DT125R (2000) - Motorfiets YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DT125R (2000) YAMAHA in PDF-formaat.
| Type product | Motorfiets (enduro) |
| Merk | Yamaha |
| Model | DT125R (2000) |
| Motorinhoud | 124 cc, 2-takt, eencilinder |
| Vermogen | 15 pk (11 kW) bij 8.000 tpm |
| Koppel | 14 Nm bij 7.000 tpm |
| Koeling | Vloeistofkoeling |
| Transmissie | 6 versnellingen, handgeschakeld |
| Aandrijving | Ketting |
| Remmen voor | Schijfrem, 245 mm |
| Remmen achter | Trommelrem, 130 mm |
| Vering voor | Telescoopvork, 41 mm |
| Vering achter | Monoshock (demping instelbaar) |
| Bandenmaat voor | 90/90-21 |
| Bandenmaat achter | 120/80-18 |
| Bodemvrijheid | 240 mm |
| Zadelhoogte | 880 mm |
| Leeg gewicht | 112 kg |
| Inhoud brandstoftank | 9,5 liter (mengsmering 2% olie) |
| Brandstofsysteem | Carburateur Mikuni VM24 |
| Ontsteking | CDI |
| Accu | 12V, 4Ah |
| Verlichting | Halogeenschipper 12V 35/35W |
| Onderhoudsinstructies | Zie gebruiksaanwijzing voor smeer- en afstelintervallen |
| Standaard uitrusting | Kickstarter, elektrisch starten, bagagedrager |
Veelgestelde vragen - DT125R (2000) YAMAHA
Gebruikersvragen over DT125R (2000) YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DT125R (2000) - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DT125R (2000) van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING DT125R (2000) YAMAHA
Welkom in de energieke wereld van Yamaha rijders!
DAU00001
Als bezitter van een DT125R kunt u genieten van de resultaten van Yamaha's nieuwste technologie en ruime ervaring in het ontwerp en de fabricage van topkasse produkten, waarmee Yamaha haar verdiende reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.
Neem alstublieft de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, om de mogelijkheden van deze DT125R optimaal te benutten. Deze handleiding voor de eigenaar beschrijft niet alleen de bediening, inspektie en onderhoud van uw motorfiets, maar geeft tevens belangrijke aanwijzingen voor uw veiligheid en die van anderen, om ongemak en ongelukken te vermijden.
Daarnaast bevat de handleiding vele handige tips om uw motorfiets in de beste staat te houden. Als bepaalde punten niet duidelijk zijn of u hebt vragen, aarzel dan niet kontakt op te nemen met uw Yamaha dealer.
Het Yamaha team wenst u vele aangename en veilige ritten. Onthoud altijd: veiligheid heeft voorrang!
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE BERIJDER
Informatie die van groot belang is wordt in deze handleiding aangegeven door de volgende symbolen en/of aanduidingen:
DAU00005

Het veiligheidssymbool betekent ATTENTIE! VOORZICHTIG! HET GAAT HIER OM UW PERSOONLIJKE VEILIGHEID!
WAARSCHUWING
Het niet opvolgen van een speciale WAARSCHUWING kan resulteren in ernstig letsel of dood van de berijder, een medepassagier, een andere weggebruiker of een persoon die de motorfiets inspekteert of repareert.
LET OP:
De aanwijzing LET OP! attendeert u op bijzondere voorzorgsmaatregelen die u in acht dient te nemen om beschadiging van de motorfiets te voorkomen.
OPMERKING:
Een OPMERKING verschaft belangrijke informatie om bepaalde procedures te vergemakkelijken of duidelijker te maken.
OPMERKING:
- Deze handleiding dient beschouwd te worden als een bij de motorfiets behorend onderdeel en dient ook bij verkoop bij de motorfiets te blijven.
- Yamaha produkten veranderen kontinu door verbeteringen in het ontwerp en in de technische gegevens. Als gevolg hiervan kunnen er hier en daar kleine verschillen optreden tussen de beschrijving in deze handleiding en uw motorfiets, zelfs al is bij het ter perse gaan van deze handleiding de informatie up to date. Mocht u vragen hebben over deze handleiding, aarzel dan niet om kontakt op te nemen met uw Yamaha dealer.
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE BERIJDER
WAARSCHUWING
DW000002
LEES DEZE HANDLEIDING IN ZIJN GEHEEL AANDACHTIG DOOR ALVORENS TOT GEBRUIK VAN DE MOTORFIETS OVER TE GAAN.
DAU03337
DT125R
HANDLEIDING
© 2000 door Yamaha Motor Co., Ltd.
Alle rechten voorbehouden.
Elke vorm van herdruk of onbevoegd gebruik
zonder schriftelijke toestemming van
Yamaha Motor Co., Ltd.
is uitdrukkelijk verboden.
Printed in Japan.
INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING
1 VEILIGHEID HEEFT VOORRANG 1-1
BESCHRIJVING....2-1
Linker aanzicht....2-1
Rechter aanzicht....2-2
Bedieningselementen/instrumenten 2-3
3 FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN....3-1
Kontaktslot-schakelaar 3-1
Kontrolelampjes....3-1
Kontroleprocedure voor het
oliepeil-waarschuwingslampje 3-2
Snelheidsmeter....3-3
Toerenteller....3-3
Koelvloeistoftemperatuur-meter....3-4
Stuurschakelaars....3-4
Koppelingshendel....3-5
Versnellingspedaal 3-5
Voorremhendel 3-6
Achterrempedaal 3-6
Benzine (Behalve voor Zwitserland en Oostenrijk)....3-7
Benzine (Voor Zwitserland en Oostenrijk) ......3-7
Katalysator (Voor Zwitserland en Oostenrijk) ......3-8
Motorolie....3-9
Benzinekraan....3-9
Chokeknop (choke) "|▼|"......3-10
Kickstarter....3-11
Stuurslot....3-11
Zadel....3-12
Helmhouder 3-12
Afstellen van de achterschokbreker....3-13
Achterste opbergbak....3-14
Opmerking over het Yamaha
energie-induktiesysteem (Y.E.I.S.)....3-14
Y.P.V.S. (Yamaha Power Valve System
= Yamaha kleppensysteem)....3-15
Zijstandaard....3-15
Kontrole van de
zijstandaard-onderbrekingsschakelaar....3-16
4 KONTROLE VOOR HET RIJDEN....4-1
Kontrole voor het rijden....4-1
5 BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET
RIJDEN 5-1
Starten van de motor....5-1
Starten van een warme motor 5-3
Schakelen....5-4
Aanbevolen snelheden voor op- en
terugschakelen (alleen voor Zwitserland)......5-4
Tips voor het beperken van het benzineverbruik......5-5
Inrijden....5-5
Parkeren 5-6
INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING
6
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE
REPARATIES 6-1
Gereedschapset....6-1
Periodiek smeer- en onderhoudsschema....6-3
Verwijderen en aanbrengen van
stroomlijnkappen....6-6
Stroomlijnkap A....6-6
Stroomlijnkap B....6-7
Stroomlijnkap C 6-8
Verwijderen en aanbrengen van panelen....6-8
Paneel D....6-9
Paneel E....6-9
Inspektie van de bougies....6-10
Versnellingsbak-olie....6-11
Koelsysteem 6-12
Koelvloeistof verversen....6-13
Luchtfilter 6-15
Afstelling van de vrije slag van de
koppelingshendel....6-21
Afstellen van de vrije slag van de
voorremhendel....6-21
Afstellen van de achterrem-pedaalhoogte....6-22
Afstelling van de remlicht-schakelaar....6-23
Kontrole van de remvoeringen voor en achter......6-23
Kontrole van het remvloeistofnivo....6-24
Verversen van de remvloeisto....6-25
Kontrole van de kettingspanning 6-25
Afstellen van de kettingspanning....6-26
Smering van de ketting....6-26
Inspektie en smering van de kabels 6-27
Smering van de gaskabel en van de gashendel .....6-27
Afstellen van de pomp voor de zelfsmering......6-28
Smeren van het rempedaal en
versnellingspedaal....6-28
Smeren van de voorremhendel en
koppelingshendel....6-28
Smering van de zijstandaard....6-29
Inspektie van de voorvork....6-29
Inspektie van de stuurinrichting....6-30
Wiellagers....6-30
Accu....6-31
Vervangen van zekeringen....6-33
Vervangen van de gloeilamp van de koplamp......6-33
Vervangen van de gloeilamp van de
richtingaanwijzer....6-35
Vervangen van de gloeilamp van het
remlicht/achterlicht....6-35
Ondersteunen van de motorfiets 6-36
Demonteren van het voorwiel....6-36
Monteren van het voorwiel....6-37
Demonteren van het achterwiel....6-38
INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING
Monteren van het achterwiel....6-39
Verhelpen van storingen....6-39
Lijst voor het opsporen van storingen....6-40
7 ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE
MOTORFIETS....7-1
Onderhoud....7-1
Opslag 7-4
Identifikatie-nummer 9-1
Identifikatienummer van de sleutel....9-1
Motorfiets-identifikatienummer....9-1
Modelplaatje 9-2

VEILIGHEID HEEFT VOORRANG
DAU00021
Een motorfiets is een fascinerend vervoermiddel, dat je als geen ander een gevoel van vrijheid kan geven. Er zijn echter wel bepaalde spelregels en beperkingen, waar je niet omheen kunt; ook de beste motorfiets kan niet méér dan de natuurwetten toestaan.
Goede verzorging en regelmatig onderhoud zijn de eerste vereisten om te zorgen dat de motorfiets in goede staat blijft en zijn waarde behoudt. En dat geldt evenzeer voor de berijder: om goed en veilig te rijden moet je zelf ook in goede conditie zijn. Rijden onder de invloed van medicijnen, alcohol of drugs is natuurlijk gekkenwerk. De berijder van een motorfiets moet voortdurend meer dan een automobilist fysiek en mentaal in topvorm zijn. Ook de geringste hoeveelheid alcohol geeft ongemerkt een zekere overmoed, die bijzonder gevaarlijk kan zijn.
Beschermende kleding is voor de motorrijder net zo belangrijk als veiligheidsgordels voor de inzittenden van een auto. Je weet nooit wat er kan gebeuren. Draag daarom altijd een integraal motorpak (naar keuze van leer of van scheurbestendig synthetisch materiaal, met knie- en elleboogbeschermers), stevige laarzen, motorhandschoenen en een goed passende helm. Denk echter niet, dat een veilige uitrusting je de kans biedt wat agressiever te rijden. Ook met de beste bescherming blijf je als motorrijder bijzonder kwetsbaar. Vooral bij nat weer zit een ongeluk in een klein hoekje. Ken je eigen grenzen, rijd niet harder dan verstandig is en neem geen onnodige risico's. Een verstandig motorrijder rijdt defensief, met voorspelbaar weggedrag. Ook al weet je zelf precies wat je doet, verrassing bij je medeweggebruikers is gevaarlijk. Houd rekening met de mogelijkheid dat andere weggebruikers fouten kunnen maken; veiligheid is samenwerking.
Veel plezier onderweg!
Linker aanzicht

| 1. | Koplampt | 7. Chokbehendel (choke) (blz. 3-10) 6-33) |
| 2. | Radiateurdop | 8. Versnellingspedaal (blz. 3-5-534) |
| 3. | Benzinekraan | 9.(blz. 3-9)E.I.S. |
| 4. | Luchtfilter | 10. (blz. Y.P.V.$-15) |
| 5. | Koelvloeistof-reservoirtank | (blz. 6-13) |
| 6. | Helmhouder | (blz. 3-12) |
Rechter aanzicht

- Gereedschapset (blz. 6-1)
- Zekering (blz. 6-33)
- Motorlietank (blz. 3-9)
- Achterrempedaal (blz. 3-6, 6-22)
- Afsteller de voorbelasting van de achterschokbreker (blz. 3-13)
Bedieningselementen/instrumenten

- Koppelingshendel (blz. 3-5, 6-21)
- Linker stuurschakelaars (blz. 3-4)
- Snelheidsmeter (blz. 3-3)
- Motortemperataur-meter (blz. 3-4)
-
Toerenteller (blz. 3-3)
-
Rechter stuurschakelaars (blz. 3-5)
- Voorremhendel (blz. 3-6, 6-27)
- Gashendel (blz. 6-17, 6-27)
- Tankdop (blz. 3-6)
- Kontaktslot-schakelaar (blz. 3-1)
EAU00027
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

DAU00028
Kontaktslot-schakelaar
De kontaktslot-schakelaar (hoofdschakelaar) dient voor het in- en uitschakelen van de ontsteking en van de verlichting. Hieronder volgt de beschrijving van de bediening.
DAU00036
ON
De elektrische circuits worden ingeschakeld en de motor kan nu gestart worden. Als de kontaktslot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel niet verwijderd worden.
DAU00038
OFF
Alle elektrische circuits zijn uitgeschakeld. Als de kontaktslot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel verwijderd worden.

- Richtungaansijzer-kontrolelampje "◀◀◀"
- Grootlicht-kontrolelampje "≡D"
- Vrijstand-kontrolelampje "N"
- Oliepeil-waarschuwingslampje "☐."
DAU00056
Kontrolelampjes
DAU00057
Richtingsaanwijzer-kontrolelampje

Dit kontrolelampje knippert als de richtingaanwijzer naar links of naar rechts wordt gezet.
DAU00061
Vrijstand-kontrolelampje "N"
Dit kontrolelampje licht op als de versnel- ling in zijn vrij staat.
DAU00063
Grootlicht-kontrolelampje "≡D"
(1)基因通过控制 通过控制
Dit kontrolelampje licht op als het grootlicht wordt ingeschakeld.
DAU01313
Oliepeil-controlelampje "
Dit controlelampje licht op als het oliepeil te laag is. Dit elektrische circuit kan gekontroleerd worden volgens de procedure op blz. 3-2.
DC000000
LET OP:
[Non-Text]
Let op dat u nooit met de motorfiets rijdt als er niet voldoende olie in het carter aanwezig is.
OPMERKING:
Ook al is er olie tot het voorgeschreven peil bijgevuld, dan nog kan het oliepeil-controlelampje op een helling of tijdens plotseling accelereren of remmen wel eens gaan flikkeren, maar dit is normaal.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DAU00075
Kontroleprocedure voor het oliepeil-waarschuwingslampje
![graph TD A["Zet de kontaktslot-schakelaar op "ON"."] --> B["Zet de versnelling in vrij."] B --> C["Oliepeil-waarschuwingslampje licht niet op."] B --> D["Oliepeil-waarschuwingslampje licht op."] C --> E["Vraag uw Yamaha dealer om het elektrische circuit te inspekteren."] D --> F["Schakel e…](/content/2026/06/1144790/images/1b947dbc665e9333a52af6c53aaf6520ee12c319fdc4d8959803cc4f20c51b0d.jpg)
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Snelheidsmeter
- Kilometerteller
- Dagteller
- Nulstelknop
DAU01087
Snelheidsmeter
De snelheidsmeter geeft de snelheid van de motorfiets aan. Deze snelheidsmeter is tevens uitgerust met een kilometerteller en een dagteller. De dagteller kan op nul teruggezet worden met de nulstelknop. Gebruik deze dagteller om te kijken hoeveel kilometer u met één volle tank kunt afleggen, zonder op reserve te hoeven overgaan. Als u dit enkele malen doet, zult u in de toekomst beter kunnen plannen waar en wanneer u moet stoppen om te tanken.
OPMERKING:
(alleen voor het Duitse model met snel-heidsbegrenzer)
Deze motorfiets is voorzien van een snelheidsbegrenzer die zorgt dat de maximumsnelheid van 80 km/uur niet overschreden kan worden.

- Toerenteller
- Rode gebied
DAU00102
Toerenteller
Dit model is uitgerust met een elektrische toerenteller zodat de bestuurder het motortoerental goed kan aflezen, en zodoende de motorbelasting binnen de vereiste grenzen kan houden.
LET OP:
DC000003
Zorg dat de toerenteller nooit in het rode gebied komt.
Rode gebied: 10,500 tpm en hoger
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Koelvloeistoftemperatuur-meter
- Rode gebied
DAU01652
Koelvloeistoftemperatuur-meter
Deze meter geeft de temperatuur van de koelvloeistof aan, als de kontaktslot-schakelaar op "ON" staat. De temperatuur van de motor is afhankelijk van de weersomstandigheden en van de mate waarin de motor belast wordt. Als de naald van de meter in het rode gebied komt, stop de motorfiets dan onmiddellijk en laat de motor afkoelen. (Zie blz. 6-13 voor meer details.)
DC000002
LET OP:
Als de motor oververhit is, stop dan onmiddellijk met rijden.

- Lichtschakelaar
- Grootlicht/dimlicht-schakelaar
- Klaxon-schakelaar "
- Richtingaanwijzer-schakelaar
DAU00118
Stuurschakelaars
DAU00121
Grootlicht/dimlicht-schakelaar
Draai de schakelaar naar "≡D" voor grootlicht en naar "≡D" voor dimlicht.
DAU00127
Richtingaanwijzer-schakelaar
Om de rechter-richtingaanwijzer in te schakelen, duwt u de schakelaar naar “→”. Om de linker-richtingaanwijzer in te schakelen, duwt u de schakelaar naar “←”. Als u de schakelaar loslaat, keert deze terug naar de middenpositie. Om de richtingaanwijzer weer uit te zetten, drukt u de schakelaar in, terwijl deze in de middenpositie staat.
DAU00129
Druk de schakelaar in om te klaxoneren.
DAU00134
Lichtschakelaar
Door de lichtschakelaar naar "DO" te draaien zal het dimlicht, de meterverlichting en de achterverlichting ingeschakeld worden. Door de lichtschakelaar naar "D" te draaien zal de koplamp ook ingeschakeld worden.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

De motorstop-schakelaar is een veiligheids-schakelaar voor gebruik onder noodomstandigheden, zoals wanneer de motorfiets is omgevallen of bij problemen met de gasklep. Draai de schakelaar naar "O" als u de motor wilt starten. In noodgevallen draait u de schakelaar naar "X".

De koppelingshendel is bevestigd aan het linkerhandvat van het stuur. Om te ontkoppelen, trekt u de koppelingshendel in. Om de koppeling weer te laten opkomen laat u de koppelingshendel weer langzaam van het stuur weg gaan. Voor een soepele bediening is het het beste om de koppelingshendel snel in te trekken en langzaam te laten opkomen.

N. Vrijstand
1. Versnellingspedaal
DAU00157
Versnellingspedaal
Deze motorfiets is uitgerust met een 6-versnellingsbak met konstante aangrijping.
Het versnellingspedaal bevindt zich links van het motorblok. Schakel nooit op of terug, zonder de koppeling te gebruiken.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

De voorremhendel is bevestigd aan het rechterhandvat van het stuur. Trek de hendel in om te remmen.
Achterrempedaal
Het achterrempedaal bevindt zich rechts van het motorblok. Trap het pedaal in om te remmen.
- Benzinetankdop
- Ontsluiten
- Openen
Benzinetankdop
DAU00177
Openen
Steek de sleutel in het sleutelgat en draai deze 1/4 slag rechtsom. Draai de dop 1/3 slag naar links en verwijder deze van de benzinetank.
Sluiten
Plaats de benzinetankdop weer op de juiste plaats en draai deze 1/3 slag rechtsom. Vergrendel de dop door de sleutel een 1/4 slag rechtsom te draaien en verwijder de sleutel.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
OPMERKING:
De benzinetankdop kan niet op de benzinetank worden aangebracht als deze niet ontgrendeld is. De sleutel dient in de benzinetankdop te blijven totdat deze weer geplaatst en vergrendeld is.
DW000023
WAARSCHUWING
Kontroleer altijd of de benzinetankdop goed op de bezinetank zit, alvorens weg te rijden.

-
Vulslang
-
Brandstonivo
DAU01183
Benzine
(Behalve voor Zwitserland en Oostenrijk)
Kontroleer of er zich voldoende benzine in de benzinetank bevindt. Vul de brandstoftank tot onderaan de vulhals, zoals in de afbeelding aangegeven.
DW000130
WAARSCHUWING
Zorg dat de benzinetank niet al te vol is. Let tevens op dat er geen benzine op een heet motorblok wordt gemorst. Vul de tank nooit verder dan tot onderaan de vulhals, anders bestaat de kans dat de benzinetank overloopt, als de benzine door verwarming uitzet.

- Vulskang
- Vultrechter
- Bladklep
- Brandstofnivo
Benzine
DAU01184
(Voor Zwitserland en Oostenrijk)
Kontroleer of er zich voldoende benzine in de benzinetank bevindt. Voor het bijvullen steekt u het vulmondstuk in de vulopening en vult u de tank niet verder dan tot onderaan de vulhals, zoals in de afbeelding aangegeven.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DW000130
DAU00191
⚠ WAARSCHUWING
Zorg dat de benzinetank niet al te vol is. Let tevens op dat er geen benzine op een heet motorblok wordt gemorst. Vul de tank nooit verder dan tot onderaan de vulhals, anders bestaat de kans dat de benzinetank overloopt, als de benzine door verwarming uitzet.
DAU00185
LET OP:
Als er benzine wordt gemorst, veeg deze dan onmiddellijk weg met een droge, zachte doek. Benzine kan geverfde oppervlakken en plastic afwerking aantasten.
Aanbevolen brandstof:
Normale, loodvrije benzine met een oktaangehalte van 91 ron of hoger (oktaangehalte zoals door onderzoek bepaald).
Inhoud benzinetank:
Totaal:
10,0 L
Reserve:
1,8 L
OPMERKING:
Als de motor klopt of pingelt, probeer dan een verschillend merk benzine of benzine met een hoger oktaangehalte.
DAU01084
Katalysator
(Voor Zwitserland en Oostenrijk)
Deze motorfiets is voorzien van een katalysator in de uitlaat.
DW000128
WAARSCHUWING
Het uitlaatsysteem is heet meteen na het afzetten van de motor.
Zorg dat het uitlaatsysteem voldoende is afgekoeld alvorens te beginnen met afstellingen of smering.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DC000114
LET OP:
Neem de volgende punten in acht om brand of eventuele beschadigingen aan de motorfiets te voorkomen.
- Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. Bij gebruik van loodhoudende benzine zal de katalysator onherstelbaar worden beschadigd.
- Parkeer de motorfiets nooit boven gras of op een andere plaats met brandbare materialen.
- Laat de motor niet langdurig stationair draaien.

- Olietankdop
- Stopmoer
DAU02956
Tweetakt-motorolie
Zorg dat er voldoende tweetakt-motorolie in de olietank aanwezig is. Indien nodig, bijvullen met het aanbevolen type olie.
Aanbevolen motorolie:
Yamalube 2 of 2-takt motorolie
(JASO FC kwaliteit of ISO EG-C,
EG-D kwaliteit)
Inhoud olietank:
1,2 L

- Pijlteken op "OFF"
DAU03050
Benzinekraan
De benzinekraan voert benzine toe aan de carburateur en tegelijkertijd wordt de benzine gefilterd.
De benzinekraan heeft drie verschillende standen:
OFF
Met de benzinekraan in deze stand stroomt er geen benzine naar de motor. Zet de benzinekraan altijd in deze stand als de motor niet draait.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Pijlteken op "ON"
ON
Met de benzinekraan in deze stand stroomt er benzine naar de carburateur. Zet de benzinekraan in deze stand voor het starten van de motor en het rijden met de motorfiets.

- Pijlteken op "RES"
RES
Dit is de reservestand. Als de tank tijdens het rijden leeg raakt, zet u de benzinekraan in deze stand. Vul de tank dan bij de eerste gelegenheid bij. Zet na het bijtanken vooral de benzinekraan weer terug in de normale "ON" stand!

Het starten van een koude motor vereist een rijker mengsel (meer benzine/minder lucht). Een gescheiden choke-startcircuit zorgt voor de toevoer van dit verrijkte mengsel.
Draai in de ⓐ richting om de chokeknop (choke) in te schakelen.
Draai in de ⓑ richting om de chokeknop (choke) uit te schakelen.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

Draai de kickstarter weg van het motorblok. Duw de kickstarter met uw voet lichtjes omlaag, totdat u voelt dat deze aangrijpt en trap deze vervolgens met kracht omlaag om de motor te starten. Dit model beschikt over een primair-gekoppelde kickstarter dus u kunt de motor starten terwijl er een versnelling is ingeschakeld, mits de koppeling ingetrokken is. Het is echter raadzaam om de versnelling vrij te zetten om de motor te starten.

- Stuurslot
DAU02934
Stuurslot
Het stuur op slot zetten
Draai het stuur helemaal naar rechts en open het dekseltje van het stuurslot.
Steek de sleutel in het slot en draai deze een 1/8 slag naar links. Druk vervolgens de sleutel in terwijl u het stuur iets terug naar links draait en draai de sleutel nu 1/8 slag rechtsom.
Controleer of het stuur vergrendeld is, trek de sleutel uit het slot en plaats het dekseltje terug over het slot.
Het stuur van het slot halen
Steek de sleutel in het slot, druk hem in en draai hem een 1/8 slag naar links zodat hij omhoogkomt. Dan is het stuur ontgrendeld en kunt u de sleutel verwijderen.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Verwijder de panelen D en E. (Zie blz. 6-9 voor het verwijderen en installeren van de panelen.)
- Verwijder de zadelbouten en licht het zadel omhoog.
Installeren
- Steek de nokken aan de voorkant van het zadel in de uitsparingen en draai de zadelbouten aan.
- Installeer de panelen.
OPMERKING:
Kontroleer, alvorens te gaan rijden, of het zadel goed vast zit.

Om de helmhouder te openen, steekt u de sleutel in het slot en draait u hem in de aangegeven richting.
Draai de sleutel terug in de oorspronkelijke stand om de helmhouder op slot te zetten.
DW000030
⚠ WAARSCHUWING
Ga nooit rijden terwijl er zich een helm in de helmhouder bevindt. De helm zou ergens tegenaan kunnen stoten, waardoor u uw evenwicht zou kunnen verliezen met als gevolg een ongeluk.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

Afstellen van de achterschokbreker
Deze schokbreker is uitgevoerd met een afstelmechanisme voor de voorbelasting. Stel de voorbelasting als volgt in:
- Draai de borgmoer los.
- Draai de afstelmoer in de ⓐ richting om de veer-voorbelasting te verhogen en in de ⓑ richting om de veer-voorbelasting te verlagen. De voorbelasting is geheel afhankelijk van de ingestelde lengte van de veer. Als u de veer korter instelt, geeft dit een hogere voorbelasting en als u de veer langer instelt, zal de voorbelasting minder zijn.

Veer-voorbelasting:
Minimaal (zacht): Afstand A: 235 mm
Standaard: Afstand A: 230 mm
Maximaal (stug): Afstand A: 220 mm
DC000015
LET OP:
Probeer de afsteller nooit voorbij de minimum- of maximumstand te draaien.
- Draai de borgmoer vast met het voorgeschreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel:
Borgmoer:
55 Nm (5,5 m·kg)
DC000018
LET OP:
Draai de vergrendelmoer altijd tegen de veer-afstelmoer aan en draai de vergrendelmoer met het voorgeschreven aantrekkoppel vast.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DAU00315
⚠ WAARSCHUWING
Deze schokbreker bevat stikstofgas onder bijzonder hoge druk. Lees de onderstaande informatie aandachtig door alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden aan de schokbreker. Yamaha is niet verantwoordelijk voor beschadigingen of verwondingen ontstaan door verkeerd behandelen van de schokbreker.
- Probeer de cilinder niet te openen.
- Zorg dat de schokbreker niet in de buurt komt van open vuur of blootgesteld wordt aan hoge temperaturen. Dit zou kunnen leiden tot een ontploffing door uitzetting van het stikstofgas.
- Zorg dat de cilinder niet vervormd of anderzins beschadigd wordt. Dit zal een slechte werking van de schokbreker tot gevolg hebben.
- Als er iets mis is met de schokbreker of er moet onderhoudswerk aan verricht worden, breng uw motorfiets dan naar een Yamaha dealer.

- Achterste opbergvak
DAU00320
Achterste opbergvak
DW000032
WAARSCHUWING
Zorg dat de 2 kg maximale belading niet overschreden wordt.

Opmerking over het Yamaha energie-induktiesysteem (Y.E.I.S.)
De luchtkamer en -slang dienen altijd uiterst voorzichtig behandeld te worden. Een verkeerde installatie of een beschadigd onderdeel zullen leiden tot slecht funktioneren van de motorfiets. Vervang gescheurde of beschadigde onderdelen onmiddellijk. Breng nooit enige wijziging in dit systeem aan.
DC000022
LET OP:
Probeer nooit veranderingen aan te brengen in het Yamaha energie-induk- tiesysteem.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

Het Y.P.V.S. Yamaha kleppensysteem is een bijzonder belangrijk onderdeel van de motor en vereist een zeer nauwkeurige afstelling. Laat de afstelling over aan een Yamaha monteur die
over voldoende technische kennis en ervaring beschikt om deze afstelling te verrichten.
DC000023
LET OP:
De Y.P.V.S. (Yamaha Power Valve System = het kleppensysteem) is in de fabriek afgesteld, na vele uitgebreide tests. Als de afstellingen worden veranderd door iemand met onvoldoende technische kennis, kan dit leiden tot slechtere motorprestaties en beschadiging van de motor.
Onder de volgende omstandigheden zult u het Yamaha kleppensysteem (Y.P.V.S.) kunnen horen:
- Als de kontaktslot-schakelaar op "ON" wordt gezet en u start de motor.
- Als de motor afslaat terwijl de kontaktslot-schakelaar op "ON" staat.
DC000024
LET OP:
Als de Y.P.V.S. niet goed funktioneert, vraag uw Yamaha dealer dan om deze te inspekteren.
DAU00330
Zijstandaard
Dit model is uitgerust met een onderbrekingscircuit voor de onsteking. Rijd nooit met de motorfiets terwijl de zijstandaard is uitgeklapt. De zijstandaard bevindt zich aan de linkerkant. (Zie blz. 5-1 voor een uitleg van dit onderbrekingscircuit).
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
WAARSCHUWING
Rijd nooit met deze motorfiets terwijl de zijstandaard is uitgeklapt. Als de zijstandaard niet volledig is opgeklapt, kan het gebeuren dat deze de grond raakt waardoor u uw balans zou kunnen verliezen met als gevolg een zeer ernstig ongeluk. Yamaha heeft in deze motorfiets een onderbrekingscircuit voor de ontsteking ingebouwd om ongelukken door een niet goed ingeklapte zijstandaard te vermijden. Voer de hieronder beschreven procedure regelmatig uit, om te kontroleren of het onderbrekingscircuit juist funktioneert. Mocht er iets mis zijn met het onderbrekingscircuit, raadpleeg dan onmiddellijk een Yamaha dealer.
DW000044
DAU00393
Kontrole van de zijstandaard-onderbrekingsschakelaar
Kontroleer, aan de hand van de onderstaande informatie, de zijstandaard-onderbrekingsschakelaar op een juiste werking.
DE MOTOR SLAAT AF.
DE ZIJSTANDAARD- ONDERBREKINGSSCHAKELAAR IS IN ORDE.
DW000045
WAARSCHUWING
Mocht er iets mis zijn met het onderbrekingscircuit, raadpleeg dan onmiddellijk een Yamaha dealer.
![graph TD A["DRAAI DE KONTAKTSLOT-SCHAKELAAR NAAR "ON" EN DE MOTORSTOPSCHAKELAAR NAAR "Q"."] --> B["ZET DE VERSNELLING VRIJ EN KIAP DE ZIJSTANDAARD OMLAAG."] B --> C["TRAP DE KICKSTARTER OMLAAG."] C --> D["DE MOTOR START."] D --> E["TREK DE KOPPELINGSHENDEL IN EN SCHAKEL EEN VERSN…](/content/2026/06/1144790/images/8a9a533e7ae61dedb83c348a8ead24352664c96232fbae88b4265fb2e3c9f8b4.jpg)
Als eigenaar bent u verantwoordelijk voor de toestand van uw voertuig. De vitale onderdelen en funkties van uw motorfiets kunnen wel eens onverwacht teruglopen, ook al rijdt u er niet mee (bijvoorbeeld door blootstelling aan de elementen). Elke beschadiging, lekkage of verlies van bandenspanning kan ernstige gevolgen hebben. Daarom is het van groot belang om naast een zorgvuldige visuele inspektie ook voor elke rit de volgende punten grondig te kontroleren.
KONTROLE VOOR HET RIJDEN
DAU00340
| Onderdeel Kontrole blz. | ||
| Voorrem en remvloeistof-lekkage. | Kontroleer op soepele werking, vrije slag, remvloeistofnivo,Eventueel bijvullen met DOT4 (of DOT3) remvloeistof. | 3-6, 6-21~ 6-25 |
| Achterrem en remvloeistof-lekkage. | Kontroleer op soepele werking, vrije slag, remvloeistofnivo,Eventueel bijvullen met DOT4 (of DOT3) remvloeistof. | |
| Koppeling | Kontroleer op soepele werking en vrije slag.Indien noodzakelijk afstellen. | 3-5, 6-21 |
| Gasgreep • Indien noodzakelijk smeren. 6-17, 6-27Indien nodig de speling van de gaskabel bijstellen. | ||
| Zelfsmeertank | Kontroleer oliepeil.Indien nodig motor met olie bijvullen. | 3-9 |
| Versnellingsbak-olie | Kontroleer oliepeil.Indien nodig motor met olie bijvullen. | 6-11 ~ 6-12 |
| Koelvloeistof-reservoirtank | Kontroleer het koelvloeistofniveau.Zonodig bijvullen. | 6-13 ~ 6-15 |
| Ketting | Kontroleer kettingspanning en algehele toestand.Indien noodzakelijk smeren/afstellen. | 6-26 ~ 6-27 |
| Wielen/banden | Kontroleer op slijtage, beschadiging en degelijk vastzittende spaken.Kontroleer bandenspanning. | 6-18 ~ 6-20 |
| Kabel | Kontroleer op soepele werking.Indien noodzakelijk smeren. | 6-27 |
KONTROLE VOOR HET RIJDEN
| Onderdeel Kontrole blz. | ||
| Rempedaal-as • Kontroleer op soepele werking. versnellingspedaal-as • Indien noodzakelijk smeren. | 6-28 | |
| Voorremhendel/ • Kontroleer op soepele werking. koppelingshendel • Indien noodzakelijk smeren. | ||
| Zijstandaard | • Kontroleer op soepele weking.• Scharnierpunt en kontaktvlakken smeren indien nodig. | 6-29 |
| Bevestigingspunten aan het frame | • Kontroleer of alle chassisbouten, moeren en schroeven stevig zijn aangedraaid. —• Indien nodig vastdraaien | |
| Benzinetank | • Kontroleer het brandstofnivo.• Indien noodzakelijk bijvullen. | 3-6 ~ 3-8 |
| Lichten/richtingaanwijzers • | Kontroleer op juiste werking. 6-33 ~ 6-35 | |
| Accu | • Kontroleer het vloeistonfniveau.• Zonodig met gedistilleerd water bijvullen. | 6-31 ~ 6-32 |
OPMERKING:
Deze kontrole vóór het rijden, dient u iedere keer uit te voeren, voordat u wegrijdt. Deze inspektie kan grondig, doch in vrij korte tijd uitgevoerd werden. De korte tijd die u hieraan besteed, weegt ruimschoots op tegen de extra veiligheid die dit oplevert.
WAARSCHUWING
Als één van de onderdelen van de bovenstaande lijst niet juist funktioneert, laat dit dan kontroleren en reparen door uw Yamaha dealer.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
DAU00373
⚠ WAARSCHUWING
- Leer de motorfiets goed kennen, alvorens ermee te gaan rijden. Maak uzelf vertrouwd met alle bedieningsorganen alvorens op te stappen en weg te rijden. Als er iets niet geheel duidelijk is, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
- Laat de motor nooit langere tijd in een afgesloten ruimte draaien. De uitlaatgassen zijn bijzonder giftig en kunnen binnen zeer korte tijd leiden tot bewusteloosheid en dood. Zorg altijd voor een goede ventilatie.
- Kontroleer alvorens weg te rijden altijd of de zijstandaard is opgeklapt. Een neergeklapte, of gedeeltelijk opgeklapte, zijstandaard kan leiden tot bijzonder ernstige ongelukken.
DAU01177
Starten van de motor
OPMERKING:
Deze motorfiets is uitgerust met een onderbrekingssystem voor het ontstekingscircuit.
De motor kan alleen gestart worden onder een van de volgende omstandigheden:
- Als de versnelling vrij staat.
- Als de zijstandaard opgeklapt is, de versnelling vrij staat en de koppelingshendel ingetrokken is.
Rijd nooit met de motorfiets als de zijstandaard omlaaggeklapt is.
DW000056
WAARSCHUWING
Kontroleer eerst wat de funkcie van het zijstandaard-onderbrekingscircuit is, alvorens de volgende handelingen uit te voeren. (Zie bladzijde 3-16.)
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
![graph TD A["DRAAI DE KONTAKTSLOT-SCHAKELAAR NAAR "ON" EN DE MOTORSTOPSCHAKELAAR NAAR "O"."] --> B["DE VERSNELLING STAAT IN VRIJ EN DE ZIJSTANDAARD IS NEERGEKLAPT:"] A --> C["ER IS EEN VERSNELLING INGESCHAKELD EN DE ZIJSTANDAARD IS OPGEKLAPT:"] B --> D["START DE MOTOR MET DE KICKS…](/content/2026/06/1144790/images/52c934ce09c44dcbc47a1329389d0e325d91adf35e1c624b27f3b40a58df407a.jpg)
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
- Draai de benzinekraan naar "ON".
- Draai de kontaktslot-schakelaar naar "ON" en de motorstop-schakelaar naar "O".
- Zet de versnelling in vrij.
OPMERKING:
Als de versnelling in vrij staat, dient het vrijstand-kontrolelampje op te lichten. Als het kontrolelampje niet oplicht, raadpleeg dan een Yamaha dealer voor kontrole.
- Trek de chokeknop (choke) volledig uit en draai de gashendel volledig dicht.
- Start de motor met de kickstarter.
- Als de motor eenmaal loopt, zet u de chokeknop (choke) dan voor de helft terug.
OPMERKING:
Voor een lange levensduur van de motor dient u de motor voor wegrijden warm te laten lopen. Geef nooit vol gas als de motor nog koud is.
- Als de motor volledig is opgewarmd, duwt u de chokeknop (choke) helemaal in.
OPMERKING:
De motor is voldoende opgewarmd als deze goed op de gashendel reageert wanneer de chokeknop (choke) volledig uit staat.
DAU01258
Starten van een warme motor
Als de motor warm is, hoeft u de choke-knop (choke) niet te gebruiken.
DC000046
LET OP:
Alvorens de motorfiets voor de eerste maal te gebruiken, is het raadzaam de paragraaf "Inrijden" aandachtig door te lezen.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN

- Versnellingspedaal N. Vrijstand
DAU00423
Schakelen
De versnellingsbak regelt de overbrengverhouding tussen de motor en het achterwiel, m.a.w. het vermogen dat u naar het achterwiel kunt overbrengen, bij een gegeven snelheid. Zorg dat u de juiste versnelling kiest voor wegrijden, accelereren en het beklimmen en afdalen van heuvels.
Om de versnelling in zijn vrij te zetten, drukt u het versnellingspedaal meermalen omlaag totdat het niet verder kan, en vervolgens laat u het pedaal iets opkomen.
DC000048
LET OP:
- Rijd niet al te lange tijd met uitgeschakelde motor een heuvel af en sleep de motorfiets niet over al te lange afstanden. Zelfs met de versnelling in vrij, wordt de overbrenging alleen maar goed gesmeerd als de motor draait. Een slechte smering kan leiden tot beschadiging van de overbrenging.
- Schakel nooit over of terug zonder de koppeling te gebruiken. De motor, de versnelling en de aan-drijving zijn niet ontworpen voor het opvangen van schokken veroorzaakt door schakelen zonder koppeling, en kunnen hierdoor beschadigd worden.
DAU02937
Aanbevolen snelheden voor op- en terugschakelen (alleen voor Zwitserland)
In de onderstaande tabel vindt u de aanbevolen snelheden voor het omschakelen tussen de verschillende versnellingen.
| Aanbevolen snelheid km/h | |
| 1-ste → 2-de 20 | |
| 2-de → 3-de 30 | |
| 3-de → 4-de 40 | |
| 4-de → 5-de 50 | |
| 5-de → 6-de 60 |
OPMERKING:
Voor het in één keer terugschakelen van de 5-de naar de 3-de versnelling, dient u uw snelheid te verlagen tot 35 km/uur.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
DAU00424
DAU00436
DAU00453*
Tips voor het beperken van het benzineverbruik
Het benzineverbruik van uw motorfiets hangt voor een groot deel af van uw rijstijl. Hieronder volgen enkele tips voor het beperken van het benzineverbruik:
- Laat de motor warmdraaien voordat u wegrijdt.
- Zet de chokeknop (choke) zo snel mogelijk in de uit-stand terug.
- Schakel vlot door naar een hogere versnelling en laat de motor tijdens het accelereren niet teveel toeren maken.
- Geef geen gas tussen het schakelen door (dubbel-clutch) of tijdens het terugschakelen en vermijd hoge toerentallen bij onbelaste motor.
- Zet de motor af in plaats van deze lang stationair te laten draaien tijdens het wachten voor een stoplicht, een spoorwegovergang e.d..
Inrijden
De meest belangrijke periode voor de prestaties en de levensduur van uw motorfiets zijn de eerste 1.000 km. Lees de onderstaande paragraaf aandachtig door en volg de aanwijzingen hiervan op. Aangezien de motor nieuw is, dient u deze de eerste 1.000 km niet al te zwaar te belasten. De motor-onderdelen dienen zich naar elkaar te zetten en zich harmonieus aan elkaar aan te passen. Tijdens de inrijperiode dient u lange tijd met vol gas rijden en andere omstandigheden die kunnen leiden tot te zware belasting/verhitting van de motor, te vermijden.
0 \~ 500 km
Laat het toerental nooit boven de 6.000 tpm uitkomen. Laat de motor, na een uur gebruik, 5 à 10 minuten lang afkoelen. Varieer de snelheid van tijd tot tijd en rijd niet gedurende al te lange tijd met de gashendel in dezelfde stand.
500 \~ 1.000 km
Laat het toerental nooit langdurig boven de 7.000 tpm uitkomen. Laat de motorfiets door alle versnellingen heen acelereren, maar draai de gashendel nooit volledig open.
DC000060
CAUTION:
Vergeet niet na 1.000 km rijden de ver- snellingsbak-olie te verversen.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
1.000 km en verder
U kunt de gashendel helemaal open draaien.
DC000053
LET OP:
- Laat de wijzer van de toerenteller nooit in de rode zone komen.
- Mochten er zich moeilijkheden met de motor voordoen tijdens de inrijperiode, raadpleeg dan onmiddellijk u Yamaha dealer.
DAU00458
Parkeren
Als u de motorfiets parkeert, zet de motor dan af en verwijder de sleutel uit het kontaktslot. Draai de hendel van de benzinekraan altijd naar "OFF" als u de motor afzet.
DW000058
WAARSCHUWING
De uitlaatpijp en het samenstel worden bijzonder heet. Parkeer de motorfiets op een plek waar spelende kinderen en voorbijgangers zich niet kunnen branden aan de uitlaat. Parkeer de motorfiets niet op een helling of op een zachte ondergrond, aangezien de kans bestaat dat deze omvalt.
DC000062
LET OP:
Parkeer de motorfiets nooit boven gras of op een andere plaats met brandbare materialen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU00464
Het tijdig uitvoeren van het periodieke onderhoud, van de benodigde afstellingen en van de smering zal uw motorfiets in een goede en veilige staat houden. Veiligheid is een "must" voor iedere motorrijder! De onderhoudstabellen en de smeringstabel zijn een ruwe leidraad voor de intervallen waarop deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd.
VERGEET NIET DAT HET WEER, HET SOORT TERREIN, DE MANIER WAAROP DE MOTORFIETS WORDT BESTUURD EN VELE ANDERE OMSTANDIGHEDEN, AANPASSING VAN DEZE INTERVALLEN NOODZAKELIJK KUNNEN MAKEN. De meest belangrijke punten voor onderhoud, smering en afstelling worden in de volgende bladzijden behandeld.
DW000060
WAARSCHUWING
Als u geen ervaring heeft met onderhouden van een motorfiets, laat dit werk dan over aan een erkende Yamaha dealer.

De aanwijzingen in deze handleiding dienen om u, de eigenaar van deze motorfiets, de nodige informatie te verschaffen over het periodieke onderhoud van de motorfiets en over eenvoudige reparaties. Het gereedschap van de bijgeleverde gereedschapsset zal voldoende zijn voor de meeste van deze reparaties. Het is echter raadzaam om o.a. een momentsleutel aan te schaffen om bouten en moeren met het juiste koppel aan te draaien, opdat u het onderhoud optimaal kunt verrichten.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
OPMERKING:
Als u tijdens het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden geen momentsleutel tot uw beschikking heeft, ga dan met uw motorfiets naar een Yamaha dealer om de aantrekkoppels te laten kontroleren.
DW000063
WAARSCHUWING
Veranderingen aan deze motorfiets die niet door Yamaha zijn goedgekeurd, kunnen leiden tot slechtere prestaties en zelfs tot vermindering van de veiligheid van de motorfiets. Raadpleeg altijd eerst een Yamaha dealer, alvorens enige verandering aan te brengen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Periodiek smeer- en onderhoudsschema
DAU03686
OPMERKING:
- De jaarlijkse controles horen eenmaal per jaar te worden uitgevoerd, behalve wanneer in plaats daarvan een onderhoudsbeurt op kilometerbasis wordt verricht.
- Herhaal de intervalperioden vanaf 30.000 km, te beginnen bij 6.000 km.
- Werkzaamheden gemarkeerd met een asterisk horen te worden uitgevoerd door een Yamaha dealer, omdat hiertoe speciaal gereedschap, technische gegevens en vakmanschap vereist zijn.
| NR. | ONDERDEEL INSPECTIE- | OF ONDERHOUDSBEURT | KILOMETERSTAND (- 1.000 km) | JAARLIJKSE CONTROLE | |||||
| 1 6 12 | 18 24 | ||||||||
| 1 | * | Brandstofleiding | • Controleer de brandstofslangen op scheuren of beschadiging. | √√√ | √√ | ||||
| 2 | Bougie • Vervangen. √√√√√ | ||||||||
| 3 | Luchtfilterelement | • Reinigen. √√ | |||||||
| • Vervangen. √√ | |||||||||
| 4 | * | Accu | • Electrolytniveau en soortelijk gewicht controlleren.• Correcte ligging van ontluchtingsslang controlleren. | √√√ | √√ | ||||
| 5 | Koppeling | • Werking controlleren.• Afstellen. | √√√ | √√ | |||||
| 6 | * | Voorrem | • Werking en vloeistofniveau controlleren, machine controlleren op vloeistoflekkage.(Zie OPMERKING op bladzijde 6-5.) | √√√ | √√ | √ | |||
| • Remblokken vervangen. | Indien afgesleten tot aan slijtagelimiet. | ||||||||
| 7 | * | Achterrem | • Werking en vloeistofniveau controlleren, machine controlleren op vloeistoflekkage.(Zie OPMERKING op bladzijde 6-5.) | √√√ | √√√ | ||||
| • Remblokken vervangen. | Indien afgesleten tot aan slijtagelimiet. | ||||||||
| 8 | * | Remslangen | • Controleren op scheuren of beschadiging. | √ | √ | √ | √ | √ | |
| • Vervangen. (Zie OPMERKING op bladzijde 6-5.) | Elke 4 jaar | ||||||||
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
| NR. | ONDERDEEL INSPECTIE- OF ONDERHOUDSBEURT | KILOMETERSTAND ( · 1.000 km) | JAARLIJKSE CONTROLE | |||||
| 1 6 | 12 | 18 | 24 | |||||
| 9 | * | Wielen | • Controleren op slingering, losse spaken en beschadigingen.• Spaken zo nodig vastzetten. | √ √ √ √ | ||||
| 10 | * | Banden | • Controleren op correcte profieldiepte en op schade.• Zo nodig vervangen.• Bandspanning controleren.• Zo nodig corrigeren. | √ √ √ √ | ||||
| 11 | * | Wiellagers | • Lager controleren op losheid of schade. | √ | √ | √ | ||
| 12 | * | Swingarm | • Controleren op werking en overmatige speling. | √ | √ | √ | ||
| 13 | Aandrijfketting | • Kettingspanning controleren.• Controleren of het achterwiel correct in lijn staat.• Reinigen en smeren. | Na elke 500 km en nadat de motorfiets is gewassen of ermee in de regen is gereden. | |||||
| 14 | * | Balhoofdlagers | • Controleren op lagerspeling en stroefheid in stuurbeweging. | √ √ √ √ √ | ||||
| • Smeren met lithiumvet. Elke 24.000 km | ||||||||
| 15 | * | Framebevestigingen | • Controleren of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet. | √ √ √ √ √ | ||||
| 16 | Zijstandaard | • Werking controleren.• Smeren. | √ √ √ √ √ | |||||
| 17 | * | Zijstandaardschakelaar | • Werking controleren. | √ | √ | √ | √ | √ |
| 18 | * | Voorvork | • Controleren op werking en olielekkage. | √ | √ | √ | ||
| 19 | * | Schokdemperunit | • Controleren op werking en schokdemper op olielekkage. | √ | √ | √ | ||
| 20 | * | Scharnierpunten tuimelaararm en koppelarmen achterwielophanging | • Werking controleren. | √ √ √ √ | ||||
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
| NR. | ONDERDEEL INSPECTIE- | OF ONDERHOUDSBEURT | KILOMETERSTAND (1.000 km) | JAARLIJKSE CONTROLE | |||||
| 1 6 | 12 | 18 | 24 | ||||||
| 21 | * | Carburateur | • Chokebediening controleren.• Stationair motortoerental afstellen. | √√√ | √√√ | ||||
| 22 | * | Injectiepomp 2-takt olie | • Werking controleren.• Zo nodig ontluchten. | √√√ | √ | ||||
| 23 | Versnellingsbakolie | • Olieniveau controleren. √√√√√√ | |||||||
| • Verversen. √√ | |||||||||
| 24 | * | Koelsysteem | • Koelvloeistofniveau controleren en machine inspecteren op koelvloeistoflekkage. | √√√ | √√ | ||||
| • Verversen. Elke 3 jaar | |||||||||
| 25 | * | Remlichtschakelaars voor- en achterrem | • Werking controleren. √√√√√√ | ||||||
| 26 | Bewegende delen en kabels | • Smeren. √√√√√ | |||||||
| 27 | * | Verlichting, signaleringssysteem en schakelaars | • Werking controleren.• Richthoek koplamplichtbundel afstellen. | √√√ | √√√ | ||||
DAU03884
OPMERKING:
-
Het luchtfilter dient vaker te worden gecontroleerd wanneer u in een extreem vochtige of stoffige omgeving rijdt.
• Hydraulisch remsysteem -
Controleer regelmatig het remvloeistofniveau en vul zo nodig bij.
- Elke twee jaar moeten de inwendige onderdelen van de hoofdremcilinders en de remklauwen worden vervangen en de remvloeistof worden ververst.
- De remslangen dienen elke vier jaar te worden vervangen, of wanneer deze zijn gescheurd of beschadigd.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Stroomlijnkap A
- Stroomlijnkap B
DAU01065
Verwijderen en aanbrengen van stroomlijnkappen
De stroomlijnkappen die hierbij staan afgebeeld, moeten voor bepaalde onderhoudswerkzaamheden in dit hoofdstuk eerst worden verwijderd.
Zie de bijgaande beschrijving, telkens wanneer u een stroomlijkap moet verwijderen of weer aanbrengen.

- Stroomlijnkap C 1. Schroef (· 2)

Verwijder de schroeven en trek buiten-waarts in de afbeelding aangegeven.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Op zijn plaats brengen en de schroeven weer aandraaien.

- Schroef (· 3)
Stroomlijnkap B
Verwijderen
Verwijder de schroeven en trek buiten-waarts in de afbeelding aangegeven.
DAU01534*

Op zijn plaats brengen en de schroeven weer aandraaien.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Schroef (· 3) 1. Paneel D

Op zijn plaats brengen en de schroeven weer aandraaien.

DAU01122
Verwijderen en aanbrengen van panelen
De panelen die hierbij staan afgebeeld, moeten voor bepaalde onderhoudswerkzaamheden in dit hoofdstuk eerst worden verwijderd.
Stroomlijnkap C Verwijderen
Verwijder de schroeven en trek buiten-waarts in de afbeelding aangegeven.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Paneel E 1. Schroef 1. Schroef
Zie de bijgaande beschrijving, telkens wanneer u een paneel moet verwijderen of weer aanbrengen.

Verwijder de schroef en trek buitenwaarts in de afbeelding aangegeven.
Aanbrengen
Breng het paneel in de oorspronkelijke stand en breng de schroef weer aan.

Verwijder de schroef en trek buitenwaarts in de afbeelding aangegeven.
Aanbrengen
Breng het paneel in de oorspronkelijke stand en breng de schroef weer aan.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

-
Bougiesleutel
-
Gebruik de bougiesleutel uit de gereedschapset om de bougie te verwijderen zoals aangegeven.
Bougie
Verwijderen
- Verwijder de bougiedop.
Inspecteren
De bougie is een belangrijk onderdeel van de motor en is gemakkelijk te inspecteren. De toestand van de bougie vormt een aanwijzing voor de algehele conditie van de motor.
De ideale kleur voor de bougie van een motorfiets waar normaal mee wordt gere- den, is lichtbruin.
Probeer niet zelf een diagnose te maken voor problemen met de bougie, maar breng uw motorfiets naar een Yamaha dealer. Wel dient u zelf de bougie regelmatig te verwijderen en te inspecteren, aangezien de hitte en onvermijdelijke aanslag de bougie langzaam aantasten. Als de elektrodes te ver versleten zijn of als er te veel koolaanslag en/of andere aanslag op de bougie zit, vervang de bougie dan door een nieuwe, van het voorgeschreven type.
Voorgeschreven bougie:
BR9ES (NGK)
BR8ES (NGK) (Alleen CH, A)
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Meet de elektrodenafstand met behulp van een voelermaatje en stel zonodig de elektrodenafstand bij tot de voorgeschreven afstand.
Elektroden-afstand: 0,7 \~ 0,8 mm
- Maak het pakkingsraakvlak schoon. Verwijder alle vuil en vet van de schroefdraad.
- Installeer de bougie en draai deze aan met het voorgeschreven aan-trekkoppel.
Aantrekkoppel:
Bougie:
20 Nm (2,0 m·kg)
OPMERKING:
Als er bij het installeren van de nieuwe bougie geen momentsleutel voorhanden is, kunt u het volgende als vuistregel aanhouden: draai met uw vingers de bougie zo strak mogelijk aan en draai deze hierna nog 1/4 a 1/2 slag aan met een bougiesleutel. Laat echter wel zo snel mogelijk het aantrekkoppel controleren.
- Installeer de bougiedop.

- Oliepeil-afleesglas
- Maximum-merkteken
- Minimum-merkteken
DAU03109
Versnellingsbak-olie
Controleren van het oliepeil
- Plaats de motorfiets op de middenstandaard en zorg dat deze recht staat. Laat de motor enkele minuten warmdraaien.
OPMERKING:
Let op dat de motorfiets horizontaal staat als u het oliepeil controleert. Als de motorfiets iets overhelt, kan dit leiden tot een verkeerde aflezing.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

-
Versnellingsbak-olievuldop 1. Aftapbout
-
Zet de motor af en controleer het oliepeil, door het kijkglas, rechtsonder in afdekkap van de versnellingsbak.
OPMERKING:
Wacht, na het afzetten van de motor, enkele minuten met het controleren van het oliepeil.
- Het oliepeil dient zich tussen tussen de minimum- en maximum-merkte-kens te bevinden. Als er zich te weinig olie in de versnellingsbak bevindt, vul dan olie bij tot aan het juiste niveau.

Verversen van de versnellingsbakolie
- Start de motor en laat deze enkele minuten warmdraaien.
- Stop de motor. Plaats een opvang- bak voor de olie onder het motorblok en verwijder de olievuldop.
- Verwijder de aftapbout en laat de olie uit de versnellingsbak lopen.
- Installeer de aftapbout weer en draai deze vast met het voorgeschreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel: Aftapbout: 15 Nm (1,5 m·kg)
- Vul het motorblok met motorolie. Plaats het de olievuldop weer en draai deze stevig aan.
Aanbevolen motorolie: Zie blz. 8-1. Hoeveelheid motorolie: Totale hoeveelheid: 0,8 L Periodieke verversing: 0,75 L
DC000079
LET OP:
Voeg geen chemische middelen aan de olie toe. De versnellingsbak-olie zorgt ook voor de smering van de koppeling en bepaalde chemische middelen zullen leiden tot slippen van de koppeling.
- Start de motor en laat deze enkele minuten lang warmdraaien. Kontroleer in de tussentijd het motorblok op olielekkage. Mocht u ergens een lek ontdekken, stop de motor dan en probeer de oorzaak te achterhalen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Merkteken voor maximum-niveau
- Merkteken voor minimum-niveau
DAU01808
Koelsysteem
- Verwijder het paneel D. (Zie blz. 6-9 voor het verwijderen en installeren van het paneel.)
- Controleer het koelvloeistofpeil in de expansietank terwijl de motor koud is, want het peil van de koelvloeistof varieert met de motortemperatuur. Het koelvloeistofpeil moet tussen de het maximum- en het minimummerkteken liggen.
-
Als het peil te laag is, vul dan koel-vloeistof of gedistilleerd water bij tot het juiste peil.
-
Breng het paneel weer aan.
Inhoud van de expansietank: 0,35 L
DC000080
LET OP:
Te hard water (te veel kalk) of zout water zal de motor beschadigen. Als u geen zacht water kunt vinden, kunt u gedestilleerd water gebruiken.
OPMERKING:
Als er water is bijgevuld, laat dan zo spoedig mogelijk een Yamaha dealer het antivriesgehalte van de koelvloeistof controleren.
Als uw motorfiets oververhit raakt, zie dan voor aanwijzingen blz. 6-41.

- Zet de motorfiets op een vlakke ondergrond.
- Verwijder de stroomlijnkap C en het paneel D. (Zie blz. 6-8 \~ 6-9 voor het verwijderen en installeren van de stroomlijnkap.)
- Verwijder de borgbout van de radiateurdop en dan de radiateurdop.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Aftapbout 1. Slang van de expansietank
- Verwijder de radiateurdop-stopbout en dan de radiateurdop.

- Merkteken voor maximum-niveau
-
Merkteken voor minimum-niveau
-
Plaats een opvangbak onder de motor en verwijder de koelvloeistof-aftapplug.
- Laat alle koelvloeistof weglopen en spoel het koelsysteem grondig door met kraanwater.
- Vervang de sluitring van de koel-vloeistof-aftapbout als deze beschadigd is en draai de aftapbout vast met het voorgeschreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel: Koelvloeistof-aftapbout: 10 Nm (1,0 m·kg)
- Maak de koelvloeistofslang weer vast.
- Giet de aanbevolen koelvloeistof in de radiateur, totdat deze vol is.
Aanbevolen koelvloeistof:
Hoogkwalitatieve
ethyleen-glycol antivries met anti-
corrosie middel voor
aluminium motoren.
Mengverhouding koelvloeistof/water: 1:1
Totale hoeveelheid:
1.05 L
Inhoud expansietank:
0,35 L
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DC000080
LET OP:
Te hard water (te veel kalk) of zout water zal de motor beschadigen. Als u geen zacht water kunt vinden, kunt u gedestilleerd water gebruiken.
- Breng de radiateurdop weer aan en draai deze vast.
- Laat de motor enkele minuten draai- en. Stop de motor en controleer het koelvloeistofpeil in de radiateur. Als het peil aan de lage kant is, vul dan koelvloeistof bij tot aan de vulhals van de radiateur.
- Verwijder de radiateurdop-stopbout.
- Vul de expansietank met koelvloeistof tot de tank geheel vol is.
- Doe de dop weer op de expansiet-ank en controleer het koelsysteem op lekkage.
OPMERKING:
Als u sporen van lekkage vindt, vraag dan een Yamaha dealer om het koelsysteem te inspecteren.
- Breng de stroomlijnkap, het paneel en het zadel weer aan.

Het luchtfilter dient regelmatig schoongemaakt te worden, op de voorgeschreven tijdstippen. Als u veel op stoffige wegen of in regenachtige gebieden rijdt, dient u het luchtfilter vaker schoon te maken.
- Verwijder het paneel D. (Zie blz. 6-9 voor het verwijderen en installeren van het paneel.)
- Verwijder de schroeven van de luchtfilter-behuizing en dan de luchtfilter-behuizing zelf.

- Verwijder het luchtfilter uit de behui- zing.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Geleider
-
Luchtfilter element
-
Trek het luchtfilterelement uit de geleider en reinig dit met een oplosmiddel. Na het reinigen, drukt u het element stevig aan, om het oplosmiddel er uit te persen.
- Breng de voorgeschreven olie aan op het oppervlak van het luchtfilter element en pers de overtollige olie eruit. Het element moet nog wel nat zijn, maar er mag geen olie uit drui-pen.
Aanbevolen olie: Motorolie
- Plaats het luchtfilter met de geleider weer in de behuizing.
- Installeer het luchtfilterdeksel en het paneel met de schroeven.
DC000082
LET OP:
- Zorg dat het luchtfilter naar behoren in de luchtfilter-behuizing zit.
- Laat de motor nooit lopen zonder dat het luchtfilter geïnstalleerd is. Dit kan leiden tot bijzonder snelle slijtage van cilinders en/of zui-gers.
DAU00629
De carburateur is een bijzonder belangrijk onderdeel van de motor. De afstelling ervan dient bijzonder nauwkeurig te geschieden. Het verdient aanbeveling om deze afstelling over te laten aan uw Yamaha dealer die de nodige kennis van zaken heeft en over ruime ervaring beschikt. Het hieronder beschreven routine-onderhoudswerk kunt u echter zelf uitvoeren.
DC000094
LET OP:
De carburateur is na vele tests in de Yamaha fabrieken afgesteld. Veranderen van de afstellingen kan leiden tot slecht lopen van de motor en zelfs tot beschadiging hiervan.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Start de motor en laat deze enkele minuten lang warmdraaien met een toerental van 1.000 à 2.000 tpm. Laat de motor af en toe met een wat hoger toerental lopen 4.000 à 5.000 tpm. De motor is warm als deze snel op de beweging van de gasgreep reageert.
- Stel het stationair toerental nu op het voorgeschreven toerental af, door de gasstopschroef te verdraaien. Draai de schroef in de richting ⓐ om het toerental te verhogen en draai de schroef naar ⓑ om het toerental te verlagen.
Standaard stationair toerental:
1,250 \~ 1,450 r/min
OPMERKING:
Als u het toerental niet op de voorge- schreven waarde krijgt, raadpleeg dan een Yamaha dealer.

De gaskabel-speling kunt u afstellen door de afstelmoer te verdraaien totdat de juiste speling van de gashendel is verkregen.
Speling:
3 \~ 5 mm
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Vergrendelmoter
-
Afstellmoer
-
Draai de borgmoer los.
- Draai de afstelmoer in de richting ⓐ voor meer speling, of in de richting ⓑ om de speling te verminderen.
- Draai de borgmoer weer aan.
DAU00652
Banden
Let, voor goede rijprestaties, een lange levens duur en veilig rijden, op de volgende punten:
Bandenspanning
Kontroleer de bandenspanning altijd, voordat u met de motorfiets wegrijdt.
DW000082
WAARSCHUWING
De bandenspanning dient gemeten te worden als de temperatuur van de banden gelijk is aan de omgevings-temperatuur. De bandenspanning is afhankelijk van het totale gewicht van de bagage, de bestuurder, de medepassagier, overige accessoires (stroomlijnkappen, zadeltassen, enz. - monteer nooit accessoires die niet zijn goedgekeurd voor deze motorfiets) en de snelheid van de motorfiets.
| Maximale belasting* | 180 kg178 kg (Alleen CH, A) | |
| Bandenspanning bij koude banden | Voor Achter | |
| Belasting tot 90 kg (1,25 kg/cm 2 , 1,25 bar) | 125 kPa 150 kPa(1,50 kg/cm 2 , 1,50 bar) | |
| 90 kg ~Maximale belasting* | 150 kPa 175 kPa(1,50 kg/cm 2 , 1,50 bar) | (1,75 kg/cm 2 , 1,75 bar) |
| Bij rijden op terrein (1,25 kg/cm 2 , 1,25 bar) | 125 kPa 150 kPa(1,50 kg/cm 2 , 1,50 bar) | |
* Belasting is het totale gewicht van bagage, bestuurder, mede-passagier en accessoires.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DW000083
⚠ WAARSCHUWING
Een juiste verdeling van het gewicht is van groot belang voor een goede wegligging, juist reageren op het remmen, balans en veiligheid in het algemeen. Zorg ervoor dat bagage die u vervoert, goed vast zit zodat deze niet kan gaan schuiven. Plaats de zwaarste voorwerpen in het midden van de motorfiets en verdeel het gewicht gelijkmatig over rechter- en linkerzijde. Stel de voorbelasting van de schokbrekers in aan de hand van het totale gewicht en breng de bandenspanning ook op de juiste waarde. OVERLAAD UW MOTORFIETS NOOIT. Overschrijdt nooit het totaal toegestane gewicht van bagage, bestuurder, medepassagier, overige accessoires (stroomlijnkappen, zadeltassen, enz. - monteer nooit accessoires die niet zijn goedgekeurd voor deze motorfiets). Een te zwaar beladen motorfiets kan leiden tot beschadiging van de banden, een ongeluk en ernstige verwondingen.

- Profieldiepte
- Zijwand
Inspekteren van de banden
Kontroleer de banden altijd, voordat u met de motorfiets wegrijdt. Als het middenprofiel de minimale waarde bereikt (zie de afbeelding), als er zich een spijker of stukjes glas in de band bevinden, of als de flank van de band gescheurd is, vraag uw Yamaha dealer dan om de band te vervangen.
DW000078
⚠ WAARSCHUWING
Na uitgebreide tests heeft Yamaha Motor Co., Ltd. de hieronder genoemde banden goedgekeurd voor gebruik met dit model motorfiets. Yamaha Motor Co., Ltd. kan geen enkele garantie verlenen over het rijgedrag van de motorfiets als er andere of andere kombinaties van banden worden gebruikt dan de hieronder vermelde. De voor- en de achterband dienen van hetzelfde merk en hetzelfde type te zijn.
VOOR
| Bandenmerkr Bandenmaat Type | |
| BRIDGESTONE 2,75-21 45P TW25 |
ACHTER
| Bandenmerkr Bandenmaat Type | |
| BRIDGESTONE 4,10-18 59P TW44 |
| Minimaleprofieldiepte (voor en 1,6 achter) | mm |
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
OPMERKING:
De voorwaarden voor de minimale profieldiepte, kunnen van land tot land verschillen. Houd u aan de plaatselijke regelingen, en minimaal aan de voorwaarden van Yamaha.
DAU00681
WAARSCHUWING
- Rijden met versleten banden is bijzonder gevaarlijk. Versleten banden leiden tot moeilijker bediening van de motorfiets en verlies aan wegligging. Laat een versleten band onmiddellijk vervangen door een Yamaha dealer. Vervanging van remmen, banden en andere onderdelen die met het wiel te maken hebben dient u over te laten aan een Yamaha dealer.
- Het is niet raadzaam om een lekke binnenband te plakken. Als het door bepaalde omstandigheden noodzakelijk is om een binnenband te repareren, ga dan zeer zorgvuldig te werk en vervang de binnenband hierna zo snel mogelijk door een nieuwe binnenband van een goede kwaliteit.
DAU00685
Wielen
Let, voor goede rijprestaties, een lange levensduur en veilig rijden, op de volgende punten:
- Kontroleer de wielen altijd, voordat u met de motorfiets wegrijdt. Kontroleer de velgen op barsten, vervorming en andere beschadigingen; kontroleer of de spaken niet loszitten of verbogen en/of beschadigd zijn. Als er iets mis is met de wielen, vraag uw Yamaha dealer dan om dit te inspekteren. Probeer nooit zelf iets aan een wiel te repareren, zelfs geen kleine reparaties. Als een wiel vervormd is of barstjes vertoont, laat het dan vervangen.
- Banden en wielen dienen altijd uitgebalanceerd te worden nadat deze nieuw gemonteerd zijn. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot slechtere prestaties, een moeilijker bediening van de motorfiets en een kortere levensduur van de banden.
- Als u een nieuwe band heeft gemonteerd, rijd dan in het begin voorzichtig, zodat de band zich naar de velg kan zetten en optimale prestaties kan leveren.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Vergrendelmoter
- Afstellmoer
- Speling
DAU00694
Afstelling van de vrije slag van de koppelingshendel
De vrije slag van de koppelingshendel dient van 10 \~ 15 mm te bedragen.
- Draai de borgmoer aan de koppelingshendel los.
- Draai de stelbout aan de koppelings-hendel in de richting ⓐ om de vrije slag te vergroten of in de richting ⓑ om de vrije slag te verkleinen.
- Draai de borgmoer aan de koppelingshendel weer vast.
Kunt u op deze wijze de juiste vrije slag niet instellen, ga dan als volgt te werk.

- Vergrendelmoer
-
Afsteller
-
Draai de borgmoer aan de koppelingshendel los.
- Draai de stelbout aan de koppelings-hendel in de richting ⓐ om de kabel los te zetten.
- Draai de borgmoer aan de kant van het motorblok los.
- Draai de stelbout aan de kant van het motorblok in de richting ⓐ4 om de vrije slag te vergroten of in de richting ⓑ om de vrije slag te verkleinen.
- Draai de borgmoeren aan het motorblok en aan de koppelingshendel weer vast.

Afstellen van de vrije slag van de voorremhendel
De vrije slag aan het uiteinde van de voorremhendel dient ongeveer 2 \~ 5 mm te bedragen.
- Draai de borgmoer los.
- Draai de afstelbout in richting ⓐ om de vrije slag te vergroten of in richting ⓑ om de vrije slag te verkleinen.
- Nadat u de afstelling heeft gemaakt, draait u de borgmoer weer aan.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DW000099
⚠ WAARSCHUWING
-
- Kontroleer de vrije slag van de remhendel. Kontroleer tevens of de rem goed funktioneert.
- Als de remhendel sponzig aanvoelt, zit er waarschijnlijk lucht in het remsysteem. In een dergelijk geval dient u het remsysteem te ontluchten. Rijd niet met de motorfiets voordat het remsysteem ontlucht is. Als er lucht in het remsysteem zit, gaat het remvermogen bijzonder sterk achteruit, hetgeen kan leiden tot een ongeluk. Vraag uw Yamaha dealer om het remsysteem te inspekteren en, indien nodig, te ontluchten.

- Voetsteun
a. Pedaalhoogte
DAU00712
Afstellen van de achterrem-pedaalhoogte
De bovenkant van het achterrempedaal dient 15 mm onder de bovenkant van de voetsteun te liggen. Mocht dit op uw motorfiets niet het geval zijn, vraag uw Yamaha dealer dan om de achterrempedaalhoogte af te stellen.
DW000109
⚠ WAARSCHUWING
Als het achterrempedaal sponzig aanvoelt, kan dit betekenen dat er lucht in het remsysteem zit. Deze lucht moet verwijderd worden door het remsysteem te ontluchten. Rijd nooit met de motorfiets als er zich lucht in het remsysteem bevindt. Lucht in het remsysteem zal het remvermogen van de motorfiets sterk verminderen, met als gevolg verhoogde kans op ongelukken. Laat uw Yamaha dealer het remsysteem inspekteren en ontluchten.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Afstelling van de remlicht-schakelaar
Het achterste remlicht wordt ingeschakeld door het rempedaal; de schakelaar ervan is juist ingesteld als het remlicht gaat branden vlak voor de rem aangrijpt. Om de schakelaar van het achterste remlicht bij te stellen, houdt u de behuizing van de schakelaar vast zodat deze niet mee-draait wanneer u de instelmoer verdraait. Draai de instelmoer in de richting ⓐ om het remlicht eerder te laten oplichten. Draai de instelmoer in de richting ⓑ om het remlicht later te laten oplichten.

- Slijtagegrens: 0,8 mm
DAU00717
Kontrole van de remvoeringen voor en achter
Kontroleer de remvoeringen op slijtage en beschadiging. Als de dikte van de remvoeringen minder dan de voorgeschreven waarde is, laat uw Yamaha dealer dan nieuwe remvoeringen plaatsen.

- Slijtagegrens: 0,8 mm
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Merkteken voor minimum-niveau
DAU00732
Kontrole van het remvloeistofnivo
Onvoldoende remvloeistof kan als gevolg hebben dat er lucht in het remsysteem terecht komt, waardoor de remmen kunnen weigeren.
Kontroleer het remvloeistofnivo, alvorens te gaan rijden en vul indien nodig remvloeistof bij.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
- Als u het remvloeistofnivo kontroleert, zorg dan dat de bovenkant van de hoofdcilinder horizontaal liegt, door het stuur te verdraaien.

- Merkteken voor minimum-niveau
- Gebruik alleen de voorgeschreven remvloeistof. Gebruik van andere remvloeistof kan leiden tot aantasting van de rubber dichtingen met als gevolg lekkage en slecht funktioneren van de remmen.
Aanbevolen remvloeistoffen: DOT 4
OPMERKING:
Als de DOT 4 remvloeistof niet verkrijgbaar is, kunt u DOT 3 remvloeistof gebruiken.
- Vul altijd dezelfde remvloeistof bij. Mengen van verschillende types remvloeistof kan onverwachte chemische reakties teweeg brengen, met als gevolg slecht funktioneren van de remmen.
- Let goed op er geen water in de hoofdcilinder terecht komt. Als er water in de remvloeistof terecht komt, wordt het kookpunt van de remvloeistof verlaagd, met als mogelijk gevolg gasstremming (verstopt raken van de leidingen door gasbellen).
- Remvloeistof kan lakwerk en plastic onderdelen aantasten. Zorg dat u geen remvloeistof morst. Mocht u toch wat remvloeistof gemorst hebben, spoel dit dan zo snel mogelijk weg, met water.
- Als het remvloeistofnivo voortdurend terugloopt is, raadpleeg dan een Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU00742
Verversen van de remvloeistof
Het verversen van de remvloeistof mag alleen maar uitgevoerd worden door erkende Yamaha onderhoudsmonteurs. Laat de onderstaande onderdelen door een Yamaha dealer vervangen als deze beschadigd zijn of lekken; tijdens de periodieke onderhoudsbeurten.
- oliekeringen (om de twee jaar)
- remleidingen (om de vier jaar)

Kontrole van de kettingspanning
OPMERKING:
Draai het wiel enkele malen rond en laat het staan in de stand waarin de ketting het strakst gespannen is. Kontroleer de kettingsspanning met het wiel in deze stand. Als de kettingspanning net juist is, stelt u deze bij.
Om de kettingspanning te kontroleren, zet u de motorfiets rechtop, onbelast en met beide wielen op de grond. Kontroleer de uitslag van de ketting zoals in de afbeelding aangegeven. De juiste speling is 25 \~ 40 mm. Als de speling meer dan 40 mm is, stel deze dan bij.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Wielasmoer
- Kettingspanplaat
DAU01533*
Afstellen van de kettingspanning
- Draai de wielasmoer los.
- Om de ketting strakker te spannen, draait u de ketting-stelplaatjes in richting ⓐ. Om de ketting slapper te laten hangen, draait u de ketting-stelmoeren in richting ⓑ en duwt dan het wiel naar voren. Draai beide ketting-stelplaatjes in gelijke mate zodat de juiste as-uitlijning gehand-haafd blijft.
LET OP:
Als de ketting te strak staat zullen de motor en andere belangrijke onderdelen te zwaar belast worden. Zorg dat de kettingspanning binnen de voorgeschreven limieten blijft.
- Trek de wielasmoer met het voorge- schreven koppel aan.
Aantrekkoppel:
Wielasmoer:
90 Nm (9,0 m·kg)
DC000096
DAU03006
Smering van de ketting
Een ketting bestaat uit een groot aantal schakels die allen, t.o.v. elkaar, bewegen. Als de ketting niet goed wordt onderhouden, zal deze bijzonder snel versleten zijn. Zorg dus altijd voor een goed onderhoud, met name als u veel op stoffige wegen rijdt. De ketting op deze motorfiets is een zogenaamde O-ring ketting, met oliekeerringen van speciale materialen. Het wassen van de ketting met stoom, onder hoge druk of met sterke oplosmiddelen kan de ketting beschadigen, dus vermijd deze middelen. Gebruik uitsluitend petroleum voor het reinigen van de ketting. Droog de ketting en smeer deze dan grondig met SAE 30 \~ 50W motorolie. Gebruik geen andere smeermiddelen voor de ketting. De kans bestaat dat zich hierin oplosmiddelen bevinden die de O-ringen kunnen aantasten.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DC000097
LET OP:
Vergeet na het wassen van de motorfiets of na een rit in de regen niet om de ketting te oliën.
DAU02962
Inspektie en smering van de kabels
DW000112
WAARSCHUWING
Beschadiging van de buitenkabels kan leiden tot roestvorming in de kabels en kan een soepele beweging in de weg staan. Vervang een beschadigde kabel zo snel mogelijk om onnodig risico te vermijden.
Smeer de binnenkabel en de uiteinden van de kabel. Als een kabel niet soepel beweegt, laat deze dan vervangen door uw Yamaha dealer.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
DAU00773
Smering van de gaskabel en van de gashendel
Als u de gaskabel smeert, dient u tevens de gashendel te smeren. Voor het smeren van de gaskabel moet de gashendel verwijderd worden. Houd, nadat u de schroeven heeft verwijderd, de kabel vertikaal omhoog en laat enkele druppels smeermiddel in de buitenkabel lopen. Smeer nu het metalen oppervlak waarover de gashendel loopt met universeelvet.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU00774
Afstellen van de pomp voor de zelfsmering
De pomp voor de zelfsmering is een belangrijk deel van de motor en vereist een zeer nauwkeurige afstelling. Laat het afstellen hiervan over aan een erkende Yamaha dealer die over de benodigde technische kennis en ervaring beschikt.
DAU02984
Smeren van het rempedaal en versnellingspedaal
Smeer de bewegende delen.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
DAU02985
Smeren van de voorremhendel en koppelingshendel
Smeer de bewegende delen.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU02986
Smering van de zijstandaard
Smeer de draaipunten en de raakvlakken van de zijstandaard. Kontroleer de zijstandaard op een soepele beweging.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
DW000113
⚠ WAARSCHUWING
Als de zijstandaard niet soepel beweegt, raadpleeg dan een Yamaha dealer.
DAU02939
Inspektie van de voorvork Visuele kontrole
DW000115
WAARSCHUWING
Ondersteun de motorfiets goed, zodat u niet het risico loopt dat deze omvalt.
Kontroleer de binnenpoot op krassen en eventuele andere beschadigingen en kontroleer de voorvork op olielekkage.

- Plaats de motorfiets op een horizontaal oppervlak.
- Houd de motorfiets rechtop en trek de voorremhendel in.
- Druk het stuur enkele malen krachtig omlaag en kontroleer of de voorvork soepel genoeg omhoog komt.
DC000098
LET OP:
Als u beschadigingen aan de voorvork bemerkt of als deze niet soepel beweegt, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Inspektie van de stuurinrichting
Ondersteun de motorfiets goed, zodat u niet het risico loopt dat deze omvalt.
DAU01144
Wiellagers
Als er speling zit in de voor- of achterwielnaaf of als het voor- of achterwiel niet soepel loopt, vraag uw Yamaha dealer dan om de wiellagers te kontroleren.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Accu
- Accu-ventilatiepijp
DAU01071
Accu
Kontroleer het nivo van de accu-elektroliet en kontroleer of de accukabels stevig zijn aangesloten.
Als het nivo van de accu-elektroliet te laag is, voeg dan gedistilleerd water bij.
DC000099
LET OP:
Als u de accu inspekteert, kontroleer dan tevens of de ontluchtingsslang goed geplaatst is. Als de ontluchtingsslang tegen het frame aankomt of als er vanuit de ontluchtingsslang accuelektroliet of gas op het frame terechtkomt, kan dit leiden tot beschadiging van de motorfiets.
DW000116
⚠ WAARSCHUWING
Accu-elektrolyet is een gevaarlijke en giftige verbinding die zwavelzuur bevat en brandwonden kan veroorzaken. Zorg dat de elektrolyet nooit in aanraking komt met uw huid, ogen of kleding.
REMEDIES BIJ AANRAKING:
- EXTERN: Spoel uw huid af met veel stromend koud water.
- INTERN: Drink grote hoeveelheden melk of water. Gebruik vervolgens een laxeermiddel, geklopt ei of plantaardige olie. Bel onmiddellijk een arts.
- OGEN: Spoel 15 minuten lang met stromend water en raadpleeg zo snel mogelijk een arts.
Accu's genereren explosieve gassen. Houd de accu uit de buurt van open vuur, vonken, sigaretten, enz. Als u de accu binnen oplaadt of gebruikt, zorg dan voor voldoende ventilatie. Draag altijd een veiligheidsbril als u met accu's werkt.
ZORG DAT KINDEREN NIET BIJ DE ACCU KUNNEN KOMEN.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Merkteken voor maximum-niveau
- Merkteken voor minimum-niveau
Bijvullen van accuvloeistof
Op een slecht onderhouden accu zal zich corrosie ontwikkelen en en bovendien zal de accu snel ontladen raken. Kontroleer het nivo van de accu-elektroliet minstens éénmaal per maand. Het nivo van de accu-elektroliet dient tussen het bovenste en het onderste merkteken te liggen. Gebruik voor het bijvullen uitsluitend gedistilleerd water.
DC000100
LET OP:
Normaal kraanwater bevat mineralen die de accu zullen beschadigen. Gebruik dus altijd uitsluitend gedistilleerd water.
DW000117
WAARSCHUWING
Let op dat u geen accuvloeistof op de ketting morst. De accuvloeistof kan de ketting aantasten en verzwakken, waardoor de levensduur van de ketting verkort wordt. Tevens kan het gebeuren dat de ketting hierdoor breekt, met als mogelijk gevolg een ongeluk.
Opslag
- Als de motorfiets een maand of langer niet wordt gebruikt, verwijder de accu dan en sla deze op in een koele donkere ruimte. Laad de accu volledig op alvorens deze weer te monteren.
- Als de accu langer dan twee maanden wordt opgeslagen, kontroleer het soortelijk gewicht van de elektroliet dan een keer in de maand. Als het soortelijk gewicht onder de voorgeschreven waarde komt, laad de accu dan volledig op.
- Als u de accu weer op de motorfiets plaatst, vergewis u er dan van dat de aansluitingen juist en vast worden gemaakt. Zorg tevens dat de ontluchtingsslang goed wordt geplaatst en kontroleer of deze niet beschadigd is.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Vervangen van zekeringen
Als er een zekering is doorgebrand, draai de kontaktslot-schakelaar dan in de uitstand en schakel het betreffende circuit uit. Vervang de zekering door een van het voorgeschreven amperage. Schakel de elektrische circuits weer in en kontroleer of alles naar behoren funktioneert. Als de zekering onmiddellijk weer doorbrandt, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
DC000103
LET OP:
Gebruik nooit zekeringen met een hoger amperage dan wordt aanbevolen. Dit kan leiden tot ernstige beschadiging van het elektrische systeem en mogelijk zelfs tot brand.
Voorgeschreven zekering: 10 A

- Schroef (· 2)
DAU01158
Vervangen van de gloeilamp van de koplamp
Als de gloeilamp van de koplamp door- brandt, vervang deze dan als volgt:
- Verwijder stroomlijnkap A. (Zie blz. 6-6 \~ 6-7 voor het verwijderen en installeren van de stroomlijnkap.)
- Verwijder de gehele koplampeenheid door de bouten er uit te verwijderen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Gloeilamphouderdeksel
- Bedrading
- Maak de bedrading van de koplamp los en verwijder het fittingdeksel.

- Fitting
- Draai de fitting naar links om deze te verwijderen en verwijder dan de doorgebrande gloeilamp.
DW000119
WAARSCHUWING
Houd brandbare stoffen uit de buurt van de gloeilamp als deze warm is en zorg er tevens voor dat u zichzelf niet brandt. Raak de gloeilamp niet aan zolang deze nog warm is.
-
Plaats een nieuwe gloeilamp en zet hem hem vast met de fitting.
-
Installeer het fittingdeksel, de bedra- ding en dan de gehele koplampeen- heid.
- Installeer de stroomlijnkap.
- Als de koplamp afgesteld moet worden raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Vervangen van de gloeilamp van de richtingaanwijzer
- Verwijder de schroef en de lens.
- Druk de doorgebrande lamp in en draai deze naar links om hem te verwijderen.
- Druk een nieuwe gloeilamp op zijn plaats en draai hem rechtsom vast.
- Breng de lens weer aan en draai de schroef vast.

Vervangen van de gloeilamp van het remlicht/achterlicht
- Verwijder de schroef en de lens.
- Druk de doorgebrande lamp in en draai deze naar links om hem te verwijderen.
- Druk een nieuwe gloeilamp op zijn plaats en draai hem rechtsom vast.
- Breng de lens weer aan en draai de schroef vast.
DC000108
LET OP:
Draai de schroeven niet te vast aangezien dit kan resulteren in beschadiging van de lens.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU01579
Ondersteunen van de motorfiets
Aangezien de Yamaha DT125R niet is voorzien van een middenstandaard, dient u de volgende voorzorgsmaatregelen te nemen alvorens u het voorwiel of het achterwiel verwijdert of andere onderhoudswerkzaamheden verricht waarbij de motorfiets rechtop moet blijven staan. Kontroleer of de motorfiets stabiel en goed rechtop staat alvorens u enig onderhoud gaat verrichten. Voor alle zekerheid kunt u bijvoorbeeld een stevig houten kistje onder het motorblok kunnen plaatsen.
Onderhoud aan het voorwiel
Om de achterkant van de motorfiets stabiel te ondersteunen gebruikt u een motorstandaard of plaatst u een motorfiets-krik onder het frame vóór het achterwiel, om te zorgen dat dit niet zijwaarts kan bewegen. Gebruik vervolgens een motorstandaard om het voorwiel van de grond te tillen.
Onderhoud aan het achterwiel
Gebruik een motorstandaard of een motorfiets-krik om de motorfiets zo op te tillen dat het achterwiel van de grond komt. In plaats hiervan kunt u ook twee motorfiets-krikken onder het frame of de zwaaiarm plaatsen.

- Remschijfdeksel
- Schroef (· 2)
DAU00898
Demonteren van het voorwiel
DW000122
WAARSCHUWING
- Laat onderhoudswerkzaamheden aan het wiel over aan uw Yamaha dealer.
-
Zorg dat de motorfiets stabiel staat opgesteld, zodat deze niet kan omvallen.
-
Verwijder het remschijfdeksel.
- Maak de kabel van de snelheidsmeter los van de voorwielzijde.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Snelheidsmeter-kabel
- Ashoudermoer (· 4)
- Voorwielas
- Verhoog het voorwiel door de motorfiets goed te ondersteunen onder het motorblok.
- Draai de moeren van de wielashouder los.
- Verwijder de wielas en het voorwiel. Zorg ervoor dat de motorfiets goed ondersteund wordt.
OPMERKING:
Trek de voorremhendel nooit in als de remschijf niet tussen de remklauwen zit. De klauwen worden hierdoor tegen elkaar aangedrukt en zijn dan zeer moeilijk weer van elkaar te krijgen.

Monteren van het voorwiel
- Monteer het snelheidsmeter-aandrijf-huis in de wielnaaf. Let erop dat de nokken van de wielnaaf en de behuizing van het snelheidsmeter-aandrijfwerk goed in de uitsparingen vallen.
- Breng het wiel tussen de poten van de voorvork omhoog en geleid de remschijf tussen de remblokken. Controleer of de ruimte tussen de remblokken groot genoeg is alvorens de remschijf er in te passen.

- Let op of de gleuf in de behuizing van het snelheidsmeter-aandrijfwerk over de stopper aan de buitenpoot van de voorvork valt.
- Installeer de wielas en laat de motorfiets zakken.
- Draai de wielas aan met het voorge- schreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel:
Wielas:
58 Nm (5,8 m·kg)
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

-
Afstand
-
Draai de ashoudermoeren; vast met het voorgeschreven aantrekkoppel. Draai eerst de bovenste en daarna de onderste moeren aan. Als in die volgorde aangedraaid wordt, zal er zich een uitsparing vormen aan de onderkant van de ashouder.
Aantrekkoppel:
Ashoudermoer:
10 Nm (1,0 m·kg)
- Na het vastdraaien van de ashoudermoeren drukt u het stuur enkele malen stevig omlaag om te zien of de voorvork steeds soepel omhoog veert.

- Eindbout van de zwaaiarm (- 2)
DAU03105
Demonteren van het achterwiel
DW000122
WAARSCHUWING
- Laat onderhoudswerkzaamheden aan het wiel over aan uw Yamaha dealer.
-
Zorg dat de motorfiets stabiel staat opgesteld, zodat deze niet kan omvallen.
-
Draai de achterasmoer los.
- Plaats een steun onder het motorblok, zodat het achterwiel los van de grond komt.
- Verwijder de eindbout van de zwaaiarm.

- Asmoer
-
Kettingspanplaat
-
Verwijder de asmoer.
-
Duw het achterwiel naar voren en verwijder de ketting.
- Trek de achteras uit en verwijder het achterwiel door het naar achteren te trekken.
OPMERKING:
- Trap het achterrempedaal nooit in als de remschijf niet tussen de remklauwen zit.
- U hoeft de ketting niet uit elkaar te halen om het achterwiel te kunnen verwijderen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU03106
Monteren van het achterwiel
- Installeer het achterwiel en de ketting. Plaats de remschijf tussen de remblokken. Let op dat er voldoende ruimte tussen de remblokken is alvorens u de remschijf plaatst.
- Zorg dat de achterwielas er vanaf de linkerkant wordt ingestoken en dat de kettingspanners worden geplaatst met de bolle kant naar buiten.
- Installeer de eindbouten op de zwaaiarm.
- Stel de kettingspanning af.
- Draai de volgende onderdelen vast met het voorgeschreven aantrekkoppelen.
Aantrekkoppel:
Asmoer:
90 Nm (9,0 m·kg)
Zwaaiarm-eindbout:
3 Nm (0,3 m·kg)
DAU01008
Verhelpen van storingen
Hoewel Yamaha motorfietsen een uiterst grondige eindkontrole ondergaan, voordat ze de fabriek verlaten, kan er natuurlijk altijd wel eens iets mis gaan.
Problemen in het brandstofsysteem, met de kompressie, of in het ontstekingssysteem, kunnen leiden tot moeilijkheden met het starten of verlies aan vermogen. In deze paragraaf worden snelle en gemakkelijke methods beschreven om de systemen te kontroleren.
Als uw motorfiets gerepareerd dient te worden, breng deze dan naar een Yamaha dealer. De ervaren vakmensen van de Yamaha dealers beschikken over de kennis, de ervaring en het juiste gereedschap om uw motorfiets goed te onderhouden. Gebruik uitsluitend origine-le Yamaha onderdelen op uw motorfiets. Veel imitatie-onderdelen lijken wellicht op Yamaha onderdelen maar zijn duidelijk van een inferieure kwaliteit. Dit heeft als gevolg een kortere levensduur en in vele gevallen hogere reparatie-rekeningen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Lijst voor het opsporen van storingen
DAU03108
DW000125
WAARSCHUWING
Voer nooit kontrole- of onderhoudswerkzaamheden aan het brandstofssysteem uit terwijl u rookt of als er open vuur in de buurt is.
1. Brandstof
![graph TD A["Kontroleer of er ben-zine in de tank zit."] --> B["Er is benzine."] A --> C["Er is een beetje benzine."] B --> D["Vervolg met het kontroleren van de kompressie."] C --> E["Vul benzine bij. Motor start niet: vervolg met compressiecontrole."]](/content/2026/06/1144790/images/ab77bb360e69a8fc37498134aa13d899e5cbeffb2ffc995024e3bde1235a8ff9.jpg)
2. Kompressie
![graph TD A["Gebruik de kickstarter."] --> B["Er is kompressie."] A --> C["Er is geen kompressie."] B --> D["Vervolg met het kontroleren van de ontsteking."] C --> E["Vraag uw Yamaha dealer om inspektie."]](/content/2026/06/1144790/images/587d5ff6bdaebdfb077956139d7ebf71756775818ccdc3a7cc8ba28aa582e634.jpg)
3. Ontsteking
![graph TD A["Verwijder de bougies en Kontroleer de elektroden-afstand."] --> B["Nat."] A --> C["Droog."] B --> D["Veeg de bougies schoon met een droge doek en stel de elektrodenafstand bij of vervang de bougie."] C --> E["Vraag uw Yamaha dealer om inspektie."] D --> F["Open de gasklep halverwege en s…](/content/2026/06/1144790/images/8732c3d55fc2e62f5f1e2f66cd28b51f0453ea11af28e247ac9bfd331bb8941d.jpg)
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
4. Oververhitting van de motor
WAARSCHUWING
DW000070
Verwijder de radiateurdop nooit als de motor en de radiateur nog heet zijn. Kokend water en stoom kunnen de radiateur uitgespoten worden en bijzonder ernstige brandwonden opleveren. Ga, voor het verwijderen van de radiateurdop als volgt te werk. Wacht totdat de motor is afgekoeld. Plaats een dikke doek (bijvoorbeeld een oude handdoek) over de dop en draai deze linksom totdat de dop iets omhoog komt. Op deze manier kan de overtollige druk ontsnappen zonder dat u het gevaar loopt om brandwonden op te lopen. Als het sissende geluid ophoudt, kunt u de dop verwijderen door deze in te drukken en linksom te draaien.
![graph TD A["Wacht totdat de Kontroleer motor afgekoeld is."] --> B["het koelvloeistofpeil in de reservoirtank en/of raditeur."] B --> C["Kontroleer het koel-systeem op lekken."] B --> D["Peil is in orde."] C --> E["Lek."] C --> F["Geen lek."] E --> G["Laat een Yamaha dealer om het inspectie en zonod…](/content/2026/06/1144790/images/58b077535e3165300d220cb1c72469b28554d27118fe8ec0a315d5ef3125a98b.jpg)
OPMERKING:
Als u de voorgeschreven koelvloeistof niet kunt vinden, kunt u tijdelijk kraanwater gebruiken, mits u dat zo spoedig mogelijk vervangt door de voorgeschreven koelvloeistof.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
DAU01518
Onderhoud
De zichtbaarheid van al het technisch vernuft geeft een motorfiets zijn charme, maar vormt tegelijk een kwetsbaar punt. Ook al zijn alle onderdelen van hoge kwaliteit, absoluut roestvrij zijn ze niet. En waar een uitlaatpijp met roestplekken bij een auto niet of nauwelijks opvalt, wordt een motorfiets er ernstig door ontsierd. Daarom is regelmatig en zorgvuldig onderhoud van groot belang voor de aanblik zowel als de prestaties en de levensduur van uw motorfiets. Bovendien stellen de garantievoorwaarden dat de motorfiets goed moet worden onderhouden. Om al deze redenen is het aanbevolen de volgende aanwijzingen voor onderhoud en opslag stipt op te volgen.
Voor het reinigen
- Breng een plastic zak aan over het uiteinde van de uitlaatpijp.
- Zorg dat alle beschermkappen en deksels, vooral ook van de elektrische aansluitingen zoals de bougie-doppen e.d. stevig vast zitten en goed afsluiten.
- Verwijder aangekoekt vuil, zoals verbrande olieresten op het carterhuis, met een ontvettingsmiddel en een borstel, maar gebruik zulke middelen nooit op pakkingen en wielassen, de ketting en kettingwielen. Spoel al het vuil en het reinigingsmiddel zorgvuldig af met water.
Reinigen
Na normaal gebruik van de motor
Verwijder vuil van de motorfiets met warm water, een neutraal schoonmaakmiddel en een schone zachte spons en spoel de motorfiets af met volop schoon water. Gebruik een tandenborstel of flessenborstel voor de moeilijk bereikbare plaatsen. Hardnekkig vuil en insecten zijn vaak gemakkelijker te verwijderen als u voor het reinigen enkele minuten lang een natte doek over de betreffende delen laat liggen.
DCA00010
CAUTION:
- Gebruik geen zure of bijtende wielreinigers, vooral op spaakwienen. Als het nodig mocht zijn een dergelijk middel te gebruiken voor erg hardnekkig vuil, laat het middel dan vooral niet langer zitten dan strikt noodzakelijk en spoel het dan grondig af met water. Droog het gereinigde deel af en spuit er een roestwerend middel op.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
- Reinigen met de verkeerde middelen kan schade toebrengen aan het windscherm, stroomlijnkappen, panelen en andere plastic onderdelen. Gebruik voor het reinigen van plastic onderdelen uitsluitend een zachte schone doek of spons met water en mild zeepsop.
-
Gebruik voor het schoonmaken van plastic nooit schuurmiddelen of bijtende chemische middelen. Gebruik ook nooit een doek of spons die in aanraking is geweest met bijtende schoonmaakmiddelen, thinner en dergelijke oplosmiddelen, benzine (of andere brandstoffen), roestwerende of verwijderingsmiddelen, remvloeistof, antivries of elektrolyt.
-
Spuit de motorfiets niet schoon met een hogedrukstraal of een stoomreiniger, want hierbij kan er water binnendringen en schade toebrengen aan de volgende onderdelen: pakkingen (van de wiellagers, zwaaiarmlagers, voorvork en remmen), elektrische onderdelen (stekkers en aansluitbussen, instrumenten, schakelaars en lampen), ontluchtingsopeningen en -slangen.
- Voor motorfietsen met een windscherm: Gebruik geen schuurspons of krachtige reinigingsmiddelen, aangezien deze het windscherm kunnen bekrassen of vertroebelen. Ook sommige schoonmaakmiddelen voor plastic kunnen krassen achterlaten op het windscherm. Mocht u een speciaal schoonmaakmiddel willen gebruiken, probeer dit dan eerst uit op een klein deel waar u normaal niet doorheen kijkt. Krassen op het windscherm kunt u na het wassen verwijderen met een plastic-poetsmiddel van goede kwaliteit.
Na het rijden in de regen, langs de zee- kust of over wegen waar pekel gestrooid is
Aangezien zilte zeelucht en 's winters strooizout in combinatie met water extreem corrosief werken, dient u na een rit in de regen, langs de zeekust of over wegen met strooizout, altijd zo spoedig mogelijk de volgende maatregelen te treffen. (Niet alleen 's winters, want strooizout kan nog tot ruim in het voorjaar langs de weg blijven liggen.)
- Maak uw motorfiets grondig schoon met water en zeep, nadat de motor is afgekoeld.
DCA00012
LET OP:
Gebruik geen warm water aangezien dit de corrosieve werking van het zout versterkt.
- Spuit een roestwerend middel op alle metalen oppervlakken (ook verchroomde en vernikkelde onderdelen) om roestvorming tegen te gaan.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
Na het reinigen
- Droog de motorfiets af met een zemen lap of een goed absorberende doek.
- Droog ook de aandrijfketting onmiddellijk af en smeer deze zorgvuldig om roesten te voorkomen.
- Gebruik een chroompoetsmiddel om alle roestvrij stalen, aluminium en verchroomde onderdelen te poetsen, inclusief de uitlaatpijpen. (Zelfs de hitteverkleuring van roestvrij stalen uitlaatpijpen is door goed poetsen weg te krijgen.)
- Om roestvorming tegen te gaan, is het aanbevolen alle metalen oppervlakken (ook verchroomde en vernikkelde onderdelen) te bespuiten met een roestwerend middel.
- Gebruik een spuitbus met olie als universeelreiniger om de laatste vuil-resten te verwijderen.
- Repareer krassen en lakschade veroorzaakt door steenslag e.d.
- Zet alle gelakte onderdelen in de was.
- Zorg dat de motorfiets geheel droog is voordat u hem afdekt of stalt.
DWA00001
WAARSCHUWING
Zorg dat er geen olie of was achterblijft op de remmen en de banden. Indien nodig kunt u de remschijven en voeringen reinigen met een gewone remschijfreiniger of aceton, en de banden kunt u wassen met warm water en mild zeepsop. Controleer daarna zorgvuldig de remwerking en het weggedrag van de motorfiets in bochten.
DCA00013
LET OP:
- Breng olie of was zo zuinig mogelijk aan en veeg de overtollige hoeveelheid grondig af.
- Breng nooit olie of was aan op rubber en plastic onderdelen, maar reinig deze met speciale onderhoudsmiddelen.
- Gebruik geen poetsmiddelen met een schurende werking, want deze zullen de laklaag aantasten.
OPMERKING:
Vraag uw Yamaha dealer om advies over de juiste reinigingsmiddelen.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
Opslag
Korte tijd
Stal uw motorfiets altijd op een koele, droge plaats en dek hem zonodig af met een luchtdoorlatende hoes tegen stof e.d.
DCA00014
LET OP:
- Bij opslag van de motorfiets in een slecht geventileerde ruimte of afdekken van de motorfiets terwijl deze nog nat is, kan er water of vocht in binnendringen en roest veroorzaken.
- Om roestvorming te voorkomen, dient u vochtige kelders of stallen (waar ammoniadamp hangt) te vermijden, evenals plaatsen waar krachtige chemicaliën zijn opgeslagen.
Lange tijd
Alvorens uw motorfiets enkele maanden te stallen:
- Volg alle aanwijzingen bij "ONDER-HOUD" in dit hoofdstuk.
- Leeg de vlotterkamers van de carburateur door de aftapbouten los te draaien; dit voorkomt dat er brandstofresten aanslibben. Giet de afgetapte benzine terug in de brandstoftank.
- Voor motorfietsen met een brandstofkraantje met "OFF" stand: Draai het brandstofkraantje in de "OFF" stand.
- Vul de brandstoftank en voeg een stabilisatiemiddel toe (indien voorhanden) om roestvorming in de tank en bederven van de brandstof te voorkomen.
- Volg de onderstaande aanwijzingen om de cilinder, zuigerringen e.d. tegen roest te beschermen.
a. Verwijder de bougiedop en de bougie.
b. Giet door de bougieopening een theelepel motorolie in de cilinder.
c. Breng de bougiedop op de bougie aan en plaats de bougie op de cilinderkop zodat de elektroden geaard zijn. (Dit om het vonken van de bougie tijdens de volgende stap te voorkomen.)
d. Laat nu met de starter de motor enkele slagen ronddraaien. (Dit om de cilinderwanden te bedekken met een laagje motorolie.)
e. Verwijder de bougiedop van de bougie en breng eerst de bougie en dan de bougiedop weer aan.
DWA00003
WAARSCHUWING
Voor het laten draaien van de motor dient u de elektroden van de bougies te aarden, om ongelukken of schade door het vonken van de bougies te voorkomen.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
- Smeer alle bedieningskabels en de scharnierpunten van alle hendels en pedalen, evenals de zijstandaard/middenstandaard.
- Controleer de bandenspanning breng de banden zonodig op de juiste spanning, en zet dan de motorfiets op blokken zodat beide wielen van de grond komen. In plaats hiervan kunt u de motorfiets laten staan, maar dan zult u elke maand de wielen een klein stukje moeten draaien, om te voorkomen dat de banden op het onderste punt teveel slijten.
-
Breng een plastic zak aan over het uiteinde van de uitlaatpijp, zodat er geen vocht in kan komen.
-
Verwijder de accu en laad deze volledig op. Bewaar de accu in een koele droge ruimte en laad de accu eens per maand op. Bewaar de accu en niet op een extreem warme of koude plaats (niet onder de 0 °C of boven de 30 °C). Zie voor nadere bijzonderheden de aanwijzingen onder "Opslag van de accu" in het hoofdstuk "PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES".
OPMERKING:
Zorg dat alle nodige reparaties worden verricht vóór u de motorfiets stalt.
Technische gegevens
Model DT125R
Afmetingen
Grootste lengte 2.170 mm
2.235 mm (Alleen voor N, S, SF, CH, A)
Grootste breedte 830 mm
Grootste hoogte 1.255 mm
Zadelhoogte 885 mm
Wielbasis 1.415 mm
Minimale grondspeling 315 mm
Minimale draaicirkel 2.100 mm
Basisgewicht (Met olie en volle benzinetank) 127 kg
129 kg (Alleen voor CH, A)
Motor
Type motor Vloeistof-gekoeld, 2-taket
benzinemotor
Cilinder-opstelling Enkele cilinder voorover
hellend
Verplaatsing 124 cm 3
Boring · slag 56,0 · 50,7 mm
Kompressieverhouding 6,7:1
Startsysteem Kickstarter
Smeersysteem Gescheiden smering
(Yamaha Autolube)
Motorolie (2-takt)
Type Olie voor tweetakt-motoren
Capaciteit
Totale hoeveelheid 1,2 L
Versnellingsbak-olie
Type SAE 10W30 type SE motorolie
Capaciteit
Periodieke olieverversing 0,75 L
Totale hoeveelheid 0,8 L
Radiateurinhoud
(inklusief alle slangen) 0,92 L
Luchtfilter Natte type filterelement
Brandstof
Type Gewone benzine zonder lood
Inhoud benzinetank 10 L
Hoeveelheid reservebrandstof 1,8 L
Carburateur
Type · hoeveelheid
TM28SS·1
Merk MIKUNI
Bougies
Merk / Type NGK / BR9ES
NGK / BR8ES
(Alleen voor CH, A)
Bougie-elektrodenafstand 0,7 \~ 0,8 mm
Type koppeling Natte, meervoudige
plaatkoppeling
Overbrenging
Primair redukie-systeem Schroeftandwiel
Primaire reduktie-verhouding 71/22 (3,277)
Secundair reduktie-systeem Ketting-aandrijving
Secundaire reduktie- 57/16 (3,563)
verhouding
Type overbrenging Konstante aangrijping,
6 versnellingen
Bediening Versnellingspedaal, linkervoet
Overbreng- 1-ste 2,833
verhoudingen
2-de 1,875
3-de 1,412
4-de 1,143
5-de 0,957
6-de 0,818
Chassis
Type frame Semi-dubbele wiegkonstruktie
Casterhoek 27°30'
Spoorbreedte 113 mm
Banden
Type Met buie
Voor
Bandenmaat 2,75-21 45P
178 kg (Alleen voor CH, A)
Luchtdruk (koube band)
Belasting tot 90 kg*
Voor 125 kPa (1,25 kg/cm², 1,25 bar)
Achter 150 kPa (1,50 kg/cm², 1,50 bar)
90 kg \~ maximale
belasting*
Voor 150 kPa (1,50 kg/cm 2 , 1,50 bar)
Achter 175 kPa (1,75 kg/cm 2 , 1,75 bar)
Bij rijden op terrein:
Voor 125 kPa (1,25 kg/cm 2 , 1,25 bar)
Achter 150 kPa (1,50 kg/cm 2 , 1,50 bar)
*Belasting is het totale gewicht van bagage, bestuurder, made-passagier en accessoires.
Wielen
Voor
Type Spaak
Bandenmaat 1,60 · 21
Achter
Type Spaak
Bandenmaat 1,85 · 18
Remmen
Voor
Type Enkelvoudige schijfrem
Bediening Bediening met de rechterhand
Vloeistof DOT 3 of DOT 4
Achter
Type Enkelvoudige schijfrem
Bediening Bediening met de rechtevoet
Vloeistof DOT 3 of DOT 4
Wielophanging:
Voor Teleskoopvork
Achter Zwaaiarm (Schakelophanging)
Schokdempers
Voor Lucht-spiraalveer/Oliegedempt
Achter Lucht-spiraalveer-gas/
Oliegedempt
Veerweg
Voor 270 mm
Achter 260 mm
Elektrische installatie
Ontstekingssysteem C.D.I.
Laadsysteem C.D.I.
TECHNISCHE GEGEVENS
Accu
Type GM3-3B
Gloeilampen, capaciteit 12 V, 3 AH
Type koplamp Conventionele gloeilamp
Gloeilampen wattage · aantal
Koplamp 12 V, 45/40 W · 1
Remlicht/Achterlicht 12 V, 5/21 W · 1
Voorremrichtingaanwizerlamp 12 V, 21 W · 2
Achterremrichtingaawijzerlamp 12 V, 21 W · 2
Parkeerlicht 12 V, 4 W - 1
Oliepeil-waarschuwingslampje 12 V, 3,4 W · 1
Identifikatie-nummer
Schrijf het sleutel-identifikatienummer, het voertuignummer en de informatie op het modelplaatje op in de daarvoor bestemde ruimtes, voor het geval u nieuwe onderdelen wilt bestellen bij uw Yamaha dealer of voor het geval uw motorfiets gestolen wordt.
- IDENTIFIKATIENUMMER VAN DE SLEUTEL:
- VOERTUIGNUMMER:
- INFORMATIE OP HET MODELPLAATJE:



DAU01042
- Identifikatienummer van de sleutel 1. Motorfiets-identifikatienummer
Identifikatienummer van de sleutel
Het identifikatienummer van de sleutel is in de sleutel ingeslagen. Schrijf dit nummer op in de daarvoor bestemde ruimte, voor het geval u een nieuwe sleutel nodig heeft.

Motorfiets-identifikatienummer
Het motorfiets-identifikatienummer is ingeslagen in de bovenstang van de voorvork.
Noteer dit nummer in de hiervoor bestem- de ruimte.
OPMERKING:
Het motorfiets-identifikatienummer is het officiële identifikatienummer van uw motorfiets en dient gebruikt te worden voor het registreren van uw motorfiets bij de daarvoor bevoegde autoriteiten.
INFORMATIE VOOR DE CONSUMENT

- Modelplaatje
DAU01049
Modelplaatje
Op de plaats aangegeven in de afbeelding treft u een model-informatieplaatje aan. Schrijf de informatie hiervan op in de daarvoor bestemde ruimte. Deze informatie zult u nodig hebben wanneer u nieuwe onderdelen wilt bestellen bij uw Yamaha handelaar.
YAMAHA MOTOR CO., LTD.
GEDRUKT OP RECYCLAGEPAPIER
PRINTED IN JAPAN
2000·12-0.1·1(D)