E-studio 355 - Printer TOSHIBA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis E-studio 355 TOSHIBA in PDF-formaat.
| Producttype | Multifunctionele printer (MFP) |
| Merk | Toshiba |
| Model | E-studio 355 |
| Technologie | Laser (zwart-wit) |
| Maximaal papierformaat | A3 |
| Afmetingen (B x D x H) | 575 x 586 x 540 mm |
| Gewicht | 42 kg |
| Voeding | 220-240V AC, 50/60 Hz |
| Stroomverbruik (bedrijf) | Ongeveer 1,5 kW |
| Functies | Afdrukken, kopiëren, scannen, optioneel faxen |
| Afdruksnelheid (zwart-wit) | 35 pagina's per minuut (A4) |
| Papiercapaciteit (standaard) | 550 vel (lade) + 100 vel (multifunctionele lade) |
| Geheugen | 256 MB (uitbreidbaar) |
| Netwerk | Ethernet 10/100/1000, optioneel draadloos |
| Besturingssystemen | Windows, Mac, Linux |
| Tonerverbruik | Hoogcapaciteit tonercartridge tot 15.000 pagina's |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatig reinigen van glasplaat en transportrollen; vervangen van toner en drumunit volgens gebruiksaanwijzing |
| Veiligheid | Noodstopknop, vergrendelbare papierlades, automatische uitschakeling bij fout |
| Repareerbaarheid | Toegankelijke componenten voor vervanging van verbruiksartikelen; reserveonderdelen verkrijgbaar via Toshiba-service |
| Geschatte levensduur | 5-7 jaar bij normaal gebruik |
Veelgestelde vragen - E-studio 355 TOSHIBA
Gebruikersvragen over E-studio 355 TOSHIBA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding E-studio 355 - TOSHIBA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. E-studio 355 van het merk TOSHIBA.
GEBRUIKSAANWIJZING E-studio 355 TOSHIBA
■ Gebruik van deze handleiding
Hartelijk dank voor de aanschaf van het multifunctionele digitale systeem van TOSHIBA. In deze handleiding wordt het gebruik van de kopieerfuncties beschreven. Lees deze handleiding vóór gebruik van dit multifunctionele systeem. Houd deze handleiding binnen handbereik, en gebruik die om een omgeving te configureren waarin de functies van de e-STUDIO optimaal benut worden.
Bij dit multifunctionele systeem is de scanfunctie als optie beschikbaar. In sommige modellen echter is deze optionele scanfunctie reeds geïnstalleerd.
☐ Symbolen in deze handleiding
In deze handleiding gaan bepaalde belangrijke passages vergezeld van de hieronder weergegeven symbolen. Lees die eerst alvorens dit multifunctionele systeem te gebruiken.
⚠ WAARSCHUWING
⚠️ VOORZICHTIG
Opmerking
Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan leiden tot de dood, zware verwondingen of ernstige beschadiging of brand in het multifunctionele systeem of voorwerpen in de naaste omgeving ervan.
Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan leiden tot lichte of matige verwondingen, lichte beschadiging van het multifunctionele systeem of voorwerpen in de naaste omgeving ervan, of verlies van gegevens.
Wijst op informatie waar u bij het bedienen van het multifunctionele systeem op moet letten.
Afwijkend van het bovenstaande, geeft deze handleiding met de volgende pictogrammen ook informatie die nuttig en handig kan zijn bij de bediening van dit multifunctionele systeem:
Tip

Hierna volgt handige informatie die van pas kan komen bij het bedienen van het multifunctionele systeem.
Pagina's met onderwerpen die gerelateerd zijn aan uw huidige werkzaamheden. Bekijk deze pagina's naargelang nodig.
□ Beschrijving van de richting van het origineel/kopieerpapier
Kopieerpapier of originelen met A4-, B5- of LT-formaat kunnen zowel in een staande als een liggende richting worden geplaatst. In deze handleiding is een "-R" aan het papierformaat toegevoegd wanneer dit papierformaat of origineel in een liggende richting wordt geplaatst.
Voorbeeld: Formaat origineel A4 op de glasplaat voor originelen

Geplaatst in de staande richting: A4 Geplaatst in de liggende richting: A4-R
Kopieerpapier of originelen met A3-, B4-, LD- of LG-formaat kunnen alleen in een liggende richting worden geplaatst, daarom krijgen deze formaten geen toevoeging "-R".
Displays
- Displays in deze handleiding kunnen afwijken van de actuele displays, afhankelijk van hoe het multifunctionele systeem wordt gebruikt, zoals de status van de geïnstalleerde opties.
- De in deze handleiding gebezigde afbeeldingsdisplays zijn voor papier in het A/B-formaat. Als u papier in het LT-formaat gebruikt, dan kan het display of de volgorde van toetsen in de afbeeldingen verschillen van die van uw multifunctionele systeem.
□ Handelsmerken
De bedrijfs- en productnamen die in deze handleiding worden genoemd, zijn de handelsmerken van de betreffende ondernemingen.
Voorwoord....1
Hoofdstuk 1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Basismenu voor de kopieerfuncties.... 8
Papier plaatsen 11
Geschikt kopieerpapier....11
Papier in laden plaatsen.... 12
Papierformaat vastleggen.... 15
Instelling papiersoort 16
Papier in het extra grote papierinvoermagazijn (optie) plaatsen 18
Hoofdstuk 2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Originelen plaatsen 22
Aanvaardbare originelen 22
Originelen plaatsen op de glasplaat voor originelen.... 23
Boeken 24
Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie): 25
Afdrukken maken 28
Basiskopieerprocedure....28
Volgend origineel tijdens het kopieren scannen 31
Kopiëren onderbreken en andere afdrukken maken 32
Proefkopie 33
Uitvoerbak selecteren.... 35
Kopiëren met handinvoer 36
Kopieren met handinvoer op standaard papierformaat 37
Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat 46
Hoofdstuk 3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
Vóór gebruik Kopieerfuncties 52
Standaardinstellingen 52
Ingestelde functies bevestigen 52
Ingestelde functies annuleren.... 53
Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies 53
Papierselectie 54
Automatische papierelectie (APS).... 54
Gewenste papier handmatig selecteren 55
Originelen met verschillende formaten in één keer kopieren 56
Instellen van Modi voor originelen 58
Densiteitaanpassing....59
Vergroten en verkleinen....60
Automatische zoomselectie (AMS).... 60
Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren .... 62
De reproductiefactor handmatig specificeren.... 64
Selecteren van Afwerkfunctie 66
Afwerkfuncties en als optie leverbare afwerkapparaten 66
Sorteren/Groep-stand 69
Stand roteren en sorteren....71
Stand nieten en sorteren 72
Brochure sorteren / Rughechten 74
Perforatie-modus 77
Handmatig nieten 78
Dubbelzijdig kopiëren 79
Een enkelzijdige afdruk maken.... 80
Een dubbelzijdige afdruk maken 81
Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken.... 82
Opslaan als bestand uitvoeren 85
Instellen van gedeelde map.... 87
Hoofdstuk 4 BEWERKEN-FUNCTIES
Weergave Menu BEWERKEN 90
Beeld verplaatsen....91
Marge boven/onder of marge links/rechts creëren 91
Inbindruimte creëren....93
Rand wissen....95
Boekmidden wissen....96
Dubbele pagina....98
2IN1/4IN1 100
Brochure sorteren 103
Beeld Bewerken.... 105
Trimmen / Maskeren.... 105
Spiegelbeeld / Negatief/positief-omkering 108
XY-zoom 109
Kaftblad 110
Invoegvel 113
Tijdstempel.... 116
Paginanummer....117
Taakopbouw.... 119
Beeldrichting....122
Boek - kalender 124
ADF -> SADF 125
Geen blanco pagina 127
Buitenkant wissen 129
Hoofdstuk 5 BEELDCORRECTIE
Weergave Menu BEELD 132
Gebruik van de beeldcorrectiefuncties 133
Achtergrondinstelling 133
Scherpte 134
Hoofdstuk 6 TEMPLATES
Templates....136
Weergave templatemenu 136
Gebruik van "Praktische templates" 137
Templates vastleggen 139
Templates in de openbare templategroep vastleggen 139
Aanmaken van een nieuwe persoonlijke groep.... 142
Templates in een persoonlijke groep vastleggen 143
Templates oproepen 145
Gegevens wijzigen 148
Gegevens van persoonlijke groep wijzigen 148
Templategegevens wijzigen 149
Groepen of templates verwijderen.... 151
Persoonlijke groepen verwijderen 151
Templates verwijderen 153
Hoofdstuk 7 TAAKSTATUS BEVESTIGEN
Bevestiging afdruk Taakstatus 156
Taken in uitvoering of in de wachtrij bevestigen.... 156
Taakgeschiedenis bevestigen 160
Papierladen bevestigen 161
Hoofdstuk 8 OVERIGE INFORMATIE
Continue kopieersnelheid.... 164
Combinatiematrix kopieerfunctie.... 166
Combinatiematrix 1/2....166
Combinatiematrix 2/2....167
TREFWOORDENREGISTER 169
VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u moet weten voordat u dit multifunctionele systeem gebruikt, zoals de samenstelling van het basismenu voor de kopieerfuncties en de wijze waarop het kopieerpapier wordt geplaatst.
Basismenu voor de kopieerfuncties....8
Papier plaatsen....11
Geschikt kopieerpapier....11
Papier in laden plaatsen....12
Papierformaat vastleggen 15
Instelling papiersoort 16
Papier in het extra grote papierinvoermagazijn (optie) plaatsen 18
Basismenu voor de kopieerfuncties
Enkele seconden na het inschakelen van de stroomvoorziening verschijnt het basismenu voor de kopieerfuncties op het aanraakscherm. Het basismenu toont de volgende informatie:

1. Gebied voor meldingen
Hier verschijnt een korte beschrijving van de functies of de huidige status van dit multifunctionele systeem in de vorm van een melding.
2. Meldingsgebied systeemstatus (P.10)
Hier verschijnt het formaat, de papiersoort of het resterende aantal vellen in elke lade.
3. Indextabbladen (BASIS, BEWERKEN, BEELD) (P.89, P.131)
Hiermee kunt u tussen de menu's "BASIS", "BEWERKEN" en "BEELD" schakelen.
4. Gebied voor waarschuwingsmeldingen
Hier worden waarschuwingsmeldingen, bijv. meldingen dat de tonercartridges aan vervanging toe zijn, weergegeven.
Bij gebruik van de gebruikersbeheerfunctie en de afdelingsbeheerfunctie
Wanneer dit multifunctionele systeem wordt beheerd door middel van de gebruikersbeheerfunctie en de afdelingsbeheerfunctie, verschijnt hier het voor elke gebruiker (of afdeling) beschikbare aantal afdrukken ca. 5 seconden na gebruikersverificatie.
Tips
- De weergave kan afhankelijk van de beheersstatus van het multifunctionele systeem afwijken.
- Raadpleeg voor bijzonderheden met betrekking tot de gebruikersbeheerfunctie of de afdelingsbeheerfunctie uw systeembeheerder.
5. [APS] toets (automatische papierelectie) (P.54)
Deze dient voor de overschakeling op automatische papierselectie.
6. [ZOOM] toets (P.60)
Deze dient voor de wijziging van de reproductiefactor van afdrukken.
7. [2-ZIJDIG] toets (P.79)
Deze dient voor het selecteren van enkelzijdig/dubbelzijdig kopiëren (bijv. 1 -> dubbelzijdig, 2 -> dubbelzijdig).
8. [FINISHING] toets (P66)
Deze dient voor het selecteren van een SORTEREN-stand.
9. [MODUS VOOR ORIGINELEN] toets (P.58)
Deze dient voor het selecteren van een modus voor originelen.
10. Datum en tijd
11. [TAAKSTATUS] toets (P.156)
Deze toets is voor het bevestigen van de verwerkingsstatus van kopieer-, fax-, scan- of afdruktaken, en ook voor het bekijken van de geschiedenis van de resultaten ervan.
12. [PROEFKOPIE] toets (P.33)
Deze dient voor het maken van een proefkopie ter controle van een afdruk voordat een groot aantal afdrukken wordt gemaakt.
13. Toetsen voor de densiteitaanpassing (P59)
Deze dienen voor de aanpassing van het densiteitniveau van afdrukken.
14. Aantal afdruksets
15. Aantal resterende afdruksets
16. Helptoets
Deze toets is voor het weergeven van de uitleg bij elke functie of de toetsen op het aanraakscherm.
17. [TEMPLATE] toets (P.135)
Deze dient voor de templatefunctie.
18. [INSTELLING] toets (P.52)
Deze dient voor de controle van de momenteel ingestelde functies.
19. [OPSLAG] toets (P.85)
Deze dient voor de opslagfunctie.
Meldingsgebied systeemstatus
In het meldingsgebied voor de status van het systeem wordt de volgende informatie getoond:

- Weergave kopieopvangbak (P.35)
Deze toont de bak waarheen de afdrukken worden afgevoerd.
- [UITVOERBAK] toets (P.35)
Deze dient voor het selecteren van de kopieopvangbakken (uitvoer).
- Papierladetoetsen (P55)
Deze tonen het papierformaat, het resterende aantal vellen in elke lade en de ingestelde papiersoort voor de papierlade. Wanneer u een bepaalde papierlade wilt gebruiken, drukt u op de betreffende toets.
- [HANDINVOER] toets (P.36)
Wanneer er op deze toets wordt gedrukt terwijl er papier in de handinvoerbak ligt, wordt deze als het papiermagazijn ingesteld.
- Papiersoort in de handinvoerbak (P.36)
Hier wordt de papiersoort in de handinvoerbak met een pictogram aangegeven.
■ Geschikt kopieerpapier
Het volgende papier kan worden geplaatst en gebruikt voor het kopiëren.
De waarden zijn alleen van toepassing als door Toshibaanbevolen papier wordt gebruikt. Voor het aanbevolen papier zie de Snelstartgids.
Opmerkingen
- Plaats geen papier van verschillend formaat of van verschillende soort in dezelfde papierlade.
- Zorg ervoor dat de papierstapel niet hoger is dan de lijn op de geleidingen.
| Toevoermagazijn | Papiersoort Maximale invoercapaciteit Formaat | ||
| Papierladen incl. de papierlademoduul (optioneel) | Normaal papier(64 - 80 g/m2)(17 - 20 lb. Bond) | 600 vel (64 g/m2) (17 lb. Bond)550 vel (80 g/m2) (20 lb. Bond) | A/B-formaat:A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R,FOLIOLT-formaat:LD, LG, LT, LT-R, ST-R, COMP, 13"LG,8.5"SQK-formaat:8K, 16K, 16K-R |
| DIK 1(81 - 105 g/m2)(21 - 28 lb. Bond) | 450 vel | ||
| Extra groot papierinvoermagazijn (optie) | Normaal papier(64 - 80 g/m2)(17 - 20 lb. Bond) | 2360 vel (64 g/m2) (17 lb. Bond)2000 vel (80 g/m2) (20 lb. Bond) | A4 (multifunctioneel systeem voor het A/B-formaat),LT (multifunctioneel systeem voor het LT-formaat) |
| DIK 1(81 - 105 g/m2)(21 - 28 lb. Bond) | 1660 vel | ||
| Handinvoerbak Normaal papier(64 - 80 g/m2)(17 - 20 lb. Bond) | 100 vel A/B-formaat: | A3, A4, A4-R, A5-R, A6-R, B4, B5,B5-R, FOLIOLT-formaat:LD, LG, LT, LT-R, ST-R, COMP, 13"LG,8.5"SQK-formaat:8K, 16K, 16K-RNiet-standaard formaat:Lengte: 100 - 297 mm (3.9" - 11.7"),Breedte: 148 - 432 mm (5.8" - 17") | |
| DUN *1(52 - 63 g/m2)(14 - 17 lb. Bond) | 1 vel | ||
| DIK 1(81 - 105 g/m2)(21 - 28 lb. Bond) | 80 vel | ||
| DIK 2 *1(106 - 163 g/m2)(29 lb. Bond - 90 lb. Index) | 40 vel | ||
| DIK 3 *1(164 - 209 g/m2)(91 - 110 lb. Index) | 30 vel | ||
| Calqueerpapier *1, *2(75 g/m2)(20 lb. Bond) | 100 vel | ||
| Etiketten *1, *3 | 1 vel | ||
| Overhead transparanten *1 | 1 vel A4, LT | ||
| Envelop *1, *4, *5 | 1 envelop DL (110 mm x 220 mm), COM10 (4 1/8" x 9 1/2"), Monarch (3 7/8" x 7 1/2"),CHO-3 (120 mm x 235 mm), YOU-4(105 mm x 235 mm) | ||
*1 Dubbelzijdig kopiëren is niet beschikbaar.
*2 Wilt u op het calqueerpapier kopieren, selecteer dan "NORMAAL" als papiersoort.
*3 Wilt u op de etiketten kopieren, selecteer dan "DIK 2" als papiersoort.
*4 Het is niet mogelijk op de achterzijde van een envelop te kopiëren.
*5 De envelop wordt uitgevoerd naar de uitvoerbak van het multifunctionele systeem, zelfs al is er een finisher geïnstalleerd.
Tips
- "LT-formaat" is het standaardformaat alleen voor gebruik in Noord-Amerika.
- "K-formaat" is een Chinees standaardformaat.
- Afkortingen voor papierformaten: LT: Letter, LD: Ledger, LG: Legal, ST: Statement, COMP: Computer, SQ: Square
☐ Ongeschikt kopieerpapier
Gebruik geen van de onderstaande soorten papier. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
• Vochtig papier
• Gevouwen papier
• Gekruld of gekreukt papier
- Papier met een extreem glad of ruw oppervlak
Gebruik geen van de onderstaande soorten papier. Dit kan een storing in het multifunctionele systeem veroorzaken.
- Papier waarvan het oppervlak een speciale behandeling heeft ondergaan
- Papier dat al een keer is gebruikt in andere multifunctionele systemen of printers
□ Aanwijzingen voor de opslag van kopieerpapier
Zorg bij de opslag van kopieerpapier voor het volgende:
- Bewaaar het papier in de originele verpakking om het stofvrij te houden.
• Vermijd direct zonlicht. - Bewaar het papier in een vochtvrije ruimte.
- Bewaar kopieerpapier op een vlakke ondergrond om te voorkomen dat het papier vouwt of buigt.
■ Papier in laden plaatsen
Volg de onderstaande werkwijze voor het in een papierlade plaatsen van papier. Voor het geschikte kopieerpapier zie: [1] P.11 "Geschikt kopieerpapier"
1 Schakel de stroomvoorziening van het multifunctionele systeem in.
2 Trek een papierlade voorzichtig uit totdat deze niet verder gaat.
1 Schakel de stroomvoorziening van het multifunctionele systeem in.
2 Trek een papierlade voorzichtig uit totdat deze niet verder gaat.

3 Leg het papier in de lade.
Opmerkingen
- Er kunnen maximaal 600 vellen (64 g/m²) (17 lb. Bond) in een papierlade worden geplaatst. Zorg ervoor dat de papierstapel niet hoger is dan de lijn aan de binnenzijde van de papiergeleiders.
P.11 "Geschikt kopieerpapier"
- Waaier het papier goed los en stoot het gelijk voordat u het in een papierlade plaatst omdat de vellen anders vóór het invoeren mogelijk niet van elkaar worden gescheiden. Pas op dat u zich hierbij niet in uw vingers snijdt.
- Plaats het papier met de kopieerzijde naar boven gekeerd. De kopieerzijde staat meestal aangegeven op de verpakking.

4 Verplaats de eindgeleiding naar de achterrand van het papier terwijl u het onderste gedeelte ervan in de richting van de pijlen duwt.

5 Houd de groene hendel van de voorste papiergeleider vast en pas de papiergeleiders aan het papierformaat aan.
Tip
Verstel de papiergeleiders met twee handen.

6 Controleer of er niet te veel ruimte tussen het papier en de papiergeleiders of eindgeleiding zit.
Als de ruimte tussen het papier en de papiergeleiders of eindgeleiding te groot is, kan dit tot gevolg hebben dat het papier vastloopt.
Ruimte tussen het papier en de papiergeleiders ("A" in de figuur rechts): Er mag niet meer ruimte dan 0,5 mm aan een kant of 1,0 mm aan beide kanten zijn. Maar als er zich in geval van dik papier een papierstoring voordoet, maak dan een geschikte tussenruimte.
Ruimte tussen het papier en de eindgeleiding ("B" in de figuur rechts): Er mag niet meer ruimte zijn dan 0,5 mm.

7 Wijzig de papierformaatindicator zo nodig.

8 Duw de papierlade voorzichtig en recht in het multifunctionele systeem tot deze niet verder kan.
⚠️ VOORZICHTIG
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
9 Onderstaand menu verschijnt. Als het papierformaat of de papiersoort afwijkt van het tevoren in de papierlade gebruikte formaat, druk dan op [JA] op het aanraakscherm. Als ze hetzelfde zijn, druk dan op [NEE].

Tips
- Het kan zijn dat bovenstaand menu - afhankelijk van de instelling van het multifunctionele systeem - niet verschijnt. Zie in dat geval de volgende pagina's om de instelling van het papierformaat en de papiersoort te wijzigen:
P.15 "Papierformaat vastleggen"
P.16 "Instelling papiersoort" - Raadpleeg voor de wijziging van de instelling voor de weergave van dit menu uw systeembeheerder.
Wanneer u op [NEE] drukt, wordt de procedure beëindigd.
10 Selecteer het papierformaat en de papiersoort van het in de papierlade geplaatste papier op het aanraakscherm.
1) Selecteer het papierformaat.
2) Selecteer de papiersoort indien nodig (P.16).
3) Druk op [OK].

■ Papierformaat vastleggen
Wanneer u voor het eerst papier plaatst of het papier door een ander formaat vervangt, dient u het formaat in dit multifunctionele systeem vast te leggen.
1 Druk op de [USER FUNCTIONS] toets op het bedieningspaneel.

2 Druk op het tabblad [GEBRUIKER] op het aanraakscherm om het instellingenmenu op te roepen en druk vervolgens op [PAPIERLADE].

3 Selecteer het papierformaat op het aanraakscherm.
1) Selecteer de papierlade waarin het papier is geplaatst.
2) Selecteer het papierformaat.

4 Druk op de [USER FUNCTIONS] of [COPY] toets op het bedieningspaneel. Het menu keert terug naar het basismenu.
■ Instelling papiersoort
Wanneer u speciaal papier anders dan normaal papier of een soort dat niet voor normaal kopieren wordt gebruikt plaatst, dient u de dikte en het kenmerk op het multifunctionele systeem in te stellen.
Tips
- De dikte en het kenmerk kunnen tegelijkertijd worden ingesteld.
- Als een andere dikte dan NORMAAL voor een papierlade is ingesteld of een ander kenmerk dan "GEEN" is voor een papierlade van toepassing, dan wordt het papier in deze papierlade niet voor normaal kopieren gebruikt.
- De ingestelde papiersoort wordt met een pictogram aangegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem.
P.10 "Meldingsgebied systeemstatus"
De volgende papiersoorten zijn geschikt:
Dikte
| Toets Oms | schrijving Pictogram | |
| NORMAAL | Normaal papier: 64 - 80 g/m2 (17 - 20 lb. Bond) | — |
| DIK 1 | Dik papier: 81 - 105 g/m2 (21 - 28 lb. Bond) | 1 |
Kenmerk
| Toets Omschrijving Pictogram | ||
| GEEN Geen kenmerk aangegeven — | ||
| INVOEGEN Losse vellen gebruikt in de stand invoegen speciaal invoegvelP.113 “Invoegvel”Er kunnen maximaal 2 soorten vellen (invoegvel 1en 2) worden ingesteld. Voor het instellen van invoegvel 1 en 2, selecteer de papierlade voor invoegvel 1 en druk op [INVOEGEN] en selecteer daarna een papierlade voor invoegvel 2 en druk op [INVOEGEN]. | I1 , I2 | |
| KAFT Losse vellen gebruikt in de kaftbladen-functieP.110 “Kaftblad” | C | |
| SPECIAAL Gekleurd papier of papier met watermerk etc. | * | |
| FAX *1, *2 | Faxpapier | F |
*1 Het verzenden en ontvangen van faxberichten is alleen beschikbaar als de fax-unit (optie) is geïnstalleerd.
*2 Wanneer er lijsten worden afgedrukt, wordt de papierinstelling "FAX" gebruikt. Voor het afdrukken van lijsten zie de Handleiding voor MFP-beheer.
1 Druk op de toets [USER FUNCTIONS] op het bedieningspaneel.

2 Druk op het tabblad [GEBRUIKER] op het aanraakscherm om het instellingenmenu op te roepen en druk vervolgens op [PAPIERLADE].

3 Druk op [PAPIERSOORT].

4 Selecteer de papiersoort.
1) Selecteer de papierlade waarin het papier is geplaatst.
2) Selecteer de papiersoort.

5 Druk op de [USER FUNCTIONS] of [COPY] toets op het bedieningspaneel.
Het menu keert terug naar het basismenu.
Ingestelde papiersoort annuleren
Druk op de papierlade-toets in het menu in stap 4 en druk vervolgens op de papiersoort waarvan de instelling moet worden geannuleerd.
Tip
Als zowel INVOEGVEL 1 als INVOEGVEL 2 zijn ingesteld en u annuleert alleen de instelling van INVOEGVEL 1, dan wordt de instelling voor INVOEGVEL 2 automatisch de instelling voor INVOEGVEL 1.
■ Papier in het extra grote papierinvoermagazijn (optie) plaatsen
1 Trek de papierlade van het extra grote papierinvoermagazijn voorzichtig uit tot deze niet verder kan.
⚠️ VOORZICHTIG
Pas op dat u niet aan de geleiderails komt (A in de figuur). Hierdoor kunt u letsel oplopen.

Waaier het papier goed los en stoot het gelijk voordat u het in de bak legt. Plaats het papier met de kopieerzijde naar boven gekeerd. Plaats een papierstapel in de rechterbak (aangeduid met "A" in de afbeelding) met de zijkant tegen de rechterhoek van de bak en plaats de andere papierstapel in de linkerbak (aangeduid met "B" in de afbeelding) met de zijkant tegen de linkerhoek van de bak. Het papier kan correct worden geplaatst door het in kleine stapeltjes te verdelen en afwisselend in de twee bakken op te stapelen.

Opmerkingen
- Het papier in de rechterbak wordt het eerst gebruikt. Als het op raakt, wordt het papier in de linkerbak automatisch naar de rechterbak verplaatst en ingevoerd.
- Er kunnen maximaal 2360 vellen (64 g/m²) (17 lb. Bond) in de 2 bakken worden geplaatst. De papierstapel mag echter niet hoger zijn dan de lijn aan de binnenzijde van de papiergeleiders. P.11 "Geschikt kopieerpapier"
- De kopieerzijde staat meestal aangegeven op de verpakking.
- Pas op dat u zich niet in uw vingers snijdt bij het waaieren.
- Zorg er bij het plaatsen van het papier voor dat de middelste hendel niet geopend is (zie de sticker in het extra grote papierinvoermagazijn).
3 Duw de papierlade van het extra grote papierinvoermagazijn voorzichtig recht in het multifunctionele systeem.
Wanneer de papierlade volledig is ingeschoven, wordt de rechterbak omhooggezet tot de papierinvoerpositie.
Opmerking
Schuif de papierlade niet met een klap dicht. Want dan kunnen er vellen in de stapel samenvouwen en kunnen ze niet meer goed getransporteerd worden.
⚠️ VOORZICHTIG
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
4 Wijzig de papiersoort indien nodig.
P.16 "Instelling papiersoort"
☐ Het extra grote papierinvoermagazijn tijdens het kopiëren bijvullen
Wanneer het papier in de linkerbak van het extra grote papierinvoermagazijn op is geraakt tijdens het kopiëren, dan verschijnt de melding "Linkerpapierlade kan worden bijgevuld". U kunt het extra grote papierinvoermagazijn uittrekken en de linkerbak bijvullen zonder het kopieerproces te stoppen. Dit is handig wanneer u snel een groot aantal afdrukken wilt maken.
1 Trek de papierlade van het extra grote papierinvoermagazijn voorzichtig uit tot deze niet verder kan.
Alleen de linkerbak kan er uitgehaald worden.
⚠️ VOORZICHTIG
Kom niet aan de geleiderail ("A" in de figuur rechts). Hierdoor kunt u letsel oplopen.

Plaats het papier tegen de linkerkant van de bak.

3 Duw de papierlade van het extra grote papierinvoermagazijn voorzichtig recht in het multifunctionele systeem.
Zodra het papier in de rechterbak op is, zal dat in de linkerbak automatisch naar de rechterbak verplaatst worden.
Opmerking
Schuif de papierlade niet met een klap dicht. Want dan kunnen er vellen in de stapel samenvouwen en kunnen ze niet meer goed getransporteerd worden.
⚠️ VOORZICHTIG
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
2
HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
In dit hoofdstuk worden de basiskopieerprocedures toegelicht.
Originelen plaatsen 22
Aanvaardbare originelen 22
Originelen plaatsen op de glasplaat voor originelen....23
Boeken 24
Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie):......25
Afdrukken maken 28
Basiskopieerprocedure....28
Volgend origineel tijdens het kopieren scannen 31
Kopieren onderbreken en andere afdrukken maken....32
Proefkopie 33
Uitvoerbak selecteren....35
Kopiëren met handinvoer....36
Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat 37
Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat 46
Originelen plaatsen
■ Aanvaardbare originelen
Wanneer het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gebruikt, kunnen dubbelzijdige originelen automatisch vel voor vel worden gescand. Wanneer de glasplaat voor originelen wordt gebruikt, kunnen originelen zoals overhead transparanten, calqueerpapier, boekjes of 3-D voorwerpen worden gescand die niet op het automatische documentinvoersysteem kunnen worden geplaatst, alsmede ook normaal papier.
| Plaats Maximum | formaat Papiergewicht | Geschikte formaten voor automatische formaatbepaling | |
| Glasplaat voor originelen | Lengte: 297 mmBreedte: 432 mm | — | Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-RNoord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R, ST-R |
| Automatisch documentinvoersysteem (optie) | Enkelzijdige originelen: 35 - 157 g/m2(9.3 - 41.8 lb.)Dubbelzijdige originelen: 50 - 157 g/m2(13.3 - 41.8 lb.) | Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R, FOLIONoord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R, ST-R, COMP |
Opmerkingen
- Automatische formaatbepaling werkt niet correct wanneer originelen van A/B-formaat worden gebruikt in voor Noord-Amerika bestemde multifunctionele systemen. Deze functie werkt niet correct wanneer originelen van LT-formaat worden gebruikt in andere multifunctionele systemen dan voor Noord-Amerika.
- Automatische formaatbepaling werkt niet correct wanneer papier van K-formaat wordt gebruikt voor het kopieren (K-formaat is een standaard papierformaat in China).
- Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
- Plaats originelen van ST-formaat of A5-formaat in liggende richting wanneer het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gebruikt.
Maximumaantal vellen per scanopdracht
Er kunnen maximaal 1000 vellen (originelen van A4-formaat en LT-formaat) per kopieeropdracht worden gescand of totdat het geïntegreerde geheugen vol is. Wanneer het aantal gescande vellen de bovengenoemde grens heeft overschreden, stopt het multifunctionele systeem met scannen en de onderstaande melding verschijnt.

Indien u de tot dusverre gescande gegevens wilt afdrukken, druk op [JA]. Indien u deze wilt wissen, druk op [NEE].
■ Originelen plaatsen op de glasplaat voor originelen
De glasplaat voor originelen kan worden gebruikt voor originelen zoals overhead transparanten of calqueerpapier alsmede normale papiervellen die niet op het automatische documentinvoersysteem (optie) kunnen worden geplaatst.
⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit. Door het breken van de glasplaat kunt u letsel oplopen.
1 Til de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) op.
Opmerking
Til het geheel 60° of meer op zodat het formaat van het origineel correct kan worden gedetecteerd.
2 Leg het origineel op de glasplaat met de te kopiëren zijde naar beneden tegen de linkerbovenhoek aan.

Kopiëren van zeer transparante originelen
Bij het kopiëren van zeer transparante originelen zoals overhead transparanten of calqueerpapier dient er een leeg vel met hetzelfde formaat als het origineel of groter op te worden gelegd.

3 Sluit de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) voorzichtig.
Boeken
U kunt boeken op de glasplaat voor originelen plaatsen.
⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit. Door het breken van de glasplaat kunt u letsel oplopen.
1 Til de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) op.
2 Zoek de gewenste pagina in het origineel en leg deze met de te kopieren zijde naar beneden op de glasplaat. Leg het origineel tegen de linkerbovenhoek op de glasplaat.

Wanneer u dubbelzijdige afdrukken maakt uit boeken in standen zoals boek met dubbelzijdig kopieren of kopieren met twee-pagina scheidingsfunctie, dient u het midden van het origineel tegen de gele lijn van de glasplaat voor originelen te plaatsen.
P.82 "Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken"
P.98 "Dubbele pagina"

3 Sluit de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) voorzichtig.
Opmerkingen
- Sluit de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) niet met kracht wanneer het origineel erg dik is. Er ontstaat geen kopieerprobleem, zelfs niet wanneer de klep niet volledig is gesloten.
- Kijk niet rechtstreeks op de glasplaat voor originelen omdat tijdens het kopiëren een fel licht naar buiten kan komen.
■ Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie):
□ Aanwijzingen
Gebruik geen originelen zoals onder punt 1 tot 8 aangegeven omdat dergelijke originelen papierfouten of beschadiging van het multifunctionele systeem kunnen veroorzaken.
- Erg gekreukelde, gevouwen of omgekrulde originelen
- Originelen met carbonpapier
- Originelen met plakband, met opgeplakte teksten of geknipte originelen
- Originelen met paperclips of nietjes
- Originelen met gaten of scheuren
- Vochtige originelen
- Overhead sheets of calqueerpapier
- Gecoat papier (behandeld met was etc.)
Behandel originelen zoals aangegeven onder punt 9 en 10 met extra zorg.
- Originelen die moeilijk met de vingers kunnen worden verschoven of originelen met speciaal behandeld oppervlak (de vellen van dergelijke originelen mogen niet van elkaar worden gescheiden)
- Gevouwen of gekrulde originelen (deze moeten voor gebruik worden gladgestreken)

Wanneer er zwarte strepen verschijnen
Indien het scangebied of het geleidingsgebied vuil is, kunnen er zich afdrukproblemen zoals zwarte strepen op de afdrukken voordoen. Het wekelijks reinigen van deze gebieden wordt aanbevolen. Voor reiniging zie de Snelstartgids.
□ Continue invoer
De invoer is standaard op "continue invoer" ingesteld. Zodra u de originelen hebt ingesteld en daarna op de [START] toets drukt, worden ze continu pagina voor pagina gescand. Dit is handig als u meerdere originelen in één keer wilt kopieren.
1 Leg alle originelen netjes tegen de aanleglijst.
Rangschik de originelen in de volgorde waarin u deze wilt kopieren. Het bovenste origineel zal als eerste worden gekopieerd.
2 Plaats de originelen met de te kopiëren zijde naar boven en pas de papiergeleiders aan de lengte van het origineel aan.
Opmerkingen
- Ongeacht het formaat zijn originelen geschikt tot 100 vellen (35 tot 80 g/m²) of 16 mm in hoogte.
- Voor originelen met verschillende formaten zie: [1] P.56 "Originelen met verschillende formaten in een keer kopieren"

Voor lange originelen
Trek de opvang voor originelen naar buiten zodat de gescande originelen niet vallen.
Opmerking
Na gebruik van de opvang voor originelen moet u de opvang iets oplichten waarna u deze kunt terugschuiven.

Bij te veel in één keer te scannen originelen moet u deze in een aantal sets verdelen alvorens te gaan kopieren. Plaats de eerste set originelen en druk vervolgens op [VERVOLG] op het aanraakscherm terwijl deze set wordt gescand. Plaats na het scannen de volgende set originelen en druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.

□ Enkelvoudige invoer
Als de invoer is ingesteld op "enkelvoudige invoer" wordt een origineel automatisch ingevoerd wanneer het op het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gelegd. Dit is handig wanneer u slechts 1 vel wilt kopieren.
P.125 "ADF -> SADF"
1 Pas de papiergeleiders aan de lengte van het origineel aan.

2 Plaats het origineel met de te kopieren zijde naar boven en recht tegen de papiergeleiders.
Het origineel wordt automatisch naar binnen getrokken en vervolgens wordt het menu van stap 3 op het aanraakscherm weergegeven.
Opmerking
Laat het origineel los wanneer het naar binnen wordt getrokken.

3 Als er nog een origineel is, ga dan op dezelfde wijze te werk.

Het origineel wordt naar binnen getrokken ongeacht of op [JA] wordt gedrukt.
4 Nadat alle originelen naar binnen zijn getrokken, drukt u op [GEREED].
Tip
Zelfs wanneer u niet op [GEREED] drukt, start de kopieerfunctie als de huidige bewerking wordt geannuleerd door middel van de automatische wis-functie.
P.53 "Alle gewijzigde instellingen annuleren"
Afdrukken maken
■ Basiskopieerprocedure
Maak afdrukken zoals hieronder beschreven.

1 Controleer of er (voldoende) papier in de papierlade(n) zit.
Voor de geschikte papiersoorten en -formaten alsmede het plaatsen ervan zie:
P.11 "Geschikt kopieerpapier"
P.12 "Papier in laden plaatsen"
P.18 "Papier in het extra grote papierinvoermagazijn (optie) plaatsen"
2 Plaats de originelen.
Voor de formaten en soorten originelen alsmede het plaatsen ervan zie:
11 P.22 "Aanvaardbare originelen"
P.25 "Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie):"
P.23 "Originelen plaatsen op de glasplaat voor originelen"
P.24 "Boeken"
3 Toets het gewenste aantal afdrukken in wanneer u meer dan één afdruk wilt maken.
Druk op de [WISSEN] toets op het bedieningspaneel om het ingetoetste aantal te annuleren.
4 Selecteer de kopieerinstellingen naar behoefte.
P.51 "BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES"
P.89 "BEWERKEN-FUNCTIES"
P.131 "BEELDCORRECTIE"
5 Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het kopiëren begint. De afdrukken worden uitgevoerd met de gekopieerde zijde naar beneden.
Opmerking
Wees voorzichtig omdat de papieruitvoer en omgeving ervan en het papier zelf na het kopiëren heet zijn.
Het onderstaande menu kan verschijnen wanneer speciale programma's worden gebruikt.

Dit menu verschijnt als enkelvoudige invoer is ingesteld voor het documentinvoersysteem of bij functies waarbij het origineel op de glasplaat wordt gelegd en de gescande gegevens tijdelijk in het geheugen worden opgeslagen, zoals kopieren en sorteren of enkelzijdig naar dubbelzijdig kopieren. Ga als volgt te werk wanneer dit menu verschijnt.
6 Leg het volgende origineel op de glasplaat en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het scannen begint.
7 Druk op [GEREED] op het aanraakscherm nadat alle originelen zijn gescand.
Het kopiëren begint.
Tip
Wanneer de papierlade tijdens het kopiëren leeg raakt, kan vanuit een andere papierlade papier worden ingevoerd als dat papier hetzelfde formaat en dezelfde richting heeft, zonder dat het kopiëren wordt onderbroken. Wanneer geen dergelijk papier aanwezig is, wordt het kopiëren onderbroken en verschijnt de melding "Papier bijvullen" op het aanraakscherm. Vul in dat geval de papierlade bij.
□ Kopiëren stoppen en opnieuw starten
1 Druk op de [STOP] toets op het bedieningspaneel. Het kopieren of scannen wordt onderbroken.

2 Druk op [GEHEUGEN WISSEN] op het aanraakscherm om het kopiëren te beëindigen. Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel om het kopiëren opnieuw te starten.

Wanneer u op [GEHEUGEN WISSEN] drukt, worden de gescande gegevens gewist en worden eventuele afdruktaken in de wachtrij uitgevoerd.
Tip
Zelfs wanneer u niet op [GEHEUGENOPSLAG WISSEN] drukt, worden de gescande gegevens gewist door middel van de automatische wis-functie.
■ Volgend origineel tijdens het kopieren scannen
Zelfs tijdens het uitvoeren van de kopieerfunctie of terwijl "BEDRIJFSKLAAR (OPWARMFASE)" op het display wordt weergegeven, kan het volgende origineel worden gescand (automatische start). Er kunnen maximaal 10 taken in het geheugen worden opgeslagen.
1 Plaats de originelen.
2 Stel het aantal afdruksets en de kopieerinstellingen naar wens in.
Opmerking
De nieuwe taak wordt gestart overeenkomstig de tevoren geselecteerde kopieerinstellingen tenzij andere instellingen worden gekozen.
3 Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Tips
- Er kunnen maximaal 10 taken in het geheugen worden opgeslagen. Wanneer de originelen voor de 11e taak worden geplaatst en de [START] toets wordt ingedrukt, verschijnt "Automatische start" op het aanraakscherm. De 11e scantaak wordt gestart wanneer er ruimte in de wachtrij vrij komt voor deze taak naarmate de voorgaande taken worden uitgevoerd.
- Er kunnen maximaal 1000 vellen (originelen van A4-formaat en LT-formaat) per kopieeropdracht worden gescand of totdat het geïntegreerde geheugen vol is.

Taken in de wachtrij kunnen op het aanraakscherm worden bevestigd of indien nodig worden geannuleerd. Zie de volgende pagina voor meer informatie:
P.156 "Bevestiging afdruk Taakstatus"
Actieve scantaken annuleren
Druk op de [STOP] toets op het bedieningspaneel om een taak te annuleren terwijl originelen worden gescand.
Wanneer u op [GEHEUGENOPSLAG WISSEN] op het aanraakscherm of de [FUNCTION CLEAR] toets op het bedieningspaneel drukt terwijl het scannen onderbroken is, wordt het scannen beëindigd. (In dat geval worden de gegevens die zijn gescand voordat de taak wordt onderbroken, gekopieerd.) Druk op de [START] toets om het scannen opnieuw te starten.
Druk op de [STOP] toets om de 11e automatische taak te annuleren.

■ Kopiëren onderbreken en andere afdrukken maken
U kunt de huidige afdruktaak onderbreken voor het maken van andere afdrukken (kopiëren met onderbreking). Wanneer de onderbroken taak weer wordt gestart, hoeven de kopieerinstellingen niet opnieuw te worden geselecteerd omdat deze in het geheugen van het multifunctionele systeem zijn opgeslagen.
Opmerkingen
- De volgende functies kunnen niet worden gebruikt in combinatie met "kopiëren met onderbreking":
Kopiëren met kaftbladen, kopiëren met speciaal invoegvel, taakopbouw, opslaan via e-Filing, kopiëren en opslaan - Tijdens "kopiëren met onderbreking" kan de functie niet worden gewijzigd door het indrukken van de [e-FILING], [SCAN], [PRINT] of [FAX] toets op het bedieningspaneel.
1 Druk op de [INTERRUPT] toets op het bedieningspaneel.
"Taak onderbroken taak 1 opgeslagen" verschijnt en het lampje van de [INTERRUPT] toets gaat branden.
Tip
Als het origineel wordt gescand, verschijnt de bovenstaande melding na voltooiing van het scannen.

2 Vervang het origineel door een ander.
3 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
4 Druk opnieuw op de [INTERRUPT] toets nadat de functie "kopiëren met onderbreking" is beëindigd.
"Gereed om taak 1 af te maken" verschijnt en de onderbroken taak wordt hervat.
Tip
Zelfs wanneer u niet op de [INTERRUPT] toets drukt, wordt een onderbroken kopieertaak hervat als de huidige status door middel van de automatische wis-functie na een bepaalde tijd wordt geannuleerd.
■ Proefkopie
Wanneer u een groot aantal afdrukken gaat maken, kunt u controleren of deze precies aan uw wensen voldoen door eerst één pagina te kopiëren (proefkopie). Dan kunt u de standen of instellingen wijzigen (bijv. het aantal afdruksets, kopieopvangbak, paginanummer, tijdstempel, sorteren/nieten, perforeren) na controle van de proefkopie.
Opmerking
Indien u instellingen zoals de reproductiefactor, de densiteit, de modus voor originelen of enkel/dubbelzijdig kopiëren wilt wijzigen, moet u de proefkopie eerst voltooien. Wijzig deze instellingen en scan het origineel opnieuw.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Selecteer het aantal afdruksets en de kopieerinstellingen.
4 Druk op [PROEFKOPIE] op het aanraakscherm.
"PROEFKOPIE is ingesteld Druk op START-toets om te kopieren" verschijnt gedurende ca. 2 seconden.

Opmerking
Indien [SORTEREN UIT NIETEN UIT] of [GROEP] is geselecteerd als afwerkfunctie, wordt deze automatisch in [SORTEREN] gewijzigd.
5 Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het scannen begint. 1 set afdrukken wordt afgedrukt.
6 Wijzig het aantal afdruksets en kopieerinstellingen naar wens na controle van de proefkopie.
Standen of instellingen zoals aantal afdruksets, de kopieopvangbak, paginanummer, tijdstempel, sorteren/nieten en perforeren kunnen worden gewijzigd.

Opmerking
Indien u instellingen zoals de reproductiefactor, de densiteit, de modus voor originelen of enkel/dubbelzijdig kopieren wilt wijzigen, moet u de proefkopie eerst voltooien. Wijzig deze instellingen en scan het origineel opnieuw. Druk op [GEHEUGENOPSLAG WISSEN] op het aanraakscherm of op de [FUNCTION CLEAR] toets op het bedieningspaneel om de proefkopie te voltooien.
7 Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Indien het aantal afdrukken in de bovenstaande stap 6 niet is gewijzigd, wordt één afdruk minder dan tevoren is ingesteld afgedrukt omdat er al een als proefkopie is gemaakt. (Als het aantal afdrukken echter is ingesteld op 1, wordt naast de proefkopie nog een set afdrukken gemaakt.)
■ Uitvoerbak selecteren
U kunt de uitvoerbak selecteren indien er een optionele finisher of de binnenbak is geïnstalleerd.
Opmerkingen
- De beschikbare uitvoerbak kan onderhevig zijn aan beperkingen, afhankelijk van kopieerinstellingen en papierformaten.
- De uitvoerbakselectie is standaard op automatische selectie ingesteld.
De uitvoerbak wijzigen
De momenteel geselecteerde uitvoerbak wordt weergegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem. Druk voor het wijzigen van de uitvoerbak op [UITVOERLADE]. De weergave verandert telkens wanneer u hierop drukt cyclisch, van uitvoerbak van het multifunctionele systeem, elke uitvoerbak van de finisher en binnenbak tot automatische selectie.
![Auto Weergave autom. selectie uitvoerbak Huidige uitvoerbak A4 C A4 F A4-R A3 HAND- INVOER UITVOER LADE [UITVOERLADE] toets](/content/2026/06/1155672/images/e2ce7874ca435ec83132099db6bf9d709c2254bd6eb0378121bb9cb507b2e723.jpg)
Kopiëren met handinvoer
Bij het maken van afdrukken op overhead transparanten, etiketten, enveloppen of niet-standaard formaat papier, legt u het kopieerpapier in de handinvoerbak. Kopiëren met handinvoer is ook raadzaam voor het kopiëren op standaard papierformaat dat niet in een van de papierladen aanwezig is.
Tip
Wanneer u het papierformaat selecteert, kunt u verschillende functies gebruiken zoals de automatische papierelectie (APS) of de automatische zoomselectie (AMS). Zie de volgende pagina voor meer informatie:
[1] P.166 "Combinatiematrix kopieerfunctie"
Open de handinvoerbak voor kopiëren met handinvoer.

Als het papier groot is, trek de papierhouder uit.

Beweeg bij het plaatsen of verwijderen van kopieerpapier de papieropsluithendel naar de buitenzijde toe. Beweeg de papieropsluithendel hierna terug richting het multifunctionele systeem.

Bij gebruik van dik papier voor afdrukken met handinvoer, kan er dik papier voorkomen dat zich niet goed laat invoeren. Leg het papier in dat geval andersom en plaats het opnieuw, nu zoals afgebeeld in de figuur.

De werkwijze voor het kopieren met handinvoer verschilt afhankelijk van het te gebruiken papierformaat. Zie onderstaande tabel voor de werkwijze bij elk formaat.
| Papierformaat Werkwijze | ||
| Standaard-formaat | Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5Noord-Amerika: LD, LT, LG, ST-R | P.37 “Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)” |
| Behalve bovenstaande | P.41 “Kopiëren op andere dan bovenstaande standaard papierformaten” | |
| Envelop P.43 “Een afdruk | maken op een envelop” | |
| Overige (niet-standaardformaten) | P.46 “Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat” | |
Tips
- Kopieren met handinvoer wordt beëindigd als de handinvoerbak tijdens het kopieren leeg raakt, zelfs wanneer papier van hetzelfde formaat in een van de papierladen aanwezig is. Het kopieerproces start weer zodra er papier in de handinvoerbak wordt geplaatst.
- Als het kopiëren met handinvoer is beëindigd, knippert het lampje in de [FUNCTIE WISSEN] toets op het bedieningspaneel. Druk op deze toets om van de functie kopiëren met handinvoer over te schakelen op normaal kopiëren met behulp van de papierladen.
(Zelfs wanneer u niet op de [FUNCTION CLEAR] toets drukt, wordt kopiëren met handinvoer overgeschakeld op normaal kopiëren met behulp van de papierladen als de huidige status wordt geannuleerd door middel van de automatische wis-functie nadat een bepaalde tijdsduur is verstreken.)
■ Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat
☐ Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)
1 Plaats de originelen.
2 Beweeg de papieropsluithendel naar de buitenzijde toe. Leg papier met de kopieerzijde naar beneden in de handinvoerbak.

- De papierstapel mag niet hoger zijn dan de aanduiding op de papiergeleiders.
- Wanneer meer dan één vel wordt gebruikt, waaier de vellen dan goed los voordat deze in de handinvoerbak worden gelegd. Pas op dat u zich hierbij niet in uw vingers snijdt.
- Duw het papier niet in de invoeropening van de handinvoer. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
3 Pas de papiergeleiders aan de lengte van het papier aan terwijl de tab wordt vastgehouden. Beweeg de papieropsluithendel richting het multifunctionele systeem.
Wanneer het papier is geplaatst, verschijnt het menu voor het kopieren met handinvoer.

4 Druk op de toets voor hetzelfde formaat als van het papier dat in de handinvoerbak is geplaatst.

Het papierformaat is nu ingesteld.
Opmerking
Als het papierformaat niet in deze stap wordt geselecteerd, kan het kopieren worden vertraagd.
5 Druk op [PAPIERSOORT] op het aanraakscherm als de papiersoort in de handinvoerbak anders is dan normaal papier.
![TOSHIBA E-studio 355 - Druk op [PAPIERSOORT] op het aanraakscherm als de papiersoort in de handinvoerbak anders is dan normaal papier. - 1](/content/2026/06/1155672/images/b5d0d59c682c74005c75e1520e6dbb661267f841405a458cf00db8ccd0ce2666.jpg)
flowchart
graph TD
A["AM5"] --> B["25%"]
B --> C["50%"]
C --> D["100%"]
D --> E["200%"]
E --> F["400%"]
G["100%"] --> H["OMHOOG"]
H --> I["OMLAAG"]
J["ORIGINEEL"] --> K["A4"]
K --> L["A3"]
L --> M["B4"]
M --> N["A6"]
N --> O["ANDERS"]
O --> P["OEM ORIS FORM"]
Q["INSTELLING FORMAAT"] --> R["ANDERS"]
R --> S["ANGERAST PAPER"]
T["PAPERSOORT"] --> U["SLUITEN"]
6 Selecteer de papiersoort en druk vervolgens op [OK].

Opmerkingen
- Indien u een verkeerde papiersoort selecteert, kunnen papierstoringen of aanzienlijke afdrukproblemen ontstaan.
- Wanneer u een papiersoort selecteert, kunt u deze bevestigen door middel van de pictogrammen zoals weergegeven in het onderstaande meldingsgebied voor de status van het systeem.

| Papiersoort Pictogram | Papiersoort | Pictogram | |
| NORMAAL — DIK 3 | |||
| DUN OHP-FOLIE | |||
| DIK 1 ENVELOP | |||
| DIK 2 |
Opmerkingen
- Automatisch dubbelzijdig afdrukken kan op normaal papier en DIK 1 worden toegepast.
- Voor overhead transparanten (OHP-FOLIE) kan alleen enkelzijdig afdrukken worden uitgevoerd.
- Voor enveloppen kan alleen enkelzijdig afdrukken aan de voorzijde ervan worden uitgevoerd.
7 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Opmerking
Bij het kopieren van overhead transparanten dienen de gekopieerde transparanten één voor één te worden verwijderd nadat deze in de kopieopvangbak zijn uitgevoerd. Indien de overhead transparanten zich opstapelen, kunnen deze gaan krullen en zijn dan niet meer geschikt voor gebruik.
☐ Kopiëren op andere dan bovenstaande standaard papierformaten
1 Plaats de originelen en het papier zoals beschreven in stap 1 t/m 3 in "Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)" (P37)
2 Druk op [INSTELLING FORMAAT] op het aanraakscherm.

3 Druk op de toets voor hetzelfde formaat als dat van het papier dat in de handinvoerbak is geplaatst.

4 Druk op [ANDERS] onder KOPIËREN.

flowchart
graph TD
A["ANDERS"] --> B["ORIGINEEL"]
B --> C["ANDERS"]
C --> D["KOPIE"]
D --> E["ANDERS"]
style A fill:#4CAF50,stroke:#388E3C
style B fill:#2196F3,stroke:#388E3C
style C fill:#FFA500,stroke:#388E3C
style D fill:#FFA500,stroke:#388E3C
Het papierformaat is nu ingesteld.
Opmerking
Als het papierformaat niet in deze stap wordt geselecteerd, kan het kopieren worden vertraagd.
5 Druk op [PAPIERSOORT] als het papier in de handinvoerbak geen normaal papier is.

flowchart
graph TD
A["AMS"] --> B["25%"]
B --> C["50%"]
C --> D["100%"]
D --> E["200%"]
E --> F["400%"]
G["100%"] --> H["OMHOOG"]
H --> I["ONLAAG"]
J["ORIGINEEL"] --> K["A4"]
J --> L["A3"]
J --> M["B4"]
J --> N["A6"]
J --> O["ANDERS"]
O --> P["GEM ORIG FORM"]
Q["INSTELLING FORMAAT"] --> R["ANDERS"]
R --> S["ANGERAST PAPER"]
T["PAPERSPOST"] --> U["SLUITEN"]
V["TAAKSTATUS"] --> W["?"]
X["KOPIE"] --> Y["A4"]
X --> Z["A3"]
X --> AA["B4"]
X --> AB["A6"]
X --> AC["ANDERS"]
AC --> AD["ANGERAST PAPER..."]
6 Druk op de toets voor dezelfde papiersoort als het papier in de handinvoerbak. Druk daarna op [OK].

Opmerkingen
- Indien u een verkeerde papiersoort selecteert, kunnen papierstoringen of aanzienlijke afdrukproblemen ontstaan.
- Wanneer u een papiersoort selecteert, kunt u deze bevestigen door middel van de pictogrammen zoals weergegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem. Zie de volgende pagina voor meer informatie:
Tabel in stap 6 in "Kopieren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)"(P.37)
7 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
□ Een afdruk maken op een envelop
Opmerkingen
- Dit zijn de geschikte envelopformaten:
DL (110 mm x 220 mm), COM10 (4 1/8" x 9 1/2"), Monarch (3 7/8" x 7 1/2"), CHO-3 (120 mm x 235 mm), YOU-4 (105 mm x 235 mm) - Voor de aanbevolen enveloppen zie de Snelstartgids.
Opmerkingen m.b.t. het gebruik van enveloppen
Gebruik de volgende enveloppen niet aangezien die een papierophoping of schade aan het multifunctionele systeem kunnen veroorzaken.
- Erg omgekrulde, gekreukelde of gevouwen enveloppen
- Extreem dikke of dunne enveloppen
- Natte of vochtige enveloppen
- Gescheurde enveloppen
- Enveloppen met de inhoud erin
- Niet-standaard formaat enveloppen (die met een speciale vorm)
- Enveloppen met oogjes of vensters
- Met lijmpasta of plakband gesloten enveloppen
- Gedeeltelijk geopende of geperforeerde enveloppen
- Enveloppen met speciale coating op het oppervlak
- Enveloppen met lijm of dubbelzijdig kleefband

Opmerking
Bewaar enveloppen op kamertemperatuur en uit de buurt van warmtebronnen en vocht.
1 Leg het origineel op de glasplaat.

2 Leg de envelop op een plat en schoon oppervlak en druk er met uw handen op in de richting van de pijl om alle lucht eruit te krijgen.
Druk er stevig op om te voorkomen dat de klep omhoog krult.

Corrigeer omgebogen hoekjes op de envelop.

3 Beweeg de papieropsluithendel naar de buitenzijde toe. Plaats de envelop met de afdrukzijde onder op de handinvoerbak.
Plaats de envelop met de klepzijde aan de voorzijde.
Opmerking
Maak geen afdruk op de achterzijde van de envelop. Dit kan tot een papierstoring leiden of het kopieerpapier of het inwendige van het multifunctionele systeem vuil maken.

4 Pas de papiergeleiders aan de lengte van de envelop aan terwijl de tab wordt vastgehouden. Beweeg de papieropsluithendel richting het multifunctionele systeem.
Wanneer de envelop is geplaatst, verschijnt het menu voor het kopiëren met handinvoer.

5 Druk op [INSTELLING FORMAAT] op het aanraakscherm.

6 Druk op de toets voor hetzelfde formaat als dat van de envelop die in de handinvoerbak is geplaatst.

7 Druk op [ANDERS] onder KOPIËREN.

flowchart
graph TD
A["ANDERS"] --> B["ORIGINEEL"]
B --> C["100%"]
D["ANDERS"] --> E["ORIGINEEL"]
E --> F["25%"]
G["ANDERS"] --> H["ORIGINEEL"]
H --> I["50%"]
J["ANDERS"] --> K["ORIGINEEL"]
K --> L["100%"]
M["ANDERS"] --> N["ORIGINEEL"]
N --> O["200%"]
P["ANDERS"] --> Q["ORIGINEEL"]
Q --> R["400%"]
S["ANDERS"] --> T["ORIGINEEL"]
T --> U["PAPERSOORT"]
V["ANDERS"] --> W["ORIGINEEL"]
W --> X["SLUITEN"]
Y["ANDERS"] --> Z["ORIGINEEL"]
Z --> AA["PAAERSOORT"]
De papiersoort wordt automatisch op [ENVELOP] ingesteld.
8 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het afdrukken begint. De envelop wordt uitgevoerd naar de uitvoerbak van het multifunctionele systeem, zelfs al is er een finisher geïnstalleerd.
Opmerking
Neem de enveloppen om de 10 afdrukken uit de uitvoerbak.
Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat
U kunt niet-standaard papierformaten gebruiken zoals aan de rechterzijde weergegeven.

1 Leg het origineel op de glasplaat.
2 Verplaats de papieropsluithendel naar de buitenzijde toe. Leg papier met de kopieerzijde naar beneden in de handinvoerbak.

- De papierstapel mag niet hoger zijn dan de aanduiding op de papiergeleiders.
- Wanneer meer dan één vel wordt gebruikt, waaier de vellen dan goed los voordat deze in de handinvoerbak worden gelegd. Pas op dat u zich hierbij niet in uw vingers snijdt.
- Duw het papier niet in de invoeropening van de handinvoer. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
3 Pas de papiergeleiders aan de lengte van het papier aan terwijl de tab wordt vastgehouden. Beweeg de papieropsluithendel richting het multifunctionele systeem.
Wanneer het papier is geplaatst, verschijnt het menu voor het kopieren met handinvoer.

4 Druk op [AANGEPAST PAPIER] op het aanraakscherm.

flowchart
graph TD
A["ANDS"] --> B["25%"]
B --> C["50%"]
C --> D["100%"]
D --> E["200%"]
E --> F["400%"]
G["ORIGINEEL"] --> H["A4"]
G --> I["A3"]
G --> J["B4"]
G --> K["A6"]
G --> L["ANDERS"]
G --> M["SEM ORIG FORM"]
N["KOPIE"] --> O["A4"]
N --> P["A3"]
N --> Q["B4"]
N --> R["A6"]
N --> S["ANDERS"]
N --> T["AMGENST PAPER"]
U["PAPERSOORT"] --> V["SLUITEN"]
W["TAAKSTATUS"] --> X["?"]
5 Toets de afmeting in.
1) Druk op [Lengte] en toets de waarde in (100 mm tot 297 mm).
2) Druk op [Breedte] en toets de waarde in (148 mm tot 432 mm).
3) Druk op [OK].

Lengte en breedte worden aangeduid zoals aan de rechterzijde weergegeven:

Druk, om de eerder opgeslagen afmetingsgegevens op te roepen, op de betreffende toets [GEHEUGEN 1] t/m [GEHEUGEN 4] en druk vervolgens op [OK].

Tip
Voor het opslaan in het geheugen van afmetingsgegevens zie:
P.48 "Niet-standaardformaat in het geheugen opslaan"
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
□ Niet-standaardformaat in het geheugen opslaan
1 Ga te werk zoals beschreven in stap 1 t/m 4 in "Afdrukken met handinvoer op nietstandaard papierformaat" (P.46).
2 Sla afmetingen in het geheugen op.
1) Selecteer een gewenst geheugennummer.
2) Druk op [Lengte] en toets de waarde in (100 mm tot 297 mm).
3) Druk op [Breedte] en toets de waarde in (148 mm tot 432 mm).
4) Druk op [OPSLAAN].

BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste kopieerfuncties, zoals wijziging van de reproductiefactor, instelling van de sorteerstanden en uitvoering van dubbelzijdig kopieren, beschreven.
Vóór gebruik Kopieerfuncties....52
Standaardinstellingen 52
Ingestelde functies bevestigen 52
Ingestelde functies annuleren 53
Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies 53
Papierselectie 54
Automatische papierelectie (APS) 54
Gewenste papier handmatig selecteren....55
Originelen met verschillende formaten in één keer kopiëren 56
Instellen van Modi voor originelen 58
Densiteitaanpassing....59
Vergroten en verkleinen....60
Automatische zoomselectie (AMS) 60
Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren 62
De reproductiefactor handmatig specificeren....64
Selecteren van Afwerkfunctie 66
Afwerkfuncties en als optie leverbare afwerkapparaten 66
Sorteren/Groep-stand....69
Stand roteren en sorteren....71
Stand nieten en sorteren 72
Brochure sorteren / Rughechten 74
Perforatie-modus 77
Handmatig nieten 78
Dubbelzijdig kopieren....79
Een enkelzijdige afdruk maken 80
Een dubbelzijdige afdruk maken 81
Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken....82
Opslaan als bestand uitvoeren 85
Instellen van gedeelde map 87
Vóór gebruik Kopieerfuncties
■ Standaardinstellingen
Dit multifunctionele systeem start op met de "standaardinstellingen" wanneer de stroomvoorziening wordt ingeschakeld. Maar als er nog geen wijziging in instellingen is toegepast, komen de instellingen van het multifunctionele systeem weer op de standaardwaarden te staan wanneer de energiebesparingsstand wordt gewist of de [FUNCTION CLEAR] toets op het bedieningspaneel wordt ingedrukt. De standaardinstellingen voor de belangrijkste kopieerfuncties bij de installatie worden hieronder weergegeven.
| Onderdeel Standaardinstelling | |
| Reproductiefactor 100% | |
| Aantal afdrukken 1 | |
| Papierselectie Automatische papierselectie (APS) | |
| Enkelzijdig/dubbelzijdig Enkelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk | |
| Densiteitaanpassing Automatische instelling | |
| Modus voor originelen TEKST/FOTO | |
| Afwerkfunctie Bij gebruik van de glasplaat voor originelen: | SORTEREN UIT NIETEN UITGebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie):SORTEREN |
| Invoer bij gebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie) | Continue invoer |
De standaardinstellingen kunnen worden gewijzigd. Voor meer informatie zie de Handleiding voor MFP-beheer.
Ingestelde functies bevestigen
Als u op [INSTELLING] drukt op het aanraakscherm, verschijnt onderstaand menu. In dit menu kunt u de momenteel ingestelde functies bekijken.



Ingestelde functies annuleren
Wanneer u een van de instellingen van het menu BEWERKEN wilt annuleren, drukt u op de toets van de gewenste functie.
Wanneer u een van de instellingen van het menu BEELD wilt annuleren, moet u de instelwaarde in het instellingenmenu van de gewenste functie resetten.
P.131 "BEELDCORRECTIE"
Alle gewijzigde instellingen annuleren
Wanneer u op de [FUNCTION CLEAR] toets op het bedieningspaneel drukt, worden alle functiewijzigingen geannuleerd. Zelfs al drukt u niet op de [FUNCTIE WISSEN] toets, dan worden de wijzigingen toch geannuleerd als het multifunctionele systeem 45 seconden niet in gebruik is geweest (standaardinstelling). Voor het wijzigen van deze tijd zie Handleiding voor MFP-beheer.
■ Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies
Meerdere functies kunnen samen worden gebruikt. Een aantal functies kunnen echter niet samen met andere worden gebruikt. Zie de volgende pagina voor meer informatie:
P.166 "Combinatiematrix kopieerfunctie"
Papierselectie
■ Automatische papierselectie (APS)
Het multifunctionele systeem detecteert het formaat van het origineel en selecteert automatisch hetzelfde formaat kopieerpapier. Deze functie heet automatische papierselectie (APS).
Tips
- Voor de origineelformaten die kunnen worden gedetecteerd zie:
P.22 "Aanvaardbare originelen"
- Sommige origineelformaten kunnen niet met deze functie worden gedetecteerd. Selecteer het gewenste formaat in dat geval handmatig.
P.55 "Gewenste papier handmatig selecteren"
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [APS] op het aanraakscherm.

De papierelectiemodus is nu ingesteld op automatische papierelectie.
Tips
- De papierelectiemodus is standaard ingesteld op automatische papierelectie.
- Zelfs wanneer de richting van het in de geselecteerde papierlade geplaatste papier afwijkt van die van het origineel, draait het multifunctionele systeem de data van het origineel 90° zodat afdrukken worden gemaakt zolang de formaten hetzelfde zijn. (Dit is alleen van toepassing op A4-, B5- of LT-papier.) Bijvoorbeeld wanneer een A4-origineel in staande richting wordt geplaatst en A4-R-papier in de papierlade ligt, worden de data van het A4-origineel gedraaid en correct op A4-R-papier gekopieerd.
Opmerking
Volg de aanwijzingen op wanneer "Wijzig richting van origineel" of "WIJZIG PAPIERLADE TER CORRECTIE VAN PAPIERFORMAAT" verschijnt.
4 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
■ Gewenste papier handmatig selecteren
U dient het papier zelf te selecteren als de volgende originelen worden gekopieerd waarvan de formaten niet correct kunnen worden gedetecteerd:
- Zeer transparante originelen (bijv. overhead transparanten, calqueerpapier)
- Geheel donkere originelen of originelen met donkere randen
- Originelen met niet-standaard formaat (bijv. kranten, tijdschriften)
Tip
Wanneer er in geen van de papierladen papier van het gewenste formaat zit, leg het dan in een papierlade of in de handinvoerbak.
[1] P.12 "Papier in laden plaatsen"
P.36 "Kopiëren met handinvoer"
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op de toets voor de papierlade met het gewenste papierformaat.

4 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
■ Originelen met verschillende formaten in één keer kopieren
U kunt een set originelen met verschillende formaten met behulp van het automatische documentinvoersysteem (optie) kopieren.
De volgende origineelformaten kunnen worden gecombineerd:
Noord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R, COMP
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, A4-R, B4, B5, FOLIO
1 Vul de papierlade(n) met papier.
De handinvoerbak kan niet worden gebruikt. Gebruik papierladen.
2 Stel de papiergeleiders op het breedste origineel in en leg de originelen tegen de papiergeleiding aan de voorzijde.
Als originelen dezelfde breedte hebben

Als originelen niet dezelfde breedte hebben

Wanneer originelen met verschillende breedtes worden gekopieerd, wordt het gekopieerde beeld van het kleinste origineel mogelijk verdraaid omdat het niet tegen de papiergeleider aan de achterzijde ligt.
3 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

4 Druk op [GEMENGDE ORIG. FORMATEN].

5 Druk op [AMS] om afdrukken te maken op papier van één formaat. Om afdrukken te maken op papier van hetzelfde formaat als de originelen drukt u op [SLUITEN] zodat het menu terugkeert naar het basismenu en druk vervolgens op [APS].
Als [AMS] wordt geselecteerd:

Opmerkingen
- Bij de automatische zoomselectie kunnen beelden niet worden vergroot van A4 (staande richting), B5 (staande richting) of LT (staande richting) naar A3 (liggende richting), B4 (liggende richting), LD (liggende richting) of LG (liggende richting). Plaats A4-, B5- of LT-originelen in dat geval in liggende richting.
- Voordat u de automatische papierselectie gebruikt, dienen alle papierformaten overeenkomstig de origineelformaten in de papierladen te zijn geplaatst.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Opmerking
Indien de melding "Wijzig richting van origineel" tijdens het scannen verschijnt, verwijder het origineel dan uit het automatische documentinvoersysteem (optie) en wijzig de richting ervan dienovereenkomstig.
Instellen van Modi voor originelen
U kunt afdrukken met de optimale afdrukkwaliteit maken door de volgende modi voor uw origineel te selecteren.
TEKST/FOTO:Originelen met zowel tekst als foto's
TEKST:Originelen met alleen tekst (of tekst en lijntekeningen)
FOTO:Originelen met foto's
KLEURENDOCUMENT: Originelen in kleur, zoals presentatiedocumenten
Opmerking
Wanneer "KLEURENDOCUMENT" is ingesteld, kan de reproductiefactor van 25 tot 400% worden gewijzigd.
Tip
TEKST/FOTO is standaard ingesteld.
1 Druk op [ORIGIN. MODUS] op het aanraakscherm.

2 Selecteer de modus voor originelen.

Densiteitaanpassing
Het multifunctionele systeem detecteert het densiteitniveau van originelen en past het densiteitniveau van het gekopieerde beeld automatisch voor een optimaal resultaat aan. Ook kunt u het handmatig aan het gewenste niveau aanpassen.
Automatisch instellen (automatische densiteitaanpassing)
Druk op [AUTO] op het aanraakscherm.

Tip
De automatische densiteitaanpassing is standaard ingesteld bij het installeren.
Handmatig instellen
Druk op of voor het selecteren van het gewenste densiteitniveau.

Vergroten en verkleinen
U kunt de reproductiefactor van gekopieerde beelden als volgt wijzigen:
Automatische zoomselectie (AMS):
Specificeer vooraf het formaat van het kopieerpapier dat wordt gebruikt. Het multifunctionele systeem bepaalt het origineelformaat en selecteert automatisch de optimale reproductiefactor voor het formaat van het kopieerpapier.
Zowel origineelformaat als kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren:
Specificeer vooraf zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk. Overeenkomstig de gespecificeerde formaten wordt de optimale reproductiefactor automatisch geselecteerd. Deze wordt gebruikt als de automatische zoomselectie niet beschikbaar is, zoals bij het kopiëren van overhead sheets.
De reproductiefactor handmatig specificeren:
U kunt de gewenste reproductiefactor selecteren door op [ZOOM] of de zoom-tiptoetsen op het aanraakscherm te drukken.
Tip
Het beschikbare bereik voor de reproductiefactor verschilt afhankelijk van de plaatsing van het origineel op de glasplaat of op het automatische documentinvoersysteem (optie).
Glasplaat voor originelen: 25 tot 400%
Automatisch documentinvoersysteem: 25 tot 200%
■ Automatische zoomselectie (AMS)
Specificeer vooraf het kopieerpapierformaat zodat het multifunctionele systeem het origineelformaat detecteert en automatisch de optimale reproductiefactor voor het kopieerpapierformaat selecteert.
Deze functie is beschikbaar bij het volgende formaat van de originelen:
Noord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R, ST-R en COMP (COMP is alleen beschikbaar als het automatische documentinvoersysteem wordt gebruikt.)
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R, FOLIO (FOLIO is alleen beschikbaar als het automatische documentinvoersysteem wordt gebruikt.)
Opmerking
Deze functie werkt niet goed bij de onderstaande originelen. Kies andere functies bij het kopiëren ervan.
- Zeer transparante originelen (bijv. overhead transparanten, calqueerpapier)
- Geheel donkere originelen of originelen met donkere randen
- Originelen met niet-standaard formaat (bijv. kranten, tijdschriften)
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

3 Selecteer het gewenste papierformaat en druk vervolgens op [AMS].

Tips
- Indien u een ander papierformaat wilt selecteren dan hieronder aangegeven, moet u het formaat als "ANDERS" vastleggen. Zodra u dit formaat heeft vastgelegd, wordt het geactiveerd telkens wanneer u op [ANDERS] op het aanraakscherm drukt.
Noord-Amerika: LD, LG, LT, ST
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5
Voor de werkwijze bij het vastleggen zie:
P.63 "Papierformaten onder "ANDERS" formaat vastleggen" - Papierformaten kunnen ook worden vastgelegd door in het basismenu op de toets voor de gewenste papierlade in het meldingsgebied voor de status van het systeem te drukken.
4 Plaats de originelen.
Als het origineel op de glasplaat wordt gelegd, wordt de reproductiefactor ingesteld. Als het origineel op het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt geplaatst, wordt de reproductiefactor ingesteld bij het scannen van het origineel.
Opmerking
Indien "Wijzig richting van origineel" verschijnt, wijzig deze dan dienovereenkomstig.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
■ Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de gewenste formaten voor origineel en kopieerpapier.

Tips
- Indien u een ander formaat wilt selecteren dan hieronder voor origineel en kopieerpapier aangegeven, moet u het formaat als "ANDERS" vastleggen. Zodra u dit formaat heeft vastgelegd, wordt het geactiveerd telkens wanneer u op [ANDERS] op het aanraakscherm drukt.
Noord-Amerika: LD, LG, LT, ST
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5
Voor de werkwijze bij het vastleggen zie:
P.63 "Papierformaten onder "ANDERS" formaat vastleggen"
- Papierformaten kunnen ook worden vastgelegd door in het basismenu op de toets voor de gewenste papierlade in het meldingsgebied voor de status van het systeem te drukken.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
□ Papierformaten onder "ANDERS" formaat vastleggen
Indien u een ander formaat wilt selecteren dan hieronder voor origineel en kopieerpapier aangegeven, moet u het formaat op de volgende wijze als "ANDERS" vastleggen. Zodra u dit formaat heeft vastgelegd, wordt het geactiveerd telkens wanneer u op [ANDERS] op het aanraakscherm drukt.
Noord-Amerika: LD, LG, LT, ST
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5
Opmerking
U kunt alleen standaardformaten als [ANDERS] vastleggen en geen niet-standaard formaten.
1 Druk op [INSTELLING FORMAAT] op het aanraakscherm.

2 Selecteer het gewenste formaat.

Het geselecteerde formaat wordt als een "ANDERS" formaat vastgelegd.
■ De reproductiefactor handmatig specificeren
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.

4 Druk op de hieronder weergegeven toetsen voor het selecteren van de gewenste reproductiefactor.
[ MHOOG] en [ OMLAAG] toetsen
De reproductiefactor verandert telkens 1% wanneer een van de toetsen wordt ingedrukt. Wanneer een van beide ingedrukt wordt gehouden, wordt de factor automatisch verhoogd resp. verlaagd.
Zoom-tiptoetsen
Kies de gewenste factor: [400%], [200%], [100%], [50%] of [25%].
Opmerking
Wanneer het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gebruikt, is de maximaal beschikbare factor 200%.

5 Selecteer het gewenste formaat.

Tips
- Indien u een ander papierformaat wilt selecteren dan hieronder aangegeven, moet u het formaat als "ANDERS" vastleggen. Zodra u dit formaat heeft vastgelegd, wordt het geactiveerd telkens wanneer u op [ANDERS] op het aanraakscherm drukt.
Noord-Amerika: LD, LG, LT, ST
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, B4, B5
Voor de werkwijze bij het vastleggen zie:
P.63 "Papierformaten onder "ANDERS" formaat vastleggen" - Papierformaten kunnen ook worden vastgelegd door in het basismenu op de toets voor de gewenste papierlade in het meldingsgebied voor de status van het systeem te drukken.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
■ Afwerkfuncties en als optie leverbare afwerkapparaten
Zie onderstaande tabel voor elke afwerkfunctie.
| Afwerkfunctie Omschrijving | |
| Sorteren uit nieten uit Afdrukken worden | zonder te sorteren of te nieten uitgevoerd. |
| Sorteren (P.69) | Afdrukken worden in dezelfde paginavolgorde als de originelen set voor set uitgevoerd. |
| Groep (P.69) | Afdrukken worden per pagina gegroepeerd uitgevoerd. |
| Roteren en sorteren (P.71) | Afdrukken worden set voor set afwisselend in een andere richting uitgevoerd. |
| Nieten en sorteren (P.72) | Afdrukken worden in de hoek ervan geniet uitgevoerd. |
| Brochure sorteren (P.74) | Afdrukken worden in paginavolgorde voor boek uitgevoerd. |
| Rughechten (P.74) | Afdrukken worden in paginavolgorde voor boek, in het midden gevouwen en geniet uitgevoerd. |
| Brochure sorteren & rughechten (P.74) | Brochure sorteren en rughechten worden gecombineerd. |
| Perforatie (P.77) | Afdrukken worden aan de zijkant geperforeerd uitgevoerd. |
| Handmatig nieten (P.78) | Afdrukken worden handmatig geniet. |
De beschikbare afwerkfuncties verschillen afhankelijk van de als optie geïnstalleerde afwerkapparaten (finisher, perforatie-unit en binnenbak). De volgende afwerkapparaten zijn voor dit multifunctionele systeem beschikbaar:
Finisher
• Finisher MJ-1101 (voor e-STUDIO355/455)
- Finisher voor rughechten MJ-1024 (voor e-STUDIO355/455)
- Finisher voor rughechten MJ-1025 (voor e-STUDIO205L/255/305)
- Zwevende finisher MJ-1031 (voor e-STUDIO205L/255/305/355/455)
Perforatie-unit
• Perforatie-unit MJ-6101 (voor de finisher MJ-1101)
- Perforatie-unit MJ-6004 (voor de finisher voor rughechten MJ-1024)
- Perforatie-unit MJ-6005 (voor de finisher voor rughechten MJ-1025)
Binnenbak
• Taakscheider MJ-5004 (voor e-STUDIO205L/255/305)
- Offset-bak MJ-5005 (voor e-STUDIO205L/255/305)
• Taakscheider MJ-5006 (voor e-STUDIO355/455)
Controleer de afwerkfuncties die bij elk afwerkapparaat worden geactiveerd.
□ Naam van elk onderdeel van de finishers (optie)
MJ-1101

- Bovenste kopieopvangbak
- Onderste kopieopvangbak
- Secundaire bak
- Deksel voorzijde
- Perforatie-unit MJ-6101
- Bedieningseenheid voor nieten
MJ-1024

- Bak 1
- Secundaire bak
- Bak 2
- Bak voor rughechten
- Deksel voorzijde
- Perforatie-unit MJ-6004
- Deksel bovenzijde
MJ-1025

- Secundaire bak
- Bak voor rughechten
- Bak
- Deksel voorzijde
- Perforatie-unit MJ-6005
- Deksel bovenzijde
MJ-1031

- Bak
- Secundaire bak
- Deksel (nietjesmagazijn)
□ Naam van elk onderdeel van de binnenbak (optie)
MJ-5004

Wanneer u meer dan één set afdrukken maakt, kunnen deze in dezelfde paginavolgorde als die van de originelen worden uitgevoerd. Deze modus heet de sorteren-stand. Afdrukken kunnen ook per pagina gegroepeerd worden uitgevoerd. Deze modus heet de groep-stand.
Sorteren-stand

flowchart
graph TD
A["Document 1"] --> B["Document 2"]
B --> C["Document 3"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
Groep-stand

Bij het gebruik van papier van groot formaat zoals A3, B4, LD en LG, trekt u vooraf de secundaire bak uit zodat het kopieerpapier niet valt en netjes wordt gesorteerd.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
Tip
Wanneer u originelen op het automatische documentinvoersysteem (optie) plaatst, verandert de weergave van de toets voor sorteren-stand in "SORTEREN".
3 Druk op [FINISHING] op het aanraakscherm.

4 Druk op [SORTEREN] of [GROEP].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
■ Stand roteren en sorteren
Wanneer u meer dan één set afdrukken maakt, kan elke set bovenop een andere set afwisselend in staande en liggende richting worden uitgevoerd. Deze modus heet roteren en sorteren. Gebruik 2 papierladen en 2 stapels papier van hetzelfde formaat. Leg één stapel papier in staande richting in de ene papierlade en de andere stapel in liggende richting in de andere lade voordat met kopieren wordt begonnen.

flowchart
graph LR
A["Original Document"] --> B["Stacked Document"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
Opmerkingen
- Er kan A4-, B5- en LT-papier in de papierlade of de handinvoerbak worden gebruikt.
- De stand roteren en sorteren is niet beschikbaar als automatische papierselectie wordt geselecteerd.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [FINISHING] op het aanraakscherm.

4 Druk op [ROTEREN].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
■ Stand nieten en sorteren
Wanneer meer dan één set afdrukken wordt gemaakt, kan het gekopieerde papier automatisch set voor set geniet worden. Deze modus heet nieten en sorteren. Als de finisher MJ-1101 (optie) of de finisher voor rughechten MJ-1024/1025 (optie) wordt gebruikt, kunt u uit 3 verschillende posities voor de nietjes kiezen.
Voorbeeld: Wanneer [VOORZIJDE NIETEN] wordt geselecteerd

Opmerkingen
- Speciaal papier zoals overhead transparanten of etiketten is niet van toepassing.
- Er kunnen geen afdrukken van verschillende formaten worden geniet. (Als de lengte van de afdrukken hetzelfde is, kunnen deze wel worden geniet.)
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [FINISHING] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de gewenste positie van de nietjes: [VOOR NIETEN], [DUBBEL NIETEN] of [ACHTER NIETEN].

Opmerking
Alleen [VOORZIJDE NIETEN] kan worden geselecteerd als de zwevende finisher MJ-1031 (optie) is geïnstalleerd.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Tip
Wanneer het aantal vellen het maximale aantal mogelijke vellen voor nieten overschrijdt, schakelt het multifunctionele systeem automatisch over op de Sorteren-stand.
☐ Maximaal aantal mogelijke vellen voor nieten
Het maximale aantal mogelijke vellen voor nieten is verschillend afhankelijk van het geïnstalleerde afwerkapparaat, het papierformaat of het papiergewicht.
Finisher MJ-1101 / finisher voor rughechten MJ-1024
| Papierformaat | Papiergewicht | ||
| 64 - 80 g/m2(17 - 20 lb. Bond) | 81 - 90 g/m2(21 - 24 lb. Bond) | 91 - 105 g/m2(25 - 28 lb. Bond) | |
| A4, B5, LT 50 vel 30 vel 30 vel | |||
| A3, A4-R, B4, FOLIO, LD,LG, LT-R, COMP | 30 vel 15 vel 15 | vel | |
Zwevende finisher MJ-1031
| Papierformaat | Papiergewicht | ||
| 64 - 80 g/m2(17 - 20 lb. Bond) | 81 - 90 g/m2(21 - 24 lb. Bond) | 91 - 105 g/m2(25 - 28 lb. Bond) | |
| A4, B5, LT 50 vel 26 vel 24 vel | |||
| A3, A4-R, B4, FOLIO, LD,LG, LT-R, COMP | 30 vel 15 vel 15 | vel | |
Finisher voor rughechten MJ-1025
| Papierformaat | Papiergewicht | |
| 64 - 80 g/m2(17 - 20 lb. Bond) | 81 - 90 g/m2(21 - 24 lb. Bond) | |
| A4, B5, LT 50 vel 30 vel | ||
| A3, A4-R, B4, FOLIO, LD,LG, LT-R, COMP | 25 vel 25 vel | |
Opmerkingen
- Voor het maximale aantal vellen dat in de bak kan worden geplaatst zie de Snelstartgids.
- 2 kaftbladen (MJ-1101/MJ-1024/MJ-1031: 64 tot 209 g/m² (17 lb. Bond tot 110 lb. Index), MJ-1025: er kunnen 64 tot 128 g/m² (17 tot 34 lb. Bond)) worden toegevoegd. In dat geval is het aantal mogelijke vellen inclusief 2 kaftbladen.
■ Brochure sorteren / Rughechten
U kunt meer dan één origineel kopieren en de afdrukken tot een boekje samenvoegen. Deze modus heet Brochure sorteren. U kunt het gekopieerde boekje laten vouwen en in het midden nieten. Deze modus heet rughechten.
Brochure sorteren

Wanneer staande originelen zoals aan de rechterzijde weergegeven in liggende richting in de modus Brochure sorteren of Brochure sorteren & rughechten worden geplaatst, moet de functie Beeldrichting in het menu BEWERKEN worden geactiveerd. Anders worden de originelen niet in de juiste paginavolgorde gekopieerd. P.122 "Beeldrichting"

De modus Brochure sorteren kan ook in het menu BEWERKEN worden geselecteerd. Indien u deze in het menu BEWERKEN selecteert, kunt u de inbindruimte instellen. Zie de volgende pagina voor meer informatie: P.103 "Brochure sorteren"
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Opmerking
Speciaal papier zoals overhead transparanten of etiketten is niet van toepassing.
2 Selecteer het gewenste papierformaat.
De volgende formaten zijn mogelijk:
Brochure sorteren:A3, A4-R, A5-R, B4, B5-R, LD, LT-R, LG, ST-R
Brochure sorteren & rughechten, rughechten: A3, A4-R, B4, LD, LT-R, LG
3 Haal voor het hechten van grote formaten zoals A3, B4, LD en LG met de finisher voor rughechten MJ-1024 (optie), de opvang van de bak voor rughechten af.

4 Plaats de originelen.
Plaats de originelen op het automatische documentinvoersysteem (optie) zoals afgebeeld op de vorige pagina. Plaats de originelen in de onderstaande volgorde op de glasplaat:
Brochure sorteren, brochure sorteren & rughechten: plaats de eerste pagina van het origineel als eerste.
Rughechten: bijvoorbeeld als het totale aantal pagina's 12 is, plaats pagina 1 en 12 tezamen en dan pagina 2 en 11, dan pagina 10 en 3, dan pagina 4 en 9, dan pagina 8 en 5, dan pagina 6 en 7.
5 Druk op [FINISHING] op het aanraakscherm.

6 Selecteer de gewenste modus: [BROCHURE], [BROCHURE & RUGHECHTEN] en [RUGHECHTEN].

Opmerking
[BROCHURE SORTEREN & RUGHECHTEN] en [RUGHECHTEN] kunnen alleen worden geselecteerd als de finisher voor rughechten (optie) is geïnstalleerd.
7 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
□ Eisen met betrekking tot rughechten
Finisher voor rughechten MJ-1024
| Papierformaat | Papiergewicht *1 | Maximaal aantal vellen voor rughechten *2 | Maximaal aantal sets in bak voor rughechten |
| A3, A4-R, B4, LD, LT-R, LG | 64 - 80 g/m2(17 - 20 lb. Bond) | 15 vel | 11 - 15 vel / 10 sets6 - 10 vel / 20 setsMinder dan 5 vel / 25 sets |
| 81 - 105 g/m2(21 - 28 lb. Bond) | 10 vel | 6 - 10 vel / 15 sets (5 sets indien het kaftblad wordt toegevoegd)Minder dan 5 vel / 25 sets (5 sets indien het kaftblad wordt toegevoegd) |
Finisher voor rughechten MJ-1025
| Papierformaat | Papiergewicht *1 | Maximaal aantal vellen voor rughechten *2 | Maximaal aantal sets in bak voor rughechten |
| A3, A4-R, B4, LD, LT-R, LG | 64 - 80 g/m2(17 - 20 lb. Bond) | 10 vel | 6 - 10 vel / 10 setsMinder dan 5 vel / 20 sets |
| 81 - 90 g/m2(21 - 24 lb. Bond) | 6 vel |
*1 Neem bij verschillende papiergewichten de waarde van het zwaarste.
*2 1 kaftblad (MJ-1024: 64 tot 209 g/m 2 (17 lb. Bond tot 110 lb. Index), MJ-1025: er kunnen 64 tot 128 g/m 2 (17 tot 34 lb. Bond)) worden toegevoegd. In dat geval is het aantal vellen per set inclusief het kaftblad.
■ Perforatie-modus
Afdrukken kunnen worden geperforeerd als de perforatie-unit (optie) op een finisher is geïnstalleerd.
Opmerkingen
- Er is papier waarvan het formaat welke van A3, A4, A4-R, B4, B5, B5-R, FOLIO, LD, LG, LT, LT-R, ST-R en COMP ook is, en waarvan het gewicht 64 tot 256 g/m 2 (17 lb. Bond tot 140 lb. Index) (MJ-6101/MJ-6004) is en 64 tot 80 g/m 2 (17 tot 20 lb. Bond) (MJ-6005), beschikbaar.
- Speciaal papier zoals overhead transparanten of etiketten is niet van toepassing.
1 Plaats papier in de papierlade(n).
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [FINISHING] op het aanraakscherm.

4 Druk op [PERFOREREN].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
■ Handmatig nieten
U kunt afdrukken handmatig nieten zonder te kopiëren. Dit is handig wanneer u vóór het kopiëren vergeten bent de modus nieten en sorteren in te stellen of wanneer u originelen wilt nieten. (Alleen mogelijk met de finisher MJ-1101)
Maximaal aantal vellen voor handmatig nieten
| Papierformaat | Papiergewicht | ||
| 64 - 80 g/m2(17 - 20 lb. Bond) | 81 - 90 g/m2(21 - 24 lb. Bond) | 91 - 105 g/m2(25 - 28 lb. Bond) | |
| A4, B5, LT 50 vel 30 vel 30 vel | |||
| A3, A4-R, B4, FOLIO, LD,LG, LT-R, COMP | 30 vel 15 vel 15 | vel | |
Gebruik de toetsen op de bedieningseenheid voor nieten van de finisher (optie) voor handmatig nieten.

1 Druk op de niet-toets op de bedieningseenheid voor nieten.
De sluiteenheid van de papieruitvoer wordt geopend en het multifunctionele systeem schakelt over op handmatig nieten.
2 Druk op de toets voor de positie van de nietjes (voorzijde of achterzijde).
3 Plaats papier in de onderste kopieopvangbak van de finisher (optie).
Waaier het papier goed los en stoot het gelijk. Plaats het met de te kopiëren zijde naar beneden.
Wanneer in de hoek aan de voorzijde wordt geniet, moet het papier tegen de aanleglijst aan de voorzijde worden geplaatst. Wanneer aan de achterzijde wordt geniet, moet het papier tegen de aanleglijst aan de achterzijde worden geplaatst.

Het symbool voor het nieten gaat branden als het papier op de juiste wijze is geplaatst. Als dit niet het geval is, dient het papier goed te worden geplaatst.
4 Laat het papier los en druk vervolgens op de niet-toets.
Het nieten begint. Als de symbolen voor de positie van de nietjes beginnen te knipperen, is het nieten voltooid. Verwijder daarna het geniete papier.
⚠️ VOORZICHTIG
Houd uw handen uit de buurt van het papier wanneer er wordt geniet.
Handmatig nieten beëindigen
Verwijder het geniete papier uit de onderste kopieopvangbak en druk vervolgens op de niet-toets. De sluiteenheid van de papieruitvoer wordt gesloten. Dit betekent dat het handmatige nieten is beëindigd. Wanneer de functie gedurende ca. 15 seconden niet wordt geactiveerd, wordt het handmatige nieten automatisch beëindigd.
Dubbelzijdig kopiëren
U kunt een enkelzijdig origineel naar een dubbelzijdige afdruk kopieren en omgekeerd of een dubbelzijdig origineel naar een dubbelzijdige afdruk. Dit is handig wanneer u papier wilt besparen of wanneer u een boek met behoud van de juiste paginavolgorde wilt kopieren.
Enkelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk (III P.80)

Dubbelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk (P.80)

Enkelzijdig origineel -> dubbelzijdige afdruk (P.81)

Dubbelzijdig origineel -> dubbelzijdige afdruk (P.81)

Boek -> dubbelzijdige afdruk (P.82)

Opmerking
Gebruik normaal papier of DIK 1 voor dubbelzijdig kopiëren.
■ Een enkelzijdige afdruk maken
Tip
Bij het kopiëren van dubbelzijdige staande originelen die maar aan één zijde van het papier naar links/rechts zijn geopend, moet de functie beeldrichting in het menu BEWERKEN worden gebruikt zodat alle afdrukken in de juiste richting worden uitgevoerd.
P.122 "Beeldrichting"
Geen instelling"AFDRUKRICHTING" instell

1 Plaats papier in de papierlade(n).
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [2-ZIJDIG] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de gewenste modus.
[1->1 ENKELZIJDIG]: Enkelzijdig origineel naar enkelzijdige afdruk [2->1 SPLITSEN]: Dubbelzijdig origineel naar enkelzijdige afdruk

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
■ Een dubbelzijdige afdruk maken
Tip
Wanneer enkelzijdige staande originelen in liggende richting zijn geplaatst en op beide zijden van het papier worden gekopieerd, zijn de afdrukken meestal in naar boven/beneden geopende richting. U kunt afdrukken maken in naar links/rechts geopende richting met behulp van de functie beeldrichting.
P.122 "Beeldrichting"
3

1 Plaats papier in de papierlade(n).
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [2-ZIJDIG] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de gewenste modus.
[1 -> 2 DUBBELZIJDIG]: Enkelzijdig origineel naar dubbelzijdige afdruk [2 -> 2 DUBBELZIJDIG]: Dubbelzijdig origineel naar dubbelzijdige afdruk

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Plaats het origineel op de glasplaat zoals beschreven in stap 6 en 7 op P.28 "Basiskopieerprocedure".
■ Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken
U kunt dubbelzijdige afdrukken maken van boeken of catalogi in de juiste paginavolgorde.
Tip
A4-, B5- en LT-formaat zijn mogelijk.
1 Plaats papier in de papierlade(n).
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Druk op [2-ZIJDIG] op het aanraakscherm.

3 Druk op [BOEK -> 2] op het aanraakscherm.

4 Selecteer de boekkopieerfunctie.
Voorbeeld: Wanneer pagina 2 t/m 6 van een boek geopend naar links moeten worden gekopieerd, selecteer [LINKS -> LINKS].
2 3 6 7
5 Druk op de toets voor de papierlade met het gewenste papierformaat. Alleen A4-, B5- en LT-formaat zijn mogelijk.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen. Als voor de afdruk een inbindruimte nodig is, selecteer dan de functie boekinbindruimte in het menu BEWERKEN. P.93 "Inbindruimte creëren"
7 Leg het origineel op de glasplaat. Plaats het origineel met de onderzijde naar u toe gekeerd en leg het midden ervan op de gele lijn onder de glasplaat.
⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Door het breken van de glasplaat kunt u letsel oplopen.
8 Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel. Leg de volgende op de glasplaat voor originelen zodra de pagina's zijn gescand.
Herhaal deze stap totdat alle gewenste pagina's zijn gescand. Als de laatste pagina een enkele pagina is, druk dan op [KOPIE LAATSTE PAGINA] op het aanraakscherm en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel om het scannen te starten. De gescande pagina's worden gekopieerd.

9 Druk op [GEREED] wanneer alle pagina's zijn gescand.
De gescande pagina's worden gekopieerd.
Tip
Zelfs wanneer u niet op [GEREED] drukt, wordt het kopiëren door middel van de automatische wis-functie gestart.
Opslaan als bestand uitvoeren
Met de functie Opslaan als bestand kunt u de gekopieerde gegevens in de gedeelde map van de harde schijf van het multifunctionele systeem of een opgegeven pc in een netwerk opslaan. De gegevens kunnen als PDF-, TIFF- of XPSbestand worden opgeslagen.
Opmerkingen
- De functie "OPSLAAN ALS BESTAND" is alleen beschikbaar als de scannerset of printer-/scannerset (beide optioneel) is geïnstalleerd.
- De gegevens worden als zwarte afbeeldingen opgeslagen (resolutie: alleen 600 dpi). De door middel van deze functie opgeslagen gegevens zijn geschikt om af te drukken, maar niet om als afbeelding in uw pc te importeren. Voor een optimale afdrukkwaliteit voor het importeren is het raadzaam voor het opslaan van de gegevens de functie scannen naar bestand van dit multifunctionele systeem te gebruiken.
- De netwerkbeheerder dient vooraf instellingen voor de functie kopieren & opslaan te realiseren. Voor meer informatie zie de Handleiding voor TopAccess.
- Het is raadzaam een reservekopie van de opgeslagen gegevens in de gedeelde map op te slaan.
Tip
U kunt gegevens opslaan in een e-Filing-box door middel van de e-Filing-functie. Voor meer informatie zie de Handleiding voor elektronische archivering (e-Filing).
1 Plaats de originelen.
2 Druk op [OPSLAG] op het aanraakscherm.

3 Druk op [OPSLAAN ALS BESTAND] op het aanraakscherm.

4 Druk op de desbetreffende toetsen voor de invoer van informatie over de gegevens die moeten worden opgeslagen. Druk daarna op [OK].

DOC.NAAM: Druk hierop voor de weergave van het bedieningspaneel op het scherm. Toets daarna de doc.naam met maximaal 45 letters in.
MFP LOKAAL: Druk hierop om de gegevens in de gedeelde map van het multifunctionele systeem op te slaan. NETWERK 1, NETWERK 2: Druk op een van de twee om de gegevens op te slaan in de gedeelde map van een pc die via een netwerk met het multifunctionele systeem is verbonden.
Opmerkingen
- U kunt er maximaal 2 selecteren uit [MFP LOKAAL], [NETWERK 1] en [NETWERK 2]. U kunt het geselecteerde item annuleren door opnieuw op dezelfde toets te drukken.
- Als een gebruiker die gemachtigd is de instelling van [NETWERK 1] en [NETWERK 2] te wijzigen, een van beide toetsen heeft ingedrukt, verschijnt het menu voor het opgeven van een index. Zie in dat geval voor het opgeven van de index:
P.87 "Instellen van gedeelde map"
PDF / TIFF / XPS: Dit zijn de bestandsformaten waarin de gegevens worden opgeslagen. Selecteer een daarvan. MEERVOUDIG / ENKELVOUDIG: Deze dienen om aan te geven of de gegevens in een bestand van een of meer pagina's worden opgeslagen. Wanneer "MEERVOUDIG" wordt geselecteerd, worden alle gescande gegevens als één bestand opgeslagen. Wanneer "ENKELVOUDIG" wordt geselecteerd, wordt een map aangemaakt en elke pagina van de gescande gegevens wordt als afzonderlijk bestand in de map opgeslagen.
5 Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Wanneer het origineel op het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt geplaatst, start het kopiëren en opslaan gelijktijdig.
Wanneer het origineel op de glasplaat wordt gelegd, dient als volgt te werk te worden gegaan.
6 Leg het volgende origineel op de glasplaat en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Herhaal deze stap totdat het scannen van alle originelen is voltooid.
7 Als alle originelen zijn gescand, drukt u op [GEREED] op het aanraakscherm.

Het kopieren en opslaan begint.
3
■ Instellen van gedeelde map
Wanneer een gebruiker die gemachtigd is een gedeelde map te wijzigen, op [NETWERK 1] of [NETWERK 2] heeft gedrukt, verschijnt het menu voor het opgeven van een index.
De instellingsitems verschillen afhankelijk van het te gebruiken bestandsoverdrachtsprotocol. FTP, SMB, NetWare IPX/SPX en NetWare TCP/IP kunnen als bestandsoverdrachtsprotocol worden geselecteerd.
FTP

Door op een van de onderstaande toetsen te drukken verschijnt het toetsenbord op het scherm. Voer in met de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. Druk na beeindiging van de invoer op [OK].
SERVERNAAM: Druk hierop voor de invoer van het IP-adres van de FTP-server. Toets bijvoorbeeld bij de overdracht van de gegevens naar een FTP-map ftp://10.10.70.101/user01/scan/ in: "10.10.70.101".
NETWERKPAD: Druk hierop voor de invoer van een netwerkpad voor een FTP-map waarin de gegevens moeten worden opgeslagen. Voer bijvoorbeeld bij de overdracht van de gegevens naar een FTP-map ftp://10.10.70.101/user01/scan/in: "user01\scan".
GEBR.NAAM LOGIN: Druk hierop voor de invoer van de gebruikersnaam voor het inloggen op de FTP-server. Voer zoals vereist in.
WACHTWOORD: Druk hierop voor de invoer van een wachtwoord voor het inloggen op de FTP-server. Voer zoals vereist in.
COMMANDOPOORT: Druk hierop voor de invoer van een commandopoortnummer voor de uitvoering van commando's. Normaal gesproken wordt in dit veld “-” ingevoerd en dat wil zeggen dat een door de beheerder ingesteld poortnummer wordt gebruikt. Wijzig dit alleen indien u een ander poortnummer wilt gebruiken.
SMB

Door op een van de onderstaande toetsen te drukken verschijnt het toetsenbord op het scherm. Voer in met de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. Druk na beëindiging van de invoer op [OK].
NETWERKPAD: Druk hierop voor de invoer van een netwerkpad voor de map waarin de gegevens moeten worden opgeslagen.
GEBR.NAAM LOGIN: Druk hierop voor de invoer van een gebruikersnaam voor de toegang tot de netwerkmap. Voer zoals vereist in.
WACHTWOORD: Druk hierop voor de invoer van een wachtwoord voor de toegang tot de netwerkmap. Voer zoals vereist in.
Tip
Indien u [SMB] heeft geselecteerd, zijn de instellingen voor [SERVERNAAM] en [COMMANDOPOORT] niet nodig.
Door op een van de onderstaande toetsen te drukken verschijnt het toetsenbord op het scherm. Voer in met de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel. Druk na beëindiging van de invoer op [OK].
SERVERNAAM: Wanneer u [NetWare IPX] heeft geselecteerd, voer de servernaam van NetWare-server of Tree/Context (indien NDS bruikbaar is) in. Wanneer u [NetWare IP] heeft geselecteerd, voer het IP-adres van NetWare-server in.
NETWERKPAD: Druk hierop voor de invoer van een netwerkpad voor een NetWare-servermap waarin de gegevens moeten worden opgeslagen. Voer bijvoorbeeld bij de overdracht van de gegevens naar een map "sys\scan" van NetWare-server "\sys\scan" in.
GEBR.NAAM LOGIN: Druk hierop voor de invoer van een gebruikersnaam voor het inloggen op de NetWare-server. Voer zoals vereist in.
WACHTWOORD: Druk hierop voor de invoer van een wachtwoord voor het inloggen op de NetWare-server. Voer zoals vereist in.
4
BEWERKEN-FUNCTIES
In dit hoofdstuk wordt het gebruik van de verschillende kopieerfuncties in het menu BEWERKEN beschreven.
Weergave Menu BEWERKEN....90
Beeld verplaatsen....91
Marge boven/onder of marge links/rechts creëren....91
Inbindruimte creëren 93
Rand wissen 95
Boekmidden wissen....96
Dubbele pagina....98
2IN1/4IN1 100
Brochure sorteren....103
Beeld Bewerken....105
Trimmen / Maskeren....105
Spiegelbeeld / Negatief/positief-omkering 108
XY-zoom....109
Kaftblad....110
Invoegvel.... 113
Tijdstempel 116
Paginanummer 117
Taakopbouw.... 119
Beeldrichting 122
Boek - kalender....124
ADF -> SADF 125
Geen blanco pagina ....127
Buitenkant wissen....129
Weergave Menu BEWERKEN
U kunt het menu BEWERKEN oproepen door te drukken op het tabblad [BEWERKEN] op het aanraakscherm wanneer u de verschillende bewerken-functies wilt gebruiken.



Het menu BEWERKEN omvat 2 pagina's. Om tussen de pagina's te schakelen druk op of .

Beeld verplaatsen
U kunt een inbindruimte creëren door een beeld naar de linker-, rechter-, boven- of onderzijde van het kopieerpapier te verplaatsen. Deze functie heet "beeld verplaatsen". Dit is handig wanneer u een stapel papier na het kopieeren wilt perforeren of nieten. Met deze functie kunt u eenvoudig een inbindruimte creëren wanneer u een boek op beide zijden van het papier kopieert.

U kunt een inbindruimte overeenkomstig de onderstaande combinaties als volgt creëren:
- Marge boven/onder en marge links/rechts
- Marge boven/onder en inbindruimte
■ Marge boven/onder of marge links/rechts creëren
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [BEELD VERPL.] in het menu BEWERKEN.

4 Selecteer het type inbindruimte.

5 Stel de breedte van de inbindruimte in.
1) Druk op [VOOR] en stel de breedte van de inbindruimte aan de voorzijde in met behulp van [2mm] en [▲00 mm].
2) Druk op [ACHTER] en stel de breedte van de inbindruimte aan de achterzijde in met behulp van [2mm] en [▲00 mm].
3) Druk op [OK].

Tip
Let op dat bij dubbelzijdig kopieren een inbindruimte links/rechts aan de tegenoverliggende zijde op de achterzijde van het papier wordt gecreëerd. (Bijvoorbeeld wanneer een inbindruimte aan de rechterkant op de voorzijde van het papier wordt gecreëerd, gebeurt dit aan de linkerkant op de achterzijde.)
6 Druk op [OK].

7 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Inbindruimte creëren
U kunt eenvoudig een inbindruimte creëren bij het kopiëren van een boek op beide zijden van het papier. P.82 "Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken"
1 Druk op [BEELD VERPL.] in het menu BEWERKEN.

2 Druk op [BOEK].

3 Stel de breedte van de inbindruimte in.
1) Druk op [2mm] of [30 mm].
2) Druk op [OK].

4 Druk op [OK].

Selecteer ook "Boek -> dubbelzijdige afdruk".
P.82 "Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken"
Rand wissen
U kunt de rand van een gekopieerd beeld wit maken wanneer een schaduwachtig donker gedeelte erop verschijnt. Deze functie heet "rand wissen". Dit is handig wanneer u het gekopieerde beeld netjes en schoon wilt maken als de rand van het origineel vuil of gescheurd is.

Alleen originelen met standaardformaat zijn mogelijk.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [RAND WISSEN] in het menu BEWERKEN.

4 Stel de breedte van het te wissen gedeelte in.
1) Druk op [2mm] of [50 mm].
2) Druk op [OK].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Boekmidden wissen
U kunt het midden van het gekopieerde beeld wit maken wanneer een schaduwachtig gedeelte erop verschijnt. Deze functie heet "boekmidden wissen". Dit is handig bij het kopiëren van boeken.

1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Selecteer de papierlade voor het gewenste papierformaat.

3 Druk op [WISSEN FOR BLANK] in het menu BEWERKEN.

4 Stel de breedte van het te wissen gedeelte in.
1) Druk op [2mm] of [50 mm].
2) Druk op [OK].

5 Leg het origineel op de glasplaat.
Plaats het origineel met de onderzijde naar u toe gekeerd en leg het midden ervan op de gele lijn onder de glasplaat.

⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Door het breken van de glasplaat kunt u letsel oplopen.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Dubbele pagina
U kunt de 2 tegenoverliggende pagina's van een boek of 2 originelen naast elkaar op 2 aparte vellen of op beide zijden van 1 vel papier kopieren. Deze functie heet "dubbele pagina". U hoeft het origineel op de glasplaat niet te verschuiven.

Tip
Alleen A4-, B5- en LT-formaat zijn mogelijk.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Druk op [TWEE PAG.] in het menu BEWERKEN.

3 Druk op [1-ZIJDIG] of [2-ZIJDIG].
1-ZIJDIG: De 2 tegenoverliggende pagina's van het origineel op 1 zijde van 2 aparte vellen papier kopieren
2-ZIJDIG: De 2 tegenoverliggende pagina's van het origineel op 2 zijden van 1 vel papier kopieren

4 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen.
U kunt ook "beeld verplaatsen" selecteren.
P.91 "Marge boven/onder of marge links/rechts creëren"
5 Druk op het tabblad [BASIS] voor de weergave van het basismenu en selecteer vervolgens A4, B5 of LT als kopieerpapierformaat.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
6 Open de gewenste pagina en leg deze op de glasplaat voor originelen.
Plaats het origineel met de onderzijde naar u toe gekeerd en leg het midden ervan op de gele lijn onder de glasplaat.

⚠️ VOORZICHTIG
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Door het breken van de glasplaat kunt u letsel oplopen.
7 Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel. Open de volgende pagina's en plaats deze wanneer het scannen van de geopende pagina's is voltooid.
Herhaal deze procedure totdat alle gewenste pagina's zijn gescand. Als de laatste pagina een enkele pagina is, druk dan op [KOPIE LAATSTE PAGINA] op het aanraakscherm en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel om het scannen te starten. De gescande pagina's worden gekopieerd.

8 Druk op [GEREED] wanneer alle pagina's zijn gescand.
De gescande pagina's worden gekopieerd.
2IN1/4IN1
U kunt 2 of 4 originelen op 1 vel papier kopieren door deze te verkleinen. Deze functie heet "2IN1" of "4IN1". Bij het gebruik van deze functie in combinatie met dubbelzijdig kopieren kunt u in totaal 8 afdrukken op 1 vel papier maken.
De onderstaande afbeeldingen tonen hoe u de afdrukken kunt rangschikken.
2IN1

2IN1 & dubbelzijdig kopiëren (a: zijde 1, b: zijde 2)

flowchart
graph LR
A["Document 1"] --> B["Section a: A, B, C, D"]
B --> C["Section b: C, D, 1, 2, 3, 4"]
C --> D["Section a: A, B, C, D"]
D --> E["Section b: C, D, 1, 2, 3, 4"]
E --> F["Final Output"]
4IN1 & dubbelzijdig kopiëren (a: zijde 1, b: zijde 2)

flowchart
graph LR
A["Document with letter 'A' at top"] --> B["Table with columns 1-7 and letter 'B'"]
B --> C["Arrow to table 'a'"]
B --> D["Arrow to table 'b'"]
C --> E["Table with columns 1-7 and letter 'E'"]
D --> F["Table with columns 1-7 and letter 'F'"]
E --> G["Arrow to table 'a'"]
F --> H["Arrow to table 'b'"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
style F fill:#cfc,stroke:#333
style G fill:#fcc,stroke:#333
style H fill:#cfc,stroke:#333
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
Tip
Als u een papierformaat selecteert dat afwijkt van dat van het origineel, druk dan op [ZOOM] in het basismenu. Selecteer daarna het gewenste papierformaat en druk op [AMS] in het onderstaande menu.

2 Plaats de originelen.
3 Druk op [2IN1 / 4IN1] in het menu BEWERKEN.

4 Voer instelling 2IN1 / 4IN1 uit.
AANTAL PAGINA'S PER VEL: Als u 2 originelen op 1 pagina wilt kopieren, selecteer dan [2IN1]. Als u er 4 op 1 pagina wilt kopieren, selecteer dan [4IN1].
2-ZIJDIG: Selecteer [1->1 ENKELZIJDIG], [1->2 DUBBELZIJDIG], [2->2 DUBBELZIJDIG] of [2->1 DUBBELZ. NAAR 2 ENKELZ.].

Druk op [OK] nadat u alle benodigde items hebt geselecteerd.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Als de originelen op het automatische documentinvoersysteem (optie) zijn geplaatst, start het scannen en kopieren. Voer stap 6 en 7 uit als deze op de glasplaat voor originelen zijn geplaatst.
6 Plaats het volgende origineel en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het scannen van het volgende origineel begint. Het scannen begint ook wanneer u op [JA] op het aanraakscherm en vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel drukt. Bij meer dan één origineel dient deze stap te worden herhaald totdat het scannen van alle originelen is voltooid.
7 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, druk dan op [GEREED] op het aanraakscherm.
Het kopiëren begint.
Brochure sorteren
U kunt meer dan één origineel kopieren in boekpaginavolgorde. Deze modus heet Brochure sorteren. Deze functie kan worden gecombineerd met het vouwen en nieten van de gekopieerde pagina's in het midden. Deze modus heet Brochure sorteren & rughechten.
Brochure sorteren

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["..."]
D --> E["12"]
E --> F["6"]
F --> G["7"]
G --> H["4"]
H --> I["9"]
I --> J["2"]
J --> K["11"]
Brochure sorteren & rughechten

flowchart
graph LR
A["Stacked 3D Blocks"] --> B["Add: Dotted"]
B --> C["Add: 12"]
C --> D["→"]
D --> E["Open Book with Section 6 and Section 7"]
Brochure sorteren kan ook in het basismenu worden geselecteerd. Zie de volgende pagina voor meer informatie: P.74 "Brochure sorteren / Rughechten"
1 Vul de papierlade(n) met papier.
De volgende formaten zijn mogelijk: Brochure sorteren: A3, A4-R, A5-R, B4, B5-R, LD, LG, LT-R, ST-R Brochure sorteren & rughechten: A3, A4-R, B4, LD, LG, LT-R
2 Selecteer het papierformaat.
Papierlade: 📄 P.54 "Automatische papierelectie (APS)" Handinvoerbak: 📄 P.36 "Kopieren met handinvoer"
3 Plaats de originelen.
Tip
Wanneer staande originelen zoals aan de rechterzijde weergegeven in liggende richting in de modus Brochure sorteren of Brochure sorteren & rughechten worden geplaatst, moet de functie Beeldrichting in het menu BEWERKEN worden geactiveerd. Anders worden de originelen niet in de juiste paginavolgorde gekopieerd. [1] P.122 "Beeldrichting"

4 Druk op [BROCHURE] in het menu BEWERKEN.

5 Stel de functie rughechten en de inbindruimte naar wens in.
1) Druk bij de instelling van rughechten op [NIETEN AAN]. Hoeft er niet geniet te worden, druk dan op [NIETEN UIT].
2) Druk op [2mm] of [30 mm] voor de instelling van de breedte van de inbindruimte.
3) Druk op [OK].

Tip
Voor het maximale aantal mogelijke vellen voor rughechten zie:
[1] P.74 "Brochure sorteren / Rughechten"
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Beeld Bewerken
U kunt de verschillende hieronder weergegeven bewerken-functies voor gescande beelden selecteren.
Trimmen: U kunt een bepaald gebied van een origineel selecteren en alleen dit kopiëren.
Maskeren: U kunt een bepaald gebied van een origineel maskeren en alleen het ongemaskeerde gebied kopieren.
Spiegelbeeld: U kunt een pagina in spiegelbeeld afdrukken.
Negatief/positief-omkering: U kunt het zwart en wit van een pagina omkeren.
■ Trimmen / Maskeren
U kunt het gewenste gebied van een origineel selecteren en alleen dit kopieren (trimmen). U kunt het gewenste gebied van een origineel ook maskeren en alleen het ongemaskeerde gedeelte kopieren (maskeren). Bij beide functies kunt u maximaal 4 gebieden van 1 origineel selecteren. Het geselecteerde gebied moet zich in een rechthoek bevinden.

- Alleen originelen met standaardformaat zijn mogelijk.
- Let op dat het complete beeld van het geselecteerde gebied mogelijk niet wordt gekopieerd indien u geen correct formaat voor origineel en kopieerpapier hebt gekozen.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Druk op [BEWERKEN] in het menu BEWERKEN.

3 Druk op [TRIM] of [MASK].

4 Leg het origineel met de af te drukken zijde naar boven op de glasplaat.
Plaats het met de onderzijde naar u toe gekeerd. Plaats de linkerbovenhoek op die van de glasplaat zodat het origineel tegen de aanleglijst ligt.

Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Door het breken van de glasplaat kunt u letsel oplopen.
5 Lees de volgende 4 waarden af om het gebied met behulp van de schaalverdeling aan de linker- en bovenzijde van de glasplaat voor originelen aan te geven.
X1: Van de linkerbovenzijde tot de linkerrand van het geselecteerde gebied
X2: Van de linkerbovenzijde tot de rechterrand van het geselecteerde gebied
Y1: Van de linkerbovenzijde tot de bovenste rand van het geselecteerde gebied
Y2: Van de linkerbovenzijde tot de onderste rand van het geselecteerde gebied
Let op dat de markeringen van de aanleglijsten een onderlinge afstand van 2 mm hebben.

6 Toets de afgelezen waarden in.
1) Druk op [X1], [X2], [Y1] en [Y2] en toets vervolgens de bijbehorende afgelezen waarden in.
2) U kunt maximaal 4 gebieden op 1 pagina aangeven. Als u meer dan één gebied wilt aangeven, druk dan op of om van gebied te wisselen en toets vervolgens de bijbehorende waarden in.
3) Druk op [OK] nadat u alle gebieden hebt aangegeven.

7 Leg het origineel weer op de glasplaat met de af te drukken zijde naar beneden.
Plaats het met de onderzijde naar u toe gekeerd. Leg de linkerbovenhoek ervan op die van de glasplaat.

8 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
■ Spiegelbeeld / Negatief/positief-omkering
U kunt een pagina zoals een spiegel (spiegelbeeld) omkeren of u kunt het zwart en wit van een pagina omkeren (negatief/positief-omkering).

1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [BEWERKEN] in het menu BEWERKEN.

4 Druk op [SPIEGEL] of [NEG/POS].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
U kunt de reproductiefactor zowel in verticale als in horizontale richting afzonderlijk wijzigen. Deze functie heet "XY-zoom".

De reproductiefactor kan worden ingesteld van 25 tot 400%. In de volgende gevallen is dit bereik echter 25 tot 200%.
- Wanneer de modus voor originelen KLEURENDOCUMENT is
- Wanneer het origineel op het automatische documentinvoersysteem (optie) is geplaatst
1 Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [XY-ZOOM] in het menu BEWERKEN.

4 Stel de reproductiefactor zowel in verticale als in horizontale richting in.
1) Druk op [X] en vervolgens op [20%] of [400%] voor horizontale richting.
2) Druk op [Y] en vervolgens op [25%] of [400%] voor verticale richting.
3) Druk op [OK].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Kaftblad
U kunt een speciale papiersoort zoals gekleurd papier voor het voorkaft of het achterkaft toevoegen. Deze functie heet "kaftblad". De modus kaftblad heeft de volgende 4 mogelijkheden:
BLANCO VOORKAFT: Voegt een leeg vel als voorkaft toe.

GEKOPIEERD VOORKAFT: Voegt een gekopieerd vel als voorkaft toe.

BEIDE BLANCO: Voegt 2 blanco pagina's als voorkaft en achterkaft toe.

GEKOPIEERD VOORKAFT BLANCO ACHTERKAFT: Voegt een gekopieerd vel als voorkaft en een leeg vel als achterkaft toe.

flowchart
graph LR
A["Receipts"] --> B["Document"]
B --> C["Output"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#bbf,stroke:#333
1 Plaats het papier voor de kaftbladen.
Plaats het papier in de handinvoerbak of in een papierlade die tevoren voor kaftbladen is ingesteld. Het papier voor de kaftbladen moet in een ander papiermagazijn dan voor normaal papier worden gelegd.
Opmerkingen
- Bij het plaatsen van papier voor kaftbladen in een papierlade moet "KAFTBLAD" als papiersoort alsmede papierformaat en -dikte voor de lade worden ingesteld.
P.16 "Instelling papiersoort"
- Bij het plaatsen van papier voor kaftbladen in de handinvoerbak moet papierformaat en -dikte worden ingesteld.
P.36 "Kopiëren met handinvoer"
- Plaats het papier voor kaftbladen van hetzelfde formaat als normaal papier in dezelfde richting.
2 Plaats het normale papier in de papierlade(n).
3 Plaats de originelen.
Bij het plaatsen ervan op de glasplaat voor originelen moet dit vanaf de eerste pagina gebeuren.
4 Druk op [VOORBLAD] in het menu BEWERKEN.

5 Selecteer de gewenste kaftbladen-functie.

Tip
Wanneer [GEKOPIEERD VOORKAFT] of [GEKOPIEERD VOORKAFT BLANCO ACHTERKAFT] en [1->2 DUBBELZIJDIG] (dubbelzijdig kopiëren) gelijktijdig worden geselecteerd, is het voorkaft een enkelzijdige afdruk.
6 Druk op het tabblad [BASIS] voor de weergave van het basismenu. Selecteer vervolgens een papierlade waarin normaal papier is geplaatst (niet die voor de kaftbladen).
U moet vooraf normaal papier van hetzelfde formaat en met dezelfde richting als voor de kaftbladen plaatsen.

7 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Als de originelen op het automatische documentinvoersysteem (optie) zijn geplaatst, begint het scannen en kopiëren.
Voer na het plaatsen op de glasplaat voor originelen stap 8 en 9 uit.
8 Plaats het volgende origineel en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het scannen van het volgende origineel begint. Het scannen begint ook wanneer u op [JA] op het aanraakscherm en vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel drukt. Herhaal deze procedure totdat het scannen van alle originelen is voltooid.
9 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, druk dan op [GEREED] op het aanraakscherm.
Het kopiëren begint.
Invoegvel
U kunt een speciale papiersoort zoals gekleurd papier bij de gewenste pagina invoegen. Deze functie heet "invoegvel". U kunt maximaal 2 soorten vellen voor in totaal 50 pagina's invoegen. De stand invoegen speciaal tussenlegvel heeft de volgende 2 mogelijkheden:
KOPIE: Voegt een gekopieerd vel in plaats van de aangegeven pagina in.

flowchart
graph LR
A["File Review"] --> B{Approval}
B --> C["Document Stages"]
C --> D["Document Reconciliation"]
D --> E["Document Progress"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#bbf,stroke:#333
BLANCO: Voegt een leeg vel vóór de aangegeven pagina in.

1 Plaats het papier voor invoegvellen.
Plaats het papier in de handinvoerbak of in een papierlade die tevoren voor invoegvellen is ingesteld. Het papier voor de invoegvellen moet in een ander papiermagazijn dan voor normaal papier worden gelegd.
Opmerkingen
- Bij het plaatsen van papier voor invoegvellen in een papierlade moet "INVOEGVEL 1" of "INVOEGVEL 2" als papiersoort alsmede papierformaat en -dikte voor de lade worden ingesteld.
P.16 "Instelling papiersoort" - Bij het plaatsen van papier voor invoegvellen in de handinvoerbak moet papierformaat en -dikte worden ingesteld.
P.36 "Kopiëren met handinvoer" - Plaats het papier voor invoegvellen van hetzelfde formaat als normaal papier in dezelfde richting.
2 Plaats het normale papier in de papierlade(n).
3 Plaats de originelen.
Bij het plaatsen ervan op de glasplaat voor originelen moet dit vanaf de eerste pagina gebeuren.
4 Druk op [TUSSENLEGVEL] in het menu BEWERKEN.

5 Druk op [KOPIE] of [BLANK].

6 Selecteer de pagina waarbij het invoegvel wordt ingevoegd.
1) Selecteer het soort invoegvel ([TUSSENLEG LADE 1] of TUSSENLEG LADE 2]).
2) Toets paginanummers (1 tot 1000) in waar de invoegvellen zullen worden ingevoegd en druk vervolgens op [SET]. Herhaal stap 1) en 2) indien u invoegvellen bij meer dan één pagina wilt invoegen.
3) Druk op [OK] nadat u de paginanummers hebt ingetoetst.

Tips
- Indien u [KOPIE] in stap 5 hebt geselecteerd, wordt de betreffende pagina vervangen door een gekopieerd invoegvel. Indien u [BLANCO] hebt geselecteerd, wordt een leeg invoegvel vóór de betreffende pagina ingevoegd.
- Maximaal 50 pagina's kunnen er in totaal voor [ITUSSENLEG LADE 1] of [TUSSENLEG LADE 2] worden geselecteerd.
7 Druk op het tabblad [BASIS] voor de weergave van het basismenu. Selecteer vervolgens een papierlade waarin normaal papier is geplaatst (niet die voor vellen invoegen).
U moet vooraf normaal papier van hetzelfde formaat en met dezelfde richting als voor de invoegvellen plaatsen.

8 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Als de originelen op het automatische documentinvoersysteem (optie) zijn geplaatst, begint het scannen en kopiëren.
Voer na het plaatsen op de glasplaat voor originelen stap 9 en 10 uit.
9 Plaats het volgende origineel en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het scannen van het volgende origineel begint. Het scannen begint ook wanneer u op [JA] op het aanraakscherm en vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel drukt. Herhaal deze procedure totdat het scannen van alle originelen is voltooid.
10 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, druk dan op [GEREED] op het aanraakscherm.
Het kopiëren begint.
Tijdstempel
U kunt de datum en de tijd op het kopieerpapier afdrukken.
Onderaan op een staande afdruk

Bovenaan op een liggende afdruk

1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [TIJDSTEMPEL] in het menu BEWERKEN.

4 Selecteer de richting en de plaats van de tijdstempel.
1) Selecteer de richting ([KORTE ZIJDE] of [LANGE ZIJDE]).
2) Selecteer de plaats ([BOVEN] of [ONDER]).
3) Druk op [OK].

5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Paginanummer
U kunt een paginanummer op het kopieerpapier afdrukken.
Middenonder op een staande afdruk

Rechtsboven op een liggende afdruk

1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [PAGINANUMMER] in het menu BEWERKEN.

4 Selecteer de richting en de plaats van een paginanummer.
1) Selecteer de richting ([KORTE ZIJDE] of [LANGE ZIJDE]).
2) Selecteer de plaats ([LINKSBOVEN], [MIDDEN BOVEN], enz.).
3) Als u de pagina waarop de nummering moet beginnen wilt opgeven, druk dan op en ga naar stap 5. Druk anders op [OK] en ga naar stap 6.

5 Geef de pagina op waarop de nummering moet beginnen.
1) Toets het paginanummer in.
2) Druk op [OK].

6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Taakopbouw
U kunt meerdere stapels originelen waarvan de instellingen verschillend zijn, scannen en daarna in één keer kopieren of opslaan. Deze functie heet "taakopbouw". Bijvoorbeeld tekstfragmenten (in de TEKST-stand) en foto's in tijdschriften (in de FOTO-stand) in A3-formaat en foto's in A4-formaat kunnen met de optimale instelling voor elk origineel worden gescand en in één keer worden gekopieerd.

flowchart
graph TD
A["Blank Sheet"] + B["Add Document"] + C["Add Paper Icon"] --> D["Stack of Papers"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
style C fill:#bfb,stroke:#333
style D fill:#dfd,stroke:#333
Opmerkingen
- Er kunnen maximaal 1000 pagina's originelen in één keer worden gekopieerd. Er is geen beperking met betrekking tot het aantal taken.
- Sommige instellingen zijn niet beschikbaar voor taakopbouw en sommige instellingen voor de eerste taak worden op alle andere taken toegepast. Raadpleeg de onderstaande tabel voordat taakopbouw wordt ingesteld.
| Niet beschikbare instellingen | Op alle taken van toepassing zijnde instellingen | Voor elke taak te wijzigen instellingen |
| Automatische papierselectieBOEK -> 2 (boek -> dubbelzijdige afdruk)BewerkenXY-zoomKaftbladInvoegvelBrochure sorterenBrochure sorteren & rughechten2IN1/4IN1 | e-Filing / opslaanOriginelen met verschillende formatenKopieerpapierformaatAfwerkfunctieBeeld verplaatsenBoekmidden wissenTijdstempelPaginanummerBeeldrichtingBoek - kalenderGeen blanco pagina | ReproductiefactorAutomatische zoomselectie (standaardinstelling voor taakopbouw)OrigineelformaatModus voor originelenKopieerinstellingen enkelzijdig/dubbelzijdig anders dan boek -> dubbelzijdige afdruk (1->1 ENKELZIJDIG, 2->1 DUBBELZ.NAAR 2 ENKELZ. 1->2 DUBBELZIJDIG, 2->2 DUBBELZIJDIG)AchtergrondinstellingScherpteRand wissenDubbele paginaDocumentinvoersysteem (invoermodus)Buitenkant wisssen |
1 Druk op [JOBOPBOUW] in het menu BEWERKEN.

2 Druk op [OK].

Taakopbouw is nu ingesteld en de onderstaande melding verschijnt.

3 Plaats de eerste stapel originelen en selecteer daarna de instellingen.
Tips
- Denk eraan dat bij het plaatsen van het origineel op de glasplaat 1 pagina overeenkomt met 1 taak.
- Zie voor het plaatsen van originelen met verschillende formaten op het automatische documentinvoersysteem (optie):
P.56 "Originelen met verschillende formaten in één keer kopieren" - Indien u een bepaalde papierlade wilt gebruiken, moet u deze selecteren.
Opmerkingen
- Druk op [INSTELLINGEN] op het aanraakscherm ter bevestiging van de huidige instellingen.
- Indien u de instellingen wilt wijzigen, drukt u op de [FUNCTION CLEAR] toets op het bedieningspaneel en herhaalt u de procedure vanaf stap 1.
4 Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het scannen begint. Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, verschijnt de onderstaande melding.

5 Plaats de volgende stapel originelen en selecteer daarna de instellingen.
Herhaal stap 4 en 5 totdat alle gewenste pagina's zijn gescand.
Opmerking
Indien u geen instellingen wijzigt, zijn die voor de laatste taak van toepassing.
6 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, wijzigt u zo nodig het aantal afdruksets. Druk vervolgens op [JOB FINISH] op het aanraakscherm.

Het kopieren begint. Als een opslagfunctie is ingesteld, wordt deze eveneens uitgevoerd.
Beeldrichting
Wanneer u enkelzijdige staande originelen naar dubbelzijdige afdruk kopieert terwijl deze in liggende richting worden geplaatst, zijn de gekopieerde pagina's normaal gesproken "naar boven geopend". Met deze functie kan dit worden gewijzigd in "naar links geopend". Deze functie heet "beeldrichting".
Wanneer u dubbelzijdige "naar links geopende" staande originelen naar enkelzijdige afdruk kopieert, worden de gekopieerde pagina's normaal gesproken afwisselend in een andere richting uitgevoerd. Met deze functie kunnen alle pagina's in dezelfde richting worden uitgevoerd.
Enkelzijdig staand origineel (in liggende richting geplaatst) -> dubbelzijdige afdruk

Dubbelzijdig "naar links geopend" staand origineel -> enkelzijdige afdruk
Geen instelling"AFDRUKRICHTING" instell

1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Stel dubbelzijdig kopieren in.
P.79 "Dubbelzijdig kopieren"
4 Druk op [BEELDRICHTING] in het menu BEWERKEN.

5 Druk op [OK].
![KOPIE OPSLAG INSTELLINGEN... TEMPLATE GEBRUTIKSKLBAHR BEELD RTCHITING ► Portrait originelen worden afgedrukt in duplexmodus, druk op [OK] ANNULEER OK TAAK 1](/content/2026/06/1155672/images/cc5ea809c85e5abbca0d97f1a511674cb60cb013945f412665a5af4c19819289.jpg)
Beeldrichting is nu ingesteld.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Boek - kalender
Met betrekking tot de richting van originelen of gekopieerde beelden wordt "naar links geopend" "boek" en "naar boven geopend" "kalender" genoemd. Met deze functie kunt u dubbelzijdige originelen naar dubbelzijdige afdruk kopiëren waarbij alleen de achterzijde van de gekopieerde pagina 180° wordt gedraaid zodat u "boek" originelen naar "kalender" kunt kopiëren en omgekeerd.

1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [BOEK <->KALENDER] in het menu BEWERKEN.

4 Druk op [OK].

Boek - kalender is nu ingesteld.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
ADF -> SADF
U kunt de invoermodus bij gebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie) van "automatisch documentinvoersysteem (ADF)" naar "enkelvoudige invoer (SADF)" omschakelen. De papierinvoermodus heeft de volgende 2 functies:
Automatisch documentinvoersysteem (continue invoer): Continue invoer van originelen bij het indrukken van de [START] toets op het bedieningspaneel terwijl originelen op het automatische documentinvoersysteem (optie) worden geplaatst. Dit is handig bij het maken van meerdere kopieën in één keer (standaardinstelling).
Enkelvoudige invoer: Originelen worden automatisch één voor één ingevoerd. Dit is handig wanneer u meestal maar één origineel hebt.
Opmerking
Wanneer de enkelvoudige invoer is ingesteld, plaatst u de vellen één voor één. Als u meer dan één origineel plaatst, wordt het gekopieerde beeld mogelijk verdraaid of lopen de originelen vast.
1 Plaats papier in de papierlade(n).
2 Druk op [ADF -> SADF] in het menu BEWERKEN.

3 Druk op [OK].

De invoermodus is nu op "enkelvoudige invoer" ingesteld.
4 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen.
5 Plaats de originelen vel voor vel op het automatische documentinvoersysteem (optie). Het origineel wordt automatisch in het automatische documentinvoersysteem (optie) getrokken, waarna het onderstaande menu verschijnt.

Herhaal stap 5 voor een volgend origineel. Het geplaatste origineel wordt automatisch in het automatische documentinvoersysteem (optie) getrokken, zelfs wanneer u niet op [JA] op het aanraakscherm drukt.
6 Wanneer het scannen van alle originelen is voltooid, drukt u op [GEREED].
Tip
Zelfs wanneer u niet op [GEREED] drukt, start de kopieerfunctie als de huidige bewerking wordt geannuleerd door middel van de automatische wis-functie.
P.53 "Ingestelde functies annuleren"
Geen blanco pagina
U kunt blanco pagina's van de gescande originelen verwijderen voordat het kopieren begint. Deze functie heet "geen blanco pagina".

- Deze functie detecteert blanco pagina's van de onderstaande originelen mogelijk niet op de juiste wijze:
- Halftoon-originelen
- Originelen met bijna blanco pagina's (bijv. blanco pagina's met alleen paginanummers)
- Als u dubbelzijdige originelen inclusief blanco pagina's naar dubbelzijdige afdruk kopieert terwijl deze functie is geactiveerd, komen de voor- en achterzijden van de originelen en de afdrukken niet overeen.
Tip
De gevoeligheid voor het detecteren van blanco pagina's kan worden gewijzigd. Voor meer informatie zie de Handleiding voor MFP-beheer.
1 Plaats papier in de papierlade(n).
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [GEEN LEGE PAGINA] in het menu BEWERKEN.

4 Druk op [OK].

Geen blanco pagina is nu ingesteld.
5 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het scannen en kopieren begint. Er verschijnt gedurende ca. 5 seconden een melding met het aantal blanco pagina's.

Buitenkant wissen
U kunt een schaduwachtig donker gedeelte aan de buitenzijde van het gekopieerde beeld wit maken; deze 'schaduw' komt door de tussenruimte tussen de glasplaat voor originelen en de witte plaat. Deze functie heet "buitenkant wissen". Dit is handig wanneer u dikke originelen zoals boekjes op de glasplaat voor originelen plaatst.
Geen instellingBuitenkant wissen instell

- Deze functie wordt gedeactiveerd wanneer u originelen op het automatische documentinvoersysteem (optie) plaatst of wanneer u deze op de glasplaat legt terwijl het automatische documentinvoersysteem of de afdekklep (optie) volledig gesloten is.
- Als deze functie wordt geactiveerd, wordt de automatische densiteitaanpassing gedeactiveerd. Stel het densiteitniveau handmatig in.
- Originelen met een uitzonderlijke vorm aan de buitenzijde (bijv. een origineel met uitgesneden delen aan de rand) worden mogelijk niet correct afgedrukt omdat deze functie de overgang tussen het origineel en delen die niet tot het origineel behoren niet detecteert.
1 Plaats papier in de papierlade(n).
Stel bij gebruik van de functie kopieren met handinvoer het papierformaat in.
2 Selecteer de papierlade voor het gewenste papierformaat.

3 Druk op [WIS RAND] in het menu BEWERKEN.

4 Stel "buitenkant wissen" in.
1) Stel de breedte van de rand rondom het origineel naar wens in door op of te drøkken.
Wanneer u naar de ♣de instelt, wordt het gebied dat als niet tot het origineel behorend moet worden gedetecteerd verbreed.
Wanneer u naar de zijde instelt, wordt het gebied dat als niet tot het origineel behorend moet worden gedetecteerd versmald.
2) Druk op [OK].

5 Leg het origineel op de glasplaat.
Opmerkingen
- Bij het plaatsen van het origineel dient de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) volledig te worden geopend. Als u dit niet doet, wordt de overgang tussen het origineel en gebieden die er niet toe behoren mogelijk niet correct gedetecteerd.
- Kijk niet rechtstreeks op de glasplaat voor originelen tijdens het afdrukken aangezien fel licht kan worden uitgestraald.

Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Door het breken van de glasplaat kunt u letsel oplopen.
6 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
5
BEELDCORRECTIE
In dit hoofdstuk worden de beeldcorrectiefuncties van dit multifunctionele systeem beschreven.
Weergave Menu BEELD....132
Gebruik van de beeldcorrectiefuncties....133
Achtergrondinstelling....133
Scherpte 134
Weergave Menu BEELD
U kunt het menu BEELD oproepen door te drukken op het tabblad [BEELD] op het aanraakscherm wanneer u de verschillende beeldcorrectiefuncties wilt gebruiken.



Gebruik van de beeldcorrectiefuncties
■ Achtergrondinstelling
Deze functie dient voor de aanpassing van de densiteit van de achtergrond van het origineel. Hiermee wordt voorkomen dat de achterzijde van een dubbelzijdig origineel op de voorzijde ervan zichtbaar wordt.

Opmerking
Deze functie kan niet samen met de automatische densiteitaanpassing worden gebruikt. P.59 "Densiteitaanpassing"
1 Druk op [ACHTERGRONDINSTELLING] in het menu BEELD.

2 Druk op [LICHT] of [DONKER] voor de aanpassing van de densiteit en druk vervolgens op [OK].

Achtergrondinstelling annuleren
- Schuif de indicator naar het midden en druk vervolgens op [OK].
• Druk op [RESET] en daarna op [OK].
■ Scherpte
Deze functie dient voor het verscherpen of vervagen van de contouren van het beeld.

1 Druk op [SCHERPTE] in het menu BEELD.

2 Druk op [ZACHT] of [SCHERP] voor de instelling van de scherpte en druk vervolgens op [OK].
Wanneer het scherpteniveau naar de [ZACHT] zijde wordt ingesteld, worden de gevlamde randen op de afgedrukte foto's enz. verzacht. Bij de instelling naar de [SCHERP] zijde worden de letters en dunne lijnen scherper.

Scherpte-instelling annuleren
- Schuif de indicator naar het midden en druk vervolgens op [OK].
• Druk op [RESET] en daarna op [OK].
TEMPLATES
In dit hoofdstuk wordt het gebruik van templates beschreven.
Templates....136
Weergave templatemenu 136
Gebruik van "Praktische templates" 137
Templates vastleggen....139
Templates in de openbare templategroep vastleggen....139
Aanmaken van een nieuwe persoonlijke groep....142
Templates in een persoonlijke groep vastleggen 143
Templates oproepen 145
Gegevens wijzigen 148
Gegevens van persoonlijke groep wijzigen....148
Templategegevens wijzigen 149
Groepen of templates verwijderen 151
Persoonlijke groepen verwijderen 151
Templates verwijderen....153
Templates
U kunt een template aanmaken met meerdere functies die vaak worden gebruikt zodat deze desgewenst kan worden opgevraagd en u niet telkens ingewikkelde instellingen hoeft uit te voeren. Templates kunnen worden gebruikt voor het kopieren, het scannen en het versturen van een fax-bericht.
Opmerking
Fax-functies zijn alleen beschikbaar als de fax-unit (optie) is geïnstalleerd.

flowchart
graph LR
A["AB"] -->|+| B["Draaien_Afdruk Tijd_Pagina"]
B -->|+| C["="]
C --> D["2009.5.5"]
■ Weergave templatemenu
U kunt het templatemenu activeren door te drukken op [TEMPLATE] op het aanraakscherm wanneer u templates wilt vastleggen of oproepen.


■ Gebruik van "Praktische templates"
Dit multifunctionele systeem beschikt over 12 standaardtemplates, die direct kunnen worden gebruikt. Deze zijn vastgelegd onder groepsnummer 001 "Praktische templates". Voor het oproepen ervan zie:
P.145 "Templates oproepen"

Templates met kopieerfuncties
| Toets | Functie *1 |
![]() | 2IN1 / 4IN1: 2IN1Enkelzijdig/dubbelzijdig: 2 -> 2 DUBBELZIJDIGNieten: VOORZIJDE NIETEN *2 |
![]() | Origineelformaat: verschillende formatenPapierselectie: automatische papierselectieNieten: VOORZIJDE NIETEN *2 |
![]() | Origineelformaat: verschillende formatenPapierselectie: automatische zoomselectiePapiermagazijn: 1e papierladeNieten: VOORZIJDE NIETEN *2 |
![]() | Origineelformaat: dubbelzijdige kleine originelen, zoals visitekaartjesPapierformaat: A4 (multifunctioneel systeem voor het A/B-formaat), LT (multifunctioneel systeem voor het LT-formaat)2IN1 / 4IN1: 2IN1(Plaats het origineel op de glasplaat voor originelen alvorens de template op te roepen aangezien de automatische start in deze template wordt ingeschakeld. Druk na het scannen van de voorzijde en daarna de achterzijde van het dubbelzijdige origineel op [GEREED] om het kopieerproces te starten.) |
Templates met scanfuncties
| Toets | Functie *1 |
![]() | Origineel: enkelzijdigKleurinstelling: KLEURModus voor originelen: TEKSTOpslagmethode: opgeslagen in de gedeelde map van dit multifunctionele systeem als een PDF-bestand (multi) met hoge compressie |
![]() | Origineel: dubbelzijdigKleurinstelling: KLEURModus voor originelen: TEKSTOpslagmethode: opgeslagen in de gedeelde map van dit multifunctionele systeem als een PDF-bestand (multi) met hoge compressie |
![]() | Origineel: enkelzijdigKleurinstelling: ZWARTModus voor originelen: TEKST/FOTOResolutie: 400 dpiOpslagmethode: opgeslagen in de gedeelde map van dit multifunctionele systeem als PDF-bestand (multi) |
![]() | Origineel: enkelzijdigKleurinstelling: AUTO KLEURModus voor originelen: TEKSTResolutie: 300 dpiOpslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-box (openbare box) |
Templates met e-Filing-functies
| Toets | Functie *1 |
![]() | Modus voor originelen: TEKST/FOTOEnkelzijdig/dubbelzijdig: 1 -> 1 ENKELZIJDIGOpslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-box (openbare box) |
![]() | Modus voor originelen: TEKST/FOTOEnkelzijdig/dubbelzijdig: 2 -> 1 DUBBELZ. NAAR 2 ENKELZ.Opslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-box (openbare box) |
![]() | Modus voor originelen: TEKST/FOTOEnkelzijdig/dubbelzijdig: 1 -> 2 DUBBELZIJDIGOpslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-box (openbare box) |
![]() | Modus voor originelen: TEKST/FOTOEnkelzijdig/dubbelzijdig: 1 -> 1 ENKELZIJDIGBewerken-functies: Dubbele paginaOpslagmethode: opgeslagen in de e-Filing-box (openbare box)(De dubbele-paginafunctie is alleen voor A4-, LT- en B5-formaat beschikbaar.) |
*1 Voor functies anders dan hier vermeld is de standaardinstelling ervan van toepassing.
*2 Er is een finisher (optie) vereist.
Templates vastleggen
Templates moeten worden vastgelegd in de "openbare templategroep" of in de "persoonlijke groepen". U kunt een wachtwoord instellen om het gebruik van vastgelegde templates te beperken.
Openbare templategroep:
Dit is de standaardinstelling. Templates in deze groep kunnen door iedereen worden gebruikt. Het is handig meerdere combinaties van functies die vaak in het gehele kantoor of in een afdeling worden gebruikt vast te leggen. Maximaal 60 templates kunnen in de openbare groep worden vastgelegd. Het Admin-wachtwoord (beheerder) is vereist voor het vastleggen, wissen of wijzigen van templates in de openbare templategroep.
Persoonlijke groep:
U kunt maximaal 200 persoonlijke groepen aanmaken. Deze zijn handig voor elke afdeling, sectie of gebruiker. Maximaal 60 templates kunnen per groep worden vastgelegd. U kunt een wachtwoord instellen om het gebruik van de vastgelegde templates te beperken. "Praktische templates" zijn standaard vastgelegd onder groep 001.
■ Templates in de openbare templategroep vastleggen
1 Stel alle benodigde functies in.
Voorbeeld: Bewerken-functie – beeld verplaatsen, reproductiefactor – 90%, aantal afdruksets –10
2 Druk op [TEMPLATE] op het aanraakscherm.

Het templatemenu verschijnt.
3 Selecteer de openbare templategroep.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Druk op [OPENBARE TEMPLATEGROEP].
3) Druk op [OPEN].

4 Druk op [WACHTWOORD].
![TOSHIBA E-studio 355 - Druk op [WACHTWOORD]. - 1](/content/2026/06/1155672/images/3a31e36389ad129810bef11ceccf685f740c1ca65a67cf5ba87734fc38187002.jpg)
Het toetsenbord op het scherm verschijnt.
5 Geef het Admin-wachtwoord op met behulp van het toetsenbord op het scherm of de numerieke toetsen. Druk daarna op [OK].
Opmerking
Wanneer drie keer achter elkaar het verkeerde Admin-wachtwoord wordt ingevoerd, wordt het multifunctionele systeem gedurende 30 seconden geblokkeerd. Wacht in dat geval totdat het wordt gedeblokkeerd en toets het juiste wachtwoord in.
![XXXXXX " I # $ % ^ & * ( ) _ + : ' [ ] { } | " < > - = : Q W E R T Y U I O P @ \ BackSpace A S D F G H J K L ? Z X C V B N M . . / Caps Shift Spatie ANNUER OK](/content/2026/06/1155672/images/1a51cbf92b603a43c50d4f09cb361e1485f9ff99217b0fa3e493925674a2f6fa.jpg)
6 Selecteer een template.
1) Druk op een lege toets.
2) Druk op [BEWAREN].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
7 Voer de benodigde gegevens over de template in.

NAAM 1 & 2: Toets de naam van de template in. NAAM 1 verschijnt boven de templatetoets en NAAM 2 verschijnt eronder. Voer ten minste een ervan in. Wanneer u op een van beide drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets maximaal 11 letters in.
Opmerking
De onderstaande tekens mogen niet worden gebruikt. ; : / \ " = | * < > ? + [ ] , .
GEBRUIKERSNAAM: Toets zo nodig de naam van de template-eigenaar in. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets maximaal 30 letters in.
WACHTWOORD: Toets hier een wachtwoord in als u het oproepen van de template met een wachtwoord wilt beveiligen. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets in zoals hieronder beschreven.
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets een wachtwoord van 5 tekens in. De ingetoetste tekens verschijnen als sterretjes (*).
2) Druk op [TYP WACHTW. OPNW] en toets het wachtwoord opnieuw in.
3) Druk op [OK].

Tip
Druk op de [WISSEN] toets op het bedieningspaneel om de ingetoetste letter te wissen.
AUTOMATISCHE START: Druk op [AAN] wanneer u de uitvoering van de ingestelde functies onmiddellijk na het indrukken van een toets voor de betreffende template wilt starten. Druk op [UIT] wanneer u pas wilt starten bij het indrukken van de [START] toets op het bedieningspaneel.
Opmerking
Zelfs wanneer de automatische startfunctie is ingeschakeld, moet u in de volgende gevallen de gebruikersnaam en het wachtwoord opgeven voor het oproepen van de template. Informeer bij uw beheerder voor meer informatie over de gebruikersverificatie voor Scannen naar e-mailbericht en de gebruikersbeheerfunctie.
- Als de gebruikersverificatie voor Scannen naar e-mailbericht is ingeschakeld en de gebruikersbeheerfunctie is uitgeschakeld
- Als zowel de gebruikersverificatie voor Scannen naar e-mailbericht als de gebruikersbeheerfunctie zijn ingeschakeld, maar de gebruikersnamen en wachtwoorden verschillend zijn
Na het invoeren van alle benodigde items drukt u op [OPSLAAN].
De template is nu vastgelegd en er wordt teruggekeerd naar het menu dat net vóór het vastleggen werd weergegeven.
■ Aanmaken van een nieuwe persoonlijke groep
1 Druk op [TEMPLATE] op het aanraakscherm.

Het templatemenu verschijnt.
2 Selecteer een groep.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Druk op een lege toets.
3) Druk op [OPENEN].

Tussen menu's schakelen
• Druk op of .
• Toets het groepsnummer in (3 cijfers).
3 Voer de benodigde gegevens over de groep in.

NAAM: Toets de naam van de groep in. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets maximaal 20 letters in. Zorg ervoor dat deze wordt ingevoerd.
GEBRUIKERSNAAM: Toets zo nodig de naam van de groepseigenaar in. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets maximaal 30 letters in.
WACHTWOORD: Toets hier een wachtwoord in als u het weergeven van de groep of het vastleggen van templates in de groep met een wachtwoord wilt beveiligen. Wanneer u erop drukt, verschijnt het toetsenbord op het scherm. Toets in zoals hieronder beschreven.
1) Druk op [WACHTWOORD] en toets een wachtwoord van 5 tekens in. De ingetoetste tekens verschijnen als sterretjes (*).
2) Druk op [TYP WACHTW. OPNW] en toets het wachtwoord opnieuw in.
3) Druk op [OK].

Tip
Druk op de [WISSEN] toets op het bedieningspaneel om een ingetoetste letter te wissen.
Na het invoeren van alle benodigde items drukt u op [OK].
De nieuwe groep is nu vastgelegd en het menu voor het vastleggen van templates verschijnt.
4 Druk op de [FUNCTION CLEAR] toets op het bedieningspaneel.
Het menu keert terug naar het basismenu.
■ Templates in een persoonlijke groep vastleggen
1 Stel alle benodigde functies in.
Voorbeeld: Bewerken-functie – beeld verplaatsen, reproductiefactor – 90%, aantal afdruksets –10
2 Druk op [TEMPLATE] op het aanraakscherm.

Het templatemenu verschijnt.
3 Selecteer de gewenste groep.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Druk op de toets van de gewenste groep.
3) Druk op [OPENEN].

Tussen menu's schakelen
- Druk op of .
• Toets het groepsnummer in (3 cijfers).
4 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde groep in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 5.)
1) Toets het wachtwoord in.
2) Druk op [OK].

5 Leg een template vast zoals beschreven in stap 6 en 7 op P.139 "Templates in de openbare templategroep vastleggen".
Templates oproepen
Wanneer u een template oproept, worden de daarin ingestelde functies automatisch geactiveerd. Als de automatische startfunctie is ingeschakeld, start het multifunctionele systeem de uitvoering van elke functie automatisch wanneer u de toets voor de betreffende template indrukt.
1 Vul de papierlade(n) met papier.
2 Plaats de originelen.
3 Druk op [TEMPLATE] op het aanraakscherm.

Het templatemenu verschijnt.
4 Druk op de toets voor de groep waarin de gewenste template is vastgelegd.

Tussen menu's schakelen
- Druk op of .
• Toets het groepsnummer in (3 cijfers).
5 Toets het wachtwoord in wanneer u de persoonlijke groep heeft geselecteerd. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 6.)
1) Toets het wachtwoord in.
2) Druk op [OK].

6 Druk op de toets van de gewenste template.

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
Templates met ingeschakelde automatische startfunctie kunnen worden aangeduid met ⚡Als deze markering wordt weergegeven, kunt u erop drukken om de uitvoering van de in de template ingestelde functies onmiddellijk te starten.
7 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde template in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 8.)
1) Toets het wachtwoord in.
2) Druk op [OK].

8 Controleer of "Update van de template-instelling" wordt weergegeven op het aanraakscherm.
De melding wordt ca. 3 seconden weergegeven.

9 Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Gegevens wijzigen
U kunt de gegevens wijzigen van reeds vastgelegde templates of persoonlijke groepen zoals templatenaam, gebruikersnaam, wachtwoord en instelling van de automatische startfunctie.
Opmerking
De gegevens van de openbare templategroep kunnen worden gewijzigd vanuit het TopAccess-menu maar niet vanaf het bedieningspaneel. Voor de wijziging ervan vanuit het TopAccess-menu zie de Handleiding voor TopAccess.
■ Gegevens van persoonlijke groep wijzigen
1 Selecteer de gewenste groep in het templatemenu.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Druk op de toets van de gewenste groep.
3) Druk op [BEWERKEN].

Tussen menu's schakelen
- Druk op of .
• Toets het groepsnummer in (3 cijfers).
2 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde groep in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 3.)
1) Toets het wachtwoord in.
2) Druk op [OK].

3 Wijzig de gegevens zoals beschreven in stap 3 op P.142 "Aanmaken van een nieuwe persoonlijke groep".
4 Druk op de [FUNCTIE WISSEN] toets op het bedieningspaneel.
Het menu keert terug naar het basismenu.
■ Templategegevens wijzigen
1 Selecteer in het templatemenu de groep waarin de gewenste template is vastgelegd.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Druk op de toets van de gewenste groep.
3) Druk op [OPENEN].

Tussen menu's schakelen
- Druk op of .
• Toets het groepsnummer in (3 cijfers).
2 Toets het wachtwoord als volgt in en druk vervolgens op [OK].
Als de openbare templategroep is geselecteerd: druk op [WACHTWOORD] en toets het Admin-wachtwoord (6 tot 10 tekens) in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
Als een persoonlijke groep is geselecteerd: toets een voor de geselecteerde groep ingesteld wachtwoord van 5 tekens in. Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 3.

Opmerking
Wanneer drie keer achter elkaar het verkeerde Admin-wachtwoord wordt ingevoerd, wordt het multifunctionele systeem gedurende 30 seconden geblokkeerd. Wacht in dat geval totdat het wordt gedeblokkeerd en toets het juiste wachtwoord in.
3 Selecteer de gewenste template.
1) Druk op de toets van de betreffende template.
2) Druk op [BEWERKEN].

Tussen menu's schakelen
Druk op of .
4 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde template in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 5.)
1) Toets het wachtwoord in.
2) Druk op [OK].

5 Wijzig de gegevens zoals beschreven in stap 7 op P.139 "Templates in de openbare templategroep vastleggen".
Groepen of templates verwijderen
U kunt persoonlijke groepen of templates die niet meer worden gebruikt verwijderen. Als een persoonlijke groep wordt verwijderd, gebeurt dit ook met alle templates in deze groep.
Opmerking
De openbare templategroep kan niet worden verwijderd.
■ Persoonlijke groepen verwijderen
1 Selecteer de gewenste persoonlijke groep in het templatemenu.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Druk op de toets van de gewenste groep.
3) Druk op [WISSEN].

Tussen menu's schakelen
- Druk op of .
• Toets het groepsnummer in (3 cijfers).
2 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde groep in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 3.)
1) Toets het wachtwoord in.
2) Druk op [OK].

3 Druk op [WISSEN].
![TOSHIBA E-studio 355 - Druk op [WISSEN]. - 1](/content/2026/06/1155672/images/ccaa195a937afcf4bd0bb48c1189eb777dcdd1ccf57f0dde8c63e7b6ceb5edb9.jpg)
De persoonlijke groep is nu verwijderd.
■ Templates verwijderen
1 Selecteer in het templatemenu de groep waarin de gewenste template is vastgelegd.
1) Druk op het tabblad [REGISTRATIE].
2) Druk op de toets van de gewenste groep.
3) Druk op [OPENEN].

Tussen menu's schakelen
- Druk op of .
• Toets het groepsnummer in (3 cijfers).
2 Toets het wachtwoord als volgt in en druk vervolgens op [OK].
Als de openbare templategroep is geselecteerd: druk op [WACHTWOORD] en toets het Admin-wachtwoord (6 tot 10 tekens) in door middel van de toetsen op het aanraakscherm of de numerieke toetsen op het bedieningspaneel.
Als een persoonlijke groep is geselecteerd: toets een voor de geselecteerde groep ingesteld wachtwoord van 5 tekens in. Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 3.

Opmerking
Wanneer drie keer achter elkaar het verkeerde Admin-wachtwoord wordt ingevoerd, wordt het multifunctionele systeem gedurende 30 seconden geblokkeerd. Wacht in dat geval totdat het wordt gedeblokkeerd en toets het juiste wachtwoord in.
3 Selecteer de gewenste template.
1) Druk op de toets van de gewenste template.
2) Druk op [WISSEN].

Tussen menu's schakelen
- Druk op of .
• Toets het groepsnummer in (3 cijfers).
4 Toets het wachtwoord voor de geselecteerde template in. (Als er geen wachtwoord is ingesteld, gaat u verder met stap 5.)
1) Toets het wachtwoord in.
2) Druk op [OK].

5 Druk op [WISSEN].

De template is nu verwijderd.
TAAKSTATUS BEVESTIGEN
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de verwerkingsstatus en de geschiedenis van uitgevoerde afdruktaken wordt bevestigd.
Bevestiging afdruk Taakstatus 156
Taken in uitvoering of in de wachtrij bevestigen 156
Taakgeschiedenis bevestigen 160
Papierladen bevestigen....161
Bevestiging afdruk Taakstatus
U kunt taken die in uitvoering zijn of zich in de wachtrij bevinden op het aanraakscherm bevestigen. U kunt taken in de wachtrij ook annuleren, onderbreken of hervatten alsmede de volgorde ervan wijzigen. Ook kunt u de geschiedenis van uitgevoerde afdruktaken en de status van de papierladen bevestigen.
■ Taken in uitvoering of in de wachtrij bevestigen
U kunt de taken die in uitvoering zijn of zich in de wachtrij bevinden op het aanraakscherm bevestigen. Als u deze wilt bekijken, drukt u op [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm.

Opmerking
Als dit multifunctionele systeem wordt beheerd door middel van de gebruikersbeheerfunctie, dient u gebruikersgegevens, zoals een gebruikersnaam of een wachtwoord, in te voeren in het gebruikersverificatie-menu.
De afdruktakenlijst verschijnt. (Druk op het tabblad [TAKEN] als een ander tabbladmenu wordt weergegeven.) Kopieeropdrachten verschijnen in de afdruktakenlijst alsmede afdruktaken.

In de afdruktakenlijst kunt u de naam van de gebruiker die de taak heeft verzonden, de datum en de tijd van verzending, het papierformaat, het aantal pagina's en afdruksets alsmede de verwerkingsstatus bevestigen. Er verschijnen 5 taken op 1 pagina van de afdruktakenlijst. Wanneer u op of op het aanraakscherm drukt, gaat u naar het vorige of volgende menu zodat u maximaal 1000 taken kunt bekijken.
Druk op [SLUITEN] om de bevestiging te beëindigen. Er wordt teruggekeerd naar het menu dat werd weergegeven vóór het drukken op [TAAKSTATUS].
□ Taken annuleren
U kunt taken die niet meer hoeven te worden uitgevoerd annuleren.
1 Selecteer de gewenste taak in de afdruktakenlijst en druk vervolgens op [WISSEN].

2 Druk op [WISSEN].

De taak is nu geannuleerd.
□ Taken onderbreken
U kunt taken in de wachtrij onderbreken.
Opmerking
Alleen de 11e en erop volgende taken (gerekend vanaf de taak in uitvoering) kunnen worden onderbroken.
Selecteer de gewenste taak in de afdruktakenlijst en druk vervolgens op [PAUZE].

De taak is nu onderbroken. De onderbroken taak wordt niet afgedrukt, zelfs niet wanneer die aan de beurt komt. Het afdrukken van de volgende taak begint.
Onderbroken taak hervatten
Selecteer de gewenste taak en druk vervolgens op [HERVAT].

□ Taken verplaatsen
U kunt de volgorde van de taken in de wachtrij wijzigen door deze in de lijst te verplaatsen.
Opmerking
Alleen de 11e en erop volgende taken (gerekend vanaf de taak in uitvoering) kunnen worden verplaatst. Deze kunnen naar de 11e en de erop volgende posities worden verplaatst.
1 Selecteer de gewenste taak in de afdruktakenlijst en druk vervolgens op [VERPLAATSEN].

2 Selecteer de positie waarheen u de taak wilt verplaatsen. (Deze wordt onder de geselecteerde taak geplaatst.)


■ Taakgeschiedenis bevestigen
U kunt de geschiedenis van de uitgevoerde afdruktaken op het aanraakscherm bevestigen.
1 Druk op [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm.
2 Druk op het tabblad [LOG].

3 Druk op [PRINT].

Het afdruklogboek verschijnt. Kopieeropdrachten verschijnen in het afdruklogboek alsmede afdruktaken.

In het afdruklogboek kunt u de naam van de gebruiker die de taak heeft uitgevoerd, de datum en de tijd van afdrukken, het papierformaat en het aantal pagina's of afdruksets bevestigen. Er verschijnen 5 taken op 1 pagina van het afdruklogboek. Wanneer u op of op het aanraakscherm drukt, gaat u naar het vorige of volgende menu zodat u maximaal 120 taken kunt bekijken.
Wanneer u de bevestiging beeindigt, drukt u op [TERUG] zodat het menu terugkeert naar dat in stap 3 en druk vervolgens op [SLUITEN]. Er wordt teruggekeerd naar het menu dat werd weergegeven vóór het drukken op [TAAKSTATUS].
■ Papierladen bevestigen
U kunt de instelling van papierformaat en -soort of het aantal resterende vellen in de papierladen bevestigen. Tijdens het afdrukken kunt u bevestigen welke papierlade voor de papierinvoer zorgt.
1 Druk op [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm.
2 Druk op het tabblad [PAPIER].

Tijdens het afdrukken is de toets voor de papierlade waaruit papier wordt aangevoerd gemarkeerd.
Druk op [SLUITEN] om de bevestiging te beëindigen. Er wordt teruggekeerd naar het menu dat werd weergegeven vóór het drukken op [TAAKSTATUS].
Als het papier in de papierlade tijdens het afdrukken is opgeraakt, knippert [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm. Druk in dat geval op [TAAKSTATUS] waarna het menu voor de weergave van de afdrukstatus verschijnt en de toets voor de papierlade waarvan het papier is opgeraakt, gaat knipperen in dit menu. Het afdrukken wordt hervat wanneer deze papierlade is bijgevuld.
P.11 "Papier plaatsen"

OVERIGE INFORMATIE
Continue kopieersnelheid 164
Combinatiematrix kopieerfunctie 166
Combinatiematrix 1/2 166
Combinatiematrix 2/2 167
Continue kopieersnelheid
Kopieersnelheden zijn afhankelijk van de wijze waarop originelen op de glasplaat worden geplaatst en enkelzijdige afdrukken worden continu gemaakt met een reproductiefactor van 100% in de stand sorteren-uit (eenheid: vel/minuut).
e-STUDIO205L
| Papierformaat | Toevoer-magazijn | Papiersoort | |||
| NORMAAL DIK1 DIK2 DIK3 | |||||
| A4, A5-R, B5, LT, ST-R, 8.5"SQ Papierlade 20.3 19.7 — | — | ||||
| Handinvoerbak 20.3 19.7 19.7 19.7 | |||||
| A4-R, B5-R, LT-R Papierlade 16.9 16.5 — — | |||||
| Handinvoerbak 16.9 16.5 16.5 16.5 | |||||
| B4, FOLIO, LG, COMP, 13"LG Papierlade 14.8 14.5 — — | |||||
| Handinvoerbak 14.8 14.5 14.5 14.5 | |||||
| A3, LD Papierlade 13.2 12.9 — — | |||||
| Handinvoerbak 13.2 12.9 12.9 12.9 | |||||
e-STUDIO255
| Papierformaat | Toevoer-magazijn | Papiersoort | |||
| NORMAAL | DIK1 | DIK2 | DIK3 | ||
| A4, A5-R, B5, LT, ST-R, 8.5"SQ Papierlade | 25.3 | 25.3 — — | |||
| Handinvoerbak | 25.3 | 25.3 | 25.3 | 25.3 | |
| A4-R, B5-R, LT-R Papierlade | 23.3 | 22.5 — — | |||
| Handinvoerbak | 23.3 | 22.5 | 22.5 | 22.5 | |
| B4, FOLIO, LG, COMP, 13"LG Papierlade | 19.5 | 19.0 — — | |||
| Handinvoerbak | 19.5 | 19.0 | 19.0 | 19.0 | |
| A3, LD Papierlade 16.8 | 16.4 — — | ||||
| Handinvoerbak | 16.8 | 16.4 | 16.4 | 16.4 | |
e-STUDIO305
| Papierformaat | Toevoer-magazijn | Papiersoort | |||
| NORMAAL | DIK1 DIK2 DIK3 | ||||
| A4, A5-R, B5, LT, ST-R, 8.5"SQ Papierlade | 30.3 | 29.0 — — | |||
| Handinvoerbak | 30.3 | 29.0 29.0 | 29.0 | ||
| A4-R, B5-R, LT-R Papierlade | 23.3 | 22.5 — — | |||
| Handinvoerbak | 23.3 | 22.5 22.5 | 22.5 | ||
| B4, FOLIO, LG, COMP, 13"LG Papierlade | 19.5 | 19.0 — — | |||
| Handinvoerbak | 19.5 | 19.0 19.0 | 19.0 | ||
| A3, LD Papierlade 16.8 | 16.4 — — | ||||
| Handinvoerbak | 16.8 | 16.4 16.4 | 16.4 | ||
e-STUDIO355
| Papierformaat | Toevoer-magazijn | Papiersoort | |||
| NORMAAL DIK1 DIK2 DIK3 | |||||
| A4, A5-R, B5, LT, ST-R, 8.5"SQ Papierlade 35.3 35.3 — | — | ||||
| Handinvoerbak 35.3 35.3 35.3 35.3 | |||||
| A4-R, B5-R, LT-R Papierlade 35.0 33.9 — — | |||||
| Handinvoerbak 35.0 33.9 33.9 33.9 | |||||
| B4, FOLIO, LG, COMP, 13"LG Papierlade 29.5 28.7 — — | |||||
| Handinvoerbak 29.5 28.7 28.7 28.7 | |||||
| A3, LD Papierlade 25.4 24.8 — — | |||||
| Handinvoerbak 25.4 24.8 24.8 24.8 | |||||
e-STUDIO455
| Papierformaat | Toevoer-magazijn | Papiersoort | |||
| NORMAAL DIK1 DIK2 DIK3 | |||||
| A4, A5-R, B5, LT, ST-R, 8.5"SQ Papierlade 45.3 43.4 — | — | ||||
| Handinvoerbak 45.3 43.4 43.4 43.4 | |||||
| A4-R, B5-R, LT-R Papierlade 35.0 33.9 — — | |||||
| Handinvoerbak 35.0 33.9 33.9 33.9 | |||||
| B4, FOLIO, LG, COMP, 13"LG Papierlade 29.5 28.7 — — | |||||
| Handinvoerbak 29.5 28.7 28.7 28.7 | |||||
| A3, LD Papierlade 25.4 24.8 — — | |||||
| Handinvoerbak 25.4 24.8 24.8 24.8 | |||||
- De snelheid bij afdrukken met handinvoer wanneer het papierformaat is ingesteld, is zoals hierboven aangegeven.
- Voor de waarden van de bovenstaande specificaties is door TOSHIBA aanbevolen papier gebruikt.
- Deze specificaties variëren afhankelijk van de kopieercondities en de omgeving.
Combinatiematrix kopieerfunctie
■ Combinatiematrix 1/2
| Opslag e-Filing | Opslaan als bestand | Scherpte | Achter-grond-instelling | Buitenkant vissen | Geen blanco pages | ADF->SADF | Boek<->Kalender | Beeld richting | Taak opbouv | Página-nummer | Tijd-stempel | Invoegval | Kafblad | XY-zoom | Bewerkan | 2IN14IN1 | |||||||||
| Blanco Gakop-ord | Gekopi-ord voorkaft Blanco aorterkatt | Belle blanco | Gekopi-ord voorkaft | Neg/Pos S | Hegel Masikran Trimmen | ||||||||||||||||||||
| Afdruk via handinvoor | *1 *1 | Ja Ja Ja Ja | Ja *1 *4 | *1 *1 *3 *3 | *3 *3 *3 *3 | Ja *1 *1 | *1 *1 *3 | ||||||||||||||||||
| Gomingsdo originoofmaton | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | *4 Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | |||||||||||||||
| Modus voor originen | Teksilforo | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | |||||||||||||||||
| Tokst | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | ||||||||||||||||||
| Foto | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | ||||||||||||||||||
| Klsurendocument | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | ||||||||||||||||||
| Dubbelzijdig | 1 - 1 enkelzijdig | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja *3 Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *3 | |||||||||||||||||
| 1 - 2 dubbelzijdig | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja *3 Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *3 | ||||||||||||||||||
| 2 - 1 dubbelz. naar 2 enkelz. | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja *3 Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *3 | ||||||||||||||||||
| 2 - 2 dubbelzijdig | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *3 | ||||||||||||||||||
| Book - 2 | Ja Ja | Ja Ja Nae -- Noo Ja | Nao Noe | Noo Noe | Noo Noe | Noo Noe | Noo Noe | Noo Noe | Noo Noe | Noo Noe | |||||||||||||||
| Afwerking | Sorteren uit / nielen uit | *3 Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja *4 | Ja Ja *3 | *3 *3 *3 | 3 Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | |||||||||||||||||
| Sorteren | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *4 | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | ||||||||||||||||||
| Groop | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *4 | Ja Ja Nee | Nee Nee | Nee Nae | Nee Ja Ja | Ja Ja Ja | |||||||||||||||||
| Nielen en sorteren | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja *4 | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | ||||||||||||||||||
| Brochure sorteren | Nee Nee | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Nee | Ja Nee Nae | Na Nee | Na Ja Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | |||||||||||||||
| Brochure sortoren & rughochten | Nee Nee | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Nee | Ja Nee Nae | Ja Na Nee | Na Ja Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | |||||||||||||||
| Perforatie | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja *4 | Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | ||||||||||||||||||
| Rughochten | Ja Ja | Ja Ja Nae | Ja Nae Nae | Na *4 Nee | Nee Nee | Nee Nee | Na Ja Nee | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | |||||||||||||||
| Rotoron en sorteren | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja *4 | Ja Ja Nae | Nee Nee | Nee Nee | Nee Nee | Na Ja Ja Ja | |||||||||||||||||
| Beeld verplaatsen | *3 *3 | Ja Ja Ja Ja | Ja Nee Ja | *4 Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja | ||||||||||||||||||
| Rand wissen | J | a | J | a | J | a | J | a | N | e | e | J | a | J | a | J | a | J | a | J | a | a | J | a | |
| Bockmidden wissen | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | -- | Nee | Ja | *4 | Ja | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Ja | Nee | Ja | Nee | Nee | Nee | |
| Dubbele pagina | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | -- | Nee | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | |
| 2IN14IN1 | *3 | *3 | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Ja | Nee | Ja | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | |
| Berwerken | Trimmron | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | -- | -- |
| Maskron | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | -- | -- | |
| Spiegel | Ja Ja | Ja Ja Nee | Ja Ja Ja Ja | Nee | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja | Nee -- | |||||||||||||||||
| NogPos | Ja Ja | Nee Noo Nae | Ja Ja Ja Ja | Nae | Nae Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja | Nee | |||||||||||||||||
| XY-zoom | Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Nee | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja | |||||||||||||||||||
| Katlblad | Blanca voorkafi | *3 | *3 | Ja | Ja | Ja | Nee | Ja | Ja | Ja | Nae | Nae | Ja | Ja | Ja | Ja | -- | -- | -- | ||||||
| Gokopoieerd voorkafi | *3 | *3 | Ja | Ja | Ja | Nee | Ja | Ja | Ja | Nae | Nae | Ja | Ja | Ja | Ja | -- | -- | ||||||||
| Bende blanco | *3 *3 | Ja Ja Ja Nee | Ja Ja Na Nee | Ja Ja Ja Na | -- | ||||||||||||||||||||
| Gekopieerd voorkafi Blanco achterkafi | *3 *3 | Ja Ja Na Nee | Ja Ja Na Nee | Ja Ja Na Na | -- | ||||||||||||||||||||
| Invoegivel | Gokopoieerd | *3 *3 | Ja Ja Na Nee | Ja Ja Na Nee | Ja Ja Na Na | -- | |||||||||||||||||||
| Blanca | *3 *3 | Ja Ja Na Nee | Ja Ja Na Nee | Ja Ja Na Na | -- | ||||||||||||||||||||
| Tijdstempel | *3 *3 | Ja Ja Ja Ja | Ja Nee | Ja *4 Na | |||||||||||||||||||||
| Paginanummer | *3 *3 | Ja Ja Ja Ja | Ja Nee | Ja *4 | |||||||||||||||||||||
| Taakopouw | *4 *4 | Ja Ja Ja *4 | Ja *4 *4 | ||||||||||||||||||||||
| Beeldrichting | Ja Ja | Ja Ja Ja | Ja Ja | *1 Selectie papierformaat is vereist. | |||||||||||||||||||||
| Book <-> kalendar | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | ||||||||||||||||||
| ADF->SADF | Ja Ja | Ja Ja Ja | |||||||||||||||||||||||
| Geen blanco pagina | Ja Ja | Ja Ja | |||||||||||||||||||||||
| Butenkant wissen | Ja Ja | Ja | |||||||||||||||||||||||
| Scherpte | Ja *3,ja | ||||||||||||||||||||||||
| Achtergrondinstelling | Ja Ja | ||||||||||||||||||||||||
| Opslaan als bestand | Nee | ||||||||||||||||||||||||
| Opslag e-Filing | |||||||||||||||||||||||||
■ Combinatiematrix 2/2
| Dubbelapgins | Boekmiddenwissen | Ranlwsen | Beeld varpisatsen | Afwerking Dubbelzijzig Afruk via | Modus voor originellen | Gemengdeorigino-formation | handinvoer | ||||||||||||||||||||||
| Rotarenonsorteron | Rughech-ten | Perforate | Brochuresortoren &rughoch-ten | Brochuresortoren | Nieten osortoren | Groep Sorteren Sorteren | uit / motenuit | Boek - 2 2 | 2dubbel-zijdig | 2 - 1dubbez.naar 2enkeltz | 1 - 2dubbel-zijdig | 1 - 1enkeltzijdig | Kleuren-document | Foto Tekst | Tekstfoto | ||||||||||||||
| Aldruk via handinvoer | *1 *1 *1 *1 *1 *1 *1 *1 *2 Ja Ja Ja *1 *1 Ja *1 Ja Ja Ja Ja *1 | ||||||||||||||||||||||||||||
| Gemengdo origineoformaton | Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee | ||||||||||||||||||||||||||||
| Modusvoororiginaten | Tekst/foo | Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja | |||||||||||||||||||||||||||
| Tekst | Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Na | ||||||||||||||||||||||||||||
| Foto | Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Jaa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Na | Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JaJa Ja Ja Ja Ja Na | Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JA | Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ba | Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja | Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja | |||||||||||||||||||||||
| Dubbel-zijdig | 1 - 1 enkelzijdig | *3 Ja Ja Ja Ja Ja *3 Ja *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 *3 * | *3 Na Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jba Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Ja Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa J AA Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa JAA Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaat Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa Jaa JddJ aad | *1 Selectie papierformaat is vereist.*2 Selectie papierformaat is vereist voor [DUBBEL NIETEN] en [ACHTERZIJDE NIETEN].*3 Do op een later lijdslip ingestelde functie is geldig.*4 De instelling kan niet worden gewijzigd vanaf de 2e task of ema.*5 Inbindruimte is niet beschikbaar. | |||||||||||||||||||||||||
| Tijdslempel | |||||||||||||||||||||||||||||
| Paginasummer | |||||||||||||||||||||||||||||
| Taaknpontuw | |||||||||||||||||||||||||||||
| Beeldrichling | |||||||||||||||||||||||||||||
| Boek <-> kalender | |||||||||||||||||||||||||||||
| ADF->SADF | |||||||||||||||||||||||||||||
| Geen blancs pagina | |||||||||||||||||||||||||||||
| Buitenkant vissen | |||||||||||||||||||||||||||||
| Schorpte | |||||||||||||||||||||||||||||
| Achtergrundinstelling | |||||||||||||||||||||||||||||
| Opslaan als bestanc | |||||||||||||||||||||||||||||
| Opslag o-Filing | |||||||||||||||||||||||||||||
Numerics
2IN1/4IN1 100
[2-ZIJDIG] 8
A
A/B-formaat 11
Aanbevolen papier 11
Aanraakscherm 8
Aantal afdrukken 9,28,52
Aantal resterende afdruksets 9
ACHTERGRONDINSTELLING 133
ADF 125
ADF -> SADF 125
Afdelingsbeheerfunctie ....8
Afdrukken maken aantal afdrukken ....52
envelop 43
niet-standaard papierformaat 46
reproductiefactor 52,60
Afdrukken met handinvoer niet-standaard papierformaat ....46
Afwerkfunctie afwerkfunctie ....52
brochure sorteren 66,74
brochure sorteren & rughechten 66, 74
groep 66, 69
handmatig nieten 66,78
nieten en sorteren 66,72
perforatie 66,77
roteren en sorteren 66,71
rughechten 66,74
selecteren 66
sorteren 66, 69
sorteren uit nieten uit 66
AMS (automatische zoomselectie) 60
[APS] 8,54
APS (automatische papierselectie) 54
Automatisch documentinvoersysteem aanwijzingen 25
gebruik van het automatische documentinvoersysteem (op-tie) 25
ongeschikte originelen 25
Automatisch documentinvoersysteem (RADF) aanwijzingen 25
gebruik van het automatische documentinvoersysteem (op-tie) 25
ongeschikte originelen 25
Automatische papierelectie (APS) 54
Automatische wis-functie ....37
Automatische zoomselectie (AMS) 60
B
Basismenu 8
Bedieningseenheid voor nieten 78
BEELD VERPL. 91
Beeldcorrectiefuncties ACHTERGRONDINSTELLING ....133
Beeldcorrectiefuncties ....131
SCHERPTE 134
BEELDRICHTING 122
Bevestigingsscherm 52
BEWERKEN ....105 maskeren ....105
negatief/positief-omkering 108
spiegelbeeld 108
trimmen 105
Bewerken-functies 89
2IN1/4IN1 100
ADF -> SADF 125
BEELD VERPL. 91
BEELDRICHTING 122
BEWERKEN 105
BOEK - KALENDER 124
BOEKMIDDEN WISSEN 96
BROCHURE SORTEREN 103
BUITENKANT WISSEN 129
DUBBELE PAGINA 98
GEEN BLANCO PAGINA 127
INVOEGVEL 113
KAFTBLAD 110
PAGINANUMMER 117
RAND WISSEN 95
TAAKOPBOUW 119
TIJDSTEMPEL 116
XY-ZOOM 109
Binnenbak naam van elk onderdeel 68
BOEK - KALENDER 124
BOEKMIDDEN WISSEN 96
BROCHURE SORTEREN 103
Brochure sorteren 66,74
Brochure sorteren & rughechten 66, 74
BUITENKANT WISSEN 129
C
Calqueerpapier 11
Combinatiematrix kopieerfunctie 166
Continue invoer 26
D
Datum en tijd 8
Densiteitaanpassing 52, 59
Dik papier 11
DUBBELE PAGINA 98
Dubbelzijdig kopiëren boek -> dubbelzijdige afdruk 79
dubbelzijdig origineel -> dubbelzijdige afdruk ..... 79
dubbelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk 79
enkelzijdig origineel -> dubbelzijdige afdruk 79
enkelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk 79
instelling enkelzijdig/dubbelzijdig 79
Dun papier 11
E
Eindgeleiding 13
Enkelvoudige invoer 27
Envelop 11,40,43
Etiketten 11,36
Extra groot papierinvoermagazijn 11, 18
F
Finisher Finisher 66
Finisher voor rughechten 66
naam van elk onderdeel 67
Gebied voor meldingen 8
Gebied voor waarschuwingsmeldingen ....8
Gebruikersbeheerfunctie 8
Gedeelde map 87
GEEN BLANCO PAGINA 127
Glasplaat voor originelen 23
Groep 66, 69
H
[HANDINVOER]....10
Handinvoerbak 11,36,37,44,46
Handmatig nieten ....78
handmatig nieten 66
Helptoets 9
|
Indicator papierformaat ....13
Ingestelde functies annuleren ....53
[INSTELLING] 9
Instelling enkelzijdig/dubbelzijdig 52
Instelling papiersoort 16,39,42
[INTERRUPT] toets 32
INVOEGVEL 113
Invoer 26
K
KAFTBLAD 110
K-formaat 11
KLEURENDOCUMENT 58
Kopieerfuncties
ingestelde functies annuleren ....53
ingestelde functies bevestigen ....52
vóór gebruik van de kopieerfuncties ....52
Kopieopvangbak selecteren ....35
Kopiëren
aantal afdrukken 28
afdrukken maken 28
continue kopieersnelheid ....164
dubbelzijdig kopieren ....79
kopiëren met handinvoer ....36
met onderbreking 32
opnieuw starten 30
opslaan als bestand 85
originelen met verschillende formaten ....56
proefkopie ....33
stoppen 30
Kopiëren met handinvoer
envelop 43
kopiëren met handinvoer ....36
standaard papierformaat ....37
Kopiëren met onderbreking 32
L
Logboek 160
LT-formaat 11
M
Meldingsgebied systeemstatus 8,10
menu BEELD 132
menu BEWERKEN 90
[MODUS VOOR ORIGINELEN] 8
Modus voor originelen
FOTO 58
KLEURENDOCUMENT 58
modus voor originelen 52, 58
TEKST 58
TEKST/FOTO 58
N
NetWare IPX/SPX 88
NetWare TCP/IP 88
Nieten en sorteren 66,72
Normaal papier 11
0
Offset-bak 66
Openbare templategroep 139
OPSLAAN ALS BESTAND 85
[OPSLAG] 9
Opvang originelen 26
[ORIGIN. MODUS] 58
Originelen
aanvaardbare originelen 22
gebruik van het automatische documentinvoersysteem (op-tie) 25
maximumaantal vellen per scanopdracht 22
originelen met verschillende formaten 56
plaatsen 22
Overhead transparanten 11,36,40
P
PAGINANUMMER 117
Papier
aanwijzingen voor de opslag van kopieerpapier ..... 12
geen papier meer 29
geschikt kopieerpapier 11
instelling papiersoort 16, 39, 42
ongeschikt kopieerpapier 12
papierformaat vastleggen 15
plaatsen 11, 12, 18
resterend aantal vellen 10
Papierformaat vastleggen 15
Papiergeleiders van de handinvoerbak 38, 44, 46
Papiergeleiders van de papierlade 13
Papiergeleiders van het automatische documentinvoersysteem 26, 27
Papierhouder 36
Papierladen 11, 12, 161
Papierladetoetsen 10
Papieropsluithendel 36, 38, 44, 46
Papierselectie 52, 54
Papiersoort in de handinvoerbak 10
Perforatie 66,77
Perforatie-unit 66
Persoonlijke groep aanmaken 142
gegevens van persoonlijke groep wijzigen 148
persoonlijke groep 139
templates vastleggen 143
verwijderen 151
Praktische templates 137
[PROEFKOPIE] 9
Proefkopie 33
R
RAND WISSEN 95
Reproductiefactor 52,60
Roteren en sorteren 66,71
Rughechten 66,74
s
SADF 125
SCHERPTE 134
SMB 88
Sorteren 66, 69
Sorteren uit nieten uit 66
Standaardinstellingen 52
[START] toets 29
[STOP] toets 30
T
Taakgeschiedenis 160
TAAKOPBOUW 119
Taakscheider 66
[TAAKSTATUS] 9
Taakstatus 156
Taakstatus-menu 156
[BASIS] tabblad 8
[BEELD] tabblad 8,132
[BEWERKEN] tabblad ....8
Taken
annuleren 157
bevestigen 156
onderbreken / hervatten 158
verplaatsen 159
TEKST 58
TEKST/FOTO 58
[TEMPLATE] 9,136
Templatemenu 136
Templates
gegevens wijzigen 148,149
oproepen 145
praktische templates 137
templates 136
vastleggen 139, 143
verwijderen 151, 153
TIJDSTEMPEL 116
Toetsen voor de densiteitaanpassing 9
TopAccess 148
U
[UITVOERBAK] 10
[USER FUNCTIONS] toets 15
W
Weergave kopieopvangbak 10
X
XY-ZOOM 109
Z
[ZOOM] 8,60











