YAMAHA Why YH50 - Scooter

Why YH50 - Scooter YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Why YH50 YAMAHA in PDF-formaat.

📄 78 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice YAMAHA Why YH50 - page 9
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Scooter
Merk Yamaha
Model Why YH50
Afmetingen (L x B x H) 1940 x 685 x 1105 mm
Zadelhoogte 765 mm
Wielbasis 1294 mm
Grondspeling 125 mm
Gewicht (nat) 78 kg
Motortype Luchtgekoelde 2-takt, 49,2 cc
Startsysteem Elektrische starter en kickstarter
Smeersysteem Autolube (injectie)
Brandstoftankinhoud 7,2 L
Oliereservoir inhoud 1,3 L
Transmissie Automatisch (V-snaar)
Remmen voor Enkele schijfrem
Remmen achter Trommelrem
Bandenmaat voor 2 1/2-16 (tubeless)
Bandenmaat achter 2 3/4-16 (tubeless)
Accu 12 V / 4 Ah
Zekering 7,5 A
Maximale belading 182 kg
Verlichting koplamp 12 V, 35 W/35 W
Periodiek onderhoud Zie onderhoudsschema in handleiding (o.a. bougie, luchtfilter, olie)
Veiligheid Helm en beschermende kleding dragen; remmen controleren voor elke rit

Veelgestelde vragen - Why YH50 YAMAHA

Hoe start ik de motor van de Yamaha Why YH50?
Zet de contactsleutel op 'ON', bekrachtig een van de remmen en druk op de startknop. Als de accu leeg is, gebruik dan de kickstarter.
Welke brandstof moet ik gebruiken?
Gebruik uitsluitend normale loodvrije benzine met een octaangetal van ten minste RON 91.
Welke olie is geschikt voor de 2-takt injectie?
Gebruik Yamalube 2 of een gelijkwaardige 2-takt injectiesmeerolie met JASO klasse FC of ISO klassen EG-C of EG-D. Het reservoir heeft een inhoud van 1,3 L.
Wat is de juiste bandenspanning?
Voorband: 180 kPa (1,8 bar) bij belading tot 90 kg, 180 kPa bij zwaardere belading. Achterband: 190 kPa (1,9 bar) tot 90 kg, 210 kPa (2,1 bar) bij belading tot 182 kg. Meet altijd bij koude banden.
Hoe stel ik de vrije slag van de achterremhendel af?
Draai aan de stelmoer op de remankerplaat: rechtsom voor minder vrije slag, linksom voor meer. De gewenste vrije slag is 10–20 mm.
Wanneer moet ik de bougie vervangen?
Volgens het onderhoudsschema elke 6000 km of jaarlijks. Gebruik een NGK BR8HS met elektrodenafstand 0,6–0,7 mm.
Hoe reinig ik het luchtfilter?
Verwijder het filterelement, reinig het met een geschikt oplosmiddel, wring het uit, breng motorolie aan en wring overtollige olie eruit. Plaats het terug als het nog vochtig maar niet druipend is.
Wat is de maximale belading van de scooter?
Het totale gewicht van bestuurder, passagier, bagage en accessoires mag niet meer zijn dan 182 kg. De bagagedrager is tot 1,5 kg en de bagagehaak tot 3,0 kg.
Hoe berg ik de scooter langdurig op?
Reinig de scooter, leeg de carburateur, voeg brandstofstabilisator toe, smeer kabels en lagers, zet de wielen omhoog, en laad de accu periodiek bij. Bewaar op een koele, droge plaats.
Waar vind ik het voertuigidentificatienummer?
Het VIN is ingeslagen op het frame. Noteer dit voor registratie en onderdelenbestelling. Ook vindt u een modelinformatielabel onder het zadel.

Gebruikersvragen over Why YH50 YAMAHA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Why YH50 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Why YH50 van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING Why YH50 YAMAHA

Welkom in de wereld van Yamaha rijders!

Als eigenaar van de YH50 profiteert u van Yamaha's ervaring en technische kennis in het ontwerpen en fabriceren van producten van topkwaliteit, waarmee Yamaha haar verdiende reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.

Neem de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u alle voordelen van uw YH50 optimaal kunt benutten. Deze gebruikershandleiding geeft instructies over bediening, inspectie en onderhoud van de scooter, terwijl ook wordt beschreven hoe u uzelf en anderen persoonlijk letsel en schade kunt besparen.

De vele tips in deze handleiding helpen u bovendien om uw scooter in optimale conditie te houden. Als er tenslotte toch nog vragen zijn, aarzel dan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.

Het Yamaha team wenst u vele veilige en plezierige ritten toe. En vergeet niet, veiligheid voor alles!

BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING

DAU00005

Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:

YAMAHA Why YH50 - BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING - 1

Het Safety Alert symbool betekent ATTENTIE! LET OP! HET GAAT OM UW VEILIGHEID!

YAMAHA Why YH50 - BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING - 2

WAARSCHUWING

Wanneer instructies vermeld in een WAARSCHUWING niet worden opgevolgd, kan dit leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel voor de motorrijder of omstanders of degene die de scooter inspecteert of repareert.

LET OP:

De aanduiding LET OP staat vermeld bij speciale voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen om schade aan de scooter te voorkomen.

OPMERKING:

De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.

OPMERKING:

  • Deze handleiding moet worden gezien als een permanent onderdeel van deze scooter en moet altijd bij de machine blijven, ook als deze ooit wordt verkocht.
  • Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn van kleine tegenstrijdigheden tussen uw motor en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recente productinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen heeft over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.

BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING

DW00002

WAARSCHUWING

LEES DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG HELEMAAL DOOR VOORDAT U DEZE SCOOTER GAAT GEBRUIKEN.

BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING

DAUM0023

YH50

HANDLEIDING VOOR DE EIGENAAR

© 2003 door MBK INDUSTRIE

1e Uitgave, januari 2003

Alle rechten voorbehouden

Elke vorm van herdruk of onbevoegd gebruik

zonder schriftelijke toestemming van

MBK INDUSTRIE

is uitdrukkelijk verboden.

Gedrukt in Frankrijk.

1 GEEF VOORRANG AAN VEILIGHEID1
2 BESCHRIJVING2
3 FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN3
4 CONTROLES VOOR HET STARTEN4
5 GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE5
6 PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES6
7 VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER7
8 SPECIFICATIES8
9 GEBRUIKERSINFORMATIE9

YAMAHA Why YH50 - BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING - 1

GEEF VOORRANG AAN VEILIGHEID

Andere aandachtspunten voor veilig motorrijden 1-2

Scooters zijn schitterende machines die de motorrijder een onovertroffen gevoel van vrijheid kunnen geven. Er zijn echter wel bepaalde spelregels en beperkingen, waar u niet omheen kunt; ook de beste scooter kan niet meer dan de natuurwetten toestaan.

Regelmatige verzorging en onderhoud is van groot belang om de waarde en de goede conditie van uw motor te behouden. Dit geldt trouwens niet alleen voor de scooter, maar ook voor de motorrijder: om goed en veilig te rijden moet u zelf ook in goede conditie zijn. Rijden onder invloed van medicijnen, drugs en alcohol is natuurlijk uit den boze. Motorrijders horen altijd—meer nog dan autobestuurders—geestelijk en lichamelijk op hun best te zijn. Ook de geringste hoeveelheid alcohol geeft ongemerkt een zekere overmoed, die bijzonder gevaarlijk kan zijn.

Beschermende kleding is voor een motorrijder even belangrijk als veiligheidsgordels voor de bestuurder en inzittenden van een auto. Draag steeds een compleet motorpak (gemaakt van leer of slijtvast synthetisch materiaal met beschermers), stevige laarzen, motorhandschoenen en een goed passende helm. Optimaal beschermende kleding mag echter niet aanmoedigen tot zorgeloosheid. Vooral integraal omsluitende helmen en motorpakken geven een gevoel van totale veiligheid en bescherming, maar toch zijn motorrijders altijd kwetsbaar in het verkeer. Ken uw eigen grenzen, rijd niet harder dan verstandig is en neem geen onnodige risico's. Vooral bij nat weer zit een ongeluk in een klein hoekje. Een verstandig motorrijder rijdt defensief en met voorspelbaar weggedrag. Ook al weet uzelf precies wat u doet, verrassing bij andere weggebruikers is gevaarlijk. Houd rekening met de mogelijkheid dat andere weggebruikers fouten kunnen maken; veiligheid is samenwerking.

Veel plezier onderweg!

DAU02964

Andere aandachtspunten voor veilig motorrijden

  • Geef duidelijk richting aan wanneer u een bocht neemt.
  • Op een nat wegdek kan remmen uiterst lastig zijn. Vermijd te hard remmen, de scooter zou kunnen slippen. Bedien de remmen rustig wanneer u op een nat wegdek wilt stoppen.
  • Minder snelheid bij het naderen van een bocht of een afslag. Trek langzaam op nadat u de bocht hebt genomen.
  • Wees voorzichtig bij het passeren van geparkeerde auto's. Een bestuurder merkt u mogelijk niet op en kan het portier openslaan in uw rijrichting.
  • Spoorwegovergangen, tramrails, ijzeren platen gebruikt in de wegenbouw en putdeksels worden in natte toestand zeer glad. Minder snelheid en passeer ze voorzichtig. Houd de scooter recht, anders kan hij gaan schuiven.
  • De remvoering kan nat worden bij het wassen van de scooter. Controleer de remmen na het wassen van de scooter, voordat u gaat rijden.
  • Draag steeds een helm, handschoenen, een lange broek (taps toelopend bij de enkel/omslag, om flapperen te voorkomen), en een felgekleurd jack.
  • Vervoer op uw scooter niet te veel bagage. Een overbeladen scooter is onstabiel. Gebruik een sterk koord om bagage op de drager vast te sjorren. Losse bagage beïnvloedt de stabiliteit van de scooter en kan uw aandacht afleiden van het verkeer.

BESCHRIJVING

Aanzicht linkerzijde 2-1

Aanzicht rechterzijde.... 2-2

Aanzicht linkerzijde

1 2 3 4 7 6 5

  1. Achterremhendel (pagina 3-5, 6-12, 6-15)
  2. Brandstofniveaumeter (pagina 3-3)
  3. Snelheidsmeter (pagina 3-3)
  4. Contactslot/stuurslot-unit (pagina 3-1, 3-8)

  5. Vuldop versnellingsbakolie (pagina 6-6)

  6. Kickstarter (pagina 3-7)
  7. Luchtfilter (pagina 6-7)

Aanzicht rechterzijde

8 9 10 11 14 13 12

  1. Achterste bagagedrager (pagina 3-9)
  2. Duozadel —
  3. Gasgreep (pagina 6-9, 6-15)
  4. Voorremhendel (pagina 3-5, 6-12, 6-15)

  5. Bagagehaak (pagina 3-9)

  6. Accu/zekering (pagina 6-18–6-19)
  7. Brandstoftank- en oliereservoirdop (pagina 3-5)

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

Contactslot/stuurslot-unit 3-1

Controlelampjes en waarschuwingslampjes 3-2

Snelheidsmeterunit 3-3

Brandstofniveaumeter 3-3

Stuurschakelaars 3-4

Voorremhendel 3-5

Achterremhendel 3-5

Tankdop en dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering ..... 3-5

Brandstof 3-6

Uitlaatkatalysator 3-7

2-takt injectiesmering 3-7

Kickstarter 3-7

Rijderzadel 3-8

Opbergcompartiment 3-8

Bagagedrager 3-9

Bagagehaak 3-9

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

DAU00027

OPEN PUSH ZAUM1063

DAU00029

Contactslot/stuurslot-unit

Via het contactslot/stuurslot worden het ontstekingssysteem en de verlichtingssystemen bediend en wordt het stuur vergrendeld. De diverse standen worden hierna beschreven.

DAU04384

ON "

Alle elektrische circuits worden voorzien van stroom; het achterlicht en de instrumentenverlichting gaan branden en de motor kan worden gestart. De sleutel kan niet worden uitgenomen.

OPMERKING:

De koplamp gaat branden zodra de motor wordt gestart.

DAU00038

OFF "

Alle elektrische systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan worden uitgenomen.

DAU04470*

CONTROLEREN "

Het waarschuwingslampje voor het olieniveau voor 2-takt injectiesmering moet gaan branden. Zie pagina 3-2 voor uitleg over de werking van het waarschuwingslampje voor olieniveau.

DAU00040

LOCK "

Het stuur is vergrendeld en alle elektrische systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan worden uitgenomen.

Om het stuur te vergrendelen

  1. Draai het stuur helemaal naar links.
  2. Druk de sleutel in de " ✉" -stand in en draai hem dan naar de " 🔊" -stand. Houd de sleutel hierbij ingedrukt.
  3. Neem de sleutel uit.

Om het stuur te ontgrendelen

Druk de sleutel in en draai hem dan naar " ⚙ ” terwijl de sleutel ingedrukt wordt gehouden.

WAARSCHUWING

DW000016

Draai de contactsleutel nooit naar “ ” of naar “ 📁 terwijl de scooter rijdt; elektrische systemen worden dan afgeschakeld en mogelijk zult u zo de macht over het stuur verliezen of een ongeval veroorzaken. Zorg altijd dat de scooter stilstaat voordat u de sleutel naar “ 📁 of naar “ 📁 draait.

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

YAMAHA Why YH50 - FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN - 1

  1. Controlelampje " ◇◇" richtingaanwijzers
  2. Controlelampje grootlicht "D"

DAU03034

Controlelampjes en waarschuwingslampjes

YAMAHA Why YH50 - Controlelampjes en waarschuwingslampjes - 1

  1. Waarschuwingslampje "

voor olienivea

DAU02958

Waarschuwingslampje " olieniveau

OPMERKING:

Vraag een Yamaha dealer het elektrisch circuit te controleren als het waarschu-wingslampje niet gaat branden als de sleutel in de "●" -stand staat of niet dooft nadat de olie in het oliereservoir van een 2-takt motor is bijgevuld.

DC000000

LET OP:

Gebruik de motorfiets alleen als u weet dat het motorolieniveau voldoende hoog

voor is.

Dit waarschuwingslampje brandt als de sleutel in de “ Ⓞ ” -stand staat of als het olieniveau in het oliereservoir van een

Controlelampje “ ◇◇”

zers

Dit controlelampje knippert wanneer de schakelaar voor richtingaanwijzers naar de linker- of rechterstand is gedrukt.

DAU00063

Controlelampje grootlicht "∅"

Dit controlelampje gaat branden wanneer het grootlicht van de koplamp is ingeschakeld.

ijtakt motor tijdens bedrijf te laag staat. Als het waarschuwingslampje bij draaiende motor gaat branden, stop dan direct en vul het oliereservoir met Yamalube 2 of gelijkwaardige 2-takt injectiesmeerolie met ofwel JASO klasse "FC" of met de ISO klassen "EG-C" of "EG-D". Het waarschuwingslampje moet doven nadat het oliereservoir voor 2-takt injectiesmeerolie is bijgevuld.

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

YAMAHA Why YH50 - FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN - 1

De snelheidsmeterunit is voorzien van een snelheidsmeter en een kilometerteller. De snelheidsmeter toont de actuele rijsnelheid. De kilometerteller toont de totale afgelegde afstand.

YAMAHA Why YH50 - FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN - 2

De brandstofniveaumeter geeft aan hoeveel brandstof in de tank aanwezig is. De naald beweegt naar "E" (Empty) naarmate het brandstofniveau daalt. Vul zo snel mogelijk brandstof bij als de naald bij "E" staat.

OPMERKING:

Voorkom dat de brandstoftank geheel droog komt te staan.

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

1 2 3 4 ZAJIM266

  1. Dimlichtschakelaar "
  2. Uitschakelknop
  3. Richtingaanwijzerschakelaar " /"
  4. Claxonschakelaar "10"

DAU00118

Stuurschakelaars

DAU03888

Zet deze schakelaar op "D" voor groot-

licht en op "∃" voor dimlicht.

Richtingaanwijzerschakelaar

YAMAHA Why YH50 - Richtingaanwijzerschakelaar - 1

Druk deze schakelaar naar “ ➞ ” om slaan naar rechts aan te geven. Druk deze schakelaar naar “ ➞ ” om afslaan n links aan te geven. Na loslaten keert de schakelaar terug naar de middenstand. Druk op de uitschakelknop en laat dan los om de richtingaanwijzers uit te zetten.

DAUM0097

DAU00129

Claxonschakelaar "12"

Druk deze schakelaar in om een claxonsignaal te geven.

ar 1 Z6.048366

  1. Startknop " 3"

DAUM0063

Startknop "

Druk bij bekrachtigde voor- of achterrem deze knop in om de motor via de startmotor te starten.

DC000005

LET OP:

Zie pagina 5-1 voor startinstructies voordat u de motor start.

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

1 ZA032001

  1. Voorremhendel

1 ZAURW0545

  1. Achterremhendel

YAMAHA Why YH50 - FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN - 3

De voorremhendel bevindt zich aan de rechterstuurgreep. Trek deze hendel naar het stuur toe om de voorrem te bekrachtigen.

DAU03882

DAU00163

Achterremhendel

De achterremhendel bevindt zich aan de linkerstuurgreep. Trek deze hendel naar het stuur toe om de achterrem te bekrachtigen.

DAU03463

Tankdop en dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering

De tankdop en de dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering bevinden zich onder het zadel. (Zie pagina 3-8 voor openen en sluiten van het zadel.)

Vuldop brandstoftank

Om de tankdop te verwijderen wordt deze linksom gedraaid en dan losgenomen.

Om de tankdop aan te brengen wordt deze rechtsom gedraaid.

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

YAMAHA Why YH50 - FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN - 1

Dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering

De dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering wordt los getrokken om te verwijderen.

Om de dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering aan te brengen wordt deze vast gedrukt in de reservoiropening.

DW000025

WAARSCHUWING

Controleer alvorens te gaan rijden of de tankdop en de dop van het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering correct zijn aangebracht.

YAMAHA Why YH50 - WAARSCHUWING - 1

Controleer of voldoende brandstof in de brandstoftank aanwezig is. Vul de brandstoftank tot onderaan de vulpijp zoals getoond.

DW000130

WAARSCHUWING

  • Overvul de brandstoftank niet, anders zal benzine uitstromen zodra deze warm wordt en uitzet.
  • Mors geen brandstof op een heet motorblok.

DAU00185

LET OP:

Veeg gemorste brandstof direct af met een schone, droge en zachte doek, de brandstof kan immers schade toebrengen aan de lak of aan kunststof onderdelen.

DAU04206*

Voorgeschreven brandstof: UITSLUITEND NORMALE LOODVRIJE BENZINE

Inhoud brandstoftank:

Totale hoeveelheid:

7,2 L

Uw Yamaha motorblok is gebouwd op het gebruik van normale loodvrije benzine met een octaangetal van RON 91 of hoger. Als de motor gaat detoneren (pingelen), gebruik dan brandstof van een ander merk of gebruik loodvrije superbenzine. Door loodvrije benzine te gebruiken gaan bougies langer mee en blijven de onderhoudskosten beperkt.

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

DAU03098

Uitlaatkatalysator

Deze scooter heeft een uitlaatkatalysator die gemonteerd is in de uitlaatdemper.

DW000128

WAARSCHUWING

Het uitlaatsysteem is heet nadat de motor heeft gedraaid. Controleer of het uitlaatsysteem is afgekoeld alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.

DC000114

LET OP:

De volgende voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om brand of andere schaderisico's te voorkomen.

  • Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. Bij gebruik van loodhoudende benzine zal onherstelbare schade worden toegebracht aan de uitlaatkatalysator.
  • Parkeer de scooter nooit nabij brandgevaarlijke stoffen, zoals op gras of op ander materiaal dat gemakkelijk vlamvat.
  • Laat de motor niet te lang aaneen stationair draaien.

DAU03750

2-takt injectiesmeerolie

Controleer of voldoende olie aanwezig is in het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering. Vul zo nodig de voorgeschreven 2-takt injectiesmeerolie bij.

OPMERKING:

Controleer of de dop op het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering correct is aangebracht.

Aanbevolen olie:

Yamalube 2 of gelijkwaardige 2-takt injectiesmeerolie (JASO grade "FC" of ISO grades "EG-C" of "EG-D")

Oliehoeveelheid: 1,3 L

1 ZAUMO3062

  1. Kickstarter

DAUS0015

Kickstarter

Trap om de motor te starten het kickstartpedaal licht omlaag totdat de tandwielen aangrijpen en trap het pedaal dan soepel maar krachtig omlaag.

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

OPEN PUSH ZAJIA2009 ZAIA10005

DAU03091

Rijderzadel

Openen van het rijderzadel

  1. Zet de scooter op de middenbok.
  2. Steek de sleutel in het contactslot en draai hem dan linksom.

OPMERKING:

Druk de sleutel niet in terwijl u deze draait.

  1. Klap het rijderzadel omhoog.

YAMAHA Why YH50 - OPMERKING: - 1

Sluiten van het rijderzadel

  1. Klap het zadel omlaag en druk dan aan om te vergrendelen.
  2. Neem de sleutel uit het contactslot als de scooter onbeheerd wordt achtergelaten.

OPMERKING:

Controleer of het zadel stevig is vergren- deld alvorens te gaan rijden.

YAMAHA Why YH50 - OPMERKING: - 1

Om het opbergcompartiment te ontgrendelen

Steek de sleutel in het slot en draai deze een kwartslag rechtsom.

Om het opbergcompartiment te openen wanneer deze ontgrendeld is

Draai de knop een kwartslag rechtsom. De knop keert automatisch terug naar de oorspronkelijke positie zodra deze wordt losgelaten.

Om het opbergcompartiment te sluiten

Duw het deksel in de oorspronkelijke positie

Om het opbergcompartiment te vergrendelen Steek de sleutel in het slot en draai deze een kwartslag linksom. Verwijder vervolgens de sleutel.

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

DWA00005

WAARSCHUWING

  • Overschrijd het maximumlaadgewicht van 1,5 kg voor de bagagedrager niet.
  • Overschrijd het maximumlaadgewicht van 182 kg voor de machine niet.

YAMAHA Why YH50 - WAARSCHUWING - 1

  • Overschrijd het maximumlaadgewicht van 3,0 kg voor de bagagedrager niet.
  • Overschrijd het maximumlaadgewicht van 182 kg voor de machine niet.

YAMAHA Why YH50 - WAARSCHUWING - 2

  • Overschrijd het maximumlaadgewicht van 3,0 kg van de bagagehaak niet.
  • Overschrijd het maximumlaadgewicht van 182 kg voor de machine niet.

CONTROLES VOOR HET STARTEN

Controlelijst voor gebruik 4-1

De eigenaar is verantwoordelijk voor de conditie van de machine. Vitale onderdelen kunnen bijvoorbeeld bij blootstelling aan weer en wind vrij snel en onverwachts achteruitgaan, ook als de machine niet wordt gebruikt. Eventuele schade, vloeistoflekkage of het wegvallen van de bandspanning kan ernstige gevolgen hebben. Het is daarom van belang om voorafgaand aan elke rit een visuele inspectie uit te voeren en bovendien de volgende punten te controleren.

Controlelijst voor gebruik

DAU03439

ONDERDEEL CONTROLES PAGINA
BrandstofControleer het brandstofniveau in de brandstoftank.Vul zo nodig brandstof bij.Controleer de brandstofleiding op lekkage.3-5–3-6
Tweetakt motorolieControleer het olieniveau in het oliereservoir.Vul zo nodig het aanbevolen type olie bij tot aan het voorgeschreven niveau.Controleer de machine op olielekkage.3-5–3-7
CardanolieControleer de machine op olielekkage. 6-6
VoorremControleer de werking.Als de voorrem zacht of sponzig aanvoelt, vraag dan een Yamaha dealer het hydraulisch systeem te ontluchten.Controleer het vloeistofniveau in het reservoir.Vul zo nodig het aanbevolen type remvloeistof bij tot aan het voorgeschreven niveau.Controleer het hydraulisch systeem op lekkage.3-5, 6-13–6-15
AchterremControleer de werking.Controleer de vrije slag van het rempedaal.Stel zo nodig bij.3-5, 6-13–6-15
GasgreepControleer of de werking soepel is.Controleer de vrije slag van de kabel.Vraag zo nodig de Yamaha dealer om de vrije slag van de kabel af te stellen, en de kabel en het kabelhuis te smeren.6-9, 6-15
Wielen en bandenControleer op schade.Controleer de conditie van de band en de profieldiepte.Controleer de bandspanning.Corrigeer als dat nodig is.6-10–6-11

CONTROLES VOOR HET STARTEN

ONDERDEEL CONTROLES PAGINA
RemhendelsControleer of de werking soepel is.Smeer zo nodig de hendelscharnierpunten.6-12, 6-15
MiddenbokControleer of de werking soepel is.Smeer zo nodig het scharnierpunt.6-16
FramebevestigingenControleer of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet.Zet zo nodig vast.
Instrumenten, verlichting, signaleringssysteem en schakelaarsControleer de werking.Corrigeer als dat nodig is.3-2–3-4
AccuControleer het voestofniveau.Vul zo nodig bij met gedistilleerd water.6-18

OPMERKING:

Voordat de scooter wordt gebruikt moet telkens een korte algemene controle worden uitgevoerd. Zo'n inspectie neemt maar weinig tijd in beslag en de hiermee gegarandeerde veiligheid is die tijd alleszins waard.

DWA00033

WAARSCHUWING

Wanneer functies vermeld in de Controlelijst voor gebruik niet naar behoren werken, laat dan een inspectie uitvoeren en eventueel repareren voordat u de machine gebruikt.

GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

Starten van de motor 5-1

Wegrijden 5-2

Sneller en langzamer rijden 5-2

Remmen 5-3

Tips voor een zuinig brandstofverbruik 5-3

Inrijden van de motor 5-4

Parkeren 5-4

GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

DAU00372

DAU01118

WAARSCHUWING

  • Zorg dat u volkomen vertrouwd bent met alle bedieningsfuncties en hun werking voordat u gaat rijden. Informeer bij een Yamaha dealer als u de werking van een schakelaar of functie niet volkomen begrijpt.
  • Start de motor nooit in een afgesloten ruimte en laat deze hierin ook niet lange tijd aaneen draaien. Uitlaatgassen zijn giftig en het inademen ervan kan al binnen korte tijd leiden tot bewusteloosheid en do-delijk letsel. Controleer altijd of er voldoende ventilatie is.
  • Start de motor om veiligheidsredenen te allen tijde met de middenbok naar beneden.

YAMAHA Why YH50 - WAARSCHUWING - 1

Starten van de motor

DC000046

LET OP:

Zie pagina 5-4 voor instructies over het inrijden van de motor alvorens de machine in gebruik wordt genomen.

  1. Draai de contactsleutel naar " Ⓞ" draai naar " ⚙" zodra het waarsc wingslampje voor olieniveau gaat branden.

DC000045

LET OP:

Als het waarschuwingslampje voor olieniveau niet gaat branden, vraag dan een Yamaha dealer het elektrisch circuit te testen.

  1. Sluit de gasklep volledig.

YAMAHA Why YH50 - LET OP: - 1

  1. Start de motor door de startknop in te drukken of het kickstarterpedaal omlaag te trappen terwijl tegelijkertijd de voor- of achterrem is bekrachtigd.

OPMERKING:

Als de motor na indrukken van de startknop niet wil starten, laat dan de startknop los, enwacht een paar seconden en probeer het chudan opnieuw. Iedere startpoging moet zo kort mogelijk duren om de accu te sparen. Laat de startmotor nooit langer dan 5 seconden aaaneen draaien. Probeer de kickstarter als de motor niet via de startmotor wil aanslaan.

GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

DCA00045

LET OP:

Trek nooit snel op terwijl de motor nog koud is, dit verkort de levensduur van de motor!

YAMAHA Why YH50 - LET OP: - 1

Laat de motor warmdraaien voordat u wegrijdt.

  1. Houd met uw linkerhand de achterremhendel ingedrukt, pak met uw rechterhand de drager beet en duw de scooter van de middenbok af.
  2. Ga schrijlings op het zadel zitten en stel de achteruitkijkspiegels af.
  3. Zet de richtingaanwijzer aan.
  4. Controleer op tegemoetkomend verkeer en draai voorzichtig aan de gasgreep (rechts) om weg te rijden.
  5. Schakel de richtingaanwijzer uit.

Sneller en langzamer rijden

De rijsnelheid wordt geregeld door de gasgreep open of dicht te draaien. Om meer snelheid te maken draait u de gasgreep richting ⓐ. Om langzamer te gaan rijden draait u de gasgreep richting ⓑ.

GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

YAMAHA Why YH50 - GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE - 1

  1. Sluit de gasklep volledig.
  2. Knijp de voor- en achterremmen gelijktijdig in en oefen geleidelijk meer druk uit.

DW000057

WAARSCHUWING

- Vermijd hard en abrupt remmen (met name wanneer u naar één kant overhelt). De scooter zou namelijk kunnen slippen of omvallen.

  • Spoorwegovergangen, tramrails, ijzeren platen gebruikt in de wegenbouw en putdeksels worden in natte toestand zeer glad. U dient deze obstakels daarom met aangepaste snelheid te naderen en voorzichtig te passeren.
  • Onthoud dat remmen op een nat wegdek veel moeilijker is.
  • Rijd langzaam heuvelafwaarts, remmen kan tijdens afdalingen soms lastig zijn.

DAU03093

Tips voor een zuinig brandstofverbruik

Het brandstofverbruik is vooral afhankelijk van uw rijstijl. Hierna volgen enkele tips om het brandstofverbruik te verlagen:

  • Laat de motor goed warmdraaien.
  • Voer het motortoerental tijdens acce- lereren niet te hoog op.
  • Voer het toerental niet te hoog op terwijl de motor onbelast draait.
  • Laat de motor niet langdurig stationair draaien maar zet hem af (bijvoorbeeld in files, bij stoplichten of bij spoorweg-overgangen).

GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

DAU00436

Inrijden van de motor

De periode tussen de 0 en 1.000 km is de belangrijkste periode in de levensduur van de motor. Lees daarom de volgende informatie aandachtig door.

Omdat de motor splinternieuw is, mag hij tijdens de eerste 1.000 km niet overmatig worden belast. De verschillende onderdelen van de motor slijten op elkaar in totdat de juiste bedrijfsspelingen zijn bereikt. Rijd tijdens deze periode nooit langdurig volgas en vermijd ook andere manoeuvres die tot oververhitting van de motor kunnen leiden.

DAUT0003*

0–150 km

Draai de gasgreep niet tot voorbij 1/3 open. Zet de motor steeds af nadat deze een uur heeft gedraaid en laat dan gedurende 5 tot 10 minuten afkoelen. Varieer de rijsnelheid van de scooter zo nu en dan. Verander de stand van de gasgreep regelmatig.

150–500 km

Rijd niet langdurig met de gasgreep meer dan halverwege open gedraaid.

500–1.000 km

Houd geen kruissnelheid aan waarbij de gasgreep voorbij driekwart is opengedraaid.

DCAT0001

LET OP:

Nadat de eerste 1.000 km zijn afgelegd moet de cardanolie worden ververst.

1.000 km en verder

Laat de motor niet langdurig volgas draaien. Varieer het toerental zo nu en dan.

DC000049

LET OP:

Als tijdens de inrijperiode motorschade optreedt, vraag dan direct een Yamaha dealer de machine te controleren.

DAU00461

Parkeren

Zet om te parkeren de motor af en neem dan de sleutel uit het contactslot.

DW000058

WAARSCHUWING

  • De motor en het uitlaatsysteem kunnen zeer heet worden, parkeer dus op een plek waar voetgangers of kinderen niet gemakkelijk met deze onderdelen in aanraking kunnen komen.
  • Parkeer niet op een helling of op een zachte ondergrond, de motor zou dan kunnen omvallen.

DC000062

LET OP:

Parkeer nooit op een plek waar sprake is van brandgevaar, zoals op droog gras of nabij ander ontvlambaar materiaal.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

Periodiek smeer- en onderhoudsschema ......6-2

Het panneel verwijderen en aanbrengen ......6-5

Controleren van de bougie 6-5

Cardanolie 6-6

Reinigen van het luchtfilterelement 6-7

Afstellen van de vrije slag van de gaskabel ......6-9

Banden 6-10

Gietwielen 6-11

Vrije slag van voorremhendel afstellen ....6-12

Vrije slag van achterremhendel afstellen .....6-12

Controleren van de voorremblokken en de achterremschoenen ....6-13

Controleren van het remvloeistofniveau ......6-14

Verversen van remvloeistof....6-15

Afstellen van de Autolube pomp 6-15

Controleren en smeren van gasgreep en gaskabel 6-15

Smeren van voor- en achterremhendels ...... 6-15

Controleren en smeren van de middenbok ..... 6-16

Controleren van de voorvork 6-16

Controle van stuursysteem 6-17

Controleren van wiellagers 6-17

Accu 6-18

Zekering vervangen 6-19

Koplampgloeilamp vervangen 6-20

Gloeilampje voor remlicht/achterlicht vervangen 6-21

Gloeilamp in richtingaanwijzer vervangen ..... 6-21

Storingzoeken 6-22

Storingzoekschema 6-23

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

DAU00462

DAU03453

De eigenaar is verplicht de optimale veiligheid te waarborgen. Door periodiek inspecties, afstellingen en smeerbeurten uit te laten voeren, zorgt u ervoor dat uw machine in zo veilig en efficiënt mogelijke conditie blijft. Op de volgende pagina's wordt de belangrijkste informatie met betrekking tot inspecties, afstellingen en smeerbeurten gegeven.

DW000060

WAARSCHUWING

Vraag een Yamaha dealer het onderhoudswerk uit te voeren als u hiermee niet echt vertrouwd bent.

DAU00466

! WAARSCHUWING

Deze scooter is uitsluitend ontworpen voor gebruik op verharde wegen. Wanneer deze scooter wordt gebruikt in een abnormaal stoffige, modderige of vochtige omgeving, dient het luchtfilterelement vaker te worden gereinigd of te worden vervangen om snelle slijtage van de motor te voorkomen. Raadpleeg een Yamaha dealer voor de juiste onderhoudsperiodes.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

Periodiek smeer- en onderhoudsschema

DAU03686

OPMERKING:

  • De jaarlijkse controles horen eenmaal per jaar te worden uitgevoerd, behalve wanneer in plaats daarvan een onderhoudsbeurt op kilometerbasis wordt verricht.
  • Herhaal de intervalperioden vanaf 30.000 km, te beginnen bij 6.000 km.
  • Werkzaamheden gemarkeerd met een asterisk horen te worden uitgevoerd door een Yamaha dealer, omdat hiertoe speciaal gereedschap, technische gegevens en vakmanschap vereist zijn.
NR.ONDERDEEL INSPECTIE-OF ONDERHOUDSBEURTKILOMETERSTAND (×1.000 km)JAARLIJKSE CONTROLE
1 6 12 18 24
1*Brandstofleiding• Controleer de brandstofslangen en de onderdrukslang op scheuren of schade.
2Bougie• Vervangen.
3Luchtfilterelement• Reinigen. √ √
• Vervangen. √ √
4*Accu• Electrolytniveau en soortelijk gewicht controlleren.• Correcte ligging van ontluchtingsslang controlleren.
5*Voorrem• Werking en vloeistofniveau controlleren, machine controlleren op vloeistoflekkage.(Zie OPMERKING op bladzijde 6-4.)
• Remblokken vervangen.Indien afgesleten tot aan slijtagelimiet.
6*Achterrem• Werking controlleren en vrije slag remhendel afstellen.
• Remschoenen vervangen.Indien afgesleten tot aan slijtagelimiet.
7*Remslang• Controlleren op scheuren of beschadiging.
• Vervangen. (Zie OPMERKING op bladzijde 6-4.)Elke 4 jaar
8*Wielen• Controlleren op slingering en schade.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

NR.ONDERDEELINSPECTIE- OF ONDERHOUDSBEURTKILOMETERSTAND (× 1.000 km)JAARLIJKSE CONTROLE
16121824
9*Banden• Controleren op correcte profieldiepte en op schade.• Zo nodig vervangen.• Bandspanning controleren.• Zo nodig corrigeren.
10*Wiellagers• Lager controleren op losheid of schade.
11*Balhoofdlagers• Controleren op lagerspeling en stroefheid in stuurbeweging.
• Smeren met lithiumvet. Elke 24.000 km
12*Framebevestigingen• Controleren of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet.
13Miiddenbok• Werking controleren.• Smeren.
14*Voorvork• Controleren op werking en olielekkage.
15*Schokdemperunit• Controleren op werking en schokdemper op olielekkage.
16*Carburateur• Stationair motortoerental afstellen.
17*Injectiepomp 2-takt olie• Werking controleren.• Zo nodig ontluchten.
18Cardanolie• Controleer de machine op olielekkage.
• Verversen. √ √ √
19*V-snaar• Vervangen.Elke 10.000 km
20*Remlichtschakelaars voor- en achterrem• Werking controleren.
21Bewegende delen en kabels• Smeren.
22*Verlichting, signaleringssysteem en schakelaars• Werking controleren.• Richthoek koplamplichtbundel afstellen.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

DAU03541*

OPMERKING:

  • Het luchtfilter dient vaker te worden gecontroleerd wanneer u in een extreem vochtige of stoffige omgeving rijdt.
    ● Hydraulisch remsysteem
  • Controleer regelmatig het remvloeistofniveau en vul zo nodig bij.
  • Ververs de remvloeistof elke twee jaar.
  • De remslangen dienen elke vier jaar te worden vervangen, of wanneer deze zijn gescheurd of beschadigd.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

1 ZAJNOMES ZAJN00070

  1. Paneel A

DAU01777

Het panneel verwijderen en aanbrengen

Het hierboven afgebeelde paneel moet worden verwijderd om sommige onderhoudswerkzaamheden beschreven in dit hoofdstuk uit te kunnen voeren. Neem deze paragraaf door telkens wanneer het stroomlijnpaneel moet worden verwijderd of aangebracht.

YAMAHA Why YH50 - Het panneel verwijderen en aanbrengen - 1

Verwijderen van het paneel

  1. Open het zadel. (Zie pagina 3-8 voor openen en sluiten van het zadel.)
  2. Verwijder het paneel door het omhoog te trekken zoals afgebeeld.

Aanbrengen van het paneel

  1. Plaats de achterzijde van het paneel in de oorspronkelijke positie en druk dan de voorzijde van het paneel naar binnen.
  2. Breng het zadel aan.

DAU01651

Controleren van de bougie

De bougie is een belangrijk motoronderdeel dat periodiek moet worden gecontroleerd, bij voorkeur door een Yamaha dealer. Omdat bougies door verhitting en neerslag altijd langzaam slijten, moet de bougie worden verwijderd en gecontroleerd volgens de tijden genoemd in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Bovendien kan aan het uiterlijk van de bougie de conditie van de motor worden afgelezen.

De porseleinen isolator rond de centrale elektrode moet licht tot gemiddeld bruin verkleurd zijn (de ideale kleur als normaal met de machine wordt gereden). De motor is misschien defect als de bougie een duidelijk andere kleur heeft. Probeer dergelijke problemen niet zelf vast te stellen. Laat in plaats daarvan uw scooter nakijken door een Yamaha dealer.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

ZJ1340087 ①

a. Elektrodenafstand

Vervang de bougie als de elektroden blijken te zijn afgesleten en als overmatige kool-aanslag of andere neerslag gevonden wordt.

Voorgeschreven bougie:

BR8HS (NGK)

Voordat een bougie wordt aangebracht moet de elektrodenafstand met een draadvoelmaat worden gemeten; breng als dat nodig is de elektrodenafstand op specificatie.

Elektrodenafstand:

0,6–0,7 mm

Reinig het oppervlak van de bougiepakking en het pasvlak en verwijder eventueel vuil uit de schroefdraad van de bougie.

Aanhaalmoment:

Bougie:

23 Nm (2,3 m·kgf)

OPMERKING:

Als er geen momentsleutel voorhanden is om de bougie te monteren, is het aanhaalmoment ongeveer correct als een kwart-slag tot een halve slag-verder dan handvast wordt aangedraaid. De bougie moet echter zo snel mogelijk naar het juiste aanhaalmoment worden aangedraaid.

DAU04228

Cardanolie

Vóór elke rit moet het cardanhuis worden gecontroleerd op olielekkage. Ingeval van lekkage dient u de scooter door een Yamaha dealer te laten nakijken en te laten repareren. Bovendien dient de cardanolie als volgt te worden ververst op de aangegeven tijdstippen in het periodieke onderhouds- en smeerschema.

  1. Start de motor, warm deze op door een paar minuten te gaan rijden en zet dan de motor af.
  2. Zet de scooter op de middenbok.
  3. Plaats een oliecarter onder het cardanhuis om de gebruikte olie op te vangen.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

1 2 ZAUM087

  1. Olievuldop
  2. Olieaftapplug

  3. Verwijder de olievuldop en de aftap- plug om de olie uit het cardanhuis af te tappen.

  4. Breng de olieaftapplug voor het cardanhuis aan en zet hem vast met het voorgeschreven aanhaalmoment.

Aanhaalmoment:

Aftapplug cardanolie:

17 Nm (1,7 m·kgf)

  1. Voeg de benodigde hoeveelheid aanbevolen cardanolie toe. Breng vervolgens de olievuldop aan en draai deze vast.

Aanbevolen cardanolie:

Zie pagina 8-1.

Oliehoeveelheid:

0,11 L

DWA00062

WAARSCHUWING

  • Zorg ervoor dat geen verontreinigingen het cardanhuis kunnen binnendringen.
  • Zorg ervoor dat geen olie op de banden of wielen terecht komt.

  • Controleer het cardanhuis op olielekkage. Zoek ingeval van lekkage naar de oorzaak.

YAMAHA Why YH50 - WAARSCHUWING - 1

Reinigen van het luchtfilterelement

Het luchtfilterelement moet worden gereinigd volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Reinig het luchtfilterelement vaker als u in zeer stoffige of vochtige gebieden rijdt.

  1. Verwijder het luchtfilterdeksel door de schroeven te verwijderen.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

1 Z6J04389

  1. Luchtfilterelement

  2. Trek het luchtfilterelement naar buiten, reinig het in oplosmiddel en wring dan het achtergebleven oplosmiddel uit.

DW000075

WAARSCHUWING

Gebruik uitsluitend een oplosmiddel dat speciaal geschikt is voor het reinigen van onderdelen. Voorkom brand- en explosiegevaar door geen benzine of oplosmiddelen te gebruiken met een lage ontvlamtemperatuur.

DC000089

LET OP:

Hanteer het schuimrubber materiaal voorzichtig en verwring het niet om beschadigingen te voorkomen.

1 2 3 4 ZALNOK50

  1. Breng olie van de voorgeschreven soort aan op het hele oppervlak van het luchtfilterelement en wring dan de overtollige olie uit.

OPMERKING:

Het luchtfilterelement moet nat zijn maar mag niet druipen.

Aanbevolen olie: Motorolie

  1. Steek het filterelement in het luchtfilterhuis.

DC000082

LET OP:

  • Controleer of het luchtfilterelement correct in het luchtfilterhuis is geplaatst.
  • Laat de motor nooit draaien zonder dat het luchtfilterelement aanwezig is, dat kan leiden tot overmatige slijtage bij de zuiger(s) en/of de cilinder(s).

  • Monteer het luchtfilterdeksel door de schroeven aan te brengen.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

DAU00631

De carburateur vormt een belangrijk onderdeel van de motor en moet zeer precies worden afgesteld. Laat daarom alle carburateurafstellingen over aan een Yamaha dealer die over de benodigde vakkennis en ervaring beschikt.

YAMAHA Why YH50 - PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES - 1

Afstellen van de vrije slag van de gaskabel

De vrije slag van de gaskabel dient 1,5–3,0 mm te bedragen bij de gasgreep. Controleer de vrije slag van de gaskabel regelmatig en laat zo nodig afstellen door een Yamaha dealer.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

YAMAHA Why YH50 - PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES - 1

Let ten aanzien van de voorgeschreven banden op het volgende voor een optimale prestatie, levensduur en veilige werking van uw scooter.

Bandspanning

De bandspanning moet voor elke rit worden gecontroleerd en eventueel worden bijgesteld.

DW000082

WAARSCHUWING

  • De bandspanning moet worden gecontroleerd en afgesteld terwijl de banden koud zijn (wanneer de temperatuur van de banden gelijk is aan de omgevingstemperatuur).
  • De bandspanning moet worden aangepast aan de rijsnelheid en het totale gewicht van rijder, passagier, bagage en accessoires dat voor dit model is vastgesteld.
Bandenspanning(gemeten op koude banden)
Belasting* Voor Achter
Tot 90 kg*180 kPa1,8 kgf/cm21,8 bar190 kPa1,9 kgf/cm21,9 bar
90 kg-maximalebelasting*180 kPa1,8 kgf/cm21,8 bar210 kPa2,1 kgf/cm22,1 bar

Maximale belasting* 182 kg

* Totaal gewicht van motorrijder, passagier, bagage en accessoires

DW000077

WAARSCHUWING

De aanwezigheid van bagage is van grote invloed op het weggedrag, de rem- en rij-eigenschappen en de veiligheid van uw motor, neem dus de volgende voorzorgen in acht.

  • DE SCOOTER NOOIT OVERBELADEN! Rijden met een overbeladen scooter kan leiden tot beschadiging van de banden, controleverlies of ernstig letsel. Zorg ervoor dat het totale gewicht van de motorrijder, lading en accessoires de maximaal toegestane belasting van het voertuig niet overschrijdt.
  • Vervoer geen los verpakte spullen die tijdens de rit kunnen gaan schuiven.
  • Bevestig de zwaarste spullen op veilige wijze dicht bij het midden van de scooter en verdeel het gewicht over beide zijden.
  • Pas de luchtdruk in de wielophanging en de bandspanning aan op het te vervoeren gewicht.
  • Controleer vóór iedere rit de conditie en spanning van de banden.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

1 2 ZAUM064

  1. Bandprofieldiepte
  2. Bandwang

Inspectie van banden

Voor elk rit moeten de banden worden gecontroleerd. Als de bandprofieldiepte op het midden van de band de vermelde limiet heeft bereikt, de band spijkers of stukjes glas bevat of wanneer de wang van de band scheurtjes vertoont, moet de band onmiddellijk door een Yamaha dealer worden vervangen.

Minimale bandprofieldiepte (voor en achter)1,6 mm

OPMERKING:

De slijtagelimiet voor bandprofieldiepte is voor diverse landen verschillend. Neem altijd de lokale voorschriften in acht.

Bandeninformatie

Deze scooter is uitgerust met tubeless banden.

VOOR

Merk MaatModel
MICHELIN 2 ^1/2 -16 42M M29S TT

ACHTER

Merk MaatModel
MICHELIN 2 ^3/4 -16 46M M29S TT

DAU03773

Gietwielen

Let ten aanzien van de voorgeschreven banden op het volgende voor een optimale prestatie, levensduur en veilige werking van uw scooter.

  • Controleer de velgen voor iedere rit op scheurtjes, verbuiging of kromtrekken. Laat ingeval van schade het wiel door een Yamaha dealer vervangen. Probeer het wiel nooit zelf te repareren, hoe klein de reparatie ook is. Vervang een wiel dat vervormd is of haar-scheurtjes vertoont.
  • Na het vervangen van een wiel of band moet het wiel worden uitgebalanceerd. Een niet uitgebalanceerd wiel zal mogelijk slecht functioneren, of kan een slechte wegligging en een verkorte levensduur van de banden tot gevolg hebben.
  • Rijd niet te snel direct na het verwisselen van een band. Het bandoppervlak dient eerst te zijn ingereden voordat het zijn optimale eigenschappen verkrijgt.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

YAMAHA Why YH50 - PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES - 1

a. Vrije slag voorremhendel

YAMAHA Why YH50 - PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES - 2

a. Vrije slag achterremhendel

DAU04469

Vrije slag van voorremhendel afstellen

De vrije slag van de remhendel moet 10-20 mm bedragen, zoals getoond. Controleer de vrije slag van de remhendel regelmatig en laat indien nodig door een Yamaha dealer afstellen.

DW000100

WAARSCHUWING

Als de vrije slag van de remhendel niet normaal is, wijst dat op een serieus defect in het remsysteem. Laat het remsysteem vóór gebruik van de scooter nakijken of repareren door een Yamaha dealer.

Vrije slag van achterremhendel afstellen

De vrije slag van de remhendel moet 10-20 mm bedragen, zoals getoond. Controleer de vrije slag van de remhendel regelmatig en stel deze indien nodig als volgt af.

1 b a

  1. Stelmoer

Draai voor meer vrije slag van de remhendel de stelmoer op de remankerplaat richting ⓐ. Draai voor minder vrije slag van de remhendel de stelmoer richting ⓑ.

DW000101

WAARSCHUWING

Vraag een Yamaha dealer de afstelling te doen als de juiste afstelling niet haalbaar is volgens de beschreven werkwijze.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

DAU00720

Controleren van de voorremblokken en de achterremschoenen

De remblokken van de voorremmen en de remschoenen van de achterremmen dienen op de aangegeven tijden in het periodieke smeer- en onderhoudsschema te worden gecontroleerd op slijtage.

YAMAHA Why YH50 - Controleren van de voorremblokken en de achterremschoenen - 1

Controleer elk voorremblok op schade en meet de remvoeringdikte. Als een remblok beschadigd is of als de remvoeringdikte minder is dan 0,5 mm, vraag dan een Yamaha dealer de remblokken te vervangen.

YAMAHA Why YH50 - Controleren van de voorremblokken en de achterremschoenen - 2

Remschoenen achterrem

De achterrem heeft een slijtage-indicator zodat de remschoenslijtage kan worden gecontroleerd zonder de rem te hoeven demonteren. Bekrachtig de rem en let op de stand van de slijtage-indicator om de remschoenslijtage te controleren. Wanneer een remschoen zover is afgesleten dat de slijtage-indicator bij de slijtagelimiet komt, vraag dan een Yamaha dealer de remblokken als set te vervangen.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

1 26.196377

  1. Remvloeistofniveau

DAU00732

Controleren van het remvloeistofniveau

Bij onvoldoende remvloeistof kan lucht in het remsysteem binnendringen waardoor de werking van het remsysteem achteruit kan gaan.

Controleer vóór het wegrijden of het remvloeistofniveau zich boven het minimum bevindt en vul zo nodig remvloeistof bij. Een laag remvloeistofniveau wijst mogelijk op verregaande remblokslijtage en/of lekkage in het remsysteem. Als het remvloeistofniveau laag is, controleer dan de remblokken op slijtage en het remsysteem op lekkage.

Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:

  • Zorg bij het controleren van het remvloeistofniveau dat de bovenzijde van de hoofdremcilinder horizontaal is door het stuur te draaien.
  • Gebruik uitsluitend de voorgeschreven kwaliteit remvloeistof, anders kunnen de rubber afdichtingen verslechteren en zo lekkage en slechte remwerking teweegbrengen.

Aanbevolen remvloeistof: DOT 4

OPMERKING:

Indien geen DOT 4 verkrijgbaar is, kan DOT 3 worden gebruikt.

- Vul bij met hetzelfde type remvloeistof. Bij vermengen van verschillende typen remvloeistof kunnen schadelijke chemische reacties optreden en kan de remwerking verslechteren.

  • Pas op en zorg dat tijdens bijvullen geen water de hoofdremcilinder kan binnendringen. Water zal het kookpunt van de remvloeistof aanzienlijk verlagen zodat dampbelvorming kan optreden.
  • Remvloeistof kan gelakte of kunststof onderdelen aantasten. Veeg gemorste remvloeistof steeds direct af.
  • Naarmate de remblokken afslijten, zal het remvloeistofniveau geleidelijk verder dalen. Vraag echter wel een Yamaha dealer om een inspectie als het remvloeistofniveau plotseling sterk is gedaald.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

DAUM0008

Verversen van remvloeistof

Vraag een Yamaha dealer de remvloeistof te verversen volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeeren onderhoudsschema. Laat bovendien de remslang eens in de vier jaar vervangen, of zodra deze lek is of beschadigd blijkt.

DAU00774

Afstellen van de Autolube pomp

De Autolube 2-takt olie-injectiepomp vormt een vitaal en geavanceerd onderdeel van de motor en moet door een Yamaha dealer worden afgesteld volgens de intervalperioden zoals vermeld in het periodiek smeringen onderhoudsschema.

DAU04034

Controleren en smeren van gasgreep en gaskabel

De werking van de gasgreep hoort voorafgaand aan elke rit te worden gecontroleerd. Smeer of vervang ook de gaskabel volgens de intervaltijden gespecificeerd in het periodiek onderhoudsschema.

YAMAHA Why YH50 - Controleren en smeren van gasgreep en gaskabel - 1

Smeren van voor- en achterremhendels

De scharnierpunten van de voor- en achterremhendels moeten worden gesmeerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.

Aanbevolen smeermiddel: Lithiumvet (universeel vet)

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

YAMAHA Why YH50 - PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES - 1

Controleren en smeren van de middenbok

De werking van de middenbok moet voorafgaand aan elke rit worden gecontroleerd en de scharnierpunten en de metaal-op-metaal contactvlakken moeten zo nodig worden gesmeerd.

DWA00055

WAARSCHUWING

Als de middenbok niet soepel omhoog en omlaag beweegt, vraag dan een Yamaha dealer deze te controleren of te repareren.

Aanbevolen smeermiddel: Lithiumvet (universeel vet)

YAMAHA Why YH50 - WAARSCHUWING - 1

Controleren van de voorvork

De conditie en de werking van de voorvork moeten als volgt te worden gecontroleerd op de aangegeven tijden in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.

Controleren van de conditie

DW000115

WAARSCHUWING

Ondersteun de scooter goed, zodat deze niet kan omvallen.

Controleer de binnenste vorkbuizen op krassen, beschadigingen en overmatige olielekkage.

Controleren van de werking

  1. Plaats de scooter op een horizontale ondergrond en houd hem verticaal.
  2. Bekrachtig de voorrem en druk het stuur een paar keer stevig naar beneden om te controleren of de voorvork soepel in- en uitveert.

DC000098

LET OP:

Als u beschadigingen aantreft of wanneer de voorvork niet soepel functioneert, laat deze dan door een Yamaha dealer nakijken of repareren.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

YAMAHA Why YH50 - PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES - 1

Controle van stuursysteem

Losse of versleten balhoofdlagers kunnen gevaarlijk zijn. De werking van het stuur moet als volgt worden gecontroleerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.

  1. Plaats een standaard onder de motor zodat het voorwiel los is van de grond.

DW000115

WAARSCHUWING

Ondersteun de scooter goed, zodat deze niet kan omvallen.

  1. Houd de voorvorkpoten beet bij het ondereinde en probeer ze naar voren en achteren te bewegen. Als speling kan worden gevoeld, vraag dan een Yamaha dealer het stuursysteem te testen.

DAU01144

Controleren van wiellagers

De voor- en achterwiellagers moeten worden gecontroleerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Als de wielnaaf speling vertoont of het wiel niet soepel draait, vraag dan een Yamaha dealer de wiellagers te controleren.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

DAUM0049

Accu

Een slecht onderhouden accu zal gaan corroderen en verliest zijn lading snel. Het elektrolytniveau, de aansluitpolen voor de accukabels en de ligging van de ontluchtingsslang moeten worden gecontroleerd op slijtage volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeeren onderhoudsschema.

Om het elektrolytniveau te controleren

  1. Zet de scooter op een vlakke ondergrond en houd hem rechtop.

OPMERKING:

Zorg dat de scooter rechtop staat bij het controleren van het elektrolytniveau.

  1. Verwijder het paneel A. (Zie pagina 6-5 voor het verwijderen en aanbrengen van het paneel).

YAMAHA Why YH50 - OPMERKING: - 1

Het elektrolytniveau moet tussen de merkstrepen voor minimum en maximum niveau staan.

  1. Als de elektrolyt bij of beneden de merkstreep voor minimumniveau staat, vul dan gedistilleerd water bij tot de merkstreep voor maximumniveau.

DW000116

WAARSCHUWING

  • Elektrolyt is giftig en gevaarlijk doordat dit zwavelzuur bevat, een stof die ernstige brandwonden veroorzaakt. Vermijd contact met de huid, ogen of kleding en bescherm uw ogen altijd bij werkzaamheden nabij accu's. Voer als volgt EERSTE HULP uit als er lichamelijk contact is geweest met elektrolyt.
  • UITWENDIG: Spoel met rijkelijk veel water.
  • INWENDIG: Drink grote hoeveelheden water of melk en roep direct de hulp in van een arts.
  • OGEN: Spoel gedurende 15 minuten met water en roep direct medische hulp in.
  • Accu's produceren het explosieve waterstofgas. Houd daarom vonken, open vuur, sigaretten e.d. uit de buurt van de accu en zorg voor voldoende ventilatie bij acculaden in een afgesloten ruimte.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

- HOUD DEZE EN ALLE ACCU'S BUITEN BEREIK VAN KINDEREN.

DC000100

LET OP:

Gebruik uitsluitend gedistilleerd water, leidingwater bevat minerale stoffen die schade kunnen toebrengen aan de accu.

  1. Controleer de aansluitingen van de accukabels, zet ze zo nodig vast en corrigeer de ligging van de ontluchtingsslang.

Om de accu op te bergen

  1. Verwijder de accu als de scooter niet langer dan een maand wordt gebruikt, laad volledig bij en zet dan weg op een koele en droge plek.
  2. Als de accu langer dan twee maanden wordt opgeborgen, moet het soortelijk gewicht van de elektrolyt minstens eens per maand worden gecontroleerd; laad de accu dan steeds volledig bij als dat nodig is.
  3. Laad de accu volledig bij alvorens te installeren.

  4. Controleer na installatie of de accukabels correct zijn aangesloten op de accupolen en kijk of de ontluchtingsslang de juiste ligging heeft, in goede conditie verkeert en niet verstopt of afgekneld is.

DC000099

LET OP:

Als de ontluchtingsslang zodanig ligt dat het frame wordt blootgesteld aan elektrolyt of aan accugassen, kan het frame structureel of aan de oppervlakte worden beschadigd.

1 ZA01M2000

  1. Zekering

DAU00809

Zekering vervangen

De zekeringhouder bevindt zich naast de accuhouder achter paneel A. (Zie pagina 6-5 voor het verwijderen en aanbrengen van het paneel.)

Vervang de zekering als volgt als deze is doorgebrand.

  1. Draai de sleutel naar " R" en schakel alle elektrische circuits uit.
  2. Verwijder de doorgebrande zekering en breng een nieuwe zekering met de voorgeschreven ampèrewaarde aan.

Voorgeschreven zekering: 7,5 A

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

DC000103

LET OP:

Gebruik geen zekering met een hoger ampèrage dan is voorgeschreven, om ernstige schade aan het elektrisch systeem en mogelijk brandgevaar te vermijden.

  1. Draai de sleutel in "Q" en schakel alle elektrische circuits uit om te zien of de apparatuur werkt.
  2. Als de zekering direct opnieuw doorbrandt, vraag dan een Yamaha dealer het elektrisch systeem te controleren.

1 ZALN0004

  1. Gloeilamphouder

DAU00846

Koplampgloeilamp vervangen

Vervang de koplampgloeilamp als volgt als deze is doorgebrand.

  1. Verwijder de koplampunit door de schroeven los te halen.
  2. Maak de koplampstekkers los.
  3. Verwijder de gloeilamphouder door deze naar binnen te duwen, linksom te draaien en vervolgens de defecte lamp te verwijderen.

WAARSCHUWING

Koplampgloeilampen worden zeer heet. Houd daarom brandbare producten uit de buurt van een koplampgloeilamp en raak het lampglas niet aan zolang dit niet is afgekoeld.

  1. Breng een nieuwe gloeilamp aan en zet deze dan vast met de gloeilamphouder.
  2. Sluit de kabelstekkers aan en monteer de koplampunit door de schroeven aan te brengen.
  3. Vraag indien nodig een Yamaha dealer de koplamplichtbundel af te stellen.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

YAMAHA Why YH50 - PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES - 1

Gloeilampje voor remlicht/achterlicht vervangen

  1. Verwijder de remlicht/achterlicht lamp- lens door de schroeven te verwijde- ren.
  2. Verwijder de remlicht/achterlicht gloeilamphouder door deze een kwartslag linksom te draaien.
  3. Verwijder de defecte gloeilamp.
  4. Breng een nieuwe gloeilamp aan en zet deze dan vast met de gloeilamphouder.
  5. Plaats de lamplens voor het remlicht/achterlicht in de oorspronkelijke positie en breng dan de schroef aan.

Gloeilamp in richtingaanwijzer vervangen

  1. Verwijder de lamplens van de richtingaanwijzer door de schroeven los te halen.
  2. Verwijder de defecte gloeilamp door deze in te drukken en linksom te draaien.
  3. Breng een nieuwe gloeilamp aan in de fitting, druk de lamp aan en draai rechtsom tot hij stuit.
  4. Monteer de lamplens door de schroef aan te brengen.

DCA00065

LET OP:

Zet de schroef niet overdreven strak vast, anders kan de lamplens breken.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

DAU01008

Storingzoeken

Yamaha scooters ondergaan een grondige inspectie voordat ze vanaf de fabriek op transport gaan, maar tijdens gebruik kunnen toch storingen optreden. Problemen in de brandstof-, compressie- of ontstekings-systemen kunnen bijvoorbeeld de oorzaak zijn van slecht starten of een afname in motorvermogen.

In het volgende storingzoekschema is een snelle en gemakkelijke werkwijze weergegeven om deze vitale systemen zelf te kunnen controlleren. Ga met uw scooter echter wel naar een Yamaha dealer als reparaties nodig zijn, hier zijn vakkundige monteurs aanwezig die beschikken over het benodigde gereedschap en de ervaring en vakkennis om het nodige onderhoud aan de machine correct te verrichten.

Gebruik uitsluitend originele Yamaha vervangingsonderdelen. Niet-originele onderdelen lijken misschien op Yamaha onderdelen maar zijn toch vaak van mindere kwaliteit en hebben een kortere levensduur, zodat dan later mogelijk toch dure reparaties nodig zijn.

PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

Storingzoekschema

DAU01397

DW000125

WAARSCHUWING

Houd open vuur uit de buurt en rook niet terwijl het brandstofsysteem wordt getest of hieraan wordt gewerkt.

YAMAHA Why YH50 - WAARSCHUWING - 1

1. Brandstof

2. Compressie

3. Ontsteking

4. Accu

VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER

Verzorging 7-1

Stalling 7-3

VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER

DAU03434

Verzorging

De open constructie van een scooter maakt de fraaie techniek beter zichtbaar, maar de machine is hierdoor ook meer kwetsbaar. Er kan sprake zijn van roestvorming en corrosie, ook al zijn hoogwaardige componenten gebruikt. Een roestige uitlaatpijp valt bij een auto niet zo op, bij een scooter is dit echter nadelig voor de algehele aanblik. Regelmatige en correcte verzorging is niet alleen vereist volgens de garantiebepalingen, maar verzekert ook een fraai uiterlijk van de scooter, verlengt de levensduur en verbetert de prestaties.

Alvorens te reinigen

  1. Dek de uitlaatdemper af met een plastic zak nadat de motor is afgekoeld.
  2. Controleer of alle doppen en afdekpluggen, ook de bougiedoppen, en alle elektrische stekkers en aansluitingen stevig zijn bevestigd.

  3. Verwijder hardnekkige vervuiling, zoals verbrande olie op het carter, met een ontvetter en een borstel, maar gebruik dergelijke producten nooit op afdichtingen, pakkingen en wielassen. Spoel vuil en ontvetter altijd af met water.

Reinigen

DCA00011

LET OP:

  • Vermijd het gebruik van sterke en bijtende wielreinigingsmiddelen, vooral bij spaakwielen. Als dergelijke producten toch worden gebruikt om hardnekkig vuil los te maken, laat het reinigingsmiddel dan niet langer inwerken dan is vermeld in de gebruiksinstructies. Spoel ook de directe omgeving schoon met water, laat direct drogen en breng daarna een corrosiewerende spray aan.
  • Bij verkeerd reinigen kunnen de kuipruit, de kuip, framepanelen en andere kunststof delen worden beschadigd. Gebruik alleen een zachte, schone doek of een spons met zachte zeep en water om kunststof delen te reinigen.

  • Gebruik geen bijtende chemische reinigingsmiddelen op kunststof delen. Vermijd het gebruik van doeken of sponzen die in contact zijn geweest met bijtende of schurende reinigingsmiddelen, oplosmiddelen of thinner, brandstof (benzine), roestverwijderingsmiddelen of corrosieremmers, remvloeistof, antivries of elektrolyt.

  • Gebruik geen hogedrukreinigers of stoomreinigers, omdat dan op de volgende plaatsen water kan doordringen en zo schade kan ontstaan: afdichtingen (van wiel- en swingarmlagers, voorvork en remmen), elektrische componenten (kabelstekkers, messtekkers, instrumenten, schakelaars en verlichting), beluchtings- en ontluchtingsslangen.

VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER

- Bij scooters met een kuipruit: gebruik geen bijtende reinigingsmiddelen of harde sponzen, deze veroorzaken dofheid en laten krasjes achter. Sommige reinigingsmiddelen voor kunststof laten eveneens krasjes achter op de kuipruit. Test het product op een klein, niet-zichtbaar gedeelte van de kuipruit om zeker te zijn dat geen sporen achterblijven op de kuipruit. Als de kuipruit krasjes vertoont, breng dan na wassen een hoogwaardige polish voor gebruik op kunststof aan.

Na normaal gebruik

Verwijder vuil met warm water, zachte zeep en een zachte, schone spons en spoel dan grondig met schoon water. Gebruik een tandenborstel op moeilijk bereikbare plekken. Hardnekkig vastzittend vuil en insectenresten laten gemakkelijker los als de bewuste plek alvorens te reinigen een paar minuten met een vochtige doek wordt bedekt.

Na rijden in regen, aan de kust of op bepekelde wegen

Zilte zeelucht en wegenzout waarmee wegen 's winters worden bestrooid hebben in combinatie met water een zeer corrosieve werking; handel daarom als volgt na een rit in een regenbui, nabij de kust of op bepekelde wegen.

OPMERKING:

's Winters gestrooid wegenzout kan nog tot in de lente aanwezig blijven.

  1. Reinig de scooter met koud water en zachte zeep nadat de machine is afgekoeld.

DCA00012

LET OP:

Gebruik geen heet water, dit versterkt de corrosieve werking van het zout.

  1. Breng met een spuitbus een corrosie-werend middel aan op alle metalen delen, ook op verchroomde en vernik-kelde componenten, om zo corrosie te voorkomen.

Na reinigen

  1. Droog de scooter met een zeemleren lap of een vochtabsorberende doek.
  2. Gebruik een chroompolish om verchroomde, aluminium en roestvrijstalen delen te doen glanzen, ook het uitlaatsysteem. (Zelfs thermische verkleuringen op roestvrijstalen uitlaatsystemen kunnen door oppoetsen worden verwijderd.)
  3. Het is aan te bevelen om met een spuitbus een corrosiewerend middel aan te brengen op alle metalen delen, ook op verchroomde en vernikkelde componenten, om zo corrosie te voorkomen.
  4. Gebruik een reinigingsspray als universeel schoonmaakmiddel om eventueel nog achtergebleven vuil te verwijderen.
  5. Werk kleine lakbeschadigingen bij veroorzaakt door steenslag e.d.
  6. Zet alle gelakte oppervlakken in de was.
  7. Laat de scooter volledig drogen alvo- rens te stallen of af te dekken.

VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER

DWA00002

WAARSCHUWING

  • Controleer of er geen olie of was aanwezig is op de wielen of de remmen. Reinig de remschijven en remvoeringen zo nodig met een normale remschijfreiniger of aceton en spoel de banden schoon met lauw water en een zachte zeep.
  • Test eerst de remwerking en het weggedrag in bochten alvorens de scooter werkelijk te gaan gebruiken.

DCA00013

LET OP:

  • Breng een geringe hoeveelheid oliespray en was aan en verwijder overtollige hoeveelheden.
  • Breng oliespray of was nooit aan op rubber of kunststof delen, behandel deze met een daartoe bestemd verzorgingsmiddel.
  • Vermijd het gebruik van schurende poetsmiddelen, deze tasten de lak aan.

OPMERKING:

Vraag een Yamaha dealer om advies over de te gebruiken producten.

Stalling

Korte termijn

Stal uw scooter steeds op een koele en droge plek en bescherm zo nodig tegen stof met een luchtdoorlatende stallinghoes.

DCA00015

LET OP:

  • Als de scooter wordt gestald in een slecht geventileerde ruimte of in vochtige toestand wordt afgedekt met een dekzeil, zal water en vocht kunnen binnendringen en roestvorming veroorzaken.
  • Voorkom corrosie door de machine niet te stallen in een vochtige kelder, een stal (i.v.m. de aanwezigheid van ammoniakdamp) en in een opslagruimte voor sterke chemicaliën.

Lange termijn

Alvorens uw scooter gedurende meerdere maanden aaneen te stallen:

  1. Volg alle instructies op in de paragraaf "Verzorging" in dit hoofdstuk.
  2. Leeg de vlotterkamer in de carburateur door de aftapplug los te draaien; u voorkomt zo dat neerslag uit de brandstof achterblijft. Giet de afgetapte brandstof terug in de brandstoftank.
  3. Vul de brandstoftank en voeg een stabilisatoradditief (indien verkrijgbaar) toe om roestvorming in de tank en achteruitgang van de brandstof te voorkomen.
  4. Voer de volgende stappen uit om de cilinder, de zuigerveren etc. te beschermen tegen corrosie.

VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER

a. Verwijder de bougiedop en de bougie.
b. Giet een theelepel motorolie in het bougiegat.
c. Breng de bougiedop aan op de bougie en leg dan de bougie zodanig op de cilinderkop dat de elektroden aan massa liggen. (Dit voorkomt vonken tijdens de volgende stap.)
d. Laat de motor een paar keer ronddraaien op de startmotor. (De cilinderwand wordt zo geolied.)
e. Haal de bougiedop los van de bougie en breng dan de bougie en de bougiedop weer aan.

DWA00003

WAARSCHUWING

Om schade of letsel door vonkvorming te voorkomen, moeten de bougie-elektroden aan massa liggen terwijl de motor wordt rondgedraaid.

  1. Smeer alle bedieningskabels en scharnierpunten van alle hendels en pedalen en van de zijstandaard/middenbok.
  2. Controleer de bandspanning en corri- geer deze zo nodig en breng dan de scooter omhoog zodat beide wielen los van de grond zijn. Een andere mo- gelijkheid is de wielen elke maand iets te draaien, zodat de banden niet op één gedeelte sterker achteruitgaan.
  3. Dek de uitlaatdemper af met een plastic zak om te voorkomen dat vocht kan binnendringen.
  4. Verwijder de accu en laad deze volledig bij. Berg de accu op een koele en droge plek op en laad hem eens per maand bij. Berg de accu niet op een extreem koude of warme plek op (kouder dan 0 °C of warmer dan 30 °C). Zie pagina 6-18 voor meer informatie over het opbergen van de accu.

OPMERKING: ____ Verricht eventueel noodzakelijke reparaties alvorens de scooter te stallen.

SPECIFICATIES

Specifications 8-1

Omrekentabel 8-4

Specifications

Model YH50

Afmetingen

Grootste lengte 1.940 mm

Grootste breedte 685 mm

Grootste hoogte 1.105 mm

Zadelhoogte 765 mm

Wielbasis 1.294 mm

Minimale grondspeling 125 mm

Minimale draaicirkel 1.800 mm

Gewicht

Nat (met olie en volle

benzinetank) 78 kg

Motor

Type motor Luchtgekoeld, 2-takt

Cilinder-opstelling 1 cilinder, horizontaal

Verplaatsing 49,2 cm ^3

Boring × slag 40,0 × 39,2 mm

Kompressieverhouding 7,25:1

Type startsysteem Startmotor en kickstarter

Smeersysteem Reservoir voor injectiesmering (Autolube)

Motorolie

Type Yamalube 2 of 2-takt injectiesmering

Totale hoeveelheid (droge motor) 0,13 L

Luchtfilter Nat type element

Brandstof

Voorgeschreven brandstof UITSLUITEND NORMALE

LOODVRIJE BENZINE (minimaal RON 91)

Inhoud brandstoftank 7,2 L

Carburateur

Type/aantal PY-12

Merk GURTNER

Bougie

Type/merk BR8HS / NGK

Elektrodenafstand 0,6–0,7 mm

Primair reductie-systeem Schroeftandwiel

Primaire reductie-verhouding 52/13 (4,000)

Secundair reductie-systeem Recht tandwiel

Secundaire reductie-

verhouding 45/12 (3,750)

Type overbrenging Automatisch, V-snaar

Bediening Centrifugaal/automatisch type

Chassis

Type frame Stalen onderdraagbuis

Casterhoek ((graad)) 25°

Spoorbreedte 101,3 mm

Banden

Voor

Type Zonder binnenband

Maat 2 1/2-16 42M

Merk/model MICHELIN / M29S TT

Achter

Type Zonder binnenband

Maat 2 3/4-16 46M

Merk/model MICHELIN / M29S TT

Maximale belasting* 182 kg

Bandenspanning (gemeten op koude banden)

Tot 90 kg*

Voor 180 kPa (1,8 kgf/cm ^2 , 1,8 bar)

Achter 190 kPa (1,9 kgf/cm ^2 , 1,9 bar)

90 kg-maximale*

Voor 180 kPa (1,8 kgf/cm ^2 , 1,8 bar)

Achter 210 kPa (2,1 kgf/cm ^2 , 2,1 bar)

* Totaal gewicht van motorrijder, passagier, bagage en accessoires

Wielen

Voor

Type Gietwiel

Maat 16 × MT 1,60

Achter

Type Gietwiel

Maat 16 × MT 1,85

Remmen

Voor

Type Enkele schijfrem

Voorwielophanging Teleskoopvork

Achterwielophanging Achterbrug

SPECIFICATIES

Schokdemper

Type voorvork Schroefveer/oliegedempt

Type achterschokdemperunit Schroefveer/oliegedempt

Veerweg

Veerweg voorwiel 80 mm

Veerweg achterwiel 70 mm

Elektrisch

Type ontstekingssysteem C.D.I.

Laadsysteem Vliegwielmagneet

Accu

Gloeilampen/capaciteit 12 V / 4 Ah

Type koplamp Gloeilamp

Gloeilampen (voltage/wattage × aantal)

Koplamp 12 V, 35 W/35 W × 1

Achterlicht/remlicht unit 12 V, 5 W/21 W × 1

Richtingaanwijzer

Voor 12 V, 10 W × 2

Achter 12 V, 10 W × 2

Instrumentenverlichting 12 V, 1,2 W × 2

Controlelampje grootlicht 12 V, 1,2 W × 1

Controlelampje

richtingaanwijzers 12 V, 1,2 W × 1

Waarschuwingslampje voor

olieniveau 12 V, 2 W × 1

Zekeringen

Hoofdzekering 7,5 A

Omrekentabel

DAU04513

Alle specificaties in deze handleiding worden vermeld in Internationale (SI) en in Metrische eenheden.

Gebruik deze tabel om METRISCHE eenheden om te rekenen naar AMERIKAANSE eenheden.

Voorbeeld:

METRISCHE OMREKENFACTOR AMERIKAANSE

WAARDE

WAARDE

$$ 2 \mathrm{mm} \times 0, 0 3 9 3 7 = 0, 0 8 \text { in } $$

Omrekentabel

METRISCH SYSTEEM NAAR AMERIKAANS SYSTEEM
Metrische eenheidOmrekenfactorAmerikaanse eenheid
Moment, Koppelm·kgf × 7,233 ft·lbf
m·kgf × 86,794 in·lbf
cm·kgf × 0,0723 ft·lbf
cm·kgf × 0,8679 in·lbf
Gewichtkg × 2,205 lb
g × 0,03527 oz
Snelheid km/u × 0,6214 mi/u
Afstandkm × 0,6214 mi
m × 3,281 ft
m × 1,094 yd
cm × 0,3937 in
mm × 0,03937 in
Volume, Inhoudcc ( cm^3 ) × 0,03527 oz (IMP liq.)
cc ( cm^3 ) × 0,06102 cu·in
L (liter) × 0,8799 qt (IMP liq.)
L (liter) × 0,2199 gal (IMP liq.)
Diversenkg/mm × 55,997 lb/in
kgf/ cm^2 × 14,2234 psi ( lbf/in^2 )
°C × 1,8 + 32 °F

GEBRUIKERSINFORMATIE

Identificatienummers 9-1

Identificatienummer sleutel 9-1

Voertuigidentificatienummer 9-1

Modelinformatiesticker 9-2

DAU02944

Identificatienummers

Noteer het sleutelidentificatienummer, het voertuigidentificatienummer en de modelstickerinformatie in onderstaande ruimtes. Deze nummers heeft u nodig om reserveonderdelen bij een Yamaha dealer te bestellen of wanneer uw machine is gestolen.

  1. IDENTIFICATIENUMMER SLEUTEL:

YAMAHA Why YH50 - Identificatienummers - 1

  1. Identificatienummer sleutel

DAU01041

Identificatienummer sleutel

Noteer dit nummer in het daartoe bestemde vakje en gebruik dit als referentie bij het bestellen van een nieuwe sleutel.

1 ZAUM0384

  1. Voertuigidentificatienummer

DAU01044

Voertuigidentificatienummer

Het voertuigidentificatienummer is ingeslagen op het frame.

OPMERKING:

Het voertuigidentificatienummer is bedoeld voor identificatie van uw scooter en kan worden gebruikt om uw motor in uw land aan te melden voor kentekenregistratie.

1 ZGJ46300

  1. Modelinformatiesticker

DAU01278

Modelinformatiesticker

De modelinformatiesticker is bevestigd aan de onderzijde van het zadel. (Zie pagina 3-8 voor de werkwijze bij openen van het zadel.) Noteer de informatie op deze sticker in het daartoe bestemde vakje. Deze informatie is nodig om reserve-onderdelen te bestellen bij een Yamaha dealer.

YAMAHA Why YH50 - Modelinformatiesticker - 1

YAMAHA

YAMAHA MOTOR CO., LTD.

PRINTED IN FRANCE

2003.07 (D)

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : Why YH50

Categorie : Scooter