Why YH50 - Scooter YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Why YH50 YAMAHA in PDF-formaat.
| Producttype | Scooter |
| Merk | Yamaha |
| Model | Why YH50 |
| Afmetingen (L x B x H) | 1940 x 685 x 1105 mm |
| Zadelhoogte | 765 mm |
| Wielbasis | 1294 mm |
| Grondspeling | 125 mm |
| Gewicht (nat) | 78 kg |
| Motortype | Luchtgekoelde 2-takt, 49,2 cc |
| Startsysteem | Elektrische starter en kickstarter |
| Smeersysteem | Autolube (injectie) |
| Brandstoftankinhoud | 7,2 L |
| Oliereservoir inhoud | 1,3 L |
| Transmissie | Automatisch (V-snaar) |
| Remmen voor | Enkele schijfrem |
| Remmen achter | Trommelrem |
| Bandenmaat voor | 2 1/2-16 (tubeless) |
| Bandenmaat achter | 2 3/4-16 (tubeless) |
| Accu | 12 V / 4 Ah |
| Zekering | 7,5 A |
| Maximale belading | 182 kg |
| Verlichting koplamp | 12 V, 35 W/35 W |
| Periodiek onderhoud | Zie onderhoudsschema in handleiding (o.a. bougie, luchtfilter, olie) |
| Veiligheid | Helm en beschermende kleding dragen; remmen controleren voor elke rit |
Veelgestelde vragen - Why YH50 YAMAHA
Gebruikersvragen over Why YH50 YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Why YH50 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Why YH50 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING Why YH50 YAMAHA
Welkom in de wereld van Yamaha rijders!
Als eigenaar van de YH50 profiteert u van Yamaha's ervaring en technische kennis in het ontwerpen en fabriceren van producten van topkwaliteit, waarmee Yamaha haar verdiende reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.
Neem de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u alle voordelen van uw YH50 optimaal kunt benutten. Deze gebruikershandleiding geeft instructies over bediening, inspectie en onderhoud van de scooter, terwijl ook wordt beschreven hoe u uzelf en anderen persoonlijk letsel en schade kunt besparen.
De vele tips in deze handleiding helpen u bovendien om uw scooter in optimale conditie te houden. Als er tenslotte toch nog vragen zijn, aarzel dan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.
Het Yamaha team wenst u vele veilige en plezierige ritten toe. En vergeet niet, veiligheid voor alles!
BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING
DAU00005
Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:

Het Safety Alert symbool betekent ATTENTIE! LET OP! HET GAAT OM UW VEILIGHEID!

WAARSCHUWING
Wanneer instructies vermeld in een WAARSCHUWING niet worden opgevolgd, kan dit leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel voor de motorrijder of omstanders of degene die de scooter inspecteert of repareert.
LET OP:
De aanduiding LET OP staat vermeld bij speciale voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen om schade aan de scooter te voorkomen.
OPMERKING:
De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.
OPMERKING:
- Deze handleiding moet worden gezien als een permanent onderdeel van deze scooter en moet altijd bij de machine blijven, ook als deze ooit wordt verkocht.
- Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn van kleine tegenstrijdigheden tussen uw motor en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recente productinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen heeft over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.
BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING
DW00002
WAARSCHUWING
LEES DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG HELEMAAL DOOR VOORDAT U DEZE SCOOTER GAAT GEBRUIKEN.
BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING
DAUM0023
YH50
HANDLEIDING VOOR DE EIGENAAR
© 2003 door MBK INDUSTRIE
1e Uitgave, januari 2003
Alle rechten voorbehouden
Elke vorm van herdruk of onbevoegd gebruik
zonder schriftelijke toestemming van
MBK INDUSTRIE
is uitdrukkelijk verboden.
Gedrukt in Frankrijk.
| 1 GEEF VOORRANG AAN VEILIGHEID | 1 |
| 2 BESCHRIJVING | 2 |
| 3 FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN | 3 |
| 4 CONTROLES VOOR HET STARTEN | 4 |
| 5 GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE | 5 |
| 6 PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES | 6 |
| 7 VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER | 7 |
| 8 SPECIFICATIES | 8 |
| 9 GEBRUIKERSINFORMATIE | 9 |

GEEF VOORRANG AAN VEILIGHEID
Andere aandachtspunten voor veilig motorrijden 1-2
Scooters zijn schitterende machines die de motorrijder een onovertroffen gevoel van vrijheid kunnen geven. Er zijn echter wel bepaalde spelregels en beperkingen, waar u niet omheen kunt; ook de beste scooter kan niet meer dan de natuurwetten toestaan.
Regelmatige verzorging en onderhoud is van groot belang om de waarde en de goede conditie van uw motor te behouden. Dit geldt trouwens niet alleen voor de scooter, maar ook voor de motorrijder: om goed en veilig te rijden moet u zelf ook in goede conditie zijn. Rijden onder invloed van medicijnen, drugs en alcohol is natuurlijk uit den boze. Motorrijders horen altijd—meer nog dan autobestuurders—geestelijk en lichamelijk op hun best te zijn. Ook de geringste hoeveelheid alcohol geeft ongemerkt een zekere overmoed, die bijzonder gevaarlijk kan zijn.
Beschermende kleding is voor een motorrijder even belangrijk als veiligheidsgordels voor de bestuurder en inzittenden van een auto. Draag steeds een compleet motorpak (gemaakt van leer of slijtvast synthetisch materiaal met beschermers), stevige laarzen, motorhandschoenen en een goed passende helm. Optimaal beschermende kleding mag echter niet aanmoedigen tot zorgeloosheid. Vooral integraal omsluitende helmen en motorpakken geven een gevoel van totale veiligheid en bescherming, maar toch zijn motorrijders altijd kwetsbaar in het verkeer. Ken uw eigen grenzen, rijd niet harder dan verstandig is en neem geen onnodige risico's. Vooral bij nat weer zit een ongeluk in een klein hoekje. Een verstandig motorrijder rijdt defensief en met voorspelbaar weggedrag. Ook al weet uzelf precies wat u doet, verrassing bij andere weggebruikers is gevaarlijk. Houd rekening met de mogelijkheid dat andere weggebruikers fouten kunnen maken; veiligheid is samenwerking.
Veel plezier onderweg!
DAU02964
Andere aandachtspunten voor veilig motorrijden
- Geef duidelijk richting aan wanneer u een bocht neemt.
- Op een nat wegdek kan remmen uiterst lastig zijn. Vermijd te hard remmen, de scooter zou kunnen slippen. Bedien de remmen rustig wanneer u op een nat wegdek wilt stoppen.
- Minder snelheid bij het naderen van een bocht of een afslag. Trek langzaam op nadat u de bocht hebt genomen.
- Wees voorzichtig bij het passeren van geparkeerde auto's. Een bestuurder merkt u mogelijk niet op en kan het portier openslaan in uw rijrichting.
- Spoorwegovergangen, tramrails, ijzeren platen gebruikt in de wegenbouw en putdeksels worden in natte toestand zeer glad. Minder snelheid en passeer ze voorzichtig. Houd de scooter recht, anders kan hij gaan schuiven.
- De remvoering kan nat worden bij het wassen van de scooter. Controleer de remmen na het wassen van de scooter, voordat u gaat rijden.
- Draag steeds een helm, handschoenen, een lange broek (taps toelopend bij de enkel/omslag, om flapperen te voorkomen), en een felgekleurd jack.
- Vervoer op uw scooter niet te veel bagage. Een overbeladen scooter is onstabiel. Gebruik een sterk koord om bagage op de drager vast te sjorren. Losse bagage beïnvloedt de stabiliteit van de scooter en kan uw aandacht afleiden van het verkeer.
BESCHRIJVING
Aanzicht linkerzijde 2-1
Aanzicht rechterzijde.... 2-2
Aanzicht linkerzijde

- Achterremhendel (pagina 3-5, 6-12, 6-15)
- Brandstofniveaumeter (pagina 3-3)
- Snelheidsmeter (pagina 3-3)
-
Contactslot/stuurslot-unit (pagina 3-1, 3-8)
-
Vuldop versnellingsbakolie (pagina 6-6)
- Kickstarter (pagina 3-7)
- Luchtfilter (pagina 6-7)
Aanzicht rechterzijde

- Achterste bagagedrager (pagina 3-9)
- Duozadel —
- Gasgreep (pagina 6-9, 6-15)
-
Voorremhendel (pagina 3-5, 6-12, 6-15)
-
Bagagehaak (pagina 3-9)
- Accu/zekering (pagina 6-18–6-19)
- Brandstoftank- en oliereservoirdop (pagina 3-5)
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
Contactslot/stuurslot-unit 3-1
Controlelampjes en waarschuwingslampjes 3-2
Snelheidsmeterunit 3-3
Brandstofniveaumeter 3-3
Stuurschakelaars 3-4
Voorremhendel 3-5
Achterremhendel 3-5
Tankdop en dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering ..... 3-5
Brandstof 3-6
Uitlaatkatalysator 3-7
2-takt injectiesmering 3-7
Kickstarter 3-7
Rijderzadel 3-8
Opbergcompartiment 3-8
Bagagedrager 3-9
Bagagehaak 3-9
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU00027

DAU00029
Contactslot/stuurslot-unit
Via het contactslot/stuurslot worden het ontstekingssysteem en de verlichtingssystemen bediend en wordt het stuur vergrendeld. De diverse standen worden hierna beschreven.
DAU04384
ON "
Alle elektrische circuits worden voorzien van stroom; het achterlicht en de instrumentenverlichting gaan branden en de motor kan worden gestart. De sleutel kan niet worden uitgenomen.
OPMERKING:
De koplamp gaat branden zodra de motor wordt gestart.
DAU00038
OFF "
Alle elektrische systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan worden uitgenomen.
DAU04470*
CONTROLEREN "
Het waarschuwingslampje voor het olieniveau voor 2-takt injectiesmering moet gaan branden. Zie pagina 3-2 voor uitleg over de werking van het waarschuwingslampje voor olieniveau.
DAU00040
LOCK "
Het stuur is vergrendeld en alle elektrische systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan worden uitgenomen.
Om het stuur te vergrendelen
- Draai het stuur helemaal naar links.
- Druk de sleutel in de " ✉" -stand in en draai hem dan naar de " 🔊" -stand. Houd de sleutel hierbij ingedrukt.
- Neem de sleutel uit.
Om het stuur te ontgrendelen
Druk de sleutel in en draai hem dan naar " ⚙ ” terwijl de sleutel ingedrukt wordt gehouden.
WAARSCHUWING
DW000016
Draai de contactsleutel nooit naar “ ” of naar “ 📁 terwijl de scooter rijdt; elektrische systemen worden dan afgeschakeld en mogelijk zult u zo de macht over het stuur verliezen of een ongeval veroorzaken. Zorg altijd dat de scooter stilstaat voordat u de sleutel naar “ 📁 of naar “ 📁 draait.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

- Controlelampje " ◇◇" richtingaanwijzers
- Controlelampje grootlicht "D"
DAU03034
Controlelampjes en waarschuwingslampjes

- Waarschuwingslampje "
voor olienivea
DAU02958
Waarschuwingslampje " olieniveau
OPMERKING:
Vraag een Yamaha dealer het elektrisch circuit te controleren als het waarschu-wingslampje niet gaat branden als de sleutel in de "●" -stand staat of niet dooft nadat de olie in het oliereservoir van een 2-takt motor is bijgevuld.
DC000000
LET OP:
Gebruik de motorfiets alleen als u weet dat het motorolieniveau voldoende hoog
voor is.
Dit waarschuwingslampje brandt als de sleutel in de “ Ⓞ ” -stand staat of als het olieniveau in het oliereservoir van een
Controlelampje “ ◇◇”
zers
Dit controlelampje knippert wanneer de schakelaar voor richtingaanwijzers naar de linker- of rechterstand is gedrukt.
DAU00063
Controlelampje grootlicht "∅"
Dit controlelampje gaat branden wanneer het grootlicht van de koplamp is ingeschakeld.
ijtakt motor tijdens bedrijf te laag staat. Als het waarschuwingslampje bij draaiende motor gaat branden, stop dan direct en vul het oliereservoir met Yamalube 2 of gelijkwaardige 2-takt injectiesmeerolie met ofwel JASO klasse "FC" of met de ISO klassen "EG-C" of "EG-D". Het waarschuwingslampje moet doven nadat het oliereservoir voor 2-takt injectiesmeerolie is bijgevuld.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

De snelheidsmeterunit is voorzien van een snelheidsmeter en een kilometerteller. De snelheidsmeter toont de actuele rijsnelheid. De kilometerteller toont de totale afgelegde afstand.

De brandstofniveaumeter geeft aan hoeveel brandstof in de tank aanwezig is. De naald beweegt naar "E" (Empty) naarmate het brandstofniveau daalt. Vul zo snel mogelijk brandstof bij als de naald bij "E" staat.
OPMERKING:
Voorkom dat de brandstoftank geheel droog komt te staan.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

- Dimlichtschakelaar "
- Uitschakelknop
- Richtingaanwijzerschakelaar " /"
- Claxonschakelaar "10"
DAU00118
Stuurschakelaars
DAU03888
Zet deze schakelaar op "D" voor groot-
licht en op "∃" voor dimlicht.
Richtingaanwijzerschakelaar

Druk deze schakelaar naar “ ➞ ” om slaan naar rechts aan te geven. Druk deze schakelaar naar “ ➞ ” om afslaan n links aan te geven. Na loslaten keert de schakelaar terug naar de middenstand. Druk op de uitschakelknop en laat dan los om de richtingaanwijzers uit te zetten.
DAUM0097
DAU00129
Claxonschakelaar "12"
Druk deze schakelaar in om een claxonsignaal te geven.

- Startknop " 3"
DAUM0063
Startknop "
Druk bij bekrachtigde voor- of achterrem deze knop in om de motor via de startmotor te starten.
DC000005
LET OP:
Zie pagina 5-1 voor startinstructies voordat u de motor start.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

- Voorremhendel

- Achterremhendel

De voorremhendel bevindt zich aan de rechterstuurgreep. Trek deze hendel naar het stuur toe om de voorrem te bekrachtigen.
DAU03882
DAU00163
Achterremhendel
De achterremhendel bevindt zich aan de linkerstuurgreep. Trek deze hendel naar het stuur toe om de achterrem te bekrachtigen.
DAU03463
Tankdop en dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering
De tankdop en de dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering bevinden zich onder het zadel. (Zie pagina 3-8 voor openen en sluiten van het zadel.)
Vuldop brandstoftank
Om de tankdop te verwijderen wordt deze linksom gedraaid en dan losgenomen.
Om de tankdop aan te brengen wordt deze rechtsom gedraaid.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

Dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering
De dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering wordt los getrokken om te verwijderen.
Om de dop van oliereservoir voor 2-takt injectiesmering aan te brengen wordt deze vast gedrukt in de reservoiropening.
DW000025
WAARSCHUWING
Controleer alvorens te gaan rijden of de tankdop en de dop van het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering correct zijn aangebracht.

Controleer of voldoende brandstof in de brandstoftank aanwezig is. Vul de brandstoftank tot onderaan de vulpijp zoals getoond.
DW000130
WAARSCHUWING
- Overvul de brandstoftank niet, anders zal benzine uitstromen zodra deze warm wordt en uitzet.
- Mors geen brandstof op een heet motorblok.
DAU00185
LET OP:
Veeg gemorste brandstof direct af met een schone, droge en zachte doek, de brandstof kan immers schade toebrengen aan de lak of aan kunststof onderdelen.
DAU04206*
Voorgeschreven brandstof: UITSLUITEND NORMALE LOODVRIJE BENZINE
Inhoud brandstoftank:
Totale hoeveelheid:
7,2 L
Uw Yamaha motorblok is gebouwd op het gebruik van normale loodvrije benzine met een octaangetal van RON 91 of hoger. Als de motor gaat detoneren (pingelen), gebruik dan brandstof van een ander merk of gebruik loodvrije superbenzine. Door loodvrije benzine te gebruiken gaan bougies langer mee en blijven de onderhoudskosten beperkt.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU03098
Uitlaatkatalysator
Deze scooter heeft een uitlaatkatalysator die gemonteerd is in de uitlaatdemper.
DW000128
WAARSCHUWING
Het uitlaatsysteem is heet nadat de motor heeft gedraaid. Controleer of het uitlaatsysteem is afgekoeld alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
DC000114
LET OP:
De volgende voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om brand of andere schaderisico's te voorkomen.
- Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. Bij gebruik van loodhoudende benzine zal onherstelbare schade worden toegebracht aan de uitlaatkatalysator.
- Parkeer de scooter nooit nabij brandgevaarlijke stoffen, zoals op gras of op ander materiaal dat gemakkelijk vlamvat.
- Laat de motor niet te lang aaneen stationair draaien.
DAU03750
2-takt injectiesmeerolie
Controleer of voldoende olie aanwezig is in het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering. Vul zo nodig de voorgeschreven 2-takt injectiesmeerolie bij.
OPMERKING:
Controleer of de dop op het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering correct is aangebracht.
Aanbevolen olie:
Yamalube 2 of gelijkwaardige 2-takt injectiesmeerolie (JASO grade "FC" of ISO grades "EG-C" of "EG-D")
Oliehoeveelheid: 1,3 L

- Kickstarter
DAUS0015
Kickstarter
Trap om de motor te starten het kickstartpedaal licht omlaag totdat de tandwielen aangrijpen en trap het pedaal dan soepel maar krachtig omlaag.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

DAU03091
Rijderzadel
Openen van het rijderzadel
- Zet de scooter op de middenbok.
- Steek de sleutel in het contactslot en draai hem dan linksom.
OPMERKING:
Druk de sleutel niet in terwijl u deze draait.
- Klap het rijderzadel omhoog.

Sluiten van het rijderzadel
- Klap het zadel omlaag en druk dan aan om te vergrendelen.
- Neem de sleutel uit het contactslot als de scooter onbeheerd wordt achtergelaten.
OPMERKING:
Controleer of het zadel stevig is vergren- deld alvorens te gaan rijden.

Om het opbergcompartiment te ontgrendelen
Steek de sleutel in het slot en draai deze een kwartslag rechtsom.
Om het opbergcompartiment te openen wanneer deze ontgrendeld is
Draai de knop een kwartslag rechtsom. De knop keert automatisch terug naar de oorspronkelijke positie zodra deze wordt losgelaten.
Om het opbergcompartiment te sluiten
Duw het deksel in de oorspronkelijke positie
Om het opbergcompartiment te vergrendelen Steek de sleutel in het slot en draai deze een kwartslag linksom. Verwijder vervolgens de sleutel.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DWA00005
WAARSCHUWING
- Overschrijd het maximumlaadgewicht van 1,5 kg voor de bagagedrager niet.
- Overschrijd het maximumlaadgewicht van 182 kg voor de machine niet.

- Overschrijd het maximumlaadgewicht van 3,0 kg voor de bagagedrager niet.
- Overschrijd het maximumlaadgewicht van 182 kg voor de machine niet.

- Overschrijd het maximumlaadgewicht van 3,0 kg van de bagagehaak niet.
- Overschrijd het maximumlaadgewicht van 182 kg voor de machine niet.
CONTROLES VOOR HET STARTEN
Controlelijst voor gebruik 4-1
De eigenaar is verantwoordelijk voor de conditie van de machine. Vitale onderdelen kunnen bijvoorbeeld bij blootstelling aan weer en wind vrij snel en onverwachts achteruitgaan, ook als de machine niet wordt gebruikt. Eventuele schade, vloeistoflekkage of het wegvallen van de bandspanning kan ernstige gevolgen hebben. Het is daarom van belang om voorafgaand aan elke rit een visuele inspectie uit te voeren en bovendien de volgende punten te controleren.
Controlelijst voor gebruik
DAU03439
| ONDERDEEL CONTROLES PAGINA | ||
| Brandstof | Controleer het brandstofniveau in de brandstoftank.Vul zo nodig brandstof bij.Controleer de brandstofleiding op lekkage. | 3-5–3-6 |
| Tweetakt motorolie | Controleer het olieniveau in het oliereservoir.Vul zo nodig het aanbevolen type olie bij tot aan het voorgeschreven niveau.Controleer de machine op olielekkage. | 3-5–3-7 |
| Cardanolie | Controleer de machine op olielekkage. 6-6 | |
| Voorrem | Controleer de werking.Als de voorrem zacht of sponzig aanvoelt, vraag dan een Yamaha dealer het hydraulisch systeem te ontluchten.Controleer het vloeistofniveau in het reservoir.Vul zo nodig het aanbevolen type remvloeistof bij tot aan het voorgeschreven niveau.Controleer het hydraulisch systeem op lekkage. | 3-5, 6-13–6-15 |
| Achterrem | Controleer de werking.Controleer de vrije slag van het rempedaal.Stel zo nodig bij. | 3-5, 6-13–6-15 |
| Gasgreep | Controleer of de werking soepel is.Controleer de vrije slag van de kabel.Vraag zo nodig de Yamaha dealer om de vrije slag van de kabel af te stellen, en de kabel en het kabelhuis te smeren. | 6-9, 6-15 |
| Wielen en banden | Controleer op schade.Controleer de conditie van de band en de profieldiepte.Controleer de bandspanning.Corrigeer als dat nodig is. | 6-10–6-11 |
CONTROLES VOOR HET STARTEN
| ONDERDEEL CONTROLES PAGINA | ||
| Remhendels | Controleer of de werking soepel is.Smeer zo nodig de hendelscharnierpunten. | 6-12, 6-15 |
| Middenbok | Controleer of de werking soepel is.Smeer zo nodig het scharnierpunt. | 6-16 |
| Framebevestigingen | Controleer of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet.Zet zo nodig vast. | — |
| Instrumenten, verlichting, signaleringssysteem en schakelaars | Controleer de werking.Corrigeer als dat nodig is. | 3-2–3-4 |
| Accu | Controleer het voestofniveau.Vul zo nodig bij met gedistilleerd water. | 6-18 |
OPMERKING:
Voordat de scooter wordt gebruikt moet telkens een korte algemene controle worden uitgevoerd. Zo'n inspectie neemt maar weinig tijd in beslag en de hiermee gegarandeerde veiligheid is die tijd alleszins waard.
DWA00033
WAARSCHUWING
Wanneer functies vermeld in de Controlelijst voor gebruik niet naar behoren werken, laat dan een inspectie uitvoeren en eventueel repareren voordat u de machine gebruikt.
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
Starten van de motor 5-1
Wegrijden 5-2
Sneller en langzamer rijden 5-2
Remmen 5-3
Tips voor een zuinig brandstofverbruik 5-3
Inrijden van de motor 5-4
Parkeren 5-4
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
DAU00372
DAU01118
WAARSCHUWING
- Zorg dat u volkomen vertrouwd bent met alle bedieningsfuncties en hun werking voordat u gaat rijden. Informeer bij een Yamaha dealer als u de werking van een schakelaar of functie niet volkomen begrijpt.
- Start de motor nooit in een afgesloten ruimte en laat deze hierin ook niet lange tijd aaneen draaien. Uitlaatgassen zijn giftig en het inademen ervan kan al binnen korte tijd leiden tot bewusteloosheid en do-delijk letsel. Controleer altijd of er voldoende ventilatie is.
- Start de motor om veiligheidsredenen te allen tijde met de middenbok naar beneden.

Starten van de motor
DC000046
LET OP:
Zie pagina 5-4 voor instructies over het inrijden van de motor alvorens de machine in gebruik wordt genomen.
- Draai de contactsleutel naar " Ⓞ" draai naar " ⚙" zodra het waarsc wingslampje voor olieniveau gaat branden.
DC000045
LET OP:
Als het waarschuwingslampje voor olieniveau niet gaat branden, vraag dan een Yamaha dealer het elektrisch circuit te testen.
- Sluit de gasklep volledig.

- Start de motor door de startknop in te drukken of het kickstarterpedaal omlaag te trappen terwijl tegelijkertijd de voor- of achterrem is bekrachtigd.
OPMERKING:
Als de motor na indrukken van de startknop niet wil starten, laat dan de startknop los, enwacht een paar seconden en probeer het chudan opnieuw. Iedere startpoging moet zo kort mogelijk duren om de accu te sparen. Laat de startmotor nooit langer dan 5 seconden aaaneen draaien. Probeer de kickstarter als de motor niet via de startmotor wil aanslaan.
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
DCA00045
LET OP:
Trek nooit snel op terwijl de motor nog koud is, dit verkort de levensduur van de motor!

Laat de motor warmdraaien voordat u wegrijdt.
- Houd met uw linkerhand de achterremhendel ingedrukt, pak met uw rechterhand de drager beet en duw de scooter van de middenbok af.
- Ga schrijlings op het zadel zitten en stel de achteruitkijkspiegels af.
- Zet de richtingaanwijzer aan.
- Controleer op tegemoetkomend verkeer en draai voorzichtig aan de gasgreep (rechts) om weg te rijden.
- Schakel de richtingaanwijzer uit.
Sneller en langzamer rijden
De rijsnelheid wordt geregeld door de gasgreep open of dicht te draaien. Om meer snelheid te maken draait u de gasgreep richting ⓐ. Om langzamer te gaan rijden draait u de gasgreep richting ⓑ.
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE

- Sluit de gasklep volledig.
- Knijp de voor- en achterremmen gelijktijdig in en oefen geleidelijk meer druk uit.
DW000057
WAARSCHUWING
- Vermijd hard en abrupt remmen (met name wanneer u naar één kant overhelt). De scooter zou namelijk kunnen slippen of omvallen.
- Spoorwegovergangen, tramrails, ijzeren platen gebruikt in de wegenbouw en putdeksels worden in natte toestand zeer glad. U dient deze obstakels daarom met aangepaste snelheid te naderen en voorzichtig te passeren.
- Onthoud dat remmen op een nat wegdek veel moeilijker is.
- Rijd langzaam heuvelafwaarts, remmen kan tijdens afdalingen soms lastig zijn.
DAU03093
Tips voor een zuinig brandstofverbruik
Het brandstofverbruik is vooral afhankelijk van uw rijstijl. Hierna volgen enkele tips om het brandstofverbruik te verlagen:
- Laat de motor goed warmdraaien.
- Voer het motortoerental tijdens acce- lereren niet te hoog op.
- Voer het toerental niet te hoog op terwijl de motor onbelast draait.
- Laat de motor niet langdurig stationair draaien maar zet hem af (bijvoorbeeld in files, bij stoplichten of bij spoorweg-overgangen).
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
DAU00436
Inrijden van de motor
De periode tussen de 0 en 1.000 km is de belangrijkste periode in de levensduur van de motor. Lees daarom de volgende informatie aandachtig door.
Omdat de motor splinternieuw is, mag hij tijdens de eerste 1.000 km niet overmatig worden belast. De verschillende onderdelen van de motor slijten op elkaar in totdat de juiste bedrijfsspelingen zijn bereikt. Rijd tijdens deze periode nooit langdurig volgas en vermijd ook andere manoeuvres die tot oververhitting van de motor kunnen leiden.
DAUT0003*
0–150 km
Draai de gasgreep niet tot voorbij 1/3 open. Zet de motor steeds af nadat deze een uur heeft gedraaid en laat dan gedurende 5 tot 10 minuten afkoelen. Varieer de rijsnelheid van de scooter zo nu en dan. Verander de stand van de gasgreep regelmatig.
150–500 km
Rijd niet langdurig met de gasgreep meer dan halverwege open gedraaid.
500–1.000 km
Houd geen kruissnelheid aan waarbij de gasgreep voorbij driekwart is opengedraaid.
DCAT0001
LET OP:
Nadat de eerste 1.000 km zijn afgelegd moet de cardanolie worden ververst.
1.000 km en verder
Laat de motor niet langdurig volgas draaien. Varieer het toerental zo nu en dan.
DC000049
LET OP:
Als tijdens de inrijperiode motorschade optreedt, vraag dan direct een Yamaha dealer de machine te controleren.
DAU00461
Parkeren
Zet om te parkeren de motor af en neem dan de sleutel uit het contactslot.
DW000058
WAARSCHUWING
- De motor en het uitlaatsysteem kunnen zeer heet worden, parkeer dus op een plek waar voetgangers of kinderen niet gemakkelijk met deze onderdelen in aanraking kunnen komen.
- Parkeer niet op een helling of op een zachte ondergrond, de motor zou dan kunnen omvallen.
DC000062
LET OP:
Parkeer nooit op een plek waar sprake is van brandgevaar, zoals op droog gras of nabij ander ontvlambaar materiaal.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
Periodiek smeer- en onderhoudsschema ......6-2
Het panneel verwijderen en aanbrengen ......6-5
Controleren van de bougie 6-5
Cardanolie 6-6
Reinigen van het luchtfilterelement 6-7
Afstellen van de vrije slag van de gaskabel ......6-9
Banden 6-10
Gietwielen 6-11
Vrije slag van voorremhendel afstellen ....6-12
Vrije slag van achterremhendel afstellen .....6-12
Controleren van de voorremblokken en de achterremschoenen ....6-13
Controleren van het remvloeistofniveau ......6-14
Verversen van remvloeistof....6-15
Afstellen van de Autolube pomp 6-15
Controleren en smeren van gasgreep en gaskabel 6-15
Smeren van voor- en achterremhendels ...... 6-15
Controleren en smeren van de middenbok ..... 6-16
Controleren van de voorvork 6-16
Controle van stuursysteem 6-17
Controleren van wiellagers 6-17
Accu 6-18
Zekering vervangen 6-19
Koplampgloeilamp vervangen 6-20
Gloeilampje voor remlicht/achterlicht vervangen 6-21
Gloeilamp in richtingaanwijzer vervangen ..... 6-21
Storingzoeken 6-22
Storingzoekschema 6-23
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
DAU00462
DAU03453
De eigenaar is verplicht de optimale veiligheid te waarborgen. Door periodiek inspecties, afstellingen en smeerbeurten uit te laten voeren, zorgt u ervoor dat uw machine in zo veilig en efficiënt mogelijke conditie blijft. Op de volgende pagina's wordt de belangrijkste informatie met betrekking tot inspecties, afstellingen en smeerbeurten gegeven.
DW000060
WAARSCHUWING
Vraag een Yamaha dealer het onderhoudswerk uit te voeren als u hiermee niet echt vertrouwd bent.
DAU00466
! WAARSCHUWING
Deze scooter is uitsluitend ontworpen voor gebruik op verharde wegen. Wanneer deze scooter wordt gebruikt in een abnormaal stoffige, modderige of vochtige omgeving, dient het luchtfilterelement vaker te worden gereinigd of te worden vervangen om snelle slijtage van de motor te voorkomen. Raadpleeg een Yamaha dealer voor de juiste onderhoudsperiodes.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
Periodiek smeer- en onderhoudsschema
DAU03686
OPMERKING:
- De jaarlijkse controles horen eenmaal per jaar te worden uitgevoerd, behalve wanneer in plaats daarvan een onderhoudsbeurt op kilometerbasis wordt verricht.
- Herhaal de intervalperioden vanaf 30.000 km, te beginnen bij 6.000 km.
- Werkzaamheden gemarkeerd met een asterisk horen te worden uitgevoerd door een Yamaha dealer, omdat hiertoe speciaal gereedschap, technische gegevens en vakmanschap vereist zijn.
| NR. | ONDERDEEL INSPECTIE- | OF ONDERHOUDSBEURT | KILOMETERSTAND (×1.000 km) | JAARLIJKSE CONTROLE | |||||
| 1 6 12 18 24 | |||||||||
| 1 | * | Brandstofleiding | • Controleer de brandstofslangen en de onderdrukslang op scheuren of schade. | √ | √ | √ | √ | ||
| 2 | Bougie | • Vervangen. | √ | √ | √ | √ | √ | ||
| 3 | Luchtfilterelement | • Reinigen. √ √ | |||||||
| • Vervangen. √ √ | |||||||||
| 4 | * | Accu | • Electrolytniveau en soortelijk gewicht controlleren.• Correcte ligging van ontluchtingsslang controlleren. | √ | √ | √ | √ | ||
| 5 | * | Voorrem | • Werking en vloeistofniveau controlleren, machine controlleren op vloeistoflekkage.(Zie OPMERKING op bladzijde 6-4.) | √ | √ | √ | √ | ||
| • Remblokken vervangen. | Indien afgesleten tot aan slijtagelimiet. | ||||||||
| 6 | * | Achterrem | • Werking controlleren en vrije slag remhendel afstellen. | √ | √ | √ | √ | √ | √ |
| • Remschoenen vervangen. | Indien afgesleten tot aan slijtagelimiet. | ||||||||
| 7 | * | Remslang | • Controlleren op scheuren of beschadiging. | √ | √ | √ | √ | √ | |
| • Vervangen. (Zie OPMERKING op bladzijde 6-4.) | Elke 4 jaar | ||||||||
| 8 | * | Wielen | • Controlleren op slingering en schade. | √ | √ | √ | √ | ||
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
| NR. | ONDERDEEL | INSPECTIE- OF ONDERHOUDSBEURT | KILOMETERSTAND (× 1.000 km) | JAARLIJKSE CONTROLE | |||||
| 1 | 6 | 12 | 18 | 24 | |||||
| 9 | * | Banden | • Controleren op correcte profieldiepte en op schade.• Zo nodig vervangen.• Bandspanning controleren.• Zo nodig corrigeren. | √ | √ | √ | √ | ||
| 10 | * | Wiellagers | • Lager controleren op losheid of schade. | √ | √ | √ | √ | ||
| 11 | * | Balhoofdlagers | • Controleren op lagerspeling en stroefheid in stuurbeweging. | √ | √ | √ | √ | √ | |
| • Smeren met lithiumvet. Elke 24.000 km | |||||||||
| 12 | * | Framebevestigingen | • Controleren of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet. | √ | √ | √ | √ | ||
| 13 | Mi | iddenbok | • Werking controleren.• Smeren. | √ | √ | √ | √ | ||
| 14 | * | Voorvork | • Controleren op werking en olielekkage. | √ | √ | √ | √ | ||
| 15 | * | Schokdemperunit | • Controleren op werking en schokdemper op olielekkage. | √ | √ | √ | √ | ||
| 16 | * | Carburateur | • Stationair motortoerental afstellen. | √ | √ | √ | √ | √ | √ |
| 17 | * | Injectiepomp 2-takt olie | • Werking controleren.• Zo nodig ontluchten. | √ | √ | √ | √ | ||
| 18 | Cardanolie | • Controleer de machine op olielekkage. | √ | √ | √ | ||||
| • Verversen. √ √ √ | |||||||||
| 19 | * | V-snaar | • Vervangen. | Elke 10.000 km | |||||
| 20 | * | Remlichtschakelaars voor- en achterrem | • Werking controleren. | √ | √ | √ | √ | √ | √ |
| 21 | Bewegende delen en kabels | • Smeren. | √ | √ | √ | √ | √ | ||
| 22 | * | Verlichting, signaleringssysteem en schakelaars | • Werking controleren.• Richthoek koplamplichtbundel afstellen. | √ | √ | √ | √ | √ | |
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
DAU03541*
OPMERKING:
- Het luchtfilter dient vaker te worden gecontroleerd wanneer u in een extreem vochtige of stoffige omgeving rijdt.
● Hydraulisch remsysteem - Controleer regelmatig het remvloeistofniveau en vul zo nodig bij.
- Ververs de remvloeistof elke twee jaar.
- De remslangen dienen elke vier jaar te worden vervangen, of wanneer deze zijn gescheurd of beschadigd.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

- Paneel A
DAU01777
Het panneel verwijderen en aanbrengen
Het hierboven afgebeelde paneel moet worden verwijderd om sommige onderhoudswerkzaamheden beschreven in dit hoofdstuk uit te kunnen voeren. Neem deze paragraaf door telkens wanneer het stroomlijnpaneel moet worden verwijderd of aangebracht.

Verwijderen van het paneel
- Open het zadel. (Zie pagina 3-8 voor openen en sluiten van het zadel.)
- Verwijder het paneel door het omhoog te trekken zoals afgebeeld.
Aanbrengen van het paneel
- Plaats de achterzijde van het paneel in de oorspronkelijke positie en druk dan de voorzijde van het paneel naar binnen.
- Breng het zadel aan.
DAU01651
Controleren van de bougie
De bougie is een belangrijk motoronderdeel dat periodiek moet worden gecontroleerd, bij voorkeur door een Yamaha dealer. Omdat bougies door verhitting en neerslag altijd langzaam slijten, moet de bougie worden verwijderd en gecontroleerd volgens de tijden genoemd in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Bovendien kan aan het uiterlijk van de bougie de conditie van de motor worden afgelezen.
De porseleinen isolator rond de centrale elektrode moet licht tot gemiddeld bruin verkleurd zijn (de ideale kleur als normaal met de machine wordt gereden). De motor is misschien defect als de bougie een duidelijk andere kleur heeft. Probeer dergelijke problemen niet zelf vast te stellen. Laat in plaats daarvan uw scooter nakijken door een Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

a. Elektrodenafstand
Vervang de bougie als de elektroden blijken te zijn afgesleten en als overmatige kool-aanslag of andere neerslag gevonden wordt.
Voorgeschreven bougie:
BR8HS (NGK)
Voordat een bougie wordt aangebracht moet de elektrodenafstand met een draadvoelmaat worden gemeten; breng als dat nodig is de elektrodenafstand op specificatie.
Elektrodenafstand:
0,6–0,7 mm
Reinig het oppervlak van de bougiepakking en het pasvlak en verwijder eventueel vuil uit de schroefdraad van de bougie.
Aanhaalmoment:
Bougie:
23 Nm (2,3 m·kgf)
OPMERKING:
Als er geen momentsleutel voorhanden is om de bougie te monteren, is het aanhaalmoment ongeveer correct als een kwart-slag tot een halve slag-verder dan handvast wordt aangedraaid. De bougie moet echter zo snel mogelijk naar het juiste aanhaalmoment worden aangedraaid.
DAU04228
Cardanolie
Vóór elke rit moet het cardanhuis worden gecontroleerd op olielekkage. Ingeval van lekkage dient u de scooter door een Yamaha dealer te laten nakijken en te laten repareren. Bovendien dient de cardanolie als volgt te worden ververst op de aangegeven tijdstippen in het periodieke onderhouds- en smeerschema.
- Start de motor, warm deze op door een paar minuten te gaan rijden en zet dan de motor af.
- Zet de scooter op de middenbok.
- Plaats een oliecarter onder het cardanhuis om de gebruikte olie op te vangen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

- Olievuldop
-
Olieaftapplug
-
Verwijder de olievuldop en de aftap- plug om de olie uit het cardanhuis af te tappen.
- Breng de olieaftapplug voor het cardanhuis aan en zet hem vast met het voorgeschreven aanhaalmoment.
Aanhaalmoment:
Aftapplug cardanolie:
17 Nm (1,7 m·kgf)
- Voeg de benodigde hoeveelheid aanbevolen cardanolie toe. Breng vervolgens de olievuldop aan en draai deze vast.
Aanbevolen cardanolie:
Zie pagina 8-1.
Oliehoeveelheid:
0,11 L
DWA00062
WAARSCHUWING
- Zorg ervoor dat geen verontreinigingen het cardanhuis kunnen binnendringen.
-
Zorg ervoor dat geen olie op de banden of wielen terecht komt.
-
Controleer het cardanhuis op olielekkage. Zoek ingeval van lekkage naar de oorzaak.

Reinigen van het luchtfilterelement
Het luchtfilterelement moet worden gereinigd volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Reinig het luchtfilterelement vaker als u in zeer stoffige of vochtige gebieden rijdt.
- Verwijder het luchtfilterdeksel door de schroeven te verwijderen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

-
Luchtfilterelement
-
Trek het luchtfilterelement naar buiten, reinig het in oplosmiddel en wring dan het achtergebleven oplosmiddel uit.
DW000075
WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend een oplosmiddel dat speciaal geschikt is voor het reinigen van onderdelen. Voorkom brand- en explosiegevaar door geen benzine of oplosmiddelen te gebruiken met een lage ontvlamtemperatuur.
DC000089
LET OP:
Hanteer het schuimrubber materiaal voorzichtig en verwring het niet om beschadigingen te voorkomen.

- Breng olie van de voorgeschreven soort aan op het hele oppervlak van het luchtfilterelement en wring dan de overtollige olie uit.
OPMERKING:
Het luchtfilterelement moet nat zijn maar mag niet druipen.
Aanbevolen olie: Motorolie
- Steek het filterelement in het luchtfilterhuis.
DC000082
LET OP:
- Controleer of het luchtfilterelement correct in het luchtfilterhuis is geplaatst.
-
Laat de motor nooit draaien zonder dat het luchtfilterelement aanwezig is, dat kan leiden tot overmatige slijtage bij de zuiger(s) en/of de cilinder(s).
-
Monteer het luchtfilterdeksel door de schroeven aan te brengen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
DAU00631
De carburateur vormt een belangrijk onderdeel van de motor en moet zeer precies worden afgesteld. Laat daarom alle carburateurafstellingen over aan een Yamaha dealer die over de benodigde vakkennis en ervaring beschikt.

Afstellen van de vrije slag van de gaskabel
De vrije slag van de gaskabel dient 1,5–3,0 mm te bedragen bij de gasgreep. Controleer de vrije slag van de gaskabel regelmatig en laat zo nodig afstellen door een Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

Let ten aanzien van de voorgeschreven banden op het volgende voor een optimale prestatie, levensduur en veilige werking van uw scooter.
Bandspanning
De bandspanning moet voor elke rit worden gecontroleerd en eventueel worden bijgesteld.
DW000082
WAARSCHUWING
- De bandspanning moet worden gecontroleerd en afgesteld terwijl de banden koud zijn (wanneer de temperatuur van de banden gelijk is aan de omgevingstemperatuur).
- De bandspanning moet worden aangepast aan de rijsnelheid en het totale gewicht van rijder, passagier, bagage en accessoires dat voor dit model is vastgesteld.
| Bandenspanning(gemeten op koude banden) | ||
| Belasting* Voor Achter | ||
| Tot 90 kg* | 180 kPa1,8 kgf/cm21,8 bar | 190 kPa1,9 kgf/cm21,9 bar |
| 90 kg-maximalebelasting* | 180 kPa1,8 kgf/cm21,8 bar | 210 kPa2,1 kgf/cm22,1 bar |
Maximale belasting* 182 kg
* Totaal gewicht van motorrijder, passagier, bagage en accessoires
DW000077
WAARSCHUWING
De aanwezigheid van bagage is van grote invloed op het weggedrag, de rem- en rij-eigenschappen en de veiligheid van uw motor, neem dus de volgende voorzorgen in acht.
- DE SCOOTER NOOIT OVERBELADEN! Rijden met een overbeladen scooter kan leiden tot beschadiging van de banden, controleverlies of ernstig letsel. Zorg ervoor dat het totale gewicht van de motorrijder, lading en accessoires de maximaal toegestane belasting van het voertuig niet overschrijdt.
- Vervoer geen los verpakte spullen die tijdens de rit kunnen gaan schuiven.
- Bevestig de zwaarste spullen op veilige wijze dicht bij het midden van de scooter en verdeel het gewicht over beide zijden.
- Pas de luchtdruk in de wielophanging en de bandspanning aan op het te vervoeren gewicht.
- Controleer vóór iedere rit de conditie en spanning van de banden.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

- Bandprofieldiepte
- Bandwang
Inspectie van banden
Voor elk rit moeten de banden worden gecontroleerd. Als de bandprofieldiepte op het midden van de band de vermelde limiet heeft bereikt, de band spijkers of stukjes glas bevat of wanneer de wang van de band scheurtjes vertoont, moet de band onmiddellijk door een Yamaha dealer worden vervangen.
| Minimale bandprofieldiepte (voor en achter) | 1,6 mm |
OPMERKING:
De slijtagelimiet voor bandprofieldiepte is voor diverse landen verschillend. Neem altijd de lokale voorschriften in acht.
Bandeninformatie
Deze scooter is uitgerust met tubeless banden.
VOOR
| Merk Maat | Model | |
| MICHELIN 2 | ^1/2 -16 42M M29S TT | |
ACHTER
| Merk Maat | Model | |
| MICHELIN 2 | ^3/4 -16 46M M29S TT | |
DAU03773
Gietwielen
Let ten aanzien van de voorgeschreven banden op het volgende voor een optimale prestatie, levensduur en veilige werking van uw scooter.
- Controleer de velgen voor iedere rit op scheurtjes, verbuiging of kromtrekken. Laat ingeval van schade het wiel door een Yamaha dealer vervangen. Probeer het wiel nooit zelf te repareren, hoe klein de reparatie ook is. Vervang een wiel dat vervormd is of haar-scheurtjes vertoont.
- Na het vervangen van een wiel of band moet het wiel worden uitgebalanceerd. Een niet uitgebalanceerd wiel zal mogelijk slecht functioneren, of kan een slechte wegligging en een verkorte levensduur van de banden tot gevolg hebben.
- Rijd niet te snel direct na het verwisselen van een band. Het bandoppervlak dient eerst te zijn ingereden voordat het zijn optimale eigenschappen verkrijgt.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

a. Vrije slag voorremhendel

a. Vrije slag achterremhendel
DAU04469
Vrije slag van voorremhendel afstellen
De vrije slag van de remhendel moet 10-20 mm bedragen, zoals getoond. Controleer de vrije slag van de remhendel regelmatig en laat indien nodig door een Yamaha dealer afstellen.
DW000100
WAARSCHUWING
Als de vrije slag van de remhendel niet normaal is, wijst dat op een serieus defect in het remsysteem. Laat het remsysteem vóór gebruik van de scooter nakijken of repareren door een Yamaha dealer.
Vrije slag van achterremhendel afstellen
De vrije slag van de remhendel moet 10-20 mm bedragen, zoals getoond. Controleer de vrije slag van de remhendel regelmatig en stel deze indien nodig als volgt af.

- Stelmoer
Draai voor meer vrije slag van de remhendel de stelmoer op de remankerplaat richting ⓐ. Draai voor minder vrije slag van de remhendel de stelmoer richting ⓑ.
DW000101
WAARSCHUWING
Vraag een Yamaha dealer de afstelling te doen als de juiste afstelling niet haalbaar is volgens de beschreven werkwijze.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
DAU00720
Controleren van de voorremblokken en de achterremschoenen
De remblokken van de voorremmen en de remschoenen van de achterremmen dienen op de aangegeven tijden in het periodieke smeer- en onderhoudsschema te worden gecontroleerd op slijtage.

Controleer elk voorremblok op schade en meet de remvoeringdikte. Als een remblok beschadigd is of als de remvoeringdikte minder is dan 0,5 mm, vraag dan een Yamaha dealer de remblokken te vervangen.

Remschoenen achterrem
De achterrem heeft een slijtage-indicator zodat de remschoenslijtage kan worden gecontroleerd zonder de rem te hoeven demonteren. Bekrachtig de rem en let op de stand van de slijtage-indicator om de remschoenslijtage te controleren. Wanneer een remschoen zover is afgesleten dat de slijtage-indicator bij de slijtagelimiet komt, vraag dan een Yamaha dealer de remblokken als set te vervangen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

- Remvloeistofniveau
DAU00732
Controleren van het remvloeistofniveau
Bij onvoldoende remvloeistof kan lucht in het remsysteem binnendringen waardoor de werking van het remsysteem achteruit kan gaan.
Controleer vóór het wegrijden of het remvloeistofniveau zich boven het minimum bevindt en vul zo nodig remvloeistof bij. Een laag remvloeistofniveau wijst mogelijk op verregaande remblokslijtage en/of lekkage in het remsysteem. Als het remvloeistofniveau laag is, controleer dan de remblokken op slijtage en het remsysteem op lekkage.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
- Zorg bij het controleren van het remvloeistofniveau dat de bovenzijde van de hoofdremcilinder horizontaal is door het stuur te draaien.
- Gebruik uitsluitend de voorgeschreven kwaliteit remvloeistof, anders kunnen de rubber afdichtingen verslechteren en zo lekkage en slechte remwerking teweegbrengen.
Aanbevolen remvloeistof: DOT 4
OPMERKING:
Indien geen DOT 4 verkrijgbaar is, kan DOT 3 worden gebruikt.
- Vul bij met hetzelfde type remvloeistof. Bij vermengen van verschillende typen remvloeistof kunnen schadelijke chemische reacties optreden en kan de remwerking verslechteren.
- Pas op en zorg dat tijdens bijvullen geen water de hoofdremcilinder kan binnendringen. Water zal het kookpunt van de remvloeistof aanzienlijk verlagen zodat dampbelvorming kan optreden.
- Remvloeistof kan gelakte of kunststof onderdelen aantasten. Veeg gemorste remvloeistof steeds direct af.
- Naarmate de remblokken afslijten, zal het remvloeistofniveau geleidelijk verder dalen. Vraag echter wel een Yamaha dealer om een inspectie als het remvloeistofniveau plotseling sterk is gedaald.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
DAUM0008
Verversen van remvloeistof
Vraag een Yamaha dealer de remvloeistof te verversen volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeeren onderhoudsschema. Laat bovendien de remslang eens in de vier jaar vervangen, of zodra deze lek is of beschadigd blijkt.
DAU00774
Afstellen van de Autolube pomp
De Autolube 2-takt olie-injectiepomp vormt een vitaal en geavanceerd onderdeel van de motor en moet door een Yamaha dealer worden afgesteld volgens de intervalperioden zoals vermeld in het periodiek smeringen onderhoudsschema.
DAU04034
Controleren en smeren van gasgreep en gaskabel
De werking van de gasgreep hoort voorafgaand aan elke rit te worden gecontroleerd. Smeer of vervang ook de gaskabel volgens de intervaltijden gespecificeerd in het periodiek onderhoudsschema.

Smeren van voor- en achterremhendels
De scharnierpunten van de voor- en achterremhendels moeten worden gesmeerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
Aanbevolen smeermiddel: Lithiumvet (universeel vet)
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

Controleren en smeren van de middenbok
De werking van de middenbok moet voorafgaand aan elke rit worden gecontroleerd en de scharnierpunten en de metaal-op-metaal contactvlakken moeten zo nodig worden gesmeerd.
DWA00055
WAARSCHUWING
Als de middenbok niet soepel omhoog en omlaag beweegt, vraag dan een Yamaha dealer deze te controleren of te repareren.
Aanbevolen smeermiddel: Lithiumvet (universeel vet)

Controleren van de voorvork
De conditie en de werking van de voorvork moeten als volgt te worden gecontroleerd op de aangegeven tijden in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
Controleren van de conditie
DW000115
WAARSCHUWING
Ondersteun de scooter goed, zodat deze niet kan omvallen.
Controleer de binnenste vorkbuizen op krassen, beschadigingen en overmatige olielekkage.
Controleren van de werking
- Plaats de scooter op een horizontale ondergrond en houd hem verticaal.
- Bekrachtig de voorrem en druk het stuur een paar keer stevig naar beneden om te controleren of de voorvork soepel in- en uitveert.
DC000098
LET OP:
Als u beschadigingen aantreft of wanneer de voorvork niet soepel functioneert, laat deze dan door een Yamaha dealer nakijken of repareren.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

Controle van stuursysteem
Losse of versleten balhoofdlagers kunnen gevaarlijk zijn. De werking van het stuur moet als volgt worden gecontroleerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
- Plaats een standaard onder de motor zodat het voorwiel los is van de grond.
DW000115
WAARSCHUWING
Ondersteun de scooter goed, zodat deze niet kan omvallen.
- Houd de voorvorkpoten beet bij het ondereinde en probeer ze naar voren en achteren te bewegen. Als speling kan worden gevoeld, vraag dan een Yamaha dealer het stuursysteem te testen.
DAU01144
Controleren van wiellagers
De voor- en achterwiellagers moeten worden gecontroleerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Als de wielnaaf speling vertoont of het wiel niet soepel draait, vraag dan een Yamaha dealer de wiellagers te controleren.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
DAUM0049
Accu
Een slecht onderhouden accu zal gaan corroderen en verliest zijn lading snel. Het elektrolytniveau, de aansluitpolen voor de accukabels en de ligging van de ontluchtingsslang moeten worden gecontroleerd op slijtage volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeeren onderhoudsschema.
Om het elektrolytniveau te controleren
- Zet de scooter op een vlakke ondergrond en houd hem rechtop.
OPMERKING:
Zorg dat de scooter rechtop staat bij het controleren van het elektrolytniveau.
- Verwijder het paneel A. (Zie pagina 6-5 voor het verwijderen en aanbrengen van het paneel).

Het elektrolytniveau moet tussen de merkstrepen voor minimum en maximum niveau staan.
- Als de elektrolyt bij of beneden de merkstreep voor minimumniveau staat, vul dan gedistilleerd water bij tot de merkstreep voor maximumniveau.
DW000116
WAARSCHUWING
- Elektrolyt is giftig en gevaarlijk doordat dit zwavelzuur bevat, een stof die ernstige brandwonden veroorzaakt. Vermijd contact met de huid, ogen of kleding en bescherm uw ogen altijd bij werkzaamheden nabij accu's. Voer als volgt EERSTE HULP uit als er lichamelijk contact is geweest met elektrolyt.
- UITWENDIG: Spoel met rijkelijk veel water.
- INWENDIG: Drink grote hoeveelheden water of melk en roep direct de hulp in van een arts.
- OGEN: Spoel gedurende 15 minuten met water en roep direct medische hulp in.
- Accu's produceren het explosieve waterstofgas. Houd daarom vonken, open vuur, sigaretten e.d. uit de buurt van de accu en zorg voor voldoende ventilatie bij acculaden in een afgesloten ruimte.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
- HOUD DEZE EN ALLE ACCU'S BUITEN BEREIK VAN KINDEREN.
DC000100
LET OP:
Gebruik uitsluitend gedistilleerd water, leidingwater bevat minerale stoffen die schade kunnen toebrengen aan de accu.
- Controleer de aansluitingen van de accukabels, zet ze zo nodig vast en corrigeer de ligging van de ontluchtingsslang.
Om de accu op te bergen
- Verwijder de accu als de scooter niet langer dan een maand wordt gebruikt, laad volledig bij en zet dan weg op een koele en droge plek.
- Als de accu langer dan twee maanden wordt opgeborgen, moet het soortelijk gewicht van de elektrolyt minstens eens per maand worden gecontroleerd; laad de accu dan steeds volledig bij als dat nodig is.
-
Laad de accu volledig bij alvorens te installeren.
-
Controleer na installatie of de accukabels correct zijn aangesloten op de accupolen en kijk of de ontluchtingsslang de juiste ligging heeft, in goede conditie verkeert en niet verstopt of afgekneld is.
DC000099
LET OP:
Als de ontluchtingsslang zodanig ligt dat het frame wordt blootgesteld aan elektrolyt of aan accugassen, kan het frame structureel of aan de oppervlakte worden beschadigd.

- Zekering
DAU00809
Zekering vervangen
De zekeringhouder bevindt zich naast de accuhouder achter paneel A. (Zie pagina 6-5 voor het verwijderen en aanbrengen van het paneel.)
Vervang de zekering als volgt als deze is doorgebrand.
- Draai de sleutel naar " R" en schakel alle elektrische circuits uit.
- Verwijder de doorgebrande zekering en breng een nieuwe zekering met de voorgeschreven ampèrewaarde aan.
Voorgeschreven zekering: 7,5 A
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
DC000103
LET OP:
Gebruik geen zekering met een hoger ampèrage dan is voorgeschreven, om ernstige schade aan het elektrisch systeem en mogelijk brandgevaar te vermijden.
- Draai de sleutel in "Q" en schakel alle elektrische circuits uit om te zien of de apparatuur werkt.
- Als de zekering direct opnieuw doorbrandt, vraag dan een Yamaha dealer het elektrisch systeem te controleren.

- Gloeilamphouder
DAU00846
Koplampgloeilamp vervangen
Vervang de koplampgloeilamp als volgt als deze is doorgebrand.
- Verwijder de koplampunit door de schroeven los te halen.
- Maak de koplampstekkers los.
- Verwijder de gloeilamphouder door deze naar binnen te duwen, linksom te draaien en vervolgens de defecte lamp te verwijderen.
WAARSCHUWING
Koplampgloeilampen worden zeer heet. Houd daarom brandbare producten uit de buurt van een koplampgloeilamp en raak het lampglas niet aan zolang dit niet is afgekoeld.
- Breng een nieuwe gloeilamp aan en zet deze dan vast met de gloeilamphouder.
- Sluit de kabelstekkers aan en monteer de koplampunit door de schroeven aan te brengen.
- Vraag indien nodig een Yamaha dealer de koplamplichtbundel af te stellen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES

Gloeilampje voor remlicht/achterlicht vervangen
- Verwijder de remlicht/achterlicht lamp- lens door de schroeven te verwijde- ren.
- Verwijder de remlicht/achterlicht gloeilamphouder door deze een kwartslag linksom te draaien.
- Verwijder de defecte gloeilamp.
- Breng een nieuwe gloeilamp aan en zet deze dan vast met de gloeilamphouder.
- Plaats de lamplens voor het remlicht/achterlicht in de oorspronkelijke positie en breng dan de schroef aan.
Gloeilamp in richtingaanwijzer vervangen
- Verwijder de lamplens van de richtingaanwijzer door de schroeven los te halen.
- Verwijder de defecte gloeilamp door deze in te drukken en linksom te draaien.
- Breng een nieuwe gloeilamp aan in de fitting, druk de lamp aan en draai rechtsom tot hij stuit.
- Monteer de lamplens door de schroef aan te brengen.
DCA00065
LET OP:
Zet de schroef niet overdreven strak vast, anders kan de lamplens breken.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
DAU01008
Storingzoeken
Yamaha scooters ondergaan een grondige inspectie voordat ze vanaf de fabriek op transport gaan, maar tijdens gebruik kunnen toch storingen optreden. Problemen in de brandstof-, compressie- of ontstekings-systemen kunnen bijvoorbeeld de oorzaak zijn van slecht starten of een afname in motorvermogen.
In het volgende storingzoekschema is een snelle en gemakkelijke werkwijze weergegeven om deze vitale systemen zelf te kunnen controlleren. Ga met uw scooter echter wel naar een Yamaha dealer als reparaties nodig zijn, hier zijn vakkundige monteurs aanwezig die beschikken over het benodigde gereedschap en de ervaring en vakkennis om het nodige onderhoud aan de machine correct te verrichten.
Gebruik uitsluitend originele Yamaha vervangingsonderdelen. Niet-originele onderdelen lijken misschien op Yamaha onderdelen maar zijn toch vaak van mindere kwaliteit en hebben een kortere levensduur, zodat dan later mogelijk toch dure reparaties nodig zijn.
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINERE REPARATIES
Storingzoekschema
DAU01397
DW000125
WAARSCHUWING
Houd open vuur uit de buurt en rook niet terwijl het brandstofsysteem wordt getest of hieraan wordt gewerkt.

1. Brandstof
2. Compressie
3. Ontsteking
4. Accu
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
Verzorging 7-1
Stalling 7-3
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
DAU03434
Verzorging
De open constructie van een scooter maakt de fraaie techniek beter zichtbaar, maar de machine is hierdoor ook meer kwetsbaar. Er kan sprake zijn van roestvorming en corrosie, ook al zijn hoogwaardige componenten gebruikt. Een roestige uitlaatpijp valt bij een auto niet zo op, bij een scooter is dit echter nadelig voor de algehele aanblik. Regelmatige en correcte verzorging is niet alleen vereist volgens de garantiebepalingen, maar verzekert ook een fraai uiterlijk van de scooter, verlengt de levensduur en verbetert de prestaties.
Alvorens te reinigen
- Dek de uitlaatdemper af met een plastic zak nadat de motor is afgekoeld.
-
Controleer of alle doppen en afdekpluggen, ook de bougiedoppen, en alle elektrische stekkers en aansluitingen stevig zijn bevestigd.
-
Verwijder hardnekkige vervuiling, zoals verbrande olie op het carter, met een ontvetter en een borstel, maar gebruik dergelijke producten nooit op afdichtingen, pakkingen en wielassen. Spoel vuil en ontvetter altijd af met water.
Reinigen
DCA00011
LET OP:
- Vermijd het gebruik van sterke en bijtende wielreinigingsmiddelen, vooral bij spaakwielen. Als dergelijke producten toch worden gebruikt om hardnekkig vuil los te maken, laat het reinigingsmiddel dan niet langer inwerken dan is vermeld in de gebruiksinstructies. Spoel ook de directe omgeving schoon met water, laat direct drogen en breng daarna een corrosiewerende spray aan.
-
Bij verkeerd reinigen kunnen de kuipruit, de kuip, framepanelen en andere kunststof delen worden beschadigd. Gebruik alleen een zachte, schone doek of een spons met zachte zeep en water om kunststof delen te reinigen.
-
Gebruik geen bijtende chemische reinigingsmiddelen op kunststof delen. Vermijd het gebruik van doeken of sponzen die in contact zijn geweest met bijtende of schurende reinigingsmiddelen, oplosmiddelen of thinner, brandstof (benzine), roestverwijderingsmiddelen of corrosieremmers, remvloeistof, antivries of elektrolyt.
- Gebruik geen hogedrukreinigers of stoomreinigers, omdat dan op de volgende plaatsen water kan doordringen en zo schade kan ontstaan: afdichtingen (van wiel- en swingarmlagers, voorvork en remmen), elektrische componenten (kabelstekkers, messtekkers, instrumenten, schakelaars en verlichting), beluchtings- en ontluchtingsslangen.
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
- Bij scooters met een kuipruit: gebruik geen bijtende reinigingsmiddelen of harde sponzen, deze veroorzaken dofheid en laten krasjes achter. Sommige reinigingsmiddelen voor kunststof laten eveneens krasjes achter op de kuipruit. Test het product op een klein, niet-zichtbaar gedeelte van de kuipruit om zeker te zijn dat geen sporen achterblijven op de kuipruit. Als de kuipruit krasjes vertoont, breng dan na wassen een hoogwaardige polish voor gebruik op kunststof aan.
Na normaal gebruik
Verwijder vuil met warm water, zachte zeep en een zachte, schone spons en spoel dan grondig met schoon water. Gebruik een tandenborstel op moeilijk bereikbare plekken. Hardnekkig vastzittend vuil en insectenresten laten gemakkelijker los als de bewuste plek alvorens te reinigen een paar minuten met een vochtige doek wordt bedekt.
Na rijden in regen, aan de kust of op bepekelde wegen
Zilte zeelucht en wegenzout waarmee wegen 's winters worden bestrooid hebben in combinatie met water een zeer corrosieve werking; handel daarom als volgt na een rit in een regenbui, nabij de kust of op bepekelde wegen.
OPMERKING:
's Winters gestrooid wegenzout kan nog tot in de lente aanwezig blijven.
- Reinig de scooter met koud water en zachte zeep nadat de machine is afgekoeld.
DCA00012
LET OP:
Gebruik geen heet water, dit versterkt de corrosieve werking van het zout.
- Breng met een spuitbus een corrosie-werend middel aan op alle metalen delen, ook op verchroomde en vernik-kelde componenten, om zo corrosie te voorkomen.
Na reinigen
- Droog de scooter met een zeemleren lap of een vochtabsorberende doek.
- Gebruik een chroompolish om verchroomde, aluminium en roestvrijstalen delen te doen glanzen, ook het uitlaatsysteem. (Zelfs thermische verkleuringen op roestvrijstalen uitlaatsystemen kunnen door oppoetsen worden verwijderd.)
- Het is aan te bevelen om met een spuitbus een corrosiewerend middel aan te brengen op alle metalen delen, ook op verchroomde en vernikkelde componenten, om zo corrosie te voorkomen.
- Gebruik een reinigingsspray als universeel schoonmaakmiddel om eventueel nog achtergebleven vuil te verwijderen.
- Werk kleine lakbeschadigingen bij veroorzaakt door steenslag e.d.
- Zet alle gelakte oppervlakken in de was.
- Laat de scooter volledig drogen alvo- rens te stallen of af te dekken.
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
DWA00002
WAARSCHUWING
- Controleer of er geen olie of was aanwezig is op de wielen of de remmen. Reinig de remschijven en remvoeringen zo nodig met een normale remschijfreiniger of aceton en spoel de banden schoon met lauw water en een zachte zeep.
- Test eerst de remwerking en het weggedrag in bochten alvorens de scooter werkelijk te gaan gebruiken.
DCA00013
LET OP:
- Breng een geringe hoeveelheid oliespray en was aan en verwijder overtollige hoeveelheden.
- Breng oliespray of was nooit aan op rubber of kunststof delen, behandel deze met een daartoe bestemd verzorgingsmiddel.
- Vermijd het gebruik van schurende poetsmiddelen, deze tasten de lak aan.
OPMERKING:
Vraag een Yamaha dealer om advies over de te gebruiken producten.
Stalling
Korte termijn
Stal uw scooter steeds op een koele en droge plek en bescherm zo nodig tegen stof met een luchtdoorlatende stallinghoes.
DCA00015
LET OP:
- Als de scooter wordt gestald in een slecht geventileerde ruimte of in vochtige toestand wordt afgedekt met een dekzeil, zal water en vocht kunnen binnendringen en roestvorming veroorzaken.
- Voorkom corrosie door de machine niet te stallen in een vochtige kelder, een stal (i.v.m. de aanwezigheid van ammoniakdamp) en in een opslagruimte voor sterke chemicaliën.
Lange termijn
Alvorens uw scooter gedurende meerdere maanden aaneen te stallen:
- Volg alle instructies op in de paragraaf "Verzorging" in dit hoofdstuk.
- Leeg de vlotterkamer in de carburateur door de aftapplug los te draaien; u voorkomt zo dat neerslag uit de brandstof achterblijft. Giet de afgetapte brandstof terug in de brandstoftank.
- Vul de brandstoftank en voeg een stabilisatoradditief (indien verkrijgbaar) toe om roestvorming in de tank en achteruitgang van de brandstof te voorkomen.
- Voer de volgende stappen uit om de cilinder, de zuigerveren etc. te beschermen tegen corrosie.
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
a. Verwijder de bougiedop en de bougie.
b. Giet een theelepel motorolie in het bougiegat.
c. Breng de bougiedop aan op de bougie en leg dan de bougie zodanig op de cilinderkop dat de elektroden aan massa liggen. (Dit voorkomt vonken tijdens de volgende stap.)
d. Laat de motor een paar keer ronddraaien op de startmotor. (De cilinderwand wordt zo geolied.)
e. Haal de bougiedop los van de bougie en breng dan de bougie en de bougiedop weer aan.
DWA00003
WAARSCHUWING
Om schade of letsel door vonkvorming te voorkomen, moeten de bougie-elektroden aan massa liggen terwijl de motor wordt rondgedraaid.
- Smeer alle bedieningskabels en scharnierpunten van alle hendels en pedalen en van de zijstandaard/middenbok.
- Controleer de bandspanning en corri- geer deze zo nodig en breng dan de scooter omhoog zodat beide wielen los van de grond zijn. Een andere mo- gelijkheid is de wielen elke maand iets te draaien, zodat de banden niet op één gedeelte sterker achteruitgaan.
- Dek de uitlaatdemper af met een plastic zak om te voorkomen dat vocht kan binnendringen.
- Verwijder de accu en laad deze volledig bij. Berg de accu op een koele en droge plek op en laad hem eens per maand bij. Berg de accu niet op een extreem koude of warme plek op (kouder dan 0 °C of warmer dan 30 °C). Zie pagina 6-18 voor meer informatie over het opbergen van de accu.
OPMERKING: ____ Verricht eventueel noodzakelijke reparaties alvorens de scooter te stallen.
SPECIFICATIES
Specifications 8-1
Omrekentabel 8-4
Specifications
Model YH50
Afmetingen
Grootste lengte 1.940 mm
Grootste breedte 685 mm
Grootste hoogte 1.105 mm
Zadelhoogte 765 mm
Wielbasis 1.294 mm
Minimale grondspeling 125 mm
Minimale draaicirkel 1.800 mm
Gewicht
Nat (met olie en volle
benzinetank) 78 kg
Motor
Type motor Luchtgekoeld, 2-takt
Cilinder-opstelling 1 cilinder, horizontaal
Verplaatsing 49,2 cm ^3
Boring × slag 40,0 × 39,2 mm
Kompressieverhouding 7,25:1
Type startsysteem Startmotor en kickstarter
Smeersysteem Reservoir voor injectiesmering (Autolube)
Motorolie
Type Yamalube 2 of 2-takt injectiesmering
Totale hoeveelheid (droge motor) 0,13 L
Luchtfilter Nat type element
Brandstof
Voorgeschreven brandstof UITSLUITEND NORMALE
LOODVRIJE BENZINE (minimaal RON 91)
Inhoud brandstoftank 7,2 L
Carburateur
Type/aantal PY-12
Merk GURTNER
Bougie
Type/merk BR8HS / NGK
Elektrodenafstand 0,6–0,7 mm
Primair reductie-systeem Schroeftandwiel
Primaire reductie-verhouding 52/13 (4,000)
Secundair reductie-systeem Recht tandwiel
Secundaire reductie-
verhouding 45/12 (3,750)
Type overbrenging Automatisch, V-snaar
Bediening Centrifugaal/automatisch type
Chassis
Type frame Stalen onderdraagbuis
Casterhoek ((graad)) 25°
Spoorbreedte 101,3 mm
Banden
Voor
Type Zonder binnenband
Maat 2 1/2-16 42M
Merk/model MICHELIN / M29S TT
Achter
Type Zonder binnenband
Maat 2 3/4-16 46M
Merk/model MICHELIN / M29S TT
Maximale belasting* 182 kg
Bandenspanning (gemeten op koude banden)
Tot 90 kg*
Voor 180 kPa (1,8 kgf/cm ^2 , 1,8 bar)
Achter 190 kPa (1,9 kgf/cm ^2 , 1,9 bar)
90 kg-maximale*
Voor 180 kPa (1,8 kgf/cm ^2 , 1,8 bar)
Achter 210 kPa (2,1 kgf/cm ^2 , 2,1 bar)
* Totaal gewicht van motorrijder, passagier, bagage en accessoires
Wielen
Voor
Type Gietwiel
Maat 16 × MT 1,60
Achter
Type Gietwiel
Maat 16 × MT 1,85
Remmen
Voor
Type Enkele schijfrem
Voorwielophanging Teleskoopvork
Achterwielophanging Achterbrug
SPECIFICATIES
Schokdemper
Type voorvork Schroefveer/oliegedempt
Type achterschokdemperunit Schroefveer/oliegedempt
Veerweg
Veerweg voorwiel 80 mm
Veerweg achterwiel 70 mm
Elektrisch
Type ontstekingssysteem C.D.I.
Laadsysteem Vliegwielmagneet
Accu
Gloeilampen/capaciteit 12 V / 4 Ah
Type koplamp Gloeilamp
Gloeilampen (voltage/wattage × aantal)
Koplamp 12 V, 35 W/35 W × 1
Achterlicht/remlicht unit 12 V, 5 W/21 W × 1
Richtingaanwijzer
Voor 12 V, 10 W × 2
Achter 12 V, 10 W × 2
Instrumentenverlichting 12 V, 1,2 W × 2
Controlelampje grootlicht 12 V, 1,2 W × 1
Controlelampje
richtingaanwijzers 12 V, 1,2 W × 1
Waarschuwingslampje voor
olieniveau 12 V, 2 W × 1
Zekeringen
Hoofdzekering 7,5 A
Omrekentabel
DAU04513
Alle specificaties in deze handleiding worden vermeld in Internationale (SI) en in Metrische eenheden.
Gebruik deze tabel om METRISCHE eenheden om te rekenen naar AMERIKAANSE eenheden.
Voorbeeld:
METRISCHE OMREKENFACTOR AMERIKAANSE
WAARDE
WAARDE
$$ 2 \mathrm{mm} \times 0, 0 3 9 3 7 = 0, 0 8 \text { in } $$
Omrekentabel
| METRISCH SYSTEEM NAAR AMERIKAANS SYSTEEM | |||
| Metrische eenheid | Omrekenfactor | Amerikaanse eenheid | |
| Moment, Koppel | m·kgf | × 7,233 | ft·lbf |
| m·kgf | × 86,794 | in·lbf | |
| cm·kgf | × 0,0723 | ft·lbf | |
| cm·kgf | × 0,8679 | in·lbf | |
| Gewicht | kg | × 2,205 | lb |
| g | × 0,03527 | oz | |
| Snelheid km/u | × 0,6214 mi/u | ||
| Afstand | km | × 0,6214 | mi |
| m | × 3,281 | ft | |
| m | × 1,094 | yd | |
| cm | × 0,3937 | in | |
| mm | × 0,03937 | in | |
| Volume, Inhoud | cc ( cm^3 ) | × 0,03527 | oz (IMP liq.) |
| cc ( cm^3 ) | × 0,06102 | cu·in | |
| L (liter) | × 0,8799 | qt (IMP liq.) | |
| L (liter) | × 0,2199 | gal (IMP liq.) | |
| Diversen | kg/mm | × 55,997 | lb/in |
| kgf/ cm^2 | × 14,2234 | psi ( lbf/in^2 ) | |
| °C | × 1,8 + 32 | °F | |
GEBRUIKERSINFORMATIE
Identificatienummers 9-1
Identificatienummer sleutel 9-1
Voertuigidentificatienummer 9-1
Modelinformatiesticker 9-2
DAU02944
Identificatienummers
Noteer het sleutelidentificatienummer, het voertuigidentificatienummer en de modelstickerinformatie in onderstaande ruimtes. Deze nummers heeft u nodig om reserveonderdelen bij een Yamaha dealer te bestellen of wanneer uw machine is gestolen.
- IDENTIFICATIENUMMER SLEUTEL:

- Identificatienummer sleutel
DAU01041
Identificatienummer sleutel
Noteer dit nummer in het daartoe bestemde vakje en gebruik dit als referentie bij het bestellen van een nieuwe sleutel.

- Voertuigidentificatienummer
DAU01044
Voertuigidentificatienummer
Het voertuigidentificatienummer is ingeslagen op het frame.
OPMERKING:
Het voertuigidentificatienummer is bedoeld voor identificatie van uw scooter en kan worden gebruikt om uw motor in uw land aan te melden voor kentekenregistratie.

- Modelinformatiesticker
DAU01278
Modelinformatiesticker
De modelinformatiesticker is bevestigd aan de onderzijde van het zadel. (Zie pagina 3-8 voor de werkwijze bij openen van het zadel.) Noteer de informatie op deze sticker in het daartoe bestemde vakje. Deze informatie is nodig om reserve-onderdelen te bestellen bij een Yamaha dealer.

YAMAHA
YAMAHA MOTOR CO., LTD.
PRINTED IN FRANCE
2003.07 (D)