YAMAHA SR400 - Motorfiets

SR400 - Motorfiets YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SR400 YAMAHA in PDF-formaat.

📄 88 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice YAMAHA SR400 - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Merk Yamaha
Model SR400
Type Motorfiets
Motor 399 cc, luchtgekoelde eencilinder, 4-takt
Vermogen ca. 27 pk (20 kW)
Koppel ca. 28 Nm
Transmissie 5-versnellingsbak
Startsysteem Kickstarter (geen elektrische starter)
Brandstofsysteem Carburateur (Mikuni BS38)
Brandstoftank 12 liter
Voorvering Telescoopvork, 35 mm
Achtervering Dubbelzijdige schokdempers, instelbaar
Voorrem Schijfrem, 320 mm
Achterrem Trommelrem, 160 mm
Bandenmaat voor 18 inch
Bandenmaat achter 18 inch
Wielbasis 1410 mm
Zithoogte 775 mm
Gewicht (droog) ca. 152 kg
Max. snelheid ca. 130 km/u
Inhoud olie 2,5 liter (met filter)
Onderhoud Regelmatig olie verversen, kleppen stellen, carburateur afstellen
Leveringsomvang Gebruiksaanwijzing, onderhoudsschema

Veelgestelde vragen - SR400 YAMAHA

Hoe start ik de Yamaha SR400 zonder elektrische starter?
De SR400 heeft een kickstarter. Zet de brandstofkraan open, geef wat gas, trek de choke, en trap de kickstarter stevig in. Zorg dat de motor in neutraal staat.
Wat is de juiste olie voor de SR400?
Gebruik 10W-40 of 20W-50 motorolie voor luchtgekoelde motoren. Ververs elke 3000 km of jaarlijks. Capaciteit: 2,5 liter met filter.
Hoe stel ik de kleppen af op de SR400?
Klepspeling: inlaat 0,08 mm, uitlaat 0,10 mm (koud). Gebruik een voelermaat. Stel in op 4- en 8-cijfer markeringen nokkenas.
Wat is de bandenspanning voor de SR400?
Voor: 2,0 bar, achter: 2,2 bar. Controleer bij koude banden. Pas aan voor belading.
Hoe onderhoud ik de accu van de SR400?
De SR400 heeft een 12V loodzuuraccu. Controleer waterniveau (indien niet onderhoudsvrij) en laad met een druppellader bij stalling.
Welk bougiegap is vereist?
Gebruik NGK BP7ES of DPR8EA-9. Elektrodenafstand: 0,8-0,9 mm. Vervang elke 10.000 km.
Waarom slaat mijn SR400 af tijdens het rijden?
Mogelijke oorzaken: verstopt brandstoffilter, carburateur onbalans, luchtlek in inlaatspruitstuk, of versleten bougie. Controleer deze onderdelen.
Hoe stel ik de carburateur af?
Stel de stationairschroef af naar een stabiel toerental van 1000-1200 tpm. Mengschroef: 2,5 slagen uit. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor details.
Wat is de maximale belading van de SR400?
Maximaal totaalgewicht (rijder+passagier+bagage) ca. 220 kg. Overschrijden niet aanbevolen voor veiligheid.
Hoe vaak moet ik de ketting onderhouden?
Smeer de ketting elke 500 km of na regen. Spanning: 20-30 mm speling (middelpunt tussen voor- en achtertandwiel). Vervang bij te veel slijtage.

Gebruikersvragen over SR400 YAMAHA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SR400 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SR400 van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING SR400 YAMAHA

Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze chine gaat gebruiken.

HANDLEIDING

SR

SR400

2RD-F8199-D0

DAU46090

⚠ Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij de machine te blijven als deze wordt verkocht.

DAU10103

Welkom in de wereld van Yamaha!

Als eigenaar van de SR400 profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van het ontwerpen en fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.

Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw SR400. De Handleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de machine en beschrijft hoe u uzelf en anderen kunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.

Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw machine in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzel dan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.

Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe. En vergeet niet, veiligheid voor alles!

Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn van kleine tegenstrijdigheden tussen uw machine en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recente productinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.

DWA10032

WAARSCHUWING

Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat gebruiken.

BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING

DAU10134

Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:

Dit is het Safety Alert-symbol. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico's op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.
Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan resulteren in ernstig letsel of overlijden.
LET OPDe aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om schade aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.
OPMERKINGDe aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.

*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.

BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING

DAU36391

SR400

HANDLEIDING

©2013 door Yamaha Motor Co., Ltd.

1e uitgave, Oktober 2013

Alle rechten voorbehouden.

Elke vorm van herdruk

of onbevoegd gebruik

zonder schriftelijke toestemming van

Yamaha Motor Co., Ltd.

is uitdrukkelijk verboden.

Gedrukt in Nederland.

INHOUDSOPGAVE

VEILIGHEIDSINFORMATIE...... 1-1

BESCHRIJVING 2-1

Aanzicht linkerzijde.... 2-1

Aanzicht rechterzijde 2-2

Bedieningen en instrumenten...... 2-3

WERKING VAN DE

BEDIENINGSELEMENTEN EN

INSTRUMENTEN 3-1

Contactslot/stuurslot 3-1

Controle- en waarschuwingslampjes .... 3-2

Snelheidsmeterunit.... 3-3

Toerenteller 3-3

Stuurschakelaars.... 3-4

Koppelingshendel 3-5

Schakelpedaal 3-5

Remhendel 3-6

Rempedaal 3-6

Tankdop.... 3-6

Brandstof 3-7

Tankbeluchtingsslang/ overloopslang.... 3-8

Uitlaatkatalysator 3-9

Brandstofkraan 3-9

Kickstarter.... 3-10

Starten van de motor.... 5-1

Startproblemen.... 5-2

Schakelen 5-2

Tips voor een zuinig brandstofverbruik 5-3

Inrijperiode 5-3

Parkeren.... 5-4

PERIODIEK ONDERHOUD EN

AFSTELLINGEN 6-1

Boordgereedschapset 6-2

Periodiek onderhoudsschema voor het uitstootcontrolesysteem ...... 6-3

Algemeen smeer- en onderhoudsschema 6-4

Het framepaneel verwijderen en aanbrengen.... 6-8

Bougie controleren 6-9

Motorolie en oliefilterelement ...... 6-10

Het luchtfilterelement vervangen... 6-13

Stationair toerental controleren ..... 6-14

De vrije slag van de gasgreep controleren.... 6-14

Klepspeling 6-14

Banden 6-15

Spaakwielen 6-17

Vrije slag van koppelingshendel afstellen 6-17

Vrije slag van remhendel afstellen 6-18

De hoogte en vrije slag van het rempedaal afstellen 6-18

Schakelpedaal controleren ...... 6-20

Remlichtschakelaars.... 6-20

Controleren van voorremblokken en achterremschoenen 6-20

Controleren van remvloeistofniveau .... 6-21

Remvloeistof verversen 6-22

Spanning aandrijfketting 6-22

Aandrijfketting reinigen en smeren 6-24

Kabels controleren en smeren..... 6-24

Controleren en smeren van gasgreep en gaskabel 6-25

Rem- en koppelingshendels controleren en smeren ...... 6-25

Rempedaal controleren en smeren 6-26

Middenbok en zijstandaard controleren en smeren ...... 6-26

Achterbrugscharnierpunten smeren 6-27

Voorvork controleren 6-27

INHOUDSOPGAVE

Stuursysteem controleren 6-28

Controleren van wiellagers...... 6-28

Accu 6-28

Zekeringen vervangen.... 6-29

Koplampgloeilamp vervangen ..... 6-31

Gloeilamp in remlicht/achterlicht vervangen 6-32

Gloeilamp in richtingaanwijzer vervangen 6-33

Parkeerlichtgloeilamp vervangen 6-34

Voorwiel.... 6-35

Achterwiel.... 6-37

Problemen oplossen.... 6-38

Storingzoekschema.... 6-40

VERZORGING EN STALLING VAN

DE MOTORFIETS 7-1

Matkleur, let op.... 7-1

Verzorging 7-1

Stalling.... 7-3

SPECIFICATIES 8-1

GEBRUIKERSINFORMATIE.... 9-1

Identificatienummers 9-1

INDEX 10-1

YAMAHA SR400 - VERZORGING EN STALLING VAN - 1

VEILIGHEIDSINFORMATIE

DAU1028B

Wees een verantwoordelijke eigenaar

Als eigenaar van de machine bent u verantwoordelijk voor de veilige en juiste bediening ervan.

Motorfietsen zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassing van de juiste rijtechnieken en de ervaring van de bestuurder van belang. Elke bestuurder moet bekend zijn met de volgende vereisten alvorens met deze motorfiets te gaan rijden.

Hij of zij moet:

  • Door een competente informatiebron grondig zijn ingelicht over alle aspecten van het motorrijden.
  • Zich houden aan de waarschuwingen en onderhoudseisen zoals vermeld in deze Gebruikershandleiding.
  • Grondig getraind zijn in veilige en correcte rijtechnieken.
  • Gebruikmaken van professionele technische service, zoals aangegeven in deze Gebruikershandleiding en/of wanneer de mechanische condities dit vereisen.
  • Ga nooit rijden met een motorfiets zonder passende rijopleiding of instructies. Neem rijlessen. Beginners

moeten les krijgen van een gediplomeerd instructeur. Neem contact op met een bevoegde motorfietsdealer voor informatie over rijlessen bij u in de buurt.

Veilig rijden

Voer vóór elke rit de controles voor het rijden uit om u ervan te verzekeren dat de machine in veilige staat verkeert. Onvoldoende inspectie of onderhoud van de machine vergroot het risico op ongeval of schade. Zie pagina 4-1 voor een lijst met controles voor het rijden.

  • Deze motorfiets is gebouwd voor het vervoer van de bestuurder plus een passagier.
  • Het niet opmerken en herkennen van motorfietsen door andere weggebruikers vormt de belangrijkste oorzaak van auto-/motorongevallen. Vaak worden ongevallen veroorzaakt doordat een autobestuurder de motor niet heeft gezien. Zorg dat u opvalt, dat blijkt het meest effectief om het risico op een dergelijk type ongeval te verminderen.

Dus:

  • Draag een jack in felle kleuren.
  • Wees extra voorzichtig bij het nade- ren en passeren van kruisingen,

daar doen ongelukken met motorfietsen zich namelijk het meest voor.

  • Ga daar rijden waar andere weggebruikers u kunnen zien. Ga niet rijden in de dode zichthoek van een andere weggebruiker.
  • Pleeg nooit onderhoud aan een motorfiets zonder voldoende kennis. Neem contact op met een bevoegde motorfietsdealer voor informatie over het basisonderhoud van een motorfiets. Bepaalde onderhoudswerkzaamheden kunnen alleen worden uitgevoerd door gediplomeerd personeel.

- Bij veel ongevallen zijn onervaren bestuurders betrokken. Veelal zijn bestuurders die bij een ongeval betrokken waren zelfs niet in het bezit van een geldig motorrijbewijs.

- Zorg dat u bekwaam bent om te rijden en leen uw motorfiets alleen uit aan ervaren motorrijders.

- Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uw beperkingen helpt u ongelukken voorkomen.

- We raden aan om het motorrijden te oefenen op plekken waar geen verkeer is, totdat u grondig bekend

bent met de motor en zijn bedie- ning.

  • Ongelukken worden vaak veroorzaakt door een fout van de motorbestuurder. Veel bestuurders houden bij het ingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoende schuinliggen voor de rijsnelheid, waardoor ze wijd uit de bocht komen.
  • Neem altijd de maximumsnelheid in acht en rijd nooit sneller dan de wegcondities en het verkeer toestaan.
  • Geef altijd richting aan voordat u afslaat of van rijstrook wisselt. Zorg dat andere weggebruikers u kunnen zien.
  • De zithouding van de bestuurder en de passagier is belangrijk voor een goede besturing.
  • De bestuurder moet tijdens het rijden beide handen aan het stuur houden en beide voeten op de bestuurdersvoetsteunen, om zo de macht over het stuur te behouden.
  • De passagier hoort steeds de bestuurder, de zadelband of de handgreep, indien aanwezig, met beide handen vast te houden en beide voeten op de passagiersvoetsteunen te houden. Neem nooit een

passagier mee die niet in staat is om beide voeten stevig op de passagiersvoetsteunen te zetten.

  • Rijd nooit onder invloed van alcohol of andere drugs.
  • Deze motorfiets is uitsluitend ontworpen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik.

Beschermende uitrusting

Motorongelukken met dodelijke afloop betreffen meestal hoofdletsel. Het dragen van een helm is de belangrijkste factor bij het voorkomen of reduceren van hoofdletsel.

  • Draag altijd een goedgekeurde helm.
  • Draag ook een vizier of een veiligheidsbril. Zonder oogbescherming kan uw zicht door de rijwind verslechteren, waardoor u gevaren mogelijk te laat opmerkt.
  • Door een jack, stevige schoenen, een lange broek, handschoenen e.d. te dragen verkleint u de kans op schaafwonden of ontvellingen.
  • Draag nooit loszittende kleding, deze kan blijven haken aan bedieningshandgrepen of door de wielen worden gegrepen en zo een ongeval of letsel veroorzaken.
  • Draag altijd beschermende kleding die

uw benen, enkels en voeten bedekt. De motor en het uitlaatsysteem kunnen tijdens en na het rijden zeer heet zijn en brandwonden veroorzaken.

- De hierboven vermelde voorzorgsmaatregelen gelden ook voor passagiers.

Voorkom koolmonoxidevergiftiging

De uitlaatgassen van verbrandingsmotoren bevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofdpijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid, verwarring en uiteindelijk de dood veroorzaken.

Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos, smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijn als u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Het koolmonoxideniveau kan zeer snel oplopen, waardoor u het bewustzijn kunt verliezen en uzelf niet meer kunt redden. In afgesloten of slecht geventileerde ruimtes kunnen dodelijke hoeveelheden koolmonoxide dagenlang blijven hangen. Als u symptomen van koolmonoxidevergiftiging ervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk, ga naar de open lucht en ROEP MEDI-SCHE HULP IN.

- Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatoren of open ramen en deuren kan de hoe-

YAMAHA SR400 - Voorkom koolmonoxidevergiftiging - 1

VEILIGHEIDSINFORMATIE

veelheid koolmonoxide snel oplopen tot gevaarlijke niveaus.

  • Laat de motor niet draaien in slecht geventileerde of deels afgesloten ruimtes zoals schuren of garages.
  • Laat de motor niet buiten draaien op plaatsen waar de uitlaatgassen in een gebouw kunnen worden getrokken via openingen zoals ramen en deuren.

Beladen

Het monteren van accessoires of het vervoer van bagage kan een negatief effect hebben op de rijstabiliteit en het weggedrag als hierdoor de gewichtsverdeling van de motor verandert. Wees uiterst voorzichtig bij het monteren van accessoires of het beladen van uw motor, om zo mogelijke ongevallen te vermijden. Pas extra op wanneer u op een motor rijdt die beladen is of waaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie over accessoires enkele richtlijnen voor het beladen van uw motorfiets:

Het totale gewicht van de bestuurder, passagier, accessoires en bagage mag de maximale gewichtslimiet niet overschrijden.

Rijden met een te zwaar belaste machine kan leiden tot een ongeval.

Maximale belasting: 150 kg (331 lb)

Let op het volgende wanneer u tot deze gewichtslimiet belaadt:

  • Het zwaartepunt van bagage en accessoires moet zo laag mogelijk liggen en zo dicht mogelijk bij de motor. Bevestig zware goederen zo dicht mogelijk bij het midden van de machine en verdeel het gewicht zo gelijkmatig mogelijk over beide zijden om onbalans of instabiliteit te minimaliseren.
  • Als gewicht gaat schuiven kan zich een plotselinge onbalans voordoen. Controleer voordat u gaat rijden of accessoires en bagage stevig aan de motor zijn bevestigd. Controleer de bevestigingspunten voor accessoires en bagage regelmatig.
  • Pas de vering aan de te vervoeren bagage aan (alleen voor modellen met instelbare vering) en controleer de toestand en spanning van uw banden.
  • Bevestig nooit omvangrijke of zware goederen aan het stuur, de voorvork of het voorwielspatbord. Dergelijke voorwerpen, inclusief bagage als slaapzakken, plunjezakken of tenten, kunnen een instabiel

weggedrag of een te trage reactie op het stuur veroorzaken.

- Deze machine is niet ontworpen voor het trekken van een aanhanger of bevestiging van een zijspan.

Originele Yamaha accessoires

De keuze van accessoires voor uw machine vormt een belangrijke beslissing. Originele Yamaha accessoires, die alleen verkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijn door Yamaha ontwikkeld, getest en goedgekeurd voor gebruik op uw machine.

Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aan Yamaha produceren onderdelen en accessoires of bieden aanpassingssets voor Yamaha voertuigen. Yamaha kan niet alle producten testen die deze bedrijven produceren. Om die reden kan Yamaha accessoires die niet door Yamaha zijn verkocht of wijzigingen die niet door zijn Yamaha zijn aangeraden niet goedkeuren of aanbevelen, zelfs niet als deze zijn verkocht en geïnstalleerd door een Yamaha dealer.

In de handel verkrijgbare onderdelen, accessoires en aanpassingssets

Hoewel er producten verkrijgbaar zijn die qua ontwerp en kwaliteit sterk lijken op originele Yamaha accessoires, dient u te beseffen dat sommige in de handel

verkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijke veiligheidsrisico's voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbare producten of het verrichten van aanpassingen die de ontwerp- of bedieningskenmerken van uw machine wijzigen kan het risico op ernstig letsel of overlijden van uzelf of anderen vergroten. U bent verantwoordelijk voor letsel dat voortvloeit uit wijzigingen aan de machine.

Volg bij de montage van accessoires de onderstaande richtlijnen en die vermeld onder het kopje "Beladen".

- Monteer nooit accessoires en vervoer nooit bagage als deze een nadelige invloed hebben op de prestaties van uw motor. Inspecteer het accessoire zorgvuldig alvorens het te gebruiken om te waarborgen dat het de grondspeling of de hellinghoek op geen enkele manier vermindert, de veerweg, de stuuruitslag of de bediening niet beperkt en geen lampen of reflectors afdekt.

- Accessoires die aan of nabij het stuur of de voorvork zijn gemonteerd zullen mogelijk instabiliteit veroorzaken door een foutieve gewichtsverdeling of door aerodynamische effecten. Accessoires aan het stuur of nabij de voorvork

moeten zo licht mogelijk zijn en tot een minimum worden beperkt.

- Omvangrijke accessoires kunnen door hun aerodynamisch effect van invloed zijn op de rijstabiliteit van de motor. De motor kan door rijwind worden opgetild of bij zijwind instabiel worden. Zulke accessoires kunnen ook instabiliteit veroorzaken terwijl u grote voertuigen inhaalt of door deze wordt ingehaald.

- Sommige accessoires dwingen de bestuurder om een andere dan de normale zitpositie in te nemen. Zo'n verkeerde zitpositie beperkt de bewegingsvrijheid van de bestuurder en kan een comfortabele bediening hinderen, zodat we dergelijke accessoires sterk afraden.

- Wees voorzichtig bij het aanbrengen van elektrische accessoires. Als elektrische accessoires de capaciteit van het elektrisch systeem van de motorfiets te boven gaan, kan zich een gevaarlijke elektrische storing voordoen waardoor de verlichting of de motor uitvalt.

In de handel verkrijgbare banden en vel-gen

De banden en velgen die bij uw motorfiets

werden geleverd, zijn ontworpen om de mogelijkheden van de motorfiets te ondersteunen en bieden de beste combinatie van rijprestaties, remvermogen en comfort. Andere banden, velgen, maten of combinaties zijn mogelijk niet geschikt. Zie pagina 6-15 voor bandenspecificaties en meer informatie over het vervangen van uw banden.

De motorfiets vervoeren

Volg de onderstaande instructies als u de motorfiets in een ander voertuig wilt vervoeren.

  • Verwijder alle loszittende voorwerpen van de motorfiets.
  • Controleer of de brandstofkraan (indien aanwezig) in de "OFF"-stand staat en er geen brandstoflekkage is.
  • Zorg dat het voorwiel recht naar voren wijst op de aanhanger of de laadvloer en zet het wiel vast in een goot om beweging te voorkomen.
  • Schakel een versnelling in (bij modelen met een handgeschakelde versnellingsbak).
  • Zet de motorfiets vast met spanbanden of andere geschikte banden aan stevige delen van de motorfiets, zoals het frame of de bovenste voorvorkklem (en niet aan, bijvoorbeeld, het stuur, de richtingaanwijzers of onder-

YAMAHA SR400 - De motorfiets vervoeren - 1

VEILIGHEIDSINFORMATIE

1

delen die kunnen afbreken). Kies de plaats voor de spanbanden zorgvuldig om te voorkomen dat deze tijdens het transport schuurplekken op de lak veroorzaken.

- Zorg indien mogelijk dat de vering iets door de spanbanden wordt ingedrukt, zodat de motorfiets tijdens het transport niet overmatig kan stuiteren.

Aanzicht linkerzijde

DAU10411

1, 2 3 4 5, 6 8 7

  1. Motoroliepeilstok (pagina 6-10)
  2. Olievuldop (pagina 6-10)
  3. Tankdop (pagina 3-6)
  4. Brandstofkraan (pagina 3-9)
  5. Accu (pagina 6-28)
  6. Zekering (pagina 6-29)
  7. Stelring voor veervoorspanning schokdemperunit (pagina 3-11)
  8. Schakelpedaal (pagina 3-5)

Aanzicht rechterzijde

DAU10421

YAMAHA SR400 - Aanzicht rechterzijde - 1

  1. Koppelingshendel (pagina 3-5)
  2. Schakelaargroep linkerstuurzijde (pagina 3-4)
  3. Snelheidsmeterunit (pagina 3-3)
  4. Contactslot/stuurslot (pagina 3-1)
  5. Toerenteller (pagina 3-3)
  6. Vloeistofreservoir voorrem (pagina 6-21)
  7. Schakelaargroep rechterstuurzijde (pagina 3-4)
  8. Remhendel (pagina 3-6)

  9. Gasgreep (pagina 6-14)
    10.Decompressiehendel (pagina 3-10)

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

DAU10462

Contactslot/stuurslot
YAMAHA SR400 - WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN - 1

Via het contactslot/stuurslot worden het ontstekingssysteem en de verlichtingssystemen bediend en wordt het stuur vergrendeld. De diverse standen worden hierna beschreven.

DAU45111

ON

Alle elektrische circuits worden voorzien van stroom, de instrumentenverlichting en het achterlicht gaan branden, en de motor kan worden gestart. De sleutel kan niet worden uitgenomen.

OPMERKING

De koplamp gaat automatisch branden als de motor wordt gestart en blijft aan totdat de sleutel naar "OFF" wordt gedraaid, zelfs als de motor afslaat.

DAU10662

OFF

Alle elektrische systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan worden uitgenomen.

DWA10062

! WAARSCHUWING

Draai nooit de sleutel naar "OFF" of "LOCK" terwijl de machine rijdt. Hierdoor worden de elektrische systemen uitgeschakeld, wat mogelijk kan leiden tot verlies van de controle of een ongeval.

DAU10685

LOCK

Het stuur is vergrendeld en alle elektrische systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan worden uitgenomen.

Om het stuur te vergrendelen
1 D LOCK

2 LOCK

  1. Drukken.
  2. Draaien.

  3. Draai het stuur helemaal naar links.

  4. Druk de sleutel in de "OFF"-stand in en draai deze dan naar "LOCK". Houd de sleutel hierbij ingedrukt.
  5. Neem de sleutel uit.

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

Om het stuur te ontgrendelen

1

YAMAHA SR400 - WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN - 1

2

2 LOCK

  1. Drukken.
  2. Draaien.

Druk de sleutel in en draai deze dan naar "OFF". Houd de sleutel hierbij ingedrukt.

DAU59680

p≤ (Parkeren)

De alarmverlichting en richtingaanwijzers kunnen worden ingeschakeld, maar alle andere elektrische systemen zijn uit. De sleutel kan worden uitgenomen.

Het stuur moet zijn vergrendeld om de sleutel naar "p" te kunnen draaien.

DCA20760

LET OP

Als u de alarmverlichting of de richting-aanwijzers langdurig gebruikt, kan dit de accu ontladen.

DAU49395

Controle- en waarschuwingslampjes

3 421

  1. Waarschuwingslampje motorstoring "
  2. Waarschuwingslampje brandstofniveau "R"
  3. Vrijstandcontrolelampje "N
  4. Controlelampje grootlicht "D
  5. Controlelampje richtingaanwijzers "◀◀◀"

DAU11021

Controlelampje richtingaanwijzers

“◀ ➡ ”

Dit controlelampje knippert terwijl de schakelaar voor richtingaanwijzers naar de linker- of rechterstand is gedrukt.

DAU11061

Vrijstandcontrolelampje "N

Dit controlelampje brandt terwijl de versnel-

lingsbak in de vrijstand staat.

DAU11081

Controlelampje grootlicht "

Dit controlelampje brandt terwijl de koplamp is ingeschakeld voor grootlicht.

DAU11354

Waarschuwingslampje brandstofniveau “”

Dit waarschuwingslampje gaat branden wanneer het brandstofniveau daalt tot beneden ca. 2.2 L (0.58 US gal, 0.48 Imp.gal). Vul in dat geval zo snel mogelijk brandstof bij.

Het elektrisch circuit voor het waarschuwingslampje controleert u door de sleutel naar "ON" te draaien. Het waarschuwingslampje moet enkele seconden oplichten en dan uitgaan.

Licht het waarschuwingslampje niet meteen op wanneer u de sleutel naar "ON" draait of blijft het lampje branden, laat het elektrisch circuit dan door een Yamaha dealer controleren.

DAU11485

Waarschuwingslampje motorstoring “☐”

Dit waarschuwingslampje gaat branden wanneer er een probleem wordt aangegeven in het elektrisch circuit dat de motor

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

controleert. Vraag in dat geval een Yamaha dealer het zelfdiagnosesysteem te controle- ren.

Het elektrisch circuit voor het waarschuwingslampje controleert u door de sleutel naar "ON" te draaien. Het waarschuwingslampje moet enkele seconden oplichten en dan uitgaan.

Licht het waarschuwingslampje niet meteen op wanneer u de sleutel naar "ON" draait of blijft het lampje branden, laat het elektrisch circuit dan door een Yamaha dealer controleren.

DAU11631

DAU11882

Snelheidsmeterunit
1 2 3 4

  1. Terugstelknop
  2. Snelheidsmeter
  3. Kilometerteller
  4. Ritteller

De snelheidsmeterunit is voorzien van een snelheidsmeter, een kilometerteller en een ritteller. De snelheidsmeter toont de actuele rijsnelheid. De kilometerteller toont de totale afgelegde afstand. De ritteller toont de afstand afgelegd sinds de teller het laatst via de terugstelknop werd teruggesteld op nul. De ritteller kan worden gebruikt om de afstand te schatten die met een volle brandstoftank kan worden afgelegd. Deze informatie stelt u in staat de volgende tankstops te plannen.

Toerenteller
80 100 120 140 160 N 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1000mm N 点亮 x1000mm

  1. Toerenteller
  2. Rode zone toerenteller

Met de toerenteller kan de bestuurder het motortoerental controleren en dit binnen het ideale bereik houden.

DCA10032

LET OP

Laat de motor niet draaien terwijl de toerenteller in de rode zone wijst.

Rode zone: 7000 tpm en hoger

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

DAU1234G

Stuurschakelaars

1 2

  1. Dimlichtschakelaar "ED"
  2. Lichtsignaalschakelaar "ED

1 2

  1. Richtingaanwijzerschakelaar "
  2. Claxonschakelaar "

Rechts

1 2

  1. Noodstopschakelaar "()
  2. Schakelaar alarmverlichting " /A

DAU12351

Lichtsignaalschakelaar "

Druk deze schakelaar in om de koplamp een lichtsignaal te laten afgeven.

DAU12401

Dimlichtschakelaar "∅" ∅ Zet deze schakelaar op "voor grootlicht en op "voor dimlicht.

DAU12461

Richtingaanwijzerschakelaar “◀” → Druk deze schakelaar naar “◀” om afslaan naar rechts aan te geven. Druk deze schakelaar naar “◀” om afslaan naar links aan te geven. Na loslaten keert de schakelaar terug naar de middenstand. Om de richting-

aanwijzers uit te schakelen wordt de schakelaar ingedrukt nadat hij is teruggekeerd in de middenstand.

DAU12501

Claxonschakelaar "

Druk deze schakelaar in om een claxonsignaal te geven.

DAU12661

Noodstopschakelaar "f"

Zet deze schakelaar voor u de motor start op “(.).Zet deze schakelaar op “” om de motor direct uit te schakelen in een noodgeval, zoals wanneer de machine omslaat of als de gaskabel blijft hangen.

DAU12766

Schakelaar alarmverlichting "

Druk met de sleutel in de stand "ON" op deze schakelaar om de alarmverlichting in te schakelen (gelijktijdig knipperen van alle richtingaanwijzers).

De alarmverlichting wordt gebruikt in een noodgeval of om andere verkeersdeelnemers te waarschuwen als uw machine stilstaat in een mogelijk gevaarlijke verkeerssituatie.

DCA10062

LET OP

Gebruik de alarmverlichting niet gedurende langere tijd als de motor niet

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

draait omdat hierdoor de accu kan ontladen.

DAU12821

DAU12872

Koppelingshendel
1

  1. Koppelingshendel

De koppelingshendel bevindt zich aan de linkerstuurgreep. Trek de hendel naar het stuur toe om de koppeling te ontkoppelen. Laat de hendel los om de koppeling te laten aangrijpen. Voor een soepele werking van de koppeling moet de hendel snel ingetrokken worden en langzaam worden losgelaten.

De koppelingshendel is voorzien van een sperschakelaar die deel uitmaakt van het startspersysteem. (Zie pagina 3-12.)

Schakelpedaal
2-3+2 1

  1. Schakelpedaal

Het schakelpedaal bevindt zich aan de linkerzijde van de motor en wordt in combinatie met de koppelingshendel gebruikt bij het schakelen van de versnellingen van de 5-traps constant-mesh versnellingsbak op deze motorfiets.

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

DAU12892

DAU12942

DAU13125

Remhendel
1

  1. Remhendel

De remhendel bevindt aan de rechterzijde van het stuur. Trek de hendel naar gasgreep toe om de voorrem te bekrachtigen.

Rempedaal
YAMAHA SR400 - WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN - 2

Het rempedaal bevindt zich aan de rechterzijde van de motorfiets. Trap op het rempedaal om de achterrem te bekrachtigen.

Tankdop
Om de tankdop te verwijderen
1 2

  1. Ontgrendelen.
  2. Slotplaatje tankdop

Schuif het slotplaatje op de tankdop open, steek de sleutel in het slot en draai deze dan 1/4 slag rechtsom. Het slot wordt ontgrendeld en de tankdop kan worden verwijderd.

Om de tankdop aan te brengen

  1. Breng de tankdop aan in de vulopening van de brandstoftank, met de sleutel in het slot en met het "merkteken naar voren toe.

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

1 2

  1. "merkteken
  2. Slotplaatje tankdop
  3. Draai de sleutel linksom naar de oorspronkelijke positie, neem hem uit en sluit dan het slotplaatje.

OPMERKING

De tankdop kan alleen worden aangebracht met de sleutel in het slot. Bovendien kan de sleutel niet worden uitgenomen als de tankdop niet correct aangebracht en vergrendeld is.

DWA10132

WAARSCHUWING

Controleer voor u gaat rijden of de tank-dop correct is aangebracht. Door brand-stoflekkage ontstaat brandgevaar.

DAU13222

Brandstof

Controleer of er voldoende brandstof in de brandstoftank aanwezig is.

DWA10882

WAARSCHUWING

Benzine en benzinedampen zijn zeer brandbaar. Volg de onderstaande instructies om brand en ontploffing te voorkomen en het letselrisico tijdens het tanken te verlagen.

  1. Zet alvorens te tanken de motor af en zorg dat er niemand op de machine zit. Rook nooit tijdens het tanken en tank nooit in de nabijheid van vonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals de waakvlammen van geisers en kledingdrogers.
  2. Maak de brandstoftank niet te vol. Steek bij het tanken het vulpistool goed in de vulopening van de brandstoftank. Stop met vullen zodra de brandstof de onderkant van de vulhals heeft bereikt. Omdat brandstof uitzet als deze warm wordt, kan de warmte van de motor of de zon ervoor zorgen dat brandstof uit de brandstoftank stroomt.

1 2

  1. Maximaal brandstofniveau
  2. Vulpijp brandstoftank
  3. Veeg uitgestroomde brandstof onmiddellijk af. LET OP: Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af met een schone, droge, zachte doek, aangezien de brandstof de gelakte oppervlakken en kunststof delen kan aantasten.[DCA10072]
  4. Draai de tankdop stevig vast.

DWA15152

WAARSCHUWING

Benzine is giftig en kan letsel of overlijden veroorzaken. Spring zorgvuldig om met benzine. Probeer nooit om benzine via de mond over te hevelen. Roep onmiddellijk medische hulp in nadat u benzine heeft ingeslikt, veel benzinedamp heeft ingeademd of benzine in uw ogen heeft gekregen. Als benzine op uw huid

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

terechtkomt, was deze dan af met water en zeep. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.

DAU57690

Voorgeschreven brandstof:

Inhoud brandstoftank:

12.0 L (3.17 US gal, 2.64 Imp.gal)

Hoeveelheid reservebrandstof (als het waarschuwingslampje brandstofniveau gaat branden):

2.2 L (0.58 US gal, 0.48 Imp.gal)

DCA11401

LET OP

Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. Loodhoudende benzine veroorzaakt ernstige schade aan inwendige motoronderdelen als kleppen en zuigerveren en ook aan het uitlaatsysteem.

Uw Yamaha motorblok is gebouwd op het gebruik van normale loodvrije benzine met een octaangetal van RON 95 of hoger. Als de motor gaat detoneren (pingelen), gebruik dan benzine van een ander merk of gebruik loodvrije superbenzine. Door loodvrije benzine te gebruiken gaan bougies

langer mee en blijven de onderhoudskosten beperkt.

Gasohol

Er bestaan twee typen gasohol: gasohol met ethanol en gasohol met methanol. Gasohol met ethanol kan worden gebruikt, mits het ethanolgehalte niet hoger is dan 10% (E10). Gasohol met methanol wordt niet aangeraden door Yamaha aangezien deze schade kan toebrengen aan het brandstof-systeem of problemen kan opleveren met de voertuigprestaties.

DAU39453

Tankbeluchtingsslang/overloopslang
YAMAHA SR400 - Gasohol - 1

Alvorens de motorfiets te gebruiken:

  • Controleer de aansluiting van de tankbeluchtingsslang/overloopslang.
  • Controleer de tankbeluchtingsslang/overloopslang op scheuren of beschadiging en vervang indien nodig.
  • Controleer of het uiteinde van de tankbeluchtingsslang/overloopslang niet verstopt is en reinig indien nodig.

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

DAU13434

Uitlaatkatalysator

Dit model is uitgerust met een uitlaatkatalysator.

DWA10863

WAARSCHUWING

Het uitlaatsysteem is heet nadat de motor heeft gedraaid. Let op het volgende om brandgevaar of brandwonden te voorkomen:

  • Parkeer de machine nooit nabij brandgevaarlijke stoffen, zoals op gras of op ander materiaal dat gemakkelijk vlam vat.
  • Parkeer de machine op een plek waar voetgangers of kinderen niet gemakkelijk met het hete uitlaatsysteem in aanraking kunnen komen.
  • Controleer of het uitlaatsysteem is afgekoeld alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
  • Laat de motor niet langer dan enkele minuten stationair draaien. Lang stationair draaien kan leiden tot oververhitting.

DCA10702

LET OP

Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. Bij gebruik van loodhoudende benzine zal onherstelbare schade worden toege-

bracht aan de uitlaatkatalysator.

DAU59490

Brandstofkraan

De brandstofkraan regelt en filtert de brandstoftoevoer van de brandstofpomp naar de brandstofinjector.

De brandstofkraan kent twee standen:

ON
OFF ON FUEL 1

  1. Pijlteken op "ON"

Met de kraanhendel in deze stand wordt brandstof geleverd aan de motor. Tijdens normaal gebruik hoort de kraanhendel in deze stand te staan.

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

OFF
1 ON FUEL

  1. Pijlteken op "OFF"

Met de kraanhendel in deze stand stroomt de benzine niet door. Gebruik deze positie van de kraanhendel bij het uitvoeren van bepaalde onderhoudswerkzaamheden of bij langdurig stallen van het voertuig.

DAU13651
Kickstarter
YAMAHA SR400 - WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN - 2

Klap om de motor te starten het kickstartpedaal uit, beweeg dit met uw voet iets naar beneden totdat de tandwielen aangrijpen en trap het pedaal dan soepel maar krachtig omlaag. Dit model is uitgerust met een primaire kickstarter, waardoor de motor in elke versnelling kan worden gestart zolang de koppeling ontkoppeld is. Het is echter toch beter om de versnellingsbak in de vrijstand te schakelen voordat wordt gestart.

Als de hendel wordt ingetrokken, wordt de uitlaatklep met kracht geopend zodat de compressiedruk teruggebracht kan worden. Hierdoor kan de zuiger bewegen net na de compressieslag voor de kickstart. (Zie pagina 5-1.)

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

DAU13961

Zadel

Verwijderen van het zadel

Verwijder de bouten en neem dan het zadel los.

YAMAHA SR400 - Zadel - 1

Aanbrengen van het zadel

  1. Steek de uitsteeksels aan de voorzijde van het zadel in de zadelbevestiging, zoals getoond in de afbeelding.

YAMAHA SR400 - Zadel - 2

  1. Zadelbevestiging

  2. Uitsteeksel

  3. Plaats het zadel in de oorspronkelijke positie en draai dan de bouten vast.

OPMERKING

Controleer of het zadel stevig is vergrendeld alvorens te gaan rijden.

DAU14883

Afstellen van de schokdemperunits

DWA10211

WAARSCHUWING

Geef beide vorkpoten steeds dezelfde afstelling, anders kan slecht weggedrag en verminderde rijstabiliteit het gevolg zijn.

Elke schokdemperunit is uitgerust met een stelring voor veervoorspanning.

DCA10102

LET OP

Probeer nooit voorbij de maximum- of minimuminstellingen te draaien om schade aan het mechanisme te voorkomen.

Stel de veervoorspanning als volgt af.

Draai om de veervoorspanning te verhogen en zo de vering stugger te maken de stelring op beide schokdemperunits in de richting (a). Draai om de veervoorspanning te verlagen en zo de vering zachter te maken de stelring op beide schokdemperunits in de richting (b).

Zet de gewenste inkeping in de stelring te- genover de positie-indicator op de schok- demper.

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

(a) (b) 1 1 2 3 4 5

  1. Stelring veervoorspanning

Afstelling veervoorspanning:

Minimum (zacht):

1

Standaard:

1

Maximum (hard):

5

DAU15306

Zijstandaard

De zijstandaard bevindt zich aan de linkerzijde van het frame. Trek of druk de zijstandaard met uw voet omhoog of omlaag terwijl u de machine rechtop houdt.

OPMERKING

De ingebouwde sperschakelaar voor de zijstandaard maakt deel uit van het startspersysteem, dat in bepaalde situaties de werking van het ontstekingssysteem blokkeert. (Zie de volgende paragraaf voor een uitleg over het startspersysteem.)

DWA10242

WAARSCHUWING

Met de machine mag nooit worden gere- den terwijl de zijstandaard omlaag staat of niet behoorlijk kan worden opgetrok- ken (of niet omhoog blijft), anders kan de zijstandaard de grond raken en zo de be- stuurder afleiden, waardoor de machine mogelijk onbestuurbaar wordt. Het Yamaha startspersysteem is ontworpen om de bestuurder te helpen bij zijn ver- antwoordelijkheid de zijstandaard op te trekken alvorens weg te rijden. Contro- leer dit systeem daarom regelmatig en laat het repareren door een Yamaha dea- ler als de werking niet naar behoren is.

DAU59340

Startspersysteem

Het startspersysteem (waarvan de zijstandaardschakelaar, de koppelingshendelschakelaar en de vrijstandschakelaar deel uitmaken) heeft de volgende functies.

  • Het verhindert starten wanneer de versnellingsbak in een versnelling is geschakeld en de zijstandaard is opgeklapt, terwijl de koppelingshendel niet is ingetrokken.
  • Het verhindert starten wanneer de versnellingsbak in een versnelling is geschakeld en de koppelingshendel is ingetrokken, terwijl de zijstandaard nog omlaag staat.
  • Het schakelt een draaiende motor uit wanneer de versnellingsbak in een versnelling staat en de zijstandaard omlaag wordt bewogen.

Controleer de werking van het startspersysteem regelmatig volgens de onderstaande procedure.

WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN

YAMAHA SR400 - WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN - 1

flowchart
graph TD
    A["Start de motor?"] --> B["JA NEE"]
    B --> C["Met de motor nog aan: 6. Beweeg de zijstandaard omhoog.<br>7. Knijp de koppelingshendel in en houd deze vast.<br>8. Schakel de versnellingsbak in een versnellingsstand.<br>9. Beweeg de zijstandaard omlaag.<br>Slaat de motor af?"]
    C --> D["De vrijstandschakelaar werkt mogelijk niet goed.<br>Rijd niet met de motorfiets voordat deze is nagekeken door een Yamaha dealer."]
    D --> E["De zijstandaardschakelaar werkt mogelijk niet goed.<br>Rijd niet met de motorfiets voordat deze is nagekeken door een Yamaha dealer."]
    E --> F["De koppelingschakelaar werkt mogelijk niet goed.<br>Rijd niet met de motorfiets voordat deze is nagekeken door een Yamaha dealer."]
    F --> G["De koppelingschakelaar werkt mogelijk niet goed.<br>Rijd niet met de motorfiets voordat deze is nagekeken door een Yamaha dealer."]
    G --> H["De koppelingschakelaar werkt mogelijk niet goed.<br>Rijd niet met de motorfiets voordat deze is nagekeken door een Yamaha dealer."]
    H --> I["Het systeem is in orde. De motorfiets mag worden gebruikt."]

VOOR UW VEILIGHEID – CONTROLES VOOR HET RIJDEN

DAU15598

Inspecteer uw machine voor elk gebruik om te waarborgen dat deze in een veilige werkende staat is. Volg altijd de schema's en procedures voor inspectie en onderhoud in de gebruikershandleiding.

DWA11152

WAARSCHUWING

Onvoldoende inspectie of onderhoud van de machine vergroot het risico op ongeval of schade. Rijd niet met de machine als u een probleem hebt gevonden. Als een probleem niet kan worden opgelost via de procedures in deze handleiding, laat de machine dan nazien door een Yamaha dealer.

Controleer voor het gebruik van deze machine de volgende punten:

ITEM CONTROLES PAGINA
BrandstofControleer het brandstofniveau in de brandstoftank.Vul indien nodig brandstof bij.Controleer de brandstofleiding op lekkage.Controleer de tankbeluchtingsslang op obstakels, scheuren of beschadiging en controleer de slangaansluiting.3-7, 3-8
MotorolieControleer het olieniveau in het oliereservoir.Vul indien nodig het aanbevolen type olie bij tot aan het voorgeschreven niveau.Controleer de machine op olielekkage.6-10
VoorremControleer de werking.Als de koppeling zacht of sponzig aanvoelt, vraag dan een Yamaha dealer het hydraulisch systeem te ontluchten.Controleer de vrije slag van de koppelingshendel.Stel indien nodig bij.Controleer de remblokken op slijtage.Vervang indien nodig.Controleer het vloeistofniveau in het reservoir.Vul indien nodig het voorgeschreven type remvloeistof bij tot aan het voorgeschreven niveau.Controleer het hydraulisch systeem op lekkage.6-18, 6-20, 6-21
AchterremControleer de werking.Controleer de vrije slag van het rempedaal.Stel indien nodig bij.6-18, 6-20

VOOR UW VEILIGHEID – CONTROLES VOOR HET RIJDEN

ITEM CONTROLES PAGINA
KoppelingControleer de werking.Smeer indien nodig de kabel.Controleer de vrije slag van de koppelingshendel.Stel indien nodig bij.6-17
GasgreepControleer of de werking soepel is.Controleer de vrije slag van de gasgreep.Vraag indien nodig de Yamaha dealer om de vrije slag van de gasgreep af te stellen en de kabel en het kabelhuis te smeren.6-14, 6-25
BedieningskabelsControleer of de werking soepel is.Smeer indien nodig.6-24
AandrijfkettingControleer of de ketting correct is aangespannen.Stel indien nodig bij.Controleer de conditie van de ketting.Smeer indien nodig.6-22, 6-24
Wielen en bandenControleer op schade.Controleer de conditie van de band en de profieldiepte.Controleer de bandspanning.Corrigeer indien nodig.6-15, 6-17
SchakelpedaalControleer of de werking soepel is.Corrigeer indien nodig.6-20
RempedaalControleer of de werking soepel is.Smeer indien nodig het pedaalscharnierpunt.6-26
Rem- en koppelingshendelsControleer of de werking soepel is.Smeer indien nodig de hendelscharnierpunten.6-25
Middenbok, zijstandaardControleer of de werking soepel is.Smeer indien nodig de scharnierpunten.6-26
FramebevestigingenControleer of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet.Zet indien nodig vast.
Instrumenten, verlichting, signaleringssysteem en schakelaarsControleer de werking.Corrigeer indien nodig.
ZijstandaardschakelaarControleer de werking van het startspersysteem.Als het systeem niet correct werkt, vraag dan een Yamaha dealer de machine te controleren.3-12

GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

DAU15952

DAU59360

DAU59530

Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door om u vertrouwd te maken met alle bedieningselementen. Als u de werking van een functie of bedieningselement niet begrijpt, vraag dan uw Yamaha dealer om uitleg.

DWA10272

WAARSCHUWING

Een onvoldoende vertrouwdheid met de bedieningselementen kan leiden tot verlies van de controle, met mogelijk een ongeval of letsel tot gevolg.

OPMERKING

Dit model is uitgerust met:

  • een hellingshoeksensor, waarbij de motor afslaat bij kanteling. Draai in dit geval de sleutel naar "OFF" en vervolgens naar "ON". Als u dat niet doet zal de motor niet starten, ondanks dat de motor wordt aangezwengeld als u het kickstartpedaal omlaag drukt.
  • een automatische motorstop. De motor stopt automatisch als deze 20 minuten stationair draait. Als de motor stopt, druk dan simpelweg het kickstartpedaal omlaag om de motor opnieuw te starten.

Starten van de motor

Door het startspersysteem is starten alleen mogelijk als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De versnellingsbak staat in de vrijstand.
  • De versnellingsbak staat in een versnelling geschakeld terwijl de koppelingshendel is ingetrokken en de zijstandaard is opgeklapt.
    Zie pagina 3-12 voor meer informatie.

  • Draai de sleutel naar "ON" en zet de noodstopschakelaar op "(") De waarschuwingslampjes voor motorstoring en het brandstofniveau moeten enkele seconden oplichten en daarna weer uitgaan.

DCA16712

LET OP

Als het waarschuwingslampje niet gaat branden wanneer de sleutel naar "ON" wordt gedraaid, of wanneer het waarschuwingslampje niet dooft, zie dan pagina 3-2 voor een controle van het circuit van het betreffende waarschuwingslampje.

  1. Schakel de versnellingsbak in de vrijstand. Het vrijstandcontrolelampje moet gaan branden. Als dit niet gebeurt, vraag dan een Yamaha dealer

GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

het elektrische circuit na te kijken.

  1. Sluit de gasgreep volledig en trek de decompressiehendel in.
  2. Trap het kickstartpedaal langzaam omlaag totdat het startmerkteken zichtbaar is op de kickindicator.

YAMAHA SR400 - GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE - 1

  1. Startmerkteken
  2. Kickindicator
  3. Laat de decompressiehendel los, laat het kickstartpedaal los en trap het kickstartpedaal dan met kracht omlaag om de motor te starten.

DCA11043

LET OP

Trek nooit snel op terwijl de motor nog koud is, dit verkort de levensduur van de motor!

DAU59470

Startproblemen

Als de motor na 4 tot 5 keer aantrappen niet start, maak dan de verbrandingskamer leeg door de onderstaande procedure te volgen.

  1. Draai de sleutel naar "OFF".
  2. Houd de decompressiehendel ingeknepen, open de gasgreep volledig en trap het kickstartpedaal 4 tot 5 keer omlaag.
  3. Draai de sleutel naar "ON" en probeer opnieuw om de motor te starten.

Schakelen
5 4 3 2 N 1 2 1

  1. Schakelpedaal
  2. Vrijstand

Door de versnellingen te schakelen kunt u het beschikbare motorvermogen doseren bij het wegrijden, optrekken, tegen een helling oprijden etc.

De schakelstanden worden getoond in de afbeelding.

OPMERKING

Om de versnellingsbak in de vrijstand te schakelen wordt het schakelpedaal enkele malen ingetrapt totdat het einde van de slag bereikt is, waarna het pedaal iets wordt opgetrokken.

GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

DCA10261

DAU16811

DAU16842

LET OP

  • Rijd niet lange tijd met afgezette motor, ook niet met de versnellingsbak in de vrijstand, en sleep de motorfiets niet over lange afstanden. De versnellingsbak wordt alleen afdoende gesmeerd terwijl de motor draait. Door onvoldoende smering kan de versnellingsbak worden beschadigd.
  • Gebruik altijd de koppeling om de versnellingsbak te schakelen om zo schade aan de motor, de versnellingsbak en de aandrijving te voorkomen; door hun constructie zijn deze niet bestand tegen de schokken die optreden bij belast schakelen.

Tips voor een zuinig brandstofverbruik

Het brandstofverbruik is vooral afhankelijk van uw rijstijl. Hierna volgen enkele tips om het brandstofverbruik te verlagen:

  • Schakel snel en soepel door en vermijd hoge toerentallen terwijl u accele-reert.
  • Geef geen gas tijdens het terugschakelen en voorkom dat de motor onbelast met een hoog toerental draait.
  • Laat de motor niet langdurig stationair draaien maar zet hem af (bijvoorbeeld in files, bij stoplichten of bij spoorweg-overgangen).

Inrijperiode

De belangrijkste periode in de levensduur van het motorblok is de tijd tussen 0 en 1600 km (1000 mi). Lees daarom de volgende informatie aandachtig door.

Omdat het motorblok gloednieuw is, mag dit de eerste 1600 km (1000 mi) niet te zwaar worden belast. De verschillende onderdelen van de motor slijten op elkaar in totdat de juiste bedrijfsspelingen zijn bereikt. Rijd tijdens deze periode nooit langdurig volgas en vermijd ook andere manoeuvres die tot oververhitting van de motor kunnen leiden.

DAU17094

0–1000 km (0–600 mi)

Laat de motor niet langer dan 3500 tpm achtereen draaien. LET OP: Na 1000 km (600 mi) moet de motorolie worden ververst en moet de oliefilterpatroon of het oliefilterelement worden vervangen.[DCA10303]

1000–1600 km (600–1000 mi)

Laat de motor niet langer dan 4200 tpm achtereen draaien.

GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

1600 km (1000 mi) en verder

De machine kan nu normaal worden gebruikt.

DCA10311

LET OP

  • Voer het toerental niet zover op dat de toerenteller in de rode zone wijst.
  • Als tijdens de inrijperiode motor-schade optreedt, vraag dan direct een Yamaha dealer de machine te controleren.

DAU17214

Parkeren

Zet om te parkeren de motor af en neem dan de sleutel uit het contactslot.

DWA10312

WAARSCHUWING

  • De motor en het uitlaatsysteem kunnen zeer heet worden, parkeer dus op een plek waar voetgangers of kinderen niet gemakkelijk met deze onderdelen in aanraking kunnen komen en brandwonden kunnen oplopen.
  • Parkeer nooit op een helling of een zachte ondergrond, hierdoor kan de machine kantelen met mogelijk brandstoflekkage en brand tot gevolg.
  • Parkeer niet nabij gras of andere brandbare materialen die vlam zouden kunnen vatten.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU17245

Door periodiek inspecties, afstellingen en smeerbeurten uit te laten voeren, zorgt u ervoor dat uw machine in zo veilig en efficiënt mogelijke conditie blijft. De eigenaar/bestuurder van de machine is verplicht de optimale veiligheid te waarborgen. Op de volgende pagina's wordt de belangrijkste informatie met betrekking tot inspecties, af- stellingen en smeerbeurten gegeven. De intervalperioden vermeld in de periodieke onderhoudsschema's moeten worden beschouwd als een algemene richtlijn onder normale rijcondities. Het is echter mogelijk dat de intervalperioden voor onderhoud moeten worden verkort afhankelijk van het weer, het terrein, de geografische locatie en individueel gebruik.

DWA10322

WAARSCHUWING

Het niet of onjuist uitvoeren van onderhoud aan de machine vergroot het risico op letsel of overlijden tijdens het uitvoeren van onderhoud of het rijden met de machine. Als u niet bekend bent met voertuigonderhoud, laat het onderhoud dan uitvoeren door uw Yamaha dealer.

DWA15123

WAARSCHUWING

Zet voor het uitvoeren van onderhoud de

motor af tenzij anders aangegeven.

  • Een draaiende motor heeft bewegende delen die lichaamsdelen of kleding kunnen grijpen en elektrische onderdelen die schokken of brand kunnen veroorzaken.
  • Het laten draaien van de motor tijdens het uitvoeren van onderhoud kan leiden tot oogletsel, brandwonden, brand of koolmonoxidevergifting, mogelijk met de dood tot gevolg. Zie pagina 1-2 voor meer informatie over koolmonoxide.

DWA15461

WAARSCHUWING

Remschijven, -klauwen, -trommels en -voeringen kunnen tijdens het gebruik zeer heet worden. Laat onderdelen van het remsysteem afkoelen alvorens deze aan te raken.

DAU17303

Emissiecontroles zorgen niet alleen voor een betere luchtkwaliteit, maar zijn ook zeer belangrijk voor een juiste werking van de motor en om maximale prestaties te behalen. In de volgende periodieke onderhoudsschema's is het emissiecontrole-onderhoud apart gegroepeerd. Dit onderhoud vereist gespecialiseerde gegevens, kennis en gereedschap. Onderhoud, vervanging, of reparatie van emissiecontroleapparatuur en -systemen kan door elke gecertificeerde re-parateur worden uitgevoerd (indien van toepassing). Yamaha dealers beschikken over de training en het gereedschap om dit onderhoud uit te voeren.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

Boordgereedschapset

DAU59370

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 1

  1. Ontgrendelen.
  2. Slotplaatje

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 2

De boordgereedschapset bevindt zich in het gereedschapkastje.

Schuif het slotplaatje open, steek de sleutel in het slot en draai hem dan een kwartslag

rechtsom om de boordgereedschapset te openen.

De onderhoudsinformatie in deze handleiding en het gereedschap in de boordgereedschapsset zijn bedoeld om u te ondersteunen bij het uitvoeren van preventief onderhoud en kleinere reparaties. Voor de correcte uitvoering van bepaalde onderhoudswerkzaamheden kan echter het gebruik van extra gereedschap zoals een momentsleutel vereist zijn.

OPMERKING

Laat een Yamaha dealer onderhoud verrichten als u niet beschikt over het gereedschap of de ervaring die voor bepaalde werkzaamheden vereist zijn.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU46862

OPMERKING

  • De jaarlijkse controles horen eenmaal per jaar te worden uitgevoerd, behalve wanneer in plaats daarvan een onderhoudsbeurt op kilometerbasis of, voor Groot-Brittannië, op mijlbasis wordt verricht.
  • Herhaal de onderhoudsintervallen vanaf 50000 km (30000 mi), beginnend vanaf 10000 km (6000 mi).
  • Werkzaamheden gemarkeerd met een asterisk horen te worden uitgevoerd door een Yamaha dealer, omdat hiertoe speciaal gereedschap, technische gegevens en vakmanschap vereist zijn.

Periodiek onderhoudsschema voor het uitstootcontrolesysteem

DAU46911

NR.ITEMCONTROLE OF ONDERHOUDSBEURTKILOMETERSTANDJAARLIJKSE CONTROLE
1000 km (600 mi)10000 km (6000 mi)20000 km (12000 mi)30000 km (18000 mi)40000 km (24000 mi)
1*Brandstofleiding• Controleer de brandstofslangen op scheurtjes of beschadigingen.
2Bougie• Controleer de conditie.• Reinigen en elektrodenafstand afstellen.
• Vervangen. √
3*Ventielen• Controleer de klepspeeling.• Afstellen.
4*Brandstofinjectie• Controleer het stationaire toerental van de motor.
5*Uitlaatdemper en uitlaatpijp• Controleer of de schroefklem(men) goed vastzit(ten).
6*Luchtinlaatsysteem• Controleer de luchtafsluitklep, de membraanklep en de slang op beschadiging.• Vervang beschadigde onderdelen indien nodig.

6-3

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

Algemeen smeer- en onderhoudsschema

DAU1770K

NR.ITEMCONTROLE OF ONDERHOUDSBEURTKILOMETERSTANDJAARLIJKSE CONTROLE
1000 km (600 mi)10000 km (6000 mi)20000 km (12000 mi)30000 km (18000 mi)40000 km (24000 mi)
1Luchtfilterelement • Vervangen. Elke 20000 km (12500 mi)
2Koppeling• Controleer de werking.• Afstellen.
3Distributieketting• Controleer de spanning van de distributieketting.• Stel indien nodig bij.
4• Controleer de werking.• Kabel aanpassen of vervangen.
5Voorrem• Controleer de werking en het vloeistofniveau en controleer de machine op vloeistoflekkage.• Stel de vrije slag van de remhendel af.
• Vervang de remblokken. Wanneer de slijtagelimiet is bereikt
6Achterrem• Controleer de werking en stel de speling van het rempedaal af.
• Vervang de remschoenen. Wanneer de slijtagelimiet is bereikt
7Remslang• Controleer op scheurtjes en beschadigingen.• Zorg voor een correcte plaatsing van slang(en) en klem(men).
• Vervangen. Elke 4 jaar
8* Remvloeistof• Vervangen.Elke 2 jaar
9Wielen• Controleer de speling en de spaakspanning en controleer op beschadigingen.• Trek indien nodig de spaken aan.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

NR.ITEMCONTROLE OF ONDERHOUDSBEURTKILOMETERSTANDJAARLIJKSE CONTROLE
1000 km (600 mi)10000 km (6000 mi)20000 km (12000 mi)30000 km (18000 mi)40000 km (24000 mi)
10*Banden• Controleer op slijtage en beschadigingen.• Vervang indien nodig.• Controleer de bandspanning.• Corrigeer indien nodig.
11*Wiellagers• Controleer de lagers op speling of beschadigingen.
12*Achterbrug• Controleer op een correcte werking en overmatige speling.
• Smeren met lithiumvet. Elke 50000km (30000 mi)
13Aandrijfketting• Controleer de spanning, uitlijning en conditie van de aandrijfketting.• Stel de ketting af en smeer deze grondig met een speciale smering voor o-ringkettingen.Elke 500 km (300 mi) en nadat de motorfiets is gewassen of ermee in de regen of vochtige gebieden is gereden
14*Balhoofdlagers• Controleer de lagers op speling en oppervlakteruwheid.
• Smeren met lithiumvet. Elke 20000km (12000 mi)
15*Framebevestigingen• Controleer of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet.
16Scharnieras van remhendel• Smeren met siliconenvet. √
17Scharnieras van rempedaal• Smeren met lithiumvet. √
18Scharnieras van koppelingshendel• Smeren met lithiumvet. √
19Zijstandaard, middenbok• Controleer de werking.• Smeren met lithiumvet.
20*Zijstandaardscha-kelaar• Controleer de werking. √

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

NR.ITEMCONTROLE OF ONDERHOUDSBEURTKILOMETERSTANDJAARLIJKSE CONTROLE
1000 km (600 mi)10000 km (6000 mi)20000 km (12000 mi)30000 km (18000 mi)40000 km (24000 mi)
21*Voorvork• Controleer op een correcte werking en olielekkage.
22*Schokdemperunits• Controleer op een correcte werking en olielekkage.
23Motorolie• V e r v e r s e n .• Controleer het olieniveau en controleer de machine op olielekkage.
24Olijefilterelement • Vervangen. √ √
25*Voor- en achterremschakelaar• Controleer de werking. √
26Bewegende delen en kabels• Smeren. √ √
27*Gasgreep• Controleer de werking.• Controleer de vrije slag van de gasgreep en stel deze indien nodig af.• Smeer de kabel en het kabelhuis.
28*Lampen, richtingaanwijzers en schakelaars• Controleer de werking.• Stel de koplamplichtbundel af.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU59350

OPMERKING

Luchtfilter

  • Het luchtaanzuigsysteem van dit model is voorzien van een geolied papieren filterelement. Het luchtfilterelement mag niet worden gereinigd met perslucht en moet worden vervangen.
  • Het luchtfilterelement moet u vaker vervangen als u vaak in extreem vochtige of stoffige gebieden rijdt.
  • Ververs na het demonteren van de remhoofdcilinder en remklauw altijd de remvloeistof. Controleer regelmatig het remvloeistofni-veau en vul het reservoir indien nodig bij.
  • Elke twee jaar moeten de inwendige onderdelen van de hoofdremcilinder en de remklauw worden vervangen en de remvloeistof worden ververst.
  • De remslang dient elke vier jaar te worden vervangen, of wanneer deze is gescheurd of beschadigd.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU59460

Het framepaneel verwijderen en aanbrengen

Bij het uitvoeren van sommige onderhoudswerkzaamheden die in dit hoofdstuk worden beschreven, moet het afgebeelde paneel worden verwijderd. Neem deze paragraaf door telkens wanneer het paneel moet worden verwijderd of aangebracht.

YAMAHA SR400 - Het framepaneel verwijderen en aanbrengen - 1

Het paneel aan de linkerzijde kan worden verwijderd met de sleutel. Het paneel hoeft echter niet te worden verwijderd voor de in dit hoofdstuk beschreven onderhoudswerkzaamheden.

DAU19152

Paneel A

Om het paneel te verwijderen

Verwijder de bout en trek het paneel los zoals getoond.

YAMAHA SR400 - Paneel A - 1

Om het paneel aan te brengen

Plaats het paneel in de oorspronkelijke positie en breng dan de bout aan.

YAMAHA SR400 - Paneel A - 2

De bougie is een belangrijk motoronderdeel dat gemakkelijk te controleren is. Door hitte en aanslag slijten bougies op de lange duur. Daarom moeten bougies worden verwijderd en gecontroleerd volgens het periodieke onderhouds- en smeerschema. Bovendien kan aan het uiterlijk van de bougie de conditie van de motor worden afgelezen.

De bougie verwijderen

  1. Verwijder de bougiedop.

1

  1. Bougiedop

  2. Verwijder de bougie zoals getoond met behulp van de bougiesleutel in de boordgereedschapset.

YAMAHA SR400 - De bougie verwijderen - 2

Controleren van de bougie

  1. Controleer of de porseleinen isolator rondom de centrale elektrode van de bougie een middeldonkere tot lichte kleur vertoont (de ideale kleur als normaal met het voertuig wordt gereden).

OPMERKING

Wanneer de bougie een heel andere kleur vertoont, werkt de motor mogelijk niet naar behoren. Probeer dergelijke problemen niet zelf vast te stellen. Laat in plaats daarvan uw machine nakijken door een Yamaha dealer.

  1. Controleer de bougie op afslijting van de elektroden en op overmatige koolstof- of andere aanslag. Vervang indien nodig de bougie.

Voorgeschreven bougie: NGK/BPR6ES

  1. Meet de elektrodenafstand met een draadvoelmaat. Stel de afstand indien nodig af volgens de specificatie.

YAMAHA SR400 - Voorgeschreven bougie: NGK/BPR6ES - 1

  1. Reinig het oppervlak van de bougiepakking en het pasvlak en verwijder eventueel vuil uit de schroefdraad van de bougie.

  2. Breng de bougie aan met behulp van de bougiesleutel en zet vast met het correcte aanhaalmoment.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

Aanhaalmoment:

Bougie:

25 Nm (2.5 m·kgf, 18 ft·lbf)

OPMERKING

Als geen momentsleutel beschikbaar is, wordt de bougie correct vastgezet door handvast te zetten en dan nog 1/4–1/2 slag verder te draaien. De bougie moet echter zo snel mogelijk naar het juiste aanhaalmoment worden aangedraaid.

  1. Installeer de bougiedop.

DAU59622

Motorolie en oliefilterelement

Vóór iedere rit moet het motorolieniveau worden gecontroleerd. Verder moet de olie worden ververst en het oliefilterelement worden vervangen volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.

Om het motorolieniveau te controleren

  1. Start de motor, laat deze een paar minuten warmdraaien en zet hem dan af.
  2. Zet het voertuig op een vlakke ondergrond op de middenbok.
  3. Wacht een paar minuten om de olie tot rust te laten komen. Verwijder de olievuldop en veeg de peilstok schoon. Steek de peilstok terug in de olievulopening (zonder vast te draaien) en verwijder dan opnieuw om het olieniveau te controleren. WAARSCHUWING! Draai de olievuldop nooit los direct nadat op hoge snelheid is gereden, de hete motorolie kan dan naar buiten spuiten en schade of brandwonden veroorzaken. Laat de motorolie altijd voldoende afkoelen alvorens de olievuldop te verwijderen.[DWA17640]

OPMERKING

Het motorolieniveau moet tussen de merkstrepen voor minimum- en maximumniveau

staan.

YAMAHA SR400 - OPMERKING - 1

  1. Olievuldop
  2. Peilstok
  3. Merkstreep maximumniveau
  4. Merkstreep minimumniveau

  5. Als de motorolie beneden de merkstreep voor minimumniveau staat, vul dan voldoende olie van de aanbevolen soort bij tot het correcte niveau.

  6. Breng de olievuldop aan.

Om de motorolie te verversen (met of zonder vervanging van het oliefilterelement)

  1. Start de motor, laat deze een paar minuten warmdraaien en zet hem dan af.
  2. Zet een olieopvangbak onder de motor om de gebruikte olie op te vangen.
  3. Draai de ontluchtingsbout op het olie-

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

filterdeksel en de aftapbout van het oliefilterelement terug.

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 1

  1. Ontluchtingsbout oliefilterdeksel
  2. Aftapbout oliefilterelement
  3. Verwijder de aftapplug met de pakking om de olie uit het carter te laten stro- men.

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 2

  1. Pakking
  2. Olieaftapplug (carter)
  3. Verwijder de olievuldop en de oliere-servoir-aftapplug met de pakking om de olie uit de olietank te laten stromen.

1 2

  1. Olieaftapplug (oliereservoir)
  2. Pakking
  3. Verwijder de aftapbout van het oliefil- terelement om de olie uit het oliefil-

terelement te laten stromen.

OPMERKING

Sla de stappen 7–9 over als het oliefilterelement niet wordt vervangen.

  1. Verwijder het oliefilterdeksel door de bouten te verwijderen.

YAMAHA SR400 - OPMERKING - 1

  1. Aftapbout oliefilterelement
  2. Bevestigingsbout oliefilterdeksel
  3. Verwijder en vervang het oliefilterelement en de o-ringen.

OPMERKING

Zorg dat de o-ringen correct aanliggen.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 1

  1. Oliefilterdeksel
  2. O-ring
  3. Oliefilterelement

  4. Breng het oliefilterdeksel aan door de bouten te monteren.

  5. Breng de aftapbout oliefilterelement aan.

  6. Zet de bevestigingsbouten oliefilterdeksel en de aftapbout oliefilterelement vast met de voorgeschreven aanhaalmomenten.

Aanhaalmomenten:

Bevestigingsbout oliefilterdeksel:

10 Nm (1.0 m·kgf, 7.2 ft·lbf)

Aftapbout oliefilterelement:

10 Nm (1.0 m·kgf, 7.2 ft·lbf)

  1. Draai de ontluchtingsbout op het oliefilterdeksel aan met het voorgeschreven aanhaalmoment.

Aanhaalmoment:

Ontluchtingsbout oliefilterdeksel:

5 Nm (0.5 m·kgf, 3.6 ft·lbf)

  1. Monteer de olieaftappluggen met hun nieuwe pakking en zet de pluggen vast met het voorgeschreven aanhaalmoment.

Aanhaalmomenten:

Olieaftapplug (carter):

30 Nm (3.0 m·kgf, 22 ft·lbf)

Olieaftapplug (oliereservoir):

16 Nm (1.6 m·kgf, 12 ft·lbf)

  1. Vul bij met de voorgeschreven hoeveelheid van de aanbevolen motorolie, monteer dan de olievuldop en zet deze vast.

Aanbevolen motorolie:

Zie pagina 8-1

Oliehoeveelheid:

Zonder vervanging van het oliefil- terelement:

2.00 L (2.11 US qt, 1.76 Imp.qt)

Met vervanging van het oliefilterelement:

2.10 L (2.22 US qt, 1.85 Imp.qt)

OPMERKING

Veeg enige gemorste olie af nadat de motor

en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld.

DCA11621

LET OP

  • Om het slippen van de koppeling te voorkomen (de motorolie smeert immers ook de koppeling) mogen geen chemische additieven worden toegevoegd. Gebruik geen oliën met een "CD" dieselspecificatie of oliën met een hogere kwaliteit dan gespecificeerd. Gebruik ook geen oliën met een "ENERGY CONSERVING II" of hogere aanduiding.
  • Zorg dat er geen verontreinigingen in het carter terecht kommen.

  • Start de motor, laat deze een paar minuten stationair draaien en controleer daarbij op olielekkage. Als er sprake is van olielekkage, zet de motor dan direct af en zoek de oorzaak.

  • Zet de motor af, controleer dan het olieniveau en corrigeer indien nodig.

DCA11232

LET OP

Controleer na het verversen van de olie de oliedruk zoals hieronder beschreven.

  • Draai de ontluchtingsbout los.
  • Start de motor en houd deze stationair draaiend totdat er olie uitloopt. Als er na één minuut geen olie uit-

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

loopt, zet de motor dan direct uit om te voorkomen dat de motor vast-loopt. Als dit zich voordoet, vraag dan een Yamaha-dealer het voertuig te repareren.

- Na het controleren van de oliedruk zet u de ontluchtingsbout vast met het voorgeschreven aanhaalmoment.

1

  1. Ontluchtingsplug

Aanhaalmoment:

Ontluchtingsplug: 18 Nm (1.8 m·kgf, 13 ft·lbf)

DAU52031

Het luchtfilterelement vervangen

Het luchtfilterelement moet worden vervangen volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Vervang het luchtfilterelement vaker als u in zeer stoffige of vochtige gebieden rijdt.

Om het luchtfilterelement te vervangen

  1. Verwijder paneel A. (Zie pagina 6-8.)
  2. Verwijder het luchtfilterdeksel door de schroeven te verwijderen.

YAMAHA SR400 - Om het luchtfilterelement te vervangen - 1

  1. Schroef

  2. Luchtfilterdeksel

  3. Trek het luchtfilterelement uit.

YAMAHA SR400 - Om het luchtfilterelement te vervangen - 2

  1. Luchtfilterelement

  2. Breng een nieuw luchtfilterelement aan in het luchtfilterhuis. LET OP: Zorg ervoor dat het filterelement goed aanligt in het luchtfilterhuis. Laat de motor nooit draaien met het luchtfilterelement uitgenomen, hierdoor kunnen de zuiger(s) en/of cilinder(s) overmatig versleten raken.[DCA10482]

  3. Monteer het luchtfilterdeksel door de schroeven aan te brengen.
  4. Monteer het paneel.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU44735

DAU21385

DAU21402

Stationair toerental controleren

Controleer het stationair toerental en laat het indien nodig door een Yamaha dealer bijstellen.

Stationair toerental:

1200–1400 tpm

De vrije slag van de gasgreep controleren

1

  1. Vrije slag van gasgreep

De vrije slag van de gasgreep dient bij de binnenrand van de gasgreep 3.0–5.0 mm (0.12–0.20 in) te bedragen. Controleer de vrije slag van de gasgreep regelmatig en laat de vrije slag indien nodig afstellen door een Yamaha dealer.

Klepspeling

De klepspeling kan tijdens gebruik gaan afwijken, waardoor de lucht/brandstof-verhouding kan veranderen en/of het motorgeluid toeneemt. Om dit te voorkomen moet de klepspeling door een Yamaha dealer worden afgesteld volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU59632

Banden

Banden zijn het enige contact tussen de machine en het wegdek. Veiligheid onder alle rijomstandigheden hangt af van een relatief klein contactoppervlak met het wegdek. Het is daarom essentieel om de banden te allen tijde in een goede conditie te houden en deze op tijd te vervangen door de voorgeschreven banden.

Bandenspanning

De bandenspanning moet voor elke rit worden gecontroleerd en indien nodig worden bijgesteld.

DWA10504

! WAARSCHUWING

Rijden met deze machine met een onjuiste bandenspanning kan leiden tot verlies van de controle met mogelijk ernstig letsel of overlijden tot gevolg.

  • De bandspanning moet worden gecontroleerd en afgesteld terwijl de banden koud zijn (wanneer de temperatuur van de banden gelijk is aan de omgevingstemperatuur).
  • De bandspanning moet worden aangepast aan de rijsnelheid en het totale gewicht van rijder, passagier, bagage en accessoires dat voor dit model is vastgesteld.

Bandenspanning (gemeten op koude banden):

* Totaal gewicht van bestuurder, passagier, bagage en accessoires

DWA10512

! WAARSCHUWING

Belaad uw machine nooit te zwaar. Rijden met een te zwaar belaste machine kan leiden tot een ongeval.

Inspectie van banden
1 2

  1. Wang van band
  2. Bandprofieldiepte

Voor elke rit moeten de banden worden gecontroleerd. Als de bandprofieldiepte op het midden van de band de vermelde limiet heeft bereikt, de band spijkers of stukjes glas bevat of wanneer de wang van de band scheurtjes vertoont, moet de band onmiddellijk door een Yamaha dealer worden vervangen.

Minimale bandprofieldiepte (voor en achter):

1.6 mm (0.06 in)

OPMERKING

De slijtagelimiet voor bandprofieldiepte is voor diverse landen verschillend. Neem al-

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

tijd de lokale voorschriften in acht.

Bandeninformatie

De banden aan deze motorfiets zijn voorzien van binnenbanden.

Banden verouderen, zelfs als ze niet of slechts sporadisch zijn gebruikt. Scheuren in het rubber van het loopvlak en de wang van de band, soms in combinatie met vervorming van het karkas, zijn een teken van veroudering. Oude banden moeten worden gecontroleerd door bandenspecialisten om na te gaan of ze geschikt zijn voor verder gebruik.

DWA10462

WAARSCHUWING

Monteer altijd voor- en achterbanden van hetzelfde merk en type. Verschillende banden kunnen het weggedrag van de machine veranderen, wat kan leiden tot een ongeval.

Na uitgebreide tests zijn alleen de hieronder vermelde banden voor dit model goedgekeurd door Yamaha Motor Co., Ltd.

Voorband:

Maat: 90/100-18M/C 54S Fabrikant/model: METZELER/ME77 Front

Achterband:

Maat: 110/90-18M/C 61S Fabrikant/model: METZELER/ME77

DWA10572

WAARSCHUWING

  • Laat sterk versleten banden door een Yamaha dealer vervangen. Rijden op een motor met versleten banden is niet alleen verboden, maar dit heeft ook een averechts effect op de rijstabiliteit, waardoor u de macht over het stuur zou kunnen verliezen.
  • De vervanging van onderdelen van wielen en remmen, inclusief banden, dient te worden overgelaten aan een Yamaha dealer, die over de nodige vakkundige kennis en ervaring beschikt.
  • Het is sterk af te raden een lekke binnenband te plakken. Als het niet anders kan, moet de band zeer zorgvuldig worden geplakt en dan zo snel mogelijk worden vervangen

door een nieuwe band van goede kwaliteit.

- Rijd niet te snel direct na het verwisselen van een band. Het bandoppervlak dient eerst te zijn ingerden voordat het zijn optimale eigenschappen verkrijgt.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU21944

Spaakwielen

DWA10611

WAARSCHUWING

De wielen van dit model zijn niet ontworpen voor gebruik met tubeless banden. Gebruik geen tubeless banden voor dit model.

Let ten aanzien van de voorgeschreven wielen op het volgende voor een optimale prestatie, levensduur en veilige werking van uw motorfiets.

  • Voor elke rit moeten de velgranden worden gecontroleerd op scheurtjes, verbuiging, kromheid of andere schade en de spaken op losheid of beschadiging. Laat in geval van schade het wiel door een Yamaha dealer vervangen. Probeer het wiel nooit zelf te repareren, hoe klein de reparatie ook is. Vervang een wiel dat vervormd is of haarscheurtjes vertoont.
  • Na het vervangen van een wiel of band moet het wiel worden uitgebalanceerd. Een niet uitgebalanceerd wiel zal mogelijk slecht functioneren of kan een slechte wegligging en een verkorte levensduur van de banden tot gevolg hebben.

Vrije slag van koppelingshendel afstellen
1 2 3 4 (a) (b)

  1. Vrije slag van koppelingshendel
  2. Rubberafdekking
  3. Borgmoer (koppelingshendel)
  4. Stelbout voor vrije slag koppelingshendel

De vrije slag van de koppelingshendel dient 5.0–10.0 mm (0.20–0.39 in) te bedragen, zoals weergegeven. Controleer de vrije slag van de koppelingshendel regelmatig en stel indien nodig als volgt af.

  1. Schuif de rubber afdekking terug naar de koppelingshendel.
  2. Draai de borgmoer los.
  3. Draai de stelbout richting (a) voor meer vrije slag van de koppelingshendel. Draai de stelbout richting (b) voor minder vrije slag van de koppelingshendel.

  4. Draai de borgmoer vast en schuif de rubber afdekking weer naar de oorspronkelijke positie.

OPMERKING

Als de voorgeschreven vrije slag niet kan worden gehaald op de hierboven beschreven wijze, vraag dan een Yamaha dealer het inwendig koppelingsmechanisme te controleren.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU48443

Vrije slag van remhendel afstellen

De vrije slag van de remhendel dient 5.0–8.0 mm (0.20–0.31 in) te bedragen, zoals weergegeven. Controleer de vrije slag van de remhendel regelmatig en stel deze indien nodig als volgt af.

1 2 3 (a) (b) 4

  1. Borgmoer
  2. Stelschroef vrije slag remhendel
  3. Rubberafdekking
  4. Vrije slag remhendel

  5. Schuif de rubber afdekking terug naar de remhendel.

  6. Draai de borgmoer los.
  7. Draai de stelschroef voor de vrije slag van de remhendel richting (a) voor meer vrije slag van de remhendel. Draai de stelschroef richting (b) voor minder vrije slag van de remhendel.

  8. Draai de borgmoer vast en schuif de rubber afdekking weer naar de oorspronkelijke positie.

DWA10631

WAARSCHUWING

  • Na het afstellen van de vrije slag van de remhendel moet de vrije slag worden gecontroleerd, om zeker te zijn dat de rem naar behoren werkt.
  • Een zacht of sponzig gevoel in de remhendel kan betekenen dat er lucht in het hydraulisch systeem aanwezig is. Als er lucht in het hydraulisch systeem zit, moet het systeem door een Yamaha dealer worden ontlucht voordat de motorfiets wordt gebruikt. Lucht in het hydraulisch systeem heeft een negatief effect op de remwerking, waardoor u de macht over het stuur zou kunnen verliezen met een ongeluk als gevolg.

DAU60900

De hoogte en vrije slag van het rempedaal afstellen

YAMAHA SR400 - De hoogte en vrije slag van het rempedaal afstellen - 1

  1. Hoogte van rempedaal

DWA10671

WAARSCHUWING

Het is aan te raden deze afstellingen te laten uitvoeren door een Yamaha dealer.

Hoogte van rempedaal

De bovenzijde van het rempedaal moet ca. 20.0 mm (0.79 in) onder de bovenzijde van de voetsteun staan. Controleer regelmatig de hoogte van het rempedaal en stel deze indien nodig als volgt af.

  1. Draai de borgmoer bij het frame los.
  2. Draai de stelbout voor de rempedaalhoogte richting (a) voor een hogere rempedaalstand. Draai de stelbout

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

richting (b) voor een lagere rempe- daalstand.

(a) 2 (b) 1

  1. Borgmoer
  2. Stelbout rempedaalhoogte
  3. Draai de borgmoer aan.

DWA11232

WAARSCHUWING

Nadat de hoogte van het rempedaal is afgesteld, moet de vrije slag van het rempedaal worden afgesteld.

Vrije slag rempedaal
YAMAHA SR400 - WAARSCHUWING - 1

  1. Vrije slag rempedaal

De vrije slag van het rempedaal dient 20.0–30.0 mm (0.79–1.18 in) te bedragen, zoals weergegeven. Controleer de vrije slag van het rempedaal regelmatig en stel indien nodig als volgt af.

Draai de stelmoer van het rempedaal op de rempedaalstang richting (a) voor meer vrije slag van het rempedaal. Draai de stelmoer richting (b) voor minder vrije slag van het rempedaal.

(a) (b) 1

  1. Stelmoer vrije slag rempedaal

DWA10681

WAARSCHUWING

  • Controleer altijd de vrije slag van het rempedaal na het spannen van de ketting of na het verwijderen en monteren van het achterwiel.
  • Vraag een Yamaha dealer de afstelling te doen als de juiste afstelling niet haalbaar is volgens de beschreven werkwijze.
  • Controleer de werking van het remlicht na het afstellen van de vrije rempedaalslag.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU44821

DAU22274

Schakelpedaal controleren

De werking van het schakelpedaal hoort voorafgaand aan elke rit te worden gecontroleerd. Als de bediening niet soepel gaat, vraag dan een Yamaha dealer de machine te controleren.

Remlichtschakelaars
(a) 1 (b)

Het remlicht, dat wordt geactiveerd door het rempedaal en de remhendel, moet oplichten net voordat de remmen aangrijpen. Stel de remlichtschakelaar achter indien nodig als volgt af. De remlichtschakelaar voor dient te worden afgesteld door een Yamaha dealer.

Verdraai de stelmoer van de achterste remlichtschakelaar en houd daarbij de remlichtschakelaar vast. Draai de stelmoer in de richting (a) om het remlicht eerder te laten branden. Draai de stelmoer in de richting (b) om het remlicht later te laten branden.

DAU22382

Controleren van voorremblokken en achterremschoenen

De voorremblokken en achterremschoenen moeten worden gecontroleerd op slijtage volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.

DAU22432

Remblokken voorrem
YAMAHA SR400 - Controleren van voorremblokken en achterremschoenen - 1

  1. Remblok
  2. Slijtage-indicatorgroef remblok

Elk voorremblok is voorzien van slijtage-indicatorgroeven, zodat het remblok kan worden gecontroleerd zonder de rem te hoeven demonteren. Let op de slijtage-indicatorgroeven om de remblokslijtage te controle-ren. Wanneer een remblok zover is afgesleten dat de slijtage-indicatorgroeven

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

vrijwel zijn verdwenen, vraag dan een Yamaha dealer de remblokken als set te vervangen.

DAU22541

Remschoenen achterrem
YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 1

De achterrem heeft een slijtage-indicator zodat de remschoenslijtage kan worden gecontroleerd zonder de rem te hoeven demonteren. Bekrachtig de rem en let op de stand van de slijtage-indicator om de remschoenslijtage te controleren. Wanneer een remschoen zover is afgesleten dat de slijtage-indicator bij de slijtagelimiet komt, vraag dan een Yamaha dealer de remblokken als set te vervangen.

DAU32346

Controleren van remvloeistofniveau

Controleer alvorens te gaan rijden of de remvloeistof boven de merkstreep voor minimumniveau staat. Meet het remvloeistof-niveau en let erop dat de bovenzijde van het reservoir horizontaal staat. Vul indien nodig remvloeistof bij.

1 LOWER UP

  1. Merkstreep minimumniveau

Aanbevolen remvloeistof: DOT 4

DWA15991

WAARSCHUWING

Onjuist uitgevoerd onderhoud kan resul- teren in verlies van remvermogen. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:

- Bij een te laag remvloeistofniveau

kan lucht binnendringen in het rem- systeem, waardoor de rempresta- ties afnemen.

  • Reinig de reservoirdop alvorens deze te verwijderen. Gebruik uitsluitend DOT 4 remvloeistof uit een onaangebroken verpakking.
  • Gebruik uitsluitend de aanbevolen remvloeistof, anders kunnen de rubberafdichtingen beschadigd raken met lekkage tot gevolg.
  • Vul bij met hetzelfde type remvloeistof. Toevoeging van een ander type remvloeistof dan DOT 4 kan resulteren in een schadelijke chemische reactie.
  • Pas op en zorg dat tijdens bijvullen geen water het remvloeistofreservoir kan binnendringen. Water zal het kookpunt van de remvloeistof aanzienlijk verlagen zodat dampbelvorming kan optreden.

DCA17641

LET OP

Remvloeistof kan gelakte of kunststof onderdelen beschadigen. Veeg gemors- te remvloeistof steeds direct af.

Naarmate de remblokken afslijten, zal het remvloeistofniveau geleidelijk verder dalen. Een laag remvloeistofniveau kan duiden op

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

versleten remblokken en/of lekkage in het remsysteem. Controleer daarom de remblokken op slijtage en het remsysteem op lekkage. Vraag als het remvloeistofniveau plotseling sterk is gedaald een Yamaha dealer om een inspectie alvorens verder te rijden.

DAU22724

Remvloeistof verversen

Vraag een Yamaha dealer de remvloeistof te verversen volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeeren onderhoudsschema. Laat bovendien de oliekeerringen van de hoofdremcilinder, de remklauwen en de remslang vervangen volgens de intervalperioden of wanneer ze lekken of zijn beschadigd.

  • Vloeistofafdichtingen: Vervang elke twee jaar.
  • Remslang: Vervang elke vier jaar.

DAU22762

Spanning aandrijfketting

De spanning van de aandrijfketting moet voorafgaand aan elke rit worden gecontroleerd en indien nodig worden bijgesteld.

DAU59591

Aandrijfketting controleren op spanning

  1. Zet de motorfiets op de middenbok.
  2. Schakel de versnellingsbak in de vrijstand.
  3. Druk de aandrijfketting in het midden tussen de aandrijfas en de achterwielas in met een kracht van 50 N (5.0 kgf, 11 lbf).
  4. Meet de spanning van de aandrijfketting zoals getoond.

Spanning aandrijfketting: 30.0–40.0 mm (1.18–1.57 in)

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 1

  1. Spanning aandrijfketting

  2. Stel de spanning van de ketting als volgt bij als deze niet correct is.

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 2

  1. Stelmoer vrije slag rempedaal
  2. Stelbout spanning aandrijfketting
  3. Borgmoer kettingspanner
  4. Wielasmoer
  5. Bevestigingsmoer remankerstang
  6. Remankerstang

  7. Draai de borgmoer op de kettingspanner aan beide uiteinden van de achterbrug los.

  8. Zet de motorfiets op de middenbok.
  9. Draai de stelbout op beide uiteinden van de achterbrug in de richting (a) om de aandrijfketting strakker te stellen. Stel de ketting losser door de stelbout op beide uiteinden van de achterbrug in de richting (b) te draaien en dan het achterwiel naar voren te drukken. LET OP: Een onjuiste kettingspanning leidt tot overbelasting van de motor en andere es-

sentiële onderdelen van de machine en kan resulteren in overslaan of breken van de ketting. Houd om dit te voorkomen de kettingspanning binnen de gespecificeerde waarden.[DCA10572]

OPMERKING

Gebruik voor een goede wieluitlijning de uit- lijnmerktekens aan beide zijden van de ach- terbrug om zeker te zijn dat beide kettingspanners dezelfde positie hebben.

(a) (b) 3 2 1 4

  1. Wielasmoer
  2. Borgmoer kettingspanner
  3. Stelbout spanning aandrijfketting
  4. Uitlijnmerktekens

  5. Haal de motorfiets van de middenbok en klap de zijstandaard omlaag.

  6. Draai beide borgmoeren van de aan-

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

drijfkettingspanner vast en zet dan de wielasmoer en de bevestigingsmoer van de remankerstang vast met het voorgeschreven aanhaalmoment.

Aanhaalmomenten:

Borgmoer kettingspanner:

16 Nm (1.6 m·kgf, 12 ft·lbf)

Wielasmoer:

129 Nm (12.9 m·kgf, 92 ft·lbf)

Bevestigingsmoer remankerstang:

19 Nm (1.9 m·kgf, 14 ft·lbf)

  1. Stel de vrije slag van het rempedaal af. (Zie pagina 6-18.)

DWA10661

WAARSCHUWING

Controleer de werking van het remlicht na het afstellen van de vrije rempedaal-slag.

  1. Zorg ervoor dat de kettingspanners in dezelfde stand staan, dat de spanning van de aandrijfketting correct is en dat de aandrijfketting soepel beweegt.

DAU23026

Aandrijfketting reinigen en smeren

De aandrijfketting moet worden gereinigd en gesmeerd volgens de intervalperioden zoals voorgeschreven in het periodieke meer- en onderhoudsschema, anders zal de ketting snel slijten, met name in vochtige of stoffige gebieden. Onderhoud de ketting als volgt.

DCA10584

LET OP

De aandrijfketting moet worden gesmeerd nadat de motorfiets is gewassen of ermee in de regen of in vochtige gebieden is gereden.

  1. Reinig de aandrijfketting met petroleum en een zacht borsteltje. LET OP: Reinig de aandrijfketting niet met stoomreinigers, hogedrukreinigers of ongeschikte oplosmiddelen om schade aan de O-ringen te voorkomen.[DCA11122]
  2. Wrijf de aandrijfketting droog.
  3. Smeer de aandrijfketting grondig met speciale smering voor o-ringkettingen. LET OP: Breng geen motorolie of andere smeermiddelen aan op de aandrijfketting, deze kunnen stoffen bevatten die de O-ringen kunnen beschadigen.[DCA11112]

DAU23098

Kabels controleren en smeren

De werking van alle bedieningskabels en de conditie van alle kabels moet voorafgaand aan elke rit worden gecontroleerd en de kabel en kabeleinden moeten indien nodig worden gesmeerd. Vraag een Yamaha dealer een kabel te controleren of te vervangen wanneer deze is beschadigd of niet soepel beweegt. WAARSCHUWING! Schade aan de buitenbehuizing van kabels kan leiden tot interne roestvorming en storing veroorzaken met de beweging van kabels. Vervang beschadigde kabels zo snel mogelijk om onveilige omstandigheden te voorkomen.[DWA10712]

Aanbevolen smeermiddel:

Yamaha-kabelsmeermiddel of een ander geschikt kabelsmeermiddel

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU23115

Controleren en smeren van gasgreep en gaskabel

De werking van de gasgreep hoort voorafgaand aan elke rit te worden gecontroleerd. Daarnaast moet de kabel door een Yamaha dealer worden gesmeerd volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke onderhoudsschema.

De gaskabel is voorzien van een rubber afdekking. Zorg ervoor dat de afdekking stevig is aangebracht. Zelfs als de afdekking correct is aangebracht, is de kabel niet volledig beschermd tegen binnendringend water. Let er daarom op dat er geen water direct op de afdekking of kabel komt bij het wassen van de machine. Als de kabel of de afdekking vies wordt, wrijf deze dan schoon met een vochtige doek.

DAU23144

Rem- en koppelingshendels controleren en smeren

De werking van de rem- en de koppelings-hendel moet voorafgaand aan elke rit worden gecontroleerd en de hendelscharnierpunten moeten indien nodig worden gesmeerd.

Remhendel
YAMAHA SR400 - Rem- en koppelingshendels controleren en smeren - 1

Aanbevolen smeermiddelen:

Remhendel:

Siliconenvet

Koppelingshendel:

Lithiumvet

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU23184

Rempedaal controleren en smeren

De werking van het rempedaal moet voorafgaand aan elke rit worden gecontroleerd en het pedaalscharnierpunt moet indien nodig worden gesmeerd.

YAMAHA SR400 - Rempedaal controleren en smeren - 1

Aanbevolen smeermiddel: Lithiumvet

DAU23215

Middenbok en zijstandaard controleren en smeren

YAMAHA SR400 - Middenbok en zijstandaard controleren en smeren - 1

De werking van de middenbok en de zijstandaard moet voorafgaand aan elke rit worden gecontroleerd en de scharnierpunten en de metaal-op-metaal contactvlakken moeten indien nodig worden gesmeerd.

DWA10742

! WAARSCHUWING

Als de middenbok of de zijstandaard niet soepel omhoog en omlaag beweegt, vraag dan een Yamaha dealer deze te controleren of te repareren. Een slecht functionerende middenbok of zijstandaard kan het wegdek raken en u afleiden, waardoor u de controle over de machine kunt verliezen.

Aanbevolen smeermiddel: Lithiumvet

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAUM1653

Achterbrugscharnierpunten smeren

YAMAHA SR400 - Achterbrugscharnierpunten smeren - 1

De achterbrugscharnierpunten moeten worden gesmeerd door een Yamaha dealer volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.

Aanbevolen smeermiddel: Lithiumvet

DAU51951

Voorvork controleren

De conditie en de werking van de voorvork moeten als volgt worden gecontroleerd volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.

Om de conditie te controleren

Controleer de voorvork op schade en overmatige olielekkage.

Om de werking te controleren

  1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en houd deze rechtop. WAARSCHUWING! Ondersteun de machine zorgvuldig om omvallen en mogelijk letsel te voorkomen.[DWA10752]

  2. Bekrachtig de voorrem en druk het stuur een paar keer stevig naar beneden om te controleren of de voorvork soepel in- en uitveert.

YAMAHA SR400 - Om de werking te controleren - 1

Als schade wordt gevonden of de voorvork niet soepel beweegt, vraag dan een Yamaha dealer te repareren of te controleren.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

DAU45512

DAU23292

DAU40447

Stuursysteem controleren

Losse of versleten balhoofdlagers kunnen gevaarlijk zijn. De werking van het stuursysteem moet als volgt worden gecontroleerd volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.

  1. Zet de machine op de middenbok. WAARSCHUWING! Ondersteun de machine zorgvuldig om omvallen en mogelijk letsel te voorkomen.[DWA10752]
  2. Houd de voorvorkpoten aan het onderste uiteinde beet en probeer ze naar voren en achteren te bewegen. Als speling wordt gevoeld, vraag dan een Yamaha dealer het stuursysteem te inspecteren of repareren.

YAMAHA SR400 - Stuursysteem controleren - 1

Controleren van wiellagers

YAMAHA SR400 - Controleren van wiellagers - 1

De voor- en achterwiellagers moeten worden gecontroleerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Als de wielnaaf speling vertoont of het wiel niet soepel draait, vraag dan een Yamaha dealer de wiellagers te controleren.

Accu

YAMAHA SR400 - Accu - 1

De accu bevindt zich onder het zadel. (Zie pagina 3-11.)

Dit model is voorzien van een VRLA (Valve Regulated Lead Acid)-accu. De elektrolyt hoeft niet te worden gecontroleerd en er hoeft geen gedistilleerd water te worden bijgevuld. Er moet echter wel worden gecontroleerd of de accustekker stevig is aangesloten.

DWA10761

WAARSCHUWING

- Elektrolyt is giftig en gevaarlijk omdat het zwavelzuur bevat, een stof die ernstige brandwonden veroorzaakt. Vermijd contact met de huid, ogen of kleding en bescherm uw ogen altijd bij werkzaamheden nabij

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

accu's. Voer als volgt EERSTE HULP uit als er lichamelijk contact is geweest met elektrolyt.

  • UITWENDIG: Spoel overvloedig met water.
  • INWENDIG: Drink grote hoeveelheden water of melk en roep direct de hulp in van een arts.
  • OGEN: Spoel gedurende 15 minuten met water en roep direct medische hulp in.

- Accu's produceren het explosieve waterstofgas. Houd daarom vonken, open vuur, sigaretten e.d. uit de buurt van de accu en zorg voor voldoende ventilatie bij acculaden in een afgesloten ruimte.

- HOUD DEZE EN ALLE ACCU'S BUITEN BEREIK VAN KINDEREN.

Om de accu op te laden

Vraag zo snel mogelijk een Yamaha dealer de accu te laden als deze ontladen lijkt te zijn. Vergeet niet dat de accu sneller ontladen raakt als de machine is uitgerust met optionele elektrische accessoires.

DCA16522

LET OP

Voor het opladen van een VRLA (Valve Regulated Lead Acid)-accu is een speciale acculader (met constante spanning)

vereist. Bij gebruik van een conventionele acculader raakt de accu beschadigd.

Om de accu op te bergen

  1. Verwijder de accu als het voertuig langer dan een maand niet wordt gebruikt, laad hem volledig bij en zet dan weg op een koele en droge plek. LET OP: Als u de accu verwijdert. draait u eerst de sleutel naar "OFF" en haalt u daarna de stekker los.[DCA16323]
  2. Als de accu langer dan twee maanden wordt weggeborgen, moet deze minstens eenmaal per maand worden gecontroleerd; laad de accu dan indien nodig steeds volledig bij.
  3. Laad de accu volledig bij alvorens te installeren. LET OP: Als u de accu installeert, draait u eerst de sleutel naar "OFF" en sluit u daarna de stekker aan.[DCA16931]

DCA16531

LET OP

Houd de accu steeds opgeladen. Stallen van een ontladen accu kan leiden tot permanente accuschade.

DAU59441

Zekeringen vervangen

De hoofdzekering bevindt zich in de accus- tekker. (Zie pagina 6-28.)

YAMAHA SR400 - Zekeringen vervangen - 1

  1. Aansluitkast accukabel
  2. Hoofdzekering
  3. Reservehoofdzekering

Vervang de hoofdzekering als volgt als deze is doorgebrand.

  1. Draai de contactsleutel naar "OFF" en schakel alle elektrische circuits uit.
  2. Verwijder het zadel. (Zie pagina 3-11.)
  3. Verwijder de accu door de accuriem te verwijderen.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 1

  1. Aansluitkast accukabel
  2. Verwijder de doorgebrande zekering en breng een nieuwe zekering met de voorgeschreven ampèrewaarde aan. WAARSCHUWING! Gebruik geen zekeringen met een hogere ampera-

ge dan aanbevolen om ernstige schade aan het elektrische systeem en mogelijk brand te voorkomen. [DWA15132]

Voorgeschreven zekering: 30.0 A

  1. Sluit de accustekker aan.
  2. Plaats de accu door de accuriem aan te brengen.
  3. Breng het zadel aan.
  4. Draai de sleutel naar "ON".
  5. Als de zekering direct opnieuw doorbrandt, vraag dan een Yamaha dealer het elektrisch systeem te controleren.

Het zekeringenkastje met de zekeringen voor afzonderlijke circuits bevindt zich onder het zadel. (Zie pagina 3-11.)

YAMAHA SR400 - Voorgeschreven zekering: 30.0 A - 1

  1. Koplampzekering
  2. Zekering signaleringssysteem
  3. Zekering ontstekingssysteem
  4. Backup-zekering
  5. Zekering brandstofinjectiesysteem
  6. Zekering parkeerlichten
  7. Reservezekering

Vervang een zekering als volgt als deze is doorgebrand.

  1. Draai de contactsleutel naar "OFF" en schakel het betreffende elektrische circuit uit.
  2. Verwijder het zadel. (Zie pagina 3-11.)
  3. Verwijder de doorgebrande zekering en breng een nieuwe zekering met de voorgeschreven ampèrewaarde aan. WAARSCHUWING! Gebruik geen zekeringen met een hogere amperage dan aanbevolen om ernstige schade aan het elektrische systeem

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

en mogelijk brand te voorko- men.[DWA15132]

Voorgeschreven zekeringen:

Hoofdzekering: 30.0 A

Zekering signaleringssysteem: 15.0 A

Koplampzekering: 15.0 A

Zekering ontstekingssysteem: 10.0 A

Backup-zekering: 7.5 A

Zekering brandstofinjectiesysteem: 7.5 A

Zekering parkeerlichtcircuit: 7.5 A

  1. Draai de contactsleutel naar "ON" en schakel het betreffende elektrische circuit in om te zien of de apparatuur werkt.
  2. Als een zekering direct opnieuw doorbrandt, vraag dan een Yamaha-dealer het elektrisch systeem te controleren.

DAU23799

Koplampgloeilamp vervangen

De koplamp op dit model heeft een halogeen gloeilamp. Vervang de koplampgloeilamp als volgt als deze is doorgebrand.

DCA10651

LET OP

Pas op en zorg dat de volgende onderde- len niet worden beschadigd:

- Koplampgloeilamp

Raak het glas van de koplampgloeilamp niet aan zodat dit vetvrij blijft, anders kan de doorzichtigheid van het glas, de lichtintensiteit en de levensduur nadelig worden beïnvloed. Wrijf eventuele verontreinigingen en vingerafdrukken op het gloeilampglas weg met een doekje gedrenkt in alcohol of thinner.

- Koplamplens

Plak geen kleurfolie of stickers op de koplamplens.

Gebruik geen koplampgloeilamp met een hoger wattage dan is voorgeschreven.

YAMAHA SR400 - LET OP - 1

  1. Raak het glas van de gloeilamp niet aan.
  2. Verwijder de koplampunit door de schroeven los te halen.

YAMAHA SR400 - LET OP - 2

  1. Schroef
  2. Maak de koplampstekker los en verwijder dan de gloeilampkap.

YAMAHA SR400 - LET OP - 3

  1. Koplampstekker
  2. Gloeilampkap
  3. Haak de gloeilamphouder los en verwijder dan de defecte gloeilamp.

YAMAHA SR400 - LET OP - 4

  1. Gloeilamphouder

  2. Breng een nieuwe koplampgloeilamp aan en zet deze dan vast met de gloeilamphouder.

  3. Breng de gloeilampkap aan en sluit dan de stekker aan.
  4. Monteer de koplampunit door de schroeven aan te brengen.
  5. Vraag indien nodig een Yamaha dealer de koplamplichtbundel af te stellen.

DAU24134

Gloeilamp in remlicht/achterlicht vervangen

  1. Verwijder de lamplens van het remlicht/achterlicht door de schroeven los te draaien.

YAMAHA SR400 - Gloeilamp in remlicht/achterlicht vervangen - 1

  1. Schroef
  2. Lamplens achterlicht/remlicht
  3. Verwijder de defecte gloeilamp door deze in te drukken en linksom te draaien.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 1

  1. Gloeilamp remlicht/achterlicht
  2. Plaats een nieuwe gloeilamp in de fitting, druk deze in en draai rechtsom tot hij stuit.
  3. Monteer de lamplens door de schroeven aan te brengen. LET OP: Draai de schroeven niet te vast, hierdoor kan de lens breken [DCA10682]

Gloeilamp in richtingaanwijzer vervangen

  1. Verwijder de lamplens, omlijsting en pakking van de richtingaanwijzer door de schroeven los te halen.

1 2

  1. Lamplens richtingaanwijzer
  2. Schroef

DAU60010

YAMAHA SR400 - Gloeilamp in richtingaanwijzer vervangen - 2

  1. Lamplens richtingaanwijzer
  2. Omlijsting richtingaanwijzer
  3. Pakking

  4. Verwijder de defecte gloeilamp door deze in te drukken en linksom te draaien.

  5. Plaats een nieuwe gloeilamp in de fitting, druk deze in en draai rechtsom tot hij stuit.
  6. Monteer de pakking, omlijsting en lamplens van de richtingaanwijzer door de schroeven aan te brengen. Zorg dat de inkepingen op de omlijsting en de lamplens naar binnen wijzen zoals getoond. LET OP: Draai de schroeven niet te vast, hierdoor kan de lens breken.[DCA10682]

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 1

Parkeerlichtgloeilamp vervangen

Vervang een parkeerlichtgloeilamp als volgt als deze is doorgebrand.

  1. Verwijder de koplampunit door de schroeven los te halen.

YAMAHA SR400 - Parkeerlichtgloeilamp vervangen - 1

de gloeilamp) door deze in te drukken en linksom te draaien.

YAMAHA SR400 - Parkeerlichtgloeilamp vervangen - 2

  1. Fitting parkeerlichtgloeilamp
  2. Verwijder de defecte gloeilamp door deze in te drukken en linksom te draaien.

YAMAHA SR400 - Parkeerlichtgloeilamp vervangen - 3

  1. Fitting parkeerlichtgloeilamp
  2. Parkeerlichtgloeilamp
  3. Plaats een nieuwe gloeilamp in de fit-

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

ting, druk deze in en draai rechtsom tot hij stuit.

  1. Breng de lampfitting (samen met de gloeilamp) aan door deze in te drukken en rechtsom te draaien tot hij stuit.
  2. Monteer de koplampunit door de schroeven aan te brengen.

Voorwiel

DAU24361

DAUS9600

Om het voorwiel te verwijderen

DWA10822

WAARSCHUWING

Zorg dat de machine veilig wordt ondersteund, zodat deze niet kan omvallen.

  1. Draai de wielasmoer terug.

YAMAHA SR400 - Zorg dat de machine veilig wordt ondersteund, zodat deze niet kan omvallen. - 1

  1. Wielasmoer
  2. Draai de moeren aan de wielashouder los.

YAMAHA SR400 - Zorg dat de machine veilig wordt ondersteund, zodat deze niet kan omvallen. - 2

  1. Wielashoudermoer

  2. Zet de motorfiets op de middenbok.

  3. Maak de snelheidsmeterkabel los van het voorwiel.

YAMAHA SR400 - Zorg dat de machine veilig wordt ondersteund, zodat deze niet kan omvallen. - 3

  1. Snelheidsmeterkabel

  2. Verwijder de wielasmoer en de onderlegring.

  3. Trek de wielas uit en verwijder dan de bus en het wiel. LET OP: Bekrachtig

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

de rem niet terwijl het wiel en de remschijf zijn verwijderd, anders worden de remblokken tegen elkaar geperst.[DCA11073]

Aanbrengen van het voorwiel

  1. Monteer de wielnaaf en de tandwieloverbrenging voor de snelheidsmeter zodanig aan elkaar dat de nokjes in de sleuven vallen.

1 2 3 6

  1. Sleuf
  2. Tandwieloverbrenging snelheidsmeter
  3. Uitsteeksel
  4. Plaats de bus aan de rechterzijde van de wielnaaf.
  5. Breng het wiel omhoog tussen de vorkpoten.

OPMERKING

Controleer of er voldoende afstand bestaat

tussen de remblokken alvorens de remschijf ertussen te schuiven; de sleuf in de tandwieloverbrenging voor de snelheidsmeter moet over de aanslag op de vorkpoot vallen.

YAMAHA SR400 - OPMERKING - 1

  1. Borging
  2. Sleuf
  3. Steek de wielas in vanaf de linkerzijde en breng dan de onderlegring en de wielasmoer aan.
  4. Haal de motorfiets van de middenbok, zodat het voorwiel op de grond staat en klap daarna de zijstandaard omlaag.
  5. Draai de wielasmoer en de wielashoudermoeren vast met de voorgeschreven aanhaalmomenten.

Aanhaalmomenten:

Wielasmoer: 104 Nm (10.4 m·kgf, 74 ft·lbf) Wielashoudermoer: 9 Nm (0.9 m·kgf, 6.5 ft·lbf)

  1. Bekrachtig de voorrem en druk het stuur een paar keer stevig naar beneden om te controleren of de voorvork soepel in- en uitveert.
  2. Sluit de snelheidsmeterkabel aan.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

Achterwiel

DAU25081

DAU59611

Verwijderen van het achterwiel

DWA10822

YAMAHA SR400 - Verwijderen van het achterwiel - 1

WAARSCHUWING

Zorg dat de machine veilig wordt ondersteund, zodat deze niet kan omvallen.

  1. Draai de wielasmoer los en de moer van de remankerstang bij de remankerplaat.
  2. Haal de remankerstang los van de remankerplaat door de moer, de onderlegring en de bout te verwijderen.

YAMAHA SR400 - Zorg dat de machine veilig wordt ondersteund, zodat deze niet kan omvallen. - 1

  1. Rempedaalstang
  2. Remnokhefboom
  3. Stelmoer vrije slag rempedaal
  4. Stelbout spanning aandrijfketting
  5. Borgmoer kettingspanner
  6. Kettingspanner
  7. Ring
  8. Wielasmoer
  9. Bevestigingsmoer remankerstang
    10.Remankerstang

  10. Zet de motorfiets op de middenbok.

  11. Verwijder de stelmoer waarmee de vrije slag van het rempedaal wordt af-gesteld en haal dan de rempedaal-stang los van de remnokhefboom.
  12. Draai de borgmoer op de kettingspanner en de stelbout voor kettingspanning aan beide uiteinden van de achterbrug los.

1 2 3 4

  1. Stelbout spanning aandrijfketting
  2. Borgmoer kettingspanner
  3. Wielasmoer
  4. Ring
  5. Verwijder de wielasmoer en onderlegring.
  6. Ondersteun het achterwiel en trek dan de wielas uit.
  7. Verwijder de kettingspannereenheden en het afstandsstuk.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

YAMAHA SR400 - PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN - 1

  1. Aandrijfketting

  2. Druk het wiel naar voren en haal dan de aandrijfketting van het achtertandwiel.

OPMERKING

De aandrijfketting hoeft niet te worden gedemonteerd om het achterwiel te verwijderen en aan te brengen.

Om het achterwiel aan te brengen

  1. Plaats het afstandsstuk aan de linker-zijde van de wielnaaf.
  2. Monteer de kettingspanners en het wiel door de wielas vanaf de linkerzijde in te steken.
  3. Breng de aandrijfketting aan op het achtertandwiel.
  4. Breng de onderlegring en wielasmoer aan.

  5. Monteer de rempedaalstang aan de remnokhefboom en breng dan de stelmoer voor vrije rempedaalslag aan op de rempedaalstang.

  6. Koppel de remankerstang aan de remankerplaat door de bout, de onderlegring en moer aan te brengen.
  7. Stel de spanning van de aandrijfketting af. (Zie pagina 6-22.)
  8. Haal de motorfiets van de middenbok, zodat het achterwiel op de grond staat en klap daarna de zijstandaard omlaag.
  9. Zet de bevestigingsmoer van de remankerstang en de wielasmoer vast met het voorgeschreven aanhaalmoment.

Aanhaalmomenten:

Bevestigingsmoer remankerstang: 19 Nm (1.9 m·kgf, 14 ft·lbf)

Wielasmoer: 129 Nm (12.9 m·kgf, 92 ft·lbf)

  1. Stel de vrije slag van het rempedaal af. (Zie pagina 6-18.)

DWA10661

! WAARSCHUWING

Controleer de werking van het remlicht na het afstellen van de vrije rempedaal-slag.

DAU25852

Problemen oplossen

Yamaha motorfietsen ondergaan een grondige inspectie voordat ze vanaf de fabriek op transport gaan, maar tijdens gebruik kunnen toch storingen optreden. Problemen in de brandstof-, compressie- of ontstekingssystemen kunnen bijvoorbeeld de oorzaak zijn van slecht starten of een afname in motorvermogen.

In het volgende storingzoekschema is een snelle en gemakkelijke werkwijze weergegeven om deze essentiële systemen zelf te kunnen controleren. Ga met uw motorfiets echter wel naar een Yamaha dealer als reparaties nodig zijn, hier zijn vakkundige monteurs aanwezig die beschikken over het benodigde gereedschap en de ervaring en vakkennis om het nodige onderhoud aan de motorfiets correct te verrichten.

Gebruik uitsluitend originele Yamaha vervangingsonderdelen. Niet-originele onderdelen lijken misschien op Yamaha onderdelen maar zijn toch vaak van mindere kwaliteit en hebben een kortere levensduur, zodat dan later mogelijk toch dure reparaties nodig zijn.

DWA15142

WAARSCHUWING

Rook niet tijdens het controleren van het brandstofsysteem en let erop dat er

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

geen open vuur of vonken in de omgeving zijn, inclusief waakvlammen van geisers of ovens. Benzine en benzinedampen kunnen vlam vatten of exploderen, met ernstig letsel of schade aan eigendommen tot gevolg.

PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

Storingzoekschema

DAU60030

1. Brandstof

YAMAHA SR400 - Brandstof - 1

flowchart
graph TD
    A["Controleer het brandstofniveau in de brandstoftank."] --> B["aanwezig."]
    A --> C["Er is geen brandstof aanwezig."]
    C --> D["Vul brandstof bij."]
    D --> E["De motor start niet. Controleer de accu."]
    B --> F["Controleer de accu."]

2. Accu

YAMAHA SR400 - Accu - 1

flowchart
graph TD
    A["Draai de sleutel naar ON en bedien de richtingaanwijzerschakelaar."] --> B["De richtingaanwijzer knippert niet of zwak."]
    B --> C["De accu is in orde."]
    C --> D["Bedien de kickstarter. Als de motor niet start, controleer dan de ontsteking."]
    B --> E["De richtingaanwijzer knippert niet of zwak."]
    E --> F["Controleer de aansluitingen van de accukabels en vraag indien nodig een Yamaha dealer om de accu te laden."]

3. Ontsteking

YAMAHA SR400 - Ontsteking - 1

flowchart
graph TD
    A["Verwijder de bougie en controleer de elektroden."] --> B["Droog"]
    B --> C["Vraag een Yamaha dealer de machine te controleren."]
    D["De motor start niet. Controleer de compressie."] --> E["De motor start niet. Controleer de compressie."]
    F["Electrodehandstand van de bougie af or vervang de bougie."] --> G["Electrodehandstand van de bougie af or vervang de bougie."]

4. Compressie

YAMAHA SR400 - Compressie - 1

flowchart
graph TD
    A["Bedien de kickstarter."] --> B["Er is geen compressie."]
    B --> C["Vraag een Yamaha dealer de machine te controleren."]

VERZORGING EN STALLING VAN DE MOTORFIETS

DAU37834

Matkleur, let op

DCA15193

LET OP

Sommige modellen zijn uitgerust met matkleurige onderdelen. Raadpleeg een Yamaha dealer voor advies over wat voor producten gebruikt moeten worden om het voertuig te reinigen. Het gebruik van een borsteltje, chemische producten of reinigingsmiddelen tijdens het reinigen van deze onderdelen kan het oppervlak bekrassen of beschadigen. Ook was moet niet worden aangebracht op een van de matkleurige onderdelen.

DAU26005

Verzorging

De open constructie van een motorfiets maakt de fraaie techniek beter zichtbaar, maar de machine is hierdoor ook kwetsbaarder. Er kan roestvorming en corrosie optreden, ook al zijn hoogwaardige componenten gebruikt. Een roestige uitlaatpijp valt bij een auto niet zo op, maar doet bij een motorfiets afbreuk aan het algehele uiterlijk. Regelmatige en correcte verzorging is niet alleen vereist volgens de garantiebepalingen, maar zorgt ook dat de motorfiets er langer mooi uit blijft zien, verlengt de levensduur en verbetert de prestaties.

Alvorens te reinigen

  1. Dek de uitlaatdemperopening af met een plastic zak nadat de motor is afgekoeld.
  2. Controleer of alle doppen en afdekpluggen en alle elektrische stekkers en aansluitingen, inclusief de bougiedoppen, stevig zijn bevestigd.
  3. Verwijder hardnekkige vervuiling, zoals verbrande olie op het carter, met een ontvetter en een borstel, maar gebruik dergelijke producten nooit op afdichtingen, pakkingen, tandwielen, de aandrijfketting en de wielassen. Spoel vuil en ontvetter altijd af met water.

Reinigen

DCA10773

LET OP

  • Vermijd het gebruik van sterke en bijtende wielreinigingsmiddelen, vooral bij spaakwielen. Als dergelijke producten toch worden gebruikt om hardnekkig vuil los te maken, laat het reinigingsmiddel dan niet langer inwerken dan is vermeld in de gebruiksinstructies. Spoel vervolgens grondig na met water, laat direct drogen en breng daarna een corrosiewerende spray aan.
  • Bij verkeerd reinigen kunnen kunststof delen (zoals stroomlijnpanelen, framepanelen, kuipruiten, koplampenzen, lenzen van de instrumentenverlichting enz.) en de uitlaatdempers beschadigd raken. Gebruik alleen een zachte, schone doek of een spons met water om kunststof delen te reinigen. Als de kunststof delen met water niet afdoende kunnen worden gereinigd, kan een mild reinigingsmiddel met water worden gebruikt. Spoel reinigingsmiddelresten zorgvuldig af met grote hoeveelheden water, aangezien ze de kunststof delen kunnen beschadigen.

VERZORGING EN STALLING VAN DE MOTORFIETS

  • Gebruik geen bijtende chemische reinigingsmiddelen op kunststof delen. Vermijd het gebruik van doeken of sponzen die in contact zijn geweest met bijtende of schurende reinigingsmiddelen, oplosmiddelen of thinner, brandstof (benzine), roestverwijderingsmiddelen of corrosieremmers, remvloeistof, antivries of elektrolyt.
  • Gebruik geen hogedrukreinigers of stoomreinigers, omdat dan op de volgende plaatsen water kan doordringen en zo schade kan ontstaan: afdichtingen (van wiel- en achterbruglagers, voorvork en remmen), elektrische componenten (kabelstekkers, messtekkers, instrumenten, schakelaars en verlichting), beluchtings- en ontluchtingsslangen.
  • Bij motorfietsen met een kuipruit: Gebruik geen bijtende reinigingsmiddelen of harde sponzen, deze veroorzaken dofheid en laten krasjes achter. Sommige reinigingsmiddelen voor kunststof laten eveneens krasjes achter op de kuipruit. Test het product op een klein, niet-zichtbaar gedeelte van de kuipruit om zeker te zijn dat geen sporen

achterblijven op de kuipruit. Als de kuipruit krasjes vertoont, breng dan na wassen een hoogwaardige polish voor gebruik op kunststof aan.

Na normaal gebruik

Verwijder vuil met warm water, een mild reinigingsmiddel en een zachte, schone spons en spoel dan grondig met schoon water. Gebruik een tandenborstel of flessenborstel voor moeilijk bereikbare plekken. Hardnek- kig vastzittend vuil en insectenresten laten gemakkelijker los als de bewuste plek alvo- rens te reinigen een paar minuten met een vochtige doek wordt bedekt.

Na rijden in regen, aan de kust of op bepekelde wegen

Zeelucht en wegenzout waarmee wegen in de winter worden bestrooid hebben in combinatie met water een zeer corrosieve werking; handel daarom als volgt na een rit in een regenbui, nabij de kust of op bepekelde wegen.

OPMERKING

In de winter gestrooid wegenzout kan nog tot in de lente aanwezig blijven.

  1. Reinig de motorfiets met koud water en een mild reinigingsmiddel nadat de

motor is afgekoeld. LET OP: Gebruik geen warm water, dit versnelt de corrosieve werking van het zout.[DCA10792]

  1. Breng met een spuitbus een corrosiewerend middel aan op alle metalen de- len, ook op verchroomde en vernikkelde componenten, om zo cor- rosie te voorkomen.

Na reiniging

  1. Droog de motorfiets met een zeemleren lap of een vochtabsorberende doek.
  2. Laat de aandrijfketting direct drogen en smeer hem om roestvorming te voorkomen.
  3. Gebruik een chroompolish om verchroomde, aluminium en roestvrijstalen delen te doen glanzen, ook het uitlaatsysteem. (Zelfs thermische verkleuringen op roestvrijstalen uitlaatsystemen kunnen door oppoetsen worden verwijderd.)
  4. Het is aan te bevelen om met een spuitbus een corrosiewerend middel aan te brengen op alle metalen delen, ook op verchroomde en vernikkelde componenten, om zo corrosie te voorkomen.

  5. Gebruik oliespray als universeel

VERZORGING EN STALLING VAN DE MOTORFIETS

schoonmaakmiddel om nog achtergebleven vuil te verwijderen.

  1. Werk kleine lakbeschadigingen door steenslag e.d. bij.
  2. Zet alle gelakte oppervlakken in de was.
  3. Laat de motorfiets volledig drogen al-vorens deze te stallen of af te dekken.

DWA11132

WAARSCHUWING

Verontreiniging van de remmen of banden kan leiden tot verlies van de controle over de machine.

  • Controleer of er geen olie of was op de remmen of banden zit.
  • Reinig de remschijven en remvoeringen indien nodig met een normale remschijfreiniger of aceton en spoel de banden schoon met lauw water en een mild reinigingsmiddel. Test de remwerking en het weggedrag van de machine in bochten voordat u met hoge snelheden gaat rijden.

DCA10801

LET OP

  • Breng een geringe hoeveelheid oliespray en was aan en verwijder overtollige hoeveelheden.
  • Breng oliespray of was nooit aan op

rubber of kunststof delen, behandel deze met een daartoe bestemd verzorgingsmiddel.

- Vermijd het gebruik van schurende poetsmiddelen, deze tasten de lak aan.

OPMERKING

  • Vraag een Yamaha dealer om advies over de te gebruiken producten.
  • Door wassen, regenachtig weer of een vochtig klimaat kan de koplamplens beslagen raken. Inschakelen van de koplamp gedurende een korte periode zal helpen bij de verwijdering van het vocht.

DAU43203

Stalling

Korte termijn

Stal uw motorfiets steeds op een koele en droge plek en bescherm indien nodig tegen stof met een luchtdoorlatende stallinghoes. Zorg ervoor dat de motor en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld alvorens de motorfiets af te dekken.

DCA10811

LET OP

  • Als de motorfiets wordt gestald in een slecht geventileerde ruimte of in vochtige toestand wordt afgedekt met een hoes of een dekzeil, zal water en vocht kunnen binnendringen en roestvorming veroorzaken.
  • Voorkom corrosie door de machine niet te stallen in een vochtige kelder, een stal (i.v.m. de aanwezigheid van ammoniakdamp) en in een opslagruimte voor sterke chemicaliën.

Lange termijn

Alvorens uw motorfiets gedurende meerde- re maanden aaneen te stallen:

  1. Volg alle instructies op in de paragraaf "Verzorging" in dit hoofdstuk.
  2. Vul de brandstoftank en voeg een sta-

VERZORGING EN STALLING VAN DE MOTORFIETS

bilisatoradditief (indien verkrijgbaar) toe om roestvorming in de tank en achteruitgang van de brandstof te voorkomen.

  1. Voer de volgende stappen uit om de cilinder, de zuigerveren etc. te beschermen tegen corrosie.

a. Verwijder de bougiedop en de bougie.

b. Giet een theelepel motorolie in het bougiegat.

c. Breng de bougiedop aan op de bougie en leg dan de bougie zodanig op de cilinderkop dat de elektroden aan massa liggen. (Dit voorkomt vonken tijdens de volgende stap.)

d. Laat de motor een paar keer ronddraaien op de startmotor. (De cilinderwand wordt zo geolied.)

e. Haal de bougiedop los van de bougie en breng dan de bougie en de bougiedop weer aan. WAARSCHUWING! Verbind de bougie-elektrodes met de massa bij het ronddraaien van de motor om schade of letsel door vonkvorming te voorkomen.[DWA10952]

  1. Smeer alle bedieningskabels en scharnierpunten van alle hendels en

pedalen en van de zijstandaard/middenbok.

  1. Controleer de bandenspanning, corrigeer deze indien nodig en breng dan de motorfiets omhoog, zodat beide wielen los van de grond zijn. Een andere mogelijkheid is de wielen elke maand iets te draaien, zodat de banden niet op één gedeelte sterker achteruitgaan.

  2. Dek de uitlaatdemper af met een plastic zak om te voorkomen dat vocht kan binnendringen.

  3. Verwijder de accu en laad deze volledig bij. Berg de accu op een koele en droge plek op en laad deze eens per maand bij. Berg de accu niet op een overmatig koude of warme plek op [onder 0 °C (30 °F) of boven 30 °C (90 °F)]. Zie pagina 6-28 voor meer informatie over het opbergen van de accu.

OPMERKING

Voer eventueel benodigde reparaties uit voordat u uw motorfiets stalt.

Afmetingen:

Totale lengte:

2085 mm (82.1 in)

Totale breedte:

750 mm (29.5 in)

Totale hoogte:

1095 mm (43.1 in)

Zadelhoogte:

785 mm (30.9 in)

Wielbasis:

1410 mm (55.5 in)

Grondspeling:

130 mm (5.1 in)

Kleinste draaicirkel:

2400 mm (94.5 in)

Gewicht:

Rijklaar gewicht:

174 kg (384 lb)

Motor:

Type motor:

Luchtgekoeld, 4-takt, SOHC

Cilinderopstelling:

1-cilinde

Slagvolume:

399 cm³

Boring × slag:

87.0× 67.2mm (3.43× 2.65 in)

Compressieverhouding:

8.50:1

Startsysteem:

Kickstarter

Smeersysteem:

Dry sump

Motorolie:

Aanbevolen merk:

YAMALUBE

Type:

SAE 10W-30, 10W-40, 10W-50, 15W-40,

20W-40 of 20W-50

10 30 50 70 90 1100 130 °F SAE 10W-30 SAE 10W-40 SAE 10W-50 SAE 15W-40 SAE 20W-40 SAE 20W-50 -20 -10 0 10 20 30 40 50 °C

Aanbevolen kwaliteit motorolie:

Type API service SG of hoger, JASO MA

norm

Hoeveelheid motorolie:

Zonder vervanging van oliefilterelement:

2.00 L (2.11 US qt, 1.76 Imp.qt)

Met vervanging van oliefilterelement:

2.10 L (2.22 US qt, 1.85 Imp.qt)

Luchtfilter:

Luchtfilterelement:

Papieren element met oliecoating

Brandstof:

Aanbevolen brandstof:

Inhoud brandstoftank:

12.0 L (3.17 US gal, 2.64 Imp.gal)

Hoeveelheid reservebrandstof:

2.2 L (0.58 US gal, 0.48 Imp.gal)

Brandstofinjectie:

Gasklephuis:

Het teken van identificatie:

2RD1 00

Bougie(s):

Fabrikant/model:

NGK/BPR6ES

Elektrodenafstand:

Nat, meervoudige plaat

Versnellingsbak:

Primaire reductieverhouding:

2.567 (77/30)

Eindoverbrenging:

Ketting

Secundaire reductieverhouding:

2.947 (56/19)

Type versnellingbak:

Constant mesh, 5 versnellingen

Bediening:

Bediening met linkervoet

Overbrengingsverhoudingen:

1e:

2.357 (33/14)

2e:

1.556 (28/18)

3e:

1.190 (25/21)

SPECIFICATIES

4e:

0.917 (22/24)

5e:

0.778 (21/27)

Chassis:

Type frame:

Semi-dubbel wiegframe

Spoorhoek:

27.70 graad

Naspoor:

111 mm (4.4 in)

Voorband:

Type:

Met binnenband

Maat:

90/100-18M/C 54S

Fabrikant/model:

METZELER/ME77 Front

Achterband:

Type:

Met binnenband

Maat:

110/90-18M/C 61S

Fabrikant/model:

METZELER/ME77

Maximale belasting:

150 kg (331 lb)

* (Totaal gewicht van bestuurder, passagier, bagage en accessoires)

Bandenspanning (gemeten aan koude banden):

Gewichtsverdeling:

0–90 kg (0–198 lb)

Voor:

175 kPa (1.75 kgf/cm², 25 psi)

Achter:

200 kPa (2.00 kgf/cm², 29 psi)

Gewichtsverdeling:

Bediening met rechterhand

Aanbevolen remvloeistof:

DOT 4

Achterrem:

Type:

Trommelrem

Bediening:

Bediening met rechtervoet

Voorwielophanging:

Type:

Telescoopvork

Veer/schokdempertype:

Schroefveer/oliedemper

Veerweg:

150 (5.9)

Achterwielophanging:

Type:

Achterbrug

Veer/schokdempertype:

Schroefveer/oliedemper

Veerweg:

105 (4.1)

Elektrische installatie:

Ontstekingssysteem:

Transistorontsteking

Laadsysteem:

Wisselstroomdynamo met permanente

magneten

Accu:

Model:

GT4B-5

Voltage, capaciteit:

12 V, 2.5 Ah

Koplamp:

Type gloeilamp:

Halogeenlamp

Gloeilampen voltage, wattage × aantal:

Koplamp:

Voorste richtingaanwijzer:

12 V, 21.0 W × 2

Achterste richtingaanwijzer:

12 V, 21.0 W × 2

Parkeerlicht:

12 V, 4.0 W × 1

Instrumentenverlichting:

12 V, 1.7 W × 4

Controlelampje vrijstand:

12 V, 1.7 W × 1

Controlelampje richtingaanwijzers:

12 V, 1.7 W × 1

Controlelampje brandstofniveau:

12 V, 3.0 W × 1

Waarschuwingslampje motorstoring:

12 V, 1.7 W × 1

Zekeringen:

Hoofdzekering:

30.0 A

Koplampzekering:

15.0 A

Zekering signaleringssysteem:

15.0 A

Zekering ontstekingssysteem:

10.0 A

Zekering parkeerlichtcircuit:

7.5 A

Zekering brandstofinjectiesysteem:

7.5 A

Backup-zekering:

7.5 A

GEBRUIKERSINFORMATIE

DAU53562

Identificatienummers

Noteer het voertuigidentificatienummer, het serienummer van het motorblok en de gegevens op de modelinformatiesticker in onderstaande ruimtes. Deze identificatienummers zijn nodig voor de kentekenregistratie van het voertuig in uw land en voor het bestellen van reserveonderdelen bij een Yamaha dealer.

VOERTUIGIDENTIFICATIENUMMER:

YAMAHA SR400 - Identificatienummers - 1

Voertuigidentificatienummer
1

  1. Voertuigidentificatienummer

Het voertuigidentificatienummer is ingeslagen op de balhoofdbuis. Noteer dit nummer in het daartoe bestemde vakje.

OPMERKING

Het voertuigidentificatienummer is bedoeld voor identificatie van uw motorfiets en kan worden gebruikt om uw motor in uw land aan te melden voor kentekenregistratie.

DAU26441

Het motorblokserienummer is ingeslagen in het carter.

DAU26481

Modelinformatiesticker
YAMAHA SR400 - OPMERKING - 1

De modelinformatiesticker is onder het za- del bevestigd aan het frame. (Zie pagina 3-11.) Noteer de informatie op deze sticker in het daartoe bestemde vakje. Deze informatie is nodig om reserve-onderdelen te bestellen bij een Yamaha dealer.

INDEX

A

Aandrijfketting, reinigen en smeren .....6-24

Accu 6-28

Achterbrugscharnierpunten, smeren.....6-27

B

Banden....6-15

Bougie, controlleren....6-9

Brandstof....3-7

Brandstofkraan....3-9

Brandstofverbruik, tips voor een zuinig.....5-3

C

Claxonschakelaar ....3-4

Contactslot/stuurslot 3-1

Controle- en waarschuwingslampjes .....3-2

Controlelampje grootlicht ....3-2

Controlelampje richtingaanwijzers ....3-2

D

Gloeilamp richtingaanwijzer, vervangen....6-33

H

Hoogte en vrije slag van rempedaal, afstellen 6-18

|

Identificatienummers....9-1

Inrijperiode 5-3

K

Kabels, controleren en smeren.... 6-24

Kickstarter.... 3-10

Klepspeling 6-14

Koplampgloeilamp, vervangen 6-31

Koppelingshendel 3-5

Koppelingshendel, vrije slag afstellen .....6-17

L

Lichtsignaalschakelaar 3-4

Luchtfilterelement, vervangen ....6-13

M

Matkleur, let op 7-1

Middenbok en zijstandaard, controleren en smeren 6-26

Modelinformatiesticker.... 9-1

Motorolie en oliefilterelement.... 6-10

N

Noodstopschakelaar.... 3-4

0

Onderhoud, uitstootcontrolesysteem...... 6-3

P

Paneel, verwijderen en aanbrengen...... 6-8

Parkeerlichtgloeilamp, vervangen .....6-34

Parkeren 5-4

Plaats van de onderdelen.... 2-1

Problemen oplossen.... 6-38

R

Remblokken en remschoenen, controleren 6-20

Rem- en koppelingshendels, controleren en smeren 6-25

Remhendel 3-6

Remhendel, vrije slag afstellen.... 6-18

Remlichtschakelaars 6-20

Rempedaal.... 3-6

Rempedaal, controleren en smeren...... 6-26

Remvloeistofniveau, controleren.... 6-21

Remvloeistof, verversen.... 6-22

Richtingaanwijzerschakelaar.... 3-4

S

Schakelaar alarmverlichting 3-4

Schakelen 5-2

Schakelpedaal.... 3-5

Schakelpedaal, controleren.... 6-20

Schokdemperunits, afstellen 3-11

Serienummer motorblok.... 9-1

Smering en onderhoud, periodiek 6-4

Snelheidsmeterunit 3-3

Spanning aandrijfketting.... 6-22

Specifications 8-1

Stalling 7-3

Starten van de motor.... 5-1

Starten van de motor, problemen.... 5-2

Startspersysteem 3-12

Stationair toerental, controleren 6-14

Storingzoekschema.... 6-40

Stuurschakelaars 3-4

Stuursysteem, controleren 6-28

T

Tankbeluchtingsslang/overloopslang ..... 3-8

Tankdop 3-6

Toerenteller 3-3

U

Uitlaatkatalysator.... 3-9

V

Veiligheidsinformatie 1-1

Verzorging....7-1

Voertuigidentificatienummer.... 9-1

INDEX

Voorvork, controleren 6-27

Vrije slag van gasgreep, controleren .....6-14

Vrijstandcontrolelampje 3-2

W

Waarschuwingslampje brandstofniveau ....3-2

Waarschuwingslampje motorstoring......3-2

Wiel (achter) 6-37

Wielen....6-17

Wiellagers controleren....6-28

Wiel (voor) 6-35

Z

Zadel....3-11

Zekeringen, vervangen....6-29

Zijstandaard....3-12

Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

YAMAHA SR400 - Z - 1

YAMAHA

PRINTED IN THE NETHERLANDS

2013.12

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : SR400

Categorie : Motorfiets