BOSCH

AutoDome Easy II IP - Bewakingscamera BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AutoDome Easy II IP BOSCH in PDF-formaat.

📄 150 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BOSCH AutoDome Easy II IP - page 7
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Bewakingscamera
Merk Bosch
Model AutoDome Easy II IP
Beeldresolutie 1,3 MP (1280x960)
Lens Varifocale lens 3-9 mm
Nachtzicht IR-LEDs, bereik tot 30 m
Pan-bereik 360° continu
Tilt-bereik 0° tot 180°
Beschermingsklasse IP66
Voeding Power over Ethernet (PoE) of 24 V AC
Stroomverbruik Max. 15 W
Gewicht Ca. 1,5 kg
Afmetingen Ø 150 mm x 200 mm
Werktemperatuur -30 °C tot +50 °C
Opslag MicroSD-kaart (max. 64 GB)
Netwerk RJ45 10/100 Base-T
Protocol TCP/IP, DHCP, FTP, SMTP
Video-compressie H.264, MJPEG
Bewegingsdetectie Ja
Montage Wand- of plafondmontage
Materiaal behuizing Aluminium
Software compatibiliteit Bosch Video Management System
Onderhoud Reinig lens met zachte doek, controleer kabels
Veiligheid Wachtwoordbeveiliging, HTTPS
Reparatie Neem contact op met Bosch service
Garantie 2 jaar

Veelgestelde vragen - AutoDome Easy II IP BOSCH

Hoe stel ik de IP-camera in?
Sluit de camera aan op het netwerk via PoE of 24 V AC. Gebruik de Bosch Configuration Manager of een webbrowser om het IP-adres te vinden en de camera te configureren.
Kan ik de camera resetten naar fabrieksinstellingen?
Ja, druk de resetknop op de camera gedurende 10 seconden in. Het IP-adres wordt teruggezet naar 192.168.1.168 (DHCP) en alle instellingen worden gewist.
Wat is het maximale IR-bereik voor nachtzicht?
De camera heeft IR-LEDs met een bereik tot 30 meter, ideaal voor bewaking in het donker.
Hoe reinig ik de lens en behuizing?
Gebruik een zachte, droge doek om stof te verwijderen. Bij hardnekkig vuur een beetje water of een milde reiniger. Vermijd agressieve chemicaliën.
Ondersteunt de camera Power over Ethernet (PoE)?
Ja, de AutoDome Easy II IP ondersteunt PoE conform IEEE 802.3af. U kunt ook een aparte 24 V AC-voeding gebruiken.
Hoe kan ik beelden opnemen?
U kunt beelden opslaan op een MicroSD-kaart (max. 64 GB) of streamen naar een NVR of Bosch Video Management System.
Kan ik de camera bedienen via een smartphone?
Ja, met de Bosch Video Viewer-app of via een webbrowser kunt u live beeld bekijken en de PTZ-functies bedienen.
Hoe stel ik bewegingsdetectie in?
Via de webinterface kunt u detectiezones en gevoeligheid configureren. Bij beweging kan de camera een e-mail sturen of opnemen starten.
Wat is de beschermingsgraad van de camera?
De camera heeft IP66-classificatie, wat betekent dat hij stofdicht en bestand is tegen krachtige waterstralen. Geschikt voor buitengebruik.
Hoe werk ik de firmware bij?
Download de nieuwste firmware van de Bosch-website. Upload het bestand via de firmware-update-optie in de webinterface van de camera.

Gebruikersvragen over AutoDome Easy II IP BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Bewakingscamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AutoDome Easy II IP - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AutoDome Easy II IP van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING AutoDome Easy II IP BOSCH

nl Installatiehandleiding

Inhoudsopgave

1 Veiligheid 7

1.1 Belangrijke veiligheidsinstructies 7
1.2 Veiligheidsmaatregelen 10
1.3 Belangrijke opmerkingen 11
1.4 Ondersteuning en klantenservice 17

2 Uitpakken 18

2.1 Onderdelenlijst 18
2.2 Veiligheidsvoorschriften 19

3 Omschrijving 20

4 Installatie d.m.v. opbouwmontage 22

4.1 Omschrijving 22
4.1.1 Extra gereedschap benodigd 23
4.1.2 Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis 23
4.1.3 Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis 25
4.1.4 Camera op montageplaat monteren 29

5 Installatie d.m.v. wandmontage 33

5.1 Omschrijving 33
5.1.1 Extra gereedschap benodigd 34
5.1.2 Wandmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis 34
5.1.3 Wandmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis 36
5.1.4 Camera op montageplaat monteren 40

6 Installatie d.m.v. inbouwmontage 44

6.1 Omschrijving 44
6.1.1 Extra vereisten 44
6.1.2 Het plafond voorbereiden voor installatie 45
6.1.3 Camera op montageplaat monteren 48

7 Installatie d.m.v. buismontage 52

7.1 Omschrijving 52
7.1.1 Benodigd gereedschap 53
7.1.2 Het plafond voorbereiden voor installatie 53
7.1.3 Camera op montageplaat monteren 59

8 Bekabeling voorbereiden 62

8.1 Aan/uit 62
8.2 Voeding aansluiten 63
8.2.1 Voedingsaansluitingen naar binnencamera's 64
8.2.2 Voedingsaansluitingen naar buitencamera's 65
8.2.3 Voedingsaansluitingen naar verwarming (alle buitenmodellen) 66
8.3 Ethernet-aansluiting (IP-modellen) 67

9 Alarmen en relaisaansluitingen 68

9.1 Alarm Ingang 68
9.2 Alarmen aansluiten (ingangen 1 tot en met 2) 69
9.2.1 Een normaal open alarm aansluiten 69
9.2.2 Een normaal gesloten alarm aansluiten 70
9.3 Alarmuitgangen 71
9.3.1 Een open collectoruitgang aansluiten 71

10 Aan de slag 72

10.1 Inschakelen 72

11 De AutoDome Easy II IP gebruiken 73

11.1 Overzicht van productkenmerken 74
11.2 Systeemvereisten 75
11.3 De AutoDome Easy II IP aansluiten op de pc 76
11.4 De AutoDome Easy II IP-camera configureren 77
11.5 De LIVEPAGE 78
11.5.1 Een opdracht voor besturing van het bedieningspaneel invoeren 81
11.6 Momentopnamen opslaan 84
11.7 Videosequenties opnemen 84

12 De AutoDome Easy II IP configureren 85

12.1 Basismodus: Toegang unit 86

12.2 Basismodus: Datum/tijd 88

12.3 Basismodus: Netwerk 89

12.4 Basismodus: Encoderprofiel 90

12.5 Basismodus: Opname 91

12.6 Basismodus: Systeemoverzicht 91

13 Navigatie in schermmenu's 92

13.1 Installatiemenu 92

13.2 Menu Camera Inst. 95

13.3 Lens Inst. 99

13.4 Menu PTZ Inst. 101

13.5 Menu Weergave Inst. 104

13.5.1 Een shot- of een sectortitel opgeven 108

13.6 Menu Communicatie Inst. 109

13.7 Alarm I/O Inst. 111

13.8 Menu Alarm I/O Inst. 114

13.9 Menu Taal 118

13.10 Menu Diagnose 119

14 Algemene gebruikerscommando's (niet vergrendeld) 122

14.1 AutoPan-modus instellen 122

14.2 Presets instellen 122

14.3 Prepositie-tours configureren 123

14.4 De inactiviteitswerking programmeren 124

14.5 Opgenomen tours 124

15 Bedieningspaneelcommando's op nummer 126

16 Preventief onderhoud 132

17 Problemoplossing

17.1 Werking en besturing van de AutoDome Easy II IP 134

18 BVIP firmware-updates 138

18.2 Het firmware-updateproces starten 139

Trefwoordenregister 140

1 Veiligheid

1.1 Belangrijke veiligheidsinstructies

Lees alle onderstaande veiligheidsinstructies, volg ze op, en bewaar ze zodat u ze ook in de toekomst kunt raadplegen. Neem alle waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing in acht alvorens het apparaat te gebruiken.

  1. Reinigen - Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt. Volg alle voorschriften die bij het apparaat worden geleverd. Normaal gesproken volstaat reiniging met een droge doek. U kunt echter ook een vochtige pluisvrije doek of leren zeemlap gebruiken. Gebruik geen vloeibare schoonmaakproducten of spuitbussen.

  2. Warmtebronnen - Installeer dit apparaat niet in de buurt van warmtebronnen zoals radiatoren, verwarmingen, ovens of andere apparaten die warmte genereren (zoals versterkers).

  3. Ventilatie - Eventuele openingen in de behuizing van het apparaat dienen voor ventilatie om oververhitting te voorkomen en een betrouwbare werking te garanderen. Sluit deze openingen niet af en houd ze vrij. Plaats dit apparaat niet in een behuizing tenzij er voldoende ventilatie aanwezig is of de voorschriften van de fabrikant zijn aangehouden.

  4. Water - Gebruik dit apparaat niet in de nabijheid van water, zoals in de buurt van een badkuip, spoelbak, fonteintje, wasmand, in een vochtige of natte kelder, bij een zwembad of in elke omgeving die als vochtige locatie wordt beschouwd. Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om het risico op brand of elektrische schokken te vermijden.

  5. Binnendringen van voorwerpen en vloeistoffen - Duw geen voorwerpen door de openingen van het apparaat. Dit kan kortsluitingen veroorzaken en aanleiding geven tot brand of elektrische schokken. Mors geen vloeistof op het

apparaat. Plaats geen met vloeistof gevulde voorwerpen, zoals vazen of bekers, op het apparaat.

  1. Onweer - Als extra beveiliging tegen onweer of als u het apparaat langere tijd niet gebruikt, moet het netsnoer uit het stopcontact worden gehaald en moeten alle overige kabels worden losgekoppeld. Zo voorkomt u bliksemschade en schade door stroomstoten.

  2. Instelling van bedieningselementen - Stel alleen de bedieningselementen in die volgens de bedieningsvoorschriften mogen worden ingesteld. Bij onjuiste instelling van andere bedieningselementen kan het apparaat beschadigd raken. Het gebruik van bedieningselementen of instellingen, of het uitvoeren van handelingen, die niet in de voorschriften zijn beschreven, kan leiden tot schadelijke blootstelling aan straling.

  3. Overbelasting - Overbelast stopcontacten of verlengsnoeren niet. Dit kan brand of elektrische schokken veroorzaken.

  4. Spanning uitschakelen - Apparatuur met of zonder aan/uit-schakelaar staat onder spanning zolang de stekker is aangesloten op de wandcontactdoos. De apparatuur is uitsluitend in werking als de aan/uit-schakelaar in de stand AAN staat. Het netsnoer is de "hoofdschakelaar" om de spanning van alle apparatuur uit te schakelen.

  5. Voedingsbronnen - Sluit het apparaat uitsluitend aan op een lichtnet met het voltage dat is vermeld op het etiket op het apparaat. Voordat u de kabel aansluit op het apparaat, dient u deze kabel los te koppelen van de voeding.

  6. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor apparaten met batterijen.

  7. Gebruik alleen de aanbevolen goedgekeurde voedingseenheden als u het apparaat wilt gebruiken met externe voedingseenheden.
  8. Deze voedingsbron moet bij apparaten met een stroombegrenzer voldoen aan EN60950. Andere voedingseenheden kunnen de apparatuur schade

toebrengen of brand of een elektrische schok veroorzaken.

- De spanning op de voedingsingang van het apparaat mag bij apparaten van 24 VAC niet meer afwijken dan ±10%, of hoger zijn dan 21,6-26,4 VAC. Als de gebruiker zelf voor de bekabeling zorgt, moet deze voldoen aan de ter plaatse geldende richtlijnen voor elektrische en elektronische apparatuur (voedingsniveaus Class 2). Aard de voeding niet bij de aansluitklemmen van de voedingsbron of van het apparaat zelf.

- Neem als u niet zeker bent van het te gebruiken type stroomvoorziening contact op met uw dealer of plaatselijke elektriciteitsbedrijf.

  1. Onderhoud - Voer zelf geen onderhoud aan dit apparaat uit. Als u de behuizing van het apparaat opent, stelt u zich mogelijk bloot aan hoge spanning of andere gevaren. Laat onderhoud over aan professionele servicemonteurs.

  2. Reparatie - Koppel het apparaat los van het lichtnet en laat een reparatie uitvoeren door gekwalificeerd personeel als het apparaat beschadigd is geraakt, bijvoorbeeld wanneer:

  3. het netsnoer of de stekker is beschadigd;
  4. het apparaat is blootgesteld aan vocht, water, en/of vochtig weer (regen, sneeuw, etc.);
  5. er vloeistof in of op het apparaat is gemorst;
  6. er iets in het apparaat is gevallen;
  7. het apparaat is gevallen of de behuizing is beschadigd;
  8. het apparaat een duidelijk veranderde prestatie vertoont;
  9. het apparaat niet normaal werkt als de gebruiker de gebruiksaanwijzing correct opvolgt.

  10. Onderdelen vervangen - Als vervangende onderdelen vereist zijn, dient de onderhoudstechnicus gebruik te maken van door de fabrikant aanbevolen onderdelen of onderdelen die dezelfde eigenschappen hebben als het originele onderdeel. Niet-erkende onderdelen kunnen

brand, elektrische schokken of andere gevaren veroorzaken.

  1. Veiligheidscontrole - Na een onderhoudsbeurt of een reparatie dienen veiligheidscontroles te worden uitgevoerd om na te gaan of het apparaat correct functioneert.
  2. Installatie - Installeer dit apparaat zoals beschreven in deze handleiding en in overeenstemming met de ter plaatse geldende richtlijnen.
  3. Toebehoren, wijzigingen of modificaties - Maak uitsluitend gebruik van toebehoren dat, en accessoires die door de fabrikant worden aanbevolen. Elke wijziging of aanpassing van de apparatuur die niet expliciet door Bosch is goedgekeurd, kan het recht op garantie laten vervallen of, in het geval van een autorisatieovereenkomst, het recht van de gebruiker om de apparatuur te bedienen tenietdoen.

1.2 Veiligheidsmaatregelen

BOSCH AutoDome Easy II IP - Veiligheidsmaatregelen - 1

GEVAAR!

Dit pictogram wijst op een gevaarlijke situatie, zoals "gevaarlijke spanning" in het product. Indien deze situatie niet wordt vermeden, leidt dit tot een elektrische schok en ernstig of dodelijk letsel.

BOSCH AutoDome Easy II IP - GEVAAR! - 1

WAARSCHUWING!

Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie. Indien deze situatie niet wordt vermeden, kan dit lijden tot licht of middelzwaar letsel. Wijst de gebruiker op belangrijke instructies die van toepassing zijn op het apparaat.

LET OP!

Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie. Indien deze situatie niet wordt vermeden, kan materiële schade ontstaan of bestaat het risico dat het apparaat zelf wordt beschadigd.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 1

AANWIJZING!

Dit pictogram wijst op informatie of gedragsregels die direct of indirect van belang zijn voor de veiligheid van personeel of de bescherming van materiële goederen.

1.3 Belangrijke opmerkingen

BOSCH AutoDome Easy II IP - Belangrijke opmerkingen - 1

Accessoires - Plaats het apparaat niet op een onstabiel oppervlak of statief of onstabiele beugel of tafel. Het apparaat kan vallen en worden beschadigd en/of ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen wagentjes, staanders, beugels, houders of tafels die worden aanbevolen door de fabrikant. Als u een wagentje gebruikt, dient u de combinatie wagentje/apparaat voorzichtig te verplaatsen om letsel door omkantelen te voorkomen. Door abrupt te stoppen, te hard te duwen of het over een ongelijke ondergrond te rijden, kan de combinatie wagentje/apparaat kantelen. Monteer het apparaat volgens de voorschriften van de fabrikant.

Alpolige voedingsschakelaar: Breng een alpolige voedingsschakelaar met een contactscheiding van ten minste 3 mm in elke pool, aan in de elektrische installatie van het gebouw. Gebruik deze alpolige schakelaar als de hoofdschakelaar om de spanning van het apparaat uit te schakelen als het nodig is om de behuizing los te maken voor onderhoud en/of andere activiteiten.

Aarding van de camera - Als u de camera in een mogelijk vochtige omgeving wilt monteren, dient u ervoor te zorgen dat het systeem is geaard via de metalen behuizing van het apparaat (zie paragraaf: Voeding aansluiten).

Camerasignaal - Bescherm de kabel met een primaire beveiliging als de afstand van het camerasignaal groter is dan 46 meter, overeenkomstig NEC800 (CEC Sectie 60).

Coaxaarding:

  • Aard het kabelsysteem als er op het apparaat een extern kabelsysteem wordt aangesloten.
  • Materiaal voor gebruik buitenshuis mag alleen op de ingangen van het apparaat worden aangesloten nadat de

aardingsstekker van dit apparaat op een geaarde uitgang is aangesloten of de aardklem correct op een aardingsbron is aangesloten.

  • Verbreek de verbinding van de ingangsconnectoren van het apparaat met de apparatuur voor gebruik buitenshuis voordat u de aardingsstekker of de aardklem losmaakt.
  • Tref bij elk apparaat voor gebruik buitenshuis dat op deze unit is aangesloten de juiste veiligheidsmaatregelen zoals het aarden.

V.S. Uitsluitend voor modellen in de V.S. - Sectie 810 van de National Electrical Code, ANSI/NFPA No.70, bevat informatie over het correct aarden van het montagestatief en het montagehulpstuk, het aarden van de coaxkabel aan een ontlader, de diameter van de aardgeleiders, de plaats van de ontlader, de aansluiting op aardelektrodes en vereisten voor de aardelektrode.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Coaxaarding: - 1

Uw Bosch-product is ontworpen en gefabriceerd met materialen van hoge kwaliteit en componenten die kunnen worden gerecycled en opnieuw kunnen worden gebruikt. Dit pictogram geeft aan dat elektronische en elektrische apparatuur die het einde van de levensduur heeft bereikt, apart dient te worden gehouden en gescheiden van huishoudelijk afval te worden afgevoerd. Er bestaan meestal gescheiden inzamelsystemen voor gebruikte elektrotechnische en elektronische apparatuur. Lever deze apparatuur in bij een geschikt verzamelpunt voor recycling, overeenkomstig de Europese Richtlijn 2002/96/EG.

Milieuverklaring - Bosch is zeer milieubewust. Bij het ontwerpen van dit apparaat is zo veel mogelijk rekening gehouden met het milieu.

Apparaat is gevoelig voor statische elektriciteit - Neem de juiste voorzorgsmaatregelen voor CMOS/MOS-FET om elektrostatische ontlading te vermijden.

OPMERKING: draag geaarde polsriemen en volg de juiste ESD-veiligheidsvoorschriften wanneer u in aanraking komt met de printplaten die gevoelig zijn voor statische elektriciteit.

Zekeringswaarde - Ter beveiliging van het apparaat moet de stroomkringbeveiliging zijn uitgevoerd met een zekeringswaarde van 16 A. Dit moet voldoen aan NEC 800 (CEC Section 60).

Aarding en polarisatie - Het apparaat is mogelijk uitgerust met een gepolariseerde stekker (deze heeft twee stiften waarvan de ene breder is dan de andere). Deze veiligheidsfunctie zorgt ervoor dat de stekker slechts op één manier in het stopcontact kan worden gestopt. Als de stekker niet helemaal in het stopcontact gaat, neem dan contact op met een erkende elektricien om het verouderde stopcontact te laten vervangen. Probeer nooit de beveiliging op de gepolariseerde stekker te veranderen.

Het apparaat kan ook uitgerust zijn met een driepolige aardingsstekker (een stekker met een derde pen voor aarding). Deze veiligheidsfunctie zorgt ervoor dat de stekker alleen in een geaard stopcontact kan worden gestopt. Als de stekker niet in het stopcontact gaat, neem dan contact op met een erkende elektricien om het verouderde stopcontact te laten vervangen. Probeer nooit de beveiliging op de aardingsstekker te veranderen.

Externe signalen - De apparatuur voor externe signalen, met name voor wat betreft de afstand tot elektriciteitskabels en bliksemafleiders, en de bescherming tegen transiënten, moeten voldoen aan NEC725 en NEC800 (CEC Rule 16-224 en CEC Section 60).

Verplaatsen - Koppel de kabel los van de voedingsbron voordat u het apparaat verplaatst. Verplaats het apparaat voorzichtig.

PoE (alleen modellen voor gebruik binnenshuis) - Gebruik de Power-over-Ethernet-aansluiting (PoE) niet wanneer de voeding al wordt geleverd via de voedingskabel, en ook niet voor een model voor gebruik buitenshuis.

Permanent aangesloten apparatuur - Voorzie de bekabeling van de elektrische installatie van het gebouw van een gemakkelijk toegankelijke verbrekingsinrichting. Insteekbare apparatuur - Breng de stekkerbus in de buurt van de apparatuur aan, zodat deze goed toegankelijk is.

Spanning uitschakelen - De apparaten worden van spanning voorzien zodra het netsnoer op de voedingsbron is aangesloten. Het netsnoer is de "hoofdschakelaar" voor alle apparatuur.

Elektriciteitskabels - Plaats de camera niet in de buurt van bovengrondse elektriciteitskabels, stroomcircuits, elektrische verlichting of op plaatsen waar de camera hiermee in aanraking kan komen.

SELV

Alle ingangs- en uitgangspoorten zijn SELV-circuits (extra lage veiligheidsspanning). SELV-circuits mogen uitsluitend worden aangesloten op andere SELV-circuits.

Omdat de ISDN-circuits werken met de spanning van een telefoonnetwerk, moet aansluiting van het SELV-circuit op TNV-circuits (Telephone Network Voltage-circuits) worden vermeden.

Videoverlies- Videoverlies is inherent aan digitale video-opnamen. Derhalve kan Bosch Security Systems niet aansprakelijk worden gesteld voor schade tengevolge van het ontbreken van video-informatie. Bosch Security Systems raadt de toepassing van meerdere, redundante opnamesystemen en een procedure voor het maken van back-ups van alle analoge en digitale informatie aan, om zo het risico van het verlies van digitale informatie tot een minimum te beperken.

BOSCH AutoDome Easy II IP - SELV - 1

AANWIJZING! Dit is een klasse A-product. In een huiselijke omgeving kan dit product radio-interferentie veroorzaken en kan het eventueel nodig zijn om afdoende maatregelen te nemen.

INFORMATIE OVER FCC- en ICES-VOORSCHRIFTEN

(Alleen voor modellen voor VS en Canada)

Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-richtlijnen. De werking is afhankelijk van de volgende voorwaarden:

- dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken en

- dit apparaat moet alle ontvangen interferentie accepteren, inclusief interferentie die tot ongewenste werking kan leiden.

Opmerking

Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten die zijn vastgesteld voor een digitaal apparaat van klasse A, overeenkomstig deel 15 van de FCC-regels en ICES-003 van Industry Canada. Deze limieten zijn vastgesteld ten behoeve van een redelijke beveiliging tegen schadelijke invloeden bij gebruik van het apparaat in een bedrijfsomgeving. Dit apparaat genereert en gebruikt radiofrequentie-energie en kan radiofrequentie-energie uitstralen. Het apparaat kan tevens schadelijke interferentie van radiocommunicatie veroorzaken als het niet wordt geïnstalleerd en gebruikt overeenkomstig de instructiehandleiding. Het gebruik van dit apparaat in een huiselijke omgeving zorgt mogelijk voor schadelijke interferentie, welke door de gebruiker voor eigen rekening moet worden verholpen.

Er mogen geen opzettelijke of onopzettelijke wijzigingen worden aangebracht die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door degene die verantwoordelijk is voor de naleving. Door het aanbrengen van dergelijke wijzigingen kan het recht op gebruik van het apparaat door de gebruiker komen te vervallen. Indien nodig, moet de gebruiker een beroep doen op de dealer of een ervaren radio- en televisietechnicus om het probleem te verhelpen.

Mogelijk heeft de gebruiker baat bij de inhoud van het volgende boekje van de Federal Communications Commission: "How to Identify and Resolve Radio-TV Interference Problems" (Interferentieproblemen van radio en televisie oplossen). Dit

boekje is verkrijgbaar bij de U.S. Government Printing Office, Washington, DC 20402, Stock No. 004-000-00345-4.

Het opgeven van aanspraak

Underwriter Laboratories Inc. ("UL") heeft niet de prestatie of betrouwbaarheid van de beveiligings- of de signaleringsaspecten van dit product getest. UL heeft uitsluitend getest op de risico's van brand, schok en/of ongevallen, zoals door UL beschreven in Standard(s) for Safety for Information Technology Equipment, UL/IEC 60950-1. De UL-certificering heeft geen betrekking op de prestaties of betrouwbaarheid van de beveiligings- of de signaliseringsaspecten van dit product. UL DOET GEEN UITSPRAAK OVER, EN BIEDT GEEN ENKELE GARANTIE OF CERTIFICERING MET BETREKKING TOT DE PRESTATIE OF DE BETROUWBAARHEID VAN ENIGE BEVEILIGINGS- OF SIGNALISERINGSGERELATEERDE FUNCTIE VAN DIT PRODUCT.

Auteursrecht

Deze gebruikershandleiding is intellectueel eigendom van Bosch Security Systems, Inc. en is auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten voorbehouden.

Handelsmerken

Alle productnamen van hardware en software in dit document zijn waarschijnlijk gedeponeerde handelsmerken en dienen als zodanig te worden behandeld.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Handelsmerken - 1

AANWIJZING!

Deze gebruikershandleiding is met grote zorg samengesteld en de informatie hierin is grondig geverifieerd. De tekst was op het moment van het ter perse gaan correct en volledig. Door de voortdurende ontwikkeling van de producten kan de inhoud van de gebruikershandleiding echter zonder kennisgeving veranderen. Bosch Security Systems aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die direct of indirect voortvloeit uit gebreken, onvolledigheden of afwijkingen tussen de gebruikershandleiding en het beschreven apparaat.

1.4 Ondersteuning en klantenservice

Als deze apparatuur moet worden gerepareerd, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum van Bosch Security Systems voor toestemming tot retourzending en aanwijzingen voor het vervoer.

Servicecentra

v.s.

Reparatiecentrum

Telefoon: 800-566-2283

Fax: 800-366-1329

E-mail: repair@us.bosch.com

Klantenservice

Telefoon: 888-289-0096

Fax: 585-223-9180

E-mail: security.sales@us.bosch.com

Technische Ondersteuning

Telefoon: 800-326-1450

Fax: 585-223-3508 of 717-735-6560

E-mail: technical.support@us.bosch.com

Canada

Telefoon: 514-738-2434

Fax: 514-738-8480

Europa, Midden-Oosten, Afrika

Reparatiecentrum

Telefoon: 31 (0) 76-5721500

Fax: 31 (0) 76-5721413

E-mail: RMADesk.STService@nl.bosch.com

Azië

Reparatiecentrum

Telefoon: 65 63522776

Fax: 65 63521776

E-mail: rmahelpdesk@sg.bosch.com

Garantie en extra informatie

Neem voor meer informatie of vragen over garantie contact op met uw accountmanager van Bosch Security Systems of bezoek onze website op www.boschsecurity.nl.

2 Uitpakken

Deze apparatuur moet met zorg worden uitgepakt en behandeld. Als een onderdeel transportschade blijkt te hebben opgelopen, dient u dit onmiddellijk te melden aan de expediteur. Controleer of alle vermelde onderdelen in

Paragraaf 2.1 Onderdelenlijst zijn meegeleverd. Ontbreken er onderdelen, neem dan contact op met de vertegenwoordiger of klantenservice van Bosch Security Systems.

De originele doos is de veiligste verpakking om het apparaat te transporteren. Deze doos dient u te gebruiken als u de unit voor onderhoud opstuurt. Bewaar deze daarom voor eventueel later gebruik.

2.1 Onderdelenlijst

De AutoDome Easy II IP bevat de volgende componenten:

  • Eén (1) PTZ Dome (domecamera)
  • Eén (1) accessoireset inclusief
    – Eén (1) 2-draads cameranetsnoer, rode en zwarte draad
  • Eén (1) 2-draads verwarmingsnetsnoer, wit/rode en wit/zwarte draad (alleen modellen voor gebruik buitenshuis)
  • Eén (1) 4-draads alarm in/uit-kabel
  • Eén (1) montagebeugel
  • Eén (1) installatieset voor buitenshuis (alleen modellen voor gebruik buitenshuis)
  • Eén (1) gebruikershandleiding

2.2 Veiligheidsvoorschriften

Om de veiligheid te garanderen, worden de volgende waarschuwingen gegeven:

  • Het apparaat moet door ervaren technisch personeel worden geïnstalleerd en onderhouden.
  • Sluit het apparaat aan op een voedingsbron die overeenkomt met de vermeldingen op het etiket op het apparaat.
  • Maak uitsluitend gebruik van toebehoren dat, en accessoires die door de fabrikant worden aanbevolen.
  • Haal bij onweer of als u het apparaat een lange tijd niet gebruikt de stekker uit het stopcontact.
  • Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water (alleen modellen voor gebruik binnenshuis).
  • Gebruik het apparaat niet in de buurt van brandbare stoffen.
  • Kinderen en onbevoegden dienen het apparaat niet te gebruiken.
  • Zorg dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd raken.
  • Bewaar deze handleiding, zodat u deze ook later nog kunt raadplegen.

3 Omschrijving

De AutoDome Easy II maakt onderdeel uit van een grotere module en kan voor elk bewakings-/beveiligingssysteem worden ingezet. Door het gebruik van meerdere bedieningspanelen en meerdere domecamera's kan elke mogelijke ruimte worden bewaakt. De uitbreidbare en flexibele architectuur maakt afstandsbedieningsfuncties mogelijk voor verschillende externe schakelapparaten zoals multiplexers en DVR's.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Omschrijving - 1

flowchart
graph TD
    A["1"] --> B["2"]
    A --> C["3"]
    A --> D["4"]
    A --> E["5"]
    A --> F["6"]
    A --> G["7"]
    A --> H["8"]
    A --> I["9"]
    A --> J["10"]
    A --> K["11"]
    A --> L["12"]
    L --> M["13"]
    M --> N["14"]
    N --> O["15"]
    O --> P["9"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style M fill:#ccf,stroke:#333
    style N fill:#cfc,stroke:#333
    style O fill:#fcc,stroke:#333

Afbeelding 3.1 Systeemconfiguratie

1 Alarmingang (sensor) 12 AutoDome Easy II IP
2 Multiplexer 13 Netwerk
3 RS-485-kabel 14 Computer
4 Aansluiteenheid 15 Encoder/decoder
5 AutoDome Easy II
6 AutoDome Easy II
7 AutoDome Easy II
8 RS-485-kabel
9 Monitor
10 Bedieningspaneel
11 DVR

Raadpleeg Paragraaf 11 De AutoDome Easy II IP gebruiken, Pagina 73 voor de software- en infrastructuurvereisten voor een AutoDome Easy II IP installatie. De set mag alleen door gekwalificeerd personeel worden geïnstalleerd. De installatie dient in overeenstemming met de ter plaatse geldende richtlijnen voor elektrische apparatuur te worden uitgevoerd.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Omschrijving - 2

AANWIJZING!

Een aardgeleiding is vereist om aan de EMC-richtlijnen te kunnen voldoen.

4 Installatie d.m.v. opbouwmontage

4.1 Omschrijving

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de AutoDome Easy II op een harde ondergrond kan worden bevestigd. De AutoDome Easy II is tevens geschikt voor wand- (Paragraaf 5 Installatie d.m.v. wandmontage, Pagina 33), inbouw- (Paragraaf 6 Installatie d.m.v. inbouwmontage, Pagina 44) en buismontage (Paragraaf 7 Installatie d.m.v. buismontage, Pagina 52). Zie voor specifieke aanwijzingen met betrekking tot het monteren van het apparaat de handleiding die bij de montageset is geleverd. Voor een installatie buitenshuis heeft u de opbouwdoos (VEZ-A2-JC of VEZ-A2-JW) en de pakkingen en O-ringen nodig die worden geleverd bij een AutoDome Easy II buitencamera, om verzekerd te zijn van een waterdichte omgeving binnen in de camera en om een IP-omgevingsbeschermingsklasse te waarborgen. Raadpleeg Paragraaf 4.1.3 Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis, Pagina 25 voor het starten van een installatie buitenshuis.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Omschrijving - 1

AANWIJZING!

De beeldsensoren in moderne CCD-camera's zijn uiterst gevoelig. Daarom is voor een juiste werking en een lange levensduur een zorgvuldige behandeling nodig. Houd u aan de volgende richtlijnen om te zorgen dat uw camera optimale prestaties levert:

  • Stel de camera zowel tijdens als buiten gebruik niet bloot aan direct zonlicht of felle lampen.
  • Vermijd felle lampen in het gezichtsveld van de camera. Dergelijke felle lichtbronnen leiden tot "smearing", een effect dat zichtbaar wordt als witte strepen boven en onder in het beeld. Langdurige blootstelling aan felle lampen kunnen de kleurenfilters van de sensor aantasten. Dit leidt tot gekleurde vlekken in het beeld en is onherstelbaar.

4.1.1 Extra gereedschap benodigd

– Geschikte schroevendraaiers met platte kop
– Nr. 2 kruiskopschroevendraaier
- Geschikt gereedschap om een gat in een gipswand of plafondelement te snijden
- Aansluiteenheid met 90 mm montagegaten (installatie binnenhuis)
- Vier (4) M4 of #10 cilinderkopschroeven van passende lengte om diep genoeg in het oppervlak te kunnen schroeven (installatie buitenshuis)
- Eén (1) aarding
- T-10 Torx-sleutel
- VEZ-A2-JW of VEZ-A2-JC opbouwdoos, vereist voor installatie buitenshuis
- AutoDome Easy II buitencamera, vereist voor installatie buitenshuis

4.1.2 Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis

De volgende instructies beschrijven gedetailleerd de voorbereiding die nodig is om het oppervlak voor te bereiden en de stappen die nodig zijn om een opbouwmontageset te installeren.

  1. Zoek een geschikte locatie voor de dome voor opbouwmontage.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis - 1

Afbeelding 4.1 Afmetingen bij opbouwmontage binnenshuis

  1. Installeer een contactdoos of vierkante metalen aansluiteenheid van 10 centimeter (niet meegeleverd). Controleer of de aansluiteenheid en de bevestigingsschroeven een maximale belasting van 11,33 kg kunnen dragen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis - 2

text_image 90 mm (3.54 In.)

Afbeelding 4.2 Door gebruiker geleverde aansluiteenheid installeren

  1. Bevestig de montageplaat aan de aansluiteenheid met de door de gebruiker geleverde hardware (zie Afbeelding 4.3).

BOSCH AutoDome Easy II IP - Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis - 3

Afbeelding 4.3 Bevestiging van de montageplaat

1 Gaten aansluiteenheid
2 Kabelopening (maximaal 40 mm); halvemaanvormig
3 Montageplaat
4 Aansluiteenheid
  1. Ga verder naar Paragraaf 4.1.4 Camera op montageplaat monteren, Pagina 29 om de installatie voort te zetten.

4.1.3 Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis

De volgende instructies beschrijven gedetailleerd de voorbereiding die nodig is om het oppervlak voor te bereiden en de stappen die nodig zijn om de opbouwdoos te installeren voor een toepassing buitenshuis.

  1. Zoek een geschikte locatie voor de opbouwmontageset en de dome. De onderstaande afbeelding toont de plaatsing van de opbouwmontageset (onderdeel 1, hieronder) en de dome (onderdeel 2).

BOSCH AutoDome Easy II IP - Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis - 1

text_image Ø 153.0 (6.02) 190.9 (7.52) R50.6 (1.99) mm in.

Afbeelding 4.4 Opbouwmontage buitenshuis met AutoDome Easy II

  1. Gebruik de VEZ-A2-JC of VEZ-A2-JW opbouwdoos als sjabloon om de locatie te markeren van de vier (4) M4 of #10 cilinderkopschroeven (onderdeel 1, hieronder).

BOSCH AutoDome Easy II IP - Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis - 2

Afbeelding 4.5 Locatie van M4 of #10 cilinderkopschroeven

  1. Boor de vier (4) gaten in de installatielocatie. Gebruik een minimale schroeflengte van 10 mm.

  2. Bereid het oppervlak voor, zodat het een maximale belasting van 11,33 kg aankan.

  3. Schroef de vier (4) 3,97 mm binnendiameter bij ∅1,78 mm O-ringen (onderdeel 3, Afbeelding 4.6) op de vier (4) M4 of #10 door de gebruiker geleverde cilinderkopschroeven. De O-ringen worden met de AutoDome Easy II buitencamera meegeleverd.

  4. Controleer of de pakking vastzit aan de borgring. Als de pakking en de borgring gescheiden zijn:

a. Zoek de platte kant van de pakking en de verzonken kant van de borgring op.

b. Draai de platte kant van de pakking (onderdeel 1, hieronder) op de verzonken kant van de borgring (onderdeel 2). De onderstaande afbeelding toont een dwarsdoorsnede van de pakking op de borgring.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis - 3

De pakking moet zijn bevestigd op de borgring, zoals hierboven is afgebeeld, om zeker te zijn van een correcte afdichting.

  1. Bevestig de borgring met pakking (onderdeel 2, hieronder) op de opbouwdoos. Deze onderdelen worden bij de AutoDome Easy II buitencamera geleverd. Zorg dat de kant van de borgring met de verzonken schroefgaten naar u toe is gericht.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis - 4

Afbeelding 4.6 Plaatsing van O-ring en borgring voor installatie buitenshuis

1 M3- .5 x 6 machinekruiskopschroeven met platte kop (geleverd bij AutoDome Easy II buitencamera)
2 Borgring met pakking (geleverd bij AutoDome Easy II buitencamera)
3 O-ring, 3,97 mm binnendiameter bij ∅1,78 mm (geleverd bij AutoDome Easy II buitencamera)
4 Door gebruiker geleverde M4 of #10 cilinderkopschroeven
  1. Stel vast naar welke kant van de opbouwdoos de externe kabels moeten worden geleid en haal de plug uit het doordrukgat.

  2. Bevestig een 15 mm NPS-fitting op het gekozen doordrukgat. De fitting moet waterdicht zijn om de IP-omgevingsbeschermingsklasse voor de unit te waarborgen.

  3. Bevestig de opbouwdoos op het oppervlak met vier (4) door de gebruiker geleverde M4 of #10

cilinderkopschroeven (schroeven niet meegeleverd).

Gebruik een minimale schroeflengte van 10 mm.

Opmerking: vergewis u er bij installatie buitenshuis van dat de vier (4) 3,97 mm binnendiameter bij ∅1,78 mm O-

ringen (onderdeel 3,) zijn vastgedraaid op de vier (4) M4 of #10 door de gebruiker geleverde cilinderkopschroeven.

Raadpleeg stap 5.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis - 5

Afbeelding 4.7 Opbouwdoos aan plafond bevestigen

  1. Leid de externe kabels door de buis en in de opbouwdoos.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Opbouwmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis - 6

LET OP!

Alle kabels voor installatietoepassingen moeten door een geaarde buis worden geleid.

  1. Bevestig de montageplaat op de opbouwdoos met de drie (3) M4 - .7 x 8 machinekruiskopschroeven met cilinderkop.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 1

Afbeelding 4.8 Bevestiging van de montageplaat

1 Gaten aansluiteenheid
2 Kabelopening (maximaal 40 mm); halvemaanvormig
  1. Ga verder naar Paragraaf 4.1.4 Camera op montageplaat monteren, Pagina 29 om de installatie voort te zetten.

4.1.4 Camera op montageplaat monteren

Ga bij het monteren van de camera op de montageplaat voor vlakke en verlaagde plafonds als volgt te werk (sommige stappen bevatten aanvullende informatie voor installaties buitenshuis):

  1. Plaats de kabels aan de zijkant van de montageplaat ter hoogte van de halvemaanvormige uitsparing (ref. Afbeelding 4.3, nr. 2).

  2. Verbind de aardingskabel vanuit het apparaat met de aansluiteenheid.

  3. Verbind de door de gebruiker geleverde aardingskabel met de aansluiteenheid.

  4. Verbind de bijpassende connectoren door middel van de losse kabels met de door de gebruiker geleverde bekabeling (zie Paragraaf 8 Bekabeling voorbereiden, Pagina 62 voor informatie over bekabeling).

  5. Draai de veiligheidsborgschroef op de voet van het apparaat los met behulp van de door de gebruiker geleverde inbussleutel.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 1

Afbeelding 4.9 Losdraaien van veiligheidsborgschroef

  1. Sluit de connectoren van de camera aan op de bijpassende connectoren aan het plafond.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 2

Afbeelding 4.10 Kabels aansluiten

1 Borgschroefje
2 Verticaal nokje
3 Montageplaat
  1. Leg de kabels aan de zijkant van de montageplaat ter hoogte van de halvemaanvormige uitsparing.

  2. Bevestig de camera aan de montageplaat door het verticale nokje in de verzonken sleuf aan de bovenzijde van de cameradome rechts van de veiligheidsborgschroef te schuiven.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 3

Afbeelding 4.11 Bevestigen van veiligheidsborgschroef

  1. Draai de camera ca. 15 graden naar rechts en zet deze goed vast zoals is aangegeven in onderstaande afbeelding. Opmerking: draai de messing bevestigingsknoppen niet los.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 4

Afbeelding 4.12 Dome bevestigen aan montageplaat

1 Verticaal nokje

  1. Installatie buitenshuis: draai de 2,89 mm binnendiameter bij ∅1,78 mm O-ring (onderdeel 1, hieronder) vast op de veiligheidsschroef.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 5

  1. Draai de veiligheidsborgschroef vast met de door de gebruiker geleverde Torx-sleutel (T-10).

5 Installatie d.m.v. wandmontage

5.1 Omschrijving

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de AutoDome Easy II aan een wand kan worden bevestigd. De AutoDome Easy II is tevens geschikt voor opbouw- (Paragraaf 4 Installatie d.m.v. opbouwmontage, Pagina 22), inbouw- (Paragraaf 6 Installatie d.m.v. inbouwmontage, Pagina 44) en buismontage (Paragraaf 7 Installatie d.m.v. buismontage, Pagina 52). Zie voor specifieke aanwijzingen met betrekking tot het monteren van het apparaat de handleiding die bij de montageset is geleverd. Voor een installatie buitenshuis heeft u de pakkingen en O-ringen nodig die worden geleverd bij een AutoDome Easy II buitencamera, om verzekerd te zijn van een waterdichte omgeving binnen in de camera en om een IP-omgevingsbeschermingsklasse te waarborgen. Raadpleeg Paragraaf 5.1.3 Wandmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis, Pagina 36 voor het starten van een installatie buitenshuis.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Omschrijving - 1

AANWIJZING!

De beeldsensors in moderne CCD-camera's zijn uiterst gevoelig. Daarom is voor een juiste werking en een lange levensduur een zorgvuldige behandeling nodig. Houd u aan de volgende richtlijnen om te zorgen dat uw camera optimale prestaties levert:

- Stel de camera zowel tijdens gebruik als buiten gebruik niet bloot aan direct zonlicht of felle lampen.

- Vermijd felle lampen in het gezichtsveld van de camera. Dergelijke felle lichtbronnen leiden tot "smearing", een effect dat zichtbaar wordt als witte strepen boven en onder in het beeld. Langdurige blootstelling aan felle lampen kunnen de kleurenfilters van de sensor aantasten. Dit leidt tot gekleurde vlekken in het beeld en is onherstelbaar.

5.1.1 Extra gereedschap benodigd

– Geschikte schroevendraaiers met platte kop
- Nr. 2 kruiskopschroevendraaier
- Geschikt gereedschap om een gat in een gipswand of plafondelement te snijden
- T-10 Torx-sleutel
- AutoDome Easy II buitencamera, vereist voor installatie buitenshuis

5.1.2 Wandmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis

Gebruik de volgende instructies voor bevestiging aan een wand binnenshuis. Als u de wandmontageset in een toepassing buitenshuis wilt gebruiken, raadpleeg dan

Paragraaf 5.1.3 Wandmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis, Pagina 36.

  1. Zoek een geschikte locatie voor de wandmontageset (apart meegeleverd).

BOSCH AutoDome Easy II IP - Wandmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis - 1

text_image 280.0 (11.02) 203.5 (8.01) 204.1 (8.0) 316.7 (12.5) 349.7 (13.8)

Afbeelding 5.1 Afmetingen bij wandmontage

  1. Bevestig een door de gebruiker geleverde metalen aansluiteenheid met één uitgang aan de wand.

  2. Verbind een geaarde metalen buis met de aansluiteenheid door middel van een klem.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Wandmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis - 2

Afbeelding 5.2 Metalen buis

  1. Voer de kabels door de buis.
  2. Voer alle kabels vanuit de metalen aansluiteenheid door de arm.
  3. Bevestig de montagekap aan de arm.
  4. Bevestig de arm aan een metalen aansluiteenheid met één uitgang.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Wandmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis - 3

Afbeelding 5.3 Bevestigen aan aansluiteenheid met één uitgang

  1. Bevestig de arm met de juiste door de gebruiker geleverde SEMS-schroeven. Deze moeten een geïntegreerde borgring hebben om door de muur te kunnen schroeven en een elektrische aardaansluiting aan de behuizing van de arm of de aardingsaansluiting garanderen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Wandmontageset voorbereiden voor installatie binnenshuis - 4

AANWIJZING!

De metalen aansluiteenheid en het montageoppervlak moeten een maximale belasting van 11,33 kg kunnen dragen.

  1. Ga verder naar Paragraaf 5.1.4 Camera op montageplaat monteren, Pagina 40 om de installatie voort te zetten.

5.1.3 Wandmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis

De volgende instructies beschrijven gedetailleerd de voorbereiding die nodig is om het oppervlak voor te bereiden en de stappen die nodig zijn om de wandmontageset te installeren voor een toepassing buitenshuis.

  1. Zoek een geschikte locatie voor de wandmontageset (apart meegeleverd).

BOSCH AutoDome Easy II IP - Wandmontageset voorbereiden voor installatie buitenshuis - 1

AANWIJZING!

De bevestigingen en het montageoppervlak moeten een maximale belasting van 11,33 kg kunnen dragen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - AANWIJZING! - 1

text_image 280.0 (11.02) 203.5 (8.01) 204.1 (8.0) 316.7 (12.5) 349.7 (13.8)

Afbeelding 5.4 Afmetingen wandmontageset

  1. Gebruik de vier (4) gaten aan het uiteinde van de wandmontageset als sjabloon om de plaats van de boorgaten te markeren voor de bevestiging van de wandmontageset.

  2. Boor de vier (4) gaten in de installatielocatie, schroeven niet meegeleverd. Gebruik een minimale schroeflengte van 10 mm.

  3. Boor een vijfde gat (maximaal 20 mm) in het midden van het vier-gatenpatroon dat u gebruikt om de arm te monteren.

  4. Controleer of de pakking vastzit aan de borgring. Als de pakking en de borgring gescheiden zijn:

a. Zoek de platte kant van de pakking en de verzonken kant van de borgring op.

b. Draai de platte kant van de pakking (onderdeel 1, hieronder) op de verzonken kant van de borgring (onderdeel 2). De onderstaande afbeelding toont een dwarsdoorsnede van de pakking op de borgring.

BOSCH AutoDome Easy II IP - AANWIJZING! - 2

De pakking moet zijn bevestigd op de borgring, zoals hierboven is afgebeeld, om zeker te zijn van een correcte afdichting.

  1. Bevestig de montagekap aan de arm. Maak gebruik van de AutoDome Easy II installatieset voor buitenshuis om de volgende O-ring en borgring aan te brengen op de hierna beschreven locaties:

BOSCH AutoDome Easy II IP - AANWIJZING! - 3

Afbeelding 5.5 Plaatsing van O-ring en borgring voor installatie buitenshuis

1O-ring, 21,82 mm binnendiameter bij ∅3,00 mm
2Borgring met pakking
3M3 – .5 x 6 machinekruiskopschroeven met platte kop

a. Draai de 21,82 mm binnendiameter bij ∅3,00 mm O-ring (onderdeel 1, hierboven) op de schroefdraad van de onderarm.

b. Maak de pakking van de borgring (onderdeel 2, hierboven) vast aan de domekap met de drie (3) M3 - .5 x 6 machinekruiskopschroeven met platte kop. Zorg dat de kant van de borgring met de verzonken schroefgaten naar u toe is gericht.

c. Bevestig de montagekap aan de armsteun.

  1. Leid de kabels door het gat in het oppervlak, door de platte pakking van de wandmontage (onderdeel 1, Afbeelding 5.6) en daarna door de arm.

BOSCH AutoDome Easy II IP - AANWIJZING! - 4

LET OP!

Alle kabels voor installatietoepassingen moeten door een geaarde buis worden geleid.

  1. Plaats de platte pakking van de wandmontageset (onderdeel 1, hieronder), tussen het oppervlak en de wandmontageset; bevestig daarna de wandmontageset met vier (4) geschikte, door de gebruiker geleverde bevestigingsmiddelen, zoals holle-wandpluggen of paraplubouten. De platte pakking wordt bij de AutoDome Easy II buitencamera geleverd.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 1

Afbeelding 5.6 Arm aan wand bevestigen met platte pakking

  1. Ga verder naar Paragraaf 5.1.4 Camera op montageplaat monteren, Pagina 40 om de installatie voort te zetten.

5.1.4 Camera op montageplaat monteren

Ga bij het bevestigen van de camera aan de montageplaat als volgt te werk:

  1. Bevestig de montageplaat (met dome meegeleverd) aan de montagekap van de dome met de drie (3) schroeven die zijn meegeleverd.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 1

Afbeelding 5.7 Montageplaat bevestigen aan domekap

1 Kabelopening (maximaal 40 mm); halvemaanvormig
2 Bevestigingsschroeven voor domekap
  1. Plaats de kabels aan de zijkant van de montageplaat ter hoogte van de halvemaanvormige uitsparing (ref. Afbeelding 5.7, nr. 2).

  2. Verbind de aardingskabel vanuit het apparaat met de montagekap (zie Afbeelding 5.4).

  3. Verbind de door de gebruiker geleverde aardingskabel met de aansluiteenheid.

  4. Verbind de bijpassende connectoren door middel van de losse kabels met de door de gebruiker geleverde bekabeling (zie Paragraaf 8 Bekabeling voorbereiden, Pagina 62 voor informatie over bekabeling).

  5. Draai de veiligheidsborgschroef op de voet van het apparaat los met behulp van de door de gebruiker geleverde inbussleutel.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 2

Afbeelding 5.8 Losdraaien van veiligheidsborgschroef

  1. Sluit de connectoren van de camera aan op de bijpassende connectoren aan het plafond.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 3

Afbeelding 5.9 Kabels aansluiten

  1. Leg de kabels aan de zijkant van de montageplaat ter hoogte van de halvemaanvormige uitsparing.

  2. Bevestig de camera aan de montageplaat door het verticale nokje in de verzonken sleuf aan de bovenzijde van de cameradome rechts van de veiligheidsborgschroef te schuiven.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 4

Afbeelding 5.10 Veiligheidsborgschroef

  1. Draai de camera ca. 15 graden naar rechts en zet deze goed vast zoals is aangegeven in onderstaande afbeelding. Opmerking: draai de messing bevestigingsknoppen niet los.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 5

Afbeelding 5.11 Dome bevestigen aan montageplaat

  1. Installatie buitenshuis: draai de 2,89 mm binnendiameter bij ∅1,78 mm O-ring (onderdeel 1, hieronder) vast op de veiligheidsschroef.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 6

  1. Draai de veiligheidsborgschroef vast met de door de gebruiker geleverde Torx-sleutel (T-10).
  2. Trek overtollige kabels terug in de doorvoerbuis.
  3. Controleer of de behuizing elektrisch geaard is.

6 Installatie d.m.v. inbouwmontage

6.1 Omschrijving

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de AutoDome Easy II door middel van inbouwmontage kan worden bevestigd. De AutoDome Easy II is tevens geschikt voor opbouw-, (Paragraaf 4 Installatie d.m.v. opbouwmontage, Pagina 22), wand- (Paragraaf 5 Installatie d.m.v. wandmontage, Pagina 33), en buismontage (Paragraaf 7 Installatie d.m.v. buismontage, Pagina 52). Zie voor specifieke aanwijzingen met betrekking tot het monteren van het apparaat de handleiding die bij de montageset is geleverd.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Omschrijving - 1

AANWIJZING!

De beeldsensors in moderne CCD-camera's zijn uiterst gevoelig. Daarom is voor een juiste werking en een lange levensduur een zorgvuldige behandeling nodig. Houd u aan de volgende richtlijnen om te zorgen dat uw camera optimale prestaties levert:

  • Stel de camera zowel tijdens als buiten gebruik niet bloot aan direct zonlicht of felle lampen.
  • Vermijd felle lampen in het gezichtsveld van de camera. Dergelijke felle lichtbronnen leiden tot "smearing", een effect dat zichtbaar wordt als witte strepen boven en onder in het beeld. Langdurige blootstelling aan felle lampen kunnen de kleurenfilters van de sensor aantasten. Dit leidt tot gekleurde vlekken in het beeld en is onherstelbaar.

– Geschikte schroevendraaiers met platte kop
- Nr. 2 kruiskopschroevendraaier
- Geschikt gereedschap om een gat in een gipswand of plafondelement te snijden
- 4 inch x 101,6 mm aansluiteenheid (optioneel)
- T-10 Torx-sleutel
- LTC 9349MK montageset (optioneel)

6.1.2 Het plafond voorbereiden voor installatie

Ga bij inbouwmontage als volgt te werk:

  1. Zoek een geschikte locatie voor de inbouwmontage (apart meegeleverd).

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 1

text_image 96.0 (3.8) 68.7 (2.7) 194.0 (7.64)

Afbeelding 6.1 Afmetingen bij inbouwmontage

  1. Boor of zaag een gat van 177,8 mm met een tolerantie van +/- 3,2 mm. (177,8 mm +/- 2,2 mm).

  2. Optioneel: wanneer de AutoDome Easy II aan een verlaagd plafond of aan elk ander oppervlak waarbij extra steun vereist is, wordt bevestigd, wordt de LTC 9349MK Montageset aanbevolen (apart leverbaar). Zie de handleiding die met de montagebeugel is meegeleverd voor installatie-instructies.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 2

  1. Plaats de montageplaat (meegeleverd met dome) zo, dat de gaten ervan samenvallen met de gaten in de montagebeugel en bevestig deze met schroeven. Zorg ervoor dat de halvemaanvormige uitsparingen van de montageplaat en de montagebeugel met elkaar samenvallen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 3

Afbeelding 6.2 Montageplaat aan montagebeugel bevestigen

1 Montagebeugel
2 Montageplaat
3 Klemplaat
4 Halvemaanvormige uitsparing
  1. Zorg ervoor dat de klemplaten in een naar binnen gerichte hoek staan door ze omhoog en in de twee sleuven te duwen. De beugel met de plaat moet zich in de onderste positie bevinden voor AutoDome Easy II analoge modellen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 4

Afbeelding 6.3 Bevestigingsklemmen afstellen

  1. Voor AutoDome Easy II IP-modellen: stel de klemplaat zo af dat de beugel met de plaat zich in de bovenste positie bevindt.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 5

a. Draai de twee schroeven (positie 1) aan elke kant van de klemplaat los.

b. Verplaats de schroeven naar de bovenste positie (positie 2) en draai ze vast.

  1. Duw de montage-eenheid door het gat in het plafond naar boven. Schuif de klemmen naar buiten en naar beneden zodat de gipsplaat tussen de klem en de flens van de montagebeugel wordt ingeklemd (maximale dikte plafond: 41,7 mm; minimale dikte plafond: 12,7 mm).

  2. Zet de beide klemmen vast aan het plafond met behulp van de meegeleverde schroeven en een nr. 2-kruiskopschroevendraaier.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 6

Afbeelding 6.4 Bevestigingsklemmen vastzetten

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 7

AANWIJZING!

Als u de plafondklemmen te stevig aandraait, kunnen de klemmen of het plafond beschadigd raken. Draai de klemmen aan totdat ze contact maken met het plafond en u weerstand begint te voelen. Als u een elektrische schroevendraaier gebruikt, dient u het aandraaimoment op de laagste stand in te stellen.

6.1.3 Camera op montageplaat monteren

Ga bij het monteren van de voet aan een vlak of verlaagd plafond met behulp van de montageplaat als volgt te werk:

  1. Gebruik de meegeleverde T-10-sleutel om de drie (3) schroeven op de domekoepel los te draaien (niet volledig verwijderen). Verwijder de sierring en leg deze opzij.
  2. Draai de schroeven weer aan.
  3. Plaats de kabels aan de zijkant van de montageplaat ter hoogte van de halvemaanvormige uitsparing (ref. afbeelding 1.2, nr. 4).

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 1

LET OP!

Alle kabels voor installatietoepassingen moeten door een geaarde buis worden geleid.

  1. Verbind de aardingskabel vanuit het apparaat met de montagebeugel.
  2. Verbind de door de gebruiker geleverde aardingskabel met de aansluiteenheid.
  3. Verbind de bijpassende connectoren door middel van de losse kabels met de door de gebruiker geleverde bekabeling (zie Paragraaf 8 Bekabeling voorbereiden, Pagina 62 voor informatie over bekabeling).

  4. Verwijder de veiligheidsborgschroef op de voet van het apparaat met behulp van de door de gebruiker geleverde inbussleutel.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 1

Afbeelding 6.5 Losdraaien van veiligheidsborgschroef

  1. Sluit de connectoren van de camera aan op de bijpassende connectoren aan het plafond.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 2

Afbeelding 6.6 Connectoren met elkaar verbinden

1 Borgschroefje
2 Halvemaanvormige uitsparing
3 Montageplaat
4 Verticaal nokje
  1. Leg de kabels aan de zijkant van de montageplaat ter hoogte van de halvemaanvormige uitsparing.

  2. Bevestig de camera aan de montageplaat door het verticale nokje in de verzonken sleuf aan de bovenzijde van de cameradome rechts van de veiligheidsborgschroef te schuiven.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 3

Afbeelding 6.7 Bevestigen van veiligheidsborgschroef

  1. Draai de camera ca. 15 graden naar rechts en zet deze goed vast zoals is aangegeven in onderstaande afbeelding. Opmerking: draai de messing bevestigingsknoppen niet los.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 4

Afbeelding 6.8 Dome bevestigen aan montageplaat

1 Inbouwmontagebeugel
2 Montageplaat
3 Bevestigingspunt montagebeugel
  1. Zorg ervoor dat het apparaat is gecentreerd.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 5

AANWIJZING!

De inbouwmontagebeugel is voorzien van een extra veiligheidsbevestigingspunt. Om letsel te voorkomen, dient u een veiligheidsdraad vanaf een stevig ankerpunt boven het plafond aan dit bevestigingspunt te bevestigen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - AANWIJZING! - 1

Afbeelding 6.9 Buitenring plaatsen

1Klem
2Afstandshouders
3B u i t e

n r i n g

  1. Plaats de buitenring zo dat de schroeven samenvallen met de excentrische gaten.

Opmerking: de twee (2) paar verhoogde afstandshouders aan beide zijden van de buitenring bevinden zich ter hoogte van de borgklemmen.

  1. Gebruik de meegeleverde T-10-sleutel om de twee (2) veiligheidsborgschroeven van de buitenring aan de montagebeugel te bevestigen.

  2. Schuif de buitenring op zijn plaats. Probeer het apparaat enigszins te draaien om te controleren of de buitenring goed op zijn plaats zit. Opmerking: het apparaat mag niet draaien.

7 Installatie d.m.v. buismontage

7.1 Omschrijving

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de AutoDome Easy II aan een buis kan worden bevestigd. De AutoDome Easy II is tevens geschikt voor opbouw- (Paragraaf 4 Installatie d.m.v. opbouwmontage, Pagina 22), wand- (Paragraaf 5 Installatie d.m.v. wandmontage, Pagina 33) en inbouwmontage

(Paragraaf 6 Installatie d.m.v. inbouwmontage, Pagina 44). Zie voor specifieke aanwijzingen met betrekking tot het monteren van het apparaat de handleiding die bij de montageset is geleverd.

Voor een installatie buitenshuis heeft u de pakkingen en O- ringen nodig die worden geleverd bij een AutoDome Easy II buitencamera, om verzekerd te zijn van een waterdichte omgeving binnen in de camera en om een IP- omgevingsbeschermingsklasse te waarborgen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Omschrijving - 1

AANWIJZING!

De beeldsensors in moderne CCD-camera's zijn uiterst gevoelig. Daarom is voor een juiste werking en een lange levensduur een zorgvuldige behandeling nodig. Houd u aan de volgende richtlijnen om te zorgen dat uw camera optimale prestaties levert:

- Stel de camera zowel tijdens als buiten gebruik niet bloot aan direct zonlicht of felle lampen.

- Vermijd felle lampen in het gezichtsveld van de camera. Dergelijke felle lichtbronnen leiden tot "smearing", een effect dat zichtbaar wordt als witte strepen boven en onder in het beeld. Langdurige blootstelling aan felle lampen kunnen de kleurenfilters van de sensor aantasten. Dit leidt tot gekleurde vlekken in het beeld en is onherstelbaar.

7.1.1 Benodigd gereedschap

– Geschikte schroevendraaiers met platte kop
- Nr. 2 kruiskopschroevendraaier
- Geschikt gereedschap om een gat in een gipswand of plafondelement te snijden
- Aardingaansluiting (uitsluitend voor gebruik buitenshuis)
- T-10 Torx-sleutel
- AutoDome Easy II camera, vereist voor installatie buitenshuis

7.1.2 Het plafond voorbereiden voor installatie

De volgende instructies beschrijven gedetailleerd de voorbereiding die nodig is om het oppervlak voor te bereiden en de stappen die nodig zijn om een buissteun te installeren.

Bepaalde stappen bevatten aanvullende informatie voor installatie buitenshuis.

  1. Zoek een geschikte harde ondergrond voor montage van de buis (apart meegeleverd) aan het plafond.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 1

text_image 88.8 (3.5) 88.8 (3.5) Ø11.2 (4x) (0.44) 3/4-14 NP SM Threads 751.9 (29.6) 544.9 (21.5) 444.9 (17.5) Ø153.0 mm in.

Afbeelding 7.1 Afmetingen bij buismontage

  1. Gebruik de vier (4) gaten in de flens als sjabloon om de plaats van de boorgaten te markeren waarmee de buis wordt gemonteerd.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 2

Afbeelding 7.2 Flensgaten markeren

  1. Boor vier (4) gaten op de plaats waar het apparaat moet worden bevestigd, schroeven niet meegeleverd; gebruik schroeven met een minimale lengte van 10 mm.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het plafond voorbereiden voor installatie - 3

LET OP!

Alle kabels voor installatietoepassingen moeten door een geaarde buis worden geleid.

  1. Boor een vijfde gat (maximaal 20 mm) in het midden van het vier-gatenpatroon dat u gebruikt om de flens te monteren. Dit gat wordt gebruikt om de kabels door de montageset te voeren.

  2. Bevestig de flens (meegeleverd) op de buis.

Opmerking: selecteer een buislengte van 200 mm, 300 mm of combineer de twee (2) buizen met behulp van de geïntegreerde koppeleenheid tot een lengte van 505 mm.

Installatie buitenshuis: breng de volgende O-ringen (met de AutoDome Easy II buitencamera meegeleverd) aan op de hierna beschreven locaties:

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 1

Afbeelding 7.3 Locatie van O-ringen voor installatie buitenshuis

1 O-ring, 21,82 mm binnendiameter bij ∅3,00 mm
2 O-ring, 29,74 mm binnendiameter bij ∅3,00 mm

a. Draai een 21,82 mm binnendiameter bij ∅3,00 mm O-ring (onderdeel 1, hierboven) tussen de flensschroefdraden en de schroefdraden van het bovenste koppelstuk.
b. Draai een 29,74 mm binnendiameter bij ∅3,00 mm O-ring (onderdeel 2, hierboven) tussen elk tussenstuk tussen een pijp en een koppelstuk.

  1. Installatie buitenshuis: controleer of de pakking vastzit aan de borgring. Als de pakking en de borgring gescheiden zijn:

a. Zoek de platte kant van de pakking en de verzonken kant van de borgring op. b. Draai de platte kant van de pakking (onderdeel 1, hieronder) op de verzonken kant van de borgring (onderdeel 2). De onderstaande afbeelding toont een dwarsdoorsnede van de pakking op de borgring.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 2

De pakking moet zijn bevestigd op de borgring, zoals hierboven is afgebeeld, om zeker te zijn van een correcte afdichting.

  1. Bevestig de domekap aan de onderkant van de pijp.

Installatie buitenshuis: breng de volgende O-ring en de borgring (met de AutoDome Easy II buitencamera meegeleverd) aan op de hierna beschreven locaties:

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 3

Afbeelding 7.4 Plaatsing van O-ring en borgring voor installatie buitenshuis

1∅-ring, 21,82 mm binnendiameter bij ∅3,00 mm
2D o m e k a p
3Borgring met pakking
4M3 – .5 x 6 machinekruiskopschroeven met platte kop

a. Draai de 21,82 mm binnendiameter bij ∅3,00 mm O-ring (onderdeel 1, hierboven) op de schroefdraden van de onderste pijp. b. Maak de pakking van de borgring (onderdeel 2, hierboven) vast aan de domekap met de drie (3) M3 - .5 x 6 machinekruiskopschroeven met platte kop. Zorg dat de kant van de borgring met de verzonken schroefgaten naar u toe is gericht.

  1. Bevestig de flens met behulp van vier (4) geschikte door de gebruiker geleverde bevestigingsmiddelen zoals hollewandpluggen of paraplubouten.

Installatie buitenshuis: plaats de platte pakking (onderdeel 1, hieronder) tussen de flens en het oppervlak alvorens de flens te bevestigen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 4

De bevestigingen en het montageoppervlak moeten een maximale belasting van 11,33 kg kunnen dragen.

  1. Trek de draden vanaf het uiteinde van de flens door de buis.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 5

Afbeelding 7.5 Hangende buis aan plafond bevestigen

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 6

LET OP!

Kies een stevige bevestigingsplaats uit ter voorkoming van overmatig trillen van de AutoDome Easy II camera.

  1. Bevestig de door de gebruik geleverde aardingaansluiting.

  2. Plaats de montageplaat (meegeleverd met dome) zo dat de gaten in de plaat samenvallen met de gaten in de domemontagekap en bevestig met de drie (3) meegeleverde schroeven (afbeelding 1.7).

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 1

Afbeelding 7.6 Montageplaat bevestigen aan domekap

1 Halvemaanvormige uitsparing
2 Aardingaansluiting
3D o m e k a p
4 Montageplaat

7.1.3 Camera op montageplaat monteren

Ga bij het monteren van de camera aan de buissteun met behulp van de meegeleverde montageplaat als volgt te werk:

  1. Plaats de kabels aan de zijkant van de montageplaat ter hoogte van de halvemaanvormige uitsparing (ref. #1 afbeelding 1.7).

  2. Verbind de aardingskabel vanuit het apparaat met de montagekap.

  3. Verbind de door de gebruiker geleverde aardingskabel met de aansluiteenheid.

  4. Verbind de bijpassende connectoren door middel van de losse kabels met de door de gebruiker geleverde bekabeling (zie Paragraaf 8 Bekabeling voorbereiden, Pagina 62 voor informatie over bekabeling).

  5. Draai de veiligheidsborgschroef op de voet van het apparaat los met behulp van de door de gebruiker geleverde inbussleutel.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 1

Afbeelding 7.7 Losdraaien van veiligheidsborgschroef

  1. Sluit de connectoren van de camera aan op de bijpassende connectoren aan het plafond.
  2. Leg de kabels aan de zijkant van de montageplaat ter hoogte van de halvemaanvormige uitsparing.
  3. Bevestig de camera aan de montageplaat door het verticale nokje in de verzonken sleuf aan de bovenzijde van de cameradome rechts van de veiligheidsborgschroef te schuiven.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 2

Afbeelding 7.8 Locatie van veiligheidsborgschroef

  1. Draai de camera ca. 15 graden naar rechts en zet deze goed vast zoals is aangegeven in onderstaande afbeelding. Opmerking: draai de messing bevestigingsknoppen niet los.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 3

Afbeelding 7.9 Dome bevestigen aan montageplaat

  1. Installatie buitenshuis: draai de 2,89 mm binnendiameter bij ∅1,78 mm O-ring (onderdeel 1, hieronder) vast op de veiligheidsschroef.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Camera op montageplaat monteren - 4

  1. Draai de veiligheidsborgschroef vast met de door de gebruiker geleverde Torx-sleutel (T-10).

  2. Trek overtollige kabels terug in de doorvoerbuis.

  3. Controleer of de behuizing elektrisch geaard is.

8 Bekabeling voorbereiden

De bekabelingsvereisten voor de verschillende AutoDome Easy II modellen verschillen enigszins. Er zijn vier (4) types kabels: besturing, video, voeding en alarm, en elk model kent andere bekabelingsvereisten. In elk hoofdstuk worden de specificaties van de aanbevolen kabels beschreven.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Bekabeling voorbereiden - 1

LET OP!

Het apparaat mag alleen door gekwalificeerd personeel worden geïnstalleerd. De installatie dient in overeenstemming met de ter plaatse geldende richtlijnen voor elektrische apparatuur te worden uitgevoerd.

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 1

LET OP!

Alle kabels voor installatietoepassingen moeten door een geaarde buis worden geleid.

8.1 Aan/uit

De voedingskabel die wordt aanbevolen is een 2-aderige kabel, 14-18 gauge, afhankelijk van de afstand.

VA / Watt14 AWG(2,5 mm)16 AWG(1,5 mm)18 AWG(1,0 mm)
Camera, modellen voor gebruik binnenshuis
24 VAC naar AutoDome Easy II18 / 10 193m 121 m76m
12 VDC naar AutoDome Easy II10 W87 m55 m34 m
Camera en verwarming, alleen modellen voor gebruik buitenshuis
24 VAC naar AutoDome Easy II18 / 10 193m 121 m76 m
24 VAC naar verwarming25 / 25 139m 67 m55 m

Tabel 8.1 Max. kabelafstanden vanaf de voeding naar de AutoDome Easy II

8.2 Voeding aansluiten

De AutoDome Easy II IP is leverbaar als model voor gebruik binnenshuis of als model voor gebruik buitenshuis. De voeding voor de camera wordt bij alle binnenmodellen geleverd via één voedingsconnector of via een Power-over-Ethernet (PoE, IEEE 802.3af) verbinding, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande CAT 5E Ethernet-kabel.

De modellen voor gebruik buitenshuis hebben twee geïsoleerde 24 VAC-voedingsconnectoren, een voor de camera (rode en zwarte kabel) en een voor de verwarming (wit/rode en wit/zwarte kabel).

BOSCH AutoDome Easy II IP - Voeding aansluiten - 1

AANWIJZING!

Maak uitsluitend gebruik van een gecertificeerde transformator van klasse 2.

Voedingsaansluitingen vaststellen

De onderstaande tabel beschrijft de vereiste voedingsaansluitingen voor IP-modellen voor gebruik binnenshuis of buitenshuis. Gebruik de tabel om de vereiste aansluitingen op te zoeken en voor de doorverwijzing naar het juiste gedeelte.

Model Aansluiting Raadpleeg
IP
Binnenshuis24 VACParagraaf 8.2.1 Voedingsaansluitingen naar binnencamera's, Pagina 64
PoE naar cameraParagraaf 8.3 Ethernet-aansluiting (IP-modellen), Pagina 67
Buitenshuis24 VACParagraaf 8.2.2 Voedingsaansluitingen naar buitencamera's, Pagina 65
24 VAC naar verwarmingParagraaf 8.2.3 Voedingsaansluitingen naar verwarming (alle buitenmodellen), Pagina 66

8.2.1 Voedingsaansluitingen naar binnencamera's

BOSCH AutoDome Easy II IP - Voedingsaansluitingen naar binnencamera's - 1

WAARSCHUWING!

De IP-cameramodellen voor gebruik binnenshuis kunnen via de 24 VAC-ingang en de Ethernet-ingang worden gevoed.

Zorg ervoor dat de camera voeding van slechts één voedingsbron krijgt.

Raadpleeg Paragraaf 8.3 Ethernet-aansluiting (IP-modellen), Pagina 67 voor meer informatie over het aansluiten van Power-over-Ethernet.

BOSCH AutoDome Easy II IP - WAARSCHUWING! - 1

Afbeelding 8.1 Netsnoer

Ref. nr. Draad Kleur
124VAC
224VAC
3 Door de gebruiker geleverde voeding n.v.t.

BOSCH AutoDome Easy II IP - WAARSCHUWING! - 2

AANWIJZING!

De camera werkt uitsluitend op een voeding van 24 VAC, 1,2 A. Sluit deze camera niet aan op 120 V of 230 V.

Sluit de voeding als volgt aan op binnenmodellen:

  1. Sluit aan de ene zijde van de kabelboom een 3-polige parende connector aan en aan de andere zijde de rode en zwarte losse kabels.
  2. Verbind één kabel van de 24 VAC-voedingsbron met de zwarte kabel.
  3. Verbind de andere kabel van de 24 VAC-voedingsbron met de rode kabel.
  4. Sluit de groene aardekabel aan op een geschikte aardgeleiding.

8.2.2 Voedingsaansluitingen naar buitencamera's

BOSCH AutoDome Easy II IP - Voedingsaansluitingen naar buitencamera's - 1

AANWIJZING!De AutoDome Easy II IP buitencamera kan geen voeding krijgen via Power-over-Ethernet. U moet een 24 VAC-voeding aansluiten op de camera.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Voedingsaansluitingen naar buitencamera's - 2

Afbeelding 8.2 Netsnoer

Ref. nr. Draad Kleur
1 24 VAC Rood
2 24 VAC Zwart
3 Door de gebruiker geleverde voeding n.v.t.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Voedingsaansluitingen naar buitencamera's - 3

WAARSCHUWING!

De camera werkt uitsluitend op een voeding van 24 VAC, 1,2 A. Sluit deze camera niet aan op 120 V of 230 V.

Sluit de voeding als volgt aan op buitenmodellen:

  1. Sluit aan de ene zijde van de kabelboom een 3-polige parende connector aan en aan de andere zijde de rode en zwarte losse kabels.
  2. Verbind één kabel van de 24 VAC-voedingsbron met de zwarte kabel.
  3. Verbind de andere kabel van de 24 VAC-voedingsbron met de rode kabel.
  4. Sluit de groene aardekabel aan op een geschikte aardgeleiding.

8.2.3 Voedingsaansluitingen naar verwarming (alle buitenmodellen)

BOSCH AutoDome Easy II IP - Voedingsaansluitingen naar verwarming (alle buitenmodellen) - 1

Afbeelding 8.3 Netsnoer

Ref. nr.Draad Kleur
1 24 VACWit/rood
2 24 VACWit/zwart
3 Door de gebruiker geleverde voeding n.v.t.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Voedingsaansluitingen naar verwarming (alle buitenmodellen) - 2

WAARSCHUWING!

De verwarming werkt uitsluitend op een voeding van 24 VAC, 2

A. Sluit deze verwarming niet aan op 120 V of 230 V.

Sluit de voeding als volgt aan op buitenverwarmingen:

  1. Zoek de kabelboom met een 3-polige parende connector aan de ene kant en de wit/rode en wit/zwarte losse kabels aan de andere kant.
  2. Verbind één kabel van de aarding of van de 24 VAC-voedingsbron met de wit/zwarte kabel.
  3. Verbind één kabel van de 24 VAC-voedingsbron met de wit/rode kabel.

8.3 Ethernet-aansluiting (IP-modellen)

De AutoDome Easy II IP wordt rechtstreeks of via een hub aangesloten op een 10 Base-T/100 Base-TX netwerk. Zowel de video- als de besturingssignalen worden verzonden via een standaard TCP/IP-netwerk met behulp van de ingebouwde webserver. Daarnaast kunnen IP-cameramodellen voor gebruik binnenshuis voeding krijgen via een Ethernet-kabel die compatibel is met de Power-over-Ethernet-standaard (IEEE 802.3af).

Raadpleeg Paragraaf 11 De AutoDome Easy II IP gebruiken, Pagina 73 voor instructies voor het configureren van een IP-omgeving.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Ethernet-aansluiting (IP-modellen) - 1

LET OP!

Ethernet-verbindingen zijn alleen toegestaan bij niet-blootgestelde netwerken (binnenshuis).

BOSCH AutoDome Easy II IP - LET OP! - 1

WAARSCHUWING!

De cameramodellen voor gebruik binnenshuis kunnen via de 24 VAC-ingang of de Ethernet-ingang worden gevoed. Zorg ervoor dat de camera voeding van slechts één voedingsbron krijgt.

Kabeltype CAT-5E of CAT 6 Ethernet
Max. afstand 100 m
Bandbreedte 10 Base-T/100 Base-TX
PoE (alleen binnenmodellen) IEEE 802.3af standaard
Connector RJ-45

9 Alarmen en relaisaansluitingen

9.1 Alarm Ingang

De AutoDome Easy II heeft twee alarmingangen. Elke ingang kan geactiveerd worden door apparaten met spanningsloze contacten zoals drukmeters, passieve infrarood-detectoren en soortgelijke apparaten.

De AutoDome Easy II wordt geleverd met de volgende alarm in/uit-kabel.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Alarm Ingang - 1

Afbeelding 9.1 Vierdraads alarm in/uit-kabel

Draadkleur Functie
Wit Alarmuitgang
Bruin Alarmingang 1
Oranje Alarmingang 2
GroenAarde

Onderstaande tabel geeft de grootte en afstand van de kabels weer.

DraaddiameterMax. afstand
AWGmmvoetmeter
220,644500152,4
181,024800243,8

Tabel 9.1 Overzicht van alarmkabels

U sluit alarmen aan als normaal open (N.O.) of normaal gesloten (N.C.), en u moet de alarmingangen programmeren als N.O. (de standaardinstelling) of als N.C. via het AutoDome Easy II-hoofdmenu.

9.2 Alarmen aansluiten (ingangen 1 tot en met 2)

U kunt alarmen 1 tot en met 2 configureren als normaal open (N.O.) of normaal gesloten (N.C.) alarmen.

9.2.1 Een normaal open alarm aansluiten

  1. Sluit het alarm aan op de juiste ingang (1 tot en met 2) en breng de aardverbinding aan op de AutoDome Easy II.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Een normaal open alarm aansluiten - 1

text_image ① ② ③ ④

Afbeelding 9.2 N.O. - Maakcontact

Ref. nr.GebruikerscontactDome Kleur
1 Maakcontact Alarmingang 1 of alarmingang 2 (ref. nr. 3)Bruin IN 1 of oranje IN 2
2 Nulaansluiting Aarde (ref. nr. 4)Groen
  1. Selecteer in het AutoDome Easy II hoofdmenu Alarm Inst. > Ingangs Inst... en zet Alarm Ingang op N.O. Zie onderstaande tabel voor contact- en standgegevens.
AutoDome Easy II geprogrammeerd als N.O.
CircuitAlarmindicatie
GeopendNormaal
GeslotenAlarm

9.2.2 Een normaal gesloten alarm aansluiten

  1. Sluit het alarm aan op de juiste ingang (1 tot en met 2) en breng de aardverbinding aan op de AutoDome Easy II.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Een normaal gesloten alarm aansluiten - 1

text_image ① ② ③ ④

Afbeelding 9.3 N.C. NC-aansluitingen

Ref. nr.GebruikerscontactDome Kleur
1V e actAlarmingang 1 of e alarmingang 2 (ref. nr. 3)Brain IN 1kof oranje IN 2
2 Nulaaansluiting Aarde(ref. nr. 4) Groen
  1. Selecteer in het AutoDome Easy II hoofdmenu Alarm Inst. > Ingangs Inst... en zet Alarm Ingang # op N.C. Zie onderstaande tabel voor contact- en standgegevens.
AutoDome Easy II geprogrammeerd als N.C.
Circuit Alarmindicatie
GeopendAlarm
GeslotenNormaal

9.3 Alarmuitgangen

De AutoDome Easy II is voorzien van één (1) alarmuitgang: een spanningsloos contactrelais.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Alarmuitgangen - 1

flowchart
graph TD
    A["NPN"] --> B["Switch"]
    B --> C["Component 1"]
    B --> D["Component 2"]
    B --> E["Component 3"]
    B --> F["Component 4"]
    B --> G["Component 5"]
    B --> H["Component 6"]

Afbeelding 9.4 N.O. - Maakcontact

Ref. nr.Omschrijving Kleur
1 Dome n.v.t.
2 Maakcontact Wit
3AardeGroen
4 Alarmingangn.v.t.
5 Door de gebruiker geleverd apparaat (bijv. Allegiant of DVR)n.v.t.
6 Aarde/nulaansluitingn.v.t.

9.3.1 Een open collectoruitgang aansluiten

Uitgang 1 is een open collector. Deze uitgang moet worden aangesloten op een positieve spanning tussen 5 en 32 V om het circuit te completeren, met een maximumspanning van 32 VDC bij 150 mA.

  1. Sluit de juiste gestripte kabel aan op de open collector van de witte kabel van de transistor.

  2. Sluit de juiste gestripte kabel aan op de aardaansluiting (GND).

10 Aan de slag

Wanneer de installatie is voltooid, kan de AutoDome Easy II worden geprogrammeerd. Een basissysteem bestaat uit een bedieningspaneel, een matrixswitcher, een monitor en de benodigde bekabeling. De volledige instructies voor de installatie en configuratie van deze systeemcomponenten treft u aan in de afzonderlijke handleidingen bij deze producten.

10.1 Inschakelen

Als u de AutoDome Easy II inschakelt, duurt het tien (10) seconden voordat de dome met de Homing-fase begint. Tijdens de Homing-fase beweegt de camera naar links en naar rechts, omhoog en omlaag. Bovendien wordt de objectieffocus ingesteld. De volledige Homing-fase duurt ongeveer 20 seconden, waarna het introductiescherm wordt weergegeven.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Inschakelen - 1

WAARSCHUWING!

Verwijder voordat u de dome inschakelt de doorzichtige beschermende plasticfolie aan de bovenzijde van de koepel.

11 De AutoDome Easy II IP gebruiken

De AutoDome Easy II IP verzendt PTZ-besturingscommando's en beelden via een TCP/IP-netwerk. Hiermee kunnen gebruikers ook de weergave-instellingen van de camera, de bedrijfsinstellingen van de camera en de netwerkparameters configureren.

De IP-camera is voorzien van een netwerk-videoserver in de IP-module. De belangrijkste functie van de server is het coderen van video- en besturingsgegevens voor verzending via een TCP/IP-netwerk. De H.264-codering is ideaal voor IP-communicatie en voor toegang op afstand tot digitale videorecorders en multiplexers. Doordat er bestaande netwerken worden gebruikt, is snelle en eenvoudige integratie met CCTV-systemen of lokale netwerken mogelijk. Videobeelden van één camera kunnen tegelijkertijd op verschillende ontvangers worden ontvangen.

Raadpleeg Paragraaf 18 BVIP firmware-updates, Pagina 138 voor instructies voor firmware-upgrades.

11.1 Overzicht van productkenmerken

De AutoDome Easy II IP-module bevat de volgende functies:

Functie Omschrijving
Videocodering Decamera maakt gebruik van de compressiestandaard H.264 en zorgt ervoor dat zelfs bij een hoge beeldkwaliteit de gegevenssnelheid laag blijft en kan deze ook binnen een breed bereik aanpassen aan plaatselijke omstandigheden.
Dual StreamingCodeert twee datastreams gelijktijdig volgens twee afzonderlijk ingestelde profielen. Hierdoor ontstaan twee (2) datastreams per camera, die voor verschillende doeleinden kunnen worden gebruikt. Bijvoorbeeld één (1) datastream voor lokale opname en één (1) voor verzending via het Local Area Network (LAN).
MulticastMaakt gelijktijdige real-time verzending naar meerdere ontvangers mogelijk. De protocollen UDP en IGMP V2 moeten als vereiste voor multicasting op het netwerk worden geïmplementeerd.
Configuratie Alle ccamera-instellingen kunnen vanaf een webbrowser worden geconfigureerd op het lokale netwerk (intranet) of op internet. U kunt de firmware bijwerken, apparaatconfiguraties laden, configuratie-instellingen opslaan en deze instellingen van de ene camera naar de andere kopieren.
MomentopnamenHiermee kunt u afzonderlijke videoframes vanaf de webbrowser-interface nemen en opslaan als JPEG-afbeeldingen.
Opnemen Hiermeekunt u de opnameopties voor de IP-module configureren. U kunt video van de Livepage op een harde schijf opnemen of ervoor kiezen tot 8 MB video op de IP-module op te slaan.

De AutoDome Easy II IP vereist speciale software en hardware waarmee een gebruiker live-beelden kan bekijken en camera-instellingen via een TCP/IP-netwerk kan configureren. Deze vereisten zijn:

  • Een computer met het besturingssysteem Microsoft Windows XP of Vista, netwerktoegang en Microsoft Internet Explorer versie 7.0 of hoger of
  • Een computer met het besturingssysteem Microsoft Windows XP of Vista, netwerktoegang en ontvangstsoftware, bijvoorbeeld de Bosch VIDOS-software of de Bosch Divar 700 serie, of
  • Een compatibele hardwaredecoder van Bosch Security Systems als ontvanger en een aangesloten videomonitor.
    Als u een computer met Microsoft Internet Explorer of de software van Bosch gebruikt, moet de computer aan de volgende minimale eisen voldoen:

  • Processor: 1,8 GHz Pentium IV

  • RAM: 256 MB
  • Videosysteem: 128 MB videogeheugen, 1024x768 scherm met minimaal 16-bits kleuren
  • Netwerkinterface: 100-BaseT
  • Microsoft Internet Explorer, versie 7.0 of hoger
  • U moet de volgende software installeren (verkrijgbaar op de website van Bosch Security Systems, Inc., www.boschsecurity.com)

- DirectX 9.0c

- Java Virtual Machine

- MPEG ActiveX-hulpprogramma

- . N e t 2 . 0

- VideoSDK

BOSCH AutoDome Easy II IP - Overzicht van productkenmerken - 1

AANWIJZING!

Zorg ervoor dat de grafische kaart is ingesteld op een kleurdiepte van 16 bits of 32 bits. Als u meer hulp nodig hebt, neem dan contact op met de systeembeheerder van uw pc.

11.3 De AutoDome Easy II IP aansluiten op de pc

  1. Installeer de AutoDome Easy II IP volgens de instructies in deze handleiding.

  2. Sluit een Ethernet-kabel van de RJ-45-connector van de AutoDome Easy II IP aan op een speciale netwerkswitch om het Local Area Network (LAN) uit te schakelen.

  3. Sluit de speciale netwerkswitch aan op de RJ-45-connector op de pc. (Zie optie A hieronder).

BOSCH AutoDome Easy II IP - De AutoDome Easy II IP aansluiten op de pc - 1

AANWIJZING!

De AutoDome Easy II IP kan ook rechtstreeks op een pc worden aangesloten met behulp van een Ethernet-crossoverkabel met RJ-45-connectoren (zie optie B hieronder).

BOSCH AutoDome Easy II IP - AANWIJZING! - 1

Afbeelding 11.1 Configuratie AutoDome Easy II IP-systeem

1 AutoDome Easy II IP
2I P - v e r b i
3 Netwerkswitch
4C o m p u t e r

n d i n g

11.4 De AutoDome Easy II IP-camera configureren

Om de camera in het netwerk te gebruiken, dient u een IP-adres toe te wijzen dat geldig is in het netwerk. Het standaard IP-adres is 192.168.0.1. Dit moet echter gewijzigd worden als het conflicten veroorzaakt met een ander apparaat in uw netwerk.

Zie ook Paragraaf 12.3 Basismodus: Netwerk, Pagina 89 voor aanvullende informatie.

Om de camera op de juiste manier te configureren voor uw netwerk, heeft u de volgende informatie nodig:

- IP-adres unit: de ID van de camera op een TCP/IP-netwerk. 140.10.2.110 is bijvoorbeeld een geldige syntaxis voor een IP-adres.

- Subnetmasker: een masker dat gebruikt wordt om te bepalen tot welk subnet een IP-adres behoort.

- Gateway-IP-adres: een knooppunt in een netwerk dat fungeert als toegang tot een ander netwerk.

- Poort: een eindpunt voor een logische verbinding in TCP/IP- en UDP-netwerken. Het poortnummer identificeert het gebruik van de poort voor gebruik via een firewall-verbinding.

BOSCH AutoDome Easy II IP - De AutoDome Easy II IP-camera configureren - 1

AANWIJZING!

Zorg ervoor dat de netwerkparameters van uw camera's beschikbaar zijn voordat u met de configuratie begint.

De standaardinstellingen van de AutoDome Easy II IP zijn:

- IP-adres: 192.168.0.1

- Subnetmasker: 255.255.255.0

- IP-adres van gateway: 0.0.0.0

In de volgende hoofdstukken staan instructies voor het installeren van de software die nodig is om beelden via een IP-verbinding te bekijken, de IP-netwerkinstellingen te configureren en toegang te krijgen tot de beelden van de AutoDome Easy II IP vanaf een webbrowser.

11.5 De LIVEPAGE

Zodra de verbinding tot stand is gebracht, geeft de webbrowser de LIVEPAGE weer. De browser toont het live-videobeeld rechts in het browservenster. Afhankelijk van de configuratie zijn er mogelijk verschillende tekstregels zichtbaar in het videobeeld.

Er kan naast het live-videobbeeld ook andere informatie op de LIVEPAGE worden weergegeven. De weergave is afhankelijk van de instellingen op de pagina Livepage-configuratie (zie de online Help van AutoDome Easy II IP).

Maximumaantal verbindingen

Als u geen verbinding tot stand kunt brengen, kan het zijn dat het apparaat al het maximale aantal verbindingen heeft gemaakt. Afhankelijk van het apparaat en de netwerkconfiguratie kan elke AutoDome Easy II IP maximaal 25 webbrowserbindingen of maximaal 50 verbindingen ondersteunen via VIDOS of Bosch Video Management System.

Beveiligd

Wanneer de AutoDome Easy II IP met een wachtwoord is beveiligd tegen ongeoorloofde toegang, geeft de webbrowser een overeenkomstige melding en wordt u gevraagd het wachtwoord in te voeren als u probeert toegang te krijgen tot beveiligde zones.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Beveiligd - 1

AANWIJZING!

Een AutoDome Easy II IP biedt de mogelijkheid de mate van toegang te beperken met behulp van verschillende bevoegdheidsniveaus (zie de online Help van AutoDome Easy II IP).

  1. Voer de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in de bijbehorende tekstvelden in.
  2. Klik op OK. Als het wachtwoord correct is ingevoerd, zal de webbrowser de opgevraagde pagina tonen.

Beveiligd netwerk

Indien er een RADIUS-server in het netwerk wordt gebruikt voor het beheer van toegangsrechten (802.1x verificatie), moet de AutoDome Easy II IP dienovereenkomstig worden geconfigureerd, omdat er anders geen communicatie mogelijk is.

Beeldselectie

U kunt het beeld van de camera op verschillende manieren laten weergeven.

Klik op een van de tabs Stream 1, Stream 2, of M-JPEG onder het videobbeeld om tussen de verschillende weergaven van het camerabeeld te schakelen.

Weergaveregeling

Op het tabblad Weergaveregeling kunt u camerafuncties beheren (draaien, kantelen, in- en uitzoomen, focus en diafragma), door schermmenu's navigeren en presets bekijken.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Weergaveregeling - 1

text_image View Control Aux Control 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Set 1 2 3 4 5 6
Ref.Omschrijving Ref. Omschrijving
1 Decamera omhoog kantelen 8Focus veraf ^2
2 Decamera omlaag kantelen 9Focus dichtbij ^2
3 Decamera naar links draaien 10Iris gesloten ^2
4 Decamera naar rechts draaien 11Iris geopend ^2
5 Decamera in alle richtingen bewegen12 Dede positie instellen voor corresponderende presets 1 – 6
6Uitzoomen ^1 13 Dede camera naar preset 1, 2, 3, 4, 5 en 6 bewegen
7Inzoomen ^1
1. Deze functie is ook toegankelijk via het muiswieltje wanneer het live-videoframe wordt weergegeven.
2. Deze knop wordt ook gebruikt als Enter-toets om menuopties op het tabblad Aux te selecteren.
  1. Om een randapparaat te besturen, klikt u op de desbetreffende besturingselementen.
  2. Plaats de muisaanwijzer op het videobeeld. Extra opties voor de bediening van randapparatuur worden weergegeven bij de muisaanwijzer.
  3. Beweeg de cursor over het live-videobeeld om handmatig door het beeldgebied te draaien. Het beeldgebied geeft een navigatiepijl (Ikjmhigf) weer: houd de rechtermuisknop ingedrukt om de camera te draaien.

Digitale ingang/uitgang

BOSCH AutoDome Easy II IP - Digitale ingang/uitgang - 1

text_image Digital I/O Input 1 Input 2 Relay 1

Er zijn drie alarmpictogrammen: twee voor alarmregels (respectievelijk regel 1 en 2) en een voor het alarmrelais. Het alarmpictogram dient ter informatie en geeft de status van een alarmingang aan: wanneer er een alarm wordt geactiveerd, licht het bijbehorende pictogram blauw op. De alarmverbindingen en de instellingen van de alarmregels van het apparaat bepalen of de alarmpictogrammen worden geactiveerd.

Triggerrelais

Externe eenheden kunnen worden geactiveerd door middel van het relais in het apparaat (bijvoorbeeld lampen of deuropeners).

▶ Hiertoe klikt u op het pictogram voor het relais naast het videobeeld. Het pictogram is rood als het relais is geactiveerd.

Systeemlogboek/Gebeurtenissenlogboek

BOSCH AutoDome Easy II IP - Systeemlogboek/Gebeurtenissenlogboek - 1

text_image System Log 30.03.2009 09:12:43 Login level: service 30.03.2009 09:12:43 Used ActiveX: BOSCH Cameo 30.03.2009 09:12:43 Register UDP - MPEG-4 SH++ Event Log 30.03.2009 09:12:44 Alarm input 3 - status: off. 30.03.2009 09:12:44 Alarm input 4 - status: off. 30.03.2009 09:12:44 Video loss alarm 1 detected.

Het veld Systeemlogboek bevat informatie over de bedrijfsstatus van de AutoDome Easy II IP en de verbinding. U kunt deze berichten automatisch opslaan in een bestand (zie de online Help van de AutoDome Easy II IP).

Gebeurtenissen zoals het activeren of het beëindigen van een alarm, worden getoond in het veld Gebeurtenissenlogboek. U kunt deze berichten automatisch opslaan in een bestand (zie de online Help van de AutoDome Easy II IP).

  1. Als u de items wilt verwijderen, klikt u op het prullenbakje in de rechterbovenhoek van het desbetreffende veld.
  2. Als u een gedetailleerd logboek wilt laten weergeven, klikt u op het pictogram in de rechterbovenhoek van het desbetreffende veld. Er wordt een nieuw venster geopend.

11.5.1 Een opdracht voor besturing van het bedieningspaneel invoeren

Via het tabblad Aux-besturing kunt u bedieningspaneelcommando's invoeren. Deze opdrachten bestaan uit een opdrachtnummer plus de bijbehorende functietoets (Opname tonen, Opname instellen, Aux aan of Aux uit). Een geldige combinatie verstuurt een opdracht naar de camera of geeft een schermmenu weer.

Tabblad Aux-besturing

Via het tabblad Aux-besturing kunt u voorgeprogrammeerde bedieningspaneelcommando's invoeren. Zie

Paragraaf 15 Bedieningspaneelcommando's op nummer,

Pagina 126 voor een lijst van alle commando's. Om toegang te verkrijgen tot het tabblad Aux-besturing navigeert u naar de Livepage en klikt u op de tab Aux-besturing (zie Afbeelding 11.2 hieronder).

BOSCH AutoDome Easy II IP - Tabblad Aux-besturing - 1

AANWIJZING!

U kunt via het tabblad Aux-besturing ook de OSD-menu's openen. Als de OSD-menu's zijn geopend, kunt u met de virtuele joystick op het tabblad Weergaveregeling binnen de menu's navigeren en opties selecteren in de menu's met de Focus/Iris-toetsen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - AANWIJZING! - 1

text_image Weergaveregeling Aux-besturing 1 2 3 7 8 9 4 5 6 1 2 3 ← 0 OK 6 7 3 Opname to 4 Opname in on 5 Aux aan off 8 Aux uit

Afbeelding 11.2 Tabblad Aux-besturing

1Commandonummerveld
2Toetsenpaneel (nummers 0-9)
3Een preset tonen
4Een preset instellen
5Een commando starten
6Een cijfer uit het commandonummerveld verwijderen
7Hiermee wordt een menuoptie geselecteerd
8Een commando stoppen

Een opdracht voor besturing van het bedieningspaneel invoeren:

  1. Plaats de cursor in het veld Commandonummer.
  2. Voer het gewenste commandonummer in met het toetsenpaneel op het scherm.
  3. Klik op de toets Aux aan of Aux uit om het commando te starten of te stoppen. Zie
    Paragraaf 15 Bedieningspaneelcommando's op nummer, Pagina 126 voor een lijst van commando's.
  4. Als het commando een menu opent, gebruik dan de pijltoetsen omhoog en omlaag in de weergaveregeling om binnen het menu te navigeren. Klik op de Focus/Iris-toetsen om een menuoptie te selecteren.

Een vooraf ingestelde preset instellen:

Presets (of scènes) zijn cameraposities die in het geheugen worden opgeslagen voor toekomstig gebruik.

  1. Beweeg de cursor over het live-beeld en wacht totdat in het gebied een navigatiepijl wordt weergegeven.
  2. Druk op de muisknop en houd deze ingedrukt om naar de positie te draaien die u wilt opslaan.
  3. Toets op het toetsenpaneel op het scherm een cijfercombinatie van 1-99 in om de camerapositie van de scène te identificeren.
  4. Druk op de toets Opname instellen Het beeldgebied geeft een melding die aangeeft welk presetnummer is opgeslagen.

Een preset weergeven:

  1. Voer met het toetsenpaneel op het scherm het nummer van de scène in die u wilt laten weergeven.

  2. Klik op de knop Opname tonen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Een preset weergeven: - 1

AANWIJZING!

Klik voor meer informatie over de instellingen en bedieningselementen van de AutoDome Easy II IP op de koppeling Help bij deze pagina? om de online Help van de AutoDome Easy II IP te openen.

11.6 Momentopnamen opslaan

Het is mogelijk afzonderlijke beelden van de videosequentie die momenteel op de Livepage wordt getoond, op te slaan op de harde schijf van de computer in JPEG-indeling. Het pictogram voor het opnemen van afzonderlijke beelden is alleen zichtbaar als het apparaat voor dit proces is geconfigureerd.

Klik op het pictogram. Het beeld wordt opgeslagen met een resolutie van 704 × 576 pixels (4CIF). De opslaglocatie hangt af van de configuratie van de.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Momentopnamen opslaan - 1

11.7 Videosequenties opnemen

U kunt delen van de videosequentie die op de LIVEPAGE wordt getoond, opslaan op de harde schijf van de computer. Het pictogram voor het opnemen van videobeelden is alleen zichtbaar als het apparaat voor dit proces is geconfigureerd.

  1. Klik op het pictogram om te beginnen met opnemen. De opslaglocatie hangt af van de configuratie van de AutoDome Easy II IP. Een rode stip in het pictogram geeft aan dat de opname loopt.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Videosequenties opnemen - 1

  1. Klik nogmaals op het pictogram om de opname te stoppen.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Videosequenties opnemen - 2

AANWIJZING!

U kunt opgeslagen videobeelden afspelen met de Player van Bosch Security Systems, die u vanaf de meegeleverde product-cd kunt installeren.

Beeldresolutie

Sequenties worden opgeslagen met de resolutie die vooraf is ingesteld in de configuratie voor de encoder (zie

Paragraaf 12.4 Basismodus: Encoderprofiel, Pagina 90).

12 De AutoDome Easy II IP configureren

De pagina INSTELLINGEN geeft toegang tot het configuratiemenu met alle parameters van het apparaat, gerangschikt in groepen. U kunt de huidige instellingen weergeven door een van de configuratieschermen te openen. U kunt de instellingen wijzigen door nieuwe waarden in te voeren of door een vooraf ingestelde waarde te selecteren in een keuzelijst.

Er zijn twee mogelijkheden om het apparaat te configureren of de huidige instellingen te controleren:

  • Basismodus
  • Modus Geavanceerd

In de Basismodus zijn de belangrijkste parameters in zeven groepen gerangschikt. Hiermee kunt u de basisinstellingen wijzigen. U hoeft slechts enkele gegevens in te voeren en daarna het apparaat in bedrijf te stellen.

De Modus Geavanceerd wordt aanbevolen voor deskundige gebruikers en systeembeheerders. In deze modus hebt u toegang tot alle parameters van het apparaat. Instellingen die de werking van het systeem fundamenteel beïnvloeden (bijv. firmware-updates), kunnen alleen in de modus Geavanceerd worden gewijzigd.

Alle parametergroepen worden in dit hoofdstuk beschreven in de volgorde waarin ze in het configuratiemenu worden weergegeven, van boven tot onder op het scherm.

BOSCH AutoDome Easy II IP - De AutoDome Easy II IP configureren - 1

LET OP!

De instellingen in de modus Geavanceerd mogen uitsluitend door ervaren gebruikers of systeembeheerders worden verwerkt of gewijzigd.

Van alle instellingen wordt een back-up gemaakt in het geheugen, zodat ze zelfs bij een stroomstoring niet verloren gaan.

  1. Klik op een van de menuopties in de linkermarge van het venster. Het bijbehorende submenu wordt dan geopend.
  2. Klik op een van de opties in het submenu. In de webbrowser wordt dan de bijbehorende pagina weergegeven.

Wijzigingen aanbrengen

Elk configuratiescherm toont de huidige instellingen. U kunt de instellingen wijzigen door nieuwe waarden in te voeren of door een vooraf ingestelde waarde te selecteren in een keuzelijst.

Klik na elke wijziging op Instellen om de wijziging op te slaan.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Wijzigingen aanbrengen - 1

LET OP!

Sla elke wijziging op met de bijbehorende knop Instellen.

Als u op de knop Instellen klikt, worden alleen de wijzigingen in het huidige veld opgeslagen. Wijzigingen in andere velden worden genegeerd.

12.1 Basismodus: Toegang unit

Cameranaam

U kunt de AutoDome Easy II IP een naam geven om deze gemakkelijker te kunnen identificeren. De naam vereenvoudigt het beheer van meerdere apparaten in grotere videobewakingssystemen, bijvoorbeeld met behulp van VIDOS of Bosch Video Management System programma's.

De apparaatnaam wordt gebruikt voor het op afstand identificeren van een apparaat bijvoorbeeld in het geval van een alarm. Geef het systeem daarom een zo gemakkelijk mogelijke naam zodat de locatie snel te herkennen is.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Cameranaam - 1

LET OP!

Gebruik in de naam geen speciale karakters, zoals &.

Speciale karakters worden niet ondersteund door het interne opnamemanagement van het systeem. Mogelijk gevolg van het gebruik van speciale karakters is dat de Player of Archive Player de opname niet kan afspelen.

Wachtwoord

Een AutoDome Easy II IP is in het algemeen beveiligd met een wachtwoord om onbevoegde toegang tot het apparaat te voorkomen. U kunt verschillende bevoegdheidsniveaus instellen om de toegang te beperken.

De AutoDome Easy II IP maakt gebruik van drie bevoegdheidsniveaus: service, user en live.

Het hoogste bevoegdheidsniveau is service. Na het invoeren van het juiste wachtwoord hebt u toegang tot alle functies van de AutoDome Easy II IP en kunt u alle configuratie-instellingen wijzigen.

Met het bevoegdheidsniveau user kunt u bijvoorbeeld het systeem bedienen en de camera's besturen, maar niet de configuratie wijzigen.

Het laagste bevoegdheidsniveau is live. Hiermee is het alleen mogelijk live videobeelden te bekijken en tussen de diverse weergaven van live beelden te schakelen.

U kunt voor elk bevoegdheidsniveau een afzonderlijk wachtwoord instellen en wijzigen indien u bent aangemeld als service of als het apparaat niet met een wachtwoord is beveiligd.

Voer hier het wachtwoord voor het desbetreffende bevoegdheidsniveau in.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Wachtwoord - 1

AANWIJZING!

Een goede wachtwoordbeveiliging wordt alleen gegarandeerd wanneer alle hogere bevoegdheidsniveaus ook met een wachtwoord worden beveiligd. Als er bijvoorbeeld een live-wachtwoord wordt toegewezen, dienen er ook een service- en een user-wachtwoord te worden ingesteld. Bij het toewijzen van wachtwoorden dient u altijd op het hoogste bevoegdheidsniveau, namelijk service, te beginnen en verschillende wachtwoorden te gebruiken.

Bevestig wachtwoord

Voer altijd het nieuwe wachtwoord nogmaals in om typefouten uit te sluiten.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Bevestig wachtwoord - 1

AANWIJZING!

Een nieuw wachtwoord wordt alleen opgeslagen als u op de knop Instellen klikt. Klik daarom direct na het invoeren en bevestigen van een wachtwoord op de knop Instellen.

12.2 Basismodus: Datum/tijd

Unitdatum/Unitijd/Tijdzone unit

Als er in uw systeem of netwerk meerdere apparaten actief zijn, is het belangrijk de interne klokken van deze apparaten te synchroniseren. Het is bijvoorbeeld alleen mogelijk om gelijktijdige opnamen te identificeren en juist te evalueren als alle apparaten op hetzelfde tijdstip werken. Indien nodig, kunt u het apparaat met de systeeminstellingen van uw computer synchroniseren.

Klik op Synchr. Pc om de systeemtijd van uw computer te kopiëren naar de AutoDome Easy II IP.

IP-adres tijdserver

De AutoDome Easy II IP kan het tijdsignaal van een tijdserver ontvangen via verschillende tijdserverprotocollen, en dit signaal gebruiken om de interne klok in te stellen. Het apparaat vraagt automatisch elke minuut het tijdsignaal op.

▶ Voer hier het IP-adres van een tijdserver in.

Type tijdserver

Selecteer het protocol dat wordt ondersteund door de geselecteerde tijdserver. Bij voorkeur dient u de SNTP-server voor het protocol te selecteren. Dit protocol ondersteunt een hoge nauwkeurigheidsgraad en is vereist voor speciale toepassingen en eventueel toekomstige functie-uitbreidingen. Selecteer Tijdserver voor een tijdserver die werkt met het protocol RFC 868.

12.3 Basismodus: Netwerk

De instellingen op deze pagina worden gebruikt om de AutoDome Easy II IP te integreren in een bestaand netwerk. Sommige wijzigingen worden pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart. De knop Instellen verandert dan in Instellen en opnieuw opstarten.

  1. Breng de gewenste wijzigingen aan.
  2. Klik op de knop Instellen en opnieuw opstarten. De AutoDome Easy II IP wordt opnieuw opgestart en de gewijzigde instellingen worden geactiveerd.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Basismodus: Netwerk - 1

LET OP!

Als u het IP-adres, subnetmasker of gateway-adres wijzigt, dan is de AutoDome Easy II IP pas beschikbaar op de nieuwe adressen nadat u het systeem opnieuw hebt opgestart.

DHCP

Als een DHCP-server voor de dynamische toewijzing van IP-adressen in het netwerk wordt gebruikt, kunt u instellen dat IP-adressen die automatisch aan de AutoDome Easy II IP worden toegewezen, moeten worden geaccepteerd. Bepaalde toepassingen (VIDOS, Bosch Video Management System, Archive Player, Configuration Manager) gebruiken het IP-adres voor de unieke toewijzing van het apparaat. Als u deze toepassingen gebruikt, moet de DHCP-server de vaste toewijzing tussen IP-adres en MAC-adres ondersteunen. Bovendien moet de server zo worden ingesteld, dat een toegewezen IP-adres bewaard blijft telkens als het systeem opnieuw wordt opgestart.

IP-adres

Voer het gewenste IP-adres voor de AutoDome Easy II IP in dit veld in. Het IP-adres moet geldig zijn voor het netwerk.

Subnetmasker

Voer hier het desbetreffende subnetmasker voor het geselecteerde IP-adres in.

Gateway-adres

Als u wilt dat het systeem verbinding maakt met een externe locatie in een ander subnet, voer dan hier het IP-adres van de gateway in. Laat anders het invoervak leeg (0.0.0.0).

12.4 Basismodus: Encoderprofiel

Standaardprofiel

U kunt een profiel selecteren om het videosignaal te coderen. U kunt de videogegevenstransmissie aanpassen aan de besturingsomgeving (bijvoorbeeld voor netwerkstructuur, bandbreedte en gegevensbelasting).

Er zijn voorgeprogrammeerde profielen beschikbaar, die elk voorrang geven aan verschillende configuraties. Bij het selecteren van een profiel worden details in het lijstveld getoond.

- High resolution 1

Hoge kwaliteit, verbindingen met de hoogste bandbreedte, resolutie 704 × 576/480 pixels

- High resolution 2

Hoge kwaliteit, verbindingen met hoge bandbreedte, resolutie 704 × 576/480 pixels

- Low bandwidth

Hoge kwaliteit, verbindingen met lage bandbreedte, resolutie 704 × 576/480 pixels

- DSL

DSL-verbindingen met 500 kbps, resolutie 352 × 288/240 pixels

- ISDN (2B)

ISDN-verbindingen via twee B-kanalen, resolutie 352 × 288/240 pixels

- ISDN (1B)

ISDN-verbindingen via één B-kanaal, resolutie 352 × 288/240 pixels

- MODEM

Analoge modemverbindingen met een snelheid van 20 kbps, resolutie 352 × 288/240 pixels

- GSM

GSM-verbindingen met een snelheid van 9.600 baud, resolutie 352 × 288/240 pixels

12.5 Basismodus: Opname

U kunt de beelden van de AutoDome Easy II IP op verschillende lokale opslagmedia of op een correct geconfigureerd iSCSI-systeem opnemen.

Hier kunt u een opslagmedium selecteren en onmiddellijk met de opname beginnen.

Opslagmedium

  1. Selecteer het gewenste opslagmedium uit de lijst.
  2. Klik op de knop Start om onmiddellijk met de opname te beginnen.

12.6 Basismodus: Systeemoverzicht

De gegevens op deze pagina dienen slechts ter informatie en kunnen niet worden gewijzigd. Noteer deze informatie voor het geval er technische assistentie nodig is.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Basismodus: Systeemoverzicht - 1

AANWIJZING!

U kunt alle benodigde tekst op deze pagina met de muis selecteren en naar het klembord kopieren met de toetsencombinatie [Ctrl]+[C], bijvoorbeeld als u de informatie per e-mail wilt versturen.

13 Navigatie in schermmenu's

De AutoDome Easy II wordt geprogrammeerd via de OSD-menu's (On-Screen Display). Om toegang te krijgen tot de OSD-menu's, dient u het Installatiemenu te openen.

Menuopties met een asterisk (*) zijn standaardinstellingen, tenzij anders aangegeven.

Om bij gebruik van een AutoDome Easy II IP in de OSD-menu's te navigeren, opent u het tabblad Aux-besturing op de Livepage om de gewenste Aux-opdrachten in te voeren. Als een OSD-menu eenmaal actief is, gaat u terug naar het tabblad Weergaveregeling om het menu te doorlopen en selecties te maken.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Menunavigatie bij gebruik van een AutoDome Easy II IP - 1

AANWIJZING!

Als er gedurende 4,5 minuut geen activiteit is geweest, is de time-out verstreken en wordt het menu zonder waarschuwing afgesloten. Niet-opgeslagen instellingen in het huidige menu kunnen dan verloren gaan.

13.1 Installatiemenu

Via het Installatiemenu hebt u toegang tot alle programmeerbare AutoDome Easy II instellingen. Het is een geblokkeerd menu waarvoor geldt dat de opdrachtblokkering door de gebruiker wordt uitgeschakeld.

Het Installatiemenu openen (geblokkeerde opdracht):

  1. Druk op OFF-90-ENTER om de commandovergrendeling uit te schakelen.
  2. Druk op ON-46-ENTER om het Hoofdmenu te openen.
  3. Markeer met de joystick een menuoptie.
  4. Druk op Focus/Iris om een menu te openen.
  5. Volg de aanwijzingen op het scherm.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het Installatiemenu openen (geblokkeerde opdracht): - 1

AANWIJZING!De AutoDome Easy II geeft alleen die menu's weer die voor de configuratie van de AutoDome Easy II Serie van toepassing zijn. Navigeer met de joystick door het menu en maak met de Focus/Iris-toetsen een keuze.

Tijdbesparingstip: bladeren door menu's kan tijdrovend zijn; om snel terug te keren naar "exit", kunt u aan de joystick draaien of de inzoomfunctie gebruiken.

Installatiemenu
Terug...Camera Inst.Lens Inst.PTZ Inst.Weergave Inst.Communicatie Inst.Alarm Inst.TaalDiagnose
Focus/Iris: Selecteren

Opties in het Installatiemenu:

Menu Omschrijving
TerugSlaat de gebruikersinstellingen op en maakt het scherm vrij.
Camera Inst. Biedt toegang tot camera-instellingen die u kunt wijzigen, zoals witbalans, versterking, scherpte, synchronisatie, lijnsynchronisatie, tegenlichtcompensatie, sluiter en nachtstand.
Lens Inst.Biedt toegang tot objectiefinstellingen die u kunt wijzigen, zoals focus, iris, zoomsnelheid en digitale zoom.
PTZ Inst.Biedt toegang tot PTZ-instellingen (draaien/kantelen/zoomen) die u kunt wijzigen, zoals AutoPan, tours, PTZ-snelheid, tijdsduur inactiviteit, AutoPivot en tilt-grenswaarden.
Weergave Inst.Biedt toegang tot weergave-instellingen die u kunt wijzigen, zoals OSD, sectorblindering en maskering.
Communicatie Inst.Biedt toegang tot Communicatie Inst.ellingen zoals AutoBaud en Bilinx.
Alarm Inst.Biedt toegang tot alarminstellingen zoals ingangen, uitgangen en regels.
Taal De taal weergeven.
Diagnose De status van diagnosegebeurtenissen wordt weergegeven.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Het Installatiemenu openen (geblokkeerde opdracht): - 2

AANWIJZING!Gebruik het commando Zoom om de optie Menu afsluiten vanaf elke positie in het huidige menu te selecteren.

13.2 Menu Camera Inst.

Via het menu Camera Inst. hebt u toegang tot de camera-instellingen die kunnen worden gewijzigd of aangepast. Menuopties gemarkeerd met een asterisk (*) zijn de standaardinstellingen.

Camera Inst.

Terug...
* Wit Balans: Verlengde Autom. Witbalans
* Verst. Regeling AUTO
* Maximale versterking: 6
* Scherpte 12
* Synch. Modus: Intern
* Line Lock vertraging: 0
*Tegenlicht Comp: UIT
* Sluiter modus: Auto SensUP
* Shutter: 1/60
* Auto SensUP Max: 15x
* Kabelcompensatie 1
Herstel STD Inst...
* = Fabrieks Instelling
Focus/Iris: Selecteren

Opties in het menu Camera Inst.:

Menu OmschrijvingSubmenu / omschrijving Standaardinstelling
Terug Het menusluiten.
Wit Balans De juiste kleurenweergave handhaven wanneer de kleurtemperatuur van een scène verandert. Bijvoorbeeld van daglicht naar TL-verlichting.Verlengde Auto W.B.: de camerakleur instellen aan de hand van een uitgebreid kleurenspectrum.Autom. Witbalans: de camerakleur continu aanpassen.W.B. Binnen: de camerakleur optimaliseren voor typische omstandigheden binnenshuis.W.B. Buiten: de camerakleur optimaliseren voor typische omstandigheden buitenshuis.AWB vasthouden: de kleurinstellingen van de camera instellen voor de huidige scène.Verlengde Autom. Witbalans
Verst. Regeling Donkere scènes elektronisch helderder maken, wat tot korreligheid in scènes met weinig licht kan leiden.Auto of UIT AUTO
Menu OmschrijvingSubmenu / omschrijving Standaardinstelling
Maximale versterkingDe maximale versterking instellen waaraan de versterkingsregeling zich aanpast wanneer deze op AUTO is ingesteld.Glijdende schaal: - (0 tot 6) + (1=8 dB, 2=12 dB, 3=16 dB, 4=20 dB, 5=24 dB, 6=28 dB)6
Scherpte De scheerpte van het beeld instellen.Glijdende schaal: - (0 tot 16) +12
Synch. Modus De synchronisatiem odus van de camera instellen.INTERN: de camera met een intern kristal synchroniseren. Deze optie wordt aanbevolen als er ruis op de voedingskabel is.LINE LOCK: de camera met netvoeding synchroniseren. Met deze optie wordt rollend beeld in systemen met meer dan één camera voorkomen.INTERN
Line LockvertragingMet deze instelling optimaliseert u de modusLINE LOCKzodat rollend beeld bij meerfase-netspanningen wordt voorkomen.Glijdende schaal: - (0° tot 359°) + 0°
Tegenlicht CompDe beeldkwaliteit verbeteren wanneer het niveau van de achtergrondverli chting hoog is.AAN of UIT UIT
Sluiter modus: Auto SensUP in- of uitschakelen.Auto SensUP of UIT Auto SensUP
Shutter Deelektronische sluitertijd instellen (AES).Glijdende schaal: - (1/60 (1/50) uiterst links tot 1/10000) + 1/60 sec. (NTSC) of 1/50 sec. (PAL)
Auto SensUP Max.De grenswaarde voor de gevoeligheid instellen wanneer de sluitertijd op Auto SensUp is ingesteld.NTSC: 15x, 7,5x, 4x, of 2xPAL: 50x, 25x, 16,7x, 8,3x, 4x, of 2x 15x
Menu Omschrijving Submenu / omschrijving Standaardinstelling
Kabelcompensatie(niet van toepassing bij AutoDome Easy II IP modellen)De videoversterking verhogen om signaalverlies bij lange kabeltrajectente compenseren.Glijdende schaal:–(1 tot en met 10)+1
Herstel STD Inst.De standaardinstellingen voor dit menu herstellen.Ja of Nee

13.3 Lens Inst.

Via het menu Lens Inst. hebt u toegang tot de objectiefinstellingen die kunnen worden gewijzigd of aangepast. Menuopties gemarkeerd met een asterisk (*) zijn de standaardinstellingen.

Lens Inst.
Terug...* Auto Focus : PUNT* Auto Iris: CONSTANT* Auto Iris Niveau: 8* Focus Snelheid: 2* Iris Snelheid: 5* Max Zoom Snelheid: SNEL* Digitale Zoom: UITHerstel STD Inst.* = Fabrieks InstellingFocus/Iris: Selecteren

Opties in het menu Lens Inst.:

Menu Omschrijving Submenu/ omschrijving Standaardinstelling
Terug Instellingenopslaan en het menu afsluiten.
Auto Focus Automatisch richten op het subject in het midden van het scherm.HANDMATIG: Auto Focus is niet actief; handmatige focus moet worden gebruikt.PUNT: de camera activeert Auto Focus wanneer de beweging van camera stopt. Zodra de camera is gericht, is Auto Focus inactief totdat hij weer beweegt.PUNT
Auto Iris Automatisch aanpassen aan verschillende lichtomstandig heden.HANDMATIG: de iris moet handmatig worden ingesteld.CONSTANT: Auto Iris is constant actief.CONSTANT
Auto Iris NiveauHet niveau van de camera-iris verlagen om de juiste belichting te verkrijgen.Glijdende schaal: - (1 tot 15) +8
Focus SnelheidDe snelheid van de handmatige focus instellen.Glijdende schaal: - (1 tot 8) +2
Iris SnelheidDe snelheid van de handmatige iris instellen.Glijdende schaal: - (1 tot 10) +5
Max. Zoom SnelheidDe snelheid van de handmatige zoom instellen.LANGZAAM, MIDDEL of SNELSNEL
Digitale ZoomDigitale zoom inschakelen.UIT of AAN UIT
Herstel STD Inst.Alle standaardinstellingen voor dit menu herstellen.

13.4 Menu PTZ Inst.

Via het menu PTZ hebt u toegang tot de instellingen voor draaien/kantelen/zoomen (PTZ) die kunnen worden gewijzigd of aangepast. Menuopties gemarkeerd met een asterisk (*) zijn de standaardinstellingen.

PTZ Inst.
Terug...
* Autopan: 30 graden/sec
* Tour Periode 1: 5 sec
* PTZ vaste Snelheid: 4
* Inactiviteit:UIT
* Inact. Periode2 min
* Autopivot:AAN
* Autodome OrientatieNORMAAL
* Beeld bevriezen op prepositieAAN
Tilt Up Limiet
Herstel STD Inst.
* = Fabrieks Instelling
Focus/Iris: Selecteren

Opties in het menu PTZ:

Menu Omschrijving Submenu / omschrijving Standaardinstelling
Terug Het menu sluiten.
Autopan Snelheid van de camera tijdens AutoPan en AutoScan aanpassen.Glijdende schaal: - (1°/sec. tot 60°/sec.) +30°/sec.
Tour Periode Waarnemingstijd tussen presets wijzigen tijdens de tour.Glijdende schaal: - (3 sec. tot 10 min.) +5 sec.
PTZ vaste SnelheidDraai- en kantelsnelheid instellen bij gebruik van een controller voor vaste snelheid.Glijdende schaal: - (1 tot 15) +4
Inactiviteit De modus selecteren waarin de AutoDome Easy II terugkeert als de ingestelde inactiviteitsperiode is verstreken.Scène 1: naar preset 1 terugkeren.Vorige Aux: naar de vorige activiteit terugkeren, zoals de Aux-commando's 1, 2, 7, 8, 50 of 52.UIT: eindeloos op de huidige scène gericht blijven.UIT
Inact. Periode Detijdsduur van de inactiviteit instellen die moet zijn verstreken voordat de bovengenoemde activiteit wordt uitgevoerd.Glijdende schaal: - (3 sec. tot 10 min.) +2 min.
Autopivot De camera automatisch 180° draaien bij het volgen van een subject dat zich direct onder de camera voortbeweegt.UIT of AAN AAN
AutoDome Easy II richtingHet videobbeeld automatisch 180° draaien.GEÏNVERTEERD of NORMAALNORMAAL
Beeld bevriezen op prepositieTilt Up Limiet De camera omhoog,omlaag, naar links en naarrechts bewegen.Het videobbeeld van een voorkeuzepositie vasthouden tijdens de beweging naar een andere prepositie.UIT of AAN AAN
Herstel STD Inst.De standaardinstelling voor dit menu herstellen.

13.5 Menu Weergave Inst.

Biedt toegang tot de weergave-instellingen die kunnen worden gewijzigd of aangepast. Menuopties met een * zijn de standaardinstellingen.

Weergave Inst.
Terug...* Titel OSD: KORT* Camera OSD: AANDisplay aanpassen:Zone Maskeren...Privacy Masking...Sectortitel bewerkenScènetitel bewerkenHerstel STD Inst.* = * = Fabrieks InstellingFocus/Iris: Selecteren

Opties in het menu Weergave Inst.:

Menu Omschrijving Submenu /omschrijving Standaardinstelling
Terug Instellingenopslaan en het menu afsluiten.
Titel OSD Bepalen hoe het OSD de zone- en presettitels weergeeft.UIT: de titels zijn verborgen.AAN: de titels worden continu weergegeven.KORT: de titels worden enkele seconden weergeven, waarna ze van het scherm verdwijnen.KORT
Camera OSDBepalen hoe het OSD de reactie-informatie van de camera weergeeft, zoals digitale zoom, iris open/gesloten en focus dichtbij/veraf.UIT of AAN AAN
Display aanpassenDe helderheid van de tekst en de verticale positie van de titel op het scherm instellen.Terug: Sluit het menu af.Omhoog: de schermtitel omhoog verplaatsen.Omlaag: de schermtitel omlaag verplaatsen.Lichter: de tekst op het scherm helderder maken.Donkerder: de tekst op het scherm donkerder maken.
ZoneMaskerenHet beeld van geselecteerde zones maskeren. Beschikbare zones zijn 1 t/m 8. Volg de aanwijzingen op het scherm.Terug: Sluit het menu af. Zone (1-8): Druk op Focus/Iris om een zone te maskeren of vrij te geven.
PrivacyMaskingmaskering van gevoelige gebieden toepassen. Er zijn maximaal 12 privacymaskers beschikbaar, met een maximum van acht (8) per scène.Terug: de instellingen opslaan en het menu afsluiten. Masker: 1 tot 12 blinderingsgebieden. Volg de aanwijzingen op het scherm om een masker in te stellen. Zie Herstel STD Inst.: de standaardinstellingen voor dit menu herstellen.
Sectortitel bewerkenHiermee kunt u bestaande sector (zone) titels bewerkenSelecteer een sectortitel om het tekenpalet te openen. Zie Paragraaf 13.5.1 Een shot- of een sectortitel opgeven, Pagina 108 voor instructies.
Scènetitel bewerkenHiermee kunt u bestaande scène (shot) titels bewerkenSelecteer een scènetitel en kies een menuoptie:– Scènetitel bewerken:hiermee opent u het tekenpalet. ZieParagraaf 13.5.1 Een shot-of een sectortitel opgeven, Pagina 108 voor instructies.– Scène wissen: hiermee verwijdert u de geselecteerde scènetitel.
Herstel STD Inst.De standaardwaarde n voor dit menu herstellen.

13.5.1 Een shot- of een sectortitel opgeven

De AutoDome Easy II voorziet in een alfanumeriek tekenpalet, waarmee u een titel kunt opgeven voor een shot (scène) of een sector (zone).

  1. Selecteer een sector of scène om een titel toe te voegen of te bewerken.
  2. Gebruik de joystick om de cursor te verplaatsen en een teken te markeren.
  3. Druk op Focus/Iris om het teken te selecteren.
  4. Ga door met het selecteren van tekens (maximaal 16) tot de titel compleet is.
  5. U wist als volgt een teken in de titel:

a. Gebruik de joystick om de prompt Teken wissen OF plaatsen te markeren.
b. Beweeg de joystick naar links of rechts tot de cursor onder het teken staat dat u wilt wissen.
c. Druk op Focus/Iris om het teken te wissen.
d. Beweeg de joystick omhoog om de cursor terug te zetten in het tekenpalet.

  1. Sla de titel als volgt op:

a. Gebruik de joystick om de prompt Afsluiten te markeren.
b. Druk op Focus/Iris om de titel op te slaan.

13.6 Menu Communicatie Inst.

Via het menu Communicatie Inst. hebt u toegang tot de instellingen voor baudrate en Bilinx-besturing. Menuopties gemarkeerd met een asterisk (*) zijn de standaardinstellingen.

Communicatie Inst.
Terug...* AutoBaud: AAN* Baud Rate 9600* Bilinx: AANHerstel STD Inst...
* = Fabrieks InstellingFocus/Iris: Selecteren

Opties in het menu Communicatie Inst.:

Menu Omschrijving Submenu / omschrijving Standaardinstelling
Terug Instelingen opslaan en het menu afsluiten.
AutoBaudAutoBaud-detectie inschakelen.Schakelen tussen AAN en UIT.Bij AAN worden baudrates van 2400 tot 57600 automatisch geaccepteerd.(Opmerking: bij het wijzigen van de baudrate van 2400 naar 57600, dient u de controller eerst op 19200 in te stellen, zodat AutoBaud de hogere baudrate kan detecteren.)AAN
Baud RateDe baudrate handmatig instellen wanneer AutoBaud is ingesteld op UIT.De opties zijn 2400, 4800, 9600, 19200, 38400 en 57600. Volg verder de instructies op het OSD om de selectie te bevestigen.9600
Bilinx Communicatie van Bilinx-besturing inschakelen.(Alleen beschikbaar wanneer er geen verbinding is met een Bilinx-data-interface.)Schakelen tussen AAN en UIT.AAN

13.7 Alarm I/O Inst.

Via het menu Alarm Inst. hebt u toegang tot het menu Alarm I/O Inst., waarin u de alarmingangen en -uitgangen en alarmregels kunt instellen.

Alarm I/O Inst. Ingangs Inst
Terug... Terug...
Ingangs Inst... 1. Alarm Ingang 1 N.O. Fysieke ingangen 1
Uitgangs Inst... 2. Alarm Ingang 2 N.O. Gebeurtenisingangen 2-9
Regel Setup... 3. Aux Aan 99
Herstel STD Inst... 4. Aux Uit 14
5. Preset Voordeur
6. Aux Uit 78
7. GEEN
8. GEEN
9. GEEN
Focus/Iris:SelecterenFocus/Iris: Selecteer TypeRechts/links: modusselecteren

Opties in het menu Alarm Inst.:

Menu Omschrijving Submenu / omschrijving Standaardinstelling
Terug Instellingingenopslaan en het menu afsluiten.
IngangsInst..Fysieke ingangen of gebeurtenissen en opdrachten die in een regel kunnen worden gebruikt. Er zijn twaalf (12) alarmingangen beschikbaar.
Ingangen 1Definiëren van het soort ingangscontact.N.O.: spanningsloos NO-contact.N.C.: spanningsloos NC-contact.N.O.

Menu Uitgangs Inst.

Uitgangs Inst...
Terug...
1. Alarm Uitgang N.O. 1 fysiekeuitgang
2. Preset Voordeur
3. Preset 2
4. Preset 99
5. Aux Aan 1
6. Verzenden2-12 commando-uitgangen
7. OSD
8. GEEN
9. GEEN
Focus/Iris: type selecterenRechts/links: modus selecteren

Opties in het menu Uitgangsinst

Menu Omschrijving Submenu /omschrijvingStandaardinstelling
Terug Instellingen opslaan en het menu afsluiten.
Uitgangsinst Fysieke uitgangen en bedieningspaneelcommando's definiëren voor gebruik in een regel.
Uitgang 1 Een fysieke uitgang definiëren.N.O.: NO-circuitN.C.: NC-circuitN.O.
Uitgangen 2-12Raadpleeg Paragraaf 15 Bedieningspaneelcommando's op nummer, Pagina 126 voor beschikbare Aux-opdrachten.

13.8 Menu Alarm I/O Inst.

In het menu Regel Setup wordt de status van de regels weergegeven en kunnen nieuwe regels worden toegevoegd of een bestaande regel worden aangepast. De standaardinstelling is Leeg. Menu-items gemarkeerd met het symbool * zijn alleen beschikbaar bij VG4 Domecamera's met overdruk.

BOSCH AutoDome Easy II IP - Menu Alarm I/O Inst. - 1

AANWIJZING!U kunt in totaal 12 regels programmeren. U dient de in- en uitgangen te definiëren voordat u een regel programmeert. Zie paragraaf 1.7 Alarm I/O Inst., pagina 192 voor het configureren van alarminggangen en -uitgangen.

Alarm I/O-instellingen... Regel 1
Terug... Terug...
1. Regel 1 Ingeschakeld Ingeschakeld Nee
2. Regel 2 Uitgeschakeld Ingang:
3. Regel 3 Foutief Fysieke ingang 1
4. Regel 4 Leeg GEEN
5. Regel 5 Leeg GEEN
6. Regel 6 Leeg GEEN
7. Regel 7 Leeg Uitgang:
8. Regel 8 Leeg Fysieke uitgang 1Volgen
9. Regel 9 Leeg OSD
Leeg Aux aan 78Eenmalige start
Leeg GEEN
Leeg
Focus/Iris: SelecterenFocus/Iris: type selecteren

Opties in het menu Regelinst.:

Menu Omschrijving Submenu / omschrijving Standaardinstelling
Terug Instellingen opslaan en het menu afsluiten.
Regel 1-9 De status van een regel weergeven aan de rechterzijde van het menu. Er zijn vier (4) mogelijke regelstatussen.Ingeschakeld: de regelingangen en -uitgangen zijn correct gedefinieerd en de regel is ingeschakeld.Uitgeschakeld: de regelingangen en -uitgangen zijn gedefinieerd, maar de regel is uitgeschakeld.Foutief: bij de regel ontbreekt een in- of uitgang, of de in- of uitgang is ongeldig.Leeg: voor de regel zijn geen in- of uitgangen gedefinieerd.Leeg

Via het selecteren van een Regelnummer hebt u toegang tot het betreffende configuratiemenu. In het menu Regel # kunt u een regel configureren van eerder gedefinieerde alarminggangen en -uitgangen. Zodra een alarm is geconfigureerd met geldige in- en uitgangen, kan dit alarm worden in- of uitgeschakeld via het configuratiemenu.

Opties in het menu Regel #:

Menu Omschrijving Submenu /omschrijvingStanda ardinstelling
Terug Instellingen opslaan en het menu afsluiten.
IngeschakeldDe regel in- of uitschakelen nadat de in- en uitgangen zijn gedefinieerd.Ja: inschakelen; Nee: uitschakelenNEE
Input In een lijst met geldige ingangen bladeren die zijn ingesteld in het submenu Alarm I/O Inst. > Ingangs Inst., waar de ingangen van een regel worden gedefinieerd. Een regel kan maximaal vier (4) ingangen hebben.Alarmingang 1 - 2en alle extra ingangen die zijn ingesteld in hetmenu Ingangsinst., waaronder Aux aan/uit (1-99), Preset en GEEN.GEEN
Uitgang In een lijst met geldige uitgangen bladeren die zijn ingesteld in het menu Alarm I/O-inst. > Uitgangsinst., waar de uitgangen van een regel worden gedefinieerd.Alarmuitgang 1 en alle extra uitgangen die zijn ingesteld in het menu Uitgangsinst., waaronder Aux aan/uit (1-99), Shot OSD, Verzenden en GEEN. Sommige uitgangen, zoals Alarm Uitgang 1 en Aux Aan/Uit, kunnen zo worden ingesteld dat ze een bepaalde tijdsduur actief zijn, en wel op de volgende manier:Seconden: 1-5, 10, 15 of 30Minuten: 1-5 of 10Eenmalige start: het alarm blijft actief totdat het is bevestigd.Follows: het alarm volgt de alarmregel.GEEN

BOSCH AutoDome Easy II IP - Menu Alarm I/O Inst. - 2

AANWIJZING!U kunt maximaal vier (4) Ingang- en Uitgang- gebeurtenissen in één regel opnemen. Elke in- en uitgang moet echter aan de voorwaarden van de regel voldoen voordat de alarmregel geldig is en kan worden ingeschakeld.

13.9 Menu Taal

Via het menu Language hebt u toegang tot een lijst met talen die in de schermmenu's kunnen worden weergegeven.

Taal
Terug...EngelsSpaansFransDuitsPortugeesPoolsItaliaansNederlandsFocus/Iris: opslaan en stoppen

Opties in het menu Taal:

Menu OmschrijvingStandaardinstelling
Terug Instellingen opslaan en het menu afsluiten.
Kies een taal Een taal selecteren waarin het systeem de schermmenu's weergeeft.Engels

13.10 Menu Diagnose

Via het menu Diagnose hebt u toegang tot een lijst met diagnosegereedschappen en -gebeurtenissen.

Diagnose
Terug...Alarm Status...BIST...Interne Temp: 28 °CHoge Temp Gebeurtenis: 0Maximum temperatuur 32 °CLage Temp Gebeurtenis: 0Minimum temperatuur: 23 °CBeveiligings Toegang: 5CTFID Toegang: 2Homing Gebeurtenis: 21Homing Failed: 0Loss Home Events 0Herstart Gebeurtenis 0Opstart Gebeurtenis 18Video verlies Gebeurtenis 0Total Time Used: 1 uur en 57 min.Focus/Iris: Selecteren

Diagnose

Menu Omschrijving Submenu / omschrijving
Terug Instellingen opslaan en het menu afsluiten.
Alarmstatus Het menu Alarmstatus openen en de actuele status van alarmingangen en -uitgangen weergeven.Alarmingangen 1 t/m 3, alarmuitgang 1
BIST (= Built-in Self Tests)Het menu Ingebouwde Zelf-test uitvoeren? openen. Bij bevestiging worden de BIST-testen gestart en de resultaten weergegeven.JA: de test starten. NEE: het menu afsluiten. Standaardresultaten worden als volgt weergegeven: BIST (= Built-in Self Tests) Terug... Data Flash: Geslaagd FPGA: Geslaagd Bilinx: Geslaagd Homing: Geslaagd Fan snelheid: Geslaagd
Interne temp. De huidige dome-temperatuur weergeven.
Hoge Temp GebeurtenisHet aantal keren weergeven dat de drempel voor hoge temperaturen is overschreden.
Maximum temperatuurDe hoogste bereikte temperatuur weergeven.
Lage Temp GebeurtenisHet aantal keren weergeven dat de drempel voor lage temperaturen is overschreden.
Minimum temperatuurDe laagste bereikte temperatuur weergeven.
Beveiligings ToegangHet aantal keren weergeven dat de vergrendeling van het menu met vergrendelde commando's is opgeheven.
CTFID ToegangHet aantal keren weergeven dat Configuration Tool is geopend.
Homing GebeurtenisHet aantal keren weergeven dat de AutoDome Easy II opnieuw is opgestart.
Homing FailedHet aantal keren weergeven dat het bewegen naar de uitgangspositie (homing) van de AutoDome Easy II is mislukt.
Loss Home Events:Weergave van het aantal keren dat de AutoDome Easy II niet kon terugkeren naar de uitgangspositie.
Herstart GebeurtenisHet aantal gebeurtenissen weergeven waarbij het systeem opnieuw is opgestart.
Opstart GebeurtenisHet aantal inschakelgebeurtenissen weergeven.
Video verlies GebeurtenisHet aantal keren weergeven dat videobeelden verloren zijn gegaan.
Total Time UsedDe totale tijd weergeven dat de video was ingeschakeld.

14 Algemene gebruikerscommando's (niet vergrendeld)

In dit hoofdstuk worden de meest gebruikte commando's voor de instellingen van het Bosch-bedieningspaneel beschreven. Zie Paragraaf 15 Bedieningspaneelcommando's op nummer, Pagina 126 voor een complete lijst met opdrachten.

14.1 AutoPan-modus instellen

AutoPan-modus draait de AutoDome Easy II camera 360° of tussen door de gebruiker gedefinieerde grenswaarden (indien geprogrammeerd). De AutoDome Easy II camera blijft draaien tot hij door beweging van de joystick wordt gestopt.

360° draaien:

  1. Druk op ON-1-ENTER.
  2. Beweeg de joystick om het draaien te stoppen.

Linker- en rechtergrenswaarde voor het draaien instellen:

  1. Beweeg de camera naar de beginpositie en druk op SET-101-ENTER om de linkergrenswaarde in te stellen.
  2. Beweeg de camera naar de eindpositie en druk op SET-102-ENTER om de rechtergrenswaarde in te stellen.

AutoPan tussen grenswaarden starten:

  1. Druk op ON-2-ENTER.
  2. Beweeg de joystick om het draaien te stoppen.

14.2 Presets instellen

Presets zijn opgeslagen cameraposities. Presets worden opgeslagen als scènes en daardoor zijn de termen SHOT en PRESET onderling verwisselbaar.

Een preset instellen:

  1. Beweeg de camera naar de positie die u wilt opslaan.
  2. Druk op SHOT-#-ENTER waarbij # een cijfer tussen 1 en 99 kan zijn dat de camerapositie van de scène identificeert.

Een preset weergeven:

Druk op SHOT-#-ENTER waarbij # het cijfer van de scènepositie is die u wilt laten weergeven.

Een preset opslaan of wissen:

  1. Druk op SET-100-ENTER om het menu Scènes opslaan/wissen te openen.

  2. Volg de aanwijzingen op het scherm.

14.3 Prepositie-tours configureren

Een prepositie-tour beweegt de camera automatisch door een reeks presets.

De AutoDome Easy II heeft één (1) standaard geprogrammeerde tour, twee (2) playbacktours en twee (2) auto pan-modi. Tour 1 is een standaardronde waarbij de camera via een aantal presets in de ingestelde volgorde beweegt.

Een prepositie-tour starten:

  1. Stel een reeks presets in de volgorde in waarin u wilt dat de AutoDome Easy II beweegt.

  2. Druk op ON-8-ENTER om de tour te starten. De tour beweegt via de reeks presets tot deze wordt gestopt.

Een prepositie-tour stoppen:

Druk op OFF-8-ENTER of beweeg de joystick om beide soorten tours te stoppen.

Scènes aan prepositie-tour toevoegen of eruit verwijderen:

  1. Druk op SHOT-900-ENTER om het menu Add/Remove Scenes te openen.
  2. Gebruik de Focus/Iris-toetsen om de geselecteerde scène aan de tour toe te voegen of eruit te verwijderen.

De waarnemingstijd van een tour wijzigen:

  1. Druk op ON-15-ENTER om het menu Tour Periode te openen.

  2. Volg de aanwijzingen op het scherm.

14.4 De inactiviteitswerking programmeren

U kunt de AutoDome Easy II zo programmeren dat deze automatisch de bedrijfsmodus wijzigt na een periode van inactiviteit.

Toegang verkrijgen tot de inactiviteitsmodus (vergrendeld commando):

  1. Druk op OFF-90-ENTER om de commandovergrendeling uit te schakelen.
  2. Druk op ON-9-ENTER om het menu Inactiviteitsmodus te openen.
  3. Selecteer een van de volgende opties:

- Terug naar scène 1: de camerapositie terugbrengen naar de scène die het eerste in het geheugen is opgeslagen.

- Herroep vorige AUX: de camera terugzetten in de vorige bedrijfsmodus, bijvoorbeeld een prepositie-tour.

14.5 Opgenomen tours

De AutoDome Easy II is geschikt voor maximaal twee (2) opgenomen tours. Met behulp van een opgenomen tour worden gedurende maximaal 15 minuten alle handmatige camerabewegingen die tijdens de opname worden gemaakt, inclusief de draai-, kantel- en zoomsnelheden en andere wijzigingen van de objectiefinstellingen, opgeslagen. Vervolgens kunnen deze worden afgespeeld.

Tour A opnemen:

  1. Druk op ON-100-ENTER om te beginnen met het opnemen van een tour.

  2. Druk op OFF-100-ENTER om de opname te stoppen.

Opgenomen tour A afspelen:

  1. Druk op ON-50-ENTER om te beginnen met continu afspelen.

  2. Druk op OFF-50-ENTER of beweeg de joystick om het afspelen te stoppen

Tour B opnemen:

  1. Druk op ON-101-ENTER om te beginnen met het opnemen van de tour.

  2. Druk op OFF-101-ENTER om de tour te stoppen.

Opname Tour B afspelen:

  1. Druk op ON-52-ENTER om te beginnen met continu afspelen.

  2. Druk op OFF-52-ENTER of beweeg de joystick om het afspelen te stoppen.

15 Bedieningspaneelcommando's op nummer

Vergre ndeldRegeluitga ng alarmFunctiet oetsComma ndo nr.Commando Omschrijving
J On/Off 1360° scannen Auto draaien zondergrenswaarden
J On/Off 2Auto Draaien Auto draaien tussengrenswaarden
J On/Off 3 DiafragmaregelingMenu openen (automatisch, handmatig)
J On/Off 4 Focusregeling Menu openen (spot,automatisch, handmatig)
J On/Off 8Tour metActiveren/uitschakelen
J On/Off 9 InactiviteitsmodusMenu openen (Uit, Terug naar scène 1, Vorige PTZ-commando laden)
J On/Off 11 Niveau auto-iris instellenMenu Niveau auto-iris openen
On/Off 14 Snelheid van Auto Draaien en AutoScan instellenSchuifregelaar voor snelheidsregeling activeren
On/Off 15 Tijdsduur tour (waarnemings tijd) met voorkeuzeposities instellenSchuifregelaar voor regeling van de waarnemingstijd activeren
Vergre ndeldRegeluitga ng alarmFunctiet oetsComma ndo nr.CommandoOmschrijving
J J On/Off 18 AutoPivotinschakelenAutoPivot inschakelen/ uitschakelen
J On/Off 20 TegenlichtcompTegenlichtcompensatie (BLC)
J On/Off23 Elektronischesluiter:Schuifregelaar voor sluitertijd activeren
J On/Off35 WitbalansmodusMenu Wit Balans openen
J On 40Camera-instellingen herstellenVoor alle instellingen de standaardwaarden herstellen
J On/Off41 Lijnsynchronisatie-fase instellenSchuifregelaar voor regeling van de vertraging activeren
J J On/Off 42 SynchronisatiemodusOn: lijnsynchronisatie Off: Crystal
J J On/Off 43 Automatischeversterkingsregeling (AGC)AGC: On, Auto, Off
J On/Off44 ScherpteMenu Scherpteopenen
JOn GeavanceerdInstallatiemenu openen
On 47 Fabrieksinstellingen weergevenalle standaard menu-instellingen weergeven
J On/Off 50 A afspelen,continuActiveren/uitschakelen
J On/Off 51 A afspelen,eenmaligActiveren/uitschakelen
J On/Off 52 B afspelen,continuActiveren/uitschakelen
J On/Off 53 B afspelen,eenmaligActiveren/uitschakelen
J On/Off 55* Commandovergrendelen/ontgrendelenOn: vergrendeling ingeschakeldOff: vergrendeling uitgeschakeld
J J On/Off 60 On ScreenDisplayOn: inschakelenOff: uitschakelen
JOn instellenOn-Sc een Display instellen
On 62 Voorkeuze positie titel menuMenu Pre-positie titel openen. Zie Paragraaf 13.5.1 Een shot- of een sectortitel opgeven, Pagina 108.
JOn ZonetitelMenu Zonetitel openen. Zie Paragraaf 13.5.1 Een shot- of een sectortitel opgeven, Pagina 108.
On 64 AlarmstatusMenu Alarm Status openen
Off65 Alarmbevestig ingAlarm bevestigen of fysieke uitgangen uitschakelen
On 66 Softwareversie weergevenSoftwareversienummer weergeven
J J On/Off 80 Digitale zoomvergrendelenDigitale zoom in- en uitschakelen
On/Off 81 Alarmuitgang 1On: uitgang activeren Off: uitgang uitschakelen
J J On/Off 86 SectorblinderingMenu Sectorblindering openen
J J On/Off 87 PrivacymaskeringMenu Privacymaskering openen
J On/Off 90* Commandovergrendelen/ontgrendelenOn: vergrendeling ingeschakeld Off: vergrendeling uitgeschakeld
JOn Objectiefpolar iteitOn: omgekeerd Off: normaal
JOn Objectiefpolar iteitOn: omgekeerd Off: normaal
JOn Objectiefpolar iteitOn: omgekeerd Off: normaal
On/Off 100 A opnemen Activeren/uitschakelen
On/Off 101 B opnemen Activeren/uitschakelen
OntAddress, weergevenHuidig adres weergeven
Vergre ndeldRegeluitga ng alarmFunctiet oetsComma ndo nr.Commando Omschrijving
On 998 FFastAddress, alle apparatenHuidig adres weergeven en programmeren
On 999 FFastAddress, domes zonder adresAutoDome Easy II's zonder adres weergeven en programmeren
Set "1-99" VoorkeuzepositiesprogrammerenSet ##: een presetweergave programmeren
Shot "1-99" Voorkeuzepositie ladenShot ##.: een preset laden
Set 100 MenuMenu Voorkeuzepositie openen
Set/Shot101 Linkergrenswaarde Auto draaienSet: linkergrenswaarde programmeren Shot: grenswaardetonen
Set/Shot102 Rechtergrenswaarde Auto draaienSet: rechtergrenswaarde programmeren Shot: grenswaardetonen
Set 110 Fabrieksinstellingen van draai/kantel-beginpositieSet: beginpositie opnieuw kalibreren
Vergre ndeldRegeluitga ng alarmFunctiet oetsComma ndo nr.Commando Omschrijving
J Set 8999 ALLESresettenVoor alle instellingen de standaardwaarden herstellen en alle gebruikersspecifieke instellingen verwijderen
Shot900Tour bewerkenMenu Add/Remove van tour openen
Set/ Shot901-999Een prepositie-scène toevoegen aan/ verwijderen uit Tour 1Set ####: preset toevoegen Shot ####: preset verwijderen
*Commando's hebben dezelfde functie Aux 55 die voor oudere Allegiant systemen vereist is.

16 Preventief onderhoud

Met het volgende schema voor preventief onderhoud kunt u kleine problemen opsporen en oplossen voordat zich ernstige storingen aan de apparatuur voordoen. Voer regelmatig de volgende taken uit:

  • Controleer alle verbindingskabels op schade.
  • Maak de behuizing schoon met een vochtige, schone doek.
  • Maak de dome/vensters schoon met een goedgekeurde polycarbonaatreiniger (Novus LEXAN cleaner-plastic polish).
  • Controleer of alle bevestigingsmiddelen zijn afgeschermd.

Houd bij het schoonmaken van de domekoepel de volgende waarschuwing in acht:

  • Gebruik geen oplossingen op alcoholbasis om de koepel schoon te maken. Dat veroorzaakt een melkachtige verkleuring en op langere termijn materiaalmoeheid, zodat de koepel bros wordt.
  • Gebruik voor het schoonmaken van de koepel geen schurende schoonmaakmiddelen of schoonmaakmiddelen met een hoog alkalinegehalte.
  • Schrap de koepel niet af met scheermesjes of andere scherpe voorwerpen.
  • Gebruik voor het schoonmaken van de koepel geen benzeen, benzine, aceton of tetrachloormethaan.
  • Maak de koepel niet schoon in rechtstreeks zonlicht of op erg hete dagen.

De koepel bevestigen

Bij aflevering van de AutoDome Easy II is de koepel vastgemaakt aan het bovenste deel van de behuizing. Bosch raadt aan de koepel niet los te maken van de behuizing. Als zich echter een situatie voordoet waarin de koepel moet worden verwijderd, gebruik dan een Torx T-10 schroevendraaier om de drie schroeven vast te schroeven op het bovenste deel van de behuizing met een aanhaalmoment van 5 in.-lbs.

17 Probleemoplossing

Raadpleeg het volgende schema, wanneer er problemen opduiken bij het bedienen van uw AutoDome Easy II camera. Neem contact op met een geautoriseerd technicus wanneer u het probleem met behulp van onderstaande tabel niet krijgt opgelost.

Probleem Controleer
Buitenring moet worden verwijderd.Maak gebruik van een schroevendraaier met platte kop om de klemmen naar buiten te duwen en tegelijkertijd voorzichtig de rand van de buitenring naar beneden te duwen.
Het scherm blijft leeg.Zijn het netsnoer en de kabel tussen de camera en de monitor correct aangesloten?
Het beeld op het scherm is wazig.Is het objectief vuil? Zo ja, maakt het objectief schoon met een zachte, schone doek.
Het contrast op het scherm is te laag.Pas de contrastinstellingen van de monitor aan. Wordt de camera blootgesteld aan fel licht? Zo ja, wijzig de camerapositie.
Het beeld op het scherm knippert.Staat de camera direct op de zon of op fluorescerend licht gericht? Zo ja, wijzig de camerapositie.
Het beeld op het scherm is vervormd.Is de voedingsfrequentie correct gesynchroniseerd? Wanneer de voedingsfrequentie niet correct is ingesteld, kan de synchronisatiemodus van lijnsynchronisatie niet worden gebruikt. Stel de synchronisatiemodus in op de INT.NTSC model-voedingsfrequentie in LL-modus: 60 Hz.

17.1 Werking en besturing van de AutoDome Easy II IP

Storing Mogelijke oorzaken Aanbevolen oplossing
Geen verbinding tussen het apparaat en het terminalprogramma.Onjuiste kabelaansluitingen.Controleer alle kabels, stekkers, contacten, aansluitklemmen en aansluitingen.
De seriële interface van de computer is niet aangesloten.Controleer de andere seriële interface.
Interfaceparameters komen niet overeen.Kies zo nodig een andere interface en controleer of de parameters van de interface van de computer overeenkomen met die van het apparaat. Probeer het met de volgende standaardparameters: 19.200 baud, 8 databits, geen pariteit, 1 stopbit. Koppel vervolgens het apparaat los van de voeding en sluit het na enkele seconden opnieuw aan.
Storing Mogelijke oorzaken Aanbevolen oplossing
Geen beeldtransmissie naar externe bedienpost.Camera-fout. Sluit eenplaatselijke monitor aan op de camera en controleer of de camera werkt.
Probleem met kabelaansluitingen.Controleer alle kabels, stekkers, contacten en aansluitingen.
Onjuiste encoderstreameigenschap ingesteld voor verbinding met hardwaredecoder.Selecteer de optie H.264 BP+ (HW-decoder) op de configuratiepagina Encoderstreams.
Geen verbinding, geen beeldtransmissie.De configuratie van het apparaat.Controleer alle configuratieparameters.
Foutieve installatie. Concontroleer alle kabels, stekkers, contacten en aansluitingen.
Onjuist IP-adres. Controleer de IP-adressen (terminalprogramma).
Geen goede datatransmissie binnen het LAN.Controleer de datatransmissie met ping.
Het maximumaantal verbindingen is bereikt.Wacht tot er een verbinding vrij is en maak opnieuw contact met de zender.
Geen audiotransmissie naar externe bedienpost.Hardwarestoring. Controleer of alle aangesloten audioapparaten goed functioneren.
Probleem met kabelaansluitingen.Controleer alle kabels, stekkers, contacten en aansluitingen.
Onjuiste configuratie.Controleer de audioparameters op de pagina's Audio-configuratie en LIVEPAGE-functies.
De audioverbinding voor spraak is al gereserveerd door een andere ontvanger.Wacht tot de verbinding vrij is en maak opnieuw contact met de zender.
Het apparaat meldt geen alarm.Alarmbron niet geselecteerd.Stel mogelijke alarmbronnen in op de configuratiepagina Alarmingangen.
Geen alarmrespons ingesteld.Specificeer de gewenste alarmrespons op de configuratiepagina Alarmverbindingen. Wijzig indien nodig het IP-adres.
Bediening van camera's of andere apparatuur is niet mogelijk.De kabelaansluiting tussen de seriële interface en het aangesloten apparaat is niet juist.Controleer alle kabelaansluitingen en of alle stekkers goed zijn aangesloten.
De interfaceparameters komen niet overeen met die van het andere aangesloten apparaat.Zorg ervoor dat de instellingen van alle betrokken apparatuur compatibel zijn.
Het apparaat werkt niet meer na een firmware-update.Stroomstoring tijdens het programmeren van het firmwarebestand.Laat het apparaat controleren door de klantenservice en vervang het indien nodig.
Onjuist firmwarebestand.Voer in uw webbrowser het IP-adres van de unit in, gevolgd door /main.htm en herhaal het uploaden.
Tijdelijke aanduiding met een rood kruis in plaats van de ActiveX-componenten.JVM niet geïnstalleerd op uw computer of niet geactiveerd.Installeer Sun JVM vanaf de product-cd.
Webbrowser bevat lege velden.Actieve proxyserver in netwerk.Maak een regel in de proxy-instellingen van de lokale computer om lokale IP-adressen uit te sluiten.

18 BVIP firmware-updates

De AutoDome Easy II IP is voorzien van een netwerk-videoserver in de IP-module. De belangrijkste functie van de server is het coderen van video- en besturingsgegevens voor verzending via een TCP/IP-netwerk. De AutoDome Easy II IP stelt een operator tevens in staat om de BVIP-firmware te updaten via het TCP/IP-netwerk.

De recentste BVIP-firmware is beschikbaar op de website van Bosch Security Systems. U downloadt het servicepack als volgt van internet: ga naar www.boschsecurity.us, klik op de CCTV-koppeling, klik daarna op Cameras, PTZ en ga naar de productpagina voor de AutoDome Easy II IP. Klik daarna op de tab Software op de productpagina.

De voorkeursmethode voor het updaten van een AutoDome Easy II IP is via een rechtstreekse verbinding tussen de camera en een pc. Bij deze methode wordt de Ethernet-kabel van de camera rechtstreeks aangesloten op de Ethernet-poort van een pc.

Als de rechtstreekse verbindingsmethode niet praktisch is, kunt u de AutoDome Easy II IP ook updaten via een LAN (Local Area Network). U kunt de AutoDome Easy II IP echter niet updaten via een WAN (Wide Area Network) of via Internet.

18.2 Het firmware-updateproces starten

Volg deze procedure om verbinding te maken met uw AutoDome Easy II IP en naar de pagina Firmware bijwerken.

  1. Start Internet Explorer en typ het IP-adres voor de AutoDome Easy II IP in de adresbalk en klik op Ga. Internet Explorer opent de Livepage-weergave.
  2. Klik op de koppeling INSTELLINGEN in het bovenste gedeelte van de pagina.
  3. Klik op de koppeling Service in het linkerdeelvenster.
  4. Klik op de koppeling Onderhoud onder de koppeling Service.
  5. Klik op de knop Zoeken en navigeer naar het firmwarebestand (*.fw). Klik op OK.
  6. Klik op de knop Uploaden.
  7. Klik bij de waarschuwingsmelding op OK om door te gaan met het uploaden van de firmware, of klik op Annuleren om het uploaden af te breken.

Tijdens het uploaden van de firmware wordt een voortgangsbalk weergegeven.

Opmerking: als de voortgangsbalk 100% heeft bereikt, wordt de resetpagina geopend. Wacht tot de activiteit van de resetpagina is voltooid.

waarnemingstijd instellen 123

aanpassen

helderheid 105

verticale positie 105

aansluiten

voeding 64, 65, 66

aantal verbindingen 78

AES 98

afspelen

opname A 125

opname B 125

afstelling

AutoDome richting 103

Alarm Inst., menu

bewaakt NC-contact 112

bewaakt NO-contact 112

spanningsloos NO-contact 112

alarmingangen

niet-bewaakt 69

normaal gesloten niet-bewaakt 70

normaal open niet-bewaakt 69

alarmstatus 120

alarmuitgangen 71

open collectoruitgang 71

apparaatnaam 86

apparaten

DVR 20

multiplexer 20

Auto Focus 100

AutoBaud 110

AutoDome

richting 103

auto-iris 100

Beeldsensoren 22, 33, 44, 52

bestanden

JPEG 74

MPEG-4 75

beveiligingstoegang 120

bewaakt NC-contact 112

bewaakt NO-contact 112

Bilinx 110

BIST 120

Browservenster 78

C

camera

OSD 105

selectie 79

Camera Inst., menu

AutoSensUp maximum 98

AWB vasthouden 96

kabelcompensatie 99

Line Lock vertraging 98

line lock-vertraging 98

scherpte 97

shutter 98

synchronisatiemenu 97

tegenlichtcompensatie 98

verlengde ATW 96

Wit Balans 96

witbalans binnen 96

witbalans buiten 96

CAT-5E 67

CAT-6 67

gebruikerscommando's 122

inactiviteitswerking 124

niet vergrendeld 122

OFF-90-ENTER 124

ON-9-ENTER 124

Opname instellen 81, 83

Opname tonen 81

opslaan 123

Preset 122

preset 83, 122, 123

Set 122

SET-100-ENTER 123

tours opnemen 124

wissen 123

commandonummers 81

Communicatie Inst., menu

AutoBaud 110

baudrate 110

Bilinx 110

conduit clamp 54

configuratiemodus 85

fysieke uitgangen 113

regels 115

DHCP-server 89

diafragmasnelheid 100

diagnose 120

Diagnose, menu

alarmstatus 120

Beveiligings Toegang 120

BIST 120

CTFID Toegang 120

homing gebeurtenis 121

homing mislukt 121

interne temp 120

temp te hoog 120

temperatuur te laag 120

videoverliesgebeurtenissen 121

Dibos 75

digitale zoom 101

DirectX 75

dual streaming 74

DVR 20

F

focussnelheid 100

fysieke ingangen 112

fysieke ingangen definiëren 112

G

gateway 90

gateway-adres 77

gebeurtenissenlogboek 81

gebruikerscommando's 122

gebruikersnaam 87

gipsplatenplafond 23

H

handmatig

iris 100

homing 72

gebeurtenissen 121

mislukt 121

I

identificatie 86

IEE 802.3af 67

IGMP V2 74

inactiviteit 102

modus 124

openen 124

tijdsduur 103

werking 124

Inactiviteitmodus, menu 124

inbouwmontage 45

ingangen (1-7) 112

Ingangs Inst. 112

ingebouwde zelftest 120

Installatiemenu 92

Alarmen 94

Camera 93

Communicatie 94

Diagnose 94

Display 94

Lens 93

maximale versterking 97

PTZ 94

Taal 94

versterkingsregeling 96

installeren

gipsplatenplafond 23

voedingskabels 62

instellingen

AutoDome richting 103

AutoPan 122

helderheid 105

inactiviteitsmodus 124

prepositie-tour 123

preset 122

regels 115

scherpte 97

verticale positie 105

interne temp 120

IP 73

adres 77, 89

alarm 80

codering 74

dual streaming 74

gateway-adres 77

module 73

momentopnamen 74

multicast 74

opnemen 74

poort 77

subnetmasker 77

systeemeisen 75

J

JPEG 74

K

kabel

Ethernet 76

kabelcompensatie 99

kabels

alarm 62

besturing 62

video 62

voeding 62

L

Lens Inst., menu 99

Auto Focus 100

Auto Iris 100

constante iris 100

Digitale Zoom 101

Focus Snelheid 100

handmatige iris 100

Iris Snelheid 100

Max Zoom Snelheid 101

line lock 98

M

maximale zoomsnelheid 101

Menu Alarm Inst. 94, 111

ingangsinstellingen 112

menu Alarm Inst.

ingangen (1-7) 112

Menu Camera Inst. 93, 95

Menu Communicatie Inst. 94, 109

Menu Diagnose 119

menu Diagnose 94

Menu Lens Inst. 93

Menu PTZ Inst. 101

Menu Taal 94

menu Uitgangs Inst. 112

Menu Weergave Inst. 94, 104

menu's

Alarm Inst. 111

Camera Inst. 95

Communicatie Inst. 109

Diagnose 119

Inactiviteitsmodus 124

Lens Inst. 99

PTZ Inst. 101

Regel Setup 114

Taal 118

Tour Periode 123

Uitgangs Inst. 112

Weergave Inst. 104

momentopnamen 74, 84

monteren

opbouwmontage 29

voet 29

mounting plate 59

MPEG ActiveX 75

MPEG-4 75

multicast 74

multiplexer 20

N

Navigatie 86

NC-circuit 113

netwerk 89

baudrate 110

Ethernet-kabel 76

gateway-adres 77

IGMP V2 74

IP 73

IP-adres 77

poort 77

subnetmasker 77

TCP/IP 73

UDP 74

niet-bewaakte alarmen 69

NO-circuit 113

0

Objectiefinstellingen, menu niveau auto-diafragma 100

OFF-90-ENTER 124

Omschrijving 3, 44

ON-9-ENTER 124

on-screen display 92

opnieuw opgestart 121

opslagmedium 91

OSD 92, 105

P

beeld stilzetten 103

standaard 123

Preset

Set 122

weergeven 123

preset 83, 122

opslaan 123

wissen 123

privacy masking 106

privacymaskering 106

profielen 90

protocol

Bilinx 110

IGMP V2 74

TCP/IP 73

UDP 74

PTZ

vaste snelheid 102

PTZ Inst. 94

AutoDome richting 103

PTZ Inst., menu

Autopan 102

Autopivot 103

AutoScan 102

Inact. Periode 103

inactiviteit 102

PTZ vaste Snelheid 102

scène 1 102

vorige Aux 102

PTZ Inst., menu.

beeld bevriezen op prepositie 103

R

regel

alarmrelais 117

Aux Aan 117

Aux aan 117

Aux uit 117

ingang 117

ingeschakeld 116

OSD 117

Shot 117

status 115

uitgang 117

verzenden 117

volgt 117

regel (1-12) 115

Regel Setup., menu 114

regelen

beeldgebied 80

Regelinst., menu

regel (1-12) 115

regels 115

relais 71

rules

for safety 3, 19

S

safety 3, 19

scène 1 102

scherpte 97

SensUp 98

Set, commando 122

SET-100-ENTER 123

sluitermodus 98

sluitertijd 98

SNTP-server 88

software

DirectX 75

spanningsloos NO-contact 112

standaardtour

menu Tour Periode 123

waarnemingstijd instellen 123

subnetmasker 77, 89

synchronisatiemodus 97

crystal 97

line lock 97

synchroniseren 88

systeemlogboek 81

T

Taal, menu 118

TCP/IP 73

te hoge temperatuur

drempel 120

te lage temperatuur

drempel 120

gebeurtenissen 120

tegenlichtcompensatie 98

temp te hoog 120

tijd 88

tijdserver 88

IP-adres 88

protocol 88

tijdsignaal 88

titels

helderheid 105

OSD 105

verticale positie 105

toetsenpaneel 82

tour

prepositie 123

stoppen 123

tour 1 123

tour 2 123

tour 1

tijdsduur 102

Tour Periode, menu 123

U

UDP 74

uitgangen (1-3) 113

Uitgangsinst., menu

uitgangen (1-3) 113

Uitgangsinstellingen, menu

NC-circuit 113

NO-circuit 113

uitgangen (1-3) 113

unit-identificatie 86

unit-naam 86

unittijd 88

UTP CAT-5 67

V

verlengde ATW 96

versterking 96

versterkingsregeling

maximaal niveau 97

videosequenties opnemen 84

videoverliesgebeurtenissen 121

VIDOS 75

VIP XD 75

voorbereiden

gipsplatenplafond 23

vorige Aux 102

W

waarnemingstijd 123

wachtwoord 78, 87

weergave

titels 105

Weergave Inst., menu

Camera OSD 105

display aanpassen 105

privacy masking 106

zone maskeren 106

weergeven

on-screen menu's 81

presettitels 105

reactie-informatie van de

camera 105

zonetitels 105

witbalans 96

witbalans binnen 96

witbalans buiten 96

Z

zone maskeren 106

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : AutoDome Easy II IP

Categorie : Bewakingscamera