E-Studio 2051C - Printer TOSHIBA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis E-Studio 2051C TOSHIBA in PDF-formaat.
| Type product | Multifunctioneel digitaal kleurensysteem (printer, kopieerapparaat, scanner) |
| Afmetingen (B x D x H) | Ca. 575 x 585 x 460 mm (zonder opties) |
| Gewicht | Ca. 50 kg (zonder opties) |
| Stroomvoorziening | 220–240 V AC, 50/60 Hz |
| Kopieersnelheid (kleur/zwart-wit) | Tot 20 kopieën per minuut (A4) |
| Papierformaten | A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R, FOLIO; LT-formaten: LD, LG, LT, LT-R, ST-R, COMP; K-formaten |
| Papiercapaciteit (standaard) | Tot 277 vel in lade (64 g/m²); handinvoer tot 100 vel |
| Dubbelzijdig afdrukken | Automatisch (enkelzijdig naar dubbelzijdig, dubbelzijdig naar dubbelzijdig, boek naar dubbelzijdig) |
| Afwerkingsopties | Sorteren, groeperen, nieten, perforeren, brochure sorteren, rughechten (met optionele finisher) |
| Scannen | Via glasplaat of automatische documentinvoer (RADF); max. 1000 vellen per taak |
| Kleurinstellingen | Kleur, zwart-wit, automatische kleurdetectie; modi voor tekst, foto, drukwerk, kaart |
| Beeldbewerking | Vergroten/verkleinen (25–400%), XY zoom, marges, rand wissen, spiegelbeeld, negatief/positief, watermerk, paginanummering |
| Geheugen en opslag | Opslaan als bestand (e-Filing, gedeelde map); templates voor veelgebruikte instellingen |
| Onderhoud | Reinig glasplaat en RADF regelmatig; vervang tonercartridges en afvaltonerbak indien nodig |
| Veiligheid | Waarschuwing voor hete oppervlakken; niet openen tijdens werking; voorkom vingerbeknelling bij laden |
| Netwerk | Geschikt voor netwerkgebruik (optionele fax, e-mail, SMB, FTP) |
| Gebruikersinterface | Aanraakscherm met tabbladen BASIS, BEWERKEN, BEELD |
| Garantie | Raadpleeg de verkorte installatiehandleiding of neem contact op met uw leverancier |
Veelgestelde vragen - E-Studio 2051C TOSHIBA
Gebruikersvragen over E-Studio 2051C TOSHIBA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding E-Studio 2051C - TOSHIBA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. E-Studio 2051C van het merk TOSHIBA.
GEBRUIKSAANWIJZING E-Studio 2051C TOSHIBA
■ Gebruik van deze handleiding
Hartelijk dank voor de aanschaf van het multifunctionele digitale systeem of multifunctionele digitale kleurensysteem van TOSHIBA. Deze handleiding beschrijft het gebruik van de kopieerfuncties van dit multifunctionele systeem. Lees deze handleiding vóór gebruik van dit multifunctionele systeem.
☐ Symbolen in deze handleiding
In deze handleiding gaan bepaalde belangrijke passages vergezeld van de hieronder weergegeven symbolen. Lees deze passages voordat u dit multifunctionele systeem gaat gebruiken.
⚠ WAARSCHUWING
⚠️ VOORZICHTIG
Opmerking
Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan leiden tot overlijden, ernstig letsel of ernstige beschadiging van of brand in het multifunctionele systeem of voorwerpen in de naaste omgeving ervan.
Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan leiden tot licht of matig letsel, lichte beschadiging van het multifunctionele systeem of voorwerpen in de naaste omgeving ervan, of verlies van gegevens.
Wijst op informatie waar u bij het bedienen van het multifunctionele systeem op moet letten.
In afwijking op het bovenstaande, geeft deze handleiding met de volgende pictogrammen ook informatie, die nuttig en handig kan zijn bij de bediening van dit systeem:
Tip

Beschrijft handige informatie die van pas kan komen wanneer u het multifunctionele systeem bedient.
Pagina's met onderwerpen die gerelateerd zijn aan uw huidige werkzaamheden. Bekijk deze pagina's naar behoefte.
□ Beschrijving van de richting van het origineel/kopieerpapier
Kopieerpapier of originelen met A4-, B5- of LT-formaat kunnen zowel in een staande als een liggende richting worden geplaatst. In deze handleiding is een "-R" aan het papierformaat toegevoegd wanneer dit formaat papier of origineel in liggende richting wordt geplaatst.
bijv.) Origineel in A4-formaat op de glasplaat voor originelen

Geplaatst in staande richting: A4 Geplaatst in liggende richting: A4-R
Kopieerpapier of originelen met A3-, B4-, LD- of LG-formaat kunnen alleen in een liggende richting worden geplaatst, daarom krijgen deze formaten geen toevoeging "-R".
□ Opties
Raadpleeg voor beschikbare opties "Opties" in de Verkorte installatiehandleiding voor het multifunctionele systeem.
Displays
- Schermen in deze handleiding kunnen afwijken van die op het apparaat, afhankelijk van de gebruiksomgeving van de apparatuur, zoals het wel of niet geïnstalleerd zijn van opties.
- In deze handleiding staan schermen over het gebruik van papier van formaat A/B. Als u papier in formaat LT gebruikt, dan kan het display of de volgorde van toetsen in de afbeeldingen verschillen van die van uw multifunctionele systeem.
□ Handelsmerken
De in deze handleiding of in deze software voorkomende bedrijfs- en productnamen kunnen de handelsmerken zijn van de respectievelijke bedrijven.
Voorwoord....1
Hoofdstuk 1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Menu BASIS voor de kopieerfuncties.... 8
Papier plaatsen....11
Geschikt kopieerpapier.... 11
Papier in laden plaatsen 12
Papierformaat vastleggen.... 16
Instelling papiersoort 17
Papier in het extra grote papiermagazijn plaatsen 20
Hoofdstuk 2 HET MAKEN VAN KOPIEËN
Voordat u kopieën maakt.... 24
Opslag van kleurenkopieën 24
Functie ter voorkoming van vervalsing.... 24
Originelen plaatsen 25
Aanvaardbare originelen 25
Originelen op de glasplaat voor originelen leggen 25
Boeken 26
Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (RADF).... 28
Afdrukken maken 31
Basiskopieerprocedure.... 31
Volgend origineel tijdens het kopieren scannen 34
Kopieren onderbreken en andere afdrukken maken 35
Proefkopie 36
Uitvoerlade selecteren.... 38
Kopiëren met handinvoer 39
Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat 40
Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat 50
Hoofdstuk 3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
Vóór gebruik van de kopieerfuncties 54
Standaardinstellingen 54
Ingestelde functies bevestigen 54
Ingestelde functies annuleren.... 55
Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies 55
Papierselectie 56
Automatische papierelectie (APS) 56
Gewenste papier handmatig selecteren 57
Originelen met verschillende formaten in één keer kopieren 58
Kleurinstellingen selecteren....60
Instelling Modus voor originelen 61
Densiteitaanpassing.... 62
Vergroten en verkleinen.... 63
Automatische zoomselectie (AMS)....63
Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren .... 64
De reproductiefactor handmatig specificeren.... 66
Foto-originelen met de optimale reproductiefactor voor kopieerpapierformaat kopieren (FOTOZOOM) 68
Afwerkfunctie selecteren 71
Afwerkfuncties en als optie leverbare afwerkapparaten 71
Modus Sorteren/Groeperen....73
Stand Roteren en sorteren 75
Stand Nieten en sorteren.... 76
Brochure sorteren / rughechten 79
Stand Perforatie 81
Dubbelzijdig kopiëren 82
Een enkelzijdige afdruk maken.... 83
Een dubbelzijdige afdruk maken 84
Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken.... 85
Opslaan als bestand uitvoeren 88
Instelling gedeelde map....90
Hoofdstuk 4 BEWERKEN-FUNCTIES
Weergave menu BEWERKEN 94
Beeld verschuiven....95
Marge boven/onder of marge links/rechts creëren 95
Inbindruimte creëren....97
Rand wissen....99
Boekmidden wissen.... 100
Twee pagina's 102
2IN1 / 4IN1 104
Stand Brochure sorteren 107
Beeld bewerken 109
Trimmen / maskeren.... 109
Spiegelbeeld / Negatief/positief-omkering 112
XY zoom 113
Kaftblad 115
Tussenlegvel.... 117
Tijdstempel.... 120
Paginanummer....121
Taakopbouw.... 123
Beeldrichting.... 126
Boek - kalender.... 128
ADF -> SADF 129
Volledige afdruk.... 131
Afdrukherhaling.... 132
Geen blanco pagina 134
Buitenkant wissen 136
Hoofdstuk 5 BEELDCORRECTIE
Weergave menu BEELD 140
Gebruik van de functies voor beeldcorrectie 141
Kleurbalans (YMCK-afstelling) 141
RGB-afstelling 143
Snelkeuze-instelling....144
Achtergrondinstelling.... 145
Scherpte 146
Tweekleurenkopie 147
Eenkleurenkopie.... 152
Kleurtoon 153
Verzadiging 154
Hoofdstuk 6 TEMPLATES
Templates.... 156
Weergave templatemenu 156
Gebruik van "Praktische templates" 157
Templates vastleggen 159
Templates in de openbare templategroep vastleggen 159
Een nieuwe privé-groep aanmaken.... 162
Templates in een privé-groep vastleggen 163
Templates oproepen 165
Gegevens wijzigen 168
Gegevens van privé-groep wijzigen 168
Templategegevens wijzigen 169
Groepen of templates verwijderen.... 171
Privé-groepen verwijderen.... 171
Templates verwijderen 172
Hoofdstuk 7 TAAKSTATUS BEVESTIGEN
Bevestiging afdruktaakstatus 176
Taken in uitvoering of in de wachtrij bevestigen.... 176
Taakgeschiedenis bevestigen 181
Papierladen bevestigen 182
Hoeveelheid resterende toner bevestigen.... 183
Hoofdstuk 8 OVERIGE INFORMATIE
Continue kopieersnelheid.... 186
Combinatiematrix kopieerfunctie.... 187
Combinatiematrix 1/2....187
Combinatiematrix 2/2....188
Combinatiematrix beeldcorrectiefunctie.... 189
Combinatiematrix 1/2....189
Combinatiematrix 2/2....190
TREFWOORDENREGISTER 191
VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u moet weten voordat u dit multifunctionele systeem gebruikt, zoals de samenstelling van het menu BASIS voor de kopieerfuncties en de wijze waarop het kopieerpapier wordt geplaatst.
Menu BASIS voor de kopieerfuncties 8
Papier plaatsen.... 11
Geschikt kopieerpapier....11
Papier in laden plaatsen....12
Papierformaat vastleggen 16
Instelling papiersoort ....17
Papier in het extra grote papiermagazijn plaatsen 20
Menu BASIS voor de kopieerfuncties
Menu BASIS voor de kopieerfunctie toont de volgende informatie:

1. Functieweergave
De in gebruik zijnde functie, zoals kopieren, wordt weergegeven.
2. Gebied voor meldingen
Hier verschijnt een korte beschrijving van de functies of de huidige status van dit multifunctionele systeem in de vorm van een melding.
3. Meldingsgebied systeemstatus (P.10)
Hier verschijnt het formaat, de papiersoort of het resterende aantal vellen in elke lade.
4. Indextabbladen (BASIS, BEWERKEN, BEELD) (P.93, P.139)
Hiermee kunt u tussen de menu's "BASIS", "BEWERKEN" en "BEELD" schakelen.
5. Gebied voor waarschuwingsmeldingen
Hier worden waarschuwingsmeldingen, bijv. meldingen dat de tonercartridges of de tonerafvalbak aan vervanging toe zijn, weergegeven.
Bij gebruik van de gebruikersbeheerfunctie en de afdelingsbeheerfunctie
In bovenstaand geval verschijnen hier gedurende 5 seconden na authenticatie van de gebruiker de aan elke gebruiker of afdeling toegewezen taakquota.
Het weergegeven aantal is het kleinste aantal van of gebruiker ( of afdeling ( ).
Tips
- De weergave kan afhankelijk van de beheersstatus van het multifunctionele systeem afwijken.
- Raadpleeg voor bijzonderheden met betrekking tot de gebruikersbeheerfunctie of de afdelingsbeheerfunctie uw systeembeheerder.
6. Toets [APS] (automatische papierelectie) (P.56)
Deze dient voor de overschakeling op automatische papierselectie.
Deze dient voor de wijziging van de reproductiefactor van afdrukken.
8. Toets [DUBBELZIJDIG] (P.82)
Deze dient voor het selecteren van enkelzijdig/dubbelzijdig kopieren (bijv. 1 -> dubbelzijdig, 2 -> dubbelzijdig).
Deze dient voor het selecteren van een sorteren-stand.
- Toets [ORIGIN. MODUS] (P.61)
Deze dient voor het selecteren van een modus voor originelen.
-
Datum en tijd
-
Toets [TAAKSTATUS] (P.176)
Deze toets is voor het bevestigen van de verwerkingsstatus van kopieer-, fax-, scan- of afdruktaken, en ook voor het bekijken van de geschiedenis van de resultaten ervan.
- Toets [PROEFKOPIE] (P.36)
Deze dient voor het maken van een proefkopie ter controle van een afdruk voordat een groot aantal afdrukken wordt gemaakt.
- Toetsen voor aanpassing dichtheid (P.62)
Deze dienen voor de aanpassing van het densiteitniveau van afdrukken.
- Knoppen voor kleurenmodus (P.60):
Deze zijn voor het schakelen tussen kleurenmodi.
-
Aantal afdruksets
-
Aantal resterende afdruksets
-
(Help) toets
Deze toets is voor het weergeven van de uitleg bij elke functie of de toetsen op het aanraakscherm.
- [TEMPLATE]-toets (P.155)
Deze dient voor de templatefunctie.
- [INSTELLING]-toets (P.54)
Deze dient voor de controle van de momenteel ingestelde functies.
- Toets [OPSLAG] (P88)
Deze dient voor de opslagfunctie.
Meldingsgebied systeemstatus
In het meldingsgebied voor de status van het systeem wordt de volgende informatie getoond:

1. Weergave uitvoerlade (P.38)
Toont de lade waarheen de afdrukken worden uitgevoerd.
2. Toets [UITV. LADE] (P. 38)
Deze dient voor het selecteren van de uitvoerladen.
3. Papierladetoetsen (P57)
Deze tonen het papierformaat, het resterend aantal vellen in elke papierlade en de voor de papierlade ingestelde papiersoort. Wanneer u een bepaalde papierlade wilt gebruiken, drukt u op de betreffende toets.
Opmerking
Als het papierformaat voor het multifunctionele systeem niet gedetecteerd kan worden, verschijnt er "⚠---". Controleer in dit geval de volgende twee zaken.
- Is er papier van een onacceptabel formaat in de lade geplaatst?
P.11 "Geschikt kopieerpapier"
- Is de ruimte tussen het papier en de zij- of eindgeleiders te groot?
P.12 "Papier in laden plaatsen"
Als de fout zich blijft voordoen, neem contact op met uw vertegenwoordiger voor onderhoud.
Tip
Het resterend aantal vellen dat nog in de standaard papierlade (eerste lade) ligt, wordt als volgt weergegeven.
| Status lade Weergave | |
| Geplaatst | |
| Geen papier |
4. [HANDINV.]-toets (P3 9)
Wanneer er op deze toets wordt gedrukt terwijl er papier in de handinvoerlade ligt, wordt deze als het papiermagazijn ingesteld.
5. Papiersoort in de handinvoerlade (P.39)
Hier wordt de papiersoort in de handinvoerlade met een pictogram aangegeven.
■ Geschikt kopieerpapier
Het volgende papier kan worden geplaatst en gebruikt voor het kopieren.
De waarden zijn alleen geldig als er door TOSHIBA aanbevolen papier wordt gebruikt. Raadpleeg voor aanbevolen papier de Verkorte installatiehandleiding.
Opmerkingen
- Plaats geen papier van verschillend formaat of van verschillende soort in dezelfde papierlade.
- Zorg ervoor dat de papierstapel niet hoger is dan de lijn op de geleidingen.
| Toevoer-magazijn | Papiersoort Maximale invoercapaciteit Formaat | ||
| Lade Normaal papier, gerecycled papier (60 - 105 g/m2) (16 - 28 lb. Bond) | 277 vel (64 g/m2) (17 lb. Bond)250 vel (80 g/m2) (20 lb. Bond)231 vel (81 - 105 g/m2) (21 - 28 lb. Bond) | A/B-formaat:A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R, FOLIOLT-formaat:LD, LG, LT, LT-R, ST-R, COMP, 13" LG, 8,5" SQK-formaat:8K, 16K, 16K-R | |
| DIK 1(- 163 g/m2)(- 90 lb. Index) | 69 vel | ||
| Eenheid voor papierinvoer Onderzetkast voor papierinvoer Extra papierlade | Normaal papier, gerecycled papier (60 - 105 g/m2) (16 - 28 lb. Bond) | 600 vel (64 g/m2) (17 lb. Bond)550 vel (80 g/m2) (20 lb. Bond)500 vel (81 - 105 g/m2) (21 - 28 lb. Bond) | |
| DIK 1(- 163 g/m2)(- 90 lb. Index) | 300 vel | ||
| Extra groot papierinvoer-magazijn | Normaal papier, gerecycled papier (64 - 105 g/m2) (17 - 28 lb. Bond) | 2360 vel (64 g/m2) (17 lb. Bond)2000 vel (80 g/m2) (20 lb. Bond)1660 vel (81 - 105 g/m2) (21 - 28 lb. Bond) | A4, LT |
| Handinvoer Normaal papier, gerecycled papier*1(60 - 105 g/m2) (16 - 28 lb. Bond) | 100 vel (64 - 80 g/m2) (17 - 20 lb. Bond)80 vel (81 - 105 g/m2) (21 - 28 lb. Bond) | A/B-formaat:A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R, A6-R, FOLIOLT-formaat:LD, LG, LT, LT-R, ST-R, COMP, 13" LG, 8,5" SQK-formaat:8K, 16K, 16K-RNiet-standaard formaat:Lengte: 100 - 297 mm (3.9" - 11.7"),Breedte: 148 - 432 mm (5.8" - 17") | |
| DIK 1(- 163 g/m2)(- 90 lb. Index) | 40 vel | ||
| DIK 2 *2(- 209 g/m2)(- 110 lb. Index) | 30 vel | ||
| Etiketten *2, *3 | 1 vel | ||
| Overhead-transparanten *2 | 30 vel A4, LT | ||
| Envelop *2, *4, *5 | 1 envelop DL (110 mm x 220 mm), COM10 (4 1/8" x 9 1/2"), Monarch (3 7/8" x 7 1/2"), CHO-3 (120 mm x 235 mm), YOU-4 (105 mm x 235 mm) | ||
*1 Gebruik voor dubbelzijdig afdrukken of afdrukken op de achterzijde van normaal papier de automatische dubbelzijdige kopieereenheid. Als de automatische dubbelzijdige kopieereenheid niet geïnstalleerd is, stel de papiersoort dan in op "GERECYCLED PAPIER".
*2 Dubbelzijdig kopiëren is niet beschikbaar.
*3 Wilt u op de etiketten kopiëren, selecteer dan "DIK 2" als papiersoort.
*4 Kopiëren op de achterzijde van een envelop is niet mogelijk.
*5 Wanneer de finisher met rughechting geïnstalleerd is, wordt de envelop in de uitvoerlade van het multifunctionele systeem uitgeworpen. Wanneer de binnenste Finisher geïnstalleerd is, wordt de envelop in de kopieopvanglade van de finisher uitgeworpen.
Tips
- "LT-formaat" is het standaardformaat alleen voor gebruik in Noord-Amerika.
• "K-formaat" is een Chinees standaardformaat. - Afkortingen voor papierformaten: LT: Letter, LD: Ledger, LG: Legal, ST: Statement, COMP: Computer, SQ: Square
☐ Ongeschikt kopieerpapier
Gebruik geen van de onderstaande soorten papier. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
• Vochtig papier
• Gevouwen papier
• Gekruld of gekreukt papier
- Papier met een extreem glad of ruw oppervlak
Gebruik geen van de onderstaande soorten papier. Dit kan een storing in het multifunctionele systeem veroorzaken.
- Papier waarvan het oppervlak een speciale behandeling heeft ondergaan
- Papier dat al een keer is gebruikt in andere multifunctionele systemen of printers
□ Aanwijzingen voor de opslag van kopieerpapier
Zorg bij de opslag van kopieerpapier voor het volgende:
- Bewaar het papier in de originele verpakking om het stofvrij te houden.
• Vermijd direct zonlicht. - Bewaar het papier in een vochtvrije ruimte.
- Bewaar kopieerpapier op een vlakke ondergrond om te voorkomen dat het papier vouwt of buigt.
■ Papier in laden plaatsen
Volg onderstaande procedure om papier in de lade, eenheid voor papierinvoer, onderzetkast voor papierinvoer of extra papierlade te plaatsen. Voor het geschikte kopieerpapier zie:
P.11 "Geschikt kopieerpapier"
1 Schakel de stroomvoorziening van het multifunctionele systeem in.
2 Trek een papierlade voorzichtig uit totdat deze niet verder gaat.
Ga voor het plaatsen van papier in de eenheid voor papierinvoer, onderzetkast voor papierinvoer of extra papierlade door met stap 4.

3 Druk de papierplaat naar beneden.
Opmerking
Druk deze naar beneden tot een klikgeluid wordt gehoord en de plaat niet langer terugveert.

4 Leg het papier in de lade.
Opmerkingen
- Er kunnen maximaal 277 vellen (64 g/m²) (17 lb. Bond) in een papierlade worden geplaatst. Of, tot 600 vel (64g/m²) (17 lb. Bond) bij het plaatsen van papier in de eenheid voor papierinvoer, onderzetkast voor papierinvoer of extra papierlade. Zorg ervoor dat de papierstapel niet hoger is dan de lijn aan de binnenzijde van de papiergeleiders. P.11 "Geschikt kopieerpapier"
- Waaier het papier goed los en stoot het gelijk voordat u het in een papierlade plaatst omdat de vellen anders vóór het invoeren mogelijk niet van elkaar worden gescheiden. Pas op dat u zich hierbij niet in uw vingers snijdt.
- Plaats het papier met de kopieerzijde naar boven gekeerd. De kopieerzijde staat meestal aangegeven op de verpakking.

5 Duw het onderste gedeelte van de eindgeleiding in de richting van de pijlen om deze te verwijderen en installeer deze dan weer op de plaats van het gewenste papierformaat.

6 Stel, terwijl u de groene hendel van de zijgeleider in de richting van de pijl houdt, de zijgeleider in op het papierformaat.

Verstel de papiergeleiders met twee handen.
7 Controleer dat er geen ruimte zit tussen het papier en de zijgeleiders of het papier en de eindgeleider.
Als er te veel ruimte is, kan dit leiden tot papierstoringen of het onjuist detecteren van het papierformaat.
Tussen het papier en de zijgeleiders ("A" in de afbeelding):
Zorg ervoor dat er geen ruimte is. (0,5 mm of minder aan één kant of in totaal 1,0 mm of minder) Als er echter papierstoringen optreden, maak dan wat ruimte.
Tussen het papier en de eindgeleider ("B" in de afbeelding):
Zorg ervoor dat er geen ruimte is. (0,5 mm of minder)

8 Wijzig de papierformaatindicator indien nodig.

9 Duw de papierlade voorzichtig en recht in het multifunctionele systeem tot deze niet verder kan.
⚠️ VOORZICHTIG
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
10 Onderstaand menu verschijnt. Als het papierformaat of de papiersoort afwijkt van het tevoren in de papierlade gebruikte formaat, druk dan op [NEE] op het aanraakscherm. Als ze hetzelfde zijn, druk dan op [JA].

Tips
- Het kan zijn dat bovenstaand menu - afhankelijk van de instelling van het multifunctionele systeem - niet verschijnt. Zie in dat geval de volgende pagina's om de instelling van het papierformaat en de papiersoort te wijzigen:
P.16 "Papierformaat vastleggen"
P.17 "Instelling papiersoort"
- Raadpleeg voor de wijziging van de instelling voor de weergave van dit menu uw systeembeheerder.
Wanneer u op [JA] drukt, wordt de procedure beëindigd.
11 Selecteer het papierformaat en de papiersoort van het in de papierlade geplaatste papier op het aanraakscherm.
1) Selecteer het papierformaat.
2) Selecteer de papiersoort.
3) Druk op [OK].

Opmerking
Wanneer het papierformaat ingesteld is op [AUTO (mm)] of [AUTO (inch)], wordt het automatisch geregistreerd en verschijnen de knoppen niet op het scherm. Als u het overeenkomstige papierformaat handmatig wilt instellen, raadpleeg dan de volgende pagina om de instellingen te wijzigen.
P.16 "Papierformaat vastleggen"
■ Papierformaat vastleggen
Wanneer u voor het eerst papier plaatst of het papier door een ander formaat vervangt, dient u het formaat in dit multifunctionele systeem vast te leggen.
Wanneer het papierformaat automatisch gedetecteerd wordt:
Wanneer voor het papierformaat [AUTO (mm)] of [AUTO (inch)] geselecteerd is, is de volgende procedure niet nodig. Het papierformaat wordt automatisch ingesteld.
1 Druk op de [USER FUNCTIONS]-toets op het bedieningspaneel.

2 Druk op tabblad [GEBRUIKER] op het aanraakscherm om het instellingenmenu op te roepen en druk vervolgens op [PAPIERLADE].

3 Selecteer het papierformaat op het aanraakscherm.
1) Selecteer de papierlade waarin het papier is geplaatst.
2) Selecteer het papierformaat.
3) Druk op [OK].

Om het papierformaat van papier dat in een lade geplaatst is, automatisch te detecteren:
Selecteer [AUTO (mm)] wanneer papier van formaat A/B geplaatst is en [AUTO (inch)] als er papier van formaat LT geplaatst is in plaats van het selecteren van een aangegeven papierformaat. Wanneer in deze lade papier wordt geplaatst, wordt het papierformaat automatisch bij het multifunctionele systeem geregistreerd met de functie voor automatische detectie van het papierformaat.
4 Druk op [SLUITEN] op het aanraakscherm of op de [USER FUNCTIONS]-toets op het bedieningspaneel.

1
■ Instelling papiersoort
Wanneer u speciaal papier anders dan normaal papier of een soort dat niet voor normaal kopieren wordt gebruikt plaatst, dient u de dikte en het kenmerk op het multifunctionele systeem in te stellen.
Tips
- De dikte en het kenmerk kunnen tegelijkertijd worden ingesteld.
- Als "DIK 1 of 2" of een kenmerk anders dan "GEEN" is ingesteld voor een papierlade, dan wordt het papier in deze papierlade niet gebruikt voor automatische selectie van het papierformaat.
- Als een kenmerk behalve "GEEN" voor een papierlade is ingesteld, dan is de functie Automatisch wisselen van papiermagazijn (Toevoer van hetzelfde papierformaat vanuit een andere papierlade zelfs al is de opgegeven papierlade van waaruit papier wordt toegevoerd leeg) uitgeschakeld voor het papier in deze papierlade. Zie voor het instellen van Automatisch wisselen van papiermagazijn de MFP-beheerhandleiding.
- De ingestelde papiersoort wordt met een pictogram aangegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem.
P.10 "Meldingsgebied systeemstatus"
De volgende papiersoorten zijn geschikt:
Dikte
| Toets Oms | schrijving Pictogram | |
| NORMAAL | Normaal papier: 60 - 105 g/m2(16 - 28 lb. Bond) | — |
| DIK 1 Dik papier | DIK 1: 106 - 163 g/m2(29 lb. Bond - 90 lb. Index) | [2564] |
| RECYCLING. Gerecycled papier | [0286] | |
Kenmerk
| Toets Omschrijving Pictogram | ||
| NEE Geen kenmerk aangegeven — | ||
| TUSSENLEGVEL Losse vellen gebruikt in de stand invoegen speciaal invoegvelP.117 “Tussenlegvel”Er kunnen maximaal 2 soorten vellen (invoegvel 1 en 2) worden ingesteld. Voor het instellen van invoegvel 1 en 2, selecteer de papierlade voor invoegvel 1 en druk op [TUSSENLEGVEL] en selecteer daarna een papierlade voor invoegvel 2 en druk op [TUSSENLEGVEL]. | 1 , 2 | |
| KAFTEN Losse vellen gebruikt in de kaftbladen-functieP.115 “Kaftblad” | ||
| SPECIAAL Gekleurd papier of papier met watermerk etc. | * | |
| FAX *1, *2, *3 | Faxpapier | |
*1 Het verzenden en ontvangen van faxberichten is alleen beschikbaar als de fax-eenheid is geïnstalleerd.
*2 Wanneer er lijsten worden afgedrukt, wordt de papierinstelling "FAX" gebruikt. Voor het afdrukken van lijsten zie de MFP-beheerhandleiding.
*3 Wanneer "ROTATE SORT" ingeschakeld is voor RX-afdrukken in het faxmenu, kan "FAX" niet ingesteld worden als attribuut. Raadpleeg voor het instellen van RX-afdrukken GD-1320/GD-1260 Operator's Manual for FAX Unit.
1 Druk op toets [USER FUNCTIONS] op het bedieningspaneel.

2 Druk op tabblad [GEBRUIKER] op het aanraakscherm om het instellingenmenu op te roepen en druk vervolgens op [PAPIERLADE].

3 Druk op [PAPIERSOORT].

4 Selecteer de papiersoort.
1) Selecteer de papierlade waarin het papier is geplaatst.
2) Selecteer de papiersoort.
3) Druk op [OK].

5 Druk op [OK].

6 Druk op [SLUITEN] op het aanraakscherm of op de [USER FUNCTIONS]-toets op het bedieningspaneel.

Ingestelde papiersoort annuleren
Druk op de papierlade-toets in het menu in stap 4 en druk vervolgens op de papiersoort waarvan de instelling moet worden geannuleerd.
Tip
Als zowel TUSSENLEGVEL 1 als TUSSENLEGVEL 2 zijn ingesteld en u annuleert alleen de instelling van TUSSENLEGVEL 1, dan wordt de instelling voor TUSSENLEGVEL 2 automatisch de instelling voor TUSSENLEGVEL 1.
■ Papier in het extra grote papiermagazijn plaatsen
1 Trek de papierlade van het grote papiermagazijn voorzichtig uit tot deze niet verder kan.
⚠️ VOORZICHTIG
Raak de schuifgeleider ("A" in de afbeelding rechts) niet aan. Hierdoor kunt u letsel oplopen.

Waaier het papier goed los en stoot het gelijk voordat u het in de lade legt. Plaats het papier met de kopieerzijde naar boven gekeerd. Plaats een papierstapel in de rechterlade (aangeduid met "A" in de afbeelding) met de zijkant tegen de rechterhoek van de lade en plaats de andere papierstapel in de linkerlade (aangeduid met "B" in de afbeelding) met de zijkant tegen de linkerhoek van de lade. Het papier kan correct worden geplaatst door het in kleine stapeltjes te verdelen en afwisselend in de twee lades op te stapelen.

Opmerkingen
- Het papier in de rechterlade wordt het eerst gebruikt. Als het op raakt, wordt het papier in de linkerlade automatisch naar de rechterlade verplaatst en ingevoerd.
- Er kan maximaal 3000 vel (64 g/m²) (17 lb. Bond) in de 2 lades worden geplaatst. De papierstapel mag echter niet hoger zijn dan de lijn aan de binnenzijde van de papiergeleiders.
P.11 "Geschikt kopieerpapier" - De kopieerzijde staat meestal aangegeven op de verpakking.
- Pas op dat u zich niet in uw vingers snijdt bij het waaieren.
- Zorg er bij het plaatsen van het papier voor dat de middelste hendel niet geopend is (Zie het etiket in de papierlade van het grote papiermagazijn.).
3 Duw de papierlade van het grote papiermagazijn voorzichtig recht in het multifunctionele systeem.
Wanneer de papierlade volledig is ingeschoven, wordt de rechterlade omhoog gezet tot de papierinvoerpositie.
⚠️ VOORZICHTIG
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
4 Wijzig de papiersoort indien nodig.
P.17 "Instelling papiersoort"
☐ Toevoegen van papier in het papierinvoermagazijn tijdens het kopieren
Wanneer het papier in de linker lade van het papierinvoermagazijn tijdens het kopiëren op raakt, verschijnt "Papier voor linker lade toevoegen." Het papierinvoermagazijn kan uitgetrokken worden, waarna zonder het kopiëren te onderbreken papier in de linker lade kan worden toegevoegd. Dit is handig wanneer er snel veel kopieën gemaakt moeten worden.
1 Trek de papierlade van het grote papiermagazijn voorzichtig uit tot deze niet verder kan.
Alleen de linker lade zal naar buiten komen.
⚠️ VOORZICHTIG
Raak de schuifgeleider ("A" in de afbeelding rechts) niet aan. Hierdoor kunt u letsel oplopen.

Plaats het papier uitgelijnd met de linkerzijde van de lade.

3 Duw de papierlade van het grote papiermagazijn voorzichtig recht in het multifunctionele systeem.
Wanneer het papier in de rechter lade op is, wordt het papier uit de linker lade automatisch naar de rechter lade verschoven.
Opmerking
Duw de lade niet met kracht dicht. De gestapelde vellen kunnen inzakken waardoor ze niet juist getransporteerd kunnen worden.
⚠️ VOORZICHTIG
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
2
HET MAKEN VAN KOPIEËN
In dit hoofdstuk worden de basiskopieerprocedures toegelicht.
Voordat u kopieën maakt....24
Opslag van kleurenkopieën....24
Functie ter voorkoming van vervalsing....24
Originelen plaatsen 25
Aanvaardbare originelen 25
Originelen op de glasplaat voor originelen leggen 25
Boeken 26
Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (RADF)....28
Afdrukken maken 31
Basiskopieerprocedure....31
Volgend origineel tijdens het kopieren scannen ....34
Kopieren onderbreken en andere afdrukken maken 35
Proefkopie 36
Uitvoerlade selecteren....38
Kopiëren met handinvoer 39
Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat 40
Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat ....50
Voordat u kopieën maakt
■ Opslag van kleurenkopieën
Wees bij het opslaan van kleurenkopieën bedacht op het volgende:
- Vermijd een plaats die blootgesteld wordt aan licht. De kleuren kunnen vervagen als ze gedurende langere tijd op een dergelijke plek opgeslagen worden.
- Als kopieën gedurende langere tijd opgeslagen worden tussen plastic bladen van chloro-ethyleen, kan de toner smelten en aan het plastic vastkleven. Gebruik voor langdurige opslag polyethyleen binders.
- Wanneer een kleurenkopie gevouwen wordt, kan de toner in de vouw loslaten. Vouw kleurenkopieën niet wanneer ze opgeslagen worden.
- Toner op kopieën kan smelten als het in aanraking komt met oplosmiddelen of inkst die niet volledig opgedroogd is. Houd kopieën weg bij deze middelen.
- Wanneer kopieën in een omgeving met extreem hoge temperaturen liggen, zoals bijv. in de buurt van verwarming, kan de toner smelten. Zorg voor opslag bij kamertemperatuur en vermijd extreme temperatuurwijzigingen.
■ Functie ter voorkoming van vervalsing
Dit multifunctionele systeem is uitgerust met een functie ter voorkoming van vervalsing. Daarom zou het kunnen voorkomen dat de scan- of kopieerfunctie niet correct werkt.
Originelen plaatsen
■ Aanvaardbare originelen
Wanneer het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gebruikt, kunnen dubbelzijdige originelen automatisch vel voor vel worden gescand. Wanneer de glasplaat voor originelen wordt gebruikt, kunnen originelen zoals overhead-transparanten, calqueerpapier, boekjes of 3-D- voorwerpen die niet op het automatische documentinvoersysteem kunnen worden geplaatst, en normaal papier, worden gescand.
| Plaats Maximumformaat Papiergewicht | Geschikte formaten voor automatische formaatbepaling *1 | |
| Glasplaat voor originelen | Lengte: 297 mmBreedte: 432 mm | —Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R, 8K, 16K, 16K-RNoord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R, ST-R |
| Automatischdocumentinvoersysteem | Enkelzijdige originelen: 35 - 157 g/m2Dubbelzijdige originelen: 50 - 157 g/m2Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R, FOLIONoord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R, ST-R, COMP |
*1 Automatische formaatbepaling voor originelen op de glasplaat voor originelen is alleen beschikbaar voor de e-STUDIO2050C/2550C.
Opmerkingen
- Wanneer het automatische documentinvoersysteem met omkeerinrichting niet geïnstalleerd is op de e-STUDIO2051C/2551C, wordt het originele formaat ingesteld op LT (Noord-Amerika) of A4 (anders dan Noord-Amerika). Neem voor meer informatie contact op met uw onderhoudstechnicus of vertegenwoordiger.
- Automatische formaatbepaling werkt niet correct wanneer originelen van A/B-formaat worden gebruikt in voor Noord-Amerika bestemde multifunctionele systemen. Deze functie werkt niet correct wanneer originelen van LT-formaat worden gebruikt in andere multifunctionele systemen dan voor Noord-Amerika.
- Bij sommige modellen werkt de automatische formaatbepaling werkt niet correct wanneer papier van K-formaat wordt gebruikt voor het kopieren. (K-formaat is een standaard papierformaat in China).
- Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
- Plaats originelen van ST-formaat of A5-formaat in liggende richting wanneer het automatische documentinvoersysteem wordt gebruikt.
- Er kunnen maximaal 1000 vellen per afdruktaak worden gescand of totdat het geïntegreerde geheugen vol is. Als de harde schijf niet geïnstalleerd is, is het maximaal aantal vellen dat per kopieertaak gescand kan worden ca. 180. (bij kleurenmodus "KLEUR" of "AUTO KLEUR") of ca. 250 (bij kleurenmodus "ZWART"), of totdat het geïntegreerde geheugen vol is.
■ Originelen op de glasplaat voor originelen leggen
De glasplaat voor originelen kan worden gebruikt voor originelen zoals overhead-transparanten of calqueerpapier alsmede normale papiervellen die niet op het automatische documentinvoersysteem kunnen worden geplaatst.
⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit. Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.
1 Til de originelenklep of het automatische documentinvoersysteem op.
Opmerking
Til het geheel 60° of meer op zodat het formaat van het origineel correct kan worden gedetecteerd.
2 Leg het origineel op de glasplaat met de te kopiëren zijde naar beneden tegen de linkerbovenhoek aan.

Kopiëren van zeer transparante originelen
Bij het kopieren van zeer transparante originelen zoals overhead-transparanten of calqueerpapier dient er een leeg vel met hetzelfde formaat als het origineel of groter op te worden gelegd.

3 Laat de originelenklep of het automatische documentinvoersysteem voorzichtig zakken.
e-STUDIO2051C/2551C: Druk op [ZOOM] en stel het formaat van het origineel in.
P.64 "Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren"
Boeken
U kunt boeken op de glasplaat voor originelen plaatsen.
⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit. Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.
1 Til de originelenklep of het automatische documentinvoersysteem op.
2 Zoek de gewenste pagina in het origineel en leg deze met de te kopieren zijde naar beneden op de glasplaat. Leg het origineel tegen de linkerbovenhoek op de glasplaat.

Wanneer u dubbelzijdige afdrukken maakt uit boeken in standen zoals boek met dubbelzijdig kopieren of kopieren met twee-pagina scheidingsfunctie, dient u het midden van het origineel tegen de gele lijn van de glasplaat voor originelen te plaatsen.
P.85 "Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken"
P.102 "Twee pagina's"

3 Laat de originelenklep of het automatische documentinvoersysteem voorzichtig zakken.
e-STUDIO2051C/2551C: Druk op [ZOOM] en stel het formaat van het origineel in.
P.64 "Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren"
Opmerkingen
- Sluit de originelenklep of het automatische documentinvoersysteem niet met kracht wanneer het origineel erg dik is. Er ontstaat geen kopieerprobleem, zelfs niet wanneer de klep niet volledig is gesloten.
- Kijk niet rechtstreeks op de glasplaat voor originelen omdat tijdens het kopieren een fel licht naar buiten kan komen.
■ Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (RADF)
□ Aanwijzingen
Gebruik geen originelen zoals onder punt 1 t/m 9 aangegeven omdat dergelijke originelen papierfouten of beschadiging van het multifunctionele systeem kunnen veroorzaken.
- Erg gekreukelde, gevouwen of omgekrulde originelen
- Originelen met carbonpapier
- Originelen met plakband, met opgeplakte teksten of geknipte originelen
- Originelen met meerdere perforaties zoals losbladig papier
- Originelen met paperclips of nietjes
- Originelen met gaten of scheuren
- Vochtige originelen
- Overhead-transparanten of calqueerpapier
- Gecoat papier (behandeld met was etc.)
Behandel originelen zoals aangegeven onder punt 10 en 11 met extra zorg.
- Originelen die moeilijk met de vingers kunnen worden verschoven of originelen met speciaal behandeld oppervlak (de vellen van dergelijke originelen mogen niet van elkaar worden gescheiden)
- Gevouwen of gekrulde originelen (deze moeten voor gebruik worden gladgestreken)

Wanneer er zwarte strepen verschijnen
Indien het scangebied of het geleidingsgebied vuil is, kunnen er zich afdrukproblemen zoals zwarte strepen op de afdrukken voordoen. Het wekelijks reinigen van deze gebieden wordt aanbevolen. Voor reiniging zie de Verkorte installatiehandleiding.
□ Continue invoer
De invoer is standaard op "continue invoer" ingesteld. Zodra u de originelen hebt ingesteld en daarna op de [START]-toets drukt, worden ze continu pagina voor pagina gescand. Dit is handig als u meerdere originelen in één keer wilt kopieren.
1 Leg alle originelen netjes tegen de aanleglijst.
Rangschik de originelen in de volgorde waarin u deze wilt kopieren. Het bovenste origineel zal als eerste worden gekopieerd.
2 Leg de originelen met de af te drukken zijde naar boven en pas de papiergeleiders aan de lengte van de originelen aan.
Opmerkingen
- Originelen tot 100 vel (35 tot 80 g/m²) of 16 mm in hoogte zijn geschikt, onafhankelijk het formaat.
- Voor originelen met verschillende formaten zie: P.58 "Originelen met verschillende formaten in één keer kopieren"
Voor lange originelen
Gebruik van de originelenstopper voorkomt dat gescande originelen uit het apparaat vallen. Trek deze uit het automatische documentinvoersysteem met omkeerinrichting en til de substopper op.
Opmerking
Laat de sub-opvang zakken en til de originelenopvang lichtjes op om deze terug te duwen na gebruik ervan.

Bij te veel in één keer te scannen originelen moet u deze in een aantal sets verdelen voor er gekopieerd wordt. Plaats de eerste set originelen en druk vervolgens op [VERVOLG] op het aanraakscherm terwijl deze set wordt gescand. Plaats na het scannen de volgende set originelen en druk op de [START]-toets op het bedieningspaneel. (Als u op [VERVOLG] drukt, kan het voorkomen dat deze knop, kort voor het scannen wordt afgerond, niet werkt.)

□ Enkelvoudige invoer
Als de invoer is ingesteld op "enkelvoudige invoer" wordt een origineel automatisch ingevoerd wanneer het op het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gelegd. Dit is handig wanneer u slechts 1 vel wilt kopiëren.
P.129 "ADF -> SADF"
1 Pas de papiergeleiders aan de lengte van de originelen aan.

2 Plaats het origineel met de te kopieren zijde naar boven en recht tegen de papiergeleiders.
Het origineel wordt automatisch naar binnen getrokken en vervolgens wordt het menu van stap 3 op het aanraakscherm weergegeven.
Opmerking
Laat het origineel los wanneer het naar binnen wordt getrokken.

3 Als er nog een origineel is, ga dan op dezelfde wijze te werk.

4 Nadat alle originelen naar binnen zijn getrokken in, drukt u op [OPDR. GEREED].
Tip
Als u het kopieren wilt stoppen, drukt u op [STOP OPDR.].
Afdrukken maken
■ Basiskopieerprocedure
Maak afdrukken zoals hieronder beschreven.

1 Controleer of er (voldoende) papier in de papierlade(n) zit.
Voor de geschikte papiersoorten en -formaten alsmede het plaatsen ervan zie:
P.11 "Geschikt kopieerpapier"
P.12 "Papier in laden plaatsen"
P.20 "Papier in het extra grote papiermagazijn plaatsen"
2 Plaats de originelen.
Voor de formaten en soorten originelen alsmede het plaatsen ervan zie:
P.25 "Aanvaardbare originelen"
P.28 "Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (RADF)"
P.25 "Originelen op de glasplaat voor originelen leggen"
P.26 "Boeken"
3 Toets het gewenste aantal afdrukken in als u meer dan één afdruk wilt.
Druk op de [CLEAR]-toets op het bedieningspaneel om het ingetoetste aantal te annuleren.
4 Selecteer de kopieerinstellingen naar behoefte.
P.53 "BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES"
P.93 "BEWERKEN-FUNCTIES"
P.139 "BEELDCORRECTIE"
5 Druk op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Het kopiëren begint. De afdrukken worden uitgevoerd met de gekopieerde zijde naar beneden.
Opmerking
Wees voorzichtig omdat de papieruitvoer en omgeving ervan en het papier zelf na het kopieren heet zijn.
Het onderstaande menu kan verschijnen wanneer speciale programma's worden gebruikt.

Dit menu verschijnt als enkelvoudige invoer is ingesteld voor het documentinvoersysteem of bij functies waarbij het origineel op de glasplaat wordt gelegd en de gescande gegevens tijdelijk in het geheugen worden opgeslagen, zoals kopieren en sorteren of enkelzijdig naar dubbelzijdig kopieren. Ga als volgt te werk wanneer dit menu verschijnt.
Tip
Er worden verschillende berichten in het bovenste gedeelte van het menu weergegeven voor wanneer de originelen via het automatische documentinvoersysteem worden gescand en voor wanneer er via de glasplaat voor originelen wordt gescand.
6 Plaats het volgende origineel, en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel of op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm.
Het scannen begint. (Als het documentinvoersysteem op "SADF (enkelvoudige invoer)" is ingesteld, wordt er automatisch een origineel ingevoerd wanneer het op het automatische documentinvoersysteem wordt gelegd.)
7 Druk op [OPDR. GEREED] op het aanraakscherm nadat alle originelen zijn gescand.
Het kopiëren begint.
Tips
- Als u het kopiëren wilt stoppen, drukt u op [STOP OPDR.].
- Wanneer de papierlade tijdens het kopiëren leeg raakt, kan vanuit een andere papierlade papier worden ingevoerd als dat papier hetzelfde formaat en dezelfde richting heeft, zonder dat het kopiëren wordt onderbroken. Wanneer er geen lade met dergelijk papier beschikbaar is, wordt het kopiëren onderbroken en verschijnt de melding "Papier bijvullen" op het aanraakscherm. Vul in dat geval de papierlade bij.
□ Kopiëren stoppen en opnieuw starten
1 Druk op de [STOP]-toets op het bedieningspaneel. Het kopieren of scannen wordt onderbroken.

2 Druk op [STOP OPDR.] op het aanraakscherm om het kopieren te beëindigen. Druk op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm of op de [START]-toets op het bedieningspaneel om weer op te starten.

Wanneer u op [STOP OPDR.] drukt, worden de gescande gegevens gewist en worden eventuele afdruktaken in de wachtrij uitgevoerd.
Tip
Zelfs wanneer u niet op [STOP OPDR.] drukt, worden de gescande gegevens gewist door middel van de automatische wis-functie.
■ Volgend origineel tijdens het kopiëren scannen
Zelfs tijdens het uitvoeren van de kopieerfunctie of terwijl "BEDRIJFSKLAAR (OPWARMFASE)" op het aanraakscherm wordt weergegeven, kan het volgende origineel worden gescand (automatische start).
1 Plaats de originelen.
2 Stel het aantal afdruksets en de kopieerinstellingen naar wens in.
Opmerking
De nieuwe taak wordt gestart overeenkomstig de tevoren geselecteerde kopieerinstellingen tenzij andere instellingen worden gekozen.
3 Druk op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Tip
Er kunnen maximaal 1000 vellen per afdruktaak worden gescand of totdat het geïntegreerde geheugen vol is. Als de harde schijf niet geïnstalleerd is, is het maximaal aantal vellen dat per kopieertaak gescand kan worden ca. 180. (bij kleurenmodus "KLEUR" of "AUTO KLEUR") of ca. 250 (bij kleurenmodus "ZWART"), of totdat het geïntegreerde geheugen vol is.

Taken in de wachtrij kunnen op het aanraakscherm worden bevestigd of indien nodig worden geannuleerd. Raadpleeg de volgende pagina voor meer informatie:
P.176 "Bevestiging afdruktaakstatus"
Actieve scantaken annuleren
Druk op de [STOP]-toets op het bedieningspaneel om een taak te annuleren terwijl originelen worden gescand.
Wanneer u op [STOP OPDR.] op het aanraakscherm of op de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel drukt terwijl het scannen onderbroken is, wordt het scannen beëindigd. (In dat geval worden de gegevens die zijn gescand voordat de taak werd onderbroken, gekopieerd.) Druk op de [START]-toets om het scannen opnieuw te starten.

■ Kopiëren onderbreken en andere afdrukken maken
U kunt de huidige afdruktaak onderbreken voor het maken van andere afdrukken (kopiëren met onderbreking). Wanneer de onderbroken taak weer wordt gestart, hoeven de kopieerinstellingen niet opnieuw te worden geselecteerd omdat deze in het geheugen van het multifunctionele systeem zijn opgeslagen.
Opmerkingen
- De volgende functies kunnen niet worden gebruikt in combinatie met "kopiëren met onderbreking":
Kopiëren met kaftbladen, kopiëren met speciaal invoegvel, taakopbouw, opslaan via e-Filing, opslaan als bestand - Tijdens kopieren met onderbreking kan er niet overgeschakeld worden naar een niet-kopieerfunctie, zoals e-Filing, scannen, afdrukken of faxen. Als u de functie wilt wijzigen, druk dan eerst op de [INTERRUPT]-toets om het kopieren met onderbreking te wissen.
1 Druk op de [INTERRUPT]-toets op het bedieningspaneel.
Er verschijnt "Job interrupted job 1 saved" en er wordt "COPY(Interrupt)" weergegeven op het functiescherm.
Tip
Als het origineel wordt gescand, verschijnt bovenstaande melding na voltooiing van het scannen.

2 Vervang het origineel door een ander.
3 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
4 Druk opnieuw op de [INTERRUPT]-toets nadat de functie "kopiëren met onderbreking" is beëindigd.
Er verschijnt "Gereed om taak 1 te hervatten" en de onderbroken taak wordt hervat.
■ Proefkopie
Wanneer u een groot aantal afdrukken gaat maken, kunt u controleren of deze precies aan uw wensen voldoen door eerst één pagina te kopiiëren (proefkopie). Dan kunt u de modi of instellingen wijzigen (bijv. het aantal afdruksets, uitvoerlade, paginanummer, tijdstempel, sorteren/nieten, perforeren) na controle van de proefkopie.
Opmerking
Indien u instellingen zoals de reproductiefactor, de densiteit, de modus voor originelen of enkel/dubbelzijdig kopiëren wilt wijzigen, moet u de proefkopie eerst voltooien. Wijzig deze instellingen en scan het origineel opnieuw.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Selecteer het aantal afdruksets en de kopieerinstellingen.
4 Druk op [PROEF KOPIE] op het aanraakscherm.
"PROEFKOPIE IS GESELECTEERD. Druk op de START knop voor kopie" verschijnt gedurende ca. 2 seconden.

Opmerking
Indien [SORTEREN UIT NIETEN UIT] of [GROEP] is geselecteerd als afwerkfunctie, wordt deze automatisch in [SORT] gewijzigd.
5 Druk op toets [START] op het bedieningspaneel.
Het scannen begint. 1 set afdrukken wordt afgedrukt.
6 Wijzig het aantal afdruksets en kopieerinstellingen naar wens na controle van de proefkopie.
Modi of instellingen zoals aantal afdruksets, de uitvoerlade, paginanummer, tijdstempel, sorteren/nieten en perforeren kunnen worden gewijzigd.

Opmerking
Indien u instellingen zoals de reproductiefactor, de densiteit, de modus voor originelen of enkel/dubbelzijdig kopiëren wilt wijzigen, moet u de proefkopie eerst voltooien. Wijzig deze instellingen en scan het origineel opnieuw. Druk op [GEHEUGEN] op het aanraakscherm of op de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel om de proefkopie te voltooien.
7 Druk op toets [START] op het bedieningspaneel.
Indien het aantal afdrukken in de bovenstaande stap 6 niet is gewijzigd, wordt één afdruk minder dan tevoren is ingesteld afgedrukt omdat er al een als proefkopie is gemaakt. (Als het aantal afdrukken echter is ingesteld op 1, wordt naast de proefkopie nog een set afdrukken gemaakt.)
■ Uitvoerlade selecteren
U kunt de uitvoerlade selecteren als de finisher of de de binnenste lade is geïnstalleerd.
Opmerkingen
- De beschikbare uitvoerlade kan onderhevig zijn aan beperkingen, afhankelijk van kopieerinstellingen en papierformaten.
- De uitvoerladeselectie is standaard op automatische selectie ingesteld.
De uitvoerlade wijzigen
De momenteel geselecteerde uitvoerlade wordt weergegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem. Druk voor het wijzigen van de uitvoerlade op [UITV. LADE]. Elke keer dat hierop gedrukt wordt, wijzigt de weergave, van de uitvoerlade van de apparatuur naar elke uitvoerlade van de finisher en binnenste lade en automatische selectie, in deze volgorde.
![AUTO Weergave autom. selectie uitvoerlade Huidige uitvoerlade A4 C HAND- INV. A4 F A4-R A3 UITV.LADE Toets [UITV. LADE]](/content/2026/06/1155677/images/db3e0e7e4f3168f9674977d5286cd4cdbe1eba68abe3e89903c1851e9d8af6b9.jpg)
Kopiëren met handinvoer
Wanneer u afdrukken op overhead-transparanten, etiketten, enveloppen of een niet-standaard papierformaat maakt, leg het kopieerpapier dan in de handinvoerlade. Kopieren met handinvoer is ook raadzaam voor het kopieren op standaard papierformaat dat niet in een van de papierladen aanwezig is.
Tip
Wanneer u het papierformaat selecteert, kunt u verschillende functies gebruiken zoals de automatische papierelectie (APS) of de automatische zoomselectie (AMS). Raadpleeg de volgende pagina voor meer informatie: [1] P.187 "Combinatiematrix kopieerfunctie"
Open de handinvoerlade voor kopiëren met handinvoer.

Als het papier groot is, trek de papierhouder dan uit.

Verplaats bij het plaatsen of verwijderen van kopieerpapier de papierklemhendel naar de buitenzijde. Verplaats deze hendel hierna terug naar de apparatuur.

Bij gebruik van dik papier voor handmatig kopieren, kan het voorkomen dat sommige soorten dik papier niet juist ingevoerd worden. Draai het papier in dit geval om en plaats het opnieuw, zoals getoond in de afbeelding.

De werkwijze voor het kopieren met handinvoer verschilt afhankelijk van het te gebruiken papierformaat. Zie onderstaande tabel voor de werkwijze bij elk formaat.
| Papierformaat Werkwijze | ||
| Standaard-formaat | Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5Noord-Amerika: LD, LT, LG, ST-R | P.40 “Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)” |
| Behalve bovenstaande | P.44 “Kopiëren op andere dan bovenstaande standaard papierformaten” | |
| Envelop P.47 “Kopiëren op een envelop” | ||
| Overige (niet-standaardformaten) | P.50 “Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat” | |
Tips
- Kopiëren met handinvoer wordt beëindigd als de handinvoerlade tijdens het kopiëren leeg raakt, zelfs wanneer papier van hetzelfde formaat in een van de papierladen aanwezig is. Het kopiëren wordt hervat als de handinvoerlade is bijgevuld.
- Wanneer het kopieren met handinvoer voltooid is, knippert de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel. Druk op deze toets om van de functie kopieren met handinvoer over te schakelen op normaal kopieren met behulp van de papierladen.
(Zelfs wanneer niet op toets [FUNCTION CLEAR] gedrukt wordt, zal afdrukken met handinvoer worden gewist wanneer de automatische wis-functie na een bepaalde tijd geactiveerd wordt.)
■ Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat
☐ Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)
1 Plaats de originelen.
2 Trek de papierklemhendel naar de buitenkant. Leg het papier met de af te drukken zijde naar beneden in de handinvoerlade.

- De papierstapel mag niet hoger zijn dan de aanduiding op de papiergeleiders.
- Wanneer meer dan één vel wordt gebruikt, waaier de vellen dan goed los voordat deze in de handinvoerlade worden gelegd. Pas op dat u zich hierbij niet in uw vingers snijdt.
- Duw het papier niet in de invoeropening van de handinvoer. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
3 Pas de papiergeleiders aan de lengte van het papier aan. Trek de papierklemhendel naar de buitenzijde van de apparatuur.
Wanneer het papier is geplaatst, verschijnt het menu voor het kopieren met handinvoer.

4 Selecteer de toets voor hetzelfde formaat onder "KOPIE" als van het papier dat in de handinvoerlade is geplaatst.

Het papierformaat is nu ingesteld.
Opmerking
Als het papierformaat niet in deze stap wordt geselecteerd, kan het kopieren worden vertraagd.
5 Druk op [PAPIERSOORT] op het aanraakscherm als de papiersoort in de handinvoerlade anders is dan normaal papier.

6 Druk op de toets voor dezelfde papiersoort als dat van het papier dat in de handinvoerlade is geplaatst. Druk daarna op [OK].

Opmerkingen
- Als u een verkeerde papiersoort selecteert, kunnen papierstoringen of aanzienlijke afdrukproblemen ontstaan.
- Wanneer u een papiersoort selecteert, kunt u deze bevestigen door middel van de pictogrammen zoals weergegeven in het onderstaande meldingsgebied voor de status van het systeem.

| Papiersoort Pictogram | Papiersoort | Pictogram | |
| NORMAAL — TRAN$PARANT | |||
| DIK 1 RECYCLING. | |||
| DIK 1 (ACHTER) ENVELOP | |||
| DIK 2 | |||
| DIK 2 (ACHTER) | |||
Over "ACHTERZIJDE"
Bij het handmatig maken van tweezijdige kopieën moet een papiersoort worden geselecteerd voor de ene zijde waarvan een kopie wordt gemaakt, waarna “(ACHTER)” van dezelfde papiersoort wordt geselecteerd voor de andere zijde.
Voorbeeld: Bij het maken van een tweezijdige kopie op papier DIK 2
- Leg papier in de handinvoerlade.
- Selecteer "DIK 2" als papiersoort en begin met kopieren.
- Plaats het papier dat in stap 2 gekopieerd is opnieuw in de handinvoerlade met de gekopieerde zijde naar boven gericht.
- Selecteer "DIK 2 (ACHTER)" en begin met kopieren.
Opmerkingen
- Automatisch dubbelzijdig kopieren kan toegepast worden op normaal papier en DIK 1.
- Voor overhead-transparanten (TRANSPARANT) kan alleen enkelzijdig kopieren worden uitgevoerd.
- Voor enveloppen is alleen enkelzijdig kopieren op de voorzijde mogelijk.
7 Druk na het instellen van het formaat en soort papier op [OK].
Het menu keert terug naar het menu BASIS.
8 Selecteer naar behoefte andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Opmerking
Als u afdrukt op losse overhead-transparanten, verwijder de afgedrukte overhead-transparanten dan vel voor vel terwijl ze in de uitvoerlade vallen. Indien de overhead-transparanten zich opstapelen, kunnen deze gaan krullen en zijn dan niet meer geschikt voor gebruik.
□ Kopiëren op andere dan bovenstaande standaard papierformaten
1 Plaats de originelen en het papier op dezelfde wijze zoals beschreven in stap 1 t/m 3 in "Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)" (P. 40)
2 Druk op [INSTELLING FORMAAT] op het aanraakscherm.

3 Druk op de toets voor hetzelfde formaat als dat van het papier dat in de handinvoerlade is geplaatst.

Het geselecteerde formaat wordt als formaat "OVERIGE" vastgelegd.
4 Druk op [OVERIGE] onder KOPIE.

Het papierformaat is nu ingesteld op het formaat dat als "OVERIGE" is vastgelegd.
Opmerking
Als het papierformaat niet in deze stap wordt geselecteerd, kan het kopieren worden vertraagd.
5 Druk op [PAPIERSOORT] als het papier in de handinvoerlade geen normaal papier is.

6 Druk op de toets voor dezelfde papiersoort als dat van het papier dat in de handinvoerlade is geplaatst. Druk daarna op [OK].

Opmerkingen
y Als u een verkeerde papiersoort selecteert, kunnen papierstoringen of aanzienlijke afdrukproblemen ontstaan.
y Wanneer u een papiersoort selecteert, kunt u deze bevestigen door middel van de pictogrammen zoals weergegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem. Raadpleeg de volgende pagina voor meer informatie:
Tabel in stap 6 in "Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)"(P.40)
7 Druk na het instellen van het papierformaat en de papiersoort, op [OK].
Het menu keert terug naar het menu BASIS.
8 Selecteer naar behoefte andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
□ Kopiëren op een envelop
Opmerkingen
- De geschikte envelopformaten zijn als volgt:
DL (110 mm x 220 mm), COM10 (4 1/8" x 9 1/2"), Monarch (3 7/8" x 7 1/2"), CHO-3 (120 mm x 235 mm), YOU-4 (105 mm x 235 mm) - Raadpleeg de Verkorte Installatiehandleiding voor de aanbevolen enveloppen.
Opmerkingen bij gebruik van enveloppen
Gebruik de volgende enveloppen niet omdat dit kan leiden tot vastlopen van het papier of beschadiging van de apparatuur.
- Erg gekreukelde, gevouwen of omgekrulde enveloppen
- Zeer dikke of dunne enveloppen
- Natte of vochtige enveloppen
- Gescheurde enveloppen
- Enveloppen waar zich iets in bevindt
- Enveloppen van niet-standaard maten (en/of met een speciale vorm)
- Enveloppen met gaatjes of vensters
- Enveloppen die zijn dichtgeplakt met kleefmiddel of tape
- Gedeeltelijk geopende of geperforeerde enveloppen
- Enveloppen met een speciale coating op het oppervlak
- Enveloppen met lijm of dubbelzijdig kleefband

Opmerking
Enveloppen horen bij kamertemperatuur opgeslagen en weg van hitte en vocht opgeslagen te worden.
1 Leg het origineel op de glasplaat.

2 Plaats de envelop op een vlak, schoon oppervlak en druk er met uw handen op in de richting van de pijl om lucht te laten ontsnappen.
Druk er goed op om te voorkomen dat de rand naar boven rolt.

Corrigeer omgevouwen hoeken van de envelop.

3 Trek de papierklemhendel naar de buitenzijde. Leg de envelop met de te bedrukken zijde naar beneden in de handinvoerlade.
Plaats de envelop met de rand naar binnen naar de voorkant.
Opmerking
Maak geen kopie op de achterzijde van de envelop. Dit kan leiden tot het vastlopen van het papier of het kopieerpapier of de binnenzijde van de apparatuur vervuilen.

4 Pas de papiergeleiders aan de lengte van de envelop aan. Trek de papierklemhendel naar de binnenzijde van de apparatuur.
Wanneer de envelop geplaatst is, verschijnt het menu voor het kopiëren met handinvoer.

5 Druk op [INSTELLING FORMAAT] op het aanraakscherm.

6 Druk op de toets voor hetzelfde formaat als dat van de envelop dat in de handinvoerlade is geplaatst.

Het formaat van de geselecteerde envelop wordt als formaat "OVERIGE" vastgelegd.
7 Druk op [OVERIGE] onder KOPIE.

De papiergrootte wordt nu ingesteld op de grootte van de envelop die in de handinvoerlade geplaatst is. Het papiertype wordt automatisch ingesteld op [ENVELOP].
8 Selecteer naar behoefte andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Het kopieren begint. Wanneer de finisher met rughechting geïnstalleerd is, wordt de envelop in de uitvoerlade van het multifunctionele systeem uitgeworpen.
Wanneer de binnenste Finisher geïnstalleerd is, wordt de envelop in de kopieopvanglade van de finisher uitgeworpen.
Opmerking
Neem na elke 10 kopieën de enveloppen uit de uitvoerlade.
■ Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat
U kunt niet-standaard papierformaten gebruiken zoals aan de rechterzijde weergegeven.

1 Leg het origineel op de glasplaat.
2 Trek de papierklemhendel naar de buitenzijde. Leg het papier met de af te drukken zijde naar beneden in de handinvoerlade.

- De papierstapel mag niet hoger zijn dan de aanduiding op de papiergeleiders.
- Wanneer meer dan één vel wordt gebruikt, waaier de vellen dan goed los voordat deze in de handinvoerlade worden gelegd. Pas op dat u zich hierbij niet in uw vingers snijdt.
- Duw het papier niet in de invoeropening van de handinvoer. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
3 Pas de papiergeleiders aan de lengte van het papier aan. Trek de papierklemhendel naar de binnenzijde van de apparatuur.
Wanneer het papier is geplaatst, verschijnt het menu voor het kopieren met handinvoer.

4 Druk op [AANGEP. PAP.] op het aanraakscherm.

5 Toets de afmeting in.
1) Druk op [LENGTE] en toets de waarde in (100 mm tot 297 mm).
2) Druk op [BREEDTE] en toets de waarde in (148 mm tot 432 mm).
3) Druk op [OK].

Lengte en breedte worden aangeduid zoals aan de rechterzijde weergegeven:

Druk, om de eerder opgeslagen afmetingsgegevens op te roepen, op de betreffende toets [GEHEUGEN 1] t/m [GEHEUGEN 4] en druk vervolgens op [OK].

Tip
Voor het opslaan in het geheugen van afmetingsgegevens zie:
P.52 "Niet-standaardformaat in het geheugen opslaan"
6 Selecteer naar behoefte andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
□ Niet-standaardformaat in het geheugen opslaan
1 Ga te werk zoals beschreven in stap 1 t/m 4 in "Afdrukken met handinvoer op nietstandaard papierformaat" (P.50).
2 Sla afmetingen in het geheugen op.
1) Selecteer een gewenst geheugennummer.
2) Druk op [LENGTE] en toets de waarde in (100 mm tot 297 mm).
3) Druk op [BREEDTE] en toets de waarde in (148 mm tot 432 mm).
4) Druk op [GEHEUGEN].

BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste kopieerfuncties, zoals wijziging van de reproductiefactor, instelling van de sorteerstanden en uitvoering van dubbelzijdig kopiëren, beschreven.
Vóór gebruik van de kopieerfuncties 54
Standaardinstellingen 54
Ingestelde functies bevestigen....54
Ingestelde functies annuleren ....55
Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies 55
Papierselectie 56
Automatische papierelectie (APS)....56
Gewenste papier handmatig selecteren....57
Originelen met verschillende formaten in één keer kopieren 58
Kleurinstellingen selecteren 60
Instelling Modus voor originelen....61
Densiteitaanpassing....62
Vergroten en verkleinen....63
Automatische zoomselectie (AMS) 63
Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren 64
De reproductiefactor handmatig specificeren....66
Foto-originelen met de optimale reproductiefactor voor kopieerpapierformaat kopieren (FOTOZOOM)....68
Afwerkfunctie selecteren....71
Afwerkfuncties en als optie leverbare afwerkapparaten....71
Modus Sorteren/Groeperen....73
Stand Roteren en sorteren 75
Stand Nieten en sorteren....76
Brochure sorteren / rughechten....79
Stand Perforatie....81
Dubbelzijdig kopiëren 82
Een enkelzijdige afdruk maken 83
Een dubbelzijdige afdruk maken 84
Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken....85
Opslaan als bestand uitvoeren 88
Instelling gedeelde map 90
Vóór gebruik van de kopieerfuncties
■ Standaardinstellingen
Dit multifunctionele systeem start op met de "standaardinstellingen" wanneer de stroomvoorziening wordt ingeschakeld. Maar als er nog geen wijziging in instellingen is toegepast, komen de instellingen van het multifunctionele systeem weer op de standaardwaarden te staan wanneer de energiebesparingsstand wordt gewist of er op de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel wordt gedrukt. De standaardinstellingen voor de belangrijkste kopieerfuncties bij de installatie worden hieronder weergegeven.
| Onderdeel Standaardinstelling | |
| Reproductiefactor 100% | |
| Aantal afdrukken 1 | |
| Papierselectie Automatische papierelectie (APS) | |
| Enkelzijdig/dubbelzijdig enkelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk | |
| Densiteitaanpassing Handmatige aanpassing | |
| Kleurinstelling KLEUR | |
| Modus voor originelen TEKST/FOTO | |
| Afwerkfunctie Bij gebruik van de glasplaat voor originelen: | SORTEREN UIT NIETEN UITBij gebruik van het automatische documentinvoersysteem met omkeerinrichting:SORTEREN |
| Invoer bij gebruik van het automatische documentinvoersysteem Modus Continue invoer | |
De standaardinstellingen kunnen worden gewijzigd. Raadpleeg voor meer informatie de MFP-beheerhandleiding.
■ Ingestelde functies bevestigen
Als u op [INSTELLING] drukt op het aanraakscherm, verschijnt onderstaand menu. In dit menu kunt u de momenteel ingestelde functies bekijken.



Naar het functie-instelmenu gaan
Als u de functies in het huidige menu wilt wijzigen, druk dan op de bijbehorende knoppen. Vervolgens verschijnt het gewenste instelmenu.
Ingestelde functies annuleren
Als u een kopieerfunctie-instelling wilt annuleren, druk dan op [RESET] in het bijbehorende instelmenu.

Maar voor VOL BEELD in menu BEWERKEN moet u ook op de gemarkeerde toets drukken om de instelling te annuleren. P.93 "BEWERKEN-FUNCTIES"

Alle gewijzigde instellingen annuleren
Wanneer u op de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel drukt, worden alle functiewijzigingen geannuleerd. Zelfs al doet u dat niet, dan worden de wijzigingen toch geannuleerd als het multifunctionele systeem 45 seconden niet in gebruik is geweest (standaardinstelling). Voor het wijzigen van deze tijd zie MFP-beheerhandleiding.
■ Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies
Meerdere functies kunnen samen worden gebruikt. Een aantal functies kunnen echter niet samen met andere worden gebruikt. Zie de volgende pagina's voor meer informatie:
P.187 "Combinatiematrix kopieerfunctie"
P.189 "Combinatiematrix beeldcorrectiefunctie"
Papierselectie
■ Automatische papierelectie (APS)
Het multifunctionele systeem detecteert het formaat van het origineel en selecteert automatisch hetzelfde formaat kopieerpapier. Deze functie heet automatische papierselectie (APS). Automatische detectie van formaten van originelen op het glas voor originelen is alleen beschikbaar voor de e-STUDIO2050C/2550C.
Tips
- Voor de origineelformaten die kunnen worden gedetecteerd zie: P.25 "Aanvaardbare originelen"
- Sommige origineelformaten kunnen niet met deze functie worden gedetecteerd. Selecteer het gewenste formaat in dat geval handmatig.
P.57 "Gewenste papier handmatig selecteren"
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [APS] op het aanraakscherm.

De papierelectiemodus is nu ingesteld op automatische papierelectie.
Tips
- De papierelectiemodus is standaard ingesteld op automatische papierelectie.
- Zelfs wanneer de richting van het in de geselecteerde papierlade geplaatste papier afwijkt van die van het origineel, draait het multifunctionele systeem de data van het origineel 90° zodat afdrukken worden gemaakt zolang de formaten hetzelfde zijn. (Dit is alleen van toepassing op A4-, B5- of LT-papier.) Bijvoorbeeld wanneer een A4-origineel in staande richting wordt geplaatst en A4-R-papier in de papierlade ligt, worden de data van het A4-origineel gedraaid en correct op A4-R-papier gekopieerd.
Opmerking
Volg de aanwijzingen op wanneer "Wijzig richting van origineel" of "WIJZIG PAPIERLADE TER CORRECTIE VAN PAPIERFORMAAT" verschijnt.
4 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
■ Gewenste papier handmatig selecteren
U moet het papier zelf selecteren wanneer gekopieerd wordt met de e-STUDIO2051/2551C, door het origineel op het glas voor originelen te plaatsen, of wanneer de volgende originelen worden gekopieerd, waarvan het formaat niet juist gedetecteerd kan worden:
- Zeer transparante originelen (bijv. overhead-transparanten, calqueerpapier)
- Geheel donkere originelen of originelen met donkere randen
- Originelen met niet-standaard formaat (bijv. kranten, tijdschriften)
Tip
Wanneer er in geen van de papierladen papier van het gewenste formaat zit, leg het dan in een papierlade of in de handinvoerlade.
P.12 "Papier in laden plaatsen"
P.39 "Kopiëren met handinvoer"
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopiëren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op de toets voor de papierlade met het gewenste papierformaat.

4 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
■ Originelen met verschillende formaten in één keer kopieren
U kunt een set originelen met verschillende formaten met behulp van het automatische documentinvoersysteem kopieren.
De volgende origineelformaten kunnen worden gecombineerd:
Noord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R, COMP
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, A4-R, B4, B5, FOLIO
1 Vul de papierlade(n) met papier.
De handinvoerlade kan niet worden gebruikt. Gebruik de papierladen.
2 Stel de papiergeleiders op het breedste origineel in en leg de originelen tegen de papiergeleider aan de voorzijde.
Als originelen dezelfde breedte hebben

Als originelen niet dezelfde breedte hebben

Wanneer originelen met verschillende breedtes worden gekopieerd, kan het gekopieerde beeld van het kleinste origineel scheef komen te staan omdat het niet tegen de papiergeleider aan de achterzijde ligt.
3 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

4 Druk op [GEMENGD].
![KOPIE OPSLAG INSTEELING TEMPLATE ZOOM Na Instelling ZOOM MODUS, s.vp. de [OK] loets indrukken SET 1 AMS 25% 50% 100% 200% 400% APS 100 % OMHOOG OMLAAG ORIGNEEL A4 A3 B4 A5 OVERIGE SEMENG KOPIE A4 A3 B4 A5 OVERIGE INSTELLING FORMAAT * FOTOZOOM RESET AFBREKEN OK TAAKSTATUS](/content/2026/06/1155677/images/4217c411b5148fcb239e1513bf0d64b5d751bc0ef91e81efdb3197e4b6e4fd0f.jpg)
5 Druk op [AMS] om afdrukken te maken op papier van één formaat. Om afdrukken te maken op papier van hetzelfde formaat als de originelen druk op [OK] of [AFBREKEN] zodat het menu terugkeert naar het menu BASIS en druk vervolgens op [APS].
Als [AMS] wordt geselecteerd:

Opmerkingen
- Bij de automatische zoomselectie kunnen beelden niet worden vergroot van A4 (staande richting), B5 (staande richting) of LT (staande richting) naar A3 (liggende richting), B4 (liggende richting), LD (liggende richting) of LG (liggende richting). Plaats A4-, B5- of LT-originelen in dat geval in liggende richting.
- Voordat u de automatische papierselectie gebruikt, dienen alle papierformaten overeenkomstig de origineelformaten in de papierladen te zijn geplaatst.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Opmerking
Indien de melding "Wijzig richting van origineel" tijdens het scannen verschijnt, verwijder het origineel dan uit het automatische documentinvoersysteem en wijzig de richting ervan dienovereenkomstig.
Kleurinstellingen selecteren
De kleurmodus kan worden gewijzigd. Er zijn 3 kleurmodi zoals hierna wordt getoond.
KLEUR: Alle originelen worden in kleur gekopieerd (standaard).
ZWART: Alle originelen worden in zwart-wit gekopieerd.
AUTO KLEUR: Het multifunctionele systeem bepaalt automatisch elk type kleur op originelen. Gekleurde originelen worden in kleur en zwart-wit originelen worden in zwart-wit gekopieerd.
Kleurinstellingen selecteren
Druk op [KLEUR], [ZWART] of [AUTO KLEUR] op het aanraakscherm.

Opmerking
Indien u [AUTO KLEUR] selecteert, worden sommige originelen, zoals in onderstaande gevallen, mogelijk niet exact gekopieerd zoals deze eruitzien. Selecteer [KLEUR] of [ZWART].
- Wanneer gekleurde originelen in zwart worden gekopieerd Voorbeeld:
- Originelen waarvan het gekleurde gebied extreem klein is
- Originelen die geheel zwart zijn
- Originelen waarvan de kleuren licht zijn
- Wanneer zwarte originelen in kleur worden gekopieerd Voorbeeld:
- Geelachtige originelen
- Originelen met een gekleurde achtergrond
Tip
De gevoeligheid om te detecteren of het in de functie auto kleur gescande beeld gekleurd of zwart is, kan worden gewijzigd. Raadpleeg voor meer informatie de MFP-beheerhandleiding.
Instelling Modus voor originelen
U kunt afdrukken met de optimale afdrukkwaliteit maken door de volgende modi voor uw origineel te selecteren. De instelbare modus voor originelen verschilt afhankelijk van de kleurinstelling zoals weergegeven in onderstaande tabel. Selecteer eerst de kleurinstelling en daarna de modus voor originelen.
| Modus voor originelen | Omschrijving | Kleurinstelling | ||
| KLEUR ZWART | AUTO KLEUR | |||
| TEKST/FOTO Originelen met zowel tekst als foto's Ja Ja Ja | ||||
| TEKST Originelen met alleen tekst (of tekst en lijntekeningen) Ja Ja Ja | ||||
| DRUKWERK Originelen met fotogravure (bijv. tijdschrift, brochure) Ja — Ja | ||||
| FOTO | Originelen met algemene foto's op fotopapier Ja — — | |||
| Originelen met foto's — Ja — | ||||
| LANDKAART Originelen met scherpe illustraties of tekst Ja — — | ||||
| BEELD SMOOTHING (EGALISATIE) | Originelen met tekst en foto's gemengd (vooral originelen waarvoor hogere reproduceerbaarheid op foto's wordt vereist) | — | Ja | — |
Tip
TEKST/FOTO is standaard ingesteld. De standaardinstelling kan bij elke kleurinstelling worden gewijzigd. Raadpleeg voor meer informatie de MFP-beheerhandleiding.
1 Druk op [ORIGIN. MODUS] op het aanraakscherm.

2 Selecteer de modus voor originelen en druk vervolgens op [OK].
De selecteerbare modi voor originelen verschillen afhankelijk van de huidige kleurinstellingen.
Voorbeeld: Wanneer de kleurinstelling "KLEUR" is

Densiteitaanpassing
Het multifunctionele systeem detecteert het densiteitniveau van originelen en past het densiteitniveau van het gekopieerde beeld automatisch voor een optimaal resultaat aan. Ook kunt u het handmatig aan het gewenste niveau aanpassen.
Automatisch instellen (automatische densiteitaanpassing)
Druk op [AUTO] op het aanraakscherm.

Tip
De standaardinstelling van de automatische densiteitaanpassing is als volgt afhankelijk van de kleurinstellingen:
KLEUR of AUTO KLEUR: UIT
ZWART: AAN
Handmatig instellen
Druk op of voor het selecteren van het gewenste densiteitniveau.

Vergroten en verkleinen
U kunt de reproductiefactor van gekopieerde beelden als volgt wijzigen:
Automatische zoomselectie (AMS):
Specificeer vooraf het formaat van het kopieerpapier dat wordt gebruikt. Het multifunctionele systeem bepaalt het origineelformaat en selecteert automatisch de optimale reproductiefactor voor het formaat van het kopieerpapier. Automatische formaatbepaling voor originelen op de glasplaat voor originelen is alleen beschikbaar voor de e-STUDIO2050C/2550C.
Zowel origineelformaat als kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren:
Specificeer vooraf zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk. Overeenkomstig de gespecificeerde formaten wordt de optimale reproductiefactor automatisch geselecteerd. Deze functie wordt gebruikt als de automatische zoomselectie niet beschikbaar is, zoals bij het kopiëren van overhead-transparanten.
De reproductiefactor handmatig specificeren:
U kunt de gewenste reproductiefactor selecteren door op [ZOOM] of de zoom-tiptoetsen op het aanraakscherm te drukken.
Foto-originelen met de optimale reproductiefactor voor kopieerpapierformaat kopieren (FOTOZOOM)
U kunt foto-originelen kopieren met de reproductiefactor die optimaal geschikt is voor het kopieerpapierformaat.
Tip
Het beschikbare bereik voor de reproductiefactor verschilt afhankelijk van de plaatsing van het origineel op de glasplaat of op het automatische documentinvoersysteem.
Glasplaat voor originelen: 25 tot 400%
Automatisch documentinvoersysteem: 25 tot 200%
■ Automatische zoomselectie (AMS)
Specificeer vooraf het kopieerpapierformaat zodat het multifunctionele systeem het origineelformaat detecteert en automatisch de optimale reproductiefactor voor het kopieerpapierformaat selecteert. Automatische formaatbepaling voor originelen op de glasplaat voor originelen is alleen beschikbaar voor de e-STUDIO2050C/2550C.
Deze functie is beschikbaar bij het volgende formaat van de originelen:
Noord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R, ST-R en COMP (COMP is alleen beschikbaar als het automatische documentinvoersysteem wordt gebruikt.)
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R, FOLIO (FOLIO is alleen beschikbaar als het automatische documentinvoersysteem wordt gebruikt.)
Opmerking
Deze functie werkt niet goed bij de onderstaande originelen. Kies andere functies bij het kopieren ervan.
- Zeer transparante originelen (bijv. overhead-transparanten, calqueerpapier)
- Geheel donkere originelen of originelen met donkere randen
- Originelen met niet-standaard formaat (bijv. kranten, tijdschriften)
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

3 Selecteer het gewenste papierformaat, druk op [AMS] en vervolgens op [OK].
![KORE OPSLAG INSTEELING TEMPLATE ZOOM Na instelling ZOOM MODUS, svpi de [OK] toets indukken SET 1 AMS 25% AMS 100 % ORIGNEEL A4 A3 B4 A5 OVERIGE GEMENGO KORE A6 A3 B4 A5 OVERIGE FOTOZOOM RESET AFBREKEN OK 1 2 3](/content/2026/06/1155677/images/fd025cb850cd88602a9184973caefb246acca0ad8e1ec7ca6955ff11a1382d24.jpg)
Tips
- Indien u een ander papierformaat wilt selecteren dan hieronder aangegeven, moet u het formaat als "OVERIGE" vastleggen. Zodra u dit formaat heeft vastgelegd, wordt het geactiveerd telkens wanneer u op het aanraakscherm op [OVERIGE] drukt.
Noord-Amerika: LD, LG, LT, ST
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5
Voor de werkwijze bij het vastleggen zie:
P.65 "Papierformaten onder formaat "OVERIGE" vastleggen"
- Papierformaten kunnen ook worden vastgelegd door in het menu BASIS op de toets voor de gewenste papierlade in het meldingsgebied voor de status van het systeem te drukken.
4 Plaats de originelen.
Als het origineel op de glasplaat wordt gelegd, wordt de reproductiefactor ingesteld. Als het origineel op het automatische documentinvoersysteem wordt geplaatst, wordt de reproductiefactor ingesteld bij het scannen van het origineel.
Opmerking
Indien "Wijzig richting van origineel" verschijnt, wijzig deze dan dienovereenkomstig.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
■ Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

4 Selecteer het gewenste formaat voor het origineel en het kopieerpapier en druk vervolgens op [OK].
![KORE ZOOM OPSLAG INSTEELING TEMPLATE Na installing ZOOM MODUS, e.v.p. de [OK] tocs induktion Set 1 AMS 25% 50% 100% 200% 400% 86 % OMHOOG DMLAAG ORIGNEEL A4 A3 B4 A5 OVERIGE GENEMGO KORE A4 A3 B4 A5 OVERIGE FOTOZOOM RESET AFBREKEN OK 1 2 3](/content/2026/06/1155677/images/09886a0910703099dd1814e55465cc3e9c01fe2703e78a187c2a2793bfaa6814.jpg)
Tips
- Indien u een ander formaat wilt selecteren dan hieronder voor origineel en kopieerpapier aangegeven, moet u het formaat als "OVERIGE" vastleggen. Zodra u dit formaat heeft vastgelegd, wordt het geactiveerd telkens wanneer u op het aanraakscherm op [OVERIGE] drukt.
Noord-Amerika: LD, LG, LT, ST
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5
Voor de werkwijze bij het vastleggen zie:
P.65 "Papierformaten onder formaat "OVERIGE" vastleggen"
- Papierformaten kunnen ook worden vastgelegd door in het menu BASIS op de toets voor de gewenste papierlade in het meldingsgebied voor de status van het systeem te drukken.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
□ Papierformaten onder formaat "OVERIGE" vastleggen
Indien u een ander formaat wilt selecteren dan hieronder voor origineel en kopieerpapier aangegeven, moet u het formaat op de volgende wijze als "OVERIGE" vastleggen. Zodra u dit formaat heeft vastgelegd, wordt het geactiveerd telkens wanneer u op het aanraakscherm op [OVERIGE] drukt.
Noord-Amerika: LD, LG, LT, ST
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5
Opmerking
U kunt alleen standaardformaten als [OVERIGE] vastleggen en geen niet-standaard formaten.
1 Druk op [INSTELLING FORMAAT] op het aanraakscherm.
![KOPIE OPSLAG INSTALLING TEMPLATE ZOOM Na installing ZOOM NODUS: exp. de [OK] loets indukter SET 1 AMS 25% 50% 100% 200% 400% APS 100 % OMHOOG OMLAAG ORIGNEEL A4 A3 B4 A5 OVERIGE GEMENGD KOPIE A4 A3 B4 A5 OVERIGE FOTOZOOM RESET AFBREKEN OK INSTALLING FORMA TAKSTATUS](/content/2026/06/1155677/images/b405d097bf167173420afad661e8ebc50d397526929f198211bb34540c2eb7ef.jpg)
2 Selecteer het gewenste formaat.

Het geselecteerde formaat wordt als formaat "OVERIGE" vastgelegd.
■ De reproductiefactor handmatig specificeren
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

4 Druk op de hieronder weergegeven toetsen voor het selecteren van de gewenste reproductiefactor.
[ MHOOG] en [ OMLAAG] toetsen
De reproductiefactor verandert telkens 1% wanneer een van de toetsen wordt ingedrukt. Wanneer een van beide ingedrukt wordt gehouden, wordt de factor automatisch verhoogd resp. verlaagd.
Zoom-tiptoetsen
Kies de gewenste factor: [400%], [200%], [100%], [50%] of [25%].
Opmerking
Wanneer het automatische documentinvoersysteem wordt gebruikt, is de maximaal beschikbare factor 200%.
![KOPIE ZOOM Na instelling ZOOM/MODUS, s.vp de [OK] toets indukten 200 % ▲ OMHOOG ▼ OMLAAG FOTOZOOM RESET AFBREKEN SET 1 ORIGNEEL A4 A3 B4 A5 OVERIGE GEMENGD KOPIE A4 A3 B4 A5 OVERIGE INSTELLING FORMAAT * OK TAAKSTATUS](/content/2026/06/1155677/images/754133262bb66a240c6aed66b7b04d21e6635b57a7865c560678ea56eb2b3bab.jpg)
5 Selecteer het gewenste formaat en druk vervolgens op [OK].
![KORE OPSLAG INSTALLING TEMPLATE ZOOM Na installing ZOOM MODUS, su p de [OK] toets indukter SET 1 AMS 25% 50% 100% 200% 400% ORIGNEEL A4 A3 B4 A5 OVERIGE GEMENGO KORE A4 A3 B4 A5 OVERIGE INSTALLING FORMAAT + FOTOZOOM RESET AFBRDEN OK 2](/content/2026/06/1155677/images/41c82b3a71920bf078f6fe1be8cb4b2671593f909a0eb87ca6c5b003f77b1186.jpg)
Tips
- Indien u een ander papierformaat wilt selecteren dan hieronder aangegeven, moet u het formaat als "OVERIGE" vastleggen. Zodra u dit formaat heeft vastgelegd, wordt het geactiveerd telkens wanneer u op het aanraakscherm op [OVERIGE] drukt.
Noord-Amerika: LD, LG, LT, ST Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5 Voor de werkwijze bij het vastleggen zie:
P.65 "Papierformaten onder formaat "OVERIGE" vastleggen"
- Papierformaten kunnen ook worden vastgelegd door in het menu BASIS op de toets voor de gewenste papierlade in het meldingsgebied voor de status van het systeem te drukken.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
■ Foto-originelen met de optimale reproductiefactor voor kopieerpapierformaat kopiëren (FOTOZOOM)
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Leg het origineel in liggende richting op de glasplaat.
3 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

4 Druk op [FOTOZOOM].

5 Selecteer het origineelformaat.

Opmerking
De daadwerkelijke afmeting voor knop [3" x 5"] is 3,5" x 5,0".
Tip
Als het formaat van het origineel afwijkt van de hieronder aangegeven formaten, toets de afmetingen van het origineel dan handmatig in.
Noord-Amerika: 3" x 5", 4" x 6", 5" x 7" of 8" x 10"
Anders dan Noord-Amerika: 9 x 13 cm, 10 x 15 cm, 13 x 18 cm of 20 x 30 cm
P.70 "Andere formaten voor foto-originelen instellen"
6 Selecteer het gewenste kopieerpapierformaat en druk vervolgens op [OK].
Opmerking
Indien u een ander papierformaat wilt selecteren dan hieronder aangegeven, moet u het formaat als formaat "OVERIGE" vastleggen. Leg het in dat geval in liggende richting vast. Zodra u dit formaat heeft vastgelegd, wordt het geactiveerd telkens wanneer u op het aanraakscherm op [OVERIGE] drukt.
Noord-Amerika: LD, LG, LT, ST
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, A5
Voor de werkwijze bij het vastleggen zie:
P.65 "Papierformaten onder formaat "OVERIGE" vastleggen"

7 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Als "SORTEREN UIT NIETEN UIT" wordt geselecteerd als sorteerstand, begint het scannen van het origineel. Als een andere sorteerstand wordt geselecteerd, ga dan als volgt te werk.
8 Plaats het volgende origineel en druk vervolgens op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm of op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Het scannen van het volgende origineel begint. Bij meer dan één origineel dient deze stap te worden herhaald totdat het scannen van alle originelen is voltooid.
9 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, druk dan op [OPDR. GEREED] op het aanraakscherm.
Het kopiëren begint.
□ Andere formaten voor foto-originelen instellen
1 Druk op [AANGEPAST] op het aanraakscherm.

2 Toets het formaat van het origineel in.
1) Druk op [X] op het aanraakscherm en toets de breedte ervan in een bereik van 10 tot 434 mm in.
2) Druk op [Y] op het aanraakscherm en toets de lengte ervan in een bereik van 10 tot 300 mm in.
3) Druk op [OK] op het aanraakscherm.

■ Afwerkfuncties en als optie leverbare afwerkapparaten
Zie onderstaande tabel voor elke afwerkfunctie.
| Afwerkfunctie Omschrijving | |
| Sorteren uit nieten uit Afdrukken worden | zonder te sorteren of te nieten uitgevoerd. |
| Sorteren (P.73) | Afdrukken worden in dezelfde paginavolgorde als de originelen set voor set uitgevoerd. |
| Groeperen (P.73) | Afdrukken worden per pagina gegroepeerd uitgevoerd. |
| Roteren en sorteren (P.75) | Afdrukken worden set voor set afwisselend in een andere richting uitgevoerd. |
| Nieten en sorteren (P.76) | Afdrukken worden in de hoek ervan geniet uitgevoerd. |
| Brochure sorteren (P.79) | Afdrukken worden in paginavolgorde voor boek uitgevoerd. |
| Rughechten (P.79) | Afdrukken worden in paginavolgorde voor boek, in het midden gevouwen en geniet uitgevoerd. |
| Brochure sorteren & rughechten (P.79) | Brochure sorteren en rughechten worden gecombineerd. |
| Perforatie (P.81) | Afdrukken worden aan de zijkant geperforeerd uitgevoerd. |
De beschikbare afwerkfuncties verschillen afhankelijk van de als optie geïnstalleerde afwerkapparaten (finisher en perforatie-eenheid). De volgende afwerkapparaten zijn voor dit multifunctionele systeem beschikbaar:
Finisher
• Binnenste finisher MJ-1036 (voor de e-STUDIO2050C/2550C)
- Finisher met rughechting MJ-1037 (voor de e-STUDIO2050C/2550C)
Perforatie-eenheid
• Perforatie-eenheid MJ-6007E (voor binnenste finisher MJ-1036)
- Perforatie-eenheid MJ-6008E (voor de Finisher met rughechting MJ-1037)
Binnenste lade
Binnenste lade MJ-5004 (voor de e-STUDIO2050C/2550C en de e-STUDIO2051C/2551C)
Tip
De binnenste lade kan niet geïnstalleerd worden als Binnenste finisher MJ-1036 geïnstalleerd is.
Gebruik onderstaande tabel om de beschikbare finishing-modi te controleren.
| Afwerkfunctie | Geïnstalleerd optioneel apparaat voor finishing | |||||
| MJ-1036 & MJ-6007E | MJ-1036 | MJ-1037 & MJ-6008E | MJ-1037 MJ-5004 | Geen apparaat | ||
| Sorteren uit nieten uit | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Sorteren | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Groeperen | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Roteren en sorteren | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Nieten en sorteren | Ja | Ja | Ja | Ja | — | — |
| Brochure | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Rughechten | — | — | Ja | Ja | — | — |
| Brochure & rughechten | — | — | Ja | Ja | — | — |
| Perforatie | Ja | — | Ja | — | — | — |
□ Naam van elk onderdeel van de finisher
MJ-1036

- Bovenste klep
- Kopieopvanglade
- Secundaire lade
- Perforatie-eenheid MJ-6007
- Klep voorzijde
MJ-1037

- Bovenste klep
- Lade
- Secundaire lade
- Lade voor rughechten
- Klep voorzijde
- Perforatie-eenheid MJ-6008
□ Naam van elk onderdeel van de binnenste lade
MJ-5004

■ Modus Sorteren/Groeperen
Wanneer u meer dan één set afdrukken maakt, kunnen deze in dezelfde paginavolgorde als die van de originelen worden uitgevoerd. Deze modus heet sorteren. Afdrukken kunnen ook per pagina gegroepeerd worden uitgevoerd. Deze modus heet groeperen.
Stand Sorteren

Bij het gebruik van papier van groot formaat zoals A3, B4, LD en LG, trekt u vooraf de secundaire lade uit zodat het kopieerpapier niet valt en netjes wordt gesorteerd.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
Tip
Wanneer u originelen op het automatische documentinvoersysteem plaatst, verandert de weergave van de toets voor modus sorteren in "SORT".
3 Druk op [AFWERKING] op het aanraakscherm.

4 Selecteer [SORT] of [GROEP] en druk vervolgens op [OK].

5 Toets het gewenste aantal afdrukken in.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
■ Stand Roteren en sorteren
Wanneer u meer dan één set afdrukken maakt, kan elke set bovenop een andere set afwisselend in staande en liggende richting worden uitgevoerd. Deze modus heet roteren en sorteren. Gebruik 2 papierladen en 2 stapels papier van hetzelfde formaat. Leg één stapel papier in staande richting in de ene papierlade en de andere stapel in liggende richting in de andere lade voordat met kopieren wordt begonnen.
e-STUDIO2051C/2551C: Deze modus is alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijdige kopieereenheid met omkeerinrichting geïnstalleerd is.

- Er kan A4-, B5- en LT-papier in de papierlade of de handinvoerlade worden gebruikt.
- De stand roteren en sorteren is niet beschikbaar als automatische papierelectie wordt geselecteerd.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Tip
Leg één stapel papier in staande richting in de ene papierlade en de andere stapel in liggende richting in de andere lade.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [AFWERKING] op het aanraakscherm.

4 Selecteer [ROTEREN] en druk vervolgens op [OK].

5 Toets het gewenste aantal afdrukken in.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
■ Stand Nieten en sorteren
Wanneer meer dan één set afdrukken wordt gemaakt, kan het gekopieerde papier automatisch set voor set geniet worden. Deze modus heet nieten en sorteren. Er kan gekozen worden uit drie verschillende nietposities.
Voorbeeld: Wanneer [VOOR NIETEN] wordt geselecteerd

- Speciaal papier zoals overhead-transparanten of etiketten is niet van toepassing.
- Kopieën van verschillende afmetingen kunnen niet geniet worden, tenzij de lengte ervan gelijk is.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [AFWERKING] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de gewenste positie van de nietjes: [VOOR NIETEN], [DUBBEL NIETEN] of [NIETEN ACHTER] en druk vervolgens op [OK].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Tip
Wanneer het aantal vellen het maximale aantal mogelijke vellen voor nieten overschrijdt, schakelt het multifunctionele systeem automatisch over op de stand Sorteren.
Maximaal aantal mogelijke vellen voor nieten
Het maximale aantal mogelijke vellen voor nieten is verschillend afhankelijk van het geïnstalleerde afwerkapparaat, het papierformaat of het papiergewicht.
Binnenste finisher MJ-1036
| Papierformaat | Papiergewicht | ||
| 60 - 80 g/m2(16 - 20 lb. Bond) | 81 - 90 g/m2(21 - 24 lb. Bond) | 91 - 105 g/m2(25 - 28 lb. Bond) | |
| A4, A4-R, B5, B5-R, LT, LT-R, 8,5"SQ, 16K, 16K-R | 50 vel 50 vel 30 | vel | |
| A3, B4, FOLIO, LD, LG, COMP, 13" LG, 8K | 25 vel 25 vel 15 | vel | |
Opmerkingen
- Er kunnen 2 voorbladen (106 tot 209 g/m² (29 lb. Bond tot 110 lb. Index)) toegevoegd worden. In dat geval is het aantal mogelijke vellen inclusief 2 kaftbladen.
- Raadpleeg voor het maximale aantal vellen dat in de lade kan worden geplaatst de Verkorte installatiehandleiding.
Finisher met rughechteenheid MJ-1037
| Papierformaat | Papiergewicht | ||
| 60 - 80 g/m2(16 - 20 lb. Bond) | 81 - 90 g/m2(21 - 24 lb. Bond) | 91 - 105 g/m2(25 - 28 lb. Bond) | |
| A4, A4-R, B5, B5-R, LT, LT-R, 8,5"SQ, 16K, 16K-R | 50 vel 50 vel 30 | vel | |
| A3, B4, FOLIO, LD, LG, COMP, 13" LG, 8K | 30 vel 30 vel 15 | vel | |
Opmerkingen
- Er kunnen 2 voorbladen (106 tot 209 g/m² (29 lb. Bond tot 110 lb. Index)) toegevoegd worden. In dat geval is het aantal mogelijke vellen inclusief 2 kaftbladen.
- Raadpleeg voor het maximale aantal vellen dat in de lade kan worden geplaatst de Verkorte installatiehandleiding.
■ Brochure sorteren / rughechten
U kunt meer dan één origineel kopieren en de afdrukken tot een boekje samenvoegen (brochure sorteren).
e-STUDIO2051C/2551C: Deze modus is alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijdige kopieereenheid met omkeerinrichting geïnstalleerd is.
Bij de finisher voor rughechten is het ook mogelijk het gekopieerde boekje in het midden te vouwen en te nieten (rughechten).
Modus Brochure sorteren

flowchart
graph TD
A["Layer 1"] --> B["Layer 2"]
B --> C["Layer 3"]
C --> D["..."]
D --> E["Layer 12"]
E --> F["→"]
F --> G["Layer 6"]
G --> H["Layer 7"]
H --> I["Layer 9"]
I --> J["Layer 11"]
Stand Rughechten

Brochure sorteren & rughechten

flowchart
graph LR
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["..."]
D --> E["12"]
E --> F["6"]
F --> G["7"]
Eisen met betrekking tot rughechten
| Papier-formaat | Papiergewicht*1 | Maximaal aantal vellen voor rughechten *2 | Maximaal aantal sets in lade voor rughechten |
| A3, A4-R, B4, LD, LT-R, LG | 60 - 80 g/m2(16 - 20 lb. Bond) | 15 vel | 11 - 15 vel: 10 sets6 - 10 vel: 15 setsMinder dan 5 vel: 20 sets |
| 81 - 90 g/m2(21 - 24 lb. Bond) | 10 vel | 6 - 10 vel: 10 setsMinder dan 5 vel: 20 sets | |
| 91 - 105 g/m2(25 - 28 lb. Bond) | 7 vellen | 6 - 10 vel: 10 setsMinder dan 5 vel: 15 sets |
*1 Neem bij verschillende papiergewichten de waarde van het zwaarste.
*2 Er kan 1 voorblad (106 tot 209 g/m2 (29 lb. Bond tot 110 lb. Index)) toegevoegd worden. In dat geval is het aantal vellen per set inclusief het kaftblad.
Tip
Wanneer staande originelen zoals aan de rechterzijde weergegeven in liggende richting in de stand Brochure sorteren of Brochure sorteren & rughechten worden geplaatst, moet de functie Beeldrichting in het menu BEWERKEN worden geactiveerd.
P.126 "Beeldrichting"

Brochure sorteren kan ook in het menu BEWERKEN worden geselecteerd. Indien u deze in het menu BEWERKEN selecteert, kunt u de inbindruimte instellen. Raadpleeg de volgende pagina voor meer informatie: P.107 "Stand Brochure sorteren"
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Opmerking
Speciaal papier zoals overhead-transparanten of etiketten is niet van toepassing.
2 Selecteer het gewenste papierformaat.
Er kan papier van formaat A3, A4-R, A5-R 1 , B4 of B5-R 1 worden gebruikt. *1 A5-R en B5-R zijn alleen geschikt voor de stand Brochure sorteren.
3 Plaats de originelen.
Plaats de originelen op het automatische documentinvoersysteem zoals afgebeeld op de vorige pagina. Plaats de originelen in de onderstaande volgorde op de glasplaat:
Brochure sorteren, Brochure sorteren en rughechten: plaats de eerste pagina van het origineel als eerste. Rughechten: bijvoorbeeld als het totale aantal pagina's 12 is, plaats pagina 1 en 12 tezamen en dan pagina 2 en 11, 10 en 3, 4 en 9, 8 en 5, en ten slotte pagina 6 en 7.
4 Druk op [AFWERKING] op het aanraakscherm.

5 Selecteer de gewenste modus: [BROCHURE], [BROCHURE & RUGHECHTEN] of [RUGHECHTEN]. Druk daarna op [OK].

Opmerking
Andere modi dan [BROCHURE] kunnen alleen worden geselecteerd als de finisher voor rughechten (optie) is geïnstalleerd.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Stand Perforatie
Afdrukken kunnen worden geperforeerd als de perforatie-eenheid op de finisher is geïnstalleerd.
Opmerkingen
- Papierformaten A3, A4, A4-R, B4, B5, B5-R, FOLIO, LD, LG, LT, LT-R, ST-R en COMP alsmede papiergewichten van 60 tot 128 g/m 2 (16 to 34 lb. Bond) zijn hiervoor geschikt.
- Speciaal papier zoals overhead-transparanten of etiketten is niet van toepassing.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [AFWERKING] op het aanraakscherm.

4 Selecteer [PERFOREREN] en druk vervolgens op [OK].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Dubbelzijdig kopiëren
U kunt een enkelzijdig origineel naar een dubbelzijdige afdruk kopieren en omgekeerd of een dubbelzijdig origineel naar een dubbelzijdige afdruk. Dit is handig wanneer u papier wilt besparen of wanneer u een boek met behoud van de juiste paginavolgorde wilt kopieren.
Enkelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk (P.83)

Dubbelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk (P.83)

Enkelzijdig origineel -> dubbelzijdige afdruk (P.84)

Dubbelzijdig origineel -> dubbelzijdige afdruk (P.84)

Boek -> dubbelzijdige afdruk (P.85)

Opmerking
Gebruik normaal of DIK 1 voor dubbelzijdig kopieren.
■ Een enkelzijdige afdruk maken
Tip
Bij het kopiëren van dubbelzijdige staande originelen die maar aan één zijde van het papier naar links/rechts zijn geopend, moet de functie Beeldrichting in het menu BEWERKEN worden gebruikt zodat alle afdrukken in de juiste richting worden uitgevoerd.
P.126 "Beeldrichting"

1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [DUBBELZIJDIG] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de gewenste modus en druk vervolgens op [OK].
[1->1 ENKELZIJDIG]: Enkelzijdig origineel naar enkelzijdige afdruk [2->1 SPLITSEN]: Dubbelzijdig origineel naar enkelzijdige afdruk

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
■ Een dubbelzijdige afdruk maken
e-STUDIO2051C/2551C: Deze modus is alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijdige kopieereenheid geïnstalleerd is.
Tip
Wanneer enkelzijdige staande originelen in liggende richting zijn geplaatst en op beide zijden van het papier worden gekopieerd, zijn de afdrukken meestal in naar boven/beneden geopende richting. U kunt afdrukken maken in naar links/rechts geopende richting met behulp van de functie Beeldrichting.
P.126 "Beeldrichting"

1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [DUBBELZIJDIG] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de gewenste modus en druk vervolgens op [OK].
[1 -> 2 DUBBELZIJDIG]: Enkelzijdig origineel naar dubbelzijdige afdruk [2 -> 2 DUBBELZIJDIG]: Dubbelzijdig origineel naar dubbelzijdige afdruk

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Plaats het origineel op de glasplaat zoals beschreven in stap 6 en 7 op P.31 "Basiskopieerprocedure".
■ Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken
U kunt dubbelzijdige afdrukken maken van boeken of catalogi in de juiste paginavolgorde.
e-STUDIO2051C/2551C: Deze modus is alleen beschikbaar wanneer het automatische documentinvoersysteem met omkeerinrichting en de automatische dubbelzijdige kopieereenheid geïnstalleerd zijn.
Tip
A4-, B5- en LT-formaat zijn mogelijk.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopiëren met handinvoer het papierformaat in.
2 Druk op [DUBBELZIJDIG] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de boekkopieerfunctie.

Voorbeeld: Wanneer pagina 2 t/m 6 van een boek geopend naar links moeten worden gekopieerd, selecteer [LINKS -> LINKS].

5 Druk op [OK].
Het menu keert terug naar het menu BASIS.

6 Druk op de toets voor de papierlade met het gewenste papierformaat. Alleen A4-, B5- en LT-formaat zijn mogelijk.

7 Selecteer naar behoefte andere kopieerinstellingen.
Als voor de afdruk een inbindruimte nodig is, selecteer dan de functie boekinbindruimte in het menu BEWERKEN. P.97 "Inbindruimte creëren"
8 Leg het origineel op de glasplaat.
Plaats het origineel met de onderzijde naar u toe gekeerd en lijn het midden ervan uit met de gele lijn onder de glasplaat.

⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.
9 Druk op toets [START] op het bedieningspaneel. Leg het volgende op de glasplaat voor originelen zodra de pagina's zijn gescand.
Herhaal deze stap totdat alle gewenste pagina's zijn gescand. Als de laatste pagina een enkele pagina is, druk dan op [KOPIE LAATSTE PAG.] op het aanraakscherm en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel om het scannen te starten. De gescande pagina's worden gekopieerd.

10 Druk op [GEREED] wanneer alle pagina's zijn gescand.
De gescande pagina's worden gekopieerd.
Opslaan als bestand uitvoeren
Met de functie Opslaan als bestand kunt u de gekopieerde gegevens in de gedeelde map van de harde schijf van het multifunctionele systeem of een opgegeven pc in een netwerk opslaan. De gegevens kunnen als PDF-, TIFF- of XPSbestand worden opgeslagen.
Opmerkingen
- De gegevens worden als zwarte afbeeldingen opgeslagen. (Resolutie: alleen 600 dpi). De door middel van deze functie opgeslagen gegevens zijn geschikt om af te drukken, maar niet om als afbeelding in uw PC te importeren. Voor een optimale afdrukkwaliteit voor het importeren is het raadzaam voor het opslaan van de gegevens de functie Scan naar bestand van dit multifunctionele systeem te gebruiken.
- De netwerkbeheerder dient vooraf instellingen voor de functie Opslaan als bestand te realiseren. Raadpleeg voor meer informatie de TopAccess Guide.
- Het is raadzaam een reservekopie van de opgeslagen gegevens in de gedeelde map op te slaan.
Tip
Wanneer de harde schijf geïnstalleerd is, kunt u met functie e-Filing gegevens opslaan in een e-Filing-box. Raadpleeg voor meer informatie de e-Filing Guide.
1 Plaats de originelen.
2 Druk op [OPSLAG] op het aanraakscherm.

3 Druk op [OPSLAAN ALS BESTAND] op het aanraakscherm.

4 Druk op de desbetreffende toetsen voor de invoer van informatie over de gegevens die moeten worden opgeslagen. Druk daarna op [OK].

MFP LOKAAL: Druk hierop om de gegevens in de gedeelde map van het multifunctionele systeem op te slaan. NETWERK 1, NETWERK 2: Druk op een van de twee om de gegevens op te slaan in de gedeelde map van een pc die via een netwerk met het multifunctionele systeem is verbonden.
Opmerkingen
- U kunt er maximaal 2 selecteren uit [MFP LOKAAL], [NETWERK 1] en [NETWERK 2]. Als de harde schijf niet geïnstalleerd is, kan [MFP LOCAL] niet geselecteerd worden. Verder kunnen alleen [NETWERK 1] of [NETWERK 2] geselecteerd worden. U kunt het geselecteerde item annuleren door opnieuw op dezelfde toets te drukken.
- Als een gebruiker die gemachtigd is de instelling van [NETWERK 1] en [NETWERK 2] te wijzigen, een van beide toetsen heeft ingedrukt, verschijnt het menu voor het opgeven van een index. Zie in dat geval voor het opgeven van de index:
P.90 "Instelling gedeelde map"
BEST. NAAM: Druk hierop voor de weergave van het bedieningspaneel op het scherm. Toets daarna de bestandsnaam van maximaal 128 letters in.
Opmerking
De tekens aan het einde in een bestandsnaam (max. 74) kunnen eventueel worden verwijderd, afhankelijk van het gebruikte type letters.
BEST.FORMAAT: Selecteer het bestandsformaat waarin de gegevens worden opgeslagen: PDF, TIFF of XPS. XPS is alleen beschikbaar wanneer de harde schijf geïnstalleerd is.
MULTI / ENKEL: Deze dienen om aan te geven of de gegevens in een bestand van een of meer pagina's worden opgeslagen. Wanneer "MEERV." wordt geselecteerd, worden alle gescande gegevens als één bestand opgeslagen. Wanneer "ENKEL" wordt geselecteerd, wordt een map aangemaakt en elke pagina van de gescande gegevens wordt als afzonderlijk bestand in de map opgeslagen.
5 Druk op toets [START] op het bedieningspaneel.
Wanneer het origineel op het automatische documentinvoersysteem wordt geplaatst, starten het kopiëren en het opslaan gelijktijdig.
Wanneer het origineel op de glasplaat wordt gelegd, dient als volgt te werk te worden gegaan.
6 Leg het volgende origineel op de glasplaat en druk vervolgens op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm of op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Herhaal deze stap totdat het scannen van alle originelen is voltooid.
7 Als alle originelen zijn gescand, drukt u op [OPDR. GERED] op het aanraakscherm.
![KOPR OPSLAG INSTEELING TEMPLATE SCANNEN Leg het volgende originel op de glasstaat. Druk op START op [VOL GENDE AFDR] om te kopieren. Druk op [OPDRACHT GERED] om de scanopdracht te voltoeken. SET 1 SCAN PAGINA 1 STOP OPDR OPDR GERED VLGND AFDR TAAKSTATUS](/content/2026/06/1155677/images/a3bbdd49129e2822836c2edd217e9326ea2ba3af645d1e1db1f816ab98df62bb.jpg)
Het kopiëren en opslaan begint.
■ Instelling gedeelde map
Wanneer een gebruiker die gemachtigd is een gedeelde map te wijzigen, op [NETWERK 1] of [NETWERK 2] heeft gedrukt, verschijnt het menu voor het opgeven van een index.
De instellingsitems verschillen afhankelijk van het te gebruiken bestandsoverdrachtsprotocol. FTP, SMB, NetWare IPX/SPX, NetWare TCP/IP en FTPS kunnen als bestandsoverdrachtsprotocol worden geselecteerd.
FTP / FTPS

Door op een van de onderstaande toetsen te drukken verschijnt het toetsenbord op het scherm. Voer in met de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. Druk na beeindiging van de invoer op [OK].
SERV.NAAM: Druk hierop voor de invoer van het IP-adres van de FTP-server. Toets bijvoorbeeld bij de overdracht van de gegevens naar een FTP-map ftp://10.10.70.101/user01/scan/ "10.10.70.101" in.
NETWERK PAD: Druk hierop voor de invoer van een netwerkpad voor een FTP-map waarin de gegevens moeten worden opgeslagen. Voer bijvoorbeeld bij de overdracht van de gegevens naar een FTP-map ftp://10.10.70.101/user01/scan/in: "user01\scan".
LOGIN GEB. NAAM: Druk hierop voor de invoer van de gebruikersnaam voor het inloggen op de FTP-server. Voer zoals vereist in.
WACHTWOORD: Druk hierop voor de invoer van een wachtwoord voor het inloggen op de FTP-server. Voer zoals vereist in.
POORT NR.: Druk hierop voor de invoer van een opdrachtpoortnummer voor de uitvoering van opdrachten. Normaal gesproken wordt in dit veld “-” ingevoerd, wat wil zeggen dat een door de beheerder ingesteld poortnummer wordt gebruikt. Wijzig dit alleen indien u een ander poortnummer wilt gebruiken.
SMB

Door op een van de onderstaande toetsen te drukken verschijnt het toetsenbord op het scherm. Voer in met de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. Druk na beeindiging van de invoer op [OK].
NETWERK PAD: Druk hierop voor de invoer van een netwerkpad voor de map waarin de gegevens moeten worden opgeslagen.
LOGIN GEB. NAAM: Druk hierop voor de invoer van een gebruikersnaam voor de toegang tot de netwerkmap. Voer zoals vereist in.
WACHTWOORD: Druk hierop voor de invoer van een wachtwoord voor de toegang tot de netwerkmap. Voer zoals vereist in.
Tip
Indien u [SMB] heeft geselecteerd, zijn de instellingen voor [SERV.NAAM] en [POORT NR.] niet nodig.
Door op een van de onderstaande toetsen te drukken verschijnt het toetsenbord op het scherm. Voer in met de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. Druk na beëindiging van de invoer op [OK].
SERV.NAAM: Wanneer u [NetWare IPX] selecteert, voer dan de servernaam van de NetWare-server of Tree/Context (indien NDS bruikbaar is) in. Wanneer u [NetWare IP] selecteert, voer dan het IP-adres van de NetWare-server in.
NETWERK PAD: Druk hierop voor de invoer van een netwerkpad voor een NetWare-servermap waarin de gegevens moeten worden opgeslagen. Voer bijvoorbeeld bij de overdracht van de gegevens naar een map "sys\scan" van NetWare-server "\sys\scan" in.
LOGIN GEB. NAAM: Druk hierop voor de invoer van een gebruikersnaam voor het inloggen op de NetWare-server. Voer zoals vereist in.
WACHTWOORD: Druk hierop voor de invoer van een wachtwoord voor het inloggen op de NetWare-server. Voer zoals vereist in.
BEWERKEN-FUNCTIES
In dit hoofdstuk wordt het gebruik van de verschillende kopieerfuncties in het menu BEWERKEN beschreven.
Weergave menu BEWERKEN....94
Beeld verschuiven....95
Marge boven/onder of marge links/rechts creëren....95
Inbindruimte creëren 97
Rand wissen 99
Boekmidden wissen....100
Twee pagina's 102
2IN1 / 4IN1 .... 104
Stand Brochure sorteren 107
Beeld bewerken....109
Trimmen / maskeren....109
Spiegelbeeld / Negatief/positief-omkering 112
XY zoom 113
Kaftblad....115
Tussenlegvel.... 117
Tijdstempel 120
Paginanummer 121
Taakopbouw....123
Beeldrichting 126
Boek - kalender....128
ADF -> SADF....129
Volledige afdruk....131
Afdrukherhaling....132
Geen blanco pagina ....134
Buitenkant wissen....136
Weergave menu BEWERKEN
U kunt het menu BEWERKEN oproepen door op het tabblad [BEWERKEN] op het aanraakscherm te drukken wanneer u de verschillende bewerken-functies wilt gebruiken.



Het menu BEWERKEN omvat 2 pagina's. Om tussen de pagina's te schakelen druk op of .

Beeld verschuiven
U kunt een inbindruimte creëren door een beeld naar de linker-, rechter-, boven- of onderzijde van het kopieerpapier te verplaatsen. Deze functie heet "beeld verschuiven". Dit is handig wanneer u een stapel papier na het kopieren wilt perforeren of nieten. Met deze functie kunt u eenvoudig een inbindruimte creëren wanneer u een boek op beide zijden van het papier kopieert.

U kunt een inbindruimte overeenkomstig de onderstaande combinaties als volgt creëren:
- Marge boven/onder en marge links/rechts
- Marge boven/onder en inbindruimte
■ Marge boven/onder of marge links/rechts creëren
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [SCHUIF BEELD] in het menu BEWERKEN.

4 Selecteer het type inbindruimte.

5 Stel de breedte van de inbindruimte in.
1) Druk op [VOOR] en stel de breedte van de inbindruimte aan de voorzijde in met behulp van [▼ 0 mm] en [▲100 mm]. (De breedte aan de achterzijde wordt op dezelfde wijze ingesteld.)
2) Druk op [ACHTER] en stel de breedte van de inbindruimte aan de achterzijde in met behulp van [▼ 0 mm] en [▲100 mm]. (Alleen de breedte aan de achterzijde wordt ingesteld.)
3) Druk op [OK].

Tip
Let op dat bij dubbelzijdig kopieren een inbindruimte rechts/links aan de tegenoverliggende zijde op de achterzijde van het papier wordt gecreëerd. (Bijvoorbeeld wanneer een inbindruimte aan de rechterkant op de voorzijde van het papier wordt gecreëerd, gebeurt dit aan de linkerkant op de achterzijde.)
6 Druk op [OK].

7 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Inbindruimte creëren
U kunt eenvoudig een inbindruimte creëren bij het kopieren van een boek op beide zijden van het papier.
P.85 "Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken"
1 Druk op [SCHUIF BEELD] in het menu BEWERKEN.

2 Druk op [BOEK].

3 Stel de breedte van de inbindruimte in.
1) Druk op [0 mm] of [30 mm].
2) Druk op [OK].

4 Druk op [OK].

Selecteer ook "Boek -> dubbelzijdige afdruk".
P.85 "Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken"
Rand wissen
U kunt de rand van een gekopieerd beeld wit maken wanneer een schaduwachtig donker gedeelte erop verschijnt. Deze functie heet "rand wissen". Dit is handig wanneer u het gekopieerde beeld netjes en schoon wilt maken als de rand van het origineel vuil of gescheurd is.

Alleen originelen met standaardformaat zijn mogelijk.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [RANDEN WISSEN] in het menu BEWERKEN.

4 Stel de breedte van het te wissen gedeelte in.
1) Druk op [2mm] of [50 mm].
2) Druk op [OK].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Boekmidden wissen
U kunt het midden van het gekopieerde beeld wit maken wanneer een schaduwachtig gedeelte erop verschijnt. Deze functie heet "boekmidden wissen". Dit is handig bij het kopiëren van boeken.

1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Selecteer de papierlade voor het gewenste papierformaat.

3 Druk op [BOEK MIDDEN WISSEN] in het menu BEWERKEN.

4 Stel de breedte van het te wissen gedeelte in.
1) Druk op [2mm] of [50 mm].
2) Druk op [OK].

5 Leg het origineel op de glasplaat.
Plaats het origineel met de onderzijde naar u toe gekeerd en lijn het midden ervan uit met de gele lijn onder de glasplaat.

⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Twee pagina's
U kunt de 2 tegenoverliggende pagina's van een boek of 2 originelen naast elkaar op 2 aparte vellen of op beide zijden van 1 vel papier kopieren. Deze functie heet "twee pagina's". U hoeft het origineel op de glasplaat niet te verschuiven.

Alleen A4-, B5- en LT-formaat zijn mogelijk.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Druk op [TWEE PAG.] in het menu BEWERKEN.

3 Druk op [1 ZIJDE] of [2-ZIJDIG].
1 ZIJDE: De 2 tegenoverliggende pagina's van het origineel op 1 zijde van 2 aparte vellen papier kopieren 2-ZIJDIG: De 2 tegenoverliggende pagina's van het origineel op 2 zijden van 1 vel papier kopieren e-STUDIO2051C/2551C: 2-ZIJDIG is alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijdige kopieereenheid geïnstalleerd is.

4 Selecteer naar behoefte andere kopieerinstellingen.
U kunt ook "schuif beeld" selecteren.
P.95 "Marge boven/onder of marge links/rechts creëren"
5 Druk op het tabblad [BASIS] voor de weergave van het menu BASIS en selecteer vervolgens A4, B5 of LT als kopieerpapierformaat.
Stel bij gebruik van de functie kopiëren met handinvoer het papierformaat in.
6 Open de gewenste pagina en leg deze op de glasplaat voor originelen.
Plaats het origineel met de onderzijde naar u toe gekeerd en lijn het midden ervan uit met de gele lijn onder de glasplaat.

⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.
7 Druk op toets [START] op het bedieningspaneel. Open de volgende pagina's en plaats deze wanneer het scannen van de geopende pagina's is voltooid.
Herhaal deze procedure totdat alle gewenste pagina's zijn gescand. Als de laatste pagina een enkele pagina is, druk dan op [KOPIE LAATSTE PAG.] op het aanraakscherm en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel om het scannen te starten. De gescande pagina's worden gekopieerd.

8 Druk op [GEREED] wanneer alle pagina's zijn gescand.
De gescande pagina's worden gekopieerd.
2IN1 / 4IN1
U kunt 2 of 4 originelen op 1 vel papier kopieren door deze te verkleinen. Deze functie heet "2IN1" of "4IN1". Bij het gebruik van deze functie in combinatie met dubbelzijdig kopieren kunt u in totaal 8 afdrukken op 1 vel papier maken. e-STUDIO2051C/2551C: Deze modus is alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijdige kopieereenheid met omkeerinrichting geïnstalleerd is.
De onderstaande afbeeldingen tonen hoe u de afdrukken kunt rangschikken.
2IN1

2IN1 & dubbelzijdig kopiëren (a: zijde 1, b: zijde 2)

flowchart
graph LR
A["Document A"] --> B["Section a: Section 1"]
B --> C["Section b: Section 2"]
C --> D["Section a: Section 3"]
D --> E["Section b: Section 4"]
F["Document B"] --> G["Section a: Section 1"]
G --> H["Section b: Section 2"]
H --> I["Section a: Section 3"]
I --> J["Section b: Section 4"]
K["Document C"] --> L["Section a: Section 1"]
L --> M["Section b: Section 2"]
M --> N["Section a: Section 3"]
N --> O["Section b: Section 4"]
4IN1 & dubbelzijdig kopiëren (a: zijde 1, b: zijde 2)

1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
Tip
Als u een papierformaat selecteert dat afwijkt van dat van het origineel, druk dan op [ZOOM] in menu BASIS. Selecteer vervolgens het gewenste papierformaat, druk op [AMS] en dan op [OK] in het onderstaande menu.

2 Plaats de originelen.
3 Druk op [2IN1 / 4IN1] in het menu BEWERKEN.

4 Voer instelling 2IN1 / 4IN1 uit.
1) Als u 2 originelen op 1 pagina wilt kopieren, selecteer dan [2IN1]. Als u er 4 op 1 pagina wilt kopieren, selecteer dan [4IN1].
2) Selecteer modus dubbelzijdig afdrukken.
3) Druk op [OK].
e-STUDIO2051C/2551C: [1 -> 2 DUBBELZIJDIG is alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijdige kopieereenheid geïnstalleerd is. [2 -> 2 DUBBELZIJDIG] is alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijdige documententoevoer met omkeerinrichting en de automatische dubbelzijdige kopieereenheid geïnstalleerd zijn.

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Als de originelen op de automatische dubbelzijdige documententoevoer zijn geplaatst, begint het scannen en kopieren. Voer stap 6 en 7 uit als deze op de glasplaat voor originelen zijn geplaatst.
6 Plaats het volgende origineel en druk vervolgens op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm of op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Het scannen van het volgende origineel begint. Bij meer dan één origineel dient deze stap te worden herhaald totdat het scannen van alle originelen is voltooid.
7 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, druk dan op [OPDR. GEREED] op het aanraakscherm.
Het kopiëren begint.
Stand Brochure sorteren
U kunt meer dan één origineel kopieren in boekpaginavolgorde. Deze modus heet Brochure sorteren. Deze functie kan worden gecombineerd met het vouwen en nieten van de gekopieerde pagina's in het midden. Deze modus heet Brochure sorteren & rughechten.
e-STUDIO2051C/2551C: Deze modus is alleen beschikbaar wanneer het automatische documentinvoersysteem met omkeerinrichting en de automatische dubbelzijdige kopieereenheid geïnstalleerd zijn.
Modus Brochure sorteren

flowchart
graph LR
A["Layer 1"] --> B["Layer 2"]
B --> C["..."]
C --> D["Layer 3"]
D --> E["Layer 12"]
E --> F["→"]
F --> G["Layer 6"]
G --> H["Layer 7"]
H --> I["..."]
I --> J["Layer 9"]
J --> K["..."]
K --> L["Layer 11"]
Modus Brochure sorteren & rughechten

Modus Brochure sorteren kan ook in menu BASIS worden geselecteerd. Raadpleeg de volgende pagina voor meer informatie:
P.79 "Brochure sorteren / rughechten"
1 Vul de papierlade(n) met papier.
De volgende formaten zijn beschikbaar:
Brochure sorteren & rughechten: A3, A4-R, B4, LD, LG, LT-R
2 Selecteer het papierformaat.
Papierlade: P.56 "Automatische papierelectie (APS)"
Handinvoerlade: 📄 P.39 "Kopiëren met handinvoer"
3 Plaats de originelen.
Tip
Wanneer staande originelen zoals aan de rechterzijde weergegeven in liggende richting in de stand Brochure sorteren of Brochure sorteren & rughechten worden geplaatst, moet de functie Beeldrichting in het menu BEWERKEN worden geactiveerd. Anders worden de originelen niet in de juiste paginavolgorde gekopieerd.
P.126 "Beeldrichting"

4 Druk op [BROCHURE SORTEREN] in het menu BEWERKEN.

5 Stel de stand rughechten en de inbindruimte naar wens in.
1) Druk bij de instelling van rughechten op [NIETEN AAN]. Hoeft er niet geniet te worden, druk dan op [NIETEN UIT].
2) Druk op [ 2mm] of [ 30 mm] voor de instelling van de breedte van de inbindruimte.
3) Druk op [OK].

Tip
Voor het maximale aantal mogelijke vellen voor rughechten zie: P.79 "Brochure sorteren / rughechten"
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Beeld bewerken
U kunt de verschillende hieronder weergegeven bewerken-functies voor gescande beelden selecteren.
Trimmen: U kunt een bepaald gebied van een origineel selecteren en alleen dit kopieren.
Maskeren: U kunt een bepaald gebied van een origineel maskeren en alleen het ongemaskeerde gebied kopieren.
Spiegelbeeld: U kunt een origineel in spiegelbeeld afdrukken.
Negatief/positief-omkering: U kunt het licht en donker van een beeld omkeren.
■ Trimmen / maskeren
U kunt het gewenste gebied van een origineel selecteren en alleen dit kopieren (trimmen). U kunt het gewenste gebied van een origineel ook maskeren en alleen het ongemaskeerde gedeelte kopieren (maskeren). Bij beide functies kunt u maximaal 4 gebieden van 1 origineel selecteren. Het geselecteerde gebied moet zich in een rechthoek bevinden.

Tips
- Alleen originelen met standaardformaat zijn mogelijk.
- Let op dat het complete beeld van het geselecteerde gebied mogelijk niet wordt gekopieerd indien u geen correct formaat voor origineel en kopieerpapier hebt gekozen.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Druk op [BEWERKEN] in het menu BEWERKEN.

4 Leg het origineel met de af te drukken zijde naar boven op de glasplaat.
Plaats het met de onderzijde naar u toe gekeerd. Lijn de linkerbovenhoek uit met die van de glasplaat zodat het origineel tegen de aanleglijst ligt.

Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.
5 Lees de volgende 4 waarden af om het gebied met behulp van de schaalverdeling aan de linker- en bovenzijde van de glasplaat voor originelen aan te geven.
X1: Van de linkerbovenzijde tot de linkerrand van het geselecteerde gebied
X2: Van de linkerbovenzijde tot de rechterrand van het geselecteerde gebied
Y1: Van de linkerbovenzijde tot de bovenste rand van het geselecteerde gebied
Y2: Van de linkerbovenzijde tot de onderste rand van het geselecteerde gebied

Let op dat de markeringen van de aanleglijsten een onderlinge afstand van 2 mm hebben.
6 Toets de afgelezen waarden in.
1) Druk op [X1], [X2], [Y1] en [Y2] en toets vervolgens de bijbehorende afgelezen waarden in.
2) U kunt maximaal 4 gebieden op 1 pagina aangeven. Als u meer dan één gebied wilt aangeven, druk dan op [GEBIED 1] tot [GEBIED 4] om van gebied te wisselen en toets vervolgens de bijbehorende waarden in.
3) Druk op [OK] nadat u alle gebieden hebt aangegeven.

7 Leg het origineel weer op de glasplaat met de af te drukken zijde naar beneden.
Plaats het met de onderzijde naar u toe gekeerd. Lijn de linkerbovenhoek uit met die van de glasplaat.

8 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
■ Spiegelbeeld / Negatief/positief-omkering
U kunt een beeld zoals een spiegel (spiegelbeeld) omkeren of u kunt licht en donker van een beeld omkeren (negatief/positief-omkering).

Opmerking
Negatief/positief-omkering is alleen mogelijk als ZWART of KLEUR is geselecteerd als kleurinstelling.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [BEWERKEN] in het menu BEWERKEN.

4 Selecteer [SPIEGEL] of [NEG/POS] en druk vervolgens op [OK].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
XY zoom
U kunt de reproductiefactor zowel in verticale als in horizontale richting afzonderlijk wijzigen. Deze functie heet "XY-zoom". e-STUDIO2051C/2551C: Deze modus is alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijdige kopieereenheid met omkeerinrichting geïnstalleerd is.

De reproductiefactor kan worden ingesteld van 25 tot 400%. In de volgende gevallen is dit bereik echter 25 tot 200%.
• Wanneer de kleurinstelling KLEUR of AUTO KLEUR is
- Wanneer de modus voor originelen BEELD SMOOTHING (EGALISATIE) is
- Wanneer de kleurinstelling ZWART en de modus voor originelen FOTO is
• Wanneer TWEEKLEURENKOPIE is geselecteerd
• Wanneer EENKLEURENKOPIE is geselecteerd
- Wanneer het origineel op het automatische documentinvoersysteem geplaatst is
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [XY-ZOOM] in menu BEWERKEN.

4 Stel de reproductiefactor zowel in verticale als in horizontale richting in.
1) Druk op [X] en vervolgens op [20%] of [400%] voor horizontale richting.
2) Druk op [Y] en vervolgens op [25%] of [400%] voor verticale richting.
3) Druk op [OK].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Kaftblad
U kunt een speciale papiersoort zoals gekleurd papier voor het voorkaft of het achterkaft toevoegen. Deze functie heet "kaftblad". In de kaftbladen-functie kunt u selecteren of u het voor- of achterkaft wel of niet wilt afdrukken zoals aangegeven in de onderstaande tabel.
| Klep voorzijde Achterkaft | |||
| Modus Omschrijving Modus Omschrijving | |||
| NEE Hiermee wordt geen vel als voorkaft toegevoegd | NEE Hiermee wordt geen vel als achterkaft toegevoegd | ||
| BLANK Hiermee wordt een leeg vel als voorkaft toegevoegd | BLANK Hiermee wordt een leeg vel als achterkaft toegevoegd | ||
| TOP AFDRUK Hiermee wordt een aan de bovenzijde bedrukt vel als voorkaft toegevoegd | TOP AFDRUK Hiermee wordt een aan de bovenzijde bedrukt vel als achterkaft toegevoegd | ||
| 2 GEKOPIEERD Hiermee wordt een aan beide zijden bedrukt vel als voorkaft toegevoegd | 2 GEKOPIEERD Hiermee wordt een aan beide zijden bedrukt vel als achterkaft toegevoegd | ||
| ALLEEN ACHTER GEKOPIEERD | Hiermee wordt een aan de achterzijde bedrukt vel als achterkaft toegevoegd | ||
Voorbeeld: Selecteren van "TOP AFDRUK" voor de voorkaft en "BLANK" voor de achterkaft. Er wordt een aan de bovenzijde bedrukt vel toegevoegd als voorkaft en een leeg vel als achterkaft.

flowchart
graph LR
A["Stacked Paper"] --> B["Arrow"]
B --> C["Stacked Document with Paper"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#bbf,stroke:#333
1 Plaats het papier voor de kaftbladen.
Plaats het papier in de handinvoerlade of in een papierlade die tevoren voor kaftbladen is ingesteld. Het papier voor de kaftbladen moet in een ander papiermagazijn dan voor normaal papier worden gelegd.
Opmerkingen
- Bij het plaatsen van papier in een papierlade voor kaftbladen moet "VOORBLAD" als papiersoort alsmede papierformaat en -dikte worden ingesteld.
P.17 "Instelling papiersoort" - Bij het plaatsen van papier in de handinvoerlade moet papierformaat en -dikte worden ingesteld.
P.39 "Kopiëren met handinvoer" - Plaats het papier voor kaftbladen van hetzelfde formaat als normaal papier in dezelfde richting.
2 Plaats het normale papier in de papierlade(n).
3 Plaats de originelen.
Bij het plaatsen ervan op de glasplaat voor originelen moet dit vanaf de eerste pagina gebeuren.
4 Druk op [VOORBLAD] in het menu BEWERKEN.

5 Selecteer de voor- en achterkaftinstellingen en druk vervolgens op [OK].
e-STUDIO2051C/2551C: [2 GEKOPIEERD] voor het voorblad, en [2 GEKOPIEERD] en [ALLEEN ACHTER GEKOPIEERD] voor het achterblad zijn alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijde kopieereenheid geïnstalleerd is.

Tip
Er kan alleen [2 GEKOPIEERD] voor de voor- of achterkaft gekozen worden wanneer [1->2 DUBBELZIJDIG] of [2->2 DUBBELZIJDIG] ingesteld is voor de dubbelzijdige afdrukmodus in het basismenu.
6 Druk op tabblad [BASIS] voor de weergave van menu BASIS. Selecteer vervolgens een papierlade waarin normaal papier is geplaatst (niet die voor de kaftbladen).
U moet vooraf normaal papier van hetzelfde formaat en met dezelfde richting als voor de kaftbladen plaatsen.

7 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Als de originelen op de automatische dubbelzijdige documententoevoer zijn geplaatst, begint het scannen en kopiëren.
Voer na het plaatsen op de glasplaat voor originelen stap 8 en 9 uit.
8 Plaats het volgende origineel en druk vervolgens op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm of op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Het scannen van het volgende origineel begint. Herhaal deze procedure totdat het scannen van alle originelen is voltooid.
9 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, druk dan op [OPDR. GEREED] op het aanraakscherm.
Het kopiëren begint.
Tussenlegvel
U kunt een speciale papiersoort zoals gekleurd papier bij de gewenste pagina invoegen. Deze functie heet "tussenlegvel". U kunt maximaal 2 soorten vellen voor in totaal 50 pagina's invoegen. De stand invoegen speciaal tussenlegvel heeft de volgende 2 mogelijkheden:
KOPIE: Voegt een gekopieerd vel in plaats van de aangegeven pagina in.

BLANK: Voegt een leeg vel vóór de aangegeven pagina in.

1 Plaats vellen voor tussenlegvellen.
Plaats deze in de handinvoerlade of in een papierlade die tevoren voor invoegvellen is ingesteld. Het papier voor de invoegvellen moet in een ander papiermagazijn dan voor normaal papier worden gelegd.
Opmerkingen
- Bij het plaatsen van papier in een papierlade voor invoegvel moet "TUSSENLEGVEL 1" of "TUSSENLEGVEL 2" als papiersoort alsmede papierformaat en -dikte worden ingesteld. P.17 "Instelling papiersoort"
- Bij het plaatsen van papier in de handinvoerlade moet papierformaat en -dikte worden ingesteld. P.39 "Kopiëren met handinvoer"
- Plaats het papier voor invoegvellen van hetzelfde formaat als normaal papier in dezelfde richting.
2 Plaats het normale papier in de papierlade(n).
3 Plaats de originelen.
Bij het plaatsen ervan op de glasplaat voor originelen moet dit vanaf de eerste pagina gebeuren.
4 Druk op [TUSSENLEGVELLEN] in het menu BEWERKEN.

6 Selecteer de pagina waarbij het invoegvel wordt ingevoegd.
1) Selecteer het soort invoegvel ([TUSSENLEGLAGE 1] of [TUSSENLEGLAGE 2]).
2) Toets paginanummers (1 tot 1000) in waar de invoegvellen zullen worden ingevoegd en druk vervolgens op [SET]. Herhaal stap 1) en 2) indien u invoegvellen bij meer dan één pagina wilt invoegen.
3) Druk op [OK] nadat u de paginanummers hebt ingetoetst.

Tips
- Indien u [AFDRUK] in stap 5 hebt geselecteerd, wordt de betreffende pagina vervangen door een gekopieerd invoegvel. Indien u [BLANK] hebt geselecteerd, wordt een leeg invoegvel vóór de betreffende pagina ingevoegd.
- Maximaal 50 pagina's kunnen er in totaal voor [TUSSENLEGLADE 1] en [TUSSENLEGLADE 2] worden geselecteerd.
7 Druk op tabblad [BASIS] voor de weergave van menu BASIS. Selecteer vervolgens een papierlade waarin normaal papier is geplaatst (niet die voor vellen invoegen).
U moet vooraf normaal papier van hetzelfde formaat en met dezelfde richting als voor de invoegvellen plaatsen.

8 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Als de originelen op de automatische dubbelzijdige documententoevoer zijn geplaatst, begint het scannen en kopieren.
Voer na het plaatsen op de glasplaat voor originelen stap 9 en 10 uit.
9 Plaats het volgende origineel en druk vervolgens op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm of op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Het scannen van het volgende origineel begint. Herhaal deze procedure totdat het scannen van alle originelen is voltooid.
10 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, druk dan op [OPDR. GERED] op het aanraakscherm.
Het kopiëren begint.
Tijdstempel
U kunt de datum en de tijd op het kopieerpapier afdrukken.
Onderaan op een staande afdruk

Bovenaan op een
liggende afdruk

1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [TIJDSTEMPEL] in het menu BEWERKEN.

4 Selecteer de richting en de plaats van de tijdstempel.
1) Selecteer de richting ([KORTE ZIJDE] of [LANGE ZIJDE]).
2) Selecteer de plaats ([BOVEN] of [ONDER]).
3) Druk op [OK].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Paginanummer
U kunt een paginanummer op het kopieerpapier afdrukken.
Middenonder op een staande afdruk

Rechtsboven op een liggende afdruk

1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [PAG. NUMMER] in het menu BEWERKEN.

4 Selecteer de richting en de plaats van een paginanummer.
1) Selecteer de richting ([KORTE ZIJDE] of [LANGE ZIJDE]).
2) Selecteer de plaats ([TOP LINKS], [TOP MIDDEN], enz.).
3) Als u de pagina waarop de nummering moet beginnen wilt opgeven, druk dan op en ga naar stap 5. Druk anders op [OK] en ga naar stap 6.

5 Geef de pagina op waarop de nummering moet beginnen.
1) Toets het paginanummer in.
2) Druk op [OK].

6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Taakopbouw
U kunt meerdere stapels originelen waarvan de instellingen verschillend zijn, scannen en daarna in een keer kopieren of opslaan. Deze functie heet "taakopbouw". Bijvoorbeeld tekstfragmenten (in de TEKST-stand) en foto's in tijdschriften (in de FOTO-stand) in A3-formaat en foto's in A4-formaat kunnen met de optimale instelling voor elk origineel worden gescand en in een keer worden gekopieerd.

flowchart
graph TD
A["Stacked Papers"] + B["Document"] + C["Stacked Records"] --> D["Stacked Paper"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Opmerkingen
- Er kunnen maximaal 1000 pagina's originelen in één keer worden gekopieerd. Of tot 250 pagina's van originelen in een bewerking wanneer de harde schijf niet geïnstalleerd is. Er is geen beperking met betrekking tot het aantal taken.
- Sommige instellingen zijn niet beschikbaar voor taakopbouw en sommige instellingen voor de eerste taak worden op alle andere taken toegepast. Raadpleeg de onderstaande tabel voordat taakopbouw wordt ingesteld.
| Niet beschikbare instellingen | Op alle taken van toepassing zijnde instellingen | Voor elke taak te wijzigen instellingen |
| automatische papierselectieBOEK -> 2 (boek -> dubbelzijdige afdruk)TweekleurenkopieBewerkenXY-zoomVoorbladTussenlegvelBrochureBrochure & rughechten2IN1/4IN1Volledige afdrukAfdrukherhaling | e-Filing / opslaanOriginelen met verschillende formatenKopieerpapierformaatAfwerkfunctieFotozoomBeeld verplaatsenBoekmidden wissenTijdstempelPaginanummerBeeldrichtingBoek - kalenderGeen blanco pagina | ReproductiefactorAutomatische zoomselectie (standaardinstelling voor taakopbouw)OrigineelformaatModus voor originelenKleurinstellingKopieerinstellingen enkelzijdig/dubbelzijdig anders dan boek ->dubbelzijdige afdruk (1->1ENKELZIJDIG, 2->1 ENKELZIJDIG, 1->2 DUBBELZIJDIG, 2->2DUBBELZIJDIG)AchtergrondinstellingScherpteRand wissenDubbele paginaDocumentinvoersysteem (invoermodus)Buitenkant wisssen |
1 Druk op [JOB OPBOUW] in het menu BEWERKEN.

2 Druk op [OK].

Taakopbouw is nu ingesteld en de onderstaande melding verschijnt.

3 Plaats de eerste stapel originelen en selecteer daarna de instellingen.
Tips
- Denk eraan dat bij het plaatsen van het origineel op de glasplaat 1 pagina overeenkomt met 1 taak.
- Zie voor het plaatsen van originelen met verschillende formaten op het automatische documentinvoersysteem:
P.58 "Originelen met verschillende formaten in één keer kopieren" - Indien u een bepaalde papierlade wilt gebruiken, moet u deze selecteren.
Opmerkingen
- Druk op [INSTELLING] op het aanraakscherm ter bevestiging van de huidige instellingen.
- Indien u de instellingen wilt wijzigen, drukt u op de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel en herhaalt u de procedure vanaf stap 1.
4 Druk op toets [START] op het bedieningspaneel.
Het scannen begint. Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, verschijnt de onderstaande melding.

5 Plaats de volgende stapel originelen en selecteer daarna de instellingen.
Herhaal stap 4 en 5 totdat alle gewenste pagina's zijn gescand.
Opmerking
Indien u geen instellingen wijzigt, zijn die voor de laatste taak van toepassing.
6 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, wijzigt u zo nodig het aantal afdruksets. Druk vervolgens op [OPDR. GEREED] op het aanraakscherm.

Het kopieren begint. Als een opslagfunctie is ingesteld, dan zal die eveneens worden uitgevoerd.
Beeldrichting
Wanneer u enkelzijdige staande originelen naar dubbelzijdige afdruk kopieert terwijl deze in liggende richting worden geplaatst, zijn de gekopieerde pagina's normaal gesproken "naar boven geopend". Met deze functie kan dit worden gewijzigd in "naar links geopend". Deze functie heet "beeldrichting". Wanneer u dubbelzijdige "naar links geopende" staande originelen naar enkelzijdige afdruk kopieert, worden de gekopieerde pagina's normaal gesproken afwisselend in een andere richting uitgevoerd. Met deze functie kunnen alle pagina's in dezelfde richting worden uitgevoerd.
Enkelzijdig staand origineel (in liggende richting geplaatst) -> dubbelzijdige afdruk

Dubbelzijdig "naar links geopend" staand origineel -> enkelzijdige afdruk

1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Stel dubbelzijdig kopiëren in.
P.82 "Dubbelzijdig kopiëren"
4 Druk op [BLD RICHTING] in het menu BEWERKEN.

5 Druk op [OK].
![KOPIE OPSLAG INSTEELING TEMPLATE BEELDRCHTING Staande originaten worden datzerzijdig ärgedrukt, kies [OK] SET 1 RESET AFBRDEN OK 11:30 TAAL](/content/2026/06/1155677/images/4e7b44a12c31c2e179416f3cd09b086b6e2c489eac42beddc10907778bac2530.jpg)
Beeldrichting is nu ingesteld.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
4
Boek - kalender
Met betrekking tot de richting van originelen of gekopieerde beelden wordt "naar links geopend" "boek" en "naar boven geopend" "kalender" genoemd. Met deze functie kunt u dubbelzijdige originelen naar dubbelzijdige afdruk kopiëren waarbij alleen de achterzijde van de gekopieerde pagina 180° wordt gedraaid zodat u "boek" originelen naar "kalender" kunt kopiëren en omgekeerd.
e-STUDIO2051C/2551C: Deze modus is alleen beschikbaar wanneer de automatische dubbelzijdige kopieereenheid geïnstalleerd is.

1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [BOEK <->KALENDER] in het menu BEWERKEN.

4 Druk op [OK].

Boek - kalender is nu ingesteld.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
ADF -> SADF
U kunt de invoermodus bij gebruik van het automatische documentinvoersysteem van "automatisch documentinvoersysteem (ADF)" naar "enkelvoudige invoer (SADF)" omschakelen. De papierinvoermodus heeft de volgende 2 functies:
ADF (continue invoer): Continue invoer van originelen bij het indrukken van de [START]-toets op het bedieningspaneel terwijl originelen op het automatische documentinvoersysteem worden geplaatst. Dit is handig bij het maken van meerdere kopieën in één keer (standaardinstelling).
SADF (enkelvoudige invoer): Originelen worden automatisch één voor één ingevoerd. Dit is handig wanneer u meestal maar één origineel hebt.
Opmerking
Wanneer de enkelvoudige invoer (SADF) is ingesteld, plaatst u de vellen één voor één. Als u meer dan één origineel plaatst, kan het gekopieerde beeld scheef komen te staan of kunnen de originelen vastlopen.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Druk op [ADF -> SADF] in het menu BEWERKEN.

3 Druk op [OK].
![KOPIE OPSLAG INSTALLING TEMPLATE ADF → SADF Afgedniskt in SADF-modus: druk ex [OK] SET 1 RESET AFBREKEN OK 11.31 TAA](/content/2026/06/1155677/images/111fecb8fe0222b138c69770a5506ad0a7470063720fb5a7c8f2d8a58fe2f0f1.jpg)
De invoermodus is nu op "enkelvoudige invoer" ingesteld.
4 Selecteer naar behoefte andere kopieerinstellingen.
5 Plaats de originelen vel voor vel op het automatische documentinvoersysteem (optie). Het origineel wordt automatisch in het automatische documentinvoersysteem (optie) getrokken, waarna het onderstaande menu verschijnt.

Herhaal stap 5 voor een volgend origineel. Het geplaatste origineel wordt automatisch in het automatische documentinvoersysteem getrokken, zelfs al drukt u niet op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm.
6 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, drukt u op [OPDR. GEREED].
Tip
Als u het kopiëren wilt stoppen, drukt u op [STOP OPDR.].
Volledige afdruk
U kunt een origineel volledig kopieren inclusief eventuele kleine letters aan de rand ervan. Deze functie heet "volledige afdruk". Met deze functie wordt het origineel gekopieerd met een reproductiefactor die is gereduceerd met ca. 1 tot 5%.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de formaten voor origineel en kopieerpapier.
1) Selecteer het origineelformaat.
2) Selecteer het papierformaat.
3) Druk op [OK].
![KORE ZOOM Na instaling ZOOM MODUS, e.vp. de [OK] toets indukken AMS 25% 50% 100% 200% 400% 71% ORIGNEEL A4 A3 B4 A5 OVERIGE GENENGD FOTOZOOM RESET AFBROKEN INSTELLING FORMAAT KORE A4 A3 B4 A5 OVERIGE OK TAA 1 2 3](/content/2026/06/1155677/images/f80db41adc4d33bdaa56e09cff33c452419bd73569a7f7dd84b0feb8b2fa2422.jpg)
Het menu keert terug naar het menu BASIS.
5 Druk op [VOL BEELD] in het menu BEWERKEN.

6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Afdrukherhaling
U kunt een bepaald gebied van een origineel meerdere keren kopiëren overeenkomstig het ingestelde aantal. Deze functie heet "afdrukherhaling".
e-STUDIO2051C/2551C: Deze functie is niet beschikbaar.

• U kunt het kopieren maximaal 8 keer herhalen.
- Alleen originelen met standaardformaat zijn te gebruiken.
Opmerking
Bij het vastleggen van deze functie in een template dient [UIT] of "AUTOMATISCHE START" te worden geselecteerd. Indien [AAN] is geselecteerd, worden mogelijk verkeerde afdrukken gemaakt omdat het origineelformaat niet wordt gedetecteerd.
[1] P.155 "TEMPLATES"
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Druk op [BEELDHERH.] in het menu BEWERKEN.

3 Leg het origineel met de af te drukken zijde naar boven op de glasplaat.
Plaats het met de onderzijde naar u toe gekeerd. Lijn de linkerbovenhoek uit met die van de glasplaat zodat het origineel tegen de aanleglijst ligt.

Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.
4 Lees de volgende 4 waarden af om het gebied met behulp van de schaalverdeling aan de linker- en bovenzijde van de glasplaat voor originelen aan te geven.
X1: Van de linkerbovenzijde tot de linkerrand van het geselecteerde gebied
X2: Van de linkerbovenzijde tot de rechterrand van het geselecteerde gebied
Y1: Van de linkerbovenzijde tot de bovenste rand van het geselecteerde gebied
Y2: Van de linkerbovenzijde tot de onderste rand van het geselecteerde gebied

Let op dat de markeringen van de aanleglijst een onderlinge afstand van 2 mm hebben.
5 Toets de afgelezen waarden in en geef het aantal herhalingen aan.
1) Druk op [X1], [X2], [Y1] en [Y2] en toets vervolgens de bijbehorende afgelezen waarde in.
2) Wijzig het aantal afdrukherhalingen door het indrukken van [ 2] of [ 8]. ▲
3) Druk op [OK].

Opmerkingen
- Het geselecteerde gebied wordt vanaf de rechterbovenhoek in verticale richting gekopieerd.
- Als de herhaalde afdruk buiten het papierformaat komt te liggen, wordt dat gedeelte niet gekopieerd.
6 Leg het origineel weer op de glasplaat met de af te drukken zijde naar beneden.
Plaats het met de onderzijde naar u toe gekeerd. Lijn de linkerbovenhoek uit met die van de glasplaat.

7 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Geen blanco pagina
U kunt blanco pagina's van de gescande originelen verwijderen voordat het kopiëren begint. Deze functie heet "geen blanco pagina".

flowchart
graph LR
A["1"] --> B[" "]
B --> C["3"]
C --> D[" "]
D --> E["5"]
E --> F["6"]
F --> G[" "]
G --> H["1"]
H --> I["3"]
I --> J["5"]
J --> K["6"]
Opmerkingen
- Deze functie detecteert blanco pagina's van de onderstaande originelen mogelijk niet op de juiste wijze:
- Halftoon-originelen
- Originelen met bijna blanco pagina's (bijv. blanco pagina's met alleen paginanummers)
- Als u dubbelzijdige originelen inclusief blanco pagina's naar dubbelzijdige afdruk kopieert terwijl deze functie is geactiveerd, komen de voor- en achterzijden van de originelen en de afdrukken niet overeen.
Tip
De gevoeligheid voor het detecteren van blanco pagina's kan worden gewijzigd. Raadpleeg voor meer informatie de MFP-beheerhandleiding.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [GEEN LEGE PAG.] in het menu BEWERKEN.

4 Druk op [OK].
![SLA LEGE PAGINA OVER Algedrukt in geen blanco pagina mode. druk do [OK] SET 1 RESET AFBROKEN OK 11:30 TA](/content/2026/06/1155677/images/486f7ac0acc7ccd5c4878201d2d028158a4d96880f8cd33c1edc7e7e86cc0973.jpg)
Geen blanco pagina is nu ingesteld.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Het scannen en kopieren begint. Er verschijnt gedurende ca. 5 seconden een melding met het aantal blanco pagina's.

Buitenkant wissen
U kunt een schaduwachtig donker gedeelte aan de buitenzijde van het gekopieerde beeld wit maken; deze 'schaduw' komt door de tussenruimte tussen de glasplaat voor originelen en de witte plaat. Deze functie heet "buitenkant wissen". Dit is handig wanneer u dikke originelen zoals boekjes op de glasplaat voor originelen plaatst.
Geen instellingBuitenkant wissen instell

flowchart
graph LR
A["Printer Image"] --> B["Document Output"]
B --> C["Blank Text Box"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
style C fill:#dfd,stroke:#333
Opmerkingen
- Deze functie wordt gedeactiveerd wanneer u originelen op het automatische documentinvoersysteem plaatst of wanneer u deze op de glasplaat legt terwijl het automatische documentinvoersysteem of de afdekklep volledig gesloten is.
- Als deze functie wordt geactiveerd, wordt de automatische dichtheidsaanpassing gedeactiveerd. Stel het dichtheidsniveau handmatig in.
- Originelen met een uitzonderlijke vorm aan de buitenzijde (bijv. een origineel met uitgesneden delen aan de rand) worden mogelijk niet correct afgedrukt omdat deze functie de overgang tussen het origineel en delen die er niet toe behoren niet detecteert.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Selecteer de papierlade voor het gewenste papierformaat.

3 Druk op [WIS RANDEN] in menu BEWERKEN.

1) Druk op [AAN].
2) Stel de breedte van de rand rondom het origineel naar wens in door op of te drukken.
Wanneer u naar de ☐ zijde instelt, wordt het gebied dat als niet tot het origineel behorend moet worden gedetecteerd verbreed.
Wanneer u naar de ☐ zijde instelt, wordt het gebied dat als niet tot het origineel behorend moet worden gedetecteerd versmald.
3) Druk op [OK].

5 Leg het origineel op de glasplaat.
Druk op [ZOOM] en stel het formaat van het origineel in.
P.64 "Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren"
Opmerkingen
- Bij het plaatsen van het origineel dient de afdekklep of het automatische documentinvoersysteem volledig te worden geopend. Als u dit niet doet, wordt de overgang tussen het origineel en gebieden die er niet toe behoren mogelijk niet correct gedetecteerd.
- Kijk niet rechtstreeks op de glasplaat voor originelen tijdens het afdrukken aangezien fel licht kan worden uitgestraald.

Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
BEELDCORRECTIE
In dit hoofdstuk worden de beeldcorrectiefuncties beschreven waarmee de totale kleurbalans van een gekopieerde beeld kan worden gewijzigd, een origineel in een bepaalde kleur kan worden afgedrukt enz.
Weergave menu BEELD....140
Gebruik van de functies voor beeldcorrectie 141
Kleurbalans (YMCK-afstelling) 141
RGB-afstelling 143
Snelkeuze-instelling 144
Achtergrondinstelling....145
Scherpte 146
Tweekleurenkopie 147
Eenkleurenkopie 152
Kleurtoon 153
Verzadiging....154
Weergave menu BEELD
U kunt het menu BEELD oproepen door op het tabblad [BEELD] op het aanraakscherm te drukken wanneer u de verschillende functies voor beeldcorrectie wilt gebruiken.



Gebruik van de functies voor beeldcorrectie
■ Kleurbalans (YMCK-afstelling)
Deze functie dient voor de afstelling van de totale kleurbalans van het gekopieerde beeld door de intensiteit van de kleuren geel, magenta, cyaan en zwart (GEEL (Y), MAGENTA (M), CYAAN (C) en ZWART (K)) te wijzigen. Deze functie is beschikbaar in de instelling Kleur en Auto kleur.

1 Druk op [KLEURBALANS] in het menu BEELD.

2 Druk op of van elke kleur om de gewenste kleurbalans te verkrijgen.

Druk na voltooiing van de kleurbalansinstelling op [OK]. Hiermee wordt de instelling beëindigd. Als u de afzonderlijke kleurbalans van elk densiteitgebied wilt wijzigen, druk dan op [DETAIL] en ga naar de volgende stap.
3 Druk op of van de kleur van elk densiteitgebied om de gewenste kleurbalans te verkrijgen.

Bijvoorbeeld wanneer u het gebied met hoge densiteit van magenta (M) naar de de instelt, wordt de kleur magenta in het betreffende gebied met hoge densiteit donkerder.
Druk na voltooiing van de instelling op [OK].
Kleurbalansinstelling annuleren
- Schuif de indicator van de kleur waarvan u de instelling wilt annuleren naar het midden en druk vervolgens op [OK].
- Als u de afstelling van alle kleuren wilt annuleren, drukt u op [RESET] en daarna op [OK].
RGB-afstelling
Deze functie dient voor de afstelling van de totale kleurbalans van het gekopieerde beeld door de intensiteit van ROOD (R), GROEN (G) en BLAUW (B) te wijzigen. Deze functie is beschikbaar in de instelling Kleur en Auto kleur.

1 Druk op [RGB-AFSTELLING] in het menu BEELD.

2 Druk op of van de kleur om de gewenste kleurbalans te verkrijgen en druk vervolgens op [OK].

RGB-afstelling annuleren
- Schuif de indicator van de kleur waarvan u de instelling wilt annuleren naar het midden en druk vervolgens op [OK].
- Als u de afstelling van alle kleuren wilt annuleren, drukt u op [RESET] en daarna op [OK].
■ Snelkeuze-instelling
Deze functie dient voor de instelling van de afdrukkwaliteit die reeds in het multifunctionele systeem is opgeslagen. U kunt de afdrukkwaliteit "WARM", "KOEL", "LEVENDIG", "HELDER" of "MARKER" kiezen. Deze functie is alleen beschikbaar in de instelling Kleur.
WARM KOEL LEVENDIG HELDER

Meerdere kleuren van een marker op het origineel kunnen duidelijk zichtbaar worden afgedrukt; de kleurtint kan echter afwijken van het origineel afhankelijk van de kleur van de marker.
1 Druk op [SNELKEUZE-INSTELLING] in het menu BEELD.

2 Selecteer de afdrukkwaliteit en druk vervolgens op [OK].

Snelkeuze-instelling annuleren
Druk op [RESET].
■ Achtergrondinstelling
Deze functie dient voor de aanpassing van de densiteit van de achtergrond van het origineel. Hiermee wordt voorkomen dat de achterzijde van een dubbelzijdig origineel op de voorzijde ervan zichtbaar wordt.

Opmerking
Deze functie kan niet samen met de automatische densiteitaanpassing worden gebruikt. P.62 "Densiteitaanpassing"
1 Druk op [ACHTERG. INSTELLING] in het menu BEELD.

2 Druk op [LICHT] of [DONKER] voor de aanpassing van de densiteit en druk vervolgens op [OK].

Achtergrondinstelling annuleren
- Schuif de indicator naar het midden en druk vervolgens op [OK].
• Druk op [RESET] en daarna op [OK].
■ Scherpte
Deze functie dient voor het verscherpen of vervagen van de contouren van het beeld.

1 Druk op [SCHERPTE] in het menu BEELD.

2 Druk op [ZACHT] of [SCHERP] voor de instelling van de scherpte en druk vervolgens op [OK].
Wanneer het scherpteniveau naar de [ZACHT] zijde wordt ingesteld, worden de gevlamde randen op de afgedrukte foto's enz. verzacht. Bij de instelling naar de [SCHERP] zijde worden de letters en dunne lijnen scherper.

Scherpte-instelling annuleren
- Schuif de indicator naar het midden en druk vervolgens op [OK].
• Druk op [RESET] en daarna op [OK].
■ Tweekleurenkopie
Deze functie dient voor het afdrukken van een gekleurd origineel in 2 specifieke kleuren. De functie tweekleurenkopie heeft 2 standen:
TWEE KLEUREN SELECTEERBAAR: Het zwarte gedeelte en de delen anders dan zwart op het origineel worden in 2 specifieke kleuren afgedrukt.
"WIJZIG ZWART IN": BLAUW
"TWEEDE KLEUR": MAGENTA

ROOD & ZWART: Het rode gedeelte op het origineel wordt in rood en de delen anders dan rood worden zwart-wit afgedrukt.

Opmerking
De kleur op sommige originelen wordt mogelijk niet correct gereproduceerd. Kopieer in dat geval in de instelling Kleur.
□ Twee kleuren selecteerbaar
1 Druk op [2-KLEURENKOPIE] in het menu BEELD.

2 Druk op [TWEE KLEUR KEUZE].
![TOSHIBA E-Studio 2051C - Druk op [TWEE KLEUR KEUZE]. - 1](/content/2026/06/1155677/images/c3e1ea961b7e9c5c58a6cbd9ec17f1d4fbf6a2230d8492b38daa3c5710d7860e.jpg)
3 Selecteer een kleur voor de delen op het origineel anders dan zwart.
1) Druk op [2de KLEUR].
2) Selecteer de gewenste kleur.

4 Selecteer een kleur voor het zwarte gedeelte op het origineel.
1) Druk op [WIJZIG ZWART].
2) Selecteer de gewenste kleur.

Druk na het selecteren van de kleur op [OK]. Hiermee wordt de instelling beëindigd.
Druk voor de aanpassing van de kleurbalans op [INSTELLEN] en ga naar de volgende stap.
Opmerkingen
- Als de twee gespecificeerde kleuren een combinatie zijn van zwart en een kleur anders dan zwart, wordt de kleurbalansinstelling geactiveerd. Als geen van beide kleuren zwart is of als ze beide zwart zijn, wordt deze aanpassing gedeactiveerd.
- De kleurbalans van een kleur anders dan zwart kan worden aangepast.
5 Druk op of van de kleur om de gewenste kleurbalans te verkrijgen.

Druk na voltooiing van de instelling op [OK]. Hiermee wordt de instelling beëindigd.
Als u de afzonderlijke kleurbalans van elk densiteitgebied wilt wijzigen, druk dan op [DETAIL] en ga naar de volgende stap.
6 Druk op of van de kleur van elk densiteitgebied om de gewenste kleurbalans te verkrijgen.

Bijvoorbeeld wanneer u het gebied met hoge densiteit van magenta (M) naar de ♗de instelt, wordt de kleur magenta in het betreffende gebied met hoge densiteit donkerder.
Druk na voltooiing van de instelling op [OK].
Kleurbalansinstelling annuleren
- Schuif de indicator van de kleur waarvan u de instelling wilt annuleren naar het midden en druk vervolgens op [OK].
- Als u de afstelling van alle kleuren wilt annuleren, drukt u op [RESET] en daarna op [OK].
ROOD & ZWART
1 Druk op [2 KLEURENKOPIE] in het menu BEELD.

2 Druk op [ROOD & ZWART].
![TOSHIBA E-Studio 2051C - Druk op [ROOD & ZWART]. - 1](/content/2026/06/1155677/images/bad0c465e82079d06902c4be6d32bbbbc6058147483847a3c106d19b3dcbec91.jpg)
3 Druk voor de instelling van de rode kleur of het rood-zwarte gebied op [INSTELLEN]. Wilt u de kleur niet aanpassen, druk dan op [OK].

Als de rode kleur of het rood-zwarte gebied niet wordt aangepast, is hiermee de instelling beëindigd. Wilt u die aanpassen, ga dan naar de volgende stap.
4 Pas de rode kleur of het rood-zwarte gebied aan.
Rood in het origineel
Druk op of vangeel of magenta voor de aanpassing van de rode kleurbalans.
Afstel bereik
Druk op ◄ of ▶ voor de aanpassing van het rood-zwarte gebied. Wanneer u het rode gebied groter instelt, wordt het in rood af te drukken gebied groter. Wanneer u het zwarte gebied groter instelt, wordt het in zwart af te drukken gebied groter.

Druk na voltooiing van de instelling op [OK]. Hiermee wordt de instelling beëindigd.
Als u de kleurbalans van geel en magenta van elk densiteitgebied wilt aanpassen, drukt u op [DETAIL] en gaat u naar de volgende stap.
5 Druk op of optelk densiteitgebied om de gewenste kleurbalans te verkrijgen.

Bijvoorbeeld wanneer u het gebied met hoge densiteit van magenta (M) naar de zide instelt, wordt de kleur magenta in het betreffende gebied met hoge densiteit donkerder.
Druk na voltooiing van de instelling op [OK].
Kleurbalansinstelling annuleren
- Schuif de indicator van de kleur waarvan u de instelling wilt annuleren naar het midden en druk vervolgens op [OK].
- Als u de afstelling van alle kleuren wilt annuleren, drukt u op [RESET] en daarna op [OK].
■ Eenkleurenkopie
Deze functie dient voor het maken van afdrukken in één kleur behalve zwart.

1 Druk op [MONO KLEUR] in het menu BEELD.

2 Druk op de betreffende toets voor de gewenste kleur.

Eenkleurenkopie annuleren
Druk op [RESET].
Kleurtoon
Deze functie dient voor de aanpassing van de kleurtoon van de basiskleur. Deze functie is beschikbaar in de instelling Kleur en Auto kleur.

flowchart
graph TD
A["Image 1: Purple butterfly"] --> B["Image 2: Yellow butterfly"]
B --> C["Image 3: Blue butterfly with +/- polarity"]
C --> D["Color Scale: Yellow to Blue circle with R, G, M, E, +/- polarity"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
1 Druk op [TINT] in het menu BEELD.

2 Stel de tint in.
1) Stel de tint van het gehele beeld in door het indrukken van of, in veld A.
2) Stel de tint van elke basiskleur in door het indrukken van of, in vold B.
3) Druk op [OK].

- Schuif de indicator van de kleur waarvan u de instelling wilt annuleren naar het midden en druk vervolgens op [OK].
- Als u de afstelling van alle kleuren wilt annuleren, drukt u op [RESET] en daarna op [OK].
Verzadiging
Deze functie dient voor de instelling van de kleurverzadiging van het gehele beeld. Deze functie is beschikbaar in de instelling Kleur en Auto kleur.

1 Druk op [VERZADIGING] in het menu BEELD.

2 Druk op □f voor de instelling van de verzadiging en druk vervolgens op [OK].

Instelling van verzadiging annuleren
- Schuif de indicator naar het midden en druk vervolgens op [OK].
• Druk op [RESET] en daarna op [OK].
TEMPLATES
In dit hoofdstuk wordt het gebruik van templates beschreven.
Templates....156
Weergave templatemenu 156
Gebruik van "Praktische templates" 157
Templates vastleggen 159
Templates in de openbare templategroep vastleggen....159
Een nieuwe privé-groep aanmaken....162
Templates in een privé-groep vastleggen....163
Templates oproepen 165
Gegevens wijzigen 168
Gegevens van privé-groep wijzigen 168
Templategegevens wijzigen 169
Groepen of templates verwijderen 171
Privé-groepen verwijderen 171
Templates verwijderen....172
Templates
U kunt een template aanmaken met meerdere functies die vaak worden gebruikt zodat deze desgewenst kan worden opgevraagd en u niet telkens ingewikkelde instellingen hoeft uit te voeren. Templates kunnen worden gebruikt bij het kopiëren, scannen en versturen van een fax.
Opmerking
Fax-functies zijn alleen beschikbaar als de fax-eenheid is geïnstalleerd.

flowchart
graph LR
A["Process"] --> B["+"]
B --> C["Rotate_Copy\nTime_Page"]
C --> D["+"]
D --> E["Button Icon"]
E --> F["="]
G["Document"] --> H["00:00"]
H --> I["1/2"]
J["Document"] --> K["2012.5.5"]
K --> L["5.5"]
M["Document"] --> N["1"]
■ Weergave templatemenu
U kunt het templatemenu oproepen door op [TEMPLATE] te drukken op het aanraakscherm wanneer u templates wilt registreren of oproepen.


■ Gebruik van "Praktische templates"
Dit multifunctionele systeem beschikt over 12 standaardtemplates, die direct kunnen worden gebruikt. Deze zijn vastgelegd onder groepsnummer 001 "Praktische templates". Voor het oproepen ervan zie:
P.165 "Templates oproepen"

Templates met kopieerfuncties
| Toets | Functie *1 |
![]() | Origineelformaat: dubbelzijdige kleine originelen, zoals visitekaartjesPapierformaat: A4 (multifunctioneel systeem voor het A/B-formaat), LT (multifunctioneel systeem voor het LT-formaat)2IN1 / 4IN1: 2IN1(Plaats het origineel op de glasplaat voor originelen alvorens de template op te roepen aangezien de automatische start in deze template wordt ingeschakeld. Druk na het scannen van de voorzijde en daarna de achterzijde van het dubbelzijdige origineel op [OPDR. GEREED] om het kopieerproces te starten.) |
![]() | Kleurenmodus: AUTO KLEUR2IN1 / 4IN1: 2IN1Enkelzijdig/dubbelzijdig: 1 -> 1 ENKELZIJDIG |
![]() | Kleurenmodus: AUTO KLEURPapierselectie: automatische papierselectieOrigineelformaat: verschillende formaten |
![]() | TWEE/EENKLEURENKOPIE: TWEE KLEUREN (ZWART & ROOD) |
Templates met scanfuncties 2
| Toets | Functie *1 |
![]() | Origineel: enkelzijdigKleurenmodus: KLEURModus voor originelen: TEKSTOpslagmethode: opgeslagen in de gedeelde map van dit multifunctionele systeem als een PDF-bestand (multi) met hoge compressie |
![]() | Origineel: dubbelzijdigKleurenmodus: KLEURModus voor originelen: TEKSTOpslagmethode: opgeslagen in de gedeelde map van dit multifunctionele systeem als een PDF-bestand (multi) met hoge compressie |
![]() | Origineel: enkelzijdigKleurenmodus: ZWARTModus voor originelen: TEKST/FOTOResolutie: 400 dpiOpslagmethode: opgeslagen in de gedeelde map van dit multifunctionele systeem als PDF-bestand (multi) |
![]() | Origineel: enkelzijdigKleurenmodus: AUTO KLEURModus voor originelen: TEKSTResolutie: 300 dpiOpslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-box (openbare box) |
Templates met functies voor e-Filing *2
| Toets | Functie *1 |
![]() | Kleurenmodus: AUTO KLEURModus voor originelen: TEKST/FOTOEnkelzijdig/dubbelzijdig: 1 -> 1 ENKELZIJDIGOpslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-boxGeen afdrukfunctie |
![]() | Kleurenmodus: AUTO KLEURModus voor originelen: TEKST/FOTOEnkelzijdig/dubbelzijdig: 2 -> 1 SPLITSENOpslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-boxGeen afdrukfunctie |
![]() | Kleurenmodus: AUTO KLEURModus voor originelen: TEKST/FOTOEnkelzijdig/dubbelzijdig: 1 -> 2 DUBBELZIJDIGOpslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-boxAfdrukfunctie uitgevoerd |
![]() | Kleurenmodus: AUTO KLEURModus voor originelen: TEKST/FOTOEnkelzijdig/dubbelzijdig: 1 -> 1 ENKELZIJDIGBewerken-functie: Dubbele paginaOpslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-box (openbare box)Geen afdrukfunctie(De dubbele-paginafunctie is alleen voor A4-, LT- en B5-formaat beschikbaar.) |
*1 Voor functies anders dan hier vermeld is de standaardinstelling ervan van toepassing.
*2 Alleen beschikbaar wanneer de harde schijf geïnstalleerd is.
Templates vastleggen
Templates moeten worden vastgelegd in de "openbare templategroep" of in de "privé-groepen". U kunt een wachtwoord instellen om het gebruik van vastgelegde templates te beperken.
Openbare templategroep:
Dit is de standaardinstelling. Templates in deze groep kunnen door iedereen worden gebruikt. Het is handig meerdere combinaties van functies die vaak in het gehele kantoor of in een afdeling worden gebruikt vast te leggen. Maximaal 60 templates kunnen in de openbare groep worden vastgelegd. Het Admin-wachtwoord (beheerder) is vereist voor het vastleggen, wissen of wijzigen van templates in de openbare templategroep.
Privé-groep:
U kunt maximaal 200 privé-groepen aanmaken. Of, tot 4 privé-groepen - wanneer de harde schijf niet geïnstalleerd is. Deze zijn handig voor elke afdeling, sectie of gebruiker. Er kunnen per groep maximaal 60 templates worden vastgelegd. Of, tot 12 in een groep wanneer de harde schijf niet geïnstalleerd is. Het is mogelijk een wachtwoord in te stellen om het gebruik van de vastgelegde templates te beperken. "Praktische templates" zijn standaard vastgelegd onder groep 001.
■ Templates in de openbare templategroep vastleggen
1 Stel alle benodigde functies in.
Voorbeeld: Bewerken-functie – beeld verplaatsen, reproductiefactor – 90%, aantal afdruksets –10
2 Druk op [TEMPLATE] op het aanraakscherm.

Het templatemenu verschijnt.
3 Selecteer de openbare sjabloongroep.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Druk op [OPENBARE TSJABLOONGROEP].
3) Druk op [OPENEN].

4 Druk op [WACHTWOORD].
![TOSHIBA E-Studio 2051C - Druk op [WACHTWOORD]. - 1](/content/2026/06/1155677/images/3047b3eca6ca1741141caaa2e71f18c2bde0ede533203085b976cb783d3b0fa1.jpg)
Het toetsenbord op het scherm verschijnt.
5 Geef het Admin-wachtwoord op met behulp van het toetsenbord op het scherm of de numerieke toetsen. Druk daarna op [OK].
![TOSHIBA E-Studio 2051C - Geef het Admin-wachtwoord op met behulp van het toetsenbord op het scherm of de numerieke toetsen. Druk daarna op [OK]. - 1](/content/2026/06/1155677/images/0966ef77468a60eb265b1c0e4b8bab43525d30780bd83b4bf1f8337f3c16e304.jpg)
6 Selecteer een template.
1) Druk op een lege toets.
2) Druk op [BEWAREN].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
7 Voer de benodigde gegevens over de template in.

NAAM 1 & 2: Toets de naam van de template in. NAAM 1 verschijnt boven de templatetoets en NAAM 2 verschijnt eronder. Voer ten minste een ervan in. Wanneer u op een van beide drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets maximaal 11 tekens in.
Opmerking
De onderstaande tekens mogen niet worden gebruikt.
GEBR.NAAM: Toets zo nodig de naam van de template-eigenaar in. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets maximaal 30 tekens in.
WACHTWOORD: Toets hier een wachtwoord in als u het oproepen van de template met een wachtwoord wilt beveiligen. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets in zoals hieronder beschreven.
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord (tot 20 tekens) in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. De ingetoetste tekens verschijnen als sterretjes (*).
2) Druk op [HERH. WACHTW.] en toets het wachtwoord opnieuw in.
3) Druk op [OK].

Opmerking
De onderstaande tekens mogen niet worden gebruikt.
^ % \ amp; lt; gt; []
AUTOMATISCHE START: Druk op [AAN] wanneer u de uitvoering van de ingestelde functies onmiddellijk na het indrukken van een toets voor de betreffende template wilt starten. Druk op [UIT] wanneer u pas wilt starten bij het indrukken van de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Opmerking
Zelfs wanneer de automatische startfunctie is ingeschakeld, moet u in de volgende gevallen de gebruikersnaam en het wachtwoord opgeven voor het oproepen van de template. Informeer bij uw beheerder voor meer informatie over de gebruikersauthenticatie voor Scannen naar e-mailbericht en de gebruikersbeheerfunctie.
- Als de gebruikersauthenticatie voor Scannen naar e-mailbericht is ingeschakeld en de gebruikersbeheerfunctie is uitgeschakeld
- Als zowel de gebruikersauthenticatie voor Scannen naar e-mailbericht als de gebruikersbeheerfunctie zijn ingeschakeld, maar de gebruikersnamen en wachtwoorden verschillend zijn
Na het invoeren van alle benodigde items drukt u op [BEWAREN].
De template is nu vastgelegd en er wordt teruggekeerd naar het menu dat net vóór het vastleggen werd weergegeven.
■ Een nieuwe privé-groep aanmaken
1 Druk op [TEMPLATE] op het aanraakscherm.

Het templatemenu verschijnt.
2 Selecteer een groep.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Selecteer de gewenste groep door op de toets ervan te drukken of het groepsnummer ervan (3 cijfers) in te toetsen.
3) Druk op [OPENEN].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
3 Voer de benodigde gegevens over de groep in.

NAAM: Toets de naam van de groep in. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets maximaal 20 tekens in. Zorg ervoor dat deze wordt ingevoerd.
GEBR.NAAM: Toets zo nodig de naam van de groepseigenaar in. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets maximaal 30 tekens in.
WACHTWOORD: Toets hier een wachtwoord in als u het weergeven van de groep of het vastleggen van templates in de groep met een wachtwoord wilt beveiligen. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets in zoals hieronder beschreven.
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord (tot 20 tekens) in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. De ingetoetste tekens verschijnen als sterreties (*).
2) Druk op [HERH. WACHTW.D] en toets het wachtwoord opnieuw in.
3) Druk op [OK].

Opmerking
De onderstaande tekens mogen niet worden gebruikt.
^ % \ amp; lt; gt; []
Na het invoeren van alle benodigde items drukt u op [OK].
De nieuwe groep is nu vastgelegd en het menu voor het vastleggen van templates verschijnt.
4 Druk op de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel.
Het menu keert terug naar het menu BASIS.
■ Templates in een privé-groep vastleggen
1 Stel alle benodigde functies in.
Voorbeeld: Bewerken-functie – beeld verplaatsen, reproductiefactor – 90%, aantal afdruksets –10
2 Druk op [TEMPLATE] op het aanraakscherm.

Het templatemenu verschijnt.
3 Selecteer de gewenste groep.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Selecteer de gewenste groep door op de toets ervan te drukken of het groepsnummer ervan (3 cijfers) in te toetsen.
3) Druk op [OPENEN].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
4 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde groep in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 5.)
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
2) Druk op [OK].

5 Leg een template vast zoals beschreven in stap 6 en 7 op P.159 "Templates in de openbare templategroep vastleggen".
Templates oproepen
Wanneer u een template oproept, worden de daarin ingestelde functies automatisch geactiveerd. Als de automatische startfunctie is ingeschakeld, start het multifunctionele systeem de uitvoering van elke functie automatisch wanneer u de toets voor de betreffende template indrukt.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [TEMPLATE] op het aanraakscherm.

Het templatemenu verschijnt.
4 Druk op de toets voor de groep waarin de gewenste template is vastgelegd.
U kunt de groep ook selecteren door het groepsnummer ervan (3 cijfers) in te toetsen.

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
5 Toets het wachtwoord in wanneer u de privé-groep heeft geselecteerd. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 6.)
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
2) Druk op [OK].

6 Druk op de toets van de gewenste template.

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
Templates met ingeschakelde automatische startfunctie kunnen worden aangeduid met ◆Als deze markering wordt weergegeven, kunt u erop drukken om de uitvoering van de in de template ingestelde functies onmiddellijk te starten.
7 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde template in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 8.)
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
2) Druk op [OK].

8 Controleer of "Bijwerken template (SJABLOON instelling)" wordt weergegeven op het aanraakscherm.
De melding wordt ca. 3 seconden weergegeven.

9 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.
Gegevens wijzigen
U kunt de gegevens wijzigen van reeds vastgelegde templates of privé-groepen zoals templatenaam, gebruikersnaam, wachtwoord en instelling van de automatische startfunctie.
Opmerking
De gegevens van de openbare templategroep kunnen worden gewijzigd vanuit het TopAccess-menu, maar niet via het bedieningspaneel. Voor de wijziging ervan vanuit het TopAccess-menu zie de TopAccess Guide.
■ Gegevens van privé-groep wijzigen
1 Selecteer de gewenste groep in het templatemenu.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Selecteer de gewenste groep door op de toets ervan te drukken of het groepsnummer ervan (3 cijfers) in te toetsen.
3) Druk op [BEWERKEN].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
2 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde groep in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 3.)
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
2) Druk op [OK].

3 Wijzig de gegevens zoals beschreven in stap 3 op P.162 "Een nieuwe privé-groep aanmaken".
4 Druk op de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel.
Het menu keert terug naar het menu BASIS.
■ Templategegevens wijzigen
1 Selecteer in het templatemenu de groep waarin de gewenste template is vastgelegd.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Selecteer de gewenste groep door op de toets ervan te drukken of het groepsnummer ervan (3 cijfers) in te toetsen.
3) Druk op [OPENEN].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
2 Toets het wachtwoord als volgt in en druk vervolgens op [OK].
Als de openbare templategroep is geselecteerd: druk op [WACHTWOORD] en toets het Admin-wachtwoord (6 tot 64 tekens) in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
Als een privé-groep is geselecteerd: druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord (tot 20 tekens) in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 3.

3 Selecteer de gewenste template.
1) Druk op de toets van de betreffende template.
2) Druk op [BEWERKEN].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
4 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde template in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 5.)
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
2) Druk op [OK].

5 Wijzig de gegevens zoals beschreven in stap 7 op P.159 "Templates in de openbare templategroep vastleggen".
Groepen of templates verwijderen
U kunt privé-groepen of templates die niet meer worden gebruikt verwijderen. Als een privé-groep wordt verwijderd, gebeurt dit ook met alle templates in deze groep.
Opmerking
De openbare templategroep kan niet worden verwijderd.
■ Privé-groepen verwijderen
1 Selecteer de gewenste privé-groep in het templatemenu.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Selecteer de gewenste groep door op de toets ervan te drukken of het groepsnummer ervan (3 cijfers) in te toetsen.
3) Druk op [VERWIJDER].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
2 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde groep in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 3.)
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
2) Druk op [OK].

De privé-groep is nu verwijderd.
■ Templates verwijderen
1 Selecteer in het templatemenu de groep waarin de gewenste template is vastgelegd.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Selecteer de gewenste groep door op de toets ervan te drukken of het groepsnummer ervan (3 cijfers) in te toetsen.
3) Druk op [OPENEN].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
2 Toets het wachtwoord als volgt in en druk vervolgens op [OK].
Als de openbare templategroep is geselecteerd: druk op [WACHTWOORD] en toets het Admin-wachtwoord (6 tot 64 tekens) in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
Als een privé-groep is geselecteerd: druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord (tot 20 tekens) in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 3.

3 Selecteer de gewenste template.
1) Druk op de toets van de gewenste template.
2) Druk op [VERWIJDER].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
4 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde template in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 5.)
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets het wachtwoord in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
2) Druk op [OK].

5 Druk op [WISSEN].

De template is nu verwijderd.
TAAKSTATUS BEVESTIGEN
In dit hoofdstuk wordt de bevestiging van de verwerkingsstatus en de geschiedenis van de uitgevoerde afdruktaken alsmede de resterende hoeveelheid toner in de cartridges beschreven.
Bevestiging afdruktaakstatus 176
Taken in uitvoering of in de wachtrij bevestigen 176
Taakgeschiedenis bevestigen 181
Papierladen bevestigen....182
Hoeveelheid resterende toner bevestigen....183
Bevestiging afdruktaakstatus
U kunt taken die in uitvoering zijn of zich in de wachtrij bevinden op het aanraakscherm bevestigen. U kunt taken in de wachtrij ook annuleren, onderbreken of hervatten alsmede de volgorde ervan wijzigen. Het is bovendien mogelijk de geschiedenis van uitgevoerde afdruktaken, de status van papierladen en de hoeveelheid resterende toner in de cartridges te bevestigen.
Opmerking
Wanneer het multifunctionele systeem beheerd wordt met functie Gebruikersbeheer, kunnen taken die in de wacht staan alleen worden verwijderd, gepauzeerd of in volgorde gewijzigd worden door een ingelogde gebruiker; de taakhistorie wordt alleen voor een dergelijke gebruiker getoond in het afdruklogboek.
Als de gebruiker echter over beheerdersprivileges beschikt, kunnen alle in de wacht staande taken worden verwijderd, gepauzeerd of in volgorde gewijzigd worden; de gehele taakhistorie wordt weergegeven in het afdruklogboek.
■ Taken in uitvoering of in de wachtrij bevestigen
U kunt de taken die in uitvoering zijn of zich in de wachtrij bevinden op het aanraakscherm bevestigen. Als u deze wilt bekijken, drukt u op [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm.

De afdruktakenlijst verschijnt. (Druk op het tabblad [TAKEN] als een ander tabbladmenu wordt weergegeven.) Kopieertaken verschijnen in de afdruktakenlijst alsmede afdruktaken.

In de afdruktakenlijst kunt u het pictogram van het taaktype, de naam van de gebruiker die de taak heeft verzonden, de datum en de tijd van verzending, het papierformaat, het aantal pagina's en afdruksets alsmede de verwerkingsstatus bevestigen. Er verschijnen 5 taken op 1 pagina van de afdruktakenlijst. Wanneer u op ▲ of ▼ op het aanraakscherm drukt, gaat u naar het vorige of volgende menu zodat u maximaal 1000 taken kunt bekijken. Of, tot 500 taken - wanneer de harde schijf niet geïnstalleerd is.
Druk op [SLUITEN] om de bevestiging te beeindigen. Er wordt teruggekeerd naar het menu dat werd weergegeven vóór het drukken op [TAAKSTATUS].
□ Taken annuleren
U kunt taken die niet meer hoeven te worden uitgevoerd annuleren.
1 Selecteer de gewenste taak in de afdruktakenlijst en druk vervolgens op [VERWIJDER]. Het is mogelijk meer dan één taak te selecteren.

2 Druk op [VERWIJDER].

De taak is nu verwijderd.
Tip
Het is niet mogelijk de afdruktakenlijst te gebruiken om fax-/internetfaxtaken en afdruktaken voor ontvangst van e-mails te verwijderen.
□ Taken onderbreken
Taken met status "Wacht", kunnen in de wachtrij worden vastgehouden (onderbreken).
Selecteer de gewenste taak in de afdruktakenlijst en druk vervolgens op [PAUZE].

De taak is nu gepauzeerd. De onderbroken taak wordt niet afgedrukt, zelfs niet wanneer die aan de beurt komt. Het afdrukken van de volgende taak begint.
Onderbroken taak hervatten
Selecteer de gewenste taak en druk vervolgens op [HERVAT].

□ Taken verplaatsen
U kunt de volgorde van de taken in de wachtrij wijzigen door deze in de lijst te verplaatsen.
Opmerking
U kunt alleen taken verplaatsen van en naar die waarvan de status "Wacht" is.
1 Selecteer de gewenste taak in de afdruktakenlijst en druk vervolgens op [VERPLAATS].

2 Selecteer de positie waarheen u de taak wilt verplaatsen. (Deze wordt onder de geselecteerde taak geplaatst.)



□ Bevestiging van de informatie van een overgeslagen taak
Het kan zijn dat er geen afdruktaken uitgevoerd kunnen worden omdat het opgegeven papier op is of de nietjes op zijn enz. Deze zullen onderbroken worden en de volgende taak zal worden uitgevoerd (functie Taak overslaan). Kijk op het aanraakscherm hoe u de onderbroken taken kunt herstellen. Alleen beschikbaar wanneer de harde schijf geïnstalleerd is.
1 Selecteer de overgeslagen taak in de afdruktakenlijst en druk op [HERSTELINFORMATIE].

2 Hef de oorzaak van het overslaan op door de aanwijzingen op het scherm te volgen.

Opmerking
Als er meerdere oorzaken zijn, dan wordt de tweede oorzaak weergegeven nadat u de eerste hebt opgeheven. Hef alle oorzaken op overeenkomstige wijze op.
■ Taakgeschiedenis bevestigen
U kunt de geschiedenis van de uitgevoerde afdruktaken op het aanraakscherm bevestigen.
1 Druk op [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm.
2 Druk op het tabblad [LOG].

3 Druk op [AFDRUKKEN].

Het afdruklogboek verschijnt. Kopieertaken verschijnen in het afdruklogboek alsmede afdruktaken.

In het afdruklogboek kunt u het pictogram van het taaktype, de naam van de gebruiker die de taak heeft uitgevoerd, de datum en de tijd van afdrukken, het papierformaat en het aantal pagina's of afdruksets bevestigen. Er verschijnen 5 taken op 1 pagina van het afdruklogboek. Wanneer u op ▲ of ▼ op het aanraakscherm drukt, gaat u naar het vorige of volgende menu zodat u maximaal 120 taken kunt bekijken.
Wanneer u de bevestiging beeindigt, drukt u op [SLUITEN] zodat het menu terugkeert naar dat in stap 3 en druk vervolgens op [SLUITEN]. Er wordt teruggekeerd naar het menu dat werd weergegeven vóór het drukken op [TAAKSTATUS].
■ Papierladen bevestigen
U kunt de instelling van papierformaat en -soort of het aantal resterende vellen in de papierladen bevestigen. Tijdens het afdrukken kunt u bevestigen welke papierlade voor de papierinvoer zorgt.
1 Druk op [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm.
2 Druk op het tabblad [PAPIER].

Tijdens het afdrukken is de toets voor de papierlade waaruit papier wordt aangevoerd gemarkeerd.
Druk op [SLUITEN] om de bevestiging te beëindigen. Er wordt teruggekeerd naar het menu dat werd weergegeven vóór het drukken op [TAAKSTATUS].
Als het papier in de papierlade tijdens het afdrukken is opgeraakt, knippert [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm. Druk in dat geval op [TAAKSTATUS] waarna het menu voor de weergave van de afdrukstatus verschijnt en de toets voor de papierlade waarvan het papier is opgeraakt, gaat knipperen in dit menu. Het afdrukken wordt hervat wanneer deze papierlade is bijgevuld.
P.11 "Papier plaatsen"

■ Hoeveelheid resterende toner bevestigen
U kunt de hoeveelheid toner die nog ongeveer in de cartridge aanwezig is bevestigen.
1 Druk op [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm.
2 Druk op het tabblad [TONER].

Druk op [SLUITEN] om de bevestiging te beëindigen. Er wordt teruggekeerd naar het menu dat werd weergegeven vóór het drukken op [TAAKSTATUS].
OVERIGE INFORMATIE
Continue kopieersnelheid 186
Combinatiematrix kopieerfunctie 187
Combinatiematrix 1/2 ....187
Combinatiematrix 2/2 188
Combinatiematrix beeldcorrectiefunctie....189
Combinatiematrix 1/2 189
Combinatiematrix 2/2 190
Continue kopieersnelheid
Kopieersnelheden zijn afhankelijk van de wijze waarop originelen op de glasplaat worden geplaatst en er continu enkelzijdige afdrukken worden gemaakt met een reproductiefactor van 100% in de stand sorteren-uit (eenheid: vel/ minuut).
e-STUDIO2050C, e-STUDIO2051C
| Papierformaat | Toevoer-magazijn | Papiersoort | |||||
| NORMAAL/GERECYCLED PAPIER | DIK1 DIK2 | ||||||
| Z/W | Kleur *1 | Z/W | Kleur *1 | Z/W | Kleur *1 | ||
| A4, A5-R, B5, LT, ST-R, 8,5" SQ Papierlade 20 20 16,5 | Handinvoerlade 20 | 16,5 16,5 | 16,5 | ||||
| Handinvoerlade 20 | 20 16,5 16,5 | 16,5 16,5 | |||||
| A4-R, B5-R, LT-R Papierlade 15 15 | Handinvoerlade 15 | 12,5 12,5 12,5 | 12,5 | ||||
| Handinvoerlade 15 | 15 12,5 12,5 | 12,5 12,5 | |||||
| B4, FOLIO, LG, COMP, 13" LG Papierlade 12 12 10 10 | Handinvoerlade 12 | 10 10 | |||||
| Handinvoerlade 12 | 12 10 10 10 | 10 | |||||
| A3, LD Papierlade 10 10 8 | 8 | 8 | |||||
| Handinvoerlade 10 | 10 8 | 8 | 8 | 8 | |||
e-STUDIO2550C, e-STUDIO2551C
| Papierformaat | Toevoer-magazijn | Papiersoort | |||||
| NORMAAL/GERECYCLEDPAPIER | DIK1 DIK2 | ||||||
| Z/W | Kleur *1 | Z/W | Kleur *1 | Z/W | Kleur *1 | ||
| A4, A5-R, B5, LT, ST-R, 8,5" SQ Papierlade 25 25 16,5 | Handinvoerlade 25 | 16,5 16,5 | 16,5 | ||||
| Handinvoerlade 25 | 25 16,5 16,5 | 16,5 16,5 | |||||
| A4-R, B5-R, LT-R Papierlade 18 18 | Handinvoerlade 18 | 18 12,5 12,5 | 12,5 12,5 | ||||
| Handinvoerlade 18 | 18 12,5 12,5 | 12,5 12,5 | |||||
| B4, FOLIO, LG, COMP, 13" LG Papierlade 15 15 10 10 | Handinvoerlade 15 | 10 | 10 | ||||
| Handinvoerlade 15 | 15 10 10 10 | 10 | |||||
| A3, LD Papierlade 12 12 8 | 8 | 8 | |||||
| Handinvoerlade 12 | 12 8 | 8 | 8 | 8 | |||
*1 KLEUR, TWEEKLEURENKOPIE, EENKLEURENKOPIE, BEELDEGALISATIE
- De snelheid bij afdrukken met handinvoer wanneer het papierformaat is ingesteld, is zoals hierboven aangegeven.
- Voor de waarden van de bovenstaande specificaties is door TOSHIBA aanbevolen papier gebruikt.
- Deze specificaties variëren afhankelijk van de kopieercondities en de omgeving.
Combinatiematrix kopieerfunctie
■ Combinatiematrix 1/2
| Opslaan naar e-Filing | Kopieren & bestand | Battenkam wissen | Gven blanco pagina | Afduhker-haling | Vollodige afdruk | ADF -> SADF | Boek <-> KALEN-DER | ling | Taakoo-bouw | Pagina-nummer | Tijd-stempel | Ingvel | Voorblad Tussen- | XY-zoom | Bewerken-Benrich- | |||||||||||||
| Achterzijde - alleen achter geko-pleerd | Achterzijde - 2 geko-pieerd | Achterzijde - bovenzijde geko-pleerd | Achterzijde - blanco | Voorzijde 2 geko-pieerd | Voorzijde bovenzijde geko-pieerd | Voorzijde - blanco | Neg./Pos. | Spiegel Trink | J - mask. | |||||||||||||||||||
| Kopieren met handinvoer | *1 *1 Ja | Ja *1 *1 | Ja *1 Ja *4 | *1 *1 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 Ja *1 | *1 *1 | |||||||||||||||||||||
| Origistelen met verschillende formaten | Ja Ja | Ja Ja Neo | Ja Ja Ja Ja | *4 Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | X | |||
| Fotozoom | Nee Noo | Ja Ja *3 | *3 Ja Noo | Nee *4 Noo | Nee Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *3 | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | X | |||
| Dubbel-zijdig | 1-1 Erkezijdig | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja *3 Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Nee *3 Ja | Ja *3 Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | X | ||
| 1 - 2 Dubbelrijzig | J | a | J | a | a | J | a | N | e | e | J | a | J | a | * | 3 | J | a | J | a | J | a | a | J | a | |||
| 2-1 Splitten | Ja Ja | Ja Ja Nee | Ja *3 Ja | Ja Ja Ja Ja | Nee *3 Ja | Ja *3 Ja | Ja Ja Nee | Ja Ja | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja Ja Na | Ja | a | |||
| 2 - 2 Dubbelrijzig | J | a | J | a | a | J | a | N | e | e | J | a | J | a | J | a | J | a | J | a | J | a | a | J | a | |||
| Book - 2 | Ja Ja | Ja Noo Noo | Noo - Noo | Ja Noo Ja | Ja Noo Ja | Ja Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | Noo Noo | X | |||
| Afwerking | Sorteren uit / mielen uit | *3 Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *4 | Ja *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | * | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | ||
| Sorteren | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *4 | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | X | |||
| Groeperten | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | *4 | Ja | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Ja | Ja | Ja | Ja | |||
| Nieten en sorteren | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *4 | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | X | |||
| Brochure | Noo Noo | Ja Ja Na Noo | Noo Ja Noo | Ja Na Noo | Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Ja Ja Ja | Noo Noo Noo | Noo Ja Ja Ja | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | X | |||
| Brochure & rughechten | Noo Noo | Ja Ja Na Noo | Noo Ja Na Noo | Ja Na Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo Noo | Noo Ja Ja Ja | Noo Noo Noo | Noo Ja Ja Ja | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo NooNoo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | X | |||
| Perforatie | J | a | J | a | a | J | a | N | e | e | J | a | J | a | J | a | J | a | 4 | J | a | J | a | J | a | |||
| Rughechten | Ja Ja | Ja Noo Noo | Noo Ja Na Noo | Na *4 Noo | Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Ja Ja | Na Ja Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | Noo Noo Nooo | Noo Noo Noo | Noo Noo Noo | X | |||
| Rolsten en sorteren | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Nee | Ja | Ja | Ja | Ja | *4 | Ja | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Ja | Ja | Ja | |||
| Beerd verplaatsen | * | 3 | ^ | 3 | a | J | a | N | e | e | N | e | e | J | a | N | e | e | J | a | * | 4 | J | a | J | |||
| Rand wisson | Ja | Ja | Nee | Ja | Nee | Nee | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Nee | Nee | |||
| Boekmidden wissen | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Nee | -- | Nee | Ja | *4 | Ja | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Ja | Nee | Ja | |||
| Dubbale pagina | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Nee | -- | Nee | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | |||
| *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 | ||||||||||||||||||||||||||||
■ Combinatiematrix 2/2
| 2IN14IN1 | Dubbelo pagina | Book- midden wisson | Rand wissen | Beeld ver- plaatsen | Averking | dubbelzijdig | Fotoczom | Originelen met ver- schilondo formaten | Kopieren met handinvoor | ||||||||||||||
| Roteren en sortoren | Rughech- ten | Perforatie | Brochure & rughech- ton | Brochure | Nieten en sorteren | Groeparen | Sorteren | Sorteren uit / nieten uit | Boek - 2 2 | 2 Dubbel- zijdig | 2-1 Spitzen | 1- 2 Dubbel- zijdig | 1-1 Enkelzijdig | ||||||||||
| Kopieren met handinvoer | *3 *1 * | *1 *1 *1 * | *1 *1 *1 * | 2 Ja Ja Ja | 1 *1 Ja *1 | Ja *1 *1 | |||||||||||||||||
| Originaten met verschillende formaten | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Ja Nee | Nee Ja Ja | Ja Ja Nee | Ja Ja Ja Ja | Nee | |||||||||||||||
| Fotozoom | *3 Nee | Ja Ja Ja | Nee *3 Ja *3 | *3 Ja Ja Ja | Ja Ja Nee | Ja Ja Ja Ja | |||||||||||||||||
| Dubbel- zijdig | 1-1 Enkelzijdig | *3 *3 Ja | Ja Ja Ja | *3 Ja *3 *3 | Ja Ja Ja Ja | *3 *3 *3 *3 | |||||||||||||||||
| 1 - 2 Dubbelzijdig | *3 *3 Ja | Ja Ja Ja | *3 Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | *3 *3 *3 | ||||||||||||||||||
| 2-1 Spitzen | *3 Nee | Nee Ja Ja | Ja *3 Ja | Nee Nee Ja | Ja Ja *3 *3 | ||||||||||||||||||
| 2 - 2 Dubbelzijdig | *3 Nee | Nee Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja *3 | ||||||||||||||||||
| Book - 2 | Nee Nee | Nee Ja Ja | Nee *3 Ja | Nee Nee | Ja Ja Ja Ja | ||||||||||||||||||
| Afwerking | Sorteren uit / nielen uit | Ja Ja | Ja Ja *3 | *3 Ja *3 *3 | *3 *3 *3 | ||||||||||||||||||
| Sortoren | Ja Ja | Ja Ja *3 | *3 Ja *3 *3 | *3 *3 | |||||||||||||||||||
| Groeparen | Ja Ja | Ja Ja *3 | *3 Ja *3 *3 | *3 | |||||||||||||||||||
| Nieten en sorteren | Ja Ja | Ja Ja *3 | *3 Ja *3 *3 | ||||||||||||||||||||
| Brochure | Nee Nee | Nee Ja Na | Nee *3 *3 Nee *3 | ||||||||||||||||||||
| Brochure & rughechten | Nee Nee | Nee Ja Na | Nee *3 *3 Nee | ||||||||||||||||||||
| Porforatie | Ja Ja | Nee Ja Ja | Nee Nae | ||||||||||||||||||||
| Rughechten | Nee Nee | Nee Ja Na | Nee *3 | ||||||||||||||||||||
| Roteren en sorteren | Ja | Nee | Ja | Ja | Ja | ||||||||||||||||||
| Boed verpleassten | Ja *5 Ja | Ja | |||||||||||||||||||||
| Rand wissen | Ja Ja | Nee | |||||||||||||||||||||
| Boekmidden wissen | Nee Nee | ||||||||||||||||||||||
| Dubbelo pagina | Nee | ||||||||||||||||||||||
| 2IN14IN1 | |||||||||||||||||||||||
| Beworken | Trim / mask. | ||||||||||||||||||||||
| Spiegel | |||||||||||||||||||||||
| Neg./Pos. | |||||||||||||||||||||||
| XY-zom | |||||||||||||||||||||||
| Kelt- blad | Voorzijde - blanco | ||||||||||||||||||||||
| Voorzijde - bovenzijde gekopieerd | |||||||||||||||||||||||
| Voorzijde - 2 gekopieerd | |||||||||||||||||||||||
| Achterzijde - blanco | |||||||||||||||||||||||
| Achterzijde - bovenzijde gekopieerd | |||||||||||||||||||||||
| Achterzijde - 2 gekopieerd | |||||||||||||||||||||||
| Achterzijde - alleen achter gekopieerd | |||||||||||||||||||||||
| Tussenlegvel | |||||||||||||||||||||||
| Tidstompel | |||||||||||||||||||||||
| Paginanummer | |||||||||||||||||||||||
| Tsakopbouw | |||||||||||||||||||||||
| Beeldrichting | |||||||||||||||||||||||
| Boek <-> KALENDER | |||||||||||||||||||||||
| ADF -> SADF | |||||||||||||||||||||||
| Volldige afdruk | |||||||||||||||||||||||
| Afdrukherhaling | |||||||||||||||||||||||
| Geen blanco pagina | |||||||||||||||||||||||
| Buitorkant wissen | |||||||||||||||||||||||
| Kupieren & bestand | |||||||||||||||||||||||
| Opsaan naar e-Filing | |||||||||||||||||||||||
■ Combinatiematrix 1/2
| Verzadiging | Tint | zwart bereik-aanpassing | Instelling twee kleuren selecteer-baar | Achtergrond-instelling | Instellen met een aanrakingRood en | afstelling | KleurbalansSche | |||||||
| Markering Wissen Levendig Koel Warm | ||||||||||||||
| Dichtheid handm./auto | Ja Ja Ja Ja Ja *1 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Na Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JaJa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Jaa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JAa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ta Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja SaJa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJeJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJAaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaajaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJsJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaRaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaTaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaDayaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJcccJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJddd | Ja Ja Ja Ja *1 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ju | Ja Ja Nae Nee Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Naes | Ja Ja Nae Nee Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae NaeNa | Ja Ja Nae Nee Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae NaeNA | Ja Ja Nae Nee Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae NA | Ja Ja Nae Nee Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae N | Ja Ja Nae Nee Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae | Ja Ja Nae Nee Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nae | Ja Ja Nae Nee Nae Nae Nae Nae Nae Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nae Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee N | ||||
*1 Alleen beschikbaar met handmatige instelling
■ Combinatiematrix 2/2
| Originalenmodus | Kleurinstelling | Dichteid handm./auto | ||||||||||||
| Beeld smoothing (egalisatie) | Kaart Albeelding Foto Tekst | Tekst/foto | Bén kleur Tweekleure | nkopie - rood en zwart | Tweekleuren kopie - twee kleuren selecteerbaar | Zwart Auto kleur Kleur | ||||||||
| Dichtheid handm./auto | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja | ||||||||||
| Kleurinstelling | Kleur | N | e | e | J | a | J | a | J | a | J | a | J | a |
| Auto kleur | Nee | Nee | Ja | Nee | Ja | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | ||||
| Zwart | Ja | Nee Nee | Ja | Ja Ja | Nee Nee | Nee | ||||||||
| Tweekleurenkopie - twee kleuren selecteerbaar | Nee | Nee | Ja | Nee | Ja | Ja | Nee | Nee | ||||||
| Tweekleurenkopie - rood en zwart | Nee | Nee | Ja | Nee | Ja | Ja | Nee | |||||||
| Eón kleur | Nee Nee | Ja | Nee | Ja | Ja | |||||||||
| Originelen-modus | Tekst/foto | Nee Nee | Nee Nee Nee | |||||||||||
| Tekst | Nee Nee | Nee Nee | ||||||||||||
| Foto | Nee Nee | Nee | ||||||||||||
| Afbeelding | Nee Nee | |||||||||||||
| Kaart | Nee | |||||||||||||
| Beeld smoothing (egalisatie) | ||||||||||||||
| Kleurbalans | ||||||||||||||
| RGB-afstelling | ||||||||||||||
| Instellen met een aanraking | Warm | |||||||||||||
| Kool | ||||||||||||||
| Levendig | ||||||||||||||
| Wissen | ||||||||||||||
| Marketing | ||||||||||||||
| Achtergrondinstelling | ||||||||||||||
| Scherple | ||||||||||||||
| Instelling twee kleuren selecteerbaar | ||||||||||||||
| Rood en zwart bereikaanpassing | ||||||||||||||
| Tint | ||||||||||||||
| Verzadiging | ||||||||||||||
*1 Alleen beschikbaar met handmatige instelling
Taal
2IN1/4IN1 104
A
A/B-formaat 11
Aanpassing dichtheid 54, 62
Aanraakscherm 8
Aantal afdrukken 9,31,54
Aantal resterende afdruksets 9
ACHTERGRONDINSTELLING 145
ADF 129
ADF -> SADF 129
AFBEELDING 61
Afdelingsbeheerfunctie 8
AFDRUKHERH. 132
Afdrukken
aantal afdrukken 31, 54
afdrukken maken 31
continue kopieersnelheid 186
dubbelzijdig kopieren 82
envelop 47
foto-originelen 68
kopiëren met handinvoer 39
met onderbreking 35
niet-standaard papierformaat 50
opnieuw starten 33
opslaan als bestand 88
originelen met verschillende formaten ....58
proefkopie ....36
reproductiefactor 54,63
stoppen 33
voordat u kopieën maakt 24
Afwerkfunctie
afwerkfunctie ....54
brochure sorteren 71, 79
brochure sorteren & rughechten 71, 79
groeperen 71,73
nieten en sorteren 71, 76
perforatie 71,81
roteren en sorteren 71, 75
rughechten 71,79
selecteren 71
sorteren 71, 73
sorteren uit nieten uit 71
[AFWERKING]
AMS (automatische zoomselectie) 63
[APS] 8,56
APS (automatische papierselectie) 56
AUTO KLEUR 60
Automatisch documentinvoersysteem
aanwijzingen 28
het automatische documentinvoersysteem gebruiken 28
ongeschikte originelen 28
Automatisch documentinvoersysteem (RADF)
aanwijzingen 28
het automatische documentinvoersysteem gebruiken 28
ongeschikte originelen 28
Automatische papierselectie (APS)
Automatische zoomselectie (AMS) 63
B
BEELD SMOOTHING (EGALISATIE) 61
BEELDRICHTING 126
Bevestigingsscherm 54
BEWERKEN 109
maskeren 109
negatief/positief-omkering 112
spiegelbeeld 112
trimmen 109
Bewerken-functies 93
2IN1/4IN1 104
ADF -> SADF 129
AFDRUKHERH. 132
BEELDRICHTING 126
BEWERKEN 109
BOEK - KALENDER 128
BOEKMIDDEN WISSEN 100
BROCHURE SORTEREN 107
BUITENKANT WISSEN 136
GEEN BLANCO PAGINA 134
KAFTBLAD 115
PAGINANUMMER 121
RAND WISSEN 99
SCHUIF BEELD 95
TAAKOPBOUW 123
TIJDSTEMPEL 120
TUSSENLEGVEL 117
TWEE PAG. 102
VOLLEDIGE AFDRUK 131
XY ZOOM 113
Binnenste lade 71
naam van elk onderdeel 72
BOEK-KALENDER 128
BOEKMIDDEN WISSEN 100
Brochure 71,79
Brochure & rughechten 71, 79
BROCHURE SORTEREN 107
BUITENKANT WISSEN 136
C
Combinatiematrix beeldcorrectiefunctie 189
Combinatiematrix kopieerfunctie 187
D
Dik papier 11
[DUBBELZIJDIG] 8
Dubbelzijdig kopiëren
boek -> dubbelzijdige afdruk 82
dubbelzijdig origineel -> dubbelzijdige afdruk ..... 82
dubbelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk 82
enkelzijdig origineel -> dubbelzijdige afdruk 82
enkelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk 82
instelling enkelzijdig/dubbelzijdig 82
E
Eenheid voor papierinvoer 11
EENKLEURENKOPIE 152
Eindgeleider 13
Enkelvoudige invoer 30
Envelop 11,47
Etiketten 11,39
Extra groot papierinvoermagazijn 11, 20
Extra papierlade 11
F
Finisher
Binnenste Finisher 71
Finisher voor rughechten 71
naam van elk onderdeel 72
FOTO 61
Fotozoom 68
FTP 90
FTPS 90
Functies voor beeldcorrectie
ACHTERGRONDINSTELLING 145
beeldcorrectiefuncties 139
EENKLEURENKOPIE 152
KLEURBALANS 141
KLEURTOON 153
RGB-AFSTELLING 143
SCHERPTE 146
SNELKEUZE-INSTELLING 144
TWEEKLEURENKOPIE 147
VERZADIGING 154
G
Gebied voor meldingen 8
Gebied voor waarschuwingsmeldingen 8
Gebruikersbeheerfunctie 8
Gedeelde map 90
GEEN BLANCO PAGINA 134
Gerecycled papier 11
Geschikt papier 11
Glasplaat voor originelen 25
Groeperen 71, 73
H
[HANDINV.] 10
Handinvoerlade 11, 39, 40, 48, 50
Helptoets 9
Hoeveelheid resterende toner 183
|
Indicatie uitvoerlade 10
Indicator papierformaat 13
Ingestelde functies annuleren 55
[INSTELLING] 9
Instelling enkelzijdig/dubbelzijdig 54
Instelling papiersoort 17, 42, 46
Toets [INTERRUPT] 35
Invoer 29
K
KAART 61
KAFTBLAD 115
K-formaat 11
KLEUR 60
KLEURBALANS 141
Kleurinstelling
AUTO KLEUR 60
KLEUR 60
kleurinstelling 54,60
ZWART 60
KLEURTOON 153
Knoppen voor kleurenmodus 9
Kopieerfuncties
ingestelde functies annuleren 55
ingestelde functies bevestigen 54
vóór gebruik van de kopieerfuncties ....54
Kopiëren met handinvoer
envelop 47
kopiëren met handinvoer 39
niet-standaard papierformaat 50
standaard papierformaat 40
Kopiëren met onderbreking 35
L
Logboek 181
LT-formaat 11
M
Meldingsgebied systeemstatus 8,10
Menu BASIS 8
Menu BEELD 140
Menu BEWERKEN 94
Modus Continue invoer 29
[ORIGIN. MODUS] 9, 61
Modus voor originelen
BEELD SMOOTHING (EGALISATIE) 61
DRUKWERK 61
FOTO 61
LANDKAART 61
modus voor originelen 54, 61
TEKST 61
TEKST/FOTO 61
N
NetWare IP 91
NetWare IPX 91
Nieten en sorteren 71, 76
Normaal papier 11
0
Onderzetkast voor papierinvoer 11
Openbare templategroep 159
OPSLAAN ALS BESTAND 88
[OPSLAG] 9
Opslag van kleurenkopieën 24
Originelen
aanvaardbare originelen 25
het automatische documentinvoersysteem gebruiken 28
originelen met verschillende formaten 58
plaatsen 25
Originelenstopper 29
Overhead-transparanten 11,39,43
P
PAGINANUMMER 121
Papier
aanwijzingen voor de opslag van kopieerpapier ..... 12
geen papier meer 32
geschikt kopieerpapier 11
instelling papiersoort 17, 42, 46
ongeschikt kopieerpapier 12
papierformaat vastleggen 16
plaatsen 11, 12, 20
resterend aantal vellen 10
Papierformaat vastleggen 16
Papiergeleiders van de handinvoerlade 41, 48, 50
Papiergeleiders van het
automatische documentinvoersysteem (Reversing
Automatic Document Feeder of RADF) 29, 30
Papierhouder 39
Papierklemhendel 39, 41, 48, 50
Papierlade
geschikt kopieerpapier 11
Papierladen
bevestigen van huidige status 182
papier plaatsen 12
toetsen 10
Papierladetoetsen 10
Papierselectie 54, 56
Papiersoort in de handinvoerlade 10
Perforatie 71,81
Perforatie-eenheid 71
Praktische templates 157
Privé-groep
aanmaken 162
annuleren 171
gegevens van privé-groep wijzigen 168
privé-groep 159
templates vastleggen 163
[PROEFKOPIE] 9
Proefkopie ....36
R
RAND WISSEN 99
Reproductiefactor 54, 63
RGB-AFSTELLING 143
Roteren en sorteren 71, 75
Rughechten 71,79
s
SADF 129
SCHERPTE 146
SCHUIF BEELD 95
SMB 91
SNELKEUZE-INSTELLING 144
Sorteren 71,73
Sorteren uit nieten uit 71
Standaardinstellingen 54
Toets [START] 32, 34
Toets [STOP] 33
T
Taakgeschiedenis 181
TAAKOPBOUW 123
[TAAKSTATUS] 9
Taakstatus 176
Taakstatus-menu 176
[BASIS] tabblad 8
[BEELD] tabblad 8,140
[BEWERKEN] tabblad 8
Taken
annuleren 177
bevestigen 176
herstelinformatie 180
onderbreken / hervatten 178
overgeslagen 180
verplaatsen 179
TEKST 61
TEKST/FOTO 61
[TEMPLATE] 9,156
Templatemenu 156
Templates
annuleren 171, 172
gegevens wijzigen 168, 169
oproepen 165
praktische templates 157
templates 156
vastleggen 159, 163
TIJDSTEMPEL 120
Toets [USER FUNCTIONS] 16
Toetsen voor aanpassing dichtheid 9
TopAccess 168
TUSSENLEGVEL 117
TWEE PAG. 102
TWEEKLEURENKOPIE 147
U
[UITV. LADE] 10
Uitvoerlade selecteren 38
v
VERZADIGING 154
VOLLEDIGE AFDRUK 131
x
XY ZOOM 113
Y
YMCK-afstelling 141
z
[ZOOM] 8,63
ZWART 60
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN Kopieerhandleiding
e:STUDIO2050c/2550c
e:STUDIO2051c/2551c











