C 600 Sport - Scooter BMW - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C 600 Sport BMW in PDF-formaat.
| Type product | Scooter |
| Merk | BMW |
| Model | C 600 Sport |
| Motorinhoud | 647 cc |
| Vermogen | 44 kW (60 pk) bij 7.500 tpm |
| Maximaal koppel | 66 Nm bij 6.000 tpm |
| Transmissie | CVT met variomatic |
| Top snelheid | Ca. 175 km/u |
| Gewicht (ledig) | Ca. 249 kg |
| Zithoogte | 800 mm |
| Brandstoftankinhoud | 16 liter |
| Remsysteem voor | Dubbele schijfrem 270 mm |
| Remsysteem achter | Enkele schijfrem 270 mm |
| Bandenmaat voor | 120/70 R15 |
| Bandenmaat achter | 160/60 R15 |
| Verbruik (gemiddeld) | Ca. 4,5 l/100 km |
| CO2-uitstoot | Ca. 106 g/km |
| Onderhoud | Olie verversen elke 10.000 km, ketting smeren, remvloeistof controleren |
| Kofferruimte | Onder het zadel, helmvak |
| Veiligheidssystemen | ABS, ASC (Automatic Stability Control) |
| Verlichting | LED-dagrijverlichting, koplamp met stadslicht |
| Instrumentenpaneel | Analoog toerenteller, snelheidsmeter, brandstoftankindicator, multifunctioneel display |
Veelgestelde vragen - C 600 Sport BMW
Gebruikersvragen over C 600 Sport BMW
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C 600 Sport - BMW en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C 600 Sport van het merk BMW.
GEBRUIKSAANWIJZING C 600 Sport BMW
BMW maakt rijden geweldig

Motorfiets-/dealergegevens
Motorfietsgegevens
Model
Framenummer
Kleurnummer
Afgiftedatum kentekenbewijs deel 1
Kenteken
Dealergegevens
Contactpersoon in de werkplaats
Mevrouw/de heer
Telefoonnummer
Dealeradres/telefoon (firmastempel)
Welkom bij BMW
Wij zijn blij dat u voor een Maxi-Scooter van BMW Motorrad hebt gekozen en begroeten u in de kring van BMW rijders/rijdsters.
Lees deze handleiding aandachtig door voordat u met uw nieuwe Maxi-Scooter de weg op gaat. Deze handleiding geeft u alle belangrijke informatie m.b.t. de bediening van uw Scooter en het gebruik van al zijn technische mogelijkheden.
Hij bevat tevens informatie over service en onderhoud met het oog op de verkeersveiligheid en bedrijfszekerheid alsmede adviezen om de restwaarde van uw motorfiets zo hoog mogelijk te houden.
Voor alle vragen met betrekking tot uw Maxi-Scooter staat uw BMW Motorrad dealer u op elk moment graag met raad en daad ter zijde.
Veel plezier met uw BMW Maxi-Scooter en goede en vooral veilige ritten worden u toegewenst door
BMW Motorrad.
01 46 8 532 196

Maak eveneens gebruik van het trefwoordenregister achter in deze handleiding, om een bepaald onderwerp snel te kunnen vinden.
1 Algemene aanwijzingen 5
Overzicht 6
Afkortingen en symbolen ..... 6
Uitrusting.... 7
Totaalaanzicht rechts..... 13
Combischakelaar links ..... 14
3 Aanduidingen ...... 19
Multifunctioneel display ..... 20
Waarschuwings- en contro- lelampjes 22
Onderhoudsmelding.....23
Afgelegde afstand na het bereiken van de brandstofreserve 24
Omgevingstemperatuur ..... 24
Bandenspanningen ..... 24
Oliepeilaanduiding ..... 25
Waarschuwingen 25
4 Bediening .....
Contact- en stuurslot..... 38
Datum en tijd 39
Weergave 40
Verlichting 41
Richtingaanwijzers.... 43
Alarmknipperlichten ..... 43
Noodstopschakelaar ..... 44
Handvatverwarming ..... 44
Buddyseatverwarming ..... 45
Rem.... 46
Spiegels 47
Kuipruit.... 47
Opbergvakken.... 47
Veervoorspanning 48
Banden.... 49
Koplamp 50
Buddyseat.... 50
5 Rijden ....
Veiligheidsaanwijzingen.....52
Controlelijst 53
Starten 54
Rijden 55
Inrijden 55
Remmen. 37.... 56
Scooter Afzetten 57
Tanken 58
Scooter voor transport be- vestigen 59
6 Techniek in detail ..... 63
Remsysteem met BMW
Motorrad ABS 64
Bandenspanningscontrole
RDC.... 66
7 Accessoires ...... 69
Algemene aanwijzingen ..... 70
Contactdozen 70
Topcase....71
Scooter Slot 73
8 Onderhoud
Algemene aanwijzingen ..... 76
Standaard gereedschapsset....76
Motorolie 77
Remsysteem 79
Koelvloeistof 84
Velgen en banden .....85
Wielen....86
BMW Motorrad voorwiel- standaard 92
Zekeringen 93
Lampen 94
Starthulp 101
Accu....101
Kuipdelen....103
9 Onderhoud
Onderhoudsmiddelen ..... 108
Wassen....108
Reiniging kwetsbare motor- fietsonderdelen .... 108
Lakonderheud 75 109
Conservering 110
Scooter Buiten gebruik stellen....110
Scooter In gebruik ne- men 110
BMW Motorrad Mobiliteits-diensten.... 124
Onderhoudswerkzaamhe- den.... 124
Onderhoudsbevestigingen.... 126
Onderhoudsbestigingen.... 131
12 Trefwoordenregister 133
Algemene aanwijzingen
Overzicht 6
Afkortingen en symbolen ....6
Uitrusting 7
In hoofdstuk 2 van deze handleiding vindt u een eerste overzicht van uw Maxi-Scooter. In hoofdstuk 11 worden alle uitgevoerde onderhouds- en reparatiewerkzaamheden gedocumenteerd.
Voor coulanceregelingen is het absoluut noodzakelijk dat kan worden aangetoond dat de vereiste onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd.
Mocht u uw Scooter verkopen, denkt u er dan a.u.b. aan om ook de handleiding aan de nieuwe eigenaar te overhandigen - de handleiding hoort bij de Scooter.
Afkortingen en symbolen
Duidt op waarschuwingen die u beslist moet lezen - in verband met uw veiligheid, de veiligheid van anderen en
om schade aan uw motorfiets te voorkomen.
Speciale aanwijzingen voor een betere hantering bij bedienings-, controle- en afstel-procedures alsmede onderhoudswerkzaamheden.
Geeft het einde van een aanwijzing aan.
Werkinstructie.
Resultaat van een werk- instructie.
Verwijst naar een pagina met extra informatie.
Geeft het einde van uit-rustingsafhankelijke informatie aan.
Aanhaalmoment.
Technische datum.
SU Speciale uitrusting
Met BMW speciale uit- rustingen wordt al bij de productie van de motor- fiets rekening gehouden.
OA Optionele accessoires
BMW optionele accessoires kunnen bij uw BMW Motorrad dealer worden verkregen en achteraf worden gemonteerd.
ABS Antiblokkeersysteem.
RDC Bandenspanningscontrole
EWS Elektronische wegrijbe-veiliging
DWA Diefstalbeveiligingsinstallatie.
Uitrusting
Bij de aanschaf van uw Maxi- Scooter hebt u gekozen voor een model met een individuele uitrus- ting. Deze handleiding beschrijft alle door BMW aangeboden speciale uitrustingen (SU) en optio- nele accessoires (OA). Hebt u er a.u.b. begrip voor dat ook uitrus- tingsvarianten worden beschre- ven die u mogelijk niet gekozen hebt. Tevens zijn landspecifieke afwijkingen van de afgebeelde Scooter mogelijk.
Mocht uw Scooter uitrustingen bevatten die niet in deze handleiding zijn beschreven, dan worden deze in een afzonderlijke handleiding beschreven.
Technische gegevens
Alle gegevens t.a.v. maten, gewichten en prestaties in de handleiding hebben betrekking op het Deutsches Institut für Normung e. V. (DIN) en zijn inclusief de hierdoor gehanteerde toleranties. Afwijkingen zijn bij uitvoeringen voor bepaalde landen mogelijk.
Actualiteit
Het hoge veiligheids- en kwaliteitsniveau van BMW Scooters wordt door een continue doorontwikkeling van de constructie, uitrusting en accessoires gega-randeeerd. Hierdoor kunnen eventuele afwijkingen tussen deze handleiding en de Scooter ont-staan. Ook vergissingen kan BMW Motorrad niet helemaal uitsluiten. Daarom verzoeken wij u er begrip voor te hebben dat eventuele aanspraken op grond van de in deze handleiding voorkomende gegevens, afbeeldingen en beschrijvingen niet kunnen worden aanvaard.
Overzichten
Totaalaanzicht links 11
Totaalaanzicht rechts 13
Combischakelaar links .... 14
Totaalaanzicht links
1 Remvloeistofreservoir van achterrem (88)
2 Brandstofvulopening (onder de afdekking) (58)
3 Afstelling van de veervoor-
spanning (48)
4 Vulopening motorolie en oliepeilstaaf (onder de tree-plank) (77)

Totaalaanzicht rechts
1 Remvloeistofreservoir voor de voorwielrem (82)
2 Accu (onder het kuipzijdeel) (101)
Zekeringen (onder het kuipzijdeel) (93)
3 Framenummer (op frame-buis rechts)
4 Koelvloeistofpeilweergave (door de uitsparing in het kuipzijdeel) (84)
5 Koelvloeistofexpansiereservoir (onder het treeplankopzetstuk) (84)
6 met buddyseatverwarming SU Bediening verwarming
duo-buddyseat (45)
Combischakelaar links
1 Bediening van grootlicht en lichtsignaal (42)
2 Bediening van de waar-
schuwingsknipperlichten
(43)
3 Bediening van de richting-
aanwijzers (48)
4 Claxon
5 INFO, bediening van de boordcomputer (40)
6 TRIP, bediening van de kilometerteller (40)
7 met dagrijlicht SU
Bediening van het dagrij-
licht (42)


1 met handvatverwarming SU Bediening van de handvat-verwarming (44)
2 met buddyseatverwarming SU Bediening van de buddy-seatverwarming (45)
3 Noodstopschakelaar (44)
4 Startknop (54)
Cockpit
1 Snelheidsmeter
2 Multifunctioneel display (20)
Waarschuwings- en controlelampjes (22)
3 Kuipruitverstelling (47)
4 Opbergvak (47)
Typeplaatje (in het opberg-
vak)
5 Ontgrendeling van de tankafdekking (in het contacten stuurslot geïntegreerd) (58)
6 Ontgrendeling buddyseat (in het contact- en stuur-slot geïntegreerd) (50)
7 Opbergvak (47) Contactdoos (in het opbergvak) (70)

1 Handleiding
2 Boordgereedschap (76)
3 Beladingstabel
4 Bandenspanningstabel
5 Ontgrendeling van het achterste opbergvak (BMW Flexcase) (48)
Aanduidingen
Multifunctioneel display ..... 20
Waarschuwings- en controlelamp- jes 22
Onderhoudsmelding 23
Afgelegde afstand na het bereiken van de brandstofreserve .... 24
Omgevingstemperatuur.... 24
Bandenspanningen 24
Oliepeilaanduiding 25
Waarschuwingen 25
Multifunctioneel display
1 Hoeveel benzine in de tank
2 met buddyseatverwarming SU Weergave van de ingestelde verwarmingsstand (45)
3 Tekstveld voor waarschu-
wingsaanwijzingen (25)
4 Waarschuwingssymbolen (25)
5 Kilometerteller (41)→
Serviceweergave (23)
Weergave van het aantal afgelegde kilometers sinds het bereiken van de reservehoeveelheid (24)
6 Bagageruimte geopend (48)
7 Toerenteller
8 Meldingen van de boord-computer (40)
9 Klok (39)

10 met handvatverwarming SU Weergave van de ingestelde verwarmingsstand (44)
Waarschuwings- en controlelampjes
1 met dagrijlicht SU
Dagrijlicht-controlelampje
(42)
2 Controlelampje voor richtingaanwijzers, links
3 Algemeen waarschuwings-lampje (25)
4 DWA-controlelampje (zie DWA-handleiding)
5 Controlelampje richtingaan-wijzers rechts
6 ABS-waarschuwingslampje (01)
7 Waarschuwingslamp voor benzinereserve (30)
8 Waarschuwingslampje van de motorelektronica (30)
9 Grootlichtcontrolelampje

Onderhoudsmelding

Als de resterende tijd tot de volgende service minder dan een maand is, dan wordt de service-datum 1 aansluitend op de Pre-Ride-Check korte tijd weergegeven. In dit voorbeeld betekent de aanduiding "Juli 2013".

Als in een jaar veel kilometers worden gereden, kan het voorkomen dat het onderhoud eerder moet worden uitgevoerd. Als de resterende afstand tot de volgende service minder dan 1000 kilometer is, worden de resterende kilometers 2 in stappen van 100 km afgeteld en na de Pre-Ride-Check kort weergegeven.
Als de onderhoudstermijn is overschreden, gaat naast de datum- resp. kilometerweergave ook het algemene waarschuwingslampje geel branden.
De onderhoudsmelding wordt continu weergegeven.
Als de onderhoudsmelding al meer dan één maand voor de onderhoudsdatum wordt weergegeven, dan moet de datum in het instrumentenpaneel worden ingesteld. Deze situatie kan zich voordoen wanneer de accu losgekoppeld is geweest.
Afgelegde afstand na het bereiken van de brandstofreserve

Nadat de brandstofreserve is bereikt wordt het aantal kilometers 1 dat sinds dat moment is gereden, weergegeven met het symbool 2. Deze kilometerteller wordt teruggezet en niet meer weergegeven als de totale hoeveelheid brandstof bij het tanken groter is dan de brandstofreserve.
Omgevingstemperatuur
Als de omgevingstemperatuur tot beneden 3 °C daalt, knippert de temperatuur-weergave als waarschuwing voor mogelijke gladheid door ijsvorming. De eerste keer dat de temperatuur beneden deze waarde daalt, wordt ongeacht de displayinstelling automatisch overgeschakeld op de temperatuurweergave.
Bandenspanningen
- met bandenspanningscontrole (RDC) SU

De weergegeven bandenspanningen hebben betrekking op een bandentemperatuur van 20 °C. De linker waarde 1 geeft de bandenspanning van het voorwiel aan, de rechter waarde 2 de bandenspanning van het achterwiel. Direct na het inschakelen van het contact wordt -- :-- weergegeven, omdat het overdragen van de bandenspanningswaarde pas begint na de eerste overschrijding van een snelheid van 30 km/h.
Als de algemene waarschu- wingslamp 4 rood knip- pert en bovendien het symbool 3 wordt weergegeven, betreft het een waarschuwing. De boven- ste pijl naast het bandsymbool duidt op een probleem met het voorwiel, de onderste pijl op een probleem met het achterwiel.
Uitgebreide informatie over de BMW Motorrad RDC is te vinden vanaf pagina (60).
Oliepeilaanduiding

De oliepeilaanduiding 1 geeft informatie over het oliepeil in de motor. Deze kan alleen worden opgeroepen als de motorfiets stilstaat.
Voor de oliepeilcontrole moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- Motor op bedrijfstemperatuur
- Motor draait minimaal tien seconden stationair.
- Zijstandaard ingeklapt.
- De Scooter staat horizontaal.
De mogelijke weergaven bij positie 2 betekenen:
OK: oliepeil correct.
CHECK: bij de volgende tankstop het oliepeil controleren.
---: geen meting mogelijk (niet aan genoemde voorwaarden voldaan).

Als het oliepeil te laag is, wordt het overeenkomstige
waarschuwingssymbool weerge- geven.
Waarschuwingen Weergave
Waarschuwingen worden door het betreffende waarschuwingslampje weergegeven.

worden de waarschuwingsaanwijzingen afwisselend weergegeven. Een overzicht van de mogelijke waarschuwingen vindt u op de volgende pagina.
Waarschuwingen waarvoor geen eigen waarschuwingslampje beschikbaar is, worden door het algemene waarschuwingslampje 1 in combinatie met een waarschuwingsaanwijzing zoals 2 of het waarschuwingssymbool 3 op het multifunctionele display weergegeven. Afhankelijk van de ernst van de waarschuwing gaat het algemene waarschuwingslampje rood of geel branden.
Als meerdere waarschuwingen van kracht zijn, worden alle betreffende waarschuwingslampen en -symbolen weergegeven en
Waarschuwingsindicatieoverzicht
Waarschuwingslamp Aanduidingen op het Betekenis display

Brandt geel
EWS!
wordt weer-
EWS actief (30)

Brandt Benzinereserve bereikt (30)


wordt weergegeven
Motor in noodloopfunctie (30)

Brandt geel wordt weergegeven Motoroliepeil te laag (30)

OIL CHECK
wordt weergege-
ven

Knippert
ABS-zelfdiagnose niet beëindigd (31)

Brandt
ABS-storing (31)
Waarschuwingslamp Aanduidingen op het display
Betekenis
![]() | Brandt geel | ![]() | + LAMP! wordt weergegeven | Achterlicht defect (31) |
![]() | Brandt geel | ![]() | + LAMP! wordt weergegeven | Gloeilampje van koplamp defect (31) |
![]() | Brandt geel | ![]() | + LAMP! wordt weergegeven | Achterlicht en gloeilampje van koplamp defect (32) |
![]() | Brandt geel wordt weerge | ![]() | Achterste opbergvak geopend (32) | |
![]() | wordt weergegeven IJswaarschuwing (32) | |||
![]() | Knippert rood wordt weerg | ![]() | en Bandenspanning voor buiten de toelaat-bare tolerantie (33) | |
| De kritieke banden-spanning knippert | ||||
![]() | Knippert rood wordt weerg | ![]() | en Bandenspanning achter buiten de toe-laatbare tolerantie (33) | |
| De kritieke banden-spanning knippert |
Waarschuwingslamp Aanduidingen op het display
Betekenis
| Knippert rood wordt weergegeven Bandenspanning van beide banden bui- ten de toelaatbare tolerantie (34) | ||
| de bandenspannin-gen knipperen | ||
| "--" of "--:-- "wordt weergegeven | Overdrachtsstoring (34) | |
| Brandt geel wordt weergegeven | Sensor defect of systeemstoring (35) | |
| "--" of "--:-- "wordt weergegeven | ||
| Brandt geel | RDC! wordt weer-gegeven | Batterij van de bandenspanningssensor zwak (36) |
| DWA! wordt weer-gegeven | DWA-accu zwak (36) | |
| Brandt geel | DWA! wordt weer-gegeven | DWA-accu leeg (36) |
EWS actief

Algemeen waarschuwings- lampje brandt geel.
EWS! wordt weergegeven.
Mogelijke oorzaak:
De gebruikte sleutel is niet bevoegd als startsleutel of de communicatie tussen sleutel en motorelektronica heeft een storing.
- Reservesleutels van de gebruikte startsleutel verwijderen.
- Reservesleutel gebruiken.
- De defecte sleutel bij voorkeur bij een BMW Motorrad dealer laten vervangen.
Benzinereserve bereikt

Het brandstofreservesymbool brandt.

Benzinegebrek kan tot een overslaande verbranding en
het onverwacht afslaan van de motor leiden. Een overslaande verbranding kan de katalysator beschadigen, het onverwacht af-
slaan van de motor kan ongeval- len veroorzaken.
De benzinetank niet leegrijden.
Mogelijke oorzaak:
In de benzinetank bevindt ten hoogste nog de reservevoorraad benzine.

Benzinereserve
-Circa 3 l
- Tanken (58).
Motor in noodloopfunctie

Motorsymbool wordt weer- gegeven.

De motor draait in de nood- loopfunctie. Het rijgedrag
kan abnormaal worden.
Rijstijl aanpassen. Sterke ac- celeratie en inhaalmanoeuvres vermijden.
Mogelijke oorzaak:
De motorregeleenheid heeft een storing geregistreerd. In uitzonderingsgevallen slaat de motor af en kan niet meer worden ge- start. Anders draait de motor in de noodloopfunctie.
- Verder rijden mogelijk, het motorvermogen is echter niet zoals gewend beschikbaar.
- Storingen zo snel mogelijk door een specialist laten verhelpen, bij voorkeur een BMW Motor-rad dealer.
Motoroliepeil te laag

Algemeen waarschuwings- lampje brandt geel.

Oliepeilsymbool wordt weergegeven.
OIL CHECK wordt weergegeven.
Mogelijke oorzaak:
De elektronische oliepeilsensor heeft een te laag oliepeil geconstateerd. Bij de volgende tank-pauze het motoroliepeil met de oliepeilstaaf controleren:
- Motoroliepeil controleren (77).
Bij een te laag oliepeil: - Motorolie bijvullen.
ABS-zelfdiagnose niet beëindigd

Waarschuwingslamp ABS knippert.
Mogelijke oorzaak:
De zelfdiagnose is niet beeindigd, de ABS-functie is nog niet beschikbaar. Om de ABS-zelfdiagnose te kunnen afsluiten, moet de Scooter minstens 5 km/h rijden.
- Langzaam wegrijden. Houd er rekening mee dat tot het afsluiten van de zelfdiagnose de
ABS-functie niet beschikbaar is.
ABS-storing

Waarschuwingslamp ABS brandt.
Mogelijke oorzaak:
De ABS-regeleenheid heeft een storing opgemerkt. De ABS-functie is niet beschikbaar.
- Verder rijden mogelijk, met inachtneming van de uitgevallen ABS-functie. Uitgebreide informatie over situaties in acht nemen die tot een ABS-storing kunnen leiden (65).
- Storingen zo snel mogelijk door een specialist laten verhelpen, bij voorkeur een BMW Motor-rad dealer.
Achterlicht defect

Algemeen waarschuwings- lampje brandt geel.

+ LAMP! wordt weerge- geven.
Mogelijke oorzaak:
Achterlicht defect.
- Het diode-achterlicht moet worden vervangen. Contact opnemen met een specialist, bij voorkeur een BMW Motor-rad dealer.
Gloeilampje van koplamp defect

Algemeen waarschuwings- lampje brandt geel.

+ LAMP! wordt weerge- geven.

Een defecte lamp bij een Scooter vormt een veilig-
heidsrisico, omdat de Scooter door andere verkeersdeelnemers sneller over het hoofd wordt gezien.
Defecte gloeilampen zo snel mogelijk vervangen; bij voorkeur al-
tijd een set geschikte reserve- lampen meenemen.
Mogelijke oorzaak:
- Gloeilamp groot- en dimlicht vervangen (94).
Mogelijke oorzaak:
- zonder dagrijlicht SU
Stadslicht defect.
- Gloeilamp stadslicht vervangen (95).
Mogelijke oorzaak:
- met dagrijlicht SU
Stadslicht defect.
- Het diode-dimlicht moet worden vervangen. Contact op-nemen met een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Achterlicht en gloeilampje van koplamp defect

Algemeen waarschuwings- lampje brandt geel.

+ LAMP! wordt weerge- geven.
Mogelijke oorzaak:
Het achterlicht en een gloei-lampje van de koplamp zijn defect.
- Lees a.u.b. de hiervoor vermelde storingsbeschrijvingen.
Achterste opbergvak geopend

Algemeen waarschuwings- lampje brandt geel.

Het opbergvaksymbool wordt weergegeven.
Mogelijke oorzaak:
Het opbergvak onder de buddy-seat is geopend.

Gevaar voor ongevallen door geopend opbergvak
tijdens het rijden!
Als deze waarschuwingsindicatie verschijnt tijdens het rijden, dient u zo snel mogelijk te stoppen en de vergrendeling van het opberg-vak te controleren.
Rijd niet met geopend opbergvak!
- Opbergvak sluiten.
IJswaarschuwing

IJskristalsymbool wordt weergegeven.
Mogelijke oorzaak:
De bij de motorfiets gemeten buitentemperatuur is lager dan 3 °C.

De temperatuurwaarschu- wing sluit niet uit dat gladheid ook bij gemeten temperatu- ren boven 3 °C kan voorkomen.
Bij lage buitentemperaturen moet vooral op bruggen en schaduw- rijke wegen rekening worden gehouden met ijzel.
- Vooruitziend rijden.
Bandenspanning voor buiten de toelaatbare tolerantie
- met bandenspanningscontrole (RDC) SU

Algemeen waarschuwings- lampje knippert rood.

Bandsymbool met pijl naar boven wordt weergegeven.
De kritieke bandenspanning knippert.
Mogelijke oorzaak:
De gemeten bandenspanning voor ligt buiten de toelaatbare tolerantie.
- Banden op beschadigingen en bruikbaarheid controleren. Als de banden nog bruikbaar zijn:

Onjuiste bandenspanning verslechtert de rijeigen-open van de Scooter.
De rijstijl altijd aan de onjuiste bandenspanning aanpassen.
- Bij de eerstvolgende gelegenheid de bandenspanning corrigeren.

Zie voor het aanpassen van de bandenspanning
de informatie over temperatuur-compensatie en bandenspan-ningsaanpassing in het hoofdstuk "Techniek in detail".
- De banden op beschadigingen laten controleren bij een spe-
cialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Bij onzekerheid over de bruik- baarheid van de banden:
- Niet verder rijden.
- Pechdienst informeren.
Bandenspanning achter buiten de toelaatbare tolerantie
- met bandenspanningscontrole (RDC) SU

Algemeen waarschuwings- lampje knippert rood.

Bandsymbool met pijl naar beneden wordt weergege-
De kritieke bandenspanning knippert.
Mogelijke oorzaak:
De gemeten bandenspanning achter ligt buiten de toelaatbare tolerantie.
- Banden op beschadigingen en bruikbaarheid controleren. Als de banden nog bruikbaar zijn:

Onjuiste bandenspanning verslechtert de rijeigen-
schappen van de Scooter. De rijstijl altijd aan de onjuiste bandenspanning aanpassen.
- Bij de eerstvolgende gelegenheid de bandenspanning corrigeren.

Zie voor het aanpassen van de bandenspanning
de informatie over temperatuur-compensatie en bandenspan-ningsaanpassing in het hoofdstuk "Techniek in detail".
- De banden op beschadigingen laten controleren bij een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Bij onzekerheid over de bruik- baarheid van de banden:
- Niet verder rijden.
- Pechdienst informeren.
Bandenspanning van beide banden buiten de toelaatbare tolerantie
– met bandenspanningscontrole (RDC) SU

Algemeen waarschuwings- lampje knippert rood.

Bandsymbool met pijl naar boven en beneden wordt weergegeven.
De bandenspanningen knipperen. Mogelijke oorzaak:
De gemeten bandenspanning van beide banden ligt buiten de toelaatbare tolerantie.
- Banden op beschadigingen en bruikbaarheid controleren. Als de banden nog bruikbaar zijn:

Onjuiste bandenspanning verslechtert de rijeigen-open van de Scooter.
De rijstijl altijd aan de onjuiste bandenspanning aanpassen.
- Bij de eerstvolgende gelegenheid de bandenspanning corri-geren.

Zie voor het aanpassen van de bandenspanning
de informatie over temperatuur-compensatie en bandenspan-ningsaanpassing in het hoofdstuk "Techniek in detail".
- De banden op beschadigingen laten controleren bij een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Bij onzekerheid over de bruik- baarheid van de banden:
- Niet verder rijden.
- Pechdienst informeren.
Overdrachtsstoring
- met bandenspanningscontrole (RDC) SU
"--" of "-- : -- " wordt weer-gegeven.
Mogelijke oorzaak:
De rijsnelheid heeft nog niet de grens van circa 30 km/h overschreden. De RDC-sensoren zenden hun signaal pas nadat deze snelheid voor het eerst werd overschreden (66).
- RDC-weergave bij hogere snelheid observeren. Pas als ook het algemene waarschuwingslampje brandt, gaat het om een langdurige storing. In dit geval:
- De storing bij een specialist laten controleren, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Mogelijke oorzaak:
De radiografische verbinding met de RDC-sensoren is verstoord. Mogelijke oorzaak is radiografische apparatuur in de omgeving die de verbinding tussen de RDC-regeleenheid en de sensoren stoort.
- RDC-weergave in een andere omgeving observeren. Pas als ook het algemene waarschu-wingslampje brandt, gaat het om een langdurige storing. In dit geval:
- De storing bij een specialist laten controleren, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
- met bandenspanningscontrole (RDC) SU

Algemeen waarschuwings- lampje brandt geel.

Bandsymbool wordt weer- gegeven.
"--" of "-- : -- " wordt weer-gegeven.
Mogelijke oorzaak:
Er zijn wielen zonder RDC-sensoren gemonteerd.
- De set wielen laten voorzien van RDC-sensoren.
Mogelijke oorzaak:
Een of twee RDC-sensoren zijn uitgevallen.
- De storing bij een specialist laten controleren, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Mogelijke oorzaak:
Er is een systeemstoring aanwezig.
- De storing bij een specialist laten controleren, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Batterij van de bandenspanningssensor zwak
- met bandenspanningscontrole (RDC) SU

Algemeen waarschuwings- lampje brandt geel.
RDC! wordt weergegeven.

Deze storingsmelding wordt gedurende korte tijd alleen
in aansluiting op de Pre-Ride- Check weergegeven.
Mogelijke oorzaak:
De batterij van de bandenspanningssensor heeft niet meer zijn volledige capaciteit. De werking van de bandenspanningscontrole is nu nog slechts voor een beperkte duur gewaarborgd.
- Neem contact op met een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
DWA-accu zwak
- met diefstalbeveiligingsinstallatie (DWA) SU
DWA! wordt weergegeven.

Deze storingsmelding wordt gedurende korte tijd alleen insluiting op de Pre-Ride-
Check weergegeven.
Mogelijke oorzaak:
De DWA-accu heeft niet meer zijn volledige capaciteit. De werking van de DWA is bij een losgekoppelde motorfietsaccu nog slechts beperkt gewaarborgd.
- Neem contact op met een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
DWA-accu leeg
– met diefstalbeveiligingsinstallatie (DWA) SU

Algemeen waarschuwings- lampje brandt geel.
DWA! wordt weergegeven.

Deze storingsmelding wordt gedurende korte tijd alleen
in aansluiting op de Pre-Ride-Check weergegeven.
Mogelijke oorzaak:
De DWA-accu heeft geen capaciteit meer. De werking van de DWA is bij een losgekoppelde motorfietsaccu niet meer gewaarborgd.
- Neem contact op met een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Bediening
Contact- en stuurslot .... 38
Datum en tijd 39
Weergave 40
Verlichting 41
Richtingaanwijzers 43
Alarmknipperlichten 43
Noodstopschakelaar 44
Handvatverwarming 44
Buddyseatverwarming 45
Rem....46
Spiegels 47
Kuipruit 47
Opbergvakken 47
Veervoorspanning....48
Banden 49
Koplamp 50
Buddyseat 50
Contact- en stuurslot Sleutels
U ontvangt twee contactsleutels.
- met topcase OA
Desgewenst kan ook de topcase met dezelfde sleutel worden bediend. Hiervoor contact opnemen met een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Contact inschakelen

- De sleutel in stand ON draaien.
» Stadslicht en alle circuits ingeschakeld.
» De motor kan worden gestart.
» Pre-Ride-Check wordt uitgevoerd. (54)
» ABS-zelfdiagnose wordt uitgevoerd (55)
Contact uitschakelen

- De sleutel in stand OFF draaien.
» Licht wordt uitgeschakeld, stadslicht en verlichting van het achterste opbergvak blijven nog korte tijd branden.
» Stuurslot ontgrendeld.
» De sleutel kan worden verwijderd.
Stuurslot vergrendelen
- Het stuur tot de aanslag naar links draaien.

- Sleutel in stand 3 draaien, hierbij het stuur wat bewegen.
» Contact, verlichting en alle cir- cuits uitgeschakeld.
» Stuurslot vergrendeld.
» Linker opbergvak vergrendeld.
» De sleutel kan worden verwijderd.
Datum en tijd Tijd instellen
- Motor uitschakelen en contact inschakelen.

- Toets 1 (TRIP) zo vaak bedienen, tot de kilometertellers 3 worden weergegeven.
- Toets 1 (TRIP) bediend houden, tot de eerste in te stellen waarde van de klok 4 gaat knipperen.
-
Knipperende waarden met de toetsen 1 (TRIP) en 2 (INFO) instellen.
-
Toets 1 (TRIP) bediend houden, tot de volgende waarde gaat knipperen.
- Knipperende waarden met de toetsen 1 (TRIP) en 2 (INFO) instellen.
- Toets 1 (TRIP) bediend houden, tot de waarde niet meer knippert.
» Instelling afgesloten.
De instelling kan na elke stap worden beëindigd:
- De toetsen niet meer bedie-
nen, tot de weergave niet meer
knippert.
» De tot dan toe uitgevoerde instellingen worden overgenomen.
Datum en tijd instellen
- Motor uitschakelen en contact inschakelen.

Datum en tijd worden direct na elkaar ingesteld.

- Toets 2 (INFO) zo vaak bedienen, tot de datum 3 wordt weergegeven.
De weergegeven volgorde van dag, maand en jaar kan afhankelijk van het betreffende land afwijken.
- Toets 2 (INFO) bediend houden, tot de eerste in te stellen waarde van de datum 3 gaat knipperen.
-
Knipperende waarden met de toetsen 1 (TRIP) en 2 (INFO) instellen.
-
Toets 2 (INFO) bediend houden, tot de volgende waarde gaat knipperen.
- Nadat de tijd is ingesteld, toets 2 (INFO) bediend houden, tot de weergave niet meer knippert.
» Instelling afgesloten.
De instelling kan na elke stap worden beëindigd: - De toetsen niet meer bedie-
nen, tot de weergave niet meer
knippert.
» De tot dan toe uitgevoerde instellingen worden overgenomen.
Weergave
Weergave selecteren
- Contact inschakelen.

- Toets 1 (TRIP) bedienen, om de weergave in het gebied 3 te selecteren.
De volgende waarden kunnen worden weergegeven:
- Totale kilometerstand
- Dagteller 1 (Trip 1)
- Dagteller 2 (Trip 2)
- Dagteller Auto (Trip A), wordt automatisch teruggezet als na het uitschakelen van het contact minstens vijf seconden verstreken zijn en de datum niet is gewijzigd.
- na het bereiken van de reservehoeveelheid: sinds die tijd afgelegde afstand

- Druk op de toets 2 (INFO) om de weergave in gedeelte 4 te kiezen.
De volgende waarden kunnen worden weergegeven:
- Omgevingstemperatuur (TEMP)
- Gemiddelde snelheid (∅SPEED)
- Gemiddeld verbruik (∅FUEL)
-
Momenteel brandstofverbruik (FUEL)
-
Datum (Date)
- Oliepeilaanduiding (OIL)
- met bandenspanningscontrole (RDC) SU
Bandenspanningswaarden (RDC)
- Toets 1 (TRIP) ingedrukt houden, tot de kilometerteller in het bereik 3 teruggezet wordt.
Gemiddelde waardes terugzetten
- Contact inschakelen.
- Gemiddeld verbruik of gemiddelde snelheid selecteren.

- Toets 2 (INFO) ingedrukt houden tot de weergegeven waarde in het bereik 4 teruggezet wordt.
Verlichting
Dimlicht en stadslicht
Het stadslicht wordt automatisch tegelijk met het contact ingeschakeld.
Na uitschakelen van het contact blijft het stadslicht nog korte tijd branden.
Het stadslicht belast de accu. Het contact slechts voor een beperkte tijdsduur inschakelen.
Het dimlicht wordt na het starten van de motor automatisch ingeschakeld.
- met dagrijlicht SU
Overdag kan als alternatief voor het dimlicht het dagrijlicht worden ingeschakeld.
Grootlicht en lichtsignaal

- Schakelaar 1 naar voren drukken, om het groot licht in te schakelen.
- Schakelaar 1 naar achteren trekken, om het lichtsignaal te bedienen.
Parkeerlicht
• Het contact uitschakelen.

- Direct na het uitschakelen van het contact toets 1 naar links indrukken en vasthouden, tot het parkeerlicht wordt ingeschakeld. - Contact in- en weer uitschakelen om het parkeerlicht uit te schakelen.
Dagrijlicht
- met dagrijlicht SU
- Motor starten.

- Toets 1 bedienen om het dagrijlicht in te schakelen.

Het dagrijlichtsymbool wordt weergegeven.
» Het dimlicht en de achtergrondverlichting van de KOMBI worden uitgeschakeld.
- Bij donkerheid of in tunnels: Toets 1 opnieuw bedienen om het dagrijlicht uit en het dimlicht in te schakelen.

Het dagrijlicht kan in ver- gelijking met het dimlicht
beter worden waargenomen door het tegemoetkomend verkeer.
Daardoor verbetert de zichtbaar-
heid overdag. Als het dagrijlicht in het donker wordt ingeschakeld, kan het tegemoetkomend ver- keer worden verblind.
Richtingaanwijzers Richtingaanwijzer bedienen
- Contact inschakelen.

- Toets 1 naar links drukken, om de richtingaanwijzer links in te schakelen.
- Toets 1 naar rechts drukken, om de richtingaanwijzer rechts in te schakelen.
- Toets 1 in de middenstand indrukken om de richtingaanwijzers uit te schakelen.
Alarmknipperlichten Alarmknipperlichten bedienen
- Contact inschakelen.
De waarschuwingsknipperlichtinstallatie belast de accu. De waarschuwingsknipperlichten slechts voor een beperkte tijdsduur inschakelen.
Als met ingeschakeld contact een richtingaanwijzertoets wordt ingedrukt, dan vervangt de richtingaanwijzerfunctie gedurende het indrukken de waarschuwingsknipperlichtfunctie. Als de richtingaanwijzertoets niet meer wordt bediend, is de waarschuwingsknipperlichtfunctie weer actief.

- Toets 1 bedienen om de waarschuwingsknipperlichtinstallatie in te schakelen.
» Het contact kan worden uitgeschakeld.
- Contact aanzetten en toets 1 opnieuw bedienen om de alarmknipperlichten uit te schakelen.
Noodstopschakelaar

1 Noodstopschakelaar
Bediening van de nood-stopschakelaar tijdens het rijden kan een blokkerend achterwiel en daardoor een val tot gevolg hebben.
De noodstopschakelaar nooit tijdens het rijden bedienen.
Met behulp van de noodstop- schakelaar kan de motor op een- voudige wijze snel worden afge- zet.

a Motor uitgeschakeld
b Bedrijfsstand
Handvatverwarming
- met handvatverwarming SU
De handvatverwarming is alleen bij draaiende motor mogelijk.

- Toets 1 zo vaak bedienen totdat de gewenste verwarmingsstand 2 wordt weergegeven. De handgrepen kunnen in twee handmatige standen of automatisch worden verwarmd. De tweede handmatige stand dient voor het snel verwarmen van de handgrepen, vervolgens moet weer de eerste stand worden ingeschakeld. De volgende aanduidingen zijn mogelijk:
De verwarmingscapaciteit wordt automatisch gere-geld, afhankelijk van buitentem-
peratuur, snelheid en motortoe- rental.

100 % verwarming

50 % verwarming
Buddyseatverwarming
- met buddyseatverwarming SU
Buddyseatverwarming bedienen
- Motor starten.

De buddyseatverwarming kan alleen bij draaiende
motor worden ingeschakeld.

- Toets 1 zo vaak bedienen totdat de gewenste verwarmingsstand 2 wordt weergegeven. De berijdersbuddyseat kan in twee handmatige standen of automatisch worden verwarmd. De tweede handmatige stand dient voor het snel verwarmen van de zitting, vervolgens moet weer de eerste stand worden ingeschakeld. De volgende aanduidingen zijn mogelijk:

De verwarmingscapaciteit wordt automatisch gere- afhankelijk van buitentemperatuur, snelheid en motortoe- rental

100 % verwarming

50% verwarming
Verwarming duo-buddyseat bedienen
- Motor starten.

De buddyseatverwarming kan alleen bij draaiende
motor worden ingeschakeld.

- Toets 1 aan de zijde met de twee stippen bedienen, om de
hoge verwarmingscapaciteit (HIGH) in te schakelen.
- Toets 1 aan de zijde met één stip bedienen, om de lage verwarmingscapaciteit (LOW) in te schakelen.
- Toets 1 in de middenstand zetten om de buddyseatverwarming uit te schakelen.

De ingestelde stand 2 wordt op het display weergegeven. De tweede stand dient voor het snel verwarmen van de zitting, vervolgens moet weer de eerste stand worden ingeschakeld. De volgende aanduidingen zijn mogelijk:

50 % verwarming

100 % verwarming
Rem
Remhendel instellen
Als de stand van het rem-vloeistofreservoir wordt ver-anderd, kan er lucht in het rem-systeem komen.
Zowel de stuurhendel als het stuur niet verdraaien.

Het instellen van de rem- hendel tijdens het rijden
kan tot ongevallen leiden.
De remhendel alleen instellen als de Scooter stilstaat.

- Stelschroef 1 van de linker remhendel resp. stelschroef 2 van de rechter remhendel in de gewenste positie draaien.
De stelschroef kan gemakkelijker worden verdraaid, wanneer daarbij de handremhendel naar voren wordt gedrukt.
» Instelmogelijkheden:
- van positie 1: grootste afstand tussen stuurgreep en handrem-hendel
- tot positie 5: kleinste afstand tussen stuurgreep en handrem-hendel
- Spiegel door licht drukken op de rand in de gewenste stand brengen.
Kuipruit Kuipruit instellen

- Klembouten 1 links en rechts zo ver losdraaien, tot de kuipruit gemakkelijk kan worden versteld.
- De kuipruit in de gewenste positie A, B, of C brengen.
- Erop letten dat de kuipruit links en rechts hetzelfde wordt afgesteld.
- De klembouten links en rechts vastdraaien.
Opbergvakken Voorste opbergvakken bedienen

- Om een opbergvak te openen de betreffende ontgrendelings-hendel 1 naar achteren trek-ken.
- Om een opbergvak te sluiten de overeenkomstig klep in de vergrendeling drukken.
Het linker opbergvak wordt samen met het start-/contactslot vergrendeld.
Achterste opbergvak (BMW Flexcase) bedienen
- Buddyseat openen.

De verlichting van het op- bergvak wordt ingeschakeld bij het opstarten.
Na uitschakelen van het contact blijft de verlichting van het opbergvak nog korte tijd branden.
» Bij een neergelaten bodem kan de Scooter niet worden gestart.

- Trek ontgrendelingshendel 1 naar voren om het opbergvak te vergroten, zodat u er bijv. motorhelmen in op kunt bergen.
» De bodem 2 gaat omlaag.
- Om twee helmen in het opbergvak te kunnen opbergen, de helmen zoals afgebeeld plaatsen.

- Om het opbergvak te sluiten dit leegmaken en de bodem met hendel 3 naar boven in de vergrendeling trekken.
- Buddyseat sluiten.
Veervoorspanning Instelling
De veervoorspanning van het achterwiel moet aan de belading van de Scooter worden aangepast. Een verhoging van de belading vereist een verhoging van de veervoorspanning, minder gewicht een overeenkomstig lagere veervoorspanning.
Veervoorspanning achterwiel instellen
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.

- Voor een hogere veervoorspanning, stelring 1 met boordgereedschap in de richting van pijl A draaien.
- Voor een geringere veervoor-spanning, stelring 1 met boord-gereedschap in de richting van pijl B draaien.

Basisinstelling veervoor- spanning achter
- vanuit de laagste voorspanning 4 standen verhogen (Volle tank, met berijder 85 kg)
Banden
Bandenspanning controleren

Onjuiste bandenspanning verslechtert de rijeigenopen van de Scooters en teert de levensduur van de en.
Zorg voor een correcte bandenspanning.

Een radiaal geplaatst ven- tiel heeft de neiging om bij hoge snelheden door de centrifugaalkracht vanzelf open te gaan. Om een plotseling bandenspanningsverlies te voorkomen,
op het achterwiel een metalen ventieldopje met rubber afdichting gebruiken en dit goed vastdraaien.
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
- De bandenspanning aan de hand van de volgende gegevens controleren.

Bandenspanning voor
- 2,4 bar (Bij koude band)

Bandenspanning achter
- 2,5 bar (Rijden zonder pas-sagier, bij koude banden)
- 2,9 bar (Rijden met duo-passagier en/of bagage, bij koude banden)
Als de bandenspanning te laag is: • Bandenspanning corrigeren.
Koplamp
Koplampafstelling rechts-/linksrijdend verkeer
Deze Scooter is met symmetrisch dimlicht uitgerust. Bij het rijden in landen waar aan de andere zijde van de weg wordt gereden dan in het land waar het kenteken van de Scooter is afgegeven, zijn geen verdere maatregelen nodig.
Koplampafstelling en veervoorspanning
De lichtbundel blijft in de regel constant door de aanpassing van de veervoorspanning aan de beladingstoestand.
Twijfelt u aan de correcte kop- lampinstelling, gaat u dan naar een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Buddyseat
Buddyseat bedienen
• Het contact uitschakelen.

- De contactsleutel naar beneden drukken en vervolgens rechtsom draaien.

- Als dit moeilijk gaat de buddyseat achter ondersteunend naar beneden drukken en vervolgens achter optillen.
- Om te sluiten de buddyseat achter in de vergrendeling drukken.
Rijden
Veiligheidsaanwijzingen .... 52
Controlelijst 53
Starten....54
Rijden....55
Inrijden....55
Remmen....56
Scooter Afzetten 57
Tanken....58
Scooter voor transport bevestigen 59
Veiligheidsaanwijzingen
Rijdersuitrusting
Geen rit zonder de juiste kleding! Draag altijd
- Helm
- Beschermende kleding
- Handschoenen
- Laarzen
Dit geldt trouwens ook voor korte trajecten en in welk jaargetijde dan ook. Uw BMW Motorrad dealer kan u adviseren en heeft voor elk gebruiksdoel de correcte kleding.
Belading

Overbelading en ongelijk-matige belading kan de
rijstabiliteit van de Scooter be- invloeden.
Het maximaal toelaatbaar totaal- gewicht niet overschrijden en de
aanwijzingen voor het beladen in acht nemen.
- Afstelling van veervoorspanning en bandenspanning aanpassen aan het totaalgewicht.
- met bagagerek OA
- Toelaatbaar totaalgewicht van het bagagerek in acht nemen.

Maximale belading van het bagagerek
- max 9 kg ◀
- met topcase OA
- Toelaatbaar totaalgewicht van de topcase en de overeenkomstige maximumsnelheid in acht nemen.

Maximale belading van de topcase
- max 5 kg

Maximumsnelheid voor het rijden met een top-
case
- max 130 km/h
Snelheid
Bij het rijden met hoge snelhe- den kunnen verschillende om- standigheden het rijgedrag van de Scooter negatief beïnvloeden:
- Instelling van het veer- en dempersysteem
- Ongelijkmatig verdeelde bagage
- Losse kleding
- Te lage bandenspanning
– Slecht bandenprofiel: - etc.
Kans op vergiftiging
Uitlaatgassen bevatten het kleuren geurloze maar giftige koolmonoxide.
Het inademen van uitlaatgassen is schadelijk voor de gezondheid en kan tot bewusteloosheid of zelfs de dood leiden. Uitlaatgassen niet inademen. De motor niet in een afgesloten ruimte laten draaien.
Verbrandingsgevaar
Tijdens het rijden worden de motor en het uitlaatsysteem zeer heet. Er bestaat verbrandingsgevaar bij aanraking, vooral van de uitlaatdempers. Na het afzetten van de Scooter erop letten dat niemand de motor en het uitlaatsysteem aanraakt.
Katalysator
Als door overslaan van de motor onverbrande benzine in de katalysator terechtkomt, is er kans op oververhitting en beschadiging. Neem daarom de volgende punten in acht:
- Benzinetank niet leegrijden
- De motor nooit met een losgetrokken bougiestekker laten draaien
- Als de motor afslaat direct het contact uitschakelen
- Alleen loodvrije benzine tanken
- Houd de voorgeschreven onderhoudsbeurten beslist aan.
Onverbrande benzine beschadigt de katalysator onherstelbaar.
De aangegeven punten ter bescherming van de katalysator in acht nemen.
Gevaar voor oververhitting
Als de motor langere tijd stationair draait zonder dat wordt gereden, is de koeling ontoereikend en kan de motor oververhit raken. In extreme gevallen kan de motorfiets in brand vliegen.
De motor niet onnodig stationair
laten draaien. Na het starten direct wegrijden.
Manipulaties
Manipulaties aan de Scooter (bijv. motorregeleenheid, gaskleppen, koppeling) kunnen tot beschadiging van de betreffende onderdelen en het uitvallen van veiligheidsrelevante functies leiden. Bij schades die hierdoor veroorzaakt zijn, vervalt de garantie.
Geen manipulaties uitvoeren.
Controlelijst
Gebruik de navolgende contro- lelijst om voor elke rit belangrijke functies, instellingen en slijtage- grenzen te controleren
- Remwerking
- Remvloeistofpeilen voor voor- en achterrem
-
Veervoorspanning
-
Bandenspanning en profiel-diepte
- Goede bevestiging van de bagage
Met regelmatige tussenpozen:
- Motoroliepeil (bij iedere tankstop)
- Remblokslijtage (bij elke derde tankstop)
Starten
Motor starten
- Contact inschakelen.
» Pre-Ride-Check wordt uitgevoerd. (54)
» ABS-zelfdiagnose wordt uitgevoerd (55) - Rem bedienen.

Bij een uitgeklapte zijstandaard kan de Scooter niet worden gestart. Als bij draaiende motor de zijstandaard wordt uitgeklapt, slaat de motor af.
» De motor slaat aan.
» Als de motor niet aanslaat, kan de storingstabel uitkomst bieden. (112)
Pre-Ride-Check
Na het inschakelen van het contact voert het instrumentenpaneel een test uit van de tellerinstrumenten en de waarschuwings-
en controlelampen, de Pre-Ride-Check. Als de motor tijdens de test wordt gestart, wordt de test afgebroken.
Fase 1:
De wijzer van de snelheidsmeter wordt tot de eindaanslag en weer terug bewogen. De waarschuwings- en controlelampjes worden ingeschakeld.
Fase 2:
De wijzer van de snelheidsmeter wordt terug bewogen. De ingeschakelde waarschuwings- en controlelampjes doven.
Als de wijzer niet bewoog of een van de waarschuwings- en controlelampjes niet ging branden:
Indien één van de waarschuwingslampen niet kan worden ingeschakeld, kunnen mogelijke functiestoringen niet worden weergegeven. Opletten of alle waarschuwings-
en controlelampen worden weergegeven.
- Storingen zo snel mogelijk door een specialist laten verhelpen, bij voorkeur een BMW Motor-rad dealer.
ABS-zelfdiagnose
De juiste werking van het BMW Motorrad ABS wordt door de zelfdiagnose gecontroleerd. De zelfdiagnose vindt automatisch plaats na het inschakelen van het contact. Voor de controle van de wielsensoren moet de Scooter enkele meters rijden.
Fase 1:
» Controle van de systeemcomponenten bij stilstand.

Waarschuwingslamp ABS knippert.
Fase 2:
» Controle van de wielsensoren bij het wegrijden.

Waarschuwingslamp ABS knippert.
ABS-zelfdiagnose afgesloten
» Het waarschuwingslampje ABS dooft.
Indien na het afsluiten van de ABS-zelfdiagnose een ABS-storing wordt weergegeven:
- Verder rijden mogelijk. Houd er rekening mee dat geen ABS-functie beschikbaar is.
- Storingen zo snel mogelijk door een specialist laten verhelpen, bij voorkeur een BMW Motor-rad dealer.
Rijden
Bij motortoerentalen beneden het wegrijtoerental van circa 2000/min blijft de centrifugaalkoppeling geopend, de Scooter draait stationair. Als het motortoerental tot boven het wegrijtoerental wordt verhoogd, sluit de koppeling en rijdt de Scooter weg.
In het bereik van circa 50 km/h tot circa 110 km/h draait de motor een constant toerental in het bereik van het maximumkoppel. De verandering van de snelheid wordt door de aanpassing van de overbrengingsverhouding van de traploos verstelbare transmissie bereikt. Daardoor verandert het motorgeluid in dit snelheidsbereik slechts in geringe mate. Pas snelheden boven circa 110 km/h worden door een verhoging van het motortoerental bereikt.
Inrijden
De eerste 1000 km
- Tijdens de inrijperiode in vaak wisselende belastingsgebieden rijden.
- Kies indien mogelijk bochtige en licht geaccidenteerde we-
gen, bij voorkeur geen auto- snelwegen.
- Na 500 - 1200 km de eerste inspectie laten uitvoeren.
Remblokken
Nieuwe remblokken moeten worden ingereden, voordat deze hun optimale remvertraging bereiken. De iets geringere remwerking kan worden gecompenseerd door de remhendel/het rempedaal krachtiger te bedienen.

Nieuwe remblokken kunnen de remweg aanzienlijk ver-
lengen.
Vroeg remmen.
Banden
Nieuwe banden hebben een glad oppervlak. Zij moeten dan ook met een beheerste rijstijl door het inrijden met wisselende overhellingshoeken worden ingereden. Pas na het inrijden is de volledige grip van het loopvlak bereikt.
Nieuwe banden hebben nog niet de volle grip, bij extreme scheefstanden bestaat gevaar voor ongevallen. Extreme scheefstanden vermijden.
Remmen
Hoe wordt de kortst mogelijke remweg bereikt?
Bij een remactie wijzigt zich de lastverdeling tussen voor- en achterwiel dynamisch. Hoe sterker wordt afgeremd, hoe zwaarder het voorwiel wordt belast. Hoe hoger de belasting van het wiel, hoe hoger de remkracht die kan worden overgedragen. Om de kortst mogelijke remweg te bereiken, moet de voorrem krachtig en progressief worden bediend. Daardoor wordt de dynamische belastingverhoging op het voorwiel optimaal benut. Bij de vaak geoefende "noodstop", waarbij de remdruk zo snel mogelijk en met alle kracht wordt opgewekt, kan de dynamische aslastverdeling de vertraging niet volgen en kan de remkracht niet volledig op het wegdek worden overgebracht. Het voorwiel kan blokkeren.
Het blokkeren van het voorwiel wordt door het BMW Motorrad ABS verhinderd.
Pasafdalingen
Indien bij pasafdalingen uit-sluitend achter wordt ge-remd, bestaat het gevaar van remkrachtverlies. Onder extreme omstandigheden kan dit tot on-herstelbare schade aan de rem-men door oververhitting leiden. Voor- en achterwielrem bedienen en motorremwerking gebruiken.
Natte en verontreinigde remmen
Vocht en vuil op de remschijven en de remblokken leiden tot een vermindering van de remwerking. In de volgende situaties moet rekening worden gehouden met een vertraagde of slechtere remwerking:
- Bij het rijden in de regen en door plassen.
- Na een wasbeurt van de motorfiets.
- Bij het rijden op wegen waarop zout is gestrooid.
- Na werkzaamheden aan de remmen door restanten olie of vet.
- Bij het rijden op modderige wegen of bij terreinrijden.

Slechte werking van de remmen door nat wegdek
en vuil.
Remmen droog- resp. schoon- remmen, zo nodig reinigen.
Vroegtijdig remmen tot de volle-dige remwerking weer beschik-baar is.
Scooter Afzetten
Zijstandaard
- Motor uitschakelen.

Op een losse ondergrond staat de motorfiets niet veilig.
De standaard moet altijd op een vlakke en vaste ondergrond rusten.
- De zijstandaard uitklappen en de Scooter afzetten.
» De parkeerrem voorkomt het wegrollen van de Scooter.

De zijstandaard is alleen voor het gewicht van de
Scooter geconstrueerd. Bij een uitgeklapte zijstandaard niet op de Scooter plaatsnemen.
- Indien de schuinte van de weg dit toelaat, het stuur naar links draaien.
Middenbok
- Motor uitschakelen.

Op een losse ondergrond staat de motorfiets niet veilig.
De standaard moet altijd op een vlakke en vaste ondergrond rusten.

De middenstandaard kan door te sterke bewegingen inklappen, waardoor de motorfiets kan omvallen.
Bij een uitgeklapte middenbok niet op de Scooter plaatsnemen.
- De middenbok uitklappen en de Scooter op de middenbok plaatsen.
Tanken

Brandstof is licht ontvlambaar. Vuur bij de benzine-kan tot brand en explosie n.
Bij werkzaamheden aan de ben-zinetank niet roken en van open vuur verwijderd blijven.

Benzine tast kunststofop- pervlakken aan; deze wor- nat of lelijk.
Als kunststofonderdelen in aanraking komen met benzine, moeten ze direct worden schoongeveegd.
- De Scooter op de middenbok plaatsen en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.

- De contactsleutel in de middelste stand naar beneden drukken en vervolgens linksom draaien.

- Als dit moeilijk gaat tankafdekking 1 naar achteren drukken,
vervolgens naar voren open- klappen.

Benzine zet uit onder invloed van warmte. Bij een te volle benzinetank kan benzine naar buiten stromen en op het wegdek terechtkomen. Dit werkt de kans op vallen in de hand. De benzinetank niet teveel vullen.
Loodhoudende benzine beschadigt de katalysator onherstelbaar! Alleen loodvrije benzine tanken.
- Benzine van de hierna vermelde kwaliteit tot maximaal de onderkant van de vulbuis tanken.
Als wordt getankt nadat het peil onder de reservehoeveelheid is gedaald, moet de hoeveelheid brandstof na het tanken groter zijn dan de reservehoeveelheid om het nieuwe peil te kunnen herkennen. Anders kunnen de weergaven van het peil en de actieradius niet worden geactualiseerd.
| - Super loodvrij- 95 ROZ/RON- 89 AKI |
| - Circa 16 I |

- Tankdop 2 sluiten.

Scooter voor transport bevestigen
- Alle onderdelen tegen krassen beschermen, daar waar er spanbanden langs worden geleid. Bijv. tape of zachte doeken gebruiken.

De Scooter kan kantelen en omvallen.
Ervoor zorgen dat de Scooter niet zijdelings kan kantelen.
- Scooter op het transportplateau duwen, niet op de zijstandaard of de middenbok zetten.

Onderdelen kunnen worden beschadigd.
Geen onderdelen zoals remleidingen of draadbundels inklemmen.
- Voor aan beide zijden spanban- den over de onderste vorkbrug aanbrengen en spannen.

- De spanband rechtsachter rond de bevestigingspen van de uitlaatdemper aanbrengen en spannen.

- De spanband linksachter om de veerbeensteun aanbrengen en spannen.
- Alle spanbanden gelijkmatig spannen, de motorfiets moet zo ver mogelijk inveren.
Techniek in detail
Remsysteem met BMW Motorrad
ABS 64
Bandenspanningscontrole RDC ..... 66
Remsysteem met BMW Motorrad ABS
Hoe werkt het ABS?
De maximaal op het wegdek overdraagbare remkracht is o.a. afhankelijk van de wrijvingswaarde van het oppervlak van het wegdek. Grind, ijs en sneeuw en een nat wegdek hebben een aanzienlijk slechtere wrijvingswaarde dan een droog en schoon wegdek. Hoe slechter de wrijvingswaarde van het wegdek, hoe langer de remweg wordt.
Indien bij een verhoging van de remdruk door de berijder de maximaal overdraagbare remkracht wordt overschreden, beginnen de wielen te blokkeren en gaat de rijstabiliteit verloren; onderuitgaan kan het gevolg zijn. Voordat deze situatie optreedt, grijpt het ABS in en past de remdruk aan de maximaal overdraagbare remkracht aan, zodat de wielen blijven draaien en de rijstabiliteit behouden blijft.
Wat gebeurt bij oneffenheden in het wegdek?
Door oneffenheden in het wegdek kan kortstondig contactverlies tussen band en wegdek ontstaan en wordt de overdraagbare remkracht tot nul gereduceerd. Indien in deze situatie wordt geremd, moet het ABS de remdruk reduceren om de rijstabiliteit bij het herstel van het contact met het wegdek te garanderen. Hierbij moet het BMW Motorrad ABS uitgaan van extreem lage wrijvingswaarden (grind, ijzel, sneeuw), zodat de wielen in alle denkbare situaties blijven draaien om de rijstabiliteit te waarborgen. Na het herkennen van de werkelijke omstandigheden regelt het systeem de optimale remdruk in.
Omhoogkomen van het achterwiel
Bij een goede grip tussen banden en wegdek blokkeert het voorwiel pas laat of zelfs helemaal niet als fors wordt geremd. Zodoende hoeft het ABS pas zeer laat of helemaal niet in te grijpen. In dit geval kan het achterwiel van de grond komen, waardoor de Scooter over de kop kan slaan.

Sterk afremmen kan ertoe leiden dat het achterwiel et wegdek loskomt.
Bij het remmen er rekening mee houden dat de ABS-regeling niet in alle gevallen kan voorkomen dat het achterwiel van de grond loskomt.
Hoe werkt het BMW Motorrad ABS?
Het BMW Motorrad ABS waarborgt binnen de grenzen van de natuurkundige wetten de rijstabiliteit op elke ondergrond. Het systeem is niet ontworpen voor speciale eisen zoals die gelden voor wedstrijdgebruik in het terrein of op het circuit.
Bijzondere situaties
Voor het herkennen van de blokkeerneiging worden o.a. de toerentallen van het voor- en achterwiel vergeleken. Indien over een langere periode niet aanne-melijke waarden worden herkend, wordt om veiligheidsredenen de ABS-functie uitgeschakeld en een ABS-storing weergegeven. Voorwaarde voor een storingsmelding is een afgesloten zelfdiagnose.
Naast problemen aan het BMW Motorrad ABS kunnen ook ongebruikelijke rijsituaties tot een storingsmelding leiden.
Ongebruikelijke rijsituaties:
- Gedurende langere tijd op het achterwiel rijden (wheelie).
- Het achterwiel laten draaien bij bediende voorwielrem (burnout).
- Gedurende langere tijd rijden met een geblokkeerd achterwiel, bijv. bij hellingafwaarts rijden in het terrein.
Indien vanwege een van de hierboven beschreven rijsituaties een storingsmelding ontstaat, kan de ABS-functie door het uit- en in-schakelen van het contact weer worden geactiveerd.
Welke rol speelt regelmatig onderhoud?

Elk technisch systeem is slechts zo goed als de staat
van onderhoud.
Om er zeker van te zijn, dat het
BMW Motorrad Integral ABS optimaal onderhouden is, moeten de voorgeschreven onderhoudsintervallen beslist worden aangehouden.
Veiligheidsreserves
Het BMW Motorrad ABS mag door het vertrouwen op een kortere remweg voor de berijder geen aanleiding zijn om risico's te nemen. Het is in eerste instantie een veiligheidsreserve voor nood-situaties.
Wees voorzichtig in bochten! Het remmen in een bocht is onderworpen aan bijzondere natuur-kundige wetmatigheden die ook het BMW Motorrad ABS niet buiten spel kan zetten.
Bandenspanningscontrole RDC
- met bandenspanningscontrole (RDC) SU
Werking
In elke band bevindt zich een sensor die de temperatuur en de spanning in de band meet en deze informatie naar de regeleenheid stuurt.
De sensoren zijn voorzien van een centrifugaalkrachtregelaar die het overbrengen van de meet-waarden pas vanaf een snelheid van circa 30 km/h vrijgeeft. Voordat voor het eerst de banden-spanning wordt ontvangen, wordt op het display voor elke band -- weergegeven. Nadat de motorfiets stilstaat worden de meet-waarden nog gedurende circa 15 minuten door de sensoren door-gegeven.
De regeleenheid kan vier senso- ren verwerken, daardoor kunnen twee sets wielen met RDC-sensoren worden gebruikt. Als een RDC-regeleenheid is gemonteerd zonder dat de wielen zijn voorzien van sensoren, wordt een storingsmelding gegeven.
Temperatuurcompensatie
De bandenspanning is afhankelijk van de temperatuur: deze neemt toe naarmate de bandentemperatuur toeneemt resp. daalt naarmate de bandentemperatuur afneemt. De bandentemperatuur is afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de rijstijl en duur van de rit.
De bandenspanningen worden op het multifunctioneel display temperatuurgecompenseerd weergegeven, deze gelden voor een bandentemperatuur van 20 °C. Bij de bandenspanningsmeters van tankstations vindt geen temperatuurcompensatie plaats, de gemeten bandenspanning is afhankelijk van de bandentemperatuur. Hierdoor zullen de daarmee gemeten waarden meestal niet overeenstemmen met de waarden op het multifunctioneel display.
Aanpassing van de bandenspanning
Vergelijk de RDC-waarde op het multifunctioneel display met de waarde op de achterzijde van de omslag van de handleiding. De afwijking tussen beide waarden moet met de bandenspanningsmeter worden gecompenseerd.
Voorbeeld: Volgens de handleiding moet de bandenspanning 2,5 bar bedragen, op het multifunctioneel display wordt 2,3 bar weergegeven, dit is dus 0,2 bar te weinig.
De bandenspanningsmeter bij het tankstation geeft 2,4 bar aan. Deze waarde moet met 0,2 bar
worden verhoogd tot 2,6 bar, om de correcte bandenspanning in te stellen.
Accessoires
Algemene aanwijzingen 70
Contactdozen.... 70
Topcase 71
Scooter Slot 73
Algemene aanwijzingen
BMW Motorrad adviseert uitsluitend onderdelen en accessoires te gebruiken die door BMW voor dit doel zijn goedgekeurd.
Originele BMW onderdelen, accessoires en overige door BMW goedgekeurde producten, evenals het bijbehorende ter zake kundige advies, zijn verkrijgbaar bij uw BMW Motorrad dealer.
Door BMW voor uw motorfiets goedgekeurde onderdelen en accessoires zijn op hun veiligheid, werking en deugdelijkheid getest. Voor deze producten aanvaardt BMW de volledige productaansprakelijkheid.
Voor alle accessoires en onder- delen die niet zijn goedgekeurd door BMW kan BMW geen ver- antwoordelijkheid aanvaarden.
Zie de opmerkingen met be- trekking tot de betekenis van de wielmaten voor het antiblok- keersysteem ABS (86).
BMW Motorrad kan niet voor ieder product dat door derden wordt geleverd beoor-delen of het op BMW Scooters zonder veiligheidsrisico kan wor-den gemonteerd. Deze garantie wordt ook niet gegeven wan-neer in bepaalde landen van overheidswege deze toestem-ming wel is verleend. Bij de in het kader hiervan uitgevoerde tests wordt niet altijd rekening gehouden met alle mogelijke bedrijfsomstandigheden van BMW Scooter en deze zijn daarom niet altijd voldoende.
Voor uw eigen veiligheid alleen vervangingsonderdelen en accessoires gebruiken die door BMW voor uw Scooter zijn goedgekeurd.
Neem bij het aanbrengen van technische wijzigingen de wette- lijke voorschriften in acht. Houdt u zich aan de officiële typegoed- keuring.
Contactdozen
Aanwijzingen voor het gebruik van contactdozen:
Gebruik van extra apparatuur
Tijdens het gebruik van een of meerdere contactdozen wordt de accucapaciteit niet bewaakt. Als extra apparatuur gedurende langere tijd wordt gebruikt zonder dat de motor draait, kan de accu volledig worden ontladen. De startcapaciteit van de Scooter is dan niet meer gewaarborgd.
Ligging van de bedrading
De draden van contactdozen naar de accessoires moeten zo worden aangebracht dat ze
- de berijder niet hinderen
- de stuuruitslag en de rijeigen- schappen niet beperken
- niet ingeklemd kunnen worden
Topcase
- met topcase OA
Topcase openen

- De sleutel in het topcaseslot 1 in de stand OPEN draaien.

- Topcaseslot naar voren drukken.
» Topcasehandgreep 2 springt open.

- Ontgrendelingshendel achter afdekking 3 naar achteren trekken.
» Het topcasedeksel springt open. - Topcasedeksel openen.
Topcase sluiten

- Erop letten dat topcasehand-greep 2 uitgeklapt is.
- Topcasedeksel sluiten en in de vergrendeling drukken. Erop letten dat de inhoud niet wordt ingeklemd.
- Topcasehandgreep 2 sluiten.
- Zo nodig de sleutel in het topcaseslot in stand CLOSE draaien en verwijderen.
Topcase verwijderen

- De sleutel in het topcaseslot 1 in de stand OPEN draaien.

- Topcaseslot naar voren drukken.
» Topcasehandgreep 2 springt open.

- De sleutel in het topcaseslot in de stand RELEASE draaien.
- Ontgrendelingshendel 4 naar achteren trekken, tegelijkertijd de topcase aan de handgreep optillen.
- Topcase naar achteren van de topcasedrager verwijderen.
Topcase aanbrengen

- Erop letten dat topcasehand-greep 2 uitgeklapt is en dat de sleutel in het topcaseslot zich in de stand RELEASE bevindt.
- Topcase voor in de topcase-drager aanbrengen.
- Ontgrendelingshendel 4 naar achteren trekken, tegelijkertijd de topcase achter in de topcasedrager aanbrengen.
- Topcasehandgreep 2 sluiten.
- Zo nodig de sleutel in het topcaseslot in stand CLOSE draaien en verwijderen.
Scooter Slot
- met Scooter slot OA
Scooter beveiligen

- Het achterste eindstuk 1 van het Scooter slot vanaf de onderzijde in de achterste houder aanbrengen.
- Vervolgens het eindstuk naar voren draaien.

- Het stuur volledig naar links draaien en het Scooter slot naar het stuuruiteinde voeren.

- De eerste schakel 2 op de stuursteun 3 schuiven en vergrendelingsstuk 4 aanbrengen.
- Het Scooter slot afsluiten en de sleutel verwijderen.

Als alternatief kan de Scooter aan een vast voorwerp worden vastgemaakt, bijvoorbeeld aan een paal.
- Daartoe het Scooter slot rond de paal aanbrengen en de ketting door het eindstuk 1 trekken. Vervolgens de eerste schakel 2 zoals hierboven beschreven aan het stuur bevestigen.
Onderhoud
Algemene aanwijzingen 76
Standaard gereedschapset ..... 76
Motorolie 77
Remsysteem 79
Koelvloeistof.... 84
Velgen en banden 85
Wielen 86
BMW Motorrad voorwielstandaard 92
Zekeringen 93
Lampen.... 94
Starthulp.... 101
Accu.... 101
Kuipdelen.... 103
Algemene aanwijzingen
In het hoofdstuk "Onderhoud" worden werkzaamheden voor het controleren en vervangen van slijtagedelen beschreven die eenvoudig zijn uit te voeren.
Indien bij de montage rekening moet worden gehouden met speciale aanhaalmomenten, dan zijn deze eveneens genoemd.
Een overzicht van alle benodigde aanhaalmomenten vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens".
Informatie over verdergaande onderhouds- en reparatiewerkzaamheden is terug te vinden op de bij uw motorfiets behorende reparatiehandleiding op dvd-rom die bij uw BMW Motorrad dealer verkrijgbaar is.
Voor het uitvoeren van een aantal van de beschreven werkzaamheden zijn speciale gereedschappen en een gedegen vakkennis op het gebied van motorfietsen vereist. Neem in geval van twijfel contact op met een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Standaard gereedschapset

- Veervoorspanning achterwiel instellen (49).
2 Torxsleutel T30
- Motoroliepeil controleren (77).
- Koelvloeistof bijvullen (84).
3 Vervangingszekeringen met klem
Minizekeringen 4 A, 7,5 A, 10 A en 15 A
- Zekeringen vervangen.
4 Steeksleutel
Sleutelwijdte 8/10
- Accu uitbouwen (102).
5 Omkeerbare schroeven-draaier
Met kruiskop en Torx T25
- Bekledingspanelen uitbouwen.
- Gloeilampen richtingaanwijzers, achter, vervangen (98).
- Accu uitbouwen (102).
Motorolie Motoroliepeil controleren
Na een langdurige stand- tijd van de Scooter kan zich motorolie in het oliecarter verzamelen, dat voor het aflezen naar de olietank terug moet worden gepompt. Daartoe moet de motorolie op bedrijfstemperatuur zijn. De controle van het oliepeil bij koude motor of na een korte rit leidt tot een incorrecte interpretatie van de olievoorraad. Voor een correcte aanduiding van het motoroliepeil mag het peil alleen na een langere rit worden gecontroleerd.
- De bedrijfswarme Scooter op de middenbok plaatsen en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
- De motor één minuut stationair laten draaien.
• Het contact uitschakelen.

- Bouten 1 verwijderen.
- Afdekking aan de onderzijde naar buiten trekken en verwijderen. Daarbij op de borgnokken bij 2 letten
- Zijstandaard uitklappen.

- Treeplankopzetstuk optillen en bout 1 uitbouwen.

- Bout 2 en bout 3 verwijderen.
- Treeplank verwijderen.
- De omgeving van de olievul-opening reinigen.

- Oliepeilstaaf 1 verwijderen.

- Meetbereik 2 van de oliepeilstaaf met een droge doek schoonvegen.
- Oliepeilstaaf op de olievulopening aanbrengen, maar er niet indraaien.
- Oliepeilstaaf verwijderen en oliepeil aflezen.

Voorgeschreven motor- oliepeil
- Tussen MIN- en MAX-markering (Motor op bedrijfstemperatuur)
Bij een oliepeil onder de MIN-markering:
- Motorolie tot het voorgeschreven peil bijvullen.
Bij een oliepeil boven de MAX-markering:
- Het oliepeil door een officiële werkplaats laten corrigeren, bij voorkeur door een BMW Motorrad dealer.
- Oliepeilstaaf aanbrengen.

- Treeplank aanbrengen.
- Bout 2 en bout 3 aanbrengen.

- Treeplankopzetstuk optillen en bout 1 aanbrengen.

- Afdekking bij 2 aanbrengen en vergrendelen.

- Bouten 1 aanbrengen.
Remsysteem
Remfunctie controleren
- De rechter remhendel bedienen.
» Er moet een duidelijk drukpunt voelbaar zijn. - De linker remhendel bedienen.
» Er moet een duidelijk drukpunt voelbaar zijn. - Om de parkeerrem te controle- ren, de zijstandaard uitklappen en de Scooter vooruit- en te- rugschuiven.
» De Scooter mag niet kunnen worden verschoven
Als geen duidelijke drukpunten voelbaar zijn of als de Scooter kan worden verschoven:
- De remmen bij een specialist laten controleren, bij voorkeur bij een BMW Motorrad dealer.
Remblokdikte, voor, controleren
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.

- Remblokdikte visueel controleren. Kijkrichting: Links en rechts tussen wiel en voorwielgeleiding door op de remblokken 1.

Remslijtagegrens, voor
- min 1,0 mm (Alleen remvoering zonder rugplaat. De slijtagemarkeringen (groeven) moeten duidelijk zichtbaar zijn.)
Als de slijtagemarkeringen niet meer duidelijk zichtbaar zijn:

Als de dikte van de rem- blokken kleiner is dan de
minimumdikte, neemt de rem- werking af en kan schade aan het remsysteem ontstaan.
Om de bedrijfszekerheid van het
remsysteem te waarborgen mo- gen de remblokken niet dunner worden dan de minimaal toelaat- bare dikte.
- Remblokken door een specialist laten vervangen, bij voorkeur door een BMW Motorrad dealer.
Remblokdikte, achter, controleren
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.

- Remblokdikte visueel controle- ren. Kijkrichting: vanaf rechts- onder op de remblokken 1.

Remblokslijtagegrens achter
- min 1,0 mm (Alleen remvoering zonder rugplaat.)
Als de slijtagemarkeringen niet meer zichtbaar zijn:
Als de dikte van de remblokken kleiner is dan de minimumdikte, neemt de remwerking af en kan schade aan het remsysteem ontstaan. Om de bedrijfszekerheid van het remsysteem te waarborgen mogen de remblokken niet dunner
worden dan de minimaal toelaatbare dikte.
- Remblokken door een specialist laten vervangen, bij voorkeur door een BMW Motorrad dealer.
Remblokdikte van de parkeerrem controleren
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.

- Remblokdikte visueel controle- ren. Kijkrichting: vanaf de rech- terzijde op de remblokken 1.

Remblokslijtagegrens van de parkeerrem
- min 1,0 mm (De slijtagemarkeringen (groeven) moeten duidelijk zichtbaar zijn.)
Als de minimumdikte van de remblokken is onderschreden:

Als de dikte van de rem- blokken kleiner is dan de minimumdikte, neemt de rem- werking af en kan de Scooter on- danks de uitgeklapte zijstandaard eventueel toch bewegen.
Om het omvallen van de Scoo-
ter te vermijden mag de minimumdikte van de remblokken niet kleiner worden dan de minimumdikte.
- Remblokken door een specialist laten vervangen, bij voorkeur door een BMW Motorrad dealer.
Remvloeistofpeil voorwielrem controleren

Bij een te laag remvloeistof- peil kan lucht het remsysteem binnendringen. Dat leidt tot een sterk verminderde remwerking.
Het remvloeistofpeil regelmatig controleren.
- De Scooter op de middenbok plaatsen en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.

- Remvloeistofpeil op het inspectieglas 1 van het rechter remvloeistofreservoir aflezen.

Door de slijtage van de remblokken daalt het rem-
vloeistofpeil in het reservoir.

Remvloeistofpeil, voor
- Remvloeistof (DOT4)
- Het remvloeistofpeil mag niet onder de MIN-markering komen. (Remvloeistofreservoir horizontaal)
Als het remvloeistofpeil tot onder het toegestane peil daalt:
- Het defect zo snel mogelijk door een specialist laten verhelpen, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Remvloeistofpeil achterwielrem controleren

Bij een te laag remvloeistof- peil kan lucht het remsysteem binnendringen. Dat leidt tot een sterk verminderde remwerking.
Het remvloeistofpeil regelmatig controleren.
- De Scooter op de middenbok plaatsen en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.

- Remvloeistofpeil op het inspectieglas 1 van het linker remvloeistofreservoir aflezen.

Door de slijtage van de remblokken daalt het rem- tofpeil in het reservoir.

Remvloeistofpeil, achter
- Remvloeistof (DOT4)
- Het remvloeistofpeil mag niet onder de MIN-markering komen. (Remvloeistofreservoir horizontaal)
Als het remvloeistofpeil tot onder het toegestane peil daalt:
- Het defect zo snel mogelijk door een specialist laten ver-
helpen, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Koelvloeistof Koelvloeistofpeil controleren
- De Scooter op de middenbok plaatsen en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.

- Het koelvloeistofpeil door de opening 1 onder de rechter treeplank op het remvloeistof-reservoir aflezen.

Voorgeschreven koel-vloeistofpeil in expansie-reservoir
- Tussen MIN- en MAX-markering (Bij koude motor)
Als het koelvloeistofpeil onder het toegestane peil daalt:
- Koelvloeistof bijvullen.
Koelvloeistof bijvullen

- Bouten 1 verwijderen.
- Treeplankopzetstuk verwijderen.

- De afdekking 1 openen en wegnemen.

- Dop 2 van de expansietank openen en koelvloeistof bijvullen tot het voorgeschreven niveau.
- Koelvloeistofpeil controleren (84).
- De dop van het koelvloeistofexpansiereservoir sluiten.

- Afdekking 1 sluiten.

- Treeplankopzetstuk plaatsen.
- Bouten 1 aanbrengen.
Velgen en banden Velgen controleren
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
- Velgen visueel op defecten controleren.
- Beschadigde velgen laten controleren en zo nodig laten vernieuwen, bij voorkeur door een BMW Motorrad dealer.
Bandenprofieldiepte controleren
Het rijgedrag van uw Scooter kan zich reeds vóór het bereiken van de wettelijke voorgeschreven minimum profiel-diepte negatief wijzigen.
De banden daarom reeds vóór het bereiken van de minimum profieldiepte laten vervangen.
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
- Bandenprofieldiepte in de hoofdprofielgroeven met slijtage-indicatoren meten.

Op elke band bevinden zich slijtagemarkeringen die in het hoofdprofiel zijn geïntegreerd. Indien de slijtagemarkeringen zichtbaar zijn, is de band volledig versleten. De posities van de slijtagemarkeringen zijn op de zijkant van de band aangegeven, bijv. door de letters TI, TWI of door een pijl.
Als de minimale profieldiepte is bereikt:
- Betreffende band(en) vervangen.
Wielen
Bandenadvies
Voor elke bandenmaat zijn bepaalde bandenmerken door BMW Motorrad getest, als verkeersveilig beoordeeld en goedgekeurd. Van andere banden kan BMW
Motorrad de geschiktheid van het product niet beoordelen en daarom niet instaan voor de rij-veiligheid.
BMW Motorrad adviseert, alleen banden te gebruiken, die door BMW Motorrad zijn getest en goedgekeurd.
Uitvoerige informatie krijgt u bij uw BMW Motorrad dealer of via internet onder "www.bmw-motor-rad.com".
Invloed van de wielmaten op het ABS
De wielmaten spelen een belangrijke rol bij het ABS-systeem. Met name de diameter en breedte van de wielen zijn als basis voor alle noodzakelijke berekeningen in de regeleenheid opgeslagen. Als deze groothe- den worden veranderd doordat andere dan de standaard gemonteerde wielen worden gemonteerd, kan dit ingrijpende gevol-
gen hebben voor het regelcomfort van het systeem.
Ook de voor het herkennen van de wieltoerentallen noodzakelijke wielsensoren moeten bij het ge- monteerde systeem passen en mogen niet worden vervangen.
Neem voordat u uw Scooter met andere wielen uitrust contact op met een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer. In sommige gevallen kunnen de in de regeleenheid opgeslagen gegevens aan de nieuwe wielmaten worden aangepast.
Voorwiel uitbouwen

- Bouten 1 en 2 links en rechts uitbouwen en voorspatbord naar voren verwijderen.

- De bout 1 verwijderen en de ABS-sensor uit de boring ne- men. - De gedeelten van de velg af- plakken die bij het verwijderen van de remklauwen kunnen worden beschadigd.
In uitgebouwde toestand kunnen de remblokken zo ver naar elkaar toe worden gedrukt, dat ze bij de montage niet over de remschijf passen. De remhendel bij uitgebouwde remklauwen niet bedienen.
- Bevestigingsbouten 2 van de remklauwen links en rechts verwijderen.

- Remblokken 3 door kante- lende bewegingen van de rem- klauw 4 tegen de remschijf 5 iets uit elkaar drukken.
- Remklauwen naar achteren en naar buiten toe voorzichtig van de remschijven trekken.
- De Scooter op de middenbok plaatsen en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
- De Scooter aan de voorzijde omhoog brengen, totdat het
voorwiel vrij kan draaien. Voor het omhoogbrengen van de Scooter adviseert BMW Motorrad de BMW Motorrad voor-wielstandaard.
- Voorwielstandaard aanbrengen (92).

- Rechter asklembouten 1 los- maken.
- Steekas 2 uitbouwen, hierbij het wiel ondersteunen.
- Voorwiel naar voren rollen en verwijderen.
Voorwiel inbouwen
Mogelijke storingen bij regelingrepen van het ABS, wanneer een ander wiel dan het standaard wiel wordt gemonteerd.
Opmerkingen over de invloed van de wielmaten op het ABS aan het begin van dit hoofdstuk in acht nemen.
Boutbevestigingen die met een onjuist aantrekkoppel zijn vastgezet kunnen losraken of de boutbevestigingen kunnen beschadigd raken.
Aanhaalmomenten altijd laten controlleren door een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Het voorwiel moet in draai-richting worden ingebouwd.
Op de draairichtingspijlen op de band of de velg letten.
- Voorwiel in de wielophanging rollen.

- Voorwiel optillen, steekas 2 aanbrengen en met het betreffende aanhaalmoment vastzetten.

Steekas in asopname
-30Nm
- Asklembouten 1 met het voorgeschreven aanhaalmoment vastzetten.

Klembout in asopname
-8Nm
- Voorwielstandaard verwijderen.
- Remklauwen op de remschijven aanbrengen.

- Bouten 2 links en rechts aanbrengen en met het betreffende aantrekkoppel vastzetten.

Remklauw aan vorkpoot
-28Nm

De draad van de wieltoe- rentalsensor kan doorslijten als deze tegen de remschijf aan- ligt.
Op een correcte ligging van de sensorkabel letten.
- ABS-sensor in de boring aanbrengen en bout 1 aanbren-gen.
- Bescherming op de velg verwijderen.
- Remhendel enkele malen krachtig bedienen tot het drukpunt voelbaar is.

- Voorspatbord aanbrengen en bouten 1 en 2 links en rechts inbouwen.
Achterwiel uitbouwen
- De Scooter op de middenbok plaatsen en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.

Gevaar voor verbranding aan de hete uitlaat.
De uitlaat niet aanraken of pas verder gaan als de uitlaat is afgekoeld.
- Bout 1 uitbouwen, daarvoor de moer aan de achterzijde tegenhouden.
- Draai de bout 2 los.

- Uitlaatdemper naar buiten draaien.
- Eerste versnelling inschakelen of zijstandaard uitklappen, om de parkeerrem in te schakelen.

- Vijf bouten 1 van het achterwiel verwijderen en daarbij het wiel ondersteunen.
- Achterwiel op de grond zetten en naar achteren rollen.
Achterwiel inbouwen

Mogelijke storingen bij regelingrepen van het ABS, wanneer een ander wiel dan het standaard wiel wordt gemon- teerd.
Opmerkingen over de invloed van de wielmaten op het ABS aan het begin van dit hoofdstuk in acht nemen.
Boutbevestigingen die met een onjuist aantrekkoppel zijn vastgezet kunnen losraken of de boutbevestigingen kunnen beschadigd raken. Aanhaalmomenten altijd laten controlleren door een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
- Achterwiel naar de achterwielstandaard rollen en daarin aanbrengen.

- Vijf bouten 1 aanbrengen en kruiselings met het juiste aanhaalmoment vastzetten.
Achterwiel aan uitgaande as
– Aanhaalvolgorde: Kruiselings aandraaien
-60Nm

- De uitlaatdemper in de uitgangspositie draaien en zo uitlijnen dat de schroevendraaier van het boordgereedschap tussen het achterwiel en de uitlaatdemper past.

- Bout 1 met het voorgeschreven aantrekkoppel vastdraaien, daarvoor de moer aan de achterzijde tegenhouden.
Uitlaatdemper aan houder
-20Nm
- Bout 2 met het voorgeschreven aantrekkoppel vastzetten.
Achterste uitlaatdemper aan voorste uitlaatdemper
- 19 Nm
BMW Motorrad voorwielstandaard Voorwielstandaard aanbrengen
- De Scooter op de middenbok plaatsen en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
- Basisstandaard met gereedschapnummer (83 30 0 402 241) met voorwielbevestiging (83 30 0 402 242) gebruiken.

- Het rubber 1 links en rechts in de onderste positie aanbrengen.

- Stelbouten 2 links en rechts losdraaien.
- De pennen 3 links en rechts zo ver naar buiten schuiven tot de voorvork er tussen past.
- De gewenste hoogte van de voorwielstandaard met behulp van de fixeerpennen 4 links en rechts instellen.
- Voorwielstandaard in het midden van het voorwiel plaatsen en naar de vooras schuiven.

- De pennen 3 links en rechts zo instellen dat de voorvork er stevig op rust.
- Stelbouten 2 links en rechts vastdraaien.

Als de Scooter aan de voorzijde te ver wordt
opgetild, komt de middenbok los van de grond en kan de Scooter opzij vallen.
Erop letten dat de middenstandaard bij het optillen op de grond blijft. Zo nodig de hoogte van de voorwielstandaard aanpassen.
- De voorwielstandaard gelijkmatig naar beneden drukken om de Scooter op te tillen.
- Ervoor zorgen dat de Scooter stevig staat.
Zekeringen
Zekering uitbouwen
Als defecte zekeringen worden overbrugd, is er gevaar voor kortsluiting en daardoor brandgevaar. Defecte zekeringen vervangen door nieuwe zekeringen.
• Het contact uitschakelen.
- Rechter zijbekleding demonteren.

- De defecte zekering met het boordgereedschap uit zekerin-
genhouder 1 resp. uit zekerin- genhouder 2 trekken.
- Om de zekeringenhouder te openen de vergrendelingshendels 3 samendrukken en het zekeringendeksel verwijderen.
Bij het regelmatig uitvallen van de zekeringen de elektrische installatie door een specialist, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer, laten controleren.
Zekering aanbrengen

- De defecte zekering vervangen door een zekering van de be-nodigde sterkte.
In het hoofdstuk "Technische gegevens" vindt u een overzicht van de zekeringen en de benodigde stroomsterkten. De getallen in de grafiek komen overeen met de nummers van de zekeringen.
• Zekeringendeksel sluiten.
» Vergrendeling vergrendelt hoorbaar.
- Zijbekleding aanbrengen. (104).
Lampen
Gloeilamp groot- en dimlicht vervangen
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
• Het contact uitschakelen. - Het rechter zijbekleding uitbouwen, om de dimlichtlamp te vervangen.
- Het linker zijbekleding uitbouwen, om de grootlichtlamp te vervangen.

- Om de grootlichtlamp te vervangen, afdekking 1 uitbouwen,
om de dimlichtlamp te vervangen, afdekking 2 uitbouwen.

- Veerbeugel 4 losmaken uit de vergrendelingen en omhoogklappen.
- Gloeilamp 5 verwijderen.
• Defecte gloeilamp vervangen.

Gloeilamp voor dimlicht
-H7/12V/55W

Soort verlichting voor grootlicht
-H7/12V/55W
- Het glas van de nieuwe gloeilamp alleen aan de voet vastpakken om dit tegen verontreinigingen te beschermen.

- Gloeilamp 5 aanbrengen, daarbij op de juiste positie van de nok 6 letten.
- Veerbeugel 4 in de vergrendelingen aanbrengen.

• Stekker 3 aansluiten.

- Afdekking 1 resp. afdekking 2 inbouwen.
- Zijbekleding aanbrengen. (104).
Gloeilamp stadslicht vervangen
- zonder dagrijlicht SU
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
• Het contact uitschakelen. - Het rechter zijbekleding uitbouwen, om de rechter stadslichtlamp te vervangen.
- Het linker zijbekleding uitbouwen, om de linker stadslichtlamp te vervangen.

- De stekkerverbinding van de te vervangen lamp losmaken en gloeilampfitting 1 verwijderen, door linksom te draaien.

- Gloeilamp 2 uit de lamphouder trekken.
• Defecte gloeilamp vervangen.

Soort verlichting stads- licht
-W5W/12V/5W
- met dagrijlicht SU
- LED / 12 V ◀
- Het glas van de nieuwe gloeilamp met een schone en droge doek vastpakken om dit tegen verontreinigingen te beschermen.

- Gloeilamp 2 in de lamphouder aanbrengen.

- Gloeilampfitting 1 door rechtsom draaien aanbrengen en de stekkerverbinding aansluiten.
- Zijbekleding aanbrengen. (104).
Gloeilampen richtingaanwijzers, voor, vervangen

- Bout 1 verwijderen.
- Bouten 2 uitbouwen en spreidnagel met behulp van een schroevendraaier lostrekken.
- Radiateurbekleding voorzichtig zo ver naar binnen trekken, tot het richtingaanwijzerlampje bereikbaar is.

- Lamphouder 1 door linksom draaien uit het lamphuis verwijderen.

- Richtingaanwijzerlampje 2 door linksom draaien uit de fitting verwijderen.
• Defecte gloeilamp vervangen.
| Soort verlichting voorrichtingaanwijzers voor-zijde |
| - PY21W / 12 V / 21 W |
| - met LED-richtingaanwij-zersSU |
| - LED / 12 V ◀ |
- Het glas van de nieuwe gloeilamp alleen aan de voet vastpakken om dit tegen verontreinigingen te beschermen.

- Richtingaanwijzerlampje 2 door rechtsom draaien in de fitting aanbrengen.

- Lamphouder 1 rechtsom draai-end in het lamphuis aanbren-gen.

- Radiateurbekleding in de juiste positie brengen.
- Spreidnagels aanbrengen en bouten 2 op nu plaats drukken.
• Schroef 1 aanbrengen.
Gloeilampen richtingaanwijzers, achter, vervangen
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
• Het contact uitschakelen.

- Bout 1 verwijderen.

- Lampglas uit het lamphuis trekken.

- Gloeilamp 2 door linksom draaien uit het lamphuis verwijderen.
• Defecte gloeilamp vervangen.
| Soort verlichting voorrichtingaanwijzers achter-zijde |
| - RY10W / 12 V / 10 W |
| - met LED-richtingaanwij-zersSU |
| - LED / 12 V ◀ |
- Het glas van de nieuwe gloeilamp met een schone en droge doek vastpakken om dit tegen
verontreinigingen te bescher- men.

- Gloeilamp 2 in de fitting drukken en door rechtsom draaien vastzetten.

- Lampglas in het lamphuis aanbrengen.

• Schroef 1 aanbrengen.
Kentekenplaatverlichting vervangen
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
• Het contact uitschakelen.

- Gloeilampfitting 1 uit het lamp-huis trekken.

• Gloeilamp uit de fitting trekken.
• Defecte gloeilamp vervangen.

Soort verlichting kente- kenplaatverlichting
-W5W/12V/5W
- Het glas van de nieuwe gloeilamp met een schone en droge doek vastpakken om dit tegen verontreinigingen te beschermen.

• Gloeilamp in de fitting drukken.

- Gloeilampfitting 1 in het lamp-huis aanbrengen.
Starthulp

De bedrading naar de contactdoos is niet berekend op het starten van de Scooter m.b.v. hulpstartkabels. Een te hoge stroomsterkte kan tot brand of schade aan de boordelektro-nica leiden.
Bij starchulp van de Scooter niet de boordcontactdoos gebruiken.

Door contact tussen de pooltangen van de startkabels en de motorfiets kan kort- sluiting ontstaan.
Alleen startkabels met volledig geïsoleerde pooltangen gebruiken.

Starthulp met een hogere spanning dan 12 V kan tot schade aan de boordelektronica leiden.
De accu van het stroomleverende voertuig moet een spanning van 12 V hebben.
- De Scooter neerzetten en erop letten dat de ondergrond vlak en stevig is.
- Rechter zijbekleding demonteren.
- De rode startkabel eerst op pluspool van de eigen Scooter en daarna op de pluspool van de accu van het andere voertuig aansluiten.
- De zwarte startkabel eerst op minpool van de eigen Scooter en daarna op een geschikt massapunt of de minpool van de accu van het andere voertuig aansluiten.
- De motor van de stroomleverende motorfiets of auto tijdens de starchulp laten draaien.
-
De motorfiets met de ontladen accu normaal starten. Als de motor nog niet start, ter bescherming van de startmotor en de hulpaccu, pas na enkele minuten weer een nieuwe startpoging doen.
-
Beide motoren enkele minuten laten draaien, voordat de hulp-startkabels worden losgemaakt.
- De hulpstartkabels eerst van de minpool resp. het massapunt en vervolgens van de pluspool resp. het accu-aansluitpunt losmaken.

Geen startspray of derge- lijke hulpmiddelen voor het
starten van de motor gebruiken.
- Zijbekleding aanbrengen. (104).
Accu
Onderhoudsaanwijzingen
Vakkundig onderhoud, lading en opslag verlengen de levensduur van de accu en zijn een voorwaarde voor eventuele garantieclaims.
Om een lange levensduur van de accu te bereiken, moeten de volgende richtlijnen worden aangehouden:
- De bovenzijde van de accu goed schoon en droog houden
- Voor het opladen van de accu beslist de oplaadaanwijzingen op de volgende pagina's in acht nemen
- De accu niet ondersteboven houden

Een aangesloten accu wordt door de boordelektronica (klok enz.) ontladen. Dit kan leiden tot een diepte-ontlading van de accu. In dit geval zijn garantie-aanspraken uitgesloten.
Als de motorfiets langer dan vier weken niet wordt gebruikt, moet een druppellader op de accu worden aangesloten.
Aangesloten accu opladen

Het opladen van de aan- gesloten accu direct via de
occupolen kan tot schade aan de elektrische installatie leiden.
De accu losmaken voordat de deze via de accupolen wordt opgeladen.

Als geen van de controle- lampen gaat branden en het multifunctioneel display uit blijft als het contact is ingeschakeld, is de accu volledig ontladen (accuspanning lager dan 9 V). Het opladen van een volledig ontladen accu via de contactdoos kan schade aan de elektrische installatie veroorzaken.
Een volledig ontladen accu moet altijd rechtstreeks op de polen van de losgemaakte accu worden opgeladen.
- Aangesloten accu alleen via de contactdoos opladen.
- Hierbij de handleiding van de acculader in acht nemen.
Losgekoppelde accu opladen
- De accu met een geschikt laadapparaat opladen.
- Hierbij de handleiding van de acculader in acht nemen.
- Na het beëindigen van het opladen de poolklemmen van het laadapparaat van de accupolen losmaken.

Als gedurende langere tijd niet wordt gereden, moet de accu regelmatig worden bijgeladen. Hiertoe het behandelingsvoorschrift voor de accu opvolgen. Vóór het weer in gebruik nemen de accu volledig opladen.
Accu uitbouwen
• Het contact uitschakelen.
- met diefstalbeveiligingsinstallatie (DWA) SU
- Zo nodig het alarmsysteem uitschakelen.
- Rechter zijbekleding demonteren.

Bij een onjuiste losmaak- volgorde neemt het risico op kortsluiting toe. Volgorde beslist aanhouden.
- Eerst de minkabel 1 losmaken.
- Vervolgens de pluskabel 2 los- maken.
- Bout 3 verwijderen en bevestigingsbeugel verwijderen.
- Accu uit de houder verwijderen.
Accu inbouwen
- Accu in het accuvak aanbrengen, pluspool aan de linker-zijde.

- De bevestigingsbeugel over de accu schuiven en bout 3 aanbrengen.
Bij een verkeerde inbouw- volgorde neemt het risico op kortsluiting toe. Volgorde beslist aanhouden.
-
Eerst pluskabel 2 aansluiten.
• Daarna minkabel 1 aansluiten. -
Zijbekleding aanbrengen. (104).
- Datum en tijd instellen. (39).
Kuipdelen Zijbekleding uitbouwen

- Bout 1 verwijderen.
Deze beschrijving vindt plaats aan de hand van het rechter zijbekleding, maar geldt ook voor het linker zijbekleding.

- Bout 2 verwijderen.
• Opbergvak 3 openen.

- Bout 4 in opbergvak verwijderen.

- Zijbekleding aan de bovenste rand uit de bevestigingen bij 5 trekken.
- Zijbekleding naar buiten kante- len, daarbij uit de bevestiging bij 6 trekken.
- Vervolgens zijbekleding iets optillen en verwijderen.
Kuipzijdeel aanbrengen

- Het kuipzijdeel in de bevestigingen 7 aanbrengen.
Deze beschrijving vindt plaats aan de hand van het rechter zijbekleding, maar geldt ook voor het linker zijbekleding.
- Zijbekleding naar boven kantelen, daarbij eerst in bevestiging 6 en aansluiten in de bevestigingen 5 drukken.

- Bout 4 in opbergvak aanbren-gen.
- Opbergvak sluiten.

- Breng de bout 2 aan.

• Schroef 1 aanbrengen.
Onderhoud
Onderhoudsmiddelen....108
Wassen 108
Reiniging kwetsbare motorfietsonderdelen 108
Lakonderhoud 109
Conservering 110
Scooter Buiten gebruik stellen ..... 110
Scooter In gebruik nemen ..... 110
Onderhoudsmiddelen
BMW Motorrad adviseert reinigings- en onderhoudsmidde- len te gebruiken die bij uw BMW Motorrad dealer verkrijgbaar zijn. BMW CareProducts zijn op materialen in laboratoria en in de praktijk getest en maken een prima onderhoud en optimale bescherming van de op uw motorfiets toegepaste materialen mogelijk.

Door de toepassing van ongeschikte reinigings- en houdsmiddelen kunnen bedigingen aan onderdelen van botorfiets ontstaan.
Voor het reinigen geen oplos-middelen zoals nitroverdunner, koudreiniger, brandstof e.d. of alcoholhoudende middelen gebruiken.
Wassen
BMW Motorrad adviseert om insecten en hardnekkige vervuilingen op gelakte onderdelen vóór het wassen met BMW insectenreiniger te behandelen.
Om vlekvorming te voorkomen de motorfiets niet na sterke zonnestraling of in de zon wassen. Vooral tijdens de wintermaanden de motorfiets vaker wassen. Om strooizout te verwijderen de Scooter na het beëindigen van de rit direct met koud water reinigen.

Na het wassen van de Scooter, na het rijden door water of bij regen kan de remwerking vanwege natte remschijven en -blokken vertraagd inzetten.
Vroegtijdig remmen tot de remschijven en -blokken zijn opgedroogd of drooggeremd.

Warm water versterkt de inwerking van zout. Bij het verwijderen van strooizout alleen koud water gebruiken.

De hoge waterdruk van een hogedrukreiniger (stoom- er) kan leiden tot bescha- gen aan afdichtingen, het ulisch remsysteem, aan de ische installatie en aan de yseat.
Geen stoomcleaners of hoge-drukreinigers gebruiken.
Reiniging kwetsbare motorfietsonderdelen
Kunststoffen

Indien kunststofonderdelen met ongeschikte middelen en gereinigd, kan het opper- beschadigd raken.
Voor het reinigen van kunststofdelen geen alcohol-, oplosmiddelhoudende of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
Ook kunnen vliegensponzen of sponzen met een hard oppervlak krassen veroorzaken.
Kuipdelen
Kuipdelen met water en BMW kunststofreiniger schoonmaken.
Kuipruit en koplampglazen van kunststof
Verwijder vuil en insecten met een zachte spons en veel water.

Hardnekkig vuil en insecten inweken door er een natte
doek op te leggen.
Chroom
Verchroomde onderdelen bij in- werking van wegenzout met veel water en BMW autoshampoo zorgvuldig reinigen. Voor een aanvullende behandeling chroom- poets gebruiken.
Radiateur
De radiateur regelmatig reinigen om oververhitting door onvoldoende koeling te voorkomen. Gebruik hiertoe bijv. een tuinslang met weinig waterdruk.

Radiateurlamellen kunnen makkelijk worden verbogen.
Bij het reinigen van de radiateur erop letten dat de lamellen niet verbuigen.
Rubber
Rubberonderdelen met water of BMW onderhoudsmiddel voor rubber behandelen.

Het gebruik van siliconensprays voor het onderhoud van rubberafdichtingen kan tot beschadigingen leiden.
Geen siliconenspray of andere siliconenhoudende onderhoudsmiddelen gebruiken.
Lakonderhoud
Langdurige inwerking van schadelijke stoffen op de lak wordt voorkomen door het regelmatig wassen van de motorfiets, vooral in gebieden met hoge luchtverontreiniging of natuurlijke verontreiniging, zoals bijv. boomhars of stuifmeelpollen.
Sterk agressieve stoffen direct verwijderen, anders kan lakbeschadiging of lakverkleuring ontstaan. Hiertoe behoren bijv. gemorste benzine, olie, vet, remvloeistof, vogeluitwerpselen. Hiervoor BMW autocleaner of BMW lakreiniger gebruiken.
Verontreinigingen van het lakop- pervlak zijn na het wassen van de motorfiets goed herkenbaar. Deze plekken met wasbenzine of spiritus op een schone doek of poetswatten direct verwijde- ren. BMW Motorrad adviseert teervlekken met BMW teerverwij- deraar te verwijderen. Vervolgens
de lak op deze plaatsen conserveren.
Conservering
BMW Motorrad adviseert, voor lakconservering uitsluitend BMW autowas of producten te gebruiken die Carnaubawas of synthetische was bevatten.
Of de lak moet worden gecon-serveerd is herkenbaar aan het feit dat water niet meer van de lak afloopt.
- De Scooter in een droge ruimte zodanig plaatsen, dat beide wielen onbelast zijn.
Scooter In gebruik nemen
- De aangebrachte conserveringslaag verwijderen.
- Scooter reinigen.
- Opgeladen accu inbouwen.
- Voor het starten: checklist volgen.
Scooter Buiten gebruik stellen
- De Scooter reinigen.
- Accu uitbouwen (102).
- De draaipunten van de remhendel en van de midden- en zijstandaard met een geschikt smeermiddel inspuiten.
- Blanke en verchroomde onderdelen met zuurvrij vet (vaseline) insmeren.
Technische gegevens
storingstabel 112
Boutverbindingen 113
Motor 114
Benzine 115
Motorolie 115
Koppeling.... 116
Versnellingsbak 116
Cardan.... 116
Onderstel 117
Remmen.... 117
Wielen en banden 118
Elektrisch systeem.... 119
Frame 121
Maten 121
Gewichten 122
Rijgegevens 122
storingstabel
Motor slaat niet of pas na doorstarten aan
Oorzaak Verhelpen
| Zijstandaard uitgeklapt Zijstandaard inklappen. |
| Starten zonder bediening van de rem Bij het starten een remhendel bedienen. |
| Opbergvak open Opbergvak sluiten. |
| Benzinetank leeg Tanken ( 58). |
| Accu leeg Accu opladen. |
Boutverbindingen Voorwiel Waarde Geldig
| Steekas in asopname | ||
| M18 x 1,5 30 Nm | ||
| Klembout in asopname | ||
| M6 x 30 8 Nm | ||
| Remklauw aan vorkpoot | ||
| M8 x 32 28 Nm |
Achterwiel Waarde Geldig
| Achterwiel aan uitgaande as | ||
| M10 x 1,25 x 40 Kruiselings aandraaien | ||
| Uitlaatdemper aan houder | ||
| M8 x 30 20 Nm | ||
| Achterste uitlaatdemper aan voorste uitlaatdemper | ||
| M8 x 30 19 Nm | ||
Motor
| Motorconstructie Tweecilinder viertaktmotor, DOHC, | 4 d.m.v. kom-stoters bediende kleppen per cilinder, twee ba-lansassen, vloeistofkoeling, dry sump-smering |
| Cilinderinhoud 647 cm | 3 |
| Cilinderboring 79 mm | |
| Slag 66 mm | |
| Compressieverhouding 11,6:1 | |
| Nominaal vermogen 44 kW, Bij toerental: 7500 min | -1 |
| Koppel 66 Nm, Bij toerental: 6000 min | -1 |
| Max. toerental max 8500 min | -1 |
Benzine
| Aanbevolen brandstofkwaliteit Super loodvrij | 95 ROZ/RON89 AKI |
| Nuttige tankinhoud Circa 16 l | |
| Benzinereserve Circa 3 l |
BMW adviseert BP brandstoffen

Motorolie
| Motorolie inhoud Circa 3,1 l, met oliefiltervervanging | |
| door BMW Motorrad aanbevolen producten | |
| Castrol Power 1 Racing SAE 5W-40, API SL / JASO MA2 | |
BMW recommends

Koppeling
| koppelingsconstructie Centrifugaalkoppeling |
Versnellingsbak
| constructie versnellingsbak CVT (Continuously Variable Transmission) | |
| Primaire overbrengingsverhouding 1:1,06 | |
| Overbrenging secundaire overbrenging 1:2,72 | |
| Overbrenging CVT-transmissie 1: 10,7...4,6 | |
Cardan
| Cardan - constructie Kettingaandrijving in oliebad | |
| Aantal tanden cardan (Voorste kettingwiel/achterste kettingwiel) | 16 / 27 |
| Secundaire overbrenging 1,688 |
Onderstel
| Voorwielophanging - constructie Upside-Down-telescoopvork | |
| Veerweg voor 115 mm, Bij wiel | |
| Achterwielophanging - constructie Enkelvoudige achterbrug van gegoten aluminium | |
| Achterwielvering - constructie direct verbonden veerelement met verstelbare veervoorspanning | |
| Veerweg achter 115 mm, Bij wiel | |
Remmen
| Voorwielrem - constructie Hydraulisch bediende schijfrem met zwevenderemklauw met 2 zuigers |
| Remvoeringmateriaal voor sintermetaal |
| Achterwielrem - constructie Hydraulisch bediende schijfrem met zwevenderemklauw met 2 zuigers, Rem voor rijdenMet kabel bediende schijfrem met zwevende rem-klauw met 1 zuiger, Parkeerrem |
| Remvoeringmateriaal achter Organisch |
Wielen en banden
| Aanbevolen bandenparen Een overzicht van de actueel goedgekeurde ban-den krijgt u bij uw BMW Motorrad dealer of via internet onder "www.bmw-motorrad.com" | |
| Voorwiel | |
| type voorwiel Gegoten aluminium, MT H2 | |
| velgmaat voorwiel 3,50" x 15" | |
| Bandcodering, voor 120 / 70 R15 | |
| Achterwiel | |
| constructie achterwiel Gegoten aluminium, MT H2 | |
| velgmaat achterwiel 4,50" x 15" | |
| Bandenopschrift, achter 160 / 60 R 15 | |
| Bandenspanning | |
| Bandenspanning voor 2,4 bar, Bij koude band | |
| Bandenspanning achter 2,5 bar, Rijden zonder passagier, bij koude ban-den2,9 bar, Rijden met duopassagier en/of bagage, bij koude banden | |
Elektrisch systeem
| Accu | |
| accu AGM (Absorptive Glass Matt) accu | |
| nominale accuspanning 12 V | |
| accucapaciteit 11,2 Ah | |
| Bougies | |
| Elektrodenafstand bougie 0,8 | ± 0,1 mm |
| Soort verlichting | |
| Gloeilamp voor dimlicht H7 / 12 V / 55 W | |
| Soort verlichting voor grootlicht H7 / 12 V / 55 W | |
| Soort verlichting stadslicht W5W / 12 V / 5 W | |
| - met dagrijlicht SU | LED / 12 V |
| Soort verlichting voor richtingaanwijzers voorzijde PY21W / 12 V / 21 W | |
| - met LED-richtingaanwijzers SU | LED / 12 V |
| Soort verlichting voor richtingaanwijzers achter-zijde | RY10W / 12 V / 10 W |
| - met LED-richtingaanwijzers SU | LED / 12 V |
| Soort verlichting achter-/remlicht LED / 12 V | |
| Soort verlichting kentekenplaatverlichting W5W / 12 V / 5 W | |
| Zekeringen | |
| Zekeringenhouder 30 A, Zekering 9: Regeleenheid instrumentenpaneel / start-/contactslot30 A, Zekering 10: Regeleenheid antiblokkeersysteem (ABS) | |
| Zekeringenbox 15 A, Zekering 1: DME-hoofdrelais | 10 A, Zekering 2: Regeleenheid digitale motorelektronica (DME)4 A, Zekering 3: Regeleenheid alarmsysteem (DWA) / bandenspanningscontrole (RDC)4 A, Zekering 4: Remlichtschakelaar voorwielrem / achterwielrem / stekker speciale accessoires7,5 A, Zekering 5: Ventilator7,5 A, Zekering 6: Contactdoos(-dozen)4 A, Zekering 7: Kentekenplaatverlichting4 A, Zekering 8: Regeleenheid digitale motorelektronica (DME) / antiblokkeersysteem (ABS) / instrumentenpaneel |
Frame
| Frameconstructie Stalen brugframe met d.m.v. bouten | bevestigdezijdelen van gegoten lichtmetaal |
| plaats van het framenummer Framebuis rechtsvoor | |
| plaats van het typeplaatje Opbergvak rechtsvoor |
Maten
| Lengte 2155 mm | |
| Hoogte 1378 mm, bij DIN ledig gewicht, boven kuipruit | |
| Breedte 877 mm, Gemeten over de spiegels | |
| Zithoogte berijders-buddyseat 780 mm, Zonder berijder | |
| stapbooglengte berijder 1770 mm, Zonder berijder |
Gewichten
| Ledig gewicht 248 kg, DIN ledig gewicht, rijklaar, tank | 90% ge-vuld, zonder SU |
| Maximaal toelaatbaar totaalgewicht 445 kg | |
| Toelaatbare belading 197 kg |
Rijgegevens
| Topsnelheid 175 km/h |
Service
BMW Motorrad Service ..... 124
BMW Motorrad Mobiliteitsdiensten.... 124
Onderhoudswerkzaamheden ..... 124
Onderhoudsbevestigingen ..... 126
Onderhoudsbevestigingen ..... 131
BMW Motorrad Service
Via ons wijdverbreide Service Netwerk staat BMW Motorrad u en uw Scooter wereldwijd in meer dan 100 landen bij. De BMW Motorrad dealers beschikken over de technische informatie en de technische knowhow om alle onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan uw BMW Scooter betrouwbaar te kunnen uitvoeren.
De dichtstbijzijnde BMW Motorrad dealer vindt u op onze internetsite onder "www.bmw-motorrad.com".

Bij ondeskundig uitge- voerde onderhouds- en reparatiewerkzaamheden be- staat gevaar voor gevolgschade en daarmee verbonden veilig- heidsrisico's.
BMW Motorrad adviseert de betreffende werkzaamheden aan uw Scooter door een specialist te laten uitvoeren, bij voorkeur een BMW Motorrad dealer.
Om te kunnen garanderen dat uw BMW Scooter zich altijd in optimale conditie bevindt, adviseert BMW Motorrad u de voorgeschreven onderhoudsintervalen voor uw Scooter aan te houden.
Laat alle uitgevoerde onderhouds- en reparatiewerkzaamheden in het hoofdstuk "Onderhoud" in deze handleiding bevestigen. Voor coulanceregelingen buiten de garantieperiode is het absoluut noodzakelijk dat kan worden aangetoond dat de vereiste onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd.
Informatie over de BMW Service is verkrijgbaar bij uw BMW Motorrad dealer.
BMW Motorrad Mobiliteitsdiensten
Bij nieuwe BMW motorfietsen bent u met de BMW Motorrad mobiliteitsdiensten in geval van pech verzekerd van diverse diensten (bijvoorbeeld Mobiele Service, pechhulp, transport). Informeer bij uw BMW Motorrad dealer, welke mobiliteitsdiensten worden aangeboden.
Onderhoudswerkzaam- heden
BMW afleveringscontrole
De BMW afleveringscontrole wordt door uw BMW Motorrad dealer uitgevoerd voordat de motorfiets aan u wordt afgeleverd.
BMW inrijcontrole
De BMW inrijcontrole moet worden uitgevoerd tussen 500 km en 1200 km.
BMW Service
De BMW servicebeurt wordt eenmaal per jaar uitgevoerd, de inhoud van de servicebeurt kan, afhankelijk van de leeftijd van de motorfiets en het aantal afgelegde kilometers variëren. Uw BMW Motorrad dealer bevestigt het uitgevoerde onderhoud en vult de termijn voor het volgende onderhoud in.
Bij motorfietsen die jaarlijks veel kilometers rijden kan het noodzakelijk zijn de onderhoudsbeurt al vóór de ingevulde termijn te laten uitvoeren. In dit geval wordt bij de onderhoudsbevestiging bovendien een overeenkomstige maximale kilometerstand ingevuld. Als deze kilometerstand vóór de eerstvolgende onder-
houdstermijn wordt bereikt, moet het onderhoud eerder worden uitgevoerd.
Onderhoudsbevestigingen
BMW afleveringscontrole
uitgevoerd
op.
Stempel, handtekening
BMW inrijcontrole
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op.
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op.
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op.
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op.
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op.
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op.
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
BMW service
uitgevoerd
op
Bij km
Volgende servicebeurt uiterlijk
op
of, indien eerder bereikt,
Bij km
Stempel, handtekening
Onderhoudsbevestigingen
De tabel dient voor het aantonen van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden en van de ingebouwde optionele accessoires en uitgevoerde speciale acties.
| Uitgevoerde werkzaamheden Bij km Datum | ||
A
Aandrijving
Aanhaalmomenten, 113
ABS
Algemene aanwijzingen, 70
Accu
Aangesloten accu opladen, 102
Inbouwen, 103
Losgekoppelde accu
opladen, 102
Onderhoudsaanwijzingen, 101
Plaats op de motorfiets, 13
Afkortingen en symbolen, 6
B
Bagage
Aanwijzing bij de belading, 52
Banden
Adviezen, 86
Bandenspanning
controleren, 49
Bandenspanningen, 118
Bandenspanningstabel, 17
Inrijden, 56
Profieldiepte controleren, 85
Waarschuwingsindicatie, 30
Boordgereedschap
Inhoud, 76
Plaats op de motorfiets, 17
Bougies
Overzicht rechts, 15
Contact
Inschakelen, 38
Uitschakelen, 38
Contactdoos
Aanwijzingen voor het
gebruik, 70
Plaats op de motorfiets, 16
Controlelampen
Overzicht, 22
Controlelijst, 53
D
Datum
Instellen, 39
Diefstalbeveiligingsinstallatie Controlelampje, 22 Waarschuwingsindicatie, 36
E
Frame Technische gegevens, 121 Framenummer Plaats op de motorfiets, 13
G
Gemiddelde waarde Terugzetten, 41 Gewichten Beladingstabel, 17 Technische gegevens, 122
H
Handleiding Plaats op de motorfiets, 17 Handvatverwarming Bediening, 44
|
Inrijden, 55 Instrumentenpaneel Overzicht, 16
K
Kilometerteller Terugzetten, 41 Klok Instellen, 39 Koelvloeistof Bijvullen, 84 Niveau-aanduiding, 13 Vloeistofpeil controleren, 84 Vulopening, 13 Koplamp Lichtbundel, 50 Rechts-/linksrijdend verkeer, 50 Koppeling Technische gegevens, 116 Kuipruit Bediening, 47 Instelelementen, 16
L
Lampen Gloeilamp dimlicht vervangen, 94 Gloeilamp grootlicht vervangen, 94 Gloeilamp stadslicht vervangen, 95 Gloeilampen richtingaanwijzers, achter, vervangen, 98 Gloeilampen richtingaanwijzers, voor, vervangen, 97 Kentekenplaatverlichting vervangen, 100 Technische gegevens, 119 Waarschuwing defecte lamp, 31
M
Maten Technische gegevens, 121 Mobiliteitsdiensten, 124
Motor
Starten, 54
Oliepeilaanduiding, 25
Oliepeilstaaf, 11
Noodstopschakelaar, 15
Bediening, 44
0
Omgevingstemperatuur
IJswaarschuwing, 32
Weergave, 24
Onderhoud
Algemene aanwijzingen, 76
Onderhoudsbevestigingen, 126
Onderhoudsmelding, 23
Onderhoudstermijnen, 124
Opbergvak
Bediening, 47
Ontgrendeling achter, 17
Plaats op de motorfiets, 16
Overzichten
Cockpit, 16
linker combischakelaar, 14
Linkerzijde motorfiets, 11
Multifunctioneel display, 20
Onder de buddyseat, 17
rechter combischakelaar, 15
Rechterzijde motorfiets, 13
Waarschuwings- en
controlelampjes, 22
P
Parkeren, 57
Pre-Ride-Check, 54
R
Remblokken
Achterzijde controleren, 80
Inrijden, 56
Parkeerrem controleren, 81
Voorzijde controleren, 79
Remmen
Hendel instellen, 46
Veiligheidsaanwijzingen, 56
Werking controleren, 79
Remvloeistof
Expansiereservoir
achterrem, 11
Reservoir voorwielrem, 13
Vulpeil achterwielrem
controleren, 83
Vulpeil voorwielrem
controleren, 82
Richtingaanwijzers
Bediening, 43
Bedieningselement, 14
S
Scooter
Afzetten, 57
Buiten gebruik stellen, 110
In gebruik nemen, 110
Reinigen, 107
Vastbinden, 59
Verzorging, 107
Service, 124
Sleutel, 38
Snelheidsaanduiding, 16
Spiegels
Instellen, 47
Starten, 54
Bedieningselement, 15
Starten met hulpstartkabels, 101
storingstabel, 112
Stuurslot
Vergrendelen, 38
T
Tanken, 58
Technische gegevens
Aandrijving, 116
Accu, 119
Banden, 118
Benzine, 115
Bougies, 119
Elektronica, 119
Frame, 121
Gewichten, 122
Gloeilampen, 119
Koppeling, 116
Maten, 121
Motor, 114
Motorolie, 115
Normen, 7
Remmen, 117
Versnellingsbak, 116
Wielen, 118
Wielophanging, 117
Toerenteller, 20
topcase
Bediening, 71
Typeplaatje
Plaats op de motorfiets, 16
U
Uitrusting, 7
V
Veervoorspanning
Instelelement, 11
Instellen, 48
Veiligheidsvoorschriften
Bij het rijden, 52
naar rem, 56
Verlichting
Bedieningselement, 14
Dagrijlicht bedienen, 42
Dimlicht, 41
Wegrijblokkering, 30
Waarschuwingsindicatieoverzicht, 27
Waarschuwingsknipperlichtinstal- latie
Bediening, 43
Bedieningselement, 14
Waarschuwingslampen Overzicht, 22
Wegrijblokkering Waarschuwingsindicatie, 30
Wielen Achterwiel inbouwen, 90 Achterwiel uitbouwen, 89 Technische gegevens, 118 Voorwiel inbouwen, 88 Voorwiel uitbouwen, 87 Wielmaat veranderen, 86
Wielophanging Technische gegevens, 117
Z
Zekeringen
Plaats op de motorfiets, 13
Afhankelijk van de uitvoering en de accessoires van uw motorfiets, maar ook bij speciale uitvoeringen voor bepaalde landen, kunnen afwijkingen t.a.v. afbeeldingen en teksten optreden. Hieruit kunnen geen aanspraken worden afgeleid.
De opgegeven maten, gewichten en verbruiks- en prestatieopgaven kunnen binnen de gebruikelijke toleranties in geringe mate afwijken.
Wijzigingen in constructie, uitrusting en accessoires voorbehouden.
Vergissingen voorbehouden.
© 2012 BMW Motorrad
Herdruk, ook gedeeltelijk, alleen met schriftelijke toestemming van BMW Motorrad, After Sales.
Printed in Germany.
Belangrijke gegevens voor een tankstop.
Benzine
| Aanbevolen brandstofkwaliteit Super loodvrij | |
| 95 ROZ/RON89 AKI | |
| Nuttige tankinhoud Circa 16 l | |
| Benzinereserve Circa 3 l | |
| Bandenspanning | |
| Bandenspanning voor 2,4 bar, Bij koude band | |
| Bandenspanning achter 2,5 bar, Rijden zonder passagier, bij koude banden | |
| 2,9 bar, Rijden met duopassagier en/of bagage, bij koude banden | |
BMW recommends













