RENAULT Megane (2004) - Automobiel

Megane (2004) - Automobiel RENAULT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Megane (2004) RENAULT in PDF-formaat.

📄 234 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice RENAULT Megane (2004) - page 10
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
MerkRenault
ModelMegane (2004)
Type voertuigPersonenauto
BrandstofBenzine of diesel (afhankelijk van motor)
Motortypen1.4 16V, 1.6 16V, 2.0 16V, 2.0 T, 1.5 dCi, 1.9 dCi
Cilinderinhoud1.390 - 1.998 cm³
TransmissieHandgeschakeld (5 of 6 versnellingen) of automatisch
Gewicht leeg (ca. 1.6 16V)1.155 kg
Max. toegelaten massa1.695 - 1.835 kg (afhankelijk van uitvoering)
Aanhangergewicht ongeremd650 kg
Aanhangergewicht geremdMax. 1.300 kg (afhankelijk van motor)
Bandenmaten195/65 R15, 205/55 R16, 205/50 R17
Bandenspanning (voor/achter, leeg)2,2 / 2,0 bar (32/29 psi) tot 2,5 / 2,0 bar (36/29 psi)
VeiligheidssystemenAirbags (frontaal, zijkant, gordijn), gordelspanners, ABS, ESP, ASR
StuurbekrachtigingSnelheidsafhankelijk
Verwarming en airconditioningJa, handmatig of automatisch (afhankelijk van uitvoering)
Elektrische ruitenJa (optioneel)
AfstandsbedieningRENAULT kaart met handsfree functie
StartonderbrekingJa, startblokkering via RENAULT kaart
Isofix bevestigingJa, voor kinderzitjes achter en voor (indien airbag uit)
OnderhoudsintervalRaadpleeg onderhoudsboekje; olieverversing afhankelijk van rijgedrag
FabrikantRenault, 92100 Billancourt, Frankrijk

Veelgestelde vragen - Megane (2004) RENAULT

Hoe start ik de motor met de RENAULT kaart?
Steek de RENAULT kaart in de kaartlezer 21 en druk op de startknop 22. Bij handsfree kaart volstaat het dat de kaart in het interieur is; druk dan op de startknop. Zie hoofdstuk 2 voor details.
Wat moet ik doen als de RENAULT kaart niet werkt?
Gebruik de ingebouwde noodsleutel (knop 4) om het linker voorportier te openen. Steek daarna de kaart in de kaartlezer om te starten. Als de batterij leeg is, vervang deze dan (zie hoofdstuk 5).
Hoe controleer en stel ik de bandenspanning in?
De aanbevolen spanning vindt u in de tabel op pagina 0.02 en in hoofdstuk 5. Gebruik een bandenspanningsmeter en pomp de banden op tot de juiste waarde (koud). Controleer maandelijks.
Hoe schakel ik de passagiersairbag uit voor een kinderzitje?
Zet het contact uit. Druk de grendel 6 (bij dashboardkastje) in en draai naar OFF. Controleer of het lampje 'AIRBAG OFF' brandt. Zie hoofdstuk 1 voor veiligheidsvoorschriften.
Wat betekenen de waarschuwingslampjes op het dashboard?
Zie hoofdstuk 1 (pagina 1.48-1.71) voor een overzicht. Bijvoorbeeld: STOP-lampje = onmiddellijk stoppen, SERVICE-lampje = bezoek dealer binnenkort. Raadpleeg de handleiding voor elk symbool.
Hoe vervang ik een kapotte lamp (bijv. dimlicht)?
Zie hoofdstuk 5 (pagina 5.09-5.17). Voor dimlicht: open de motorkap, verwijder de rubberdop, draai de lamp los en vervang door het juiste type. Schakel altijd de lichten uit.
Welke motorolie is geschikt voor mijn Megane?
Gebruik ELF-smeermiddelen zoals aanbevolen op pagina 0.02. Bijv. ELF EVOLUTION SXR 5W-40 voor benzine. Controleer het oliepeil met de peilstaaf en vul bij met de juiste olie (zie hoofdstuk 4).
Hoe gebruik ik de snelheidsregelaar?
Druk op de schakelaar van de snelheidsregelaar (bij stuurkolom) om deze in te schakelen. Rijd de gewenste snelheid en druk op 'SET'. De snelheid wordt vastgehouden. Zie hoofdstuk 2 voor meer details.
Hoe open ik de tankdop?
De tankdop wordt ontgrendeld met de RENAULT kaart (knop 3) of door te drukken op de knop in de handgreep van de achterklep bij handsfree. Bij een storing kunt u de noodsloten gebruiken (zie hoofdstuk 1).
Waar vind ik het chassisnummer van mijn auto?
Het chassisnummer staat op het constructeursplaatje (A) in de motorruimte en op een plaatje onder de voorruit aan bestuurderszijde. Ook in het instructieboekje (pagina 6.02).

Gebruikersvragen over Megane (2004) RENAULT

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Automobiel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Megane (2004) - RENAULT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Megane (2004) van het merk RENAULT.

GEBRUIKSAANWIJZING Megane (2004) RENAULT

Alle motortypesELF EXCELLIUM LDX 5W-40 ACEA A3 / B3 / B4Optimale prestaties, maximale bescherming onder extreme omstandighedenAlle omstandigheden
ELF EVOLUTION SXR 5W-40 ACEA A3 / B3 / B4Optimale prestatiesAlle omstandigheden
Benzine- en LPG-motoren alle types behalve 2.0T Renault SportELF EVOLUTION SXR 5W-30 ACEA A5 / B5Lager brandstofverbruik, bescherming van de motor en milieuvriendelijkAlle omstandigheden
Motorenalletyp behalve 2.0TRenault SportELF COMPETITION ST 10W-40 ACEA A3 / B3ELF TURBO DIESEL 10W-40 ACEA B3 / B4Andere door RENAULT goedgekeurde smeermiddelen voor normaal gebruik
Handgeschakelde versnelingsbak 5 of 6 versnellingenAutomatische transmissieTRANSELF TRJ 75W-80API GL5
RENAULTMATIC D3 SynDEXRON III
RENAULT adviseert u de goedgekeurde ELF smeermiddelen te gebruiken.Voor het bijvullen en verversen adviseren wij u de originele olie te kiezen.Raadpleeg uw RENAULT-dealer of kijk op de site www.lubrifiants.elf.comRENAULT Megane (2004) - 1

RENAULT heet u van harte welkom in uw RENAULT

In dit instructieboekje worden aanwijzingen gegeven voor de bediening en het onderhoud, zodat u:

  • uw RENAULT goed leert kennen waardoor u al zijn kwaliteiten en zijn vele mogelijkheden ten volle kunt benutten.
  • door het opvolgen van eenvoudige - maar beslist noodzakelijke - onderhoudsvoorschriften, de prestaties optimaal kunt houden.
  • zonder overbodig tijdverlies zelf kleine storingen kunt verhelpen waarvoor geen specialist nodig is.

Door dit instructieboekje zorgvuldig te bestuderen, wordt u geïnformeerd over zijn mogelijkheden, de wijze waarop u deze kunt gebruiken en over de nieuwe technieken die in deze auto zijn toegepast. Indien bepaalde onderwerpen u niet geheel duidelijk zijn, dan zijn de technici in onze dealer-organisatie graag bereid u te informeren.

Om het lezen van dit boekje voor u te vergemakkelijken gebruiken wij het volgende symbool:

RENAULT Megane (2004) - RENAULT heet u van harte welkom in uw RENAULT - 1

Om een gevaar of een veiligheidsadvies aan te geven.

Dit instructieboekje is tot stand gekomen aan de hand van de gegevens die op het moment van samenstelling van dit boekje bekend waren. In dit boekje staan alle mogelijke uitrustingen (standaard of optioneel) van dit model beschreven. De aanwezigheid ervan in de auto is afhankelijk van de uitvoering, de gekozen opties en het land van aflevering. Ook kunnen er uitrustingen zijn opgenomen die pas op een later tijdstip in de auto zullen worden toegepast.

Wij wensen u goede reis in uw RENAULT.

Gehele of gedeeltelijke nadruk of vertaling is verboden zonder schriftelijke toestemming van RENAULT, 92100 Billancourt 2004, Frankrijk.

In één oogopslag

  • Bandenspanning 0.04 - 0.05
  • RENAULT kaart afstandsbediening: gebruik 1.02 →1.08
  • Kinderzitjes 1.32 →1.42
  • Waarschuwingslampjes (instrumentenpaneel) 1.44 →1.71
  • Starten/stilzetten motor 2.03 - 2.04
  • Rijden 2.02 → 2.32
    Controlesysteem bandenspanning 2.13 →2.16
    Elektronisch Stabiliteits Programma: ESP 2.17
    Tractiecontrole: ASR 2.18 - 2.19
    Noodstopbekrachtiging: BAS 2.22
    Snelheidsregelaar en -begrenzer 2.23 →2.28
  • Verwarming/airconditioning 3.02 →3.16
  • Motorkap/onderhoud 4.02 →4.14
  • Praktische tips (vervangen van lampen, zekeringen, verhelpen van storingen) 5.02 →5.37

I N H O U D

Hoofdstuk

Ken uw auto ....

1

Rijden

2

Comfort

3

Onderhoud

4

Praktische tips ....

5

Alfabetische inhoudsopgave ....

7

BANDENSPANNING (in bar of kg/cm² koud)

Uitvoeringen 1.4 16V 1.6 16V - 1.5 dCi 2.0 16V- 2.0 T - 1.9 dCi
Bandenmaat195/65 R15 T205/55 R16 V205/50 R17 V195/65 R15 H205/55 R16 V205/50 R17 V195/65 R15 H205/55 R16 V205/50 R17 V
Velgmaat 6,5 J 156,5 J 166,5 J 176,5 J 156,5 J 166,5 J 17 6,5J 156,5 J 166,5 J 17
Niet op autosnelweg• Voor• Achter2,22,02,22,02,22,02,22,02,32,0
Op autosnelweg (1)• Voor• Achter2,22,02,32,02,42,02,42,02,52,0
Reservewiel2,22,32,42,42,5

Veiligheid van de banden en gebruik van sneeuwkettingen

Raadpleeg de paragraaf “banden” in hoofdstuk 5 voor het onderhoud en de mogelijkheid voor het gebruik van sneeuwkettingen (afhankelijk van de uitvoering).

(1) Bijzonderheid vol belaste auto (maximum toegelaten totale massa) met een aanhangwagen.
De maximum snelheid is 100 km/u en de bandenspanning moet worden verhoogd met 0,2 bar.
De massa's staan aangegeven in de paragraaf "massa's" in hoofdstuk 6.

BANDENSPANNING (in psi koud)

Uitvoeringen 1.4 16V 1.6 16V - 1.5 dCi 2.0 16V- 2.0 T - 1.9 dCi
Bandenmaat195/65 R15 T195/55 R16 V205/50 R17 V195/65 R15 T195/65 R15 H205/55 R16 V205/50 R17 V195/65 R15 H205/55 R16 V205/50 R17 V
Velgmaat 6,5 J 156,5 J 166,5 J 176,5 J 156,5 J 166,5 J 17 6,5J 156,5 J 166,5 J 17
Niet op autosnelweg• Voor• Achter32293229322932293329
Op autosnelweg (1)• Voor• Achter32293329352935293629
Reservewiel3233353536

Veiligheid van de banden en gebruik van sneeuwkettingen

Raadpleeg de paragraaf “banden” in hoofdstuk 5 voor het onderhoud en de mogelijkheid voor het gebruik van sneeuwkettingen (afhankelijk van de uitvoering).

(1) Bijzonderheid vol belaste auto (maximum toegelaten totale massa) met een aanhangwagen.
De maximum snelheid is 100 km/u en de bandenspanning moet worden verhoogd met 3 psi. De massa's staan aangegeven in de paragraaf "massa's" in hoofdstuk 6.

Hoofdstuk 1: Ken uw auto

RENAULT kaart afstandsbediening: algemeen, gebruik, extra portiervergrendeling .... 1.02 → 1.08

Portieren 1.09 →1.13

Automatische portiervergrendeling tijdens het rijden 1.14

Startvergrendeling 1.15 - 1.16

Hoofdsteunen - Stoelen 1.17 →1.20

Autogordels 1.21→1.24

Aanvullende veiligheidsvoorzieningen 1.25 →1.31

Voorin 1.25 →1.28

achterin 1.29

aan de zijkant 1.30

Voor de veiligheid van de kinderen 1.32 →1.42

Klokje en buitentemperatuur 1.43

Bedieningsorganen 1.44 →1.47

Instrumentenpanel 1.48 →1.71

Boordcomputer 1.60 →1.71

Stuurwiel 1.72

Spiegels 1.73 - 1.74

Claxon en lichtsignalen 1.75

Verlichting en richtingaanwijzers 1.76 →1.78

Afstellen van de koplampen 1.79

Ruitenwissers / Sproeiers 1.80 - 1.82

Brandstof tanken 1.83 - 1.84

RENAULT KAART AFSTANDSBEDIENING: algemeen

RENAULT Megane (2004) - RENAULT KAART AFSTANDSBEDIENING: algemeen - 1

1 - Ontgrendelen van alle portieren.
2 - Vergrendelen van alle portieren.
3 - Vergrendelen/Ontgrendelen van de achterklep.
4 - Ingebouwde noodsleutel.

Met de RENAULT kaart kunt u:

  • de portieren, de achterklep en de tankdopklep ontgrendelen of vergrendelen (raadpleeg de volgende bladzijdes);
  • de ruiten en het open dak automatisch sluiten, raadpleeg hiervoor de paragrafen "automatische bediening van de ruiten" en "open dak" in hoofdstuk 3 (afhankelijk van de uitvoering);
  • de motor starten (raadpleeg de paragraaf "starten van de motor" in hoofdstuk 2).

Actieradius

De kaart wordt gevoed door een batterij. Deze moet vervangen worden als de boodschap "kaartbatterij vervangen" verschijnt op het instrumentenpaneel (raadpleeg de paragraaf "RENAULT kaart: batterij" in hoofdstuk 5).

Bereik van de RENAULT kaart

Het bereik van de kaart wordt beïnvloed door de omgeving. Let op bij het vasthouden van de kaart dat u niet per ongeluk op de knoppen drukt waardoor de portieren worden vergrendeld of ontgrendeld!

Advies

Berg de RENAULT kaart afstandsbediening nooit op een plek op waar deze verbogen of per ongeluk beschadigd zou kunnen worden: dit kan bijvoorbeeld gebeuren als u op de kaart gaat zitten als deze in uw broekzak zit.

RENAULT Megane (2004) - Advies - 1

Verantwoordelijkheid van de bestuurder

Laat uw RENAULT kaart nooit in de auto liggen als u de auto verlaat en er een kind (of dier) in de auto zit. Het kind zou de motor kunnen starten of bijvoorbeeld de ruiten kunnen bedienen en door het sluiten ervan ernstig worden verwond aan hals, arm, of hand als deze uit de auto steken. Gevaar voor ernstige verwondingen.

RENAULT KAART AFSTANDSBEDIENING: algemeen (vervolg)

24089 ④

Ingebouwde noodsleutel 4 of afzonderlijke noodsleutel 5(afhankelijk van de auto)

Deze hoeft maar zelden gebruikt te worden: hiermee kan het linker voorportier ontgrendeld of vergrendeld worden als de afstandsbediening niet werkt:

  • de auto bevindt zich in een sterk elektromagnetisch veld;
  • gebruik van apparatuur die met dezelfde frequentie werkt als de kaart;
  • batterij van de RENAULT kaart leeg, ontladen accu, enz.

RENAULT Megane (2004) - Ingebouwde noodsleutel 4 of afzonderlijke noodsleutel 5(afhankelijk van de auto) - 1

Voor het gebruik van de noodsleutel raadpleegt u de paragraaf "vergren- delen/ontgrendelen van de portie- ren".

Na het openen van de auto met de noodsleutel, steekt u de RENAULT kaart in de kaartlezer om te kunnen starten.

Vervangen of extra RENAULT kaart

Bij verlies of indien u een andere RENAULT kaart wenst, kunt u deze uitsluitend bij uw RENAULT-dealer bestellen.

Het vervangen van een RENAULT kaart moet altijd bij een RENAULT-dealer gebeuren. Het systeem moet met alle RENAULT kaarten worden ingelezen.

Het is mogelijk maximaal vier RENAULT kaarten auto te gebruiken.

Storing van de RENAULT kaart

Zorg ervoor dat het batterijtje in goede staat verkeert, de levensduur is ongeveer twee jaar.

Raadpleeg de paragraaf "RENAULT kaart: batterijen" in hoofdstuk 5.

RENAULT KAART AFSTANDSBEDIENING: gebruik

RENAULT Megane (2004) - RENAULT KAART AFSTANDSBEDIENING: gebruik - 1

Druk het ontgrendelknopje 1 in. Het ontgrendelen ziet u aan het één keer oplichten van de alarmknip- perlichten en de zijknipperlichten.

Bijzonderheden (voor sommige landen):

  • door één keer op het knopje 1 te drukken, ontgrendelt u uitsluitend het bestuurdersportier,
  • door twee keer achter elkaar op het knopje 1 te drukken, ontgrendelt u de andere portieren.

Portieren vergrendelen

Druk het vergrendelknopje 2 in.

Het vergrendelen ziet u aan het twee keer oplichten van de alarmknipperlichten en de zijknipperlichten.

- als een portier (of de achterklep) geopend of niet goed gesloten is, of als een RENAULT kaart in de lezer is achtergebleven, worden de portieren snel vergrendeld en weer ontgrendeld en knipperen de knipperlichten en de zijknipperlichten niet.

Ontgrendelen/vergrendelen van alleen de achterklep

Druk op het knopje 3 om de achterklep te ontgrendelen of te vergrendelen.

Het ontgrendelen ziet u aan het één keer knipperen van de knipperlichten en zijknipperlichten als de portieren van de auto vergrendeld zijn.

Het vergrendelen van de achterklep ziet u aan het twee keer knipperen van de knipperlichten en zijn knipperlichten als de portieren van de auto vergrendeld zijn.

RENAULT KAART HANDSFREE AFSTANDSBEDIENING: gebruik

RENAULT Megane (2004) - RENAULT KAART HANDSFREE AFSTANDSBEDIENING: gebruik - 1

Met deze kaart kunt u naast de gebruiksmogelijkheden van de RENAULT kaart afstandsbediening, zonder indrukken (in handsfree functie):

- deportieren, deachterk tankdopklep ontgrendelen/ver-grendelen als de kaart zich in de herkenningszone 1 bevindt;

- en de motor starten als de kaart zich in het interieur bevindt (raadpleeg paragraaf "starten van de motor" in hoofdstuk 2).

RENAULT Megane (2004) - RENAULT KAART HANDSFREE AFSTANDSBEDIENING: gebruik - 2

Ontgrendelen van de portieren en de achterklep

Draag de RENAULT kaart bij u en loop naar de auto.

Zodra u uw hand achter een hand- greep 2 van een portier langs haalt of op de knop van de achterklep 3 drukt, ongrendelt de auto zich (als de auto langer dan drie dagen niet is ontgrendeld, moet twee keer aan de handgreep worden getrokken).

Het ontgrendelen ziet u aan het één keer oplichten van de alarmknip- perlichten en de zijknipperlichten.

RENAULT Megane (2004) - Ontgrendelen van de portieren en de achterklep - 1

Laat nooit een RENAULT kaart in de auto liggen als u de auto verlaat.

RENAULT KAART HANDSFREE AFSTANDSBEDIENING: gebruik (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - RENAULT KAART HANDSFREE AFSTANDSBEDIENING: gebruik (vervolg) - 1

Vergrendelen van de portieren en de achterklep

Met de RENAULT kaart bij u, drukt u, als de portieren en de achterklep gesloten zijn, op de knop 4 op één van de handgrepen 2 of op de knop 5 van de achterklep.

Het vergrendelen ziet u aan het twee keer oplichten van de alarmknipperlichten en de zijknipperlichten.

N.B.: de RENAULT kaart moet zich in de toegangszone van de auto bevinden om het vergrendelen met de knoppen mogelijk te maken.

RENAULT Megane (2004) - Vergrendelen van de portieren en de achterklep - 1

Als een portier (of de achterklep) geopend of niet goed gesloten is, of als een kaart in de lezer zit, worden de portieren snel vergrendeld en weer ontgrendeld en knipperen de knipperlichten en de zijknipperlichten niet.

Als u de vergrendeling wilt controleren na een vergrendeling door de RENAULT kaart of met de knoppen in de handgrepen, heeft u ongeveer drie secondes om de portierhandgrepen te bedienen zonder te ontgrendelen.

Daarna is de handsfree functie opnieuw actief en zorgt elke bediening van de handgreep voor het ontgrendelen van de portieren.

RENAULT Megane (2004) - Vergrendelen van de portieren en de achterklep - 2

Verantwoordelijkheid van de bestuurder

Laat uw RENAULT kaart nooit in de auto liggen

als u de auto verlaat en er een kind (of dier) in de auto zit. Het kind zou de auto kunnen starten of de ruiten kunnen bedienen en door het sluiten ervan ernstig worden verwond aan hals, arm, of hand als deze uit de auto steken. Gevaar voor ernstige verwondingen.

EXTRA VERGRENDELING

RENAULT Megane (2004) - EXTRA VERGRENDELING - 1

Extra vergrendeling van de portie- ren (voor sommige landen)

Metdezefunctiewordende ren vergrendeld en kunnen ze niet van binnenuit geopend worden (in geval van het inslaan van een ruit, waarna iemand wil proberen de portieren van binnenuit te openen).

Om de extra portiervergrendeling in te schakelen

Auto met elektrische ruitbediening bij de achterportieren

- twee keer snel achter elkaar knop 1 indrukken.

- oft weekeersnelachterelkaarde knop van de portierhandgrepen aan de buitenkant of van het logo van de achterklep indrukken.

Auto met handbediende ruiten bij de achterportieren

Druk voordat u de auto verlaat op de onderkant van de schakelaar 2 (het ingebouwde controlelampje licht op). Druk op de bovenkant van de schakelaar om de portieren te vergrendelen.

In alle gevallen

Het vergrendelen ziet u aan het vijf keer oplichten van de knipperlichten.

N.B.: het is mogelijk deze functie te activeren door twee keer achter elkaar op de knoppen van de portierhandgrepen die aan dezelfde kant zitten te drukken (bijvoorbeeld: links voor/links achter of rechts voor/rechts achter).

lkaarde ②

RENAULT Megane (2004) - In alle gevallen - 2

Gebruik nooit de extra portiervergrendeling als er nog iemand in de auto zit!

RENAULT KAART IN BEPERKTE WERKING

RENAULT Megane (2004) - RENAULT KAART IN BEPERKTE WERKING - 1

RENAULT kaart met beperkt gebruik (afhankelijk van de auto) In bepaalde situaties (auto aan der- de toevertrouwd: parkeerservice, re- parateur, enz.) wilt u de werking van de RENAULT kaart beperken.

Zorg dat u twee kaartens bij u heeft. Steek een kaart in de kaartlezer 3 in en druk vervolgens gelijktijdig op de knoppen 1 en bagageruimte 2 van de tweede kaart. De auto wordt vergrendeld en daarna wordt het bestuurdersportier ontgrendeld. De RENAULT kaart in de kaartlezer gaat over op beperkt gebruik.

RENAULT Megane (2004) - RENAULT KAART IN BEPERKTE WERKING - 2

De RENAULT kaart met beperkt gebruik maakt alleen het ontgrendelen van het bestuurdersportier en het starten mogelijk (de opbergruimte aan passagierskant en de bagage- ruimte blijven vergrendeld).

Om het beperkte gebruik op te heffen, start u de auto met de RENAULT kaart in niet beperkte werking.

De schakelaar van het vergrendelen/ontgrendelen van binnenuit 4 is uitgeschakeld tijdens het gebruik van de auto met de RENAULT kaart met beperkt gebruik.

Het is alleen mogelijk om één RENAULT kaart tegelijk te beperken.

Tijdens het gebruik van een RENAULT kaart met beperkt gebruik, behoudt de tweede kaart alle gebruiksmogelijkheden.

PORTIEREN OPENEN EN SLUITEN

RENAULT Megane (2004) - PORTIEREN OPENEN EN SLUITEN - 1

Als u de portieren ontgrendeld heeft of met de handsfree RENAULT kaart bij u, pakt u de handgreep 1 en trekt u deze naar u toe om het portier te openen.

RENAULT Megane (2004) - PORTIEREN OPENEN EN SLUITEN - 2

Openen van binnenuit

Trek aan de handgreep 2.

Waarschuwingssignaal verlichting brandt nog

Als bij het openen van een voorportier de lichten nog branden terwijl het contact is afgezet dan klinkt er een signaal om u te waarschuwen.

Waarschuwing kaart vergeten

Als bij het openen van het bestuurdersportier de kaart nog in de lezer zit, verschijnt de boodschap "kaart verwijderen" op het instrumentenpaneel en klinkt er een geluidssignaal.

Bijzonderheid

Na het stoppen van de motor, blijven de lichten en de accessoires (radio, airconditioning, enz.) die in werking waren, ingeschakeld.

Zij schakelen uit zodra het bestuur- dersportier wordt geopend.

Waarschuwing portier vergeten te sluiten

Als een portier of de achterklep geopend en niet goed gesloten is en de auto een snelheid van ongeveer 10 km/u bereikt, verschijnt een van de berichten “achterklep open” of “portier open” (afhankelijk van het geval) op het instrumentenpaneel, tezamen met het controlelampje.

PORTIEREN OPENEN EN SLUITEN (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - PORTIEREN OPENEN EN SLUITEN (vervolg) - 1

Veiligheid van de kinderen Auto's uitgerust met schakelaar 3 met ingebouwd lampje

Druk op schakelaar 3 om het bedienen van de ruiten en het openen van de portieren achter onmogelijk te maken.

Het oplichten van het lampje in de schakelaar geeft aan dat de portieren vergrendeld zijn.

RENAULT Megane (2004) - Veiligheid van de kinderen Auto's uitgerust met schakelaar 3 met ingebouwd lampje - 1

In geval van storing hoort u een geluidssignaal en licht het ingebouwde controlelampje niet op.

RENAULT Megane (2004) - Veiligheid van de kinderen Auto's uitgerust met schakelaar 3 met ingebouwd lampje - 2

Veiligheid inzittenden achter

De bestuurder kan de werking van de ruitbediening en achterportieren uitscha kelen door op de schakelaar 3 aan dekantvandetekeningtedrukken.

Verantwoordelijkheid van de be- stuurder

Laat nooit de RENAULT kaart in de auto liggen als u de auto achterlaat met een kind (of een dier) erin. Het kind zou de ruiten kunnen bedienen en door het sluiten ervan ernstig worden verwond aan hals, arm, of hand als deze uit de auto steken. In geval van beknelling, draait u direct de bewegingsrichting om met behulp van de betreffende schakelaar.

RENAULT Megane (2004) - Verantwoordelijkheid van de be- stuurder - 1

Om het van binnenuit openen van de achterportieren onmogelijk te maken, drukt u op de schakelaar 4. Controleer of de portieren inderdaad niet van binnenuit geopend kunnen worden.

VERGRENDELEN / ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN

Vergrendelen/ontgrendelen van de portieren van buitenaf

Dit gebeurt met de RENAULT kaart: zie de paragrafen "RENAULT kaart" in hoofdstuk 1.

In sommige gevallen werkt de RENAULT kaart niet:

  • de auto bevindt zich in een sterk elektromagnetisch veld;
  • door het gebruik van apparaten die de dezelfde frequentie gebruiken als de kaart (mobiele telefoon, enz.);
  • batterij van de RENAULT kaart leeg, ontladen accu, enz.

In dat geval is het mogelijk:

  • de noodsleutel te gebruiken (ingebouwd in de kaart of, afhankelijk van de auto, afzonderlijk) voor het linker voorportier;
  • de portieren één voor één met de hand te vergrendelen;
  • de schakelaar voor het vergrendelen/ontgrendelen van de portieren in het interieur te gebruiken (raadpleeg de paragraaf "Schakelaar voor het vergrendelen/ontgrendelen van binnenuit" in hoofdstuk 1).

A ①

Gebruik van de ingebouwde noodsleutel 2

Haal het kapje A (met behulp van het uiteinde van de reservesleutel) ter hoogte van uitsparing 1 weg.

RENAULT Megane (2004) - Gebruik van de ingebouwde noodsleutel 2 - 1

Steek de sleutel 2 in het slot en ont-grendel of vergrendel het portier.

VERGRENDELEN / ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - VERGRENDELEN / ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN (vervolg) - 1

Gebruik van de afzonderlijke noodsleutel 3 (afhankelijk van de auto)

Steek de sleutel 3 in het slot van het portier links en vergrendel of ont-grendel het portier.

RENAULT Megane (2004) - VERGRENDELEN / ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN (vervolg) - 2

Bij open portier moet u de schroef 4 draaien (met behulp van bijv. een schroevendraaier of iets dergelijks) en daarna het portier sluiten.

Het portier kan niet meer van bui- tenaf worden geopend.

U kunt het portier alleen nog van binnenuit openen.

VERGRENDELEN / ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - VERGRENDELEN / ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN (vervolg) - 1

Schakelaar voor het vergrendelen/ontgrendelen van de portieren van binnenuit

De schakelaar 5 bedient gelijktijdig de portieren, de achterklep en de tankdopklep.

Als een portier (of achterklep) open of niet goed gesloten is, vergrendelen/ontgrendelen de portieren snel.

Bij het vervoeren van voorwerpen met open achterklep: druk bij stilstaande motor langer dan vijf secondes op de schakelaar 5 om de portieren te vergrendelen.

Vergrendelen van de portieren en kleppen zonder RENAULT kaart

Bij stilstaande motor en een open voorportier, druk langer dan vijf secondes op de schakelaar 5.

Bij het sluiten van het portier worden alle portieren en kleppen vergrendeld.

Het ontgrendelen van buitenaf van de auto is alleen mogelijk met de RENAULT kaart.

RENAULT Megane (2004) - Vergrendelen van de portieren en kleppen zonder RENAULT kaart - 1

Laat nooit een RENAULT kaart in de auto liggen als u de auto verlaat.

Waarschuwingslampje van de portieren

Met contact aan, geeft het controle- lampje in de schakelaar aan of de portieren wel of niet vergrendeld zijn:

- lampje brandt, de portieren zijn vergrendeld;

- lampje uit, de portieren zijn ont- grendeld.

Als u de portieren vergrendelt, licht het lampje op en blijft het ongeveer een minuut branden waarna het dooft.

RENAULT Megane (2004) - Waarschuwingslampje van de portieren - 1

Bedenk dat het rijden met vergrendelde portieren een belemmering kan zijn voor hulpverleners

in geval van nood.

AUTOMATISCHE PORTIERVERGRENDELING TIJDENS HET RIJDEN

Bedenk eerst of u deze functie wilt gebruiken of niet.

Inschakelen van de functie

Zet het contact aan en houd de schakelaar 1 van de elektrische portiervergrendeling gedurende 5 secondes ingedrukt, tot u twee geluidssignalen hoort.

Uitschakelen van de functie

Zet het contact aan en houd de schakelaar 1 van de elektrische portiervergrendeling gedurende 5 secondes ingedrukt, tot u een geluidssignaal hoort.

RENAULT Megane (2004) - Uitschakelen van de functie - 1

Bedenk dat het rijden met vergrendelde portieren een belemmering kan zijn voor hulpverleners

in geval van nood.

RENAULT Megane (2004) - Uitschakelen van de functie - 2

De werking van het systeem

Na het wegrijden van de auto, vergrendelen de portieren automatisch als de auto een snelheid van ongeveer 10 km/u heeft bereikt.

De portieren ontgrendelen automatisch

- als u op de schakelaar 1 voor het ontgrendelen van de portieren drukt.

- bij stilstaande auto door het openen van een voorportier.

N.B.: na het openen van een portier vergrendelt dit weer automatisch zodra de auto 10 km/u rijdt;

Bij een storing

Als u een storing constateert (geen automatische vergrendeling, het lampje in knop 1 licht niet op bij het vergrendelen van de portieren), controleer dan eerst of alle portieren goed gesloten zijn. Als de portieren goed gesloten zijn, moet u een RENAULT-dealer raadplegen.

STARTVERGRENDELING

Hierdoor kan de motor alleen worden gestart door de bezitter van de RENAULT kaart van de auto.

De auto wordt automatisch na enkele secondes na het stilzetten van de motor beveiligd.

RENAULT Megane (2004) - STARTVERGRENDELING - 1

Het kan gevaarlijk zijn om werkzaamheden uit te voeren aan het systeem van de startvergrende-

ling (rekeneenheid, bedrading enz.). Dit mag alleen door deskundig RENAULT-personeel worden gedaan.

RENAULT Megane (2004) - STARTVERGRENDELING - 2

De werking van het systeem

Bij het starten van de motor, gaat het controlelampje 1 enkele secondes vast branden en dooft daarna (raadpleeg de paragraaf "starten van de motor" in hoofdstuk 2).

Als het signaal niet geaccepteerd wordt, gaat de kaartlezer snel knipperen en kunt u de auto niet starten.

RENAULT Megane (2004) - De werking van het systeem - 1

Controle- en waarschuwings- lampjes

Indicatie van de beveiliging

Na het stilzetten van de motor, knippert het controlelampje 1 en is de auto beveiligd.

STARTVERGRENDELING (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - STARTVERGRENDELING (vervolg) - 1

Waarschuwingslampje storing

Als het lampje na een startpoging blijft knipperen of permanent blijft branden, wijst dit op een storing in het systeem.

RENAULT Megane (2004) - Waarschuwingslampje storing - 1

In geval van storing in de RENAULT kaart (snel knipperen van de kaartlezer), gebruik dan, indien mogelijk, de tweede RENAULT kaart (bij de auto geleverd).

U moet in dit geval contact opne- men met een RENAULT-dealer. Hij is de enige die aan de startvergren- deling mag werken.

Als de handsfree RENAULT kaart niet is herkend of is verstoord, steek deze dan in de kaartlezer 2.

HOOFDSTEUNEN VOOR

RENAULT Megane (2004) - HOOFDSTEUNEN VOOR - 1

Hoofdsteunen met lipje 1

Hoofdsteun hoger zetten

Schuif hem omhoog tot de gewenste stand is bereikt.

Hoofdsteun lager zetten

Druk het lipje 1 naar voren en schuif de hoofdsteun omlaag tot de gewenste stand is bereikt.

Helling afstellen

Afhankelijk van de uitvoering van de auto, beweegt u het deel A naar voren of naar achteren tot de gewenste stand is bereikt.

A 24020

Verwijderen van de hoofdsteun

Druk op de knop 2 en trek de hoofdsteun omhoog tot hij vrijkomt.

Hoofdsteun terugplaatsen

Plaats de stangen van de hoofdsteun met de vertanding naar voren in de geleiders.

Druk het lipje 1 naar voren en schuif de hoofdsteun omlaag tot de gewenste stand is bereikt.

RENAULT Megane (2004) - Hoofdsteun terugplaatsen - 1

De hoofdsteun is een veiligheidsorgaan dat altijd op zijn plaats moet zitten. Hij geeft een maximale beveilig- ging als de afstand tussen de hoofd- steun en het achterhoofd zo klein mogelijk is en de bovenkant van de hoofdsteun op gelijke hoogte is met de kruin.

HOOFDSTEUNEN ACHTER

RENAULT Megane (2004) - HOOFDSTEUNEN ACHTER - 1

Zet de hoofdsteun helemaal naar boven, daarna zet u deze, terwijl u hem naar u toe getrokken houdt, naar beneden tot hij blokkeert.

De hoofdsteun zakt niet helemaal tot beneden. Druk hiervoor gelijktijdig op het lipje 1 en op de hoofdsteun.

Verwijderen

Druk het lipje 1 in en verwijder daarna de hoofdsteun.

Terugplaatsen:

Steek de poten in de geleiders, druk het lipje 1 in en laat de hoofdsteun zakken.

RENAULT Megane (2004) - Terugplaatsen: - 1

Druk het lipje 1 in en laat de hoofdsteun helemaal zakken.

De hoofdsteun in de onderste stand (helemaal naar beneden), is alleen toegestaan als de hoofdsteun niet gebruikt wordt. Indien er een passagier op de stoel zit, mag de hoofdsteun niet in de onderste stand gebruikt worden.

RENAULT Megane (2004) - Terugplaatsen: - 2

De hoofdsteun is een veiligheidsorgaan, dat altijd op zijn plaats moet zitten.

VOORSTOELEN

RENAULT Megane (2004) - VOORSTOELEN - 1

Naar voren of naar achteren schuiven

Trek de handgreep 3 aan de kant van het portier omhoog om de stoel te ontgrendelen. In de gewenste stand laat u de handgreep los. Controleer of de zitting vergrendeld is.

Rugleuning verstellen

Trek de handgreep aan de kant van de middenconsole 1 omhoog en zet de rugleuning in de gewenste stand.

Hoogte van de zitting van de be- stuurdersstoel verstellen:

Beweeg de hendel 2 zo vaak als dit nodig is:

  • naar boven om het zitkussen hoger te zetten;
  • naar beneden om het zitkussen lager te zetten.

RENAULT Megane (2004) - Hoogte van de zitting van de be- stuurdersstoel verstellen: - 1

Lendensteun van de bestuurders- stoel verstellen:

Draai knop 4.

RENAULT Megane (2004) - Lendensteun van de bestuurders- stoel verstellen: - 1

Om veiligheidsredenen mogen deze afstellingen alleen uitgevoerd wor- den als de auto stilstaat.

RENAULT Megane (2004) - Lendensteun van de bestuurders- stoel verstellen: - 2

Voor een optimale werking van de autogordels moet u de gordel tegen uw schouder strak trekken.

Let er op dat de rugleuningen van de stoelen goed vergrendeld zijn.

Laat geen voorwerpen op de vloer (bestuurdersplaats) liggen. In geval van plotseling remmen zouden deze voorwerpen onder de pedalen terecht kunnen komen, waardoor de bestuurder deze niet meer goed zou kunnen bedienen.

VOORSTOELEN (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - VOORSTOELEN (vervolg) - 1

Toegang tot de zitplaatsen (3-deurs uitvoeringen)

Trek hendel 5 omhoog en schuif de stoel naar voren.

Om de bestuurdersstoel in de oorspronkelijke stand te zetten (geheugenfunctie), schuift u de stoel naar achteren tot hij vergrendelt.

RENAULT Megane (2004) - Toegang tot de zitplaatsen (3-deurs uitvoeringen) - 1

Contact aan, druk op de schakelaar 6 van de betreffende stoel. Een boodschap op het instrumentenpaneel of een lampje in de schakelaar licht op.

AUTOGORDELS

Gebruik tijdens het rijden altijd de autogordel. Het niet dragen van de gordel is gevaarlijk en strafbaar.

Voordat u wegrijdt:

  • stel eerst de stoel af in de voor u ideale stand,
    -enstelvervolgensdegorde hierna aangegeven wijze af.

RENAULT Megane (2004) - Voordat u wegrijdt: - 1

Een verkeerd afgestelde autogordel kan bij een ongeval letsel veroorza- ken.

Zwangere vrouwen moeten ook hun gordel dragen. Let in dat geval op dat de heupgordel niet te veel op de onderbuik drukt, zonder dat de gordel te los gedragen wordt.

De juiste zithouding

  • Ga goed diep in uw stoel zitten (na uw mantel, jas enz. uitgetrokken te hebben). Dit is belangrijk voor een goede ondersteuning van de rug.
  • Yerschuif de stoel zodat u makkelijk bij de pedalen kunt komen. Plaats de stoel zo ver naar achteren dat u het koppelingspedaal nog net geheel kunt indrukken. Stel de rugleuning zo af dat u de armen moet strekken om bij de bovenkant van het stuurwiel te kunnen komen.
  • Stel de hoofdsteun af. Voor een maximale veiligheid moet de bovenkant van de hoofdsteun op dezelfde hoogte als de bovenkant van het hoofd staan.
  • Stel de hoogte van het zitkussen af. Verstel het kussen om een zo goed mogelijk zicht op het verkeer te hebben.
  • Stel de stand van het stuurwiel af.

13622 ① ②

Afstellen van de autogordel

Ga goed tegen de rugleuning zitten.

De band van de schoudergordel 1 moet zo dicht mogelijk langs de hals over de schouder lopen.

De band van de heupgordel 2 moet vlak over de heupen langs het bekken lopen.

De autogordel moet zo direct mogelijk tegen het lichaam gedragen worden en niet over bijv. te dikke kle- ding of over ertussen gestoken voorwerpen.

AUTOGORDELS (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - AUTOGORDELS (vervolg) - 1

Hoogteverstelling van de auto- gordels

Verplaatsknop3 om de hoogte van de schoudergordel 1 zo goed mogelijk aan uw postuur aan te passen:

- om de gordel te laten zakken: drukt u op knop 3 en laat gelijktij- digdegordelzakken;

- o m de g o r d e l o m h o o g t e b r e n g e n, duwt u knop 3 omhoog.

Controleer na het afstellen of de knop weer goed is vergrendeld.

13622 ① ④ ⑤ ⑥

Vergrendelen

Trek de band van de gordel rustig over u heen en druk de gesp 4 in de sluiting 6 (trek aan de gesp 4 om te controleren of hij goed vastzit). Als de gordel blokkeert, moet u de band een stuk terug laten gaan en opnieuw rustig over u heen trekken.

Vergrendelen (vervolg)

Indien de gordel niet vrijkomt:

  • trekt u de gordel langzaam maar krachtig ongeveer 3 cm naar buiten;
  • laat u de gordel zichzelf oprollen;
  • rolt u de gordel opnieuw af;
  • als de gordel nog niet te gebruiken is, moet u een RENAULT-dealer raadplegen.

Losmaken

Druk op de rode knop 5 van de sluiting 6, de gordel wordt nu door het oprolmechanisme teruggetrokken.

Het oprollen gaat soepeler als u de gesp met de hand begeleidt.

AUTOGORDELS ACHTER

RENAULT Megane (2004) - AUTOGORDELS ACHTER - 1

Trek de gordel langzaam uit zijn houder 1.

Klik de verschuifbare gesp 2 vast in de rode sluiting 3.

Achtergordels aan de zijkant en in het midden

Het vergrendelen, ontgrendelen en afstellen gebeurt op dezelfde manier als bij de voorste gordels.

AUTOGORDELS

De volgende raadgevingen gelden voor de autogordels voor en achter.

RENAULT Megane (2004) - AUTOGORDELS - 1

- Verander niets aan de oorspronkelijke onderdelen van het veiligheidsmechanisme, aan de bevestiging ervan noch aan die van de stoelen. Raadpleeg uw RENAULT-dealer voor het monteren van bijv. een kinderzitje.

  • Zorg dat er geen voorwerpen tussen de riemen worden gestoken die speling kunnen veroorzaken (wasknijpers, klemmetjes, enz.): een autogordel die te los zit, kan verwondingen veroorzaken in geval van een ongeluk.
  • Draag nooit de schoudergordel achter de rug of onder de arm langs aan de kant van het portier.
  • Een autogordel mag nooit door meer personen tegelijk gebruikt worden; sla uw gordel nooit om een baby of een kind heen dat op uw schoot zit.
  • De gordel mag niet gedraaid zijn.
  • Autogordels die in gebruik waren tijdens een ernstige aanrijding moeten altijd vervangen worden, Gordels die beschadigingen vertonen moeten ook worden vervangen.
  • Let er bij het terug kantelen van de achterbank op dat de autogordels weer op de juiste wijze gebruikt kunnen worden.
  • Stel indien nodig de stand en de spanning van de gordel af op uw postuur.
  • Let op dat de gesp van de gordel in de juiste sluiting vastzit.

AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN

Dit zijn:

■gordelspanners van de schou- dergordel,
■gordelspanners van de heupgor- del (voor de 5-deurs uitvoering),
■krachtbegrenzers voor de bescherming van de thorax,
■de frontale airbags voor de be-stuurder en passagier,
■zittingairbags (voor de 3-deurs uitvoering).

Deze voorzieningen worden gelijk- tijdig of afzonderlijk, afhankelijk van de ernst van de aanrijding, geac- tiveerd bij een frontale botsing.

Afhankelijk van de ernst van de aanrijding, kan het systeem de volgende middelen activeren:

- de blokkering van de autogordel;

  • de primaire gordelspanner (die ge- activeerd wordt om de gordel strak tegen het lichaam te spannen);
  • de gordelspanner van de heupgordel of de zittingairbag om de inzittende tegen zijn stoel te drukken, de kleine frontale airbag en de krachtbegrenzers;
  • de grote frontale airbag.

RENAULT Megane (2004) - AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN - 1

Bij contact aan, kan tijdens een ernstige frontale aanrijding, afhankelijk van de ernst van de schok, het systeem de volgende onderdelen activeren:

  • plunjer 1 die onmiddellijk de gordel strak trekt;
  • de plunjer 2 op de voorstoelen (voor de 5-deurs uitvoering), of
  • de zittingairbag (voor de 3-deurs uitvoering).

De gordelspanners dienen ervoor om de autogordel strak tegen het lichaam te trekken en daardoor de inzittende in zijn stoel te drukken wat de effectiviteit van de gordel verhoogt.

RENAULT Megane (2004) - AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN - 2

- Laat al deze veiligheids- voorzieningen controle- ren na een aanrijding.

  • Het is streng verboden zelf werkzaamheden uit te voeren aan het gehele systeem (gordelspanners, airbags, rekeneenheden, bedrading) of deze in een andere auto over te zetten.
  • Om te voorkomen dat het systeem ten onrechte in werking komt, mag uitsluitend deskundig RENAULT-personeel aan de gordelspanners en airbags werken.
  • Het elektrische ontstekingsmechanisme van de gordelspanners mag uitsluitend door speciaal opgeleid personeel met speciaal gereedschap worden gecontroleerd.
  • Laat de gaspatronen van de gordelspanners en de airbags door een RENAULT-dealer verwijderen voordat de auto wordt gesloopt.

AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN (vervolg)

Krachtbegrenzer

Vanaf een bepaalde hevigheid van de schok van de aanrijding komt dit mechanisme in werking om de kracht die de gordel op het lichaam uitoefent te begrenzen tot een draag- lijk niveau.

Airbag voor bestuurder en voor- passagier

De auto is voorzien van een airbag bij de linker en rechter voorstoel.

Het opschrift "Airbag" op het stuurwiel en het dashboard (zone van de airbag A) en een pictogram aan de onderkant van de voorruit herinneren aan de aanwezigheid van deze uitrusting.

De airbags hebben:

- een airbag en een gaspatroon in het stuurwiel voor de bestuurder en in het dashboard voor de passagier;

- een intelligente elektronische re-keneenheid, gemeenschappelijk voor beide airbags, met een ingebouwde botsdetector die de aanrijding registreert en de elektrische ontsteking van het gaspatroon activeert;

- een gemeenschappelijk waar- schuwingslampje op het in- strumentenpaneel.

- een geavanceerd frontaal opname element dat dit systeem completeert.

RENAULT Megane (2004) - Airbag voor bestuurder en voor- passagier - 1

Bij het afgaan van de airbag vindt een explosie plaats waardoor er warmte en rook vrijkomt zonder enig brandgevaar en er een luide knal klinkt. De airbag die onmiddellijk naar buiten komt, kan ongevaarlijke, lichte schaafwonden veroorzaken.

AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN (vervolg) - 1

Het systeem werkt alleen als het contact aanstaat.

Bij een zware frontale aanrijding, worden de airbags opgeblazen die de klap opvangen van het hoofd en de borstkas van de bestuurder tegen het stuurwiel en van de passagier tegen het dashboard. Daarna lopen de airbags direct weer leeg om het verlaten van de auto niet te bemoeilijken.

Bijzonderheid van de frontale airbag

Afhankelijk van de ernst van de aanrijding zijn er twee ontplooings volumes, en er is een ingebouwd ventilatiesysteem dat brandwonden door het hete gas voorkomt:

- de kleine airbag die zich als eerste ontplooit;

- de grote airbag. De stiknaden van de airbag scheuren open, waardoor er een groter volume in de airbag vrijkomt (bij een zwaardere botsing).

1 90 110 130 150 km/h 170 50 190 30 210 10 230 250 扣

Storingen

Het lampje 1 op het instrumentenpaneel gaat branden als het contact wordt aangezet en dooft na enkele secondes.

Als het niet oplicht bij het aanzetten van het contact of alshetoplich draaiende motor, wijst dit op een storing in het systeem.

Laat het systeem direct door uw RENAULT-dealer controleren en indien nodig herstellen. Wacht u hier te lang mee dan betekent dat, dat de bescherming in de tussenliggende periode misschien niet optimaal is.

AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN (vervolg)

Hier volgt een aantal aanwijzingen om elke belemmering bij het opblazen van de airbag of verwonding door rondvliegende voorwerpen te voorkomen.

RENAULT Megane (2004) - AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN (vervolg) - 1

Waarschuwingen inzake de airbag in het stuurwiel

  • Verander niets aan het stuurwiel of de naafdop.
  • Dek de naafdop niet af. tig geen voorwerpen (speldjes, logo's, klokje, telefoonhouder, enz.) op het stuurwiel.

  • Bevestig geen voorwerpen (speldjes, logo's, klokje, telefoonhouder, enz.) op het stuurwiel.

  • Het stuurwiel mag niet worden gedemonteerd. Uitsluitend speciaal opgeleide RENAULT-monteurs mogen er aan werken.
  • Ga niet te dicht achter het stuurwiel zitten, maar rijd met licht gebogen armen (raadpleeg de paragraaf “afstellen juiste zithouding” in hoofdstuk 1). Zo blijft er voldoende ruimte over voor een goede en effectieve beveiliging door de airbag.

Waarschuwingen inzake de airbag in het dashboard

  • Plak of bevestig niets op het dashboard (speldjes, logo's, klokjes enz.) in de airbagzone.
  • Houd de ruimte tussen het dashboard en de voorpassagier vrij (geen dier of pakjes op schoot, geen paraplu of wandelstok tegen het dashboard zetten).
  • Laat de passagier nooit zijn voeten op het dashboard leggen. Dit kan zeer gevaarlijk zijn. Kom niet te dicht (met knieën, hoofd of handen) bij het dashboard.
  • Zodra het kinderzitje van een passagiersstoel verwijderd is, moet u de airbags weer inschakelen om de passagier bij een botsing te beschermen.

HET IS VERBODEN EEN KINDERZITJE ACHTERSTEVOREN OP DE PASSAGIERSSTOEL VOOR TE PLAATSEN ZOLANG DE AIRBAGS VAN DE VOORPASSAGIER NIET UITGESCHAKELD ZIJN. (Raadpleeg de paragraaf "uitschakelen van de passagiersairbags voorin" in hoofdstuk 1.)

Waarschuwingen inzake de zittingairbag

Door het in werking komen van de zittingairbag kunnen voorwerpen, die op de zitting van de stoel zijn geplaatst, met kracht weggeslingerd worden.

AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN ACHTERIN

Afhankelijk van de auto bestaan deze uit:

■gordelspanners in het oprolmechanisme,
■krachtbegrenzers.

Deze voorzieningen worden gelijk- tijdig of afzonderlijk, afhankelijk van de ernst van de aanrijding, geac- tiveerd bij een frontale botsing.

Afhankelijk van de ernst van de aanrijding zijn er twee mogelijkheden:

  • alleen de autogordel beschermt de inzittenden;
  • de gordelspanners worden geactiveerd om de gordel strak tegen het lichaam van de inzittenden te spannen.

Gordelspanners achter

Het systeem werkt alleen als het contact aan staat.

Bij een ernstige frontale aanrijding wordt de gordel opnieuw opgerold waardoor de gordel strak tegen het lichaam komt en de effectiviteit ervan wordt verbeterd.

RENAULT Megane (2004) - Gordelspanners achter - 1

- Laat al deze veiligheids- voorzieningen controle- ren na een aanrijding.

  • Het is streng verboden zelf werkzaamheden uit te voeren aan het gehele systeem (gordelspanners, airbags, rekeneenheden, bedrading) of deze in een andere auto over te zetten.
  • Om te voorkomen dat het systeem ten onrechte in werking komt, mag uitsluitend deskundig RENAULT-personeel aan de gordelspanners en airbags werken.
  • Het elektrische ontstekingsmechanisme van de gordelspanners mag uitsluitend door speciaal opgeleid personeel met speciaal gereedschap worden gecontroleerd.
  • Laat de gaspatronen van de gordelspanners en de airbags door een RENAULT-dealer verwijderen voordat de auto wordt gesloopt.

Krachtbegrenzer

Vanaf een bepaalde hevigheid van de schok van de aanrijding komt dit mechanisme in werking om de kracht die de gordel op het lichaam uitoefent te begrenzen tot een draaglijk niveau.

BEVESTIGINGSMIDDELEN AAN DE ZIJKANT

Zijairbags

De zijairbags zijn in de voorstoelen ondergebracht en afhankelijk van het land, ook bij de achterste zijitplaatsen. Ze ontplooien zich aan de zijkant van de stoel (portierzijde) om de inzittenden bij een hevige botsing tegen de zijkant te beschermen.

Zijruitairbags

Dit is een airbag die zich aan de zijkant boven bevindt en die zich ontplooit langs de zijruiten voor en achter om de inzittenden bij een hevige botsing tegen de zijkant te beschermen.

RENAULT Megane (2004) - Zijruitairbags - 1

Desleuveninderugleu-

ningen van de voorstoelen (portierzijde) en de ruimte tussen de rugleuning van de achterbank en de bekleding komen zijn de plaatsen waar de airbag zich kan opblazen: het is verboden hier voorwerpen in te steken.

Een pictogram op de voorruit herinnert aan de aanwezigheid van de aanvullende veiligheids- voorzieningen (airbags, gordelspanners, enz.) in het interieur.

RENAULT Megane (2004) - Zijruitairbags - 2

Waarschuwingen inzake de zijairbag

- Stoelhoezen: voor de stoelen met zijairbag zijn ale stoelhoezen nodig, pleeg uw RENAULT-dealer te weten of dergelijke hoezen uw auto bestaan in de AULT Boutique. Het gebruik andere hoezen (of hoezen estemd zijn voor een ander el) kan de goede werking de zijairbag belemmeren en door de veiligheid van de in-nden in gevaar brengen.

  • Plaats geen accessoires, voorwerpen of dieren tussen de rugleuning, het portier en de interieurbekleding. De werking van de airbag kan hierdoor belemmerd worden en verwondingen veroorzaken als de airbag wordt geactiveerd.
  • Demontage of wijziging van de stoel en de interieurbekleding is verboden, tenzij dit gebeurt door deskundig RENAULT-personeel.

AANVULLENDE BEVESTIGINGSMIDDELEN

Hier volgt een aantal aanwijzingen om elke belemmering bij het opblazen van de airbag(s) of verwonding door rondvlie- gende voorwerpen te voorkomen.

RENAULT Megane (2004) - AANVULLENDE BEVESTIGINGSMIDDELEN - 1

De airbag is een aanvullende bescherming bij het gebruik van de autogordel. Beide organen vormen een veiligheidssysteem. De gordel moet altijd worden gedragen. Het niet dragen kan bij een ongeval de inzittenden blootstellen aan zeer zware verwondingen en de gevolgen van de werking van de airbag verergeren.

Bij een botsing, zelfs een zware, tegen de achterkant of bij het over de kop gaan van de auto worden de gordelspanners of de airbags niet altijd geactiveerd. Klappen onder de auto zoals stoepen, gaten in het wegdek, stenen, kunnen deze systemen activeren.

  • Het is streng verboden zelf werkzaamheden uit te voeren aan airbagsystemen (rekeneenheid, bedrading enz.). Deze mogen uitsluitend door speciaal opgeleide RENAULT-monteurs worden gecontroleerd en gerepareerd.
  • Om te voorkomen dat de airbag(s) ten onrechte wordt opgeblazen of juist niet als dat wel nodig zou zijn, mag uitsluitend deskundig RENAULT-personeel aan het systeem werken.
  • Laat het airbagsysteem controleren na (een poging tot) diefstal van de auto.
  • Als u de auto uitleent of verkoopt, breng de nieuwe berijder/eigenaar dan op de hoogte van deze bijzonderheden door hem dit instructieboekje bij de auto te leveren.
  • Laat de gaspatro(o)n(en) door een RENAULT-dealer verwijderen voordat de auto wordt gesloopt.

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN

Het gebruik van bevestigingsmiddelen voor baby's en kinderen is aan wettelijke bepalingen gebonden.

In Europa moeten kinderen onder de 10 jaar (1) vastgemaakt worden met een goedgekeurde voorziening die aan het gewicht en de lengte van het kind aangepast is.

Voor het juiste gebruik van deze voorzieningen is de bestuurder van de auto verantwoordelijk.

Door het verscherpen van de eisen die aan kinderzitjes worden gesteld zijn moderne kinderzitjes veiliger dan oude modellen.

Kies daarom uitsluitend een kinder-zitje dat ten minste voldoet aan de Europese norm ECE 44.

Deze herkent u aan het oranje etiket met de letter E gevolgd door het nummer van het land en het jaar waarin het is goedgekeurd.

(1) Houd u altijd aan de wettelijke voorschriften van het land waar u reist. Deze kunnen anders zijn dan de hierboven genoemde bepalingen.

U moet weten dat een botsing met 50 km/u overeenkomt met een val van 10 meter hoogte. Anders gezegd: het niet vastmaken van een kind is hetzelfde als het laten spelen op een balkon zonder balustrade op de derde verdieping!

RENAULT Megane (2004) - VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN - 1

Baby's en kinderen mogen niet vervoerd worden op de schoot van de inzittenden van de auto.

Bij een frontale botsing bij 50 km/u, verandert een kind van 30 kg in een projectiel van een ton: u kunt het onmogelijk meer vasthouden, zelfs als u in de gordel vastzit.

Het is ook gevaarlijk een kind dat op schoot zit vast te maken. Maak nooit twee personen vast met één gordel.

Conform wettelijk voorschrift, geven de gedetailleerde overzichten op de volgende bladzijden het type kinderzitje aan dat geplaatst mag worden op elk van de zitplaatsen van de auto.

Voordat u een kinderzitje op de voorstoel plaatst (indien dit toege-staan is)

Stel de passagiersstoel, indien mogelijk, op de volgende manier af:

  • zet de passagiersstoel zoveel mogelijk naar achter;
  • zet de rugleuning zoveel mogelijk rechtop;
  • zet het zitkussen zo hoog mogelijk;
  • zet de hoofdsteun zo hoog mogelijk;
  • zet de hoogteafstelling van de gordel in de lage stand.

Raadpleeg de brochure "Uitrustingen voor de veiligheid van de kinderen", die verkrijgbaar is bij de RENAULT-dealer, om het kinder-zitje te kiezen dat voor uw kind geschikt is en aanbevolen wordt voor uw auto.

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

Leeftijd van het kind(gewicht van het kind)Plaatsen geschikt voor kinderzitjes
Zitplaats voorpassagier(2) (4)Zitplaatsen achter aan de zijkantenZitplaats achter in het midden
Geboorte tot ongeveer 9 maanden(gewicht minder dan 13 kg)U - I U - I U
Van 9 maanden tot ongeveer 3 jaar(gewicht van 9 tot 18 kg)U - I U - I (3) U (3)
Van 3 jaar tot ongeveer 12 jaar (1)(gewicht van 15 tot 36 kg)XU(

X : plaats niet geschikt voor het installeren van een kinderzitje voor deze leeftijdscategorie.

U : plaats geschikt voor het installeren van een kinderzitje dat bevestigd wordt met de autogordel en als “universeel” goedgekeurd is voor deze leeftijdscategorie, controleer of het gemonteerd kan worden.

I : plaats uitgerust met bevestigingen voor het vastmaken met Isofix-grendels van een zitje voor deze leeftijdscategorie, alleen RENAULT-kinderzitjes zijn goedgekeurd.

(1) Vanaf een lengte van 1,50 m of een gewicht van 36 kg kan een kind net als een volwassene rechtstreeks met de autogordel vastgemaakt worden op de zitplaats;
(2) Op deze plaats kan uitsluitend een achterstevoren geplaatst kinderzitje geïnstalleerd worden.
(3) Plaats de rugleuning van het kinderzitje tegen de rugleuning van de auto; stel de hoogte van de hoofdsteun af of verwijder hem, indien nodig.

RENAULT Megane (2004) - VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN - 2

(4) LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIGE VERWONDINGEN: VOOR HET INSTALLEREN VAN EEN ACHTERSTEVOREN GEPLAATST KINDERZITJE OP DEZE PLAATS, MOET U CONTROLEREN OF DE PASSAGIERSAIRBAG VOOR WEL UITGESCHAKELD IS.

(Raadpleeg de paragraaf “uitschakelen passagiersairbags voorin” in hoofdstuk 1).

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

De juiste keuze

De veiligheid van de kinderen is af- hankelijk van u.

Om uw kind zo goed mogelijk te beschermen, adviseren wij u het gebruik van de kinderzitjes die uw RENAULT-dealer u kan leveren.

Als uw auto voorzien is van een Isofix-systeem, gebruik dan bij voorkeur een Isofix kinderzitje (raadpleeg hoofdstuk 1, paragraaf "Isofix bevestigingssysteem kinderzitjes").

Voor iedere categorie zijn er kinder- zitjes beschikbaar. Deze zijn ontwik- keld in samenwerking met de fabri- kant en getest in RENAULT automobielen.

Vraag uw RENAULT-dealer om advies bij het kiezen van het juiste kinderzitje en laat hij u helpen bij het installeren.

RENAULT Megane (2004) - De juiste keuze - 1

Categorieën 0 en 0+ (van 0 tot 13 kg)

In de eerste twee levensjaren, is de nek van een kind bijzonder kwetsbaar. Een kind dat bij een frontale botsing vooruit kijkt, riskeert zelfs hersenletsel. RENAULT adviseert daarom een achterstevoren geplaatst kuipzitje met harnas (figuur 1).

RENAULT Megane (2004) - De juiste keuze - 2

Om elk risico te vermijden dat uw veiligheid in gevaar brengt, raden wij u aan om door RENAULT goedgekeurde accessoires te gebruiken: deze zijn aan uw auto aangepast en alleen deze worden door RENAULT gegarandeerd.

RENAULT Megane (2004) - De juiste keuze - 3

Categorie 1 (van 9 tot 18 kg)

Tussen 2 en 4 jaar, is het bekken nog niet voldoende ontwikkeld om altijd goed door de driepunts gordel van de auto op zijn plaats gehouden te worden waardoor het kind buikletsel kan oplopen bij een frontale botsing. Gebruik daarom achterstevoren geplaatste zitjes (figuur 1) of kuipzitjes (figuur 2) of een zitje met een harnas.

Zet de hoofdsteun in de hoogste stand of verwijder hem, zodat de rugleuning van het kinderzitje goed tegen de rugleuning van de auto steunt.

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) - 1

Categorie 2 (15 tot 25 kg) en ca- tegorie 3 (22 tot 36 kg)

Voor het correct vasthouden van het bekken van een kind tot 10 jaar, adviseren wij het gebruik van kinder-zitjes die kunnen worden gecombi- neerd met de driepunts gordels. Dat wil zeggen een zitkussenverhoger (figuur 3) met riemgeleiders die ervoor zorgen dat de driepunts gordel van de auto horizontaal over de heupen van het kind loopt.

Om ervoor te zorgen dat de gordel zo dicht mogelijk langs de hals loopt, zonder die te raken, advise- ren w i j e e n z i t k u s s e n v e r h o g e r m e t een in hoogte verstelbare rugleu- ning en een gordelgeleider.

Zet de hoofdsteun in de hoogste stand of verwijder hem, zodat de rugleuning van het kinderzitje goed tegen de rugleuning van de auto steunt.

Bij gebruik van een zitkussenverho- ger zonder rugleuning, moet de hoofdsteun van de auto worden af- gesteld op het postuur van het kind: de bovenrand van de hoofdsteun moet op gelijke hoogte staan met de kruin van het kind en mag nooit la- ger staan dan de hoogte van de ogen.

De norm verdeelt de kinderzitjes in 5 categorieën:

Categorie 0 : van 0 tot 10 kg

Categorie 0+: van 0 tot 13 kg

Categorie 1 : van 9 tot 18 kg

Categorie 2 : van 15 tot 25 kg

Categorie 3 : van 22 tot 36 kg

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

4
ON AIRBAG OFF

20995

5
23558
RENAULT Megane (2004) - VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) - 2

RENAULT Megane (2004) - VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) - 3

RENAULT Megane (2004) - VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) - 4

Doordat een kind in een achterstevoren geplaatst kinderzitje op een voorstoel met een airbag ernstig gevaar loopt als de airbags zich ontplooien, mag u een kinderzitje op deze plaats alleen gebruiken als

de airbags zijn uitgeschakeld. De mogelijkheid hiertoe is afhankelijk van de uitvoering van de auto. Raadpleeg hiervoor de paragraaf "uitschakelen van de passagiersairbags voorin". Gevaar voor ernstige verwondingen als de airbag zich ontplooit.

Deze voorschriften staan ook op de sticker 4 (op het dashboard) en de pictogrammen 5 (op de zonnekleppen).

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

6 ON OFF

Uitschakelen van de passagiersairbags voorin (afhankelijk van de uitvoering van de auto)

Om een kinderzitje achterstevoren op de stoel van de voorpassagier te kunnen plaatsen, moet u beslist de aanvullende veiligheidsvoorzieningen van de autogordel van de voorpassagier (frontale en zijairbags, heupgordelspanner) en de zittingairbag (voor de 3-deurs uitvoering) uitschakelen.

x1000 23416 7 DAS

Uitschakelen van de airbags: zet het contact uit, druk de grendel 6 in en draai hem in de stand OFF.

Met contact aan moet u controleren of het controlelampje 7, AIRBAG OFF, oplicht.

Dit lampje blijft constant branden om u eraan te herinneren dat u een kinderzitje kunt gebruiken.

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

Inschakelen van de passagiersairbags voorin

Zodra het kinderzitje van de passagiersstoel verwijderd is, moet u de airbags weer inschakelen om de voorpassagier bij een botsing te beschermen.

Weer inschakelen van de airbags: zet het contact uit, druk de grendel 6 in en draai hem in de stand ON.

Nadat u het contact weer aangezet heeft, controleert u of het controle-lampje 7, AIRBAG OFF, gedoofd is. De aanvullende veiligheidsvoorzieningen op de gordel van de voorpassagier en de zittingairbag (voor de 3-deurs uitvoering) zijn ingeschakeld.

RENAULT Megane (2004) - Inschakelen van de passagiersairbags voorin - 1

Het inschakelen of het uitschakelen van de passagiersairbag moet gebeuren met contact uit.

Als dit gebeurt als het contact is ingeschakeld, lichten de contro-

lelampjes

RENAULT Megane (2004) - Inschakelen van de passagiersairbags voorin - 2

en

RENAULT Megane (2004) - Inschakelen van de passagiersairbags voorin - 3

passagiersairbag is keld.

uitgescha-

Om de staat van de airbag weer in overeenstemming te brengen metdestand van degren du het contact uit en weer aan.

Storingen

In geval van een storing aan het systeem voor het in- en uitschakelen van de passagiersairbags, is het verboden een achterstevoren geplaatst kinderzitje op de voorstoel te gebruiken.

Het gebruik van de voorstoel door een passagier wordt ook afgeraden.

Laat het systeem direct door uw RENAULT-dealer controleren en indien nodig herstellen.

el, z et

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

Isofix-bevestigingssysteem

Raadpleeg het overzicht "plaatsen geschikt voor kinderzitjes" aan het begin van de paragraaf "voor de veiligheid van de kinderen" om te zien welke zitplaatsen hiermee zijn uitgerust.

Hetsysteembestaatuit:

  • twee verankeringsringen tussen het zitkussen en de rugleuning om de onderkant van het kinder-zitje vast te maken;
  • een ring onder het zitkussen om de rugleuning van het kinderzitje vast te maken als dit achterstevoren wordt gebruikt;
  • een ring onder de rugleuning om de rugleuning van het kinderzitje "vooruit" (uitsluitend op de achterste zitplaatsen) vast te maken;
  • een speciaal RENAULT-kinderzitje met twee grendels die vasthaken in de twee ringen en een riem om de rugleuning van het kinderzitje vast te maken.

RENAULT Megane (2004) - Isofix-bevestigingssysteem - 1

Het gebruik van deze voorziening is alleen op de passagiersstoel toegestaan als de passagiersairbags van teitgeschakeld zijn.

Raadpleeg hiervoor de paragraaf "uitschakelen van de passagiersairbags voorin".

Voor deze auto zijn uitsluitend de speciale RENAULT-kinderzitjes goedgekeurd. Uw RENAULT-dealer kan u deze zitjes leveren.

Deze zitjes kunnen ook in andere auto's worden gebruikt door ze met een driepunts gordel vast te maken.

RENAULT Megane (2004) - Isofix-bevestigingssysteem - 2

- Let op dat de toegang tot de bevestigingspunten bij het plaatsen van het zitje niet wordt belemmerd bijv. speelgoed, doekjes, enz.).

- Denk er altijd aan het kind goed vast te maken in het kinderzitje voordat u wegrijdt.

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

Hoofdzaken voor het installeren Isofix achterstevoren

Als het kinderzitje achterstevoren gemonteerd is, moet de rugleuning geplaatst zijn dicht bij of tegen: - het dashboard (bij de voorplaats), - de rugleuning van de voorstoel (bij de achterplaats).

Isofix vooruit (uitsluitend op de achterste zitplaatsen)

Als het kinderzitje vooruit gemonteerd is, mag de voorstoel niet verder dan halverwege de stelrails naar achteren zijn geschoven en moet de rugleuning rechtop staan.

Vastzetten van het kinderzitje

Raadpleeg uw RENAULT-dealer de eerste keer dat u het kinderzitje installeert om te zien hoe u bij de ringen 1 kunt komen.

RENAULT Megane (2004) - Vastzetten van het kinderzitje - 1

Montage van het kinderzitje

  • Lees voor het monteren van het kinderzitje de gebruiksaanwijzing;
  • Zet de montagegeleiders 2 (met het kinderzitje of als accessoire geleverd), vast aan de ringen 1 waarmee de zitplaats uitgerust is.

Montage van het kinderzitje (vervolg)

  • Schuif de haken 3 van het kinderzitje in de geleiders 2 en druk krachtig tegen het kinderzitje om het op de bevestigingsringen te vergrendelen;
  • Controleer de vergrendeling (door het kinderzitje krachtig naar vo- ren/achteren en links/rechts te drukken);
  • Druk krachtig op de onderkant van het kinderstoeltje, zodat de beugel tegen de rugleuning van de achterstoel wordt geduwd.

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) - 1

Isofix-zitje achterstevoren geplaatst op de passagiersstoel voorin

De passagiersstoel moet zo ingesteld worden dat de rugleuning van het kinderzitje het dashboard raakt.

Gebruik de riem 4 die bij het zitje geleverd wordt:

- bevestig het haakje 5 van de riem aan de ring 6 onder de stoel, aan de kant van de versnellingshen-del;

- trek de riem strak.

RENAULT Megane (2004) - Isofix-zitje achterstevoren geplaatst op de passagiersstoel voorin - 1

Bevestigingsring van het achterste- voren geplaatste zitje op de achter- ste zitplaatsen

- zet het haakje 5 van de riem vast aan de bevestigingsring 7.

- trek de riem strak.

23974 ④ ⑤

Bevestigingsring van het vooruit ge- plaatste zitje (uitsluitend op de ach- terste zitplaatsen)

- steek de riem 4 (bij het zitje geleverd) tussen de twee poten van de hoofdsteun achter;

- zet de haak 5 vast aan de ring onder de mat van de bagageruimte;

- trek de riem strak.

VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) - 1

KINDERVEILIGHEID

  • Verander niets aan de oorspronkelijke onderdelen van het veiligheidsmechanisme, de gordels, de stoelen en aan de bevestiging ervan.
  • Houd u echter in alle gevallen aan de voorschriften van de betreffende fabrikant.

  • Laat het kind geen te dikke kleren dragen en steek niets tussen het kind en het kinderzitje of de gordel.

  • De gordel van de auto moet goed strak zijn gespannen, zodat het kinderzitje zo veel mogelijk één geheel vormt met de auto. Controleer de spanning regelmatig.
  • Laat de schoudergordel nooit onder de arm of achter de rug langs lopen.
  • Het harnas of de gordel moet strak op het lichaam van het kind zijn afgesteld.
  • Laat het kind tijdens het rijden nooit op de stoelen of bank rechtop staan of op zijn of haar knieën zitten.
  • Controleer regelmatig de juiste houding van het kind, met name als het slaapt.
  • Zet het kinderzitje altijd vast met een autogordel, ook als het zitje leeg is: een los zitje verandert bij een botsing in een gevaarlijk projectiel.
  • Na een ernstige aanrijding moeten de autogordels of de Isofix bevestiging van de stoelen gecontroleerd en het kinder-zitje vervangen worden.
  • Laat nooit een kind alleen achter in de auto, zelfs niet in het kinderzitje.
  • Vergrendel (indien mogelijk) de achterportieren zodat zij niet van binnen uit kunnen worden geopend.
  • Laat kinderen nooit uitstappen aan de kant van het verkeer.
  • Geef als volwassene het goede voorbeeld door altijd uw autogordel vast te maken voordat de auto wegrijdt.

Met contact aan, worden de tijd en, afhankelijk van de auto, de buiten- temperatuur aangegeven.

Op tijd zetten van het klokje 2

Voor de auto's die ermee uitgerust zijn, dienen de knoppen 1 en 3 voor het afstellen van het klokje.

Druk op knop 1 voor het instellen vandeurenenopknop3 voor instellen van de minuten.

Auto's met een navigatiesysteem, radio enz.

Voor auto's die niet uitgerust zijn met de knoppen 1 en 3, raadpleeg het speciale instructieboekje van deze uitrusting en de bijzonderheden van deze auto's.

Als de elektrische voeding onderbroken is geweest (losgenomen accukabel, zekering doorgebrand), geeft het display niet fanger de juiste informatie aan.

Het klokje moet weer gelijk gezet worden.

Zet het alleen bij stilstaande auto gelijk.

Buitentemperatuurmeter Bijzonderheid:

Als de buitentemperatuur tussen -3°C en +3°C ligt, knipperen de tekens °C (waarschuwing voor kans op gladheid).

RENAULT Megane (2004) - Buitentemperatuurmeter Bijzonderheid: - 1

Buitentemperatuurmeter

De buitenthermometer is beslist geen gladheidsdetector. Gladheid is niet alleen van de temperatuur afhankelijk, maar van meer factoren zoals de ligging van de weg en de vochtigheid van de lucht

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 26 25 24 23 22 21 16 15 14 20 19 18 17 23407

De aanwezigheid van de hieronder beschreven organen is afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

  • richtingaanwijzers,
  • verlichting,
  • mistlichten voor,
  • mistachterlicht.

1 Zijrooster.
2 Ventilatierooster van zijruit.
3 Stuurkolomschakelaar voor:
4 Instrumentenpaneel.
5 Plaats voor airbag in het stuur-wiel, claxon.
6 Radiobedieningssatelliet.
7 • Schakelaar voor de ruiten-wissers en sproeiers voor en achter.
- Functiekeuze van de boord-computer.
8 Aanduiding, afhankelijk van de auto, van tijd, temperatuur, radiogegevens, navigatiesysteem, enz.

9 Centrale ventilatieroosters.
10 Bedieningspaneel voor de ventilatie, verwarming, airconditioning en ruitontwaseming.
11 Plaats voor airbag in het dashboard.
12 Ventilatierooster van zijruit.
13 Zijrooster.
14 Dashboardkastje.
15 Inbouwplaats voor radio, navigatiesysteem.
16 Schakelaar voor de elektrische portiervergrendeling.
17 Schakelaar van de alarmknipperlichten.
18 Plaats voor asbak, aansteker en bekerhouder.

19 Handrem.
20 Versnellingshendel.
21 Kaartlezer RENAULT kaart.
22 Schakelaar voor het starten of stilzetten van de motor.
23 Opbergvak.
24 Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel.
25 Knop voor het ontgrendelen van de motorkap.
26 Schakelaars voor:

• verstellen van de koplampen,
- regelweerstand instrumentenverlichting,
- snelheidsregelaar en -begrenzer,
- tractiecontrole (ASR).

BEDIENINGSORGANEN RECHTS STUUR
1 2 3 4 5 6 7 23441 26 25 24 23 22 21 16 15 14 13 12 20 19 18 17

BEDIENINGSORGANEN RECHTS STUUR (vervolg)

De aanwezigheid van de hieronder beschreven organen is afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

1 Ventilatierooster van zijruit.

2 Plaats voor airbag in het dashboard.

3 Bedieningspaneel voor de ventilatie.

4 Centrale ventilatieroosters.

5 Aanduiding, afhankelijk van de auto, van tijd, temperatuur, radiogegevens, navigatiesysteem, enz.

6 Stuurkolomschakelaar voor:

  • richtingaanwijzers,
  • verlichting,
  • mistlichten voor,
  • mistachterlicht.

7 Instrumentenpaneel.

8 Radiobedieningssatelliet.

9 • Schakelaar voor de ruiten-wissers en sproeiers voor en achter,
- Functiekeuze van de boord-computer.

10 Ventilatierooster van zijruit.

11 Zijrooster.

12 Schakelaars voor:

  • verstellen van de koplampen,
  • regelweerstand verlichting van het intrumentenpaneel
  • snelheidsregelaar en -begrenzer,
  • tractiecontrole (ASR).

13 Plaats voor airbag in het stuur-wiel, claxon.
14 Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel.
15 Inbouwplaats voor radio, navigatiesysteem.
16 Schakelaar voor het starten of stilzetten van de motor.

17 Kaartlezer RENAULT kaart.
18 Plaats voor asbak, aansteker en bekerhouder.
19 Handrem.
20 Versnellingshendel.
21 Schakelaar van de alarmknipperlichten.
22 Schakelaar voor de elektrische portiervergrendeling.
23 Opbergvak.
24 Dashboardkastje.
25 Knop voor het ontgrendelen van de motorkap.
26 Zijrooster.

INSTRUMENTENPANEEL

Variant 1: de zones A, B, C, zijn op de volgende bladzijden beschreven

A 130 km/h 90 150 70 170 190 50 210 30 230 10 250 B 3 4 1000 23301 SERVICE STOP C

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

Variant 2: de zones A, B, D, zijn op de volgende bladzijden beschreven

A 180 150 90 km/h 70 170 50 190 210 30 230 10 250 B 3 4 5 6 7 23302 SERVICE STOP GAS D

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

Variant 1 en 2, zone A

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

A A1 km/h 90 110 130 150 170 70 190 50 210 30 230 250 10 10 D S SERVICER STOP x 1000 23827

Het lampje gEVEAN dat u binnenkort een RENAULT-dealer moet bezoeken.

Als het lampje o SIOF, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.

Als er geen enkele informatie op het instrumentenpaneel verschijnt, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen.

Het oplichten van bepaalde controlelampjes gaat gepaard met een boodschap op het instrumentenpaneel.

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

RENAULT Megane (2004) - INSTRUMENTENPANEEL (vervolg) - 1

RENAULT Megane (2004) - INSTRUMENTENPANEEL (vervolg) - 2

huwingslampje

antiblokkeersysteem

Het licht op bij het star-

ten van de motor en dooft daarna.

Als dit lampje tijdens het rijden oplicht, wijst dit op een storing in het ABS-systeem.

Er kan dan met de auto worden geremd als bij een auto zonder ABS.

Raadpleeg zo spoedig mogelijk een RENAULT-dealer.

RENAULT Megane (2004) - antiblokkeersysteem - 1

Waarschuwingslampje airbag

Het licht op bij het star-

ten van de motor en dooft na enkele secondes.

Als het niet oplicht bij het aan- zetten van het contact of als het oplicht bij draaiende motor, wijst dit op een storing in het systeem.

Laat het systeem direct door uw RENAULT-dealer controleren en indien nodig herstellen.

RENAULT Megane (2004) - Waarschuwingslampje airbag - 1

Waarschuwingslampje luchtverontreiniging

Voor de auto's die hier-

mee uitgerust zijn, licht het op bij het starten van de motor en daarna dooft het.

  • Als het continu brandt, moet u zo snel mogelijk uw RENAULT-dealer raadplegen;
  • Als het lampje knippert moet u vaart verminderen tot het knipperen ophoudt.
    Laat het systeem direct door uw RENAULT-dealer contro- leren en indien nodig herstel- len.

Raadpleeg de paragraaf “Tips voor zuinig rijden en minder luchtverontreiniging” in hoofdstuk 2.

RENAULT Megane (2004) - Waarschuwingslampje luchtverontreiniging - 1

RENAULT Megane (2004) - Controlelampje rich- tingaanwijzers links - 1

Waarschuwingslampje Elektronisch Stabiliteits Programma (ESP)

en tractiecontrole (ASR)

Er zijn verschillende mogelijkheden voor het oplichten van het waarschuwingslampje: raadpleeg de paragrafen “elektronisch stabiliteits programma ESP” en “tractiecontrole ASR” in hoofdstuk 2.

RENAULT Megane (2004) - Waarschuwingslampje Elektronisch Stabiliteits Programma (ESP) - 1

Controlelampje snel- heidsbegrenzer en snelheidsregelaar

Zie voor de werking de paragra- fen “snelheidsregelaar” en “snelheidsbegrenzer” in hoofd- stuk 2.

A1 Snelheidsmeter (geeft aan in km/u of mph)

Geluidssignaal snelheidsver- klikker

Afhankelijk van de uitvoering van de auto klinkt er iedere 40 secondes een geluidssignaal gedurende 10 secondes zolang de auto sneller rijdt dan 120 km/u.

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

Variant 1 en 2, zone A (vervolg)

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

A 180 150 km/h 90 70 170 190 50 210 30 230 10 250 A3 a SERVICE A2 STOP 23827

Het lampje gSERVICEan dat u binnenkort een RENAULT-dealer moet bezoeken.

Als het lampje o SIOF, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.

Als er geen enkele informatie op het instrumentenpaneel verschijnt, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen.

Het oplichten van bepaalde controlelampjes gaat gepaard met een boodschap op het instrumentenpaneel.

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

A2 Nulinstelling toets

Ga naar het volgende scherm en druk op de toets om de dagtel- ler, de gegevens van de boord- computer op nul te zetten, de overgebleven afstand tot de vol- gende verversing in te stellen en om het oliepeil te raadple- gen.

RENAULT Megane (2004) - A2 Nulinstelling toets - 1

Controlelampje mist- lichten voor

RENAULT Megane (2004) - A2 Nulinstelling toets - 2

Controlelampje mist- achterlicht

RENAULT Megane (2004) - A2 Nulinstelling toets - 3

Controlelampje dim- licht

RENAULT Megane (2004) - A2 Nulinstelling toets - 4

Controlelampje groot- licht

A3 Koelvloeistof temperatuurmeter

Bij normaal gebruik komt de wijzer niet in het gebied a. Bij zware motorbelasting kan hij wel in de buurt komen. Er is sprake van een storing als het

waarschuwingslampje

RENAULT Megane (2004) - A3 Koelvloeistof temperatuurmeter - 1

oplicht en een boodschap verschijnt op het instrumentenpaneel en een geluidssignaal klinkt.

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

Variant 1 en 2, zone B

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

B 23828 x1000 B1 B2 SERVICE STOP

Het lampje gEVEAN dat u binnenkort een RENAULT-dealer moet bezoeken.

Als het lampje o SIOF, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.

Als er geen enkele informatie op het instrumentenpaneel verschijnt, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen.

Het oplichten van bepaalde controlelampjes gaat gepaard met een boodschap op het instrumentenpaneel.

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

B Wetschuwingslampje laadstroom

Het gaat branden bij het starten van de motor en moet uitgaan zodra de motor draait. Als het tijdens het rijden gaat branden met het waarschu

wingslampje e STOP ge-

luidssignaal klinkt, betekent dit dat het elektrische circuit on-voldoende of te veel geladen wordt. Stop en laat het laad-stroomcircuit controleren.

RENAULT Megane (2004) - B Wetschuwingslampje laadstroom - 1

Controlelampje rich- tingaanwijzers rechts

RENAULT Megane (2004) - B Wetschuwingslampje laadstroom - 2

Waarschuwingslampje bestuurdersgordel niet vastgemaakt

Bij het starten van de motor brandt het vast en als de auto ongeveer 10 km/u rijdt, terwijl de autogordel van de bestuurder niet is vastgemaakt, gaat het knipperen en klinkt er een geluidssignaal gedurende ongeveer 90 secondes.

Waarschuwingslampje remsysteem en waarschuwingslampje handrem vastgezet

Als het tijdens het remmen gaat branden met het waarschu-

wingslampje STOP en er een geluidssignaal klinkt, dan wijst het op een daling van de hoeveelheid remvloeistof of een storing aan het remsysteem. Stop en roep de hulp in van een RENAULT-dealer.

Waarschuwingslampje oliedruk

Het licht op bij het starten van de motor en dooft na enkele secondes. Als het tijdens het rijden gaat branden met het

waarschuwingslampje

RENAULT Megane (2004) - Waarschuwingslampje oliedruk - 1

en er een geluidssignaal klinkt, moet u direct stoppen en het contact afzetten. Controleer het oliepeil van de motor. Als het peil normaal is, is er een andere oorzaak. Laat het systeem controleren door een RENAULT-dealer.

B1 Toerenteller (schaalverdeling ×1000)

B2 Brandstofpeilmeter

RENAULT Megane (2004) - B2 Brandstofpeilmeter - 1

Waarschuwingslampje brandstofpeil

Het dooft enkele secondes na het starten van de motor. Ga zo snel mogelijk tanken als dit lampje oplicht als de motor draait.

RENAULT Megane (2004) - B2 Brandstofpeilmeter - 2

Niet in gebruik

RENAULT Megane (2004) - B2 Brandstofpeilmeter - 3

Passagiersairbag OFF

Dit controlelampje licht enkele secondes na het starten van de motor op als de airbags (afhankelijk van de auto) van de voorpassagier uitgeschakeld zijn.

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

Variant 1, zone C

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

C C1 23416 SERVICE STOP C2

Het lampje gSERVIEAN dat u binnenkort een RENAULT-dealer moet bezoeken.

Als het lampje o SIOF, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.

Als er geen enkele informatie op het instrumentenpaneel verschijnt, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen.

Het oplichten van bepaalde controlelampjes gaat gepaard met een boodschap op het instrumentenpaneel.

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

C1 Display

Oliepeil

Voor een betrouwbare aflezing moet de auto horizontaal staan en mag de motor geruime tijd niet hebben gedraaid.

Bij het starten van de motor en gedurende ongeveer 30 secondes.

  • als het peil correct is, geefthet display aan "oliepeil correct" (om nauwkeuriger het peil te kennen, raadpleegt u de paragraaf "oliepeil" in hoofdstuk 4).
  • als het minimumpeil is bereikt, verschijnt de boodschap "oliepeil correct" niet op het display, maar verschijnen de streepjes en de boodschap "oliepeil corrigeren"

met de waarschuwing

RENAULT Megane (2004) - Oliepeil - 1

Vul zo snel mogelijk bij.

Boordcomputer

Na 30 secondes schakelt het display over naar de boordcomputerfunctie: raadpleeg de paragraaf "boordcomputer" in hoofdstuk 1.

C2 Controlelampje portieren of display met verschillende functies (afhankelijk van de auto)

Controlelampje portieren

Het geeft aan als een portier (of de achterklep) open staat of niet is gesloten.

OF

Display met verschillende functies Het geeft aan als een portier (of achterklep) open staat of niet is gesloten, en geeft de bandenspanning aan (raadpleeg paragraaf "controlesysteem bandenspanning" in hoofdstuk 2) en de ingeschakelde versneling (voor de auto's met een automatische transmissie).

RENAULT Megane (2004) - OF - 1

Waarschuwingslampje stop onmiddellijk

Dit lampje dooft zodra de draait.

Het gaat tegelijk met andere waarschuwingslampjes en/of boodschap(pen) branden en gaat vergezeld van een geluidssignaal.

Als het lampje oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.

RENAULT Megane (2004) - Waarschuwingslampje stop onmiddellijk - 1

Controlelampje startver-grendeling

Zie de paragraaf "startver- ling" in hoofdstuk 1.

RENAULT Megane (2004) - Controlelampje startver-grendeling - 1

Waarschuwingslampje

Het licht op bij het starten van de motor en dooft na en-

kele secondes. Het kan met andere waarschuwingslampjes of boodschappen op het instrumentenpaneel oplichten.

Als het lampje tijdens het rijden oplicht, moet u de auto binnenkort bij een RENAULT-dealer laten controleren.

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

Variant 2, zone D

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

D4 D D1 D2 D3 SERVICE STOP E

Het lampje gEVEAN dat u binnenkort een RENAULT-dealer moet bezoeken.

Als het lampje o SIOF, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.

Als er geen enkele informatie op het instrumentenpaneel verschijnt, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen.

Het oplichten van bepaalde controlelampjes gaat gepaard met een boodschap op het instrumentenpaneel.

INSTRUMENTENPANEEL (vervolg)

De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.

D1 Infoscherm

Informatie oliepeil

Voor een betrouwbare aflezing moet de auto horizontaal staan en mag de motor geruime tijd niet hebben gedraaid.

Bij het starten van de motor en gedurende ongeveer 30 secondes:

  • als het peil correct is, geeft het infoscherm aan "oliepeil correct" (om nauwkeuriger het peil te kennen, raadpleegt u de paragraaf "oliepeil" in hoofdstuk 4).
  • als het minimumpeil is bereikt, verschijnt de boodschap “oliepeil correct” niet op het infoscherm, maar verschijnen de streepjes en de boodschap “oliepeil corrige

ren" met de waarschuwing

RENAULT Megane (2004) - Informatie oliepeil - 1

Vul zo snel mogelijk bij.

Boordcomputer

Na 30 secondes schakelt het info-scherm over naar de boordcomputerfunctie: raadpleeg de paragraaf "boordcomputer" in hoofdstuk 1.

Andere informatie op het info- scherm:

  • multimedia informatie, de staat van de portieren en de bandenspanning (raadpleeg de paragraaf "controlesysteem bandenspanning" in hoofdstuk 2) in zone D4;
  • de temperatuur in zone D2;
  • de tijd in zone D3.

E Display automatische transmissie, het geeft de ingeschakelde versnelling aan (afhankelijk van de auto).

RENAULT Megane (2004) - Andere informatie op het info- scherm: - 1

Waarschuwingslampje stop onmiddellijk

Dit lampje dooft zodra de draait.

Het gaat tegelijk met andere waarschuwingslampjes en/of boodschap(pen) branden en gaat vergezeld van een geluidssignaal.

Als het lampje oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.

RENAULT Megane (2004) - Waarschuwingslampje stop onmiddellijk - 1

Controlelampje startver-grendeling

Zie de paragraaf "startver ling" in hoofdstuk 1.

RENAULT Megane (2004) - Controlelampje startver-grendeling - 1

Waarschuwingslampje

Het licht op bij het starten

van de motor en dooft na enkele secondes. Het kan met andere waarschuwingslampjes of boodschappen op het instrumentenpaneel oplichten.

Als het lampje tijdens het rijden oplicht, moet u de auto binnenkort bij een RENAULT-dealer laten controleren.

BOORDCOMPUTER

RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER - 1

Deze geeft aan op het display 1 van het instrumentenpaneel (plaats verschillend afhankelijk van de auto):

  • informatieboodschappen (gegevens van de reis, enz.);
  • storingsmeldingen (over het algemeen in combinatie met het lamp-

je ]SERVICE

- alarmsignalen (in combinatie met

het lampje

STOP

RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER - 2

Met het kort indrukken van deze toets kunt u één voor één de volgen- de gegevens laten aangeven:

a) totaalteller en dagteller van de afgelegde afstand,
b) gegevens van de reis:

  • verbruikte brandstof,
  • gemiddeld verbruik,
  • actueel verbruik,
  • resterend bereik,
  • afgelegde afstand,
  • gemiddelde snelheid.

RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER - 3

c) overgebleven afstand tot de vol- gende verversing,
d) snelheidsinstelling (snelheidsregelaar/-begrenzer).
e) functieoverzicht, informatie- boodschappen en storingsmel- dingen.

BOORDCOMPUTER (vervolg)

90 110 130 150 70 170 km/h 50 210 30 230 10 250 ③

Nulinstellingstoets van de dag- teller 3

Om de dagteller op nul te stellen, moet de gekozen aanduiding op "dagteller" staan, druk daarna op de toets 3 tot de teller op nul staat.

Toets voor nulinstelling van de gegevens van de reis 3

Gekozen aanduiding op een van de gegevens van de reis, druk op knop 3 tot de nulinstelling van de aanduiding.

Betekenis van de waarden gedurende de eerste paar kilometer na een nulinstelling

De waarden van gemiddeld verbruik, bereik en gemiddelde snelheid worden stabieler en nauwkeuriger naarmate de afgelegde afstand vanaf de laatste nulinstelling groter wordt.

Tijdens de eerste paar kilometers na de nulinstelling zult u merken dat:

- Het bereik tijdens het rijden groter wordt. Dit is normaal want het gemiddelde verbruik daalt als:

- de auto met een constante snel- heid rijdt,

- de motor zijn bedrijfstemperatuur bereikt (nulinstelling bij koude motor),

- u vanuit druk stadsverkeer op de buitenweg komt,

- Het gemiddelde verbruik toe-neemt als de motor stationair draait en de auto stil staat. Dit is normaal: de boordcomputer telt de verbruikte brandstof zonder dat er een afstand wordt afgelegd.

Automatische nulinstelling van de gegevens van de reis

De nulinstelling gebeurt automatisch als een van de gegevens zijn maximale waarde bereikt.

BOORDCOMPUTER (vervolg)

Voorbeelden van de selectie Betekenis van de gekozen aanduiding
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 123397 RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 2a) Dagteller en totaalteller.
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 323398 RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 4b) Gegevens van de reisHoeveelheid verbruikte brandstof sinds de laatste nulinstelling.
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 523825 RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 6Gemiddeld brandstofverbruik sinds de laatste nulinstelling.Deze waarde wordt aangegeven na 400 meter gereden te hebben en wordt berekend aan de hand van de sinds de laatste nulinstelling afgelegde afstand en verbruikte brandstof.

BOORDCOMPUTER (vervolg)

Voorbeelden van de selectie Betekenis van de gekozen aanduiding
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 123826RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 2 Actueel verbruikDe waarde wordt aangegeven zodra de auto sneller rijdt dan 30 km/u.
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 323939RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 4 Het bereik met de overgebleven brandstofUitgaande van het gemiddelde verbruik sinds de laatste nulinstelling en de hoe-veelheid brandstof in de tank.Deze waarde wordt aangegeven na 400 meter gereden te hebben.
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 523402RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 6 Afgelegde afstandsinds de laatste nulinstelling
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 723527RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 8 Gemiddelde snelheidsinds de laatste nulinstelling.Deze waarde wordt aangegeven na 400 meter gereden te hebben.

BOORDCOMPUTER (vervolg)

Voorbeelden van de selectie Betekenis van de gekozen aanduiding

RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 1

24264

RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 2

c) Afstand tot de volgende verversing/onderhoud

Overgebleven afstand tot de volgende onderhoudsbeurt.

Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • afstand minder dan 1 500 km of onderhoud binnen twee maanden noodzakelijk. De boodschap "OLIEVERVERSEN BINNENKORT" wordt weergegeven met het symbool (de hele tijd gedurende de aanduiding "overgebleven afstand tot de volgende verversing", anders gedurende 15 secondes).
    • overgebleven afstand tot de volgende verversing is 0 km of de datum van volgende onderhoudsbeurt is bereikt. De boodschap "OLIEVERVERSEN BINNENKORT" wordt weergegeven als de aanduiding "overgebleven afstand tot de volgende verversing" is gekozen en met het symbool \ permanent knipperend op alle schermen van de boordcomputer.

Initialisering van de meter na een onderhoudsbeurt conform het onderhoudsprogramma

De overgebleven afstand tot de volgende verversing/onderhoud mag pas opnieuw geïntitialiseerd worden na een onderhoudsbeurt die in overeenstemming is met de voorschriften van het onderhoudsboekje. Als u besluit om eerder olie te laten verversen, initialiseer deze meter dan niet bij elke olieverversing. Dit voorkomt dat het vervangingsinterval van andere onderdelen, zoals voorzien is in het onderhoudsprogramma, overschreden wordt.

Om de functie overgebleven afstand tot de volgende verversing/onderhoud te initialiseren, drukt u ongeveer 10 secondes op de nulinsteltoets tot de overgebleven afstand tot de volgende verversing vast wordt weergegeven.

BOORDCOMPUTER (vervolg)

Voorbeelden van de selectie Betekenis van de gekozen aanduiding
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 123559RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 2d) Snelheidsinstelling van de snelheidsregelaar/begrenzer (afhankelijk van de auto)Raadpleeg de paragrafen “snelheidsregelaar” en “snelheidsbegrenzer” in hoofdstuk 2.
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 3
RENAULT Megane (2004) - BOORDCOMPUTER (vervolg) - 41000[XZ28]e) FunctieoverzichtAanduiding achtereenvolgens:- van informatieboodschappen (afhankelijk van de auto: stoelverwarming, automatische werking van de koplampen, enz.),- van storingsmeldingen (inspuitsysteem controleren enz.).

d) Snelheidsinstelling van de snelheidsregelaar/begrenzer (afhankelijk van de auto)

e) Functieoverzicht

BOORDCOMPUTER (vervolg)

Informatieboodschappen

Deze bieden hulp tijdens het starten van de auto of geven informatie over een keuze die gemaakt kan worden of over de manier van rijden.

Voorbeelden van informatiebood- schappen worden op de volgende bladzijden gegeven.

Storingsmeldingen

U moet binnenkort bij uw RENAULT-dealer langs voor een re- paratie aan uw auto.

Deze meldingen verschijnen met

het waarschuwingslampje SERVICE .

Zij verdwijnen door een druk op de keuzetoets van de aanduiding of na enkele secondes en worden opgeslagen in het functieoverzicht.

Het waarschuwingslampje

RENAULT Megane (2004) - Storingsmeldingen - 1

blijft branden. Voorbeelden van storingsmeldingen worden op de volgende bladzijden gegeven.

Alarmsignalen

U moet direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en direct uw RENAULT-dealer raadplegen.

Ze verschijnen met het waarschu wingslampje STOP. Voorbeelden van alarmsignalen worden op de volgende bladzijden gegeven.

N.B.: de boodschappen verschijnen op het display alleen of afwisselend (als er meer boodschappen zijn), zij kunnen gecombineerd zijn met een waarschuwingslampje of een geluidssignaal.

BOORDCOMPUTER (vervolg)
Voorbeelden van informatieboodschappen

Boodschap Display Instrumentenpaneel variant 1Boodschap Infoscherm Instrumentenpaneel variant 2Betekenis van de boodschappen
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 1"Kaart invoeren"Vraagt de RENAULT kaart in de lezer te steken.
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 2"Oliepeil correct"Geeft bij het aanzetten van het contact aan dat het oliepeil correct is.
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 3"Lichtautomaat niet actief"Geeft aan dat de automatische werking van de verlichting is uitgeschakeld.

BOORDCOMPUTER (vervolg)
Voorbeelden van storingsmeldingen

Boodschap DisplayInstrumentenpaneelvariant 1BoodschapInfoschermInstrumentenpaneelvariant 2Betekenis van de boodschappen
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 4"ASR niet actief"Uitschakeling van de tractiecontrole ASR (raadpleeg de paragraaf “tractiecontrole: ASR” in hoofdstuk 2).
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 5"Wielsensor defect"Storing van de sensor van het ontbrekende wiel in de zone A van het info-scherm: voorbeeld van de aanduiding als het reservewiel op de auto is gemonteerd (raadpleeg de paragraaf “controlesysteem bandenspanning” in hoofdstuk 2).
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 6"Bandenspanning corrigeren"Verkeerde bandenspanning (te hoge of te lage bandenspanning) aangeduid op het multifunctionele display of in de zone A van het infoscherm; zorg zo snel mogelijk voor de juiste spanning.
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 7"Brandstofffilter controleren"Geeft aan dat er water in de dieselbrandstof zit.Laat het systeem direct door uw RENAULT-dealer controleren en indien nodig herstellen.

BOORDCOMPUTER (vervolg)
Voorbeelden van storingsmeldingen

Boodschap Display Instrumentenpaneel variant 1BoodschapInfoschermInstrumentenpaneel variant 2Betekenis van de boodschappen
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 8"Transmissie controleren"Geeft aan dat er een storing in de transmissie is, raadpleeg snel uw RENAULT-dealer.
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 9" Kaartnietherkend "De handsfree RENAULT kaart is niet in de detectiezone of de auto detecteert de kaart niet, steek de kaart in de lezer, als het probleem aanhoudt moet u uw RENAULT-dealer raadplegen.
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 10"Kaartbatterij vervangen"De batterij van uw RENAULT kaart heeft een levensduur van ongeveer twee jaar. Zodra de batterij zwakker wordt, verschijnt deze boodschap (raadpleeg de paragraaf “RENAULT kaart: batterij” in hoofdstuk 5).

BOORDCOMPUTER (vervolg)

Alarmsignalen

Als deze boodschappen verschijnen, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen.

Boodschap Display Instrumentenpaneel variant 1BoodschapInfoschermInstrumentenpaneelvariant 2Betekenis van de boodschappen
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 1"Insputing defect"Geeft een ernstig probleem met de motor van de auto aan.
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 2"Lekke band verwisselen"Geeft een lekke band aan in de zone A van het infoscherm.
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 3"Motor te heet"Geeft een oververhitting van de motor van de auto aan.

BOORDCOMPUTER (vervolg)

Alarmsignalen

Als deze boodschappen verschijnen, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen.

Boodschap Display Instrumentenpaneel variant 1Boodschap Infoscherm Instrumentenpaneel variant 2Betekenis van de boodschappen
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 1"Stuurkolom defect"Geeft een probleem met de stuurinrichting van de auto aan.
RENAULT Megane (2004) - Alarmsignalen - 2"Elektronische storing"Geeft een probleem met de elektronica van de auto aan.

STUURWIEL

RENAULT Megane (2004) - STUURWIEL - 1

Hoogte- en diepteafstelling

Trek aan de hendel 1 en zet het stuurwiel in de gewenste stand. Duw tegen de hendel om het stelmechanisme te blokkeren.

RENAULT Megane (2004) - Hoogte- en diepteafstelling - 1

Verstel het stuurwiel uit- sluitend als de auto stil- staat.

Laat het stuurwiel niet in een uiterste stand gedraaid staan als de auto stil staat.

Zet nooit de motor af tijdens het rijden: bij uitgeschakelde motor is er geen bekrachtiging.

BUITENSPIEGELS

A B 1

Met de hand verstelbare buiten- spiegels

De spiegel kan van binnenuit wor- denversteldmethetknop

RENAULT Megane (2004) - BUITENSPIEGELS - 2

Als het contact aan staat, kunnen de spiegels worden versteld met knpp 2:

- instand Cregeltudestandv linker spiegel,

- in stand E regelt u de stand van de rechter spiegel;

Zet na het verstellen de knop weer in de middenstand D terug.

Inklapbare buitenspiegels

Zet de knop 2 in stand F: de buiten- spiegels klappen in.

Om de spiegels weer in de rijstand te zetten, zet u de knop in positie C, D of E.

Verwarmde buitenspiegels

Het spiegelglas wordt verwarmd als de achterruitverwarming aan staat.

RENAULT Megane (2004) - Verwarmde buitenspiegels - 1

De buitenspiegel aan de kant van de bestuurder kan in twee delen uitgevoerd zijn. In deel B ziet

u wat u met een normale spiegel ziet. Met deel A ziet u een grotere hoek aan de achter- en zijkant van de auto.

Voorwerpen die u in deel A ziet lijken verder weg dan zij in werkelijkheid zijn.

SPIEGELS

RENAULT Megane (2004) - SPIEGELS - 1

Deze is verstelbaar. Om te voorko- mendatuinhetdonkerv wordtdoorachterurijde tuigen, kan het spiegelglas in de nachtstand gekanteld worden met het knopje 1 achter de spiegel.

RENAULT Megane (2004) - SPIEGELS - 2

De spiegel wordt bij duisternis automatisch idonderder onder invloed van de voerlichting (grootlicht) van achter u rijdende voertuigen.

CLAXON EN LICHTSIGNALEN

RENAULT Megane (2004) - CLAXON EN LICHTSIGNALEN - 1

Druk op het midden van het stuur-wiel A.

Lichtsignaal

U kunt, ook als de overige verlichting niet brandt, een signaal met het grootlicht geven door de schakelaar 1 naar u toe te trekken.

RENAULT Megane (2004) - Lichtsignaal - 1

Druk op schakelaar 2.

RENAULT Megane (2004) - Lichtsignaal - 2

Deze schakelaar schakelt gelijktijdig de vier knipperlichten en de zij-knipperlichten in.

U gebruikt het alarmsignaal

  • als u moet stoppen op een plaats waar het overige verkeer dit niet verwacht of waar dit verboden is;
  • in geval van overmacht zoals bij een defect of ongeval.

Alarmknipperlichten (vervolg)

Afhankelijk van de uitvoering van de auto, kunnen tijdens krachtig remmen de knipperlichten automatisch inschakelen.

In dat geval kunt u de knipperlichten uitschakelen door een keer schakelaar 2 in te drukken.

Richtingaanwijzers

Beweeg de schakelaar 1 evenwijdig aan het stuurwiel en in de richting waarin u dit gaat draaien.

Bij het veranderen van rijstrook op een snelweg wordt het stuur slechts weinig gedraaid, waardoor de schakelaar niet vanzelf terugkomt in de ruststand 0. Er bestaat een tussenstand waarbij u de richtingaanwijzerschakelaar moet vasthouden tijdens de verrichting.

De schakelaar veert bij het loslaten automatisch in de ruststand 0 terug.

VERLICHTING

RENAULT Megane (2004) - VERLICHTING - 1

Draai het einde van de schakelaar 1 tot het symbool zichtbaar wordt bij het merkteken 4.

De instrumentenverlichting gaat branden. De lichtsterkte ervan kunt u regelen met de draaiknop 2.

1 23408 3 4

① ③ ④

Dimlichten

Handbediend

Draai het einde van de schakelaar 1 tot het symbool zichtbaar wordt bij het merkteken 4.

In alle gevallen licht een controle-lampje op het instrumentenpaneel op.

RENAULT Megane (2004) - Handbediend - 1

Automatische werking (afhankelijk van de auto)

Als de motor draait, gaan de dim- lichten automatisch aan als het bui- ten donker wordt en uit als het weer licht wordt, zonder dat schakelaar 1 (stand 0) hoeft te worden gebruikt.

Deze functie kan ingeschakeld of uitgeschakeld worden.

- Voor het inschakelen, d r u k t u minstens vier secondes op de knop 3. Twee geluidssignalen en een boodschap op het instrumentenpaneel bevestigen deze handeling.

- Voor het uitschakelen, bij stilstaande motor, drukt u minstens vier secondes op de knop 3. Een geluidssignaal bevestigt dit en de boodschap "Lichtautomaat OFF" verschijnt op het instrumentenpaneel.

Als u schakelaar 1 in een andere stand zet, schakelt u hiermee boven- genoemd automatisme tijdelijk uit.

RENAULT Megane (2004) - Automatische werking (afhankelijk van de auto) - 1

Controleer, voordat u in het donker wegrijdt, de werking van de verlichting en stel indien nodig de stand van de koplampen af op de belasting van de auto. Zorg ervoor dat de lichten niet bedekt zijn (vuil, modder, sneeuw, vervoer van voorwerpen waardoor ze niet zichtbaar zijn).

VERLICHTING (vervolg)

1 23408

Grootlichten

Met dimlichten aan, trekt u de lichtschakelaar naar u toe.

Als het grootlicht brandt, wordt dit door het bijbehorende controle-lampje op het instrumentenpaneel aangegeven.

O m het g r o o t l i c h t u i t e n h e t d i m - licht weer in te schakelen, trekt u de lichtschakelaar opnieuw naar u toe.

Functie "uitschakelvertraging"

Met deze functie branden de dim- lichten gedurende enige tijd na het verlaten van de auto (bijvoorbeeld voor het verlichten bij het openen van een hek of een garagedeur).

Met afgezette motor en gedoofde lichten, draaitu heteinde schakelaar 1 in stand 0 en trekt u schakelaar 1 naar u toe: de dimlichten lichten op gedurende ongeveer dertig secondes.

Dit kan vier keer gedaan worden om een maximum duur van de verlichting van twee minuten te activeren.

Om de verlichting uit te schakelen voordat deze automatisch uitschakelt, draait u het uiteinde van de schakelaar 1 en zet u deze daarna terug in stand 0.

Uitschakelen van de lichten Handbediend

Er zijn twee mogelijkheden:

  • draai de schakelaar 1 terug in de beginstand;
  • De lichten doven, als de motor is stilgezet, bij het openen van het bestturdersportier of bij het vergrendelen van de auto. In dat geval schakelen, bij de volgende keer starten van de motor, de lichten opnieuw in, overeenkomstig de stand van schakelaar 1.

Automatische werking (afhankelijk van de auto)

De lichten doven, als de motor is stilgezet, bij het openen van het bestuurdersportier of bij het vergrendelen van de auto.

Waarschuwingssignaal verlichting brandt nog

In het geval dat de lichten zijn ingeschakeld na het stilzetten van de motor, klinkt er een signaal bij het openen van het bestuurdersportier om u te waarschuwen dat de lichten nog branden.

VERLICHTING (vervolg)

23408 ⑤ ⑥

Mistlichten aan de voor- zijde

RENAULT Megane (2004) - Mistlichten aan de voor- zijde - 1

Draai de middelste ring 5 van de schakelaar zo dat het symbool bij het merkteken 6 staat en laat dan los.

De werking is afhankelijk van de gevoerde verlichting; het controle-lampje op het instrumentenpaneel gaat branden.

Mistachterlicht

RENAULT Megane (2004) - Mistachterlicht - 1

Draai de middelste ring 5 van de schakelaar zo dat het symbool bij het merkteken 6 staat en laat dan los.

De werking is afhankelijk van de gevoerde verlichting; het controle-lampje op het instrumentenpaneel gaat branden.

Zodra de weersomstandigheden dit toelaten moet u het mistachterlicht uitschakelen om de achter u rijden-de weggebruikers niet te hinderen.

N.B.: het mistlicht bevindt zich aan de bestuurderskant.

Lichten uit

Draai opnieuw ring 5 om het merkteken 6 tegenover het symbool van het mistlicht te brengen dat u wilt uitschakelen.

Bij het uitschakelen van de verlichting, gaan ook de mistlichten voor en achter uit.

Bij mist schakelen de lichten niet altijd automatisch in, het inschakelen van de mistlichten blijft onder controle van de bestuurder: de controlelampjes op het instrumentenpaneel informeren u of de lichten branden (controlelampje brandt) of gedoofd zijn (controlelampje brandt niet).

KOPLAMPEN ELEKTRISCH VERSTELLEN VAN BINNENUIT

RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN ELEKTRISCH VERSTELLEN VAN BINNENUIT - 1

Bijdeauto'sdieerm zijn, kan knop A de stand van de koplampen aanpassen aan de belasting.

Als u deze knop A omlaag draait dan gaan de lichtbundels naar beneden; draait u de knop omhoog dan gaan de lichtbundels ook omhoog. Bij de andere uitvoeringen werkt de verstelling automatisch.

Afstelmogelijkheid van de knop A
Uitvoeringen3-deurs - 5-deursSociété-uitvoering
RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN ELEKTRISCH VERSTELLEN VAN BINNENUIT - 200
RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN ELEKTRISCH VERSTELLEN VAN BINNENUIT - 300
RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN ELEKTRISCH VERSTELLEN VAN BINNENUIT - 41-
RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN ELEKTRISCH VERSTELLEN VAN BINNENUIT - 53-
RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN ELEKTRISCH VERSTELLEN VAN BINNENUIT - 644
RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN ELEKTRISCH VERSTELLEN VAN BINNENUIT - 744

RUITENWISSER / -SPROEIER VOOR

RENAULT Megane (2004) - RUITENWISSER / -SPROEIER VOOR - 1

Bij draaiende motor of in de stand "accessoires", draait u de schakelaar 1

  • A ruststand.
  • B wissen met intervallen De wissers vegen met tussenpozen van enkele secondes. De duur van het interval is te regelen door de ring 2 te verdraaien.
    • C langzaam continu wissen.
  • D snel continu wissen.

RENAULT Megane (2004) - RUITENWISSER / -SPROEIER VOOR - 2

Tijdens hetrijdengaatd langzamer werken als de auto stopt. Van snel continu wissen naar langzaam continu wissen.

Zodradeautoweergaatri ginnen de wissers weer met de oorspronkelijk ingestelde snelheid te werken.

Als u schakelaar 1 in een andere stand zet, schakelt u hiermee bovengenoemd automatisme uit.

Auto's met ruitenwisser met automatisch interval

Bij draaiende motor of in de stand "accessoires", draait u de schakelaar 1

  • A ruststand.
  • B wissen met automatisch interval
    In deze stand signaleert het systeem water op de voorruit en schakelt het wissen in met een aangepaste wissnelheid.
    De duur van het interval is te regelen door de ring 2 te verdraaien.

e w Na hetestarten van de motor moet altijd worden teruggegaan naar de ruststand A en daarna naar de stand ruitenwisser met automatische interval. d e n , b e -

• C langzaam continu wissen.

- D snel continu wissen.

Als het mechanisme is geblokkeerd (bijvoorbeeld doordat de wisserbladen zijn vastgevroren aan de voorruit) wordt de voeding van de ruitenwissermotor automatisch uitgeschakeld.

RUITENWISSE / -SPROEIER VOOR (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - RUITENWISSE / -SPROEIER VOOR (vervolg) - 1

Ruitensproeiers, koplampsproeiers

Als het contact aanstaat, trekt u schakelaar 1 naar u toe.

• Koplampen branden niet

Een keer kort indrukken zorgt voor een wisbeweging van de rui- tenwisser.

Een keer lang indrukken zorgt voor drie wisbewegingen, enkele secondes later gevolgd door een wisbeweging.

- Koplampen branden

Ook worden tegelijkertijd de kop- lampsproeiers ingeschakeld.

Controleer als het vriest, voordat u wegrijdt, of de ruitenwissers voor en achter niet aan het glas zijn vastgevroren. De wissermotor kan hierdoor te warm worden.

Controleer regelmatig de staat van de ruitenwisserbladen. Zo- dra hun werking afneemt moet u ze vervangen, ongeveer eens per jaar.

Maak regelmatig uw voorruit schoon.

Als u het contact afzet voordat u de ruitenwisser hebt uitgeschakeld (stand A), blijven de wisserarmen onmiddellijk stilstaan.

RUITENWISSER EN -SPROEIER ACHTER

RENAULT Megane (2004) - RUITENWISSER EN -SPROEIER ACHTER - 1

Achterruitwisser met interval afhankelijk van de snelheid

RENAULT Megane (2004) - Achterruitwisser met interval afhankelijk van de snelheid - 1

Contact aan, draai het uiteinde van de schakelaar 1 tot het merkteken 2 tegenover het symbool staat.

De frequentie van het wissen verhoogt afhankelijk van de snelheid: met interval wissen bij stilstaande auto, continu wissen tijdens het rijden.

Achterruitsproeier

RENAULT Megane (2004) - Achterruitsproeier - 1

Contact aan, draai het uit- einde van de schakelaar 1 tot het merkteken 2 tegenover het symbool staat.

Als u de schakelaar loslaat, blijft de achterruitwisser werken.

Bijzonderheid

Als de ruitenwisser van de voorruit in werking is of in de automatische stand staat, gaat de achterruitwisser wissen met intervallen zodra u de achteruitversnelling inschakelt.

N.B.:

Controleer als het vriest, voordat u wegrijdt, of de ruitenwissers voor en achter niet aan het glas zijn vastgevroren. De wissermotor kan hierdoor te warm worden.

Controleer regelmatig de staat van de ruitenwisserbladen. Zodra hun werkingafneemtmoetuzeve gen, ongeveer eens per jaar.

Maak regelmatig uw achterruit schoon.

Voordat u de ruitenwisser achter gebruikt moet u ervoor zorgen dat niets de beweging van de wisser hindert.

BRANDSTOFTANK

A B

Bruikbare inhoud van de tank: on- geveer 60 liter.

Om de klep A te openen, steekt u een vinger in de uitsparing B en trekt u aan de tankdopklep.

Het afsluitsysteem van de tank (metalen klep) C is in de vulhals geïntegreerd.

Raadpleeg voor het tanken de paragraaf "Tanken van brandstof".

RENAULT Megane (2004) - BRANDSTOFTANK - 2

Druk de metalen klep nooit met uw vingers open.

Maak de omgeving van het vulsysteem niet schoon h hogedrukreiniger.

Soort brandstof

Gebruik brandstof van goede kwaliteit die overeenkomt met de normen die in elk land zijn vastgelegd.

Benzinemotor

Gebruik uitsluitend ongelode benzi- ne. Het octaangehalte (RON) moet overeen komen met de indicaties op de sticker in de tankdopklep A. Raadpleeg "gegevens van de moto- ren" in hoofdstuk 6.

Dieselmotor

Gebruik uitsluitend dieselbrandstof die overeenkomt met de indicaties op de sticker aan de binnenkant van de tankdopklep A.

Let er op dat bij het tanken geen water bij de brandstof komt. Het afsluitsysteem van de tankdop en de omgeving ervan moeten stofvrij zijn.

RENAULT Megane (2004) - Dieselmotor - 1

Vermeng de dieselbrand- stof beslist niet met ben- zine.

BRANDSTOFTANK (vervolg)

Tanken van brandstof Benzinemotor

Schade die ontstaan is als gevolg van het tanken van loodhoudende benzine wordt niet door de fabrieks-garantie gedekt.

Om te voorkomen dat er abusievelijk loodhoudende benzine wordt getankt, heeft de vulhals een nauwe doorlaat met een veiligheidssysteem waarin alleen een vulpistool met ongelode benzine past.

- Druk met het vulpistool de meta- len kle openenvoor datubegint met tanken begint, steekt u het vulpistool verder in de opening tot het niet verder kan (gevaar van spatten).

- Houd tijdens het tanken het vul- pistool in deze stand tot u klaar bent met tanken.

Brandstof tanken (vervolg) Alle uitvoeringen

Als het vulpistool automatisch is afgeslagen, mag u nog maximaal twee liter brandstof bijvullen.

RENAULT Megane (2004) - Brandstof tanken (vervolg) Alle uitvoeringen - 1

Wijzig of repareer niet zelf het brandstofsysteem (rekeneenheden, bedrading, brandstofcircuit, inspuitstukken of verstui- vers, beschermkappen) vanwege de grote gevaren voor de veilig- heid die hierdoor kunnen ont- staan. Laat deze werkzaamheden uitsluitend door uw RENAULT- dealer uitvoeren.

Aanhoudende stank van brand- stof

In geval van een aanhoudende stank van brandstof, moet u:

- onmiddellijk stoppen, rekening houdend met het overige verkeer en het contact afzetten;

- de alapperlichten aanzetten en alle passagiers uit laten stappen en ze ver van het verkeer houden;

- niet aan het brandstofsysteem komenende autonietstartenv dat deze door een RENAULT-dealer is nagekeken.

Hoofdstuk 2: Het rijden (met tips voor zuinig en milieubewust autorijden)

Inrijden 2.02

Starten - Stilzetten van de motor 2.03 - 2.04

Bijzonderheden benzinemotor 2.05

Bijzonderheden dieselmotor 2.06

Versnellingshendel 2.07

Handrem 2.08

Stuurbekrachtiging 2.08

Tips voor zuinig rijden en minder luchtverontreiniging 2.09 →2.11

Het milieu 2.12

Controlesysteem bandenspanning 2.13 → 2.16

Elektronisch Stabiliteits Programma: ESP 2.17

Tractiecontrole: ASR 2.18 - 2.19

Antiblokkeersysteem van de wielen: ABS 2.20 - 2.21

Noodstopbekrachtiging: BAS 2.22

Snelheidsbegrenzer 2.23 → 2.25

Snelheidsregelaar 2.26 → 2.28

Automatische transmissie 2.29 → 2.32

INRIJDEN

■Benzinemotor

Rijd de eerste 1 0 0 0 km niet sneller dan 130 km/uur in de hoogste ver- snelling en laat de motor met niet meer dan 3 000 tot 3 500 tr/min draaien.

N a 1 0 0 0 km kunt u uw auto zonder beperkingen gebruiken; pas na 3 000 km zal hij echter zijn volle vermogen kunnen geven.

Onderhoudsbeurten: raadpleeg het onderhoudsboekje van uw auto voor het uit te voeren onderhoud.

■Dieselmotor

Laat de motor de eerste 1 500 km niet sneller draaien dan 2 500 tr/min. Daarna kunt u sneller rijden maar pas na 6 000 km zult u over het volle vermogen van de motor kunnen beschikken.

Trek tijdens het inrijden nooit snel op. Als de motor nog koud is mag u hem in de lagere versnellingen nooit met een hoog toerental laten draaien.

Onderhoudsbeurten: raadpleeg het onderhoudsboekje van uw auto voor het uit te voeren onderhoud.

STARTEN VAN DE MOTOR

RENAULT Megane (2004) - STARTEN VAN DE MOTOR - 1

RENAULT kaart afstandsbediening

Op het display 1 van de boordcomputer verschijnt de boodschap "kaart invoeren".

Steek de RENAULT kaart zo diep mogelijk in de kaartlezer 2.

Handsfree RENAULT kaart

De kaart moet in het detectiegebied 4 zijn (interieur en bagageruimte behalve bepaalde hoge zones zoals zonneklep, brilhouder, enz.).

RENAULT Megane (2004) - Handsfree RENAULT kaart - 1

Volg de startinstructies op het instrumentenpaneel met de volgende voorwaarden:

Druk om te starten het rem- of koppelingspedaal in (houd het pedaal gedurende de gehele starttijd ingedrukt) en druk daarna op knop 3. Als een versnelling ingeschakeld is, is het indrukken van het koppelingspedaal voldoende om te kunnen starten.

23515

Bijzonderheid auto's met automatische transmissie

Druk het rempedaal in, selecteur-hendel in stand N of P.

N.B.:

- als aan één van de startvoorwaarden niet wordt voldaan, verschijnen de boodschappen: "ontkoppel + start" of "druk op rem + start" op het instrumentenpaneel.

- in sommige gevallen is het nodig het stuurwiel te bewegen om de stuurkolom te ontgrendelen, terwijl u op de startknop 3 drukt.

Functie accessoires

Om over bepaalde functies (radio, navigatie, enz.) te beschikken bij stilstaande motor, hoeft u alleen maar op knop 3 te drukken.

Starten met geopende achterklep (in handsfree stand)

Steek de kaart in de kaartlezer 2 na het klepje verwijderd te hebben, als u de auto met geopende achterklep wilt starten.

STILZETTEN VAN DE MOTOR

RENAULT Megane (2004) - STILZETTEN VAN DE MOTOR - 1

Voorwaarden voor het stilzetten van de motor

  • stilstaande auto;
  • hendel in stand N of P voor de auto's met automatische transmissie;
    -drukopknop3;

Als de motor stilgezet is, blijven de op dat moment ingeschakelde accessoires (radio, airconditioning, enz.) werken.

Als het bestuurdersportier geopend wordt, schakelen de accessoires uit.

RENAULT kaart afstandsbediening

Met de kaart in de lezer 2: een korte druk op de start/stopknop zet de motor stil.

Als de kaart niet meer in de lezer zit na de eerste korte druk, verschijnt de boodschap "bevestig motor afzetten" op het instrumentenpaneel.

Om het stilzetten van de motor te bevestigen, moet u nog twee keer drukken op knop 3.

RENAULT kaart handsfree af- standsbediening

Met de kaart in de auto: een korte druk op de start/stopknop 3 zet de motor stil.

Als de kaart niet meer in de detectiezone aanwezig is na de eerste korte druk, verschijnt de boodschap "bevestig motor afzetten" op het instrumentenpaneel.

Om het stilzetten van de motor te bevestigen, moet u nog twee keer drukken.

RENAULT Megane (2004) - RENAULT kaart handsfree af- standsbediening - 1

Laat uw RENAULT kaart nooit in de auto liggen als u de auto verlaat en er een kind (of dier) in de auto zit.

Het kind zou de auto kunnen starten of de ruiten kunnen bedienen en door het sluiten ervan ernstig worden verwond aan hals, arm, of hand als deze uit de auto steken. Gevaar voor ernstige verwondingen.

Zet het contact niet uit voordat de auto geheel tot stilstand is gekomen. Als de motor niet meer draait, is er geen stuurbekrachtiging en rembekrachtiging meer. Ook werken veiligheidsvoorzieningen zoals airbag en gordelspanners niet meer.

BIJZONDERHEDEN VAN DE UITVOERINGEN MET EEN BENZINEMOTOR

Onder bepaalde omstandigheden, zoals:

  • Te lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt.
  • Het gebruik van loodhoudende benzine.
  • Het gebruik van niet door RENAULT goedgekeurde toevoegingen aan de motorolie of de benzine.

Of bij het optreden van storingen zoals:

  • Een defecte ontsteking of losse bougiekabel waardoor de ontsteking overslaat en de auto met horten en stoten rijdt,
    • Vermogensverlies van de motor,

kan de katalysator oververhit raken waardoor hij minder effectief wordt en ook andere delen van de auto te heet kunnen worden.

Indien u een van de hierboven genoemde storingen constateert, dient uuwautozospoedigmogelijkdoor uw RENAULT-dealer te laten herstellen.

Door de in het garantie- en onderhoudsboekje voorgeschreven onderhoudsbeurten uit te laten voeren kunt u dergelijke storingen voorkomen.

Startmoeilijkheden

Als de auto niet direct aanslaat mag u de startmotor niet lang achtereen laten draaien om beschadiging van de katalysator te voorkomen. Ook mag de auto niet worden aangeduwd of aangesleept.

Ga niet door met starten maar raadpleeg een RENAULT-dealer en laat de storing verhelpen.

RENAULT Megane (2004) - Startmoeilijkheden - 1

Parkeer de auto niet of blijf niet met draaiende motor staan op een plaats waar de uitlaat zich boven brand-

baar materiaal bevindt. Onder on- gunstige omstandigheden (droogte, harde wind) kan brand ontstaan als de hete uitlaat in contact komt met het gras of de bladeren.

BIJZONDERHEDEN VAN DE UITVOERINGEN MET EEN DIESELMOTOR

Toerental van de dieselmotor

De dieselmotor heeft een begrenzing dieervoorzorgtdathetafg motortoerental in geen van de ver- snellingen kan worden overschre- den.

Als de tank is leeg gereden

Wanneer de motor door brandstof-gebrek stilgevallen is, en u hebt weer getankt, dan kunt u de motor normaal starten, mits natuurlijk de accu in goede conditie is.

Als de motor echter na een paar startpogingen van enkele secondes niet wil starten, moet u een RENAULT-dealer raadplegen.

Voorzorgen in de winter

Om problemen bij vorst te voorko- ersehe l de

  • zorg dat de accu steeds goed gela- den is,
  • laat het brandstofpeil in de tank niet onnodig laag komen om condensatie van waterdamp tegen te gaan.

RENAULT Megane (2004) - Voorzorgen in de winter - 1

Parkeer de auto niet of blijf niet met draaiende motor staan op een plaats waar de uitlaat zich boven brand-

baar materiaal bevindt. Onder on- gunstige omstandigheden (droogte, harde wind) kan brand ontstaan als de hete uitlaat in contact komt met het gras of de bladeren.

VERSNELLINGSHENDEL

RENAULT Megane (2004) - VERSNELLINGSHENDEL - 1

Auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: volg de tekening op de knop 1 van de hendel en, afhankelijk van de uitvoering van de auto, trek de ring 2 omhoog tegen de knop om de achteruitversnelling in te schakelen.

Auto's met een automatische transmissie: raadpleeg de paragraaf "automatische transmissie" in hoofdstuk 2.

De achteruitrijlichten gaan branden, zodra de achteruitversnelling is ingeschakeld en het contact aanstaat.

HANDREM STUURBEKRACHTIGING

RENAULT Megane (2004) - HANDREM STUURBEKRACHTIGING - 1

Trek de hendel 1 iets omhoog, druk de knop 2 in en beweeg de hendel naar beneden.

Indien u de handgreep niet vol- doende terug duwt, blijft op het in- strumentenpaneel een lampje bran- den.

RENAULT Megane (2004) - HANDREM STUURBEKRACHTIGING - 2

Tijdens het rijden moet de handrem altijd volledig zijn vrijgezet, anders loopt u het risico van

oververhitting van de remmen.

Vastzetten

Trek naar boven en controleer of de auto goed blijft stilstaan.

RENAULT Megane (2004) - Vastzetten - 1

Afhankelijk van de helling en de belasting van de auto, kan het nodig zijn de handrem minstens twee extra tanden vaster te zetten en een versnelling in te schakelen (1e of achteruitversnelling) voor de auto's met handgeschakelde versnellingsbak of stand P voor de auto's met automatische transmissie.

Rijd nooit met een accu die niet genoeg geladen is.

Snelheidsafhankelijke stuurbe- krachtiging

Indien uw auto is voorzien van een snelheidsafhankelijke stuurbekrachtiging past dit systeem de mate van bekrachtiging automatisch aan de snelheid waarmee u rijdt aan.

Bij het parkeren is er veel bekrachtiging (voor meer comfort) en met het toenemen van de snelheid vermindert de bekrachtiging (voor een grotere veiligheid bij snel rijden).

RENAULT Megane (2004) - Snelheidsafhankelijke stuurbe- krachtiging - 1

Zet nooit de motor af als de auto rijdt: bij uitgeschakelde motor is er geen bekrachtiging.

TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN EN MINDER LUCHTVERONTREINIGING

RENAULT heeft uw auto gebouwd opdat deze zo weinig mogelijk schadelijke uitlaatgassen produceert en zo zuinig mogelijk is. Door zijn ontwerp, door de fabrieksafstellingen en door zijn matig verbruik is uw RENAULT in overeenstemming met de wettelijke bepalingen over luchtverontreiniging in ons land. Maar de techniek bepaalt niet alles. De luchtverontreiniging en het verbruik van uw auto hangen ook van u af. Schenk aandacht aan het onderhoud en aan de manier waarop u uw auto gebruikt.

Onderhoud

Overtreden van de bepalingen inzake luchtverontreiniging is strafbaar. Voor een goede werking van het uitlaatsysteem en het handhaven van de emissiewaarden mogen er alleen originele RENAULT onderdelen gebruikt worden voor het brandstofen uitlaatsysteem van uw auto.

Laat uw RENAULT-dealer regelmatig de controles en de afstellingen uitvoeren die in het onderhoudsboekje zijn aangegeven.

Hij beschikt over de uitrusting waarmee uw auto volgens de fabrieksgegevens kan worden afgesteld.

Vergeet nooit dat de hoeveelheid schadelijke uitlaatgassen evenredig is met de hoeveelheid verbruikte brandstof.

Afstelling van de motor

  • ontsteking: de ontsteking hoeft niet te worden afgesteld.
  • bougies: voor het verkrijgen van de optimale omstandigheden waarbij een laag verbruik, een hoog rendement en goede prestaties samengaan, is het beslist noodzakelijk dat de door ons voorgeschreven bougies worden gebruikt.

Laat steeds bougies van het juiste merk en type met de juiste elektronafstand monteren. Raadpleeg hiervoor uw RENAULT-dealer.

  • stationair toerental: dit hoeft niet te worden afgesteld.
  • luchtfilter, brandstofffilter (dieselmotor): een vervuild filterelement verhoogt het verbruik. Laat het vervangen.
  • inspuitpomp: deze moet zijn afgesteld op de voorgeschreven waarden.

TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN EN MINDER LUCHTVERONTREINIGING (vervolg)

Controle van de uitlaatgassen

Het controlesysteem van uitlaatgassen waarschuwt bij een storing in de werking van de katalysator.

Een dergelijke storing kan leiden tot een verhoogde uitstoot van schadelijke uitlaatgassen en schade aan mechanische organen.

RENAULT Megane (2004) - Controle van de uitlaatgassen - 1

Dit lampje op het instru- mentenpaneel geeft even- tuele storingen van het sys-

teem aan:

Dit gaat branden als u het contact aan zet en dooft na drie secondes.

  • Als het continu brandt, moet u zo snel mogelijk uw RENAULT-dealer raadplegen;
  • als het lampje knippert, moet u vaart verminderen tot het knipperen ophoudt. Laat het systeem direct door uw RENAULT-dealer controleren en indien nodig herstellen.

RENAULT Megane (2004) - Controle van de uitlaatgassen - 2

  • Rijd kalm tot de motor zijn bedrijfstemperatuur heeft bereikt; dit is beter dan warmdraaien bij stilstaande auto.
  • Snelheid kost geld.
  • “Sportief” rijden kost brandstof: rijd daarom soepel en kijk ver vooruit.

  • Regel de snelheid van de auto met het gaspedaal door voor een bocht tijdig gas terug te nemen.

  • Rijd bij een stoplicht kalm weg.
  • Laat het toerental van de motor in de lagere versnellingen niet te ver oplopen.

Kies de hoogst mogelijke versnel- ling zonder echter de motor te zwaar te belasten.

Heeft uw auto een automatische transmissie, rijd dan zoveel mogelijk met de selecteurhendel in stand D.

  • Geef op een helling geen gas bij maar houd het gaspedaal bij voorkeur in dezelfde stand.
  • Bij een moderne auto is het niet nodig bij het schakelen tweemaal te ontkoppelen of voor het stilzetten van de motor nog even gas te geven.

• Diepe plassen, overstromingen.

RENAULT Megane (2004) - Controle van de uitlaatgassen - 3

Rijd niet door als het water op de weg hoger staat dan de onderrand van de velgen.

TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN EN MINDER LUCHTVERONTREINIGING (vervolg)

+ 4 %

Tips voor het gebruik

- Ook het opwekken van elektriciteit kost brandstof. Schakel alleen die verbruikers in die u nodig hebt.

Maar veiligheid voor alles: Rijd metdimlichtzodrahetzich der wordt (zien en gezien worden).

- Gebruik de ventilatie-openingen. Bij 100 km/u verhogen openstaande ruiten het verbruik met 4%.

  • Airconditioning: het brandstofverbruik kan in stadsverkeer met 2 liter/100 km stijgen als de airconditioning is ingeschakeld. Schakel daarom de airconditioning uit als deze niet langer nodig is..
  • Vul de tank niet tot aan de rand, u loopt hiermee het gevaar brandstof te verspillen.
  • Rijd niet met een leeg imperiaal op uw auto.
  • Gebruik een aanhangwagen voor het vervoer van grote voorwerpen.
  • Gebruik een goedgekeurde dakspoiler als u met een caravan op reis gaat en stel de spoiler in de juiste stand af.
    mGebruik uw auto zo weinig mogelijk op korte afstanden. De motor komt dan niet op temperatuur. Combineer uw boodschappen zoveel mogelijk.

RENAULT Megane (2004) - Tips voor het gebruik - 1

  • Door te lage bandenspanning neemt de rolweerstand en dus ook het verbruik toe.
  • Indien banden worden gemonteerd die niet door RENAULT worden aanbevolen, kan de slijtage toenemen.

HET MILIEU

Uw auto is ontwikkeld met een zo groot mogelijke aandacht voor het milieu.

Fabricage:

Tijdens het fabricageproces van deze auto heeft RENAULT de strengste normen op milieugebied gehanteerd.

Bovendien heeft RENAULT een controlesysteem ontworpen voor alle onderdelen waar de auto uit bestaat.

Uitlaatgassen:

De auto's zijn uitgerust met een katalysator en een lambda sonde om de uitlaatgassen te reinigen en een dampabsorptievat met actieve koolstof (dit laatste voorkomt dat de uit de tank afkomstige benzinedamp in de atmosfeer terechtkomt).

Recycling:

RENAULT stelt alles in het werk om de gevolgen van uw auto voor het milieu zo veel mogelijk te beperken.

Deze auto is voor meer dan 95 % recycleerbaar. Om dit proces te vergemakkelijken, zijn er veel innovaties gedaan op het gebied van de bouw van de auto en de gebruikte materialen.

Deze auto bestaat uit veel gerecycleerde plastic onderdelen of recycleerbare delen (hout, katoen, rubber, enz.).

Denk zelf ook aan het milieu!

  • Gebruikte en vervangen onderdelen (accu, oliefilter, luchtfilter, batterijen, enz.) en olieblikken (leeg of gevuld met oude olie) moeten na een door u zelf uitgevoerde onderhoudsbeurt aan uw auto bij een daarvoor bestemde depot voor klein chemisch afval ingeleverd worden.
  • De auto moet aan het eind van zijn leven door een gespecialiseerd bedrijf worden gesloopt om te worden gerecycleerd.
  • Houd u altijd aan de lokale voorschriften.

CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING

Dit systeem bewaakt permanent de bandenspanning.

Corrigeer de spanning bij koude banden.

Indien u de bandenspanning niet bij koude banden kunt controleren, moet u de opgegeven waarden met 0,2 tot 0,3 bar (3 PSI) verhogen.

Verlaag nooit de spanning van een warme band.

RENAULT Megane (2004) - Corrigeer de spanning bij koude banden. - 1

Deze functie is een extra hulp tijdens het rijden.

Deze functie neemt niet

de taak van de bestuurder over. De bestuurder moet altijd opletten en blijft verantwoordelijk.

Controleer de bandenspanning, inclusief het reservewiel, een keer per maand.

De werking van het systeem

Elke band (behalve het reservewiel) beschikt over een drukzender in het ventiel, die de bandenspanning periodiek meet.

De bestuurder wordt via het display op het instrumentenpaneel permanent geïnformeerd of de bandenspanning goed is of dat er afwijkingen zijn.

CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING (vervolg) - 1

Wielen niet verwisselen

RENAULT Megane (2004) - CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING (vervolg) - 2

Elke drukzender in het ventiel 1 hoort bij een specifiek wiel: in geen enkel geval mogen de

wielen van plaats verwisseld worden.

Gevaar van verkeerde informatie met ernstige gevolgen.

RENAULT Megane (2004) - CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING (vervolg) - 3

Om gemakkelijk de plaats van het wiel te bepalen, kijkt u naar de kleur van de ring 2 (na deze eventueel schoon gemaakt te hebben) die om elk ventiel zit:

  • A: gele ring
  • B: zwarte ring
  • C: rode ring
  • D: groene ring

Banden verwisselen (vervangen van banden of monteren van winterbanden)

Bij het vervangen van de banden moeten bijzondere voorzorgen in acht genomen worden. Wij raden dan ook aan uw RENAULT-dealer hierover te raadplegen.

CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING (vervolg)

Reservewiel

Het reservewiel heeft geen drukzen- der en wordt dus niet herkend door het systeem.

Als het reservewiel op de plaats van een ander wiel gemonteerd is, geeft het systeem een storing aan.

Vervangen van wielen/banden

Voor dit systeem zijn specifieke uit- rustingen nodig (wielen, sierdop- pen).

Raadpleeg uw RENAULT-dealer voor de accessoires die bij dit systeem gebruikt kunnen worden en verkrijgbaar zijn in RENAULT Boutique: bij gebruik van andere accessoires kan het goed functioneren van het systeem niet gegarandeerd worden.

Spuitbussen voor bandenrepa- ratie

Vanwege de specifieke eigenschappen van de ventielen, mag u alleen spuitbussen gebruiken die door RENAULT goedgekeurd zijn.

RENAULT Megane (2004) - Spuitbussen voor bandenrepa- ratie - 1

Het display 1 op het instrumentenpaneel informeert u over eventuele afwijkingen (lage bandenspanning, lekke band, systeem buiten gebruik).

RENAULT Megane (2004) - Spuitbussen voor bandenrepa- ratie - 2

Op de volgende bladzijdes staan de details van de controlelampjes, symbolen en boodschappen.

CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING (vervolg)

Voorbeelden van boodschappen die op het display kunnen verschijnen

RENAULT Megane (2004) - Voorbeelden van boodschappen die op het display kunnen verschijnen - 1

Een vol aangegeven wiel B, geeft eentelageofhogespanningaan.

"Bandenspanning snelweg"

De bandenspanning is niet aan de rijsnelheid aangepast. Verminder uw snelheid of verhoog de spanning van de vier banden zodat deze overeenkomt met de spanning die hoort bij gebruik op de snelweg (raadpleeg de tabel "bandenspanning").

"Wielsensor defect"

Een wiel (A) dat verdwijnt, geeft aan d a t e r g e e n s e n s o r i n d i t w i e l z i t o f dat de sensor defect is (bijvoorbeeld als het reservewiel op de auto ge- monteerd is).

"Lekke band verwisselen"

Vervang de betreffende band (B) of roep de hulp in van een RENAULT-dealer.

Deze boodschap is gecombineerd met het waarschuwingslampje

RENAULT Megane (2004) - "Lekke band verwisselen" - 1

ELEKTRONISCH STABILITEITS PROGRAMMA: ESP MET ONDERSTUURCONTROLE

Ditsysteem helptude control de auto te behouden in kritieke rijsituaties (uitwijken voor een obstakel, verlies van grip op de weg in een bocht, enz.) en voert daarbij een onderstuurcontrole uit.

RENAULT Megane (2004) - ELEKTRONISCH STABILITEITS PROGRAMMA: ESP MET ONDERSTUURCONTROLE - 1

Deze functie is een extra hulpmiddel in kritieke situaties waarbij het rijgedrag van de auto aanwordt.

Deze functie neemt niet de taak van de bestuurder over. De limieten van de auto kunnen niet overschreden worden en deze functie kan ook geen reden zijn om harder te gaan rijden.

Deze functie kan in geen geval de oplettendheid of de verantwoordelijkheid van de bestuurder overnemen (de bestuurder moet altijd alert zijn op plotselinge gebeurtenissen die zich tijdens het rijden kunnen voordoen).

e over km/h 90 110 130 150 170 70 50 30 10 210 230 250 A

De werking van het systeem

Een opname element in het stuur-wiel registreert de richting waarin de bestuurder de auto wil laten rijden.

Andere opname elementen in de auto registreren de werkelijke verplaatsingsrichting.

Het systeem vergelijkt de door de bestuurder gekozen richting met de werkelijke verplaatsingsrichting van de auto en corrigeert deze laatste door, indien nodig, op bepaalde wielen te remmen en/of het motorvermogen aan te passen.

Als het systeem in werking is, knippert het lampje A om u te waarschuwen.

Als bij het starten van de motor dit controlelampje oplicht met de boodschap "ASR uitgeschakeld", draai dan het stuurwiel langzaam van de ene uiterste stand naar de andere, om het systeem weer te initialiseren.

Onderstuurcontrole

Dit verbetert de werking van het ESP bij sterk onderstuur van de auto (als de voorwielen hun grip verliezen).

Bij een storing

Als het systeem een storing signaleert, verschijnt de boodschap "ESP/ASR defect" op het instrumentenpaneel, in combinatie met

het oplichten van het lampje en het lampje A.

RENAULT Megane (2004) - Bij een storing - 1

Raadpleeg uw RENAULT-dealer.

TRACTIECONTROLE: ASR

Dit systeem helpt het slippen van de aangedreven wielen te beperken en de auto bij het wegrijden of accelereren te controleren.

RENAULT Megane (2004) - TRACTIECONTROLE: ASR - 1

Deze functie is een extra hulpmiddel in kritieke situaties waarbij het rijgedrag van de auto aanwordt.

Deze functie neemt niet de taak van de bestuurder over. De limieten van de auto kunnen niet overschreden worden en deze functie kan ook geen reden zijn om harder te gaan rijden.

Deze functie kan in geen geval de oplettendheid of de verantwoordelijkheid van de bestuurder overnemen (de bestuurder moet altijd alert zijn op plotselinge gebeurtenissen die zich tijdens het rijden kunnen voordoen).

90 110 130 150 km/h 70 50 30 10 210 230 250 A

De werking van het systeem

Met behulp van opname elementen bij de wielen, meet en vergelijkt het systeem constant de snelheid van de aangedreven wielen en remt het deze af als ze doorslippen.

Als een wiel neigt naar doorslippen, zorgt het systeem voor het afremmen van het betreffende wiel, totdat de snelheid van het wiel overeenkomt met de grip op de weg.

Het systeem reageert ook door het toerental van de motor aan te passen aan de hoeveelheid grip onder de wielen, onafhankelijk van de mate waarin het gaspedaal wordt ingedrukt.

Als het systeem in werking is, knippert het lampje A om u te waarschuwen.

TRACTIECONTROLE: ASR (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - TRACTIECONTROLE: ASR (vervolg) - 1

Buiten gebruik stellen van de functie

In sommige situaties (het rijden op heel zachte ondergrond: bijv. sneeuw, modder of het rijden met sneeuwkettingen), kan het systeem de kracht van de motor verminde- ren om hets lippentebeperke u dit niet wil, kan de functie buiten gebruik worden gesteld door schakelaar 1 in te drukken.

De boodschap “ASR uitgeschakeld” verschijnt op het instrumentenpaneel met het controlelampje A om u te waarschuwen.

90 110 130 150 170 70 50 30 10 210 230 250 A

Het uitschakelen van deze functie heeft tot gevolg dat de functie ESP ook uitgeschakeld is.

Activeer de functie zo snel mogelijk door weer op schakelaar 1 te drukken.

De functie wordt automatisch weer geactiveerd bij het aanzetten van het contact van de auto, of zodra de auto sneller rijdt dan 50 km/u.

Het is niet mogelijk om deze functie uit te schakelen als de auto sneller rijdt dan ongeveer 50 km/u.

Bij een storing

Als het systeem een storing opspoort verschijnt op het display op het instrumentenpaneel een boodschap "ESP/ASR defect" in combinatie met het oplichten van het

lampje SERVICE en het lampje A.

Raadpleeg uw RENAULT-dealer.

Als bij het starten van de motor dit controlelampje oplicht met de boodschap "ASR uitgeschakeld", draai dan het stuurwiel langzaam van de ene uiterste stand naar de andere, om het systeem weer te initialiseren.

Bij zeer krachtig remmen denkt de bestuurder slechts aan twee belangrijke zaken: het bereiken van een zo kort mogelijke remweg en daarbij zijn auto onder controle houden. Door de steeds wisselende gesteldheid van het wegdek, de wisselende weersomstandigheden en afhankelijk van de reacties van de bestuurder bestaat altijd de mogelijkheid d a t t e k r a c h t i g w o r d t g e r e m door de wielen blokkeren, de remweg langer wordt en de auto onbestuurbaar wordt. Met een antiblokkeersysteem van de wielen (ABS) kan dit worden voorkomen.

Dit systeem biedt extra veiligheid doordat het voorkomt dat de wielen blokkeren ook bij onverwacht hard remmen, waardoor de auto bestuurbaar blijft. Ook kunnen obstakels nog worden ontweken terwijl er wordt geremd en kunt u de auto blijven beheersen.

Bovendien wordt een zo kort mogelijke remweg bereikt, ook als bij een of meer wielen de grip op het wegdek sterk wisselt (nat wegdek, modder, natte bladeren, kiezel of split, enz.).

Ofschoon het antiblokkeersysteem aan de een extra veiligheidsvoorziening is, kan het nooitdegriptussende ban- ddew amde weg verbeteren boven de grenzen van de natuurkunde. Blijf altijd de gebruikelijke voorzichtigheid in acht houden (afstand bewaren, enz.). Laat deze grotere veiligheid u echter niet verleiden tot het nemen van grotere risico's.

Als het systeem de remdruk voor u regelt, voelt u een lichte trilling in het rempedaal en hoort u mogelijk de banden piepen op het wegdek. Hieraan merkt u dat de grenswaarde voor de grip tussen banden en wegdek bereikt is; pas uw rijsnelheid aan de staat van het wegdek aan.

ANTIBLOKKEERSYSTEEM: ABS (vervolg)

Bij een storing in een van de onder- delen van dit systeem zijn er twee mogelijkheden:

1 - De oranje lampjes en

RENAULT Megane (2004) - ANTIBLOKKEERSYSTEEM: ABS (vervolg) - 1

RENAULT Megane (2004) - ANTIBLOKKEERSYSTEEM: ABS (vervolg) - 2

op het instrumentenpa-

neel lichten op.

Er kan met de auto nog worden geremd als bij een auto zonder ABS. Raadpleeg op korte termijn een RENAULT-dealer.

2 - Het oranje waarschu- wingslampje rode waarschuwingslampje van het remsysteem in combinatie met SERVICE en STOP en met de boodschap op het instrumentenpaneel lichten op. In dit geval is er een ernstige storing in het remsysteem en het ABS- systeem. Het remsysteem werkt nog gedeeltelijk. Maar het…

Het antiblokkeersysteem regelt de remdruk onafhankelijk van de kracht waarmee op het rempedaal wordt gedrukt. Bij krachtig remmen kunt u dus het rempedaal diep ingedrukt houden Het is niet nodig "pompend" te remmen.

NOODSTOPBEKRACHTIGING

Dit systeem is een aanvulling op het ABS dat zorgt voor het verminderen van de remweg van de auto.

De werking van het systeem

Het systeem herkent wanneer een noodstop wordt uitgevoerd. In zo'n noodsituatie ontwikkelt de rembekrachtiging zijn maximale kracht en kanderegelingdoor werking komen.

Het ABS-remsystem blijft werken zolang het rempedaal ingedrukt is.

Oplichten van de alarmknip- perlichten

Afhankelijk van de auto, kunnen deze bij krachtig afremmen gaan branden.

Deze functie is een extra hulpmiddel in kritieke situaties waarbij het rijgedrag van de auto aangepast wordt.

Deze functie neemt niet de taak van de bestuurder over. De limieten van de auto kunnen niet overschreden worden en deze functie kan ook geen reden zijn om harder te gaan rijden.

Deze functie kan in geen geval de oplettendheid of de verantwoordelijkheid van de bestuurder overnemen (de bestuurder moet altijd alert zijn op plotselinge gebeurtenissen die zich tijdens het rijden kunnen voordoen).

SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: begrenzerfunctie

RENAULT Megane (2004) - SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: begrenzerfunctie - 1

De snelheidsbegrenzer is een functie waarbij u kunt kiezen voor een maximale rijsnelheid.

Dit kan nuttig zijn, bijvoorbeeld in stadsverkeer of gebieden waar een snelheidsbeperking geldt (wegwerkzaamheden), enz.

Het systeem werkt vanaf een snelheid van ongeveer 30 km/u.

RENAULT Megane (2004) - SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: begrenzerfunctie - 2

1 Hoofdschakelaar Aan/Uit.
2 Instellen van de gewenste snelheid en verhogen van de gewenste snelheid.
3 Oproepen van de ingestelde gewenste snelheid.
4 Uitschakelen van de functie (de ingestelde snelheid blijft in het geheugen).
5 Instellen van de gewenste snelheid en verlagen van de gewenste snelheid.

90 110 130 150 km/h 70 170 50 190 210 30 230 10 230 6 SERV

Controlelampje 6

RENAULT Megane (2004) - Controlelampje 6 - 1

Dit oranje controlelampje licht op het instrumentenpaneel op om aan te geven dat de snelheidsbegrenzer in werking is.

Als de functie ingeschakeld is, verschijnt de boodschap "Begrenzer" op het instrumentenpaneel in combinatie met streepjes.

SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: begrenzerfunctie (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: begrenzerfunctie (vervolg) - 1

Druk op schakelaar 1, aan kant.

RENAULT Megane (2004) - SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: begrenzerfunctie (vervolg) - 2

Het controlelampje op het instrumentenpaneel licht op.

Instellen van de maximum snel- heid

Rijdend met een constante snelheid (hoger dan 30 km/u) drukt u op schakelaar 2: de snelheid wordt in het geheugen vastgelegd.

Rijden

Als een maximum snelheid in het geheugen is vastgelegd, blijft het rijden normaal tot deze ingestelde maximum snelheid is bereikt.

Vanaf dat moment gaat de auto niet sneller rijden, ook niet als u het gaspedaal verder indrukt, behalve in noodgevallen (raadpleeg de paragraaf "overschrijding van de maximum snelheid").

RENAULT Megane (2004) - Rijden - 1

Verandering van de ingestelde maximum snelheid

U kunt de ingestelde maximum snelheid veranderen door (het achter elkaar indrukken of het lang ingedrukt houden) van:

- toets 2 om de snelheid te verho- gen,

- toets 5 om de snelheid te verlagen.

SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: begrenzerfunctie (vervolg)

Sneller rijden dan de ingestelde snelheid

Noodsituaties

Het blijft altijd mogelijk de ingestelde maximum snelheid te overschrijden door zo snel en diep mogelijk het gaspedaal in te drukken (voorbij het "zware punt").

Gedurende het overschrijden van de snelheid verschijnt de ingestelde snelheid op het instrumentenpaneel.

Als de bijzondere situatie voorbij is, laat u het gaspedaal los: de functie snelheidsbegrenzer komt weer terug zodra u een snelheid bereikt die onder de maximum ingestelde snelheid ligt.

Onmogelijkheid om de ingestelde maximum snelheid vast te houden

Als de ingestelde snelheid niet vastgehouden kan worden door het systeem (bijvoorbeeld op een steile helling), knippert de ingestelde snelheid op het instrumentenpaneel.

RENAULT Megane (2004) - Onmogelijkheid om de ingestelde maximum snelheid vast te houden - 1

Uitschakelen van de functie

De functie snelheidsbegrenzer wordt onderbroken als u drukt op:

- toets 4, in dit geval blijft de ingestelde maximum snelheid in het geheugen en de boodschap "in geheugen" verschijnt op het instrumentenpaneel,

- toets 1, de maximum snelheid verdwijnt uit het geheugen en het doven van het controlelampje op het instrumentenpaneel bevestigt het uitschakelen van de functie.

Opnieuw inschakelen van de maximum snelheid

Als een snelheid in het geheugen is vastgelegd, is het mogelijk deze op te roepen door toets 3 in te drukken tot de boodschap "Begrenzer" verschijnt.

SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: regelaarfunctie

RENAULT Megane (2004) - SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: regelaarfunctie - 1

Als de verkeersomstandigheden het toelaten (vlot doorstomend verkeer op een autosnelweg) kan de snelheidsregelaar voor u de snelheid constant houden op de door u ingestelde snelheid.

Vanaf 30 km/u kunt u de snelheid traploos instellen.

RENAULT Megane (2004) - SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: regelaarfunctie - 2

1 Hoofdschakelaar Aan/Uit.
2 Instellen van de gewenste snelheid en verhogen van deze snelheid.
3 Oproepen van de in het geheugen vastgelegde snelheid.
4 Uitschakelen van de functie (de ingestelde snelheid blijft in het geheugen).
5 Instellen van de gewenste snelheid en verlagen van deze snelheid

90 110 130 150 170 70 50 30 10 230 210 190 6

Controlelampje 6

RENAULT Megane (2004) - Controlelampje 6 - 1

Dit groene controlelampje licht op het instrumentenpaneel op om aan te geven dat de snelheidsregelaar in werking is.

Als de functie ingeschakeld is, verschijnt de boodschap "Regelaar" op het instrumentenpaneel in combinatie met streepjes.

SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: regelaarfunctie (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: regelaarfunctie (vervolg) - 1

Druk op schakelaar 1, aan kant.

RENAULT Megane (2004) - SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: regelaarfunctie (vervolg) - 2

Het controlelampje op het instrumentenpaneel licht op.

Instellen van de snelheid

Rijdend met constante snelheid (meer dan 30 km/u) en in de juiste versnelling (voor de auto's met handgeschakelde versnellingsbak), drukt u op schakelaar 2: de snelheid wordt in het geheugen vastgelegd.

Rijden

Als de gewenste snelheid in het geheugen is opgenomen, kunt u uw voet van het gaspedaal nemen.

Wijzigen van de gekozen snel- heid

U kunt de gekozen snelheid veranderen door het achter elkaar indrukken of het lang ingedrukt houden van:

- toets 2 om de snelheid te verho- gen,

- toets 5 om de snelheid te verlagen.

Sneller rijden dan de gekozen snelheid

Noodsituaties

U kunt de snelheid van de auto altijd verhogen door het gaspedaal in te drukken. Gedurende het overschrijden knippert de ingestelde snelheid op het instrumentenpaneel.

Als de noodzaak voor het sneller rijden voorbij is, laat u het gaspedaal los en zal de auto met de gekozen snelheid doorrijden.

Onmogelijkheid om de ingestelde snelheid vast te houden

Als de ingestelde snelheid niet gehandhaafd kan worden door het systeem (bijvoorbeeld in het geval van een steile helling), knippert de ingestelde snelheid op het instrumentenpaneel.

SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: regelaarfunctie (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: regelaarfunctie (vervolg) - 1

Uitschakelen van de functie

De functie snelheidsregelaar wordt onderbroken als u drukt op:

  • het rempedaal of,
  • het koppelingspedaal of in neutraal schakelt voor de auto's met automatische transmissie,
  • de toets 4, in dit geval blijft de ingestelde snelheid in het geheugen bewaard.

Bij deze drie handelingen verschijnt de boodschap "In geheugen" op het instrumentenpaneel.

- d e t o e t s 1, in dit geval verdwijnt de snelheid uit het geheugen.

Het doven van het controlelampje op het instrumentenpaneel bevestigt dat deze functie uitgeschakeld is.

Oproepen van de gewenste snel- heid

Als een snelheid in het geheugen is vastgelegd, is het mogelijk deze op te roepen door toets 3 in te drukken, het bericht "Regelaar" verschijnt op het instrumentenpaneel.

RENAULT Megane (2004) - Oproepen van de gewenste snel- heid - 1

Deze functie is een extra hulp tijdens het rijden.

Deze functie neemt niet

de taak van de bestuurder over. De grenzen van de auto kunnen niet overschreden worden en deze functie kan ook geen reden zijn om harder te gaan rijden.

AUTOMATISCHE TRANSMISSIE

① 4 ← PRND 23557

Selecteurhendel

Het display 1 op het instrumentenpaneel informeert u over de bedie- ning en de ingeschakelde versnel- ling.

P: parkeren
R: achteruit rijden
N: neutraal
D: automatische werking
4: weergave van de ingeschakelde versnelling bij handbediening

RENAULT Megane (2004) - Selecteurhendel - 1

Met de selecteurhendel in stand P of N zet u het contact aan.

Houd uw voet op het rempedaal (het lampje dooft), als u de stand P verlaat.

De hendel mag alleen in stand D of R worden geplaatst als de auto stilstaat. Houd uw voet op de rem en druk het gaspedaal niet in.

Om de selecteurhendel uit stand P te verplaatsen, moet u het rempedaal indrukken voordat u de ont-grendelknop indrukt.

Stand automatisch

Zet de selecteurhendel in stand D. U hoeft de selecteurhendel niet meer te verplaatsen. Er wordt automatisch geschakeld in overeenstemming met de belasting van de auto, de hoeveelheid gas die u geeft en de helling van de weg.

AUTOMATISCHE TRANSMISSIE (vervolg)

Zuinig rijden

Laat de selecteurhendel voor normal gebruik in stand D staan. Als het gaspedaal iets wordt ingedrukt, schakelt de transmissie bij lage snelheid naar de volgende versnelling.

Accelereren en inhalen

Druk het gaspedaal snel en diep in (voorbij het zware punt van het pedaal).

Hierdoor wordt, binnen de mogelijkheden van de motor, teruggeschakeld naar de optimale versneling.

Stand handgeschakeld

De selecteurhendel in stand D, b e - weeg de hendel naar links.

Door de hendel even te verplaatsen, kunt u handmatig de versnellingen bedienen.

- om naar een lagere versnelling te schakelen, trekt u de hendel even naar achteren.

- om naar een hogere versnelling te schakelen, duwt u de hendel even naar voren.

De ingeschakelde versnelling verschijnt op het display op het instrumentenpaneel.

Bijzondere gevallen

In sommige gevallen (bijv.: ter bescherming van de motor, tijdens de werking van het elektronisch stabiliteits programma ESP) kiest de transmissie tijdens het rijden toch automatisch de juiste versnelling.

Ook kan, om verkeerde manoeuvres te voorkomen, het schakelen door het systeem geweigerd worden. In dit geval knippert de aanduiding van de versnelling enkele secondes om u te waarschuwen.

AUTOMATISCHE TRANSMISSIE (vervolg)

Bijzondere omstandigheden

  • Als, door de helling van de weg of in bochten, de automatische werking niet gehandhaafd kan worden (bijv.: in de bergen), is het raadzaam om op handmatig schakelen over te gaan.
    Hiermee voorkomt u het automatisch achter elkaar schakelen door de versnellingsbak bij stijgen en is het mogelijk op de motor te remmen bij lange afdalingen.
  • Om bij koud weer te voorkomen dat de motor afslaat, raden wij u aan na het starten van de motor even te wachten voordat u de selecteurhendel verplaatst uit P of N naar D of R.
  • Bij een auto zonder tractiecontrole is het beter om op gladde wegen of bij weinig grip, over te gaan op handmatig schakelen om te voorkomen dat de auto gaat slippen bij het wegrijden, schakel in de tweede versnelling voordat u wegrijdt.

Stilzetten van de auto

Als de auto stilstaat, houdt u het rempedaal ingedrukt en zet u de selecteurhendel in stand P (parkeren): de transmissie staat in neutraal en de voorwielen zijn mechanisch geblokkeerd.

Zet ook de handrem vast.

AUTOMATISCHE TRANSMISSIE (vervolg)

Bij een storing

- Als tijdens het rijden, de boodschap "transmissie controleren" verschijnt, in combinatie met het oplichten van het lampje SERVICE op het instrumentenpaneel, dan geeft dit een storing aan. Laat het systeem direct door uw RENAULT-dealer controleren en indien nodig herstellen.

- Als tijdens het rijden, de boodschap "transmissie te heet" verschijnt, in combinatie met het oplichten van het lampje SERVICE op het instrumentenpaneel, laat dan, als de verkeersomstandigheden het toelaten, de hendel in stand D (of R) staan: ga altijd naar stand N als u stil staat.

Laat het systeem direct door uw RENAULT-dealer controleren en indien nodig herstellen.

- Slepen van een auto met een automatische transmissie: raadpleeg de paragraaf "slepen" in hoofdstuk 5.

RENAULT Megane (2004) - Bij een storing - 1

Indien voor het wegrijden de selecteurhendel niet uit de stand P kan worden verplaatst als u het rempedaal indrukt, dan kunt u de hendel als volgt met de hand vrijzetten. Wip hiervoor het bovenste deel van het plaatje aan de voet van de hendel los.

Druk tegelijkertijd op het merkteken dat op de stofhoes en op de ontgren- delknop op de hendel staat.

Hoofdstuk 3: uw comfort

Ventilatieroosters 3.02 - 3.03

Verwarming en airconditioning 3.04 → 3.16

Ruiten 3.17 →3.20

Voorruit 3.20

Zonneklep 3.21

Open dak 3.22 - 3.23

Binnenverlichting 3.24

Opbergruimtes / indeling interieur 3.25 →3.28

Asbakken - Aansteker 3.29

Achterbank 3.30

Bagageruimte 3.31

Hoedenplank 3.32

Opbergruimtes / indeling bagageruimte 3.33

Bagage vervoeren 3.34

Dakdragers 3.35

3.01

VENTILATIEROOSTERS
1 2 3 4 5 6 7 8 23407.1 poster 5 - bedieningspaneel

1 - zijrooster
2 - ontwasemingsrooster linker zijruit
3 - ventilatieroosters voor het ontwa- semen van de voorruit
4 - centrale ventilatieroosters

5 - bedieningspaneel
6 - ontwasemingsrooster rechter zijruit
7 - zijrooster
8 - ventilatierooster voetenruimte

VENTILATIEROOSTERS (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - VENTILATIEROOSTERS (vervolg) - 1

Verdraaiknop1 voorbij het zware punt.

Omhoog: open.

Omlaag: dicht.

Verdraaiknop4 voorbij het zware punt.

Naar links: gesloten.

RENAULT Megane (2004) - VENTILATIEROOSTERS (vervolg) - 2

Rechts/links: verplaats de lipjes 2 of 3.

Omhoog/omlaag: richt de ribben van het rooster 2 of 3 omhoog of omlaag.

VERWARMING / AIRCONDITIONING

A B C 23366 AC F E

Bedieningsknoppen

A - Bedieningsknop van de lucht- kringloop.
B - Regeling van de temperatuur.
C - Regeling de ventilateursnelheid.
D - Regeling van de luchtverdeling in het interieur.

E - Schakelaar en controlelampje van de achterruitverwarming en van de verwarmde buitenspiegels (afhankelijk van de auto).
F - Schakelaar en controlelampje van de airconditioning (afhankelijk van de auto).

Regeling van de temperatuur

Draai knop B afhankelijk van de gewenste temperatuur. Hoe verder de aanwijzer in het rode gedeelte staat, hoe hoger de temperatuur.

Bij langdurig gebruik van de airconditioning, kan het te koud worden. Dit wordt gecorrigeerd door het toevoegen van warme lucht (draai knop B naar rechts).

VERWARMING / AIRCONDITIONING (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - VERWARMING / AIRCONDITIONING (vervolg) - 1

Verdeling van de lucht in het interieur

Draai knop D om de aanwijzer te- genover de symbolen te plaatsen.

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

Alle lucht wordt naar de voorruit en de roosters aan de zijkanten van het dashboard geleid.

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

De lucht wordt naar de ontwase- mingsroosters onder de voorruit en zijruiten en naar de voetenruimtes voor en achter geleid.

Deze stand wordt aangeraden voor het bereiken van het hoogste comfort bij koud weer.

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

De lucht wordt voornamelijk naar de voetenruimtes geleid.

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

De lucht wordt naar alle ventilatie-roosters en de voetenruimtes voor en achter geleid.

Deze stand wordt aangeraden voor het bereiken van het hoogste comfort bij warm weer.

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

De lucht wordt uitsluitend naar de ventilatieroosters geleid.

N.B.: om snel te ontwasemen, zet u de knoppen op de standen

- buitenlucht,

- maximum temperatuur,

- ontwasemen.

Het gebruik van de airconditioning versnelt het ontwasemen.

VERWARMING / AIRCONDITIONING (vervolg)

C 23366.1 AC F

Regeling van de ventilateursnelheid

Normaal gebruik

Draai knop C op een van de vier standen om de ventilatie met het gewenste vermogen in te schakelen.

Kies stand 1 voor een minimum ventilatie en stand 4 voor een maximum ventilatie.

Stand 0

In deze stand:

  • stopt de airconditioning automatisch, zelfs als toets F ingeschakeld is (het lampje blijft branden);
  • draait de ventilateur niet;
  • is er nog wel een beetje ventilatie als de auto rijdt (rijwind).

Deze stand wordt afgeraden onder normale omstandigheden.

VERWARMING / AIRCONDITIONING (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - VERWARMING / AIRCONDITIONING (vervolg) - 1

Inschakelen van de luchtkring- loop (met isolatie van het interi- eur)

Draai knop A naar het symbool

RENAULT Megane (2004) - Inschakelen van de luchtkring- loop (met isolatie van het interi- eur) - 1

van de luchtkringloop.

In deze stand wordt de lucht vanuit het interieur aangezogen en zonder toevoeging van buitenlucht teruggevoerdindeauto.

De kringloopstand kan gebruikt worden:

- als het buiten stinkt, bijv. in een tunnel;

- om sneller de gewenste temperatuur te bereiken.

Door langdurig gebruik van deze stand kunnen de zijruiten en de voorruit beslaan en kan de atmosfeer in het interieur minder aangenaam worden doordat er geen luchtverversing is.

Draai daarom knop A terug om de toevoer van buitenlucht te herstellen zodra de omstandigheden dat toelaten.

THERMOSTATISCH GEREGELDE AIRCONDITIONING

1 2 3 4 5 6 7 23367 AUTO AC 88° AUTO 14 AC 13 12 11 10 9

Bedieningsknoppen

1 - Toets "helder zicht" voor het ontwasemen en het ontdooien van de ruiten.
2 - Controlelampje van de functie "helder zicht".
3 - In- en uitschakelen van de air-conditioning
4 en 7 - Regeling van de temperatuur.

5 - Display.
6 - In- en uitschakelen van de automatische werking.
8 en 10 - Regeling van de luchtverdeling in het inteieur.
9 en 11 - Regeling van de ventilatiesnelheid.

8

12 - Achterruitverwarming en verwarmde buitenspiegels (afhankelijk van de auto).
13 - Controlelampje van de achterruitverwarming.
14 - Bedieningsknop van de lucht- kringloop.

De toetsen 1 en 12 worden aangevuld door controlelampjes van de werking (2 en 13):

  • als het lampje brandt, is de functie ingeschakeld,
  • als het lampje uit is, is de functie uitgeschakeld.

THERMOSTATISCH GEREGELDE AIRCONDITIONING (vervolg)

4 AUTO 21° AUTO 7 23991 AC

Temperatuur: automatische werking

De automatische regeling van de verwarming en de airconditioning zorgtervoordatdetemp het interieur en de ventilatie van de ruiten (extreme omstandigheden daargelaten) optimaal gehandhaafd worden.

Alleen de temperatuur en het sym- bool AUTO worden weergegeven

De functies die worden bediend door de automatische regeling worden niet weergegeven.

  • druk op de toets 7 om de temperatuur te verhogen;
  • druk op de toets 4 om de temperatuur te verlagen.

N.B.: Als de uiterste waardes "15 °C" of "27 °C" zijn ingesteld, levert het systeem, ongeacht de omstandigheden, maximale koude of warmte.

In de automatische stand (controlelampje AUTO op het display licht op), worden alle functies van de airconditioning gecontroleerd door het systeem. Als u bepaalde functies wijzigt, dooft het controlelampje AUTO. Alleen de gewijzigde functie wordt niet langer door het systeem gecontroleerd.

THERMOSTATISCH GEREGELDE AIRCONDITIONING (vervolg)

Temperatuur: automatische werking (vervolg)

Werking

Om de ingestelde temperatuur te bereiken en een goed zicht te handhaven, gebruikt het systeem de volgende elementen:

  • de ventilateursnelheid;
  • de verdeling van de lucht;
  • de kringloopfunctie;
  • aan- / uitzetten van de airconditioning;
  • de temperatuur.

Het display geeft aan welke temperatuur is ingesteld.

Als het bij het starten van de auto erg warm of erg koud is in de auto, maakt het niet uit of u de aangegeven waarde verhoogt of verlaagt om sneller de gewenste temperatuur te bereiken. Het systeem zorgt voor een o p t i m a l e d a l i n g o f s de temperatuur (de ventilatie begint niet onmiddellijk op de maximum snelheid: deze wordt geleidelijk verhoogd tot de motor voldoende op temperatuur is gekomen, dit kan enkele secondes tot enkele minuten duren).

Onder normale omstandigheden, tenzij dit als hinderlijk wordt on- dervonden, moeten de roosters in het dashboard open blijven.

ijgingvan

THERMOSTATISCH GEREGELDE AIRCONDITIONING (vervolg)

5 AUTO 6 AC 21° 8 Z3986 10

Veranderen van de automati- sche werking

De normale werking van het systeem is de automatische werking, maar u kunt de door het systeem gemaakte keuze veranderen (verdeling van de lucht, enz.), dit wordt op de volgende bladzijdes beschreven.

Verdeling van de lucht in het interieur

Er zijn vijf combinaties mogelijk voor de luchtverdeling. Deze worden verkregen door het achter elkaar indrukken van de toetsen 8 en 10. De pijlen op het display 5 geven de door u gemaakte keuze aan:

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

Alle lucht wordt naar de voorruit en de roosters aan de zijkanten van het dashboard geleid.

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

De lucht wordt naar de ontwase- mingsroosters onder de voorruit en zijruiten en naar de voetenruimtes geleid.

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

De lucht wordt voornamelijk naar de ventilatieroosters geleid.

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

De lucht wordt naar alle ventilatie-roosters en de voetenruimtes geleid.

Stand

RENAULT Megane (2004) - Stand - 1

De lucht wordt uitsluitend naar de voetenruimtes geleid.

Als u de automatische werking van de luchtverdeling uitschakelt, dooft het controlelampje op het display 5 (automatische werking), maar alleen de luchtverdeling wordt niet meer automatisch gecontroleerd door het systeem.

Om de automatische stand weer in te schakelen, drukt u op toets 6.

THERMOSTATISCH GEREGELDE AIRCONDITIONING (vervolg)

Wijzigen van de ventilateur- snelheid

Normaal zorgt het systeem automatisch voor de juiste ventilateursnelheid om de ingestelde temperatuur te bereiken en te handhaven.

Door op de toetsen 9 en 11 te drukken, schakelt u de automatische werkstand uit.

U kunt met deze toetsen de ventilateur sneller en langzamer laten draaien.

Aan- / uitzetten van de airconditioning

Normaal schakelt het systeem automatisch de airconditioning in of uit, afhankelijk van de weersomstandigheden.

Door op toets 3 te drukken, schakelt u de automatische werkstand uit: het controlelampje AUTO van het display 5 dooft.

Met toets 3 wordt de airconditioning ingeschakeld (controlelampje op display brandt) of uitgeschakeld (controlelampje uit).

3 5 6 AUTO AC 21° 23990 9

11

N.B.: met het inschakelen van de voorruitverwarming komt de air-conditioning automatisch in werking (controlelampje brandt). Om de automatische stand weer in te schakelen, drukt u op toets 6.

Bij een lage buitentemperatuur zal het systeem direct na het starten niet meteen in werking komen om te voorkomen dat er koude lucht naar binnen komt. Pas als het koelsysteem van de motor de lucht kan verwarmen, zal het systeem geleidelijk in werking komen. Deze opwarmfase kan variëren van enkele secondes tot een paar minuten.

THERMOSTATISCH GEREGELDE AIRCONDITIONING (vervolg)

AUTO 21° AUTO AC 23988

13 12

Druk op de toets 12, het control lampje 13 brandt.

De achterruit wordt nu snel ontwa- semd en de buitenspiegels worden verwarmd (afhankelijk van de uit- voering).

Om deze functie uit te schakelen, drukt u opnieuw op de toets 12. De verwarming schakelt na enige tijd automatisch uit.

THERMOSTATISCH GEREGELDE AIRCONDITIONING (vervolg)

1 2 6 AUTO AC 21° 13 12 11 23987

Functie "helder zicht"

Druk op de toets 1, h e t c o n t r o lampje 2 brandt.

Het controlelampje van de toets AUTO(ophetdisplay)doo

Met deze functie worden de voorruit, de zijruiten voor en de buitenspiegels snel ontwasemd (afhankelijk van de auto).

Hiermee worden automatisch de airconditioning ingeschakeld, de kringloopstand uitgeschakeld en de achterruitverwarming ingeschakeld (controlelampje 13).

Druk op knop 12 als u niet wilt dat de achterruitverwarming wordt ingeschakeld, het controlelampje 13 dooft.

N.B.: als u het geluid van de ventilatie als hinderlijk ervaart, kunt u de ventilateursnelheid verminderen met toets 11.

Om deze functie te verlaten, drukt u ofwel:

- opnieuw op toets 1,

- op toets 6 (het controlelampje AUTO op het display licht op).

THERMOSTATISCH GEREGELDE AIRCONDITIONING (vervolg)

AUTO AC 21° AUTO 14

Afsluiten van de buitenlucht

E e n d r u k o p t o e t s 14 schake kringloopstand in (het symbool op het display licht op).

In de kringloopstand wordt de lucht aangevoerd vanuit de auto en zonder bijmenging van buitenlucht teruggevoerd in het interieur van de auto.

De lucht circuleert in de auto zonder bijmenging van buitenlucht (als het buiten stinkt).

Bijlangdurig gebruik van deze stand kunnen de ruiten aan de binnenkant beslaan of weer aanvriezen. Ook zal het in de auto, door gebrek aan frisse lucht, kunnen gaan stinken.

Druk daarom opnieuw op toets 14 om de aanvoer van buitenlucht te herstellen.

AIRCONDITIONING: DIVERSEN

Geen gekoelde lucht

Wanneer de airconditioning niet goed werkt, moet u eerst controle- ren of alle bedieningsorganen in de juiste stand staan. Als dit het geval is, moet u de airconditioning afzet- tenennietmeergebrui hij door een RENAULT-dealer is nagekeken.

Maak nooit de slangen van de air-conditioning los.

Verbruik

Het gebruik van de airconditioning zal het brandstofverbruik doen stijgen. Dit is vooral merkbaar in stadsverkeer.

Schakel de airconditioning ook in de winter af en toe in. Dit voorkomt dat de installatie door langdurige stilstand defect raakt.

Bij een storing

Wanneer u merkt dat de werking van het ontdooien, het ontwase- men of de airconditioning minder wordt, is het mogelijk dat de interieurfilter verstopt is geraakt (raad- pleeg tw onderhoudsboekje voor de vervangingstermijn).

Raadpleeg in dit geval een RENAULT-dealer.

Maak u niet ongerust als er condenswater onder de auto druppelt, dit is normaal na langdurig gebruik van de airconditioning.

ELEKTRISCHE RUITBEDIENING

RENAULT Megane (2004) - ELEKTRISCHE RUITBEDIENING - 1

  • druk op de schakelaar van de betreffende ruit om deze te laten zakken tot de gewenste hoogte (N.B.: de achterruiten kunnen niet helemaal omlaag);
  • trek de schakelaar van de betreffende ruit omhoog om de ruit tot de gewenste hoogte te brengen.

Vanaf de bestuurdersplaats

Gebruik schakelaar.

  • 1 voor de bestuurderskant;
  • 2 voor de passagierskant voor;
  • 3 en 5 voor de passagiers achter.

RENAULT Megane (2004) - Vanaf de bestuurdersplaats - 1

Vanaf de passagiersplaats voor

Gebruik schakelaar 6.

Vanaf de plaatsen achter

Gebruik schakelaar 7.

RENAULT Megane (2004) - Vanaf de plaatsen achter - 1

Veiligheid inzittenden achter

De bestuurder kan de werking van de ruitbediening en achterportieren uitschakelen door op de schakelaar 4 aan de kant van de tekening te drukken.

Verantwoordelijkheid van de bestuurder

Laat nooit de RENAULT kaart in de auto liggen als u de auto achterlaat met een kind (of eendier) erin. Het kind zou der uiten k u n door het sluiten ervan ernstig worden verwond aan hals, arm, of hand als deze uit de auto steken. In geval van beknelling, draait u direct de bewegingsrichting om met behulp van de betreffende schakelaar.

ELEKTRISCHE RUITBEDIENING MET SNELTOETS

RENAULT Megane (2004) - ELEKTRISCHE RUITBEDIENING MET SNELTOETS - 1

Dit is een aanvulling op de elektrische ruitbediening die hiervoor is beschreven.

Als deze in de auto aan wezig is, kan hij of alleen de bestuurdersruit of alle ruiten bedienen.

Gebruik de schakelaars 1, 2, 3, 5, 6 of 7.

Het systeem kan gebruikt worden:

  • contactaan;
  • contact uit totdat het bestuurder- sportier geopend wordt (beperkt tot ongeveer 20 minuten).

RENAULT Megane (2004) - Het systeem kan gebruikt worden: - 1

Veiligheid inzittenden achter

De bestuurder kan de werking van de ruitbediening en achterportieren uitschakelen door op de schakelaar 4 aan de kant van de tekening te drukken.

Verantwoordelijkheid van de bestuurder

Laat nooit de RENAULT kaart in de auto liggen als u de auto achterlaat met een kind (of eendier) erin. Het kind zouderuitenkunnen bedi het sluiten ervan ernstig worden verwond aan hals, arm, of hand als deze uit de auto steken. In geval van beknelling, draait u direct de bewegingsrichting om met behulp van de betreffende schakelaar.

ELEKTRISCHE RUITBEDIENING MET SNELTOETS (vervolg)

Werking zonder sneltoets func- tie

  • Druk de betreffende schakelaar naar beneden om de ruit omlaag te laten gaan, laat de schakelaar los als deruitopdegewensteh staat.
  • Trek de betreffende schakelaar naar boven om de ruit omhoog te laten gaan, laat de schakelaar los als deruitopdegewenstehoogte staat.

Werking van de sneltoets

  • Druk de betreffende schakelaar kort en helemaal in: de ruit gaat in één keer geheel omlaag.
  • Trek de betreffende schakelaar kort en helemaal omhoog: de ruit gaat in één keer geheel omhoog.

Om de beweging van de ruit voortij- digtestoppendruktudeschake opnieuw in.

Op afstand sluiten van de ruiten (voor de auto's met ruit-snelbedie- ning).

Als u de portieren van buitenaf vergrendelt en u drukt twee keer achter elkaar op de vergrendelingsknop van de RENAULT kaart, van de portieren of van de achterklep (handsfree functie), sluiten de ruiten automatisch.

Bijzonderheid

Voor uw veiligheid is uw auto uitgerust met een krachtbegrenzer, als een ruit een weerstand (bijv.: vingers, de poot van een dier of een boomtak) ontmoet tijdens het sluiten, stopt hij en zakt daarna enkele centimeters.

RENAULT Megane (2004) - Bijzonderheid - 1

Het sluiten van de ruiten kan ernstige verwondingen veroorzaken.

Het systeem mag alleen gebruikt worden als de gebruiker de auto goed ziet en er niemand in de auto zit.

Storingen

Ingevaldateenruitnietslui het systeem automatisch over op ruitbediening zonder sneltoetswerking: trek zo vaak als nodig is aan de betreffende schakelaar, totdat de ruit gesloten is en houd de schakelaar daarna gedurende een seconde vast (aan de kant van het sluiten) om het systeem weer in werking te stellen.

Indien nodig, raadpleeg uw RENAULT-dealer.

HANDBEDIENDE RUITEN VOORRUIT

RENAULT Megane (2004) - HANDBEDIENDE RUITEN VOORRUIT - 1

Draai aan slinger 1 om de ruit te openen of te sluiten.

RENAULT Megane (2004) - HANDBEDIENDE RUITEN VOORRUIT - 2

Warmtewerende voorruit (afhankelijk van de auto)

De ruit is voorzien van een reflecte- rende laag die de zonnewarmte (in- frarood straling) tegenhoudt.

De twee zones 2 naast de spiegel zijn bestemd voor op afstand leesbare doorlaatvergunningen (bijv.: tolwegen, parkeergarages, enz.).

ZONNEKLEPPEN

RENAULT Megane (2004) - ZONNEKLEPPEN - 1

Laat de zonneklep 1 zakken.

Make-up spiegeltje 2 zonder verlichting

Verschuif het klepje 3.

RENAULT Megane (2004) - Make-up spiegeltje 2 zonder verlichting - 1

Verschuif het klepje 5.

De verlichting 4 werkt automatisch.

ELEKTRISCH BEDIEND OPEN DAK

RENAULT Megane (2004) - ELEKTRISCH BEDIEND OPEN DAK - 1

Het systeem kan gebruikt worden:

-contactaan,
- contact uit totdat het bestuurder- sportier geopend wordt (beperkt tot ongeveer 20 minuten).

Zonnescherm

Bedien het zonnescherm alleen als het open dak gesloten is:

  • openen van het zonnescherm: druk op de handgreep 1 en begeleid het zonnescherm naar het oprolmechanisme;
  • sluiten van het zonnescherm: trek aan de handgreep 1 tot de grendel vastklikt.

A B C D 0 3

Kantelen van het open dak

  • openen: open het zonnescherm en draai daarna knop 2 in stand A;
  • sluiten: zet knop 2 in stand 0.

Schuiven van het open dak

  • openen: open het zonnescherm, zet daarna knop 2 in stand B, C of D, afhankelijk van de gewenste opening;
  • sluiten: draai knop 2 in stand 0.

  • Bedien nooit het open dak als het zonnescherm dicht is;

  • rijd nooit met open dak en dicht zonnescherm.

RENAULT Megane (2004) - Schuiven van het open dak - 1

Verantwoordelijkheid van de bestuurder Laat nooit de RENAULT

kaart in de auto liggen als u de auto achterlaat met een kind (of een dier) erin. Het kind zou het dak kunnen bedienen en door het sluiten ervan ernstig worden verwond aan hals, arm, of hand als deze uit de auto steken.

In geval van beknelling, draait u direct de bewegingsrichting om door knop 2 helemaal naar rechts te draaien (stand D).

ELEKTRISCH BEDIEND OPEN DAK (vervolg)

Op afstand sluiten van het open dak (auto's met ruit-snelbediening).

Als u de portieren met behulp van de RENAULT kaart vergrendelt en u twee keer snel achter elkaar drukt op de vergrendelingsknop van de RENAULT kaart of op de knop van de handgreep van een portier of de achterklep (handsfree functie), sluitenderuitenen het open da matisch.

Na het sluiten op afstand van het open dak zorgt een druk op knop 3 ervoor dat het open dak weer dezelfde stand inneemt als voor het sluiten.

RENAULT Megane (2004) - Op afstand sluiten van het open dak (auto's met ruit-snelbediening). - 1

Het sluiten van het dak kan ernstige verwondingen veroorzaken.

Het systeem mag alleen gebruikt worden als de gebruiker de auto goed ziet en er niemand in de auto zit.

Bijzonderheid

Voor uw veiligheid is uw auto uitgerust met een krachtbegrenzer; als een ruit een weerstand ontmoet tijdens het sluiten (bijv.: vingers, de poot van een dier of een boomtak) stopt de ruit en gaat daarna enkele centimeters terug.

auto-

Storing bij het sluiten van het open dak

Controleer in dat geval of er geen obstakel is, draai daarna knop 2 in stand 0 en druk vervolgens op knop 3 tot het open dak geheel gesloten is.

Let op, tijdens deze handeling is de krachtbegrenzer van het open dak uitgeschakeld.

Laat het systeem direct door uw RENAULT-dealer controleren en indien nodig herstellen.

Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik

- auto met dakdragers

Het gebruik van het open dak wordt ontraden.

Controleer voor het gebruik van het open dak, de accessoires (fietsdrager, dakkoffer, enz.) op de dakdrager: deze moeten op de juiste wijze zijn bevestigd en goed vastzitten en mogen de beweging van het open dak niet hinderen.

Laat u door uw RENAULT-dealer informeren over de verschillende toepassingsmogelijkheden.

- let op dat het dak goed gesloten is als u de auto verlaat;

- reinig het afdichtrubber van het dak eens per drie weken met een speciaal product dat verkrijgbaar is in de RENAULT Boutique;

- open het dak niet direct na een wasbeurt of een regenbui.

BINNENVERLICHTING

① A ② ③

Binnenlicht A of B

Met schakelaar 2 of 5, kunt u kiezen voor:

  • een constant brandende verlichting;
  • een verlichting die gaat branden als een van de portieren wordt geopend. Deze dooft als de betreffende portieren goed gesloten zijn en na enige tijd;
  • het onmiddellijk uitgaan.

B 4 5 6

Leesspots

Voor in de auto drukt u op schakelaar 1 voor de bestuurder, en op 3 voor de passagier.

Achter in de auto drukt u op schakelaar 4 of 6.

RENAULT Megane (2004) - Leesspots - 1

Elk lampje 7 gaat branden bij het openen van het portier.

Het ontgrendelen en het openen van de portieren of de achterklep zorgt voor het tijdelijk branden van de binnenlichten en de vloerlichten.

OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR - 1

Opbergruimtes in de armsteu- nen van de voorportieren 1

Hierin passen bijvoorbeeld compact discs.

Hierin passen een blikje of de asbak.

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR - 2

Opbergruimtes onder vloerluik bij bestuurder 3 en passagier

N.B.: in deze opbergruimtes kunnen wegenkaarten, doeken, papieren van de auto (instructieboekje, onderhoudsboekje, enz.) zaklampen, enz. opgeborgen worden.

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR - 3

OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg) - 1

Opbergruimte in middelste armsteun voor

Trek het deksel 5 omhoog.

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg) - 2

Om dit te openen, trekt u aan de handgreep 6.

In deze ruimte passen documenten op A4 formaat, een grote fles water, enz.

Dit dashboardkastje kan worden ge-ventileerd door buitenlucht en, af-hankelijk van de auto, door een luchtslang.

N.B.:

Afhankelijk van de auto, vergrendelt de opbergruimte bij de passagier gelijk met de portieren.

OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg) - 1

Hierin kunt u kaartjes (bijvoorbeeld van een tolweg) bevestigen.

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg) - 2

Deze bevinden zich voor de versnellingshendel en in de opbergruimtes aan de zijkant voor en achter.

N.B.: in deze ruimtes past ook de asbak.

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg) - 3

Zet de armsteun 10 omlaag, en trek het deksel 11 omhoog aan de handgreep 12.

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg) - 4

Laat geen spullen op de vloer (bij de bestuurdersstoel) liggen. In geval van plotseling remmen zou-

den deze onder de pedalen te- recht kunnen komen, waardoor de bestuurder deze niet meer goed kan bedienen.

OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING INTERIEUR (vervolg) - 1

Opbergvakken 14 achter voor- stoelen

ASBAKKEN - AANSTEKER

RENAULT Megane (2004) - ASBAKKEN - AANSTEKER - 1

Deze asbak past in de blikhouders van de auto.

Aansteker 2

Als het contact aan staat, drukt u de aansteker 2 in.

Zodra hij heet is komt hij met een klikje terug. Trek hem los. Plaats hem na gebruik in de houder zonder hem er helemaal in te drukken.

Accessoire-aansluiting

Afhankelijk van de auto bevindt deze zich op de plaats van de aansteker 2.

Op dit stopcontact kunnen door RENAULT goedgekeurde accessoires worden aangesloten met een maximum vermogen van 120 Watt (spanning 12 V).

ACHTERBANK

RENAULT Megane (2004) - ACHTERBANK - 1

Voor het vervoeren van omvangrijke voorwerpen kunnen de rugleuning en het zitkussen worden weggeklapt.

Zitkussen naar voren klappen

Kantel het zitkussen A tegen de voorstoelen.

Rugleuning neerklappen

Na het kantelen van het zitkussen, zet u de hoofdsteunen van de achterbank omlaag, raadpleeg hiervoor hoofdstuk "hoofdsteunen achter", en trekt u vervolgens de rugleuning(en) B aan de handgreep 1 naar beneden.

RENAULT Megane (2004) - Rugleuning neerklappen - 1

Vervoer van grote voorwerpen

Als u voorwerpen op de neergeklapte rugleuning wilt plaatsen, moet u eerst de hoofdsteunen verwijderen voordat u de rugleuning neerklapt. Zo kan de rugleuning zo dicht mogelijk tegen het zitkussen kantelen. Raadpleeg de paragraaf "bagage vervoeren" in hoofdstuk 3.

N.B.: voordat u het kleine gedeelte van de rugleuning (afhankelijk van de auto) verplaatst, moet u de gesp van de middengordel in de bijbehorende grendel vastmaken voordat u het zitkussen en daarna de rugleuning neerklapt.

RENAULT Megane (2004) - Vervoer van grote voorwerpen - 1

- Controleer na het te- rugkantelen van de rug- leuning of deze weer goed is vergrendeld.

  • Let op bij het gebruik van een stoelhoes, dat deze de vergrendeling van de rugleuning niet belemmert.
  • Zorg ervoor dat de autogordels en grendels weer goed op hun plaats zitten.
  • Plaats de hoofdsteunen terug.

BAGAGERUIMTE

RENAULT Megane (2004) - BAGAGERUIMTE - 1

Druk de knop 1 in en trek de klep omhoog.

RENAULT Megane (2004) - BAGAGERUIMTE - 2

Trek de klep omlaag, waarbij u het eerste stuk gebruik kunt maken van de handgrepen 2 in de klep.

RENAULT Megane (2004) - BAGAGERUIMTE - 3

Openen van binnenuit

Bij een elektrische storing, kunt u de achterklep met de hand van binnenuit openen.

  • kantel de rugleuning(en) van de achterbank naar voren, zodat u in de bagageruimte kan komen,
  • steek een potlood of iets dergelijks in de holte 3 en verschuif het geheel zoals op de tekening aangegeven is,
  • duw tegen de achterklep om hem te openen.

HOEDENPLANK

RENAULT Megane (2004) - HOEDENPLANK - 1

Maak de twee koordjes 1 los.

RENAULT Megane (2004) - HOEDENPLANK - 2

Til de hoedenplank iets op en trek hem naar u toe.

Bij het terugplaatsen gaat u in omgekeerde volgorde te werk.

RENAULT Megane (2004) - HOEDENPLANK - 3

Bijzonderheid van de Société-uitvoeringen: maak de bevestigingen 2 los aan elke kant van de hoedenplank, en verwijder deze via het achterportier.

Bij het terugplaatsen gaat u in omgekeerde volgorde te werk.

RENAULT Megane (2004) - HOEDENPLANK - 4

Zet geen bagage en vooral geen zware of harde spullen op de hoedenplank.

Bij plotseling remmen of

in geval van een ongeluk kunnen rondslingerende spullen de in- zittenden in gevaar brengen.

OPBERGRUIMTES / INDELING BAGAGERUIMTE

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING BAGAGERUIMTE - 1

Plaats voor bevestiginghaken 1

Nuttig voor het vastzetten van bagage (zie de paragraaf "vervoer van bagage").

RENAULT Megane (2004) - OPBERGRUIMTES / INDELING BAGAGERUIMTE - 2

Opbergruimte in de bak van het reservewiel

Om deze te openen, vouwt u het tapijt 2 tegen de achterbank (in deze opbergruimte passen gereedschappen, doeken, een olieblik, enz.).

VERVOER VAN BAGAGE

Leterbij hetvervoeropdatdevoor- werpen met hun langste zijde steu- nen tegen ofwel:

- De rugleuning van de achterbank in de normale gevallen (A).

A 23489.3

- De neergeklapte achterbank als u grote voorwerpen moet vervoeren (B).

B 23490.5

Als u voorwerpen op de neergeklapte rugleuning wilt plaatsen, moet u eerst de hoofdsteunen verwijderen voordat u de rugleuning neerklapt. Zo kan de rugleuning zo dicht mogelijk tegen het zitkussen kantelen.

RENAULT Megane (2004) - VERVOER VAN BAGAGE - 3

De zwaarste voorwerpen plaatst u zo laag mogelijk op de laadvloer. Zet de lading indien mogelijk

vast aan de bevestigingspunten (indien aanwezig) op de vloer van de laadruimte. De lading moet zo geplaatst zijn dat niets naar voren op de passagiers geslingerd kan worden in geval dat de bestuurder plotseling moet remmen. Maak de autogordels van de zitplaatsen achter vast, ook als deze niet bezet zijn.

DAKDRAGERS

RENAULT Megane (2004) - DAKDRAGERS - 1

De daksierlijsten hebben elk twee klepjes waaronder zich de bevestigingspunten voor dakdragers bevin- den.

Elk van de klepjes kan draaien bij 1.

Bevestigingspunten vrijmaken Draai elk klepje 1 omhoog.

Raadpleeg uw RENAULT-dealer als uw auto geen klepjes 1 heeft.

Toegelaten belasting op de dakdragers: raadpleeg hoofdstuk 6, paragraaf "massa's".

Montage moet gebeuren volgens de montagevoorschriften van de fabrikant.

Het is raadzaam deze voorschriften bij uw instructieboekje te bewaren.

Hoofdstuk 4: Onderhoud

Motorkap 4.02 - 4.03

Oliepeil van de motor / Olie verversen 4.04 →4.07

Het peil van de: koelvloeistof 4.08

remvloeistof 4.09

ruitensproeiervloeistof / koplampsproeiervloeistof 4.10

Filters 4.10

Accu 4.11

Onderhoud van de carrosserie 4.12 - 4.13

Onderhoud van de bekleding 4.14

MOTORKAP

RENAULT Megane (2004) - MOTORKAP - 1

Om deze te openen trekt u aan de handgeep 1, links van het dashboard.

RENAULT Megane (2004) - MOTORKAP - 2

Veiligheidshaak van de motor-kap
Om deze te ontgrendelen trekt u aan het lipje in de grill 2.

Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventi- lateur kan onverwacht gaan draaien.

MOTORKAP (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - MOTORKAP (vervolg) - 1

Til de motorkap omhoog, maak de steun 4 los van de klem 5 en zet de steun vast in de uitsparing 3 van de motorkap en niet op een andere plaats.

Sluiten van de motorkap

Controleer voordat u de motorkap sluit of er geen gereedschap of andere voorwerpen in de motorruimte zijn achtergebleven.

Om de motorkap te sluiten houdt u deze omhoog, maakt u de steun 4 weer vast in de klem 5 en pakt u de voorkant van de kap in het midden vast en laat u de kap naar beneden zakken. Laat de kap de laatste 30 cm in de vergrendeling vallen. Hij vergrendelt door zijn gewicht.

RENAULT Megane (2004) - Sluiten van de motorkap - 1
Controleer of de kap goed vergrendeld is.

OLIEPEIL VAN DE MOTOR

Iedere motor verbruikt wat olie voor het smeren en koelen van de gende delen in de motor. Het is daarom normaal dat u tussen twee onderhoudsbeurten olie moet bijvullen.

Indien u na de inrijperiode echter meer dan 0,5 liter olie per 1 000 km moet bijvullen, dient u dit aan uw RENAULT-dealer te melden.

Controleer het oliepeil regelmatig en in ieder geval voor elke grote reis: vul indien nodig tijdig olie bij om ernstige schade aan de motor te voorkomen.

Aflezen van het oliepeil

Voor een betrouwbare aflezing moet de auto horizontaal staan en mag de motor geruime tijd niet hebben gedraaid.

U kunt het oliepeil op twee manie- ren aflezen:

  • op het instrumentenpaneel;
  • met de peilstaaf.

RENAULT Megane (2004) - Aflezen van het oliepeil - 1

Boodschap 1 Voldoende olie

RENAULT Megane (2004) - Aflezen van het oliepeil - 2

Boodschap 2 Voorbeeld van het oliepeil

RENAULT Megane (2004) - Aflezen van het oliepeil - 3

Boodschap 3 Minimumpeil

Aflezen van het oliepeil op het in- strumentenpaneel

Bij het aanzetten van het contact en gedurende een halve minuut:

- als het peil goed is, verschijnt op het display “oliepeil correct”: boodschap 1.

Bijzonderheid: om het oliepeil nauwkeuriger af te lezen, drukt u op de nulinsteltoets van de dagteller of drukt u op de functiekeuzetoets van de boordcomputer.

De blokjes op het display geven het oliepeil aan. Zij verdwijnen naarmate het oliepeil daalt en worden vervangen door streepjes: bijvoorbeeld boodschap 2.

Om andere informatie te kunnen lezen op uw boordcomputer, drukt u opnieuw op de functiekeuzetoets.

- als het minimumpeil is bereikt, verschijnt de boodschap "oliepeil correct" niet op het display, de blokjes worden vervangen door streepjes (boodschap 3 en het waarschuwingslampje op het in-

strumentenpaneel licht op.

RENAULT Megane (2004) - Aflezen van het oliepeil op het in- strumentenpaneel - 1

U mag de motor niet starten zo- lang u geen olie heeft bijgevuld.

OLIEPEIL VAN DE MOTOR (vervolg)

A B C 18276

Als het peil abnormaal of herhaaldelijk daalt, moet u een RENAULT-dealer raadplegen.

A B 17767

Aflezen van het oliepeil op de peil- staaf

  • haal de peilstaaf uit de motor;
  • veeg de peilstaaf af met een droge en niet pluizende doek;
  • steek de peilstaaf weer zo diep mogelijk in zijn houder, (als de motor een "peildop" C heeft, draait u deze geheel vast);
  • haal de peilstaaf weer uit de motor;
  • lees het peil af: dit mag nooit lager zijn dan het "minimumpeil" A en nooit hoger zijn dan het "maxi-mumpeil" B.

RENAULT Megane (2004) - Aflezen van het oliepeil op de peil- staaf - 1

Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventi- lateur kan onverwacht gaan draaien.

OLIEPEIL VAN DE MOTOR (vervolg)

1.4 16V - 1.6 16V 2.0 16V

(Bij)vullen

De auto moet horizontaal staan en de motor moet koud zijn (bij voorbeeld voordat u 's morgens wegrijdt).

Als het peil abnormaal of herhaaldelijk daalt, moet u een RENAULT-dealer raadplegen.

RENAULT Megane (2004) - (Bij)vullen - 1

  • Draai de dop 1 los;
  • vul olie bij. Het verschil tussen het hoogste en het laagste peil op de peilstaaf 2 is (afhankelijk van de motor) ongeveer 1,5 tot 2 liter;
  • wacht 2 minuten om de olie naar beneden te laten zakken in de motor;
  • controleer het oliepeil met de peilstaaf 2 zoals hiervoor is beschreven.

Vul nooit bij tot boven het maxi- mumpeil en vergeet niet de dop 1 weer vast te zetten.

2.0 T ① ② 24383

OLIEPEIL VAN DE MOTOR (vervolg) / OLIE VERVERSEN

1.5 dCi 23551

23449.2 1.9 dCi

Olie verversen

Verversingsinterval: raadpleeg het onderhoudsboekje.

Inhoud bij verversen

(ter informatie)

Motor 1.4 16V : 4,9 liter

Motor 1.6 16V : 4,9 liter

Met inbegrip van het oliefilter.

Zie het onderhoudsboekje voor het juiste interval waarbij het oliefilter moet worden vervangen.

Soort motorolie

Raadpleeg het onderhoudsboekje vanu w a u t o o m te z i e n w e torolie u het beste kunt gebruiken.

RENAULT Megane (2004) - Soort motorolie - 1

Olie aftappen: Let op bij het aftappen van hete olie dat u zich er niet aan brandt.

RENAULT Megane (2004) - Soort motorolie - 2

Bijvullen: Let op dat er geen olie wordt gemorst op onderdelen van de motor of de uitlaat. Hierdoor kan

brand ontstaan. Ook moet de vuldop goed zijn vastgezet om te voorkomen dat hij lostrilt waardoor er olie uit de motor kan spatten met hetzelfde brandgevaar als deze olie op hete delen van de motor of de uitlaat terechtkomt.

RENAULT Megane (2004) - Soort motorolie - 3

Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventi-lateur kan onverwacht gaan draaien.

RENAULT Megane (2004) - Soort motorolie - 4

Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte draaien: uitlaatgassen zijn giftig.

PEILEN

RENAULT Megane (2004) - PEILEN - 1

Het peil bij koude motor moet liggen tussen de merktekens MINI en MAXI die op het expansievat 1 zijn aangegeven (zichtbaar via uitsparing A).

Vul bij koude motor bij via de vuldop, voordat het peil beneden het MINI-merkteken is gedaald.

Regelmatige controle van het peil

Controleer regelmatig het peil van de koelvloeistof. De motor kan ernstig beschadigen door een gebrek aan koelvloeistof.

Vul uitsluitend bij met door RENAULT goedgekeurde producten die zorgen voor een bescherming:

  • tegen bevriezen;
  • tegen corrosie.

RENAULT Megane (2004) - Regelmatige controle van het peil - 1

Zolang de motor warm is, mogen er geen werkzaamheden aan de motor en het koelsysteem worgevoerd.

Gevaar van brandwonden.

Interval voor het vervangen

Zie het onderhoudsboekje van de auto.

Als het peil abnormaal of her-haaldelijk daalt, moet u een RENAULT-dealer raadplegen.

PEILEN (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - PEILEN (vervolg) - 1

Controleer regelmatig het peil van de remvloeistof en zeker als u bij het remmen een verschil, hoe gering ook, opmerkt.

Peil 1

Het isnormaaldathetremvloeistof- peil daalt met het slijten van de rem- blokken maar het mag nooit bene- den het merkteken "MINI" komen.

Door de beperkte toegankelijkheid, raden wijuaan hetrem vloeisto door een specialist te laten controle- ren en bijvullen indien nodig.

RENAULT Megane (2004) - Peil 1 - 1

Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventilateur kan onverwacht gaan draaien.

PEILEN (vervolg) FILTERS

RENAULT Megane (2004) - PEILEN (vervolg) FILTERS - 1

Reservoir ruitensproeiers / kop- lampsproeiers

Vullen

Open de dop 1, vulbijtotu devloe i- stof ziet en plaats de dop weer terug.

Vloeistof

Product voor ruitensproeiers ('s winters met speciale antivries).

11094 M ① ②

Sproeiers

U kunt de sproeiers van de voorruit richten met een naald.

N.B.

Gebruik, afhankelijk van de auto, voor het meten van het vloeistofpeil de "pipet"-dop. Sluit hiervoor het gaatje 2 (in de dop) af en verwijder de dop.

Het vervangen van de filters (luchtfilter, interieurfilter, brandstofffilter) maakt deel uit van het onderhoudsprogramma van uw auto.

Interval voor het vervangen van de filters: zie het onderhoudsboekje van uw auto.

RENAULT Megane (2004) - N.B. - 1

Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventilateur kan onverwacht gaan draaien.

ACCU

RENAULT Megane (2004) - ACCU - 1

Deze is onderhoudsvrij: open nooit het deksel 1.

RENAULT Megane (2004) - ACCU - 2

De accu bevat zwavel-zuur. Vermijd daarom contact met de ogen, de huid of kleding. Bij onverhoopt contact spoelen met veel water.

Houd open vuur verwijderd van de accu: explosiegevaar.

Vervangen van de accu

Omdat dit een ingewikkelde in- greep is, adviseren wij dit over te la- ten aan uw RENAULT-dealer.

RENAULT Megane (2004) - Vervangen van de accu - 1

De accu is van een speciaal type (met een slang voor het naar buiten afvoeren van het explosieve gas), let op dat deze slang aangesloten kan worden op de vervangende accu. Raadpleeg uw RENAULT-dealer.

ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE

Bescherming tegen corrosieve invloeden

Uw auto is op doelmatige wijze te- gen roestvorming beschermd. Toch staat hij bloot aan de invloed van:

- agressieve stoffen in de lucht

- luchtverontreiniging in steden en in industriegebieden,

- zilte lucht langs de kust, vooral bij warm weer,

- wisselende klimaatinvloeden en veranderingen in de vochtigheidsgraad (wegenzout in de winter).

- schurende stoffen

Stof in de lucht en zand dat door de wind wordt opgewaaid, modder, opspattende steentjes, enz.

- de kleine beschadigingen in het dagelijks gebruik

Om de bescherming van de carrosserie zo doelmatig mogelijk te houden, zijn een aantal maatregelen nodig om de hierboven genoemde gevaren te bestrijden.

Wat u niet moet doen

  • De auto wassen in de felle zon of als het vriest.
  • Vuil of insectenresten wegkrabben, zonder ze eerst met water los te weken.
  • De auto verwaarlozen zodat vuil zich kan ophopen.
  • Kleine beschadigingen niet (la- ten) bijwerken.
  • Vlekken of aanslag verwijderen met oplosmiddelen die niet door RENAULT worden aanbevolen. De lak kan hierdoor worden aangetast.
  • In de winterperiode het vuil en pekel in de wielkuipen en op de bodemplaat laten ophopen en de zoute aanslag op de carrosserie laten zitten.

- Een niet door RENAULT goedgekeurde hogedrukspuit gebruiken om mechanische delen (bijv. de motorruimte), scharnierende delen (bijv. tankklep), gespoten kunststof delen (bijv. bumpers) of de onderzijde van de carrosserie te reinigen of deze delen in te spuiten met niet door RENAULT goedgekeurde producten. Hierdoor kunnen defecten of kan oxidatie ontstaan.

ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE (vervolg)

Wat u moet doen

  • Was uw auto regelmatig, met afgezette motor gebruik bij voorkeur de shampoo van RENAULT Boutique. Spoel de auto met veel water af en spuit vooral onder de spatschermen en onder de bodemplaat. U verwijdert daarmee:
  • de aanslag door luchtverontreiniging, bloeiende bomen (linden bijvoorbeeld);
  • uitwerpselen van vogels die de lak snel doen verkleuren of zelfs kunnen doen loslaten; Deze vlekken moet u direct wegwassen, want zij kunnen later niet meer door poetsen worden verwijderd;
  • zout dat op de gehele auto, maar vooral in de wielkuipen en onder de bodem achterblijft,
  • modder uit de wielkuipen en onder de drempelkokers die anders lange tijd het vocht kunnen vasthouden.

  • Houd bij het rijden op pas geasfalteerde wegen afstand tot de andere auto's om beschadiging van lak en ruiten door opspattend split te voorkomen.

  • Kleine beschadigingen van de lak moet u snel herstellen of laten herstellen zodat roest ook daar geen kans krijgt.
  • Laat uw RENAULT-dealer regelmatig de carrosserie inspecteren in verband met de RENAULT plaatwerkgarantie. Raadpleeg het onderhoudsboekje.
  • Houd rekening met lokale voorschriften inzake het wassen van een auto, (bijv.: niet op de openbare weg).

  • Als u de auto in een wasstraat of wasportaal met borstels laat schoonmaken, moet u vooraf de bevestiging van de uitrusting aan de buitenkant, bijvoorbeeld extra lampen en spiegels, controleren. Zet de ruitenwisserbladen en de radioantenne met plakband vast.
    Verwijder de spriet van de antenne van de autotelefoon indien uw auto hiermee is uitgerust.

- Bewegende delen of mechanische organen moeten na reiniging altijd met een door RENAULT goedgekeurd product opnieuw worden beschermd.

In de RENAULT Boutique vindt u een uitgebreid gamma speciale onderhouds- en reinigingsmiddelen voor de carrosserie en het interieur van uw auto.

ONDERHOUD VAN DE BEKLEDING

Reinig de bekleding (ongeacht het materiaal ervan) met koud of lauwwarm zeepsop op basis van:

  • groene zeep,
  • afwasmiddel (1:200 verdund).

Veeg de bekleding na met een vochtige, zachte doek.

Bijzonderheden

- Ruiten van instrumenten (bijv. van het instrumentenpaneel, klokje, buitenthermometer, radiopaneel)

Veeg deze schoon met een zachte doek of poetskatoen.

Als dat onvoldoende is, gebruik dan een in zeepsop gedrenkte doek of poetskatoen en veeg de ruit voorzichtig na met een vochtige doek.

Veeg de ruit tenslotte voorzichtig af met een droge zachte doek.

Gebruik geen producten op alco- holbasis.

- Autogordels

Deze moeten goed schoon worden gehouden.

Gebruik producten die door RENAULT Boutique worden geleverd of lauw zeepsop en een spons; veeg de gordels met een doek droog.

Gebruik geen wasmiddelen of kleurstoffen omdat deze de gordels kunnen aantasten.

Wat u niet moet doen

Het gebruik van een hogedrukreiniger of sproeien in het interieur van de auto wordt ten strengste afgeraden: als geen bijzondere voorzorgsmaatregelen worden genomen bestaat het gevaar dat elektrische en elektronische componenten in de auto defect raken.

Hoofdstuk 5: Praktische tips

Reservewiel 5.02

Gereedschap (Krik - Wielsleutel) 5.03

Verwisselen van een wiel 5.05

Banden (veiligheid, wielen, wintergebruik) 5.06 → 5.08

Lampen voor (vervangen van een lamp) 5.09 →5.12

Achterlichten (vervangen van een lamp) 5.13 - 5.14

Zijverlichting (vervangen van een lamp) 5.14

Binnenverlichting (vervangen van een lamp) 5.15 → 5.17

Zekeringen 5.18 - 5.19

Accu 5.20 → 5.22

RENAULT kaart: batterij 5.23

Inbouwen van een autoradio / accessoires 5.24 - 5.25

Ruitenwisserbladen (vervangen) 5.26

Slepen (pech) 5.27 → 5.29

Storingen 5.30 → 5.37

RESERVEWIEL

RENAULT Megane (2004) - RESERVEWIEL - 1

Het reservewiel bevindt zich in de bagageruimte.

Om erbij te kunnen komen:

  • zet u de achterklep open;
  • tilt u de matten 1 en 2 op (afhankelijk van de auto);

RENAULT Megane (2004) - RESERVEWIEL - 2

  • draait u de centrale bevestiging 4 los;
  • verwijdert u het reservewiel.

RENAULT Megane (2004) - RESERVEWIEL - 3

Laat het reservewiel regelmatig door uw RENAULT-dealer contro- leren. Na verloop van tijd door veroudering on- har worden.

Bijzonderheid:

Het controlesysteem van de bandenspanning controleert niet de spanning van de reserveband (het door het reservewiel vervangen wiel verdwijnt van het display op het instrumentenpaneel).

Raadpleeg de paragraaf "systeem voor het controleren van de bandenspanning" in hoofdstuk 2.

RENAULT Megane (2004) - Bijzonderheid: - 1

Auto's met een reserve- wiel dat kleiner is dan de andere vier wielen.

Het reservewiel mag alleen tijdelijk gebruikt worden en u mag niet sneller rijden dan 130 km/u.

GEREEDSCHAP

RENAULT Megane (2004) - GEREEDSCHAP - 1

Het gereedschap A bevindt zich in de bagageruimte, rechts van het re- servewiel.

Om bij het gereedschap te komen, haalt u het reservewiel weg, verwijder daarna het gereedschap.

RENAULT Megane (2004) - GEREEDSCHAP - 2

Maak de krik 1 vrij.

Voordat u de krik weer terug plaatst, brengt u hem weer in de oorspronkelijke stand.

RENAULT Megane (2004) - GEREEDSCHAP - 3

Gebruik de krik alleen voor het verwisselen van een wiel. De krik mag nooit als steun bij werkzaamheden onder de auto wor- den gebruikt.

Wieldopsleutel 2 of 4

Hiermee kunt u de wieldoppen verwijderen.

Sleepoog 3

Raadpleeg de paragraaf "slepen" in hoofdstuk 5.

Wielmoersleutel 5

Hiermee draait u de wielbouten los en zet u deze weer vast.

Opbergruimtes

Bij het gereedschap is ruimte voor het opbergen van een antidiefstalmoer.

WIELDOP - WIEL

RENAULT Megane (2004) - WIELDOP - WIEL - 1

Steek het haakje van de wieldops-leutel 3 (opgeborgen bij het gereedschap) in de opening dichtbij het ventiel 2.

Om hem weer terug te plaatsen, richt u hem ten opzichte van ventiel 2. Druk de haakjes vast; begin bij het ventiel A dan B en daarna C en eindig aan de kant tegenover het ventiel D.

RENAULT Megane (2004) - WIELDOP - WIEL - 2

Maak deze los met behulp van de wieldopsleutel 6 (opgeborgen bij het gereedschap) door de sleutel 6 in de uitsparing 5 te steken.

Bij het terugplaatsen richt u de dop ten opzichte van de uitsparing 5 en draait u hem vast met de sleutel 6.

Noteer het nummer van de sleutel zodat u deze bij verlies kunt nabestellen.

VERWISSELEN VAN EEN WIEL

RENAULT Megane (2004) - VERWISSELEN VAN EEN WIEL - 1

Zetdeautostilopeen zontale, stroeve (bijv. geen gladde tegels, enz.) en ste- vige ondergrond (leg indien nodig een stevige plank onder de krik), schakel de alarmknipperlichteninenplaatsdeg hoek.

Zet de handrem vast en schakel een versnelling in (1e of achteruit, of P bij een automatische transmissie).

Laat alle inzittenden uitstappen en houd hen op veilige afstand van het verkeer.

Verwijder de wieldop (indien van h or itoepassing).

Draai de wielbouten iets los met de wielmoersleutel 1. Plaats deze zo dat u deze naar beneden moet drukken.

e v Houde de krik 3i horizontaal, met de kop van de krik bij de metalen steunplaat 2 die het dichtst bij het betreffende wiel is, en is aangegeven met een pijl 4.

Draai de krik met de hand omhoog zodat u de voet van de krik vlak op de grond kunt zetten, iets binnen de rand van de carrosserie.

Draai de zwengel een paar slagen zodat het wiel vrijkomt van de grond.

Draai de wielbouten geheel los en neem het wiel van de naaf.

Plaats het reservewiel op de naaf en draai het wiel rond tot de gaten voor de wielbouten samenvallen.

Als het reservewiel eigen bouten heeft, mag u deze bouten uitsluitend gebruiken voor het reserve-wiel. Monteer de bouten, draai ze vast en laat de krik zakken.

Met het wiel op de grond zet u de bouten goed vast, en laat het vastzetten zo snel mogelijk controlleren (aantrekkoppel 110 Nm).

RENAULT Megane (2004) - VERWISSELEN VAN EEN WIEL - 2

Als u merkt dat een band lek is, moet u direct stoppen en het reservewiel monteren.

Een lekke band moet zo snel mogelijk worden gerepareerd en vóór terugplaatsing door een deskundige worden onderzocht.

BANDEN

Veiligheid van de banden - wie- len

De banden vormen de enige verbinding tussen de auto en het wegdek, het is daarom van het grootste belang dat zij in goede staat verkeren. Houd u strikt aan de wettelijke voorschriften op dit gebied.

RENAULT Megane (2004) - Veiligheid van de banden - wie- len - 1

Als de banden vervangen moeten worden, mag dit alleen gebeuren door even grote banden van

hetzelfde merk, met dezelfde eigenschappen en met hetzelfde profiel.

Zij moeten voldoen aan de door RENAULT gestelde eisen. Raadpleeg bij twijfel uw RENAULT-dealer.

RENAULT Megane (2004) - Veiligheid van de banden - wie- len - 2

Onderhoud van de banden

De banden van uw auto moeten altijd aan de wettelijke voorschriften voldoen. Bovendien moeten de banden, in het belang van een goede wegligging van uw auto, van hetzelfde merk zijn en hetzelfde profiel hebben. De banden moeten in goede staat verkeren en voldoende profiel hebben; de merken die door de fabriek zijn goedgekeurd, zijn voorzien van slijtagecontrolestiften 1.

Deze slijtagecontrolestiften zijn op regelmatige afstanden over de omtrek van het loopvlak verdeeld. Als het loopvlak van een band tot aan deze stiften is weggesleten, zoals bij 2, moet u deze band laten vervangen omdat er dan nog slechts 1,6 mm profiel overblijft.

Ook door overbelasting, door het langdurig snel rijden bij hoge buitentemperaturen en door het regelmatig rijden op slechte wegen, kunnen de banden worden beschadigd, waardoor de veiligheid in gevaar komt.

RENAULT Megane (2004) - Onderhoud van de banden - 1

Bestuurdersfouten, zoals "rijden tegen een stoeprand", kunnen de banden en de velgen bescha-

digen, en de voorwielen of achterwielen ontregelen. Laat in dat geval hun staat door een RENAULT-dealer controleren.

BANDEN (vervolg)

Bandenspanning

Houd u aan de bandenspanning die in de tabel met bandenspanningen wordt genoemd. Controleer de bandenspanning tenminste eenmaal per ma a nd en z e k e r v o o r e rit. Controleer dan ook de spanning van de reserveband.

RENAULT Megane (2004) - Bandenspanning - 1

Door een te lage banden- spanning ontstaat vroeg- tijdige slijtage en worden de banden abnormaal

heet, met alle gevolgen van dien voor de veiligheid:

  • slechte wegligging,
  • kans op een klapband of het loslaten van het loopvlak.

De bandenspanning is afhankelijk van de belasting en de snelheid. Zorg voordejuisteb spanning afhankelijk van de gebruiksomstandigheden (raadpleeg de paragraaf "bandenspanning").

Controleer de spanning bij koude banden, houd geen rekening met een hogere waarde bij warm weer of na een snel gereden rit.

Indien u de bandenspanning niet bij koude gbanden kunt controleren, moet u de opgegeven waarden met 0,2 tot 0,3 bar (3 PSI) verhogen.

Verlaag nooit de spanning van een warme band.

Let op: op een kleine sticker aan de binnenkant van de linker voorportierstijl staat ook de bandenspanning aangegeven (afhankelijk van het land of de uitvoering).

Het kruisen van de wielen

Wij raden u af de wielen onderling van plaats te verwisselen.

RENAULT Megane (2004) - Het kruisen van de wielen - 1

Auto uitgerust met con- trolesysteem voor de bandenspanning

- De in ieder ventiel gemonteerde drukzender is speciaal voor dit wiel op deze plaats bestemd: in geen geval mogen de wielen van plaats worden verwisseld.

Gevaar van verkeerde informatie met ernstige gevolgen.

Vervangen van de banden

RENAULT Megane (2004) - Vervangen van de banden - 1

Laat, om veiligheidsredenen het vervangen van de banden over aan een deskundige.

Door het monteren van afwijken- de banden kan:

  • de auto gaan afwijken van de betreffende wettelijke voorschriften;
  • de wegligging verslechteren;
  • het sturen zwaarder gaan;
  • de geluidsproductie toenemen;
  • het gebruik van sneeuwkettingen belemmerd worden.

Reservewiel

Raadpleeg de paragrafen "reserve-wiel" en "verwisselen van een wiel" in hoofdstuk 5.

BANDEN (vervolg)

Debandenindewinter

- Sneeuwkettingen

Sneeuwkettingen mogen uitsluitend rond de voorwielen worden gelegd.

Als een te grote bandenmaat is gemonteerd, kunnen er geen sneeuwkettingen worden gemonteerd.

RENAULT Megane (2004) - - Sneeuwkettingen - 1

Het gebruik van sneeuwkettingen is alleen mogelijk in combinatie met even grote banden als die

welke oorspronkelijk zijn ge- monteerdopuwauto.

Bijzonderheid uitvoeringen met 17" wielen: hierop kunt u geen sneeuwkettingen monteren

Indien u specifieke uitrustingen wilt gebruiken, raadpleeg dan uw RENAULT-dealer.

- Winterbanden

Indien u speciale "winterbanden" laat monteren, raden wij u aan deze banden op alle vier wielen te monteren.

Let op: op deze banden staan soms:

- een pijl met de draairichting,

- een indicatie van de maximum snelheid die niet overschreden mag worden, ook al is die lager dan de topsnelheid van de auto.

- Spijkerbanden

Het gebruik van spijkerbanden is slechts onder bepaalde omstandigheden toegestaan.

Houd u aan de ter plaatse geldende voorschriften, en rijd met spijkerbanden niet sneller dan de daarmee toegelaten maximum snelheid.

Indien u voor spijkerbanden kiest, moeten zij in ieder geval links en rechts voor worden ge- monteerd.

Wij raden u in ieder geval aan uw RENAULT-dealer te raadplegen. Hij weet als geen ander welke voorzieningen het beste bij uw auto passen.

KOPLAMPEN MET HALOGEENLAMPEN: BEREIKBAARHEID

RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN MET HALOGEENLAMPEN: BEREIKBAARHEID - 1

U kunt bij de lampen komen na het verwijderen van de doppen 1 en 2 in de wielkuipen.

Vanwege de beperkte toegankelijkheid (soms is het nodig om organen van de carrosserie of mechanische organen te demonteren), raden wij u aan de lampen door een RENAULT-dealer te laten vervangen.

RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN MET HALOGEENLAMPEN: BEREIKBAARHEID - 2

Toegang tot de linker koplamp

Stilstaande motor

Draai de dop 1 een kwart slag linksom.

Toegang tot de rechter koplamp

Stilstaande motor

Wip de dop 2 los.

Zorg in beide gevallen, als de lamp vervangen is, dat de doppen 1 en 2 goed op hun plaats zitten.

RENAULT Megane (2004) - Toegang tot de rechter koplamp - 1

Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventilateur kan onverwacht gaan draaien.

KOPLAMPEN MET HALOGEENLAMPEN: vervangen van een lamp

RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN MET HALOGEENLAMPEN: vervangen van een lamp - 1

Verwijder de kap A of B.

Maak de stekker 3 of 6 los van de lamp.

Maak de veer 2 of 4 los en verwijder de lamp.

Lamptype anti U.V.

(zie kader):

1 =>H7

5 =>H1

Raak het lampglas niet aan. Houd de lamp vast aan de metalen voet.

Vergeet niet de kap terug te plaatsen na het vervangen van de lamp.

RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN MET HALOGEENLAMPEN: vervangen van een lamp - 2

Markeringslicht voor

Verwijder de lamphouder 7 om bij de lamp te komen.

Lamptype: W5W.

Richtingaanwijzer

Draai de lamphouder 8 een kwart slag en haal de lamp eruit.

Lamptype: oranje lamp PY21 W.

RENAULT Megane (2004) - Richtingaanwijzer - 1

De koplampen hebben een kunststof ruit, gebruik daarom alleen anti U.V. 55 W lampen (gebruik van an-

dere lampen kan de koplamp be- schadigen).

Wij adviseren u een set reserve lampen in de auto mee te nemen.

KOPLAMPEN MET XENONLAMPEN: vervangen van een lamp

Dimlicht met xenonlamp

RENAULT Megane (2004) - Dimlicht met xenonlamp - 1

Vanwege de speciaal vereiste technologie, is het verboden een xenonlamp te monteren in een op die hier oorspronket mee is uitgerust.

RENAULT Megane (2004) - Dimlicht met xenonlamp - 2

Om veiligheidsredenen moet bij een auto met xenonlampen het vervangen van een lamp uitgevoerd door de JLT-dealer.

Schoonmaken van de koplampen

Het koplamp "glas" is van kunststof dat u met een zachte schone doek of poetskatoen mag schoonvegen.

Als dat onvoldoende is, gebruik dan een in zeepsop gedrenkte doek of poetskatoen en veeg de koplamp na met een vochtige doek.

Veeg de ruit tenslotte voorzichtig af met een droge zachte doek.

Gebruik geen producten op alco- holbasis.

KOPLAMPEN: mistlichten voor / extra lampen

RENAULT Megane (2004) - KOPLAMPEN: mistlichten voor / extra lampen - 1

Mistlichten voor 1
Vervangen van een lamp
Raadpleeg uw RENAULT-dealer.

Lamptype: H11.

Extra lampen

Vraag uw RENAULT-dealer advies indien u extra lampen ("mistlichten" of "verstralers") op uw auto wilt monteren.

RENAULT Megane (2004) - Extra lampen - 1

Wijzig niet zelf de bedra- ding van de auto want door een verkeerde aan- sluiting kan de elektri-

sche installatie worden beschadigd (bedrading, organen en in het bijzonder de dynamo). Laat eventuele veranderingen door uw RENAULT-dealer uitvoeren die beschikt over de noodzakelijke onderdelen.

ACHTERLICHTEN: vervangen van een lamp

RENAULT Megane (2004) - ACHTERLICHTEN: vervangen van een lamp - 1

Richtingaanwijzer/markerings- licht en remlicht

Open de achterklep en verwijder de schroeven 1.

RENAULT Megane (2004) - ACHTERLICHTEN: vervangen van een lamp - 2

Maak van buitenaf de achterlichten vrij door ze naar achteren te trekken.

Maak de lamphouder 2 los om bij de lampen te kunnen komen.

RENAULT Megane (2004) - ACHTERLICHTEN: vervangen van een lamp - 3

4 Richtingaanwijzer Oranje lamp PY21 W.

5 Mistachterlicht Lamp P21 W. N.B.: In beide lamphuizen is een lamp aanwezig, maar alleen de lamp aan bestuurderskant werkt.

6 Achteruitrijlicht Lamp P21 W.

LAMPEN ACHTER (vervolg) EN ZIJKANT: vervangen van een lamp

RENAULT Megane (2004) - LAMPEN ACHTER (vervolg) EN ZIJKANT: vervangen van een lamp - 1

Raadpleeg uw RENAULT-dealer.

RENAULT Megane (2004) - LAMPEN ACHTER (vervolg) EN ZIJKANT: vervangen van een lamp - 2

Kentekenverlichting 8

Druk tegen het lipje 9 en wip het lamphuis 8 los.

Maak het kapje los van het lamp-huis zodat u bij de lamp kunt ko-men.

Lamptype: buislampje C5W.

RENAULT Megane (2004) - LAMPEN ACHTER (vervolg) EN ZIJKANT: vervangen van een lamp - 3

Zijknipperlichten 10

Wip met een kleine schroeven-draaier het zijknipperlicht 10 los. Draai de lamphouder een kwart slag en maak de lamp los.

Lamptype: W5W.

BINNENVERLICHTING: vervangen van een lamp

RENAULT Megane (2004) - BINNENVERLICHTING: vervangen van een lamp - 1

Wip met een kleine schroeven-draaier het doorzichtige afdekplaat-je 1 los.

②

Maak de betreffende lamp vrij.

Lamptype 2: W 5 W.

BINNENVERLICHTING: vervangen van een lamp (vervolg)

B 3

Binnenlicht B

Wip met een kleine schroeven-draaier het doorzichtige afdekplaat-je 3 los.

RENAULT Megane (2004) - Binnenlicht B - 1

Maak de betreffende lamp vrij.

Lamptype 4: W 5 W .

⑤

Portierverlichting

Wip met een kleine schroeven-draaier het lamphuis 5 los.

Draai de lamphouder een kwart slag en maak de lamp los.

Lamptype: W5W.

BINNENVERLICHTING: vervangen van een lamp (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - BINNENVERLICHTING: vervangen van een lamp (vervolg) - 1

Wip met een kleine schroeven-draaier het lamphuis 7 los door de twee lipjes aan weerskanten van het lamphuis in te drukken.

Maak de stekker los.

RENAULT Megane (2004) - BINNENVERLICHTING: vervangen van een lamp (vervolg) - 2

Druk tegen lipje 8 zodat de lamphouder vrijkomt en u het lampje 9 kunt vervangen.

Lamptype: buislampje C5W.

ZEKERINGEN

RENAULT Megane (2004) - ZEKERINGEN - 1

Controleer de staat van de zekerin-gen a l se e n e l e k t r i s c h a p p a r a a t n i e t werkt.

Open het deksel 2 (onder het stuur-wiel of in het dashboardkastje).

Raadpleegdestickeren ring op de volgende bladzijde voor het bepalen van de te controleren zekering.

RENAULT Megane (2004) - ZEKERINGEN - 2

Controleer de betreffende zekering en vervang hem, indien nodig, door een ze-

d e v e kering met hetzelfde amperage als de oorspronkelijke zekering.

Dooreentesterkezeker bedrading te heet worden en kan brand onlstaan als een elektrisch orgaan door een storing te veel stroom verbruikt.

14353 ③

GOED DEFECT

Maak de zekering los met behulp van het tangetje 3 dat zich op het deksel 2 bevindt.

U kunt de zekering uit het tangetje schuiven.

Gebruik niet de ongebruikte plaatsen op de zekeringplaat om reservezekeringen in te steken.

ngkande

Afhankelijk van de wetgeving of uit voorzorg:

Zorg dat u altijd reservelampen en zekeringen in uw auto heeft, uw RENAÜLT-dealer kan u deze leveren.

ZEKERINGEN (vervolg)
Bestemming van de zekeringen (afhankelijk van de uitvoering)

SymbolBestemmingSymbolBestemming
Ventilatie interieurClaxon
Elektrische ruitbedieningAchterruitwisser
Elektrisch open dakUCHAlgemene voeding
ABSStoelverwarming
Radio
STOPRemlichtenPortiervergrendeling
COUPE CONSOStroomonderbrekingSpiegelverwarming

RENAULT Megane (2004) - ngkande - 1

Om vonkvorming te voorko- men:

  • Controleert u of alle stroomverbruikers zijn uitgeschakeld voordat u de accuklemmen losmaakt of aansluit.
  • Schakelt u de acculader uit voordat u deze op de accu aansluit of ervan losmaakt.
  • Mag u geen metalen of andere geleidende voorwerpen, die kort-sluiting tussen de accupolen kunnen veroorzaken, op de accu leggen.
  • Mag u de accukabels nooit losma- ken binnentwintig het afzetten van de motor.
  • Moet u de accukabels na het weer monteren goed vastzetten.

① econdesna

Afhankelijk van de auto, kan de accu een kap 1 hebben, die met speciaal gereedschap verwijderd moet worden. In dat geval raden wij u aan om deze handeling door een RENAULT-dealer te laten verrichten.

RENAULT Megane (2004) - Om vonkvorming te voorko- men: - 2

De accu bevat zwavelzuur. Vermijd daarom contact met de ogen, de huid of kle- ding. Bij onverhoopt con-

tact spoelen met veel water.

Houd open vuur verwijderd van de accu: explosiegevaar.

Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventilateur kan onverwacht gaan draaien.

ACCU: storing (vervolg)

Aansluiten van een acculader

Maak altijd (bij stilstaande motor) de kabels los van de aansluitingen van de accu te beginnen met de negatieve aanspuiting.

Maak de accukabels nooit los als de motor draait. Houd u aan de voorschriften van de fabrikant van de acculader.

Alleen een goed opgeladen en onderhouden accu heeft een lange levensduur en voorkomt startproblemen.

Houd de accu schoon en droog.

Laat de capaciteit van de accu regel- matig controleren:

- Vooral als de auto veel korte (stads-)ritten maakt.

  • Het is normaal dat de capaciteit bij lage temperatuur afneemt. Gebruik in de winter niet meer stroomverbruikers dan u nodig hebt.
  • De accu ontladst natuurlijk ook door "permanente" stroomverbruikers (klokje, radiogeheugen en accessoires met permanente voeding).

Sluit accessoires zoveel mogelijk + na contact in plaats van + voor contact aan. Laat anders een accu met een grotere capaciteit monteren. Raadpleeg hiervoor uw RENAULT-dealer.

Als u de auto langere tijd, vooral in de winter, niet gebruikt, maak dan de accukabels los, of laat de accu regelmatig bijladen. Daarna moet u apparaten met een geheugen (radio, boordcomputer, enz.) wel opnieuw programmeren. Bewaar de accu op een koele, droge vorstvrije plaats.

RENAULT Megane (2004) - Aansluiten van een acculader - 1

Voor bepaalde accu's gelden speciale voorwaarden bij het laden, raadpleeg uw RENAULT-

dealer.

De geringste vonk kan een zware explosie veroorzaken. Daarom mag u de accu alleen in een goed geventileerde ruimte opladen. Gevaar voor ernstige verwondingen.

ACCU: storing (vervolg)

Starten met starchulpkabels

Sluit de starchulpkabels als volgt aantussendetweeauto's

Controleer of de starchulpkabels dik genoeg zijn en in goede staat verke- ren.

Beide accu's moeten dezelfde spanning hebben: 12 Volt. De hulpaccu moet minstens de capaciteit (Ampère-uur, Ah) hebben van de ontladen accu.

Een bevroren accu moet eerst ont- dooien voor u hem aansluit.

Let erop dat de auto's elkaar niet raken (kortsluitingsgevaar als u de pluspolen met elkaar verbindt) en dat de ontladen accu goed aangesloten is. Zet het contact af van uw auto.

Laat de motor van de hulpauto met een middelmatig toerental draaien.

23411 ① + ④ A B ③ + ②

Sluit de positieve kabel (+) A aan op de pluspool (+) 1 van de ontladen accu en daarna op de pluspool (+) 2 van de hulpaccu.

Sluit de negatieve kabel (-) B aan op de minpool (-) 3 van de hulpaccu en daarna op de minpool (-) 4 van de ontladen accu.

Controleer of de kabels A en B elkaar nergens raken en of kabel A (+) geen metalen delen van de hulpauto raakt.

Start de motor op de normale wijze. Zodra de motor draait, maakt u de kabels A en B in omgekeerde volgorde (4-3-2-1) los.

RENAULT KAART: BATTERIJ

24089 ① ②

Vervangen van het batterijtje

De boodschap "kaartbatterij vervangen" verschijnt op het instrumentenpaneel.

Trek met kracht aan de noodsleutel 2.

Vervang het batterijtje 1 en houd u daarbij aan de polariteit die aangegeven is op de noodsleutel.

Na het vervangen verschijnt de boodschap "kaartbatterij vervangen" niet meer op het instrumentenpaneel.

Batterijtjes zijn verkrijgbaar bij uw RENAULT-dealer.

De levensduur is ongeveer twee jaar.

RENAULT Megane (2004) - Vervangen van het batterijtje - 1

Gooi lege batterijen niet weg, maar lever ze in bij een inzamelpunt voor lege batterijen.

RADIO INBOUWEN

RENAULT Megane (2004) - RADIO INBOUWEN - 1

Inbouwplaats voor autoradio 1

Wip het afdekplaatje los. Hierachter bevinden zich de aansluitingen voor: de antenne, de voedingen + en -, en de luidsprekerbedrading.

RENAULT Megane (2004) - RADIO INBOUWEN - 2

Hoge tonen luidspreker (tweeters)

Wip het rooster 2 met een kleine schroevendraaier los, hierachter vindt u de luidsprekerbedrading.

RENAULT Megane (2004) - RADIO INBOUWEN - 3

Wip het rooster 3 met een kleine schroevendraaier los, hierachter vindt u de luidsprekerbedrading.

  • Volg altijd nauwgezet de inbouwvoorschriften van de radiofabrikant op.
  • De benodigde steunen en verbindingskabels die de RENAULT Boutique u kan leveren, verschillen per type auto en per type autoradio.
    Raadpleeg uw RENAULT-dealer voor meer bijzonderheden
  • Wijzig niet zelf de bedrading van de auto want door een verkeerde aansluiting kan de elektrische installatie worden beschadigd (bedrading, organen en in het bijzonder de dynamo). Laat eventuele veranderingen door uw RENAULT-dealer uitvoeren.

ACCESSOIRES

RENAULT Megane (2004) - ACCESSOIRES - 1

Gebruik van telefoons en 27 Mc zendapparatuur.

Telefoons en 27 Mc appara- tuur met een ingebouwde antenne, kunnen de werking beïnvloeden van elektronische systemenindeauto. Gebruikd apparaten daarom met een buiten-antenne.

Houd u altijd aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het gebruik van deze apparaten.

RENAULT Megane (2004) - Gebruik van telefoons en 27 Mc zendapparatuur. - 1

Achteraf inbouwen van accessoires

Om zeker te zijn dat uw auto goed werkt en om elk risico te vermijden dat uw veiligheid kan aantasten, raden wij u aan om door RENAULT goedgekeurde accessoires te gebruiken: deze zijn aan uw auto aangepast en alleen deze worden door RENAULT gegarandeerd.

  • wijzig niet zelf de bedrading van de auto want door een verkeerde aansluiting kan de elektrische installatie worden beschadigd (bedrading, organen en in het bijzonder de dynamo). Laat eventuele veranderingen door uw RENAULT-dealer uitvoeren.
  • in geval van achteraf inbouwen van een elektrische uitrusting, moet ugoed indegaten dat de installatie wel is beschermd door een zekering. Noteer de sterkte van deze zekering en de plaats waar hij zich bevindt.

houden

RUITENWISSERBLADEN

13550 ① ② ③ ④ A B

Vervangen van de ruitenwisserbladen voor 1

  • Met afgezette motor, licht u de rui- tenwisserarm 3 op;
  • kantel het blad horizontaal;
  • druk het lipje 2 in en schuif het wisserblad naar u toe tot dit vrij is van de haak 4 van de arm;
  • verschuif het blad (richting A) e n trek het daarna omhoog (richting B).

Bij het monteren

Monteer het ruitenwisserblad in omgekeerde volgorde van losma- ken. Controleer of het blad goed is vergrendeld.

Maak regelmatig uw voor- en achterruit schoon.

RENAULT Megane (2004) - Bij het monteren - 1

- Controleer als het vriest, voordat u wegrijdt, of de ruitenwisserbladen niet aan het zijn vastgevroren. De wisotor kan hierdoor te warmen.

- Controleer regelmatig de wisserbladen. Zodra hun werking afneemt moet u ze vervangen, ongeveer eens per jaar.

23450 ⑤ ⑥

Ruitenwisserblad achter 5

  • Trek de ruitenwisserarm 6 omhoog;
  • kantel het blad 5 tot u een weerstand voelt;
  • verwijder het blad door er aan te trekken.

Bij het monteren

Monteer het ruitenwisserblad in omgekeerde volgorde van losma- ken. Controleer of het blad goed is vergrendeld.

SLEPEN: pech

RENAULT Megane (2004) - SLEPEN: pech - 1

Steek de RENAULT kaart in de le- zer, druk daarna op de startknop om het stuurwiel te ontgrendelen en om de verlichting (remlichten, knipperlichten, enz.) te kunnen ge- bruiken. 's Nachts moet de auto ver- licht zijn.

Bovendien moeten de voorschriften voor het slepen die in ieder land gelden in nacht wordeng mag de maximum toegelaten aanhangwagenmassa van uw auto, als deze de trekkende auto is, niet worden overschreden. Raadpleeg uw RENAULT-dealer.

RENAULT Megane (2004) - SLEPEN: pech - 2

Gebruik uitsluitend de sleepogen 1 aan de voorkant en 4 aan de achterkant. Bevestig de sleepkabel nooit aan de aandrijfassen. Het sleepoog mag alleen gebruikt worden om de auto mee te slepen: het mag in geen geval gebruikt worden om de auto direct of indirect aan op te hijsen.

RENAULT Megane (2004) - SLEPEN: pech - 3

Bij stilstaande motor werken de stuur- en rembekrachtiging niet meer.

Toegang tot de sleeppunten

Verwijder het kapje 2 of 5.

Schroef het sleepoog 3 zo ver mogelijk in de schroefdraad, eerst met de hand en het laatste stuk met de wielmoersleutel.

Het sleepoog 3 en de wielmoersleutel bevinden zich onder de mat van de bagageruimte bij het gereedschap (raadpleeg paragraaf "gereedschap" in hoofdstuk 5).

SLEPEN: pech (vervolg)

RENAULT Megane (2004) - SLEPEN: pech (vervolg) - 1

- RENAULT adviseert het gebruik van een sleepstang. Indien u een touw of kabel gebruikt bij het slepen (als dit wettelijk toegestaan is), moet de auto die gesleept wordt nog kunnen remmen.

  • De auto die gesleept wordt, moet te allen tijde bestuurbaar zijn.
  • Tijdens het slepen, moet zo veel mogelijk het plotseling gas geven of remmen vermeden worden om beschadiging aan de auto te voorkomen.
  • U mag in ieder geval niet harder dan 25 km/uur rijden.

Procedure voor het slepen

Controleer voor het slepen of de stuurkolom ontgrendeld is.

Breng, indien dit niet het geval is, de RENAULT-kaart in de kaartlezer in en druk vijf secondes op de startknop start/stop zonder de pedalen in te drukken. De stuurkolom wordt ontgrendeld en de accessoires van de auto worden gevoed.

Druk twee keer achter elkaar op de startknop start/stop als het slepen klaar is (risico van ontladen van de accu).

Slepen van een auto met een automatische transmissie

Wanneer de motor niet draait wordt de automatische transmissie niet gesmeerd; u kunt daarom de auto het beste laten slepen met beide voorwielen van de grond (en niet de achterwielen) of op een plateau vervoeren.

De auto kan ook bij uitzondering, worden gesleept aan het sleepoog over een afstand van ten hoogste 50 km.

RENAULT Megane (2004) - Slepen van een auto met een automatische transmissie - 1

Indien de selecteurhen- del niet uit de stand P kan worden verzet als u het rempedaal indrukt, dan kunt u de hêndel als volgt met de hand vrijzetten.

Wip hiervoor het bovenste deel van het plaatje aan de voet van de hendel los.

Druk tegelijkertijd op het merkteken dat op de stofhoes en op de ontgrendelknop op de hendel staat.

TREKKEN (trekhaak)

23976 A 23975

Kogeldruk, maximaal toegelaten massa's van geremde en ongeremde aanhangwagens: raadpleeg hoofdstuk 6, paragraaf "massa's".

Montage moet gebeuren volgens de montagevoorschriften van de fabrikant.

Het is raadzaam deze voorschriften bij uw instructieboekje te bewaren.

RENAULT Megane (2004) - TREKKEN (trekhaak) - 2

Onderstaande aanwijzingen helpen u eventuele storingen snel, maar voorlopig, te verhelpen. Laat de auto echter wel zo spoedig mogelijk door een RENAULT-dealer nakijken.

Gebruik van de RENAULT kaart OORZAKEN WAT TE DOEN

- De RENAULT kaart werkt niet voor het ontgrendelen of vergrendelen van de portieren.

De auto bevindt zich in een sterk elektromagnetisch veld. Accu ontladen.

Gebruik van apparaten die op dezelf-de frequentie als de kaart werken (mobiele telefoon, enz.).

Gebruik de noodsleutel (raadpleeg de paragraaf "vergrendelen/ontgrendelen van de portieren" in hoofdstuk 1).

Schakel de apparatuur uit of gebruik de noodsleutel (raadpleeg de paragraaf "vergrendelen/ontgrendelen van de portieren" in hoofdstuk 1).

Batterij van de kaart leeg. Vervang de batterij

STORINGEN (vervolg)
U schakelt de startmotor in OORZAKEN WAT TE DOEN

• Er gebeurt niets; de controlelampjes gaan niet branden, de startmotor draait niet.Accukabel zit los of is geoxideerd. Controleer de accupoolklemmen. Schuur ze blank als ze geoxideerd zijn en zet ze goed vast.
Ontladen accu.Sluit een andere accu aan op de ontladen accu.
Accu buiten gebruik.Vervang de accu. Duw de auto niet aan als de stuurkolom is vergrendeld.
• De controlelampjes gaan steeds zwakker branden, de startmotor draait zeer langzaam.Accuklemmen niet goed vastgezet, accupolen geoxideerd.Controleer de accupoolklemmen. Schuur ze blank als ze geoxideerd zijn en zet ze goed vast.
Ontladen accu.Sluit een andere accu aan op de ontladen accu.

STORINGEN (vervolg)
U schakelt de startmotor in OORZAKEN WAT TE DOEN

• De motor wil niet starten. De voorwaarden voor het starten zijn niet vervuld.Raadpleeg de paragraaf “starten/stil-zetten van de motor” in hoofdstuk 2.
De handsfree RENAULT kaart werkt niet.Steek de kaart in de kaartlezer voor het starten.Raadpleeg de paragraaf “starten/stil-zetten van de motor” in hoofdstuk 2.
• De motor start moeilijk bij vochtig weer of na een wasbeurtSlechte ontsteking: vochtigheid in het ontstekingssysteem.Maak de bougiekabel en de bobineka-bel droog.
• De warme motor start moeilijk Dampbellen in het brandstofcircuit. Laat de motor afkoelen.
Onvoldoende compressie.Raadpleeg een RENAULT-dealer.
• De motor weigert te stoppen.Elektronische storing.Druk vijf keer snel op de startknop.
• De stuurkolom blijft vergrendeld.Stuurwiel geblokkeerd.Beweeg het stuurwiel terwijl u de startknop van de motor ingedrukt houdt (raadpleeg de paragraaf “starten van de motor” in hoofdstuk 2).

STORINGEN (vervolg)
Tijdens het rijden OORZAKEN WAT TE DOEN

• Abnormale witte rook uit de uitlaat.Mechanische storing: koppakking op-geblazen.Zet de motor stil.Raadpleeg een RENAULT-dealer.
• Trillingen.Banden te zacht, beschadigd of uit balans.Controleer de bandenspanning, als deze goed is laat dan de banden door een RENAULT-dealer nakijken.
• De vloeistof in het expansievat bor-relt.Mechanische storing: koppakking op-geblazen of waterpomp of koelventila-teur defect.Koelventilateur defect.Zet de motor stil.Raadpleeg een RENAULT-dealer.Controleer de betreffende zekering, raadpleeg anders een RENAULT-dealer.

STORINGEN (vervolg)

Tijdens het rijden OORZAKEN WAT TE DOEN

• Rook onder de motorkap. Kortsluiting. Zet de motor af en maak een van de accukabels los.Koelslang defect. Raadpleeg een RENAULT-dealer.
• Het waarschuwingslampje voor de oliedruk gaat branden:
- in een bocht of tijdens het remmen,Het peil is te laag.Voeg motorolie toe (raadpleeg de paragraaf “motoroliepeil (bij)vullen” in hoofdstuk 4).
- bij stationair draaien,Lage oliedruk.Ga direct naar de dichtstbijzijnde RENAULT-dealer.
- dooft langzaam of blijft branden bij gas geven.Te lage oliedruk.Stop en roep de hulp in van een RENAULT-dealer.
• De motor lijkt onvoldoende vermogen te hebben.Luchtfilter verstopt. Vervang het filterelement.
Brandstoftoevoer niet goed.Controleer het brandstofpeil.
Bougies versleten, slecht afgesteld.Raadpleeg een RENAULT-dealer.
• De motor draait onregelmatig stationair of slaat af.Onvoldoende compressie (bougies, ontsteking, valse lucht).Raadpleeg een RENAULT-dealer.

STORINGEN (vervolg)

Tijdens het rijden OORZAKEN WAT TE DOEN

- Het sturen gaat zwaar: - oververhitting van de bekrachtiging, Laat afkoelen.

- zwakke of oude accu. Laad de accu op of laat hem vervangen.

- De motor wordt te warm. Het waarschuwingslampje voor de temperatuur van de koelvloeistof brandt (of wijzer van temperatuurmeter staat in het rode gebied).

Waterpomp: aandrijfriem te slap of ge- broken. Koelventilateur defect.

Zet de motor af en raadpleeg een RENAULT-dealer.

Koelvloeistoflekkage.

Controleer de koelslangen en de slangklemmen. Controleer het peil van de vloeistof in het expansievat. Als er te weinig vloeistof in zit, laat u de motor afkoelen en vult u de radiateur geheel en het expansievat voor de helft met water of koelvloeistof. Pas op dat u zich niet brandt. Dit is slechts een noodmaatregel: raadpleeg zo snel mogelijk een RENAULT-dealer

RENAULT Megane (2004) - Tijdens het rijden OORZAKEN WAT TE DOEN - 1

Radiateur: Zolang de motor heet is, mag u het koelsysteem nooit met koud water bijvullen. Na elke reparatie waarbij het koelsysteem geheel of gedeeltelijk is afgetapt, moet dit met nieuwe koelvloeistof worden bijgevuld. Gebruik hiervoor alleen door RENAULT goedgekeurde koelvloeistof.

STORINGEN (vervolg)
Elektrische apparaten OORZAKEN WAT TE DOEN

• De ruitenwissers werken niet.Ruitenwisserbladen zitten vast.Maak de wisserbladen los van de ruit.
Zekering ruitenwisser voor doorgebrand.Raadpleeg een RENAULT-dealer.
Zekering ruitenwisser achter doorgebrand (interval, rustcontact).Vervang deze.
Motor defect.Raadpleeg een RENAULT-dealer.
• De ruitenwisser stopt nietElektrische bediening defect.Raadpleeg een RENAULT-dealer.
• Knipperfrequentie te hoog.Lamp doorgebrand.Vervang de lamp.
• De knipperlichten werken niet.Aan één kant: - lamp doorgebrand,- Slecht massacontact,Vervang de lamp.Zoek de massadraad, maak hem blank en zet hem goed vast aan een metalen deel.
Aan twee kanten: - Zekering doorgebrand.- Knipperautomaat defect.Vervang deze.Vervangen: raadpleeg een RENAULT-dealer.

STORINGEN (vervolg)
Elektrische apparaten OORZAKEN WAT TE DOEN

• De koplampen werken niet.Aan één kant: - lamp doorgebrand, Vervang de lamp- draad los of stekker niet goed aange-sloten.- Slecht massacontact. Zie hiervoor.Controleer en sluit de draad of stekker aan.
Aan twee kanten: - circuit met zekering.Controleer en vervang deze indien nodig.
• De koplampen blijven branden.Elektrische bediening defect.Ga naar uw RENAULT-dealer.
• Condenswater in de verlichting.Dit is geen defect. Dit is een normaal verschijnsel dat door temperatuurverandering wordt veroorzaakt.Als de lichten branden verdwijnt het water snel.

Hoofdstuk 6: Technische gegevens

RENAULT Megane (2004) - Hoofdstuk 6: Technische gegevens - 1

Identificatieplaatjes 6.02 - 6.04

Gegevens van de motor 6.05

Aanhangergewichten 6.06 →6.15

Massa's 6.06 →6.15

Maten 6.16

Onderdelen 6.17

IDENTIFICATIEPLAATJES

RENAULT Megane (2004) - IDENTIFICATIEPLAATJES - 1

De gegevens op het constructeursplaatje en het motorplaatje moeten bij eventuele klachten en bij het bestellen van onderdelen altijd worden vermeld.

Constructeursplaatje A

1 Typenummer van de auto en chassisnummer. Deze informatie vindt u terug bij B.
2 Maximaal toelaatbare totaalmassa van de auto.
3 Maximaal toelaatbare treinmas- sa (auto + aanhangwagen).
4 Maximaal toelaatbare massa gemeten onder de vooras.
5 Maximaal toelaatbare massa ge- meten onder de achteras.

6 Technische bijzonderheden van de auto.
7 Laknummer.
8 Uitrustingsniveau.
9 Type auto.

10 Bekledingscode.

11 Aanvullende uitrusting.
12 Fabricagenummer.
13 Bekledingscode.

IDENTIFICATIEPLAATJES (vervolg)

① 2 ② 18236 3

De gegevens op het constructeursplaatje C moeten bij eventuele klachten en bij het bestellen van onderdelen altijd worden vermeld.

C - Motorplaatje of - sticker (de plaats is afhankelijk van het mo- tortype)

1 Type van de motor.
2 Indicenummer van de motor.
3 Nummer van de motor.

C 1.4 16V - 1.6 16V

RENAULT Megane (2004) - IDENTIFICATIEPLAATJES (vervolg) - 3

De gegevens op het constructeurs- plaatje C moeten bij eventuele klachten en bij het bestellen van on- derdelen altijd worden vermeld.

C - Motorplaatje of - sticker (de plaats is afhankelijk van het mo- tortype)

1 Type van de motor.
2 Indicenummer van de motor.
3 Nummer van de motor.

GEGEVENS VAN DE MOTOR

Uitvoeringen 1.4 16V 1.6 16V 2.0 16V 2.0T 1.5 dCi 1.9dCi
Type van de motor (zie motorplaatje)K4J K4MF4R F4R TurboK9K TurboF9Q Turbo
Cilinderinhoud (cm3)1 3901 5981 9981 4611 870
Soort brandstof OctaangetalOngelode benzine met het voorgeschreven octaangetal zoals aangegeven op de sticker in de tankdopklep.In noodgevallen mag ook ongelode benzine worden getankt:- met octaangetal 91 voor een sticker waarop staat 95, 98;- met octaangetal 87 voor een sticker waarop staat 91, 95, 98.DieselolieDe sticker in de tankdopklep geeft aan welke brandstoffen toe-gestaan zijn.
BougiesGebruik uitsluitend de voor uw motor voorgeschreven bougietypes:Het type staat aangegeven op een sticker in de motorruimte, raadpleeg anders uw RENAULT-dealer.Montage van een niet voorgeschreven bougietype kan tot ernstige motorschade leiden.-

MASSA'S (in kg) - Basisuitvoering en zonder opties, afhankelijk van het land van aflevering kunnen andere waarden gelden: raadpleeg uw RENAULT-dealer.

Uitvoeringen 1.4 16V 1.6 16V1.6 16V Automaat
Type van de auto (zie constructeursplaatje)CM0B CM08 CM1A CM0HBM0B BM08 BM1A BM0HCM0C CM0J CM1BBM0C BM0J BM1BBM0PCM0Y BM0Y CM0CCM0J CM1BBM0C BM0J BM1B
Massa leeg Totaal rijklaar zonder bestuurder Voor Achter1 145 710 4351 165 710 4551 155 715 4401 175 715 4601 218 749 4691 210 715 4951 230 715 5151 205 770 4351 225 770 455
Max. toegelaten Massa per as Voor Achter1 015 9301 015 9651 015 930
Max. toegelaten totale massa1 6951 7151 7051 7251 7231 7401 7601 7551 775
Max. toegelaten aanhangwagenmassa (ongeremd)650
Max. toegelaten aanhangwagenmassa geremd (1) bestuurder alleen1 3001 3501 2501 300
anders1 0009501 000950900950
Max. toegelaten treinmassa (= Maximum toegelaten totale massa + aanhangwagen)2 7002 7502 7002 7502 7002 7502 7002 750
Max. kogeldruk op trekhaak75
Max. dakbelasting80 (met inbegrip van de dragende delen)

(1) Aanhangergewicht (Aanhangwagen, boot enz.)

  • Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw RENAULT-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toegelaten treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden.
  • Bij maximale belasting moet de bandenspanning worden verhoogd met 0,2 bar (3 PSI) en geldt een maximale snelheid van 100 km/u.
  • Het motorvermogen neemt af naarmate u hoger in de bergen rijdt. Wij adviseren u de maximale belasting met 10% per 1000 meter stijging te verminderen.

MASSA'S (in kg) - Basisuitvoering en zonder opties, afhankelijk van het land van aflevering kunnen andere waarden gelden: raadpleeg uw RENAULT-dealer.

Uitvoeringen 2.0 16V
Type van de auto (zie constructeursplaatje)CM0U BM0U CM05BM05 CM1M BM1MBM0S
Massa leeg Totaalrijklaar Zonder Voor bestuurder Achter1 230 1 785 445250 1 230 785 4651 250 1 279 785 4451 299 1 290 785 465813 466813 486810 480
Max. toegelaten Voor massa per as Achter1 060 930990 931
Max. toegelaten totale massa1 7901 7701 7041 7851 795
Max. toegelaten aanhangwagenmassa (ongeremd)650
Max. toegelaten aanhangwagenmassa geremd (1) bestuurder alleen1 300
anders9501 0009501 0009501 000
Max. toegelaten treinmassa (= Maximum toegelaten totale massa + aanhangwagen)2 8002 750 2 800 2 7002 800
Max. kogeldruk op trekhaak75
Max. dakbelasting80 (met inbegrip van de dragende delen)
  • Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw RENAULT-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toegelaten treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden.
  • Bij maximale belasting moet de bandenspanning worden verhoogd met 0,2 bar (3 PSI) en geldt een maximale snelheid van 100 km/u.
  • Het motorvermogen neemt af naarmate u hoger in de bergen rijdt. Wij adviseren u de maximale belasting met 10% per 1000 meter stijging te verminderen.

MASSA'S (in kg) - Basisuitvoering en zonder opties, afhankelijk van het land van aflevering kunnen andere waarden gelden: raadpleeg uw RENAULT-dealer.

Uitvoeringen 2.0 16V 2.0 T
Type van de auto (zie constructeursplaatje)CM0U CM05BM0U BM05BM1M BMM0S CM0WBM0W
Automaat
Massa leeg Totaal1 2451 2651 3141 3261 2551 275
rijklaar Zonder Voor800800828848815815
bestuurder Achter445465486478440460
Max. toegelaten Voor massa per as Achter1 0609301 0289291 060930
Max. toegelaten totale massa1 7851 8051 8001 8311 7951 815
Max. toegelaten aanhangwagenmassa (ongeremd)650
Max. toegelaten aanhangwagenmassa geremd (1) bestuurder alleen1 3001 2501 300
anders1 0009501 0009001 000950
Max. toegelaten treinmassa (= Maximum toegelaten totale massa + aanhangwagen)2 8002 7502 800
Max. kogeldruk op trekhaak 75
Max. dakbelasting80 (met inbegrip van de dragende delen)
  • Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw RENAULT-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toegelaten treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden.
  • Bij maximale belasting moet de bandenspanning worden verhoogd met 0,2 bar (3 PSI) en geldt een maximale snelheid van 100 km/u.
  • Het motorvermogen neemt af naarmate u hoger in de bergen rijdt. Wij adviseren u de maximale belasting met 10% per 1000 meter stijging te verminderen.

MASSA'S (in kg) - Basisuitvoering en zonder opties, afhankelijk van het land van aflevering kunnen andere waarden gelden: raadpleeg uw RENAULT-dealer.

Uitvoeringen 1.5 dCi
Type van de auto (zie constructeursplaatje)CM0F CM02 CM1FGM0F GM02BM1F BM0F SM0F BM02CM1E BM1E CM02BM02 Automaat
Massa leeg Totaalrijklaar Zonder Voor bestuurder Achter1 175 1 740 435175 1 195 725 4501 206 1 210 740 4551 277 1 297 756 450755 455824 453824 473
Max. toegelaten Voor massa per as Achter1 015 9301 006 1 004 894004 916
Max. toegelaten totale massa1 7251 7251 7451 7501 7701 7821 802
Max. toegelaten aanhangwagenmassa (ongeremd)650
Max. toegelaten aanhangwagenmassa geremd (1) bestuurder alleen1 300
anders9501 0009501 000950
Max. toegelaten treinmassa (= Maximum toegelaten totale massa + aanhangwagen)2 7002 7502 8002 800
Max. kogeldruk op trekhaak75
Max. dakbelasting80 (met inbegrip van de dragende delen)
  • Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw RENAULT-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toegelaten treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden.
  • Bij maximale belasting moet de bandenspanning worden verhoogd met 0,2 bar (3 PSI) en geldt een maximale snelheid van 100 km/u.
  • Het motorvermogen neemt af naarmate u hoger in de bergen rijdt. Wij adviseren u de maximale belasting met 10% per 1000 meter stijging te verminderen.

MASSA'S (in kg) - asisuitvoering en zonder opties, afhankelijk van het land van aflevering kunnen andere waarden gelden: raadpleeg uw RENAULT-dealer.

Uitvoeringen 1.9 dCi
Type van de auto (zie constructeursplaatje)CM1D CM0G CM1G CM0OBM1D BM0G BM1G BM0OCM0L BMM0L CM1DBM1D Automaat
Massa leeg Totaal rijklaar Zonder Voor bestuurder Achter1 250 1 2 815 815 435 45570 1 307 1 3 846 846 830 830 461 481 435 45527 1 265 1 285
Max. toegelaten Voor massa per as Achter1 060 1 0 930 93060 1 028 1 0 902 920261 060 930
Max. toegelaten totale massa1 8001 8201 8121 8321 8051 835
Max. toegelaten aanhangwagenmassa (ongeremd)650
Max. toegelaten aanhangwagenmassa geremd (1) bestuurder alleen1 300
anders1 000950 1 000950 1 000
Max. toegelaten treinmassa (= Maximum toegelaten totale massa + aanhangwagen)280028502800285028002850
Max. kogeldruk op trekhaak75
Max. dakbelasting80 (met inbegrip van de dragende delen)

(1) Aanhangergewicht (Aanhangwagen, boot enz.)

  • Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw RENAULT-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toegelaten treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden.
  • Bij maximale belasting moet de bandenspanning worden verhoogd met 0,2 bar (3 PSI) en geldt een maximale snelheid van 100 km/u.
  • Het motorvermogen neemt af naarmate u hoger in de bergen rijdt. Wij adviseren u de maximale belasting met 10% per 1000 meter stijging te verminderen.

MATEN (in meters)
0,842 2,625 0,742 1,518 4,209

RENAULT Megane (2004) - Aanhangergewicht (Aanhangwagen, boot enz.) - 2

Originele RENAULT Onderdelen worden met de grootste zorg ontwikkeld en gecontroleerd. Zij voldoen dan ook aan dezelfde kwaliteitsnormen als de onderdelen die in de fabriek worden gebruikt.

Door het gebruik van Originele RENAULT Onderdelen houdt u de prestaties van uw RENAULT optimaal. Bovendien zijn reparaties die uitgevoerd zijn door een RENAULT-dealer met originele onderdelen gegarandeerd volgens de voorwaarden die achter op de reparatieopdracht staan.

ALFABETISCHE INHOUDSOPGAVE

A aanhangergewicht 6.06 - 6.15 aansteker 3.29
aanvullende veiligheidsvoorzieningen ..... 1.25 →1.31
ABS 2.20 - 2.21
accessoire-aansluiting 3.29
accessoires 5.26
accu 4.11, 5.20 →5.22
achterbank 3.30
achterruit (ontwasemen) 3.04 - 3.13
achterstoelen 3.30
achteruitrijlichten 5.13
achteruitversnelling (inschakelen) 2.07
afstellen van de juiste zithouding 1.21
airbag 1.25 →1.32
airconditioning 3.04 →3.16
alarmknipperlichten 1.75
antiblokkeersysteem van de wielen: ABS ... 2.20 - 2.21
asbak 3.29
autogordels 1.21 →1.24
automatische transmissie (gebruik) ..... 2.29 →2.32

C claxon en lichtsignalen 1.75
controlelampjes 1.48 →1.71
controlesysteem bandenspanning 2.13 →2.16

D dakdragers 3.35
dashboard 1.44 →1.47
dimlichten 1.76 - 5.09 →5.11

E Elektronisch Stabiliteits Programma: ESP .... 2.17 extra schijnwerpers .... 5.12

F filters: luchtfilter .... 4.11 oliefilter .... 4.08

G gegevens van de motor .... 6.05 geluidssignaal .... 1.09 - 1.77 gereedschap .... 5.03 gordelspanners voor .... 1.24 - 1.28 grootlichten .... 1.77 - 5.09 - 5.10

H handrem .... 2.08 hoedenplank .... 3.32 hoofdsteun .... 1.17 - 1.18

I identificatieplaatjes .... 6.02 →6.04 imperialen .... 3.35 in één oogopslag .... 0.02 infoscherm .... 1.59 inhoud brandstoftank .... 1.83 - 1.84 inrijden .... 2.02 instrumentenpaneel .... 1.48 →1.71

K kaartleeslampje .... 3.24 katalysator .... 2.05 - 2.06 kentekenverlichting .... 5.14

ALFABETISCHE INHOUDSOPGAVE

K kinderen 1.02 - 1.06 - 1.28 - 1.32 ⇒ 1.42 - 3.17 - 3.18 - 3.22

klokje 1.72

knipperlichten 1.75 - 5.10 - 5.13

koelvloeistof 4.10

koplampen 5.09 →5.12

koplampverstelling 1.80

krik 5.03

L lak: kleurnummer 6.02 onderhoud 4.12 - 4.13

lampen (vervangen) 5.09 →5.17

lekke band 5.02 →5.05

lichten: achteruitrijlichten .... 5.13 alarmknipperlichten .... 1.75

binnenlichten 3.24 - 5.15 →5.17

dimlichten 1.76 - 5.09 →5.11

grootlichten 1.77 - 5.09 - 5.10

Kentekenverlichting 5.14

knipperlichten 1.75 - 5.10 - 5.13

koplampen (afstelling) 1.79

lichtsignalen 1.75

markeringslichten 1.76 - 5.09 →5.13

richtingaanwijzers .... 1.75 - 5.09 →5.11 - 5.14

zijknipperlichten 5.14

luchtfilter 4.11

luidsprekers 5.24

M make-up spiegeltjes 3.21

markeringslichten 1.76 - 5.09 →5.13

massa's 6.06 - 6.15

maten 6.16

meters: instrumentenpaneel 1.48 →1.71

richtingaanwijzers 1.75

M milieu 2.12

motor: gegevens van de motor 6.05

mōtorkap 4.02 - 4.03

olie 4.07

start/stopknop van de motor ...... 2.03 - 2.04

noodstopbekrachtiging: BAS 2.22

O olie: filter 4.08

verversen 4.08

onderdelen 6.17

onderhoud: bekleding 4.14

carrosserie 4.12 - 4.13

mechanische organen ..... 4.04 →4.11

ontwasemen: achterruit 3.04 - 3.13 - 3.14

voorruit 3.05 - 3.14

opbergruimtes 3.25 →3.28

open dak 3.22 - 3.23

opkrikken (verwisselen van een wiel) 5.05

P peilen 4.05 →4.11

peilstaaf motorolie 4.06 - 4.07

portieren / achterklep 1.09 →1.14 - 3.32

portiervergrendeling 1.02 →1.14

praktische tips 2.09 →2.11

R radio inbouwen 5.24 - 5.25

S schakelen 2.07 - 2.29 →2.32
selecteurhendel automatische transmissie 2.29 →2.32
sierdopsleutel 5.03
sleepogen 5.28 - 5.29
slepen (pech) 5.27 - 5.28
snélheidsafhankelijke stuurbekrachtiging 2.08
snelheidsbegrenzer 2.23 →2.25
snelheidsregelaar 2.26 →2.28
snelheidsregelaar/-begrenzer 2.23 →2.25
spiegels 1.74 - 1.75
starten van de motor 2.03 - 2.04
startschakelaar 2.02 - 2.03
startvergrendeling 1.15 - 1.16
stilzetten van de motor 2.04
stoelverwarming 1.20
storingen 5.30 →5.37
stuurbekrachtiging 2.08
stuurwiel (verstellen) 1.71

T technische gegevens 6.02 →6.17
temperatuurregeling 3.04 →3.16
tractiecontrole: ASR 2.18 - 2.19
trekken: aanhanger 6.06 - 6.13
caravan 5.29

V veiligheid kinderen 1.32 →1.42
ventilatie 3.02 →3.16
ventilatieroosters 3.02 - 3.03
verlichting: buitenkant 1.76 →1.79
instrumentenpaneel 1.76
interieur 3.24 - 5.15 →5.17
uitschakelvertraging 1.77
versnellingshendel 2.07
vervangen van lampen 5.09 →5.17
verwarming 3.04 →3.16
verwisselen van een wiel 5.05
voorruit 3.20
voorstoelen handmatig verstellen 1.19
voorstoelen verstellen 1.18 →1.23

Wwassen 4.12 - 4.13
wielen: antiblokkeersysteem van de wielen 2.20 - 2.21
moersleutel 5.03
reservewiel 5.02
sierdopsleutel 5.03
verwisselen van een wiel 5.05

Z zekeringen 5.18 - 5.19
zijknipperlichten 5.14
zonneklep 3.21
zuinig rijden (tips) 2.09 →2.11

RENAULT Megane (2004) - ALFABETISCHE INHOUDSOPGAVE - 1

CRÉATEUR D'AUTOMOBILES

Het instructieboekje — 82 00 449 571 — NU 687-9 — Juni 2004 — Edition néerlandaise

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : RENAULT

Model : Megane (2004)

Categorie : Automobiel