AR-M276 - Printer SHARP - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AR-M276 SHARP in PDF-formaat.
| Producttype | Multifunctionele laserprinter (printen, kopiëren, scannen) |
| Afmetingen (B x D x H) | Ca. 655 x 652 x 781 mm |
| Gewicht | Ca. 80 kg |
| Stroomvoorziening | 220-240 V, 50/60 Hz |
| Stroomverbruik (gemiddeld) | Ca. 1,2 kW in bedrijf |
| Printtechnologie | Laser, zwart-wit |
| Printsnelheid (A4) | Tot 27 pagina's per minuut |
| Maximaal papierformaat | A4 |
| Papiercapaciteit (standaard) | 500 vel in hoofdlade, 100 vel bypass |
| Scannen | Naar e-mail, USB, netwerk (optioneel) |
| Kopieersnelheid | Tot 27 kopieën per minuut (A4) |
| Geheugen | 64 MB (uitbreidbaar) |
| Netwerk | Ethernet 10/100 Base-T (optioneel) |
| Verbindingsmogelijkheden | USB 2.0, parallel |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatig reinigen van de glasplaat en het apparaat; toner vervangen indien leeg |
| Veiligheid | Niet blootstellen aan water; gebruik alleen in goed geventileerde ruimte |
| Reserveonderdelen & repareerbaarheid | Tonerpatroon (Sharp AR-271ST), drum (Sharp AR-271DR), onderhoudsset beschikbaar |
| Merk | Sharp |
| Model | AR-M276 |
Veelgestelde vragen - AR-M276 SHARP
Gebruikersvragen over AR-M276 SHARP
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AR-M276 - SHARP en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AR-M276 van het merk SHARP.
GEBRUIKSAANWIJZING AR-M276 SHARP
(Voor kopieermachine)
Pagina

Maak geen kopieën van zaken waarvan het wettelijk verboden is kopieën te maken. Het is normaal gesproken bij de nationale wet verboden van de volgende zaken kopieën te maken. Andere zaken kunnen verboden zijn door plaatselijke wetgeving.
● Geld
● Postzegels
- Obligaties
● Aandelen
● Bankcheques
- Cheques
● Paspoorten
● Rijbewijzen
In sommige gebieden zijn de "POWER" schakelstanden aangegeven met "I" en "O" op de kopieermachine in plaats van met "ON" en "OFF".
Houd "I" aan voor "ON" en "O" voor "OFF" als uw kopieermachine aldus gekenmerkt is.
Attentie!
Trek de stekker uit het stopcontact om de machine geheel van het net af te koppelen. Het stopcontact dient in de buurt van het apparaat geïnstalleerd te zijn en moet gemakkelijk toegankelijk zijn.
Waarschuwing
Dit is een product uit de klasse A. Bij particulier gebruik kan het voor radiostoringen zorgen, in welk geval de gebruiker de aangewezen maatregelen dient te nemen.
Dit apparaat voldoet aan de eisen van de richtlijnen 89/336/EEG en 73/23/EEG, gewijzigd door 93/68/EEG.
Het CE-merk wordt aangebracht op apparatuur indien de richtlijnen genoemd in de zin hiervoor van toepassing zijn op het product. (Deze zin is niet van toepassing in landen waar de hiervoor genoemde richtlijnen niet vereist zijn.)
INHOUDSOPGAVE
WAARSCHUWINGEN 3
● WAARSCHUWINGEN BIJ HET GEBRUIK VAN DIT APPARAAT 3
- BELANGRIJKE PUNTEN BIJ DE KEUZE VAN EEN OPSTELLINGSPLAATS.... 3
● WAARSCHUWINGEN BIJ HET GEBRUIK VAN DIT APPARAAT 4
● MILIEU INFORMATIE....5
HET GEBRUIK VAN HET HANDBOEK 5
● INFORMATIE OVER DE GEBRUIKSAANWIJZINGEN....5
● DE BETEKENIS VAN "R" BIJ AANDUIDINGEN VAN ORIGINEEL EN PAPIERFORMAAT....6
● BEGRIPPEN DIE IN DIT HANDBOEK WORDEN GEBRUIKT......6
BELANGRIJKE KENMERKEN....7
1 VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
NAMEN VAN ONDERDELEN EN FUNCTIES... 8
● BEDIENINGSPANEEEL....10
● TIPTOETSENPANEEL ....11
HET AAN EN UITZETTEN VAN HET
APPARAAT.... 13
● STROOM INSCHAKELEN....13
● STROOM UIT ....13
● OORSPRONKELIJKE INSTELLINGEN......14
● STROOMSPAARFUNCTIES .....14
HET LADEN VAN PAPIER 15
● PAPIER....15
● HET LADEN VAN PAPIER .....17
● PAPIERFORMAATINSTELLING VAN EEN LADE WIJZIGEN ....19
2KOPIEERFUNTIES
HOOFDSCHERM VAN DE KOPIEERFUNCTIE.. 21
NORMAAL KOPIËREN 22
KOPIËREN VANAF DE GLASPLAAT ......22
KOPIEREN VANAF DE RSPF....23
● PUNTEN WAAROP U BIJ HET KOPIEREN MOET LETTEN....24
● HANDINVOER (speciaal papier) ......26
AUTOMATISCH 2-ZIJDIG KOPIËREN ...... 27
● BIJ HET GEBRUIK VAN DE GLASPLAAT .....27
● HET GEBRUIK VAN DE RSPF....28
AFSTELLING BELICHTING 29
- HET SELECTEREN VAN HET SOORT ORIGINEEL EN HANDMATIG AFSTELLEN VAN DE BELICHTING....29
VERKLEINEN/VERGROTEN/ZOOM.... 30
● AUTOMATISCHE KOPIEERFACTORKEUZE. 30
● HANDMATIGE KOPIEERFACTORKEUZE ....31
- HET AFZONDERLIJKE SELECTEREN VAN DE VERTICALE EN HORIZONTALE KOPIEERFACTOREN (XY ZOOM kopiëren) .32
HET ONDERBREKEN VAN EEN
KOPIEERPROCES 34
3 COMFORTABELE KOPIEERFUNCTIES
AANGEPASTE KOPIEERFUNCTIES .... 35
KOPIEEN SORTEREN 35
KOPIEEN GROEPEREN 35
- OFFSET FUNCTIE 35
- SOREREN-NIETEN (wanneer de afwerking-eenheid (AR-FN5N) geïnstalleerd is)...... 37
● AFDRUKSTAND VAN HET ORIGINEEL EN NIETPOSITIES .... 37
SPECIALE FUNCTIONS ...... 39
● ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET
GEBRUIK VAN DE SPECIALE FUNCTIES ... 40
● KANTLIJNVERSCHUIVING.... 41
● WISSEN.... 42
● BOEKKOPIE 43
● INBINDKOPIE...... 44
● OPDRACHT SAMENSTELLING.... 45
● MULTISHOT 46
● ORIGINEEL FORMAAT...... 47
● DEKBLAD KOPIEREN.... 48
● Z/W OMKEREN FUNCTIE.... 50
4AANGEPASTE INSTELLINGEN
AANGEPASTE INSTELLINGEN 51
● ALGEMENE PROCEDURE VOOR
AANGEPASTE INSTELLINGEN...... 52
● INSTELLINGEN 53
OPDRACHTPROGRAMMA GEHEUGEN ..... 54
● OPSLAAN VAN EEN
OPDRACHTPROGRAMMA.... 54
● HET UITVOEREN VAN EEN
OPDRACHTPROGRAMMA.... 55
● HET WISSEN VAN EEN OPGESLAGEN PROGRAMMA 55
Volg de waarschuwingen op bij de toepassing van dit apparaat.
WAARSCHUWINGEN BIJ HET GEBRUIK VAN DIT APPARAAT
⚠ Waarschuwing:
- Het gebied van de heater is heet. Wees voorzichtig in dit gebied bij het verwijderen van vastgelopen papier.
- Kijk niet direct in een lichtbron. Anders kunt u uw ogen beschadigen.
① Attentie:
- Zet het apparaat niet snel na elkaar aan en uit. Wacht 10 tot 15 seconden na het uitschakelen voor u het apparaat weer inschakelt.
- De stroom van het apparaat moet uitgeschakeld zijn voordat u vervangstukken installeert.
- Plaats het apparaat op een stevige vlakke ondergrond.
- Installeer het apparaat niet op een vochtige of stoffige plaats.
- Wanneer het kopieerapparaat langdurig niet wordt gebruikt, bijv. tijdens de vakantie, dient u de aan/-uitschakelaar uit te zetten en de stekker uit het stopcontact te trekken.
- Wanneer u het kopieerapparaat verplaatst, dient u de aan-/uitschakelaar uit te zetten en de stekker uit het stopcontact te trekken.
- Bedek het apparaat niet met een stofkap, kleed of plasticfolie terwijl de stroom ingeschakeld is. Anders wordt de warmte-uitstraling verhindert, waardoor het apparaat beschadigd kan worden.
- Het gebruik van besturingen of het uitvoeren van andere procedures dan hier beschreven kan een schadelijke blootstelling aan straling ten gevolg hebben.
- Het stopcontact moet zich naast het apparaat bevinden en goed toegankelijk zijn.
BELANGRIJKE PUNTEN BIJ DE KEUZE VAN EEN OPSTELLINGSPLAATS
Door een onjuiste opstelling kan het apparaat beschadigd raken. Let op het volgende tijdens de installatie en wanneer de machine wordt verplaatst.

Wanneer het apparaat van een koude naar een warme plaats wordt verplaatst, kan er condensatie worden gevormd in het apparaat. De werking in deze toestand zal een slechte kwaliteit van de kopieën en storingen tot gevolg hebben. Laat de machine minstens 2 uur voor het gebruik op kamertemperatuur komen.
Installeer de kopieermachine niet op plaatsen die:
• vochtig, nat of erg stoffig zijn

- aan direct zonlicht worden blootgesteld

- slecht geventileerd zijn


- onderhevig zijn aan extreme temperatuurwisselingen of veranderingen in de luchtvochtigheid bijv. in de nabijheid van de airconditioning of verwarming.



Het apparaat dient in de nabijheid van een bereikbare contactdoos te worden geïnstalleerd voor een eenvoudige aansluiting en eventuele loskoppeling.
Sluit het netsnoer alleen aan op een contactdoos die aan de gespecificeerde spanning en stroomeisen voldoet. Controleer ook of de contactdoos correct geaard is.

Sluit het apparaat aan op een contactdoos die niet voor andere elektrische apparatuur wordt gebruikt. Indien er een verlichting op dezelfde contactdoos is aangesloten, kan het licht knipperen.
Laat voldoende ruimte open rond de kopieermachine voor onderhoud en behoorlijke ventilatie.

WAARSCHUWINGEN BIJ HET GEBRUIK VAN DIT APPARAAT
Let bij het gebruik van het apparaat op de volgende voorzorgmaatregelen voor een optimaal prestatievermogen.
Laat het apparaat niet vallen, stel het niet bloot aan schokken en stoot het niet tegen andere voorwerpen aan.
Bewaar reserve tonerpatronen op een koele droge plaats zonder deze uit de verpakking te nemen.
- Wanner deze aan direct zonlicht of extreme hitte worden blootgesteld, kan de kwaliteit van de kopieën gereduceerd worden.
Raak de fotogeleidende drum niet aan (groene gedeelte).
- Krassen of vlekken op de drum veroorzaken slechte kopieën.
| Golflengte 785 nm + 10 nm | /- 15 nm |
| Impulstijden (5,871 μs ± 0,1 μs)/7 mm | |
| Uitgangsvermogen 0,4 mW | ± 0,04 mW (600 dpi)0,2 mW ± 0,02 mW (1200 dpi) |
Informatie over handelsmerken
- Het Microsoft ^ Windows ^ besturingssysteem is een handelsmerk of copyright van Microsoft Corporation in de U.S.A. en andere landen.
- Windows® 95, Windows® 98, Windows® Me, Windows NT® 4.0, Windows® 2000 en Windows® XP zijn handelsmerken of copyrights van Microsoft Corporation in de U.S.A. en andere landen.
- IBM en PC/AT zijn handelsmerken van de International Business Machines Corporation.
- Acrobat® Reader Copyright © 1987- 2002 Adobe Systems Incorporated. Alle rechten voorbehouden. Adobe, het Adobe logo, Acrobat en het Acrobat logo zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
- PostScript ^ is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated.
- Macintosh, Power Macintosh, Mac OS, LaserWriter en AppleTalk zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer, Inc.
- Alle andere handelsmerken en copyrights zijn het eigendom van de respectievelijke eigenaars.
MILIEU INFORMATIE

Als ENERGY STAR® Partner, heeft SHARP bepaald dat zijn producten voldoen aan de ENERGY STAR® richtlijnen voor een efficiënt energiegebruik.
HET GEBRUIK VAN HET HANDBOEK
Dit apparaat is ontworpen om kopieerwerkzaamheden te vergemakkelijken met een minimale inname van bedrijfsruimte en maximaal bedieningsgemak. Om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden raden wij u aan deze handleiding goed door te lezen. Bewaar deze handleiding op een gemakkelijk te bereiken plaats, zodat deze vlug ingekeken kan worden.
INFORMATIE OVER DE GEBRUIKSAANWIJZINGEN
U vindt de volgende gebruiksaanwijzingen bij de machine:
Gebruiksaanwijzing voor de kopieermachine (deze gebruiksaanwijzing)
Deze gebruiksaanwijzing bevat een uitleg van machine en procedures voor het gebruik van de machine als kopieermachine.
Online-handleiding (voor de printer)
Deze handleiding bevindt zich op de CD-ROM en bevat een uitleg van de procedures om de machine te gebruiken als printer, netwerk printer en netwerk scanner.
Software installatiehandleiding (voor de printer)
Deze handleiding bevat instructies voor het installeren van de software waarmee de kopieermachine kan worden gebruikt in combinatie met uw computer en de procedures voor het instellen van de printer begininstellingen.
Gebruiksaanwijzing (voor netwerk scanner) (wanneer er een netwerk scanner is geïnstalleerd.)
Deze gebruiksaanwijzing bevat een uitleg van machine en procedures voor het gebruik van de machine als netwerk scanner.
Handleiding key operator
In dit handboek worden hoofdzakelijk de key operator programma's voor het beheer van het apparaat en de gerelateerde functies beschreven.
De key operator programma's voor de faxfuncties worden toegelicht in de gebruiksaanwijzing voor de fax.
DE BETEKENIS VAN "R" BIJ AANDUIDINGEN VAN ORIGINEEL EN PAPIERFORMAAT
Een "R" onderaan het origineel of papierformaat A4R (8-1/2" x 11"R) etc. betekent dat het origineel of het kopieerpapier in de liggende afdrukstand is geplaatst zoals op de onderstaande afbeelding.

Formaten die uitsluitend in de horizontale (liggende) afdrukstand kunnen worden geplaatst (B4, A3 (8-1/2" x 14", 11" x 17")) bevatten geen "R" in de afdrukstand.
BEGRIPPEN DIE IN DIT HANDBOEK WORDEN GEBRUIKT

Deze regels waarschuwen de gebruiker voor letsel wanneer de inhoud van de waarschuwing niet correct wordt opgevolgd.

Waarschuwt de gebruiker voor beschadigingen aan de machine of onderdelen als gevolg van het verkeerd uitvoeren van de veiligheidsmaatregelen.

De opmerkingen geven nuttige informatie over de specificaties, functies, prestaties, bediening e.d. van de machine.
Toelichting van woorden en afbeeldingen
- Deze gebruiksaanwijzing verwijst naar de zelfomkerende eenmalig doorvoerende origineelinvoer als "RSPF".
- De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing tonen de AR-M236/AR-M276 met de optionele RSPF (AR-RP7) en de optionele sorteerlade (AR-TR3). Uw machine kan er anders uitzien naar gelang het model en de geïnstalleerde opties, de basisbediening is echter gelijk.
- Voor de te installeren randapparatuur, zie "RANDAPPARATUUR" (p.76).

BELANGRIJKE KENMERKEN
Laser kopiëren op hoge snelheid
- Duur van de eerste kopie* ^1 bij 600 dpi* ^2 bedraagt slechts 4.8 seconden.
- De kopieersnelheid bedraagt 23 kopieën/min. (AR-M236) of 27 kopieën/min. (AR-M276) bij 600 dpi (niet in de super foto modus). Dit is ideaal voor bedrijfsgebruik en levert een grote bijdrage aan de productiviteit op het kantoor.
*1 De duur van de eerste kopie kan variëren afhankelijk van het stroomvoltage, de omgevingstemperatuur en andere werkomstandigheden.
*2 "dpi" ("dots per inch") is een maateenheid die wordt gebruikt om de resolutie te meten. De resolutie is de dichtheid van de beeldpunten die worden weergegeven op een afgedrukte of gescande afbeelding.
Digitale afbeeldingen op hoge kwaliteit
- Hoge kwaliteit kopieën op 600 dpi of 1200 dpi (super foto modus) worden uitgevoerd.
- Als aanvulling op de automatische belichtingsfunctie, kunnen er vier origineelfuncties worden geselecteerd: "TEKST" voor originelen met alleen tekst, "TEKST/FOTO" voor originelen met tekst en foto's, "FOTO" voor foto's en "SUPER FOTO" voor de reproductie van foto's met een hoge kwaliteit. De belichting kan binnen elke functie op 5 niveaus worden ingesteld.
Geavanceerde kopieerkenmerken
- Kopieën kunnen worden vergroot van 25% tot 400% in stappen van 1%.
- U kunt tot 999 kopieën continu afdrukken.
- 2-zijdig kopiëren kan automatisch worden uitgevoerd.
- Handige speciale functies zoals wissen, kantlijnverschuiving, 2 in 1 en 4 in 1, inbindkopie, boekkopie en dekbladkopie zijn beschikbaar.

Wisfunctie Kantlijn verschuiven



2 in 1 kopiëren 4 in 1 kopiëren



BoekkopieInbindkopieDekblad kopieren
- Key operator programma's maken de instelling of aanpassing van functies aan uw speciale wensen mogelijk. De key operator programma's kunnen ook worden gebruikt om de auditfucontie in te schakelen waarmee de beheerder het gebruik van het apapraat kan regelen.
Een zwart-wit LCD tiptoetsenpaneel vergemakkelijkt de bediening van het apparaat
- Het LCD display met zwarte achtergrond en witte letters van het tiptoetsenpaneel levert een stap-voor-stap begeleiding bij elke functie van de machine. Het tiptoetsenpaneel biedt zelfs instructies voor het verhelpen van papierstoringen en andere problemen die kunnen optreden.
Optionele eigenschappen
- Een optionele afwerkingeenheid maakt automatisch nieten van max. 30 bladen mogelijk.
- Dit apparaat kan als netwerk printer worden gebruikt wanneer de optionele printer uitbreidingskit geïnstalleerd is.
- Dit apparaat kan als faxtoestel worden gebruikt wanneer de optionele fax uitbreidingskit geïnstalleerd is.
- Dit apparaat kan als netwerk scanner worden gebruikt wanneer de optionele scanner uitbreidingskit geïnstalleerd is.
Milieu- en gebruiksvriendelijk ontwerp
- De machine is voorzien van voorverwarming en stroom-uitschakelfuncties om het stroomverbruik te minimaliseren wanneer de machine niet wordt gebruikt.
- De machine heeft een universele vormgeving, waarbij de hoogte van het bedieningspaneel en de vorm van de toetsen werd ontworpen om zo veel mogelijk gebruikers tevreden te stellen.
1
Hoofdstuk 1
VOORDAT U DE MACHINE
GAAT GEBRUIKEN
Dit hoofdstuk bevat basisinformatie, die moet worden gelezen voordat de machine wordt gebruikt.
NAMEN VAN ONDERDELEN EN FUNCTIES
Buitenkant

① Toevoer enkele bladen en omkeerfunctie (RSPF) (optioneel)
Plaats de originelen die u wilt scannen met de kopiezijde omhoog hier. (p.23)
② Documentdeksel (optioneel)
Plaats een origineel op de glasplaat en sluit het documentdeksel voor het kopieren begint.
③ Glasplaat
Plaats hier het origineel dat u wilt scannen met de kopiezijde naar beneden. (p.22)
④ Aan-/uitschakelaar
Hierop drukken om het toestel aan en uit te zetten. (p.13)
⑤ Handgrepen
Worden gebruikt bij het verplaatsen van de machine.
⑥ Bedieningspaneel
Bevat bedieningstoetsen en het tiptoetsenpaneel. (p.10)
⑦ Sorteerlade (bovenste lade) (optioneel)
Printafdrukken en ontvangen faxberichten komen in deze lade terecht.
⑧ Middelste lade:
Kopieën komen in deze lade terecht.
⑨ Voorklep
Open deze klep om vastgelopen papier te verwijderen en periodiek onderhoud uit te voeren. (p.66)
⑩ Papierlades
⑪ Zijklep rechtsboven
Open deze klep om vastgelopen papier te verwijderen wanneer er een optionele sorteerlade of afwerkingeenheid geïnstalleerd is. (p.70)
⑫ Zijklep
Open deze klep om vastgelopen papier te verwijderen (p.66)
⑬ Zijklep handgreep
Opentrekken om zijklep te openen. (p.66)
⑭ Papiergeleiders van de handinvoerlade
Pas deze aan de breedte van het papier aan. (p.18)
Binnenkant

Normaal papier en speciaal papier (zoals transparante film) kunnen in de handinvoerlade worden ingevoerd. (p.18)
⑯ Verlenging van de handinvoerlade
Trek de verlenging uit voor u papier in de handinvoerlade plaatst. (p.18)
⑰ Ontgrendelhendel van de tonercartridge
Wordt gebruikt om de tonercartridge te ontgrendelen. (p.72)
⑱ Toner cartridge
Bevat de toner. (p.72)
⑲ Draaiknop van de rollen
Draai deze knop om vastgelopen papier te verwijderen (p.66)
20 Fotogeleidende drum
Kopieerafbeeldingen worden gevormd op de fotogeleidende drum.

Raak de fotogeleidende drum niet aan (groene gedeelte). Anders kan de drum beschadigd raken en kunnen er vlekken op de kopieën komen.
②1 Ontgrendelingen van de fuseereenheid
Druk op deze ontgrendelingen om vastgelopen papier uit de fuseereenheid te verwijderen. (p.67)

De fuseereenheid is heet. Raak de fuseereenheid niet aan bij het verwijderen van vastgelopen papier. Anders kunt u brandwonden of ander letsel oplopen.
22 Papiergeleider van de fuseereenheid
Open deze geleider om vastgelopen papier te verwijderen (p.67)

De modelbenaming kunt u vinden op de voorklep van de machine.
BEDIENINGSPANEEEL

① Tiptoetsenpaneel
De status van het apparaat, meldingen en tiptoetsen worden op het paneel weergegeven. Het display toont de printstatus, de kopieerstatus of de status van de netwerk scanner, overeenkomstig de geselecteerde functie. Voor details, zie de volgende pagina.
② Functieselectietoetsen en indicaties
worden gebruikt om de displayfunctie van het tiptoetsenpaneel om te schakelen.
[KOPIE] toets
Indrukken om de kopieerfunctie te selecteren.
[AFDRUKKEN] toets/ONLINE indicatie/DATA indicatie
Indrukken om de printfunctie te selecteren.
• ONLINE indicatie
Er kunnen printgegevens worden ontvangen wanneer deze indicatie brandt.
• DATA indicatie
Er is een printopdracht in het geheugen. De indicatie brandt continu zolang de opdracht in het geheugen is en knippert wanneer de opdracht wordt geprint.
[SCANNEN] toets/DATA indicatie (wanneer de netwerk scanner optie geïnstalleerd is.)
Indrukken om de netwerk scanfunctie te selecteren wanneer de netwerk scanner optie geïnstalleerd is.
- DATA indicatie
Brandt continu of knippert wanneer er een scanafdruk wordt verzonden. (Zie "gebruiksaanwijzing (voor netwerk scanner)").
[FAX] toets/LINE indicatie/DATA indicatie (wanneer de faxoptie is geïnstalleerd.)
Indrukken om de faxfunctie te selecteren wanneer de faxoptie geïnstalleerd is.
• LINE indicatie
deze brandt terwijl er faxberichten worden verzonden of ontvangen.
• DATA indicatie
Knippert wanneer er een faxbericht in het geheugen wordt ontvangen en brandt continu wanneer er een faxbericht in het geheugen
wacht op het verzenden.
(Zie gebruiksaanwijzing voor faxtoestel.)
③ [TAAKSTATUS] toets
Indrukken om de actuele job status weer te geven. (p.12)
④ [GEBRUIKERSINSTELLINGEN] toets
gebruik deze toets om de diverse instellingen van de machine af te stellen, het contrast van het tiptoetsenpaneel en de key operator programma's inbegrepen. (p.52)
⑤ Numerieke toetsen
Hiermee worden numerieke waarden voor diverse instellingen ingevoerd.
⑥ [ACC.#-C] toets \*
Wanneer de auditfunctie ingeschakeld is, drukt u op deze toets nadat u een opdracht heeft voltooid om terug te keren naar het stand-by-bedrijf voor het invoeren van een accountnummer.
⑦ [#/P] toets (#P)
Met deze toets kunt u een opdrachtprogramma in de kopieerfunctie uitvoeren. De toets wordt ook gebruikt voor het kiezen in de faxmodus.
⑧ [WISSEN] toets ( )
Druk op deze toets om een aantal kopieën instelling te wissen of een opdrachtprogramma te annuleren.
⑨ [START] toets (⑩)
Druk deze toets in tijdens de kopieerfunctie, scannerfunctie of faxfunctie om te beginnen met het kopieren, netwerk scannen of faxen.
Deze toets knippert wanneer de automatische stroom-uitschakelfunctie geactiveerd is. Druk deze toets in om terug te keren naar de normale werking.
⑩ [ONDERBREKEN] key (✗)
hiermee kunt u een onderbreken kopieerbewerking uitvoeren. (p.34)
⑪ [ALLES WISSEN] toets (CA)
Stel de instellingen terug op de oorspronkelijke instellingen.
TIPTOETSENPANEEL
Het gebruik van het tiptoetsenpaneel
[Voorbeeld 1]

De items op het tiptoetsenpaneel worden geselecteerd door de hieraan gerelateerde toets in te drukken. Er klinkt een pieptoon om te bevestigen dat het item werd geselecteerd en de toets wordt geaccentueerd.
* Een dubbele pieptoon klinkt wanneer er een ongeldige toets werd bediend.
[Voorbeeld 2]

Grijs gemaakte toetsen kunnen niet geselecteerd worden.
De bevestigingspieptoon kan worden uitgeschakeld m.b.v. de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
De schermen van het tiptoetsenpaneel die in deze gebruiksaanwijzing worden getoond zijn afbeeldingen en kunnen er anders uit zien dan de actuele schermen.
Het selecteren van een functie
[Voorbeeld 1]

Items die zijn geaccentueerd op het moment dat het scherm verschijnt, zijn al geselecteerd en worden effectief wanneer de [OK] toets wordt aangetipt.
[Voorbeeld 2]
Wanneer u een selectie wilt annuleren, drukt u gewoon opnieuw op de toets, zodat deze niet meer geaccentueerd is.


De toets is niet meer geaccentueerd en de selectie is geannuleerd.
[Voorbeeld 3]

Wanneer de machine wordt gebruikt in de kopieer- of faxfunctie en er een speciale functie geselecteerd is, verschijnt er een icoon die deze functie aanduidt op het tiptoetsenpaneel. Wanneer dit icoon wordt aangetipt, zal het instelscherm van de functie (of een menuscherm) verschijnen waarin u de instellingen kunt controleren, aanpassen of annuleren.
Opdracht statusscherm (voor kopieren, printen, netwerk scannen en faxen)
Dit scherm wordt weergegeven wanneer de [TAAKSTATUS] toets op het bedieningspaneel wordt ingedrukt. Een lijst met opdrachten toont de actuele opdracht en de opgeslagen opdrachten of er wordt een lijst met voltooide opdrachten weergegeven.
De inhoud van de bewerkingen kan worden bekeken of opdrachten kunnen uit de rij worden gewist. Het volgende scherm toont de rij voor printopdrachten.

① Job lijst
Toont opgeslagen jobs en de job die actueel wordt uitgevoerd. Tip één van de toetsen ③ tot ④ in de bovenstaande afbeelding aan om het soort job te selecteren. De icoon naast elke jobnaam geeft de functie van de job als volgt aan:

Kopieerfunctie Printfunctie

Netwerk scannerfunctie

Faxfunctie (verzenden van jobs)

Faxfunctie (ontvangen van jobs)
De jobs in de job lijst verschijnen in de vorm van toetsen. Om een job prioriteit te verlenen of een job te onderbreken of te wissen, tipt u de toets van de job aan en bedien vervolgens de toets volgens de beschrijving in ⑦f . ⑧
*1:"PAPIER OP" in het job status display "PAPIER OP" in het job status display geeft aan dat het gespecificeerde papier niet meer in het apparaat aanwezig is. Vul het gespecificeerde papier bij. Indien het gespecificeerde papierformaat niet beschikbaar is en u in de printerfunctie bent, kan er een ander papierformaat in de handinvoerlade worden geplaatst om het printen te kunnen uitvoeren. (Zie het "Online-handleiding".)
② Functiekeuzeschakelaars
Gebruik deze om de joblijst functie te selecteren: "JOB RIJ"
(Opgeslagen/actueel uitgevoerde jobs) of "VOLTOOID" (afgewerkte jobs).
"JOB RIJ": Toont de jobs die opgeslagen zijn en de job die actueel wordt uitgevoerd.
"VOLTOOID": Toont de jobs die voltooid zijn. Let op dat kopieerjobs niet in de lijst verschijnen. Wanneer de
stroom uitgeschakeld is of wanneer de automatische stroom-uitschakelstand geactiveerd is wanneer er geen jobs zijn, worden de jobs in de "VOLTOOID" lijst gewist.
③ [AFDRUK OPDRACHT] toets
Hiermee kunt u de lijst voor uitgaande opdrachten voor alle functies bekijken (printen, kopieren en faxen).
④ [E-MAIL/FTP] toets
Toont een netwerk scanner opdracht (wanneer de netwerk scanner functie geïnstalleerd is.).
⑤ [FAX OPDRACHT] toets
Hiermee geeft u opgeslagen faxopdrachten en de faxopdracht die actueel uitgevoerd wordt weer (wanneer de faxoptie geïnstalleerd is.).
⑥ Displaykeuzetoetsen
Deze worden gebruikt om de pagina van de weergegeven joblijst te wisselen.
⑦ [STOP/WIS] toets
Hiermee kunt u een actueel uitgevoerde job onderbreken of wisse of een opgeslagen job wissen. Kopieeropdrachten en ontvangen faxberichten kunnen met deze toets niet worden onderbroken gewist. Kopieeropdrachten kunnen worden geannuleerd door de [WISSEN] toets ( ) of [ALLES WISSEN] toets ( ) in te drukken.
⑧ [PRIORITEIT] toets
Tip deze toets aan na het selecteren van een opgeslagen job in deze [JOB RIJ] lijst om deze job voor andere jobs te printen.
⑨ [DETAILS] toets
Toont informatie over de geselecteerde opdracht. Deze kan niet worden gebruikt voor een ontvangen faxbericht.
HET AAN EN UITZETTEN VAN HET APPARAAT
De aan-/uitschakelaar bevindt zich aan de linkerkant van het apparaat.

Wanneer de aan-/uitschakelaar aan is, start de machine in de functie die eerder werd gebruikt. De volgende uitleg gaat er van uit dat de eerder gebruikte functie de kopieerfunctie was.
STROOM INSCHAKELEN
Zet de aan-/uitschakelaar op de stand "ON" (aan).

- Wanneer de aan-/uitschakelaar op de "ON" stand verschijnt de melding "OPWARMFASE. ER KAN NU EEN KOPIEERJOB WORDEN INGESTELD." verschijnt in het meldingendisplay en de machine begint op te warmen. Wanneer "GEREED VOOR HET KOPIEREN." verschijnt is de machine klaar om te kopiëren. Kopieerinstellingen kunnen tijdens de opwarmfase worden geselecteerd.
- Wanneer de auditfunctie ingeschakeld is, verschijnt "VOER UW ACCOUNTNUMMER IN.". Wanneer er een geldig nummer wordt ingevoerd verschijnt de accountstatus gedurende enkele seconden op het hoofdscherm. Nu kan de kopieerbewerking worden uitgevoerd. (Zie het "Handleiding key operator".)
STROOM UIT
Wanneer het apparaat langer niet gebruikt gaat worden, dient u het uit te schakelen.
Controleer of de machine geen bewerking uitvoert en zet dan de aan-/uitschakelaar op de stand "OFF" (uit).

Wanneer de aan-/uitschakelaar wordt uitgezet terwijl de machine in werking is, kan er een papierstoring optreden en de actueel uitgevoerde job wordt geannuleerd.

Wanneer de fax optie geïnstalleerd is moet u de stroom ingeschakeld laten. Faxberichten kunnen niet worden ontvangen wanneer de stroom uitgeschakeld is.
OORSPRONKELIJKE INSTELLINGEN
De machine keert terug naar de oorspronkelijke instellingen wanneer deze voor het eerst wordt ingeschakeld, wanneer de [ALLES WISSEN] toets (CA) ingedrukt is, of de vooraf ingestelde "automatische wistijd" verstrijkt nadat de laatste kopie in een willekeurige functie werd gemaakt. Wanneer de machine terugkeert naar de oorspronkelijke instellingen, worden alle op dit moment gemaakte instellingen en geselecteerde functies geannuleerd. De automatische wistijd kan in de key operator programma's worden gewijzigd. (Zie het "Handleiding key operator".) De in het display weergegeven oorspronkelijke instellingen worden hierna getoond.

Functies en instellingen worden toegelicht op basis van het bovenstaande scherm.
Kopieerpercentage: 100%, belichting: automatisch, kopieerhoeveelheid: 0, Automatisch 2-zijdig: 1-zijdig naar 1-zijdig,
Automatische papierselectie: aan,
Papierlade: bovenste papierlade (bij stroom inschakelen zal de eerder geselecteerde papierlade opnieuw geselecteerd worden.)

De oorspronkelijke instellingen kunnen worden gewijzigd in de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
Voor de oorspronkelijke instellingen (oorspronkelijk scherm) van printer, fax, en scannerfuncties, zei de gebruiksaanwijzingen van deze functies.
STROOMSPAARFUNCTIES
De machine is voorzien van twee stroomspaarfuncties om het totale stroomverbruik te verminderen en op die manier de kosten te beperken. Bovendien behoudt deze energiebesparing de natuurlijke bronnen en helpt milieuvervuiling te verminderen. De twee stroomspaarfuncties zijn "Voorverwarmingstijd" en "Automatische uitschakelfunctie".
De tijdsinstellingen voor elke functie kunnen met de key operator programma's worden gewijzigd. (Zie het "Handleiding key operator".)
Voorverwarm functie
Wanneer de ingestelde tijd afgelopen is daalt de temperatuur van de fuseereenheid automatisch om het stroomverbruik in het stand-by-bedrijf te reduceren. De fabrieksinstelling is 15 minuten. Om terug te keren naar de normale werking, tipt u een willekeurige toets op het bedieningspaneel aan. Om een kopie te maken terwijl de machine in deze functie is, selecteert u gewoon de gewenste kopieerinstellingen en drukt u vervolgens de [START] toets in (2)
Automatische stroom-uitschakelstand
Wanneer de tijd verstrijkt wordt de stroom naar de fuseereenheid automatisch uitgeschakeld om het stroomverbruik te reduceren (gebaseerd op de richtlijnen van het Internationale Energy Star Programma.). De fabrieksinstelling is 60 minuten. Wanneer de machine in deze stand gaat, wordt het tiptoetsenpaneel uitgeschakeld en alleen de [START] toets ( ) knippert. Om terug te keren naar de normale werking, drukt u op de [START] toets ( ). Om te kopieren nadat het opwarmen is begonnen maakt u de gewenste kopieerselecties en drukt u op de [START] toets ( )
HET LADEN VAN PAPIER
Wanneer er een papierlade leeg raakt verschijnt er een melding op het tiptoetsenpaneel. Laad papier in de lade.

PAPIER
De specificaties voor de papiersoorten en -formaten die in de papiercassettes kunnen worden geladen zijn onderstaand vermeld.
Voor het beste resultaat raden wij u aan uitsluitend SHARP goedgekeurd papier te gebruiken.
| Lade nr. | Soort papierlade | Papiersoort | Formaat | Gewicht | Capaciteit | |
| 1 Bovenstepapierlade*1 | Normaal papierPapier met briefhoofdGerecycleerd papierGekleurd papier | A5 tot A3(5-1/2" x 8-1/2" tot 11" x 17") | 56 g/m2 tot105 g/m2(15 lbs. tot 28 lbs.) | 500 vel*4 | ||
| 2 Onderstepapierlade*2 | ||||||
| 3 500-vel papierinvoereenheid/Bovenste papierlade of 2 x 500-vel papier invoereenheid | ||||||
| 4 Onderste papierlade of 2 x 500-vel papier invoereenheid | ||||||
| Handinvoerlade Normaal papierPapier met briefhoofdGerecycleerd papierGekleurd papier | A6 tot A3(5-1/2" x 8-1/2" tot 11" x 17") | 56 g/m2 tot 128 g/m2(15 lbs. tot 34,5 lbs.)*3 | 100 vel*4 | |||
| 2 tot 56 g/m2(14 lbs. tot 15 lbs.) | 100 vel | |||||
| 2(54 lbs.) | 30 vel | |||||
*1 A5 (5-1/2" x 8-1/2") formaat kan alleen in lade 1 en de handinvoerlade worden geplaatst.
*2 B5 papierformaat kan niet in lade 2 worden geplaatst (B5R papier kan echter wel worden geplaatst.).
*3 Wanneer u groter papier dan A4 (8-1/2" x 11") formaat plaatst, gebruik dan geen papier met een gewicht dat zwaarder is dan 105 g/m² (28 lbs.).
*4 Het aantal vellen papier dat kan worden geplaatst hangt af van het gewicht van het papier.
Speciaal papier
Volg de hieronder beschreven maatregelen bij het gebruik van speciaal papier.
Enveloppen
Gebruik de volgende enveloppen niet (Dit zal leiden tot papierstoringen.).
- Enveloppen met metalen plaatjes, gespen, linten, gaten of schermen.
- Enveloppen met ruwe vezels, carbonpapier of gladde oppervlakken.
- Enveloppen met twee of meer flappen.
- Enveloppen met plakband, folie of waarbij er papier aan de flap is bevestigd.
- Enveloppen met een vouw in de flap.
- Enveloppen met lijm aan de flap die moet worden natgemaakt om de enveloppen te sluiten.
- Enveloppen met etiketten of postzegels.
- Enveloppen die enigszins zijn gevuld met lucht.
- Enveloppen met lijm die buiten het lijmgedeelte uitsteekt.
- Enveloppen waarbij een deel van het lijmgedeelte loslaat.
Papier met briefhoofd
Papier met briefhoofd is papier waarop vooraf aan de bovenkant informatie is geprint zoals bedrijfsnaam en adres.
SHARP
- Gebruik door SHARP goedgekeurde transparante film en etiketvellen. Het gebruik van papier dat niet door SHARP is goedgekeurd kan leiden tot papierstoringen of vlekken op de kopieën. Wanneer u papier gebruikt dat niet door SHARP is goedgekeurd, plaats dan één vel per keer met behulp van de handinvoerlade (probeer niet continu te kopieren of af te drukken met dit soort papier.).
- Er zijn veel verschillende soorten papier op de markt en niet elke papiersoort kan in deze machine worden gebruikt. Neem contact op met uw service leverancier voordat u speciaal papier gaat gebruiken.
- Maak eerst een testkopie met het speciale papier om te controleren of dit geschikt is voordat u papier dat niet is goedgekeurd door SHARP gaat gebruiken.
HET LADEN VAN PAPIER
Zorg ervoor dat de machine niet bezig is met kopieren of afdrukken en volg daarna de onderstaande stappen om het papier bij te vullen
Papierlade bijvullen
1 Trek de lade eruit tot aan het eindpunt.

Wanneer u het zelfde papierformaat bijvult als er geladen was, ga dan verder naar stap 4. Wanneer u een ander papierformaat in de lade vult, ga dan door met de volgende stap.
2 Knijp de vergrendelhendel van de voorste geleider samen en pas de voorste geleider aan de breedte van het papier aan.

3 Schuif de linker geleider naar de overeenkomstige sleuf volgens de marking in de lade.

Wanneer u 11" x 17" kopieerpapier gebruikt, plaats dan de linkergeleider in de sleuf aan de linker voorzijde van de papierlade.
4 Waaier het kopieerpapier.

- Plaats het papier met de printzijde omhoog in de lade.
- Voer het papier langs de papiergeleiders.
- De lade kan max. 500 vel 80g / m^2 (21 lbs.) papier bevatten.
- Laad het papier niet boven de maximumhoogte markering.
- Wanneer u papier toevoegt, verwijder dan het resterende papier uit de lade, combineer het met het nieuwe papier en laad dit opnieuw als een stapel.
6 Druk de papierlade stevig terug in de machine.

Wanneer u een ander papierformaat heeft geladen dan het vorige formaat, plaats dan de passende papierformaatkaart in de voorzijde van de papierlade om het nieuwe papierformaat aan te geven.

Papierformaatkaart
| Voorzijde | BS | A4 | A3 |
| Achterzijde | A5 | B7×11 |

Indien u een ander papierformaat heeft geladen dan het vorige, gaat u naar "PAPIERFORMAATINSTELLING VAN EEN LADE WIJZIGEN" (p.19).
Het laden van papier in de handinvoer
1 Vouw de handinvoerlade open.

Om het papierformaat correct te kunnen herkennen, moet u de verlenging van de handinvoer uittrekken.
2 Stel de papiergeleiders in op de breedte van het papier.

Belangrijke richtlijnen m.b.t. het plaatsen van papier in de handinvoerlade
- Zorg ervoor dat u A6 papier of enveloppen in de liggende afdrukstand plaatst zoals afgebeeld in het onderstaande diagram.
- Plaats het papier met de printzijde omlaag in de lade.

flowchart
graph LR
A["Liggende afdrukstand"] --> B["←"]
C["Staande afdrukstand"] --> D["←"]
E["Envelope"] --> F["←"]
- Zorg er bij het plaatsen van enveloppen voor dat deze glad en vlak zijn en, afgezien van de sluitklep, geen losse lijmdelen bevatten.
- Wanneer u papier toevoegt, verwijder dan het resterende papier uit de lade, combineer het met het nieuwe papier en laad dit opnieuw als een stapel. Het papier dat wordt toegevoegd moet van hetzelfde formaat zijn.
- Gebruik geen papierformaat dat kleiner is dan het origineel. Dit kan leiden tot vlekken of onduidelijke afbeeldingen.
3 Plaats het kopieerpapier (afdrukzijde omlaag) helemaal in de handinvoer-lade.

- Gebruik geen papier dat is bedrukt door een laserprinter of faxapparaat. Dit kan leiden tot vlekken of onduidelijke afbeeldingen.
PAPIERFORMAATINSTELLING VAN EEN LADE WIJZIGEN
Volg de onderstaande stappen om de papierformaatinstelling van een lade te wijzigen.
De papierformaatinstelling kan niet worden gewijzigd wanneer de machine tijdelijk is gestopt als gevolg van papiertekort, papierstoring of tijdens een onderbreking van het kopiëren.
Tijdens het afdrukken (zelfs in de kopieerfunctie) kan de papierformaatinstelling niet worden gewijzigd.

- Het papierformaat A5 (5-1/2" x 8-1/2") kan alleen voor lade 1 geselecteerd worden.
- Het papierformaat B5 kan niet voor lade2 geselecteerd worden (B5R papier kan echter wel worden ingesteld.).
- De ladeinstellingen behalve voor de handinvoerlade kunnen worden verboden in de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
1 Vul papier in de lade zoals toegelicht in "Papierlade bijvullen" (p.17).
2 Tip de [GEBRUIKERSINSTELLINGEN] toets aan.

Het menuscherm voor de aangepaste instellingen verschijnt.
3 Toets op de [LADE INSTELLINGEN] toets.

Het lade-instelscherm verschijnt.
4 Selecteer de lade waarin u het papier heeft gevuld.

Voor de ladenummers, zie "PAPIER" (p.15).
Wanneer de gewenste lade niet op het display verschijnt, gebruik dan de toets of toets om te balderen tot de lade verschijnt.
5 Selecteer het formaat en soort papier dat in de lade is geplaatst.

De actueel geselecteerde papiersoort wordt geaccentueerd.
- Om de selectie van de papiersoort te wijzigen, tipt u de desbetreffende toets aan.
- Om de selectie van het papierformaat te wijzigen, tipt u de desbetreffende toets aan.
- Om de weergegeven formaatselecties te veranderen in INCH-formaat, tipt u [AB INCH] aan.
6 Tip op de [OK] toets.
7 Er verschijnt een melding waarin u wordt gevraagd het papier in de lade te controleren. Controleer het papier en tip vervolgens op de [OK] toets.
U keert terug naar het lade-instelscherm.
Het instellen van de papiersoort in de handinvoerlade
Gebruik één van de twee volgende methods om het soort papier in te stellen voor de handinvoerlade.
Met de [GEBRUIKERSINSTELLINGEN] toets
1 Vul papier in de handinvoerlade zoals toegelicht in "Het laden van papier in de handinvoer" (p.18).
2 Tip de [GEBRUIKERSINSTELLINGEN] toets aan.

Het menuscherm voor de aangepaste instellingen verschijnt.
3 Toets op de [LADE INSTELLINGEN] toets.

Het lade-instelscherm verschijnt.
4 Toets op de [LADE INSTELLINGEN] toets.

5 Selecteer het formaat en soort papier dat in de lade is geplaatst.

"JAPANESE P/C" heeft betrekking op de officiële briefkaarten die in Japan worden gebruikt.
6 Tip op de [OK] toets.
U keert terug naar het lade-instelscherm.
Met de [PAPIERFORMAAT] toets
1 Vul papier in de handinvoerlade zoals toegelicht in "Het laden van papier in de handinvoer" (p.18).
2 Tip op de [PAPIERFORMAAT] toets

3 Tip de papierselectietoets aan.

4 Selecteer de papiersoort.

"JAPANESE P/C" heeft betrekking op de officiële briefkaarten die in Japan worden gebruikt.
5 Tip op de [PAPIERFORMAAT] toets
U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
Dit hoofdstuk geeft een uitleg van de basiskopieerfuncties zoals normaal kopiëren, verkleinen of vergroten en aanpassing van de belichting.
HOOFDSCHERM VAN DE KOPIEERFUNCTIE
Het hoofdscherm van de kopieerfunctie geeft meldingen, toetsen, en instellingen weer, die voor het kopiëren worden gebruikt. Tip een toets aan om een selectie te maken. Het hoofdscherm van de kopieerfunctie verschijnt wanneer de [KOPIEREN] toets wordt ingedrukt (Behalve wanneer het scherm voor aangepaste instellingen verschijnt).

- De melding varieert afhankelijk van het land en de regio.
- Het scherm varieert afhankelijk van de geïnstalleerde uitrusting.
① Meldingen display
Hier worden de statusmeldingen weergegeven.
② Kopieerhoeveelheid display
Geeft het aantal geselecteerde kopieën weer voor de [START] toets (wordt ingedrukt of het aantal resterende kopieën nadat de [START] toets (werd ingedrukt. Er kan een enkele kopie worden gemaakt wanneer "0" wordt weergegeven.
③ [2-ZIJDIGE KOPIE] toets (p.27)
Tip deze toets aan om het instelscherm van de dubbelzijdige kopieerfunctie weer te geven.
④ [UITVOER] toets (p.35)
Tip deze toets aan om sorteren, groeperen, sorteren nieten en andere uitvoerinstellingen te selecteren.
⑤ [SPECIALE FUNCTIES] toets (p.39)
Tip deze toets aan om het selectiescherm voor de speciale functies te openen.
⑥ Origineel toevoer display
Verschijnt wanneer er een origineel in de RSPF wordt geplaatst.
⑦ Papierformaat display
Hier wordt de locatie van de papierlade en het papierformaat in de papierladen weergegeven. "Geeft aan of er wel of geen papier is geladen. Er kan een papierlade worden aangetipt om de selectie van de papierlade te wijzigen.
⑧ Origineel formaat display
Geeft het origineel formaat aan wanneer er een origineel werd geplaatst voor het kopieren.
⑨ Belichtingsdisplay
Geeft de icoon van het geselecteerde belichtingstype en de belichtingsscala weer.
⑩ [BELICHTING] toets (p.29)
Gebruik deze toets om de belichting van de kopieën af te stellen.
⑪ Papierselectie display
Geeft het geselecteerde papierformaat aan. Wanneer de automatische papierselectiefunctie geselecteerd is verschijnt er "AUTO" wanneer u de automatische papierselectiefunctie selecteert.
⑫ [PAPIERFORMAAT] toets (p.22, p.26)
Druk op deze toets om het papierformaat te selecteren.
⑬ Kopieerfactor display
Geeft de geselecteerde kopieerfactor aan.
⑭ [KOPIEERFACTOR] toets (p.31)
Gebruik deze toets om de kopieerfactor weer te geven.
NORMAAL KOPIËREN KOPIËREN VANAF DE GLASPLAAT

Indien "AUDIT FUNCTIE" (p.56) ingeschakeld is, voert u uw 5-stellige accountnummer in.
1 Open de origineelklep/RSPF en plaats het origineel met de kopiezijde naar beneden.

[Hoe wordt het origineel geplaatst]
Leg de hoek van het origineel overeenkomstig de punt van de pijl ( ) in de linker achterhoek van de glasplaat zoals in de afbeelding wordt getoond.


2 Sluit de origineelklep/RSPF.

Het origineelformaat verschijnt op het tiptoetsenpaneel.

Als het origineelformaat niet automatisch wordt herkend, dient u dit handmatig in te stellen. (p.47)
3 Controleer of het zelfde papierformaat als het origineel automatisch wordt geselecteerd.

De geselecteerde lade wordt geaccentueerd. Wanneer de lade een ander papierformaat bevat dan het origineel, verschijnt "LAAD xxxx PAPIER."
Zelfs wanneer de boven-
staande melding wordt weergegeven, kan er met behulp van de geselecteerde lade worden gekopieerd.

- Voor het laden van papier, zie "HET LADEN VAN PAPIER" (p.15). Wanneer u het papierformaat in de lade wijzigt, moet u ook de instellingen van het papierformaat en -soort in de lade wijzigen. (p.19) - De papiersoorten voor de automatische papierselectie functie kunnen geselecteerd worden, of u kunt de functie uitschakelen m.b.v. de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
Handmatige selectie van het papierformaat (papierlade)
Wanneer automatische papierselectie in de key operator programma's werd uitgeschakeld en u een ander papierformaat wilt gebruiken dan het origineel, tipt u de [PAPIER-FORMAAT] toets aan en selecteert u de papierlade met het gewenste papierformaat. (Het geselecteerde papier wordt geaccentueerd en het papierselectiescherm gaat dicht). Om het scherm te sluiten zonder een papierformaat te selecteren, tipt u de [PAPIERFORMAAT] toets opnieuw aan.

4 Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ).

- Het cijfer in het kopieerhoeveelheid display wordt telkens met 1 verlaagd wanneer er een kopie werd gemaakt.
- Indien u alleen een enkele kopie maakt, kunt u de kopie maken terwijl het kopieerhoeveelheid display "0" weergeeft.
- Om een fout te wissen, drukt u op de [WISSEN] toets ( )c
![SHARP AR-M276 - Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ). - 2](/content/2026/06/1156045/images/8e860883e7fa28e33709467884093c972a0008a4f30a9bb36f7d33a614bbb7b8.jpg)
- Druk op de [WISSEN] toets (com het kopieren midden in een kopieerproces te stoppen.
- Om dezelfde kopieervolgorde te herhalen voor een ander origineel, dient u gewoon het origineel te vervangen en de [START] toets in te drukken ( )
- Wanneer het kopieren stopt omdat de lade leeg is, kunt u het kopieren hervatten door de [PAPIERFORMAAT] toets aan te tippen en de handinvoer te selecteren of een papierlade met hetzelfde papierformaat en -soort papier dat in dezelfde stand is geladen.
- Indien "AUDIT FUNCTIE" (p.56) ingeschakeld is, voert u uw 5-stellige accountnummer in.
- Wanneer de RSPF uitgeschakeld werd in de key operator programma's kan de RSPF niet gebruikt worden. (Zie het "Handleiding key operator".)
1 Controleer of er geen origineel op de glasplaat is achtergebleven en sluit vervolgens de RSPF.

Wanneer er een origineel op de glasplaat achterblijft, verschijnt er, "VERWIJDER HET ORIGINEEL VAN DE GLASPLAAT."in het tiptoetsenpaneel.
2 Stel de origineelgeleiders af op de breedte van het origineel.

3 Plaats de originelen met de geprinte zijde boven in de documentinvoer.

Plaats de originelen helemaal in de invoersleuf. Het origineelformaat verschijnt op het tiptoetsenpaneel.

- Er kunnen maximaal 100 vellen (90 g/m ^2 (24 lbs.)) tegelijkertijd worden ingevoerd.
- Als het origineelformaat niet automatisch wordt herkend, dient u dit handmatig in te stellen. (p.47)
4 Controleer of het zelfde papierformaat als het origineel wordt geselecteerd.

De geselecteerde lade wordt geaccentueerd. Indien geen van de lades hetzelfde papierformaat bevat als het origineel, verschijnt "LAADxxxx PAPIER".
Zelfs wanneer de bovenstaande melding wordt weergegeven, kan er met behulp van de geselecteerde lade worden gekopieerd.

- Voor het laden van papier, zie "HET LADEN VAN PAPIER" (p.15). Wanneer u het papierformaat in de lade wijzigt, moet u ook de instellingen van het papierformaat en -soort in de lade wijzigen. (p.19)
- Desgewenst kunt u handmatig de papierlade met het gewenste papiersoort selecteren zoals beschreven op pagina 22.
- De papiersoorten voor de automatische papierelectie functie kunnen geselecteerd worden, of u kunt de functie uitschakelen m.b.v. de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
- Wanneer het origineel groter is dan het papierformaat, kan het resultaat van het kopiëren vanaf de glasplaat verschillen van het resultaat van het kopiëren vanuit de RSPF. (p.22)
5 Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets (①)

- Het cijfer in het kopieerhoeveelheid display wordt telkens met 1 verlaagd wanneer er een kopie werd gemaakt.
- Indien u alleen een enkele kopie maakt, kunt u de kopie maken terwijl het kopieerhoeveelheid display "0" weergeeft.
- Om een fout te wissen, drukt u op de [WISSEN] toets ( )¢
![SHARP AR-M276 - Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets (①) - 2](/content/2026/06/1156045/images/5015161d4067bec6ca240968dfbf47c5023ed8bfd281312a332f464bf198b910.jpg)
- Druk op de [WISSEN] toets ( )com het kopie-ren midden in een kopieerproces te stoppen.
- Wanneer het kopieren stopt omdat de lade leeg is, kunt u het kopieren hervatten door de [PAPIERFORMAAT] toets aan te tippen en de handinvoer te selecteren of een papierlade met hetzelfde papierformaat en -soort papier dat in dezelfde stand is geladen.
Stroom-invoer-functie
Wanneer de stroom-invoer-functie is ingeschakeld in de key operator programma's verschijnt ca: % secon- den na het invoeren van de originelen "PLAATS ORIG. VOOR CONTINU TOEVOER." op het tiptoetsenpa- neel. Nieuwe originelen die in de RSPF worden geplaatst terwijl deze melding verschijnt, worden automatisch ingevoerd en gekopieerd.
Het kopieren van een groot aantal originelen De opdrachtfunctie is handig wanneer u meer origine- len wilt kopieren dan er tegelijkertijd in de RSPF kun- nen worden geplaatst. Voor informatie over de Opdrachtfunctie, zie "OPDRACHT SAMENSTELLING" (p.45).
PUNTEN WAAROP U BIJ HET KOPIEREN MOET LETTEN
Glasplaat en RSPF
- Papier dat in een andere afdrukstand is geplaatst dan het origineel kan geselecteerd worden wanneer de automatische papierselectie of automatische beeldfunctie ingesteld is. In dit geval wordt het beeld van het origineel gedraaid.
- Wanneer u een boek of een gevouwen of gekreukeld origineel kopieert, dient u voorzichtig op de glasplaat/RSPF te drukken. Hierdoor worden schaduwlijnen die worden veroorzaakt door een ongelijkmatig contact tussen het origineel en de glasplaat, gereduceerd.
- Wanneer de telfunctie van de middelste lade ingeschakeld is, wordt het aantal vellen dat in de uitvoerlade kan worden geleverd, gereduceerd tot 500 (alleen A4 en 8-1/2" x 11" formaat, de limiet voor alle andere formaten is 300 vellen). Wanneer er een afwerkingeenheid geïnstalleerd is, bedraagt de limiet 400 bladzijden. Wanneer de offsetfunctie wordt gebruikt, is de limiet ongeveer 300 vellen papier. Wanneer het limiet wordt bereikt, stopt het kopieren en gat het licht in de [START] toets (uit. Verwijder de kopieën uit de middelste lade en druk vervolgens op de [START] toets (om het kopieerproces te hervatten. De telfunctie van de middelste lade kan worden uitgeschakeld m.b.v. de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
Originelen die in de RSPF kunnen worden gebruikt
Er kunnen maximaal 100 originelen met hetzelfde formaat (A4, 90 g/m² (8-1/2" x 11", 24 lbs.)) in de RSPF worden geplaatst. Originelen met een andere lengte kunnen samen in de RSPF worden geplaatst, zolang de breedtes gelijk zijn, maar sommige kopieerfuncties werken dan eventueel niet correct.
Geschikte originelen
Originelen met een formaat van A5 tot A3 (5-1/2" x 8-1/2" tot 11" x 17") en een gewicht van 35 g/m² tot 128 g/m² (9 lbs. tot 34 lbs.) of 52 g/m² tot 105 g/m² (14 lbs. tot 28 lbs.) voor 2-zijdige originelen kunnen worden gebruikt.
Andere overwegingen
- Gebruik originelen binnen het aangegeven formaat- en gewichtbereik. Originelen buiten het gespecificeerde bereik kunnen papierstoringen veroorzaken.
- Verzeker u ervan dat er geen paperclips of nietjes in de originelen aanwezig zijn.
- Wanneer een origineel vochtige plekken heeft van correctievloeistof, inkt of lijm dient u deze eerst volledig te laten drogen voor u er een kopie van maakt. Anders kan de binnenkant van de RSPF of de glasplaat verontreinigd worden.
- De volgende originelen kunnen niet gebruikt worden. Dit kan leiden tot papierstoringen, vlekken of onduidelijke afbeeldingen.
- Projecties, blauwdrukpapier, ander transparant of doorschijnend papier en foto's
- Carbonpapier
• Thermisch kopieerpapier - Originelen die zijn gekreukt, gevouwen of gescheurd
- Gelijmde originelen, uitgesneden originelen
- Originelen met ringbandgaten
- Originelen die zijn afgedrukt met een inktlint (thermaal transfer print), originelen op thermaal afdrukpapier
Het verwijderen van de origineelklep
- Verwijder de origineelklep om kopieën te maken van grote originelen, zoals bijvoorbeeld kranten.
- Open de origineelklep en til deze op met een lichte achterwaartse hoek. Om de origineelklep weer te plaatsen doet u het tegenovergestelde.
- De RSPF kan niet worden verwijderd.

Het kopieren van originelen met verschillende lengtes (Gemengde toevoer)
Wanneer u de RSPF gebruikt kunnen er originelen met verschillende lengtes samen worden ingevoerd zolang de breedte van de originelen hetzelfde is.
Om gemengde originelen in te voeren, dient u de volgende stappen op te volgen:
1 Tip de [SPECIALE FUNCTIES] toets aan.
![SHARP AR-M276 - Tip de [SPECIALE FUNCTIES] toets aan. - 1](/content/2026/06/1156045/images/83aeff9e5fa91e06ef7c38aeb8549271225f87c79afe3f7bf9dca44309bad445.jpg)
flowchart
graph TD
A["SPEC.FUNCTIES"] --> B["2-ZIV GE KOPIE"]
2 Tip de toets aan en vervolgens de [FORMAAT ORIGINEEL] toets.

3 Selecteer de "INVOERFUNCTIE VOOR GEMENGDE ORIGINELEN" checkbox.

4 Tip op de [OK] toets.

De instelling wordt ingevoerd en u keert terug naar het hoofdscherm. de icoon van het origineelformaat wijzigt in (☐) om aan te geven dat gemengde toevoer werd geselecteerd.
![SHARP AR-M276 - Tip op de [OK] toets. - 2](/content/2026/06/1156045/images/f340e2a1713da72825b9d03b575aad9f63b6ea7032749e669e7b1b2ee81afe93.jpg)
Wanneer het kopieren wordt gestart in de gemengde toevoerfunctie worden alle originelen gescand voor het kopieren begint.
Automatische rotatie kopieerafdruk (rotatie kopiëren)
Wanneer de originelen in een andere afdrukstand worden geplaatst dan het kopieerpapier, wordt de afbeelding van het origineel automatisch 90°.geroteerd. Wanneer een afbeelding geroteerd wordt, wordt er een melding weergegeven.) Indien er een functie geselecteerd is die niet geschikt is voor het roteren, zoals het vergroten van de kopie tot groter dan A4 (8-1/2" x 11") formaat of kantlijnverschuiving, is roteren niet mogelijk.
[Voorbeeld]
Afdrukstand van het geplaatste origineel

Afdrukstand van het geladen papier

Kopie na rotatie


Printzijde omlaag Printzijde omlaag
- Deze functie werkt zowel in de automatische papierselectie zoals in de automatische beeldmodus. Rotatie kopieren kan worden uitgeschakeld in de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
HANDINVOER (speciaal papier)
De handinvoer moet worden gebruikt om speciaal papier in te voeren zoals transparante film en etiketten. In de handinvoer kunt u ook standaard kopieerpapier invoeren.
1 Plaats het origineel (de originelen). (p.22, p.23)
2 Plaats het kopieerpapier (afdrukzijde omlaag) helemaal in de handinvoerlade.

Voor papier dat geschikt is voor de handinvoerlade, zie "PAPIER" (p.15). Voor het laden van papier, zie "Het laden van papier in de handinvoer" (p.18).
3 Tip de [PAPIERFORMAAT] toets aan of de lade in de afbeelding van de machine op het tiptoetsenpaneel en selecteer de handinvoerlade.

Stel het soort papier in dat in de handinvoer is geplaatst. (p.20)
4 Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets (∅)

Het omschakelen van de startpositie van het kopiëren
Wanneer u op een speciaal papierformaat in de handinvoerlade kopieert, kan de startpositie voor het printen verticaal worden omgeschakeld voor een fijne afstelling van de afdrukpositie. Voor het aanpassen van de startpositie voor het printen, volgt u de onderstaande stappen op. Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer u speciale papierformaten vanuit de handinvoerlade toevoert.
1 Tip de [PAPIERFORMAAT] aan en vervolgens de [EXTRA BEELDAFSTELLING] op de handinvoerlade.
2 Gebruik de toets of toeks om de printpositie af te stellen en tip vervolgens de [OK] toets aan.
- De positie kan worden afgesteld van -10 mm tot +10 mm in 0.5 mm intervallen (-0.5 inch tot +0.5 inch in 0,02 inch intervallen).
- Wanneer er een instelling van -10 mm tot -0.5 mm (-0.5 inch tot -0,02 inch) geselecteerd is, zal de startpositie van het printen vanuit de standaardpositie naar voren worden bewogen. Wanneer een instelling van +0.5 mm tot +10 mm (+0,02 inch tot +0.5 inch) geselecteerd wordt, zal de startpositie van het printen naar achteren worden bewogen.

AUTOMATISCH 2-ZIJDIG KOPIËREN
Twee originelen kunnen automatisch op beide zijden van een enkel blad papier worden gekopieerd. Wanneer de RSPF wordt gebruikt kunnen er eenvoudig tweezijdige kopieën van tweezijdige originelen worden gemaakt.
| Origineel → papier | |||
| Glasplaat | Enkelzijdig origineel → Twee zijden (1)•2![]() | ||
| RSPF | Enkelzijdig origineel → Twee zijden (1)•2)![]() | Tweezijdig origineel → Twee zijden (2•2)![]() | Tweezijdig origineel → Enkelzijdig (2•1)![]() |

- Papierformaten die kunnen worden gebruikt zijn A5, B5, B5R, A4, A4R, B4 en A3 (8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 14" en 11" x 17").
- Wanneer u tweezijdige kopieën maakt op papier met briefhoofd, dient u de kant met het briefhoofd omlaag te plaatsen wanneer u een papierlade gebruikt of met het briefhoofd omhoog bij het gebruik van de handinvoerlade (Dit is het tegenovergestelde van normaal.).
- Automatisch tweezijdig kopiëren is niet mogelijk op dik papier, dn papier, etiketten, transparante film, enveloppen en andere speciale papiersoorten.
- Indien automatisch tweezijdig kopiëren wordt uitgevoerd in de super foto functie, kan het geheugen vol raken ("GEHEUGEN IS VOL, KIES EEN ANDERE BELICHTING." verschijnt.). Tip de [OK] toets aan om automatisch tweezijdig kopiëren te annuleren, stel de belichtingsfunctie op een andere dan super foto en selecteer opnieuw automatisch tweezijdig kopiëren.
- Automatisch tweezijdig kopieren kan worden uitgeschakeld in de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
- Wanneer Boekkopie (p.43) geselecteerd is, kan er geen 2-zijdig naar 2-zijdig of 2-zijdig naar 1-zijdig worden gebruikt.
BIJ HET GEBRUIK VAN DE GLASPLAAT
1 Plaats het origineel op de glasplaat. (p.22)
2 Tip de [2-ZIJDIGE KOPIE] toets aan.

flowchart
graph TD
A["2-ZIJDIGE KOPIE"] --> B["UITVOER"]
3 Tip de [1-zijdige naar 2-zijdige kopie] toets aan.

Tip de [BINDING WIJZIGEN] toets aan wanneer u tablet binding uitvoert of wanneer u automatische tweezijdige kopieën maakt van een eenzijdig A3 (11" x 17") of B4 (8-1/2" x 14") staand origineel, tipt u de [BINDING WIJZIGEN] toets
Origineel in staande afdrukstand (A3 of B4 (11" x 17" of 8-1/2" x 14") formaat)
Voor [BINDING WIJZIGEN]

Na [BINDING WIJZIGEN]

4 Tip op de [OK] toets.

5 Verzeker u ervan dat er automatisch een geschikt papierformaat wordt geselecteerd of selecteer een ander formaat met behulp van de [PAPIERFORMAAT] toets.

6 Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets (①)

Het origineel voor de voorzijde wordt gescand.
HET GEBRUIK VAN DE RSPF
1 Plaats de originelen in de documentinvoer. (p.23)
2 Tip de [2-ZIJDIGE KOPIE] toets aan.

flowchart
graph TD
A["2-ZIJDIGE KOPIE"] --> B["UITVOER"]
3 Tip de gewenste kopieerfunctie aan.

Tip de [BINDING WIJZIGEN] toets aan wanneer u tablet binding uitvoert of wanneer u automatische tweezijdige kopieën maakt van een eenzijdig A3 (11" x 17") of B4 (8-1/2" x 14") staand origineel, tipt u de [BINDING
Origineel in staande afdrukstand (A3 of B4 (11" x 17" of 8-1/2" x 14") formaat)
Voor [BINDING WIJZIGEN] Na [BINDING WIJZIGEN]


7 Verwijder het eerste origineel en plaats het origineel voor de achterzijde op de glasplaat. Sluit de origineelklep/RSPF en druk vervolgens op de [START] toets (⑨)

Om automatisch 2-zijdig kopiëren te annuleren, drukt u op de [WISSEN] toets (☐)

Wanneer u 2-zijdige kopieën van een oneven aantal originelen maakt, drukt u na het scannen van het laatste origineel op de [LEZEN KLAAR] toets.
4 Tip op de [OK] toets.

5 Verzeker u ervan dat er automatisch een geschikt papierformaat wordt geselecteerd of selecteer een ander formaat met behulp van de [PAPIER-FORMAAT] toets.

6 Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ).

AFSTELLING BELICHTING
HET SELECTEREN VAN HET SOORT ORIGINEEL EN HANDMATIG AFSTELLEN VAN DE BELICHTING
[AUTO] is standaard geselecteerd voor de automatische afstelling van het beeld overeenkomstig het origineel. Wanneer u het soort origineel wilt bepalen of de belichting handmatig wilt afstellen, plaatst u het origineel in de RSPF of op de glasplaat, controleert u het papierformaat en voert u de volgende stappen uit.
1 Tip op de [BELICHTING] toets.

2 Selecteer [TEKST], [TEKST/FOTO], [FOTO], of [SUPER FOTO] overeenkomstig het origineel.

Het selecteren van het soort origineel
- Er zijn vier origineelsoorten beschikbaar.
| TEKST | Wordt gebruikt voor normale tekst, blauwprint en licht potloodschrift. |
| TEKST/FOTO | Wordt gebruikt voor gemengde tekst/foto originelen en geprinte foto's. |
| FOTO | Wordt gebruikt voor foto's en wanneer u helderde halftonen wenst. |
| SUPER FOTO | Wordt gebruikt om foto's te kopieren met een hoge resolutie van 1200 dpi. |
- De automatische belichtingsafstelling kan alleen worden geselecteerd wanneer [TEKST] geselecteerd is voor het soort origineel.
3 Handmatig afstellen van de kopiebelichting.

Indien [TEKST] geselecteerd was voor het soort origineel, tipt u de [AUTO ◆ HANDMATIG] toets aan om [HANDMATIG] te selecteren en stelt u vervolgens de kopiebelichting af.
Tip de toets aan om donkerdere kopieën te maken. Tip de toets aan om lichtere kopieën te maken.

Richtlijnen voor de belichtingswaarden
1 - 2 Donkere originelen zoals kranten
3 Normale originelen
4 - 5 Licht gekleurde tekst of met potlood geschreven tekst
Om terug te keren naar de automatische belichting, voert u de volgende stappen uit:
1 Tip de [BELICHTING] toets aan.
2 Tip de [TEKST] toets aan.
De [AUTO ◆HANDMATIG] toets verschijnt wanneer [TEKST] geselecteerd is.
3 Tip de [AUTO ◆ANDMATIG] toets aan, zodat [AUTO] geaccentueerd wordt.
4 Tip de [OK] toets aan.
4 Tip op de [OK] toets.
U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
5 Controleer het papierformaat, selecteer het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets (®)

VERKLEINEN/VERGROTEN/ZOOM
Er zijn drie manieren om kopieën te vergroten en te verkleinen:
● Automatische kopieerfactorkeuze overeenkomstig het papierformaat .AUTOMATISCHE KOPIEERFACTORKEUZE (onderstaand)
- Het vastleggen van een factor met de reductietoet, vergrotingstoets of zoomtoets.. HANDMATIGE FACTORSELECTIE (p.31)
- Afzonderlijke selecties voor de verticale en horizontale factor ....XY ZOOM kopiëren (p.32)
De factoren kunnen worden geselecteerd naar gelang de volgende condities:
| Instelling soort origineel | Origineelpositie | Selecteerbare factoren |
| Anders dan super foto functie | Glasplaat 25 tot 400% | |
| RSPF 50 tot 200% | ||
| Super foto functie | Glasplaat 50 tot 200% | |
| RSPF 50 tot 141% |
AUTOMATISCHE KOPIEERFACTORKEUZE
De factor wordt automatische geselecteerd afhankelijk van het origineelformaat en papierformaat.
1 Plaats het origineel (de originelen). (p.22, p.23)
Het origineelformaat verschijnt op het tiptoetsenpaneel.

- Wanneer het origineelformaat niet in het tiptoetsenpaneel verschijnt, dient u het origineelformaat handmatig te selecteren. (p.47)
- De automatische kopieerfactorkeuze is niet mogelijk wanneer het origineel of het papier een ander formaat heeft dan standaardformaat.
2 Tip de [PAPIERFORMAAT] toets aan en selecteer vervolgens het gewenste papierformaat.
![SHARP AR-M276 - Tip de [PAPIERFORMAAT] toets aan en selecteer vervolgens het gewenste papierformaat. - 1](/content/2026/06/1156045/images/bc7f79129f63d59a26f61d091917d86ca20e5b75a5e94871dd9c6d3d02a54750.jpg)
De geselecteerde toets wordt geaccentueerd en het papierselectiescherm gaat dicht.
![SHARP AR-M276 - Tip de [PAPIERFORMAAT] toets aan en selecteer vervolgens het gewenste papierformaat. - 2](/content/2026/06/1156045/images/fffdc35b31f4004c74088389cc703fa5577969a85fa6806c079d88bb246ae574.jpg)
Indien het gewenste papier niet in één van de lades is gevuld, dient u het gewenst papier in een papierlade of in de handinvoerlade te vullen. (p.19)
3 Tip op de [AUTO BEELD] toets.

Er wordt een geschikte factor geselecteerd afhankelijk van het origineelformaat en het geselecteerde papierformaat. (De factor verschijnt op het tiptoetsenpaneel.)
![SHARP AR-M276 - Tip op de [AUTO BEELD] toets. - 2](/content/2026/06/1156045/images/f2f22c3f9216b754aa2354ff9793245a78a3448a2fa07acd833a59806bdafc66.jpg)
- Wanneer de automatische kopieerfactorkeuze geselecteerd is, wordt de [AUTO IMAGE] toets geaccentueerd in het hoofdscherm.
- Indien het origineel en het papier in verschillende afdrukstanden zijn, wordt het beeld automatisch gedraaid om aan de afdrukstand te voldoen (voor papierformaten A4 (8-1/2" x 11") of minder).
- De rotatie van het beeld kan worden uitgeschakeld in de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
- Wanneer "BEELD IS GROTER DAN KOPIEERPAPIER." in het tiptoetsenpaneel verschijnt, zal een deel van het beeld in de kopie ontbreken.
4 Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( )

![SHARP AR-M276 - Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ) - 2](/content/2026/06/1156045/images/f03e6f0641d16b4b62147997d2b3a04177a0c8463183c7d7a9c314215ab28b7a.jpg)
Om de automatische kopieerfactorkeuze te annuleren, tipt u de [AUTO IMAGE] toets aan.
HANDMATIGE KOPIEERFACTORKEUZE
Er zijn vijf (vier) vooringesteld reductiefactoren en vijf (vier) vooringesteld vergrotingsfactoren.
Bovendien kunnen de [ZOOM] toetsen (☐) worden ingedrukt om de factor in stappen van 1% te selecteren.
1 Plaats het origineel (de originelen). (p.22, p.23)
2 Tip op de [KOPIEERFACTOR] toets.

3 Gebruik de [MENU] toets om menu [1bf menu [ ] t2kiezen voor de selectie van de kopieerfactor.
Menu 1

• Vooringesteld reductietoetsen: 70%, 81%, 86% (64%, 77%)
• Vooringesteld
vergrotingstoetsen: 115%, 122% (121%, 129%), 141%
• [100%] toets 100%
Menu 2

• Vooringesteld reductietoetsen: 25%, 50%
• Vooringesteld vergrotingstoetsen: 200%, 400%
• [100%] toets 100%
4 Gebruik de vergroting- of reductietoetsen of de [ZOOM] toets (7) pm de gewenste kopieerfactor in te stellen.


De [ZOOM] toetsen (7)kunneh worden gebruikt om de factor in stappen van 1% te wijzigen
Tip de toets aan om het percentage te vergro- ten, of de toets om het percentage te verklei- nen. Door het ingedrukt houden van een [ZOOM] toets (Vijzig) de factor sneller.

- Tip een reductie of vergrotingstoets aan om het ca. percentage in te voeren, en tip vervolgens de [ ] toets aan om het percentage te verkleinen of de [ ] toets om het percentage te vergroten.
- Indien "BEELD IS GROTER DAN KOPIEERPAPIER." verschijnt is de geselecteerde kopieerfactor te groot voor het papierformaat. Indien u echter op de [START] toets (_) drukt, wordt er een kopie gemaakt.
5 Tip op de [OK] toets.

6 Verzeker u ervan dat er automatisch een geschikt papierformaat wordt geselecteerd of selecteer een ander formaat met behulp van de [PAPIER-FORMAAT] toets.

Indien AUTOMATISCHE PAPIERFORMAAT ingeschakeld is wordt het geschikt kopieerpapier automatisch geselecteerd op basis van het origineelformaat en de geselecteerde kopieerfactor.
7 Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( )

Om de factor terug te zetten op 100%, tipt u de [KOPIEERFACTOR] toets aan om het factormenu weer te geven en vervolgens de [100%] toets. (p.31, stap 3)
HET AFZONDERLIJKE SELECTEREN VAN DE VERTICALE EN HORIZONTALE KOPIEERFACTOREN (XY ZOOM kopieren)
De XY ZOOM functie maakt het mogelijk de horizontale en verticale kopieerfactor onafhankelijk van elkaar te wijzigen.
Voorbeeld: Verticale kopieerfactor op 100% en horizontale kopieerfactor op 50% ingesteld.


- De AUTO IMAGE/MULTI SHOT/INBINDKOPIE functie kan niet worden gebruikt in combinatie met de XY ZOOM functie.
- Om de XY ZOOM functie met de BOEKKOPIE functie te gebruiken (p.43), dient u eerst de BOEKKOPIE functie in te stellen en daarna de XY ZOOM functie.
1 Plaats het origineel (de originelen). (p.22, p.23)
2 Tip op de [KOPIEERFACTOR] toets.

3 Tip op de [XY ZOOM] toets.

De [X] toets is standaard geselecteerd (geaccentueerd) zodat u deze stap normaal gesproken niet moet uitvoeren (ga naar stap 5.).
Indien de [X] toets niet geaccentueerd is, voert u deze stap uit.
5 Gebruik de reductie-, vergroting en ZOOM (1) toelsen om de kopieerfactor in de horizontale (X) richting te veranderen.

Een vaste kopieerfactor wordt niet geaccentueerd wanneer deze wordt aangetipt.

De [ZOOM] toetsen (7-kulnen worden gebruikt om de factor in stappen van 1% te wijzigen
Tip de toets aan om het percentage te vergro- ten, of de toets om het percentage te verklei- nen. Door het ingedrukt houden van een [ZOOM] toets (7) wi zigt de factor sneller.

Tip een reductie of vergrotingstoets aan om het ca. percentage in te voeren, en tip vervolgens de [1 toets aan om het percentage te verkleinen of de [1 toets om het percentage te vergroten.
6 Tip op de [Y] toets.

7 Gebruik de reductie-, vergroting en ZOOM (☐)toeisen om de kopieerfactor in de verticale (X) richting te veranderen.

Een vaste kopieerfactor wordt niet geaccentueerd wanneer deze wordt aangetipt.

Indien u de horizontale factor opnieuw moet afstellen. tipt u opnieuw de [X] toets aan.
8 Tip op de [OK] toets.

9 Verzeker u ervan dat er automatisch een geschikt papierformaat wordt geselecteerd of selecteer een ander formaat met behulp van de [PAPIER-FORMAAT] toets.

Indien AUTOMATISCHE PAPIERFORMAAT ingeschakeld is wordt het geschikt kopieerpapier automatisch geselecteerd op basis van het origineelformaat en de geselecteerde kopieerfactor.
10 Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( )
![SHARP AR-M276 - Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ) - 1](/content/2026/06/1156045/images/b6d403696d92b2262cd34d0a5a13c563a020010e24573d8f7a6a57a13324ded4.jpg)
Om deze functie te annuleren tipt u de [ANNULEREN] toets in het XY ZOOM scherm aan.
HET ONDERBREKEN VAN EEN KOPIEERPROCES
Een kopieerproces kan tijdelijk worden onderbroken om een andere kopieerbewerking te kunnen uitvoeren. Wanneer de andere bewerking klaar is zal het kopieerproces worden hervat met de originele kopieerinstellingen.

Automatisch tweezijdig kopiëren, sorteren/groeperen kopiëren, nieten/sorteren,dekblad kopiëren, inbindkopie gemengde toevoer, opdrachten, job-programma's of multi shot kopiëren kan niet worden gebruikt voor het onderbreken van een kopieerproces.
1 Druk op de [ONDERBREKEN] toets (Pom het kopieerproces te onderbreken.

De [ONDERBREKEN] toets ( )knippert tot de machine klaar is voor de onderbreken bewerking, waarna de toets continu brandt.
Indien u de onderbreken bewerking wilt annuleren terwijl u de instellingen selecteert, drukt u op de [ONDERBREKEN] toets (⊖).
![SHARP AR-M276 - Druk op de [ONDERBREKEN] toets (Pom het kopieerproces te onderbreken. - 2](/content/2026/06/1156045/images/4a6b8d26d96e8c1924369617b562d3bf45400b6a440f6a15e2b7f12cedf045ed.jpg)
- Indien de auditfunctie ingeschakeld is, verschijnt er een mededeling waarin u wordt gevraagd uw accountnummer in te voeren. Voer uw accountnummer in met de numerieke toetsen. De kopieën die maakt worden bij uw account opgeteld.
- Indien er een origineel wordt gescand terwijl de [ONDERBREKEN] toets (∅) wordt ingedrukt, begint de onderbreken bewerking nadat het origineel is gescand. Indien er een kopie wordt geprint, begint de onderbreken bewerking nadat de kopie werd geprint.
2 Verwijder de vorige originelen en plaats het origineel/de originelen voor de onderbreken kopieerbewerking. (p.22, p.23)
3 Selecteer het aantal kopieën en de andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ).

De onderbreken kopieën worden verplaatst uitgevoerd van de vorige kopieën. (Offset functie, p.35)
4 Wanneer de kopieerbewerking voltooid is, drukt u op de [ONDERBREKEN] toets (∅en verwijdert u de originelen.

5 Vervang de vorige originelen en druk op de [START] toets (Dom het kopiëren voort te zetten.
Vervang alleen de originelen die nog niet werden gescand.
Dit hoofdstuk geeft een uitleg van de aangepaste kopieerfuncties en andere handige functies.
AANGEPASTE KOPIEERFUNCTIES
In dit gedeelte worden de sorteren, groeperen en offsetfuncties toegelicht evenals de sorteren-nieten functie, die wordt gebruikt om de uitvoer te nieten in combinatie met de sorteerfunctie als er een afwerkingeenheid is geïnstalleerd.
KOPIEEN SORTEREN
Deze functie wordt gebruikt om sets met kopieën samen te voegen. De kopieën worden in de middelste lade uitgevoerd en in de andere lades wanneer er een sorteerlade of een afwerkingeenheid is geïnstalleerd.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
A --> C["3"]
B --> D["4"]
C --> E["5"]
D --> F["6"]
E --> G["7"]
F --> H["8"]
KOPIEEN GROEPEREN
Deze functie wordt gebruikt om kopieën op paginanummer te groeperen. De kopieën worden in de middelste lade uitgevoerd en in de andere lades wanneer er een sorteerlade of een afwerkingeenheid is geïnstalleerd.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
A --> C["3"]
B --> D["4"]
B --> E["5"]
C --> F["6"]
C --> G["7"]
C --> H["8"]
C --> I["9"]
C --> J["10"]
OFFSET FUNCTIE
Elke set kopieën wordt verplaatst van de vorige set in de uitvoerlade gedeponeerd, zodat met de sets eenvoudig kan onderscheiden. (De offset functie kan in de middelste lade of in de offsetlade van de afwerkingeenheid worden gebruikt.)
Offset functie "AAN" Offset functie "UIT"

Inschakelen van de offsetfunctie
De offsetfunctie werkt wanneer er een checkmarkering verschijnt in de [STAFFEL] checkbox, die wordt weergegeven door de [UITVOER] toets aan te tippen. (Wanneer er geen checkmarkering verschijnt, tip dan de checkbox aan.)
1 Plaats de originelen in de RSPF of op de glasplaat. (p.22, p.23)

Wanneer de originelen in de RSPF geplaatst zijn, is de sorteerfunctie automatisch geselecteerd. (Om deze functie uit te schakelen, zie het "Handleiding key operator".)
Voorbeeld: 5 sets kopieën of 5 kopieën per pagina van 3 originelen
Originelen

2 Tip op de [UITVOER] toets.
![SHARP AR-M276 - Tip op de [UITVOER] toets. - 1](/content/2026/06/1156045/images/12d50bb4ec30a8bb37617052270239018f6282d1bfd29b96cfd576642a728691.jpg)
flowchart
graph TD
A["2-ZIJDIGE KOPIE"] --> B["UITVOER"]
3 Tip op de [SORTEREN] of [GROEP] toets.

4 Tip op de uitvoerlade die u wilt gebruiken.

De uitvoerlade kan alleen geselecteerd worden wanneer er een sorteerlade of afwerkingeenheid geïnstalleerd is.

Om de offset functie in te schakelen (p.35), tipt u p de [OFFSET] checkbox, zodat er een checkmarkering verschijnt. Om de offset functie uit te schakelen, tipt u de [OFFSET] checkbox opnieuw aan om de checkmarkering te wissen.
5 Tip op de [OK] toets.

6 Selecteer het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ).

7 [Bij het gebruik van de RSPF:]
Het kopieren start nadat de originelen gescand werden.
[Bij het gebruik van de glasplaat:]
Vervang het origineel door het volgende origineel en druk op de [START] toets (Herhaal deze stap tot alle originelen werden gescand en tip vervolgens de [LEZEN KLAAR] toets aan.
![PLANTS VIEWEND ORIGINEL, DRAK OF [START]. DRAK CP [BEGIN PLACE] INDITE GRAND. BEGIN PLACE](/content/2026/06/1156045/images/d95716214fe41a6270d7e2e2d8c82db027979494cfa433cb912a41fd77188637.jpg)
De kopieën worden als volgt gegroepeerd:
Sorteren Groeperen


5 sets kopieën 5 kopieën per pagina
Wanneer het geheugen vol raakt tijdens het scannen van de originelen, verschijnt "GEHEUGEN IS VOL. DRUK OP [START] OM TE BEGINNEN OF OP [CA] OM TE ANNULEREN. Om alleen de gescande originelen te kopieren, drukt u op de [START] toets (OM de bewerking te annuleren, drukt u op de [ALLES WISSEN] toets (A)
![SHARP AR-M276 - [Bij het gebruik van de glasplaat:] - 4](/content/2026/06/1156045/images/8bab310ddffaa2db04e1a0ad9d8401fa9864103c758b2cfab2aff9cb14850855.jpg)
Het aantal originelen dat in het geheugen kan worden gescand, kan worden vergroot door de geheugentoewijzing in de key operator programma's te vergroten of door het installeren van meer geheugen. (Zie het "Handleiding key operator".)
SORTEREN-NIETEN (wanneer de afwerkingeenheid (AR-FN5N) geïnstalleerd is)
In deze functie worden de kopieën samengevoegd, geniet en uitgevoerd in de offset lade. De sorteren-nieten functie kan alleen worden gebruikt wanneer er een afwerkingeenheid is geïnstalleerd.
| Nietpositie | Staande afdrukstand | Liggende afdrukstand | ||
| Linker bovenhoek | ![]() | Beschikbare papierformaten: A4 en B5 (8-1/2" x 11") Nietcapaciteit: Voor elk formaat kunnen er maximaal 30 vellen worden geniet. | ![]() | Beschikbare papierformaten: A3, B4 en A4R, (11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11" R) Nietcapaciteit: Voor elk formaat kunnen er maximaal 30 vellen worden geniet. |
AFDRUKSTAND VAN HET ORIGINEEL EN NIETPOSITIES
Wanneer de afdrukstand van de originelen niet overeenkomt met die van het kopieerpapier, worden de beelden gedraaid. De nietpositie varieert met de afdrukstand van het origineel.
Het gebruik van de RSPF
Voer de originelen met de printzijde omhoog in.
Bij het gebruik van de glasplaat
Plaats elk origineel met d e printzijde omlaag.


Wanneer u B4 of A3 (8-1/2" x 14" of 11" x 17") originelen kopieert met een staande afdrukstand, worden de kopieën op de onderstaand getoonde positie geniet.



- Wanneer u briefhoofd papier gebruikt in de sorteren-nieten functie, dient u het papier met het briefhoofd vooraan of rechts te laden zoals gtoond in het diagram.


- Originelen met verschillende formaten kunnen niet op de overeenkomstige papierformaten worden gekopieerd.
- De sorteren-nieten functie kan niet worden gebruikt wanneer deze in de key operator programma's werd uitgeschakeld. (Zie het "Handleiding key operator".)
- De offset functie (p.35) kan niet worden gebruikt.
1 Plaats het origineel (de originelen). (p.22, p.23)
2 Tip op de [UITVOER] toets.

3 Tip op de [SORTEREN-NIETEN] toets.

flowchart
graph TD
A["UITVOER"] --> B["SORTEREN"]
B --> C["NIETEK"]
C --> D["GROEP"]
D --> E["STAPPEIL-LADS"]
Wanneer de [SORTE- REN-NIETEN] toets geselecteerd is, wordt de offsetlade automatisch als uitvoerlade geselecteerd. De bovenste lade en de middelste lade kunnen niet worden gebruikt.
4 Tip op de [OK] toets.

5 Selecteer het aantal kopieën en andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets (⑨)

6 [Bij het gebruik van de RSPF:]
Het kopieren start nadat alle originelen werden gescand.
[Bij het gebruik van de glasplaat:]
Vervang het origineel door het volgende origineel en druk op de [START] toets (Herhaal deze stap tot alle originelen werden gescand en tip vervolgens de [LEZEN KLAAR] toets aan.
![PLAATS VOLKIND OR C NPK... DRUK OF [START]. DRUK CP [LEEKS KLAAR] INDIAN GERAID. LEEKS KLAAR](/content/2026/06/1156045/images/14f43b54ee8c6fde0bc277e0408755272240310b0dbbdea8d8064bdc594ec52f.jpg)
Wanneer het geheugen vol raakt tijdens het scannen van de originelen, verschijnt "GEHEUGEN IS VOL. DRUK OP [START] OM TE BEGINNEN MET KOPIEREN OF [CA] OM TE ANNULEREN2. Om alleen de gescande originelen te kopieren, drukt u op de [START] toets ( ) Om de bewerking te annuleren, drukt u op de [ALLES WISSEN] toets ( )

Het aantal originelen dat in het geheugen kan worden gescand, kan worden vergroot door de geheugentoewijzing in de key operator programma's te vergroten of door het installeren van meer geheugen. (Zie het "Handleiding key operator".)
SPECIALE FUNCTIES
Wanneer de [SPECIALE FUNCTIES] toets in het hoofdscherm van de kopieerfunctie wordt aangetipt, verschijnt het speciale functies scherm. Het scherm bevat de volgende speciale functietoetsen.

flowchart
graph TD
A["1: SPECIALE FUNCTIONS"] --> B["2: KANTLIJN VERSCHUIVING"]
B --> C["3: WISSEN"]
C --> D["4: INBINDKOPIE"]
D --> E["5: OPORACIT SAMENSTEL"]
E --> F["6: MULTISHOT"]
F --> G["7: OK"]
G --> H["8: FORMAAT ORIGINEEL"]
H --> I["9: VOORLAD"]
I --> J["10: Z/W OMKEREN"]
J --> K["11: OK"]
K --> L["12: 1303 KOPITERFACTOR"]
L --> M["13: 2/2"]
M --> N["Tip de [SPEC. FUNCTIONS"] toets aan in het hoofdscherm:]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style K fill:#f9f,stroke:#333
① [KANTLIJN-VERSCHUICING] toets (p.41)
Gebruik deze toets om het beeld op het kopieerpapier automatisch te verschuiven om randen voor het inbinden te creëren.
② [WISSEN] toets (p.42)
Gebruik deze toets om schaduwlijnen te wissen die op kopieën ontstaan wanneer er dikke originelen of boeken worden gekopieerd.
③ [BOEKKOPIE] toets (p.43)
Deze functie wordt gebruikt om aparte kopieën van e linker en rechter pagina van gebonden documenten.
④ [INBINDKOPIE] toets (p.44)
De inbindkopie functie wordt gebruikt om kopieën in de juiste volgorde te rangschikken om deze eventueel in het midden te kunnen nieten en in een boekvorm te vouwen. Er worden twee originele pagina's op elke kant van het papier gekopieerd, zodat er vier pagina's op een blad worden gekopieerd.
⑤ [OPDRACHT SAMENSTELLEN] toets (p.45)
Wordt gebruikt als er meer originelen gekopieerd moeten worden dan in één keer in de RSPF kunnen worden geplaatst. Zodoende kunt u de originelen in sets verdelen en deze achtereenvolgens in de RSPF scannen.
⑥ [MULTI SHOT] toets (p.46)
De multi shot kopieerfunctie wordt gebruikt om twee of vier originelen op een blad kopieerpapier te kopieren in één van vier mogelijke lay-out patronen.
⑦ ( )toets, () toets
Gebruik deze toetsen om de pagina's in het speciale functiescherm te veranderen.
⑧ [FORMAAT ORIGINEEL] toets (p.47)
Wordt gebruikt om het origineel formaat handmatig te selecteren. Wanneer het origineel formaat geselecteerd is zal de automatische kopieerfactor selectietoets automatisch een geschikte factor kiezen gebaseerd op het papierformaat.
⑨ [VOORBLAD] toets (p.48)
Druk op deze toets om een verschillend soort papier te gebruiken voor het voorste en achterste dekblad (Wanneer de RSPF geïnstalleerd is.).
⑩ [Z/W OMKEREN] toets (p.50)
Wordt gebruikt om zwarte en witte gedeeltes om te keren.
⑪ [OK] toets
Tip op deze toets om terug te keren naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.

Sommige functies kunnen niet met elkaar worden gecombineerd. Wanneer er een verboden combinatie van deze functies werd geselecteerd, verschijnt er een melding op het tiptoetsenpaneel.
ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE SPECIALE FUNCTIES
1 Tip de [SPECIALE FUNCTIES] toets aan.
![SHARP AR-M276 - Tip de [SPECIALE FUNCTIES] toets aan. - 1](/content/2026/06/1156045/images/cc7c6e59b8be1d3e99e3662fd2ab9906066c163239d001d1517a3c7f814fbcca.jpg)
2 Tip op de toets voor de gewenste speciale functie.

Voorbeeld:
Om de kantlijnverschui- ving in te stellen
De instelprocedure voor functies waarvoor verdere instellingen nodig zijn, begint op de volgende pagina.
KANTLIJNVERSCHUIVING
De kantlijnverschuiving zal de tekst of het beeld op het kopieerpapier automatisch 10 mm (1/2") verschuiven in de standaardinstelling.
1-zijdig kopiëren

Beeld naar rechts
verschoven

Kantlijn
Beeld naar links
verschoven

Kantlijn
Beeld omlaag
verschoven

Kantlijn
2-zijdig kopiëren

of
Beeld naar rechts
verschoven


Kantlijn
Beeld naar links
verschoven

Kantlijn
Beeld omlaag
verschoven

Kantlijn
- Rechts, links of omlaag kan geselecteerd worden voor de verschuivingrichting zoals in de afbeelding wordt getoond.
- De verschuivingfactor kan worden ingesteld van 0 mm tot 20 mm in stappen van 1 mm (0" tot 1" in stappen van 1/8").
- Wanneer de [OMLAAG] toets geselecteerd is, plaatst u de originelen zodanig dat de kantlijn die moet worden vergroot naar de achterzijde van de RSPF of de glasplaat ingesteld.

1 Tip de [KANTLIJN-VERSCHUIVING] toets op het speciale functies scherm.

Het instelscherm voor de kantlijnverschuiving verschijnt.
Het icoon voor de kant- lijnverschuiving (Evers- schijnt eveneens op het scherm om aan te geven dat de functie ingeschakeld is.
2 Selecteer de richting van de verschuiving.

De geselecteerde toets wordt geaccentueerd.
3 Stel de verschuivingfactor naar wens in en tip de [OK] toets aan.

Gebruik de 📁ets en de 📁setsen om de verschuivingfactor in te stellen. De verschuivingfactor kan worden ingesteld van 0 mm tot 20 mm in stappen van 1 mm (0" tot 1" in stappen van 1/8").
4 Tip de [OK] toets aan op het speciale functies scherm.
U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
Over de volgende stappen
Wanneer u de glasplaat gebruikt, zie pagina 22.
Wanneer u de RSPF gebruikt, zie pagina 23.

- Wanneer de kantlijnverschuiving geselecteerd is, functioneert rotatie kopieren niet.
- Deze eigenschap kan niet worden gebruikt bij papier dat geen standaard formaat heeft.
- Om de kantlijnverschuiving te annuleren, tipt u de [ANNULEREN] toets aan op het instelscherm voor de kantlijnverschuiving. (Zie het scherm van stap 3.)
WISSEN
De wisfunctie wordt gebruikt om schaduwlijnen te wissen die op kopieën ontstaan wanneer er dikke originelen of boeken worden gekopieerd. De te selecteren wisfuncties worden hierna getoond. De wisbreedte is oorspronkelijk ingesteld op 10 mm (1/2").



Verwijdert schaduwlijnen aan de randen van kopieën die worden veroorzaakt wanneer zwaar papier of een boek wordt gekopieerd.
MIDDEN WISSEN
Verwijdert schaduwlijnen die worden veroorzaakt door de ruggen van gebonden documenten.
RAND + MIDDEN WISSEN
Verwijdert schaduwlijnen rond de randen van kopieën en verwijdert de schaduw in het midden van kopieën.
1 Tip de [WISSEN] toets aan op het speciale functies scherm.

Het instelscherm voor het wissen verschijnt. Het icoon voor de kantlijnverschuiving (enz.) verschijnt even-eens op het scherm om aan te geven dat de functie ingeschakeld is.
2 Selecteer de gewenste wisfunctie.

Selecteer één van de drie wisfuncties. De geselecteerde toets wordt geaccentueerd.
4 Tip de [OK] toets aan op het speciale functies scherm.
U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
Over de volgende stappen
Indien de glasplaat wordt gebruikt, zie pagina 22. Indien de RSPF wordt gebruikt, zie pagina 23.

- Deze functie kan niet worden gebruikt met originelen die geen standaardformaat hebben.
- Deze functie kan niet geselecteerd worden wanneer gemengde invoer (p.25) wordt gebruikt.
- Om de wisfunctie te annuleren, tipt u de [ANNULEREN] toets aan op het instelscherm voor het wissen. (Zie het scherm van stap 3.)
3 Stel de wisbreedte naar wens in en tip de [OK] toets aan.
![SHARP AR-M276 - Stel de wisbreedte naar wens in en tip de [OK] toets aan. - 1](/content/2026/06/1156045/images/6a7e2d9efb0cda58d4a592282169c6cf26acfd973a0af1d52a823c8b5b4d08aa.jpg)
Gebruik de 🔒ets en de 🔒setsen om de wisbreedte in te stellen. De wisbreedte kan worden ingesteld van 0 mm tot 20 mm in stappen van 1 mm (0" tot 1" in stappen van 1/8").
BOEKKOPIE
De boekkopie functie maakt aparte kopieën van documenten die naast elkaar op de glasplaat worden geplaatst. Dit is handig bij het kopiëren van boeken en andere ingebonden documenten.
[Voorbeeld] Kopiëren van de rechter en linker pagina's van een boek
Boek origineel Boekkopie

1 Tip de [BOEKKOPIE] toets aan op het speciale functies scherm.

De [BOEKKOPIE] toets is geaccentueerd om aan te geven dat de functie ingeschakeld is en de boekkopie icoon ( verschijnt op het scherm.
2 Tip de [OK] toets aan op het speciale functies scherm.

U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
3 Plaats de originelen op de glasplaat. (p.22)

- Er kan een reductie-instelling worden geselecteerd wanneer u de boekkopie functie gebruikt, er kan echter geen vergrotingsinstelling geselecteerd worden.
- De boekkopie functie kan alleen worden gebruikt wanneer u vanaf de glasplaat kopieert. De RSPF kan niet worden gebruikt.
• B5 en A4 (8-1/2" x 11") papier kan worden gebruikt.
Bij het kopiëren van boeken:
Wanneer u een dik boek kopieert, drukt u licht op het boek om het tegen de glasplaat te drukken.

4 Controleer of er B5 of A4 (8-1/2" x 11") papierformaat werd geselecteerd.

Indien er geen B5 of A4 (8-1/2" x 11") papier werd geselecteerd, tipt u de [PAPIERFORMAAT] toets aan om B5 of A4 (8-1/2" x 11") papier te selecteren.
5 Selecteer het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ).

![SHARP AR-M276 - Selecteer het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ). - 2](/content/2026/06/1156045/images/bd7c91336639a8932037093eef383e9a8d14e193dc487de06f4473db60c67aed.jpg)
- Om de boekkopie functie te annuleren, tipt u de [BOEKKOPIE] toets aan in het speciale functies scherm. (De toets wordt niet meer geaccentueerd.) (Zie het scherm van stap 1.)
- Om schaduwen te wissen die worden veroorzaakt door het inbinden van documenten, gebruikt u de randen wisfunctie (pagina p.42). (Midden wissen en Rand + midden wissen kan niet worden gebruikt bij de boekkopie functie.)
INBINDKOPIE
De inbindkopie functie wordt gebruikt om kopieën in de juiste volgorde te rangschikken om deze eventueel in het midden te kunnen nieten en in een boekvorm te vouwen. Er worden twee originele pagina's op elke kant van het papier gekopieerd, zodat er in totaal vier pagina's op elk blad worden gekopieerd.
Deze functie is handig om kopieën in een attractieve boekvorm te rangschikken.
[Voorbeeld]: Het kopiëren van 8 originelen in de inbindkopie functie

1 Tip de [INBINDKOPIE] toets aan op het speciale functies scherm.

Het instelscherm voor inbindkopie verschijnt. Het icoon voor de inbindkopie (etc) verschijnt eveneens in de linker bovenhoek van het scherm om aan te geven dat de functie ingeschakeld is.
2 Bepaal of er 1-zijdige of 2-zijdige originelen gekopieerd moet worden.

3 Selecteer de rugpositie ([LINKER RUG] of [RECHTER RUG]) en toets vervolgens op de [OK] toets in het instelscherm voor inbindkopie.
![SHARP AR-M276 - Selecteer de rugpositie ([LINKER RUG] of [RECHTER RUG]) en toets vervolgens op de [OK] toets in het instelscherm voor inbindkopie. - 1](/content/2026/06/1156045/images/30014cfb9522f7fe9df9ec59aad142fbaa7db804a9778495d42f4b9c5b5ddf6c.jpg)
U keert terug naar het menuscherm van de speciale functies.
- Scan de originelen in de volgorde van de eerste pagina tot de laatste pagina. De kopieervolgorde wordt automatisch door het apparaat ingesteld.
- Er kan of linker rug (rechts naar links draaiing) of rechter rug (links naar rechts draaiing) geselecteerd worden.
- Er worden vier originelen op een blad gekopieerd. Blanco pagina's worden automatisch aan het einde gemaakt afhankelijk van het aantal originelen.
4 Tip de [OK] toets aan op het speciale functies scherm.
U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
5 Plaats het origineel (de originelen). (p.22, p.23)
6 Controleer of er automatisch een geschikt papierformaat werd geselecteerd.

Indien het gewenste papierformaat niet werd geselecteerd, gebruik dan de [PAPIERFORMAAT] toets om het papierformaat te selecteren. Nadat het papier werd geselecteerd tipt u de [AUTO IMAGE] toets aan. De
passende kopieerfactor wordt automatisch geselecteerd.
7 Selecteer het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( )
8 [Bij het gebruik van de RSPF:]
Het kopieren start nadat alle originelen werden gescand.
[Bij het gebruik van de glasplaat:]
Vervang het origineel door het volgende origineel en druk op de [START] toets (Herhaal deze stap tot alle originelen werden gescand en tip vervolgens de [LEZEN KLAAR] toets aan.
Wanneer de inbindkopie functie geselecteerd is, wordt automatisch 2-zijdig kopieren geselecteerd.
![SHARP AR-M276 - [Bij het gebruik van de glasplaat:] - 1](/content/2026/06/1156045/images/f2c04d3ed00541e9fbeab516612673d5ef38e36279a7a51d9f36f1a1e9733e71.jpg)
Om de inbindkopie functie te annuleren, tipt u de [ANNULEREN] toets aan op het instelscherm voor inbindkopie. (Zie het scherm van stap 2.)
OPDRACHT SAMENSTELLING
Wordt gebruikt als er meer originelen gekopieerd moeten worden dan in één keer in de RSPF kunnen worden geplaatst. Het maximum aantal originelen dat tegelijkertijd in de RSPF kan worden geplaatst, is 100,)

- Wanneer het geheugen vol raakt tijdens het scannen van de originelen, verschijnt "GEHEUGEN IS VOL. DRUK OP [START] OM TE BEGINNEN OF OP [CA] OM TE ANNULEREN. Om alleen de gescande originelen te kopiëren, drukt u op de [START] toets (④). Om de bewerking te annuleren, drukt u op de [ALLES WISSEN] toets (⑤)
- Afhankelijk van de inhoud van de originelen kan het geheugen vol raken voordat er 100 originelen werden gescand. In dit geval drukt u op de [START] toets (Vom de originelen die werden gescand te kopieren en vervolgens plaatst u de originelen die nog niet werden gescand in de RSPF en herhaalt u de kopieerprocedure.
- Om het aantal originelen dat kan worden gescand, te vergroten, kunt u extra geheugen installeren of de geheugentoewijzing in de key operator programma's vergroten. (Zie het "Handleiding key operator".)
Voorbeeld: Kopiëren van 130 pagina's (A4 (8-1/2" x 11") originelen)
Originelen

* Verdeel de originelen in sets van maximaal 100 pagina's. Scan de sets beginnende bij de eerste pagina van set A.
1 Tip de [OPDRACHT SAMENSTELLEN] toets aan op het speciale functies scherm.

De [OPDRACHT SAMENSTELLEN] toets wordt geaccentueerd. De opdracht samenstellen icoon (# verschijnt ook op het scherm om aan te geven dat de functie ingeschakeld is.
2 Tip de [OK] toets aan op het speciale functies scherm.

U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
3 Plaats de originelen in de RSPF p.23.
4 Controleer of er een geschikt papier-formaat werd geselecteerd, selecteer het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets (
![SHARP AR-M276 - Controleer of er een geschikt papier-formaat werd geselecteerd, selecteer het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( - 1](/content/2026/06/1156045/images/d86da187934e2ab3de4f63c1525bfd06dac5a34c6453c15f1436d65889c0161e.jpg)
Het scannen begint. Nadat het eerste gedeelte van originelen is gescand (A in het bovenstaande voor- beeld) plaatst u het vol- gende gedeelte originelen en drukt u op de [START] toets ( ∅)
Herhaal deze stap tot alle overgebleven originelen (B in het bovenstaande voorbeeld) werden gescand. Verwijder elke set originelen voor u de volgende set plaatst.
5 Tip op de [LEZEN KLAAR] toets.
![PLAATS VOLGEND ORIGINEL. DRUK OP [START]. DUTE OF LEEER BLACK. INDIAN CABBARD.](/content/2026/06/1156045/images/fba36a701c161dc908d2d7a288aabf7ba764d8550195e637f50e88f2f01ac923.jpg)
Het kopiëren begint.
![SHARP AR-M276 - Tip op de [LEZEN KLAAR] toets. - 2](/content/2026/06/1156045/images/cbd0e347783bafa0130dc179db26454ad873ed5d08137b6ae7f9f4a207c0ef8e.jpg)
Om de opdracht samenstelling te annuleren tipt u op de [OPDRACHT SAMENSTELLEN] toets in het speciale functies scherm zodat deze niet langer geaccentueerd is. (Zie het scherm van stap 1.)
MULTISHOT
De multi shot kopieerfunctie wordt gebruikt om twee of vier originelen op een blad kopieerpapier te kopiëren in één bepaalde volgorde.
Voorbeeld: Kopiëren van vier originelen op een blad papier
(Paginanummer: 4 in 1 ( ), lay-out: ( )) 1:2 3:4
1-zijdige kopie van
1-zijdig origineel

flowchart
graph TD
A["1-zijdige kopie van 2-zijdig origineel"] --> B["1-zijdige kopie van 2-zijdig origineel"]
B --> C["1-zijdige kopie van 2-zijdig origineel"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
style C fill:#dfd,stroke:#333
1 Tip de [MULTISHOT] toets aan op het speciale functies scherm.

Het instelscherm voor MULTI SHOT verschijnt. De MULTISHOT icoon (verschijnt ook op het scherm om aan te geven dat de functie ingeschakeld is.
2 Selecteer het aantal originelen dat op een blad moet worden gekopieerd uit het multi shot selectiescherm.

3 Selecteer het lay-out.

Selecteer de volgorde waarin de originelen op de kopie gerangschikt moeten worden.
- Bij het gebruik van de multishot functie plaatst u de originelen, selecteert u het gewenste papierformaat en selecteert u de kopieerfunctie voordat u de multishot functie selecteert op het speciale functies scherm. - Wanneer u de multi shot functie gebruikt, wordt de juiste kopieerfactor automatisch ingesteld gebaseerd op het origineelformaat, het papierformaat en het aantal originelen dat op een blad moet worden gekopieerd. De minimum reductiefactor is 25%. (De minimum reductiefactor is 50% wanneer SUPER FOTO werd geselecteerd voor het soort origineel in de belichtingsinstellingen of wanneer de RSPF wordt gebruikt.) Afhankelijk van het origineelformaat, papierformaat en het aantal originelen dat op een blad moet worden gekopieerd kunnen er gedeeltes van de originele afbeeldingen worden afgesneden.
4 Selecteer een grensinstelling.

5 Tip op de[OK] toets in het multishot instelscherm.
U keert terug naar het menuscherm van de speciale functies.
6 Tip de [OK] toets aan op het speciale functies menuscherm.
U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
7 Selecteer het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets ( ).
8 [Bij het gebruik van de RSPF:]
Het kopieren start nadat alle originelen werden gescand.
[Bij het gebruik van de glasplaat:]
Vervang het origineel door het volgende origineel en druk op de [START] toets (Herhaal deze stap tot alle originelen werden gescand en tip vervolgens de [LEZEN KLAAR] toets aan.
![SHARP AR-M276 - [Bij het gebruik van de glasplaat:] - 1](/content/2026/06/1156045/images/00b8002371467ce7a003dded7cde12a0c4e3019899ccee6d5bf3fb827041c14f.jpg)
- De afbeeldingen kunnen gedraaid worden afhankelijk van het aantal originelen en de afdrukstand van de originelen en het kopieerpapier.
- O m chutti shot functie te annuleren, tipt u de [ANNULEREN] toets aan in het multishot instelscherm (het scherm van stap 2).
ORIGINEEL FORMAAT
Indien u een andere papiersoort wilt gebruiken dan het automatisch geselecteerde origineelformaat, wordt de instelling van eht origineelformaat bepaald door de speciale fucnties. De gemende toevoer instelling (p.25) wordt hier ook geselecteerd.
1 Tip de toets aan en vervolgens de [ORIGINEELFORMAAT] toets in het speciale functies menuscherm.

Het instelscherm voor origineelformaat verschijnt.
5 Tip de [OK] toets aan op het speciale functies menuscherm.
U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
![SHARP AR-M276 - Tip de [OK] toets aan op het speciale functies menuscherm. - 1](/content/2026/06/1156045/images/e33967ee674cc6f555be0e436c9bd7f1ddeabb985204b0d58c5f14b4eb7d6926.jpg)
Om gemengde toevoer te selecteren, selecteert u de "INVOERFUNCTIE VOOR GEMENGDE ORIGINELEN" checkbox. De gemengde toevoer wordt uitgelegd op pagina 25.
2 Tip op de [HANDMATIG] toets.

3 Selecteer het origineel formaat.

De [HANDMATIG] toets is geaccentueerd en het geselecteerde papierformaat wordt weergegeven.

Om een origineel met INCH formaat weer te geven, tipt u de [AB ◆NCH] toets aan. De INCH formaten verschijnen.
4 Tip op de binnenste [OK] toets.
U keert terug naar het menuscherm van de speciale functies.
DEKBLAD KOPIEREN
de dekblad functie wordt gebruikt om een dekblad aan de voorkant of achterkant toe te voegen of aan beide kanten van een document met meerdere pagina's.
Om de deklad functie ge gebruiken moet de RSPF worden toegepast.
Het kopieren op een dekblad Niet kopieren op een dekblad
1-zijdige kopieën van 1-zijdige of 2-zijdige originelen
1-zijdige originelen

1-zijdige kopieën
(kopieren op een dekblad)

2-zijdige originelen

flowchart
graph LR
A["Deklad origineel"] --> B["ShARP"]
B --> C["Achterste deklad (geen kopiëren)"]
B --> D["Voorste deklad (kopiëren op voorzijde mogelijk)"]
2-zijdige kopieën van 1-zijdige of 2-zijdige originelen
1-zijdige originelen 2-zijdige kopieën

(kopieren op een dekblad)
Achterste dekblad (geen kopieren)
2-zijdige originelen



Voorste dekblad (kopiëren op voorzijde mogelijk) (achterkant van dekblad is blanco)
- Er kan een voorste dekblad, een achterste dekblad of zowel een voorste als een achterste dekblad geselecteerd worden.
- U kunt vastleggen of er wel of niet op het voorste dekblad gekopieerd wordt.
- Het kopiëren is niet mogelijk op het dekblad van de achterzijde.
1-zijdige kopieën van 1-zijdige of 2-zijdige originelen
1-zijdige originelen

1-zijdige kopieën
(niet kopieren op dekblad)

2-zijdige originelen

2-zijdige kopieën van 1-zijdige of 2-zijdige originelen
1-zijdige originelen

1-zijdige kopieën
(niet kopieren op dekblad)

2-zijdige originelen

- Er kan een voorste dekblad, een achterste dekblad of zowel een voorste als een achterste dekblad geselecteerd worden.
1 Tip de toets aan en vervolgens de [VOORBLAD] toets in het speciale functies menuscherm.

Het instelscherm voor het dekblad verschijnt. Het icoon voor het dekblad (renz.) verschijnt eveneens op het scherm om aan te geven dat de functie ingeschakeld is.
2 Selecteer de dekbladen die u wilt toevoegen.

Om alleen een dekblad aan de voorkant toe te voegen, tipt u op de [VOORSTE DEKBLAD] toets. Om alleen een dekblad aan de achterkant toe te voegen, tipt u op de [ACHTERSTE DEKBLAD] toets. Om zowel een dekblad aan de voorkant als aan de achterkant toe te voegen, tipt u op de [VOORSTE+ACHTERSTE DEKBLAD] toets.
3 Bepaal of er wel of niet op het voorste dekblad gekopieerd wordt.

Selecteer [JA] of [NEE] op het tiptoetsenpaneel. Indien [JA] geselecteerd is, zal het eerste blad van het document op het voorste dekblad gekopieerd worden.
4 Tip de [OK] toets aan op het dekbladen instelscherm.
Ga terug naar het SPECIALE FUNCTIES scherm.
5 Tip de [OK] toets aan op het speciale functies scherm.
U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
6 Laad de dekbladen die u wilt gebruiken in de handinvoer.

Laad hetzelfde papierformaat als het papierformaat voor de kopieerbewerking.
Over de volgende stappen zie pagina 23.

- Het is niet mogelijk om aan de binnenkant van een voorste dekblad te kopieren en op geen enkele kant van het achterste dekblad.
- Controleer of de originelen in de RSPF werden geplaatst. De glasplaat kan voor deze functie niet worden gebruikt.
- Tijdens het kopieren van een dekblad functioneert de stroom-invoer-functie niet, ook niet wanneer deze in de key operator programma's werd ingeschakeld. (Zie het "Handleiding key operator".)
- Om de dekblad functie te annuleren, selecteert u de dekblad functie opnieuw en tipt u op de [ANNULEREN] toets. (Zie het scherm van stap 2.)
Z/W OMKEREN FUNCTIE
De Z/W OMKEREN functie wordt gebruikt om zwart en wit in een kopie om te draaien om een negatief beeld te creeren.
Origineel Z/W OMKEREN functie

Wanneer de Z/W omkeren functie geselecteers is, wordt de belichtingsfunctie automatisch op TEKST ingesteld. Andere belichtingsfuncties kunnen niet worden ingesteld. Indien Z/W OMKEREN geannuleerd wordt, wordt de TEKST functie niet automatisch geannuleerd.
1 Tip de toets aan en vervolgens de [Z/W OMKEREN] toets in het speciale functies menuscherm.

De [Z/W OMKEREN] toets wordt geaccentu- eerd.
De Z/W omkeren icoon
(1) erschijnt ook op het scherm om aan te geven dat de functie ingeschakeld is.
2 Tip de [OK] toets aan op het speciale functies scherm.
U gaat terug naar het hoofdscherm van de kopieerfunctie.
Over de volgende stappen
Indien de glasplaat wordt gebruikt, zie pagina 22.
Indien de RSPF wordt gebruikt, zie pagina 23.

Om de Z/W omkeren functie te annuleren, tipt u opnieuw op de [Z/W OMKEREN] toets in het speciale functies scherm. (De toets wordt niet meer geaccentueerd.) (Zie het scherm van stap 1.)
AANGEPASTE INSTELLINGEN
De aangepaste instellingen kunt u gebruiken om bepaalde instellingen van de machine aan uw eigen behoeftes aan te passen. De aangepaste instellingen bestaan uit de volgende instellingen:
●TOTAAL TELLER ....Het aantal door het apparaat bewerkte pagina's wordt weergegeven. (p.53)
●DISPLAY CONTRAST......Wordt gebruikt om het contrast van het tiptoetsenpaneel af te stellen. (p.53)
●LIJSTAFDRUK*1...... Wordt gebruikt om een lijst met instellingen of lettertypes te printen. (p.53)
●KLOK ...... Hiermee kunt u de datum en de tijd van de interne klok instellen. (p.53)
● LADE-INSTELLINGEN .... Wordt gebruikt om de instellingen voor de papiersoort en het papierformaat voor elke lade te configureren en om te selecteren of u wel of niet automatisch naar een andere lade over wilt schakelen met hetzelfde papierformaat als de lade leeg raakt tijdens continu printen. (p.53)
De volgende instellingen worden gedetailleerd beschreven in de gebruiksaanwijzing voor het faxtoestel.
- ADRESREGELING* 2....Indien uw machine over deze functie beschikt, wordt deze instelling gebruikt om faxnummers op te slaan voor automatisch kiezen. Er kunnen ook groepstoetsen en gebruikersindexen worden geprogrammeerd.
- ONTVANGSTFUNCTIE*2 .... Wordt gebruikt om de faxontvangstfunctie te selecteren (automatisch of handmatig).
●FAX DATA DOORSTUREN*2 ..... Dit wordt gebruikt om faxberichten die in het geheugen werden ontvangen naar een andere bestemming te zenden.
- TOETSENBORD SELECTIE* 3...Wanneer u de fax- of netwerkscanner functie gebruikt, kunt u deze instelling gebruiken om het lay-out van het toetsenbord in het letter invoerscherm te wijzigen. (p.53)
●KEY OPERATOR PROGRAMMA'S...... Instellingen voor de hoofdoperator (beheerders van de machine). Er verschijnt een toets voor deze instellingen in het menu met aangepaste instellingen. Voor een uitleg van deze instellingen, zie het handleiding key operator. (Voor een toelichting van de key operator programma's voor de faxoptie, zie de gebruiksaanwijzing voor het faxtoestel.)
*1 De faxoptie of netwerkprinter functie meot geinstalleerd zijn.
*2 De faxfunctie moet geïnstalleerd zijn.
*3 De faxoptie of netwerkscanner functie moet geïnstalleerd zijn.
ALGEMENE PROCEDURE VOOR AANGEPASTE INSTELLINGEN
1 Tip de [GEBRUIKERSINSTELLINGEN] toets aan.

2 Tip de toets van de gewenste instelling aan. Het instelscherm verschijnt.
Alle aangepaste instellingen worden op de volgende pagina's toegelicht.
De [LADE-INSTELINGEN] toets is in het volgende voorbeeld geselecteerd.

Wanneer de [LADE-INSTELLINGEN] toets geselecteerd is, verschijnt het volgende scherm.


- Wanneer er een checkbox naast een item in het scherm verschijnt, tipt u de checkbox (I) aan om het item te selecteren.
Er verschijnt een checkmarkering (✓) om aan te geven dat het item geselecteerd is.
In de bovenstaande instellingen kan lade 1 gebruikt worden voor de print-, kopieeren faxfunctie. Lade 2 en 3 kunnen alleen voor de kopieerfunctie worden gebruikt.
- Voor een gedetailleerde toelichting van de lades, zie
"PAPIERFORMAATINSTELLING VAN EEN LADE WIJZIGEN" (p.19).
3 Tip de [OK] toets aan in het instelscherm om dit te sluiten.
4 Wanneer u de aangepaste instellingen wilt verlaten tipt u de [VERLATEN] toets aan.
![SHARP AR-M276 - Wanneer u de aangepaste instellingen wilt verlaten tipt u de [VERLATEN] toets aan. - 1](/content/2026/06/1156045/images/e7fb0897c7e8dc7c787e174b83b3e4962d9735957e1a4900620cde8d29dc0617.jpg)
flowchart
graph TD
A["GERDURKERS/INSTELLINGS"] --> B["TOTAL RANTAI ROITIKN"]
A --> C["DISPLAY-CONTRAST"]
A --> D["LISTATDRUK"]
A --> E["LADE INSTILL"]
A --> F["ADJERSHIKES"]
A --> G["ON/OANS PROXUS"]
A --> H["DOOR/TRUKS PAYCATA"]
A --> I["KEY-OPERATOR/PROGRAMA'S"]
A --> J["KEUZE TORTENEGROD"]
A --> K["VERLATIN"]
INSTELLINGEN
Totaal teller
De totaal teller toont de volgende tellingen:
- Totaal aantal kopieën en geprinte pagina's
- Aantal pagina's dat via de RSPF werd toegevoerd
• Aantal tweezijdige kopieën - Aantal malen dat de nieteenheid werd gebruikt
- Aantal pagina's dat werd verzonden via de netwerk scanner functie
- Aantal verzonden en ontvangen faxpagina's De tellingen die verschijnen zijn afhankelijk van de geïnstalleerde randapparatuur.
- Elk blad papier met A3 (11" x 17") formaat of groter wordt als twee bladen geteld.
- Elk blad papier dat wordt gebruikt voor automatisch tweezijdig kopieren wordt geteld als twee bladen (A3 (11" x 17") papier wordt geteld als vier bladen.).
Displaycontrast
Afstelling van het schermcontrast wordt gebruikt om het LCD tiptoetsenpaneel gemakkelijker te kunnen bekijken onder diverse lichtomstandigheden. Tip op de [LIGHTER] toets om het scherm lichter te maken of op de [DARKER] toets om het scherm donkerder te maken.
Lijst printen
Gebruik deze functie om de PRINTER TEST PAGINA, het FAXRAPPORT of de ZENDADRESSENLIJST te printen.
Klok
Hiermee kunt u de datum en de tijd van de interne klok instellen. De datum en de tijd worden gebruikt voor functies die datum- en tijdgegevens vereisen.
Lade-instellingen
De papiersoort, het papierformaat en de ingeschakelde functies kunnen voor elke lade worden ingesteld. Automatische ladeomschakeling en uitschakelen van tweezijdig printen op briefhoofdpapier kan eveneens worden ingesteld. Zie pagina 19 en 20 voor details over het instellen van papiersoort en -formaat.
- Om te selecteren welke lades in de kopieer-, printeren faxfuncties kunnen wordne gebruikt, seleceert u de checkboxen (van de gewenste laden in elke functie.
- Wanneer er een lade leeg raakt tijdens een kopieerproces, zal de automatische ladeomschakelingsfunctie automatisch de papierbron naar een andere lade omschakelen met hetzelfde papierformaat en dezelfde instellingen m.b.t. papiersoort.
(De automatische ladeomschakelfunctie kan niet worden ingesteld voor de handinvoerlade.)
Toetsenbord selectie
Wanneer u de fax- of netwerkscanner functie gebruikt kunt u het lay-out van het toetsenbord dat in het letter invoerscherm verschijnt, veranderen. Selecteer het lay-out dat u het eenvoudigst lijkt.
De volgende drie toetsenbord configuraties zijn beschikbaar:
• Toetsenbord 1 (QWERTY configuratie)*
• Toetsenbord 2 (AZERTY...configuratie)
• Toetsenbord 3 (ABCDEF...configuratie)
*De standaardinstelling is "Toetsenbord 1".
(Voorbeeld: Letterinvoerscherm wanneer toetsenbord 3 geselecteerd is.)

OPDRACHTPROGRAMMA GEHEUGEN
Indien u vaak dezelfde instellingen gebruikt voor kopieerbewerkingen kunt u deze instellingen in een opdrachtprogramma opslaan. Er kunnen max. 10 opdrachtprogramma's worden opgeslagen, die ook behouden blijven wanneer de stroom uitvalt. Door vaak gebruikte kopieerinstellingen te programmeren kunt u zich de moeite sparen elke keer de wanneer u kopieert de instellingen te selecteren.
- Nadat een opdrachtprogramma is opgeslagen, zullen, indien er instellingen van de key operator programma's die gerelateerd zijn aan het opgeslagen programma verboden zijn, de gerelateerde instellingen in het opdrachtprogramma niet opgeroepen worden.
- Wanneer het overschrijven van programma's verboden is in de key operator programma's, zal het niet mogelijk zijn om een opdrachtprogramma te overschrijven.
- Om de geheugenfunctie opdrachtprogramma te verlaten, dient u de opdrachtgeheugenmodus te verlaten, op de [ALLES WISSEN] toets (op het bedieningspaneel te drukken of de [VERLATEN] toets op het tiptoetsenpaneel aan te tippen.
OPSLAAN VAN EEN OPDRACHTPROGRAMMA
1 Druk op de [ftoets.

Indien er een numerieke toets werd geselecteerd die al werd geprogrammeerd, verschijnt er een bevestigingsscherm. Om het bestaande programma te vervangen door het nieuwe programma, tipt u de [OPSLAG] toets aan en gaat u verder vanaf stap 4. Indien u het bestaande programma niet wilt vervangen, tipt u de [ANNULEREN] toets aan om terug te keren naar het bovenstaande scherm en selecteert u een andere numerieke toets.
2 Tip op de [OPSLAAN/WISSEN] toets.

4 Selecteer de kopieerinstellingen die u in het programma op wilt slaan.
![MAX SELECTIES, DRUK OP [OK], ON OF THE SLAN EX OP [ANULBREN] ON TR NISSN. SERC FUNCTIONS 2. XLJOTR KOPYE UTPWORK](/content/2026/06/1156045/images/ca1dcd737561cca9b8bbe14bbc14976317f0a5d7f188ff403a5c9874e846821b.jpg)
Het aantal kopieën kan niet worden opgeslagen.
3 Tip op een numerieke toets van 1 tot 10 op het geheugenvak dataopslag scherm.

5 Tip op de [OK] toets.

De geselecteerde instellingen worden opgeslagen onder het geheugenvaknummer dat werd geselecteerd in stap 3.
HET UITVOEREN VAN EEN OPDRACHTPROGRAMMA
1 Druk op de [ ]toets.
![SHARP AR-M276 - Druk op de [ ]toets. - 1](/content/2026/06/1156045/images/358596bc23f8ae24820abc6c0a6dc623ae13e2c03450be6abde43812c2773aab.jpg)
2 Tip de programmanummertoets aan van het gewenste programma.

Het opdrachtprogramma wordt uitgevoerd. Een nummer waarvoor geen opdrachtprogramma werd opgeslagen kan niet geselecteerd worden.
3 Plaats het origineel, controleer het origineelformaat en stel vervolgens het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen in die niet in het programma zijn opgeslagen. Wanneer u klaar bent, drukt u op de [START] toets (⑨)

HET WISSEN VAN EEN OPGESLAGEN PROGRAMMA
1 Druk op de [ftoets.

3 Selecteer het programmanummer dat u wilt wissen.

Indien er een numerieke toets geselecteerd wordt, waarvoor geen opdrachtprogramma werd opgeslagen, ga dan verder naar stap 4 op de vorige pagina (voor het opslaan van een opdrachtprogramma).
4 Tip op de [WISSEN] toets.

Het geselecteerde pro- gramma wordt gewist en u keert terug naar het scherm van stap 3. Indien de [ANNULEREN] toets wordt aangetipt keert u terug naar het scherm van stap 3 zonder het pro- gramma te wissen.
Als u klaar bent met het wissen van programma's tip dan de [VERLATEN] toets aan in het scherm van stap 3 om het te verlaten.
AUDIT FUNCTIE
Wanneer de auditfunctie ingeschakeld is wordt er een telling bijgehouden van het aantal door elke account geprinte of gekopieerde pagina's (maximaal 100 accounts). De tellingen kunnen desgewenst worden bekeken.

- De audit-functie kan ingeschakeld worden voor alle functies (kopieerfunctie, faxfunctie, netwerkscanner functie en printerfunctie) in de key operator programma's. (Zie het "Handleiding key operator".)
- Om in de printerfunctie te printen wanneer de auditfunctie ingeschakeld is, voert u uw accountnummer in het installatiescherm van de printerbesturing op uw computer in.
KOPIEREN WANNEER DE AUDITFUNCTIE INGESCHAKELD IS
Wanneer de auditfunctie ingeschakeld is, verschijnt het volgende accountnummer invoerscherm.

1 Voer uw rekeningnummer (5 cijfers) in met de numerieke toetsen.

Elk cijfer wordt aangegeven door een asterisk "✗"

- Wanneer er een geldig accountnummer wordt ingevoerd, worden de kopieën die al voor deze rekening werden gemaakt enkele seconden lang op het oorspronkelijke scherm weergegeven.
- Als er een limiet werd ingevoerd in de key operator programma's voor het aantal kopieën dat door de account kan worden gemaakt, wordt het resterende aantal te maken kopieën weergegeven in het mededelingendisplay samen met het reeds gemaakte aantal kopieën. (Zie het "Handleiding key operator".)
2 Wanneer de kopieerbewerking voltooid is, druk dan op de [ACC.#-C] toets ( )

Het scherm keert terug naar het accountnummer invoerscherm.
![SHARP AR-M276 - Wanneer de kopieerbewerking voltooid is, druk dan op de [ACC.#-C] toets ( ) - 2](/content/2026/06/1156045/images/ffdd161ce3ba5af8b8dee47d0d80e43da7aee3a6a747ea9cfd42f126c04c4237.jpg)
- Om een onderbreken bewerking uit te voeren wanneer de auditfunctie ingeschakeld is, drukt u op de [ONDERBREKEN] toets ( Het accountnummer invoerscherm verschijnt. Voer uw accountnummer in. Wanneer de onderbreken bewerking voltooid is dient u op de [ONDERBREKEN] toets ( of de [ALLES WISSEN] toets ( te drukken om de onderbreken functie te beëindigen.
- Indien er een verkeerd nummer werd ingevoerd in stap 1 verschijnt het account-nummer invoerscherm opnieuw.
- Wanneer ACCOUNT NUMMER VEILIGHEID in het key operator programma ingeschakeld is (zie het "handboek voor de hoofdoperator."), verschijnt de volgende melding n de werking is gedurende 1 minuut geblokkeerd wanneer er drie maal achter elkaar een verkeerd accountnummer werd ingevoerd.
![SHARP AR-M276 - Wanneer de kopieerbewerking voltooid is, druk dan op de [ACC.#-C] toets ( ) - 3](/content/2026/06/1156045/images/44444a9c740d711473c65d7aaf6f0e126a327381e74431b984652d7d9e875b0f.jpg)
5
Hoofdstuk 5
PROBLEEMOPLOSSING
EN ONDERHOUD
Dit hoofdstuk beschrijft procedures voor het oplossen van problemen zoals het verhelpen van papierstoringen en onderhoudsprocedures zoals het vervangen van de tonercartridge en het reinigen van de machine.
DISPLAY MELDINGEN 58
HET OPSPOREN VAN FOUTEN....60
| Problemen Pagina | |
| Problemen met betrekking tot de werking van de machine | 60 |
| De machine werkt niet. | |
| De stroom is ingeschakeld maar kopiëren is niet mogelijk. | |
| 2-zijdig kopiëren is niet mogelijk. | |
| Het verkeerde papierformaat wordt weergegeven voor papier in de handinvoerlade. | |
| Een kopieeropdracht stopt voortijdig. | |
| Het contrast van het tiptoetsenpaneel is te hoog of te laag. | |
| Het beeld kan niet gedraaid worden. | |
| Het origineelformaat wordt niet automatisch geselecteerd, of het kopiëren vindt niet plaats op papier dat overeenkomt met het origineelformaat. | 61 |
| Het papierformaat voor een lade kan niet worden ingesteld. | |
| De volgorde van de kopieën is niet correct.. | |
| De bewerking wordt geannuleerd nadat de originelen werden gescand. | |
| Niet alle pagina's werden gekopieerd. | |
| De RSPF kan niet worden gebruikt. | |
| Verlichting knippert. | |
| Problemen met de papiertoevoer | 62 |
| Wanneer u papier gebruikt dat via de handinvoerlade wordt ingevoerd, is de kopieerafdruk scheef. | |
| Het papier uit de handinvoer loopt vast. | |
| Het papier loopt vast. | |
| Problemen met de beeldkwaliteit | 63 |
| De kopieën zijn te licht of te donker. | |
| De tekst is niet duidelijk op de kopie. | |
| Een gedeelte van de kopieerafdruk is afgesneden. | |
| Blanco kopieën | |
| Het papier is gekreukeld of de kopieerafdruk laat los wanneer u over het oppervlak wrijft. | |
| De kopie zijn vlekkerig of vuil. | |
| Er verschijnen witte of zwarte strepen op de kopieën. |
PAPIERSTORING VERHELPEN....64
VERVANGEN VAN DE TONERCARTRIDGE 72
HET VERVANGEN VAN DE NIETJESPATROON.... 73
HET VERWIJDEREN VAN VATZITTENDE NIETJES....74
HET CONTROLEREN VAN DE TOTALE UITVOERTELLING EN TONERNIVEAU .... 74
HET REINIGEN VAN DE MACHINE....75
Wanneer er een van de volgende meldingen in het display verschijnt, dient u onmiddellijk de activiteiten uit te voeren die in de melding beschreven staan.
| Melding Oorzaak en oplossing Pagina | ||
| VOER UW ACCOUNTNUMMER IN. | De auditfunctie is ingeschakeld. Voer uw accountnummer in. | 56 |
| ER IS EEN PAPIERSTORING OPGETREDEN. | Verhelp de papierstoring volgens de instructies in "PAPIERSTORING VERHELPEN". | 64 |
| TWEEZIJDIGE KOPIEEN KUNNEN NIET WORDEN GEMAAKT OP DIT SOORT PAPIER. | Deze melding verschijnt wanneer u probeert 2-zijdige kopieën te maken op speciaal papier dat niet voor 2-zijdig kopiëren kan worden gebruikt. Annuleer 2-zijdig kopiëren of verander het papier. | 27 |
| VERWIJDER PAPIER UIT DE <*>LADE. | De aangegeven uitvoerlade is vol. Verwijder de uitvoer uit de lade. (<*> geeft aan dat de lade vol is.) | - |
| SLUIT HET <**> DEKSEL. Het aangegeven deksel is open. Sluit het deksel. (<**> geeft aan dat het deksel open is.) | - | |
| TREK HANDINVOERLADE UIT. | Wanneer u vanuit de handinvoerlade kopieert, dient u ervoor te zorgen dat de ladeverlenging is uitgetrokken.. | 18 |
| HET FORMAAT VAN DE OMSLA-GEN EN HET KOPIERPAPIER MOET HETZELFDE ZIJN. | Wanneer u een dekblad toevoegt, dient u papier in de handinvoer te laden met hetzelfde formaat als het papier in de lade die voor het kopiëren werd gesorteerd. | 48 |
| TONERNIVEAU IS LAAG. De tonercartridge moet binnenkort worden vervangen 72 | ||
| VERVANG DE TONERCARTRIDGE. | De tonercartridge is bijna leeg. Vervang de tonercartridge. 72 | |
| CONTROLEER DE TONER-CARTRIDGE. | Verzeker u ervan of de tonercartridge correct geinstalleerd is. | 72 |
| ORIGINEELINVOER IS UITGESCHAKELD. | De RSPF werd uitgeschakeld in de key operator programma's. Gebruik de glasplaat. | 22 |
| GESELECTEERDE LADE IS NIET TOEGESTAAN. SELECTEER EEN ANDERE LADE. | Dit verschijnt wanneer er een lade is geselecteerd die niet werd toegestaan in de "LADE-INSTELLINGEN" in de aangepaste instellingen. | 53 |
| CONTROLEER DE INSTELLING VAN HET PAPIERFORMAAT VAN LADE <***>. | De papierformaat instelling van de lade verschilt van het actuele papierformaat. Laad het correcte papierformaat. De lade wordt aangeduid in <***>. | 17 |
| VUL NIETJES AAN. De afwerkingeenheid heeft geen nietjes meer. Vervang de nietjescartridge volgens de instructies in "HET VERVANGEN VAN DE NIETJESPATROON". | 73 | |
| VERWIJDER PAPIER UIT NIET-EENHEID-COMPILER. | Het papier blijft achter in de compiler van de nieteenheid. Verwijder het papier. | 70 |
| HET GEHEUGEN IS VOL. DRUK OP [START] OM TE BEGINNEN MET KOPIEREN OF [CA] OM TE ANNULEREN. | Het geheugen raakt vol tijdens het scannen van de originelen. Druk op de [START] toets ( ) om de gescande originelen te kopiëren of druk op de [ALLES WISSEN] toets ( ) om de bewerking te annuleren. | - |
| GESELECTEERDE LADE KAN NIET WORDEN GEBRUIKT. | Neem contact op met uw erkende service vertegenwoordiger. | - |
| CONTROLLER DE NIETPOSITIE OF DE NIETSTORING. | De nietjes zitten vast in de afwerkingeenheid of de nieteenheid is niet correct bevestigd. Controleer de nieteenheid. Wanneer de melding na het verwijderen van de nietstoring nog steeds wordt weergegeven, dient u de nieteenheid uit te schakelen met behulp van "UITSCHAKELEN VAN HET NIETAPPARAAT" in de key operator programma's (Zie het "Handleiding key operator.) of vraag uw erkende servicevertegenwoordiger. | 74 |
| (BEL WELDRA VOOR SERVICE.) Het is binnenkort tijd voor het periodieke onderhoud. Neem contact op met uw erkende service vertegenwoordiger. | - | |
| (ONDERHOUD VEREIST) Het is tijd voor periodiek onderhoud. Neem contact op met uw erkende service vertegenwoordiger. | - | |
| BEL SERVICEDIENST.CODE: **-** | Schakel de stroom uit en vervolgens weer aan. Wanneer de melding hierdoor niet uit gaat, dient u de 2-cijferige hoofdcode en de 2-cijferige subcode te noteren en direct contact op te nemen met uw erkende servicevertegenwoordiger. | - |
| CONTROLEER ORIGINEEL FOR-MAAT.TAAK GESTOPT. | Het origineel in de RSPF is langer dan het herkende formaat. Voer het origineel opnieuw in en controleer of het formaat dat op het tiptoetsenpaneel wordt weergegeven overeenkomt met het actuele formaat en begin vervolgens met kopiëren. U kunt ook de gemengde toevoer selecteren om p, op papier te kopiëren dat met elk formaat overeenkomt nadat alle originelen werden gescand. | - |
HET OPSPOREN VAN FOUTEN
Raadpleeg deze probleemoplossing voordat u de service belt, wanneer u problemen ondervindt bij het gebruik van de kopieermachine. Veel problemen kunnen namelijk eenvoudig door de gebruiker zelf worden opgelost. Zet de hoofdschakelaar uit, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de serviceleverancier wanneer u het probleem niet met behulp van deze probleemoplossing kunt verhelpen. De volgende problemen zijn gerelateerd aan de algemene werking van de machine en het kopieren.
Voor problemen die verband houden met de printer-, fax- en netwerkscanner functies, zie de overeenkomstige gebruiksaanwijzingen.
Problemen met betrekking tot de werking van de machine
| Probleem Oorzaak en oplossing Pagina | ||
| De machine werkt niet. | Hoofdschakelaar staat op OFF.→ Zet de hoofdschakelaar op ON. | 13 |
| De machine is in de opwarmfase.→ De machine heeft ongeveer 23 seconden nodig om op te warmen nadat de aan-/uitschakelaar werd ingeschakeld. Tijdens het opwarmen kunnen de kopieerinstellingen worden geselecteerd, kopieën is echter niet mogelijk. Wacht tot "GEREED OM TE KOPIEREN." verschijnt. | 13 | |
| Het papier is op.→ Laad papier. | 17 | |
| Toner is op.→ Vervang de tonercartridge. | 72 | |
| Er is een papierstoring opgetreden.→ Verwijder het vastgelopen papier. | 64 | |
| De stroom is ingeschakeld maar kopiëren is niet mogelijk. | Het apparaat staat in de automatische stroom-uitschakel-stand.→ Indien alleen de [START] toets ( ) knippert, is de automatische stroom-uitschakel-stand geactiveerd. Druk op de [START] toets Ⓤ om de machine in de normale werking terug te zetten. | 14 |
| De kopieerfunctie is niet geselecteerd.→ Druk op de [KOPIEREN] toets om de kopieerfunctie te selecteren. | 10 | |
| 2-zijdig kopiëren is niet mogelijk. | Automatisch 2-zijdig kopiëren werd geprobeerd op papier dat niet geschikt is voor 2-zijdig kopiëren.→ Tweezijdig kopiëren is niet mogelijk op speciaal papier. Gebruik papier dat geschikt is voor automatisch tweezijdig kopiëren. | 27 |
| Tweezijdig kopiëren is geblokkeerd in de key operator programma's.→ Wijzig de instelling in de key operator programma's om tweezijdig kopiëren toe te staan. | Handleiding key operator | |
| Het verkeerde papierformaat wordt weergegeven voor papier in de handinvoerlade. | De verlenging van de handinvoerlade is niet uitgetrokken.→ Om het papierformaat correct te kunnen herkennen moet de verlenging van de handinvoerlade uitgetrokken zijn wanneer er papier wordt geladen. | 18 |
| Een kopieeropdracht stopt voortijdig. | De kopie-uitvoerlade is vol, zodat de lade vol sensor geactiveerd wordt. verder kopiëren is pas mogelijk nadat de pagina's verwijderd werden.→ Verwijder de pagina's uit de uitvoerlade. | - |
| Het contrast van het tiptoetsenpaneel is te hoog of te laag. | Het displaycontrast werd niet afgesteld.→ Stel het contrast af met behulp van "DISPLAYCONTRAST" in de aangepaste instellingen. | 53 |
| Het beeld kan niet gedraaid worden. | Er werd geen automatische papierselectie noch auto beeldfunctie geselecteerd.→ De rotatie kopieerfunctie functioneert alleen wanneer de automatische papierselectiefunctie of de automatische beeldfunctie geselecteerd is. | 25, 30 |
| Rotatie kopiëren is geblokkeerd in de key operator programma's.→ Wijzig de instelling in de key operator programma's om rotatie kopiëren toe te staan. | Handleiding key operator | |
| Het origineelformaat wordt niet automatisch geselecteerd, of het kopiëren vindt niet plaats op papier dat overeenkomt met het origineelformaat. | De origineelklep/RSPF werd niet geheel geopend toen het origineel op de glasplaat werd geplaatst.→ Open de origineelklep/RSPF volledig, plaats het origineel op de glasplaat en sluit de RSPF. | - |
| Het origineel bevat grote zwarte gedeeltes.→ Indien het origineel grote zwarte gedeeltes bevat, zal het origineelformaat niet automatisch herkend worden. Gebruik de [SPECIALE FUNCTIES] toets om het origineelformaat te selecteren. | 47 | |
| Het origineel is kleiner dan A5 (5-1/2" x 8-1/2") formaat.→ Wanneer het origineel kleiner is dan A5 (5-1/2" x 8-1/2") formaat kan het formaat niet worden herkend. Tip de [PAPIERFORMAAT] toets aan om het gewenste papierformaat te selecteren. | 22 | |
| Het origineel heeft geen standaardformaat.→ Wanneer het origineel geen standaardformaat heeft, kan het formaat niet herkend worden. Selecteer het dichtsbijzijnde standaard origineelformaat of gebruik de [PAPIERFORMAAT] toets om het gewenste papierformaat te selecteren. | 22, 47 | |
| Het papierformaat voor een lade kan niet worden ingesteld. | Er wordt een kopieerbewerking, printbewerking uitgevoerd of een ontvangen faxbericht wordt geprint.→ Stel het correcte papierformaat in nadat het printen is voltooid. | - |
| De werking is tijdelijk gestopt omdat de lade leeg is of omdat er een papierstoring is opgetreden.→ Laad papier of verhelp de papierstoring, beëindig de kopieerbewerking en stel vervolgens het papierformaat in. | 19, 64 | |
| Tijdens een onderbekende kopieeropdracht.→ tel het papierformaat in nadat de onderbrekende kopieeropdracht is beëindigd. | 34 | |
| Er is een papierstoring opgetreden.→ Verwijder het vastgelopen papier. | 64 | |
| De papierlade instellingen zijn geblokkeerd in de key operator programma's.→ Wijzig de instelling in de key operator programma's om papierlade instellingen toe te staan. | Handleiding key operator | |
| De volgorde van de kopieën is niet correct. | De originelen werden in de verkeerde volgorde geplaatst.→ Wanneer u de glasplaat gebruikt, dient u de originelen één voor één te scannen beginnend bij de eerste pagina. Wanneer u de RSPF gebruikt, voert u de originelen in met de eerste pagina boven en met de printzijde omhoog. | 23 |
| De bewerking wordt geannuleerd nadat de originelen werden gescand. | Het geheugen raakte vol terwijl de originelen werden gescand.→ Wanneer u een functie gebruikt zoals inbindkopie of multishot waar alle originele pagina's in het geheugen worden gescand voor het kopieren begint, zal het scannen stoppen en het kopieren vindt niet plaats wanneer het geheugen vol is. U kunt het aantal in het geheugen gescande pagina's vergroten door meer geheugencapaciteit te installeren. | 76 |
| Niet alle pagina's werden gekopieerd. | Het geheugen raakte vol terwijl de originelen werden gescand.→ Wanneer het geheugen vol wordt tijdens het scannen van de originelen kunt u de bewerking voortzetten en alleen de gescande originelen printen of u kunt de bewerking annuleren. Wanneer u de bewerking voortzet worden er alleen kopieren gemaakt van de gescande originelen en kunnen alle kopieren dus niet tegelijkertijd gekopieerd worden. | - |
| De RSPF kan niet worden gebruikt. | Het gebruik van de RSPF werd geblokkeerd in de key operator programma's.→ Schakel het gebruik van de RSPF in, in de key operator programma's. | Handleiding key operator |
| Verlichting knippert. | Indien er een verlichting op dezelfde contactdoos is aangesloten kan het licht gaan knipperen.→ Sluit het apparaat aan op een contactdoos die niet voor andere elektrische apparatuur wordt gebruikt. | 4 |
Problemen met de papiertoevoer
| Probleem Oorzaak en oplossing Pagina | ||
| Wanneer u papier gebruikt dat via de handinvoerlade wordt inge-voerd, is de kopieerafdruk scheef. | Het aantal in de handinvoer geplaatste bladen overschrijdt het maximum aantal.→ Plaats niet meer dan het maximum aantal bladen. | 15 |
| De handinvoer geleider is niet afgesteld op het formaat van het geladen papier.→ Stel de handinvoer geleider af op het formaat van het geladen papier. | 18 | |
| Het papier uit de handinvoer loopt vast. | De instelling van de papiersoort is niet correct.→ Wanneer u speciaal papier gebruikt, dient u erop te letten dat u de correcte papiersoort instelt. | 20 |
| Het aantal in de handinvoer geplaatste bladen overschrijdt het maximum aantal.→ Plaats niet meer dan het maximum aantal bladen. | 15 | |
| De handinvoer geleider is niet afgesteld op het formaat van het geladen papier.→ Stel de handinvoer geleider af op het formaat van het geladen papier. | 18 | |
| Het papier loopt vast. | Het papier is buiten het vastgelegde formaat en gewichtbereik.→ Gebruik papier binnen het gespecificeerde bereik. | 15 |
| Het papier is gekruld of vochtig.→ Gebruik geen omgekruld of gekrompen papier. Vervang het door droog papier. Verwijder het papier uit de papierlade en bewaar het in een zak op een donkere plaats om vochtabsorptie te voorkomen wanneer de machine gedurende langere tijd niet wordt gebruikt. | 79 | |
| Het papier is niet behoorlijk geladen.→ Zorg ervoor dat het papier behoorlijk wordt geladen. | 17 | |
| Er blijven stukjes papier achter in de machine.→ Verwijder alle stukjes vastgelopen papier. | 64 | |
| De vellen papier plakken aan elkaar vast.→ Waaier het papier goed voor u het in de lade plaatst. | 17 | |
Problemen met de beeldkwaliteit
| Probleem Oorzaak en oplossing Pagina | ||
| De kopieën zijn te licht of te donker. | Het beeld van het origineel is te licht of te donker.→ Selecteer de correcte origineelsoort in de belichtingsinstelling en stel de kopieerbelichting af. | 29 |
| De kopieerbelichting staat op "AUTO".→ Het "BELICHTING AFSTELLEN" key operator programma kan worden gebruikt om het belichtingsniveau af te stellen dat wordt gebruikt voor "AUTO" belichting. Raadpleeg de beheerder van de machine. | Handleiding key operator | |
| Het origineelsoort dat het meest geschikt is voor het origineel wis niet geselecteerd in het instelscherm voor de kopieerbelichting.→ Wijzig het origineelsoort op "AUTO", of selecteer handmatig het de meest geschikte instelling voor het origineelsoort. | 29 | |
| De tekst is niet duidelijk op de kopie. | De correcte origineelsoort werd niet ingesteld in het instelscherm voor de kopieerbelichting.→ Wijzig de instelling voor de origineelsoort op "TEKST". | 29 |
| Een gedeelte van de kopieerafdruk is afgesneden. | Het origineel was in de verkeerde positie geplaatst.→ Plaats het origineel in de juiste stand. Wanneer u de glasplaat gebruikt, plaatst u het origineel aan de uiterste linker zijde. | 22, 23 |
| Er werd geen geschikte factor voor het origineelformaat en papierformaat geselecteerd.→ Gebruik de automatische factorselectie om de correcte kopieerfactor te krijgen. | 31 | |
| De papierformaat instelling van de lade werd niet veranderd toen er een ander papierformaat werd geladen.→ Let erop dat u de papierformaat instelling wijzigt wanneer u een ander papierformaat in de lade plaatst. | 19 | |
| Er wordt een inch papierformaat gebruikt.→ Wanner u kopieerpapier met een inchformaat gebruikt, dient u het origineelformaat handmatig in te stellen. | 47 | |
| Blanco kopieën | Het origineel is niet met de printzijde omhoog in de RSPF of met de printzijde omlaag op de glasplaat geplaatst.→ Plaats het origineel met de printzijde omhoog in de RSPF of met de printzijde omlaag op de glasplaat. | 22, 23 |
| Het papier is gekreukeld of de kopieerafdruk laat los wanneer u over het oppervlak wrijft. | Het papier is buiten het vastgelegde formaat en gewichtbereik.→ Gebruik papier binnen het gespecificeerde bereik. | 15 |
| De instelling van de papiersoort is niet correct.→ Stel de correcte papiersoort in. Om de papiersoort voor een lade in te stellen, zie "PAPIERFORMAATINSTELLING VAN EEN LADE WIJZIGEN". | 19, 20 | |
| Het papier is gekruld of vochtig.→ Gebruik geen omgekruld of gekreukeld papier. Vervang het door droog papier. Verwijder het papier uit de papierlade en bewaar het in een zak op een donkere plaats om vochtabsorptie te voorkomen wanneer de machine gedurende langere tijd niet wordt gebruikt. | 79 | |
| De kopie zijn vlekkerig of vuil. | De glasplaat of de onderkant van de RSPF is vuil.→ Regelmatig reinigen. | 75 |
| Het origineel is vlekkerig of vuil.→ Gebruik een schoon origineel. | - | |
| Er verschijnen witte of zwarte strepen op de kopieën. | De scanplaat van de RSPF is vuil.→ Reinig de lange smalle scanplaat. | 75 |
PAPIERSTORING VERHELPEN
Wanneer er een papierstoring optreedt tijdens het kopiëren zal de melding "PAPIERSTORING IS OPGETREDEN." verschijnen op het tiptoetsenpaneel en het printen zal stoppen.
- Wanneer het papier scheurt tijdens het verwijderen dient u alle stukjes te verwijderen. Let erop dat u de fotogeleidende drum niet aanraakt terwijl u de stukjes papier verwijdert. Krassen of vlekken op de drum kunnen leiden tot vlekkerige kopieën.
Stel eerst vast waar de papierstoring is opgetreden

① Papierstoring in de RSPF (p.65)
② Papierstoring in de afwerkingeenheid (p.70)
③ Papierstoring in de machine ((p.66), (p.67))
④ Papierstoring in de handinvoerlade (p.66)
⑤ Papierstoring in de bovenste papierlade (p.68)
⑥ Papierstoring in de onderste papierlade (p.69)

Indien d e faxoptie geïnstalleerd is worden alle ontvangen faxberichten in het geheugen opgeslagen. De faxberichten worden automatisch geprint nadat de papierstoring verholpen is.
BEGELEIDING BIJ HET VERHELPEN VAN PAPIERSTORINGEN.
De begeleiding bij het verhelpen van papierstoringen kan worden weergegeven door op de [INFORMATION] toets op het bedieningspaneel te tippen nadat er een papierstoring is opgetreden:

1 Verwijder het vastgelopen origineel.

Controleer de onderde- len A, B en C in de afbeelding op de vol- gende pagina en verwij- der het vastgelopen origineel.
Onderdeel A

Open de klep van de invoerrol en verwijder het vastgelopen origineel uit de origineel invoerlade. Sluit de klep van de invoerrol.

Onderdeel B
Open de RSPF en draai de ontgrendelrol in de richting van de pijl om het origineel uit te voeren. Sluit de RSPF en verwijder het origineel voorzichtig.

Wanneer het vastgelopen origineel niet verwijdert kan worden, open dan de klep van de transportrol(onderstaand) en draai de ontgrendelrol opnieuw.
Indien er een klein origineel (A5 (5-1/2" x 8-1/2"), etc.) is vastgelopen of er papier vastloopt in de omkeerlade van de RSPF, til dan de knop van het deksel van de transportrol op en verwijder het origineel.


Verwijder het vastgelopen origineel uit het uitvoergedeelte.
Wanneer het vastgelopen origineel niet eenvoudig uit het uitvoergedeelte kan worden verwijderd, open dan het beweegbare onderdeel van de origineelinvoer, verwijder de omkeerlade en verwijder vervolgens het origineel.


Na het verwijderen van een vastgelopen origineel uit het uitvoergedeelte, dient u de omkeerlade weer stevig op het uitvoergedeelte te plaatsen (Wanneer de RSPF geïnstalleerd is.).
2 Open en sluit de RSPF om de papierstoring melding op het tiptoetsenpaneel te verwijderen.

De melding kan ook gewist worden door de deksels van de invoerrol en de transportrol te openen en weer te sluiten.
Nadat de papierstoring verholpen is en de
melding werd gewist verschijnt er een melding wordt meegedeeld hoeveel originelen u opnieuw in de RSPF moet invoeren.
3 Voer de originelen die nog moeten worden gescand opnieuw in(inclusief het origineel dat werd gescand toen de papierstoring optrad.), en druk op de [START] toets(®)
Het kopiëren van de resterende originelen wordt voortgezet.
PAPIERSTORING IN DE HANDINVOERLADE
1 Verwijder voorzichtig het vastgelopen papier.

2 Open en sluit de zijklep.

Let erop dat de papierstoringsmelding wordt gewist.
De melding kan ook worden gewist door het frontdeksel te openen en te sluiten.
Indien de melding niet wordt gewist, zie "A.
Papierstoring in het papiertoevoergedeelte".
PAPIERSTORING IN DE MACHINE
Bepaal de plaats van de papierstoring en verwijder het vastgelopen papier zoals beschreven in de afbeelding hieronder.

A. Papierstoring in het papiertoevoergedeelte
1 Open de handinvoerlade en de zijklep.

3 Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig. Draai de draaiknop van de rol in de richting van de pijl om het verwijderen te vergemakkelijken.

Let op dat u het vastgelopen papier tijdens het verwijderen niet scheurt.
2 Druk voorzichtig op beide zijden van de voorklep en trek deze open.

De fuseereenheid is heet. Raak de fuseereenheid niet aan bij het verwijderen van vastgelopen papier. Anders kunt u brandwonden of ander letsel oplopen.

Raak de fotogeleidende drum niet aan (groene gedeelte) bij het verwijderen van het vastgelopen papier. Anders kan de drum beschadigd raken en kunnen er vlekken op de kopieën komen.
4 Sluit het frontdeksel en de zijklep.

Let erop dat de papierstoringsmelding wordt gewist.
B: Papierstoring in het fuseergebied
1 Open de handinvoerlade en de zijklep.

2 Druk voorzichtig op beide uiteinden van de voorplaat.

3 Draai de draaiknop van de rollen in de richting van de pijl

4 Haal de ontgrendeling van de fuseereenheid omhoog en verwijder voorzichtig het vastgelopen papier.


De fuseereenheid is heet. Raak de fuseereenheid niet aan bij het verwijderen van vastgelopen papier. Anders kunt u brandwonden of ander letsel oplopen.
5 Indien u het vastgelopen papier in stap 4 niet kon verwijderen, haal dan de ontgrendelingen van de fuseereenheid naar beneden op de papiergeleider te openen en verwijder dan het vastgelopen papier.

- Raak de fotogeleidende drum niet aan (groene gedeelte) bij het verwijderen van het vastgelopen papier. Anders kan de drum beschadigd raken en kunnen er vlekken op de kopieën komen.
- Zorg ervoor dat de losse toner op het vastgelopen papier uw handen of kleren niet bevuilt.
6 Sluit de fuseereenheid papiergeleider en druk de ontgrendelingen omlaag.
7 Sluit het frontdeksel en de zijklep.

Let erop dat de papierstoringsmelding wordt gewist.
PAPIERSTORING IN DE MIDDELSTE LADE
Verwijder het papier door het in de middelste lade te trekken.

Controleer of er geen vastgelopen papier in de machine zit voor u de lade eruit trekt. (p.66)
1 Til de bovenste lade omhoog, en trek hem eruit. Verwijder vervolgens het vastgelopen papier.

Let op dat u het vastgelopen papier tijdens het verwijderen niet scheurt.
2 plaats de bovenste papierlade terug.

3 Open en sluit de zijklep.

Let erop dat de papier- storingsmelding wordt gewist. De melding kan ook worden gewist door het frontdeksel te openen en te sluiten.
PAPIERSTORING IN DE ONDERSTE PAPIERLADE
- Controleer of er geen vastgelopen papier in de machine zit voor u de lade eruit trekt. (p.66)
- gebruik de volgende procedure om papierstoringen te verhelpen die optreden in de 500-vel papierinvoereenheid of de 2 x 500-vel papierinvoereenheid.
1 Open de onderste zijklep.

2 Verwijder het vastgelopen papier.

Let op dat u het vastgelopen papier tijdens het verwijderen niet scheurt.
3 Wanner u het papier niet kunt zien nadat u stap 2 heeft uitgevoerd, til dan de onderste papierlade op en trek hem eruit en verwijder vervolgens het vastgelopen papier.

Let op dat u het vastgelopen papier tijdens het verwijderen niet scheurt.
4 Plaats de onderste papierlade terug.
Duw de onderste lade er helemaal in.
5 Sluit de onderste zijklep.

Let erop dat de papierstoringsmelding wordt gewist.
PAPIERSTORING IN HET BOVENSTE UITVOERGEDEELTE (wanneer er een sorteerlade of afwerkingeenheid (AR-FN5N) geïnstalleerd is)
Indien er een sorteerlade of afwerkingeenheid geïnstalleerd is kan er een papierstoring optreden in het bovenste uitvoergedeelte.
1 Open de bovenste rechter zijklep.

2 Verwijder voorzichtig het vastgelopen papier.

Let op dat u het vastgelopen papier tijdens het verwijderen niet scheurt.
3 Sluit de bovenste rechter zijklep.
Let erop dat de papierstoringsmelding wordt gewist.
PAPIERSTORING IN EEN UITVOERLADE (wanneer er een afwerkingeenheid (AR-FN5N) geïnstalleerd is).

1 Pak de handgreep van het deksel van de nietcompiler vast en trek hieraan om het deksel te openen.

2 Verwijder eventueel vastgelopen papier uit het transportgedeelte.

3 Indien er sorteren-nieten wordt uitgevoerd, open dan de papiergeleider en verwijder eventueel vastgelopen papier uit de nietcompiler.

4 Sluit het deksel van de nietcompiler.

5 Indien de offsetlade wordt gebruikt, verwijder dan eventueel vastgelopen papier uit de offsetlade.

6 Wanneer de bovenste lade wordt gebruikt, open dan het bovenste deksel, verwijder eventueel vastgelopen papier en sluit het deksel weer.

Let erop dat de papierstoringsmelding wordt gewist.

Om te controleren hoeveel toner er nog is in de tonercartridge (p.74), houdt u de [KOPIEREN] toets ingedrukt De hoeveelheid resterende toner verschijnt op het display. Wanner er minder dan 25% toner over is, bezorg dan zo snel mogelijk een nieuwe tonercartridge. Wanneer "TONERNIVEAU IS LAAG" in het display verschijnt, dient u een nieuwe cartridge bij de hand te hebben om de tonercartridge op ieder moment te kunnen vervangen wanneer er te kort toner over is. Wanneer "VERVANG DE TONERCARTRIDGE." in het tiptoetsenpaneel verschijnt moet de tonercartridge worden vervangen. Volg deze stappen op om de cartridge te vervangen.

Wanner u een lang kopieerproces uitvoert of originelen met veel zwarte gedeeltes kopieert, kan "TONER WORDT BIJGEVULD." in het tiptoetsenpaneel verschijnen en kan het kopiëren stoppen hoewel er nog toner in de tonercartridge is. Wanneer dit gebeurt, wordt de toner bijgevuld. Het bijvullen duurt ongeveer twee minuten. Wanneer de [START] toets ( ) gaat branden, druk dan op de [START] toets ( ) om het kopiëren te hervatten.
1 Druk voorzichtig op beide zijden van de voorklep en trek deze open.

2 Trek de tonerpatroon er voorzichtig uit terwijl u op de ontgrendelingshefboom drukt.

Wanneer u de tonercar-tridge eruit trekt, plaats dan uw andere hand op het groene gedeelte van de cartridge.

- Na het verwijderen van de tonerpatroon mag u deze niet meer schudden of erop kloppen. Anders kan er toner uit de patroon lekken. Doe de oude cartridge onmiddellijk in de zak die waarin de nieuwe cartridge werd geleverd.
- Verwijder de oude tonercartridge volgens de plaatselijke voorschriften.
3 Neem de tonercartridge uit de zak. Pak beide uiteinden van de cartridge vast en schudt deze ongeveer 20 keer horizontaal heen en weer. Na het schudden van de cartridge, verwijdert u de tape.

Pak de cartridge aan de handgreep vast. Houd de cartridge niet aan de sluiter vast. Schud de cartridge alleen voordat het zegel wordt verwijderd.
4 Terwijl u tegen de ontgrendelingshefboom duwt voert u de tonercartridge voorzichtig langs de geleiders tot deze vastklikt.

Wanneer er vuil of stof aan de tonercartridge plakken, dient u dit te verwijderen voor u de cartridge installeert.
5 Verwijder het plakband van de sluiter. Trek de sluiter uit de tonerpatroon zoals getoond in de afbeelding.

Gooi de sluiter weg.
6 Sluit het frontdeksel.

(wanneer de afwerkingeenheid (AR-FN5N) geïnstalleerd is).
Wanneer de melding "VUL NIETJES AAN." verschijnt, dient u de nietjescartridge als volgt te vervangen:
1 Open het deksel van de nieteenheid.

2 Pak het groene gedeelte van de nietjesbox vast en verwijder de nietjesbox uit de nieteenheid.

3 Verwijder de nietjescartridge uit de nietjesbox.

- Plaats een nieuwe nietjescartridge in de box tot deze op zijn plaats vastklikt.

Voer de nieuwe cartridge in door de pijlen op de cartridge op één lijn te brengen met die op de box.
Controleer of de cartridge vastgeklikt is door er zachtjes aan te trekken.
5 Verwijder het plakband van de cartridge.

6 Plaats de nietjesbox in de neteenheid tot deze ineenklikt.

7 Sluit het deksel van de nieteenheid.
HET VERWIJDEREN VAN VATZITTENDE NIETJES
Wanneer er nietjes in de nieteenheid vast zitten, verschijnt de melding "CONTROLEER NIETPOSITIE OF NIETSTORING." Volg deze stappen op om de vastzittende nietjes te verwijderen.
1 Open het deksel van de nieteenheid.

2 Pak het groene gedeelte van de nietjesbox vast en verwijder de nietjesbox uit de nieteenheid.

3 Trek de hefboom aan het eind van de nietjesbox omhoog en verwijder de vastzittende nietjes.

5 Plaats de nietjesbox in de neteenheid tot deze ineenklikt.

6 Sluit het deksel van de nieteenheid.
HET CONTROLEREN VAN DE TOTALE UITVOERTELLING EN TONERNIVEAU
Het resterende tonerniveau en de totale uitvoertelling kunnen op de onderstaande wijze worden weergegeven.
- De uitvoertelling toont de gecombineerde hoeveelheden van uitgevoerde kopieer- fax- en printerfuncties.
Controle van de totale uitvoertelling en tonerniveau
Houd de [KOPIEREN] toets ingedrukt. De totale uitvoertelling verschijnt in het display terwijl u deze toets ingedrukt houdt.



- Elke A3 (11" x 17") pagina wordt als twee pagina's geteld. Tweezijdige pagina's worden ook als twee pagina's geteld.
- De hoeveelheid verbruikte toner is afhankelijk van de gebruiksvoorwaarden en de soorten originelen die gekopieerd werden. Het tonerniveau display kan slechts al geschatte richtlijn worden gebruikt.
HET REINIGEN VAN DE MACHINE
Wanneer de glasplaat, de origineelklep/RSPF of de scanplaat voor originelen die via de RSPF worden toegevoerd (het lange smalle glazen oppervlak aan de rechterkant van de glasplaat) vuil worden, kan het vuil op de kopieën verschijnen. Houd deze onderdelen steeds schoon.
Vlekken of vuil op de glasplaat/origineelklep/RSPF worden eveneens gekopieerd. Veeg de glasplaat, de origineelklep, de RSPF en het scanvenster af met een zachte schone doek.
Maak de doek indien noodzakelijk vochtig met water. Gebruik geen verdunner, benzeen of soortelijke agressieve reinigingsmiddelen.

Spuit er geen ontvlambaar reinigingsgas op. Het gas van de gasspray kan in aanraking komen met het interne elektrische circuit of met hete onderdelen van de fuseereenheid, waardoor er gevaar voor brand of elektrische schokken bestaat.

Oppervlak van de glasplaat Onderkant van de origineelklep/RSPF

Scanplaat
PAPIERINVOERROL VAN DE HANDINVOER
Indien er vaak papierstoringen ontstaan bij het toevoeren van enveloppen of ander dik papier via de handinvoerlade, deint u de papierinvoerrol bij de invoersleuf van de handinvoerlade met een schone, zachte doek af te vegen, die vochtig werd gemaakt met alcohol of water.

In dit hoofdstuk wordt de randapparatuur en de voorraden beschreven. Voor het bestellen van randapparatuur en voorraden neemt u contact op met uw erkende servicevertegenwoordiger.
RANDAPPARATUUR
| AFWERKINGEENHEID (AR-FN5N) zie pagina 77. |
| 500-VEL PAPIERINVOEREENHEID (AR-D21) zie pagina 78. |
| 2 x 500-VEL PAPIERINVOEREENHEID (AR-D22) zie pagina 78. |
| DOCUMENTDEKSEL (AR-VR6) |
| TOEVOER ENKELE BLADEN EN OMKEERFUNCTIE (AR-RP7) zie pagina 79. |
| SORTEERLADE (AR-TR3)Hiermee kunt u de uitvoer per functie van elkaar scheiden (kopieën, printer, etc.). |
| PRINTER UITBREIDINGSKIT (AR-P17)Hierdoor kunt u de machine gebruiken als netwerkprinter. |
| PRINT SERVERKAART (AR-NC5J)* ^1 Deze optionele uitbreidingskit voegt de netwerkprinter functie toe (10/100 BASE-TX). |
| PS3 UITBREIDINGSKIT (AR-PK1)* ^1 Deze kit levert u compatibiliteit met PostScript 3. |
| BARCODE FONTKIT (AR-PF1)* ^1 Deze set lettertypes maakt het printen van barcodes mogelijk. |
| NETWERKSCANNER UITBREIDINGSKIT (AR-NS2)* ^2 Hierdoor kunt u de machine gebruiken als netwerkscanner. |
| FAX UITBREIDINGKIT (AR-FX7)Hierdoor kunt u de machine als faxtoestel gebruiken. |
| 8MB FAX GEHEUGEN (AR-MM9)Het afdrukgeheugen kan worden vergroot door het installeren van het optionele fax uitbreidingsgeheugen. |
| 256MB OPTIONEEL GEHEUGEN (AR-SM5)512MB OPTIONEEL GEHEUGEN (AR-SM6)Er kan extra geheugen in de machine wordne geinstalleerd. Er bevinden zich twee DIMM sleuven in de machine en het geheugen kan worden uitgebreid tot maximaal 1056 MB. |
*1 Hiervoor is de installatie van de PRINTER UITBREIDINGSKIT (AR-P17) nodig.
*2Hiervoor is de installatie van de PRINTER UITBREIDINGSKIT (AR-P17) en 128MB extra geheugencapaciteit noodzakelijk.

- Een in de handel gebruikelijke 64/128/256/512MB (de 168 pin SDRAM DIMM) geheugenmodule kan worden gebruikt om het geheugen in deze eenheid te vergroten. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met uw erkende service vertegenwoordiger.
- Sommige opties zijn eventueel niet verkrijgbaar in sommige laden en regio's.
AFWERKINGEENHEID (AR-FN5N)
Wanneer er een optionele afwerkingeenheid (AR-FN5N) geïnstalleerd is, kan de machine de gesorteerde kopieën automatisch nieten. Elke samengevoegde set kopieën of groep kopieën kan verplaatst van de vorige set worden gedeponeerd. (Offsetfunctie (p.35))
Namen van de onderdelen

Technische gegevens
| AR-FN5N | ||
| Capaciteit van de lade | Bovenste lade 100 | vel |
| Offsetlade 1.000 vel | (500 vel bij een formaat dat groter is dan A4 (8-1/2" x 11")) | |
| Papierformaat | Formaat | Bovenste lade: A5 tot A3 (5-1/2" x 8-1/2" tot 11" x 17") |
| Offsetlade: B5 tot A3 (8-1/2" x 11" tot 11" x 17") | ||
| Gewicht 52 g/m | ^2 tot 128 g/m ^2 (14 lbs. tot 34 lbs.) | |
| Offset Ongeveer 27 mm (1") | ||
| Geschikt papierformaat voor het nieten | B5, A4, A4R, B4, A3 (8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 14", 11" x 17") | |
| Nietcapaciteit | 30 vel (80 g/m ^2 (21 lbs.)) | |
| Stroomvoeding afgenomen van de machine | ||
| Gewicht | Ongeveer 19 kg (42 lbs.) | |
| Afmetingen Uitgangszone | 470 mm (B) x 511 mm (D) x 540 mm (H)(18-33/64" (B) x 20-1/8" (D) x 21-17/64" (H)) | |
| Compiler van de nieteenheid | 562 mm (B) x 444 mm (D) x 109 mm (H)(22-9/64" (B) x 17-31/64" (D) x 4-19/64" (H)) | |

Als onderdeel van ons streven naar continue verbetering van onze producten, behoudt SHARP het recht voor wijzigingen in ontwerp en technische gegevens aan te brengen zonder aankondiging vooraf. De aangegeven vermogensgegevens zijn nominale productiewaarden en er kunnen enkele afwijkingen van deze waarden in individuele machines ontstaan.
500-VEL PAPIERINVOEREENHEID/2 x 500-VEL PAPIERINVOEREENHEID
Deze papierinvoereenheden zijn geschikt voor het maken van grote aantallen afdrukken en beiden een ruimere keuze in bestaande kopieerformaten. De AR-D21 is voorzien van een 500-vel papierinvoereenheid en de AR-D22 bevat twee 500-vel papierinvoerladen.
Namen van de onderdelen
500 VEL PAPIERINVOEREENHEID (AR-D21)

2x500 VEL PAPIERINVOEREENHEID (AR-D22)

Technische gegevens
| AR-D21 AR-D22 | |||
| Papier | Formaat B5 | tot A3 (8-1/2" x 11" tot 11" x 17") | |
| Gewicht 56 | g/m ^2 tot 105 g/m ^2 (15 lbs. tot 28 lbs.) | ||
| Papiercapaciteit | Bovenstelade | 500 vel 500 vel | |
| Onderstelade | — | 5 0 | |
| Gewicht | Ongeveer 6,1kg (13,5 lbs.) | Ongeveer 11,8kg (26,1 lbs.) | |
| Afmetingen | 596 mm (B) x 498 mm (D) x 97 mm (H)(23-15/32" (B) x 19-39/64" (D) x 3-53/64" (H)) | 596 mm (B) x 498 mm (D) x 194 mm (H)(23-15/32" (B) x 19-39/64" (D) x 7-53/64" (H)) | |
| Stroomvoeding afgenomen van de machine | |||

Als onderdeel van ons streven naar continue verbetering van onze producten, behoudt SHARP het recht voor wijzigingen in ontwerp en technische gegevens aan te brengen zonder aankondiging vooraf. De aangegeven vermogensgegevens zijn nominale productiewaarden en er kunnen enkele afwijkingen van deze waarden in individuele machines ontstaan.
TOEVOER ENKELE BLADEN EN OMKEERFUNCTIE
De toevoer enkele bladen en omkeereenheid (RSPF) kan automatisch documenten met meerdere pagina's invoeren. Wanneer de RSPF geïnstalleerd is, kunnen tweezijdige kopieën automatisch gekopieerd worden zonder dat u deze met de hand moet omdraaien.
Namen van de onderdelen

Technische gegevens
| AR-RP7 | ||
| Geschikte originelen | Gewicht | 35 g/m2 tot 128 g/m2 (9 lbs. tot 34 lbs.)52 g/m2 tot 105 g/m2 (14 lbs. tot 28 lbs.) voor tweezijdige originelen) |
| Formaat A5 | tot A3 (5-1/2" x 8-1/2" tot 11" x 17") | |
| Capaciteit T | tot 100 vel (dikte 13 mm (33/64) of minder) | |
| Stroomvoeding afgenomen van de machine | ||
| Te herkennen origineelformaten | A5 tot A3 (5-1/2" x 8-1/2" tot 11" x 17") | |
| Gewicht | Ongeveer 7.5 kg (16,6 lbs.) | |
| Afmetingen | 586 mm (B) x 457 mm (D) x 145 mm (H)(22-61/64" (B) x 17-9/64" (D) x 5-1/4" (H)) | |

Als onderdeel van ons streven naar continue verbetering van onze producten, behoudt SHARP het recht voor wijzigingen in ontwerp en technische gegevens aan te brengen zonder aankondiging vooraf. De aangegeven vermogensgegevens zijn nominale productiewaarden en er kunnen enkele afwijkingen van deze waarden in individuele machines ontstaan.

HET BEWAREN VAN VOORRADEN
Standaard onderdelen voor dit product, die door de gebruiker moeten worden vervangen, zijn papier en de tonercartridge.

GENUINE SUPPLIES
Voor het beste kopieerresultaat raden wij u aan uitsluitend SHARP producten te gebruiken. Alleen authentieke SHARP verbruiksartikelen zijn voorzien van het Authenthieke Onderdelen etiket.
CORRECT BEWAREN
Bewaar de onderdelen op een plaats, die
- schoon en droog is,
- een stabiele temperatuur heeft
- en niet aan direct zonlicht is blootgesteld
Bewaar papier in de verpakking en vlak liggend.
Papier dat uit de verpakking wordt bewaard, of in een rechtop staande verpakking kan omkrullen of vochtig worden, waardoor er papierstoringen kunnen ontstaan.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Model AR-M236 AR-M276 | ||
| Soort Digitaal Multifunctioneel Systeem, Desktop | ||
| Fotogeleidend type OPC drum | ||
| Glasplaat type Vast ingesteld: | ||
| Kopieersysteem Droge elektrostatische transfer | ||
| Originelen Bladen, gebonden documenten | ||
| Origineelformaten Max. A3 (11" x 17") | ||
| Kopieerformaat | Max. A3 (11" x 17")Min. A6 (5-1/2" x 8-1/2")Beeldverlies: Max. 4 mm (5/32") (voorste en achterste randen)Max. 6 mm (11/64") (langs de andere randen in totaal) | |
| Kopieersnelheid(eenzijdig kopiëren bij 100% kopieerfactor) | 600dpi12 kopieën/min. A3 (11" x 17")13 kopieën/min. 8-1/2" x 14"14 kopieën/min. B4 (8-1/2" x 13")16 kopieën/min. A4R (8-1/2" x 11"R)18 kopieën/min. B5R23 kopieën/min. A5, B5, A4(5-1/2" x 8-1/2", 8-1/2" x 11") | 600dpi14 kopieën/min. 11" x 17"15 kopieën/min. A316 kopieën/min. 8-1/2" x 14"17 kopieën/min. B4 (8-1/2" x 13")18 kopieën/min. A4R (8-1/2" x 11"R)21 kopieën/min. B5R27 kopieën/min. A5, B5, A4(5-1/2" x 8-1/2", 8-1/2" x 11") |
| 1200dpi7,5 kopieën/min. A3 (11" x 17")8 kopieën/min. 8-1/2" x 14"8,5 kopieën/min. B4 (8-1/2" x 13")9 kopieën/min. A4R (8-1/2" x 11"R)10,5 kopieën/min. B5R13,5 kopieën/min. A5, B5, A4(5-1/2" x 8-1/2", 8-1/2" x 11") | 1200dpi7,5 kopieën/min. A3 (11" x 17")8 kopieën/min. 8-1/2" x 14"8,5 kopieën/min. B4 (8-1/2" x 13")9 kopieën/min. A4R (8-1/2" x 11"R)10,5 kopieën/min. B5 R13,5 kopieën/min. A5, B5, A4(5-1/2" x 8-1/2", 8-1/2" x 11") | |
| Continu kopiëren Max.999 | kopieën; aftrekkende teller | |
| Tijd voor eerste kopie* Ongeveer 4,8 sec. | ||
| Opwarmtijd* Ongeveer 23 sec. | ||
| Kopieerfactor | 600 dpi:Variabel: 25% tot 400%, in stappen van 1% (totaal 376 stappen)Vast ingesteld: 25%, 50%, 70%, 81%, 86%, 100%, 115%, 122%, 141%, 200%, 400%(25%, 50%, 64%, 77%, 100%, 121%, 129%, 200%, 400%) | |
| 1200 dpi:Variabel: 50% tot 200%, in stappen van 1% (totaal 151 stappen)Vast ingesteld: 50%, 70%, 81%, 86%, 100%, 115%, 122%, 141%, 200%(50%, 64%, 77%, 100%, 121%, 129%, 200%) | ||
| Belichtingssysteem | Glasplaat: Bewegende optische bron, glijdende belichting (vaste kant) metautomatische belichtingsfunctieRSPF: Bewegend origineel | |
| Papierinvoer | Twee automatische papierinvoerladen (500 vel x 2) + handinvoerlade (100 vel) | |
| Fuseersysteem | Verwarmingsrollen | |
| Ontwikkelingssysteem Magnetische borstel ontwikkeling | |
| Lichtbron Xenon lamp | |
| Resolutie | Scannen: 400 dpi uitvoer: 600 dpi (AUTO/TEKST/FOTO functie)Scannen: 400 dpi uitvoer: 1200 dpi (SUPER FOTO functie) |
| Verloop | Scannen: 256Printen: 2 waarde |
| Stroomtoevoer | Lokaal voltage ±10% (zie de naamplaat achterop de kopieermachine voor de stroomtoevoereisen.) |
| Stroomverbruik Max. 1,4 kW | |
| Afmetingen van de buitenkant (met handin-voerlade ingeklapt) | 623 mm (B) x 609,5 mm (D) (24-17/32" (W) x 24" (D)) |
| Gewicht | Ongeveer 47 kg (103,7 lbs.) (tonercartridge niet inbegrepen) |
| Afmetingen | 623mm (B) x 609,5mm (D) x 785,5mm (H)(24-17/32" (B) x 24" (D) x 30-15/16" (H)) |
| Bedrijfscondities | Temperatuur: 15°C tot 30°C (59°F tot 86°F), luchtvochtigheid: 20% tot 85% |
| Geluidsniveau | Geluidsvermogensniveau LwA(1B=10dB)Kopiëren: 6,3[B]Standby: 3,6[B]Geluidsdrukniveau LpA (omstanderpositie)Kopiëren: 50[dB(A)]Standby: 25[dB(A)]Geluidsdrukniveau LpA (operatorpositie)Kopiëren: 51[dB(A)]Standby: 20[dB(A)]Geluidsemissie overeenkomstig ISO 7779. |
| Emissie concentratie (gemeten volgens de RAL-UZ62) | Ozon: 0,02 mg/m ^3 of minderStof: 0,075 mg/m ^3 of minderStyreen: 0,07 mg/m ^3 of minder |
De duur van de eerste kopie en opwarmtijd kunnen variëren afhankelijk van stroomtoevoervoltage, omgevingstemperatuur en andere werkomstandigheden.

Als onderdeel van ons streven naar continue verbetering van onze producten, behoudt SHARP het recht voor wijzigingen in ontwerp en technische gegevens aan te brengen zonder aankondiging vooraf. De vermelde gegevens over het vermogen zijn nominale waarden van productieapparaten. Bij individuele apparaten kunnen er afwijkingen van deze waarden optreden.
INDEX
Symbolen
Aan-/uitschakelaar 8, 13
Aangepaste instellingen 51
Aangepaste kopieerfuncties
- Groeperen functie 35
- Offset functie.... 35
- Sorteren functie.... 35
- Sorteren-nieten functie.... 37
Aantal malen dat de nieteenheid werd gebruikt ..... 53
Aantal pagina's dat via de RSPF werd toegevoerd 53
Aantal tweezijdige kopieën.... 53
Aantal verzonden en ontvangen faxpagina's .... 53
Aantal verzonden pagina's met de netwerkscanner functie.... 53
[AFDRUKKEN] toets
- DATA indicatie 10
- ONLINE indicatie 10
ABCDEF configuratie 53
Afdrukstand van het origineel (Nieten-sorteren) ..... 37
Afstellen van de belichting 29
Afwerkingeenheid.... 37, 70, 73, 76, 77
[ALLES WISSEN] toets.... 10, 14
Attenties m.b.t. de handhaving van de machine .....4
Auditfunctie 56
[AUTO IMAGE] toets.... 30
Automatisch 2-zijdig kopiëren
- Glasplaat.... 27
- RSPF 28
Automatische kopieerfactorselectie 30
Automatische ladeomschakeling.... 53
AZERTY configuratie 53
B
Barcode fontkit 76
Bedieningspaneel.... 8
Begeleiding bij het verhelpen van papierstoringen . 64
Belangrijke punten bij de keuze van een opstellingsplaats.... 3
Belangrijke punten bij het invoeren van papier in de handinvoerlade.... 18
[BELICHTING] toets.... 21, 29
Belichtingsafstelling.... 29
Belichtingsdisplay.... 21
[BOEKKOPIE] toets 39, 43
Boekkopie 43
Bovenste klep.... 77
Bovenste lade 71, 77
Bovenste rechter zijklep 9,70
Bovenste uitvoergebeid.... 70
Briefhoofd papier.... 15, 16, 27
C
Compiler van de nieteenheid 71
Contactdoos 4
Controle van de tonerhoeveelheid 74
D
Dekblad kopieren 48
Deksel documentinvoer.... 8, 65
Deksel nieteenheid.... 74, 77
Deksel transportrol 8,65
Deksel van de compiler van de nieteenheid ..... 70
Deksel van de nieteenheid.... 73
[DETAIL] toets.... 12
Display origineel formaat.... 21
Display origineeltoevoer.... 21
Displaycontrast.... 51, 53
Displaymelding.... 58
Displayschakeltoets 12
Documentinvoerlade 8, 23, 65
Dun papier.... 15
E
[E-MAIL/FTP] toets.... 12
Envelop 15, 16
Etiket 15
Extra beeldafstelling.... 26
F
[FAX] toets
- DATA indicatie 10
- LINE indicatie 10
Fax uitbreidingskit 76
[FAXOPDRACHT] toets 12
Fotogeleidende drum 9,66
Foutmelding 58
Frontdeksel 8,66,67,72
Functiekeuzetoetsen 10
Functie-omschakeltoets 12
G
[GEBRUIKERSINSTELLINGEN] toets. 10, 19, 20, 52
Gemengde toevoer 25
Geschikte originelen voor gebruik in de RSPF...... 24
Glasplaat 8
Grijs gemaakt 11
Groeperen functie 35
[GROEP] toets 36
H
Handgreep zijklep 9
Handinvoer.... 26
[HANDINVOERLADE] toets 20
Handinvoerlade 9,26,66,75
[HANDMATIG] toets.... 47
Handmatige kopieerfactor selectie.... 31
Hefbomen.... 8
Het bijvullen van papier in de handinvoerlade ..... 18
Het bijvullen van papier.... 15
Het gebruik van het tiptoetsenpaneel.... 11
Het instellen van de papiersoort in de handinvoerlade
- [GEBRUIKERSINSTELLINGEN] toets...... 20
- [PAPIERFORMAAT] toets 20
- Verschuifrichting 41
Hoe wordt het origineel geplaatst
- Glasplaat.... 22
- RSPF 23
Hoofdscherm van de kopieerfunctie.... 21
|
icoon (opdrachtstatusscherm).... 12
[INBINDEN VERANDEREN] toets 27
[INBINDKOPIE] toets 39, 44
Inbindkopie.... 44
[INFORMATIE] toets 64
Informatieblad over materiaalveiligheid.... 82
J
Kantlijn verschuiven functie.... 41
[KANTLIJN VERSCHUIVEN] toets 39, 41
Kleurenpapier.... 15
Klok 51
Knop deksel transportrol 8,65
Kopieerfactor display.... 21
[KOPIEERFACTOR] toets.... 21, 31, 32
Kopieerhoeveelheid display 21
[KOPIEREN] toets.... 21, 72, 74
L
[LADE INSTELLINGEN] toets 19, 20
Lijst printen.... 51, 53
M
Meldingendisplay 21
[MENU] toets.... 31
Middelste lade 8,68
Multi shot functie 46
[MULTI SHOT] toets.... 39, 46
N
Namen van de onderdelen en functies
- Bedieningspaneel 10
Netwerkscanner uitbreidingskit 76
Nietcartridge....73
Nietjesbox 73
Nietpositions.... 37
Normaal kopiëren
- Glasplaat.... 22
- RSPF 23
Normaal papier.... 15
Numerieke toetsen 10
0
Offsetfunctie 35, 36
Offsetlade.... 35, 71, 77
Omkeerlade.... 8, 65
[ONDERBREKEN] toets.... 10, 34
Onderbreken van een kopieerproces.... 34
Ontgrendelrol 65
Ontgrendlingshefboom fuseereenheid 9,67
Oorspronkelijke instellingen 14
Opdrachtenlijst 12
Opdrachtprogramma
- Opslaan.... 54
- Uitvoeren.... 55
- Wissen 55
[OPDRACHTSAMENSTELLING] toets ...... 39, 45
Opdrachtsamenstellingsfunctie 23, 45
[OPDRACHTSTATUS] toets 10, 12
Opdrachtstatusscherm 12
Opslaan van voorraden.... 79
[OPSLAAN/WISSEN] toets 54, 55
Optionele apparatuur 76
Opwarmen.... 13
[ORIGINEELFORMAAT] toets 39, 47
Origineelgeleiders 8
Papiercapaciteit.... 15
Papierformaat display 21
Papierformaat kaartje.... 17
Papierformaat.... 15, 19
Papiergeleider fuseereenheid 9,67
Papiergeleider 71
Papiergeleiders handinvoer 9
Papierinvoerrol van de handinvoer 75
Papierlade bijvullen 17
Papierselectie display 21
Papiersoort.... 15, 19, 20
Papierstoring in d e handinvoerlade.... 66
Papierstoring in de bovenste papierlade.... 68
Papierstoring in de machine.... 66
Papierstoring in de middelste lade 68
Papierstoring in de onderste papierlade 69
Papierstoring in een uitvoerlade.... 70
Papierstoring in het bovenste uitvoergedeelte ..... 70
Papierstoring in het fuseergebied 67
Papierstoring in het papiertoevoergedeelte 66
Papierstoringen 62
Print serverkaart.... 76
Printer uitbreidingstoets 76
[PRINTOPDRACHT] toets.... 12
[PRIORITEIT] toets 12
Problemen.... 60
PS3 uitbreidingskit 76
Punten waarop u bij het kopiëren moet letten...... 24
Q
QWERTY configuratie.... 53
R
Randapparatuur 76
Recyclepapier 15
Reinigen van de machine
- Glasplaat.... 75
- Papierinvoerrol van de handinvoer 75
- RSPF 75
Richtlijnen belichtingswaarden.... 29
Rotatie kopiëren 25
RSPF 8,23,24,65,76,79
s
[SCANNEN] toets
- DATA indicatie 10
Selecteren van de soort origineel.... 29
Soort origineel
- Foto....29
- Super foto 29
- Tekst 29
- Tekst/foto 29
Sorteerlade.... 8, 76
Sorteren functie.... 35
[SORTEREN] toets 36
Sorteren-nieten functie.... 37
[SORTEREN-NIETEN] toets 38
Speciaal papier 26
Speciaal papier
- Envelop 16
- Briefhoofd papier.... 16
[SPECIALE FUNCTIES] toets.... 21, 39, 40
Speciale functies
- Boekkopie 43
- Dekblad kopiëren 48
- Inbindkopie.... 44
- Kantlijn verschuiven functie 41
- Multi shot functie 46
- Opdrachtsamenstellingsfunctie....45
- Origineelformaat 47
- Wisfunctie 42
- Z/W omkeren functie.... 50
[START] toets.... 10, 22, 23
[STOP/WISSEN] toets 12
Stroom aan.... 13
Stroom uit.... 13
Stroominvoerfunctie 23
Stroomspaarfuncties
- Automatische stroomuitschakelstand ...... 14
- Voorverwarmfunctie 14
T
Tellerfunctie middelste lade 24
Tiptoetsenpaneel.... 10, 11
Tonercartridge ontgrendelhendel 9,72
Tonercartridge....9,72
Totaal aantal gekopieerde en geprinte pagina's ..... 53
Totaaltelling.... 51, 53
Totale uitvoertelling 74
Uitschakelen van tweezijdig printen op briefhoofd papier 53
Verhelpen van papierstoring
- Bovenste papierlade 68
- Bovenste uitvoerlade.... 70
- Handinvoerlade 66
- Machine.... 66
- Middelste lade.... 68
- Onderste papierlade.... 69
- RSPF 65
- Uitvoerlade.... 70
Verkleining/vergroting/zoom.... 30
Verkleiningstoets.... 31
Verlenging handinvoerlade 9,18
Vervangen nietcartridge 73
Vervangen van de tonercartridge.... 72
Verwijderen van nietstoringen.... 74
[VOORBLAD] toets 39, 49
Vooringestelde vergrotingsfactoren 31
W
Waarschuwingen bij het gebruik van dit apparaat.... 3
Walsdraaiknop 9,66,67
Wijzigen van de instellingen van de papierlade en instellingen papierformaat 19
Wisbreedte 42
Wisfunctie.... 42
Wisfunctie
- Midden wissen 42
- Rand wissen.... 42
- Rand + midden wissen.... 42
Z/W omkeren functie 50
[Z/W OMKEREN] toets.... 39, 50
Zijklep.... 9,67
Zwaar papier 15
INDEX NAAR FUNCTIES
Voorbereidingen
Handinvoerlade, het vullen van papier in ....18
Oorspronkelijke instellingen, terugkeren naar de.....14
Origineelklep, verwijderen....24
Papier, bijvullen....17
Papierformaat, wisselen....19
Papiersoort, wijzigen 19
Stroom inschakelen....13
Stroom uitschakelen....13
Het maken van kopieën
Afdrukstand, wijzigen 27, 28
Auditfunctie, kopieren wanneer deze ingeschakeld is....56
Automatisch 2-zijdig kopiëren
- Glasplaat.... 27
- RSPF 28
Belichting, afstellen 29
Belichting, selecteren 29
Gemengde toevoer 25
Glasplaat kopieren vanaf de 22
Handinvoerlade, kopieren vanuit....26
Kopieerproces onderbreken....34
Kopieerproces stoppen 22, 23
Kopiëren
- Glasplaat.... 22
- RSPF 23
Origineelsoort, selecteren 29
Papierformaat (lade), handmatig selecteren .....22
RSPF, kopieren vanuit ....23
Speciaal papier, kopiëren op....26
Stroominvoerfunctie 23
Vergroten/verkleinen van kopieën
- Automatische kopieerfactorselectie 30
- Handmatige kopieerfactor selectie.... 31
- XY ZOOM functie.... 32
Het gebruik van comfortabele kopieerfuncties
Boekkopie ....43
Dekblad, aan kopieën toevoegen....48
Groeperen m.b.v. 35
Groot aantal originelen, kopieren ....45
Inbindkopieren....44
Kantlijn, maken....41
Multi shot functie ....46
Offsetfunctie, het gebruik van ....35
Origineel formaat vastleggen 47
Selecteren van de afwerkingfuncties
- Groeperen....35
- Offset functie.... 35
- Sorteren 35
- Sorteren-nieten functie....37
Sorteren, het gebruik van....35
Sorteren-nieten functie....37
Speciale functies, het gebruik van
- Boekkopie 43
- Dekblad kopiëren 48
- Inbindkopie.... 44
- Kantlijn verschuiven functie.... 41
- Multi shot functie 46
- Opdrachtsamenstellingsfunctie 45
- Origineelformaat.... 47
- Wisfunctie.... 42
- Z/W omkeren functie 50
Wisfunctie.... 42
Zwart/wit omkeerfunctie 50
De machine eenvoudiger maken in het gebruik
Datum en tijd, instellen.... 53
Displaycontrast, afstellen 53
Een opdracht annuleren.... 12
Een opdracht in uitvoering annuleren 12
Gebruikersinstellingen, configureren.... 51
Laden, instellingen configureren 53
Lijsten, printen.... 53
Opdrachtdetails, weergegeven 12
Opdrachtprogramma, opslaan 54
Opdrachtprogramma, uitvoeren 55
Opdrachtprogramma, wissen 55
Prioriteit, verlenen aan een bepaalde opdracht ..... 12
Toetsenbord, wijzigen 53
Totaaltelling, weergeven 53
Wissen van een opdracht.... 12
Opsporen van fouten en onderhoud
Nietcartridge, vervangen 73
Nietstoring, verhelpen 74
Papierstoringen, verhelpen
- Bovenste papierlade 68
- Bovenste uitvoergebeid.... 70
- Handinvoerlade 66
- Machine.... 66
- Middelste lade 68
- Onderste papierlade.... 69
- RSPF 65
- Uitvoerlade.... 70
Problemen.... 60
Reinigen van de machine.... 75
Toner, controlleren.... 74
Tonercartridge, vervangen 72
Totale uitvoertelling 74
MEMO
MEMO

Deze aansluiting is alleen bestemd voor servicewerkzaamheden. Aansluitingen op deze uitgang kunnen storingen in de kopieermachine veroorzaken.
Instructie voor de servicemonteur:
De snoerlengte voor de service-uitgang mag maximaal 3 meter bedragen.

LUOKAN 1 LASERLAITE
KLASS 1 LASERAPPARAT





