.
Bijeenhandgeschakeldeversnel- lingsbak:afhankelijkvandeuitvoe- ring,volgtudetekeningopdeknop v a n d e h e n d e l 1oftrektudering2
omhoogtegendeknopomdeachteruitversnellinginteschakelen.

Deachteruitrijlichtengaanbranden, zodradeachteruitversnellingisingschakeldenhetcontactaanstaat.
Auto'svoorzienvanparkeerhulp: zieparagraaf"parkeerhulp"in hoofdstuk2voormeerbijzonderheden.
HANDREMSTUURBEKRACHTIGING

Indienudehandgreepnietvoldoendeterugduwt,blijftophetinstrumentenpaneeleenlampjebranden.
Vastzetten
Bijhetvastzettentrektudehand- greepomhoog.
Dehandgreepmoeteenvrijeslag vanongeveer10klikkenhebben voordatderemmenaangrijpen.Om-datuwautozelfstellendechter-wielremmenheeft,magdehandrem alleentijdenswerkzaamhedenaan hetremsysteemwordenafgesteld.

Trekdehandremaltijd aan als u de auto gepar- keerdheeft,omtevoor- komen dat de auto
wegrolt.
Tijdenshetrijdenmoetdehandremaltijdvolledigvrijzijngezet, anderslooptuhetrisicovan oververhittingvanderemmen.
Laathetstuurwielniette langin een uiterstestandgedraaidstaanomte voorkomen dat de stuurbekrachtigingsolietewarmwordt.
Snelheidsafhankelijke stuurbe- krachtiging
Indienuwautoisvoorzienvaneen snelheidsafhankelijke stuurbekrachtigingpastditsysteemdematevan bekrachtigingautomatischaanaan desnelheidwaarmeeurijdt.
Bijhetparkereniserveelbekrachting(voormeercomfort)enmethet toenemenvan desnelheid vermindertdebekrachting(vooreengrotereveiligheidbijsnelrijden).

Zetnooitdemotorafals deautorijdt:bijuitge- schakelde motor is er geenstuurbekrachtiging.
TIPSVOORZUINIGRIJDENENMINDERLUCHTVERONTREINIGING
Renaultheeftuwautogebouwdopdatdezezoweinigmogelijkschadelijkeuitlaatgassenproduceertenzo zuinigmogelijkis.
Doorzijnontwerp,doordefabrieks- af stellingen endoorzijn bruikisuwRenaultinovereenstem- mingmedewettelijkebepalingen overluchtverontreiniginginons land.Maardetechniekbepaaltniet alles.Deluchtverontreinigingen hetverbruikvanuwautohangen ookvanuaf.Schenkaandachtaan hetonderhoud,aanuwrijstijlen aandemanierwaaropuuwautoge- bruikt.
Onderhoud
Overtredenvandebepalingeninza- keluchtverontreinigingisstrafbaar. Vooreengoedewerkingvanhetuit- laatsysteemenhet handhavenvan nadeinigsvwnardenmogeneralleen origineleRenaultonderdelenge- bruiktworden voorhetbrandstof- enuitlaatsysteemvanuwauto.
LaatuwRenault-dealerregelmatig decontrolesendeafstellingenuitvoerendieinhetonderhoudsboekje zijnaangegeven.
Hij beschikt over de uitrusting waarmee uw auto volgens de fabrieksgegevenskan worden afgesteld.
Vergeet nooit dat de hoeveelheid schadelijkeuitlaatgassenevenredig is met de hoeveelheid verbruikte brandstof.
Afstellingvandemotor
- ontsteking: de ontsteking hoeft niettewordenafgesteld.
- bougies: voor het verkrijgen van de optimale omstandigheden waarbij een laag verbruik, een hoogrendementengoedeprestatiessamengaan, ishetbeslistnoodzakelijkdatdedooronsvoorgeschrevenbougieswordengebruikt.
LaatuwRenault-dealersteedsdezebougiesmetdejuisteelektrodenafstandmonteren.
- stationairtoerental:dithoeftniet tewordenafgesteld.
- luchtfilter,brandstofffilter (dieselmotor): een vervuild filterelementverhoogthetverbruik.Laat hetvervangen.
- dieselinspuitpomp: deze moet zijnafgesteldopdevoorgeschrevenwaarden.
TIPSVOORZUINIGRIJDENENMINDERLUCHTVERONTREINIGING(vervolg)
Controlevandeuitlaatgassen
Hetcontrolesysteemvanuitlaatgassenwaarschuwtbijeenstoringinde werkingvandekatalysator.
Eendergelijkestoringkanleidentot eenverhoogdeuitstootvanschadelijkeuitlaatgassenenschadeaan mechanischeorganen.

Ditlampjeophetinstrumentenpaneelgeefteventuelestoringenvanhetsys-
teemaan: Ditgaatbrandenalsuhetcontact aanzetendooftnadriesecondes.
-Alshetcontinubrandt,moetuzo snelmogelijkuwRenault-dealer raadplegen;
-alshetlampjeknippert,moetu vaartverminderentothetknipperenophoudt.LaathetsysteemdirectdooruwRenault-dealercontrolerenenindiennodigherstellen.

• Rijdkalmtotdemotorzijnbedrijfs-temperatuur heeft bereikt; dit is beter dan warmdraaien bij stilstaandeauto.
• Snelheidkostgeld.
- "Sportief" rijdenkost brandstof: rijd daaromsoepel enkijkver vooruit
- Regeldesnelheidvandeautomet hetgaspedaaldoorvooreenbocht tijdiggasterugtenemen.
•Rijdbijeenstoplichtkalmweg.
• Laathettoerentalvandemotorin delagereversnellingenniettever oplopen.
Kiesdehoogstmogelijkeversnel-lingzonder echter demotor te zwaartebelasten.
Heeftuwautoeenautomatische transmissie,rijddanzoveelmogelijk met de selecteurhendelin standD.
- Geefopeenhellinggeengasbij maarhoudhetgaspedaalbijvoorkeurindezelfdestand.
- Bijeenmoderneautoishetniet nodigbijhetschakelentweemaal teontkoppelenofvoorhetstilzettenvandemotornogevengaste geven.
•Diepeplassen,overstromingen.

Rijdnietdooralshetwateropdeweghogerstaat dandeonderrandvande velgen.
TIPSVOORZUINIGRIJDENENMINDERLUCHTVERONTREINIGING(vervolg)

Tipsvoorhetgebruik
- Ookhetopwekkenvanelektrici-teitkostbrandstof.Schakelalleen dieverbruikersindieunodig hebt.
Maarveiligheidvooralles:Rijd metdimlichtzodrahetzichtminderwordt(zienengezienworden).
- Gebruikdeventilatie-openingen. Bij100km/uverhogenopenstaanderuitenhetverbruikmet 4%.
- Airconditioning:hetbrandstofverbruikkaninstadsverkeermet 2liter/100kmstijgenalsdeairconditioningisingeschakeld. Schakeldaaromdeairconditioninguitalsdezenietlangernodig is.
• Vuldetankniettotaanderand, u loopthiermeehetgevaarbrandstofteverspillen.
•Rijdnietmeteenleegimperiaal opuwauto.
- Gebruikeenaanhangwagenvoor hetvervoervangrotevoorwerpen.
- Gebruikcengoedgekeurdedak- spoileralsumeteencaravanop reis gaat en stel de spoiler in de juistestandaf.
- Gebruikuwautozoweinigmogelijkop korte afstanden. De motor komtdannietoptemperatuur. Combineeruwboodschappenzo-veelmogelijk.

- Doortelagebandenspanning neemt de rolweerstand en dus ookhetverbruiktoe.
- Indien banden worden gemonteerddienietdoorRenaultwordenaanbevolen,kanhetverbruik stijgen.
HETMILIEU

Recycleerbareonderdelen

Gerecycleerdeonderdelen
Uwautoisontwikkeldmeteenzo grootmogelijke aandachtvoor het milieu.
• AlleindeE.U.geleverdebenzineuitvoeringenzijnuitgerustmet eenkatalysatoreneenlambda sondeomdeuitlaatgassentereinigen.Eendampabsorptievatmet actievekoolstofvoorkomtdatde uitdetankafkomstigebenzinedampindeatmosfeerterecht komt.
- Renaulthechtveelwaardean hethergebruikvanmaterialenom degevolgenvoorhetmilieuzo veelmogelijktebeperkenaan het eindevandelevensduurvanuw auto.
- Uwautobestaatvoor 90% vande onderdelenen materialenuitrecycleerbaredelenenveleonderdelenzijnuitgerecycleerdplastic ofmateriaalgebouwd (zietekeninghierboven). Omdezedelen gemakkelijkterecycleren, hebben allekunststofdeleneenherkenningsteken.
- Omhetmilieutebeschermen, zijndelakenremschijvenvanuw autolood-encadmiumvrij.Verderhebbenwij de gebruiktehoeveelheidchloormet40% verminderd in vergelijking tot voorgaandemodellen.
Denkzelfookaanhetmilieu!
Gooinaeendooruzelfuitgevoerde onderhoudsbeurtofreparatiegeen onderdelen(accu,oliefilter,luchtfilter,enz.)enolieblikken(leegof gevuldmetoudeolie)wegmethet huisvuil.
Leverzeinbijdedaarvoorbestemdedepots voor klein chemisch afval of bij uw Renault-dealer. Houdtuaandelokalevoorschriften.
CONTROLESYSTEEMBANDENSPANNING
Ditsysteembewaaktpermanentde bandenspanning.
Corrigeerdespanningbijkoude banden.
Indienudebandenspanningnietbij koudebandenkuntcontroleren, moetudeopgegevenwaardenmet 0,2tot0,3barverhogen.
Verlaagnooitdespanningvaneen warmeband.

Dezefunctieiseenextra hulptijdenshetrijden.
Dezefunctieneemtniet detaakvandebestuurderover. Debestuurdermoctaltijdoplettenenblijftverantwoordelijk.
Controleerdebandenspanning, inclusiefhetreservewiel, een keerpermaand.

DebestuurderwordtviahetdisplayApermanentgeïnformeerdof debandenspanninggoedisofdater afwijkingenzijn.

Bijsommigeauto'sgeefthetinfo- schermBaanvullendeinformatie doordebandenspanningaantege- venbijhetaanzetten van hetcontact (gedurendeongeveer20secondes) ofingevalvanafwijkingentijdens hetrijden.
CONTROLESYSTEEMBANDENSPANNING(vervolg)

Wielennietverwisselen

Elkedrukzenderinhet ventiel1hoortbijeen specifiekwiel:ingeen enkelgevalmogende wielenvanplaatsverwisseld worden.
Gevaarvanverkeerdeinformatie meternstigegevolgen.

Omgemakkelijkdeplaatsvanhet wieltebepalen,kijktunaardekleur vandering2 (nadezeeventueel schoongemaakttehebben)dieom elkventielzit:
- C : gele ring
-D:zwartering
-E:rodering
-F :groenering
Montagevanbanden (vervangenvanbandenofmontage vanwinterbanden)
Bij het vervangen van de banden moetenbijzondere voorzorgenin acht genomen worden. Wij raden danookaanuwRenault-dealerhier-overteraadplegen.
Hetaflezenvandebandenspanningophetinstrumentenpaneel
(voor de auto's diehiermeeuitge- rustzijn)
Nacontrolevandebandenspanning vande auto,verschijnen, zodraeen snelheidvanmeer dan25km/ubereiktwordt,deactuelealarmsginalenophetinstrumentenpaneelen/ofwaardenophetinfoschermB.
Inde handelverkrijgbaremanometerskunneneenafwijkendebandenspanningaangeven(toegestane afwijking).
Despanningdieaangegevenwordt op het infoscherm B kan dus afwijkenvandespanningdiedooreen doorugebruiktemanometerwordt aangegeven. Dedoorhetinfoscherm opgegevenspanningisdejuiste.
CONTROLESYSTEEMBANDENSPANNING(vervolg)
Reservewiel
Hetreservewielheeftgeendrukzenderenwordtdusnietherkenddoor hetsysteem.
Alshetreservewielopdeplaatsvan eenanderwielgemonteerdis, geeft hetsysteemeenstoringaan.
Vervangendewielen/velgen.
Voorditsysteemzijnspecifiekeuitrustingennodig(wielen,sierdoppen).
RaadpleeguwRenault-dealervoor deaccessoiresdiebijditsysteemgebruiktkunnenwordenenverkrijgbaarzijninRenaultBoutique:bijgebruikvanandereaccessoireskan hetgoedfunctionerenvanhetsysteemnietgegarandeerdworden.
Spuitbussenvoorbandenrepa- ratie
Omdatdewielenspecifiekzijn, mag ualleenspuitbussengebruikendie doorRenaultgoedgekeurdzijn.

HetdisplayAenafhankelijkvande auto,decontrolelampjesophetinstrumentenpaneelofhetinfoschermBinformerenuovereventuelefwijkingen(lagebandenspanning,lekkeband,systeembuiten gebruik).

Opdevolgendebladzijdenvindtu indeuitlegoverhetoplichtenvan de verschillende controlelampjes voor:
-auto'smetalleendisplayA;
- auto's met display A en info-schermB.
CONTROLESYSTEEMBANDENSPANNING(vervolg)
Auto'smetalleendisplayA;
Voorbeeldenvanhetoplichtenvandecontrolelampjesophetinstrumentenpaneelenophetdisplay

knippert+b SERV rast+betreffende (en) knipper(t)(en)
Betekenis: de bandenspanning van het knipperende wiel is iets te laag of te hoog, controleer de bandenspanning.

knippert+brSTOPast+betreffendew(t) knipper(t)(en)
Betekenis: de bandenspanning van het knipperende wiel is veel te laag, stop zo snel mogelijk en controleer de bandenspanning.

knippert+brSTUPast+brandtvast+brandtweldewiel(en)knippert(en)
Betekenis:lekkeband, vervangdebetreffendebandofroepdehulpinvaneenRenault-dealer.

brandtvast+bet(1)rdewiel(en)brandtniet
Betekenis: storing in het systeem (bijvoorbeeld als reservewiel of winterbanden op de auto gemonteerd zijn).

brandtvast
Betekenis: de rijsnelheid is niet aangepast aan de bandenspanning. Verminder uw snelheid of verhoog de bandenspanning, zodatdezeovereenkomtmetdespanningdiehoortbijeenvolbelasteauto (ziedetabel "bandenspanning").
CONTROLESYSTEEMBANDENSPANNING(vervolg)
Auto's met display A en infoscherm B.
Voorbeelden van informatie die op het display A en het infoscherm B kan verschijnen.
| DisplayA | InfoschermB | Betekenisvandeboodschappen | |
| Automet handgeschakelde versnellingsbak | Automet automatische transmissie | ||
![]() | ![]() | ![]() | "SpanningOK"Debandenspanningisgoed. |
![]() | ![]() | ![]() | "Spanningcontroleren"Debandenspanningvanhetknipperendewielisietstelaagofte hoog,controleerdebandenspanning. |
![]() | ![]() | ![]() | "Spanningtelaag"Debandenspanningvanhetknipperendewielistelaagoftehoog,vermindersnelheidencontroleerzosnelmogelijkdebandenspanning. |
![]() | ![]() | ![]() | "Bandenspanning"Derijsnelheidisnietaangepastaandebandenspanning.Verminder snelheidofverhoogdebandenspanning,zodafdezeovereenkomt metdespanningdiehoortbijecenvolbelastcauto(ziedetabel“bandenspanning”. |
![]() | ![]() | ![]() | "Storingsensor"Storinginhetsysteem(bijvoorbeeldalsreservewielofwinterbanden opdeautogemonteerdzijn). |
CONTROLESYSTEEMBANDENSPANNING(vervolg)
Auto's uitgerust met display A en infoscherm B (vervolg)
Voorbeelden van informatie die op het display A en het infoscherm B kan verschijnen.
| DisplayA | InfoschermB | Betekenisvandeboodschappen | |
| Automet handgeschakelde versnellingsbak | Automet automatische transmissie | ||
![]() | ![]() | ![]() | "Spanningtelaag"Debandenspanningvanhetknipperendewielisveeltelaag,stopzo snelmogelijkomdebandenspanningtecontrolerenofroepdehulp invaneenRenault-dealer. |
+ [IMAGE] | ![]() | ![]() | "Lek"VervangdebetreffendebandofroepdehulpinvaneenRenault-dealer. |
ELEKTRONISCHSTABILITEITSPROGRAMMA(ESP)
Ditsysteemhelptudecontroleover deautotebehoudeninkritickerijsituaties(uitwijkenvooreenobstakel, verliesvangripopdewegineen bocht,enz.).

Dezefunctieiseenextra hulpmiddelinkritieke situatieswaarbijhetrijgedragvandeauto astwordt.
Dezefunctieneemtnietdetaak vandebestuurderover.Delimietenvandeautokunnenniet overschredenwordenendeze functiekanookgeenredenzijn omhardertegaanrijden.
Dezefunctiekaningeengevalde oplettendheidofdeverantwoordelijkheid van de bestuurder overnemen(debestuurdermoet altijdalertzijnopplotselingegebeurtenissendiezichtijdenshet rijdenkunnenvoordoen).


Principevandewerking
Eenopnameelementinhetstuur-wielregistreertderichtingwaarin debestuurderdeautowillatenrijden.
Andereopnameelementenindeauto registreren de werkelijke verplaatsingsrichting.
Hetsysteemvergelijktdedoorde bestuurdergekozenrichtingmetde werkelijke verplaatsingsrichting vandecautoencorrigeertdezelaatste door, indien nodig, sommige remmentelatenwerkenen/ofhet motorvermogenaantepassen.
Als de functie in werking treedt, knipperthetsymbool1ofdebood-schapA"ESP"(afhankelijkvande auto)lichtopomutewaarschuwen.
ELEKTRONISCHSTABILITEITSPROGRAMMA(ESP)(vervolg)

Buitengebruikstellenfunctie
Defunctiewordtbuitengebruikgestelddooropdeschakelaar2te drukken,hetsymbool1ofdeboodschapB"ESPÖFF"(afhankelijk vandeauto)lichtopomutewaarschuwen.
Bijhetbuitengebruikstellenwordt eveneensdetractiecontrole(ASR) buitenwerkinggesteld:ziehiervoor paragraaf"tractiecontrole"(ASR)in hoofdstuk2.


B
OmdathetESPvoorextraveiligheid zorgt, radenwijuafdezefunctie buitengebruiktestellen. Activeer defunctiezosnelmogelijkdoor weeropschakelaar2tedrukken.
N.B.:hetESPwordtautomatisch weergeactiveerdbijhetaanzetten vanhetcontactvandeauto.


Bijeenstoring
Alshetsysteemeenstoringontdekt, zijner tweemanieren mogelijk waaropugewaarschuwdwordtop het instrumentenpaneel (afhankelijkvandeuitvoering):
-delampjes1en3lichtenop; -hetinfoschermlaatachtereenvol- gensdeboodschappenC"Storing ESP"enD"Service"zien.
Raadpleeg in beide gevallen uw Renault-dealer.
TRACTIECONTROLE(ASR)
Ditsysteemhelpthetslippenvande aangedrevenwielentebeperkenen deautobijhetwegrijdenofaccele-erentecontroleren.

Dezefunctieiseenextra hulpmiddelinkritieke situatieswaarbijhetrijgedragvandeauto astwordt.
Dezefunctieneemtnietdetaak vandebestuurderover.Delimietenvandeautokunnenniet overschredenwordenendeze functiekanookgeenredenzijn omhardertegaanrijden.
Dezefunctiekaningeengevalde oplettendheidofdeverantwoordelijkheid van de bestuurder overnemen(debestuurdermoet altijdalertzijnopplotselingegebeurtenissendiezichtijdenshet rijdenkunnenvoordoen).

Metbehulpvanopnameelementen bijdewielen, meetenvergelijkthet systeemconstantdesnelheidvan deaangedrevenwielenenremthet dezeafalszedoorslippen.
Alseenwielneigtnaardoorslippen, zorgthetsysteemvoorhetafrem- menvanhetbetreffendewiel,totdat desnelheidvanhet wiel overeen- kommtdegripopdeweg.
Het systeem reageert ook door het toerentalvandemotoraantepassen aandehoeveelheidgriponderde wielen,onafhankelijkvan demate waarin het gaspedaal wordt ingedrukt.
Als de functieinwerkingtreedt, knipperthetsymbool1ofdebood-schapA“ESP”(afhankelijkvande auto)lichtopomutewaarschuwen.
TRACTIECONTROLE(ASR)(vervolg)

Buitengebruikstellenfunctie
Insommigesituaties(hetrijdenop heelzachteondergrond:bijv. sneeuw,modderofhetrijdenmet sneeuwkettingen),kanhetsysteem dekrachtvandemotorverminderenomhetslippentbeperken.Als uditnietwil,kandefunctiebuiten gebruikwordengestelddoorschakelaar2intedrukken.
Hetsymbool1ofdeboodschapB "ESPOFF"(afhankelijkvandeauto)lichtopomutewaarschuwen.


B
Methetbuitengebruikstellenvan detractiecontrole(ASR)wordtook deESP-functiebuitenwerkinggesteld:zieparagraaf"elektronisch stabiliteitsprogramma:ESP"in hoofdstuk2.
Activeerdefunctiezosnelmogelijk door weer op schakelaar 2 te drukken.
N.B.: deze functie wordt automatischgeactiveerdbijhetaanzetten vanhetcontact.


Bijeenstoring
Alshet systeem eenstoring ontdekt, zijner tweemanieren mogelijkwaaropugewaarschuwdwordtophet instrumentenpaneel (afhankelijk vandeuitvoering):
- de lampjes 1 en 3 lichten op; -hetinfoschermlaatachtereenvol- gensde boodschappen C"Storing ESP"enD"Service"zien.
Raadpleeginbeide gevallenuw Renault-dealer.
Bijzeerkrachtigremmendenktde bestuurderslechtsaantweebelangrijkezaken:hetbereikenvaneenzo kortmogelijkereemwegendaarbij zijnautoondercontrolehouden. Doordesteedswisselendegesteldheidvanhetwegdek,dewisselende weersomstandighedenenafhankelijkvandereactiesvandebestuurderbestaataltijddemogelijkheid dattekrachtigwordtgeremd,waardoodewielenblokkeren,deremweglangerwordtendeautoonbestuurbaarwordt.Meteenantiblokkeersysteemvandewielen (ABS)kanditwordenvoorkomen.
Ditsystecembiedtextraveiligheid doordathetvoorkomtdatdewielen blokkerenookbijonverwachthard remmenenzorgterdaardoorvoor datdeautobestuurbaarblijft.Ook kunnenobstakelsnogwordenontwekenterwijlerwordtgeremden kuntudeautoblijvenbeheersen
eneenzokortmogelijkeremwegbereikenookalsbijeen of meerwiclen degripophetwegdeksterkwisselt (natwegdek, modder, natteblade- ren, kiezel of split, enz.).
Ofschoonhetantiblokkeersysteem eenextraveiligheidsvoorzieningis, kanhetnooitdegriptussendebandenendewegverbeterenbovende grenzenvandenatuurkunde. Blijf altijddegebruikelijkevoorzichtigheidinachthouden (afstandbewaren, enz.). Laatdezegrotereveiligheiduechternietverleidentot hetnemenvangrotererisico's.
Alshetsysteemderemdrukvooru regelt, voeltueenlichtetrillingin hetrempedaalenhoortumogelijk debandenpiepenophetwegdek. Hieraanmerktudatdegrenswaarde voordegriptussenbandenenwegdekbereiktis, bijvoorbeelddoorijzel; pasuwrijsnelheidaandestaat vanhetwegdekaan.
ANTIBLOKKEERSYSTEEM(ABS)(vervolg)
Bijeenstoringineenvandeonder- delenvanditsysteemzijnertwee mogelijkheden:
1-Hetoranjelampjeop

hetinstrumentenpaneellicht op.
Erkanmetdeautonogworden geremdalsbijeenautozonder ABS.Raadpleegopkortetermijn eenRenault-dealer.

2-Hetoranjelampje

enrodewaar-
schuwingslampjevanhet
remsysteem

lichtenop
hetinstrumentenpaneelop.
Inditgevalisereenernstigestoring in het remsysteem en het ABS-systeem. Het remsysteem functioneert misschien nog gedeeltelijk. Maar, het isgevaarlijk omkrachtigteremmen. U m oet directstoppenzonderhetoverigeverkeeringevaartebrengen. UmoetdirecteenRenault-dealer raadplegen.
Hetantiblokkeersysteemregeltde remdruk onafhankelijk van de krachtwaarmecophetrempedaal wordt gedrukt. Bij krachtig remmenkuntudushetrempedaaldiep ingedrukthoudenenishetnietnodig“pompend”teremmen
NOODSTOPBEKRACHTIGING(BAS-BrakeAssistSystem)
Ditsysteemiseenaanvullingophet ABSdatzorgtvoorhetverminderen vanderemwegvandeauto.
Principevandewerking
Ditsysteemcontroleertdesnelheid waarmeehetrempedaalwordtingedruktenregistreertofersprakeis vaneennoodsituatie.Inzo'nnood-situatieontwikkeltdenoodstopbekrachtigingzijnmaximalekrachten zorgtzosnelmogelijkvoorhetin werkingstellenvanhetABS.
HetABS-remsystemblijftwerken zolanghetrempedaalingedruktis.
Dezefunctieiseenextra hulpmiddelinkritiekesituatieswaarbijhetrijgedrag vandeautoaangepast wordt.
Dezefunctieneemtnietdetaakvan debestuurderover.Delimieten vandaeutokunnennietoverschredenwordenendezefunctie kanookgeenredenzijnomharder tegaanrijden.
Dezefunctiekaningeengevalde oplettendheidofdeverantwoordelijkheidvandebestuurderovernemen(debestuurdermoetaltijdalert zijnopplotselinge gebeurtenissen diezichtijdenshetrijdenkunnen voordoen).
SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER:begrenzerfunctie

Desnelheidsbegrenzeriseenfunctiewaarbijukuntkiezenvooreen maximalerijsnelheid.
Ditkannuttigzijn, bijvoorbeeldin stadsverkeerofgebiedenwaareen snelheidsbeperkinggeldt (wegwerkzaamheden), enz.
Hetsysteemwerktvanafeensnel- heidvanongeveer30km/u.

1HoofdschakelaarAan-Uit
2Instellenvandegewenstesnel- heidenverhogenvandezesnel- heid
3Oproepenvandeingesteldegewenstesnelheid
4Uitschakelenvandefunctie(de ingesteldesnelheidblijftinhet geheugen)
5Instellenvandegewenstesnel- heidenverlagenvandezesnel- heid


Controlelampje

Ditoranjecontrolelampjelichtop hetinstrumentenpaneelopomaan tegevendatdesnelheidsbegrenzer inwerkingis.
Afhankelijkvandeauto,verschijnt deinhetgeheugenopgenomen snelheidophetinstrumentenpaneel:ophetdisplayvandeboordcomputer6ofophetinfoscherm7 "snelheidsbegrenzer".
SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER:begrenzerfunctie(vervolg)

Drukopdeschakelaar1 kant.Hetcontrolelampjelichtop hetinstrumentenpaneelopenaf- hankelijkvandeautoschakeltde boordcomputerofhetinfoscherm overopdefunctie"snelheidsregelaar".

Instellenvandemaximumsnelheid
Rijdendmetconstantesnelheid (vanafongeveer30km/u)eninde juisteversnelling(voordeauto's methandgeschakeldeversnellingsbak),druktuschakelaar2in:de snelheidwordtvastgelegdinhgetgeheugen.
Hetrijden
Alseenmaximumsnelheidinhet geheugenisopgenomen,druktuhet gaspedaalintotdatudesnelheidslimietbereikt.
Vanafdat momentgaat deautoniet snellerrijden, ooknietalsuhetgaspedaalverderindrukt, behalvein noodgevallen (zieparagraaf "overschrijdingvandemaximumsnelheid").

Veranderingvandeingestelde maximumsnelheid
Ukunt deingestelde maximum snelheidveranderen door(hetachter elkaar indrukken of het lang ingedrukthouden)van:
- toets 2 om de snelheid te verho- gen,
- toets 5 om de snelheid te verlagen,
SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER:begrenzerfunctie(vervolg)
Snellerrijdendandeingestelde snelheid
Noodsituaties
Hetblijftaltijdmogelijkdeingesteldemaximumsnelheidteoverschrijdendoorzosnelendiepmogelijkhetgaspedaalintedrukken (voorbijhet"zwarepunt").
Tijdenshetoverschrijdenvande snelheidknippertdesnelheidop hetinstrumentenpaneel(info-schermofboordcomputer)omute informeren.
Alsdenoodsituatievoorbijis,laatu hetgaspedaallos:defunctiesnelheidsbegrenzertreedtweerinwerking,zodrauweerlangzamerrijdt dandeeerderingesteldemaximum snelheid.
Onmogelijkheidomdeingestelde maximumsnelheidvasttehouden
Alsdeingesteldemaximumsnelheidnietvastgehoudenkanworden doorhetsysteem(bijv.tijdenseen steileafdaling),knippertdesnelheidophetinstrumentenpaneel(in-foschermofboordcomputer)omu tewaarschuwen.

Uitschakelenvandefunctie
De functie snelheidsbegrenzer wordtonderbrokenalsudruktop:
- toets 4, in dit geval blijft de ingesteldesnelheidinhetgeheugen bewaard
- toets 1, in dit geval verdwijnt de snelheiduithetgeheugen.
Hetdovenvanhetcontrolelampje ophetinstrumentenpaneelbevestigtdatdezefunctieuitgeschakeld is.

Oproepen van de ingestelde snelheid
Alseensnelheidinhgetgeheugenis opgenomen, ishetmogelijkdezeop teroependoortoets3intedrukken.
SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER:regelaarfunctie

Indiendeverkeersomstandigheden dittoelaten, bijvoorbeeldopeen snelwegwaarhetverkeervlotdoorstroomt, kuntudeautometeenconstantesnelheidlatenrijdenzonder hetgaspedaalaanteraken. Ugebruikthiervoordesnelheidsregelaar.
Vanaf30km/ukuntudesnelheid traploosinstellen.

SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER:regelaarfunctie(vervolg)

Drukopschakelaar1, k a n t Hetcontrolelampjelichtophetinstrumentenpaneelopenafhankelijk vandeautoschakeltdeboordcomputerofhetinfoschermoveropde functie“snelheidsregelaar”.
Instellenvandesnelheid
Rijdendmetconstantesnelheid (vanafongeveer30km/u)eninde juisteversnelling(voordeauto's methandgeschakeldeversnellingsbak),druktuschakelaar2in:de snelheidwordtvastgelegdinhgetgeheugen.

Alsdegewenstesnelheidinhetgeheugenisopgenomen,kuntuuw voetvanhetgaspedaalnemen.
Wijzigingvandegekozensnelheid
Ukuntdeingesteldesnelheidveranderendoorhetachterelkaarin-drukkenofhetlangingedrukthou-denvan:
- toets 2 om de snelheid te verho- gen,
- toets 5 om de snelheid te verlagen.
Snellerrijdendandegekozen snelheid
Noodsituaties
Ukuntdesnelheidvandeautoaltijdverhogendoorhetgaspedaalintedrukken.
Tijdenshetoverschrijdenvande snelheidknippertdesnelheidop het instrumentenpaneel (info-schermofboordcomputer)omute informeren.
Alsdebijzonderesituatievoorbijis, laatuhetgaspedaallos:uwauto neemtautomatischdegekozensnelheid weer aan, het controlelampje dooft.
Onmogelijkheidomdeingestelde maximumsnelheidvasttehouden
Alsdeingesteldesnelheidnietvastgehoudenkanwordendoorhetsysteem(bijv.opeensteilehelling), knippertdesnelheidophetinstrumentenpaneel(infoschermofboordcomputer)omuteinformeren.
SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER:regelaarfunctie(vervolg)

Uitschakelenvandefunctie
Defunctiesnelheidsregelaarwordt onderbrokenalsu:
-hetrempedaalaanraaktof,
-hetkoppelingspedaalaanraaktof
inneutraalschakeltvoordeauto's
metautomatischetransmissie,
- toets 4,inditgevalblijftdeingesteldesnelheidinhetgeheugen bewaard
- toets 1,inditgevalverdwijntde snelheiduithetgeheugen.
Hetdovenvanhetcontrolelampje ophetinstrumentenpaneelbevestigtdatdezefunctieuitgeschakeld is.

Oproepenvandegewenstesnelheid
Alseensnelheidinhgetgeheugenis vastgelegd, ishetmogelijkdezeop teroependoortoets3intedrukken alsusnellerdanongeveer30km/u rijdt.

Dezefunctieiseenextra hulptijdenshetrijden.
Dezefunctieneemtnietde
taakvandebestuurderover.De grenzenvandeautokunnenniet overschredenwordenendeze functiekanookgeenredenzijnom hardertegaanrijden.
PARKEERHULP
Principevandewerking
Ultrasoondetectorszijnaange- brachtindeachterbumpervande autoenmetendeafstandtussende autoencenobstakeltijdenshetach- teruitrijden.
Dezemetingvertaaltzichingeluidssignalenwaarvandefrequentietoeneemtnaarmatehetobstakel dichterbijkomt,totdatheteencontinugeluidwordtalshetobstakel ongeveer25cmvandeautoverwijderdis.
N.B.: letopdatdeultrasonevoelers nietbedektzijn (metvuil, modder, sneeuwenz.).
Trekkenvaneenaanhangwa-genofcaravan
Elkekeeralsuachteruitrijdt,signaleerthetsysteemautomatischeen obstakel.Indatgevalishetmogelijk omdefunctieuitteschakelendoor eenschakelaarintebouwen:neem contactopmetuwRenault-dealer.

Alshetsysteemeenstoringontdekt, klinktbijhetinschakelenvande achteruitversnellinggedurendeongeveer5secondeseengeluidssignaalomutewaarschuwen.RaadpleeguwRenault-dealer.

Dezefunctieiseenextra hulpdiedoormiddelvan geluidssignalendeafstand tussendecautoceneenob-
stakelaangeefttijdenshetachter- uitrijden.
Dezefunctiekaningeenenkelgevaldeoplettendheiden verantwoordelijkheidvandebestuurder vervangenbij hetachteruit manoeuvreren.
Debestuurdermoetaltijdopzijn hoedeblijvenvoorplotselingegebeurtenissendietijdenshetrijden zichkunnenvoordoen:letdusaltijdopofergeenbewegelijkeobstakelszijn(zoalseenkind,dier, kinderwagen,fiets)ofeencklein ofsmal obstakelis (grotesteen, paaltje)tijdensdemanoeuvre.
AUTOMATISCHETRANSMISSIE

Houduwvoetophetrempedaal (hetlampjedooft),alsudestandP verlaat.
DehendelmagalleeninstandDof Rwordengeplaatstalsdeautostilstaat.Houduwvoetopderemen drukhetgaspedaalnietin.
Omveiligheidsredenenmagugeen gasgevenenmoetuhetrempedaal indrukkenvoordatudeselecteur-hendelkuntontgrendelenmet knop2omdeselecteurhendeluit standPteverplaatsen.
Standautomatisch
ZetdeselecteurhendelinstandD. U hoeftdeselecteurhendelnietmeer te verplaatsen. Er wordt automatisch geschakeld in overeenstemmingmetdebelastingvandeauto, dehoeveelheidgasdieugeeftende hellingvandeweg.
AUTOMATISCHETRANSMISSIE(vervolg)
Accelerereneninhalen
Drukhetgaspedaalsnelendiepin (voorbijhetzwarepuntvanhetpedaal).
Hierdoorwordt, binnendemogelijk-hedenvandemotor, teruggeschakeldnaardeoptimaleversnelling.
Standhandgeschakeld
Trekdeselecteurhendel1vanuit standD,naarlinks:hetcontrole-lampjeMendeingeschakeldeversnellinglichtenophetinstrumentenpaneel.
Doordehendel1eventeverplaatsen,kuntuhandmatigdeversnel- lingenbedienen.
-omnaareenlagereversnellingte schakelen, trektudehendeleven naarachteren.
-omnaareenhogereversnellingte schakelen,duwtudehendeleven naarvoren.

Deingeschakeldeversnellingverschijntophetinstrumentenpaneel: bijdecontrolelampjesAofophet infoschermB(afhankelijkvande auto).

Insommigegevallenkiest(bijv.:ter beschermingvandemotor,bijwerkingvanhetelektronischstabiliteits programmaESP)detransmissietijdenshetrijdentochautomatischde juisteversnelling.
Ookkan, omverkeerdemanoeuvres te voorkomen, het schakelen door hetsysteem geweigerdworden. In ditgevalknippertdeaanduiding vandeversnellingenkelesecondes omutewaarschuwen.
AUTOMATISCHETRANSMISSIE(vervolg)
Zuinigrijden
LaatdeselecteurhendelvoornormaalgebruikinstandDstaan.Als hetgaspedaalietswordtingedrukt, schakeltdetransmissiebijlagesnelheidnaardevolgendeversnelling.
Bijzondereomstandigheden
-Alsbijhellingvandewegofbochtendeautomatischewerkingniet gehandhaafdkanworden(bijv.:in debergen),ishetraadzaamomop handmatigschakelenovertegaan. Hiermeevoorkomtuhetautomatischachterelkaarschakelendoor deversnellingsbakbijstijgenenis hetmogelijkopdemotorteremmenbijlangeafdalingen.
-Ombijkoudweertevoorkomen datdemotorafslaat,radenwiju aannahetstarten eventewachtenvoordatudeselecteurhendelverplaatstuitPofN naarDofR.
-Bijeenautozondertractiecontroleishetbeteromopgladdewegen ofbijweiniggrip,overtegaanop handmatigschakelenomtevoorkomendatdeautogaatslippenbij hetwegrijden,schakelindetweedeversnellingvoordatuwegrijdt.
Stilzettenvandeauto
Alsdeautostilstaathoudtuhet rempedaalingedruktalsudeselecteurhendelinstandP(parkeren) zet:detransmissiestaatinneutraal endevoorwielenzijnmechanisch geblokkeerd.
Alsditlampjetijdenshet rijdenbrandt, wijstditop eenstoring. Raadpleegzo spoedig mogelijk een Renault-dealer.

en tijdenshetrij- dezelampjes gelijktijdig anden, laat dan de selec- delnietinD(ofR)staan staatinhetverkeer:zetde altijdinstandNalsumoet a. Raadpleeg zo spoedig k@ehRenault-dealer.
-Slepenvaneenautometeenautomatische transmissie: raadpleeg deparagraaf“Slepen”inhoofdstuk5.

-IndienvoorhetwegrijdendeselecteurhendelnietuitdestandP kanwordenverplaatstalsuhet rempedaalindrukt, dankuntude hendelalsvolgtmetdehandvrijzetten. Maakhiertoedebovenkant van de stofhoes 3 los. Deselecteurhendel kanworden verplaatstuitstand Palsutegelijk opdeknoponderdestofhoesen deontgrendelknop2drukt.
Hoofdstuk3:uwcomfort
Ventilatieroosters 3.02 - 3.03
Verwarming en Airconditioning 3.04 → 3.19
Ruiten 3.20 → 3.23
Voorruit 3.23
Zonneklep 3.24
Zonnedak 3.25 - 3.26
Binnenverlichting 3.27 - 3.28
Opbergruimtes / indeling interieur 3.29 → 3.33
Asbakken - Aansteker 3.34
Achterbank 3.35
Bagageruimte 3.36
Hoedenplank 3.37
Opbergruimtes / indeling bagageruimte 3.38
Bagage vervoeren 3.39
3.01
VENTILATIEROOSTERS

1-linkerventilatierooster
2-ontwasemingsroosterlinkerzijruit
3-ventilatieroostersvoorhetontwa-
semenvandevoorruit
4-centraleventilatieroosters
5-bedieningspaneel
6-ontwasemingsroosterrechter
zijruit
7-rechterventilatierooster
8-ventilatieroosterbijdevoetenruim-
tevoorenachter
VENTILATIEROOSTERS

Verdraai de knop 1 of 4 (voorbij het zwarepunt).

:open.

:dicht.

Rechts/links:verplaatsdelipjes2 of3.
Omhoog/omlaag:richtderibben van het rooster 2 of 3 omhoog of omlaag.
VERWARMING/AIRCONDITIONING

Bedieningsknoppen
A-controlelampjevandevoorruit-verwarming
B-regelingvandetemperatuur
C-inschakelingvandeairconditioning
D-verdelingvandeluchtinhetinterieur
E-inschakelingvandeachterruit-
envoorruitverwarming
F-regelingvandeventilateursnel-
heid
G-inschakelingvandekringloop-
functie
Regelingvandetemperatuur VerdraaiknopB.
Hoeverderudeknoprechtsom draait,hoewarmerhetwordt.
VERWARMING/AIRCONDITIONING(vervolg)

Verdelingvandeluchtinhetinterieur
VerdraaiknopD.
Stand

Alleluchtwordtnaardevoorruiten deroostersaandezijkantenvanhet dashboardgeleid.
Stand

Deluchtwordtnaardeontwase- mingsroostersonderdevoorruiten zijruitengevoerdennaardevoeten- ruimtesvoorenachter.
Stand

Deluchtwordtnaardeontwase- mingsroostersonderdevoorruiten zijruitengevoerdennaardevoeten- ruimtesendeventilatieroosters.
Stand

Deluchtwordtgevoerdnaaralle ventilatieroostersendveotenruimtesvoorenachter.
Stand

Deluchtwordtuitsluitendnaarde ventilatieroostersgevoerd.
VERWARMING/AIRCONDITIONING(vervolg)

Regelingvandeventilateursnelheid
Normaalgebruik
Draai knop F (van 1 tot 4).
Deventilatieindeautois "geforceerd". Deventilateurregeltde luchttoevoerenzorgtvooreenstabieletemperatuurinhetinterieur.
Hoemeerdeknopnaarrechtsisgedraaid,hoegroterdeluchttoevoer is.
Tijdelijkuitschakelen
De schakelaar F in stand 0.
Indezestand:
-stoptdeairconditioningautomatisch,zelfsalstoetsCingedruktis;
-draaitdeventilateurniet;
-isernogweleenbeetjeventilatie alsdeautorijdt(rijwind).
VERWARMING/AIRCONDITIONING(vervolg)

Achterruit-envoorruitverwarming (afhankelijkvanauto)
Autozondervoorruitverwarming
Drukopdetoets E(hetcontrol) Bezefunctiekanoptweemanieren lampjebrandt). wordenuitgeschakeld:
Hiermeewordendeachterruitende buitenspiegelselektrischverwarmd.
Dezefunctiekanoptweemanieren wordenuitgeschakeld:
-automatischnaeendoorhetsysteembepaaldetijdsduur;
-dooropnieuwtoetsEintedrukken.
Autometelektrischevoorruit-verwarming
MeerderekerentoetsEindrukken, stellenuinstaattekiezen:
-hetinschakelenvandeachterruitverwarmingendespiegelverwarming:deindicatievandeinwerkingzijndefunctievantoetsE lichtop;
-hetinschakelenvandeachterruitverwarming,despiegelverwarmingendevoorruitverwarming; deindicatievandeinwerking zijndefunctievantoetsEendeindicatievande inwerkingzijnde functievanAlichtenop.
Omdezefunctiesuitteschakelen:
-dezefunctiesschakelenautomatischuitnaeendoorhetsysteem bepaaldetijdsduur;
-druktunogmaalsoptoetsE.
VERWARMING/AIRCONDITIONING(vervolg)

Toetsvandeairconditioning

Mettoets Ckuntudekoelendewerkingvandeairconditioningin-en uitschakelen. Meerderekerentoets Cindrukken, stellenuinstaatte kiezen:
-dezuinigekoelstand.HetlampjeC1brandt.Hetsysteemschakelt eenminimalekoelendewerkingin omhetbrandstofverbruiktebeperken;
-demaximalekoelstand.HetlampjeC2brandt.Dekoelingismaximaal;
-afzettenvandeairconditioning.
HetsysteemkoeltnietalsknopFin stand 0 staat, zelfs als de toets C ingedruktis(hetlampjedooft).
Doorhetinschakelenvandeair-conditioning:
-gaatdetemperatuuromlaaginhet interieur;
-ontwasemenderuitensnel.
N.B.:
-DetemperatuurkuntumetknopB
blijvenregelen.
-Deairconditioningkanaltijdwordeningeschakeld, maarhijzalals hetbuitenkoudisnietinwerking komen.
VERWARMING/AIRCONDITIONING(vervolg)

Toetsvandeairconditioning (vervolg)
Geengekoeldelucht
Wanneerdeairconditioningniet goedwerkt,moetueerstcontrole-renofallebedieningsorganeninde juistestandstaan.Alsdithetgeval is,moetudeairconditioningafzetten(drukoptoetsCzodatdecontrolelampjesdoven)enraadpleegeen Renault-dealer.

Maakhetairconditioning- systeemnietopen:hetgas endevloeistofzijnschade- lijkvoordeogenende huid.
VERWARMING/AIRCONDITIONING(vervolg)

Inschakelenvandeluchtkring- loop(metisolatievanhetinterie- eur)
DrukopdetoetsG, hetcontrolelamp-jelichtop.
Indezestandwordtdeluchtvanuit hetinterieuraangezogenenzonder toevoegingvanbuitenluchtteruggevoerdindeauto.
Indekringloopstand:
- isdetoevoervanbuitenluchtafgesloten(bijv.wanneerhetbuiten stinkt);
-wordtdegewenstetemperatuurin hetinterieurhetsnelstbereikt.
Bijlangduriggebruikvandekring- loopfunctiekunnenderuitenaan debinnenkantbeslaan.Ookzalhet indeauto,doorgebrekaanfrisse lucht,kunnengaanstinken.
DrukdaaromopnieuwoptoetsG omdetoevoervanbuitenluchtte herstellenzodradeomstandighedendattoelaten.
Hetsysteemverlaatnaverloopvan tijdautomatischdekringloopstand (behalvealshetbuitenextreem warmis):hetlampjevantoetsG dooft.
THERMOSTATISCHGEREGELDEAIRCONDITIONING

Bedieningsknoppen
1-toetsvoorhetinschakelenvan dethermostatischeregeling
2-toetsvoorhetregelenvande temperatuurlinks
3-display
4-toetsvoorhetregelenvande temperatuurrechts
5-kringlooptoets en inschakelen vandeautomatischekringloop
6 - toets voor het uitschakelen van hetsysteem
7-toetsvoorhetverdelenvande
lucht
8-toetsvoorhetregelenvande
ventilateursnelheid
9 - toets voor het ontwasemen en
hetontdooienvanderuiten
10-toetsvan deachterruitverwarming
11-toetsvandeairconditioning
In de toetsen 1, 5, 6, 9, 10 en 11 zittencontrolelampjes:
- als het lampje brandt, is de functieingeschakeld,
-alshetlampjeuitis,isdefunc- tieuitgeschakeld.
THERMOSTATISCHEAIRCONDITIONING(vervolg)

Temperatuur:automatischewerking
Dethermostatischeregelingvande verwarmingendeairconditioning zorgtervoordatdetemperatuurin hetinterieurendeventilatievande ruiten(extremeomstandigheden daargelaten)optimaalgehandhaafd worden.
Deairconditioningregeltonafhankelijkvanelkaardegewenstetemperatuuraandelinkerkant(knop2) enaanderechterkant(knop4).
-omdetemperatuurteverhogen, draaituknop2of4naarrechts;
-omdetemperatuurteverlagen, draaituknop2of4naarlinks.
De gewenste temperatuur kan ingesteldwordentussen16en26°C.
DooroptoetsAuto1tedrukken, treedtookdekringloopfunctiein werking (het controlelampje 5b lichtop).
Bijzonderheid
Voor sommige auto's slaat de Renaultcard eenaantal doorde gebruikeringesteldeafstellingenop: waaronderdeafstellingvandegewenste temperatuur. Het is dus raadzaam altijd dezelfde Renault card te gebruiken om altijd uw persoonlijkeafstellingentekrijgen.
THERMOSTATISCHEAIRCONDITIONING(vervolg)
Temperatuur:automatischewerking (vervolg)
Werking
Omdeingesteldetemperatuurtebereikeneneengoedzichttehandhaven,gebruikthetsysteemdevolgendeelementen:
-deventilateursnelheid;
-deverdelingvandelucht;
-kringloopfunctie;
-aan-/uitzettenvandeairconditioning;
-detemperatuurvandeluchtlinks ofrechts;
-hetautomatischinschakelenvan deachterruit-en/ofvoorruitverwarmingvoordeauto'sdiehier-meeuitgerustzijn.
Hetdisplaygeeftaanwelketemperatuurisingesteld.
Hetheeftgeenzinombijkoudof warmweerdetemperatuurinstellingtewijzigenomdetemperatuur snellertelatenstijgenofdalen. Het systeemregeltzelfdeoptimalemanieromdegewenstetemperatuur zosnelmogelijktebereiken.
Ondernormaleomstandigheden, tenzijditalshinderlijkwordton-dervonden, moetenderoostersin hetdashboardopenblijvenstaan, ongeachtdeweersomstandigheden.
THERMOSTATISCHEAIRCONDITIONING(vervolg)

Drukoptoets 10, hetcontrolelampje 10a licht op en de symbolen A en B verschijnenophetdisplay3.
Hiermeewordendeachterruitende buitenspiegelselektrischverwarmd.
Uitschakelenvandezefunctie:
-dezefunctieschakeltautomatisch uitnaeendoorhetsysteembe-paaldetijdsduur;
-druknogmaalsoptoets10.
THERMOSTATISCHEAIRCONDITIONING(vervolg)

Functie"helderzicht"
Drukoptoets9, hetcontrolelampje licht op en de symbolen A, B en C verschijnenophetdisplay3.
HetcontrolelampjeindetoetsAuto gaatuit:deluchtwordtnietlanger automatischverdeeld.
Hiermeewordendevoorruit,dezij- ruitenvoor,deachterruitendebuit- tenspiegelssnelontwasemd.Deair- conditioningschakeltautomatisch in(controlelampje 11alicht open de kringloopfunctie wordt uitge- schakeld(controlelampjes5aen5b zijngedoofd).
De optimale hoeveelheid lucht wordtnunaarderoostersonderde voorruit en naar de ruiten in de voorportierengeleid.
Bijzonderheid
De elektrische voorruitverwarming schakelt automatisch in bij de auto's dichiermeeuitgerustzijn.
N.B.:deventilateursnelheidkan gewijzigd worden met toets 8, wat in deautohoorbaarkanzijn.
Voor het uitschakelen van deze functie, zijnertwee mogelijkheden:
-drukopdetoetsAuto1(controle-lampjelichtop);
-drukweeroptoets9(hetcontrole-lampjedooft).
THERMOSTATISCHEAIRCONDITIONING(vervolg)

Persoonlijkeluchtverdelingin- stellen
Normaalwerkthetsysteemautomatisch, maarukuntdedoorhetsysteemgekozeninstellingen (ventilateursnelheidenz.) veranderen.
Drukoptoets7,omdeautomatische werkinguitteschakelen(controle-lampje1agaatuit).
Erzijnzeskeuzemogelijkheden, die uverkrijgtdoorachterelkaarop toets7tedrukken.Depijltjesvan hetsymboolDgevendedoorugekozenmogelijkheidaan:
-depijlnaarbovengeeftaandatde luchtnaardeventilatieroosters vandevoorruitgevoerdwordt;
-depijlnaarbenedengeeftaandat deluchtnaardevoetenruimtesgevoerdwordt;
-dehorizontalepijlgeeftaandatde luchtnaardeventilatieroosters vanhetdashboardgevoerdwordt.
Alsudeautomatischewerkingvan deluchtverdelinguitschakelt, doofthetcontrolelampjeintoets1 (automatischewerking), maaralleendeluchtverdelingwordtniet meerautomatischgecontroleerd doorhetsysteem.
Omdeautomatischestandweerin teschakelen,druktuoptoets1.
THERMOSTATISCHEAIRCONDITIONING(vervolg)
Aan-/uitzettenvandeairconditioning
Normaalschakelthetsysteemautomatischdeairconditioninginof uit, afhankelijkvandeweersomstandigheden.
Alsuopdetoets11druktschakeltu deautomatischewerkinguit, het lampjeindetoets1dooft.
Toets11zorgtvoorhetinschakelen (controlelampjebrandt)ofhetuitschakelen(controlelampjeisuit) vandeairconditioning.
N.B.:methetinschakelenvande voorruitverwarmingkomtdeair-conditioningautomatisch inwerking(controlelampjebrandt).Om deautomatischestandweerinte schakelen,druktuoptoets1.

Wijzigen van de ventilateursnelheid
Normaalzorgthetsysteemautomatischvoordejuisteventilateursnelheidomdeingesteldetemperatuur tebereikenentehandhaven.
Dooropdeboven-ofonderkantvan toets8tedrukken, schakeltudeautomatischesstand uit (hetcontrole-lampjevantoetsAUTO1gaatuit).
Ukuntmetdezetoetsdeventilateur snellerenlangzamerlatendraaien.
Bijeenlagebuitentemperatuurzal hetsysteemdirectnahetstarten nietmeteeninwerkingkomenom tevoorkomendaterkoudelucht naarbinnenkomt.Pasalshetkoelsysteemvandemotordeluchtkan verwarmen, zal het systeem geleidelijkinwerkingkomen.Dezeopwarmfasekan variërenvanenkele secondestoteenpaarminuten.
THERMOSTATISCHEAIRCONDITIONING(vervolg)
Afsluitenvandebuitenlucht
Meerderekerentoets5indrukken, stellenuinstaattekiezen:
-automatischekringloopstand (controlelampje5alichtop);
-handbediendekringloopstand (controlelampje5blichtop);
-luchtvanbuitenaf.
Indekringloopstandwordtdelucht aangevoerdvanuitdeautoenzonderbijmengingvanbuitenluchtteruggevoerdinhetinterieurvande auto.
Deluchtcirculeertindeautozonderbijmengingvanbuitenlucht(als hetbuitenstinkt).
Bijlangduriggebruikvandekring- loopfunctiekunnenderuitenaan debinnenkantbeslaan.Ookzalhet indeauto,doorgebrekaanfrisse lucht,kunnengaanstinken.
Drukdaaromopnieuwoptoets5om detoevoervanbuitenluchtteherstellen.

Uitschakelenvandefunctie
Drukoptoets6.
Hetcontrolelampjeindeschakelaar lichtop.Erverschijntgeeninformatiemeeropdisplay3.Defunctieis uitgeschakeld. Met deze functie wordtdetoevoer vanbuitenlucht afgesloten.
Omdezefunctieuitteschakelen, drukt u op toets 1 of 9.
AIRCONDITIONING:DIVERSEN
Geengekoeldelucht
Wanneerdeairconditioningniet goedwerkt,moetueerstcontrole- renofallebedieningsorganeninde juistestandstaan.Alsdithetgeval is,moectudeairconditioningafzet- tenennietmeergebruiken,totdat hijdooreenRenault-dealerisnage- keken.
Maaknooitdeslangenvandeair-conditioninglos.
Brandstofverbruik
Hetgebruikvandeairconditioning zalhetbrandstofverbruikdoenstijgen.Ditisvooralmerkbaarin stadsverkeer.
Bijeenstoring
Alsdeontwaseming, verwarming ofairconditioningmindergoed werken, kanhetmicrofilterinde luchtinlaatverstoptzijn.
RaadpleeginditgevaleenRenault-dealer.
Maakunietongerustalsercondenswateronderdeautodruppelt, ditisnormaalnalangduriggebruikvandeairconditioning.
Auto'smeteenaanvullendeverwarming
Sommigeauto'szijnuitgerustmet een aanvullende verwarming, waardoorhetinterieursnellerverwarmdkanworden.
Dezevoorzieningwerktalleenals demotordraaitenalshetbuiten koudis.
Tijdensdezewerkingkaneraande rechterkantvandeautowatrookte zienzijn, dieafkomstigisvanhet verwarmingsapparaat.
ELEKTRISCHERUITBEDIENING

Vanafdebestuurdersplaats
Gebruikschakelaar.
-1voordebestuurderskant;
-2voordepassagierskantvoor;
- 3 en 5 voor de passagiers achter.
Vanafdepassagiersplaatsvoor
Gebruikschakelaar6.
Vanafdeplaatsenachter
Gebruikschakelaar7.

Metschakelaar4wordtde werkinguitgeschakeldvan dezijruitenachter.
LaatuwRenaultcardnooitinde kaartlezerachteralsudeautoverlaateneenkind(ofdier)indeauto zit.Hetkindzouderuitenkunnen bedienenendorhetsluitenervan ernstigwordenverwondaanhals, arm,ofhandalsdezeuitdeauto steken.
ELEKTRISCHERUITBEDIENINGMETSNELTOETS

Alsdezefunctieindeauto zigis,kanhijdevolgenderuitenbedienen:
-deruitbijdebestuurder;
-detweeruitenvoor;
- devierruiten.
Gebruik de schakelaars 1, 2, 3, 5, 6 of7.

Hetsysteemkangebruiktworden:
-contactaan;
-contactuittotdatdevoorportieren a geopendofgeslotenworden(beperkttotongeveer20minuten).

Metschakelaar4wordtde werkinguitgeschakeldvan dezijruitenachter.
LaatuwRenaultcardnooitinde kaartlezerachteralsudeautoverlaateneenkind(ofdier)indeauto zit.Hetkindzouderuitenkunnen bedienenendorhetsluitenervan ernstigwordenverwondaanhals, arm,ofhandalsdezeuitdeauto steken.
ELEKTRISCHERUITBEDIENINGMETSNELTOETS(vervolg)
Werkingvandesneltoets
-Drukdebetreffendeschakelaar kortenhelemaalin:deruitgaatin éénkeergeheelomlaag.
-Trekdebetreffendeschakelaar kortenhelemaalomhoog:deruit gaatinéénkeergeheelomhoog.
Omdebewegingvanderuitvoortij- digtestoppendruktudeschakelaar opnieuwin.
Werkingzondersneltoetsfunc- tie
-Drukdebetreffendeschakelaarge- deeltelijkinomderuitomlaagte latengaan,totdegewenstehoogte.
-Trekdebetreffendeschakelaarge- deeltelijkomhoogomderuitom- hoogtelatengaan,totdegewenste hoogte.
(voordeauto'sdiehiermeeuitgerustzijn).
Alsudeportierenvanbuitenafver-grendeltmetbehulpvandeRenault cardenudevergrendelingsknop van de Renault card langer dan 2secondesindrukt,sluitenderui- tenautomatisch.
Bijzonderheid
Indieneenruittijdenshetsluiten eenweerstandontmoet(bijv.:vingers, de poot van een dier of een boomtak)stoptderuitenzaktdaar- naongeveer5centimeter.
Storingen
Indienderuit tijdens hetsluiteneen weerstandontmoet,stoptderuiten zaktdaarnaongeveer5centimeter.
Ingevaldateenruitnietsluit, gaat het systeem automatisch over op handbediening: druk zovaakalsnodigisopdebetreffendeschakelaar, totdatderuitgeslotenisenhoudde schakelaar daarna gedurende een secondeingedrukt (aandekantvan hetsluiten) omhetsysteemweerin werkingtestellen.
Indien nodig, raadpleeg uw Renault-dealer.
RUITENHANDBEDIENDVOORRUIT

Draaiaanslinger1omderuitte openenoftesluiten.
Detweezonesnaastdespiegelzijn bestemdvooropafstandleesbare doorlaatvergunningen(bijv.:tolwegen,parkeergarages,enz.).
Gelaagdezijruiten
Ingevalvanbeschadiging(barst)is hetraadzaamdebetreffenderuitte vervangen, andersbestaathetgevaardateenvoorbijgangerofpassagierzichsnijdtaanderuit.
ZONNEKLEPPEN

Kanteldeklep1naarbeneden.
Make-upspiegeltje2zonder verlichting
Trekhetklepje3omhoog.
Verlichtemake-upspiegels
Trekhetklepje3omhoog.
Deverlichtingwerktautomatisch.

Trekhetzonnegordijnomhoogaan hetlipje5enklikhethaakje4vast indedaarvoorbestemdeuitsparing.

Trekhetzonnegordijnomhoogaan hetlipje7enklikdetweehaakjes6 vastindedaarvoorbestemdeuitsparingen.
ELEKTRISCHBEDIENDOPENDAK

Hetdakmoetgeheelgeslotenzijn voordathetverschovenofgekanteld kanworden.
Gebruikalskanteldak
Contactaan:
-openen:trekhetzonnescherm1 naarachterenenbrenghetmerkte-ken 3 van knop 2 in stand A, B of C afhankelijkvandegewensteopen- ning;
-sluiten:brenghetmerkteken3van knop2instandO.

-openen:brengmerkteken3van knop 2 in stand D, E, F, G, H, of I, afhankelijkvandegewensteopening;hetzonnescherm1wordtte-gelijkmeegetrokken;
-sluiten:brengmerkteken3van knop2instandOensluitdaarna hetzonnescherm1.
-Controleerofhetdakgoedgeslotenisalsudeautoverlaat;
-maakhetafdichtrubbervanhet dakeensperdriemaandenschoon meteenspeciaalproductdatverkrijgbaarisindeRenaultBoutique;
-openhetdaknietdirectnaeen wasbeurtofeenregenbui.

Kinderveiligheid
LaatuwRenaultcardnooit indekaartlezerachteralsu deautoverlaateneenkind
(ofdier)indeautozit.Hetkindzou hetdakkunnenbedienenendoor hetsluitenervanernstigworden verwondaanhals,arm,ofhandals dezeuitdeautosteken.
ELEKTRISCHBEDIENDOPENDAK(vervolg)
Opafstandtesluitenopendak
(betreftauto'sdieuitgerustzijnmet opafstandtesluitenruiten).
AlsudeportierenvanbuitenafvergrendeltmetbehulpvandeRenault cardenudevergrendelingsknop vandeRenaultcardlangerdan 2secondesindrukt,sluitenderuitenenhetopendakautomatisch.
Hetsysteemkangebruiktworden:
-contactaan,
-contactuittotdatdevoorportieren geopendofgeslotenworden(beperkttotongeveer20minuten).
Bijzonderheden
-Indienderuitvanhetopendaktij-denshetsluiteneenweerstand ontmoet(bijv.:vingers,depoot vancendierofeenboomtak),stopt deruitenschuiftdaarnaongeveer 5centimeterterug.

-Alsuhetopendakmetbehulpvan Renaultcardheeftgesloten,gaat meteendrukopknop2hetopen dakweerterugindestanddieu gekozenhadvoorhetsluitenvan hetdak.

Storingbijhetsluitenvanhet opendak
Drukinditgevalopschakelaar2, in standO, tothetopendakhelemaal dichtis.
RaadpleeguwRenault-dealer.
BINNENVERLICHTING

Met schakelaar 2 of 6, kunt u kiezen voor:
-eenconstantbrandendebinnen-verlichting;
-eenverlichtingdiegaatbranden
alseenvandeportierenwordtge-
opend,Debinnenverlichtinggaat
alleenuitalsdeportieren,waarop
deverlichtingreageert,goedgeslo-
tenzijn;
-hetnietbrandenvandebinnenverlichting;
-afhankelijkvandcuitvoering, is
hetmogelijkdelichtsterktevande
verlichtingteregelendoorknop4
teverdraaien.

Leesspots
Voorindeautodruktuopschakelaar1voordebestuurder,enop3 voordepassagier.
Achterindeauto,druktuopschakelaar 5 of 7.
Debinnenverlichtinggaateven brandenalsdeportierenworden ontgrendeldmetdeRenaultcard. Bijhetopenen vandeportieren gaatde binnenverlichtingweer evenbranden.Daarnadooftdebinnenverlichtinggeleidelijk.
BINNENVERLICHTING(vervolg)

Metschakelaar8kuntukiezen voor:
-eenconstantbrandendebinnen-verlichting;
-eenverlichtingdiegaatbranden
alseenvandeportierenwordtge-
opend,Debinnenverlichtinggaat
alleenuitalsdeportieren,waarop
deverlichtingreageert,goedgeslo-
tenzijn;
-hetnietbrandenvandebinnenverlichting.

Verlichtingvoetenruimte9
Dezebevindtonderhetdashboard: aanzoweldebestuurderskantals aandepassagierskant.
Debinnenverlichtinggaateven brandenalsdeportierenworden ontgrendeldmetdeafstandsbediening.Bijhetopenenvande portierengaatdebinnenverlichtingweerevenbranden.Daarna dooftdebinnenverlichtinggeleidelijk.

Omdezeteopenen, druktuinhet middenvanhetklepje2enlaathet danlos: hetgaatvanzelfopen.
N.B.: afhankelijkvandeautoisdeze plaatsbedoeldvoorhetinbouwen vandcautoradio, OdyslineofCarminat. (ziedeinstructieboekjesvan dezeuitrustingen).

Trekaanhetstangetje4enlaathet daarnalos:deblikhouderkomtvanzelfnaarvoren.
Omhemweeroptebergen, druktu ophetstangetje4, deblikhouder gaat vanzelfterugopzijnplaats.
OPBERGRUIMTES/INDELINGINTERIEUR(vervolg)

Dashboardkastjebijdepassagier
Omditteopenen, trektuaande handgreep5.
Indebinnenkantvandeklep, kunt ubekertjes, eenkaartofeenpenop- bergen.

Hetdashboardkastjewordtopdezelfdewijzealshetinterieurgeventileerdengekoelddoordeairconditioning.
Doordeafsluiting6naarbenedenof omhoogtezettenkuntudelucht-toevoeropenenofsluiten.

Opbergruimtemiddelstearmsteunvoor
Trekhetdeksel9omhoog.
Alsdeautohiermeeuitgerustis,til danheteerstekleineopbergvakjeop ombijdegroteopbergruimteteko- men.

Accessoire-aansluiting10
Indebinnenkantvandezeruimteis deaccessoire-aansluiting10bestemdvoordeaansluitingvanaccessoiresdiedoorRenaultgoedgekeurdzijnmeteenmaximum vermogenvan180Watt(spanning: 12V).

Opberglades11ondervoorstoelen

Laatgeenspullenopde vloer(bijdebestuurdersstoel)liggen.Ingeval
van plotseling remmen zoudendezeonderdepedalen terecht kunnen komen, waardoor de bestuurder deze niet meergoedkanbedienen.
OPBERGRUIMTES/INDELINGINTERIEUR(vervolg)

Opbergvakkenachtervoorstoelen12

Accessoire-aansluiting13
Deaccessoire-aansluiting13isbestemdvoordeaansluitingvanaccessoiresdiedoorRenaultgoedgekeurdzijnmeteenmaximum vermogenvan180Watt(spanning: 12V).

Zetdearmsteun15naarbeneden, trekhetdeksel16omhoogmetde ontgrendelknop17.

Blikjeshouder
Drukopdestrip18enlaatdezedan los:deblikjeshouderkomtvanzelf eenstukjenaarbuiten,trekhemdan helemaalnaarbuiten.

Ukuntdeasbaklegendoorhetdekselnaarutoetetrekkenzodatdeasbakvrijkomt.
Aansteker
Alshetcontactaanstaat,druktude aansteker2in.
Zodrahijheetiskomthijmeteen klikjeterug.Trekhemlos.Plaats hemnagebruikindehouderzonder hemerhelemaalintedrukken.

Omdezeteopenentrektudehand- greep3tothijblokkeert.
Ukuntdeasbaklegendoorhemnog verdernaarutoetetrekkenzodatde asbakvrijkomt.
ACHTERBANK

Derugleuningkannaarbenedengeklaptwordenomgrotevoorwerpen tevervoeren.
Rugleuningneerklappen
Zetdehoofdsteunachterhelemaal naarbeneden,zieparagraaf"hoofdsteunenachter"vanhoofdstuk1.
Drukknop1inenkantelderugleuningnaarvoren.
Vervoervangrotevoorwerpen
Alsuvoorwerpenopdeneergeklapterugleuningwiltplaatsen,moctu eerstdehoofdsteunenverwijderen voordatuderugleuningneerklapt, zodatderugleuningzodichtmogelijktegenhetzitkussenkankantelen.Ziedeparagraaf"bagagevervoeren"inhoofdstuk3.

-Controleernahetterugkantelenvanderugleuningofdezeweergoed vergrendeldis.
-Letopbijhetgebruikvaneen stoelhoes, datdezedevergrendelingvanderugleuningnietbelemmert.
-Letopdejuistestandvandeautogordels.
-Plaatsdehoofdsteunenterug.
BAGAGERUIMTE

Deachterklepwordttegelijkmetde portierenelektrischvergrendeldof ontgrendeld.
Openen
Drukdeknop1inentrekdeklep omhoog.

-kantelderugleuningenvande achterbanknaarvoren, zodatuin debagageruimtekankomen.
-brengeenpotloodofietsdergelijks indeholte3enverschuifhetgeheelzoalsopdetekeningaangegevenis.
-duwtegendeachterklepomhem teopenen.
HOEDENPLANK

Dehoedenplankkanwordenverwijderdalsudekoordjes1losmaakt.

Tildehoedenplankietsopentrek hemnaarutoe.
Bijhetterugplaatsengaatuinomge- keerdevolgordetewerk.

Zetgeenbagageenvooral geenzwareofhardespul- lenopdehoedenplank. Bijpflotselingremmenof
ingevalvaneenongelukkunnen rondslingerendespullendein- zittendeningevaarbrengen.
OPBERGRUIMTES/INDELINGBAGAGERUIMTE

Accessoire-aansluiting
Deaccessoire-aansluiting1isbestemdvoordeaansluitingvanaccessoiresdiedoorRenaultgoedgekeurdzijnmeteenmaximum vermogenvan180Watt(spanning: 12V).

Opplaats3kuntubijvoorbeeldeen olieblikzetten.

Aandebevestigingsringenkanbagagewordenvastgezet.(zieparagraaf"bagagevervoeren").
BAGAGEVERVOEREN
Leterbijhetvervoeropdatdevoorwerpenmethunlangstezijdesteunentegenofwel:
-derugleuningvandeachterbank indenormalegevallen(A).
-deneergeklapteachterbankalsu grotevoorwerpenmoctvervoeren(B).


Dezwaarstevoorwerpenplaatstu zolaagmogelijkopdelaadvloer. Alsuvoorwerpenopdeneergeklapterugleuningwiltplaatsen,moctu eerstdehoofdsteunenverwijderen voordatuderugleuningneerklapt, zodatderugleuningzodichtmogelijktegenhetzitkussenkankantelen.

Dezwaarstevoorwerpen plaatstuzolaagmogelijk opdelaadvloer.Gebruik debevestigingsringenop
devloervandebagageruimte. De bagagemoetzogeplaatstzijndat nietsnaarvorentegendepassagiersgeslingerdkanwordenals dat de bestuurder plotseling moetremmen. Maakdeautogordelsvandeachterbankvast, ook alsdeachterbankleegis.
Hoofdstuk4:Onderhoud
Motorkap 4.02 - 4.03
Sierkappen in de motorruimte 4.04
Oliepeil van de motor / Olie verversen 4.05 → 4.08
Het peil van de: koelvloeistof 4.09
stuurbekrachtigingspomp 4.10
remvloeistof 4.11
ruitensproeiervloeistof/koplampsproeiervloeistof....4.12
Filters 4.12
Accu 4.12
Onderhoud van de carrosserie 4.13 - 4.14
Onderhoud van de bekleding 4.15
MOTORKAP

Veiligheidshaakvandemotor-kap
Trekdeveiligheidshaak2omhoog omdemotorkapteontgrendelen.

MOTORKAP(vervolg)

Tildemotorkapomhoog,maakde steun 4 los van de klem 5 en zet de steunvastindeuitsparing3vande motorkapennietopeenandere plaats.
Sluitenvandemotorkap
Controleervoordatudemotorkap sluitofergeengereedschapofanderevoorwerpenindemotorruimte zijnnachtergebleven.
Omdemotorkaptesluitenhoudtu dezecomhoog,maaktudesteun4 weervastindeklem5enpaktude voorkantvandekapinhetmidden vastenlaatudekapnaarbeneden zakken.Laatdekapdelaatste20cm doorzijngewichtindevergrende- lingvallen.

Controleerofhijgoed vergrendeldis.
SIERKAPPENINDEMOTORRUIMTE
Omtoegangtehebbentotbepaalde organenindemotorruimte,kanhet nodigzijndatvantevoreneenof meerderesierkappenweggehaald moetworden.
Afhankelijkvanhetmotortype, zien zeerandersuitenishundemonta-gevolgordeverschillend.

AutometsierkapB
-maakdemiddelstesierkapBlos dooropknop1tedrukken.Schuif hemnaarlinksenverwijderhem.
-verwijdersierkapAdoorhemeen beetjeoptelichtenenhemnaar rechtstetrekken.

AutometsierkapE
-verwijdersierkapDdoorhemeen beetjeoptelichtenemnaar rechtstetrekken.
-maakdemiddelstesierkapElos dooropknop2tedrukken.Schuif hemnaarlinksenverwijderhem.
SierkapC
Drukophetlipje3omdesierkap vrijtemakenenlichthemop.

Bijwerkzaamhedenonder demotorkap:dekoelventilateurkanonverwacht gaandraaien.
OLIEPEILVANDEMOTOR
Iederemotorverbruiktwatolievoor hetsmerenkenkoelenvandebewegendedelenindemotor.Hetis daaromnormaaldatutussentwee onderhoudsbeurtensomsoliemoet bijvullen.
Indienunadeinrijperiodeechter me er d a n 0 , 5 l i t e r o l i e p e r 1 moetbijvullen,dientuditaanuw Renault-dealertemelden.
Controleerhetoliepeilregelmatig eniniedergevalvoorelkegrote reis:vulindiennodigtijdigoliebij omernstigeschadeaandemotorte voorkomen.
Aflezenvanhetoliepeil
Hetoliepeilmoetbijkoudemotorof nadatdezegeruimetijdheeftstilgestaanwordengecontroleerd:
Ukunthetoliepeiloptweemanie-renaflezen:
-ophetinstrumentenpaneel; -metdepeilstaaf.

Bericht1 Voldoendeolie

Bericht2 Voorbeeldvan het oliepeil

Bericht3 Minimumpeil (knippert)
Aflezenvanhetoliepeilophetinstrumentenpaneel
Bijhetaanzettenvanhetcontacten gedurendeeenhalveminuut:
-alshetpeilgoedis,verschijntop hetdisplay“oilok”:bericht1op hetdisplay.
Bijzonderheid:omhetoliepeil nauwkeurigeraftelezen,zetude dagtelleropnulofdruktuopde functiekeuzetoetsvande boordcomputer,indienuwautohiermee uitgerustis.
Deblokjesophetdisplaygevenhet olicpeilaan. Zijverdwijnennaarmatehetoliepeildaaltenworden vervangendoorstreepjes:voorbeeld vanbericht2ophetdisplay.
Omandereinformatietekunnenlezenopuwboordcomputer,druktu opnieuwopdefunctiekeuzetoets.
- als het oliepeil te laag is: het woord"ok"verschijntnietophet display,destreepjesenhetwoord "oil"knipperen(bericht3ophet display) en het waarschuwings-
lampje SERV lichtophetinstru-
mentenpaneelop.
Umagde motor nietstartenzo- lang u geen olie heeft bijgevuld.
OLIEPEILVANDEMOTOR(vervolg)

Aflezenvanhetoliepeilopdepeilstaaf
-Haaldepeilstaafuitdemotor;
-veegdepeilstaafafmeteendroge
ennietpluizendedoek;
-steekdepeilstaafweerzodiepmogelijkinzijnhouder,(alsdemotor een"peildop"Cheeft,draaiitudezegeheelvast);
-haaldepeilstaafweeruitdemo-
tor;
-leeshetpeilaf:ditmagnooitlager zijndanhet"minimumpeil"Aen nooithogerzijndanhet"maximumpeil"B.
Alshetpeilabnormaalofherhaaldelijkdaalt,moetueenRenault-dealerraadplegen.

Bijwerkzaamhedenonder demotorkap:dekoelventi- lateurkanonverwachtgaan draaien.

(Bij)vullen
Deautomoethorizontaalstaanen demotormoetkoudzijn(bijvoorbeeldvoordatu'smorgenswegrijdt).
OLIEPEILVANDEMOTOR(vervolg)

(Bij)vullen(vervolg)
-Draaidedop1los;
-vuloliebij.Hetverschiltussenhet hoogsteenhetlaagstepeilopde peilstaaf2is(afhankelijkvande motor)ongeveer1,5tot2liter);
-wacht2minutenomdeolienaar benedentelatenzakkenindemo-
tor;
-controleerhetoliepeilmetdepeilstaaf2zoalshiervoorisbeschreven.
Vulnooitbijtotbovenhetmaxi- mumpeilenvergeetnietdedop1 weervasttezetten.

Verversingsinterval: Raadpleeghet onderhoudsboekjevoordeverversingstermijnvandeolie.
Ongunstigegebruiksomstandighedenkunnenhetnodigmakendatde motorolieerderwordtververstdan hetonderhoudsprogrammavoorschrijft
Inhoud(ongeveerenterinformatie):
Motor1.616V:4,85liter
Motor1.816V:5,10liter
Motor2.016V:5,25liter
Motor2.0IDE:5,00liter
Metinbegripvanhetoliefilter.
Ziehetonderhoudsboekjevoorhet juisteintervalwaarbijhetoliefilter moetwordenvervangen.
Soortmotorolie
Raadpleeghetonderhoudsboekje vanuwautowelkemotorolieu het bestkuntgebruiken.

Bijvullen: Let op dat er geenoliewordtgemorstop onderdelenvandemotorof de uitlaat. Hierdoor kan
brandontstaan.Ookmoetde vuldop goed zijn vastgezet om te voorkomen dat hij lostrilt waardoorerolieuitdemotorkanspatten met hetzelfde brandgevaar als dezeolicophetedelenvandemotorofdeuitlaatterechtkomt.

Olieaftappen:letopbijhet aftappen van hete olie dat u zichernietaanbrandt.

Bijwerkzaamheden onder demotorkap:dekoelventi- lateurkanonverwachtgaan draaien.

Laatdemotornooitineen afgesloten ruimte draaien: uitlaatgassenzijngiftig.
Alshetpeilabnormaalofherhaaldelijk daalt, moet u een Renault-dealerraadplegen.
PEILEN

Het peil moet bijkoudemotorliggentussendemerktekensMINIen MAXIdieophetexpansievat1zijn aangegeven.
Vulbijkoudemotorbijviade vuldop, voordathetpeilbeneden hetMINI-merktekenisgedaald.

Zolangdemotorwarmis mogenergeenwerk- zaamhedenaandemotor enhetkoelsysteemwor-
denuitgevoerd. Gevaarvanbrandwonden.
Regelmatigecontrolevanhetpeil Controleerregelmatighetpeilvan dekoelyloeistof.Demotorkanern- stigbeschadigendooreengebrek aankoelyloeistof.
VuluitsluitendbijmetdoorRenault goedgekeurdeproductendiezorgen vooreenbescherming:
-tegen bevriezen. - tegencorrosie.
Alshet peil abnormaalof her-haaldelijk daalt, moet u een Renault-dealer raadplegen.
Verversingsinterval
Ditonderhoudisinbegrepeninhet Renault onderhoudsprogramma.
PEILEN(vervolg)

Stuurbekrachtigingsolie1
Verversingsinterval
Ditonderhoudisinbegrepeninhet Renaultonderhoudsprogramma.
Peil
Verwijderdesierkappenindemo- torruimte.Zieparagraaf"sierkap- penvandemotorruimte"van hoofdstuk4.
Bijkoudemotor,moethetpeillig- gentussendemerktekensMinien Maxidieophetreservoir1zijnaan- gegeven.
Gebruikvoorheteventueelbijvul- lenuitsluitendeendoorRenault goedgekeurdproduct.

Bijwerkzaamhedenonder demotorkap:dekoelventi- lateur kan onverwacht gaandraaien.
PEILEN(vervolg)

Controleerregelmatighetpeilvan deremvloeistofenzekeralsubijhet remmeneenverschil,hoegering ook,opmerkt.
Peil1
Hetisnormaaldathetremvloeistofpeildaaltmethetslijtenvanderemblokkenmaarhetmagnooitbenedenhetmerkteken“MINI”komen.
Bijvullen
Nawerkzaamhedenaanhethydraulischecircuitmoetderemvloeistof wordenvervangendooreendeskundige.
Gebruikhiervooruitsluitenddoor Renaultgoedgekeurderemvlocistof uiteenverzegeldeverpakking.
Remvloeistofverversen
Ditonderhoudisinbegrepeninhet Renaultonderhoudsprogramma.

Bijwerkzaamhedenon- derdemotorkap:dekoel- ventilateurkanon- verwachtgaandraaien.
PEILEN(vervolg)FILTERSACCU

Reservoirruitensproeiervloeistof/koplampsproeiervloeistof
Vullen
Viadedop1.
Vloeistofpeil
Vloeistof:water+eenspeciaalproductvoorruitensproeiers,inde wintervoegtuookspecialeanti-vriestoe.
Sproeiers
Ukuntdesproeiersvandevoorruit richtenmeteenkleineschroevendraaier.
Hetvervangenvandefilters(luchtfilter, microfilter, brandstofffilter) maakt deel uit van het onderhoudsprogrammavanuwauto.
Intervalvoorhetvervangenvande filters:zie hetonderhoudsboekje vanuwauto.

Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventilateur kan onverwachtgaandraaien.

De accu is onderhoudsvrij: open nooitdeksel2.

De accubevatzwavel-zuur. Vermijd daarom contact met de ogen, de huid of kleding. Bij onver-
hoopt contact spoelenmet veel water.
Houdopenvuurverwijderdvan deaccu:explosiegevaar.
ONDERHOUDVANDECARROSSERIE
Beschermingtegencorrosieve invloeden
Uwautoisopdoelmatigewijzete-genroestvormingbeschermd. Toch staathijblootaandeinvloedvan:
• agressievestoffenindelucht
-luchtverontreiniginginsteden
eninindustriegebieden,
-zilteluchtlangsdekust,vooral bijwarmweer,
-wisselendeklimaatinvloedenen veranderingenindevochtigheidsgraad(wegenzoutinde winter).
•schurendestoffen,
Stofindeluchtenzanddatdoor dewindopwaait,modder,op-spattendesteentjes,enz..
- dekleinebeschadigingeninhet dagelijksgebruik.
Omdebeschermingvandecarrosseriezo doelmatig mogelijkte houden,zijneenaantalmaatregelennodigomdehierbovengenoemde gevarentebestrijden.
Watunietmoetdoen
- De auto wassen in de felle zon of alshetvriest.
- Vuil of insectenresten wegkrabben, zonderzeeerstmetwaterlos teweken.
- Deautoverwaarlozenzodatvuil zichkanophopen.
- Kleinebeschadigingenniet(laten)bijwerken.
•Vlekken of aanslag verwijderen metoplosmiddelendienietdoor Renaultwordenaanbevolen. De lakkanhierdoorwordenaange- tast. - Indewinterperiodehetvuilen pekelindewielkuipenenopde bodemplaatlatenophopenende zouteaanslagopdecarrosserielatenzitten.
- Eenniet doorRenaultgoedgekeurde hogedrukspuit gebruiken ommechanischedelen(bijv.de motorruimte),scharnierendedelen (bijv. tankklep), gespoten kunststofdelen(bijv.bumpers) of deonderzijdevandecarrosserie te reinigen of deze delen in te spuitenmet niet door Renault goedgekeurde producten. Hierdoorkunnen defecten of oxidatie ontstaan.
ONDERHOUDVANDECARROSSERIE(vervolg)
Watumoetdoen
-
Wasuwautoregelmatigengebruikbijvoorkeurdeshampoo vanRenaultBoutique.Spoelde autometveelwaterafenspuit vooralonderdespatschermenen onderdebodemplaat.Uverwijdertdaarmee:
-deaanslagdoorluchtverontreiniging,bloeiendebomen(lindenbijvoorbeeld),
-uitwerpselenvanvogelsdiede laksneldoenverkleurenofzelfs kunnendoenloslaten, Dezevlekkenmoetudirectweg- wassen, wantzijkunnenlater nietmeerdoorpoetsenworden verwijderd,
-zoutdatopdegeheleauto, maar vooralindewielkuipenenonderdebodemachterblijft,
-modderuitdewielkuipenen onderdedrempelkokersdieanderslangetijdhetvochtkunnen vasthouden. -
Houdbijhetrijdenoppasgeasfalteerdewegenafstandtotdeandereauto'sombeschadigingvanlak enruitendoorspattendsplitte voorkomen.
-
Kleinebeschadigingenvandelak moetusnelherstellenoflaten herstellenzodatroestookdaar geenkanskrijgt.
• LaatuwRenault-dealerregelmatigdecarrosserieinspecterenin verbandmetdeRenaultplaatwerkgarantie. Zie het garantie- en onderhoudsboekjevandeauto.
• Houdrekeningmetlokalevoorschrifteninzakehetwassenvan eenauto,(bijv.:nietopdeopenbareweg). -
Alsudeautoineenwasstraatof wasportaal met borstels laat schoonmaken,moetuvoorafde bevestigingvandecuitrustingaan debuitenkant,bijvoorbeeldextra lampenenspiegels,controleren. Zet deruitenwisserbladen en de radioantennemetplakbandvast. Verwijderdesprietvandeantennevandeautotelefoonindienuw autohiermeeisuitgerust.
- Bewegendedelenofmechanische organenmoetennareinigingaltijdmeteendoorRenaultgoedgekeurdproductopnieuwworden beschermd.
In de Renault Boutique vindt u eenuitgebreidgammaspeciale onderhouds-enreinigingsmiddelenvoordecarrosserieenhet interieurvanuwauto.
ONDERHOUDVANDEBEKLEDING
Watumoetdoen
Reinigdebekleding(ongeachthet materiaalervan)metkoudoflauwwarmzeepsopopbasisvan:
• groenezeep,
- afwasmiddel(1:200verdund). Veegdebekledingnameteen vochtigeschonedoek.
Bijzonderheden
- Ruitenvaninstrumenten(bijv. vanhetinstrumentenpaneel, klokje, buitenthermometer, radiopaneel)
Veegdezeschoonmeteenzachte doekofpoetskatoen.
Alsdatonvoldoendeis, gebruik dancen inzeepsop gedrenkte doekofpoetskatoenenveegde ruitvoorzichtignameteenvoch- tigedoek.
Veegderuittenslottevoorzichtig afmeteendrogezachtedoek.
Gebruikgeenproductenopalcoholbasis.
• Autogordels
Deze moeten goed schoon worden gehouden.
Gebruik producten die door Renault Boutiqueworden geleverd of lauw zeepsop en een spons;veegdegordelsmeteen doekdroog.
Gebruik geen oplosmiddelen of kleurstoffenomdatdezedegordelskunnenaantasten.
Watunietmoetdoen
Hetgebruikvaneenhogedrukreinigerofsproeieninhetinterieurvan deautowordttenstrengsteafgeraden:alsgeenbijzonderevoorzorgsmaatregelen worden genomen bestaathetgevaardatelektrischeen elektronischecomponenten inde autodefectraken.
Hoofdstuk5:Praktischetips
Reservewiel 5.02
Gereedschap (Krik - Wielsleutel) 5.03
Sierdoppen-velgen 5.04
Verwisselen van een wiel 5.05
Banden (veiligheid, wielen, wintergebruik) 5.06 → 5.08
Lampen voor (vervangen van een lamp) 5.09 → 5.13
Lampen achter (vervangen van een lamp) 5.14 → 5.16
Lampen zijkant (vervangen van een lamp) 5.16
Binnenverlichting (vervangen van een lamp) 5.17 → 5.21
Zekeringen 5.22 → 5.24
Accu 5.25 → 5.27
Renault card afstandsbediening: batterijtje 5.28
Inbouwen van een autoradio/accessoires 5.29 - 5.30
Ruitenwisserbladen (vervangen) 5.31
Slepen 5.32 → 5.34
Storingen 5.35 → 5.41
RESERVEWIEL

Hetreservewielbevindtzichinde bagageruimte.
Ombijhetreservewieltekunnen komen:
-zetudeachterklepopen;
-trektudeklepomhoogvande handgreep1;
-houdtudeklepomhoogmetde haak2onderdehoedenplank,
-maaktudebevestiging3losen open;

-verwijdertudekrik;
-draaitudecentralebevestiging
los;
-verwijdertuhetgereedschap,
-verwijdertuhetreservewiel.

Laathetreservewielregelmatigcontroleren.Na verloopvantijdkanhet doorverouderingon-
bruikbaarworden.
Gebruikvanhetreservewiel
Hetcontrolesysteemvandebandenspanningcontroleertnietdespanningvandereserveband(hetdoor hetreservewielvervangenwielverdwijntvanhetdisplayen/ofhetinfoscherm).
Raadpleeg de paragraaf "systeem voorhetcontrollerenvandebandenspanning" inhoofdstuk2.

Auto met een reserve- wieldatkleinerisdan deanderevierwielen.
Bijgebruikvanhetreservewiel, magdeautonietsnellerrijden dan130km/u.
GEREEDSCHAP

HetgereedschapAbevindtzichin debagageruimte,ophetreserve-wiel.
Ombijhetgereedschaptekomen, maaktudebevestiging1losentiltu hemop.

Voordatudekrikweeropzijn plaatsterugbrengt,draaituhemop dejuistewijzein.

Gebruikdekrikalleen voorhetverwisselenvan eenwiel.Dekrikmag nooitalssteunbijwerkzaamhedenonderdeautowordengebruikt.
Wielmoersleutel3
Hiermeedraaitudewielboutenlos enzetudezeweervast.
Sierdopsleutel4of5
Hiermeekuntudewieldoppenverwijderen.
Sleepoog6
Raadpleegdeparagraaf"slepen"in hoofdstuk5.
Opbergvakken
Bijhetgereedschapisruimtevoor hetopbergenvanreservelampenof eenantidiefstalmoer.
WIELDOP-WIEL

Wieldopmodel1
Steekhethaakjevandewieldop- sleutel3(opgeborgenbijhetgereed- schap)ineenvandeopeningen langsdeomtrekvandewieldop.
Omhemweerterugteplaatsen, richtuhemtenopzichtevan ventiel2.Drukdehaakjesvast;be- gin bij ventiel A dan B en daarna C eneindigaandekanttegenover ventielD.

Maakhemlosmetbehulpvande wieldopsleutel(opgeborgenbijhet gereedschap).
Letopbijhetterugplaatsendatde pasnokvandevelgsamenvaltmet deuitsparingindewieldop.

Steekdesleutel7(opgeborgenbij hetgereedschap)indeuitsparing7 omdedoplostemaken.
Bijhetterugplaatsenrichtudedop tenopzichtevandeuitsparing6en draaituhemvastmetdesleutel7.
Noteerhetnummervandesleutel zodatudezebijverlieskuntnabestellen.
VERWISSELENVANEENWIEL

Zetdeautostilopeenhorizontaleenstevigeondergrond(legindiennodigeen stevigeplankonderde
krik), schakeldealarmknipperlichteninenplaatsdegevarendriehoek.
Trekdehandremaanenschakel eenversnellingin(1eofachteruit, ofPbijeenautomatischetransmissie).
Laataleinzittendenuitstappenen houdhenopveiligefstandvanhet verkeer.

- Verwijderdewieldop(indienvan toepassing).
- Draaidewielboutenietslosmet dewielmoersleutel1.Plaatsdeze zodatudezenaarbenedenmoet drukken.
- Brengdekrikhorizontaalopzijn plaats,dekopvandekrikmoetbij demetalensteun2komeninde onderrandvandecarrosserieen zodichtmogelijkbijhetteverwijderenwiel.
- Draainudekrikmetdehandomhoogzodatudevoetvandekrik vlakopdegrondkuntzetten,iets binnenderandvandecarrosserie.Bij eenzachte ondergrond moetueenplankjeonderdevoet plaatsen.
- Draaidezwengeleenpaarslagen zodat het wiel vrijkomt van de grond.
• Verwijderdewielbouten.
•Verwijderhetwiel. - Plaatshetreservewielopdenaaf endraaihetwielrondtotdegaten voordewielboutensamenvallen.
•Monteerdebouten,draaizeaan enlaatdekrikzakken. - Alsdeautoweeropzijnwielen rust, trektudeboutengoedvast.

Alsumerktdateenband lekismoetudirectstoppenenhet reservewiel monteren.
Eenlekkebandmoetzosnelmogelijk worden gerepareerd en vóórterugplaatsingdooreendeskundigewordenonderzocht.
BANDEN
Veiligheidvandebanden-wie- len
Debandenvormendeenigeverbindingtussendeautoenhetwegdek, hetisdaaromvanhetgrootstebelangdatzijingoedestaatverkeren.
Houdustriktaandewettelijke voorschriftenopditgebied.

Alsdebandenvervangen moetenworden,magdit alleengebeurendoor evengrotebandenvan
hetzelfdemerk, metdezelfdeeigenschappenenmethetzelfde profiel.
Zijmoetenvoldoenaandedoor Renaultgesteldeeisen.RaadpleegbijtwijfeluwRenault-dealer.

Onderhoudvandebanden
Debandenvanuwautomoetenaltijdaandewettelijkevoorschriften voldoen. Bovendienmoetendebanden, inhetbelangvaneengoede wegliggingvanuwauto, vanhetzelfdemerkzijnenhetzelfdeprofiel hebben. Debandenmoeteningoede staatverkerenenvoldoendeprofiel hebben; demerkendiedoorRenault zijngoedgekeurd, zijnvoorzienvan slijtagecontrolestiften1inhetloopvlak.
Alshetloopvlakvan eenband zo verisafgesletendatdeslijtagecontrolestiftenzichtbaarwordenbij2: danmoetudebandenlatenvervangenwantdedieptevanhetprofielis inditgevalminder dan 1,6mm waardoordebandenopeennatte wegonvoldoendegriphebben.
Dooreenbedieningsfout, bijvoorbeeld het rijden tegen een stoeprand, kaneenbandwordenbeschadigd en kan de afstelling van de voorwielenwordenontregeld.
Ook dooroverbelasting,door het langdurigsnelrijdenbij hogebuitentemperaturenendoorhetregelmatig rijden op slechte wegen, kunnendebandenwordenbeschadigd, waardoorde veiligheidingevaar komt.
BANDEN(vervolg)
Bandenspanning
Houduaandebandenspanningdie indetabelmetbandenspanningen wordtgenoemd. Controleerde bandenspanningtenminstecenmaal permaandenzekervooreenlange rit. Controleerdanookdespanning vandereserveband.

Dooreentelagebanden- spanningontstaatvroeg- tijdigeslijtageenworden debandenabnormaal
heet,metallegevolgenvandien voordeveiligheid:
-slechtewegligging
-kansopeenklapbandofhet loslatenvanhetloopvlak.
Debandenspanningisafhankelijkvandebeladingendesnelheidvandcauto.Pasdebandenspanningindiennodigaande gebruiksomstandighedenaan (zieparagraaf"bandenspanning").
Controleerdespanningbijkoude banden,houd geenrekening met eenhogerewaardebijwarmweerof naecensnelgeredenrit.
Indienudebandenspanningnietbij koude banden kunt controleren, moetudeopgegevenwaardenmet 0,2tot0,3barverhogen.
Verlaagnooitdespanningvaneen warmeband.
Letop: Opeenkleinestickeraande binnenkantvandelinkervoorportierstijlstaatookdebandenspanningaangegeven.
Hetkruisenvandewielen

Dein ieder ventielge- monteerdedrukzenderis speciaalvoorditwielop dezeplaatsbestemd:in
geengevalmogendewielenvan plaatswordenverwisseld. Gevaarvanverkeerdeinformatie meternstigegevolgen.
Vervangenvandebanden

Laat, om veiligheidsredenenhetvervangenvan de banden over aaneen deskundige.
Doorhetmonterenvanafwijken- debandenkan:
- de auto gaan afwijken van de betreffende wettelijke voorschriften;
-dewegliggingachteruitgaan;
-hetsturenzwaardergaan;
-degeluidsproductietoenemen;
-hetgebruikvansnecuwkettin-genbelemmerdworden.
Reservewiel
Ziedeparagrafen“reservewiel”en “verwisselenvaneenwiel”indit hoofdstuk.
BANDEN(vervolg)
Debandenindewinter
•Sneeuwkettingen
Sneeuwkettingenmogenuitsluitendronddevoorwielenworden gelegd.
Doorhetmonterenvanbanden diegroterzijndandeoriginele kunnengeensneeuwkettingen wordenaangebracht.

Hetgebruikvansneeuwkettingenisalleenmogelijkincombinatiemet evengrotebandenals
diewelkeoorspronkelijkzijn gemonteerdopuwauto.
Bijzonderheiduitvoeringmet 17"wielen
Indienusneeuwkettingenwilt gebruiken, zijnerspecialemaatregelennodig.
RaadpleeguwRenault-dealer.
- Winterbanden
Indien u speciale "winterbanden" laat monteren, raden wij u aan dezebandenopallevierwielente monteren.
Let op: op deze banden staan soms:
-eenpijlmetdedraairichting; -eenindicatievandemaximum snelheiddienietoverschreden magworden,ookalisdielager dandetopsnelheidvandeauto.
• Spijkerbanden
Hetgebruikvanspijkerbandenis slechtsonderbepaaldeomstandighedentoegestaan.
Houduaandeterplaatsegeldendevoorschriften,enrijdmetspijkerbanden nietsneller dande daarmee toegelaten maximum snelheid.
Indien u voor spijkerbanden kiest,moetenzijiniedergeval linksenrechts voor wordenge- monteerd.
Wijradenuiniedergevalaanuw Renault-dealerteraadplegen.Hij weetalsgeenanderwelkevoorzieningenhet beste bijuw autopassen.
KOPLAMPEN:TOEGANG

Ombijdekoplampentekunnenkomen, verwijdertueerstdeverschillendesierplatenindemotorruimte (A, B, C, D, E)
Toegangtotdelinkerkoplamp
SierkapC
Druktegenhetlipje2omdesierkap vrijtemakenentrekhemomhoog.

Toegangtotderechterkoplamp
AutometsierkapB
-MaakdemiddelstesierkapBlos dooropdeknop1tedrukken. Schuifhemnaarlinksenverwijderhem.
-MaakdesierkapAvrijdoorhem ietsomhoogennaarrechtstetrekken.
-Verwijderdevulhals3vanhetruitensproeierreservoir.

-MaakdesierkapDvrijdoorhem ietsomhoogennaarrechtstetrekken.
-Verwijderdevulhals3vanhetruitensproeierreservoir.

Bijwerkzaamhedenon- derdemotorkap:dekoel- ventilateur kan onver- wachtgaandraaien.
KOPLAMPEN:vervangenvaneenlamp

Grootlicht/dimlicht
Verwijder de kap A of B door hem eenkwartslagtedraaien.
Maakdelamplosvandestekker.
Maak de veer 2 of 4 los en verwijder delamp.
Typehalogeenlamp1 → H1 3 → H7 antiU.V.(ziekader).
Raaknooithetglasvaneenhalo- geenlampaan.Houddelampvast aandemetalenvoet.
Vergeetniet, nahetvervangenvan delamp, dekapterugteplaatsen.

Verwijderdelamphouder5ombij delamptekomen.
Lamptype:W5W.
Richtingaanwijzer
Draaidelamphouder6eenkwart slagenhaaldelamperuit.
Lamptype:peervormigeoranje lampmetbajonetfittingPY21W.
Schoonmakenvandekoplam- pen
Hetkoplamp“glas”isvankunststof datumeteenzachteschonedoekof poetskatoenmagschoonvegen.
Alsdatonvoldoendeis,gebruikdan eeninzeepsopgedrenktedoekof poetskatoenenvcegdeklampna meteenvochtigedoek.
Veegderuittenslottevoorzichtigaf meteendrogezachtedoek.
Gebruikgeenproductenopalcoholbasis.

Dekoplampenhebben eenkunststofruit,ge- bruikdaaromalleenH1 en H7 anti U.V. 55 W lampen.
(GebruikvanandereH1enH7 lampenkandekoplampbeschadigen.)
Wijadviserenucensetreserve lampenindeautomeetenemen.
KOPLAMPENMETXENONLAMPEN:vervangenvandelampen

Dimlichtmetxenonlamp
Dezekoplampenherkentuaanhet etiket 1 op het koplamphuis A.
Hetvervangenvandittypelamp maguitsluitenddooreenRenault-dealerwordengedaan.
Lamptype:D2R.

VerwijderdeafdekkapBdoorhem eenkwartslagtedraaien.
Maakdeveer2losentrekdelamp uithetlamphuis.
Verwijderdestekker3enmaakde lamplos.
Halogeenlamptype:H1antiU.V. (ziekader).
Raaknooithetglasvaneenhalo- geenlampaan.Houddelampvast aandemetalenvoet.
Vergeetniet, nahetvervangenvan delamp, dekap B terugteplaatsen.

De koplampen hebben een kunststof ruit, gebruikdaaromalleenH1 antiU.V.55Wlampen
(gebruikvanandereH1lampen kandekoplampbeschadigen). Wijadviserenueensetreserve lampenin deauto meete nemen.
KOPLAMPENMETXENONLAMPEN:vervangenvandelampen(vervolg)

Richtingaanwijzers
Draaidelamphouder4meteen kwartslaguithetlamphuisenmaak hetlampjelos.
Lamptype:peervormigeoranje lampmetbajonetfittingPY21W.

Verwijder dekap Adoorhemeen kwartslagtedraaien.
Verwijderdelamphouder5ombij delamptekomen.
Lamptype:W5W.
Schoonmakenvandekoplam- pen
Hetkoplamp“glas”isvankunststof datumeteenzachteschonedoekof poetskatoenmagschoonvegen.
Alsdatonvoldoendeis,gebruikdan eeninzeepsopgedrenktedoekof poetskatoenenvcegdeklampna meteenvochtigedoek.
Veegderuittenslottevoorzichtigaf meteendrogezachtedoek.
Gebruikgeenproductenopalcoholbasis.
LAMPENVOORZIJDE:mistlichten/extralampen

Lampvervangenenafstellen: RaadpleeguwRenault-dealer
Lamptype:H11.
Extralampen
VraaguwRenault-dealeradviesindienuextralampen(mistlichtenofverstralers)opuwautowiltmonteren.

Wijzignietzelfdebedra- dingvandeautowant dooreenverkeerdeaaan- sluitingkandeelektri-
scheinstallatiewordenbeschadigd(bedrading,organenenin hetbijzonderdedynamo).Laat eventueleveranderingendoor uwRenault-dealeruitvoerendie beschiktoverdenoodzakelijke onderdelen.
Richtingaanwijzer/markerings- lichtenremlicht
Verwijderdeschroef1indebagageruimte.

Maakvanbinnenuithetachterlicht- huisvrij.
Maakdelamphouder2losombijde lampentekunnenkomen.

Maakopdeachterklep, deklep5los vanhetbetreffendelamphuisombij debevestigingsschroeftekunnen komen.
Draaidezeschroeflos.

Maakvanbinnenuithetachterlicht- huisvrij.
Maakdelamphouder6losombijde lampentekunnenkomen.

LAMPENACHTER(vervolg)ENZIJKANT:vervangenvaneenlamp

Derderemlicht10
RaadpleeguwRenault-dealer.
Lamptype:W16W.

Kentekenverlichting11
Druktegenhetlipje12enwiphet lamphuis11los.
Maakhetkapjelosvanhetlamp- huiszodatubijdelampkuntko- men.
Lamptype:buislampjeC5W.

Wiphetzijknipperlicht13meteen kleineschroevendraaierlos.
Draaidelamphoudereenkwartslag enmaakdelamplos.
Lamptype:W5W.
BINNENVERLICHTING:lampenvervangen

BinnenlichtA
Wipmeteenkleineschroeven-draaierdekap1los.

Maakdebetreffendelampvrij.
Lamptype2: W 5 W .
Lamptype3: C 7 W .
BINNENVERLICHTING:lampenvervangen(vervolg)

BinnenlichtB
Wipmeteenkleineschroeven-draaierdekap4los.

Maakdebetreffendelampvrij.
Lamptype5: W 5 W .
Lamptype6: C 7 W.
BINNENVERLICHTING:lampenvervangen(vervolg)

BinnenlichtC
Wipmeteenkleineschroeven-draaierdekap7los.

BINNENVERLICHTING:lampenvervangen(vervolg)

Wiphetlamphuislosdoormeteen kleineschroevendraaierhetlipje9 intedrukken.
Maakdestekkerlos.
Lamptype:buislampjeC5W.

Verlichtenvoetenruimtevoor
Deverlichtingbevindtzichonder enachterhetdashboard.
Draaidelamphouder10eenkwart slagenhaaldelamperuit.
Lamptype:W5W.

Verlichtenvoetenruimteachter
Deverlichtingbevindtzichonder devoorstoelen.
Haaldelamphouder11uitzijnhou- derenverwijderdelamp.
Lamptype:W5W.
BINNENVERLICHTING:lampenvervangen(vervolg)

Wiphetlamphuis12losmeteen kleineschroevendraaier.
Draaidelamphoudereenkwartslag enmaakdelamplos.
Lamptype:W5W.

Wipmeteenkleineschroeven-draaierhetlamphuis13losdoorde tweelipjesaanweerskantenvanhet lamphuisintedrukken.
Maakdestekkerlos.

Druktegenlipje14zodatdelamp-houdervrijkomtenuhetlampje15 kuntvervangen.
Lamptype:buislampjeC5W.
ZEKERINGEN

Alseenelektrischapparaatniet werkt,controleertueerstdestaat vandezekeringen.Controleerook ofdebedradinggoedophetdesbetreffendeapparaatisaangesloten. Bijeeneeventuelekortsluitingkunt usneldegeheleinstallatiestroom-loosmakendoordevleugelmoerop eenvandeoccupolenlostedraaien.
Omdezekeringentekunnenbereiken, opentuhetdeksel4(onderhet stuurwiel).
Raadpleegdesticker3endeverklaringopdevolgendebladzijdevoor hetbepalenvandetecontroleren zekering.
Gebruiknietdeongebruikteplaat- senopdezekeringplaatomreserve- zekeringenintesteken.

Controleerdebetreffendezekeringenvervang hem,indiennodig,door eenzekeringmethetzelf-
deamperagealsdeoorspronke- lijkezekering.
Dooreentesterkezekeringkan debedradingteheetwordenen kanbrandontstaanalsecenelektrischorgaandooreenstoringte veelstroomverbruikt.

Verwijderdezekeringmethettangetje2.
Ukuntdezekeringuithettangetje schuiven.
N.B.
Sluithetdeksel4voordatuhetportiervandeautosluit.
Eengoedevoorzorg:
Zorgdatualtijdreservclampen enzekeringeninuwautohebt, uwRenault-dealerkanudezeleveren.
ZEKERINGEN
Bestemmingvandezekeringen(afhankelijkvandeuitvoering)
| Symbol | Bestemming | Symbol | Bestemming | Symbol | Bestemming |
| Grootlicht | Alarmknipperlichten/Richtingaanwijzers | ![]() | Dimlichtrechts | ||
| ALIMUCH | Elektrischeregeleenheid/Startvergrendeling | Communicatiesysteem | [4WDB] | Markeringslichtlinks/Verlichting | |
| Sprekenddashboard/Instrumentenpaneel/VerstellingXenonkoplampen | Mistlichtaandevoorzijde/Instrumentenpaneel/Sprekenddashboard | ![]() | Ruitenwisser | ||
| Airconditioning/Parkeer-hulp/Achteruitrijlicht | Airbags/Gordelspanners | ![]() | Vergrendelen,ontgrendelenvandeportieren | ||
| Antiblokkeersysteem(ABS) | |||||
| Binnenverlichting | ⊙ | Accessoire-aansluitinginterieur/Telefoon | |||
| Claxon | |||||
| STOP | Remlichten/Ruitenwisser | Elektrischeruitbediening | ![]() | Aansteker/Accessoire-aansluitingbagageruimte | |
| Dimlichtlinks | Mistachterlicht | ||||
| Markeringslichtenrechts- | [ASZZ] | Achterruitverwarming/Stuurkolomvergrendeling/Voorstoelen |
ZEKERINGENMOTORRUIMTE

Komnietaandezekeringeninde motorruimte.

Bijhogeuitzondering, als demotor nietmetdeRenaultcardkanwordenstilgezet,kandezekering1gebruiktwordenals“noodstop”voor demotor.
OpenhiervoorhetdekselA,trekde naarvorenuitstekendezekering1 uitzijnhouder.Wachteven(ongeveer5secondes)voordatudezekeringweerterugplaatst.
N.B.
Doorhetopdezewijzeonderbreken vandeelektrischevoedingworden degeheugensgewistvancenaantal functies:afstandsbedieningvande ruiten,hetklokje,deruitbediening, enz.
Voorhetopnieuwgebruiksklaarmakenvandezefunctiesverwijzenwij naarhetinstructieboekjewaarinde betreffendevoorzieningenbeschrevenzijn.
ACCU:storing
Omvonkvormingtevoorko- men:
-controleertuofallestroomverbruikerszijnuitgeschakeldvoordatudeaccuklemmenlosmaaktof aansluit;
-schakeltudeacculaderuitvoordatudezeopdeaccuaansluitofervanlosmaakt;
-magugeenmetalenofanderegeleidendevoorwerpen,diekortsluitingtussendeaccupolenkunnenveroorzaken,opdeaccu leggen.

Deaccubevatzwavelzuur. Vermijd daarom contact metde ogen, dehuid ofkle- ding.Bijonverhooptcon-
tactspoelenmetveelwater.
Houdopenvuurverwijderdvande accu:explosiegevaar.
Bijwerkzaamhedenonderdemotorkap:dekoelventilateurkanonverwachtgaandraaien.
ACCU:storing(vervolg)
Aansluitingvaneenacculader
Maakbijstilstaandemotorbeideaccukabelslos.
Maakdeaccukabelsnooitlosalsde motordraait.Houduaandevoorschriftenvandefabrikantvande acculader.
Alleeneengoedopgeladenenonderhoudenaccuheefteenlangelevensduurenvoorkomtstartproblemen.
Houddeaccuschoonendroog.
Laatdecapaciteitvandeaccuregel- matigcontroleren:
• Vooralalsdeautoveelkorte (stads-)rittenmaakt.
- Het is normaaldatdecapaciteit bijlagetemperatuurafneemt. Gebruikindewinte stroomverbruikersdanunodig hebt.
- Deaccuontlaadtnatuurlijk ook door "permanente" stroomverbruikers(klokje, radiogeheugen enaccessoires met permanente voeding).
Alserveelaccessoiresopuwauto gemontceerdzijn,sluitdezedanzoveelmogelijk+nacontactinplaats van+voorcontactaan.Laatanders eenaccumeteengroterecapaciteit monteren.Raadpleeg hiervooruw Renault-dealer.
Alsudeautolangeretijd, vooralin dewinter, nietgebruikt, maakdan denccuikabelshos, ofleatdeaccuregelmatig bijladen. Daarna moet u apparatenmeteengeheugen(radio, boordcomputer, enz.) welopnieuw programmeren. Bewaardeaccuop eenkoele, drogevorstvrijeplaats.

Voor bepaalde accu's gelden speciale voorwaardenbij hetladen, raadpleeg uw Renault-
dealer.
Degeringstevonkkaneenzware explosie veroorzaken. Daarom magudeaccualleenineengoed geventileerde ruimte opladen. Gevaarvoorernstigeverwondingen.
ACCU:storing(vervolg)
Startenmetstarthulpkabels
Sluitdestarthulpkabelsalsvolgt aantussendetweeauto's
Controleerofdestarthulpkabelsdik genoegzijneningoedestaatverke- ren.
Beideaccu'smoetendezelfdespanninghebben:12Volt.Dehulpaccu moetminstensdecapaciteit(Ampère-uur,Ah)hebbenvandeontladen accu.
Eenbevrorenaccumoeteerstont- dooienvooruhemaansluit.
Leteropdatdeauto'selkaarnietraken(kortsluitingsgevaaralsude pluspolenmetelkaarverbindt)en datdeontladenaccugoedaangeslotenis.Zethetcontactafvanuwauto.
Laatdemotorvandehulpautomet eenmiddelmatigtoerentaldraaien.

Sluitdepositievekabel(+)Aaanop depluspool(+)1vandeontladen accuendaarnaopdepluspool(+)2 vandehulpaccu.
Sluitdenegatievekabel(-)kabelB aanopdeminpool(-)3vandehulp- accuendaarnaopdeminpool(-)4 vandeontladenaccu.
Controleer of de kabels A en B el- kaarnergensrakenenofkabelA(+) geenmetalendelenvandehulpauto raakt.
Startdemotoropdenormalewijze. Zodrademotordraait, maaktude kabelsAenBinomgekeerdevolgorde(4-3-2-1) los.
RENAULTCARDAFSTANDSBEDIENING:BATTERIJTJE

Vervangenvanhetbatterijtje
Trekmetkrachtaandereservesleutel1.
Vervanghetbatterijtje2enletopde polariteitdieopdereservesleutelis aangegeven(controleerofhetcontrolelampje3goedoplicht).
Batterijtjeszijnverkrijgbaarbijuw Renault-dealer.
Hunlevensduurisongeveertwee jaar.
RADIOINBOUWEN

Inbouwplaatsvoorderadio
Opendeklep1.
Wipdekap2los.Hierachterbevin- denzichdeaansluitingenvoor:de antenne,devoedingen+en-,ende luidsprekerbedrading.

Hogetonenluidspreker(tweeters)
Wiphetrooster3meteenkleine schroevendraaierlos, hierachter vindtudeluidsprekerbedrading.

Luidsprekerruimtesindeportieren
Wiphetrooster4meteenkleine schroevendraaierlos, hierachter vindtudeluidsprekerbedrading.
• Volgaltijdnauwgezetdeinbouwvoorschriftenvanderadiofabrikantop.
- DebenodigdesteunenenverbindingskabelsdiedeRenaultBoutiqueukanleveren,verschillenpertypeautoenper typeautoradio.
RaadpleeguwRenault-dealervoormeerbijzonderheden.
- Wijzignietzelfdebedradingvandeautowantdooreenverkeerdeansluitingkandeelektrischeinstallatieworden beschadigd(bedrading,organeneninhetbijzonderdedynamo).LaateventueleveranderingendooruwRenault-dealeruitvoeren.
ACCESSOIRES

Gebruikvanmobieletele- foonsen27Mczendappa- ratuur.
Mobieletelefoonsen27Mc apparatuurmeteeningebouwde antenne,kunnendewerkingbeïnvloedenvanelektronischesystemenindeauto.Gebruikdergelijke apparatuurdaarommeteenbuitenantenne.
Wijradenuaanomrekeningte houdenmetdeverkeersomstandighedenendusdezeapparatuur niettijdenshetrijdentegebruiken.

Inbouwachterafvanac- cessoires.
Omzekertezijndatuwau- togoedwerktenomelk risicotevermijdendatuwveiligheidkanaantasten, radenwijuaan omdoorRENAULTgoedgekeurde accessoirestegebruiken:dezezijn aanuwautoaangepastenalleen dezewordendoorRENAULTgegarandeerd.
- Wijzignietzelfdebedradingvan deautowantdooreenverkeerde aansluiting kan de elektrische installatie worden beschadigd (bedrading,organeneninhetbij-zonderdedynamo).Laateventuele veranderingen door uw Renault-dealeruitvoeren.
- Ingevalvanachterafinbouwen vaneenelektrischecuitrusting, moetugoedindegatenhouden dat de installatie wel is beschermddooreenzekering. Noteerdesterktevandezezekering endeplaatswaarhij zich bevindt.
RUITENWISSERBLADEN

Vervangenvanderuitenwisserbladenvoor1
-Tilderuitenwisserarm3optothij stuittegendemotorkap(dearm kannietgeheelomhoogworden gezet);
-kantelhetbladhorizontaal;
-drukhetlipje2inenschuifhet
wisserbladnaarutoetotditvrijis
vandehaak4v a n d e a r m ;
-verschuifhetblad(richtingA) e n trekhetdaarnaomhoog(richtingB).
Bijhetmonteren
Monteerhetruitenwisserbladin omgekeerdevolgordevanlosma- ken. Controleerofhetbladgoedis vergrendeld.
Sproeiersvanderuitensproeier vandevoorruit
Ukuntdezeverstellenmeteenkleineschroevendraaier.

- Controleer als het vriest, voordatuwegrijdt, of deruitenwisserbladennietaan het iijnvastgevroren. Dewisotorkan hierdoor tewarmen.
- Controleerregelmatigdewisserbladen;Zodrahunwerking afneemtmoetuzevervangen, ongeveereensperjaar.

Ruitenwisserbladachter5
-Tilderuitenwisserarm6optothij
stuit(dearmkannietgeheelom-
hoogwordengezet);
-kantelhetblad5totueenweerstandvoelt;
-verwijderhetbladdooreraante trekken.
Bijhetmonteren
Monteerhetruitenwisserbladin omgekeerdevolgordevanlosma- ken. Controleerofhetbladgoedis vergrendeld.
SLEPEN(bijpech)

SteekdeRenaultcardgeheelinde kaartlezerzodathetstuurwiel wordtontgrendeldenderemlichten,richtingaanwijzersenz.gebruiktkunnenworden.'sNachts moetdeautoverlichtzijn.
Bovendienmoetendevoorschriften voorhetslependieiniederlandgeldeninachtwordengenomenen maghetmaximaaltoegelaten aanhangergewichtvanuwauto,alsdezedetrekkendeautois,nietworden overschreden.Raadpleeguw Renault-dealer.

Gebruikuitsluitenddesleepogen1 aandevoorkanten4aandeachterkant. Bevestigdesleepkabelnooit aande aandrijfassen. Hetsleepoog magalleengebruiktwordenom de automecteslepen: hetmagingeen geval gebruiktworden omdeauto directofindirectaanoptehijsen.
Toegang tot de sleeppunten Verwijder het kapje 2 of 5.
Schroefhetsleepoog3zovermogelijkvast, eerstmetdehandendaarnametdewielsleuteldiebijhetgereedschapopgeborgenis.
SLEPEN(bijpech)(vervolg)

-Renaultadviseerthetgebruikvaneenonbuig-zamesleepstang.Indien uentouwofkabelgebruiktbijhetslepen(alsditwettelijktoegestaanis),moetdeautodiegesleeptwordtnogkunnenremmen.
-Deautodiegesleeptwordt,moet teallentijdebestuurbaarzijn.
-Tijdenshetslepen,moetzoveel mogelijkhetplotselinggasgevenofremmenvermedenwordenombeschadigingaandeautotevoorkomen.
-Umaginiedergevalnietharder dan25km/uurrijden.
Slepenvaneenautometeenau- tomatischetransmissie
Wanneerdemotornietdraaitwordt deautomatischetransmissienietgesmeerd;ukuntdanookdeautohet bestelatenslepenmetbeidevoorwiclenvandegrond(ennietdeachterwielen)ofopeenplateauvervoeren.
Deautokanookbijuitzondering, wordengesleeptaanhetsleepoog over een afstand van ten hoogste 50km.

Indiendeselecteurhendel1 niet uit de stand P kan wordenverzetalsuhetrempedaal indrukt,dankuntudehendelals volgtmetdehandvrijzetten.
Maakhiertoedebovenkantvande stofhoes3los.
De selecteurhendel kan worden verplaatstuitstandPalsutegelijk opdeknoponderdestofhoesende ontgrendelknop2drukt.
TREKKEN(trekhaak)

17807

Maximaaltoegelatenmassaopde trekhaak.Geremdeenongeremde aanhanger:ziehoofdstuk6,paragraaf"MASSA'S".
Montagemoetgebeurenvolgensde montagevoorschriftenvandefa- brikant.
Hetisraadzaamdezevoorschriften bijuwinstructieboekjetebewaren.
A: 917 mm
STORINGEN
WanneeruwautowordtonderhoudenvolgenshetRenaultonderhoudsprogramma,zaldezegeenstoringenvertonendie hemlangdurigbuitenwerkingstellen.
Onderstaandeanwijzingenhelpenueventuelestoringensnel, maarvoorlopig, teverhelpen. Laatdeautoechterwelzo spoedigmogelijkdooreenRenault-dealernakijken.
UschakeltdestartmotorinOORZAKENWATTEDOEN
| •Ergebeurtniets;decontrolelampjes gaannietbranden,destartmotor draaitniet. | AccukabelzitlosofisgeoxideerdControleerdeaccupoolklemmen: schuurzeblankalszegeoxideerdzijn enzetzegoedvast. | |
| DeaccuisontladenSluiteenandereaccuaanopdeontla-denaccu. | ||
| DeaccuisdefectVervangdeaccu. | Duwdeautonietaanalsdestuurko-lomisvergrendeld. | |
| •De controlelampjes gaan steeds zwakkerbranden,destartmotordraait zeerlangzaam. | Deaccuklemmenzittenmietgoed vast. Deaccupolenzijngeoxideerd | Controleerdeaccupoolklemmen. Schuurzeblankalszegeoxideerdzijn enzetzegoedvast. |
| DeaccuisontladenSluiteenandereaccuaanopdeontla-denaccu. | ||
| •Demotorstartmoeilijkbijvochtig weerofnaeenwasbeurt | Slechteontsteking: vochtin hetont-stekingssysteem | Maak debougiekabelsendebobineka-beldroog. |
| •Dewarmemotorstartmoeilijk | Slechtecarburatie(dampbelleninhet brandstofcircuit) | Laatdemotorafkoelen. |
| Onvoldoendecompressie | RaadpleegeenRenault-dealer. | |
STORINGEN(vervolg)
UschakeltdestartmotorinOORZAKENWATTEDOEN
| •Demotorstartnietofisnietstilte zetten. | Elektronischestoring.Raadpleegdeparagraaf“Zekeringen motorruimte”inhoofdstuk5:ziede werkingvande“noodstop”vande motor. |
- Destuurkolomblijftvergrendeld.Stuurwielgeblokkeerd.Beweeghetstuurwielterwijlude
startknop van de motor ingedrukt houdt(raadpleeg deparagraaf "Startenvandemotor"inhoofdstuk2).
Elektronischestoring.Raadpleegdeparagraaf“Zekeringen
motorruimte"inhoofdstuk5:ziede werkingvande"noodstop"vande motor.
STORINGEN(vervolg)
TijdenshetrijdenOORZAKENWATTEDOEN
| •Abnormalewitterookuitdeuitlaat.Mechanischestoring:koppakkingop-geblazen | Zetdemotoraf.RaadpleegeenRenault-dealer. | |
| •TrillingenBandentezacht,beschadigdofuitbalans. | Controleerdebandenspanning,als dezegoedislaatdandebandendoor eenRenault-dealernakijken. | |
| •Devloeistofinhetexpansievatborrelt | Mechanischestoring:koppakkingop-geblazenofwaterpompofkoelventila-teurdefect | Zetdemotoraf.RaadpleegeenRenault-dealer. |
| Koelventilateur defect | Controleer de betreffende zekering, raadpleeganderseenRenault-dealer. | |
STORINGEN(vervolg)
TijdenshetrijdenOORZAKENWATTEDOEN
- Rookonderdemotorkap.KortsluitingZetdemotorafenmaakeenvandeac-
cukabelslos.
KoelslanglosofgescheurdRaadpleegeenRenault-dealer.
- Hetwaarschuwingslampjevoorde oliedrukgaatbranden
-ineenbochtofbijhetremmenOliepeiltelaag
- bij stationair draaien
-dooftlangzaamofblijftbrandenbij gasgeven
Voegoliebij.
Oliedruk te laag
Oliedruktelaag
Ga direct naar de dichtstbijzijnde Renault-dealer.
Zetdemotoraf:laatdemotorherstellendooreenRenault-dealer.
- De motor lijktonvoldoende vermogentehebben.
Luchtfilterverstopt
Vervanghetfilterelement.
Brandstoftoevoernietgoed.
Controleerhetbrandstofpeil.
Bougiesversletenofslechtafgesteld
RaadpleegeenRenault-dealer.
- Demotordraaitonregelmatigstationairofslaataf.
Onvoldoende compressie (bougies, ontsteking, valselucht)
RaadpleegeenRenault-dealer.
STORINGEN(vervolg)
TijdenshetrijdenOORZAKENWATTEDOEN
- Hetsturengaatzwaar.GebrokenaandrijfriemLaatdeaandrijfriemvervangen.
TeweinigolieindepompVoegoliebij(ziehoofdstuk“Onderhoud”).
Alshetprobleemhiernanietverholpen is, raadpleegt u een Renault-dealer.
- Demotorwordtte warm. Het waarschuwingslampje voor de temperatuurvandekoelvloeistofbrandt (of wijzervantemperatuurmeterstaatin heterodegebied).
Waterpomp: aandrijfriem te slap of gebroken
Zet de motor af en raadpleeg een Renault-dealer.
Koelventilateurdefect
Koelvloeistoflekkage
Controleer de koelslangen en de slangklemmen.
Controleerhetpeilvandevloeistofin het expansievat. Als er te weinig vloeistofinzit,laatudemotorafkoe- lenenvultuderadiaturgeheelen hetexpansievatvoordehelftmetwa- ter of koelvloeistof. Pas op dat u zich nietbrandt.Ditisslechtseennood- maatregel: raadpleegzo snel mogelijk eenRenault-dealer.

Radiateur: Zolang de motor heet is, mag u het koelsysteem nooit met koud water bijvullen. Na elke reparatie waarbijhetkoelsysteemgeheelofgedeeltelijkisafgetapt,moetditmetnieuwekoelvloeistofwordenbijgevuld. GebruikhiervooralleendoorRenaultgoedgekeurdekoelvloeistof.
STORINGEN(vervolg)
ElektrischeapparatenOORZAKENWATTEDOEN
| • De ruitenwissers werken niet. | De wisserbladen zitten vastZekeringdefect(interval,ruststand)Vervangdezekering.RuitenwissermotordefectRaadpleegeenRenault-dealer. | Maak de wisserbladen los van de ruit. | |
| • Knipperfrequentie te hoog | - Lampje doorgebrand | Vervang het lampje. | |
| •Deknipperlichten werkenniet | Aanéénkant: | -Lampjedoorgebrand- Draad los of de stekker zit niet goed vast- Slecht massacontact | Vervanghetlampje.Sluitdedraadaan.Zoek de massadraad en zet hem goed vastaaneenmetalendeel. |
| Aantweekanten: | -Zekeringdoorgebrand- Knipperautomaat defect | Vervangdezekering.Vervangen: Raadpleeg een Renault-dealer. | |
STORINGEN(vervolg)
ElektrischeapparatenOORZAKENWATTEDOEN
| •Dekoplampen werkenniet | Aanéénkant:-LampjedoorgebrandVervanghetlampje.-Draadlosofdestekkerzitnietgoed vast-SlechtmassacontactZiebijrichtingaanwijzers. | |
| Aantweekanten:-Alshetcircuitbeschermdisdooreen zekering | Controleerenvervangindiennodigde zekering. | |
- CondenswaterindeverlichtingDitisgeendefect.Ditiseennormaal verschijnseldatdoortemperatuurveranderingwordtveroorzaakt. Alsdelichtenbrandenverdwijnthet watersnel.
Hoofdstuk6:Technischegegevens

Identificatieplaatjes 6.02 - 6.03
Maten 6.04
Gegevens van de motor 6.05
Aanhangergewichten 6.06 → 6.09
Massa's 6.06 → 6.09
Onderdelen 6.10
IDENTIFICATIEPLAATJES

Degegevensophetconstructeurs- plaatjeenhetmotorplaatjemoeten bijeventueleklachtenenbijhetbe- stellenvanonderdelenaltijdwor- denvermeld.
ConstructeursplaatjeA
1 Typenummervandeautoen chassisnummer. DezeinformatievindtuterugbijB.
2Maximaaltoelaatbaretotaalmassavandeauto.
3Maximaaltoelaatbaretreinmas- sa(auto+aanhangwagen).
4Maximaaltoelaatbaremassaonderdevooras.
5Maximaaltoelaatbaremassaonderdeachteras.
6Technischebijzonderhedenvan deauto.
7Laknummer.
8Uitrustingsniveau.
9Typauto.
10Bekledingscode.
11Aanvullendeuitrustingsgegevens.
12Fabricagenummer.
13Bekledingscode.
IDENTIFICATIEPLAATJES


Degegevensophetconstructeurs- plaatjeenophetmotorplaatjemoe- tenbijeventueleklachtenenbijhet bestellenvanonderdelenaltijd wordenvermeld.
MerktekensvandemotorC
1Typevandemotor
2Indicenummervandemotor
3Nummervandemotor

| Uitvoeringen1.616V1.816V2.016V2.0IDE3.0V61.9dCi | |||||||
| Typevandeauto(zieconstructeursplaatje) | BGOABGOLBGOU | BGOBBGOCBGOJBGOMBGO5BGO6BGOV | BGOWBGOKBGOOBGOS | BGOHBGONBGOP | BGODBGOYBGO1BGO2 | BGOEBGOLGBORBGO7BGO8 | BGOFBGO9 |
| Typevandemotor(ziemotorplaatje) | K4MF4P | PF4RF5RL7X | F9QturboG9Tturbo | ||||
| Boring x Slag (mm) | 79,5×80,5 | 82,7×83 | 82,7×93 | 87×82,5 | 80×93 | 87×92 | |
| Cilinderinhoud (cm3) | 1 598 | 1 783 | 1 998 | 2 946 | 1 870 | 2 188 | |
| Soort brandstof | Ongelode benzine | Dieselolie | |||||
| Bougies | Gebruikuitsluitenddevooruwmotor voorgeschrevenbougietypen.Hettypestaataangegevenopeenstickerindemotorruimte,raadpleegandersuwRenault-dealer.Montagevaneennietvoorgeschrevenbougietypekantoternstigemotorschadeleiden. | - | |||||
MASSA'S(inkg)
Basisuitvoeringenzonderopties, afhankelijkvanhetlandvanafleveringkunnenanderewaardengelden: raadpleeguw Renault-dealer.
| Benzinemotor1.616V1.816V2.016V | ||||||
| Typevandeauto(zieconstructeursplaatje) | BGOA-BGOL-BGOUBGOB-BGOC-BGOJBGOM-BGO5-BGO6BGOVAutomaticAutomaticAutomatic | BGOW-BGOK | ||||
| Massaleegrijklaar | TotaalVoorAchter | 1270130078081084904904 | 12801315128000830800830480485480485 | 1315 | ||
| Massamax.toegelatenperas | VoorAchter | 1 0701 030 | ||||
| Max.toegelatentotalemassa183518851865190018651900 | ||||||
| Massamax.ongeremdeaanhangwagen | 650 | |||||
| Massamax.geremdeaanhangwagen(1)bestuurderalleen | 1300 | |||||
| anders | 9509509 | 00950900950 | ||||
| Max.toegelatentreinmassa(=Massamaximaaltoegelatenbelastingauto+aanhangwagen) | 28002850 | 280028502800 | 2850 | |||
| Max.kogeldrukoptrekhaak | 75 | |||||
| Max.dakbelasting | 80(metinbegripvandedragendedelen) | |||||
(1)Trekkenvaneenaanhangwagen(caravan,bootenz.)
Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw Renault-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toelaatbare treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden.
MASSA'S(inkg)
Basisuitvoeringenzonderopties, afhankelijkvanhetlandvanafleveringkunnenanderewaardengelden: raadpleeguw Renault-dealer.
| 2.016V2.0IDE3.0V6 | |||||||
| BGOOBGOSBGOH-BGON-BGOPBGOD | BGOY | BGO1BGO2 | |||||
| AutomaticAutomaticAutomatic | |||||||
| 12951330132013401300132014301445810840840855815835945955485490480485485485485490 | |||||||
| 1 0701 030 | 1 1351 030 | ||||||
| 18801915190519251885191019801995 | |||||||
| 650 | |||||||
| 1 300 | 1 500 | ||||||
| 900900900950900900 | 1150 | ||||||
| 280028502850287528002850 | 3150 | ||||||
| 75 | |||||||
| 80(metinbegripvandedragendedelen) | |||||||
- Bij maximale belasting moet de bandenspanning worden verhoogd met 0,2 bar en geldt een maximale snelheid van 100 km/u.
- Het motorvermogen neemt af naarmate u hoger in de bergen rijdt. Wij adviseren u de maximale belasting met 10% per 1000 meter stijging teverminderen.
MASSA'S(inkg)
Basisuitvoeringenzonderopties, afhankelijkvanhetlandvanafleveringkunnenanderewaardengelden: raadpleeguw Renault-dealer.
| Dieselmotor1.9dCi2.2dCi | |||||
| Typevandeauto (zieconstructeursplaatje) | BGOG-BGOR BGO7-BGO8 | BGOEBGOE | -BGO7BGOF-BGO9AutomaticAutomatic | ||
| Massaleeg Totaal Rijklaar Voor Achter | 1350131513 86583085 48548549 | 4514901520 59801010 0510510 | |||
| Massamax. Voor toegelatenperas Achter | 10701190 10301030 | ||||
| Max.toegelatentotalemassa | 193518801930 | 20402070 | |||
| Massamax.ongeremdeaanhangwagen | 650 | ||||
| Massamax.geremdeaanhangwagen(1) bestuurderalleen | 1500 | ||||
| anders | 11501100 | ||||
| Max.toegelatentreinmassa (=Massamaximaaltoegelatenbelasting auto+aanhangwagen) | 3 100 | 3 050 | 3 100 | 3 200 | |
| Max.kogeldrukoptrekhaak | 75 | ||||
| Max.dakbelasting | 80(metinbegripvandedragendedelen) | ||||
MASSA'S(vervolg)
- Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw Renault-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toelaatbare treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden.
-Bijmaximalebelastingmoetdebandenspanningwordenverhoogdmet0,2barengeldteenmaximalesnelheidvan 100km/u.
-Hetmotorvermogenneemtafnaarmateuhogerindebergenrijdt. Wijadviserenuhetmaximaletreingewichtmet 10% per 1000 meterstijgingteverminderen.
Onderdelenenreparaties
OrigineleRenaultOnderdelenwordenmetdegrootstezorgontwikkeldengecontroleerd.Zijvoldoendanookaandezelfde kwaliteitsnormenalsdeonderdelendieindefabriekwordengebruikt.
DoorhetgebruikvanOrigineleRenaultOnderdelenhoudtudeprestatiesvanuwRenaultoptimaal.Bovendienhebben reparaticsdiedooreenRenault-dealerzijnuitgevoerdmetOrigineleRenaultOnderdelen1jaargarantie.
ALFABETISCHEINHOUDSOPGAVE
A aanhangergewicht 6.06 → 6.09
aansteker....3.34
ABS....2.22-2.23
accessoires....5.30
accu....4.12,5.25 → 5.27
achterbank....3.35
achterruit(ontwasemen)....3.07-3.14
achteruitrijlichten....5.15
achteruitversnelling(inschakelen)......2.06
afstellenvandejuistezithouding....1.23
airbag....1.27 → 1.33
airconditioning....3.04 → 3.19
alarmknipperlichten....1.78
asbakken....3.34
autogordels....1.23 → 1.26
automatischetransmissie(gebruik)......2.32 → 2.34
Cclaxonenlichtsignalen....1.78
controlelampjes....1.46 → 1.73
controlesysteembandenspanning....2.12 → 2.17
Ddashboard....1.42 → 1.45
dimlicht....1.79-5.10-5.11
dopbrandstoftank....1.85-1.86
EESP:ElektronischStabiliteits
Programma....2.18-2.19
extraschijnwerpers....5.13
Bbagagevervoeren....3.39
bagage-afdekplaat....3.37
bagageruimte....3.36 → 3.39
banden:lekkeband....5.02 → 5.05
spanning....0.04-2.12 → 2.17-5.07
veiligheid....5.06 → 5.08
bedieningsorganen....1.42 → 1.45
bergruimtes....3.29 → 3.33,3.38
bevestigingsringenlaadruimte....3.38
binnenlichten....3.27-3.28,5.17 → 5.21
boordcomputer....1.68 → 1.71
brandstof:besparen....2.05-2.06
peil....1.46 → 1.73
soort....1.85-1.86
tanken....1.85-1.86
verbruik....2.08 → 2.10
buitentemperatuur....1.74
Ccaravantrekken....6.06 → 6.09
claxon....1.10-1.79
Ffilters:luchtfilter....4.12 oliefilter....4.08
Ggegevensvandemotor....6.05
gordelspannersvoor....1.27-1.31
hoofdsteun....1.17-1.18
Iidentificatieplaatjes....6.02-6.03
onderhoud....4.13-4.14
lampen....5.09 → 5.21
leesspots....3.27-3.28
lekkeband....5.02 → 5.05
lichten: achteruitrijlichten....5.15
alarmknipperlichten....1.78
dimlicht....1.79-5.10-5.11
richtingaanwijzers.....1.78-5.10-5.12-5.14-5.16
zijknipperlichten....5.16
luchtfilter....4.12
luchtverontreiniging(tips)....2.05-2.06
luidsprekers(plaats)......5.29-5.30
Mmake-upspiegeltjes....3.24
markeringslichten....1.79-5.10 → 5.15
massa's....6.06 → 6.09
maten....6.04
memorysysteembestuurdersstoel....1.22
Mmilieu....2.11
noodstöpbekrachtiging:BAS
(BrakeAssistSystem)......2.24
Oolie:oliefilter....4.08
peilstaaf....4.05 → 4.07
verversen....4.08
onderdelen....6.10
onderhoud:bekleding....4.15
carrosserie....4.13-4.14
ontwasemen:achterruit....3.07-3.14
voorruit....3.07-3.15
opendak....3.25-3.26
opkrikken(verwisselenvaneenwiel)......5.05
Pparkeerhulp....2.31
peilen:brandstof....1.85
koelyloeistof....4.09
remvloeistof....4.11
ruitensproeiervloeistof....4.12
peilstaafmotorolie....4.05 → 4.07
portieren/achterklep....1.10 → 1.14-3.36
portiervergrendeling....1.02 → 1.14
praktischetips....2.08 → 2.10
ALFABETISCHEINHOUDSOPGAVE
Rradioinbouwen....5.29-5.30
remlichten....5.14-5.16
remvloeistof....4.11
Renaultcardafstandsbediening: batterijtje....5.28
gebruik....1.02 → 1.09
reservesleutel....1.03-1.05
reservewiel....5.02
richtingaanwijzers......1.78-5.10-5.12-5.14-5.16
ruiten....3.20 → 3.23
ruitensproeier....1.83-1.84-4.12
ruitenwisserbladen....5.31
ruitenwissers....1.82 → 1.84
Vveiligheidkinderen....1.34 1.41
ventilatie....3.02-3.03-3.06-3.17
ventilatieroosters....3.02-3.03
verlichting:binnenkant....3.27-3.28
buitenkant....1.79 1.81
instrumentenpaneel....1.79
versnellingshendel....2.06
verstellenvoorstoelen....1.17 → 1.22
verwarmdestoelen....1.20
verwarming....3.04 → 3.19
verwisselenvaneenwiel....5.05
voorruit....3.23
voorstoelenverstellen:
elektrischeverstelling....1.21-1.22
nietelektrisch....1.19
Sselecteurhendelautomatischetransmissie.2.32 → 2.34
snelheidsafhankelijkestuurbekrachtiging......2.07
snelheidsbegrenzer....2.25 → 2.27
snelheidsregelaar....2.28 → 2.30
spiegels....1.76-1.77
sprekenddashboard....1.72-1.73
starten/stilzettenmotor....2.02-2.03
startschakelaar....2.02-2.03
startvergrendeling....1.15-1.16
storingen....5.35 → 5.41
stuurbekrachtiging....2.07-4.10
stuurbekrachtigingspomp....4.10
stuurwiel(verstellen)....1.75
Wwassen....4.13-4.14
wielen:moersleutel....5.03
reservewiel....5.02
sierdoppen....5.04
verwisselenvaneenwiel....5.05
Zzekeringen....5.22-5.24
zijknipperlichten....5.16
zonneklep....3.24
zonnescherm....3.24
Ttechnischegegevens....6.02 → 6.10
temperatuurregeling....3.11 → 3.18
tractiecontrole:ASR 2.20-2.21
trekken(caravan)......5.34

CRÉATEUR D'AUTOMOBILES











































































+ [IMAGE]




