CRB-531 - Autoradio SILVERCREST - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CRB-531 SILVERCREST in PDF-formaat.
| Type product | Autoradio |
| Afmetingen (B x H x D) | 178 x 50 x 160 mm (1-DIN) |
| Gewicht | ca. 0,5 kg |
| Voeding | 12 V gelijkstroom (autoaccu) |
| Tuner | AM/FM met RDS |
| CD-speler | Ja |
| USB-aansluiting | Ja, voor USB-sticks |
| AUX-ingang | Ja, 3,5 mm jack |
| Radiovermogen | 4 x 45 W max. |
| EQ-instellingen | Ja, voorinstellingen |
| Bediening | Draaiknoppen en knoppen |
| Weergave | LCD-display |
| Afstandsbediening | Ja, meegeleverd |
| Onderhoud | Reinig met zachte, droge doek. Geen agressieve schoonmaakmiddelen. |
| Veiligheid | Zekering vervangen door type en waarde. Gebruik alleen in 12V-systemen. |
| Reparatie | Laat reparaties uitvoeren door gekwalificeerd personeel. Gebruik originele onderdelen. |
Veelgestelde vragen - CRB-531 SILVERCREST
Gebruikersvragen over CRB-531 SILVERCREST
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CRB-531 - SILVERCREST en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CRB-531 van het merk SILVERCREST.
GEBRUIKSAANWIJZING CRB-531 SILVERCREST
1 Opmerkingen vooraf
Hartelijk dank dat u hebt gekozen voor onze Bluetooth autoradio SilverCrest CRB-531. Om van alle mogelijkheden van dit apparaat gebruik te kunnen maken, adviseren wij u, voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, de betreffende aanwijzingen in deze handleiding te lezen, zelfs wanneer u ervaren bent in de omgang met elektronische apparatuur. Neem in het bijzonder het hoofdstuk Kapitel Belangrijke veiligheidsaanwijzingen op pagina 5 in acht. Bewaar deze handleiding goed om er ook later op terug te kunnen vallen. Wanneer u het apparaat verkoopt of doorgeeft, geef dan in ieder geval ook deze handleiding erbij.
2 Copyright
Zonder toestemming van ons bedrijf mag de inhoud van deze handleiding niet worden gereproduceerd, gekopieerd of op andere wijze in elektronische, mechanische, magnetische, optische, chemische, handmatige of welke vorm dan ook worden vermenigvuldigd, noch in een zoekmachine worden opgenomen of in een andere taal worden vertaald.
3 Verklaring
De beschrijvingen en eigenschappen in deze handleiding dienen slechts als algemene aanwijzingen en houden geen garantie in. Om u een product van de allerhoogste kwaliteit te kunnen bieden, behouden wij ons, zonder aankondiging vooraf, het recht voor op eventuele verbeteringen of wijzigingen.
Voor alle productbeschrijvingen en bedieningsaanwijzingen geldt bij eventuele afwijkingen in andere talen uiteindelijk de Duitse versie als referentie.
4 Informatie over de fabrikant
JNC Datum Tech GmbH
Benzstraße 33
71083 Herrenberg
Germany
Meer informatie vindt u ook op:
www.mysilvercrest.de
5 Inhoudsopgave
1 Opmerkingen vooraf .... 1
2 Copyright....1
3 Verklaring....1
4 Informatie over de fabrikant .... 1
5 Inhoudsopgave 2
6 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen 5
7 Levering....6
8 Montage....8
8.1 Apparaat inbouwen 8
8.2 Antenne aansluiten 10
8.3 Voedingsspanning 11
8.4 Luidsprekers 11
8.5 Demontage 12
9 Bedieningspaneel....13
10 Display....15
10.1 Algemeen 15
10.2 Radiostand 16
10.3 CD-stand 16
10.4 MP3/WMA/OGG-CD-stand 17
10.5 SD/MMC-stand 17
10.6 USB-stand 18
11 In gebruik nemen.... 18
11.1 Aanbrengen van het bedieningspaneel 18
11.2 Verwijderen van het bedieningspaneel (diefstalpreventie) 19
12 Basisfuncties....19
12.1 In- en uitschakelen 19
12.2 Volume wijzigen 20
12.3 Uitschakelen van de luidsprekers 20
13 Radiostand (tuner)....21
13.1 Selectie van de radiozender 21
13.2 Frequentiebereik selecteren 21
13.3 Radiozenders zoeken en opslaan 21
13.4 RDS 23
13.7 Regionale uitzendingen ("REG") 24
14 CD-stand....25
14.1 CD als audiobron selecteren 25
14.2 CD invoeren / verwijderen 26
14.3 Weergave / pauze 27
14.5 Snel vooruit en achteruit 27
14.8 Nummers in willekeurige volgorde weergeven (random) 28
15 USB/MP3/WMA/OGG- en SD/MMC-stand 28
15.1 USB-geheugenmedium aansluiten/verwijderen 28
15.2 USB-geheugenmedium selecteren als gegevensbron 29
15.3 IPOD ^® als gegevensbron selecteren 30
15.4 SD/MMC invoeren / verwijderen 30
15.5 Audiobron SD/MMC selecteren 30
15.6 MP3-functies 31
15.7 Nummerzoekfunctie 31
15.8 Alfabetische zoekfunctie 32
15.9 Zoeken op comprimering 32
15.10 In stappen van tien vooruit of achteruit springen 33
15.11 Pauze 33
15.12 Herhalingsfuncties (repeat) 33
15.13 Nummers scannen (intro) 33
15.14 Willekeurige weergave (random) 33
15.15 Subwoofer in- / uitschakelen 34
16 AUX-IN 34
17 Instellingen.... 34
17.1 Menuniveau 1 34
17.2 Menuniveau 2 36
17.3 Opname- en kopieerfunctie 41
17.5 Bluetooth ^® telefoonfunctie 44
17.6 Standaardinstelling ("RESET") 48
18 Afstandsbediening 49
18.1 Beschrijving van de toetsen 49
18.2 Vervangen van de batterij 51
19 Productinformatie....52
19.1 Algemene informatie 52
19.2 Technische specificaties 53
20 Afvoeren 54
21 Probleemoplossing 54
6 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
Lees onderstaande aanwijzingen door en volg deze strikt op!

- U mag de autoradio niet zelf uit elkaar halen, modificeren of repareren.
- Open nooit de behuizing van de autoradio; binnenin bevinden zich geen door de gebruiker te onderhouden delen! Bij geopende behuizing bestaat levensgevaar door een elektrische schok.
- Zorg dat de autoradio en in het bijzonder de accessoires niet in kinderhanden terecht kunnen komen. Laat kinderen nooit zonder toezicht elektrische apparatuur gebruiken. Kinderen kunnen eventuele gevaren niet altijd juist inschatten. Houd ook verpakkingsmateriaal, met name plastic zakken, buiten bereik van kinderen. Er bestaat gevaar voor verstikking.
- De autoradio en de bijbehorende componenten mogen niet worden blootgesteld aan druip- of spatwater. Plaats geen met vloeistof gevulde voorwerpen als flessen of bekers in de buurt van het apparaat.
- Pas op voor stoten tegen het display. Het kan daardoor beschadigd raken.
- Zorg dat u voor aanvang van de rit vertrouwd bent met de diverse functies van het apparaat. Door een te hoog volume kunt u uzelf en andere verkeersdeelnemers in gevaar brengen. Stel het volume daarom altijd zo af, dat omgevingsgeluiden (claxons, sirenes, enz.) nog kunnen worden waargenomen.
- Op multimedia-CD's staan naast audiobestanden ook databestanden. Wanneer u een dergelijke CD ondanks de waarschuwingen afspeelt, kan het geluid een zodanig hoog volume bereiken dat het verkeer in gevaar wordt gebracht. Daarnaast kunnen eindversterkers en luidsprekers beschadigd raken.
- Gebruik de autoradio niet met een te hoog volume. Hierdoor kan uw gehoor beschadigen.
- Voer uitgebreide wijzigingen aan de instellingen van het apparaat uitsluitend uit wanneer het voertuig stilstaat op een parkeerplaats. Door het uitvoeren van de wijzigingen kan uw aandacht voor het verkeer verslappen.
7 Levering
- CRB-531 Bluetooth autoradio

- Etui voor het bedieningspaneel

- Aux-in aansluitkabel

- Aux-in aansluitkabel

8. Gebruiksaanwijzing

Opmerking:
Wijzigingen in design en technische gegevens voorbehouden, ook zonder aankondiging vooraf. De afbeeldingen zijn niet op schaal.
8 Montage
8.1 Apparaat inbouwen
Aanwijzing:
Neem bij het aansluiten van het apparaat onderstaande veiligheidsaanwijzingen in acht:
■ Lees voor het apparaat aan te sluiten de volledige montageparagraaf door.
- Verwijder gedurende de montage de minpool van de accu.
- Neem daarbij de veiligheidsaanwijzingen van de voertuigfabrikant in acht.
- Pas op dat u geen voertuigonderdelen beschadigt wanneer u tijdens de montage gaten moet boren.
- De doorsnede van de plus- en de minkabel mag niet minder bedragen dan 2,5 mm ^2 .
- Sluit voertuigconnectoren en -kabels niet zonder kennis van zaken aan op de radio!
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde kabel om het apparaat aan te sluiten.
- Afhankelijk van uw type auto kan de montage afwijken van deze beschrijving.
■ Voor schade door montage- of aansluitfouten wordt geen enkele aansprakelijkheid aanvaard

Wij adviseren het apparaat door een professioneel bedrijf te laten inbouwen. Dan is een correcte werking van het apparaat gegarandeerd. Wanneer u er op enig moment tijdens de montage aan twijfelt dat u het apparaat zelfstandig goed kunt aansluiten, neem dan contact op met een vakman. Een montagefout kan evt. schade aan het apparaat en het elektrische systeem van het voertuig veroorzaken.
- Verwijder voor montage van het apparaat eerst de transportbeveiligingsschroeven van het CD-station.
- Verwijder vervolgens met behulp van de demontagesleutels het montageframe van het apparaat, door – zoals beschreven in Afb. 8.1 – de demontagesleutels rechts en links van het apparaat in de daarvoor voorziene openingen te steken. Let erop dat de uitstulping van de demontagesleutel (Afb. 8.2) bij het insteken van het apparaat af moet wijzen. Daarna kan het frame naar achteren van het apparaat af worden geschoven.
- Schuif het montageframe in de montageschacht voor de autoradio.
- Bevestig het montageframe door de montagelippen met een schroevendraaier naar buiten te buigen. Het frame is correct gemonteerd wanneer het niet meer uit de schacht kan worden getrokken, maar er ook niet verder in glijdt.
- Sluit nu de kabelset en de antenne aan op het elektrische systeem van het voertuig conform afbeeldingen Afb. 8.3 en Afb. 8.4 en onderstaande tabel. Neem daarbij ook de informatie in paragrafen 8.2 tot en met 8.4 in acht.
| Contact | Aansluitconfiguratie ISO-connector (zie ook Afb. 8.3 pos 7) | |
| Connector A Connector B | ||
| 1 Rechtsachter (+) – paars | ||
| 2 Rechtsachter (-) – paars / zwart | ||
| 3 Rechtsvoor (+) – grijs | ||
| 4 Continue 12 V (ACC+) / rood Rechtsvoor (-) – grijs / zwart | ||
| 5 Automatische antenne / blauw Linksvoor (+) – wit | ||
| 6 | Automatische dimfunctie van het bedieningspaneel / oranje | Linksvoor (-) – wit / zwart |
| 7 Geschakelde 12 V (+) / geel Linksachter (+) – groen | ||
| 8 Aarde / zwart Linksachter (-) – groen / zwart | ||
-
Schuif het apparaat zover mogelijk in het montageframe. Het apparaat klikt vervolgens hoorbaar vast in het frame
-
Breng het frontkader aan en breng tenslotte het bedieningspaneel aan

Afb. 8.3

Afb. 8.4
| 1 | Subwooferuitgang (gele cinch) |
| 2 | Line-out-connector rechts (rood) |
| 3 | Line-out-connector links (wit) |
| 4 | Bluetooth-antenne |
| 5 | Microfoonaansluiting |
| 6 | Antenneaansluiting |
| 7 | Zekering 15 A |
Voorzichtig:
Het apparaat heeft een hoog vermogen waardoor het tijdens gebruik erg warm wordt. Er mogen daarom geen kabels of andere delen tegen het apparaat liggen. Wanneer de isolatie daarvan smelt, bestaat gevaar van kortsluiting of brand.
8.2 Antenne aansluiten
Het apparaat is bedoeld voor antennes met een impedantie van 75 tot 150 Ω. Steek de connector van de antennekabel in de antenneaansluiting van het apparaat (zwarte kabel, aansluiting ⑥ aan de achterzijde van het apparaat).
8.3 Voedingsspanning
ISO-connector A:
A4: Aansluiting voor +12 V bedrijfsspanning (doorsnede ten minste 2,5 mm² voor plus en aarde). Aansluiten op klem 30 (continue plus) van het voertuig.
A5: +12V schakelspanninguitgang (max. 0,5 A). Wanneer het apparaat is ingeschakeld, staat deze spanning op contact A5 voor het uit- en inschuiven van een automatische antenne en als bedrijfsspanning voor antenneversterkers.
A6: Aansluiting voor de verlichting van het bedieningspaneel.
A7: Aansluiting voor +12 V geschakelde spanning. Aansluiten op klem 15 van het voertuig.
A8: Aansluiting voor aarde (leidingdoorsnede ten minste 2,5 mm² voor plus en aarde). Aansluiten op klem 31 (aarde) van het voertuig.
8.4 Luidsprekers
Kabeladapter ISO-connector B Luidsprekers voor
| Maximaal uitgangsvermogen in luidsprekers van 4-8 Ω: 4 x 40W muziekvermogen |
| B3: rechts + grijs | Maxim B3: rech |
| B4: rechts - grijs/zwart | |
| B5: links + wit | |
| B6: links - | wit/zwart |
| Luidsprekers achter | ||
| ijs | ||
| B4: | rechts - | grijs/zwart |
| B5: | links + | wit |
| B6: | links - | wit/zwart |
Voorzichtig:
Verbind de luidsprekeraansluitingen niet elektrisch met elkaar of met aarde! Dit kan het apparaat onherstelbaar beschadigen. Neem afb. 8.5 – 8.7 in acht.

Schakel het apparaat uit. Verwijder het bedieningspaneel en doe dit in het etui. Verwijder gedurende de demontage de minpool van de accu. Verwijder eerst het frontkader van het apparaat. Steek vervolgens beide demontagesleutels in de openingen aan weerszijden van het apparaat en schuif deze zo ver mogelijk door. Let erop dat de uitstulping van de demontagesleutel (Afb. 8.2) bij het insteken van het apparaat af moet wijzen. Trek het apparaat langzaam en voorzichtig uit. Maak de kabels en antenne los van het apparaat.

Let erop dat geen van de voertuigkabels na het loshalen van het apparaat kortsluiting kan veroorzaken.
9 Bedieningspaneel
Vooranzicht (niveau 1)

① Toets voor het in- / uitschakelen van het apparaat, toets om het geluid van het apparaat uit te schakelen (mute)
② - Volumeregelaar (draaien)
- Instelregelaar menuniveau 1 - VOL, BAS, TRE, BAL, FAD (indrukken)
- Instelregelaar menuniveau 2 - INVOL - ADJ - TAVOL
- EON - REC - TELVOL - DSP - LOUD - LOC - STEREO (langer dan 2 seconden indrukken)
③ Telefoontoets (oproep aannemen, oproep weigeren, ...)
④ TA/TP-toets voor het in- / uitschakelen van het ontvangen van verkeersinformatie
⑤ PTY-toets voor selectie van het zenderprofiel (b.v. jazz, pop, news, enz.)
⑥ AF/REG-toets: Alternatieve Frequentie AAN/UIT en REG AAN/UIT (bij lang indrukken)
⑦ - ①Radiostand: Voorkeuzetoetsen 1-6. Bij langer dan 2 seconden indrukken wordt de huidige zender opgeslagen
⑦ Afspeelstand: Pauzetoets
⑧ Titelherhaling
⑨ Nummers scannen (intro van ca. 10 seconden afspelen)
⑩ Nummers afspelen in willekeurige volgorde
⑪ MP3/WMA/OGG-nummer - 10
⑫ MP3/WMA/OGG-nummer + 10
⑬ AS/PS-toets
Radiostand: Automatische zenderzoekfunctie en automatische zenderopslag.
Afspeelstand: Zoekfunctie starten. Naar keuze op nummer, alfabetisch of op codering.
⑭ BAND-toets
Radiostand: Omschakeling van de frequentieband en de voorkeuzetoetsen FM1 - FM3, AM1 en AM2 Zoek- en opnamestand: De selectie bevestigen, het zoeken starten
15 Toets voor de zenderzoekfunctie (lagere frequentie) en voor het overslaan / wisselen van muzieknummers bij muziekweergave (vorig nummer)
Toets voor de zenderzoekfunctie (hogere frequentie) en voor het overslaan / wisselen van muzieknummers bij muziekweergave (volgend nummer)
⑰ USB-aansluiting voor het aansluiten van externe geheugenmedia
⑱ AUX-IN-aansluting voor het aansluiten van externe audiobronnen
⑲ Knop om het bedieningspaneel open te klappen
20 Display
② Bluetooth-activiteitweergave
DIS/REC-toets: Toets voor het opnemen en wissen van nummers op een SD/MMC/USB-geheugenmedium.
MODE-toets voor het selecteren van de bron: radio, CD (indien aanwezig), geheugenkaart (indien ingestoken),
USB (indien aangesloten) en AUX-IN
24 IR-sensor (infraroodsensor voor de afstandsbediening)
25 SD/MMC-kaartsleuf
Toets voor het uitwerpen van de CD
27 Statusweergave van het apparaat - brandt continu wanneer het bedieningspaneel is opengeklapt. - knippert wanneer het bedieningspaneel is verwijderd.
26 CD-invoersleuf voor het invoeren van een CD
23 Resettoets voor het resetten naar de standaardinstellingen. Aanwijzing: Bij het resetten naar de standaardinstellingen worden ook de tijd en de opgeslagen radiozenders gereset resp. gewist
30 Contacten voor het bedieningspaneel NIET AANRAKEN!!
Vooranzicht (niveau 2)

Display (volledig aanzicht)

Display (deelaanzicht links)
Display (deelaanzicht rechts)
1 Niveauweergave, 2 CD-statusaanduiding (brandt wanneer een CD aanwezig is, draait wanneer een CD wordt gelezen of afgespeeld, brandt in de pauzestand), 3 Nummer van de voorkeuzetoets van het huidige radiostation, 4 REC knippert tijdens een opname.
Het display kan tijdens gebruik de volgende weergaven vertonen:
| EQ | Er is een geluidseffect ingesteld | FLAT | Het geluidseffect FLAT is geselecteerd |
| CLASS | Het geluidseffect CLASSIC is geselecteerd | ROCK | Het geluidseffect ROCK is geselecteerd |
| POP | Het geluidseffect POP is geselecteerd | LOUD | De functie LOUDNESS is geactiveerd |
| MUTE | De luidsprekers zijn uitgeschakeld | LOC | Het selecteren van lokale radiostations is geactiveerd. |
| SW | De subwooferuitgang is geactiveerd | ||
10.2 Radiostand
Het display kan tijdens gebruik van de radio de volgende weergaven vertonen:
| HITRADIO | (v.b.) RDS-uitzendingnaam | AF | De Alternatieve Frequentie is geactiveerd |
| 100.60 | Frequentie in het FM-bereik | TA | Het ontvangen van verkeersinformatie is geactiveerd |
| CT 16:08 | Tijd | TP | Er wordt een radio-uitzending ontvangen die verkeersinformatie uitzendt |
| FM 3 | FM-bereik (1-3) | PTY | Er wordt een radio-uitzending ontvangen die programmatype-informatie uitzendt |
| MW 2 | AM-bereik (1-2) | Er wordt een uitzending ontvangen in FM stereo | |
| 5 | Nummer van de voorkeuzetoets van de huidige zender | EON | Er wordt EON (Enhanced Other Networks)-informatie ontvangen |
10.3 CD-stand
Het display kan tijdens gebruik van audio-CD's de volgende weergaven vertonen:
| DISK | Er is een CD aanwezig | TOC READ | De CD wordt gelezen |
| INT | Het intro van de CD-nummers wordt afgespeeld | RPT | Een CD-nummer wordt herhaald |
| RDM | De CD-nummers worden in willekeurige volgorde afgespeeld | Het CD-symbol brandt wanneer er een CD aanwezig is of de pauzetoets is ingedrukt. Het symbool beweegt tijdens weergave van een CD |
10.4 MP3/WMA/OGG-CD-stand
Het display kan tijdens gebruik van MP3/WMA/OGG-CD's bovendien de volgende weergaven vertonen, naast die van de audio-CD-stand:
| MP3 | Eine MP3 - Datei wird wiedergegeben | OGG | Eine OGG - Datei wird wiedergegeben |
| WMA | Er wordt een MP3-bestand weergegeven | ALBUM | De naam van het huidige album wordt weergegeven in lopende tekst |
| TITLE | Er wordt een WMA-bestand weergegeven | ARTIST | De naam van de huidige artiest wordt weergegeven in lopende tekst |
| MUSIC | De titel van het huidige nummer wordt weergegeven in lopende tekst | INT | Het intro van de CD-nummers wordt afgespeeld |
| RDM | De comprimering van het huidige nummer wordt weergegeven in lopende tekst | RPT | Een CD-nummer wordt herhaald |
10.5 SD/MMC-stand
Het display kan tijdens gebruik van een SD/MMC-kaart de volgende weergaven vertonen:
| M.-CARD | De geheugenkaart is geselecteerd als bron | OGG | Er wordt een OGG-bestand weergegeven |
| MP3 | Er wordt een MP3-bestand weergegeven | ALBUM | De naam van het huidige album wordt weergegeven in lopende tekst |
| WMA | Er wordt een WMA-bestand weergegeven | ARTIST | De naam van de huidige artiest wordt weergegeven in lopende tekst |
| TITLE | De titel van het huidige nummer wordt weergegeven in lopende tekst | INT | Het intro van de CD-nummers wordt afgespeeld |
| MUSIC | De comprimering van het huidige nummer wordt weergegeven in lopende tekst | RPT | Een CD-nummer wordt herhaald |
| RDM | De CD-nummers worden in willekeurige volgorde afgespeeld | ||
10.6 USB-stand
Het display kan tijdens gebruik van een USB-apparaat als audiobron de volgende weergaven vertonen:
| USB | Er is een USB-apparaat geselecteerd resp. aangesloten als bron | ALBUM | De naam van het huidige album wordt weergegeven in lopende tekst |
| MP3 | Er wordt een MP3-bestand weergegeven | OGG | Er wordt een OGG-bestand weergegeven |
| WMA | Er wordt een WMA-bestand weergegeven | ARTIST | De naam van de huidige artiest wordt weergegeven in lopende tekst |
| TITLE | De titel van het huidige nummer wordt weergegeven in lopende tekst | INT | Het intro van de CD-nummers wordt afgespeeld |
| MUSIC | De comprimering van het huidige nummer wordt weergegeven in lopende tekst | RPT | Een CD-nummer wordt herhaald |
| RDM | De CD-nummers worden in willekeurige volgorde afgespeeld | ||
11 In gebruik nemen
11.1 Aanbrengen van het bedieningspaneel
Om de autoradio te kunnen gebruiken, moet eerst het bedieningspaneel worden aangebracht.
Schuif het bedieningspaneel eerst iets schuin vanaf de rechterkant op de linker geleidestift, zoals weergegeven in de afbeelding rechts. Schuif vervolgens het bedieningspaneel op de rechter geleidestift tot het hoorbaar vast klikt. Klap nu het bedieningspaneel voorzichtig omhoog tegen het apparaat tot het hoorbaar vast klikt. Nu kunt u het apparaat inschakelen.
Wanneer het apparaat bij het verwijderen van het bedieningspaneel was ingeschakeld, schakelt het na het aanbrengen daarvan weer automatisch in met de laatst gebruikte instelling (radio, CD, SD/MMC, USB of AUX-IN) zodra het contact wordt ingeschakeld.

11.2 Verwijderen van het bedieningspaneel (diefstalpreventie)
Om het bedieningspaneel te verwijderen en zo uw autoradio te beschermen tegen diefstal, moet u het apparaat uitschakelen met de "PWR/MUTE"-toets. Vervolgens drukt u op 19 om het bedieningspaneel open te klappen. Het bedieningspaneel komt aan de bovenzijde los van het apparaat en klapt naar beneden open. Verwijder nu het bedieningspaneel door eerst het bedieningspaneel iets naar links te schuiven en dan naar u toe te trekken (zie afbeelding). Het bedieningspaneel komt zo los van de rechter geleidestift en kan vervolgens naar voren toe worden verwijderd. Leg het bedieningspaneel in het meegeleverde etui en neem het met u mee bij het verlaten van de auto.

12.1 In- en uitschakelen
Druk kort op de "PWR/MUTE"-toets ① op het bedieningspaneel om het apparaat in te schakelen. Druk langer dan 2 seconden op de "PWR/MUTE"-toets om het apparaat uit te schakelen. Het apparaat schakelt dan uit.
Aanwijzing:
Wanneer het apparaat bij ingeschakeld contact is ingeschakeld, schakelt het automatisch met het contact uit en weer in. Voorwaarde hiervoor is dat contact A7 op klem 15 van het voertuig is aangesloten (zie Afb. 8.3 en Afb. 8.4).
Let op!
Bij het inschakelen van de radio wordt ook een evt. gemonteerd automatische antenne uitgeschoven. Voordat u een wasinstallatie inrijdt, moet u daarom altijd het apparaat uitschakelen om schade aan de antenne en het voertuig te voorkomen.
12.2 Volume wijzigen
Het volume van het apparaat kan met de ronde draaiknop ⑤ worden gewijzigd. Het huidige volume wordt daarbij op het display weergegeven. De volumeschaal loopt van 0 tot 45.
Aanwijzing:
Het volume wordt bij het uitschakelen van de autoradio niet opgeslagen. Wanneer het apparaat weer wordt ingeschakeld, wordt de weergave hervat met het in het menuonderdeel "INVOL" (zie pag. 37) ingestelde volume.
Aanwijzing:
- Gebruik het apparaat niet met een te hoog volume. Anders bestaat het gevaar van permanente gehoorbeschadiging.
- Zorg dat u bij gebruik van het apparaat altijd nog in staat bent omgevingsgeluiden (waarschuwingssignalen, sirenes, enz.) waar te nemen.
- Voer uitgebreide wijzigingen aan de instellingen van het apparaat uitsluitend uit wanneer het voertuig stilstaat op een parkeerplaats. Voer uitgebreide wijzigingen aan de instellingen van het apparaat uitsluitend uit wanneer het voertuig stilstaat op een parkeerplaats.
12.3 Uitschakelen van de luidsprekers
Druk kort op de "PWR/ MUTE"-toets ① om de aangesloten luidsprekers uit te schakelen. Op het display verschijnt "MUTE". Druk opnieuw kort op de "PWR/MUTE"-toets ① of draai aan de volumeregelaar om het oorspronkelijke volume weer in te stellen. De weergave "MUTE" verdwijnt en het volume is weer op hetzelfde niveau als voor de uitschakeling.
Aanwijzing:
De MUTE-schakeling werkt niet op de LINE-uitgangen. De MUTE-functie onderbreekt de weergave van muzieknummers tot de functie wordt uitgeschakeld
13 Radiostand (tuner)
13.1 Selectie van de radiozender
Schakel de SilverCrest CRB-531 Bluetooth autoradio in met de "PWR/MUTE"-toets ①. Wanneer het apparaat in de radiostand is uitgeschakeld, is de laatst geselecteerde zender te horen. Wanneer het apparaat is ingesteld op gebruik met een andere audiobron, drukt u zolang op de "MODE"-toets ②, tot u bij de radiofunctie komt.
13.2 Frequentiebereik selecteren
FM-bereik: druk zo vaak kort op de "BAND"-toets ⑭ tot het gewenste bereik "FM 1", "FM 2" of "FM 3" en de huidige frequentie op het display verschijnt.
AM-bereik: druk zo vaak kort op de "BAND"-toets ⑭ tot het gewenste bereik "AM 1" of "AM 2" en de huidige frequentie op het display verschijnt.
Aanwijzing:
Na selectie van een bereik is de laatste in dit bereik geselecteerde zender te horen.
13.3 Radiozenders zoeken en opslaan
Zenders zoeken met de zenderzoekfunctie
Om de zenders in te stellen, moet u het gewenste frequentiebereik selecteren met de "BAND"-toets 14 (paragraaf 13.2). Start de zenderzoekfunctie in de gewenste richting door kort te drukken op één van de toetsen "◀" 15 of "▶" 16. Het zoeken stopt bij de eerstvolgende beschikbare zender.
Zenders handmatig zoeken
Om zenders handmatig te zoeken, moet u gedurende ca. 3 seconden op de toets "16" of "10" drukken. Op het display verschijnt "MANUAL". Druk vervolgens op de toets "19" of "15" tot de gewenste frequentie op het display verschijnt. In het FM-bereik wijzigt de frequentie in stappen van 50 kHz. Wanneer binnen ca. 7 seconden niets wordt ingevoerd, schakelt het apparaat weer terug naar de automatische zenderzoekfunctie. Op het display verschijnt "AUTO".
Zenders opslaan onder de voorkeuzetoetsen
Met de voorkeuzetoetsen "1", "2", "3", "4", "5" en "6" (⑦ - ⑫) kunnen op elk niveau van het frequentiebereik (b.v. "FM 1", "FM 2" of "FM 3") telkens 6 voorkeuzezenders worden ingesteld.
Om de zender op te slaan, moet u de betreffende zender met de zenderzoekfunctie of handmatig selecteren. Druk zo lang op één van de toetsen "1", "2", "3", "4", "5" of "6" tot het radiogeluid kort wegvalt. De zender is nu onder de door u geselecteerde voorkeuzetoets opgeslagen.
Zenders met de automatische zenderzoekfunctie opslaan
De automatische zenderzoekfunctie zoekt naar de sterkste beschikbare zenders en slaat deze op onder de voorkeuzetoetsen "1" - "6" (⑦ - ⑩).
Druk op de "AS/PS"-toets ⑬ en houdt deze langer dan 2 seconden ingedrukt om het zoeken te starten. De zenderzoekfunctie vult nu alle voorkeuzeplaatsen van het huidige niveau van het geselecteerde frequentiebereik, voor zover er voldoende zenders met toereikende ontvangstkwaliteit. Na beëindiging van het zoeken worden aan de opgeslagen zenders automatisch de zendernamen toegekend en is de op voorkeuzeplaats "1" opgeslagen zender te horen.
Opgeslagen zenders oproepen
Om de opgeslagen zenders op te roepen, moet u met de "BAND"-toets ⑭ het gewenste frequentiebereik selecteren, b.v. "FM 1". Druk op één van de 6 voorkeuzetoetsen (⑦ - ⑧) en u hoort de daaronder opgeslagen zender.
Opgeslagen zenders controleren
Met deze functie zijn de onder de voorkeuzetoetsen opgeslagen zenders van een frequentiebereik gedurende ca. 5 seconden te horen.
Druk kort op de "AS/PS"-toets ⑬ om de controle te starten. Op het display knipperen achtereenvolgens de voorkeuzeplaatsen "1" - "6" en is de betreffende zender te horen.
Informatie over de huidige zender
Om informatie over de huidige zender weer te laten geven, moet u op de "DIS/REC"-toets drukken. De gewenste informatie wordt dan in onderstaande volgorde weergegeven: huidige tijd, PTY, frequentie van de huidige zender.
Huidige tijd weergeven
Om de huidige tijd weer te laten geven, moet u op de "DIS/REC"-toets drukken. De huidige tijd wordt dan weergegeven.
Aanwijzing:
Wanneer het apparaat een RDS-zender ontvangt met RDS-tijdsignaal, wordt de klok met regelmatige tussenpozen automatisch gelijk gezet.
13.4 RDS
RDS is een informatiesysteem waarvan de signalen door de meeste FM-zenders worden meegezonden. Bij RDS-uitzendingen verschijnt de naam van de uitzending op het display. Andere informatie, zoals frequentie, tijd en programmatype (PTY) kunnen eveneens worden weergegeven. Een RDS-uitzending wordt door meerdere zenders op verschillende frequenties (Alternatieve Frequenties) uitgezonden. Wanneer een RDS-uitzending is geselecteerd, gaat het apparaat automatisch over naar de beste ontvangen Alternatieve Frequentie, voor zover deze beschikbaar is en de functie AF (paragraaf 13.6) is ingeschakeld.
Druk meerdere keren op de "DIS/REC"-toets ② om de RDS-informatie op te vragen. Op het display verschijnen achtereenvolgens de tijd, het programmatype (PTY) en de frequentie.
Druk kort op de "TA/TP"-toets ④ om het verkeersinformatieprogramma te activeren. Op het display verschijnt de weergave "TA" en het ontvangen van verkeersinformatie is geactiveerd.
Druk opnieuw op de "TA/TP"-toets ④ om de verkeersinformatie uit te schakelen. De weergave "TA" verdwijnt en er wordt geen verkeersinformatie meer ontvangen.
Aanwijzing:
- Wanneer de geselecteerde zender geen verkeersinformatiezender is, start het apparaat automatisch de zenderzoekfunctie naar de eerstvolgende verkeersinformatiezender.
- Wanneer "TA" is ingeschakeld, wordt de CD-, SD/MMC-, USB- en AUX-IN-stand gedurende de verkeersinformatie onderbroken en vervolgens voortgezet. Tijdens de verkeersinformatie verschijnt "TRAFFIC" op het display. Bij de AUX-IN-stand wordt de lopende tekst niet gestopt, maar loopt deze verder. Hoe u het op AUX-IN aangesloten apparaat moet stoppen, staat in de handleiding van de betreffende fabrikant.
- Wanneer u uitsluitend verkeersinformatie wilt horen, moet u de verkeersinformatiefunctie inschakelen met de "TA"-toets en het volume met de volumeregelaar op "VOL 0" draaien. Het apparaat zal het volume tijdens de verkeersinformatie automatisch omhoog draaien.
- Het TA-volume kan in het menuonderdeel "TAVOL" worden ingesteld
13.6 Alternatieve Frequenties ("AF")
Druk kort op de "AF/REG"-toets ⑥ om de "AF"-functie te activeren. Op het display verschijnt de weergave "AF" en de functie is ingeschakeld.
Druk kort op de "AF/REG"-toets ⑥ om de "AF"-functie uit te schakelen. Op het display verdwijnt de weergave "AF" en de functie is uitgeschakeld.
Aanwijzing:
- De "AF"-functie wordt uitsluitend weergegeven bij radiozenders die een "AF"-signaal uitzenden. De "AF"-weergave knippert wanneer de "AF"-functie is geactiveerd, maar er geen "AF"-signaal beschikbaar is.
- Wanneer een RDS (Radio Data System)-zender wordt ontvangen die door meerdere zendstations met verschillende frequenties wordt uitgezonden, gaat het apparaat automatisch over naar de beste ontvangen frequentie. De "AF"-functie is bij levering geactiveerd.
- In een gebied met slechte ontvangst kunnen pogingen om te wisselen naar alternatieve frequenties als storende pauzes hoorbaar zijn. In dat geval kan de "AF"-functie worden uitgeschakeld.
Aanwijzing:
Radio-ontvangstomstandigheden
In het FM-frequentiebereik kunnen de ontvangstomstandigheden tijdens de rit veranderen. Bergen, gebouwen of bruggen kunnen de ontvangst nadelig beïnvloeden. Dat geldt in het bijzonder bij een grote afstand tot de zender.
De EON-functie (zie pagina 38) is een aanvullende RDS-dienst. Wanneer de huidige uitzending geen verkeersinformatie biedt, schakelt EON voor verkeersinformatie automatisch over naar een andere uitzending. Na de verkeersinformatie schakelt het apparaat terug naar de oorspronkelijke zender. Het ontvangen van verkeersinformatie "TA" moet daarvoor zijn geactiveerd
13.7 Regionale uitzendingen ("REG")
Enkele radiostations maken op bepaalde tijden regionale uitzendingen met verschillende inhoud. De "REG"-functie voorkomt dat de autoradio bij slechter wordende ontvangst overgaat naar alternatieve frequenties die een andere inhoud uitzenden. Houd de "AF/REG"-toets ⑥ zolang ingedrukt tot op het display "REG-ON" resp. "REG-OFF" verschijnt om de "REG"-functie inresp. uit te schakelen.
14 CD-stand
De SilverCrest CRB-531 Bluetooth autoradio ondersteunt de indelingen CD-audio, CD-R, CD-RW en MP3/WMA/OGG-CD. De bitrate moet liggen tussen 64 kbps en 320 kbps.
Aanwijzing:
- Afhankelijk van de kwaliteitsverschillen tussen media en de karakteristieke eigenschappen van de opname kan het voorkomen dat sommige zelf opgenomen CD's niet kunnen worden gelezen. Dit is geen storing van het apparaat.
- Zelfgemaakte muziek-CD's (CD-R en CD-RW) moeten aan het eind van het brandproces worden afgesloten.
- Houd er rekening mee dat de bestandsnamen van de muzieknummers moeten voldoen aan de norm ISO 9660. Bij de weergave van MP3-CD's kunnen afzonderlijke nummers worden overgeslagen of niet correct worden weergegeven. Dit kan liggen aan de betreffende schijfconfiguratie, de decodersoftware of ook aan de voor de opname gebruikte hardware.
- CD's met kopieerbeveiliging voldoen niet aan de specificaties van audio-CD's (CD-DA), dragen niet het betreffende logo en kunnen daardoor afspeelfouten vertonen.
14.1 CD als audiobron selecteren
Om een CD af te spelen, moet het apparaat worden ingeschakeld met de "PWR/MUTE"-toets ①. Wanneer het apparaat in de CD-stand is uitgeschakeld, begint de weergave met het voor het uitschakelen afgespeelde nummer. Wanneer het apparaat is ingesteld op een andere audiobron, drukt u zolang op de "MODE"-toets ②, tot u bij de CD-functie komt. Het display toont de weergave "TOC READ".
Aanwijzing:
De audiobron "CD" kan uitsluitend met de "MODE"-toets Ⓤ worden geselecteerd wanneer er een CD aanwezig is in de CD-speler.
14.2 CD invoeren / verwijderen
Druk op toets 19 op het apparaat om een CD in te voeren. Het bedieningspaneel klapt dan automatisch omlaag en geeft de toegang tot de CD-invoersleuf.
Controleer voor het invoeren van een CD dat er niet al een CD aanwezig is door te drukken op de "▲" -toets 26
Schuif de CD met de bedrukte zijde naar boven in de CD-invoersleuf ^28 . Hij wordt automatisch naar binnen getrokken.
Klap het bedieningspaneel weer omhoog tot deze vast klikt.
Op het display verschijnt de weergave "TOC READ". Daarna verschijnt op het display de weergave "001" gevolg door de resterende tijd van het nummer. Hieruit blijkt dat het eerste nummer op de CD wordt afgespeeld.
Druk opnieuw op de ontgrendelingsknop ⑲ om de CD uit te werpen. Het bedieningspaneel klapt omlaag en u kunt na een druk op de "▲ toets ⑳ de uitgeworpen CD uitnemen.

- In de CD-invoersleuf mogen uitsluitend gangbare CD-formaten worden ingevoerd(∅ 12 cm).
- Let op dat er geen vreemde voorwerpen in de CD-speler terecht komen.
Aanwijzing:
Gebruik geen geweld bij het invoeren van de CD. U kunt daarmee het apparaat en de CD beschadigen. Probeer nooit het intrekken van een CD met geweld tegen te houden. Werp de CD zonodig nog een keer uit.
14.3 Weergave / pauze
Druk kort op de pauzetoets ⑦ om de weergave te pauzeren. Het display toont de weergave "PAUSE". Druk opnieuw op de "1"-toets om de weergave voort te zetten. Het apparaat is niet voorzien van een stopfunctie.
Met een korte druk op de "→"-toets ⑯ springt de weergave naar het volgende nummer. Met een druk op de "←" -toets ⑮ springt de weergave naar het begin van het huidige nummer. Bij twee keer drukken op de "←"-toets ⑲ springt de weergave naar het vorige nummer terug.
U kunt de "◀" - en "◀" -toetsen zolang kort indrukken tot het nummer van de door u gewenste titel op het display verschijnt.
14.5 Snel vooruit en achteruit
Druk op de “”-toets 16 en houd deze ingedrukt tot u op de gewenste plaats bent aangeland om snel vooruit te gaan. Houd op dezelfde manier de “”-toets 15 ingedrukt tot u eveneens op de gewenste plaats bent aangeland. Ter controle tellen op het display de minuten en seconden mee omhoog resp. omlaag.
Druk kort op toets "2" ⑧ om een nummer te herhalen. Op het display verschijnt de afkorting "RPT" en het huidige nummer wordt continu herhaald.
Druk opnieuw op toets "2" Ⓤ om de functie te beëindigen. De afkorting "RPT" verdwijnt en de weergave van het nummer gaat normaal verder.
14.7 Nummers scannen (intro)
Druk tijdens de weergave kort op voorkeuzetoets "3" ⑨ om de nummers te scannen. Vervolgens wordt van alle nummers de eerste ca. 10 seconden afgespeeld. Op het display verschijnt de afkorting "INT".
Druk opnieuw kort op voorkeuzetoets "3" ⑨ om de INTRO-functie te beëindigen. De scanfunctie wordt beëindigd en de "INT"-weergave op het display verdwijnt.
De weergave gaat verder op de plaats waar het laatste intro is afgebroken.
14.8 Nummers in willekeurige volgorde weergeven (random)
Druk tijdens de weergave kort op voorkeuzetoets "4" om de CD-nummers in willekeurige volgorde af te spelen. Op het display verschijnt de afkorting "RDM" en het display begint een willekeurig nummer af te spelen. Wanneer tijdens de weergave van een nummer opnieuw op de RDM-toets wordt gedrukt, wordt dit nummer opnieuw vanaf het begin afgespeeld. Alle overige nummers worden eveneens in willekeurige volgorde afgespeeld.
Druk opnieuw op voorkeuzetoets "4" ⑩ om de RANDOM-functie te beëindigen. De afkorting "RDM" verdwijnt en de nummers worden in de normale volgorde afgespeeld.
Aanwijzing:
Wanneer het laatste nummer van een CD is afgelopen, start de weergave automatisch opnieuw aan het begin van de CD. Dat gebeurt onafhankelijk ervan of het apparaat in de REPEAT-stand staat.
Aanwijzing:
Wanneer het eerste nummer van een multisessie-CD audiogegevens bevat worden uitsluitend de audiogegevens weergegeven, ook wanneer er nog andere gegevensindelingen zijn opgeslagen.
15 USB/MP3/WMA/OGG- en SD/MMC-stand
15.1 USB-geheugenmedium aansluiten/verwijderen
Verwijder het rubberen beschermkapje van de USB-aansluiting ⑰ om een USB-geheugenmedium aan te sluiten. Steek vervolgens het geheugenmedium recht van voren in de USB-aansluiting ⑰ van het apparaat. Het display springt over naar "USB" en het apparaat doorzoekt het geheugenmedium naar gegevens die kunnen worden afgespeeld.
Schakel de radio uit of selecteer eerst een andere geluidsbron voordat het USB-geheugenmedium wordt verwijderd. Vervolgens kan het USB-geheugenmedium uit de USB-aansluiting trekken.

Aanwijzing:
Bij het aansluiten van verwisselbare USB-gegevensdragers kan het voorkomen dat het apparaat uitschakelt. Tevens is het mogelijk dat een verwisselbare USB-gegevensdrager niet door het apparaat wordt herkend, ondanks dat deze wel wordt ondersteund. De oorzaak is in deze gevallen een te hoog stroomverbruik van de verwisselbare gegevensdrager. Ter bescherming schakelt het apparaat zich dan automatisch uit. Wanneer dit het geval is, hebt u een externe voeding nodig voor de verwisselbare gegevensdrager. Deze is verkrijgbaar bij elektronicawinkels.
Aanwijzing:
- Sluit het USB-geheugenmedium uitsluitend aan wanneer de autoradio is ingeschakeld.
- Verwijder het USB-geheugenmedium niet zolang er audiobestanden van worden afgespeeld. Daardoor kunnen er leesfouten op de gegevensdrager ontstaan.
- Gebruik een voldoende lange USB-verbindingskabel om beschadiging van de USB-aansluiting van het apparaat te voorkomen.
- Zorg dat een evt. aangesloten USB-geheugenmedium niet in het voertuig kan verschuiven.
- Hang geen voorwerpen over een ingestoken USB-geheugenmedium of de connector van een USB-verbindingskabel. Hierdoor kan de USB-aansluiting worden beschadigd.
15.2 USB-geheugenmedium selecteren als gegevensbron
Om muziekstukken van een op de USB-aansluiting aangesloten geheugenmedium (b.v. USB-stick, 2,5" harde schijf) af te spelen, moet u met de "MODE"-toets USB" selecteren als gegevensbron.
Het apparaat leest vervolgens de muziekstukken in die vanaf de gegevensdrager kunnen worden weergegeven en begint met de weergave van het eerste nummer.
Aanwijzing:
- De audiobron "USB" kan uitsluitend met de "MODE"-toets ☎ worden geselecteerd wanneer er een USB-geheugenmedium op het apparaat is aangesloten.
- Wanneer het USB -geheugenmedium resp. de connector van de USB-verbindingskabel van het apparaat wordt losgetrokken, schakelt het apparaat automatisch terug naar de laatst geselecteerde audiobron.
- Houd er rekening mee dat uitsluitend USB-geheugenmedia worden herkend die zijn geformatteerd en beschreven volgens FAT16 of FAT32. Harde schijven die zijn geformatteerd volgens NTFS of Linux worden niet herkend resp. ondersteund.
15.3 IPOD ^® als gegevensbron selecteren
Om een IPOD ^ als gegevensbron te selecteren, moet u deze met de IPOD ^ -aansluitkabel aansluiten op de USB-aansluiting van het apparaat. De op de IPOD ^ opgeslagen muziekbestanden kunnen dan op dezelfde manier worden afgespeeld als bij normale USB-geheugenmedia.
Aanwijzing:
Houd er rekening mee dat het geheugen van een iPOD ^® in twee verschillende geheugenniveaus is verdeeld. De CRB-531 kan uitsluitend bestanden afspelen van het massageheugenniveau. Het iTunes ^® -niveau wordt niet ondersteund.
15.4 SD/MMC invoeren / verwijderen
Druk op toets ⑩op het apparaat om een SD/MMC-kaart in te voeren. Het bedieningspaneel klapt dan automatisch omlaag en geeft toegang tot de SD/MMC-invoersleuf. Steek nu de SD/MMC-kaart met de contacten naar links in de kaartsleuf ⚫ tot deze hoorbaar vast klikt. SD/MMC-kaart tot 2 GB geheugenruimte worden ondersteund.
Druk opnieuw op de ontgrendelingsknop 19 om een SD/MMC-kaart te verwijderen. Het bedieningspaneel klapt omlaag. Druk vervolgens de te verwijderen kaart iets verder in het apparaat tot deze wordt vrijgegeven. Daarna kunt u de kaart uit de sleuf verwijderen.

Gebruik geen geweld bij het invoeren van een SD/MMC-kaart. U kunt daarmee het apparaat en de kaart beschadigen. Vermijd ook direct huidcontact met de contacten van de kaart om contactproblemen te voorkomen.
15.5 Audiobron SD/MMC selecteren
Om muziekstukken van een SD/MMC-geheugenkaart af te spelen, moet u met de "MODE"-toets 23 "M.-CARD" selecteren als gegevensbron.
Het apparaat leest vervolgens de muziekstukken in die vanaf de geheugenkaart kunnen worden weergegeven en begint met de weergave van het eerste nummer.
Aanwijzing:
De audiobron "SD/MMC" kan uitsluitend met de "MODE"-toets ⚙ worden geselecteerd wanneer er een SD/MMC-kaart aanwezig is in de kaartlezer. Wanneer de SD/MMC-kaart uit het apparaat wordt verwijderd, schakelt het apparaat automatisch terug naar de laatst geselecteerde audiobron.
15.6 MP3-functies
I Hieronder worden de functies en displays beschreven die van toepassing zijn bij een aanwezige MP3-CD, een aangesloten MP3-speler / USB-geheugenmedium of aanwezige SD/MMC-geheugenkaart.
Wanneer de MP3-bestanden zijn ingelezen, verschijnt kort het totale aantal mappen en nummers op het display. Vervolgens start de weergave. Tijdens de weergave worden op het display afwisselend de mapnaam, de titelnaam en de artiestnaam weergegeven.
15.7 Nummerzoekfunctie
Met de nummerzoekfunctie kunt u snel naar het door u gewenste nummer gaan.
Druk kort op de "AS/PS"-toets om de nummerzoekfunctie te starten. Op het display verschijnt de weergave "001", waarbij het laatste cijfer knippert. U kun maximaal 3 cijfers opgeven voor de zoekfunctie. Door te draaien aan de draaiknop ② kunt u nu het laatste cijfer voor de zoekfunctie selecteren en met een druk op de draaiknop ② bevestigen. Nu knippert het middelste cijfer. Dit kunt u eveneens instellen door te draaien aan de draaiknop ② en met een druk te bevestigen. Doe hetzelfde voor het derde cijfer. Druk op de "BAND"-toets ⑭ om het zoeken te starten. Het apparaat zoekt het gewenste bestand en speelt dit af.
Wanneer u het tweede en/of derde cijfer niet nodig hebt om te zoeken, laat u de instelling gewoon ongewijzigd en start u de het zoeken met de "BAND"-toets ⑭.
Aanwijzing:
Wanneer een hoger getal wordt geselecteerd dan er nummers op de gegevensdrager aanwezig zijn, speelt het apparaat het laatste nummer op de gegevensdrager af.
15.8 Alfabetische zoekfunctie
Met de alfabetische zoekfunctie kunt u nummers op het geheugenmedium zoeken op de naam of een gedeelte van de naam (letterinvoer) en zo snel naar het door u gewenste nummer gaan.
Druk kort op de "AS/PS"-toets om de alfabetische zoekfunctie te starten. Op het display verschijnt de weergave "AXX", waarbij de "A" knippert. Door te draaien aan de draaiknop ② kunt u nu de gewenste letter selecteren en met een druk bevestigen. U kun maximaal 3 letter opgeven voor de zoekfunctie. Nadat u de derde letter hebt geselecteerd, kunt u met de "BAND"-toets ⑭ het zoeken starten. Vervolgens worden de met het zoekwoord overeenkomende bestanden op het display weergegeven. Wanneer er meerdere zoekresultaten zijn, kunnen deze door te draaien aan de draaiknop ② worden bekeken en kan met een druk op de draaiknop worden geselecteerd.
Om de het zoeken te starten zonder alle drie de letters in te voeren, kunt u na het invoeren van de laatste zoekletter op de "BAND"-toets ⑭ drukken. Op het display verschijnt de naam van het eerste nummer dat de gezochte lettervolgorde bevat. Wanneer er meer dan een overeenkomend bestand is, kunt u de verschillende resultaten door te draaien aan de draaiknop ② op het display laten weergeven.
Om de weergave te starten, moet u opnieuw kort op de draaiknop ② drukken.
Aanwijzing:
Wanneer het apparaat geen passende zoekresultaten heeft gevonden, verschijnt weer de weergave "AXX".
15.9 Zoeken op comprimering
Met zoeken op comprimering kunnen bestanden met een bepaalde comprimering p[ het display worden weergegeven. Druk driemaal kort op de "AS/PS"-toets om het zoeken op comprimering te starten. Op het display de weergave "WMA", "MP3/" of "OGG/". Door te draaien aan de draaiknop ② kunt u nu de gewenste comprimering selecteren en met een druk op de "BAND"-toets ⑭het zoeken starten.
Op het display verschijnt het eerste nummer met de betreffende comprimering. Wanneer er meer dan een overeenkomend bestand is, kunt u de verschillende resultaten door te draaien aan de draaiknop ② op het display laten weergeven.
Om de weergave te starten, moet u opnieuw kort op de draaiknop ② drukken
15.10 In stappen van tien vooruit of achteruit springen
Wanneer u tijdens de weergave kort op voorkeuzetoets "5" ⑪ drukt, springt het apparaat 10 nummers achteruit. Wanneer u 10 nummers vooruit wilt springen, drukt u op voorkeuzetoets "6" ⑫
15.11 Pauze
Druk op PAUZE / voorkeuzetoets “1” ⑦ om de weergave van het huidige nummer te onderbreken. De weergave van het huidige nummer wordt onderbroken tot opnieuw op PAUZE / voorkeuzetoets “1” ⑦ wordt gedrukt of tot het apparaat wordt uitgeschakeld..
15.12 Herhalingsfuncties (repeat)
Druk tijdens de weergave kort op voorkeuzetoets "2" ⓐ om het huidige afgespeelde nummer continu te herhalen. Op het display verschijnt de weergave "RPT".
Druk opnieuw op voorkeuzetoets "2" ⑧ om de herhalingsfunctie te beëindigen. De afkorting "RPT" verdwijnt. De nummers worden weer normaal weergegeven.
15.13 Nummers scannen (intro)
Druk kort op voorkeuzetoets "3" Ⓞ om de nummers op het geheugenmedium te scannen. Op het display verschijnt de weergave "INT". Vervolgens wordt van alle nummers de eerste ca. 10 seconden afgespeeld.
Druk opnieuw op voorkeuzetoets "3" ⑨ om de scanfunctie te beëindigen. De afkorting "INT" verdwijnt.
Aanwijzing:
Wanneer het laatste nummer van een MP3-geheugenmedium is afgelopen, start de weergave automatisch opnieuw aan het begin.
15.14 Willekeurige weergave (random)
Druk tijdens de weergave kort op voorkeuzetoets "4" ^10 om de nummers op het geheugenmedium in willekeurige volgorde af te spelen. Op het display verschijnt de afkorting "RDM".
Druk opnieuw op voorkeuzetoets "4" ⑩ om de RANDOM-functie te beëindigen. De weergave "RDM" verdwijnt.
15.15 Subwoofer in- / uitschakelen
Het apparaat is voorzien van een subwooferuitgang aan de achterzijde. Druk langer dan 2 seconden op de "BAND"-toets ^14 om deze aansluiting te activeren. Op het display verschijnt het symbool .
Druk opnieuw langer dan 2 seconden op de "BAND"-toets ⑭ om de uitgang weer te deactiveren.
16 AUX-IN
De AUX-IN ^18 is een aansluiting waarop externe audioapparatuur via de betreffende koptelefoon- of AUX-uitgang op het apparaat kan worden aangesloten. De op deze apparaten weergegeven muzieknummers worden dan via de luidsprekers van het voertuig weergegeven. Daardoor kunnen b.v. muziekbestanden worden weergeven die op een mobiele telefoon, minidisk, iPOD ^® of cassetterecorder zijn opgeslagen.
Om externe audioapparatuur op de Bluetooth autoradio CRB-531 aan te sluiten, hebt u een verloopkabel nodig met een 2,5 mm en een 3,5 mm stekker, die bij levering is inbegrepen. Sluit deze kabel aan op de koptelefoonaansluiting of AUX-uitgang van het weergaveapparaat en start de weergave. Zet het volume van het weergaveapparaat op een gemiddelde waarde en regel vervolgens het volume via de SilverCrest CRB-531. Wanneer de weergavebron van de SilverCrest CRB-531 nog niet op AUX is ingesteld, moet u op de "MODE"-toets 📞 drukken tot op het display "AUX" verschijnt.
17 Instellingen
17.1 Menuniveau 1
Door een of meer keren kort te drukken op de volumedraaiknop ② kunnen de functies van menuniveau 1, volumeregeling, basinstelling, hooginstelling en de volumeverhoudingen tussen de luidsprekers links en rechts en voor en achter, worden geselecteerd en ingesteld.
Wijziging van de basinstelling (BASS)
Door tweemaal te drukken op de draaiknop ② komt u bij de basinstellingen. Op het display verschijnt de weergave "BAS" en de huidige ingestelde waarde (b.v. "+2"). Draai de draaiknop ② linksom of rechtsom om de versterking van de lage tonen te wijzigen. De versterking kan worden ingesteld tussen "-7" en "+7". De waarde wijzigt in stappen van 1.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Wijziging van de hooginstelling (TREBLE)
Door driemaal te drukken op de draaiknop ② komt u bij de hooginstellingen. Op het display verschijnt de weergave "TRE" en de huidige ingestelde waarde (b.v. "0"). Draai de draaiknop linksom of rechtsom om de versterking van de hoge tonen te wijzigen. De versterking kan worden ingesteld tussen "-7" en "+7". De waarde wijzigt in stappen van 1.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Wijziging van de volumeverhouding tussen rechter en linker luidsprekers (BALANCE)
Door viermaal te drukken op de draaiknop ② komt u bij de instelling van de verhouding tussen de rechts en links aangesloten luidsprekers.
Op het display verschijnt de weergave "BAL" en de ingestelde volumeverhouding tussen rechter en linker luidsprekers (b.v. "BAL 2R"). Draai de draaiknop ② linksom of rechtsom om de verhouding tussen de luidsprekers te wijzigen. Op het display verschijnt afhankelijk van de draairichting een "R" (rechter luidsprekers) of een "L" (linker luidsprekers) samen met een cijfer (b.v. "2R" of "4L"). Deze geven informatie over de richting waarin u de volumeverhouding wijzigt en over de mate van de wijziging. De verhouding tussen de rechter en linker luidsprekers kan worden ingesteld tussen "8R" en "8L".
De volumeverhouding tussen de luidsprekers wordt gewijzigd overeenkomstig deze instelling, waarbij het volume aan de ene zijde toeneemt en aan de andere zijde afneemt.
Aanwijzing:
- Wanneer de verhouding op "0"staat, is het volume aan beide zijden gelijk.
- Wanneer de draaiknop helemaal naar één kant is gedraaid op de maximale instelling "8", zijn de luidsprekers aan de andere kant uitgeschakeld. Draai opnieuw aan de draaiknop ② om dit te wijzigen.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Wijziging van de volumeverhouding tussen voorste en achterste luidsprekers (FADER)
Door vijfmaal te drukken op de draaiknop ② komt u bij de instelling van de volumeverhouding tussen voorste en achterste luidsprekers (FADER).
Op het display verschijnt de weergave "FAD" en de ingestelde volumeverhouding tussen voorste en achterste luidsprekers (b.v. "FAD 2F"). Draai de draaiknop ② linksom of rechtsom om de verhouding tussen de luidsprekers te wijzigen. Op het display verschijnt afhankelijk van de draairichting een "F" (voorste luidsprekers) of een "R" (achterste luidsprekers) samen met een cijfer (b.v. "2F" of "3R"). Deze geven informatie over de richting waarin u de volumeverhouding wijzigt en over de mate van de wijziging. De verhouding tussen de voorste en achterste luidsprekers kan worden ingesteld tussen "8F" en "8R".
De volumeverhouding tussen de luidsprekers wordt gewijzigd overeenkomstig deze instelling. Het volume aan de ene zijde neemt toe en aan de andere zijde neemt het af.
Aanwijzing:
- Wanneer de verhouding op "0"staat, is het volume aan beide zijden gelijk.
- Wanneer de draaiknop helemaal naar één kant is gedraaid op de maximale instelling "8", zijn de andere luidsprekers uitgeschakeld. Draai opnieuw aan de draaiknop om dit te wijzigen.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Aanwijzing:
Door zesmaal te drukken op de draaiknop ② komt u weer bij het volume. Wanneer u ca. 5 seconden niets aan het apparaat doet, springt het apparaat uit zichzelf terug naar de normale weergave.
17.2 Menuniveau 2
U komt op menuniveau 2 door de draaiknop gedurende ca. 2 seconden ingedrukt te houden. De afzonderlijke menuonderdelen kunt u bereiken door een of meer keren kort op de draaiknop te drukken.
Op menuniveau 2 kunnen de functies "INVOL" (inschakelvolume), "ADJ" (tijdinstelling), "TAVOL" (standaard volume voor verkeersinformatie), "EON" (automatische zenderomschakeling voor verkeersinformatie), "REC" (opnamefunctie-instellingen), "TELVOL" (standaard volume voor telefoongesprekken), "DSP" (klankinstellingen), "LOUD" (klankinstelling), "LOC" (afstandsinstelling voor zenderzoekfunctie), "STEREO" (omschakeling tussen stereo- en monoweergave) worden ingesteld.
"INVOL": inschakelvolume
Met de "INVOL"-functie kan het weergavevolume bij het inschakelen van het apparaat aan de persoonlijke voorkeur worden aangepast.
Om het inschakelvolume van het apparaat te wijzigen, moet u de draaiknop ② ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Daar kunt het inschakelvolume van het apparaat instellen door te draaien aan de draaiknop. Rechtsom draaien verhoogt het inschakelvolume, linksom draaien verlaagt het inschakelvolume. Het inschakelvolume kan worden ingesteld tussen 0 en 45. Daarbij is 0 = geen geluid en 45 = het maximale volume van het apparaat.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Aanwijzing:
Tijdens de weergave kan op elk moment met de draaiknop ② het volume aan de wensen van dat moment worden aangepast.
"ADJ": tijdinstelling
Om de tijd in te stellen resp. te wijzigen, moet u de draaiknop ② ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Druk zo vaak op de draaiknop ② tot u bij het menuonderdeel "ADJ" komt. Daar kunt de tijd van het apparaat instellen door te draaien aan de draaiknop. Rechtsom draaien wijzigt de ureninstelling, linksom draaien de minuteninstelling.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Aanwijzing:
Wanneer het apparaat een RDS-zender ontvangt met RDS-tijdsignaal, wordt de klok met regelmatige tussenpozen automatisch gelijk gezet.
"TAVOL": volume voor verkeersinformatie
Met de "TAVOL"-functie kan het volume voor verkeersinformatie aan de persoonlijke voorkeur worden aangepast.
Om het volume voor verkeersinformatie te wijzigen, moet u de draaiknop ② ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Druk zo vaak op de draaiknop ② tot u bij het menuonderdeel "TAVOL" komt. Daar kunt het volume voor verkeersinformatie van het apparaat instellen door te draaien aan de draaiknop. Rechtsom draaien verhoogt het volume
voor verkeersinformatie, linksom draaien verlaagt het volume voor verkeersinformatie. Het volume voor verkeersinformatie kan worden ingesteld tussen 0 en 45. Daarbij is 0 = geen geluid en 45 = het maximale volume van het apparaat.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Aanwijzing:
Tijdens de verkeersinformatie kan op elk moment met de draaiknop ② het volume aan de wensen van dat moment worden aangepast.
"EON": automatische zenderomschakeling voor verkeersinformatie
De "EON"-functie is een aanvullende RDS-dienst. Wanneer de huidige uitzending geen verkeersinformatie biedt, schakelt EON automatisch over naar de verkeersinformatie van een andere uitzending. Na de verkeersinformatie schakelt het apparaat terug naar de oorspronkelijke zender. Het ontvangen van verkeersinformatie "TA" moet daarvoor zijn geactiveerd.
Om de "EON"-functie te activeren, moet u de draaiknop ② ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Druk zo vaak op de draaiknop ② tot u bij het menuonderdeel "EON" komt. Daar kunt u de functie activeren ("ON") of deactiveren ("OFF") door te draaien aan de draaiknop. Wanneer de "EON"-functie is geactiveerd, verschijnt op het display "EON".
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
"REC": opnamefunctie-instellingen
Onder dit menuonderdeel kunt u voor opnames selecteren tussen WMA- en MP3-codering. De opnamefunctie wordt uitvoerig beschreven onder 17.3.
Om in het menu te komen, moet u de draaiknop ② ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Druk nu zo lang op de draaiknop ② tot u bij het menuonderdeel "REC" komt. Daar kunt u "WMA" of "MP3" selecteren door te draaien aan de draaiknop.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
"TELVOL": Standaard volume voor telefoongesprekken
Met de "TELVOL"-functie kan het volume voor telefoongesprekken aan de persoonlijke voorkeur worden aangepast.
Om het volume voor telefoongesprekken te wijzigen, moet u de draaiknop ② ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Druk zo vaak op de draaiknop ② tot u bij het menuonderdeel "TELVOL" komt. Daar kunt het volume voor telefoongesprekken instellen door te draaien aan de draaiknop. Rechtsom draaien verhoogt het volume voor telefoongesprekken, linksom draaien verlaagt het volume voor telefoongesprekken. Het volume voor telefoongesprekken kan worden ingesteld tussen 0 en 45. Daarbij is 0 = geen geluid en 45 = het maximale volume van het apparaat.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Aanwijzing:
Tijdens een telefoongesprek kan op elk moment met de draaiknop ② het volume aan de wensen van dat moment worden aangepast.
"DSP": klankinstellingen - 4-bands equalizer
In het "DSP"-menu kunt u selecteren uit vier verschillende klankinstellingen. De beschikbare klankinstellingen zijn "CLASSIC", "ROCK", "POP" en "FLAT". Bovendien kunt u de "DSP"-functie deactiveren ("DSP NONE").
Om een klankinstellingen te selecteren, moet u de draaiknop ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Druk zo vaak op de draaiknop tot u bij het menuonderdeel "DSP" komt. Daar kunt u de gewenste klankinstelling selecteren door te draaien aan de draaiknop.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Aanwijzing:
Na selectie van een klankinstelling verschijnt deze, samen met de weergave "DSP", op het display van het apparaat.
"LOUD": klankinstelling - op de gevoeligheid van het oor afgestemde volumecompensatie
Met de "LOUD"-functie kunnen met één druk op de knop de lage en hoge frequenties worden geaccentueerd om de verstaanbaarheid volumeafhankelijk te verbeteren.
Om de "LOUD"-functie te activeren, moet u de draaiknop ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Druk zo vaak op de draaiknop ② tot u bij het menuonderdeel "LOUDNESS" komt. Daar kunt u de functie activeren ("LOUD ON") of deactiveren ("LOUD OFF") door te draaien aan de draaiknop.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Aanwijzing:
- Bij activering van de "LOUDNESS"- functie ("LOUD ON") verschijnt op het display de weergave "LOUD". Bij deactivering verdwijnt deze.
"LOC": afstandsinstelling voor zenderzoekfunctie
De "LOCAL"-functie is van belang voor de zenderzoekfunctie. Hier kan worden geselecteerd of alleen naar lokale, krachtige zenders ("ON") of ook naar verder verwijderde zenders ("OFF") moet worden gezocht.
Om in het menuonderdeel te komen, moet u de draaiknop ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Druk nu zo lang op de draaiknop tot u bij het menuonderdeel "LOCAL" komt. U kunt "ON" of "OFF" selecteren door te draaien aan de draaiknop.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Aanwijzing:
Deze instelling heeft alleen invloed op de radiostand en kan uitsluitend bij geactiveerde radiostand worden uitgevoerd.
"STEREO": omschakeling tussen stereo- en monoweergave
In dit menuonderdeel kunt u selecteren tussen stereo- en monoweergave.
Om in het menu te komen, moet u de draaiknop ② ingedrukt houden tot u op menuniveau 2 komt. De "INVOL"-functie verschijnt. Druk nu zo lang op de draaiknop ② tot u bij het menuonderdeel "STEREO" komt. Daar kunt u "MONO" of "STEREO" selecteren door te draaien aan de draaiknop.
De instelling wordt opgeslagen wanneer u de gewenste waarde door een druk op de draaiknop ② bevestigt of door de automatische opslagfunctie (ca. 5 seconden niets aan het apparaat doen). Wanneer u de instelling bevestigt met een druk op de draaiknop ②, gaat u automatisch naar de eerstvolgende instelling. Wanneer u de automatische opslagfunctie gebruikt, keert het apparaat terug naar de standaardweergave.
Aanwijzing:
Deze instelling heeft alleen invloed op de radiostand en kan uitsluitend bij geactiveerde radiostand worden uitgevoerd.
17.3 Opname- en kopieerfunctie
Met de SilverCrest CRB-531 kunt u muziekstukken, radio-uitzendingen, nieuws, enz. opnemen op een SD/MMC-kaart of verwisselbare USB-gegevensdrager. U kunt daarbij gebruik maken van de comprimeringen WMA of MP3. Hoe u de comprimeringstand omschakelt is hierboven beschreven in de paragraaf "REC" onder 17.2. Elke muziek of radio-uitzending kan worden opgenomen van o.a. de radio, een CD of via de AUX-IN-ingang. Selecteer eenvoudig voorafgaand aan de opname de betreffende weergavebron met de "MODE"-toets ^2 .
Sluit een verwisselbare USB-gegevensdrager aan of steek een SD/MMC-kaart in de kaartsleuf om een opname te kunnen starten.
Aanwijzing:
Neem voor het maken van kopieën van auteursrechtelijk beschermd werk de wettelijk bepalingen in acht zoals die gelden op de locatie waar u zich bevindt. Neem bij twijfel contact op met een deskundige in uw omgeving.
Aanwijzing:
De door het apparaat op de gegevensdrager opgeslagen bestanden krijgen de volgende bestandsnamen:
- TRACK**.MP3 resp. TRACK**.WMA voor opnamen van audio-CD's
- Tuner**.MP3 resp. Tuner**.WMA voor opnamen van de radio
• LINE**.MP3 resp. LINE**.WMA voor opnamen via de AUX-IN - MUSIC**.MP3 resp. MUSIC**.WMA voor kopieën van MP3/WMA-CD's ** = oplopend nummer (01, 02, 03, ...)
Opnemen van CD
Wanneer u van een muziek-CD wilt opnemen, moet u deze selecteren met de "MODE"-toets 📄 en vervolgens gedurende ca. 3 seconden op de "DIS/REC"-toets 📋 drukken. Het opnamemenu verschijnt en u hebt nu de keuze uit "MMC ALL TRACK RECORD" (alle nummers van de CD op SD/MMC-kaart opslaan); "USB ALL TRACK RECORD" (alle nummers van de CD op verwisselbare USB-gegevensdrager opslaan), "MMC ONE TRACK RECORD" (huidige nummer van de CD op SD/MMC-kaart opslaan) of "USB ONE TRACK RECORD" (huidige nummer van de CD op verwisselbare USB-gegevensdrager opslaan).
Wanneer alleen een SD/MMC-geheugenkaart aanwezig is, wordt ook alleen de optie om op SD/MMC-kaart op te slaan aangeboden. Wanneer alleen een verwisselbare USB-gegevensdrager aangesloten is, wordt ook alleen de optie om op verwisselbare USB-gegevensdrager op te slaan aangeboden. Wanneer geen geheugenmedium is aangesloten resp. ingestoken, verschijnt de weergave "NO MEDIA" en wordt het opnameproces gestopt.
Om te selecteren op welk geheugenmedium de opname moet worden opgeslagen, moet u aan de draaiknop ② draaien tot de gewenste geheugenbron wordt weergegeven en de selectie bevestigen met de "BAND"-toets ⑭. De opname start vervolgens automatisch. Op het display begint de weergave "REC" te knipperen. Druk langer dan 3 seconden op de "DIS/REC"-toets ⑮ om een lopende opname te stoppen. De opname wordt gestopt.
Aanwijzing:
Neem voor het maken van kopieën van auteursrechtelijk beschermd werk de wettelijk bepalingen in acht zoals die gelden op de locatie waar u zich bevindt. Neem bij twijfel contact op met een deskundige in uw omgeving.
Opnemen van radio en AUX-IN
Wanneer u van de radio of via de AUX-IN wilt opnemen, moet u het radiostation resp. de AUX-IN selecteren met de "MODE"-toets 2 en vervolgens gedurende ca. 3 seconden op de "DIS/REC"-toets 2 drukken. Het opnamemenu verschijnt en u hebt nu de keuze uit "REC USB" (de opname wordt op de verwisselbare USB-gegevensdrager opgeslagen) of "REC MMC" (de opname wordt op SD/MMC-kaart opgeslagen).
Wanneer alleen een SD/MMC-geheugenkaart aanwezig is, wordt ook alleen de optie om op SD/MMC-kaart op te slaan aangeboden. Wanneer alleen een verwisselbare USB-gegevensdrager aangesloten is, wordt ook alleen de optie om op verwisselbare USB-gegevensdrager op te slaan aangeboden. Wanneer geen geheugenmedium is aangesloten resp. ingestoken, verschijnt de weergave "NO MEDIA" en wordt het opnameproces gestopt.
Om te selecteren op welk geheugenmedium de opname moet worden opgeslagen, moet u aan de draaiknop ② draaien tot de gewenste geheugenbron wordt weergegeven en de selectie bevestigen met de "BAND"-toets ⑭. De opname start vervolgens automatisch. Op het display begint de weergave "REC" te knipperen. Druk langer dan 3 seconden op de "DIS/REC"-toets ⑲ om een lopende opname te stoppen. De opname wordt gestopt.
Aanwijzing:
Neem voor het maken van kopieën van auteursrechtelijk beschermd werk de wettelijk bepalingen in acht zoals die gelden op de locatie waar u zich bevindt. Neem bij twijfel contact op met een deskundige in uw omgeving.
Kopiëren van MP3/WMA-CD naar SD/MMC-kaart resp. verwisselbare USB-gegevensdrager
Wanneer in de CD-speler van het apparaat een MP3- en/of WMA-CD aanwezig is en de "DIS/REC"-toets 📄 langer dan 3 seconden wordt ingedrukt, start het apparaat de kopieerstand voor het betreffende nummer. Wanneer meer dan een geheugenmedium op het apparaat beschikbaar is, verschijnt er een selectiedialoog.
Om te selecteren naar welk geheugenmedium moet worden gekopieerd, moet u op de "DIS/REC"-toets ② drukken tot de gewenste geheugenbron wordt weergegeven. Het kopieren wordt gestart door te drukken op de "BAND"-toets ⑭. Op het display verschijnt "COPY" en een getal dat de voortgang van het kopierproces aangeeft. Op het display begint de weergave "M.CARD" resp. "USB" te knipperen. Na afloop van het kopierproces speelt het apparaat het volgende nummer af.
Druk langer dan 3 seconden op de "DIS/REC"-toets ☎ om een lopend kopieerproces te stoppen. Het kopieerproces wordt gestopt.
Aanwijzing:
Neem voor het maken van kopieën van auteursrechtelijk beschermd werk de wettelijk bepalingen in acht zoals die gelden op de locatie waar u zich bevindt. Neem bij twijfel contact op met een deskundige in uw omgeving.
17.4 Nummer wissen
Tijdens de weergave van SD/MMC-geheugenkaart en verwisselbare USB-gegevensdrager kan het huidige nummer van de gegevensdrager worden gewist. Druk daarvoor tijdens de weergave van het betreffende nummer langer dan 3 seconden op de "DIS/REC"-toets. Op het display verschijnt "DELETE" (wissen). Druk op de "BAND"-toets om het nummer te wissen. Het nummer wordt vervolgens van de gegevensdrager verwijderd. Daarna gaat het apparaat verder met de weergave van het volgende nummer.
17.5 Bluetooth® telefoonfunctie
In de SilverCrest CRB-531 Bluetooth radio is een Bluetooth-module geïntegreerd waarmee telefoongesprekken kunnen worden gevoerd. Daarbij fungeert de Bluetooth-module als handsfree- voorziening door middel van een Bluetooth-verbinding met uw mobiele telefoon. Uw telefoon kan zo eenvoudig in het dashboardkastje, in de handtas of in de jaszak blijven zitten, terwijl u de handen vrij hebt om te rijden. U kunt via de Bluetooth-module gesprekken aannemen, gesprekken weigeren en zelf telefoneren. Er worden apparaten ondersteund met Bluetooth-versie V1.2 en V2.0 van praktisch alle bekende merken.
Voorwaarden
Om via de Bluetooth-module te kunnen telefoneren, moet uw mobiele telefoon voice-dial en Bluetooth ondersteunen. Verder moet de meegeleverde Bluetooth-microfoon correct zijn geïnstalleerd en op het apparaat zijn aangesloten.
De microfoon moet zich zo dicht mogelijk bij de telefonerende persoon bevinden om eventuele achtergrondgeluiden te minimaliseren. Neem voor een correcte aansluiting en installatie van de microfoon zonodig contact op met een vakman. In de afbeelding hiernaast ziet u een voorbeeld van installatie van de microfoon bovenaan de A-stijl van de auto. Installatie is echter ook op andere plaatsen mogelijk.
Voor de communicatie tussen apparaat en mobiele telefoon wordt gebruik gemaakt van Bluetooth-technologie. Daarbij wordt er een draadloze verbinding tussen de apparaten opgebouwd. Het bereik bedraagt ca. 10 meter. De Bluetooth-functie van het apparaat is direct na het inschakelen beschikbaar en wordt weergegeven door de knipperende, blauwe BTI-LED ⓐ.

Koppelen van de apparaten (pairing)
Schakel de SilverCrest CRB-531 Bluetooth radio in. Activeer nu de Bluetooth-functie van uw mobiele telefoon (zie voor gedetailleerde informatie daarover de gebruiksaanwijzing van uw mobiele telefoon) en zoek naar Bluetooth-apparaten. Zodra het zoeken is afgerond, meldt uw mobiele telefoon een nieuw apparaat met identificatie "CRB-531". Selecteer dit apparaat en geef als PIN-code "0000" op. De mobiele telefoon wordt nu verbonden en gekoppeld met de SilverCrest CRB-531 Bluetooth radio. De koppeling zorgt ervoor, dat u voortaan niet elke keer het wachtwoord hoeft in te voeren.
Radio en mobiele telefoon verbinden
Wanneer op uw mobiele telefoon de optie "Voor iedereen zichtbaar" is geactiveerd, verbindt de ingeschakelde Bluetooth autoradio CRB-531 zich automatisch met uw mobiele telefoon, zodra deze zich binnen bereik bevindt. Wanneer op uw mobiele telefoon de optie "Verborgen" is geactiveerd, is een handmatig koppelingverzoek van de mobiele telefoon nodig (zie voor gedetailleerde informatie daarover de gebruiksaanwijzing van uw mobiele telefoon). Wanneer telefoon en apparaat via Bluetooth met elkaar zijn verbonden, brandt de BTI-LED ② continu.
Aanwijzing:
Een mobiele telefoon met geactiveerd optie "Voor iedereen zichtbaar" is ook voor derden zichtbaar en evt. toegankelijk.
Telefoneren
Controleer dat uw telefoon is verbonden met het apparaat. Druk op de telefoontoets ③. Op het display verschijnt "V DIAL" en er klinkt een signaaltoon. Spreek de naam van de op te bellen persoon luid en duidelijk in de microfoon. Zodra uw telefoon het betreffende nummer heeft gevonden, wordt de verbinding tot stand gebracht en kan een gesprek worden gevoerd.
Gesprek beëindigen
Druk één keer kort op de telefoontoets ③ om een lopend gesprek of een belpoging te beeindigen.
Gesprek naar / van Bluetooth autoradio overzetten / overnemen
Tijdens een telefoongesprek kunt u dit gesprek overzetten naar de Bluetooth autoradio of hiervan overnemen. Na het overzetten loopt de audio-in- en -uitvoer van het gesprek via de luidsprekers resp. de microfoon van de auto. Na het overnemen loopt de audio-in- en -uitvoer via de mobiele telefoon.
Druk gedurende 2 seconden op de telefoontoets ⓣ om een telefoongesprek over te nemen van de Bluetooth autoradio. Het gesprek wordt dan overgedragen aan de mobiele telefoon en u kunt het gesprek voortzetten, ook wanneer u zich niet meer binnen bereik van de Bluetooth autoradio bevindt.
Druk twee keer kort op de telefoontoets ③ om een telefoongesprek naar de Bluetooth autoradio over te zetten (in enkele gevallen kan voor het overzetten een lange druk op de telefoontoets ③ nodig zijn). Het gesprek wordt dan overgedragen aan de Bluetooth autoradio en u kunt het gesprek voortzetten via de audio-installatie (microfoon en luidsprekers).
Aanwijzing:
Een telefoongesprek kan uitsluitend worden overgedragen wanneer beide apparaten al eerder gekoppeld zijn geweest en de mobiele telefoon in de stand "Voor iedereen zichtbaar" staat.
Een verkort overzicht en overige functies vindt u in onderstaande tabel.
Bluetooth functie-overzicht
| Toestand | Invoer | Functie | LCD-display | BTI-LED |
| Apparaat gereed GeenKort op de telefoontoets | invoerJ3drukken | Koppelen met de mobiele telefoon | LED knippertelke 5secondenLED knippertelke seconde | |
| Apparaten verbondenKort op de telefoontoets | 2x kort op de telefoontoets J3drukkenJ3drukken Voice-dial | Laatste-nummerherhaling | LED brandtcontinu | |
| Kiezen Kort op de telefoontoets | J3drukken Ophangen | LED brandtcontinu | ||
| Inkomend gesprek Kort | op de telefoontoets J3drukkenGesprek aannemen2x kort op de telefoontoets J3drukkenGesprek weigeren | Nummer van debeller b.v. 01234567890 | Nummer van debeller b.v. 01234567890 | LED brandtcontinu |
| Actief gesprek | Kort op de telefoontoets J3drukken Ophangen | LED brandtcontinu | ||
| Actief gesprekSpraakuitvoerbronwisselen | Langer dan 2 seconden op detelefoontoets J3drukken2x kort op de telefoontoets J3drukken(voor sommige telefoons moet voordeze actie lang op deze toetsworden gedrukt) | Spraakuitvoer naarmobiele telefoonoverzetten | LED brandtcontinuLED brandtcontinu | |
| Spraakuitvoer naar radiooverzetten | ||||
| Inkomend gesprektijdens een lopend gesprekKort op de telefoontoets | Gedurende 8 seconden geen invoer. J3drukken2x kort op de telefoontoets J3drukkenLanger dan 2 seconden op de telefoontoets J3drukken | OphangenGesprekaannemenGesprekweigerenGesprekparkeren | Nummer van debeller b.v. 01234567890LED brandt continuLED brandt continuLED brandt continu | LED brandt continu |
| Gekoppelde apparatenwissen | Langer dan 5 seconden op detelefoontoets J3drukken (nietmogelijk tijdens een lopend gesprek) | Gekoppeldapparaatwissen | LED knippert elkeseconde (wanneer de koppeling is gewist)LED knippert elke 5seconden (apparaat gereed) |
De Bluetooth autoradio ondersteunt, naast de hierboven beschreven functies, ook nog de functies:
AVRCP (Audio/Video Remote Control Profile)
Met AVRCP kan uw mobiele telefoon als afstandsbediening worden gebruikt voor de audiofuncties. Zie voor gedetailleerde informatie daarover en of uw mobiele telefoon deze functie ondersteunt de gebruiksaanwijzing van uw mobiele telefoon.
Met deze functie kunnen audiobestanden op uw mobiele telefoon worden afgespeeld. Zie voor gedetailleerde informatie daarover en of uw mobiele telefoon deze functie ondersteunt de gebruiksaanwijzing van uw mobiele telefoon.
Met de resetfunctie kan het apparaat worden gereset naar de standaardinstelling.
Druk op toets 19 van het apparaat om de resetfunctie te gebruiken. Het bedieningspaneel klapt dan automatisch omlaag. Druk nu met een dun, spits voorwerp op toets 2 op het apparaat. Het apparaat wordt vervolgens gereset en evt. uitgeschakeld.
Aanwijzing:
Bij het resetten naar de standaardinstellingen worden ook de tijd en alle opgeslagen radiozenders gereset resp. gewist.
18 Afstandsbediening
18.1 Beschrijving van de toetsen
De toetsen van de afstandsbediening vervullen dezelfde functies als de overeenkomstige toetsen op het apparaat.

| Toets | Functie | Paragraaf |
| 1 | Apparaat in- / uitschakelen 12.1 | |
| 2 | Verkeersinformatie | 13.5 |
| 3 | PTY-toets voor selectie van het zenderprofiel 13.4 | |
| 4 | Alternatieve Frequenties 13.6 | |
| 5 | Automatische zenderzoekfunctie nummerzoekfunctie | 13.3 |
| 6 | Zenderzoekfunctie vooruit, menunavigatie, volgend nummer | 13.3, 17.1 – 17.214.4 – 14.5 |
| 7 | Selectietoets, menutoets | 13.2 - 13.3, 15.7 – 15.9, 15.15, 17.1 – |
| 8 | Display omschakelen, opname starten/stoppen | 13.314.6 – 14.9 |
| 9 | Weergavebron selecteren 13.1, 14.1, 15.2 |

| Toets | Functie | Paragraaf |
| 10 | Geluid uitschakelen 12.3 | |
| 11 | Voorkeuzetoets 1, pauze | 13.314.3, 15.11 |
| Voorkeuzetoets2, nummers scannen (intro) | 13.314.7 | |
| Voorkeuzetoets 3, nummer herhalen (repeat) | 13.314.6 | |
| Voorkeuzetoets 4, willekeurige weergave | 13.314.8 | |
| Voorkeuzetoets 5MP3/ WMA-nummer - 10 | 13.315.10 | |
| Voorkeuzetoets 6MP3/ WMA-nummer + 10 | 13.315.10 | |
| 12 | Frequentiebereik selecteren 13.2 | |
| 13 | Zenderzoekfunctie achteruit, menunavigatie, vorignummer | 13.3, 17.1-17.2,14.4 -14.5 |
| 14 | Volume wijzigen 13.2 – 13.3 |
18.2 Vervangen van de batterij
Om de batterij te vervangen, moet u de vergrendeling aan de linkerzijde van het batterijvak iets naar rechts drukken. Het batterijvak kan nu naar voren worden uitgenomen.
Vervang de oude batterij door een nieuwe knoopcel van hetzelfde type (CR2025). Let bij het plaatsen van de batterij op de polariteit ("+" naar boven). Pak de batterij alleen aan de rand vast om contactproblemen te voorkomen.
Schuif nu het batterijvak met de nieuwe batterij weer terug in de behuizing. Let op dat het batterijvak weer in de behuizing vast klikt.

Verwijder voor het eerste gebruik van de afstandsbediening het borgstripje van het batterijvak. Anders zal de afstandsbediening niet goed werken.
Afvoeren van de batterij
Als consument moet u lege batterijen inleveren bij de leverancier of bij een door de overheid aangewezen inzamelpunt.
19 Productinformatie
19.1 Algemene informatie
| Algemene informatie | Afneembaar flip-down bedieningspaneelSemi-dot-matrix LCD-displayAmberkleurige toetsverlichting |
| Radiogedeelte | PLL tuner met 18 FM & 12 AM zendergeheugensRDS (PTY, TA, AF, PS, PI) |
| CD-gedeelte | CD/CD-R/CD-RW/MP3/WMA/OGG-CD-weergaveESP antishock CD/MP3/WMA/OGGMechanische antishock |
| Gebruik met geheugenkaart | SD/MMC-kaarten (tot max. 2 GB) |
| USB-stand | USB-aansluiting |
| MP3/WMA/OGG-CD-gebruik | MP3/WMA/OGG-weergaveMP3 ID3-tag weergave: titel, comprimering, artiest en albumTitelweergave met lopende tekstZoekfunctie (alfabetisch, op nummer, op comprimering) |
| Bluetooth telefoonfuncties | Versies 1.2 en 2.0; 7 profielen: A2DP, AVRCP, HSP, HFP |
| Uitgangsvermogen | 4 x 20 Watt (RMS)4-bands equalizer: Classic, Pop, Rock, FlatGeluid uitschakelenLINE-OUT: 2 x 2 V cinchaansluitingSubwooferuitgangAUX-IN: frontaansluiting met 2,5 mm stekker |
19.2 Technische specificaties
Algemeen
Voeding 12 V DC (11 V - 16 V)
Maximaal uitgangsvermogen 40 W x 4 kanalen
Geschikte luidsprekerimpedantie 4 – 8 Ω
Geschikt luidsprekervermogen 20 W x 4 kanalen
Zekering 15A
FM-stereoradio
Frequentiebereik 87,5 – 108,0 MHz
Gevoeligheid 10 dBμ
Frequentieresonantie 30 Hz – 15 kHz
Stereoscheiding 30 dB (1 kHz)
Image-resonantieverhouding 50 dB
IF-resonantieverhouding 70 dB
Audio signaal-ruisverhouding 55 dB
AM-radio
Audio signaal-ruisverhouding >80 dB
ESP (antishockfunctie)
Afstandsbediening
Type Infrarood
Batterij CR2025
Microfoon
Gevoeligheid -42 ± 3 dB
20 Afvoeren
Dit elektronica-apparaat valt onder de Europese richtlijn 2002/96/EG ter vermindering van elektronica-afval.

- Het is derhalve verboden dit apparaat bij het huisvuil te werpen.
- Informatie over het afvoeren van oude apparatuur kunt u krijgen bij uw gemeente en bij de winkel waar u dit product hebt aangeschaft.
- U kunt het apparaat gratis inleveren bij een gemeentelijke inzamelpunt.
- Door een juiste afvoer van oude apparatuur voorkomt u schade aan het milieu en uw gezondheid.
21 Probleemoplossing
Neem bij een storing eerst onderstaande aanwijzingen in acht voordat u het apparaat ter reparatie aanbiedt. Neem contact op met de Hotline wanneer u een probleem ondanks deze aanwijzingen niet kunt verhelpen. Probeer nooit het apparaat zelf te repareren. Daardoor vervalt de garantie op het apparaat.
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Het frame kan niet naar achteren van het apparaat af worden geschoven. | De transportbeveiligingsschroeven zijn niet verwijderd. | Verwijder de transportbeveiligingsschroeven en probeer het opnieuw.. |
| De demontagesleutels zijn niet correct ingestoken. | Steek de sleutels opnieuw in. Let erop dat de uitstulping van de demontagesleutel bij het insteken van het apparaat af moet wijzen. | |
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
| Het apparaat geeft geen muziek weer. | De aansluitkabels zijn niet correct aangesloten. | Controleer of alle kabels correct zijn aangesloten. |
| De “MUTE”- of “pauzetoets” is ingedrukt. Druk opnieuw op de “MUTE”- of “pauzetoets”. | ||
| Het apparaat kan niet worden ingeschakeld. | De aan/uit-knop is te kort ingedrukt. Hou de | aan/uit-knop langer ingedrukt. |
| Het bedieningspaneel is niet correct aangebracht. | Breng het bedieningspaneel opnieuw aan. | |
| Het contact is uitgeschakeld. Schakel het contact in. | ||
| De aansluitkabels zijn niet correct aangesloten. | Controleer of alle kabels correct zijn aangesloten. | |
| De zekering is doorgebrand. Vervang de zekering. | ||
| Het apparaat houdt de opgeslagen zenders niet vast. | De radio is niet correct aangesloten. Controleer of alle kabels correct zijn aangesloten. | |
| De temperatuur van het apparaat is te | Verlaag het volume. | |
| Contacten 4 en 7 zijn niet correct aangesloten of de voertuigfabrikant heeft deze contacten verkeerd aangesloten. | Maak de doorzichtige connectoren van de gele en rode kabels los en steek deze gekruist (geel op rood en rood op geel) weer in elkaar. | |
| De CD wordt niet volledig ingetrokken. | De twee transportbeveiligingsschroeven zijn niet of niet volledig verwijderd. | Verwijder de transportbeveiligingsschroeven en probeer het opnieuw. |
| De ingevoerde CD kan niet worden afgespeeld. | De CD is met de bedrukte zijde naar beneden ingevoerd. | Keer de CD om en probeer het opnieuw. |
| De CD is te erg bekrast. | Maak een nieuwe kopie van de originele CD of laat de CD repareren. | |
| De CD is vervuild. | Reinig de CD (zonder reinigingsmiddel, met alleen een pluisvrije doek). | |
| De temperatuur van het apparaat is te | Verlaag het volume. | |
| De CD bevat verkeerde of beschadigde gegevens. | De CD kan niet met dit apparaat worden gebruikt. Brand de muziekgegevens op een aparte gegevensdrager en probeer het opnieuw. | |
| De radio-ontvangst is slecht. | De ontvangstomstandigheden zijn slecht. Wijzig uw locatie voor een betere ontvangst. | |
| De radio-entvangst hapert of wordt vaak onderbroken. | De AF-functie is geactiveerd. Deactiveer de | AF-functie (zie paragraaf 17.2). |
| De radio ontvangt slechts enkele zenders | De REG-functie is geactiveerd. Deactiveer de | REG-functie |
| De muziek wordt door slechts één set luidsprekers weergegeven. | De BALANCE- en/of FADER-instellingen zijn verkeerd. | Controleer de BALANCE- of FADER-instellingen (zie paragraaf 17.1). |
| NO FILE | De CD voldoet niet aan de Compact Disc-norm of bevat geen MP3/WMA-bestanden. | Maak een CD die wel voldoet aan de Compact Disc-norm. |
| Niet alle MP3/WMA-nummers worden weergegeven. | De/het niet weergegeven bestand(en) hebben/heeft een verkeerde codering. | Codeer de/het bestand(en) opnieuw. |
| Er staan teveel bestanden op de CD. | Er mogen maximaal 1000 nummer op een CD staan. Maak een CD met minder dan 1000 nummers. | |