SHARP

MX-M452N - Printer SHARP - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MX-M452N SHARP in PDF-formaat.

📄 872 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SHARP MX-M452N - page 2
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over MX-M452N SHARP

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MX-M452N - SHARP en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MX-M452N van het merk SHARP.

GEBRUIKSAANWIJZING MX-M452N SHARP

SHARP MX-M452N - 1
Zoeken met de inhoudsopgave

VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT

KOPIEERMACHINE

PRINTER

FAX

SCANNER / INTERNETFAX

DOCUMENTARCHIVERING

SYSTEEMINSTELLINGEN

HET OPSPOREN VAN FOUTEN

EEN KOPIE MAKEN

Besparen Kopi

outen verminderen

Een kopie van dit type originelen maken

Een kopie op dit type papier maken

2010/04/04 Datum of pageinanummers toevoegen

De uitvoer samenvoegen tot een brochure

SHARP MX-M452N - EEN KOPIE MAKEN - 7

Andere handige functies

Besparen

SHARP MX-M452N - Besparen - 1

Op beide zijden van papier kopiëren

SHARP MX-M452N - Besparen - 2

Meerdere pagina's op één zijde van een vel papier kopiëren

SHARP MX-M452N - Besparen - 3

Op voor- en achterzijde van een kaart kopieren

Kopieerfouten verminderen

SHARP MX-M452N - Kopieerfouten verminderen - 1

Een set kopieën afdrukken om te proeflezen

SHARP MX-M452N - Kopieerfouten verminderen - 2

Het aantal gescande pagina's controleren vóór het kopiëren

Een kopie van dit soort originelen maken

SHARP MX-M452N - Een kopie van dit soort originelen maken - 1

Meer originelen dan in één keer geladen kunnen worden

SHARP MX-M452N - Een kopie van dit soort originelen maken - 2

Originelen van verschillend formaat

SHARP MX-M452N - Een kopie van dit soort originelen maken - 3

Dikke originelen (aan de randen verschijnen schaduwen)

SHARP MX-M452N - Een kopie van dit soort originelen maken - 4

Gebonden origineel zoals een boek (een pagina per keer)

SHARP MX-M452N - Een kopie van dit soort originelen maken - 5

Boek of brochure (tegenoverliggende pagina's kopieren)

Een kopie op dit type papier maken

SHARP MX-M452N - Een kopie op dit type papier maken - 1

Enveloppen en andere speciale media

SHARP MX-M452N - Een kopie op dit type papier maken - 2

A3 breed-papier

SHARP MX-M452N - Een kopie op dit type papier maken - 3

Tabpapier Transparanten

SHARP MX-M452N - Een kopie op dit type papier maken - 4

Datum of paginanummers toevoegen

Datum toevoegen 2010/04/04

Stempel toevoegen

Paginanummer toevoegen

Tekst toevoegen

De uitvoer samenvoegen tot een brochure

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 1

Een geniete brochure maken

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 2

Geniete uitvoer

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 3

Een blanco marge voor perforeren creëren

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 4

Perforaties in uitvoer maken

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 5

Uivoer in het midden vouwen

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 6

Andere handige functies

Functies voor specifieke doeleinden

  • Een kopie van gerangschikte foto's maken
  • Een grote poster maken
  • Een gespiegelde kopie maken
    • Op midden van papier kopieren
  • Een negatieve kopie maken

Handige functies

  • Twee machines tegelijk gebruiken
  • Prioriteit geven aan een kopieeropdracht
  • Status van een opdracht in de wachtrij controleren
  • Omslagbladen/inlegvellen invoegen in kopieeruitvoer
  • Een dun origineel kopieren

EEN DOCUMENT AFDRUKKEN

Besparen Afdr

n zonder computer

Aantrekkelijke uitvoer afdrukken

A De uitvoer samenvoegen tot een brochure

Afdrukken op dit type papier

Tekst of een afbeelding toevoegen

SHARP MX-M452N - EEN DOCUMENT AFDRUKKEN - 7

Andere handige functies

Besparen

SHARP MX-M452N - Besparen - 1

Op beide zijden van papier afdrukken

SHARP MX-M452N - Besparen - 2

Meerdere pagina's op één papierzijde afdrukken

Afdrukken zonder computer

SHARP MX-M452N - Afdrukken zonder computer - 1

Een FTP-bestand afdrukken

SHARP MX-M452N - Afdrukken zonder computer - 2

Een bestand op een USB-geheugenapparaat afdrukken

SHARP MX-M452N - Afdrukken zonder computer - 3

Een bestand in een netwerkmap afdrukken

SHARP MX-M452N - Afdrukken zonder computer - 4

Een bestand dat in de machine is opgeslagen afdrukken

Aantrekkelijke uitvoer afdrukken

SHARP MX-M452N - Aantrekkelijke uitvoer afdrukken - 1

Afdruk aan papierformaat aanpassen

SHARP MX-M452N - Aantrekkelijke uitvoer afdrukken - 2

Helderheid en contrast aanpassen

SHARP MX-M452N - Aantrekkelijke uitvoer afdrukken - 3

Vage tekst en regels verscherpen

De uitvoer samenvoegen tot een brochure

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 1

Een geniete brochure maken

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 2

Geniete uitvoer

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 3

Een blanco marge voor perforeren creëren

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 4

Perforaties in uitvoer maken

SHARP MX-M452N - De uitvoer samenvoegen tot een brochure - 5

Bepaalde pagina's op voorzijde van papier afdrukken

Afdrukken op dit type papier

SHARP MX-M452N - Afdrukken op dit type papier - 1

Enveloppen

SHARP MX-M452N - Afdrukken op dit type papier - 2

Tabpapier

SHARP MX-M452N - Afdrukken op dit type papier - 3

Transparanten Bepaalde pagina's op ander

SHARP MX-M452N - Afdrukken op dit type papier - 4

papier afdrukken

SHARP MX-M452N - Afdrukken op dit type papier - 5

De afbeelding 180 graden draaien

Tekst of een afbeelding toevoegen

SHARP MX-M452N - Tekst of een afbeelding toevoegen - 1

Een watermerk aan de afdrukgegevens toevoegen

SHARP MX-M452N - Tekst of een afbeelding toevoegen - 2

Een afbeelding over de afdrukgegevens plakken

SHARP MX-M452N - Tekst of een afbeelding toevoegen - 3

Een vaste vorm over de afdrukgegevens plakken

SHARP MX-M452N - Tekst of een afbeelding toevoegen - 4

Andere handige functies

Formaat of afdrukstand van de afdrukgegevens corrigeren

  • Afdrukbeeld vergroten of verkleinen
  • Een gespiegelde afbeelding afdrukken

Veiligheid is van belang

• Vertrouwelijk afdrukken
- Een versleuteld PDF-bestand afdrukken

Functies voor specifieke doeleinden

  • Een 'kopiefactuur' afdrukken
  • Een grote poster maken

Handige functies

  • Prioriteit geven aan een afdrukopdracht
  • Twee machines tegelijk gebruiken
  • Veel gebruikte afdrukinstellingen opslaan
  • Een afdrukopdracht opslaan
  • De uitvoer afdrukken en vouwen

EEN FAX VERZENDEN

Besparen

Dit type document verzenden

Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen

Zend een duidelijk document

Werk besparen V

SHARP MX-M452N - EEN FAX VERZENDEN - 6

Andere handige functies

Besparen

SHARP MX-M452N - Besparen - 1

Verzend als het laagste tarief geldt

SHARP MX-M452N - Besparen - 2

Controleer ontvangen gegevens vóór het afdrukken

SHARP MX-M452N - Besparen - 3

Stuur twee originelen als één pagina

SHARP MX-M452N - Besparen - 4

Geef een verzending door via een bijkantoor

Dit type document verzenden

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 1

Dikke originelen (aan de randen verschijnen schaduwen)

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 2

Gebonden origineel zoals een boek (een pagina per keer)

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 3

Meer originelen dan in één keer geladen kunnen worden

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 4

Originelen van verschillend formaat

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 5

Aan beide zijden bedrukt origineel

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 6

Identiteitskaart of andere kaart

Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen

SHARP MX-M452N - Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen - 1

Controleer de bestemming nogmaals voor verzending

SHARP MX-M452N - Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen - 2

Controleer het resultaat van de verzending

SHARP MX-M452N - Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen - 3

Controleer het logboek van vorige verzendingen

SHARP MX-M452N - Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen - 4

Bestempel gescande originelen

Zend een duidelijk document

SHARP MX-M452N - Zend een duidelijk document - 1

Pas de belichting aan

SHARP MX-M452N - Zend een duidelijk document - 2

Pas de kwaliteit van de afbeelding aan

SHARP MX-M452N - Zend een duidelijk document - 3

Geef het formaat op vóór verzending

SHARP MX-M452N - Zend een duidelijk document - 4

Zonder schaduwen aan de randen verzenden

Werk besparen

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 1

Veel gebruikte instellingen opslaan

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 2

Het verzendlogboek bekijken

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 3

Naar meerdere bestemmingen verzenden

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 4

Gemakkelijk een adres opgeven (nummer zoeken)

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 5

Gebonden origineel zoals een boek (een pagina per keer)

Veiligheid is van belang

SHARP MX-M452N - Veiligheid is van belang - 1

Controleer de bestemming nogmaals voor verzending

SHARP MX-M452N - Veiligheid is van belang - 2

Vertrouwelijk verzenden

SHARP MX-M452N - Veiligheid is van belang - 3

Afdrukbeveiligde ontvangstgegevens

SHARP MX-M452N - Veiligheid is van belang - 4

Ontvangst van een document van een zendende machine starten

SHARP MX-M452N - Veiligheid is van belang - 5

Een document op verzoek van een andere machine verzenden

SHARP MX-M452N - Veiligheid is van belang - 6

Andere handige functies

Handige beheerfuncties

  • Een ontvangen fax naar een netwerkadres doorsturen
  • Een adressenlijst afdrukken

Handige functies

  • Een dun origineel verzenden
  • Een verzendbestemming selecteren uit een globaal adresboek
  • Prioriteit geven aan een verzending
  • Een telefoontoestel gebruiken

EEN AFBEELDING SCANNEN / EEN INTERNETFAX VERZENDEN

Een duidelijke afbeelding verzenden

Dit type document verzenden

Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen

Een kleiner bestand verzenden

Werk besparen S

en van computer

SHARP MX-M452N - EEN AFBEELDING SCANNEN / EEN INTERNETFAX VERZENDEN - 7

Andere handige functies

Een duidelijke afbeelding verzenden

SHARP MX-M452N - Een duidelijke afbeelding verzenden - 1

Het contrast of de beeldkwaliteit aanpassen

SHARP MX-M452N - Een duidelijke afbeelding verzenden - 2

De resolutie aanpassen vóór verzending

SHARP MX-M452N - Een duidelijke afbeelding verzenden - 3

Zonder schaduwen aan de randen verzenden

SHARP MX-M452N - Een duidelijke afbeelding verzenden - 4

De achtergrond van een verzonden document onderdrukken

Dit type document verzenden

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 1

Dikke originelen (aan de randen verschijnen schaduwen)

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 2

Gebonden origineel zoals een boek (een pagina per keer)

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 3

Meer originelen dan in één keer geladen kunnen worden

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 4

Originelen van verschillend formaat

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 5

Aan beide zijden bedrukt origineel

SHARP MX-M452N - Dit type document verzenden - 6

Origineel met achtergrond

Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen

SHARP MX-M452N - Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen - 1

Controleer het resultaat van de verzending

SHARP MX-M452N - Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen - 2

Controleer het logboek van vorige verzendingen

SHARP MX-M452N - Verzending naar de verkeerde bestemming voorkomen - 3

Bestempel gescande originelen

Een kleiner bestand verzenden

SHARP MX-M452N - Een kleiner bestand verzenden - 1

Met een lagere resolutie verzenden

SHARP MX-M452N - Een kleiner bestand verzenden - 2

SHARP MX-M452N - Een kleiner bestand verzenden - 3

Een bestand comprimeren vóór verzending

SHARP MX-M452N - Een kleiner bestand verzenden - 4

Een afbeelding verkleinen vóór verzending

SHARP MX-M452N - Een kleiner bestand verzenden - 5

SHARP MX-M452N - Een kleiner bestand verzenden - 6

Een afbeelding in zwart-wit verzenden

SHARP MX-M452N - Een kleiner bestand verzenden - 7

Stuur twee originelen als één pagina

SHARP MX-M452N - Een kleiner bestand verzenden - 8

Identiteitskaart of andere kaart

Werk besparen

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 1

Veel gebruikte instellingen opslaan

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 2

Het verzendlogboek bekijken

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 3

Naar meerdere bestemmingen verzenden

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 4

Gemakkelijk een adres opgeven (nummer zoeken)

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 5

Een internetfax vanaf een computer verzenden

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 6

Gebonden origineel zoals een boek (een pagina per keer)

SHARP MX-M452N - Werk besparen - 7

Andere handige functies

Handige beheerfuncties

  • Een ontvangen fax naar een netwerkadres doorsturen
  • Een lijst verzendbestemmingen afdrukken

Handige functies

  • Een dun origineel scannen
  • Een verzendbestemming selecteren uit een globaal adresboek
  • Op een specifiek tijdstip verzenden
  • Prioriteit geven aan een verzending
    • In USB-geheugenmodus verzenden

EEN OPDRACHT OPSLAAN EN LATER OPNIEUW GEBRUIKEN

Een bestand zoeken

Mijn bestanden ordenen

Een belangrijk document opslaan

Een groep bestanden afdrukken

Een bestand zoeken

abc

SHARP MX-M452N - Een bestand zoeken - 1

Een bestand zoeken met een trefwoord

[图示]

SHARP MX-M452N - Een bestand zoeken - 2

Zoeken door de inhoud van bestanden te controleren

Mijn bestanden ordenen

SHARP MX-M452N - Mijn bestanden ordenen - 1

Een bestand verwijderen

SHARP MX-M452N - Mijn bestanden ordenen - 2

Alle bestanden verwijderen

SHARP MX-M452N - Mijn bestanden ordenen - 3

Regelmatig bestanden verwijderen

SHARP MX-M452N - Mijn bestanden ordenen - 4

Van map wisselen

DE MACHINE ONDERHOUDEN

De machine schoonmaken

Een tonercartridge vervangen

De nietcartridge vervangen

De nietcartridge vervangen

Vervang de toneropvangbak

Perforatorafval opruimen

De machine schoonmaken

SHARP MX-M452N - De machine schoonmaken - 1

De glasplaat en de automatische documentinvoereenheid schoonmaken

SHARP MX-M452N - De machine schoonmaken - 2

De aanvoerrol van de originelen schoonmaken

SHARP MX-M452N - De machine schoonmaken - 3

De aanvoerrol van de handinvoer schoonmaken

OVER DE BEDIENINGSHANDLEIDING

U kunt op twee manieren naar een onderwerp zoeken in deze handleiding: u kunt een menu "Ik wil..." gebruiken, of de normale inhoudsopgave.

Bij de volgende uitleg wordt uitgegaan van het gebruik van Adobe Reader 8.0. (Sommige knoppen worden niet weergegeven in de standaardstatus.)

SHARP MX-M452N - OVER DE BEDIENINGSHANDLEIDING - 1

flowchart
graph TD
    A["SHARP"] --> B["Menupagina Inhoudspagina"]
    B --> C["Zoeken op basis van wat u wilt doen"]
    C --> D["Terug naar de eerste pagina ( )"]
    D --> E["Zoeken met de inhoudsopgave"]
    E --> F["Terug naar de laatst weergegeven pagina ( )"]
    F --> G["Tekstpagina"]
    G --> H["1"]
    G --> I["2"]
    G --> J["3"]
    G --> K["4"]
    G --> L["5"]
    H --> M["End"]
    I --> M
    J --> M
    K --> M
    L --> M

DE HANDLEIDING GEBRUIKEN

Klik op een van onderstaande knoppen om naar de pagina te gaan die u wil weergeven.

(1) (2) (3) (4) VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT Dit hoofdstuk biedt basisinformatie over het apparaat. Lees dit hoofdstuk zorgvuldig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. ONDERDELEN EN FUNCTIONS BUITENZIJDE (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) Wanneer er geen afwerkingeenheid / zadelsteek afwerkingseenheid is geinstalleerd Wanneer een afwerkingeenheid is geinstalleerd (1) Documentdeksel* Plaats een origineel op het documentgias en sluit het documentdeksel voor het kopieren start. (2) Automatische origineelinvoer Deze isadt en scant automatisch meerdere origineen. Bij 2-zijdige originelen kunnen automatisch bede zijden worden gescand. * HET ORIGINEEL PLAATSEN (pagina 1-38) (3) Voortklap Open deze klip om de hoofdvoedingschakelaar aan of uit te zellen of een tonercartridige te vervangen. * DE VOEDING IN-EN UITSCHAKELEN (pagina 1-15) * DE TONERCARTRIDGES VERVANGEN (pagina 1-69) (4) Papierdoorvoerenheid* Deze voert afbruiken naar de finisher (grote stapeleenheid) of zadelsteek afwerkingseenheid. * Randapparatuur. (5) Bedieningspaneel Dit wordt gebruikt om functies te selecteren en het aantal kopieden in le voeren. * BEDIENINGSPANEEL (pagina 1-8) (6) Uitvoerlade (rechterlade)* Als deze is geinstalleerd, kunnen er afdrukken naar worden uitgevoerd. (7) Uitvoerlade (middelste lade) Uitvoer wordt naar deze lade uitgevoerd. (8) Afwerkingseenheid* Deze kan worden gebruikt om afdrukken te nieten. Er kan ook een perforatiemodule worden geinstalleerd om uitvoer te perforeren. * AFWERKONGEENHED (pagina 1-44) Inhoudsopgave 1-3

(1) Terug naar eerste pagina knop

Als een bewerking niet verloopt als verwacht, klik dan op deze knop om opnieuw te beginnen.

(2) Eén pagina terug knop

Geeft de vorige pagina weer.

(3) Eén pagina vooruit knop

Geeft de volgende pagina weer.

(4) Terug naar de laatst weergegeven pagina knop

Geeft de webpagina weer die voor de huidige pagina werd weergegeven.

(5) Adobe Reader Help knop

Opent Adobe Reader Help.

(6) Inhoudsknop

Geeft de inhoud van elk hoofdstuk weer. Is de huidige pagina bijvoorbeeld een pagina in het tekstgedeelte van het printerhoofdstuk, dan gaat u met deze knop naar de inhoudsopgave van het printerhoofdstuk.

SHARP MX-M452N - DE HANDLEIDING GEBRUIKEN - 2

  • Mocht een knop niet verschijnen, zie dan Adobe Reader Help voor het weergeven van de knop.
  • Let op bij het afdrukken

Als alle pagina's worden afgedrukt, worden ook de menupagina's van het menu "Ik wil..." afgedrukt. Wilt u alleen de pagina's afdrukken die uitleg over de functie bevatten, geef dan een paginabereik op.

MET HET APPARAAT MEEGELEVERDE HANDLEIDINGEN

Handleidingen in PDF-indeling (deze handleiding)

De handleidingen in PDF-indeling bieden uitgebreide beschrijvingen van procedures voor gebruik van de machine in elke modus. Bekijk de PDF-handleidingen door ze te downloaden van de harde schijf van de machine. De procedure voor het downloaden van de handleidingen wordt beschreven in "Hoe u de PDF-handleidingen downloadt" in de Beknopte bedieningshandleiding.

SHARP MX-M452N - Handleidingen in PDF-indeling (deze handleiding) - 1

1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT

Dit hoofdstuk biedt informatie over onderwerpen als elementaire bedieningsprocedures, het laden van papier en machineonderhoud.

SHARP MX-M452N - VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT - 1

2. KOPIEERMACHINE

In dit hoofdstuk vindt u uitgebreide uitleg over de procedures voor het gebruik van de kopieerfunctie.

SHARP MX-M452N - KOPIEERMACHINE - 1

3. PRINTER

In dit hoofdstuk vindt u uitgebreide uitleg over de procedures voor het gebruik van de printerfunctie.

SHARP MX-M452N - PRINTER - 1

4. FAX

In dit hoofdstuk vindt u uitgebreide uitleg over de procedures voor het gebruik van de faxfunctie.

SHARP MX-M452N - FAX - 1

5. SCANNER / INTERNETFAX

In dit hoofdstuk vindt u uitgebreide uitleg over de procedures voor het gebruik van de scannerfunctie en de internetfaxfunctie.

SHARP MX-M452N - SCANNER / INTERNETFAX - 1

6. DOCUMENTARCHIVERING

In dit hoofdstuk vindt u uitgebreide uitleg over de procedures voor het gebruik van de functie documentarchivering. Met de functie documentarchivering kunt u de documentgegevens van een kopieer- of faxopdracht, of de gegevens van een afdrukopdracht, als bestand op de harde schijf van de machine opslaan. Het bestand kan indien nodig worden opgeroepen.

SHARP MX-M452N - DOCUMENTARCHIVERING - 1

7. SYSTEEMINSTELLINGEN

In dit hoofdstuk worden de "Systeeminstellingen uitgelegd, waarmee een reeks parameters wordt geconfigureerd die bedoeld zijn om optimaal aan te sluiten op de behoeften van uw werkplek. De huidige instellingen kunnen worden weergegeven of afgedrukt vanuit de "Systeeminstellingen".

SHARP MX-M452N - SYSTEEMINSTELLINGEN - 1

8. HET OPSPOREN VAN FOUTEN

Dit hoofdstuk legt uit hoe u vastgelopen papier kunt verwijderen en biedt antwoorden op veel gestelde vragen over de bediening van de machine vanuit elke modus. Raadpleeg deze handleiding als u problemen ondervindt met het gebruik van de machine.

Gedrukte handleidingen

Naam handleiding Inhoud
Beknopte bedieningshandleidingIn deze handleiding vindt u aanwijzingen voor een veilig gebruik van het apparaat, de te treffen voorbereidingen voorafgaand aan het gebruik van het apparaat en een lijst met specificaties van het apparaat en van de randapparatuur.

OVER DE BEDIENINGSHANDLEIDING

In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u het digitaal multifunctioneel systeem

MX-M282N/MX-M362N/MX-M452N/MX-M502N gebruikt.

Opmerkingen

  • Zie voor informatie over het installeren van de in deze handleiding genoemde drivers en software de Handleiding software-installatie.
  • Voor informatie over uw besturingssysteem verwijzen we naar de handleiding van uw besturingssysteem of de online Help.
  • De uitleg over schermen en procedures in een Windows-omgeving zijn vooral bedoeld voor Windows Vista®. De schermen kunnen variëren naargelang de versie van het besturingssysteem of de softwareapplicatie.
  • De uitleg van schermen en procedures in een Macintosh-omgeving zijn gebaseerd op Mac OS X v10.4 in het geval van Mac OS X. De schermen kunnen variëren naargelang de versie van het besturingssysteem of de softwareapplicatie.
  • Overal in de handleiding waar "MX-xxxx" wordt vermeld, kunt u "xxxx" vervangen door uw modelnaam.
  • In deze handleiding wordt verwezen naar de faxfunctie. In sommige landen en regio's is de faxfunctie echter niet beschikbaar.
  • Deze handleiding is met de grootste zorg vervaardigd. Als u opmerkingen of vragen hebt over de handleiding, neem dan contact op met uw dealer of dichtstbijzijnde erkende servicevestiging.
  • Dit product is onderworpen aan strenge kwaliteitscontroles en inspectieprocedures. Mocht zich toch een storing of ander probleem voordoen, neem dan s.v.p. contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicebedrijf.
  • Behoudens voorzover wettelijk vereist kan SHARP niet aansprakelijk worden gesteld voor defecten die optreden gedurende het gebruik van het product of zijn opties, of defecten die het gevolg zijn van een onjuiste bediening van het product en zijn opties, of andere defecten, of voor enige schade die voortkomt uit het gebruik van het product.

Waarschuwing

  • Verveelvoudiging, aanpassing of vertaling van de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande toestemming is verboden, behoudens voorzover toegestaan onder het auteursrecht.
  • Alle informatie in deze handleiding is onder voorbehoud.

In deze handleiding weergegeven illustraties en het bedieningspaneel en aanraakscherm

De randapparatuur is meestal optioneel. Bij enkele modellen maakt bepaalde randapparatuur echter deel uit van de standaarduitrusting. Bij de uitleg in deze handleiding is ervan uitgegaan dat een automatische documentinvoer, een rechterlade en een onderkast/2x500 vel papierlade zijn geïnstalleerd op de MX-502N.

Voor sommige functies en procedures veronderstelt de uitleg dat er andere eenheden dan de bovengenoemde zijn geïnstalleerd.

De schermweergaven, meldingen en toetsnamen in deze handleiding kunnen afwijken van die van het apparaat als gevolg van verbeteringen en aanpassingen aan het product.

Pictogrammen in deze handleidingen

De pictogrammen in de handleidingen geven het volgende type informatie aan:

⚠️ WaarschuwingDit symbool waarschuwt u voor situaties waarin een risico bestaat op letsel of overlijden.
⚠️ Let opDit symbool waarschuwt u voor situaties waarin een risico bestaat op letsel of schade aan eigendommen.
Hiermee wordt u gewezen op een situatie die kan leiden tot beschadiging of storing van de machine.SHARP MX-M452N - Pictogrammen in deze handleidingen - 1Dit verwijst naar de naam van een systeeminstelling en biedt korte uitleg van de instelling.Indien "Systeeminstellingen:" wordt weergegeven:Dit betreft uitleg over een algemene instelling.Indien "Systeeminstellingen (Beheerder):" wordt weergegeven:Dit betreft uitleg over een instelling die alleen door een beheerder dient te worden geconfigureerd.
Hier volgt extra uitleg over een functie of procedure.
Hier wordt het annuleren of corrigeren van een bewerking uitgelegd.

HOOFDSTUK 1

VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT

In dit hoofdstuk vindt u informatie zoals elementaire procedures over de bediening en het onderhoud van de machine en het laden van papier.

VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT

ONDERDELEN EN FUNCTIES 1-3

  • BUITENZIJDE 1-3
    • BINNENZIJDE 1-5
    • AUTOMATISCHE ORIGINEELINVOER EN GLASPLAAT.... 1-6
  • ZIJDE EN ACHTER 1-7
    • BEDIENINGSPANEEEL.... 1-8

AANRAAKSCHERM 1-10

  • STATUSWEERGAVE.... 1-12
    • SYSTEEMBALK 1-13

DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN. . . . . . . . 1-15

  • ENERGIEBESPARENDE FUNCTIES ..... 1-16
    • TOETS [SPAARSTAND] 1-16

GEBRUIKERSAUTHENTICATIE 1-17

  • AUTHENTICATIE OP BASIS VAN GEBRUIKERSNUMMER 1-17
  • AUTHENTICATIE OP BASIS VAN LOGINNAAM / WACHTWOORD ..... 1-19

BEGINSCHERM 1-22

EXTERNE BEDIENING VAN DE MACHINE ..... 1-23

OPGESLAGEN ITEMS IN HET OPDRACHTLOGBOEK ... 1-24

PAPIER LADEN

BELANGRIJKE OPMERKINGEN OVER PAPIER ..... 1-27

• NAAM EN PLAATS VAN DE LADEN ..... 1-27
- DE BETEKENIS VAN DE AANDUIDING "R" IN PAPIERFORMATEN ..... 1-27
• BRUIKBAAR PAPIER.... 1-28

PAPIERLADE-INSTELLINGEN VOOR

PAPIERLADE 1 TOT 4.... 1-30

  • PAPIER LADEN EN PAPIERFORMAAT WIJZIGEN 1-30

PAPIERLADE-INSTELLINGEN VAN

PAPIERLADE 5 (HOGE CAPACITEITLADE) .... 1-32

• PAPIER LADEN 1-32

PAPIER LADEN IN DE HANDINVOERLADE .... 1-34

- BELANGRIJKE WENKEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE HANDINVOERLADE.... 1-35

ORIGINELEN

HET ORIGINEEL PLAATSEN 1-38

• ORIGINELEN IN DE AUTOMATISCHE ORIGINEELINVOER PLAATSEN ..... 1-38
- HET ORIGINEEL OP DE GLASPLAAT PLAATSEN.... 1-40

RANDAPPARATUUR

RANDAPPARATUUR.... 1-42

AFWERKINGEENHEID 1-44

• ONDERDEELNAMEN 1-44
• VERBRUIKSGOEDEREN 1-44
• ONDERHOUD VAN DE AFWERKINGEENHEID 1-47

FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) ..... 1-49

• ONDERDEELNAMEN 1-49
• VERBRUIKSGOEDEREN 1-49
- ONDERHOUD FINISHER (GROTE STAPELEENHEID).... 1-52

ZADELSTEEK AFWERKINGSEENHEID..... 1-54

• ONDERDEELNAMEN 1-54
• VERBRUIKSGOEDEREN 1-54
• ONDERHOUD VAN ZADELSTEEK AFWERKINGSEENHEID 1-57

PERFORATIEMODULE 1-60

• PERFORATIEAFVAL VERWIJDEREN ..... 1-60

SHARP OSA.... 1-63

  • APPLICATIE-COMMUNICATIEMODULE (MX-AMX2).... 1-63
  • MODULE VOOR EXTERNE ACCOUNTS (MX-AMX3).... 1-64

SHARP MX-M452N - SHARP OSA.... 1-63 - 1

ONDERHOUD

REGELMATIG ONDERHOUD 1-66

  • DE GLASPLAAT EN AUTOMATISCHE ORIGINEELINVOER REINIGEN 1-66
    • DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN ..... 1-68
  • DE INVOERROL VAN DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOER REINIGEN 1-68

DE TONERCARTRIDGES VERVANGEN ..... 1-69

DE TONEROPVANGBAK VERVANGEN..... 1-72

DE STEMPELCASSETTE VERVANGEN ..... 1-74

TEKST INVOEREN

FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE

TOETSEN 1-76

- TEKST INVOEREN VANAF EEN EXTERN TOETSENBORD 1-77

SOFTWARE-INSTALLATIE

VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT ... 1-78

INSTALLATIE IN EEN

WINDOWS-OMGEVING 1-79

- OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE) 1-79

- HET PRINTERSTUURPROGRAMMA/ PC-FAXSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN....1-80

- DE PRINTER STATUS MONITOR INSTALLEREN 1-99

- HET SCANNERSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN.... 1-100

- DE PS-SCHERMLETTERTYPEN INSTALLEREN.... 1-102

• DE POORT WIJZIGEN.... 1-103

INSTALLATIE IN EEN

MACINTOSH-OMGEVING 1-107

  • MAC OS X 1-107
  • MAC OS 9.0 - 9.2.2 .... 1-113

SOFTWARE VERWIJDEREN 1-116

VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT

Dit hoofdstuk biedt basisinformatie over het apparaat. Lees dit hoofdstuk zorgvuldig door voordat u het apparaat in gebruik neemt.

ONDERDELEN EN FUNCTIES

BUITENZIJDE

(1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) Wanneer er geen afwerkingeenheid / zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd (8) Wanneer een afwerkingeenheid is geïnstalleerd

(1) Documentdeksel\*

Plaats een origineel op het documentglas en sluit het documentdeksel voor het kopieren start.

(2) Automatische origineelinvoer

Deze laadt en scant automatisch meerdere originelen. Bij

2-zijdige originelen kunnen automatisch beide zijden worden gescand.

HET ORIGINEEL PLAATSEN (pagina 1-38)

(3) Voorklep

Open deze klep om de hoofdvoedingsschakelaar aan of uit te zetten of een tonercartridge te vervangen.

DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN (pagina 1-15)

DE TONERCARTRIDGES VERVANGEN (pagina 1-69)

(4) Papierdoorvoereenheid\*

Deze voert afdrukken naar de finisher (grote stapeleenheid) of zadelsteek afwerkingseenheid.

* Randapparatuur.

(5) Bedieningspaneel

Dit wordt gebruikt om functies te selecteren en het aantal kopieën in te voeren.

BEDIENINGSPANEE (pagina 1-8)

(6) Uitvoerlade (rechterlade)

Als deze is geïnstalleerd, kunnen er afdrukken naar worden uitgevoerd.

(7) Uitvoerlade (middelste lade)

Uitvoer wordt naar deze lade uitgevoerd.

(8) Afwerkingseenheid\*

Deze kan worden gebruikt om afdrukken te nieten. Er kan ook een perforatiemodule worden geïnstalleerd om uitvoer te perforeren.

AFWERKINGEENHEID (pagina 1-44)

Als een zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid is geinstalleerd. (10)(9) (11) (14)(13) (17)(15) (16)(12)

(9) Perforatiemodule\*

Met deze toets perforeert u de afdruk. Hiervoor is een finisher (grote stapeleenheid) vereist. PERFORATIEMODULE (pagina 1-60)

(10) USB-aansluiting (A-type)

Ondersteunt USB 2.0 (Hi-Speed). Deze wordt gebruikt om een USB-toestel of een USB-geheugen op het apparaat aan te sluiten. Gebruik een afgeschermd type USB-kabel.

(11) Zadelsteek afwerkingseenheid \*

Deze kan worden gebruikt om afdrukken te nieten. Ook de zadelsteekfunctie voor het vouwen en nieten van afdrukken en de vouwfunctie voor het in tweeën vouwen van afdrukken kan worden gebruikt. Er kan ook een perforatiemodule worden geïnstalleerd om uitvoer te perforeren. ZADELSTEEK AFWERKINGSEENHEID (pagina 1-54)

(12) Finisher (Grote stapeleenheid)\*

Deze kan worden gebruikt om afdrukken te nieten. FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) (pagina 1-49)

(13) Papierlade 1

Hierin wordt papier geplaatst. PAPIERLADE-INSTELLINGEN VOOR PAPIERLADE 1 TOT 4 (pagina 1-30)

(14) Papierlade 2

Hierin wordt papier geplaatst. PAPIERLADE-INSTELLINGEN VOOR PAPIERLADE 1 TOT 4 (pagina 1-30)

(15) Papierlade 3 (als een onderkast/1 x 500 vel papierlade of een onderkast/2 x 500 vel papierlade is geinstalleerd)* Hierin wordt papier geplaatst. PAPIERLADE-INSTELLINGEN VOOR PAPIERLADE 1 TOT 4 (pagina 1-30)

(16) Papierlade 4 (als een onderkast/2 x 500 vel papierlade is geïnstalleerd)* Hierin wordt papier geplaatst. PAPIERLADE-INSTELLINGEN VOOR PAPIERLADE 1 TOT 4 (pagina 1-30)

(17) Papierlade 5 (als een hoge capaciteitlade is geinstalleerd)* Hierin wordt papier geplaatst. PAPIERLADE-INSTELLINGEN VAN PAP 5 (HOGE CAPACITEITLADE) (pagina 1-3)

BINNENZIJDE

(18) (19) (22)(21)(20)

(24) (27) (28)(26)(25)(23)

(18) Tonercartridges

Deze bevat toner voor het afdrukken. Wanneer de toner in de cartridge op is, vervangt u de cartridge door een nieuwe cartridge.

DE TONERCARTRIDGES VERVANGEN (pagina 1-69)

(19) Samenvoegeenheid

Hier wordt warmte toegepast om de overgebrachte afbeelding in het papier te smelten.

SHARP MX-M452N - Samenvoegeenheid - 1

Let op

De fuser wordt heet. Zorg dat u geen brandwonden oploopt als u probeert vastgelopen papier te verwijderen.

(20) Rechterklep

Open deze klep om vastgelopen papier te verwijderen.

(21) Klep papieromkeergedeelte

Deze klep wordt gebruikt bij dubbelzijdig afdrukken.

Open deze klep om vastgelopen papier te verwijderen.

(22) Handinvoerlade

Gebruik deze lade om handmatig papier in te voeren.

Als u een groter papierformaat laadt dan A4R of

8-1/2" x 11"R, trek dan het verlengstuk van de

handinvoer uit.

PAPIER LADEN IN DE HANDINVOERLADE (pagina 1-34)

(23) Hoofdvoedingsschakelaar

Deze wordt gebruikt om het apparaat in te schakelen. Laat deze schakelaar in de stand "Aan" staan bij gebruik van de fax- of internetfaxfunctie.

DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN (pagina 1-15)

(24) Tonerafvalbak

Hierin wordt de overtollige toner die na het afdrukken is overgebleven verzameld.

DE TONEROPVANGBAK VERVANGEN (pagina 1-72)

SHARP MX-M452N - Tonerafvalbak - 1

De tonerinzamelcontainer kan worden meegegeven aan uw onderhoudstechnicus.

(25) Hendel

Trek deze hendel naar buiten als u het apparaat wilt verplaatsen.

(26) Rechterklep van onderkast/1 x 500 vel papierlade Rechterklep van onderkast/2 x 500 vel papierlade (wanneer een onderkast/1 x 500 vel papierlade of een onderkast/2 x 500 vel papierlade is geïnstalleerd)

Open deze klep om vastgelopen papier in papierlade 3 of papierlade 4 te verwijderen.

(27) Rechterklep van papierlade

Open deze klep om vastgelopen papier in papierlade 1 of papierlade 2 te verwijderen.

(28) Ontgrendelhendel rechterklep

Vastgelopen papier wordt verwijderd door aan deze hendel te trekken en hem omhoog te houden om de klep aan de rechterkant te openen.

AUTOMATISCHE ORIGINEELINVOER EN GLASPLAAT

Automatische origineelinvoer
SHARP MX-M452N - AUTOMATISCHE ORIGINEELINVOER EN GLASPLAAT - 1

Deze rol draait zodat het origineel automatisch wordt ingevoerd.

(2) Klep origineelinvoergedeelte

Open deze klep om een vastgelopen origineel te verwijderen of de papierinvoerrol te reinigen.

(3) Origineelgeleiders

Deze helpen te waarborgen dat het origineel goed wordt gescand. Stel de geleiders af op de breedte van het origineel.

HET ORIGINEEL PLAATSEN (pagina 1-38)

(4) Lade origineelinvoer

Plaats uw originelen in deze lade. Enkelzijdige originelen moeten met de afbeelding naar boven worden geplaatst. HET ORIGINEEL PLAATSEN (pagina 1-38)

(5) Origineeluitvoerlade

Na het scannen worden originelen naar deze lade uitgevoerd.

(6) Scangedeelte

Hier worden originelen gescand die in de automatische origineelinvoer zijn geplaatst.

REGELMATIG ONDERHOUD (pagina 1-66)

(7) Detector origineelformaat

Deze detecteert de afmetingen van originelen die op de glasplaat worden gelegd.

HET ORIGINEEL OP DE GLASPLAAT PLAATSEN (pagina 1-40)

(8) Glasplaat

Gebruik deze om een boek of een ander dik origineel te scannen dat niet via de automatische origineelinvoer kan worden geladen.

HET ORIGINEEL OP DE GLASPLAAT PLAATSEN (pagina 1-40)

(9) Opslag voor originelen

Een ruimte waar documenten worden opgeslagen.

ZIJDE EN ACHTER

(1) (2) (3) (4) (5)

(1) USB-aansluiting (A-type)

Ondersteunt USB 2.0 (Hi-Speed).

Deze wordt gebruikt om een USB-toestel of een

USB-geheugen op het apparaat aan te sluiten.

Deze aansluiting is aanvankelijk niet bruikbaar. Wilt u de aansluiting gebruiken, neem dan contact op met uw onderhoudstechnicus.

(2) LAN-aansluiting

Sluit de LAN-kabel aan op deze aansluiting als het apparaat binnen een netwerk wordt gebruikt.

Gebruik een afgeschermd type LAN-kabel.

(3) USB-aansluiting (B-type)

Ondersteunt USB 2.0 (Hi-Speed).

U kunt een computer aansluiten op deze aansluiting om het apparaat te gebruiken als printer.

Gebruik een afgeschermd type USB-kabel.

(4) Aansluiting voor onderhoudsdoeleinden

SHARP MX-M452N - Aansluiting voor onderhoudsdoeleinden - 1

Let op

Deze aansluiting dient alleen voor gebruik door onderhoudstechnici.

Als u een kabel aansluit op deze aansluiting, kan het apparaat storingen gaan vertonen.

Belangrijke informatie voor onderhoudstechnici: De kabel voor de onderhoudsaansluiting mag niet langer zijn dan 3 meter (118").

(5) Netstekker

(6) Aansluiting extra telefoon

Wanneer de faxfunctie van de machine wordt gebruikt, kan een extra telefoon op deze stekerbus worden aangesloten.

(7) Aansluiting telefoonlijn

Wanneer de faxfunctie van de machine wordt gebruikt, wordt de telefoonlijn op deze stekerbus aangesloten.

Wanneer de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd
SHARP MX-M452N - Aansluiting telefoonlijn - 1

Op het aanraakscherm worden meldingen en toetsen weergegeven.

Druk op de weergegeven toetsen om de gewenste functies te bedienen.

Als u op een toets drukt, klinkt een geluidssignaal en wordt het geselecteerde item gemarkeerd. Hierdoor wordt uw bedieningshandeling bevestigd.

AANRAAKSCHERM (pagina 1-10)

(2) Toets [SYSTEEM INSTELLINGEN]

Druk op deze toets om het menuscherm voor de systeeminstellingen weer te geven. De systeeminstellingen worden gebruikt om de papierlade-instellingen te configureren, adressen voor verzendhandelingen op te slaan en parameters aan te passen om het apparaat gebruiksvriendelijker te maken.

(3) Toets [OPDRACHT STATUS]

Druk op deze toets om het opdrachtstatusscherm weer te geven. Dit scherm wordt gebruikt om informatie over opdrachten weer te geven en opdrachten te annuleren. Zie voor details de hoofdstukken voor elk van de functies in deze handleiding.

(4) Indicatoren AFDRUKKEN

- Indicator GEREED

Als deze indicator brandt kunnen afdrukopdrachten worden ontvangen.

- Indicator DATA

Deze knippert wanneer afdrukgegevens worden ontvangen en brandt voortdurend wanneer wordt afgedrukt.

(5) Numerieke toetsen

Deze toetsen worden gebruikt om het aantal kopieën, faxnummers en andere cijfers in te voeren. Met deze toetsen worden ook getalswaarden voor instellingen ingevoerd (behalve voor de systeeminstellingen).

(6) Toets [WISSEN] () ©

Druk op deze toets het aantal kopieën terug te zetten op "0".

(7) Toets [BEGIN]

Druk op deze toets om het beginscherm weer te geven. Regelmatig gebruikte instellingen kunnen vastgelegd worden op het scherm mijn menu om snelle en eenvoudige bediening van het apparaat mogelijk te maken.

BEGINSCHERM (pagina 1-22)

(8) Indicatoren BEELD VERZENDEN

- Indicator LIJN

Dit gaat branden tijdens het verzenden of ontvangen van een fax of internetfax. Dit gaat ook branden tijdens het verzenden van een beeld in scanmodus.

- Indicator DATA

Dit gaat knipperen als een ontvangen fax of internetfax niet afgedrukt kan worden bijvoorbeeld als het papier op is. Dit gaat branden als er een verzendopdracht is die niet verzonden is.

OPORACHT STATUS ATORUNKEN DEREED DATA SYSTEM INSTELLINGEN BEELD VERZENGEN LIN DATA BEGIN 1 2 3 C 4 5 6 7 8 9 LOGOUT 0 #/P CA (9) (12) (13) (14)(10) (11) (15) (16)

(9) Toets [START]

Druk op deze toets om een origineel te kopieren of te scannen. Deze toets wordt ook gebruikt om een fax te verzenden in de faxmodus.

(10) Toets [LOGOUT] ()

Druk op deze toets om uit te loggen als u hebt ingelogd om het apparaat te gebruiken. Als de faxfunctie wordt gebruikt, kan deze toets ook ingedrukt worden om toonsignalen met een puls telefoonlijn te verzenden. GEBRUIKERSAUTHENTICATIE (pagina 1-17)

In de kopieerfunctie drukt u op deze toets om een werkprogramma te gebruiken. Als de faxfunctie gebruikt wordt, kan deze toets gebruikt worden tijdens het bellen.

(12) Toets [ALLES WISSEN] ()©A

Druk op deze toets om terug te gaan naar de oorspronkelijke bedieningstoestand. Gebruik deze toets om alle gemaakte instellingen te annuleren en het apparaat te gebruiken met de standaardinstellingen.

(13) Toets [STOP] ()

Druk op deze toets om een kopieer- of scanopdracht te stoppen.

Druk op deze toets om het apparaat in de stand Automatisch Uitschakelen te zetten om energie te sparen. De toets [SPAARSTAND] ( )knippert als het apparaat in de stand Automatisch Uitschakelen staat. TOETS [SPAARSTAND] (pagina 1-16)

(15) Toets [AAN] ()

Druk op deze toets om de voeding van het apparaat in of uit te schakelen. DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN (pagina 1-15)

(16) AAN-indicator

Deze indicator gaat branden als de hoofdvoedingsschakelaar van het apparaat in de stand "Aan" staat. DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN (pagina 1-15)

SHARP MX-M452N - AAN-indicator - 1

De indicators van het bedieningspaneel kunnen variëren naargelang het land of gebied.

AANRAAKSCHERM

Dit gedeelte legt het gebruik van het aanraakpaneel uit.

  • Zie voor het invoeren van tekst "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76).
  • Zie "Algemene handelingsmethoden" (pagina 7-4) in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN" voor informatie over de schermen en procedures voor het gebruik van de systeeminstellingen.

Het aanraakscherm gebruiken

Voorbeeld 1
(1) KOPIE BEETLD VERZENEXN DOCUMENT ARCHIVIERING Aldrukopdr. Scan near Faxopdracht inernetfax Opdrachtwschril Sets / Voerteng Status 1 KOPIE 020 / 001 Kopioren 2 KOPIE 002 / 000 Machten 3 Computer01 4 0512345678 001 / 000 Machten Geluidssignaal Pool Opdr.machtr Voltooid Details Prioriteit Stop./mis. (2) (3)

(1) Modustoetsen

Gebruik deze toetsen om te wisselen tussen de functies kopieren, beeld verzenden en documentarchivering.

(2) De instellingen voor de diverse functies kunnen eenvoudig worden geselecteerd en geannuleerd door met uw vingertop de toetsen op het scherm aan te raken. Als u een item selecteert, klinkt een geluidssignaal en wordt het item gemarkeerd om de selectie te bevestigen.

(3) Grijs weergegeven toetsen kunnen niet worden geselecteerd.

SHARP MX-M452N - Het aanraakscherm gebruiken - 2

Als u op een toets drukt die niet kan worden geselecteerd, klinkt een dubbel geluidssignaal.

Voorbeeld 2
(1)
(2) Spec. Functions Rertlijnverschliving (3) (4) Xenlafen Rechts Links Cmlaag zijde 1 10 Zijde 2 10-201 10-202

(1) Als de standaardinstelling van een toets in een scherm is gemarkeerd, dan is de toets geselecteerd. Als u de selectie wilt wijzigen, drukt u op een van de andere toetsen om deze te markeren.

(2) De toetsen kunnen worden gebruikt om een waarde te verhogen of te verlagen. Houd de gewenste toets ingedrukt om een waarde snel te wijzigen.

(3) Druk op deze toets om een instelling te annuleren.

(4) Druk op [OK] om een instelling in te voeren en op te slaan.

Voorbeeld 3
Spec. Functions Kartlijn Unschulving Inbindkopie Kaften/ Insteekv Roekkopie Missen Opdracht Samcastic... Transparant- Insteekvellen Tabkopie Zukbelz. Kropie Random- Kropie Multishot Keari Formaat (1) (2) OK 1/2 ↑ ↓

(1) Sommige items in het scherm Speciale Functies worden geselecteerd door simpelweg op de toets voor het item te drukken. Als u een geselecteerd item wilt annuleren, drukt u nogmaals op de gemarkeerde toets zodat de markering verdwijnt.

(2) Wanneer instellingen in meerdere schermen moeten worden gemaakt, drukt u op de toets of de toets om door de schermen te bladeren.

Voorbeeld 4

Selichting Auto Kopierlactor Original PapierFormat 100% Auto A4 Normal papier Spec. Functions Dubbelz, Kopic Uitvper Restand Snelbestand Yourbeeld

Als u ten minste één speciale functie selecteert, verschijnt de toets in het basisscherm.

SHARP MX-M452N - Voorbeeld 4 - 2

Kantlijn Verschulving Schuiven:Rechts Voor:10mm/Achter:10mm Missen Kand:10mm Midden:10mm Kaften/ Insteekv Voor:Dubbelzijdig/Achter:invocgen Invocgesel A:10pagina/8:10pagina CX 1 1 ↑ ↓

Door te drukken op de toets geeft u een lijst met de geselecteerde spec. functies weer.

Voorbeeld 5

Original Imper format Add/Remove OK A X 420 79-4371 Y 297 79-3771 m

Druk op een cijferweergavetoets om een waarde rechtstreeks met de cijfertoetsen in te voeren.

SHARP MX-M452N - Voorbeeld 5 - 2

Voor waarde in via cijfertocteen. 297 (25-297) Anoueren OK

Druk op de cijfertoetsen om een getalswaarde in te voeren en druk op [OK].

SHARP MX-M452N - Voorbeeld 5 - 4

Het in deze handleiding afgebeelde aanraakscherm is bedoeld ter illustratie. Het werkelijke scherm ziet er iets anders uit.

SHARP MX-M452N - Voorbeeld 5 - 5

Systeeminstellingen (Beheerder): Toetsgeluid

Deze instelling wordt gebruikt om het volume van het geluidssignaal bij toetsdrukken aan te passen. Het toetsgeluid kan ook worden uitgeschakeld.

STATUSWEERGAVE

Als het basisscherm van een functie verschijnt, wordt aan de rechterkant van het aanraakscherm de machinestatus weergegeven.

De getoonde informatie wordt hieronder uitgelegd.

Voorbeeld: Basisscherm van de kopierfunctie
Koleig met kopieren vanaf lade 1. Geseed voor scannen volgerde taak. Onderoeken 0 Spec. Functions Dubbelz, Kopie Citvoer Teeland Docbestand Kopleerfactor Original Papierformaat Auto A4 A45 N4 A3 Normal A/ Voorbeeld Optrecht Status EKF status 020/015 Kopierqn 020/015 Machten 020/015 Machten 020/015 Machten Optrecht Status MF2 status Cadechoudsinfo DC DC DC (1) (2) (3)

(1) Weergavekeuzetoets

De statusweergave kan schakelen tussen "Opdracht Status" en "MFP-status".

Als het opdrachtstatuscherm wordt weergegeven, wijzigt de statusweergave automatisch naar "MFP-status".

(2) "Opdracht Status"-weergave

Dit geeft de eerste vier afdrukopdrachten in de afdrukrij (de lopende opdracht en de opdrachten die op afdrukken wachten). De soort opdracht, het ingestelde aantal kopieën, het aantal voltooide kopieën en de opdrachtstatus worden weergegeven.

Opdrachten kunnen in dit scherm niet worden bewerkt. Opdrachten kunnen alleen in het opdrachtstatuscherm worden bewerkt.

Zie voor details de hoofdstukken voor elk van de functies in deze handleiding.

(3) "MFP-status"-weergave

Dit geeft systeeminformatie over de machine weer. "Onderhoudsinfo"

Dit geeft informatie weer over het onderhoud van de machine door middel van codes.

SYSTEEMBALK

De systeembalk verschijnt onderaan het aanraakscherm.

Hieronder wordt uitleg gegeven over de items in de systeembalk.

Selichting Auto Kopieerfactor Original Papierformet 100% Label Spec. Functionen Dubbelz, Kopie Uitvoer Bestand Snelbestand KFP-status 020/015 Kopieren 020/015 Kochton 020/015 Kochton 020/015 Kochton (1) (2) (3)

(1) Opdrachtstatusweergave

De opdrachten die in uitvoering of gereserveerd zijn, worden met pictogrammen aangegeven. De pictogrammen zijn als volgt.

SHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 1AfdrukopdrachtSHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 2Kopieeropdracht
SHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 3Scannen naar E-mail opdrachtSHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 4Scannen naar FTP opdracht
SHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 5Scannen naar netwerkmap opdrachtSHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 6Scannen naar desktop opdracht
SHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 7FaxverzendopdrachtSHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 8Faxontvangstop dracht
SHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 9PC-Fax verzenden opdracht[ST3C]Verzending Internetfax opdracht (incl. directe SMTP)
[407H]Internetfax-ontv angstopdracht (incl. directe SMTP)SHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 10Verzending PC-I-Fax opdracht
[7BXH]Distributieopdracht* Inkomende routeringsopdrachtSHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 11Scannen naar schijfbestand afdrukopdracht
SHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 12Tandem kopie/afdruk opdrachtSHARP MX-M452N - Opdrachtstatusweergave - 13Metadata-verzendopdracht

* Dit verschijnt bij een distributieopdracht voor meerdere modi.

Wanneer een ander basisscherm verschijnt dan dat van de verzendfunctie, wordt tijdens de toevoer van papier het aantal laden weergegeven dat wordt gebruikt om papier aan te voeren. De kleur die verschijnt in de opdrachtstatusweergave hangt af van de opdrachtstatus zoals aangegeven in de tabel hieronder. U kunt de opdrachtstatusweergave aanraken om het opdrachtstatusscherm weer te geven.

OpdrachtstatusweergaveConfiguratie van de machine
GroenEr wordt een afdruk-, scan- of andere opdracht normaal uitgevoerd.
GeelDe machine is aan het opwarmen of staat op stand-by of er is een opdracht geannuleerd.
RoodEr is papier vastgelopen of een andere storing opgetreden.
Grijs Er zijn geen opdrachten

(2) Pictogramweergave

Dit pictogram verschijnt wanneer gegevens worden verzonden of ontvangen
Dit pictogram verschijnt wanneer fax-, scan- of internetfaxgegevens in het machinegeheugen worden opgeslagen. Wanneer te verzenden gegevens worden opgeslagen, verschijnt Wanneer te ontvangen gegevens worden opgeslagen, verschijnt Wanneer zowel te verzenden als te ontvangen gegevens worden opgeslagen, verschijnt
Dit verschijnt wanneer een onderhoudstechnicus de simulatiefunctie heeft geactiveerd.
Dit verschijnt als er een USB-geheugen of ander USB-toestel op de machine is aangesloten.
[###]Dit verschijnt wanneer de gegevensbeveiligingskit wordt gebruikt.
[###]Dit verschijnt als de functie externe bediening wordt gebruikt.
Dit pictogram verschijnt wanneer de machine wordt verbonden met externe toepassingen.

(3) Toets Helderheid aanpassen

Druk op deze toets om de helderheid van het aanraakscherm aan te passen.

Zodra u het hebt aangeraakt verschijnt het volgende scherm naast de toets.

SHARP MX-M452N - Toets Helderheid aanpassen - 1

Druk op de toets [+] of [-] om de helderheid aan te passen.

Zodra u klaar bent raakt u de toets helderheid aanpassen opnieuw aan om het scherm te sluiten.

DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN

Het apparaat is voorzien van twee voedingsschakelaars. De hoofdvoedingsschakelaar bevindt zich linksonder achter de voorklep. De andere voedingsschakelaar is de toets [AAN] (Frechtsboven op het bedieningspaneel.

Hoofdvoedingsschakelaar

Als de hoofdvoedingsschakelaar is ingeschakeld, brandt de hoofdvoedingsindicator op het bedieningspaneel.

SHARP MX-M452N - Hoofdvoedingsschakelaar - 1

De voeding inschakelen

(1) Zet de hoofdvoedingsschakelaar in de stand "Aan".
(2) Druk op de toets [AAN] ()om de voeding in te schakelen.

De voeding uitschakelen

(1) Druk op de toets [AAN] ( ) om de voeding uit te schakelen.
(2) Zet de hoofdvoedingsschakelaar in de stand "Uit".

SHARP MX-M452N - De voeding uitschakelen - 1

  • Voordat u de hoofdschakelaar uitzet, moet u erop letten dat de indicator DATA voor het afdrukken en de DATA en LIJN indicatoren voor het verzenden van beelden op het bedieningspaneel niet branden of knipperen. Wanneer u de hoofdvoedingsschakelaar uitschakelt of het netsnoer uit het stopcontact halt, terwijl een van de indicators brandt of knippert, wordt de harde schijf mogelijk beschadigd of raakt u gegevens kwijt.
  • Zet bij een ernstige storing, naderend onweer of verplaatsing van het apparaat zowel de hoofdschakelaar als de toets [AAN] (uit en haal de stekker uit het stopcontact.

SHARP MX-M452N - De voeding uitschakelen - 2

Laat deze hoofdschakelaar altijd in de stand "Aan" staan bij gebruik van de fax- of internetfaxfunctie.

De machine opnieuw starten

Sommige instellingen treden pas in werking als de machine opnieuw wordt gestart.

Als er een bericht in het aanraakpaneel verschijnt waarin u wordt gevraagd om de machine opnieuw te starten, druk dan op de toets [AAN] (Pom de voeding uit te schakelen en druk dan nogmaals op de toets om de voeding weer in te schakelen.

SHARP MX-M452N - De machine opnieuw starten - 1

In sommige machinesituaties treden de instellingen niet in werking door op de toets [AAN] ( Ⓞ) te drukken om te herstarten. Schakel in dat geval de stroom uit en dan weer aan met de hoofdschakelaar.

ENERGIEBESPARENDE FUNCTIES

Dit product is voorzien van de volgende twee energiebesparende functies die voldoen aan Energy Star-richtlijnen om te helpen bij de instandhouding van onze natuurlijke energiebronnen en het terugdringen van de milieuvervuiling.

Voorverwarmingsmodus (Verminderd energieverbruik)

Deze functie verlaagt automatisch de temperatuur van de fuser voor een verminderd stroomverbruik wanneer het apparaat gedurende een onder "Instelling Voorverwarmingsfunctie" in de systeeminstellingen (beheerder) ingestelde periode in stand-by staat.

Dit houdt de samenvoegeenheid op een lagere temperatuur en vermindert het energieverbruik terwijl de machine op stand-by staat.

Het apparaat keert automatisch terug naar de bedrijfsmodus wanneer een afdrukopdracht wordt ontvangen, een toets op het bedieningspaneel wordt ingedrukt of een origineel wordt geplaatst.

Functie automatisch uitschakelen (Sluimerstand)

Deze functie schakelt automatisch de voeding naar het scherm en de fuser uit wanneer het apparaat gedurende een onder "Timer voor Automatisch Uitschakelen" in de systeeminstellingen (beheerder) ingestelde periode standby staat. Deze modus biedt het laagst mogelijke energieverbruik. Er wordt aanzienlijk meer energie bespaard dan in de voorverwarmingsmodus, maar het apparaat heeft meer tijd nodig om terug te keren in de bedrijfsmodus. Deze modus kan worden geblokkeerd in de systeeminstellingen (beheerder).

Het apparaat keert automatisch terug naar de bedrijfsmodus wanneer een afdrukopdracht wordt ontvangen of op de knipperende toets [SPAARSTAND] (©) wordt gedrukt.

TOETS [SPAARSTAND]

Druk op de toets [SPAARSTAND] (⊕) om het apparaat in de modus Automatisch Uitschakelen te zetten of te laten terugkeren naar de bedrijfsmodus. De toets [SPAARSTAND] (⊕) is voorzien van een indicator die aangeeft of het apparaat in de modus Automatisch Uitschakelen staat.

Als de indicator[SPAARSTAND] (1)nietbrandt in de standby-modusIs het apparaat gebruiksklaar.Als u op de toets [SPAARSTAND] (2)drukt terwijl de indicator niet brandt, gaat de indicator knipperen en gaat het apparaat na enkele ogenblikken over naar de modus Automatisch Uitschakelen.
Als de indicator[SPAARSTAND] (3)knippert.Staat het apparaat in de modus Automatisch Uitschakelen.Als u op de toets [SPAARSTAND] (4)drukt terwijl de indicator knippert, gaat de indicator uit en keert het apparaat na enkele ogenblikken terug naar de bedrijfsmodus.

3 C 6 9 #/P CA Toets / indicator [SPAARSTAND]

GEBRUIKERSAUTHENTICATIE

Met gebruikersauthenticatie wordt het gebruik van de machine beperkt tot gebruikers die geregistreerd zijn. De functies die iedere gebruiker mag gebruiken, kunnen worden opgegeven, zodat de machine kan worden aangepast aan de behoeften van uw werkplek.

Wanneer de beheerder van de machine de gebruikersauthenticatie heeft inschakeld, moet elke gebruiker inloggen om de machine te gebruiken. Er zijn verschillende types gebruikersauthenticatie en elk type heeft een andere inlogmethode.

Raadpleeg de uitleg bij de inlogmethodes voor meer informatie.

AUTHENTICATIE OP BASIS VAN GEBRUIKERSNUMMER (zie hieronder)

Volg de onderstaande procedure om in te loggen met een van de beheerder van het apparaat ontvangen gebruikersnummer.

Gebruikerauthenticatie Auto, Before

Bij authenticatie op basis van gebruikersnummer

1

① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ * 0 #/P

Voer uw gebruikersnummer (5 tot 8 cijfers) in met de numerieke toetsen.

Elk cijfer dat u invoert wordt weergegeven als "*

Gebruikerauthenticatie 6% ########- Ann, becher.

Druk op [OK].

Nadat het ingevoerde gebruikersnummer is geauthenticeerd, wordt kort het aantallenscherm weergegeven.

Gebruiknstatus: gebr./restarende.png; Zwart/wlt : 87,651,321/12,365,618

Het aantal resterende pagina's verschijnt wanneer paginalimieten zijn ingesteld in "Lijst van vaginalimietgroepen" in de systeeminstellingen (beheerder). (Het aantal pagina's dat de gebruiker nog kan gebruiken in elke functie (kopiëren, scannen, etc.) verschijnt.) De weergaveduur van dit scherm kan worden ingesteld onder "Mededelingentijd Instellen" in de systeeminstellingen (beheerder).

SHARP MX-M452N - Druk op [OK]. - 2

Als het gebruikersnummer een nummer van 8 cijfers is, is deze stap niet vereist. (U wordt automatisch ingelogd nadat u het gebruikersnummer hebt ingevoerd.)

SHARP MX-M452N - Druk op [OK]. - 3

Als u klaar bent met het gebruiken van het apparaat en wilt uitloggen, drukt u op de toets [LOGOUT] (✗)

SHARP MX-M452N - Als u klaar bent met het gebruiken van het apparaat en wilt uitloggen, drukt u op de toets [LOGOUT] (✗) - 1

  • Let er echter op dat de toets [LOGOUT] (*) niet kan worden gebruikt om uit te loggen als er een faxnummer in faxmodus wordt ingevoerd, omdat de toets wordt gebruikt voor de invoer van faxnummers.
  • Als een van te voren ingestelde tijdsduur verloopt nadat de machine voor het laatst is gebruikt, wordt de functie Automatisch wissen ingeschakeld. Wanneer de functie Automatisch wissen wordt ingeschakeld, wordt u automatisch afgemeld. Bij gebruik van de PC-scanmodus wordt de gebruiker niet uitgelogd wanneer de toets [LOGOUT] ( ^* ) wordt ingedrukt en werkt de functie Automatisch wissen niet. Zet het apparaat in een andere modus en log vervolgens uit.

Als er driemaal achtereen een onjuist gebruikersnummer wordt ingevoerd...

Als "Waarschuwing wanneer aanmelden mislukt" is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder), wordt het apparaat gedurende vijf minuten geblokkeerd wanneer driemaal achtereen een onjuist gebruikersnummer wordt ingevoerd.

Raadpleeg de beheerder van het apparaat inzake het gebruikernummer dat u moet gebruiken.

SHARP MX-M452N - Als er driemaal achtereen een onjuist gebruikersnummer wordt ingevoerd... - 1

De beheerder kan de vergrendeling ongedaan maken.

Dit gebeurt vanuit [Gebruikers-bediening] en vervolgens [Standaardinstellingen] op het webpagina menu.

Volg de onderstaande procedure om in te loggen met een van de beheerder van het apparaat of de beheerder van de LDAP-server ontvangen loginnaam of wachtwoord.

Gebruikersauthenricatie Gebruikersnaam Gebruik.Naam : Kachtwoord Auth. #: Lokaal aarmelden

Bij authenticatie op basis van

(Als LDAP-authenticatie wordt gebruikt, worden andere items in het scherm weergegeven.)

1

Gebruikerauthbenticatie GEbruikerauthaam Gebruikeraam 1 Wachtwoord Auth, am: Loksal waarmeiden

Druk op de toets [Gebruikersnaam] of de toets .

Als u op de toets [Gebruikersnaam] drukt, verschijnt een scherm waarin u de gebruikersnaam kunt selecteren. Ga door met de volgende stap.

Als de toets wordt aangeraakt, verschijnt er een gebied waar een "Registratienr." Kan worden ingevoerd [---]. Met de cijfertoetsen geeft u het onder "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder) opgeslagen registratienummer op. Ga na het invoeren van het registratienummer naar stap 3.

2

(A) Gebruikensseln ► 18 Aamn. behoer. Directe Invoer (A) User 0001 User 0002 User 0003 User 0004 User 0005 User 0006 User 0007 User 0008 User 0009 User 0010 User 0011 Alle ABCD ECG LJKI MROF OSTU VXOXZ etc. (B) (C) Vorig 1 2 (D)

Selecteer de gebruikersnaam.

(A) Toets [Directe Invoer]

Gebruik deze toets als u niet bent opgeslagen onder "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder) en alleen LDAP-authenticatie gebruikt. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Vier uw gebruikersnaam in.

(B) Gebruikerstoetsen

Druk op uw gebruikersnaam zoals opgeslagen onder "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder).

(C) Toets [Vorige]

Druk op deze toets om terug te keren naar het loginscherm.

(D) Indextabs

Alle gebruikers verschijnen op het tabblad [Alle]. Gebruikers worden gegroepeerd op de andere tabs naar de zoekcriteria die zijn ingevoerd toen elke gebruiker is opgeslagen.

SHARP MX-M452N - Selecteer de gebruikersnaam. - 1

LDAP-authenticatie kan worden gebruikt als de beheerder van de server LDAP-diensten levert via het LAN (Local Area Network).

Gebruikersauthenticatie OK Gebruikersnaam ****** Gebruik.Naam : User 0001 Wachtword Toekal aanmelden

Druk op de toets [Wachtwoord].

Er verschijnt een tekstinvoerscherm voor het invoeren van het wachtwoord.

Voer uw wachtwoord in zoals opgeslagen onder

"Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder).

Als u inlogt op een LDAP-server, voer dan het wachtwoord in dat is opgeslagen bij uw loginnaam voor de LDAP-server.

Elk ingevoerd teken wordt weergegeven als " * Druk als u klaar bent met het invoeren van het wachtwoord op de toets [OK].

Als de authenticatie plaatsvindt via de LDAP-server en er verschillende wachtwoorden voor u zijn opgeslagen onder "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder) en op de LDAP-server, gebruik dan het wachtwoord dat is opgeslagen op de LDAP-server.

SHARP MX-M452N - Druk op de toets [Wachtwoord]. - 1

  • Wanneer een LDAP-server is opgeslagen kan [Auth. om:] worden gewijzigd.
  • Als u inlogt met een gebruikerstoets...

De LDAP-server is opgeslagen toen uw gebruikersinformatie is opgeslagen, en daarom verschijnt de LDAP-server als de authenticatie-server wanneer u uw gebruikersnaam selecteert. Ga naar stap 4.

- Wanneer u inlogt met de toets [Directe Invoer]...

Druk op de toets [Auth. om:] .

Gobruikersauthenricatie OK Gobruikersnaam ***** Gebruik.Naam :Directe Invoer Kachtword ****** Auth. on: Lokaal aarmelden

Selecteer de LDAP-server en druk op [OK].

Authenticron tor: Tokssl aanmelden server 1 server 2 server 3 server 4 server 5 server 6 server 7

4

Gebruikersauthenticatie OK Gebruikersaam ****** Gebruik.Naam : User 0001 Kachtwnord ****** Auth. on: Lokaal aanmelden

(Als LDAP-authenticatie wordt gebruikt, worden andere items in het scherm weergegeven.)

Druk op [OK].

Nadat de ingevoerde loginnaam en het ingevoerde wachtwoord zijn geauthenticeerd, wordt kort het aantallenscherm weergegeven.

Gebruikstatus: gebr./resterende pag. Zwart/wit: : 87,651,321/22,365,616

Het aantal resterende pagina's verschijnt wanneer paginalimieten zijn ingesteld in "Lijst van paginalimietgroepen" in de systeeminstellingen (beheerder). (Het aantal pagina's dat de gebruiker nog kan gebruiken in elke functie (kopiëren, scannen, etc.) verschijnt.) De weergaveduur van dit scherm kan worden ingesteld onder "Mededelingentijd Instellen" in de systeeminstellingen (beheerder).

5

SHARP MX-M452N - 5 - 1

Als u klaar bent met het gebruiken van het apparaat en wilt uitloggen, drukt u op de toets [LOGOUT] (✗)

SHARP MX-M452N - Als u klaar bent met het gebruiken van het apparaat en wilt uitloggen, drukt u op de toets [LOGOUT] (✗) - 1

  • Let er echter op dat de toets [LOGOUT] (✗) niet kan worden gebruikt om uit te loggen als er een faxnummer in faxmodus wordt ingevoerd, omdat de toets wordt gebruikt voor de invoer van faxnummers.
  • Als een van te voren ingestelde tijdsduur verloopt nadat de machine voor het laatst is gebruikt, wordt de functie Automatisch wissen ingeschakeld. Wanneer de functie Automatisch wissen wordt ingeschakeld, wordt u automatisch afgemeld. Bij gebruik van de PC-scanmodus wordt de gebruiker niet uitgelogd wanneer de toets [LOGOUT] (✗) wordt ingedrukt en werkt de functie Automatisch wissen niet. Zet het apparaat in een andere modus en log vervolgens uit.

Als er driemaal achtereen een onjuiste loginnaam of een onjuist wachtwoord wordt ingevoerd...

Als "Waarschuwing wanneer aanmelden mislukt" is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder), wordt het apparaat gedurende vijf minuten geblokkeerd wanneer driemaal achtereen een onjuiste loginnaam of een onjuist wachtwoord wordt ingevoerd. Raadpleeg de beheerder van het apparaat inzake de loginnaam en het wachtwoord die/dat u moet gebruiken.

SHARP MX-M452N - Als er driemaal achtereen een onjuiste loginnaam of een onjuist wachtwoord wordt ingevoerd... - 1

  • De beheerder kan de vergrendeling ongedaan maken. Dit gebeurt vanuit [Gebruikers-bediening] en vervolgens [Standaardinstellingen] op het webpagina menu.
  • Als LDAP=authenticatie wordt gebruikt, kan de toets [E-mailadres] verschijnen, afhankelijk van de authenticatiemethode. Als de toets [E-mailadres] verschijnt, druk dan op de toets. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Voer uw e-mailadres in.

Gebruikersnaan Gebruikersnam E-mailadres Mail Auth. om: server 2

SHARP MX-M452N - Als er driemaal achtereen een onjuiste loginnaam of een onjuist wachtwoord wordt ingevoerd... - 3

Systeeminstellingen (Beheerder): Gebruikerslijst

Deze wordt gebruikt om namen van gebruikers van de machine op te slaan. Daarnaast wordt gedetailleerde informatie opgeslagen zoals de loginnaam, het gebruikersnummer en het wachtwoord. Neem contact op met de beheerder van het apparaat voor de informatie die u nodig hebt om het apparaat te gebruiken.

BEGINSCHERM

Wanneer de toets [BEGIN] op het bedieningspaneel wordt ingedrukt, verschijnt het beginscherm in het aanraakscherm. Op het beginscherm worden functiekeuzetoetsen weergegeven. Door op deze toetsen te drukken wordt het basisscherm van elke functie geopend. Door op de toets [Mijn menu] te drukken worden items weergegeven waarmee u versneld functies uit "Mijn menu" opent.

Eerste scherm Tweede scherm
SHARP MX-M452N - BEGINSCHERM - 1

flowchart
graph TD
    A["Software"] --> B["Hardware"]
    B --> C["Document Architecture"]
    C --> D["OSA"]
    E["App 01"] --> F["OSA"]
    F --> G["OSA"]
    G --> H["OSA"]
    I["App 02"] --> J["OSA"]
    J --> K["OSA"]
    K --> L["OSA"]
    M["App 03"] --> N["OSA"]
    N --> O["OSA"]
    O --> P["OSA"]
    Q["Mian menu"] --> R["Image of the App"]

SHARP MX-M452N - BEGINSCHERM - 2

SHARP MX-M452N - BEGINSCHERM - 3

flowchart
graph TD
    A["SOPIR"] --> B["POS R. VERÄNHEE"]
    B --> C["DOSTR/PTT ARCHITVERING"]
    C --> D["OSA"]
    E["MI in meval"] --> F["Notar: Aarstal osvietn"]
    E --> G["Abkredelheer"]
    E --> H["Datourembaron, beleer"]
    E --> I["Fapriaylada: Tretallungen"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#cfc,stroke:#333
    style H fill:#cfc,stroke:#333
    style I fill:#cfc,stroke:#333

(1) Modustoetsen

Gebruik deze toetsen om tussen de functies kopieren, beeld verzenden, documentarchivering en Sharp OSA te schakelen. Toetsnamen en afbeeldingen kunnen worden gewijzigd. (Alleen eerste scherm)

(2) Achtergrondbeeld

Achtergrondafbeelding van het beginscherm. De achtergrondafbeelding kan worden gewijzigd.

(3) [Mijn menu]-toets

Druk hierop om naar het scherm mijn menu te gaan. Toetsnamen en afbeeldingen kunnen worden gewijzigd.

(4) Toepassingstoetsen

In totaal kunnen acht Sharp OSA-applicatiesnelkoppelingen worden weergegeven en de snelkoppelingen van mijn menu.

(5) Titel

Dit geeft de titel van het scherm mijn menu weer.

(6) Sneltoets

Een geregistreerde functie verschijnt als sneltoets. De toets kan worden aangetipt om de geregistreerde functie te selecteren.

(7) Gebruikersnaam

Dit geeft de naam weer van de ingelogde gebruiker. De gebruikersnaam verschijnt als gebruikersauthenticatie op de machine is geactiveerd.

Sneltoetsen naar functies kunnen als toetsen op het scherm mijn menu worden vastgelegd. Als een sneltoets wordt ingedrukt, verschijnt het scherm voor die functie. Leg vaak gebruikte functies in het scherm mijn menu vast om snel en handig naar deze functies te gaan. Als gebruikersauthenticatie wordt gebruikt, kan het scherm mijn menu van "Favoriete handelingen-groep" worden weergegeven.

Configureer de volgende instellingen met de webpagina:

  • wijzigen van de naam van de beginschermtoets, wijzigen van de afbeelding, opslaan van een applicatietoets
  • opslaan van toetsen die op het scherm mijn menu verschijnen.

SHARP MX-M452N - Gebruikersnaam - 1

- Systeeminstellingen (Beheerder): Instellingen van Mijn menu

De registratie wordt uitgevoerd in [Systeeminstellingen] – [Bedieningsinstellingen] – [Instellingen van Mijn menu] in het webpaginamenu.

- Systeeminstellingen (Beheerder): Lijst van Mijn menu

Als gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, kan een scherm mijn menu voor elke "Lijst van fav. hand.-groepen" worden ingesteld.

Registratie wordt uitgevoerd in de "Lijst van Mijn menu" in [Gebruikers-bediening] in het webpaginamenu.

EXTERNE BEDIENING VAN DE MACHINE

Met de functie externe bediening kunt u de machine vanuit uw computer bedienen.

Als deze functie is toegevoegd, verschijnt hetzelfde scherm als het bedieningspaneelscherm op uw computer. Daarmee kunt u de machine vanaf uw computer op dezelfde manier bedienen alsof u voor de machine staat.

SHARP MX-M452N - EXTERNE BEDIENING VAN DE MACHINE - 1

flowchart
graph TD
    A["Uw computer"] --> B["Bedien de machine met uw computerscherm"]
    C["Bedieningspaneel"] --> D["De machine"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style C fill:#f9f,stroke:#333
    style D fill:#ccf,stroke:#333

De functie voor bediening op afstand kan slechts op één computer tegelijkertijd worden gebruikt.

Werken met de functie externe bediening

Voordat u deze functie gebruikt, moet u "Bedieningsauthoriteit" instellen op "Toegestaan" in "Bediening van externe software" van "Instellingen bediening op afstand" in de systeeminstellingen (beheerder).

  1. SYSTEEMINSTELLINGEN "Instellingen bediening op afstand" (pagina 7-66)

Om de de functie externe bediening te gebruiken, moet de machine zijn aangesloten op een netwerk en moet een

VNC-applicatie op uw computer zijn geïnstalleerd (aanbevolen VNC-software: RealVNC).

De procedure voor het gebruik van deze functie is als volgt:

Voorbeeld: RealVNC

1

SHARP MX-M452N - Voorbeeld: RealVNC - 1

Sluit de computer aan op het apparaat.

(1) Start de VCN-viewer
(2) Voer het IP-adres van de machine in het invoervak "Server" in.
(3) Druk op [OK].

2

Volg de aanwijzingen op het bedieningspaneel van het apparaat om de verbinding toe te laten.

SHARP MX-M452N - Voorbeeld: RealVNC - 2

Als de machine is verbonden met de externe software, verschijnt -op de systeembalk van het bedieningspaneel van de machine. Wilt u de verbinding verbreken, sluit de externe software dan af of druk op .

SHARP MX-M452N - Voorbeeld: RealVNC - 3

Gebruik het bedieningspaneel op dezelfde manier als vanaf de machine. Let op, het is niet mogelijk om een waarde die wordt ingevoerd constant te wijzigen door een toets ingedrukt te houden. Zie voor uitgebreide procedures de hoofdstukken voor elk van de functies in deze handleiding.

SHARP MX-M452N - Voorbeeld: RealVNC - 4

Systeeminstellingen (Beheerder): Instellingen bediening op afstand Stel de bedieningsrechten voor de functie externe bediening in.

OPGESLAGEN ITEMS IN HET OPDRACHTLOGBOEK

De machine slaat de uitgevoerde opdrachten op in het opdrachtlogboek.

De belangrijkste informatie die wordt opgeslagen in het opdrachtlogboek wordt hieronder beschreven.

SHARP MX-M452N - OPGESLAGEN ITEMS IN HET OPDRACHTLOGBOEK - 1

  • Om het tellen van de totale gebruiksaantallen van apparaten met een verschillende configuratie te vereenvoudigen, worden de in het opdrachtlogboek opgeslagen items vastgelegd, ongeacht geïnstalleerde randapparatuur en de reden van de opslag.
  • In sommige gevallen wordt de opdrachtinformatie mogelijk niet correct opgeslagen, bijvoorbeeld wanneer een stroomstoring optreedt tijdens een opdracht.
Nr. Itemnaam Beschrijving
1Belangrijkste itemsTaak-idDe taak-id wordt opgeslagen.Taak-id's worden in het logboek opgeslagen als opeenvolgende nummers tot 999999, waarna het tellen opnieuw bij 1 begint.
2 OpdrachtmodusDe opdrachtmodus zoals kopieren of afdrukken.
3 ComputernaamDe naam van de computer die de afdrukopdracht heeft verzonden.*
4GebruikersnaamDe gebruikersnaam voor de authentificatiefunctie.
5 Gebruikersnaam De loginnaamm voor de authentificatiefunctie.
6Begindatum en -tijdDe datum en het tijdstip waarop de opdracht is begonnen.
7Einddatum en -tijdDe datum en het tijdstip waarop de opdracht is voltooid.
8 Totaal aantal zwart/witVoor een afdrukopdracht wordt het totale aantal opgeslagen.Voor een verzendopdracht wordt het totale aantal verzonden zwart-witpagina's opgeslagen. Wanneer een overzicht wordt weergegeven van een distributieverzending wordt het totale aantal pagina's opgeslagen.Voor scannen naar schijf wordt het aantal opgeslagen zwart-witpagina's opgeslagen.
9Totaal aantal meerkleurenVoor een verzendopdracht wordt het totale aantal verzonden meerkleurenpagina's opgeslagen. Wanneer een overzicht wordt weergegeven van een distributieverzending, wordt het totale aantal pagina's opgeslagen.Voor scannen naar schijf wordt het aantal opgeslagen meerkleurenpagina's opgeslagen.
10Telling volgens formaatTellingen per origineel/papierformaat in kleur en zwart-wit.
11Aantal vellen volgens formaatGeeft het aantal vellen per papiersoort aan.
12 Ongeldig aantal vellen(zwart/wit)Geeft het aantal ongeldige zwart-wit vellen aan.
13 Aantal gereserveerdesetsAantal opgegeven sets voor gereserveerde bestemmingen.
14Aantal voltooide setsAantal voltooide sets of aantal bestemmingen waarnaar de verzending met succes is voltooid.
15 Aantal gereserveerdepagina'sAantal gereserveerde origineelpagina's van een kopieeropdracht, afdrukopdracht, scanopdracht of andere opdracht.
16 Aantal voltooidepagina'sAantal voltooide pagina's van een set.
17 Resultaat Het resultaat van een opdracht.
18 FoutoorzaakDe oorzaak van een fout die is opgetreden tijdens een opdracht.
Nr.ItemnaamBeschrijving
19Onderwerp betreffende afdrukopdrachten De nietstatus.Uitvoer De uitvoermodus van een afdrukopdracht.
20NietenAantal nietjesHet aantal nietjes.
21perforaties.
22Aantal perforaties Het aantalouwen Opgeslagen in een opdracht die de vouwfunctie gebruikt.Adres van de afzender van een beeldverzendopdracht.
23Vouwen Aantal gouwen Aantal gevouwen pagina's.
24Antertint De gebruikte tint voor een afdrukopdracht.
25
26Onderwerp betreffende afbeelding verzendenministratiefDirect Adres Adres van een beeldverzendopdracht.
27Naam AfzenderNaam van de afzender van een beeldverzendopdracht.
28AfzenderadresAdres van de afzender van een beeldverzendopdracht.
29Type verzendingVerzendtype van een beeldverzendopdracht.
30Rondzendnummer RondzendserienummerAdministratief serienummer van een beeldverzendopdracht.
31dnummer van een beeldverzendopdracht.
32InvoervolgordeReserveringsvolgorde voor een distributieverzending van een beeldverzendopdracht. Voor een seriële navraagopdracht wordt dit gebruikt om de communicatie op het afdrukken af te stemmen.
33Bestandstype Bestandindeling compressiemodus/ComprimeringsfactorCompressiemodus en comprimeringsfactor van het bestand van een beeldverzendopdracht.
34
35CommunicatietijdGeeft de communicatieduur van verzendopdrachten aan.
36Faxnr.Geeft het opgeslagen nummer van de afzender aan.
37Onderwerp betreffende documentarchiveringgevensgrootte [KB] Bestemene functionaliteitDocument ArchiverenStatus van document archiveren.
38OpslagmodusOpslagmodus van document archiveren.
39BestandsnaamBestandsnaam van een bestand dat is opgeslagen via document archiveren of afdruk achterhouden.*
40Gegevensgrootte [KB] Bestemene FunctionaliteitBestandsgrootte.
41Algemene FunctionaliteitKleurinstellingDe door de gebruiker geselecteerde kleurmodus.
42Speciale FunctiesSpeciale functies die zijn geselecteerd toen de opdracht werd uitgevoerd.
43Bestandsnaam 2Slaat de bestandsnaam van afdrukopdrachten op.*
Nr. ItemItemBeschrijving
44Gedetailleerde itemsFormaat OrigineelFormaat van een gescand origineel.Voor een afdrukopdracht met document archiveren is dit het papierformaat van het bestand.
45OrigineeltypeOrigineeltype (tekst, afgedrukte foto enz.) dat is ingesteld in het scherm met belichtingsinstellingen.
46PapierformaatHet papierformaat van een afdrukopdracht.Het papierformaat van het verzonden papier bij een verzendopdracht.Bij scannen naar schijf is dit het papierformaat van het opgeslagen bestand.
47PapiertypeHet papiertype dat wordt gebruikt voor het afdrukken.
48 Papiereigenschap:Duplex UitschakelenGeeft aan dat duplex was uitgeschakeld bij "Papiertype".
49 Papiereigenschap:Vaste PapierzijdeGeeft aan dat de vaste zijde was opgegeven bij "Papiertype".
50 Papiereigenschap:Nieten UitschakelenGeeft aan dat nieten was uitgeschakeld bij "Papiertype".
51 Papiereigenschap:PerforerenUitschakelenGeeft aan dat perforeren was uitgeschakeld bij "Papiertype".
52 Duplex configureren Geeft de suplute Geeft de scanresolutieduplexinstelling aan.
53 Resolutie Geeft de scanresolutie aan.utie aan.
54ApparaatitemModelnaamGeeft de modelnaam van de machine aan.
55 Serienummer Geeft het serienummer van de machine aan.
56NaamGeeft de op de webpagina's ingestelde naam van de machine aan.
57MacinelocatieGeeft de op de webpagina's ingestelde locatie van de machine aan.

*In sommige omgevingen wordt dit niet opgeslagen.

PAPIER LADEN

BELANGRIJKE OPMERKINGEN OVER PAPIER

Dit hoofdstuk bevat informatie waarmee u vertrouwd moet zijn voordat u papier in de papierladen laadt. Lees dit hoofdstuk zorgvuldig door voordat u papier laadt.

NAAM EN PLAATS VAN DE LADEN

De benaming van de laden is als volgt:

Papierlade 3 (als een onderkast/1 x 500 vel papierlade of een onderkast/2x500 vel papierlade is geïnstalleerd) Papierlade 4 (als een onderkast/2x500 vel papierlade is geïnstalleerd)

Handinvoerlade Papierlade 5 (als een hoge capaciteitlade is geïnstalleerd)

DE BETEKENIS VAN DE AANDUIDING "R" IN PAPIERFORMATEN

Sommige originelen en papierformaten kunnen in zowel verticale als horizontale afdrukstand worden geplaatst. Om onderscheid te maken tussen de verticale en horizontale afdrukstand worden papierformaten met een horizontale afdrukstand aangeduid met een "R" (bijvoorbeeld A4R, 8-1/2" x 11"R).

Bij formaten die alleen in de horizontale afdrukstand kunnen worden geplaatst (A3W, A3, B4, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13") is geen "R" opgenomen in de formaataanduiding.

SHARP MX-M452N - DE BETEKENIS VAN DE AANDUIDING "R" IN PAPIERFORMATEN - 1
Horizontale afdrukstand "R" toegevoegd.

SHARP MX-M452N - DE BETEKENIS VAN DE AANDUIDING "R" IN PAPIERFORMATEN - 2
Verticale afdrukstand Geen "R" toegevoegd.

SHARP MX-M452N - DE BETEKENIS VAN DE AANDUIDING "R" IN PAPIERFORMATEN - 3

Kan alleen in horizontale afdrukstand worden geplaatst Geen "R" toegevoegd.

BRUIKBAAR PAPIER

Diverse soorten papier worden verkocht. In dit gedeelte vindt u een uitleg over normaal papier en speciale media die u kunt gebruiken met het apparaat. Zie voor uitgebreide informatie over het formaat en soort papier dat kan worden geladen in elke lade van het apparaat de specificaties in de Beknopte bedieningshandleiding en

"Papierlade-Instellingen" (pagina 7-13) in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN".

Normaal papier, speciale media

Normaal papier dat kan worden gebruikt

  • SHARP standaard normaal papier (80 g/m ^2 (21 lbs.)). Raadpleeg de specificaties in de Beknopte bedieningshandleiding voor papierspecificaties.
  • Ander normaal papier dan SHARP standaard papier (60 g/m² tot 105 g/m² (16 lbs. tot 28 lbs.)) Gerecycled paper, gekleurd paper, reeds geperforeerd paper, voorbedrukt papier en briefpapier moeten voldoen aan dezelfde specificaties als normaal papier. Neem contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger als u advies wilt over het gebruik van deze soorten papier.

Papiertypen die in elke lade kunnen worden gebruikt

De volgende papiertypen kunnen in elke lade worden geladen.

Lade 1/Lade 2 Lade3/Lade 4 HandinvoerladePapierlade 5 (hoge capaciteitlade)
Normaal papierToegestaanToegestaanToegestaanToegestaan
VoorbedruktToegestaanToegestaanToegestaanToegestaan
Recycle-PapierToegestaanToegestaanToegestaanToegestaan
BriefpapierToegestaanToegestaanToegestaanToegestaan
GeperforeerdToegestaanToegestaanToegestaanToegestaan
KleurToegestaanToegestaanToegestaanToegestaan
Zwaar papier*1Toegestaan Toegestaan Toegestaan –
Etiketten – – Toegestaan
TransparantToegestaan
TabpapierToegestaan
EnveloppenToegestaan
Dun papier*2– –Toegestaan –

*1 Er kan zwaar papier tot 209 g/m² (110 lbs.) worden gebruikt.

*2 Dun papier van 56 g/m ^2 tot 59 g/m ^2 (15 lbs. tot 16 lbs.) kan worden gebruikt.

Afdrukzijde naar boven of naar beneden

Papier is geladen met de afdrukzijde naar boven of naar beneden afhankelijk van de papiertype en -lade.

Papierlade 1 tot 4

Plaats het papier met de afdrukzijde naar boven.

Als het papiertype echter "Briefpapier" of "Voorbedrukt" is, laad het papier dan met de afdrukzijde naar beneden*.

Handinvoerlade en lade 5

Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden.

Als het papiertype echter "Briefpapier" of "Voorbedrukt" is, laad het papier dan met de afdrukzijde naar boven*.

* Als "Uitschakelen van duplex" is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder), laad het papier dan op de normale manier (met de bedrukte zijde omhoog in lade 1 tot lade 4; bedrukte zijde omlaag in de handinvoerlade en lade 5).

Papier dat u niet kunt gebruiken

  • Speciale media voor inkjetprinters (fijn papier, glanspapier, glansfilm, etc.)
    • Carbonpapier of thermisch papier
  • Geplakt papier
  • Papier met clips
  • Papier met vouwen
  • Gescheurd papier
  • Geoliede transparanten
    • Dun papier van minder dan 56 g/m² (15 lbs.)
  • Papier van 210 g/m² (80 lbs.) of meer

  • Papier met onregelmatige afmetingen

  • Geniet papier
    • Vochtig papier
  • Opgekruld papier
  • Papier waarvan ofwel de afdrukzijde ofwel de achterzijde door een ander(e) printer of multifuntioneel apparaat is bedrukt.
  • Papier met golfpatronen als gevolg van vochtabsorptie

Niet-aanbevolen papier

  • Strijkpapier
  • Japans papier
  • Geperforeerd papier

SHARP MX-M452N - Niet-aanbevolen papier - 1

  • Diverse typen normaal papier en speciale media zijn verkrijgbaar. Sommige typen zijn met het apparaat niet te gebruiken. Neem contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger als u advies wilt over het gebruik van deze soorten papier.
  • De beeldkwaliteit en geschiktheid voor fusing van het papier wisselt mogelijk naargelang de omgeving, bedrijfssituatie en papiereigenschappen. De afbeeldingkwaliteit is dan minder dan u zou verkrijgen op SHARP standaardpapier. Neem contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger als u advies wilt over het gebruik van deze soorten papier.
  • Wanneer u niet-aanbevolen of niet-bruikbaar papier gebruikt, kan dit leiden tot scheve invoer, papierstoringen en slechte fusing van de toner (de toner hecht niet goed aan het papier en geeft af), of storingen van het apparaat.
  • Wanneer u niet-aanbevolen papier gebruikt, kan dit leiden tot papierstoringen of een slechte beeldkwaliteit. Alvorens niet-aanbevolen papier te gebruiken controleert u of u hiermee goed kunt afdrukken.

PAPIERLADE-INSTELLINGEN VOOR PAPIERLADE 1 TOT 4

PAPIER LADEN EN PAPIERFORMAAT WIJZIGEN

Er kunnen maximaal 500 vellen papier van formaat A5R tot A3 (5-1/2" x 8-1/2"R tot formaat 11" x 17") in lade 1 en 2 worden geladen. Er kunnen maximaal 500 vellen papier van formaat B5R tot A3 (7-1/4" x 10-1/2"R tot formaat 11" x 17") in lade 3 en 4 worden geladen.

1
SHARP MX-M452N - PAPIER LADEN EN PAPIERFORMAAT WIJZIGEN - 1

Trek de papierlade naar buiten.

Trek rustig aan de lade totdat deze niet meer verder gaat. Voor het laden van papier, ga naar stap 3. Voor het laden van een ander papierformaat, ga naar de volgende stap.

2
A B

Stel de geleideplaten A en B af door de vergrendelingshendels in te knijpen en de geleideplaten naar de juiste horizontale en verticale afmetingen voor het te laden papier te schuiven.

De geleideplaten A en B kunnen worden verschoven. Knijp de vergrendelingshendel in en verschuif de geleideplaat.

3
SHARP MX-M452N - Stel de geleideplaten A en B af door de vergrendelingshendels in te knijpen en de geleideplaten naar de juiste horizontale en verticale afmetingen voor het te laden papier te schuiven. - 1

Doorblader het papier.

Doorblader het papier voordat u het laadt. Als u het papier niet doorbladert, kunnen meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd waardoor het apparaat vastloopt.

4
Indicatie streep

Plaats het papier in de lade.

Plaats het papier met de afdrukzijde naar boven. De stapel mag niet boven de indicatorlijn uit komen (maximum 500 vellen).

5

SHARP MX-M452N - 5 - 1

Druk stevig tegen de lade totdat deze volledig in het apparaat zit.

SHARP MX-M452N - 5 - 2

Als u een ander type of formaat papier hebt geladen dan ervoor, vergeet dan niet de "Papierlade-Instellingen" in de systeeminstellingen te wijzigen. Als deze instellingen niet correct worden geconfigureerd, zal de automatische papierselectie niet goed werken en kan het afdrukken op het verkeerde papierformaat of -soort gebeuren of kan er papier vastlopen.

SHARP MX-M452N - 5 - 3

Plaats geen zware voorwerpen op de lade en druk niet omlaag op de lade.

SHARP MX-M452N - 5 - 4

Systeeminstellingen: Papierlade-Instellingen (pagina 7-13)

Wijzig deze instellingen als u het in een lade geladen papierformaat en -type wijzigt.

Onderkast/1x500 vellen papierladespecificaties

ModelMX-DEX8
PapierformatenA3, B4, A4, A4R, B5, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 8K, 16K, 16KR
PapiergewichtGewoon papier (60 g/m2 tot 105 g/m2 (16 lbs. tot 28 lbs.)), zwaar papier (106 g/m2 tot 209 g/m2 (28 lbs. bond tot 110 lbs. index))
Papiercapaciteit500 vellen (80 g/m2 (21 lbs.)) x 1 lade
PapiertypenDoor SHARP aanbevolen gewoon papier, kringlooppapier en gekleurd papier
Automatische papierformaatdetectieAls "Auto-AB" detectie is geselecteerd:A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")Als "Auto-inch" detectie is geselecteerd:11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R
StroomtoevoerGeleverd door het apparaat
Afmetingen720 mm (b) x 670 mm (d) x 303 mm (h) (28-11/32" (b) x 26-3/8" (d) x 11-15/16" (h))(inclusief afstelmechanisme)
GewichtOngeveer 20 kg (44,1 lbs.)

Onderkast/2x500 vellen papierladespecificaties

ModelMX-DEX9
PapierformatenA3, B4, A4, A4R, B5, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 8K, 16K, 16KR
PapiergewichtGewoon papier (60 g/m2 tot 105 g/m2 (16 lbs. tot 28 lbs.)), zwaar papier (106 g/m2 tot 209 g/m2 (28 lbs. bond tot 110 lbs. index))
Papiercapaciteit500 vellen (80 g/m2 (21 lbs.)) x 2 lade
PapiertypenDoor SHARP aanbevolen gewoon papier, kringlooppapier en gekleurd papier
Automatische papierformaatdetectieAls "Auto-AB" detectie is geselecteerd:A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")Als "Auto-inch" detectie is geselecteerd:11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R
StroomtoevoerGeleverd door het apparaat
Afmetingen720 mm (b) x 670 mm (d) x 303 mm (h) (28-11/32" (b) x 26-3/8" (d) x 11-15/16" (h))(inclusief afstelmechanisme)
GewichtOngeveer 23,5 kg (51,9 lbs.)

PAPIERLADE-INSTELLINGEN VAN PAPIERLADE 5 (HOGE CAPACITEITLADE)

PAPIER LADEN

In de hoge capaciteitlade kunnen maximaal 3500 vellen van het formaat A4 of 8-1/2" x 11" (80 g/m² (20 lbs.)) worden geladen.

Het papierformaat van lade 5 kan alleen worden gewijzigd door een SHARP-servicemonteur. Als u het papierformaat moet wijzigen, raadpleeg dan uw leverancier of de dichtst bijzijnde erkende servicevertegenwoordiger.

1

SHARP MX-M452N - PAPIER LADEN - 1

Trek de papierlade naar buiten.

Trek rustig aan de lade totdat deze niet meer verder gaat.

2

SHARP MX-M452N - Trek de papierlade naar buiten. - 1

Doorblader het papier.

Doorblader het papier voordat u het laadt. Als u het papier niet doorbladert, kunnen meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd waardoor het apparaat vastloopt.

3

Indicatie streep

Plaats het papier tussen de papiergeleiders.

Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden. De stapel mag niet boven de indicatorlijn uit komen (maximum 3500 vellen).

4

SHARP MX-M452N - 4 - 1

Druk stevig tegen de lade totdat deze volledig in het apparaat zit.

SHARP MX-M452N - 4 - 2

Als u een ander type papier hebt geladen dan ervoor, vergeet dan niet het type papier te wijzigen bij "Papierlade-Instellingen" in de systeeminstellingen.

SHARP MX-M452N - 4 - 3

Plaats geen zware voorwerpen op de lade en druk niet omlaag op de lade.

SHARP MX-M452N - 4 - 4

Systeeminstellingen: Papierlade-Instellingen (pagina 7-13) Wijzig deze instellingen als u het in de lade geladen papiertype wijzigt.

Specificaties hogecapaciteitslade*

ModelMX-LCX1
PapierformatenA4, 8-1/2" x 11" (papierformaatwijziging moet worden uitgevoerd door een onderhoudsman)
PapiergewichtGewoon papier (60 g/m2 tot 105 g/m2 (16 lbs. tot 28 lbs.))
Papiercapaciteit3500 vellen (80 g/m2 (21 lbs.))
PapiertypenDoor SHARP aanbevolen gewoon papier, kringlooppapier en gekleurd papier
StroomtoevoerGeleverd door het apparaat
Afmetingen370 mm (b) x 550 mm (d) x 520 mm (h) (14-9/16" (b) x 21-21/32" (d) x 20-15/32" (h))
GewichtOngeveer 29 kg (63,9 lbs.)

* Een onderkast/1x500 vel papierlade of onderkast/2x500 vel papierlade is vereist om de hogecapaciteitslade met het apparaat te verbinden.

PAPIER LADEN IN DE HANDINVOERLADE

De handinvoer kan worden gebruikt voor het afdrukken op gewoon papier, enveloppen, etikettenvellen, tabpapier en andere speciale media. Er kunnen maximaal 100 vellen papier worden geladen (maximaal 40 vellen zwaar papier) voor ononderbroken afdrukken zoals met de andere laden.

1

SHARP MX-M452N - 1 - 1

Als u een groter papierformaat laadt dan A4R of 8-1/2" x 11"R, trek dan het verlengstuk van de handinvoer uit. Trek het verlengstuk van de handinvoer helemaal uit. Als u het verlengstuk van de handinvoer niet helemaal uittrekt, wordt het formaat van het geladen papier niet juist weergegeven.

SHARP MX-M452N - 1 - 2

Plaats geen zware voorwerpen op de handinvoerlade en druk niet omlaag op de lade.

2

SHARP MX-M452N - 2 - 1

Stel de geleiders van de handinvoerlade in op de breedte van het papier.

3

SHARP MX-M452N - 3 - 1

Schuif het papier langs de geleiders van de handinvoerlade totdat het niet meer verder gaat.

Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden.

SHARP MX-M452N - Schuif het papier langs de geleiders van de handinvoerlade totdat het niet meer verder gaat. - 1

  • Druk het papier niet met kracht naar binnen.
  • Als de geleiders van de handinvoerlade breder zijn ingesteld dan het papier, schuif deze dan naar binnen totdat ze zijn afgesteld op de breedte van het papier. Als de geleiders van de handinvoerlade te breed zijn afgesteld, kan het papier scheef worden geladen of gekreukt raken.

BELANGRIJKE WENKEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE HANDINVOERLADE

  • Bij het gebruik van ander gewoon papier dan het SHARP-standaardpapier of andere speciale media dan de door SHARP aanbevolen transparanten, of wanneer u afdrukt op de achterkant van eerder gebruikt papier, moet het papier met één vel tegelijk worden geladen. Als u meerdere vellen tegelijk laadt, zal het apparaat vastlopen.
  • Strijk voordat u het papier laadt eventuele krullen vlak.
  • Verwijder bij het toevoegen van papier eventueel resterend papier uit de handinvoerlade, combineer het met het toe te voegen papier en plaats het papier als één stapel terug. Als u papier toevoegt zonder dit te combineren met het resterende papier, kan het apparaat vastlopen.

Papier laden

SHARP MX-M452N - Papier laden - 1

Als u op tabpapier wilt afdrukken, laadt u tabpapier in de handinvoerlade met de afdrukzijde naar beneden.

Bedrukte zijde omlaag

SHARP MX-M452N - Papier laden - 3

  • Gebruik uitsluitend papieren tabbladen. Tabpapier van ander materiaal dan papier (film, etc.) kan niet worden gebruikt.
  • Afdrukken op de tabs van tabpapier....

In de kopieermodus, gebruikt u "Tabkopie" in speciale functies. In afdrukmodus, gebruikt u de tabafdruk.

Transparanten plaatsen

SHARP MX-M452N - Transparanten plaatsen - 1

SHARP MX-M452N - Transparanten plaatsen - 2
Horizontaal Verticaal

  • Gebruik door SHARP aanbevolen transparanten. Wanneer u een transparant in de handinvoer plaatst, moet de afgeronde hoek zich links voor bevinden in de horizontale afdrukstand, of linksachter in de verticale afdrukstand.
  • Vergeet bij het laden van meerdere transparanten in de handinvoerlade niet om de vellen enkele malen te doorbladeren.
  • Verwijder bij het afdrukken op transparanten elk vel zodra dit uit het apparaat komt. Als de vellen in de uitvoerlade worden opgestapeld kunnen deze omkrullen.

Enveloppen laden

Enveloppen dienen in één lijn met de linkerkant in de hieronder aangegeven afdrukstand in de handinvoerlade te worden geladen.

Alleen de voorzijde van de enveloppen kan bedrukt worden. Zorg dat de voorzijde naar beneden wijst.

SHARP MX-M452N - Enveloppen laden - 1

  • Druk niet op beide zijden van een envelop af. Dit kan leiden tot vastlopen van het apparaat of een slechte afdrukkwaliteit.
  • In sommige bedieningsomgevingen kunnen smeren, strepen, vastlopen van het papier, slechte tonerfusing of apparaatstoringen optreden.

SHARP MX-M452N - Enveloppen laden - 2

Voor sommige typen enveloppen gelden beperkingen. Neem voor meer informatie contact op met een SHARP-onderhoudstechnicus.

Belangrijke wenken voor het laden van enveloppen

  • Gebruik nooit de volgende typen enveloppen:
    Enveloppen met metalen klemmen, kunststof haken of stoffen haken, enveloppen met een sluitkoord, enveloppen met vensters, enveloppen met een ongelijke voorzijde als gevolg van bosselering, dubbellaags enveloppen, handgemaakte enveloppen, bubbelenveloppen, enveloppen met kreuken of vouwen of gescheurde of beschadigde enveloppen.
  • Enveloppen met een verkeerd uitgelijnde plaknaad aan de achterzijde kunnen niet worden gebruikt, aangezien deze kunnen kreuken.
  • De afdrukkwaliteit is niet gegarandeerd in het gebied van 10mm (13/32") rond de randen van de envelop.
  • De afdrukkwaliteit is niet gegarandeerd op delen van enveloppen met een stapsgewijs verloop in dikte, zoals op vierlaagse delen of delen met minder dan drie lagen.
  • De afdrukkwaliteit is niet gegarandeerd op enveloppen met sluitstrips.

Kan worden gebruikt Kan niet worden gebruikt

Stelhendels voor fuserdruk

Zelfs wanneer enveloppen binnen de specificaties worden gebruikt, kunnen ze soms beschadigd of vuil raken. Dit probleem kan worden verminderd door de stelhendels voor de fuserdruk vanuit de normale stand in de stand voor lage druk te zetten. Volg de procedure op deze pagina.

1SHARP MX-M452N - Stelhendels voor fuserdruk - 1Trek de rechterklep naar buiten.Druk de vergrendelingshendel op de rechterklep omhoog en trek de klep rustig open.
2SHARP MX-M452N - Stelhendels voor fuserdruk - 2Stand voor lage drukSHARP MX-M452N - Stelhendels voor fuserdruk - 3standZet de stelhendels voor de fuserdruk (twee) in de stand voor lage druk zoals afgebeeld.
3SHARP MX-M452N - Stelhendels voor fuserdruk - 4Sluit de rechterklep.
4SHARP MX-M452N - Stelhendels voor fuserdruk - 5Zet de hendel in de normale stand terug als u klaar bent met het invoeren van enveloppen.
SHARP MX-M452N - Stelhendels voor fuserdruk - 6 Let opDe fuser wordt heet. Zorg dat u geen brandwonden oploopt als u de stelhendels voor de fuserdruk bedient.
SHARP MX-M452N - Stelhendels voor fuserdruk - 7Vergeet niet om de hendels terug te zetten in de normale stand voordat u gaat afdrukken of kopieren op ander papier dan enveloppen. Als u dit niet doet, kan het papier vastlopen en kunnen zich fusing-problemen of apparaatstoringen voordoen.

ORIGINELEN

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u originelen in de automatische origineelinvoer en op de glasplaat plaatst.

HET ORIGINEEL PLAATSEN

ORIGINELEN IN DE AUTOMATISCHE ORIGINEELINVOER PLAATSEN

In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u originelen in de automatische origineelinvoer plaatst.

Toegestane formaten voor originelen

Minimaal formaat origineel Maximaal formaat origineel
Standaardformaten(Minimum formaat dat automatisch kan worden gedetecteerd)A5: 148 mm (hoogte) x 210 mm (breedte)5-1/2" (hoogte) x 8-1/2" (breedte)Standaardformaten(Maximum formaat dat automatisch kan worden gedetecteerd)A3: 297 mm (hoogte) x 420 mm (breedte)11" (hoogte) x 17" (breedte)Papier van formaat A3W (12" x 18") kan niet worden gebruikt.
Afwijkende formaten(Minimum formaat dat handmatig kan worden opgegeven)131 mm (hoogte)x 140 mm (breedte)5-1/8" (hoogte) x 5-1/2" (breedte)Afwijkende formaten(Maximum formaat dat handmatig kan worden opgegeven)Kopieerfunctie: 297 mm (hoogte) x 432 mm (breedte)11-5/8" (hoogte) x 17" (breedte)Verzendmodus: 297 mm (hoogte) x 1000 mm (breedte)11" (hoogte) x 39-3/8" (breedte)

Als het origineel van niet-standaardformaat is, zie dan de betreffende onderstaande uitleg voor de door u gebruikte functie.

  1. KOPIEERMACHINE "FORMAAT ORIGINEEL OPGEVEN" (pagina 2-27)
  2. FAX "WEERGAVE-INSTELLINGEN" (pagina 4-46)
  3. SCANNER / INTERNETFAX "WEERGAVE-INSTELLINGEN" (pagina 5-53)

Toegestaan gewichten voor originelen

Enkelzijdig kopiëren: 35 g/m² tot 128 g/m² (9 lbs. tot 34 lbs.)

Dubbelzijdig kopiëren: 50 g/m² tot 105 g/m² (15 lbs. tot 28 lbs.)

Gebruik voor het scannen van originelen van 35 g/m² tot 49 g/m² (9 lbs. tot 14 lbs.), "Langzame scanmodus" in de speciale functies. Bij scannen zonder gebruik van de "Langzame scanmodus" kunnen de originelen vastlopen.

Bij selectie van de "Langzame scanmodus" kan niet automatisch 2-zijdig worden gekopieerd.

1

SHARP MX-M452N - 1 - 1

Zorg dat uw originelen niet op de glasplaat achterblijven.

Open de automatische origineelinvoer, controleer of er geen origineel op de glasplaat aanwezig is en sluit de automatische origineelinvoer weer.

2

SHARP MX-M452N - 2 - 1

Stel de origineelgeleiders af op de breedte van de originelen.

3

Markeerstreep

Plaats het origineel.

Let erop dat de randen van de originelen gelijk liggen.

Plaats de originelen met de bedrukte zijde naar boven helemaal in de lade van de origineelinvoer.

Plaats een aantal originelen in de origineelinvoer, zodat de stapel niet boven de indicatorlijn uit komt.

U kunt maximaal 100 vellen invoegen.

Vergeet niet om originelen waarvan het scannen voltooid is uit de uitvoerlade te nemen.

SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 1

  • U kunt de originelen van verschillend formaat gezamenlijk in de automatische origineelinvoer plaatsen. In dit geval selecteert u "Origineel gem. form" in de speciale functies van de modus die u gebruikt.
  • Verwijder voordat u originelen in de origineelinvoer plaatst alle aanwezige nietjes of paperclips.
  • Als de originelen vochtige plekken vertonen door toepassing van correctievloeistof, wacht dan tot de originelen droog zijn alvorens kopieën te maken. Als u dit niet doet, kunnen de binnenzijde van de origineelinvoer of de glasplaat bevuild raken.
  • Gebruik nooit de volgende originelen. Dit kan leiden tot onjuiste automatische formaatdetectie, vastlopen van de originelen en streepvorming.

Transparanten, overtrekpapier, carbonpapier, thermisch papier of originelen die zijn bedrukt met een thermische printer mogen niet inde automatische origineelinvoer worden geplaatst. Originelen die in de automatische origineelinvoer worden geplaatst mogen niet beschadigd, gekreukt, gevouwen of losjes aan elkaar geplakt zijn en mogen geen uitgeknipte gaten bevatten. Originelen met meer dan twee of drie perforaties worden mogelijk niet correct geladen.

- Plaats originelen met twee of drie perforaties zodat de geperforeerde zijde zich niet aan de kant van de invoeropening van de origineelinvoerlade bevindt.

Plaats van perforaties

Invoerop ening

HET ORIGINEEL OP DE GLASPLAAT PLAATSEN

In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u een origineel op de glasplaat plaatst.

Toegestane formaten voor originelen

Maximaal formaat origineel

Standaardformaten

A3: 297 mm (hoogte) x 420 mm (breedte)

11" (hoogte) x 17" (breedte)

Afwijkende formaten

297 mm (hoogte) x 432 mm (breedte)

11-5/8" (hoogte) x 17" (breedte)

Als het origineel van niet-standaardformaat is, zie dan de betreffende onderstaande uitleg voor de door u gebruikte functie.

  1. KOPIEERMACHINE "FORMAAT ORIGINEEL OPGEVEN" (pagina 2-27)
  2. FAX "WEERGAVE-INSTELLINGEN" (pagina 4-46)
  3. SCANNER / INTERNETFAX "WEERGAVE-INSTELLINGEN" (pagina 5-53)

1

SHARP MX-M452N - Afwijkende formaten - 1

Plaats het origineel.

Plaats het origineel met de bedrukte zijde naar beneden tegen de uiterste linkerhoek van de glasplaat.

Schaalaanduiding van de glasplaat
merkteken A5 (5-1/2" x 8-1/2") B5 A4 (8-1/2" x 11")

Schaalaanduiding van de glasplaat
merkteken B5R A4R (8-1/2" x 11"R) B4 (8-1/2" x 14") A3 (11" x 17")

Het origineel dient altijd tegen de uiterste linkerhoek te worden geplaatst, ongeacht het formaat.

Lijn de linkerbovenhoek van het origineel uit met de punt van het merkteken ⚠.

2

SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 3

Plaats geen voorwerpen onder de formaatdetector. Het sluiten van de automatische origineelinvoer terwijl er een voorwerp onder ligt kan leiden tot beschadiging van de formaatdetector en een onjuiste vaststelling van het formaat van het origineel.

SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 4

Als u een klein origineel met afwijkend formaat op de glasplaat plaatst, is het een goed idee om een blanco vel van het formaat A4 of B5 (8-1/2" x 11" of 5-1/2" x 8-1/2") op het origineel te leggen om de formaatdetectie van het origineel te vergemakkelijken.

3

SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 5

Nadat u het origineel op zijn plaats hebt gelegd, moet u de automatische origineelinvoer sluiten. Als die open blijft, zullen de delen die buiten het origineel vallen zwart worden gekopieerd, waardoor te veel toner zou worden verbruikt.

Een dik boek plaatsen

Wanneer u een dik boek of een ander dik origineel plaatst, volgt u onderstaande stappen om het boek plat te drukken.

(1) (2)

(1) Druk tegen de onderzijde van de automatische origineelinvoer.

De scharnieren van de automatische origineelinvoer worden ontgrendeld en de achterzijde van de automatische origineelinvoer komt omhoog.

(2) Sluit de automatische origineelinvoer voorzichtig.

Druk een boek of ander dik document niet hard op het glas in de automatische origineelinvoer.

Als schaduwen aan de randen van het document een probleem zijn, gebruik dan de wisfunctie.

  1. KOPIEERMACHINE "RANDSCHADUWEN WISSEN (wissen)" (pagina 2-46)

SHARP MX-M452N - Een dik boek plaatsen - 2

Let op

  • Sluit de automatische origineelinvoer voorzichtig. Hardhandig sluiten van de automatische origineelinvoer kan tot beschadiging leiden.
  • Zorg ervoor dat u uw vingers niet klemt bij het sluiten van de automatische origineelinvoer.

SHARP MX-M452N - Let op - 1

In deze stand kan de automatische origineelinvoer niet goed worden gesloten. Om de automatische origineelinvoer weer in de normale stand te brengen, opent u deze volledig en sluit u deze weer.

RANDAPPARATUUR

In dit gedeelte wordt de randapparatuur beschreven die samen met het apparaat kan worden gebruikt en wordt het gebruik uitgelegd van de afwerkingeenheid, de zadelsteek afwerkingseenheid en de Sharp OSA (applicatie-communicatiemodule en module voor externe accounts).

RANDAPPARATUUR

Het apparaat kan worden voorzien van randapparatuur voor extra functionaliteit.

De randapparatuur is meestal optioneel. Bij enkele modellen maakt bepaalde randapparatuur echter deel uit van de standaarduitrusting.

(Per juni 2010)

Productnaam Productnummer Beschrijving
DocumentdekselMX-VRX1 Zo wordt het origineel naar beneden gehouden.
Toevoer enkele bladen en omkeerfunctie (Automatische origineelinvoer)MX-RP11Zo wordt het origineel automatisch omgedraaid om beide zijden te kunnen scannen.
PlasmaclusterionengeneratorMX-PC11Deze wordt gebruikt om bacteriën, virussen enz. die in de lucht zweven, te desintegreren en te verwijderen.
Montagekit voor de plasmaclusterionengeneratorMX-XB13Vereist wanneer een plasmaclusterionengenerator geïnstalleerd is.
Onderkast/1x500 vel papierlade MX-DEX8Extra papierlade. In elke lade kan maximaal 500 vel papier worden geladen.
Onderkast/2x500 vel papierlade MX-DEX9
Hoge capaciteitlade MX-LCX1Extra papierlade. In deze lade kan maximaal 3500 vel papier worden geladen.Voor het installeren van de lade is een onderkast/1x500 vel papierlade of een onderkast/2 x 500 vel papierlade vereist.
Uitvoerlade (rechterlade)MX-TRX2Deze kan aan de rechterzijde van het apparaat worden toegevoegd (rechterlade).
Afwerkingeenheid MX-FNX9Dit uitvoerapparaat maakt het gebruik van de nietfunctie en staffelfunctie mogelijk.
PerforatiemoduleMX-PNX1APerforaties in kopieën en andere uitvoer. Voor gebruik van deze module is een afwerkingeenheid vereist.
MX-PNX1B
MX-PNX1C
MX-PNX1D
Finisher (grote stapeleenheid) MX-FN11Dit uitvoerapparaat maakt het gebruik van de nietfunctie en staffelfunctie mogelijk.Voor het installeren van de finisher (grote stapeleenheid) is een onderkast/1 x 500 vel papierlade of een onderkast/2x500 vel papierlade vereist.
PerforatiemoduleMX-PNX6APerforaties in kopieën en andere uitvoer. Hiervoor is een finisher (grote stapeleenheid) vereist.
MX-PNX6B
MX-PNX6C
MX-PNX6D
Zadelsteek afwerkingseenheid MX-FN10Uitvoerapparaat dat het gebruik van de nietfunctie, staffelfunctie en inbindfunctie mogelijk maakt.Voor het installeren van de zadelsteek afwerkingseenheid is een onderkast/1 x 500 vel papierlade of een onderkast/2 x 500 vel papierlade vereist.
Papierdoorvoereenheid MX-RBX3Vereist wanneer een finisher (grote stapeleenheid)/zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd.
ProductnaamProductnummerBeschrijving
PerforatiemoduleMX-PNX5APerforaties in kopieën en andere uitvoer. Voor het gebruik van deze module is een zadelsteek afwerkingseenheid vereist.
MX-PNX5B
MX-PNX5C
MX-PNX5D
Barcode fontkit AR-PF1 Voegt barcode fonts toe aan de machine.
PS3 uitbreidingskit MX-PKX1Maakt het mogelijk om het apparaat te gebruiken als Postscript-compatibele printer.
XPS-uitbreidingskit MX-PUX1De machine kan als XPS-compatibele printer worden gebruikt. Neem voor informatie contact op met uw dealer. Voor het installeren van de kit is 1 GB optioneel geheugen (MX-SMX3) vereist.
Optioneel geheugen MX-SMX3Hiermee wordt het geheugen uitgebreid dat op de machine wordt gebruikt.
InternetfaxuitbreidingskitMX-FWX1Maakt het gebruik van de internetfaxfunctie mogelijk.
Faxuitbreidingskit MX-FXX2 Voegt een faxfunctie toe.
Applicatie-integratiemodule MX-AMX1De applicatie-integratiemodule kan worden gecombineerd met de netwerkscannerfunctie om een metagegevensbestand* aan een gescand afbeeldingbestand toe te voegen.
Applicatie-communicatiemodule MX-AMX2Hiermee kan de machine via een netwerk aan een externe softwaretoepassing worden gekoppeld.
Module voor externe accounts MX-AMX3Dit is vereist om een externe accountapplicatie op de machine te gebruiken.
Compressiekit MX-EBX3Een gescand document kan in Compact PDF-indeling worden opgeslagen. Compact PDF levert een kleiner formaat op dan een normale PDF.
Sharpdesk 1 LICENTIEKIT MX-USX1Deze software maakt geïntegreerd beheer van documenten en computerbestanden mogelijk.
Sharpdesk 5 LICENTIEKIT MX-USX5
Sharpdesk 10 LICENTIEKIT MX-US10
Sharpdesk 50 LICENTIEKIT MX-US50
Sharpdesk 100 LICENTIEKITMX-USA0
StempeleenheidAR-SU1Hiermee wordt elke pagina van het origineel na het scannen in de verzendmodus gestempeld.

SHARP MX-M452N - RANDAPPARATUUR - 1

Sommige opties zijn mogelijk niet in alle landen en gebieden beschikbaar.

AFWERKINGEENHEID

De afwerkingeenheid is voorzien van de staffelfunctie, die elke nieuwe uitvoer los van de vorige set neerlegt. Daarnaast kan iedere set gesorteerde uitvoer worden geniet.

Er kan ook een optionele perforatiemodule worden geïnstalleerd om uitvoer te perforeren.

ONDERDEELNAMEN

Als de afwerkingmodule openstaat, hebt u toegang tot de volgende onderdelen.

(1) (2) (3) (4) (6)(5)

(1) Uitvoerlade

Geniete en gestaffelde uitvoer wordt in deze lade neergelegd. De lade is uitschuifbaar. Trek de lade uit voor grote uitvoer (formaten A3W, A3, A4R, B4, B5R, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 8K en 16KR).

(2) Hendel

Hiermee kunt u de afwerkingeenheid bewegen om vastgelopen papier of nietjes te verwijderen en de nietjes te vervangen.

(3) Opvangbak perforatiemodule (als een perforatiemodule is geïnstalleerd)

Hierin wordt het afval van de perforatiemodule opgevangen.

(4) Voorklep

Open deze klep om vastgelopen papier of nietjes te verwijderen, de nietjes te vervangen of de opvangbak van de perforatiemodule uit te nemen.

(5) Nietjesmagazijn

Hierin wordt de nietjespatroon geplaatst. Trek het magazijn naar buiten om het nietjespatroon te vervangen of vastgelopen nietjes te verwijderen.

(6) Ontgrendelhendel nietjesmagazijn

Gebruik deze hendel om het nietjesmagazijn te verwijderen.

SHARP MX-M452N - Ontgrendelhendel nietjesmagazijn - 1

  • Een afwerkingeenheid kan niet tegelijk met een finisher (grote stapeleenheid) of zadelsteek afwerkingseenheid worden geïnstalleerd.
  • Wees voorzichtig bij het inschakelen van de voeding en terwijl het apparaat afdrukt, aangezien de lade op en neer kan bewegen.

VERBRUIKSGOEDEREN

Voor de afwerkingeenheid is de volgende nietjespatroon vereist:

Nietjespatroon (ca. 5000 nietjes per nietjespatroon x 3 patronen)MX-SCX1

SHARP MX-M452N - VERBRUIKSGOEDEREN - 1

Specificaties afwerkeenheid

ModelMX-FNX9
PapierformatenA3W, A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5R, enveloppen, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 5-1/2" x 8-1/2"R, 8K, 16K, 16KR
PapiergewichtDun papier (56 g/m2 tot 59 g/m2 (15 lbs. tot 16 lbs.), gewoon papier (60 g/m2 tot 105 g/m2 (16 lbs. tot 28 lbs.), zwaar papier (106 g/m2 tot 209 g/m2 (28 lbs. bond tot 110 lbs. index)), enveloppen (75 g/m2 tot 90 g/m2 (20 lbs. tot 24 lbs.))
FunctiesZonder nieten, met nieten
Toegestane papierformaten voor offsetA3, B4, A4, A4R, B5, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 8K, 16K
Afstand offset30 mm (1-3/16")
Ladecapaciteit*1Zonder nieten*2:500 vellen*3 (A4, A4R, B5, B5R, A5R, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 5-1/2" x 8-1/2"R, 16K, 16KR)250 vellen*4 (A3W, A3, B4, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8K)Met nieten*5:30 sets of 500 vellen*3 (A4, A4R, B5, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 16K, 16KR)30 sets of 250 vellen*4 (A3, B4, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8K)
StroomtoevoerGeleverd door het apparaat
Afmetingen640 mm (b) x 595 mm (d) x 205 mm (h) (25-3/16" (b) x 23-27/64" (d) x 8-5/64" (h))(Als de lade is uitgeschoven)
GewichtOngeveer 13 kg (28,7 lbs.)
Nietgedeelte
Papierformaat voor het nietenA3, B4, A4, A4R, B5, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/4" x 11"R, 8K, 16K, 16KR(Drie nietposities: één nietje in de linkerbenedenhoek, één nietje in de linkerbovenhoek en twee nietjes.)
Maximumaantal vellen voor nieten*550 vellen (A4, A4R, B5, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 16K, 16KR)30 vellen (A3, B4, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8K)(30 vellen als de vellen dezelfde breedte hebben, maar een verschillende lengte.)

*1 Het maximumaantal vellen dat kan worden opgeslagen is afhankelijk van de omgevingscondities, het papiertype en de opslagcondities van het gebruikte papier.
*2 Er kunnen maximaal 10 enveloppen worden uitgevoerd.
*3 De hoogte van de vellen mag niet meer zijn dan 71 mm (2-51/64").
*4 De hoogte van de vellen mag niet meer zijn dan 35,5 mm (1-13/32").
*5 Het maximumaantal vellen voor de nietfunctie is gebaseerd op een papiergewicht van 90 g/m² (24 lbs.) en omvat twee dekbladen van 106 g/m² tot 209 g/m² (28 lbs. bond tot 110 lbs. index).

SHARP MX-M452N - VERBRUIKSGOEDEREN - 2

Speciale media, zoals transparanten en etikettenvellen kunnen niet worden geniet of geperforeerd.

Specificaties perforatiemodule (voor afwerkeenheid)

ModelMX-PNX1A MX-PNX1BMX-PNX1C MX-PNX1D
Perforeren2 gaten 2 gaten of 3 gaten4 gaten 4 gaten, breed
Toegestane papierformaten voor perforerenA3, B4, A4, A4R, B5, B5R, 11" x 17",8-1/2" x 14",8-1/2" x 13-1/2",8-1/2" x 13-2/5",8-1/2" x 13",8-1/2" x 11",8-1/2" x 11"R,7-1/4" x 10-1/2", 8K,16K, 16KR2 gaten:8-1/2" x 14",8-1/2" x 13-1/2",8-1/2" x 13-2/5",8-1/2" x 13",8-1/2" x 11"R,7-1/4" x 10-1/2"3 gaten:11" x 17", 8-1/2" x 11",A3, A4A3, A4 A3, B4, A4, A4R,B5,B5R, 11" x 17",8-1/2" x 14",8-1/2" x 13-1/2",8-1/2" x 13-2/5",8-1/2" x 13",8-1/2" x 11",8-1/2" x 11"R,7-1/4" x 10-2"
Gewicht van papier dat kan worden geperforeerd56 g/m2 tot 128 g/m2 (15 lbs. tot 32 lbs.)
StroomtoevoerGeleverd vanaf afwerkeenheid
Afmetingen105 mm (b) x 518 mm (d) x 170 mm (h) (4-9/64" (b) x 20-25/64" (d) x 6-45/64" (h))
GewichtOngeveer 3,5 kg (7,7 lbs.)

ONDERHOUD VAN DE AFWERKINGEENHEID

Als de nietjespatroon leeg raakt, verschijnt een melding op het bedieningspaneel. Volg de onderstaande procedure om de nietjespatroon te vervangen.

De nietjespatroon vervangen

1SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen - 1Open de klep.
2SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen - 2Druk de hendel naar links en schuif de afwerkingeenheid naar links totdat deze niet meer verdergaat.Schuif de afwerkingeenheid tot tegen de aanslag.
3SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen - 3Draai de ontgrendelhendel van het nietjesmagazijn omlaag en verwijder het nietjesmagazijn.Trek het nietjesmagazijn aan de rechterzijde uit.
4SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen - 4Verwijder de lege nietjespatroon uit het nietjesmagazijn.
5SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen - 5Plaats een nieuwe nietjespatroon in het nietjesmagazijn zoals afgebeeld.Druk de nietjespatroon naar binnen totdat deze vastklikt.

6

SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen - 6

Plaats het nietjesmagazijn terug.

Duw het nietjesmagazijn naar binnen totdat dit vast klikt.

7

SHARP MX-M452N - Plaats het nietjesmagazijn terug. - 1

Schuif de afwerkingeenheid terug naar rechts.

Schuif de afwerkingeenheid terug naar rechts totdat deze op zijn oorspronkelijke plaats vastklikt.

8

SHARP MX-M452N - Schuif de afwerkingeenheid terug naar rechts. - 1

Maak een testafdruk in de modus nietsorteren om te controleren of het apparaat correct niet.

FINISHER (GROTE STAPELEENHEID)

De finisher (grote stapeleenheid) is voorzien van de staffelfunctie, die elke uitvoerset ten opzichte van de vorige set staffelt, en de functie sorteren nieten, die elke uitvoerset niet.

Er kan ook een perforatiemodule worden geïnstalleerd om uitvoer te perforeren.

ONDERDEELNAMEN

(1) (2) (3) (4)

(1) Stapelaar

Deze stapelt tijdelijk vellen op die moeten worden geniet.

(2) Uitvoerladen (bovenlade, onderlade)

Geniete en gestaffelde uitvoer wordt in deze laden neergelegd.

De laden zijn uitschuifbaar. Voor grote uitvoer (A3W, A3, B4, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8K) wordt de lade uitgetrokken.

(3) Bovenklep

Open deze klep om vastgelopen papier te verwijderen.

(4) Voorklep

Open deze klep om de nietjespatroon te vervangen of vastgelopen nietjes te verwijderen.

SHARP MX-M452N - ONDERDEELNAMEN - 2

  • Voor installatie van een finisher (grote stapeleenheid) is een papierdoorvoereenheid vereist.
  • Plaats geen zware voorwerpen op de finisher (grote stapeleenheid) en druk de finisher niet omlaag.
  • Wees voorzichtig bij het inschakelen van de voeding en terwijl het apparaat afdrukt, aangezien de uitvoerlade op en neer kan bewegen.
  • Een finisher (grote stapeleenheid) kan niet tegelijk met een zadelsteek afwerkingseenheid of een afwerkingeenheid worden geïnstalleerd.

VERBRUIKSGOEDEREN

Voor de finisher (grote stapeleenheid) is de volgende nietcartridge vereist:

Nietjespatroon (ca. 5000 nietjes x 3 patronen) AR-SC2

SHARP MX-M452N - VERBRUIKSGOEDEREN - 1

Specificaties afwerkeenheid (grote stapeleenheid) ^*1

ModelMX-FN11
PapierformatenA3W, A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5R, enveloppen, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 5-1/2" x 8-1/2"R, 8K, 16K, 16KR
PapiergewichtDun papier (56 g/m2 tot 59 g/m2 (15 lbs. tot 16 lbs.)), gewoon papier (60 g/m2 tot 105 g/m2 (16 lbs. tot 28 lbs.)), zwaar papier (106 g/m2 tot 209 g/m2 (28 lbs. bond tot 110 lbs. index)), enveloppen (75 g/m2 tot 90 g/m2 (20 lbs. tot 24 lbs.))
FunctiesZonder nieten, met nieten
Toegestane papierformaten voor offsetA3, B4, A4, A4R, B5, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 8K, 16K
Afstand offset30 mm (1-3/16")
Ladecapaciteit*2Bovenste ladeZonder nieten*3:1550 vellen (A4, B5, A5R, 8-1/2" x 11", 5-1/2" x 8-1/2"R, 16K)650 vellen (A3W, A3, B4, A4R, B5R, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 8K, 16KR)Met nieten*4:100 sets of 1550 vellen (A4, B5, 8-1/2" x 11", 16K)50 sets of 650 vellen (A3, B4, A4R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11"R, 8K)
Onderste ladeZonder nieten*3:2450 vellen (A4, B5, 8-1/2" x 11", 16K)1700 vellen (A5R, 5-1/2" x 8-1/2"R)650 vellen (A3W, A3, B4, A4R, B5R, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", x 13", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2", 8K, 16KR)Met nieten*4:100 sets of 1550 vellen (A4, B5, 8-1/2" x 11", 16K)50 sets of 650 vellen (A3, B4, A4R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/1" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11"R, 8K)
StroomtoevoerGeleverd door het apparaat
Afmetingen645 mm (b) x 645 mm (d) x 1100 mm (h) (25-25/64" (b) x 25-25/64" (d) x 43-19/64" (h))(Als de lade is uitgeschoven)
GewichtOngeveer 45 kg (99,3 lbs.)
Nietgedeelte
Papierformaat voor het nietenA3, B4, A4, A4R, B5, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/-2" x 11"R, 8K, 16K(Drie nietposites: een nietje in de linkerbenedenhoek, een nietje in de linkerbovenhoek en twee nietjes.)
Maximumaantal vellen voor nieten*550 vellen (A4, B5, 8-1/2" x 11", 16K)30 vellen (A3, B4, A4R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11"R, 8K)(30 vellen als de vellen dezelfde breedte hebben, maar een verschillende lengte.)

*1 De papierdoorvoereenheid en onderkast/1x500 vel papierlade of onderkast/2x500 vel papierlade is vereist om de afwerkeenheid (grote stapeleenheid) op het apparaat aan te sluiten.

*2 Het maximumaantal vellen dat kan worden opgeslagen is afhankelijk van de omgevingscondities, het papiertype en de opslagcondities van het gebruikte papier.

*3 Er kunnen maximaal 100 vellen papier van niet-standaardformaat, enveloppen en transparanten (A4 (8-1/2" x 11")) worden geladen.

*4 Het maximumaantal vellen voor de nietfunctie is gebaseerd op een papiergewicht van 90 g/m² (24 lbs.) en omvat twee dekbladen van 106 g/m² tot 209 g/m² (28 lbs. bond tot 110 lbs. index).

SHARP MX-M452N - VERBRUIKSGOEDEREN - 2

Speciale media, zoals transparanten en etikettenvellen kunnen niet worden geniet of geperforeerd.

Specificaties perforatiemodule (voor afwerkeenheid (grote stapeleenheid))

ModelMX-PNX6A MX-PNX6BMX-PNX6C MX-PNX6D
Perforeren2 gaten 2 gaten of 3 gaten4 gaten 4 gaten, breed
Toegestane papierformaten voor perforerenA3, B4, A4, A4R, B5, B5R, 11" x 17",8-1/2" x 14",8-1/2" x 13-1/2",8-1/2" x 13-2/5",8-1/2" x 13",8-1/2" x 11",8-1/2" x 11"R,7-1/4" x 10-1/2", 8K,16K, 16KR2 gaten:8-1/2" x 14",8-1/2" x 13-1/2",8-1/2" x 13-2/5",8-1/2" x 13",8-1/2" x 11"R,7-1/4" x 10-1/2"3 gaten:11" x 17", 8-1/2" x 11",A3, A4A3, A4 A3, B4, A4, A4R,B5,B5R, 11" x 17",8-1/2" x 14",8-1/2" x 13-1/2",8-1/2" x 13-2/5",8-1/2" x 13",8-1/2" x 11",8-1/2" x 11"R,7-1/4" x 10-2"
Gewicht van papier dat kan worden geperforeerd56 g/m2 tot 128 g/m2 (15 lbs. tot 32 lbs.)
StroomtoevoerGeleverd vanaf afwerkeenheid
Afmetingen115 mm (b) x 600 mm (d) x 995 mm (h) 4-17/32" (b) x 23-5/8" (d) 39-11/64" (h)
GewichtOngeveer 8 kg (17,7 lbs.)

ONDERHOUD FINISHER (GROTE STAPELEENHEID)

Als de nietjespatroon leeg raakt, verschijnt een melding op het bedieningspaneel. Volg de onderstaande procedure om de nietjespatroon te vervangen.

De cartridge vervangen

1

SHARP MX-M452N - De cartridge vervangen - 1

Knijp in de groene stukken van het nietjesmagazijn en trek het magazijn omhoog en dan eruit.

3

SHARP MX-M452N - De cartridge vervangen - 2

Verwijder de lege nietjespatroon.

Druk op de vergrendelknop om de klep van het nietjesmagazijn te ontgrendelen en verwijder de nietjespatroon.

SHARP MX-M452N - De cartridge vervangen - 3

Als er nietjes achterblijven, kan de nietjespatroon niet worden verwijderd.

4

SHARP MX-M452N - De cartridge vervangen - 4

Plaats een nieuwe nietjespatroon in het nietjesmagazijn.

Druk de nietjespatroon naar binnen totdat deze vastklikt.

SHARP MX-M452N - De cartridge vervangen - 5

Verwijder de verzegeling van de nietjespatroon niet voordat u de patroon in het magazijn hebt geplaatst.

SHARP MX-M452N - De cartridge vervangen - 6

Trek de verzegeling van de nietjespatroon in een rechte lijn naar buiten.

Duw het nietjesmagazijn weer stevig terug.

Duw het nietjesmagazijn naar binnen totdat dit vast klikt.

Sluit de voorklep.

SHARP MX-M452N - De cartridge vervangen - 7

Maak een testafdruk in de modus Sorteren/Nieten om te controleren of het apparaat correct niet.

ZADELSTEEK AFWERKINGSEENHEID

De zadelsteek afwerkingseenheid is voorzien van de staffelfunctie die elke nieuwe uitvoer los van de vorige set neerlegt, de functie nietsorteren die elke set uitvoer niet en de zadelsteekfunctie die elke set uitvoer automatisch niet en over de middellijn vouwt. Er kan ook een optionele perforatiemodule worden geïnstalleerd om uitvoer te perforeren.

ONDERDEELNAMEN

(1) (2) (3) (4) (5) (6)

(1) Stapelaar

Deze stapelt tijdelijk vellen op die moeten worden geniet.

(2) Uitvoerlade

Geniete en gestaffelde uitvoer wordt in deze lade neergelegd.

De lade is uitschuifbaar. Trek de lade uit voor grote uitvoer (formaten A3W, A3, B4, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5" en 8K).

(3) Zijklep

Open deze klep om de nietjespatroon te vervangen of vastgelopen nietjes te verwijderen.

(4) Zadelsteeklade

Geniete en gevouwen uitvoer wordt in deze lade neergelegd.

(5) Bovenklep

Open deze klep om vastgelopen papier te verwijderen.

(6) Voorklep

Open de klep om de nietpatroon, vastgelopen nietjes of vastgelopen papier te verwijderen.

SHARP MX-M452N - Voorklep - 1

  • Voor installatie van een zadelsteek afwerkingseenheid is een papierdoorvoereenheid vereist.
  • Plaats geen zware voorwerpen op de zadelsteek afwerkingseenheid en druk niet omlaag op de eenheid.
  • Wees voorzichtig bij het inschakelen van de voeding en terwijl het apparaat afdrukt, aangezien de lade op en neer kan bewegen.
  • Een zadelsteek afwerkingseenheid kan niet tegelijk met een finisher (grote stapeleenheid) of afwerkingeenheid worden geïnstalleerd.

VERBRUIKSGOEDEREN

Voor de zadelsteek afwerkingseenheid is de volgende nietjespatroon vereist:

Afwerkingeenheid

Nietjespatroon (ca. 5000 nietjes per nietjespatroon x 3 patronen)MX-SCX1

SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 1

Zadelsteek afwerkingseenheid

Nietjespatroon (ca. 2000 nietjes per nietjespatroon x 3 patronen) AR-SC3

SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 1

Specificaties nietafwerkeenheid*1

ModelMX-FN10
PapierformatenA3W, A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5R, enveloppen, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 5-1/2" x 8-1/2"R, 8K, 16K, 16KR
PapiergewichtDun papier (56 g/m2 tot 59 g/m2 (15 lbs. tot 16 lbs.)), gewoon papier (60 g/m2 tot 105 g/m2 (16 lbs. tot 28 lbs.)), zwaar papier (106 g/m2 tot 209 g/m2 (28 lbs. bond tot 110 lbs. index)), enveloppen (75 g/m2 tot 90 g/m2 (20 lbs. tot 24 lbs.))
FunctiesZonder nieten, nieten, door de rug nieten, in tweeën gevouwen (uitvoer is in tweeën gevouwen één vel per keer.)
Toegestane papierformaten voor offsetA3, A4, A4R, B4, B5, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x10-1/2"R, 8K, 16K, 16KR
Afstand offset30 mm (1-3/16")
Ladecapaciteit*2Zonder nieten*3:1000 vellen*4 (A4, A4R, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 16K, 16KR)500 vellen*5 (A3W, A3, B4, A5R, 12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8K)Met nieten*6:50 sets of 1000 vellen*4 (A4, A4R, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 16K, 16KR)50 sets of 500 vellen*5 (A3, B4, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8.
StroomtoevoerGeleverd door het apparaat
Afmetingen656 mm (b) x 631 mm (d) x 988 mm (h) (25-53/64" (b) x 24-27/32" (d) x 38-57/64" (h))(Als de lade is uitgeschoven)
GewichtOngeveer 40 kg (88,2 lbs.)
Nietgedeelte
Papierformaat voor het nietenA3, B4, A4, A4R, B5, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 24-27/32" (d) x 38-57/64" (h))(Als de lade is uitgeschoven)
Maximumaantal vellen voor nieten*650 vellen (A4, A4R, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 16K, 16KR)25 vellen (A3, B4, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8K)(25 vellen als de vellen dezelfde breedte hebben, maar een verschillende lengte.)
Nietgedeelte
NietmethodeVouw in tweeën en niet in twee plaatsen op de middenlijn
VouwpositieVouw op middenlijn (kan worden aangepast met [Positie Nietapparaat Aanpassen] in de Systeeminstellingen)
Toegestane papierformaten voor door de rug nietenA3, B4, A4R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11"R, 8K, 16KR
Toegestane papiergewichten voor door de rug nieten56 g/m2 tot 209 g/m2 (15 lbs. bond tot 110 lbs. index)*7
Aantal vellen voor door de rug nieten / Aantal setsMaximum: 15 vellen (80 g/m2 (21 lbs.) x 14 vellen + 209 g/m2 (110 lbs. index) x 1 vel) / 10 sets (11 tot 15 vellen), 15 sets (6 tot 10 vellen), 20 sets (1 tot 5 vellen)

*1 De papierdoorvoereenheid en onderkast/1x500 vel papierlade of onderkast/2x500 vel papierlade is vereist om de nietafwerkeenheid op het apparaat aan te sluiten.

*2 Het maximumaantal vellen dat kan worden opgeslagen is afhankelijk van de omgevingscondities, het papiertype en de opslagcondities van het gebruikte papier.

*3 Er kunnen maximaal 30 enveloppen worden uitgevoerd.

*4 De hoogte van de vellen mag niet meer zijn dan 175 mm (6-57/64").

*5 De hoogte van de vellen mag niet meer zijn dan 94 mm (3-45/64").

*6 Het maximumaantal vellen voor de nietfunctie is gebaseerd op een papiergewicht van 90 g/m² (24 lbs.) en omvat twee dekbladen van 106 g/m² tot 209 g/m² (28 lbs. bond tot 110 lbs. index).

*7 Toegestane papiergewicht voor door de rug nieten van gewoon papier inclusief zwaar papier (106 g/m² tot 209 g/m² (28 lbs. bond tot 110 lbs. index)).

SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 2

Speciale media, zoals transparanten en etikettenvellen kunnen niet worden geniet of geperforeerd.

Specificaties perforatiemodule (voor nietafwerkeenheid)

ModelMX-PNX5A MX-PNX5BMX-PNX5C MX-PNX5D
Perforeren2 gaten 2 gaten of 3 gaten 4 gaten 4 gaten, breed
Toegestane papierformaten voor perforerenA3, B4, A4, A4R, B5, B5R, 11" x 17",8-1/2" x 14",8-1/2" x 13-1/2",8-1/2" x 13-2/5",8-1/2" x 13",8-1/2" x 11",8-1/2" x 11" R,7-1/4" x 10-1/2", 8K,16K, 16KR2 gaten:8-1/2" x 14",8-1/2" x 13-1/2",8-1/2" x 13-2/5",8-1/2" x 13",8-1/2" x 11" R,7-1/4" x 10-1/2"3 gaten:11" x 17", 8-1/2" x 11",A3, A4A3, A4 A3, B4, A4, A4R,B5,B5R, 11" x 17",8-1/2" x 14",8-1/2" x 13-1/2",8-1/2" x 13-2/5",8-1/2" x 13",8-1/2" x 11",8-1/2" x 11" R,7-1/4" x 10-0/2"
Gewicht van papier dat kan worden geperforeerd56 g/m2 tot 128 g/m2 (15 lbs. tot 32 lbs.)
StroomtoevoerGeleverd door nietafwerkeenheid
Afmetingen122 mm (b) x 604 mm (d) x 248 mm (h) (4-13/16" (b) x 23-25/32" (d) x 9-49/64" (h))
GewichtOngeveer 3,5 kg (7,7 lbs.)

SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 3

Speciale media, zoals transparanten en etikettenvellen kunnen niet worden geniet of geperforeerd.

ONDERHOUD VAN ZADELSTEEK AFWERKINGSEENHEID

Als de nietjespatroon leeg raakt, verschijnt een melding op het bedieningspaneel. Volg de onderstaande procedure om de nietjespatroon te vervangen.

De nietjespatroon vervangen (afwerkingeenheid)

1SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen (afwerkingeenheid) - 1Open de voorklep.
2SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen (afwerkingeenheid) - 2Trek aan de hendel en schuif de zadelsteek afwerkingseenheid naar links totdat deze niet meer verdergaat.
3SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen (afwerkingeenheid) - 3Draai de ontgrendelhendel van het nietjesmagazijn omlaag en verwijder het nietjesmagazijn.Trek het nietjesmagazijn aan de rechterzijde uit.
4SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen (afwerkingeenheid) - 4Verwijder de lege nietjespatroon uit het nietjesmagazijn.
5SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen (afwerkingeenheid) - 5Plaats een nieuwe nietjespatroon in het nietjesmagazijn zoals afgebeeld.Druk de nietjespatroon naar binnen totdat deze vastklikt.

SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen (afwerkingeenheid) - 6

Plaats het nietjesmagazijn terug.

Duw het nietjesmagazijn naar binnen totdat dit vast klikt.

Duw de zadelsteek afwerkingseenheid terug en koppel deze aan het apparaat.

Sluit de voorklep.

Maak een testafdruk in de modus nietsorteren om te controleren of het apparaat correct niet.

De nietjespatroon vervangen (zadelsteek afwerkingseenheid)

Verwijder voordat u met deze procedure begint alle afdrukken uit de uitvoerlade van de zadelsteek afwerkingseenheid. Plaats uitgenomen afdrukken niet in de uitvoerlade terug.

SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen (zadelsteek afwerkingseenheid) - 1

Open de zijklep.

Verwijder de lege nietjespatroon.

Plaats de nieuwe nietjespatroon.

Verwijder het deksel van de nietjespatroon en installeer daarna de patroon.

Sluit de zijklep.

SHARP MX-M452N - De nietjespatroon vervangen (zadelsteek afwerkingseenheid) - 2

Maak een testafdruk in de zadelsteekfunctie om te controleren of het apparaat correct niet.

PERFORATIEMODULE

Er kan een perforatiemodule worden geïnstalleerd om uitvoer te perforeren. Voor de installatie van een perforatiemodule is een afwerkingseenheid of zadelsteek afwerkingseenheid vereist.

PERFORATIEAFVAL VERWIJDEREN

Perforatieafval van de perforatiegaatjes wordt verzameld in de opvangbak voor perforatieafval. Volg de stappen hieronder voor het verwijderen van perforatieafval.

Afwerkingeenheid

1

SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 1

Grijp de hendel van de opvangbak van de perforatiemodule beet, trek de opvangbak rustig naar buiten en verwijder het perforatieafval.

SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 2

Werp het perforatieafval in een plastic zak of een andere houder en let er daarbij op dat het afval niet verspreid raakt.

3

SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 3

Duw de opvangbak rustig weer naar binnen.

4

SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 4

Finisher (grote stapeleenheid)

1SHARP MX-M452N - Finisher (grote stapeleenheid) - 1Open de voorklep van de perforatiemodule.
2SHARP MX-M452N - Finisher (grote stapeleenheid) - 2Trek de opvangbak voor perforatieafval naar buiten en verwijder het perforatieafval.Werp het perforatieafval in een plastic zak of een andere houder en let er daarbij op dat het afval niet verspreid raakt.
SHARP MX-M452N - Finisher (grote stapeleenheid) - 3
3SHARP MX-M452N - Finisher (grote stapeleenheid) - 4Plaats de opvangbak terug.Als de opvangbak niet juist wordt teruggeplaatst, is afdrukken met de perforatiefunctie niet mogelijk.
4SHARP MX-M452N - Finisher (grote stapeleenheid) - 5Sluit de voorklep van de perforatiemodule.

Zadelsteek afwerkingseenheid

1SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 1Open de voorklep.
2SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 2Trek de opvangbak voor perforatieafval naar buiten en verwijder het perforatieafval.Werp het perforatieafval in een plastic zak of een andere houder en let er daarbij op dat het afval niet verspreid raakt.
SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 3
3SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 4Plaats de opvangbak voor perforatieafval terug op zijn oorspronkelijke plaats.
4SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 5Sluit de voorklep.

SHARP OSA

Sharp OSA (Open Systems Architecture) is een standaard die het mogelijk maakt om informatie te delen en te distribueren op een dusdanig geavanceerde wijze zoals voorheen niet mogelijk was op een digitale multifunctionele machine zelf.

Bij gebruik van een multifunctionele machine die Sharp OSA ondersteunt, zijn het bedieningspaneel en de scanverzendfuncties te besturen vanaf een externe applicatie.

Er zijn twee soorten externe applicaties: "standaard applicatie" en "externe account-applicatie". Een "externe account-applicatie" wordt gebruikt om het accountbeheer op een multifunctionele machine op een netwerk centraal uit te voeren. Met een "standaard applicatie" worden alle overige applicaties bedoeld.

De applicatie-communicatiemodule is vereist voor het gebruik van een "standaardapplicatie" op het apparaat. Als een standaard applicatie die eerder is opgeslagen op de webpagina's vanaf een machine wordt geselecteerd, haalt de machine het bedieningsscherm op vanaf een eerder opgeslagen URL. De besturing van het bedieningsscherm vindt plaats door de standaard applicatie, en Scannen naar FTP, Scannen naar netwerkmap, en HTTPS-transmissie kan worden uitgevoerd.

Standaard applicatie instellen

Om een algemene applicatie in de webpagina's van de machine in te schakelen, klikt u op [Toepassingsinstellingen] in het frame met het menu beheerder en vervolgens op [Instellingen van externe applicaties] en [Standaard applicatie]. Configureer instellingen voor de standaardapplicatie in het scherm dat verschijnt.

Standaard applicatie selecteren

Er zijn twee methoden om een standaardapplicatie te selecteren die op de webpagina's van het apparaat is geregistreerd.

1
Cereod voor scannen kopic. Belichting Auto Kopierfactor Original Papierformat 100% Auto A4 Normal A4 A4R A4 A3 Auto A4 Normal papier Spot. Functions Dubbelz. Kopie Citvper Bestand Sne bestand Voorbeeld

Druk op de toets [Sharp OSA] bij de selectietoetsen.

Als er geen standaard applicaties zijn opgeslagen op de webpagina's, kan er niet op de toets worden gedrukt.

Selector externe applicable OSA. App 00 App 01 App 02 App 03 OSA. App 04 App 05 App 06 App 07

Selecteer de standaard applicatie.

Als twee of meer standaard applicaties zijn opgeslagen op de webpagina's, verschijnt het scherm voor selectie van een standaard applicatie. Selecteer de standaard applicatie die u wilt gebruiken.

Als er slechts één standaard applicatie op de webpagina's is opgeslagen, start de verbinding met de standaard applicatie.

De machine maakt verbinding met de standaard applicatie.

Het bericht "Bezig verbinding te maken met de externe applicatieserver." wordt weergegeven terwijl de machine communiceert met de standaard applicatie.

SHARP MX-M452N - De machine maakt verbinding met de standaard applicatie. - 1

Tijdens het scannen kan de modustoets niet gebruikt worden.

MODULE VOOR EXTERNE ACCOUNTS (MX-AMX3)

De module voor externe accounts is vereist voor het gebruik van een "standaardapplicatie"op het apparaat. Een externe account-applicatie kan zowel in "externe authenticatiemodus" als in "externe telmodus" worden gebruikt. Bij toepassing van de externe authenticatiemodus wordt het inlogscherm van de applicatie opgehaald bij het aanzetten van de machine. Als de opdracht is uitgevoerd, wordt een opdrachtmeldscherm naar de applicatie gezonden voor het bijhouden van de telling per geautoriseerde gebruiker. Bij toepassing van de "externe telmodus" wordt het inlogscherm niet getoond bij het aanzetten van de machine. Er wordt alleen een melding van de opdrachtstatus naar de applicatie gezonden. Gebruikersauthenticatie door de externe account-applicatie kan niet worden gebruikt. De externe account-applicatie kan echter wel in combinatie met de interne account-functie worden gebruikt.

Externe account-applicatie instellen

Om een externe accountapplicatie in de webpagina's van de machine in te schakelen, klikt u op [Toepassingsinstellingen] in het frame met het menu beheerder en vervolgens op [Instellingen van externe applicaties] en [Instellingen externe accountapplicatie]. Configureer de instellingen voor de externe accounttoepassing in het scherm dat verschijnt. De instelling gaat van kracht nadat de machine opnieuw is gestart. Zie voor het opnieuw starten van de machine, "DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN" (pagina 1-15).

Bediening in externe account-modus

De twee modi voor het gebruik van een externe account-applicatie worden hieronder uitgelegd.

Externe authenticatiemodus

Wanneer het selectievakje [Authenticatie door externe server inschakelen] wordt geselecteerd in "Instellingen extern account" van "Sharp OSA-instellingen" in de systeeminstellingen (beheerder), gaat de machine de externe authenticatiemodus in. Als de machine wordt aangezet in externe authenticatiemodus, opent de machine de externe account-applicatie en verschijnt het inlogscherm. Het inlogscherm verschijnt ook als op de toets [OPROEP] wordt gedrukt om een voltooide opdracht uit het opdrachtstatusscherm uit te voeren. (Het inlogscherm verschijnt niet als de gebruiker al op normale wijze is ingelogd.)

U kunt op de toets [OPDRACHT STATUS] drukken terwijl het inlogscherm verschijnt om het opdrachtstatusscherm weer te geven. Raak de modustoets aan om naar de oorspronkelijke staat terug te keren.

SHARP MX-M452N - Externe authenticatiemodus - 1

  • De gebruikersbeheerfunctie van het apparaat kan niet worden gebruikt in externe authenticatiemodus.
    "Gebruikersregistratie", "Gebruikersaantallen tonen", "Gebruikersaantallen op nul zetten", "Gebruikersinformatie afdrukken" en "Instelling aantal getoonde gebruikersnamen" kunnen echter wel worden gebruikt.
  • Deze selectietoets kan niet worden gebruikt als het aanmeldscherm wordt weergegeven.

Als inloggen mislukt

Indien het inlogscherm niet verschijnt of de applicatie niet goed werkt, kan het gebeuren dat de machine ook niet meer goed functioneert. In dat geval adviseren we u om de externe account-modus te verlaten van de webpagina's van de machine. Zie voor meer informatie [Help] op de webpagina's.

Mocht het nodig zijn om de externe account-modus geforceerd te beëindigen via het bedieningspaneel van de machine, volg dan onderstaande stappen.

Druk op [SYSTEEMINSTELLINGEN] en wijzig "Instellingen extern account" in de systeeminstellingen (beheerder). De instelling gaat van kracht nadat de machine opnieuw is gestart. Zie voor het opnieuw starten van de machine, "DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN" (pagina 1-15).

Externe telmodus

Wanneer enkel de instelling [Extern accountbeheer] wordt ingeschakeld in "Instellingen extern account" van "Sharp OSA-instellingen" in de systeeminstellingen (beheerder), gaat de machine de externe telmodus in.

Anders dan bij de externe authenticatiemodus, wordt het inlogscherm van de externe account-applicatie niet weergegeven als de machine in de externe telmodus wordt gestart. Er wordt alleen een melding van de opdrachtstatus naar de externe account-applicatie gezonden. Externe telmodus kan samen met de gebruikersbeheerfunctie van de machine worden gebruikt. (Externe telmodus kan alleen worden gebruikt indien gebruikersbediening en accountbeheer zijn uitgeschakeld.)

ONDERHOUD

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u het apparaat reinigt en hoe u de tonercartridges of toneropvangbak vervangt.

REGELMATIG ONDERHOUD

Om te waarborgen dat het apparaat optimale prestaties levert, moet het regelmatig worden gereinigd.

SHARP MX-M452N - REGELMATIG ONDERHOUD - 1

Waarschuwing

Gebruik geen ontvlambare sprays voor het reinigen van het apparaat. Als gassen uit de spray in aanraking komen met de hete elektronische onderdelen van de fuser in het apparaat, kan dit brand of elektrische schokken veroorzaken.

SHARP MX-M452N - Waarschuwing - 1

  • Gebruik geen thinner, benzeen of soortgelijke vluchtige reinigingsmiddelen voor het reinigen van het apparaat. Deze kunnen de behuizing van het apparaat aantasten of verkleuren.
  • Veeg voorzichtig met een zachte doek over het gedeelte met het spiegelende oppervlak (zie rechterafbeelding) om het te reinigen. Als u een stijve, harde doek gebruikt of hard wrijft, kan het oppervlak beschadigen.

SHARP MX-M452N - Waarschuwing - 2

Het gedeelte met het spiegelende oppervlak is het gedeelte dat is.

DE GLASPLAAT EN AUTOMATISCHE ORIGINEELINVOER REINIGEN

Als de glasplaat of de achterplaat van de automatische origineelinvoer vuil wordt, zal het vuil zichtbaar worden in de gescande afbeelding. Houd deze onderdelen daarom te allen tijde schoon.

Veeg de onderdelen schoon met een schone, zachte doek.

Bevochtig de doek indien nodig met water of een kleine hoeveelheid van een mild reinigingsmiddel. Maak de onderdelen na het vegen met de bevochtigde doek droog met een schone, droge doek.

Glasplaat Achterplaat automatische origineelinvoer

SHARP MX-M452N - Glasplaat Achterplaat automatische origineelinvoer - 1

Als er zwarte of witte lijnen zichtbaar worden in afbeeldingen die zijn gescand met de automatische origineelinvoer, reinig dan het scangedeelte (de dunne, lange glasplaat naast de grote glasplaat).

Gebruik voor het reinigen van dit gedeelte het glasreinigingsmiddel dat wordt bewaard in de automatische origineelinvoer. Berg het glasreinigingsmiddel na gebruik weer op zijn oorspronkelijke plaats op.

Voorbeeld van lijnen in de afbeelding

A A

Zwarte lijnen Witte lijnen

1SHARP MX-M452N - Voorbeeld van lijnen in de afbeelding - 2Open de automatische origineelinvoer en verwijder het glasreinigingsmiddel.
2SHARP MX-M452N - Voorbeeld van lijnen in de afbeelding - 3Reinig het automatische scangedeelte op de glasplaat met de glasreiniger.
3SHARP MX-M452N - Voorbeeld van lijnen in de afbeelding - 4Plaats het glasreinigingsmiddel weer terug.

DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN

Als het papier vaak vastloopt bij het laden van enveloppen of zwaar papier via de handinvoer, veeg dan het oppervlak van de invoerrol schoon met een schone zachte doek die is bevochtigd met water of een mild reinigingsmiddel.

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 1

Als er bij gebruik van de automatische documentinvoer lijnen of vuil op het gescande origineel verschijnen, veeg het oppervlak van de rol dan schoon met een zachte doek die is bevochtigd met water of een mild reinigingsmiddel.

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 2

Gereed voor scannen kopie.

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 3

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 4

Klaar voor scannen voor kopiëren. (bereid een nieuwe voor)

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 5

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 6

Gereed voor scannen kopie. (Tonerniveau is laag.)

Als de melding in het berichtscherm verschijnt, moet u de tonercartridge vervangen.

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 7

Als u de machine blijft gebruiken zonder de cartridge te vervangen, verschijnt het volgende bericht zodra de toner op is.

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 8

Vervang de tonercartridge.

1SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 9Open de voorklep.
2SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 10Trek de tonercartridge naar u toe.Trek de tonercartridge voorzichtig horizontaal naar u toe.Als u de tonercartridge uittrekt, moet u dit zachtjes doen. Als u de cartridge te hardhandig uittrekt, lekt er misschien toner.Houd de tonercartridge met beide handen vast zoals aangegeven en trek deze uit het apparaat.
SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 11
3SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 12Haal de nieuwe tonercartridge uit de verpakking en schud deze vijf of zes keer zoals aangegeven.
4SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 13Plaats de nieuwe tonercartridge voorzichtig horizontaal.
5SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 14Druk de cartridge naar binnen totdat het vast op zijn plaats klikt.Druk de cartridge stevig naar binnen totdat deze vastklikt.

6

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 15

Nadat u de tonercartridge hebt vervangen, gaat het apparaat automatisch naar de instelmodus voor afbeeldingen.

SHARP MX-M452N - DE INVOERROL VAN DE HANDINVOERLADE REINIGEN - 16

Let op

  • Werp tonercartridges niet in het vuur. De toner kan rond gaan zweven en brandwonden veroorzaken.
  • Berg tonercartridges buiten het bereik van kleine kinderen op.
  • Als een tonercartridge rechtop wordt bewaard, kan de toner hard worden en is hij niet langer bruikbaar. Bewaar tonercartridges altijd liggend op hun zijkant met de bovenkant omhoog.
  • Als u een andere tonercartridge gebruikt dan door SHARP aanbevolen, krijgt u misschien geen optimale kwaliteit, terwijl het apparaat mogelijk wordt beschadigd. Gebruik een door SHARP aanbevolen tonercartridge.

SHARP MX-M452N - Let op - 1

  • Bewaar de gebruikte tonercartridge in een plastic zak (werp deze niet weg). De toneropvangbak kan worden meegegeven aan uw onderhoudstechnicus.
  • Houd om de resterende hoeveelheid toner weer te geven de toets [KOPIE] ingedrukt tijdens het afdrukken of als het apparaat niet wordt gebruikt. Het percentage resterende toner wordt op het scherm weergegeven terwijl u de toets indrukt. Als het percentage onder de "25-0%" daalt, koop dan een nieuwe tonercartridge en houdt die paraat ter vervanging.
  • Afhankelijk van de gebruiksvoorwaarden kan de kleur bleek of het beeld vaag worden.

DE TONEROPVANGBAK VERVANGEN

In de tonerinzamelcontainer wordt de overtollige toner opgevangen die bij het printen wordt geproduceerd. Als de tonerinzamelcontainer vol raakt, verschijnt "Vervang opvangbak gebruikte toner." Volg de onderstaande procedure om de tonerinzamelcontainer te vervangen.

1

SHARP MX-M452N - DE TONEROPVANGBAK VERVANGEN - 1

Verwijder de tonerinzamelcontainer.

(1) Kantel de toneropvangbak naar voren.

Pak de hoeken van de toneropvangbak zoals aangegeven met beide handen beet en kantel de bak naar voren tot deze stopt.

SHARP MX-M452N - Verwijder de tonerinzamelcontainer. - 1

(2) Til de toneropvangbak langzaam op.

3

SHARP MX-M452N - Verwijder de tonerinzamelcontainer. - 2

Leg de toneropvangbak op een vlakke ondergrond.

Leg op deze ondergrond een oude krant voordat u de toneropvangbak erop plaatst.

SHARP MX-M452N - Leg de toneropvangbak op een vlakke ondergrond. - 1

Zorg dat de gaatjes niet naar onder wijzen, want dan lekt de verbruikte toner uit de toneropvangbak.

4

SHARP MX-M452N - Leg de toneropvangbak op een vlakke ondergrond. - 2

Verwijder de aanwezige dop van de zijde van de toneropvangbak.

Pak het eind van de dop en trek voorwaarts.

5

SHARP MX-M452N - 5 - 1

Sluit het gat in de toneropvangbak met de dop.

Druk de dop stevig vast zodat de toner niet lekt.

SHARP MX-M452N - Sluit het gat in de toneropvangbak met de dop. - 1

Gooi de tonerinzamelcontainer niet bij het afval. Plaats deze in een plastic zak en bewaar de bak tot uw servicetechnicus komt voor onderhoud. De tonerinzamelcontainer kan worden meegegeven aan uw onderhoudstechnicus.

6

SHARP MX-M452N - 6 - 1

Installeer de nieuwe tonerinzamelcontainer.

Steek de toneropvangbak schuin van boven in.

7

SHARP MX-M452N - 7 - 1

Druk de toneropvangbak in het apparaat.

Druk de toneropvangbak aan totdat deze vast klikt.

8

SHARP MX-M452N - 8 - 1

  • Werp de tonerinzamelcontainer niet in een vuur. De toner kan in het rond vliegen en brandwonden veroorzaken.
  • Berg de tonerinzamelcontainer buiten het bereik van kleine kinderen op.

SHARP MX-M452N - 8 - 2

Let er bij het terugplaatsen van de toneropvangbak op dat uw kleding of de omgeving niet vuil wordt.

DE STEMPELCASSETTE VERVANGEN

Wanneer een stempeleenheid op de automatische origineelinvoer (AR-SU1) is geïnstalleerd en de stempel wordt vaag, vervang dan de stempelcassette (AR-SV1).

Verbruiksgoederen

Stempelcassette (2 per pak) AR-SV1

1SHARP MX-M452N - Verbruiksgoederen - 1Open de automatische origineelinvoer.
2SHARP MX-M452N - Verbruiksgoederen - 2Open de houders op de automatische origineelinvoer die het drukvel van de originelen vast houden.Open de houders (twee) aan de linker- en rechterkant.
3SHARP MX-M452N - Verbruiksgoederen - 3Pak de treklip op de stempeleenheid en trek de eenheid uit.
4SHARP MX-M452N - Verbruiksgoederen - 4Neem de stempelcassette uit (A).
5SHARP MX-M452N - Verbruiksgoederen - 5Installeer een nieuwe stempelcassette.
6SHARP MX-M452N - Verbruiksgoederen - 6Duw de stempeleenheid weer naar binnen.Druk de stempeleenheid naar binnen totdat deze vastklikt.
7SHARP MX-M452N - Verbruiksgoederen - 7Plaats het drukvel voor de originelen terug.Druk de houders in totdat deze vast klikken.
8SHARP MX-M452N - Verbruiksgoederen - 8Sluit de automatische origineelinvoer.

TEKST INVOEREN

In dit gedeelte wordt de werking van het tekstinvoerscherm uitgelegd.

FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN

Toets Beschrijving
SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 1SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 2Hiermee wordt het tekstinvoerscherm gewisseld van het scherm voor kleine letters naar het scherm voor hoofdletters. Het scherm voor hoofdletters wordt weergegeven totdat opnieuw op de toets [Caps] wordt gedrukt, zodat deze niet langer is gemarkeerd. De toets [Caps] is handig als u tekst geheel in hoofdletters wilt invoeren. (Deze toets kan per land en regio verschillen.)
SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 3Met deze toets wisselen de toetsen in het tekstinvoerscherm tijdelijk naar hoofdletters als kleine letters worden weergegeven, of naar kleine letters als hoofdletters worden weergegeven.Druk op de toets [Shift] en vervolgens op een letter om die letter in te voeren. Nadat u de letter hebt ingevoerd is de toets [Shift] niet langer gemarkeerd en verschijnt het oorspronkelijke tekstinvoerscherm.De toets [Shift] is handig als u slechts één kleine of hoofdletter nodig hebt of een van de aan de numerieke toetsen toegewezen symbolen wilt gebruiken.Als u de selectie van de toets [Shift] wilt annuleren, druk dan nogmaals op [Shift]. De toets [Shift] is nu niet langer gemarkeerd. (Deze toets kan per land en regio verschillen.)
E SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 4Druk op deze toets om een regeleinde toe te voegen bij het invoeren van de lopende tekst van een e-mailbericht. (Deze toets kan per land en regio verschillen.)
Druk op deze toets om het teken aan de linkerkant van de cursor te verwijderen.
SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 5 e taalDruk op deze toets om de toetsindeling voor de tekeninvoermodus tijdelijk te wisselen naar een andere taal.Selecteer de toetsindeling die u wilt gebruiken.
SpatieDruk op deze toets om een spatie tussen letters te plaatsen.
SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 6AltGrHierdoor wisselt het tekstinvoerscherm tijdelijk naar het invoerscherm voor letters met accenten en symbolen.Druk op de toets [AltGr] en vervolgens op een lettertoets om die letter in te voeren. Nadat u de letter hebt ingevoerd is de toets [AltGr] niet langer gemarkeerd en verschijnt het oorspronkelijke tekstinvoerscherm.Als u de selectie van de toets [AltGr] wilt annuleren, druk dan nogmaals op [AltGr]. De toets [AltGr] is nu niet langer gemarkeerd.
SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 7Druk op deze toetsen om de cursor naar links of rechts te bewegen.
SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 8Druk op deze toetsen om de cursor naar de regel boven of onder de huidige regel te bewegen in de lopende tekst van een e-mailbericht.
SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 9 lensDruk op deze toets om de tekeninvoermodus te selecteren.
SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 10 bolenDruk op deze toets om de symboolinvoermodus te selecteren. De symboolmodus wordt gebruikt om symbolen en letters met accenten in te voeren.
V SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 11 urselec.HelpGebruik deze om een vooraf opgeslagen onderwerp voor een e-mail of andere vooringestelde tekst op te sporen.Toont uitleg van elke toets.
.com .net .org.biz .info http:Hiermee voert u eerder opgeslagen tekstreeksen in zoals ".com".Tekstreeksen worden in de systeeminstellingen opgeslagen.7. SYSTEEMINSTELLINGEN "Instelling sjabloon aanraaktoetsenbord" (pagina 7-66)
AnnulerenDruk op deze toets om naar het vorige instelvenster te gaan zonder tekst in te voeren.
OKDruk op deze toets om de huidige weergegeven tekst in te voeren en terug te gaan naar het vorige instelvenster.
ZoekenZoekresultaten worden op basis van de ingevoerde tekens weergegeven.

SHARP MX-M452N - FUNCTIES VAN DE BELANGRIJKSTE TOETSEN - 12

  • Sommige hierboven beschreven toetsen zijn in bepaalde landen of gebieden mogelijk niet beschikbaar.
  • "◀" in het tekstinvoerscherm geeft aan hoeveel tekens kunnen worden ingevoerd. Er kunnen niet meer dan "◀" tekens worden ingevoerd.
  • Op sommige toetsenborden met het Engelse alfabet blijft het scherm [AltGr] weergegeven totdat u drukt op de toets [AltGr] om de markering te verwijderen.
  • De ABC/abc toets wordt alleen weergegeven in een beperkt aantal landen en regio's. De toets is een sneltoets waarmee u het toetsenbord kan wisselen tussen de taal van uw regio en Engels.
  • Welke toetsenbordindelingen u kunt selecteren, hangt af van de taal die u hebt geselecteerd in "Taalinstelling" in de systeeminstellingen (beheerder).
  • De volgende symbolen mogen niet worden gebruikt wanneer u een bestandsnaam of mapnaam invoert.

$$ \backslash ? / ";:, < >! ^ {*} | \& # $$

In sommige computeromgevingen is het niet toegelaten om spaties en de onderstaande symbolen te gebruiken. Hyperlinks zullen bijvoorbeeld niet juist werken of er verschijnen nonsenstekens.

$$ \% ^ {\prime} () + -. = @ [ ] \wedge {} ^ {\prime} {} _ {-} $$

TEKST INVOEREN VANAF EEN EXTERN TOETSENBORD

U kunt een extern toetsenbord alleen gebruiken als alternatief voor het tekstinvoerscherm dat verschijnt in het aanraakscherm van het apparaat.

De toetsindeling in het tekstinvoerscherm op het aanraakscherm verschilt enigszins van de toetsindeling op het externe toetsenbord.

Gebruik een door SHARP aanbevolen extern toetsenbord.

Neem voor de aanbevolen toetsenborden contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger.

SHARP MX-M452N - TEKST INVOEREN VANAF EEN EXTERN TOETSENBORD - 1

Plaats geen zware voorwerpen op het toetsenbord en druk het niet omlaag.

SOFTWARE-INSTALLATIE

VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT

Zie "VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT" in de Beknopte bedieningshandleiding voor een inleiding over de software waarmee u de printer- en scannerfunctie kunt gebruiken, informatie over het type cd-rom waarop de software zich bevindt en installatie-aanwijzingen.

INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de software installeert en instellingen configureert, zodat u de printer- en scannerfunctie van het apparaat kunt gebruiken met een Windows-computer.

Deze paragraaf, vanaf deze pagina tot en met pagina 1-83, maakt ook onderdeel uit van de Beknopte bedieningshandleiding. (In deze paragraaf worden de belangrijkste installatieprocedures uitgelegd.)

De aanwijzingen vanaf pagina 1-84 tot en met pagina 1-106 maken geen onderdeel uit van de Beknopte bedieningshandleiding. Raadpleeg deze handleiding indien nodig.

OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE)

1

Plaats de "Software CD-ROM" in het cd-romstation van uw computer.

  • Als u het printerstuurprogramma of printerstatusmonitor installeert, plaatst u de "Software CD-ROM" met "Disc 1" op de voorkant in het cd-romstation.
  • Als u het PC-faxstuurprogramma of het scannerstuurprogramma installeert, plaatst u de "Software CD-ROM" met "Disc2" op de voorkant in het cd-romstation.

2

Klik op de knop [Start] ( ), vervolgens op [Computer] en dubbelklik vervolgens op het pictogram [CD-ROM]( ).

  • In Windows XP/Server 2003 klikt u op de knop [start], vervolgens op [Deze computer] en dubbelklik vervolgens op het pictogram [CD-ROM].
  • In Windows 2000 dubbelklikt u op [Deze computer] en dubbelklikt u vervolgens op het pictogram [CD-ROM].

3

Dubbelklik op het pictogram [Instellen] ( ).

SHARP MX-M452N - Dubbelklik op het pictogram [Instellen] ( ). - 1

  • Als in Windows 7 een bericht op het scherm verschijnt dat u om bevestiging vraagt, klikt u op [Ja].
  • Als in Windows Vista/Server 2008 een bericht op het scherm verschijnt dat u om bevestiging vraagt, klikt u op [Toestaan].

4

Het venster "LICENTIEOVEREENKOMST" verschijnt. Zorg dat u de licentieovereenkomst begrijpt en klik op de knop [Ja].

SHARP MX-M452N - Het venster "LICENTIEOVEREENKOMST" verschijnt. Zorg dat u de licentieovereenkomst begrijpt en klik op de knop [Ja]. - 1

U kunt de "SOFTWARE LICENTIE" weergeven in een andere taal door de gewenste taal te selecteren in het taalmenu. Om de software te installeren in de geselecteerde taal, zet u de installatie voort met die taal geselecteerd.

5

Lees het bericht in het venster "Welkom" en klik op de knop [Volgende].

Selecteer software Selecteer de software die u wilt installoren [Software] [README weergeven] Printer statusprogramma Met het stuuprogramma van de printer (de driver) kunt u de printfunctie van het apparaat benuiten. Printer Status Monitor Homoe controleart u de status van de networkprinter op uw computerchem.

* Het scherm hierboven verschijnt als u de cd-rom "Disc 1" gebruikt.

Het software selectiescherm verschijnt.

Het software selectiescherm verschijnt.

Voordat u de software installeert, moet u op de knop [README weergeven] klikken en de gedetailleerde informatie over de software bekijken.

Voor de stappen die volgen raadpleegt u de betreffende pagina hieronder voor de software die u installeert.

HET PRINTERSTUURPROGRAMMA/ PC-FAXSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN

- WANNEER HET APPARAAT IS AANGESLOTEN OP EEN NETWERK*

- Standaardinstallatie: pagina 1-81

- Installatie door opgeven van het adres van het apparaat: pagina 1-84

- Afdrukken met de IPP-functie en de SSL-functie: pagina 1-87

• WANNEER HET APPARAAT WORDT AANGESLOTEN MET EEN USB-KABEL: pagina 1-89

• HET APPARAAT ALS EEN GEDEELDE PRINTER GEBRUIKEN: pagina 1-94

DE PRINTER STATUS MONITOR INSTALLEREN: pagina 1-99

HET SCANNERSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN: pagina 1-100

* Raadpleeg "Installatie door opgeven van het adres van het apparaat" (pagina 1-84) als het apparaat in een IPv6-netwerk wordt gebruikt.

HET PRINTERSTUURPROGRAMMA/ PC-FAXSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN

Als u het printerstuurprogramma of PC-faxstuurprogramma wilt installeren, volgt u de juiste procedure in dit gedeelte, naargelang het apparaat is aangesloten op een netwerk of is aangesloten met een USB-kabel.

WANNEER HET APPARAAT WORDT AANGESLOTEN MET EEN USB-KABEL (pagina 1-89)

WANNEER HET APPARAAT IS AANGESLOTEN OP EEN NETWERK

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u het printerstuurprogramma en het PC-faxstuurprogramma installeert wanneer het apparaat is aangesloten op een Windows-netwerk (TCP/IP-netwerk).

SHARP MX-M452N - WANNEER HET APPARAAT IS AANGESLOTEN OP EEN NETWERK - 1

  • De PS3-uitbreidingskit is vereist als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma wilt gebruiken.
  • Als u via het apparaat via Internet wilt afdrukken met de IPP-functie als het apparaat op een externe locatie is geïnstalleerd, of als u wilt afdrukken met de SSL (versleutelde communicatie) functie, raadpleegt u "Afdrukken met de IPP-functie en de SSL-functie" (pagina 1-87) en installeert u het printerstuurprogramma of het PC-faxstuurprogramma.
  • Als het apparaat is verbonden met een IPv6-netwerk

De software kan niet worden geïnstalleerd via detectie van het machineadres door het installatieprogramma. Nadat u de software hebt geïnstalleerd zoals uitgelegd in "Installatie door opgeven van het adres van het apparaat" (pagina 1-84), wijzigt u de poort zoals uitgelegd in "Wijzigen in een standaard-TCP/IP-poort" (pagina 1-105).

- De installatieprocedure in dit gedeelte geldt zowel voor het printerstuurprogramma als voor het PC-faxstuurprogramma, maar de uitleg is gebaseerd op het printerstuurprogramma.

▶ Standaardinstallatie

Als het softwareselectiescherm verschijnt in stap 6 van "OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE)" (pagina 1-79), voert u de stappen hieronder uit.

Selecteer software Selecteer de software die u wilt installeren [Software] [README weergiven] Printerstausprogramma Net het stuuprogramma van de printer (de driver) kunt u de printerfunctie van het operaat berutten. Printer Status Monitor Hiemee controleel u de status van de netwerkprinter op uw computerschem. < Venge Volgende > Sluten

* Het scherm hierboven verschijnt als u de cd-rom "Disc 1" gebruikt.

Klik op de knop [Printerstuurprogramma].

Als u het PC-faxstuurprogramma wilt installeren, klikt u op de knop [PC-Fax Driver] op de cd-rom "Disc2".

Standard installatie Voor de installatie uit voor automatischie ook en naar een op het TCPMP-netwerk aangepaste MFP (LPT) maakt automatisch een net verwijn een j Aangepaste installatie Voor de installatie uit daar de verbindingsmethode into outlet. Selectaat deze opies om af de storken met gebruik van SSL (verlede de communicatie) Annulero

Klik op de knop [Standaard installatie].

Wanneer u [Aangepaste installatie] selecteert, kunt u onderstaande items naar believen wijzigen. Wanneer u [Standaardinstallatie] selecteert, vindt de installatie plaats zoals hieronder aangegeven.

  • Aansluitmethode van het apparaat: LPR Direct Print (automatisch zoeken)
  • Instellen als standaardprinter: Ja (zonder PC-Faxstuurprogramma)
  • Naam printerstuurprogramma: Kan niet worden gewijzigd
  • PCL-printerschermlettertypen: Geinstalleerd
    Als u [Aangepaste installatie] hebt geselecteerd, selecteert u [LPR Direct Print (automatisch zoeken)] en klikt u vervolgens op de knop [Volgende].
    Als u een andere selectie dan [LPR Direct Print (automatisch zoeken)] hebt gemaakt, raadpleegt u de volgende pagina's:
    • LPR Direct Print (adres opgeven): pagina 1-84
  • IPP: pagina 1-87
  • Gedeelde printer: pagina 1-94
    • Aangesloten op deze computer: pagina 1-89

Selecteer de te installeren MFP uit de lpt. Productname Nam Nam of IPodies MACodies SAP-IPX-xxxx 192.1501.27 00:00:1F:06:75:00 Geel voorwaarde op... Oplicieën zoeken

In het selectiescherm voor het printerstuurprogramma dat verschijnt, selecteert u het te installeren printerstuurprogramma en klikt u op de knop [Volgende]. Klik op het keuzevakje van het te installeren printerstuurprogramma, zodat een vinkje () verschijnt. ![](images/0a8eee4f8bee1b7f6fa618b0b62ea5b98f38f8df090f964e03f6d80ea54070b1.jpg) - Wanneer u het PC-faxstuurprogramma installeert, verschijnt dit scherm niet. Ga door met de volgende stap. - De PS3-uitbreidingskit is vereist als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma wilt gebruiken.

Wanneer de vraag verschijnt of u de printer als standaardprinter wenst, maakt u een keuze en klikt u op de knop [Volgende].

Als u meerdere stuurprogramma's installeert, selecteert u het printerstuurprogramma dat moet worden gebruikt als standaardprinter. Als u geen van deze printerstuurprogramma's wilt instellen als standaardprinter, selecteer dan [Nee]. ![](images/2cc9c2ebd02c30e29a382fcb2d6407e4f682c436128a5248382cc414466cc045.jpg) Als u in stap 2 op de knop [Aangepaste installatie] hebt geklikt, verschijnt het volgende venster. \- Venster printernaam Als u de printernaam wilt wijzigen, geeft u de gewenste naam op en klikt u op de knop [Volgende]. \- Venster dat de installatie van de schermlettertypen bevestigt Als u het schermlettertype voor het PCL-printerstuurprogramma wilt installeren, klikt u op [Ja] en vervolgens op de knop [Volgende]. - Wanneer u het PC-faxstuurprogramma installeert, verschijnt dit scherm niet. Ga door met de volgende stap. - Als u het PCL-printerstuurprogramma niet installeert (u installeert het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma), selecteert u [Nee] en klikt u vervolgens op de knop [Volgende].

Volg de instructies op het scherm.

Lees het bericht in het venster dat verschijnt en klik op de knop [Volgende]. De installatie begint. ![](images/fea850b92acc91ed3387405657946e6d926f128a3e95cdb9c1d42bd34ebe3783.jpg) - Wanneer u Windows Vista/Server 2008/7 gebruikt Als een venster met een veiligheidswaarschuwing verschijnt, moet u op [Deze driver toch installeren] klikken. - Als u Windows 2000/XP/Server 2003 gebruikt Als een waarschuwingsboodschap over de Windows Logo-test of digitale handtekening verschijnt, klikt u op de knop [Toch doorgaan] of [Ja].

Wanneer het bericht verschijnt dat de installatie is voltooid, klikt u op de knop [OK].

Klik op de knop [Sluiten] in het venster van stap 1.

![](images/c2640afa4a1b8355c6c6483c3bec4d04bd0690031ef9208b9ecd7b3bb6c7f063.jpg) Na de installatie verschijnt mogelijk een bericht met de instructie de computer opnieuw op te starten. Als dit bericht verschijnt, klikt u op de toets [Ja] om uw computer opnieuw op te starten.

Hiermee is de installatie voltooid.

- Na de installatie leest u "HET PRINTERSTUURPROGRAMMA CONFIGUREREN VOOR DE OPTIES DIE ZIJN GEÏNSTALLEERD OP HET APPARAAT" (pagina 1-96) om de printerstuurprogramma-instellingen te configureren. - Als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma installeert, kunt u het PS-schermlettertype installeren van de cd-rom "PRINTER UTILITIES" van de PS3-uitbreidingskit. Zie "DE PS-SCHERMLETTERTYPEN INSTALLEREN" (pagina 1-102). - Als u het apparaat als een gedeelde printer gebruikt, leest u "HET APPARAAT ALS EEN GEDEELDE PRINTER GEBRUIKEN" (pagina 1-94) om het printerstuurprogramma op elke clientcomputer te installeren.

▶ Installatie door opgeven van het adres van het apparaat

Als het apparaat niet kan worden gevonden, omdat het niet aanstaat of om een andere reden, is installatie mogelijk door het invoeren van de naam (hostnaam) of IP-adres van het apparaat. Als het apparaat in een IPv6-netwerk wordt gebruikt, wijzigt u de poort zoals uitgelegd in "Wijzigen in een standaard-TCP/IP-poort" (pagina 1-105) nadat u de software hebt geïnstalleerd zoals hieronder uitgelegd. Als het softwareselectiescherm verschijnt in stap 6 van "OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE)" (pagina 1-79), voert u de stappen hieronder uit. 1 ![](images/d7536fbb6da528c7cf147e4015b0c86034dc05d2822500682ea71f12666b2f91.jpg) \* Het scherm hierboven verschijnt als u de cd-rom "Disc 1" gebruikt.

Klik op de knop [Printerstuurprogramma].

Als u het PC-faxstuurprogramma wilt installeren, klikt u op de knop [PC-Fax Driver] op de cd-rom "Disc 2". 2 ![](images/412a3817384dde9157fba79372ef37333c4ca19ffb841c63b503d103c56ed373.jpg) Klik op de knop [Aangepaste installatie]. 3 ![](images/4a285fcc43ca917ddbcffd3550285c905e41fd8bd0fcb4346e527eca0bb48603.jpg) Als u wordt gevraagd hoe de printer is aangesloten, selecteert u [LPR Direct Print (adres opgeven)] en klikt u op de knop [Volgende].

4

![](images/ea03e22f9dee8245b2fe4a5706ce8c9d1e5cf37bc62b34f9260ab749134492c0.jpg) In het selectiescherm voor het printerstuurprogramma dat verschijnt, selecteert u het te installeren printerstuurprogramma en klikt u op de knop [Volgende]. Klik op het keuzevakje van het te installeren printerstuurprogramma, zodat een vinkje ( ) verschijnt. ![](images/3bd518fafc1655598038d27a9086f1870dc75012351026393a8973915d0ee43b.jpg) - Wanneer u het PC-faxstuurprogramma installeert, verschijnt dit scherm niet. Ga door met de volgende stap. - De PS3-uitbreidingskit is vereist als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma wilt gebruiken.

7

Selecteer of u de printer als standaardprinter wenst en klik op de knop [Volgende]. Als u meerdere stuurprogramma's installeert, selecteert u het printerstuurprogramma dat moet worden gebruikt als standaardprinter. Als u geen van deze printerstuurprogramma's wilt instellen als standaardprinter, selecteer dan [Nee].

8

In het printernaamvenster dat verschijnt, klikt u op de knop [Volgende]. Als u de printernaam wilt wijzigen, geeft u de gewenste naam op en klikt u op de knop [Volgende].

9

Op de vraag of u het schermlettertype wilt installeren selecteert u een antwoord en klikt u op de knop [Volgende]. - Wanneer u het PC-faxstuurprogramma installeert, verschijnt dit scherm niet. Ga door met de volgende stap. - Als u het PCL-printerstuurprogramma niet installeert (u installeert het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma), selecteert u [Nee] en klikt u vervolgens op de knop [Volgende].

Volg de instructies op het scherm.

Lees het bericht in het venster dat verschijnt en klik op de knop [Volgende]. De installatie begint. ![](images/1a5277a90d423f9b438d31f2177e5c5c2cb61d71db2cfd160cc057b091901eda.jpg) - Wanneer u Windows Vista/Server 2008/7 gebruikt Als een venster met een veiligheidswaarschuwing verschijnt, moet u op [Deze driver toch installeren] klikken. \- Als u Windows 2000/XP/Server 2003 gebruikt Als een waarschuwingsboodschap over de Windows Logo-test of digitale handtekening verschijnt, klikt u op de knop [Toch doorgaan] of [Ja].

Wanneer het bericht verschijnt dat de installatie is voltooid, klikt u op de knop [OK].

Klik op de knop [Sluiten] in het venster van stap 1.

![](images/ddfd9b7f071e2bfe7723750f0be083515b276ad8654b346a4815afb371c80f99.jpg) Na de installatie verschijnt mogelijk een bericht met de instructie de computer opnieuw op te starten. Als dit bericht verschijnt, klikt u op de toets [Ja] om uw computer opnieuw op te starten.

Hiermee is de installatie voltooid.

- Na de installatie leest u "HET PRINTERSTUURPROGRAMMA CONFIGUREREN VOOR DE OPTIES DIE ZIJN GEÏNSTALLEERD OP HET APPARAAT" (pagina 1-96) om de printerstuurprogramma-instellingen te configureren. - Als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma installeert, kunt u het PS-schermlettertype installeren van de cd-rom "PRINTER UTILITIES" van de PS3-uitbreidingskit. Zie "DE PS-SCHERMLETTERTYPEN INSTALLEREN" (pagina 1-102). - Als het apparaat in een IPv6-netwerk wordt gebruikt, voert u willekeurige cijfers of tekens in.

Afdrukken met de IPP-functie en de SSL-functie

U kunt de IPP-functie gebruiken om met het HTTP-protocol via het netwerk af te drukken op het apparaat. Als het apparaat zich op een externe locatie bevindt, kan deze functie worden gebruikt in plaats van de faxfunctie om een hogere beeldkwaliteit dan een faxkwaliteit af te drukken. U kunt de IPP-functie ook gebruiken in combinatie met de SSL-functie (versleutelde communicatie) om de afdrukgegevens te versleutelen. Zo kunt u veilig afdrukken en hoeft u zich geen zorgen te maken dat de gegevens uitlekken. ![](images/8b61e503107198fcb01b712eb1c13ae74a7138c54a427e77dc7543e07edab09e.jpg) Om de SSL-functie te gebruiken, configureert u de "SSL-instellingen" in de systeeminstellingen (beheerder) van het apparaat. Raadpleeg "7. SYSTEEMINSTELLINGEN" voor het configureren van de instellingen. Als het softwareselectiescherm verschijnt in stap 6 van "OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE)" (pagina 1-79), voert u de stappen hieronder uit. 1 ![](images/436018bbada21ef8e2381de243d8fa27ad4020543c7c400173db66c259ac53eb.jpg) \* Het scherm hierboven verschijnt als u de cd-rom "Disc 1" gebruikt.

Klik op de knop [Printerstuurprogramma].

Als u het PC-faxstuurprogramma wilt installeren, klikt u op de knop [PC-Fax Driver] op de cd-rom "Disc 2". 2 ![](images/bd01034d62e78cadb9d4eb26ca5cf87b2c6b9e07e14c9169f47e292c5f2a616d.jpg) Klik op de knop [Aangepaste installatie]. 3 ![](images/4431f80131938078386726f068a06550501466f52b10932c60c9bb6b73d3f57c.jpg) Op de vraag hoe de printer is aangesloten selecteert u [IPP] en klikt u op de knop [Volgende]. ![](images/2be1781352fa90476add1bbab67486f5d2f4406af4c2c20a4b4bb50059cbbf33.jpg)

Als u een proxyserver gebruikt, geeft u de proxyserver op en klikt u op de knop [Volgende].

Als u een proxyserver wilt opgeven selecteert u [Afdrukken via de proxyserver] en geeft u vervolgens het [Adres] en [Poortnummer] op. ![](images/8b428937d4e267d71040a008e831cecaf8b1a99edbab7e6ab79372c7e782b1e9.jpg)

Voer de URL van het apparaat in en klik op de knop [Volgende].

Geef de URL op in de volgende notatie:

Normale notatie:

http://:631\*1/ipp \*1 Normaal gesproken moet "631" als poortnummer worden ingevoerd. Als het IPP-poortnummer op het apparaat is gewijzigd, voer dan het nieuwe poortnummer in.

Wanneer u SSL gebruikt:

https://:/ipp \*2 Normaal gesproken kunnen het poortnummer en de dubbele punt ":" onmiddellijk voorafgaand aan het poortnummer worden weggelaten. Als het IPP-poortnummer voor SSL op het apparaat is gewijzigd, voer dan het nieuwe poortnummer in. ![](images/6f7635b09a55d2b1f5c29131aad155090d8c90ca465931d73ef4f2dee898025f.jpg) Als uw computer en het apparaat zijn aangesloten op hetzelfde LAN, kunt u klikken op de toets [Zoeken] om het apparaat te zoeken. De URL van het apparaat verschijnt. Selecteer de URL en klik op de knop [OK]. U keert terug naar het bovenstaande scherm en de URL van het apparaat wordt automatisch ingevoerd.

Voer stap 5 tot en met 12 uit op pagina 1-85 om door te gaan met de installatie.

Hiermee is de installatie voltooid.

- Na de installatie leest u "HET PRINTERSTUURPROGRAMMA CONFIGUREREN VOOR DE OPTIES DIE ZIJN GEÏNSTALLEERD OP HET APPARAAT" (pagina 1-96) om de printerstuurprogramma-instellingen te configureren. - Als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma installeert, kunt u het PS-schermlettertype installeren van de cd-rom "PRINTER UTILITIES" van de PS3-uitbreidingskit. Zie "DE PS-SCHERMLETTERTYPEN INSTALLEREN" (pagina 1-102).

WANNEER HET APPARAAT WORDT AANGESLOTEN MET EEN USB-KABEL

![](images/aa4e29d27248f7dbd39aaa1a31f4efadad692e06cdf944b140a4f23af256ab41.jpg) - Let erop dat geen USB-kabel is aangesloten op uw computer en het apparaat. Als een kabel is aangesloten, verschijnt een Plug and Play-venster. In dat geval klikt u op de knop [Annuleren] om het venster te sluiten en de kabel los te koppelen. - De PS3-uitbreidingskit is vereist als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma wilt gebruiken. - Als u de poort wilt gebruiken die is gecreëerd toen het printerstuurprogramma werd geïnstalleerd voor faxgegevensoverdracht, installeert u eerst het printerstuurprogramma en vervolgens het PC-faxstuurprogramma. Als het softwareselectiescherm verschijnt in stap 6 van "OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE)" (pagina 1-79), voert u de stappen hieronder uit. ![](images/2417e4644c0c98ce5769a102f57f8ae30fcc3ff2a7508d22d377b587d76ff725.jpg) Klik op de knop [Printerstuurprogramma]. ![](images/7bd9df9f39ad6d260b951e952d602d953b12852a505e308bc4777eadb89646f5.jpg) Klik op de knop [Aangepaste installatie]. ![](images/9a8f744aa0e34e8abbb8d6204ea01eddc81a094bd28b7a22df273e77368ce489.jpg) Op de vraag hoe de printer is aangesloten selecteert u [Aangesloten op deze computer] en klikt op de knop [Volgende].

4

Op de vraag of u het schermlettertype wilt installeren selecteert u een antwoord en klikt u op de knop [Volgende].

5

Volg de instructies op het scherm.

Lees het bericht in het venster dat verschijnt en klik op de knop [Volgende]. Wanneer het bericht verschijnt dat de installatie is voltooid, klikt u op de knop [OK]. ![](images/56f0cf3410957bd9bcd1795a1bd4acfbbe33a39ed7c2897cff31536c4dfd8ecb.jpg) - Wanneer u Windows Vista/Server 2008/7 gebruikt Als een venster met een veiligheidswaarschuwing verschijnt, moet u op [Deze driver toch installeren] klikken. - Als u Windows 2000/XP/Server 2003 gebruikt Als een waarschuwingsboodschap over de Windows Logo-test of digitale handtekening verschijnt, klikt u op de knop [Toch doorgaan] of [Ja].

6

Klik op de knop [Sluiten] in het venster van stap 1.

Wanneer het bericht verschijnt dat de installatie is voltooid, klikt u op de knop [OK]. ![](images/70f33178edb2f017fa29e0e2311d443543502644e2e8a3d9befd458e62662e5b.jpg) Na de installatie verschijnt mogelijk een bericht met de instructie de computer opnieuw op te starten. Als dit bericht verschijnt, klikt u op de toets [Ja] om uw computer opnieuw op te starten.

7

![](images/687836dcc1dab0513dc5817c68c57cf4617d854295efccc89c34332643bf08fe.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with an attached cable and connector, showing internal components (no text or symbols)

Sluit het apparaat aan op de computer met een USB-kabel.

(1) Controleer of het apparaat aan staat. (2) Sluit de kabel aan op de USB-aansluiting (type B) op het apparaat. De USB-interface op het apparaat voldoet aan de USB 2.0 (Hi-Speed) standaard. Koop een afgeschermde USB-kabel. (3) Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de USB-aansluiting (type A) op uw computer. Het apparaat is gedetecteerd en een Plug and Play-venster verschijnt.

8

De installatie van het PCL6-printerstuurprogramma begint.

Wanneer de "Wizard Nieuwe hardware gevonden" verschijnt, selecteert u [De software automatisch installeren (aanbevolen)]. Vervolgens klikt u op de toets [Volgende] en volgt u de aanwijzingen op het scherm. ![](images/aba2650de4717a5f291a193b367ff5bbadf0e3012d25dc95a7962e5d039c8550.jpg) - Wanneer u Windows Vista/Server 2008/7 gebruikt Als een venster met een veiligheidswaarschuwing verschijnt, moet u op [Deze driver toch installeren] klikken. - Als u Windows 2000/XP/Server 2003 gebruikt Als een waarschuwingsboodschap over de Windows Logo-test of digitale handtekening verschijnt, klikt u op de knop [Toch doorgaan] of [Ja].

Hiermee is de installatie voltooid.

- Na de installatie van het printerstuurprogramma leest u "HET PRINTERSTUURPROGRAMMA CONFIGUREREN VOOR DE OPTIES DIE ZIJN GEINSTALLEERD OP HET APPARAAT" (pagina 1-96) om de printerstuurprogramma-instellingen te configureren. - Als u het apparaat als een gedeelde printer gebruikt, leest u "HET APPARAAT ALS EEN GEDEELDE PRINTER GEBRUIKEN" (pagina 1-94) om het printerstuurprogramma op elke clientcomputer te installeren.

Wanneer u het PCL5e-printerstuurprogramma, PS-printerstuurprogramma, PPD-stuurprogramma of PC-faxstuurprogramma installeert

Installatie is ook mogelijk nadat de USB-kabel is aangesloten. Als het softwareselectiescherm verschijnt in stap 6 van "OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE)" (pagina 1-79), voert u de stappen hieronder uit. 1 ![](images/ca6d64939d4e2562ecd117f56219bab5fa308854c9c8fc26338dd6ffa847ba51.jpg) \* Het scherm hierboven verschijnt als u de cd-rom "Disc 1" gebruikt.

Klik op de knop [Printerstuurprogramma].

Als u het PC-faxstuurprogramma wilt installeren, klikt u op de knop [PC-Fax Driver] op de cd-rom "Disc 2". 2 ![](images/c5dd6a3352091cb1fbff8f4a23c813597356641253c41f0138549e648db7d854.jpg) Klik op de knop [Aangepaste installatie]. 3 ![](images/332f8b87b2edb1c313e70a37432ee2065c63d14a6edb2e6a26e5479e32c7aaeb.jpg) Op de vraag hoe de printer is aangesloten selecteert u [Aangesloten op deze computer] en klikt op de knop [Volgende]. 4 In het poortselectiescherm dat verschijnt selecteert u de poort die wordt gebruikt door het PCL6-printerstuurprogramma (USB001, enz.) en klikt u op de toets [Volgende].

5

![](images/e7781d1a56cadc09713c41d1b0cdffd133d2fcbf39ccc0442e80bb25eda9c6f9.jpg) Als het selectiescherm voor het printerstuurprogramma verschijnt, verwijdert u het vinkje [PCL6] en selecteert u het te installeren printerstuurprogramma en klikt u vervolgens op [Volgende]. Klik op het keuzevakje van het te installeren printerstuurprogramma, zodat een vinkje ( ) verschijnt. ![](images/b75e475960c63d0fc1c0fe03cd4798a7c8f8b76e86629152657f75b248a43ae3.jpg) - Wanneer u het PC-faxstuurprogramma installeert, verschijnt dit scherm niet. Ga door met de volgende stap. - De PS3-uitbreidingskit is vereist als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma wilt gebruiken.

6

Selecteer of u de printer als standaardprinter wenst en klik op de knop [Volgende]. Als u meerdere stuurprogramma's installeert, selecteert u het printerstuurprogramma dat moet worden gebruikt als standaardprinter. Als u geen van deze printerstuurprogramma's wilt instellen als standaardprinter, selecteer dan [Nee].

7

In het printernaamvenster dat verschijnt, klikt u op de knop [Volgende]. Als u de printernaam wilt wijzigen, geeft u de gewenste naam op en klikt u op de knop [Volgende].

8

Op de vraag of u het schermlettertype wilt installeren selecteert u [Nee]. Vervolgens klikt u op de knop [Volgende]. Wanneer u het PC-faxstuurprogramma installeert, verschijnt dit scherm niet. Ga door met de volgende stap.

9

Volg de instructies op het scherm. Lees het bericht in het venster dat verschijnt en klik op de knop [Volgende]. De installatie begint. ![](images/7e89455db4304acb470b7a707594c19f1f4dd70b4e002d3382cc55d232f3c962.jpg) - Wanneer u Windows Vista/Server 2008/7 gebruikt Als een venster met een veiligheidswaarschuwing verschijnt, moet u op [Deze driver toch installeren] klikken. - Als u Windows 2000/XP/Server 2003 gebruikt Als een waarschuwingsboodschap over de Windows Logo-test of digitale handtekening verschijnt, klikt u op de knop [Toch doorgaan] of [Ja].

10

Wanneer het bericht verschijnt dat de installatie is voltooid, klikt u op de knop [OK].

11

Klik op de knop [Sluiten] in het venster van stap 1. ![](images/2cb9c09d3d178832d271921586887af4568891301eb63fb1720fae312d7a87e1.jpg) Na de installatie verschijnt mogelijk een bericht met de instructie de computer opnieuw op te starten. Als dit bericht verschijnt, klikt u op de toets [Ja] om uw computer opnieuw op te starten. Hiermee is de installatie voltooid. - Na de installatie leest u "HET PRINTERSTUURPROGRAMMA CONFIGUREREN VOOR DE OPTIES DIE ZIJN GEÏNSTALLEERD OP HET APPARAAT" (pagina 1-96) om de printerstuurprogramma-instellingen te configureren. - Controleer of de poort van het geïnstalleerde stuurprogramma dezelfde is als de poort die wordt gebruikt door het PCL6-printerstuurprogramma. Welke poort wordt gebruikt door het printerstuurprogramma van het apparaat wordt aangegeven door een vinkje op het tabblad [Poorten] van het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma. DE POORT WIJZIGEN (pagina 1-103) \- Als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma installeert, kunt u het PS-schermlettertype installeren van de cd-rom "PRINTER UTILITIES" van de PS3-uitbreidingskit. Zie "DE PS-SCHERMLETTERTYPEN INSTALLEREN" (pagina 1-102).

HET APPARAAT ALS EEN GEDEELDE PRINTER GEBRUIKEN

Als u het apparaat wilt gebruiken als gedeelde printer op een Windows-netwerk, met het printerstuurprogramma of PC-faxstuurprogramma geïnstalleerd op een afdrukserver, volg dan onderstaande stappen om het printerstuurprogramma of PC-faxstuurprogramma te installeren op de clientcomputers. ![](images/d41ab990394106bc70575b273a56f982a28dafe5f57fea7b66ac796f875b66f1.jpg) - Vraag uw netwerkbeheerder om de servernaam en de printernaam van het apparaat op het netwerk. - De procedure voor het configureren van instellingen op de afdrukserver vindt u in de handleiding of het Help-bestand van het besturingssysteem. De hier behandelde "afdrukserver" is een computer die direct is aangesloten op het apparaat. "Clients" zijn andere computers die zijn aangesloten op hetzelfde netwerk als de afdrukserver. - Installeer hetzelfde printerstuurprogramma op de clientcomputers als is geïnstalleerd op de afdrukserver. Als het softwareselectiescherm verschijnt in stap 6 van "OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE)" (pagina 1-79), voert u de stappen hieronder uit.

1

![](images/7c1e052cc61db4c0f5f12e36f9a1b671ba2c0770d5f24039304cc16298aabe27.jpg) \* Het scherm hierboven verschijnt als u de cd-rom "Disc 1" gebruikt.

Klik op de knop [Printerstuurprogramma].

Als u het PC-faxstuurprogramma wilt installeren, klikt u op de knop [PC-Fax Driver] op de cd-rom "Disc 2".

2

Klik op de knop [Aangepaste installatie].

3

![](images/a73139fba3fa16044b4859672db12ebe8a30b19a9eb3697cdd7973dae09805d7.jpg) Selecteer [Gedeelde printer] en klik op de knop [Volgende]. ![](images/94e76f0501e61b825d0f1d6442f5984700ae154982b5cacde2c20c0115c56547.jpg) (2)(1)

Selecteer de printernaam (geconfigureerd als gedeelde printer).

(1) Selecteer de printernaam (geconfigureerd als gedeelde printer op een afdrukserver) in de lijst. Als u Windows 2000/XP/Server 2003 gebruikt, kunt u ook op de knop [Netwerkpoort toevoegen] klikken die onder de lijst staat en de printer selecteren die u wilt delen door op het netwerk te zoeken in het venster dat verschijnt. (2) Klik op de knop [Volgende]. ![](images/f20160d1e186de576c470d445622338af337b43d0b577beff2d020c1e71714e7.jpg) Als de gedeelde printer niet verschijnt in de lijst, controleert u de instellingen op de afdrukserver.

Voer stap 5 tot en met 12 uit op pagina 1-85 om door te gaan met de installatie.

In het selectiescherm voor het printerstuurprogramma moet u hetzelfde type printerstuurprogramma selecteren als het printerstuurprogramma dat is geïnstalleerd op de afdrukserver.

Hiermee is de installatie voltooid.

Als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma installeert, kunt u het PS-schermlettertype installeren van de cd-rom "PRINTER UTILITIES" van de PS3-uitbreidingskit. Zie "DE PS-SCHERMLETTERTYPEN INSTALLEREN" (pagina 1-102).

HET PRINTERSTUURPROGRAMMA CONFIGUREREN VOOR DE OPTIES DIE ZIJN GEÏNSTALLEERD OP HET APPARAAT

Nadat u het printerstuurprogramma hebt geïnstalleerd, moet u de printerstuurprogramma-instellingen configureren voor de opties die zijn geïnstalleerd en het formaat en soort papier dat in het apparaat is geladen. Volg onderstaande stappen om het printerstuurprogramma te configureren. ![](images/5d100164dda5a5ae7c057be2371e4466f84cebf46a779db51b2c7886e4766add.jpg) Raadpleeg "Wanneer het PPD-stuurprogramma is geïnstalleerd" (pagina 1-98) als het PPD-stuurprogramma is geïnstalleerd.

▶ Wanneer het PCL-printerstuurprogramma of PS-printerstuurprogramma is geïnstalleerd

1

Klik op de knop [start] (), vervolgens op [Configuratiescherm] en klik vervolgens op [Printer].

- Klik in Windows XP/Server 2003 op de [Start]-knop en klik dan op [Printers en faxapparaten]. - Klik in Windows 2000 op de knop [Start], selecteer [Instellingen] en klik vervolgens op [Printers]. ![](images/e7d4815a1d1327a4dd6bc291de830ef720f953785b755d814e2edd24e9a49088.jpg) Als in Windows XP in het menu [start] de optie [Printers en faxapparaten] niet wordt weergegeven, klik dan op de knop [start] en vervolgens op [Configuratiescherm], selecteer [Printers en andere hardware] en klik vervolgens op [Printers en faxapparaten].

2

Open het instelvenster voor het apparaat.

(1) Klik op het pictogram van het printerstuurprogramma van het apparaat. (2) Selecteer [Eigenschappen].

3

Klik op het tabblad [Configuratie].

4

![](images/665862b391601ba272e2aeb21a892d32232f94200522d0824050f12a8bbbd193.jpg)

Klik op de knop [Automatische configuratie].

De instellingen worden automatisch geconfigureerd op basis van de gedetecteerde apparaatstatus. ![](images/e1647b875673ef68842358b8793c8f16dcc075718857c834c2863c6057692f34.jpg) Als het apparaat in een IPv6-netwerk wordt gebruikt, moet u de opties handmatig configureren zoals uitgelegd in "Als de automatische configuratie mislukt" (pagina 1-97). ![](images/30f4606fdbd1388461c932a23963c5960734dcba0f054b55dd78443404bb3abe.jpg)

Configureer de afbeelding van het apparaat.

In het venster voor printerstuurprogrammaconfiguratie verschijnt een afbeelding van het apparaat op basis van de opties die zijn geïnstalleerd. (1) Selecteer de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat. (2) Klik op de toets [OK]. ![](images/b7f16644ea5492644e45da3523fcbd6ed0a8366261542ac10f9538ad6fa05414.jpg) Klik op [Annuleren] om de afbeeldinginstellingen te annuleren.

Klik op [OK] in het printereigenschappenvenster.

![](images/f60cc6f51efbede2da8f5fea275ca83c08602660ad039ba7a0d85c2c919d5119.jpg)

Als de automatische configuratie mislukt

- U kunt de geïnstalleerde opties en de instellingen van de laden nakijken door de lijst met alle gebruikersinstellingen in het systeeminstellingen van het apparaat af te drukken. ("InvoerPapiercassette" moet wel zijn ingesteld op het aantal laden dat het apparaat heeft.) Volg deze stappen om de lijst met alle gebruikersinstellingen af te drukken. Druk op de toets [SYSTEEMINSTELLINGEN], druk op de toets [Lijst afdrukken (gebruiker)] en druk vervolgens op de toets [Afdrukken] van de lijst met alle gebruikersinstellingen. - Klik op de toets [Ladestatus instellen], de knop [Naam papiertype] en de knop [Tandemafdruk instellen]\* om de instellingen van beide te controleren. Ladestatus instellen: De "Lade-instellingen" in "Papierlade-instellingen" in de systeeminstellingen van het apparaat komen tot uiting in de hier weergegeven instellingen. Stel het soort en het formaat in van het papier in de handinvoer. Naam papiertype: De instellingen "Papiersoortregistratie" in "Papierlade-instellingen" in de systeeminstellingen van het apparaat komen tot uiting in de hier weergegeven instellingen. Als een type gebruikersnaam (1 tot 7) is gewijzigd, geef de gewijzigde naam dan hier op. Tandemafdruk instellen\*:Geef de instelling (het IP-adres van het slave-apparaat) op in "Instelling tandemverbinding" in de systeeminstellingen (beheerder) van het apparaat. \* "Tandemafdruk instellen" kan alleen worden geconfigureerd als het printerstuurprogramma is geïnstalleerd met behulp van een "Standaardinstallatie" of "Aangepaste installatie" en "LPR Direct Print (adres opgeven/automatisch zoeken)" is geselecteerd.

▶ Wanneer het PPD-stuurprogramma is geïnstalleerd

1

Klik op de knop [start] (), vervolgens op [Configuratiescherm] en klik vervolgens op [Printer].

- Klik in Windows XP/Server 2003 op de [Start]-knop en klik dan op [Printers en faxapparaten]. - Klik in Windows 2000 op de knop [Start], selecteer [Instellingen] en klik vervolgens op [Printers]. ![](images/6bbe0e5d57e9934d0e76d6f9e3e406150ffde11a5f8915e7a7bec09cb136c84f.jpg) Als in Windows XP in het menu [start] de optie [Printers en faxapparaten] niet wordt weergegeven, klik dan op de knop [start] en vervolgens op [Configuratiescherm], selecteer [Printers en andere hardware] en klik vervolgens op [Printers en faxapparaten].

2

Open het instelvenster voor het apparaat.

(1) Klik op het pictogram van het printerstuurprogramma van het apparaat. (2) Selecteer [Eigenschappen].

3

Configureer het printerstuurprogramma voor de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat.

(1) Klik op het tabblad [Apparaatinstellingen]. (2) Configureer elk item op basis van de configuratie van het apparaat. De items en procedures voor het configureren van de items variëren mogelijk naargelang de versie van het besturingssysteem. (3) Klik op de toets [OK]. ![](images/dffd76812743e78b6ad1fa65183a4d1176eaca7c26c44ae2d5a8842d477f323b.jpg) U kunt de opties nakijken die op het apparaat zijn geïnstalleerd door de lijst met alle gebruikersinstellingen in het systeeminstellingen van het apparaat af te drukken. ("InvoerPapiercassette" moet wel zijn ingesteld op het aantal laden dat het apparaat heeft.) Volg deze stappen om de lijst met alle gebruikersinstellingen af te drukken. Druk op de toets [SYSTEEMINSTELLINGEN], druk op de toets [Lijst afdrukken (gebruiker)] en druk vervolgens op de toets [Afdrukken] van de lijst met alle gebruikersinstellingen.

DE PRINTER STATUS MONITOR INSTALLEREN

Printer Status Monitor is een printerhulpprogramma waarmee algemene gebruikers de actuele status van het apparaat op hun computerscherm kunnen nakijken, bijvoorbeeld om te controleren of het apparaat klaar is om af te drukken of niet. De Printer Status Monitor toont informatie over fouten zoals papierstoringen, informatie over de configuratie van de printer (of er al dan niet een afwerkeenheid is geïnstalleerd enz.) als afbeelding, de papierformaten die kunnen worden gebruikt en de resterende hoeveelheid papier. ![](images/903a2abfa5c8883b62514f5af553697b390af81272f2cbf3c80292dcd5201a3d.jpg) In de volgende situaties kunt u Printer Status Monitor niet gebruiken: - Wanneer het apparaat is aangesloten met een USB-kabel. - Wanneer u met de IPP-functie afdrukt op het apparaat. Als het softwareselectiescherm verschijnt in stap 6 van "OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE)" (pagina 1-79), voert u de stappen hieronder uit. 1 ![](images/26365735e849bbc81ddc0088cef7f142420f898694fa63b9e35af771cdd70c3e.jpg) Klik op de knop [Printer Status Monitor]. 2 Volg de instructies op het scherm. 3 Wanneer het bericht verschijnt dat de installatie is voltooid, klikt u op de knop [Voltooien]. Als u wilt dat de Printer Status Monitor automatisch start als u uw computer start, selecteert u het keuzevakje [Dit programma aan uw opstartmap toevoegen] en klikt u op de knop [Voltooien]. 4 Klik op de knop [Sluiten] in het venster van stap 1. ![](images/6ba334f051429d54a6f5307931a66d4be04fa3d079f034bf5e5dc45771c0e269.jpg) Na de installatie verschijnt mogelijk een bericht met de instructie de computer opnieuw op te starten. Als dit bericht verschijnt, klikt u op de toets [Ja] om uw computer opnieuw op te starten.

Hiermee is de installatie voltooid.

Raadpleeg het Help-bestand voor het gebruik van de Printer Status Monitor. Volg deze stappen om het Help-bestand te bekijken: Klik op de Windows-knop [Start], selecteer [Alle programma's] ([Programma's] in Windows 2000), selecteer [SHARP Printer Status Monitor] en vervolgens [Help].

HET SCANNERSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN

Het scannerstuurprogramma (TWAIN-stuurprogramma) kan alleen worden gebruikt als het apparaat aan een netwerk gekoppeld is. Als het scannerstuurprogramma is geïnstalleerd, kan de PC-scanmodus van de functie beeld verzenden worden gebruikt. Nadat u stap 1 tot en met 5 van "OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR ALLE SOFTWARE)" (pagina 1-79) hebt uitgevoerd, gaat u door met de stappen hieronder. 1 ![](images/ccf3ea8273d9c454174a69d4dfa523b7b27db4d26c791c6195ec8010b3bc7e09.jpg) Klik op de knop [Scannerstuurprogramma (TWAIN)]. 2 Volg de instructies op het scherm. Lees het bericht in het venster dat verschijnt en klik op de knop [Volgende]. 3 In het installatiebeëindigingsvenster dat verschijnt, klikt u op de knop [OK]. 4 Klik op de knop [Sluiten] in het venster van stap 1. ![](images/557443d76d80664f33394f9841ad1287ee3a8138339592a5e5c4c353eb597909.jpg) Na de installatie verschijnt mogelijk een bericht met de instructie de computer opnieuw op te starten. Als dit bericht verschijnt, klikt u op de toets [Ja] om uw computer opnieuw op te starten. Hiermee is de installatie voltooid. Vervolgens configureert u het IP-adres van het apparaat in het scannerstuurprogramma. Wanneer het scannerstuurprogramma is geïnstalleerd, is het hulpprogramma "Apparaat selecteren" ook geïnstalleerd. Het IP-adres van het apparaat wordt met "Apparaat selecteren" geconfigureerd in het scannerstuurprogramma. 5 Klik op de knop [Start], selecteer [Alle programma's] ([Programma's] in Windows 2000), selecteer [SHARP MFP TWAIN K] en vervolgens [Apparaat selecteren]. ![](images/51ea247e0827bbf9cf4f94f6e32abc0e3718f49d53dde1c2e1f5f7299da67c27.jpg)

Klik op de knop [Zoeken].

Als u het IP-adres weet, kunt u op de toets [Invoer] klikken en het IP-adres zonder zoeken invoeren. ![](images/dbba1c2dbd6e59521d9ca686547f70e16f55f2ef4005f1fbfc0b08354dedb3dc.jpg)

Selecteer het IP-adres van het apparaat in het menu "Adres" en klik op de toets [OK].

- Vraag de systeembeheerder (netwerkbeheerder) om het IP-adres van het apparaat. - De naam (hostnaam) of het IP-adres van het apparaat kan rechtstreeks worden ingevoerd bij "Adres". - Als het poortnummer dat wordt gebruikt door de scannerfunctie van het apparaat is gewijzigd, voert u een dubbele punt in ":" achter het IP-adres en vervolgens geeft u het poortnummer op. (Het poortnummer hoeft normaal gesproken niet ingevoerd te worden.) ![](images/12f07c717e659e043217a96b3a1739032cbf355e1c945d6ba9bdd7783945ef5b.jpg)

Klik op de toets [OK].

Hiermee is de configuratie van het scannerstuurprogramma voltooid.

DE PS-SCHERMLETTERTYPEN INSTALLEREN

Lettertypen die kunnen worden gebruikt door het PS-printerstuurprogramma bevinden zich op de cd-rom "PRINTER UTILITIES" die wordt geleverd bij de PS3-uitbreidingskit. Installeer deze lettertypen die nodig zijn voor het PS-printerstuurprogramma.

1 Plaats de cd-rom "PRINTER OTHERS" die wordt geleverd bij de PS3-uitbreidingskit in het cd-romstation van uw computer.

2 op net pictogram [CD-ROM]().

- In Windows XP/Server 2003 klikt u op de knop [start], vervolgens op [Deze computer] en dubbelklik vervolgens op het pictogram [CD-ROM]. - In Windows 2000 dubbelklikt u op [Deze computer] en dubbelklikt u vervolgens op het [CD-ROM]-pictogram.

3

Dubbelklik op het pictogram [Instellen] ( ).

![](images/9267b44200a0493feb44a7c36bb0c107206a32a5c866d8d838f0bf3c63d2977e.jpg) Als in Windows Vista/Server 2008/7 een bericht op het scherm verschijnt dat u om bevestiging vraagt, klikt u op [Toestaan].

4

Het venster "LICENTIEOVEREENKOMST" verschijnt. Zorg dat u de licentieovereenkomst begrijpt en klik op de knop [Ja].

![](images/7328646d4775f70d6d4b8f79c1a0e16fcaed6eef6889e3a54e91dc3b2d2e777c.jpg) U kunt de "SOFTWARE LICENTIE" weergeven in een andere taal door de gewenste taal te selecteren in het taalmenu. Om de software te installeren in de geselecteerde taal, zet u de installatie voort met die taal geselecteerd.

5

Lees het bericht in het venster "Welkom" en klik op de knop [Volgende].

6

![](images/4691d18d26fe46a5a07278313244d5d88c6a73472e5a75a95d463f22926d3e1e.jpg) Klik op de knop [PS schermlettertype].

7 volg de instructies op het scherm.

8

Klik op de knop [Sluiten] in het scherm van stap 6.

DE POORT WIJZIGEN

Wanneer u het apparaat gebruikt in een Windows-omgeving, volgt u de onderstaande stappen om de poort te wijzigen, wanneer u het IP-adres van het apparaat heeft gewijzigd of het PC-faxstuurprogramma hebt geïnstalleerd, wanneer het apparaat is aangesloten met een USB-kabel. Als het apparaat in een IPv6-netwerk wordt gebruikt, volgt u de onderstaande stappen 1 tot en met 3 en raadpleegt u "Wijzigen in een standaard-TCP/IP-poort" (pagina 1-105) voor de resterende stappen van de procedure om de poort te wijzigen.

1

Klik op de knop [start] (), vervolgens op [Configuratiescherm] en klik vervolgens op [Printer].

- Klik in Windows XP/Server 2003 op de [Start]-knop en klik dan op [Printers en faxapparaten]. - Klik in Windows 2000 op de knop [Start], selecteer [Instellingen] en klik vervolgens op [Printers]. ![](images/e3eff7a118bed2801562f35182cba319c99d340876208c35654cd8ae51e9b033.jpg) Als in Windows XP in het menu [start] de optie [Printers en faxapparaten] niet wordt weergegeven, klik dan op de knop [start] en vervolgens op [Configuratiescherm], selecteer [Printers en andere hardware] en klik vervolgens op [Printers en faxapparaten].

2

Open het instelvenster voor het apparaat.

(1) Klik op het pictogram van het printerstuurprogramma van het apparaat. (2) Selecteer [Eigenschappen].

3

![](images/dd7ce3f75c2a07d0f7926394580a678549d0ab242a9a3014ff6d3e49978f4eb5.jpg) (2) (1)

Een poort toevoegen of wijzigen.

(1) Klik op het tabblad [Poorten]. (2) Klik op de knop [Poort toevoegen]. ![](images/b8565fa3c6cf9ffba8775b13bf61d85164e3c8c2b2c422c94837ab132fc8655c.jpg) Als u wilt overstappen op een eerder gecreëerde poort, zoals een USB-poort, selecteert u de gewenste poort (USB001, enz) in de lijst en klikt u op de knop [Toepassen]. Hiermee wordt de poort gewijzigd. ![](images/25d2a7cc6b8cff9df779bb0fcc48e3066fc271e663992efe6f86dded18ceba6c.jpg) Selecteer [SC2 TCP/IP Port] en klik op de knop [Nieuwe poort]. ![](images/7b14c521232c1c0d5981fddaae471738d58aa3bedb0cfcd1b8e5712429025ce8.jpg) - "SC2 TCP/IP Port" wordt toegevoegd als het printerstuurprogramma is geïnstalleerd met behulp van een "Standaardinstallatie" of "Aangepaste installatie" en "LPR Direct Print (adres opgeven/automatisch zoeken)" is geselecteerd. - Als het printerstuurprogramma is geïnstalleerd met een "Aangepaste installatie" met "IPP" geselecteerd, wordt de [SC-Print2005 Port] toegevoegd. Indien u de printerpoort moet wijzigen als het apparaat op een intranet of op een wide area network (WAN) is aangesloten met behulp van de IPP-functie, selecteer dan [SC-Print2005 Port], klik op de knop [Nieuwe poort] en volg de instructies op het scherm om de poort opnieuw aan te maken. ![](images/febf0543d33fb0209b756cc9c9de182a1669ced759c93dafad7fc4df90655414.jpg) (1)(2)(3) (4)

Creëer de nieuwe poort.

(1) Geef het IP-adres van het apparaat op. Beknopte bedieningshandleiding "Het IP-adres van het apparaat controleren" (2) Controleer of [LPR] is geselecteerd. (3) Controleer of [lp] is ingevoerd. (4) Klik op de toets [OK]. Klik op de knop [Sluiten] in het scherm van stap 4. Controleer of de printerpoort die u hebt gecreëerd is geselecteerd in het printereigenschappenvenster en klik op de knop [Toepassen].

Wijzigen in een standaard-TCP/IP-poort

Als het apparaat in een IPv6-netwerk wordt gebruikt, wijzigt u de poort in een poort die is gemaakt met "Standaard-TCP/IP-poort" van het besturingssysteem.

1 Volg stappen 1 tot en met 3 van "DE POORT WIJZIGEN" (pagina 1-103).

2

![](images/9675d05492b745fc4a697e49672697e70184696a309ee7046d384c3c5b0395cc.jpg) Selecteer [Standard TCP/IP Port] en klik op de knop [Nieuwe poort].

3 Krik op de knop [volgende].

4

![](images/08bf53418f98552bdf29d52e7f24ff8bc57f4c5f00936dbb0a0080262c667bc6.jpg) Voer het IPv6-adres van het apparaat in bij [Printernaam of IP-adres] en klik op de knop [Volgende].

5

![](images/3a6e30253eacd3be7b7a4634fcdd1f3e24c89c06362250da5454172ebc1bc6ca.jpg) Selecteer [Aangepast] en klik op de knop [Instellingen]. ![](images/0273791c1e18a4282124ac86b456b1e47c10d7635ddbc5ddf020163be3a82719.jpg) (2) (3) (1)

Configureer de poortinstellingen.

(1) Selecteer [LPR]. (2) Voer [lp] in. (3) Klik op de toets [OK]. Klik op de knop [Volgende] in het scherm van stap 5. Klik op de knop [Voltooien]. Klik op de knop [Sluiten] in het scherm van stap 2. Wanneer u een poort gebruikt die met "Standaard-TCP/IP-poort" is gemaakt In het scherm dat verschijnt nadat u op de knop [Poort configureren] heeft geklikt in het scherm bij stap 3, controleert u of het selectievakje [SNMP-status ingeschakeld] niet geselecteerd is (). Als het selectievakje [SNMP-status ingeschakeld] is geselecteerd ()is correct afdrukken misschien onmogelijk.

INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u het PPD-bestand installeert om te kunnen afdrukken vanaf een Macintosh en hoe u de printerstuurprogramma-instellingen configureert. MAC OS X: deze pagina (v10.2.8, v10.3.9, v10.4.11, v10.5 - 10.5.8, v10.6 - 10.6.2) MAC OS 9.0 - 9.2.2: pagina 1-113 ![](images/9deb725b9370b006c7ce662340d7e19880b813efc044f73af2180584b6fbe8e3.jpg) - Als u het apparaat als een printer in een Macintosh-omgeving gebruikt, zijn de printeruitbreidingskaart en de PS3-uitbreidingskit noodzakelijk. Daarnaast moet het apparaat op een netwerk zijn aangesloten. Een USB-verbinding kan niet worden gebruikt. - Het scannerstuurprogramma en PC-faxstuurprogramma kunt u niet gebruiken op de Macintosh.

MAC OS X

![](images/150405fed1bd49191e9a574512408ec0a6597ddcd5b6813c76707cd059898489.jpg) - De uitleg van de schermen en procedures zijn hoofdzakelijk bedoeld voor Mac OS X v10.4. De schermen kunnen afwijken in andere versies van het besturingssysteem. - Op de cd-rom staat geen software voor Mac OS X v10.2.8 en v10.3.9. Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicebedrijf als u software wenst voor Mac OS X v10.2.8 en v10.3.9.

Plaats de Software CD-ROM in het cd-romstation van uw computer.

Plaats de "Software CD-ROM" met "Disc 1" op de voorkant van de cd-rom.

2 Dubbelklik op het pictogram [CD-ROM] ( ) op het bureaublad.

Dubbelklik op de map [MacOSX].

Lees "ReadMe First" voordat u de software installeert. "ReadMe First" bevindt zich in de map [Dutch] in de map [Readme].

4 Dubbelklik op de map die overeenkomt met de versies van het besturingssysteem.

5

Dubbelklik op het pictogram [MX-PKX] ( ).

![](images/928ac912abd10445538be20bf22d9ae7fc3ba11d59c4651397e96af9415141ac.jpg) Als het venster "Identiteitscontrole" in Mac OS X v10.2.8 verschijnt, voert u het wachtwoord in en klikt u op [OK].

6

![](images/66750950db53f328a6cc60065100f457d64dd3966e7eac2c6bf36d9c4732815e.jpg) Klik op de knop [Ga door].

7

Het venster van de licentieovereenkomst verschijnt. Zorg dat u de licentieovereenkomst begrijpt en klik op de knop [Ga door].

Een boodschap verschijnt met de vraag of u akkoord gaat met de voorwaarden van de licentie. Klik op de knop [Akkoord]. ![](images/13d5e400fb5dde1d8165ce9c7e65e0ab599eafbba82a12d5cc0080f4b8ea0102.jpg) Als de licentie in een andere taal verschijnt, wijzig de taal dan in het taalmenu.

8

![](images/08fa905405000c9e2917dbb827058c780e2faac0b61d67a3f313b4e5b28201eb.jpg)

Selecteer de vaste schijf waarop het PPD-bestand wordt geïnstalleerd en klik op de knop [Ga door].

- Selecteer de vaste schijf waarop uw besturingssysteem is geïnstalleerd. - In Mac OS X v10.6 verschijnt onderstaand scherm als u op de knop [Wijzig locatie voor installatie] drukt.

9

![](images/f6230325fbf644a730b4e0b1fce88490a73ed28917275e5ebf3bbd86dd5027ce.jpg)

Klik op de knop [Installeer].

De installatie begint. ![](images/df6f5bb52e8e4857b189f474046451dbe60f186e5e8eb3d6e29042446b387f3e.jpg) In het venster "Identiteitscontrole" dat verschijnt, geeft u het wachtwoord op en klikt u op de knop [OK].

10

Wanneer de boodschap "De installatie is geslaagd" verschijnt in het installatievenster, klikt u op de knop [Sluit].

Hiermee is de installatie van de software voltooid. Vervolgens configureert u de instellingen van het printerstuurprogramma.

11

![](images/b12ac3c7dd2ed8b2369b288769873b36e31ba26884ce2eea2a1114a337eaa3f0.jpg)

Selecteer [Hulpprogramma's] in het menu [Ga].

- Als u Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 of v10.6 tot 10.6.2 gebruikt, klikt u op [Systeemvoorkeuren] in het Apple-menu ( ) en selecteert u [Afdrukken en faxen] ( ) Als het scherm om een printer toe te voegen verschijnt, klikt u op de toets en gaat u naar stap 14. - Als u Mac OS X v10.2.8 gebruikt, selecteert u [Programma's] in het menu [Ga].

Dubbelklik op het pictogram [Printerconfiguratie] ( ).

Als u Mac OS X v10.2.8 gebruikt, dubbelklikt u op de map [Hulpprogramma's] en dubbelklikt u vervolgens op het pictogram [Afdrukbeheer]. ![](images/eb289e657579d2ffada247282607d7e418e32b22ab7b2692d28553a7d6828fce.jpg) Als dit de eerste keer is dat u een printerstuurprogramma installeert op uw computer, verschijnt een bevestigingsbericht. Klik op de knop [Voeg toe]. ![](images/e4bd661af3e2bc1bbcd65714095efd38f4e97b6b22098574da8f6640d2d304bd.jpg) Klik op [Voeg toe].

Configureer het printerstuurprogramma.

- De procedure voor het configureren van het printerstuurprogramma verschilt afhankelijk van de versie van het besturingssysteem. De procedure voor versies 10.4.11, 10.5 tot 10.5.8 en v10.6 tot 10.6.2 en de procedure voor andere versies worden hieronder afzonderlijk uitgelegd. - Het apparaat kan niet afdrukken via de IPP-functie. Als u de IPP-functie wilt gebruiken, raadpleegt u "Afdrukken via de IPP-functie" (pagina 1-112) om de instellingen van het printerstuurprogramma te configureren. v10.4.11, v10.5 - 10.5.8, v10.6 - 10.6.2 ![](images/75ea628535928572d1f18f5246e6fc949b597f3f7e1daeb1dad4628e7a1d855f.jpg) (1) Klik op het pictogram [Standaardkiezer]. Als u Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 of v10.6 tot 10.6.2 gebruikt, klikt u op het pictogram [Standaard]. (2) Klik op de modelnaam van het apparaat. - Gebruik met AppleTalk: De modelnaam van het apparaat wordt doorgaans weergegeven als [SCxxxxx]\*. - Gebruik met Bonjour: De modelnaam van het apparaat wordt doorgaans weergegeven als [RDVxxxxxx]\*. \* ""xxxxx" is een reeks tekens die varieert per model. (3) Zorg dat het PPD-bestand van uw model geselecteerd is. Het PPD-bestand van het apparaat wordt automatisch geselecteerd. (4) Klik op de knop [Voeg toe]. - Gebruik met AppleTalk: Het PPD-bestand van het apparaat wordt automatisch geselecteerd en de randapparatuur die is aangesloten op het apparaat wordt herkend en automatisch geconfigureerd. - Gebruik met Bonjour: Het scherm "Uitbreidingsmogelijkheden" verschijnt. Selecteer het apparaat en klik op de knop [Doorgaan]. v10.2.8, v10.3.9 ![](images/5dee1efb66dea8d2f24038d5343ba2343fc59c1d563f76264be30b2e5ec11edf.jpg) (1) Selecteer [AppleTalk]. Als meerdere AppleTalk-zones zijn weergegeven, selecteert u in het menu de zone met de printer. (2) Klik op de modelnaam van het apparaat. De modelnaam van het apparaat wordt doorgaans weergegeven als [SCxxxxxx]. ("xxxxxx" is een reeks tekens die varieert naargelang het model.) (3) Selecteer het PPD-bestand van het apparaat. - Als u Mac OS X 10.3.9 gebruikt, selecteert u [Automatische selectie]. - Als u Mac OS X v10.2.8 gebruikt, selecteert u [Sharp] en klikt u vervolgens op het PPD-bestand van uw model. (4) Klik op de knop [Voeg toe]. Als u Mac OS X v10.3.9 gebruikt, wordt het PPD-bestand van het apparaat automatisch geselecteerd en wordt de randapparatuur die is aangesloten op het apparaat herkend en automatisch geconfigureerd. ![](images/f9c5d70645a8464b411117446747dcf82029bd0f8769e098dbbc8da512972bc7.jpg) Het PPD-bestand is geïnstalleerd in de volgende mappen op de opstartschijf. [Bibliotheek] - [Printers] - [PPDs] - [Contents] - [Resources] - [nl.lproj] ![](images/7dc9c43708071e94547976d88ce2bdddf8b6318a45363f52d01b1297d16c5495.jpg)

Printerinformatie weergeven.

(1) Klik op de naam van het apparaat.

Als u Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 of v10.6 tot 10.6.2 gebruikt, klikt u op de knop [Opties en toebehoren], daarna op de tab [Driver] en vervolgens gaat u naar stap 16.

(2) Klik op [Toon info].

Als u Mac OS X v10.2.8 gebruikt, selecteert u [Toon Info] in het menu [Printers].

Selecteer de configuratie van het apparaat.

Als u bij (3) of stap 14 [Automatische selectie] hebt geselecteerd, wordt de configuratie van het apparaat herkend en automatisch geconfigureerd. Controleer of de geconfigureerde instellingen juist zijn. (1) Selecteer [Uitbreidingsmogelijkheden]. Als u Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 of v10.6 tot 10.6.2 gebruikt, wordt deze optie niet weergegeven. (2) Selecteer de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat. (3) Klik op de knop [Pas wijzigingen toe]. Als u Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 of v10.6 tot 10.6.2 gebruikt, klikt u op de knop [OK]. (4) Klik om het venster te sluiten. ![](images/deecf21ed51e2c04515b2163e026f5145169be01bea243ca96ce0447fe6e3d25.jpg) U kunt de opties nakijken die op het apparaat zijn geïnstalleerd door de lijst met alle gebruikersinstellingen in het systeeminstellingen van het apparaat af te drukken. ("InvoerPapiercassette" moet wel zijn ingesteld op het aantal laden dat het apparaat heeft.) De lijst met alle gebruikersinstellingen kan worden afgedrukt via de optie [Lijst Alle Gebruikersinstellingen] in de systeeminstellingen. Hiermee is de configuratie van het printerstuurprogramma voltooid.

▶ Afdrukken via de IPP-functie

Het apparaat kan niet afdrukken via de IPP-functie. Als het apparaat zich op een externe locatie bevindt, kan deze functie worden gebruikt in plaats van de faxfunctie om een hogere beeldkwaliteit dan een faxkwaliteit af te drukken. Als u de IPP-functie wilt gebruiken, volgt u deze stappen om het PPD-bestand te selecteren als u het printerstuurprogramma configureert (stap 14 op pagina 1-109). v10.4.11, v10.5 - 10.5.8, v10.6 - 10.6.2 ![](images/f7757fc62a2c87684c6686afb0b124538e291f491f54764f34c9760b54da0eac.jpg) (1) Klik op het pictogram [IP-printer]. Als u Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 of v10.6 tot 10.6.2 gebruikt, klikt u op het pictogram [IP]. (2) Selecteer [Internet Printing Protocol] in "Protocol". Voer het adres van het apparaat in (IP-adres of domeinnaam) en de naam van de wachtrij. Voer "ipp" in bij "Wachtrij". (3) Selecteer [Sharp] in "Druk af via" en klik op het PPD-bestand van uw model. Als u Mac OS X v 10.5 tot 10.5.8 of v10.6 tot 10.6.2 gebruikt, selecteert u [Selecteer besturingsbestand] (of [Selecteer printersoftware]) in "Druk af via" en klikt u op het PPD-bestand voor uw model. (4) Klik op de knop [Voeg toe]. Het scherm "Uitbreidingsmogelijkheden" verschijnt. Let erop dat de instellingen correct zijn en klik op [Ga door]. Beknopte bedieningshandleiding "Het IP-adres van het apparaat controleren" v10.2.8, v10.3.9 ![](images/92403195becf8ff0c2d19d4864fdf2e8df9b339290a641374a36216c118ceaa7.jpg) (1) Selecteer [Afdrukken via IP]. (2) Selecteer [Internet Printing Protocol] in "Printertype". Voer het adres van het apparaat in (IP-adres of domeinnaam) en de "Naam wachtrij". - Als u Mac OS X v10.2.8 gebruikt, voert u het adres van het apparaat in (IP-adres of domeinnaam) in "Printeradres". • Voer "ipp" in bij "Naam wachtrij". (3) Selecteer [Sharp] in "Printermodel" en klik op het PPD-bestand van uw model. (4) Klik op de knop [Voeg toe]. Beknopte bedieningshandleiding "Het IP-adres van het apparaat controleren"

MAC OS 9.0 - 9.2.2

![](images/57cd6a53d6a745120cc3aa8b98423db693092e4f81330a15d67ccf173f3dd796.jpg) - Als u Mac OS 9.0 tot 9.2.2 gebruikt, moet u zorgen dat "LaserWriter 8" is geïnstalleerd en het keuzevakje "LaserWriter 8" is geselecteerd in "Extensiebeheer" in "Regelpanelen". Zo niet, dan installeert u dit van de systeem cd-rom die is geleverd bij uw Macintosh-computer. - Op de cd-rom staat geen software voor Mac OS 9.0 tot 9.2.2. Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicebedrijf als u software wenst voor Mac OS 9.0 tot 9.2.2.

1 Download de software en sla de opgehaalde bestanden op in een willekeurige map.

Dubbelklik op de map [MacOS].

Lees "ReadMe First" voordat u de software installeert. "ReadMe First" bevindt zich in de map [Dutch] in de map [Readme].

3 Dubbelklik op het pictogram [Installer] ().

4

![](images/e369736fae8b12690a92fc8d37486138ea7207df39d9527d0e64184265ef14b5.jpg) Klik op de knop [Installeer].

5 Het venster van de licentieovereenkomst verschrijmt. Zorg dat d de licentieovereenkomst begrijpt en klik op de knop [Ja].

6

Lees het bericht in het venster dat verschijnt en klik op de knop [Ga door]. De installatie van het PPD-bestand begint. Na de installatie verschijnt een bericht met de instructie de computer opnieuw op te starten. Klik op [OK] en start uw computer opnieuw op. Hiermee is de installatie van de software voltooid. Vervolgens configureert u de instellingen van het printerstuurprogramma.

7 Selecteer [Kiezer] in het Apple-menu.

![](images/7ee4e63687bc76d4ffcfa0c4c156b3b8eebde6da63ed8b02ad88d1ab7a44158b.jpg)

Een printer aanmaken.

(1) Klik op het pictogram [LaserWriter 8]. Als meerdere AppleTalk-zones zijn weergegeven, selecteert u de zone met de printer. (2) Klik op de modelnaam van het apparaat. De modelnaam van het apparaat wordt doorgaans weergegeven als [SCxxxxxx]. ("xxxxxx" is een reeks tekens die varieert naargelang het model.) (3) Klik op de knop [Maak aan]. ![](images/11d1f14fd43dea37ae21b4310d7aa2a637c853536dd42e6919cdf030b7daf045.jpg)

Selecteer het PPD-bestand.

(1) Klik op het PPD-bestand voor uw model. (2) Klik op de knop [Selecteer]. ![](images/ccf21772ea5af3d5746e21f3352875769113828969f2e4682da412beb9f41270.jpg) - Als bovenstaand dialoogvenster niet verschijnt en u terugkeert naar het dialoogvenster "Kiezer", volgt u de onderstaande stappen om het PPD-bestand handmatig te selecteren. (1) Controleer of het apparaat handmatig is geselecteerd in de lijst "Selecteer een PostScript-printer" en klik vervolgens op de knop [Instellen] en vervolgens op de knop [Selecteer PPD]. (2) Selecteer het PPD-bestand voor uw model en klik op de knop [Open]. (3) Klik op [OK]. - Het PPD-bestand wordt geïnstalleerd in de map [Printerbeschrijvingen] in [Extensies].

Controleer of het apparaat is geselecteerd in de lijst "Selecteer een PostScript-printer" en klik op de knop [Instellen].

![](images/89d1936273f695857183686a2e23de784608d35a0d7436399766965754d14567.jpg)

Klik op [Configureer].

![](images/15abc48b3fb677cc66acbb40c7f24b0225efca909539498e60cfee6069cc38a2.jpg) Als u de instellingen automatisch wilt configureren op basis van de geïnstalleerde apparaatopties die zijn gedetecteerd, klikt u op de knop [Automatische configuratie].

12

Selecteer de configuratie van het apparaat.

(1) Selecteer de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat. (2) Selecteer [Opties 2] van het menu om het scherm te wijzigen en ga door met de opties selecteren die op het apparaat zijn geïnstalleerd. (3) Klik op de toets [OK]. ![](images/5cebe9c0dd93bf72c1d457de1b139235bebaaee56e6678871260fd5a1090456d.jpg) U kunt de opties nakijken die op het apparaat zijn geïnstalleerd door de lijst met alle gebruikersinstellingen in het systeeminstellingen van het apparaat af te drukken. ("InvoerPapiercassette" moet wel zijn ingesteld op het aantal laden dat het apparaat heeft.) Volg deze stappen om de lijst met alle gebruikersinstellingen af te drukken. Druk op de toets [SYSTEEMINSTELLINGEN], druk op de toets [Lijst afdrukken (gebruiker)] en druk vervolgens op de toets [Afdrukken] van de lijst met alle gebruikersinstellingen.

13

Klik op de knop [OK] in het venster van stap 12 om het venster te sluiten.

14

Klik op het sluitvakje (1) om de "Kiezer" te sluiten.

Hiermee is de configuratie van het printerstuurprogramma voltooid.

Installeren van schermlettertypen

De schermlettertypen voor Mac OS 9.0 - 9.2.2 staan in de map [Font] op de cd-rom "PRINTER UTILITIES" die is geleverd met de PS3-uitbreidingskit. Kopieer de lettertypen die u wilt installeren op de [Systeemmap] van de opstartschijf. ![](images/bb1fb40624aaa75428c92a0d7d2b4cfe46f7eff7f969e1163b1ee195b5354f4e.jpg) Als u problemen ondervindt die veroorzaakt kunnen zijn door de geïnstalleerde schermlettertypen, wis dan onmiddellijk de geïnstalleerde lettertypen uit uw systeem.

SOFTWARE VERWIJDEREN

Om het printerstuurprogramma of software die met behulp van het installatieprogramma is geïnstalleerd te verwijderen volgt u de volgende stappen.

Windows

1 Klik op de knop [start] en vervolgens op [Configuratieschern].

In Windows 2000 klikt u op de toets [Start], wijst u [Instellingen] aan en klikt op [Configuratiescherm].

2

Klik op [Een programma verwijderen].

- In Windows XP/Server 2003 klikt u op [Programma's toevoegen of verwijderen]. - In Windows 2000 dubbelklikt u op het pictogram [Programma's toevoegen/verwijderen].

3

Selecteer het programma of het stuurprogramma dat u wilt wissen.

Raadpleeg de handleiding van het besturingssysteem of de Help voor meer informatie.

4

Start uw computer opnieuw op.

Mac OS X

1

Verwijder de printer die het PPD-bestand van het apparaat uit de printerlijst gebruikt.

Als u de printerlijst wilt zien leest u stap 11 en 12 van "MAC OS X" (pagina 1-107).

2

Verwijder het PPD-bestand.

Het PPD-bestand is naar de volgende map op de opstartschijf gekopieerd. [Bibliotheek] - [Printers] - [PPDs] - [Contents] - [Resources] - [nl.lproj] Verwijder het PPD-bestand van het apparaat uit deze map.

3

Verwijder de installatie-informatie.

De installatie-informatie is naar de volgende map op de opstartschijf gekopieerd. [Bibliotheek] - [Receipts] Verwijder het bestand [MX-PKX.pkg] uit deze map.

Mac OS 9.0 - 9.2.2

Nadat u het pictogram hebt verwijderd van de printer die het PPD-bestand van het apparaat vanaf het bureaublad gebruikt, volgt u de stappen hieronder.

1

Download de software en sla de opgehaalde bestanden op in een willekeurige map.

2 Dubbelklik op de map [MacOS]. 3 Dubbelklik op het pictogram [Installer] ( ). 4 Selecteer [Verwijder] in het Installatiemenu en klik op de toets [Verwijder].

HOOFDSTUK 2 KOPIEERMACHINE

In dit hoofdstuk vindt u uitgebreide uitleg over de procedures voor het gebruik van de kopieerfunctie.

VOORDAT U DE MACHINE ALS KOPIEERMACHINE GEBRUIKT

BASISSCHERM VAN DE KOPIEERFUNCTIE .... 2-3 KOPIEERPROCEDURE 2-6 ORIGINELEN 2-9 • FORMAAT ORIGINEEL CONTROLEREN.... 2-9 PAPIERLADEN 2-11

BASISPROCEDURE OM KOPIEËN TE MAKEN

KOPIEËN MAKEN 2-12 \- KOPIEËN MAKEN MET DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOEREENHEID 2-12 • EEN KOPIE MAKEN MET DE GLASPLAAT... 2-14 AUTOMATISCH 2-ZIJDIG KOPIËREN ..... 2-16 \- 2-ZIJDIGE KOPIEËN MAKEN MET DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOEREENHEID . . . 2-16 • AUTOMATISCH 2-ZIJDIG KOPIËREN MET DE GLASPLAAT .... 2-18 DE BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN 2-21 \- BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD AUTOMATISCH AANPASSEN ..... 2-21 \- DE BELICHTINGSMODUS SELECTEREN EN HET ORIGINEELTYPE HANDMATIG AANPASSEN 2-21 VERGROTEN/VERKLEINEN/ZOOM 2-23 • KOPIEERFACTOR AUTOMATISCH SELECTEREN (Auto Image) 2-23 \- KOPIEERFACTOR HANDMATIG SELECTEREN (Vaste kopieerfactor/Zoom).... 2-24 \- DE LENGTE EN BREEDTE AFZONDERLIJK VERGROTEN/VERKLEINEN (X-y zoom) ..... 2-26 FORMATEN ORIGINEEL 2-27 • FORMAAT ORIGINEEL OPGEVEN. 2-27 • VAAK GEBRUIKTE ORIGINEELFORMATEN OPSLAAN ..... 2-28 UITVOER 2-31 \- UITVOERFUNCTIES 2-33 KOPIEËN MAKEN MET DE HANDINVOER ..... 2-38

SPECIALE FUNCTIES

SPECIALE FUNCTIONS 2-41 MARGES TOEVOEGEN (kantlijnverschuiving).... 2-44 RANDSCHADUWEN WISSEN (wissen) 2-46 NAAST ELKAAR LIGGENDE PAGINA'S VAN EEN INGEBONDEN DOCUMENT KOPIËREN (dubbelzijdige kopie) 2-48 KOPIEËN MAKEN VOOR BOEKJE (Inbindkopie) 2-50 EEN GROOT AANTAL ORIGINELEN TEGELIJK KOPIËREN (opdracht samenstellen) 2-53 EEN GROOT AANTAL KOPIEËN MAKEN MET TWEE MACHINES (tandemkopie) 2-56 ANDER SOORT PAPIER GEBRUIKEN VOOR OMSLAGEN (Kaften/Insteekvellen) 2-59 \- KAFTEN INVOEGEN IN KOPIEN (kaftinstellingen) 2-60 \- INSTEEKVELLEN INVOEGEN IN KOPIEËN (invoeginstellingen) 2-63 \- KAFT/INSTEEKVELINSTELLINGEN WIJZIGEN (paginaopmaak) 2-67 INSTEEKVELLEN INVOEGEN BIJ HET KOPIREN OP TRANSPARANTEN (Transparant-Insteekvellen) 2-70 MEERDERE ORIGINELEN OP ÉÉN VEL KOPIËREN (Multishot) 2-72 EEN BOEKJE KOPIËREN (boekkopie) ..... 2-74 OPSCHRIFTEN KOPIËREN OP TABBLADEN (tabkopie) 2-78 • VERHOUDING TUSSEN ORIGINELEN EN HET TABPAPIER 2-78 ![](images/114f467b1fbfc8eb54f6c144f343734d37d14e2aa78193da1c45ca0e38ef2fe6.jpg)

BEIDE ZIJDEN VAN EEN KAART KOPIËREN

OP ÉÉN VEL PAPIER (Kaart Formaat) ..... 2-81

DE DATUM OF EEN STEMPEL AFDRUKKEN

OP KOPIEËN (Stempel) 2-84

• ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL.... 2-85 - DATUM TOEVOEGEN AAN KOPIEËN (Datum).... 2-88 • KOPIEËN STEMPELEN (Stempel) ..... 2-90 • PAGINANUMMERS AFDRUKKEN OP KOPIEËN (Paginanummering) 2-92 • TEKST AFDRUKKEN OP KOPIEËN (Tekst) . . . 2-96 • STEMPELLAY-OUT CONTROLLEREN (Lay-out) 2-100 - EEN WATERMERK AAN EEN KOPIE TOEVOEGEN (Watermerk) 2-102

TOETS [Beeld bewerken] 2-104

• FOTO'S HERHALEN OP EEN KOPIE (Foto herhalen) 2-105 - EEN GROTE POSTER MAKEN (Vergrot. over meerdere pag.) 2-107 • DE AFBEELDING SPIEGELEN (Spiegel-Beeld).... 2-110 - ORIGINEELFORMAAT A3 (11" x 17") KOPIËREN ZONDER DE RANDEN AF TE SNIJDEN (A3 (11" x 17") Volbeeld) ..... 2-111 - KOPIËREN IN HET MIDDEN VAN HET PAPIER (Centreren) 2-113 • WIT EN ZWART OMDRAAIEN OP DE KOPIE (Z/W Omgekeerd).... 2-115

DE SCHERPTE VAN EEN AFBEELDING

AANPASSEN (Scherpte).... 2-117

KOPIEËN CONTROLEREN ALVORENS U

AFDRUKT (Proefafdruk) 2-118

HET AANTAL INGESCANDE ORIGINELE

VELLEN CONTROLEREN ALVORENS TE

KOPIËREN (Aantal originelen).... 2-121

ORIGINELEN VAN VERSCHILLENDE

FORMATEN KOPIËREN (Origineel gem. form.). . 2-123

KOPIËREN VAN DUNNE ORIGINELEN

(Langzame scanmodus) 2-126

HANDIGE KOPIEERFUNCTIES

EEN KOPIEERSESSIE ONDERBREKEN

(kopieren onderbreken) 2-128

EEN AFDRUKVOORBEELD VAN EEN KOPIE

CONTROLEREN (Voorbeeld) 2-130

• VOORBEELDSCHERM 2-132

OPDRACHTSTATUSCHERM 2-133

- SCHERM OPDRACHTWACHTRIJ EN SCHERM UITGEVOERDE OPDRACHTEN. . 2-134 - EEN OPDRACHT IN DE WACHTRIJ ANNULEREN 2-136 - EEN OPDRACHT IN DE WACHTRIJ PRIORITEIT GEVEN 2-137 • INFORMATIE CONTROLEREN OVER EEN KOPIEEROPDRACHT IN DE WACHTRIJ....2-138

KOPIEERBEWERKINGEN OPSLAAN

(opdrachtprogramma's) 2-139

• OPDRACHTPROGRAMMA OPSLAAN (BEWERKEN/WISSEN) 2-140

BIJLAGE.... 2-142

VOORDAT U DE MACHINE ALS KOPIEERMACHINE GEBRUIKT

Deze sectie bevat informatie waarmee u vertrouwd moet zijn voordat u de machine als een kopieermachine gebruikt.

BASISSCHERM VAN DE KOPIEERFUNCTIE

Druk op de toets [KOPIEREN] om het basisscherm van de kopieermodus te openen. Het basisscherm geeft berichten en toetsen voor het kopieren weer en instellingen die zijn geselecteerd. ![](images/8f8ec04d269b4c7f7cc379d249e95b38b3b334c0cbd1153b11faec9e5f38db21.jpg)

(1) Modustoetsen

Gebruik deze toetsen om te wisselen tussen de modi kopieren, beeld verzenden en documentarchivering. Als u naar de modus kopieren wilt gaan, druk dan op de toets [KOPIEREN].

(2) Uitvoerweergave

Wanneer u een of meer uitvoerfuncties hebt geselecteerd, zoals sorteren, groep, nietsorteren of nieten, dan worden hier de pictogrammen van de geselecteerde functies weergegeven. UITVOER (pagina 2-31)

(3) Toets [Belichting]

Hiermee geeft u de huidige instellingen voor de belichting en het type origineel weer. Druk op deze toets om de instelling voor de belichting of het type origineel te wijzigen. DE BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN (pagina 2-21)

(4) Toets [Kopieerfactor]

Deze toets geeft de huidige kopieerfactor weer. Druk op deze toets om de kopieerfactor aan te passen. VERGROTEN/VERKLEINEN/ZOOM (pagina 2-23)

(5) Toets [Origineel]

Druk op deze toets om de instelling voor het origineelformaat handmatig in de voeren. Wanneer het origineel geplaatst is, wordt het gedetecteerde origineelformaat weergegeven. Als u het origineelformaat handmatig hebt ingesteld, verschijnt het ingestelde formaat. FORMATEN ORIGINEEL (pagina 2-27)

(6) Toets [Papierformaat]

Druk op deze toets om van papier(lade) te wisselen. De papierlade, het papierformaat en de papiersoort worden weergegeven. U kunt ook op papierladen 1 tot 5 in de papierformaatweergave drukken om hetzelfde scherm te openen. PAPIERLADEN (pagina 2-11)

(7) Origineelinvoerweergave

Deze verschijnt wanneer u een origineel in de automatische documentinvoer hebt geplaatst.

(8) Weergave Papierformaat

Deze laat zien welk formaat papier er is geladen in elke lade. Voor de handinvoerlade verschijnt de papiersoort boven het papierformaat. De geselecteerde lade is gemarkeerd. Bij benadering wordt de hoeveelheid papier in elke lade aangegeven door kunt ook op laden 1 tot 5 drukken om hetzelfde scherm te openen als wanneer u op [Papierformaat] drukt. PAPIERLADEN (pagina 2-11)

(9) Weergave aantal kopieën

Deze laat zien hoeveel kopieën zijn ingesteld.

(10) Toets [Spec. Functies]

Druk op deze toets als u speciale functies wilt selecteren, zoals kantlijnverschuiving, randen wissen en dubbelzijdige kopie. SPECIALE FUNCTIES (pagina 2-41)

(11) Toets [Dubbelz. Kopie]

Druk op deze toets om de functie dubbelzijdig kopieren te selecteren. AUTOMATISCH 2-ZIJDIG KOPIËREN (pagina 2-16)

(12) Toets [Uitvoer]

Druk op deze toets om een uitvoerfunctie zoals sorteren, groeperen, staffelen, sorteren nieten, zadelsteeknieten, perforeren of vouwen te selecteren. UITVOER (pagina 2-31)

(13) Aangepaste toetsen

U kunt de toetsen die hier verschijnen wijzigen, zodat ze instellingen of functies van uw voorkeur aangeven. De volgende toetsen verschijnen standaard als fabrieksinstelling: Aangepaste toetsen tonen (pagina 2-5)

Toets [Bestand], de toets [Snelbestand]

Druk op een van deze toetsen om de functie Bestand of Snelbestand van de functie documentarchivering te gebruiken. Dit zijn dezelfde toetsen [Bestand] en [Snelbestand] die verschijnen wanneer u op de toets [Spec. Functies] drukt. Zie "6. DOCUMENTARCHIVERING" voor informatie over de functie documentarchivering.

(14) Toets [Uitvoer]

Tik op het aanraakscherm voor een afdrukvoorbeeld van een kopie voordat u de kopie afdrukt. EEN AFDRUKVOORBEELD VAN EEN KOPIE CONTROLLEREN (Voorbeeld) (pagina 2-130) ![](images/6f431e2d45d9b0830f9d58b7f815e124ff1c932e5aaed3183809cecf649cef64.jpg) Het scherm dat in dit gedeelte wordt uitgelegd verschijnt wanneer een uitvoerlade, zadelsteek afwerkingeenheid, perforatiemodule, papierdoorvoereenheid en hoge capaciteitlade zijn geïnstalleerd. De afbeelding varieert naargelang de apparatuur die is geïnstalleerd.

Lade tijdens papierinvoer

Verwijder een lade niet uit het apparaat tijdens de invoer van papier uit de betreffende lade. Hierdoor kan het papier vastlopen.

Bepalen van de lade waaruit het papier wordt ingevoerd

(1) Tijdens de invoer van papier wordt in de opdrachtstatusweergave van de systeembalk op het aanraakscherm het nummer van de lade weergegeven die wordt gebruikt voor de papierinvoer. (2) De gebruikte lade om papier in te voeren wordt ook in groen aangegeven op de weergave papierformaat op het basisscherm van het aanraakscherm. Basisscherm ![](images/647586b6435aa9c760612ffe030cf7241068d002fada2879be82badd54026fb5.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Delichting Auto"] --> B["KopierFactor 100%"]
    B --> C["Code2"]
    D["Spec. functions"] --> E["Dubbe x. Kopim"]
    E --> F["Uitwom"]
    G["Bestand"] --> H["Exelbestand"]
    I["Voorbeeld"] --> J["Paperformat Auto A4 Normaal_papier"]

(1) Opdrachtstatusweergave op de systeembalk

Geeft het nummer weer van de lade die wordt gebruikt voor de papierinvoer.

(2) Papierformaatweergave

Geeft in het groen de lade weer die wordt gebruikt voor de papierinvoer.

Aangepaste toetsen tonen

Speciale functietoetsen en andere toetsen kunnen worden weergegeven in het basisscherm. Door vaak gebruikte functies aan deze toetsen toe te kennen, beschikt u met één druk op de toets over deze functies. U kunt "Toetsinstelling aanpassen" op de webpagina's gebruiken om de functie die aan een toets is toegekend te veranderen. Wanneer "Wissen", "Kantlijn Verschuiving" en "Spiegelbeeld" zijn toegekend aan de aangepaste toetsen ![](images/d63d7a11a17a128a5e87aaf2edb429631921231b3f74db5c38b6e0a328651115.jpg) ![](images/c00248a43791e642b37c5f5b0c20b83e0c9194c0caedf7db0842662fd48bc39e.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Toetsinstelling aanpassen De registratie wordt uitgevoerd in [Systeeminstellingen] – [Bedieningsinstellingen] – "Toetsinstelling aanpassen" in het webpaginamenu.

Controleren welke speciale functies zijn geselecteerd

De toets wordt in het basisscherm weergegeven wanneer een of meerdere speciale functies geselecteerd zijn. Door te drukken op de toets worden de geselecteerde speciale functies weergegeven. Sluit het scherm door op [OK] te drukken. ![](images/fa25daab1056d725a1d9d918294aca8bb623f2e10f4faf1d7776d0a79d5ffb89.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Beling"] --> B["Auto"]
    C["Kopleerfactor 100%"] --> D["Original"]
    E["Auto"] --> F["Paylerformaat Auto N4 Normal papier"]
    G["Vormaal A4"] --> H["Spec. Functions"]
    I["Xubbelz. Kopie"] --> J["Uitvoer"]
    K["Bestand"] --> L["Snelbestand"]
    M["Voorbeeld"] --> N["Forcleoverversical OR"]
    O["Rantlijn Versachiving"] --> P["Schuvon:Rochte Voors:10mm/Achter:10mm"]
    Q["Missen"] --> R["Rand:10mm K16Gsr:10mm"]
    S["Voorz./Invgs"] --> T["Voor:Dubbelzijzig/Achter:Invogen Tavoesgel A:10pgine/B:10pgine"]
    U["1/1"] --> V["Output"]

KOPIEERPROCEDURE

Deze sectie legt de basisprocedure uit voor het kopiëren. Selecteer instellingen in de onderstaande volgorde, zodat het kopiëren soepel verloopt. Zie de uitleg over elke instelling in dit hoofdstuk voor uitgebreide procedures voor het selecteren van instellingen.

Plaats het origineel.

![](images/5bf9ee65681624414c8d98b60360f283d6055e76e60b1162d742d7c8cf843dde.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with an open lid and control panel, showing front and side views (no text or symbols)
Plaats het origineel in de invoerlade van de automatische documentinvoer of op de glasplaat. \* Naargelang de kopieerfuncties die u gebruikt, komt het ook voor dat u functies selecteert voordat u het origineel plaatst. ![](images/2f0e905898be3863d0fbe62c9d9fe2b128d77229cb9e5116b8982621c9d113e9.jpg)

Basiskopieerinstellingen

![](images/9e04897f608b1d534fa6e71d017b9657f091ac755be42960dcd664492ef83276.jpg) Selecteer de basiskopieerinstellingen. De hoofdinstellingen zijn de volgende: \- Belichting en origineeltype DE BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN (pagina 2-21) \- Kopieerfactor VERGROTEN/VERKLEINEN/ZOOM (pagina 2-23) • Origineelformaat FORMATEN ORIGINEEL (pagina 2-27) \- Papierinstellingen PAPIERLADEN (pagina 2-11) ![](images/d8b243bcc227b1e819692c7bbdc9f1994a02d5a321a850c2bda535d6f48899e4.jpg)

Instellingen voor 2-zijdig kopiëren

![](images/7be629da6787321e58199edeaae31e4fe7477abec12d6ef18f8154b7b5d17e79.jpg) Selecteer de instellingen die u nodig hebt voor 2-zijdig kopiëren en 2-zijdig scannen van het origineel. AUTOMATISCH 2-ZIJDIG KOPIËREN (pagina 2-16) ![](images/17b60935de9793b52f3335bafd1302390ba42e6e2102357a120b3969a33deff0.jpg)

Uitvoerinstellingen

![](images/64389ae9bf5848c7502038192ab6e3a489e35f18e1db673f68e7260e1e70e4b1.jpg) Selecteer de kopieeruitvoerinstellingen. De hoofdinstellingen zijn de volgende: - Sorteerfunctie 📋 Sorteerfunctie (pagina 2-33) • Groepeerfunctie 📋 Groepeerfunctie (pagina 2-33) • Staffelfunctie 📋 Staffelfunctie (pagina 2-33) - Nietsorteerfunctie ☑ Functie Nietsorteren / Zadelsteek (pagina 2-34) - Boekje-nietfunctie Fundie Nietsorteren / Zadelsteek (pagina 2-34) - Perforatiefunctie Perforatiefunctie (pagina 2-37) • Vouwfunctie 📋 Papiervouwfunctie (pagina 2-36) ![](images/44ad9e4ff2fc8abe6f398e28a032b9758e0563a2c2c6bada8dd50c677a13b7ad.jpg)

Instellingen speciale functies

![](images/bb1b2d9a6450a7fae3b1b401d3a8bc32eb65a6ed4dfe3f624e1a9d33bddda7e8.jpg) Selecteer speciale functies zoals "Kantlijn Verschuiving" en "Wissen". SPECIALE FUNCTIONS (pagina 2-41) ![](images/d29d1ba19f962fcc0bdc371753e57f1cc6e536d80342f2152d022da7104df614.jpg)

Instelling aantal kopieën (sets)

![](images/6cde208ed7757a56822da472fbdddc0f7bc525ed19ac8b0c920a35f9edc87371.jpg) Stel het aantal kopieën (aantal sets) in. ![](images/ac5707086cb92e19bd032adbf3760cbee4f2dd9d0c00efbccd17c91710d61500.jpg)

Begin met kopiëren.

Start het scannen van originelen en het maken van kopieën. Druk op [START]. ![](images/5e998bd7827a130cffed8e466c51f636c02e6f50940b0e41cfb06e16817ff748.jpg) \- Indien een of meer speciale functies zijn geselecteerd, verschijnt de toets in het basisscherm. Druk op de toets om een lijst van de geselecteerde speciale functies weer te geven. Zo kunt u controleren welke speciale functies zijn geselecteerd en welke instellingen daarvoor gelden. Controleren welke speciale functies zijn geselecteerd (pagina 2-5) \- Selecteer kopieerinstellingen en druk vervolgens op de toets [Bestand] of de toets [Snelbestand] om een kopieertaak op te slaan met de functie documentarchivering. ![](images/9265e4811dffd25fa72885f886537c4210c226fcca01b00c53fb963273a48be1.jpg) Druk op [ALLES WISSEN] ( ) om alle instellingen te annuleren. Wanneer u op [ALLES WISSEN] (CA) drukt, worden alle tot dan toe geselecteerde instellingen gewist en keert u terug naar het basisscherm. Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt stoppen, drukt u op de toets [STOP] (©). Wanneer u op de toets [STOP] (ⓧ) drukt, verschijnt een bericht met de vraag of u de taak wilt annuleren. Druk op de toets [Ja] in het berichtscherm.

ORIGINELEN

FORMAAT ORIGINEEL CONTROLEREN

Wanneer [Auto] verschijnt in de toets [Origineel], wordt het formaat van het geplaatste origineel automatisch herkend. Bij plaatsing van het origineel wordt het formaat automatisch door de machine waargenomen en wordt het formaat weergegeven in de toets [Origineel] op het basisscherm.

Voorbeeld van basisscherm

Het origineelformaat wordt weergegeven. ![](images/bcc583f9c182ce829f51d093956454af18e8ab8e0fcbab5257d617cee9857f85.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Boliciting\nAuto"] --> B["Kopieerfactor\n100%"]
    B --> C["Original\nAuto\nA4"]
    C --> D["Papierformaat\nAuto\nA4\nNormal_papier"]
    D --> E["Spec. Functions"]
    E --> F["Jubbolz, Kopic"]
    E --> G["Uitvoer"]
    E --> H["Benland"]
    E --> I["Enelbosrand"]
    E --> J["Voorbeeld"]
(A) "Auto" wordt weergegeven als de automatische detectiefunctie van het origineel actief is. (B) Het formaat van het origineel wordt weergegeven. Met een pictogram wordt de richting van het origineel aangegeven.

Standaardformaten

Standaardformaten zijn formaten die automatisch door de machine worden herkend. De standaardformaten worden ingesteld in "Instelling Detectie Formaat Origineel" in de systeeminstellingen (beheerder). De instelling staat standaard ingesteld op "AB-1 (Inch-1)". Lijst van instellingen detectie formaat origineel
SelectiesStandaardformaten (herkende origineelformaten)
GlasplaatLade origineelinvoer (automatische documentinvoer)
AB-1A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5RA3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 14", 11" x 17"
AB-2A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")
AB-3A4, A4R, A5, B4, 8K, 16K, 16KRA3, A4, A4R, A5, B4, 8K, 16K, 16KR, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")
AB-4A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5")
AB-5A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")
Inch-111" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A4, A3
Inch-211" x 17", 8-1/2" x 13" (216 mm x 330 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 13" (216 mm x 330 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A4, A3
Inch-3 11" x 17", 8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A3, A4
![](images/e776f0f4833669b399dcdf4837444f41523c52218a74bcd37077dfe1feaf41ce.jpg) \- Wanneer de detectie formaat origineel actief is en het origineel geen standaardformaat is (een inch-formaat of speciaal formaat), wordt mogelijk het naaste standaardformaat weergegeven of verschijnt het origineelformaat niet. Stel het origineelformaat dan handmatig in. FORMAAT ORIGINEEL OPGEVEN (pagina 2-27) \- Wanneer u een origineel van niet-standaardformaat op de glasplaat plaatst, kunt u de formaatdetectie gemakkelijker maken door een blanco vel A4 (8-1/2" x 11"), B5 (5-1/2" x 8-1/2") of ander standaardformaat papier boven op het origineel te plaatsen.

Standaard richting om het origineel te plaatsen

Plaats originelen zo in de origineelinvoerlade of op het documentglas dat de boven- en onderrand van het origineel liggen als aangegeven in de illustratie. In geval het origineel niet op de juiste manier is geplaatst en er een functie zoals nieten is geselecteerd, kan het zijn dat de nietposities niet correct zijn. Zie voor meer informatie over het plaatsen van het origineel "ORIGINELEN" (pagina 1-38) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". [Voorbeeld 1] ![](images/030c59f09bc2fd377f2f2b61e6e5142cf725ee514d82ca86dc6d8177eddd34b5.jpg) [Voorbeeld 2] ![](images/4e32e4bd35ff626bdb058c0a09ef918b4d4a0ac9d23355289f9261411840e4a2.jpg)

Kopiebeeld automatisch draaien (Kopie draaien)

Als de richting van het origineel en het papier anders zijn, wordt het origineelbeeld automatisch 90 graden gedraaid, zodat deze goed op het papier komt. (Een bericht wordt weergegeven wanneer een afbeelding wordt gedraaid.) [Voorbeeld]: ![](images/a50583de73d7b0788594aa33ecea56a8db265735bbcca9a17d34325203c8896c.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Richting van geplaatst origineel"] --> B["Het origineel gezien van achteren"]
    C["Richting van papier"] --> D["De afbeelding is 90 graden gedraaid"]
    E[" "] --> F["Het papier gezien van achteren"]
Deze functie werkt zowel bij de functie automatische papierselectie als bij de functie auto image. Het draaien kan worden uitgeschakeld met "Instelling Draaien Kopie" in de Systeeminstellingen (Beheerder).

PAPIERLADEN

De machine is ingesteld om automatisch een lade te selecteren die hetzelfde papierformaat heeft als het formaat van het geplaatste origineel (automatische papierladeselectie). U kunt de papierlade handmatig selecteren als het juiste papierformaat niet is geselecteerd of als u het papierformaat wilt wijzigen.

1

![](images/5a760e3ed423213c9ddcbff4e835bc795d0e359a24086c0d99c7dcce0ec79b69.jpg) Druk op de toets [Papierformaat]. ![](images/ba6b14a44efc0e54d0920bf994673220a82183298ec55c3571ffaaa0fc095c46.jpg) U kunt ook op de papierformaatweergave (A) drukken om de instellingen voor de papierlade te openen. ![](images/0d94fed953cc3e12eaf52496e4b1df573d8313f7b1a3c630654b6b972892db7f.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Selichring Auto"] --> B["Normal A4"]
    C["Kopiererfactor 100%"] --> B
    D["Original Auto A4"] --> B
    E["Dapierformaat Auto A4 Normal papier"] --> B
    B --> F["Spec. Functions"]
    B --> G["Dubbles, Kopic"]
    B --> H["Uitvoer"]
    B --> I["Remland"]
    B --> J["Sbelbestand"]
    B --> K["Voorbeeld"]

2

![](images/6ec137b89f098ed0766ef09057535df4b277c307eac5bd6636c84096445a995d.jpg)

Selecteer de lade die u wilt gebruiken.

(1) Druk op de toets van de gewenste lade. (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm en de geselecteerde lade wordt gemarkeerd. ![](images/60e01431418057075e98b66b45e7e03d4e066f214b2bd870764e1a51899de967.jpg) Wanneer het papier in een geselecteerde lade tijdens een kopieertaak oprakt en er is een andere lade aanwezig met hetzelfde formaat en type papier, dan wordt die lade automatisch geselecteerd en zal de taak worden voortgezet. ![](images/d0b7290c06688823c73cdc7464c261b63b6de8ea8f7fa9d89ea8a012564d7db9.jpg) Druk op de toets [ALLES WISSEN] (CA) om terug te keren naar automatische papierladeselectie nadat u handmatig een lade hebt geselecteerd. ![](images/cda4c7dd239beb6e1939b07d215c72dc66d4885582164d82e64b67a21693b89b.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instellingen Oorspronkelijke Status (Papierlade) Gebruik deze instelling om van standaardlade te wisselen.

BASISPROCEDURE OM KOPIEËN TE MAKEN

In dit gedeelte worden de basisprocedures uitgelegd voor het maken van kopieën, inclusief de keuze van de kopieerfactor en andere kopieerinstellingen.

KOPIEËN MAKEN

KOPIEËN MAKEN MET DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOEREEENHEID

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u kopieën maakt (1-zijdige kopieën van 1-zijdige originelen) met de automatische documentinvoer. 1 ![](images/b33df96a4e033b86b8f3fabf31dedb58910783fa4c6e152cca04f28a9ab903eb.jpg)

Plaats de originelen met de kopiezijde naar boven in de origineelinvoerlade met de vellen gelijkmatig verdeeld.

Steek de originelen helemaal in de lade van de origineelinvoer. In de origineelinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. 2 ![](images/13d003dea5ff4bbcf6aabcd56f3f4aacce1ee2e7c420ad04d68f2c26ceba5783.jpg)

Controleer het papier dat moet worden gebruikt.

Controleer of het gewenste papier (de gewenste lade) wordt geselecteerd. Druk op de toets [Papierformaat] als u het papier (en lade) wilt wijzigen. PAPIERLADEN (pagina 2-11) ![](images/9ab33c3192ade40e412f5c622b9d7f8632f55f47b403e5909d633b919a618a58.jpg) Naargelang het formaat van het origineel dat u hebt geplaatst, is het soms mogelijk dat niet automatisch hetzelfde formaat papier wordt geselecteerd. In zulke gevallen wijzigt u het papierformaat handmatig. ![](images/4cc5b6bb781fc4cee8b1ac6438d10ff26968f080b060753c227e96e3dcdd93c4.jpg) Stel het aantal kopieën (aantal sets) in met de cijfertoetsen. ![](images/681957c090e3e2aa4bdfaf41bb9b0f99f599d8af964665110e9f693e2e968d6a.jpg) - U kunt maximaal 999 kopieën (sets) instellen. - U kunt één kopie maken, ook al verschijnt "0" voor het aantal kopieën. ![](images/40993cf8f2349f9a7c73e0048ffde1955d4e886b5de2c0b9aa6346d9541e37c2.jpg) Als het aantal kopieën niet juist is ingesteld... Druk op de toets [WISSEN] ( )en voer het juiste aantal in.

Druk op [START].

![](images/4a83a21663b127ee3abc5f3b96675d71c4bf40b7ac9e0c4454684006b459fcec.jpg) Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (W)

EEN KOPIE MAKEN MET DE GLASPLAAT

Als u een kopie wilt maken van een boek of ander dik origineel dat niet met de automatische documentinvoer gescand kan worden, opent u de automatische documentinvoer en plaatst u het origineel op de glasplaat. In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u een kopie maakt (1-zijdige kopieën van 1-zijdige originelen) met de glasplaat. ![](images/d8dd64c45dfa75de49a4176c5aa14c62ca7fabaed68f5819d8f56829cac18311.jpg) Open de automatische documentinvoer, plaats het origineel met de bovenzijde naar beneden op de glasplaat en sluit de origineelinvoer voorzichtig. ![](images/0a4776057c62c31a65267892e872a1fa87bc35a50106e8c35d72bc10c3410e52.jpg) ![](images/ebe3fee4d08f3c7ade4264bededf848c85e1a60663b25a1cc762c4aa843c498a.jpg) - Breng de hoek van het origineel op één lijn met de punt van de pijl ♦p de schaalaanduiding op de glasplaat. - Plaats het origineel overeenkomstig het formaat in de juiste positie (zie afbeelding hierboven). - Nadat u het origineel op zijn plaats hebt gelegd, moet u de automatische origineelinvoer sluiten. Als die open blijft, zullen de delen die buiten het origineel vallen zwart worden gekopieerd, waardoor te veel toner zou worden verbruikt. ![](images/7a08a668546ff011954b53c8605371f7c4cc65c9ae1f1b9d26a57d0bf136bbe0.jpg) Plaats geen voorwerpen onder de formaatdetector. Het sluiten van de automatische documentinvoer terwijl er een voorwerp onder ligt, kan leiden tot beschadiging van de plaat van de formaatdetector en tot een onjuiste vaststelling van het formaat van het origineel. ![](images/2e309a7a8db1bb1ec11b4a8a384744a6ce21a524877e067f36f8a9522f66c6d0.jpg)

Controleer het papier dat moet worden gebruikt.

Controleer of het gewenste papier (de gewenste lade) wordt geselecteerd. Druk op de toets [Papierformaat] als u het papier (en lade) wilt wijzigen. PAPIERLADEN (pagina 2-11) ![](images/02b3328db1f34bc4612ebc53a970ed262748cc025152de199313d35e7b2449da.jpg) Naargelang het formaat van het origineel dat u hebt geplaatst, is het soms mogelijk dat niet automatisch hetzelfde formaat papier wordt geselecteerd. In zulke gevallen wijzigt u het papierformaat handmatig.

3

![](images/74bf80286108a53c51919195f6480da56a745d2b3e4fb70c585b84f9e9ed6b3d.jpg) Stel het aantal kopieën (aantal sets) in met de cijfertoetsen. ![](images/fa79908fddcb615f32f6d3bf8642164b9f8887a4883f9e9708c12cfe72a7a8a0.jpg) - U kunt maximaal 999 kopieën (sets) instellen. - U kunt één kopie maken, ook al verschijnt "0" voor het aantal kopieën. ![](images/83cf4b5386607d8eff7c4bf3df1318cc08d6d3ab988cf8ef97b65e6dfb3a2d47.jpg) Als het aantal kopieën niet juist is ingesteld... Druk op de toets [WISSEN] ( )en voer het juiste aantal in.

4

Druk op [START].

Het normale kopieren zal beginnen. Afhankelijk van de kopieerinstellingen (2-zijdig kopiëren enz.) kan het zijn dat het kopiëren niet begint voordat alle originelen zijn gescand. Ga in dat geval door met de volgende stap.

5

Verwijder het origineel en plaats het volgende origineel. Druk vervolgens op de toets [START].

Herhaal deze stap totdat u alle originelen hebt gescand.

6

![](images/9ff6b2cf03e630d67f73a996fca3ac462ce0eaed664f2365a61d38220921c051.jpg) Druk op [Lezen Klaar]. ![](images/d97e64bcf1a85a764195e78ec6c656501afab72d4d4b425a5ed3d631531def6a.jpg) Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦)

AUTOMATISCH 2-ZIJDIG KOPIËREN

2-ZIJDIGE KOPIEËN MAKEN MET DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOEREEENHEID

(wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is) ![](images/c34d1b336d85010c927b9c953695a76fb72780549603436109a95e3c23e2bb9e.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originelen"] --> B["Kopieën"]
Automatisch 2-zijdig kopieren van 1-zijdige originelen ![](images/db70be102ce328516e2aad975e8444a8cf38ae57c062878042ab8feda892da50.jpg) Automatisch 2-zijdig kopieren van 2-zijdige originelen ![](images/7aa156dd64565ae5e57b608b6653e0db5fc8ec77d705f5442afd78a9f7126b90.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originelen"] --> B["Kopieën"]
1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen Dubbelzijdig kopiëren bespaart papier. 1 ![](images/b9e3cea966328f825b1a6f29c7e412eb823b8588905948e44a327179f9627292.jpg) Plaats de originelen met de kopiezijde naar boven in de origineelinvoerlade met de vellen gelijkmatig verdeeld. Steek de originelen helemaal in de lade van de origineelinvoer. In de origineelinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. 2 ![](images/08efe448af8de45e8a999cefcff32ab334517f1cdcb52743ae661f731049c19a.jpg) Druk op de toets [Dubbelz. Kopie]. 3 (1) (2) ![](images/b9ac60c43e1f631b88ec5b9cb8ae4cdc3eab9e3462557777b9d5ca785ef31ad3.jpg) Selecteer de modus 2-zijdig kopiëren. (1) Druk op de toets van de gewenste modus. ![](images/7458bb37b707a12df3e126ab5d272fab0f0a678c7cc081581844276b2d755b40.jpg) : Automatisch 2-zijdig kopieren van 1-zijdige originelen ![](images/082cfefed6920d1a696a6a1291ab12c7bdaa6be552f01f7a9ffa9e82ad970a15.jpg) : Automatisch 2-zijdig kopieren van 2-zijdige originelen ![](images/fc8ac692c0810abec5423dbf66e0572b36041537d450d19b414807837a2c7835.jpg) : 1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/854dc963a60fb70d152e531be21403f4637800dffb2cb72ab915d173831fa1e3.jpg) Druk op de toets [Inbinden Veranderen] om 2-zijdige kopieën te maken van een 1-zijdig origineel (staand) dat horizontaal geplaatst is of om de achterzijde te spiegelen in verhouding tot de voorzijde wanneer u een 2-zijdig origineel kopieert. De toets [Inbinden Veranderen] gebruiken (pagina 2-17)

4

![](images/48ae034d5a510481e3549fc666b4c5ece1c1a0360bbcaf6171cee9b508df72ae.jpg)

Controleer het papier dat moet worden gebruikt.

Controleer of het gewenste papier (de gewenste lade) wordt geselecteerd. Druk op de toets [Papierformaat] als u het papier (en lade) wilt wijzigen. PAPIERLADEN (pagina 2-11) ![](images/16e29ed3f9b2bef1300a74f97b3ded1ed3c630f86715567cee22f4b6153ee160.jpg) Naargelang het formaat van het origineel dat u hebt geplaatst, is het soms mogelijk dat niet automatisch hetzelfde formaat papier wordt geselecteerd. In zulke gevallen wijzigt u het papierformaat handmatig.

5

![](images/7f7dfe635129cc55a360896ed52a276e3ed94218cf8f54a5ba996ee71ab1693e.jpg)

Stel het aantal kopieën (aantal sets) in met de cijfertoetsen.

![](images/30384fa5a5a05c3a06758fa2212a55abf19f60b4a1f29e8517c16d79c362ed08.jpg) \- U kunt maximaal 999 kopieën (sets) instellen. \- Als u slechts één kopie wilt maken, kan dit terwijl "0" voor het aantal kopieën wordt aangegeven. ![](images/219fcaffc4e55adda99dbd50200770dd7e4b915875eb8ab05950fc5aecf1ca9c.jpg) Als het aantal kopieën niet juist is ingesteld... Druk op de toets [WISSEN] ( )en voer het juiste aantal in.

6

Druk op [START].

![](images/ced9a5b36f931bd459f8d61e61f0d26b495a8e53603a49a2c8b595dd125bb50c.jpg) Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) De toets [Inbinden Veranderen] gebruiken
OriginelenInbinden Veranderen wordt gebruiktInbinden Veranderen wordt niet gebruikt
SHARP MX-M452N - Druk op [START]. - 1De achterkant is ondersteboven.SHARP MX-M452N - Druk op [START]. - 2De achterkant is niet ondersteboven.
SHARP MX-M452N - Druk op [START]. - 3Selecteer deze optie wanneer de pagina's worden gebonden tot een schrijfblok.SHARP MX-M452N - Druk op [START]. - 4Selecteer deze optie wanneer de pagina's worden gebonden tot een boekje.

AUTOMATISCH 2-ZIJDIG KOPIËREN MET DE GLASPLAAT

![](images/2f03cd46696c7758154a15b14fab6b832257190390032dacc4981f8d173d17ff.jpg) Automatisch 2-zijdig kopieren van 1-zijdige originelen ![](images/77b7d4e2af1ce09822de5638485287ec23aad005da5b7bd312a6a423beafcea4.jpg) Open de automatische documentinvoer, plaats het origineel met de bovenzijde naar beneden op de glasplaat en sluit de origineelinvoer voorzichtig. ![](images/06f543d539873d36940d48ba3aed8ccb60b2378ad8a10d299a552f6f733c4c09.jpg) ![](images/9b802a70c43511aecead8ed9e054f2594f8f6d574c2799446f7fa55e16593124.jpg) - Breng de hoek van het origineel op één lijn met de punt van de pijl ♦p de schaalaanduiding op de glasplaat. - Plaats het origineel overeenkomstig het formaat in de juiste positie (zie afbeelding hierboven). - Nadat u het origineel op zijn plaats hebt gelegd, moet u de automatische origineelinvoer sluiten. Als die open blijft, zullen de delen die buiten het origineel vallen zwart worden gekopieerd, waardoor te veel toner zou worden verbruikt. ![](images/72c34277d2eb96cf454e5c2508cea9f100e5746e6915701359f46d4893eb1c7d.jpg) Plaats geen voorwerpen onder de formaatdetector. Het sluiten van de automatische documentinvoer terwijl er een voorwerp onder ligt, kan leiden tot beschadiging van de plaat van de formaatdetector en tot een onjuiste vaststelling van het formaat van het origineel. 2 ![](images/6d4b2a9c2f6520b7da0a0d8b3d5a89b53842e9f7d0c57389653165cc5a89ef1f.jpg) Druk op de toets [2-Zijdige Kopie]. ![](images/b13bd95a58dd32afd48706234f8108b32911e65fa07f01c12a3ee66888e8cdb2.jpg)

Selecteer de modus 2-zijdig kopiëren.

(1) Druk op de toets [1-zijdig naar 2-zijdig]. (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/95e6237e6696016429f1c6515c70291c7e0152c30777e3961fa8eeb9060fd238.jpg) U kunt de toetsen [2-zijdig naar 2-zijdig] en [2-zijdig naar 1-zijdig] niet gebruiken wanneer u kopieert vanaf de glasplaat. ![](images/0b9b50a4cb8d0857eb85b1835576967ec5d3c4583e611a3131f9dd96dce5d1a4.jpg)

Controleer het papier dat moet worden gebruikt.

Controleer of het gewenste papier (de gewenste lade) wordt geselecteerd. Druk op de toets [Papierformaat] als u het papier (en lade) wilt wijzigen. PAPIERLADEN (pagina 2-11) ![](images/8c12dfe2ebb640f967f5dab332aa988744d7dcf990cd6f5d936dd9a90e9ad64a.jpg) Naargelang het formaat van het origineel dat u hebt geplaatst, is het soms mogelijk dat niet automatisch hetzelfde formaat papier wordt geselecteerd. In zulke gevallen wijzigt u het papierformaat handmatig. ![](images/266957970e64b8a9616619f0fa3f62e97f690e9b5c687e4d88976a2c373f1318.jpg)

Stel het aantal kopieën (aantal sets) in met de cijfertoetsen.

![](images/96066e458e8b4e2edffa35da348ea2cc393b2f52f502e43e9eb032c63dea64a1.jpg) - U kunt maximaal 999 kopieën (sets) instellen. - U kunt één kopie maken, ook al verschijnt "0" voor het aantal kopieën. ![](images/59203c932aea1478351e8fe1cb59059c24fee016359ee56e9cb38096b0323492.jpg) Als het aantal kopieën niet juist is ingesteld... Druk op de toets [WISSEN] ( ) en voer het juiste aantal in.

Druk op [START].

Het scannen begint.

Verwijder het origineel en plaats het volgende origineel. Druk vervolgens op de toets [START].

Herhaal deze stap totdat u alle originelen hebt gescand. ![](images/51fd3b89a1efb9b54f46e62de4046d12f7a5fb440145fd144a5caf6421970d43.jpg)

Druk op [Lezen Klaar].

![](images/b91e6a622082c95bdbf8e7d4d1d684fa823f8307b6fe01692d8a8b380fc5df19.jpg) Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt annuleren... ![](images/5dc62d5de61883a691429f82f67922db2a46da735083c54676d4b6f2be2a01ad.jpg) Druk op de toets [STOP] (∅) Systeeminstellingen (Beheerder): Instellingen Oorspronkelijke Status (2-Zijdige Kopie) De standaard 2-zijdig kopieerfunctie kan worden gewijzigd.

DE BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN

U kunt het belichtingsniveau en het type origineel beeld selecteren, zodat u een duidelijke kopie krijgt.

BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD AUTOMATISCH AANPASSEN

Standaard worden het belichtingsniveau en het origineeltype automatisch aangepast aan het origineel dat u kopieert. ("Auto" wordt weergegeven.) Er gebeurt een automatische aanpassing om het kopieren te optimaliseren. ![](images/27eabbbe8170381784babbe55b4293e72884b39850ed1480f9d0ab5ffe092d33.jpg)

DE BELICHTINGSMODUS SELECTEREN EN HET ORIGINEELTYPE HANDMATIG AANPASSEN

Druk op [Belichting] in het basisscherm van de kopieermodus en volg de onderstaande stappen als u het origineeltype wilt selecteren of de belichting handmatig wilt aanpassen. ![](images/221f9d7ee12bf7e67ad2165afa81791ba8ead29f09e87c2bdd6076e12b170e1f.jpg) Selecteer het beeldtype van het origineel. Druk op de toets voor het juiste beeldtype van het origineel. \- Selectietoetsen voor het beeldtype van het origineel
ItemBeschrijving
TekstGebruik deze functie voor normale tekstdocumenten.
Tekst/Afged.FotoDeze functie biedt de beste balans voor het kopiëren van een origineel dat uit zowel tekst als afgedrukte foto's bestaat, zoals een tijdschrift of catalogus.
Tekst/FotoDeze functie biedt de beste balans voor het kopiëren van een origineel dat uit zowel tekst als foto's bestaat, zoals een tekstdocument met een opgeplakte foto.
Afgedrukte FotoDeze functie is het beste voor het kopiëren van afgedrukte foto's, zoals foto's in een tijdschrift of catalogus.
FotoGebruik deze functie voor het kopiëren van foto's.
MapDeze functie is het best voor het kopiëren van lichte kleurtinten en kleine tekst die vaak op kaarten voorkomen.
![](images/682949063c94529c40e65e070d5eb04095316ab0dc34e7cc2e0ce4a9413ab620.jpg)

Pas het belichtingsniveau aan.

Druk op de toets om de kopie donkerder te maken. Druk op de toets om de kopie lichter te maken. ![](images/eda74424e50b3bb7d9305bb905da33134ebcd2bf3455e3c84f70990a06b4f73a.jpg)

Aanwijzingen voor belichtingsniveaus wanneer [Tekst] is geselecteerd:

1 tot 2: Donkere originelen, zoals een krant 3: Originelen van normale dichtheid 4 tot 5:Originelen geschreven in potlood of tekst in een lichte kleur ![](images/c74a1301ba5ad374476639b400a37f2aa93194dad5e7963fbe732d8cf01dacc1.jpg)

Druk op de toets [OK].

![](images/7a2a15894064b65f0eb6aee6dfb73e8dfc59c50ab88d47ac54f381c54ebed69f.jpg) - Als [Auto] is geselecteerd, maar de donkerheid of lichtheid van de afbeelding lijkt niet echt goed... Als de afbeelding te licht of te donker lijkt wanneer [Auto] is geselecteerd, kunt u het belichtingsniveau aanpassen met "Aanpassing Kopiebelichting" in de systeeminstellingen (beheerder). - Om de resolutie te wijzigen... Bij het maken van een kopie op volledige grootte, kunt u met de toets [Scanresolutie] de scanresolutie selecteren. ![](images/e66ac2b646001e689781d1a681028c54bcab7e8b6d01a10fa4e1e4919051b941.jpg) - Systeeminstellingen (Beheerder): Instellingen Oorspronkelijke Status (Belichtingstype) Hiermee wijzigt u de standaardinstelling voor het beeldtype van het origineel. - Systeeminstellingen (Beheerder): Aanpassing Kopiebelichting Het belichtingsniveau dat wordt gebruikt voor automatische aanpassing kopiebelichting kan worden aangepast. - Systeeminstellingen (Beheerder): 600 x 600dpi scanmodus voor origineelinvoer/Snel scannen vanaf glasplaat De standaardresolutie-instelling kan worden gewijzigd.

VERGROTEN/VERKLEINEN/ZOOM

KOPIEERFACTOR AUTOMATISCH SELECTEREN (Auto Image)

In dit gedeelte wordt de functie kopieerfactor automatisch selecteren (Auto Image) uitgelegd. Hiermee wordt automatisch de kopieerfactor geselecteerd die overeenkomt met het papierformaat. De toets [Auto Image] verschijnt in het basisscherm van de kopieermodus als de papierlade handmatig wordt verwisseld. Druk op [Auto Image] om de vergroot- of verkleinfactor automatisch te selecteren op basis van het origineelformaat en het geselecteerde papierformaat. Plaats eerst het origineel en selecteer de papierlade; druk vervolgens op [Auto Image]. ![](images/6eb83a22fa3568dc80c0cac47f3b7d699b5c442f8dd770f875acca225e5a147e.jpg) De geselecteerde kopieerfactor verschijnt in de weergave kopieerfactor. ![](images/97a2c8da2b647dfb34bd2cfcb2162599dd6d14ef5033502b3ab45ee54a347724.jpg) - Als het bericht "Draai origineel van naar " wordt weergegeven, wijzigt u de richting van het origineel zoals aangegeven in het bericht. - Voor een origineel van niet-standaardformaat moet het formaat worden ingevoerd om Auto Image te gebruiken. ![](images/a0252a0a34fff9ff598fea5814172fbe374869e42bb0e5f0f7e66e39609a2eb0.jpg) \- Om de functie Automatisch kopieerfactor selecteren te annuleren... Druk op [Auto Image] zodat de toets niet langer gemarkeerd is. \- Als u de kopieerfactor wilt terugzetten op 100%... Als u de kopieerfactor wilt terugzetten op 100%, drukt u op de toets [Kopieerfactor] om het kopieerfactormenu weer te geven. Vervolgens drukt u op de toets [100%]. ![](images/f1e9a6ca2ffd2a68de5a7939337f72b9ca579a3766d58ba49de3606e62c4d926.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instellingen Oorspronkelijke Status (Kopieerfactor) Hiermee wijzigt u de standaardinstelling voor de kopieerfactor.

KOPIEERFACTOR HANDMATIG SELECTEREN (Vaste kopieerfactor/Zoom)

Druk op [Kopieerfactor] in het basisscherm van de kopieermodus om een van de vijf vooraf ingestelde vergrootfactoren of vijf vooraf ingestelde verkleiningsfactoren (maximum 400%, minimum 25%) te selecteren. Bovendien kunt u met de zoomtoetsen elke kopieerfactor tussen 25% en 400% selecteren in stappen van 1%.

Stel de kopieerfactor in.

Druk op een toets voor een vooraf ingestelde kopieerfactor en/of de zoomtoets om de kopieerfactor in te stellen. Er zijn twee schermen voor instellingen. Met de toetsen wisselt u tussen de schermen. ![](images/76e5d09d741026fdcb71ea8c9075d4bdc25da51c4b45794e58f2b392d212e359.jpg)

● Eerste scherm

![](images/e6673b605bd729adbfec2bbd3adbdfd67d9ff6736238b3bbd962e9cefb5d6b2a.jpg) - Vergroottoetsen: 115%, 122% en 141% (voor het AB-systeem). 121% en 129% (voor het inchsysteem). - Verkleintoetsen: 70%, 81% en 86% (voor het AB-systeem). 64% en 77% (voor het inchsysteem). • Toets [100%]

- Tweede scherm

![](images/d8707bceedae34e8932e2461b79bb43cb6354b605dad5692ce11037fa4525cb9.jpg) - Vergroottoetsen (2 tot 4 factoren)200%, 400%, willekeurige factor (max. twee) - Verkleintoetsen (2 tot 4 factoren)25%, 50%, willekeurige factor (max. twee) - Toets [100%] ![](images/31def2047c6dba1aa87d665b8751faaad65b138baddc9794e0a752eb47d3d08a.jpg)

• (A) toetsen

De toetsen die zijn gemarkeerd met (A) kunnen met "Extra vaste-kopieerfactoren toevoegen of veranderen" in de systeeminstellingen (beheerder) worden ingesteld op elke gewenste factor. - Als u snel een kopieerfactor wilt selecteren, drukt u op een vergroot- of verkleintoets om snel een factor te selecteren die in de buurt van de gewenste factor ligt. - Met de zoomtoetsen kunt u elke kopieerfactor tussen 25% en 400% selecteren in stappen van 1%. Druk op de toets om de kopieerfactor te vergroten of op de toets om de kopieerfactor te verkleinen. (Als u de toets ingedrukt houdt, verandert de kopieerfactor automatisch. Na 3 seconden verandert de kopieerfactor snel.) - Als alternatief voor de toetsen 📄, kunt u de cijferweergavetoets gebruiken om de waarde direct te wijzigen met de cijfertoetsen. - Als het bericht "Beeld is groter dan kopieerpapier." verschijnt wanneer u een vergrotingsfactor selecteert, past de afbeelding mogelijk niet op het papier. ![](images/3d92d4ffb1f810bbdc07c56294fdb5ed8c13eb81b07b96bf6802d91304af04ed.jpg)

Druk op de toets [OK].

Nadat u op [OK] hebt gedrukt, controleert u of een papierformaat is geselecteerd dat geschikt is voor die kopieerfactor. ![](images/d88efa013d73e2b3537a12cd8ff5357f7e04593b76186d21da2c71c308d88f03.jpg) Wanneer u de automatische documentinvoer gebruikt, ligt het bereik zowel voor de verticale als voor de horizontale kopieerfactor tussen 25% en 200%. ![](images/217c07fdd716648645566613de29d9fbbf5b0fbd98d8100c3bd899883181d6ca.jpg) Als u de kopieerfactor wilt terugzetten op 100%... Als u de kopieerfactor wilt terugzetten op 100%, drukt u op de toets [Kopieerfactor] om het kopieerfactormenu weer te geven. Vervolgens drukt u op de toets [100%]. ![](images/082071615a52854702671ca8a9c6d8985cb4533d538f2d8e9f11c25d2094203d.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Extra vaste-kopieerfactoren toevoegen of veranderen U kunt twee vooraf ingestelde vergrootfactoren (tussen 101% en 400%) en twee vaste verkleinfactoren (tussen 25% en 99%) toevoegen. Een toegevoegde vooraf ingestelde kopieerfactor kunt u ook wijzigen.

DE LENGTE EN BREEDTE AFZONDERLIJK VERGROTEN/VERKLEINEN (X-y zoom)

Met de functie X-y zoom kunt u de horizontale en verticale kopieerfactor afzonderlijk wijzigen. Zowel de horizontale als de verticale kopieerfactor kunt u in stappen van 1% instellen tussen 25% en 400%. Druk op [Kopieerfactor] in het basisscherm van de kopieermodus en volg de onderstaande stappen. Wanneer u 50% hebt geselecteerd voor de horizontale factor en 70% voor de verticale factor ![](images/c8b43665f8c0cb20844331132b13d37b12eecfa89dfedc31d055463ac8094d28.jpg) 1 ![](images/b45461cc19690fe2b75b420cc26616cc95268540d82f45e6bb94e25bace378ae.jpg) Druk op [X-y zoom]. 2 ![](images/3c0f234a0a76be1eabba9d2694f0a7e0cf10fe6822c2f0c6a32eb033f69a275a.jpg) Stel de horizontale en verticale factoren in. (1) Druk op de toets [X]. De toets [X] licht op en de horizontale factor kan worden ingesteld. (2) Druk op de toetsen voor vaste factoren (A) en zoomtoetsen (B) om de X (horizontale) kopieerfactor in te stellen. (A) Een ingedrukte toets voor een vooraf ingestelde kopieerfactor wordt niet gemarkeerd. (B) Door te drukken op de zoomtoetsen kunt u in stappen van 1% de kopieerfactor instellen tussen 25% en 400%. (3) Druk op de toets [Y] en stel de Y (verticale) factor in op dezelfde manier als de toets [X]. (4) Druk op de toets [OK]. Nadat u op [OK] hebt gedrukt, controleert u of een papierformaat is geselecteerd dat geschikt is voor die kopieerfactor. ![](images/8ec147ed05761d9c4b645d99accf9d5d6d4ad0896465e7a1db22315a9c1d8857.jpg) - Als u snel een kopieerfactor wilt selecteren, drukt u op een toets voor een vaste kopieerfactor (A) die in de buurt van de gewenste factor ligt. Vervolgens stelt u de gewenste factor precies in met de zoomtoetsen (B). - Als alternatief voor de toetsen 📊, kunt u de cijferweergavetoets gebruiken om de waarde direct te wijzigen met de cijfertoetsen. ![](images/aab1eb0af5d27ec523e68bfbdd91982944877634d6e5450ddb5e341904d38317.jpg) Wanneer u de automatische documentinvoer gebruikt, ligt het bereik zowel voor de verticale als voor de horizontale kopieerfactor tussen 25% en 200%. ![](images/7598c332f8fccac134a7b83a9a71fdcb55682d1d24287c9043691e96b2a6cabc.jpg) Als u een X-y zoominstelling wilt annuleren... Als u een X-y zoominstelling wilt annuleren, drukt u op de toets [X-y zoom] of [Annuleren].

FORMATEN ORIGINEEL

FORMAAT ORIGINEEL OPGEVEN

Als het origineel geen standaardformaat heeft of niet juist wordt gedetecteerd, geeft u het formaat van het origineel handmatig op. Druk op [Origineel] in het basisscherm van de kopieermodus en volg de onderstaande stappen.

Het origineelformaat opgeven met het AB-systeem

![](images/edbd096b045ce036ab19f74dc7e49128340458b5621512203a64448cd07542d3.jpg) (1) Druk op de juiste toets voor het origineelformaat. (2) Druk op de toets [OK].

Het origineelformaat opgeven met het inchsystemeem

![](images/2a94d8e114241637a7d0288ba1566e516bf61202f9a09fa878df2632753575c1.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Original"] --> B["Auto"]
    B --> C{Condition}
    C -->|Yes| D["OK"]
    C -->|No| E["End"]
    D --> F["Keyboard 1"]
    F --> G{Condition}
    G -->|Yes| H["Keyboard 2"]
    G -->|No| I["Keyboard 3"]
    H --> J["Keyboard 4"]
    J --> K["Keyboard 5"]
    K --> L["Keyboard 6"]
    L --> M["Keyboard 7"]
    M --> N["Keyboard 8"]
    N --> O["Keyboard 9"]
    O --> P["Keyboard 10"]
    P --> Q["Keyboard 11"]
    Q --> R["Keyboard 12"]
    R --> S["Keyboard 13"]
    S --> T["Keyboard 14"]
    T --> U["Keyboard 15"]
    U --> V["Keyboard 16"]
    V --> W["Keyboard 17"]
    W --> X["Keyboard 18"]
    X --> Y["Keyboard 19"]
    Y --> Z["Keyboard 20"]
(1) Druk op de toets [AB Ioch]. (2) Druk op de juiste toets voor het origineelformaat. (3) Druk op de toets [OK].

Een niet-standaard origineelformaat opgeven

1 ![](images/7c3bc639bf78442ee8949b4592e60b574428e2d96a69d5c7e6393bb771ded1a7.jpg) Druk op de toets [Invoer Formaat]. ![](images/2c95e684df2924232f7023880fb3a6b62c9548ea7008a4101dc6b679a9846acb.jpg)

Voer het formaat van het origineel in.

(1) Geef de X (horizontale) afmeting van het origineel op.

Druk op de cijferweergavetoets voor X (breedte) om een cijferinvoerscherm te openen. Voer de breedte van het origineel met de cijfertoetsen in, en druk op [OK] in het cijferinvoerscherm. Bij gebruik van de glasplaat kan een getal tussen 25 mm en 432 mm (1" en 17") worden ingevoerd. Bij gebruik van de automatische documentinvoer kan een getal tussen 140 mm en 432 mm (5-1/2" en 17") worden ingevoerd. Gebruik de glasplaat als de horizontale afmeting van het origineel kleiner is dan 140 mm (5-1/2").

(2) Geef de Y (verticale) afmeting van het origineel op.

Druk op de cijferweergavetoets voor Y (hoogte) om een cijferinvoerscherm te openen. Voer de hoogte van het origineel met de cijfertoetsen in, en druk op [OK] in het cijferinvoerscherm. Bij gebruik van de glasplaat kan een getal tussen 25 mm en 297 mm (1" en 11-5/8") worden ingevoerd. Een getal van 131 mm tot 297 mm (5-1/8" tot 11-5/8") kan worden ingevoerd wanneer u de automatische documentinvoer gebruikt. Gebruik de glasplaat als de verticale afmeting van het origineel kleiner is dan 131 mm (5-1/8").

(3) Druk op de toets [OK].

U keert terug naar het basisscherm. Controleer of de opgegeven afmetingen verschijnen in de toets [Origineel]. ![](images/f817858a5f7b5b93b1697e0bb66012d2ba7f3bb6c37a1c28447d167b39fb5015.jpg) U kunt het getal ook wijzigen met de toetsen ![](images/0c51d06e015a539b53efcd2b16ac3e4160301caad2020cddbc3ccbd5564a299f.jpg)

VAAK GEBRUIKTE ORIGINEELFORMATEN OPSLAAN

Origineelformaten die u vaak gebruikt, kunt u opslaan. In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u speciale origineelformaten opslaat, oproept, wijzigt en wist.

Origineelformaten opslaan (bewerken/wissen)

U kunt 12 speciale origineelformaten opslaan. Druk op [Origineel] in het basisscherm van de kopieermodus en volg de onderstaande stappen. ![](images/fcdbffb477267cb2c68501c54968ae46e43abcef54ed2e3b76211b67ae0410c3.jpg)

Druk op de toets [Aangepast Form].

![](images/669a3e8e5338e5571ecf2f9423678b16aa883df1b69a691752ae46c4bd978881.jpg) (1)(2)

Sla het formaat van het origineel op.

(1) Druk op de tab [Opslaan/Verwijderen]. (2) Druk op een toets om een aangepast formaat op te slaan. Druk op een toets die geen formaat aangeeft (☐). ![](images/e7440a0a5d2a3c779a4735f4c269bd5b84755756d4d82a0f419c4a3eb4994b7b.jpg) Als u een eerder opgeslagen toets wilt bewerken of wissen... Druk op de toets die u wilt bewerken of wissen. Het onderstaande scherm verschijnt. ![](images/e04e61bf066a64604d11aa3b12c5d2b9003f5ed404c3ba98cbf536f57f6ad537.jpg) - Wijzig de toets door op [Corrigeren] te drukken en ga verder met de volgende stap. - Druk op de toets [Wissen] als u de toets wilt wissen. Zorg dat het origineelformaat daadwerkelijk gewist is en druk op [OK]. ![](images/d26f0d2e5a83c804bbbcb5dfcc04f43ae335fa74bae940f20e1a997dec76ed67.jpg) (2)

Voer het formaat van het origineel in.

(1) Geef de X (horizontale) afmeting van het origineel op. Druk op de cijferweergavetoets voor X (breedte) om een cijferinvoerscherm te openen. Voer de breedte van het origineel met de cijfertoetsen in, en druk op [OK] in het cijferinvoerscherm. Er kan een afmeting tussen 25 mm en 432 mm (1" en 17") worden ingevoerd. (2) Geef de Y (verticale) afmeting van het origineel op. Druk op de cijferweergavetoets voor Y (hoogte) om een cijferinvoerscherm te openen. Voer de hoogte van het origineel met de cijfertoetsen in, en druk op [OK] in het cijferinvoerscherm. Er kan een afmeting tussen 25 mm en 297 mm (1" en 11-5/8") worden ingevoerd. (3) Druk op de toets [OK]. ![](images/df3be7e3682cc1f70b77b0850d0b1706fec0f5a8dda9c892bc72e9de79fbfd3a.jpg) U kunt het getal ook wijzigen met de toetsen ![](images/90a34f5a8010fef35861d2fc414a8572c7ca5be186ad650ed3cdb400fd7f86a8.jpg) ![](images/66674e32397a1ec0bd7ee00fe0357dc2c710ca86b67ef9ddf07b204ea1427dbd.jpg) Het opgeslagen origineelformaat blijft bewaard, ook nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld. ![](images/9003e198567317953ad9377c5fa70a733ea8506714d83871dc906dbe3a99fe03.jpg) Als u de bewerking wilt annuleren... Druk op de toets [ALLES WISSEN] (CA)

Een opgeslagen origineelformaat oproepen

Druk op [Origineel] in het basisscherm van de kopieermodus en volg de onderstaande stappen om een opgeslagen origineelformaat op te roepen. 1 ![](images/02044a671dd7ba5162888c373bd2340829b273d0c0fa9fd58cc6527ec3ee18ca.jpg) Druk op de toets [Aangepast Form]. 2 ![](images/2a15036667151491eb0e40af46f6c084f630c1a49f4c45e35585509987cda35f.jpg)

Roep het gewenste opgeslagen origineelformaat op.

(1) Druk op de tab [Oproepen]. (2) Druk op de toets voor het origineelformaat dat u wilt oproepen. (3) Druk op de toets [OK]. ![](images/0f954061beaa5e340a091bbe02aa34ec1c76ccdf4ad015801dc72b71909e5188.jpg) Als u de bewerking wilt annuleren... Druk op de toets [ALLES WISSEN] (CA)

UITVOER

Als u uitvoerfuncties en de uitvoerlade wilt selecteren, drukt u op de toets [Uitvoer] in het basisscherm van de kopieermodus. U kunt de volgende uitvoerfuncties selecteren: sorteren, groeperen, staffelen, nietsorteren, zadelsteeknieten en perforeren. De uitleg van de onderstaande instellingen gaat ervan uit dat er een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd. ![](images/1d49cdbc70f7a5501dbe7dd3430227f9b2aae8f2dc03739729b215afa05ebd79.jpg)

(1) Toets [Staffel-Lade] (Toets ([Middelste Lade])\*

De uitvoer wordt in de staffellade neergelegd. De toets [Staffellade] wordt automatisch geselecteerd wanneer u de toets [Nietsorteren] selecteert. \* Wanneer er geen afwerkingeenheid of zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, is deze toets de toets [Middelste Lade].

(2) Toets [Staffel]

Hiermee staffelt u elke set uitvoer ten opzichte van de vorige set. De staffelfunctie werkt wanneer het selectievakje is geselecteerd en werkt niet wanneer het selectievakje niet is geselecteerd. (Het vinkje voor staffel wordt automatisch gewist wanneer u de functie Nietsorteren selecteert.) Staffelfunctie (pagina 2-33)

(3) Toets [Sorteren]

Hiermee sorteert u uitvoer tot sets. Sorteerfunctie (pagina 2-33)

(4) Toets [Sorteren Nieten]

Hiermee sorteert u de uitvoer in sets, niet u elke set en voert u de sets naar de lade. (Bedenk dat de sets niet worden gestaffeld in de uitvoerlade.) Als deze functie is geselecteerd, verschijnen drie toetsen om de nietpositie te selecteren. Functie Nietsorteren / Zadelsteek (pagina 2-34)

(5) Toets [Groep]

Kopieën worden gegroepeerd per pagina. Groepeerfunctie (pagina 2-33)

(6) Uitvoerweergave

Er verschijnt een pictogram dat de uitvoermodus aangeeft.

(7) Toets [Rechter lade]

Selecteer deze toets als u de uitvoer naar de rechterlade wilt zenden. Als de rechterlade is gekozen, kunnen de functies staffel, nietsorteren, zadelsteek, perforeren en vouwen niet meer worden geselecteerd.

(8) Toets [OK]

Druk op deze toets om het uitvoerscherm te sluiten en terug te keren naar het basisscherm.

(9) Toets [Nieten]

Hiermee niet en vouwt u elke set kopieën op de middenlijn. Functie Nietsorteren / Zadelsteek (pagina 2-34) Als u op deze toets drukt, verschijnt het scherm voor nietinstellingen. (Alleen wanneer "Automatisch Nietapparaat" is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder).)

(10) Toets [Perfor.]

Met deze toets perforeert u de afdruk. Perforatiefunctie (pagina 2-37)

(11) Toets [Vouwen]

Hiermee wordt de uitvoer halverwege gevouwen. U kunt kiezen of de afdrukken binnenwaarts of buitenwaarts worden gevouwen. Papiervouwfunctie (pagina 2-36) ![](images/41bacf2aca81b4e533cb874e173d37eafcd650a5698cfac9b23edc3ffc4e0730.jpg) Het bovenstaande scherm toont de toetsen die verschijnen wanneer er een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd. Welke toetsen verschijnen hangt af van de geïnstalleerde randapparaten. Afhankelijk van de geïnstalleerde randapparatuur is het daarnaast misschien niet mogelijk sommige toetsen te selecteren. Als uw scherm er anders uitziet dan het scherm op de vorige pagina, zie dan de volgende schermen.

Voorbeeld

Het scherm wanneer er geen afwerkingeenheid of zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd. ![](images/e17b37cec1f3018b25a3c99255cfa2a7287428d2135d9ac1046ff228ab0d47a4.jpg)

UITVOERFUNCTIES

In dit gedeelte worden alle uitvoerfuncties uitgelegd.

Sorteerfunctie

Hiermee sorteert u uitvoer tot sets. Voorbeeld: De uitvoer sorteren in 5 sets ![](images/2dfae5f3db77a05bcb210d99b32a1bf1593cbc641634145006e496ee94b63a71.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Originelen 1 2 3"] --> B["Stel het aantal kopieën in (5)."]
    B --> C["Oitvoer"]
    C --> D["Druk op de toets [Uitvoer"].]
    D --> E["Sorteren"]
    E --> F["Druk op de toets [Sorteren"].]
    F --> G["Druk op [START"].]
![](images/0a807643255180754b3b773d8938770cfa6edeb860761a51485603a473bd4520.jpg) - De sorteerfunctie wordt automatisch geselecteerd wanneer u originelen plaatst in de automatische documentinvoer. - Wanneer de Snelmap voor documentarchivering vol is, belemmert dit het kopieren van een groot aantal originelen met de sorteerfunctie. Verwijder onnodige bestanden uit de Snelmap.

Staffelfunctie

Met deze functie staffelt u elke set kopieën ten opzichte van de vorige set in de uitvoerlade, zodat het gemakkelijk wordt om sets kopieën te scheiden. Stattelfunctie "AAN" S tatteltunctie "UII" ![](images/1ce91c440f80999388df61c689ed4d8eb88c4b8ab51a52c949fb63966eaab9a2.jpg)
natural_image Stack of three rectangular panels with a tree icon on top, no text or symbols present
![](images/2cce1a0d117d721a8a424ef0654fd7574e01590ca2882506239fbf0e608fde0a.jpg) ![](images/440b6c9ff3251787e3796243644c125d7af2fa3c40a982586a8d0af0486933f6.jpg) - U kunt de staffelfunctie niet gebruiken in de rechterlade. - U kunt de staffelfunctie niet selecteren wanneer de functie nietsorteren is geselecteerd.

Groepeerfunctie

Met deze functie groepeert u kopieën per pagina. Voorbeeld: Groepen van 5 kopieën van elke pagina ![](images/f502a70b7f5b5f7de0d7d66345a33117c0900b4bcd8c9fca631a686680d438da.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Originelen 1 2 3"] --> B["Stel het aantal kopieën in (5)."]
    B --> C["uitvoer"]
    C --> D["Druk op de toets [Uitvoer"].]
    D --> E["Druk op de toets [Groep"].]
    E --> F["Druk op [START"] .]
![](images/cbf51991e647ff2d95bf81a945a7dfce72031e79faa3edf39c2f38a661fd17be.jpg) De groepeerfunctie wordt automatisch geselecteerd wanneer u een origineel op de glasplaat plaatst.

Functie Nietsorteren / Zadelsteek

Met de nietsorteerfunctie wordt de uitvoer gesorteerd tot sets en elke set wordt geniet en naar de lade gezonden. Met de zadelsteeknietfunctie wordt de uitvoer op twee plaatsen op de middenlijn geniet en gevouwen. Hieronder ziet u een overzicht van het verband tussen nietpositie, papierstand, toegestane papierformaten om te nieten en het aantal vellen dat kan worden geniet. Voor de plaatsingsrichting van originelen, zie "Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren)" (pagina 2-37). ![](images/4b63a4c72d68e38b59b0963fde35a27495fc948f1141ccfbe917394701d535e1.jpg) Nietsorteren ![](images/ec6d5dffe19d9bd258a1eacf37ac6def2627cff48b0cddb94bc5c170bace79cf.jpg) ![](images/02b15b23f4ab366aaae7f30e88272d126e69981f2b267d9344f731cda7b87e5e.jpg) Geniet (zadelsteek)
NietpositiesVerticaal gericht papier (staand)Horizontaal gericht papier (liggend)
Eén nietje in de linkerbovenhoek*1SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 1SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 2Geschikte papierformatenA4, B5, 8-1/2" x 11", 16KAantal vellen dat u kuntnieten:Max. 50 vellen*2SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 3Zadelsteek afwerkingseenheidGeschikte papierformatenA3, B4, A4R, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11"R, 8K, 16KRAantal vellen dat u kunt nietenA3, B4, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8K:Max. 25 vellen*2A4R, B5R, 8-1/2" x 11"R, 16KR:Max. 50 vellen*2AfwerkingeenheidGeschikte papierformatenA3, B4, A4R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11"R, 8K, 16KRAantal vellen dat u kunt nietenA4R, 8-1/2" x 11"R, 16KR:Max. 50 vellen*2Finisher (Grote stapeleenheid)Geschikte papierformatenA3, B4, A4R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11"R, 8KAantal vellen dat u kunt nietenMax. 30 vellen*2
Eén nietje in de linkeronderhoek*1SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 4SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 5SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 6
Twee nietjes aan linkerrandSHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 7SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 8SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 9
Zadelsteek (alleen met zadelsteek afwerkingseenheid)SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 10SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 11U kunt de zadelsteekfunctie niet gebruiken wanneer het papier verticaal gericht is.SHARP MX-M452N - Functie Nietsorteren / Zadelsteek - 12Geschikte papierformatenA3, B4, A4R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13"R, 8K, 16KRAantal vellen dat u kunt nietenMax. 15 vellen*2
\*1 Wanneer de linker boven- of onderhoek van het papier op één positie wordt geniet door de finisher (grote stapeleenheid), wordt het nietje diagonaal geplaatst. (Diagonaal nieten) \*2 Twee vellen (één vel tijdens het nieten van een brochure) of papier tot 256 g/m² (68 lbs.) kan geniet worden als kaften. In dit geval kunt u twee vellen minder (één voor zadelsteek) gebruiken dan het vermelde maximum. ![](images/acfa69287abc3323c0134645d2e1c40cf15f34e55e945f5ec6b071b67111ce77.jpg) - Het aantal bladen dat in een keer kan worden geniet omvat alle kaften en/of invoegvellen die worden geladen. - Wanneer Origineel gem. form. van de speciale functies wordt gebruikt met de instelling "Zelfde breedte", kunt u maximaal 25 vellen nieten op een zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid, ongeacht het papierformaat. - U kunt de zadelsteekfunctie alleen gebruiken wanneer een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd.

Papiervouwfunctie

Wanneer een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kunnen uitgevoerde afdrukken met de vouwfunctie in tweeën worden gevouwen. Papierformaten die met de papiervouwfunctie kunnen worden gevouwen zijn A4R, B4, A3, 8-1/2" x 11"R, 8-1/2" x 14", 11" x 17", 16KR en 8K. Gedetailleerde informatie over de formaten en soorten papier die kunnen worden gevouwen vindt u in "ZADELSTEEK AFWERKINGSEENHEID" (pagina 1-54) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". ![](images/08766cc5711f44b18dd12668ab4281fe9785bf29b89c7c49e90dc6ad0642cdc0.jpg)
natural_image Simple line drawing of a blank document with a ruler partially visible on the right page (no text or symbols)
Binnen vouwen ![](images/2485f54ffdb714f74212c2707db2734219fd6c27501157cb45ad87b1e739a515.jpg)
natural_image Illustration of a document with horizontal lines and a blank square on the right page (no text or symbols)
Buiten vouwen Druk op de toets [Vouwen] om het instelscherm vouwen te openen. Vouw binnenwaarts (afgedrukte zijde aan de binnenzijde) met de toets [Invouwen]. Vouw buitenwaarts (afgedrukte zijde aan de buitenzijde) met de toets [Uitvouwen]. ![](images/84494cfb216b482d66711293d82eb4c7e56651a93bfb255327d8368ccf2145a5.jpg) ![](images/db2c3b8831b8360985121b7f9bf278b88e7d0bc71b02584446f006fc008a8e5e.jpg) - U kunt geen speciale media zoals transparanten en tabpapier gebruiken. - Wanneer de papiervouwfunctie is geselecteerd, kunt u de functies nieten of perforeren niet gebruiken. - Wanneer tweezijdig afdrukken is uitgeschakeld bij de systeeminstellingen (beheerder) van de machine, kan de papiervouwfunctie niet gebruikt worden.

Perforatiefunctie

Als een optionele perforatiemodule is geïnstalleerd, kunt u de uitvoer perforeren. Papierformaten die geperforeerd kunnen worden zijn B5R tot A3 (7-1/4" x 10-1/2" tot 11" x 17"). Papier van het formaat A3W (12" x 18") en speciale media zoals transparanten en tabpapier kunnen niet worden gebruikt. [Voorbeelden] [Origineel 1] [Perforatieposities] ![](images/2561b7b4461002ab02687c723f94b22f6eaf393c68efd75efa8d0081afb2b963.jpg) [Origineel 2] [Perforatieposities] ![](images/7bbd2726bd9065a10bd8ef81ddd0546b28e4552d25df2899738c6f6ac533301b.jpg) ![](images/f84d066841d43d1e614d1ad7b9b4173f7ce55412048dc78073a996b7df77c07b.jpg) De perforatiefunctie kan niet tegelijk met de functie zadelsteek of papier vouwen worden gebruikt.

Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren)

Wanneer u de functie nietsorteren of perforeren gebruikt, moet u het origineel plaatsen zoals hieronder aangegeven. Dan kan het papier op de juiste plaats worden geniet of geperforeerd.
Nietsorteren Perforeren
Lade origineelinvoerGlasplaat
Eén nietje (boven)
SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 1SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 2
Twee nietjes
SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 3SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 4
Eén nietje (onder)
SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 5SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 6
Lade origineelinvoerGlasplaat
SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 7SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 8
SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 9SHARP MX-M452N - Plaatsingsrichting origineel (voor de functies nietsorteren en perforeren) - 10

KOPIEËN MAKEN MET DE HANDINVOER

Naast normaal papier kunt u met de handinvoer ook kopieën maken op transparanten, enveloppen, tabpapier en andere speciale media. Zie voor meer informatie over papier dat in de handinvoerlade kan worden geplaatst, "BELANGRIJKE OPMERKINGEN OVER PAPIER" (pagina 1-27) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". Zie voor voorzorgsmaatregelen bij het plaatsen van papier in de handinvoerlade, "PAPIER LADEN IN DE HANDINVOERLADE" (pagina 1-34) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". 1 ![](images/e97be678a964a766a7078137d54be0bfb625e9b07eae64ce963d98b39bc36164.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a paper airplane being inserted, showing front and side views (no text or symbols)

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. Bij het plaatsen van het origineel op de glasplaat... Nadat u het origineel op zijn plaats hebt gelegd, moet u de automatische origineelinvoer sluiten. Als die open blijft, zullen de delen die buiten het origineel vallen zwart worden gekopieerd, waardoor te veel toner zou worden verbruikt. 2 ![](images/baccba85d6cca9be0426300c9697142a66e4de5eb7124b190efac2d375973442.jpg)
natural_image Line drawing of a mechanical device with a tray and handle, no text or symbols present

Plaats papier in de handinvoerlade.

Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden. Als het papiertype echter "Briefpapier" of "Voorbedrukt" is, laad het papier dan met de afdrukzijde naar boven\*. \* Als "Uitschakelen van duplex" is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder), laad het papier dan op de normale manier (met de bedrukte zijde omhoog in lade 1 t/m 5; bedrukte zijde omlaag in de handinvoerlade). ![](images/bad431e8d7b11aabc774c03ee598328795c1ac707dd4fa1405990523feef56fe.jpg)
natural_image Line drawing of a mechanical device with a tray and handle, no text or symbols present
Als u papier plaatst dat groter is dan A4R of 8-1/2 x 11"R, trek dan het verlengstuk van de handinvoerlade uit. Trek het verlengstuk van de handinvoerlade helemaal uit. Als u het verlengstuk van de handinvoerlade niet helemaal uittrekt, wordt het formaat van het geladen papier niet juist weergegeven. 3 ![](images/54d27d00379c8602dd11e21d6362f853180c53265bec4999baa8ba387a0574d0.jpg) Druk op de toets [Papierformaat]. ![](images/47289adaa93d6995a95af41c562a6ae9ddc3c57b94e7ba394d7494d9dd31ef27.jpg)

Controleer de instelling voor het papierformaat van de handinvoerlade. Druk op de papierformaattoets als u de instelling moet wijzigen.

Ga naar stap 7 als u het papierformaat en -type dat onder "Handinvoerlade" verschijnt niet hoeft te wijzigen. ![](images/01ad4edc23435e4b0a20dcde651e8519e36d8abebeb7aa551e25d65c84fc9cf3.jpg)

Selecteer de papiersoort die u gebruikt in de handinvoerlade.

Selecteer het papiertype dat u gaat gebruiken. ![](images/8f661f46fecafb497d79d9115fccd7f829aac53188af3f09c8fa7a00785c372b.jpg)

Stel het papierformaat in.

(1) Selecteer het papierformaat.

Toets [Auto-Inch]

Wanneer het papier in de handinvoerlade inchformaat (8-1/2" x 11", enz.) betreft, wordt het papierformaat automatisch gedetecteerd en het juiste formaat ingesteld.

Toets [Auto-AB]

Wanneer het papier in de handinvoerlade AB-formaat (A4, enz.) betreft, wordt het papierformaat automatisch gedetecteerd en het juiste formaat ingesteld.

Toets [Extra Formaat]

Druk op deze toets om getalswaarden in te voeren voor het formaat van het geplaatste papier. Druk op de toets papierformaat van de handinvoerlade. (pagina 2-40)

Toets [Handmatig]

Door op deze toets te drukken, worden de toetsen [16K], [16KR] en [8K] weergegeven. Druk op een van deze toetsen als u het betreffende papierformaat heeft geplaatst.

(2) Druk op de toets [OK].

![](images/e7964496aa9841a137729726d39bfef444a9d39aae5c3b64214c741eb6665154.jpg) - Wanneer [Envelop] wordt geselecteerd, geef dan het formaat van de envelop op. Druk op [OK] als u klaar bent. - Controleer het formaat wanneer tabpapier wordt geselecteerd. Druk op de toets [Auto-Inch] of [Auto-AB]. Druk op [OK] als u klaar bent met het controleren of wijzigen van de instelling. 7 ![](images/9af93599f980a7c913419e906c6dad2849a05bcff6eff9f3477bab625129b849.jpg)

Selecteer de handinvoerlade.

(1) Druk op de papierformaattoets van de handinvoerlade. (2) Druk op de toets [OK]. 8

Druk op [START].

Het scannen begint. - Als de originelen in de origineelinvoerlade zijn geplaatst, worden de originelen gekopieerd. - Als u de originelen op de glasplaat hebt geplaatst, wordt elke pagina afzonderlijk gescand. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie gebruikt. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/627b5dceeca89993feff2c87754593b92b1e34bd56d34f0d3a62bd44f541f617.jpg) Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] ( )

Druk op de toets papierformaat van de handinvoerlade.

Als u op de toets [Extra Formaat] drukt, verschijnt het invoerscherm voor het papierformaat. ![](images/72c3c329f79ced464d122163e1773bb1e45327df738b87e8f526e3a0f649aed6.jpg) Druk op de cijferweergavetoets voor X (breedte) om een cijferinvoerscherm te openen. Voer de breedte van het papier met de cijfertoetsen in, en druk op [OK] in het cijferinvoerscherm. Druk op de cijferweergavetoets voor Y (hoogte) om een cijferinvoerscherm te openen. Voer de hoogte van het papier met de cijfertoetsen in, en druk op [OK] in het cijferinvoerscherm. ![](images/203e8c06b3699073de46ffb4d803329f33a77f72dfc21c4323cf827e4541267f.jpg) - U kunt het getal ook wijzigen met de toetsen - Opgeslagen extra papierformaten worden in de toetsen aan de linkerzijde van het scherm weergegeven. Opgeslagen extra papierformaten worden in de systeeminstellingen opgeslagen. Meer informatie vindt u bij "Papierlade-Instellingen" (pagina 7-13) in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN". Als de toets voor het gewenste formaat wordt weergegeven, druk er dan op. ![](images/585bc3367417cb174c6a589fc6d87c572bb93887177a1156e2278c5a67cb28de.jpg)

SPECIALE FUNCTIONS

Dit hoofdstuk geeft uitleg over Kantlijn Verschuiving, Wissen, Dubbelz. kopie en andere speciale functies.

SPECIALE FUNCTIONS

Het menuscherm voor speciale functies verschijnt als in het basisscherm de toets [Spec. Functies] wordt ingedrukt. Het menu van speciale functies bestaat uit twee schermen. Druk op de toetsen ⬆ ⬆ om tussen de schermen te wisselen. Druk na het selecteren van instellingen voor speciale functies op [OK] in het menuscherm voor speciale functies om de instellingen te voltooien en terug te keren naar het basisscherm van de kopieermodus. Menu voor speciale functies (eerste scherm) ![](images/0e024cf9faf77632403a9577d36cc96914cc503568dc90c0114824cd153ddf39.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Device"] --> B["Spec. Function"]
    B --> C["OK"]
    subgraph A
        D["Belichting Auto"] --> E["1. 44"]
        E --> F["2. 448"]
        F --> G["3. E4"]
        G --> H["4. 47"]
        H --> I["Kopleer Factor 100%"]
        J["Original Auto"] --> K["54"]
        L["Papler format Auto &4 Normal papier"] --> M["Voorbeek"]
    end
    subgraph B
        N["Dukkopie"] --> O["Ültoer"]
        P["Bestand"] --> Q["Snelbestand"]
    end
    subgraph C
        R["Kantlijk Verschulving"] --> S["Winnaen"]
        T["Inkinkopie"] --> U["Opdracht Sarenstel"]
        V["Kafter/Instocky"] --> W["Transparent-Instokvellen"]
        X["Doekkopie"] --> Y["Takkopie"]
        Z["Haart Format"] --> AA["Haart Format"]
    end
    subgraph D
        AB["1"] --> AC["2"]
        AD["3"] --> AE["4"]
        AF["6"] --> AG["7"]
        AH["9"] --> AI["10"]
    end

(1) Toets [Kantlijn Verschuiving]

MARGES TOEVOEGEN (kantlijnverschuiving) (pagina 2-44)

(2) Toets [Wissen]

RANDSCHADUWEN WISSEN (wissen) (pagina 2-46)

(3) Toets [Dubbelz. kopie]

NAAST ELKAAR LIGGENDE PAGINA'S VAN EEN INGEBONDEN DOCUMENT KOPIËREN (dubbelzijdige kopie) (pagina 2-48)

(4) Toets [Inbindkopie]\*

KOPIEËN MAKEN VOOR BOEKJE (Inbindkopie) (pagina 2-50)

(5) Toets [Opdracht Samenstel.]\*

EEN GROOT AANTAL ORIGINELEN TEGELIJK KOPIËREN (opdracht samenstellen) (pagina 2-53)

(6) Toets [Tandem-Kopie]

EEN GROOT AANTAL KOPIEËN MAKEN MET TWEE MACHINES (tandemkopie) (pagina 2-56)

(7) Toets [Kaften/Insteekv]\*

ANDER SOORT PAPIER GEBRUIKEN VOOR OMSLAGEN (Kaften/Insteekvellen) (pagina 2-59)

(8) Toets [Transparant-Insteekvellen]\*

INSTEEKVELLEN INVOEGEN BIJ HET KOPIREN OP TRANSPARANTEN (Transparant-Insteekvellen) (pagina 2-70)

(9) Toets [Multishot]

MEERDERE ORIGINELEN OP ÉÉN VEL KOPIËREN (Multishot) (pagina 2-72)

(10) Toets [Boekkopie]

EEN BOEKJE KOPIËREN (boekkopie) (pagina 2-74)

(11) Toets [Tabkopie]

OPSCHRIFTEN KOPIËREN OP TABBLADEN (tabkopie) (pagina 2-78)

(12) Toets [Kaart Formaat]

BEIDE ZIJDEN VAN EEN KAART KOPIËREN OP ÉÉN VEL PAPIER (Kaart Formaat) (pagina 2-81) ![](images/2bac68da519e07dc0708f61cea5c48291b06e716cadbc445d1073c865ced99f2.jpg)

(1) Toets [Stempel]

DE DATUM OF EEN STEMPEL AFDRUKKEN OP KOPIEËN (Stempel) (pagina 2-84)

(2) Toets [Beeld bewerken]

TOETS [Beeld bewerken] (pagina 2-104)

(3) Toets [Scherpte]

DE SCHERPTE VAN EEN AFBEELDING AANPASSEN (Scherpte) (pagina 2-117)

(4) Toets [Bestand]

Met deze toets kunt u een opdracht opslaan in een map van de documentarchiveringsfunctie.

(5) Toets [Snelbestand]

Met deze toets kunt u een opdracht opslaan in de map Snelbestand van de documentarchiveringsfunctie.

(6) Toets [Proefafdruk]

KOPIEËN CONTROLEREN ALVORENS U AFDRUKT (Proefafdruk) (pagina 2-118)

(7) Toets [Aantal originelen]

HET AANTAL INGESCANDE ORIGINELE VELLEN CONTROLEREN ALVORENS TE KOPIËREN (Aantal originelen) (pagina 2-121)

(8) Toets [Origineel gem. form.]\*

ORIGINELEN VAN VERSCHILLENDE FORMATEN KOPIËREN (Origineel gem. form.) (pagina 2-123)

(9) Toets [Langzame scanmodus]\*

KOPIËREN VAN DUNNE ORIGINELEN (Langzame scanmodus) (pagina 2-126) \* Wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is. ![](images/74f8428da8ba08520866fcc86e4183df4871e3073d5f1ccc4d0af08774f76ede.jpg) - U kunt speciale functies doorgaans combineren met andere speciale functies. Enkele combinaties zijn echter niet mogelijk. In dit geval wordt een bericht weergegeven dat de combinatie niet mogelijk is. - Welk menu wordt weergegeven, hangt af van het land en de regio.

De toets [OK] en de toets [Annuleren]

In sommige gevallen verschijnen er in de schermen voor speciale functies twee toetsen [OK] en één toets [Annuleren]. De toetsen worden op de volgende manier gebruikt: ![](images/3a36a188ae2012b5f6742aab2f9b73fc9e0d8692645f9c8bdf2da73e7128baaa.jpg) (A) De geselecteerde instellingen spec. functies invoeren en teruggaan naar het basisscherm voor kopieerfunctie. (B) De geselecteerde instellingen spec. functies invoeren en teruggaan naar het menuscherm voor speciale functies. Druk op deze toets wanneer u nog andere instellingen van spec. functies wilt selecteren. (C) Tijdens de selectie van instellingen spec. functies zorgt deze toets ervoor dat u terugkeert naar het menuscherm van speciale functies zonder dat de instellingen worden opgeslagen. Wanneer de instellingen voltooid zijn, worden hiermee de instellingen geannuleerd en keert u terug naar het menuscherm van speciale functies.

MARGES TOEVOEGEN

(kantlijnverschuiving)

Met deze functie verschuift u de gekopieerde afbeelding naar rechts, links, omhoog of omlaag om de kantlijn aan te passen. Dit is handig wanneer u de kopieën wilt binden met een touwtje of in een band. Door de afbeelding naar rechts te verschuiven kunt u de kopieën aan de linkerrand binden met een touwtje. ![](images/55225ec25f60ae3231a3534b333334be273a9ddd1d6e90ca5bd00352e6554a0a.jpg)
Zonder kantlijnverschuivingMet kantlijnverschuiving
SHARP MX-M452N - (kantlijnverschuiving) - 1SHARP MX-M452N - (kantlijnverschuiving) - 2
De perforatiegaten vallen in de afbeelding.De afbeelding is verschoven om ruimte te laten voor de gaten, zodat deze niet in de afbeelding vallen.
Posities kantlijnverschuiving ![](images/b9c112fc97d775fb12d2690d752453fc7def95cec28ec82cb56c9c2883ba36ca.jpg) 1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Selecteer de toets [Kantlijnverschuiving]. Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-41) 3 ![](images/8d6eea558a426122a5dfb861907be479eeca90085ed4e7eeae5a95c8ac69187c.jpg)

Stel de kantlijnverschuiving in.

(1) Druk op de positie voor de kantlijnverschuiving. Selecteer een van de drie posities. (2) Stel de mate van kantlijnverschuiving in met ▼ ▲. Er kan 0 mm tot 20 mm (0" tot 1") worden ingevoerd. (3) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie.

4

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Als u de glasplaat gebruikt om meerdere originelen te kopiëren, vindt het kopiëren plaats terwijl u elk origineel scant. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/919df0ababc827e4744fcd2dcd99ba68be32e82cdad57bbb1854b5491dcedf94.jpg) Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (©) ![](images/5dd403f1e9a601ceb1fa6e9fd0a66041352928b5326ddeb96176ad7761fe7126.jpg) De functie Draaien kopie kan niet worden gebruikt in combinatie met kantlijnverschuiving. ![](images/7fcad2758bfbdce9f865543db87490d3b108f4ddb903d222175c47a79c4cf1d2.jpg) Als u een instelling voor kantlijnverschuiving wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3. ![](images/d0337687d92b9297a02274804485d4b0b4695ce71ed2fa62c39ae3fc8d593987.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardinstelling Voor De Kantlijnverschuiving Er kan 0 mm tot 20 mm (0" tot 1") worden ingesteld. De fabrieksinstelling is 10 mm (1/2").

RANDSCHADUWEN WISSEN (wissen)

De functie Wissen wordt gebruikt om schaduwen te voorkomen die aan de randen van afbeeldingen kunnen optreden bij het kopieren van dikke originelen of boeken. Als u een dik boek kopieert... ![](images/114baf72d45a2a2a21ffe90cdd956ba61f755cafa17ff0a3489ba1cac0703658.jpg) Zonder de wisfunctie Met de wisfunctie ![](images/865bf22147ae4570f73a213281b4c9976750b0aa748e17442bddfbda44918f5b.jpg) Er verschijnen schaduwranden op de kopie. ![](images/c7cc15caa00b88272cc7907cdf8fa6539936049799401717c0d2e8025f2ff39d.jpg) Er verschijnen geen schaduwranden op de kopie. Wisfuncties Rand Wissen ![](images/9570acbcfd519ac8ac3e966e42fa3bff40ad9f6093ebf38ef5a850116159a04a.jpg) Midden Wissen ![](images/3e3be86d95d5918308193bc17044ddae909bf7aa23d0ec906058b68b02ea220b.jpg) Rand + Midden Wissen ![](images/ed60ca6d5c47976758d90d968c89fe7e3b587c73e5e1a20b4405be255f7bdf4a.jpg) Zijkant wissen ![](images/3c147580b8fc86d71479e83ce56bd2565687a4d68435a2c365f53ba2f71a143a.jpg)

1 Plaats net origineer.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op [Wissen]. ![](images/2505fac2080872964d01315f93f3bfb2fdd8f6186499564042881c8124455fd9.jpg)

Selecteer de wisinstellingen.

(1) Druk op de gewenste wisfunctie.

Selecteer een van de vier posities. Druk op de toets [Zijkant wissen] om het volgende scherm te openen. ![](images/f9dd4917d8cffb69b28df7d2cd2fb5737ad8496e3ea4cc411ad494cd1dcfa23a.jpg) Tik op het aankruisvakje van de kant die u wenst te wissen en controleer of een vinkje verschijnt. Stel de te wissen zijkant op de achterkant in wanneer u 1-zijdig naar 2-zijdig of 2-zijdig naar 2-zijdig kopieert. \- Als u de toets [Zelfde zijde als zijde 1] aanraakt, zal de zijkant op dezelfde plaats als op de voorkant worden gewist. - Als u de toets [Andere zijde dan zijde 1] aanraakt, zal de zijkant tegenovergesteld aan de gewiste zijde op de voorkant worden gewist. Wanneer u de instellingen voor het wissen van de zijkant hebt afgewerkt, drukt u op de toets [OK]. (2) Stel de wisbreedte in met de toetsen . Er kan 0 mm tot 20 mm (0" tot 1") worden ingevoerd. (3) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie.

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Als u de glasplaat gebruikt om meerdere originelen te kopieren, vindt het kopieren plaats terwijl u elk origineel scant. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/7ca76b2ea2f74597a7ac1aa68b108ccf6ddcc5fc39ee95b970b6df3275e06516.jpg) Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/0765c67334386a83941bd716000bf7b1fbc69f5d72ea4bc77471cbce9e1319bc.jpg) Als u een combinatie van een wisinstelling met een kopieerfactor gebruikt, zal de wisbreedte veranderen volgens de geselecteerde factor. Als de wisbreedte bijvoorbeeld is ingesteld op 20 mm (1") en de afbeelding wordt tot 50% verkleind, dan wordt de wisbreedte 10 mm (1/2"). ![](images/2c5b01c14adfe32d933df051b43217eb33fabba50d2678cfa9e0393b9ed48f7d.jpg) Wisinstelling annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3. ![](images/5ba8efbdccac8b2fb3995a2e80731baa9d80fea4d6651c6c3eb8533ef19801d4.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardbreedte Van Wisstrook Instellen Er kan 0 mm tot 20 mm (0" tot 1") worden ingesteld. De fabrieksinstelling is 10 mm (1/2").

NAAST ELKAAR LIGGENDE PAGINA'S VAN EEN INGEBONDEN DOCUMENT KOPIËREN (dubbelzijdige kopie)

Met de functie dubbelzijdige kopie krijgt u afzonderlijke kopieën van twee documentpagina's die u naast elkaar op de glasplaat plaatst. Deze functie is nuttig wanneer u kopieën maakt van de naast elkaar liggende pagina's van een boek of ander ingebonden document. De naast elkaar liggende pagina's van een boek of ingebonden document kopieren ![](images/61783055fc5e4a9fcc4f2990dd5a879bc5a2bdd60221e0001d8d8e7ac8cc15e6.jpg) Boek of ingebonden document ![](images/5260c203fbc1d480d4e5776b2a6cf01e7f9f7348ba654abf67a262c78f725dba.jpg) ![](images/a854bd14191e56f9fdfbf4844edea057b68cda570fe242fc75e45aa89c53e2af.jpg) ![](images/581b51448d93203f63148d9d6884311266071325312334a7c9d0c703059a7648.jpg) De naast elkaar liggende pagina's worden op twee kopiepagina's gekopieerd. ![](images/0350e5fd775636b6ed41f496f90ff83a5fb33a71bd3d8fa3541f447251ee31a9.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with open lid and internal tray (no text or symbols)
1

Plaats het origineel op de glasplaat.

Breng het midden van het origineel op één lijn met het juiste maatteken ▼. ![](images/f285a4ccd8e30a873d6294894d292a8c500e1d7c51fcf310a62ca4fe4543f09d.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Maatteken"] --> B["Middenlijn van A3 origineel"]
    A --> C["Middenlijn van 11&quot; x 17&quot; origineel"]
    C --> D["Central Node"]
    D --> E["De pagina op deze zijde wordt eerst gekopieerd."]
    D --> F["Middenlijn van origineel"]
    F --> G["A3 (11&quot; x 17')"]
2 ![](images/f5d80c03ae8b6c6eb84a9608eb25b86fcb6c696f7c4014562b9658b060c868f8.jpg)

Selecteer papierformaat A4 (8-1/2" x 11").

Selecteer het papier zoals wordt uitgelegd in "PAPIERLADEN" (pagina 2-11).

3

![](images/83abd54ed09c1c2e7095d55b1e2d0160bce3e951e612337230f360aee9dc8cb8.jpg)

Selecteer Dubbelz. Kopie.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 2-41) (2) Druk op de toets [Dubbelz. Kopie] zodat deze wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie.

4

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/1236067464642ffd2a3b1259e999bb0220f48d1ed1f0eb873332679ffaa7ac75.jpg) Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/d6ab8fc0fe62536e6c3f4a68a5dd1371baff89f8808ef2d8ba77890de651f51e.jpg) - Als u de functie dubbelzijdige kopie gebruikt, moet u het origineel op de glasplaat plaatsen. - Gebruik de wisfunctie om schaduwranden te wissen die worden veroorzaakt door de rug van een boek of ander ingebonden document. Let er echter wel op dat [Midden Wissen] en [Rand+Midden Wissen] niet kunnen worden gebruikt. ![](images/0db706b8b36574e82aa148228fa722cb5ba34e6e97f5ce78222f7c363f2ac5a1.jpg) Als u dubbelzijdige kopie wilt annuleren... Druk op de toets [Dubbelz. Kopie] in het scherm van stap 3, zodat de toets wordt gemarkeerd.

KOPIEËN MAKEN VOOR BOEKJE (Inbindkopie)

Met deze functie kopieert u twee origineelpagina's op de voorkant en twee origineelpagina's op de achterkant van elk vel papier, zodat u de kopieën op de middellijn kunt vouwen tot een boekje. Deze functie is handig om kopieën te combineren tot een aantrekkelijk boekje of brochure. Inbindkopie met acht origineelpagina's ![](images/c5ac66273f240f168421a40ce0280422020c863c25eb761c10086dd2fdd6d2e5.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originelen"] --> B["Als boekje"]

    subgraph Originelen
        C1["Eerste pagina"] --> C2["Tweede pagina"] --> C3["Derde pagina"] --> C4["Vierde pagina"]
        C5["Vijfde pagina"] --> C6["Zesde pagina"] --> C7["Zevende pagina"] --> C8["Achtste pagina"]
    end

    subgraph Als boekje
        D1["4"] --> D2["5"]
        D3["2"] --> D4["7"]
    end
Inbindkant Rug links Rug rechts ![](images/87ac71f72f992b26f7eadff2cbe9c2600ac9d2f79ac7014271e3bf6d19eaee6d.jpg) 1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. ![](images/cb755d5ff23005ab069709f986e5b6f7e3ec9cb90622d6a4b2ef9a40dbabe50c.jpg) Als de originelen 2-zijdig zijn, plaatst u ze in de origineelinvoerlade. 2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Inbindkopie]. Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-41) ![](images/defac4a712345fb1713d4fa2e20607f8e7a5becf2771c59408ba4e12abb04ea2.jpg) (1) (2) (3)

Selecteer de inbindkopie kopieerinstellingen.

(1) Druk op de toets [1-Zijdig] als het origineel 1-zijdig is. Druk op de toets [2-Zijdig] als het origineel 2-zijdig is. (2) Selecteer de inbindrand ([Rug Links] of [Rug Rechts]). (3) Druk op de toets [Kaftinst.] om een kaft in te voegen. Als u geen kaft wilt invoegen, ga dan naar de stap 5. ![](images/8606d10e36279377c1ffd95b1a5327e41e7ab896c6df2496fb7959c1968aef2d.jpg)

Selecteer de instellingen voor de kaft.

(1) Als u wilt kopieren op de kaft, drukt u op de toets [Ja]. Druk anders op de toets [Nee]. (2) Selecteer de papiereninstellingen voor de kaft. (A) De momenteel geselecteerde papierlade voor de kaft wordt weergegeven. (B) Het formaat en de papiersoort in de momenteel geselecteerde lade worden weergegeven. Als u de papierlade voor de kaft wilt wijzigen, drukt u op de toets "Papierlade". Als u op de toets "Papierlade" drukt, verschijnt het scherm om de lade te kiezen. Selecteer de papierlade voor de kaft in het ladekeuzescherm en druk op [OK]. ![](images/299f81754ca046095b2b90c0e8ee94a29a1f6a906b93f716d1e480edb9b76dbd.jpg) (3) Druk op de toets [OK]. ![](images/efdb51a9467bf7af82435499eaf03a9a776c203da598878ae6f3fe09d22f978a.jpg) Als op de kaft wordt gekopieerd, kunt u geen etikettenvellen, transparanten en tabpapier gebruiken. ![](images/d7631a1515d07f28d12ad9a3b9e437dd41743c13f839e880102352386382184b.jpg) Als u kaftinstellingen wilt annuleren... Druk op [Annuleren]. ![](images/8ec21608f04df47f3e06fece5efb1033b65821111872562484e09c35f70435c6.jpg)

Druk op de toets [OK].

U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie.

Druk op [START].

Het kopieren begint. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de glasplaat gebruikt. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/adf5998a37a77fb66737779c245df86386300780aaa22b7158b59d91e46017cd.jpg) Als u het scannen van het origineel en het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦) ![](images/0b1412ff2525bdd1210d91dcaeb2c92a3baba3a3ecf2c3fb7ee486320660566e.jpg) - Als u inbindkopieën wilt maken van een boek of ander ingebonden origineel, gebruikt u de functie boekkopie. - Als u de functie inbindkopie selecteert wordt automatisch 2-zijdige kopieerfunctie geselecteerd. Wanneer u instellingen selecteert die 2-zijdig kopieren verhinderen, kunt u de functie inbindkopie niet gebruiken. - Scan de originelen op volgorde van de eerste pagina tot de laatste pagina. De kopieervolgorde wordt automatisch aangepast door het apparaat. Er worden vier origineelpagina's gekopieerd op elk vel papier. Als het aantal originelen niet een veelvoud is van vier, worden aan de het eind automatisch blanco pagina's geproduceerd. - Wanneer een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kunt u de zadelsteekfunctie gebruiken. Wanneer inbindkopie wordt gebruikt in combinatie met de zadelsteekfunctie en het aantal origineel groter is dan het aantal vellen dat u kunt nieten, verschijnt een boodschap met de toets [Annuleren], de toets [Doorgaan] en de toets [Splitsen]. Als u de opdracht wilt annuleren, drukt u op de toets [Annuleren]. Als u inbindkopieën wilt maken zonder te nieten, drukt u op de toets [Doorgaan]. Als u de pagina's wilt verdelen in sets die u kunt nieten, drukt u op de toets [Splitsen]. Als u de instellingen hebt geselecteerd voor het invoeren van een voor-/achterblad, kunt u "Splitsen" niet selecteren. U kunt ofwel doorgaan met het maken van inbindkopieën zonder te nieten, ofwel de opdracht annuleren. ![](images/ab39bb690f79e4a042fff9923f01edb75964e89b2d3a9c61845b220a3824896a.jpg) Als u het maken van inbindkopieën wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3. ![](images/0857aee7a9ea2cf93aa6655246316d53b859ada00ff60cb3e3decfc8cf1a89e2.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Automatisch Nietapparaat Als een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kunt u deze instelling inschakelen, zodat automatisch een zadelsteek wordt aangebracht wanneer u de functie inbindkopie selecteert.

EEN GROOT AANTAL ORIGINELEN TEGELIJK KOPIËREN (opdracht samenstellen)

Als u een groot aantal originelen kopieert, kunt u met deze functie de originelen in sets verdelen om vervolgens elke set afzonderlijk in de automatische documentinvoerlade te plaatsen. Gebruik deze functie wanneer u alle originelen in één bestand wilt kopieren, terwijl het aantal originelen groter is dan het maximale aantal dat in de invoerlade past. Deze functie is handig wanneer u kopieën van een groot aantal originelen wilt sorteren in meerdere sets. Omdat alle originelen binnen één taak worden gekopieerd, wordt u de moeite bespaard van het sorteren van de kopieën, iets wat wel nodig was geweest als de originelen in afzonderlijke kopieertaken waren verdeeld. Als u originelen in sets scant, verdeel de vellen dan zo dat geen van de sets meer vellen bevat, dan u kunt laden en begin het scannen van de set met de eerste pagina. De instellingen die u voor de eerste set kiest kunnen worden gebruikt voor de overige sets. De kopieën voor een groot aantal originelen sorteren in twee sets ![](images/70a5483f0a870b36787440a99c5a7db3bcb88c261a721dd24c19a89150e8e785.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originellen"] --> B["Originellen worden in aparte sets gescand"]
    B --> C["Final storage unit"]
1 ![](images/2bbd56f516a9505745c3048d2cc39289d84989d44a88dee3b191812a02c83a23.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer.

Steek de originelen helemaal in de lade van de origineelinvoer. In de origineelinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. 2 ![](images/73ce607175bf22a48ea251db6ac140d4d8d11740c9e3ff41e549e084c23f7c88.jpg)

Selecteer Opdracht Samenstel.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 2-41) (2) Druk op [Opdracht Samenstel.] zodat de toets wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie.

3

Druk op de toets [START] om de eerste set originelen te scannen.

Het scannen begint. ![](images/3e70517e24d71d418a12cbcee9eed8093d4eb5384b302fbb200a25e4e970a090.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦)

4

Plaats de volgende set originelen en druk op de toets [START].

Herhaal deze stap totdat u alle originelen hebt gescand. ![](images/ce535f80878bafba1954b4236b942a326bf07f1cc6fa26a1993713a0f65b236e.jpg) De kopieerinstellingen (alleen Belichting, Papierformaat en Kopieerfactor) kunnen voor iedere set originelen worden gewijzigd. Als u het kopieformaat wilt aanpassen, volg dan de stappen bij "De kopieerinstellingen wijzigen voor elke set originelen". ![](images/75a27c7ae7c0c33bb46ddbe5b60b1c587f94cdb6d841219ae0073f5d2c24522f.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (♀) Alle gescande data wordt gewist.

5

![](images/cbce8fedaf9f80734ffa37c2915d9f4490bbb1b7358017b9d36ab1bfd136cba4.jpg)

Druk op [Lezen Klaar].

![](images/92c58d486aa9ff6ec65833dd4037f6fbf2c1e30e51d75927df4b0c9c3a4ed566.jpg) Als u het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (♡) ![](images/af762390d2956e7f9a69c6fc2886c0617726351b09ccf12e29029b5e82fc1f39.jpg) Indien de Snelmap van de modus documentarchivering vol is, wordt de functie opdracht samenstellen belemmerd. Verwijder onnodige bestanden uit de Snelmap. ![](images/e987a869df3edad38e7387a02ee83ecfc91e90793cc9d7c675f3f824ceddb2d2.jpg) Als u de functie opdracht samenstel. wilt annuleren... Druk op [Opdracht Samenstel.] in het scherm van stap 2 zodat de toets niet wordt gemarkeerd.

De kopieerinstellingen wijzigen voor elke set originelen

De kopieerinstellingen (alleen Belichting, Papierformaat en Kopieerfactor) kunnen voor iedere set originelen worden gewijzigd. Voer onderstaande stap uit voordat u op de [Start]-toets drukt om de originelen in stap 4 hierboven te scannen. 1 ![](images/ed57ddf9e092553b8258d6da390d1168c661d24d8efa7a7dfbac745e4dddb41e.jpg) Druk op [Wijzigen]. 2 ![](images/276117134cd1beea127f05c7e98ec3948162a74381d3321fa7314e2e1427c8b1.jpg)

Wijzig in het scherm dat wordt weergegeven de gewenste kopieerinstellingen en druk op de [Start]-toets.

De originelen worden gescand volgens de gewijzigde kopieerinstellingen. Om het wijzigen van de kopieerinstellingen te annuleren en te beginnen met kopieren zonder de nieuwe originelen te scannen, drukt u op de [Lezen Klaar]-toets. ![](images/296bc18b97d5640620a7ef42fbaf0a1a84dd90768657eb1417db800464643e13.jpg) - Het origineelformaat kan niet handmatig worden aangepast met de toets [Origineel]. Als de automatische originelendetectiefunctie werkt, wordt het originele formaat voor elke geplaatste set originelen gedetecteerd. - Als de handinvoerlade wordt geselecteerd, is het niet mogelijk de papiersoort te wijzigen. - Indien "X-y zoom" werd ingesteld voor de verhouding toen het vorige origineel werd ingescand, zal het niet mogelijk zijn om de verhouding te wijzigen. - Als "Opdr. samenst." wordt gebruikt in combinatie met onderstaande functies dan wordt de toets [Wijzigen] niet weergegeven in het scherm van stap1 hierboven. Inbindkopie, tandemkopie, kaften/insteekvellen, transparanten, multi-shot, boekkopie, tabkopie, nieten/sorteren, zadelsteek

EEN GROOT AANTAL KOPIEËN MAKEN MET TWEE MACHINES (tandemkopie)

Een grote kopieeropdracht kunt u verdelen over twee apparaten die zijn aangesloten op hetzelfde netwerk. Op elk apparaat wordt de helft van de kopieën afgedrukt, zodat minder tijd nodig is voor de opdracht.

Master-apparaat en slave-apparaat

In de volgende uitleg is het master-apparaat het apparaat waarmee de originelen worden gescand. Het slave-apparaat is een ander apparaat dat in het master-apparaat wordt opgegeven om te helpen met kopieren. Het wordt niet gebruikt voor het scannen van de originelen. ![](images/87813cdbedeac85e0c182fd34bd36d0008c481e20ddb6f9fb2094f5963367721.jpg)
natural_image Simple line drawing of a 3D rectangular block with an arrow pointing right (no text or symbols)
Er worden 4 sets kopieën gemaakt ![](images/0a6c688e2d9afe3f3a77636f52921f34c28d09d20d00d0abda6a25d49552d857.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Master-apparaat"] --> B["2 sets kopieën"]
    C["Slave-apparaat"] --> D["2 sets kopieën"]
    B --> E["Storage Unit"]
    D --> E
Netwerkomgeving

Voordat u de functie tandem-kopie gebruikt

- Als u deze functie wilt gebruiken, moeten twee apparaten zijn aangesloten op uw netwerk. U kunt met deze functie de opdracht alleen verdelen over één extra apparaat, ook al zijn er nog meer apparaten aangesloten op het netwerk. - Om de functie tandemkopie te kunnen gebruiken moet "Instelling tandemverbinding" zijn geconfigureerd in de systeeminstellingen (beheerder). - Wanneer u de systeeminstellingen configureer op het masterapparaat, hebt u het IP-adres van het slave-apparaat nodig. Als poortnummer kunt u het best de standaardinstelling gebruiken (50001). Verander het poortnummer niet, tenzij u problemen hebt met deze instelling. De tandeminstellingen moeten worden geconfigureerd door uw netwerkbeheerder. Als het master-apparaat en het slave-apparaat van rol wisselen, configureert u op het slave-apparaat het IP-adres van het master-apparaat. Hetzelfde poortnummer kan voor beide machines worden gebruikt.

1. Plaats net engineer.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

![](images/9601aed2e281e201934db750b379ea32447d2551097fad356f2542c8b1f0d397.jpg)

Selecteer tandem-kopie.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 2-41) (2) Druk op de toets [Tandem-Kopie] zodat deze wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. ![](images/125eaf1d6f4458df1f6b2d6363db81fdcb2042f4901ae7e7eadc142a767b5dbe.jpg)

Stel het aantal kopieën (aantal sets) in met de cijfertoetsen.

U kunt maximaal 999 kopieën (sets) instellen. Wanneer u op de toets [START] drukt, zullen de kopieën automatisch worden verdeeld tussen het master-apparaat en de slave-apparaten. Als u een oneven aantal kopieën instelt, wordt de extra set afgedrukt door het master-apparaat. ![](images/ca28e5037607fc5b1367d7573f3cda1d2c6b487220325ed856448179b378542c.jpg) Als het aantal kopieën niet juist is ingesteld... Druk op de toets [WISSEN] ( ) en voer het juiste aantal in.

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de glasplaat gebruikt. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Het volgende scherm verschijnt wanneer u op de toets [START] drukt. ![](images/ca6f9dd8171c45feb481dc414c5648e08eccf2b73840b516673819086fbdc16b.jpg) Als het bericht verschijnt, begint het tandemkopiëren. Als tandem-kopie niet mogelijk is, verschijnt het volgende scherm. ![](images/639168e96641b009be76aa4e262c97e2931bb0674b0175807965a79b51705e69.jpg) Als u wilt zorgen dat het master-apparaat alle kopieën maakt, drukt u op [OK]. Als u de opdracht wilt annuleren, drukt u op de toets [Annuleren]. ![](images/041a82eeb7c2ed29315bfa768220a71a31ccff8d58a8bb9fbe5ac49e9668d3f1.jpg) \- Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦) \- Als u tandem-kopie wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] ( )op zowel het master- als het slave-apparaat. ![](images/3035791bf01f1eaa757c1087c4380064c87d93ba8c23f69f6008807100f15e73.jpg)

In deze situatie...

Een perforatiemodule is geïnstalleerd op het master-apparaat, maar niet op het slave-apparaat.

- Kopieren zonder perforeren: tandem-kopie is mogelijk. - Kopieren met perforeren: tandem-kopie is niet mogelijk. Als tandem-kopie wordt uitgevoerd met een functie die niet beschikbaar is op het slave-apparaat, verschijnt een boodschap. Als u wilt zorgen dat het master-apparaat alle kopieën maakt, drukt u op [OK]. Als u de opdracht wilt annuleren, drukt u op de toets [Annuleren].

Als het papier van het apparaat op raakt

Als het papier van het master-apparaat of het slave-apparaat opraakt, wordt de opdracht opgeschort in het apparaat waar het papier op is, terwijl het apparaat dat nog papier bevat, doorgaat. Wanneer het papier wordt bijgevuld op het apparaat waar het op was, wordt de opdracht hervat.

Als gebruikersauthenticatie is ingeschakeld

Gebruikersauthenticatie is ingeschakeld op het master-apparaat: tandem-kopie is mogelijk. Gebruikersauthenticatie is ingeschakeld op het slave-apparaat, maar niet op het master-apparaat: tandem-kopie is niet mogelijk.

Als tandemkopiëren wordt uitgevoerd zonder het aantal kopieën in te stellen:

Er verschijnt een bericht en het master-apparaat en het slave-apparaat zullen beide een set kopieën maken (in totaal twee sets). ![](images/2852ede20c1e607e9ceada9cc9ed7ebe853709e3ebf5c7c7a7f6828b0f498055.jpg)

Als u tandem-kopie wilt annuleren...

Druk op [Tandem-Kopie] in het scherm van stap 2 zodat de toets niet wordt gemarkeerd. ![](images/6891ce9027787a639c208f19a730971088c945c311865a8a4903eb594074c24f.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling tandemverbinding

Deze moet zijn geconfigureerd om de tandemfunctie te gebruiken. Hiermee kunt ook de tandemfunctie ook uitschakelen.

ANDER SOORT PAPIER GEBRUIKEN VOOR OMSLAGEN (Kaften/Insteekvellen)

Als u de automatische documentinvoer gebruikt, kunt u andere soorten papier invoegen als voor- en achterkaft van een kopieeropdracht. Ook kunt u een ander soort papier toevoegen als insteekvel op gespecificeerde pagina's. Voorbeeld van het toevoegen van kaften ![](images/e0ad3e7aa898075f2e36fe76a3ca7b679b6ea2448ac2d8f59ac820d44dfc8a2a.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Originelen"] --> B["A"]
    B --> C["B"]
    C --> D["C"]
    D --> E["A"]
    E --> F["B"]
    F --> G["C"]
    G --> H["A"]
    H --> I["Chter kaft"]
Voorbeeld van het toevoegen van insteekvellen ![](images/b52bd7af95879e459b29daf25a9780f14cbf940f1bae2ff6bb3826f3e76071de.jpg) Voorbeeld van het toevoegen van kaften/insteekvellen ![](images/faa061e9ef090d7fdf6cbcaa5e9ff67e8056753752a3a69acc1a56188ccc4b9f.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Originelen"] --> B["A"]
    B --> C["B"]
    C --> D["C"]
    D --> E["Achterk aft"]
    F["Voork aft"] --> G["A"]
    G --> H["B"]
    H --> I["Insteekvellen"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style F fill:#f9f,stroke:#333
    style G fill:#f9f,stroke:#333
    style H fill:#f9f,stroke:#333
    style I fill:#f9f,stroke:#333

Over de uitleg van kaften en insteekvellen

U kunt kaften en insteekvellen op allerlei manieren gebruiken. Om de uitleg eenvoudig te houden, worden kaften en insteekvellen afzonderlijk behandeld. Voor specifieke voorbeelden, zie: "Voorbeelden van kaften en insteekvellen" (pagina 2-142).

Voorbereidingen voor het gebruik van kaften en insteekvellen

- Laad het papier voor kaft/insteekvellen in de lade voordat u de functie Kaften/Insteekv gebruikt. - Alvorens de functie Kaften/Insteekv te selecteren plaatst u de originelen in de origineelinvoer. Vervolgens selecteert u 1-zijdig of 2-zijdig kopieren en selecteert u het aantal kopieën en andere gewenste kopieerinstellingen. Als u deze instellingen hebt opgegeven, selecteert u de Kaften/Insteekv. - U moet de originelen scannen met de automatische documentinvoer. U kunt niet de glasplaat gebruiken. - Voor kaften kan er maar één vel worden ingevoegd voor de voorkant en ook maar één vel voor de achterkant. U kunt maximaal 100 insteekvellen invoegen. U kunt niet twee insteekvellen invoegen tussen dezelfde twee pagina's. - Wanneer u 2-zijdige originelen 2-zijdig kopieert, kunt u geen insteekvel invoegen tussen de voor- en achterkant van een origineel.

KAFTEN INVOEGEN IN KOPIEN (kaftinstellingen)

U kunt een ander soort papier invoegen op plaatsen die overeenkomen met de voorkaft en de achterkaft van een kopieeropdracht. Dit is nuttig om documenten in aantrekkelijke vorm te ordenen en om een ander soort papier te gebruiken als kaft op een ramingspagina of een vergelijkbaar document. U kunt kaften gebruiken in combinatie met insteekvellen. Kopiëren op een voorkaft en invoegen samen met een achterkaft ![](images/fa67230fde1ce33687c8d5d505fc77fcf1f2586debd697856edf34d9aca4cbb4.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originelen"] --> B["Papier voorkaft"]
    B --> C["Originelen 1"]
    B --> D["Papier voorkaft 2"]
    D --> E["Originelen 3"]
    E --> F["Papier voorkaft 4"]
    F --> G["Originelen 5"]
    G --> H["Originelen 5"]
    H --> I["Kopieën"]

    J["Voorkaft"] --> K["Originelen 1"]
    K --> L["Originelen 2"]
    L --> M["Originelen 3"]
    M --> N["Originelen 4"]
    N --> O["Originelen 5"]
    O --> P["Originelen 5"]

    Q["Achterkaft"] --> R["Originelen 1"]
    R --> S["Originelen 2"]
    S --> T["Originelen 3"]
    T --> U["Originelen 4"]
    U --> V["Originelen 5"]
    V --> W["Originelen 5"]
1 ![](images/663346c01a5ee4d2f731e5f7d51542c4e78f07efc81662ffcbede6038d416d38.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer.

Steek de originelen helemaal in de lade van de origineelinvoer. In de origineelinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. ![](images/e8a0959f21f1ce9be6d3d4f667490f5587e9c61e3155a058c78619178ad6031c.jpg) U kunt niet de glasplaat gebruiken. 2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Kaften/Insteekv]. Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-41) 3 ![](images/bc2e2bb681402707db189ef29a4a00373b96927fdfbcbb5a289830de72073dff.jpg) Druk op de toets [Voor-Kaft]. (3) (4)(1)(2) ![](images/d6688ec12ab7f0dd2e8b00d9ef5446e6a27dd7b2bf91f4453f44fdebef65fe29.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Voors./invgs"] --> B["Instpelling voorkaft"]
    B --> C["Papierlade"]
    C --> D["Handinvoer"]
    D --> E["N4"]
    D --> F["Normal papier"]
    G["Antuleroen"] --> H["Afdrukken op voorkaft"]
    H --> I["Ja"]
    H --> J["Nee"]
    K["2-71jsig1-7-jdig"] --> L["Icon 1"]
    K --> M["Icon 2"]

Selecteer de instellingen voor de kaft.

(1) Als u wilt kopieren op de kaft, drukt u op de toets [Ja]. Druk anders op de toets [Nee]. Als de toets [Nee] wordt ingedrukt, wordt alleen het invoegen van een voor-/achterblad uitgevoerd. Ga in dat geval door met stap (3). (2) Druk op de toets [1-Zijdig] om op één zijde van de kaft te kopieren. Druk op de toets [2-Zijdig] om op beide zijden van de kaft te kopieren. (3) Selecteer de papiereninstellingen voor de kaft. (A) De momenteel geselecteerde papierlade voor de kaft wordt weergegeven. (B) Het formaat en de papiersoort in de momenteel geselecteerde lade worden weergegeven. Als u de papierlade voor de kaft wilt wijzigen, drukt u op de toets "Papierlade". Als u op de toets "Papierlade" drukt, verschijnt het scherm om de lade te kiezen. Selecteer de papierlade voor de kaft in het ladekeuzescherm en druk op [OK]. ![](images/20e3842f71e929632ccb8b15d0d81459f612db9ce991e1f3b80ed4b8b544f0b7.jpg) (4) Druk op de toets [OK]. ![](images/e33d84407f2e0751dab10b67c8e0bc5aa27b8773b936a131a7d30f10e001b65a.jpg) Als op de kaft wordt gekopieerd, kunt u geen etikettenvellen, transparanten en tabpapier gebruiken. U kunt tabpapier invoegen als daar niet op wordt gekopieerd. ![](images/8d2407d0b0a6bd1d38795759b4fd61feff3394a4a4e5b2c76acb4abd05c5534d.jpg) Als u kaftinstellingen wilt annuleren... Druk op [Annuleren]. ![](images/5d7ddc9f2d76168bd11b347cc78f1128980f9a9e1056fe18d7172f7b88a07724.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Kafon Instelling"] --> B["Voor-Kit"]
    A --> C["Achter-Kit"]
    D["Invog Instelling"] --> E["Invog-Type A"]
    D --> F["Invog-Type B"]
    G["Invoeginstell."] --> H["Invoeginstell."]
    I["Lade-Instel."] --> J["Pageinopmark"]

Als u een achterkaft wil invoegen, drukt u op de toets [Achter-Kaft].

Het scherm van stap 4 verschijnt. De procedures zijn hetzelfde als voor de voorkaft. Volg de procedures in stap 4. Vervang "Voorkaft" door "Achterkaft" in de procedure. ![](images/479ff4e51de39f5e52cdade75f5edfd07d179eaa388aa9a0dc6bf6cda364f880.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Kofen, functies"] --> B["Kaften/Insteekv"]
    B --> C["Annuleren"]
    C --> D["Invoeg instell_ingen"]
    D --> E["Invoeg Type A"]
    D --> F["Invoeg Type B"]
    E --> G["Lade-Instel."]
    F --> H["Paginsopnaak"]

Druk op de toets [OK].

U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. Druk op de toets [Invoeg-Type A] of de toets [Invoeg-Type B] om invoeginstellingen te selecteren. INSTEEKVELLEN INVOEGEN IN KOPIEËN (invoeginstellingen) (pagina 2-63) Als u uw instellingen wilt controleren, drukt u op de toets [Paginaopmaak]. KAFT/INSTEEKVELINSTELLINGEN WIJZIGEN (paginaopmaak) (pagina 2-67)

Druk op [START].

Het kopieren van de originelen in de origineelinvoer begint. ![](images/25e663cd1c0ece924b980fe36bc35e2a56db016a3240d7b8c95915c346817b84.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑨) ![](images/41d832c9124dbebcf67adb5504c0790cf793a98c78a591cd9e9f593b509346f1.jpg) - U kunt deze functie niet gebruiken in combinatie met de zadelsteekfunctie. - U kunt de glasplaat niet gebruiken. - U kunt geen kaftinstellingen selecteren als het invoegen van kaften en insteekvellen is uitgeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder). ![](images/c469019eb41a3fd7685aa458026cfc484151e6ba2bcece25b4d8ddce60b0f7f5.jpg) Als u het invoegen van kaften wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3.

INSTEEKVELLEN INVOEGEN IN KOPIEËN (invoeginstellingen)

U kunt op opgegeven pagina's van kopieën automatisch een ander soort papier invoegen. U kunt twee soorten papier gebruiken als insteekvellen, en de insteekposities voor beide afzonderlijk opgeven. U kunt kaften gebruiken in combinatie met insteekvellen. Voorbeeld: Insteekvel A na pagina 3 en insteekvel B na pagina 5. Originelen ![](images/ea221234d146514f792ccecfa93bb74e0a99edd9dd43ec9da8db56879811707c.jpg) ![](images/72c696ad83ad2253cfa1c604fa95f02387aeb600fa416c18e9f6fbd0f7c41f0e.jpg) ![](images/cd74a7e8af7b48a279bee6e23989384f131981fa6b8e135842ebff5cb4927155.jpg) Kopieën 1 ![](images/f8b17fb5f00f16f37ed31a8ec6fe2d3883f6503d3961f7e7843f7e965c6499ff.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer.

Steek de originelen helemaal in de lade van de origineelinvoer. In de origineelinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. ![](images/c22a105680b43f0148eaed04cf0b67c319e11d160c92df033d3f96e45d232cf3.jpg) U kunt de glasplaat niet gebruiken. 2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Kaften/Insteekv]. Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-41) 3 ![](images/51b2469ffa4e6e1d68f75356a226d8a97083e81f704ffa598abc49d6da02295e.jpg) Druk op de toets [Invoegtype A]. (3) (4)(1)(2) ![](images/1ed9b150f8d5f8e877bd0e276ee483fd34ef5a79b701618ed111a02b57c9e79e.jpg)

Selecteer de instellingen voor invoegen.

(1) Druk op [Ja] als u op het insteekvel wilt kopieren. Druk anders op de toets [Nee]. Als de toets [Nee] is ingedrukt, wordt alleen het invoeren van een insteekvel uitgevoerd. Ga in dat geval door met stap (3). (2) Druk op de toets [1-Zijdig] om één zijde van het insteekvel te kopieren. Druk op de toets [2-Zijdig] om beide zijden van het insteekvel te kopieren. (3) Selecteer de instellingen voor papierinvoegen. (A) De momenteel geselecteerde papierlade voor het insteekvel wordt weergegeven. (B) Het formaat en de papiersoort in de momenteel geselecteerde lade worden weergegeven. Als u de papierlade voor de insteekvellen wilt wijzigen, drukt u op de toets "Papierlade". Als u op de toets "Papierlade" drukt, verschijnt het scherm om de lade te kiezen. Selecteer de gewenste papierlade in het ladekeuzescherm en druk op [OK]. ![](images/36ddcaa7e7e2b2ccd6ef312fd3da7648ecc916bc5148bb8920ef67bf014f339f.jpg) (4) Druk op de toets [OK]. ![](images/f66f2e002f7b8ceb799941d3b9d51ca3fd5c0624653979dfb9369ca3b5f5b03c.jpg) Als op beide zijden van het insteekvel wordt gekopieerd, kunt u geen etikettenvellen, transparanten en tabpapier gebruiken. U kunt tabpapier invoegen als daar niet op wordt gekopieerd. ![](images/64d06bea55f5fdf0368eeadf7b5bff73f9ea85d02203b79908460d9d5f7f384d.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Spoc. Functions"] --> B["Kaften/Insteeky"]
    B --> C["Anulaten"]
    C --> D["OK"]
    E["Akfrinstelling"] --> F["Voor-Xaft"]
    E --> G["Achter-Xaft"]
    H["Invocg instellingen"] --> I["Invoeg-Type A"]
    H --> J["Invoeg-Type B"]
    H --> K["Lade-Euvel"]
    H --> L["Pageinaopmaak"]
    I --> M["invoeginstell."]

Als u een ander soort insteekvel wilt invoegen, drukt u op de toets [Invoegtype B].

Het scherm van stap 4 verschijnt. U selecteert de instellingen op dezelfde manier als voor invoegtype A. Volg de procedures in stap 4. Vervang in de procedure "Invoeg-Type A" door "Invoeg-Type B". ![](images/1961d4ac3da3d125acab9ff310b11159a9719470f49c0d00347e3fd777485424.jpg)

Druk op de toets [Invoeginstell.].

![](images/37117dc9b181202e3031aa7f7761f23df8807f1c5d7a9073dd779f3d86c18eca.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Invoeg-Type A\nLade 1\nA\nNormaal_papier"] --> B["(A)"]
    C["Invoeg-Type 2\nHandivover\nA\nNormaal_papier"] --> D["(B)"]
    E["insteckpages\n10"] --> F["(3)"]
    G["Invoegen"] --> H["(C)"]
    I["Invoeging\Tools-4"] --> J["(5)"]

Geef de pagina's op waar insteekvellen A en B worden ingevoegd.

(1) Druk op de toets [Invoegtype A] of de toets [Invoegtype B]. Geef de pagina op waar het gemarkeerde insteekvel wordt ingevoegd. (A) Geeft de lade aan die is geselecteerd voor invoegtype A, alsmede het papierformaat en de papiersoort. (B) Geeft de lade aan die is geselecteerd voor invoegtype B, alsmede het papierformaat en de papiersoort. Wanneer de toets [Invoeg-Type A] is gemarkeerd, worden de insteekinstellingen voor het insteekvel toegepast op [Invoeg-Type A]. Wanneer de toets [Invoeg-Type B] is gemarkeerd, worden de insteekinstellingen toegepast op [invoeg-Type B]. (2) Geef met de cijfertoetsen het paginanummer op waar het insteekvel wordt ingevoegd. Voor meer informatie, zie: "Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen)" (pagina 2-147) en "Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen)" (pagina 2-147). U kunt op de toets [WISSEN] (drukken om de standaardinstelling van het geselecteerde item te herstellen. Als u een fout hebt gemaakt, drukt u op de toets [WISSEN] (en voert u het juiste nummer in. (3) Druk op [Invoeren]. (C) Geeft het totaal aantal insteekvellen aan. U kunt maximaal 100 insteekvellen invoegen. Als u meerdere insteekvellen wilt invoegen, drukt u op de toets [Invoeren] telkens nadat u met de cijfertoetsen een invoegpaginanummer (invoegpositie) hebt opgegeven. (4) Als u een ander insteekvel wilt invoegen, herhaalt u stap (1) tot (3). (5) Druk op de toets [OK]. ![](images/465a70cf6863c561ea6a65733f355a16ded50852048a14acae9a5a196e4e6559.jpg) Als op beide zijden van het insteekvel wordt gekopieerd, kunt u geen etikettenvellen, transparanten en tabpapier gebruiken. U kunt tabpapier invoegen als daar niet op wordt gekopieerd. ![](images/920f23ec5667224b358609231c8d3093994e04a6d7d4b2a51240d1bbc1166fad.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Fock. functions"] --> B["Kaften/Insteekv"]
    B --> C["Anulecen"]
    C --> D["Invoeg instellingen"]
    D --> E["Voor-Kaft"]
    D --> F["Achter-Kaft"]
    D --> G["Invog-Type A"]
    D --> H["Invog-Type B"]
    G --> I["Invoeginstell."]
    H --> I
    I --> J["Lade-Instel."]
    I --> K["Paginsopnaak"]

Druk op de toets [OK].

U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. Druk op de toets [Voorkaft] of de toets [Achterkaft] om de kaftinstellingen te selecteren. KAFTEN INVOEGEN IN KOPIEN (kaftinstellingen) (pagina 2-60) Als u uw instellingen wilt controleren, drukt u op de toets [Paginaopmaak]. KAFT/INSTEEKVELINSTELLINGEN WIJZIGEN (paginaopmaak) (pagina 2-67)

Druk op [START].

Het kopieren van de originelen in de origineelinvoer begint. ![](images/803dc35c3044972eacb2ece7d7a9bd48366042e6a9bd49d623259047ba3c9078.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑨) ![](images/b9d6421793822daacaa915222e8ca1cb19aed208a10325a8d523f3a74ead1e27.jpg) - Gebruik hetzelfde formaat papier voor insteekvellen als voor de kopieën. - U kunt maximaal 100 insteekvellen invoegen. U kunt niet twee insteekvellen invoegen tussen dezelfde twee pagina's. - Wanneer u 2-zijdige originelen 2-zijdig kopieert, kunt u geen insteekvel invoegen tussen de voor- en achterkant van een origineelpagina. - U kunt deze functie niet gebruiken in combinatie met de zadelsteekfunctie. - U kunt geen kaft/insteekvelinstellingen selecteren als het invoegen van kaften en insteekvellen is uitgeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder). ![](images/e9a9583390668913782253c430ce0d39199b0a77e9ee48801255a3073c728ea3.jpg) Als u het invoegen van kaften wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3.

KAFT/INSTEEKVELINSTELLINGEN WIJZIGEN (paginaopmaak)

U kunt kaft- en insteekvelinstellingen combineren. In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u instellingen voor voltooide kaften en insteekvellen controleert, en insteekvellen wijzigt of wist. Insteekvel A wijzigen van pagina 4 tot pagina 5 ![](images/01a2bda67c8801f6ba85c98cf03c8bcdaff1dc56d709be0ac990e320cb8fb312.jpg) ![](images/4528287cf79c92a0a97453acf84fc405a3fa814208f618cc2033e0b1fdf03ce9.jpg)

1

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Kaften/Insteekv]. Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-41)

2

![](images/8d0accda34285a7f10e5639b7d0143d340ad54b950ca7a69923c873fb7ab0146.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Kaften/Tasteekv"] --> B["Kaftinstelling"]
    A --> C["Invocg instellingen"]
    B --> D["Voor-Xaft"]
    B --> E["Achter-Xaft"]
    C --> F["Invoeg-Type A"]
    C --> G["Invoeg-Type B"]
    F --> H["Invoeginstell."]
    G --> H
    H --> I["Lade-Instel."]
    H --> J["Paginaopmaak"]
Druk op de toets [Paginaopmaak]. Voorbeeld: Druk op insteekvel A op pagina 4. ![](images/ba5b727c5e4a9c9da636aef9010d2d3e49cdc15552edda927aaf01cb328cf61d.jpg)

Druk op de toets voor de pagina die u wilt wissen of wijzigen.

Als u de instelling niet hoeft te wijzigen, druk dan op [OK] en ga verder met stap 6. - Elke toets toont een pictogram van een afdrukafbeelding en de invoegpagina. - Als er meerdere schermen zijn, kunt u van scherm wisselen door op de toetsen te drukken. Druk op de toets [Voorkaft] of de toets [Achterkaft] om een kaft de wijzigen en ga naar stap 4. Druk op de toets van de invoegpagina die u wilt bewerken of wissen. Het onderstaande scherm verschijnt. ![](images/f84df91d6801c62ad74a337f56b49f859b167e5f1aa32ced16e19f1b292271a8.jpg) - Als u de pagina wilt wissen, drukt u op de toets [Wissen]. Nadat u de pagina hebt gewist, drukt u op [OK] en gaat u verder met stap 6. - Als u de pagina wilt wijzigen, drukt u op de toets [Wijzigen]. Druk op de toets [Invoeg-Type A] of de toets [Invoeg-Type B] om een insteekvel te wijzigen en ga naar stap 5. - Als u wilt annuleren, drukt u op de toets [Annuleren]. ![](images/2bcbc4497c715c1c33d089fb468134fb89d6273e90be5af972bab39494b01d9c.jpg)

Pictogrammen

: Alleen kopieren op voorkant : Alleen kopiëren op achterkant : 2-zijdige kopie : Niet kopieren Voor insteekvellen verschijnt ook de invoegpagina. \* staat voor een paginanummer. \*/-: Alleen kopieren op de voorkant op pagina \* \*/\*: 2-zijdige kopie op pagina \*/\* <\*: Insteekvel zonder kopiëren op pagina \* ![](images/be5d68b3d164205f0296ccc223914e06c67b1644b08a7d32353d82c774eba552.jpg)

Wijzig de instellingen van de voor- en achterkaft.

De instellingen worden op dezelfde manier gewijzigd zoals ze aanvankelijk waren geconfigureerd. Zie stap 4 van "KAFTEN INVOEGEN IN KOPIEN (kaftinstellingen)" (pagina 2-60) om de kaftinstellingen te wijzigen. Nadat u de instellingen hebt gewijzigd, drukt u op [OK] en keert u terug naar stap 3. ![](images/439e083e402e12bdc720b7298c44ad39dd51948da81a05edcdb53f4a7927d644.jpg) Als u kaftinstellingen wilt annuleren... Druk op [Annuleren]. ![](images/1f5c9ed9d725ca99f433b527248899a049f4ebc5839239c146b32906293b0d4b.jpg)

Wijzig de instellingen voor invoegtype A/B.

De instellingen worden op dezelfde manier gewijzigd zoals ze aanvankelijk waren geconfigureerd. Zie stap 7 van "INSTEEKVELLEN INVOEGEN IN KOPIEËN (invoeginstellingen)" (pagina 2-63) om de instellingen voor insteekvellen te wijzigen. Nadat u de instellingen hebt gewijzigd, drukt u op [OK] en keert u terug naar stap 3. ![](images/4992dc679ba4bfce128b13b27aeee43bac3131236eaf690c30fde0d9e6dcc299.jpg)

Druk op de toets [OK].

U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie.

INSTEEKVELLEN INVOEGEN BIJ HET KOPIREN OP TRANSPARANTEN (Transparant-Insteekvellen)

Wanneer u kopieert op transparanten, blijven de vellen mogelijk aan elkaar plakken door de statische elektriciteit. Met de functie transparant-insteekvellen kunt u automatisch een vel papier invoegen tussen elk vel transparant, zodat u de transparanten gemakkelijk kunt pakken. Ook kunt u kopiëren op de insteekvellen. ![](images/958c645196d30b88edefd7a1d0f1a44d2a556c0fd7421050a8d9529f160a0368.jpg) 1 ![](images/e7fbe831d1d4d0c60d9cff2f728241d9c7ec75a67eeedba180657da565d3ea70.jpg)

Plaats het transparant in de handinvoerlade.

- U kunt transparanten alleen gebruiken in de handinvoerlade. - Plaats de transparant ondersteboven in de handinvoerlade. Bij het plaatsen van transparanten dient de afgeronde hoek van het vel hier te zitten: - Aan de voorzijde en de linkerkant als de transparant in horizontale stand is. - Aan de achterzijde en de linkerkant als de transparant in verticale stand is. \- Configureer na het invoeren van de transparant de instellingen voor handinvoer zoals wordt uitgelegd bij "KOPIEËN MAKEN MET DE HANDINVOER" (pagina 2-38). 2

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Transparent-Insteekvellen]. Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-41) ![](images/3cd59a3454e5e85abd14cfa9380ad4377e1a11e5203616ac4f0df3ec845d3b2a.jpg)

Selecteer de instellingen voor invoegen.

(1) Selecteer of er wordt gekopieerd op het insteekpapier: ([Ja] of [Nee]). (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. Uitleg van (A) Wanneer transparanten worden geselecteerd als invoegvellen, wordt er automatisch geschikt papier geselecteerd voor de invoegvellen. De automatisch geselecteerde papierlade, het automatisch geselecteerde papierformaat en het automatisch geselecteerde papiertype worden hier weergegeven.

Druk op [START].

Het kopiëren begint. ![](images/0ecae3b5b3c8c5370a3efbf4cc5b891d45516f3d805e3d9bb6398a36e0b77e5e.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/0c1c8659693300f72d5961338e13af245d3235d51c246ff2f87ecd3a6369891a.jpg) - U kunt in deze functie niet het aantal kopieën selecteren. - Wanneer u 2-zijdig kopieert, kunt u alleen de functie "2-zijdig naar 1-zijdig" gebruiken. ![](images/8f1258480197f96971244996ac7dc264a47f81c341b2f541ce7fb0e3f3ad2025.jpg) Als u de instelling voor transparant-insteekvellen wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4.

MEERDERE ORIGINELEN OP ÉÉN VEL KOPIËREN (Multishot)

U kunt meerdere origineelpagina's in één uniforme lay-out kopiëren op één vel papier. Selecteer 2-in-1 als u twee origineelpagina's wilt kopiëren op één vel, of 4-in-1 om vier origineelpagina's te kopiëren op één vel. Deze functie is handig als u meerdere pagina's compact wilt presenteren of een overzicht wilt geven van alle pagina's in een document. 2 in 1 kopiiären 4 in 1 kopiiären ![](images/ff44df73fd34e17cb4a6443a1787c541531d0c77916bff99f4badd4d1f3817fd.jpg)
flowchart
graph LR
    A["A\nB"] --> B["A B"]
    A --> C["C D"]
    C --> D["A B\nC D"]
1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Multishot]. Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-41) ![](images/3c483feb518bdc2fc455ee4b83c0b376a8534338a57aaf4d72aa7d0a23e594b3.jpg)

Selecteer het aantal originelen dat u wilt kopiëren op één vel papier, de lay-out en de rand.

(1) Druk op de toets [2-in-1] of [4-in-1]. Zo nodig worden de afbeeldingen gedraaid. (2) Selecteer de lay-out. Selecteer de volgorde waarin de originelen worden geordend op de kopie.
Aantal pagina'sLay-out
2-in-1SHARP MX-M452N - Selecteer het aantal originelen dat u wilt kopiëren op één vel papier, de lay-out en de rand. - 1
4-in-1SHARP MX-M452N - Selecteer het aantal originelen dat u wilt kopiëren op één vel papier, de lay-out en de rand. - 2SHARP MX-M452N - Selecteer het aantal originelen dat u wilt kopiëren op één vel papier, de lay-out en de rand. - 3
De pijlen in bovenstaand diagram geven aan hoe de afbeeldingen zijn geordend. (3) Selecteer de rand. U kunt selecteren: ononderbroken lijnen, stippellijnen of geen lijnen. (4) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie.

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de glasplaat gebruikt. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/7f43dd6bc5149ae8e29b6af2b2da944e1b2dc96d4efa7b3cec803f7b49f2884b.jpg) Als u scannen en kopiëren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] ( ) ![](images/84320eb983804489163677ad836e4158381967366fee391fcf1cc2cac5b770f3.jpg) Als u de functie multishot gebruikt wordt automatisch de juiste kopieerfactor ingesteld op basis van origineelformaat, papierformaat en het aantal originelen dat u wilt kopieren op één vel. De minimale verkleinfactor is 25%. Op grond van het origineelformaat, papierformaat en het geselecteerde aantal origineelpagina's moet de kopieerfactor misschien kleiner zijn dan 25%. Wanneer in dat geval wordt gekopieerd op 25%, wordt mogelijk een deel van de originele afbeeldingen afgesneden. ![](images/2110022c3082ed0607fc3f2c838d1e7c7ef8425e42af86f40969a9ed4a26b6f9.jpg) Als u een instelling multishot wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3.

EEN BOEKJE KOPIËREN (boekkopie)

Met deze functie maakt u een kopie van de twee naast elkaar liggende pagina's van een open boek of ander ingebonden document. Met deze functie maakt u kopieën die u op de middellijn kunt vouwen om een boekje te maken. Deze functie is handig om kopieën te combineren tot een aantrekkelijk boekje of brochure.

Hoe u het origineel plaatst

Originelen ![](images/768e14ed9516379b3591dcd06cbb539900811436fcb277f57fd6427745b304e3.jpg) ![](images/f0bbc29eea3c3352ca65cdc79fa3903231de8d37f5818b23c248adffde3e7b34.jpg)
natural_image Simple line drawing of a folded folder with a downward arrow indicating compression or loss (no text or symbols)
De kopieën hebben dezelfde lay-out als het origineel. 1

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Boekkopie]. (1) (2) ![](images/5ab7069879b0382e01ff4b1912f8adb1816ca425301794fd3dd08752dd2502b9.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Spec. Functions"] --> B["Rookkopie"]
    B --> C["Library"]
    C --> D["Rug Links"]
    C --> E["Rug Rechts"]
    D --> F["Keftinst."]
    E --> F
![](images/83daecd1291428892ee75d0fc03be575a756f2c95b5e2da306fc8b39d7bf25a2.jpg) U kunt geen kaftinstellingen selecteren als het invoegen van kaften en insteekvellen is uitgeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder).

Selecteer de inbindkopie kopieerinstellingen.

(1) Selecteer de inbindpositie ([Rug Links] of [Rug Rechts]). (2) Druk op de toets [Kaftinstelling] om een kaft in te voegen. Als u geen kaft toevoegt, gaat u door met stap 4. ![](images/1df82c3811c9fe4f631bebb1fc351e45a788b4aa89047e96ef5addb1e0f42bc8.jpg)

Selecteer de instellingen voor de kaft.

(1) Als u wilt kopieren op de kaft, drukt u op de toets [Ja]. Druk anders op de toets [Nee]. (2) Selecteer de papiereninstellingen voor de kaft. (A) De momenteel geselecteerde papierlade voor de kaft wordt weergegeven. (B) Het formaat en de papiersoort in de momenteel geselecteerde lade worden weergegeven. (A) De momenteel geselecteerde papierlade voor de kaft wordt weergegeven. (B) Het formaat en de papiersoort in de momenteel geselecteerde lade worden weergegeven. In het voorbeeldscherm bevindt zich normaal papier van formaat A3 (11" x 17") in de handinvoerlade. Als u de papierlade voor de kaft wilt wijzigen, drukt u op de toets "Papierlade". Als u op de toets "Papierlade" drukt, verschijnt het scherm om de lade te kiezen. Selecteer de gewenste papierlade in het ladekeuzescherm en druk op [OK]. ![](images/a5099ca595a0a755b03d9ab943912313574b6b1b249f3be0a4588b1011494150.jpg) (3) Druk op de toets [OK]. ![](images/c4908023e5c132cb751dad24242bf544827b2fd9c510a49f63fc612a4aea552f.jpg) Als op de kaft wordt gekopieerd, kunt u geen etikettenvellen, transparanten en tabpapier gebruiken. ![](images/b8fc71385273de897425f375c3b3ff724d7e36049f78d8492d6bfcfb99f1e4b1.jpg) Als u kaftinstellingen wilt annuleren... Druk op [Annuleren]. ![](images/cc5f6d605bd981f4d26263eab6edb02652bd6f5cb8c172ad0ad68e6a6051efcd.jpg)

Druk op de toets [OK].

U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. ![](images/23db0679a9f2497efa9534ef4cfe79f87ba6d3e0fff95e304683b85dfd388dfc.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with open lid and control panel (no text or symbols)

Plaats het origineel met de voorzijde naar onderen op de glasplaat.

Plaats de geopende voor- en achterkaft met de bedrukte zijde omlaag.

Druk op de toets [START] om het eerste origineel te scannen.

Het scannen begint. Scan de resterende origineelpagina's in onderstaande volgorde: Geopende binnenkant van voorkaft en eerste pagina Geopende tweede en derde pagina Geopende laatste pagina en binnenkant van achterkaft ![](images/236912e242630e28bbf04a4e51ca3f747f5cefb5202399a25291dc1e83debec1.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅)

Plaats het volgende paar geopende pagina's en druk op de toets [START].

Herhaal deze stap totdat u alle origineelpagina's hebt gescand. ![](images/84ca2a3f88034528176721f172c07a2397fefc1fa16c49670f7001059b6bfe8f.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦) ![](images/cd6978e2846111275d5631fd9efc64160301ddbe9870172fd7f07f76fdaf1179.jpg)

Druk op [Lezen Klaar].

Het kopieren begint. ![](images/c50b8e9e7b1281dccea03fe4dba2d89d7c7fda7a5ed11d2141b8e9a42df6f3e6.jpg) Als u scannen en kopiëren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/9e2afa1f991ee13f34fb23a5df2a496186fff455c878dd05cab61691c06d5b57.jpg) - Er worden vier origineelpagina's gekopieerd op elk vel papier. Als het totaal aantal originelen geen veelvoud van vier is, worden aan het eind automatisch blanco pagina's toegevoegd. - Wanneer een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kan de boekfunctie in combinatie met de functie papier vouwen of zadelsteek worden gebruikt. - Als u boekkopie selecteert, wordt automatisch 2-zijdig kopiëren geselecteerd. Wanneer u instellingen selecteert die 2-zijdig kopiëren verhinderen, kunt u de functie boekkopie niet gebruiken. ![](images/cbc3bbabfde6d3beb741ea8bf9d52cad37578e82644d552d4c70a8b7914694dd.jpg) Als u boekkopie wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 2.

OPSCHRIFTEN KOPIËREN OP TABBLADEN (tabkopie)

U kunt opschriften kopieren op de tabs van tabbladen. Maak de juiste originelen voor de opschriften. Tabkopie is mogelijk via de handinvoerlade. ![](images/81c8e5587b6ff6a0c6ebe8f649c59ff53d6562357b07847aa24d9f7e0b4054bd.jpg) Maak originelen die overeenkomen met de posities van de tabs. De afbeelding wordt verschoven door de breedte van de tab

VERHOUDING TUSSEN ORIGINELEN EN HET TABPAPIER

Tabkopie maken met rug links
Originelen De origineleen plaatsen Tabpapier laden
OriginelenSHARP MX-M452N - VERHOUDING TUSSEN ORIGINELEN EN HET TABPAPIER - 1Eindafbeelding• Lade origineelinvoerSHARP MX-M452N - VERHOUDING TUSSEN ORIGINELEN EN HET TABPAPIER - 2Plaats de originelen zo dat de kant zonder tab eerst wordt ingevoerd.SHARP MX-M452N - VERHOUDING TUSSEN ORIGINELEN EN HET TABPAPIER - 3Laad het tabpapier zo dat de tab van het eerste vel in uw richting wijst.
• GlasplaatSHARP MX-M452N - VERHOUDING TUSSEN ORIGINELEN EN HET TABPAPIER - 4Plaats het vel zo dat de kant met de tabtekst zich links bevindt.

Tabkopie maken met rug rechts

Originelen De originelen plaatsen Tabpapier laden
Originelen• Lade origineelinvoerSHARP MX-M452N - Tabkopie maken met rug rechts - 1Plaats de originelen zo dat de kant zonder tab eerst wordt ingevoerd.SHARP MX-M452N - Tabkopie maken met rug rechts - 2Laad het tabpapier zo dat de tab van het eerste vel van u af wijst.
SHARP MX-M452N - Tabkopie maken met rug rechts - 3
Eindafbeelding• GlasplaatSHARP MX-M452N - Tabkopie maken met rug rechts - 4Plaats het vel zo dat de kant met de tabtekst zich links bevindt.
SHARP MX-M452N - Tabkopie maken met rug rechts - 5
1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Tabkopie]. Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-41) 3 ![](images/00c04c95afe5e301bba1f1a3daf07ab06debe8b56c4f87e76617712c0f7a235c.jpg)

Stel de tabbreedte in.

(1) Stel de breedte van de beeldverschuiving (tabbreedte) in met de toetsen ▼ ▲ Er kan 0 mm tot 20 mm (0" tot 5/8") worden ingevoerd. Het is ook mogelijk om direct op een cijferweergavetoets te drukken om een getal met de cijfertoetsen te wijzigen. (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie.

4

![](images/af15f095340e328ebea67656bcd14092b2379137223b8b9e00e6b681e68d6b95.jpg)

Tabpapier laden.

Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden als u de handinvoer gebruikt. Plaats het papier zo dat de kanten met de tabs het laatst worden ingevoerd. Configureer na het laden van het tabpapier de instellingen voor handinvoer zoals wordt uitgelegd in "KOPIEËN MAKEN MET DE HANDINVOER" (pagina 2-38). ![](images/84623f39ac8bacbf9db14045e4d85e0197a67d4aa916f7cc902b4bb5e1156463.jpg) De breedte van het tabpapier kan net zo breed zijn als A4-breedte (210mm) plus 20mm (of 8-1/2"x11" papier (8-1/2") plus 5/8").

5

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Als u de glasplaat gebruikt om meerdere originelen te kopiëren, vindt het kopiëren plaats terwijl u elk origineel scant. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/797f99516fa6b0bf26c4ff71cbc0af96c2a0bc1c00178b0614eaad0ac97056b8.jpg) Als u scannen en kopiëren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (♀) ![](images/ea4f809f7e41d62bf0fb218ad4e34a528fe055724d88577f70745e37e5c00bb8.jpg) Als u tabkopie wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3. ![](images/b8433f999644fd6f12d6042fff9732e90eb5a9c4f2a11545cdd9fbf86a30a285.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Begininstelling Tabkopie U kunt de standaardinstelling voor beeldverschuiving instellen tussen 0 mm en 20 mm (0" en 5/8"). De fabrieksinstelling is "10 mm (1/2")".

BEIDE ZIJDEN VAN EEN KAART KOPIËREN OP ÉÉN VEL PAPIER (Kaart Formaat)

Wanneer u een kaart kopieert, kunt u met deze functie de voor- en achterkant samen kopieren op één vel papier. Deze functie is handig om kopieën te maken ter identificatie en om papier te sparen. ![](images/c07eda698b786d9221cdca6583d6e6ec28038e6215894f5f4aaf23b8b9ba29d3.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originelen"] --> B["Kopieën"]
    A --> C["Voorzijde"]
    A --> D["Achterzijde"]
    B --> E["Voorbeeld van kopie formaat A4 (8-1/2&quot; x 11&quot;) staand"]
    B --> F["Voorbeeld van kopie formaat A4 (8-1/2&quot; x 11&quot;) liggend"]
1 ![](images/7520fd893731670eb204caddf471095007d91e624390dd92b0f2c49e17024b35.jpg)

Selecteer het papier dat u wilt gebruiken voor Kaart Formaat.

Selecteer het papier zoals wordt uitgelegd in "PAPIERLADEN" (pagina 2-11). 2 ![](images/141af748f366cb0401886799688996cce646c410cc55b54138b9ced46f5db81b.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with open lid and control panel (no text or symbols)
Plaats het origineel met de voorzijde naar onderen op de glasplaat. 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Kaart Formaat]. Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-41) ![](images/c559bd2dbb0635936d3d816f824bb7ff05048ae1eb96a4802ad34ed733c654ac.jpg)

Selecteer instellingen Kaart Formaat.

(1) Voer het formaat van het origineel in.

Terwijl de toets [X] is gemarkeerd, voert u de horizontale afmeting (X) van het origineel in met de toetsen Druk op de toets [Y] en voer de verticale afmeting (Y) van het origineel in met de toetsen ▼ ▲ Het is ook mogelijk om direct op een cijferweergavetoets te drukken om een getal met de cijfertoetsen te wijzigen. (A) Als u op basis van het opgegeven origineelformaat de afbeeldingen wilt vergroten of verkleinen zodat ze op het papier passen, drukt u op de toets [Passend maken]. (B) Door te drukken op de toets [Formaat Herstellen] kunt u de horizontale en verticale afmetingen herstellen naar de waarden die zijn ingesteld in "Kaart Formaat-Instellingen" in de systeeminstellingen (beheerder).

(2) Druk op de toets [OK].

U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. Controleer of de opgegeven afmetingen verschijnen in de toets [Origineel].

Druk op de toets [START] om de voorzijde van de kaart te scannen.

![](images/64fcacf88385be78cf75d02c35a8e6043144028da3f05a2ac275023749d6e31c.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦)

Draai de kaart om en druk op de toets [START] om de achterzijde van de kaart te scannen.

![](images/fc1f1c0a2c58706d07dcd298652aba3f14b2b161e223291429694d3435871f2a.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( ) ![](images/372fa7f8cd214b546c3a124a8e8351c168e8b581aafb156745b639fb8c9eb602.jpg)

Druk op [Lezen Klaar].

Het kopiëren begint. ![](images/ec3199deaf72f9b6b65cc5a7aca4f058fbfce894b327c4d00e74e3dc6a6b9ea2.jpg) Als u het kopiëren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/0925bc97dd0657a1ff27544064f325e7894500801d71bd0ab57038cc0360df80.jpg) - U moet het origineel op de glasplaat plaatsen. - U kunt alleen kopieren op papier van standaardformaat. - X-y zoom kunt u niet gebruiken wanneer u deze functie gebruikt. - U kunt de afbeelding niet draaien wanneer u deze functie gebruikt. ![](images/2be8e21bae5c8503751cc5335d38210315e6d1fb53412bbb1f4c1158d1db48ca.jpg)

Kaart Formaat annuleren...

Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4. ![](images/e3da03542629885147b1e51848b19faa8d470eabbefa69cf9940eabc2135631b.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Kaart Formaat-Instellingen

Met deze toets stelt u de waarden in waarnaar het formaat wordt hersteld wanneer u op de toets [Formaat Herstellen] drukt. 25 mm tot 210mm (1" tot 8-1/2") is het bereik voor zowel de horizontale als de verticale afmetingen. De standaardfabrieksinstellingen zijn 86 mm (3-3/8") voor X (de breedte) en 54 mm (2-1/8") voor Y (de hoogte).

DE DATUM OF EEN STEMPEL AFDRUKKEN OP KOPIEËN (Stempel)

Met deze functie drukt u de datum, een stempel, het paginanummer of tekst af op kopieën. Bovendien is het mogelijk om bepaalde tekst als watermerk aan een kopie toe te voegen. (Watermerk) Er zijn zes afdrukposities beschikbaar: linksboven, middenboven, rechtsboven, linksonder, middenonder en rechtsonder. De afdrukposities worden gescheiden in gebieden voor de datum, het paginanummer en tekst (A hieronder) en gebieden die worden gebruikt voor een stempel (B hieronder). Het watermerk wordt in het midden van het papier afgedrukt. ![](images/be5f0dd5ada05d0741211664d16bb3308f7d6f828f78e492af8e2da4f5516309.jpg)
StempelAfdruk-gebiedMaximum aantal posities
Datum A Slechts één positie
Stempel B Zes posities
Pagina NummeringA Slechts één positie
Tekst A Zes posities
WatermerkMidden van papier
![](images/97c6bbddd42e8c965bd868e992119b084f632927030e9fa0d7d1cd621bbaa1e8.jpg) - Wanneer de geselecteerde stempelinhoud van een positie overlapt met de inhoud van een andere positie, wordt er voorkeur gegeven in de volgende volgorde: Watermerk, rechterkant, linkerkant, midden. Materiaal dat door overlapping verborgen is, wordt niet afgedrukt. - Tekst wordt afgedrukt op vooraf ingestelde grootte, ongeacht de instelling voor kopieerfactor of papierformaat. - Tekst wordt afgedrukt op de vooraf ingestelde belichting ongeacht de belichtinginstelling. - Naargelang het formaat papier wordt een gedeelte van de afgedrukte inhoud mogelijk afgesneden of verschoven.

Gebruik in combinatie met andere speciale functies

Als u het Stempel gebruikt in combinatie met de volgende speciale functies, worden de speciale functies toegepast op de stempelinhoud.
Spec. Functies Afdrukken
Kantlijn VerschuivingDe stempelinhoud wordt samen met de afbeelding verschoven over dezelfde afstand als de kantlijn.
TabkopieCentrerenIn tegenstelling tot een afbeelding die verschuift, wordt de afbeelding afgedrukt op de positie die in de stempel wordt ingesteld.
Dubbelz. KopieKaart FormaatDe stempel wordt op elk kopievel afgedrukt.
Multishot De afdrukinhoud wordt op elke origineelpagina afgedrukt.
InbindkopieBoekkopieDe stempel wordt afgedrukt op elke pagina van de inbindkopie of het boekje dat u maakt.
Kaften/InsteekvellenMet de stempelinstellingen selecteert u of het item al dan niet wordt afgedrukt op ingevoegde kaften en insteekvellen.

ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL

Volg de onderstaande stappen om stempelinstellingen te selecteren.

1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Stempel]. Menu voor speciale functies (tweede scherm) (pagina 2-42) ![](images/21f0dfccf478b3a3188240e38853b598ca550745dfb77e72b393985147862cba.jpg)

Selecteer de afdrukpositie.

U kunt kiezen uit zes posities: linksboven, middenboven, rechtsboven, linksonder, middenonder en rechtsonder. U kunt deze stap ook overslaan en direct verdergaan met de volgende stap. In dat geval zullen de stempelitems worden afgedrukt in de volgende posities: Datum: Rechtsboven Stempel: Linksboven Paginanummer: Middenonder Tekst: Linksboven De positie van een watermerk kan niet worden gekozen. Ga door met de volgende stap.

Afdrukposities

De toetsen die de afdrukposities aangeven, verschijnen als volgt naargelang de instellingen.
Niet geselecteerd, stempelinstelling is niet geselecteerd.
Geselecteerd tijdens het selecteren van de stempelinstelling.
Niet beschikbaar, stempelinstelling is al toegewezen.
Bovenstaande toets is voor linksboven. Afhankelijk van de positie van de toets varieert het verschijnen van elke toets. ![](images/e044db3d6a4aa743a391e48bcca6be9ca744cdc4f4973dbb57ca222d5b432146.jpg) - U kunt "Datum" en "Pagina-Nummering" niet selecteren op meerdere posities. Als u op de toets [Datum] of de toets [Pagina-Nummering] drukt wanneer "Datum" of "Pagina-Nummering" al is geselecteerd voor een positie, verschijnt er een boodschap met de vraag of u dat item naar de geselecteerde positie wilt verplaatsen. Als u het item wilt verplaatsen, drukt u op de toets [Ja]. Druk anders op de toets [Nee]. - Er verschijnt een bericht wanneer u "Datum", "Tekst" of "Pagina-Nummering" op een positie probeert in de stellen waar een van deze items al is ingesteld. Druk op [Ja] om het eerder geselecteerde item te veranderen in een nieuw item. Druk op [Nee] als u het vorige item wilt houden. ![](images/e4d297bb7e1bdc30b2a71fbddc0b55617e28707394423f80ecbe25eab350747e.jpg)

Selecteer Stempel.

Lees de volgende secties voor meer gedetailleerde informatie over alle stempelitems: Datum: DATUM TOEVOEGEN AAN KOPIEËN (Datum) (pagina 2-88) Stempel: KOPIEËN STEMPELEN (Stempel) (pagina 2-90) Pagina-Nummering: PAGINANUMMERS AFDRUKKEN OP KOPIEËN (Paginanummering) (pagina 2-92) Tekst: TEKST AFDRUKKEN OP KOPIEËN (Tekst) (pagina 2-96) Watermerk: EEN WATERMERK AAN EEN KOPIE TOEVOEGEN (Watermerk) (pagina 2-102) ![](images/50e29c27ca6bd4c81d05efed312859e40ea7ce0d3fe3b4551a4f949f13ffcd13.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Spec. Functions"] --> B["Stempel"]
    B --> C["Datum"]
    B --> D["Stempel"]
    B --> E["Paragraph-Nummering"]
    B --> F["Tekat"]
    B --> G["Watermark"]
    B --> H["Cronask"]
    I["1/2"] --> J["Diagram of a central node connected to multiple function blocks"]
    J --> K["Arrow pointing to the 'OK' button"]
Druk u op de toets wanneer u klaar bent met het selecteren van stempelinstellingen. ![](images/7ea0e3d857c5c19839d1f80a7790ad06bd76fe5cf8d2c18dbc9c64bf90b90c91.jpg) (2) (1)

Selecteer instellingen voor de originelen en kaften/insteekvellen.

(1) Druk op de toets [Stand Origineel] en geef de stand van het geplaatste origineel op. Als u tweezijdige originelen hebt geplaatst, drukt u op de toets en geeft u de inbindpositie (boekje of schrijfblok) van de originelen op. (2) Stempelinstellingen voor kaften/insteekvellen selecteren. Druk op het selectievakje om het vinkje te verwijderen als u het stempelitem niet op kaften/insteekvellen wilt afdrukken. (3) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. Druk op de toets [Opmaak] om een stempelpositie te bewerken of een stempelitem te wissen. STEMPELLAY-OUT CONTROLLEREN (Lay-out) (pagina 2-100) ![](images/da78ee91b4bc24e64dbc225113eb3bc496130577e6a617a9114aa2cac4a794f0.jpg) - Wanneer kopieren op kaften/insteekvellen niet is geselecteerd, wordt er niet afgedrukt, ook al staat er een vinkje. - U kunt deze instelling niet selecteren als kaften en insteekvellen is uitgeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder). 7

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Als u de glasplaat gebruikt om meerdere originelen te kopiëren, vindt het kopiëren plaats terwijl u elk origineel scant. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/656dcc3fa5e15b11f02a8e8604d6c837b6c1e4007792efbcf69d73e968a862e9.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (♀) ![](images/4516355b47b0131a74a068b065669af50655ea7c0220eb9758e713e4ac6dc1e2.jpg) Om Stempel te annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3.

DATUM TOEVOEGEN AAN KOPIEËN (Datum)

U kunt de datum afdrukken op kopieën. U kunt de positie van de datum, het formaat en de pagina (alleen eerste pagina of alle pagina's) selecteren. Voorbeeld: 4 april 2010 in de rechterbovenhoek van het papier afdrukken. ![](images/ab03fa962436bd26ad20fdc4495e99aa94271444777990b97096643822b12724.jpg)

1

Druk de toets [Datum] keuzescherm voor de stempel.

Zie stappen 1 tot 4 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85).

2

![](images/658ac4705d07688c0fdc4f3c44422f1ef62cdc89af12bb552237e5c6a2f439ab.jpg) (1) (2)

Stel de datumnotatie in.

(1) Druk op de toets van de gewenste datumnotatie. (2) Als u [JJJJ/MM/DD], [MM/DD/JJJJ] of [DD/MM/JJJJ] hebt geselecteerd, drukt u op de toets [/], [.], [-], of [ ] om het scheidingsteken te selecteren. ![](images/4f83f9cd56562fb3a0f993f811e07bbe86ac574efa6f72ef02eed14eb288b9df.jpg)

Controleer de weergegeven datum. Als u de datum moet wijzigen, drukt u op de toets [Datumwijziging].

Stel de gewenste datum in en druk op [OK]. ![](images/05a72ea97973ea87d3860719fb476f77d4b532e4d1e28cc5811f9ea1aa03989e.jpg) Als alternatief voor de toetsen ▼ ▲ , kunt u de cijferweergavetoets gebruiken om de waarde direct te wijzigen met de cijfertoetsen. ![](images/e9cab1335c74f76b8b28aceaf9120707660e230b9ef6307c2261be8fdf443067.jpg) - Als u een datum selecteert die niet bestaat (zoals 30 feb.), is de toets [OK] grijs weergegeven, zodat u deze datum niet kunt invoeren. - Als u de datum hier wijzigt, wordt de datum in het apparaat dat is ingesteld met "Klok" in de systeeminstellingen niet gewijzigd. ![](images/e2f7291f62ac48ec38a13c95f1d334a8fc0171dae770c151504dea71673f3996.jpg)

Selecteer de pagina's waarop de datum wordt afgedrukt en druk op [OK].

U kunt kiezen uit: alleen op de eerste pagina afdrukken, of afdrukken op alle pagina's. Ga nadat u op [OK] hebt gedrukt verder vanaf stap 5 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85) om de kopieerprocedure te voltooien. ![](images/18d23a3d6a0a25846a8ede089edf506ef42af52bc200d47b6298663835e6c14a.jpg) Als u de instelling voor het afdrukken van de datum wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 2.

KOPIEËN STEMPELEN (Stempel)

Een tekst als "VERTROUWELIJK" kunt u wit afdrukken op een donkere achtergrond als "stempel" op kopieën. Voor een stempel kunt u de positie, het formaat, de dichtheid en pagina's (alleen eerste pagina of alle pagina's) selecteren. "VERTROUWELIJK" afdrukken in de linkerbovenhoek van een kopie ![](images/ae6de15cb96b80c70a6a80174b5a59024bd3408311fc98ed66b0530135c300a2.jpg) U kunt kiezen uit 12 teksten voor het stempel.
VERTROUWELIJK PRIORITEIT VOORLOPIG DEFINITIEF
TER INFORMATIENIET KOPIËRENBELANGRIJKKOPIE
DRINGEND PROEFDRUK TOPGEHEIM ANTWOORD AUB
U kunt drie niveaus selecteren voor de dichtheid van de stempelachtergrond. U kunt twee stempelformaten selecteren.

1

Druk de toets [Stempel] in het keuzescherm voor de stempel.

Zie stappen 1 tot 4 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85).

2

![](images/412e2220cbfeefd4231464bf78ef8d4d0f32a3e74e81de83de0908e89e2cb2e4.jpg) Druk op de toets voor het stempel dat u wilt gebruiken. ![](images/bb0a05a22217cbf262499fd9f193f580a2d85f49e2697e4cc4900b877866baf9.jpg)

Druk op de toets [Belichting] en stel de dichtheid in.

Als u donkerder wilt maken, drukt u op de toets . Als u lichter wilt maken, drukt u op de toets . Als u klaar bent met het selecteren, drukt u op [OK]. ![](images/46ba47f4f72d42bbadc15758b050c0777d4bb6b5c14bafc48f495a6a53e2164f.jpg) ![](images/b2da6f936be9f8a3e34ad254b088ee26930f61a77f1651e8d76801d770d09200.jpg) Druk op de toets [Groter kleiner] om het formaat van het stempel te selecteren. ![](images/bbfe521ae5b21175643e5efd435738e37f64be61740a1984230f0142d826cde4.jpg)

Selecteer de pagina's waarop de datum wordt afgedrukt en druk op [OK].

U kunt kiezen uit: alleen op de eerste pagina afdrukken, of afdrukken op alle pagina's. Ga nadat u op [OK] hebt gedrukt verder vanaf stap 5 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85) om de kopieerprocedure te voltooien. ![](images/486823e21ac2b48d45e65b4aa8b42e737cd3a89fcbe9b14edf302171403704f4.jpg) U kunt de stempeltekst niet bewerken. ![](images/4370348a76158dfa68d18b21e5336a62ebf3260e245934d04f08e9dd3921023d.jpg) Als u een stempelinstelling wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 2.

PAGINANUMMERS AFDRUKKEN OP KOPIEËN (Paginanummering)

U kunt paginanummers afdrukken op kopieën. U kunt de positie, het formaat en een paginanummer selecteren voor paginanummering. Paginanummer afdrukken middenonder op het papier. ![](images/6c0e0aff481c13fc39316fc5cbd5d6cef8722aebe6c8fadb78224820ada9e02e.jpg)

1

Druk de toets [Paginanummering] keuzescherm voor de stempel.

Zie stappen 1 tot 4 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85). ![](images/24d077d2308d2140951712edc827c3a3e70530d010058ee27a597e55fabd89d7.jpg)

Selecteer een notatie voor het paginanummer.

Als u de toets [1/5, 2/5, 3/5] hebt geselecteerd, wordt "Paginanummer / totaal pag.'s" afgedrukt. Standaard is "Auto" geselecteerd voor het totaal aantal pagina's. Dat wil zeggen dat het aantal gescande origineelpagina's automatisch wordt ingesteld als het totaal aantal pagina's. Als u het totaal aantal pagina's handmatig moet instellen, bijvoorbeeld wanneer een groot aantal originelen in sets wordt verdeeld om te scannen, drukt u op de toets [Handmatig] om het invoerscherm voor het totaal aantal pagina's weer te geven. ![](images/360098c77e3f3157cd8d973d7d83ca9213deab1ed3926916548ee57c745912a2.jpg) Voer het totaal aantal pagina's (1 tot 999) in met de cijfertoetsen en druk op [OK]. U kunt op de toets [WISSEN] ( )drukken om de standaardinstelling van het geselecteerde item te herstellen. Als u een fout hebt gemaakt, drukt u op de toets [WISSEN] ( )en voert u het juiste nummer in. ![](images/b115f276fd9a9ee71ef850f4d9a80a15752aa8b8d1574e139f890340001738cd.jpg) - Als u 2-zijdig kopieert, is het totaal aantal pagina's het totaal aantal zijden van het papier. Als de eindpagina blanco is, wordt deze niet geteld. Als u een achterkaft toevoegt en het selectievakje [Achterblad Tellen] is geselecteerd √, wordt de eindpagina ook meegeteld. (Zie stap 7.) - In combinatie met de functies "Dubbelz. Kopie", "Multishot", of "Kaart Formaat" is het aantal zijden waarop wordt gekopieerd gelijk aan het totaal aantal pagina's. - In combinatie met de functies "Inbindkopie" of "Boekkopie" is het totaal aantal pagina's in de inbindkopie of het boekje dat u maakt gelijk aan het totaal aantal pagina's. ![](images/323f53ec2ea077245da311479f97b46494cd36c9871db237e368a3753f065c84.jpg)

Als u uw paginanummeringsinstelling wilt configureren, drukt u op de toets [Paginanummer].

Als u geen paginanummeringsinstellingen hoeft te configureren, ga dan naar de stap 8. ![](images/3552986f0761b96dc3ee2a1c5778f7692818f742c4ac43998603b8ccc5b71c9e.jpg)

Selecteer paginanummerinstellingen.

(1) Druk op [Handmatig]. (2) Stel het eerste nummer, het laatste nummer en het nummer "Afdrukken start vanaf blad" in. Druk op elke toets en geef een nummer op met de cijfertoetsen (1 tot 999). U kunt op de toets [WISSEN] (☑drukken om de standaardinstelling van het geselecteerde item te herstellen. Als u een fout hebt gemaakt, drukt u op de toets [WISSEN] (☑en voert u het juiste nummer in. ![](images/eb542e6e6152c41a9e1c40e91b80eda5ea44686781e4df31b485fa89f2f5d904.jpg) - U kunt geen lager "Laatste Nummer" instellen dan het "Eerste nummer". - Het "Laatste Nummer" is standaard ingesteld op "Auto". Dat wil zeggen dat paginanummers automatisch worden afgedrukt t/m de laatste pagina op basis van de instellingen "Eerste Nummer" en "Afdrukken start vanaf blad". - Als het "Laatste Nummer" is ingesteld op een kleiner aantal dan het "Totaal Pag.'s", worden geen pageanummers afgedrukt op pagina's na de pagina die is ingesteld als "Laatste Nummer". - "Afdrukken start vanaf blad" wordt gebruikt om het paginanummer in de stellen vanwaar u wilt beginnen met het afdrukken van de paginanummers. Als bijvoorbeeld "3" wordt ingesteld en u maakt een 1-zijdige kopie, worden de paginanummers afgedrukt vanaf de derde kopie (het derde origineel). Bij 2-zijdig kopiëren, wordt gestart met het afdrukken van de paginanummers op de voorzijde van de tweede kopie (de derde pagina van de originelen). ![](images/05e66220c0175e037d1871a368ed5ba8fdd335c03bcbd20e1fef57d6035e38dc.jpg) Als u kaften/insteekvellen invoegt, drukt u op de toets [Omsl./Invoeg. Tellen] als u de kaften/insteekvellen wilt meetellen in de paginanummers en deze wilt afdrukken op de kaften/insteekvellen. ![](images/5213748b59c593e6f648818c92641a1d22e487d46a5fbbc41a2586e6ef7649ad.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Omsigen/Invocelsa Tellen"] --> B["Voorblad Tellen"]
    A --> C["Invocelsa Tellen"]
    A --> D["Acitachblad Tellen"]
    B --> E["1"]
    C --> F["2"]
    D --> G["(A)"]
    D --> H["(B)"]
    D --> I["(C)"]

Druk op elk item dat u wilt meetellen in de paginanummers, zodat een vinkje verschijnt Druk vervolgens op de toets [OK].

Items met een vinkje worden weergegeven in de afdrukafbeelding rechts op het scherm. (A): Afbeelding voorkaft (B): Afbeelding insteekvel (C): Afbeelding achterkaft ![](images/b42852f10201be7b6f05342c76723f3df64e905f3bba3ceb41798d3465beea59.jpg) - Wanneer de selectievakjes zijn geselecteerd √, wordt elk ingevoegd vel papier (voorkaft of achterkaft) gerekend als één pagina bij 1-zijdig kopieren of twee pagina's bij 2-zijdig kopieren. Maar wanneer de hoofdvellen 1-zijdige kopieën zijn en de insteekvellen 2-zijdig, wordt elk hoofdvel geteld als één pagina en elk insteekvel als twee pagina's. - Paginanummers worden afgedrukt op kaften/insteekvellen als de kaften/insteekvellen worden geteld en als daarop wordt gekopieerd. ![](images/c1dccd2512de5d2bfc62a6cb64350c1b33149a1452dd70eb9028fce98b68468f.jpg)

Druk op de toets [OK].

![](images/6f8d386a5ac496c435216affde084240a384f08340bfad2a3cc86bb9eabd1144.jpg)

Druk op de toets [OK].

Ga nadat u op [OK] hebt gedrukt verder vanaf stap 5 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85) om de kopieerprocedure te voltooien. ![](images/c13e9f18de0f4742ba65cf068ade982bd7dff0372342393fc876258920d6099f.jpg) - Als Paginanummering is geselecteerd, kunt u niet kopieren met de groepfunctie. De functie verandert automatisch in sorteerfunctie. - Als de afdrukpositie van het paginanummer is ingesteld op de rechts of links, en u gebruikt inbindkopie of boekkopie, wordt de afdrukpositie gewijzigd, zodat de paginanummers altijd verschijnen op de buitenkant van elke geopende pagina (de linker- en rechterkant van de geopende pagina's). Als een stempel is ingesteld op een gebied waar paginanummering is ingesteld, verandert de positie van het stempel op dezelfde manier als het paginanummer. Als er nog een stempelitem wordt ingesteld in deze gewijzigde positie, worden de paginanummers met dit Stempelitem verwisseld. Een stempelitem in een positie die niet wordt beïnvloed door de veranderende paginanummerpositie, wordt afgedrukt in de oorspronkelijk ingestelde positie. Voorbeeld: Als u vier pagina's kopieert met inbindkopie en de paginanummernotatie is "1, 2, 3...", krijgt u het volgende resultaat: In dit voorbeeld is het paginanummer ingesteld onder aan de pagina, en de datum bovenaan. De datum wordt dus niet verplaatst. Afdrukinstellingen Zijde 1 Zijde 2 ![](images/d8cfbde41368e2d43a83fc86578d42e0bb2551062787dacc4b1ea83e7946f657.jpg) ![](images/19ec05b172ca210f14ae7afa5cc78294e110e918120cf3b2d3fd49123760634f.jpg) Als u de instelling paginanummering wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 2.

TEKST AFDRUKKEN OP KOPIEËN (Tekst)

U kunt ingevoerde tekst afdrukken op kopieën. U kunt maximaal 30 veel gebruikte tekstreeksen opslaan. Voorbeeld: "April 2010 Planningbespreking" afdrukken linksboven op het papier ![](images/836df073422d2a432328a7d02a4c3cd5439d5da61d7d1324b1be93c1d4ebf65a.jpg) 1

Druk de toets [Tekst] keuzescherm voor de stempel.

Zie stappen 1 tot 4 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85). 2 ![](images/7fb15ad1b40fe3ba1b80ed0603df3ed2fec6c3dada3a920e265afde10270dd6c.jpg)

Druk op de toets [Opnieuw oproepen].

Door te drukken op de toets [Directe Invoer] opent u het tekstinvoerscherm. Als u alle tekens hebt ingevoerd, drukt u op [OK]. Als u een tekstreeks wilt opslaan of wissen, drukt u op de toets [Opslaan/Verwijderen]. Tekstreeksen opslaan, bewerken en wissen (pagina 2-98) 3 ![](images/d03a096234c1f72e360244ae2a1f700ef5b80ee9b8ac36adc1cbf14b111f3df2.jpg)

Geef de tekst op die u wilt afdrukken.

(1) Druk op de tekstreeks die u wilt selecteren. Met de toets [5 10] kunt u het aantal toetsen dat in het scherm wordt weergegeven wisselen tussen 5 en 10. Als u een scherm van vijf items selecteert, verschijnt de hele tekstreeks in elke toets. (2) Druk op de toets [OK]. 4 ![](images/14fa18b5a04b4225924843078d1e7289ea8478d238e6af9dbf076bfe02bf55ed.jpg)

Selecteer de pagina's waarop afgedrukt moet worden en druk op [OK].

U kunt kiezen uit: alleen op de eerste pagina afdrukken, of afdrukken op alle pagina's. Ga nadat u op [OK] hebt gedrukt verder vanaf stap 5 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85) om de kopieerprocedure te voltooien. ![](images/1772c3d4a09ce75b9923a787269f37acbaf0e64a1fc14585ae3935fd90f4caba.jpg) U kunt tekstinstellingen ook configureren in de webpagina's. Klik op [Toepassingsinstellingen], [Kopieerinstellingen] en vervolgens op [Tekstinstellingen (Stempel)] in het webpaginamenu. ![](images/3bdbe3b1315074e0ad3f59d531f9a9281aae5b4956fb8c2f7b39d02251591322.jpg) Als u het stempel in een tekstinstelling wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 2.

Tekstreeksen opslaan, bewerken en wissen

1

Druk de toets [Tekst] keuzescherm voor de stempel.

Zie stappen 1 tot 4 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85).

2

![](images/7d2014c15cac598293a84640cb1ff6e9be9235fd8e6970abc9402b0a165813f2.jpg)

Druk op de toets [Opslaan/Verwijderen].

![](images/a9ab1a4bc940904a6dc34723768c0894de684c4d4c2c4cacf386a37b9a077c2a.jpg)

Een tekstreeks opslaan of een opgeslagen tekstreeks bewerken/verwijderen.

- Als u een tekstreeks wilt opslaan, drukt u op een toets waaronder geen tekst is opgeslagen. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. De bestandsnaam mag maximaal 50 tekens lang zijn. Als u klaar bent met het invoeren van de tekst, drukt u op [OK]. Het tekstinvoerscherm wordt gesloten. - Voor het bewerken en verwijderen van een tekstreeks, volgt u de aanwijzingen hieronder.

3

![](images/23f5f42b53431d49a430fac1497513551b76f22f2f2b277ab3c9b69c51690515.jpg)

Om een tekstreeks te bewerken of te wissen...

- Als u op de toets met de tekstreeks drukt, verschijnt het onderstaande scherm. Als u op de toets [Wijzigen] drukt, verschijnt een tekstinvoerscherm. De opgeslagen tekstreeks verschijnt in het tekstinvoerscherm. Bewerk de tekst. Als u klaar bent met het invoeren van de tekst, drukt u op [OK]. Het tekstinvoerscherm wordt gesloten. - Wanneer u op de toets [Wissen] drukt, wordt de opgeslagen tekst gewist. ![](images/d018959b61f3ad681f60a66c9a9d02b5483cb0a6400bc944a841955a0cb64da6.jpg) \- U kunt tekstinstellingen ook configureren in de webpagina's. Klik op [Toepassingsinstellingen], [Kopieerinstellingen] en vervolgens op [Tekstinstellingen (Stempel)] in het webpaginamenu. 4 ![](images/5ddc67598ede86a0415bba9d20f203aeab7438c23bb40b253897cb771ad9f162.jpg)

Druk op de toets [Vorige].

U keert terug naar het scherm van stap 2. Ga om te kopieren met behulp van een opgeslagen tekstreeks verder vanaf stap 2 van "TEKST AFDRUKKEN OP KOPIEËN (Tekst)" (pagina 2-96).

STEMPELLAY-OUT CONTROLEREN (Lay-out)

Nadat de stempelitems zijn geselecteerd kunt u de afdruklay-out controleren, de afdrukpositie wijzigen en stempelitems wissen. 1 ![](images/25c1d15178d2adff4d494762a9e058e6962a5290d2e06ca7a47bfae35b577861.jpg) Druk op de toets [Opmaak]. ![](images/27eff232e253e89803e302ed7ed054f6b698c140226e1a141386c4b809d0ed73.jpg) U kunt alleen op de toets [Opmaak] drukken als stempelitems zijn geselecteerd. 2 ![](images/3cbe3302459962a0b3cc23e4a0649523a110f663f1c864b7880c23e681ecdae9.jpg) Is de lay-out juist, dan drukt u op [OK]. Druk op de toets van het stempelitem dat u wilt wissen of waarvan u de positie wilt wijzigen. ![](images/3d8c0fc55afe197d807c85252d7c6e0d1312908ca3861cdfb811c3d4cef7d642.jpg) In elke toets worden maximaal 14 tekens weergegeven. 3 ![](images/f1f9b7b0b41e511d74cb212e1742187e7fb039214d86568a21d07f3938a77049.jpg) Als u de positie van een item wilt wijzigen, drukt u op de toets [Verplaatsen]. Als u het item wilt wissen, drukt u op de toets [Wissen]. - Als u op de toets [Verplaatsen] drukt, verschijnt een scherm om de doelpositie te selecteren. - Als u op de toets [Wissen] drukt, wordt het item gewist. (Ga naar stap 6). ![](images/0e29f3dcfc0eca019d4d57750180d23a8f4715c5af4df669bd90a4ccf47f58db.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Start"] --> B{Target}
    B --> C["Next Step"]
    B --> D["Next Step"]
    B --> E["Next Step"]
    B --> F["Next Step"]
    B --> G["Next Step"]

Druk op de toets van de gewenste doelpositie.

De positietoets waarop u hebt gedrukt, wordt gemarkeerd en de afdrukpositie verandert. De toetsen die de afdrukposities aangeven, verschijnen als volgt naargelang de instellingen.
SHARP MX-M452N - Druk op de toets van de gewenste doelpositie. - 1Niet geselecteerd, stempelinstelling is niet geselecteerd.
SHARP MX-M452N - Druk op de toets van de gewenste doelpositie. - 2Geselecteerd tijdens het selecteren van de stempelinstelling.
SHARP MX-M452N - Druk op de toets van de gewenste doelpositie. - 3Niet beschikbaar, stempelinstelling is al toegewezen.
Bovenstaande toets is voor linksboven. Afhankelijk van de positie van de toets varieert het verschijnen van elke toets. ![](images/1bc0c33baa168a7b700cf72f2ffa3c7e808aea1345105253ebe6cd0303e18812.jpg) Als u de positie van het geselecteerde stempelitem wilt verwisselen met de positie van een ander stempelitem, verplaatst u een van de items tijdelijk naar een niet-bezette positie. Vervolgens verwisselt u de stempelposities. ![](images/18199d5215229de915dbd4e0a75f9002c6f4b6187012732f6b28b1d123d4ed9e.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Start"] --> B["Web"]
    B --> C["Web"]
    C --> D["Web"]
    D --> E["End"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#ffc,stroke:#333

Druk op de toets [OK].

Als u probeert een stempelitem te verplaatsen naar een positie die reeds wordt ingenomen door een ander stempelitem, verschijnt een boodschap met de vraag of u dit andere stempelitem wilt overschrijven. Als u het andere stempelitem wilt overschrijven, drukt u op de toets [Ja]. Als u de verplaatsing wilt annuleren, drukt u op de toets [Nee]. ![](images/37d1a1111dc66ae2e72c4db1a777cf29789b6fb15d1a34769091505f24cb380a.jpg) ![](images/1ece1d5a03b9dc399713aeb042b1fde0b5734d1f4f1e18d88fee887c418fa01c.jpg)
flowchart
graph TD
    A["1"] --> B["2"]
    B --> C["3"]
    D["4"] --> E["5"]
    E --> F["6"]
    G["7"] --> H["8"]
    H --> I["9"]
    J["1,2,3.."] --> K["2,3.."]
    L["AAA RAA"] --> M["VEETKONKILLJK"]
    N["KIEP KOPITRIK"] --> O["1,2,3.."]
Druk op de toets [OK].

EEN WATERMERK AAN EEN KOPIE TOEVOEGEN (Watermerk)

Tijdens het kopieren is het mogelijk om bepaalde tekst als watermerk aan de kopie toe te voegen. Voor een watermerk kunt u de dichtheid, hoek en pagina's (alleen eerste pagina of alle pagina's) selecteren. Het watermerk wordt in het midden van het papier afgedrukt. "VERTROUWELIJK" op het papier afdrukken ![](images/53bf1154cf592d811cc3df5ee4357a32741529ef986881c343e2c03403438b8f.jpg) U kunt kiezen uit 12 teksten voor het stempel.
VERTROUWELIJK PRIORITEIT VOORLOPIG DEFINITIEF
TER INFORMATIENIET KOPIËRENBELANGRIJKKOPIE
DRINGEND PROEFDRUK TOPGEHEIM ANTWOORD AUB
U kunt drie niveaus selecteren voor de dichtheid van het watermerk. De hoek van een watermerk kan in stappen van 45 graden worden geselecteerd uit een bereik van +90 graden tot -90 graden. 1 Druk de toets [Watermerk] in het keuzescherm voor de stempel. Zie stappen 1 tot 4 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85). 2 ![](images/2d9d26aec807928875a9f65b661289d346684193aca74785a22ae47a4ad5c9a5.jpg) Tik op de toets van het watermerk dat u wilt gebruiken. ![](images/036e31ce1169cbb96369f7e257d2f3611124b6b3a48fb0631cee843c1ad4b5a5.jpg)

Druk op de toets [Belichting] en stel de dichtheid in.

Als u donkerder wilt maken, drukt u op de toets . Als u lichter wilt maken, drukt u op de toets . Als u klaar bent met het selecteren, drukt u op [OK]. ![](images/5398701472bac9052a98c185f97b9045fbf1ca2fa30ea196f84d9726b7c43356.jpg) ![](images/c66fa0c9e917a98f000380556e62adec98c0ab1b46833527a310c499f4ebd0f6.jpg)

Tik op de toetsen om de hoek van het watermerk in te stellen.

Er kan een hoek van +90 graden tot -90 graden in stappen van 45 graden worden geselecteerd. ![](images/247b76aec3907732355c99eef3f03f3cff0c58ea7d03dfaa7c97d8f9ab9a0d2f.jpg)

Selecteer de pagina's waarop het watermerk wordt afgedrukt en tik op [OK].

U kunt kiezen uit: alleen op de eerste pagina afdrukken, of afdrukken op alle pagina's. Ga nadat u op [OK] hebt gedrukt verder vanaf stap 5 van "ALGEMENE PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN DE STEMPEL" (pagina 2-85) om de kopieerprocedure te voltooien. ![](images/a8820fd09384befeadb44efc05f99943f78c04e7a2ff25f5f568fcd671545e64.jpg) U kunt de tekst van het watermerk niet bewerken. ![](images/8b52a3b4402935b0a26ffd4bf376f57799b67b06fcb15be7d917d5976df19986.jpg) Als u een watermerkinstelling wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 2.

TOETS [Beeld bewerken]

Wanneer u op de toets [Beeld bewerken] in het tweede menuscherm voor speciale functies drukt, wordt het menuscherm voor beeldbewerking geopend. Menuscherm Beeld bewerken ![](images/a39562232c31ce4170786d611d6f0541cbae37aa951b0d1683ff9aa0c66738cb.jpg) (1) Toets [Foto herhalen] FOTO'S HERHALEN OP EEN KOPIE (Foto herhalen) (pagina 2-105) (2) Toets [Vergrot. over meerdere pag.] EEN GROTE POSTER MAKEN (Vergrot. over meerdere pag.) (pagina 2-107) (3) Toets [Spiegel-Beeld] DE AFBEELDING SPIEGELEN (Spiegel-Beeld) (pagina 2-110) (4) Toets [A3 Volbeeld] (Toets ([11x17 Volbeeld]) ORIGINEELFORMAAT A3 (11" x 17") KOPIËREN ZONDER DE RANDEN AF TE SNIJDEN (A3 (11" x 17") Volbeeld) (pagina 2-111) (5) Toets [Centreren] KOPIËREN IN HET MIDDEN VAN HET PAPIER (Centreren) (pagina 2-113) (6) Toets [Z/W Omgekeerd] WIT EN Zwart OMDRAAIEN OP DE KOPIE (Z/W Omgekeerd) (pagina 2-115)

FOTO'S HERHALEN OP EEN KOPIE (Foto herhalen)

Met Foto herhalen maakt u herhaalde afbeeldingen van een origineel van fotoformaat (130 mm x 90 mm, 100 mm x 150 mm, 70 mm x 100 mm, 65 mm x 70 mm of 57 mm x 100 mm (3" x 5", 5" x 7" formaat, 2-1/2" x 4", 2-1/2" x 2-1/2" of 2-1/8" x 3-5/8")) op één vel kopieerpapier zoals u hieronder ziet. U kunt maximaal 24 afbeeldingen (als de afbeelding is 65 mm x 70 mm (2-1/2" x 2-1/2" is)) herhalen op één vel papier. \- Origineelformaten tot 130 mm x 90 mm (3" x 5") ![](images/6c9b2711267b27b70eb97791ff1752a6cf00ceb53c68c2becb38c8e42ad9dd78.jpg) \- Origineelformaten tot 70 mm x 100 mm (2-1/2" x 4") ![](images/9b0075a29ac4e8d335880847677796856d2656b32b5c3ae61b9de07d615346dc.jpg)
flowchart
graph TD
    A["User"] --> B["Kopieren op papierformaat A4 (8-1/2&quot; x 11&quot;). Er worden 8 kopieën gemaakt."]
    C["User"] --> D["Kopieren op papierformaat A3 (11&quot; x 17&quot;). Er worden 16 kopieën gemaakt."]
\- Origineelformaten tot 57 mm x 100 mm (2-1/8" x 3-5/8") ![](images/93efd6c34ec2aba654939936073f0180936ec5de3251308142d7d6bcbc2db059.jpg) \- Origineelformaten tot 100 mm x 150 mm (5" x 7") ![](images/035d293790c5e8862f8eba32b6b016212ccb920152b94032382991cce00bc172.jpg) \- Origineelformaten tot 65 mm x 70 mm (2-1/2" x 2-1/2") ![](images/7bf8482c4029b665fe5c7e54b5fe05c875a88bf662fc9982ac1b12920ac95889.jpg) 1 ![](images/4825f2a41c6c76b402cc9d488e7fd5a0dcb5deb52a56a533040cc5f6dff5758a.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with open lid and control panel (no text or symbols)

Plaats het origineel met de voorzijde naar onderen op de glasplaat.

- Een origineel van fotoformaat 130 mm x 90 mm, 100 mm x 150 mm, 70 mm x 100 mm, 65 mm x 70 mm of 57 mm x 100 mm (3" x 5", 5" x 7", 2-1/2" x 4", 2-1/2" x 2-1/2" of 2-1/8" x 3-5/8") plaatst u met de lange zijde uitgelijnd langs de linkerzijde van de glasplaat. - Een origineel van formaat visitekaartje plaatst u met de lange zijde langs de verre kant van de glasplaat.

2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Beeld bewerken]. (4) Druk op de toets [Foto herhalen]. TOETS [Beeld bewerken] (pagina 2-104)

3

![](images/c27bc8cf3f019fbe9aa81606612eed4f03ea760b63cdf5ab129d9759262f5a9b.jpg)

Selecteer de instellingen voor Foto herhalen.

(1) Druk op de toets met de combinatie het soort origineel en het papierformaat dat u wilt gebruiken. Druk op de toetsen om te wisselen tussen de schermen en druk op de toets voor de gewenste herhaling (A4 of A3) (8-1/2" x 11" of 11" x 17"). (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het scherm Speciale Functies. Druk op [OK] om naar het basisscherm van de kopieermodus terug te keren. ![](images/103a03e152e908909ec56764591298aa0beb7342cb8ea482644e856c7b68e2e6.jpg) Wanneer u herhaalkopieën maakt van een origineelformaat visitekaartje (maximaal 57 mm x 100 mm (2-1/8" x 3-5/8")), kunt u uitsluitend A4 (8-1/2" x 11") selecteren als papierformaat.

4

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/b0fcef5d09e9021d0793bb3a2b2c9e858d41288cd1f41570a79f68f311b273b0.jpg) Als u scannen en kopiëren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (♀) ![](images/5f51c162f4c4fb47a86ffd11f091380eba999b18dfad9323fec49e67ea6d897b.jpg) - U moet het origineel op de glasplaat plaatsen. - U kunt alleen papier van formaat A4 (8-1/2" x 11") of A3 (11" x 17") gebruiken. - De kopieerfactor is 100% wanneer u deze functie gebruikt. (U kunt de kopieerfactor niet wijzigen.) Maar voor een origineel van formaat visitekaartje (maximaal 57 mm x 100 mm (2-1/8" x 3-5/8")) worden de afbeeldingen verkleind tot 95%. ![](images/e4d76d7a4f5585f72eb11925474c98880a5ca20fc233f21b008530a1db122e44.jpg) Als u de instelling Foto herhalen wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3.

EEN GROTE POSTER MAKEN (Vergrot. over meerdere pag.)

Met deze functie vergroot u een origineelafbeelding en drukt u deze als samengestelde afbeelding af op meerdere vellen papier. Origineel (A4 (8-1/2" x 11") ![](images/769d799c2ab7186389e4a1bcfdabfcfbff4729d455d0f5bddfdcccc4f0f7c01e.jpg) ![](images/b2485d4affac3202637ca849feba31870cff0fd4ff2f926db37e9f508faabba9.jpg) ![](images/c219f620c629e8d176d6cea748f6265aaaf71e6d3174e5e3e18a432b7c615163.jpg)
natural_image Abstract geometric pattern with black L-shaped blocks arranged in 3x3 grid (no text or symbols)
Kopie (vergrote afbeelding op acht vellen A3 (11" x 17") papier) 1

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Beeld bewerken]. (4) Druk op de toets [Vergrot. over meerdere pag.]. TOETS [Beeld bewerken] (pagina 2-104) (B) ![](images/550821e9aab798065a224cf984aae773c9f9d321f5417fa820dd0363ff689d1d.jpg) (2) (A)(3) (1)
Vergrotingformaat ↔ Origineelformaat
A-systeemA2 ↔ A3, A4, A5
A1 ↔ A3, A4, A5
A0 ↔ A3, A4
A0 x 2* ↔ A3
B-systeemB3 ↔ B4, B5
B2 ↔ B4, B5
B1 ↔ B4, B5
B0 ↔ B4
Inchsystem22" x 17" ↔ 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11"
22" x 34" ↔ 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11"
34" x 44" ↔ 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11"
44" x 68" ↔ 11" x 17"
\* Het formaat dat tweemaal A0-formaat is. ![](images/9fadbaaac128f13e3219dcf96ef0c992e76d694da0f04e376132956e31fb6656.jpg) - Een origineelformaat A kunt u niet vergroten tot een B-formaat, en een origineelformaat B kunt u niet vergroten tot een A-formaat. - Druk op de toets [Rand afdr.] zodat deze wordt gemarkeerd om een rand rondom de afbeelding af te drukken. ![](images/699ced8f8685130ad5159e0707223f9220dd0db49da22dec2c2b02b70370805f.jpg)
natural_image Line drawing of a mechanical device with open lid and control panel (no text or symbols)

Stel het vergrotingformaat en het origineelformaat in.

(1) Selecteer het formaatsysteem dat u wilt gebruiken voor de vergrote afbeelding op meerdere pagina's. Druk op de toetsen om het scherm met de gewenste groep formaten weer te geven. - Eerste scherm: A systeem • Tweede scherm: B systeem • Derde scherm: Inch-systeem (2) Selecteer het vergrotingformaat. (3) Selecteer het formaat van het te gebruiken origineel. Een geschikte plaatsingsstand van het origineel (A) en het aantal vellen papier dat is vereist voor de vergrote afbeelding (B) worden weergegeven op basis van het origineelformaat en het vergrotingformaat. Controleer de plaatsingsstand en het aantal vellen. De combinaties van origineelformaten en vergrotingsformaten in de tabel links zijn mogelijk voor een vergroting op meerdere pagina's. Plaats het origineel met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat in de stand die is aangegeven op het scherm.

4

![](images/3f2b4568863fae7f3327ac4840d03bd262628aeeca7f61aba7c3c8f78240c93c.jpg)

Druk op de toets [OK].

U keert terug naar het scherm Speciale Functies. Druk op [OK] om naar het basisscherm van de kopieermodus terug te keren.

5

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/519b535e93e5d70d53bc3b2a45ca42bd07377c9fd1124ab8a4ab84b28e3dd1ba.jpg) Als u scannen en kopiëren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (W) ![](images/71c33cd2d33867b57ccea0891a67016a558aa3df041ebeea0922b96441c13d9b.jpg) - U moet het origineel op de glasplaat plaatsen. • Gedeelten van de afbeelding overlappen elkaar \- Er is een marge rond de randen van elke kopie. \- Gebieden voor overlapping van de kopieën worden aan de voor- en achterrand van elke kopie gemaakt. - Als u eerst een origineelformaat selecteert, verschijnt een melding met de vergrotingformaten die u kunt selecteren. Als u eerst een vergrotingformaat selecteert, verschijnt een melding met de origineelformaten die u kunt selecteren. - Als u een combinatie van instellingen selecteert, waarvoor vergrot. over meerdere pag.niet mogelijk is, hoort u een pieptoon om aan te geven dat de selectie ongeldig is. - Het papierformaat, het aantal vereiste pagina's voor de vergrote afbeelding en de kopieerfactor worden automatisch geselecteerd op basis van het geselecteerde origineelformaat en vergrotingformaat. (Het papierformaat en de kopieerfactor kunt u niet handmatig selecteren.) - Zijn er papierladen met het formaat papier dat automatisch was geselecteerd, dan verschijnt de boodschap "Laad XXX-papier". Verwissel het papier in een van de laden of de handinvoer voor het aangegeven papierformaat. ![](images/bfd3b3737cec8840d627b654707283dfd2bde703279bb95682d9e6a153c64f2e.jpg) \- Als u de instelling voor vergroting over meerdere pagina's wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 2. Hoewel de instelling vergroting over meerdere pagina's is geannuleerd, blijft de geselecteerde factor automatisch geldig. \- Als u de kopieerfactor wilt terugzetten op 100%... Als u de kopieerfactor wilt terugzetten op 100%, drukt u op de toets [Kopieerfactor] om het kopieerfactormenu weer te geven. Vervolgens drukt u op de toets [100%].

DE AFBEELDING SPIEGELEN (Spiegel-Beeld)

Met deze functie maakt u op de kopie een spiegelbeeld van het origineel. ![](images/5ec9326b5897c9f895f6088a2a19d089c656176cddc5022f46d3f0d4929b9c95.jpg) Origineel Gespiegelde kopie

1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Beeld bewerken]. TOETS [Beeld bewerken] (pagina 2-104)

3

![](images/a28b311e727821944208c73a1589cf527b28f5029627cede1c668471bec6e982.jpg)

Selecteer Spiegel-Beeld.

(1) Druk op [Spiegel-Beeld] zodat de toets wordt gemarkeerd. (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het scherm Speciale Functies. Druk op [OK] om naar het basisscherm van de kopieermodus terug te keren.

4

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Als u de glasplaat gebruikt om meerdere originelen te kopiëren, vindt het kopiëren plaats terwijl u elk origineel scant. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/73b45fcb55367ac21d7378a6303f5b146c0d9186be96b7a6ef3264469e7298a0.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (W) ![](images/e7f9022e22f133dd92b60b53f3b732d6fb40c6ba71d1a49c9469582c606551f8.jpg) Als u een instelling spiegel-beeld wilt annuleren... Druk op de toets [Spiegel-Beeld] in het scherm van stap 3 zodat de toets niet wordt gemarkeerd.

ORIGINEELFORMAAT A3 (11" x 17") KOPIËREN ZONDER DE RANDEN AF TE SNIJDEN (A3 (11" x 17") Volbeeld)

Met deze toets kopieert u een geheel origineel formaat A3 (11" x 17") op volledige grootte zonder de randen van de afbeelding af te snijden. Papierformaat A3W (12" x 18") is gebruikt. Dat is iets groter dan A3 (11" x 17"). Origineelformaat A3 (11" x 17") ![](images/3d0747bc14859f0d3acd36945d27ff604f2e7d954ec783534ca53904b420fc3e.jpg)
natural_image Black and white checkerboard pattern with no text or symbols
![](images/344c5e117db90a549fca0d9a1093c155b1068be429b4d89e03e748b25b856c7e.jpg) Kopie A3 (12" x 18") volbeeld ![](images/0e76c348f522324e7b317ee16438843ca3665ec9ddbca7ab2771a8649cfedf2a.jpg)
natural_image Black and white checkerboard pattern with no text or symbols
1 ![](images/3051c5ecc35570cf777f0a1e4f542141ddb4128ba1cd1b0097e60d0fd7ef627f.jpg)
natural_image Line drawing of an open industrial machine with control panel and buttons (no text or symbols)
Plaats het origineel met de voorzijde naar onderen op de glasplaat. 2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Beeld bewerken]. TOETS [Beeld bewerken] (pagina 2-104) 3 ![](images/7beb2ce364192e71968b88963e14382fe78a055f5a0e83edef8ea9dc50d430b3.jpg)

Selecteer A3 (11x17) Volbeeld.

(1) Druk op de toets [A3 Volbeeld] of de toets [11x17 Volbeeld], zodat deze wordt gemarkeerd. (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het scherm Speciale Functies. Druk op [OK] om naar het basisscherm van de kopieermodus terug te keren.

4

![](images/b5e23824d1540c3ab97e147d9d3a164bd38bfab78916aeb26a9104655562de2d.jpg)
natural_image Diagram of a device with an open tray and directional arrow, no text or symbols present

Plaats A3W (12" x 18") papier in handinvoerlade.

Trek het ladeverlengstuk uit, pas de geleiders aan de breedte van A3W (12" x 18") papier aan en plaats het papier in de handinvoerlade. Configureer na het laden van het papier de instellingen voor handinvoer zoals wordt uitgelegd in "KOPIEËN MAKEN MET DE HANDINVOER" (pagina 2-38).

5

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/e8b1d2a01e5ccd80d99d846bdb60c12ab845b0f0845da2bec2f5898fb082da65.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦) ![](images/f6676b0dc6ea92c940277ab2e0ad85a27ca565895f4de306c6badca474a8ba39.jpg) - Om deze functie te gebruiken, moet een van de volgende uitvoerapparaten zijn geïnstalleerd: uitvoerlade, afwerkingeenheid, finisher (grote stapeleenheid), zadelsteek afwerkingeenheid - U moet het origineel op de glasplaat plaatsen. - De kopieerfactor is 100% wanneer u deze functie gebruikt. U kunt de kopieerfactor niet wijzigen. - De functies nieten, papier vouwen en perforeren kunnen niet worden gebruikt. ![](images/6fda30f8eb94f74cac9637cc5110c1a431bc23b54e7d8c1c48752a80818d9894.jpg) Als u A3 (11x17) Volbeeld wilt annuleren... Druk op de toets [A3 Volbeeld] of de toets [11x17 Volbeeld] in het scherm van stap 3, zodat deze niet is gemarkeerd.

KOPIËREN IN HET MIDDEN VAN HET PAPIER (Centreren)

Met deze toets centreert u de gekopieerde afbeelding op het papier. Hiermee kunt u de afbeelding midden in het papier plaatsen wanneer het origineelformaat kleiner is dan het papierformaat of wanneer u de afbeelding verkleint. Zonder de centreerfunctie Met de centreerfunctie ![](images/b4f3c59e05c4113da8776bb3d8c689ec00638b64e83e01cd94ea4f5b4f98c9c9.jpg) ![](images/9df5b6750e13f5af04b3893a447542279a9eacc479c66349536a09f28a0dfc43.jpg)

1 Plaats het origineer.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2 (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen.

(3) Druk op de toets [Beeld bewerken]. TOETS [Beeld bewerken] (pagina 2-104)

3

![](images/6b04993b738ff0d88119defd9f6c7f5b6dfbe88d34119f88183a07376b2b45bd.jpg)

Selecteer Centreren.

(1) Druk op de toets [Centreren] zodat deze wordt gemarkeerd. (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het scherm Speciale Functies. Druk op [OK] om naar het basisscherm van de kopieermodus terug te keren.

4

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Als u de glasplaat gebruikt om meerdere originelen te kopieren, vindt het kopieren plaats terwijl u elk origineel scant. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/80e84a017b339fc11d86765a933c97bfe5cd0408df667c2a418c859f727e9bf7.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦) ![](images/44b377e09e4b1071c68e4dc61a91c8e9a031c58a32856204dd1f2aeac2f60058.jpg) - U kunt de afbeelding verkleinen wanneer u de functie centreren gebruikt, maar niet vergroten. - Wanneer het origineelformaat of het papierformaat wordt weergegeven als speciaal formaat, kunt u deze functie niet gebruiken. ![](images/70fbec43efea2a9159cefa863b4768d883bd5b26a594cb87f43c7b587864ed09.jpg) Als u het Centreren wilt annuleren... Druk op [Centreren] in het scherm van stap 3, zodat de toets niet wordt gemarkeerd.

WIT EN ZWART OMDRAAIEN OP DE KOPIE (Z/W Omgekeerd)

Met deze functie keert u zwart en wit om op de kopie, zodat een negatieve afbeelding ontstaat. Originelen met grote zwarte vlakken (waarvoor veel toner nodig is) kunt u kopiëren met Z/W Omgekeerd, zodat u minder toner verbruikt. ![](images/73f6286b406c5b3bf8db7b145fcc570eeed3b286c8e3472f21e93db994ad65b3.jpg) Originelen ![](images/6c0e0243b6914844f418d5f57d90a92c77cd9e94c13ecbc8781d8917452079ea.jpg) ![](images/d6ab89618cedd0544062d8c6604f2ccf6a087651fd572059bc731dbfe5faf256.jpg) Kopie Z/W Omgekeerd

1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Beeld bewerken]. TOETS [Beeld bewerken] (pagina 2-104)

3

![](images/eb78c91fd3a914e39b73c714009977b20a03a5bbb6af49063d08d90220e8de68.jpg)

Selecteer Z/W Omgekeerd.

(1) Druk op de toets [Z/W Omgekeerd] zodat deze wordt gemarkeerd. (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het scherm Speciale Functies. Druk op [OK] om naar het basisscherm van de kopieermodus terug te keren.

4

Druk op [START].

Het kopiëren begint. Als u de glasplaat gebruikt om meerdere originelen te kopiëren, vindt het kopiëren plaats terwijl u elk origineel scant. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/c59d38b54e232ecad9d5bc8bfea86a01a79823db7b949787854fc3235b2e14d6.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (7) ![](images/1d44aa635e55c37e8fe86f0e081e6cac1ffc1bff6ba32fb6986264a073171a53.jpg) - Wanneer u deze functie selecteert, verandert de "Type Origineel Beeld"-instelling voor het belichtingsniveau automatisch naar "Tekst". - In sommige landen en regio's is deze functie niet beschikbaar. ![](images/063c1b345a527c775e8fee188e0b19ab74d4999abb7784f5f2440cb066762b19.jpg) Als u Z/W Omgekeerd wilt annuleren... Druk op de toets [Z/W Omgekeerd] in het scherm van stap 3 zodat de toets niet wordt gemarkeerd.

DE SCHERPTE VAN EEN AFBEELDING AANPASSEN (Scherpte)

Met deze toets maakt u een afbeelding scherper of zachter. ![](images/2f5244641a6a14655e7be6702f6a2d80ba29d1846a577593ef081669aec9e86e.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Apple icon"] --> B["Zacht"]
    A --> C["Scherp"]

1 Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Scherpte].

3

![](images/10a62f18ee25994fd2f11ad0adffd69e4c5b9d1ccbb80ce4cd8f38b1c996120e.jpg)

Pas de afbeelding aan.

(1) Druk op de toets [Zacht] of [Scherp] zodat de toets wordt gemarkeerd. (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het scherm Speciale Functies. Druk op [OK] om naar het basisscherm van de kopieermodus terug te keren.

4

Druk op de toets [START].

Het kopiëren begint. Als u de glasplaat gebruikt om meerdere originelen te kopieren, vindt het kopieren plaats terwijl u elk origineel scant. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de sorteerfunctie heeft geselecteerd. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/313d576f30eb6dba0c42fc7003f3415ca89cb2b73ef3844deb874c9f29a459b8.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/837f5b70c2d3e3ed6105c18a13240c3a2b62b24dc1f3562d21af537869ba7edc.jpg) Wanneer u deze functie selecteert, wijzigt de instelling van het belichtingsniveau automatisch naar handmatig. Automatische belichtingsinstelling kan niet worden geselecteerd. ![](images/7f5f2d0e15de9322500d881f4dbe78503b8269eaee59cc042acb9b356081c717.jpg) Als u de scherpte-instelling wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3.

KOPIEËN CONTROLEREN ALVORENS U AFDRUKT (Proefafdruk)

Met deze functie drukt u slechts één set kopieën af, ongeacht het aantal sets dat u hebt opgegeven. Wanneer de eerste set is gecontroleerd op fouten, kunt u de overige sets afdrukken. Voorheen moest u het origineel opnieuw scannen telkens wanneer wijzigingen van de instellingen nodig waren. Maar met deze functie kunt u instellingen voor het gescande origineel wijzigen, zonder het opnieuw te scannen. Zo kunt u efficiënter kopieren. ![](images/ea0d5a39ddaaf1dfc59cce25173291fe5da7cc04632cff399215cca8a9aad89b.jpg)
flowchart
graph TD
    A["&quot;Proefafdruk&quot; wordt geselecteerd en er worden vijf sets afgedrukt."] --> B["Er wordt één set kopieën afgedrukt die u kunt controleren."]
    B --> C["De resterende vier sets worden afgedrukt"]
    C --> D["Nadat de aanpassingen zijn gemaakt, wordt er één set voor u afgedrukt om te controleren."]
    D --> E["De resterende vier sets worden afgedrukt"]
    F["Pas de instellingen aan"] --> D
    G["Indien OK"] --> C
1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2

Selecteer de kopieerinstellingen in het basisscherm.

3 ![](images/ec42abe5d87ca18e06eb4d2552cfb0602500177b3b8e02666785e290f1ae26e4.jpg)

Selecteer Proefafdruk.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIONS (pagina 2-41) (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Proefafdruk] zodat deze wordt gemarkeerd. (4) Druk op de toets [OK]. ![](images/96e0ba74e37c758fdc7873dc2437cbaeec1f850a82afe167e8ed699170772206.jpg)

Stel het aantal kopieën (aantal sets) in met de cijfertoetsen.

Als u de glasplaat gaat gebruiken om meerdere originelen de kopieren, schakel dan na deze stap over op de sorteerfunctie. Sorteerfunctie (pagina 2-33) ![](images/9e0e5b53fe5c7c5a90331e68d86526cd8f187caa1b841b985e80668c6ba39d65.jpg) U kunt maximaal 999 kopieën (sets) instellen. ![](images/2db1e639bed505eace603ffa35498ab9ae0f2a6b3e652a24a5834366b08d9d6a.jpg) Als het aantal kopieën niet juist is ingesteld... Druk op de toets [WISSEN] ( )en voer het juiste aantal in.

Druk op [START].

Er wordt één set van kopieën afgedrukt. Vervang de originelen en druk op [START] wanneer u de glasplaat gebruikt om meerdere originelen te kopieren. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er wordt één set van kopieën afgedrukt. ![](images/3d7dff10faaf166605765dc22685df8fb29cdb877dc5c73bae33f61fada06234.jpg) Als u het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/5f1a6a912c55e72aea64e727f85eec451c40f04d2713d8f56a1055fdc9cd6073.jpg)

Controleer de afgedrukte set kopieën.

Druk op [Einde] als de kopieën aanvaardbaar zijn. Als u de instellingen moet wijzigen, drukt u op de toets [Wijzigen].

Wanneer u op de toets [Einde] drukt, worden de overige sets afgedrukt. Als u op de toets [Wijzigen] hebt gedrukt, gaat u naar de volgende stap. ![](images/d8b68794c4bb14abf105c721c2f4212a46b47e35a75bfd57ed93e2d5a47e13f4.jpg) Als u het kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦)

7

![](images/8e7e66a58470e0e1fd50514d9be1a0ba2b828a11f8058662661ad4ca866fd9f4.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Propelafdruk"] --> B["OK"]
    C["Papierformaat"] --> D["2-orige Kopie"]
    E["Ulrvoer"] --> F["Spec. Functice"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333

Wijzig de instellingen.

(1) Druk op de toets voor de instelling die u wilt wijzigen. Het instellingenscherm van de ingedrukte toets wordt geopend. Wijzig de instelling in en druk op [OK]. (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/4986e243bc9feef91811efec64b7839a1da798645be92dca04a2521ab06a3030.jpg) - Stel het aantal af te drukken kopieën (sets) in met de cijfertoetsen om het gewenste aantal sets te wijzigen. Druk nadat u het aantal sets hebt gewijzigd op de toets [Einde] in het aanraakscherm (niet de toets [STARTEN]) om de sets af te drukken. - U kunt de volgende speciale functies aanpassen: Kantlijnverschuiving, Inbindkopie, Tandemkopie, Kaften/Insteekvellen, Transparent-Insteekvellen, Multishot en Stempel. - Voor Inbindkopie, Kaften/Insteekvellen en Multishot kunt u alleen de instellingen van de functies wijzigen. U kunt deze functies niet nieuw toevoegen of wissen. - Wanneer transparanten worden gebruikt, kunnen de instellingen worden gewijzigd, kunnen nieuwe instellingen worden toegevoegd en kan de functie geannuleerd worden. Dit is echter niet mogelijk wanneer inbindkopie is geactiveerd.

8

Druk op [START].

Eén set kopieën wordt opnieuw afgedrukt met de aangepaste instellingen. Controleer de resultaten. Herhaal stappen 6 tot 8 als er meer aanpassingen nodig zijn. (Het herhalen van Proefafdruk vermindert het overige aantal af te drukken sets niet.)

9

![](images/8ddbde1fedf4892066351540e1018805e304558b15f405dad997220a0033fe37.jpg)

Druk op de toets [Einde].

U keert terug naar het basisscherm van de kopieermodus en de overige sets worden afgedrukt. ![](images/55ca17bbb5d01bf0b7c49f4f4812fc4c062e9e6b3d0030baa3f4758b1628a8da.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑨) ![](images/f3c29ffa3d10905498d0698ae50eb29c91ed550da8d440f8045b01a57c1831e3.jpg) Als Proefafdruk wordt uitgevoerd terwijl de machine een andere opdracht afdrukt, wordt die andere opdracht onderbroken en worden de proefafdrukken afgedrukt. De vorige opdracht wordt hervat nadat de proefafdruk is afgedrukt. Wanneer proefafdruk echter wordt uitgevoerd terwijl een opdracht wordt uitgevoerd waarvoor 2-zijdig afdrukken en nieten is ingeschakeld, wordt de proefafdruk pas uitgevoerd nadat de lopende opdracht gereed is. Wanneer u op de toets [Einde] drukt om de overige sets af te drukken terwijl de machine een andere opdracht afdrukt, zullen de overige sets worden afgedrukt nadat alle eerdere opdrachten zijn voltooid.

HET AANTAL INGESCANDE ORIGINELE VELLEN CONTROLEREN ALVORENS TE KOPIËREN (Aantal originelen)

Het aantal ingescande originele vellen kan worden geteld en weergegeven voordat wordt gestart met kopieren. Aangezien u het aantal ingescande originele vellen kunt controleren, zullen er minder kopieerfouten optreden. 1 ![](images/bd9b269fcdee6ee7a67e92a1a4c38c17c5cf480dc1c7fb72c9776f6a106789ee.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer.

Steek de originelen helemaal in de lade van de origineelinvoer. In de origineelinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. 2 ![](images/138e1069dd328f37a393eb0f7c24dc8be5344959815c58e8725e25979e908120.jpg)

Selecteer Aantal originelen.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 2-41) (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op [Aantal originelen] zodat de toets wordt gemarkeerd. (4) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. 3

Druk op [START].

![](images/566b1ac8045f4e8ca61f9ffa8b9c6d97484246a8641f5939dfe7c2fe7bbf8db2.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (♀) ![](images/fa6482ba67e416d5a29684a39e06eda3d00ce7af4e2aa4d45d174d047005155a.jpg)

Controleer na het inscannen het aantal originelen dat werd ingescand en druk op [OK].

Het kopiëren begint. - Wanneer de functie opdracht samenstellen wordt gebruikt, verschijnt het aantal ingescande vellen wanneer op de toets [Lezen klaar] wordt gedrukt. - Het weergegeven aantal is het aantal ingescande originele vellen, niet het aantal originele pagina's. Wanneer bijvoorbeeld 2-zijdig kopieren wordt uitgevoerd met één origineel, zal het cijfer "1" verschijnen om aan te duiden dat er één origineel vel werd ingescand en niet "2" om de voorzijde en de achterzijde aan te duiden. ![](images/54b4ce0f82bb656b13fff49e462eff1bbebb5b2ae002f948c947b5f936584080.jpg) Als het weergegeven aantal originele vellen verschilt van het eigenlijke aantal originele vellen... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/9c5dd05417448aa65202b4a88d6332f5801d3d94d5129a1643683a307a360624.jpg) Als u de functie Aantal originelen wilt annuleren... Druk op [Aantal originelen] in het scherm van stap 2 zodat de toets niet wordt gemarkeerd.

ORIGINELEN VAN VERSCHILLENDE FORMATEN KOPIËREN (Origineel gem. form.)

Zelfs wanneer B4 (8-1/2" x 14") originelen gemengd worden met A3 (11" x 17") originelen, kunnen alle originelen in een keer worden afgedrukt. Wanneer u de originelen scant, detecteert het apparaat automatisch het formaat van elk origineel en kiest daarbij het geschikte papierformaat. Wanneer een origineel van gemengd formaat wordt gecombineerd met automatische factorselectie, wordt de factor individueel voor elk origineel aangepast aan het geselecteerde papierformaat, zodat u de kopies op een uniform papierformaat kunt uitvoeren. ![](images/8d964de1e717bdb18607387a4cc534bc843e8c2417f5b5adcf5147cee1f6efb3.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originelen"] --> B["Kopieën"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    note1["B4"] --> A
    note2["A3"] --> A
    note3["B4"] --> B
    note4["A3"] --> B
Wanneer een origineel van gemengd formaat wordt gecombineerd met automatische factorselectie (Automatische factorselectie en A3 (11" x 17") worden geselecteerd) ![](images/d5959927bc6b578ef2fbb9f38f631d1e895811d91a7e33eec8d4dfc9c27f0624.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originelen"] --> B["Kopieën"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    note1["B4"] --> A
    note2["A3"] --> A
    note3["A3"] --> B
Een origineel van het formaat B4 (8-1/2" x 14") zal worden vergroot tot het formaat A3 (11" x 17"). Er zijn twee instellingen voor originelen van verschillend formaat.
Zelfde breedteDeze instelling gebruikt u voor originelen van verschillend formaat die dezelfde lengte hebben. U plaatst de originelen in de origineelinvoerlade met alle zijden van dezelfde lengte links uitgelijnd.A3 en A4 • B4 en B5 • A4R en A511" x 17" en 8-1/2" x 11" • 8-1/2" x 14" en 8-1/2" x 11" R • 8-1/2" x 14" en 5-1/2" x 8-1/2"8-1/2" x 13" en 8-1/2" x 11" R • 8-1/2" x 13" en 5-1/2" x 8-1/2" • 8-1/2" x 11" R en 5-1/2" x 8-1/2"
Afwijkende breedteDeze instelling gebruikt u wanneer de originelen een verschillend formaat hebben en geen zijden van dezelfde lengte. Deze instelling kunt u alleen gebruiken met de volgende combinaties van formaten:A3 en B4 • A3 en B5 • B4 en A4 • A4 en B5 • B4 en A4R • B4 en A5B5 en A4R • B5 en A511" x 17" en 8-1/2" x 14" • 11" x 17" en 8-1/2" x 13" • 11" x 17" en 5-1/2 x 8-1/2"
Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer. ![](images/34852990d591ba95d1bb67bda98654d14cb2edb56e51c0210f9cd540f582d8f7.jpg) ● Wanneer u "Zelfde breedte" gebruikt Plaatst u de originelen met de zijden van dezelfde lengte links uitgelijnd. ● Wanneer u "Afwijkende breedte" gebruikt ![](images/2d7f48f4afabcd0c481799fa844523e4666d2d5b6762734f73fa485196cc3b4c.jpg) Plaatst u de originelen allemaal met het hoekpunt in de uiterste linkerhoek van de lade van de origineelinvoer.

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Orig. met gemengd formaat]. Menu voor speciale functies (tweede scherm) (pagina 2-42) ![](images/d82395fae004d32eec17d1c5173f9d3bdbbc3c60198c0ad4757a93ac628b6221.jpg)

Selecteer de instellingen voor Orig. met gemengd formaat.

(1) Druk op de toets [Zelfde breedte] of op de toets [Afwijkende breedte] naargelang de originelen. (2) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie.

4

Druk op [START].

Het kopiëren begint. ![](images/fade9f9b0bd6df1bfe909151c3171b002e6bf4c1d0e53364a08463b182fe5f36.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑨) ![](images/53d818694fb12cbcd3862965a9e2d609da5e44893f1938f77bd7f1d65fe45ba0.jpg) - Indien [Afwijkende breedte] wordt geselecteerd, kunnen "2-Zijdig naar 2-Zijdig" en "2-Zijdig naar 1-Zijdig" van automatisch 2-Zijdig kopieren niet worden gebruikt. - Wanneer u [Afwijkende breedte] heeft geselecteerd, kunt u de nietfunctie niet gebruiken. - De functie origineel van gemengd formaat kan niet worden gebruikt om originelen van hetzelfde formaat de kopieren; deze originelen worden in verschillende posities geplaatst (A4 en A4R (8-1/2" x 11" en 8-1/2" x 11"R), enz.). ![](images/d1f5b553e5fdb4051fa77dd862b2f3186b87faf9f6c1fec6763df63d28e6dc61.jpg) De instelling voor originelen van gemixt formaat annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3. ![](images/b05f02a6b51386942bae6fbaec363cbd0d21efe935229ca259bc216867d3936d.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Invoermodus origineel U kunt de invoermodus origineel zo instellen dat originelen van gemengd formaat altijd worden gescand.

KOPIËREN VAN DUNNE ORIGINELEN (Langzame scanmodus)

Druk op deze toets wanneer u dunne originelen wilt scannen met behulp van de automatische documentinvoerlade. Deze functie helpt voorkomen dat dunne originelen in het apparaat vastlopen. ![](images/33ac90b59ec6532a74688c54e96743e0c798074f163497ae19689cf0cba48eba.jpg) 1 ![](images/9d4e6ffc22006b106c6177ce5472cbf53dd881c4f9a952caa8ac1fd6922c5044.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer.

Steek de originelen helemaal in de lade van de origineelinvoer. In de origineelinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. ![](images/15c19b6b9d5eb9ea0aa919dd9b7717909c0f60272b8144e5fe14775019ca5ca0.jpg) Als de originelen met teveel kracht worden ingebracht, kunnen ze kreuken en vastlopen. 2 ![](images/4740390342ebceb3c10fc784000427995eb862a8becdb410234964744056d4d5.jpg)

Selecteer Langzame scanmodus.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 2-41) (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op [Langzame scanmodus] zodat de toets wordt gemarkeerd. (4) Druk op de toets [OK]. U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. 3

Druk op [START].

Het kopieren begint. ![](images/7ad402b57e33df8681a1f37d3f86c2bcb31be5130611d646af2ec7673878a4a6.jpg) Als u scannen en kopiëren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/52e39ddbe822eac93659c394e0399998524066dea15458a8693a76627b761d3e.jpg) U kunt de functies "2-zijdig naar 2-zijdig" en "2-zijdig naar 1-zijdig" van automatisch 2-zijdig kopieren niet gebruiken. ![](images/08f5f853632d57ee25647548b28ac2bc740eb71b11438213cbd8f9312c64e7a4.jpg) Als u de functie Langzame scanmodus wilt annuleren... Druk op [Langzame scanmodus] in het scherm van stap 2 zodat de toets wordt gemarkeerd. ![](images/b2c641912cc80e32e765011859c20c440c65b4652036ac50f527c7375e87ac55.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Invoermodus origineel Hiermee wordt altijd op langzame snelheid gescand.

HANDIGE KOPIEERFUNCTIES

In dit gedeelte worden handige kopieerfuncties uitgelegd, zoals het onderbreken van een kopieersessie, het wijzigen van de volgorde van gereserveerde kopieeropdrachten en het opslaan van kopieerinstellingen in een programma.

EEN KOPIEERSESSIE ONDERBREKEN (kopieren onderbreken)

Wanneer u dringend een kopie moet maken terwijl een lange kopieersessie of andere opdracht aan de gang is, kunt u de functie Kopiëren onderbreken gebruiken. Met kopieren onderbreken stopt u de opdracht in uitvoering tijdelijk, zodat u eerst de tussenopdracht kunt uitvoeren.

1

![](images/0222ceb87fd6f00c46a298e9e3c6eefcde8966fea3fa9cc10851e20a58b3d09f.jpg)

Druk op de toets [Onderbreken].

De toets [Onderbreken] verschijnt niet wanneer er een origineel wordt gescand.

2

![](images/3293e699763467abfb10cb68af1f47c6126fcff6b8fe9ec0b2b3f5d2dca68d91.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a door and control panel, showing front and side views (no text or symbols)

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

3

Selecteer de kopieerinstellingen en druk op de toets [START].

De tussenopdracht begint.

4

De onderbroken opdracht wordt hervat zodra de tussenopdracht is voltooid.

![](images/277e4338c8e928bcd394ffced043412f7416b686118143214e2bdef16326b7ce.jpg) Als u scannen en kopieren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦) ![](images/55e119fc4542dca272329106ccbac42278f44d0c1442672e9cf960f220501572.jpg) - Als gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, verschijnt het loginscherm wanneer u op de toets [Onderbreken] drukt. Geef uw gebruikersnaam en wachtwoord op om in te loggen. Het aantal kopieën dat u maakt wordt opgeteld bij dat van de gebruiker die heeft ingelogd. - Naargelang de instellingen van de opdracht in uitvoering, verschijnt mogelijk de toets [Onderbreken] niet. - De functie kopieren onderbreken kunt u niet gebruiken in combinatie met de volgende speciale functies: opdracht samenstellen, tandemkopie, boekkopie, kaart formaat, vergroting over meerdere pagina's en aantal originelen - Wanneer u de glasplaat gebruikt voor een tussentaak, kunt u niet 2-zijdig kopiëren, sorteren en nietsorteren selecteren. Als u een van deze functies nodig hebt, moet u de automatische documentinvoer gebruiken.

EEN AFDRUKVOORBEELD VAN EEN KOPIE CONTROLEREN (Voorbeeld)

U kunt op de toets [Voorbeeld] tikken zodat deze op het basisscherm wordt gemarkeerd en dan het origineel scannen om een afdrukvoorbeeld van de kopie op het aanraakscherm te controleren voordat u de kopie afdrukt.

1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

![](images/24a3b8014e622067e32bf06b2fbe7314c66232a73c6879d13fb3e8ff1e264f1c.jpg) Druk op [Voorbeeld] zodat de toets wordt gemarkeerd.

3

Selecteer de kopieerinstellingen en druk op de toets [START].

Nadat het origineel is gescand, verschijnt een afdrukvoorbeeld van de kopie op het aanraakscherm. De kopie wordt niet afgedrukt totdat er op de toets [Start kopiëren] op het voorbeeldscherm wordt getikt.

4

![](images/830a5f05aa0923dd486cc2b2894f4b70c3eddcbfd404a677ec07155a91bf2ed8.jpg)

Controleer het afdrukvoorbeeld en tik dan op de toets [Start kopieren].

Het afdrukken van de kopie begint. Zie "VOORBEELDSCHERM" (pagina 2-132) voor informatie over het voorbeeldscherm. ![](images/488f699f3d75c524d69af7b0e40528da3aaf2d4367cf256ab8617bbda00d24f1.jpg) Als u de kopieerinstellingen moet wijzigen, tikt u op de toets [Reset]. ![](images/302fc8660674a21d0ada2584d59faa6302ff3365824f0fb7395e94ee596152a3.jpg) Als u het kopiëren wilt annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/6b48dcb6cbce5da028924f7020248c01bdb1491b27a115b50cbf0f54f88cce23.jpg) Als u de bewerking wilt annuleren... Druk op de toets [ALLES WISSEN] (CA) ![](images/09a9693f5ca19003a3e389e10e3545351d5426354655527cba1bab58b86f32dc.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaard voorbeeld U kunt de toets [Voorbeeld] standaard instellen op altijd aan (gemarkeerd). Schakel deze instelling in als u altijd een afdrukvoorbeeld wilt controleren bij het kopiëren.

VOORBEELDSCHERM

Het voorbeeldscherm wordt hieronder uitgelegd. ![](images/81c31ab466e23bda2ed1b8be0e48a424d3b8a46cc8d0903f2064f4f1a85c969a.jpg)

(1) Voorvertoning

Er verschijnt een afbeelding van de geselecteerde ontvangen afbeeldingen. Als de afbeelding is afgesneden, verschuif het beeld dan met de schuifbalken rechts en onderaan het scherm. Ga op een balk staan en schuif deze om te verplaatsen. (U kunt ook scrollen door op de toetsen te drukken.)

(2) Paginawijzigingstoetsen

Als er meerdere pagina's zijn, wijzigt u met deze toetsen van pagina. \- Toetsen :Ga naar de eerste of laatste pagina. - Toetsen :Ga naar de vorige of volgende pagina. \- Weergave paginanummer: Dit toont het totaal aantal pagina's en het huidige paginanummer. Druk op de toets voor het huidige paginanummer en voer met de cijfertoetsen een getal in om naar dat paginanummer te gaan.

(3) Toets [Reset]

Tik hierop om de kopieerinstellingen te wijzigen na controle van het afdrukvoorbeeld. Tik na het wijzigen van de instellingen nogmaals op de toets [Nieuw voorb.] om het afdrukvoorbeeld volgens de nieuwe instellingen bij te werken. ![](images/65ab207bd8171a02520589af185086838085511e2a2d0612ba7ffd55f87cc42b.jpg)

(4) Toets [Output weerg.]

Tik hierop om de geselecteerde functies en instellingen als pictogrammen weer te geven. De volgende functies worden weergegeven: • 2-zijdig kopiëren • Folderkopie • Boekkopie • Nietfunctie (inclusief zadelsteek) \- Perforeerfunctie • Stempelmenu \- Kaften/Insteekvellen • Transparant-Insteekvellen Op deze toets kan alleen worden getikt als het hele afdrukvoorbeeld op het voorbeeldscherm wordt weergegeven.

(5) Toets [Functieoverz.]

Tik hierop voor het selecteren van opties van speciale functies, tweezijdig kopieren en afwerkinstellingen.

(6) Zoomweergavetoets

Hiermee stelt u de zoomfactor van de weergegeven afbeelding in. Wijzigt vanaf links in de volgorde "Volledig", "Tweemaal", "4 maal", "8 maal". De instelling wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(7) Toets "Draaien weergeven"

Hiermee draait de afbeelding 90 graden naar rechts of links. De rotatie wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(8) Toets [Start kopieren]

Tik hierop om het afdrukken van de kopie te starten. ![](images/a688205f29f184af32dbc9ec97244816d46169d2f5732e3c1283e2f31b912a30.jpg) - Een voorvertoonde afbeelding is een afdrukvoorbeeld op het aanraakscherm. Het zal afwijken van het eigenlijke afdrukresultaat. - Het afdrukvoorbeeld weerspiegelt bepaalde instellingen voor kopiëren en speciale functies. De volgende instellingen worden in het afdrukvoorbeeld weerspiegeld: Kopieerinstellingen: verhouding, papierformaat Speciale functies: margeverschuiving, rand wissen, dubbelzijdige kopie, folderkopie, kaften, insteekvellen, transparanten, 2-in-1/4-in-1, boekkopie, kaartformaat, menu afbeelding bewerken, Scherpte \- Dunne lijnen (zoals randen die worden afgedrukt met de functie 2-in-1/4-in-1) worden met sommige zoomfactoren mogelijk niet goed weergegeven.

OPDRACHTSTATUSCHERM

Het scherm opdrachtstatus verschijnt wanneer u op de toets [OPDRACHT STATUS] op het bedieningspaneel drukt. Het opdrachtstatusscherm geeft de status van opdrachten per modus weer. Als u op de toets [OPDRACHT STATUS] drukt, wordt het opdrachtstatusscherm weergegeven van de modus die u gebruikte voordat u op de toets drukte. Voorbeeld: Drukken op de toets in kopieerfunctie ![](images/7197b079a2bbe583cd2b0b3a09cdc841cf005b13af01228c37d9d3c38920f072.jpg)
flowchart
graph LR
    A["OPDRACHT STATUS"] --> B["Opdrachtwachterij Sets / Voortgang Status"]
    B --> C1["Kopieren 020/001 Kopieren"]
    C1 --> D1["Kopieren 002/000 Wachten"]
    D1 --> E1["Compare01 002/000 Wachten"]
    E1 --> F1["0312345678 001/000 Wachten"]
    F1 --> G1["Spont OpticWachter Volcanoid"]
    G1 --> H["Details"]
    H --> I["Prioriteit"]
    I --> J["Step-Wis"]
![](images/1fadf4946ff6d33c651f66466ef1aaac92dba4eb9ba573b0bcbd25828ea38fd9.jpg) De opdrachtstatusweergave (A) bevindt zich in de linkeronderhoek van het aanraakscherm. U kunt op de opdrachtstatusweergave drukken om het opdrachtstatuschem te openen. De eerste vier opdrachten in de afdrukrij (de lopende opdracht en de gereserveerde opdrachten) kunt u in de opdrachtstatusweergave (B) controleren. ![](images/c450f0b7e688f34917aaf006cd152bda067a0f54bae55901daa11772a79c77eb.jpg)

SCHERM OPDRACHTWACHTRIJ EN SCHERM UITGEVOERDE OPDRACHTEN

Het opdrachtstatusscherm omvat het scherm opdrachtwachtrij (waarin wordt aangegeven welke kopieer- en afdrukopdrachten wachten om te worden afgedrukt, en de opdracht die momenteel wordt uitgevoerd), het scherm uitgevoerde opdrachten (waarin de uitgevoerde opdrachten worden aangegeven, en het spool-scherm (met opdrachten die zijn gespoold) en versleutelde PDF-opdrachten die wachten op de invoer van een wachtwoord. In dit gedeelte wordt het wachtrijscherm en het scherm uitgevoerde opdrachten uitgelegd met betrekking tot de kopieerfunctie. Het opdrachtstatusscherm schakelt tussen het opdrachtwachtrijscherm en het scherm uitgevoerde opdrachten, telkens wanneer u op de selectietoets van het opdrachtstatusscherm drukt. ![](images/6f4b66663cc1e0e7b0c3b6259927e014547ca8540888488319242e7a2e25fffc.jpg)
flowchart
graph TD
    A["1: Koplaren"] --> B["2: Koplaren"]
    B --> C["3: Computer01 202 / 000"]
    C --> D["4: 0312345678 201 / 000"]
    D --> E["5: Prioritois"]
    E --> F["Stop./Miss"]
    F --> G["6: Stop./Miss"]

    subgraph Panel_1
        H["Spool"] --> I["Opdr.Wachter"]
        I --> J["Volocic"]
    end

    subgraph Panel_2
        K["Details"] --> L["Prioritois"]
        L --> M["Stop./Miss"]
    end

    subgraph Panel_3
        N["1/2"] --> O["File CI 10:30 04/01 020/313 OK"]
        O --> P["Replieren 10:13 04/01 001/313 OK"]
        P --> Q["Xopicron 10:03 04/01 001/313 OK"]
        Q --> R["Computer03 10:33 04/01 018/313 OK"]
        R --> S["Computer04 10:31 04/01 013/313 OK"]
        S --> T["Xopicron 10:00 04/01 010/313 OK"]
    end

    subgraph Panel_4
        U["1/2"] --> V["DataSet"]
        V --> W["Cycorp"]
    end

    subgraph Panel_5
        X["4"] --> Y["Details"]
        Y --> Z["Xopicron 10:31 04/01 013/313 OK"]
        Z --> AA["Xopicron 10:00 04/01 010/313 OK"]
    end

    subgraph Panel_6
        AB["6"] --> AC["Xopicron 10:31 04/01 013/313 OK"]
        AC --> AD["Xopicron 10:00 04/01 010/313 OK"]
    end

(1) Functieselectietabs

Met deze tabs selecteert u welke functie wordt weergegeven in het opdrachtstatuscherm. U kunt de status van kopieeropdrachten controleren door te drukken op de tab [Afdrukopdr.].

(2) Opdrachtenlijst (opdrachtwachtrij)

Opdrachten die wachten om te worden afgedrukt verschijnen in de opdrachtwachtrij als toetsen. De opdrachten worden afgedrukt vanaf bovenaan in de wachtrij. Elke opdrachttoets laat informatie over de opdracht en de huidige status van de opdracht zien.

(3) Selectietoets van opdrachtstatuscherm

Druk op deze toets om te wisselen tussen het scherm opdrachtwachtrij, het scherm uitgevoerde opdrachten en het spool-scherm.

(4) Toets [Details] (scherm opdrachtwachtrij)

Druk op deze toets om uitvoerige informatie over een opdracht weer te geven.

(5) Toets [Prioriteit]

Druk op deze toets om prioriteit te verlenen aan de geselecteerde opdracht.

(6) Toets [Stop./Wis.]

Druk op deze toets om een geselecteerde opdracht te stoppen of wissen.

(7) Opdrachtenlijst (scherm uitgevoerde opdrachten)

Hier worden maximaal 99 uitgevoerde opdrachten weergegeven. Het resultaat (status) van elke uitgevoerde opdracht wordt weergegeven. Kopieeropdrachten die worden gebruikt in de documentarchiveringsfunctie, worden aangegeven als toetsen.

(8) Toets [Details] (scherm uitgevoerde opdrachten)

Wanneer een opdracht in de opdrachtenlijst wordt weergegeven als toets, kunt u op de toets [Details] drukken om uitvoerige informatie over de opdracht weer te geven.

(9) Toets [Oproep]

Druk op deze toets om een kopieeropdracht die is opgeslagen met de functie documentarchivering op te roepen en te gebruiken.

Weergave opdrachttoetsen

Elke opdrachttoets geeft de positie van de opdracht in de opdrachtwachtrij en de huidige status van de opdracht weer. ![](images/fc33014aba57f48e51be971b3520decd80f77a88db885a5c8de19ee6605a6ca5.jpg) (1) Geeft het nummer (de positie) van de opdracht in de wachtrij aan. Als de opdracht die momenteel wordt afgedrukt voltooid is, schuift de opdracht een positie omhoog in de wachtrij. Het nummer verschijnt niet op de toetsen van het scherm met uitgevoerde opdrachten. (2) Functiepictogram Het pictogram verschijnt wanneer de opdracht een kopieeropdracht is. (3) Opdrachtnaam "Kopieren" verschijnt als het een kopieeropdracht betreft. Wanneer de gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, verschijnt de naam van de gebruiker die deze opdracht uitvoerde. (4) Aantal kopieën (sets) dat is opgegeven Deze toets laat zien hoeveel kopieën zijn ingesteld. (5) Aantal uitgevoerde kopieën Deze toets laat zien hoeveel kopieën (sets) zijn uitgevoerd. Terwijl de taak in de opdrachtwachtrij staat, verschijnt "000". (6) Status Geeft de opdrachtstatus weer.
Bericht Status
"Kopieren" Bezig met kopieren.
"Wachten" Opdracht wacht op uitvoering.
"Toner Op" De toner in de tonercartridge is op.Vervang de tonercartridge door een nieuwe cartridge.
"Papier Op"Het papier dat voor deze opdracht wordt gebruikt, is op. Vul het papier aan of schakel om naar een andere papierlade.
"Limiet" De limiet voor het aantal kopieën is overschreden. Vraag naar de beheerder van de machine.
"Fout" Tijdenshet uitvoeren van de opdracht heeft zich een fout voorgedaan. Verhelp de oorzaak van de fout.

EEN OPDRACHT IN DE WACHTRIJ ANNULEREN

Een kopieeropdracht die op afdrukken wacht, kan worden geannuleerd. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/173f1a25f0888e0c029b7f4d96eaf05989743ffb7a5778267bd2ad9af681fd7c.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. ![](images/127de01b8089cdecf753cb0fa9b2dd5c852c50db75ef15388169a401bca41eb6.jpg) (3) (4)

Annuleer de opdracht.

(1) Druk op de tab [Afdrukopdr.]. (2) Wijzig de status van de afdrukopdracht in [Opdr.Wachtr]. Druk op deze toets om de modus te wijzigen. De geselecteerde modus wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets voor het origineelformaat dat u wilt oproepen. (4) Druk op [Stop./Wis.]. (5) Er verschijnt een melding om de annulering te bevestigen. Druk op de toets [Ja]. ![](images/95a16b99dd4c03507c158b45af4c046bb3cc3d0a6678cc3df14ce736fed69400.jpg) De toets voor de geselecteerde taak verdwijnt en het afdrukken wordt geannuleerd. ![](images/5049b42187781d00efe8dc9b4ea4d99050d935a0ac3835a62175f8fb10a42509.jpg) Als de onderhanden opdracht een kopieeropdracht is, kun u ook op de [STOP] toets (©) drukken om bovenstaand scherm weer te geven. Als u wilt annuleren, drukt u op de toets [Ja]. ![](images/0409aa4c68512cf6abd8be57c9cb2e3e126a6e7e4775ee683ff87793ae880f13.jpg) Als u de geselecteerde afdruktaak niet wilt annuleren... Druk dan bij stap 5 op de toets [Nee].

EEN OPDRACHT IN DE WACHTRIJ PRIORITEIT GEVEN

Als er met een kopieeropdracht wordt begonnen terwijl zich reeds meerdere opdrachten in de wachtrij bevinden, verschijnt de kopieeropdracht aan het eind van de wachtrij. Hebt u echter een dringende opdracht, dan kunt u deze prioriteit geven zodat hij eerst wordt uitgevoerd. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/a6810781cb391411b4d592f9fff4c613d240bb3c0f62433d6e9f83b002a0f09d.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/6982a43ad652d398fe7b1c22c112b44903f8a15624d60bb9ab601c2f463d9e79.jpg)

Geef de gewenste opdracht voorrang.

(1) Druk op de tab [Afdrukopdr.]. (2) Wijzig de status van de afdruktaak in [Opdr.Wachtr]. Druk op deze toets om de modus te wijzigen. De geselecteerde modus wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets van de kopieeropdracht die u voorrang wilt geven. (4) Druk op [Prioriteit]. De huidige afdrukopdracht wordt gestopt en de bij (3) geselecteerde opdracht wordt afgedrukt.

INFORMATIE CONTROLEREN OVER EEN KOPIEEROPDRACHT IN DE WACHTRIJ

U kunt uitvoerige informatie weergeven over een kopieeropdracht in de wachtrij. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/85c2b74fc6c19ccef0144a1f6c9c89463c1d09fbf2200d91b204ce656c1831b0.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. ![](images/1739841fb915f27acf066d6e390cf092676e037a6d64d210ec2089fbd9c21278.jpg)

Opdrachtgegevens controleren

(1) Druk op de tab [Afdrukopdr.]. (2) Wijzig de status van de afdruktaak in [Opdr.Wachtr]. Druk op deze toets om de modus te wijzigen. De geselecteerde modus wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets van de opdracht die u wilt controleren. (4) Druk op de toets [Details]. Het opdrachtcontrolescherm van de bij (3) geselecteerde opdracht verschijnt. ![](images/1574302cdc56cd28ef567ca1d9b49fb29e050a707694ca504cf9bc6421fa7072.jpg) 2 ![](images/b444272384e591e487412544684f66753bcac69dee313d3372382eed298fc267.jpg)

Toets [Papierformaat]

Als een kopieeropdracht wordt gestopt omdat het papier op is, kunt u op de toets [Papierformaat] drukken om over te stappen op een andere papierlade. Als u op de toets [Papierformaat] drukt, verschijnt het scherm om de papierlade te kiezen. PAPIERLADEN (pagina 2-11) Druk op de toets voor de lade die het formaat papier heeft dat u wilt gebruiken en druk vervolgens op [OK]. De onderbroken kopieeropdracht wordt hervat.

KOPIEERBEWERKINGEN OPSLAAN

(opdrachtprogramma's)

Een opdrachtprogramma is een groep kopieerinstellingen die u samen opslaat. Als u kopieerinstellingen opslaat in een opdrachtprogramma, kunt u met een eenvoudige handeling de instellingen oproepen en gebruiken voor een kopieeropdracht. Stel dat u CAD-tekeningen van formaat A3 (11" x 17") eenmaal per maand voor het archief kopieert met de volgende instellingen: CAD-tekeningen van A3 (11" x 17")-formaat ![](images/6ea78b6d804e3ec2ac6e3d83d392d263b236bf1701b7abf87424dda34f915569.jpg) (1) De CAD-tekeningen van formaat A3 (11" x 17") worden verkleind tot formaat A4 (8-1/2" x 11"). (2) De tekeningen bevatten dunne lijnen die niet erg duidelijk zijn. Daarom wordt een donkere belichtinginstelling (niveau 4) gebruikt. (3) Als u het papierverbruik wilt halveren, kopieert u 2-zijdig. (4) Kantlijnverschuiving wordt toegepast, zodat er ruimte is voor de perforatiegaten.

Indien geen opdrachtprogramma is opgeslagen Indien een opdrachtprogramma is opgeslagen

Stel verkleining A3 (11" x 17") tot A4 (8-1/2 x 11") in ![](images/3935c030873496f1fb53ed53448863aa3ee107e57cfc9c47b7d0b4ab836d0532.jpg) Wijzig de belichtinginstelling ![](images/fa908d69841fb94b20a76d01400f46d3c3eda32ed32f3bd0a96c2c2f75f46a3a.jpg) Selecteer 2-zijdige kopie ![](images/df89f7bdc4fbf8ed60b702751970f993fc69bac3b2b82ba13a114f7418c6fd55.jpg) Selecteer kantlijnverschuiving ![](images/95a7b47717b81bdde92b2472c5dee4f79da921a3f70a6ab161d3e447777d5730.jpg) Selecteer de perforatiegatinstellingen ![](images/2432a89cc8db0b6976ea43e6d675238784211fdc0841373aadb2ec8fe699e661.jpg) Druk op [START]. Het kost elke maand veel tijd om de documenten te kopieren omdat bovenstaande instellingen geselecteerd moeten worden. Bovendien maakt u soms fouten bij het selecteren van de instellingen en dan moet u opnieuw kopieren. ![](images/37e229b935b2b83a16fe7e289950103d567c6127cfec6eb3c8339ad6cb339897.jpg) Druk op de toets [#/P] (V.P) ![](images/002b0c2526335130dbb7534f17fd4cd2d795e078c0875876b47c8ec0cde8d279.jpg) ![](images/d1b7142905a549f8f8969c67dd5fc04d652b727b3566a139a2c524a1ef1a2ad8.jpg) Druk op de opgeslagen programmatoets. ![](images/1dd6e3cf9b96e024ffde721c6e454b83051e366d35d8f7812a2edf8214a8a548.jpg) Druk op [START]. De instellingen worden opgeslagen in een opdrachtprogramma, zodat u ze met één druk op een toets kunt selecteren. Dit is eenvoudig en kost geen tijd. Bovendien worden alle instellingen opgeslagen, zodat u geen fouten maakt en niet opnieuw hoeft te kopieren vanwege verkeerde instellingen. ![](images/48ac1e38840609d8a909b93cb1ed73ead50fb23144a681f2dd09c4e6cdff9bba.jpg) - Er kunnen 48 opdrachtprogramma's worden opgeslagen. De opdrachtprogramma's blijven ook behouden na stroomstoringen. - U kunt opdrachtprogramma's ook opslaan in de webpagina's. Klik op [Werkprogramma] en vervolgens in het webpaginamenu op [Kopieren] om een opdrachtprogramma op te slaan.

OPDRACHTPROGRAMMA OPSLAAN (BEWERKEN/WISSEN)

Hieronder wordt uitgelegd hoe u kopieerinstellingen in een opdrachtprogramma opslaat en hoe u een opdrachtprogramma wist. 1 ![](images/f3423df98e30a95119d19ea61565b56eef1d7a36f902b229995b7a93f8b7955c.jpg) Druk op de toets [#/P] (Y/P) 2 ![](images/04470a619164647602bd754880e9b61993f0070af359d5a02204c40b6db6e535.jpg) Druk op de tab [Opslaan/Wissen]. ![](images/4432a5e3031271a43c0570e178387de9feff4a722ccdfd248b16106dbe16c72d.jpg)

Druk op een cijfertoets.

Cijfertoetsen waarin al opdrachtprogramma's zijn opgeslagen, worden gemarkeerd. - Druk op een cijfertoets om een opdrachtprogramma op te slaan dat niet gemarkeerd is. - Druk op de toets waaronder een opdrachtprogramma is opgeslagen (gemarkeerde toets) om een opdrachtprogramma te wijzigen of te wissen. 3 ![](images/2fda473092dda3512403b6de0a77b00f05182bfd1c246be85dc96efc9cecc7a4.jpg)

Een opdrachtprogramma bewerken of wissen...

Wanneer u op een gemarkeerde cijfertoets drukt, verschijnt het volgende scherm. U kunt op de toets [Opslaan] drukken om de opgeslagen instellingen te wissen en nieuwe instellingen op te slaan. Ga door met de volgende stap. Wanneer u op de toets [Wissen] drukt, worden de opgeslagen instellingen gewist. Druk op de toets [Verlaten] om naar het basisscherm terug te keren als het wissen voltooid is. ![](images/a37fd0e429abf2015a64b8099c9620a7dffbd61a661a0dc214adb8f8e6a794c8.jpg) Wanneer "Opheffen van werk-programma's uitschakelen" is ingeschakeld in de systeeminstellingen, kan een opgeslagen opdrachtprogramma niet worden bewerkt of gewist. ![](images/18e1beed6efc1cc52292f16db91d48eb0f46bfb791c70464ac57d97e77df95a0.jpg)

Selecteer de kopieerinstellingen die u wilt opslaan in het opdrachtprogramma en druk op de toets [OK].

Als u een naam wilt toekennen aan het programma, drukt u op de toets [Programmanaam]. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. U kunt 10 tekens invoeren voor de naam. Druk op [OK] als u klaar bent. Met de opgeslagen informatie die te zien is in het scherm keert u terug naar het basisscherm. ![](images/7b7dc6f2bf49a5509f05c12559a4d0f35f00dce0aa26021e17ce2442d9812849.jpg) Het aantal kopieën kunt u niet opslaan.

BIJLAGE

Voorbeelden van kaften en insteekvellen

Op de volgende pagina's ziet u de verhouding tussen de originelen en kopieën wanneer kaften en insteekvellen worden ingevoegd.

Kaften

- 1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen - 1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen - 2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen - 2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen

Insteekvellen

- 1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen - 1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen - 2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen - 2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen

Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen

De volgende symbolen worden gebruikt om de uitleg inzichtelijker te maken. De cijfers geven aan met welk origineel een kopie correspondeert. Ze variëren naargelang de instellingen.
SoortSymboolBetekenisPictogram op schermSoortSymboolBetekenisPictogram op scherm
VoorkaftSHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 1Voorkaft als daarop niet wordt gekopieerd.SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 2InsteekvellenSHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 3Insteekvel waarop niet wordt gekopieerd.SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 4
SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 5Voorkaft wanneer op één zijde wordt gekopieerd.SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 6SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 7Insteekvel wanneer op één zijde wordt gekopieerd.[7ZG2]
SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 8Voorkaft wanneer een 2-zijdig origineel wordt gekopieerd op één zijde van het kaft. (Eén pagina wordt niet gekopieerd.)SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 9Insteekvel wanneer een 2-zijdig origineel wordt gekopieerd op één zijde van het insteekvel. (Eén pagina wordt niet gekopieerd.)
[145WY]Voorkaft wanneer op beide zijden wordt gekopieerd.SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 10[3]Insteekvel wanneer op beide zijden wordt gekopieerd.SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 11
AchterkaftSHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 12Achterkaft als daarop niet wordt gekopieerd.SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 13Andere symbolenSHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 141-zijdig origineel of uitvoerpagina van normaal 1-zijdig kopiëren.
SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 15Achterkaft wanneer een 1-zijdig origineel wordt gekopieerd op één zijde van de achterkaft.[2XD5]SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 162-zijdig origineel of uitvoerpagina van normaal 2-zijdig kopiëren.
SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 17Achterkaft wanneer een 2-zijdig origineel wordt gekopieerd op één zijde van de achterkaft. (Eén pagina wordt niet gekopieerd.)SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 181-zijdig origineel of uitvoerpagina van normaal 1-zijdig kopiëren.
SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 19Achterkaft wanneer op beide zijden wordt gekopieerd.SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 20SHARP MX-M452N - Symbolen die worden gebruikt voor kaften en insteekvellen - 21Uitvoerpagina van 2-zijdig kopiëren wanneer slechts op één zijde wordt gekopieerd door gebrek aan originelen.

Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen)

U maakt 1-zijdige kopieën van de volgende 1-zijdige originelen.
EerstepaginaTweedepaginaDerdepaginaVierdepaginaVijfdepaginaZesdepagina
SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 1iSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 2SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 3SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 4SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 5SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 6
KaftkopieersituatieResulterende kopieën
Voorkaft Achterkaft
Niet kopiëren Niet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 7SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 8SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 9SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 10SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 11SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 12SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 13SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 14
1-zijdig kopiërenNiet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 15SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 16SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 17SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 18SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 19SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 20SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 21
2-zijdig kopiërenNiet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 22SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 23SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 24SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 25SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 26SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 27SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 28
Niet kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 29SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 30SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 31SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 32SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 33SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 34SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 35
Niet kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 36SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 37SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 38SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 39SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 40SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 41
1-zijdig kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 42SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 43SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 44SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 45SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 46SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 47
1-zijdig kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 48SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 49SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 50SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 51SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 52
2-zijdig kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 53SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 54SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 55SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 56SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 57
2-zijdig kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 58SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 59SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 60SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 61

Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen)

2-zijdige kopieën worden van de volgende 1-zijdige originelen gemaakt.
EerstepaginaTweedepaginaDerdepaginaVierdepaginaVijfdepaginaZesdepagina
SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 1SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 2SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 3SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 4SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 5SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 6
KaftkopieersituatieResulterende kopieën
Voorkaft Achterkaft
Niet kopiëren Niet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 7SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 8SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 9SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 10SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 11
1-zijdig kopiërenNiet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 12SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 13SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 14SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 15SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 16
2-zijdig kopiërenNiet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 17SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 18SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 19SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 20
Niet kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 21SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 22SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 23SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 24SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 25
Niet kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 26SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 27SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 28SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 29
1-zijdig kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 30SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 31SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 32SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 33
1-zijdig kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 34SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 35SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 36SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 37
2-zijdig kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 38SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 39SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 40SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 41
2-zijdig kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 42SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 43SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 1-zijdige originelen) - 44

Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen)

U maakt 1-zijdige kopieën van de volgende 2-zijdige originelen.
EerstepaginaTweedepaginaDerdepagina
SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 1SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 2SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 3
KaftkopieersituatieResulterende kopieën
Voorkaft Achterkaft
Niet kopiëren Niet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 4SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 5SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 6SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 7SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 8SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 9SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 10SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 11
1-zijdig kopiërenNiet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 12SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 13SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 14SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 15SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 16SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 17SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 18
2-zijdig kopiërenNiet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 19SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 20SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 21SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 22SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 23SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 24SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 25
Niet kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 26[W7YS]SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 27SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 28SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 29SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 30SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 31
Niet kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 32SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 33SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 34SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 35SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 36SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 37
1-zijdig kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 38SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 39SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 40SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 41SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 42SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 43
1-zijdig kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 44SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 45SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 46SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 47SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 48
2-zijdig kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 49SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 50SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 51SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 52SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 53
2-zijdig kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 54SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 55SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 56SHARP MX-M452N - Kaften (1-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 57

Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen)

2-zijdige kopieën worden van de volgende 2-zijdige originelen gemaakt.
EerstepaginaTweedepaginaDerdepagina
SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 1SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 2SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 3
KaftkopieersituatieResulterende kopieën
Voorkaft Achterkaft
Niet kopiëren Niet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 4SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 5SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 6SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 7SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 8
1-zijdig kopiërenNiet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 9SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 10SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 11SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 12
2-zijdig kopiërenNiet kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 13SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 14SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 15SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 16
Niet kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 17SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 18SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 19SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 20
Niet kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 21SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 22SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 23SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 24
1-zijdig kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 25SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 26SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 27
1-zijdig kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 28SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 29SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 30
2-zijdig kopiëren1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 31SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 32SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 33
2-zijdig kopiëren2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 34SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 35SHARP MX-M452N - Kaften (2-zijdig kopiëren van 2-zijdige originelen) - 36

Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen)

1-zijdig en 2-zijdig kopiëren van de volgende 1-zijdige originelen. Er wordt een voorbeeld gegeven van het toevoegen van een insteekvel op het derde vel. (Wanneer "Insteekpagina" is ingesteld op "3" in de insteekvelinstellingen van de insteekinstellingen in de speciale functies.)
Eerste paginaTweede paginaDerde paginaVierde paginaVijfde paginaZesde pagina
SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 1SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 2SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 3SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 4SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 5SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 6
Kopieersituatie insteekvelResulterende kopieën (1-zijdig kopieren)Resulterende kopieën (2-zijdig kopieren)
Niet kopieren56SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 7SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 8SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 9SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 10SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 11SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 12SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 13SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 14SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 15SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 16SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 17
1-zijdig kopierenSHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 18SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 19SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 20SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 21SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 22SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 23SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 24SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 25SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 26SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 27
2-zijdig kopierenSHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 28SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 29SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 30SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 31SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 32SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 33SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 34SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 1-zijdige originelen) - 35

Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen)

1-zijdig en 2-zijdig kopieren van de volgende 2-zijdige originelen. Er wordt een voorbeeld gegeven van het toevoegen van een insteekvel op het derde vel. (Wanneer "Insteekpagina" is ingesteld op "3" in de insteekvelinstellingen van de insteekinstellingen in de speciale functies.)
EerstepaginaTweedepaginaDerdepagina
SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 1SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 2SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 3
Kopieersituatie insteekvelResulterende kopieën (1-zijdig kopiëren)Resulterende kopieën (2-zijdig kopiëren)
Niet kopiëren6SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 4SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 5SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 6SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 7
SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 8SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 9SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 10SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 11SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 12SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 13SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 14
1-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 15SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 16SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 17SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 18SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 19SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 20SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 21SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 22SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 23
2-zijdig kopiërenSHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 24SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 25SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 26SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 27SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 28[5BYW]SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 29SHARP MX-M452N - Insteekvellen (kopiëren van 2-zijdige originelen) - 30

HOOFDSTUK 3 PRINTER

In dit hoofdstuk vindt u uitgebreide uitleg over de procedures voor het gebruik van de printerfunctie. PRINTERFUNCTIE VAN DE MACHINE.... 3-3

AFDRUKKEN VANUIT WINDOWS

BASISPROCEDURE VOOR AFDRUKKEN 3-4 • HET PAPIER SELECTEREN 3-6 • AFDRUKKEN OP ENVELOPPEN 3-7 AFDRUKKEN ALS DE GEBRUIKERSAUTHENTICATIEFUNCTIE IS INGESCHAKELD 3-8 DE HELP-FUNCTIE VAN DE PRINTERDRIVER WEERGEVEN 3-11 VEELGEBRUIKTE AFDRUKINSTELLINGEN OPSLAAN 3-12 - INSTELLINGEN OPSLAAN TIJDENS HET AFDRUKKEN 3-12 - OPGESLAGEN INSTELLINGEN GEBRUIKEN .... 3-14 DE STANDAARDINSTELLINGEN VAN DE PRINTERDRIVER WIJZIGEN 3-15

AFDRUKKEN VANAF EEN MACINTOSH-COMPUTER

BASISPROCEDURE VOOR AFDRUKKEN 3-17 • PAPIERINSTELLINGEN SELECTEREN ..... 3-17 • AFDRUKKEN 3-18 • HET PAPIER SELECTEREN 3-20 • AFDRUKKEN OP ENVELOPPEN 3-21 AFDRUKKEN ALS DE GEBRUIKERSAUTHENTICATIEFUNCTIE IS INGESCHAKELD 3-22

VEEL GEBRUIKTE FUNCTIES

2-ZIJDIG AFDRUKKEN 3-24 DE AFBEELDING AANPASSEN AAN HET PAPIER... 3-26 MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN 3-27 AFDRUKKEN NIETEN/PERFOREREN 3-29

HANDIGE AFDRUKFUNCTIES

HANDIGE FUNCTIES VOOR HET MAKEN VAN BOEKJES EN POSTERS 3-31 - EEN BOEKJE MAKEN (Inbindkopie/Inbindkopie Nieten).... 3-31 • DE MARGE VERGROTEN (Margeverschuiving) . . . 3-33 - EEN POSTER MAKEN (Poster afdrukken).... 3-34 FUNCTIES VOOR HET AANPASSEN VAN HET FORMAAT EN DE STAND VAN DE AFBEELDING ... 3-35 - HET AFDRUKBEELD 180 GRADEN DRAAIEN (180 graden draaien). 3-35 - HET AFDRUKBEELD VERGROTEN/VERKLEINEN (Zoom/XY-zoom) ... 3-36 • LIJNDIKTE AANPASSEN BIJ HET AFDRUKKEN (Lijndikte-instellingen) .... 3-37 • DE AFBEELDING SPIEGELEN (Spiegelbeeld) ... 3-38 DE FUNCTIE AFBEELDINGSAANPASSING ..... 3-39 - HELDERHEID EN CONTRAST VAN DE AFBEELDING INSTELLEN (Beeldafstelling) ..... 3-39 - ONDUIDELIJKE TEKST EN LIJNEN IN ZWART AFDRUKKEN (Tekst naar zwart/Vector naar zwart). 3-40 FUNCTIES VOOR HET COMBINEREN VAN TEKST EN AFBEELDINGEN.... 3-41 - EEN WATERMERK TOEVOEGEN AAN AFDRUKKEN (Watermerk) 3-41 - EEN AFBEELDING OVER DE AFDRUKGEGEVENS AFDRUKKEN (Afbeeldingsstempel).... 3-42 • OVERLAYS MAKEN VOOR AFDRUKGEGEVENS (Overlays) 3-43 ![](images/9663d5f5d2b72a65e6d1e04353649bfdaf5b481dd70cdf4e4dc36a814aaecb2a.jpg)

AFDRUKFUNCTIES VOOR SPECIALE

DOELEINDEN 3-44

• GESPECIFICEERDE PAGINA'S OP ANDER PAPIER AFDRUKKEN (Ander papier) 3-44 • INVOEGVELLEN TOEVOEGEN BIJ HET AFDRUKKEN OP TRANSPARANTEN (Transparant-insteekvellen) 3-46 - EEN CARBONAFDRUK MAKEN (Carbonafdruk) 3-47 - TEKST AFDRUKKEN OP TABS VAN TABPAPIER (Afdrukken op tabpapier/Tabpapierinstellingen) 3-48 - TWEEZIJDIG AFDRUKKEN WAARBIJ BEPAALDE PAGINA'S OP DE VOORZIJDE WORDEN AFGEDRUKT (Hoofdstukinvoegingen) 3-51 - AFGEDRUKT PAPIER DUBBELVOUWEN (Vouwen) 3-52

HANDIGE PRINTERFUNCTIES 3-53

- TWEE MACHINES GEBRUIKEN OM EEN GROTE AFDRUKTAAK UIT TE VOEREN (Tandemafdruk) 3-53 - AFDRUKBESTANDEN OPSLAAN EN GEBRUIKEN (Vasthouden/Documentarchivering).... 3-54

AFDRUKKEN ZONDER DE PRINTERDRIVER

DIRECT AFDRUKKEN VANAF HET APPARAAT ..... 3-57

- DIRECT AFDRUKKEN VAN EEN BESTAND OP EEN FTP-SERVER 3-58 - DIRECT AFDRUKKEN VAN EEN BESTAND IN EEN USB-GEHEUGEN 3-59 - EEN BESTAND IN EEN NETWERKMAP DIRECT AFDRUKKEN 3-61

DIRECT AFDRUKKEN VANAF EEN COMPUTER .... 3-64

• AFDRUKTAAK INDIENEN 3-64 - FTP AFDRUKKEN 3-64 • E-MAIL AFDRUKKEN 3-65

DE AFDRUKSTATUS CONTROLEREN

OPDRACHTSTATUSCHERM 3-66

\- SPOOL SCHERM/SCHERM OPDRACHTEN IN DE WACHTRIJ/SCHERM UITGEVOERDE OPDRACHTEN 3-67

EEN VERSLEUTELD PDF-BESTAND

AFDRUKKEN.... 3-69

VOORRANG GEVEN AAN EEN

AFDRUKTAAK/EEN AFDRUKTAAK ANNULEREN ... 3-70

• VOORRANG GEVEN AAN EEN AFDRUKTAAK... 3-70 • EEN AFDRUKTAAK ANNULEREN.... 3-71

OVERSTAPPEN OP EEN ANDER

PAPIERFORMAAT ALS HET PAPIER OPRAAKT. ... 3-72

BIJLAGE

SPECIFICATIELIJST PRINTERDRIVER.... 3-73

SPECIFICATIES PRINTER 3-75

PRINTERFUNCTIE VAN DE MACHINE

De machine is standaard uitgerust met een printerfunctie. Om te kunnen afdrukken vanuit uw computer moet een printerdriver zijn geïnstalleerd. Stel met behulp van de onderstaande tabel vast welke printerdriver bij uw omgeving past.
Omgeving Typeprinterdriver Opmerkingen
WindowsPCL6, PCL5eHet apparaat ondersteunt de Hewlett-Packard PCL6- en PCL5e-printerbesturingstalen. Het gebruik van de PCL6-printerdriver wordt aanbevolen. Als u problemen ondervindt bij het afdrukken met oudere software bij gebruik van de PCL6-printerdriver, gebruik dan de PCL5e-printerdriver.Kan worden gebruikt in de standaardconfiguratie van de machine.
PSDeze printerdriver ondersteunt de PostScript 3-paginabeschrijvingstaal die is ontwikkeld door Adobe Systems Incorporated zodat het apparaat als een met PostScript 3 compatibele printer kan worden gebruikt.(Voor gebruikers die de standaard Windows PS-printerdriver willen gebruiken, is een PPD-bestand beschikbaar.)De PS3 uitbreidingskit moet geïnstalleerd zijn.
Macintosh

Het installeren van de printerdriver in een Windows-omgeving

Om de printerdriver te installeren en de instellingen te configureren in een Windows-omgeving, zie "INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING" (pagina 1-79) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". ![](images/b15b6d46ad0b6f34c45e501ff0297aa442416e98fd98bedc2d3e9dab6aa78e3f.jpg) Voor de uitleg over afdrukken in Windows-omgevingen in deze handleiding zijn voornamelijk de schermen van de PCL6-printerdriver gebruikt. De schermen van de printerdriver kunnen iets verschillen naargelang de printerdriver die u gebruikt.

Het installeren van de printerdriver in een Macintosh-omgeving

In een Macintosh-omgeving moet de PS3 uitbreidingskit geïnstalleerd zijn om de machine te gebruiken als een netwerkprinter. Om de printerdriver te installeren en de instellingen te configureren in een Macintosh-omgeving, zie "INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING" (pagina 1-107) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT".

AFDRUKKEN VANUIT WINDOWS

BASISPROCEDURE VOOR AFDRUKKEN

In het volgende voorbeeld wordt uitgelegd hoe u een document kunt afdrukken vanuit "WordPad", een standaardonderdeel van Windows.

1

![](images/773635dfbb33366ee17a3b0a31a7d98e5531a9cc351b74126f095b83cc1b5cc6.jpg)

Selecteer [Afdrukken] in het menu [Bestand] van WordPad.

Als u Windows 7 gebruikt, klik dan op de knop ![](images/bbabb1a3f7b529527f565067386470a1e9bb75af7f1e9365caeb8cd69062554c.jpg) ![](images/4395bfb8869307d3b599fa03e43cda2c9c9a2d293b95faf8574292c320800245.jpg) Het menu om af te drukken varieert mogelijk naargelang de softwareapplicatie.

2

![](images/cc341bc8da2724f2aec6c4e62de5ab8961b344c121d8b4b7e1e3665c6fe971f7.jpg) (1) (2)

Open het instelvenster van de printerdriver.

(1) Selecteer de printerdriver van het apparaat.

- Als de printerdrivers worden weergegeven als pictogrammen, klik dan op het pictogram van de gewenste printerdriver. - Als de printerdrivers worden weergegeven in een lijst, selecteer dan de naam van de gewenste printerdriver uit de lijst.

(2) Klik op de knop [Voorkeursinstellingen].

Als u Windows 2000 gebruikt, wordt de knop [Voorkeursinstellingen] niet weergegeven. Klik op een tabblad in het dialoogvenster "Afdrukken" om de instellingen op dat tabblad te wijzigen. ![](images/3eea97c59717564dbc2605f8a742f77f34e274c195b2e0c2588249f8ca0bf397.jpg) De knop die wordt gebruikt om het instelvenster van de printerdriver te openen (meestal [Eigenschappen] of [Voorkeursinstellingen]) kan variëren naargelang de gebruikte software. ![](images/f6eae74db563ff45782e32c6cf2d85baa401dafee0b2a31ca3237f71f2a3e88f.jpg) (3) ![](images/4cc46489e02943566e2b369eba194eb65b5bd7d1e0f680c28b030f4c57717a22.jpg) - Zorg dat het papierformaat gelijk is aan het ingestelde papierformaat in de softwareapplicatie. - Er kunnen acht aangepaste papierformaten worden opgeslagen. Door aangepaste papierformaten op te slaan, kunt u dat formaat eenvoudiger opgeven als u het nodig hebt. Sla een paperformaat op door [Extra papier] of een van de opties [Gebruiker 1] tot [Gebruiker 7] uit het vervolgmenu te selecteren en op de toets [Extra] te klikken. ![](images/ded82f925cc78c408859369d84c62d4851d785d0127a2cd9865250c8e624fe18.jpg)

Selecteer de afdrukinstellingen.

(1) Klik op het tabblad [Papier]. (2) Selecteer het papierformaat. Als u instellingen op andere tabbladen wilt wijzigen, klikt u op het gewenste tabblad en kiest u vervolgens de instellingen. (3) Klik op [OK].

Klik op de knop [Afdrukken].

Het afdrukken begint.

HET PAPIER SELECTEREN

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de instelling "Papierkeuze" configureert op het tabblad [Papier] van het instelvenster van de printerdriver. Controleer voordat u gaat afdrukken het papiertype en -formaat en de aanwezige hoeveelheid papier in de laden van het apparaat. Als u de meest actuele informatie over de lades wilt bekijken, klikt u op de knop [Ladestatus]. Papierkeuze Papierinvoerbron: Automatishe keuze ![](images/3846c5bfea7881c07c7d1bfa3e0283c2584a18246eb4b8f714598181d706aa94.jpg) Papiertype: Automatishe keuze ![](images/6e2f38ca6d77b46d53371ed76cbb077ac1b185d9d9b0ee439368f043b0d0aef4.jpg) Ladestatus.. \- Als [Automatische keuze] is geselecteerd in "Papierinvoerbron" Het apparaat selecteert automatisch de lade die papier bevat van het onder "Papierformaat" en "Papiertype" op het tabblad [Papier] gespecificeerde formaat en type. \- Als een andere optie dan [Automatische keuze] is geselecteerd in "Papierinvoerbron" De opgegeven lade wordt gebruikt om af te drukken, ongeacht de instelling van "Papierformaat".

Als [Handinvoer] is geselecteerd

De "Papiertype" moet ook geselecteerd zijn. Controleer de handinvoer en zorg dat het gewenste soort papier is geladen. Selecteer vervolgens de juiste instelling voor "Papiertype". ![](images/928d498e2e51fce954c6572270b48f14809edeedb7be6c1318c6176576139fa4.jpg) - Ook speciale media zoals enveloppen kunt u in de handinvoer plaatsen. Voor de procedure van het laden van papier en andere media in de handinvoerlade, zie "PAPIER LADEN IN DE HANDINVOERLADE" (pagina 1-34) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". - Wanneer "Papierformaat herkenning handinvoer inschakelen" (uitgeschakeld in fabrieksstandaard) of "Papiersoort herkenning handinvoer inschakelen" (ingeschakeld in fabrieksstandaard) is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder) wordt niet afgedrukt als het papierformaat en de papiersoort die zijn opgegeven in de printerdriver anders zijn dan het papierformaat of de papiersoort die zijn opgegeven in de instellingen van de handinvoer. \- Als [Automatische keuze] is geselecteerd in "Papiersoort" Er wordt automatisch een lade geselecteerd met normaal of gerecycled papier van het formaat dat is opgegeven bij "Papierformaat". (De standaard fabrieksinstelling is alleen normaal papier.) \- Als een andere optie dan [Automatische keuze] is geselecteerd in "Papiersoort" Voor het afdrukken wordt een lade gebruikt met de opgegeven soort papier van het opgegeven formaat bij "Papierformaat". ![](images/fbf2852e86c20382f50813108d73217badd00d382894962364b56875368dcdc5.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Doorvoerlade overslaan bij automatische papierselectie

Wanneer [Automatische keuze] is geselecteerd in "Papierkeuze" geeft u op of papier in de handinvoer al dan niet wordt uitgesloten van het papier dat kan worden geselecteerd. Als fabrieksstandaard is deze instelling uitgeschakeld. Papier in de handinvoer behoort tot papier dat automatisch kan worden geselecteerd. Als u vaak speciale media in de handinvoer laadt, is het aan te raden deze instelling in te schakelen.

AFDRUKKEN OP ENVELOPPEN

Met de handinvoerlade kunt u op speciale media zoals enveloppen afdrukken. De procedure voor het afdrukken op een envelop vanuit het eigenschappenscherm van de printerdriver wordt hieronder beschreven. Voor de soorten papier die in de handinvoerlade kunnen worden gebruikt, zie "BELANGRIJKE OPMERKINGEN OVER PAPIER" (pagina 1-27) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". Voor de procedure van het laden van papier in de handinvoerlade, zie "PAPIER LADEN IN DE HANDINVOERLADE" (pagina 1-34) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". Selecteer het envelopformaat (zoals DL) bij de betreffende instellingen van de applicatie (in de meeste applicaties "Pagina-instellingen") en voer dan de volgende stappen uit. ![](images/f3832b6060f76fc0e1d779ebb3574bcfa47e9e4259b962ffadde36a01d2bb613.jpg) (1) Klik op het tabblad [Papier]. (2) Selecteer het envelopformaat uit het menu "Papierformaat". (3) Selecteer [Handinvoer] uit het menu "Papierinvoerbron" of "Papierkeuze". (4) Selecteer [Envelop] uit het menu "Papiertype". Stel het papiertype van de handinvoer in op [Envelop] en zorg dat de envelop in de handinvoer is geladen. ![](images/6434e1f7a192f618679d2af9234b99d482dcfde7b2e460b5cab2fecacc244d4d.jpg) - We raden aan om eerst een testpagina af te drukken om het afdrukresultaat te controleren voordat u een envelop gebruikt. - Bij media die alleen in een bepaalde stand kunnen worden geplaatst zoals een envelop, kunt u het beeld desnoods 180 graden draaien. Zie voor meer informatie "HET AFDRUKBEELD 180 GRADEN DRAAIEN (180 graden draaien)" (pagina 3-35). - Voor meer informatie over "Papierkeuze", zie "HET PAPIER SELECTEREN" (pagina 3-6).

AFDRUKKEN ALS DE GEBRUIKERSAUTHENTICATIEFUNCTIE IS INGESCHAKELD

Als de functie gebruikersauthenticatie is ingeschakeld in de systeeminstellingen van het apparaat (beheerder), moet u uw gebruikersinformatie (loginnaam, wachtwoord etc.) invoeren in het eigenschappenvenster van de printerdriver voordat u kunt afdrukken. De in te voeren informatie varieert naargelang de gebruikte authenticatiemethode, dus neem contact op met de beheerder van het apparaat voordat u gaat afdrukken. 1 ![](images/da69684dc289b802c870e2733831805cc5a068cf16ce9792614d8bbe1010d7c9.jpg) (1) (2) Open het eigenschappenvenster voor de printerdriver vanuit het afdrukvenster van de softwaretoepassing. (1) Selecteer de printerdriver van het apparaat. (2) Klik op de knop [Voorkeursinstellingen]. ![](images/a2d0f23c00fcd4a56cd3a191e033c449dd6f02a24757ec128e4891f4ab4a72b0.jpg) De knop die wordt gebruikt om het instelvenster van de printerdriver te openen (meestal [Eigenschappen] of [Voorkeursinstellingen]) kan variëren naargelang de gebruikte software. ![](images/3d98c35c76e4282927f282d9625edc9ab220d5ed4d4a69e35b4a994a9cb5e8f2.jpg) (4) (3)

Voer uw loginnaam en wachtwoord in.

(1) Klik op het tabblad [Taakverwerking]. (2) Voer uw gebruikersinformatie in. \- Als de authenticatie plaatsvindt via loginnaam/wachtwoord Schakel de selectievakjes [Loginnaam] en [Wachtwoord] in zodat er vinkjes in verschijnen en voer uw loginnaam en wachtwoord in. Voer 1 tot 32 tekens in voor het wachtwoord. \- Als de authenticatie plaatsvindt op gebruikersnummer Klik op het vakje [Gebruikersnummer] en voer een gebruikersnummer in (5 tot 8 cijfers). ![](images/2320744899127e1dd57a5323bc9d07b8441d920e4917c55e3b39022ed1b7222a.jpg) Als [Gebruikersauthenticatie] is geselecteerd bij [Afdrukbeleid] op het tabblad [Configuratie], dan kunt u de gebruikersinformatie hier niet invullen. Voer de gebruikersinformatie in het dialoogvenster in wanneer u gaat afdrukken. (3) Voer zonodig de gebruikersnaam en taaknaam in. \- Gebruikersnaam Klik op het vakje [Gebruikersnaam] en voer een gebruikersnaam in (maximaal 32 tekens). De door u ingevoerde gebruikersnaam verschijnt bovenaan het bedieningspaneel. Als u geen gebruikersnaam invoert, wordt de aanmeldnaam van uw computer weergegeven. - Naam taak Klik op het vakje [Naam taak] en voer een taaknaam in (maximaal 30 tekens). De door u ingevoerde taaknaam verschijnt bovenaan het bedieningspaneel als bestandnaam. Als u geen taaknaam invoert, wordt de ingestelde bestandnaam uit de softwareapplicatie weergegeven. (4) Klik op de toets [OK]. ![](images/eaf87cdc567ee3c50d4187c5353616fbbac8e2e3574d1b1818d954022144c95a.jpg) Als u wilt dat een bevestigingsvenster wordt weergegeven voordat het afdrukken start, schakelt u het selectievakje [Contr.opd.regeling] in zodat er een vinkje in verschijnt. ![](images/586f4d5e5d35a6d06a8b532522d5467b96b9d119200d860db11ad4b00d7c58f5.jpg) Begin met afdrukken. ![](images/0985c9e8121be8afe52be9e52bbb2668c1796c35debc93dd770cdda6eecfb0ff.jpg) - Zelfs wanneer gebruikersauthenticatie ingeschakeld staat in de systeeminstellingen (beheerder), kan normaliter zonder invoer van gebruikersgegevens worden afgedrukt. Het aantal afgedrukte pagina's wordt opgeteld bij de telling van "Andere gebruiker". In dit geval gelden voor andere afdrukfuncties mogelijk beperkingen. Vraag uw beheerder om meer informatie. - De functie gebruikersauthenticatie van het apparaat kan niet worden gebruikt wanneer het PPD-bestand\* is geïnstalleerd en de standaard PS-printerdriver van Windows wordt gebruikt. Om die reden is afdrukken niet mogelijk wanneer afdrukken door ongeldige gebruikers is geblokkeerd in de systeeminstellingen (beheerder). \* Het PPD-bestand stelt het apparaat in staat om af te drukken door middel van de standaard PS-printerdriver van het besturingssysteem. ![](images/9c3b433460579bdf78e94f0ada7c7b65ab30e1a93b2ff11c01c053889a11cfd9.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Afdrukken door ongeldige gebruiker uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om afdrukken door gebruikers voor wie geen gebruikersinformatie in het apparaat is opgeslagen te blokkeren. Als deze optie is ingeschakeld, is afdrukken niet mogelijk wanneer geen of onjuiste gebruikersinformatie wordt ingevoerd.

DE HELP-FUNCTIE VAN DE PRINTERDRIVER WEERGEVEN

Wanneer u de instellingen voor de printerdriver configureert, kunt u de Help-functie weergeven voor uitleg over de verschillende opties. 1 ![](images/c637443cdd032f5534ae99cd00df9272b3404270bae3a732f9b86e91411c0842.jpg) Open het eigenschappenvenster voor de printerdriver vanuit het afdrukvenster van de softwaretoepassing. (1) Selecteer de printerdriver van het apparaat. (2) Klik op de knop [Voorkeursinstellingen]. ![](images/080702b7126b398f4becd53bdfb94b19d330ce98331ba99114c12995bbd8baa9.jpg) De knop die wordt gebruikt om het instelvenster van de printerdriver te openen (meestal [Eigenschappen] of [Voorkeursinstellingen]) kan variëren naargelang de gebruikte software. 2 ![](images/3def30b634e1f61ccd2af71a0e2b8b448289ffaef6d78f02d5f98389cfac8225.jpg)

Klik op de knop [Help].

Het hulpscherm wordt geopend om u de uitleg van de instellingen op de tab te laten zien. Om de Help-functie voor instellingen in een dialoogbox te zien, klikt u op de onderstreepte tekst bovenaan in het Help-venster.

Pop-up Help

De Help kan voor een instelling worden weergegeven door op de instelling te klikken en op de toets [F1] te drukken. \* Om de Help voor een instelling in Windows 2000/XP/Server 2003 weer te geven, klikt u op de toets in de rechterbovenhoek van het eigenschappenvenster van de printerdriver en klik dan op de instelling. U kunt de zelfde Help ook weergeven door te rechtsklikken op de instelling en dan te klikken op het [Help]-vak dat verschijnt.

Informatiepictogram

Er gelden bepaalde beperkingen voor de combinaties van instellingen die kunnen worden geselecteerd in het instelvenster voor de printerdriver. Als er een beperking geldt op een geselecteerde instelling, dan verschijnt er een informatiepictogram (i) naast de instelling. Klik op het pictogram voor uitleg over de beperking.

VEELGEBRUIKTE AFDRUKINSTELLINGEN OPSLAAN

Instellingen die bij het afdrukken op alle tabbladen zijn geconfigureerd kunnen als gebruikersinstellingen worden opgeslagen. Als u vaak gebruikte instellingen of complexe instellingen opslaat onder een zelfgekozen naam, kunt u ze de volgende keer dat u ze nodig hebt, gemakkelijker selecteren.

INSTELLINGEN OPSLAAN TIJDENS HET AFDRUKKEN

U kunt instellingen opslaan vanaf elk tabblad van het instelvenster van de printerdriver. De op elk tabblad geselecteerde instellingen worden voor het opslaan in een lijst geplaatst, zodat u deze kunt controleren. 1 ![](images/e70a73610ed37517c8af2abcd7f303e92903fc34aba4d6847c7c1cbf8739181d.jpg) Open het eigenschappenvenster voor de printerdriver vanuit het afdrukvenster van de softwaretoepassing. (1) Selecteer de printerdriver van het apparaat. (2) Klik op de knop [Voorkeursinstellingen]. ![](images/5bb4569b71a2756310a57e8cc655143355d48e2549e41a7687ddf3efb1dc93b0.jpg) De knop die wordt gebruikt om het instelvenster van de printerdriver te openen (meestal [Eigenschappen] of [Voorkeursinstellingen]) kan variëren naargelang de gebruikte software. 2 ![](images/bb74e12ed9c17ada8d5daadb65ad1c1aa950a8c6b27213ed1a462aec242f782e.jpg) Sla de afdrukinstellingen op. (1) Configureer de afdrukinstellingen op elk tabblad. (2) Klik op de toets [Opslaan]. ![](images/3a2e7d29f2597bbc26a910da7e0beab4e9116107505741bb990e8a2fcee26a36.jpg) Controleer de instellingen en sla deze op. (1) Controleer de weergegeven instellingen. (2) Voer een naam voor de instellingen in (maximaal 20 tekens). (3) Klik op de toets [OK]. ![](images/7c05150cc417d60813aa7a60c4bab56b55bf1d848b162eeb7696977fc06b097b.jpg) Klik op de toets [OK]. ![](images/d9477900023036da4438177ac2249bdaff677abafd27e8840bc1a16d35ff7183.jpg) Begin met afdrukken. ![](images/5ef4c296e09178cb6cbbc72b646892f27b19bee87312c9774bdad38d78c5b93d.jpg) - Er kunnen maximaal 30 sets gebruikersinstellingen worden opgeslagen. - De volgende zaken kunnen niet in de gebruikersinstellingen worden opgeslagen. - Een watermerk dat u hebt gemaakt - Instellingen voor papier invoegen - Overlaybestand - Instellingen [Afdrukken op tabpapier] op het tabblad [Speciale modus] (alleen PCL6) - De loginnaam, het wachtwoord, de gebruikersnaam en de naam van de taak zoals ingevoerd op het tabblad [Taakverwerking]

OPGESLAGEN INSTELLINGEN GEBRUIKEN

1 ![](images/3518fb54b47bf094bb3f1294392e15caab8d2540f8d32290d9091361aee0eae4.jpg) (1) (2) Open het eigenschappenvenster voor de printerdriver vanuit het afdrukvenster van de softwaretoepassing. (1) Selecteer de printerdriver van het apparaat. (2) Klik op de knop [Voorkeursinstellingen]. ![](images/838d23e5afb608bb540a3490ea50f3081a8dcca74b7e8a7c9a02e4c15a4e825c.jpg) De knop die wordt gebruikt om het instelvenster van de printerdriver te openen (meestal [Eigenschappen] of [Voorkeursinstellingen]) kan variëren naargelang de gebruikte software. 2 ![](images/ae016bd5ab68bd176455ff0e5489d11070893fe466293b00625aeafccb6be8fd.jpg) (1) (2) Selecteer de afdrukinstellingen. (1) Selecteer de gebruikersinstellingen die u wilt gebruiken. (2) Klik op de toets [OK]. 3 ![](images/8d51931c5eea0f3cb210b87416d37fa987cfeec4e9a4e3164cc01232b96e4a1d.jpg) Begin met afdrukken.

Opgeslagen instellingen verwijderen

Selecteer de gebruikersinstellingen die u wilt verwijderen in (1) van stap 2 hierboven en klik op de knop [Wissen].

DE STANDAARDINSTELLINGEN VAN DE PRINTERDRIVER WIJZIGEN

U kunt de standaardinstellingen van de printerdriver wijzigen volgens de onderstaande procedure. De hier geselecteerde instellingen worden opgeslagen en als standaardinstellingen gebruikt wanneer met het apparaat wordt afgedrukt vanuit een softwaretoepassing. (Instellingen die u in het instelvenster van de printerdriver hebt geselecteerd bij het afdrukken vanuit een softwaretoepassing blijven geldig zolang de toepassing wordt gebruikt.)

1

Klik op de toets [Start] ( ) en selecteer [Configuratiescherm] en dan [Printer].

- Klik in Windows 7 op de [Starten]-knop en klik dan op [Apparaten en printers]. - Klik in Windows XP/Server 2003 op de [Start]-knop en klik dan op [Printers en faxapparaten]. - Klik in Windows 98/Me/NT 4.0/2000 op de knop [Start], ga naar [Instellingen] en selecteer vervolgens [Printers]. ![](images/7b5ce5df0f4cd83908482b8adf640a3b419a68fe35b52295e53b470942929596.jpg) Als in Windows XP, [Printers en faxapparaten] niet in het menu [start] wordt weergegeven, selecteer dan [Configuratiescherm], selecteer [Printers en andere hardware] en vervolgens [Printers en faxapparaten].

2

![](images/0e7f238ae7411b13084a606ca3a510c1abca65931bfa8d29a2404e50aeec4b02.jpg)

Open het instelvenster voor het apparaat.

(1) Klik op het pictogram van de printerdriver van het apparaat. Klik in Windows 7 met de rechtermuisknop op het pictogram van de printerdriver van het apparaat. Ga naar stap (3). (2) Klik op het menu [Organiseren]. Klik in Windows 2000/XP/Server 2003 op het menu [Bestand]. (3) Selecteer [Eigenschappen]. Klik in Windows 7 op het menu [Eigenschappen van printer].

3

![](images/f0a8a256af2fb7e496b7b9b0137f9f964093deb6c2e854ec3d924303fa511b49.jpg)

Klik op de knop [Voorkeursinstellingen] op het tabblad [Algemeen].

Klik in Windows 7 op de knop [Voorkeursinstellingen] in het tabblad [Algemeen]. ![](images/8d33a676782ddc875118fbd3c8c6824a51940487ff834c4db17743c8c1334ae0.jpg)

Configureer de instellingen en klik op [OK].

Zie voor meer informatie over de instellingen de Help van de printerdriver.

AFDRUKKEN VANAF EEN MACINTOSH-COMPUTER

BASISPROCEDURE VOOR AFDRUKKEN

In het onderstaande voorbeeld wordt uitgelegd hoe u een document kunt afdrukken vanuit "TextEdit", een standaardonderdeel van Mac OS X ("SimpleText" in Mac OS 9). ![](images/9faa0f3e69175ed7b18ab1da6fabf169e4489a89e61def5fba51783083789c27.jpg) Om het apparaat te gebruiken als een printer voor de Macintosh, moet de PS3 uitbreidingskit in het apparaat geïnstalleerd zijn en zijn aangesloten op een netwerk. Zie "INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING" (pagina 1-107) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor het installeren van het PPD-bestand en het configureren van de instellingen van de printerdriver.

PAPIERINSTELLINGEN SELECTEREN

Selecteer de papierinstellingen in de printerdriver alvorens de afdrukopdracht te selecteren. 1 ![](images/a9826d28fef9dd4afee215cd196cfdafb83dc29a98858f8335620f5c82bbb9d6.jpg)

Selecteer [Pagina-instelling] in het menu [Archief] van TextEdit.

Selecteer in Mac OS 9 [Pagina-instelling] in het menu [Archief] van SimpleText. 2 ![](images/0f5b61451752ecb5b8142391ebf4e03b3d161521725e27f2e28e019aee3e83c9.jpg)

Selecteer de papierinstellingen.

(1) Controleer of de juiste printer is geselecteerd. (2) Selecteer de papierinstellingen. U kunt het formaat en de richting van het papier en vergroten/verkleinen selecteren. (3) Klik op de toets [OK]. ![](images/140ee33b6473aea4070388a1edcd485a3b3830be6a4f545e29635321211e2e70.jpg) De apparaatnaam die verschijnt in het menu "Stel in voor" is normaal gesproken [SCxxxxxx]. ("xxxxxx" is een reeks tekens die varieert naargelang het model van uw apparaat.)

AFDRUKKEN

1 ![](images/d09ceb30e4d4168f3e4e1083c8bee249930df7dc4eb3bf0eb5ef4ca139af0bbb.jpg)

Selecteer [Druk af] in het menu [Archief] van TextEdit.

Selecteer in Mac OS 9 [Print] in het menu [Archief] van SimpleText. ![](images/afb5a4bdb6abec58ab6653d71f497e62a80ca3dba50b8a5c4bb8fd62ada3af59.jpg) Het menu om af te drukken varieert mogelijk naargelang de softwareapplicatie. 2 ![](images/8e3c5b328906f9fe724a1e24964787eecbcb4cc7d6e9d57785f183d9b1b94944.jpg)

Controleer of de juiste printer is geselecteerd.

![](images/6c8c4a4e47c2797cde0409841e2027a99d4ba5696000fce4872d6c1fbb7a9413.jpg) De apparaatnaam die verschijnt in het menu "Printer" is normaal gesproken [SCxxxxxx]. ("xxxxxx" is een reeks tekens die varieert naargelang het model van het apparaat.) 3 ![](images/d93b4af6e9265303b6e3ec9e229e2ceabb981db4f6795ef135fff268588f2666.jpg)

Selecteer de afdrukinstellingen.

- Klik in Mac OS X op naast [Aantal en pagina's] en selecteer de instellingen die u wilt configureren in het vervolgmenu. Het bijbehorende instellingenscherm verschijnt. Als de instellingen niet verschijnen in Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 en in 10.6 tot 10.6.2 klik dan op "naast de printernaam. - Klik in Mac OS 9 op naast [Algemeen] en selecteer de instellingen die u wilt configureren in het vervolgmenu. Het bijbehorende instellingenscherm verschijnt. 4 ![](images/b5768878444918ce6af0f83024429d0967db932934a13a2024b3ae8a0c016e65.jpg)

Klik op de knop [Druk af].

Het afdrukken begint.

HET PAPIER SELECTEREN

In dit gedeelte wordt het instellen van de [Papierinvoer] ("Papierinvoer" onder [Algemeen] in Mac OS 9) in het venster met afdrukinstellingen uitgelegd.

- Als [Automatische keuze] is geselecteerd

Een lade met normaal of gerecycled papier (standaard fabrieksinstelling is alleen normaal papier) van het formaat dat is opgegeven in "Papierformaat" in het pagina-instelvenster, wordt automatisch geselecteerd.

- Als een papierlade is geselecteerd

De opgegeven lade wordt gebruikt om af te drukken, ongeacht de instellingen voor "Papierformaat". Ook kunt u een papiertype opgeven voor de handinvoer. Zorg ervoor dat de instellingen voor het papiertype handinvoer correct zijn en dat het type papier zich inderdaad in de handinvoer bevindt. Selecteer vervolgens de juiste handinvoer (papiertype). ![](images/e7811cd1ed8bdefea5b75e90545772210562232597ebef4cd5c96f7e9347f786.jpg) - Ook speciale media zoals enveloppen kunt u in de handinvoer plaatsen. Voor de procedure van het laden van papier en andere media in de handinvoerlade, zie "PAPIER LADEN IN DE HANDINVOERLADE" (pagina 1-34) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". - Wanneer "Papierformaat herkenning handinvoer inschakelen" (uitgeschakeld in fabrieksstandaard) of "Papiersoort herkenning handinvoer inschakelen" (ingeschakeld in fabrieksstandaard) is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder) wordt niet afgedrukt als het papierformaat en de papiersoort die zijn opgegeven in de printerdriver anders zijn dan het papierformaat of de papiersoort die zijn opgegeven in de instellingen van de handinvoer.

- Als een papiertype is geselecteerd

Voor het afdrukken wordt een lade gebruikt met de in het pagina-instelvenster opgegeven soort papier van het opgegeven formaat bij "Papierformaat". ![](images/31893d377e57661cf3693abb23f89af6e3da35faf1992463f7818739be25f60f.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Doorvoerlade overslaan bij automatische papierselectie

Wanneer [Automatische keuze] is geselecteerd voor het afdrukken, bepaalt deze instelling of papier in de handinvoer al dan niet wordt uitgesloten van het papier dat kan worden geselecteerd. Als fabrieksstandaard is deze instelling uitgeschakeld. Papier in de handinvoer behoort tot papier dat automatisch kan worden geselecteerd. Als u vaak speciale media in de handinvoer laadt, is het aan te raden deze instelling in te schakelen.

AFDRUKKEN OP ENVELOPPEN

Met de handinvoerlade kunt u op speciale media zoals enveloppen afdrukken. De procedure voor het afdrukken op een envelop vanuit het eigenschappenscherm van de printerdriver wordt hieronder beschreven. Voor de soorten papier die in de handinvoerlade kunnen worden gebruikt, zie "BELANGRIJKE OPMERKINGEN OVER PAPIER" (pagina 1-27) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". Voor de procedure van het laden van papier in de handinvoerlade, zie "PAPIER LADEN IN DE HANDINVOERLADE" (pagina 1-34) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". Selecteer het envelopformaat (zoals DL-envelop) bij de betreffende instellingen van de applicatie (in de meeste applicaties "Pagina-instellingen") en voer dan de volgende stappen uit. ![](images/d9df2aac04c69c452081ae5e3a68a5d5e55edb6a57a0f157c37145d3ca4c5a71.jpg)

Selecteer het papierformaat.

(1) Selecteer het envelopformaat uit het menu "Papierformaat" op het scherm pagina-instelling. Selecteer het envelopformaat in Mac OS 9 uit het menu "Papier" op het scherm pagina-instelling. (2) Klik op de toets [OK]. ![](images/59e5e436be7c53ba4d0739d3cafdd2a25660a3eb91f2c2a6adaf314f9e628776.jpg) Bij media die alleen in een bepaalde stand kunnen worden geplaatst zoals een envelop, kunt u het beeld desnoods 180 graden draaien. Zie voor meer informatie "HET AFDRUKBEELD 180 GRADEN DRAAIEN (180 graden draaien)" (pagina 3-35). ![](images/5608b9733218c093148df9f7a2bc0941c3479eec5a188d7f1943156ce74ccc18.jpg)

Selecteer de handinvoer.

(1) Selecteer [Papierinvoer] op het afdrukscherm. Selecteer in Max OS 9 [Algemeen]. (2) Selecteer [Handinvoer (Envelop)] uit het menu "Alle pagina's uit". - Selecteer Mac OS 9 [Handinvoer (Envelop)] uit het menu "Alle pagina's uit" van "Papierinvoerbron". - Stel het papiertype van de handinvoer in op [Envelop] en zorg dat de envelop in de handinvoer is geladen. Voor meer informatie over "Papierinvoer", zie "HET PAPIER SELECTEREN" (pagina 3-20). We raden aan om eerst een testpagina af te drukken om het afdrukresultaat te controleren voordat u een envelop gebruikt.

AFDRUKKEN ALS DE GEBRUIKERSAUTHENTICATIEFUNCTIE IS INGESCHAKELD

Als de functie gebruikersauthenticatie is ingeschakeld in de systeeminstellingen van het apparaat (beheerder) moet u uw gebruikersinformatie (loginnaam, wachtwoord etc.) invoeren voordat u kunt afdrukken. De in te voeren informatie varieert naargelang de gebruikte authenticatiemethode, dus neem contact op met de beheerder van het apparaat voordat u gaat afdrukken.
ArchiefWijzigOpmaakVenste
Nieuw⌘N
Open...⌘O
Open recente bestanden
Sluit⌘W
Bewaar⌘S
Bewaar als... S
Bewaar alles
Laatst bewaarde versie
Toon kenmerken P
Pagina-instelling...介※P
Druk af...⌘P
Selecteer [Print] in het menu [Archief] van de toepassing. ![](images/2812ddecd52dcc1d11437c45206c2e4fcf91b549774bbf349c049beea3bcd17d.jpg) Het menu om af te drukken varieert mogelijk naargelang de softwareapplicatie. ![](images/f6a8af57797ef0231ce717804bb80f98c2c6ea672e7d107cedcca21179c5fdba.jpg)

Open het taakverwerkingsvenster.

(1) Controleer of de printernaam van het apparaat is geselecteerd. (2) Selecteer [Taakverwerking]. - Selecteer in Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 en in 10.6 tot 10.6.2 [Taakverwerking] en klik dan op het tabblad [Verificatie] in het scherm dat verschijnt. - Selecteer in Max OS 9 [Gebruikersauthenticatie]. ![](images/494211807572e56b7cc3db2d85019dca0ecdfb5045858721ddb66a8256065ea2.jpg) De apparaatnaam die verschijnt in het menu "Printer" is normaal gesproken [SCxxxxxx]. ("xxxxxx" is een reeks tekens die varieert naargelang het model van het apparaat.) ![](images/df99809eca6e936906001f115e990a8b9e5505f269547e690241e57f9026901b.jpg)

Begin met afdrukken.

(1) Voer uw gebruikersinformatie in.

- Als de authenticatie plaatsvindt via loginnaam/wachtwoord Voer uw gebruikersnaam in bij "Loginnaam" en uw wachtwoord bij "Wachtwoord" (1 tot 32 tekens). - Als de authenticatie plaatsvindt op gebruikersnummer Voer uw gebruikersnummer (5 tot 8 cijfers) in bij "Gebruikersnummer".

(2) Voer zonodig de gebruikersnaam en taaknaam in.

- Gebruikersnaam

Voer uw gebruikersnaam in (maximaal 32 tekens). De door u ingevoerde gebruikersnaam verschijnt bovenaan het bedieningspaneel. Als u geen gebruikersnaam invoert, wordt de aanmeldnaam van uw computer weergegeven.

- Naam taak

Voer een taaknaam in (maximaal 30 tekens). De door u ingevoerde taaknaam verschijnt bovenaan het bedieningspaneel als bestandnaam. Als u geen taaknaam invoert, wordt de ingestelde bestandnaam uit de softwareapplicatie weergegeven.

(3) Klik op de knop [Print].

![](images/60a450f8fa2573996cf19ea41f6604be7dd6a6064b0966e19ad50ffe970e0670.jpg) In Mac OS X kunt u klikken op de (vergrendel) toets na het invoeren van uw loginnaam en wachtwoord, zodat u de volgende keer minder handelingen hoeft uit te voeren om op basis van dezelfde gebruikersauthenticatie af te kunnen drukken. ![](images/cdcb64ed21f2f4b09fbfd610654a814ca47730e9804e714c29b63e5985fba9ef.jpg) Zelfs wanneer gebruikersauthenticatie ingeschakeld staat in de systeeminstellingen (beheerder), kan normaliter zonder invoer van gebruikersgegevens worden afgedrukt. Het aantal afgedrukte pagina's wordt opgeteld bij de telling van "Andere gebruiker". In dit geval gelden voor andere afdrukfuncties mogelijk beperkingen. Vraag uw beheerder om meer informatie. ![](images/c3bcb7c2ff5317d3d191e0ec7d56ecb89ec251f9b073fe32e4629409b14f25c8.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Afdrukken door ongeldige gebruiker uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om afdrukken door gebruikers voor wie geen gebruikersinformatie in het apparaat is opgeslagen te blokkeren. Als deze optie is ingeschakeld, is afdrukken niet mogelijk wanneer geen of onjuiste gebruikersinformatie wordt ingevoerd.

VEEL GEBRUIKTE FUNCTIES

In dit gedeelte worden veel gebruikte functies uitgelegd. • 2-ZIJDIG AFDRUKKEN (pagina 3-24) - DE AFBEELDING AANPASSEN AAN HET PAPIER (pagina 3-26) • MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN (pagina 3-27) • AFDRUKKEN NIETEN/PERFOREREN (pagina 3-29) Deze uitleg veronderstelt dat het papierformaat en ander basisinstellingen al zijn geselecteerd. Voor de basisprocedure voor het afdrukken en de stappen voor het openen van het instelvenster van de printerdriver, zie het volgende gedeelte: Windows: BASISPROCEDURE VOOR AFDRUKKEN (pagina 3-4) Macintosh: BASISPROCEDURE VOOR AFDRUKKEN (pagina 3-17) ![](images/3f9496eb53388460833d4b4839039b7469415de24de8b5ec3c4f39e3408be6cc.jpg) Raadpleeg voor Windows de Help van de printerdriver voor informatie over de printerdriver-instellingen voor elke afdrukfunctie.

2-ZIJDIG AFDRUKKEN

Het apparaat kan op beide zijden van het papier afdrukken. Deze functie komt bij veel afdruktaken van pas en is vooral handig wanneer u een eenvoudig boekje wilt afdrukken. 2-zijdig afdrukken bespaart bovendien papier.
PapierstandAfdrukresultaten
VerticaalWindows Macintosh Windows Macintosh
Dubbelzijdig(Boek)Lange kant binden (Omslaan langs lange zijkant)Dubbelzijdig (Schrijfblok)Korte kant binden (Omslaan langs korte zijkant)
SHARP MX-M452N - 2-ZIJDIG AFDRUKKEN - 1SHARP MX-M452N - 2-ZIJDIG AFDRUKKEN - 2
HorizontaalWindows Macintosh Windows Macintosh
Dubbelzijdig(Boek)Korte kant binden (Omslaan langs korte zijkant)Dubbelzijdig(Schrijfblok)Lange kant binden (Omslaan langs lange zijkant)
SHARP MX-M452N - 2-ZIJDIG AFDRUKKEN - 3SHARP MX-M452N - 2-ZIJDIG AFDRUKKEN - 4
De pagina's worden zo afgedrukt dat deze aan de zijkant kunnen worden gebonden.De pagina's worden zo afgedrukt dat deze aan de bovenzijde kunnen worden gebonden.

Windows

(1) ![](images/e0879ea9ca73f5ce48bff14f314320b35b6c640aa18f07f2593feb88724b28fc.jpg) (2)

Macintosh

(1) ![](images/36a8e6580eb7018ee735eca2be37b6801a998ac53d4d3ccbc0f6c8d70e5bd39b.jpg) (2) (1) Configureer de instellingen op het tabblad [Algemeen]. (2) Selecteer [Dubbelzijdig(Boek)] of [Dubbelzijdig(Schrijfblok)]. (1) Selecteer [Lay-out]. (2) Selecteer [Lange kant binden] of [Korte kant binden]. ![](images/89942e835b388d81662d2a61f2515fea72e0616c607cb65eba249ca219be206f.jpg) - Selecteer in Mac OS X v10.2.8 de instellingen in [Geavanceerd]. - Selecteer in Mac OS 9 [Uitvoer/Documenttype] en vervolgens [Omslaan langs lange zijde] of [Omslaan langs korte zijde].

DE AFBEELDING AANPASSEN AAN HET PAPIER

Deze functie wordt gebruikt om de grootte van de afbeelding automatisch aan te passen aan het formaat van het in het apparaat geladen papier. Dit is handig als u bijvoorbeeld een document van het formaat A4 of letterformaat wilt vergroten tot het formaat A3 of Ledgerformaat om dit eenvoudiger leesbaar te maken of toch afdrukken wilt maken als er geen papier van het juiste formaat in het apparaat is geladen. ![](images/e00e2726864d9392381f0c1008596f9a2d8fdcf00d16865f7ee5109367d869b8.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Document with icon"] --> B["Processing Unit"]
    B --> C["Output: LedgerA4 of Letter"]
Het volgende voorbeeld legt uit hoe u een document van A4-formaat kunt afdrukken op A3-papier.

Windows

![](images/1bbc3ec4fdae5154554e75f1a29d55279cc35acdc4c58551e078e500165f0537.jpg)

Macintosh

(Deze functie kan alleen in Mac OS X v10.4.11, v10.5 tot 10.5.8 en in 10.6 tot 10.6.2 worden gebruikt.) ![](images/9a33f8ba9b81e6e10e494c8b1c6b8319d285cc6b4f6f4151770d2437d2c7659e.jpg) (3) (4) (1) Klik op het tabblad [Papier]. (2) Selecteer het formaat van de afbeelding (bijvoorbeeld: A4). (3) Selecteer [Aanpassen aan pagina]. (4) Selecteer het papierformaat dat u voor het afdrukken wilt gebruiken (bijvoorbeeld: A3). (1) Selecteer [Papierafhandeling]. (2) Controleer het formaat van de afbeelding (bijvoorbeeld: A4). Om het formaat van de afdrukafbeelding te wijzigen, kunt u het menu "Papierformaat" gebruiken dat verschijnt waneer [Pagina-instelling] is geselecteerd. (3) Selecteer [Pas aan papierformaat aan]. (4) Selecteer het papierformaat dat u voor het afdrukken wilt gebruiken (bijvoorbeeld: A3).

MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN

Met deze functie kunt u de afdrukafbeelding verkleinen en meerdere pagina's afdrukken op één vel papier. Dit is handig als u meerdere afbeeldingen zoals foto's op één pagina wilt afdrukken of als u papier wilt besparen. Deze functie kan ook worden gecombineerd met 2-zijdig afdrukken voor een maximale papierbesparing. Wanneer er bijvoorbeeld [2 pagina's op 1 vel] en [4 pagina's op 1 vel] zijn geselecteerd, zullen afhankelijk van de volgorde die is geselecteerd de volgende afdrukresultaten het gevolg zijn.
X pagina's op 1 vel(Pagina's per vel)Afdrukresultaten
Links naar rechts Rechtsnaar linksBoven naar onder(Als de afdrukstand liggend is)
2 pagina's op 1 vel(2 pagina's per vel)SHARP MX-M452N - MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN - 1SHARP MX-M452N - MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN - 2SHARP MX-M452N - MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN - 3
X pagina's op 1 vel(Pagina's per vel)Rechts, en omlaagOmlaag, en rechtsLinks, en omlaagOmlaag, en links
4 pagina's op 1 vel(4 pagina's per vel)SHARP MX-M452N - MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN - 4SHARP MX-M452N - MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN - 5SHARP MX-M452N - MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN - 6SHARP MX-M452N - MEERDERE PAGINA'S OP ÉÉN PAGINA AFDRUKKEN - 7
![](images/32ae6aa374b230a4ad3fc164b8c615342f0290c5e3c14d452422a413d1d4afd3.jpg) - De paginavolgorde van 6 pagina's op 1 vel, 8 pagina's op 1 vel, 9 pagina's op 1 vel en 16 pagina's op 1 vel is gelijk aan die van 4 pagina's op 1 vel. - In een Windows-omgeving kan de papiervolgorde worden weergegeven in de afdrukweergave in het eigenschappenvenster van de printerdriver. In een Macintosh-omgeving wordt de paginavolgorde als selecties weergegeven. \- In een Macintosh-omgeving is het aantal pagina's dat op een enkel vel kan worden afgedrukt 2, 4, 6, 9, of 16.

Windows

![](images/51f01d428f9d52a2540f739df33abc3afd8e45b582f21fdf6f2b9f05b8eba550.jpg)

Macintosh

![](images/e4cac817ab508bf816d43e5deff29330cec64a4c3d5347425d121b8dba56b5fe.jpg) (1) Configureer de instellingen op het tabblad [Algemeen]. (2) Selecteer het aantal pagina's per vel. (3) Als u randen wilt afdrukken, schakel dan het selectievakje [Rand] in zodat er een vinkje in verschijnt. (4) Selecteer de volgorde van de pagina's. (1) Selecteer [Lay-out]. (2) Selecteer het aantal pagina's per vel. (3) Selecteer de volgorde van de pagina's. (4) Als u randen wilt afdrukken, selecteer dan het gewenste type rand.

AFDRUKKEN NIETEN/PERFOREREN

Nietfunctie

De nietfunctie kan worden gebruikt om afdrukken te nieten. Deze functie biedt een aanzienlijke tijdsbesparing bij het maken van handouts voor een vergadering of ander geniet materiaal. De nietfunctie kan ook worden gecombineerd met 2-zijdig afdrukken voor het maken van verzorgd ogende materialen. De nietposities en het aantal nietjes kunnen worden geselecteerd voor het verkrijgen van de onderstaande nietresultaten.
Nietjes Links Rechts Bovenzijde
1 nietje*SHARP MX-M452N - Nietfunctie - 1SHARP MX-M452N - Nietfunctie - 2SHARP MX-M452N - Nietfunctie - 3
2 nietjesSHARP MX-M452N - Nietfunctie - 4SHARP MX-M452N - Nietfunctie - 5SHARP MX-M452N - Nietfunctie - 6
\* De nietstand (" " of " ") varieert naargelang het formaat en de afdrukstand van het papier.

Perforatiefunctie

De perforatiefunctie kan worden geselecteerd om afdrukken te perforeren. U kunt de perforatieposities instellen door de inbindzijde te selecteren.
Links Rechts Bovenzijde
SHARP MX-M452N - Perforatiefunctie - 1SHARP MX-M452N - Perforatiefunctie - 2SHARP MX-M452N - Perforatiefunctie - 3
![](images/fac02251c6969d9279f5f1d667d81f97cfcb77eeb5b5f3ea7a72507ad015d71c.jpg) - Voor het gebruik van de nietfunctie is een afwerkingeenheid of zadelsteek afwerkingseenheid vereist. - Voor gebruik van de perforatiemodule moet een perforator zijn gemonteerd op de afwerkingeenheid of zadelsteek afwerkingseenheid. - Het aantal gaten dat u kunt perforeren en de ruimte tussen de gaten varieert naargelang de geïnstalleerde perforatiemodule. - Z i e " RANDAPPARATU (Página 1-42) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor het maximum aantal vellen dat kan worden geniet. Het maximum aantal vellen dat in één keer kan worden geniet is inclusief kaften en/of insteekvellen die worden toegevoegd. - De nietfunctie kan niet worden gebruikt in combinatie met de staffelfunctie, die de positie van elke afdruktaak van de vorige taak staffelt. - Als de afwerkingeenheid is uitgeschakeld in de systeeminstellingen van het apparaat (beheerder), zijn de nietfunctie en perforatiefunctie niet beschikbaar. - Wanneer de nietfunctie of de perforatiefunctie is uitgeschakeld in de systeeminstellingen van het apparaat (beheerder), is nieten of perforeren niet mogelijk. - Zie voor informatie over de zadelsteekfunctie: "EEN BOEKJE MAKEN (Inbindkopie/Inbindkopie Nieten)" (pagina 3-31).

Windows

![](images/dfc0c2d14d2587411f143f82f158775574295cea7e718dcfb50dca768c6df1be.jpg)

Macintosh

![](images/cc85a81f8f9b97ad969b2244665431bae56466652998a6b5da1fd468de0a7d8d.jpg) (1) Configureer de instellingen op het tabblad [Algemeen]. (2) Selecteer de "Zijde voor inbinden". (3) Selecteer de nietfunctie of de perforatiefunctie. - Selecteer bij gebruik van de nietfunctie het aantal nietjes in het menu "Nieten". - Schakel om de perforatiefunctie te gebruiken het selectievakje [Perforatie] in zodat er een vinkje in verschijnt. (1) Selecteer [Printerfuncties]. (2) Selecteer de "Zijde voor inbinden". (3) Selecteer de nietfunctie of de perforatiefunctie. - Selecteer bij gebruik van de nietfunctie het aantal nietjes in het menu "Nieten". - Schakel om de perforatiefunctie te gebruiken het selectievakje [Perforatie] in zodat er een vinkje verschijnt. ![](images/b3aad83ae68791a4cd9979350704206d0410359deed8ca8c483421a1fc41bcc7.jpg) - Selecteer in Mac OS X v10.2.8 de instellingen in [Geavanceerd]. - Selecteer in Mac OS 9 de instellingen in [Uitvoer/Documenttype].

HANDIGE AFDRUKFUNCTIES

In dit gedeelte worden handige functies voor specifieke afdrukdoeleinden uitgelegd. - HANDIGE FUNCTIES VOOR HET MAKEN VAN BOEKJES EN POSTERS - FUNCTIES VOOR HET AANPASSEN VAN HET FORMAAT EN DE STAND VAN DE AFBEELDING (pagina 3-35) • DE FUNCTIE AFBEELDINGSAANPASSING (pagina 3-39) - FUNCTIES VOOR HET COMBINEREN VAN TEKST EN AFBEELDINGEN (pagina 3-41) - AFDRUKFUNCTIES VOOR SPECIALE DOELEINDEN (pagina 3-44) • HANDIGE PRINTERFUNCTIES (pagina 3-53) Deze uitleg veronderstelt dat het papierformaat en ander basisinstellingen al zijn geselecteerd. Voor de basisprocedure voor het afdrukken en de stappen voor het openen van het instelvenster van de printerdriver, zie het volgende gedeelte: Windows: BASISPROCEDURE VOOR AFDRUKKEN (pagina 3-4) Macintosh: BASISPROCEDURE VOOR AFDRUKKEN (pagina 3-17) ![](images/bb7dae8c2dcce0393ae85e91dc60325f7ce3db1c827ed331c58e6e03a07096c1.jpg) Raadpleeg voor Windows de Help van de printerdriver voor informatie over de printerdriver-instellingen voor elke afdrukfunctie.

HANDIGE FUNCTIES VOOR HET MAKEN VAN BOEKJES EN POSTERS

EEN BOEKJE MAKEN (Inbindkopie/Inbindkopie Nieten)

De pamfletfunctie drukt af op de voor- en achterzijde van elk vel zodat de afdrukken kunnen worden gevouwen en tot een boekje kunnen worden samengevoegd. Dit is handig als u informatie verzorgd wilt aanbieden. Als een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd en zadelsteekafdrukken en de nietfunctie zijn geselecteerd, wordt de uitvoer automatisch in het midden gevouwen en geniet. Hiermee kunt u de uitvoer zonder enig verder werk gebruiken als hand-out of pamflet. ![](images/28b7d83c641d463870cbc518e7f24aca860f9c23a022bb63d5f564f4e8a710e1.jpg)
flowchart
graph TD
    A["1 2 3 4\n5 6 7 8"] --> B["8 1\n6 3"]
    B --> C[" "]

Windows

![](images/c0c78e6c3c5cfb5192b2afa62fdb3bb573b0820834214b13f6baa1524bfd7781.jpg) (1) Configureer de instellingen op het tabblad [Algemeen]. (2) Selecteer [Inbindkopie]. De methode voor inbindkopieafdruk kunt u selecteren uit het vervolgkeuzemenu. (3) Selecteer de "Zijde voor inbinden". Als een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kunt u [2 nietjes] selecteren voor "Nieten".

Macintosh

![](images/a3f190b5a55bff8c2827a8f56b62b459dab483f38fa912c8f4303eb8bd73a57a.jpg) (3) (1) Selecteer [Printerfuncties]. (2) Selecteer de "Zijde voor inbinden". Als een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kunt u [2 nietjes] selecteren in het menu "Nieten". (3) Selecteer [Pamfletten naast elkaar] of [Twee op één pamflet]. ![](images/a98b0dd106ac5ee59b380f7dd0cffecf764c15c5179871d449f33865ce493731.jpg) - Selecteer in Mac OS X v10.2.8 uit de menu's "Zijde voor inbinden" en "2-zijdig afdrukken" menu's in [Geavanceerd]. - Selecteer in Mac OS 9 de instellingen in [Uitvoer/Documenttype].

DE MARGE VERGROTEN (Margeverschuiving)

Deze functie wordt gebruikt om de afbeelding te verschuiven zodat de marge rechts, links of boven aan het vel wordt vergroot. Dit is handig wanneer u de afdrukken wilt nieten of perforeren, maar de inbindstrook de tekst overlapt. Als er een afwerkingeenheid of zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kunt u de niet- en perforatiefunctie combineren met deze functie. ![](images/cec91d3e648e0057d17d86fb95a6288cd13b1545250142e4245f503915e03185.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Document with blank text"] --> B["Process Step"]
    B --> C["Output: Paper Pen"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#f9f,stroke:#333
    style C fill:#f9f,stroke:#333

Windows

![](images/50f901a94b2f6699394bbd42f144c878aa21286e3eada9f72263c35b7b076d01.jpg)

Macintosh

![](images/7fa30e085fbc799133d66aa693954a358fa5119ec7745b39e2bcc5c30a26055d.jpg) (1) Configureer de instellingen op het tabblad [Algemeen]. (2) Selecteer de "Zijde voor inbinden". (3) Selecteer de "Margeverschuiving". Selecteer uit het menu "Margeverschuiving". Als u nog een cijferwaarde wilt instellen, selecteer de instelling dan uit het vervolgkeuzemenu en klik op de toets [Instellingen]. Klik op de toets om het getal direct in te voeren. (1) Selecteer [Printerfuncties]. (2) Selecteer de "Zijde voor inbinden". (3) Selecteer de "Margeverschuiving". ![](images/94149c888c07d53bd163113b3e65a459726c2d18ffd9097c6cb2aa935ac8212b.jpg) - Selecteer in Mac OS X v10.2.8 uit de menu's "Zijde voor inbinden" en "Margeverschuiving" in [Geavanceerd]. - Selecteer in Mac OS 9 [Geavanceerd] en selecteer dan de inbindzijde en margeverschuiving vanuit het menu margeverschuiving.

EEN POSTER MAKEN (Poster afdrukken)

(Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.) U kunt een pagina met afdrukgegevens vergroten en afdrukken door meerdere vellen papier te gebruiken (4 vellen (2x2), 9 vellen (3x3) of 16 vellen (4x4)). De vellen kunnen dan samengevoegd worden om een grotere poster te maken. Voor een nauwkeurige uitlijning van de vellen kunt u er lijnen op afdrukken en overlapranden maken (overlapfunctie). ![](images/306d1bdeee1c3dbf7a86adbadb6b66ba269f207c5ac22e18cb8ae09ed409c0b0.jpg)

Windows

(Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer PCL6 or PS printerdriver wordt gebruikt.) ![](images/5df370deb52f3588a82566e2430b25380a22161cd07e44557a1fdbc158e9a4cb.jpg) (1) Klik op het tabblad [Papier]. (2) Schakel het selectievakje [Poster afdrukken] in en klik op de knop [Posterinstellingen]. (3) Selecteer de posterinstellingen. Selecteer het gewenste aantal vellen in het vervolgkeuzemenu. Als u lijnen wilt afdrukken en/of de overlapfunctie wilt gebruiken, schakel dan de overeenkomstige selectievakjes in .√

FUNCTIES VOOR HET AANPASSEN VAN HET FORMAAT EN DE STAND VAN DE AFBEELDING

HET AFDRUKBEELD 180 GRADEN DRAAIEN (180 graden draaien)

Met deze functie kunt u de afbeelding 180 graden draaien zodat deze correct kan worden afgedrukt op papier dat maar in één richting kan worden geladen (zoals enveloppen of geperforeerde vellen). (In Mac OS X kan een staand beeld niet 180 graden worden gedraaid.) ![](images/9e5d319ef526fb0c448344035360b9c55e1070323a07b2fb3bb27f2410e86644.jpg)
flowchart
graph LR
    A["ABCD"] --> B["ABCD"]

Windows

![](images/331df61e3afe851172fd5f672d66c1e25659d831c827a16fadb06106878193da.jpg) (1) Selecteer de instelling op het tabblad [Algemeen]. (2) Schakel het selectievakje [180 graden draaien] in √

Macintosh

![](images/6161b094e53a7a068652882fe6d996cfbf1b91513539ff3e5cf3ebcd12212124.jpg) (1) Selecteer [Pagina-instelling] in het menu [Archief] en klik op de toets Selecteer in Mac OS 9 [Pagina-instelling] uit menu [Archief] en selecteer [PostScript Opties]. Selecteer vervolgens de selectievakjes [draai horizontaal om] en [Draai verticaal om]. (2) Klik op de toets [OK].

HET AFDRUKBEELD VERGROTEN/VERKLEINEN (Zoom/XY-zoom)

Deze functie wordt gebruikt om de afbeelding met een geselecteerd percentage te vergroten of verkleinen. Zo kunt u een kleine afbeelding vergroten of marges toevoegen aan het papier door het beeld enigszins te verkleinen. Als u de PS-printerdriver (Windows) van het apparaat gebruikt, kunt u de breedte- en lengtepercentages afzonderlijk instellen om de verhoudingen van de afbeelding te wijzigen. (XY-zoom) ![](images/348e80b5dea81b684a4a0cdd2730feb666224a83742e0dcab08d57d498832ec0.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Document"] --> B["Output"]

Windows

![](images/f37752dd1c83b8fbafae582fdc420295f6619659c2b24c006b2289392da1dff4.jpg) (1) Klik op het tabblad [Papier]. (2) Selecteer [Zoom] en klik op de knop [Instellingen]. In het vervolgkeuzemenu kunt u selecteren op welk papierformaat u wilt afdrukken. (3) Selecteer de zoomfactor. Voer direct een waarde in (%) of klik op de knop om de factor in stappen van 1% te wijzigen. U kunt ook [Linksboven] en [Midden] selecteren als basispunt op het papier.

Macintosh

![](images/a3b34d42acd98529f1faed6ee05f058cc44e88330cbea083a151424102fcc17c.jpg) (1) Selecteer [Pagina-instelling] in het menu [Archief] en voer de factor (%) in. Selecteer in Mac OS 9 [Pagina-instelling] uit menu [Archief] en voer de factor (%) in. (2) Klik op de toets [OK].

LIJNDIKTE AANPASSEN BIJ HET AFDRUKKEN (Lijndikte-instellingen)

(Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.) Wanneer lijnen niet goed worden afgedrukt in speciale applicaties zoals CAD, kunt u met deze instelling de lijndikte aanpassen en bijvoorbeeld alle lijndiktes breder maken. (Deze instelling werkt alleen bij vectorgegevens; rastergegevens zoals bitmapafbeeldingen kunnen niet worden aangepast.) Als de gegevens lijnen van verschillende dikte bevat, kunt u ook alle lijnen op de minimale breedte afdrukken. (Alleen voor zwart-witafdrukken.) ![](images/dd8d33f2a721edd31b0f21f43f296f40502577d8f226ce4970407a6c04687ae0.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Geometric Shape"] --> B["Symbol: Circle with diagonal line"]
    C["Geometric Square"] --> D["Symbol: Square with diagonal line"]

Windows

(Deze functie kan worden gebruikt wanneer de PCL6-printerdriver wordt gebruikt.) ![](images/ccaa2b75d05ba42e2ad2955d942e24b89532f34061900d3418ede3886ad1e796.jpg) (1) Klik op het tabblad [Geavanceerd]. (2) Lijndikte aanpassen. Selecteer een getal in het vervolgkeuzemenu. ![](images/92966832cb17076e9cd93f5a8bf5f4f3bcee7bc083e01d810413bf18ac480262.jpg) \- De aanpassing van de lijndikte eenheid kan worden ingesteld op "Vaste breedte" of "Ratio". Klik op de knop [Compatibiliteit] en selecteer de eenheid uit het menu "Lijndikte eenheid". - Om alle lijnen van de gegevens op de minimale lijndikte af te drukken, klikt u op de knop [Compatibiliteit] en vinkt u het selectievakje [Minimale lijnbreedte] () aan.

DE AFBEELDING SPIEGELEN (Spiegelbeeld)

De afbeelding kan zodanig worden gedraaid dat een spiegelbeeld ontstaat. Deze functie kan worden gebruikt om een sjabloon te maken voor houtbewerking of een ander afdrukmedium.

Windows

(Voor deze functie is de PS-printerdriver vereist.) ![](images/3872469fc21c61327df30e5f35e002aba719d5f3ca68b2591a85f3e78a9e4ce0.jpg)

Macintosh

(Deze functie kan alleen in Mac OS 9 worden gebruikt.) ![](images/3b5853b326d74f07e6bb504391eed19464b0a4d044a8d4d5d46b8f9f4d22a037.jpg) ![](images/eadc5096f5874277ecae2e5da8c7678492769099a9e45d84c309a28fae705d0e.jpg)
flowchart
graph LR
    A["B"] --> B["B"]
(1) Klik op het tabblad [Geavanceerd]. (2) Selecteer de instelling voor een gespiegelde afbeelding. Als u de afbeelding horizontaal wilt spiegelen, selecteert u [Horizontaal]. Als u de afbeelding verticaal wilt spiegelen, selecteert u [Verticaal]. (1) Selecteer [Pagina-instelling] in het menu [Archief] en selecteer [PostScript Opties]. (2) Selecteer "Visuele effecten". Om de afbeelding horizontaal te spiegelen, selecteert u [Draai horizontaal om]. Om de afbeelding verticaal te spiegelen, selecteert u [Draai verticaal om]. (3) Klik op de toets [OK].

DE FUNCTIE AFBEELDINGSAANPASSING

HELDERHEID EN CONTRAST VAN DE AFBEELDING INSTELLEN (Beeldafstelling)

(Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.) Bij het afdrukken van een foto of andere afbeelding kunnen de helderheid en het contrast worden ingesteld in de afdrukinstellingen. Deze instellingen kunnen worden gebruikt voor eenvoudige correcties wanneer er geen beeldbewerkingsssoftware op uw computer is geïnstalleerd.

Windows

(Deze functie is niet beschikbaar wanneer de PCL5e-printerdriver wordt gebruikt.) ![](images/e0e5c0cd758ec42dc5f07178c8a3a2bcc146ac32215ba03342868e3b2c0d1ef9.jpg) (1) Klik op het tabblad [Geavanceerd]. (2) Klik op de knop [Beeldafstelling]. (3) Pas de afbeeldingsinstellingen aan. Om een instelling te wijzigen gebruikt u de schuifbalk of klikt u op de knop of.

ONDUIDELIJKE TEKST EN LIJNEN IN ZWART AFDRUKKEN

(Tekst naar zwart/Vector naar zwart)

(Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.) Wanneer u een kleurenafbeelding afdrukt, kunnen tekst in kleur en vage lijnen in het zwart worden afgedrukt. (Rastergegevens zoals bitmapafbeeldingen kunnen niet worden aangepast.) Op die manier kunt u tekst in kleur en vage lijnen die niet goed zichtbaar zijn, beter zichtbaar maken. - [Tekst naar zwart] kan worden geselecteerd om alle tekst die niet wit is in zwart af te drukken. - [Vector naar zwart] kan worden geselecteerd om alle vectorgrafieken behalve witte lijnen en vlakken in zwart af te drukken. ![](images/9024b155220fa3e9e4450ad0342299dc9061333a6f514668f2460a41269b36f9.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Rectangle ABCD"] --> B["Circle with diagonal lines"]
    C["Square with diagonal lines"] --> D["Circle with diagonal lines"]

Windows

![](images/b6a079329f532c74a5db1e6a80200e41186f00ca8c647a2e690135a5f6889303.jpg) (2) (1) Klik op het tabblad [Geavanceerd]. (2) Schakel het selectievakje [Tekst naar zwart] √ en/of het selectievakje [Vector naar zwart] √.

FUNCTIES VOOR HET COMBINEREN VAN TEKST EN AFBEELDINGEN

EEN WATERMERK TOEVOEGEN AAN AFDRUKKEN (Watermerk)

U kunt lichte, schaduwachtige tekst toevoegen aan de achtergrond van de afgedrukte afbeelding, als een watermerk. Het formaat, de dichtheid en de hoek van de tekst van het watermerk kunnen worden ingesteld. De tekst kan worden geselecteerd uit een standaardlijst of worden ingevoerd om een persoonlijk watermerk te maken.

Windows

![](images/449e2f5e9aae698587299ca4a2a770c6116d0896d5ceb42cc3d027c7773a4d09.jpg)

Macintosh

![](images/9aa6d08972480a45dd29863b4f409052594e56121b24d85d769608d718ae50be.jpg) ![](images/d4ecb794025acc24668c157bada4cd246058a6a141539a1708f2dfffdc1b4863.jpg) (1) Klik op het tabblad [Watermerken]. (2) Selecteer de watermerkinstellingen. Selecteer een opgeslagen watermerk in het vervolgkeuzemenu. U kunt op de toets [Bewerken] drukken om het lettertype te bewerken en andere gedetailleerde instellingen te selecteren. ![](images/a369890e5190a42c3f325eb69df0114443c30370f3f99588170e7ce5e2cf5f41.jpg) Als u een nieuw watermerk wilt maken... Voer de tekst van het watermerk in het vak "Tekst" in en klik op de knop [Toev.]. (1) Selecteer [Watermerken]. (2) Klik het selectievakje [Watermerk] en configureer de watermerkinstellingen. U kunt gedetailleerde watermerkinstellingen configureren, zoals de selectie van de tekst en de bewerking van het lettertype. Stel het formaat en de hoek van de tekst af met de schuifbalk ![](images/fa88d80bb06a0d045cef0891ca66bd14779fb74cad373dcba577ccfb05fd37a5.jpg) Selecteer in Max OS 9 [Watermerk] en configureer de instellingen.

EEN AFBEELDING OVER DE AFDRUKGEGEVENS AFDRUKKEN

(Afbeeldingsstempel)

(Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.) U kunt een op uw computer opgeslagen bitmap- of JPEG-afbeelding afdrukken over de afdrukgegevens. Het formaat, de positie en de hoek van de afbeelding kunnen worden ingesteld. Deze functie kan worden gebruikt om de afdrukgegevens te "merken" met een veelgebruikte afbeelding of een persoonlijk beeldmerk. ![](images/2f560811246be007624e7f7f5b3a2bdf1833fb973eaade041af10553de909200.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Document"] --> B["MEVO"]
    B --> C["Output"]
    D["MEMO"] --> E["Arrow pointing to MEVO"]

Windows

(Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer PCL6 or PS printerdriver wordt gebruikt.) ![](images/53a6ecd85fe5ede5e2ae19be68fe7cf1fd298865b6c574a2382830d4f94d881e.jpg) (1) Klik op het tabblad [Watermerken]. (2) Selecteer de instellingen voor het beeldmerk. Als er al een afbeeldingsstempel is opgeslagen, kan deze uit het vervolgkeuzemenu worden geselecteerd. Heeft u nog geen afbeeldingsstempel opgeslagen, klik dan op [Afbeeldingsbestand], selecteer het bestand voor de afbeeldingsstempel en klik op de toets [Toev.].

OVERLAYS MAKEN VOOR AFDRUKGEGEVENS (Overlays)

(Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.) U kunt afdrukgegevens afdrukken in een eerder gemaakte overlay. Door tabellijnen of een decoratieve rand te maken in een andere toepassing dan het tekstbestand en deze gegevens te registreren als overlaybestand kunt u eenvoudig een aantrekkelijk afdrukresultaat bereiken. ![](images/bc5e85fcf07382c1f4dfa8b86f69ae16e09b824e8d1fbdedce27a67ce04e2611.jpg)
flowchart
graph TD
    A["XXXX\nXXX 1 100\nXXX 10 150\nXXX 0 120\nXXX 10 250"] --> B["XXXX\nXXX 1 100\nXXX 10 150\nXXX 0 120\nXXX 10 250"]
    B --> C["anabbecc I-2-3"]
    D["anabbecc I-2-3"] --> E["..."]
    E --> F["..."]
    F --> G["..."]
    G --> H["..."]
    H --> I["..."]
    I --> J["..."]
    J --> K["..."]
    K --> L["..."]
    L --> M["..."]
    M --> N["..."]
    N --> O["..."]
    O --> P["..."]
    P --> Q["..."]
    Q --> R["..."]
    R --> S["..."]
    S --> T["..."]
    T --> U["..."]
    U --> V["..."]
    V --> W["..."]
    W --> X["..."]
    X --> Y["..."]
    Y --> Z["..."]
Overlaybestand

Windows

Een overlaybestand maken. ![](images/18d8610535e57ca4b429241a2a1db04186909bc9124d2d8494be2f2fae3a7b0a.jpg) Afdrukken met een overlaybestand ![](images/e4d0d782cf34e41b341336ba75b4023b6d81b2b18a298e5f9a31fb5b8b82fda3.jpg) (1) Klik op het tabblad [Geavanceerd]. Configureer de instellingen van de printerdriver vanuit de softwaretoepassing die u wilt gebruiken om het overlaybestand te maken. (2) Klik op de knop [Bewerken]. (3) Een overlaybestand maken. Klik op de knop [Maak] en specificeer de naam en de map voor het overlaybestand dat u wilt maken. Het bestand wordt gemaakt als de instellingen zijn voltooid en het afdrukken is gestart. ![](images/e6e62d948b82befb8592ad3f113d614e73f496d254494edbf3123683fcd515fe.jpg) - Zodra het afdrukken is gestart, verschijnt een bevestigingsbericht. Het overlaybestand wordt pas gemaakt nadat u op de knop [Ja] hebt geklikt. - Klik op de knop [Overlay laden] om het al bestaande overlaybestand op te slaan. (1) Klik op het tabblad [Geavanceerd]. Configureer de instellingen van de printerdriver vanuit de softwaretoepassing vanwaaruit u met behulp van het overlaybestand wilt afdrukken. (2) Selecteer het overlaybestand. Een vooraf gecreëerd of opgeslagen overlaybestand kunt u selecteren in het vervolgkeuzemenu.

AFDRUKFUNCTIES VOOR SPECIALE DOELEINDEN

GESPECIFICEERDE PAGINA'S OP ANDER PAPIER AFDRUKKEN (Ander papier)

\- Deze functie in een Windows-omgeving gebruiken De voor- en achterkaft en bepaalde pagina's van een document kunnen op ander papier worden gedrukt dan de andere pagina's. Gebruik deze functie als u de voor- en achterkaft op zwaar papier wilt afdrukken, of gekleurd papier of een andere papiersoort bij bepaalde pagina's wilt tussenvoegen. U kunt ook vellen invoegen waarop niets wordt afgedrukt.

- Deze functie in een Macintosh-omgeving gebruiken

De voorkaft en de laatste pagina kunnen op ander papier worden afgedrukt dan de andere pagina's. Deze functie kan bijvoorbeeld worden gebruikt wanneer u alleen de voorkaft en de laatste pagina op zwaar papier wilt afdrukken. ![](images/327cda70f05207e4aa004458f319cdb93fbd3884711d5ce563b5f3e7126fe6ab.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Input"] --> B["Processing Unit"]
    B --> C["Output"]
    style A fill:#fff,stroke:#000
    style B fill:#ddd,stroke:#000
    style C fill:#eee,stroke:#000

Windows

![](images/c1c17892f671dd1999ff301cb86a3ebf0b8797f62456aee763b069fb88ece677.jpg) (1) Klik op het tabblad [Speciale modus]. (2) Selecteer [Ander papier] en klik op de knop [Instellingen]. (3) Selecteer de instellingen voor het invoegen van papier. Selecteer de invoegpositie, papierinvoerbron en afdrukwijze uit de betreffende menu's. Klik op de toets [Toev.] om de geselecteerde instellingen weer te geven bij "Informatie". Klik nadat u de instellingen hebt geconfigureerd op de knop [Opslaan] in "Gebruikersinstellingen" om de instellingen op te slaan. ![](images/01203428f1dfae589027f0228dfe05d3303a4f0a4f58438324eb1efb7758abe7.jpg) - Wanneer [Handinvoer] is geselecteerd bij "Papierinvoerbron", denk er dan aan om het "Papiertype" te selecteren en dit papier in de handinvoerlade te plaatsen. - Over papierinvoerinstellingen Wanneer [Andere pagina] wordt geselecteerd bij "Invoegpositie", kan de invoegpositie worden opgegeven door rechtstreeks een paginanummer in te voeren. Invoegingen kunnen echter niet zomaar op dezelfde pagina worden ingevoegd. Wanneer "Afdrukmethode" op [Dubbelzijdig] ingesteld staat, zullen de opgegeven pagina en de pagina die daarop volgt op de voorzijde en de achterzijde van het papier worden afgedrukt. Daarom heeft een invoeginstelling op een pagina die op de achterzijde wordt afgedrukt, geen effect.

Macintosh

(Deze functie kan alleen in Mac OS 9, Mac OS X v10.4.11, v10.5 tot 10.5.8 en in 10.6 tot 10.6.2 worden gebruikt.) ![](images/644bcd676437d5559d0c1ce47086a25019d01c4e63d3060cf434a4f01d545a85.jpg) (1) Selecteer [Printerfuncties]. (2) Selecteer [Ander papier]. (3) Selecteer de instellingen voor het invoegen van kaften. Selecteer de afdrukinstelling, papierlade en papiersoort voor de kaftpagina en de laatste pagina. ![](images/36590b41f317c641f79a858dbbc861febbca4039595144dbc93e6c93db41844a.jpg) Selecteer [Ander papier] in Mac OS 9 en selecteer dan de instellingen voor het voorblad en de laatste pagina.

INVOEGVELLEN TOEVOEGEN BIJ HET AFDRUKKEN OP TRANSPARANTEN (Transparant-insteekvellen)

Bij het afdrukken op transparanten voorkomt deze functie dat de transparanten aan elkaar plakken door een vel papier tussen elke twee transparanten te voegen. Het is ook mogelijk om de inhoud van elk transparant af te drukken op het bijbehorende invoegvel. ![](images/7e45e28fe71784a9f6e5ab9baabe6e6d1b838de4ab46611f622e84760631d509.jpg)

Windows

![](images/0fc8f4d3895dd20387cbce9d54a9e22e82136a7b7f13198b6df7502d3401c843.jpg)

Macintosh

![](images/5fbd7d135dceb39c1e51cd0f2ee48da177e2eeef4ce96c45798575c872a2230a.jpg) (1) Klik op het tabblad [Speciale modus]. (2) Selecteer [Transparant-insteekvellen] en klik op de knop [Instellingen]. (3) Selecteer de instellingen voor het invoegen van transparanten. U kunt het selectievakje [Afgedrukt] inschakelen om de inhoud van elk transparant af te drukken op het bijbehorende insteekvel. Selecteer de papierbron en -soort als dat nodig is. ![](images/2a1545e4aa53e5686a7872a6f234c2e35724f41473a016725bd247258b9a06ac.jpg) Stel [Transparant] in als "Papiertype" voor de handinvoer. (1) Selecteer [Printerfuncties]. (2) Selecteer [Transparant-insteekvellen]. (3) Selecteer de instellingen voor het invoegen van transparanten. Selecteer in "Transparant-insteekvellen" [Afdrukken] om dezelfde inhoud van elk transparant af te drukken op het bijbehorende insteekvel. Selecteer de papierbron en -soort als dat nodig is. ![](images/3eec6f5dde5869ab69c808ed3cb3bc73ded9640c62ae76db7cb1c41b9599de1a.jpg) - Stel [Transparant] in als "Papiertype" voor de handinvoer. - Selecteer in Mac OS X v10.2.8 in [Geavanceerd] het selectievakje [Transparant-insteekvellen] √. - Selecteer in Mac OS 9 [Transparant-insteekvellen] en selecteer uit het menu "Transparant-insteekvellen". Selecteer de papierbron en -soort als dat nodig is.

EEN CARBONAFDRUK MAKEN (Carbonafdruk)

(Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.) Deze functie wordt gebruikt om een extra afdruk van de afbeelding te maken op papier van hetzelfde formaat maar uit een andere papierlade. Als u bijvoorbeeld carbonafdruk selecteert wanneer standaardpapier is geladen in papierlade 1 en gekleurd papier in papierlade 2, kan een op een carbondoorslag gelijkend afdrukresultaat worden verkregen door slechts eenmaal de afdrukopdracht te selecteren. Wanneer standaardpapier is geladen in papierlade 1 en kringlooppapier in papierlade 2, kan Carbonafdruk tegelijkertijd één vel voor presentatie en één vel als duplicaat afdrukken.

Windows

![](images/176e3b93e3425ab426f2ff001a9e2046899e5f7430e2687ef1b29fe3a6d65e8e.jpg) ![](images/a2e952b04b628ce1aa5c7ba232d068f57e15808a6363b07c6489354074b1523b.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Computer"] --> B["Server"]
    B --> C["Output Module 1"]
    B --> D["Output Module 2"]
    B --> E["Output Module 3"]
(1) Klik op het tabblad [Speciale modus]. (2) Selecteer [Carbonafdruk] en klik op de knop [Instellingen]. (3) Selecteer de instellingen voor de carbonafdruk. Selecteer de lade voor de "Hoofdkopie" en vervolgens de lade voor de carbonafdruk (of -afdrukken) onder "Carbonafdruk". ![](images/d0cb3df2740ba4301a0617acb2d6cc1473d6d6d01cb2c9b5a3ab870a502ffe3c.jpg) Als de handinvoer is geselecteerd, moet u "Papiertype" selecteren.

TEKST AFDRUKKEN OP TABS VAN TABPAPIER (Afdrukken op tabpapier/Tabpapierinstellingen)

(Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.) Deze functie wordt gebruikt om tekst af te drukken op de tabs van tabpapier.

Afdrukken op tabpapier (alleen PCL6)

Het is mogelijk om op elk vel tabpapier af te drukken dat u op de gewenste paginapositie invoegt. Tekst die op tabs moet worden afgedrukt kan bij [Afdrukken op tabpapier] worden ingevoerd op het tabblad [Speciale modus] of in het instelvenster van de printerdriver. Uitgebreide instellingen, zoals de grootte van de tabs, de beginpositie, de afstand tussen tabs en de paginanummers waar tabbladen moeten worden tussengevoegd, kunnen worden geconfigureerd.

Tabpapierinstellingen

Tekst die op tabpapier moet worden afgedrukt kan in een softwaretoepassing worden gemaakt. Daarna kan met [Tabpapierinstellingen] op de tab [Geavanceerd] van het instelvenster van de printerdriver worden aangegeven hoe ver de tekst moet worden verschoven voor het afdrukken van de tabs. ![](images/f42c32949bcd6535674a14800a439ef5e4213c0f61f48ebf4834d9778f876c69.jpg) Afbeelding origineel Afgedrukt op tabpapier ![](images/33ad848e3fd02fedabf837757214d6f7e938dc9f1224691226e4544a0081fa73.jpg)

Windows

Afdrukken op tabpapier (alleen PCL6)

Open de gegevens die u op het tabpapier wilt afdrukken en selecteer dan de instellingen. ![](images/9dfdddfe7f7bd31fc114aa335c3b53339a03e5a146d0bb1cd9c74878f5743bef.jpg) (1) Klik op het tabblad [Speciale modus]. (2) Selecteer [Afdrukken op tabpapier] en klik op de knop [Instellingen]. (3) Selecteer de tabpositie-instellingen. Voor in de handel verkrijgbaar tabpapier kunt u de bestaande instellingen in "Gebruikersinstellingen" gebruiken, zoals [A4-5tab-D]. Voor andere soorten tabpapier kunnen de positie van de eerste tab, de afstand tussen tabs en de horizontale en verticale afmetingen van de tab rechtstreeks met de toets worden ingevoerd of gewijzigd. Bovendien kunt u bij "Papierformaat" het formaat tabpapier selecteren. (4) Selecteer de pagina-instellingen. Geef de pagina's op waar u tabpapier wilt invoegen en voer de tekst in die op de tabs wilt afdrukken. U kunt ook het lettertype selecteren en de opmaak aanpassen. ![](images/27c8375b28312017c98ec5e31a4321a17f57240c9e64ebac85fd345566d4d133.jpg) - Stel [Tabpapier] in als "Papiertype" voor de handinvoer. - U kunt de tabpapierinstellingen opslaan en een opgeslagen bestand openen in "Gebruikersinstellingen".

Tabpapierinstellingen

Als u klaar bent met het voorbereiden van de gegevens die op de tabs moeten worden afgedrukt in de softwaretoepassing, selecteert u de volgende instellingen: ![](images/15850b4bb1662ccd5aa9bf83fde72cd0686a4d59448dd6948981329b59c5d657.jpg) (1) Klik op het tabblad [Geavanceerd]. (2) Klik op de knop [Tabpapierinstellingen]. (3) Selecteer de tabpapierinstellingen. Om het beeld te verschuiven, voert u rechtstreeks een getal in of klikt u op de toets (4) Selecteer de papierinvoerbron en -soort als dat nodig is. Klik op de tab [Papier], selecteer [Handinvoer] voor "Papierinvoerbron" en [Tabpapier] voor "Papiertype". ![](images/a7df830024730571db0bc08b28394ed3b12e22d00f086e8feb2856b2d179d1d4.jpg) Stel [Tabpapier] in als "Papiertype" voor de handinvoer.

TWEEZIJDIG AFDRUKKEN WAARBIJ BEPAALDE PAGINA'S OP DE VOORZIJDE WORDEN AFGEDRUKT (Hoofdstukinvoegingen)

(Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.) U kunt bepaalde pagina's op de voorzijde van het papier laten afdrukken. Wanneer een pagina (bijvoorbeeld de eerste pagina van een hoofdstuk) wordt opgegeven als voorzijdepagina, wordt de pagina op de voorzijde van het papier afgedrukt ook al zou hij normaalgesproken op de achterzijde worden afgedrukt (de achterzijde blijft leeg en de pagina wordt op de voorzijde van het volgende vel papier afgedrukt). Voorbeeld: Wanneer pagina's 4 en 8 als pagina-instellingen bepaald zijn. ![](images/ab63b7a0bc0abf063d02279fbb7535ac0caa091c5c24b7f56b3b53afb1be041c.jpg) ![](images/2f0ddade04980bd3e5a624d026cacfc6f78e74d3f7458ec118696519d96ecd4a.jpg) ![](images/c6eaa9c2be99286ca664b3b369de35399a0203dc0bf0a5fd74b031f1b54cd4f0.jpg) ![](images/a9efba5fa3a7473f64f47de644710ee02047b53b9e3f978b63871c05f0aa627e.jpg) ![](images/06fa32c605dbe48d0b0a2af41193d7d9ff10ac966e81d95bef4c948e1438174b.jpg) Achterkant is blanco

Windows

(Deze functie kan worden gebruikt wanneer de PCL6-printerdriver wordt gebruikt.) ![](images/0171b204eb5ae31682b4aff8b22afe76f34e482eb2260f23717d4d02493722b1.jpg) (1) Klik op het tabblad [Speciale modus]. (2) Selecteer [Hoofdstukinvoegingen] en klik op de toets [Instellingen]. (3) Selecteer de hoofdstukinstellingen. Voer in "Pagina-instellingen" de paginanummers in waarmee hoofdstukken moeten beginnen. Klik op de toets [Toev.] en uw instellingen zullen verschijnen in "Informatie". Wanneer u klaar bent met het selecteren van instellingen, klikt u op de toets [Opslaan] in "Gebruikersinstellingen" om de instellingen op te slaan.

AFGEDRUKT PAPIER DUBBELVOUWEN (Vouwen)

Wanneer een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kunt u met de vouwfunctie afdrukken over de helft vouwen. U kunt kiezen of het papier met de afdrukzijde naar binnen of naar buiten wordt gevouwen. Bij het afdrukken van gegevens in pamfletvorm, kan de afgedrukte uitvoer met de functie "X vellen vouwen - nieten" eenvoudig tot een pamflet worden gevouwen en geniet. De functie "X vellen vouwen - nieten" is beschikbaar in de PCL6-printerdriver. Wanneer 2-zijdig afdrukken is uitgeschakel in de systeeminstellingen (beheerder) van de machine, kan de papiervouwfunctie niet worden gebruikt. ![](images/e55ba9b4e1c11e2f0cc534ca7406dc1979116a8cddde94f01aa40b7c6165a106.jpg) Halve vouw naar binnen ![](images/408166ff6ed83cfb04b28aab8f0e5756008b814f260605bf8bdfd423f88e14a3.jpg) Halve vouw - naar buiten ![](images/4d98c3d738efe5fcf98bef2f1c5b61828f591edaaeb16aab286868e74d980166.jpg)
natural_image Diagram of a folded paper or document with two circular annotations and shaded base (no text or symbols)
X vellen vouwen - nieten (alleen PCL6)

Windows

![](images/e3b00a4711f3ac9eb8642dd2cd371b7998b1de980d8c6a026a9a5117126a3911.jpg)

Macintosh

![](images/2ab37198154abf2c5f300e4462c41bbe38375a044503db5e75d29bdb139a1f72.jpg) (1) Klik op het tabblad [Speciale modus]. (2) Selecteer "Vouwen". Selecteer de gewenste vouwwijze in het vervolgkeuzemenu. (1) Selecteer [Printerfuncties]. (2) Selecteer [Vouwinstellingen]. (3) Selecteer de papiervouwinstellingen. ![](images/75129a97c75529defc8fb109d7a65de33d8f17af7a2e6ba6e05b8b7ab6c17f59.jpg) Selecteer in Max OS 9 [Vouwinstellingen] en selecteer dan de instellingen.

HANDIGE PRINTERFUNCTIES

TWEE MACHINES GEBRUIKEN OM EEN GROTE AFDRUKTAAK UIT TE VOEREN (Tandemafdruk)

Voor het gebruik van deze functie zijn twee machines vereist. Tandemafdruk stelt u in staat om een grote afdruktaak te laten uitvoeren door twee machines die op uw netwerk zijn aangesloten. De machines drukken elk een helft van de afdruktaak af, waardoor de afdruktijd aanzienlijk wordt bekort. Voor het gebruik van Tandemafdruk moet het IP-adres van het slave-apparaat zoals geconfigureerd onder "Instelling tandemverbinding" in de systeeminstellingen (beheerder) van het apparaat worden geconfigureerd in de printerdriver. In een Windows-omgeving kan dit automatisch worden gedaan door op de knop [Automatische configuratie] op het tabblad [Configuratie] van de printerdriver te klikken. In een Macintosh-omgeving kan dit worden automatisch worden bereikt door op de toets [Tandeminstellingen] te drukken.

Windows

![](images/81277792bb01b41849fbd298e86e4c8df04e13d4be8623c794293c73e371a27c.jpg)

Macintosh

(Deze functie kan alleen in Mac OS X worden gebruikt.) ![](images/76a16e18593c484f0c31bc6a82ce069b852acb33170c6e2f5d77b6bfebe529cc.jpg) ![](images/4fb593f01e85d1565c0ea2ee89a0ac1a3a428fb7abd815850638bd4e02fffe73.jpg)
flowchart
graph TD
    A["4 sets kopieën afdrukken"] --> B["Computer"]
    B --> C["Server"]
    B --> D["Printer"]
    C --> E["2 sets kopieën"]
    D --> F["2 sets kopieën"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
(1) Klik op het tabblad [Geavanceerd]. (2) Schakel het selectievakje [Tandemafdruk] in √. ![](images/c3854c9974d7c9837bb4fbe773b65f65f0b1ce36b919d0224f770571fde005e2.jpg) De functie Tandemafdrukken kan alleen worden gebruikt als de printerdriver is geïnstalleerd middels een "Standaard installatie" of een "Aangepaste installatie", waarbij "LPR Direct Print (adres opgeven/automatisch zoeken)" is geselecteerd. (1) Selecteer [Tandemafdruk]. (2) Schakel het selectievakje [Tandemafdruk] in √. ![](images/59ec32311d4f78187ddfed440f38d350ec638bef79bcbc74919963ced76fbcea.jpg) Om de functie Tandemafdruk te gebruiken moet het te gebruiken protocol geselecteerd worden in overeenstemming met het bericht dat in het linkerscherm verschijnt wanneer u een printerdriver toevoegt met de "Printerconfiguratie" ("Afdrukbeheer" in Mac OS X v10.2.8).

AFDRUKBESTANDEN OPSLAAN EN GEBRUIKEN (Vasthouden/Documentarchivering)

Deze functie wordt gebruikt om een afdruktaak als bestand op te slaan op de harde schijf van het apparaat, zodat de taak wanneer nodig kan worden afgedrukt via het bedieningspaneel. U kunt een locatie selecteren voor het opslaan van een bestand om te voorkomen dat het bestand wordt samengevoegd bij de bestanden van andere gebruikers. Wanneer u iets afdrukt vanaf een computer, kunt u een wachtwoord instellen (5 tot 8 cijfers) om de informatie in een opgeslagen bestand geheim te houden. Wanneer dit wachtwoord eenmaal is vastgesteld, moet het worden ingevoerd als een opgeslagen bestand vanaf de machine moet worden afgedrukt. ![](images/bf746b6ee0a49c1c54f4a213c5941e1a40f3ac1c7d4fb5db6bf7ae6cf447f78f.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Computer"] -->|Data Transfer| B["HDD"]
    B --> C["Document Output"]

Alleen vasthouden

Deze instelling wordt gebruikt om een afdruktaak op de harde schijf van het apparaat vast te houden zonder de taak af te drukken.

Vasthouden na afdr.

Deze instelling wordt gebruikt om een afdruktaak op de harde schijf van het apparaat vast te houden nadat de taak is afgedrukt.

Voorbeeldafdruk

Wanneer een afdruktaak naar het apparaat wordt gezonden, worden alleen de eerste vellen afgedrukt. Na de inhoud van de eerste set kopieën te hebben gecontroleerd, kunt u de overige sets afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat. Hierdoor wordt voorkomen dat u grote aantallen foutieve afdrukken krijgt. Voor het opslaan van afdrukbestanden op de harde schijf van de machine, zie "EEN OPGESLAGEN BESTAND AFDRUKKEN" (pagina 6-31) in "6. DOCUMENTARCHIVERING".

Windows

![](images/cc1ac1532c36f80ffed3e36424f4dcfe72dbf5dd06c7d5caba819738bf2e904c.jpg) (3) (1) Klik op het tabblad [Taakverwerking]. (2) Selecteer de instelling voor vasthouden. Schakel het selectievakje [Vasthouden] in Selecteer de methode van vasthouden in "Vasthouden instellingen". Schakel om een wachtwoord (getal van 5 tot 8 cijfers) in te voeren het selectievakje [Wachtwoord] in (3) Selecteer de instellingen voor documentarchivering. Selecteer de map waarin u het bestand wilt opslaan onder "Instell. Documentarchivering". Als u [Aangepaste map] selecteert, klikt u op de knop [Opgeslagen in] om de map te selecteren. ![](images/4124cfa5c56ff05457b941e37032ae84e426e82b68f73eff10c815b7adc5d3e9.jpg) \- Als [Snelbestand] wordt geselecteerd, wordt "Vasthouden instellingen" alleen ingesteld op [Vasthouden na afdr.]. \- Wanneer u [Snelbestand] selecteert, wordt het wachtwoord dat is opgegeven in "Vasthouden instellingen" gewist en kan het niet worden gebruikt. \- Als u een bestand wilt opslaan in een aangepaste map, moet u deze eerst maken met "Documentarch. Beheer" in de systeeminstellingen (beheerder). Als een wachtwoord is ingesteld voor een aangepaste map, geef dan het "Mapwachtwoord" op in het mapselectiescherm. \- Als [Vasthouden] is geselecteerd bij [Afdrukbeleid] in het tabblad [Configuratie] dan is het selectievakje [Vasthouden] altijd geselecteerd en kunt u dit niet wijzigen. \- In een IPV6-omgeving kunnen bestanden alleen in de hoofdmap worden opgeslagen.

Macintosh

![](images/781f30459deea3109b5143479d4bf06bd1fa795642818b48f8e76bbcaced8fc2.jpg) (1) Selecteer [Taakverwerking]. (2) Selecteer de instelling voor vasthouden. Schakel het selectievakje [Vasthouden] in Selecteer de methode van vasthouden in "Vasthouden instellingen". Om de handeling te vereenvoudigen wanneer u de volgende keer hetzelfde wachtwoord instelt, kunt u op de toets Vergrendelen) klikken nadat u het wachtwoord hebt ingevoerd (5 tot 8 cijfers). (3) Selecteer de instellingen voor documentarchivering. Selecteer de map waarin u het bestand wilt opslaan onder "Instell. Documentarchivering". Als u [Aangepaste map] selecteert, klikt u op de knop [Opgeslagen in] om de map te selecteren. ![](images/bcdaaf086650874666451dbeb21f924b01cd67a91210c26e97705bd9623e3559.jpg) - Als [Snelbestand] wordt geselecteerd, wordt "Vasthouden instellingen" alleen ingesteld op [Vasthouden na afdr.]. - Wanneer u [Snelbestand] selecteert, wordt het wachtwoord dat is opgegeven in "Vasthouden instellingen" gewist en kan het niet worden gebruikt. - Als u een bestand wilt opslaan in een aangepaste map, moet u deze eerst maken met "Documentarch. Beheer" in de systeeminstellingen (beheerder). Als een wachtwoord is ingesteld voor een aangepaste map, geef dan het "Mapwachtwoord" op in het mapselectiescherm. - In Mac OS X v10.5 tot 10.5.8 en in v10.6 tot 10.6.2 klikt u op de tab [Aangepaste map] als u de instellingen voor documentarchivering in een aangepaste map wilt opslaan. - Selecteer in Max OS 9 [Taakverwerking] en selecteer dan de vasthoudinstellingen. (De functie documentarchivering kan niet worden gebruikt.)

Automatisch alle opgeslagen gegevens afdrukken

Wanneer gebruikersauthenticatie in de systeeminstellingen (beheerder) is ingeschakeld, kunnen alle vastgehouden afdruktaken van een gebruiker die inlogt op moment van inloggen automatisch worden afgedrukt. Nadat alle opdrachten zijn afgedrukt, worden de bestanden gewist. Om de functie alles afdrukken te gebruiken, zijn de volgende stappen vereist: - "Opgeslagen taken automatisch afdrukken na login" moet in de systeeminstellingen (beheerder) van de machine zijn ingeschakeld. - Op het moment van vasthouden van afdrukken moet, naast de informatie voor de gebruikersauthenticatie, de in de machine opgeslagen gebruikersnaam worden ingevoerd bij "Gebruikersnaam" van de taak-id in de printerdriver. Windows: AFDRUKKEN ALS DE GEBRUIKERSAUTHENTICATIEFUNCTIE IS INGESCHAKELD (pagina 3-8) Macintosh: AFDRUKKEN ALS DE GEBRUIKERSAUTHENTICATIEFUNCTIE IS INGESCHAKELD (pagina 3-22) (1) Log in op de machine. Voer uw gebruikersnummer of loginnaam en wachtwoord in op het scherm gebruikersauthenticatie van de machine. (2) Voer alles afdrukken uit. Er wordt een bevestigingsvraag weergegeven. Druk op de toets [OK]. De afdrukbestanden die zijn opgeslagen in de snelmap, hoofdmap en aangepaste map worden automatisch afgedrukt en gewist. ![](images/b6f7c11feda1c27218dec6c8ed9467ad92bbd0695a22b2207ec0fdcf1c63e1e3.jpg) Bestanden met een wachtwoord en bestanden die beveiligd zijn door de functie documentarchivering van de machine worden niet afgedrukt. Bestanden in een map (met uitzondering van Mijn map) met een wachtwoord worden ook niet afgedrukt. ![](images/6ec2c5930db757d975bd92cc183102a3cecefed52fd1484887d633a489df51f2.jpg) Als u niet "alles wilt afdrukken"... Druk in stap 2 op de toets [Annuleren].

AFDRUKKEN ZONDER DE PRINTERDRIVER

Wanneer de printerdriver niet is geïnstalleerd op uw computer, of wanneer de applicatie om een af te drukken bestand te openen niet beschikbaar is, kunt u direct op het apparaat afdrukken zonder de printerdriver. Hieronder ziet u de bestandstypen (en overeenkomstige extensies) die u direct kunt afdrukken.
Bestands-typeTIFF JPEGPCLPDF/Versleutelde PDFPS XPS
Extensietiff, tifjpeg, jpg, jpe, jfifpcl pdf ps xps
![](images/c39c5455fa9a7458f0ec9d89705581cce62e56a50434cbd2507ea2cff21bf61f.jpg) - Voor het afdrukken van PDF- en PS-bestanden moet de PS3-uitbreidingskit zijn geïnstalleerd. - Voor het afdrukken van XPS-bestanden moet de XPS-uitbreidingskit zijn geïnstalleerd. - Naargelang het bestandstype kunt u sommige bestanden in bovenstaande tabel mogelijk niet afdrukken.

DIRECT AFDRUKKEN VANAF HET APPARAAT

Er kan een bestand op een FTP-server, in een netwerkmap of op een USB-geheugenapparaat dat op de machine is aangesloten, worden geselecteerd en afgedrukt vanaf het bedieningspaneel van de machine zonder de printerdriver te gebruiken. ![](images/2aae85d24c86d1455da522a68d78b90c1f860406df2139c12c310471a1651373.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Server Tower"] --> B["Printer"]
    B --> C["USB Drive"]

DIRECT AFDRUKKEN VAN EEN BESTAND OP EEN FTP-SERVER

Wanneer een FTP-server is gekoppeld aan de webpagina's van het apparaat, kunt u een bestand op de FTP-server specificeren en afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat. Hierdoor hoeft u het bestand niet meer te downloaden en af te drukken vanaf een computer. Raadpleeg de Beknopte bedieningshandleiding voor de procedure om de webpagina's te openen. ![](images/99a990f5155d11bbbb148bb92a2dd37b6f623ad0f0191a561f869aba5c6ac9ad.jpg) Klik voor het configureren van FTP-serverinstellingen op [Toepassingsinstellingen] en dan op [Instelling voor afdrukken vanaf de MFP(FTP)] in het webpaginamenu. (Beheerderrechten zijn vereist.) Er kunnen tot 20 FTP-servers worden geconfigureerd.

1

![](images/4a5f2d2f2071f0fbf8dd1f47673f30919026c9ebd46151b0e8451ddbef42efdd.jpg)

Ga naar de FTP-server.

(1) Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING]. (2) Druk op de tab [Ex.datatoegang]. (3) Druk op de toets [FTP]. Op de toets [FTP] kan niet worden gedrukt wanneer geen FTP-server is geconfigureerd.

2

![](images/7a941216ec02d083f81d352c59744b45577661b6a4bd474f2c20e4b76c7a0be7.jpg)

Druk op de toets voor de FTP-server die u wilt gebruiken.

3

![](images/6b40ef1aefe65dc6affdeba98adf4910ad2ce5ad95bd1ac8d1a181507c9dd995.jpg)

Druk op de toets voor het bestand dat u wilt afdrukken.

- Het pictogram verschijnt aan de linkerzijde van de toetsen voor bestanden die kunnen worden afgedrukt. - Het pictogram wordt weergegeven aan de linkerzijde van de toetsen voor mappen op de FTP-server. Druk op de toets voor een map om de bestanden en mappen in die map weer te geven. ![](images/714498db6d843cdc268c127be453f08cc3a39623807da810daf3639a756dd287.jpg) - Er kunnen in totaal 100 toetsen voor bestanden en mappen worden weergegeven. - Druk op de toets om een mapniveau omhoog te gaan. - Als u een mapniveau omlaag gaat door op de toets voor een map te drukken, verschijnt de toets rechts boven in het scherm. Druk op deze toets om terug te keren naar het selectiescherm bestands- of mapnaam. - Druk op de toets [Bestands- of mapnaam] om de volgorde van de op het scherm weergegeven bestanden en mappen te wijzigen. De volgorde wisselt bij elke toetsdruk tussen oplopende en aflopende volgorde.

4

![](images/337a1a28bda5025e383acaa4291b9d7be27485a5ae7e99f9a1660f79e243e2f6.jpg)

Druk het geselecteerde bestand af.

(1) Selecteer afdrukvoorwaarden.

Als u in stap 3 een bestand (PCL, PS of XPS) hebt geselecteerd met afdrukinstellingen, worden deze instellingen toegepast.

(2) Druk op de toets [Afdrukken].

Het afdrukken begint. Als de melding op het aanraakscherm verschijnt, drukt u op de toets [OK]. ![](images/1525751dfaa6af4893fb40618f23785886d4a629c97382962405280e3a7c7db2.jpg) Als u een PDF-bestand selecteert waarvoor een wachtwoord is ingesteld, moet u dit wachtwoord invoeren in het opdrachtstatusscherm voordat u het bestand kunt afdrukken. EEN VERSLEUTELD PDF-BESTAND AFDRUKKEN (pagina 3-69)

DIRECT AFDRUKKEN VAN EEN BESTAND IN EEN USB-GEHEUGEN

Een bestand in een op het apparaat aangesloten USB-geheugen kan worden afgedrukt via het bedieningspaneel van het apparaat zonder gebruik te maken van de printerdriver. Als de printerdriver van het apparaat niet is geïnstalleerd op uw computer, kunt u een bestand kopieren naar een in de handel verkrijgbaar USB-geheugen en het geheugen aansluiten op het apparaat om het bestand direct af te drukken.

1

![](images/fcb0ac13578771441348f7fd443c3810d5ead752a2f9f62b671139b2d8bcc7cc.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with control panel and paper clip (no text or symbols)
Sluit het USB-geheugen aan op het apparaat. ![](images/72a98e200a2442feee006c62670a3af198228e5a43f51d31e149aee095c1a1b8.jpg) Gebruik een FAT32 USB-geheugen met een capaciteit van meer dan 32 GB. ![](images/f265c3d9bb35605a7b24856a0b9d3bf867a223b4ccd16cc0bea523f4394cee1f.jpg)

Open het USB-geheugen.

(1) Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING]. (2) Druk op de tab [Ex.datatoegang]. (3) Druk op de toets [USB-geheugen]. ![](images/6ba741ee7cf3a574e316cdd4cde16e9fefb4d0de9c2b45edc777d41a5cd22b4b.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken USB-geheugen Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van bestanden van een USB-geheugen te blokkeren. Als deze instelling is ingeschakeld, kunt u niet op de toets [USB-geheugen] drukken. ![](images/945afa6af875d284d6a90418e5410608c2a70cbe935b6844591faf678fa63471.jpg)

Druk op de toets voor het bestand dat u wilt afdrukken.

- Het pictogram verschijnt aan de linkerzijde van de toetsen voor bestanden die kunnen worden afgedrukt. - Het pictogram wordt weergegeven aan de linkerzijde van de toetsen voor mappen in het USB-geheugen. Druk op de toets voor een map om de bestanden en mappen in die map weer te geven. ![](images/c3955c5abf820e2d81351fd2e235c045287ca6697b6b77280cb1e15afb231ab9.jpg) - Er kunnen in totaal 100 toetsen voor bestanden en mappen worden weergegeven. - Druk op de toets om een mapniveau omhoog te gaan. - Als u een mapniveau omlaag gaat door op de toets voor een map te drukken, verschijnt de toets rechts boven in het scherm. Druk op deze toets om terug te keren naar het selectiescherm bestands- of mapnaam. - Druk op de toets [Bestands- of mapnaam] om de volgorde van de op het scherm weergegeven bestanden en mappen te wijzigen. De volgorde wisselt bij elke toetsdruk tussen oplopende en aflopende volgorde. ![](images/8d468a316b0d9e4ecabc27895eff3787d5368240f19a701324253101cda66799.jpg)

Druk het geselecteerde bestand af.

(1) Selecteer afdrukvoorwaarden.

Als u in stap 3 een bestand (PCL, PS of XPS) hebt geselecteerd met afdrukinstellingen, worden deze instellingen toegepast.

(2) Druk op de toets [Afdrukken].

Het afdrukken begint zodra het geselecteerde bestand is overgebracht. Als de melding op het aanraakscherm verschijnt, drukt u op de toets [OK]. ![](images/e9222c3803af7b126690d1dc873be50f78e7f02f5fa0a07a6a7a67a821294e66.jpg) Om het afdrukken te annuleren... Als u het afdrukken wilt annuleren terwijl het bestand wordt overgebracht, druk dan op de toets [Annuleren] in het berichtvenster dat op het aanraakscherm verschijnt. 5 ![](images/d70bf7979e3bf4da753627c57f7fbbf0e2bcff30f8126dcd2bed56f206c0b503.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with control panel and paper feed (no text or symbols)
Verwijder het USB-geheugen van het apparaat. ![](images/3863f86fcf3c7a5d0746089ea8453908d7d6f9a5c6ba156404c702f4f049f666.jpg) Als u een PDF-bestand selecteert waarvoor een wachtwoord is ingesteld, moet u dit wachtwoord invoeren in het opdrachtstatusscherm voordat u het bestand kunt afdrukken. EEN VERSLEUTELD PDF-BESTAND AFDRUKKEN (pagina 3-69)

EEN BESTAND IN EEN NETWERKMAP DIRECT AFDRUKKEN

Met het bedieningspaneel van de machine kunt u een bestand selecteren en afdrukken dat zich bevindt op een server of in een gedeelde map van iemands computer op hetzelfde netwerk als de machine. 1 ![](images/77c0407ea751f001dc728855e19e1ec14066f3b9ca5af46137da824c6e0ae076.jpg)

Ga naar het netwerk.

(1) Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING]. (2) Druk op de tab [Ex.datatoegang]. (3) Druk op de toets [Netwerkmap]. ![](images/c341d0a7246bf11ea465cfb456bcb79f5f32ca91048335e8c7ffdbb1a951c422.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken netwerkmap Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van bestanden in een netwerkmap te blokkeren. Als deze instelling is ingeschakeld, kunt u niet op de toets [Netwerkmap] drukken. ![](images/6b40d316d62466c55177a1e086c983c06d7ed867ae4b08025c19598a77b5ab90.jpg) ![](images/63dbed86d43851ec2e7a7d1531d1671305c4f268c20e3cfd723578e0d0e9602d.jpg) ![](images/2309784f87da9f0103b94a2e88f79c704fd0dbd5464ca30ea7dcc59ed51c90fa.jpg)

Open de netwerkmap.

(1) Druk op de toets van de werkgroep die u wilt openen. (2) Druk op de toets van de server of werkgroep die u wilt openen. Als een scherm wordt weergegeven waarin u wordt gevraagd om een gebruikersnaam en wachtwoord, vraag dit dan nabij uw serverbeheerder en voer de juiste gebruikersnaam en wachtwoord in. (3) Druk op de toets van de netwerkmap. ![](images/6c4e4ddf2198031c5d148afe3c0b84503e9bc75a1f04274dbe0f6cae39fbbde7.jpg) - Door op de toets [Zoeken] te drukken en een trefwoord in te voeren, kunt u zoeken naar een werkgroep, server of netwerkmap. Voor de procedure van het invoeren van tekst, zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". - Er kunnen tot 100 werkgroepen, 100 servers en 100 netwerkmappen worden weergegeven. - Druk op de toets om een mapniveau omhoog te gaan. - Keer terug naar het keuzescherm werkgroep door op de toets te drukken. - Wijzig de sorteervolgorde van de weergegeven toetsen door te drukken op de toetsen ▲ of ▼ op elk scherm. De volgorde wisselt bij elke toetsdruk tussen oplopende en aflopende volgorde. - Ga naar een bepaalde pagina door te drukken op de toets die het huidige paginanummer aangeeft en het gewenste paginanummer in te voeren. ![](images/ac70ca67bcc0a24fc4fa06745d994a72fae34eef39a00ee06bff0bd2fc3eca3c.jpg)

Druk op de toets voor het bestand dat u wilt afdrukken.

- Het pictogram verschijnt aan de linkerzijde van de toetsen voor bestanden die kunnen worden afgedrukt. - Het pictogram wordt links van de toetsen van mappen in de netwerkmap weergegeven. Druk op de toets voor een map om de bestanden en mappen in die map weer te geven. ![](images/f46a9ed7c0bee59242df6151f36062851f585b450ed7fd260ff88c874610cc5a.jpg) - Er kunnen in totaal 100 toetsen voor bestanden en mappen worden weergegeven. - Druk op de toets om een mapniveau omhoog te gaan. - Om terug te keren naar het scherm voor selectie van de netwerkmap, raakt u de toets aan. - Druk op de toets [Bestands- of mapnaam] om de volgorde van de op het scherm weergegeven bestanden en mappen te wijzigen. De volgorde wisselt bij elke toetsdruk tussen oplopende en aflopende volgorde. ![](images/d7d550fd32b1ca965c7c57767c179ac791caa706aa4e06f10e83a2307f0adf11.jpg)

Druk het geselecteerde bestand af.

(1) Selecteer afdrukvoorwaarden.

Als u in stap 3 een bestand (PCL, PS of XPS) hebt geselecteerd met afdrukinstellingen, worden deze instellingen toegepast.

(2) Druk op de toets [Afdrukken].

Het afdrukken begint zodra het geselecteerde bestand is overgebracht. Als de melding op het aanraakscherm verschijnt, drukt u op de toets [OK]. ![](images/866de14893209d83bcda5ec7ed9e8243009b643c400dbc6fbb3abf3dfcf62730.jpg) Als u een PDF-bestand selecteert waarvoor een wachtwoord is ingesteld, moet u dit wachtwoord invoeren in het opdrachtstatusscherm voordat u het bestand kunt afdrukken. EEN VERSLEUTELD PDF-BESTAND AFDRUKKEN (pagina 3-69)

DIRECT AFDRUKKEN VANAF EEN COMPUTER

U kunt instellingen configureren op de webpagina's van het apparaat zodat u direct vanaf de computer kunt afdrukken zonder gebruik van de printerdriver. Raadpleeg de Beknopte bedieningshandleiding voor de procedure om de webpagina's te openen.

AFDRUKTAAK INDIENEN

Het is mogelijk om direct een bestand op te geven om te laten afdrukken, zonder de printerdriver te gebruiken. Met deze procedure kunt u niet alleen bestanden op uw computer afdrukken, maar elk bestand dat u vanaf uw computer kunt openen, zoals een bestand op een andere computer die is aangesloten op hetzelfde netwerk. Als u een bestand direct wilt afdrukken op een computer, klikt u op [Documenthandelingen] en vervolgens op [Afdruktaak indienen] in het webpaginamenu.

FTP AFDRUKKEN

U kunt een bestand afdrukken vanaf uw computer door het gewoon te slepen (drag & drop) naar de FTP-server van het apparaat.

- Instellingen configureren

Klik voor het inschakelen van FTP afdrukken op [Toepassingsinstellingen] en dan op [Instelling voor afdrukken vanaf de PC] in het webpaginamenu, en configureer het poortnummer. (Beheerderrechten zijn vereist.)

- FTP afdrukken uitvoeren

Typ "ftp://" vervolgens het IP-adres van het apparaat in de adresbalk van de webbrowser van de computer, zoals hieronder aangegeven.

(bijvoorbeeld)

ftp://192.168.1.28 Sleep het af te drukken bestand op de "lp"-map die in uw webbrowser verschijnt. Het bestand wordt automatisch afgedrukt. ![](images/491e587573755505cb1bdf51328693778a11329454ee6b08e55b4e2912768b25.jpg) - Als u een bestand (PCL, PS of XPS) hebt afgedrukt met afdrukinstellingen, worden deze instellingen toegepast. - Wanneer gebruikersauthenticatie ingeschakeld staat in de systeeminstellingen (beheerder) van de machine, is het mogelijk dat de afdrukfunctie wordt beperkt. Vraag uw beheerder om meer informatie.

E-MAIL AFDRUKKEN

U kunt een e-mail account configureren in het apparaat, zodat het apparaat uw mailserver periodiek controleert, en automatisch ontvangen e-mailbijlagen afdrukt zonder de printerdriver te gebruiken.

- Instellingen configureren

Als u de functie e-mail afdrukken wilt gebruiken, moet u op het apparaat een e-mailaccount configureren. Als u een account wilt configureren, klikt u op [Toepassingsinstellingen] en vervolgens op [Instellingen voor e-mail afdrukken] in het menu van de webpagina. (Beheerderrechten zijn vereist.) Raadpleeg de Beknopte bedieningshandleiding voor de procedure om de webpagina's te openen.

- Werken met de functie e-mail afdrukken

Als u een bestand wilt afdrukken met de functie e-mail afdrukken, gebruikt u het e-mailprogramma op uw computer om de bestanden als bijlage naar het e-mailadres van het apparaat te zenden. U kunt stuuropdrachten in het e-mailbericht typen voor het aantal kopieën en de print-format. U typt opdrachten volgens de indeling "opdrachtnaam = waarde". De bedieningscommando's kunnen bijvoorbeeld de volgende zijn:
Functie Opdrachtnaam Waarden Voorbeeld
Kopieën COPIES 1-999
Nietjes*1STAPLEOPTION NONE, ONE, TWO, SADDLE
Perforatie*2PUNCH OFF, ON
Uitvoer COLLATE OFF, ON
2-zijdige kopie DUPLEX OFF, TOP, LEFT, RIGHT
Accountnummer*3ACCOUNTNUMBER Nummer (5 tot 8 cijfers)
Bestandstype LANGUAGE PCL, PCLXL, POSTSCRIPT, PDF, TIFF, JPG, XPS
PapierPAPERNaam van beschikbaar papier (A4, LETTER, enz.)
Document ArchiverenFILEOFF, ON
FOLDERNAMEMaximaal 28 tekens
SnelmapQUICKFILE OFF, ON
UitvoerladeOUTTRAYCENTER, RIGHT, FINISHER
Aanpassen aan paginaFITIMAGETOPAGEOFF, ON
COPIES=2
DUPLEX=LEFT
ACCOUNTNUMBER=11111
PAPER=A4
\*1 Werkt alleen wanneer een zadelsteekafwerkingseenheid of afwerkingeenheid is geïnstalleerd. \*2 Werkt alleen wanneer een perforatiemodule is geïnstalleerd op een afwerkingeenheid of een zadelsteekafwerkingseenheid. \*3 Kan worden weggelaten behalve wanneer de authenticatie geschiedt via een gebruikernummer. ![](images/ec2483194769125c3c7ee2d4526e9d00efe3727ed59f07d411dc35b63f165cf7.jpg) - Typ de opdrachten als platte tekst. Als u de opdrachten typt in Rich Text (HTML), werken de opdrachten niet. - Typ de opdracht "Config" in het e-mailbericht en u ontvangt een lijst van de stuuropdrachten. - Als niets is opgegeven in de hoofdtekst (het bericht) van de e-mail, wordt afgedrukt volgens de "Standaardinstellingen" in de systeeminstellingen. Als u een bestand (PCL, PS of XPS) hebt afgedrukt met afdrukinstellingen, worden deze instellingen toegepast. - Voer alleen een "Bestandstype" in als u een paginabeschrijvingstaal (PDL) opgeeft. Normaalgesproken is het niet nodig om een bestandstype in te voeren.

DE AFDRUKSTATUS CONTROLEREN

OPDRACHTSTATUSCHERM

Het scherm opdrachtstatus verschijnt wanneer u op de toets [OPDRACHT STATUS] op het bedieningspaneel drukt. Het opdrachtstatusscherm geeft de status van opdrachten per modus weer. Als u op de toets [OPDRACHT STATUS] drukt, wordt het opdrachtstatusscherm weergegeven van de modus die u gebruikte voordat u op de toets drukte. ![](images/c752b045cbce23052d6bdda345b28509a753c9620b679bba08d089c29990c093.jpg) ![](images/44d6387aa2eb749beb05d082271a50cb29ec593699f5fac4c8c41a13ed6607a5.jpg) De opdrachtstatusweergave (A) bevindt zich in de linkeronderhoek van het aanraakscherm. U kunt op het opdrachtstatusscherm drukken om het opdrachtstatusscherm te openen. De eerste vier opdrachten in de afdrukrij (de lopende opdracht en de gereserveerde opdrachten) kunt u in de opdrachtstatusweergave (B) controleren. ![](images/a02d5e6439976bec753e49d5c4a6586a59e41a937fe9a1af015b8786d83b8d5e.jpg)

SPOOL SCHERM/SCHERM OPDRACHTEN IN DE WACHTRIJ/SCHERM UITGEVOERDE OPDRACHTEN

Het opdrachtstatusscherm omvat het scherm opdrachtwachtrij (waarin wordt aangegeven welke kopieer- en afdrukopdrachten wachten om te worden afgedrukt, en de opdracht die momenteel wordt uitgevoerd), en het scherm uitgevoerde opdrachten (waarin de uitgevoerde opdracht worden aangegeven, het spool scherm (met opdrachten die zijn gespoold) en encrypted PDF-opdrachten die wachten op de invoer van een wachtwoord. ![](images/5b0d540ab0568a0239336ed40b8f78e877436db6638e8f468dfc3ee196175187.jpg) ![](images/9e5eccec24dd4fbe47ee9408977443fc76e0e6b36873952659cf8e0e6b3cca63.jpg)

(1) Modus selectietabs

Met deze tabs selecteert u welke functie wordt weergegeven in het opdrachtstatuscherm. De status van afdrukopdrachten kan worden gecontroleerd door op de tab [Afdrukopdracht] te drukken.

(2) Selectietoets van opdrachtstatuscherm

Druk op deze toets om te wisselen tussen het scherm opdrachtwachtrij en het scherm uitgevoerde opdrachten.

(3) Opdrachtenlijst (spool-scherm)

Hier worden gespoolde afdrukopdrachten en versleutelde PDF-afdrukopdrachten weergegeven waarvoor een wachtwoord moet worden ingevoerd.

(4) Opdrachtenlijst (opdrachtwachtrij)

Opdrachten die wachten om te worden afgedrukt verschijnen in de opdrachtwachtrij als toetsen. De opdrachten worden afgedrukt van bovenaan in de wachtrij. Elke opdrachttoets laat informatie over de opdracht en de huidige status van de opdracht zien.

(5) Toets [Details] (scherm opdrachtwachtrij)

Druk op deze toets om uitvoerige informatie over een opdracht weer te geven.

(6) Toets [Prioriteit]

Druk op deze toets om prioriteit te verlenen aan de geselecteerde opdracht.

(7) Toets [Stop./Wis.]

Druk op deze toets om een geselecteerde opdracht te stoppen of wissen.

(8) Opdrachtenlijst (scherm uitgevoerde opdrachten)

Hier worden maximaal 99 uitgevoerde opdrachten weergegeven. Het resultaat (status) van elke uitgevoerde opdracht wordt weergegeven.

(9) Toets [Details] (scherm uitgevoerde opdrachten)

Wanneer een opdracht in de opdrachtenlijst wordt weergegeven als toets, kunt u op de toets [Details] drukken om uitvoerige informatie over de opdracht weer te geven.

(10) Toets [Oproep]

Druk op deze toets om een afdrukopdracht die is opgeslagen met de functie documentarchivering op te roepen en te gebruiken

Weergave opdrachttoetsen

Elke opdrachttoets geeft de positie van de opdracht in de opdrachtwachtrij en de huidige status van de opdracht weer. ![](images/2e49c9d39605c5f5b7877d36697efd4a7157080224d67a48c0d9655992a915d2.jpg) (1) Geeft het nummer (de positie) van de opdracht in de wachtrij aan. Als de opdracht die momenteel wordt afgedrukt voltooid is, schuift de opdracht een positie omhoog in de wachtrij. Het nummer verschijnt niet op de toetsen van het scherm met uitgevoerde opdrachten. (2) Moduspictogram Het pictogram verschijnt als het een afdrukopdracht betreft. (3) Gebruikersnaam De computerloginnaam van de gebruiker verschijnt in de afdrukopdracht. In de printerdriver kan een "Gebruikersnaam" worden ingevoerd om de naam van de gebruiker aan te geven die de opdracht uitvoert. (4) Aantal ingevoerde sets Hier wordt het aantal opgegeven sets weergegeven. (5) Aantal voltooide sets Hier wordt het aantal voltooide sets weergegeven. Terwijl de taak in de opdrachtwachtrij staat, verschijnt "000". (6) Status Geeft de opdrachtstatus weer.
Bericht Status
"Afdrukken"Bezig met afdrukken.
"Wachten"Opdracht wacht op uitvoering.
"Toner Op"De toner in de tonercartridge is op. Vervang de tonercartridge met een nieuwe cartridge.
"Papier Op"Het papier dat voor deze opdracht wordt gebruikt, is op. Vul het papier aan of schakel om naar een andere papierlade.
"Limiet"De paginalimiet voor het afdrukken is overschreden. Vraag naar de beheerder van de machine.
"Fout"Tijdens het uitvoeren van de opdracht heeft zich een fout voorgedaan. Verhelp de oorzaak van de fout.
"Renderen"Afdrukgegevens analyseren
"Spoolen"Afdrukgegevens worden ontvangen of een opdracht wacht op analyse na het spoolen.
"PDF versl."Als bij de analyse een gespoold bestand wordt aangetroffen dat een versleutelde PDF is, wordt overgegaan op de wachtwoord invoerstand.

EEN VERSLEUTELD PDF-BESTAND AFDRUKKEN

Het versleuteld PDF-formaat wordt gebruikt om PDF-bestanden te beveiligen door er een wachtwoord aan toe te kennen. Voor het rechtstreeks afdrukken van een versleuteld PDF-bestand op een FTP-server of van een USB-geheugenapparaat of iets dergelijks die op de machine is aangesloten, volg onderstaande stappen om het wachtwoord in te voeren en te gaan afdrukken. ![](images/0eb46920df5cc2ab11e1550dee0d55650327da5f0826040874ec8380869c04e3.jpg) De PS3 uitbreidingskit is vereist om deze functie te kunnen gebruiken. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/b1dc9d0f468ee2022877328a0b408c436dc3149324179afd774c82e4309bb1a2.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/090cc2733ab85b6966a5681d1662faec970d262363a841d076a1beff40f3eb42.jpg)

Selecteer de versleutelde PDF-afdruktaak.

(1) Druk op de tab [Afdrukopdr.]. (2) Wijzig de status van de afdruktaak naar [Spool]. Druk op deze toets om de modus te wijzigen. De geselecteerde modus wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets voor de afdruktaak van het PDF-bestand met het wachtwoord. 3 ![](images/7015cac872984ac4570cad337e22001c35b0b03af74805c297e8b8c01a696e8a.jpg)

Druk op de toets [Ja].

Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Voer het wachtwoord in (maximaal 32 tekens) en druk op [OK]. De afdruktaak wordt vrijgegeven en naar de [Opdr.Wachtr] overgebracht. ![](images/d0c440578e6f37f7da59f9c13b1667674c0ac215809b9b61c49901975f7c9198.jpg) Indien zowel een hoofdwachtwoord als een gebruikerswachtwoord (voor het openen van het bestand) zijn ingesteld, voer dan het hoofdwachtwoord in. ![](images/0bcfec23ed4648b9be9b0269d9f25d7093d5181b3bb1652dfd3c948648ba14a9.jpg) - Als u een versleuteld PDF-bestand wilt afdrukken met de printerdriver, typt u het wachtwoord wanneer u het bestand opent op uw computer. - U kunt een versleuteld PDF-bestand niet afdrukken als u het wachtwoord voor het bestand niet kent. Druk om een gespoolde afdruktaak te wissen op [Nee] in het scherm bij stap 3 en druk vervolgens op de toets [Stop./Wis.]. - De volgende versleutelde PDF-versies kunt u direct afdrukken: 1.6 (Adobe® Acrobat® 7.0) en eerder.

VOORRANG GEVEN AAN EEN AFDRUKTAAK/EEN AFDRUKTAAK ANNULEREN

VOORRANG GEVEN AAN EEN AFDRUKTAAK

Als het apparaat bezig is met kopiëren of het afdrukken van een ontvangen fax of andere taak, kunt u voorrang geven aan een afdruktaak die prioriteit heeft en deze eerder afdrukken dan de andere taken. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/25192b29925278e2bbc797c6cfb66c0b45ed95968bf3868d5de6818c7817dc06.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/39cdb54daede5067ef0fdb249cc4aa1c9eddd1f20f4579ff40d9d6c7aac050e9.jpg) (3) (4) Geef de gewenste taak voorrang. (1) Druk op de tab [Afdrukopdr.]. (2) Wijzig de status van de afdruktaak in [Opdr.Wachtr]. Druk op deze toets om de modus te wijzigen. De geselecteerde modus wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets voor de afdruktaak die u voorrang wilt geven. (4) Druk op [Prioriteit]. De huidige afdruktaak wordt gestopt en de bij (3) geselecteerde taak wordt afgedrukt. ![](images/57db8dbb1302f8a1791d937eab540848dcc1151cf78bf7b568acd62bc44041ef.jpg) Druk voor informatie over de geselecteerde afdruktaak op de toets [Details].

EEN AFDRUKTAAK ANNULEREN

U kunt een taak die wordt afgedrukt, wordt gespoold of in een wachtrij staat annuleren. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/3324d70d2d34e9f16f8abda0f6f6e61994bb92b7211d1187f6069eadc4a8de4a.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. ![](images/96da15418964ff172236022a589dc1a59dbc1ef167e46106d3b7c4a4f238fba0.jpg)

Annuleer de taak.

(1) Druk op de tab [Afdrukopdr.]. (2) Wijzig de status van de afdruktaak in [Spool] of [Opdr.Wachtr]. Druk op deze toets om de modus te wijzigen. De geselecteerde modus wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets voor de afdruktaak die u wilt annuleren. (4) Druk op [Stop./Wis.]. (5) Er verschijnt een melding om de annulering te bevestigen. Druk op de toets [Ja]. ![](images/344c44f0ee3b9558dab64a6b98159c92c886a7c5b35968dfcec7c34f88d01795.jpg) De toets voor de geselecteerde taak verdwijnt en het afdrukken wordt geannuleerd. 2 ![](images/b3fb32435b0673597b35dc84dce6518e5a42f2d8378be074cc3d369a13eaedbe.jpg) U kunt het afdrukken ook annuleren met de toets [STOP] (©) op het bedieningspaneel. Wanneer u op de toets [STOP] (☑)drukt, verschijnt een bericht met de vraag of u de taak wilt annuleren. ![](images/93dd1c71bfb725dfa325ead4998eea4556e744075c0052b38d1000b11d9c9737.jpg) Als u de geselecteerde afdruktaak niet wilt annuleren... Druk dan bij stap 5 op de toets [Nee].

OVERSTAPPEN OP EEN ANDER PAPIERFORMAAT ALS HET PAPIER OPRAAKT

Als het afdrukken wordt gestopt omdat het papier op is of het in de printerdriver geselecteerde papierformaat niet in het apparaat is geladen, verschijnt een melding op het aanraakscherm. Het afdrukken wordt automatisch hervat wanneer papier in het apparaat wordt geladen en op de toets [OK] wordt gedrukt. Als u wilt afdrukken op het papier in een andere lade omdat het gewenste papierformaat niet direct beschikbaar is, volgt u onderstaande stappen. ![](images/5fcf5ffe13df355aa7846f94dfdcfe7d2ae3ab5f01d9cf006b58a6841a5ccb1b.jpg) Vraag de details op van de afdruktaak waarvoor geen papier meer aanwezig is. (1) Druk op de toets voor de taak waarvoor "Papier Op" werd weergegeven. (2) Druk op [Details]. Druk op de toets voor de lade met het papier dat u wilt gebruiken. Het afdrukken begint. Als u bent overstapt op een ander papierformaat, maakt het apparaat mogelijk geen goede afdrukken, bijvoorbeeld omdat een deel van de tekst of afbeelding van het papier loopt.

BIJLAGE

SPECIFICATIELIJST PRINTERDRIVER

De beschikbare functies en de uitvoerresultaten zijn afhankelijk van de printerdriver die wordt gebruikt.
Functie PCL6 PCL5e PSWindowsPPD*1MacintoshPPD*1
VeelgebruiktefunctiesKopieën 1-999 1-999 1-999 1-999 1-999 1-999
Afdrukstand Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JaJa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Na Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Jaa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JA Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ta Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Sa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JuJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaTaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJeJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJAaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaHaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaRaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJsJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJSaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJcccJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJddd#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#f#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#e#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#ed#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#c#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d# d##d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d##d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d#d# d#####JaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJAAAaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJeeeJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJaaaJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxJxxxK
FunctiePCL6PCL5ePSWindows PPD*1Macintosh PPD*1
De functie afbeelds-aanpassingBeeldafstellingJa Nee JaNee Nee
Tekst naar zwart/ Vector naar zwartJa Ja JaNee Nee
Functies voor het combineren van tekst en afbeeldingenWatermerk Ja Ja Ja JaJa
Afbeeldingsstempel JaNee Ja Nee Nee
OverlayJa Ja JaNee Nee
Beeldkwaliteit Grafische functie selectieJa Ja NeeNee Nee
Ja Ja Na Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Jaa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JaJa Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Na Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja JaJa JaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJAaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaajaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJeJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaNaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJanJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJsJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaRaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJaJonAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaeAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAacAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAcaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAabAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAalAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAadAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAasAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAaAanBaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaaEaa80 letterypen80 letterypen136 letterypen136 letterypen35 letterypen
LettertypeEigen lettertypen80 lettertypen80 lettertypen136 lettertypen136 lettertypen35 lettertypen
Selecteerbare lettertypen downloadenbitmap, TrueType, grafischbitmap, TrueType, grafischbitmap, TrueType, grafischbitmap, TrueType, Type1Neea*12
Ander functiesAutomatische configuratieJaJaJaNeeaJa*13
GebruikersauthenticatieJaJaJaNeeaJa
\*1 De specificaties voor elke functie in Windows PPD en Macintosh PPD variëren afhankelijk van de versie van het besturingssysteem en de toepassing. \*2 Alleen Mac OS X v10.4.11, v10.5 tot 10.5.8 en v10.6 tot 10.6.2 kunnen worden gebruikt. \*3 Kan worden gebruikt wanneer een afwerkingeenheid of zadelsteek afwerkingseenheid is gemonteerd. (Als u de perforatiefunctie wilt gebruiken, moet u ook een perforatiemodule installeren.) \*4 Kan worden gebruikt als een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd. \*5 De horizontale en verticale afmetingen kunnen niet afzonderlijk worden ingesteld. \*6 Alleen Mac OS 9.0 tot 9.2.2 kan worden gebruikt. \*7 U kunt alleen kaften invoegen. \*8 Kan niet worden gebruikt onder Mac OS X v10.2.8 of v10.3.9. \*9 Enkel de grootte van de verschuiving van de tekststringgegevens aangemaakt in de softwaretoepassing kan worden ingesteld. \*10 Kan niet worden gebruikt in Mac OS 9.0 tot 9.2.2. \*11 Deze instelling werkt mogelijk niet in sommige softwaretoepassingen en besturingssystemen. \*12 In sommige versies van LaserWriter kan TrueType en Type1 worden geselecteerd. \*13 Kan niet worden gebruikt onder Mac OS X v10.2.8. SPECIFICATIES PRINTER
Type Ingebouwd
Continue afdruksnelheidMX-M282N: 28 pagina's/min., MX-M362N: 36 pagina's/min., MX-M452N: 45 pagina's/min., MX-M502N: 50 pagina's/min. (bij het voortduren afdrukken van hetzelfde document op A4 (8-1/2" x 11") gewoon papier in niet-offset modus, zonder verwerkingstijd.)
Afdrukresolutie 600 x 600 dpi
PrinterstuurprogrammatypePCL5e, PCL6, compatibel met PostScript 3*1, XPS*3
Ondersteunde protocollen TCP/IP, IPX/SPX, NetBEUI, EtherTalk* 1
Ondersteunde besturingssystemen van de client-pcZie "SYSTEEMVEREISTEN CONTROLEREN" in de beknopte bedieningshandleiding.
LettertypenPCL5e, PCL680 Europese lettertypen, 28 lettertypen voor streepjescode*2, 1 lettertype voor bitmap
Compatibel met PostScript 3*1136 Europese lettertypen
InterfacepoortLAN-connectiviteit: 10Base-T / 100Base-TX / 1000Base-TUSB-connectiviteit: Ondersteunt USB 2.0 (Hoge snelheid)
GeheugenStandaardsysteemgeheugen: 1 GBUitbreidingsgeheugen: 1 GB*4
AfdrukgebiedHele pagina exclusief marge van 4,2 mm (1/6") aan weerszijden. Het huidige afdrukgebied kan variëren afhankelijk van het printerstuurprogramma en de softwaretoepassing.
\*1 Als de PS3-uitbreidingskit is geïnstalleerd en het apparaat wordt gebruikt als een PostScript printer. \*2 Lettertype voor streepjescode. \*3 Als de XPS-uitbreidingskit is geïnstalleerd. \*4 Noodzakelijk als er onvoldoende geheugen is om bepaalde afdrukgegevens te verwerken. Moet worden gebruikt als de XPS-uitbreidingskit is geïnstalleerd.

HOOFDSTUK 4 FAX

Dit hoofdstuk biedt uitgebreide uitleg van de procedures voor het gebruik van de faxfunctie. Om de faxfunctie te kunnen gebruiken, moet de faxfunctie beschikbaar zijn.

VOORDAT U DE MACHINE ALS FAXMACHINE GEBRUIKT

VOORBEREIDINGEN VOOR DE FAX.... 4-4

• VERBINDING MET DE TELEFOONLIJN..... 4-4 • ZORG DAT DE HOOFDSTROOMSCHAKELAAR OP "AAN" STAAT 4-5 • DATUM EN TIJD CONTROLEREN ..... 4-6 • HET FAXNUMMER VAN DE AFZENDER OPSLAAN. 4-6

BASISSCHERM VAN DE FAXFUNCTIE ..... 4-7

• BASISSCHERM VAN DE FAXFUNCTIE ..... 4-8 • ADRESBOEKSCHERM 4-11 \- WEERGAVE VAN SNELTOETSEN IN HET ADRESBOEKSCHERM WIJZIGEN ..... 4-12

VOLGORDE VAN FAXVERZENDING ..... 4-14

BESTEMMINGEN INVOEREN

EEN FAXNUMMER INVOEREN MET DE

CIJFERTOETSEN 4-17

EEN FAXNUMMER OPROEPEN VANUIT HET

ADRESBOEK 4-18

• OPROEPEN VAN EEN OPGESLAGEN BESTEMMING 4-19 \- INGEVOERDE BESTEMMINGEN CONTROLEREN EN WISSEN. 4-20

BESTEMMING OPROEPEN MET EEN

ZOEKNUMMER 4-21

EEN BESTEMMING OPROEPEN UIT EEN

GLOBAAL ADRESBOEK 4-22

OPNIEUW VERZENDEN 4-24

KETTINGKIEZEN 4-25

BASISMETHODEN VOOR VERZENDEN

VERZENDMETHODEN.... 4-26

• STANDEN VOOR DE PLAATSING VAN HET ORGINEEL.... 4-28 • AUTOMATISCHE VERKLEINING VAN HET VERZONDEN BEELD 4-28 • VERZENDBARE ORIGINEELFORMATEN ... 4-29 • FORMAAT VAN HET GEPLAATSTE ORIGINEEL... 4-29 • ALS DE LIJN BEZET IS 4-30 • ALS ZICH EEN COMMUNICATIEFOUT VOORDOET... 4-30 • MODUS FAXBESTEMMINGSBEVESTIGING ... 4-31

HET GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE

DOCUMENTINVOER VOOR VERZENDING ..... 4-32

\- DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOER GEBRUIKEN OM EEN FAX TE VERZENDEN MET DE FUNCTIE DIRECT VERZENDEN .... 4-33

DE GLASPLAAT GEBRUIKEN VOOR HET

VERZENDEN 4-35

\- DE GLASPLAAT GEBRUIKEN OM EEN FAX TE VERZENDEN MET DE FUNCTIE DIRECT VERZENDEN 4-37

VERZENDINGEN MET DE LUIDSPREKER ..... 4-39

DEZELFDE FAX VERSTUREN NAAR

MEERDERE BESTEMMINGEN (Distributie verzendopdracht) 4-40

FAXBERICHT RECHTSTREEKS VANUIT

EEN COMPUTER VERZENDEN (PC-Fax) ..... 4-45

WEERGAVE-INSTELLINGEN 4-46

\- AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGINEEL SCANNEN (2-zijdig origineel) 4-47 • SCANFORMAAT EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (vergroten/verkleinen).... 4-48 • BELICHTING WIJZIGEN 4-55 • RESOLUTIE WIJZIGEN 4-56

CONTROLEREN VAN DE TE VERZENDEN

AFBEELDING (Voorbeeld) 4-57

• VOORBEELD AFBEELDINGSCONTROLE ... 4-58 ![](images/c8be5c666c254f8e3c778b04ace670b796f18adad6eb0387a8318fdd42f7231b.jpg)

FAXONTVANGST

FAXBERICHTEN ONTVANGEN 4-59

• FAXBERICHT ONTVANGEN 4-60 • FAXBERICHT HANDMATIG ONTVANGEN . . . 4-61

EEN FAX MET WACHTWOORDBEVEILIGING

AFDRUKKEN (Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens) 4-62

AFBEELDING VOOR HET AFDRUKKEN

CONTROLEREN 4-63

• SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE ..... 4-64

ONTVANGEN FAXEN DOORSTUREN

(Doorsturen Faxdata) 4-65

ONTVANGEN FAXEN NAAR EEN

NETWERKADRES DOORSTUREN (Instelling

voor inkomende routing) 4-66

\- DE INSTELLING VOOR INKOMENDE ROUTING CONFIGUREREN. 4-66

SPECIALE FUNCTIES

SPECIALE FUNCTIONS 4-70

FAXHANDELINGEN OPSLAAN (Programma)... 4-72

WISSEN VAN SCHADUWRANDEN OP EEN

AFBEELDING (Wissen).... 4-74

EEN ORIGINEEL ALS TWEE AFZONDERLIJKE

PAGINA'S VERZENDEN (Dubbele Pg Scannen)... 4-76

FAX VERZENDEN OP EEN VOORAF

INGESTELD TIJDSTIP (Timer) 4-78

TWEE PAGINA'S ALS ÉÉN PAGINA

VERZENDEN (2-in-1) 4-80

BEIDE ZIJDEN VAN EEN KAART ALS EEN

ENKELE PAGINA VERZENDEN (Kaart Formaat) .... 4-83

EEN GROOT AANTAL PAGINA'S

VERZENDEN (Opdr. samenst.) 4-86

ORIGINELEN VAN VERSCHILLENDE FORMATEN

VERZENDEN (Origineel gem. form.) 4-88

DUNNE ORIGINELEN FAXEN (Langzame

scanmodus) 4-90

HET AANTAL GESCANDE ORIGINELE

VELLEN CONTROLEREN VOOR

VERZENDING (Aantal originelen) 4-92

EEN STEMPEL ZETTEN OP GESCANDE

ORIGINELEN (Verif. Stempel) 4-94

AFDRUKINSTELLINGEN VOOR HET

TRANSMISSIERAPPORT WIJZIGEN

(Transmissie Rapport) 4-96

AFZENDERINFORMATIE TOEVOEGEN AAN

UW FAXEN (Eigen nummer verzenden) ..... 4-98

• AFZENDERINFORMATIE TIJDELIJK WIJZIGEN (Eigen naam kiezen) 4-99

EEN FAXMACHINE OPROEPEN EN

ONTVANGST INITIALISEREN (Navragen)..... 4-100

\- EEN NAVRAAG-ONTVANGST HANDMATIG INITIALISEREN 4-102

EEN FAX VERZENDEN WANNEER EEN

ANDERE MACHINE NAVRAAG DOET BIJ

UW MACHINE (Navraaggeheugen) 4-103

• TOEGANG NAVRAAG BEPERKEN (Navraagbeveiliging).... 4-103 - EEN DOCUMENT IN EEN NAVRAAGGEHEUGEN SCANNEN. . . . . . . 4-104 - EEN DOCUMENT UIT HET OPENBAAR VAK CONTROLEREN 4-106 - EEN DOCUMENT VERWIJDEREN UIT HET OPENBAAR VAK 4-107

F-CODE COMMUNICATIE VERRICHTEN

F-CODE COMMUNICATIE 4-108

• DE WERKING VAN F-CODES. 4-108 - GEHEUGENVAKKEN MAKEN IN DE MACHINE VOOR F-CODE COMMUNICATIE 4-109 • F-CODE BELLEN 4-109

F-CODES GEBRUIKEN VOOR

VERTROUWELIJKE COMMUNICATIE ..... 4-110

• F-CODE VERTROUWELIJKE VERZENDING 4-111 • EEN FAX MET VERTROUWELIJKE F-CODE ONTVANGST CONTROLEREN . . . 4-112

F-CODES 4-116

- EEN DOCUMENT IN EEN GEHEUGENVAK SCANNEN VOOR NAVRAAGVERZENDING MET F-CODE . . . 4-116 - DOCUMENT IN NAVRAAGGEHEUGENVAK MET F-CODE CONTROLLEREN 4-119 - EEN DOCUMENT WISSEN DAT OPGESLAGEN IS VOOR NAVRAAGVERZENDING MET F-CODE .... 4-120

RELAY-VERZOEKVERZENDING MET

F-CODES 4-121

RELAY-DISTRIBUTIEVERZENDING MET

F-CODES 4-123

![](images/850cda1b280ac5d7c02e889f560615d2455e54c829207a7663dea490bf4d75f1.jpg)

EEN EXTRA TELEFOON GEBRUIKEN

EEN EXTRA TELEFOON AANSLUITEN EN

GEBRUIKEN (Aansluiting extra telefoon) ..... 4-124

- EEN FAX ONTVANGEN NA BEANTWOORDING VAN EEN GESPREK VIA DE EXTRA TELEFOON (ontvangst op afstand). 4-125 • TELEFOONGESPREKKEN VOEREN EN ONTVANGEN.... 4-125

DE STATUS VAN FAXOPDRACHTEN CONTROLEREN

OPDRACHTSTATUSCHERM 4-126

- SCHERM OPDRACHTWACHTRIJ EN SCHERM UITGEVOERDE OPDRACHTEN . . . 4-127 • VOORTGANG WANNEER EEN OPDRACHT UIT DE WACHTRIJ IS UITGEVOERD 4-130 • GERESEERVEERDE OPDRACHTEN OF OPDRACHTEN IN UITVOERING CONTROLEREN 4-131 - UITGEVOERDE OPDRACHTEN CONTROLEREN 4-132

EEN FAX IN UITVOERING OF EEN

GERESERVEERDE FAX ANNULEREN ..... 4-133

VOORRANG GEVEN AAN EEN

GERESERVEERDE FAXOPDRACHT ..... 4-134

HET ACTIVITEITENLOGBOEK NAKIJKEN

(Activiteitenrapport Beeld Verzenden) ..... 4-135

• ACTIVITEITENRAPPORT BEELD VERZENDEN 4-135 • INFORMATIE IN DE STATUSKOLOM..... 4-136

SPECIFICATIES FAXAPPARAAT.... 4-137

VOORDAT U DE MACHINE ALS FAXMACHINE GEBRUIKT

Deze sectie bevat informatie waarmee u vertrouwd moet zijn voordat u de machine als een faxmachine gebruikt.

VOORBEREIDINGEN VOOR DE FAX

Om de machine als fax te kunnen gebruiken, moet de telefoonlijn zijn aangesloten en het soort telefoonlijn ingesteld.

VERBINDING MET DE TELEFOONLIJN

Gebruik alleen de meegeleverde telefoonkabel om de machine aan de wandcontactdoos voor de telefoon aan te sluiten. Sluit het het uiteinde van het telefoonsnoer met de kern aan op de "LIJN" bus op de machine. Steek het andere uiteinde (het uiteinde zonder kern) in een telefooncontactdoos. ![](images/d00199b0b312f51d5093674c797f8d2e6426c11d4e01e555bddfa8762bb46d0c.jpg) Steek het uiteinde van het telefoonsnoer met de kern in de "LIJN" bus.

ZORG DAT DE HOOFDSTROOMSCHAKELAAR OP "AAN" STAAT

Als de hoofdschakelaar is ingeschakeld, brandt de hoofdvoedingsindicator op het bedieningspaneel. Als de indicator van de hoofdschakelaar niet oplicht, staat de stroom "uit". Schakel de hoofdschakelaar "aan" en druk op de [AAN]-toets (Pop het bedieningspaneel. Als u de faxfunctie gaat gebruiken en speciaal wanneer faxontvangst of faxverzending met timer 's nachts plaats zullen vinden, zorg er dan voor dat de hoofdschakelaar op "aan" blijft staan. ![](images/b97f52dc31a3a4a8031d0f07ac29cce1daaafe06aa4e2422e291d394c808285d.jpg) Als de [STROOMBESPARING]-indicator (◎) knippert, staat de machine in de automatische uitschakelfunctie. Als u op de toets [STROOMBESPARING] (◎) drukt terwijl de indicator knippert, gaat de indicator uit en keert het apparaat na enkele ogenblikken terug naar de bedrijfsmodus. ![](images/d08ac1c93545bbf947c6eb2bd49fa2f01b1761dd151e66ead9b7109f414a3057.jpg) ![](images/d2e52b50af6c0c752537e2bb36c59c29e91d6aac64e6e1b2c076a233f6ec0fae.jpg)

DATUM EN TIJD CONTROLEREN

Controleer of de correcte datum en tijd in de machine zijn ingesteld. Datum en tijd worden ingesteld in de systeeminstellingen van de machine. Wanneer u op de toets [SYSTEEMINSTELLINGEN]-toets drukt, verschijnt het scherm systeeminstellingen in het aanraakscherm. Selecteer [Standaard Instellingen], [Klok], en [Klok aanpassen], en stel jaar, maand, dag, uur en minuten in. ![](images/72b477b3df18f00498635a8ed3257c7d58a46740cdc0f88f6f8cc2602237390e.jpg) Als "Klokinstelling deactiveren" is geactiveerd in de systeeminstellingen (beheerder), kunnen de datum en de tijd niet worden ingesteld.

HET FAXNUMMER VAN DE AFZENDER OPSLAAN

Sla de gebruikersnaam en het faxnummer op bij "Registratie zendergegevens". Zorg dat u deze informatie configureert, want dit is voor de communicatie vereist. ![](images/dfbf7e1726654131ce462e6191d9c564a2357fd461e19c5daba2bd62ea7c27c9.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Registratie zendergegevens Programmeer met deze instelling de naam en het faxnummer van de afzender.

BASISSCHERM VAN DE FAXFUNCTIE

Als u de faxfunctie wilt gebruiken, selecteert u instellingen en handelingen in het basisscherm van faxmodus. Als u het basisscherm van de faxmodus wilt weergeven, drukt u op de toets [BEELD VERZENDEN] en daarna op de tab [Faxen]. ![](images/6f8af4e07c7dce050a272ee734f3833834dcf215bde0001222ce9a36ea84a3ca.jpg) Dit scherm verschijnt alleen als de faxfunctie en internetfaxfunctie zijn geïnstalleerd. De inhoud van het scherm varieert afhankelijk van de apparaten die geïnstalleerd zijn. Elk van de andere functies die u weergeeft door op de toets [BEELD VERZENDEN] te drukken (scan-, internetfax-, USB geheugen-, PC-scan- en gegevensinvoerfuncties), heeft ook een basisscherm. Transmissiebestemmingen kunnen onder sneltoetsen in het Adresboek worden opgeslagen en kunnen, wanneer u ze nodig heeft, worden opgehaald vanuit het scherm van het adresboek. Het adresboek wordt gedeeld door de functie fax, scanner, internetfax en gegevensinvoer. Om het scherm voor het Adresboek te zien, drukt u op de [Adresboek]-toets in het basisscherm. Om het basisscherm weer te geven, drukt u op de [Voorwaarde-Instellingen]-toets in het scherm van het Adresboek. Dit hoofdstuk verwijst naar het basisscherm van de faxfunctie als het "basisscherm". Het basisscherm van de faxfunctie ![](images/4aaaefa2b085c26d331ee59c19013734e8597c2640093958b1f6eea2fa6db140.jpg) ![](images/bb1c0cbacfec1e8ed7ed5bd6bd5d3bf7ffab4d46a58f65010563e26ea1d9497a.jpg) Het scherm van het Adresboek ![](images/39a5c796a752978b3f15e01fd533ad37f7cdb2190c76c1f98a170d6a3182f838.jpg) ![](images/63d44de3693b9d1da7cdd831003312ee45c6d46b445b34e505356f2b73228173.jpg) De procedures in dit hoofdstuk beginnen met het basisscherm van de faxfunctie. ![](images/76219101c0bbf90163916ea5b4498c79f28ac2cef41e74c8365317b04b05fa9b.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardweergave-Instellingen

Een van de volgende schermen kan als beginscherm worden geselecteerd om te verschijnen wanneer op [BEELD VERZENDEN] wordt gedrukt. - Basisscherm van elke functie (scan-, internetfax-, fax- of gegevensinvoerfunctie) - Het scherm van het Adresboek

BASISSCHERM VAN DE FAXFUNCTIE

Dit scherm kunt u gebruiken om de instellingen en handelingen van de faxfunctie te selecteren. ![](images/4e2dbe6e82eb8544c349af28d7b607948a46d53a19f82b6b3a1381113b29ffc6.jpg)

(1) Modustoetsen

Gebruik deze toetsen om te wisselen tussen de modi kopiëren, beeld verzenden en documentarchivering. Als u wilt overschakelen naar faxmodus, drukt u op de toets [BEELD VERZENDEN].

(2) Het laat verschillende berichten en bestemming zien die zijn ingevoerd.

Het pictogram aan de linkerkant guidt de faxfunctie aan.

(3) Verzendmodustabs

Gebruik deze toetsen om de modus van de functie beeld verzenden te wijzigen. Modustabs die niet gebruikt kunnen worden omdat de betreffende opties niet zijn geïnstalleerd, verschijnen niet. Als de tab [Faxen] niet verschijnt, drukt u op de tab om het scherm te wijzigen. BASISSCHERM VAN DE FAXFUNCTIE (pagina 4-7)

(4) Toets [Adresboek]

Druk op deze toets om te bellen door gebruik te maken van een sneltoets. Als op de toets wordt gedrukt, verschijnt het Adresboek. EEN FAXNUMMER OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK (pagina 4-18)

(5) [Direct TX]-toets

Druk op deze toets om een fax te verzenden door een directe verzending. Wanneer de toets [Direct TX] niet wordt gemarkeerd, wordt normale verzending (geheugen TX-modus) geselecteerd. Gebruik de automatische documentinvoer om een grote hoeveelheid originelen te faxen. (pagina 4-26) Gebruik de functie direct verzenden als u een fax wil verzenden voor de al eerder gereserveerde faxverzendingen. (pagina 4-27)

(6) [Subadres]-toets

Druk op deze toets om een subadres en een wachtwoord voor een F-codeverzending in te voeren. F-CODE BELLEN (pagina 4-109)

(7) Aangepaste toetsen

U kunt de toetsen die hier verschijnen wijzigen, zodat ze instellingen of functies van uw voorkeur aangeven. Aangepaste toetsen tonen (pagina 4-9)

(8) Toets [Voorbeeld]

Tik op de toets om de te verzenden afbeelding vóór verzending op het aanraakscherm te controleren. CONTROLLEREN VAN DE TE VERZENDEN AFBEELDING (Voorbeeld) (pagina 4-57)

(9) Toets [Luidspreker] / toets [Onderbreking] / toets [Spatie]

Druk op deze toets om te bellen door gebruik te maken van de luidspreker. Wanneer u een faxnummer invoert dat gebeld moet worden, verandert de toets in de [Onderbreking]-toets. Wanneer u een subadres invoert, verandert de toets in de [Spatie]-toets. VERZENDINGEN MET DE LUIDSPREKER (pagina 4-39)

(10) Toets [Opn. verzenden] / [Volgend Adres]

Druk op deze toets om een faxnummer opnieuw te bellen. Wanneer u een faxnummer invoert dat gebeld moet worden, verandert de toets in de [Volgend Adres]-toets. OPNIEUW VERZENDEN (pagina 4-24)

(11) Weergave-instellingen

Weergave-instellingen (formaat origineel, belichting, resolutie) kan worden geselecteerd. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 4-46)

(12) Toets

![](images/55f17d7a25e1d79fa718814a53dc489405f705216fd278f4dea49fb6ef8e2cd9.jpg) Deze toets verschijnt als een speciale functie of 2-zijdig scannen wordt geselecteerd. Druk op deze toets om de geselecteerde speciale functies weer te geven. Controleren welke speciale functies zijn geselecteerd (pagina 4-10)

(13) Toets [Spec. Functies]

Druk op deze toets om een speciale functie te gebruiken. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70)

(14) Toets

![](images/554e9ecb2b5a95b495f0d141edb917ad8e5fb2eeac03c593e99a3052b2a9adbc.jpg) Druk op deze toets om een faxbestemming te bellen door gebruik te maken van een zoeknummer. BESTEMMING OPROEPEN MET EEN ZOEKNUMMER (pagina 4-21)

(15)

Toets

![](images/ddea9d4f460b30e3438bc6a44b577c88a1da688e0cf969135d5c8b355ee3ce6c.jpg) ![](images/f4286c2a4e6bc3fe4a02d0df5312c9ca9e9841f59a4d3e846dbf58ec183ff147.jpg) ![](images/0ec6c48571c7d53ebb871735eb19a1960313fe4f163c9a54a11e22c5446fe932.jpg) Wanneer "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" of "Inst. beeldcontrole ontvangen gegevens" in de systeeminstellingen is gactiveerd, verschijnt dit zodra een fax ontvangen wordt. : Alleen "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" is ingeschakeld : Alleen "Inst. beeldcontrole ontvangen gegevens" is ingeschakeld : Beide instellingen zijn ingeschakeld EEN FAX MET WACHTWOORDBEVEILIGING AFDRUKKEN (Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens) (pagina 4-62) AFBEELDING VOOR HET AFDRUKKEN CONTROLLEREN (pagina 4-63) (16) Dit laat de huidige geselecteerde faxontvangstfunctie zien en de hoeveelheid vrij geheugen die nog over is. FAXBERICHTEN ONTVANGEN (pagina 4-59)

Aangepaste toetsen tonen

Speciale functietoetsen en andere toetsen kunnen worden weergegeven in het basisscherm. Door vaak gebruikte functies aan deze toetsen toe te kennen, beschikt u met één druk op de toets over deze functies. U kunt "Toetsinstelling aanpassen" op de webpagina's gebruiken om de functie die aan een toets is toegekend te veranderen. De volgende toetsen verschijnen standaard als fabrieksinstelling:

• Toets [Adresoverzicht]

Druk hierop om een lijst bestemmingen weer te geven die uit het adresboek zijn geselecteerd en de nummers die rechtstreeks met de cijfertoetsen zijn ingevoerd. Dit is dezelfde toets als de toets [Adresoverzicht] in het adresboekscherm.

• Toets [Bestand], de toets [Snelbestand]

Druk op een van beide toetsen om de functies Snelbestand of Bestand in documentarchivering te gebruiken. Voorbeeld: Als "Dubbele Pg Scannen", "Opdracht Samenstel.", en "Origineel gem. form." toegewezen worden aan aangepaste toetsen. ![](images/f003ad1632368322cb4dc7655437592fb8f1297b544019570731f7dcba2932a1.jpg) ![](images/372761901bf7d89dbb5624a2b8b5d23af085213e10e75eb2e7676abbf4f20a8a.jpg) Een programmatoets weergeven in het basisscherm stelt u in staat om het programma op te roepen simpelweg door die toets in te drukken. FAXHANDELINGEN OPSLAAN (Programma) (pagina 4-72) ![](images/2e241ed8afb3228f4ec9d1440b0781cef71dc3d93de0191e0662d9c332a5f9d5.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Toetsinstelling aanpassen De registratie wordt uitgevoerd in [Systeeminstellingen] – [Bedieningsinstellingen] – "Toetsinstelling aanpassen" in het webpaginamenu.

Controleren welke speciale functies zijn geselecteerd

De toets verschijnt in het basisscherm als u een speciale functie of 2-zijdig scannen selecteert. Door te drukken op de toets worden de geselecteerde speciale functies weergegeven. Sluit het scherm door op [OK] te drukken. ![](images/c3add324b29cadf9e9be8fc0aee3a2c00bf6fa255ed2fd5b3a4d5ee81f9b4a42.jpg) ![](images/9d05fc9cc0a38b1217a7da309f3da227413d0d97abf0350a7c5f9613961b1651.jpg) De instellingen voor speciale functies kunnen niet veranderd worden vanuit de functie schermoverzicht. Om een bepaalde instelling te wijzigen, drukt u op de [OK]-toets om de functie schermoverzicht te sluiten. Vervolgens drukt u op de [Spec. Functies]-toets om de instelling te selecteren die u wilt wijzigen.

ADRESBOEKSCHERM

Dit scherm wordt gebruikt om uit een lijst van opgeslagen bestemmingen een bestemming te kiezen. ![](images/646202bb41453fd22f7f5e11647c4259b9051c5ae5dd382a8ae5d7e4a6a59731.jpg) (1) Dit laat de geselecteerde bestemming zien. (2) Selectietoets van aantal weergegeven items Druk hierop om het aantal in het adresboekscherm weergegeven bestemmingen te wijzigen (sneltoetsen). Selecteer 5, 10, of 15 bestemmingen. (3) Toets [Voorwaarde-Instellingen] Druk op deze toets om verzendingsinstellingen en -handelingen te selecteren. Als op de toets wordt gedrukt, verschijnt het basisscherm. BASISSCHERM VAN DE FAXFUNCTIE (pagina 4-8) (4) Toets [Adresoverzicht] Druk op deze toets om een lijst met geselecteerde bestemmingen te bekijken. De geselecteerde bestemmingen kunnen worden gewijzigd. INGEVOERDE BESTEMMINGEN CONTROLEREN EN WISSEN (pagina 4-20) (5) Toets [Adresinvoer] Wordt niet gebruikt de faxfunctie. (6) Toets [Globaal Adres Zoeken] Als het gebruik van een LDAP-server is geactiveerd op de webpagina van de machine, kan een faxnummer uit een globaal adresboek worden opgehaald. EEN BESTEMMING OPROEPEN UIT EEN GLOBAAL ADRESBOEK (pagina 4-22) (7) [Subadres]-toets Druk op deze toets om een subadres en een wachtwoord voor een F-codeverzending in te voeren. F-CODE BELLEN (pagina 4-109) (8) Toets [Adres sorteren] Druk op deze toets om de indextabs te wijzigen naar aangepaste indexen of om sneltoetsen per verzendmodus weer te geven. WEERGAVE VAN SNELTOETSEN IN HET ADRESBOEKSCHERM WIJZIGEN (pagina 4-12) (9) Toets [Voorbeeld] Tik op de toets om de te verzenden afbeelding vóór verzending op het aanraakscherm te controleren. CONTROLLEREN VAN DE TE VERZENDEN AFBEELDING (Voorbeeld) (pagina 4-57) (10) Toets [Aan] Druk op deze toets om een geselecteerde bestemming (sneltoets) in te voeren. OPROEPEN VAN EEN OPGESLAGEN BESTEMMING (pagina 4-19) (11) Toets [Cc] Wordt niet gebruikt de faxfunctie. (12) Weergave sneltoetsen Dit laat de one-touch-toetsen zien van de bestemmingen die in het adresboek zijn opgeslagen. In deze handleiding wordt gerefereerd aan toetsen waarin enkelvoudige bestemmingen en groepen zijn opgeslagen als sneltoetsen. Toetsen waaronder faxnummers opgeslagen liggen, worden aangegeven met OPROEPEN VAN EEN OPGESLAGEN BESTEMMING (pagina 4-19) (13) Tabbladen index Druk hierop om van index te wisselen. OPROEPEN VAN EEN OPGESLAGEN BESTEMMING (pagina 4-19) (14) Toets ![](images/d8f65384b122a7e72b21f5c358936a064cf232020081de91ff4b66b8936b7b3e.jpg) Druk op deze toets om een bestemming op te roepen door gebruik te maken van een zoeknummer. BESTEMMING OPROEPEN MET EEN ZOEKNUMMER (pagina 4-21) ![](images/852929d2e3fb56ca59c3e260702f2cbdc5e0ae054c17c0facdceb77aadab9bbc.jpg) Bij gebruik van de netwerkscannerfunctie of de internetfaxfunctie wordt een ander pictogram in de sneltoetsweergave weergegeven wanneer een niet-faxbestemming (adres) wordt opgeslagen. EEN FAXNUMMER OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK (pagina 4-18) ![](images/8ee95e90798505e39b1273d46040ed801868329947048ada959986463e338f93.jpg) \- Systeeminstellingen: Adresboek (pagina 7-16) Dit wordt gebruikt om faxnummers op te slaan onder sneltoetsen. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling aantal getoonde direct adrestoetsen Hiermee wijzigt u de standaard instelling van het aantal sneltoetsen dat in het adresboekscherm wordt weergegeven. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardweergave-Instellingen Een van de volgende schermen kan als beginscherm worden geselecteerd om te verschijnen wanneer op [BEELD VERZENDEN] wordt gedrukt. \- Basisscherm van elke functie (scan-, internetfax-, fax- of gegevensinvoerfunctie) \- Het scherm van het Adresboek \- Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardselectie adresboek De volgende instellingen zijn beschikbaar als methode voor het sorteren van de weergegeven adressen uit het adresboek. \- Indextype (alfabet, aangepast) \- Adrestype (alle, groep, e-mail, FTP/Bureaublad, netwerkmap, internetfax, fax)

WEERGAVE VAN SNELTOETSEN IN HET ADRESBOEKSCHERM WIJZIGEN

Het is mogelijk om alleen bestemmingen van een bepaalde verzendmodus weer te geven in het scherm Adresboek, of om te wisselen tussen de weergegeven alfabetische tabs en aangepaste tabs. De werkwijze voor het selecteren van bestemmingen blijft hetzelfde. 1 ![](images/4ecc1d855d09a9b73ec54801feaa1237f90faafb0da7abcd16196df7dac8f378.jpg) Druk op de toets [Adres sorteren]. 2 ![](images/9d767e3741d61807d50b76a2c6f8561e5c3f1d34e3986caf1b1a63fd473c398b.jpg)

Wijzig de weergavemodus.

(1) Druk op de toets van de modus of de tab die u wilt weergeven. - Laat alleen de sneltoetsen van een bepaalde verzendmodus zien door onder "Adrestype" op de gewenste modustoets te drukken. - Wissel van de indextabs naar aangepaste indexen door onder "Tab schakelen" op de toets [Gebruik.] te drukken. (2) Druk op [OK].

Indexweergave

Indexen vergemakkelijken het zoeken naar een bestemming (sneltoets). De bestemmingen worden afzonderlijk weergegeven op basis van alfabetische zoektekens en indexnummers. Klik op de betreffende indextab om een opgeslagen bestemming weer te geven. Het is handig om veelgebruikte bestemmingen op te slaan in de index [Freq.]. Geef bij het opslaan van een bestemming op of de bestemming moet worden weergegeven in de index [Freq.]. ![](images/2cf10a8e1464835002efb217a4a933a39c14d46ebe03b5d1ee5aafee484ea99c.jpg) U kunt de bestemmingen weergeven in alfabetische volgorde of per initialen. Telkens als u op de weergegeven indextab drukt, verandert de weergavevolgorde als volgt: zoeknummers (pagina 4-21), oplopende namen, aflopende namen, zoeknummers... Als de weergavevolgorde wordt gewijzigd, verandert de weergavevolgorde van de andere indextabs eveneens. Gesorteerd op zoeknummer (standaard) Oplopende namen Aflopende namen ![](images/d4dccee83547206d4318b40979a7c7a1350461280ec4b9583996c5d4d12a5a32.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Freq."] --> B["ABCD"]
    B --> C["→"]
    C --> D["Freq. ▲ ABCD"]
    D --> E["→"]
    E --> F["Freq. ▼ ABCD"]
Indexnamen kunnen in de systeeminstellingen worden gewijzigd met "Aangepaste Index", waardoor u groepen sneltoetsen kunt maken die gemakkelijk herkenbaar zijn. ![](images/4b0525a77db98ec2b1ebd37a49c13cf78428997c52b6802495631eb9f02df2f8.jpg) Systeeminstellingen: Aangepaste Index (pagina 7-20) Hiermee worden aangepaste indexnamen opgeslagen. De aangepaste index waarin een sneltoets wordt weergegeven, wordt opgegeven bij het opslaan van de verzendbestemming in de toets.

Het zoekletterbereik verkleinen

Door op een alfabetische tab op een indextab te drukken, geeft u toetsen weer die het zoekbereik nog verder verkleinen. Door bijvoorbeeld op de tab [ABCD] te drukken, verschijnen de toetsen "A" t/m "D". Door op de [B] te drukken, verschijnen alleen bestemmingen die met de letter "B" beginnen. Druk nogmaals op de toets om te annuleren. Het zoekletterbereik kan echter niet worden verkleind op de tabs [Freq.], [etc.] of op een indextab van een gebruiker. ![](images/1564eec2c7e82b4d9667cb84df4d472e918e05eb696fbda1b5d773b81b53acf0.jpg)

VOLGORDE VAN FAXVERZENDING

Deze sectie legt de basisprocedure uit voor het verzenden van een fax. Plaats het origineel. ![](images/dc8c0affe341efedc566fb4c88c47dc3efed5c98210303f71aa17baa091c5a67.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a paper airplane and control panel (no text or symbols)
Plaats het origineel in de invoerlade van de automatische documentinvoer of op de glasplaat. ![](images/344c943d4b6c741b1e7a1744a1b769be93b181312f24c2a026bd431aeeb03e7b.jpg) Voer het faxnummer van de bestemming in ![](images/57e4b77fdd035baa24364e9440bfbfbee7cc085e3a0efa93a9a3234a818778a5.jpg) of ![](images/c55345d7c2bdb6469c9cca699025320181eff6f7662e2e7659b1efe86d7adbd9.jpg) \- Toets [Adresboek]: Selecteer een bestemming die in het adresboek is opgeslagen of zoek een bestemming op in het globale adresboek. EEN FAXNUMMER OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK (pagina 4-18) \- toets: Gebruik een zoeknummer om een bestemming die in het adresboek is opgeslagen op te geven. BESTEMMING OPROEPEN MET EEN ZOEKNUMMER (pagina 4-21) - [Opn. verzenden]-toets: Kies een faxnummer van de laatste acht bestemmingen die gebruikt zijn voor verzending. OPNIEUW VERZENDEN (pagina 4-24) - Cijfertoetsen: Voer een faxnummer in. EEN FAXNUMMER INVOEREN MET DE CIJFERTOETSEN (pagina 4-17) ![](images/74679198582d4653ab164cbd55edf6c2ae81800101b2b0142f18453b2c041361.jpg)

Selecteer beeldinstellingen.

![](images/5c206ed1bcd8fac17c1fbe65f7e1013a030f34637e911152068e58cb52d4e55b.jpg) Selecteer instellingen voor het te faxen origineel. • [Origineel]-toets: Gebruik deze toets om het oorspronkelijke formaat, het oorspronkelijke verzendformaat en het tweezijdig scannen van originelen te selecteren. SCANFORMAAT EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (vergroten/verkleinen) (pagina 4-48), AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGINEEL SCANNEN (2-zijdig origineel) (pagina 4-47) • [Belichting]-toets: Gebruik deze toets om de belichting van het beeld af te stellen. BELICHTING WIJZIGEN (pagina 4-55) • [Resolutie]-toets: Gebruik deze toets om de resolutie van het beeld af te stellen. RESOLUTIE WIJZIGEN (pagina 4-56) ![](images/94064828c57f22ae300977ccb57bcb89c7ec9744ea18dedbaf57a719e3f598f1.jpg)

Instellingen speciale functies

![](images/c022efa40c9a5369e5b7651033da88c60f30eeb6d3f68a9712e7dc5dec3d1d60.jpg) Druk op de [Spec. Functies]-toets om speciale functies te selecteren, zoals timer verzending en de wisfunctie. ![](images/d310d1f1d19a29708069a2335f68923121b8aa7b32bcee0f9e12718b24b746c5.jpg)

Start de transactie.

Scan het origineel en verzend de fax. Als het origineel op de glasplaat is gelegd, volg dan deze stappen om het scannen en verzenden te starten:

Als u een normale fax verstuurt (geheugenverzending)

(1) Druk op de toets [START]. (2) Vervang na afloop van het scannen het origineel door het volgende origineel. (3) Druk op de toets [START]. (4) Herhaal stappen (2) en (3) totdat alle originelen zijn gescand. (5) Druk op de toets [Lezen Klaar].

Wanneer u een fax verstuurt in de modus direct verzenden

In de modus direct verzenden kunt u niet meerdere originelen scannen. Druk op de toets [START] om de verzending te starten. ![](images/1eb3543281e424d2cbffbb5b9f3ce043baa344faf487263b0709cd2d568b6b29.jpg) Wanneer de verzending klaar is, worden de beeldinstellingen en de instellingen voor de handige functie (speciale functie) gewist. ![](images/e949d96c727a3b039482b0c30a042e96a3982fdfedb8a57eeb5e899ecb43f7a3.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/800e2bfad9e42893270c83138ea23e31fdd7f8809ef9100b57f4bbeb8783cbaa.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardweergave-Instellingen Deze instellingen kunnen gedurende een bepaalde tijd worden behouden nadat het scannen is voltooid.

BESTEMMINGEN INVOEREN

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u faxnummers van bestemmingen kunt invoeren. U kunt faxnummers van bestemmingen invoeren met de cijfertoetsen of door een eerder opgeslagen faxnummer op te roepen met het adresboek of een zoeknummer.

EEN FAXNUMMER INVOEREN MET DE CIJFERTOETSEN

![](images/57c54a688c7653cd624e3f6ba6ca143d0c1cbe1e9b9b3f67adf981f42988a5e3.jpg) Voer het faxnummer van een bestemming in met de cijfertoetsen. ![](images/18da4f95f6a1eae484fe830615360d50ef286d5f7b55ffb17335c7f188ffa7c6.jpg) Let erop dat u het juiste nummer invoert. ![](images/de4353ccc17f2e3792c79014238dfe0b834b53c3553c7f990337fb7275d605c6.jpg) Als het verkeerde nummer is ingevoerd... Druk op de toets [WISSEN] ( ) om het nummer te wissen en voer het juiste nummer in.

Een onderbreking invoeren tussen de cijfers van het nummer.

Voer na het gebruikte nummer een onderbreking in om vanuit een PBX te bellen (bijvoorbeeld na een "0") of na de landcode van een internationaal nummer. ![](images/da9b795efe53bb7a274c9f8568b105ea3b473d82eabf089a462b944fa32ec032.jpg)

Druk op de [Onderbreking]-toets.

Een streepje "-" wordt ingevoerd wanneer u één keer op de [Onderbreking]-toets drukt. ![](images/d7872728f30f4c0bef7663f793c083e8fed755cf3e1bf21782ee05b88aa232e9.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Onderbrekingstijd Dit wordt gebruikt om de lengte van de onderbrekingen in te stellen. De standaardinstelling is 2 seconden.

EEN FAXNUMMER OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK

Het scherm adresboek geeft opgeslagen bestemmingen weer als sneltoetsen. Een faxnummer van een bestemming roept u op door eenvoudigweg op de one-touch-toets van die bestemming te drukken. Dit wordt "one-touch-bellen" genoemd. Het is ook mogelijk om meerdere faxnummers onder een one-touch-toets op te slaan. Hierdoor kunt u alle nummer oproepen door simpelweg die toets in te drukken. Dit wordt "groepbellen" genoemd. Deze belmethode is handig wanneer u dezelfde fax (of een navraag) naar meerdere bestemmingen wilt verzenden. ![](images/509d3746a9c46c3f75e545475964c3849eea858169b916c47aa711d10eb84b00.jpg) Wanneer er naast faxbestemmingen ook bestemmingen van andere scanfuncties zijn opgeslagen, verschijnt er in de one-touch-toets naast de naam van de bestemming ook een pictogram dat de functie aangeeft.
Pictogram Modus
Fax
Scannen naar E-mail
Internetfax (Directe SMTP)
Scannen naar FTP
Scannen naar netwerkmap
Scannen naar desktop
Groepstoets met meerdere bestemmingen
![](images/37775f28cae938b6ab7633a5baced42761cc01be9022921350715db7dc8b1a3a.jpg) Systeeminstellingen: Adresboek (pagina 7-16) Dit wordt gebruikt om bestemmingen (namen en faxnummers) op te slaan in het adresboek.

OPROEPEN VAN EEN OPGESLAGEN BESTEMMING

Een faxnummer van een bestemming roept u op door eenvoudigweg op de sneltoets van die bestemming te drukken. 1 ![](images/b9199ea736f91be3c3ffa9b95fdeb94f009c55ce85affb72d508120de1473191.jpg) Druk op [Adresboek]. 2 (2) ![](images/bc765ea3346162730c18c10b508cb51873715a6918919ea6bc6ef9351abe776c.jpg) (1)

Selecteer de bestemming.

(1) Druk op de indextab waarop de bestemming is opgeslagen. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. Kiest u een verkeerde bestemming, druk dan nogmaals op de toets om uw keuze te annuleren. ![](images/74a2d490b6af69ae72f2efae97dd35ea30c142b1526c974492a50a75bbf5c5d0.jpg) - Veelvuldig gebruikte bestemmingen kunnen weergegeven worden op de index [Freq.]. Geef bij het opslaan van een bestemming op of de bestemming moet worden weergegeven in de index [Freq.]. - Doorgaan met het opgeven van andere bestemmingen... Druk op de toets [Volgend adres] en herhaal (1) en (2) van deze stap. ![](images/88d3db10370afa36d3dd1c9c38a92ea956af7e63f1088eef4cbb3a3b8aa7a652.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): Volg adrestoets invoeren bij distributie-instel. Deze instelling bepaalt of de toets [Volgend Adres] kan worden overgeslagen voordat de volgende bestemming wordt opgegeven. Fabrieksinstelling: De toets [Volgend Adres] kan worden overgeslagen. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Omschakelen weergave-volgorde uitschakelen Hiermee schakelt u de mogelijkheid uit om te wisselen van weergave-volgorde van de sneltoetsen in het adresboekscherm. De momenteel geselecteerde weergave-volgorde wordt de gebruikte volgorde nadat deze instelling is geactiveerd.

INGEVOERDE BESTEMMINGEN CONTROLEREN EN WISSEN

Wanneer u meerdere bestemmingen hebt ingevoerd, kunt u ze weergeven en controleren. Ook is het mogelijk om een bestemming te wissen (selectie van bestemming annuleren). 1 ![](images/c8be476ebf25d64cc2684afcdfd969c58cde1a40a433e85157f693f8ed0e3288.jpg) Druk op [Adresoverzicht]. 2 ![](images/16aa0f780de5cdd98a2f432bae231b46cd5abbd675913417f7b10e547f6bc4af.jpg) Controleer de bestemmingen en druk op [OK]. ![](images/bf71f48db9589a6c4ff47cd5c80ae67e43f2e4235945b5770cc331af8b8bfcb3.jpg) Een bestemming wissen... Druk op de sneltoets van de bestemming die u wilt wissen. Er verschijnt een melding ter bevestiging van het wissen. Druk op de toets [Ja]. Druk op de toets [Details] om het betreffende bestemmingstype en de naam te controleren. ![](images/30b645f51d66f42179e4ddefddf202f04ec2def00b17d127fbffdcfb3797470e.jpg)

BESTEMMING OPROEPEN MET EEN ZOEKNUMMER

Een bestemming die in het Adresboek is opgeslagen, kan met de toets worden opgeroepen. Dit kan vanuit het basisscherm van alle modi of vanuit het scherm Adresboek. 1 ![](images/35db1523fa32b0e30aedaf01081a8642326c829a4e4c00fd20612f34cb9ca79c.jpg) ![](images/0b7d583ec9261a515de5bca7ee562684a8b4eb5a78fe00f5a42219d789d36006.jpg)

Voer het 4-cijferige zoeknummer van het adres in met de cijfertoetsen.

Als het 4-cijferige zoeknummer is ingevoerd, wordt het opgeslagen adres opgehaald en opgegeven als bestemming. 2 ![](images/0b799e84c39cba70e3dc64f179e18514dddf22b815b48b31caa032b0d6fe413e.jpg) - Het zoeknummer wordt geprogrammeerd wanneer de bestemming is opgeslagen in het adresboek. - Weet u het zoeknummer niet, druk dan de adreslijst van de sneltoets af met "Adreslijst Wordt Verzonden" in de systeeminstellingen. - Bij het invoeren van zoeknummers als "0001" en "0011" kan de "0" worden weggelaten. Voor "0001" voert u bijvoorbeeld "1" in en drukt u op de toets of [Volgend Adres]. ![](images/72a408bd4e60f533b67517a9b310db4fb17c46ed27406848643bb727629a7b69.jpg) Als er een verkeerd zoeknummer is ingevoerd... Druk op de toets [WISSEN] (©) om het nummer te wissen en voer het juiste nummer in.

EEN BESTEMMING OPROEPEN UIT EEN GLOBAAL ADRESBOEK

Als een LDAP-server in de webpagina's is opgeslagen, kunt u de bestemming van een faxnummer opzoeken in een globaal adresboek. 1 (2) ![](images/bbc994f8d2d3faa2f97381e1370a20abe8a230184f6502def8fa5808e36e3f47.jpg)

Open het scherm Global Adres Zoeken.

(1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op [Globaal Adres Zoeken]. ![](images/2fbc0b334ce3d05f9bccf4e7bbcf9a2e53354e828e71db618d5567cc242bd7f6.jpg)

Zoek de bestemming.

Als er maar één LDAP.server is geïnstalleerd, zijn (1) en (2) niet nodig. Ga direct naar (3). Als een authenticatiescherm voor de LDAP-server verschijnt, voer dan uw naam en wachtwoord in. (1) Druk op de toets voor de LDAP-server die u wilt gebruiken. Als een authenticatiescherm voor de LDAP-server verschijnt, voer dan uw naam en wachtwoord in. (2) Druk op de toets [OK]. (3) Zoek de bestemming in het zoekscherm. Voer zoekkarakters in voor de bestemming en druk op de toets [Zoeken]. Na korte tijd verschijnen de zoekresultaten. Voor de procedure om tekst in te voeren, zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". 2 ![](images/3f9eb173443602b13f22f7c4b6af018a3026180f4d8dce28b9482ba04b1ee450.jpg)

Zo zoekt u...

Voer maximaal 64 karakters in als zoekkarakters. Het systeem zoekt namen die beginnen met de ingevoerde letters. Een sterretje \*kan als volgt worden gebruikt: XXX\* Namen die beginnen met "XXX". \* XXX: Namen die eindigen met "XXX". \* XXX\* Namen die "XXX" bevatten. AAXX: Namen die beginnen met "AA" en eindigen op "XX". ![](images/ae0edf699753c7fdd99f1f5babe784a32c74de5532299c70c8d6055efa8aba8f.jpg)

Selecteer de bestemming.

(1) Druk op de toets van de gewenste bestemming.

Als er geen namen worden gevonden die overeenkomen met de zoekletters, krijgt u een melding. Druk op [OK] om het bericht te sluiten en druk op [Opnieuw Zoeken] om nogmaals te zoeken.

(2) Druk op de toets [Aan].

Hiermee wordt de geselecteerde bestemming ingevoerd. Wilt u nog een bestemming selecteren, herhaal dan bovenstaande stappen (1) en (2). ![](images/55019afcff1ee06f3674ecb0387a61caadbac089e02e283f8039610e4151a97f.jpg) - Als meer dan 30 treffers worden gevonden, verschijnt een melding op het scherm. Druk op [OK] om het bericht te sluiten. Maximaal 300 zoekresultaten zullen worden weergegeven. Als de gewenste bestemming niet werd gevonden, druk dan op de [Opnieuw Zoeken]-toets om meer zoekletters toe te voegen. - Opgeslagen informatie van een bestemming controleren... Druk op de toets van de bestemming en daarna op de toets [Details]. De opgeslagen informatie voor de geselecteerde bestemming verschijnt. Controleer de informatie en druk daarna op [OK] om terug te keren naar het scherm voor zoekresultaten. \- Als er een scherm verschijnt om het te gebruiken item te selecteren... Als de geselecteerde bestemming naast het faxnummer of telefoonnummer nog een e-mailadres of een ander adres omvat, zult u moeten aangeven welke item u wilt gebruiken. Druk op de [Faxen]-toets om het faxnummer terug te vinden.

Een bestemming opslaan van een globaal adresboek in het adresboek van de machine.

Een bestemming van een globaal adresboek kan als een sneltoets worden opgeslagen in het adresboek van de machine. Druk op de toets [Details] in het scherm voor zoekresultaten van het globale adresboek (het scherm van stap 3 hierboven) om informatie weer te geven van de geselecteerde bestemming. Druk op de toets [Registreren] in het scherm voor gedetailleerde informatie en druk daarna op het te gebruiken item (de toets [Faxen] in dit geval). Het onderstaande scherm verschijnt. ![](images/b823398738c8ef4e9dd2204bf4c9b8da9278f63613a80144f4d997e0caebc579.jpg) De in het globale adresboek opgeslagen informatie wordt automatisch ingevoerd. (De instellingen kunnen zo nodig gewijzigd worden. Voor gedetailleerde informatie over ieder item, raadpleeg "Adresbeheer" (pagina 7-16) in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN.) De items hieronder moet u echter handmatig configureren. Voltooi het opslaan door op [Verlaten] te drukken. - De toets [Eerste letter] : Druk op deze toets en voer de initialen in die bepalen waar de bestemming zal verschijnen in de alfabetische index en de volgorde van de sneltoetsweergave. U kunt maximaal 10 karakters voor de initialen invoeren. - De toets [Index] : Druk op deze toets om de aangepaste index te selecteren waarin het adres verschijnt. U kunt ook selecteren of u de bestemming wilt opnemen in de tab [Freq.] van het adresboek. - De toets [Modus]: Druk op deze toets om de "Verzendsnelheid" en "Internationale Correspondentiemodus" instellingen te configureren. Deze instellingen zijn al geconfigureerd, maar als de bestemming een internationale bestemming is of, als u vindt dat er veel communicatiefouten optreden, wanneer u met deze bestemming communiceert, kunt u proberen de instellingen te wijzigen.

OPNIEUW VERZENDEN

De bestemmingen van de meest recente 8 verzendingen van fax, scannen naar e-mail en/of internetfax worden opgeslagen. Een van deze 8 kan geselecteerd worden opnieuw naar de bestemming verzonden te worden. 1 ![](images/ba96c9f9a4445812fcc84420c706657f3aba9b90b0b4a932da229169c8fbc37e.jpg) Druk op [Opn. verzenden]. 2 ![](images/8c405fd1c3e4fe6c999eadaa34674392e83b2ea1e6dd8df5298b06d71efa9aa6.jpg) Druk op de toets van de faxbestemming die u opnieuw wilt bellen. De laatste 8 verzendingsbestemmingen worden weergegeven. ![](images/d2846f1a5e7c7d67530aba9b06ae545b5a60fc414cc9b180611163c3f58d6923.jpg) - Als u een cijfertoets ingedrukt hebt tijdens de vorige verzending, belt de [Opn. verzenden]-toets misschien niet het goede nummer. - De volgende faxadressen worden niet opgeslagen als adressen die opnieuw kunnen worden verzonden. - Een sneltoets waarin meerdere bestemmingen zijn opgeslagen (groeptoets). - Distributiebestemmingen - Bestemmingen waarnaar geprogrammeerd wordt verzonden ![](images/02862b5ddecfebaff634dc5745381cd9190d9d4d14d303a4341fad263cff0a4a.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): [Opn. verzenden] uitschakelen in fax/scan modus Hiermee wordt het gebruik van de functie opnieuw verzenden voorkomen. Wanneer deze instelling geactiveerd is, kan de toets [Opn. verzenden] in het basisscherm van de verzendmodus niet gebruikt worden.

KETTINGKIEZEN

Nummerreeksen die u met cijfertoetsen en/of sneltoetsen hebt ingevoerd, kunnen met elkaar verbonden worden door onderbrekingen en kunnen als een enkel nummer worden gebeld. Gebruik kettingkiezen om een lang nummer te bellen (zoals een internationaal nummer) wanneer de landcode en/of netnummer afzonderlijk onder sneltoetsen zijn opgeslagen. Voorbeeld: Kettingkiezen gebruiken om een internationaal nummer te bellen ![](images/7b31ab8f85c3f59d8a2e310311d94f66e23a6b2bc8077620b084ed60b06f661a.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Nummer voor internationale telefoonservice"] --> B["Nummer dat gebeld moet worden"]
    B --> C["XXX 010"]
    C --> D["Via het numerieke toetsenbord"]
    D --> E["Invoer"]
    F["00 XX XXXX"] --> G["CCC CCC"]
    H["010 Landcode"] --> I["Netnummer"]
    J["Naam van de ontvanger/ verzender"] --> K["00 XX XXXX"]
    L["Via een one-touch-toets"] --> M["CCC CCC"]
![](images/79ed68a181feb3b79c5a9cd56b4c59167b0216eafe560982bb9c2a2e9a134a48.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Onderbrekingstijd Dit wordt gebruikt om de lengte van de onderbrekingen in te stellen. De standaardinstelling is 2 seconden.

BASISMETHODEN VOOR VERZENDEN

Deze sectie legt de basisprocedures voor het verzenden van een fax uit.

VERZENDMETHODEN

Hieronder vindt u een uitleg van de methoden voor het verzenden van een fax vanaf de machine. Selecteer de methode die u wenst.

Gebruik de automatische documentinvoer om een grote hoeveelheid originelen te faxen.

De originelen worden in het geheugen gescand en vervolgens verzonden (geheugenverzending). Wanneer u geheugenverzending heeft geselecteerd en meerdere originelen in de automatische documentinvoer heeft geplaatst (en de lijn is vrij), zal de verzending beginnen zodra de eerste pagina gescand is; dit gaat door zolang de resterende pagina's gescand worden (snelle online verzending). Als het verzenden niet onmiddellijk kan beginnen omdat de lijn in gebruik is, zullen alle pagina's in het geheugen worden gescand en worden gereserveerd. HET GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOER VOOR VERZENDING (pagina 4-32) Wanneer een faxverzending of -ontvangst aan de gang is, kunt u de volgende procedure uitvoeren om een verzending te reserveren. Ga naar het opdrachtstatuscherm om verzendingsopdrachten te controleren. DE STATUS VAN FAXOPDRACHTEN CONTROLEREN (pagina 4-126) ![](images/2ac486d90f3d2f0af22350c8d2adc698d039a0a08ec1e8311343a9883eb830ff.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Printer with printer"] --> B["Document 1"]
    B --> C["Document 2"]
    C --> D["Document 3"]
    D --> E["Document 4"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
![](images/43e90f06a85ba0150d9b2be7cd251b45dc08346b6036bf7fbd89e02a843c19ad.jpg) - Als het geheugen vol raakt terwijl het eerste origineel gescand wordt, zal de verzending stoppen. - In de volgende situaties zal de verzending automatisch gereserveerd worden (geheugenverzending) - Als de lijn bezet is of er een communicatiefout optreedt en automatische verzending wordt geactiveerd. ALS DE LIJN BEZET IS (pagina 4-30), ALS ZICH EEN COMMUNICATIEFOUT VOORDOET (pagina 4-30) - De machine maakt al gebruik van de lijn om een fax te verzenden of te ontvangen. - Er was al een faxverzending gereserveerd voor de uw fax. - Een van de volgende functies is in gebruik voor verzending. Distributieverzending, F-code-verzending, Timer-verzending, Dubbele Pg Scannen, 2-in-1, Kaart Formaat, Opdracht Samenstel., Aantal originelen - De glasplaat wordt gebruikt (behalve als de luidspreker wordt gebruikt om te bellen). - Maximaal 94 verzendingsopdrachten kunnen worden gereserveerd. - Wanneer de verzending klaar is, worden de gescande originelen uit het geheugen gewist. De verzonden fax wordt echter opgeslagen wanneer u de functie documentarchivering gebruikt. ![](images/b643ae0877520898c8396d42b78328b1dfa3b4943c0d364c0f544351691edc4c.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Snel On-Line Verzenden

Dit wordt gebruikt om snelle online verzending uit te zetten. In dit geval worden de faxverzendingen verstuurd via geheugenverzending (reserveren en dan verzenden).

Gebruik de glasplaat om dikke originelen of pagina's van een boek te faxen.

DE GLASPLAAT GEBRUIKEN VOOR HET VERZENDEN (pagina 4-35) ![](images/6362d7bf58333a298bcdd3d1dfc2f9b22b34e31e497a9a28efa8f314d509cff3.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Printer 1"] --> B["Scanning Box"]
    B --> C["Document 1"]
![](images/273ec154f95be6ca8928730561458967428d3e7e5c10ce83b5e81666fc6fb8ae.jpg) Wanneer de glasplaat wordt gebruikt voor verzending, zal de snelle online-verzending niet werken.

Gebruik de functie direct verzenden als u een fax wil verzenden voor de al eerder gereserveerde faxverzendingen.

Het origineel wordt direct naar de ontvangende faxmachine verzonden zonder eerst in het geheugen te worden gescand. Wanneer u de functie direct verzenden gebruikt, zal het verzenden beginnen zodra de verzending die aan de gang is voltooid is (voor alle eerder gereserveerde verzendingen). Druk op de [Direct TX]-toets in het basisscherm om een fax te verzenden via directe verzending. DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOER GEBRUIKEN OM EEN FAX TE VERZENDEN MET DE FUNCTIE DIRECT VERZENDEN (pagina 4-33) DE GLASPLAAT GEBRUIKEN OM EEN FAX TE VERZENDEN MET DE FUNCTIE DIRECT VERZENDEN (pagina 4-37) ![](images/bc41c938a7b9f5bddb82a9eb74eb410c24a8920e61e453182705a7a040e955ab.jpg)
natural_image Line drawing of a printer front panel and side view showing internal components (no text or symbols)
![](images/4fd49df2049c1ce18374b1cba8d304259e9878eba99f6f52ec44dd7dfe19e4c6.jpg) ![](images/313dc70e532d94f0ed6980e653d8feef1526645ae5ee38203649dda361427c12.jpg) ![](images/f3ba243cc65517ef8afda2cfe6eaef8204a28f19611109f920b0db5394d1a4c4.jpg) ![](images/32e04ec5429c2f1c29e67aaea1e933bfc0b7caeba727fb51c5942ac34b27d1a2.jpg) - Wanneer de verzending in de functie direct verzenden klaar is, schakelt de functie automatisch terug naar de functie geheugenverzending. - Wanneer de glasplaat in gebruik is, kunt u niet meerdere originelen scannen.

STANDEN VOOR DE PLAATSING VAN HET ORGINEEL

Wanneer een origineel met formaat A4 (8-1/2" x 11") in verticale richting wordt geplaatst (☐), wordt het beeld automatisch 90 graden gedraaid en verstuurd in horizontale richting (☐) Beelddraaiing). Als het origineel in horizontale richting is geplaatst (☐) wordt het in die richting verzonden ( ) zonder te worden gedraaid. ![](images/11a68f4c13752ee594ecfba9f44b2fe4135533bf5ac99026804b5484210d8eea.jpg)
flowchart
graph LR
    A["A4 (8-1/2&quot; x 11&quot;)"] --> B["Gedraaid in A4R (8-1/2&quot; x 11&quot;R) richting"]
    B --> C["Verzending"]
    C --> D["A4R (8-1/2&quot; x 11&quot;R) afbeelding wordt verstuurd."]
![](images/b39c766eb91385a1e9d42164f54c6db2663085bee47a1a79392dbb24c5ea926e.jpg) Originelen met formaten A4R, B5 en A5 (8-1/2" x 11"R en 5-1/2" x 8-1/2") worden niet gedraaid voor verzending. ![](images/c9c6f90539170e7dcd42606bfc1722ac5e1f556863d0b4f88fb89d8ee4d954a6.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Verzenden Draaiing De fabrieksinstelling is draaien voor de verzending. Als deze instelling uitgeschakeld is, zal het origineel verzonden worden in de richting waarin het geplaatst is.

AUTOMATISCHE VERKLEINING VAN HET VERZONDEN BEELD

Als de breedte van het verzonnen beeld groter is dan de breedte van het papier in de ontvangende machine, wordt het beeld automatisch aangepast (verkleind) aan de papierbreedte in de ontvangende machine. Voorbeeld: Verkleinde formaten en verkleiningsfactoren
Breedte van verzonden beeldOntvangen van de papierbreedte van de machineVerkleind formaat Factor
A3 B4 B4 1 : 0.84
A3 (11" x 17")A4 (8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11")A4R (8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11"R)1 : 0.71
B4 A4 A4R 1 : 0.84
![](images/c1df05eb45a856cbe5afe206173e5b85ffabaa085736eadd0ad2d757fee2a4ea.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Verzenden Automatische Reductie De fabrieksinstelling is dat automatisch verkleinen is ingeschakeld. Als deze instelling is ingeschakeld, zal het beeld in zijn volledige omvang worden verzonden en kunnen delen van afbeeldingen worden afgebroken.

VERZENDBARE ORIGINEELFORMATEN

De volgende origineelformaten kunnen verzonden worden.
Minimaal formaat origineel Maximaal formaat origineel
Met de automatische documentinvoer131 mm (hoogte) x 140 mm (breedte)(5-1/8" (hoogte) x 5-1/2" (breedte)297 mm (hoogte) x 1000 mm* (breedte)(11-5/8" (hoogte) x 39-3/8" (breedte)
Met de glasplaat-297 mm (hoogte) x 432 mm (breedte)(11-5/8" (hoogte) x 17" (breedte))
\*Er kan een lang origineel verzonden worden.

FORMAAT VAN HET GEPLAATSTE ORIGINEEL

Bij plaatsing van een origineel van standaardformaat wordt het formaat van het origineel automatisch waargenomen en in het basisscherm weergegeven als het scanformaat. Wanneer de functie detectie formaat origineel actief is en het origineel geen standaardformaat heeft, wordt mogelijk het naaste standaardformaat weergegeven of verschijnt het origineelformaat niet. Stel het origineelformaat dan handmatig in. Het scanformaat van het origineel opgeven (Opgeven in standaardformaat) (pagina 4-49) Het scanformaat van het origineel opgeven (met numerieke waarden) (pagina 4-51)

STANDAARDFORMATEN

Standaardformaten zijn formaten die automatisch door de machine worden herkend. De standaardformaten worden ingesteld in "Instelling Detectie Formaat Origineel" in de systeeminstellingen (beheerder). Lijst van instellingen detectie formaat origineel
SelectiesStandaardformaten (herkende origineelformaten)
GlasplaatDocumentinvoerlade(automatische documentinvoer)
AB-1A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5RA3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 14", 11" x 17"
AB-2A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")
AB-3A4, A4R, A5, B4, 8K, 16K, 16KRA3, A4, A4R, A5, B4, 8K, 16K, 16KR, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")
AB-4A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5")
AB-5A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")
Inch-111" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A4, A3
Inch-211" x 17", 8-1/2" x 13" (216 mm x 330 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 13" (216 mm x 330 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A4, A3
Inch-311" x 17", 8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A4, A3

ALS DE LIJN BEZET IS

Als de lijn bezet is wanneer u een fax verzendt, zal er na een standaardinterval automatisch opnieuw een poging tot verzenden plaatsvinden. Dit werkt alleen in de functie geheugenverzending. In de functie direct verzenden of in de functie handmatig verzenden zal de verzending geannuleerd worden. Wacht enkele seconden en probeert de fax opnieuw te verzenden. ![](images/93d1bd81d5a5703ba406dbc4b86bb6d8a75c9c38dbf1f2724faa2dc4179ab271.jpg) Het verzenden annuleren... Annuleer de verzending vanuit het opdrachtstatuscherm. EEN FAX IN UITVOERING OF EEN GERESERVEERDE FAX ANNULEREN (pagina 4-133) ![](images/924da04f21a5bbae2c75ea89b0817e3d778f1729fcc37a06947ab08af98fbdd8.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Opnieuw oproepen indien bezet Dit wordt gebruikt om het aantal belpogingen en ook het interval tussen deze pogingen in te stellen wanneer er geen verbinding kan worden gemaakt omdat de lijn bezet is.

ALS ZICH EEN COMMUNICATIEFOUT VOORDOET

Als zich een communicatiefout voordoet of de andere faxmachine antwoordt de oproep niet binnen een standaardtijd, zal er na een standaardinterval automatisch opnieuw een verbindingspoging worden gemaakt. Dit werkt alleen in de functie geheugenverzending. ![](images/8639cf00d21303e8ba877dfa3fb81b6d3f0ff526d0c39a2be74a7e2d3a3040dd.jpg) Het verzenden annuleren... Annuleer de verzending vanuit het opdrachtstatuscherm. EEN FAX IN UITVOERING OF EEN GERESERVEERDE FAX ANNULEREN (pagina 4-133) ![](images/d64c38d0b057b9fb3f98540e8b4b559e285530f0be090c4739695b371db2f367.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Opnieuw bellen indien communicatiefout Dit wordt gebruikt om het aantal belpogingen en ook het interval tussen deze pogingen in te stellen wanneer een verzending mislukt door een fout.

MODUS FAXBESTEMMINGSBEVESTIGING

In de modus faxbestemmingsbevestiging wordt een bestemmingsbevestigingsbericht weergegeven wanneer een faxverzending wordt uitgevoerd, om te vermijden dat per ongeluk naar de verkeerde bestemming wordt verzonden. Deze functie wordt ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder). Wanneer deze functie ingeschakeld staat, zal een bericht verschijnen om de bestemming te bevestigen wanneer op de toets [START] wordt gedrukt om met de faxverzending te starten. Het bericht dat verschijnt, is afhankelijk van de methode die wordt gebruikt om de bestemming op te geven.

Bestemming opgegeven met sneltoets/zoeknummer

![](images/8acb039d8dd7d9714d125657c52503967ba45400d949be57f4f5b9ee3b09d191.jpg) Kijk na of de bestemming die in het bericht wordt weergegeven, juist is, en druk op [OK]. Het scannen zal beginnen. Als de bestemming niet juist is, druk dan op de toets [Annuleren] en selecteer de bestemming opnieuw.

Bestemming opgegeven met de cijfertoetsen, de toets [Opn. verzenden] of de toets [Globaal adres zoeken]

![](images/3fbd67f7e55fe5dc6970b83cfd272d34f69e250a2342f541ceb454b52c743f29.jpg) Druk op de toets [OK], geef de bestemming opnieuw op met de cijfertoetsen en druk op de toets [START]. Als de opnieuw ingevoerde bestemming juist is, zal het scannen beginnen. Als de opnieuw ingevoerde bestemming niet juist is, zal een bericht verschijnen. Druk op de toets [OK] en voer de bestemming opnieuw in. Als u 3 keer na elkaar een onjuist nummer ingeeft als bevestiging, zal het scherm terugkeren naar het basisscherm. ![](images/db5c54dab4aa9f5bf7b308afd35d16ef433e53cd7070e2e9cbf386f9fe5c458e.jpg) - Als de toets [Subadres] werd gebruikt om een subadres en een wachtwoord in te voeren, moet het faxnummer tijdens de bevestiging opnieuw worden ingevoerd. Druk op de toets [Subadres] nadat u het faxnummer opnieuw hebt ingevoerd en voer het subadres en het wachtwoord in. - Als kettingkiezen werd gebruikt, druk dan de op toets [Onderbreking] om "-" in te voeren tijdens de bevestiging.

Functies die niet kunnen worden gebruikt

Wanneer de functie faxbestemmingsbevestiging ingeschakeld staat, is slechts één bestemming toegestaan, en kunnen de volgende functies dus niet worden gebruikt. \- Distributieverzending naar meerdere bestemmingen waaronder faxbestemmingen Groepstoetsen en programmatoetsen die meerdere faxbestemmingen bevatten, kunnen niet worden gebruikt. Nadat één bestemming werd opgegeven, kunnen toetsen zoals een andere sneltoets, de toets [Volgend adres], de toets [Adresinvoer] en de toets [Globaal adres zoeken] niet worden ingedrukt. \- Verzending met de luidsprekertoets Er kan geen bestemming worden opgegeven nadat op de toets [Luidspreker] is gedrukt. ![](images/8387244cee46616b9d47021bfccb4f62934dc0c23cc1ee5e3186cbce94e316fa.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Faxbestemmingbevestigingsmodus Deze instelling wordt gebruikt om een bestemmingsbevestigingsbericht te laten verschijnen wanneer een fax wordt verzonden.

HET GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOER VOOR VERZENDING

Deze sectie geeft uitleg over het gebruik van de automatische documentinvoereenheid om een fax te versturen. 1 ![](images/d14c09c406f9f483c567850d075a3b5e302c535a2d7b1b377c250071832a21f1.jpg) Plaats de originelen met de kopiezijde naar boven in de documentinvoerlade met de vellen gelijkmatig verdeeld. Steek de originelen helemaal in de lade van de documentinvoer. In de documentinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. ![](images/7fb64dba136b8b1d4328150d00a411db921290375757739bff231449e80f378a.jpg) Wanneer u een fax verstuurt die uit meerdere pagina's bestaat, kunt u de automatische documentinvoer en de glasplaat niet tegelijkertijd gebruiken om de originele pagina's in te scannen. 2 ![](images/f31fecb325c31264ec9172a99a978b97cebd474b729aa5a32fe4976d13312971.jpg) Voer het faxnummer van de bestemming in. (1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. ![](images/0fc47fc375136e2acfe5b2215e37ce5edac5c88e7f96aea5c782e4480e4a1b70.jpg) Een bestemming kan behalve door selectie van een sneltoets ook door het opgeven van een zoeknummer worden opgegeven. U kunt ook direct een faxnummer invoeren met de cijfertoetsen of een bestemming opzoeken in een globaal adresboek. Zie voor meer informatie "4. BESTEMMINGEN INVOEREN" (pagina 4-17). 3

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Wanneer het scannen klaar is, geeft de machine een pieptoon. ![](images/ff778889e3ec471b3266eccacd3d83858a7eba4e696a2b543e3a4103976ffd6e.jpg) Wanneer het scannen klaar is, verschijnt het bericht "Opdracht opgeslagen." samen met een opdrachtcontrolenummer. Met dit nummer kunt u de opdracht opzoeken in het Transmissierapport of in het Activiteitenrapport Beeld Verzenden. ![](images/299ffac2600b6b21dfaa653c6535dbced1556ccfdb9d9b95c6bc8014d8c996a8.jpg) - Als er een fax binnenkomt terwijl er een verzending wordt uitgevoerd, wordt de verzending gereserveerd en pas verzonden nadat de binnenkomende fax gereed is. - Als het geheugen vol raakt tijdens het scannen van de originelen, verschijnt er een melding en stopt het scannen. Bij een online verzending, worden de reeds gescande originelen verzonden. Als de verbinding niet wordt geactiveerd, wordt de zending geannuleerd. ![](images/2a265c04763d9722c195fbe00cf71e0b0a55829203d6a6be9dadec3813762f6a.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Geluid Bij Voltooide Scan Hiermee kan de Scan voltooid geluidsinstelling worden geselecteerd. ![](images/1867a605f3268f2f990e5dd9743c4f6c9378e6fc5d318ef2747827a34beda2e2.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (om de bewerking te annuleren.

DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOER GEBRUIKEN OM EEN FAX TE VERZENDEN MET DE FUNCTIE DIRECT VERZENDEN

1 ![](images/aba0849f06ea7233d9fcd7d42d894e68501889cfe7fb29814bba31af5dab0f64.jpg) Plaats de originelen met de kopiezijde naar boven in de documentinvoerlade met de vellen gelijkmatig verdeeld. Steek de originelen helemaal in de lade van de documentinvoer. In de documentinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. 2 ![](images/790b800fab8ab92606fd05a6525515c9b3cb869fc3ca173360de7a12c794e197.jpg) Voer het faxnummer van de bestemming in. (1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. (3) Druk op de toets [Voorwaarde-Instellingen]. ![](images/2f84593cdc4a70961f5b39d3c42c24a2a4e981c41e6d9df93067ab1208de095b.jpg) - U kunt maar één bestemming invoeren. Een sneltoets gebruiken waaronder meerdere bestemmingen zijn opgeslagen (groeptoets) is niet mogelijk. - Een bestemming kan behalve door selectie van een sneltoets ook door het opgeven van een zoeknummer worden opgegeven. U kunt ook direct een faxnummer invoeren met de cijfertoetsen of een bestemming opzoeken in een globaal adresboek. Zie voor meer informatie "BESTEMMINGEN INVOEREN" (pagina 4-17). ![](images/4e8b4ddfc779274a7240a162a8ff95fa26787877adce444e8a6ced159c874e04.jpg) Druk op de [Direct TX]-toets. 3 Druk op de toets [START]. De verzending wordt gestart. 4 ![](images/7a216c888323e80a76f032d4a970cd41eb412ca7a2b1cb72e97bcfc524fb4cb7.jpg) Het verzenden annuleren... Als het bericht "Bezig met inbellen. Druk op [☑] om te annuleren." verschijnt of wanneer de fax verzonden wordt, druk op de toets [STOP] (☑) ![](images/a916e9db5d5fc12d32d84007aa3e4f762cc5aea175e03cb07cc73ff2ca66a0a3.jpg) \- De volgende functies kunnen niet samen met de functie directe verzending worden gebruikt: Programma, Timer-verzending, 2-in-1, Kaart Formaat, Opdracht Samenstellen, Aantal originelen, Bestand, Snelbestand, Geheugenvak, 2-zijdig scannen van originelen, Global Adres zoeken (Wanneer de [Direct TX]-toets is gemarkeerd.) \- De fax zal niet opnieuw verzonden worden als een directe verzending faalde door een communicatiefout of door een andere reden. \- Als er al een faxverzending aan de gang is op het moment dat een directe verzending wordt uitgevoerd, zal de directe verzending wachten totdat de vorige verzending klaar is. Wanneer de vorige verzending klaar is, zal de directe verzending beginnen. Terwijl directe verzending wacht, kunt u de [OPDRACHT STATUS]-toets indrukken om het opdrachtstatuscherm te zien. Er zijn geen andere handelingen mogelijk. DE STATUS VAN FAXOPDRACHTEN CONTROLEREN (pagina 4-126)

DE GLASPLAAT GEBRUIKEN VOOR HET VERZENDEN

Als u een dik origineel of een origineel dat niet via de automatische documentinvoer kan worden ingevoerd wilt faxen, open dan de automatische documentinvoer en plaats het origineel op de glasplaat. ![](images/8e4747cf345a30f904c44c84515321f591057b3cfa104be9ccbe8dbf2b80f758.jpg) Open de documentinvoer, plaats het origineel met de bovenzijde naar beneden op de glasplaat en sluit voorzichtig de documentinvoer. ![](images/0c12cc310fcb72cc799afe1b139f540069230c963131acb684efc8280ee5ca81.jpg) ![](images/56bbb2bc710b21a680a0a8dc60c3a253ecb7d3f8532bfa5ce5f5b5178bc3c5a1.jpg) - Breng de hoek van het origineel op één lijn met de punt van de pijl ♦p de schaalaanduiding van de glasplaat. - Plaats het origineel overeenkomstig het formaat in de juiste positie (zie afbeelding hierboven). ![](images/4d88817ba97c77d9d67fb876f3b4ee716e05708889c87e36be5892a4a7e47f8e.jpg) Plaats geen voorwerpen onder de formaatdetector. Het sluiten van de automatische documentinvoer terwijl er een voorwerp onder ligt, kan leiden tot beschadiging van de plaat van de formaatdetector en tot een onjuiste vaststelling van het formaat van het origineel. ![](images/9ecf164eb741c7ebee10bc6be1b1468340cb3d1720e63b474f077773511e46eb.jpg) - Wanneer u een fax verstuurt die uit meerdere pagina's bestaat, scan dan elke pagina in de juiste volgorde in, beginnend met de eerste pagina. - Wanneer u een fax verstuurt die uit meerdere pagina's bestaat, kunt u de automatische documentinvoer en de glasplaat niet tegelijkertijd gebruiken om de originele pagina's in te scannen. ![](images/48edd3f898817859a919518ba3c63d06662db477f84369773e3a54ed0caa9797.jpg) Voer het faxnummer van de bestemming in. (1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. Een bestemming kan behalve door selectie van een sneltoets ook door het opgeven van een zoeknummer worden opgegeven. U kunt ook direct een faxnummer invoeren met de cijfertoetsen of een bestemming opzoeken in een globaal adresboek. Zie voor meer informatie "BESTEMMINGEN INVOEREN" (pagina 4-17).

3

Druk op de toets [START].

Het scannen begint.

4

Wanneer u een andere pagina wilt scannen, vervangt u de pagina's en drukt u op de toets [START].

Herhaal dit tot alle originelen zijn gescand. ![](images/fe02e41ca8e0dbf7cd62e40c59c7e2cf5c0709e20a660c6b2b7a42c44c81dbc7.jpg) Als er gedurende één minuut geen handeling plaatsvindt, stopt het scannen automatisch en wordt de verzending gereserveerd. ![](images/769a692bca068848596d24c334113052c8733124b919cd1fe8d2a521f7c707b9.jpg)

Druk op de toets [Lezen Klaar].

U hoort een pieptoon. Open de automatische documentinvoer en verwijder het origineel.

5

![](images/a98ed26c8f024610fd172f790b5b6b672a5d378246c016325876711832788f5c.jpg) - Wanneer het scannen klaar is, verschijnt het bericht "Opdracht opgeslagen." samen met een opdrachtcontrolenummer. Dit nummer kunt u gebruiken om de opdracht in het transactierapport of in het activiteitsrapport beeldverzending te vinden. - Als er gedurende één minuut geen actie wordt ondernomen nadat het bevestigingsscherm is verschenen, wordt het scannen automatisch gestopt en wordt de verzending gereserveerd. - De toets [Configureren] kan worden ingedrukt om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat voor elke gescande pagina van de originelen te wijzigen. Als echter "2-in-1" of "Kaart Formaat" is geselecteerd in de speciale functies, kan alleen de belichting worden gewijzigd, en dit kanalleen worden gedaan als alle even paginanummers van de originelen gescand worden. ![](images/2b47e6a6310fb79866ba0a7ffb1146b2c0d8d18bdf30078139b1f0a048aa8bcc.jpg)

Het verzenden annuleren...

Druk op de toets [STOP] (©woordat u op de [Lezen Klaar]-toets drukt. ![](images/ddc8a7d3aa72eb2daa700e3afae892a3c897fbcf45e03a9e67bdf9b2f50ec26f.jpg) - Als er een fax binnenkomt terwijl er een verzending wordt uitgevoerd, wordt de verzending gereserveerd en pas verzonden nadat de binnenkomende fax gereed is. - Als het geheugen vol raakt terwijl de originelen gescand worden, verschijnt er een bericht en de verzending zal worden geannuleerd.

DE GLASPLAAT GEBRUIKEN OM EEN FAX TE VERZENDEN MET DE FUNCTIE DIRECT VERZENDEN

Wanneer u vanaf de glasplaat een fax verstuurd met de functie directe verzending, kunt u maar één pagina verzenden. ![](images/3a0007a4458a2322d5cbe83d7a81055abd97135c4c729f6fcbacc091dc3e8dd4.jpg) Open de documentinvoer, plaats het origineel met de bovenzijde naar beneden op de glasplaat en sluit voorzichtig de documentinvoer. Schaalaanduiding van de glasplaat ![](images/9ca112a26e34b919e4a44b38eaa757efd612a4811de06ce1a27ee0dbb222130f.jpg) Schaalaanduiding van de glasplaat ![](images/94e49725899f9d587ceccf1c5e45d3a816047109f8a269b01781d3c60032ad1c.jpg) - Breng de hoek van het origineel op één lijn met de punt van de pijl ♦p de schaalaanduiding van de glasplaat. - Plaats het origineel overeenkomstig het formaat in de juiste positie (zie afbeelding hierboven). ![](images/c971cb7619be6919a5e7ee598c2b5fb56f00d7cd6171d315c463bdc2908cac4b.jpg) Plaats geen voorwerpen onder de formaatdetector. Het sluiten van de automatische documentinvoer terwijl er een voorwerp onder ligt, kan leiden tot beschadiging van de plaat van de formaatdetector en tot een onjuiste vaststelling van het formaat van het origineel. ![](images/482551122b6a23b819379844a398a1cf243e9e6afd693da7a0972c350e8257bf.jpg) Voer het faxnummer van de bestemming in. (1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. (3) Druk op de toets [Voorwaarde-Instellingen]. ![](images/cdb7255fef0f6b37a3740bc4f5374344513c0244cf93556a7507bde5fca1e452.jpg) - U kunt maar één bestemming invoeren. Een sneltoets gebruiken waaronder meerdere bestemmingen zijn opgeslagen (groeptoets) is niet mogelijk. - Een bestemming kan behalve door selectie van een sneltoets ook door het opgeven van een zoeknummer worden opgegeven. U kunt ook direct een faxnummer invoeren met de cijfertoetsen of een bestemming opzoeken in een globaal adresboek. Zie voor meer informatie "BESTEMMINGEN INVOEREN" (pagina 4-17). ![](images/c649139dbbcd084b556c06bc5023a1823da92480dd6f24bfa535ee722ae6eb87.jpg)

Druk op de [Direct TX]-toets.

Druk op de toets [START].

De verzending wordt gestart. ![](images/9126631c4f3df7f5f23a5e93533afcd67b0dd67ff15953daadd2dfec868e28ef.jpg)

Het verzenden annuleren...

Als het bericht "Bezig met inbellen. Druk op [☑] om te annuleren." verschijnt in de display, druk op de toets [STOP] (☑). ![](images/a10730ace195f6437732cf70d1095e12a9f321c051be93c03329081775476ff4.jpg) - De volgende functies kunnen niet samen met de functie directe verzending worden gebruikt: Programma, Timer-verzending, 2-in-1, Kaart Formaat, Opdracht Samenstellen, Navraaggeheugen, Aantal originelen, Bestand, Snelbestand, Geheugenvak, 2-zijdig scannen van originelen, Global Adres zoeken - De fax zal niet opnieuw verzonden worden als een directe verzending faalde door een communicatiefout of door een andere reden. - Als er al een faxverzending aan de gang is op het moment dat een directe verzending wordt uitgevoerd, zal de directe verzending wachten totdat de vorige verzending klaar is. Wanneer de vorige verzending klaar is, zal de directe verzending beginnen. Terwijl directe verzending wacht, kunt u de [OPDRACHT STATUS]-toets indrukken om het opdrachtstatuscherm te zien. Er zijn geen andere handelingen mogelijk. DE STATUS VAN FAXOPDRACHTEN CONTROLEREN (pagina 4-126)

VERZENDINGEN MET DE LUIDSPREKER

Wanneer u de luidspreker gebruikt om te bellen, wordt de fax verstuurd nadat het nummer is gebeld en de verbinding is gemaakt. Als iemand antwoordt, zult u zijn of haar stem horen, maar u zult zelf niet kunnen spreken. 1 ![](images/3aba15116e776fe5966ba4b131b8186b0ef57ea0296d065b9bfbe0bc376f76c8.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a paper feeding into a slot (no text or symbols)

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. Wanneer u de glasplaat gebruikt, kunt u maar een pagina verzenden. 2 ![](images/bd545282c7fbc28a15525b681b27a4989578cf8afbf662a752e16574e5111256.jpg)

Voer het faxnummer van de bestemming in.

(1) Druk op de [Luidspreker]-toets. U zult de kiestoon via de luidspreker van de machine horen. (2) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (3) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. U kunt geen groeptoets gebruiken. ![](images/06fe1d961816f5124ee899121d3a855abc1057392f224107fc95fcdb7eac5276.jpg) - Een bestemming kan behalve door selectie van een sneltoets ook door het opgeven van een zoeknummer worden opgegeven. U kunt ook direct een faxnummer invoeren met de cijfertoetsen of een bestemming opzoeken in een globaal adresboek. Zie voor meer informatie "BESTEMMINGEN INVOEREN" (pagina 4-17). - Nadat u op de [Luidspreker]-toets hebt gedrukt, kunt u op de [Luidspr.volume]-toets drukken om het volume van de luidspreker aan te passen. Het luidsprekervolume verandert elke keer wanneer u de [Luidspr.volume]-toets indrukt. Stel het volume in naar uw wens. 3

Wacht totdat de verbinding gemaakt is en druk dan op de toets [START].

De verzending wordt gestart. ![](images/64dcb6b3a889af06af8056a1e9e8657c5c83369128118c3add587eb290c93e45.jpg)

Het verzenden annuleren...

Druk op de toets [Luidspreker] voordat u op de toets [START] drukt. De verbinding zal worden verbroken en de verzending stopt. ![](images/c27ee8ea136b3cade9f37530a43c56aa23d727b6800e6062c15e23bf018597c7.jpg) - Wanneer u de luidspreker gebruikt, vindt de verzending plaats zonder dat het origineel in het geheugen wordt gescand. - Een bestemming die een F-code (subadres en wachtwoord) bevat kan niet worden gebruikt. - Ook kunt u geen sneltoets gebruiken die meerdere bestemmingen heeft of die een bestemming heeft die niet bij een fax hoort. ![](images/d738333101b58f4b2507b1cce212544fce1468934684ddc23a4c5f3a5f02daa2.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Luidsprekerinstellingen

Het standaardvolume van de luidspreker kan worden gewijzigd in de "Luidsprekerinstellingen".

DEZELFDE FAX VERSTUREN NAAR MEERDERE BESTEMMINGEN (Distributie verzendopdracht)

Deze functie is handig als u dezelfde fax naar meerdere bestemmingen moet versturen, zoals u een verslag verzenden naar filialen in verschillende regio's. U kunt tot maximaal 500 bestemmingen in een distributiebewerking versturen. (Een gecombineerd maximum van 200 bestandserveradressen, desktopadressen en gedeelde map adressen.) ![](images/e37e141b26b6c8c75ee08249eb530c0525a21377fdfe043ed70bbf8348688a66.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Original document"] --> B["Verzending"]
    B --> C["Building with 10+ units"]
    B --> D["Building with 5+ units"]
    B --> E["Building with 2+ units"]
Het kan handig zijn om de bestemmingen waar u regelmatig faxen naar toestuurt via distributie verzendopdrachten op te slaan in groeptoetsen. Met groepbellen is het mogelijk om meerdere faxnummers op te roepen die onder een one-touch-toets zijn opgeslagen. U hoeft daarna alleen de betreffende sneltoets in te drukken. Zie "Adresbeheer" (pagina 7-16) in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN" voor het opslaan van groeptoetsen. Wanneer u een groeptoets gebruikt om faxnummers te kiezen, worden alle faxnummers gedraaid die zijn opgeslagen onder de groeptoets. Wanneer u bijvoorbeeld op een groeptoets drukt waaronder tien faxnummers zijn opgeslagen, wordt de fax verstuurd naar deze tien nummers. 1 ![](images/91dbfe85638654cc4e58ea673c56a47050aaa1ef68581bdea7761bc781a14beb.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with front and back views, showing internal components (no text or symbols)

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. ![](images/d213ea55a215699d29aefb56d9dafc58844899be415582e4f86b1535a4ffdf66.jpg) Voer het faxnummer van de bestemming in. (1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. (3) Herhaal stap (2) totdat alle bestemmingen zijn geselecteerd. ![](images/81a26db7cec9d4cb3befc1419dbf77f21c1bf93326608ba77ed9a309e9de105e.jpg) - Een bestemming kan behalve door selectie van een sneltoets ook door het opgeven van een zoeknummer worden opgegeven. U kunt ook direct een faxnummer invoeren met de cijfertoetsen of een bestemming opzoeken in een globaal adresboek. Zie voor meer informatie "BESTEMMINGEN INVOEREN" (pagina 4-17). - U kunt het beste een groeptoets gebruiken om de bestemmingen in te voeren. - Als u een bestemming hebt ingevoerd met de numerieke toetsen en u wilt nog een bestemming invoeren met de numerieke toetsen, raak dan de toets [Volgend adres] aan voordat u de volgende bestemming invoert. De toets [Volgend adres] kan worden weggelaten voor of na een bestemming die werd ingevoerd met een snelkey. Indien "Volg adrestoets invoeren bij distributie-instel." echter is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder), dan moet u op de toets [Volgend Adres] drukken voordat u de volgende bestemming opgeeft. ![](images/79a6ca3183d06da40d534996c924e079bb3d59564f9be84a4bc52bb7e3fdfd47.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Faxnummer dat is ingevoerd met behulp van de cijfertoetsen."] --> B["Toets [Volgend Adres"]]
    B --> C["Kan niet worden overgeslagen"]
    C --> D["Faxnummer dat is ingevoerd met behulp van de cijfertoetsen."]
    D --> E["Toets [Volgend Adres"]]
    E --> F["Kan worden overgeslagen* * Kan niet worden overgeslagen indien &quot;Volg adrestoets invoeren bij distributie-instel.&quot; is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder)."]
    F --> G["Bestemming die is ingevoerd met een sneltoets"]
![](images/531fdc969f49fec7bfaffa5b8014a8cb8e43af355bd1c54322c0430a1a5ea7c1.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Volg adrestoets invoeren bij distributie-instel. Deze instelling wordt gebruikt om het overslaan van de [Volgend adres]-toets tijdens het invoeren van bestemmingen voor distributie verzendopdrachten onmogelijk te maken. ![](images/547c5614ab034246dd9ac59a849441944f627c229a1a897ec86474e2b51df2bc.jpg) Druk op [Adresoverzicht].

4

![](images/486d8d20db20f9ffe9d3e706fe5b73d3b1fd25cbfe3217478720f8fb1ee20e84.jpg) Controleer de bestemmingen en druk op de toets [OK]. ![](images/98109516d67227d5c6d7e14ff3318053476bf2f3c6b1968a6f5cd4fe0c736cba.jpg)

Een opgegeven bestemming annuleren...

Druk op de toets van de bestemming die u wilt annuleren. Er verschijnt een melding ter bevestiging van het wissen. Druk op de toets [Ja]. INGEVOERDE BESTEMMINGEN CONTROLEREN EN WISSEN (pagina 4-20)

5

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/0418041cde928de4f298c59c514e53a98417ffe0125bbef7825454916e16f778.jpg)

Om het scannen te annuleren...

Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/9ff91fb5ab1cb5e7b3c2e6c14a0adb2cdb75c7650cff0d224eb20de571990984.jpg) - Een distributieverzending vindt alleen plaats via geheugenverzending. - Een distributie verzendopdracht kan gebruikt worden in combinatie met de functie timerverzending om de fax 's nachts of op een andere gewenste tijdstip te verzenden. U kunt een distributie verzendopdracht ook gebruiken in combinatie met andere handige functies. - U kunt de bestemmingen voor Scannen naar e-mail en Internetfax in een distributie verzendopdracht opnemen. De afbeelding die wordt verzonden naar de Scannen naar e-mail- en Internetfaxbestemmingen zal in zo'n geval worden afgedrukt in zwart-wit.

Opnieuw verzenden naar rondzendbestemmingen

De resultaten van een uitgevoerde rondzendopdracht (distributie) kunnen worden gecontroleerd in het scherm opdrachtstatus. Als een verzending naar één of meerdere van de bestemmingen is mislukt, kunt u de fax opnieuw versturen naar deze bestemmingen. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/f46ccde9f6753fbd84aeb7baaa09932b4ec1ee28dc08be7a2889ae10f28cd372.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/772d7cc130965e35f0fea9dbba845186227c7fe10d0d074a567effcc7ed9c235.jpg)

Druk op de toets [Voltooid].

Druk op de [Faxopdracht]-tab als het scherm opdrachtstatus van de faxfunctie niet verschijnt. ![](images/36ef97b43325c1da028c86c749ae614a0be8752e85be6afbb44d79cb93da7d84.jpg) Als de rondzendopdracht naar bestemmingen van verschillende modi werd gezonden, wordt dezelfde toets voor de rondzendopdracht in elk van deze modi weergegeven. 3 ![](images/7a0b960c354b13ce2c4b99360f06ccae542b3b14fb7dfa2cec4afcb1447f429f.jpg)

Details van de rondzendopdracht weergeven.

(1) Druk op de toets van de voltooide rondzendopdracht. (2) Druk op de toets [Details]. ![](images/a91a93d717903a94899e7dbba115c315016bc7f0937860027970aa494529c500.jpg) "Rondzendenxxxx" verschijnt als bestemming van de opdrachttoets voor de distributie. Het controlenummer voor de opdracht dat in het aanraakscherm verscheen na afloop van het scannen, verschijnt in "xxxx". ![](images/41170c7989bc8e1402d5dd11d3388ddbae19907e903d320b2c85f92116845657.jpg) (1) (2)

Stuur de fax opnieuw naar bestemmingen waarbij de verbinding is mislukt.

(1) Druk op de tab [Mislukt]. (2) Druk op de toets [Nogmaals]. ![](images/8214f4ba99ca018aff779fa1b68a6d63c996af04a4bcdc17437d29f259bcdbab.jpg) \- De procedure nadat de [Nogmaals]-toets is ingedrukt hangt af van het feit of er gebruik wordt gemaakt van de functie Documentarchivering.

Zonder documentarchivering

U keert terug naar het basisscherm met de mislukte bestemmingen ingevoerd. Plaats het origineel en voer een distributie verzendopdracht uit.

Met documentarchivering

Het selectiescherm documentarchiveringbewerking verschijnt, waarin de bestemmingen waarbij de verbinding is mislukt worden weergegeven. Voer de procedure voor het opnieuw verzenden van het documentarchief uit. (Het origineel hoeft niet opnieuw te worden gescand.) Als de opdracht is opgeslagen in een vertrouwelijke map of is opgeslagen als vertrouwelijk bestand, verschijnt er een wachtwoordscherm nadat u op de [Nogmaals]-toets hebt gedrukt. Voer het wachtwoord in. \- Als u tijdens stap (1) drukt op de [Alle Bestemm.]-toets, worden alle bestemmingen weergegeven. Door in het verschenen scherm op de toets [Nogmaals] te drukken, wordt opnieuw naar alle bestemmingen verzonden.

FAXBERICHT RECHTSTREEKS VANUIT EEN COMPUTER VERZENDEN (PC-Fax)

U kunt een document in een computer via de machine versturen als fax. De procedure voor het faxen via de functie PC-Fax is hetzelfde als de procedure voor het afdrukken van documenten. Selecteer het stuurprogramma van de PC-Fax als stuurprogramma voor het afdrukken en selecteer dan de opdracht Afdrukken in de softwaretoepassing. Beeldgegevens voor de verzending zullen worden aangemaakt en worden verzonden al een fax. ![](images/07073c979c50ee3bfc63f307372107f952a68585f1870ecd601cea004b36bbc1.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Computer"] --> B["Printer"]
    B --> C["Document"]
    D["User"] --> B
    E["Faxverzending"] --> F["Document"]
Raadpleeg helpbestand van de PC-Fax driver voor meer informatie over het gebruik van PC-Fax. ![](images/01ab6ec2f700c15ab5988c6d239ac86f8b1d4c522e6fc1fc955e1efc7fc6a565.jpg) - Voor het gebruik van de PC-Fax functie, moet het PC-Fax driver zijn geïnstalleerd. Raadpleeg "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor meer informatie. - Deze functie is alleen beschikbaar voor Windows® computers. - Deze functie kan alleen voor verzending worden gebruikt. Uw computer kan geen faxberichten ontvangen.

WEERGAVE-INSTELLINGEN

Instellingen voor het scannen van het origineel worden in het basisscherm van elke modus geselecteerd. De huidige status van elke instelling verschijnt rechts van de voor het selecteren van de instelling gebruikte toets. ![](images/070f334bbd1ca8f5dc90ebfcee92c564e826ec917481c6d2cec0155848e8f39d.jpg)

(1) Toets [Origineel]

Druk op deze toets om scanformaat, verzendformaat en richting van het origineel in te stellen en 2-zijdige scaninstellingen te selecteren. AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGNEEL SCANNEN (2-zijdig origineel) (pagina 4-47), SCANFORMAAT EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (vergroten/verkleinen) (pagina 4-48)

(2) Toets [Belichting]

Druk op deze toets om de belichting voor het scannen te selecteren. BELICHTING WIJZIGEN (pagina 4-55)

(3) Toets [Resolutie]

Druk op deze toets om de resolutie voor het scannen te selecteren. RESOLUTIE WIJZIGEN (pagina 4-56)

AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGINEEL SCANNEN (2-zijdig origineel)

De automatische documentinvoer zal automatisch beide zijden van het document scannen. (wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is) ![](images/90d0994ba27027230e435e26b7f37024d6fdbb380cc04bcbdcded0e3c6e28bfe.jpg) Verzending ![](images/37369a9eecd83c1d2e68ba5c2dc1e86af8c2ea6df6fb912502ffce3db512b777.jpg) ![](images/4a3f8fd354a966e87e9828ab9b5953a719ec00e14279955f33c7926cddf45a48.jpg) 2-zijdig origineel De voor- en achterkant worden als twee afzonderlijke pagina's verzonden 1

Druk op de toets [Origineel].

WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 4-46) ![](images/21bb2eaccec68ee861e473180b432745e251bdb2612ccfd92bd42db02b63a166.jpg) (1) (2) (3)

Geef de inbindstijl van het 2-zijdig origineel (boek of schrijfblok) en in welke afdrukstand het origineel is geplaatst.

(1) Druk op de toets [2-Zijdig Boekje] of [2-Zijdig Schr.Blok]. Een boekje of schrijfblok wordt als volgt ingebonden. Boekje Schrijfblok ![](images/2395ad9ed6778f4944edbc122f518a28a7a11246ecd8161865516b66d0fb97f4.jpg) ![](images/b4e12b70030f1b912b20417dd35d2075617f04ede1717720ac272c0270b82198.jpg) (2) Druk op de juiste [Stand afbeelding]-toets. Als u hier de verkeerde stand kiest, zal het beeld niet op de juiste manier verzonden worden. (3) Druk op de toets [OK]. ![](images/fb200665bf7816b1a87e0617f5acd21e4c45a30c83f931364c0e8e9cac26a984.jpg) Annuleer het 2-zijdig scannen door op de gemarkeerde toets te drukken zodat de markering verdwijnt. ![](images/c38ff5057f43de234209a044d29923331a585649c27169d1b2c93302884bba16.jpg) - Nadat de verzending voltooid is, stopt het 2-zijdig scannen automatisch. - 2-zijdig scannen is niet mogelijk bij directe verzending of luidsprekerverzending.

SCANFORMAAT EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (vergroten/verkleinen)

Bij plaatsing van het origineel wordt het formaat automatisch waargenomen en weergegeven op het basisscherm. Het formaat van het geplaatste origineel wordt aangegeven als het scanformaat, en het te verzenden formaat wordt aangegeven als het verzendformaat. ![](images/3cb0170cf1b16870d0bf6cf428b6fbb1fae43149c38e9c54ec7347fc49ad6976.jpg) In het bovenstaande scherm is het scanformaat (het geplaatste origineel) A4 (8-1/2" x 11") en het verzendformaat is auto. Is het scanformaat bijvoorbeeld A4 (8-1/2" x 11") en het verzendformaat B5 (5-1/2" x 8-1/2"), dan wordt de afbeelding verkleind voor verzending. "Scanformaat" ![](images/260273528839effa4bcb0da7a7f2a18e91e304da3668f7820c7c70beef78f002.jpg) ![](images/8d306c299238bbf1ba5291cfa34faf78e55930f268096464c8a79c982091f3e2.jpg) - U kunt alleen standaard origineelformaten automatisch detecteren. STANDAARDFORMATEN (pagina 4-29) - Als het origineel geen standaardformaat heeft of niet juist wordt gedetecteerd, geeft u het formaat van het origineel handmatig op. Het scanformaat van het origineel opgeven (Opgeven in standaardformaat) (pagina 4-49) Het scanformaat van het origineel opgeven (met numerieke waarden) (pagina 4-51)

Het scanformaat van het origineel opgeven (Opgeven in standaardformaat)

Als het origineel geen standaardformaat heeft of als u het scanformaat wilt wijzigen, druk dan op [Origineel] om het formaat van het origineel handmatig op te geven. Plaats het origineel in de lade van de automatische documentinvoer of op de glasplaat en volg onderstaande stappen. (wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is)

1

Druk op de toets [Origineel].

Het automatisch herkende formaat verschijnt rechts van de toets [Origineel]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 4-46)

2

![](images/dcf7e85b5454a3e603785ecce05e77349950386defce1cd82c928d064502db87.jpg) Druk op de toets [Scanformaat].

3

![](images/acfb8e5fa8d3c6d47d2c1628398b2dea822750ee36e2057d5f2a3ef78698240e.jpg) Geef het scanformaat op. (1) Druk op de betreffende toets voor het origineelformaat. (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/a48698d8aa5906ae1c4d9facf107ea8d34cef774929ceaa13dbe915df3abdd11.jpg) - Druk op de toets [Lang Form.] indien u een lang origineel verstuurd. Gebruik de automatische documentinvoer voor het scannen van een lang origineel. De maximum lengte die kan worden gescand is 1000 mm (39-3/8") (de maximum hoogte is 297 mm (11-5/8)). VERZENDBARE ORIGINEELFORMATEN (pagina 4-29) - Druk op de [AB ◆ Inch]-toets om het [Inch]-formaat te markeren om zo een inch-formaat voor het scanformaat op te geven.

4

![](images/79fbe70c4582e641853ccb2d2e9a5711d17ff7bc03bc667f00475da5f47a71e3.jpg) Druk op de toets [OK]. ![](images/297576c131d6b166316aebc3ae24d052b0830d85bc285493c2e04b53c4d19366.jpg) Indien [Lang Form.] is geselecteerd, kunnen de 2-zijdige scaninstelling en het verzendformaat niet worden gewijzigd.

Het scanformaat van het origineel opgeven (met numerieke waarden)

Als u een origineel scant dat geen standaardformaat heeft, zoals een ansichtkaart of kaart, volg dan deze stappen om het formaat van het origineel op te geven. De breedte kan variëren van 25 mm tot 432 mm (1" tot 17"), en de hoogte kan variëren van 25 mm tot 297 mm (1" tot 11-5/8").

1

Druk op de toets [Origineel].

Het automatisch herkende formaat verschijnt rechts van de toets [Origineel]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 4-46)

2

![](images/aef0c05a4ac2d43fe6c6ae1ee64d32eafcdd83de2e7debea2066fe1c39542d4d.jpg) Druk op de toets [Scanformaat].

3

![](images/4e582af3b6192855681aa4fb71c527898fc7ebce820c01bc3ea8caaba37576eb.jpg) Druk op de toets [Invoer Formaat].

4

![](images/cc4c87fffdb37d4f42ecb6737c9b5a8cca4a42838af29562d30a455970650c0c.jpg)

Voer het scanformaat in.

(1) Druk op de cijferweergavetoets voor X (breedte) en voer de breedte in. (2) Druk op de cijferweergavetoets voor Y(hoogte) en voer de hoogte in. (3) Druk op de toets [OK]. Druk op de [OK]-toets naast de [Annuleren]-toets en keer terug naar het scherm van stap 3 om de instelling te voltooien. ![](images/80316152d255fc24a090f8702e9e0de5f67d2a4b6c4ee9a4ee63708f41f80de6.jpg) U kunt het getal ook met de toetsen wijzigen. ![](images/47c6cfe835ba422cd8506df6dfd6de608b0f059ce548c2a4c80aa3f182b5faa7.jpg)

Druk op de toets [OK].

Het opgegeven formaat wordt weergegeven op de toets [Scanformaat]. ![](images/cde73c5d2b0fc527608dab0bda1bbcd96840f632f755eea0c426cee00c20d2b9.jpg) - Als het scanformaat wordt opgegeven als een getalswaarde, kan het verzendformaat niet worden opgegeven. - Bij gebruik van de automatische documentinvoer kan een origineel dat langer is dan 432 mm (17") worden gescand (maximum breedte 1000 mm (39-3/8)). In dit geval drukt u op de toets [Lang Form.] in het scherm van stap 3. Het scanformaat van het origineel opgeven (Opgeven in standaardformaat) (pagina 4-49) VERZENDBARE ORIGINEELFORMATEN (pagina 4-29)

Het verzendformaat van het origineel opgeven

Geef het verzendformaat op als een papierformaat. Als het verzendformaat groter is dan het geselecteerde scanformaat, wordt de afbeelding vergroot. Als het verzendformaat kleiner is dan het geselecteerde scanformaat, wordt de afbeelding verkleind. ![](images/797fe5b89a64479d0e78ab3f90085c73a3ef7ebfecc7c7daff66380aeee010a8.jpg) Het verzendformaat kan niet worden opgegeven als [Lang Form.] als scanformaat is geselecteerd of als het formaat in getalswaarden is opgegeven.

1 Druk op de toets [Orgineer]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 4-46)

2

![](images/f6e8106f9549eeb8a3b119743cab48d7f4db09866fec993ea05e38d1d606a484.jpg)

Druk op [Verzendformaat].

3

![](images/76ee872d9cfe9deae199992d15effa96240ac698f97f80bd278bcf481fdb2f4f.jpg)

Geef het verzendformaat op.

(1) Druk op de toets voor het gewenste verzendformaat. (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/6d390cda0d3f019d6691fadf5bac4997b95435d5daa9a9cc79c9ecc232c03b6c.jpg) - Afhankelijk van de "Scanformaat" instelling kan het onmogelijk zijn sommige formaten te selecteren voor het "Verzendformaat". Toetsen voor formaten die niet kunnen worden opgegeven voor het "Verzendformaat", worden grijs gemaakt, zodat ze niet geselecteerd kunnen worden. - Druk op de [AB ◆ Inch]-toets om het [Inch]-formaat te markeren om zo een inch-formaat voor het scanformaat op te geven. ![](images/4f463d1907adc034dadf876053053f07f75ad69aa547e71503f5778bc5263808.jpg)

Geef op in welke afdrukstand het origineel is geplaatst.

(1) Druk op de juiste [Stand afbeelding]-toets. Als u hier de verkeerde stand kiest, zal het beeld niet op de juiste manier verzonden worden wanneer u vergroten/verkleinen gebruikt. (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/dc776bc95c78d9559adf4150a61af52dbb67f1c02b72e95f106a04b621fe1334.jpg) De ratio voor verkleining en vergroting van het origineel wordt weergegeven tussen "Scanformaat" en "Verzendformaat".

BELICHTING WIJZIGEN

De belichting kan worden aangepast aan de helderheid van het origineel. Selecteer de juiste instellingen aan de hand van de volgende tabel. Belichtingsinstellingen:
Belichting Toepassing
AutoBij deze instelling wordt de belichting automatisch aangepast aan lichtere en donkerdere delen van het origineel.
Handmatig1-2 Selecteer deze instelling bij een origineel met donkere tekst.
3Selecteer deze instelling voor een normaal origineel (niet licht en niet donker).
4-5 Selecteer deze instelling wanneer het origineel uit onduidelijke tekst bestaat.

1

Druk op de toets [Belichting].

De huidige belichtinginstelling verschijnt rechts van de [Belichting]-toets. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 4-46)

2

![](images/a55247c5a14880bd0aa3d5178270529520ec00d117aa9a19067d9550a9369f6d.jpg)

Selecteer de belichting.

(1) Druk op de toets [Handmatig]. (2) Pas de belichting aan met de toetsen ![](images/251933d12193425c3c79977594ac0cc2cda72d27d03baaa28d9b47acc9989606.jpg) Als de belichting staat ingesteld op [Auto], kunnen de toetsen niet worden gebruikt. De belichting wordt donkerder wanneer op de toets wordt gedrukt, en lichter wanneer op de toets wordt gedrukt. Keer terug naar automatische belichtingsaanpassing door op [Auto] te drukken. (3) Druk op de toets [OK]. ![](images/4c24aabc384612aa8fc9ea37a9d435fb5dd6ed69b5a0332ffbd7e562620b498f.jpg) Bij gebruik van de glasplaat voor het scannen van meerdere originelen kan de instelling van de belichting telkens bij het verwisselen van de pagina's worden gewijzigd. Bij gebruik van de automatische documentinvoer kan de instelling van de belichting niet meer worden gewijzigd nadat het scannen is begonnen. (Gebruikt u echter de speciale functie "Opdracht Samenstel.", dan kan de belichting telkens wanneer u een nieuwe set originelen invoert worden gewijzigd.) ![](images/90f99e85867064aa9b4905167ab054c720a66980776d3409cef933e1cf98f181.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaard Belichtingsinstellingen Hiermee wijzigt u de standaardinstelling voor de belichting.

RESOLUTIE WIJZIGEN

De resolutie kan zo gekozen worden dat deze overeenkomt met de eigenschappen van het origineel, zoals tekst of foto, het formaat van de tekst en de lichtsterkte van de afbeelding. Selecteer de juiste instellingen aan de hand van de volgende tabel. Resolutie-instellingen
Resolutie Toepassing
StandaardSelecteer deze instelling wanneer uw originelen bestaan uit teksten in normaal formaat (zoals de tekst in deze gebruiksaanwijzing).
FijnSelecteer deze instelling wanneer uw originelen kleine letters of afbeeldingen met dunne lijnen bevatten.Het origineel wordt gescand in tweemaal de [Standaard]-resolutie.
Extra FijnSelecteer deze instelling wanneer uw originelen complexe afbeeldingen of diagrammen bevatten.Er wordt een afbeelding verkregen van betere kwaliteit dan met de [Fijn]-afstelling.
UltrafijnSelecteer deze instelling wanneer uw originelen complexe afbeeldingen of diagrammen bevatten.Deze instelling geeft de beste beeldkwaliteit. De verzending duurt echter langer dan met de andere instellingen.
HalftoonSelecteer deze instelling als uw origineel een foto is of kleurgradaties heeft (zoals een origineel in kleur).Deze instelling geeft een helderder beeld dan [Fijn], [Extra Fijn] of [Ultrafijn] alleen.De halftoon-instelling kan niet geselecteerd worden wanneer [Standaard] wordt gebruikt.

1

Druk op [Resolutie].

De huidige resolutie-instelling verschijnt rechts van de [Resolutie]-toets. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 4-46)

2

![](images/612f626a8a7a19da8505905231a83e2b01c21de595a562042248b8a8a57cc80f.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Fixen/Resolutie"] --> B["CK"]
    C["Standaard"] --> D["Fijn"]
    E["Extra Fijn Halftoon"] --> D
    F["Dirafijr"] --> D

Selecteer de resolutie.

(1) Druk op de toets van de gewenste resolutie. (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/3489e65b8f4d6d31d9fc13cf05c6f79a4ced352b4ddb879443505d662d72c80f.jpg) Wanneer [Fijn], [Extra Fijn] of [Ultrafijn] geselecteerd zijn, kunt u de [Halftoon]-toets indrukken om halftonen te kiezen. ![](images/8df85e556aad71abd4405679b9f48e844d046dc6b8201d126b2bc0c9477d6d3b.jpg) - Als u de glasplaat gebruikt om meerdere pagina's van originelen te scannen, kan de resolutie-instelling worden aangepast telkens wanneer u pagina's verandert. Bij gebruik van de automatische documentinvoer kan de instelling van de resolutie niet meer worden gewijzigd nadat het scannen is begonnen. (Gebruikt u echter de speciale functie "Opdracht Samenstel.", dan kan de resolutie telkens wanneer u een nieuwe set originelen invoert worden gewijzigd.) - Wanneer een fax verzonden is met een resolutie [Ultrafijn], [Extra Fijn] of [Fijn], zal er een lagere resolutie worden gebruikt als de ontvangende machine die resolutie-instelling niet heeft. ![](images/7f7b2b30c5df427d8419f7950f21f8c79527b7d741bc1f5a54b51d538cda5137.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Oorspronkelijke Resolutie Hiermee wijzigt u de standaardinstelling voor de resolutie.

CONTROLEREN VAN DE TE VERZENDEN AFBEELDING (Voorbeeld)

Als u op de toets [Voorbeeld] tikt voordat u het origineel scant, kunt u de gescande afbeelding vóór verzending controleren op het aanraakscherm. \* Standaard staat de instelling op uitgeschakeld. ![](images/af5a424672e6d5ba7a2f1a130ce5481ed908b9f1c09dfaec41596567ce0f44ac.jpg) Afhankelijk van de omvang van de verzendgegevens, kan een deel van de voorbeeldafbeelding wegvallen op het voorbeeldscherm op het aanraakscherm.

1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

![](images/d04f54b8a2ae66964a5d4bb2ca09dce50797a1abea86d04ede16a7a8123ec851.jpg) Tik op de toets [Voorbeeld] om deze te markeren.

3

Selecteer de verzendinstellingen en druk op de toets [START].

Terwijl de originelen worden gescand, verschijnt "Originelen worden gelezen." en wanneer het scannen is voltooid, verschijnt het voorbeeldscherm op het aanraakscherm. De verzending vindt niet plaats voordat u op de toets [Start zenden] tikt op het voorbeeldscherm.

4

![](images/086b7d39e3bb0df5dd262ca426dcb9c467ffa5fd185f1b620c64834e12d04069.jpg)

Controleer het afdrukvoorbeeld en tik dan op de toets [Start zenden].

De verzending wordt gestart. Zie "VOORBEELD AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 4-58) voor informatie over het voorbeeldscherm. ![](images/5b2e0d19e64df9c08dffa674c32d6f5a5517c04b46269bcc06462b23e847b311.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Standaard voorbeeld

Op de basisschermen van de functies Beeld Verzenden en in het adresboek kunt u aangeven of de toetsfunctie [Voorbeeld] al dan niet moet worden ingeschakeld.

VOORBEELD AFBEELDINGSCONTROLE

In dit gedeelte wordt het voorbeeld afbeeldingscontrole uitgelegd. ![](images/3cffd9ae6b35776a91b3a3f454d2ba60e4464a48dbbca7b297076b7274b3a091.jpg)

(1) Voorvertoning

Er verschijnt een voorbeeld van het gescande origineel. Als de afbeelding is afgesneden, verschuif het beeld dan met de schuifbalken rechts en onderaan het scherm. Ga op een balk staan en schuif deze om te verplaatsen. (U kunt ook met de toetsen scrollen.)

(2) Paginawijzigingstoetsen

Als er meerdere pagina's zijn, wijzigt u met deze toetsen van pagina. - Toetsen : KG maar de eerste of laatste pagina. - Toetsen : Garnaar de vorige of volgende pagina. • Weergave paginanummer: Dit toont het totaal aantal pagina's en het huidige paginanummer. Druk op de toets voor het huidige paginanummer en voer met de cijfertoetsen een getal in om naar dat paginanummer te gaan.

(3) Toets [Info verzender]

Druk hierop om de afzenderinformatie voor fax eigen nr. weer te geven. Op deze toets kan alleen worden getikt als het hele afdrukvoorbeeld op het voorbeeldscherm wordt weergegeven.

(4) Toets [Functieoverz.]

Tik hierop voor het controleren van de instellingen voor speciale functies of het scannen van tweezijdige originelen.

(5) Zoomweergavetoets

Hiermee stelt u de zoomfactor van de weergegeven afbeelding in. Wijzigt vanaf links in de volgorde "Volledig", "Tweemaal", "4 maal", "8 maal". De instelling wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(6) Toets "Weergave draaien"

Hiermee draait de afbeelding 90 graden naar rechts of links. De rotatie wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(7) Toets [Start zenden]

Tik hierop om de verzending te starten. ![](images/1772437e13d551809c68356d41b50451138f17c301c2ee6760fb0f0902c9ee3b.jpg) - Een voorbeeldafbeelding is een afdrukvoorbeeld op het aanraakscherm. Het zal afwijken van het eigenlijke verzendresultaat. - Het afdrukvoorbeeld is overeenkomstig bepaalde instellingen voor het scannen en speciale functies. De volgende instellingen worden in het afdrukvoorbeeld weergegeven: Scaninstellingen: Origineel Speciale functies: Wissen, Dubbelz. scan, Card shot, 2-in-1

FAXONTVANGST

In dit gedeelte worden de basisprocedures voor het ontvangen van faxberichten uitgelegd.

FAXBERICHTEN ONTVANGEN

Als de ontvangstfunctie ingesteld is op "Automat. Faxgeheugen", ontvangt en drukt de machine automatisch faxberichten af. De functie faxontvangst verschijnt in het basisscherm. ![](images/564922a3c82ed6ee96fbd2be181f70584c45996491a4d0713f156fedb5a2b5f2.jpg) Dit laat de huidige faxontvangstfunctie zien en de hoeveelheid vrij geheugen die nog over is. ![](images/10c6b3d4893c38a7266182a12d3ac87ba8b5568f19483aab2150db6be91d2dc4.jpg) \- Wanneer de faxontvangst aan de gang is, is het mogelijk om een verzending te reserveren met de functie geheugenverzending. VERZENDMETHODEN (pagina 4-26) \- Zorg dat er genoeg papier aanwezig is in de papierenladen voordat u de ontvangen faxen afdrukt. Het is niet nodig om A4-(8-1/2" x 11") en B5-papier (5-1/2" x 8-1/2") zowel in de verticale (☐) als de horizontale (☐) richtingen te laden. De richtingsverschillen worden tijdens de faxontvangst automatisch aangepast. Wanneer u een fax ontvangt die kleiner is dan A4-formaat (8-1/2" x 11"), zal het papierformaat dat gebruikt wordt voor het afdrukken, afhangen van de richting waarin de afzender het origineel plaatste (verticaal of horizontaal). ![](images/fba4c12d947aaa584f56871c8b60031f2783b90d302533a34f4b70fdeb7ededb.jpg) \- Systeeminstellingen: Ontvangstinstelling (pagina 7-104) Gebruik dit om de functie faxontvangst te wijzigen. Normaal gesproken moet "Automat. Faxgeheugen" worden gebruikt. Selecteer "Handmatige Ontvangst" wanneer er een extra telefoon is aangesloten aan de machine. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling aantal toestaan/weigeren U kunt nummers opslaan en opgeven of ontvangst van deze nummers al dan niet is toegestaan.

FAXBERICHT ONTVANGEN

Wanneer er een fax is verzonden naar de machine, zal de machine de fax automatisch ontvangen en afdrukken.

1

![](images/8ab6809b269381a318b953fee11d2938de85e3a6ad41b7268f4c0a52b7aa799a.jpg)

De machine belt en de faxontvangst begint automatisch.

Er klinkt een pieptoon wanneer de ontvangst klaar is. ![](images/657865529f3006c9df777d1e77cb0c2109c72c301c5ce49133f65df763b312ee.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): Luidsprekerinstellingen Dit wordt gebruikt om het volume en de toon van het ontvangstgeluid aan te passen. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Aantal oproepen in automatische ontvangst Dit wordt gebruikt om het aantal beltonen aan te passen voordat de automatische faxontvangst begint. Als u faxberichten wilt ontvangen zonder dat de machine belt, selecteert u "0" beltonen. ![](images/11a78f45dab18b001e21603c62bf1622efb73349a48ea03a028b76f5a61ff5c0.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with paper feed and paper tray (no text or symbols)

Fax wordt automatisch afgedrukt.

2

![](images/3f5c23d7754ec6b0e2aa3fdd9e58ac9191ff8e5eaed0ce9640a0668fab75080a.jpg) \- Als er een wachtwoord invoerscherm verschijnt... U moet een wachtwoord invoeren om een ontvangen fax af te drukken. Wanneer het juiste wachtwoord is ingevoerd, zal de ontvangen fax worden afgedrukt. EEN FAX MET WACHTWOORDBEVEILIGING AFDRUKKEN (Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens) (pagina 4-62) \- De uitvoerlade en nieter kunnen worden geselecteerd (als er een afwerkingeenheid is geïnstalleerd). U kunt de uitvoerlade selecteren en ook het aantal exemplaren van de ontvangen faxen die afgedrukt worden. Wanneer er een afwerkingeenheid is geïnstalleerd, kan het aantal af te drukken exemplaren, de uitvoerlade en het nieten worden geselecteerd. ![](images/cf806a315dec95b803bd25f1960c3ed43b090a2be56f6a0611e5337cf0a3a887.jpg) - Als het afdrukken van een kopieeropdracht of een printopdracht aan de gang is wanneer er een fax wordt ontvangen, dan zal de fax niet worden afgedrukt tot dat de al eerder gereserveerde opdracht voltooid is. - Ontvangen faxen zullen niet worden afgedrukt wanneer afdrukken niet mogelijk is als gevolg van een papiertekort, tonertekort of papierstoring. De faxberichten worden automatisch afgedrukt als de fout is verholpen. (Als het papier in de machine op is, drukt u op [OK] in het aanraakscherm nadat u papier hebt geladen. - Wanneer ontvangen faxen niet afgedrukt kunnen worden, zullen deze naar een andere faxmachine worden doorgestuurd. ONTVANGEN FAXEN DOORSTUREN (Doorsturen Faxdata) (pagina 4-65) ![](images/ed62e801efc07a07931d5796c53e3338aebd054b25f32f6601f55a822e493b62.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Duplexontvangst Dit wordt gebruikt ontvangen faxen op beide zijden van het papier af te drukken. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Ontvangstdatum/-tijd afdrukken Gebruik dit om te selecteren of datum en tijd van ontvangst moeten worden toegevoegd als een afbeelding wordt ontvangen.

FAXBERICHT HANDMATIG ONTVANGEN

U kunt een faxbericht handmatig ontvangen via het aanraakscherm. Als de machine belt, drukt u op de toets [Luidspreker] in het basisscherm en daarna op de toets [Handmatige faxontvangst]. ![](images/fa0112b349e6b1d103795f937cbe157d6c7bf7668ecce17c412177e4028298e7.jpg) ![](images/0ea7cf3cc361df0c4d2f315d784652a96cf6c1b33e053357b84ea843ae98c8e1.jpg) - Als een oproep wordt beantwoord door de toets [Luidspreker] aan te raken, kunt u de ontvanger horen, maar kunt u zelf niet spreken. - Zelfs wanneer u een extra telefoon gebruikt om de oproep te beantwoorden, kunt u op de toets [Handmatige faxontvangst] in het aanraakscherm drukken om de faxontvangst te beginnen. U kunt de extra telefoon ook gebruiken om de faxontvangst te beginnen. EEN FAX ONTVANGEN NA BEANTWOORDING VAN EEN GESPREK VIA DE EXTRA TELEFOON (ontvangst op afstand) (pagina 4-125)

EEN FAX MET WACHTWOORDBEVEILIGING AFDRUKKEN (Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens)

De optie "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" in de systeeminstellingen (beheerder) kan worden ingeschakeld om faxen in het geheugen te ontvangen zonder ze af te drukken. Om faxen af te drukken moet een wachtwoord worden ingevoerd. Als deze functie wordt gebruikt, verschijnt een invoerscherm voor het wachtwoord in het aanraakscherm wanneer een fax wordt ontvangen. ![](images/d908d73917b96deac86d8a1c05259d84457d59cb581b59c2bc37ebe4744b5764.jpg) Zodra het eerder ingestelde 4-cijferige wachtwoord is ingevoerd met de cijfertoetsen, begint het afdrukken. U kunt op de toets [Annuleren] drukken om het wachtwoordinvoerscherm te sluiten. Als u dit niet doen, gaat de toets data in geheugen ( ) knipperen in het aanraakscherm. Het invoerscherm voor het wachtwoord verschijnt opnieuw als u op de knipperende toets ( ) drukt of van modus wisselt. Wanneer "Inst. beeldcontrole ontvangen gegevens" in de systeeminstellingen (beheerder) is ingeschakeld, kan het scherm met de lijst ontvangstgegevens worden weergegeven door het invoeren van een wachtwoord. Als u een afbeelding wilt controleren voor het afdrukken, vervolg dan met stap 1 op de volgende pagina. ![](images/35a77624331c8f36ea35abfccb296f6aee553a42e6d73606462688c32ea195b3.jpg) - De ontvangen faxen worden in het geheugen vastgehouden ongeacht of ze automatisch of handmatig zijn ontvangen. - Als "Fax Data Ontv/Doorsturen" in de systeeminstellingen wordt uitgevoerd om ontvangen faxberichten naar een andere machine door te sturen, zullen faxberichten die in het geheugen bewaard zijn, ook worden doorgestuurd. Op dat moment verschijnt hetzelfde wachtwoordinvoerscherm als voor het afdrukken. Er wordt niet doorgestuurd voordat het wachtwoord is ingevoerd. ![](images/0a22fee62aec92f7dd537351e17924db1ac00ce55ae79539465a07439f1cee8d.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens Activeer deze instelling als u wilt dat ontvangen faxen in het geheugen bewaard blijven tot er een wachtwoord is ingevoerd. Deze instelling wordt ook gebruikt om het wachtwoord te programmeren.

AFBEELDING VOOR HET AFDRUKKEN CONTROLEREN

Wanneer "Inst. beeldcontrole ontvangen gegevens" in de systeeminstellingen (beheerder) is ingeschakeld\*, kunt u een ontvangen afbeelding in het aanraakscherm controleren voordat u het afdrukt. Als deze functie is ingeschakeld, volg dan onderstaande stappen om een ontvangen afbeelding af te drukken. \* Standaard staat de instelling op uitgeschakeld. ![](images/b83a8befa88832e175d3678fa269a5bb2cd01e2e2694b23b159424a08d6dde24.jpg) Afhankelijk van de omvang van de ontvangen gegevens, kan een deel van de afbeelding op het scherm afbeeldingscontrole wegvallen op het aanraakscherm.

1

![](images/95247208e00103ac2b5480f941c7ff8e782bb30098115e822bd3fcb9771c5abe.jpg)

Als een afbeelding wordt ontvangen, verschijnt een bevestigingsvraag. Druk op de toets [Ja].

Als dit bericht verschijnt terwijl u bezig bent met het configureren van de instellingen van een bepaald type en u drukt op de toets [Ja], worden de instellingen die u aan het configureren bent geannuleerd. Als dit bericht in een andere modus verschijnt, keert u na het controlleren van de afbeelding terug naar het basisscherm van de verzendmodus.

2

![](images/3ce07dfd566e99b10e698682f01d6279ec3f21b84abdeb7f31a5a64b87ab696a.jpg)

Selecteer de ontvangen afbeelding

(1) Druk op de toets van de ontvangen afbeelding die u wilt controleren.

Er kunnen meerdere ontvangen afbeeldingen worden gecontroleerd.

(2) Druk op de toets [Beeldcontrole].

- Druk op de toets [Miniatuur] om miniaturen van de ontvangen afbeeldingen te tonen. - Wis een geselecteerde afbeelding door op de toets [Wissen] te drukken. Print een geselecteerde afbeelding door op de toets [Afdrukken] te drukken. ![](images/636704a6d1279c20e41bde5aa735af1c5ac2615f0ae2524d45501d7af066579a.jpg) Wanneer wordt gedrukt op de toets [Alles select.], wijzigt deze in de toets [Alles annuleren]. Als alle ontvangen gegevens geselecteerd zijn met de toets [Alles select.], kan de selectie worden geannuleerd door op de toets [Alles annul.] te drukken.

3

![](images/fe0cc174adf3932158b7aa464ab02b8c68f1c7697353153be82e3765e3053831.jpg)

Controleer de ontvangen afbeelding en druk dan op de toets [Afdrukken].

Het afdrukken begint. Zie voor meer informatie over het scherm afbeeldingscontrole, "SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 4-64). ![](images/cb126ae5bc628d5c6ad7bc14355df6e14032b230a96b401f65caaad6be21e2ed.jpg) Als het scherm van stap 1 verschijnt terwijl u bezig bent met het configureren van de instellingen van een functie in de instelschermen, worden de geconfigureerde instellingen geannuleerd als u de afbeelding weergeeft. Na het bekijken van de afbeelding keert u terug naar het basisscherm van de verzendmodus, ongeacht de modus waarin u zich eerder bevond. ![](images/5a43ed6b28fdbf80b5f61676a5ec2afc0b87d47b8ce55cc8a175a87a9ee371d0.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Inst. beeldcontrole ontvangen gegevens Gebruik dit om aan te geven of een ontvangen fax al dan niet moet worden weergegeven voor het afdrukken.

SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE

In dit gedeelte wordt het scherm afbeeldingscontrole uitgelegd. ![](images/4b945b3005af67e72da8400e8d34837c9873b1bf1e883ccadc13a61252135767.jpg) (3) (5)(1) (2) (4) (7)(6)

(1) Informatieweergave

Hier wordt informatie over de weergegeven afbeelding getoond.

(2) Voorvertoning

Er verschijnt een afbeelding van de geselecteerde ontvangen afbeeldingen. Als de afbeelding is afgesneden, verschuif het beeld dan met de schuifbalken rechts en onderaan het scherm. Ga op een balk staan en schuif deze om te verplaatsen. (U kunt ook met de toetsen scrollen.)

(3) Paginawijzigingstoetsen

Als er meerdere pagina's zijn, wijzigt u met deze toetsen van pagina. - Toetsen : KGa maar de eerste of laatste pagina. - Toetsen : Garnaar de vorige of volgende pagina. • Weergave paginanummer: Dit toont het totaal aantal pagina's en het huidige paginanummer. Druk op de toets voor het huidige paginanummer en voer met de cijfertoetsen een getal in om naar dat paginanummer te gaan.

(4) Toets "Weergave draaien"

Hiermee draait de afbeelding 90 graden naar rechts of links. De rotatie wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(5) Toets [Afdrukken]

Druk hierop om met afdrukken te beginnen.

(6) Zoomweergavetoets

Hiermee stelt u de zoomfactor van de weergegeven afbeelding in. Wijzigt vanaf links in de volgorde "Volledig", "Tweemaal", "4 maal", "8 maal". De instelling wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(7) Selectietoets afbeelding

Als er meerdere afbeeldingen zijn geselecteerd voor voorvertoning, wijzig dan hiermee van afbeelding. ![](images/fe7fa71986529a5c8125811d9a7842e55a44b46c917d30cb4b048bf033268f28.jpg) Een voorvertoonde afbeelding is een afdrukvoorbeeld op het aanraakscherm. Het zal afwijken van het eigenlijke afdrukresultaat.

ONTVANGEN FAXEN DOORSTUREN

(Doorsturen Faxdata)

Wanneer de machine niet kan afdrukken omdat er geen papier of inkt meer aanwezig is, kunnen ontvangen faxen worden doorgestuurd naar een andere, vooraf ingestelde faxmachine. Deze functie is handig voor het gebruik in een kantoor of andersoortige werkruimte met twee extra telefoonlijnen en waar een tweede faxmachine aangesloten is op een andere telefoonlijn. De machine ![](images/47f89fe26b576c7ff8dac43e10fc9ffd544c8d458c863c8731357f40c711da09.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Document"] --> B{Doorstuur-bestemming}
    B --> C["Doorzenden"]
    C --> D["Afdrukken"]
    E["Ontvangen fax"] --> C
Doorsturen van ontvangen faxen wordt uitgevoerd in de systeeminstellingen van de machine. Druk op de toets [SYSTEEMINSTELLINGEN] op het bedieningspaneel om het menuscherm voor de systeeminstellingen in het aanraakscherm weer te geven. Selecteer [Faxdata Ontvangen/Doorsturen] - [Faxinstellingen], en druk daarna op de toets die doorsturen van ontvangen faxen uitvoert. ![](images/22bd526281d3c04780677a2d6aba940008ecc2a9450c6ffa1432b289bf62ce27.jpg) - Als sommige pagina's van een doorgestuurde fax succesvol zijn afgedrukt, worden alleen de pagina's die niet zijn afgedrukt doorgestuurd. - Een doorgestuurde fax wordt een faxverzendopdracht. Als verzending niet plaats vindt omdat de verzending is geannuleerd of er een fout is opgetreden, blijft de fax in het geheugen tot hij kan worden afgedrukt. - Alle ontvangen faxberichten worden doorgestuurd. Denk eraan dat ontvangen faxen binnen een F-code vertrouwelijke geheugenvak niet kunnen worden doorgestuurd. - Als er een wachtwoordscherm verschijnt nadat u op [OK]-toets hebt gedrukt, is de functie "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" ingesteld. Voer het wachtwoord in via het numerieke toetsenbord om het doorsturen te starten. EEN FAX MET WACHTWOORDBEVEILIGING AFDRUKKEN (Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens) (pagina 4-62) ![](images/57194ca54c29890f1f42117c56a11a8bf2d935314fe782b374a7bac30ed74d28.jpg) \- Systeeminstellingen: Faxdata Ontv/ Doorsturen (pagina 7-22) Gebruik dit om ontvangen faxen door te sturen wanneer de machine ze niet kan afdrukken. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Telefoonnummer voor doorsturen gegevens instellen Dit wordt gebruikt om het faxnummer voor doorsturen op te slaan.

ONTVANGEN FAXEN NAAR EEN NETWERKADRES DOORSTUREN (Instelling voor inkomende routing)

U kunt ontvangen faxen automatisch naar een e-mailadres, bestandserveradres, desktopadres, of netwerkadres doorsturen. Deze functie kan worden gebruikt om ontvangen faxen naar een bepaald adres door te sturen, zonder deze af te drukken. ![](images/0da505cd365075016db562b6ceef124e30173e836ea8aec1982c565ae8ad9e1b.jpg)
flowchart
graph LR
    A["De machine"] --> B["Ontvangen fax"]
    B --> C["Doorzenden"]
    C --> D["Computer"]
![](images/7fcd67a876cca3c08020d85e8e2732c4288d805afae10d5ecdfef35d77d63f25.jpg) - Deze functie kan niet worden gebruikt voor faxen die via vertrouwelijke ontvangst zijn ontvangen. - Wanneer faxen die met deze functie zijn doorgestuurd op de doorstuurbestemming worden afgedrukt, is het niet mogelijk om datum en tijd van ontvangst op de faxen af te drukken. ("Ontvangstdatum/-tijd afdrukken" is uitgeschakeld.)

DE INSTELLING VOOR INKOMENDE ROUTING CONFIGUREREN

Alle instellingen voor inkomende routing worden geconfigureerd in de webpagina's. Raadpleeg de Beknopte bedieningshandleiding voor de procedure om de webpagina's te openen. Bij de volgende uitleg wordt ervan uitgegaan dat u de webpagina's met beheerderrechten hebt geopend. Volg de onderstaande stappen om instellingen voor inkomende routing te configureren. ![](images/b160fc0de37e17c6b93c3e0151f4d237125c8cde2f702dd5fde1a4873c65e2f7.jpg)

De functie voor inkomende routing inschakelen.

(1) Klik op [Toepassingsinstellingen], [Instelling voor inkomende routing] en vervolgens [Beheerinstellingen] in het webpaginamenu. (2) Selecteer [Inschakelen] in "Inkomende routing" en klik op de [Indienen] button. ![](images/621344510af2710026fa47b2b79e3ff4efee33b6e1dd6c11d786af8992710412.jpg) Het is mogelijk dat het voor gebruikers zonder beheerderrechten verboden is om doorstuurtabellen in dit scherm op te slaan, te bewerken en te wissen, en dat ze niet mogen opgeven welke tabel wordt gebruikt. Om dat te doen, selecteert u de aankruisvakjes hieronder √ \- Registreren van doorstuurtabel uitschakelen • Wijzigen/verwijderen van doorstuurtabel uitschakelen • Wijzigen van doorstuurgoedkeuring uitschakelen Wanneer inkomende routing ingeschakeld staat, kunt u ook opgeven of u al dan niet wenst dat de machine de doorgestuurde faxen afdrukt. Om alle ontvangen faxen te laten afdrukken voordat ze worden doorgestuurd, selecteert u "Volledig Rapport Afdrukken" in "Instelling afdrukstijl". Om ontvangen faxen enkel te laten afdrukken wanneer ze door een fout niet kunnen worden doorgestuurd, selecteert u "Afdrukken bij fouten". Als een fout optreedt en [Niet afdrukken en doorsturen naar het volgende e-mailadres bij fout] is geselecteerd, dan worden de ontvangen gegevens niet afgedrukt, maar doorgestuurd naar het opgegeven e-mailadres. Vergeet niet op de knop [Indienen] te drukken nadat u de instellingen hebt geconfigureerd. ![](images/19ffda2dce7714f38429f2cc951e7caf3e3abc7764c83ad3b181a85f87da9c6a.jpg)

Afzenderadressen opslaan.

Als u enkel faxen van opgegeven adressen wenst door te sturen, sla dan de gewenste afzenderadressen op. Afzenderadressen die hier worden opgeslagen, kunnen uit een lijst worden geselecteerd wanneer u een doorstuurtabel opslaat. (1) Klik op [Registratie van afzendernummer/-adres] in het menu [Instelling voor inkomende routing] in de webpagina. (2) Voer het adres van de afzender in in "Internetfaxadres" of "Faxnummer", naargelang wat nodig is, en klik op de [Toevoegen aan lijst] button. Het ingevoerde adres zal worden toegevoegd aan de lijst "In te voeren adres". - Geef op of het adres direct wordt ingevoerd (maximaal 1500 tekens) of dat het wordt geselecteerd uit een globaal adresboek door op de [Globaal Adres Zoeken] button te klikken. - Herhaal deze stap om meerdere adressen op te slaan. (3) Wanneer u klaar bent met het toevoegen van adressen, klikt u op de knop [Indienen]. ![](images/3476c748f9c7c5c9e51a81910188dae9821468f4d717262fc57c2d9f67d8b2b9.jpg) - Er kunnen maximaal 500 afzendernummers/-adressen worden opgeslagen. - Om een ingevoerd adres te wissen, selecteert u het adres in "In te voeren adres" en klikt u op de knop [Wissen]. ![](images/25858d5442b02ef84973a0f6cfd8e8137a24bff3c9fe30c7a80e9f55d350b9f0.jpg)

Een doorstuurtabel opslaan.

Volg de onderstaande stappen om een doorstuurtabel op te slaan waarin een opgegeven afzender en doorstuuradres worden gecombineerd. (1) Klik op [Instelling voor inkomende routing] in het menu van de webpagina's en klik op de toets [Toevoegen]. (2) Voer een "Tabelnaam" in. (3) Selecteer welke lijn voor de ontvangst wordt gebruikt. (4) Selecteer de afzender wiens faxen zullen worden doorgestuurd. - Om alle ontvangen faxen door te sturen, selecteert u [Alle ontvangen gegevens doorsturen]. - Om alleen gegevens van bepaalde afzenders te ontvangen, selecteert u [Ontvangen gegevens doorsturen vanaf onder afzender]. Om alle gegevens behalve die van bepaalde afzenders door te sturen, selecteert u [Ontvangen gegevens doorsturen van zenders behalve onderstaande]. Selecteer de betreffende afzenders uit de lijst en klik op de knop [Toevoegen]. (5) Selecteer de doorstuurvoorwaarden. - Om ontvangen gegevens altijd door te sturen, selecteer [Altijd doorsturen]. - Om een dag en tijd op te geven wanneer ontvangen gegevens moeten worden doorgestuurd, selecteer [Doorsturen op geselecteerde dag & tijd] en vink het selectievakje ( ) voor de gewenste dag van de week aan. Om een tijd op te geven, vink het selectievakje [Doorstuurtijd instellen] ( ) aan en geef de tijd op. (6) Selecteer het bestandsformaat. De indeling kan voor elk doorstuuradres apart worden ingesteld (voor elk van de doorstuuradressen 1, 2 en 3 in de tabel). (7) Selecteer het doorstuuradres. Doorstuuradressen kunnen in het adresboek van de machine worden geselecteerd. (Er kunnen meerdere adressen worden opgegeven.) Er kunnen maximaal 1000 doorstuuradressen worden opgeslagen (er kan een gecombineerd maximum van 100 bestandserveradressen, desktopadressen of netwerkadressen worden opgeslagen). (8) Klik op [Indienen]. ![](images/63a4a12882df68c801b6babc3780422c46e9a243fc34f81c6c0daa83a4d2173a.jpg) - Wanneer u afzenders selecteert uit de lijst "Instelling voor afzendernummer/-adres", kunt u de [Shift]-toets of de [Ctrl]-toets op uw klavier gebruiken om meerdere afzenders te selecteren. - Er kunnen maximaal 50 doorstuurtabellen worden opgeslagen. - Afbeeldingen die zijn verzonden in TIFF-indeling worden in sommige ontvangstsituaties mogelijk niet goed weergegeven. Wijzig in dat geval de bestandsindeling in PDF. - Er kunnen tot drie instellingen voor het doorsturen op een bepaalde dag en tijd worden gedaan per doorstuurtabel, en er kan voor elke ingestelde tijd een doorstuurbestemming worden ingesteld. U configureert deze instellingen door elke instelling te openen met de tabs voor doorstuurlijsten. - Als de doorstuurbestemming een bestandserver, desktop of gedeelde map betreft, moet de computer van die bestemming aan staan. ![](images/b1e2f705ab7aa4db1121ca631edc3b61a20fd9afb18450d8c03fcaa016ae0c9b.jpg)

Te gebruiken doorstuurtabellen opgeven.

Om de functie voor inkomende routing te gebruiken, schakelt u in de opgeslagen tabellen de doorstuurtabellen in die u wenst te gebruiken. (1) Klik op [Instelling voor inkomende routing] in het webpaginamenu. (2) Selecteer [Altijd doorsturen] of [Doorsturen op geselecteerde dag & tijd] uit de doorstuartabel. De machtigingsinstellingen voor doorsturen die hier worden weergegeven zijn gekoppeld aan de doorstuurvoorwaarden die u in stap 3 hebt ingesteld. Als u andere doorstuurvoorwaarden dan die uit stap 3 wilt gebruiken, stel dan de machtigingsinstellingen voor het doorsturen in. (3) Klik op [Indienen]. ![](images/dc7ad1ee6e33285a25686240834af732139811940903bee95c48cbcf95d39dd3.jpg) Om een doorstuurtabel te wissen, klikt u op het aankruisvakje naast de tabelnaam zodat het wordt geselecteerd en klikt u op [Wissen].

SPECIALE FUNCTIONS

Dit gedeelte gaat over speciale functies die kunnen worden gebruikt voor faxverzending.

SPECIALE FUNCTIONS

Het menuscherm voor speciale functies verschijnt als in het basisscherm op de toets [Spec. Functies] wordt gedrukt. Het menu van speciale functies bestaat uit twee schermen. Druk op de toets ↓ ↑ om tussen de schermen te wisselen. Wanneer [OK] wordt ingedrukt in het scherm speciale functies, worden de geselecteerde instellingen ingevoerd en verschijnt het basisscherm opnieuw. Eerste scherm Tweede scherm ![](images/11e874d2122ed564e4ac13c30ddafef56d954ebfb8096deaf76f1bb213107ac8.jpg) ![](images/4c2787d63fb4134f86a5381fd8cb20f0bffda9a46b989ad2f1be0e4884ca78b9.jpg) ![](images/84ce9a5adfccabcabe8abb01310c2111f543ff2ce23a2133de8ce9651aad92c5.jpg) (1) Toets [Programma] FAXHANDELINGEN OPSLAAN (Programma) (pagina 4-72) (2) Toets [Wissen] WISSEN VAN SCHADUWRANDEN OP EEN AFBEELDING (Wissen) (pagina 4-74) (3) Toets [Dubbele Pg Scannen] EEN ORIGINEEL ALS TWEE AFZONDERLIJKE PAGINA'S VERZENDEN (Dubbele Pg Scannen) (pagina 4-76) (4) Toets [Timer] FAX VERZENDEN OP EEN VOORAF INGESTELD TIJDSTIP (Timer) (pagina 4-78) (5) Toets [2-in-1] TWEE PAGINA'S ALS ÉÉN PAGINA VERZENDEN (2-in-1) (pagina 4-80) (6) Toets [Kaart Formaat] BEIDE ZIJDEN VAN EEN KAART ALS EEN ENKELE PAGINA VERZENDEN (Kaart Formaat) (pagina 4-83) (7) Toets [Opdracht Samenstel.]\* 1 EEN GROOT AANTAL PAGINA'S VERZENDEN (Opdr. samenst.) (pagina 4-86) (8) Toets [Origineel gem. form.] ^* 1 ORIGINELEN VAN VERSCHILLENDE FORMATEN VERZENDEN (Origineel gem. form.) (pagina 4-88) (9) Toets [Langzame scanmodus]\* 1 DUNNE ORIGINELEN FAXEN (Langzame scanmodus) (pagina 4-90) (10) Toets [Aantal originelen] HET AANTAL GESCANDE ORIGINELE VELLEN CONTROLEREN VOOR VERZENDING (Aantal originelen) (pagina 4-92) (11) Toets [Bestand] Druk op deze toets om de functie Bestand van documentarchivering te gebruiken. (12) Toets [Snelbestand] Druk op deze toets om de functie Snelbestand van documentarchivering te gebruiken. (13) Toets [Verif. Stempel]\* 2 EEN STEMPEL ZETTEN OP GESCANDE ORIGINELEN (Verif. Stempel) (pagina 4-94)

(14) Toets [Transmissie Rapport]

AFDRUKINSTELLINGEN VOOR HET TRANSMISSIERAPPORT WIJZIGEN (Transmissie Rapport) (pagina 4-96)

(15) Toets [Eigen naam kiezen]

AFZENDERINFORMATIE TIJDELIJK WIJZIGEN (Eigen naam kiezen) (pagina 4-99)

(16) [Geheugenvak]-toets

EEN FAX VERZENDEN WANNEER EEN ANDERE MACHINE NAVRAAG DOET BIJ UW MACHINE (Navraaggeheugen) (pagina 4-103)

(17) Toets [Navragen]

EEN FAXMACHINE OPROEPEN EN ONTVANGST INITIALISEREN (Navragen) (pagina 4-100) \*1 Wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is. \*2 Verschijnt niet wanneer de stempeleenheid niet geïnstalleerd is. ![](images/e34c3f1a07e1826f4b099064cb2d6c6b81771a8a356a8de85c181080a8e6e94b.jpg) U kunt speciale functies doorgaans combineren met andere speciale functies. Enkele combinaties zijn echter niet mogelijk. Als u een niet-toegestane combinatie selecteert, verschijnt een boodschap op het aanraakscherm.

De toets [OK] en de toets [Annuleren]

In sommige gevallen verschijnen er in de schermen voor speciale functies twee toetsen [OK] en één toets [Annuleren]. De toetsen worden op de volgende manier gebruikt: ![](images/3cba67c15f428c8ae0e72c92b9257bf459ca1583818a307a1288314210770e2b.jpg) (A) De geselecteerde instelling spec. functies invoeren en teruggaan naar het basisscherm. (B) De geselecteerde instelling spec. functies invoeren en teruggaan naar het menuscherm voor speciale functies. Druk op deze toets wanneer u nog andere instellingen van spec. functies wilt selecteren. (C) Tijdens de selectie van instellingen spec. functies zorgt deze toets ervoor dat u terugkeert naar het menuscherm van speciale functies zonder dat de instellingen worden opgeslagen. Wanneer de instellingen voltooid zijn, worden hiermee de instellingen geannuleerd en keert u terug naar het menuscherm van speciale functies.

FAXHANDELINGEN OPSLAAN (Programma)

Een programma is een groep verzendinstellingen die bij elkaar zijn opgeslagen. Wanneer u verzendinstellingen opslaat in een programma, kunt u deze instellingen weer oproepen en gebruiken voor een andere faxopdracht. Wanneer u bijvoorbeeld hetzelfde A4 (8-1/2" x 11") formaat eens per maand wilt versturen naar alle filialen in diverse regio's. (1) Dezelfde documenten worden naar elk filiaal gefaxt (2) Om papier te sparen, worden documenten van twee pagina's gefaxt als één enkele pagina (3) Vegen op de randen van de documenten worden vóór verzending gewist A4 (8-1/2" x 11") documentformaten ter verzending ![](images/2d5928be17e22fcdc4c1a10a32832f8473cf5a2aab7d1c6f04006bf767877b19.jpg) ![](images/138c764191b63be598cee4f3182a6de3a0d07e1181066d10c424d21da016ce9d.jpg) ![](images/b143fd32604810655ffcd3250f18dd5e04ee13d82c2d560f3d6464fbe50a8b76.jpg)
natural_image Three curved arrows pointing in opposite directions (no text or symbols)
Fax ontvangen door de ontvangers. ![](images/df7487f5b782aba1c3f1f755f5741d3da8fe74c40af5ce1807d53c20640bf443.jpg) ![](images/f3c4528f67fb40f13cf5d74a9960d1affd1fc48dff5c7fe0d1978896c3167682.jpg) ![](images/a7951eff2bed86ed3a5d33c475d36fad4a63513da470843ad4ad7e19cbffa345.jpg) ![](images/d000f6c341e75d96b12a753579ca9217e9e28dd70821a0830f3a65d05cdb4f96.jpg) Indien geen opdrachtprogramma is opgeslagen Indien een opdrachtprogramma is opgeslagen
Voer de faxnummers van de filialen in.Roep het opgeslagen programma op.
SHARP MX-M452N - FAXHANDELINGEN OPSLAAN (Programma) - 1↓Druk op de toets [START].De originelen worden gescand en verzonden.
Selecteer de functie 2-in-1.
SHARP MX-M452N - FAXHANDELINGEN OPSLAAN (Programma) - 2
Selecteer de wis-instellingen.
SHARP MX-M452N - FAXHANDELINGEN OPSLAAN (Programma) - 3
Druk op de toets [START].De originelen worden gescand en verzonden.
Het kost elke maand veel tijd om de documenten te verzenden omdat bovenstaande instellingen moeten worden geselecteerd.Bovendien kunnen er soms fouten worden gemaakt bij het selecteren van de instellingen, zodat verkeerde verzendingen als resultaat.Wanneer u hiervoor een programma hebt opgeslagen, kunnen de instellingen eenvoudig worden geselecteerd door op de programmatoets te drukken.Bovendien vindt de verzending plaats volgens de opgeslagen instellingen. Er is dus geen kans op fouten.
![](images/be9aae5364b1f1db6cd4ecc49f093edb3f2c2ac47ad927783ebc983187656dc2.jpg) - Programma's worden opgeslagen, bewerkt en gewist met "Adresbeheer" in de systeeminstellingen. Zie "Programma" (pagina 7-21) in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN". - U kunt programma's ook opslaan door middel van de webpagina's. Klik op [Werkprogramma's] en daarna op [Beeld Verzenden] op het webpaginamenu. - De in een programma opgeslagen instellingen worden vastgehouden, ook nadat het programma is gebruikt voor verzending. Dezelfde instellingen kunnen herhaaldelijk worden gebruikt voor verzending. - De volgende instellingen kunnen in een programma worden opgeslagen. Bestemmingen: Sneltoetsen, groeptoetsen, zoeknummers Beeldinstellingen: Scanformaat origineel, afbeeldingstand, dubbelzijdig scannen, belichting, resolutie Speciale functies: Navraagontvangst, Wissen, Dubbele Pg Scannen, Opdracht Samenstel., Origineel gem. for Langzame scanmodus. Aantal originelen, Verif. Stempel, 2-in-1 F-code communicatie: Een bestemming die een F-code bevat kan worden opgeslagen door middel van een F-code handeling. Voorbeeld - Er kunnen 48 programma's worden opgeslagen. - U kunt maximaal 500 bestemmingen opslaan in elk programma.

1

Plaats het origineel.

Plaats het origineel in de lade van de automatische documentinvoer of op de glasplaat in overeenstemming met de functies die in het programma zijn opgeslagen.

2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op [Programma]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70)

3

![](images/6b4566de7646cd4bd3fb48d2ed7a12a3c2b812a7067950f175f17d12f0c4d7a2.jpg)

Roep het opgeslagen programma op.

(1) Druk op de gewenste programmatoets. (2) Druk op de toets [OK].

4

![](images/44850d84579ddaa3547cde41422af9b907234e4e6cbbd1978c5515a0b5fa8dc4.jpg)

Selecteer de aanvullende instellingen.

Als een programma wordt gebruikt kunnen de volgende instellingen extra worden opgegeven: - Beeldinstellingen: Scanformaat origineel\*, verzendformaat - Speciale functies: Timer-verzending, Kaart Formaat, Bestand, Snelbestand, Eigen naam kiezen, Transmissie Rapport \* Eenmaal opgeslagen in het programma, kunnen ze niet meer extra worden opgegeven. ![](images/880201d29609246b3458dd48cc59441015da4cf3fa1610a614f4ae32be7c1acc.jpg) - Welk scherm verschijnt hangt af van de bestemming die is opgeslagen in het programma. - U kunt de modus hier niet wijzigen. - Functies die in het programma zijn opgeslagen kunnen hier niet worden geannuleerd.

5

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/fa200f13eb6c76e995eb416d609bb1d079b110a7969a2a8d185bd508a6568c5d.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦)

WISSEN VAN SCHADUWRANDEN OP EEN AFBEELDING (Wissen)

Deze wisfunctie wordt gebruikt om schaduwen op kopieën vanaf boeken of andere dikke originelen te wissen. (Deze functie wist de delen van de afbeelding waar schaduwranden zich meestal voordoen. De functie neemt geen schaduwen waar en wist alleen de schaduwranden.) Scannen van een dik boek ![](images/8609997501e50c7d185ff62cdfa2998093e6286131b0e70f02f6ac9204f7d613.jpg)
natural_image Illustration of an open book placed on a flat surface with a curved arrow indicating direction (no text or symbols)
De schaduwen verschijnen hier. Zonder de wisfunctie Met de wisfunctie ![](images/3cb97c7a16ae86371b970d531aeb9c7b7215c081b2c8f070ec1e6448f175a16e.jpg) Schaduwranden op de afbeelding. ![](images/ebd00bc5b3ff68360300b1631fa080328b369e7fa601ced8d54d2b175dab5bcd.jpg) Geen schaduwranden. Wisfuncties Rand Wissen ![](images/a0728c9caaca546d3dff054d35b313f0884f22b6d0747b17c992333b8a692ce7.jpg) Midden Wissen Rand + Midden Wissen ![](images/e5bde82810d3c184911ac4b53fc5a03f4f2aa528d109a143c08fa275f7571ec2.jpg) ![](images/ff66dc66a66d9ead9f5c682e4a995bb73f3c7c678ebb6d6cf2b9db176d335e62.jpg) Zijkant wissen ![](images/18542ede195d3702caa3d9697596f86ebb794601cb0a0391f78c5c99be8085e1.jpg) 1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2

Voer het faxnummer van de bestemming in.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Wissen]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) ![](images/86adac75a3e1902b8922f16a959b7749dc9543ebbee1838a3502cb0f94e2547b.jpg)

Selecteer de wisinstellingen.

(1) Druk op de gewenste wisfunctie.

Selecteer een van de 4 wisfuncties. Raak de toets [Zijkant wissen] aan om het volgende scherm te openen. ![](images/a319eb7e93b06dd11ec44cb62c31048d6c6c12934e21d56a7b4f4f0e9c7df69a.jpg) Raak het aankruisvakje aan van de rand die u wenst te wissen en controleer of er een aankruisvakje (verschijnt. Als u tweezijdig scant, stel dan de te wissen rand in op de achterzijde. - Als u de toets [Zelfde zijde als zijde 1] aanraakt, zal de rand die in dezelfde positie ligt als op de voorzijde worden gewist. - Als u de toets [Andere zijde dan zijde 1] aanraakt, zal de rand die in de tegenovergestelde positie ligt als op gewiste rand op de voorzijde worden gewist. Als u klaar bent met het invoeren van de instellingen, drukt u op [OK]. (2) Stel de wisbreedte in met de toetsen . 0 mm tot 20 mm (0" tot 1") is het mogelijke bereik voor de waarden. (3) Druk op de toets [OK].

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/ebede930e31482f388909b6f5a08b0e24f90f6d8f14f2f7e245aae14253dd5f3.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( ) ![](images/0ebd981c8a99bee99563b517ef422c8588aa0a6343dfbfe7bc956c8f92610ebf.jpg) Bij gebruik van de wisfunctie wordt het wissen uitgevoerd bij de randen van de originele afbeelding. Werkt u tevens met verkleinen of vergroten, dan wordt de te wissen breedte in samenhang met de geselecteerde ratio aangepast. Als de wisbreedte bijvoorbeeld 20 mm (1") is en de afbeelding tot 50% wordt verkleind, wordt de wisbreedte met op 10 mm (1/2") verkleind. ![](images/851fda9c5c7b84cf0d837f26abcad47ef09fc139ef59c4af1e1695868fe16daa.jpg) Een wisinstelling annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4. ![](images/b805d75bb4fd4769347fd42e95f991cdf3827b53c369f133c8d27fdd8fe4bf8d.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardbreedte Van Wisstrook Instellen De standaardinstelling voor de wisbreedte is gekoppeld aan de systeeminstelling van de kopieerfunctie en kan variëren 0 mm tot 20 mm (0" tot 1"). De fabrieksinstelling is 10 mm (1/2").

EEN ORIGINEEL ALS TWEE AFZONDERLIJKE PAGINA'S VERZENDEN (Dubbele Pg Scannen)

De linker- en rechterzijde van een origineel kunnen als twee afzonderlijke pagina's worden verzonden. Deze functie is nuttig als u de linker en rechter pagina's van een boek of ander gebonden document als losse pagina's wilt faxen. Voorbeeld: De rechter en linker pagina's van een boek faxen ![](images/87fd6c46fb28f7b2967ff1b59f2ab44cfcf17f9fe7e6a47f946d6f81cab23cb1.jpg) De rechter- en linkerpagina worden als twee afzonderlijke pagina's verzonden Voorbeeld:
Scanformaat origineel Verzonden afbeelding
A3 (11" x 17") x 1 paginaA4 (8-1/2" x 11") x 2 pagina's
![](images/25b85e3536d652fa4ff254d0acac6c757ff6362e042d28e87dac627f71327b3a.jpg) - Bij dubbele pagina scannen moet het origineel op de glasplaat worden geplaatst. - Het verzendformaat kan niet worden gewijzigd. ![](images/df6e568e7ecb00e061899942d9c0b966bb1682b18fc10c4f8fd58acf64ca6d95.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with an open lid and internal components (no text or symbols)

Plaats het origineel met de voorzijde naar onderen op de glasplaat.

Breng het midden van het origineel op één lijn met het juiste maatteken ▼. ![](images/b66a85d39e70a183b186abe5d5e93acc9012e173b3498368aac98103e09abe1b.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Maatteken"] --> B["Middenlijn van A3 origineel"]
    A --> C["Middellijn van origineel 11&quot; x 17&quot;"]
    B --> D["De pagina op deze zijde wordt eerst gescand."]
    C --> D
    D --> E["Middenlijn van origineel"]
    E --> F["A3 (11&quot; x 17&quot;)"]
1 2 Voer het faxnummer van de bestemming in. BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) ![](images/f993322a9573ce1399bd6bf25fa03383bee46f681f41cd92495aec3aafbef8d9.jpg)

Selecteer Dubbele Pagina Scannen.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op de [Dubbele Pg Scannen]-toets zodat deze wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets [OK].

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Wanneer het scannen klaar is, plaatst u het volgende origineel en drukt u op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/adb24d28b917348365435c5cce40cd7241c707b04322edb0c61999589aa45d77.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦) ![](images/ee467d27365436ae89a21bb839609763c570d522b77d105fc332f51e1821a638.jpg) - Gebruik de wisfunctie om schaduwranden te wissen die worden veroorzaakt door de rug van een boek of ander ingebonden document. (NB: Midden Wissen en Rand+Midden Wissen kunnen niet worden gebruikt.) - Als het scanformaat van het origineel is opgegeven via numerieke waarden, kan deze functie niet worden gebruikt. ![](images/a5fde59e54e8902a377e1f36f3bf9c6e0f8e633e46ef0a5291ca9acf66842d5b.jpg) Dubbele Pg Scannen annuleren... Drukt u op de toets [Dubbele Pg Scannen] in het scherm van stap 3, zodat de toets niet wordt gemarkeerd.

FAX VERZENDEN OP EEN VOORAF INGESTELD TIJDSTIP (Timer)

Wanneer u deze functie gebruikt, vindt de verzending automatisch plaats op een vooraf ingesteld tijdstip. De functie timerverzending maakt het eenvoudig verzendingen in de wachtrij, distributie verzendopdrachten en andere verzendingen 's nachts of op andere tijden uit te voeren wanneer de telefoontarieven goedkoper zijn. U kunt ook een timerinstelling specificeren voor navraaggeheugen om een fax te ontvangen wanneer u niet aanwezig bent. ![](images/826516a0e3e67a5936f1e52b1ab101c5d97be318c31914c439d0be55df751d0e.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Sunlight"] --> B["Document"]
    B --> C["Document"]
    C --> D["Building"]
    D --> E["Output"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#ffc,stroke:#333
Stel overdag een distributie verzendopdracht in die om 20.00 uur wordt verzonden. Om 20.00 uur begint de distributieverzending automatisch (Verzending naar de eerste bestemming vindt plaats) ![](images/c6248680214ff37c93700f64622b9613c71f0c00323f07105e97a3d2ddacb402.jpg) - Laat de stroomschakelaar op "aan" staan, als er een timerverzending is opgesteld. De verzending zal niet plaatsvinden als de stroom op het vastgestelde tijdstip wordt uitgeschakeld. - Bij het uitvoeren van een timerverzending moet u het origineel scannen naar het geheugen bij het instellen van de verzending. Het is niet mogelijk een document in de automatische origineelinvoer of op de glasplaat achter te laten om deze te laten scannen op het vastgestelde tijdstip van verzending. - Instellingen voor een timerverzending (belichting, resolutie, speciale functies enz.) worden na afloop van de verzending automatisch gewist. (Gebruikt u echter de functie documentarchivering, dan worden de gescande originelen en instellingen opgeslagen op de ingebouwde harde schijf.) 1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2

Voer het faxnummer van de bestemming in.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op [Timer]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) ![](images/7179baf82ffb3895970d2700af8d1b1943fcdb0ae075a48b9219d3e8e2a302b1.jpg)

Stel de tijd in met de toetsen

![](images/bf70f27b028aeed45834abd08e18bc32ea0b64844cf375e1f0708cded2d68a66.jpg)

(1) Geef de dag op.

Wilt u geen dag opgeven, selecteer dan [---]. In dat geval begint de verzending zodra de bij (2) opgegeven tijd aanbreekt.

(2) Geef de tijd op (uur, minuut)

Selecteer de tijd in 24-uursindeling. Het is ook mogelijk om direct op een cijferweergavetoets te drukken om de instelling met de cijfertoetsen te wijzigen.

(3) Druk op de toets [OK].

![](images/e1695c537ca80de664fefc2266c2c465d6b9c5f55a7cc591923e195d6899ae68.jpg) Als dit scherm wordt geopend, geeft de instelling de huidige tijd aan. Is de tijd niet correct, druk dan op [ALLES WISSEN] (CA) om de bewerking te annuleren. Corrigeer de tijd in de systeeminstellingen en voer dan de procedure voor de timerverzending uit. DATUM EN TIJD CONTROLEREN (pagina 4-6)

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/39a681bdd7cd22a952ef70cfc34adfef5eff01f2b555fb991234225b6b376559.jpg) - De tijd kan uiterlijk een week van tevoren worden ingesteld. - Er kunnen tot 94 timerverzendingen ineens worden opgeslagen. - U kunt maximaal 1 timer navraaghandeling opslaan. Sla een reeks navraagopdrachten op als u vanaf meerdere machines een navraaghandeling wilt starten. - Als de machine bezig is met het versturen van een andere verzending op het moment van het opgegeven tijdstip, zal de opdracht worden uitgevoerd nadat deze verzending is voltooid. - U kunt andere handelingen uitvoeren nadat u een timer verzendopdracht hebt geprogrammeerd. - Deze functie kan niet worden gebruikt in de Direct verzenden-functie of wanneer de luidspreker wordt gebruikt tijdens het kiezen van het nummer. - Als een timerverzending in het opdrachtstatuscherm prioriteit krijgt, wordt de opgegeven tijd geannuleerd. De verzending wordt uitgevoerd zodra de opdracht in uitvoering is voltooid. VOORRANG GEVEN AAN EEN GERESERVEERDE FAXOPDRACHT (pagina 4-134) ![](images/102afa8ced753953a55c119d3d2aab4d1d5a1d5f4356b85d4916ab1a62802d02.jpg) Een timer verzending annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4.

TWEE PAGINA'S ALS ÉÉN PAGINA VERZENDEN (2-in-1)

U kunt twee originele pagina's verkleinen en verzenden als een enkele pagina. Deze functie is handig wanneer u een groot aantal originelen moet scannen en het aantal te verzenden pagina's beperkt wilt houden. Originelen in staande stand ![](images/18d675c4d185b9b6d8199b2e47e244c782708e7716ba875c3d1fdc1dfacde028.jpg) Originelen in liggende stand ![](images/f8bf6160bcf7f59a9bf07c777cd36ed446d088f0128634dbed9169f34f400e8a.jpg)

Plaats het origineel.

![](images/2b42b87f9b1433c68f3fdc26f3ccfba0f4981e40797d5ce7d7a0a036cd126240.jpg) Plaats de originelen in de richting zoals hieronder wordt afgebeeld.
OriginelenDocumentinvoerladePlaats de originelen met de voorzijde naar boven.GlasplaatPlaats de originelen ondersteboven.
Afdrukstand staandSHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 1SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 2SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 3
Afdrukstand liggendSHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 4SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 5SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 6

2

Voer het faxnummer van de bestemming in. BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) ![](images/8aa4ba3fceb030a7dc04b8a066ef63a29226a0e5a56c53f9e09f6adef5ef75c2.jpg)

Selecteer 2-in-1.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op [2-in-1] zodat de toets wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets [OK]. ![](images/86c3bbdcf90b0a102a96dd4b29b202fc272a60b88942ff17bf8d4acefbc7c1b4.jpg)

Druk op de toets [Origineel].

![](images/299dfd1d14c962a3cba7047bc570cf477c4ae9abd0127c8958c538c86d92c67f.jpg)

Geef op in welke afdrukstand het origineel is geplaatst.

(1) Druk op de juiste [Stand afbeelding]-toets. Als u deze instelling onjuist opgeeft, wordt mogelijk geen geschikte afbeelding verzonden. (2) Druk op de toets [OK].

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/6ba35a51fbced5014448e307d31164eb2e0c77c9c27f775ceb0896451a90f3ff.jpg) De toets [Configureren] kan worden ingedrukt in het bevestigingsscherm scan-einde om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat te wijzigen. (Als alle even genummerde pagina's van het origineel echter worden gescand, kan alleen de belichting worden gewijzigd.) ![](images/8976df10c855fdcfa93a2b9157fb8032db2630ea375a0ee89cd92481f132fb2f.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/5cc367f3681200ef04b63739238a1f61199457e833d763ba534972b533e4466f.jpg) - Verzending op een formaat dat kleiner is dan het formaat van het origineel is niet mogelijk. - Deze functie kan niet worden gebruikt in de Direct verzenden-functie of wanneer de luidspreker wordt gebruikt tijdens het kiezen van het nummer. - De functie 2-in-1 is niet mogelijk wanneer het origineel en ander formaat heeft dan A4, B5 of A5 (8-1/2" x 11" of 5-1/2" x 8-1/2"). - Als het scanformaat van het origineel is opgegeven via numerieke waarden, kan deze functie niet worden gebruikt. ![](images/b7485aa28a4dd996f2ecee273e38705f7c1ff0228a6566faed479541a93b8406.jpg) De functie 2-in-1 annuleren... Druk op [2-in-1] in het scherm van stap 3 om de toets niet meer te markeren.

BEIDE ZIJDEN VAN EEN KAART ALS EEN ENKELE PAGINA VERZENDEN (Kaart Formaat)

Met deze functie kunt u de voor- en achterkant van een kaart verzenden als één pagina. U hoeft dan niet elke zijde afzonderlijk te verzenden. Verzonden afbeelding ![](images/ca716eb6595101630c7f6d88bc65f74f9cccb4fcfc52ee77fb28ec8936d85d85.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originellen\nVoorzijde\nAchterzijde"] -->|Verzending| B["Voorbeeld van scanverzending\nformaat A4 (8-1/2&quot; x 11&quot;) staand"]
    B --> C["Voorbeeld van scanverzending\nformaat A4 (8-1/2&quot; x 11&quot;) liggend"]
![](images/2045e9b43a71919d7806de8c51c8020f98baa70c22847e1e04238c16f11da4dd.jpg) Wanneer u gebruik maakt van kaart formaat, moeten de originelen worden gescand via de glasplaat. 1 ![](images/db0f3761ab9bc8c298de31f56ce7e4614602cd474858f17ee149356100fd73c7.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with open lid and control panel (no text or symbols)
Plaats het origineel met de voorzijde naar onderen op de glasplaat. 2 Voer het faxnummer van de bestemming in. BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 3 Speciale functies selecteren. (1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toets [Kaart Formaat]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) ![](images/6f0321b089d9d8eafc57663ca1d7063d65a74f52721ada1a98d834ee1b5cf700.jpg) ![](images/956a190f0f861d8eb042be7564f1b897df7c8cfbf11438c0b3a49ab53bafb778.jpg)

Geef het formaat van het origineel op.

(1) Voer het formaat van het origineel in.

\- Druk op de cijferweergavetoets voor X (breedte) en voer de breedte in. - Druk op de cijferweergavetoets voor Y(hoogte) en voer de hoogte in. (A) Druk op [Formaat] om het origineelformaat weer op het standaardformaat in te stellen. (B) Druk op de [Passend om te zenden]-toets om het formaat van de afbeelding automatisch te vergroten of te verkleinen en deze aan te passen aan het verzendformaat. Gebruik deze toets niet de wanneer u het origineel wilt scannen op het formaat dat u hebt ingevoerd. (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/38ede78b3c9e4d90b9fe962af0a4f6f3103fd6e3c91328aa95a0a8dc3c8c425b.jpg) - U kunt het getal ook met de toetsen wijzigen. - Het verzendformaat wordt automatisch geselecteerd op basis van het origineelformaat dat u hebt ingevoerd. - Nadat u Kaart Formaat hebt geselecteerd, kunt u de toets [Origineel] in het basisscherm indrukken om het scanformaat van het origineel of het verzendformaat te wijzigen. In dit geval verschijnt het scherm van stap 3 als u de toets scanformaat indrukt. Raadpleeg "Het verzendformaat van het origineel opgeven" (pagina 4-53) voor de procedure voor het instellen van het verzendformaat.

Druk op de toets [START] om de voorzijde van de kaart te scannen.

![](images/e36cc44f8b5d1bcbc30c6ca2070cbb7605041c8d93ebaaef53215884558205d3.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( )

Draai de kaart om zodat de achterkant kan worden gescand en druk op de toets [START] om de achterzijde van de kaart te scannen.

![](images/f42b9460d64652825fbc355c7c6e7d27d66f27235f8a0254728749f664304bf9.jpg) Voordat u de achterkant van de kaart scant, kunt u op de toets [Configureren] drukken in het aanraakscherm om de belichting te wijzigen. ![](images/cb6677a9a8b115f4c4af7ed9ef982c17bb0de5f0a2efff34995a127b1f4580c7.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦)

7

![](images/579edf9bd4385220b683d03a0e457ff1d1a4cc6a70db7be0d7d51de804e6c1f6.jpg)

Druk op de toets [Lezen Klaar].

![](images/3e7d9cc74885f76d114e6806391494f9272d8ba02748a4704188a9af91b5b059.jpg) Als u doorgaat met de voorkant van de kaart te scannen, kunt u de toets [Configureren] indrukken om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat te wijzigen. ![](images/2b953ee6c06655216d980662fa7209dd3759ee41bc6fc98ddf5692b8c50e5d26.jpg) - De factor kan niet worden opgegeven en "Instelling Verzenden Draaiing" kan niet worden geselecteerd. - Deze functie kan niet worden gebruikt in de Direct verzenden-functie of wanneer de luidspreker wordt gebruikt tijdens het kiezen van het nummer. ![](images/9df3e4a2c0058a85a9d6fe1bfc9ce4e5e44577e0997d5c36ed53f8b9e2145a11.jpg)

Kaart Formaat annuleren...

Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4.

EEN GROOT AANTAL PAGINA'S VERZENDEN (Opdr. samenst.)

Met deze functie kunt u een zending die bestaat uit een groot aantal originelen opsplitsen in sets, elke set scannen met behulp van de automatische documentinvoer en alle pagina's versturen in één enkele verzending. Gebruik deze functie als er meer originelen zijn dan in een keer in de automatische documentinvoer kunnen worden geplaatst. Als u in sets verdeelde originelen scant, scan dan eerst de set die de eerste pagina bevat. De instellingen die u voor de eerste set kiest kunnen worden gebruikt voor de overige sets. ![](images/88e1f4c1bc4a4b75dbebe43868b7b111b63f3c0c824d6e37301980aeb0b7330b.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originellen"] --> B["De originellen worden gescand in aparte sets."]
    B --> C["Verzending"]
![](images/9b8713a380a45e009d7b6832bde31e3b5c2e3147707ecd2fd1b4042ecb279e22.jpg) U kunt maximaal 999 pagina's scannen. Denk eraan dat wanneer het geheugen wordt gebruikt voor andere opdrachten, u minder pagina's kunnen scannen. 1 ![](images/21d424db21b292341d1bcce663c1bd9482ffc51e34753fe3caa63dfc412b4e51.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de documentinvoer.

Steek de originelen helemaal in de lade van de documentinvoer. In de documentinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. 2

Voer het faxnummer van de bestemming in.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 3 ![](images/b957a7622a043824d124a0311849462cf37f57b2d374bd2203e894c7729fabcf.jpg)

Selecteer de modus opdracht samenstellen.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op [Opdracht Samenstel.] zodat de toets wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets [OK].

4

Druk op de toets [START] om de eerste set pagina's te scannen.

![](images/46e0c814a0af98f9d0d15958a1e6babe2298317e6ffe8c15f25b4ac6d1fc72b7.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅)

5

Plaats de volgende set originelen en druk op de toets [START].

Herhaal deze stap totdat u alle originelen hebt gescand. ![](images/a121c5a405fd86727041f3d02a95499e6724417528def51a3914488083be6441.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (♀) Alle gescande data wordt gewist.

6

![](images/66100a214cdc7bc6c548c3f43a4f3ac48a9621dc21b48893bbb1976ad8c3ebac.jpg) ![](images/aa29e58820ff209dea27da8c223422d87c85c576293f579478d1777e06580107.jpg)

Druk op de toets [Lezen Klaar].

- Als er gedurende één minuut geen actie wordt ondernomen nadat het bevestigingsscherm is verschenen, wordt het scannen automatisch gestopt en wordt de verzending gereserveerd. - De toets [Configureren] kan worden ingedrukt om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat voor elke gescande pagina van de originelen te wijzigen. Als Opdracht Samenstellen wordt gebruikt in combinatie met 2in1 in speciale functies, kan alleen de belichting worden gewijzigd bij het scannen van alle even genummerde pagina's van het origineel. ![](images/a73c625e2b48c3799cbd85cb7e971bd0759c64cc0653041d650b098dd632365a.jpg) - Als het geheugen tijdens het scannen vol raakt, verschijnt een bericht en wordt de verzending geannuleerd. - Deze functie kan niet worden gebruikt in de Direct verzenden-functie of wanneer de luidspreker wordt gebruikt tijdens het kiezen van het nummer. ![](images/03bcbb6e39cddb8563594bc6378eae65d2db58e0e4a85b9bb49bce2014635a03.jpg) Opdracht samenstellen annuleren.... Druk op [Opdracht Samenstel.] in het scherm van stap 3 zodat de toets niet wordt gemarkeerd.

ORIGINELEN VAN VERSCHILLENDE FORMATEN VERZENDEN (Origineel gem. form.)

Met deze functie kunt u originelen van verschillend formaat tegelijk scannen en verzenden, bijvoorbeeld originelen van B4-formaat (8-1/2" x 14") samen met originelen van A3-formaat (11" x 17"). Bij het scannen van de originelen herkent de machine automatisch het formaat van elk origineel. ![](images/59ae787b0ae8a845877a5ce1879ea8df2ed8deb03a229f9cf8eb71923c5b9e3d.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Document B4"] --> B["Step 1"]
    B --> C["Step 2"]
    C --> D["Step 3"]
    D --> E["Step 4"]
    E --> F["Final Step"]
Deze functie kan alleen met de volgende combinaties van origineelformaten worden gebruikt: • A3 en B4 • A3 en B5 • B4 en A4 • A4 en B5 • A4R en B5 • B4 en A4R • B4 en A5 • B5 en A5 \- 11" x 17" en 8-1/2" x 14" \- 11" x 17" en 8-1/2" x 13" \- 11" x 17" en 5-1/2" x 8-1/2" 1 ![](images/8281beeb5053b91b58bfa7693e6104ebed4c06acd817d825a579db61076340d2.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de documentinvoer.

Plaats de originelen allemaal met de hoekpunt in de uiterste linkerhoek van de lade van de documentinvoer. 2

Voer het faxnummer van de bestemming in.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 3 ![](images/5cfe8a21429a55685fcf0f248d4540be77cca181eeee9f6089dbe0a934681a0e.jpg)

Selecteer de instelling voor originelen van gemixt formaat.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op [Origineel gem. form.] zodat de toets wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets [OK]. ![](images/405c9c3eed02290341b343622ec0740143dc655a7cb754e788122e4ff2958690.jpg) Als er een origineel scanformaat is opgegeven, verschijnt een bericht als op [Origineel gem. form.] wordt gedrukt. Maak het gebruik van de instelling Mixed Size Original mogelijk door de instelling voor scanformaat om te zetten naar auto en druk dan nogmaals op [Origineel gem. form.].

4

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/a41d2dbd560eb62d382a4ddd6bd5e0197a936bd243539e8342c266d80f81fad7.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (⑦) ![](images/388ca8595ac25765d3823e45725dcac8ac3245b14e6cbe93be196317cf3c48e1.jpg) - Zodra gemengde formaten originelen zijn geselecteerd, kan geen origineel scanformaat meer worden opgegeven. - Als Orig. met gemengd formaat is ingesteld, kan er niet automatisch dubbelzijdig worden gescand. - Bij selectie van de instelling Gemengd Formaat Origineel is gedraaid verzenden niet mogelijk. ![](images/49a31be7707c10f1862fd11b7ba3974b092d0c6eb515a63d6d546ee270744d47.jpg) De instelling voor originelen van gemixt formaat annuleren... Druk op [Origineel gem. form.] in het scherm van stap 3 zodat de toets niet wordt gemarkeerd. ![](images/54ff694816b6a7bf4807727d65d03e91eb6b59d74fd186e5ccc0d2d96633aee8.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Invoermodus origineel U kunt de invoermodus origineel zo instellen dat originelen van gemengd formaat altijd worden gescand.

DUNNE ORIGINELEN FAXEN (Langzame scanmodus)

Druk op deze toets wanneer u dunne originelen wilt scannen met behulp van de automatische documentinvoerlade. Deze functie helpt voorkomen dat dunne originelen in het apparaat vastlopen. ![](images/202d00ee9af8e36a9beacd81f273cb10912e3f256d5f055e46b7c13362a5e3ee.jpg) 1 ![](images/edcf10227145350c7b90483f437698c9427da896971ed2d3974410f561281c80.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a cover and control panel (no text or symbols)
Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de documentinvoer. Pas de papiergeleiders voorzichtig aan. ![](images/4448ff127bf146ba87f99b61af0df9b040b7b527fc7f81317b35ee137541e167.jpg) Als de originelen met teveel kracht worden ingebracht, kunnen ze kreuken en vastlopen. 2 Voer het faxnummer van de bestemming in. BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 3 ![](images/1dbac56bb8f86fa438e7640d02080ea4b199d58bcfae2a0a72c82e2946a77f96.jpg) Selecteer de langzame scanmodus. (1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op [Langzame scanmodus] zodat de toets wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets [OK].

4

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/2cefc6b91999b4ca4f9f8ef019c49e67950ce3fb68fce4e1d75a7680d0c9033f.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/e8fb20c9ad34a36f821910f2abb89bdeb3b246384c27deb6d3805e441e44a94b.jpg) Bij selectie van deze functie kan niet automatisch 2-zijdig worden gescand. ![](images/a8f9f0a63b776657da1f20ee5699621748d00a4ff4ef3499b69d426ae5fd2a7f.jpg) De Langzame scanmodus annuleren... Druk op [Langzame scanmodus] in het scherm van stap 3 zodat de toets niet wordt gemarkeerd. ![](images/4c67ef7f592fb8cfd8a90ff153f90a0b0959f345af301f7fca2bf6ac026b363c.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Invoermodus origineel Hiermee wordt altijd op langzame snelheid gescand.

HET AANTAL GESCANDE ORIGINELE VELLEN CONTROLEREN VOOR VERZENDING (Aantal originelen)

Het aantal gescande originele vellen kan worden geteld en weergegeven voor de verzending. Door het aantal gescande originele vellen te controleren voor de verzending, vermijdt u verzendingsfouten. 1 ![](images/816db8b3daf71d588863e5d159c81f4825170ae78ab441dbf8ad252e91756c7c.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de documentinvoer.

Steek de originelen helemaal in de lade van de documentinvoer. In de documentinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. 2

Voer het faxnummer van de bestemming in.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 3 ![](images/38edecf202a71b45260ca381ab627f9f0cd56a57ac1514d2ea5cea54f03f8415.jpg)

Selecteer de functie aantal originelen.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op [Aantal originelen] zodat de toets wordt gemarkeerd. (3) Druk op de toets [OK]. 4

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. ![](images/86f814ce098880b807946e61ddda23d2336cf3fcf142b53e0cda69ad1ce0f6d6.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (☑) om de bewerking te annuleren. Alle gescande data wordt gewist. ![](images/0cbdc2b27f1528b3a3932a6319b1ffb9b1f53c6a03f82a0052c890cf76eab1a7.jpg)

Als het scannen klaar is, controleer dan het aantal gescande originele vellen en druk op [OK].

Het verzenden zal beginnen. - Wanneer u de modus Opdracht samenstel. gebruikt, zal het bevestigingsbericht verschijnen nadat u op de toets [Lezen klaar] hebt gedrukt. - Het bericht op het scherm toont het aantal gescande vellen in (A) en het aantal gescande pagina's (zijden van een vel) in (B). Bijvoorbeeld: als beide zijden van één origineel worden gescand, zal "1" verschijnen in (A) en "2" in (B). ![](images/47f681c76fcbe614e4859f49d3b09be5f11ab04eb6f7966b26e4c9f5b8610d77.jpg) Als deze stap één minuut lang niet wordt uitgevoerd terwijl het bovenstaande bevestigingsscherm verschijnt, dan zullen het gescande beeld en de instellingen worden gewist en zal het basisscherm opnieuw verschijnen. Het scannen zal niet automatisch worden afgewerkt en het beeld zal niet worden gereserveerd voor verzending. ![](images/2c4da525407c61854e02cb65221b1861000c8eafbeaad7c0b1e611f14b72d3d4.jpg) Als het weergegeven aantal originele vellen verschilt van het eigenlijke aantal vellen... Druk op de toets [Annuleren] en druk vervolgens op de toets [OK] in het berichtscherm om alle gescande gegevens te wissen. Scaninstellingen en bestemmingsinstellingen zullen niet worden gewist. Stop de originele vellen opnieuw in de automatische documentinvoer en druk op de toets [START] om opnieuw te scannen. ![](images/807e7de27d06a8ac54ba6463f98c3cf3feba9f1a1aee20843675403c312e7d4f.jpg) Wanneer aantal orig. is ingeschakeld voor een distributieverzendopdracht met bestemmingen van diverse modi, zal aantal orig. in alle modi werken. ![](images/c8e2e491260516397fde4e86c27a8354283234ff5e71816468ad36b7fbedba88.jpg) Om de functie Aantal originelen te annuleren... Druk op [Aantal originelen] in het scherm van stap 3 zodat de toets niet langer wordt gemarkeerd. ![](images/13c7b38ff578f5874a37404cf271c30a57ba798d38eac1d792cbe477c92b4436.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Beginwaarde aantal originelen Dit kan worden ingeschakeld, zodat het Aantal originele vellen altijd wordt geteld. De instelling kan voor elke modus afzonderlijk worden ingeschakeld.

EEN STEMPEL ZETTEN OP GESCANDE ORIGINELEN (Verif. Stempel)

Met deze functie wordt een stempel gezet op elk origineel dat via de automatische origineelinvoer wordt gescand, zodat u kunt controlleren of alle originele correct werden gescand. ![](images/94c397a8e4fa53050ed5ee429c129952081413bfed7a59ffda37110602fca62a.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originelen"] --> B["Plaats van de stempel"]
    B --> C["Originelen worden gescand"]
    C --> D["Er wordt een &quot;O&quot;-teken gestempeld in fluorescerend roze"]
![](images/d5dac4e9e817bfe52eb680f7b6b90514f5041c40a568ee998545b4d3ec30198f.jpg) Om deze functie te gebruiken, moet de optionele stempeleenheid geïnstalleerd zijn. 1 ![](images/287844b826b6029b6196bb4978a57aed7d82097090acc6dd67ffe31c87cbba98.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a paper airplane icon on top (no text or symbols)
Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de documentinvoer. 2 Voer het faxnummer van de bestemming in. BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 3 ![](images/eb0d96f8dbfd915f289e69c574e94647227c82fc78fb978d2ca4ca76cc8e8938.jpg) Selecteer "Verif. Stempel". (1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op [Verif. Stempel]-toets, zodat die wordt gemarkeerd. (4) Druk op de toets [OK].

4

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/89d4e3440e63596c5c96ab1a6bb1a8a420b1d685d05fe81236c25d47d713f28d.jpg)

Om het scannen te annuleren...

Druk op de toets [STOP] (vom de bewerking te annuleren. ![](images/04bafbcb6f2161f10ab51f02c7c417c4cd7803205f99a884346bf9a1c96464d2.jpg) - Wanneer tweezijdig scannen wordt gebruikt, wordt de voorzijde van elk origineel tweemaal gestempeld. - Als er een fout gebeurt tijdens het scannen, is het mogelijk dat een origineel dat niet werd gescand, een stempel heeft gekregen. - Wanneer het "O"-teken dat op originelen wordt gestempeld, vaag wordt, vervang dan de stempelcassette. Voor de procedure om de stempelcassette te vervangen, zie "DE STEMPELCASSETTE VERVANGEN" (pagina 1-74) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". ![](images/60ecbb3e9505833bfe736a3abfc702e5646db5b9f9be488896bc5f23e65edbd5.jpg)

Om de stempelfunctie te annuleren...

Druk op [Verif. Stempel] in het scherm van stap 3 zodat de toets niet langer wordt gemarkeerd. ![](images/fb5a39d2bb59f497a83fa682dc4cf1796e8a16308c6574746622519a51dcf485.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardverificatie-Stempel

Deze instelling wordt gebruikt om altijd een stempel te zetten op originelen.

AFDRUKINSTELLINGEN VOOR HET TRANSMISSIERAPPORT WIJZIGEN (Transmissie Rapport)

Er wordt automatisch een rapport afgedrukt om u te waarschuwen wanneer een verzending mislukt of wanneer een distributieverzending wordt uitgevoerd. In het transmissierapport staat een beschrijving van de verzending (datum, starttijd, naam andere partij, vereiste tijd, aantal pagina's, status, enz.). INFORMATIE IN DE STATUSKOLOM (pagina 4-136) Transmissierapporten worden op basis van ingestelde voorwaarden in de systeeminstellingen afgedrukt, u kunt echter wel tijdelijk andere voorwaarden voor een transmissie selecteren. Volg onderstaande stappen om de afdrukvoorwaarden voor het transmissierapport op het moment van verzenden te wijzigen. 1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2

Voer het faxnummer van de bestemming in.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de toets [Transmissie Rapport]. SPECIALE FUNCTIONS (pagina 4-70) 4 ![](images/19b01407f34e1b1014e9525559723460d6b594df45daa6697b77f96dca7549de.jpg)

Selecteer afdrukvoorwaarden.

(1) Selecteer de afdrukvoorwaarden. (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/532945b069a7529a447a9f4049ca0cb8de8766cebeb863329dd2e4a92fb77389.jpg) \- De afdrukvoorwaarden voor een transmissierapport zijn de volgende: "Altijd afdrukken": Of een verzending nu slaagt of mislukt, er wordt altijd een transmissierapport afgedrukt. "Afdrukken bij fouten": Wanneer een verzending mislukt, wordt er een transmissierapport afgedrukt. "Niet afdrukken": Geen transmissierapport afdrukken. - Als het selectievakje [Beeld Van Origineel Afdrukken] wordt geselecteerd, wordt een deel van het verzonden origineel opgenomen in het transmissierapport. - Zelfs wanneer het aankruisvakje [Beeld Van Origineel Afdrukken] wordt geselecteerd √, kan het origineel niet worden afgedrukt wanneer de luidspreker wordt gebruikt om het nummer te vormen of wanneer directe verzending, navraagontvangst of F-code-verzending wordt gebruikt.

5

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/4654d50c01ac96dff36a4d5cd61afd7febb817896c1425804949a903108623ec.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (Vom de bewerking te annuleren. ![](images/30852e3d22a7f92d4ad52cef1934ffdf4a69272de531587a9af2a262ed222d0e.jpg) Voor rondzendtransmissies gelden wijzigingen in de afdrukvoorwaarden van het transmissierapport voor alle bestemmingen. ![](images/d1d1a0679bd65aed753add6a414b288973f2de4dc1371b8c02a0b727997a40d4.jpg) Als u de instelling voor het transmissierapport wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4. ![](images/62fbd37e247b17e3070f32687d1092d9166edd7b22315188e346ecac621911fd.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Afdrukken Transactierapport Hiermee worden de afdrukvoorwaarden voor afdruktransacties ingesteld. Standaard staat de instelling op . Enkele Verzending: Volledig Rapport Afdrukken/ /Geen Afgedruk Rappport Distribueren: /Alleen Foutrapport Volledin Rapport Afgekken Rapport Ontvangen: Volledig Rapport Afdrukken/Alleen Foutrapport Afdrukken Vertrouwelijke ontvangst (faxmodus): Kennisreveningsnagina Afdrukken Geen Afgedrukt Rapport \- Systeeminstellingen (Beheerder): Origineel afdrukken op transactierapport De eerste pagina van een verzonden fax kan op het transmissierapport worden afgedrukt.

AFZENDERINFORMATIE TOEVOEGEN AAN UW FAXEN (Eigen nummer verzenden)

Uw afzenderinformatie (datum, tijd, naam afzender, faxnummer verzender, aantal pagina's) wordt automatisch toegevoegd bovenaan elke faxpagina die u verzendt. Voorbeeld van een afzenderinformatie op een pagina ![](images/3a7bebaba7ae8655ed9bdca6e99d6edb2b25b5ee92cf9a13a3e516ecdf1b4ad9.jpg) (1) Datum, tijdstip Datum en tijdstip van verzending. (2) Naam afzender: De naam van de afzender geprogrammeerd in de machine. (3) Faxnummer afzender: Het faxnummer van de afzender geprogrammeerd in de machine. (4) Paginanummers: Paginanummers / totaal aantal pagina's (het totaal aantal pagina's wordt uitsluitend afgedrukt wanneer de fax wordt verzonden vanuit het geheugen.) ![](images/344afc9b5778f7bbfec0e64690f68f93c1a30c629daf82597bca9363abd808e4.jpg)

De informatie die is geprogrammeerd in Eigen nummer verzenden

Datum, tijd: Wijzig de instelling bij "Klok aanpassen" in de systeeminstellingen. Naam van de afzender, faxnummer van de afzender: Programmeer de naam van de afzender en het faxnummer bij "Registratie zendergegevens" in de systeeminstellingen (beheerder). Wilt u eigen nummer verzenden gebruiken, vergeet dan niet deze informatie te configureren. Paginanummers: Selecteer of u paginanummers wilde opnemen op de pagina via "Paginanummer afdrukken bij ontvanger" in de systeeminstellingen (beheerder). De Paginanummers verschijnen als volgt: "paginanummers / totaal aantal pagina's". Wanneer u kiest voor handmatige verzending of snelle online verzending, verschijnt alleen het paginanummer. ![](images/48ab94bb0c4bec406d75356a6fc25e57a01b007a18c0e3d7bc891e6ec677b63d.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Afdrukken Datum/Eigen Nr.

Deze instelling wordt gebruikt om te bepalen waar de informatie van de afzender wordt afgedrukt. De informatie van de afzender kan binnen of buiten de afbeelding worden afgedrukt
Buiten de gescande afbeelding (standaardinstelling)Binnen de gescande afbeelding
SHARP MX-M452N - Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Afdrukken Datum/Eigen Nr. - 1De lengte van de verzonden afbeelding bedraagt: lengte van afzenderinformatie + lengte van origineel. De fax kan worden verkleind of over twee pagina's worden verdeeld tijdens het afdrukken van de fax door de ontvangende machine.SHARP MX-M452N - Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Afdrukken Datum/Eigen Nr. - 2De Afzenderinformatie wordt afgedrukt binnen de afbeelding en daarmee is de lengte van de fax gelijk aan de lengte van het origineel. Houd er rekening mee dat de afzenderinformatie een gedeelte van het origineel overlapt (het overlappende gedeelte van het origineel zal dus niet verschijnen).

AFZENDERINFORMATIE TIJDELIJK WIJZIGEN (Eigen naam kiezen)

U kunt de afzenderinformatie op een fax kiezen uit een lijst met opgeslagen afzenders.

1

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Eigen naam kiezen]-toets. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70)

2

![](images/51c1e62f6868d0c042692901f3ef2310a40cfdc900e9ab29ea77c1c42531fe7e.jpg)

Selecteer de afzenderinformatie.

(1) Druk op de toets van de betreffende afzenderinformatie. (2) Druk op de toets [OK].

3

![](images/e28eec7e561f525a938b6e717f85ca57a96a151973a3c0022b89f46f6d02375d.jpg)

Druk op de toets [OK].

![](images/1cbe76ef8bc6b74cdd4ad71c9440c06c92f4dba393fe611fc41ff02f3fa4c508.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Registratie van eigen naam selecteren Dit wordt gebruikt om namen van namen die worden gebruikt in "Eigen naam kiezen" op te slaan.

EEN FAXMACHINE OPROEPEN EN ONTVANGST INITIALISEREN (Navragen)

Met deze functie kan de ontvangende machine een andere faxmachine bellen en de ontvangst van het document in die machine starten. Omdat de ontvangende machine de ontvangst van een document initialiseert, wordt deze functie "Navraag ontvangst" genoemd. ![](images/adfa6fa51ad150803c6a585388065cdf2bea0e2712bbd3251a406eea8582b1c3.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Printer"] -->|Verzoeken faxverzending.| B["Printer"]
    B -->|Verzending| A
(3) De fax wordt ontvangen. (2) Het vooraf aangemaakte document wordt verzonden. ![](images/7155dd892bbec20864ab89397e45da6443e0f1d9cc4820b80a5c61a3fa086205.jpg) Zorg ervoor dat er geen origineel in de machine is geplaatst wanneer u de functie Navraag-ontvangst gebruikt. 1 ![](images/f76d8a810a4285889210505b0cb29e7e6a17f9416293a8151104494448e3282a.jpg)

Selecteer Navraag-ontvangst.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Navragen]-toets, zodat deze wordt gemarkeerd. (4) Druk op de toets [OK].

Voer het faxnummer van de bestemming in.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 4-17) 2 ![](images/5bb828ea5ce28c829cfd3dbda5bf6713244b10ac04f7c6da357e9b1a2dd2b4d7.jpg) \- U kunt meerdere faxnummers invoeren. De navraag vindt plaats in de volgorde waarin de nummers zijn ingevoerd. Het navragen van meerdere machines wordt "Seriële Navraag" genoemd. U kunt maximaal 500 faxnummers invoeren. Voor deze procedure kunt u geen gebruikmaken van one-touch-toetsen met een subadres en wachtwoord. \- Druk op de [Volgend Adres]-toets nadat u een faxnummer het ingevoerd en voer het volgende faxnummer in als u meerdere faxnummers wilt invoeren.

3

Druk op de toets [START].

Uw machine zal de andere machine bellen en beginnen met de ontvangst van de fax. ![](images/caec56fe3d30c8d29304e31291acd27d2ba729e7917b7f758aaa0973aa1a47d2.jpg) - Navraag-ontvangst kan worden gebruikt in combinatie met de timerfunctie om navraag te doen op een specifiek tijdstip, zoals bijvoorbeeld 's nachts wanneer u niet aanwezig bent (U kunt maximaal één timer navraag-ontvangst instellen.). - Deze functie kan alleen gebruikt worden als de andere machine een Super G3 of G3 machine is en de navraagfunctie ondersteunt. - De ontvangende machine draagt de kosten (telefoonkosten) van de navraagtransactie. ![](images/66124be2ad4a73fdb9f694cc10d115804690dcbb053f6ace7b222f2896bb6a1a.jpg)

Een navraag-ontvangst annuleren...

Druk op [Navragen] in het scherm van stap 1 om de toets niet meer te markeren.

EEN NAVRAAG-ONTVANGST HANDMATIG INITIALISEREN

Gebruik deze procedure wanneer u een navraag-ontvangst moet starten nadat u een opgenomen bericht hebt afgeluisterd, bijvoorbeeld in het geval van een faxinformatie-service. ![](images/09c299863658ca0a1c947956c0b16ef2c4ac97fb30507df3e653b2902bf0f116.jpg) - Zorg ervoor dat er geen origineel in de machine is geplaatst wanneer u de functie Navraag-ontvangst gebruikt. - Deze functie kan niet worden gebruikt om navraag te doen bij meerdere machines (seriële navraag). ![](images/735627e5aefed18109d93c28ec7e5c12fd8bd392addfe7cad71cc5c3b446d5d7.jpg)

Voer het faxnummer van de bestemming in.

(1) Druk op de [Luidspreker]-toets. U zult de kiestoon via de luidspreker van de machine horen. (2) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (3) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. U kunt geen groeptoets gebruiken. ![](images/a23f1fa6558377408abf69e1be11343ac1c27b0574fb4649e0acaf4b0e6155e7.jpg) - Een bestemming kan behalve door selectie van een sneltoets ook door het opgeven van een zoeknummer worden opgegeven. U kunt ook direct een faxnummer invoeren met de cijfertoetsen of een bestemming opzoeken in een globaal adresboek. Zie voor meer informatie "BESTEMMINGEN INVOEREN" (pagina 4-17). - Nadat u op de [Luidspreker]-toets hebt gedrukt, kunt u op de [Luidspr.volume]-toets drukken om het volume van de luidspreker aan te passen. Het luidsprekervolume verandert elke keer wanneer u de [Luidspr.volume]-toets indrukt. Stel het volume in naar uw wens. ![](images/046e05ab625a91e9ac462fe3619945f58ee9db21b69ad7ed390adf838e3ec65e.jpg)

Start de faxontvangst

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Navragen]-toets wanneer de faxtoon hoort. De fax wordt ontvangen. ![](images/adc0850b869e92216983dc74e672c6f5cf94849d16a5d80fd57b77db74f4a41e.jpg) - Deze functie kan alleen gebruikt worden als de andere machine een Super G3 of G3 machine is en de navraagfunctie ondersteunt. - De ontvangende machine draagt de kosten (telefoonkosten) van de navraagtransactie.

EEN FAX VERZENDEN WANNEER EEN ANDERE MACHINE NAVRAAG DOET BIJ UW MACHINE (Navraaggeheugen)

Het verzenden van een document dat in het geheugen is gescand wanneer een andere machine navraag doet bij uw machine wordt "Navraaggeheugen" genoemd. Voorafgaand aan de navraag, moet het document dat moet worden gefaxt naar de andere machine in het navraaggeheugen worden gescand. Deze functie kan alleen gebruikt worden als de andere machine een Super G3 of G3 machine is en de navraagfunctie ondersteunt. (1) Verzoeken faxverzending. ![](images/e3606572287b2574aeb5ca2748a2b31db3ab5561156b3e352558e4d91e6c627c.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Navraag geheugenvak"] --> B["Verzending"]
    B --> C["Printer"]
    C --> D["Output"]
(2) Het document in het geheugenvak wordt verzonden. (3) De fax wordt ontvangen.

TOEGANG NAVRAAG BEPERKEN (Navraagbeveiliging)

U kunt het navragen beperken door ervoor te zorgen dat alleen machines waarvan het geprogrammeerde faxnummer overeenkomt met het faxnummer dat in uw machine is opgeslagen als een navraagwachtwoordnummer, navraag kunnen doen bij uw machine. Dit wordt "Navraagbeveiliging" genoemd. Om deze functie te kunnen gebruiken, moet u eerst navraag wachtwoordnummers opslaan (de faxnummers van de verzenders die zijn geprogrammeerd in de andere machines) in de systeeminstellingen en deze vervolgens inschakelen voor de Navraagbeveiliging. ![](images/5151d5b8dd6871a9622d2a4f212bff44dc5683eb583fad0ac0d4a53eaf4135ca.jpg) U kunt maximaal 10 wachtwoordnummers opslaan voor navraagbeveiliging. ![](images/a3e2d017a9ad053d5e6b2bd737dafd2e14c2a1d2fc2e3e4ff9d0eb19ece79c00.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Faxnavraagbeveiliging Dit wordt gebruikt om faxnavraagbeveiliging in te schakelen. Dit wordt gebruikt om faxnummers op te slaan als navraagwachtwoordnummers.

EEN DOCUMENT IN EEN NAVRAAGGEHEUGEN SCANNEN

Volg deze stappen om een document in een geheugenvak (Openbaar Vak) te scannen voor navraagverzending.

1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Geheugenvak]-toets. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70)

3

![](images/dc8158451f728ccc964180f60ebe4fd5f6e9cdf177bc30afb47a4e33f7d89b50.jpg) Druk op de [Dataopslag]-toets.

4

![](images/3720deee93da02f5abfe1d90e8cbf750eb5e77a8895bf7eeb3ba37bbc9ea96e1.jpg) Druk op de [Openbaar Vak]-toets.

5

![](images/25601123fdf75277d1afaaa91d19ce533f43ef8fc176fe18074e6669195e886e.jpg) Geef het aantal navraagtijden op. (1) Druk op de toets voor de gewenste aantal tijden. Druk op de [Eenmaal]-toets als u een document uit het geheugen wilt wissen nadat het verzonden is. Druk op de [Onbeperkt]-toets om een onbeperkt aantal navraagtijden toe te staan. (2) Druk op de toets [OK]. Geheugenvak - Dataopelag Gehecgenvak Lijst Origineel Scannen Zenden: d Belichting Resolutie Standaard Spec. Functies Automat. Ontvangst Faxgeneugen:100%

Selecteer de Afbeeldingsinstellingen en speciale functies.

- U kunt geen programma, timerinstelling, transmissierapport, navragen, verif. stempel en archivering selecteren. - Druk op de toets [Geheugenvak Lijst] om terug te gaan naar het scherm van stap 4.

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Om het scannen te annuleren... Druk op [STOP]-toets ( ) terwijl het origineel wordt gescand. Als er al een ander document is opgeslagen in het geheugenvak (openbaar vak), wordt het pasgescande document toegevoegd aan het al eerder opgeslagen document. In zo'n geval zal het aantal navraagpogingen hetzelfde zijn als het ingestelde aantal voor het zojuist gescande document.

EEN DOCUMENT UIT HET OPENBAAR VAK CONTROLEREN

U kunt het document dat in het openbare vak van de machine is opgeslagen controleren voor geheugennavraag.

1

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Geheugenvak]-toets. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70)

2

![](images/ce73e788eebb87487b9cb41f4b38f34b49e090f988bb0202cdd81366ffe132d7.jpg) Druk op de [Datacontr.]-toets.

3

![](images/0bf0fc312f602e8f38ae3da540abdd477b00ff3a7d6ac9bf2a7603b11c07487c.jpg) Druk op de [Openbaar Vak]-toets. ![](images/f195537de855712a2e74c4bc6625e59cb208b7e57a7450ddf8338b7ad2ee6375.jpg) Als er geen documenten in het openbaar vak zijn opgeslagen is de [Openbaar Vak]-toets grijs.

4

![](images/17dc151214441fb47d317fc747cc45734d0bbdbdeb235375bd4baf9e7960c2ca.jpg)

Druk op de toets [Beeldcontrole].

De inhoud van het document kan in het scherm afbeelding controleren worden weergegeven. Zie voor meer informatie over het scherm afbeeldingscontrole, "SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 4-64). Druk het document af door op [Afdrukken] te drukken.

EEN DOCUMENT VERWIJDEREN UIT HET OPENBAAR VAK

Een document verwijderen uit het openbaar vak wanneer u deze niet langer nodig hebt.

1

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Geheugenvak]-toets. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70)

2

![](images/2ef7c5bf0cc28114658b0342539532c50142b3908e8e8d0f04b710c109f42dcc.jpg) Druk op de [Data Wissen]-toets.

3

![](images/efe804e4cc56e6173488804ad214413f54917378aa8aeaa65b36e3961695ffc3.jpg) Druk op de [Openbaar Vak]-toets. ![](images/7d495efda4ddef0f8d25e2213a1b9a7e7b3463c6148ce04612ddeb680e9f13ee.jpg) Als er geen documenten in het openbaar vak zijn opgeslagen is de [Openbaar Vak]-toets grijs.

4

![](images/8a2704f7ae467a6fa9ae0b0109371e9dad01fffcdbc5416f0ecd7fd232a6cccf.jpg)

Druk op de toets [Ja].

- Het document wordt gewist en u keert terug naar het scherm van stap 3. - Met de toets [Beeldcontrole] kunt u de afbeelding controleren in het aanraakscherm voordat u het wist. Zie voor meer informatie over het scherm afbeeldingscontrole, "SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 4-64). ![](images/f31b8e09bdd798c802a39bb57927810abd356cced2f19c78249b74a606c2cc34.jpg) Om het wissen te annuleren... Druk op [Nee]. U keert terug naar het scherm van stap 3.

F-CODE COMMUNICATIE VERRICHTEN

Dit gedeelte legt uit hoe u F-code communicatiehandelingen verricht. F-code communicatie is mogelijk met machines van andere fabrikanten die ook F-code communicatie ondersteunen.

F-CODE COMMUNICATIE

Het uitwisselen van vertrouwelijke documenten (vertrouwelijke communicatie), terughalen (navraag) en distributie (navraaggeheugen) van informatie, en distributie van informatie naar meerdere bestemmingen (relay-distributieverzending) is mogelijk met andere machines die F-code communicatie ondersteunen. Voor elke communicatie wordt een F-code\* vastgesteld, zodat het veiligheidsniveau hoger is. \* F-code is een communicatiefunctie die gebaseerd is op de G3-standaard van de ITU-T. ![](images/4f4ee00f243d3afcd56e124abd792f6ca1e74b3a45969980afd664bbc38cbdfe.jpg) De ITU-T is een organisatie van de Verenigde Naties die communicatiestandaarden vaststelt. Het is een afdeling van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU), die mondiale telecommunicatienetwerken en –diensten coördineert.

DE WERKING VAN F-CODES

Een fax die met een F-code verzonden wordt, wordt ontvangen in het geheugenvak van de ontvangende machine die aangegeven wordt door de F-code (subadres en wachtwoord). Als de F-code die verzonden wordt door de verzendende machine niet overeenkomt met de F-code van de ontvangende machine, dan vindt er geen ontvangst plaats. ![](images/e050098e7236d313b2d45413a604413363ac4da6aedb69cbb4f59f0fa4c37fd3.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Faxnummer van de andere machine + F-code"] --> B["Geheugenvak voor F-code communicatie"]
    B --> C["Vaknaam: BBBB\nSubadres: AAAAAAAA\nWachtwoord: XXXXXXXX"]
    A -->|De fax wordt ontvangen in het door de F-code opgegeven geheugenvak| B
De producten van andere fabrikanten zouden andere termen kunnen gebruiken voor "subadres" en "wachtwoord". Mocht het nodig zijn om contact op te nemen met de operator van een andere machine over subadressen en wachtwoorden, raadpleeg dan de termen die worden gebruikt door het ITU-T in de tabel hieronder.
De machine ITU-T
F-code navraaggeheugenvakF-code vertrouwelijke vakRelay-navraaggeheugenvak met F-code
Subadres SEP SUB $UB
Wachtwoord PWD SIDSID
![](images/fe5f40cd6fe1e5eea4af13aac517f1f7ceaa7ca349e606013bf7860c56ae5d07.jpg) Een F-code bestaat uit een subadres en een wachtwoord en kan niet langer zijn dan 20 cijfers.

GEHEUGENVAKKEN MAKEN IN DE MACHINE VOOR F-CODE COMMUNICATIE

Voordat de F-code communicatiefunctie kan worden gebruikt, moeten er speciale geheugenvakken gemaakt worden met behulp van "F-Codegeheugenvak" in de systeeminstellingen. Een vaknaam en een F-code (subadres en wachtwoord) worden in elk vak geprogrammeerd en een F-code communicatiefunctie wordt toegekend aan elke vak. Nadat u een geheugenvak gemaakt hebt, moet u de ontvanger het subadres en het wachtwoord van de vak doorgeven. Geheugenvak voor F-code communicatie ![](images/49bf0dd764e4182c146a8e4a22ff32cd4c6bd1b551b63008121d37690a6b5e52.jpg)
flowchart
graph TD
    A[" "] --> B["Subadres"]
    A --> C["Wachtwoord"]
    A --> D["Ontvangende machines (alleen in een relay-distributiegeheugenbox met F-code)"]
    A --> E["Afdrukken PIN (alleen voor F-code vertrouwelijke ontvangst)"]
Om de volgende F-code communicatiefuncties te gebruiken, moeten er in uw machine F-Codegeheugenvakken worden gemaakt. F-code vertrouwelijke ontvangst, F-code navraaggeheugen, relay- distributieverzending met F-code. Om de volgende F-code communicatiefuncties te gebruiken, moeten er in de andere machine F-Codegeheugenvakken worden gemaakt. F-code vertrouwelijke verzending, F-code navraaggeheugen ontvangst, relay-verzoekverzending met F-code ![](images/dd1bfd51e786ed0eef0161fa2528dd6adddbd716f94990913d0dfa2c752fb4f2.jpg)

Systeeminstellingen: F-Codegeheugenvak (pagina 7-102)

Dit wordt gebruikt om geheugenvakken voor F-code communicatie te configureren. - U kunt maximaal 100 geheugenvakken aanmaken. - Het geheugenvak mag niet langer zijn dan 18 de lettertekens, en het subadres en het wachtwoord niet langer dan 20 cijfers.

F-CODE BELLEN

Wanneer u een F-code handeling uitvoert, wordt de F-code (subadres en wachtwoord) toegevoegd aan het faxnummer u belt. Controleer de F-code (subadres het wachtwoord) die in de andere machine in het geheugenvak geprogrammeerd is voordat u een F-codeverzending verricht. Het is handig om een F-code samen met het faxnummer onder een one-touch-toets of groeptoets op te slaan. ![](images/d182bcceb34ba32377b5f3a1919cbf6fb948567c5aec0f4e25ef2d6972691f56.jpg) \* Druk op de [Subadres]-toets in het scherm om "/" in te voeren. Wanneer de volgende F-codefuncties gebruikt worden, belt uw machine de andere machine. F-code vertrouwelijke verzending, F-code navraaggeheugen ontvangst, relay-verzoekverzending met F-code Wanneer de volgende F-codefuncties gebruikt worden, belt uw machine de andere machine. F-code vertrouwelijke ontvangst, F-code navraaggeheugen, relay- distributieverzending met F-code. ![](images/2e8a893f1fb830fe93c917b9bdc803198e651c5effffaa270ba81ffcfa1a4bc6.jpg) - Als de machine van de bestemming geen wachtwoord heeft geconfigureerd in de F-code, voer dan geen wachtwoord in wanneer u die machine belt. - F-code communicatie kan niet worden uitgevoerd wanneer u de speaker gebruikt of een handmatige verzending uitvoert. ![](images/0c9e4e4d660fe6c1f73742719574928fd81dc0e5da61ce1ade0cb1055c6386fc.jpg)

Systeeminstellingen: Adresboek (pagina 7-16)

Dit wordt gebruikt om sneltoetsen en groeptoetsen op te slaan en te bewerken.

F-CODES GEBRUIKEN VOOR VERTROUWELIJKE COMMUNICATIE

Door een fax te verzenden naar een F-Codegeheugenvak (vertrouwelijk) in de ontvangende machine (uw machine of de andere) kan de afzender de verzending specifiek aan de gebruiker van dat vak adresseren. Dit is handig voor het verzenden van vertrouwelijke documenten die alleen bedoeld zijn voor de ontvanger en niemand anders, of wanneer de ontvangende machine door meerdere departementen gebruikt wordt. Om een vertrouwelijke fax met F-code af te drukken, moet het afdrukwachtwoord worden ingevoerd. ![](images/60cfaf45e3849928ac3ffaabd1340b9d41887a363bbd168f56a1cd64fa4dfba1.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Ontvanger"] -->|Verzending met een F-code| B["Afzender"]
    B --> C["Afdrukken wachtword: Invoeren BBBB"]
    C --> D["De fax wordt afgedrukt."]
    B -->|Ontvangst in een F-Codegeheugenvak| E["Subadres: AAAAAAAA\nWachtword: XXXXXXXX"]
    B --> F["Subadres: AAAAAAAA\nWachtword: XXXXXXXX"]
![](images/ed2d60830efe17e857201a8b22b28447e8e65c2e7b9a68eb619517033d24eab4.jpg) De F-code (subadres een wachtwoord) van het geheugenvak dat u wilt gebruiken moet, voordat de fax wordt verzonden, geverifieerd worden door de afzender en de ontvanger. ![](images/7cb4f5785d90b7f2bcb35b2f18b31068d8adb3e56d8978e11c9593471e636d42.jpg)

Systeeminstellingen: F-Codegeheugenvak (pagina 7-102)

Dit wordt gebruikt om geheugenvakken te maken voor vertrouwelijke communicatie met F-code (vertrouwelijk). In elk vak wordt een naam voor het geheugenvak, een subadres, een wachtwoord en een afdrukwachtwoord geprogrammeerd.

F-CODE VERTROUWELIJKE VERZENDING

Volg de onderstaande stappen om een vertrouwelijke fax te verzenden door een F-code aan het faxnummer toe te voegen.

1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. ![](images/ea47e1e4e0e4d3ddfc0d4038c6d0bb2d85683bd87a0214af9a3403e9565a2f13.jpg) (3), (5)

Voer het faxnummer van de bestemming in.

(1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. Als de bestemming niet is opgeslagen in het adresboek, voert u het faxnummer in met de cijfertoetsen. Als subadres en wachtwoord op de sneltoets worden opgeslagen zijn de volgende deelstappen niet nodig. Ga naar stap 3. (3) Druk op de [Subadres]-toets. "/" verschijnt. (4) Voer het subadres in via het numerieke toetsenbord. (5) Druk op de [Subadres]-toets. "/" verschijnt. (6) Voer een wachtwoord in via het numerieke toetsenbord. ![](images/2dbeec22462f50214467fdf4163269dea507960d8e609bba55fa91e183d2b64f.jpg) Als een wachtwoord is weggelaten in het geheugenvak van een andere machine, zijn (5) en (6) niet nodig.

2

3

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/c2afedaab95f8ea1dbc2798f557214c71f6e15f0398db9405b63a866c79d5114.jpg) Deze functie kan gebruikt worden in combinatie met een distributieverzending of een timer verzending. Deze functie kan ook in een programma worden opgeslagen.

EEN FAX MET VERTROUWELIJKE F-CODE ONTVANGST CONTROLEREN

Als er een vertrouwelijke fax met F-code naar uw machine verzonden is, wordt de fax ontvangen in het geheugenvak dat gespecificeerd is de F-code. Voer het afdrukwachtwoord in om de ontvangen faxen te controleren. 1 ![](images/92cf1849cb30d988c8682b6ff1aee1e1b177b39e43effd8430cd23aa6b6d83f1.jpg) De machine maakt een geluid en de fax wordt ontvangen. Er klinkt een pieptoon wanneer de ontvangst klaar is. 2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Geheugenvak]-toets. SPECIALE FUNCTIONS (pagina 4-70) 3 ![](images/a275b1ab6567cb4f6c168907cf02aee0da9eaa26f122a7fc85a0d0b273217464.jpg) Druk op de [Datacontr.]-toets. 4 ![](images/0b685f0c170f476890ba61c3186d7b9ffecd566d14538ed8a671403b89b292bc.jpg) Druk op de toets van het geheugenvak dat de vertrouwelijke fax bevat. "Verschijnt in de toetsen van de geheugenvakken die ontvangen faxen bevatten. De toetsen van geheugenvakken die geen faxen hebben ontvangen, zijn grijs gemaakt, zodat ze niet kunnen worden geselecteerd."

5

![](images/83c8ec111f750944427c24ec178fe6d8bc1e3f8e21c1b3768c50a9265a1b739f.jpg)

Voer een afdrukwachtwoord in via het numerieke toetsenbord.

Het teken "-" verandert in "\*nadat een cijfer is ingevoerd. ![](images/46d730e099f3ac86b9bd372cbef409e72d6bb2c86d8de86dfedfc2a9310800a6.jpg) Let erop dat u het juiste afdrukwachtwoord invoert. Als u een fout maakt, verschijnt er een melding en keert u terug naar het invoerscherm. Druk op de [Annuleren]-toets om terug te keren naar stap 4.

6

![](images/c14f2858478687f30f507f18cd57039738c776b931d4dc42f52e439f77efa7ec.jpg)

Druk op de toets [Beeldcontrole].

De inhoud van het document kan in het scherm afbeelding controleren worden weergegeven. Zie voor meer informatie over het scherm afbeeldingscontrole, "SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 4-64). Druk het document af door op [Afdrukken] te drukken. ![](images/b5e132f31dd8e4b4429d3d579b32463361189559900420cca7b956f9475c1344.jpg) - De vertrouwelijke fax krijgt automatisch voorrang in de wachtrij van afdrukopdrachten. - De fax wordt na het afdrukken automatisch uit het geheugenvak gewist. - Als u het afdrukwachtwoord vergeet... Het is onmogelijk om een vergeten wachtwoord op te zoeken in de machine. Zorg ervoor dat u het wachtwoord niet vergeet. Mocht u het wachtwoord vergeten of het wachtwoord willen verifiëren, neem dan contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicebedrijf. ![](images/a83cc0e0a58e9ee462bf3fd0a76fe703f9c26a9136efc37d2cd97ae45b55b381.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Afdrukken Transactierapport

U kunt opgeven of er al dan niet een transmissierapport wordt afgedrukt als een vertrouwelijke fax met F-code wordt ontvangen. Deze functie stelt uw machine in staat een andere machine te bellen om te beginnen met de ontvangst van een fax die in de andere machine in een geheugenvak met F-code (navraaggeheugen) ligt opgeslagen. Tijdens de navraaghandeling moet uw machine de F-code (subadres en wachtwoord) die in de andere machine geconfigureerd is correct specificeren anders vindt de navraagontvangst niet plaats. ![](images/e2f4a016ee10fa7a4e8be60c841af74a5dc08cfee5d7653a827680d345b83089.jpg)
flowchart
graph TD
    A["De machine"] -->|Verzendingsverzoek (navraag) met behulp van een F-code| B["De andere machine"]
    B -->|Verzending| A
    B --> C["Vaknaam: BBBB\nSubadres: AAAAAAAA\nWachtword: XXXXXXXX"]
    A --> D["Subadres: AAAAAAAA\nWachtword: XXXXXXXX"]
![](images/f32a0cafec3186b262e8591d16fe542cbfed9804a55b0c220451592b16d62706.jpg) - Verifieer de F-code (subadres het wachtwoord) van het geheugenvak in de andere machine voordat u een navraagontvangst met F-code uitvoert. - Plaats geen origineel in de automatische documentinvoer of op de glasplaat als u deze functie gebruikt. - De ontvangende machine draagt de telefoonkosten van de verzending. 1 ![](images/35f05572732b9eeb972fdcdfe3521bd4f067aa227e99f733a02d593ed42ad8df.jpg)

Selecteer navragen.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70) (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Navragen]-toets, zodat deze wordt gemarkeerd. (4) Druk op de toets [OK]. ![](images/9adb99304ef5fd17b2ec450293222f40c3fef6da11572bd7b63ceda9c96511cc.jpg) (3), (5)

Voer het faxnummer van de bestemming in.

(1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. Als de bestemming niet is opgeslagen in het adresboek, voert u het faxnummer in met de cijfertoetsen. Als subadres en wachtwoord op de sneltoets worden opgeslagen zijn de volgende deelstappen niet nodig. Ga naar stap 3. (3) Druk op de [Subadres]-toets. "/" verschijnt. (4) Voer het subadres in via het numerieke toetsenbord. (5) Druk op de [Subadres]-toets. "/" verschijnt. (6) Voer een wachtwoord in via het numerieke toetsenbord. ![](images/f00757265633bf1d1378cc90eda0866261d608f1d7923ed97b98323068293176.jpg) Als een wachtwoord is weggelaten in het geheugenvak van een andere machine, zijn (5) en (6) niet nodig.

Druk op de toets [START].

Uw machine zal de andere machine bellen en beginnen met de ontvangst van de fax. ![](images/d9cd4b5252b76fa3f69b157f558cddb85bea90975e97c8794ca254c7f6f53447.jpg) - Meerdere machines navragen (navraagreeksen) is niet mogelijk. - U kunt navraagontvangst met F-code gebruiken in combinatie met een timer-instelling. U kunt per keer slechts één navraagontvangsthandeling met een timer-instelling opslaan. FAX VERZENDEN OP EEN VOORAF INGESTELD TIJDSTIP (Timer) (pagina 4-78) ![](images/215e41b7f689e8c532cfe4584f6c765c687e56d7e9ae11129a300567980f8f56.jpg) Om het navragen te annuleren... Druk op [Navragen] in het scherm van stap 1 om de toets niet meer te markeren. Wanneer uw machine van een andere machine een verzoek tot verzending ontvangt, verzendt deze functie van uw machine naar de andere een fax die opgeslagen is in een geheugenvak met F-code (navraaggeheugen). De andere machine moet de F-code die in uw machine geconfigureerd is correct specificeren anders vindt de verzending niet plaats. Het document dat verzonden moet worden, moet ingescand worden in een navraaggeheugenvak met F-code. ![](images/13bfb780d5c6f324f2a3683b85e9f9e08696917b122401509d56a5d88369370b.jpg)
flowchart
graph TD
    A["De andere machine"] -->|Verzendingsverzoek (navraag) met behulp van een F-code| B["De machine"]
    B -->|Vaknaam: BBBB\nSubadres: AAAAAAAA\nWachtword: XXXXXXXX| A
    A -->|Verzending| B
    B -->|Verzending| A
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#bbf,stroke:#333
![](images/5a2c5853ef5b7df0eeaa7a872dd125712682336d0f0cec5c5170c60ac58b3793.jpg) Systeeminstellingen: F-Codegeheugenvak (pagina 7-102) Dit wordt gebruikt om geheugenvakken (navraaggeheugen) te maken voor navraaggeheugenverzending met F-code. In elk vak wordt een naam voor het geheugenvak, een subadres en een wachtwoord geprogrammeerd.

EEN DOCUMENT IN EEN GEHEUGENVAK SCANNEN VOOR NAVRAAGVERZENDING MET F-CODE

Volg deze stappen om een document in een geheugenvak (Navraaggegheugen) te scannen voor navraagverzending met F-code. 1 Plaats het origineel. Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2 Speciale functies selecteren. (1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Geheugenvak]-toets. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70)

3

![](images/3f96433d11781fb12694f4bb5db427ee5cb385a8a32075259bc3fbb290321cf2.jpg) Druk op de [Dataopslag]-toets.

4

![](images/c219a702311495404c596daee3e7c2d3caa9d7ce7925f52e7cdc95f2238184ce.jpg) Druk op de toets van het navraaggeheugenvak met F-code.

5

![](images/f93361a5367e69e04c92e6e99c3a226e5d20b09c33b7aca83abf6921c55f851f.jpg)

Geef het aantal navraagtijden op.

(1) Druk op de toets voor de gewenste aantal tijden. Druk op de [Eenmaal]-toets als u een document uit het geheugen wilt wissen nadat het verzonden is. Druk op de [Onbeperkt]-toets om een onbeperkt aantal navraagtijden toe te staan. (2) Druk op de toets [OK].

6

![](images/05589282aa95a300114d45f6d6a42aa128db8efb8f8a2c0f48f93755d6764743.jpg) Selecteer de Afbeeldingsinstellingen en speciale functies. ![](images/0e9aeac9c67cc737c1d47589b97e4d3e7c09d9ee0ac234a7753544b237eab7f8.jpg) - U kunt geen programma, timerinstelling, transmissierapport, navragen, verif. stempel en archivering selecteren. - Druk op de toets [Geheugenvak Lijst] om terug te gaan naar het scherm van stap 4.

7

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. ![](images/fd8aeb6cbeceb4191e6133349126620575fd41d58133188c646e14526c0602ea.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op [STOP]-toets ( )terwijl het origineel wordt gescand. ![](images/1640324968b133a15aeb2440ae6edf98e6e9153989f600580942d705233d948f.jpg) - Als er al andere documenten al opgeslagen zijn het geheugenvak, wordt het document toegevoegd aan de al eerder opgeslagen documenten. - De fabrieksinstelling voor het aantal navraagtijden is "Eenmaal" (nadat het document verzonnen is naar de ontvangende machine, wordt het automatisch geweest).

DOCUMENT IN NAVRAAGGEHEUGENVAK MET F-CODE CONTROLEREN

U kunt het document dat in het F-code navraaggeheugenvak is opgeslagen controleren. ![](images/568d5f9d9596879e1687368bee33a39d023c0279a4c39c65d6e197cc58f6fa1d.jpg) Een document in een geheugenvak kan niet worden afgedrukt terwijl het wordt verzonden.

1

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Geheugenvak]-toets. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70)

2

![](images/fbc0c62907c6033f30fcfac16d8afa3866f4bdd0f6c466704dd2908c692ad8f3.jpg) Druk op de [Datacontr.]-toets.

3

![](images/0e19b5542a58b52692e2b9a109adb62f909b65f066e71263865bda14af24262c.jpg) Druk op de toets van het navraaggeheugenvak met F-code waarin het document dat u af wilt drukken opgeslagen is. verschijnt in toetsen waaronder documenten zijn opgeslagen.

4

![](images/0df8515006422656356141709113504af68a69312749ed00806e9bd7197efc3b.jpg) Druk op de toets [Beeldcontrole]. De inhoud van het document kan in het scherm afbeelding controleren worden weergegeven. Zie voor meer informatie over het scherm afbeeldingscontrole, "SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 4-64). Druk het document af door op [Afdrukken] te drukken.

EEN DOCUMENT WISSEN DAT OPGESLAGEN IS VOOR NAVRAAGVERZENDING MET F-CODE

Wanneer een document in een navraaggeheugenvak met F-code niet langer nodig is, volg dan de onderstaande stappen om het te wissen. ![](images/63436e3ca4603b8de3e6c28fb9f01bbf6212b573f75de4ad6eb8bcd2259f2ec5.jpg) Een document in een geheugenvak kan niet worden gewist terwijl het wordt verzonden.

1

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (3) Druk op de [Geheugenvak]-toets. SPECIALE FUNCTIES (pagina 4-70)

2

![](images/c27616428effcd7f940929423b3b8c17df07089122a49798c67fbf1e749b0991.jpg) Druk op de [Data Wissen]-toets.

3

![](images/b297b3c86064636a025591e9d55944dcd852521a43b21670fe02a7bd103944db.jpg) Druk op de toets van het navraaggeheugenvak met F-code dat het document heeft dat u wilt wissen. verschijnt in toetsen waaronder documenten zijn opgeslagen.

4

![](images/7efcb08a4425785c1553dd1e447978d5e16fb1ff1b73bb225e3568bbe22d4ab9.jpg)

Druk op de toets [Ja].

- Het document wordt gewist en u keert terug naar het scherm van stap 3. - Het afdrukken zal beginnen. Met de toets [Beeldcontrole] kunt u de afbeelding controleren in het aanraakscherm voordat u het wist. Zie voor meer informatie over het scherm afbeeldingscontrole, "SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 4-64). ![](images/c841b91b3956dcdde6db21e6d34dc011a7b98d5d56b6cd4bd02e9b7dbfafa966.jpg) Om het wissen te annuleren... Druk op [Nee]. U keert terug naar het scherm van stap 3 zonder het document te wissen.

RELAY-VERZOEKVERZENDING MET F-CODES

Deze functie wordt gebruikt om een fax naar een geheugenvak met F-code relay distributie in een andere machine te sturen en te zorgen dat die machine de fax relayed naar meerdere ontvangende machines. Wanneer er een grote afstand is tussen uw machine en de ontvangende machines, kan het verzenden van de fax naar een relay-machine die zich dichterbij de ontvangende machines bevindt, u helpen de telefoonkosten te verlagen. Een relay-verzoekverzending kan gebruikt worden in combinatie met de functie timerverzending om de telefoonkosten verder te verlagen. FAX VERZENDEN OP EEN VOORAF INGESTELD TIJDSTIP (Timer) (pagina 4-78) ![](images/364b4362c1b9423b4d5eaf069affb93ac1facea7f64226d0121c534c99b04519.jpg)
flowchart
graph TD
    A["De machine"] --> B["Verzending die een F-code opgeeft"]
    B --> C["Subadres: AAAAAAAAA\nWachtwoord: XXXXXXXX"]
    C --> D["Relay-machine\nRelay-navraageheu-genvak met F-code"]
    D --> E["Vaknaam: BBBB\nSubadres: AAAAAAAAA\nWachtwoord: XXXXXXXX"]
    E --> F["Ontvangende machines worden in dit vak geprogrammeerd."]
    F --> G["De fax wordt naar alle ontvangende machines verzonden die geprogrammeerd zijn in het relay-distributiegehugenvak met F-code."]
    G --> H["Ontvangende machines"]
    H --> I["Overhead building"]
    H --> J["Overhead building"]
    H --> K["Overhead building"]
![](images/55b05ffce2d23f83be8894218e5c78c8f854de9eeef74b594293abd78eae367a.jpg) - Verifieer de F-code (subadres het wachtwoord) en de ontvangende machines die in het geheugenvak relay-distributie in de relay-machine geprogrammeerd zijn voordat u een relay-verzoekverzending met F-code uitvoert. - Voordat u deze functie kunt gebruiken, moeten de ontvangende machines geprogrammeerd zijn in het geheugenvak relay-distributie met F-code in de relay-machine. - De ontvangende machines hoeven communicatie met F-code niet te ondersteunen. - Deze functie kan gebruikt worden in combinatie met een distributieverzending of een timer verzending. Een relay-verzoekverzending met F-code kan ook in een programma worden opgeslagen. - Uw machine (de machine die om een relay-distributieverzending vraagt) draagt de kosten voor het verzenden van de fax naar de relay-machine. De relay-machine draagt de kosten voor het verzenden van de fax naar alle ontvangende machines. - Wanneer faxen die met deze functie zijn doorgestuurd op de doorstuurbestemming worden afgedrukt, is het niet mogelijk om datum en tijd van ontvangst op de faxen af te drukken. ("Ontvangstdatum/-tijd afdrukken" is uitgeschakeld.) ![](images/e50dac0c3e4e83e037d552a695a78eaad1a5335cab0c8b0a687b5fa0d9215c8c.jpg)

Systeeminstellingen: F-Codegeheugenvak (pagina 7-102)

Dit wordt gebruikt om geheugenvakken relay-distributie te maken voor relay-distributie met F-code. In elk vak wordt een naam voor het geheugenvak, een subadres, een wachtwoord en de ontvangende machines geprogrammeerd. 1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. ![](images/b803b7449c3d67eceb1b32a5fbedf179727c65bde5b04d5254188b490261f24c.jpg) (3), (5)

Voer het faxnummer van de bestemming in.

(1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. Als de bestemming niet is opgeslagen in het adresboek, voert u het faxnummer in met de cijfertoetsen. Als subadres en wachtwoord op de sneltoets worden opgeslagen zijn de volgende deelstappen niet nodig. Ga naar stap 3. (3) Druk op de [Subadres]-toets. "/" verschijnt. (4) Voer het subadres in via het numerieke toetsenbord. (5) Druk op de [Subadres]-toets. "/" verschijnt. (6) Voer een wachtwoord in via het numerieke toetsenbord. ![](images/ecca6550e75abcac30c7466e2b01e1f345b58ab8ca56527ad8f7e8626a40c0de.jpg) Als een wachtwoord is weggelaten in het geheugenvak van een andere machine, zijn (5) en (6) niet nodig.

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. Wanneer de relay-machine de fax ontvangt, zal het deze automatisch naar alle ontvangende machines verzenden die geprogrammeerd zijn in het geheugenvak. ![](images/d3d551bd7426de377fccc7f460407f049df38db50a9b33b276f09b2691e1b406.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op [STOP]-toets ( )terwijl het origineel wordt gescand.

RELAY-DISTRIBUTIEVERZENDING MET F-CODES

Wanneer uw machine een relay-verzoekverzending ontvangt, wordt de fax ontvangen in een geheugenvak met F-code relay-distributie in uw machine. Uw machine relays de fax naar alle ontvangende machines die in het geheugenvak geprogrammeerd zijn. Het verzenden naar de ontvangende machines vindt automatisch plaats. ![](images/c136cef011e6ce284c4ffd92caa87d0a3719618e1a7980e73e9cbb9d53cf4dbc.jpg)
flowchart
graph TD
    A["De andere machine"] --> B["Verzending die een F-code opgeet"]
    B --> C["De machine: Relay-navraageheu-genvak met F-code"]
    C --> D["Ontvangende machines"]
    D --> E["Subadres: AAAAAAAAA\nWachtwoord: XXXXXXXX"]
    C --> F["Vaknaam: BBBB\nSubadres: AAAAAAAAA\nWachtwoord: XXXXXXXX\nOntvangende machines worden in dit vak geprogrammeerd."]
    C --> G["De fax wordt naar alle ontvangende machines verzonden die geprogrammeerd zijn in het relay-distributiegeheugenvak met F-code."]
    G --> H["Verzending"]
    H --> I["Ontvangende machines"]
![](images/ea4567a0ef2e2faa97773ac94fede72c006d7d5355cac6b7d8f2a479e98ce287.jpg) - Informeer de verzoeker over het subadres en wachtwoord van de geheugenvakken relay-distributie in uw machine voordat u deze handeling verricht. - Programmeer de ontvangende machines in het relay-distributiegeheugenvak met F-code wanneer u het vak in uw machine aanmaakt. GEHEUGENVAKKEN MAKEN IN DE MACHINE VOOR F-CODE COMMUNICATIE (pagina 4-109) - De ontvangende machines hoeven communicatie met F-code niet te ondersteunen. - De machine die om een relay-distributieverzending vraagt draagt de kosten voor het verzenden van de fax naar de relay-machine. Uw machine draagt de kosten voor het verzenden van de fax naar alle ontvangende machines. - Wanneer faxen die met deze functie zijn doorgestuurd op de doorstuurbestemming worden afgedrukt, is het niet mogelijk om datum en tijd van ontvangst op de faxen af te drukken. ("Ontvangstdatum/-tijd afdrukken" is uitgeschakeld.)

EEN EXTRA TELEFOON GEBRUIKEN

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u een extra telefoon kunt gebruiken voor telefoongesprekken en om een fax te ontvangen nadat u met de persoon aan de telefoon gesproken hebt.

EEN EXTRA TELEFOON AANSLUITEN EN GEBRUIKEN (Aansluiting extra telefoon)

U kunt een extra telefoon aansluiten aan de machine. De telefoon kan gebruikt worden voor telefoongesprekken en om de faxontvangst op de machine te starten. Zo kunt u bijvoorbeeld telefoneren met de bestaande telefoon, met de andere persoon spreken en vervolgens op de toets [START] drukken om een origineel te faxen dat voor die andere persoon werd geplaatst. U kunt ook op de toets [START] drukken wanneer er geen origineel is geplaatst om een fax te ontvangen. Verbind de extra telefoon op de manier die hieronder is aangegeven. ![](images/9a9ec1658466ec32dd0a0a36228842b0b38a4894f4783aafa8d0621754214654.jpg) ![](images/29a953db873fb9a3f62e6ebbee393cf74a968c5efb318351daf786a94a4b9645.jpg) - Verbind een extra telefoon die een modulair aansluiting heeft. Gebruik standaard telefoonkabel om de telefoon aan te sluiten. Als er buiten een standaard telefoonkabel een andere kabel wordt gebruikt, is het mogelijk dat de verbinding niet goed werkt. - Als de stekker aan de telefoonkabel niet goed in de contactdoos van uw extra telefoon past, neem dan contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicebedrijf.

EEN FAX ONTVANGEN NA BEANTWOORDING VAN EEN GESPREK VIA DE EXTRA TELEFOON (ontvangst op afstand)

Volg de stappen hieronder als u een faxontvangst wil starten nadat u een telefoongesprek heeft beantwoord met de extra telefoon. Als u met een puls telefoonlijn (draaifunctie) werkt, stel de extra telefoon dan zo in dat het toonsignalen afgeeft. ![](images/e2bdc54a10ad8fac6e8b50434fe133c3a7cbac1f4c2de59ed10f81221039cf9c.jpg) Wanneer u de telefoon hoort overgaan, neem dan de extra telefoon op. Geef de machine opdracht de faxontvangst te starten. Druk op op het toetsenpaneel van de extra telefoon. Plaats de hoorn van de extra telefoon terug. De machine laat een pieptoon horen wanneer de ontvangst voltooid is. ![](images/69073ea849a0013463b75a89d327fbae31666e7d261eaa2d320f1e342b75b675.jpg) Als de extra telefoon nog van de haak is bij de beëindiging van een faxverzending, klinkt er een alarmsignaal en verschijnt er een melding in het aanraakscherm. Alarm en melding verdwijnen zodra de extra telefoon teruggeplaatst wordt. ![](images/edc23bef2f3103b41102bad512f4f61c6e463edeef1ca9dd79b233b3bf9eab1e.jpg) - Systeeminstellingen: Ontvangstinstelling (pagina 7-104) Stel deze instelling in op "Handmatige Ontvangst" om gebruik te maken van faxontvangst op afstand. - Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Extern Ontvangstnummer Dit wordt gebruikt om het nummer te wijzigen dat gebruikt wordt voor faxontvangst op afstand. De standaard fabrieksinstelling is "5".

TELEFOONGESPREKKEN VOEREN EN ONTVANGEN

U kunt op uw extra telefoon gewoon telefoongesprekken voeren en ontvangen. Er kan ook worden getelefoneerd door vanaf de machine te bellen.

DE STATUS VAN FAXOPDRACHTEN CONTROLEREN

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de status van gereserveerde verzendingsopdrachten en van ontvangen faxen kunt controleren.

OPDRACHTSTATUSCHERM

Het scherm opdrachtstatus verschijnt wanneer u op de toets [OPDRACHT STATUS] op het bedieningspaneel drukt. Het opdrachtstatusscherm geeft de status van opdrachten per modus weer. Als u op de toets [OPDRACHT STATUS] drukt, wordt het opdrachtstatusscherm weergegeven van de modus die u gebruikte voordat u op de toets drukte. Gereserveerde verzendingen en ontvangen faxen worden hier beschouwd als opdrachten. Voorbeeld: Het indrukken van de toets in de faxfunctie ![](images/16ccc7be6f65ab13dc62374e53094ee535a2302bb680826cf2d3f89c192e0b05.jpg) ![](images/962e51d4cd6ecfb210fe3a95807244d1fa8bf1c0ce354e630a130ca12dabb5e9.jpg) Het opdrachtstatusscherm bevindt zich onderaan aan de linkerkant van het aanraakscherm. U kunt op het opdrachtstatusscherm drukken om het opdrachtstatusscherm te openen. ![](images/c1a4be800cbb4719ba960ec9f65223f3d11a7bba4632bf7aa6e1f49420059802.jpg)

SCHERM OPDRACHTWACHTRIJ EN SCHERM UITGEVOERDE OPDRACHTEN

Het opdrachtstatusscherm bestaat uit twee schermen: het scherm opdrachtwachtrij waarin gereserveerde opdrachten en de opdracht in uitvoering worden weergegeven, en het scherm uitgevoerde opdrachten. Wissel tussen de twee schermen door op onderstaande selectietoets (2) van het opdrachtstatusscherm te drukken. Scherm Opdrachtwachtrij Het scherm voor voltooide opdrachten ![](images/bbcf2b23b75480cf3a13e98cd33c1c3c20e28b9d06d7519b88f5492cd3f72ca0.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Adres"] --> B["Time"] --> C["Mapping Status"]
    C --> D["2 Rondzenden0001 10:06 04/01 020/003 Verbinden"]
    D --> E["1 0123456789"]
    D --> F["1 10:35 04/01 000/334 Macster"]
    D --> G["1 1 0123456789"]
    D --> H["1 10:37 04/01 000/334 Macster"]
    D --> I["4 033 BBB 10:30 04/01 000/310 Macster"]
    D --> J["5 Rondzenden 10:33 04/01 000/310 Macster"]
    D --> K["Stop./Kis."]
    L["Opdr.Paceter"] --> M["Voltonoid"]
    N["Details"] --> O["1 10:35 04/01 010/33 33G00000"]
    P["Opdr.Machter"] --> Q["Voltgold"]
    R["Stop./Kis."] --> S["Stop./Kis."]
    T["Adres Starttijd Paging Status"] --> U["Rondzenden33E1 10:00 04/01 01:07/33 33G00000"]
    U --> V["Rondzenden33E2 10:05 04/01 33I/301 Verzenden OK"]
    V --> W["COC CCC 10:22 04/01 33I/304 Verzenden OK"]
    W --> X["0123456789 10:30 04/01 010/310 Verzenden OK"]
    X --> Y["Stop./Kis."]
    Z["Opdr.Paceter"] --> AA["Voltgold"]
    AB["Stop./Kis."] --> AC["Stop./Kis."]

(1) Modus selectietabs

Gebruik deze tabs om het opdrachtstatuscherm van elke modus te selecteren

(2) Selectietoets van opdrachtstatuscherm

Druk op deze toets om te wisselen tussen het scherm opdrachtwachtrij en het scherm uitgevoerde opdrachten.

(3) [Details]-toets in het scherm opdrachtwachtrij

Dit geeft gedetailleerde informatie over een distributie verzendopdracht of een navraagopdrachtenreeks die gereserveerd of in uitvoering is. Selecteer de toets van de gewenste opdracht in het scherm opdrachtwachtrij (6) en druk op [Details]. GERESEERVEERDE OPDRACHTEN OF OPDRACHTEN IN UITVOERING CONTROLLEREN (pagina 4-131)

(4) Toets [Prioriteit]

Druk op deze toets om prioriteit te verlenen aan de geselecteerde opdracht. VOORRANG GEVEN AAN EEN GERESERVEERDE FAXOPDRACHT (pagina 4-134)

(5) Toets [Stop./Wis.]

Druk op deze toets om een geselecteerde opdracht te stoppen of wissen. EEN FAX IN UITVOERING OF EEN GERESERVEERDE FAX ANNULEREN (pagina 4-133)

(6) Scherm Opdrachtwachtrij

Opdrachten worden weergegeven als toetsen op volgorde van reservering. Elke toets toont informatie over een opdracht en de huidige status. Weergave opdrachttoetsen (pagina 4-128)

(7) Toets [Details] in het scherm uitgevoerde opdrachten

Dit geeft gedetailleerde informatie over de resultaten van voltooide distributieverzendopdrachten, voltooide reeksen van navraagopdrachten en voltooide opdrachten die gebruikmaakten van de functie documentarchivering. Selecteer de toets van de gewenste opdracht in het scherm uitgevoerde opdrachten (9) en druk op [Details]. U kunt vanaf het detailscherm de fax naar bestemmingen verzenden waarnaar de verzending niet slaagde. UITGEVOERDE OPDRACHTEN CONTROLEREN (pagina 4-132)

(8) Toets [Oproep]

Druk op deze toets om te bellen en gebruik een opgeslagen verzend- of ontvangstopdracht met de functie documentarchivering.

(9) Scherm uitgevoerde opdrachten

Hierop worden maximaal 99 ontplooide verzendingen / ontvangstopdrachten weergegeven. Er worden een beschrijving van elke opdracht en het resultaat (de status) weergegeven. Distributieverzendopdrachten, reeksen van navraagopdrachten en ontvangen faxen doorsturopdrachten die gebruikmaakten van de functie documentarchivering worden weergegeven als toetsen.

Weergave opdrachttoetsen

Op de toetsen voor de opdrachtwachtrij en uitgevoerde opdrachten op het opdrachtstatuscherm wordt de volgende informatie weergegeven. ![](images/74d8b9e6c00ce9a772c4136b63a864472a011cf18152dc23b9733118da5c13a9.jpg) (1) Geeft het nummer (de positie) van de opdracht in de wachtrij aan. Wanneer de huidige verzendopdracht voltooid is, schuift elke opdracht een positie naar boven in de opdrachtwachtrij. Het nummer verschijnt niet op de toetsen van het scherm met uitgevoerde opdrachten. (2) Moduspictogram Dit geeft het type opdracht aan. In het voltooide opdrachtenscherm verschijnt er naast het icoon een kleurenbalk met zwart-wit aanduiding. (Het kleurenbalkpictogram verschijnt niet in de toets van een opdracht waarbij documentarchivering is gebruikt of in de toets van een geannuleerde verzend/ontvangstopdracht.)
PictogramOpdrachttype
Faxverzending
Faxontvangst
Distributieverzending, navraagopdrachtenreeks of inkomende routing
PC-Fax verzending
(3) Naam van de ontvanger Voor een verzending betekent dit de naam of het faxnummer van de bestemming. Voor een ontvangst betekent dit het faxnummer van de verzender. Bij een distributieverzending of navraagopdrachtreesks wordt "Distribueren" of "Multinavraag" samen met een distributiecontrolenummer (4 cijfers) weergegeven. (4) Tijd van reservering / Starttijd In het scherm opdrachtwachtrij, de datum en tijd waarop de opdracht werd gereserveerd. In het scherm uitgevoerde opdrachten, de datum en tijd waarop de opdracht werd gestart. (5) Aantal pagina's Geeft het aantal verzonden pagina's / totaal aantal pagina's originelen aan. (6) Status Geeft de opdrachtstatus weer. \- Opdracht in uitvoering
Bericht Status
"Verbinden" Verbinding maken
"Verzenden" Verzenden
"Ontvangen" Ontvangen
"Tel" Met iemand spreken via de extra telefoon
"Gestopt" De opdracht is gestopt.
"Fout"Tijdens het uitvoeren van de opdracht heeft zich een fout voorgedaan.
\- Opdracht die wacht op uitvoering
Bericht Status
"Wachten"Opdracht wacht op uitvoering.
"Herhaalmodus"Opdracht wordt nogmaals uitgevoerd vanwege een communicatiefout of ander probleem.
De dag en de tijd worden weergegeven.Timerverzendopdracht (de opgegeven tijd wordt weergegeven)
- Uitgevoerde opdracht
Bericht Status
"Verzenden OK"Verzending voltooid.
"In Geheugen"Ontvangst voltooid, maar de fax is niet afgedrukt.
"Ontvangen" Afgedrukte ontvangen faxgegevens.
"Doorstuur OK"De ontvangen fax is doorgestuurd.
"Gestopt" De opdracht werd gestopt.
"Wissen" Verwijderde ontvangen gegevens op het scherm afbeeldingscontrole.
"Aantal succesvolle verzendbestemmingen / Totaal aantal bestemmingen OK"Voltooiing van een distributieverzending, navraagopdrachtrees of inkomende routing bewerking. Als er 3 bestemmingen van 5 verzendingen succesvol waren, verschijnt het bericht "003/005".
"Geen antwrd."Er is een fout opgetreden omdat er geen antwoord kwam van de bestemming.
"Bezet" Er is een fout opgetreden omdat de ontvanger bezet was.
"Ontvangst Weigeren"Er werd een fax verzonden van een verzender die geblokkeerd werd door de functie anti-junkfax.
"NGxxxxx" De verzending/ontvangst faalde omdat er een communicatiefout is opgetreden (er verschijnt een 6-cijferige foutcode in xxxxxx).
"Fout" Tijdens het uitvoeren van de opdracht heeft zich een fout voorgedaan.

VOORTGANG WANNEER EEN OPDRACHT UIT DE WACHTRIJ IS UITGEVOERD

Een normale verzendopdracht die wordt voltooid gaat over naar het scherm uitgevoerde opdrachten en in de statuskolom verschijnt "Verzenden OK". Ontvangen faxen, timer verzendopdrachten, herhaalopdrachten en doorgestuurde opdrachten worden als volgt in het opdrachtstatusscherm behandeld.

Faxontvangstopdrachten

Als er een fax wordt ontvangen, verschijnt het bericht "Ontvangen" in het opdrachtwachtrijscherm. Als de ontvangst is voltooid, gaat de taak over naar het scherm uitgevoerde opdrachten en verschijnt "In Geheugen". Nadat de fax is afgedrukt, verandert de status in "Afgedrukt".

Timerverzendopdrachten

Een timer verzendopdracht verschijnt onderaan het opdrachtwachtrijscherm totdat het de aangegeven tijd is. Op de aangegeven tijd wordt de opdracht uitgevoerd. Als er nog een andere opdracht in uitvoering is, wordt de timeropdracht gestart zodra de andere opdracht is voltooid.

Herhaalopdrachten

Een herhaalopdracht verschijnt onderaan het opdrachtwachtrijscherm. Wanneer het ingevoerde herhaalinterval verstreken is, wordt de opdracht uitgevoerd. Als er voor de herhaalopdracht al opdrachten gereserveerd waren, wordt de herhaalopdracht onderaan de opdrachtwachtrij gereserveerd en uitgevoerd wanneer hij aan de beurt is.

Faxontvangstopdrachten wanneer Inkomende Routering ingeschakeld is

Wanneer Inkomende Routering is ingeschakeld in de webpagina's, worden faxontvangstopdrachten afhankelijk van de afdrukinstelling als volgt behandeld. ONTVANGEN FAXEN NAAR EEN NETWERKADRES DOORSTUREN (Instelling voor inkomende routing) (pagina 4-66) \- Ontvangen fax is niet afgedrukt Het bericht "Ontvangen" verschijnt in het opdrachtwachtrijscherm terwijl de fax wordt ontvangen. Als de ontvangst is voltooid, gaat de taak over naar de opdrachtwachtrij van het scherm opdrachtstatus van de scanmodus. \- Ontvangen fax is afgedrukt Als de ontvangst is voltooid, gaat de taak over naar het scherm uitgevoerde opdrachten en verschijnt "In Geheugen". Nadat de fax is afgedrukt, verschijnt het bericht "Afgedrukt". De opdracht die wordt verzonden wordt aan het opdrachtstatusscherm van de scanfunctie toegevoegd. Wanneer het doorsturen voltooid is, verschijnt het bericht "Doorstuur OK".

GERESEERVEERDE OPDRACHTEN OF OPDRACHTEN IN UITVOERING CONTROLEREN

U kunt de gedetailleerde inhoud weergeven van een distributieverzending of van een reeks navraagopdrachten. Selecteer (druk op) de toets van de opdracht die u wilt controleren en druk op de [Details]-toets. Het scherm voor opdrachtdetails verschijnt (zie hieronder). ![](images/c47f1a46afa704229c37eb355ada83d76225406c5bfa2342a3d9ee2abda96c77.jpg) De naam van de opdracht en de vooruitgang (aantal voltooide bestemmingen/ totaal aantal bestemmingen) verschijnt bovenaan in het scherm. Druk op een tabblad om de daarop aanwezige informatie weer te geven. Op de tabs wordt de volgende informatie weergegeven.
Tabnaam Weergegeven informatie
Fax verbinden Er verschijnt informatie over de huidige bestemming.Faxnr: Het faxnummer van de bestemming.Naam: De naam van de bestemming.Nummer: Het distributiecontrolenummer (3 cijfers).Pagina: Het aantal voltooide pagina's / totaal aantal pagina's
Fax wachten Dit geeft informatie over de wachtende bestemmingen. Voor elke bestemmingverschijnt een distributiecontrolenummer (3 cijfers).Adres: De naam van de andere bestemming.Status: De communicatiestatus.
MisluktDit geeft de informatie over bestemmingen waarvoor de communicatie mislukt is. Voorelke bestemming verschijnt een distributiecontrolenummer (3 cijfers).Adres: De naam of het faxnummer van elke bestemming.Starttijd: Het tijdstip waarop de communicatie begon.Status: De communicatiestatus.
Alle Bestemm.Dit geeft alle bestemmingen weer die in de opdracht aangegeven zijn. Voor elkebestemming verschijnt een distributiecontrolenummer (3 cijfers).Adres: De naam of het faxnummer van elke bestemming.Starttijd: Het tijdstip waarop de communicatie begon.Status: De communicatiestatus.

UITGEVOERDE OPDRACHTEN CONTROLEREN

U kunt een lijst controleren van de bestemmingen, de bestemmingen waarvoor de verzending mislukte en andere gedetailleerde informatie over voltooide distributieverzendopdrachten, ontvangen faxen doorstuuropdrachten, voltooide reeksen van navraagopdrachten en voltooide opdrachten die gebruikmaakten van de functie documentarchivering. Druk op de toets van de gewenste opdracht in het scherm voor voltooide opdrachten en druk op de [Details]-toets. Het scherm met opdrachtdetails verschijnt (zie hieronder). ![](images/3e191591077e20a05f8845e607238f50c0269be92034d5e938b9bf830100b23b.jpg) De naam van de opdracht wordt boven in het scherm met opdrachtdetails weergegeven. Bekijk details van de opdracht door op een van de tabs te drukken. Op de tabs wordt de volgende informatie weergegeven.
Tabnaam Weergegeven informatie
Bestand Informatie over een verzending/ontvangst die gebruikmaakte van documentarchivering.Druk op de toets [Oproep] om het bestand op te roepen en te gebruiken.
MisluktDit geeft de informatie over bestemmingen waarvoor de communicatie mislukt is. Voor elke bestemming verschijnt een distributiecontrolenummer (3 cijfers).Adres: De naam of het faxnummer van elke bestemming.Starttijd: Tijd waarop de communicatie begonStatus: Beschrijving van de storing (fout)U kunt de [Nogmaals]-toets indrukken om opnieuw te proberen een verzending naar die bestemming te versturen.*
Alle Bestemm.Toont alle adressen die zijn opgegeven voor de opdracht. Voor elke bestemming verschijnt een distributiecontrolenummer (3 cijfers).Adres: De naam of het faxnummer van elke bestemming.Starttijd: Tijd waarop de communicatie begon.Status: Resultaat communicatieU kunt de [Nogmaals]-toets indrukken om opnieuw naar alle bestemmingen een verzending te sturen.*
\* Opnieuw bellen is niet mogelijk bij een distributieverzending waarin een adres voor Scannen naar FTP, Scannen naar netwerkmap, of Scannen naar desktop is inbegrepen.

EEN FAX IN UITVOERING OF EEN GERESERVEERDE FAX ANNULEREN

Volg de onderstaande stappen om een faxverzending in uitvoer of een gereserveerde faxopdracht te annuleren. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/ff3dd4c19a30c6389e9f4e7f400d640ba003a387501c15fb153a46542b783851.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/44e2a671c44d2b8eabc5a86917b5c78068f0d4c9de49c3c6fa557babaecbec1e.jpg) (1) (2) Selecteer de faxopdracht die u wilt annuleren. (1) Druk op de toets van de faxopdracht die geannuleerd moet worden. (2) Druk op [Stop./Wis.]. 3 ![](images/55fb11a40d68452558b0dfd0c9b452d46774a1736be4b5739bb3b87f716e555c.jpg) Druk op de toets [Ja]. ![](images/1fa72913ac61f48b0fc6ef123a72931d6e80a641af237326c6b353773dfb9108.jpg) Als de geselecteerde faxopdracht niet wilt annuleren... Druk op de [Nee]-toets. ![](images/50fbd07bbc3f68081666f1b9d9dc46b931d7273195539bf58b9fa5a341e0f19e.jpg) Het afdrukken van ontvangen faxen en doorgestuurde opdrachten die zijn ingesteld met behulp van "Instelling voor inkomende routing" kan niet worden geannuleerd. ONTVANGEN FAXEN NAAR EEN NETWERKADRES DOORSTUREN (Instelling voor inkomende routing) (pagina 4-66)

VOORRANG GEVEN AAN EEN GERESERVEERDE FAXOPDRACHT

Als er meerdere opdrachten wachten op verzending, worden de opdrachten normaal gesproken op volgorde van reservering verzonden. Mocht het nodig zijn om een opdracht voorrang te verlenen boven andere opdrachten, ga dan als volgt te werk. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/6884ccf3bdec500ff5755ae10c74ae0b009844402eac18b7a40cc0f6ed0e0822.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/ac8ca532ddd68e8adbec0a7016a1e7e01e48efcf3ef39a1f933f0bcf0570ec01.jpg) (1) (2) Selecteer de faxopdracht die u voorrang wilt geven. (1) Druk op de toets van de gewenste opdracht. (2) Druk op [Prioriteit]. De geselecteerde opdracht schuift op naar de eerste positie volgend op de opdracht in uitvoering. De opdracht wordt uitgevoerd zodra de opdracht in uitvoering is voltooid. ![](images/2edf8903424709a17af25fafeb4a05617f826206a58e368e63e3336b02cf9ba4.jpg) Als de opdracht in uitvoering een distributieverzendopdracht is of een navraagopdrachtenreeks, zal de opdracht met voorrang tussen de bestemmingen van de distributieverzending en de navraagopdrachtenreeks in verzonden worden. Maar als de opdracht met voorrang een distributieverzendopdracht is of een navraagopdrachtenreeks, dan zal hij worden uitgevoerd nadat de huidige opdracht voltooid is.

HET ACTIVITEITENLOGBOEK NAKIJKEN (Activiteitenrapport Beeld Verzenden)

ACTIVITEITENRAPPORT BEELD VERZENDEN

U kunt de machine een logboek laten afdrukken van recente beeldverzendingsactiviteiten (datum, naam, naam andere partij, vereiste tijd, resultaat, enz.). Het Activiteitenrapport Beeld Verzenden bevat nuttige informatie over bijvoorbeeld het soort fouten dat zich voordoet. De laatste 200 transacties worden in het rapport opgenomen. U kunt zorgen dat het Activiteitenrapport Beeld Verzenden telkens bij het bereiken van een aantal van 201 transacties wordt afgedrukt, of op een aangegeven tijdstip (slechts eenmaal per dag). ![](images/a68b64f6bfa637c1cb3abdaf9d59d9c69023a238180b2bf2de26b845006e0163.jpg) De inhoud van het Activiteitenrapport Beeld Verzenden wordt gewist als het rapport is afgedrukt, en kan dus niet opnieuw worden afgedrukt. ![](images/296997b43059e7741b1508162be8be668d23d02a7ba4158e93c674df444c5d4f.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Afdrukken Activiteitenrapport Hiermee worden de afdrukvoorwaarden voor activiteitsrapporten ingesteld. De standaardfabrieksinstelling is niet afdrukken. U kunt zorgen dat het Activiteitenrapport Beeld Verzenden telkens bij het bereiken van 201 transacties wordt afgedrukt, of op een aangegeven tijdstip (slechts eenmaal per dag).

INFORMATIE IN DE STATUSKOLOM

Foutsoorten en andere informatie worden afgedrukt in de statuskolom van transmissie- en activiteitsrapporten. Als er een transmissie- of activiteitsrapport is afgedrukt, controleer de resultaten van de transactie dan in de statuskolom en neem desgewenst maatregelen. Voorbeelden van berichten die in de statuskolom worden afgedrukt
Bericht Uitleg
OK De transactie is normaal verlopen.
G3 De communicatie vond plaats in de modus G3.
ECM De communicatie vond plaats in de modus G3 ECM.
SG3 De communicatie vond plaats in de modus Super G3.
Doorzenden De ontvangen data werd doorgestuurd.
GEEN RESPONS Er was geen respons van de ontvanger.
BEZET De verzending was niet mogelijk omdat de ontvanger de lijn bezet hield.
ANNULEREN De verzending werd geannuleerd terwijl ze uitgevoerd werd.
GEHEUGEN OVER Het geheugen raakte vol tijdens de snelle on-line verzending.
GEHEUGEN VOL Het geheugen is vol geraakt tijdens de ontvangst.
LENGTE OVERDe verzonden fax was meer dan 1,5 m (59") lang en kon daardoor niet ontvangen worden.
ORIGINEELFOUTDe directe verzending of de handmatige verzending is niet gelukt omdat er een papierstoring plaatsvond.
PASNR NG De verbinding werd verbroken omdat het navraagwachtwoord niet juist was.
GEEN RX-NAVRAAG De machine die werd nagevraagd heeft geen navraagfunctie.
RX-NAVRAAAGFOUTDe andere machine weigerde de navraaghandeling of uw machine verbrak de verbinding toen ze werd nagevraagd, omdat er geen data in het geheugen aanwezig was.
F-CODE RX-NAVRAAGFOUTDe andere machine weigerde een navraaghandeling met F-code, of uw machine verbrak de verbinding toen ze werd nagevraagd, omdat er geen data aanwezig was in het navraaggeheugenvak met F-code.
RX NAVRGNR NGDe verbinding werd verbroken, omdat het subadres voor het navraaggeheugen met F-code niet geldig was.
F-NAVRG PAS# NGDe verbinding werd verbroken, omdat het wachtwoord voor het navraaggeheugen met F-code niet geldig was.
VAKNR. NGUw machine verbrak de verbinding, omdat het opgegeven subadres voor een geheugenvak met F-code niet bestaat.
F-PASNR NGUw machine verbrak de verbinding, omdat de andere machine een onjuist wachtwoord gaf voor communicatie met F-code.
RX GN F-CODENVRGNavraag met F-code werd geprobeerd, maar de andere machine had geen navraaggeheugenvak met F-code.
GEEN F-FUNCTIECommunicatie met F-code werd geprobeerd, maar de andere machine ondersteund geen communicatie met F-code.
GEEN F-CODEDe andere machine weigerde communicatie met F-code vanwege een onjuist subadres of vanwege een andere reden.
GEH.V.: [xxxxx] * * * * * *Er werd data ontvangen in een vertrouwelijke of relay-distributiegeheugenvak, of er werd de data verzonden naar een navraaggeheugenvak.De naam van het geheugenvak verschijnt in [xxxxx] en de soort F-code-handeling (relay-verzoekverzending, navraaggeheugenverzending, of vertrouwelijke ontvangst) verschijnt in * * * * * * .
FOUT xx (xxxx)De transactie is wegens een communicatiefout mislukt.Eerste twee cijfers van communicatiefoutnummer: Foutcode van 00 tot 99.Laatste vier cijfers van communicatiefoutnummer: Code voor gebruik door onderhoudstechnici.
GEWEIGERDEen afzender van wie de ontvangst geblokkeerd is, verzond een fax.
SPECIFICATIES FAXAPPARAAT
Model MX-FXX2
Geschikte telefoonlijn Openbaar geschakeld telefoonnet, PBX
Scanresolutie(ondersteuntITU-T-normen)8x3,85 lijnen/mm (standaard), 8 x 7,7 lijnen/mm (fijn, fijn-halftoon), 8 x 15,4 lijnen/mm (extra fijn, extra fijn - halftoon), 16 x 15,4 lijnen/mm (ultrafijn, ultrafijn - halftoon)
Verzendsnelheid33,6 kbps tot 2,4 kbps Automatische uitwijkfaciliteit
Compressiemethode MH / MR / MMR / JBIG
VerzendfunctiesSuper G3, G3 (het apparaat kan uitsluiten faxberichten ontvangen en versturen naar apparaten die G3 of Super G3 ondersteunen)
Invoer documentformaatAB-formaten: A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5, 216 mm x 340 mm, 216 mm x 343 mmInchformaten: 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11" R, 5-1/2" x 8-1/2"Lange originelen (max. breedte 297 mm (11-45/64") x max. lengte 1000 mm (39-23/64") kunnen verzonden worden met de automatische origineelinvoerlade. Eén zijde scannen is mogelijk.)
PapierformatenA3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5R (11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11" R, 5-1/2" x 8-1/2" R)
Overdrachtstijd*1Ongeveer 2 seconden (Super G3-modus/33,6 kbps, JBIG)Ongeveer 6 seconden (G3 ECM-modus/14,4 kbps)
Stroomtoevoer Geleverd door het apparaat
Afmetingen192 mm (b) x 52 mm (d) x 215 mm (h) (7-9/16" (b) x 2-3/64" (d) x 8-15/32" (h))
GewichtOngeveer 1,0 kg (2,2 lbs.)
BijzonderhedenExtra telefoonaansluiting Mogelijk (1 telefoon)
Aantal sneltoetsen voor het opslaan van bestemmingen*2Maximumaantal toetsen: 1000
Aantal bestemmingen dat per groep kan worden opgeslagen (1 toets)*2Maximumaantal bestemmingen in één groep (1 toets): 500
Timer verzending Ja
ProgrammafunctieJa (48 programma's)
Verzending met F-codeOndersteunde (SUB/SEP- (subadres) en SID/PWD- (wachtwoord) signalen kunnen worden verzonden/ontvangen)
Beeldgeheugen8 MB standaard
\*1 De verzendsnelheid voor een A4 of 8-1/2" x 11" document met ongeveer 700 letters bij een standaardresolutie (8 x 3,85 lijnen/mm) verzonden in hogesnelheidsmodus is 33,6 kbps (JBIG) of 14,4 kbps. Dit betreft alleen de tijd die nodig is voor de verzending van de beeldinformatie; de tijd die nodig is voor de verzending van protocolsignalen is niet inbegrepen. Werkelijke verzendtijden variëren afhankelijk van de inhoud van een document, het type ontvangend apparaat en de conditie van de telefoonverbinding. \*2 Totaal aantal bestemmingen (Scannen naar e-mail, Scannen naar FTP, Scannen naar bureaublad, Scannen naar netwerkmap, Internetfax, Fax en Groep)

HOOFDSTUK 5

SCANNER/INTERNETFAX

Dit hoofdstuk biedt uitgebreide uitleg van de procedures voor het gebruik van de scannerfunctie en de functie Internetfax. De USB-geheugenmodus kan worden gebruikt zonder installatie van een randapparaat.

VOORDAT U DE MACHINE ALS NETWERKSCANNER GEBRUIKT

NETWERKSCANNERFUNCTIE.... 5-3

VOORBEREIDINGEN VOOR GEBRUIK ALS

NETWERKSCANNER 5-5

• ZORG DAT DE HOOFDSTROOMSCHAKELAAR OP "AAN" STAAT 5-5 • DATUM EN TIJD CONTROLEREN ..... 5-5 • AFZENDERGEGEVENS OPSLAAN ..... 5-5 • VEREISTE INSTELLINGEN OP DE WEBPAGINA'S. 5-6 - BESTEMMINGSADRESSEN IN HET ADRESBOEK OPSLAAN VOOR ELKE SCANMODUS 5-6 - BESTEMMINGEN OPSLAAN VOOR SCANNEN NAAR DESKTOP.... 5-7 • VOORDAT U NAAR EEN DIRECT SMTP-ADRES ZENDT 5-8

BASISSCHERM 5-9

• ADRESBOEKSCHERM 5-12 - WEERGAVE VAN SNELTOETSEN IN HET ADRESBOEKSCHERM WIJZIGEN ..... 5-13

SCAN- EN VERZENDVOLGORDE ..... 5-15

FORMATEN ORIGINEEL 5-17

• VERZENDBARE ORIGINEELFORMATEN ... 5-17 • FORMAAT VAN HET GEPLAATSTE ORIGINEEL 5-17

BESTEMMINGEN INVOEREN

EEN BESTEMMING OPROEPEN VANUIT

HET ADRESBOEK 5-18

• OPROEPEN VAN EEN BESTEMMING ..... 5-19 - GESELECTEERDE BESTEMMINGEN CONTROLEREN EN WISSEN.... 5-20

BESTEMMING OPROEPEN MET EEN

ZOEKNUMMER 5-21

BESTEMMING HANDMATIG OPGEVEN ..... 5-22

• EEN NETWERKMAP OPGEVEN. 5-23

EEN BESTEMMING OPROEPEN UIT EEN

GLOBAAL ADRESBOEK 5-25

OPNIEUW VERZENDEN 5-27

EEN BEELD VERZENDEN

EEN BEELD IN SCANMODUS VERZENDEN .... 5-28

\- ONDERWERP, BESTANDSNAAM, BEANTWOORDEN EN PLATTE TEKST WIJZIGEN 5-32

EEN BEELD IN USB-GEHEUGENMODUS

VERZENDEN 5-35

• GEEF OP IN WELKE MAP HET BESTAND WORDT OPGESLAGEN 5-39 • BESTANDSNAAM INVOEREN ..... 5-40

EEN FAX VERZENDEN IN

INTERNETFAXMODUS 5-41

\- ONDERWERP, BESTANDSNAAM EN PLATTE TEKST WIJZIGEN 5-44

DEZELFDE AFBEELDING NAAR

MEERDERE BESTEMMINGEN VERZENDEN

(Rondzendtransmissie).... 5-47

• RONDZENDOPDRACHTEN WAARIN INTERNETFAXBESTEMMINGEN ZIJN OPGENOMEN 5-50

INTERNETFAX VANUIT EEN PC

VERSTUREN (PC-I-Fax) 5-52

WEERGAVE-INSTELLINGEN 5-53

• AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGINEEL SCANNEN 2-zijdig (origineel) 5-54 • SCANFORMAAT ORIGINEEL EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (Vergroten/Verkleinen) 5-55 • BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN 5-61 • RESOLUTIE WIJZIGEN 5-63 • BESTANDSINDELING WIJZIGEN ..... 5-64 • KLEURENMODUS WIJZIGEN 5-68

CONTROLEREN VAN DE TE VERZENDEN

AFBEELDING (Voorbeeld) 5-69

• VOORBEELD AFBEELDINGSCONTROLE ... 5-70 ![](images/4213c2d15a41a4ef7a967bccca24545c5b7af387a05c844455b9b8008771acb0.jpg)

SPECIALE FUNCTIES

SPECIALE FUNCTIONS 5-71 SCANBEWERKINGEN OPSLAAN (Programma's) ... 5-73 WISSEN VAN SCHADUWRANDEN OP EEN AFBEELDING (Wissen).... 5-75 EEN ORIGINEEL SCANNEN ALS TWEE APARTE PAGINA'S (Dubbele Pg Scannen) .... 5-77 AFBEELDING OP EEN OPGEGEVEN TIJDSTIP VERZENDEN (Timer verzending) .... 5-79 FLETSE KLEUREN OP DE AFBEELDING OP LATEN LICHTEN (Achtergrond-Onderdrukking) .... 5-81 BEIDE ZIJDEN VAN EEN KAART OP ÉÉN PAGINA SCANNEN (KAART FORMAAT).... 5-83 VEEL ORIGINELEN INEENS SCANNEN (Opdr. samenst.). . . . . 5-86 ORIGINELEN VAN VERSCHILLEND FORMAAT SCANNEN (Origineel gem. form.) . . . 5-88 SCANNEN VAN DUNNE ORIGINELEN (Langzame scanmodus) 5-90 HET AANTAL GESCANDE ORIGINELE VELLEN CONTROLEREN VOOR VERZENDING (Aantal originelen) 5-92 EEN STEMPEL ZETTEN OP GESCANDE ORIGINELEN (Verif. Stempel) 5-94 TWEE PAGINA'S ALS ÉÉN PAGINA VERZENDEN (2-in-1) 5-96 AFDRUKINSTELLINGEN VOOR HET TRANSMISSIERAPPORT WIJZIGEN (Transmissierapport) 5-99

STATUS VAN VERZEND/ONTVANGSTOPDRACHTEN CONTROLLEREN

OPDRACHTSTATUSCHERM 5-101 - SCHERM OPDRACHTWACHTRIJ EN SCHERM UITGEVOERDE OPDRACHTEN. . 5-102 • VOORTGANG WANNEER EEN OPDRACHT UIT DE WACHTRIJ IS UITGEVOERD ..... 5-105 - UITGEVOERDE OPDRACHTEN CONTROLEREN .... 5-106 STOPPEN VAN EEN SCANOPDRACHT DIE WORDT VERZONDEN OF WACHT OP VERZENDING ..... 5-107 PRIORITEIT TOEKENNEN AAN EEN SCANVERZENDOPDRACHT 5-108 ACTIVITEITENLOGBOEK VAN INTERNETFAX CONTROLLEREN (Activiteitenrapport Beeld Verzenden) ..... 5-109 • ACTIVITEITENRAPPORT BEELD VERZENDEN. . . . 5-109 • INFORMATIE IN DE STATUSKOLOM..... 5-109

INTERNETFAX ONTVANGSTFUNCTIES

INTERNETFAX ONTVANGEN 5-110 • HANDMATIG INTERNETFAXEN ONTVANGEN. 5-111 EEN FAX MET WACHTWOORDBEVEILIGING AFDRUKKEN (Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens) 5-112 DE AFBEELDING VOOR HET AFDRUKKEN CONTROLEREN .... 5-113 • SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE .... 5-114 ONTVANGEN INTERNETFAXEN NAAR EEN NETWERKADRES DOORSTUREN (Instelling voor inkomende routing) 5-115 \- INSTELLING VOOR INKOMENDE ROUTING CONFIGUREREN. 5-115

SCANNEN VANAF EEN COMPUTER (PC-scanmodus)

BASISPROCEDURE VOOR SCANNEN ..... 5-119

METADATAVERZENDING

METADATAVERZENDING (Gegevensinvoer) .. 5-124 VOORBEREIDINGEN VOOR METADATAVERZENDING. 5-125 • VEREISTE INSTELLINGEN OP DE WEBPAGINA'S 5-125 • METADATA VERZENDING VOOR SCANNEN NAAR DESKTOP.... 5-125 METADATA VERZENDEN.... 5-126 • METADATAVELDEN 5-128 PECIFICATIES NETWERKSCANNER/INTERNETFAX ..... 5-129 SPECIFICATIES PULL SCAN-FUNCTIE (TWAIN) 5-129

VOORDAT U DE MACHINE ALS NETWERKSCANNER GEBRUIKT

Dit gedeelte bevat informatie waarmee u vertrouwd moet zijn voordat u de machine als een netwerkscanner gebruikt.

NETWERKSCANNERFUNCTIE

Met de netwerkscannerfunctie van de machine kunt u een origineel scannen en er een beeldbestand van maken. Dit bestand kan via een netwerk naar een computer, FTP-server of andere bestemming worden gezonden. Het is ook mogelijk om vanaf uw computer te scannen met een TWAIN-compatibele toepassing. Met de functie netwerkscanner zijn de volgende scanmodi mogelijk.

Scanmodi

EEN BEELD IN SCANMODUS VERZENDEN (pagina 5-28)

Scannen naar E-mail

Het gescande bestand wordt naar e-mailadres verzonden. ![](images/fc90fb9abbc5c805564f563be4485f54825a807cdc9d6f0deab52ebf62b06551.jpg)
natural_image Line drawing of a desktop computer setup with monitor, keyboard, and tower (no text or symbols)

Scannen naar FTP

Het gescande bestand wordt naar een opgegeven directory van een FTP-server gezonden. Nadat het bestand is verstuurd, is het ook mogelijk om een e-mail naar een eerder opgeslagen e-mailadres te versturen om de ontvanger op de hoogte te brengen van de locatie van het bestand. (Dit wordt "Scannen naar FTP (Hyperlink)" genoemd.) ![](images/1c07422e7f1761fe9035b1cf08dc550813f834649e0b5b7133aa84f0df470186.jpg)

Scannen naar desktop

Het gescande bestand wordt naar een opgegeven map op uw computer gezonden. Voor het gebruik van Scannen naar Desktop moet software worden geEstalleerd van de cd-rom "Sharpdesk/Network Scanner Utilities" bij deze machine. Raadpleeg de handleiding (PDF-formaat) of het Leesmij-bestand op de cd-rom voor de systeeminstellingen van de software. De procedures voor het installeren van de software vindt u in het "Sharpdesk INSTALLATIEHANDBOEK". ![](images/fd4a4fcc93b5e34543753e9c6eda62dc88f58a293869cdc5c5ff864f75a668c7.jpg)

Scannen naar netwerkmap

Het gescande bestand wordt naar een gedeelde map op een Windows-computer op hetzelfde netwerk als de machine gezonden. ![](images/75bab9688cb8eb9b7b2cb471c71789e843b4959b58461f4f951b46fd9a9f3860.jpg)

USB-geheugenmodus

EEN BEELD IN USB-GEHEUGENMODUS VERZENDEN (pagina 5-35)

USB-geheugenscan

Het gescande bestand wordt gezonden naar en opgeslagen op een USB-geheugenapparaat dat op de machine is aangesloten. ![](images/2e7ea89468db9ba2176d4b83c46c2c96c5fdacc33f24ab91a02b689a4acf13af.jpg)

Internetfaxmodus

Om de internetfaxfunctie te kunnen gebruiken, moet de internetfaxuitbreidingskit zijn geEstalleerd. EEN FAX VERZENDEN IN INTERNETFAXMODUS (pagina 5-41)

Verzending Internetfax

Het gescande bestand wordt als internetfax verzonden. Ontvangst als internetfax is eveneens mogelijk. De machine ondersteunt Direct SMTP, waarmee u rechtstreeks internetfaxen binnen uw bedrijf kunt versturen zonder een mailserver. ![](images/1f3d0a18b377fddfedec27dcc86d36eef24b2c4d48a2e3b34566bc5ef9ccbf67.jpg)

PC-scanmodus

SCANNEN VANAF EEN COMPUTER (PC-scanmodus) (pagina 5-119)

PC-scan

Er wordt een TWAIN-compatibele toepassing gebruikt op een computer die op hetzelfde netwerk als de machine is aangesloten om een document of afbeelding te scannen. Voor het gebruik van de PC Scan moet het stuurprogramma van de scanner zijn geïnstalleerd van de "Software cd-rom" bij de machine. Te gebruiken besturingssystemen zijn Windows 2000/XP/Server 2003/Vista/Server 2008/7. ![](images/edd84e7e7863e46f8b7070b02f4b25821a02453fbb4a81713525f60dd1aeecb0.jpg)

Gegevensinvoermodus

De applicatie-integratiemodule is vereist voor het gebruik van functie metadata verzenden. METADATAVERZENDING (pagina 5-124)

Metadata verzending

De applicatie-integratiemodule kan worden gecombineerd met de netwerkscannerfunctie om een metadatabestand\* aan een gescand afbeeldingbestand toe te voegen. (Dit wordt metadata verzending genoemd.) Informatie die ingevoerd is met het aanraakscherm of die automatisch gegenereerd is door de machine kan worden verzonden naar een directory op een FTP-server of een applicatie op een computer als een metadatabestand in XML-formaat. \* Metadata bieden informatie over een bestand, hoe het bewerkt moet worden en wat zijn relatie is met andere onderwerpen.

VOORBEREIDINGEN VOOR GEBRUIK ALS NETWERKSCANNER

ZORG DAT DE HOOFDSTROOMSCHAKELAAR OP "AAN" STAAT

De stroom is ingeschakeld als de AAN-indicator rechts van het bedieningspaneel brandt. Als de AAN-indicator niet brandt, is de stroom "uitgeschakeld". Zet de stroomschakelaar aan en druk op de toets [AAN] (Pop het bedieningspaneel. Als u de functie Internetfax gebruikt, en vooral wanneer ontvangst of met de timer ingestelde verzending 's nachts plaatsvindt, moet de stroomschakelaar altijd in de stand "aan" staan. ![](images/69e5485b6e7ff758ce0a097e663ceb721831e65a9ae464e61808b71f696467f0.jpg) Als de [ENERGIEBESPARING]-indicator (\_) knippert, staat de machine in de automatische uitschakelfunctie. Als u op de toets [SPAARSTAND] (\_) drukt terwijl de indicator knippert, gaat de indicator uit en keert het apparaat na enkele ogenblikken terug naar de bedrijfsmodus. ![](images/e6ba35670d63302993fbbe6d9978327603afdf222d1605bca30a4cd923778d19.jpg) ![](images/927da3c43cd508b0ce5337af7794098797df0a52bd96a81a52ea8de20d3b413f.jpg)

DATUM EN TIJD CONTROLEREN

Controleer of de correcte datum en tijd in de machine zijn ingesteld. Datum en tijd worden ingesteld in de systeeminstellingen van de machine. Wanneer u op de [SYSTEEM INSTELLINGEN]-toets drukt, verschijnt het scherm systeeminstellingen in het bedieningspaneel. Selecteer [Standaard Instellingen], [Klok], and [Klokaanpassing], en stel jaar, maand, dag, uur en minuten in. ![](images/236b01348fc84073111e108577e670facd2578d5eff27cf0a7f064b6c25b0020.jpg) Als "Aanpassen van klok uitschakelen" in de systeeminstellingen (beheerder) is ingeschakeld, kunt u geen datum en tijd instellen.

AFZENDERGEGEVENS OPSLAAN

Zorg dat u deze gegevens configureert, want dit is nodig voor de communicatie.

Alvorens u Scannen naar E-mail gebruikt

Sla een standaard afzendernaam op in "Naam afzender" en een antwoord-e-mailadres in "Antwoord e-mailadres". Deze zullen worden gebruikt wanneer u geen afzender selecteert. ![](images/7837994633defadd9121f1f603d8d4c74796309815e5f10292a78c67935f1c29.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaard-Afzenderset Hiermee worden de naam van de afzender en het e-mailadres opgeslagen die worden gebruikt als er geen afzender wordt geselecteerd.

Alvorens u internetfax gebruikt

Sla een naam van de afzender op in "Afzendernaam" en het internetfaxadres van een afzender in "Eigen Adres". ![](images/3daba1ac8ab9bba9c7d8913ad6fd73a4d7cb6f0e25f9a57ea4051ea48241a6cf.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Dataregistratie afzender Programmeer met deze instelling de naam en het adres van de afzender.

VEREISTE INSTELLINGEN OP DE WEBPAGINA'S

Om de scanmodus en internetfaxmodus te gebruiken, moeten de basisinstellingen voor de netwerkscanner, de serverinstellingen zoals SMTP- en DNS-instellingen, en het adres van de afzender op de webpagina's worden geconfigureerd.

- Serverinstellingen

Als u serverinstellingen wilt configureren, klikt u op [Netwerkinstellingen] en vervolgens op [Services instellingen] in het menu van de webpagina. (Beheerderrechten zijn vereist.)

- Elementaire netwerkscannerinstellingen

Als u netwerkscannerinstellingen wilt configureren, klikt u op [Toepassingsinstellingen] en vervolgens op [Netwerkscannerinstellingen] in het menu van de webpagina. (Beheerderrechten zijn vereist.)

- Internet Fax-instellingen

Als u netwerkscannerinstellingen wilt configureren, klikt u op [Toepassingsinstellingen] en vervolgens op [Internet Fax-instellingen] in het menu van de webpagina. (Beheerderrechten zijn vereist.)

BESTEMMINGSADRESSEN IN HET ADRESBOEK OPSLAAN VOOR ELKE SCANMODUS

Voor het gebruik van Scannen naar FTP of Scannen naar desktop moet de bestemming in het adresboek zijn opgeslagen. Voor Scannen naar E-mail, Internetfax en Scannen naar netwerkmap kan de bestemming rechtstreeks worden ingevoerd of opgezocht in een algemeen adresboek ten tijde van de verzending. De procedure werkt echter eenvoudiger wanneer de bestemming in het adresboek wordt opgeslagen.

Verzendsoorten in de scanmodus

- Scannen naar FTP: Klik op [Adresboek] in het webpaginamenu en vervolgens op de knop [Toevoegen]. Selecteer de [FTP]-toets in het item de [Adrestype]-toets en sla vervolgens een adres op. - Scannen naar netwerkmap: Klik op [Adresboek] in het webpaginamenu en vervolgens op de knop [Toevoegen]. Selecteer de [Netwerkmap]-toets in het item de [Adrestype]-toets en sla een adres vervolgens op. - Scannen naar e-mail: Klik op [Adresboek] in het webpaginamenu en vervolgens op de knop [Toevoegen]. Selecteer de [E-mail]-toets in het item de [Adrestype]-toets en sla een adres vervolgens op. U kunt het adres ook opslaan in de systeeminstellingen. - Scannen naar desktop: Zie "BESTEMMINGEN OPSLAAN VOOR SCANNEN NAAR DESKTOP" (pagina 5-7). Bestemmingen voor Scannen naar desktop kunnen ook in de webpagina's worden opgeslagen. Klik op [Adresboek] in het webpaginamenu en vervolgens op de knop [Toevoegen]. Selecteer de [Desktop]-toets in het item de [Adrestype]-toets en sla een adres vervolgens op. ![](images/9f4d7701b676cbe54fceac473508a12294d5ebe5abc0ba7827c0683876bfae9d.jpg) Er kunnen in totaal 999 adressen worden opgeslagen. Daarbij kan een gecombineerd maximum van 200 Scannen naar netwerkmap, Scannen naar FTP en Scannen naar desktop adressen worden opgeslagen. Verzending in internetfaxmodus: Klik op [Adresboek] in het webpaginamenu en vervolgens op de knop [Toevoegen]. Selecteer de toets [Internetfax] of [Direct SMTP] voor het [Adrestype] en sla het adres op. U kunt het adres ook opslaan in de systeeminstellingen. ![](images/52f8f5c3090f0fe23e81249c29e94aa134384991ce962590ba181f49afe547b8.jpg) Systeeminstellingen: Adresboek (pagina 7-16) Hiermee worden bestemmingsadressen voor Scannen naar E-mail en Internetfax opgeslagen.

BESTEMMINGEN OPSLAAN VOOR SCANNEN NAAR DESKTOP

Als u uw computer in de machine als een bestemming voor scannen naar desktop wilt opslaan, moet Network Scanner Tool worden geEstalleerd van de cd-rom "Sharpdesk/Network Scanner Utilities" bij deze machine. Om een afbeelding naar uw computer te scannen, moet Network Scanner Tool op uw computer draaien.

NETWORK SCANNER TOOL INSTALLEREN

Raadpleeg "Sharpdesk Installatiehandboek" bij deze machine om Network Scanner Tool te installeren. Wanneer u een standaardinstallatie hebt uitgevoerd, is Network Scanner Tool geEstalleerd met Sharpdesk. Wanneer u na installatie van Network Scanner Tool uw computer opnieuw opstart, start de installatiewizard automatisch. Volg de wizard om Network Scanner Tool te installeren. Hiermee slaat u uw computer op als een bestemming voor scannen naar desktop. De opgeslagen bestemmingen worden in het adresboekscherm als sneltoets weergegeven. Terwijl Network Scanner Tool wordt geïnstalleerd, verschijnt het volgende venster. Het item dat u selecteert bij "Mijn profielen" (C), wordt de naam van de sneltoets. ![](images/7097b1e58c0276aae2420248ae249bc99f7767a773549bd33f03f144f3e15347.jpg) De naam van het profiel wordt bepaald door de combinatie van de tekst die is ingevoerd bij "Voorvoegsel" (A) en het profiel\*. De sneltoets wordt toegewezen aan een indextab in het scherm Adresboek op basis van de bij "Beginletter" (B) ingevoerde tekst. \* Hiermee wordt bepaald hoe een naar uw computer gezonden afbeelding wordt verwerkt. Zie voor meer informatie de uitleg bij profiel (D).

BESTEMMINGEN TOEVOEGEN

Raadpleeg het aantal licenties aangegeven in het "Sharpdesk Installatiehandboek" voor het aantal computers dat in de machine kan worden opgeslagen als bestemming van scannen naar desktop. Voor het opslaan van meer bestemmingen is een licentiekit vereist. Sla de bestemmingen voor Scannen naar desktop op door Network Scanner Tool op iedere computer te installeren.

VOORDAT U NAAR EEN DIRECT SMTP-ADRES ZENDT

De machine ondersteunt Direct SMTP, waarmee u rechtstreeks internetfaxen binnen uw bedrijf kunt versturen zonder een mailserver. Informatie over de procedure voor het opslaan van een Direct SMTP-adres in een adresboek vindt u in "BESTEMMINGSADRESSEN IN HET ADRESBOEK OPSLAAN VOOR ELKE SCANMODUS" (pagina 5-6). Opgeslagen Direct SMTP-adressen worden opgenomen in het adresboek voor de internetfaxmodus.

Als een bestemming bezet is

Als de bestemming bezet is, wacht de machine even en verzendt dan automatisch nog een keer. ![](images/dd58f14cc3853ea062176ae19ac2e29ff0d5f13568305c24643f63d028070d55.jpg) Een verzending annuleren... Annuleer de verzending vanuit het scherm opdrachtstatus. STOPPEN VAN EEN SCANOPDRACHT DIE WORDT VERZONDEN OF WACHT OP VERZENDING (pagina 5-107) ![](images/6dfe705f38f800c6640f3d8e0693932a7a063ade9a420f194782da5110489d98.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Opnieuw oproepen indien bezet Hiermee wordt het aantal pogingen om opnieuw een oproep te plaatsen ingesteld en de tijd tussen de pogingen, indien geen verbinding wordt gemaakt omdat de lijn bezet is.

Als er een communicatiefout optreedt

Als zich een communicatiefout voordoet of de andere faxmachine beantwoordt de oproep niet binnen een vooraf ingestelde tijd, zal er na een vooraf ingestelde tijdsinterval automatisch opnieuw een verbindingspoging worden gedaan. ![](images/d8239af748888b6a533d866c8f6ac9afea889658fd8c260451fb844d265ec064.jpg) Een verzending annuleren... Annuleer de verzending vanuit het scherm opdrachtstatus. STOPPEN VAN EEN SCANOPDRACHT DIE WORDT VERZONDEN OF WACHT OP VERZENDING (pagina 5-107) ![](images/77820b3d1d2bcc8b2219e6ce40d47b6c42fb186b40e19fa424972b8dc61f7c4c.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Opnieuw bellen indien communicatiefout Hiermee wordt het aantal pogingen om opnieuw een oproep te plaatsen ingesteld en de tijd tussen de pogingen, indien een verbinding mislukt door een fout.

BASISSCHERM

De scanmodus, Internetfaxmodus, USB-geheugenmodus en de PC-scanmodus worden bediend door het selecteren van instellingen en opdrachten in de basisschermen van deze modi. Als u het basisscherm van een modus wilt weergeven, drukt u op de toets [BEELD VERZENDEN] in het aanraakscherm en daarna op de tab van de modus die u wilt gebruiken. Basisscherm van scanmodus ![](images/d56c7b3c1ae6112bd75cbda4d694b352f275af5f9ea91a4b537b5161d845f7f2.jpg) Basisscherm van USB-geheugenmodus Basisscherm van Internetfaxmodus ![](images/b69ff14fd9b82ca6428edb377d5e5a996cfd65bf1d5e62a90f19d7a7fe2174ca.jpg)

(1) Modustoetsen

Gebruiken deze toepassing om te wisselen tussen de modussen kopiEen, beeld verzenden en documentarchivering. Als u scanmodus, USB-geheugenmodus, Internetfaxmodus, PC-scanmodus of gegevensinvoermodus wilt gebruiken, drukt u op de toets [BEELD VERZENDEN].

(2) Hier worden diverse berichten weergegeven.

Het pictogram van de geselecteerde modus verschijnt links.

(3) Verzendmodustabs

Druk op één van deze tabs om de beeldverzendmodus te wijzigen. Tabs van modi die niet kunnen worden gebruikt omdat de overeenkomstige opties niet zijn geïnstalleerd, worden niet weergegeven. Als de tabs [USB-geh. scan] en [PC scan] niet verschijnen, drukt u op de tab om het scherm te wijzigen. Als de tabs [Scannen], [Internetfax], [Faxen] en [Gegevensinvoer] niet verschijnen, drukt u op de tab scherm wijzigen. De tab [Gegevensinvoer] verschijnt als de applicatie-integratiemodule is geEstalleerd. Raadpleeg "METADATAVERZENDING" (pagina 5-124) voor informatie over metadata verzending met behulp van de tab [Gegevensinvoer]. ![](images/2ee4a648ecfdcba0f9d50af65f2c91b84d16175a845bc16fa730ceede889db93.jpg)

(4) Toets [Adresboek]

Druk op deze toets om een sneltoets of een groeptoets te gebruiken. Als op de toets wordt gedrukt, verschijnt het Adresboek. EEN BESTEMMING OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK (pagina 5-18)

(5) Toets [Adresinvoer]

Druk op deze toets om een bestemmingsadres handmatig in te voeren in plaats van met een sneltoets. BESTEMMING HANDMATIG OPGEVEN (pagina 5-22)

(6) Toets [Verzendinst.]

Druk op deze toets om het onderwerp, de bestandsnaam, de afzendernaam of de berichttekst te selecteren of in te voeren, dat eerder is opgeslagen op de webpagina. Scanmodi: ONDERWERP, BESTANDSNAAM, BEANTWOORDEN EN PLATTE TEKST WIJZIGEN (pagina 5-32) Internetfaxmodus: ONDERWERP, BESTANDSNAAM EN PLATTE TEKST WIJZIGEN (pagina 5-44)

(7) Aangepaste toetsen

U kunt de toetsen die hier verschijnen wijzigen, zodat ze instellingen of functies van uw voorkeur aangeven. Aangepaste toetsen tonen (pagina 5-11)

(8) Toets [Voorbeeld]

Tik op de toets om de te verzenden afbeelding vóór verzending op het aanraakscherm te controleren. CONTROLEREN VAN DE TE VERZENDEN AFBEELDING (Voorbeeld) (pagina 5-69)

(9) Toets [Opn. verzenden]/[Volgend Adres]

De bestemming van de laatste 8 verzendingen met Scannen naar E-mail en/of internetfax worden opgeslagen. Druk op deze toets om één van deze bestemmingen te selecteren. Nadat u een bestemming hebt geselecteerd, verandert deze toets in de toets [Volgend Adres]. OPNIEUW VERZENDEN (pagina 5-27) OPROEPEN VAN EEN BESTEMMING (pagina 5-19)

(10) Weergave-instellingen

Weergave-instellingen (formaat origineel, belichting resolutie, formaat en kleurmodus) kan worden geselecteerd. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53)

(11) Toets

![](images/0f5c8eca27715bb0c667ce538c6c9189a3b85a102d7d4e2f29de9c0f62520384.jpg) Deze toets verschijnt als een speciale functie of 2-zijdig scannen wordt geselecteerd. Druk op deze toets om de geselecteerde speciale functies weer te geven. Controleren welke speciale functies zijn geselecteerd (pagina 5-11)

(12) Toets

![](images/5bb54ab6dc14ca99d254c9d84334b845c0371d313d0c70f90d679ab9cf3a6f13.jpg) Druk op deze toets om een bestemming op te geven door gebruik te maken van een zoeknummer\*. \* 4-cijferig getal toegekend aan een bestemming tijdens het opslaan. BESTEMMING OPROEPEN MET EEN ZOEKNUMMER (pagina 5-21)

(13) Toets [Spec. Functies]

Druk op deze toets om een speciale functie te gebruiken. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71)

(14) Toets [Opgeslagen in]

Tik op de toets om de map in USB-geheugen te selecteren waarin een bestand wordt opgeslagen. GEEF OP IN WELKE MAP HET BESTAND WORDT OPGESLAGEN (pagina 5-39)

(15) Toets [Bestandsnaam]

Druk op deze toets om een bestandnaam in te voeren tijden het opslaan van een bestand naar USB-geheugen. BESTANDSNAAM INVOEREN (pagina 5-40)

(16) / Toets

![](images/f9e1c618454b39420dac6f0c8264008754a761b9e6c0b9f7e80c3e5b2bb0b305.jpg) Wanneer "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" of "Instelling beeldcontrole ontvangen data" in de systeeminstellingen (beheerder) is ingeschakeld, wordt dit weergegeven bij ontvangst van een internetfax. : Alleen "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" is ingeschakeld : Alleen "Instelling beeldcontrole ontvangen data" is ingeschakeld : Beide instellingen zijn ingeschakeld EEN FAX MET WACHTWOORDBEVEILIGING AFDRUKKEN (Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens)(pagina 5-112) DE AFBEELDING VOOR HET AFDRUKKEN CONTROLEREN (pagina 5-113)

(17) Toets [Handmatige i-faxontvangst]

Druk op deze toets om handmatig een internetfax te verzenden. HANDMATIG INTERNETFAXEN ONTVANGEN (pagina 5-111) Wanneer u een afbeelding verzendt, kunt u een opgeslagen verzendbestemming oproepen en gebruiken vanaf het adresboekscherm. Het adresboekscherm wordt gedeeld door de functie scanner, internetfax, fax en gegevensinvoer. Druk op [Adresboek] in het basisscherm om naar het scherm Adresboek te gaan. Druk op [Voorwaarde-Instellingen] in het scherm Adresboek om naar het basisscherm te gaan. Basisscherm van scanmodus ![](images/33f1db717d83a924792f32fd7fb0c081d02eb8116a6486faba39dd01ba85f92e.jpg) Het scherm van het Adresboek ![](images/7b7ac3f9dfe379f32adbe8e270086cfdccf050b7ebf82b4019bc8af9a7b73de2.jpg) ![](images/28f6a51ec34111e8a479d4b60b16cfaccec9898a94d66c64a64c5494424d991c.jpg) - In dit hoofdstuk wordt het basisscherm van de scanmodus als voorbeeld genomen voor uitleg over bewerkingen die gelijk zijn voor alle modi. - Voor de procedures in dit hoofdstuk gaan we ervan uit dat het basisscherm van de scannermodus verschijnt wanneer op [BEELD VERZENDEN] wordt gedrukt. ![](images/35414e920dba6dc758dd53dff625db2635131ec9b4cb4ea14b293fbe0f5df9a0.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardweergave-Instellingen

Een van de volgende schermen kan als beginscherm worden geselecteerd om te verschijnen wanneer op [BEELD VERZENDEN] wordt gedrukt. - Basisscherm van elke functie (scan-, internetfax-, fax- of gegevensinvoerfunctie) - Het scherm van het Adresboek

Aangepaste toetsen tonen

Speciale functietoetsen en andere toetsen kunnen worden weergegeven in het basisscherm. Stel deze toetsen in op functies die u vaak gebruikt, zodat u erover beschikt met één druk op de toets. De aangepaste toetsen worden geconfigureerd met "Toetsinstelling aanpassen" op de webpagina's. De volgende toetsen verschijnen standaard:

• Toets [Adresoverzicht]

Druk op deze toets om een lijst bestemmingen weer te geven die zijn geselecteerd in het adresboek. Dit is dezelfde toets als de toets [Adresoverzicht] in het adresboekscherm.

• Toets [Bestand], de toets [Snelbestand]

Druk op een van deze toetsen om de functie Bestand of Snelbestand van de functie documentarchivering te gebruiken.

In USB-geheugenmodus...

Aangepaste toetsen verschijnen in eerste instantie niet, maar er kunnen maximaal drie toetsen worden toegevoegd. Voorbeeld: Als "Dubbelz. scan", "Opdracht Samenstel.", en "Origineel gem. form." toegewezen worden aan aangepaste toetsen. ![](images/f8dbabde7b996e48fa28e49cc858e0244ced65ddc518cfb427e33bd8166de9f7.jpg) ![](images/69d4c18bd45850b7d1b77c28a3ecf7b71e6fce37fab3037b811fc6860fbbd26d.jpg) \- Een programmatoets weergeven in het basisscherm stelt u instaat om het programma op te roepen simpelweg door die toets in te drukken. SCANBEWERKINGEN OPSLAAN (Programma's) (pagina 5-73) \- Welke functies u kunt selecteren voor de aangepaste toetsen hangt af van de modus. ![](images/aae6283eabc6300b40d30a0548f051ca4ee7d79686b810bf87c9f47e68ddf664.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Toetsinstelling aanpassen

De registratie wordt uitgevoerd in [Systeeminstellingen] – [Bedieningsinstellingen] – "Toetsinstelling aanpassen" in het webpaginamenu.

Controleren welke speciale functies zijn geselecteerd

De toets 📁 verschijnt in het basisscherm als u een speciale functie of 2-zijdig scannen selecteert. Door te drukken op de toets worden de geselecteerde speciale functies weergegeven. Sluit het scherm door op [OK] te drukken. ![](images/bc1b3682e3cb799edb3210beaaea2bd37049eb0b1dd6a1bd75b3a70acc9db3a0.jpg) ![](images/7afce42e830ffda74b917e23e2ccae2ced4c5a8d327d0c770aba83bb31b1b277.jpg) De instellingen voor speciale functies kunnen niet veranderd worden vanuit de schermoverzicht. Om een bepaalde instelling te wijzigen, drukt u op de [OK]-toets om het schermoverzicht te sluiten. Vervolgens drukt u op de [Spec. Functies]-toets om de instelling te selecteren die u wilt wijzigen.

ADRESBOEKSCHERM

In dit scherm worden verzendbestemmingen geselecteerd. ![](images/0899799d6d911c2847bfcfe9518d6dabd2c129dd21ebce582f2d73415f16b7fd.jpg) (1) Hier ziet u de geselecteerde bestemming. (2) Selectietoets van aantal weergegeven items Druk op deze toets om het aantal in het adresboekscherm weergegeven bestemmingen te wijzigen (sneltoetsen). Selecteer 5, 10, of 15 toetsen. (3) Toets [Voorwaarde-Instellingen] Druk op deze toets om de verzendinstellingen te selecteren. Als op de toets wordt gedrukt, verschijnt het basisscherm. BASISSCHERM (pagina 5-9) (4) Toets [Adresoverzicht] Druk op deze toets om een lijst met geselecteerde bestemmingen te bekijken. Geselecteerde bestemmingen kunnen worden gewijzigd. GESELECTEERDE BESTEMMINGEN CONTROLEREN EN WISSEN (pagina 5-20) (5) Toets [Adresinvoer] Druk op deze toets om een bestemmingsadres handmatig in te voeren in plaats van met een sneltoets. BESTEMMING HANDMATIG OPGEVEN (pagina 5-22) (6) Toets [Globaal Adres Zoeken] Als het gebruik van een LDAP-server is geactiveerd op de webpagina's van de machine, kan een verzendadres uit een globaal adresboek worden opgehaald. EEN BESTEMMING OPROEPEN UIT EEN GLOBAAL ADRESBOEK (pagina 5-25) (7) Toets [Adres sorteren] Druk op deze toets om de indextabs te wijzigen naar aangepaste indexen of om sneltoetsen per verzendmodus weer te geven. WEERGAVE VAN SNELTOETSEN IN HET ADRESBOEKSCHERM WIJZIGEN (pagina 5-13) (8) Toets [Voorbeeld] Tik op de toets om de te verzenden afbeelding vóór verzending op het aanraakscherm te controleren. CONTROLLEREN VAN DE TE VERZENDEN AFBEELDING (Voorbeeld) (pagina 5-69) (9) Toets [Aan] Druk op deze toets om de geselecteerde bestemming (sneltoets) in te voeren. OPROEPEN VAN EEN BESTEMMING (pagina 5-19) (10) Toets [Cc] Gebruikt u Scannen naar E-mail, druk dan op de toets [Cc] om een "Carbon copy" van de e-mail naar een extra bestemming te sturen. (11) Toets [Bcc] Gebruikt u Scannen naar E-mail, druk dan op de toets [Bcc] om een "Blind carbon copy" van de e-mail naar een extra bestemming te sturen. Indien een adres wordt opgegeven als Bcc-ontvanger, zien de andere ontvangers dit adres niet. De toets verschijnt alleen als Bcc is ingeschakeld met "Bcc-Instelling" in de systeeminstellingen (beheerder). (12) Weergave sneltoetsen De bestemmingen (sneltoetsen) die in elke index zijn opgeslagen worden weergegeven. In dit hoofdstuk wordt gerefereerd aan toetsen waarin bestemmingen en groepen zijn opgeslagen als sneltoetsen. OPROEPEN VAN EEN BESTEMMING (pagina 5-19) (13) Tabbladen Index Druk op deze toets om de weergegeven indextab te wijzigen. Indexweergave (pagina 5-14) (14) Toets ![](images/6322617ed63cf627fa6a6874c8ef92ec52f8d2de60796d5f99f5d42979f17522.jpg) Druk op deze toets om een bestemming op te geven door gebruik te maken van een zoeknummer\*. \* 4-cijferig getal toegekend aan een sneltoets of groeptoets tijdens het opslaan. BESTEMMING OPROEPEN MET EEN ZOEKNUMMER (pagina 5-21) ![](images/b66fe6fa1f6199b4ee627408dc90259ec70ec7554f0697c0b2aa1655a0810770.jpg) - Op de sneltoetsen in het adresboek verschijnen pictogrammen waarmee de gebruikte verzendmodus wordt aangegeven. EEN BESTEMMING OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK (pagina 5-18) - Informatie over het opslaan van adressen in een adresboek vindt u in "BESTEMMINGSADRESSEN IN HET ADRESBOEK OPSLAAN VOOR ELKE SCANMODUS" (pagina 5-6). - Informatie over het opslaan van bestemmingen voor scannen naar desktop vindt u in "BESTEMMINGEN OPSLAAN VOOR SCANNEN NAAR DESKTOP" (pagina 5-7). ![](images/d299a9284702b24ad986c78d5cfa46eba92e930a828d47501aa2929b9514f7b0.jpg) \- Systeeminstellingen: Adresboek (pagina 7-16) Hiermee kunt u adressen voor Scannen naar E-mail en internetfax opslaan onder sneltoetsen. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling aantal getoonde direct adrestoetsen Hiermee wijzigt u de standaard instelling van het aantal sneltoetsen dat in het adresboekscherm wordt weergegeven. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Bcc-Instelling Met deze instelling wordt Bcc-verzending in- of uitgeschakeld. Als de optie is ingeschakeld, verschijnt de toets [Bcc] in het scherm Adresboek. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardweergave-Instellingen Een van de volgende schermen kan als beginschem worden geselecteerd om te verschijnen wanneer op [BEELD VERZENDEN] wordt gedrukt. \- Basisscherm van elke functie (scan-, internetfax-, fax- of gegevensinvoerfunctie) \- Het scherm van het Adresboek \- Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardselectie adresboek De volgende instellingen zijn beschikbaar als methode voor het sorteren van de weergegeven adressen uit het adresboek. \- Indextype (alfabet, aangepast) \- Adrestype (alle, groep, e-mail, FTP/Bureaublad, netwerkmap, internetfax, fax)

WEERGAVE VAN SNELTOETSEN IN HET ADRESBOEKSCHERM WIJZIGEN

Het is mogelijk om alleen bestemmingen van een bepaalde verzendmodus weer te geven in het scherm Adresboek, of om te wisselen tussen de weergegeven alfabetische tabs en aangepaste tabs. De werkwijze voor het selecteren van bestemmingen blijft hetzelfde. 1 ![](images/132eabed12e018eb80b3111f218afb228c834b967ff784cd3e6e836a6f701d00.jpg) Druk op de toets [Adres sorteren]. 2 ![](images/30c12bd821f20ddacea52eddad5d28a37684da2084ca78ee5447a9ba6409e28e.jpg)

Wijzig de weergavemodus.

(1) Druk op de toets van de modus of de tab die u wilt weergeven. - Laat alleen de sneltoetsen van een bepaalde verzendmodus zien door onder "Adrestype" op de gewenste modustoets te drukken. - Wissel van de indextabs naar aangepaste indexen door onder "Tab schakelen" op de toets [Gebruik.] te drukken. (2) Druk op [OK].

Indexweergave

Indexen vergemakkelijken het zoeken naar een bestemming (sneltoets). De bestemmingen worden afzonderlijk weergegeven op basis van alfabetische zoektekens en indexnummers. Klik op de betreffende indextab om een opgeslagen bestemming weer te geven. Het is handig om veelgebruikte bestemmingen op te slaan in de index [Freq.]. Geef bij het opslaan van een bestemming op of de bestemming moet worden weergegeven in de index [Freq.]. ![](images/d3c6fe90d874d8386079f8e8c7fef5a78f685aa22e46d2caf3d5ea2035111dd3.jpg) U kunt de bestemmingen ook weergeven in alfabetische volgorde of per initiaal. Telkens als u op de weergegeven indextab drukt, verandert de weergavevolgorde als volgt: zoeknummers (pagina 5-21), oplopende namen, aflopende namen, zoeknummers. Als de weergavevolgorde wordt gewijzigd, verandert de weergavevolgorde van de andere indextabs eveneens. Gesorteerd op zoeknummer (standaard) Aflopende namen Oplopende namen ![](images/6fe1aa1380aab4a56e13ff66203aea246084041bdbcc61a1f946c451693ac4d6.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Freq."] --> B["→"]
    B --> C["Freq. ▲ ABCD"]
    C --> D["→"]
    D --> E["Freq. ▼ ABCD"]
Indexnamen kunnen in de systeeminstellingen worden gewijzigd met "Aangepaste Index", waardoor u groepen sneltoetsen kunt maken die gemakkelijk herkenbaar zijn. ![](images/8ce550b03cd7258d1eb453082b694caa3421650b9c59bf7de71db6621c75e209.jpg) Systeeminstellingen: Aangepaste Index (pagina 7-20) Met deze instelling worden aangepaste indexnamen opgeslagen. De aangepaste index waarin een sneltoets wordt weergegeven, wordt opgegeven bij het opslaan van de verzendbestemming in de toets.

Het zoekletterbereik verkleinen

Door op een alfabetische tab op een indextab te drukken, geeft u toetsen weer die het zoekbereik nog verder verkleinen. Door bijvoorbeeld op de tab [ABCD] te drukken, verschijnen de toetsen "A" t/m "D". Door op de [B] te drukken, verschijnen alleen bestemmingen die met de letter "B" beginnen. Druk nogmaals op de toets om te annuleren. Het zoekletterbereik kan echter niet worden verkleind op de tabs [Freq.], [etc.] of op een indextab van een gebruiker. ![](images/789b3dcc3773edb5b95b6d63a26d3e6c5fb43e425696da5fcf2b3cb1239b0324.jpg)

SCAN- EN VERZENDVOLGORDE

In deze sectie wordt de basisprocedure voor scannen en verzenden uitgelegd. Selecteer instellingen in de hieronder weergegeven volgorde voor een soepele verzending. Een uitgebreidere beschrijving van de werkwijze voor het selecteren van instellingen vindt u bij de uitleg per instelling in dit hoofdstuk.

Plaats het origineel.

![](images/492b9dbce2ee271d14fb52688b2d0890b24520cf64d539a1e36165228587c0e2.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with front and back views showing internal components (no text or symbols)
Plaats het origineel in de invoerlade van de automatische origineelinvoer of op de glasplaat. EEN BEELD IN SCANMODUS VERZENDEN (pagina 5-28) EEN BEELD IN USB-GEHEUGENMODUS VERZENDEN (pagina 5-35) EEN FAX VERZENDEN IN INTERNETFAXMODUS (pagina 5-41) ![](images/e254bf93f71ebbd300ef12f8206599fd4af56aef4cbf3bd411e804b710eeb22a.jpg)

Voer de bestemming in

![](images/e31af4fefb088a791988acb332c8e65bcdebecc07804ec399e2403421eb2fd20.jpg) Geef de bestemming op van de scanverzending. • Toets [Adresboek]: EEN BESTEMMING OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK (pagina 5-18) EEN BESTEMMING OPROEPEN UIT EEN GLOBAAL ADRESBOEK (pagina 5-25) • Toets [Adresinvoer]: BESTEMMING HANDMATIG OPGEVEN (pagina 5-22) • Toets : BESTEMMING OPROEPEN MET EEN ZOEKNUMMER (pagina 5-21) • [Opn. verzenden]-toets: OPNIEUW VERZENDEN (pagina 5-27) ![](images/2a0127104fb286eb10aaa6c7566c6338dec5de16ff25b5dc6f8a277f5a9eed28.jpg)

Instellingen selecteren

![](images/2fa40576d4ad7b56609e5de3c038f7145b6af49b36732c535a9dc18d0a3c4a6a.jpg) Instellingen voor het scannen van het origineel kunnen worden geselecteerd. \- Origineel (2-zijdig origineel, scanformaat, verzendformaat) \- Belichting • Resolutie • Best.Indeling • Kleurmodus WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53) • Verzendinst. (Bestandnaam) Scanmodus, gegevensinvoermodus: ONDERWERP, BESTANDSNAAM, BEANTWOORDEN EN PLATTE TEKST WIJZIGEN (pagina 5-32) USB-geheugenmodus: BESTANDSNAAM INVOEREN (pagina 5-40) Internetfaxmodus: ONDERWERP, BESTANDSNAAM EN PLATTE TEKST WIJZIGEN (pagina 5-44) ![](images/4009703485d02411040fff63d5fd7965f0e5d4b108dfcc47a3c0266261af7d96.jpg)

Instellingen speciale functies

![](images/2164e93ce75d19992d2504ac13649e90f1af6f85d9ee39e5e2d5f6a1b80d0056.jpg) Speciale functies kan worden geselecteerd. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71) ![](images/4bea7cc5f815b0bcc541e3a6a6f0f7c30d0240d59e6d8fdaac8b7842453ace37.jpg)

Start het scannen en verzenden

Start het scannen en verzenden. Als het origineel op de glasplaat is gelegd, volg dan deze stappen om het scannen en verzenden te starten: (1) Druk op de toets [START]. (2) Vervang na afloop van het scannen het origineel door het volgende origineel. (3) Druk op de toets [START]. (4) Herhaal (2) en (3) hierboven totdat alle originelen zijn gescand. (5) Druk op [Lezen Klaar]. ![](images/7f756d7e5d21619c81e1a0750690c84edc2f8d8177d52c9d25fc5c10a30c604f.jpg) Nadat het origineel is gescand worden de standaardinstellingen hersteld. ![](images/fc36ab8b893eb368141b57868454c9c86868bad9939cda805bd9ad84f9045f06.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( ) om de bewerking te annuleren. ![](images/2e55d59903c2a70365a9ebfe365c3efb305ed2f58375ce9382dd599de05d1e34.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardweergave-Instellingen Deze instellingen kunnen gedurende een bepaalde tijd worden behouden nadat het scannen is voltooid.

FORMATEN ORIGINEEL

VERZENDBARE ORIGINEELFORMATEN

De volgende origineelformaten kunnen worden verzonden
Minimaal formaat origineel Maximaal formaat origineel
Met de automatische origineelinvoer131 mm (hoogte) x 140 mm (breedte)(5-1/8" (hoogte) x 5-1/2" (breedte)297 mm (hoogte) x 1.000 mm* (breedte)(11-5/8" (hoogte) x 39-3/8"* (breedte))
Met de glasplaat-297 mm (hoogte) x 432 mm (breedte)(11-5/8" (hoogte) x 17" (breedte))
\* Een lang origineel kan worden verzonden. (Als alleen scanbestemmingen worden geselecteerd voor scanverzending of metadata verzending, vindt scannen plaats in Mono2 bij een resolutie van 300X300dpi of minder. Als een resolutie van 600X600dpi voor de internetfaxverzending wordt gebruikt, is de maximale grootte van het origineel 800 mm (31-1/2").)

FORMAAT VAN HET GEPLAATSTE ORIGINEEL

Bij plaatsing van een origineel van standaardformaat wordt het formaat van het origineel automatisch waargenomen en in het basisscherm weergegeven als het scanformaat. Wanneer de functie detectie formaat origineel actief is en het origineel geen standaardformaat heeft, wordt mogelijk het naaste standaardformaat weergegeven of verschijnt het origineelformaat niet. Stel het origineelformaat dan handmatig in. Het scanformaat van het origineel opgeven (Opgeven in standaardformaat) (pagina 5-56) Het scanformaat van het origineel opgeven (met numerieke waarden) (pagina 5-57)

STANDAARDFORMATEN

Standaardformaten zijn formaten die automatisch door de machine worden herkend. De standaardformaten worden ingesteld in "Instelling Detectie Formaat Origineel" in de systeeminstellingen (beheerder). Lijst van instellingen detectie formaat origineel
SelectiesStandaardformaten (herkende origineelformaten)
GlasplaatLade origineelinvoer(automatische origineelinvoer)
AB-1A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5RA3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 14", 11" x 17"
AB-2A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")
AB-3A4, A4R, A5, B4, 8K, 16K, 16KRA3, A4, A4R, A5, B4, 8K, 16K, 16KR, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")
AB-4A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5")
AB-5A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 8-1/2" x 11", 11" x 17", 216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")
Inch-111" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A4, A3
Inch-211" x 17", 8-1/2" x 13" (216 mm x 330 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 13" (216 mm x 330 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A4, A3
Inch-311" x 17", 8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A4, A3

BESTEMMINGEN INVOEREN

In dit gedeelte wordt het opgeven van bestemmingsadressen beschreven, inclusief het selecteren van een adres uit het Adresboek en het ophalen van een adres door het invoeren van een zoeknummer.

EEN BESTEMMING OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK

Het scherm adresboek geeft opgeslagen bestemmingen weer als sneltoetsen. De bestemmingen worden weergegeven op volgorde van zoeknummer. ![](images/e9c5e0db7598e9c11676bc4224051e324d68ae45b471dd97738cbd8a303d25a6.jpg) Het scherm Adresboek geeft de bestemmingen weer voor elke modus van de functie beeld verzenden. Elke sneltoets vermeldt de naam van de bestemming en een pictogram dat de gebruikte modus aangeeft.
Icon Mode
SHARP MX-M452N - EEN BESTEMMING OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK - 1Fax
SHARP MX-M452N - EEN BESTEMMING OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK - 2Scannen naar E-mail
[BHYD]Internetfax (Directe SMTP)
[2T73]Scannen naar FTP
[2A27]Scannen naar netwerkmap
SHARP MX-M452N - EEN BESTEMMING OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK - 3Scannen naar desktop
SHARP MX-M452N - EEN BESTEMMING OPROEPEN VANUIT HET ADRESBOEK - 4Groepstoets met meerdere bestemmingen
![](images/7f59a6b98e168a5cfcc008e10395c5195a9dfe9d06937f282f5da2f1e847d2a1.jpg) - Informatie over het opslaan van adressen in een adresboek vindt u in "BESTEMMINGSADRESSEN IN HET ADRESBOEK OPSLAAN VOOR ELKE SCANMODUS" (pagina 5-6). - Informatie over het opslaan van bestemmingen voor scannen naar desktop vindt u in "BESTEMMINGEN OPSLAAN VOOR SCANNEN NAAR DESKTOP" (pagina 5-7). ![](images/e246cef65a304a05256d4e129d10749f6c6318b04b4a46d8a8cf90455bb72ed3.jpg) Systeeminstellingen: Adresboek (pagina 7-16) Hiermee kunt u adressen voor Scannen naar E-mail en internetfax opslaan onder sneltoetsen.

OPROEPEN VAN EEN BESTEMMING

Door het selecteren van een sneltoets wordt een bestemming opgeroepen. 1 ![](images/c797d61b033d8003102f477b047c4d478f6a60dd731ea5c13bd2d1564a8aa926.jpg) Druk op [Adresboek]. 2 ![](images/62949e17048a29c3de9994e594d0bf1b345d60ef4219ce721b14fe85425bb195.jpg)

Geef de bestemming op.

(1) Druk op de indextab waarop de bestemming is opgeslagen. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. Kiest u een verkeerde bestemming, druk dan nogmaals op de toets om uw keuze te annuleren. (3) Druk op de toets [Aan]. Hiermee wordt de geselecteerde bestemming ingevoerd. ![](images/8bc714b8616f56501d004c4b825a681a30844e6426a8c452f108e5601e0be436.jpg) - Het is handig om veelgebruikte bestemmingen op te slaan in de index [Freq.]. Geef bij het opslaan van een bestemming op of de bestemming moet worden weergegeven in de index [Freq.]. - Doorgaan met het opgeven van andere bestemmingen Het is mogelijk om meerdere bestemmingen voor scanmodi (Scannen naar E-mail, Scannen naar FTP, Scannen naar desktop, Scannen naar netwerkmap), Internetfax en faxmodi op te geven door het "rondzenden" of distribueren van een verzending (maximaal 500 bestemmingen). Als u meerdere bestemmingen wilt opgeven, herhaalt u (1) tot (3) van deze stap. Bij het uitvoeren van Scannen naar E-mail kunt u na het selecteren van een sneltoets drukken op de toets [Cc] of [Bcc] om Cc- of Bcc-kopieE van de e-mail te versturen. ![](images/ef943a95855dfef469175e770c76cbf4f7d62b4b43e020f3d0837129f1a1d4a4.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): Bcc-Instelling Met deze instelling wordt Bcc-verzending in- of uitgeschakeld. Als de optie is ingeschakeld, verschijnt de toets [Bcc] in het scherm Adresboek. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Volg adrestoets invoeren bij distributie-instel. Deze instelling bepaalt of de toets [Volgend Adres] kan worden overgeslagen voordat de volgende bestemming wordt opgegeven. Fabrieksinstelling: de toets [Volgend Adres] kan worden overgeslagen. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Omschakelen weergave-volgorde uitschakelen Hiermee schakelt u de mogelijkheid uit om te wisselen van weergave-volgorde van de sneltoetsen in het adresboekscherm. De momenteel geselecteerde weergave-volgorde wordt de gebruikte volgorde nadat deze instelling is geactiveerd.

GESELECTEERDE BESTEMMINGEN CONTROLEREN EN WISSEN

Als er meerdere bestemmingen zijn geselecteerd, kunt u de bestemmingen weergeven en controleren. Ook is het mogelijk om een bestemming uit de lijst te wissen (selectie van bestemming annuleren). 1 ![](images/ae3373b9c9ac04462df05cd0765f97fc539b4afd86c39b358dde4a6fb0b43ffe.jpg) Druk op [Adresoverzicht]. ![](images/5874ea60c73a483334c91c6fd3de90a65dcc7a0d29f6437ad370ddf83ad61b4a.jpg) Controleer de bestemmingen en druk op [OK]. 2 ![](images/a545278b9ceb8f16e62e99b9500d3b130cf3f180e8e6568d120d33998c6dc3fc.jpg) Controleer Cc- of Bcc-bestemmingen door op de betreffende tab te drukken. ![](images/705c312a80fa6b8c499ade53a9af7e0fbb52bf0a8103b6f449b57fdc8d930002.jpg) Het selecteren van een bestemming annuleren... Druk op de sneltoets van de bestemming die u wilt annuleren. Er verschijnt een melding ter bevestiging van het wissen. Druk op de toets [Ja]. Druk op de toets [Details] om het opgegeven bestemmingstype en de naam te controleren. ![](images/83d5a297735ec51c71da7503d4e005fe427a0d13fce40c069a4471c2fab29ac6.jpg)

BESTEMMING OPROEPEN MET EEN ZOEKNUMMER

Een bestemming die in het Adresboek is opgeslagen, kan met de toets worden opgeroepen. Dit kan vanuit het basisscherm van alle modi of vanuit het scherm Adresboek. 1 ![](images/7c43df0583732c0acf523a6d817e61d9f93d0c26360e27b6117c9085aeb00258.jpg) ![](images/252f051516fe6bb050293fa4d269e18c030a1043fe488c1081b6efc5f1e417f2.jpg)

Voer het 4-cijferige zoeknummer van het adres in met de cijfertoetsen.

Als het 4-cijferige zoeknummer is ingevoerd, wordt het opgeslagen adres opgehaald en opgegeven als bestemming. 2 ![](images/1c8534d1a3d3cbee2b775624e0f7de671af3a8643311aecfc0f93e2a04a1204d.jpg) - Het zoeknummer wordt geprogrammeerd wanneer de bestemming is opgeslagen in het adresboek. - Weet u het zoeknummer niet, druk dan de adreslijst van de sneltoets af met "Adreslijst Wordt Verzonden" in de systeeminstellingen. - Bij het invoeren van zoeknummers als "0001" en "0011" kan de "0" worden weggelaten. Voor "0001" voert u bijvoorbeeld "1" in en drukt u op de toets of [Volgend Adres]. ![](images/b5c5cecb496b9acea6ca6e54ba98a8f1de1a798b794ffa8a87b5101a1a52e063.jpg) Als er een verkeerd zoeknummer is ingevoerd Druk op de toets [WISSEN] (©) om het nummer te wissen en voer het juiste nummer in.

BESTEMMING HANDMATIG OPGEVEN

Adressen voor Scannen naar E-mail, internetfax, Netwerkmap and gegevensinvoer kunnen handmatig worden ingevoerd. 1 (2) ![](images/27ca319cfad78b7b2e4ffc68277d6ab070f1abaa7a36bc71292a042599203ab4.jpg)

Het adresinvoerscherm weergeven.

(1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. Voordat u de toets [Adresinvoer] op het basisscherm aantikt, tikt u op de tab van de functie die u wilt gebruiken. (2) Druk op [Adresinvoer]. ![](images/123ab3ab9b2e02f8a48382b3f3486588f4cb501e46af4bacb9c7762eafcf1446.jpg)

Voer het adres van de bestemming in.

(1) Tik op de toets van de gewenste afleveringsmethode. - Tik op de toets [E-mail] om het keuzescherm voor de afleveringsmethode te openen. Normaliter tikt u op de toets [Aan]. - Tik op de toets [Netwerkmap] om het invoerscherm Netwerkmap te openen. Voor het opgeven van een Netwerkmap, zie "EEN NETWERKMAP OPGEVEN" (pagina 5-23). - Als u hebt getikt op de toets [Adresinvoer] op het basisscherm in stap 1, zijn de selecteerbare afleveringmethoden afhankelijk van de gebruikte functie. (2) Voer het bestemmingsadres in op het tekstinvoerscherm dat verschijnt. Voer het bestemmingsadres in en druk op [OK]. Zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor informatie over het invoeren van tekst. ![](images/fdfadbd016abf88c3cfb504ec94c81a07a227992de5df7914a19b6d419a59614.jpg) - Wilt u een Cc-bestemming kiezen als bestemming, druk dan op [Cc]. - De toets [Bcc] verschijnt alleen als Bcc is ingeschakeld met "Bcc-Instelling" in de systeeminstellingen (beheerder). Wilt u een Bcc-bestemming kiezen als bestemming, druk dan op [Bcc]. - Als Internetfaxmodus wordt geselecteerd, verschijnt het basisscherm nadat het bestemmingsadres is ingevoerd. Als "I-Fax Ontvangstrapport Aan/Uit Instelling" echter is geactiveerd in de systeeminstellingen (beheerder) verschijnt het scherm aanvraag ontvangstrapport. Wilt u een rapport ontvangen, druk dan op [Ja]. Zo niet, druk op [Nee]. (Wanneer Direct SMTP wordt gebruikt, vindt geen verzendbevestiging plaats.) ![](images/d8bf202e543904de12f0f1b942df8c0e059aa2d65304b9fd847be2ed8f9382a1.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): I-Fax Ontvangstrapport Aan/Uit Instelling Met deze instelling wordt een ontvangstrapport opgevraagd bij het verzenden van een Internetfax. Als de bestemming wordt opgegeven door een adres rechtstreeks in te voeren, ontvangt u een bericht met de vraag of u een rapport wilt ontvangen. (Wanneer Direct SMTP wordt gebruikt, vindt geen verzendbevestiging plaats.) \- Systeeminstellingen (Beheerder): Bcc-Instelling Met deze instelling wordt Bcc-verzending in- of uitgeschakeld. Als de optie is ingeschakeld, verschijnt de toets [Bcc] in het scherm Adresboek en in het keuzescherm voor het verzendtype.

EEN NETWERKMAP OPGEVEN

Een Netwerkmap op een server of computer die op hetzelfde netwerk is aangesloten als de machine, kan direct worden opgegeven. Selecteer [Netwerkmap] in stap 2 op de vorige pagina en volg onderstaande stappen. ![](images/c0bb58fc48dd230945414a48f12008b821f54fe350e05065aed0e7cd53a24283.jpg)

Tik op de toets [Bladeren].

- Tik op de toets [Maplocatie] om een map direct in te voeren. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. - Als een gebruikersnaam en wachtwoord zijn vereist, raadpleeg dan de beheerder van de server en voer de gebruikersnaam en wachtwoord in. ![](images/45e68137ce89a1fd240db1c950bc64733fbfd9c3d1cb5959be9ade3b3963bc10.jpg) Zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor de procedure voor het invoeren van tekst. (1) ![](images/fd983562485de23184d29857d3c2c240a9322c0789ea5b6c8756664e9415a70a.jpg) (2) ![](images/669324bfed7a806e3805c9d9e21f65cec806aff6fbead1857f60866df813e760.jpg) (3) (4) ![](images/630fdd5187933af2bfb265987d65228a1f07d5084ea67cfe344b23e33f6f36c5.jpg)

Open de netwerkmap.

(1) Druk op de toets van de werkgroep die u wilt openen. (2) Druk op de toets van de server of werkgroep die u wilt openen. Als een scherm wordt weergegeven waarin u wordt gevraagd om een gebruikersnaam en wachtwoord, vraag dit dan nabij uw serverbeheerder en voer de juiste gebruikersnaam en wachtwoord in. (3) Druk op de toets van de netwerkmap. (4) Tik op de toets [OK]. U keert terug naar het scherm van stap 1. Tik nogmaals op de toets [OK] om de map in te voeren. ![](images/3825cf2495eecdc82f1780449826a72489d5e8631703341e1c5237a3ae442c1d.jpg) - Door op de toets [Zoeken] te drukken en een trefwoord in te voeren, kunt u zoeken naar een werkgroep, server of netwerkmap. Voor de procedure van het invoeren van tekst, zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". - Er kunnen tot 100 werkgroepen, 100 servers en 100 netwerkmappen worden weergegeven. - Tik op de toets om een niveau hoger te gaan. - Door op de toets [Annuleren] te drukken, keert u terug naar het scherm van stap 1. - Wijzig de sorteervolgorde van de weergegeven toetsen door te drukken op de toetsen ▲ of ▼ op elk scherm. De volgorde wisselt bij elke toetsdruk tussen oplopende en aflopende volgorde. - Ga naar een bepaalde pagina door te drukken op de toets die het huidige paginanummer aangeeft en het gewenste paginanummer in te voeren.

EEN BESTEMMING OPROEPEN UIT EEN GLOBAAL ADRESBOEK

Als een LDAP-server op de webpagina's is geconfigureerd, kunt u een adres opzoeken in een globaal adresboek en dat adres ophalen voor scannen naar e-mail of internetfax (uitgezonderd Direct SMTP-adressen). 1 ![](images/419c1f1bf90a77efb0951a4a9a8e389d1aa3dbd457441ec5786b414e9b139f6a.jpg)

Open het scherm Global Adres Zoeken.

(1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op [Globaal Adres Zoeken]. ![](images/ff2d0567f5696ca4e4ab369c41196a5ceb4fa2f34ce49f33fa12c673efa48a65.jpg)

Zoek de bestemming.

Als er maar één LDAP-server is geïnstalleerd, zijn (1) en (2) niet nodig. Ga direct naar (3). Als een authenticatiescherm voor de LDAP-server verschijnt, voer dan uw naam en wachtwoord in. (1) Druk op de toets voor de LDAP-server die u wilt gebruiken. Als een authenticatiescherm voor de LDAP-server verschijnt, voer dan uw naam en wachtwoord in. (2) Druk op [OK]. (3) Zoek de bestemming in het zoekscherm. Voer zoekkarakters in voor de bestemming en druk op de toets [Zoeken]. Na korte tijd verschijnen de zoekresultaten. Zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor de procedure voor het invoeren van tekst. 2 ![](images/8519165ee2044a404edfca24b733f0e85f44fad40041433215254ee58a5dcc11.jpg)

Zo zoekt u

Voer de zoekcriteria in (maximaal 64 karakters). Het systeem zoekt namen die beginnen met de ingevoerde letters. Een sterretje \*kan als volgt worden gebruikt: XXX\* Namen die beginnen met "XXX". \* XXX: Namen die eindigen met "XXX". \* XXX\* Namen die "XXX" bevatten. AA\*X: Namen die beginnen met "AA" en eindigen op "XX". ![](images/d14876d51030820c3db339892fb80c2a64449eb2d11615d70f3102e9712c8ebe.jpg)

Selecteer de bestemming.

(1) Druk op de toets van de gewenste bestemming.

Als er geen namen worden gevonden die overeenkomen met de zoekletters, krijgt u een melding. Druk op [OK] om het bericht te sluiten en druk op [Opnieuw Zoeken] om nogmaals te zoeken.

(2) Druk op de toets [Aan].

Hiermee wordt de geselecteerde bestemming ingevoerd. Wilt u nog een bestemming invoeren, herhaal dan (1) en (2) van deze stap. ![](images/84b717d04953f73b36b97871ad418ad18c356509ce27d3bab761fbe67ee4a721.jpg) \- Als meer dan 30 treffers worden gevonden, verschijnt een melding op het scherm. Druk op [OK] om het bericht te sluiten. Er kunnen maximaal 300 treffers worden weergegeven. Als er geen namen worden gevonden die met de zoekletters overeenkomen, druk dan op [Opnieuw Zoeken] om opnieuw te zoeken met meer zoekletters.

- Opgeslagen informatie van een bestemming controleren

Druk op de toets van de bestemming en daarna op de toets [Details]. De opgeslagen informatie voor de geselecteerde bestemming verschijnt. Controleer de informatie en druk daarna op [OK] om terug te keren naar het scherm voor zoekresultaten.

- Als er een scherm verschijnt om het te gebruiken item te selecteren...

Als op een geselecteerde bestemming ook een faxnummer, telefoonnummer of andere contactinformatie naast het e-mailadres is opgeslagen, moet u het item dat u wilt gebruiken selecteren. Druk op de toets [E-mail] of [Internetfax] om het e-mailadres voor scannen naar e-mail of internetfax op te halen.

Een bestemming opslaan van een globaal adresboek in het adresboek van de machine

Een bestemmingsadres van een globaal adresboek kan als een bestemming (sneltoets) worden opgeslagen in het adresboek van de machine. Druk op de toets [Details] in het scherm voor zoekresultaten van het globale adresboek (het scherm van stap 3 hierboven) om informatie weer te geven van de geselecteerde bestemming. Druk op de toets [Registreren] in het scherm voor gedetailleerde informatie en druk daarna op het te gebruiken item (de toets [E-mail] of [Internetfax]). Onderstaande schermen verschijnen.

Registratiescherm E-mailadres Registratiescherm Internetfaxadres

![](images/e6986008562cbe3c4ef5778578aa27cc83a2c5f5769bb37402ef9108f7fc2089.jpg) ![](images/677f588e4e1067fe2d2e4161babd942dcc38c07cd26a69b0db7cd688cc564919.jpg) De in het globale adresboek opgeslagen informatie wordt automatisch ingevoerd. (De instellingen kunnen zo nodig gewijzigd worden. Voor uitgebreide informatie over ieder item, raadpleeg "Adresbeheer" (pagina 7-16) in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN.) De items hieronder moet u echter handmatig configureren. Voltooi het opslaan door op [Verlaten] te drukken. - De toets [Eerste letter] : Druk op deze toets en voer de initialen in die bepalen waar de bestemming zal verschijnen in de alfabetische index en de volgorde van de sneltoetsweergave. U kunt maximaal 10 karakters voor de initialen invoeren. - De toets [Index] : Druk op deze toets om de aangepaste index te selecteren waarin het adres verschijnt. U kunt ook selecteren of u de bestemming wilt opnemen in de tab [Freq.] van het adresboek. - Toets [Best.Indeling] : Stel het formaat voor scannen naar E-mail in. Er zijn al standaard formaatinstellingen geconfigureerd, maar het selecteren van formaatinstellingen tijdens het opslaan van een bestemming bespaart u de moeite van het steeds opnieuw selecteren van instellingen wanneer u naar deze bestemming verzendt. - Toets [Compressie] : Druk op deze toets om de compressiemodus in te stellen wanneer u een Internetfax verzendt. - Toets[I-Faxrapport] : Druk op deze toets om een ontvangstrapport aan te vragen wanneer u een Internetfax verzendt.

OPNIEUW VERZENDEN

De bestemmingen van de laatste 8 verzendingen met Scannen naar E-mail, internetfax (inclusief Direct SMTP-adressen) en/of fax worden opgeslagen. Een van deze 8 kan geselecteerd worden opnieuw naar de bestemming verzonden te worden. 1 ![](images/1ac55ef1d790b0cd0ed512fbaf8d4d698ce5ffa318ad6ff2bcb0b2a59fec945a.jpg) Druk op [Opn. verzenden]. 2 ![](images/e89aa9d36e7a7eeaefb36da02531667ac356197ece401aa9e9d04ed631dcfeee.jpg) Druk op de toets van het gewenste adres. De laatste 8 verzendadressen verschijnen. ![](images/6f5d61377656aaeb55f53276bc28ae2f8dd5fdec35f9212af071f478f0cf5a3d.jpg) - Als op de toets [Opn. verzenden] wordt gedrukt en er wordt een bestemming geselecteerd, dan wordt de modus van de geselecteerde bestemming automatisch geselecteerd. - De volgende soorten adressen worden niet opgeslagen om opnieuw te verzenden. - Een sneltoets waarin meerdere bestemmingen zijn opgeslagen (groeptoets). - Scannen naar FTP-, Scannen naar desktop- en Scannen naar netwerkmapadressen. - Distributiebestemmingen - Adressen die alleen worden gebruikt voor BCC-verzending - Bestemmingen waarnaar geprogrammeerd wordt verzonden ![](images/2a8bbdcd7162034222753060a1e30300d75da6dda59df96f4b1140939f09745a.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): [Opn. verzenden] uitschakelen in fax/scan modus Hiermee voorkomt u het gebruik van de functie opnieuw verzenden. Als deze instelling is ingeschakeld, kan de toets [Opn. verzenden] niet worden gebruikt in het basisscherm van de functie beeld verzenden.

EEN BEELD VERZENDEN

EEN BEELD IN SCANMODUS VERZENDEN

In deze sectie wordt de basisprocedure voor het verzenden in scanmodus uitgelegd (Scannen naar E-mail, Scannen naar FTP, Scannen naar desktop en Scannen naar netwerkmap). ![](images/cdf7b0b5661b7affdf2d96f81f72850b277d3602ab794d85053d7d350f190022.jpg) Als een standaardadres is geconfigureerd in "Instelling standaard adres" in de systeeminstellingen (beheerder), kan de modus of bestemming niet worden gewijzigd en kunnen geen bestemmingen worden toegevoegd. Als u de modus of bestemming wilt wijzigen, druk dan op [Annuleren] op het aanraakscherm en volg onderstaande procedure. Als "Instelling standaard adres" is ingesteld op "Voeg E-mailadres gebruiker toe voor aanmelden", druk dan op de toets [Adres toevgn] op het aanraakscherm om van modus te wisselen en adressen toe te voegen. ![](images/6819fdb9ec30572982c6d4c4a701da1e2a84b22c41edf59139873175264e82eb.jpg)

Plaats het origineel.

Plaats geen voorwerpen onder de formaatdetector. Het sluiten van de automatische origineelinvoer terwijl er een voorwerp onder ligt, kan leiden tot beschadiging van de plaat van de formaatdetector en tot een onjuiste vaststelling van het formaat van het origineel. ![](images/0b53b805f33519aa2318d3cf586fef66dae792a4635c42e6bc0ec8f918fcb442.jpg) \- Plaats de originelen in de richting zoals hieronder wordt afgebeeld.
OriginelenLade origineelinvoerPlaats de originelen met de voorzijde omhoog.GlasplaatPlaats het origineel ondersteboven met de hoek bij de punt van het pijlteken 📋 de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Afdrukstand staand*SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 1SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 2SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 3
Afdrukstand liggendSHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 4SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 5SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 6
\* Om een groot staande origineel te plaatsen, volgt u de aanwijzingen bij "Afdrukstand liggend" hierboven en selecteert u bij stap 3 de gewenste afdrukstand. - Plaats A5 (5-1/2" x 8-1/2") originelen in de afdrukstand staand (verticaal) (☐). Als ze in de (horizontale) afdrukstand liggend (☐) worden geplaatst, wordt het formaat foutief waargenomen. Voer het formaat van het origineel bij A5R (5-1/2" x 8-1/2"R) originelen handmatig in. - Originelen kunnen niet opeenvolgend worden gescand en in één zending worden verstuurd wanneer zowel de automatische origineelinvoer als de glasplaat wordt gebruikt. ![](images/faecdcdf8fe0a93061ec2e83a0fdb015bc670b65f8c35b3da828f36e0288672a.jpg)

Geef de bestemming op.

(1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. Het pictogram op de toets geeft aan welk type bestemming onder de toets is opgeslagen. ![](images/31c1f3ae25fb3dc25e137abdb7a3b610475fa40ac55f8faee6286e96838c7135.jpg) (3) Druk op de toets [Aan]. De bestemming is opgegeven. (4) Druk op de toets [Voorwaarde-Instellingen]. ![](images/e11019f14ae749c375d526f378c204b6cd6ebda049fed238f16df06da39523f0.jpg) - Als na het drukken op een sneltoets en voor het wisselen van scherm niet op de toets [Aan] is gedrukt, wordt de bestemming automatisch opgegeven. - Bij het Scannen naar E-mail kunt u ook Cc- of Bcc-kopieE naar andere bestemmingen sturen. Druk op de gewenste bestemmingen en druk dan op de toets [Cc] of [Bcc]. - Er kunnen meerdere bestemmingen worden opgegeven. Herhaal stap (2) en (3) om meerdere bestemmingen op te geven. - U kunt ook meerdere sneltoetsen selecteren en vervolgens op de toets [Aan] (of [Cc] of [Bcc]) drukken om alle geselecteerde toetsen in één keer te selecteren. - Een bestemming kan behalve door selectie van een sneltoets ook door het opgeven van een zoeknummer worden opgegeven. Bestemmingen voor Scannen naar E-mail en Scannen naar netwerkmap kunnen ook handmatig worden ingevoerd of opgezocht in een Global adresboek. Raadpleeg "BESTEMMINGEN INVOEREN" (pagina 5-18) voor meer informatie. ![](images/fd2ac3bd54e470201cf5ac9d9d1bcf8363ed1565e677c67a949889097f273011.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Bcc-Instelling

Met deze instelling wordt Bcc-verzending in- of uitgeschakeld. Als de optie is ingeschakeld, verschijnt de toets [Bcc] in het scherm Adresboek. ![](images/7010d113ab412ab1bd2019d4a4dce53b1d180a8ace32c38a9c48e2110c502ef9.jpg)

Schakel over naar de scanmodus en geef het scherm beeldinstellingen weer.

(1) Druk op de tab [Scannen]. (2) Druk op [Origineel]. ![](images/3f22d370b78199ed1547bf6af52d683a4477e818fe869ba6088622a042cae90a.jpg) De huidige instellingen voor [Origineel], [Belichting], [Resolutie], [Best. indeling] en [Keurmodus] worden rechts van elke toets aangegeven. U kunt de instelling wijzigen door op de juiste toets te drukken. AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGINEEL SCANNEN 2-zijdig (origineel) (pagina 5-54), SCANFORMAAT ORIGINEEL EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (Vergroten/Verkleinen) (pagina5-55), BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN (pagina 5-61), RESOLUTIE WIJZIGEN (pagina 5-63), BESTANDSINDELING WIJZIGEN (pagina 5-64), KLEURENMODUS WIJZIGEN (pagina 5-68), SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71) ![](images/2d4496b4dc4a10d28a5d7d3b0e6317ae30d7cfdcefa1aec884ad37cf00f6aed4.jpg)

Geef op in welke afdrukstand het origineel is geplaatst.

Om te zorgen dat het origineel wordt gescand in de juiste stand (de bovenrand van het origineel wordt weergegeven boven in het scherm), geeft u op in welke stand het origineel in stap 1 is geplaatst.

(1) Druk op de juiste toets voor de afdrukstand.

Wijst de bovenrand van het origineel naar boven, druk dan op de toets .Wijst de bovenrand van het origineel naar links, druk dan op de toets

(2) Druk op [OK].

U keert terug naar het scherm van stap 2. ![](images/561cfd80f1d00686f4900a9e9ed8c015897b6c80832525e499c3deb523518b5a.jpg) De stand van het origineel staat oorspronkelijk ingesteld op 📁. Als het origineel met de bovenrand naar boven is geplaatst, kunt u deze stap achterwege laten.

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als het origineel op de glasplaat is gelegd, verschijnt de toets [Lezen Klaar] op het aanraakscherm. Als het origineel slechts één pagina is, gaat u naar stap 7. Als u meer pagina's moet scannen gaat u naar de volgende stap. - Als het origineel in de lade van de origineelinvoer was geplaatst, klinkt er een pieptoon na afloop van het scannen en volgt verzending. ![](images/77a0a697af0f0654d34025dda420af5e58bf9c6bbdfa9b1da9857a867c1ec8b2.jpg) - De afbeelding wordt gescand in de modus die bij "Kleurmodus" is ingesteld. Voor de kleurmodusinstellingen, zie "KLEURENMODUS WIJZIGEN" (pagina 5-68). - Als PDF versl. is geselecteerd als bestandsindeling ([PDF] op het scherm voor het instellen van de indeling en het selectievakje [Standaard voorbeeld] is ingesteld op √), wordt u gevraagd om een Wachtwoord in te voeren wanneer u op de toets [START] drukt. ![](images/b07f5059a0d9b85fb666cbb3c0e4bd5ba55b4f49c6d2ecccd5d39b5e8d9b381f.jpg) Druk op [Invoer] om het toetsenbordscherm te openen, voer het wachtwoord in (maximaal 32 tekens) en druk op [OK]. De ontvanger moet het hier ingevoerde wachtwoord gebruiken om het versleutelde PDF-bestand te openen. Annuleer het openen van het versleutelde PDF-bestand door op [Annuleren] te drukken. Het scherm voor de indelingsinstellingen verschijnt zodat het bestandstype gewijzigd kan worden. Selecteer een nieuw type en druk op [START] om te beginnen met verzenden.

Als het origineel op de glasplaat werd geplaatst, vervang het dan door het volgende origineel en druk op de toets [START].

Herhaal dit tot alle originelen zijn gescand.

7

![](images/c8d9fb54d65142b485731b168693f902c02ce39823fd8d1e249957017ac82402.jpg) ![](images/ccdb09b557abf911b6cdf099125ca5e3fe43bb60b72275f3948451afb87fdd35.jpg)

Druk op [Lezen Klaar].

Er klinkt een pieptoon ten teken dat de bewerking is voltooid. Open de automatische origineelinvoer en verwijder het origineel. - Als er gedurende één minuut geen actie wordt ondernomen nadat het bevestigingsscherm is verschenen, wordt het scannen automatisch gestopt en wordt de verzending gereserveerd. - De toets [Configureren] kan worden ingedrukt om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat voor elke gescande pagina van de originelen te wijzigen. Als u "Kaart Formaat" heeft geselecteerd in speciale functies, kan echter alleen de belichting worden gewijzigd wanneer u een even genummerde pagina van het origineel scant. ![](images/d0822d6c1b919d1cd1bc01e448c9849551a3c7c955fbe81a74610a6dcb878363.jpg) \- Zijn alle originelen gescand, dan verschijnt "Opdracht opgeslagen." samen met het nummer voor de opdrachtregeling. Met dit nummer kunt u de opdracht opzoeken in het Transmissierapport of in het Activiteitenrapport Beeld Verzenden. Betreft het een rondzendtransmissie, dan verschijnt het nummer ook op de opdrachttoets in het statusscherm van de opdracht. Daarom is het handig om dit nummer te noteren om het resultaat te controleren. \- Als het geheugen vol raakt tijdens het scannen van de originelen, verschijnt er een melding en stopt het scannen. \- Pas op dat u bij het Scannen naar E-mail geen te grote bestanden verstuurd. Vooral bestanden met meerdere pagina's zijn vaak te groot. Bij het versturen van een bestand met meerdere pagina's of andere grote bestanden is het soms nodig om het aantal gescande pagina's te verminderen of het verzendformaat te verkleinen.

- Een mailhandtekening opslaan

U kunt vooraf ingestelde tekst automatisch toevoegen aan het eind van e-mailberichten als mailhandtekening. Dit is handig wanneer u een bedrijfsbeleid of andere vooraf ingestelde tekst onder in e-mailberichten wilt zetten. Als u de tekst voor een mailhandtekening wilt opslaan klikt u op [Toepassingsinstellingen] en vervolgens op [Beheerinstellingen] in het webpaginamenu. (Beheerderrechten zijn vereist.) Er kunnen maximaal 900 tekens worden ingevoerd. (De mailhandtekening is niet inbegrepen bij het maximaal aantal tekens dat u kunt typen in het mailbericht.) Met "Instellen voorkeur emailhandtekening" in de systeeminstellingen (beheerder) kan worden opgegeven of al dan niet een mailhandtekening wordt toegevoegd. ![](images/dd8dd894dcc2992cc11bee2bc7d2956ab24a8e73647843fc45619baaead8383c.jpg)

Om het scannen te annuleren...

Druk op de toets [STOP] ( ) om de bewerking te annuleren. ![](images/f5cf91feb9d7efbf7cc10efce04b2b83b1004eead3c53f2cc2519295f89dd290.jpg)

- Systeeminstellingen (Beheerder): Instell. afbeelding verzenden

Gebruik deze toets om instellingen voor scannerverzending te configureren, zoals standaardinstellingen voor standaardresolutie en het belichting, de standaardkleurfunctie en bestandsindeling, de bestandscompressiemethode voor distributie, de bestandsgroottelimiet voor scannen naar e-mail en de standaardafzender en -bestemming.

- Systeeminstellingen (Beheerder): Instellen voorkeur emailhandtekening

Met deze instelling kunt u opgeven of al dan niet een mailhandtekening wordt toegevoegd aan het eind van e-mailberichten. Volgens de standaard fabrieksinstelling wordt geen mailhandtekening toegevoegd.

ONDERWERP, BESTANDSNAAM, BEANTWOORDEN EN PLATTE TEKST WIJZIGEN

Het onderwerp, de bestandsnaam, beantwoorden en platte tekst kunnen tijdens het verzenden van een scan worden gewijzigd. Er kunnen vooraf ingestelde items worden geselecteerd, of er kan rechtstreeks tekst worden ingevoerd. ![](images/fe4999bddf1e8e654d44b76a1849bcf61b829b247db3f2ed1b6125b4f7f2912f.jpg) - Bij Scannen naar FTP, Scannen naar desktop of Scannen naar netwerkmap wordt alleen de bestandsnaam gebruikt. - Als onderwerp en bestandsnaam niet zijn gewijzigd, worden de instellingen van de webpagina gebruikt. - Als de naam van de afzender niet is gewijzigd, wordt bij de systeeminstellingen "Standaard-Afzenderset" gebruikt. Als deze niet is geconfigureerd, wordt het antwoordadres in [Netwerkinstellingen] – [Service-instellingen] – [SMTP-instellingen] in de webpagina's gebruikt. (Beheerderrechten zijn vereist.) - U kunt selecties voor het onderwerp, de bestandnaam en de platte tekst configureren door te klikken op [Toepassingsinstellingen] en vervolgens op [Netwerkscannerinstellingen] in het webpaginamenu. - Zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor de procedure voor het invoeren van tekst.

1

Druk op [Verzendinst.] in het basisscherm.

BASISSCHERM (pagina 5-9) Als u zendt naar een bestemming voor Scannen naar FTP, Scannen naar desktop of Scannen naar netwerkmap, gaat u verder met stap 4.

2

![](images/12883e8143d9fa968e0b4b38df7c2b19133c42aa019546ef6a3db45dbdba822f.jpg) Wijzig het onderwerp door op [Onderwerp] te drukken.

3

![](images/481f0c298d57ae908f8fd159189b6fc6aacc26d2374aa33672880c03fe53a2e2.jpg)

Voer het onderwerp in.

(1) Druk op een vooraf ingestelde teksttoets. (2) Druk op [OK]. ![](images/747150b176623883577b2d390088bd897099080f015bc360d64b6719028ccf99.jpg) - Wilt u rechtstreeks tekst invoeren, druk dan op [Directe Invoer] om het tekstinvoerscherm te openen. Voer de tekst in en druk op [OK]. - De tekst onder een vooraf ingestelde teksttoets kan worden bewerkt door op de vooraf ingestelde teksttoets te drukken en vervolgens op de toets [Directe Invoer]. Het tekstinvoerscherm zal verschijnen met daarin de geselecteerde vooraf ingestelde tekst. (Wanneer u een bestemmingspagina opslaat met webpagina's, kunt u maximaal 80 tekens opgeven. Er kunnen echter slechts 54 tekens op het aanraakscherm worden ingevoerd.) ![](images/609a3751c366ff2e7775989be45c9fcbaae80bf2f99b5dc3973263db62caf0f7.jpg)

Druk om de bestandsnaam te wijzigen op de toets [Bestandsnaam].

- De bestandsnaam wordt op dezelfde wijze ingevoerd als het onderwerp. - Als u zendt naar een bestemming voor Scannen naar FTP, Scannen naar desktop of Scannen naar netwerkmap, gaat u verder met stap 9. ![](images/7dd24cdbc95cc466f64cbf902bc1cec980270b431e2f45bd6c65721ad46f543d.jpg)

Als u "Antwoord naar" wilt wijzigen, drukt u op de toets [Antwoord naar].

![](images/66ccb76b5980aed2964c0bc902c73eef9a6a146cb1af02cc545b297dd1ef9247.jpg) Als u werkt met gebruikersauthenticatie, worden de gegevens van de aangemelde gebruiker toegepast en kan "Antwoord naar" niet worden gewijzigd. ![](images/8dd3b26024f38d01339981912395116b82eec8b39b3127482885b4997dff413b.jpg)

Geef een gebruiker op voor "Antwoord naar" en druk op [OK].

- Druk op de toets die u wilt gebruiken voor "Antwoord naar". - U kunt op de toets [Globaal Adres Zoeken] drukken om een gebruiker op te geven die in het globale adresboek is opgeslagen voor "Antwoord naar". U kunt ook direct een e-mailadres invoeren door te drukken op de toets [Adresinvoer]. ![](images/6877aeb2ac90ddad62392422b6386fde1272ba6e7d73f3de810b584eff2c207e.jpg) - Druk om het retouradres te specificeren op de toets 📁 en voer een gebruikersnummer in dat eerder werd opgeslagen met behulp van "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder). - Er kan alleen een toets voor het retouradres worden geselecteerd als er in "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder) een e-mailadres is opgeslagen. ![](images/aa3b8d0767c2936ac350691efe886578fcba2e22514827c39ab9cdd31973d00f.jpg) Wijzig het bericht door op [Inhoud] te drukken. ![](images/dacc96408d15c34d1249827c1bfcb7792a97823a4a2b99c722d98f4b072d4d73.jpg)

Voer de tekst in en druk op [OK].

- Selecteer een vooraf opgesteld tekst dat op de webpagina is opgeslagen door op [Voorkeurselec.] te drukken. - Voer de tekst direct in door op [Bewerken] te drukken. ![](images/c6d1aaf706bee613732007f98122a0294f0b6825d0529fb64cf58a565332e614.jpg) - Er kunnen 1800 tekens worden ingevoerd. (Een regeleinde geldt als één teken.) - Wis alle ingevoerde tekst door op de toets [Alles wissen] te drukken. Door op deze toets te drukken wordt gehele tekst van het bericht meteen gewist; niet alleen de geselecteerde regel. - U kunt elke regel van de ingevoerde tekst selecteren met de toetsen ▼ ▲. Bewerk de geselecteerde regel door op [Bewerken] te drukken. Het tekstinvoerscherm zal verschijnen met daarin de geselecteerde tekst. ![](images/1c484e0ea1f39f401a20585de776cc4246e181f37ae3f044427207834e167d40.jpg) Druk op [OK]. ![](images/fdb88e51ca68f5c146a291835552ed0819852fbc98049e10f90ad16271fde482.jpg) Het selectievakje [Beantwoorden' toevoegen aan Cc] kan worden geselecteerd om een Cc-kopie naar de afzender te sturen. ![](images/d45eacf367a9ac959a0143ed752ee0ae9c1700c22231f2ae928ae03bad37efdb.jpg) Bij het opslaan van vooraf opgestelde tekst voor het onderwerp en de bestandsnaam op de webpagina's kunnen tot 80 tekens worden ingevoerd. ![](images/3774c167c25e0757a80734725f2c8d5526173e5baf10ab4cb89c33d7b921e4bd.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling aantal weergegeven sleutels naam/onderwerp/inhoud De instelling voor het aantal in één scherm weergegeven onderwerptoetsen en bestandnaamtoetsen kan gewijzigd worden in 6, 12 of 18. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Standaard-Afzenderset Hiermee worden de naam van de afzender en het e-mailadres opgeslagen die worden gebruikt als er geen afzender wordt geselecteerd.

EEN BEELD IN USB-GEHEUGENMODUS VERZENDEN

Volg onderstaande stappen om een gescande afbeelding naar een in de handel verkrijgbaar USB-geheugenapparaat te verzenden dat op de machine is aangesloten. Het bestand wordt daarmee opgeslagen in het USB-apparaat. ![](images/44c2ac9d76aa8875dc062cfe42a64e51ea96c08f581073b10d9e4eb195b20bfd.jpg) - Gebruik een FAT32 USB-geheugen met een capaciteit van meer dan 32 GB. - Wanneer een standaardadres wordt geconfigureerd in "Instelling standaard adres" in de systeeminstellingen (beheerder), kan de modus niet worden gewijzigd. Als u naar de modus USB-geheugenscan wilt gaan, druk dan op [Annuleren] op het aanraakscherm en volg de onderstaande procedure. Als "Instelling standaard adres" is ingesteld op "Voeg E-mailadres gebruiker toe voor aanmelden", druk dan op de toets [Adres toevgn] op het aanraakscherm om naar de USB-geheugenscanmodus over te schakelen. 1 ![](images/966c414e0dee61dd7c4cdd9b7438480f249c88d9fe4056c88188b8e5dd98760b.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with control panel and paper clip (no text or symbols)
Steek het USB-geheugen in de USB-aansluiting (type A) op de machine. ![](images/b88cad45b1272f0cad156988dd56968c66d11864fd0fa52690ede842822f606e.jpg)

Plaats het origineel.

Plaats geen voorwerpen onder de formaatdetector. Het sluiten van de automatische origineelinvoer terwijl er een voorwerp onder ligt, kan leiden tot beschadiging van de plaat van de formaatdetector en tot een onjuiste vaststelling van het formaat van het origineel. \- Plaats de originelen in de richting zoals hieronder wordt afgebeeld. ![](images/8b6ecd54d4eede084549a13009fe267d66cf67a1778243adf4b651f0b637615a.jpg)
OriginelenLade origineelinvoerPlaats de originelen met de voorzijde omhoog.GlasplaatPlaats het origineel ondersteboven met de hoek bij de punt van het pijlteken 📁 de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Afdrukstand staand*SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 1SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 2SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 3
Afdrukstand liggendSHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 4SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 5SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 6
\* Om een groot staande origineel te plaatsen, volgt u de aanwijzingen bij "Afdrukstand liggend" hierboven en selecteert u bij stap 4 de gewenste afdrukstand. - Plaats A5 (5-1/2" x 8-1/2") originelen in de afdrukstand staand (verticaal) (☐). Als ze in de (horizontale) afdrukstand liggend (☐) worden geplaatst, wordt het formaat foutief waargenomen. Voer het formaat van het origineel bij A5R (5-1/2" x 8-1/2"R) originelen handmatig in. - Originelen kunnen niet opeenvolgend worden gescand en in één zending worden verstuurd wanneer zowel de automatische origineelinvoer als de glasplaat wordt gebruikt. 2 ![](images/4438c8644f6879cbafb711868199db81ede95d6c562df35597c41f92c2a4f90e.jpg)

Schakel over naar de USB-geheugenmodus en geef het scherm beeldinstellingen weer.

(1) Druk op de tab [USB-geh.scan]

Als de tab [USB-geh.scan] niet verschijnt, drukt u op de tab om het scherm te wijzigen.

(2) Druk op [Origineel].

![](images/1a4692e7c851f69ef8b39ba744ffc308b4cfd2815103c0a7f7a94c0b1b3cf09d.jpg) - Bij scannen naar USB-geheugen hoeft de bestemming niet te worden opgegeven. - Als er eerder een bestemming of andere modus werd opgegeven, verschijnt een bericht als u overschakelt naar de USB-geheugenmodus om aan te geven dat de ingestelde bestemming wordt gewist. Druk op [OK] in het berichtscherm en ga naar de volgende stap. - De huidige instellingen voor [Origineel], [Belichting], [Resolutie], [Best. indeling] en [Keurmodus] worden rechts van elke toets aangegeven. U kunt de instelling wijzigen door op de juiste toets te drukken. AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGINEEL SCANNEN 2-zijdig (origineel) (pagina 5-54), SCANFORMAAT ORIGINEEL EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (Vergroten/Verkleinen) (pagina5-55), BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN (pagina 5-61), RESOLUTIE WIJZIGEN (pagina 5-63), BESTANDSINDELING WIJZIGEN (pagina 5-64), KLEURENMODUS WIJZIGEN (pagina 5-68), SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71) ![](images/5183653bba4014b24336be5bba3c334b1d250309b1268ad92a96c2c7ac18281a.jpg)

Geef op in welke afdrukstand het origineel is geplaatst.

Om te zorgen dat het origineel wordt gescand in de juiste stand (de bovenrand van het origineel wordt weergegeven boven in het scherm) geeft u op in welke stand het origineel in stap 2 is geplaatst.

(1) Druk op de juiste toets voor de afdrukstand.

Wijst de bovenrand van het origineel naar boven, druk dan op de toets. Wijst de bovenrand van het origineel naar links, druk dan op de toets.

(2) Druk op [OK].

U keert terug naar het scherm van stap 3. ![](images/125e1b860668df124c3ed33bd573db25113edd3c69f76d4d627822cb0b6a6bdc.jpg) De stand van het origineel staat oorspronkelijk ingesteld op 📁. Als het origineel met de bovenrand naar boven is geplaatst, kunt u deze stap achterwege laten.

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als het origineel op de glasplaat is gelegd, verschijnt de toets [Lezen Klaar] op het aanraakscherm. Als het origineel slechts één pagina is, gaat u naar stap 7. Als u meer pagina's moet scannen gaat u naar de volgende stap. - Als het origineel in de lade van de origineelinvoer was geplaatst, klinkt er een pieptoon na afloop van het scannen en volgt verzending. Ga naar stap 8. ![](images/8dc1a392206f8dc0117d6c9a98abb4f12666b03cb8874e6fe76a7a305f8c13dd.jpg) Koppel het USB-geheugen niet los voordat "Verzenden van gegevens voltooid." op het aanraakscherm verschijnt. ![](images/e4139b4bdf1a57f24eec9f0271ed1c9258901b9dc2c759fe9937b200cedd3d61.jpg) - De afbeelding wordt gescand in de modus die bij "Kleurmodus" is ingesteld. Voor de kleurmodusinstellingen, zie "KLEURENMODUS WIJZIGEN" (pagina 5-68). - Als PDF versl. is geselecteerd als bestandsindeling ([PDF] op het scherm voor het instellen van de indeling en het selectievakje [Standaard voorbeeld] is ingesteld op √), wordt u gevraagd om een Wachtwoord in te voeren wanneer u op de toets [START] drukt. ![](images/7c4f447a4a0c34904c8cb0423d232f2890e6d63d7a709f7f8be4e294181ffe7a.jpg) Druk op [Invoer] om het toetsenbordscherm te openen, voer het wachtwoord in (maximaal 32 tekens) en druk op [OK]. De ontvanger moet het hier ingevoerde wachtwoord gebruiken om het versleutelde PDF-bestand te openen. Annuleer het openen van het versleutelde PDF-bestand door op [Annuleren] te drukken. Het scherm voor de indelingsinstellingen verschijnt zodat het bestandstype gewijzigd kan worden. Selecteer een nieuw type en druk op [START] om te beginnen met verzenden.

Als het origineel op de glasplaat werd geplaatst, vervang het dan door het volgende origineel en druk op de toets [START].

Herhaal dit tot alle originelen zijn gescand. ![](images/da39b16f7ff9f61c7a06b6917a04847c654883b7cae3fefbad61f51081869f71.jpg)

Druk op [Lezen Klaar].

Er klinkt een pieptoon ten teken dat de bewerking is voltooid. Open de automatische origineelinvoer en verwijder het origineel. ![](images/c519f5b040d2ec6d7dee599923d222e50b1057ac672cd2d4fcf6f5604846efbb.jpg) - Als er gedurende één minuut geen actie wordt ondernomen nadat het bevestigingsscherm is verschenen, wordt het scannen automatisch gestopt en wordt de verzending gereserveerd. - De toets [Configureren] kan worden ingedrukt om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat voor elke gescande pagina van de originelen te wijzigen. Als u "Kaart Formaat" heeft geselecteerd in speciale functies, kan echter alleen de belichting worden gewijzigd wanneer u een even genummerde pagina van het origineel scant.

8

![](images/9f227404a52fc9c95d690a5d04d93751b7149d7180bcbf4ddf1fadfe224ec5fb.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with control panel and paper clip (no text or symbols)
Koppel het USB-geheugen los wanneer "Verzenden van gegevens voltooid." op het aanraakscherm verschijnt. Koppel het USB-geheugen niet los terwijl "Bezig met verzenden van gegevens." of "Bezig met verzenden van gegevens." op het aanraakscherm wordt weergegeven. ![](images/ed65658ade34d815ab2746eea281e9cdb92e535b990dcc9f43d96d116a13720d.jpg) - Wanneer de verzending naar USB-geheugen is voltooid, wordt "Verzenden van gegevens voltooid." weergegeven. Het bericht verdwijnt even later en het basisscherm van de functie beeld verzenden verschijnt weer. (Het basisscherm van de functie beeld verzenden is het scherm dat verschijnt als u op de toets [BEELD VERZENDEN] drukt.) - Wanneer het USB-geheugen vol raakt tijdens het scannen... Er verschijnt een melding en het scannen wordt gestopt. De gescande gegevens worden niet opgeslagen. Als het bestandsindeling echter wordt ingesteld op JPEG en het selectievakje [Opgegeven pagina's per bestand] wordt geselecteerd, worden bestanden waarvan het scannen voltooid is opgeslagen in het USB-geheugen. - Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( ) om de bewerking te annuleren. - Scannen naar USB-geheugen annuleren Terwijl de gescande data in het USB-geheugen wordt opgeslagen, verschijnt het bericht "Bezig met verzenden van gegevens." en de toets [Annuleren] op het aanraakscherm. Annuleer het opslaan door op [Annuleren] te drukken. ![](images/55ce52b3957b7f1f3c63ca5234e8b96827554f62e9b6c562b9722110a8e8ff2b.jpg) ![](images/90377a41cebc7463a5bb3c873a39f10f2006e0358ec0e3902072f8feeb80866a.jpg) - Systeeminstellingen: Controle USB-apparaat (pagina 7-27) Hiermee wordt de aansluiting van een USB-apparaat op de machine getest. - Systeeminstellingen (Beheerder): Scaninstellingen Hiermee worden de standaard kleurenmodus en bestandsindeling ingesteld. - Systeeminstellingen (Beheerder): Scanfunctie uitschakelen Het gebruik van de pc-scanfunctie en USB-geheugenfunctie is mogelijk verhinderd.

GEEF OP IN WELKE MAP HET BESTAND WORDT OPGESLAGEN

Als u een bestand naar USB-geheugen stuurt, kan een map in USB-geheugen worden opgegeven. Er kan ook een nieuwe map in USB-geheugen worden gemaakt. ![](images/2ccc0686d150a696d03c4b4f3e937e39dc37929494ff87255dc05460dd3a5567.jpg) Als er geen map wordt opgegeven, wordt het bestand op het eerste niveau van de USB-geheugen opgeslagen.

1

![](images/f57e4a3cc0369c7a4932d272e18aacf385281b7005f6117e6f78626b8efe8135.jpg) Tik op de toets [Opgeslagen in].

2

![](images/856976f781daa201fd71197f8dccdbc0e0e01169efed4a5af88d0735f3f89d4c.jpg)

Selecteer de map.

(1) Tik op de toets van de map waarin u het bestand wilt opslaan. Als de geselecteerde map een andere map bevat, kunt u die map selecteren. Het huidige mapniveau wordt in (A) weergegeven. (2) Druk op [OK]. U keert terug naar het basisscherm. De toets [Opgeslagen in] wordt gemarkeerd. ![](images/73f467caead91095195a9441f13615bcdca799b54235f93b7f3ba75032148257.jpg) - Tik op de toets [Nieuwe map] om een nieuwe map te maken op het huidige weergegeven niveau. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Voer een naam van een map in en tik op [OK]. Voor de procedure van het invoeren van tekst, zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". - Tik op de toets otn een niveau hoger te gaan. Deze toets verschijnt wanneer een map op het tweede niveau of lager wordt geselecteerd. - Tik op de toets die ▲ of ▼ toont om de volgorde te wijzigen van de toetsen die op het scherm worden weergegeven. Elke keer dat de toets wordt aangeraakt, wisselt de volgorde tussen oplopend en aflopend. ![](images/e69c5612b5615ecf6f6a73593439abe5a12eed82b6ad0fbf78d9b43ac81039a3.jpg) Geef een mapnaam en bestandsnaam op die binnen het toegestane aantal weergavetekens van uw besturingssysteem liggen. indien de bestandsnaam of mapnaam het toegestane aantal tekens overschrijdt, is het misschien niet mogelijk om het gescande bestand weer te geven.

BESTANDSNAAM INVOEREN

U kunt de bestandsnaam invoeren tijdens het verzenden van een scan. ![](images/b415cd252a7968e1f6f991a7379c350e69c08b058662bcdf8dd459d8d61c2b18.jpg) - Als de bestandsnaam niet wordt ingevoerd, worden de instellingen van de webpagina gebruikt. - Zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor de procedure voor het invoeren van tekst. ![](images/4885cba3a98de43f6c968b30d73f55b4dbf91ba999278fd7ee7cb0f4ee6741bb.jpg) Druk op de toets [Bestandsnaam]. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Voer de bestandsnaam in en druk op [OK]. De ingevoerde mapnaam verschijnt in (A).

EEN FAX VERZENDEN IN INTERNETFAXMODUS

De basisprocedure voor het zenden van een fax in internetfaxmodus wordt hieronder uitgelegd. Met de procedure kan ook direct verzonden worden via Direct SMTP. ![](images/5cbb75ccb5deb58a95ea27eedc5f2f84d7619c9a244c2f92e2d3c667a6b02e5c.jpg) Als een standaardadres is geconfigureerd in "Instelling standaard adres" in de systeeminstellingen (beheerder), kan de modus of bestemming niet worden gewijzigd en kunnen geen bestemmingen worden toegevoegd. Als u de naar de Internetfaxmodus wilt gaan, druk dan op [Annuleren] op het aanraakscherm en volg de onderstaande procedure. Als "Instelling standaard adres" is ingesteld op "Voeg E-mailadres gebruiker toe voor aanmelden", druk dan op de toets [Adres toevgn] op het aanraakscherm om naar de internetfaxmodus over te schakelen. ![](images/b0589401424d4beec08a22bc2d78935a8f7b96c83346c45ba30f0fbd2eeb2574.jpg)

Plaats het origineel.

- Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. - Plaats geen voorwerpen onder de formaatdetector. Het sluiten van de automatische origineelinvoer terwijl er een voorwerp onder ligt, kan leiden tot beschadiging van de plaat van de formaatdetector en tot een onjuiste vaststelling van het formaat van het origineel. ![](images/539d080c567dcc04f32cac9697650689f0ef9451223cdfb79361e198a7924974.jpg) - Plaats A5 (5-1/2" x 8-1/2") originelen in de afdrukstand staand (verticaal) (☐). Als ze in de (horizontale) afdrukstand liggend (☐) worden geplaatst, wordt het formaat foutief waargenomen. Voer het formaat van het origineel bij A5R (5-1/2" x 8-1/2"R) originelen handmatig in. - Afbeelding draaien A4, B5R, A5R en 16K (8-1/2" x 11" en 5-1/2" x 8-1/2"R) originelen worden 90 graden gedraaid en verzonden in A4R, B5, A5 of 16KR (8-1/2" x 11"R of 5-1/2" x 8-1/2") afdrukstand. (A4R, B5, en A5 (8-1/2" x 11"R en 5-1/2" x 8-1/2") originelen kunnen niet worden gedraaid voor verzending.) ![](images/193f0ddb97816a1abe203e6a819b7a0cb59412a0baf533fc08374ece218bf421.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Tree"] --> B["Cell with arrow"]
    B --> C["Cell with 'Verzending'"]
    C --> D["Cell with 'Abacus'"]
\- Originelen kunnen niet opeenvolgend worden gescand en in één zending worden verstuurd wanneer zowel de automatische origineelinvoer als de glasplaat wordt gebruikt. ![](images/dd349ffde5d539b1828b1a228f195c20713d396ffef713bd96fe749b9cc249ad.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Verzenden Draaiing

Hiermee wordt geselecteerd of een gescande afbeelding vóór verzending moet worden gedraaid. De standaardinstelling is: draai A4 naar A4R, B5R tot B5, en A5R tot A5 (8-1/2" x 11" tot 8-1/2" x 11"R, en 5-1/2" x 8-1/2"R tot 5-1/2" x 8-1/2"). ![](images/21f900ae81244b880319439b2adff1906abae1bea7000d859c47e66194b30621.jpg)

Geef de bestemming op.

(1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de toets van de gewenste bestemming. Het pictogram Verschijnt op sneltoetsen waaronder Internetfaxadressen zijn opgeslagen. (3) Druk op de toets [Aan]. De bestemming is opgegeven. (4) Druk op de toets [Voorwaarde-Instellingen]. ![](images/545432b04cc0725679f7f4c9ce15e3e75eeb2063c7aa304adf65c2e8311da1f0.jpg) - Als na het drukken op een sneltoets en voor het wisselen van scherm niet op de toets [Aan] is gedrukt, wordt de bestemming automatisch opgegeven. - Een bestemming kan behalve door selectie van een sneltoets ook door het opgeven van een zoeknummer worden opgegeven. U kunt ook handmatig een bestemming invoeren of een bestemming opzoeken in een globaal adresboek. Raadpleeg "BESTEMMINGEN INVOEREN" (pagina 5-18) voor meer informatie. ![](images/12e827f1be9f80efeb69bce1802aa6bd3db6d268c976fa504eb982b3ca58b513.jpg)

Schakel over naar de internetfaxmodus en geef het scherm beeldinstellingen weer.

(1) Druk op de tab [Internetfax]. (2) Druk op [Origineel]. ![](images/c0c04c89c1a0bde9f45a0edccc689357cfb508e866d1bfd806dc29a3f5b74a94.jpg) De huidige instellingen voor [Origineel], [Belichting], [Resolutie], [Best. indeling] worden rechts van elke toets aangegeven. U kunt de instelling wijzigen door op de juiste toets te drukken. AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGINEEL SCANNEN 2-zijdig (origineel) (pagina 5-54), SCANFORMAAT ORIGINEEL EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (Vergroten/Verkleinen) (pagina 5-55), BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN (pagina 5-61), RESOLUTIE WIJZIGEN (pagina 5-63), BESTANDSINDELING WIJZIGEN (pagina 5-64), SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71) ![](images/b5d651822b9029efecff1f27b54d6ba64c184b93966e5e482200dfb92b772692.jpg)

Geef op in welke afdrukstand het origineel is geplaatst.

Geef bij het specificeren van de afdrukstand van de te verzenden afbeelding de afdrukstand van het in stap 1 geplaatste origineel op. (1) Druk op de juiste toets voor de afdrukstand. Wijst de bovenrand van het origineel naar boven, druk dan op de toets. Wijst de bovenrand van het origineel naar links, druk dan op de toets. (2) Druk op [OK]. U keert terug naar het scherm van stap 2. ![](images/f795c2a6a27353f12fe670d852331cf317d4f11822403f0f09c5e6a90ae1d3df.jpg) De stand van het origineel staat oorspronkelijk ingesteld op 📄. Als het origineel met de bovenrand naar boven is geplaatst, kunt u deze stap achterwege laten.

5

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als het origineel op de glasplaat is gelegd, verschijnt de toets [Lezen Klaar] op het aanraakscherm. Als het origineel slechts één pagina is, gaat u naar stap 7. Als u meer pagina's moet scannen gaat u naar de volgende stap. - Als het origineel in de lade van de origineelinvoer was geplaatst, klinkt er een pieptoon na afloop van het scannen en volgt verzending.

6

Als het origineel op de glasplaat werd geplaatst, vervang het dan door het volgende origineel en druk op de toets [START].

Herhaal dit tot alle originelen zijn gescand.

7

![](images/25e5ed2a9eb3791ca9266781773618d4e0c741f8f1bd0bc2ecce5946ee3ffee2.jpg) ![](images/b1f23ea0ff47420f64a4d4e9bf72d72ec61ea3159bc84b759b9b91bec693a603.jpg)

Druk op [Lezen Klaar].

Er klinkt een pieptoon ten teken dat de bewerking is voltooid. Open de automatische origineelinvoer en verwijder het origineel. - Als er gedurende één minuut geen actie wordt ondernomen nadat het bevestigingsscherm is verschenen, wordt het scannen automatisch gestopt en wordt de verzending gereserveerd. - De toets [Configureren] kan worden ingedrukt om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat voor elke gescande pagina van de originelen te wijzigen. Als u "2in1" of "Kaart Formaat" heeft geselecteerd in speciale functies, kan echter alleen de belichting worden gewijzigd wanneer u een even genummerde pagina van het origineel scant. ![](images/bb578b7de59cf7f25969f648de7244d21ba4d9f145d9d9ecd97212785cf4570e.jpg) - Zijn alle originelen gescand, dan verschijnt "Opdracht opgeslagen." samen met het nummer voor de opdrachtregeling. Met dit nummer kunt u de opdracht opzoeken in het Transmissierapport of in het Activiteitenrapport Beeld Verzenden. Betreft het een rondzendtransmissie, dan verschijnt het nummer ook op de opdrachttoets in het statusscherm van de opdracht. Daarom is het handig om dit nummer te noteren om het resultaat te controleren. - Als het geheugen vol raakt tijdens het scannen van de originelen, verschijnt er een melding en stopt het scannen. - Een mailhandtekening opslaan U kunt vooraf ingestelde tekst automatisch toevoegen aan het eind van e-mailberichten als mailhandtekening. Dit is handig wanneer u een bedrijfsbeleid of andere vooraf ingestelde tekst onder in e-mailberichten wilt zetten. Als u de tekst voor een mailhandtekening wilt opslaan klikt u op [Toepassingsinstellingen] en vervolgens op [Beheerinstellingen] in het webpaginamenu. (Beheerderrechten zijn vereist.) Er kunnen maximaal 900 tekens worden ingevoerd. (De mailhandtekening is niet inbegrepen bij het maximaal aantal tekens dat u kunt typen in het mailbericht.) Met "Instellen voorkeur emailhandtekening" in de systeeminstellingen (beheerder) kan worden opgegeven of al dan niet een mailhandtekening wordt toegevoegd. ![](images/306b5e2eacc4e69b344fed48ccea769aad84c52e2972adac24566c33bc549fc2.jpg)

Om het scannen te annuleren...

Druk op de toets [STOP] ( ) om de bewerking te annuleren. ![](images/bf114cbf82a5526548f57860ef06e0489c0136077b4006bb73c393315ccbc097.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): I-Fax Verzendinstellingen Hiermee worden instellingen voor Internetfaxverzending zoals rapport ontvangen, draaien, formaatbeperkingen en bijlage afzendergegevens geselecteerd. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Instellen voorkeur emailhandtekening Met deze instelling kunt u opgeven of al dan niet een mailhandtekening wordt toegevoegd aan het eind van e-mailberichten. Volgens de standaard fabrieksinstelling wordt geen mailhandtekening toegevoegd.

ONDERWERP, BESTANDSNAAM EN PLATTE TEKST WIJZIGEN

Het onderwerp, de bestandsnaam en de tekst kunnen bij het verzenden van een Internetfax worden gewijzigd. Er kunnen vooraf ingestelde items worden geselecteerd, of er kan rechtstreeks tekst worden ingevoerd. ![](images/a76386b883c9be57777b42fc5864ec6b026a7d601e3b43719934e47b8d667a87.jpg) - Als onderwerp en bestandsnaam niet zijn gewijzigd, worden de instellingen van de webpagina gebruikt. - U kunt selecties voor het onderwerp, de bestandnaam en de platte tekst configureren door te klikken op [Toepassingsinstellingen] en vervolgens op [Netwerkscannerinstellingen] in het webpaginamenu. - Zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor de procedure voor het invoeren van tekst.

1

Druk op [Verzendinst.] in het basisscherm.

BASISSCHERM (pagina 5-9)

2

![](images/bc4e62b6c47d0536c7130ca7ac51d07a1ea39aaf8229bbac100e601e1a23232a.jpg) Wijzig het onderwerp door op [Onderwerp] te drukken.

3

![](images/b4bf1c15212c3893aca269031ea33ff1ed64da1758ced3b30edd3148e8e45aeb.jpg)

Voer het onderwerp in.

(1) Druk op een vooraf ingestelde teksttoets. (2) Druk op [OK]. ![](images/0f5310a2e7f8dea16c16aa2c665ae52999e565f89984c791e3e95c1190cbaf27.jpg) - Wilt u rechtstreeks tekst invoeren, druk dan op [Directe Invoer] om het tekstinvoerscherm te openen. Voer de tekst in en druk op [OK]. - De tekst onder een vooraf ingestelde teksttoets kan worden bewerkt door op de vooraf ingestelde teksttoets te drukken en vervolgens op de toets [Directe Invoer]. Het tekstinvoerscherm zal verschijnen met daarin de geselecteerde vooraf ingestelde tekst. (Wanneer u een bestemmingspagina opslaat met een webpagina, kunt u maximaal 80 tekens opgeven. Er kunnen echter slechts 54 tekens op het aanraakscherm worden ingevoerd.) ![](images/ebc5a712c82945902b8148b669d97d88dcbc7dbc5dd4897ca1e34ef99b4ce5f2.jpg)

Druk om de bestandsnaam te wijzigen op de toets [Bestandsnaam].

De bestandsnaam wordt op dezelfde wijze ingevoerd als het onderwerp. ![](images/04169bb90981f54f5175215356bd82f9b2a2e549c8613243c545e8cca9c73468.jpg)

Wijzig het bericht door op [Inhoud] te drukken.

![](images/df8001fd74b9856539a7da8ad5cabec2bfe31d4dfbc41086e710e783ef1cf426.jpg)

Voer de tekst in en druk op [OK].

- Selecteer een vooraf opgesteld bericht dat op de webpagina is opgeslagen door op [Voorkeurselec.] te drukken. - Voer het bericht direct in door op [Bewerken] te drukken. ![](images/4552c870863c6a0a59b80660f6a900e6f1b6da37a834e95faad71be826dde6f3.jpg) - Er kunnen 1800 tekens worden ingevoerd. (Een regeleinde geldt als één teken.) - Wis alle ingevoerde tekst door op de toets [Alles wissen] te drukken. Door op deze toets te drukken wordt gehele tekst van het bericht meteen gewist; niet alleen de geselecteerde regel. - U kunt elke regel van de ingevoerde tekst selecteren met de toetsen ▼ ▲. Bewerk de geselecteerde regel door op [Bewerken] te drukken. Het tekstinvoerscherm zal verschijnen met daarin de geselecteerde tekst. 7 ![](images/efd9ad806fd0378b2353e0cca6c791c940a9c7bb2e012e63d7305ff35a3b9862.jpg) Druk op [OK]. ![](images/75f948615b85bad8f7ef57fee918a9fc418eba1d170a4c5f4d7c5929e9412412.jpg) Bij het opslaan van vooraf opgestelde tekst voor het onderwerp en de bestandsnaam op de webpagina's kunnen tot 80 tekens worden ingevoerd. ![](images/507591ca427eb41f46ad954c935d72caa387f4bacd7247acbb18237da2606dc9.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling aantal weergegeven sleutels naam/onderwerp/inhoud De instelling voor het aantal in één scherm weergegeven onderwerptoetsen en bestandnaamtoetsen kan gewijzigd worden in 6, 12 of 18.

DEZELFDE AFBEELDING NAAR MEERDERE BESTEMMINGEN VERZENDEN

(Rondzendtransmissie)

Dezelfde afbeelding kan in één handeling naar meerdere bestemmingen van scan-, internetfax- en faxmodi worden verzonden. Er kunnen tot 500 bestemmingen in één distributiebewerking worden geselecteerd. (Een gecombineerd maximum van 200 bestandserveradressen, desktopadressen en gedeelde map adressen.) ![](images/b2f93db0884680c007941e8af762cd6a09e2c3a8f8380fc901595cbcc0788ee9.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Originelen"] --> B["Verzending"]
    B --> C["Computer"]
    C --> D["Server"]
    D --> E["Printer"]
    E --> F["Document"]
![](images/5d81bb8ba093ee274402d65274022e16db103ddc97e1ff96e6f58427bc7d28c2.jpg) Als u vaak afbeeldingen naar dezelfde groep bestemmingen rondzendt, is het handig om deze bestemmingen onder een groeptoets op te slaan. 1 ![](images/dc5d0084a141187e770578bb91abb31a97b760638f7844042e1bb50678e21d3c.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a lid and front panel, showing no text or symbols

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. ![](images/0df26a8a632624ccaa452abfaca6fe8695262f4f38ffa8883bc53a4216fccd6d.jpg)

Geef de bestemming op.

(1) Druk op [Adresboek] in het basisscherm. (2) Druk op de sneltoets van de gewenste bestemming. (3) Druk op de toets [Aan]. De bestemming is opgegeven. (4) Herhaal stap (2) en (3) tot alle bestemmingen zijn geselecteerd. ![](images/909d5980a82a8664b6848adc56bcac6a7204bb3ff59b455d8f33ecce3d1cf1b4.jpg) - Voeg Cc- of Bcc-ontvangers toe door een ontvanger te selecteren en op de toets [Cc] of [Bcc] te drukken. - Indien "Volg adrestoets invoeren bij distributie-instel." is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder), druk dan op de toets [Volgend Adres] voordat u de volgende bestemming opgeeft. - Sneltoetsen die u niet kunt gebruiken voor distributie zijn grijs weergegeven, zodat u ze niet kunt selecteren. - Als er een Scannen naar FTP (Hyperlink) adres is opgegeven voor een rondzending, wordt de hyperlink e-mailverzending niet uitgevoerd. - Als u vaak afbeeldingen naar dezelfde groep bestemmingen rondzendt, is het handig om deze bestemmingen onder een groeptoets op te slaan. ![](images/4b708dc4e6ca916b262cdea5957954df2fafc0532278d3ecf1e9646a74b215af.jpg)

Druk op [Adresoverzicht].

![](images/186dd7fb3e2996ec167e16e788429f238290975cbcb2f68e5cf1877eeb2e58db.jpg)

Controleer de bestemmingen en druk op [OK].

![](images/c6ab2e0a4dd9076dd35ef2ad9993a572d64c4c8a4f64231a7fa3cd3cadac94c2.jpg) Als ook naar Cc- of Bcc-bestemmingen wordt verzonden, druk dan op de tab [Cc] of [Bcc] om deze bestemmingen te controleren. ![](images/b13668b21aa67d7ce03ed5892f43787835425be88730a42f8ad3557d01ace2ec.jpg)

Een opgegeven bestemming annuleren

Druk op de sneltoets van de bestemming die u wilt annuleren. Er verschijnt een melding ter bevestiging van het wissen. Druk op de toets [Ja]. GESELECTEERDE BESTEMMINGEN CONTROLEREN EN WISSEN (pagina 5-20)

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Als een pagina is gescand, vervang deze dan door de volgende pagina en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/9574a8401de3732ffb4c99afc5cfc11afc92e3c289249ff7df1abfaf48631bb4.jpg) Als Internetfaxbestemmingen of faxbestemmingen deel uitmaken van de distributieverzending, zal het scannen in Mono gebeuren. ![](images/e22e8916384db6495ec89ad32147c370b551cce9a2a62691b8a71d422861fdc1.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( )om de bewerking te annuleren.

RONDZENDOPDRACHTEN WAARIN INTERNETFAXBESTEMMINGEN ZIJN OPGENOMEN

Als een rondzendopdracht zowel bestemmingen voor de scanmodus als de Internetfaxmodus bevat, krijgen de instellingen van de Internetfaxmodus voorrang (afdrukstand origineel en andere diverse instellingen). Houd bij het uitvoeren van een rondzendopdracht van dit type rekening met onderstaande informatie.
Stand plaatsing origineelDe afdrukstand van Internetfax krijgt prioriteit. Als "Instelling Verzenden Draaiing" is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder), wordt de afbeelding 90 graden gedraaid. Daarom wordt de afbeelding soms niet in de juiste stand weergegeven.
VerzendformaatAls de bestandsindeling staat ingesteld op [TIFF-S] in de modus Internetfax, is verzending alleen mogelijk in A4R (8-1/2" x 11"R) formaat.
BelichtingDe instellingen van Internetfax krijgen prioriteit.
ResolutieAls de bestandsindeling staat ingesteld op [TIFF-S] in de modus Internetfax en er een hoge resolutie is geselecteerd in de scanmodus, wordt de resolutie gewijzigd naar [200X200dpi].
Modus voor bestandscompressieDe compressiemodus wordt gewijzigd naar de compressiemodus die is ingesteld bij "Compressiemodus bij distributie" in de systeeminstellingen (beheerder).
Kleuren scannenHet scannen wordt in uitgevoerd in Mono2 ongeacht de kleurenmodusinstelling.
Spec. Functies2-in-1Dit kan niet worden geselecteerd in scanmodus. Wordt het echter geselecteerd in de modus Internetfax, dan wordt het ook toegepast op scanbestemmingen.
Formaat scanbestandAls u een rondzendtransmissie uitvoert met bestemmingen waarvoor in de systeeminstellingen (beheerder) met "Instelling van maximum aantal verzenddata (E-Mail)" of "Maximumgrootte van gegevensbijlagen (map FTP/Bureaublad/Netwerk)" een beperking is ingesteld voor de bijlagegrootte, geldt deze limiet ook voor bestemmingen waarvoor geen limiet is ingesteld. (De beperkinginstelling van Scannen naar E-mail of Internetfax krijgt prioriteit.)

Opnieuw verzenden naar rondzendbestemmingen

De resultaten van een uitgevoerde rondzendopdracht (distributie) kunnen worden gecontroleerd in het scherm opdrachtstatus. Als de verzending naar een of enkele van deze adressen is mislukt, stuur de afbeelding dan nogmaals naar deze adressen. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/c4cf05b8aa0ac70b3729085515409f88ff406a919c861c5b8f1b2cce655029e3.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/34bb018670ddb90cfe43f3a55b524b3d16fc4bc2d3412ac04f45212fa635d0a7.jpg)

Roep het scherm uitgevoerde opdrachten op.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt weergeven. (2) Druk op [Voltooid]. ![](images/9991a88f8d0694fee85285ccd98da5f358f5581893e8998878c44680386e845d.jpg) Als de rondzendopdracht naar bestemmingen van verschillende modi werd gezonden, wordt dezelfde toets voor de rondzendopdracht in elk van deze modi weergegeven. ![](images/2389e2809e12013df34e59af0729263db72092602509b1572d47a488cbe49185.jpg)

Details van de rondzendopdracht weergeven.

(1) Druk op de toets van de voltooide rondzendopdracht. (2) Druk op [Details]. ![](images/abf614c2a38f0ed2c5d141c6fcc2a06bbf51151a81d783c381fc0c385266bf77.jpg) "Rondzendenxxxx" verschijnt als adres van de opdrachttoets voor de distributie. Het controlenummer voor de opdracht dat in het aanraakscherm verscheen na afloop van het scannen, verschijnt in "xxxx". ![](images/777b53afabd7e7dd53b6192b28f0e05cf62364bc1190082e1dd4691d216346e8.jpg)

Stuur de afbeelding nogmaals naar de mislukte bestemmingen.

(1) Druk op de tab [Mislukt]. (2) Druk op [Nogmaals]. ![](images/8accad5d5391c585fe67bf3c65f1b27e4acb42ffed9a4164fb11e31f66238644.jpg) \- De procedure nadat de [Nogmaals]-toets is ingedrukt hangt af van het feit of er gebruik wordt gemaakt van de functie Documentarchivering.

Zonder documentarchivering

U keert terug naar het basisscherm met de mislukte bestemmingen ingevoerd. Plaats het origineel en voer de stappen van de rondzendopdracht uit.

Met documentarchivering

U keert terug naar het scherm voor het opnieuw verzenden van het documentarchief met de mislukte bestemmingen ingevoerd. Voer de procedure voor het opnieuw verzenden van het documentarchief uit. (Het origineel hoeft niet opnieuw te worden gescand.) \- Als u tijdens stap (1) drukt op de tab [Alle Bestemm.], worden alle bestemmingen weergegeven. Door in het verschenen scherm op [Nogmaals] te drukken, wordt opnieuw naar alle bestemmingen verzonden.

INTERNETFAX VANUIT EEN PC VERSTUREN (PC-I-Fax)

Een computerbestand kan via de machine als Internetfax worden verzonden (PC-I-Fax-functie). Internetfaxen worden met de PC-I-Fax-functie op dezelfde manier verzonden als documenten worden afgedrukt. Selecteer het stuurprogramma van de PC-Fax als stuurprogramma voor het afdrukken en selecteer dan de opdracht Afdrukken in de softwaretoepassing. Beelddata voor verzending worden op dezelfde wijze gemaakt en verzonden als een Internetfax. ![](images/564a359845b12da97c0ff60f33fcec4c6217d54181ec4a37c9b2af78468d0a05.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Computer"] --> B["Printer"]
    B --> C["Document"]
    D["User"] --> E["Computer"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    note right of E "Verzending PC-I-Fax"
Raadpleeg Help voor PC-Fax stuurprogramma voor de procedures bij het gebruik van deze functie. ![](images/bbe961c6f639cbb933167b5b433510a518a39f123080a972cd1a244cca1e00ee.jpg) - Om een internetfax te kunnen verzenden met de PC-I-Faxfunctie, moet de PC-Faxdriver zijn geEstalleerd en vervolgens zijn bijgewerkt met behulp van de CD-ROM die met de internetfaxuitbreidingskit is meegeleverd. SRaadpleeg "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor meer informatie. - Deze functie is alleen beschikbaar voor Windows® computers. - Deze functie kan alleen voor verzending worden gebruikt. Op de machine ontvangen Internetfaxen kunnen niet worden ontvangen op een computer die op de machine is aangesloten.

WEERGAVE-INSTELLINGEN

Instellingen voor het scannen van het origineel worden in het basisscherm van elke modus geselecteerd. De huidige status van elke instelling verschijnt rechts van de voor het selecteren van de instelling gebruikte toets. ![](images/6c0db14996eb156604f31679688db9c7cbcd26b7b315f91f4236db23f1e44394.jpg)

(1) Toets [Origineel]

Druk op deze toets om scanformaat, verzendformaat en richting van het origineel in te stellen en 2-zijdige scaninstellingen te selecteren. AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGINEEL SCANNEN 2-zijdig (origineel) (pagina 5-54), SCANFORMAAT ORIGINEEL EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (Vergroten/Verkleinen) (pagina 5-55)

(2) Toets [Belichting]

Druk op deze toets om de belichting voor het scannen te selecteren. BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN (pagina 5-61)

(3) Toets [Resolutie]

Druk op deze toets om de resolutie voor het scannen te selecteren. RESOLUTIE WIJZIGEN (pagina 5-63)

(4) Toets [Best.Indeling]

Druk op deze toets om de indeling (bestandstype) van het gescande beeldbestand te wijzigen. BESTANDSINDELING WIJZIGEN (pagina 5-64)

(5) Toets [Kleurmodus]

Druk op deze toets om de kleurenmodus voor het scannen te selecteren. Deze toets wordt niet weergegeven in de Internetfaxmodus. KLEURENMODUS WIJZIGEN (pagina 5-68)

AUTOMATISCH BEIDE ZIJDEN VAN EEN DUBBELZIJDIG ORIGINEEL SCANNEN 2-zijdig (origineel)

Met de automatische origineelinvoer kunt u automatisch beide zijden van een origineel scannen. (wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is) ![](images/4c886fefe5d28a03de414952ace20ce026e99b03c62b6540a6b0ab82871f2497.jpg) Scantransmissie ![](images/3b18adff5b53e96b83f1e2ae893c6e8b9c2755f348f7a72b6f755c2f5862f1f0.jpg) ![](images/5fa1909428ecae61c9f6f4f7a341d235ce3b5e8e5c66ad03c9ec244101daa936.jpg) 2-zijdig origineel Voor- en achterzijde worden gescand

1

Selecteer de scanmodus en geef het scherm beeldinstellingen weer. (1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op [Origineel]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53) ![](images/60351c49e7551176a509112c96218b6bd284de2147e97f22737d769b453417fa.jpg) Geef de inbindstijl van het 2-zijdig origineel (boek of schrijfblok) en in welke afdrukstand het origineel is geplaatst. (1) Druk op de toets [2-Zijdig Boekje] of [2-Zijdig Schr.Blok]. Een boekje of schrijfblok wordt als volgt ingebonden. Boekje Schrijfblok ![](images/91eb79514d83e023d8a90bd75251cca0abe9a6d0a0d9ec1ecb372c3fda00205b.jpg) ![](images/f0a8c55b44b3aff9fd70bd214e93b2d6b9af2a98a80fe82f385ed493771a7d87.jpg) (2) Druk op de juiste [Stand afbeelding]-toets. Als u deze instelling onjuist opgeeft, wordt mogelijk geen geschikte afbeelding verzonden. (3) Druk op [OK]. ![](images/b9505feaa1d3e3945fc4e2607a37a29be2cd04fcb0a7dc982de479a4b0b8e9c8.jpg) Annuleer het dubbelzijdige scannen door op de gemarkeerde toets te drukken zodat de markering verdwijnt. ![](images/902f6073366b0f4997d381f97e51daa3da376bc7d07fe10b34514ebdd1e06c5c.jpg) Nadat de verzending voltooid is, stopt het 2-zijdig scannen automatisch.

SCANFORMAAT ORIGINEEL EN VERZENDFORMAAT OPGEVEN (Vergroten/Verkleinen)

Bij plaatsing van het origineel wordt het formaat automatisch waargenomen en weergegeven op het basisscherm. Het formaat van het geplaatste origineel wordt aangegeven als het scanformaat, en het te verzenden formaat wordt aangegeven als het verzendformaat. ![](images/d91ee5aa58bcd7b9e2d18097f92acb61322ee350445de180752fdd54154c198b.jpg) In het bovenstaande scherm is het scanformaat (het geplaatste origineel) A4 (8-1/2" x 11") en het verzendformaat is auto. Is het scanformaat bijvoorbeeld A4 (8-1/2" x 11") en het verzendformaat B5 (5-1/2" x 8-1/2"), dan wordt de afbeelding verkleind voor verzending. "Scanformaat" ![](images/8ed3be7fa3a1879101de019a939766fc402b848ef2f042e45a1e2e04e60ea74b.jpg) A4 (8-1/2" x 11") "Verzendformaat" staat ingesteld op B5 (5-1/2" x 8-1/2") Verzending ![](images/98b2f0a5ddbee11f8e271348638f0c4f5347c7cd34ac9326c2f8c5f1a010718a.jpg) ![](images/4e7bb6ca03cf244c4bbed8c2fbf6c7c14942b16d8bf27da2d665791d7f3b68b4.jpg) De afbeelding wordt voor verzending verkleind naar B5 (5-1/2" x 8-1/2") vóór verzending ![](images/bd06842435c794eeb389bc54fc0d36b54adeb82733a02e7d10139e5e4826b141.jpg) \- U kunt alleen standaard origineelformaten automatisch detecteren. STANDAARDFORMATEN (pagina 5-17) \- Als het origineel geen standaardformaat heeft, of als het formaat niet goed wordt herkend, geef het scanformaat van het origineel dan handmatig op. Het scanformaat van het origineel opgeven (Opgeven in standaardformaat) (pagina 5-56) Het scanformaat van het origineel opgeven (met numerieke waarden) (pagina 5-57)

Het scanformaat van het origineel opgeven (Opgeven in standaardformaat)

Als het origineel geen standaardformaat heeft of als u het scanformaat wilt wijzigen, druk dan op [Origineel] om het formaat van het origineel handmatig op te geven. Plaats het origineel in de lade van de automatische origineelinvoer of op de glasplaat en volg onderstaande stappen. (wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is)

1

Selecteer de scanmodus en geef het scherm beeldinstellingen weer.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op [Origineel]. Het automatisch herkende formaat verschijnt rechts van de toets [Origineel]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53)

2

![](images/64df404359658ec07a972240bd5471adf3f97567271f66bdade4c1be9d06dbda.jpg)

Druk op de toets [Scanformaat].

3

![](images/a3bee479022fd0b97b43fbd97bc468189660356817e1c3d8d0a631329f22d9ef.jpg)

Geef het scanformaat op.

(1) Druk op de betreffende toets voor het origineelformaat. (2) Druk op [OK]. ![](images/fffaac51c4f1b4dd87e09096ccbbe836dc0c0bb941cc5f6ba79a498d1a6874df.jpg) - Druk op de toets [Lang Form.] indien u een lang origineel verstuurd. Gebruik de automatische origineelinvoer voor het scannen van een lang origineel. De maximaal te scannen breedte bedraagt 1.000 mm (39-3/8") (de maximale hoogte bedraagt 297mm (11-5/8))). VERZENDBARE ORIGINEELFORMATEN (pagina 5-17) - Geef inch-maten op als scanformaat door op de toets [AB ♦ Inch] te drukken om [Inch] te markeren en geef vervolgens het scanformaat op.

4

![](images/ddf72717deafa688df77011cd86800afb172df3de4c8363dd409e7b9c9596457.jpg)

Druk op [OK].

![](images/2ae8c5b7bb604a352dd3af09ed11fb2316237badf8aa31af2585b725dd05c463.jpg) Indien [Lang Form.] is geselecteerd, kunnen de 2-zijdige scaninstelling en het verzendformaat niet worden gewijzigd. Wanneer daarnaast alleen scanbestemmingen worden geselecteerd voor scanverzending of metadata verzending, vindt scannen plaats in Mono2.

Het scanformaat van het origineel opgeven (met numerieke waarden)

Als u een origineel scant dat geen standaardformaat heeft, zoals een kaart, volg dan deze stappen om het formaat van het origineel op te geven. De breedte kan variEen van 25 mm tot 432 mm (1" tot 17"), en de hoogte kan variëren van 25 mm tot 297 mm (1" tot 11-5/8").

1

Selecteer de scanmodus en geef het scherm beeldinstellingen weer.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op [Origineel]. Het automatisch herkende formaat verschijnt rechts van de toets [Origineel]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53)

2

![](images/36c6f2162f7bbf1f25ca461946753379e7feace0457746f2039c45a48007561c.jpg) Druk op de toets [Scanformaat].

3

![](images/291f08d37ebc3e5c42ff6a2969ae8308e1698757ca363c8a2b3a44f3419767cb.jpg) Druk op de toets [Invoer formaat].

4

![](images/5097a05b27706d62a536e7539053398cbb8df6000852b07f61f3d2abf672cb7c.jpg) Voer het scanformaat (origineelformaat) in. (1) Druk op de cijferweergavetoets voor X (breedte) en voer de breedte in. (2) Druk op de cijferweergavetoets voor Y (hoogte) en voer de hoogte in. (3) Druk op [OK]. Druk op [OK] naast [Annuleren] om de instelling te voltooien en keer terug naar het scherm van stap 3. ![](images/8241c5e3bb94de4c707868bb3a4e326d3d2e2b37cce9943cb71be270c665d4e2.jpg) U kunt het getal ook met de toetsen wijzigen. ![](images/0ecdae073a4ea34ec8d2c49836a85db04b51c4178572caac2392b6e339b6ea59.jpg)

Druk op [OK].

Het opgegeven formaat wordt weergegeven op de toets [Scanformaat]. ![](images/b021b954302fa46d28120a75dffc49f6ca43612b9fe8f78fd46291d4aa40135b.jpg) - Als het scanformaat wordt opgegeven als een getalswaarde, kan het verzendformaat niet worden opgegeven. - Bij gebruik van de automatische origineelinvoer kan een origineel dat langer is dan 432 mm (17") worden gescand (maximum breedte 1000 mm (39-3/8)). In dit geval drukt u op de toets [Lang Form.] in het scherm van stap 3. Het scanformaat van het origineel opgeven (Opgeven in standaardformaat) (pagina 5-56) VERZENDBARE ORIGINEELFORMATEN (pagina 5-17)

Het verzendformaat van de afbeelding opgeven

Geef het verzendformaat op als een papierformaat. Als het verzendformaat groter is dan het geselecteerde scanformaat, wordt de afbeelding vergroot. Als het verzendformaat kleiner is dan het geselecteerde scanformaat, wordt de afbeelding verkleind. ![](images/5257c7c965d4cfd97b2257f2be4e02167af476747bd2361f9a115aad29bc9241.jpg) - Het verzendformaat kan niet worden opgegeven als [Lang Form.] als scanformaat is geselecteerd of als het formaat in getalswaarden is opgegeven. - Het verzendformaat kan niet worden opgegeven als [TIFF-S] is geselecteerd als indeling in internetfaxmodus. (Het verzendformaat is vastgelegd op A4R (8-1/2" x 11"R).)

1

Selecteer de scanmodus en geef het scherm beeldinstellingen weer.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op [Origineel]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53)

2

![](images/d85418598a62f6ab19942a2743c8f4c7e1ade0a56b9639b15f5703660d3e1368.jpg)

Druk op [Verzendformaat].

3

![](images/3d16ec92de8a5379767bb146de30f0c10395529829593d1da0e7f9656361a480.jpg)

Geef het verzendformaat op.

(1) Druk op de toets voor het gewenste verzendformaat. (2) Druk op [OK]. ![](images/ce6a22b7ae8df6c92f368a3347b8d240af5967bb17e449ea658b66ebebd54863.jpg) - Afhankelijk van het papierformaat dat u heeft opgegeven voor het "Scanformaat", zal het misschien niet mogelijk zijn om bepaalde formaten te kiezen voor het "Verzendformaat". Toetsen voor formaten die niet kunnen worden opgegeven voor het "Verzendformaat", worden grijs gemaakt, zodat ze niet geselecteerd kunnen worden. - Geef inch-maten op als verzendformaat door op de toets [AB ◆ Inch] te drukken om [Inch] te markeren en geef vervolgens het verzendformaat op. ![](images/b09b3ff209584525f46d22155fa21ec7ad7f27df72fc3f5dfbbfd44f1ca4df61.jpg)

Geef op in welke afdrukstand het origineel is geplaatst.

(1) Druk op de juiste [Stand afbeelding]-toets. Als deze instelling onjuist is wanneer u een afbeelding verzendt met een gewijzigde ratio, wordt mogelijk geen geschikte afbeelding verzonden. (2) Druk op [OK]. ![](images/2c35e02036f10e53d0e4544a091ad9cefbb13be5764ba48265bf039ec13af2ec.jpg) De ratio voor verkleining en vergroting van het origineel wordt weergegeven tussen "Scanformaat" en "Verzendformaat".

BELICHTING EN TYPE ORIGINEEL BEELD WIJZIGEN

Om optimaal te scannen kunt u de belichting en het type origineel beeld overeenkomstig het origineel instellen. Raadpleeg de volgende tabellen om de juiste instellingen te kiezen. Hoe selecteert u de belichting
Belichting Toepassing
AutoBij deze instelling wordt de belichting automatisch aangepast aan lichtere en donkerdere delen van het origineel. (Alleen als mono is ingesteld.)
Handmatig1-2 Selecteer dezeinstelling bij een origineel met donkere tekst.
3 Selecteer deze instelling voor een normaal origineel (niet licht en niet donker).
4-5Selecteer deze instelling wanneer het origineel uit onduidelijke tekst bestaat.
Hoe selecteert u het type origineel beeld (Scanmodus, USB-geheugenmodus, gegevensinvoermodus)
Instelling Beschrijving
Tekst/ Afged. FotoDeze functie biedt de beste balans voor het scannen van een origineel dat uit zowel tekst als afgedrukte foto's bestaat, zoals een tijdschrift of catalogus.
Tekst/FotoDeze functie biedt de beste balans voor het scannen van een origineel dat uit zowel tekst als foto's bestaat, zoals een tekstdocument met een opgeplakte foto.
Tekst Gebruik deze functie voor normale tekstdocumenten.
Foto Gebruik deze functie voor het scannen van foto's.
Afgedrukte FotoDeze functie is het beste voor het scannen van afgedrukte foto's, zoals foto's in een tijdschrift of catalogus.
MapDeze functie is het beste voor het scannen van kleurschaduwen en kleine details die vaak op kaarten voorkomen.
1

Selecteer de scanmodus en geef het scherm belichtinginstellingen weer.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op [Belichting]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53) 2 ![](images/c410eecae94e00ff219bc8aef2771ccd1349c085b0f8978afd2fef0d393b941e.jpg)

Lees het weergegeven bericht en druk op [OK].

Dit bericht verschijnt niet in USB-geheugenmodus of Internetfaxmodus. Ga door met de volgende stap. ![](images/53195d39298468ac95858c9ff9f3d0e1b14162a0d914045cd64d14d868be2a5c.jpg) Bij een rondzendtransmissie met zowel bestemmingen voor scanmodus en Internetfax krijgen de belichtingsinstellingen voor Internetfax voorrang. Scanmodus, USB-geheugenmodus, gegevensinvoermodus ![](images/bc7dbce2e70f6293fa0618747ee98561ae77e508fb38430b012827a1019cbb5b.jpg) Internetfaxmodus ![](images/7883e5eb4c3320755e805e3e8f9c9636bf60ace8ecc4f9992a1f3716cc45ccf0.jpg) ![](images/3579d9f06ee674b0b10e9ba462354a1e5ab492f0520262c6eb6549d03589f3f7.jpg) - In Internetfaxmode kan origineelafbeeldingstype en moiré-reductie niet gekozen worden. - Druk op het selectievakje [Moirè-reductie] zodat er een vinkje √ verschijnt om het optreden van strepen (moiré-effect) te verminderen bij het scannen van drukwerk. ![](images/e09d7d87f10e84a4d4c0ffe322bf9d454977e4abfd4e6a61cfc7ff1947711560.jpg) Bij gebruik van de glasplaat voor het scannen van meerdere originelen kan de instelling van de belichting telkens bij het verwisselen van de pagina's worden gewijzigd. Bij gebruik van de automatische origineelinvoer kan de instelling van de belichting niet meer worden gewijzigd nadat het scannen is begonnen. (Gebruikt u echter de speciale functie "Opdr. samenst.", dan kan de belichting telkens wanneer u een nieuwe set originelen invoert worden gewijzigd.) ![](images/6cf399c31d9edac22e0a26dbd68282c7ab15b49725d05a4321a9e19814705609.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaard Belichtingsinstellingen Hiermee wijzigt u de standaardinstelling voor de belichting.

Selecteer de belichting en het origineelafbeeldingstype.

(1) Selecteer het origineelafbeeldingstype. Druk op de toets origineelafbeeldingstype voor het betreffende afbeeldingtype. (2) Pas de belichting aan met de toetsen ![](images/da62aac92dfc433f82fd9f6cd9d89ec97806e88a963db9845c1c35800073e612.jpg) De belichting wordt donkerder wanneer op de toets wordt gedrukt, en lichter wanneer op de toets wordt gedrukt. (3) Druk op [OK]. (1) Druk op [Handmatig]. (2) Pas de belichting aan met de toetsen ![](images/21d1a0d85759b706c5f55a632968b04b83f625970e54f6e0e6a7d45f1a65c2b3.jpg) De belichting wordt donkerder wanneer op de toets wordt gedrukt, en lichter wanneer op de toets wordt gedrukt. (3) Druk op [OK].

RESOLUTIE WIJZIGEN

U kunt de resolutie-instelling selecteren.

1

Selecteer de scanmodus en geef het scherm beeldinstellingen weer.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op [Resolutie]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53) Scanmodus, USB-geheugenmodus, gegevensinvoermodus ![](images/b57c22698c973c3535219f382fc6f0b7809089dc9de5f0b31f436c188b766417.jpg)

Selecteer de resolutie.

(1) Druk op de toets van de gewenste resolutie. (2) Druk op [OK].

2

Internetfaxmodus ![](images/35fab1f11ea9382c030466b00344b0d5122b9d340746ed4502637a059507df55.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Interrefax/Resolutic"] --> B["(1)"]
    A --> C["OK"]
    B --> D["200x100dpi"]
    D --> E["200x200dpi"]
    E --> F["200x300dpi"]
    F --> G["400x500dpi"]
    G --> H["600x600dpi"]
    H --> I["Faltcon"]
![](images/902311dbdf324b2551de15eb713a8d023cb2f7bd20e97cd5b4006e2ca698e0d4.jpg) In Internetfaxmodus kunt u de toets [Halftoon] indrukken om halftonen te selecteren (behalve wanneer [200X100dpi] is geselecteerd). Als een origineel meerdere gradaties van licht en donker heeft, zoals bij een foto of kleurenillustratie, levert halftoon een fraaier beeld op dan normale transmissie.

Hoe selecteert u de resolutie

Bij originelen met normale tekst is een resolutie van 200X100dpi (200X100dpi in Internetfaxmodus) voldoende voor een leesbare afbeelding. Bij foto's en illustraties levert een hogere resolutie (600X600dpi, etc.) een scherpe afbeelding op. Een hoge resolutie levert een groter bestand op en als het bestand te groot is, is verzending wellicht niet mogelijk. Beperk in dat geval het aantal gescande pagina's of neem andere maatregelen om de bestandsgrootte te beperken. BESTANDSINDELING WIJZIGEN Het verzendformaat van de afbeelding opgeven (pagina 5-59) ![](images/e7b83ee098506d21e4b453e4d2612af0e9d5c843d9882c3333e0a0458e0da602.jpg) - Als u de glasplaat gebruikt om meerdere pagina's van originelen te scannen, kan de resolutie-instelling worden aangepast telkens wanneer u pagina's verandert. Bij gebruik van de automatische origineelinvoer kan de instelling van de resolutie niet meer worden gewijzigd nadat het scannen is begonnen. (Gebruikt u echter de speciale functie "Opdr. samenst.", dan kan de resolutie telkens wanneer u een nieuwe set originelen invoert worden gewijzigd.) - Indien [TIFF-S] voor de indeling in Internetfaxmodus is geselecteerd, kan alleen [200X100dpi] of [200X200dpi] worden geselecteerd. ![](images/071ca75a40c2dddb38ce3e6f8d6ea822dcd71c3b53d5b14180c48091f338be07.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Oorspronkelijke Resolutie Hiermee wijzigt u de standaardinstelling voor de resolutie.

BESTANDSINDELING WIJZIGEN

De indeling wijzigen

(Scanmodus, USB-geheugenmodus, gegevensinvoermodus)

De bestandsindeling (bestandstype en compressiewijze/compressieverhouding) voor de verzending van een gescande afbeelding kan op het tijdstip van verzending worden gewijzigd. Bovendien kunt u, als de gescande originelen zijn gescheiden in aparte bestanden, het aantal pagina's per bestand wijzigen. ![](images/63f6f115ea9001b80a71e42864663387ad9265c3cf18fa4e9dbff46c6c3e6cd7.jpg) De bestandsindeling voor de verzending van een gescande afbeelding wordt opgegeven bij het opslaan van een bestemming onder een sneltoets. U kunt de indeling echter op het tijdstip van verzending nog wijzigen. 1

Selecteer de scanmodus en geef het scherm beeldinstellingen weer.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Best.Indeling]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53) 2 ![](images/cd9aff862a423e3a67d46f6ecd4d83c94cbd0388d2b17e30737fd6ff58e3a9bb.jpg)

Lees het weergegeven bericht en druk op [OK].

De melding verschijnt niet in USB-geheugenmodus. Ga door met de volgende stap. ![](images/122294a1c708eb8ac885b53a617a4344bc2b6d41dfee49476c9691f744354e69.jpg) ![](images/434bf8893b6654d25eae9a7c8a2f6845a347c96673df8352536c594b1b1eeb12.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Scannen/Best.Indeling"] --> B["Bestandtype"]
    B --> C["PDF"]
    B --> D["TPP"]
    B --> E["XPS"]
    B --> F["JPEG"]
    B --> G["Programms"]
    H["Comp.factor"] --> I["Large comp"]
    H --> J["Genid. comp"]
    H --> K["Page comp"]
    L["OK"] --> M["Z/W"]
    M --> N["Klser/gra."]
    O["Opergeven payina's per bestand"] --> P["11-99"]

Stel de indeling in.

● Scannen in Mono2

(1) Selecteer het bestandstype.

Om een bestand met PDF versl. te verzenden, tikt u op het selectievakje [Versl.] om het te selecteren (☑)

(2) Selecteer de compressiewijze.

● Scannen in kleur/grijstinten

(1) Druk op de aangegeven toets om de modus [Kleur/grs.] te selecteren.

Indien [Kleur/grs.] wordt gemarkeerd, is de modus [Kleur/grs.] geselecteerd.

(2) Selecteer het bestandstype.

- Om een bestand met PDF versl. te verzenden, tikt u op het selectievakje [Versl.] om het te selecteren (☑) - Wanneer de Compressiekit wordt geïnstalleerd, verschijnen de selectievakjes [Hoge comp] en [U-Fijn]. Om verslechtering van de afbeeldingkwaliteit tegen te gaan en de gegevensomvang van een te verzenden bestand te verkleinen, kan Compact PDF worden geselecteerd. [U-Fijn] kan alleen worden geselecteerd als Compact PDF is ingesteld.

(3) Selecteer de Comp.factor

- Een hoge compressie resulteert in een kleiner bestandsformaat; de beeldkwaliteit gaat echter wel licht achteruit. - Als [Hoge comp] is geselecteerd bij de instellingen voor de bestandsindeling, kan de Comp.factor niet worden geselecteerd. ![](images/e95dc578897939cb2af8bc40be8789fd500cfeb829bab0cf886cf702e5c184f8.jpg) - De toets [Programma] verschijnt niet in USB-geheugenmodus. - Als dit scherm wordt weergegeven, verschijnt aanvankelijk het instelscherm van de modus [Z/W]. - De formaatinstelling van de modus [Z/W] is het bestandsformaat wanneer de kleurmodus op [Mono] staat. - De formaatinstelling van de modus [Kleur/grs.] is het bestandsformaat wanneer de kleurmodus op [Meerkleuren] of [Grijstinten] staat. - Het bestandstype van de modus [Z/W] en het bestandstype van de modus [Kleur/grs.] zijn gekoppeld. Het bestandstype kan niet voor elke modus apart worden ingesteld. (Wanneer [JPEG] is geselecteerd voor de modus [Kleur/grs.], wordt [TIFF] automatisch geselecteerd voor de modus [Z/W].) - Let op het volgende als de bestandsindeling is ingesteld op Compact PDF ([PDF] wordt geselecteerd en het selectievakje [Hoge comp] is ingesteld op - Als Compact PDF wordt ingesteld voor één adres in een distributieverzending, zal het bestand als een Compact PDF-bestand naar alle scanneradressen worden verzonden. - Als de indeling Compact PDF of Compact PDF (Ultrafijn) wordt ingesteld voor één adres in een distributieverzending, zal het bestand in Compact PDF (Ultrafijn)-indeling naar alle scanneradressen worden verzonden. - Indien een faxbestemming wordt opgegeven of de Opn. verzenden wordt ingesteld nadat Compact PDF is ingesteld, zal de Compact PDF-instelling geannuleerd worden, de bestandsindeling wordt [PDF], en de Comp.factor wordt [Hoge comp]. - Indien Compact PDF wordt ingesteld wanneer een Opn. verzenden-instelling is opgegeven voor de functie scanner (of een andere), zal de Opn. verzenden-instelling worden geannuleerd en wordt de resolutie Compact PDF voor de transmissie gebruikt. - Als Compact PDF wordt geselecteerd, kan [Opn. verzenden] niet worden gewijzigd tijdens het wachten op het volgende origineel of in [Configureren] in de instellingen Opdr. samenst. ![](images/bcf1e702189410ce2473a6506a6ed115f07c1573fdcd875ca5ab0797d018c1af.jpg) Wijzig het aantal pagina's per bestand door het aantal pagina's in te voeren en sluit het instellen van de indeling. (1) Druk op het selectievakje [Opgegeven pagina's per bestand] zodat er een vinkje verschijnt. (2) Stel het aantal pagina's per bestand in met de toetsen ▼ ▲ (3) Druk op [OK]. ![](images/0de79a5e87ad19994eec89465f98845de5d5db198420e09134e85f33310d9f5c.jpg) - Als er geen vinkje verschijnt in het selectievakje [Opgegeven pagina's per bestand] □, dan is er één bestand gecreErd voor alle gescande pagina's. - Als [Opgegeven pagina's per bestand] is geselecteerd, wordt er aan de gemaakte bestandsnamen een opeenvolgend nummer toegevoegd. - Indien [JPEG] is geselecteerd als bestandstype, wordt er voor elke pagina een bestand gecreErd (er kan geen bestand worden gemaakt voor meerdere pagina's). Daarom wordt het selectievakje [Opgegeven pagina's per bestand] niet weergegeven. ![](images/41de319cdd52008341528e6b56221902d933fd6597726e3f26bfa617e18b3ee8.jpg) - Als de bestandsindeling is ingesteld op PDF versl. ([PDF] op het scherm voor het instellen van de bestandsindeling en het selectievakje [Versl.] is ingesteld op [√]), verschijnt een scherm waarin u wordt gevraagd om een wachtwoord in te voeren wanneer op de knop [START] wordt gedrukt om een scan te verzenden. - Druk op de toets [Invoer] op het weergegeven scherm om het toetsenbordscherm weer te geven. Voer het wachtwoord in (maximaal 32 tekens) en druk op [OK]. Het scannen en verzenden begint. ![](images/210ee393ffbcfae55ca2a8f095ed3d3aa64c65280dbd9bd16bc4b85a921c14e2.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Oorspronkelijke Bestandsindeling Hiermee stelt u het standaard bestandstype in voor scannerverzending.

De indeling wijzigen (Internetfaxmodus)

De bestandsindeling voor het zenden van een Internetfax staat normaal gesproken ingesteld op [TIFF-F]. Als de Internetfaxmachine op de bestemming de volledige modus niet ondersteunt (de machine ondersteunt slechts de eenvoudige modus), volg dan de onderstaande stappen om [TIFF-S] te selecteren.

1

Schakel over naar de internetfaxmodus en geef het scherm indelingsinstellingen weer.

(1) Druk op de tab [Internetfax]. (2) Druk op de toets [Best.Indeling]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53)

2

![](images/e50ddca28477fdbc443e0d70c52794f752eb10356fc3a20831d0e6ec520de8ef.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Internetfax/Best.Indeling"] --> B["RESTANDTYPE"]
    A --> C["Compressierodus"]
    B --> D["TIPS-S"]
    B --> E["TIPS-F"]
    C --> F["MB (G3)"]
    C --> G["MMR (G4)"]

Selecteer de bestandsindeling.

(1) Druk op de toets van de gewenste indeling. Als u [TIFF-F] selecteert, selecteert u de compressiemodus. (2) Druk op [OK]. ![](images/185660146926c2df5c3a02c289c8e30b47427a6db2c6f4a0be219abaaa3008aa.jpg) Als [TIFF-S] is geselecteerd, gelden de volgende verzendbeperkingen: - Resolutie: De selecties zijn [200X100dpi] en [200X200dpi]. Indien [TIFF-S] wordt geselecteerd nadat [200X400dpi], [400X400dpi] of [600X600dpi] is geselecteerd, wordt de resolutie automatisch gewijzigd naar [200X200dpi]. - Verzendformaat:Altijd A4R (8-1/2" x 11"R). Indien [TIFF-S] wordt geselecteerd na wijziging van het verzendformaat, wordt het verzendformaat automatisch gewijzigd naar A4R (8-1/2" x 11"R). Indien een groter formaat dan A4 (8-1/2" x 11") wordt gescand, wordt het formaat automatisch verkleind naar A4R (8-1/2" x 11"R). Wanneer deze bestandsindeling wordt opgenomen in een rondzendtransmissie, wordt de afbeelding naar alle bestemmingen verzonden op A4R (8-1/2" x 11"R). - Spec. Functies: Wanneer een ratio-instelling is geselecteerd en een origineelformaat is opgegeven, Dubbele Pg Scannen, Kaart Formaat, 2-in-1 en Origineel gem. form. niet gebruiken. ![](images/ee183842666a0b16defdb158fd9f3ea1400da14a39898bd967fff18df31b22d7.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Compressie-instelling Dit wordt gebruikt om de standaard compressiemodus voor Internetfaxverzending in te stellen.

KLEURENMODUS WIJZIGEN

Deze procedure wordt gebruikt om de kleurmodus te wijzigen die werd gebruikt om het origineel te scannen wanneer op [START] wordt geduwd. ![](images/9382c83c62d4858509b784ec39dae1177913605ecb7ee8563ee95d9990e98513.jpg) Deze functie kan niet worden gebruikt in de modus Internetfax.
Modus Scanmethode
MeerkleurenHet origineel wordt gescand in kleur. Deze modus is ideaal voor originelen in kleur, zoals catalogi.
GrijstintenDe kleuren in het origineel worden gescand in zwart/wit in gradaties van grijs (grijsschaal).
MonoDe kleuren van het origineel worden gescand in zwart of wit. Deze modus is ideaal voor originelen met alleen tekst.

1

Selecteer de scanmodus en geef het scherm kleurmodusinstellingen weer. (1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Kleurmodus]. WEERGAVE-INSTELLINGEN (pagina 5-53)

2

![](images/56f60a5736356129f9c5560ebe57d632b5a5ae5f9a1b361e6235f0e20c0e79e0.jpg) Lees het weergegeven bericht en druk op [OK]. Er verschijnt geen melding in USB-geheugenmodus. Ga door met de volgende stap. ![](images/1f6859b525fd3c90abdb96fde60ae5fcd536d4481356bb5f2d4807ea6934af17.jpg) Wanneer een distributieverzending wordt uitgevoerd met gemengde verzendmodi, dan wordt de afbeelding verzonden in Mono.

3

![](images/6bfda9bae8940cdfcd6b5bf5c8294045e7f25ecf5c18446f125a4d244cc22aa6.jpg) (1) (2)

Selecteer de kleurenmodus.

(1) Druk op de toets van de gewenste kleurmodus. (2) Druk op [OK]. ![](images/ed5d6e8e885fc0c66704c919a5c7632391cf01faf2d570e228d3cefbc75ed71e.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardinstellingen kleurmodus De standaard kleurenmodus kan worden gewijzigd. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Wijzigen Z/W-instelling in automodus uitschakelen De instelling voor het scannen van een zwart-witorigineel die wordt weergegeven wanneer [Automatisch] is geselecteerd voor de kleurenmodus kan niet worden gekozen.

CONTROLEREN VAN DE TE VERZENDEN AFBEELDING (Voorbeeld)

Als u op de toets [Voorbeeld] tikt voordat u het origineel scant, kunt u de gescande afbeelding vóór verzending controleren op het aanraakscherm. \* Standaard staat de instelling op uitgeschakeld. ![](images/3314f0c011f3d742712e121f7825555545cf3d3e70824e506679832238c648b4.jpg) Afhankelijk van de omvang van de verzendgegevens, kan een deel van de voorbeeldafbeelding wegvallen op het voorbeeldscherm op het aanraakscherm.

1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

![](images/f1a8cf2adeaa0ed5f45ecf0d509a9b58043539e2891d0a38ed1cc7a43646fd31.jpg) Tik op de toets [Voorbeeld] om deze te markeren.

3

Selecteer de verzendinstellingen en druk op de toets [START].

Terwijl de originelen worden gescand, verschijnt "Originelen worden gelezen." en wanneer het scannen is voltooid, verschijnt het voorbeeldscherm op het aanraakscherm. De verzending vindt niet plaats voordat u op de toets [Start zenden] tikt op het voorbeeldscherm.

4

![](images/22753f5ed50134afd40a5ce71a538cb103a120bb52640b1cdd9d3721ea5d37ea.jpg)

Controleer het afdrukvoorbeeld en tik dan op de toets [Start zenden].

De verzending wordt gestart. Zie "VOORBEELD AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 5-70) voor informatie over het voorbeeldscherm. ![](images/d1f4b461b1c14e7efe9c2df642f41da0a0b133fbc200963e51e88981ed5492ec.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Standaard voorbeeld

Op de basisschermen van de functies Beeld Verzenden en in het adresboek kunt u aangeven of de toetsfunctie [Voorbeeld] al dan niet moet worden ingeschakeld.

VOORBEELD AFBEELDINGSCONTROLE

In dit gedeelte wordt het voorbeeld afbeeldingscontrole uitgelegd. ![](images/ff49e1a5be9c401004681d2d252db7fdada69172f6e5412a50af73ad4d04473b.jpg)

(1) Voorvertoning

Er verschijnt een voorbeeld van het gescande origineel. Als de afbeelding is afgesneden, verschuif het beeld dan met de schuifbalken rechts en onderaan het scherm. Ga op een balk staan en schuif deze om te verplaatsen. (U kunt ook met de toetsen scrollen.)

(2) Paginawijzigingstoetsen

Als er meerdere pagina's zijn, wijzigt u met deze toetsen van pagina. - Toetsen : KGa maar de eerste of laatste pagina. - Toetsen : Garnaar de vorige of volgende pagina. • Weergave paginanummer: Dit toont het totaal aantal pagina's en het huidige paginanummer. Druk op de toets voor het huidige paginanummer en voer met de cijfertoetsen een getal in om naar dat paginanummer te gaan.

(3) Toets [Info verzender]

Als de modus Internetfax wordt geselecteerd, druk dan hierop om de afzendergegevens voor Eigen I-Faxadr. verz. weer te geven. Op deze toets kan alleen worden getikt als het hele afdrukvoorbeeld op het voorbeeldscherm wordt weergegeven.

(4) Toets [Functieoverz.]

Tik hierop voor het controleren van de instellingen voor speciale functies of het scannen van tweezijdige originelen.

(5) Zoomweergavetoets

Hiermee stelt u de zoomfactor van de weergegeven afbeelding in. Wijzigt vanaf links in de volgorde "Volledig", "Tweemaal", "4 maal", "8 maal". De instelling wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(6) Toets "Weergave draaien"

Hiermee draait de afbeelding 90 graden naar rechts of links. De rotatie wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(7) Toets [Start zenden]

Tik hierop om de verzending te starten. ![](images/44cbe07ee4b5856f4230ddbdcdf19b5e0743a08c295192dbdec17b3ed1619440.jpg) - Een voorbeeldafbeelding is een afdrukvoorbeeld op het aanraakscherm. Het zal afwijken van het eigenlijke verzendresultaat. - Het afdrukvoorbeeld is overeenkomstig bepaalde instellingen voor het scannen en speciale functies. De volgende instellingen worden in het afdrukvoorbeeld weergegeven: Scaninstellingen: Origineel Speciale functies: Wissen, Dubbelz. scan, Card shot, 2-in-1, Achtergrond-Onderdrukking, Origineel gem. form.

SPECIALE FUNCTIONS

Dit gedeelte gaat over speciale functies die kunnen worden gebruikt voor de scanverzendmodus.

SPECIALE FUNCTIES

Het menuscherm voor speciale functies verschijnt als in het basisscherm de toets [Spec. Functies] wordt aangeraakt. Het menu van speciale functies bestaat uit twee sch ermen. Druk op de toets ↓ ↑ om tussen de schermen te wisselen. Functies] wordt ingedrukt.Wanneer [OK] wordt ingedrukt in het scherm speciale functies, worden de geselecteerde instellingen ingevoerd en verschijnt het basisscherm opnieuw. Internetfaxmodus (pagina 5-72)

Scanmodus, USB-geheugenmodus, gegevensinvoermodus

Eerste scherm Tweede scherm ![](images/90f04f4f47292366a1bd046153ba12dc7d519572bef765f13cedf87cdb24d7cf.jpg) ![](images/331044aaa6ff1220d24be71e4f5641edb5bbde806e8f2fd554ae2e9878de3ac8.jpg) ![](images/14fb8afd139463c5414ff14f58c96867bfedcb2e3e5f22b7133d84d965911f85.jpg) (1) Toets [Programma]\* 1,2 SCANBEWERKINGEN OPSLAAN (Programma's) (pagina 5-73) (2) Toets [Wissen] WISSEN VAN SCHADUWRANDEN OP EEN AFBEELDING (Wissen) (pagina 5-75) (3) Toets [Dubbele Pg Scannen] EEN ORIGINEEL SCANNEN ALS TWEE APARTE PAGINA'S (Dubbele Pg Scannen) (pagina 5-77) (4) Toets [Timer]\* 1 AFBEELDING OP EEN OPGEGEVEN TIJDSTIP VERZENDEN (Timer verzending) (pagina 5-79) (5) Toets [Achtergrond-Onderdrukking] FLETSE KLEUREN OP DE AFBEELDING OP LATEN LICHTEN (Achtergrond-Onderdrukking) (pagina 5-81) (6) Toets [Kaart Formaat] BEIDE ZIJDEN VAN EEN KAART OP ÉÉN PAGINA SCANNEN (KAART FORMAAT) (pagina 5-83) (7) Toets [Opdracht Samenstel.]\* 4 VEEL ORIGINELEN INEENS SCANNEN (Opdr. samenst.) (pagina 5-86) \*1 Verschijnt niet in USB-geheugenmodus. \*2 Verschijnt niet in gegevensinvoermodus. \*3 Verschijnt niet wanneer de stempeleenheid niet geïnstalleerd is. In USB-geheugenmodus verschijnt dit in het eerste scherm. \*4 Wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is. (8) Toets [Origineel gem. form.] ^* 4 ORIGINELEN VAN VERSCHILLEND FORMAAT SCANNEN (Origineel gem. form.) (pagina 5-88) (9) Toets [Langzame scanmodus]\* 4 SCANNEN VAN DUNNE ORIGINELEN (Langzame scanmodus) (pagina 5-90) (10) Toets [Aantal originelen]\* 1 HET AANTAL GESCANDE ORIGINELE VELLEN CONTROLLEREN VOOR VERZENDING (Aantal originelen) (pagina 5-92) (11) Toets [Bestand]\* 1 Druk op deze toets om de functie Bestand van documentarchivering te gebruiken. (12) Toets [Snelbestand]\* 1 Druk op deze toets om de functie Snelbestand van documentarchivering te gebruiken. (13) Toets [Verif. Stempel]\* 3 EEN STEMPEL ZETTEN OP GESCANDE ORIGINELEN (Verif. Stempel) (pagina 5-94)

Internetfaxmodus

De hieronder verklaarde toetsen kunnen alleen worden gebruikt in Internetfaxmodus. De andere toetsen zijn dezelfde als die verklaard in "Scanmodus, USB-geheugenmodus, gegevensinvoermodus" (pagina 5-71). Eerste scherm Tweede scherm ![](images/2299cd61a2fee2c49294fc90d92df1335c4a3b128281d26ebaba8bc5fa5bd8fd.jpg) (1) toets [2-in-1] TWEE PAGINA'S ALS ÉÉN PAGINA VERZENDEN (2-in-1) (pagina 5-96) AFDRUKINSTELLINGEN VOOR HET TRANSMISSIERAPPORT WIJZIGEN (Transmissierapport) (pagina 5-99) (2) Toets [Transmissierapport] ![](images/514ada323b2a29f00a0a608dddb7860453c26928a9f46c78eb16e50a5744c902.jpg) U kunt speciale functies doorgaans combineren met andere speciale functies. Enkele combinaties zijn echter niet mogelijk. Als u een niet-toegestane combinatie selecteert, verschijnt een boodschap op het aanraakscherm.

De toets [OK] en de toets [Annuleren]

In sommige gevallen verschijnen er in de schermen voor speciale functies twee toetsen [OK] en één toets [Annuleren]. De toetsen worden op de volgende manier gebruikt: ![](images/ea1fdda1335638984bf13f593e4abd99652db7ecb275c2e63e904c264322f191.jpg) (A) De geselecteerde instelling spec. functies invoeren en teruggaan naar het basisscherm. (B) De geselecteerde instelling spec. functies invoeren en teruggaan naar het menuscherm voor speciale functies. Druk op deze toets wanneer u nog andere instellingen van spec. functies wilt selecteren. (C) Tijdens de selectie van instellingen spec. functies zorgt deze toets ervoor dat u terugkeert naar het menuscherm van speciale functies zonder dat de instellingen worden opgeslagen. Wanneer de instellingen voltooid zijn, worden hiermee de instellingen geannuleerd en keert u terug naar het menuscherm van speciale functies.

SCANBEWERKINGEN OPSLAAN (Programma's)

Bestemming, instellingen voor een origineel en functies kunnen in een programma worden opgeslagen. Als u deze instellingen wilt gebruiken om een afbelding te verzenden, kunnen zij gemakkelijk worden opgeroepen. In het onderstaande voorbeeld moeten elke maand documenten van A4 (8-1/2" x 11") formaat naar een bestand worden gescand en naar elk filiaal worden verzonden. (1) Dezelfde documenten worden naar elk filiaal gestuurd (2) De pagina's van gebonden documenten worden achtereenvolgens verzonden (3) Vegen op de randen van de documenten worden vóór verzending gewist
Indien geen werkprogramma is opgeslagen Indien een werkprogramma is opgeslagen
Voer het e-mailadres van elk filiaal in.SHARP MX-M452N - SCANBEWERKINGEN OPSLAAN (Programma's) - 1Selecteer Dubbele Pagina Scannen.SHARP MX-M452N - SCANBEWERKINGEN OPSLAAN (Programma's) - 2Selecteer de wis-instellingen.SHARP MX-M452N - SCANBEWERKINGEN OPSLAAN (Programma's) - 3Druk op [START].De originelen worden gescand en verzonden.Druk op een toets met een opgeslagen programma. Druk op [START].De originelen worden gescand en verzonden.
Het kost elke maand veel tijd om de documenten te verzenden omdat bovenstaande instellingen moeten worden.Bovendien kunnen er soms fouten worden gemaakt bij het selecteren van de instellingen, zodat verkeerde verzendingen als resultaat.Met behulp van een programma worden instellingen met een simpele druk op de opgeslagen toets geselecteerd.Bovendien vindt de verzending plaats volgens de opgeslagen instellingen. Er is dus geen kans op fouten.
![](images/6514cb31f6c286449b1066890e2e57677f6e5e03ea07b0dcbd23aa94cd362276.jpg) - Programma's worden opgeslagen, bewerkt en gewist met "Adresbeheer" in de systeeminstellingen. Zie "Programma" (pagina 7-21) in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN". - U kunt programma's ook opslaan door middel van de webpagina's. Klik op [Werkprogramma's] en vervolgens op [Beeld verzenden] in het webpaginamenu. - De in een programma opgeslagen instellingen worden vastgehouden, ook nadat het programma is gebruikt voor verzending. Dezelfde instellingen kunnen herhaaldelijk worden gebruikt voor verzending. - De volgende instellingen kunnen in een programma worden opgeslagen. Modus Beeld verzenden: Scannen, Internetfax Bestemmingen Weergave-instellingen: Scanformaat origineel, afbeeldingstand, dubbelzijdig scannen, belichting, resolutie Speciale functies: Wissen, Dubbele Pg Scannen, Achtergrond-Onderdrukking, Opdracht Samenstel., Origineel gem. form., Langzame scanmodus, Aantal originelen, Verif. Stempel, 2-in-1 Voorbeeld - Er kunnen 48 programma's worden opgeslagen. - Er kunnen 500 bestemmingen in één programma worden opgeslagen. - Deze functie kan niet worden gebruikt in de USB-geheugenmodus of gegevensinvoermodus. 1

Plaats het origineel.

Plaats het origineel in de lade van de automatische origineelinvoer of op de glasplaat in overeenstemming met de functies die in het programma zijn opgeslagen.

2

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de toets [Spec. Functies]. (2) Druk op [Programma]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71)

3

![](images/d57cbfdf8deae9a81374e065c57998856b368cf924c6e48379e65ebf17a4480d.jpg)

Roep het opgeslagen programma op.

(1) Druk op de gewenste programmatoets. (2) Druk op [OK].

4

![](images/576e59ec66baeee4500db054a8bec6f4206e6eeb3560d9eba2a938f15dae4c3c.jpg)

Selecteer de aanvullende instellingen.

Bij gebruik van een programma kunnen de volgende instellingen extra worden opgegeven: - Weergave-instellingen: scanformaat origineel\*, bestandindeling, kleurmodus - Verzendinstellingen - Speciale functies: Timer-verzending, Kaart Formaat, Bestand, Snelbestand, Transmissie Rapport \* Indien in dit programma opgeslagen, kan het niet extra worden opgegeven. ![](images/d7129be47efc4592a8388c6c78ee87f170ff9dd36e2f87dd4a2b2cfe14705cfb.jpg) - Welk scherm verschijnt hangt af van de bestemming die is opgeslagen in het programma. - U kunt de modus hier niet wijzigen. - Functies die in het programma zijn opgeslagen kunnen hier niet worden geannuleerd.

5

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Plaats het volgende origineel na afloop van het scannen en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/9da34647ea24e7419bb91fc5db70617640045c7ffca785d649f6675b5a4a602f.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( ) om de bewerking te annuleren.

WISSEN VAN SCHADUWRANDEN OP EEN AFBEELDING (Wissen)

Deze wisfunctie wordt gebruikt om schaduwen op kopieën vanaf boeken of andere dikke originelen te wissen. (Deze functie wist de delen van de afbeelding waar schaduwranden zich meestal voordoen. De functie neemt geen schaduwen waar en wist alleen de schaduwranden.) Scannen van een dik boek ![](images/58dd4354cbb0f87153e6b6720bdbd04ff5509dae142f69f1e2035d65005fe24a.jpg)
natural_image Illustration of an open book placed on a square base with a curved arrow indicating direction (no text or symbols)
Hier vormen zich schaduwranden Zonder de wisfunctie Met de wisfunctie ![](images/ab730532ef3d147929bf0cbd1790b6f2e298874533dca5f47ae8fb05ebfd1920.jpg) Schaduwranden op de afbeelding. ![](images/ca4718fe32eec899fc00ffa7cb1df2bc60c62adf0478676e38f9d0b3cc8bc570.jpg) Geen schaduwranden. Wisfuncties Rand Wissen Midden Wissen Rand + Midden Wissen Zijkant wissen ![](images/2dd8a3237b98970c45e05eac802da50b7727c065be4e7a5c4c563b8475de7eca.jpg) ![](images/fefcb012f6d657a903a5a8be5d31e7fedad1413eaff82762d364c8910bee66ea.jpg) ![](images/7314ec7cd94e107de00a1357b8ef7db301c963f371f1f12412d8d586cf5517aa.jpg) ![](images/950af7580c8e260492682ee1778758586e2a7f88cd36e09ef463c3b168493ce9.jpg) ![](images/4211b89776ef8c1cf7f1f828d931e38c095171e5838c7e93abbceb9cb3606f3b.jpg) - Schaduwranden van het origineel kunnen ook bij gebruik van de automatische origineelinvoer worden gewist. - Indien u de USB-geheugenmodus gebruikt, sluit het USB-geheugen dan op de machine aan voordat u onderstaande procedure uitvoert.

1 Plaats net ongineer.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

1 Plaats net ongineer.

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18)

2

![](images/12d70768611b927d45e44dc10f9bd76585b5c65c8bfe701445de547a1d80101c.jpg) Bij scannen naar USB-geheugen hoeft de bestemming niet te worden opgegeven. Ga naar stap 3.

3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. (3) Druk op [Wissen]. SPECIALE FUNCTIONS (pagina 5-71) ![](images/bc58ba434777bd0a72d513acfeac2869a7703c0edc67973c91f1310f73e21adf.jpg)

Selecteer de wisinstellingen.

(1) Druk op de gewenste wisfunctie.

Selecteer een van de 4 wisfuncties. Druk op de toets [Zijkant wissen] om het volgende scherm te openen. ![](images/1868c9227eda4f378cc5f07c698a84fa6d400106af85f788670630768140e8b9.jpg) Druk op het selectievakje aan van de rand die u wenst te wissen en controleer of er een aankruisvakje ( )verschijnt. Als u tweezijdig scant, stel dan de te wissen rand in op de achterzijde. - Als u op de toets [Zelfde zijde als zijde 1] drukt, zal de rand die in dezelfde positie ligt als op de voorzijde worden gewist. - Als u op de toets [Andere zijde dan zijde 1] drukt, zal de rand die in de tegenovergestelde positie ligt als op gewiste rand op de voorzijde worden gewist. Als u klaar bent met het invoeren van de instellingen, drukt u op [OK]. (2) Stel de wisbreedte in met de toetsen. 0 mm tot 20 mm (0" tot 1") is het mogelijke bereik voor de waarden. (3) Druk op [OK].

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Als een pagina is gescand, vervang deze dan door de volgende pagina en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/dde1ddcb90f139177e2cf9494ac8316be3558d9351a75e3b66d6f441ce3083f3.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (vom de bewerking te annuleren. ![](images/bd8878b75e481ecc60487724923bf317992c7b44a7932b93987b186e007b234b.jpg) Bij gebruik van de wisfunctie wordt het wissen uitgevoerd bij de randen van de originele afbeelding. Werkt u tevens met verkleinen of vergroten, dan wordt de te wissen breedte in samenhang met de geselecteerde ratio aangepast. Als de wisbreedte bijvoorbeeld 20 mm (1") is en de afbeelding tot 50% wordt verkleind, wordt de wisbreedte met op 10 mm (1/2") verkleind. ![](images/dda89048c95afc40618d51c9fe74f5e9fd71dfb7ede6fad40354385ea13e3ab9.jpg) Wisinstelling annuleren Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4. ![](images/eb914a1311e65928838c386119b62b6807e8ff779d2aefa447649bab8bd4056c.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardbreedte Van Wisstrook Instellen De standaardinstelling voor de wisbreedte is gekoppeld aan de systeeminstelling van de kopieerfunctie en kan variëren 0 mm tot 20 mm (0" tot 1"). De fabrieksinstelling is 10 mm (1/2").

EEN ORIGINEEL SCANNEN ALS TWEE APARTE PAGINA'S (Dubbele Pg Scannen)

De linker- en rechterzijde van een origineel kunnen als twee afzonderlijke pagina's worden gescand. Deze functie is handig als u elke pagina van een boek of ander ingebonden document opeenvolgend wilt scannen. Voorbeeld: Scannen van de linker- en rechterpagina's van een boek ![](images/77631e88e0baab4dd8bfd2144a72cb3ae6e86ded1d949a1d7bae30660de0dc94.jpg) Boek of ingebonden document De pagina's worden als twee afzonderlijke pagina's gescand. Voorbeeld:
Scanformaat origineel Verzonden afbeelding
A3 (11" x 17") x 1 paginaA4 (8-1/2" x 11") x 2 pagina's
![](images/717858b105e5eeba49935714cbf4e24239a21c9a84c848ff5c511f338244524b.jpg) - Bij dubbele pagina scannen moet het origineel op de glasplaat worden geplaatst. - Het verzendformaat kan niet worden gewijzigd. - Indien u de USB-geheugenmodus gebruikt, sluit het USB-geheugen dan op de machine aan voordat u onderstaande procedure uitvoert. ![](images/4f905775918293f3f5c0dfaccaa8bd901920771d31d7ef842d19fa75c88237d4.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with open lid and control panel (no text or symbols)

Plaats het origineel met de voorzijde naar onderen op de glasplaat.

Breng het midden van het origineel op één lijn met het juiste maatteken ▼ ![](images/cc1b50585defec7b8bf4e9dd261a645cfc08664e8c1d56c79faa125cfad8b1d3.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Maatteken"] --> B["Middenlijn van A3 origineel"]
    A --> C["Middenlijn van 11&quot; x 17&quot; origineel"]
    B --> D["De pagina op deze zijde wordt eerst gescand."]
    C --> D
    D --> E["Middenlijn van origineel"]
    E --> F["A3 (11&quot; x 17&quot;)"]
1 Geef de bestemming op. BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18) 2 ![](images/442f97c563637cdbe0f309958cf47606b9faeefeb6ae8f84204e2f3bc07cbcf5.jpg) Bij scannen naar USB-geheugen hoeft de bestemming niet te worden opgegeven. Ga naar stap 3.

3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIONS (pagina 5-71)

4

![](images/628644804d31d642a7bc4595e6b8e00b5c1ec5577b9930ed23de395380f48c19.jpg)

Selecteer Dubbele Pagina Scannen.

(1) Druk op [Dubbele Pg Scannen] zodat de toets wordt gemarkeerd. (2) Druk op [OK].

5

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Plaats het volgende origineel na afloop van het scannen en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/be7d0df0bac36eeefe47783d7def1708d56f62a449783e3238c1052bf51581f0.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( )om de bewerking te annuleren. ![](images/56dad03824c9a06eb69380701c0fb30aafa19bdbee5c0d2430ad5880d4e6e26f.jpg) - Gebruik de wisfunctie om schaduwranden te wissen die worden veroorzaakt door de rug van een boek of ander ingebonden document. (NB: Midden Wissen en Rand+Midden Wissen kunnen niet worden gebruikt.) - Als het scanformaat van het origineel is opgegeven via numerieke waarden, kan deze functie niet worden gebruikt. ![](images/e04defa0bf1842cd82a696b388497c9056e079f275b90258c2d029e36446ef7c.jpg)

De instelling dubbele pagina scannen annuleren

Druk op [Dubbele Pg Scannen] in het scherm van stap 4 zodat de toets niet langer wordt gemarkeerd, en druk op [OK].

AFBEELDING OP EEN OPGEGEVEN TIJDSTIP VERZENDEN (Timer verzending)

Met deze functie kunt u een tijdstip opgeven waarop een verzending of rondzendopdracht automatisch moet plaatsvinden. Verzending begint automatisch op de opgegeven tijd. ![](images/691d6c598dfa3eb674225398b27bbddf53e75614817a46b745e6dcb2a0c43747.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Stel een verzending in voor 20.00 uur"] --> B["Om 20.00 uur begint de verzending automatisch"]
    B --> C["Computer setup"]
    B --> D["Desktop"]
    B --> E["Printer"]
![](images/b4a898d49b3ff553d268ab1e0046ebd697631c68978fe0c1055943f255a82d2b.jpg) - Houd de stroomschakelaar in de "aan"-stand als er een timerverzending is opgeslagen. Als de stroomschakelaar op het opgegeven tijdstip in de "uit"-stand staat, vindt er geen verzending plaats. - Bij het uitvoeren van een timerverzending moet u het origineel scannen naar het geheugen bij het instellen van de verzending. U kunt het document niet in de automatische origineelinvoer of op de glasplaat achterlaten en het pas laten scannen op het moment van verzending. - Instellingen voor een timerverzending (belichting, resolutie, speciale functies enz.) worden na afloop van de verzending automatisch gewist. (Gebruikt u echter de functie documentarchivering, dan worden de gescande originelen en instellingen opgeslagen op de ingebouwde harde schijf.) - Deze functie kan niet worden gebruikt in de USB-geheugenmodus. 1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18) 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. (3) Druk op [Timer]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71) (1) (2) (3) ![](images/dfa4c66afc94f7ca9757a0482809371fc1203533523f0ace3edf110725eface5.jpg)

Stel de tijd in met de toetsen

![](images/c192cd6db1868588c453fad8b55a6fd3eff4cc6ef8f44e1ba55ba421a354ce8e.jpg)

(1) Geef de dag op.

Wilt u geen dag opgeven, selecteer dan [---]. In dat geval begint de verzending zodra de bij (2) opgegeven tijd aanbreekt.

(2) Geef de tijd op (uur, minuut)

Selecteer de tijd in 24-uursindeling. Het is ook mogelijk om direct op een cijferweergavetoets te drukken om de instelling met de cijfertoetsen te wijzigen.

(3) Druk op [OK].

![](images/472e99b3c0e9e50aacb9dde5d7425020dd5bffcda49533407ff580b3a4a2c77f.jpg) Als dit scherm wordt geopend, geeft de instelling de huidige tijd aan. Is de tijd niet correct, druk dan op [ALLES WISSEN] (Com de bewerking te annuleren. Corrigeer de tijd in de systeeminstellingen en voer dan de procedure voor de timerverzending uit. DATUM EN TIJD CONTROLEREN (pagina 5-5)

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Plaats het volgende origineel na afloop van het scannen en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/841055d3ba9639f0b534c75c8f53f74bbd5df4e3b012466fc10abbef7e3cf3d4.jpg) Het origineel wordt gescand naar het geheugen. Het origineel kan niet op het opgegeven tijdstip worden gescand. ![](images/9beac4fca32fc57cc62bf1b4f44f667dee37af8cf2e4e9e2d339db911e34aeb5.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (kom de bewerking te annuleren. ![](images/0641531cc4fb9009b08c22789f57ffee25e2b177420d35b5e57e45e07fee2d64.jpg) - De tijd kan uiterlijk een week van tevoren worden ingesteld. - Er kunnen tot 94 timerverzendingen ineens worden opgeslagen. - Als er nog een verzending wordt uitgevoerd op het opgegeven tijdstip, begint de timerverzending zodra die verzending is voltooid. - Andere verzendingen kunnen gewoon worden uitgevoerd als er een timerverzending is opgeslagen. - Een timerverzending kan in het opdrachtstatuscherm worden gewist. - Als een timerverzending in het opdrachtstatuscherm prioriteit krijgt, wordt de opgegeven tijd geannuleerd. De verzending wordt uitgevoerd zodra de opdracht in uitvoering is voltooid. PRIORITEIT TOEKENNEN AAN EEN SCANVERZENDOPDRACHT (pagina 5-108) ![](images/78df7f7dcd59e628381f221134d069156ad04d597eea1b1cbd06eaf0b99fcb68.jpg) Een timer verzending annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4.

FLETSE KLEUREN OP DE AFBEELDING OP LATEN LICHTEN

(Achtergrond-Onderdrukking)

Met deze functie worden lichte achtergronden onderdrukt. ![](images/dfe850b8e8aa006ad2e1c3a094a72e12a14b215bb4878446a4d9b6c49bb43ba5.jpg)
flowchart
graph TD
    A["House with roof"] --> B["De helderheid waarbij onderdrukking wordt uitgevoerd, kan worden aangepast."]
    B --> C["Niveau [+"]]
    B --> D["Niveau [-"]]
    C <--> D
![](images/226289b18e2fe075d8c394acfb98dfca52d93ebedb4768f890fddcca748bfaf4.jpg) - Deze functie kan niet worden gebruikt in de modus Internetfax. - Indien u de USB-geheugenmodus gebruikt, sluit het USB-geheugen dan op de machine aan voordat u onderstaande procedure uitvoert.

1 Plaats net origineer.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18) ![](images/adfd561a633d66f5467da7bc867a5683a753aa5331309695d4d410b22fd7c19d.jpg) Bij scannen naar USB-geheugen hoeft de bestemming niet te worden opgegeven. Ga naar stap 3.

3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. (3) Druk op [Achtergrond-Onderdrukking]. Lees het weergegeven bericht en druk dan op [OK]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71) ![](images/1937e46efdbff1d86c7a1c6482ae1c68644d89bd75d7643316253b3095a6e4d9.jpg)

Selecteer de instelling voor achtergrond-onderdrukking.

(1) Pas het niveau van achtergrond-onderdrukking aan.

Druk op de toets [+] om alleen lichte achtergronden te onderdrukken. Druk op de toets [-] om lichte tot donkere achtergronden te onderdrukken.

(2) Druk op [OK].

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Plaats het volgende origineel na afloop van het scannen en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/27ace5b175aaa7e008fa1dd4b795006cd43e0dd046efa7957f37e0b606fbed35.jpg) Wanneer het origineel in [Mono] werd gescand, zal de functie achtergrond onderdrukken niet werken. ![](images/7d94ff07ca5fa8c5254e9a4f7449fe7c345e082f3d797c37ee09cc2e13996bee.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (Vom de bewerking te annuleren. ![](images/51266839f8ca161b6411209be9a8deb93c76884580eb1b8b0b3a50f07a06d539.jpg) De instelling achtergrond-onderdrukking annuleren Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4.

BEIDE ZIJDEN VAN EEN KAART OP ÉÉN PAGINA SCANNEN (KAART FORMAAT)

Met deze functie kunt u de voor- en achterkant van een kaart verzenden als één pagina. U hoeft dan niet elke zijde afzonderlijk te verzenden. ![](images/2c2fbdad8ea4e19d369702c91515314cbcd36af0255f1b0e000260e91ee10ba2.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originellen"] -->|Verzending| B["Gescande afbeelding"]
    C["Voorzijde"] --> D["Verzending"]
    E["Achterzijde"] --> F["Verzending"]
    D --> G["Voorbeeld van scanverzending formaat A4 (8-1/2&quot; x 11&quot;) staand"]
    F --> H["Voorbeeld van scanverzending formaat A4 (8-1/2&quot; x 11&quot;) liggend"]
![](images/16babe97c7b42db6e403135c064ebfc0d0fa29792553ebc03a68e1576f9e2942.jpg) - Bij gebruik van kaart formaat moet het origineel op de glasplaat worden geplaatst. - Indien u de USB-geheugenmodus gebruikt, sluit het USB-geheugen dan op de machine aan voordat u onderstaande procedure uitvoert. 1 ![](images/564fd67e3b87607157ecb9b8a0ea423de3d5d026d67601b39426d3b58ec7e989.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with open lid and control panel (no text or symbols)
Plaats het origineel met de voorzijde naar onderen op de glasplaat. 2

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18) ![](images/2e787c4117b69034f6d133f7407056047f68b9d525b2853142e5b9c70c6a04e4.jpg) Bij scannen naar USB-geheugen hoeft de bestemming niet te worden opgegeven. Ga naar stap 3. 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. (3) Druk op de toets [Kaart Formaat]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71) ![](images/9fdd2984f8be8b36c76818977c5c60ae1a23d086540749241b7abbb05d695d2d.jpg) ![](images/9e0a63d5ddf024869029124dc773e757a77f562b5a296886918c99cde9295d73.jpg)

Geef het formaat van het origineel op.

(1) Voer het formaat van het origineel in.

- Druk op de cijferweergavetoets voor X (breedte) en voer de breedte in. - Druk op de cijferweergavetoets voor Y (hoogte) en voer de hoogte in. (A) Druk op [Formaat Herstellen] om het origineelformaat weer op het standaardformaat in te stellen. (B) Druk op [Passend om te zenden] om de afbeelding automatisch te verkleinen of vergroten tot het verzendformaat. Als u het origineel wilt scannen volgens het ingestelde origineelformaat, hoeft u niet op de toets te drukken.

(2) Druk op [OK].

![](images/c40f24df4dfe549a99e34d8554454989f5010c10a5afb9a8ead61b3ab400e3e0.jpg) - U kunt het getal ook met de toetsen wijzigen. - Het verzendformaat wordt automatisch geselecteerd op basis van het ingevoerde formaat origineel. - Nadat u Kaart Formaat hebt geselecteerd, kunt u de toets [Origineel] in het basisscherm indrukken om het scanformaat van het origineel of het verzendformaat te wijzigen. In dit geval verschijnt het scherm van deze stap als u de toets scanformaat indrukt. Raadpleeg "Het verzendformaat van de afbeelding opgeven" (pagina 5-59) voor de procedure voor het instellen van het verzendformaat.

Druk op de toets [START] om de voorzijde van de kaart te scannen.

![](images/4ab85c57acc4e5dfb8e965fdbdbdf3aff9c5f512d5538d7ff15d687bf42c3c31.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (Vom de bewerking te annuleren.

Draai de kaart om en druk op [START] om de achterzijde van de kaart te scannen.

![](images/23093f0f4a2546dd1dfdf6f1028f4a8fd50827f9f91e826c87082725d8bdadd9.jpg) Voordat u de achterkant van de kaart scant, kunt u op de toets [Configureren] drukken in het aanraakscherm om de belichting te wijzigen. ![](images/f13609c05f1bb858ff2aeb4ff8085752911291fd40bf7dfa6e837a4e0e92db14.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (vom de bewerking te annuleren. ![](images/0477525007635908390087a0bf19d00786c534e4da114f438e2e8ab3d8aa388c.jpg)

Druk op [Lezen Klaar].

![](images/02d1ce7343e7c7852e71f807728c10c5fb872bbf02fa84edb13ae93884cba77a.jpg) Als u doorgaat met de voorkant van de kaart te scannen, kunt u de toets [Configureren] indrukken om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat te wijzigen. ![](images/c35a2098861d70a869100091e981b6dbd3c8c6fcc844bc059237c2da7717271f.jpg) De ratio kan niet worden opgegeven en "Instelling Verzenden Draaiing" kan niet worden geselecteerd. ![](images/bc5d0ff0a07ee0a315d9d42dcff38516b5d36bef692ba8f7ecff597ae0041751.jpg) Kaart Formaat annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4.

VEEL ORIGINELEN INEENS SCANNEN (Opdr. samenst.)

Met deze functie kunt u een zending die bestaat uit een groot aantal originelen opsplitsen in sets, elke set scannen met behulp van de automatische origineelinvoer en alle pagina's versturen en één enkele verzending. Gebruik deze functie als u meer originelen wilt scannen dan het maximum aantal vellen dat in één keer in de automatische origineelinvoer kan worden geplaatst. Als u in sets verdeelde originelen scant, scan dan eerst de set die de eerste pagina bevat. De instellingen die u voor de eerste set kiest kunnen worden gebruikt voor de overige sets. ![](images/77d158270c8b4d90dcc05c8ae63161e70525bdf71da84337dc1bf5c06559d3bb.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originelen"] --> B["File Range -1"]
    B --> C["Originelen worden in aparte sets gescand"]
    C --> D["File Range -101"]
    D --> E["Verzending"]
    E --> F["File Range -1"]
![](images/802d2cd81a9ba5e6d70f25ef8cb55c59f931569dfbe3abd908cfd8db343934b7.jpg) - U kunt maximaal 999 pagina's scannen. Denk eraan dat wanneer het geheugen wordt gebruikt voor andere opdrachten, u minder pagina's kunnen scannen. - Indien u de USB-geheugenmodus gebruikt, sluit het USB-geheugen dan op de machine aan voordat u onderstaande procedure uitvoert. 1 ![](images/820246fe70d3bb15fd56d6c81ef0108d5c0b28432b1e8508d69cfae6bd752cbe.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer.

Steek de originelen helemaal in de lade van de origineelinvoer. In de origineelinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. 2

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18) ![](images/bb70593c361700ac64f90a6b1e7e3260f622039166ab5d8c75ef429d84503c5a.jpg) Bij scannen naar USB-geheugen hoeft de bestemming niet te worden opgegeven. Ga naar stap 3. 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIONS (pagina 5-71)

4

![](images/8b98613da1e486008fa4d8f0785a784206607b99742c43e71828dd919c71d26f.jpg)

Selecteer de modus opdracht samenstellen.

(1) Druk op [Opdracht Samenstel.] zodat de toets wordt gemarkeerd. (2) Druk op [OK].

5

Druk op de toets [START] om de eerste set originelen te scannen.

![](images/7b3ff5aaa6a533372f93467594e0eadff03f6f7f5e6eb5bc4e0915edb53d81f9.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( ) om de bewerking te annuleren.

6

Breng de volgende set originelen in en druk op de toets [START].

Herhaal dit tot alle originelen zijn gescand. ![](images/366230e920c3e4d14231d9c7502aa548a2342e546deb8eeceae1bfe6d8ded8b0.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (Vom de bewerking te annuleren. Alle gescande data wordt gewist.

7

![](images/5d6d0263c33647b6cd64a5e29543d96ed75afb942a52c9fe4368924edf728aa1.jpg) ![](images/ecf0fa66557fc0bff19eeb035b256fee457d30fe35630928ee3d455abb99c916.jpg)

Druk op [Lezen Klaar].

- Als er gedurende één minuut geen actie wordt ondernomen nadat het bevestigingsscherm is verschenen, wordt het scannen automatisch gestopt en wordt de verzending gereserveerd. - De toets [Configureren] kan worden ingedrukt om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat voor elke gescande pagina van de originelen te wijzigen. Als Opdracht Samenstellen wordt gebruikt in combinatie met "2-in-1" in speciale functies, kan alleen de belichting worden gewijzigd bij het scannen van alle even genummerde pagina's van het origineel. ![](images/815aadb373391fe8a714b843010e3ead99188692b8b216912190c8ef08962873.jpg) Als het geheugen tijdens het scannen vol raakt, verschijnt een bericht en wordt de verzending geannuleerd. ![](images/868a9e5584f96f4ec624e7a30d355dbdf29dd1a2e6643813990c904073d8dcde.jpg) De functie opdracht samenstellen annuleren Druk op [Opdracht Samenstel.] in het scherm van stap 4 zodat de toets wordt gemarkeerd.

ORIGINELEN VAN VERSCHILLEND FORMAAT SCANNEN (Origineel gem. form.)

Met deze functie kunt u originelen van verschillend formaat tegelijkertijd scannen, bijvoorbeeld B4-formaat (8-1/2" x 14") originelen gemixt met A3-formaat (11" x 17") originelen. Bij het scannen van de originelen herkent de machine automatisch het formaat van elk origineel.

Originelen

(B4 (8-1/2" x 14") origineel gemixt met A3 (11" x 17")-originelen) ![](images/6e2665e93fba1bb83215592c2d7618bf08322d5d6b50080db64da8f3342500ed.jpg) ![](images/09f1e879f5bf716b81fe6ccdad5d4fd70816573d88844724c9ebfe35d7dac4e7.jpg)

Gemaakte bestanden

Eerste pagina ![](images/f415825cef8bff30f3ada9a7055ae0f64b72d42267d744f4224bdf46f28f26c5.jpg) Ingescand op B4 (8-1/2" x 14")- formaat Tweede t/m vierde pagina ![](images/387c4370224ff8cbaf32d2aa64383f93ff678190a70e35b16cb65789f769eda4.jpg) Ingescand op A3 (11" x 17")-formaat Deze functie kan alleen met de volgende combinaties van origineelformaten worden gebruikt: \- A3 en B4 • A3 en B5 • B4 en A4 • A4 en B5 \- A4R en B5 • B4 en A4R • B4 en A5 • B5 en A5 \- 11" x 17" en 8-1/2" x 14" \- 11" x 17" en 8-1/2" x 13" \- 11" x 17" en 5-1/2" x 8-1/2" ![](images/5f35a991b6417fb6558486396c1619d005234450df30df0dd3281b2a0724982d.jpg) Indien u de USB-geheugenmodus gebruikt, sluit het USB-geheugen dan op de machine aan voordat u onderstaande procedure uitvoert. 1 ![](images/d6542c0754f58b0b07ba8d7a91532377c98246081bd93b59c0e6c97bd672bd17.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer.

Plaats de originelen allemaal met de hoekpunt in de uiterste linkerhoek van de lade van de origineelinvoer. 2

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18) ![](images/ae9997420664094a6a7dbae4405de9a74668fe2435dafd90d7864d72ee5de12a.jpg) Bij scannen naar USB-geheugen hoeft de bestemming niet te worden opgegeven. Ga naar stap 3. 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71) ![](images/b9e801a26021655249f2f25d5d54f97b42f3d66a86c2c76212a228614828033d.jpg)

Selecteer de instelling voor originelen van gemixt formaat.

(1) Druk op [Origineel gem. form.] zodat de toets wordt gemarkeerd. (2) Druk op [OK]. ![](images/7cb72ecbdbe0f036416cc9077f2b3866de0dc1cde5d5b2338156af9b9ceafb77.jpg) Als er een origineel scanformaat is opgegeven, verschijnt een bericht als op [Origineel gem. form.] wordt gedrukt. Maak het gebruik van de instelling Mixed Size Original mogelijk door de instelling voor scanformaat om te zetten naar auto en druk dan nogmaals op [Origineel gem. form.].

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/978c6fec6851145e303598a4a08b36e6c867d3cad23f1b9709f232e91a926b23.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( ) om de bewerking te annuleren. ![](images/2ec5c53bcebaf378851ab6906a126af827de8bc818622bae1d30be9bbfbb867e.jpg) - Zodra gemengde formaten originelen zijn geselecteerd, kan geen origineel scanformaat meer worden opgegeven. - Als Orig. met gemengd formaat is ingesteld, kan er niet automatisch dubbelzijdig worden gescand. - Als Origineel gem. form. is ingeschakeld, kan de draaifunctie niet worden gebruikt. ![](images/dc7b2814774e9fbd21cc258bb91e6aa6e77ed54ede6b0f0f930db23f1fa77c1e.jpg) De instelling voor originelen van gemixt formaat annuleren... Druk op [Origineel gem. form.] in het scherm van stap 4 zodat de toets wordt gemarkeerd. ![](images/67d7aef9143e52846b0ec63d07db90532d1ec0a0e399e34908661497f72644b6.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Invoermodus origineel U kunt de invoermodus origineel zo instellen dat originelen van gemengd formaat altijd worden gescand.

SCANNEN VAN DUNNE ORIGINELEN (Langzame scanmodus)

Druk op deze toets wanneer u dunne originelen wilt scannen met behulp van de automatische documentinvoerlade. Deze functie helpt voorkomen dat dunne originelen in het apparaat vastlopen. ![](images/932f08f6fafd037b84cbee5e3daad53de1af2694e7675ecdd624871e56b99991.jpg)
flowchart
graph LR
    A["ABCD"] --> B["ABCD"]
![](images/682f77867f8cbd197f8c81b25050415edd660bae9e2d40812409c9b4ce179e2e.jpg) Indien u de USB-geheugenmodus gebruikt, sluit het USB-geheugen dan op de machine aan voordat u onderstaande procedure uitvoert.

1

![](images/f7ed0a6b3089ce05803fbdf39d716155dd2c1889247132719611d06b10d8cbf8.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a cover and control panel (no text or symbols)
Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer. Stel de origineelgeleiders voorzichtig af. ![](images/8602c1a92e474d6c182465913e7def1051454b1c0d6d98a7201823fa8ef62e8e.jpg) Als de originelen met teveel kracht worden ingebracht, kunnen ze kreuken en vastlopen.

2

Geef de bestemming op. BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18) ![](images/62c7c6e673392f64a0fc301ad405833447c89dfedfac6980f7bd972fc757352d.jpg) Bij scannen naar USB-geheugen hoeft de bestemming niet te worden opgegeven. Ga naar stap 3.

3

Speciale functies selecteren. (1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71) 4 ![](images/2e62c848b438e3590362b6289b6a6ef1ea9f454465c12da0d1c98df0055e7197.jpg)

Selecteer de langzame scanmodus.

(1) Druk op [Langzame scanmodus] zodat de toets wordt gemarkeerd. (2) Druk op [OK]. 5

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/b4f4ef16292ca8be60bd60f52ee44aefaf6da4f6dc541f9f25e6d37c8406d32e.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (com de bewerking te annuleren. ![](images/e433ad614d8f54f80acb1cc21ffb061330ff7236e7cf0a80068f8d88454c2051.jpg) - Bij selectie van deze functie kan niet automatisch 2-zijdig worden gescand. - Als Origineel gem. form. is ingeschakeld, kan de draaifunctie niet worden gebruikt. ![](images/9754e31391ed3a1557721a3093f1a7d9c9a2775aa189a2a658b8bf682b12f46d.jpg) De Langzame scanmodus annuleren... Druk op [Langzame scanmodus] in het scherm van stap 4 zodat de toets wordt gemarkeerd. ![](images/2e4dff5c2146dd02381f917299e96dce3a5f2d4847ab1565f9933f68a6cc25af.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Invoermodus origineel Hiermee wordt altijd op langzame snelheid gescand.

HET AANTAL GESCANDE ORIGINELE VELLEN CONTROLEREN VOOR VERZENDING (Aantal originelen)

Het aantal gescande originele vellen kan worden geteld en weergegeven voor de verzending. Door het aantal gescande originele vellen te controleren voor de verzending, vermijdt u verzendingsfouten. ![](images/3d92d3bc17b8d152fbc2fe15a3c0629ff3dae27375b9865c6fe7b1270e7370de.jpg) - Deze functie kan niet worden gebruikt in de USB-geheugenmodus. - De instelling kan voor elke modus afzonderlijk worden ingeschakeld. 1 ![](images/cdf30d740be909cc13bd6f67c94b01c8e9d3d856546de97afe8eb3db6c0c263a.jpg)

Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer.

Steek de originelen helemaal in de lade van de origineelinvoer. In de origineelinvoerlade kunnen meerdere originelen worden geplaatst. De stapel originelen mag niet hoger zijn dan de indicatiestreep op de lade. 2

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18) 3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIONS (pagina 5-71) 4 ![](images/6fb68186ed540bede6a42235d12eeb8b56b5ca0a810f8f06ae649f3cdd9376d7.jpg)

Select de functie aantal originelen.

(1) Druk op de toets [Aantal originelen] zodat die wordt gemarkeerd. (2) Druk op [OK].

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. ![](images/aa036ffce2f3df7261f95fb33841cc5fc9adc80d5af663ba2051b3253935625c.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (Vom de bewerking te annuleren. Alle gescande data wordt gewist. ![](images/67153adfdbedd90cb6091f1dc27fd265d619fa4c3c46b76749610da154b78062.jpg)

Als het scannen klaar is, controleer dan het aantal gescande originele vellen en druk op [OK].

Het verzenden zal beginnen. - Wanneer u de modus Opdracht samenstel. gebruikt, zal het bevestigingsbericht verschijnen nadat u op de toets [Lezen Klaar] hebt gedrukt. - Het bericht op het scherm toont het aantal gescande vellen in (A) en het aantal gescande pagina's (zijden van een vel) in (B). Bijvoorbeeld: als beide zijden van één origineel worden gescand, zal "1" verschijnen in (A) en "2" in (B). ![](images/c6fa3e692194ae189aea3fcfe1c2f140c2f53aba9b58f25981a3fcba7df7b15c.jpg) Als deze stap één minuut lang niet wordt uitgevoerd terwijl het bovenstaande bevestigingsscherm verschijnt, dan zullen het gescande beeld en de instellingen worden gewist en zal het basisscherm opnieuw verschijnen. Het scannen zal niet automatisch worden voltooid en het beeld zal niet worden gereserveerd voor verzending. ![](images/35be5535fb57b069da12465349125e7d7b6df1c75e0dab1968f3b5a965b66c95.jpg) Als het weergegeven aantal originele vellen afwijkt van het eigenlijke aantal vellen... Raak de toets [Annuleren] aan en raak vervolgens de toets [OK] aan in het berichtscherm om alle gescande gegevens te wissen. Scaninstellingen en bestemmingsinstellingen zullen niet worden gewist. Plaats de originele vellen opnieuw in de automatische origineelinvoer en druk op [START] om opnieuw te scannen. ![](images/619e3665c59cfcfccd9016664dd0043ed564ab33e72d6b8e690c5187784d6a3f.jpg) Wanneer een distributieverzending wordt uitgevoerd en de functie aantal originelen is geselecteerd in een van de modi, dan zal de functie voor alle bestemmingen werken. ![](images/0c69a83f372cf28c4bad56bdf48d8a1d98eb6e25228434f6a06d9758ecd5e36f.jpg) Om de functie Aantal originelen te annuleren... Druk op [Aantal originelen] in het scherm van stap 4 zodat de toets niet langer wordt gemarkeerd. ![](images/80986ca0ae68c92add6a7e3c13e42fa4620c303e4d94bacd225a7a54a4732ed7.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Beginwaarde aantal originelen Dit kan worden ingeschakeld, zodat het aantal originele vellen altijd wordt geteld. De instelling kan voor elke modus afzonderlijk worden ingeschakeld.

EEN STEMPEL ZETTEN OP GESCANDE ORIGINELEN (Verif. Stempel)

Met deze functie wordt een stempel gezet op elk origineel dat via de automatische origineelinvoer wordt gescand, zodat u kunt controleren of alle originele correct werden gescand. ![](images/159d55e9a1a6ec577ecc124afd4461177b7d415d55adaeb073b00262b5d457bd.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Originellen"] --> B["Plaats van de stempel"]
    B --> C["Originellen worden gescand"]
    C --> D["Er wordt een &quot;O&quot;-teken gestempeld in fluorescerend roze."]
![](images/aed52ebac91f7a5ee454d5468f8345c711f4c88c3a3c82caf12e402293096aa6.jpg) - Om deze functie te gebruiken, moet de optionele stempeleenheid geïnstalleerd zijn. - Indien u de USB-geheugenmodus gebruikt, sluit het USB-geheugen dan op de machine aan voordat u onderstaande procedure uitvoert.

1

![](images/3d8ef3e83d0aafef1d869ec8135d22f5a9021dc01205b10d5f64612b78b623b8.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a cover and paper slot, no text or symbols present
Steek de originelen met de voorzijde naar boven in de lade van de origineelinvoer.

2

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18) ![](images/73fbecf5381b0308361b9c03abfce8a75cda00aa6aa872ac23a34ccce703f993.jpg) Bij scannen naar USB-geheugen hoeft de bestemming niet te worden opgegeven. Ga naar stap 3.

3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab van de modus die u wilt gebruiken. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71)

4

![](images/5634bd3c775f019391036af7d2f730934527a614a07feab2871b4b3935e8a738.jpg)

Selecteer "Verif. Stempel".

(1) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (2) Druk op de toets [Verif. Stempel], zodat die wordt gemarkeerd. (3) Druk op [OK].

5

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/f15e078df025a7be763872e2fc12239cae36b2adb171800cdb4f19887a57488a.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (com de bewerking te annuleren. ![](images/d2388207bc92fb98ed2042423e44a75e9aeca3497ee38d79b18e68e67f8d18c3.jpg) - Wanneer tweezijdige originelen worden gebruikt, wordt de voorzijde van elk origineel twee maal gestempeld. - Als er een fout optreedt tijdens het scannen, is het mogelijk dat een origineel dat niet werd gescand, een stempel heeft gekregen. - Wanneer het "O"-teken dat op originelen wordt gestempeld, vaag wordt, vervang dan de stempelcassette. Zie "DE STEMPELCASSETTE VERVANGEN" (pagina 1-74) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor de procedure voor het vervangen van de stempelcassette. ![](images/a3a12ce86b49904845418357d1d980fbd9eeb60582486dd69e0a2c8d5a92b413.jpg) Om de stempelfunctie te annuleren... Druk op [Verif. Stempel] in het scherm van stap 4 zodat de toets niet langer wordt gemarkeerd. ![](images/f17d2be0c6c1426beea414ee70e11e9581a8b6de070dd984153c6a3be38af9cd.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Standaardverificatie-Stempel Deze instelling wordt gebruikt om altijd een stempel te zetten op originelen.

TWEE PAGINA'S ALS ÉÉN PAGINA VERZENDEN (2-in-1)

Twee pagina's originelen kunnen worden verkleind tot de helft van hun oorspronkelijke formaat en samen worden verzonden als één pagina. Originelen in staande stand ![](images/a389c7c3e6324afdda6e6ec01337f485ff2eeb61487bcd5d34e3e8f01570f54b.jpg) ![](images/249615181181ad736411fcd28fdb7caaffef3ef2c2357883063127f41b7715e2.jpg) ![](images/ecc13a60637315c8f938493fae777d2f61ddd5c5304ef087453fc3e1ef54c904.jpg) ![](images/085cd13d228e69a9555f0951efeb90ba72482d9232c4235df982ef8157c434bc.jpg) Originelen in liggende stand ![](images/c1eeddcb93299e859d62ed47eab2e027e4350eaa03fa867417998ed4d8cce4a2.jpg) ![](images/b4c00c49683188465461a08eae9d926df187ac7f23c88878c2bccb9b9937d768.jpg) ![](images/67724c4837ffba8e7935255ee69e62acfc8acb15e8b040aff5c8e5b3f1b27957.jpg) ![](images/cb34f9d24948fc08f7a8a42eafb9551068f215214179466873dcce40d202a858.jpg) ![](images/80024623b8306e235f92b88f67d9b9a9a68945473b01a2c74dfc622c7a1ea164.jpg) Deze functie kan niet worden gebruikt in scanmodus, USB-geheugenmodus of gegevensinvoermodus.

Plaats het origineel.

![](images/aef3a8b2cbc29918c63de12eee1f3b8f50a7dc619c2ef761f5bf7aabf6a8d813.jpg) Plaats de originelen in de richting zoals hieronder wordt afgebeeld.
OriginelenLade origineelinvoerPlaats de originelen met de voorzijde naar boven.GlasplaatPlaats de originelen ondersteboven.
Afdrukstand staandSHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 1SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 2SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 3
Afdrukstand liggendSHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 4SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 5SHARP MX-M452N - Plaats het origineel. - 6
2

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18)

3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab [Internetfax]. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. SPECIALE FUNCTIONS (pagina 5-71)

4

![](images/058d25f192fd42176b80cdad87c6326f018f3a605c3860d684aa27e3579ec13f.jpg)

Selecteer 2-in-1.

(1) Druk op [2-in-1] zodat de toets wordt gemarkeerd. (2) Druk op [OK].

5

![](images/a8856a7abd548dc49e81c285a2d430d2225b67ed92c1421ff9077b7845224ed4.jpg)

Druk op [Origineel].

6

![](images/d5272c43ac6e890de38c6ccc7ee46af73ebcc1fbb67b156316826b412bb550fd.jpg)

Geef op in welke afdrukstand het origineel is geplaatst.

(1) Druk op de toets "Stand afbeelding" met dezelfde afdrukstand als de origineelafbeelding. Als u deze instelling onjuist opgeeft, wordt mogelijk geen geschikte afbeelding verzonden. (2) Druk op [OK].

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/753dee1d957590bde6e7dd3b2eba229a6e91ad8de726efebbe60a7eb25d647b5.jpg) De toets [Configureren] kan worden ingedrukt in het bevestigingsscherm scan-einde om belichting, resolutie, scanformaat en verzendformaat te wijzigen. (Als alle even genummerde pagina's van het origineel echter worden gescand, kan alleen de belichting worden gewijzigd.) ![](images/a33bedd03c8a7482694046fcbe388ff3a2214eb95210863fa6f7c3c7541a35a2.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( )om de bewerking te annuleren. ![](images/8bd993e70f20acde1bf78351fb1d3ce501d4638b331d20dc4f6eccc4f1801336.jpg) - Verzending op een formaat dat kleiner is dan het formaat van het origineel is niet mogelijk. - De functie 2-in-1 is niet mogelijk wanneer het origineel en ander formaat heeft dan A4, B5 of A5 (8-1/2" x 11" of 5-1/2" x 8-1/2"). - Als het scanformaat van het origineel is opgegeven via numerieke waarden, kan deze functie niet worden gebruikt. ![](images/3e2b4b33d1ba5d00e38cd0da6859139e9d8edad48bc59afdf7073c49b56dbeaf.jpg) De functie 2-in-1 annuleren... Druk op [2-in-1] in het scherm van stap 4 om de toets te markeren.

AFDRUKINSTELLINGEN VOOR HET TRANSMISSIERAPPORT WIJZIGEN (Transmissierapport)

Er wordt automatisch een rapport afgedrukt om u te waarschuwen wanneer een Internetfaxtransmissie mislukt of er een rondzendopdracht wordt uitgevoerd. In het transmissierapport staat een beschrijving van de verzending (datum, starttijd, naam andere partij, vereiste tijd, aantal pagina's, status, enz.). INFORMATIE IN DE STATUSKOLOM (pagina 5-109) ![](images/f0ff87662317e65a39d962fecbc0593c72140b74906c0f790929cf29cf2879cd.jpg) Deze functie kan niet worden gebruikt in scanmodus, USB-geheugenmodus of gegevensinvoermodus. Transmissierapporten worden op basis van ingestelde voorwaarden in de systeeminstellingen afgedrukt, u kunt echter wel tijdelijk andere voorwaarden voor een transmissie selecteren. Volg onderstaande stappen om de afdrukvoorwaarden voor het transmissierapport op het moment van verzenden te wijzigen.

1

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

Geef de bestemming op.

BESTEMMINGEN INVOEREN (pagina 5-18)

3

Speciale functies selecteren.

(1) Druk op de tab [Internetfax]. (2) Druk op de toets [Spec. Functies]. (3) Druk op de toetsen om tussen de schermen te wisselen. (4) Druk op [Transmissierapport]. SPECIALE FUNCTIES (pagina 5-71)

4

![](images/aa2d244913e10e822739e0847fb8b49264d4e0dccff1892c0c10ffe9068749c1.jpg)

Selecteer afdrukvoorwaarden.

(1) Selecteer de afdrukvoorwaarden. (2) Druk op [OK]. ![](images/d785b3726d1092a320bf56a2cb308ec0d9039cecb2edb94fe3d699222a436425.jpg) - De afdrukvoorwaarden voor een transmissierapport zijn de volgende: "Altijd Afdrukken": Of een verzending nu slaagt of mislukt, er wordt altijd een transmissierapport afgedrukt. "Afdrukken bij fouten": Wanneer een verzending mislukt, wordt er een transmissierapport afgedrukt. "Niet afdrukken": Geen transmissierapport afdrukken. - Als het selectievakje [Beeld Van Origineel Afdrukken] wordt geselecteerd, wordt een deel van het verzonden origineel opgenomen in het transmissierapport.

5

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. - Als u het origineel op de glasplaat scant, moet u pagina voor pagina scannen. Wanneer het scannen voltooid is, plaats dan het volgende origineel en druk op de toets [START]. Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand en druk dan op [Lezen Klaar]. Er klinkt een pieptoon ten teken dat het scannen is voltooid. ![](images/cca77cdfc4755c3e829aa69641c6dcc45f13998692830cc0cf5d7289de115e1c.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] ( )om de bewerking te annuleren. ![](images/75c29a92e5609c59a98d6c0c3f24e9fb0074d10e9a928b5df9315348106d07f7.jpg) Voor rondzendtransmissies gelden wijzigingen in de afdrukvoorwaarden van het transmissierapport voor alle bestemmingen. ![](images/82a324b3adc2dbc65f03a55498c82a3e8560a21de5eb78b74915a805ad35ce35.jpg) Als u de instelling voor het transmissierapport wilt annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 4. ![](images/4b36c53de3c3145ab7180f84d00a2cba9de1aa7407dd6b6770f501327b245ee7.jpg) \- Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Afdrukken Transactierapport Hiermee worden de afdrukvoorwaarden voor afdruktransacties ingesteld. De standaard fabrieksinstelling is . Enkele Verzending: Volledig Rapport Afdrukken/ Aleen Fruktrapport Afdrukken Distribueren: /Alleen Poliarapport Afdrukken/Geen Afgedrukt Rapport Ontvangen: Volledig Rapport Afdrukken/Alleen Foutrapport Afdrukken Geen Afgedrukt Rapport \- Systeeminstellingen (Beheerder): Origineel afdrukken op transactierapport Hiermee wordt een deel van het verzonden origineel op het transmissierapport afgedrukt.

STATUS VAN VERZEND/ONTVANGSTOPDRACHTEN CONTROLEREN

In dit gedeelte leggen we uit hoe u de status van gereserveerde (ingeplande) verzendopdrachten en ontvangen internetfaxen kunt controleren.

OPDRACHTSTATUSCHERM

Het scherm opdrachtstatus verschijnt wanneer u op de toets [OPDRACHT STATUS] op het bedieningspaneel drukt. Het opdrachtstatusscherm geeft de status van opdrachten per modus weer. Als u op de toets [OPDRACHT STATUS] drukt, wordt het opdrachtstatusscherm weergegeven van de modus die u gebruikte voordat u op de toets drukte. Gereserveerde verzendingen en ontvangen Internetfaxen worden hier beschouwd als opdrachten oftewel taken. Voorbeeld: Drukken op de tab in scanmodus ![](images/86e7938afebc357d3f034de831063bf1d5281a4f5d3dca090cb1eedf52d8de79.jpg) ![](images/743e61bec8a4fac2e5a2500f9e04aac28d17cb0fa9aca948ed4e83302077aa3d.jpg) Het opdrachtstatusscherm bevindt zich onderaan aan de linkerkant van het aanraakscherm. U kunt op het opdrachtstatusscherm drukken om het opdrachtstatusscherm te openen. ![](images/9c1aa2d101387397605aa6a987492371e629ec673a3206c287ccd039e09a5794.jpg)

SCHERM OPDRACHTWACHTRIJ EN SCHERM UITGEVOERDE OPDRACHTEN

Het opdrachtstatusscherm bestaat uit twee schermen: het scherm opdrachtwachtrij waarin gereserveerde opdrachten en de opdracht in uitvoering worden weergegeven, en het scherm uitgevoerde opdrachten. Wissel tussen de twee schermen door op onderstaande selectietoets (2) van het opdrachtstatusscherm te drukken. Scherm Opdrachtwachtrij Scherm Voltooid ![](images/56e0e6c4daec12e15e18a954a3a12337c89e63f0d58c7761b872496156f80e35.jpg) ![](images/b9a7667c922a25f8205c758bfd31aacb9c875a87e0976f540262abe9c926b935.jpg) ![](images/bfc38c496c64c54123ef20afe5fc9d6f1b313a88610e0b3cd93a43ebb2d0a82e.jpg) (1) Moduswijzigingstabs Gebruik deze tabs om de schermmodus te wisselen. (2) Selectietoets van opdrachtstatusscherm Druk op deze toets om te wisselen tussen het scherm opdrachtwachtrij en het scherm uitgevoerde opdrachten. (3) [Details] toets in het scherm opdrachtwachtrij Hiermee wordt gedetailleerde informatie over rondzendopdrachten en de status van opdrachten getoond. Selecteer de toets van de gewenste opdracht in het scherm opdrachtwachtrij (6) en druk op [Details]. (4) Toets [Prioriteit] Druk op deze toets om prioriteit te verlenen aan de geselecteerde opdracht. PRIORITEIT TOEKENNEN AAN EEN SCANVERZENDOPDRACHT (pagina 5-108) (5) Toets [Stop./Wis.] Druk op deze toets om een geselecteerde opdracht te stoppen of wissen. STOPPEN VAN EEN SCANOPDRACHT DIE WORDT VERZONDEN OF WACHT OP VERZENDING (pagina 5-107) (6) Scherm Opdrachtwachtrij Opdrachten worden weergegeven als toetsen op volgorde van reservering. Elke toets toont informatie over de opdracht en de huidige status. Weergave opdrachttoetsen (pagina 5-103) (7) Toets [Details] in het scherm uitgevoerde opdrachten Hiermee krijgt u gedetailleerde informatie over de resultaten van voltooide rondzendopdrachten en opdrachten die zijn uitgevoerd met de functie documentarchivering. Selecteer de toets van de gewenste opdracht in het scherm uitgevoerde opdrachten (9) en druk op [Details]. UITGEVOERDE OPDRACHTEN CONTROLEREN (pagina 5-106) (8) Toets [Oproep] Druk op deze toets om een verzend- of ontvangopdracht die is opgeslagen met de functie documentarchivering op te roepen en te gebruiken. (9) Scherm uitgevoerde opdrachten Dit scherm geeft maximaal 99 uitgevoerde verzend- of ontvangstopdrachten weer voor elke modus. Er wordt een opdrachtbeschrijving en resultaat (de status) weergegeven. Een rondzendtransmissie wordt als toets weergegeven.

Weergave opdrachttoetsen

Op de toetsen voor de opdrachtwachtrij en uitgevoerde opdrachten op het opdrachtstatuscherm wordt de volgende informatie weergegeven. Direct SMTP-informatie wordt ook in internetfax verzend/ontvangstinformatie opgenomen. ![](images/256a45416daefc0b5c1f39da8339c57871e6c2254e9d8d88607ab63378d4b7db.jpg) (1) Geeft het nummer (de positie) aan van de opdracht in de wachtrij. Als de momenteel verzonden opdracht is voltooid, schuift de opdracht een positie omhoog in de wachtrij. Het nummer verschijnt niet op de toetsen van het scherm met uitgevoerde opdrachten. (2) Moduspictogram Dit geeft het type opdracht aan. In het scherm voor voltooide opdrachten verschijnt naast het pictogram een kleurenbalk die aangeeft of de taak werd uitgevoerd in kleur of zwart-wit. (Het kleurenbalkpictogram verschijnt niet in de toets van een opdracht waarbij documentarchivering is gebruikt of in de toets van een geannuleerde verzend/ontvangstopdracht.)
Pictogram Opdrachttype
SHARP MX-M452N - Weergave opdrachttoetsen - 1Scannen naar E-mail
SHARP MX-M452N - Weergave opdrachttoetsen - 2Scannen naar FTP
SHARP MX-M452N - Weergave opdrachttoetsen - 3Scannen naar netwerkmap
SHARP MX-M452N - Weergave opdrachttoetsen - 4Scannen naar desktop
SHARP MX-M452N - Weergave opdrachttoetsen - 5Verzending Internetfax
SHARP MX-M452N - Weergave opdrachttoetsen - 6Ontvangst Internetfax
SHARP MX-M452N - Weergave opdrachttoetsen - 7Verzending PC-I-Fax
SHARP MX-M452N - Weergave opdrachttoetsen - 8Distributieverzending of inkomende routing
SHARP MX-M452N - Weergave opdrachttoetsen - 9Metadataverzending
(3) Naam van communicatiepartner (adres) Voor een verzending, naam en adres van de bestemming. Voor een ontvangst, adres van de afzender. Bij een distributieverzending wordt "Distribueren" samen met een distributiecontrolenummer (4 cijfers) weergegeven. (4) Tijd van reservering/Starttijd In het scherm opdrachtwachtrij, de datum en tijd waarop de opdracht werd gereserveerd. In het scherm uitgevoerde opdrachten, de datum en tijd waarop de opdracht werd gestart. (5) Aantal pagina's Geeft het aantal verzonden pagina's/totaal aantal pagina's originelen aan. (6) Status Geeft de opdrachtstatus weer. \- Opdracht in uitvoering
Weergave Status
"Verbinden" Verbinden met de bestemming.
"Verzenden" Verzenden van data.
"Ontvangen" Ontvangst van een Internetfax.
"Gestopt" De opdracht is gestopt.
"Fout" Tijdens het uitvoeren van de opdracht heeft zich een fout voorgedaan.
\- Opdracht die wacht op uitvoering
Weergave Status
"Wachten" Opdracht wacht op uitvoering.
"Herhaalmodus"Opdracht wordt nogmaals uitgevoerd vanwege een communicatiefout of ander probleem.
"Wacht Rapp."Er is een Internetfax verzonden waarvoor een ontvangstrapport is aangevraagd, en de machine wacht op het ontvangstrapport.
Weergave van datum en tijdTimerverzendopdrsacht (de opgegeven tijd wordt weergegeven)
- Uitgevoerde opdracht
Weergave Status
"Verzenden OK"Verzending is voltooid.
"In Geheugen"Er is een Internetfax ontvangen maar nog niet afgedrukt.
"Ontvangen" Afgedrukte ontvangen faxgegevens.
"Doorstuur OK"Een ontvangen Internetfax is doorgestuurd.
"Gestopt" De opdracht werd gestopt.
"Wissen" Verwijderde ontvangen gegevens op het scherm afbeeldingscontrole.
"Aantal succesvolle verzendbestemmingen/Totaal aantal bestemmingen OK"Voltooiing van een distributieverzending of inkomende routing bewerking.Indien verzending van 3 bestemmingen uit een totaal van 5 succesvol is verlopen, verschijnt "003/005 OK".
"Geen antwrd."Er is een fout opgetreden omdat er geen antwoord kwam van de bestemming.
"OK-rapport" Er was een ontvangstrapport gevraagd voor een verzending, de verzending is normaal verlopen en het ontvangstrapport is ontvangen van de bestemming.
"Foutrapport" Er was een ontvangstrapport gevraagd voor een verzending, de verzending is echter niet correct verlopen en er is een rapport ontvangen dat de verzending is mislukt.
"Geen Rapp." U hebt een e-mail afgedrukt zonder bijlage en afdrukken was dus niet mogelijk.
"Ontvangen" Er is een e-mail ontvangen, maar het bijgesloten bestand was geen TIFF-F-bestand of er was geen bijgesloten bestand, afdrukken was daarom niet mogelijk.
"Geweigerd" Er werd een Internetfax gezonden door een geblokkeerde afzender.
"NGxxxxx" De verzending/ontvangst faalde omdat er een communicatiefout is opgetreden (er verschijnt een 6-cijferige foutcode in xxxxxx).p
"Fout"Tijdens het uitvoeren van de opdracht heeft zich een fout voorgedaan.

VOORTGANG WANNEER EEN OPDRACHT UIT DE WACHTRIJ IS UITGEVOERD

Een normale verzendopdracht die wordt voltooid gaat over naar het scherm uitgevoerde opdrachten en in de statuskolom verschijnt "Verzenden OK". Ontvangen Internetfaxen, timerverzendopdrachten en doorstuuropdrachten worden in het scherm opdrachtstatus op de hieronder beschreven wijze afgehandeld.

Internetfax-ontvangsttaken

Als er een Internetfax wordt ontvangen, verschijnt "Ontvangen". Als de ontvangst is voltooid, gaat de taak over naar het scherm uitgevoerde opdrachten en verschijnt "In Geheugen". Als het afdrukken is voltooid, wijzigt de status in "Ontvangen" en is de opdracht voltooid.

Timerverzendopdrachten

Een timerverzendopdracht verschijnt onder in de wachtrij tot de aangegeven tijd is bereikt. Op de aangegeven tijd wordt de opdracht uitgevoerd. Als er nog een andere opdracht in uitvoering is, wordt de timeropdracht gestart zodra de andere opdracht is voltooid.

Internetfax-verzendopdrachten waarvoor een ontvangstrapport is gevraagd

Na uitvoering van een Internetfax-verzendopdracht (uitgezonderd Direct SMTP-opdrachten) waarvoor een ontvangstrapport is aangevraagd, wordt de opdracht stand-by onder in het scherm opdrachtwachtrij geplaatst. In de statuskolom verschijnt "Wacht Rapp.". Als het rapport wordt ontvangen van de bestemming, of als het rapport niet binnen de time-outtijd wordt ontvangen, gaat de opdracht over naar het scherm uitgevoerde opdrachten.

Ontvangsttaken met "Instelling voor inkomende routing" ingeschakeld

Als "Instelling voor inkomende routing" zijn ingeschakeld, worden ontvangsttaken als volgt afgehandeld, afhankelijk van de afdrukinstelling. ONTVANGEN INTERNETFAXEN NAAR EEN NETWERKADRES DOORSTUREN (Instelling voor inkomende routing) (pagina 5-115) \- Ontvangen internetfax wordt niet afgedrukt Tijdens de ontvangst van de internetfax verschijnt "Ontvangen". Als de ontvangst is voltooid, gaat de taak over naar de opdrachtwachtrij van het scherm opdrachtstatus van de scanmodus. \- Ontvangen internetfax wordt afgedrukt Als de ontvangst is voltooid, gaat de taak over naar het scherm uitgevoerde opdrachten en verschijnt "In Geheugen". Als het afdrukken is voltooid, wijzigt de status in "Afgedrukt"en is de opdracht voltooid. Bovendien wordt de opdracht toegevoegd aan het eind van de wachtrij van het opdrachtstatusscherm van de scanfunctie. Wanneer het doorsturen van ontvangen internetfaxen is voltooid, verschijnt "Doorstuur OK".

UITGEVOERDE OPDRACHTEN CONTROLEREN

U kunt een lijst controleren met bestemmingen, de bestemmingen waarvan de verzending is mislukt, en andere uitgebreide informatie over voltooide rondzendopdrachten en opdrachten die zijn uitgevoerd met de functie documentarchivering. Druk op de toets van de opdracht waarover u informatie wilt weergeven in het scherm uitgevoerde opdrachten en druk op de toets [Details]. Het scherm met opdrachtdetails verschijnt (zie hieronder). ![](images/a16611b11a257146a8d8ec02e0fa20697d09ebc99b6500935866aa98019427a8.jpg) De naam van de opdracht wordt boven in het scherm met opdrachtdetails weergegeven. Bekijk details van de opdracht door op een van de tabs te drukken. Op de tabs wordt de volgende informatie weergegeven.
Tabnaam Weergegeven informatie
BestandToont informatie over een verzending/ontvangst met de functie documentarchivering.Druk op de toets [Oproep] om het bestand op te roepen en te gebruiken.
Mislukt Toont informatie over adressen waarvoor communicatie is mislukt.Adres: Adresnaam of nummerStarttijd: Tijd waarop de communicatie begonStatus: Beschrijving van de storing (fout)Met [Nogmaals] kunt u proberen de verzending opnieuw naar dat adres te sturen.*
Alle Bestemm. Toont alle adressen die zijn opgegeven voor de opdracht.Adres: Adresnaam of nummerStarttijd: Tijd waarop de communicatie begonStatus: Resultaat communicatieMet [Nogmaals] kunt u de verzending opnieuw naar alle adressen sturen.*
\* Opnieuw bellen is niet mogelijk bij een distributieverzending waarin een adres voor Scannen naar FTP, Scannen naar netwerkmap, of Scannen naar desktop is inbegrepen.

STOPPEN VAN EEN SCANOPDRACHT DIE WORDT VERZONDEN OF WACHT OP VERZENDING

Volg onderstaande stappen om een opdracht te stoppen die momenteel wordt verzonden of op verzending wacht. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/971ff457c52ac0a6c3bda150273653863bbdea1a92ba17d8b97f1d0a5ccbdc91.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/1fe33d7ef1a15a8e7305a4cfbadf67ed46d8925abf041d5df8011ca27e2761bb.jpg) Selecteer de opdracht die u wilt stoppen. (1) Druk op de modustab van de opdracht die moet worden gestopt. (2) Druk op de toets van de opdracht die moet worden gestopt. (3) Druk op [Stop./Wis.]. 3 ![](images/e901496799b315eec2db022330ee642590f6311577c452cd4603c5c15e8cfe06.jpg) Druk op de toets [Ja]. ![](images/7212b1b1e8de5d85a93f82906292a98c35cc6af6f6fe59565fa99dd1ca8ca2af.jpg) Als u de geselecteerde opdracht niet wilt stoppen Druk op [Nee]. ![](images/611193ea7292e543170146dad43530654ac351e29ae8e4eb68bf355632fd48c1.jpg) Het afdrukken van een ontvangen Internetfax kan niet worden gestopt.

PRIORITEIT TOEKENNEN AAN EEN SCANVERZENDOPDRACHT

Als er meerdere opdrachten wachten op verzending, worden de opdrachten normaal gesproken op volgorde van reservering verzonden. Mocht het nodig zijn om een opdracht voorrang te verlenen boven andere opdrachten, ga dan als volgt te werk. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/6e720ef1827e857e76162f615a99a726f0e370abd05c5c8e597667ecf93e7308.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/79f1175f5c55cc2fafb95e1f9add99e5fb2463f353bec0e68dd20f12c0a8ac81.jpg) Selecteer de opdracht die u prioriteit wilt geven. (1) Druk op de modustab van de opdracht die prioriteit moet krijgen. (2) Druk op de toets van de opdracht die prioriteit moet krijgen. (3) Druk op [Prioriteit]. De geselecteerde opdracht schuift op naar de eerste positie volgend op de opdracht in uitvoering. De opdracht wordt uitgevoerd zodra de opdracht in uitvoering is voltooid.

ACTIVITEITENLOGBOEK VAN INTERNETFAX CONTROLEREN (Activiteitenrapport Beeld Verzenden)

ACTIVITEITENRAPPORT BEELD VERZENDEN

U kunt de machine een logboek laten afdrukken van recente beeldverzendingsactiviteiten (datum, naam, naam andere partij, vereiste tijd, resultaat, enz.). Het Activiteitenrapport Beeld Verzenden bevat nuttige informatie over bijvoorbeeld het soort fouten dat zich voordoet. De laatste 200 transacties worden in het rapport opgenomen. U kunt zorgen dat het Activiteitenrapport Beeld Verzenden telkens bij het bereiken van een aantal van 201 transacties wordt afgedrukt, of op een aangegeven tijdstip (slechts eenmaal per dag). ![](images/36fd204588c0805fa656d471c442b4d63477bc286b88f6b148f5969668c76738.jpg) De inhoud van het Activiteitenrapport Beeld Verzenden wordt gewist als het rapport is afgedrukt, en kan dus niet opnieuw worden afgedrukt. ![](images/76e50cb41f44f88697afb092ec652f894978d4c09b1f2f6f81dfcccae62f752d.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling Afdrukken Activiteitenrapport

Hiermee worden de afdrukvoorwaarden voor activiteitsrapporten ingesteld. De standaard fabrieksinstelling is niet afdrukken. U kunt zorgen dat het Activiteitenrapport Beeld Verzenden telkens bij het bereiken van 201 transacties wordt afgedrukt, of op een aangegeven tijdstip (slechts eenmaal per dag).

INFORMATIE IN DE STATUSKOLOM

Foutsoorten en andere informatie worden afgedrukt in de statuskolom van transmissie- en activiteitsrapporten. Als er een transmissie- of activiteitsrapport is afgedrukt, controleer de resultaten van de transactie dan in de statuskolom en neem desgewenst maatregelen. Voorbeelden van berichten die in de statuskolom worden afgedrukt
Bericht Uitleg
OK De transactie is normaal verlopen.
OK-RAPPORTEr was een ontvangstrapport gevraagd voor een verzending, de verzending is normaal verlopen en het ontvangstrapport is ontvangen van de bestemming.
ANNULERENEen verzending is tijdens de uitvoering gestopt, of een gereserveerde verzendopdracht werd geannuleerd.
GEHEUGEN VOL Het geheugen is vol geraakt tijdens de ontvangst.
GEWEIGERD Er werd een Internetfax gezonden door een geblokkeerde afzender.
FOUTRAPPORTEr was een ontvangstrapport gevraagd voor een verzending, de verzending is echter niet correct verlopen en er is een rapport ontvangen dat de verzending is mislukt.
GEEN RAPP.Er was een ontvangstrapport gevraagd voor een verzending, er is echter geen rapport ontvangen binnen de time-outtijd.
LIMIETTransmissie was niet mogelijk omdat het bestandsformaat de limietinstelling van de machine voor het bestandsformaat overschreed.
ONTVANGENEr is een e-mail ontvangen, maar het bijgesloten bestand was geen TIFF-F-bestand of er was geen bijgesloten bestand, afdrukken was daarom niet mogelijk.
FOUT xx (xxxx) De transactie is wegens een communicatiefout mislukt.Eerste twee cijfers van communicatiefoutnummer: Foutcode van 00 tot 99.Laatste vier cijfers van communicatiefoutnummer: Code voor gebruik door onderhoudstechnici.

INTERNETFAX ONTVANGSTFUNCTIES

Dit gedeelte legt de basisprocedures uit voor het ontvangen van internetfaxberichten.

INTERNETFAX ONTVANGEN

De functie Internetfax legt regelmatig\* contact met de mailserver (POP3-server) en controleert of er al dan niet faxen via internet zijn ontvangen. Als er faxberichten zijn ontvangen, worden de faxen automatisch opgeroepen en afgedrukt. \* De standaardinstelling is eens per vijf minuten. ![](images/fa9fc2118c76065595cf887aa75e6b3489d33cddacedd72494b988c1ee479319.jpg) Houd de stroomschakelaar in de "aan"-stand als er 's nachts faxen worden ontvangen.

1

![](images/37c42d1d3b8215ae88e20503aa346f38894ffeb90bb9435c92a5de032ca6bfb2.jpg)

Internetfaxen worden automatisch ontvangen.

Er klinkt een pieptoon wanneer de ontvangst klaar is.

2

![](images/7b31e37bf5b37b44856d6794bd97e79da6134b6825b8f4355dfe8f4c0adec27b.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with paper feed and paper tray (no text or symbols)

De faxen worden automatisch afgedrukt.

![](images/ff7e61ed2e468205c62fd3590bb5b9410cda135697600ff06c2dc831838fc4c1.jpg) Als het papier uit de machine op is of er is geen papier meer dat overeenkomt met het formaat van de ontvangen fax, verschijnt er een melding in het aanraakscherm. Volgt de instructies in de melding om het juiste papierformaat te laden. ![](images/5507c493cde0159aa0799f801d38a4867c1e3c36013b4a4e43d5c081a4d31858.jpg) - Systeeminstellingen: Faxdata Ontv/ Doorsturen (pagina 7-22) Als er niet kan worden afgedrukt omdat het papier of de toner van de machine is opgeraakt, kunnen Internetfaxen naar een eerder opgeslagen Internetfaxmachine worden doorgestuurd. - Systeeminstellingen (Beheerder): I-Fax Standaardinstellingen Deze instellingen worden gebruikt om te selecteren hoe ontvangen faxen worden afgehandeld als de toets [AAN] ( Ⓞ ) "uit" staat (de stroomschakelaar is "aan"), het volume van de pieptoon na afloop van de ontvangst en of e-mailberichten al dan niet afgedrukt worden. - Systeeminstellingen (Beheerder): I-Fax Ontvangstinstellingen U kunt instellingen met betrekking tot internetfaxontvangst configureren, zoals de interval voor het controleren van ontvangen faxen, duplexontvangst, uitvoerinstellingen, automatisch verkleinen en het opslaan van toegestane/afgewezen ontvangstadressen. - Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling toestaan/weigeren van mail of domeinnaam Deze instelling wordt gebruikt om faxontvangst van opgeslagen adressen en domeinen te blokkeren of te accepteren. - Systeeminstellingen (Beheerder): Afdruk ontvangstdatum en -tijd Selecteer hiermee of de datum en tijd van ontvangst moeten worden toegevoegd bij het afdrukken van een ontvangen afbeelding.

HANDMATIG INTERNETFAXEN ONTVANGEN

Als u de interval voor het controleren op ontvangen faxen wat te lang vindt en u direct wilt controleren, kunt u de ontvangst handmatig starten. Druk op de toets [Handmatige i-faxontvangst] om de verbinding te maken met de mailserver en ontvangen faxen op te roepen. ![](images/ff8656521ceac29acfc1e872269c2dbcfe95aa3756decdb5aaef0b10485e1cec.jpg) ![](images/c99e0919c5a0d897720517f334126d0056af0abd2060c9151b6d9616cf82d5f3.jpg) Als geen POP3-serverinstellingen zijn geconfigureerd op de webpagina's, wordt de toets [Handmatige i-faxontvangst] grijs weergegeven zodat u deze niet kunt selecteren. ![](images/8a3cb63caa26b1cebb91f47d33afff701d208c196846fad99738e3e3db927e78.jpg)

Systeeminstellingen: Faxdata Ontv/ Doorsturen (pagina 7-22)

Deze functie wordt gebruikt om de toets [Handmatige i-faxontvangst] te verbergen die in het basisscherm van de modus Internetfax wordt weergegeven. Als de toets [Handmatige i-faxontvangst] verborgen is, wordt handmatige ontvangst geactiveerd door de toets [Start Ontvangst] op het scherm dat verschijnt in te drukken als "Faxgegevens Ontv/Doorsturen" – "I-Faxinstellingen" wordt geselecteerd.

EEN FAX MET WACHTWOORDBEVEILIGING AFDRUKKEN (Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens)

De optie "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" in de systeeminstellingen (beheerder) kan worden ingeschakeld om faxen in het geheugen te ontvangen zonder ze af te drukken. Om faxen af te drukken moet een wachtwoord worden ingevoerd. Als deze functie is ingeschakeld, verschijnt een invoerscherm voor het wachtwoord in het aanraakscherm wanneer een Internetfax wordt ontvangen. ![](images/36d37ac85b080cf61526426e85b24840388ed7b79a70c217e882320c4c0328fb.jpg) Zodra het eerder ingestelde 4-cijferige wachtwoord is ingevoerd met de cijfertoetsen, begint het afdrukken. Het wachtwoordscherm kan met [Annuleren] worden afgesloten. De toets data in geheugen (☐) blijft echter wel knipperen in het aanraakscherm. Het invoerscherm voor het wachtwoord verschijnt opnieuw als u op de knipperende toets (☐) drukt of van modus wisselt. Wanneer "Instelling beeldcontrole ontvangen data" in de systeeminstellingen (beheerder) is ingeschakeld, kan een wachtwoord worden ingevoerd om het scherm met de lijst ontvangstgegevens weer te geven. Als u een afbeelding wilt controleren voor het afdrukken, vervolg dan met stap 1 op de volgende pagina. ![](images/aee2b97c76f6de7d6c86f96e0145195104a72da4854033f948d6c7e445156081.jpg) - De ontvangen faxen worden in het geheugen vastgehouden ongeacht of ze automatisch of handmatig zijn ontvangen. - Als "Faxdata Ontv/Doorsturen" in de systeeminstellingen wordt geactiveerd om ontvangen faxberichten naar een andere machine door te sturen, zullen faxberichten die in het geheugen bewaard zijn, ook worden doorgestuurd. Op dat moment verschijnt hetzelfde wachtwoordinvoerscherm als voor het afdrukken. Er wordt niet doorgestuurd voordat het wachtwoord is ingevoerd. ![](images/4fd64dc8dfe199633f9378695fe07eb4cfb4c7dd4e6d36235ff179caf4bdaac2.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens

Schakel deze instelling in om faxen te ontvangen in het geheugen zonder deze af te drukken. Via deze instelling kunt u ook het wachtwoord programmeren dat moet worden ingevoerd om de faxen af te drukken.

DE AFBEELDING VOOR HET AFDRUKKEN CONTROLEREN

Wanneer "Instelling beeldcontrole ontvangen data" in de systeeminstellingen (beheerder) is ingeschakeld, kunt u een ontvangen afbeelding in het aanraakscherm controlleren voordat u hem afdrukt. Als deze functie is ingeschakeld, volg dan onderstaande stappen om een ontvangen afbeelding af te drukken. \* De standaard fabrieksinstelling is uitgeschakeld. ![](images/908592b19f3982569c06a69dcc5e29739bd72972637bc3beadfc987aea7858b8.jpg) Afhankelijk van de omvang van de ontvangen gegevens, kan een deel van de afbeelding op het scherm afbeeldingscontrole wegvallen op het aanraakscherm. 1 ![](images/23b51236420374d4aef1943126caa40a00345159481c5176774b0d4320182764.jpg)

Als een afbeelding wordt ontvangen, verschijnt een bevestigingsvraag. Druk op de toets [Ja].

Als dit bericht verschijnt terwijl u bezig bent met het configureren van de instellingen van een bepaald type en u drukt op de toets [Ja], worden de instellingen die u aan het configureren bent geannuleerd. Als dit bericht in een andere modus verschijnt, keert u na het controleren van de afbeelding terug naar het basisscherm van de verzendmodus. 2 ![](images/cd0b42e024ceddb8b30ada9b07335b6fb277b9ceb6ff7008b55bc391bd60d72c.jpg)

Selecteer de ontvangen afbeelding

(1) Druk op de toets van het ontvangen afbeelding die u wilt controleren.

Er kunnen meerdere ontvangen afbeeldingen worden gecontroleerd.

(2) Druk op de toets [Beeldcontrole].

- Druk op de toets [Miniatuur] om miniaturen van de ontvangen afbeeldingen te tonen. - Wis een geselecteerde afbeelding door op de toets [Wissen] te drukken. Print een geselecteerde afbeelding door op de toets [Afdrukken] te drukken. ![](images/e3bd50e009d705a3cd64b4e995b4ed5e09777ed22960a12c3f16f21082a1be0d.jpg) Wanneer wordt gedrukt op de toets [Alles select.], wijzigt deze in de toets [Alles annuleren]. Als alle ontvangen gegevens geselecteerd zijn met de toets [Alles select.], kan de selectie worden geannuleerd door op de toets [Alles annul.] te drukken. 3 ![](images/b819f40f10e952fcf4ef7f97329b69d1bbcb6eed9da291ee65c774e2848cf952.jpg)

Controleer de ontvangen afbeelding en druk dan op de toets [Afdrukken].

Het afdrukken begint. Zie voor meer informatie over het scherm afbeeldingscontrole, "SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 5-114). ![](images/66c578c666321ca09a0f9242327a52fac4186aaa6e065d40ecd2f755b9a8d2a6.jpg) Als het scherm van stap 1 verschijnt terwijl u bezig bent met het configureren van de instellingen van een functie in de instelschermen, worden de geconfigureerde instellingen geannuleerd als u de afbeelding weergeeft. Na het bekijken van de afbeelding keert u terug naar het basisscherm van de verzendmodus, ongeacht de modus waarin u zich eerder bevond. ![](images/5a86b87fd39a64b47d2f7b616638cda88fbd954a05b8453fff6652ca05b56b5b.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Instelling beeldcontrole ontvangen data Gebruik dit om aan te geven of een ontvangen fax al dan niet moet worden weergegeven voor het afdrukken.

SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE

In dit gedeelte wordt het scherm afbeeldingscontrole uitgelegd. ![](images/961309e8069be35afa0585e6732b1e5e89bf4679e837cc85947966b3a515fb45.jpg) (3) (5)(1) (2) (4) (7)(6)

(1) Informatieweergave

Hier wordt informatie over de weergegeven afbeelding getoond.

(2) Voorvertoning

Er verschijnt een afbeelding van de geselecteerde ontvangen afbeeldingen. Als de afbeelding is afgesneden, verschuif het beeld dan met de schuifbalken rechts en onderaan het scherm. Ga op een balk staan en schuif deze om te verplaatsen. (U kunt ook scrollen door op de toetsen te drukken.)

(3) Paginawijzigingstoetsen

Als er meerdere pagina's zijn, wijzigt u met deze toetsen van pagina. • Toetsen :KGa maar de eerste of laatste pagina. \- Toetsen : Ga naar de vorige of volgende pagina. \- Weergave paginanummer: Dit toont het totaal aantal pagina's en het huidige paginanummer. Druk op de toets voor het huidige paginanummer en voer met de cijfertoetsen een getal in om naar dat paginanummer te gaan.

(4) Toets "Draaien weergeven"

Hiermee draait de afbeelding 90 graden naar rechts of links. De rotatie wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(5) Toets [Afdrukken]

Druk hierop om met afdrukken te beginnen.

(6) Zoomweergavetoets

Hiermee stelt u de zoomfactor van de weergegeven afbeelding in. Wijzigt vanaf links in de volgorde "Volledig", "Tweemaal", "4 maal", "8 maal". De instelling wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(7) Selectietoets afbeelding

Als er meerdere afbeeldingen zijn geselecteerd voor voorvertoning, wijzig dan hiermee van afbeelding ![](images/f9b5dd3138b39161b5ec45b60f0129e89493ad751056432fb0238666f7886f29.jpg) Een voorvertoonde afbeelding is een afdrukvoorbeeld op het aanraakscherm. Het zal afwijken van het eigenlijke afdrukresultaat.

ONTVANGEN INTERNETFAXEN NAAR EEN NETWERKADRES DOORSTUREN (Instelling voor inkomende routing)

Ontvangen internetfaxen kunnen automatisch naar een e-mailadres, bestandserveradres, desktopadres, of netwerkmapadres worden doorgestuurd. Als deze functie is ingeschakeld, kunt u ook internetfaxen doorsturen zonder ze af te drukken. Het apparaat ![](images/76349ed63e5f40fc13207a7074abac9f90a6b4f98d74d1914fa6111806e0e168.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Ontvangen internetfax"] -->|Doorzenden| B["Computer with monitor, tower, server"]
![](images/d88e6cdf6f6bc4895b18d8c34e42a548bfca8624288ec262a06aee0ff7df8320.jpg) Wanneer faxen die met deze functie zijn doorgestuurd op de doorstuurbestemming worden afgedrukt, is het niet mogelijk om datum en tijd van ontvangst op de faxen af te drukken. ("Afdruk ontvangstdatum en -tijd" is uitgeschakeld.)

INSTELLING VOOR INKOMENDE ROUTING CONFIGUREREN

Alle instellingen voor inkomende routering worden geconfigureerd in de webpagina's. Raadpleeg de Beknopte bedieningshandleiding voor de procedure om de webpagina's te openen. Bij de volgende uitleg wordt ervan uitgegaan dat u de webpagina's met beheerderrechten hebt geopend. Volg de onderstaande stappen om instellingen voor inkomende routing te configureren. ![](images/5424f966c630c491a313cd52ea7a5c1e2ee709ae47e1f532814a36742cf3977e.jpg)

De functie voor inkomende routing inschakelen.

(1) Klik op [Toepassingsinstellingen], [Instelling voor inkomende routing] en vervolgens [Beheerinstellingen] in het webpaginamenu. (2) Selecteer [Inschakelen] in "Inkomende routing" en klik op de toets [Indienen]. ![](images/542a01240a3b5e85949847197979daa350de82b74cc17477ca3af8257936a890.jpg) Het is mogelijk dat het voor gebruikers zonder beheerderrechten verboden is om doorstuurtabellen in dit scherm op te slaan, te bewerken en te wissen, en dat ze niet mogen opgeven welke tabel wordt gebruikt. Om dat te doen, selecteert u de aankruisvakjes hieronder 📋 \- Registreren van doorstuurtabel uitschakelen - Wijzigen/verwijderen van doorstuurtabel uitschakelen - Wijzigen van doorstuurgoedkeuring uitschakelen Wanneer inkomende routing ingeschakeld staat, kunt u ook opgeven of u al dan niet wenst dat de machine de doorgestuurde faxen afdrukt. Om alle ontvangen faxen te laten afdrukken voordat ze worden doorgestuurd, selecteert u "Volledig Rapport Afdrukken" in "Instelling afdrukstijl". Om ontvangen faxen enkel te laten afdrukken wanneer ze door een fout niet kunnen worden doorgestuurd, selecteert u "Afdrukken bij fouten". Als een fout optreedt en [Niet afdrukken en doorsturen naar het volgende e-mailadres bij fout] is geselecteerd, dan worden de ontvangen gegevens niet afgedrukt, maar doorgestuurd naar het opgegeven e-mailadres. Vergeet niet op de knop [Indienen] te drukken nadat u de instellingen hebt geconfigureerd. ![](images/e0cbdc65bdc62aecec848ee1347259717607b3a7e42d7cedc24e05f1cea8722c.jpg)

Afzenderadressen opslaan.

Als u enkel faxen van opgegeven adressen wenst door te sturen, sla dan de gewenste afzenderadressen op. Afzenderadressen die hier worden opgeslagen, kunnen uit een lijst worden geselecteerd wanneer u een doorstuurtabel opslaat. (1) Klik op [Registratie van afzendernummer/-adres] in het menu [Instelling voor inkomende routing] in de webpagina. (2) Voer het adres in van de afzender in "Internetfaxadres" of "Faxnummer", naargelang wat nodig is, en klik op de [Toevoegen aan lijst] button. Het ingevoerde adres zal worden toegevoegd aan de lijst "In te voeren adres". - Geef op of het adres rechtstreeks wordt ingevoerd (maximaal 1500 tekens) of geselecteerd uit een globaal adresboek door op de toets [Globaal Adres Zoeken] te drukken. - Herhaal deze stap om meerdere adressen op te slaan. (3) Wanneer u klaar bent met het toevoegen van adressen, klikt u op de knop [Indienen]. ![](images/0c5da2c3d83053fe5e142358337d1da5fa53f1f1ab93fadf2e3ebd3f3ad6a487.jpg) - Er kunnen maximaal 500 afzendernummers/-adressen worden opgeslagen. - Om een ingevoerd adres te wissen, selecteert u het adres in "In te voeren adres" en klikt u op de knop [Wissen]. ![](images/ef1f5ec70fb48fa2a25a50df116bdde86ba3308f8553a8b37bb343600b9dad84.jpg)

Een doorstuurtabel opslaan.

Volg de onderstaande stappen om een doorstuurtabel op te slaan waarin een opgegeven afzender en doorstuuradres worden gecombineerd. (1) Klik op [Instelling voor inkomende routing] in het menu van de webpagina's en klik op de toets [Toevoegen]. (2) Voer een "Tabelnaam" in. (3) Selecteer welke lijn voor de ontvangst wordt gebruikt. (4) Selecteer de afzender wiens faxen zullen worden doorgestuurd. - Om alle ontvangen faxen door te sturen, selecteert u [Alle ontvangen gegevens doorsturen]. - Om alleen gegevens van bepaalde afzenders te ontvangen, selecteert u [Ontvangen gegevens doorsturen vanaf onder afzender]. Om alle gegevens behalve die van bepaalde afzenders door te sturen, selecteert u [Ontvangen gegevens doorsturen van zenders behalve onderstaande]. Selecteer de betreffende afzenders uit de lijst en klik op de knop [Toevoegen]. (5) Selecteer de doorstuurvoorwaarden. - Om ontvangen gegevens altijd door te sturen, selecteer [Altijd doorsturen]. - Om een dag en tijd op te geven wanneer ontvangen gegevens moeten worden doorgestuurd, selecteer [Doorsturen op geselecteerde dag & tijd] en vink het selectievakje ( ) voor de gewenste dag van de week aan. Om een tijd op te geven, vink het selectievakje [Doorstuurtijd instellen] ( ) aan en geef de tijd op. (6) Selecteer het bestandsformaat. De indeling kan voor elk doorstuuradres apart worden ingesteld (voor elk van de doorstuuradressen 1, 2 en 3 in de tabel). (7) Selecteer het doorstuuradres. Doorstuuradressen kunnen in het adresboek van de machine worden geselecteerd. (Er kunnen meerdere adressen worden opgegeven.) Er kunnen maximaal 1000 doorstuuradressen worden opgeslagen (er kan een gecombineerd maximum van 100 bestandserveradressen, desktopadressen of netwerkadressen worden opgeslagen). Selecteer het bestandsformaat Er kan een bestandsformaat voor elke doorstuurtabel worden ingesteld. (8) Klik op [Indienen]. ![](images/ac412f59e8a8dbee27cbd4445fb0460c9b19de92b359676b5ad6769b96c0f404.jpg) - Wanneer u afzenders selecteert uit de lijst "Instelling voor afzendernummer/-adres", kunt u de [Shift]-toets of de [Ctrl]-toets op uw klavier gebruiken om meerdere afzenders te selecteren. - Er kunnen maximaal 50 doorstuurtabellen worden opgeslagen. - Afbeeldingen die zijn verzonden in TIFF-indeling worden in sommige ontvangstssituaties mogelijk niet goed weergegeven. Wijzig in dat geval de bestandsindeling in PDF. - Er kunnen tot drie instellingen voor het doorsturen op een bepaalde dag en tijd worden gedaan per doorstuurtabel, en er kan voor elke ingestelde tijd een doorstuurbestemming worden ingesteld. U configureert deze instellingen door elke instelling te openen met de tabs voor doorstuurlijsten. - Als de doorstuurbestemming een bestandserver, desktop of gedeelde map betreft, moet de computer van die bestemming aan staan. ![](images/f394b24556ce550ea12b915c68e7bc104d3e145fd13e77c7f2715106e05d1045.jpg)

Te gebruiken doorstuurtabellen opgeven.

Om de functie voor inkomende routing te gebruiken, schakelt u in de opgeslagen tabellen de doorstuurtabellen in die u wenst te gebruiken. (1) Klik op [Instelling voor inkomende routing] in het webpaginamenu. (2) Selecteer [Altijd doorsturen] of [Doorsturen op geselecteerde dag & tijd] uit de doorstuartabel. De machtigingsinstellingen voor doorsturen die hier worden weergegeven zijn gekoppeld aan de doorstuurvoorwaarden die u in stap 3 hebt ingesteld. Als u andere doorstuurvoorwaarden dan die uit stap 3 wilt gebruiken, stel dan de machtigingsinstellingen voor het doorsturen in. (3) Klik op [Indienen]. ![](images/a11bada25923a84bfccadb2b7a52e0d0b2d5e6d8e3320f346afef1efae89a789.jpg) Om een doorstuurtabel te wissen, klikt u op het aankruisvakje naast de tabelnaam zodat het wordt geselecteerd en klikt u op [Wissen].

SCANNEN VANAF EEN COMPUTER (PC-scanmodus)

BASISPROCEDURE VOOR SCANNEN

Het is mogelijk om een scannerstuurprogramma van de bij de machine meegeleverde CD-ROM op uw pc te installeren en vanaf uw computer een afbeelding te scannen met een toepassing die compatibel is met TWAIN\*. Scannen vanaf uw computer is erg handig voor het scannen van een enkel origineel zoals een foto, vooral als u tijdens het scannen scaninstellingen wilt aanpassen. In tegenstelling hiermee is scannen bij de machine erg handig voor het doorlopend scannen van meerdere originelen. \* Een interfacestandaard die wordt gebruikt voor scanners en andere invoerapparaten voor afbeeldingen. Als het stuurprogramma voor de scanner op uw computer is geEstalleerd, kunt u alle TWAIN-compatibele toepassingen gebruiken om afbeeldingen te scannen. ![](images/6e3c7df93cceefd6bb4f1b907119c8527bde32858e9b195574c8298232938c98.jpg) - Scannen in PC-scanmodus kan alleen als het scannerstuurprogramma van de "Software CD-ROM" is geEstalleerd met het geEtegreerde installatieprogramma. De procedures om de scannerdriver te installeren en de instellingen te configureren, vindt u in "HET SCANNERSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN" (pagina 1-100) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". - Deze functie kan niet worden gebruikt als hij is uitgeschakeld met "Scanfunctie uitschakelen" in de systeeminstellingen (beheerder). - De procedures voor het selecteren van het scannerstuurprogramma en het starten van het scannen zijn per TWAIN-compatibele toepassing verschillend. Zie de handleiding of de Help van de toepassing voor meer informatie. - Als een grote afbeelding op een hoge resolutie wordt gescand, zal de hoeveelheid data erg groot zijn en duurt het scannen lang. Zorg dat u de juiste scaninstellingen selecteert voor het origineel (tekst, foto's, enz.). De procedure voor het scannen vanaf de "Sharpdesk" applicatie die met de machine is meegeleverd wordt als voorbeeld hieronder uitgelegd.

[Op de machine]

1 ![](images/cb68cad0b4354701266be4d022c836faf5efa9ab1255a9f98db6850105347178.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a lid removed, showing front and side views (no text or symbols)

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2 ![](images/8e525cdab9225053fe96d9a44c8d6948017839c60907b986bf467482936497ea.jpg)

Druk op de tab [PC scan] om over te schakelen naar de PC scanmodus.

Als de tab [PC scan] niet verschijnt, drukt u op de tab om het scherm te wijzigen. ![](images/c46f007ab4f50b69e4a11fc2cffe547ae96eecad4132ff43bbdaf082380a14b6.jpg) ![](images/169d3712ebca2cb2f23fc90db8163d9081acbd9377599fed184844b91eafcfbf.jpg) Als de PC-scanmodus is geselecteerd kan alleen de toets [Verlaten] op het aanraakscherm worden gebruikt op de machine, andere toetsen werken niet.

[Op uw computer]

3

![](images/4691240d98f2711a73fa3f853254dad613c8ced7b5f54817afe80b49d8b2922e.jpg) Start de TWAIN-compatibele toepassing op uw computer en selecteer [Selecteer Scanner] in het menu [Bestand].

4

![](images/71aafbe5cb1fa2bdd658f840c5585f93e91841d8e391661a27faea5fa7431c6f.jpg) Selecteer het scannerstuurprogramma van de machine. (1) Selecteer [SHARP MFP TWAIN K]. (2) Klik op de knop [Selecteren].

5

![](images/243e166d9874535b36a4e8b1d5d2e3493333c995bb8b95b22d90ebacd08ec558.jpg) Selecteer [Afbeelding ophalen] in het menu [Bestand]. Het stuurprogramma van de scanner geopend. ![](images/a1e32dff083b544ff96fd6dc1e07f8bf0724f5f0ce993e810e969035f011e7bf.jpg)

De afbeelding voorvertonen.

(1) Selecteer de locatie waar het origineel is geplaatst.

- Als het origineel enkelzijdig is en in de lade van de origineelinvoer is geplaatst, selecteer dan [SPF (enkelzijdig)]. - Als het origineel 2-zijdig is en in de lade van de origineelinvoer is geplaatst, selecteer dan [SPF (dubbelzijdig - boek)] of [SPF (dubbelzijdig - schrijfblok)] afhankelijk van of het origineel in boek- of schrijfblokstijl is. Selecteer verder [Linkerzijde wordt eerst ingevoerd] of [Bovenzijde wordt eerst ingevoerd] afhankelijk van de stand van het origineel.

(2) Selecteer de scaninstellingen.

Wissel tussen "Standaard" en "Professioneel". Selecteer in het scherm "Standaard", "Monitor", "Foto", "FAX" of "OCR" afhankelijk van het type origineel en uw scandoeleinden. Als u de oorspronkelijke instellingen van een van de vier knoppen wilt wijzigen of een resolutie of andere geavanceerde instelling wilt selecteren, ga dan naar het scherm "Professioneel". Selecteer het scangebied. Indien "Automatisch" wordt geselecteerd, wordt het origineelformaat gescand dat door de machine is herkend. U kunt een scangebied ook in het voorvertoonvenster instellen met uw muis.

(3) Klik op de knop [Voortonen].

De afbeelding wordt voorvertoond in het stuurprogramma van de scanner. Herhaal stap (2) en (3) als u ontevreden bent met de voorvertoonde afbeelding. Als het selectievakje [Zoomvoorbeeld] wordt geselecteerd voordat u op de knop [Voortonen] klikt, wordt het geselecteerde gebied vergroot in het voorvertoonvenster. Als u het vinkje verwijdert, keert de normale voorvertoonde afbeelding terug. Indien SPF is geselecteerd in het menu "Scanpositie", kan de functie [Zoomvoorbeeld] niet worden gebruikt. ![](images/1dda7d1dfbfe12d17ba42435411b365e2d053bc7c3c7faf58fd8f883f13ef93f.jpg) - Klik voor meer informatie over de scaninstellingen op de knop ? op het voorvertoonscherm van de afbeelding van stap 7 om Help van het scannerstuurprogramma te openen. - Als u op de knop [Voorvertonen] klikt wanneer u uit de origineelinvoerlade scant, wordt slechts één origineelpagina gescand voor de voorvertoonde afbeelding. Als u dat origineel wilt opnemen in de scan, plaatst u het opnieuw in de origineelinvoerlade. ![](images/1024b78e73e5483903b6f9c6b3ab896b02ae478a311d0b73609b06f5887d113f.jpg)

Scaninstellingen selecteren terwijl u de afbeelding bekijkt.

Knop [Roteren]:

Elke keer als op de knop wordt geklikt, draait de afbeelding 90 graden. Hiermee kunt u de stand van het origineel wijzigen zonder dit fysiek op te hoeven pakken en opnieuw te plaatsen. Het beeldbestand wordt gemaakt in de stand zoals weergegeven in het voorvertoonvenster.

Knop [Beeldgrootte]:

Klik op de knop om het scangebied op te geven in cijfers. Er kunnen pixels, millimeters of inches worden geselecteerd als eenheid voor de numerieke waarden. Als het scangebied al was opgegeven, dan wijzigen de ingevoerde getallen het gebied relatief gezien vanaf de linkerbovenhoek van het opgegeven gebied. Knop ✗ : Wanneer een voorbeeldafbeelding wordt weergegeven en er geen scangebied is opgegeven., kunt u op de toets klikken om automatisch het scangebied voor de gehele voorbeeldafbeelding in te stellen. ![](images/5ed0f469d57d1cf2068773b0b9e5f0bdab1e81e60bf190dc9dd29eaf1b425824.jpg) - Klik voor meer informatie over de scaninstellingen op de knop ? om Help van het scannerstuurprogramma te openen. - Als de originelen in de lade van de origineelinvoer zijn geplaatst, wordt alleen de bovenste pagina voorvertoond. De bovenste pagina wordt naar de uitvoerlade gezonden. Vergeet niet de voorvertoonde pagina terug te plaatsen in de origineelinvoer voordat u opnieuw voorvertoont of scant. ![](images/66991a29e96202ecf6ffe144cf678410f25d2a568222d57dce7f6142e4ecb7a2.jpg)

Klik op de knop [Scannen].

Het scannen begint. De afbeelding verschijnt in uw toepassing. Geef de gescande afbeelding een bestandsnaam en sla deze eventueel op in de softwareapplicatie die u gebruikt.

[Op de machine]

9 ![](images/eb734bb013946c40795e694920bb9c6b20a0f506aae92036ea02367ba439f717.jpg) Druk op [Verlaten] in het aanraakscherm. 10 ![](images/1c1fa391dc3e69bd7aabdce6a5f48a5a4e4a923b892f40216f46bccb0c418d76.jpg) Druk op de toets [Ja].

METADATAVERZENDING

In dit gedeelte wordt een uitleg gegeven van metadata verzenden, dat kan worden gebruikt wanneer de applicatie-integratiemodulekit is geïnstalleerd.

METADATAVERZENDING (Gegevensinvoer)

Wanneer de applicatie-integratiemodulekit is geEstalleerd en een afbeeldingbestand gegenereerd voor een scanverzending, kunnen metadata (gegevens die de kenmerken aangeven van het afbeeldingbestand en hoe het bewerkt moet worden) worden gegenereerd op basis van vooraf opgeslagen informatie en worden verzonden als een apart bestand. Het metadatabestand wordt gemaakt in XML-formaat. Door de metadata te linken met toepassingen zoals documentbeheersoftware, een workflowapplicatie of een encryptieserver, kan een geperfectioneerde documentoplossingomgeving opgebouwd worden. ![](images/60d95f3092087d5e2f1c924b92e7515acf45bcd0c39fcb24d582795f5f5f46db.jpg)
flowchart
graph TD
    A["User"] --> B["Metadata (XML-bestand)"]
    A --> C["Beeldbestand"]
    B --> D["Scannen naar desktop"]
    C --> D
    D --> E["Client-PC die Network Scanner Tool gebruikt"]
    C --> F["Server"]
    F --> G["Faxserver, documentbeheersoftware, workflowapplicatie, encryptieserver, etc."]
    D --> H["Scannen naar E-mail"]
    D --> I["Scannen naar FTP"]
    D --> J["Scannen naar netwerkmap"]
Met de applicatie-integratiemodulekit kan informatie van een gegenereerd afbeeldingbestand in het aanraakscherm worden ingevoerd en samen met de afbeelding als een XML-bestand worden verzonden.

VOORBEREIDINGEN VOOR METADATAVERZENDING

VEREISTE INSTELLINGEN OP DE WEBPAGINA'S

Alle instellingen in verband met metadata worden geconfigureerd in de webpagina's. (Beheerderrechten zijn vereist.) Als u metadatainstellingen wilt configureren, klikt u op [Toepassingsinstellingen] en vervolgens op [metadatainstellingen] in het menu van de webpagina. Let er bij het configureren van de instellingen op dat u metadata verzenden activeert.

Metadatasets opslaan

Sla de items (metadataset) op die geschreven worden naar het tijdens het scannen gegenereerde XML-bestand. Max. 10 metadata items kunnen in een metadataset worden geconfigureerd. Een opgeslagen metadataset kan tijdens de verzending worden geselecteerd. ![](images/3bb6cea8b634bc8ac36f5c2912fcbc2dcea52636c36f79a9132450ea9ae4eb63.jpg) Adressen opgegeven in "Adrestype voor metadatainvoer" als een metadataset wordt opgeslagen kunnen worden geselecteerd als verzendbestemmingen tijdens de verzending met sneltoetsen, handmatige invoer en/of globaal adresboek zoeken. (Adressen waarvoor metadatainvoer niet is toegestaan kunnen niet als verzendbestemmingen worden opgegeven.)

METADATA VERZENDING VOOR SCANNEN NAAR DESKTOP

Wanneer Network Scanner Tool in zijn standaard fabrieksconfiguratie wordt gebruikt, wordt er op de computer geen bestand gegenereerd met een nieuwe bestandnaam. Wanneer Network Scanner Tool wordt gebruikt als middel om een metadatabestand naar een softwareapplicatie van een derde partij te verzenden, moet deze instelling uitgeschakeld worden om kruisreferentie toe te staan tussen afbeeldingbestand en XML-bestand door middel van de door de computer gegenereerde bestandnaam. (Wanneer de bestandnaam in [Instellingen verzenden] wordt ingesteld moet u erop letten dat een vooraf op een computer bestaand bestand niet wordt overschreven door een verzonden bestand met dezelfde naam. Zorg ervoor dat de bestandnaam zo wordt geconfigureerd dat naamverdubbeling niet kan optreden, bijvoorbeeld door een unieke extensie (datum etc..) in de gegenereerde bestandnaam in te voeren. Als de bestandnaaminstelling leeg gelaten wordt, genereert de machine automatisch een unieke bestandnaam.) ![](images/8e1c1539fcf91c1a4d915a8a1671fcae9ca59a20895e58743a257d0edfedc0f3.jpg) - Het is raadzaam Network Scanner Tool te gebruiken bij de ontvangst van metadata. Raadpleeg de Gebruikershandleiding Network Scanner Tool (PDF-formaat) op de cd-rom "Sharpdesk/Network Scanner Utilities" voor meer informatie. - Raadpleeg de aparte handleiding Sharpdesk licentiekit voor informatie over de licentieovereenkomst en hoe de cd-rom, die bij de applicatie-integratiemodule wordt meegeleverd, moet worden gebruikt - Het gebruik van softwareapplicaties van een derde partij Er zijn diverse soorten softwareapplicaties van derden in omloop. Sommige applicaties starten automatisch vanuit Network Scanner Tool, en sommige niet. Wanneer de auto-run functie van een toepassing wordt geactiveerd, start Network Scanner Tool de toepassing door middel van de ".exe" opdracht met de bestandnaam als parameter. Normaal wordt een toepassing tweemaal gestart, eenmaal voor het afbeeldingbestand en eenmaal voor het XML-bestand. Bijvoorbeeld wanneer Network Scanner Tool wordt ingesteld om de toepassing "APP.EXE" te starten, worden de volgende opdrachten toegepast als de twee bestanden "IMG.TIF" en "IMG.XML" worden ontvangen. APP.EXE IMG.TIF APP.EXE IMG.XML

METADATA VERZENDEN

Volg de stappen hieronder om een metadataset te selecteren, voer elk item in en voer een metadataverzending uit. 1 ![](images/e9565fd0184b3573c1a7d9d7de45e6c66f66cafe5501291d759d67f18a803bda.jpg) Schakel over naar de gegevensinvoermodus en geef het metadatasetscherm weer. (1) Druk op de tab [Data-Invoer]. (2) Druk op [Metadatainvoer]. ![](images/a11127e87c8f853bdc206a8b7f30e50bc069bb6bbb1cdcd11b88d8f1fb54ffcb.jpg) - Als er geen metadatasets zijn opgeslagen, kan de tab [Data-Invoer] niet worden geselecteerd. Sla een metadataset op in de webpagina's en voer de verzendprocedure uit. - Als een specifieke metadataset als standaardset is opgegeven, gaat u naar stap 3. 2 ![](images/d2a064ce339f171a2076506c05362eadd90db06e8e6c1172864f9095d1c1c008.jpg)

Een metadataset selecteren.

(1) Druk op de toets voor de metadataset die u wilt gebruiken. (2) Druk op [OK]. 3 ![](images/7961f84d0377c937ff2f173cc25ac17038556dce8b9e4496cd8c81e44525908f.jpg) De toetsen van het in de metadataset opgeslagen item verschijnt. Druk op de toets van het item dat u wilt invoeren. ![](images/e28d5d9e1dc3ca7564fd5b0fe85a0b7d3d5f906534b3214d82724e78ce4e16f8.jpg) Als u per ongeluk de verkeerde metadataset hebt geselecteerd of een andere metadataset wilt gebruiken indien er een standaard metadataset is ingesteld, drukt u op de toets [Metadata-Set]. Druk op de toets [OK] in het berichtscherm dat verschijnt. U gaat terug naar het scherm van stap 1. Metadata items die hier zijn ingevoerd worden geannuleerd. (1) (2) ![](images/3f104e74126125a5f090b32192bc7bc5e667da4b59069d4cefde43a54d51a692.jpg)

Voer het geselecteerde metadata-item in.

(1) Druk op de toets voor de waarde die u wilt invoeren.

- Wanneer de invoerwaarden van het metadata-item in de vorm van selecties zijn, worden deze selecties als toetsen weergegeven. Wanneer een waarde kan worden bewerkt, kunt u op de toets [Directe Invoer] drukken om de waarde handmatig in te voeren. - Als het metadata item de invoer van tekst vereist, verschijnt er een tekstinvoerscherm. Voer de vereiste informatie in.

(2) Druk op [OK].

![](images/149eabe2a757cd4b30cd5d875b6045c2747f416c54f4f81664ff22fafb3c60c4.jpg) - Als u het aantal weergegeven toetsen in het scherm wilt wijzigen, drukt u op de selectietoets van aantal weergegeven items. Selecteer 6, 12, of 18 toetsen. - Zie "TEKST INVOEREN" (pagina 1-76) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor de procedure voor het invoeren van tekst. ![](images/ea175d8bfd449011fb08309fd4ab22d8a4cf7ebef17747ad36dc5509d22e2b5a.jpg)

Als u klaar bent met het invoeren van alle items, drukt u op [OK].

![](images/3287d37fc255fbdc5a7523bae09e3cfc59b1836a787f2fb1932f5fca0c1b7e76.jpg)

Selecteer afbeeldinginstellingen en andere instellingen en voer de scanverzendprocedure uit.

- De procedures voor het selecteren van instellingen en uitvoeren van verzending zijn dezelfde als bij de andere functies. - Om wijzigingen in de ingevoerde waarden aan te brengen, drukt u nogmaals op de toets [Metadatainvoer]. Het invoerscherm voor de geselecteerde metadataset verschijnt. ![](images/cd2220107a890bd3b36326ee1fbc5e10c48aae3b5099a934d7d422bdd6f45cbc.jpg) - Verzending kan niet worden uitgevoerd als de tab [Data-Invoer] weergegeven wordt en er geen metadatainstellingen zijn geconfigureerd. Voor het uitvoeren van een verzending zonder metadata schakelt u over naar een andere modus door op de tab van die modus te drukken en daarna een verzending uit te voeren. - Voor het configureren van metadatainstellingen kunt u adressen in alle te gebruiken modi opgeven. Nadat metadatainstellingen zijn geconfigureerd, kunnen alleen adressen in modi die zijn toegestaan in de geselecteerde metadataset worden opgegeven. - Wanneer metadatainstellingen zijn geconfigureerd of een adres wordt opgegeven in de tab [Data-Invoer], is het niet mogelijk over te schakelen naar een andere modus. - Metadataverzending is mogelijk met de functie documentarchivering. De tab [Data-Invoer] verschijnt in het scherm verzendinstellingen van de functie documentarchivering om metadataverzending mogelijk te maken. Daarnaast kan metadataverzending met documentarchivering worden uitgevoerd in [Documenthandelingen] in de webpagina's.

METADATAVELDEN

De volgende drie soorten metadata worden ingesloten bij het verzonden XML-bestand. - Automatisch door de machine gegenereerde data:Deze data worden altijd ingesloten in het XML-bestand en worden automatisch opgeslagen in uw computer. - Vooraf gedefinieerde velden: Deze velden worden automatisch herkend door de machine en toegewezen aan de juiste XML-tags. Deze veldtypes kunnen worden geselecteerd en alleen ingesloten in het XML-bestand als ze in de webpagina's zijn geactiveerd. - Door de gebruiker gedefinieerde velden: Aangepaste velden kunnen aan het XML-bestand worden toegevoegd. Deze veldtypes kunnen worden geselecteerd en in de webpagina's gedefinieerd. Als een gedefinieerd metadataveld een van de volgende velden is, verschijnt er een melding waarin staat dat het veld niet kan worden ingevoerd. Voer de juiste informatie in het betreffende item van de verzendinstellingen in.
Ingevoerde naam in metadataveldBeschrijving Waar ingevoerd
fromName Naam van de gebruiker die de opdrachtverzonden heeft. Als de naam niet isingevoerd als metadata, wordt de door degebruikelijke regels voor het bepalen van eenafzendernaam bepaalde afzendernaamtoegepast als metadata.[Antwoord naar](Afzendernaam van geselecteerde afzender)
replyTo E-mailadres waaraan het verzendresultaatwordt verzonden.[Antwoord naar](E-mailadres van de geselecteerde afzender)
documentSubject Opdrachtnaam die verschijnt in deonderwerpgel van de e-mail of deopdrachtnaam op het faxvoorblad. Wanneerde gebruiker een [Onderwerp] invoert in hetscherm verzendinstellingen in hetaanraakscherm, wordt de ingevoerde waardeals metadata toegepast.[Onderwerp](Blanco tot een waarde wordt ingesteld in hetscherm verzendinstellingen.)
fileName Voer de bestandnaam in voor de teverzenden afbeelding.[Bestandsnaam](Alleen als het selectievakje [Aangepastebestandnamen toestaan] wordt geselecteerdin het scherm metadatainstellingen in dewebpagina's.)(Blanco tot een waarde wordt ingesteld in hetscherm verzendinstellingen.)

PECIFICATIES

NETWERKSCANNER/INTERNETFAX\*1

Type Ingebouwd
Scanresolutie (dpi)100 x 100, 200 x 200, 300 x 300, 400 x 400, 600 x 600Internetfax: 200 x 100, 200 x 200, 200 x 400, 400 x 400, 600 x 600 (200 x 100, 200 x 200 wanneer bestandstype TIFF-S is) Halftoon kan voor andere resoluties dan 200 x 100 dpi.
ScansnelheidMX-M282N/MX-M362N/MX-M452N/MX-M502N:Kleur (A4 / 8-1/2" x 11") Eenzijdig: 50 pagina's/min. (200 x 200 dpi),Tweezijdig: 20 pagina's/min. (200 x 200 dpi)Zwart-wit (A4 / 8-1/2" x 11") Eenzijdig: 50 pagina's/min. (200 x 200 dpi),Tweezijdig: 20 pagina's/min. (200 x 200 dpi)
Interfacepoort LAN-connectiviteit: 10Base-T / 100Base-TX / 1000Base-T
Ondersteunde protocollen TCP/IP (IPv4)
BestandsindelingenKleur(inclusief grijswaarden)Bestandstypen: TIFF, JPEG, PDF, gecodeerde PDF, XPS, compacte PDF*2Compressieverhouding:Hoog / Gemiddeld / Laag
Zwart-wit Bestandstypen:TIFF, PDFF, gecodeerde PDF, XPSCompressiemodi:Geen / Gemiddeld (G3) / Hoog (G4)
Internetfax(alleen zwart-wit)Bestandstypen:TIFF-FX (TIFF-F, TIFF-S)Compressiemodi:Gemiddeld (G3) / Hoog (G4)
BijzonderhedenAantal sneltoetsen voor het opslaan van bestemmingen*3Maximumaantal toetsen: 1000
Aantal bestemmingen dat per groep kan worden opgeslagen (1 toets)*3Maximumaantal bestemmingen in één groep (1 toets): 500
Scanbestemmingen Scannen naar e-mail / Scannen naar FTP / Scannen naar bureaublad / Scannen naar netwerkmap
\*1 Internetfaxuitbreidingskit is vereist. \*2 Verbeterde compressiekit is vereist. \*3 Totaal aantal bestemmingen (Scannen naar e-mail, Scannen naar FTP, Scannen naar bureaublad, Scannen naar netwerkmap, Internetfax, Fax en Groep)

SPECIFICATIES PULL SCAN-FUNCTIE (TWAIN)

Ondersteund protocol TCP/IP (IPv4)
Ondersteunde besturingssystemen van de client-pcWindows 2000/XP/Server 2003/Vista/Server 2008/7
Kleurmodi Volledige kleuren,Grijswaarden, Mono diffusie, Mono 2 gradatie
Resolutie-instellingen75 dpi, 100 dpi, 150 dpi, 200 dpi, 300 dpi, 400 dpi, 600 dpi(De resolutie kan worden opgegeven door een getalswaarde in te voeren van 50 tot 9600 dpi.Indien echter een hoge resolutie wordt opgegeven, moet het scangebied worden verkleind.)
ScangebiedMaximum: A3 (11" x 17")

HOOFDSTUK 6 DOCUMENTARCHIVERING

Dit hoofdstuk biedt uitgebreide uitleg van de procedures voor het gebruik van de functie documentarchivering. Met de functie documentarchivering kunt u de documentdata van een kopieer- of faxopdracht, of de data van een afdrukopdracht, als bestand opslaan op de harde schijf van de machine. Het bestand kan indien nodig worden opgeroepen. In dit hoofdstuk wordt ervan uitgegaan dat u al bekend met met de kopieerfunctie, scanfunctie en de andere functies van de machine. Voor informatie over procedures van kopieer-, scan- en andere functies die hetzelfde blijven wanneer ze in combinatie met de functie documentarchivering worden gebruikt, verwijzen we naar de hoofdstukken over deze functies.

DOCUMENTARCHIVERING

OVERZICHT 6-2

- TYPEN DOCUMENTARCHIVERING.....6-2 • TOEPASSINGEN VAN DOCUMENTARCHIVERING 6-3 • VOORDAT U DOCUMENTARCHIVERING GAAT GEBRUIKEN 6-4 - BELANGRIJKE WENKEN VOOR HET GEBRUIK VAN DOCUMENTARCHIVERING 6-7 - DOCUMENTARCHIVERING GEBRUIKEN IN DE DIVERSE MODI. 6-8

BASISSCHERM VAN DE

DOCUMENTARCHIVERINGSMODUS.... 6-10

BESTANDEN OPSLAAN MET DE DOCUMENTARCHIVERINGSFUNCTIE

EEN BESTAND OPSLAAN MET

"Snelbestand" 6-11

EEN BESTAND OPSLAAN MET "Bestand"..... 6-13

\- BESTANDSINFORMATIE 6-15

EEN BESTAND ALLEEN OPSLAAN

(Scannen naar schijf) 6-18

- SCHERM "Scan. naar HDD" 6-18 - "Scannen naar schijf" UITVOEREN ..... 6-23

OPGESLAGEN BESTANDEN GEBRUIKEN

PROCEDURE VOOR HET GEBRUIKEN VAN

EEN OPGESLAGEN BESTAND 6-24

MAP- EN BESTANDSSELECTIESCHERMEN ... 6-26

• MAPSELECTIESCHERM. 6-26 - BESTANDSSELECTIESCHERM 6-27

EEN BESTAND SELECTEREN 6-29

• SCHERM TAAKINSTELLINGEN ..... 6-30

EEN OPGESLAGEN BESTAND

AFDRUKKEN 6-31

• SCHERM AFDRUKINSTELLINGEN ..... 6-32 - MULTI-FILE PRINTEN 6-33

EEN OPGESLAGEN BESTAND VERZENDEN... 6-37

• SCHERM VERZENDINSTELLINGEN ..... 6-38

EIGENSCHAPPEN VAN OPGESLAGEN

BESTANDEN 6-39

• BESTANDSEIGENSCHAPPEN ..... 6-39 • DE EIGENSCHAP WIJZIGEN 6-39

EEN OPGESLAGEN BESTAND

VERPLAATSEN 6-41

EEN OPGESLAGEN BESTAND

VERWIJDEREN 6-43

DE AFBEELDING VAN EEN OPGESLAGEN

BESTAND CONTROLEREN 6-44

• SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE ..... 6-45

BESTANDEN VAN HET

OPDRACHTSTATUSCHERM OPHALEN EN

GEBRUIKEN.... 6-46

EEN OPGESLAGEN BESTAND ZOEKEN ..... 6-47

DOCUMENTARCHIVERING

Dit gedeelte bevat informatie waarmee u vertrouwd dient te zijn voordat u de documentarchiveringsfunctie gebruikt, inclusief een overzicht van het documentarchiveringsproces, de mogelijkheden van de documentarchiveringsfunctie en handige wenken voor het gebruik van deze functie.

OVERZICHT

De documentarchiveringsfunctie biedt u de mogelijkheid om de documentafbeelding van een kopieer- of beeldverzendtaak of de gegevens van een afdruktaak als bestand op te slaan op de harde schijf van het apparaat. Het opgeslagen bestand kan worden opgehaald en afgedrukt of verzonden indien nodig. ![](images/f21587b72317373dccca94b8aec2df8f5786a926a277e78c6033944f315d3521.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Een bestand opslaan"] --> B["Scan"]
    A --> C["Afdrukken"]
    A --> D["Kopieren"]
    A --> E["Internetfax"]
    A --> F["Faxen"]
    A --> G["Scannen naar schijf"]
    H["Een opgeslagen bestand oproepen of gebruiken"] --> I["Afdrukken Verzenden"]
    I --> J["Harde schijf"]
    J --> K["Een opgeslagen bestand kan worden afgedrukt. Een opgeslagen bestand kan ook als fax worden verzonden of worden overgebracht naar een andere computer in een netwerk. Een opgeslagen bestand kan ook bewaard worden voor het archief."]

TYPEN DOCUMENTARCHIVERING

Er zijn drie manieren om een bestand op te slaan met behulp van documentarchivering: Snelmap, Bestand en Scannen naar schijf.
SnelmapAls er een kopieer- of een scanverzendopdracht of andere opdrachten worden uitgevoerd, slaat deze functie de documentdata op de harde schijf op. Gebruik deze functie wanneer u snel en gemakkelijk documentdata wilt opslaan zonder een bestandsnaam of andere informatie op te geven.Het opgeslagen bestand kan ook door anderen worden gebruikt. Gebruik deze methode niet om bestanden op te slaan waarvan u niet wilt dat anderen ze gebruiken, zoals bestanden die gevoelige of vertrouwelijke informatie bevatten.
BestandAls er een kopieer- of een scanverzendopdracht of andere opdrachten worden uitgevoerd, slaat deze functie de documentdata op de harde schijf op. Anders dan bij Snelbestand kunt u verschillende typen informatie toevoegen aan het bestand wanneer het bestand is opgeslagen om efficiënt bestandsbeheer in te schakelen.U kunt ook een wachtwoord aan het bestand toekennen om te voorkomen dat anderen dit kunnen ophalen.
Scannen naar schijfDeze functie scant het document en slaat het op als een bestand. Net als bij Bestand kunt u verschillende typen informatie toevoegen aan het bestand wanneer het is opgeslagen.

TOEPASSINGEN VAN DOCUMENTARCHIVERING

Snel een bestand gebruiken

Voorbeeld: U hebt agenda's van meerdere pagina's afgedrukt voor een bijeenkomst, maar op het laatste moment komt er een deelnemer bij zodat u nog een exemplaar nodig hebt.
De agenda is niet opgeslagen met documentarchiveringDe agenda is opgeslagen met documentarchivering
SHARP MX-M452N - Snel een bestand gebruiken - 1SHARP MX-M452N - Snel een bestand gebruiken - 2Het opgeslagen bestand wordt eenvoudigweg opgehaald en afgedrukt.
Het afdrukken verloopt snel en de agenda is op tijd klaar voor de bijeenkomst!
De agenda is waarschijnlijk niet op tijd klaar voor de bijeenkomst...
Instellingen voor kopieren moeten opnieuw worden ingesteld en het origineel moet opnieuw worden gescand.Zoals hierboven aangegeven moet u om een nieuw exemplaar af te drukken de instellingen helemaal opnieuw configureren.Als u de instellingen bent vergeten, is het mogelijk erg lastig om dezelfde resultaten te krijgen als bij het origineel.Bij het ophalen van een opgeslagen opdracht met documentarchivering hoeft u de kopieerinstellingen niet opnieuw te selecteren en hoeft u het origineel niet opnieuw te scannen.U kunt de taak snel en eenvoudig ophalen en afdrukken met dezelfde instellingen.
Zoals het voorbeeld laat zien is het bij opslag van een opdracht met de documentarchiveringsfunctie niet nodig om het origineel opnieuw te scannen en instellingen te selecteren, zodat u veel tijd bespaart.

Handig voor het beheer van veelgebruikte documenten

Voorbeeld: Beheer van grote aantallen administratieformulieren Zonder documentarchivering Het kost tijd om het gewenste formulier te zoeken. Met documentarchivering Het vereiste formulier kan gemakkelijk worden opgehaald uit de documentarchiveringslijst en documentbeheer is veel efficiënter. ![](images/0ff5cf5c37cf35f5d05ab28fe92708773dc86747ccb38a60055c2f30bb9c103c.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Verloffformulieren?"] --> B["Rapportageformulieren?"]
    C["Declaratieformulieren?"] --> B
    D["Document"] --> E["Document"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style C fill:#f9f,stroke:#333
    style D fill:#f9f,stroke:#333
![](images/249aea91a390cbd69ee5f9798092cbd8135e4ff1685a1fbfefe9becde375367b.jpg) U kunt aanmeldingsformulieren, rapportageformulieren en andere administratieve formulieren opslaan op de harde schijf, zodat u zonodig snel het gewenste aantal exemplaren kunt afdrukken.

VOORDAT U DOCUMENTARCHIVERING GAAT GEBRUIKEN

Deze sectie bevat informatie waarmee u vertrouwd moet zijn voordat u de functie documentarchivering gebruikt.

Mappen

Voor het opslaan van bestanden met documentarchivering kunnen drie typen mappen worden gebruikt. ![](images/cdc15eae18b12934151804b80e243c3fc79ca34671e925750d74367f97fac8c7.jpg)

Snelmap

Documenten die zijn gescand met de toets [Snelbestand] worden opgeslagen in deze map. Er wordt automatisch een gebruikersnaam en een bestandsnaam toegekend aan elke opdracht.

Hoofdmap

Documenten die zijn gescand met de toets [Bestand] worden opgeslagen in deze map. Als u een taak opslaat in de Hoofdmap, kunt u een eerder opgeslagen gebruikersnaam specificeren en een bestandsnaam toekennen. Er kan tevens een wachtwoord worden ingesteld bij het opslaan van een bestand als [Vertrouwelijk].

Aangepaste map

In deze map kunnen mappen met aangepaste namen worden opgeslagen. Wanneer een document is gescand met de toets [Bestand] en er een map is geselecteerd, wordt het document opgeslagen in de opgegeven map. Net als de Hoofdmap biedt een aangepaste map u de mogelijkheid om een eerder opgeslagen gebruikersnaam te specificeren en een bestandsnaam toe te kennen bij het opslaan van een opdracht. Voor aangepaste mappen en voor bestanden die zijn opgeslagen in aangepaste mappen kunnen wachtwoorden worden ingesteld. ![](images/07ad552d57c1011b55267de95b613fb876600f17a2687bdc0111e981b97a5656.jpg) Er kunnen maximaal 1000 aangepaste mappen worden gemaakt op de harde schijf.

Items die handig zijn om op te slaan

Wanneer u een opdracht opslaat met "Bestand" of "Scannen naar schijf", is het handig om de onderstaande items op te slaan. Deze instellingen zijn niet nodig wanneer u een opdracht opslaat met "Snelbestand".
GebruikersnaamDit is nodig als u een gebruikersnaam wilt toevoegen aan opgeslagen bestanden. Gebruikersnamen worden opgeslagen onder "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder). Een gebruikersnaam wordt ook gebruikt als een voorwaarde wanneer u naar een bestand zoekt.
Aangepaste mapDe Hoofdmap is aanvankelijk beschikbaar als een locatie om bestanden op te slaan onder "Bestand" en "Scannen naar schijf". Wanneer er in de systeeminstellingen met "Documentarch. Beheer" aangepaste mappen zijn aangemaakt, kan een aangepaste map worden opgegeven als de locatie voor de opslag van bestanden. U kunt ook een wachtwoord vaststellen voor een aangepaste map om de toegang tot die map te beperken.
Mijn map"Mijn map" wordt ingesteld met "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder). U kunt de hoofdmap van een al eerder gemaakte aangepaste map selecteren als "Mijn map" of u kunt een nieuwe map aanmaken als "Mijn map". Wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, wordt "Mijn map" geselecteerd als bestemming van "Bestand" en "Scan. naar HDD".
![](images/bf1913e8e2dc77d3810097d297dd7717ec5a5c42f37b6455fffc78d8361690b7.jpg) \- Systeeminstellingen: Beheer Documentarchivering (pagina 7-26) Deze functie wordt gebruikt om aangepaste mappen te maken voor documentarchivering. U kunt ook een wachtwoord instellen voor een aangepaste map. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Gebruikerslijst Deze functie wordt gebruikt om een gebruikersnaam op te slaan en een map aan te duiden als "Mijn map".

Maximum aantal pagina's en bestanden dat u kunt opslaan met documentarchivering

Gecombineerd maximumaantal pagina's en het totaal aantal bestanden dat in aangepaste mappen en de hoofdmap kan worden opgeslagen
Maximum aantal pagina'sMaximum aantal bestanden
20000 3000
Aantal pagina's en aantal bestanden dat in de Snelmap kan worden opgeslagen
Maximum aantal pagina'sMaximum aantal bestanden
10000 1000
Bij kopieren met de sorteerfunctie wordt hetzelfde geheugengebied gebruikt als voor de Snelmap. Om die reden kan het zijn dat een grote kopieeropdracht niet met de sorteerfunctie kan worden uitgevoerd indien er teveel data in de Snelmap is opgeslagen. Wis onnodige bestanden. Het werkelijke aantal pagina's en het aantal bestanden dat opgeslagen kan worden hangt af van de inhoud van de origineelafbeeldingen en de geselecteerde instellingen toen de bestanden werden opgeslagen.

Automatisch wissen van bestanden

U kunt gegevens over documentarchivering in opgegeven mappen op regelmatige tijdstippen automatisch laten wissen door de mappen en de tijd op te geven. Als de bestanden die in het apparaat opgeslagen zijn periodiek worden gewist, helpt dat om het lekken van gevoelige informatie te vermijden en wordt ruimte vrijgemaakt op de harde schijf. Elke dag, elke week of elke maand kan worden geselecteerd voor de wiscyclus en voor iedere selectie kan een tijd worden ingesteld. U kunt bijvoorbeeld instellen dat het wissen van bestanden elke week op vrijdag om 18 uur gebeurt. De instellingen voor het automatisch verwijderen van bestanden worden geconfigureerd in "Automatisch verwijderen van bestandinstelling" in de systeeminstellingen (systeembeheerder). Om de instellingen te controleren drukt u de volgende lijst af in de systeeminstellingen. Om informatie over de wiscyclus te controleren: Druk de "Lijst beheerdersinstellingen" in de systeeminstellingen (systeembeheerder) af. Om informatie te controleren over de mappen die werden geselecteerd voor het wissen van bestanden: Druk de "Mappenlijst documentarchivering" in de systeeminstellingen af. ![](images/9b7da9573e712c6ae6dff6901cc7cfb48a9cd435f7f73aa7b2b52aefa355f65f.jpg) Wanneer "Automatisch verwijderen van bestandinstelling" ingeschakeld is in de systeeminstellingen (systeembeheerder), zullen alle bestanden in de opgegeven mappen op de ingestelde tijd worden gewist. Zorg ervoor dat u geen bestanden die u wilt behouden, opslaat in mappen die u heeft opgegeven om te laten wissen. ![](images/e855a30a0ce9bb5a28045c93dc205d86f9a53ae957e5da559b43a1906a047bee.jpg) \- Systeeminstellingen: Beheer Documentarchivering (pagina 7-26) Dit geeft een lijst van de mapnamen voor documentarchivering weer. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Automatisch verwijderen van bestandsinstelling Configureer instellingen voor automatisch wissen op regelmatige tijdstippen van bestanden die werden opgeslagen met de functie documentarchivering. \- Systeeminstellingen (Beheerder): Lijst beheerdersinstellingen Gebruik dit om een lijst af te drukken van de beheerderinstellingen, waaronder de instellingen voor documentarchivering.

Bestanden

Als een bestand wordt opgeslagen met de functie "Bestand" kan de volgende informatie worden toegekend. ![](images/9749e2d5d68b28800fa03287a71385d48d443e355d45e948babdc587b147ce82.jpg) Door een bestand op te slaan met deze informatie kunt u dit later onderscheiden van andere bestanden. Gebruikersnaam: Gebruik deze optie om de eigenaar van het bestand te specificeren. De gebruikersnaam moet eerst worden opgeslagen in de "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen. Bestandsnaam: Hier kan een bestandsnaam worden ingevoerd. Map: Selecteer in welke map het bestand moet worden opgeslagen. Vertrouwelijk: Er kan een wachtwoord van 5 tot 8 tekens worden ingesteld om te voorkomen dat anderen het bestand gebruiken. ![](images/446aa41a72b09e8b3b4e336ee3db82ac83c7938b44c5b2344a69a125a284acc7.jpg) De bovenstaande informatie kan niet worden gespecificeerd wanneer een bestand wordt opgeslagen met de functie Snelbestand. ![](images/eb04672f84eda758eb346b6706e51c11c8232cb0f6241a264739c3761e6ccc55.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Gebruikerslijst Dit wordt gebruikt om gebruikersnamen op te slaan.

BELANGRIJKE WENKEN VOOR HET GEBRUIK VAN DOCUMENTARCHIVERING

Let bij het gebruik van de documentarchiveringsfunctie op het volgende: \- Aan bestanden die opgeslagen zijn met "Snelbestand" wordt de eigenschap "Delen" toegekend. Bestanden met "Delen" kunnen door wie dan ook worden opgeroepen en afgedrukt of verzonden. Daarom moet Snelbestand niet worden gebruikt om documenten op te slaan die gevoelig en vertrouwelijk zijn waarvan u niet wilt dat anderen ze gebruiken. \- Gebruik de eigenschap "Vertrouwelijk" wanneer u een bestand opslaat met "Bestand". U kunt een wachtwoord instellen voor een vertrouwelijk bestand om te voorkomen dat dat bestand door anderen wordt gebruikt. Zorg er goed voor dat het wachtwoord van een opgeslagen vertrouwelijk bestand geheim blijft. \- De eigenschap van een opgeslagen "Vertrouwelijk" bestand kan worden gewijzigd in "Delen" met "Eigensch. Wijzigen" wanneer het bestand wordt gebruikt. Sla geen documenten op die gevoelig zijn of die niet door anderen mogen worden gebruikt. \- Behoudens voor zover wettelijk verplicht aanvaardt de SHARP Corporation geen enkele aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit het openbaar worden van gevoelige informatie als gevolg van manipulatie door een derde partij van gegevens die zijn opgeslagen met behulp van de functie Snelbestand of de functie Bestand, of van onjuiste toepassing van de functie Snelbestand of de functie Bestand door de gebruiker die de gegevens opslaat.

DOCUMENTARCHIVERING GEBRUIKEN IN DE DIVERSE MODI

In de kopieer- of verzendmodus kan het origineel als een bestand worden opgeslagen op de harde schijf terwijl het wordt gekopieerd of verzonden. Daarnaast kunt u Scannen naar schijf gebruiken om de gescande data van een origineel op te slaan naar de harde schijf zonder de data te kopieren of te verzenden.

Kopieermodus

Het origineel wordt opgeslagen als een afbeeldingsbestand terwijl het wordt gekopieerd. ![](images/1f18d27fe1cb25cb74fcd70b04779a2f35fb3642892d2b4dfe4609049ee4280d.jpg) (1) Druk op de toets [KOPIE]. (2) Druk op de toets [Bestand] of de toets [Snelbestand].

Verzendmodus

Voorbeeld: Basisscherm van scanmodus Het origineel wordt opgeslagen als een afbeeldingsbestand terwijl het wordt gescand en verzonden. ![](images/89fc627be7b025fe358dee88606ce22979d9f407b5272eb1cb1f5b4cb578be41.jpg) (3) (1) Druk op de toets [BEELD VERZENDEN]. (2) Druk op het tabblad [Scannen]. (3) Druk op de toets [Bestand] of de toets [Snelbestand].

Scannen naar schijf

Het gescande origineel wordt opgeslagen als een beeldbestand. Er wordt niet afgedrukt en niet verzonden wanneer u Scannen naar schijf gebruikt. ![](images/e7410f87c84d8dcaf64d78208f9c7c814be5e2e8f45669e485b427d701619e56.jpg) (1) Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING]. (2) Druk op het tabblad [Scan. naar HDD]. ![](images/e441ea9f396dd95f93f50d9bfdb975ec3ad6e61a607fb1fc6bbbf06bb402d80c.jpg)

Toets [Bestand] en toets [Snelbestand]

De toetsen "Bestand" en/of "Snelbestand" zullen niet verschijnen in het basisscherm van de kopieer- of beeldverzendfunctie als een of beide toetsen gewijzigd is naar een andere functie met "Toetsinstelling aanpassen" van het menu webpagina. Druk in dat geval op de toets [Spec. Functies] in het basisscherm van een van beide functies. De documentarchivering kan worden uitgevoerd door in het menu van speciale functies op de toets [Snelbestand] of de toets [Bestand] te drukken.

Documentarchivering gebruiken in de afdrukmodus

Om de documentarchiveringsfunctie te gebruiken in de afdrukmodus selecteert u Documentarchivering in de printerdriver. Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van documentarchivering in de afdrukmodus de paragraaf "HANDIGE PRINTERFUNCTIES" (pagina 3-53) in "3. PRINTER".

Documentarchivering gebruiken in PC-Fax-/PC-I-Fax-modus

Om documentarchivering te gebruiken in de modus PC-Fax of PC-I-Fax, selecteert u de instellingen voor documentarchivering in de PC-Fax-driver. Meer informatie vindt u in de help van de PC-I-Fax-driver. ![](images/32e12c91f9a57512f72dab7596f56700c1aba92e372ba90994dd54bf814ef3ae.jpg)

Systeeminstellingen (Beheerder): Toetsinstelling aanpassen

De registratie wordt uitgevoerd in [Systeeminstellingen] - [Bedieningsinstellingen] - "Toetsinstelling aanpassen" in het webpaginamenu.

BASISSCHERM VAN DE DOCUMENTARCHIVERINGSMODUS

Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING] om het basisscherm van de modus documentarchivering te openen. De bestanden die op de harde schijf in de machine zijn opgeslagen kunnen vanuit dit scherm worden opgeroepen. Wanneer u gebruikersauthenticatie gebruikt en Mijn map is geconfigureerd, verschijnt het bestandselectiescherm van Mijn map. Als de gebruiker die is ingelogd geen "Mijn map" heeft geconfigureerd, zal het mapselectiescherm verschijnen. MAPSELECTIESCHERM (pagina 6-26) BESTANDSSELECTIESCHERM (pagina 6-27) ![](images/6a4c71438fa7ad32333172a546656437d8be3077eaca5138fb3b06ca6a4f7866.jpg)

(1) Moduswijzigingstoetsen

Gebruiken deze toepassing om te wisselen tussen de modussen kopieren, beeld verzenden en documentarchivering. Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING] om over te schakelen naar de modus documentarchivering.

(2) Het tabblad [Best. Ophalen]

Druk op dit tabblad om een bestand op te halen dat is opgeslagen door documentarchivering. Het mapselectiescherm verschijnt. MAPSELECTIESCHERM (pagina 6-26)

(3) Het tabblad [Scan. naar HDD]

Druk op deze toets om Scannen naar schijf te selecteren. Er wordt niets afgedrukt of verzonden. Het bestand wordt opgeslagen in de Hoofdmap of een aangepaste map. EEN BESTAND ALLEEN OPSLAAN (Scannen naar schijf) (pagina 6-18)

(4) Het tabblad [Schijfstatus]

Druk op deze toets om na te gaan hoeveel van de harde schijf van het apparaat in gebruik is. De gebruikte schijfruimte wordt weergegeven als een percentage. ![](images/4c35cd936b50c67d67b275c95fd545b8d498fc0d37f1c86d9af11f161e574d5d.jpg)
bar_stacked | Category | Value (%) | |---|---| | Hoopmap | 10 | | AmpoParts Map | 40 | | Vrij Geheug. | 50 | | Snelmap | 20 | Vrij Geheug. | 80 |

(5) Het tabblad [Externe gegevenstoegang]

Deze toets kunt u selecteren wanneer een FTP-server of een USB-geheugen is aangesloten op het apparaat. "DIRECT AFDRUKKEN VANAF HET APPARAAT" (pagina 3-57) in "3 PRINTER")

(6) Toets [Zoeken]

Druk op deze toets om een in een map opgeslagen bestand te zoeken. U kunt zoeken op gebruikersnaam, bestandsnaam of mapnaam. EEN OPGESLAGEN BESTAND ZOEKEN (pagina 6-47)

(7) Gebruik dit om de map te selecteren waar het bestand is opgeslagen wanneer u een opgeslagen bestand oproept.

MAPSELECTIESCHERM (pagina 6-26)

BESTANDEN OPSLAAN MET DE DOCUMENTARCHIVERINGSFUNCTIE

In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u een origineel als afbeeldingsbestand kunt opslaan met de functies Snelbestand, Bestand en Scannen naar schijf van de documentarchiveringsmodus.

EEN BESTAND OPSLAAN MET "Snelbestand"

Bij het kopieren, afdrukken of verzenden van een document in de kopieermodus, afdrukmodus of in de modus afbeelding verzenden (met uitzondering van de modus USB-geheugenscan) kan "Snelbestand" worden geselecteerd om een afbeelding van het document op te slaan in de Snelmap. De afbeelding kan op een later tijdstip worden opgehaald, zodat u het document kunt afdrukken of verzenden zonder dat u het origineel hoeft te zoeken. Als voorbeeld wordt hieronder de procedure voor het opslaan van een document in de Snelmap tijdens het kopieren uitgelegd. 1 ![](images/4aabc6d60ac3ab092bfb90ea13761d5db760b48e820ad56fb01ba08b0176ac9e.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a paper feed cover and open lid, showing front and side views (no text or symbols)

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2 ![](images/1a3e0201a503cb79e95d09356fd2a109dddb9dd7ad2135a0fb985680af282cd3.jpg) Druk op de toets [Snelbestand]. ![](images/7d9537ade525a3c3362ccd78072bc74a64ef01809ec83d619b653f6f05fcfbb4.jpg)

Druk op [OK].

U keert terug naar het basisscherm van de kopieermodus en de toets [Snelbestand] wordt gemarkeerd. 3 ![](images/a93055193fefe45a1f1539923d1d5edd5dbdcd8aa3d2140448b70012ed51a425.jpg)

Om Snelbestand te annuleren...

Druk op de toets [Snelbestand] op het scherm van stap 2 zodat deze niet wordt gemarkeerd nadat u op de toets [OK] hebt gedrukt.

Selecteer kopieerinstellingen en druk vervolgens op de toets [START].

- Het kopieren begint en de gescande documentafbeelding wordt opgeslagen op de harde schijf. De geselecteerde kopieerinstellingen worden ook opgeslagen. - Om onbedoeld opslaan van het document te voorkomen wordt gedurende 6 seconden nadat u op de knop [START] hebt gedrukt (standaardinstelling) de volgende waarschuwing weergegeven: "De gescande gegevens worden opgeslagen in de snelbestandmap". U kunt de weergaveduur wijzigen onder "Mededelingentijd Instellen" in de systeeminstellingen (beheerder). - Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand. - Als u het origineel op de glasplaat hebt geplaatst, wordt elke pagina afzonderlijk gescand. Plaats zodra een pagina is gescand de volgende pagina en druk op de toets [START]. Herhaal deze procedure totdat alle pagina's zijn gescand en druk vervolgens op de toets [Lezen Klaar]. ![](images/e04da19692c8a2fc0091ebce44e84d5c4a838c9c0399076949a99b8fdc902b3e.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/9d02fcf0d9aed647c90f9fa9c3aae29d99303f450106d1ffb99c7da71abf4485.jpg) Als een bestand wordt opgeslagen met de functie Snelbestand, worden automatisch de volgende gebruikersnaam en bestandsnaam aan het bestand toegekend. Gebruikersnaam: Gebr. Onbekend Bestandsnaam: Modus\_Maand-Dag-Jaar\_Uur-Minuut-Seconde (Voorbeeld: Kopiëren\_04042010\_112030) Opgeslagen in: Snelmap Als gebruikersauthenticatie wordt gebruikt, wordt automatisch de voor het inloggen gebruikte gebruikersnaam geselecteerd. Alleen de bestandsnaam en locatie van een bestand dat in de Snelmap is opgeslagen, kan worden gewijzigd. ![](images/629193da7d27897716a5506b3ae1367f94b20924ec231ffac8be81f6e2341ae2.jpg) Om Snelbestand te annuleren... Druk op de toets [Snelbestand] in het scherm van stap 2 zodat de toets niet meer wordt gemarkeerd. ![](images/e6b03ad404470b32dc2ec2a3e4c0357f9ad1750842573c5a347712b9c68183ad.jpg) Systeeminstellingen (Beheerder): Alle Snelbestanden Wissen Met uitzondering van de beveiligde bestanden, kunnen alle bestanden in de snelmap in één keer worden verwijderd. De instellingen kunnen aldus worden geconfigureerd dat alle bestanden door het indrukken van een toets worden gewist en dat alle bestanden automatisch worden gewist wanneer de machine wordt ingeschakeld.

EEN BESTAND OPSLAAN MET "Bestand"

Bij het kopieren, afdrukken of verzenden van een document in de kopieermodus, afdrukmodus of afbeeldingverzendmodus (met uitzondering van de modus USB-geheugenscan) kunt u "Bestand" selecteren om een afbeelding van het document op te slaan in de Hoofdmap of een eerder gemaakte aangepaste map. De afbeelding kan op een later tijdstip worden opgehaald, zodat u het document kunt afdrukken of verzenden zonder dat u het origineel hoeft te zoeken. Als voorbeeld wordt hieronder de procedure voor het gebruik van "Bestand" tijdens het kopieren uitgelegd. 1 ![](images/21469ba164360e63bbd6dbf15164b9254290341e72c18d319033c331181c1a96.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a paper airplane being inserted, showing front and side views (no text or symbols)

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. 2 ![](images/f74091463f8992693f340d1cf6cf24b841fd357158c2335b315349df594d146b.jpg)

Druk op de toets [Bestand].

3 ![](images/1c02fd44f7727aa81ae2db03bbb86629c0157ac15a71543e81c26f612b15c455.jpg)

Selecteer de "Bestand"-instellingen.

(1) Selecteer de instellingen voor bestandsinformatie.

Raadpleeg voor het selecteren van de gebruikersnaam, bestandsnaam, map en de vertrouwelijkheidsstatus de paragraaf "BESTANDSINFORMATIE" (pagina 6-15). - Een gebruikersnaam specificeren: (pagina 6-15) - Een bestandsnaam toewijzen: (pagina 6-16) - De map specificeren: (pagina 6-16) - Een bestand opslaan als vertrouwelijk: (pagina 6-17) Hebt u bovenstaande instellingen geconfigureerd, dan keert u terug naar dit scherm. Ga door met de volgende stap. Als u geen gebruikersnaam of andere informatie wilt toekennen aan het bestand, gaat u verder met de volgende stap.

(2) Druk op [OK].

U keert terug naar het basisscherm van de kopieermodus en de toets [Bestand] wordt gemarkeerd.

Selecteer kopieerinstellingen en druk vervolgens op de toets [START].

- Het kopieren begint en de gescande documentafbeelding wordt opgeslagen op de harde schijf. De geselecteerde kopieerinstellingen worden ook opgeslagen. - Raadpleeg stap 4 van "EEN BESTAND OPSLAAN MET "Snelbestand" (pagina 6-11) voor de procedure van het plaatsen van het origineel. ![](images/ff01c06e7a7d20a0f5833ed6453dbb4bc2b4ad847157fcd1d98575694387911b.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/5ea9d15654077b25cfd75dc383a1a99982ba7a048189a819aa20c131539c5fda.jpg) Als een bestand wordt opgeslagen met de functie "Bestand" zonder dat bestandsinformatie wordt toegekend, worden automatisch de volgende gebruikersnaam en bestandsnaam aan het bestand toegekend. Gebruikersnaam: Gebr. Onbekend Bestandsnaam: Modus\_Maand-Dag-Jaar\_Uur-Minuut-Seconde (Voorbeeld: Kopiëren\_04042010\_112030) Opgeslagen in: Hoofdmap Als gebruikersauthenticatie wordt gebruikt, wordt automatisch de voor het inloggen gebruikte gebruikersnaam geselecteerd. ![](images/1c128677a50c757f262d2e457e58a82cdc72b41d0abb7b64077d5dd545f7de9a.jpg) Om de bewerking Bestand te annuleren... Druk op de toets [Annuleren] in het scherm van stap 3.

BESTANDSINFORMATIE

Dit hoofdstuk biedt uitleg over de instellingen die worden geconfigureerd in stap 3 van de paragraaf "EEN BESTAND OPSLAAN MET "Bestand" (pagina 6-13). Het specificeren van een gebruikersnaam, bestandsnaam, map en een vertrouwelijkheidsstatus vereenvoudigt het beheren en zoeken van een bestand. Als u Vertrouwelijk selecteert en een wachtwoord instelt, kunnen anderen het bestand bovendien niet zonder uw toestemming bekijken.

Een gebruikersnaam specificeren

1 ![](images/75f6d3032e3dba070601639169fce27ffd62fb00931741e216c575059f13b5aa.jpg)

Druk op de toets [Gebruik.Naam].

Als gebruikersauthenticatie wordt gebruikt, wordt automatisch de voor het inloggen gebruikte gebruikersnaam geselecteerd. In dat geval kunt u deze stap overslaan. ![](images/157c168ce0edf6b928ea5232745e4d948a9395376bbc0d11c148dadd892ca531.jpg) De gebruikersnaam moet eerder zijn opgeslagen "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen (beheerder). (B) ![](images/9fcc0ab2641d2609a7de5b097211583723e5b41c97c7f2d774d706ea31958b80.jpg)

Druk op de gewenste gebruikersnaam in de weergegeven lijst met gebruikersnamen.

(1) Selecteer de gebruikersnaam.

U kunt de gebruikersnaam op twee manieren selecteren: (A) Druk op de toets voor de gebruikersnaam. De gekozen gebruikersnaam wordt gemarkeerd. Als u per ongeluk de verkeerde gebruikersnaam hebt geselecteerd, druk dan op de toets met de juiste naam. (B) Druk op de toets In de berichtweergave verschijnt een gebied waar een "Registratienr." [----] kan worden ingevoerd. Voer het "Registratienr." in dat u tijdens de gebruikersregistratie hebt ingesteld. Hierdoor kunt u de gebruikersnaam selecteren.

(2) Druk op [OK].

De gekozen gebruikersnaam wordt geselecteerd en u keert terug naar het scherm van stap 1. De geselecteerde gebruikersnaam verschijnt. 2

Een bestandsnaam toewijzen

U kunt een bestandsnaam aan het bestand toewijzen. ![](images/3eebff775f56627f578f703c5c70b56f3f90b632864e6d309070b5dc1d810cdb.jpg)

Druk op de toets [Bestandsnaam].

Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Voer de bestandsnaam in en druk op [OK]. De bestandsnaam mag maximaal 30 tekens lang zijn.

De map specificeren

1 ![](images/d98df652f55f57ce96eb34112cfc7459b59bb5635ea669ab8393c3a6b431ac96.jpg)

Druk op de toets [Opgeslagen in] .

![](images/91a368a10efd0f2d2dd8dbd13a8930a24f85d3dfe3c40ad51d545d13213eda03.jpg) Wanneer een gebruiker met een ingestelde "Mijn map" wordt geselecteerd, dan wordt "Mijn map" van die gebruiker automatisch geselecteerd. 2 ![](images/98f69b309415ef8de7be68504bcb72f7aea1872c7021e469b8a85cdc729bf9cb.jpg)

Selecteer de map waarin u het bestand wilt opslaan.

(1) Druk op de toets voor de map waar het bestand u wilt opslaan. Als er een wachtwoord is ingesteld voor de map, verschijnt er een wachtwoordinvoerscherm. Voer het wachtwoord van de ingedrukte map in (5 tot 8 cijfers) met de cijfertoetsen en druk [OK]. (2) Druk op [OK].

Een bestand opslaan als vertrouwelijk

U kunt een wachtwoord instellen voor het bestand zodat anderen dit niet kunnen bekijken. Stel een wachtwoord in (5 tot 8 cijfers) met de cijfertoetsen. 1 ![](images/cc98cdc444274e63e018c56ad5c5f2212f2d0b350fa88d4bf8afad9f68018d13.jpg)

Schakel de optie Vertrouwelijk in.

(1) Schakel het selectievakje [Vertrouwelijk] in zodat er een vinkje verschijnt. De vertrouwelijkheidsmodus wordt ingeschakeld en er kan een wachtwoord worden ingevoerd. (2) Druk op de toets [Wachtwoord]. 2 ![](images/3814f220151eb960305808288142a81c9f5f0edacde0c2d0f5f6610d3192efe7.jpg) Voer een wachtwoord (5 tot 8 cijfers) in met de cijfertoetsen en druk op de toets [OK]. Telkens als u een cijfer invoert, verandert "-" in "\*

EEN BESTAND ALLEEN OPSLAAN (Scannen naar schijf)

Scannen naar schijf wordt gebruikt om een gescand document op te slaan in de Hoofdmap of een aangepaste map. Er wordt niets afgedrukt of verzonden.

SCHERM "Scan. naar HDD"

Als u op het tabblad [Scan. naar HDD] van de documentarchiveringsmodus drukt, verschijnt het onderstaande scherm. Druk op de toetsen onderaan om de instellingen voor Scannen naar schijf te selecteren. De huidige instelling van elke toets wordt rechts van de toets weergegeven. ![](images/3b4e709d47f549c5f116e74977817ac537759aad799a924ccda0080653809d11.jpg)

(1) Toets [Bestands-Informatie]

U kunt informatie toevoegen aan een bestand dat door Scannen naar schijf is opgeslagen. De instellingen worden op dezelfde manier geconfigureerd als bestandsinformatie voor "Bestand". BESTANDSINFORMATIE (pagina 6-15)

(2) Toets [Spec. Functies]

Gebruik deze toets om speciale functies te selecteren voor Scannen naar schijf. Scherm met speciale functies voor Scannen naar schijf (pagina 6-21)

(3) Toets [Voorbeeld]

Tik op de toets om de afbeelding te controleren die moet worden opgeslagen voordat Scan. naar HDD wordt uitgevoerd. De afbeelding voor het opslaan controleren (Voorbeeld) (pagina 6-22)

(4) Toets [Origineel]

Druk op deze toets om het scanformaat, opslaggrootte en stand van het origineel in te stellen en selecteer 2-zijdige scaninstellingen. Toets [Origineel] (pagina 6-19)

(5) Toets [Belichting]

Druk op deze toets om de belichting voor het scannen te selecteren.

(6) Toets [Resolutie]

Hiermee selecteert u de resolutie waarin het bestand wordt verzonden. Als "Lang Formaat" is opgegeven, kunt u alleen resolutie-instellingen van 300 X 300 dpi of lager selecteren.

(7) Toets [Kleurmodus]

Gebruik deze toets om de kleurenmodus te selecteren bij het opslaan van een document. Toets [Kleurmodus] (pagina 6-20)

(8) Toets

![](images/33770f6b829d3b1138b2be8faff2459472132f51c63e4d0d55cdf25b112f3479.jpg) Deze toets verschijnt als een speciale functie of 2-zijdig scannen wordt geselecteerd. Druk op deze toets om de geselecteerde speciale functies weer te geven.

Toets [Origineel]

Als op de toets [Origineel] wordt gedrukt, verschijnt het volgende scherm. Dit scherm wordt gebruikt om het formaat van het origineel de wijzigen en de scaninstellingen voor 2-zijdige originelen te selecteren. (wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is) ![](images/823428edaa05b305af9b2fbc7767f29c9205da1a8d82fb7d1494cd5c9335512e.jpg) (1) Druk op de toets [Scanformaat]. Als het origineel een afwijkend formaat heeft dat niet kan worden herkend door de automatische formaatdetectie, druk dan op de toets [Scanformaat] en specificeer het formaat van het origineel. (2) Druk op de toets [Opslagformaat]. Als u het bestand wilt opslaan met een ander formaat dan dat van het origineel, druk dan op de toets [Opslagformaat] en wijzig het opslagformaat. (3) Druk op de juiste toets voor de afdrukstand. Wijst de bovenrand van het origineel naar boven, druk dan op de toets 📄. Wijst de bovenrand van het origineel naar links, druk dan op de toets 📄 Als het origineel 2-zijdig is, druk dan op de toets [2-Zijdig Boekje] of de toets [2-Zijdig Schr.Blok], welke van toepassing is. (4) Druk op [OK]. De instellingen worden opgeslagen en u keert terug naar het scherm voor Scannen naar schijf.

Toets [Belichting]

Als u de belichting wilt aanpassen, drukt u op de toets [Belichting]. Selecteer een geschikte belichtingsfunctie voor het origineel en druk op de toets of om het belichtingsniveau aan te passen. Druk vervolgens op [OK]. ![](images/cd95b05608ccd74b20750d91a1ec6bb0686515fdb699e42e1f21132ddf30c63c.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Belichting"] --> B["Scan to see ID/IsLichting"]
    B --> C["OK"]
    D["Type Original Beeld"] --> E["Tekat"]
    D --> F["Afged.Rukre Foto"]
    D --> G["Foto"]
    D --> H["Map"]
    I["Maine-Reductie"] --> J["(1)(A)(2)"]
(1) Selecteer het juiste origineeltypes voor het origineel dat moet worden gescand. (2) Selecteer [Auto] of [Handmatig]. Als u [Handmatig] hebt geselecteerd, druk dan op de toets of om de belichting aan te passen. (Voor een donkerdere afbeelding drukt u op de toets. Voor een lichtere afbeelding drukt u op de toets.) Als de belichting staat ingesteld op [Auto], kunnen de toetsen niet worden gebruikt. (A): Moirè-Reductie Druk op het selectievakje [Moiré-Reductie] zodat er een vinkje √ verschijnt om het optreden van het moiré-effect te verminderen bij het scannen van drukwerk. (3) Druk op [OK]. De instellingen worden opgeslagen en u keert terug naar het scherm voor Scannen naar schijf.

Toets [Kleurmodus]

Druk op de toets [Kleurmodus] om het instelscherm voor de kleurenmodus voor Scannen naar schijf te openen. ![](images/fafb9981a4b36e408dd64eb493f786c18fe330cf08fbd7d183a293f8c843978e.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Kleurmodus"] --> B["Opslagindeling van Mone2"]
    B --> C["Hogocapacircuitsmodus"]
    C --> D["Stuur Allowed Node"]
De volgende instellingen kunnen worden geselecteerd voor de scankleur wanneer op de [START]-toets wordt gedrukt.
Modus Scanmethode
MeerkleurenHet origineel wordt gescand in kleur. Deze modus is ideaal voor originelen in kleur, zoals catalogi.Zelfs als het origineel zwart-wit is, wordt dit gescand als een origineel in kleur.
GrijstintenDe kleuren in het origineel worden gescand in zwart-wit in gradaties van grijs (grijsschaal).
MonoDe kleuren van het origineel worden gescand in zwart of wit. Deze modus is ideaal voor originelen met alleen tekst.[Hogecapaciteitsmodus] of [Stuur Allowed Mode] kunnen als opslagformaat voor Mono worden geselecteerd.Hogecapaciteitsmodus: Als deze modus wordt geselecteerd, kan het opgeslagen bestand niet worden verzonden.Stuur Allowed Mode: Als deze modus wordt geselecteerd, kan het opgeslagen bestand worden verzonden.
Als u klaar bent met het selecteren van de modus, drukt u op [OK].

Scherm met speciale functies voor Scannen naar schijf

Als u op de toets [Spec. Functies] drukt, verschijnt het onderstaande scherm. Zie voor meer informatie over elke instelling "SPECIALE FUNCTIES" (pagina 5-71) in "5. SCANNER / INTERNETFAX". ![](images/8871755d75be8e51bd6f31dd9ea8b8e53df3a017b55f50bd1ced72b7854c35b1.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Spec. Functions"] --> B["(2)(1) (3)"]
    B --> C["Scan near HD/Spec. Functions"]
    C --> D["OK"]
    B --> E["Missen Xaat"]
    B --> F["Quibele Py Scannex"]
    B --> G["Oydraent Sarenstel."]
    B --> H["Original gen form."]
    B --> I["Languene scannodus"]
    B --> J["Annal orig."]
    J --> K["(6)(5)(4) (7)"]

(1) Toets [Wissen]

Met de wisfunctie kunt u schaduwstrepen op gemaakte afbeeldingen wissen die optreden bij het scannen van dikke originelen of boeken op de glasplaat.

(2) Toets [Dubbele Pg Scannen]

De linker- en rechterzijde van een origineel kunnen als twee afzonderlijke pagina's worden gescand. Deze functie is handig als u elke pagina van een boek of ander ingebonden document opeenvolgend wilt scannen.

(3) Toets [Kaart Formaat]

Met deze functie kunt u de voor- en achterkant van een kaart opslaan als een enkele pagina.

(4) Toets [Opdracht Samenstel.]

Met deze functie kunt u een origineel dat uit een groot aantal pagina's bestaat opsplitsen in sets, elke set scannen met behulp van de automatische documentinvoer en alle pagina's opslaan als één enkel bestand. Gebruik deze functie wanneer er meer orineelpagina's zijn dan in een keer in de automatische documentinvoereenheid kunnen worden geplaatst.

(5) Toets [Aantal orig.]

Wanneer u de automatische documentinvoer gebruikt om een origineel te scannen, kunt u controleren of het juiste aantal pagina's is gescand voordat u het document opslaat.

(6) Toets [Origineel gem. form.]

Met deze functie kunt u originelen van verschillend formaat tegelijkertijd scannen, bijvoorbeeld B4-formaat (8-1/2" x 14") originelen gemixt met A3-formaat (11" x 17") originelen. Bij het scannen van de originelen herkent de machine automatisch het formaat van elk origineel. U kunt originelen van gemixte breedten en formaten scannen: (A3 en B4, A3 en B5, A4 en B4, A4 en B5, B4 en A4R, B4 en A5, B5 en A4R, B5 en A5 (11" x 17" en 8-1/2" x 14", 11" x 17" en 8-1/2" x 13", 11" x 17" en 5-1/2" x 8-1/2"))).

(7) Toets [Langzame scanmodus]

Druk op deze toets wanneer u dunne originelen wilt scannen met behulp van de automatische documentinvoerlade. Deze functie helpt voorkomen dat dunne originelen in het apparaat vastlopen.

De afbeelding voor het opslaan controleren (Voorbeeld)

Als u op de toets [Voorbeeld] tikt en dan Scan. naar HDD start, verschijnt het onderstaande scherm. Voordat de gescande gegevens worden opgeslagen, kunt u een voorbeeld van de gescande afbeelding controleren en naar het instelscherm Scan. naar HDD terugkeren om instellingen te wijzigen. ![](images/7162c8c05c3ec5717f6caeec32542b4d166d9764068f1c9b682ed315df1022d4.jpg) (2) (4)(1) (3) (5) (6) (7)

(1) Voorvertoning

Hier wordt een afbeelding van het geselecteerde bestand weergegeven. Als de afbeelding is afgesneden, verschuif het beeld dan met de schuifbalken rechts en onderaan het scherm. Ga op een balk staan en schuif deze om te verplaatsen. (Het is ook mogelijk om met de toetsen te verschuiven.)

(2) Paginawijzigingstoetsen

Als er meerdere pagina's zijn, wijzigt u met deze toetsen van pagina. \- Toetsen: KGa Haar de eerste of laatste pagina. \- Toetsen : Ga naar de vorige of volgende pagina. \- Weergave paginanummer: Dit toont het totaal aantal pagina's en het huidige paginanummer. Druk op de toets voor het huidige paginanummer en voer met de cijfertoetsen een getal in om naar dat paginanummer te gaan.

(3) Toets "Weergave draaien"

Hiermee draait de afbeelding 90 graden naar rechts of links. De rotatie wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(4) Toets [Start opslaan]

Hiermee wordt Scan. naar HDD gestart.

(5) Zoomweergavetoets

Hiermee stelt u de zoomfactor van de weergegeven afbeelding in. Wijzigt vanaf links in de volgorde "Volledig", "Tweemaal", "4 maal", "8 maal". De instelling wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina.

(6) Toets [Functieoverz.]

Hiermee controleert u de instellingen voor speciale functies en origineel.

(7) Toets [Reset]

Met deze toets kunt u wijzigingen in de instellingen aanbrengen na het controleren van een afbeelding of instelling. U keert terug naar het instelscherm. ![](images/d36f6fe84c4da5bc0a12773f91c16894bf29e5007cc02e761bb2eacd4c9564fa.jpg) \- Een voorvertoonde afbeelding is een afdrukvoorbeeld op het aanraakscherm. Hangt af van het werkelijke opslagresultaat. \- Afhankelijk van het formaat van de afbeelding, kan een deel van de afbeelding worden afgesneden in het voorbeeldscherm op het aanraakscherm.

"Scannen naar schijf" UITVOEREN

1

![](images/0d95eaf62cb505c965cf5b707404c49d2dbc453c5da258854841a7a4c543da8b.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a paper airplane being inserted, showing front and side views (no text or symbols)

Plaats het origineel.

Leg het origineel met de bedrukte zijde omhoog in de invoerlade of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.

2

![](images/f56ad982e928cac81c5e756cd023d2768c671e725f7f69fe35ad77f874da4e9d.jpg) Schakel over naar de documentarchiveringsmodus en selecteer de instellingen voor Scannen naar schijf. (1) Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING]. (2) Druk op het tabblad [Scan. naar HDD]. Als u geen instellingen wilt selecteren, gaat u verder met stap 3. (3) Selecteer origineelformaat, belichting, compressiefactor, kleurmodus en speciale functies. Zie "SCHERM "Scan. naar HDD" (pagina 6-18). (4) Druk op de toets [Bestands-Informatie]. De instellingen zijn gelijk aan die voor "Bestand". Zie "BESTANDSINFORMATIE" (pagina 6-15). ![](images/371c05a94ac449f808c9accb97958692498a5e4ec6ab390f35d53e1da2aec154.jpg) Als het origineel 2-zijdig is, vergeet dan niet om de toets [Origineel] te kiezen en vervolgens op de toets [2-Zijdig Boekje] of [2-Zijdig Schrijfblok] te drukken.

3

Druk op de toets [START].

Het scannen begint. Raadpleeg stap 4 van "EEN BESTAND OPSLAAN MET "Snelbestand" (pagina 6-11) voor de procedure van het plaatsen van het origineel. Als Voorbeeld is ingeschakeld, verschijnt het voorbeeldscherm. De afbeelding voor het opslaan controleren (Voorbeeld) (pagina 6-22) Er klinkt een geluidssignaal om aan te geven dat Scannen naar schijf is voltooid. ![](images/d1cd4976e5c47845c6e64cbfc1e1e02e61fa66f2018a711285ac08fe2958c12d.jpg) Om het scannen te annuleren... Druk op de toets [STOP] (∅) ![](images/a60d3adfb8743a7224049f8e03fe3ef44933b79b7d667887ac4c9751710ecc34.jpg) Als Scannen naar schijf wordt uitgevoerd zonder dat bestandsinformatie wordt toegekend, worden automatisch de volgende gebruikersnaam en bestandsnaam aan het bestand toegekend. Gebruikersnaam: Gebr. Onbekend Bestandsnaam: Modus\_Maand-Dag-Jaar\_Uur-Minuut-Seconde (Voorbeeld: HDD\_04042010\_112030) Opgeslagen in: Hoofdmap Als gebruikersauthenticatie wordt gebruikt, wordt automatisch de voor het inloggen gebruikte gebruikersnaam geselecteerd.

OPGESLAGEN BESTANDEN GEBRUIKEN

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u bestanden die u met de documentarchiveringsfunctie hebt opgeslagen kunt ophalen en afdrukken of verzenden.

PROCEDURE VOOR HET GEBRUIKEN VAN EEN OPGESLAGEN BESTAND

Deze sectie legt de basisprocedure uit voor het oproepen en gebruiken van een bestand. De schermen en procedures kunnen variëren afhankelijk van of gebruikersauthenticatie is ingeschakeld. Raadpleeg de procedure die betrekking heeft op uw situatie. Zie voor meer informatie over gebruikersauthenticatie "GEBRUIKERSAUTHENTICATIE" (pagina 1-17) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". Zie voor informatie over het instellen van gebruikersauthenticatie en het opslaan van gebruikersnamen "Gebruikers-bediening" (pagina 7-47) in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN". ![](images/48f6bd58ba279838c333fe281cbe418da9cacd33278fe9df1b615b21072d0bda.jpg) Bestanden die zijn opgeslagen met documentarchivering kunnen ook worden opgeroepen en gebruikt vanuit de webpagina's. Klik op [Documenthandelingen] en vervolgens op [Document Archiveren] in het webpaginamenu en selecteer de map die het bestand bevat dat u wilt gebruiken. U kunt ook een voorbeeld van een opgeslagen bestand bekijken in de webpagina's.

Wijzig de modus.

![](images/34cc15a2daed82d44605ad9e71d56acd5128b96c787def01a21e0179c5ad2f11.jpg) Schakel over naar de modus documentarchivering. BASISSCHERM VAN DE DOCUMENTARCHIVERINGSMODUS (pagina 6-10) ![](images/3a394b4c91b9a32ed2333b4dd9c1f65c5b92998e8ef6971d823effddc39392cb.jpg)

Selecteer het bestand dat u wilt oproepen.

![](images/e7d03c98fa537e3ad714ade84577d5f3f6e066e3187bc005ea05affd7aa21978.jpg) - Selecteer de map in het mapselectiescherm. Wanneer u de map heeft geselecteerd, verschijnen de bestanden in de map. Selecteer het bestand dat u wilt oproepen. - Voor de selectie van bestanden kunnen er miniatuurafbeeldingen van worden weergegeven. BESTANDSSELECTIESCHERM (pagina 6-27) EEN BESTAND SELECTEREN (pagina 6-29) \- De zoekfunctie kan worden gebruikt om een bestand op te roepen. EEN OPGESLAGEN BESTAND ZOEKEN (pagina 6-47) ![](images/2d29091e374e85413c6aa234bc89ceb6a9517af26c315a9b50e1a6ace873e72b.jpg)

Selecteer de handeling.

![](images/e4a6091f24dc75516315ad7e7fd88ba9a594a612703ae0fe7c5345884b8fe067.jpg) Selecteer de gewenste handeling en configuratieinstellingen. SCHERM TAAKINSTELLINGEN (pagina 6-30) EEN OPGESLAGEN BESTAND AFDRUKKEN (pagina 6-31) EEN OPGESLAGEN BESTAND VERZENDEN (pagina 6-37) EIGENSCHAPPEN VAN OPGESLAGEN BESTANDEN (pagina 6-39) EEN OPGESLAGEN BESTAND VERPLAATSEN (pagina 6-41) EEN OPGESLAGEN BESTAND VERWIJDEREN (pagina 6-43) DE AFBEELDING VAN EEN OPGESLAGEN BESTAND CONTROLEREN (pagina 6-44)

MAP- EN BESTANDSSELECTIESCHERMEN

Om een opgeslagen bestand te gebruiken met documentarchivering, moeten de map- en bestandsnaam worden geselecteerd. Hieronder vindt u uitleg over het mapselectiescherm en het bestandsselectiescherm.

MAPSELECTIESCHERM

Het scherm wijkt iets af wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld op het apparaat.

Als gebruikersauthenticatie niet is ingeschakeld Als gebruikersauthenticatie is ingeschakeld

![](images/24c6f2657549d45990a0344a9b175a842e76f00d9fdf168509dcf4b1028a251b.jpg)

(1) Toets [Hoofdmap]

Druk op deze toets om een bestand op te roepen uit de Hoofdmap. De bestanden in de Hoofdmap verschijnen.

(2) Toetsen Aangepaste map

De aangepaste mappen die zijn gemaakt onder "Beheer Documentarchivering" (pagina 7-26) in de systeeminstellingen worden weergegeven. Druk op een toets om alle bestanden in die map weer te geven. Als een wachtwoord is ingesteld voor een aangepaste map, verschijnt een wachtwoordinvoerscherm wanneer u op de map drukt. Hierin kan het wachtwoord worden ingevoerd.

(3) Toets [Snelmap]

Druk op deze toets om een bestand op te halen uit de Snelmap. De bestanden in de Snelmap verschijnen. EEN BESTAND OPSLAAN MET "Snelbestand" (pagina 6-11) ![](images/b58c4b52ade1426b09753dbcba3a0825943e14b7129281e62fb88085c9080933.jpg)

(4) Indextabs

Alle mappen verschijnen op het tabblad [Alle Mappen]. Druk op een tab om de aangepaste mappen weer te geven waarvan de eerste letters (die zijn ingesteld in "Documentarch. Beheer" in de systeeminstellingen) overeenkomen met de letters op de tab.

(5) Toets [Mijn map]

Deze toets verschijnt wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld. Druk op de toets om het bestandsselectiescherm voor "Mijn map" weer te geven.

BESTANDSSELECTIESCHERM

Hieronder wordt uitleg gegeven over het bestandsselectiescherm voor de Snelmap, Hoofdmap en aangepaste mappen. Het bestandsselectiescherm kan worden weergegeven in de indeling "Lijstscherm" en "Miniatuurscherm". (Zie onderstaand punt "(5) Toets [Weergave wijzigen]" voor het selecteren van de indeling.) In dit hoofdstuk wordt aangenomen dat de indeling "Lijstscherm" is geselecteerd. ![](images/44feb2ea0b0647c241386d3a130f9c1aa6bc58ebf03da04d88cff47ad5461200.jpg)

(1) Bestandstoetsen

De opgeslagen bestanden worden weergegeven. Elke bestandstoets bevat een pictogram dat aangeeft in welke modus het bestand werd opgeslagen, de bestandsnaam, de gebruikersnaam en de datum waarop het bestand werd opgeslagen. Als u op een bestandstoets drukt, verschijnt het scherm opdrachtinstellingen.

Opdrachtpictogrammen

[BYAX]Kopiëren[78XX] _Verzending Internetfax Dir. SMTP transmission[6422] _Afdrukken
[HWIC4]Faxverzending[40H7]Scannen naar E-mail[C36C] _Scannen naar schijf
[848Z] _Scannen naar FTP[1C7Y] _Scannen naar desktop[1719] _Scannen naar netwerkmap
SHARP MX-M452N - Opdrachtpictogrammen - 1 _PC-Fax verzending[105S] _Verzending PC-I-Fax

Miniatuurscherm

De eerste pagina van miniatuurafbeeldingen van opgeslagen bestanden wordt weergegeven. ![](images/fcf08a7996b7ab67de3f17346e28ac31c4ff3572449285d1062c2b616a1cd586.jpg) Het pictogram Vertrouwelijk ( )verschijnt in plaats van de miniatuurafbeelding voor bestanden die als vertrouwelijk zijn opgeslagen.

(2) Toets [Bestandsnaam], toets [Gebr. Naam], toets [Datum]

Gebruik deze toetsen om de weergavevolgorde van de bestandstoetsen te wijzigen. Als u op een van de toetsen drukt, verschijnt af inde toets. \- Als perschijnt in de toets [Bestandsnaam] of [Gebr. Naam], worden de bestanden op bestandsnaam of gebruikersnaam weergegeven in oplopende volgorde. Als perschijnt in de toets [Datum] worden de bestanden in datumvolgorde weergegeven, met het oudste bestand bovenaan. \- Als verschijnt in de toets [Bestandsnaam] of [Gebr. Naam], worden de bestanden op bestandsnaam of gebruikersnaam weergegeven in aflopende volgorde. Als verschijnt in de toets [Datum] worden de bestanden in datumvolgorde weergegeven, met het nieuwste bestand bovenaan.

(3) Toets [Vorige]

Druk op deze toets om terug te gaan naar het basisscherm van de documentarchiveringsmodus. MAPSELECTIESCHERM (pagina 6-26)

(4) Toets [Pagina]

Als er meerdere pagina's zijn, kunt u op deze toets drukken om het nummer in te voeren van een pagina die u wilt weergeven. Als u op de toets drukt, verschijnt een invoerscherm voor het paginanummer. Voer het gewenste paginanummer (4 cijfers) in met de cijfertoetsen. Als u bijvoorbeeld pagina 3 wilt weergeven, voert u "0003" in.

(5) Toets [Weergave wijzigen]

De weergegeven bestandstoetsen kunnen per opdrachtsoort worden gewijzigd en weergegeven als miniatuurafbeeldingen. Het huidige geselecteerde opdrachttype verschijnt rechts van de toets [Weergave wijzigen]. Aanvankelijk is [Alle Bestanden] geselecteerd. Als u op de toets [Weergave wijzigen] drukt, verschijnt het onderstaande scherm. ![](images/acc31a000fdd0a1760b59b9734eabef9a31a77ac23137451aaf092af406c078b.jpg) Als u alleen de bestandstoetsen voor een bepaald opdrachttype wilt weergeven, selecteert u het opdrachttype in de opdrachttypeweergave bovenin het scherm. Druk op de toets [Miniatuur] om miniatuurafbeeldingen van de bestanden weer te geven. Om over te schakelen van het miniatuurscherm naar het lijstscherm, drukt u op de toets [Lijst]. Druk op [OK] als u klaar bent.

(6) Toets [Multi-afdruk]

Druk op deze toets om meerdere bestanden in een map te selecteren om af te drukken. MULTI-FILE PRINTEN (pagina 6-33)

(7) Sorteervolgorde / Opties tonen

Dit kan in het miniatuurscherm worden gebruikt. De weergavevolgorde van de bestandsminiaturen kan bij "Sorteervolgorde" worden gewijzigd. Selecteer "Datum", "Datum", "Bestandsnaam", "Bestandsnaam ▼"Gebruik.Naam of "Gebruik.Naam ▼". Het aantal weergegeven bestandsminiaturen kan bij "Opties tonen" worden gewijzigd. Selecteer twee of acht miniaturen.

EEN BESTAND SELECTEREN

Dit gedeelte legt uit hoe u het bestand dat u wilt gebruiken kunt selecteren. ![](images/35f3b2fb20d5f3ec99db14247662bf647264d73948776a6b41524c0b81e7fbe6.jpg)

Selecteer de map die het bestand bevat dat u wilt gebruiken.

(1) Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING].

Het mapselectiescherm verschijnt. Als er een ander tabblad verschijnt, druk dan op het tabblad [Best. ophalen]. Wanneer de gebruikersauthenticatie is ingeschakeld en "Mijn map" is geconfigureerd in "Gebruikerslijst" in de systeeminstellingen, wordt de aangepaste map opgegeven als "Mijn map" wordt geopend. Druk op de toets [Vorige] om het mapselectiescherm te openen.

(2) Druk op de toets van de map waarin het gewenste bestand zich bevindt.

Als er een wachtwoord is ingesteld voor de geselecteerde map, verschijnt een wachtwoordinvoerscherm. Voer het wachtwoord (5 tot 8 cijfers) in met de cijfertoetsen en druk op [OK]. ![](images/d08788dfbd00eee8f0ed2769e3e3254969a5c00f50d8e2260d0c488c7409053a.jpg)

Druk op de toets voor het gewenste bestand.

Als er een wachtwoord is ingesteld voor de geselecteerde map, verschijnt een wachtwoordinvoerscherm. Voer het wachtwoord (5 tot 8 cijfers) in met de cijfertoetsen en druk op [OK]. ![](images/9bde7e1db149c65229b5c6755c6de85b4e8cb94f6efca9b1359477e511c35161.jpg) - Druk op de toets [Weergave wijzigen] om de toetsen van een bepaalde modus zoals de kopieer- of scanmodus weer te geven, of om miniatuurafbeeldingen van de bestanden weer te geven. Met de toets [Weergave wijzigen] kunt u snel een bestand vinden. - U kunt op de toets [Bestandsnaam], de toets [Gebr. Naam] of de toets [Datum] drukken om de weergavevolgorde van de bestanden te wijzigen. - Druk op de toets [Multi-afdruk] om meerdere bestanden in een map te selecteren om af te drukken. MULTI-FILE PRINTEN (pagina 6-33) - Als "Display only the Files of Logged-in Users" is ingeschakeld bij Systeeminstellingen (Beheerder): Lijst van autoriteitsgroepen (Document Archivering), dan worden alleen de bestanden weergegeven die zijn opgeslagen door de gebruiker die op dat moment is aangemeld.

SCHERM TAAKINSTELLINGEN

Als u op de toets voor een bestand drukt, verschijnt het volgende scherm. Druk op de toets voor de bewerking die u wilt uitvoeren en selecteer de gewenste instellingen. ![](images/0db254e388531eafdeb22931333b0122940e6d8bbcf4401674fa6295a83e07c6.jpg) ![](images/0111903e107a82e2e7b3190727a8076870a26ac6bd421b9c7cc84578c0d11ee3.jpg) ![](images/ecbba25dfe15b7522a3aca0a60f0a0b0d92698ada6512f300aba490c058c2169.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Teakinstellingen"] --> B["Selecter de taak"]
    B --> C["Aidrukken vortaken zeeldcontrol"]
    B --> D["Verplaatsen Visien Details"]
    C --> E["Eigensch. Visigen"]
    D --> F["(3)"]
    E --> G["(4)"]
    E --> H["(5)"]
    E --> I["(6)"]
    E --> J["(7)"]
    E --> K["(8)"]
    E --> L["(9)"]
    M["Annulera"] --> N["(1)"]

(1) Bestandsweergave

Druk op deze toets om informatie weer te geven over het geselecteerde bestand (opdrachtpictogram, bestandsnaam, gebruikersnaam, opslagformaat en kleurenmodus).

(2) Toets [Annuleren]

Druk op deze toets om de bewerking te annuleren en terug te gaan naar het bestandsselectiescherm.

(3) Toets [Afdrukken]

Druk op deze toets om het geselecteerde bestand af te drukken. EEN OPGESLAGEN BESTAND AFDRUKKEN (pagina 6-31)

(4) Toets [Verplaatsen]

Gebruik deze procedure om de bestandslocatie te wijzigen (een bestand naar een andere map verplaatsen). EEN OPGESLAGEN BESTAND VERPLAATSEN (pagina 6-41)

(5) Toets [Verzenden]

Dit wordt gebruikt om een opgeslagen bestand per fax, internetfax, scanverzending of andere methode te verzenden. EEN OPGESLAGEN BESTAND VERZENDEN (pagina 6-37)

(6) [Wissen]-toets

Druk op deze toets om een bestand te verwijderen dat niet langer nodig is. EEN OPGESLAGEN BESTAND VERWIJDEREN (pagina 6-43)

(7) Toets [Eigensch. Wijzigen]

Gebruik deze toets om de eigenschappen ("Delen", "Beveiligen" of "Vertrouwelijk") van een opgeslagen bestand te wijzigen. EIGENSCHAPPEN VAN OPGESLAGEN BESTANDEN (pagina 6-39)

(8) Toets [Beeldcontrole]

Er verschijnt een afbeelding van het opgeslagen bestand. DE AFBEELDING VAN EEN OPGESLAGEN BESTAND CONTROLEREN (pagina 6-44)

(9) Toets [Details]

Druk op deze toets om uitgebreide informatie over het geselecteerde bestand weer te geven. Als u op deze toets drukt, verschijnt het volgende scherm. ![](images/c1b84d3e2ef9f554164429aa6af6450393c2bb2180b21ac894a797b894b613e6.jpg) Als u de bestandsnaam wilt wijzigen, drukt u op de toets [Bestandsnaam] in dit scherm. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Voer de gewenste bestandsnaam in. De toets verschijnt als u een speciale functie selecteert. Druk op de toets om het bevestigingsscherm van de speciale functies te openen.

EEN OPGESLAGEN BESTAND AFDRUKKEN

Een bestand dat is opgeslagen met de documentarchiveringsfunctie kan wanneer gewenst worden opgehaald en afgedrukt. De instellingen die werden gebruikt toen het bestand werd opgeslagen zijn ook opgeslagen, zodat het bestand opnieuw kan worden afgedrukt met dezelfde instellingen. U kunt het bestand ook aanpassen door de afdrukinstellingen te wijzigen voordat u het afdrukt. Volg de onderstaande stappen nadat u het gewenste bestand heeft geselecteerd. EEN BESTAND SELECTEREN (pagina 6-29) 1 ![](images/bcf5f4b9ef2c011395e1ef33929715ed8d536f988236b8bf60dadf3b0583e559.jpg) Druk op de toets [Afdrukken]. 2 ![](images/005f062153b808125c9ccf78197b14e05b7d7ae701a18ffa98f253f1ecce6e55.jpg)

Druk op de toets [Gegevens afdrk. en verwijderen] of de toets [Gegevens afdrukken en opslaan].

Als u op de toets [Gegevens afdrk. en verwijderen] drukt, worden de bestanden na het afdrukken automatisch verwijderd. Als u op de toets [Gegevens afdrukken en opslaan] drukt, worden de bestanden na het afdrukken opgeslagen. U kunt ook uitvoerinstellingen, 2-zijdig afdrukken, speciale functies, het aantal kopieën en andere instellingen selecteren. Zie voor meer informatie "SCHERM AFDRUKINSTELLINGEN" (pagina 6-32). ![](images/5d2975c37eb8e0d031103d6f11c96bcba68b681248da0745a40a5e6c9d9380a2.jpg) - Als een document van groot formaat wordt opgeslagen vanuit Scannen naar schijf of de scanmodus, dan kan het bestand niet worden afgedrukt. Een bestand dat is opgeslagen vanuit scanmodus met bestemmingen voor faxmodus of modus Internetfax in een distributieverzending kunnen wel worden afgedrukt. - Als de afdrukinstellingen gewijzigd zijn wanneer een opgeslagen bestand is afgedrukt, is het aantal kopieën de enige instelling die kan worden opgeslagen. - De afdruksnelheid kan iets lager zijn afhankelijk van de resolutie en belichtingsinstellingen van het opgeslagen bestand.

SCHERM AFDRUKINSTELLINGEN

![](images/8254ed61daaff7ab5eab59b48e673f7167d12e5b756909aaeec2a8483379f63a.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Taskinstelling / Afdrukken"] --> B["File-Cl Name 1 A4"]
    B --> C["Z/M"]
    D["Paper-format Auto"] --> E["Auto"]
    F["Uitvoer"] --> G["Z-Vijzig"]
    H["Spec. Function"] --> I["Spec. Function"]
    J["Rental afdrukken"] --> K["1"]
    L["Gegevens afdrukken en verwijderen"] --> M["Gegevens afdrukken en opslaan"]
    N["(5)"] --> O["(6)"]
    P["(7)"] --> Q["(7)"]

(1) Toets [Papierformaat]

Gebruik deze toets om het papierformaat in te stellen.

(2) Toets [Uitvoer]

Gebruik deze toets om Sorteren, Groep of Nietsorteren te selecteren en om de uitvoerlade te selecteren.

(3) Toets [2-Zijdig]

Gebruik deze toets om de richting van de afbeelding op de achterzijde van het papier te selecteren voor 2-zijdig afdrukken. Druk op de toets [2-Zijdig Boekje] om de afbeelding aan de voor- en achterzijde in dezelfde richting te plaatsen. Druk op de toets [2-Zijdig Schr.Blok] om de afbeelding aan de voor- en achterzijde in de tegenovergestelde richting te plaatsen. Let erop dat deze toetsen door het formaat en de richting van de opgeslagen afbeelding een tegenovergesteld effect kunnen opleveren. Als geen van deze toetsen wordt geselecteerd (geen van beide toetsen wordt gemarkeerd), wordt 1-zijdig afgedrukt.

(4) Toets [Spec. Functies]

Druk op deze toets om "Kantlijn Verschuiving", "Opmaak Pamflet", "2in1/4in1", "Tandemafdr." of "Stempel" te selecteren. Deze toets verschijnt niet als het bestand werd opgeslagen vanuit de afdrukmodus.

(5) Toets

![](images/d868edc90d31c18bae4f2704eca26ebfb862c0ef37cdc74ba06840014442f513.jpg) Gebruik deze toetsen om het aantal kopieën in te stellen. Het aantal kopieën kan ook direct worden geselecteerd door op de cijferweergave te drukken en het aantal met de cijfertoetsen te wijzigen.

(6) Toets [Gegevens afdrk. en verwijderen]

Het afdrukken begint zodra op deze toets wordt gedrukt. Als het afdrukken is voltooid, wordt het bestand automatisch verwijderd.

(7) Toets [Gegevens afdrukken en opslaan]

Het afdrukken begint zodra op deze toets wordt gedrukt. Het bestand wordt na het afdrukken niet verwijderd.

MULTI-FILE PRINTEN

Er kunnen meerdere bestanden in een map worden geselecteerd om af te drukken. ![](images/9691ccf30ac22e8e25fb4e20995906c05fba020d97cc18cd696516b1880e6ca6.jpg)

Druk op de toets [Multi-afdruk].

Druk op de toets [Weergave wijzigen] om bestanden van een bepaald opdrachttype te selecteren, selecteer het opdrachttype op het scherm dat verschijnt en druk op [OK]. Druk op de toets [Weergave wijzigen] om alleen bestanden van een geselecteerd opdrachttype te tonen. ![](images/1888a13c55ea76e62e5b3097e187b9e4f74d8b75f681a9cf61ed4ea944dcca91.jpg)

Selecteer de toetsen van de mappen die u wilt afdrukken.

Druk op de toetsen van de mappen die u wilt afdrukken. Toetsen waarop is gedrukt worden gemarkeerd om aan te geven dat ze geselecteerd zijn. Druk op een gemarkeerde toets om de selectie van een bestand te annuleren. De toets wordt nu niet meer gemarkeerd. Druk op de toets [Alles select.] om alle weergegeven bestanden, behalve de vertrouwelijke bestanden weer te geven. Met de toets [Batchafdruk] worden alle bestanden van een bepaalde gebruiker in een map of alle bestanden met hetzelfde wachtwoord in een map afgedrukt. Zie voor meer informatie "Afdrukken in batches" (pagina 6-35). ![](images/d6f46c5c667e7c49bfb741d02b3da8641d51ad27413a2c8250780263ce38ebd5.jpg) - Multi-file printen van vertrouwelijke bestanden is niet mogelijk. - Een bestand uit de momenteel geselecteerde map kan niet tegelijkertijd worden geselecteerd met een bestand uit een andere map. - Als het opdrachttype wordt gewijzigd met de toets [Weergave wijzigen] of het scherm wordt gewijzigd met de toets [Vorige] tijdens het selecteren van een bestand, wordt de selectie van het bestand geannuleerd. - Wanneer wordt gedrukt op de toets [Alles select.], wijzigt deze in de toets [Alles annuleren]. Druk op de toets [Alles annuleren] om de bestanden die werden geselecteerd met de toets [Alles select.] te annuleren. - Wanneer alle bestanden worden geselecteerd zonder de toets [Alles select.], zal de toets niet wijzigen in de toets [Alles annuleren]. Wanneer alle bestanden worden geannuleerd zonder de toets [Alles annuleren], blijft de toets [Alles annuleren] ongewijzigd. ![](images/82915dd2ac5469ff356a9d539fbff8cd42186165aa318cebb1e087061922ba6e.jpg)

Druk op de toets [OK].

Het geselecteerde bestand wordt ingevoerd en het scherm wijzigt in het afdrukscherm. ![](images/9dc75a32afba6026b3eb3240fc2c12e259e71b19906b9a374e69fd3acd0836e1.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Annuileren"] --> B["Annal gekozen files:: 5"]
    B --> C["Annal afdrukken (1=999)"]
    C --> D["Gegevens afdruk en verwijderen"]
    C --> E["Gegevens afdruk en opelaan"]
    F["Gebruik het aantal vooral ingestelde afdrukken per opdracht."] --> C

Een geselecteerd bestand afdrukken.

Het aantal geselecteerde bestanden verschijnt in de weergave aantal geselecteerde bestanden. Als u het aantal kopieën wilt gebruiken dat bij het bestand is opgeslagen, ga dan naar stap (3). (1) Druk op het selectievakje [Gebruik het aantal vooraf ingestelde afdrukken per opdracht] zodat dit niet is ingeschakeld (☐). (2) Stel het aantal kopieën in met de toetsen ▼ ▲. Door direct op de cijferweergave te drukken kunt u het aantal ook met de cijfertoetsen wijzigen. (3) Druk op de toets [Gegevens afdrk. en verwijderen] of de toets [Gegevens afdrukken en opslaan]. Als u op de toets [Gegevens afdrk. en verwijderen] drukt, worden de bestanden na het afdrukken automatisch verwijderd. Als u op de toets [Gegevens afdrukken en opslaan] drukt, worden de bestanden na het afdrukken opgeslagen.

Afdrukken in batches

Alle bestanden in een map met dezelfde gebruikersnaam en hetzelfde wachtwoord kunnen tegelijk worden afgedrukt. Wanneer op de toets [Batchafdruk] wordt gedrukt, verandert deze in de toets [Batchafdruk]. 1 ![](images/66fbffbbac83298b8bedbac4cffca88974a5b115292d8df1bf5f98f63ad7e0ac.jpg) Druk op de toets [Batchafdruk]. 2 ![](images/faed34aa7b024daf4a305791bf9ed13e3ef46bec75989d02d2ed0ae1a863f6c1.jpg)

Druk op de toets [Gebruik.Naam].

Als gebruikersauthenticatie wordt gebruikt, wordt automatisch de voor het inloggen gebruikte gebruikersnaam geselecteerd. Als "Display only the Files of Logged-in Users" is ingeschakeld bij Systeeminstellingen (Beheerder): Lijst van autoriteitsgroepen (Document Archivering), dan wordt de gebruikersnaam geselecteerd van de gebruiker die op dat moment is aangemeld en kunnen geen andere gebruikersnamen worden geselecteerd. 3 (C) ![](images/5aa1259709a8f2a1153ad00972f4d1908a012b99974578d927205bd49d670ecb.jpg)

Selecteer de gebruikersnaam.

U kunt de gebruikersnaam op vier manieren selecteren: (A) Druk op de toets voor de gebruikersnaam. De gekozen gebruikersnaam wordt gemarkeerd. Als u per ongeluk de verkeerde gebruikersnaam hebt geselecteerd, druk dan op de toets met de juiste naam. (B) Druk op de toets [Standaardgebruiker]. De gebruikersnaam kan uit de standaardgebruikers worden geselecteerd. (C) Druk op de toets In de berichtweergave verschijnt een gebied waar een "Registratienr." [----] kan worden ingevoerd. Voer het "Registratienr." in dat u tijdens de gebruikersregistratie hebt ingesteld. Hierdoor kunt u de gebruikersnaam selecteren. (D) Druk op de toets [Directe Invoer]. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Voer de gebruikersnaam in. Druk na het selecteren van de gebruikersnaam op de toets [OK]. ![](images/3d6ec178f07059d05204a04d2508563c29993b8646407d6feb83e67d7db0c1db.jpg) Wanneer het aankruisvakje [Optie [Alle gebr.] niet toegest] en het aankruisvakje [Optie [Gebr. onbekend] niet toegest.] niet ingeschakeld zijn in de systeeminstellingen, kunnen de toetsen [Alle Gebr.] en de toets [Gebr. Onbekend] worden geselecteerd. Door op de toets [Alle Gebr.] te drukken kunnen alle bestanden in de map worden geselecteerd (de bestanden van alle gebruikers). Door op de toets [Gebr. Onbekend] te drukken kunnen alle bestanden in de map worden geselecteerd waaraan geen gebruikersnaam is toegewezen. ![](images/f682cb48ab9fb9190d49eb1ab29a10f4b8bab4570934fea3933f2c368a950d1d.jpg)

Als er een wachtwoord is ingesteld, druk dan op de toets [Wachtwoord].

Voer het wachtwoord (5 tot 8 cijfers) in met de cijfertoetsen en druk op [OK]. Alleen bestanden met hetzelfde wachtwoord worden geselecteerd. Als u geen wachtwoord wilt invoeren, ga dan naar de volgende stap. ![](images/faf1881fa51baa4e2596d138bbd8cc5f8135ace5af606e96beb3a04468289244.jpg)

Druk om het aantal kopieën te wijzigen op de toets [Wijzig aantal].

Als u het aantal kopieën wilt gebruiken dat bij elk bestand is opgeslagen, ga dan naar stap 6. ![](images/6fc332859962dabb743a353e3bd11f9eb530a2c13253567d87a6db8e9a48274c.jpg) (1) Druk op het selectievakje [Gebruik het aantal vooraf ingestelde afdrukken per opdracht.] zodat dit niet is ingeschakeld (☐). (2) Stel het aantal kopieën in met de toetsen Door direct op de cijferweergave te drukken kunt u het aantal ook met de cijfertoetsen wijzigen. (3) Druk op de toets [OK]. ![](images/7de72fd8885c8662d9a8d1c9d7893ab5f4c515413b1765563549969cd3fcdaba.jpg)

Druk op de toets [Gegevens afdrk. en verwijderen] of de toets [Gegevens afdrukken en opslaan].

Als u op de toets [Gegevens afdrk. en verwijderen] drukt, worden de bestanden na het afdrukken automatisch verwijderd. Als u op de toets [Gegevens afdrukken en opslaan] drukt, worden de bestanden na het afdrukken opgeslagen. Als er geen bestanden zijn die overeenkomen met de zoekvoorwaarden, keert u terug naar het scherm bestandslijst. ![](images/6dfdbe4eee33c1f84653d4991449a9d7f27fb59c43dc5a144ba6f1cd2b622ba6.jpg) Alle bestanden die overeenkomen met de huidige zoekvoorwaarden kunnen worden verwijderd door op de toets [Gegevens verwijderen] te drukken.

EEN OPGESLAGEN BESTAND VERZENDEN

Een bestand dat is opgeslagen met de documentarchiveringsfunctie kan op elk gewenst moment worden opgeroepen en verzonden. De instellingen die werden gebruikt toen het bestand werd opgeslagen zijn ook opgeslagen, zodat het bestand met dezelfde instellingen kan worden verzonden. Zo nodig kunt u ook de verzendinstellingen wijzigen om het opgeroepen bestand aan te passen. Volg de onderstaande stappen nadat u het gewenste bestand heeft geselecteerd. EEN BESTAND SELECTEREN (pagina 6-29)

1

![](images/6a1a4aa60a3e98f2baa6cdcf93643985bba344bc913539bfbb03967f29ac0afd.jpg)

Druk op de toets [Verzenden].

2

![](images/0d6523cd47863ff8815209d8e29186bd9e7877548d1bc3513aefca551a45a96c.jpg)

Selecteer de verzendinstellingen.

Raadpleeg "SCHERM VERZENDINSTELLINGEN" (pagina 6-38) voor meer informatie over de instellingen.

3

Druk op de toets [START].

![](images/ca7b46dbf6a29cf3af479a5eb3993b4316c0a6632477723a567d709427ef40dc.jpg) - Als het bestand is opgeslagen in zwart-wit of grijstonen, kunt u het niet verzenden in kleur. - Een opgeslagen afdrukopdracht kan niet worden verzonden. - Voor deze verzendmethoden is installatie van de toepasselijke opties vereist. - Als een van de volgende speciale functies is opgenomen in het opgeslagen bestand, kan het bestand niet worden verzonden. "Inbindkopie", "Kaften/Insteekvellen", "Foto herhalen", "Vergrot. over meerdere pag.", "Multishot" voor kopieren. - Als een van de volgende speciale functies is opgenomen in het opgeslagen bestand, kan het bestand worden verzonden maar worden de speciale functies niet uitgevoerd. "Kantlijn Verschuiving", "Transparant-Insteekvellen", "Boekkopie", "Tabkopie", "Stempel", "Scherpte", "Centreren" - Afhankelijk van de vergroot- of verkleinfactor waarmee het bestand is opgeslagen, is het soms niet mogelijk om het opgeslagen bestand met de ingestelde resolutie te verzenden. Probeer in dat geval de belichting aan te passen. Indien u een opgeslagen bestand echter met Internetfax verzendt, is overdracht soms zelfs met gewijzigde resolutie niet mogelijk. - Een gescand bestand dat in de [Hogecapaciteitsmodus] is opgeslagen, kan niet worden verzonden.

SCHERM VERZENDINSTELLINGEN

Hieronder wordt uitleg gegeven over de toetsen voor de verzendinstellingen. Zie voor meer informatie over elke instelling "BASISSCHERM VAN DE FAXFUNCTIE" (pagina 4-7) in "4. FAX" en "BASISSCHERM" (pagina 5-9) in "5. SCANNER / INTERNETFAX".

Voorbeeld van scanmodus

![](images/3e6a9213a1084bd3bfe7be58fc0ed05ae0049f74759352d7f8b6647fd043b06c.jpg)

(1) Verzendmodustabs

Druk op het juiste tabblad om de faxmodus, scanmodus of internetfaxmodus te selecteren.

(2) Toets [Adresboek]

Druk op deze toets om de in het adresboek opgeslagen bestemmingen te bekijken.

(3) Toets [Adresinvoer] of toets [Subadres]

Gebruik deze toets om rechtstreeks een adres in de voeren wanneer u een bestand in de scanmodus of internetfaxmodus verzendt. In de faxmodus verschijnt deze als de toets "Subadres". Gebruik deze toets om een subadres en een wachtwoord voor een F-code communicatie in te voeren.

(4) Toets [Verzendinst.]

Deze toets verschijnt een de scanmodus en in de Internetfaxmodus. Druk op de toets om een onderwerp en een bestandsnaam in te voeren wanneer u een verzending uitvoert. In de scanmodus kunt u ook een verzender aangeven.

(5) Toets

![](images/58dead69db32285fc8bdd31147ab6dc73f5d02d3c9a51e1eadb6b11a9c3edefd.jpg) Het 4-cijferige zoeknummer dat aan een sneltoets of groeptoets was toegekend toen de toets werd opgeslagen, kan worden ingevoerd om de bestemming aan te geven.

(6) Toets [Volgend Adres]

Deze toets verschijnt wanneer ten minste één adres is ingevoerd. Gebruik deze toets wanneer u een bestand naar meerdere bestemmingen verzendt.

(7) Toets [Annuleren]

Hiermee keert u terug naar het scherm voor taakinstellingen.

(8) Weergave Bestandsnaam / Gebruikersnaam

Hier worden het pictogram van het te verzenden bestand, de bestandsnaam, de gebruikersnaam en de kleurenmodus (kleur of zwart-wit) weergegeven.

(9) Al deze toetsen kunnen worden ingedrukt om de overeenkomstige instellingen te wijzigen van het bestand dat verzonden moet worden. Welke instellingen kunnen worden geselecteerd, varieert per modus.

- Scanmodus

Toets [Resolutie]

Gebruik deze toets om de resolutie in te stellen. U kunt geen hogere resolutie-instelling selecteren dan de instelling waarmee het bestand is opgeslagen.

Toets [Best.Indeling]

Hiermee kunt u het bestandstype, de compressiefactor en de kleurmodus selecteren.

Toets [Spec. Functies]

Druk op deze toets om de toets [Timer] weer te geven.

- Internetfaxmodus

Toets [Resolutie]

Gebruik deze toets om de resolutie in te stellen. U kunt geen hogere resolutie-instelling selecteren dan de instelling waarmee het bestand is opgeslagen.

Toets [Best.Indeling]

Hiermee kunt u het bestandstype en de compressiefactor selecteren.

Toets [Spec. Functies]

Druk op deze toets om de toetsen [Timer] en [Transactierapport] weer te geven.

- Faxmodus

Toets [Resolutie]

Gebruik deze toets om de resolutie in te stellen. U kunt geen hogere resolutie-instelling selecteren dan de instelling waarmee het bestand is opgeslagen.

Toets [Spec. Functies]

Hiermee worden de toetsen [Timer], [Eigen naam kiezen] en [Transactierapport] weergegeven.

(10) Selectievakje [Z/W-verzenden]

Schakel dit selectievakje in als het bestand in kleur is opgeslagen en u dit in zwart-wit wilt verzenden. Wanneer het bestand is opgeslagen in zwart-wit, verschijnt dit selectievakje niet.

EIGENSCHAPPEN VAN OPGESLAGEN BESTANDEN

BESTANDSEIGENSCHAPPEN

U kunt een beveiligingsinstelling selecteren voor bestanden die zijn opgeslagen met de functie documentarchivering. Hiermee voorkomt u dat een bestand wordt verplaatst, of handmatig of automatisch wordt verwijderd. Er zijn drie eigenschappen beschikbaar voor opgeslagen bestanden: [Delen], [Beveiligen] en [Vertrouwelijk]. Wanneer het bestand is opgeslagen met de eigenschap [Delen], is het niet beveiligd. Wanneer het bestand is opgeslagen met de eigenschap [Beveiligen] of [Vertrouwelijk], is het beveiligd. Bestanden die zijn opgeslagen in de Snelmap, zijn allemaal opgeslagen als [Delen]-bestanden. Wanneer u een bestand is opgeslagen in de hoofdmap of een aangepaste map, kunt u [Delen] of [Vertrouwelijk] selecteren.
DelenEen [Delen]-bestand kunt u wijzigen in een [Beveiligen]- of [Vertrouwelijk]-bestand met behulp van [Eigensch. Wijzigen] in de Taakinstellingen.
BeveiligenMet "Beveiligen" voorkomt u dat een bestand verplaatst of gewist wordt. U kunt geen wachtwoord instellen. Het pictogram ☑ verschijnt naast het moduspictogram in de bestandstoets van een beveiligd bestand.
VertrouwelijkOm een vertrouwelijk bestand te beschermen, wordt een wachtwoord ingesteld. (U moet het wachtwoord invoeren om het bestand op te roepen.) Het pictogram ☑ verschijnt naast het moduspictogram in de bestandstoets van een vertrouwelijk bestand.

DE EIGENSCHAP WIJZIGEN

Volg de onderstaande stappen nadat u het gewenste bestand heeft geselecteerd. EEN BESTAND SELECTEREN (pagina 6-29) 1 ![](images/8f93a2e13e7e3f8e513a3f1f818bf4ed9d906a5a30511577b9b6b0e8b90aaed0.jpg) Druk op de toets [Eigensch. Wijzigen]. 2 ![](images/a3bcd862a408970d83f026c0ee8f8d9cdf57534f1472355b2e663ac9ea1b2890.jpg)

Selecteer de eigenschap.

(1) Druk op de toets voor het gewenste eigenschap. Nadat u op de toets [Vertrouwelijk] hebt gedrukt, kunt u de toets [Wachtwoord] indrukken. Druk op de toets [Wachtwoord], voer een wachtwoord in (5 tot 8 cijfers) met de cijfertoetsen en druk op [OK]. (2) Druk op de toets [OK]. ![](images/fc47c9bf865486be493ca5709e27dbc1e9ce448b8649d0b7e64243b2716cdd8e.jpg)

Beperkingen bij het wijzigen van de eigenschap

- Een bestand dat is opgeslagen als "Delen" kan worden gewijzigd in "Beveiligen" of "Vertrouwelijk". Een bestand dat als "Delen" is opgeslagen in de Snelmap kan echter alleen worden gewijzigd in "Beveiligen". - Een bestand dat is opgeslagen als "Beveiligen" kan worden gewijzigd in "Delen" of "Vertrouwelijk". Een bestand dat als "Beveiligen" is opgeslagen in de Snelmap kan echter alleen worden gewijzigd in "Delen". - Een bestand dat is opgeslagen in de Snelmap kan niet worden gewijzigd in "Vertrouwelijk". Als het bestand verplaatst wordt naar een Hoofdmap of een aangepaste map, kan de eigenschap worden gewijzigd in "Vertrouwelijk". - Er kan maar één eigenschap worden geselecteerd voor een bestand.

EEN OPGESLAGEN BESTAND VERPLAATSEN

Gebruik deze procedure om de bestandslocatie de wijzigen (een bestand naar een andere map verplaatsen). Volg de onderstaande stappen nadat u het gewenste bestand heeft geselecteerd. EEN BESTAND SELECTEREN (pagina 6-29) 1 ![](images/15f392ef13624c822c839147098cf1386bb34167a054e85ae6bbb19eedcd639b.jpg) Druk op de toets [Verplaatsen]. 2 ![](images/510790c57bf73a4d923d246f63ac2ef793b3cf068cadafe79e657d501785368a.jpg) Druk op de toets [Verplits naar:] . ![](images/5c680f45191a79b5042c68766b049c4a229883b13ffe1c40f64698f5f8cffd7b.jpg) - U kunt geen bestanden naar de Snelmap verplaatsen. Met deze procedure wordt de oorspronkelijke naam gewijzigd en wordt het bestand naar de aangegeven map verplaatst. (Anders dan bij de opdracht "Opslaan als" op een computer, wordt het bestand niet gekopieerd naar de aangegeven map terwijl het oorspronkelijke bestand achterblijft in de oorspronkelijke locatie.) - Druk om de bestandsnaam te wijzigen op de toets [Bestandsnaam]. 3 ![](images/cbb24d132ac4e6cdfdf9bbbe6948f3a4dae80bc46511dce0ba6393f58b999e97.jpg) In het bovenstaande scherm zijn als voorbeeld de aangepaste mappen weergegeven.

Selecteer de doelmap.

(1) Druk op de toets voor de map waarnaar het bestand u wilt verplaatsen. Als er een wachtwoord is ingesteld voor de geselecteerde map, verschijnt een wachtwoordinvoerscherm. Voer het wachtwoord (5 tot 8 cijfers) in met de cijfertoetsen en druk op [OK]. (2) Druk op de toets [OK]. 4 ![](images/ad2a63d14c2fa5f56c4279d98a0606eac94a7adace2d227fb54c71af76af0d2a.jpg) Druk op de toets [Verplaatsen]. ![](images/599576450a5882900634f278f0e4c0cbf8aa616597496e9073dae957373c56d8.jpg) Bestanden met de eigenschap "Beveiligen" kunnen niet worden verplaatst. Om een beveiligd bestand te kunnen verplaatsen, moet u de eigenschap wijzigen in "Delen" of "Vertrouwelijk".

EEN OPGESLAGEN BESTAND VERWIJDEREN

Opgeslagen bestanden die niet langer nodig zijn, kunnen worden verwijderd. Selecteer het bestand dat u wilt verwijderen en druk op de toets [Wissen]. EEN BESTAND SELECTEREN (pagina 6-29) 1 ![](images/57dda66addeb8db03adfa229ad9adf59e217bd20f0322f89a6f2c9bd2adbaf2b.jpg) Druk op de toets [Wissen]. 2 ![](images/1c89df621c14337f7e395ab948eca7221231aa24cb80dc329cabc6a6c27235ea.jpg) Controleer het bestand en druk op [Ja]. ![](images/361b566a3d3e911d32bb1eead0772c5ced5effe9bac11542fe918131ce464902.jpg) Bestanden met de eigenschap "Beveiligen" kunnen niet worden verwijderd. Om een beveiligd bestand te kunnen verwijderen, moet u de eigenschap wijzigen in "Delen" of "Vertrouwelijk".

DE AFBEELDING VAN EEN OPGESLAGEN BESTAND CONTROLEREN

U kunt de afbeelding controleren van een bestand dat met documentarchivering is opgeslagen. Selecteer het gewenste bestand en druk op de toets [Beeldcontrole]. EEN BESTAND SELECTEREN (pagina 6-29) ![](images/e598f72edb8b2c185dc213013e803dd3ff2e4d3072c621e6a888419461eecfc0.jpg) Afhankelijk van het formaat van de afbeelding, kan een deel van de afbeelding worden afgesneden in het scherm afbeeldingcontrole op het aanraakscherm. 1 ![](images/2a2369c88d0cbd3a5bbbb6eeab89504dac176df2d12a8053455bdc77a981f09d.jpg) Druk op de toets [Beeldcontrole]. 2 ![](images/1ab2ea1641397aaf35d01f0565c3381bb38a8f53bca09f1796bc722eed992fbe.jpg) Controleer de afbeelding van het bestand. Raadpleeg "SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE" (pagina 6-45) voor meer informatie over deze opties.

SCHERM AFBEELDINGSCONTROLE

In dit gedeelte wordt het scherm afbeeldingscontrole toegelicht. ![](images/8be8e91646feeb2cbd55b66758b42261ba45269f16b980a9214f32169a11f868.jpg) (3) (5)(1) (2) (4) (6)

(1) Infoweergave

Hier wordt informatie over de weergegeven afbeelding gegeven.

(2) Voorvertoning

Hier wordt een afbeelding van het geselecteerde bestand weergegeven. Als de afbeelding is afgesneden, verschuif het beeld dan met de schuifbalken rechts en onderaan het scherm. Ga op een balk staan en schuif deze om te verplaatsen. (Het is ook mogelijk om met de toetsen te verschuiven.)

(3) Paginawijzigingstoetsen

Als er meerdere pagina's zijn, wijzigt u met deze toetsen van pagina. • Toetsen : KGa Haar de eerste of laatste pagina. • Toetsen : Ga maar de vorige of volgende pagina. \- Weergave paginanummer: Dit toont het totaal aantal pagina's en het huidige paginanummer. Druk op de toets voor het huidige paginanummer en voer met de cijfertoetsen een getal in om naar dat paginanummer te gaan. ![](images/0a381f994b7b2aa7ff1232aa23ae1d963a4d30218119512a619ec0e23df6e771.jpg) \- Voor een afdrukbestand wordt alleen een afbeelding van de eerste pagina van het bestand getoond; de weergegeven pagina kan niet gewijzigd worden. \- Als de scangegevens van een lang origineel worden weergegeven, is de rand van de afbeelding mogelijk afgesneden.

(4) Toets "Weergave draaien"

Hiermee draait de afbeelding 90 graden naar rechts of links. De rotatie wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina. ![](images/d77e7ed43e59fcec834c13f0d33abe49f90f891657c3fce31dad39ed16d18640.jpg) Een afdrukbestand kan niet worden gedraaid.

(5) Toets [Details]

Hiermee wordt het scherm met gedetailleerde gegevens weergegeven. BESTANDSSELECTIESCHERM (pagina 6-27)

(6) Zoomweergavetoets

Hiermee stelt u de zoomfactor van de weergegeven afbeelding in. Wijzigt vanaf links in de volgorde "Volledig", "Tweemaal", "4 maal", "8 maal". De instelling wordt op alle pagina's van het bestand toegepast, niet alleen op de weergegeven pagina. ![](images/11b67901edcc5d5cf30e27ce6f11c1ca8dc0d6e68a0f9ad8571479ecb913d4a8.jpg) Een voorvertoonde afbeelding is een afdrukvoorbeeld op het aanraakscherm. Het zal afwijken van het eigenlijke afdrukresultaat.

BESTANDEN VAN HET OPDRACHTSTATUSCHERM OPHALEN EN GEBRUIKEN

Bestanden die zijn opgeslagen met de functie Bestand of Snelbestand worden als toetsen weergegeven in het opdrachtstatusscherm Voltooid. Dit is handig wanneer u snel de opgeslagen gegevens van een kopieertaak wilt afdrukken of snel een opgeslagen fax naar een andere bestemming wilt sturen. 1 OPDRACHT STATUS ![](images/80515ce47111ec50ec017820ac2e595fa2098a0bad3fb8ac44eed3722e63b91e.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS]. 2 ![](images/778c01e16bf753eb5c1da21a79fc78d76279606efcfb9bfacd37cdeb49f21737.jpg) Druk op de selectietoets voor de opdrachtstatus, zodat [Voltooid] wordt gemarkeerd. ![](images/afbae0c3eebf42d23f8781e7a5a5256d35e560a37445aa9f7fb7cb7af3174203.jpg) Selecteer het gewenste bestand in de voltooide opdrachten. (1) Druk op de toets voor het gewenste bestand. (2) Druk op de toets [Oproep]. Het taakinstellingenscherm verschijnt. Selecteer de gewenste handeling en voer deze uit. SCHERM TAAKINSTELLINGEN (pagina 6-30) EEN OPGESLAGEN BESTAND AFDRUKKEN (pagina 6-31) EEN OPGESLAGEN BESTAND VERZENDEN (pagina 6-37) EIGENSCHAPPEN VAN OPGESLAGEN BESTANDEN (pagina 6-39) EEN OPGESLAGEN BESTAND VERPLAATSEN (pagina 6-41) EEN OPGESLAGEN BESTAND VERWIJDEREN (pagina 6-43) DE AFBEELDING VAN EEN OPGESLAGEN BESTAND CONTROLEREN (pagina 6-44) ![](images/dee65c29ee697118a481e10446809cf332e74c18c0f34d0076aae8f99c3de440.jpg) - Selecteer het bestand en druk op de toets [Details] om meer informatie over een bestand te zien. - Als gebruikersauthenticatie is ingeschakeld en u op de toets [Oproep] drukt terwijl er geen gebruikers zijn aangemeld, dan wordt het scherm voor gebruikersauthenticatie weergegeven zodat u zich kunt aanmelden. - Als "Display only the Files of Logged-in Users" is ingeschakeld bij Systeeminstellingen (Beheerder): Lijst van autoriteitsgroepen (Document Archivering), dan is het niet mogelijk om een bestand opnieuw te gebruiken als de gebruikersnaam ervan niet overeenkomt met de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker.

EEN OPGESLAGEN BESTAND ZOEKEN

Als er een groot aantal bestanden is opgeslagen, kan het moeilijk zijn om een bestand te vinden. Om het gewenste bestand snel te vinden, kan de zoekfunctie van de documentarchiveringsmodus worden gebruikt. Dit gedeelte legt uit hoe u op de harde schijf van de machine een bestand of map kunt zoeken. U kunt ook zoeken als u slechts een deel van de bestands- of mapnaam kent. Een map kan ook worden opgegeven als een zoekbereik. Voorbeeld: U kent alleen een deel van een bestandsnaam: "Bijeenkomst" ![](images/b4d839bbfba0d20cc4f1ae42114cbcdc7e92e688abb0d5cc05aa37e8e50e44f5.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Harde schijf"] --> B["Regelmatige bijeenkomst"]
    A --> C["Rapport"]
    A --> D["Grafieken bijeenkomsten"]
    B --> E["Tekst 1"]
    C --> F["Algemeen"]
    C --> G["Snelbestand"]
    C --> H["Hoofdmap"]
    C --> I["Voor bijeenkomsten"]
    J["Als u zoekt op &quot;Bijeenkomst&quot;..."] --> K["Worden alle mappen en bestanden met de term &quot;bijeenkomst&quot; weergegeven."]
    L["Voor bijeenkomsten"] --> M["Regelmatige bijeenkomst"]
    L --> N["Grafieken bijeenkomsten"]
    O["Zoekresultaten"] --> P["Worden alle mappen en bestanden met de term &quot;bijeenkomst&quot; weergegeven."]
1 ![](images/facee0cade8418dfd3876dffa024e457e525d36358c98ad4d7a565b5e59a6bee.jpg)

Open het scherm bestand zoeken.

(1) Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING]. (2) Druk op de toets [Zoeken]. ![](images/e07e56635e472e3028f46128c69c8baa564c6b31c925b5940aceef0092e4a765.jpg)

Druk op de toets [Gebr. Naam] of de toets [Bestands- of mapnaam].

Als u de gebruikersnaam kent, druk dan op de toets [Gebr. Naam] en ga naar "Zoeken op gebruikersnaam" in stap 3. Als u de bestandsnaam kent, druk dan op de toets [Bestands- of mapnaam] en ga naar "Zoeken op bestands- of mapnaam" in stap 3. Als "Display only the Files of Logged-in Users" is ingeschakeld bij Systeeminstellingen (Beheerder): Lijst van autoriteitsgroepen (Document Archivering), dan wordt de gebruikersnaam geselecteerd van de gebruiker die op dat moment is aangemeld en kunnen geen andere gebruikersnamen worden geselecteerd. (C) ![](images/6462c013a099ae8ebd0e4179f98cc93513b37fa0da2eb6a2ab23093a96d37d2f.jpg)

Zoeken op gebruikersnaam

U kunt de gebruikersnaam op vier manieren selecteren: (A) Druk op de toets voor de gebruikersnaam. De gekozen gebruikersnaam wordt gemarkeerd. Als u per ongeluk de verkeerde gebruikersnaam hebt geselecteerd, druk dan op de toets met de juiste naam. (B) Druk op de toets [Standaardgebruiker]. De gebruikersnaam kan uit de standaardgebruikers worden geselecteerd. (C) Druk op de toets In de berichtweergave verschijnt een gebied waar een "Registratienr." [----] kan worden ingevoerd. Voer het "Registratienr." in dat u tijdens de gebruikersregistratie hebt ingesteld. Hierdoor kunt u de gebruikersnaam selecteren. (D) Druk op de toets [Directe Invoer]. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Voer de gebruikersnaam in. U kunt ook zoeken door alleen de eerste paar letters van de gebruikersnaam in te voeren. Druk na het selecteren van de gebruikersnaam op de toets [OK]. Nadat u de gebruikersnaam hebt geselecteerd, kunt u de toets [Wachtwoord] indrukken. Als u bestanden met de geselecteerde gebruikersnaam zoekt die een bepaald wachtwoord hebben, drukt u op de toets [Wachtwoord] en geeft u het wachtwoord op. (U kunt niet zoeken met alleen een wachtwoord.)

Zoeken op bestands- of mapnaam

Voer de bestandsnaam of mapnaam in en druk op [OK]. ![](images/1c3be58152f61817e0f6afd82b24f3934db9f39ca915672f63005aeda9cc6408.jpg)

Druk op de toets [Start Zoeken].

De zoekresultaten verschijnen in een scherm dat lijkt op het hieronder afgebeelde scherm. Een lijst met bestanden die overeenkomen met uw zoekcriteria verschijnt. Selecteer het gewenste bestand uit de lijst. Het taakinstellingenscherm verschijnt. ![](images/c979af20c4d6a0fe771e9b539065f201f542ac21ed95fc9fb40431eba74787c3.jpg) Druk op de toets [Annuleren] om terug te gaan naar het basisscherm van de documentarchiveringsmodus. Druk op de toets [Opnieuw Zoeken] om terug te gaan naar het scherm bestand zoeken. ![](images/8d63ff11774f027cf8a4cd68aa96ed544cdaf3023de1e2ab2ef2aac086dd0800.jpg) - Als u zoekt met behulp van de toets [Bestands- of mapnaam], verschijnen ook aangepaste mappen die aan de zoekcriteria voldoen in de lijst. Als u op een maptoets drukt, verschijnt een lijst met alle bestanden in de map. Druk op het gewenste bestand in de lijst. - U kunt ook de webpagina 's gebruiken om naar een bestand te zoeken. Klik op [Documenthandelingen], [Document Archiveren] en daarna op [Zoeken] in het webpaginamenu.

Zoeken in een map

U kunt een map specificeren om het zoekbereik tot die map te beperken. Volg om binnen een gespecificeerde map te zoeken de onderstaande procedure. 1 ![](images/da922ed57783a5eca26cc45e927f7094f166681a4897291fa86abdc433400543.jpg)

Open de map die u wilt doorzoeken.

(1) Druk op de toets [DOCUMENT ARCHIVERING]. (2) Druk op de toets voor de map die u wilt doorzoeken. Als er een wachtwoord is ingesteld voor de geselecteerde map, verschijnt een wachtwoordinvoerscherm. Voer het wachtwoord (5 tot 8 cijfers) in met de cijfertoetsen en druk op [OK]. 2 ![](images/cdb26f77cc48faa67c8d5a94584e3e023c83bc58789377b6b403122ad793c7ca.jpg)

Druk op de toets [Zoeken].

3 ![](images/5b7c57869c69b0ef359e291c3c7e17c9fec056539a4fd1f12ae251fdc70dc707.jpg)

Druk op de toets [Gebr. Naam] of de toets [Bestands- of mapnaam].

Als u de gebruikersnaam kent, druk dan op de toets [Gebr. Naam] en ga naar "Zoeken op gebruikersnaam" in stap 4. Als u de bestandsnaam kent, druk dan op de toets [Bestands- of mapnaam] en ga naar "Zoeken op bestands- of mapnaam" in stap 4. Als "Display only the Files of Logged-in Users" is ingeschakeld bij Systeeminstellingen (Beheerder): Lijst van autoriteitsgroepen (Document Archivering), dan wordt de gebruikersnaam geselecteerd van de gebruiker die op dat moment is aangemeld en kunnen geen andere gebruikersnamen worden geselecteerd. (C) ![](images/3fa8d4678b180c21098be6ed8d2c67e011b8626b3a57ed045ed917db73ac6684.jpg)

Zoeken op gebruikersnaam

U kunt de gebruikersnaam op vier manieren selecteren: (A) Druk op de toets voor de gebruikersnaam. De gekozen gebruikersnaam wordt gemarkeerd. Als u per ongeluk de verkeerde gebruikersnaam hebt geselecteerd, druk dan op de toets met de juiste naam. (B) Druk op de toets [Standaardgebruiker]. De gebruikersnaam kan uit de standaardgebruikers worden geselecteerd. (C) Druk op de toets In de berichtweergave verschijnt een gebied waar een "Registratienr." [----] kan worden ingevoerd. Voer het "Registratienr." in dat u tijdens de gebruikersregistratie hebt ingesteld. Hierdoor kunt u de gebruikersnaam selecteren. (D) Druk op de toets [Directe Invoer]. Er verschijnt een tekstinvoerscherm. Voer de gebruikersnaam in. U kunt ook zoeken door alleen de eerste paar letters van de gebruikersnaam in te voeren. Druk na het selecteren van de gebruikersnaam op de toets [OK]. Nadat u de gebruikersnaam hebt geselecteerd, kunt u de toets [Wachtwoord] indrukken. Als u bestanden met de geselecteerde gebruikersnaam zoekt die een bepaald wachtwoord hebben, drukt u op de toets [Wachtwoord] en geeft u het wachtwoord op. (U kunt niet zoeken met alleen een wachtwoord.)

Zoeken op bestands- of mapnaam

Voer de bestandsnaam in het invoerveld in dat verschijnt en druk op [OK]. ![](images/5c99be1210e9cef7325748a6048021e0472e582cdc6705457e7c98f9169195a3.jpg)

Begin met zoeken.

(1) Druk op het selectievakje [Zoeken in huidige map], zodat deze wordt gemarkeerd ![](images/9c4c3506870ca4179f736b4da2af71682426e6fe85635ce9ca3e1e10bb8ac462.jpg) Als u alleen bestanden in de huidige map wilt zoeken, selecteert u het selectievakje [Zoeken in huidige map] √. Gebruik deze methode om een bestand te zoeken in een vertrouwelijke map. (2) Druk op de toets [Start Zoeken]. De zoekresultaten verschijnen in een scherm dat lijkt op het hieronder afgebeelde scherm. Een lijst met bestanden die overeenkomen met uw zoekcriteria verschijnt. Selecteer het gewenste bestand uit de lijst. Het taakinstellingenscherm verschijnt. ![](images/8af2e9d1cbe343b114009e8de3f569bef87ad0303d16cc35edfa84e46a66cd4a.jpg) Druk op de toets [Annuleren] om terug te gaan naar het basisscherm van de documentarchiveringsmodus. Druk op de toets [Opnieuw Zoeken] om terug te gaan naar het scherm bestand zoeken.

HOOFDSTUK 7

SYSTEEMINSTELLINGEN

In dit hoofdstuk worden de systeeminstellingen uitgelegd, waarmee een reeks parameters wordt geconfigureerd die bedoeld zijn om optimaal aan te sluiten op de behoeften van uw werkplek. De keuzes die momenteel voor de instellingen zijn gemaakt, kunnen worden weergegeven of afgedrukt. Om snel te controlleren waar een instelling in het menu systeeminstellingen zit, zie "SYSTEEMINSTELLINGENMENU" (pagina 7-114) in de Verkorte installatiehandleiding, "Systeeminstellingen (Algemeen) openen" (pagina 7-5), of "Systeeminstellingen (beheerder) openen" (pagina 7-28). De systeeminstellingen voor de faxfunctie vindt u in "Lijst met systeeminstellingen voor de fax (Algemeen)" (pagina 7-99) en "Lijst met systeeminstellingen voor de fax (Beheerder)" (pagina 7-105).

SYSTEEMINSTELLINGEN

Systeeminstellingen 7-3 Algemene handelingsmethoden 7-4

SYSTEEMINSTELLINGEN (ALGEMEEN)

Systeeminstellingen (Algemeen) openen ..... 7-5 Lijst met Systeeminstellingen (Algemeen) ..... 7-6 Totale aantal 7-10 • Opdrachttelling 7-10 - Apparatentelling 7-10 Standaardinstellingen. 7-11 • Klokaanpassing 7-11 - Keuze toetsenbord 7-12 Lijst afdrukken (gebruiker).... 7-12 Papierlade-Instellingen.... 7-13 • Lade-instellingen 7-13 • Papiersoortregistratie 7-15 • Automatisch omschakelen van laden. ..... 7-15 • Registratie aangepaste grootte (Omloop) .... 7-15 Adresbeheer 7-16 - Adresboek 7-16 • Aangepaste Index. 7-20 - Programma. 7-21 Faxdata Ontv/ Doorsturen 7-22 • I-Faxinstellingen 7-22 Voorwaarde-instellingen 7-23 • Standaard printerinstellingen 7-23 • PCL-instellingen 7-24 - PostScript-instelling 7-25 Beheer Documentarchivering 7-26 Controle USB-apparaat.... 7-27 Gebruikers-bediening 7-27 \- Gebruikersinformatie wijzigen 7-27

SYSTEEMINSTELLINGEN (BEHEERDER)

Systeeminstellingen (beheerder) openen.....7-28 - Wanneer Gebruikersauthenticatie niet is ingeschakeld. 7-28 - Wanneer Gebruikersauthenticatie is ingeschakeld. 7-29 Lijst met Systeeminstellingen (beheerder).... 7-31 Gebruikers-bediening 7-47 - Gebruikersauthenticatie-instelling 7-47 • Overige instellingen 7-48 - Gebruikerslijst. 7-51 - Paginalimietgroeplijst 7-53 - Autoriteitsgroepslijst 7-54 - Favoriete bedieningsgroeplijst 7-57 - Gebruikersaantal 7-59 - Instelling van Card 7-60 Energiebesparing 7-61 Bedieningsinstellingen.... 7-62 • Overige instellingen 7-62 - Weergavepatroon instelling 7-64 • Toetsinstelling aanpassen 7-64 - Instellingen beginscherm 7-64 • Voorbeeldinstelling 7-66 - Instellingen bediening op afstand 7-66 - Instelling sjabloon aanraaktoetsenbord ..... 7-66 Apparaatbeheer.... 7-67 • Overige instellingen 7-67 - Instelling Detectie Formaat Origineel ..... 7-69 - Apparaten uitschakelen 7-70 - Instelling fusing-temperatuur 7-70 Instellingen voor kopieerfunctie 7-71 - Instelling oorspronkelijke status ..... 7-71 • Overige instellingen 7-72 ![](images/4383ea75468f6cedb0c4f9d9e74c7bb41fe0ad14c023c6210c9fed5090a5cdd8.jpg) Netwerkinstellingen 7-74 Printerinstellingen. 7-75 • Standaardinstellingen 7-75 - Interface-instellingen 7-76 Instell. afbeelding verzenden 7-77 • Bedieningsinstellingen 7-77 - Scaninstellingen 7-81 • I-Faxinstellingen 7-83 Instellingen documentarchivering.... 7-87 • Overige instellingen 7-87 - Opties documentuitvoer 7-89 - Autom verwijderen van bestandsinstelling .... 7-89 Lijst afdrukken (beheerder) 7-90 Beveiligingsinstellingen 7-91 Instelling in-/uitschakelen 7-92 Wachtwoord beheerder wijzigen 7-95 Productcode 7-95 Gegevensback-up 7-96 Opslaan/oproepen van systeeminstellingen ... 7-97 Sharp OSA-instellingen 7-98

SYSTEEMINSTELLINGEN VOOR FAX

Lijst met systeeminstellingen voor de fax (Algemeen).... 7-99 Adresbeheer 7-100 - Adresboek 7-100 • F-Codegeheugenvak 7-102 Faxdata Ontv/ Doorsturen 7-104 \- Faxinstellingen 7-104 Lijst met systeeminstellingen voor de fax (Beheerder) 7-105 Instell. afbeelding verzenden 7-107 \- Faxinstellingen 7-107 SYSTEEMINSTELLINGENMENU 7-114

SYSTEEMINSTELLINGEN

Systeeminstellingen

De systeeminstellingen worden gebruikt voor het configureren van diverse parameters in overeenstemming met uw vereisten. De systeeminstellingen worden ook gebruikt om de huidige instellingen en status van de machine weer te geven of af te drukken. Door de systeeminstellingen kan de machine gemakkelijker bediend worden. De systeeminstellingen bestaan uit instellingen voor gebruik door algemene gebruikers en instellingen die alleen geconfigureerd kunnen worden door een beheerder van de machine. Deze twee groepen instellingen worden in deze handleiding als volgt onderscheiden.
Systeeminstellingen (algemeen) Systeeminstellingen (beheerder): *inloggen vereist
Systeeminstellingen die geconfigureerd kunnen worden door algemene gebruikers (met inbegrip van de beheerder). Bijvoorbeeld, de volgende instellingen kunnen worden geconfigureerd:Datum- en tijdinstellingenPapierlade-instellingen (papierformaat en papiersoort)Bestemmingen opslaan voor de fax- en scannerfunctiesInstellingen met betrekking tot de printerfunctiesMappen voor documentarchivering aanmakenHet aantal geprinte, gescande en gefaxte pagina's weergeven.Raadpleeg "SYSTEEMINSTELLINGEN (ALGEMEEN)" (pagina 7-5) voor meer informatie.Systeeminstellingen die geconfigureerd kunnen worden door de beheerder. Om deze instellingen te configureren is inloggen als beheerder vereist. Bijvoorbeeld, de volgende instellingen kunnen worden geconfigureerd:Gebruikers van de machine opslaanEnergiebesparende instellingenInstellingen die verband houden met het bedieningspaneelInstellingen voor op de machine geïnstalleerde randapparatuur.Instellingen met betrekking tot de kopieerfunctiesNetwerkverbindingsinstellingenOverdracht-/ontvangstinstellingen voor faxberichten en gescande afbeeldingenGeavanceerde instellingen voor de documentarchiveringsfunctieRaadpleeg "SYSTEEMINSTELLINGEN (BEHEERDER)" (pagina 7-28) voor meer informatie.
Instellingen voor algemene gebruikersInstellingen voor beheerders
![](images/5137bd8ac3458cc92af136543cff78a2f6c429a430e657079a9639af963f1107.jpg)

• Wachtwoord beheerder

Voor de beveiliging dient de beheerder van de machine meteen nadat de machine is aangeschaft het wachtwoord te wijzigen. (Voor het standaard fabriekswachtwoord van de beheerder, zie "STANDAARD FABRIEKSWACHTWOORDEN" in de beknopte bedieningshandleiding.) Om het wachtwoord te wijzigen, zie "Wachtwoord beheerder wijzigen" (pagina 7-95). \*Om een hoog beveiligingsniveau te garanderen, dient u het wachtwoord regelmatig te wijzigen. - Bovenstaande groepsindeling "Algemeen" en "Beheerder" wordt gebruikt als een handige manier om de functies van de instellingen te verduidelijken. Deze indeling komt niet voor op het aanraakscherm. - Raadpleeg "SYSTEEMINSTELLINGEN VOOR FAX" (pagina 7-99) voor de faxinstellingen.

- Webpagina's

U kunt systeeminstellingen ook configureren in de webpagina's. Klik op de toets [Systeeminstellingen] in het webpaginamenu om de Systeeminstellingen te configureren vanuit de webpagina's. Ook de netwerk- en beveiligingsinstellingen kunnen in de webpagina's worden geconfigureerd. Raadpleeg de Helpfunctie in de webpagina's voor meer informatie over de instellingen.

Algemene handelingsmethoden

In dit hoofdstuk worden de handelingen die voor alle systeeminstellingen gelden besproken. Zorg ervoor dat u dit hoofdstuk goed leest want deze informatie wordt in de beschrijving van de afzonderlijke instellingen achterwege gelaten.

Voorbeeld: Het scherm van het Adresboek

![](images/6be9c4e310ba5c7c916c59b89a8fb038968592aebf2f14e23b42e05d10f52b1c.jpg) ![](images/d535508b6987bcdd4f94296415ccf3a2538029794d7740b27a5573928a40a77d.jpg) (1) "Sorteren" Hiermee kunt u een methode kiezen voor de weergave van bestemmingen en het indextype. Voorbeeld: In het scherm "Adresboek" kunt u schakelen tussen de schermen met de volgende drie methoden: • Alfabetisch/Gebruikersindex - Weergeven per modus • Oplopend/Aflopend/Zoeknummervolgorde (2) Indexsleutels Druk op een indexsleutel om de bijbehorende bestemming weer te geven. De indexsleutels die verschijnen zijn afhankelijk van de instelling "Sorteren". (3) (Inyoervak zoeknummer) Druk op en voer een zoeknummer in om een adres te zoeken. Als naar een gebruiker wordt gezocht, verandert het pictogram in (4) Toets [Vorige] Hiermee keert u terug naar het vorige scherm. (5) Selecteervak Druk op om een lijst met items weer te geven die kunnen worden geselecteerd. Druk op een item in de lijst om deze te selecteren. (6) Tekstvak (numeriek) Druk op deze toets om een nummer in te voeren. Nummers worden ingevoerd met behulp van de cijfertoetsen. Druk op de toets [WISSEN] (Com het nummer te wissen als u een fout hebt gemaakt. (7) Tekstvak Druk op dit vak om een tekstinvoerscherm te openen. De tekst verschijnt in het tekstvak nadat u de tekst in het invoerscherm hebt ingevoerd. (8) Selectievakje Elke wanneer u deze toets indrukt, schakelt u tussen en . Druk op het selectievakje zodat een vinkje verschijnt om de bijbehorende instelling in te schakelen. Verwijder het vinkje om de instelling uit te schakelen. Radioknoppen (worden ook gebruikt om de instellingen op deze manier te selecteren. (Radioknoppen worden echter gebruikt om een enkel item uit meerdere te kiezen.) (9) Toets [Annuleren] Hiermee annuleert u de instelling en keert u terug naar het vorige scherm. (10) Toets [OK] Druk op deze toets om de huidige instellingen op te slaan. (11) Schuifbalk Gebruik deze balk om het scherm naar beneden en naar boven te schuiven. Druk op de balk en sleep deze naar boven of naar beneden. U kunt de balk ook slepen met de -toetsen.

SYSTEEMINSTELLINGEN (ALGEMEEN)

In dit gedeelte worden de systeeminstellingen beschreven die door algemene gebruikers van de machine kunnen worden geconfigureerd.

Systeeminstellingen (Algemeen) openen

![](images/12ffec4e0c159ed7bf8fe623e92936afc2a4ba978941076c76e25b94031a3334.jpg) ![](images/2de0221d08911a3155ea5becbe62aa2be76cfd0e152fd12dfd0c90b530d85da4.jpg) ![](images/1836fca41fd51018f595bcbcf04ac98d823457bdb7c462373a0e2404b125ae40.jpg) Zorg ervoor dat de machine in stand-by staat en druk op de toets [SYSTEEM INSTELLINGEN] op het aanraakscherm. Wanneer u op de toets [SYSTEEM INSTELLINGEN] drukt, verschijnt het volgende scherm in het aanraakscherm. Druk op het item dat u wilt configureren. Raadpleeg de volgende pagina's van dit hoofdstuk voor een gedetailleerde beschrijving van de mogelijke instellingen. ![](images/b50faa2ad8830010f577870a773427c8b28e6802208ad9c2c1ca87b00bcf11a8.jpg) - Druk op de [Verlaten]-toets rechtsboven op het scherm om de Systeeminstellingen af te sluiten. - De te volgen procedure wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, vindt u in "GEBRUIKERSAUTHENTICATIE" (pagina 1-17) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT".

Lijst met Systeeminstellingen (Algemeen)

Wanneer de Systeeminstellingen worden geopend met algemene rechten, verschijnen de onderstaande items. Raadpleeg "Lijst met Systeeminstellingen (beheerder)" (pagina 7-31) voor items die uitsluitend met beheerdersrechten kunnen worden geopend. ![](images/b54374d7696c0a8530afc097909b087e4c2a9a5f556b9ccb5b25bb47411dca03.jpg) - Afhankelijk van de specificaties van de machine en de geïnstalleerde randapparatuur, kan het mogelijk zijn dat sommige instellingen niet beschikbaar zijn. - Raadpleeg "SYSTEEMINSTELLINGEN VOOR FAX" (pagina 7-99) voor informatie over de instellingen met betrekking tot de faxfunctie. Totale aantal
Item StandaardinstellingenPagina
■ Totale aantal7-10
● Opdrachttelling – 7-10
● Apparatentelling – 7-10
Standaardinstellingen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Standaardinstellingen7-11
● Klokaanpassing7-11
► Klok aanpassen
◆ Geef de tijdzone aan –
◆ Datum- en tijdinstellingen –
◆ Synchroniseren met internettijdserver Uitschakelen
► Instelling ZomertijdVarieert afhankelijk van land en regio
◆ Selecteer instellingtypeVarieert afhankelijk van land en regio
◆ StarttijdVarieert afhankelijk van land en regio
◆ VoltooiingstijdVarieert afhankelijk van land en regio
◆ AanpassingstijdVarieert afhankelijk van land en regio
► DatumindelingVarieert afhankelijk van land en regio
● Keuze toetsenbordVarieert afhankelijk van land en regio7-12
Lijst afdrukken (gebruiker)
Item StandaardinstellingenPagina
■ Lijst afdrukken (gebruiker)7-12
● Lijst met alle aangepaste instellingen –
● Testpagina printer –
● Adreslijst Wordt Verzonden –
● Lijst van mappen voor documentarchivering
Papierlade-Instellingen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Papierlade-Instellingen7-13
● Lade-instellingen7-13
► Papierlade 1Normaal, Auto-AB (Auto-Inch)
► Papierlade 2
► Papierlade 3*
► Papierlade 4*
► Papierlade 5*Normaal A4 (8-1/2" x 11")
► Handinvoer Normaal, Auto-AB (Auto-Inch)
◆ Selecteer verg. afmetingen voor autodet.Auto-AB: 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")Auto-Inch: 8-1/2" x 14"
● Papiersoortregistratie – 7-15
● Automatisch omschakelen van ladenIngeschakeld7-15
● Registratie aangepaste grootte (Omloop)Aangepast 1: X=432 mm (17"),Y=297 mm (11")Aangepast 2: X=432 mm (17"),Y=297 mm (11")Aangepast 3: X=432 mm (17"),Y=297 mm (11")7-15
\*1 Wanneer er een onderkast/1 x 500 vel papierlade/ onderkast/2 x 500 vel papierlade is geïnstalleerd. \*2 Wanneer er een onderkast/2 x 500 vel papierlade is geïnstalleerd. \*3 Wanneer er een hoge capaciteitlade is geïnstalleerd. Adresbeheer
Item StandaardinstellingenPagina
■ Adresbeheer7-16
● Adresboek-7-16
● Aangepaste IndexGebruiker *17-20
● Programma-7-21
Faxdata Ontv/doorsturen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Faxdata Ontv/ Doorsturen*7-22
● I-Faxinstellingen7-22
► Start ontvangst-
► Handm. Ontvangsttoets op beginschermIngeschakeld
► Doorsturen ontvangen faxdata-
\* Wanneer de internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd. Voorwaarde-instellingen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Voorwaarde-instellingen7-23
● Standaard printerinstellingen7-23
► Kopieën 1
► Afdrukstand Staand
► Standaard papierformaat A4 (8-1/2"x11")
► Standaard uitvoerlade Varieert afhankelijk van deconfiguratie van de machine
► Standaard papiersoort Normaal papier
► Instelling Oorspronkelijke Resolutie 600dpi
► Afdrukken Lege Pagina Uitschakelen Uitgeschakeld
► Lijndikte 5
► 2-zijdige afdruk 1-zijdig
► Kleurmodus Auto
► N-op-1 afdrukken1-UP
► Aanpassen aan paginaIngeschakeld
► UitvoerVarieert afhankelijk van de configuratie van de machine
◆ Afdrukken per eenheidIngeschakeld
► SnelbestandUitgeschakeld
● PCL-instellingen7-24
► PCL-symbolenset instel.PC-8
► PCL-lettertypen instellenIntern lettertype, 0: Courier
► PCL-regeleindecode0.CR=CR; LF=LF; FF=FF
► Wide A4Uitgeschakeld
● PostScript-instelling*7-25
► PS-fouten afdrukkenUitgeschakeld
► Binaire verwerkingUitgeschakeld
\* Wanneer de PS3-uitbreidingskit is geïnstalleerd. Beheer Documentarchivering
Item StandaardinstellingenPagina
■ Beheer Documentarchivering7-26
Controle USB-apparaat
Item StandaardinstellingenPagina
■ Controle USB-apparaat-7-27
Gebruikers-bediening
Item StandaardinstellingenPagina
■ Gebruikers-bediening*7-27
● Gebruikersinformatie wijzigen-7-27
\* Wanneer gebruikersauthenticatie is geactiveerd en de aangemelde gebruiker niet de autoriteit heeft de systeeminstellingen (beheerder) (uitgezonderd standaard fabrieksgebruikers) te configureren.

Totale aantal

Deze functie geeft de paginatelling in elke modus weer. Druk op [Totaal aantal].

Opdrachttelling

Dit geeft het aantal van alle opdrachten weer en drukt dit af. ![](images/ef914d54450d81a8d7876ae64fbae47ba250d8ae0f4b6af060cdc17274c3243d.jpg) - A3 (11" x 17") papierformaat wordt als twee bladen geteld. - Elk blad papier gebruikt voor twee-zijdig kopieren wordt geteld als twee pagina's (A3(11" x 17") papier wordt geteld als vier pagina's). - Een ingevoerd papierformaat van 384 mm (15-1/8") of breder wordt als twee pagina's. - Pagina's direct afgedrukt van de machine zoals lijstafdrukken zijn inbegrepen in de "Overige afdrukken" telling. - De weergegeven (of afgedrukte) items variëren afhankelijk van de machinespecificaties en geïnstalleerde randapparatuur.

Apparatentelling

Dit wordt gebruikt om het aantal op de machine geïnstalleerde randapparaten weer te geven of af te drukken. ![](images/3db9037c7eb82635a57b9113c9453e1f5a318be2746ff980c5035fe56d180048.jpg) \- Origineelinvoer (enkel wanneer de toevoer enkele bladen en omkeerfunctie geïnstalleerd is) Elk blad wordt geteld als twee pagina's wanneer twee-zijdig scannen wordt uitgevoerd. \- Nietapparaat (als een zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingseenheid is geïnstalleerd) Op twee plaatsen nieten en nieten van ingebonden documenten worden als "2"geteld. \- De weergegeven (of afgedrukte) items variëren afhankelijk van de machinespecificaties en geïnstalleerde randapparatuur.

Standaardinstellingen

De standaardinstellingen voor de bediening van de machine kunnen worden geconfigureerd. Druk op de toets [Standaardinstellingen] en selecteer instellingen.

Klokaanpassing

Gebruik deze toets om de datum en tijd van de inbouwklok in de machine in te stellen. Stel de tijd in.
Item Instellingen
Geef de tijdzoneAls uw zone voorligt op GMT (Greenwich Mean Time), selecteer dan [+]. Als uw zone achterligt op GMT, selecteer dan [-]. Geef vervolgens het tijdsverschil tussen uw zone en GMT op in uren en minuten.
Datum- en tijdinstellingen Selecteer en stel jaar, maand, dag, uur en minuten in.
Synchroniseren met internettijdserverDat kan worden gebruikt wanneer de machine aangesloten is op het internet. De klok van de machine wordt automatisch aangepast aan de klok van een tijdserver op het internet.

Instelling Zomertijd

Schakel de zomertijd in.
Item Instellingen
Instelling ZomertijdSelecteer of de Instelling Zomertijd ingeschakeld wordt of niet. Indien ze niet ingeschakeld wordt, zijn de volgende instellingen niet mogelijk.
Selecteer instellingtypeGeef aan of de eerste en de laatste dag van de zomertijd moeten worden ingesteld met de dag van de week of met de datum.
StarttijdStel de eerste dag van de zomertijd in. Stel de eerste maand in. Indien u "Dag van de week" selecteerde in "Selecteer instellingtype", stel dan de eerste week van de zomertijd in en vervolgens de eerste dag. Indien u "Datum" selecteerde in "Selecteer instellingtype", stel dan de begindatum in. Stel het uur, de minuten en de UTC (Coordinated Universal Time) in.
VoltooiingstijdStel het einde van de zomertijd op dezelfde manier in als het begin van de zomertijd.
AanpassingstijdStel de tijd in waarop de aanpassing zal gebeuren wanneer de zomertijd begint.
Wanneer deze functie wordt gebruikt, wijzigt de tijd aan het begin en eind van de zomertijd als aangegeven in de tabel hieronder.
TijdzoneGewone tijd → ZomertijdZomertijd → Gewone tijd
Europa*Laatste zondag maart, 1:00 tot 2:00 a.m.Laatste zondag in oktober, 1:00:00 tot 0:00:00 a.m.
Australië, Nieuw-ZeelandLaatste zondag in oktober, 2:00 tot 3:00 a.m.Laatste zondag in maart, 3:00 tot 2:00 a.m.
Overige landenSelecteer het [Instelling Zomertijd]-selectievakje, zodat het markeringsteken √ verschijnt. De klokinstelling wordt geconfigureerd voor de normale tijd plus één uur. Wanneer de □ geselecteerd is, keert de tijd terug naar de normale tijd.
\* In bepaalde landen kunnen de begin- en eindtijden van de zomertijdregeling afwijken van de tijden die op het apparaat zijn ingesteld.

Datumindeling

Het formaat dat wordt gebruikt voor het afdrukken van de datum op lijsten en andere uitvoer kan worden gewijzigd.
Item Instellingen
Huidige WaardeDe huidige tijd wordt weergegeven in de opmaak die bij de datumnotatie is ingesteld.
IndelingDe weergavevolgorde instellen van jaar, maand en dag (JJJJ/MM/DD).
ScheidingstekenSelecteer één van de drie symbolen of een blanco ruimte als scheidingsteken in de datum.
Dag-Naam PositieSelecteer of de naam van de dag voor of na de datum verschijnt.
TijdweergaveSelecteer 12-uurs weergave of 24-uurs weergave voor de tijd.12-uurs weergave: 12:00AM tot 11:59AM/12:00 tot 11:59PM24-uurs weergave: 00:00 tot 23:59
![](images/42abd0c7cabc4461957cf558c46f41f9e0efc54af690f486183de6515e3690b8.jpg) Als "Klokinstelling deactiveren" (pagina 7-63) " is geactiveerd in de systeeminstellingen (beheerder), kunnen datum en tijd niet worden ingesteld.

Keuze toetsenbord

De indeling van het toetsenbord dat in tekstinvoerschermen verschijnt kan worden gewijzigd. De toetsenbordindelingen die gekozen kunnen worden staan hieronder.
Engels (VS) Engels(UK) Japans FransDuits Zweeds
Noors Fins Deens RussischGrieks Turks

Lijst afdrukken (gebruiker)

Lijsten die in de machine opgeslagen instellingen en informatie bevatten kunnen worden afgedrukt. Druk op de [Lijst afdrukken (gebruiker)]-toets en selecteer de instellingen.
LijstnaamBeschrijving
Lijst met alle aangepaste instellingenDeze lijst geeft de hardware status, software status, instellingen voor printercondities en papierladen, en totaal tellingen weer.
Testpagina printerDit wordt gebruikt om de Lijst PCL-symbolenset, verschillende lettertypelijsten en de NIC-pagina (netwerk interface instellingen, etc.).• Lijst PCL-symbolenset.• Lijst PCL interne lettertypes• Option font list• PS lettertypelijst• Lijst PS uitgebreide lettertypes• NIC-pagina
Adreslijst Wordt VerzondenLijsten kunnen van verschillende in de machine opgeslagen adressen worden afgedrukt.• Individuele Lijst• Groepslijst• Programmlijst• Geheugenvaklijst• Alles verzend. Adreslijst
Lijst van mappen voor documentarchiveringDit geeft de mapnamen voor documentarchivering weer.
![](images/27d4770b788385613bbaf6de4f8fce149f60b7800806a358b2b977e90a5ce941.jpg) - De beschikbare items hangen af van de functies die op de machines zijn geïnstalleerd. - Als "Testpagina Niet Afdrukken" (pagina 7-75) " is geactiveerd in de systeeminstellingen (beheerder), is het niet mogelijk een testpagina af te drukken.

Papierlade-Instellingen

Papierlade en papiersoortinstellingen worden in dit gedeelte behandeld. Druk op de [Papierlade-instellingen]-toets om de instellingen te configureren.

Lade-instellingen

Deze instellingen bepalen papiersoort, papierformaat en functies die voor iedere papierlade gelden. Als er op de toets [Lade-instellingen] wordt gedrukt, verschijnt een lijst met de laden en huidige instellingen. ![](images/fdbd59be24a57c5af5ef46ddef88e8db28ea343e9ebd99cd008daa7c171d543a.jpg)

Instellingen van elke lade

Druk op de toets [Wijzigen] in het scherm boven om de instellingen te wijzigen. U kunt de volgende instellingen configureren:
Item Beschrijving
TypeSelecteer de papiersoort die in de lade is geplaatst.De papiersoorten die kunnen worden geselecteerd verschillen per papierlade.Raadpleeg "Lade-instellingen" (pagina 7-14) voor meer informatie.Raadpleeg "Papiersoortregistratie" (pagina 7-15) als u een nieuwe papiersoort wilt opslaan.
FormaatSelecteer het gewenste papierformaat uit de lijst. De papierformaten die kunnen worden geselecteerd verschillen per papierlade. De keuze aan formaten is mogelijk ook beperkt door de boven geselecteerde papiersoort. Raadpleeg"Lade-instellingen" (pagina 7-14) voor meer informatie.Als het gewenste formaat niet in de lijst staat, selecteer dan [Aangepast Formaat] en voer het formaat rechtstreeks in (alleen voor de handinvoerlade). Raadpleeg"Lade-instellingen" (pagina 7-14) voor meer informatie.
Bezig met invoeren van goedgekeurde opdrachtSelecteer de modi die kunnen worden gebruikt. Als u een bepaalde functie niet wilt gebruiken voor de geselecteerde lade, schakelt u deze uit.Als het "Type" geen normaal , gerecycleerd, gekleurd papier is of een gebruikerssoort is, kunnen [Faxen] en [Internetfax] niet worden geselecteerd.
![](images/111ceafce833c7f8c7de84657a5a2bfde3c26461b368fa98bd9630d8ebc08611.jpg) - Als het hier opgegeven papierformaat afwijkt van het in papierformaat in de lade, kan dit problemen of een papierstoring opleveren tijdens het afdrukken. Raadpleeg "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor het verwisselen van het papierformaat in een lade. - Papiereigenschappen zoals "Vaste zijde van papier" worden automatisch ingesteld als de papiersoort wordt geselecteerd. De papierlade-eigenschappen kunnen in dit scherm niet worden gewijzigd. - Als "Lade-instellingen uitschakelen" (pagina 7-70) " is geactiveerd in de systeeminstellingen (beheerder), kunnen de lade-instellingen (behalve voor de handinvoerlade) niet worden geconfigureerd. Lade-instellingen
Papierlade Papiersoort Formaat
Papierlade 1 Normaal, voorbedrukt,Recycled, briefpapier,voorgeperforeerd,gekleurd, Zwaar papier,gebruikerssoortAuto-AB (A3, A4, A4R, B4, B5, B5R, 216 mm x 330 mm(8-1/2" x 13"),Auto-Inch (11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R,7-1/4" x 10-1/2"R)8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 216 mm x 343 mm(8-1/2" x 13-1/2"), 5-1/2" x 8-1/2"R, A5R,8K, 16K, 16KR
Papierlade 2
Papierlade 3(Wanneer er eenonderkast/1 x 500 velpapierlade/ onderkast/2x 500 vel papierlade isgeinstalleerd)Auto-AB (A3, A4, A4R, B4, B5, B5R, 216 mm x 330 mm(8-1/2" x 13"),Auto-Inch (11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R)8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 216 mm x 343 mm(8-1/2" x 13-1/2"),8K, 16K, 16KR
Papierlade 4(Wanneer er eenonderkast/2 x 500 velpapierlade isgeinstalleerd)
Papierlade 5(Wanneer er een hogecapaciteitlade isgeinstalleerd)Normaal, voorbedrukt,Recycled, briefpapier,voorgeperforeerd,gekleurd,gebruikerssoortA4, 8-1/2" x 11"
HandinvoerIn aanvulling op depapiersoorten van lade1 t/m 4, Dun papierAuto-AB (A3W, A3, B4, A4, A4R, A5R, B5, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 11",216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13"), 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5"),216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")),Auto-Inch (12" x 18", 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-2/5"(216 mm x 340 mm)*, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R,5-1/2" x 8-1/2"R, A3, A4, B4, B5),Formaat invoeren-AB (X=148 mm tot 432 mm, Y=100 mm tot 297 mm),Formaat invoeren-Inch (X=5-1/2" tot 17", Y=5-1/2" tot 11-5/8"),8K, 16K, 16KR, Aangepast 1, Aangepast 2, Aangepast 3
EtikettenAuto-AB (A4, A4R, B5, B5R), Auto-Inch (8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R),Aangepast formaat
TransparantenAuto-AB (A4, A4R), Auto-Inch (8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R)
Tabpapier Auto-AB (A4),Envelop Com-10, MonarchAuto-Inch (8-1/2" x 11")DL, C5
\* Het automatisch gedetecteerde formaat wordt ingesteld in "Selecteer verg. afmetingen voor autodet." in het instelscherm handinvoer (zie hieronder).

Selecteer verg. afmetingen voor autodet.

"Selecteer verg. afmetingen voor autodet." in het instelscherm handinvoer wordt gebruikt om het papierformaat dat automatisch wordt gedetecteerd te selecteren uit vergelijkbare formaten tijdens de detectie. Selecteer een of twee formaten wanneer "Auto-Inch" wordt ingesteld. Selecteer een of drie formaten wanneer "Auto-AB" wordt ingesteld. Wanneer papier van hetzelfde formaat als een van de papierformaten in de instellingen in de handinvoer wordt geplaatst, wordt automatisch het formaat dat in de instellingen is geselecteerd herkend.
Auto-AB216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13"), 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5"), 216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")
Auto-Inch8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm)

Papiersoortregistratie

Sla een papiersoort op als de gewenste papiersoort niet verschijnt in de selectie of als u een nieuwe set papiereigenschappen wilt aanmaken. Er kunnen max. 7 programma's worden opgeslagen.
Item Beschrijving
TypenaamEen willekeurige naam opslaan.De standaard fabrieksnamen zijn "Gebr. soort 1" - "Gebr. soort 7".
Vaste zijde van papierActiveer deze instelling als papier met een voor- en achterzijde wordt gebruikt.
Duplex uitschakelenActiveer deze instelling als papier geladen is dat niet kan worden gebruikt voor twee-zijdig afdrukken.
Nieten uitschakelen Activeer deze instelling als papier wordt gebruikt dat niet kan worden geniet.
Perforeren uitschakelenActiveer deze instelling als papier wordt gebruikt dat niet kan worden geperforeerd.
![](images/ca86dc4edcf358fb81dd160a03ca355d55355be727b18186d3d8052af03ae056.jpg) Welke instellingen u kunt selecteren varieert afhankelijk van de geïnstalleerde randapparatuur.

Automatisch omschakelen van laden

Als het papier uit een lade op raakt tijdens het afdrukken, bepaalt dit of een andere lade met hetzelfde papierformaat en dezelfde papiersoort automatisch geselecteerd wordt en het afdrukken doorgaat.

Registratie aangepaste grootte (Omloop)

Als u een speciaal niet-standaard papierformaat vaak gebruikt in de handinvoerlade, kunt u die papiersoort opslaan. Door de papiersoort op te slaan, hoeft u het formaat niet telkens in te stellen wanneer u het gebruikt. Er kunnen drie papierformaten worden opgeslagen. Druk op de toets [Aangepast 1] tot [Aangepast 3] waarin u een papierformaat wilt opslaan of wijzigen. Het volgende scherm verschijnt: ![](images/a43ab33522bae1668c88c6280961655f7737965570827e99ceb02613ab882ff3.jpg) Selecteer of u het formaat in mm ("Formaat invoeren-AB") of in inch ("Formaat invoeren-Inch") wilt invoeren, en stel dan de X en Y maten van het papier in.

"Formaat invoeren-AB"

De X maat kan worden ingesteld op een waarde van 148 mm tot 432 mm. De standaard fabrieksinstelling is 432 mm. De Y maat kan worden ingesteld op een waarde van 100 mm tot 297 mm. De standaard fabrieksinstelling is 297 mm.

"Formaat invoeren-Inch"

De X maat kan worden ingesteld op een waarde van 5-1/2 " tot 17". De standaard fabrieksinstelling is 17". De Y maat kan worden ingesteld op een waarde van 5-1/2" tot 11-5/8". De standaard fabrieksinstelling is 11".

Adresbeheer

Adresbeheer wordt gebruikt om sneltoetsen, groepstoetsen, programmatoetsen en aangepaste indexen op te slaan, te bewerken en te wissen. Druk op de toets [Adresbeheer] en configureer de instellingen. ![](images/b498d146f963a8e0ee0fb8fae3bd989d8d61c7ebedc9d21550063094bc794ef8.jpg) - Welke instellingen u kunt selecteren varieert afhankelijk van de geïnstalleerde randapparatuur. - Raadpleeg "SYSTEEMINSTELLINGEN VOOR FAX" (pagina 7-99) voor informatie over de instellingen met betrekking tot de faxfunctie.

Adresboek

Bestemmingen kunnen worden opgeslagen in het adresboek om eenvoudig te worden opgeroepen. Als op de toets [Adresboek] wordt gedrukt, verschijnt het volgende scherm. ![](images/1d69236b28ec8257cbe01d9ebab3fc470c0429f463bb0b326823a52633fd683a.jpg)

- Toets [Toevoegen]

Gebruik deze toets om een nieuw adres toe te voegen.

- Lijstweergave

Hiermee wordt een lijst van de opgeslagen adressen weergegeven. U kunt een adres selecteren om het scherm voor bewerking of verwijdering voor dit adres te openen.

Adressen opslaan

Druk op de toets [Toevoegen] in het scherm boven om de instellingen op te slaan. Er kunnen 1000 adressen worden geprogrammeerd. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-17) voor meer informatie. ![](images/1ff241b0e73717e35446d83944b9648bd37b75cef60d1e0a64a60268ad74e0d5.jpg) - Wanneer "Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak." (pagina 7-78) in de systeeminstellingen (beheerder) is ingeschakeld voor een functie, kunnen er geen adressen worden opgeslagen voor die functie. - Opslaan van adressen voor scannen naar FTP, scannen naar Netwerkmap en scannen naar Desktop... Sla scannen naar FTP en scannen naar Netwerk adressen op in de webpagina's. Sla scannen naar Desktop adressen op met Network Scanner Tool. Een gecombineerd maximum van 200 adressen kan worden opgeslagen voor deze drie scanmethodes.

Adressen wijzigen en wissen

U kunt een adres selecteren op het weergegeven scherm om een scherm voor bewerking of verwijdering dit adres te openen. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-17) voor meer informatie. Een adres wissen met de toets [Wissen]. ![](images/196853a98c4678cbdcc33cb288c4961fe01526b4c98dc668fb25f1074872e1d6.jpg)

- Als u geen afzonderlijke sneltoets of groeptoets kunt bewerken of wissen.

In de onderstaande situaties kunt u geen afzonderlijke sneltoetsen of groeptoetsen bewerken of wissen: - Wanneer de toets wordt gebruikt voor een verzending in de wachtrij of een verzending die op dat moment wordt verzonden. - Wanneer de sleutel wordt opgenomen in een groepstoets. - Wanneer de sleutel wordt opgenomen in een programma. - De sleutel wordt als doorstuurbestemming opgegeven in de "Instelling standaard adres" (pagina 7-82) of "Instelling voor inkomende routing" / "Documentbeheerfunctie" (op de webpagina's). - Wanneer "Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak." (pagina 7-78) is ingeschakeld. Als de toets wordt gebruikt voor een verzending in de wachtrij of een verzending die op dat moment wordt verzonden, kunt u de verzending annuleren of wachten totdat deze is voltooid en vervolgens de toets bewerken of wissen. Als de toets is opgenomen in een groep, verwijder dan eerst de toets uit de groep en bewerk of wis vervolgens de toets. Als de toets is gespecificeerd als doorstuurbestemming, annuleer dan de doorstuurbestemming en bewerk of wis vervolgens de toets. Wanneer "Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak." is ingeschakeld, wis dan deze functie en wijzig of verwijder de toets. Instellingen
Item Beschrijving
In alle functies opgeslagen items
AdrestypeSelecteer het adrestype dat in het adresboek moet worden opgeslagen.E-mail: Een e-mailadres met een sneltoets opslaan.Internetfax: Een Internetfaxadres met een sneltoets opslaan.Directe SMTP:Een Directe SMTP-adres met een sneltoets opslaan.Faxen: Een faxnummer met een sneltoets opslaan.Groep: Een groep met meerdere adressen opslaan voor een distributieverzending.
ZoeknummerStel een zoeknummer in. Het laagst beschikbare nummer wordt automatisch ingevoerd. Om een nummer te wijzigen, voert u een nummer één van 0001 tot 1000. Een zoeknummer dat al is opgeslagen kan niet worden gebruikt.
Adresnaam Voer een naam voor de adresnaam in (maximaal 36 tekens).
Eerste letterU kunt maximaal 10 karakters voor de initialen invoeren. De eerste letters die u hier invoert bepalen de positie van de sneltoets in de alfabetische index.
ToetsnaamVoer de naam in die u wilt laten verschijnen in het adresboek (deze verschilt van de adresnaam).
Aangepaste IndexSelecteer de aangepaste index waarin het adres verschijnt.
Registreer het Adres dat moet worden toegevoegd aan de index [Veelgebruikt].Veelvuldig gebruikte adressen kunnen worden opgeslagen in de index [Veelgebruikt].
Items die verschijnen als er een e-mailadres wordt opgeslagen
E-mailadres Voer een e-mailadres in (max. 64 tekens).
Best.IndelingGeef de indeling van het te genereren bestand en de compressiemodus voor de zwart-wit- en kleurmodus.Bestandtype: Stel de indeling van het te genereren bestand in.Compressiemodus (zwart-wit): Selecteer de compressiemodus voor zwart-witverzending.Compressiefactor (kleur/grijstinten): Selecteer decompressiefactor voor kleur-/grijstintenverzending.
Items die verschijnen als er een Internetfaxadres wordt opgeslagen
I-Faxadres Voer een Internetfaxadres in (max. 64 tekens).
Bestandindeling Compressiemodus: Selecteer de compressiewijze voor verzending.
Verzoek InternetfaxontvangstrapportSelecteer of u een ontvangstrapport per e-mail wilt ontvangen nadat de verzending is voltooid.
Items die verschijnen als een Directe SMTP-adres wordt opgeslagen
AdresGebruik deze drie instellingen om een adres voor Direct SMTP-verzending in te stellen.In veel gevallen kan met methode (1) verzonden worden.In de tekstvakken voor "Direct SMTP-adres" en "Hostnaam of IP-adres" kunnen elk maximaal 64 tekens worden ingevoerd.(1) Het IPv4-adres van de ontvangende machine gebruiken in het domeindeel van het e-mailadres.Voer het e-mailadres van de ontvangende machine in het tekstvak [Direct SMTP-adres] in waarbij u het domein vervangt door het IPv4-adres.Voorbeeld: Als het e-mailadres van de ontvangende machine"gebruiker@voorbeeld_domein.com" is en het IPv4-adres"192.168.123.45" isVoer "gebruiker@192.168.123.45" in het tekstvak [Direct SMTP-adres] in.(2) De hostnaam gebruiken in het domeindeel van het e-mailadres van de ontvangende machineVoer het e-mailadres van de ontvangende machine in het tekstvak [Direct SMTP-adres] in waarbij u het domein vervangt door de hostnaam.Voorbeeld: Als het e-mailadres van de ontvangende machine"gebruiker@voorbeeld_domein.com" is en de hostnaam "HOST" isVoer "gebruiker@HOST" in het tekstvak [Direct SMTP-adres] in.(3) Als de ontvangende machine is ingesteld op het alleen ontvangen van e-mail van specifieke adressenVoer het opgegeven specifieke e-mailadres in het tekstvak [Direct SMTP-adres] in.Schakel het selectievakje "Ook hostnaam of IP-adres toevoegen" in en voer de hostnaam of het IP-adres van de ontvangende machine in het tekstvak [Hostnaam of IP-adres] in.Voorbeeld: Als het e-mailadres van de ontvangende machine"gebruiker@voorbeeld_domein.com" is en het IPv4-adres"192.168.123.45" isVoer "gebruiker@voorbeeld_domein.com" in het tekstvak [Direct SMTP-adres] in en voer "192.168.123.45" in het tekstvak [Hostnaam of IP-adres] in.
Best.Indeling Compressiemodus: Selecteer de compressiewijze voor verzending.
Items die verschijnen wanneer er een groep wordt opgeslagen
AdresAdres: Selecteer adressen uit het adresboek om in de groep op te slaan.Directe Invoer: Een adres dat nog niet is ingevoerd in het adresboek kan rechtstreeks worden ingevoerd. Voer het adres op dezelfde manier in als het opslaan van een adres voor een functie. Let op: als een Internetfaxadres direct wordt ingevoerd, kunnen compressiemodus en ontvangstrapport niet geselecteerd worden.Adresoverzicht: Hiermee wordt een lijst geselecteerde adressen weergegeven. Indien nodig kunt u adressen uit deze lijst verwijderen.

Groepstoetsen

In deze paragraaf wordt de procedure voor het opslaan van groepstoetsen uitgelegd. 1 ![](images/dc8fdc93a4974cd045d0ad39959e147ae86d09918f0819df25954ccdd89c83ad.jpg) Druk op de toets [Adresbeheer].

2

![](images/0f97b0cff40945d4168667c5fac9e5b79211e9bc10f554d994811c1923e2df09.jpg) Druk op [Adresboek].

3

![](images/b34929923b176c91cbd5bf9fe72195c95c1fdfcabfe91e7288ad049b91797f08.jpg) Druk op [Toevoegen].

4

![](images/01165fcf8c551aee2e54ebef28e2962dea029d8868455ec62b05f5eac731281b.jpg) Selecteer "Groep" in de lijst [Adrestype].

5

![](images/1c4c3d2b57a7f963313fcfbcf585d139768fef545039e2fcc92b07bbbbd36e1f.jpg) Stel de instellingen [Groepsnaam], [Voorletter] en [Toetsnaam] in. (De overige instellingen kunnen indien nodig worden aangepast.)

6

![](images/f07146493833d311c0edc0f8624a0b660cac967c095db3dc4edc32d80bcc42a7.jpg) Gebruik de schuifbalk om het onderste schermgedeelte weer te geven en druk op de toets [Adresboek]. (Druk op de toets [Directe Invoer] om een adres op te slaan dat niet is opgeslagen onder een sneltoets.) ![](images/e833ff2cfd91720f276ec47ffe382f2e3e4f220e49878c313d58f61aded2394d.jpg) Druk op de sneltoets die u aan de groep wilt toevoegen. (In dit voorbeeld zijn drie toetsen toegevoegd.) Druk op [OK]. Druk op [OK]. Druk op de toets [OK] in het dialoogvenster dat verschijnt. Het scherm voor het opslaan van de groepstoets wordt weergegeven. Als u wilt annuleren, drukt u op de toets [Annuleren] om terug te keren naar het vorige scherm. De procedure is voltooid.

Aangepaste Index

De naam van een aangepaste index kan voor groter gebruikersgemak worden gewijzigd. Wis de vooraf ingevoerde naam en voer een nieuwe naam in (maximaal 6 tekens). De standaard fabriekswaarden voor de namen van de aangepaste indexen zijn "Gebr 1" tot "Gebr 6".

Programma

Als u regelmatig dezelfde instellingen en/of functies gebruikt voor dezelfde bestemming of bestemmingen, kunt u deze instellingen en bestemmingen opslaan en een programma. Zo kunt u de instellingen en bestemmingen die u wilt selecteren eenvoudig openen via dit programma. Als op de toets [Programma] wordt gedrukt, verschijnt het volgende scherm. ![](images/96c17c5458ab6befa51c97c15fcf3760b5a07f27297c2b21e9264cd3dd1e757d.jpg)

• Toets [Toevoegen]

Gebruik deze toets om een nieuw programma toe te voegen.

• Lijstweergave

Hiermee wordt een lijst van de opgeslagen programma's weergegeven. U kunt een programma selecteren om het scherm voor bewerking of verwijdering voor dit programma te openen.

Een Programma Opslaan

Druk op de toets [Toevoegen] op het weergegeven scherm om het registratiescherm weer te geven. Er kunnen 48 programma's worden opgeslagen. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-21) voor meer informatie. ![](images/2ef54611fd54286a7f86d972c0150ead97deeadcbc3f4f62cb6f6fdbdefe7665.jpg) \- Instellingen voor timer kunnen niet in het programma worden opgenomen. \- Er moet ten minste een one-touch-toets worden gespecificeerd in een programma, anders kan het programma niet worden opgeslagen.

Programma's wijzigen en wissen

U kunt een programma selecteren op het weergegeven scherm om een scherm voor bewerking of verwijdering voor dit programma te openen. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-21) voor meer informatie. Verwijder een programma met behulp van de toets [Wissen]. Instellingen
Item Beschrijving
ProgrammanummerStel het aan het programma toe te wijzen nummer in. Het laagst beschikbare nummer wordt automatisch ingevoerd. Om een nummer te wijzigen, voert u een nummer één van 01 tot 48. Een nummer dat al is opgeslagen kan niet worden gebruikt.
Programmanaam Voer een naam voor deprogrammanaam in (maximaal 36 tekens).
AdresSelecteer het/de in het programma te gebruiken adres(sen) van het adresboek. Er kunnen 500 bestemmingen in één programma worden opgeslagen.
Het scherm van het AdresboekHiermee wordt een lijst van de opgeslagen adressen weergegeven.
Voorwaarde-InstellingenDruk op de toets [Setup] om de voorwaarde-instellingen voor een adres te openen.
Instelling AdresmodusSelecteer de modus waarin het adres wordt gebruikt (Internetfax, scan, etc.) Wanneer er een modus wordt geselecteerd, verschijnen de instellingen voor deze modus.
ModusinstellingenVaak gebruikte instellingen kunnen op dezelfde manier worden opgeslagen als wanneer zij voor een modus worden geselecteerd.

Faxdata Ontv/ Doorsturen

In dit gedeelte worden de instellingen voor ontvangst en doorsturen uitgelegd. Druk op de [Faxdata Ontv/doorsturen]-toets en configureer de instellingen. ![](images/2e0a07369f92e6d90f9a49ef7bb0452cea0d120eb0b705dbb250219d768fa9f1.jpg) Raadpleeg "SYSTEEMINSTELLINGEN VOOR FAX" (pagina 7-99) voor informatie over de instellingen met betrekking tot de faxfunctie.

I-Faxinstellingen

Deze instellingen kunnen worden geconfigureerd wanneer de internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd.

Start ontvangst

Met deze toets maakt u meteen verbinding met uw mailserver (POP3-server) en wordt er gecontroleerd op binnengekomen internetfaxen. Als u Internetfaxen hebt ontvangen, worden de faxen opgeroepen en afgedrukt. ![](images/3afce04a4b8b58c26faed71d1f38fcc86b52c1e025cc38089cbee4e87da1fc9d.jpg) POP3 serverinstellingen moeten zijn geconfigureerd om deze functie te gebruiken. Configureer deze instellingen in het scherm dat verschijnt als [Toepassingsinstellingen] - [Internetfaxinstellingen] in het webpaginamenu wordt geselecteerd.

Handm. Ontvangsttoets op beginscherm

Dit geeft de toets [Handmatige i-faxontvangst] in het basisscherm van Internetfaxmodus.

Ontvangen gegevens doorsturen

Wanneer de machine niet kan afdrukken omdat er geen papier of inkt meer aanwezig is, kunnen ontvangen faxen worden doorgestuurd naar een andere Internetfaxmachine. ![](images/b1d812e9185aef2ddd347808c58dba687248fe81f61352ce99a6d3b86c34f3fe.jpg) - Zie "Adres voor doorsturen gegevens instellen" (pagina 7-85) in de systeeminstellingen (beheerder) om een adres voor doorsturen op te slaan. - Als het doorsturen is mislukt, omdat de verzending werd geannuleerd of er een communicatiefout is opgetreden, keren de door te sturen faxen terug naar de afdrukwachtrij op de machine. - Als de eerste pagina's van een fax succesvol afgedrukt zijn, worden alleen de pagina's die niet zijn afgedrukt, doorgestuurd. - Doorsturen is niet mogelijk als er geen faxen werden ontvangen of als er geen adres voor doorsturen is geprogrammeerd. - Wanneer "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" (pagina 7-78) is ingeschakeld, wordt u gevraagd een wachtwoord in te voeren. Voer een correct wachtwoord in met het numerieke toetsenbord. ![](images/b34ff9cede9820e660f3fd95f260e5bc60377d3c9ca032aee8c7b481cc97230e.jpg)

Het doorsturen annuleren...

Druk op de toets [OPDRACHT STATUS] en annuleer daarna de doorstuuropdracht op dezelfde manier als een verzendopdracht.

Voorwaarde-instellingen

De voorwaarde-instellingen worden gebruikt om de basisprinterinstellingen en de instellingen voor het afdrukken van een DOS-applicatie te configureren. Druk op de toets [Voorwaarde-instellingen] om de instellingen te configureren.

Standaard printerinstellingen

De standaard instellingen worden gebruikt om geavanceerde afdrukvoorwaarden voor het afdrukken in een omgeving waar de printerdriver niet wordt gebruikt (zoals afdrukken van MS-DOS of van een computer waarop de meegeleverde printerdriver niet is geïnstalleerd). ![](images/5f9cf7fd7f91572716c1e8a8c8f397ecf85db0d464d180320610accc95d7cf73.jpg) Wanneer afgedrukt wordt met een printerdriver hebben de instellingen van de printerdriver voorrang op de voorwaarde-instellingen. Instellingen
Item Selecties
Kopieën 1 - 999 sets
Afdrukstand• Staand• Liggend
Standaard papierformaatA3, B4, A4, B5, A5, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 7-1/4" x 10-1/2", 5-1/2" x 8-1/2", 8k, 16k
Standaard uitvoerlade• Middelste lade• Staffellade*1• Bovenste Lade Afw.Eenh*2• Onderste Lade Afw.Eenh*2• Rechterlade
Standaard papiersoortNormaal, voorbedrukt, gerecycleerd papier, briefpapier, voorgeperforeerd, gekleurd
Instelling Oorspronkelijke Resolutie• 600 dpi• 1200 dpi
Afdrukken Lege Pagina Uitschakelen• (Uitgeschakeld)• (Geactiveerd)
Lijndikte*30-9
2-zijdige afdruk• 1 - zijdig• 2-zijdig (boek)• 2-zijdig (schrijfblok)
N-op-1 afdrukken*4• 1 - UP• 2 - UP• 4 - UP
Aanpassen aan pagina*5• (Passend Maken gebruiken)• (Passend Maken niet gebruiken)
Uitvoer(Afdrukken per eenheid gebruiken)(Afdrukken per eenheid niet gebruiken)Nietpositie*1: Geen, 1 nietje aan achterzijde, 2 nietjes, 2 nietjes (Boven)(Perforatie niet gebruiken)(Perforatie gebruiken)
Snelbestand(Uitgeschakeld)(Geactiveerd)
\*1 Als een zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid is geïnstalleerd. \*2 Wanneer een finisher (grote stapeleenheid) is geïnstalleerd. \*3 Deze instelling wordt gebruikt om de lijnbreedte van de vectorgrafieken aan te passen. Uitgezonderd voor CAD en andere speciale gebruikssituaties is het normaal niet nodig deze instelling te wijzigen. Wanneer "0" wordt geselecteerd, worden alle lijnen met een dikte van 1 dot afgedrukt. \*4 Papierformaten die kunnen worden gebruikt met deze functie zijn A3, B4, A4, 11" x 17", 8-1/2" x 14", en 8-1/2" x 11". (Deze functie kan bij sommige afdrukmethodes niet werken.) \*5 Ze werken allen bij het afdrukken van PDF, JPEG en TIFF bestanden.

PCL-instellingen

Dit wordt gebruikt om symbolensets, lettertypes en regeleindecode, gebruikt in een PCL-omgeving, in te stellen. Instellingen
Item BeschrijvingSelecties
PCL-symbolenset instel.Geef de symbolenset op die wordt gebruikt voor het afdrukken.Selecteer uit 35 items.
PCL-lettertypen instellenGebruik dit om het lettertype te selecteren dat wordt gebruikt voor afdrukken.• Intern lettertype• Extern lettertype(Lijst van interne lettertypes als uitgebreide lettertypes niet zijn geïnstalleerd.)
PCL-regeleindecodeDeze instelling wordt gebruikt om te selecteren hoe de printer reageert wanneer een regeleindeopdracht wordt ontvangen.• 0.CR=CR; LF=LF; FF=FF• 1.CR=CR+LF; LF=LF;FF=FF• 2.CR=CR; LF=CR+LF; FF=CR+FF• 3.CR=CR+LF; LF=CR+LF; FF=CR+FF
Wide A4Als dit wordt geactiveerd, kunnen er 80 tekens per regel worden afgedrukt op A4 papier met een lettertype van 10-pitch. (Als deze instelling wordt uitgeschakeld kunnen er max. 78 tekens per regel worden afgedrukt.)• (Geactiveerd)• (Uitgeschakeld)

PostScript-instelling

Als er een fout optreedt tijdens PostScript afdrukken, bepalen deze instellingen of er een foutbericht wordt afgedrukt en of de PostScript-gegevens in binaire indeling wordt ontvangen. Instellingen
Item BeschrijvingSelecties
PS-fouten afdrukkenAls er een PS (PostScript) fout optreedt tijdens PostScript-afdrukken, bepaalt deze instelling of er al dan niet een foutbericht wordt afgedrukt.• (Geactiveerd)• (Uitgeschakeld)
Binaire verwerkingPostScript-data in binaire indeling ontvangen.• (Geactiveerd)• (Uitgeschakeld)
![](images/3fd7e2bff9871cb02c66ca8cf0088a898d9fc69f4a01aee38ba72e4e19cceb45.jpg) Deze instelling kan worden geconfigureerd wanneer de PS3-uitbreidingskit is geïnstalleerd.

Beheer Documentarchivering

Beheer documentarchivering wordt gebruikt om aangepaste mappen voor documentarchivering te maken, bewerken, en wissen. Druk op de toets [Beheer Documentarchivering] en configureer de instellingen. Als u op de toets [Beheer Documentarchivering] drukt, verschijnt het onderstaande scherm. ![](images/50480a240574e47fceb486a86f027672410bcace5bc9c2a8d544d46df1a96835.jpg)

• Toets [Toevoegen]

Gebruik deze toets om een nieuwe aangepaste map toe te voegen.

• Lijstweergave

Hiermee wordt een lijst van de huidige geconfigureerde aangepaste mappen weergegeven. U kunt een map selecteren om het scherm voor bewerking of verwijdering voor deze map te openen.

Een aangepaste map maken.

Druk op de toets [Toevoegen] op het weergegeven scherm om het registratiescherm weer te geven. U kunt maximaal 1000 aangepaste mappen aanmaken. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-26) voor meer informatie.

Een aangepaste map bewerken/wissen

U kunt een aangepaste map selecteren op het weergegeven scherm om een scherm voor bewerking of verwijdering van het map te openen. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-26) voor meer informatie. Verwijder een map met behulp van de toets [Wissen]. ![](images/bb201d24f56f4b066252514005b0fef991b41182d5e88f16127588697e61c31d.jpg) - Als de map een wachtwoord heeft, moet het correcte wachtwoord worden ingevoerd voordat een bestand kan worden verwijderd. - Een map die bestanden bevat kan niet worden verwijderd. Verplaats de bestanden naar een andere map of verwijder ze voordat u de map verwijdert. Instellingen
Item Beschrijving
MapnaamVoer een naam in (maximum 28 tekens) voor de te maken aangepaste map. Er kan geen naam worden opgeslagen als deze al gebruikt wordt voor een andere map.
Voorletter van mapU kunt maximaal 10 karakters voor de initialen invoeren. De eerste letters die u hier invoert bepalen de positie van de sneltoets in de alfabetische index.
Wachtwoord van mapHet wachtwoord voor de map kan worden ingesteld door het gewenste nummer (5 tot 8 tekens) in te voeren.
Selecteer gebruikersnaam Selecteer de gewenste gebruikersnaam van de gebruikerslijst

Controle USB-apparaat

Hiermee wordt de aansluiting van een USB-apparaat, dat is verbonden met de machine, getest. Druk op de toets [Controle USB-apparaat] om de aansluiting te controleren. ![](images/4c4d3c47e378bcaae2d81909d3632475b3c3259f0e54a684f97f675b11536f5b.jpg) De status van een USB-apparaat dat niet compatibel is met de machine verschijnt niet.

Gebruikers-bediening

In dit gedeelte worden de instellingen voor gebruikers-bediening uitgelegd. Druk op de toets [Gebruikers-bediening] en configureer de instellingen. ![](images/e30f17d46fb90627105cfca4f3dde870b4432bc0b90fa8976e2f7d514297cf8b.jpg) - Instellingen voor gebruikers-bediening kunnen alleen worden geconfigureerd als "Gebruikersauthenticatie-instelling" (pagina 7-47) is geactiveerd. - Afhankelijk van de ingelogde gebruiker, kan het onmogelijk zijn de instellingen hieronder te gebruiken.

Gebruikersinformatie wijzigen

De informatie van de op dit moment ingelogde gebruiker kan worden bewerkt. Instellingen
Item Beschrijving
GebruikersnaamBewerk de naam van de gebruiker (maximaal 32 tekens). Deze gebruikersnaam wordt gebruikt als toetsnaam in het loginscherm, als gebruikersnaam voor documentarchivering en als verzendernaam. (De gebruikersnaam moet uniek zijn.)
Eerste letterBewerk de initialen (max. 10 tekens). De initialen bepalen waar de gebruikersnaam verschijnt in de gebruikersnaamlijst.
IndexSelecteer de gewenste aangepaste index. De aangepaste indexnamen zijn dezelfde namen als in het adresboek.
Loginnaam Dit kan niet worden bewerkt.
WachtwoordVoer het wachtwoord gebruikt voor gebruikersauthenticatie in met behulp van loginnaam en wachtwoord (1 tot 32 tekens). (Het wachtwoord kan worden overgeslagen.)
Mijn map Dit kan niet worden bewerkt.
E-mailadres Dit kan niet worden bewerkt.
Authenticatie-instellingen Dit kan niet worden bewerkt.
Paginalimietgroep Dit kan niet worden bewerkt.
Autoriteitsgroep Dit kan niet worden bewerkt.
Favoriete bedieningsgroepDe favoriete bedieningsgroep die wordt toegepast tijdens de login. Controleer met uw beheerder de instellingen van de Favoriete bedieningsgroepen.
Gebruikersnummer Dit kan niet worden bewerkt.
Een account verwijderen Dit kan niet worden bewerkt.
![](images/de67bab5f160e47531619e10a190a3e381d7292af0e365a87c2a50d2272d077b.jpg) De items die verschijnen verschillen afhankelijk van de gebruikersauthenticatiemethode die is geactiveerd.

SYSTEEMINSTELLINGEN (BEHEERDER)

In dit gedeelte worden de systeeminstellingen beschreven die door de beheerder van de machine worden geconfigureerd.

Systeeminstellingen (beheerder) openen

De beheerder moet de onderstaande procedure volgen om zich aan te melden en de Systeeminstellingen (beheerder) te openen.

Wanneer Gebruikersauthenticatie niet is ingeschakeld

Volg onderstaande inlogprocedure wanneer de functie "Gebruikersauthenticatie-instelling" (pagina 7-47) niet is ingeschakeld.

1

![](images/66252fbaefdecf0789279d65ffe5c794d5fc50ebc767be64ae8c38d02c6f92d3.jpg) Druk op de [Beheerderswachtw]-toets.

2

![](images/364ba9fb8761ad91bdd5851c8003b30dd4e6a662e3289672fdf9344c0169309f.jpg)

Log in.

(1) Druk op het tekstvak [Wachtwoord] en voer het beheerder-wachtwoord in. (2) Druk op [OK]. ![](images/6145e11fcf0e211b6962dd6b9683b667b534bb96e8c0f89d2337a957c6ceb88f.jpg) Hiermee is de inlogprocedure van de beheerder voltooid. U kunt nu de Systeeminstellingen (beheerder) gebruiken. ![](images/47cac124802963484506f0b47d0847b63c9aeff96b9e08e626e81b6e41770d15.jpg) - Gebruikersauthenticatie is standaard uitgeschakeld (standaardinstelling). - Procedure voor het afmelden... Druk op [Afmelden] in de rechterbovenhoek van het scherm. U kunt ook op de [Verlaten]-toets drukken om de systeeminstellingen te verlaten.(Wanneer de functie Automatisch wissen wordt ingeschakeld, wordt u automatisch afgemeld.)

Wanneer Gebruikersauthenticatie is ingeschakeld

Volg onderstaande inlogprocedure wanneer de functie "Gebruikersauthenticatie-instelling" (pagina 7-47) is ingeschakeld. ![](images/290219108e14414f78325af35fd1e4c9343e7eebac72f6a249d2c96ec7340b0f.jpg) Wanneer de functie automatische login is ingeschakeld, zal het loginscherm niet verschijnen.

Gebruikersauthenticatie via inloggen met gebruikersnaam en wachtwoord (en e-mailadres)

![](images/310eec2cd63f6ca65b396248ba0f1fa46b0d2401efdb62ea00f21a126661d810.jpg) De inlogprocedure van de beheerder wordt uitgevoerd via het gebruikerselectiescherm. De te volgen procedure wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, vindt u in "GEBRUIKERSAUTHENTICATIE" (pagina 1-17) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". 1 ![](images/e562ec0083fe88e44107c8574b7f5619beef542c86ea9459c74abd2189564375.jpg) Druk op de [Aanm. beheer.]-toets. 2 ![](images/c8ef6b6d09d9d49b55ec6e58fc26a34d3b76610e82c9e4d898fe20a0ab5ab6ac.jpg)

Log in.

(1) Druk op de toets [Wachtwoord]. Voer het wachtwoord van de beheerder in het invoerscherm voor het wachtwoord in. (2) Druk op [OK]. ![](images/8c3c0e26f19ebb66771c73717b266f2d6b69212b65a3bc76b96cc1fdda8d0112.jpg) - Wanneer de authenticatie plaatsvindt via gebruikersnaam/wachtwoord/e-mailadres, verschijnt de toets [E-mailadres] onder de "Gebruikersnaam". - Voor het standaard fabriekswachtwoord van de beheerder, zie "STANDAARD FABRIEKSWACHTWOORDEN" in de beknopte bedieningshandleiding. - Hiermee is de inlogprocedure van de beheerder voltooid. U kunt nu de Systeeminstellingen (beheerder) gebruiken.

Inloggen via gebruikersnummer

![](images/88763eb5ccbe4fe8cce0163de53911ccce83f5da367d893591e7a36d6ab7aae4.jpg)

Druk op de [Aanm. beheer.]-toets.

Voer het wachtwoord van de beheerder in het invoerscherm voor het wachtwoord in. Hiermee is de inlogprocedure van de beheerder voltooid. U kunt nu de Systeeminstellingen (beheerder) gebruiken. ![](images/9bcfc1b6edec82c2627f19cd3a0dd5a7c826fa85d04720401c8ce027cb16860f.jpg) - In aanvulling op het aanmelden via de [Aanm. beheer.-]toets, kunt u de Systeeminstellingen (beheerder) ook openen wanneer er een aanmelding wordt uitgevoerd door een gebruiker met beheerdersrechten of door een gebruikersnummer met beheerdersrechten in te voeren. De te volgen inlogprocedures wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, vindt u in "GEBRUIKERSAUTHENTICATIE" (pagina 1-17) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". - Procedure voor het afmelden... Druk op de toets [LOGOUT] (✗). (Behalve bij het invoeren van een faxnummer of in de PC-scanmodus.) (Wanneer de functie Automatisch wissen wordt ingeschakeld, wordt u automatisch afgemeld.)

Lijst met Systeeminstellingen (beheerder)

Hieronder worden de systeeminstellingen weergegeven die verschijnen nadat de beheerder zich heeft aangemeld. Ook worden de standaardinstellingen voor elk item weergegeven. ![](images/b311b3657deda5be06753c9c325b7a598c94a1318825c0733fbeba666b2c003b.jpg) - Afhankelijk van de specificaties van de machine en de geïnstalleerde randapparatuur, kan het mogelijk zijn dat sommige instellingen niet beschikbaar zijn. - Raadpleeg "Lijst met Systeeminstellingen (Algemeen)" (pagina 7-6) voor informatie over de algemene instellingen. - Raadpleeg "SYSTEEMINSTELLINGEN VOOR FAX" (pagina 7-99) voor informatie over de instellingen met betrekking tot de faxfunctie. Gebruikers-bediening
Item StandaardinstellingenPagina
■ Gebruikers-bediening7-47
● Gebruikersauthenticatie-instelling 7-47
► GebruikersauthenticatieUitgeschakeld7-47
► Instelling authenticatiemethodeGebruikersauthenticatie via gebruikersnaam en wachtwoord7-47
► Inst. apparaataccountmodusUitgeschakeld7-47
● Overige instellingen 7-48
► Handelingen wanneer het maximum aantal pagina's is bereiktDe taak is voltooid wanneer het maximum aantal pagina's is bereikt7-48
► Instell. aantal getoonde gebruikersnamen12 7-48
► Een waarschuwing wanneer de aanmelding is misluktUitgeschakeld7-48
► Afdrukken door ongeldige gebruiker uitschakelenUitgeschakeld7-48
► Opgeslagen taken automatisch afdrukken na loginUitgeschakeld7-48
► Standaardinstelling netwerkauthenticatieserver-7-48
► LDAP servertoegangscontrole uitvoerenUitgeschakeld7-49
► Gebruiksstatus weergeven na aanmelden-7-50
► Gebruikersinformatie afdrukken-7-50
● Gebruikerslijst-7-51
● Paginalimietgroeplijst-7-53
● Autoriteitsgroepslijst-7-54
● Favoriete bedieningsgroeplijst*1-7-57
► Favoriete bedieningsgroeplijstregistratie1*-7-57
► Lijst van Mijn menu1*-7-58
● Gebruikersaantal-7-59
● Instelling van Card*2-7-60
► Registratie van cardlezer-7-60
\*1 Deze functie kan niet op de machine worden ingesteld. U kunt de "Gebruiker-bediening" in de webpagina's instellen. \*2 Als de HID-cardlezer beschikbaar is.
Item StandaardinstellingenPagina
■ Energiebesparing7-61
● Tonerbesparingsfunctie7-61▶
► Kopiëren* Uitgeschakeld
● Automatisch uitschakelenIngeschakeld7-61
● Timer voor Automatisch Uitschakelen1 min.7-61
● Instelling Voorverwarmfunctie10 min.7-61
Afdrukki \* In sommige landen en regio's is deze functie niet beschikbaar. Bedieningsinstellingen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Bedieningsinstellingen7-62
● Overige instellingen7-62
► ToetsgeluidMiddel7-62
◆ Toetsgeluid bij beginpuntUitgeschakeld
► Automatisch Wissen Instellen60 sec.7-62
◆ Timer voor automatisch wissen annulerenUitgeschakeld
► Mededelingentijd Instellen6 sec.7-62
► TaalinstellingNederlands7-62
► Standaardweergave-InstellingenUit7-62
► Uitschakelen van opdrachtprioriteitUitgeschakeld7-62
► Uitsch. afdruk via handinvoerUitgeschakeld7-62
► Instelling Toetsbediening7-62
◆ Tijd voor accepteren van toetsinvoer0,0 sec.
◆ Automatische toetsherhaling uitschakelenUitgeschakeld
► Klokinstelling deactiverenUitgeschakeld7-63
► Kaften/insteekv. modus uitschakelenUitgeschakeld7-63
► Toetsenbordprioriteit instellenNederlands7-63
► Beginwaarde aantal origineler1*Alle uitgeschakeld7-63
● Weergavepatroon instellingPatroon 17-64
● Toetsinstelling aanpassen*27-64
► Kopiëren
◆ 1 aanpassenBestand
◆ 2 aanpassenSnelbestand
◆ 3 aanpassen-
►Scannen7-64
◆1 aanpassen Adresoverzicht
◆2 aanpassen Bestand
◆3 aanpassen Snelbestand
►Internetfax*
◆(Zelfde als scan)
►Fax*
◆(Zelfde als scan)
►USB-geheugenscan
◆1 aanpassen –
◆2 aanpassen –
◆3 aanpassen –
►Gegevensinvoef*
◆(Zelfde als scan)
●Instellingen beginscherm*2-7-64
►Instellingen van Mijn men2*-7-65
●Voorbeeldinstelling7-66
►Standaard voorbeeld Alle uitgeschakeld
►Weergave standaardvoorbeeld
◆Kopieren Volledig
◆Beeld Verzenden Scan verzenden: VolledigInternetfax verz.: VolledigFax Verzenden: VolledigData-Invoer: VolledigUSB-geheugenscan: VolledigOntvangstdatum: TweemaalGeheugenvak: Tweemaal
◆Doc.opslag Beeldcontrole: TweemaalScan. naar HDD: Volledig
►Inst. beeldcontrole ontvangen gegevens Uitgeschakeld
►Standaardlijst/miniatuurweergave Lijst
●Instellingen bediening op afstand7-66
►Bediening van externe software
◆Bedieningsauthoriteit Verboden
◆Wachtwoordinvoerscherm weergeven Weergeven op pc en MFP
► Bediening vanaf opgegeven PC7-66
◆ Bedieningsauthoriteit Verboden
◆ Hostnaam of IP-adres van PC –
◆ Wachtwoordinvoerscherm weergeven Weergeven op pc en MFP
► Bediening door gebruiker met wachtwoord
◆ Bedieningsauthoriteit Verboden
◆ Wachtwoordinvoerscherm weergeven Weergeven op pc en MFP
● Instelling sjabloon aanraaktoetsenbord7-66
\*1 Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is. \*2 Deze functie kan niet op de machine worden ingesteld. U kunt de deze functie in de webpagina's instellen. \*3 Wanneer de internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd. \*4 Wanneer de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd. \*5 Wanneer de applicatie-integratiemodule is geïnstalleerd. Apparaatbeheer
Item StandaardinstellingenPagina
■ Apparaatbeheer7-67
● Overige instellingen 7-67
► Invoermodus origineel*Alle uitgeschakeld 7-67
► Positie Nietapparaat Aanpassen*0.0 mm 7-67
► Instelling voor automatische papierselectieNormaal papier7-67
► Instelling tandemverbinding7-67
◆ IP-adres van het slave-apparaat0.0.0.0
◆ Poortnummer50001
◆ Master-apparaatmodus uitschakelenUitgeschakeld
◆ Slave-apparaatmodus uitschakelenUitgeschakeld
► Automatisch omschakelen van afwerklade*Ingeschakeld7-68
► Optimalisatie van harde schijf-7-68
► Alle takenlogboekgegevens wissen-7-68
● Instelling Detectie Formaat Origineel7-69
► Oorspronkelijke Herkenning FormaatcombinatieVarieert afhankelijk van land en regio
► Annuleren detectie van glasplaatUitgeschakeld
● Apparaten uitschakelen7-70
► Uitschakelen van origineelinvoerd*Uitgeschakeld7-70
► Uitschakelen van duplexUitgeschakeld7-70
► Cassette met grote capaciteit uitschakeler*Uitgeschakeld7-70
► Uitschakelen van optionele papierlade*Uitgeschakeld7-70
► Lade-instellingen uitschakelenUitgeschakeld7-70
► Uitschakelen van afwerkeenheid*Uitgeschakeld 7-70
► Offset uitschakelenUitgeschakeld7-70
► Uitzetten nieteenheid*Uitgeschakeld 7-70
► Perforator uitschakelen*Uitgeschakeld 7-70
● Instelling fusing-temperatuur60 - 89g/m2 (16 - 23 lbs.) 7-70
\*1 Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is. \*2 Als een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd. \*3 Wanneer een finisher (grote stapeleenheid) is geïnstalleerd. \*4 Wanneer er een hoge capaciteitlade is geïnstalleerd. \*5 Wanneer er een onderkast/1 x 500 vel papierlade/ onderkast/2 x 500 vel papierlade is geïnstalleerd. \*6 Als een zadelsteek afwerkingeenheid of afwerkingeenheid is geïnstalleerd. \*7 Wanneer een perforatiemodule is geïnstalleerd. Instellingen voor kopieerfunctie
Item StandaardinstellingenPagina
■ Instellingen voor kopieerfunctie7-71
● Instelling oorspronkelijke status7-71
► Papierlade Varieert afhankelijk van deconfiguratie van de machine
► Belichtingstype Auto
► Kopieerfactor 100%
► Tweezijdig kopiëren 1-zijdig naar 1-zijdig
► Uitvoer –
● Overige instellingen7-72
► Aanpassing Kopiebelichting57-72
► Instelling Draaien KopieIngeschakeld7-72
► Extra vaste-kopieerfactoren toevoegen of veranderen-7-72
► Maximum aantal kopieën instellen9997-72
► Standaardinstelling Voor De Kantlijnverschuiving7-72
◆ Zijde 110 mm (1/2")
◆ Zijde 210 mm (1/2")
► Standaardbreedte Van Wisstrook Instellen7-72
◆ Randverwijdering breedte10 mm (1/2")
◆ Randverwijdering midden10 mm (1/2")
► Kaart Formaat-Instellingen7-72
◆ OrigineelformaatX: 86 mm (3-3/8"), Y: 54 mm (2-1/8")
◆ Aanpassen aan paginaUitgeschakeld
► Automatisch Nietapparaat*Ingeschakeld7-72
► Begininstelling Tabkopie10 mm (1/2")7-72
► Opheffen van werk-programma's uitschakelenUitgeschakeld7-73
► Uitschakeling handinvoer bij dubbelz. kopiërenUitgeschakeld7-73
► Automatische papierselectie uitschakelenUitgeschakeld7-73
► Instelling automatische selectie van papiertoevoerladeUitgeschakeld7-73
► 600 x 600dpi scanmodus voor origineelinvoerUitgeschakeld7-73
► Snel scannen vanaf glasplaatIngeschakeld7-73
► Auto wissen vóór uitvoering kopieertaakUitgeschakeld7-73
\* Als een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd. Netwerkinstellingen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Netwerkinstellingen7-74
● IPv4-instellingenDHCP7-74
● IPv6-instellingenUitgeschakeld7-74
● TCP/IP inschakelenIngeschakeld7-74
● NetWare inschakelenIngeschakeld7-74
● EtherTalk inschakelenIngeschakeld7-74
● NetBEUI inschakelenIngeschakeld7-74
● NIC terugstellen-7-74
● Pingopdracht-7-74
Printerinstellingen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Printerinstellingen7-75
● Standaardinstellingen 7-75
► Kennisgeving Pagina Niet AfdrukkenIngeschakeld7-75
► Testpagina Niet AfdrukkenUitgeschakeld7-75
► A4/Letter-Formaat Auto VeranderenVarieert afhankelijk van land en regio7-75
► Afdruk Density Printer37-75
► Instellingen handinvoerlade 7-75
◆ Papierformaat herkenning handinvoer inschakelenUitgeschakeld7-75
◆ Papiersoort herkenning handinvoer inschakelenIngeschakeld7-75
◆ Doorvoerlade overslaan bij automatische papierselectieUitgeschakeld7-75
► OpdrachtwachtrijplaatsingIngeschakeld7-75
► Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken USB-geheugenUitgeschakeld7-75
► Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken netwerkmapUitgeschakeld7-75
● Interface-instellingen7-76
► Hexadecimale DumpUitgeschakeld7-76
► I/O Time-out60 sec.7-76
► USB-poort inschakelenIngeschakeld7-76
► Omschakeling USB-poortemulatieAuto7-76
► Netwerkpoort InschakelenIngeschakeld7-76
► Omschakeling Netwerk-PoortemulatieAuto7-76
► Methode Voor PoortomschakelingWisselen aan einde van opdracht7-76
Instell. afbeelding verzenden
Item StandaardinstellingenPagina
■ Instell. afbeelding verzenden7-77
● Bedieningsinstellingen7-77
► Overige instellingen7-77
◆ Standaardweergave-InstellingenScan (fax wanneer fax is geïnstalleerd)7-77
• Instellingen enige tijd vasthouden nadat scannen is voltooidUitgeschakeld
◆ Standaardselectie adresboekTabschakelaar: ABC, Adrestype: Alle7-77
ItemStandaardinstellingenPagina
◆ Instelling Oorspronkelijke Resolutie7-77
• Scannen Ingest. resolutie toepassen bij opslag:Uitgeschakeld200 X 200 dpi
• Internetfax *1Ingest. resolutie toepassen bij opslag:Uitgeschakeld200 X 100 dpi
• F a x2*Ingest. resolutie toepassen bij opslag:UitgeschakeldStandaard
◆ Standaard Belichtingsinstellingen Auto7-77• Or
• Moiré-Reductie Uitgeschakeld
◆ Volg adrestoets invoeren bij distributie-instel.Uitgeschakeld7-78
◆ Geluid Bij Voltooide ScanMiddel7-78
◆ Instelling aantal weergegeven sleutels naam/onderwerp/inhoud127-78
◆ Instelling aantal getoonde directadres-toetsen107-78
◆ Omschakelen weergave-volgorde uitschakelenUitgeschakeld7-78
◆ Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevensUitgeschakeld7-78
◆ Standaardverificatie-StempelUitgeschakeld7-78
◆ Standaardbreedte Van Wisstrook Instellen7-78
• Randverwijdering breedte10 mm (1/2")
• Randverwijdering midden10 mm (1/2")
► Registratie uitschakelen7-78
◆ Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak.Alle uitgeschakeld7-78
◆ Reg.van bestemming op webpage uitschak3*Alle uitgeschakeld7-78
◆ Registratie van programma uitschakelenAlle uitgeschakeld7-79
◆ Registratie van geheugenvak uitschakelenAlle uitgeschakeld7-79
◆ Bestemmingsregistratie met Global zoeken adres uitschakelen*3Alle uitgeschakeld7-79
◆ Registratie door middel van Network Scanner Tool*Uitgeschakeld 7-79
► Instel. voor uitschak. van verzending7-79
◆ [Opn. verzenden] uitschakelen in beeldverzendfunctieUitgeschakeld7-79
◆ Selecteren uit adresboek uitschakelenAlle uitgeschakeld7-79
◆ Directe invoer uitschakelenAlle uitgeschakeld7-79
◆ PC-I-Fax-verzending uitschakelen*Uitgeschakeld 7-79
◆ PC-Fax-verzending uitschakelen*Uitgeschakeld 7-79
► Eigen naam en bestemming instellen7-80
◆ Registratie zendergegevens
• Naam afzender –
• Faxnummer afzender –
• Eigen adres I-Fax –
◆Registratie van eigen naam selecteren7-80
● Scaninstellingen 7-81
► Overige instellingen 7-81
◆ Standaard-Afzenderset – 7-81
◆ Standaardinstellingen kleurmodusMono7-81
◆ Instelling Oorspronkelijke Bestandsindeling7-81
• Bestandstype PDF
• Zwart-witMMR (G4)
• Kleur/GrijstintenMedium
• Opgegeven pagina's per bestandUitgeschakeld
• Aantal pagina'sUitgeschakeld
◆ Compressiemodus bij distributie7-81
• Zwart-witMH (G3)
• Kleur/GrijstintenMedium
◆Instelling van maximum aantal verzenddata (E-mail)Onbeperkt7-82
◆ Maximumgrootte van gegevensbijlagen (map FTP/Bureaublad/Netwerk)Onbeperkt7-82
◆ Bcc-Instelling7-82
• Bcc inschakelenUitgeschakeld
• Bcc-adres weergeven op het opdrachtstatusschermUitgeschakeld
◆ Scanfunctie uitschakelen7-82
• USB-geheugenscan Uitgeschakeld
• PC-scanUitgeschakeld
◆ Instellen voorkeur emailhandtekeningUitgeschakeld7-82
► Instelling standaard adresUitgeschakeld7-82
● I-Faxinstellingen*17-83
► I-Fax Standaardinstellingen7-83
◆ Afdrukken auto reactiverenIngeschakeld7-83
◆ Compressie instel.MH (G3)7-83
◆ Instelling Luidsprekervolume –7-83• Si
• Foutsignaal communicatie Middel
◆ Origineel afdrukken op transactierapportAlleen Foutrapport Afdrukken7-83
◆ Instelling Afdrukken Transactierapport7-83
• Enkele Verzending Alleen Foutrapport Afdrukken
• Distribueren Volledig Rapport Afdrukken
• Ontvangen Geen Afgedrukt Rapport
◆ Instelling Afdrukken Activiteitenrapport7-84
• Automatisch afdrukken bij vol geheugenUitgeschakeld
• Dagelijks afdrukken op opgegeven tijd Uitgeschakeld
◆ Platte Tekst Afdrukken Instelling SelecterenUitgeschakeld7-84
◆ Instellen voorkeur emailhandtekeningUitgeschakeld7-84
► I-Fax Verzendinstellingen7-84
◆ I-Fax Ontvangstrapport Aan/Uit InstellingUitgeschakeld7-84
◆ Time-Out Aanvraag I-Fax Ontvangstrapport Instellen1 uur7-84
◆ Aantal malen opnieuw zenden bij ontvangstfout27-84
◆ Instelling van maximum aantal verzenddataOnbeperkt7-84
◆ Instelling Verzenden DraaiingAlle ingeschakeld7-85
◆ Paginanummer afdrukken bij ontvangerIngeschakeld7-85
◆ Opnieuw oproepen indien bezetTijden: 2, Interval 3 min.7-85
◆ Opnieuw bellen indien communicatiefoutTijden: 2, Interval 3 min.7-85
► I-Fax Ontvangstinstellingen7-85
◆ Instelling Reductie Auto OntvangstIngeschakeld7-85
◆ Instelling DuplexontvangstUitgeschakeld7-85
◆ Adres voor doorsturen gegevens instellen7-85
• Directe SMTPUitgeschakeld
• Ook hostnaam of IP-adres toevoegenUitgeschakeld
• Hostnaam of IP-adres
◆ Letter formaat RX verkleint afdrukken*4Uitgeschakeld 7-86
◆ Ontvangstdatum/-tijd afdrukkenUitgeschakeld7-86
◆ A3 RX verkleinen*Uitgeschakeld 7-86
◆ Instelling time-out POP3-communicatie60 sec.7-86
◆ Instelling Van Interval Ontvangstcontrole5 min.7-86
◆ Ifax uitvoerinstellingenVarieert afhankelijk van de configuratie van de machine7-86
► Anti-Junkmail/Domeinnaam InstellenAlle ongeldig7-86
\*1 Wanneer de internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd. \*2 Wanneer de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd. \*3 Als de netwerkverbinding is ingeschakeld. \*4 In sommige landen en regio's is deze functie niet beschikbaar. Instellingen documentarchivering
Item StandaardinstellingenPagina
■ Instellingen documentarchivering7-87
● Overige instellingen 7-87
► Instellingen StandaardmodusDelen-modus7-87
► Instelling SorteermethodeDatum7-87
► Instelling beheerdersauthoriteit7-87
◆ Bestand wissen Uitgeschakeld
◆ Map wissen Uitgeschakeld
◆ Wachtwoord wijzigen Uitgeschakeld
► Alle snelbestanden verwijderen7-87
◆ Wissen –
◆ Snelbestanden verwijderen tijdens het opstarten (exclusief beveiligde bestanden)Ingeschakeld
► Standaardinstellingen kleurmodusMono (Modus verzenden toegestaan)7-87
► Standaard BelichtingsinstellingenAuto7-87
◆ OrigineelbeeldtypeTekst
◆ Moiré-ReductieUitgeschakeld
► Uitgangsinstellingen resolutie600 x 600 dpi7-87
► Geluid Bij Voltooide ScanMiddel7-88
► Standaard uitvoerladé*Varieert afhankelijk van de configuratie van de machine7-88
► Stempel uitschakelen voor herafdrukUitgeschakeld7-88
► Batch-afdrukinstellingen7-88
◆ Selectie van [Alle gebruikers] is niet toegestaan.Ingeschakeld
◆ Selectie van [Gebr. onbekend] is niet toegestaan.Ingeschakeld
► Standaardbreedte Van Wisstrook Instellen7-88
◆ Randverwijdering breedte10 mm (1/2")
◆ Randverwijdering midden10 mm (1/2")
► Kaart Formaat-Instellingen7-88
◆ OrigineelformaatX: 86 mm (3-3/8"), Y: 54 mm (2-1/8")
◆ Aanpassen aan opslaggrootteUitgeschakeld
●Opties documentuitvoer7-89
►Afdrukken
◆Kopiëren Ingeschakeld
◆Afdrukken Ingeschakeld
◆Scan verzenden Uitgeschakeld
◆Internetfax verzenden (incl. PC-I-Fax)*Uitgeschakeld
◆Fax verzenden (incl. PC-Fax)*Uitgeschakeld
◆Scannen naar schijf Ingeschakeld
►Scan verzenden
◆Kopiëren Uitgeschakeld
◆Scan verzenden Ingeschakeld
◆Internetfax verzenden (incl. PC-I-Fax)*Uitgeschakeld
◆Fax verzenden (incl. PC-Fax)*Uitgeschakeld
◆Scannen naar schijf Ingeschakeld
►Internetfax verzending*
◆Kopiëren Uitgeschakeld
◆Scan verzenden Uitgeschakeld
◆Internetfax verzenden (incl. PC-I-Fax)Ingeschakeld
◆Fax verzenden (incl. PC-Fax) Uitgeschakeld
◆Scannen naar schijf Uitgeschakeld
►Faxverzending*
◆Kopiëren Uitgeschakeld
◆Scan verzenden Uitgeschakeld
◆Internetfax verzenden (incl. PC-I-Fax)*Uitgeschakeld
◆Fax verzenden (incl. PC-Fax)*Ingeschakeld
◆Scannen naar schijf Uitgeschakeld
●Autom verwijderen van bestandsinstellingAlle ongeldig7-89
\*1 Wanneer de uitvoerlade is geïnstalleerd. \*2 Wanneer de internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd. \*3 Wanneer de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd. Lijst afdrukken (beheerder)
Item StandaardinstellingenPagina
■ Lijst afdrukken (beheerder)7-90
● Lijst beheerdersinstellingen-7-90
● Activiteitenrapport Beeld Verzenden-7-90
● Lijst met ontvangen/doorgestuurde gegevens-7-90
● Lijst Met Webinstellingen*1- 7-90
● Lijst Metagegevenssets*2- 7-90
\*1 Als de netwerkverbinding is ingeschakeld. \*2 Wanneer de applicatie-integratiemodule is geïnstalleerd. Beveiligingsinstellingen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Beveiligingsinstellingen7-91
● SSL-instellingen7-91
► Serverpoort
◆ HTTPS Ingeschakeld
◆ IPP-SSL Uitgeschakeld
◆ HTTP omleiden naar HTTPS instellen in de webpaginaUitgeschakeld
► Clientpoort
◆ HTTPS Ingeschakeld
◆ FTPS Ingeschakeld
◆ SMTP-SSLIngeschakeld
◆ POP3-SSLIngeschakeld
◆ LDAP-SSLIngeschakeld
► EncryptieniveauLaag
● IPsec-instellingenUitgeschakeld7-91
● IEEE802.1X instellingUitgeschakeld7-91
Instellingen in-/uitschakelen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Instelling in-/uitschakelen7-92
● Voorwaarde-instellingen 7-92
► Afdrukken Lege Pagina UitschakelenUitgeschakeld7-92
● Gebruikers-bediening 7-92
► Uitschakelen van afdrukken door ongeldige gebruikerUitgeschakeld7-92
● Bedieningsinstellingen 7-92
► Timer voor automatisch wissen annulerenUitgeschakeld7-92
► Uitschakelen van opdrachtprioriteitUitgeschakeld7-92
► Uitsch. afdruk via handinvoerUitgeschakeld7-92
► Automatische toetsherhaling uitschakelenUitgeschakeld7-92
► Klokinstelling deactiverenUitgeschakeld7-92
► Kaften/insteekv. modus uitschakelenUitgeschakeld7-92
● Apparaatbeheer7-92
► Uitschakelen van origineelinvoe1*Uitgeschakeld 7-92
► Uitschakelen van duplexUitgeschakeld7-92
► Cassette met grote capaciteit uitschakele2*Uitgeschakeld 7-92
► Uitschakelen van optionele papierlade*Uitgeschakeld 7-92
► Lade-instellingen uitschakelenUitgeschakeld7-92
► Uitschakelen van afwerkingeenheid*Uitgeschakeld 7-92
► Offset uitschakelenUitgeschakeld7-92
► Uitzetten nieteenheid*Uitgeschakeld 7-92
► Perforator uitschakele6*Uitgeschakeld 7-92
► Master-apparaatmodus uitschakelenUitgeschakeld7-93
► Slave-apparaatmodus uitschakelenUitgeschakeld7-93
● Instellingen voor kopieerfunctie7-93
► Opheffen van werk-programma's uitschakelenUitgeschakeld7-93
► Uitschakeling handinvoer bij dubbelz. kopierenUitgeschakeld7-93
► Automatische papierselectie uitschakelenUitgeschakeld7-93
● Printerinstellingen7-93
► Kennisgeving Pagina Niet AfdrukkenIngeschakeld7-93
► Testpagina Niet AfdrukkenUitgeschakeld7-93
► Doorvoerlade overslaan bij automatische papierselectieUitgeschakeld7-93
► Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken USB-geheugenUitgeschakeld7-93
► Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken netwerkmapUitgeschakeld7-93
ItemStandaardinstellingenPagina
● Instell. afbeelding verzenden 7-93
► Overige uitgeschakeld 7-93
◆ Omschakelen weergave-volgorde uitschakelenUitgeschakeld7-93
◆ Scanfunctie uitschakelen7-93• PC
• USB-geheugenscan Uitgeschakeld
► Registratie uitschakelen 7-93
◆ Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak.Alle uitgeschakeld7-93
◆ Reg.van bestemming op webpage uitschak6*Alle uitgeschakeld 7-94
◆ Registratie van programma uitschakelenAlle uitgeschakeld7-94
◆ Registratie van geheugenvak uitschakelenAlle uitgeschakeld7-94
◆ Bestemmingsregistratie met Globalaal zoeken adres uitschakelen*6Alle uitgeschakeld7-94
◆ Registratie door middel van Network Scanner Tools uitschakelen*6Uitgeschakeld7-94
► Instel. voor uitschak. van verzending7-94
◆ [Opn. verzenden] uitschakelen in beeldverzendfunctieUitgeschakeld7-94
◆ Selecteren uit adresboek uitschakelenAlle uitgeschakeld7-94
◆ Directe invoer uitschakelenAlle uitgeschakeld7-94
◆ PC-I-Fax-verzending uitschakeleñ*Uitgeschakeld 7-94
◆ PC-Fax-verzending uitschakeleß*Uitgeschakeld 7-94
● Instellingen documentarchivering7-94
► Stempel uitschakelen voor herafdrukUitgeschakeld7-94
► Batch-afdrukinstellingen7-94
◆ Selectie van [Alle gebruikers] is niet toegestaan.Ingeschakeld
◆ Selectie van [Gebr. onbekend] is niet toegestaan.Ingeschakeld
\*1 Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is. \*2 Wanneer er een hoge capaciteitlade is geïnstalleerd. \*3 Wanneer er een onderkast/1 x 500 vel papierlade/ onderkast/2 x 500 vel papierlade is geïnstalleerd. \*4 Als een zadelsteek afwerkingeenheid of afwerkingeenheid is geïnstalleerd. \*5 Wanneer een perforatiemodule is geïnstalleerd. \*6 Als de netwerkverbinding is ingeschakeld. \*7 Wanneer de internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd. \*8 Wanneer de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd. Wachtwoord beheerder wijzigen
ItemStandaardinstellingenPagina
■ Wachtwoord beheerder wijzigenZie "STANDAARDFABRIEKSWACHTWOORDEN" in de beknopte bedieningshandleiding.7-95
Productcode
Item StandaardinstellingenPagina
■ Productcode*7-95
● Serienummer – 7-95
● PS3 uitbreidingskit – 7-95
● Internetfaxuitbreidingskit-7-95
● Status- en waarschuwingsbericht via e-mail-7-95
● Applicatie-integratiemodule-7-95
● Applicatie-communicatiemodule-7-95
● Externe account-module-7-95
● XPS-uitbreidingskit – 7-95
\* Afhankelijk van de geïnstalleerde randapparatuur, kan het mogelijk zijn dat sommige instellingen niet beschikbaar zijn. Gegevensback-up
Item StandaardinstellingenPagina
■ Gegevensback-up7-96
● Opslag-backup – 7-96
● Apparaat kopieren7-96
Opslaan/oproepen van systeeminstellingen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Opslaan/oproepen van systeeminstellingen7-97
● Fabrieksinstellingen Herstellen-7-97
● Huidige Configuratie Opslaan-7-97
● Configuratie Herstellen-7-97
Sharp OSA-instellingen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Sharp OSA-instellingen*7-98
● Instellingen extern account7-98
► Extern accountbeheerUitgeschakeld
► Authenticatie door externe server inschakelenUitgeschakeld
● Instellingen USB-driver7-98
► Extern toetsenbordInterne driver
► USB-geheugenInterne driver
► EncryptieniveauGeen
● Voorkeur taakprioriteitAfdrukken7-98
\* Wanneer de externe account-module of applicatiecommunicatie-module is geïnstalleerd.

Gebruikers-bediening

Gebruikers-bediening wordt gebruikt om instellingen voor gebruikersauthenticatie te configureren. Druk op de toets [Gebruikers-bediening] en configureer de instellingen.

Gebruikersauthenticatie-instelling

Met deze instelling kunt u de gebruikersauthenticatie in- of uitschakelen en de methode voor authenticatie specificeren. Wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld wordt elke gebruiker van de machine geregistreerd. Wanneer een gebruiker inlogt, zijn de instellingen voor die gebruiker van toepassing. Dankzij deze functie hebt u een betere controle over de veiligheid en kostenbeheer dan op eerdere machines. Bovendien is het zelfs wanneer de gebruikersinformatie niet wordt opgeslagen in de machine mogelijk om u rechtstreeks aan te melden door gebruikersinformatie in te voeren die is opgeslagen op een LDAP-server. In dat geval zal de aangemelde gebruiker de fabrieksinstelling "Gebruiker" zijn. Raadpleeg "Fabrieksinstellingen voor gebruikers" (pagina 7-51) voor meer informatie. ![](images/2dd7fee0a3c720a5fda1e9d71eac3bc72554f725726957cabf288755bfcbaf90.jpg) - Raadpleeg "Gebruikerslijst" (pagina 7-51) voor de procedure voor het opslaan van gebruikers. - De te volgen inlogprocedures wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, vindt u in "GEBRUIKERSAUTHENTICATIE" (pagina 1-17) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT".

Gebruikersauthenticatie

Wanneer de functie [Gebruikersauthenticatie] is ingeschakeld, verschijnt er een loginscherm voordat een handeling is begonnen in een bepaalde modus, behalve in het opdrachtstatusscherm\*. U moet één van de opgeslagen gebruikersnamen gebruiken. (Nadat u zich hebt aangemeld, kunt u binnen alle functies navigeren.) \* Het loginscherm verschijnt wanneer er een documentarchiveringsbestand wordt gebruikt of wanneer er opnieuw wordt geprobeerd een distributieverzending vanuit het opdrachtstatusscherm te verzenden.

Instelling authenticatiemethode

Hiermee wordt de authenticatiemethode geselecteerd. Zorg ervoor dat u deze instelling configureert voordat u gebruikersauthenticatie gaat gebruiken. De geconfigureerde items voor gebruikers die na de gebruikersauthenticatiemethode zijn opgeslagen, worden afhankelijk van de geselecteerde authenticatiemethode ingesteld.

Gebruikersauthenticatie via gebruikersnaam en wachtwoord

De standaard authenticatiemethode vindt plaats met gebruikersnaam en wachtwoord.

Gebruikersauthenticatie via gebruikersnaam, wachtwoord en e-mailadres

In aanvulling op de gebruikersauthenticatie met gebruikersnaam en wachtwoord, moet er ook een e-mailadres worden ingevoerd.

Gebruikersauthenticatie uitsluitend via gebruikersnummer

Deze methode kunt u gebruiken wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van netwerkauthenticatie. ![](images/ca5eea099e7b3d00ff9c44695e366bcfdc1a0a49065e47786cad697ee552a61a.jpg) - Het loginscherm varieert afhankelijk van de geselecteerde authenticatiemethode. Raadpleeg "GEBRUIKERSAUTHENTICATIE" (pagina 1-17) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor meer informatie. - Als "Gebruikersauthenticatie uitsluitend via gebruikersnummer" wordt gebruikt, is netwerkauthenticatie niet mogelijk.

Inst. apparaataccountmodus

Een bepaalde gebruiker kan worden opgeslagen als automatische login-gebruiker. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de login automatisch worden uitgevoerd.Met deze functie hoeft er niet meer worden ingelogd, terwijl toch de instellingen van de geselecteerde gebruiker (netwerkinstellingen, favoriete handelingen etc.) worden toegepast. U kunt ook andere dan de automatische ingelogde gebruiker toestaan om tijdelijk in te loggen en met hun eigen rechten en instellingen te werken. Om andere gebruikers toe te staan tijdelijk in te loggen wanneer [Inst. apparaataccountmodus] is ingeschakeld, selecteert u [Login door andere gebruiker toestaan]. U kunt bijvoorbeeld alleen authenticatie voor eenzijdig kopieren vragen. ![](images/4db9cddc3bda75a67f343ced5c30052b271afc4b3166769f561fd1131993fb7c.jpg) - Als de automatische login om wat voor reden dan ook niet lukt terwijl deze wel is ingeschakeld, of wanneer de gebruiker geen beheerdersrechten heeft, worden alle systeeminstellingen of de systeeminstellingen (beheerder) geblokkeerd. In zo'n geval moet de beheerder op de toets [Beheerderswachtw] in het scherm systeeminstellingen drukken en opnieuw inloggen. - Om in te loggen als een andere gebruiker dan de automatisch ingelogde gebruiker wanneer [Login door andere gebruiker toestaan] is ingeschakeld, drukt u op de toets [LOGOUT] (X) om het automatisch inloggen te annuleren. Het scherm gebruikersauthenticatie wordt weergegeven om u aan te melden. Druk op de toets [LOGOUT] (X) nadat u de machine hebt gebruikt.

Overige instellingen

Handelingen wanneer het maximum aantal pagina's is bereikt

Met deze instelling bepaalt u of een opdracht moet wordt voltooid wanneer het maximum aantal pagina's is bereikt terwijl de opdracht nog wordt uitgevoerd. De volgende selecties zijn mogelijk: - De taak wordt beëindigd wanneer het maximum aantal pagina's is bereikt - De taak is voltooid wanneer het maximum aantal pagina's is bereikt

Instell. aantal getoonde gebruikersnamen

Het aantal gebruikers dat wordt weergegeven in het gebruikerselectiescherm kan worden geselecteerd (6, 12 of 18 gebruikers). ![](images/525548b0556c36f9faf8574656b5fb23ece8f49db4459ea1705dd9721950c8e6.jpg) Deze instelling is ook van toepassing op het gebruikerselectiescherm van documentarchivering en het verzenderselectiescherm.

Een waarschuwing wanneer de aanmelding is mislukt

Deze instelling wordt gebruikt om een waarschuwing weer te geven en de aanmelding gedurende vijf minuten te blokkeren als het aanmelden drie maal achtereen mislukt. Hiermee wordt voorkomen dat ongeautoriseerde personen een wachtwoord proberen te raden. (Het aantal mislukte aanmeldpogingen blijft bewaard, ook nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld.) ![](images/7eb59f2fbf755134d0cb75088882049183dc064276c36d4530b087ea76025cfe.jpg) U kunt de blokkering van vijf minuten van het bedieningspaneel opheffen door te klikken op [Gebruikers-bediening] – [Standaardinstellingen] – [Verwijder de vergrendeling op het bedieningspaneel van de machine] in het menu van de webpagina.

Afdrukken door ongeldige gebruiker uitschakelen

Het is mogelijk het afdrukken door gebruikers waarvan geen gegevens op de machine zijn opgeslagen, zoals afdrukken zonder het invoeren van geldige gebruikersinformatie in de printer driver of het afdrukken van een bestand vanaf een FTP-server vanuit de webpagina's, onmogelijk te maken. ![](images/653abf2fc041253cf1e317d642336dda3eb8ecfc0071047c1b4e7eaf161889a1.jpg) Wanneer een afdruktaak wordt uitgevoerd door een gebruiker die niet in de machine zit opgeslagen, zal de fabrieksinstelling "Andere gebruiker" worden gebruikt als de aangemelde gebruiker. Raadpleeg "Fabrieksinstellingen voor gebruikers" (pagina 7-51) voor meer informatie.

Opgeslagen taken automatisch afdrukken na login

Wanneer vasthouden is ingeschakeld in de printerdriver en afdrukgegevens naar de machine is gespoold, kunt u de gespoolde gegevens automatisch laten afdrukken als de gebruiker die vasthouden heeft ingeschakeld zich aanmeldt.

Standaardinstelling netwerkauthenticatieserver

Gebruik deze instelling om de standaard netwerkauthenticatieserver in te stellen. Wanneer een gebruiker zich vanaf de webpagina aanmeldt of een afdrukopdracht verzendt naar de machine met behulp van gebruikersinformatie die niet op de machine is opgeslagen, is de authenticatieserver onbekend. Deze instelling wordt gebruikt om één van de LDAP-servers die op de machine zijn opgeslagen te gebruiken als authenticatie-server. ![](images/e574bc4619574f6029a1853ad0ddc0d963a9c39b0ccfe58f54a279190cf95bb1.jpg) Wanneer de aanmelding wordt uitgevoerd via netwerkauthenticatie met gebruikersinformatie die niet in de machine opgeslagen zit, zal de aangemelde gebruiker de fabrieksinstelling "Gebruiker" zijn. Raadpleeg "Fabrieksinstellingen voor gebruikers" (pagina 7-51) voor meer informatie.

LDAP servertoegangscontrole uitvoeren

Het is mogelijk om toegangscontrolegegevens voor limieten van paginatellingen, machtigingen en favoriete bewerkingen op een LDAP-server op te slaan. Door deze LDAP-server te gebruiken voor netwerkauthenticatie, kan een gebruiker geverifieerd worden aan de hand van de opgeslagen toegangscontrolegegevens. Dit kan worden gebruikt wanneer gebruikersauthenticatie plaatsvindt door middel van netwerkauthenticatie met een LDAP-server of een adreslijstservice (Active Directory, etc.). Voordat u deze functie gebruikt moet u de instellingen voor authenticatie met een LDAP-server configureren, controlenummers verkrijgen voor de "Paginalimietgroep", "Authoriteitsgroep", "Favoriete handelingen-groep" en "Mijn map" (inclusief basisinstellingen voor elke groep), en deze koppelen aan de controlenummers die op de machine zijn geregistreerd. Om deze functie te gebruiken, moeten kenmerken die gekoppeld zijn aan "Paginalimietgroep", "Authoriteitsgroep", "Favoriete handelingen-groep" en "Mijn map" worden toegevoegd aan de adreslijstgegevens van de LDAP-server die voor gebruikersauthenticatie wordt gebruikt. De kenmerkinformatie wordt hieronder weergegeven. Instellingen die eerder zijn opgeslagen op de machine kunnen niet worden gewijzigd.
KenmerkNaam van kenmerk volgens fabrieksin stellingInstelling
Paginalimiet groeppagelimit Registratienummer van groep paginalimiet dat op de machine is opgeslagen of eerder op de machine opgeslagen groepsnaam. Onbeperkt: unlimited
Authoriteitsgroepauthority Registratienummer van machtiginggroep dat op de machine is opgeslagen of eerder op de machine opgeslagen groepsnaam. Beheerder: admin Gebruiker: user Gast: guest
KenmerkNaam van kenmerk volgens fabrieksin stellingInstelling
Favoriete handelingen-groepfavourite Registratienummer van favoriete bewerkingsgroep dat op de machine is opgeslagen of eerder op de machine opgeslagen groepsnaam. Volgens de systeeminstellingen: system settings
Mijn map myfolder Mapnaam ofgebruikersnaam opgeslagen op de machine. Niet invoeren als de standaardmap is opgegeven.
De namen van kenmerken die de machine ophaalt van de LDAP-server kunnen worden gewijzigd in "Paginalimietgroep", "Authoriteitsgroep", "Favoriete handelingen-groep" en "Mijn map" in "Netwerkinstellingen" > "LDAP-installatie" op de webpagina. De "Paginalimietgroep", "Authoriteitsgroep" en "Favorite handelingen-groep" informatie die op iedere machine is opgeslagen bepaalt de rechten en instellingen die werkelijk aan de gebruiker worden toegekend. Om te zorgen dat gebruikers op elke machine dezelfde rechten en instellingen krijgen toegekend, moet op elke machine dezelfde "Paginalimietgroep", "Authoriteitsgroep" en "Favorite handelingen-groep" informatie worden opgeslagen met dezelfde registratienummers. Voor "Mijn map" moet op elke machine dezelfde mapnaam in "Aangepaste Map" worden opgeslagen. De adreslijstinformatie van de gebruikte LDAP-server kan vanaf de machine niet worden gewijzigd. Raadpleeg de beheerder van de LDAP-server.

Gebruiker automatisch aangemeld

Als toegangscontrole wordt ingeschakeld en het aanmelden plaatsvindt door middel van netwerkauthenticatie, wordt de gebruikersinformatie op de LDAP-server automatisch op de machine opgeslagen. De informatie wordt als volgt opgeslagen:
Item Beschrijving
Gebruikersnaam Informatie wordt verkregen van de LDAP-server.*
Eerste letter 1
Index Gebr 1
Wachtwoord –
Authenticatie-instellingen
AuthenticatieserverNetwerkauthenticatie
E-mailadres Informatie wordt verkregen van de LDAP-server.
Mijn map
Paginalimietgroep
Authoriteitsgroep
Favoriete handelingen-groep
\* Als de gebruikersnaam niet kan worden achterhaald, worden de eerste 16 tekens van de ingevoerde tekstreeks als gebruikersnaam voor netwerkauthenticatie gebruikt. Als de inlognaam anders is maar de ontvangen gebruikersnaam van de LDAP-server is hetzelfde, of als de gebruikersnaam al op de machine is geregistreerd, verschijnt "Kan niet inloggen omdat ingevoerde gebruikersnaam al eens is geregistreerd." en kan niet worden ingelogd. In dat geval moet de gebruikersnaam die op de LDAP-server is opgeslagen of de gebruikersnaam die op de machine is opgeslagen, worden gewijzigd. Raadpleeg de beheerder van de machine. Indien wordt geprobeerd om in te loggen door LDAP-authenticatie terwijl er al 1000 gebruikers zijn opgeslagen, verschijnt de volgende melding en is inloggen niet mogelijk. "Maximumaantal ingangen voor Gebruikersnaam is 1000. Verwijder oude of niet-gebruikte gebruikersnamen." Raadpleeg de beheerder van de machine. ![](images/f37b8787f67121f8724c7ed1e60c79d79e5a65b58fd058b822baf1e0ad721a27.jpg) - Als het niet mogelijk is om toegangscontrolegegevens te achterhalen van de LDAP-server die voor authenticatie wordt gebruikt, kan geen gebruikersauthenticatie plaatsvinden. - Als een gebruiker die is aangemeld op de machine geverifieerd is door middel van netwerkauthenticatie, krijgen de instellingen voor gebruikersregistratie op de machine voorrang boven de groep limiet paginatelling, machtiginggroep, groep favoriete bewerkingen, en mijn map. - Als de verkregen toegangscontrole van de LDAP-server niet is geregistreerd op de machine, wordt de standaard gebruikersauthenticatie af fabriek toegepast. - Als deze functie niet wordt ingeschakeld en een gebruiker wordt door middel van netwerkauthenticatie geverifieerd als een niet-geregistreerde gebruiker, wordt de standaard gebruikersauthenticatie af fabriek toegepast.

Gebruiksstatus weergeven na aanmelden

Wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, bepaalt deze functie of de paginatellingen van een gebruiker wordt weergegeven als deze gebruiker zich aanmeldt.

Gebruikersinformatie afdrukken

De volgende lijsten kunnen worden afgedrukt. - Gebruikerslijst - Lijst met aantal gebruikte pagina's - Paginalimietgroeplijst\* - Autoriteitsgroepslijst - Favoriete bedieningsgroeplijst\* - Alle gebruikersinformatie afdrukken Druk op de toets van de gewenste lijst om het afdrukken te starten. \* Afdrukken is niet mogelijk wanneer er geen groepen zijn opgeslagen.

Gebruikerslijst

Deze functie wordt gebruikt om gebruikers op te slaan, te bewerken en te verwijderen wanneer de gebruikersauthenticatie is ingeschakeld. Als op de toets [Gebruikerslijst] wordt gedrukt, verschijnt het volgende scherm. ![](images/74a2b67329a7efe3f7e25f3f63c2cab66fbc6d7d60c7a72f63f561499ab0f435.jpg)

• Toets [Toevoegen]

Gebruik deze toets om een nieuwe gebruiker toe te voegen.

• [Alle Gebr. Wissen]-toets

Gebruik deze toets om alle opgeslagen gebruikers te verwijderen. (Exclusief standaardgebruikers.) Deze functie kan alleen worden uitgevoerd door een beheerder.

- Wis alle auto-geregistr. gebr.

Verwijder alle automatisch aangemelde gebruikers. Gebruiker automatisch aangemeld (pagina 7-50)

- Gebruikerslijst

Hier worden de huidige opgeslagen gebruikers weergegeven. Er verschijnt een asterisk [\*] voor de gebruikersnaam van automatisch aangemelde gebruikers. U kunt een gebruiker selecteren om het scherm voor bewerking of verwijdering voor deze gebruiker te openen.

Een gebruiker opslaan

Druk op de toets [Toevoegen] op het weergegeven scherm om het registratiescherm weer te geven. Er kunnen maximaal 1000 gebruikers worden opgeslagen. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-52) voor meer informatie.

Een gebruiker bewerken/verwijderen

U kunt een gebruiker selecteren op het weergegeven scherm om een scherm voor bewerking of verwijdering deze gebruiker te openen. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-52) voor meer informatie. Verwijder een gebruiker met behulp van de toets [Wissen]. ![](images/ce88dd05527f75d16588bae3d5ee51bb76035964860ba0bdbf434769715448b7.jpg) \- De functie "Alle gebruikers wissen" kan niet worden gebruikt wanneer de functie automatische login is ingeschakeld. \- Standaardgebruikers kunnen niet worden verwijderd.

Fabrieksinstellingen voor gebruikers

De volgende gebruikers werden in de fabriek in de machine opgeslagen. \- Beheerder: Account voor de beheerder van de machine, zoals opgeslagen in de fabriek. \- Gebruiker: Dit wordt gebruikt wanneer netwerkauthenticatie wordt gebruikt en een aanmeldnaam rechtstreeks wordt ingegeven die niet in de machine zit opgeslagen. (Dit kan niet worden geselecteerd in het scherm voor aanmelding van de gebruiker.) \- Andere gebruiker: Dit wordt gebruikt wanneer een afdrukopdracht wordt uitgevoerd met ongeldige gebruikersinformatie. (Dit kan niet worden geselecteerd in het scherm voor aanmelding van de gebruiker.) Voor instellingen die te maken hebben met elk van de gebruikers, verwijzen wij naar de volgende tabel.
GebruikersnaamBeheerder Gebruikersnaam Andere gebruiker
Loginnaamadmin users Other
Wachtwoord(Zie de Beknopte bedieningshandleiding.)* 1users*1-
Mijn mapHoofdmap
Authenticatie-instellingenLokaal aanmelden-
PaginalimietgroepOnbeperkt*1
Autoriteitsgroep*2Beheerder Gebruiker*1Gast*1
Favoriete bedieningsgroepVolgens de systeeminstellingen*1
Instelling van Card*3Niet ingesteld
\*1 Onderdelen die kunnen worden gewijzigd. \*2 Voor gedetailleerde informatie over elk van de instellingen verwijzen wij naar "Lijst met instellingen en standaardinstellingen van sjabloongroepen" (pagina 7-55). \*3 Als de HID-cardlezer beschikbaar is. Instellingen
Item Beschrijving
GebruikersnaamSla de naam van de gebruiker op (maximaal 32 tekens). Deze gebruikersnaam wordt gebruikt als toetsnaam in het loginscherm, als gebruikersnaam voor documentarchivering en als verzendernaam. (De gebruikersnaam moet uniek zijn.)
Gebruikersnaam toepassen op gebruikersnaam*1Druk op deze toets om de ingevoerde gebruikersnaam in te voeren in de loginnaam.
Eerste letterHiermee wordt bepaald waar de gebruikersnaam verschijnt in de gebruikerslijst. Er kunnen maximaal 10 tekens worden ingevoerd.
IndexSelecteer de gewenste aangepaste index. De aangepaste indexnamen zijn dezelfde namen als in het adresboek.
Gebruikersnummer*2Voer een gebruikersnummer (5 tot 8 cijfers) in.
Loginnaam*1Voer de gebruikte gebruikersnaam in wanneer authenticatie met behulp van gebruikersnaam/wachtwoord is ingeschakeld (maximaal 255 tekens). (De gebruikersnaam moet uniek zijn.)
Wachtwoord*1, 3Voer het wachtwoord in wanneer authenticatie met behulp van gebruikersnaam/wachtwoord is ingeschakeld (1 tot 32 tekens). (Het wachtwoord kan worden overgeslagen.)
E-mailadresVoer het e-mailadres in dat wordt gebruikt in de verzendlijst en voor LDAP-authenticatie (maximaal 64 tekens).
Mijn mapU kunt een map specificeren ("Mijn map") als de map die wordt gebruikt door de gebruiker voor documentarchivering. U kunt een eerder aangemaakte map selecteren of een nieuwe map aanmaken en selecteren.
Authenticatie-instellingen*1Selecteer [Lokaal aanmelden] of [Netwerkauthenticatie] (wanneer LDAP is ingeschakeld) voor "Authenticeren tot":.
AuthenticatieserverSelecteer de server die u wilt gebruiken voor gebruikersauthenticatie uit de lijst LDAP-servers die is opgeslagen op de webpagina's wanneer [Netwerkauthenticatie] is geselecteerd.
PaginalimietgroepSpecificeer de paginalimieten voor de gebruiker door een van de opgeslagen paginalimietengroep te selecteren. De standaardinstelling is [Onbeperkt]. Raadpleeg "Paginalimietgroeplijst" (pagina 7-53) voor meer informatie.
AutoriteitsgroepSpecificeer de autoriteit van de gebruiker door een van de opgeslagen autoriteitsgroepen te selecteren. De standaardinstelling is [Gebruiker]. Raadpleeg "Autoriteitsgroepslijst" (pagina 7-54) voor meer informatie.
Favoriete bedieningsgroepDe favoriete bedieningsgroep die wordt toegepast tijdens de login. De standaardinstelling is [Volgens de systeeminstellingen]. U kunt deze instelling wijzigen in [Gebruiker-bediening] in het webpaginamenu.
\*1 Verschijnt niet wanneer "Gebruikersnummer" als authenticatiemethode is geselecteerd. \*2 Verschijnt alleen wanneer "Gebruikersnummer" als authenticatiemethode is geselecteerd. \*3 Niet vereist wanneer netwerkauthenticatie wordt gebruikt, omdat het wachtwoord dat is opgeslagen in de LDAP-server wordt gebruikt.

Paginalimietgroeplijst

Deze functie wordt gebruikt om groepen accountlimiet-instellingen op te slaan. De paginalimieten voor elke gebruiker worden gespecificeerd door een van deze opgeslagen groepen te selecteren wanneer de gebruiker is opgeslagen. Als op de toets [Paginalimietgroeplijst] wordt gedrukt, verschijnt het volgende scherm. ![](images/f617fa669734acad0297a4e45c74287dfe3345adb1be45270753cdb0c059ec69.jpg)

• Toets [Toevoegen]

Gebruik deze toets om een nieuwe groep toe te voegen.

• Lijstweergave

Hier worden de huidige opgeslagen groepen weergegeven. U kunt een groepsnaam selecteren om het scherm voor bewerking of verwijdering voor deze groep te openen.

Een paginalimietgroep opslaan

Druk op de toets [Toevoegen] op het weergegeven scherm om het registratiescherm weer te geven. Er kunnen maximaal 20 groepen worden opgeslagen. Raadpleeg "Instellingen" voor meer informatie.

Een paginalimietgroep bewerken

U kunt een groep selecteren op het weergegeven scherm om een scherm voor bewerking of verwijdering deze groep te openen. Raadpleeg "Instellingen" voor meer informatie over de instellingen. Stel de optie "Selecteer de groepnaam voor het registratiemodel" in op "Onbeperkt" in het scherm Bewerken om een groep terug te zetten naar de standaardinstelling. Instellingen
Item Beschrijving
Groepsnaam Sla naam van de gebruiker op (maximaal 32 tekens).
Selecteer de groepsnaam die u wilt gebruiken als registratiemodelSelecteer een van de eerder opgeslagen groepen die u wilt gebruiken als sjabloon voor de nieuwe groep. Nadat u de groep hebt geselecteerd, worden de instellingen toegepast.
FunctienamenDe namen van functies die kunnen worden geconfigureerd worden weergegeven. Stel een limiet in voor elke functie.
PaginalimietWanneer [Verboden] is geselecteerd voor een modus, zijn invoer en uitvoer van de modus niet mogelijk.Wanneer [Onbeperkt] is geselecteerd voor een modus, zijn invoer en uitvoer van de modus niet mogelijk.Voer een limiet in (1 tot 99999999 pagina's) wanneer de optie [Beperkt] is geselecteerd.

Autoriteitsgroepslijst

Gebruik deze functie om groepen gebruikersautoriteit-instellingen op te slaan. De autoriteit van elke gebruiker wordt gespecificeerd door een van deze opgeslagen groepen te selecteren wanneer de gebruiker is opgeslagen. Als op de toets [Autoriteitsgroepslijst] wordt gedrukt, verschijnt het volgende scherm. ![](images/9ee0bceda7188cdadcb76736d3287eff28f86bfac9d9fada57f99c1b0ded7307.jpg)

• Toets [Toevoegen]

Gebruik deze toets om een nieuwe groep toe te voegen.

• Lijstweergave

Hier worden de huidige opgeslagen groepen weergegeven. U kunt een groepsnaam selecteren om het scherm voor bewerking of verwijdering voor deze groep te openen.

Een autoriteitsgroep opslaan

Druk op de toets [Toevoegen] op het weergegeven scherm om het registratiescherm weer te geven. Er kunnen maximaal 20 groepen worden opgeslagen. Raadpleeg "Lijst met instellingen en standaardinstellingen van sjabloongroepen" (pagina 7-55) voor meer informatie over de instellingen.

Een autoriteitsgroep bewerken

U kunt een groep selecteren op het weergegeven scherm om een scherm voor bewerking of verwijdering deze groep te openen. Raadpleeg "Lijst met instellingen en standaardinstellingen van sjabloongroepen" (pagina 7-55) voor meer informatie over de instellingen. Selecteer [Terugkeren naar Beheerdersbevoegdheid], [Terugkeren naar Gebruikersbevoegdheid], of [Terugkeren naar Gastbevoegdheid] om een groep terug te zetten naar de standaardinstelling. Lijst met instellingen en standaardinstellingen van sjabloongroepen
Item Beschrijving
Groepsnaam Sla naam van de gebruiker op (maximaal 32 tekens).
Selecteer de groepsnaam die u wiltgebruiken als registratiemodelSelecteer een van de eerder opgeslagen groepen die u wilt gebruiken alssjabloon voor de nieuwe groep. Nadat u de groep hebt geselecteerd, worden deinstellingen toegepast.De standaardgroepen en bijbehorende instellingen worden hieronderweergegeven.
Beheerder Gebruikersnaam Gastgebruiker
Kopiëren
Goedkeuringsinstelling voor kopieToegestaanToegestaanToegestaan
Gebruik Speciale functies Toegestaan Toegestaan Verboden
Printer
Goedkeuringsinstelling voor printerToegestaanToegestaanToegestaan
Afdrukken via FTP pull toegestaan Toegestaan Toegestaan Verboden
Rechtstr. afdr. USB-geh. toegestaanToegestaanToegestaanVerboden
Pull Print van netwerkmap Toegestaan Toegestaan Verboden
Beeld Verzenden
Goedkeuringsinstellingen voor elke functie
E-mailFTPBureaubladNetwerkmapUSB-geheugenPC-scanInternetfax VerzendenPC-I-Fax VerzendenFaxverzendingPC-Fax verzendenAlle toegestaan Alle toegestaan Alle toegestaan
Kleurenscangoedkeuring Toegestaan Toegestaan Verboden
Gebruik Speciale functies Toegestaan Toegestaan Verboden
Goedkeuringsinstelling voor adressering
Goedkeuringsinstelling voor directeinvoerGoedkeuringsinst. voor gebruik van lokaaladresboekGoedkeuringsinst. voor gebruik vanglobaal adresboekAlle toegestaan Alle toegestaan Alle toegestaan
Document Archiveren
Scannen naar schijf
Kleurmodus Approval SettingAlle toegestaanAlle toegestaanAlleen Zwart-wittoegestaan
Gebruik Speciale functiesToegestaanToegestaanVerboden
ItemBeschrijving
Afdrukken (Documentarchivering)
Goedkeuringsinstell. afdruk doc.archiv.Alle toegestaanAlle toegestaanToegestaan
Gebruik Speciale functies Toegestaan Toegestaan Verboden
Weergavecontrole documentarchiveringToegestaanToegestaanVerboden
Display only the Files of Logged-in UsersVerboden Verboden Verboden
Algemene functies
Goedkeuringsinstellingen voor dubbelzijdige afdruk[Enkelzijdig/dubbelzijdig toegestaan][Enkelzijdig/dubbelzijdig toegestaan][Enkelzijdig/dubbelzijdig toegestaan]
UitvoergoedkeuringsinstellingenAlle toegestaanAlle toegestaanAlle verboden
MFP-Instellingen
Handelingsauthoriteit systeeminstellingen
Systeeminstellingen*1Toegestaan*2Alleen gebruikersautoriteit-instellingen zijn toegestaanAlle instellingen verboden
Handelingsauthoriteit webinstellingen
Weergave van apparaat-/netwerkstatusToegestaanToegestaanVerboden
Spanning uit/aan Verboden
Machine-identificatie Verboden
Toepassingsinstellingen (behalve registratie van voorkeurtekst/doorstuurtabel)Verboden
Registratie van voorgeprogrammeerde tekst/DoorstuurtabelToegestaan
Status- en waarschuwingsbericht via e-mailVerboden
Instelling takenlogboek Verboden
Poortcontrole/filterinstellingen Verboden
Standaard koppelinginstelling Verboden
Bedieningshandleiding downloadenToegestaan
\*1 Raadpleeg de lijst met systeeminstellingen (algemeen/beheerder) voor meer informatie over elke instelling. \*2 Alle toegestaan behalve "Beheerderswachtwoord wijzigen". ![](images/bfa5729df2e9ccfc9356adf16ed0d56b43e029df1cceb7294a07f9fd882fc138.jpg) Afhankelijk van de specificaties van de machine en de geïnstalleerde randapparatuur, kan het mogelijk zijn dat sommige instellingen niet beschikbaar zijn.

Favoriete bedieningsgroeplijst

Dit wordt gebruikt om favoriete bedieningsgroepen en Mijn menu op te slaan. ![](images/0a07363144f6dc90c2b8e385a911945b302d2a5277a1dd4a013f46c6cc7d7db6.jpg) Deze instelling kan uitsluitend in de webpagina's worden geconfigureerd. U kunt in deze functie niet in het aanraakscherm configureren.

Favoriete bedieningsgroeplijstregistratie

U kunt sets met voorkeursinstellingen opslaan in groepen. Een gebruiker die bijvoorbeeld een andere taal spreekt zo normaal gesproken elke keer de taal moeten wijzigen om de machine te kunnen gebruiken. Door de taalinstelling in een favoriete bedieningsgroep op te slaan, wordt de taal automatisch gekozen zodra de betreffende gebruiker inlogt. Instellingen
Item Beschrijving
Groepsnaam Sla naam van de gebruiker op (maximaal 32 tekens).
Selecteer de groepsnaam die u wilt gebruiken als registratiemodelSelecteer een van de eerder opgeslagen groepen die u wilt gebruiken als sjabloon voor de nieuwe groep. Nadat u de groep hebt geselecteerd, worden de instellingen toegepast.
Kopiëren
Instelling oorspronkelijke statusSelecteer de instellingen voor papierlade, belichtingstype, kopieerfactor, 2-zijdig en uitvoer.
Beeld Verzenden
Instelling oorspronkelijke statusSelecteer instellingen voor resolutie, belichting, kleurmodus, bestandindeling en type origineel beeld Standaard eigen nummer en naam opslaan.
Document Archiveren
Scannen naar HD: Uitgangsinstell.statusSelecteer instellingen voor kleurmodus, resolutie, belichting, type origineel beeld.
Afdrukken(Documentarchivering)Stel de standaard uitvoerlade in voor het afdrukken van gearchiveerde documenten.
Systeeminstellingen
Instelling Detectie Formaat OrigineelSelecteer of er op AB-formaat of inch-formaat wordt gedetecteerd, of schakel de detectie van de glasplaat uit.
Taalinstelling Schermtaalinstellingselecteren.
Instelling Toetsbediening Stel de toetsinvoertijd en automatische toets herhaling in.
Toetsgeluid Stel het geluid in dat u hoort wanneer er een toets wordt ingedrukt.
Keuze Toetsenbord Stel de taal van het toetsenbord in.
Instelling weergavepatroonSelecteer het kleurenpatroon dat in het aanraakscherm wordt gebruikt.
Automatisch opgeslagen taken na inloggen afdrukkenWanneer vasthouden is ingeschakeld in de printerdriver en afdrukgegevens naar de machine is gespoold, kunt u de gespoolde gegevens automatisch laten afdrukken als de gebruiker die vasthouden heeft ingeschakeld zich aanmeldt.
Instellingen van Mijn menu Selecteer Mijn menu.
Voorbeeldinstelling
Weergave standaardvoorbeeldBeeld verzenden: Stel de zoomfactor in van de voorvertoning die kan worden weergegeven bij ontvangst van een afbeelding en in het geheugenvak.Document opslaan: Stel de zoomfactor in van de voorvertoning die kan worden weergegeven wanneer een opgeslagen bestand wordt geopend.
Standaardlijst/miniatuurweergaveSelecteer of de standaard weergave-indeling lijst of miniatuur is.
Toetsinstelling aanpassen
Toetsinstelling aanpassen Stel voor elke modus aangepaste toetsen in.

Lijst van Mijn menu

Beginscherminstellingen moeten vooraf zijn opgeslagen. Selecteer een Mijn menu wanneer u een favoriete bedieningsgroep opslaat. Instellingen
Item Beschrijving
Naam van Mijn menu Voer een naam voor Mijn menu in (maximaal 32 tekens).
Selecteer het Mijn menu dat u als registratiemodel wilt gebruikenSelecteer een van de eerder opgeslagen Mijn menu's die u wilt gebruiken als sjabloon voor het nieuwe Mijn menu. Nadat u het Mijn menu hebt geselecteerd, worden de instellingen toegepast.
Titel weergeven Hiermee wordt de titel van Mijn menu weergegeven.
Titel Voer een naam voor de titel in (maximaal 70 tekens).
Gebruikersnaam weergevenHiermee wordt de gebruikersnaam van de persoon die is ingelogd in Mijn menu weergegeven.
Datum weergeven Hiermee worden de datum en de tijd op Mijn menu weergegeven.
Achtergrondbeeld Selecteer de afbeelding die als achtergrond van Mijn menu wordt gebruikt.
Selecteer een sjabloon U kunt een ontwerpsjabloon voor Mijn menu uit de lijst selecteren.
Toetsenindeling van het schermHiermee wordt indeling van de toetsen van Mijn menu weergegeven.
SleutelnummerSelecteer het sleutelnummer dat u wilt instellen, gebaseerd op de "sleutelschermindeling".
ToetsnaamDe naam van de geselecteerde toets in "Toetsnaam" kan worden gewijzigd (maximaal 48 tekens).
ItemkoppelingSpecificeer de functie die u wilt gebruiken voor de sleutel die u hebt geselecteerd in "Sleutelnummer".

Gebruikersaantal

Hiermee wordt het totale aantal pagina's weergegeven die door elke gebruiker zijn afgedrukt. Als op de toets [Gebruikersaantal] wordt gedrukt, verschijnt het volgende scherm. ![](images/a95344c2b207fb825d3e7f43b386a0ac100adcfb8fbd8c09ea4a909acc35aaf9.jpg) • [Alle gebr. select.]-toets Hiermee selecteert u alle gebruikers. • Toets [Weergeven] Hiermee worden de aantallen van de geselecteerde gebruiker weergegeven. • [Wissen]-toets Hiermee kunt u de aantallen van de geselecteerde gebruiker wissen. \- Gebruikerslijst Hier worden de huidige opgeslagen gebruikers weergegeven. Selecteer de gebruikersnaam als u een gebruiker wil selecteren.

Gebruikersaantal weergegeven

Selecteer een gebruiker in het bovenstaande scherm en druk op de toets [Weergegeven]. De aantallen van de betreffende gebruiker verschijnen.
Item Instellingen
VolgendeHiermee wordt de volgende gebruiker weergegeven (gesorteerd op registratienummer).
Vorige Hiermee wordt de vorige gegebruiker weergegeven (gesorteerd op registratienummer).
Aantallen weergevenDe overgebleven aantallen en het aantal pagina's van de geselecteerde gebruiker worden per functie weergegeven.
PaginalimietDe paginalimiet die voor de gebruiker is ingesteld wordt tussen haakjes weergegeven onder het aantal.
![](images/f242cf3704621b224ce86c2b9e420c8f0ff386138f03e6536da8f060936155b6.jpg) \- Aantallen van apparaten die niet zijn geïnstalleerd worden niet weergegeven. \- U kunt een gebruikersaantal opslaan in het scherm dat verschijnt wanneer [Gebruikers-bediening] – [Gebruikersaantal] – [Gebruikersaantal opslaan] in het menu van de webpagina wordt geselecteerd.

Gebruikersaantallen wissen

Selecteer een gebruiker in het instelvenster en druk op de toets [Wissen]. Een wisscherm voor de betreffende gebruiker verschijnt. De weergave van het wisscherm is verschillend wanneer er een enkele gebruiker of meerdere gebruikers zijn geselecteerd. De verschillende items worden in de onderstaande tabel beschreven. Als een enkele gebruiker is geselecteerd
Item Beschrijving
VolgendeHiermee wordt de volgende gebruiker weergegeven (gesorteerd op registratienummer).
Vorige Hiermee wordt de vorige gebruiker weergegeven (gesorteerd op registratienummer).
Aantallen weergevenDe overgebleven aantallen en het aantal pagina's van de geselecteerde gebruiker worden per functie weergegeven.
Aantal wissen Het aantal van hetgeselecteerde item terugzetten naar "0".
Alle aantallen wissenHet aantal van alle items voor de geselecteerde gebruiker terugzetten naar "0".
Wanneer er meerdere gebruikers worden geselecteerd
Item Beschrijving
Aantallen weergevenDe overgebleven aantallen en het aantal pagina's van de geselecteerde gebruikers worden per functie weergegeven.
Aantal wissen Het aantal van hetgeselecteerde item terugzetten naar "0".
Alle tell. wissenAlle items voor de geselecteerde gebruikers terugzetten naar "0".

Instelling van Card

(als de HID-cardlezer beschikbaar is.)

Configureer deze instelling als gebruikersauthenticatie wordt uitgevoerd via een externe Sharp OSA-authenticatietoepassing en een HID-card.

Registratie van cardlezer

Bij deze instelling worden het product-ID en de fabrikant-ID van de aangesloten HID-cardlezer weergegeven. Om de HID-cardlezer op te slaan drukt u op de toets [Lezen]. \* Neem contact op met uw onderhoudsmonteur voor de instellingen om een HID-card in te schakelen.

Energiebesparing

De instellingen voor energiebesparing zorgen voor een besparing op de energiekosten. Vanuit een milieustandpunt helpen deze instellingen ook bij het reduceren van milieuvervuiling en het instandhouden van natuurlijke energiebronnen. Druk op de toets [Energiebesparing] en configureer de instellingen.

Tonerbesparingsfunctie

U kunt de hoeveelheid toner dat wordt gebruikt voor afdrukken reduceren. ![](images/d6f5abebf74a8ae6fed57ee72aa29ea4a24ab1c92ff19edd2530a7142aee869d.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Data afdrukken"] --> B["Afdrukvoorbeeld wanneer &quot;Tonerbesparingsfunctie&quot; is ingeschakeld"]
![](images/5c44591513fb66a571340306eab228d12179f0d7d13911fbc35ce5588c04651d.jpg) - [Afdrukken] met de tonerbesparingsfunctie werkt alleen wanneer de printerdriver van de machine niet wordt gebruikt. Wanneer de printerdriver wordt gebruikt, krijgt printerdriverinstelling voorrang. Deze functie werkt mogelijk niet in sommige toepassingen en besturingssystemen. - [Kopiëren] in Tonerbesparingsfunctie is niet beschikbaar in het Verenigd Koninkrijk.

Automatisch uitschakelen

Met deze instelling kan de functie Automatisch uitschakelen worden in- of uitgeschakeld. Verwijder het vinkje als u wilt dat de functie Automatisch uitschakelen wordt uitgeschakeld. Wanneer de ingestelde tijdsduur verstrijkt nadat het afdrukken is beëindigd, wordt de functie Automatisch uitschakelen geactiveerd waardoor de machine in de slaapstand wordt gezet met het laagst mogelijke energieverbruik. Deze functie vermindert de energiekosten en helpt bij het reduceren van milieuvervuiling en het instandhouden van natuurlijke energiebronnen. Als u wilt dat de functie Automatisch uitschakelen zo weinig mogelijk wordt geactiveerd, raden wij u aan de tijdsduurinstelling te verlengen zodat de functie later wordt ingeschakeld in plaats van de functie helemaal uit te schakelen. (De tijdsduur hieronder is gewijzigd met behulp van "Timer voor Automatisch Uitschakelen".)

Timer voor Automatisch Uitschakelen

De tijd tot de functie Automatisch uitschakelen begint kan worden ingesteld tussen 1 en 240 minuten. Selecteer de tijdsduur die u wenst. ![](images/75534798d0d3a6992c5525309d8e10b841504be74d0e84901ded95a1c1dff49f.jpg) De timerinstelling werkt niet als de functie Automatisch uitschakelen is gedeactiveerd met behulp van "Automatisch uitschakelen".

Instelling Voorverwarmfunctie

De tijd tot de voorverwarmfunctie begint kan worden ingesteld tussen 1 en 240 minuten. De voorverwarmfunctie wordt ingeschakeld wanneer de ingestelde tijdsduur verloopt nadat het afdrukken is voltooid en er geen verdere handelingen plaatsvinden. Deze functie vermindert de energiekosten en helpt bij het reduceren van milieuvervuiling en het instandhouden van natuurlijke energiebronnen. Selecteer de tijdsduur die u wenst. ![](images/31c03e45685b13a812d8617861d0c48682de45a890d0f377969169b36699620c.jpg) U kunt de voorverwarmfunctie niet uitschakelen.

Bedieningsinstellingen

Het is mogelijk instellingen die verband houden met het bedienen van de machine te configureren. Druk op de [Bedieningsinstellingen]-toets om de instellingen te configureren.

Overige instellingen

Toetsgeluid

Deze instelling wordt gebruikt om het volume van de pieptoon die klinkt wanneer u een toets aanraakt aan te passen (of uit te zetten). U kunt ook drie pieptonen laten klinken bij basiswaarden tijdens het instellen van de kopieerfactor in de kopieermodus of het aanpassen van de belichting in elke modus.
Scherm waarop de instelling van toepassing isBegininstelling
Kopieerfactor instelscherm in het hoofdscherm van de kopieermodusFactor 100%
Belichtingsaanpassingscherm in het hoofdscherm van de kopieermodusBelichtings-niveau:3 (medium)
Belichtingsaanpassingscherm in het hoofdscherm van de modi fax, Internetfax en netwerkscanner
Belichtingsaanpassingscherm voor het scannen naar schijf in documentarchivering

Automatisch Wissen Instellen

De tijd tot de functie Automatisch wissen begint kan worden ingesteld tussen 10 en 240 seconden. Indien de machine gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt gebruikt, zal de functie Automatisch wissen alle geselecteerde instellingen wissen en terugkeren naar het hoofdscherm van de kopieermodus of naar het opdrachtstatusscherm.

Timer voor automatisch wissen annuleren

Dit wordt gebruikt om de functie Automatisch wissen uit te schakelen.

Mededelingentijd Instellen

De tijdsduur voordat meldingen verschijnen in het aanraakscherm (de duur voordat een melding automatisch wordt gewist) kan worden ingesteld op elk getal tussen 1 en 12 seconden.

Taalinstelling

U kunt de taal die verschijnt in het aanraakscherm wijzigen. ![](images/9f4dc90bbc190fa27acd37f268886e1b735e228fe07b984fd9a6228e135f2fbc.jpg) Wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld en er een schermtaalinstelling is gespecificeerd in de favoriete bedieningsgroep, krijgt deze instelling de prioriteit.

Standaardweergave-Instellingen

Stel in welk scherm na automatisch wissen en inloggen verschijnt. U kunt het basisscherm selecteren van de functie kopieren, faxen/beeldverzending of documentarchivering, het beginscherm of het scherm Sharp OSA.\* \* Wanneer een toepassingscommunicatiemodule is geïnstalleerd.

Uitschakelen van opdrachtprioriteit

Hiermee wordt de functie Opdrachtprioriteit uitgeschakeld en de toets [Prioriteit] in het opdrachtstatuscherm verborgen.

Uitsch. afdruk via handinvoer

Deze instelling wordt gebruikt om Afdruk via handinvoer uit te schakelen (het afdrukken van andere opdrachten voorafgaand aan een opdracht is onderbroken\* omdat het papier voor de opdracht niet aanwezig is in één de papierladen). \* Dit geldt niet voor gevallen waarbij het papier oprakt tijdens de opdracht.

Instelling Toetsbediening

Tijd voor accepteren van toetsinvoer

Deze instelling bepaalt hoe lang het duurt voordat de invoer wordt geregistreerd wanneer er op een toets in het aanraakscherm wordt gedrukt. De invoertijd kan worden ingesteld van 0 seconden tot 2 seconden in intervallen van 0,5 seconden. Door de tijdsduur te verlengen kan ongewilde toetsinvoer worden voorkomen wanneer er per ongeluk op een toets wordt gedrukt. Houd er wel rekening mee dat wanneer u een langere tijdsduur instelt voor een instelling er meer voorzichtigheid is vereist om er voor te zorgen dat de toetsinvoer wordt geregistreerd.

Automatische toetsherhaling uitschakelen

Deze functie wordt gebruikt om toetsherhaling uit te schakelen. Bij de functie toetsherhaling wordt een instelling voortdurend gewijzigd wanneer er een toets wordt aangeraakt en niet alleen elke keer wanneer de toets wordt aangeraakt.

Klokinstelling deactiveren

Deze instelling wordt gebruikt om het wijzigen van datum en tijd onmogelijk te maken.

Kaften/insteekv. modus uitschakelen

(Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is.) Gebruik deze instelling wanneer u het gebruik van de kaften en insteekvellen onmogelijk wilt maken.

Toetsenbordprioriteit instellen

Wanneer een extern toetsenbord is aangesloten kunt u selecteren of het zachte toetsenbordscherm of het externe toetsenbord moet worden gebruikt.

Beginwaarde aantal originelen

(Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is.) Dit bepaalt of "Aantal originelen" in de speciale functies voor elke functie wordt ingeschakeld.

Kopiëren

• Kopiëren

Beeld Verzenden

- Scannen - Internetfax - Faxopdracht - Gegevensinvoer

Document Archiveren

\- Scannen naar schijf

Weergavepatroon instelling

U kunt een van de zes kleurenpatronen selecteren die voor het kleurenpatroon in het aanraakscherm wordt gebruikt. U kunt voorbeeld van het geselecteerde patroon bekijken.

Toetsinstelling aanpassen

Snelkoppelingen naar functies die regelmatig worden gebruikt kunt u op het hoofdscherm van elke modus weergeven. Voor informatie over aangepaste toetsen, zie de hoofdstukken voor elke functie. De instellingen worden hieronder weergegeven.
Item Beschrijving
1 – 3 aanpassen Voer een naam voor deaangepaste toets in (maximaal 14 tekens).
ItemSelecteer de functie die u aan de toets wilt toewijzen. Welke functies kunnen worden geselecteerd, varieert per modus.
Terug naar uitgangswaardenHiermee zet u alle aangepaste toetsen terug naar de oorspronkelijke instelling.
![](images/8fa91ba4d02f87d155a20e75fe9baa32e05c3b80b2522e27f593a86b382af723.jpg) Deze instelling kan uitsluitend in de webpagina's worden geconfigureerd. U kunt in deze functie niet in het aanraakscherm configureren.

Instellingen beginscherm

Gebruik deze functie om het beginscherm de configureren wanneer er op de toets [BEGIN] wordt gedrukt. De instellingen worden hieronder weergegeven.
Item Beschrijving
FunctietoetsenToetsnaamWanneer [Aangepast] is geselecteerd, kan elke toetsnaam (van maximaal 16 tekens) worden ingevoerd.
AfbeeldingWanneer [Aangepaste afbeelding gebruiken] is geselecteerd, kan de afbeelding van de modustoets worden gewijzigd in een gif-bestand van maximaal 10 KB.
ToepassingstoetsenEr kan een snelkoppeling naar de Sharp OSA-toepassing worden opgeslagen, evenals toetsen die worden weergegeven in "Mijn menu" (in totaal kunnen acht toetsen worden opgeslagen).
AchtergrondbeeldWanneer [Aangepaste afbeelding gebruiken] is geselecteerd, kan de achtergrond van het beginscherm worden gewijzigd met een gif-, png-, jpg- of bmp-bestand van 392 x 800 pixels van maximaal 310 KB.
![](images/558592d534a4aa1671901a36ca675c317ab9ee7905cccc5ff3a8d2d0eaabbb01.jpg) Deze instelling kan uitsluitend in de webpagina's worden geconfigureerd. U kunt in deze functie niet in het aanraakscherm configureren.

Instellingen van Mijn menu

Configureer hiermee het Mijn menu-scherm dat verschijnt wanneer op de toets [Mijn menu] wordt gedrukt. De instellingen worden hieronder weergegeven.
Item Beschrijving
Titel weergeven Hiermee wordt de titel van Mijn menu weergegeven.
Titel Voer een naam voor de titel in (maximaal 70 tekens).
Gebruikersnaam weergeven*Hiermee wordt de gebruikersnaam van de persoon die is ingelogd in Mijn menu weergegeven.
Datum weergeven Hiermee worden de datum en de tijd op Mijn menu weergegeven.
Achtergrondbeeld Selecteer de afbeelding die als achtergrond van Mijn menu wordt gebruikt.
Selecteer een sjabloonU kunt een ontwerpsjabloon voor het beginscherm uit de lijst selecteren. U kunt voorbeeld van het geselecteerde sjabloon bekijken.
Toetsenindeling van het schermHiermee wordt indeling van de toetsen van Mijn menu weergegeven.
SleutelnummerSelecteer het sleutelnummer dat u wilt configureren, gebaseerd op de "sleutelschermindeling".
ToetsnaamDe naam van de geselecteerde toets in "Toetsnaam" kan worden gewijzigd (maximaal 48 tekens).
ItemkoppelingSpecificeer de functie die u wilt gebruiken voor de sleutel die u hebt geselecteerd in "Sleutelnummer".
\* Verschijnt niet verschijnt wanneer gebruikersauthenticatie niet is ingeschakeld. ![](images/bb7b511520b84b4759e5fa705ed785bdb43a8fbf0a9eb8861e8f2988f6218dd7.jpg) Deze instelling kan uitsluitend in de webpagina's worden geconfigureerd. U kunt in deze functie niet in het aanraakscherm configureren.

Voorbeeldinstelling

Configureer de instellingen voor het voorvertoonscherm dat kan worden gebruikt voor fax/beeld verzending en documenten archiveren.

Standaard voorbeeld

Stel de selectiestaat van de toets [Voorbeeld] in op elk van de onderstaande schermen.

Kopieren

Beeld Verz.

- Scan verzenden - Internetfax verz. - Fax Verzenden - Data-Invoer - USB-geheugenscan - Adresboek - Scannen naar schijf

Document Archiveren

Weergave standaardvoorbeeld

Stel de zoomfactor in voor het voorbeeldscherm voor kopiëren, fax/beeld verzending en documenten archiveren.

Inst. beeldcontrole ontvangen gegevens

Selecteer of een voorvertoning van ontvangen faxen en internetfaxen wordt weergegeven.

Standaardlijst/miniatuurweergave

Selecteer of de standaard weergave-indeling van het bestandselectiescherm documentarchivering en het scherm ontvangen faxen lijst of miniatuur is.

Instellingen bediening op afstand

Configureer vereiste instellingen voor externe bediening van de machine vanuit een op hetzelfde netwerk aangesloten computer.

Bediening van externe software

Bedieningsauthoriteit

Dit wordt gebruikt wanneer de machine op afstand door externe software wordt bediend.

Wachtwoordinvoerscherm weergeven

Wanneer de machine op afstand wordt bediend door externe software, kunt u een wachtwoordinvoerscherm laten weergeven op de machine, op de computer of op beide.

Bediening vanaf opgegeven PC

Bedieningsmachtiging

Hiermee staat u externe bediening van de machine vanuit een aangegeven computer toe.

Hostnaam of IP-adres van PC

Voer de hostnaam of het IP-adres in van de computer die verbinding met de machine maakt. Er kunnen maximaal 127 tekens worden ingevoerd.

Wachtwoordinvoerscherm weergeven

Wanneer de machine op afstand wordt bediend door een opgegeven computer, kunt u een wachtwoordinvoerscherm laten weergeven op de machine, op de computer of op beide.

Bediening door gebruiker met wachtwoord

Bedieningsmachtiging

Hiermee kan een gebruiker die over een wachtwoord beschikt de machine gebruiken. Neem contact op met uw onderhoudstechnicus voor informatie over het wachtwoord.

Wachtwoordinvoerscherm weergeven

Wanneer een gebruiker die over een wachtwoord beschikt de machine op afstand bediend, kunt u een wachtwoordinvoerscherm laten weergeven op de machine, op de computer of op beide.

Instelling sjabloon aanraaktoetsenbord

Sla tekst op die u regelmatig gebruikt bij het invoeren van een adres of domein. Er kunnen 16 tekens worden ingevoerd.

Apparaatbeheer

Deze instellingen zijn bedoeld voor de geïnstalleerde randapparatuur. Druk op de toets [Apparaatbeheer] en configureer de instellingen.

Overige instellingen

Invoermodus origineel

(Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is.)

De onderstaande invoerfuncties kunnen worden ingesteld als standaard in de functies Kopiëren, Scannen naar schijf en Beeld verzenden. Wanneer een modus regelmatig wordt gebruikt, hoeft u niet meer steeds dezelfde modus in te stellen. - Originelen van gemixt formaat (zelfde breedte (alleen kopieerfunctie/andere breedte) • Langzame scanmodus

Positie Nietapparaat Aanpassen

(Als een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd.)

Wanneer een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kunt u deze instelling gebruiken om de nietpositie (vouwpositie) in de functie Inbindkopie nieten aan te passen. U kunt de waarde aanpassen in stappen van 0,2 mm binnen een bereik van ±5,0 mm vanaf de uitgangspositie van elk papierformaat. ![](images/382f4f86c4c56870b35a40aa64c84ad70e5890cd88a3ca3a94338e4bce1116c8.jpg)

Instelling voor automatische papierselectie

U kunt het papiertype\* voor de functie automatische papierselectie specificeren. Selecteer een van de volgende instellingen: - Normaal papier • Normaal en gerecycled papier • Gerecycled papier Dankzij deze functie zullen er via de functie Automatische papierselectie geen andere papiertypen worden geselecteerd dan de gespecificeerde papiertypen. \* Het papiertype dat is ingesteld voor elke papier laden met behulp van "Papierlade-Instellingen" (pagina 7-13) in de systeeminstellingen (algemeen).

Instelling tandemverbinding

Gebruik deze instelling om het poortnummer en IP-adres van de machine die wordt gebruikt als slave-apparaat in te stellen wanneer twee machines worden gebruikt als netwerkprinter via het TCP/IP-protocol.

Master-apparaatmodus uitschakelen

Schakel deze instelling in om tandemverzending te blokkeren. (Normaal gesproken is het niet nodig deze instelling in te schakelen.)

Slave-apparaatmodus uitschakelen

Schakel deze instelling in om tandemontvangst te blokkeren. (Normaal gesproken is het niet nodig deze instelling in te schakelen.) ![](images/f2d519973a08c2eefc3d69be9b1c46fa887f6284f70d6070d8797dd0d948f334.jpg) - De standaardinstelling voor het poortnummer is [50001]. Verander het poortnummer niet, tenzij u problemen hebt met deze instelling. - Om de tandemfunctie te gebruiken wanneer gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, moeten dezelfde gebruikersnaam en wachtwoord worden gebruikt op zowel het master-apparaat als het slave-apparaat. Als er verschillende gebruikersnamen en wachtwoorden worden gebruikt, kan het zijn dat de paginantelling niet aan het juiste gebruikersaantal of uitsluitend aan het master-apparaat wordt toegevoegd.

Automatisch omschakelen van afwerkladen

(Wanneer een finisher (grote stapeleenheid) is geïnstalleerd.) Als de bovenste afwerkingseenheidlade bijna leeg is, wordt de uitvoer automatisch omgeschakeld naar de lade eronder.

Optimalisatie van harde schijf

Met deze functie optimaliseert u de harde schijf van de machine door de gegevens te defragmenteren. Als de machine bezig is met een opdracht, verschijnt er een melding en begint de optimalisatie niet voordat de opdracht is voltooid. Tijdens de optimalisatie zijn de volgende handelingen niet mogelijk: - Toegang tot webpagina 's, ontvangst van afdrukgegevens - Gebruik van toetsen op het bedieningspaneel - De stroom uitschakelen met behulp van de hoofdschakelaar van de machine. • Automatisch uitschakelen Wanneer de optimalisatie is voltooid, zal de machine automatisch opnieuw opstarten. ![](images/064aac5780773e0f628184e065e91750e7fec891ccbcc89912a67f2825f5d5eb.jpg) Wanneer er regelmatig gebruik wordt gemaakt van de functie documentarchivering en de uitvoer van bestanden steeds trager lijkt te gaan, is het aan te raden de harde schijf te optimaliseren om de prestaties te verbeteren.

Alle takenlogboekgegevens wissen

Deze functie wordt gebruikt om alle takenlogboekgegevens te wissen. (Normaal gesproken is het niet nodig deze instelling in te schakelen.) Er wordt een logbestand bijgehouden van de opdrachten die op de machine zijn uitgevoerd. Dit logbestand kan worden gebruikt om het algemeen gebruik van de machine te controleren. Het logbestand kan naar een computer worden geëxporteerd in CSV-formaat met behulp van een webbrowser.

Instelling Detectie Formaat Origineel

Een van de 8 groepen standaard origineelformaten hieronder kan worden geselecteerd voor detectie door de functie Detectie formaat origineel.
SelectiesDetecteerbare origineelformaten
GlasplaatOrigineelinvoerlade (automatische origineelinvoer)
AB-1A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5RA3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11"
AB-2A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 11" 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13")
AB-3A4, A4R, A5, B4, 8K, 16K, 16KRA3, A4, A4R, A5, B4, 11" x 17", 8-1/2" x 11", 216 mm x 330 mm (8-1/2" x 13"), 8K, 16K, 16KR,
AB-4A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 11", 216 mm x 340 mm (8-1/2" x 13-2/5")
AB-5A3, A4, A4R, A5, B5, B5R, 216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")A3, A4, A4R, A5, B4, B5, B5R, 11" x 17", 8-1/2" x 11", 216 mm x 343 mm (8-1/2" x 13-1/2")
Inch-111" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A3, A4
Inch-211" x 17", 216 mm x 330 mm(8-1/2" x 13"), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 216 mm x 330 mm(8-1/2" x 13"), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A3, A4
Inch-311" x 17", 8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"11" x 17", 8-1/2" x 13-2/5" (216 mm x 340 mm), 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2", A3, A4

Annuleren detectie van glasplaat

De automatische formaatdetectie op de glasplaat kan worden uitgeschakeld. Nadat u deze functie hebt uitgeschakeld, worden alle originelen die op de glasplaat worden geplaatst behandeld als speciaal origineelformaat.

Apparaten uitschakelen

Gebruik deze instellingen als een randapparaat niet functioneert of wanneer u een apparaat tijdelijk wilt uitschakelen.

Uitschakelen van origineelinvoer

(Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is.) Gebruik deze instellingen om het gebruik van de automatische origineelinvoer uit te schakelen wanneer deze bijvoorbeeld niet goed functioneert. (Er kunnen nog wel originelen met de glasplaat worden gescand nadat deze instelling is ingeschakeld.)

Uitschakelen van duplex

Deze functie wordt gebruikt om duplexprinten uit te schakelen als de duplexmodule bijvoorbeeld niet werkt.

Cassette met grote capaciteit uitschakelen

(Wanneer er een hoge capaciteitlade is geïnstalleerd.) Deze instelling wordt gebruikt om het gebruik van de hoge capaciteitladen onmogelijk te maken wanneer deze bijvoorbeeld niet goed functioneert.

Uitschakelen van optionele papierlade

(Wanneer een optionele papierlade is geïnstalleerd.) Met deze instelling wordt de optionele papierlade uitgeschakeld, bijvoorbeeld indien deze niet goed werkt.

Lade-instellingen uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om het instellen van de laden onmogelijk te maken (exclusief de instellingen voor de handinvoer).

Uitschakelen van afwerkeenheid

(Als een zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid is geïnstalleerd.) Deze instelling wordt gebruikt om de zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid uit te schakelen wanneer deze bijvoorbeeld niet goed functioneert.

Offset uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om de staffelfunctie uit te schakelen.

Uitzetten nieteenheid

(Als een zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid is geïnstalleerd.) Deze instelling wordt gebruikt om het nieten onmogelijk te maken wanneer de nieteenheid, de afwerkingeenheid of de zadelsteek afwerkingseenheid bijvoorbeeld niet goed functioneert.

Perforator uitschakelen

(Wanneer een perforatiemodule is geïnstalleerd.) Deze instelling wordt gebruikt om het perforeren onmogelijk te maken wanneer de perforatiemodule, de afwerkingeenheid of de zadelsteek afwerkingseenheid bijvoorbeeld niet goed functioneert.

Instelling fusing-temperatuur

Hiermee wordt de fusing-temperatuur van de toner in overeenstemming met het gewicht van het papier geregeld. Deze instellingen zijn van toepassing op normaal papier, kringlooppapier, geperforeerd papier, voorbedrukt papier, briefhoofdpapier, gekleurd papier en door de gebruiker bepaald papier. U kunt "60g/m² tot 89g/m²" of "90g/m² tot 105g/m²" ("16 tot 23 lbs." of "23+ tot 28 lbs.") selecteren. ![](images/389a715bf725d185c4786e6ae4b440e58338d10b5bc7cf53f7f7f84245a35b6e.jpg) - Zorg dat u alleen papier gebruikt dat in dezelfde gewichtklasse ligt als de hier ingestelde gewichtklasse. Mix geen normaal papier dat buiten de klasse valt met het papier in de lade. - Als instellingen worden gewijzigd, gaan ze pas in nadat de machine opnieuw is gestart. Raadpleeg "DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN" (pagina 1-15) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor het herstarten van de machine.

Instellingen voor kopieerfunctie

De volgende instellingen zijn bedoeld voor de kopieerfunctie. Druk op de toets [Instellingen voor kopieerfunctie] om de instellingen te configureren. Standaardinstellingen die u met deze instellingen selecteert zijn van toepassing op alle functies van de machine (niet alleen de kopieerfunctie).

Instelling oorspronkelijke status

De kopieerinstellingen worden gewist wanneer de knop [AAN] (◎) wordt aangezet, wanneer de toets [ALLES WISSEN] (CA) wordt ingedrukt of wanneer de interval voor automatische wissen is verlopen. Deze instellingen worden gebruikt om de standaardinstellingen voor de kopieerfunctie te wijzigen. De onderstaande instellingen kunnen worden gewijzigd:
Item Beschrijving
Papierlade Geeft de papierlade op die u wilt gebruiken als standaard papierlade.
BelichtingstypeInstellingen voor belichtingsmodus configureren.
KopieerfactorGeeft de kopieerfactor op die u wilt gebruiken als standaard kopieerfactor.
Tweezijdig kopierenConfigureer de 2-zijdige modusinstellingen die u standaard wilt gebruiken.Als deze instelling wordt gebruikt om de standaardinstelling voor de duplexfunctie te wijzigen naar een andere instelling dan "1-zijdig naar 1-zijdig" en de duplexfunctie of automatische origineelinvoer niet functioneert of is uitgeschakeld, zal deze instelling terug worden gezet naar "1-zijdig naar 1-zijdig".
Uitvoer Stel de standaard uitvoermethode en uitvoerlade in die u wilt gebruiken.
Terug naar uitgangswaardenHiermee zet u alle items terug naar de oorspronkelijke instelling.

Overige instellingen

Aanpassing Kopiebelichting

Deze functie wordt gebruikt om het belichtingsniveau aan te passen wanneer [Auto] wordt gebruikt voor kopiebelichting. Selecteer aparte instellingen voor de glasplaat en voor de automatische origineelinvoer.

Instelling Draaien Kopie

Als de richting van het origineel en het papier anders zijn, wordt de origineelafbeelding automatisch 90 graden gedraaid, zodat de kopie correct op het papier wordt afgedrukt. ![](images/28d6913bc1534f0bac3eb1fd1e64c636fd53fcb0fe42645d40ade19bd65203f8.jpg) - Afbeelding draaien is alleen mogelijk wanneer de automatische papierselectie of automatische kopieerfactorselectie is ingeschakeld. - De Instelling Draaien Kopie moet zijn ingeschakeld wanneer een A5 (5-1/2" x 8-1/2")-formaat origineel op een A5R (5-1/2" x 8-1/2"R)-papier wordt gekopieerd.

Extra vaste-kopieerfactoren toevoegen of veranderen

U kunt twee vooraf ingestelde vergrootfactoren (tussen 101% en 400%) en twee vaste verkleinfactoren (tussen 25% en 99%) toevoegen. Een toegevoegde vooraf ingestelde kopieerfactor kunt u ook wijzigen. ![](images/03800753a7c727176949ebb982bbd23b7652dcae3fb76bb54847da225af2954d.jpg) Vooraf ingestelde kopieerfactoren, behalve de toegevoegde vooraf ingestelde kopieerfactoren, kunnen niet worden gewijzigd.

Maximum aantal kopieën instellen

Deze functie wordt gebruikt om het maximum aantal kopieën in te stellen (aantal doorlopende kopieën). U kunt elk getal tussen de 1 en de 999 invoeren.

Standaardinstelling Voor De Kantlijnverschuiving

Deze functie wordt gebruikt om de standaard kantlijnverschuiving in te stellen. Geeft een waarde op tussen 0 mm (0") en 20 mm (1") in stappen van 1 mm (1/8") voor zowel de voor- als achterzijde.

Standaardbreedte Van Wisstrook Instellen

Deze instelling wordt gebruikt om de standaardinstelling voor de wisbreedte in te stellen. Geeft een waarde op tussen 0 mm (0") en 20 mm (1") in stappen van 1 mm (1/8") voor zowel de Rand Wissen als de Midden Wissen.

Kaart Formaat-Instellingen

Deze instelling wordt gebruikt om het standaard origineelformaat voor de Kaart Formaat-functie in te stellen. Zowel de X (horizontale) als de Y (verticale) origineelafmeting kan worden ingesteld van 25 mm (1") tot 210 mm (8-1/2") in stappen van 1 mm (1/8").

Aanpassen aan pagina

Schakel deze instelling in om de toets [Aanpassen aan pagina] altijd in het scherm Kaart Formaat weer te geven.

Automatisch Nietapparaat

(Als een zadelsteek afwerkingseenheid is geïnstalleerd.) Hiermee kunt u de zadelsteek afwerkingseenheid laten functioneren als de functie inbindkopie wordt gebruikt.

Begininstelling Tabkopie

Deze instelling wordt gebruikt om de standaardinstelling voor beeldverschuiving (tabbreedte) in te stellen wanneer Tabkopie wordt gebruikt. U kunt de standaardbreedte instellen tussen 0 mm (0") tot 20 mm (5/8") in stappen van 1 mm (1/8"). ![](images/72250d48eeef255a20da26915027968927c2b3b55998113ee118ec7ad89b623c.jpg)
natural_image Pure geometric diagram with dashed lines and arrows, no text or symbols present

Opheffen van werk-programma's uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om het verwijderen en wijzigen van de kopieerinstellingen in de werkprogramma's onmogelijk te maken.

Uitschakeling handinvoer bij dubbelz. kopieren

Deze instelling wordt gebruikt om het gebruik van de handinvoer bij het maken van 2-zijde kopieën onmogelijk te maken. De handinvoer wordt vaak gebruikt voor etikettenvellen, transparanten en andere speciale media waarbij 2-zijdig kopieren niet is toegestaan. Als een vel van dit speciale materiaal in de omkeereenheid terechtkomt, kan dit een papierstoring of schade aan de eenheid tot gevolg hebben. Als er regelmatig speciale media wordt gebruikt waarbij 2-zijdig kopieren niet is toegestaan, raden wij u aan deze functie in te schakelen.

Automatische papierselectie uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om de automatische papierselectie uit te schakelen. Wanneer u deze instelling inschakelt zal er geen automatische papierselectie van hetzelfde formaat als het origineel op de glasplaat of in de automatische origineelinvoer plaatsvinden.

Instelling automatische selectie van papiertoevoerlade

Wanneer u deze instelling inschakelt en er papier in een lade wordt geplaatst terwijl de machine in de kopieermodus in de slaapstand staat, wordt die lade automatisch geselecteerd.

600 x 600dpi scanmodus voor origineelinvoer

(Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is.)

Hiermee wordt de scanresolutie voor kopiëren met de automatische documentinvoer gewijzigd van 600 x 400 dpi naar 600 x 600 dpi (hoge kwaliteitsmodus). Wanneer u gebruik maakt van de hoge kwaliteit-modus, worden fijne documenten en dunne lijnen beter afgedrukt, maar is de scansnelheid langzamer. ![](images/6ea3455e710d3b9cd08094d7566a503572ffb5e794b43bef3bf146af6772fcf1.jpg) Wanneer u de hoge kwaliteitsmodus niet selecteert, moet er aan de volgende voorwaarden worden voldaan om te kunnen scannen op een resolutie van 600 x 400 dpi en de hoogste snelheid te behalen. - De kopieerfactor moet zijn ingesteld op 100%. - Selecteer geen speciale modus waardoor de kopieerfactor wordt gewijzigd.

Snel scannen vanaf glasplaat

Hiermee wordt de scanresolutie voor kopiëren vanaf de glasplaat gewijzigd van 600 x 600 dpi naar 600 x 300 dpi (snelle modus). Wanneer u hoge snelheid-modus selecteert, wordt de eerste kopie sneller afgedrukt, maar is de gekopieerde afbeelding van mindere kwaliteit. ![](images/d625ef982292a0c8bd3221bda038c5547e9fd80c79411a84ee789c0f68f5fd41.jpg) Wanneer u de hoge snelheid-modus selecteert, moeten er aan de volgende voorwaarden worden voldaan om te kunnen scannen op een resolutie van 600 x 300 dpi en de hoogste snelheid te behalen. - De kopieerfactor moet zijn ingesteld op 100%. - Selecteer geen speciale modus waardoor de kopieerfactor wordt gewijzigd.

Auto wissen vóór uitvoering kopieertaak

Tijdens het configureren van de kopieerinstellingen kan Automatisch wissen worden ingeschakeld, zelfs als de kopieertaak niet is voltooid. Zo wordt voorkomen dat er nog kopieertaken op het apparaat worden voltooid terwijl er niemand bij het apparaat aanwezig.

Netwerkinstellingen

De netwerkinstellingen worden hieronder beschreven. Druk op de toets [Netwerkinstellingen] om de instellingen te configureren. ![](images/8bba1b8f0436d67c06b88a369dd76b09feec5aec10152295d80bd1495b44ccd7.jpg) Als instellingen worden gewijzigd, gaan ze pas in nadat de machine opnieuw is gestart. Raadpleeg "DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN" (pagina 1-15) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor het herstarten van de machine.

IPv4-instellingen

Gebruik deze instelling om het IP-adres van de machine in te stellen wanneer u de machine gebruikt in een TCP/IP (IPv4)-netwerk. De instellingen worden hieronder weergegeven.

IP-adres

Voer het IP-adres van de machine in.

IP-subnetmasker

Voer het IP-subnetmasker in.

IP-gateway

Voer het IP-gateway adres in.

DHCP

Gebruik deze instelling om het IP-adres automatisch te verkrijgen met behulp van DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol). Wanneer deze instelling is ingeschakeld is het niet nodig om het IP-adres handmatig in te voeren. ![](images/c98485d8dca5ddc0518720f6b2a09e3f809665f4b671dce847eb69062e4e9463.jpg) - Zorg ervoor dat u de functie "TCP/IP inschakelen" hieronder inschakelt als de machine wordt gebruikt in een TCP/IP-netwerk. - Als er gebruik wordt gemaakt van DHCP, kan het toegewezen IP-adres automatisch worden gewijzigd. Als het IP-adres wordt gewijzigd, is afdrukken niet mogelijk.

IPv6-instellingen

Gebruik deze instelling om het IP-adres van de machine in te stellen wanneer u de machine gebruikt in een TCP/IP (IPv6)-netwerk. De instellingen worden hieronder weergegeven.

IPv6-protocol inschakelen

Schakel deze instelling in.

DHCPv6

Gebruik deze instelling om het IP-adres automatisch te verkrijgen met behulp van DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol). Wanneer deze instelling is ingeschakeld is het niet nodig om het IP-adres handmatig in te voeren.

Handmatig adres

Voer het IP-adres van de machine in.

Lengte van prefix

Voer de lengte van het kengetal in (0 tot 128).

Standaard gateway

Voer het IP-gateway adres in. ![](images/17019c5e126028b0e6d49d07454ad4600ca27f3e4d1f1fcf9414075ccdae8d5c.jpg) - Zorg ervoor dat u de functie "TCP/IP inschakelen" hieronder inschakelt als de machine wordt gebruikt in een TCP/IP-netwerk. - Als er gebruik wordt gemaakt van DHCP, kan het toegewezen IP-adres automatisch worden gewijzigd. Als het IP-adres wordt gewijzigd, is afdrukken niet mogelijk. - In een IPv6-omgeving kan het apparaat met het LPDof IPP-protocol werken.

TCP/IP inschakelen

Deze instelling moet zijn ingeschakeld om de machine te kunnen gebruiken in een TCP/IP-netwerk.

NetWare inschakelen

Deze instelling moet zijn ingeschakeld om de machine te kunnen gebruiken in een NetWare -netwerk.

EtherTalk inschakelen

Deze instelling moet zijn ingeschakeld om de machine te kunnen gebruiken in een EtherTalk -netwerk.

NetBEUI inschakelen

Deze instelling moet zijn ingeschakeld om de machine te kunnen gebruiken in een NetBEUI-netwerk.

NIC terugstellen

Hiermee zet u alle "Netwerkinstellingen" terug naar de oorspronkelijke instelling.

Pingopdracht

Gebruik deze functie om te controleren of de machine kan communiceren met een computer binnen het netwerk. Specificeer het IP-adres van de betreffende computer en druk op de toets [Uitvoeren]. Er verschijnt een melding waarin wordt aangegeven of de computer heeft geantwoord of niet.

Printerinstellingen

U kunt de instellingen m.b.t. de printerfunctie configureren. Druk op de toets [Printerinstellingen] om de instellingen te configureren.

Standaardinstellingen

De voorwaarden voor printerinstellingen worden hieronder beschreven.

Kennisgeving Pagina Niet Afdrukken

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van kennisgevingen uit te schakelen.

Testpagina Niet Afdrukken

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van testpagina 's uit te schakelen. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de functie "Testpagina Printer" in de systeeminstellingen niet worden gebruikt om testpagina's af te drukken.

A4/Letter-Formaat Auto Veranderen

Bij het afdrukken van een afbeelding van 8-1/2 x 11" (A4) formaat, kan bij deze instelling papier van het formaat 8-1/2 x 11" (A4) worden gebruikt als papier van het formaat A4 (8-1/2 x 11") niet is geladen.

Afdruk Density Printer

Hiermee wordt de afdrukdichtheid van afbeeldingen lichter of donkerder ingesteld. De afdrukdichtheid kan op vijf niveaus worden aangepast.

Instellingen handinvoerlade

Papierformaat herkenning handinvoer inschakelen

Deze functie wordt gebruikt om het afdrukken onmogelijk te maken wanneer het opgegeven papierformaat voor een afdrukopdracht verschilt van het papierformaat dat is geplaatst in de handinvoer.

Papiersoort herkenning handinvoer inschakelen

Deze functie wordt gebruikt om het afdrukken onmogelijk te maken wanneer het opgegeven papiertype voor een afdrukopdracht verschilt van het papiertype dat is geplaatst in de handinvoer.

Doorvoerlade overslaan bij automatische papierselectie

Wanneer [Auto] is geselecteerd voor papiertypeselectie, kan de handinvoer worden uitgesloten voor de laden die kunnen worden geselecteerd. Dit wordt aanbevolen wanneer er regelmatig speciale media in de handinvoer worden geplaatst.

Opdrachtwachtrijplaatsing

Wanneer deze functie is ingeschakeld, worden ontvangen afdrukopdrachten weergegeven in de wachtrij van het opdrachtstatuscherm. De opdrachten worden verplaatst naar de opdrachtwachtrij nadat deze door de machine zijn geanalyseerd. Meerdere opdrachten die nog niet zijn geanalyseerd kunnen verschijnen in de wachtrij. Wanneer deze functie is uitgeschakeld, worden ontvangen afdrukopdrachten weergegeven in de opdrachtwachtrij zonder dat deze worden weergegeven in de wachtrij. Wanneer er echter een versleuteld PDF-bestand worden afgedrukt, verschijnt de opdracht in de wachtrij.

Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken USB-geheugen

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van bestanden op een USB-geheugen uit te schakelen. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de functie "USB-geheugen" op het scherm Externe gegevenstoegang niet worden gebruikt om bestanden af te drukken.

Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken netwerkmap

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van bestanden in netwerkmappen uit te schakelen. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de functie "Netwerkmap" op het scherm Externe gegevenstoegang niet worden gebruikt om bestanden af te drukken.

Interface-instellingen

Deze instellingen worden gebruikt om de verzending van gegevens naar de USB- of netwerkenpoort te controleren.

Hexadecimale Dump

Deze functie wordt gebruikt om de afdrukgegevens van een computer af te drukken op hexadecimaal formaat met de bijbehorende ASCII-tekst. Hiermee kunt u controleren of de afdrukgegevens vanuit de computer correct naar de machine worden verzonden. Voorbeeld van een Hexadecimale dump ![](images/8aebe90d082ab5eac2f24ae594e9db1847389c856b6cb2fc00c11ac4525e4789.jpg)

I/O Time-out

De I/O time-out kan worden ingesteld op elk getal tussen 1 en 999 seconden. De I/O time-out zorgt voor een tijdelijke stopzetting van de verbinding als de ingestelde tijdsduur verstrijkt zonder dat er gegevens worden ontvangen via de poort. Nadat de verbinding is verbroken wordt de poort op de automatische selectie gezet of geactiveerd wanneer de volgende afdrukopdracht is begonnen.

USB-poort inschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken via de USB-poort mogelijk te maken.

Omschakeling USB-poortemulatie

Selecteer de geëmuleerde printertaal als de machine is aangesloten op een USB-poort. De instellingen worden hieronder weergegeven. • Auto \- PostScript\* • PCL \* Wanneer de PS3-uitbreidingskit is geïnstalleerd. ![](images/c2fa8e319ee6606b280b4d1bd62d0ab653ab08864d8cbe698344701888350ffb.jpg) \- De instellingen zijn gelijk aan die voor "Omschakeling Netwerk-Poortemulatie". \- Tenzij er zich regelmatig printerfouten voordoen, raden wij u aan de standaardinstelling "Auto" te gebruiken.

Netwerkpoort Inschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken via de netwerkpoort mogelijk te maken.

Omschakeling Netwerk-Poortemulatie

Deze instelling wordt gebruikt om de geëmuleerde printertaal te selecteren wanneer de machine is aangesloten op een netwerkpoort. De instellingen worden hieronder weergegeven. • Auto \- PostScript\* • PCL \* Wanneer de PS3-uitbreidingskit is geïnstalleerd. ![](images/8e5d431bbec69814b2318ff2ce75ecb9937f3b907a4bf84388cc3dc9c6677c6c.jpg) \- De instellingen zijn gelijk aan die voor "Omschakeling USB-poortemulatie". \- Tenzij er zich regelmatig printerfouten voordoen, raden wij u aan de standaardinstelling "Auto" te gebruiken.

Methode Voor Poortomschakeling

Deze instelling wordt gebruikt om te bepalen wanneer de poortomschakeling plaatsvindt.

Wisselen aan einde van opdracht

De poort wordt gewijzigd in de automatische selectie wanneer het afdrukken is voltooid.

Omschakelen na I/O-time-out

Wanneer de tijd die is ingesteld met behulp van "I/O Time-out" verstrijkt, wordt de poort gewijzigd in automatische selectie. ![](images/0832a29f9c5c558975ecee6d3b8a86f68e830f571e146f45e606d96c5cf4aaff.jpg) De volgende twee printerpoorten zijn beschikbaar op de machine: \- USB-poort \- Netwerkpoort

Instell. afbeelding verzenden

Instellingen met betrekking tot de beeldverzendfunctie (scan, Internetfax, enz.) kunnen worden geconfigureerd. Druk op de toets [Instell. afbeelding verzenden] om de instellingen te configureren. ![](images/77873b4a4edd20d7abfaa491c4e3bd62edf6faa9b9479d44de6b4e542059938c.jpg) Raadpleeg "SYSTEEMINSTELLINGEN VOOR FAX" (pagina 7-99) voor informatie over de instellingen met betrekking tot de faxfunctie.

Bedieningsinstellingen

De onderstaande bedieningsinstellingen zijn van toepassing op alle beeldverzendfuncties.

Overige instellingen

Standaardweergave-Instellingen

U kunt een van de 5 basisschermen selecteren voor het basisscherm dat verschijnt wanneer u drukt op de toets [BEELD VERZENDEN] of op de toets [ALLES WISSEN] (CA) in de beeld verzenden modus. - Adresboek - Scannen - Internetfax - Fax \- Gegevensinvoer Instellingen enige tijd vasthouden nadat scannen is voltooid Gebruik deze instelling om de instellingen te bewaren nadat het scannen is voltooid (totdat de functie Automatisch wissen wordt geactiveerd).

Standaardselectie adresboek

Een van de volgende schermen kan als beginscherm voor het adresboekscherm worden geselecteerd.

Tabschakelaar

• ABC - Gebruik.

Adrestype

- Alle • E-mail - FTP/Bureaublad - Netwerkmap - Internetfax (incl. directe SMTP) - Faxen • Groep

Instelling Oorspronkelijke Resolutie

De onderstaande instellingen zijn beschikbaar voor de standaardresoluties voor de functies scannen, Internetfax en fax. Scan : 100X100 dpi, 200X200 dpi, 300X300 dpi, 400X400 dpi, 600X600 dpi Internetfax : 200X100 dpi 200X200 dpi 200X400 dpi 400X400 dpi 600X600 dpi ![](images/7a71fdba994de425ec31203da1bb07316749610d489c943226cb2953f317ef27.jpg) Fax: Standaard Fijn Extra Fijn Ultrafijn

Ingest. resolutie toepassen bij opslag

Wanneer een afbeelding wordt opgeslagen met behulp van documentarchivering, bepaalt u met deze functie de resolutie-instelling die met de afbeelding is opgeslagen.

Standaard Belichtingsinstellingen

Deze instelling wordt gebruikt om de standaard belichtingsinstellingen in te stellen voor het scannen van documenten in de Beeld verzenden modus. Selecteer [Auto] of [Handmatig]. Wanneer [Handmatig] is geselecteerd, kan de belichting worden ingesteld op een van de 5 niveaus.

Standaard Origineelbeeldtype

Selecteer vooraf het standaard origineelbeeldtype om verzending van het origineel op een geschikte resolutie mogelijk te maken (uitsluitend een scanfunctie en USB-geheugenmodus). Als de belichting staat ingesteld op [Auto], kan geen standaard origineelbeeldtype worden geselecteerd. De instellingen worden hieronder weergegeven. - Tekst/afged.foto - Tekst/Foto - Tekst • Foto - Afgedrukte Foto - Map

Moiré-Reductie

Hiermee vermindert u het moiré-effect (strepen) dat zich voordoet wanneer drukwerk wordt gescand (uitsluitend in de scannerfunctie en USB-geheugenmodus).

Volg adrestoets invoeren bij distributie-instel.

Deze instelling wordt gebruikt zodat de [Volgend Adres]-toets wordt ingedrukt voordat het volgende adres worden ingevoerd tijdens het uitvoeren van een distributie-verzending. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de [Volgend Adres]-toets niet worden overgeslagen, zelfs niet wanneer het volgende adres wordt ingevoerd met een one-touch-toets. Als een gebruiker probeert het volgende adres in te voeren zonder de [Volgend Adres]-toets te gebruiken, klinkt er een dubbele pieptoon en zal de invoer worden geweigerd.

Geluid Bij Voltooide Scan

Hiermee kan de Scan voltooid geluidsinstelling worden geselecteerd.

Instelling aantal weergegeven sleutels naam/onderwerp/inhoud

Deze instelling wordt gebruikt om het aantal toetsen voor bestandsnamen / onderwerp dat wordt weergegeven in het scherm. Het aantal toetsen kan worden ingesteld op 6, 12 of 18.

Instelling aantal getoonde directadres-toetsen

Selecteer 5, 10 of 15 voor de nummers van sneltoetsen die verschijnen in het adresboekscherm.

Omschakelen weergave-volgorde uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om wijzigingen in de volgorde van de display (volgorde van zoeknummer, oplopend, aflopend) in het adresboek onmogelijk te maken. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de volgorde van het adresboek niet worden gewijzigd met een tabtoets. De weergave-volgorde blijft de gebruikte volgorde nadat deze instelling is geactiveerd.

Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens

Met deze functie worden ontvangen faxen en Internetfaxen in het geheugen vastgehouden zonder dat deze worden afgedrukt. De faxen kunnen worden afgedrukt door een wachtwoord in te voeren (standaardinstelling: 0000) via het numerieke toetsenbord.

Wachtwoord

Als [Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens] is geselecteerd, voer dan het wachtwoord (4 cijfers) in. ![](images/c377d498e06be1e9c6ca160929b905495e62d89e274a3e86dc5c944d3b4e3467.jpg) Deze instellingen kunnen uitsluitend worden geconfigureerd wanneer er geen ontvangen gegevens in het geheugen van de apparaat aanwezig zijn (exclusief de gegevens in de vertrouwelijke of het relay-distributie-geheugenvakken).

Standaardverificatie-Stempel (Wanneer een stempeleenheid is geïnstalleerd.)

Wanneer de automatische documentinvoer wordt gebruikt, kunt u deze instelling inschakelen om elke pagina van het origineel te laten stempelen na het scannen.

Standaardbreedte Van Wisstrook Instellen

Hiermee wordt de standaard wisbreedte van de wisfunctie ingesteld. Geef een waarde op tussen 0 mm (0") en 20 mm (1") in stappen van 1 mm (1/8") voor zowel Rand Wissen als Midden Wissen.

Registratie uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om het opslaan van bestemmingen onmogelijk te maken. Het opslaan op de machine, vanaf een Internetpagina en het opslaan op een computer kan afzonderlijk worden uitgeschakeld.

Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak.

Hiermee schakelt u het Adresbeheer van de machine uit. Configureer de instellingen voor de volgende items: • Groep (Directe Invoer) • Groep (Adresboek) - Individuel Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Reg.van bestemming op webpage uitschak.

(Wanneer er een netwerkverbinding is ingeschakeld.) Hiermee schakelt u het Adresbeheer vanuit de webpagina 's uit. Configureer de instellingen voor de volgende items: • Groep (Directe Invoer) • Groep (Adresboek) - Individuel Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Registratie van programma uitschakelen

Dit voorkomt gebruik van het adresboek wanneer een programma wordt opgeslagen. Configureer de instellingen voor de volgende items: • E-mail - FTP - Bureaublad - Netwerkmap - Internetfax (incl. directe SMTP) - Faxen Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Registratie van geheugenvak uitschakelen

(Wanneer de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd.) Alle soorten registratie van geheugenvak uitschakelen. Configureer de instellingen voor de volgende items: Navraaggeheugen, Vertrouwelijk, Relay-Distributie (Directe Invoer), Relay-Distributie (Adresboek) Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Bestemmingsregistratie met Globaal zoeken adres uitschakelen

(Wanneer er een netwerkverbinding is ingeschakeld.) Hiermee wordt adresbeheer vanuit globaal adres zoeken uitgeschakeld. Configureer de instellingen voor de volgende items: E-mail, Internetfax, Faxen Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Registratie door middel van Network Scanner Tool

(Wanneer er een netwerkverbinding is ingeschakeld.) Hiermee schakelt u het Adresbeheer vanaf de Netwerkscannertool uit.

Instel. voor uitschak. van verzending

Deze instellingen worden gebruikt om de volgende verzendhandelingen uit te schakelen.

[Opn. verzenden] uitschakelen in beeldverzendfunctie

Hiermee schakelt u de toets [Opn. verzenden] in het basisscherm van de beeldverzendfunctie uit.

Selecteren uit adresboek uitschakelen

Hiermee schakelt u het selecteren vanuit het adresboek uit. Configureer de instellingen voor de volgende items: • E-mail • FTP - Bureaublad - Netwerkmap - Internetfax (incl. directe SMTP) - Faxen Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Directe invoer uitschakelen

Hiermee kunnen adressen niet meer rechtstreeks worden ingevoerd. Configureer de instellingen voor de volgende items: • E-mail - Netwerkmap - Internetfax (incl. directe SMTP) - Faxen Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

PC-I-Fax-verzending uitschakelen

(Wanneer de internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd.) Hiermee maakt u PC-I-Faxverzending onmogelijk.

PC-Fax-verzending uitschakelen

(Wanneer de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd.) Hiermee maakt u PC-Faxverzending onmogelijk.

Eigen naam en bestemming instellen

Hiermee stelt u het internetfaxadres, faxnummer van de machine en naam van de gebruiker in.

Registratie zendergegevens

Gebruik dit om de naam van de afzender op te slaan voor fax, internetfax, afzendernummer voor fax, en afzenderadres voor internetfax. De opgeslagen afzendernaam en het fax-afzendernummer of internet-afzenderadres wordt bovenaan de ontvangen fax afgedrukt.

Naam afzender

Voer de naam van de verzender in. Voor de naam van de verzender mogen maximaal 20 tekens worden ingevoerd.

Faxnummer afzender

Dit wordt gebruikt om het faxnummer van de verzender in te stellen. Voer het faxnummer in via het numerieke toetsenbord. Druk op de [Onderbreking]-toets om een pauze tussen de getallen in te voeren. Druk op de toets [Spatie] om een spatie tussen de getallen in te voegen.

Eigen adres I-Fax

Voer een standaard verzendadres in (maximaal 56 tekens).

Registratie van eigen naam selecteren

Sla gebruikte afzendernamen op in "Registratie van eigen naam" in de speciale functies. Er kunnen 18 afzendernamen worden opgeslagen.

Nieuwe toevoegen

Naam verzender opslaan. Er kunnen maximaal 20 tekens worden opgeslagen. Druk op de toets [Opslaan] na het invoeren van een afzendernaam. Het laagste ongebruikte registratienummer van 01 tot 18 wordt automatisch aan de afzendernaam toegewezen. Dit nummer kan niet worden gewijzigd.

Lijst van Naam van afzenders

Hiermee wordt een lijst van de opgeslagen afzendernamen weergegeven. De naam van de afzender kan worden geselecteerd om deze te wissen.

Scaninstellingen

Instellingen die verband houden met het scannen kunnen worden geconfigureerd.

Overige instellingen

Standaard-Afzenderset

De informatie die hier is opgeslagen wordt gebruikt als u geen gegevens invoert bij de optie [Antwoord naar] in de verzendinginstellingen tijdens het uitvoeren van Scannen naar E-mail.

Naam afzender

Voer een standaardnaam voor de afzender in (maximaal 20 tekens).

E-mailantwoordadres

Voer een standaard antwoordadres in (maximaal 64 tekens). ![](images/0aa3236a6efc4e81dc9ae30d7a8e580b234dddd47f794d590f56428cc2bf307a.jpg) Als alleen de afzendernaam is opgeslagen, zal deze niet worden gebruikt als afzenderinformatie.

Standaardinstellingen kleurmodus

Selecteer een standaardinstelling voor de kleurmodus in de scanfunctie. De instellingen worden hieronder weergegeven. - Meerkleuren • Grijstinten - Mono

Instelling Oorspronkelijke Bestandsindeling

Hiermee kunt u het standaardformaat voor Scannen naar E-mail en USB-geheugenmodus instellen wanneer het e-mailadres handmatig worden ingevoerd met behulp van de toets [Adresinvoer].

Bestandindeling

PDF, TIFF, JPEG\*1, Compact PDF\*2,4, Compact PDF (Ultrafijn)\*2,4, Versleutelde PDF, Versl./Compact PDF\*3,4, Versleutel/Compact PDF (Ultrafijn) ^*3,4 , XPS \*1 Als [Zwart/wit] wordt geselecteerd, is de indeling [TIFF]. \*2 Als [Zwart/wit] wordt geselecteerd, is de indeling [PDF]. \*3 Als [Zwart/wit] wordt geselecteerd, is de indeling [Versleutelde PDF]. \*4 Wanneer de compressiekit wordt geïnstalleerd.

Zwart-wit

Compressiemodus: Geen, MH(G3), MMR(G4)

Kleur/Grijstinten

Comprimeringsfactor: Laag, Medium, Hoog

Opgegeven pagina's per bestand

Als er meerdere pagina's worden gescand, kunt u deze functie gebruiken om een apart bestand (of opgegeven aantal pagina's) voor elke gescande pagina aan te maken. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan het aantal pagina's per bestand worden opgegeven.

Aantal pagina's

Voor het aantal pagina's per bestand mag elk willekeurig aantal worden opgegeven. Deze instelling kan worden opgegeven als [Opgegeven pagina's per bestand] is ingeschakeld. ![](images/6419c83ed78c8d7949c4c7b35a6beb87d24de78c15e2c80f56aa68b3429c95ab.jpg) Als [JPEG] is geselecteerd als bestandstype, kan de functie [Opgegeven pagina's per bestand] niet worden geselecteerd.

Compressiemodus bij distributie

Hiermee wordt de compressiemodus voor distributie ingesteld tijdens het gebruik van Scannen naar E-mail of Internetfax. De opgegeven compressiemodus wordt gebruikt voor alle bestemmingen ongeacht de afzonderlijke instellingen voor compressiemodus.

Zwart-wit

MH(G3), MMR(G4)

Kleur/Grijstinten

Laag, Medium, Hoog

Instelling van maximum aantal verzenddata (E-mail)

Het is mogelijk om een bestandsgroottelimiet in te stellen van 1 MB tot 10 MB in stappen van 1 MB om te voorkomen dat extreem grote bestanden worden verzonden via de functie Scannen naar E-mail. Als de totale grote van de beeldbestanden tijdens het scannen van het origineel deze limiet overschrijdt, worden de beeldbestanden verwijderd. Selecteer [Onbeperkt] als u geen limiet wilt opgegeven. ![](images/7c83772797e2963fe7d8cfc083e48e9ed8dadbfec12ea3c6e89821170593f9af.jpg) Deze instelling is gekoppeld aan "Instelling van maximum aantal verzenddata" (pagina 7-84) in de instellingen voor Internetfax verzenden.

Maximumgrootte van gegevensbijlagen (map FTP/Bureaublad/Netwerk)

U kunt een limiet instellen voor de bestandsgrootte die worden verzonden via Scannen naar FTP, Scannen naar desktop en Scannen naar netwerkmap. U kunt kiezen uit limieten van 50 MB, 150 MB, en 300 MB. Als de totale grote van de beeldbestanden tijdens het scannen van het origineel deze limiet overschrijdt, worden de beeldbestanden verwijderd. Selecteer [Onbeperkt] als u geen limiet wilt opgegeven. ![](images/9179f868478e946dc47d50503c15239959821e464722887df1e307a58fdf379f.jpg) Bij een distributieverzending met zowel bestemmingen voor e-mail en Internetfax krijgen de limieten die zijn ingesteld in "Instelling van maximum aantal verzenddata (E-mail)" (pagina 7-82) voorrang.

Bcc-Instelling

Bcc inschakelen

Schakel deze instelling in als u gebruik wilt maken van Bcc-verzending. Als deze instelling is ingeschakeld, verschijnt de toets [Bcc] in het scherm Adresboek van de functie Beeldverzending.

Bcc-adres weergeven op het opdrachtstatusscherm

Hiermee worden bcc-adressen weergegeven in het opdrachtstatuscherm en het tabblad adreslijst.

Scanfunctie uitschakelen

Deze optie wordt gebruikt om PC scan en USB-geheugenscan uit te schakelen. Wanneer deze functies zijn uitgeschakeld, worden deze grijs wanneer de modus in het basisscherm wordt gewijzigd.

Instellen voorkeur emailhandtekening

Er kan automatisch een e-mailhandtekening worden toegevoegd onderaan de lopende tekst van een e-mailbericht. Dit is handig wanneer u volgens het bedrijfsbeleid een specifieke ondertekening onder in e-mailberichten wilt zetten. Deze e-mailhandtekening kan in de webpagina's worden geconfigureerd. Met deze instelling schakelt u de e-mailhandtekening in of uit. ![](images/8fd1edb79e0dfef6311d31710172adcb350acb69d88e341f714d64867ede9107.jpg) Deze instelling is gekoppeld aan "Instellen voorkeur emailhandtekening" (pagina 7-84) in de begininstellingen voor Internetfax.

Instelling standaard adres

U kunt een standaardadres opslaan waarmee het mogelijk wordt een bericht te verzenden door op de toets [START] te drukken zonder een adres op te geven. Wanneer "Voeg E-mailadres gebruiker toe voor aanmelden" is geselecteerd, dan kan het e-mailadres van de op dat moment aangemelde gebruiker worden ingesteld als standaardadres. ![](images/109a4ecc31b36c151226d077b42f0e95952367884bc53ef6d3fad5376c4172da.jpg) \- Wanneer deze instelling is geactiveerd, schakelt het basisscherm over naar de scanfunctie. \- U kunt uitsluitend een standaardadres instellen voor de functies Scannen naar E-mail, Scannen naar FTP, Scannen naar desktop en Scannen naar netwerkmap.

I-Faxinstellingen

![](images/fab06793a13b13253b36e01176d53f027e9e7c489abf970718aeb6e6439ee5f7.jpg) Deze instellingen kunnen worden geconfigureerd wanneer de internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd.

I-Fax Standaardinstellingen

Deze instellingen worden gebruikt om de standaardinstellingen voor de functie Internetfax te configureren.

Afdrukken auto reactiveren

Wanneer de knop de toets [AAN] (☑op "uit" staat (maar de hoofdschakelaar op "aan") en er een Internetfax binnenkomt, zorgt deze functie ervoor dat de machine wordt geactiveerd en de fax wordt afgedrukt. Wanneer deze functie is uitgeschakeld, worden ontvangen Internetfaxen pas afgedrukt nadat de knop de toets [AAN] (☑wordt ingeschakeld.

Compressie instel.

Hiermee wordt de standaardcompressie voor internetfaxverzending ingesteld. De instellingen worden hieronder weergegeven. • MH (G3) - MMR (G4)

Instelling Luidsprekervolume

Deze instelling wordt gebruikt om het volume van het geluidssignaal via de speakers bij faxontvangst en communicatiefouten aan te passen. U hoort een faxontvangstsignaal nadat de machine de mailserver heeft gecontroleerd en de ontvangen faxen ophaalt. U hoort een foutsignaal communicatie wanneer de machine een e-mail ontvangt van de ontvangende Internetfax-machine dat de verzending is mislukt.

Origineel afdrukken op transactierapport

Wanneer een transactierapport wordt afgedrukt wordt deze instelling gebruikt om een gedeelte van de eerste pagina van de verzending op het transactierapport af te drukken. Selecteer een van de drie onderstaande posities. • Volledig Rapport Afdrukken • Alleen Foutrapport Afdrukken - Geen Afgedrukt Rapport Deze instelling zal niet effectief zijn wanneer "Instelling Afdrukken Transactierapport" hieronder is ingesteld op "Geen Afgedrukt Rapport".

Instelling Afdrukken Transactierapport

Hiermee kunt u selecteren of er wel of geen transactierapport wordt afgedrukt, en als dat wel gebeurt, kunt u de voorwaarden selecteren. Selecteer een instelling voor elk van de volgende handelingen:

Enkele Verzending

• Volledig Rapport Afdrukken • Alleen Foutrapport Afdrukken - Geen Afgedrukt Rapport

Distribueren

• Volledig Rapport Afdrukken • Alleen Foutrapport Afdrukken - Geen Afgedrukt Rapport

Ontvangen

• Volledig Rapport Afdrukken • Alleen Foutrapport Afdrukken - Geen Afgedrukt Rapport Wanneer een transactierapport wordt afgedrukt, kunt u een gedeelte van de eerste pagina van het verzonden origineel op het transactierapport afdrukken. Raadpleeg "Origineel afdrukken op transactierapport" voor meer informatie.

Instelling Afdrukken Activiteitenrapport

Deze instelling wordt gebruikt om het activiteitenrapport Beeld Verzenden, dat is opgeslagen in het geheugen van de machine, automatisch af te drukken op vooraf ingestelde tijdstippen. U kunt het activiteitenrapport Beeld Verzenden instellen op automatisch afdrukken na 201 transacties, maar kunt deze ook instellen op automatisch afdrukken op een bepaald tijdstip (bijvoorbeeld één keer per dag). (De instellingen kunnen gelijktijdig worden ingeschakeld.) ![](images/b4dcb1be1332460bfd6254ac0195fbbabca4f8be60ce35a9252bda3fe5693f71.jpg) - Als u alleen de instelling [Dagelijks afdrukken op opgegeven tijd] inschakelt en het aantal transacties de 201 voor het opgegeven tijdstip overschrijdt, zal bij elke nieuwe transactie de oudste worden verwijderd (de oudste transactie zal niet worden afgedrukt). - Het activiteitenrapport van beeldverzending kan ook handmatig afgedrukt worden. Raadpleeg "Lijst afdrukken (beheerder)" (pagina 7-90) in de systeeminstellingen (beheerder).

Platte Tekst Afdrukken Instelling Selecteren

Beeldbestanden die zijn gekoppeld aan Internetfaxen worden normaalgesproken afgedrukt. Als u deze instelling inschakelt wordt ook de koptekst van het e-mailbericht (onderwerp en bericht) afgedrukt. Deze instelling is ook van toepassing op de koptekst van e-mailberichten zonder bijlagen. ![](images/0a785814e3e88ef8bd50d51b009ba980ee4e9b348f7bffb3f66eccbbe0dc0c44.jpg) Er kunnen maximaal 5 pagina's met koptekst worden afgedrukt.

Instellen voorkeur emailhandtekening

Er kan automatisch een e-mailhandtekening worden toegevoegd onderaan de lopende tekst van een e-mailbericht. Dit is handig wanneer u volgens het bedrijfsbeleid een ondertekening onder in e-mailberichten wilt zetten. Deze e-mailhandtekening kan in de webpagina's worden geconfigureerd. Met deze instelling schakelt u de e-mailhandtekening in of uit. ![](images/0813bae1a3ad51ad569b1eb2f37e6c75125a32fdfc1c0b6b15458e279c2f193a.jpg) Deze instelling is gekoppeld aan "Instellen voorkeur emailhandtekening" (pagina 7-82) in de scaninstellingen.

I-Fax Verzendinstellingen

I-Fax verzendinstellingen worden hieronder beschreven.

I-Fax Ontvangstrapport Aan/Uit Instelling

Met deze instelling wordt een ontvangstrapport opgevraagd bij het verzenden van een Internetfax. Het ontvangstrapport wordt teruggezonden naar het verzendadres dat is opgeslagen in "Eigen naam en bestemming instellen" (pagina 7-80).

Time-Out Aanvraag I-Fax Ontvangstrapport Instellen

De tijdsduur dat een machine zal wachten op een ontvangstrapport van de bestemmingsmachine kan met elk getal tussen 1 uur en 240 uur worden ingesteld in stappen van 1 minuut. ![](images/1d2d9bf7a4578b007878a3be1e7da4a163053f921776fd29c87f718ac1ba3424.jpg) Deze instelling werkt alleen wanneer de functie "I-Fax Ontvangstrapport Aan/Uit Instelling" is ingeschakeld.

Aantal malen opnieuw zenden bij ontvangstfout

Het aantal pogingen om het document opnieuw te verzenden nadat een foutmelding is ontvangen van de ontvangende I-Faxmachine kan worden ingesteld op elk getal tussen 0 en 15. ![](images/33b9baf8dc43a0f8269257869486099cdfc32092473f2411b71dd5c9f8ddfda9.jpg) Deze instelling werkt alleen wanneer de functie "I-Fax Ontvangstrapport Aan/Uit Instelling" is ingeschakeld.

Instelling van maximum aantal verzenddata

Het is mogelijk om een bestandsgroottelimiet in te stellen van 1MB tot 10 MB in stappen van 1 MB om te voorkomen dat extreem grote bestanden worden verzonden via de functie Internetfax. Als de totale grote van de beeldbestanden tijdens het scannen van het origineel deze limiet overschrijdt, worden de beeldbestanden verwijderd. Selecteer [Onbeperkt] als u geen limiet wilt opgegeven. ![](images/e09197ca63b7d6844fb53690cc02809d753b4eca87ab2ec6ef5b8f56a8429f04.jpg) - Deze instelling is gekoppeld aan "Instelling van maximum aantal verzenddata (E-mail)" (pagina 7-82) in de scaninstellingen. - Deze instelling geldt niet voor de limiet voor directe SMTP-verzending.

Instelling Verzenden Draaiing

Wanneer u een afbeelding verzendt met een van de onderstaande formaten, roteert u met deze functie het beeld 90 graden. (De instelling kan voor elk formaat afzonderlijk worden geconfigureerd.) A4, B5R, A5R, 8-1/2 x 11", 5-1/2" x 8-1/2" R, 16K ![](images/4ab29ec5115c1073ac89c2cea1d3da276f3348f0e4a61a8f21a01c4b2da79d17.jpg) De formaten A4R en 8-1/2" x 11"R worden niet geroteerd.

Paginanummer afdrukken bij ontvanger

Deze instelling wordt gebruikt om een paginanummer toe te voegen bovenaan elke faxpagina die wordt afgedrukt door de ontvangende machine.

Opnieuw oproepen indien bezet

(Deze instelling werkt alleen voor Directe SMTP-verzending.) Dit programma wordt gebruikt om het aantal belpogingen en ook het interval tussen deze pogingen in te stellen wanneer een verzending mislukt als gevolg van een bezette lijn of een andere reden. Aantal keren dat opnieuw gebeld moet worden wanneer de lijn bezet is De instelling geeft aan of opnieuw bellen wel of niet plaatsvindt wanneer de lijn bezet is. Wanneer dat wel gebeurt, kunt u het aantal belpogingen instellen. Elk aantal van 0 tot 15 kan geselecteerd worden. Wachtinterval (in minuten) tussen nieuwe belpogingen wanneer de lijn bezet is U kunt het interval tussen nieuwe belpogingen instellen. Elk aantal minuten van 1 tot 15 kan geselecteerd worden.

Opnieuw bellen indien communicatiefout

(Deze instelling werkt alleen voor Directe SMTP-verzending.) Deze instelling bepaalt hoe vaak uw machine automatisch probeert terug te bellen als een faxverzending mislukte door een communicatiefout. Aantal keren dat opnieuw gebeld moet worden wanneer er een fout optreedt Geef aan hoe vaak de machine probeert opnieuw te bellen wanneer er een communicatiefout optreedt. Elk aantal van 0 tot 15 kan geselecteerd worden. Wachtinterval (in minuten) tussen nieuwe belpogingen wanneer er een fout optreedt U kunt het interval tussen nieuwe belpogingen instellen. Elk aantal minuten van 1 tot 15 kan geselecteerd worden.

I-Fax Ontvangstinstellingen

I-Fax ontvangstinstellingen worden hieronder beschreven.

Instelling Reductie Auto Ontvangst

Wanneer er een fax wordt ontvangen waarin afgedrukte informatie, zoals de naam en het adres van de verzender, is opgenomen, is het ontvangen beeld iets groter dan het standaardformaat. Deze instelling wordt gebruikt om het beeld automatisch aan het standaardformaat aan te passen. ![](images/8731e30690a9ddaae3a67884923f1c0d262a0f9433b34087a1a7aafa74d7138a.jpg) - Als Reductie automatisch ontvangen instellen is uitgeschakeld, kunnen delen van de fax worden afgebroken. Het beeld wordt wel duidelijker want er wordt afgedrukt op hetzelfde formaat als het origineel. - Standaardformaten zijn formaten zoals A4 en B5 (8-1/2" x 11" en 8-1/2" x 5-1/2").

Instelling Duplexontvangst

Hiermee kunt u ontvangen faxen op beide zijden van het papier afdrukken. Wanneer deze instelling is ingeschakeld en er een fax binnenkomt die bestaat uit 2 of meer pagina's (de pagina's moeten hetzelfde formaat hebben), worden de pagina's aan beide zijden van 1 vel papier afgedrukt.

Adres voor doorsturen gegevens instellen

Wanneer de machine de ontvangende fax niet kan afdrukken, wordt de fax doorgestuurd naar een andere faxmachine. Deze instelling wordt gebruikt om het adres van de andere machine te configureren.

Doorsturen aan

Voer het adresnummer voor doorsturen in (maximaal 64 karakters).

Directe SMTP

Selecteer dit om doorsturen wanneer Directe SMTP wordt gebruikt in te schakelen.

Ook hostnaam of IP-adres toevoegen

Selecteer dit om afzonderlijk een hostnaam of IP-adres in te voeren.

Hostnaam of IP-adres

Wanneer "Ook hostnaam of IP-adres toevoegen" is ingeschakeld, voer dan met deze instelling de hostnaam of het IP-adres in (maximaal 64 tekens). ![](images/b5af2c2b7bb85454c9a3dfcc45fd5f0cc81e839a7b6d62722cf3f07403da431c.jpg) Er kunnen geen meerdere adresnummers voor doorsturen worden opgeslagen.

Letter formaat RX verkleint afdrukken

Dit programma is niet beschikbaar in Canada. Wanneer een fax van het formaat letter-R (8-1/2" x 11"R) wordt ontvangen, verkleint deze instelling de fax naar A4R-formaat. ![](images/1c9001237f9bc277331944df127b07c09f9abc50d36fc33dcfa0c76692c196f9.jpg) Wanneer deze instelling is ingeschakeld, worden faxen met A4R-formaat ook verkleind.

Ontvangstdatum/-tijd afdrukken

Schakel deze instelling in om de datum en tijd van ontvangst te laten afdrukken. Selecteer [Binnen het ontvangen beeld] of [Buiten het ontvangen beeld] als positie waar de datum en tijd worden afgedrukt. Wanneer [Binnen het ontvangen beeld] wordt geselecteerd, worden datum en tijd op de ontvangen afbeelding afgedrukt. Wanneer [Buiten het ontvangen beeld] wordt geselecteerd, wordt de ontvangen afbeelding verkleind en datum en tijd worden op het resulterende blanco gedeelte afgedrukt. ![](images/b02c2f0933ae7ba8f15ce1d4d5b1ef5e84449b5fb1b778bb541f828bcca9e1eb.jpg) [Buiten het ontvangen beeld] kan niet als afdruk instelling voor de ontvangstdatum en -tijd worden geselecteerd als "Instelling Reductie Auto Ontvangst" (pagina 7-85) niet is ingeschakeld.

A3 RX verkleinen

Wanneer een fax met A3-formaat wordt ontvangen, verkleint deze functie de fax tot het formaat ledger (11" x 17"). ![](images/4341f666260889a30f87c314add9e7110de7fcebc798587fe49f743b13d98ab9.jpg) Wanneer deze instelling is ingeschakeld, worden faxen met W-letterformaat ook verkleind.

Instelling time-out POP3-communicatie

De tijdsduur waarna de machine stopt met de ontvangst omdat er geen antwoord wordt ontvangen van de mailserver (POP3-server) kan worden ingesteld tussen de 30 tot 300 seconden in stappen van de 30 seconden.

Instelling Van Interval Ontvangstcontrole

Deze instelling wordt gebruikt om de interval waarop de machine automatisch de mailserver (POP3-server) controleert op ontvangen internetfaxen. De interval kan worden ingesteld van 0 minuten tot 8 uren in stappen van 1 minuut. Wanneer er wordt gekozen voor 0 uren en 0 minuten, controleert de machine niet automatisch de mailserver voor ontvangen Internetfaxen. ![](images/372f98e80b1a978741d382fe71729350ba25e9fd7dfa77724cd022815b097c5c.jpg) De machine controleert ook de mailserver (POP3-server) voor ontvangen Internetfaxen wanneer de hoofdschakelaar is ingeschakeld. (Behalve wanneer 0 uren en 0 minuten is opgegeven.)

Ifax uitvoerinstellingen

Hiermee selecteert u de uitvoerlade voor ontvangen Internetfaxen. De items die verschijnen zijn afhankelijk van de machineconfiguratie.

Anti-Junkmail/Domeinnaam Instellen

Deze instelling wordt gebruikt om faxontvangst van specifieke faxnummers te blokkeren of te accepteren.
Item Beschrijving
Ontvangst WeigerenOntvangst van opgeslagen adressen/domeinen is niet toegestaan.
Ontvangst ToestaanOntvangst van opgeslagen adressen/domeinen is toegestaan.
Alle ongeldigOntvangst van elk adres en domeinen is toegestaan, ongeacht of het adres domein is opgeslagen of niet.
Nieuwe toevoegenGebruikt deze instelling om een nieuw adres of domein (met een maximum van 50) toe te voegen waarvan u de ontvangst wilt weigeren over toestaan. Voer het adres/domein in (maximaal 64 tekens) en druk op de toets [Opslaan]. Als het eerste teken van de invoer geen "@" is, wordt de invoer gezien als een e-mailadres. Als het eerste teken van de invoer een "@" is, wordt de invoer gezien als een domein. (xxx@xx.xxx.com wordt gezien als een adres en @xx.xxx.com wordt gezien als een domein.) Wanneer u een adres opslaat, geldt de instelling uitsluitend voor dat adres. Wanneer u een domein opslaat, geldt de instelling voor alle adressen binnen dat domein.
Lijst geregistreer de adressen of domeinenHiermee wordt een lijst van de opgeslagen adressen en domeinen getoond. In dit scherm kunt u een adres of domein selecteren en verwijderen uit de lijst.
![](images/f2b65eab56a00e2176ee199399457881ab0ee780db99b463b0b2ef3704d3b731.jpg) Als er geen anti-junkmail adressen of domeinen zijn opgeslagen, kan alleen de toets [Nieuwe Toevoegen] worden geselecteerd.

Instellingen documentarchivering

De instellingen voor documentarchivering worden hieronder beschreven. Druk op de toets [Instellingen documentarchivering] om de instellingen te configureren.

Overige instellingen

Instellingen Standaardmodus

Deze instelling wordt gebruikt om aan te geven welke modus (Delen of Vertrouwelijk) er moet worden gebruikt als standaardmodus voor het opslaan van een bestand. Als u kiest voor [Vertrouwelijke Modus], zal het selectievakje [Vertrouwelijk] in het informatiescherm voor archivering worden geselecteerd √

Instelling Sorteermethode

Deze instelling wordt gebruikt om de volgorde van weergave van bestanden die zijn opgeslagen in de Hoofdmap, Aangepaste en Snelmap te selecteren. Selecteer een van de volgende instellingen: - Bestandsnaam - Gebruikersnaam - Datum

Instelling beheerdersauthoriteit

Voor bestanden en gebruikersmappen met een wachtwoord, mag het beheerderswachtwoord worden ingevoerd in plaats van het wachtwoord bij het openen van een bestand of map. De beheerder kan het wachtwoord ook wijzigen.

Alle snelbestanden verwijderen

Met deze functie worden alle bestanden (behalve de beveiligde bestanden) uit de Snelmap verwijderd.

Nu verwijderen

Druk op deze toets om direct te beginnen met het verwijderen van alle bestanden. Snelbestanden verwijderen tijdens het opstarten Met deze functie worden alle bestanden (behalve de beveiligde bestanden) automatisch uit de Snelmap verwijderd nadat er op de toets [AAN] (vis gedrukt.

Standaardinstellingen kleurmodus

Hiermee wordt de standaardinstelling voor zwart-wit en kleurenmodus gebruikt tijdens de functie Scannen naar schijf. De instellingen worden hieronder weergegeven. - Meerkleuren • Grijstinten - Mono (Hogecapaciteitsmodus, Modus verzenden toegestaan)

Standaard Belichtingsinstellingen

U kunt de standaard belichtingsinstellingen voor documentarchivering configureren. Selecteer [Auto] of [Handmatig]. Stel de belichting in op een van de vijf niveaus als u [Handmatig] selecteert.

Standaard origineelafbeeldingstype

Selecteer vooraf het standaard origineeltype om het scannen van het origineel op een geschikte resolutie mogelijk te maken. Als de belichting staat ingesteld op [Auto], kan geen standaard origineelbeeldtype worden geselecteerd. De instellingen worden hieronder weergegeven. - Tekst/afged.foto - Tekst/Foto - Tekst • Foto - Afgedrukte Foto - Map

Moiré-Reductie

Hiermee vermindert u het moiré-effect dat zich voordoet wanneer drukwerk wordt gescand.

Uitgangsinstellingen resolutie

U kunt één van de volgende resoluties selecteren als standaardresolutie voor de functie verzenden. - 100X100 dpi - 200X200 dpi - 300X300 dpi - 400X400 dpi - 600X600 dpi

Geluid Bij Voltooide Scan

Deze instelling wordt gebruikt om het volume van het geluidssignaal aan te passen dat uw hoort wanneer het scannen is voltooid. U kunt het geluidssignaal ook uitschakelen.

Standaard uitvoerlade

(Wanneer de uitvoerlade is geïnstalleerd.) Deze instelling wordt gebruikt om de standaard uitvoerlade te selecteren voor het afdrukken van een bestand dat is opgeslagen met de functie Scannen naar schijf. De items die verschijnen zijn afhankelijk van de machineconfiguratie.

Stempel uitschakelen voor herafdruk

Deze instelling wordt gebruikt om de selectie van een "Stempel" in de speciale functies onmogelijk te maken wanneer een opgeslagen bestand wordt opgehaald en afgedrukt. Als er al een stempelinstelling is geselecteerd, is het niet mogelijk de stempelinstelling te wijzigen. U kunt deze functie gebruiken om te voorkomen dat er onregelmatigheden, zoals verschillen in de datum van het originele bestand en de datum in het opgehaalde en afgedrukte bestand, in afdrukinformatie worden weergegeven.

Batch-afdrukinstellingen

Wanneer u gebruik maakt van afdrukken in batches, kunt u deze instelling gebruiken om het selecteren van de toetsen [Alle gebruikers] en [Gebr. Onbekend] in het gebruikerselectiescherm onmogelijk te maken.

Standaardbreedte Van Wisstrook Instellen

Hiermee wordt de standaard wisbreedte van de wisfunctie ingesteld. Geeft een waarde op tussen 0 mm (0") en 20 mm (1") in stappen van 1 mm (1/8") voor zowel Rand Wissen als Midden Wissen.

Kaart Formaat-Instellingen

Deze instelling wordt gebruikt om het standaard origineelformaat voor de functie kaart formaat in te stellen. Zowel de X (horizontale) als de Y (verticale) origineelafmeting kan worden ingesteld van 25 mm (1") tot 210 mm (8-1/2") in stappen van 1 mm (1/8").

Aanpassen aan opslaggrootte

Schakel deze instelling in om de toets [Aanpassen aan opslaggrootte altijd in het scherm Kaart Formaat weer te geven.

Opties documentuitvoer

U kunt het gebruik van een opgeslagen bestand toestaan of verbieden door het type handeling en de modus waarin het bestand is opgeslagen te selecteren. ![](images/79d76acdd90de31e4d706771c0c30337420babfc44b15e5616f651f0139e2441.jpg) De beschikbare items hangen af van de functies die op de machines zijn geïnstalleerd.
Item Beschrijving
AfdrukkenSelecteer voor elke modus of het afdrukken van opgeslagen bestanden is toegestaan of niet.
Scan verzendenSelecteer voor elke modus of het scannen en verzenden van opgeslagen bestanden is toegestaan of niet.
I-fax verzenden (Incl. PC-I-fax)Selecteer voor elke modus of I-Fax verzenden van opgeslagen bestanden is toegestaan of niet.
Fax verzenden (Incl. PC-Fax)Selecteer voor elke modus of Fax verzenden van opgeslagen bestanden is toegestaan of niet.

Autom verwijderen van bestandsinstelling

Er kunnen tijd- en mapinstellingen worden geconfigureerd om bestanden in bepaalde mappen (opgeslagen met documentarchivering) automatisch op een bepaalde tijd te laten verwijderen. Tot drie instellingen voor automatisch verwijderen kunnen worden opgeslagen. De procedure voor het gebruik van deze functie is als volgt: (1) Maak uw keuze uit [Instelling 1] tot [Instelling 3]. (2) Stel de tijd en datum voor automatische verwijdering in. (3) Selecteer de gewenste map. (4) Geef op of beveiligde bestanden en vertrouwelijke bestanden moeten worden verwijderd. (5) Schakel de opgeslagen instellingen in.
Item Beschrijving
Planning Selecteer de automatische verwijdercyclus.• Dagelijks: elke dag wordt op het aangegeven tijdstip verwijderd.• Wekelijks: automatisch verwijderen op de opgegeven tijd op de opgegeven dag van de week.• Maandelijks: automatisch verwijderen op de opgegeven tijd op de opgegeven dag van de maand.
MappenSelecteer de folder afzonderlijk door [Mapselectie] en dan de gewenst map te selecteren.Selecteer alle mappen, inclusief de map die nu gemaakt wordt, door [Alle mappen (inclusief mappen die hierna worden geregistreerd)] te selecteren.
Beveiligd bestand verwijderenSchakel deze instelling in om ook beveiligde bestanden te laten verwijderen.
Vertrouwelijk bestand verwijderenSchakel deze instelling in om ook vertrouwelijke bestanden te laten verwijderen.

Nu verwijderen

Wanneer dit wordt uitgevoerd terwijl een map is geselecteerd, worden alle bestanden in die map direct verwijderd ongeacht de datum- en tijdinstelling.

Lijst afdrukken (beheerder)

Deze instelling wordt gebruikt om lijsten en rapporten af te drukken die uitsluitend worden gebruikt door beheerder van de machine. Druk op de [Lijst afdrukken (beheerder)]-toets om de instellingen te configureren.

Lijst beheerdersinstellingen

U kunt lijsten met beheerderinstellingen afdrukken voor de onderstaande modi. • Kopiëren - Afdrukken - Beeld Verzenden - Document Archiveren - Beveiliging - Algemeen - Lijst van alle beheerderinstellingen

Activiteitenrapport Beeld Verzenden

U kunt de volgende activiteitenrapporten Beeld Verzenden afzonderlijk afdrukken. - Activiteitenrapport verzenden van afbeeldingen (Scannen) - Activiteitsrapport Beeldverzending (Internet-Fax) - Activiteitsrapport Beeldverzending (Fax)

Lijst met ontvangen/doorgestuurde gegevens

U kunt de volgende lijsten met ontvangstinstellingen en instellingen voor doorsturen afdrukken. - Lijst aantal. toestaan/weigeren - Lijst voor toestaan/weigeren van mail en domeinnaam - Inkomende routeringslijst - Documentbeheerlijst

Lijst Met Webinstellingen

(Wanneer er een netwerkverbinding is ingeschakeld.) Hiermee wordt een lijst met webinstellingen afgedrukt.

Lijst Metagegevenssets

(Wanneer de applicatie-integratiemodule is geïnstalleerd.) Hiermee wordt een lijst met metagegevens afgedrukt die zijn opgeslagen in de interne pagina's.

Beveiligingsinstellingen

De volgende instellingen zijn bedoeld voor beveiliging. Druk op de toets [Beveiligingsinstellingen] om de instellingen te configureren.

SSL-instellingen

SSL kan worden gebruikt voor het verzenden van gegevens over een netwerk. SSL is een protocol waarmee u de gegevens die u over een netwerk verzendt kunt versleutelen. Dankzij versleutelde gegevens is het mogelijk gevoelige informatie op een veilige manier te versturen en de ontvangen. U kunt SSL voor de volgende protocollen inschakelen:

Serverpoort

- HTTPS: SSL-encryptie toepassen op HTTP-communicatie. - IPP-SSL: SSL-encryptie toepassen op IPP-communicatie. - HTTP omleiden naar HTTPS instellen in de webpagina: Als deze instelling is ingeschakeld, wordt alle communicatie waarmee wordt geprobeerd toegang te krijgen tot de machine, omgelegd van HTTP naar HTTPS.

Clientpoort

- HTTPS: SSL-encryptie toepassen op HTTP-communicatie. - FTPS: SSL-encryptie toepassen op FTP-communicatie. - SMTP-SSL: SSL-encryptie toepassen op SMTP-communicatie. - POP3-SSL: SSL-encryptie toepassen op POP3-communicatie. - LDAP-SSL: Pas SSL-versleuteling toe op LDAP-communicatie.

Encryptieniveau

Het encryptie-niveau kan op een van de drie niveaus worden ingesteld.

IPsec-instellingen

IPsec kan worden gebruikt voor verzending/ontvangst van gegevens op een netwerk. Wanneer IPsec wordt gebruikt, kunnen gegevens veilig worden verzonden en ontvangen zonder dat het nodig is om instellingen voor IPpakketversleuteling te configureren in een webbrowser of in een andere toepassing van een hoger niveau. Deze instelling wordt enkel gebruikt om IPsec in of uit te schakelen. Gedetailleerde IPsec-instellingen worden in de webpagina's geconfigureerd. Let op de volgende punten bij inschakeling van IPsec: - Er kan een bepaalde tijd nodig zijn voor het bijwerken van de instelling. Gedurende deze tijd kan geen verbinding met de machine worden gemaakt. - Als de instellingen op de webpagina niet goed worden geconfigureerd, kan geen verbinding met de machine worden gemaakt, en is het niet mogelijk om af te drukken, te scannen, en de webpagina weer te geven. Schakel de instelling in dat geval uit op de machine en corrigeer de instellingen vervolgens op de webpagina.

IEEE802.1X instelling

Met IEEE802.1X kan een gebruiker gemachtigd worden om een machine te gebruiken. Het IEEE802.1X-protocol definieert authenticatie op poortbasis voor zowel bedrade als draadloze netwerken. Gebruik IEEE802.1X-authenticatie om alleen gemachtigde apparaten gebruik van het netwerk te laten maken, en te beschermen tegen netwerkmisbruik door derden. Deze instelling wordt alleen gebruikt om IEEE802.1X in of uit te schakelen; uitgebreide IEEE802.1X-instellingen worden op de webpagina's geconfigureerd. Sommige instellingen van webpagina's laten een verbinding met de machine niet toe of de instellingen laten afdrukken, scannen of de weergave van een webpagina niet toe. Maak deze instelling in dat geval ongedaan en wijzig de instellingen van de webpagina.

Instelling in-/uitschakelen

De onderstaande instellingen worden gebruikt om bepaalde functies onmogelijk te maken. Druk op de [Instelling in-/uitschakelen]-toets om configureer de instellingen. ![](images/8d3f75e7e03e3de52bbe8ffb93ea032e9c80ec19e162996b3639ec45a12de1c6.jpg) Met de functie Instellingen In-/uitschakelen worden dezelfde parameters ingesteld als de inschakelen/uitschakelen-functies van andere instellingen. De instellingen zijn onderling gekoppeld (het wijzigen van instelling leidt tot de wijziging van een andere).

Voorwaarde-instellingen

Afdrukken Lege Pagina Uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van lege pagina's uit te schakelen.

Gebruikers-bediening

Uitschakelen van afdrukken door ongeldige gebruiker

Het is mogelijk het afdrukken door gebruikers waarvan geen gegevens op de machine zijn opgeslagen, zoals afdrukken zonder het invoeren van geldige gebruikersinformatie in de printer driver of het afdrukken van een bestand vanaf een FTP-server vanuit de webpagina's, onmogelijk te maken.

Bedieningsinstellingen

Timer voor automatisch wissen annuleren

Deze functie wordt gebruikt om Automatisch wissen uit te schakelen.

Uitschakelen van opdrachtprioriteit

De opdrachtprioriteit kan worden uitgezet. Nadat u dit hebt gedaan, verschijnt de [Prioriteit]-toets niet meer in scherm Opdrachtstatus.

Uitsch. afdruk via handinvoer

Deze instelling wordt gebruikt om Afdruk via handinvoer uit te schakelen (het afdrukken van andere opdrachten voorafgaand aan een opdracht is onderbroken\* omdat het papier voor de opdracht niet aanwezig is in één de papierladen). \* Dit geldt niet voor gevallen waarbij het papier opraakt tijdens de opdracht.

Automatische toetsherhaling uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om de automatische toetsherhaling uit te schakelen.

Klokinstelling deactiveren

Deze instelling wordt gebruikt om het wijzigen van datum en tijd onmogelijk te maken.

Kaften/insteekv. modus uitschakelen

(Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is.) Gebruik deze instelling wanneer u het gebruik van de kaften en insteekvellen onmogelijk wilt maken.

Apparaatbeheer

Uitschakelen van origineelinvoer

(Wanneer een automatische documentinvoer geïnstalleerd is.) Gebruik deze instellingen om het gebruik van de automatische origineelinvoer uit te schakelen wanneer deze bijvoorbeeld niet goed functioneert. (Er kunnen nog wel originelen met de glasplaat worden gescand nadat deze instelling is ingeschakeld.)

Uitschakelen van duplex

Deze functie wordt gebruikt om duplexprinten uit te schakelen als de duplexmodule bijvoorbeeld niet werkt.

Cassette met grote capaciteit uitschakelen

(Wanneer er een hoge capaciteitlade is geïnstalleerd.) Deze instelling wordt gebruikt om het gebruik van de hoge capaciteitladen onmogelijk te maken wanneer deze bijvoorbeeld niet goed functioneert.

Uitschakelen van optionele papierlade

(Wanneer een optionele papierlade is geïnstalleerd.) Met deze instelling wordt de optionele papierlade uitgeschakeld, bijvoorbeeld indien deze niet goed werkt.

Lade-instellingen uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om papierlade-instellingen onmogelijk te maken.

Uitschakelen van afwerkingeenheid

(Als een zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid is geïnstalleerd.) Deze instelling wordt gebruikt om de zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid uit te schakelen wanneer deze bijvoorbeeld niet goed functioneert.

Offset uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om de staffelfunctie uit te schakelen.

Uitzetten nieteenheid

(Als een zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid is geïnstalleerd.) Deze instelling wordt gebruikt om het nieten onmogelijk te maken wanneer de nieteenheid, de afwerkingeenheid of de zadelsteek afwerkingseenheid bijvoorbeeld niet goed functioneert.

Perforator uitschakelen

(Wanneer een perforatiemodule is geïnstalleerd.) Deze instelling wordt gebruikt om het perforeren onmogelijk te maken wanneer de perforatiemodule, de afwerkingeenheid of de zadelsteek afwerkingseenheid bijvoorbeeld niet goed functioneert.

Master-apparaatmodus uitschakelen

Hiermee zorgt u ervoor dat de machine niet kan worden gebruikt als master-apparaat machine voor tandem-afdrukken. (Normaal gesproken is deze instelling niet nodig.)

Slave-apparaatmodus uitschakelen

Hiermee zorgt u ervoor dat de machine niet kan worden gebruikt als slave -apparaat machine voor tandem-afdrukken. (Normaal gesproken is deze instelling niet nodig.)

Instellingen voor kopieerfunctie

Opheffen van werk-programma's uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om het verwijderen en wijzigen van de kopieerinstellingen in de werkprogramma's onmogelijk te maken.

Uitschakeling handinvoer bij dubbelz. kopiëren

Deze instelling wordt gebruikt om het gebruik van de handinvoer bij het maken van 2-zijde kopieën onmogelijk te maken. De handinvoer wordt vaak gebruikt voor etikettenvellen, transparanten en andere speciale media waarbij 2-zijdig kopiëren niet is toegestaan. Als een vel van dit speciale materiaal in de omkeereenheid terechtkomt, kan dit een papierstoring of schade aan de eenheid tot gevolg hebben. Als er regelmatig speciale media wordt gebruikt waarbij 2-zijdig kopiëren niet is toegestaan, raden wij u aan deze functie in te schakelen.

Automatische papierselectie uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om de automatische papierselectie uit te schakelen. Wanneer u deze instelling inschakelt zal er geen automatische papierselectie van hetzelfde formaat als het origineel op de glasplaat of in de automatische origineelinvoer plaatsvinden.

Printerinstellingen

Kennisgeving Pagina Niet Afdrukken

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van kennisgevingen uit te schakelen.

Testpagina Niet Afdrukken

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van testpagina 's uit te schakelen. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de functie "Testpagina Printer" in de systeeminstellingen niet worden gebruikt om testpagina's af te drukken.

Doorvoerlade overslaan bij automatische papierselectie

Wanneer [Auto] is geselecteerd voor papiertypeselectie, kan de handinvoer worden uitgesloten voor de laden die kunnen worden geselecteerd. Dit wordt aanbevolen wanneer er regelmatig speciaal papier in de handinvoer worden geplaatst.

Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken USB-geheugen

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van bestanden op een USB-geheugen uit te schakelen. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de functie "USB-geheugen" op het scherm Externe gegevenstoegang niet worden gebruikt om bestanden af te drukken.

Uitschakelen Rechtstreeks afdrukken netwerkmap

Deze instelling wordt gebruikt om het afdrukken van bestanden in netwerkmappen uit te schakelen. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de functie "Netwerkmap" op het scherm Externe gegevenstoegang niet worden gebruikt om bestanden af te drukken.

Instell. afbeelding verzenden

Overige uitgeschakeld

Omschakelen weergave-volgorde uitschakelen

Deze instelling wordt gebruikt om wijzigingen in de volgorde van de display (volgorde van zoeknummer, oplopend, aflopend) in het adresboek onmogelijk te maken. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de volgorde van het adresboek niet worden gewijzigd met een tabtoets. De huidige volgorde van de display wordt gebruikt nadat deze instelling is geselecteerd.

Scanfunctie uitschakelen

Deze optie wordt gebruikt om PC scan en USB-geheugenscan uit te schakelen. Wanneer deze functies zijn uitgeschakeld, worden deze grijs wanneer de modus in het basisscherm wordt gewijzigd.

Registratie uitschakelen

Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak.

Hiermee schakelt u het Adresbeheer van de machine uit. Configureer de instellingen voor de volgende items: • Groep (Directe Invoer) • Groep (Adresboek) - Individuel Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Reg.van bestemming op webpage uitschak.

(Wanneer er een netwerkverbinding is ingeschakeld.) Hiermee schakelt u het Adresbeheer vanuit de webpagina 's uit. • Groep (Directe Invoer) - Groep (Adresboek) - Individuel Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Registratie van programma uitschakelen

Dit voorkomt gebruik van het adresboek wanneer een programma wordt opgeslagen. Configureer de instellingen voor de volgende items: • E-mail - FTP - Bureaublad - Netwerkmap - Internetfax (incl. directe SMTP) - Faxen Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Registratie van geheugenvak uitschakelen

Alle soorten registratie van geheugenvak uitschakelen. Configureer de instellingen voor de volgende items: Navraaggeheugen, Vertrouwelijk, Relay-Distributie (Directe Invoer), Relay-Distributie (Adresboek) Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Bestemmingsregistratie met Global zoeken adres uitschakelen

(Wanneer er een netwerkverbinding is ingeschakeld.) Hiermee wordt adresbeheer vanuit globaal adres zoeken uitgeschakeld. Configureer de instellingen voor de volgende items: E-mail, Internetfax, Fax Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Registratie door middel van Network Scanner Tools uitschakelen

(Wanneer er een netwerkverbinding is ingeschakeld.) Hiermee schakelt u het Adresbeheer vanaf de Netwerkscannertool uit.

Instel. voor uitschak. van verzending

Deze instellingen worden gebruikt om de volgende verzendhandelingen uit te schakelen.

[Opn. verzenden] uitschakelen in beeldverzendfunctie

Hiermee schakelt u de toets [Opn. verzenden] in het basisscherm van de beeldverzendfunctie uit.

Selecteren uit adresboek uitschakelen

Hiermee schakelt u het selecteren vanuit het Adresboek uit. Configureer de instellingen voor de volgende items: • E-mail • FTP - Bureaublad - Netwerkmap - Internetfax (incl. directe SMTP) - Faxen Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

Directe invoer uitschakelen

Hiermee kunnen adressen niet meer rechtstreeks worden ingevoerd. Configureer de instellingen voor de volgende items: • E-mail - Netwerkmap - Internetfax (incl. directe SMTP) - Faxen Alle selecteren: Alle items selecteren. Geselecteerde wissen: Alle selecties wissen.

PC-I-Fax-verzending uitschakelen

(Wanneer de internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd.) Hiermee maakt u PC-I-Faxverzending onmogelijk.

PC-Fax-verzending uitschakelen

(Wanneer de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd.) Hiermee maakt u PC-Faxverzending onmogelijk.

Instellingen documentarchivering

Stempel uitschakelen voor herafdruk

Deze instelling wordt gebruikt om de selectie van een "Stempel" in de speciale functies onmogelijk te maken wanneer een opgeslagen bestand wordt opgehaald en afgedrukt. Als er al een stempelinstelling is geselecteerd, is het niet mogelijk de stempelinstelling te wijzigen. U kunt deze functie gebruiken om te voorkomen dat er onregelmatigheden, zoals verschillen in de datum van het originele bestand en de datum in het opgehaalde en afgedrukte bestand, in afdrukinformatie worden weergegeven.

Batch-afdrukinstellingen

Wanneer u gebruik maakt van afdrukken in batches, kunt u deze instelling gebruiken om het selecteren van de toetsen [Alle gebruikers] en [Gebr. Onbekend] in het gebruikerselectiescherm onmogelijk te maken.

Wachtwoord beheerder wijzigen

Dit wordt gebruikt om het wachtwoord van de beheerder te wijzigen. Druk op de toets [Wachtwoord beheerder wijzigen] om het wachtwoord te wijzigen. Zorg ervoor dat u het nieuwe wachtwoord onthoudt wanneer u het wachtwoord wijzigt. Wij raden u aan het wachtwoord van de beheerder regelmatig te wijzigen.

Wachtwoord

Voer 5 tot 32 tekens in voor het wachtwoord.

Wachtwoord (bevestiging)

Voer ter bevestiging het wachtwoord nogmaals in. ![](images/2616999fb375c34534aa28fd4278c2119e2b0106e0a6ab32bb6c741cdd08fa7e.jpg) Voor het standaard fabriekswachtwoord van de beheerder, zie "STANDAARD FABRIEKSWACHTWOORDEN" in de beknopte bedieningshandleiding.

Productcode

De procedures voor het invoeren van productcodes voor uitbreidingskits worden hieronder beschreven. Druk op de toets [Productcode] om de instellingen te configureren. ![](images/a64e5c77d836d4dc01908f1d23e3fa22ffe3dcf6878eeb4057b573b6979c1a52.jpg) - Afhankelijk van de geïnstalleerde randapparatuur, kan het mogelijk zijn dat sommige instellingen niet beschikbaar zijn. - Neem contact op met uw dealer voor de productcode die u moet invoeren.

Serienummer

Hier wordt het serienummer weergegeven dat is vereist voor het verkrijgen van de productcode.

PS3 uitbreidingskit

Voer de productcode van de PS3-uitbreidingskit in.

Internetfaxuitbreidingskit

Voer de productcode van de Internetfaxuitbreidingskit in.

Status- en waarschuwingsbericht via e-mail

Voer de productcode in voor het Status- en waarschuwingsbericht via e-mail.

Applicatie-integratiemodule

Voer de productcode van de toepassingsintegratiemodule-kit in.

Applicatie-communicatiemodule

Voer de productcode van de applicatiecommunicatiemodule in.

Externe account-module

Voer de productcode van de module voor externe accounts in.

XPS-uitbreidingskit

Voer de productcode van de XPS-uitbreidingskit in.

Gegevensback-up

Instellingen en gegevens die op de machine zijn opgeslagen kunnen op USB-geheugen worden opgeslagen. ![](images/15fdb7ecc71b23b2db07d37bc8a615b8344ad93b73b7e75b60029536633b49a0.jpg) - Deze functie kan worden ingeschakeld als een USB-geheugenapparaat is geïnstalleerd. - Deze functie kan niet worden gebruikt terwijl de systeeminstellingen worden gebruikt, tijdens het uitvoeren van een opdracht of wanneer er sprake is van een gereserveerde opdracht. - Neem voor apparaten waarvoor gegevens kunnen worden geïmporteerd contact op met uw dealer of dichtstbijzijnde erkende servicebedrijf.

Opslag-backup

Adresboekgegevens en gebruikersgegevens die op de machine zijn opgeslagen kunnen naar USB-geheugen worden opgeslagen en vandaar worden teruggeplaatst.

Exporteren

Hiermee worden gegevens naar het USB-geheugen geëxporteerd.

Importeren

Gebruik "Exporteren" om gegevens die naar USB-geheugen zijn geschreven weer naar de machine te importeren.

Apparaat kopiëren

Met Apparaat kopieren wordt de instellingsinformatie van de machine in XML-indeling opgeslagen en gekopieerd naar een andere machine. Deze functie hoeft u dezelfde instellingen niet telkens opnieuw te configureren in verschillende machines.

Exporteren

Hiermee worden gegevens naar het USB-geheugen geëxporteerd.

Importeren

Gebruik "Exporteren" om gegevens die naar USB-geheugen zijn geschreven weer naar de machine te importeren. ![](images/e632fb8d99b1afc574d2f653c0a425bf5dc2ac965e20235cde75ec888907ee9d.jpg) De volgende gegevens worden niet gekopieerd tijdens de functie Apparaat kopieren: - Items van lijst afdrukken en doorsturen van faxen. - Weergave-items voor tellingen en apparaatstatus. - IP-adressen van de machine, apparaatnaam, beheerderswachtwoord, afzendernamen voor beeld verzenden en overige informatie die specifiek voor de machine is. - Schermcontrast, nietposities voor brochures en andere aangepaste waarden specifiek voor ieder hardwareapparaat. - Achtergrondafbeeldingen en pictogrammen voor het beginscherm en het scherm Sharp OSA.

Opslaan/oproepen van systeeminstellingen

De huidige systeeminstellingen kunnen worden opgeslagen, eerder opgeslagen systeeminstellingen kunnen worden opgehaald en de standaardinstellingen kunnen worden hersteld. Druk op de toets [Opslaan/oproepen van systeeminstellingen] om de instellingen te configureren.

Fabrieksinstellingen Herstellen

Hiermee zet u de systeeminstellingen terug naar de standaardinstellingen. Druk de huidige instellingen af met behulp van functie "Lijst afdrukken (beheerder)" (pagina 7-90) in systeeminstellingen (beheerder) als u een record wilt maken van de huidige instellingen voordat u de standaardinstellingen hersteld. ![](images/de4ec16fa0e32b29b3fed8292d2be9df9492be4f5e1bac71b5a944b2e989ddde.jpg) Als instellingen worden gewijzigd, gaan ze pas in nadat de machine opnieuw is gestart. Raadpleeg "DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN" (pagina 1-15) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor het herstarten van de machine.

Huidige Configuratie Opslaan

Deze instelling wordt gebruikt om de huidige systeeminstellingen op te slaan. De opgeslagen instellingen worden bewaard, ook nadat u het apparaat met behulp van de toets [AAN] (Phebt uitgeschakeld. Gebruik "Configuratie Herstellen" hieronder om de opgeslagen instellingen op te halen.

Niet opgeslagen items

- Netwerkinstellingen: Deze instellingen worden niet opgeslagen omdat onverwachte instellingen het netwerk kunnen beschadigen. - Productcodes: Productcodes worden niet opgeslagen omdat het opnieuw invoeren van de codes nodig kan zijn. - Achtergrondafbeeldingen en pictogrammen voor het beginscherm en het scherm Sharp OSA.

Configuratie Herstellen

Gebruik deze functie om de instellingen die zijn opgeslagen met behulp van de functie "Huidige Configuratie Opslaan" te herstellen De huidige instellingen zullen worden vervangen door de opgehaalde instellingen.

Sharp OSA-instellingen

![](images/4defd60195a5c6f8385f05759e348ae478b614071990bc4e99b4db21d644e93c.jpg) Deze instellingen kunnen worden gebruikt als de externe account-module of toepassingscommunicatiemodule beschikbaar is.

Instellingen extern account

Extern accountbeheer

Als deze instelling is ingeschakeld, schakelt het apparaat naar de externe optelmodus en kan de optelfunctie worden gebruikt via een externe accountapplicatie.

Authenticatie door externe server inschakelen

Als deze instelling is ingeschakeld, schakelt het apparaat naar de externe authenticatiemodus. De toegang tot het apparaat wordt beheerd door een externe applicatie. ![](images/8d783a3141d4f918e787b578599acfc01e5fc079fe79670b9a6b436a870560df.jpg) Als instellingen worden gewijzigd, gaan ze pas in nadat de machine opnieuw is gestart. Raadpleeg "DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN" (pagina 1-15) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor het herstarten van de machine.

Instellingen USB-driver

Stel bij het installeren van de externe account-module of applicatiecommunicatie-module in dat de driver van het USB-apparaat moet worden aangesloten.

Extern toetsenbord

Selecteer of de interne of externe driver voor het externe toetsenbord moet worden gebruikt.

USB-geheugen

Selecteer of de interne of externe driver voor USB-geheugen wordt gebruikt.

Encryptieniveau

Selecteer het niveau van versleuteling voor de communicatie met de externe driver. Selecteer tussen geen, AES-128, AES-256. ![](images/c9fb26f3b89f610de28e1ac4a6cdef286ee4cab9cc3fdf4010e463de908c6c9d.jpg) - Als de externe driver wordt geselecteerd, wordt het aangesloten USB-apparaat gezien als niet aangesloten en kan deze niet gebruikt worden. - Als instellingen worden gewijzigd, gaan ze pas in nadat de machine opnieuw is gestart. Raadpleeg "DE VOEDING IN- EN UITSCHAKELEN" (pagina 1-15) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor het herstarten van de machine.

Voorkeur taakprioriteit

Stel de afspeelsnelheid in voor de animatie in de applicatie Sharp OSA. De volgende instellingen kunnen worden geconfigureerd. - Afdrukken - In balans - Lcd-animatie afspelen ![](images/d02defae56226aa756bc905a022f75cb39d7192ae9c037843545b845e004625a.jpg) Als "Lcd-animatie afspelen" of "In balans" wordt geselecteerd, kan de taakverwerkingssnelheid (voor afdruk- en andere taken) van de machine langzamer worden. Als u prioriteit wilt geven aan de taakverwerkingssnelheid, selecteer dan "Afdrukken".

SYSTEEMINSTELLINGEN VOOR FAX

Dit gedeelte legt systeeminstellingen uit die specifiek voor de faxfunctie zijn. De systeeminstellingen voor de faxfunctie kunnen alleen worden geconfigureerd als de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd.

Lijst met systeeminstellingen voor de fax (Algemeen)

Wanneer de systeeminstellingen voor de fax worden geopend met algemene rechten, verschijnen de onderstaande items. Raadpleeg "Lijst met systeeminstellingen voor de fax (Beheerder)" (pagina 7-105) voor items die uitsluitend met beheerdersrechten kunnen worden geopend. ![](images/9e41270ee1db3ccc7f9f8797a3458f4e42da6d8434ce84193210c6952065a7bd.jpg) Afhankelijk van de specificaties van de machine en de geïnstalleerde randapparatuur, kan het mogelijk zijn dat sommige instellingen niet beschikbaar zijn. Adresbeheer
Item StandaardinstellingenPagina
■ Adresbeheer7-100
● Adresboek – 7-100
● F-Codegeheugenvak – 7-102
Faxdata Ontv/doorsturen
Item StandaardinstellingenPagina
■ Faxdata Ontv/ Doorsturen7-104
● Faxinstellingen7-104
► Ontvangstinstelling Automatische Ontvangst
► Instellingen Fax Ontvangen Uitgeschakeld
► Nieten* Uitgeschakeld
► Doorsturen ontvangen faxdata –
\* Als een zadelsteek afwerkingseenheid of afwerkingeenheid is geïnstalleerd.

Adresbeheer

Adresboek

In dit gedeelte worden items uitgelegd die speciaal gebruikt worden voor de fax in "Adresbeheer". Raadpleeg "Adresbeheer" (pagina 7-16) voor items die ook voor andere functies worden gebruikt. Als op de toets [Adresboek] wordt gedrukt, verschijnt het volgende scherm. ![](images/c04380c04fd69647d8fa6274351a7ac6482634bd1ea8a372b0157d4e22343015.jpg)

- Toets [Toevoegen]

Gebruik deze toets om een nieuw adres toe te voegen.

- Lijstweergave

Hiermee wordt een lijst van de opgeslagen adressen weergegeven. U kunt een adres selecteren om het scherm voor bewerking of verwijdering voor dit adres te openen.

Adressen opslaan

Druk op de toets [Toevoegen] op het weergegeven scherm om het registratiescherm weer te geven. Er kunnen 1000 adressen worden opgeslagen. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-101) voor meer informatie over de instellingen. ![](images/e4918dedb47e7f573063235006a6c33ebf55887bbe1a0aad8d64eaff65ba8c4c.jpg) Wanneer "Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak." (pagina 7-78) in de systeeminstellingen (beheerder) is ingeschakeld voor een functie, kunnen er geen adressen worden opgeslagen voor die functie.

Adressen wijzigen en wissen

U kunt een adres selecteren op het weergegeven scherm om een scherm voor bewerking of verwijdering dit adres te openen. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-101) voor meer informatie over de instellingen. Een adres wissen met de toets [Wissen]. ![](images/9dac7121d8b9f2708e3e4bf6c31421929c52e46987ba3da594784ba852bcc312.jpg)

- Als u geen afzonderlijke sneltoets of groeptoets kunt bewerken of wissen.

In de onderstaande situaties kunt u geen afzonderlijke sneltoetsen of groeptoetsen bewerken of wissen: - Wanneer de toets wordt gebruikt voor een verzending in de wachtrij of een verzending die op dat moment wordt verzonden. - Wanneer de sleutel wordt opgenomen in een groepstoets. - Wanneer de sleutel wordt opgenomen in een programma. - Wanneer de sleutel is gespecificeerd als ontvangende faxmachine in een F-code Relay-Distributieverzending. - Wanneer "Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak." (pagina 7-78) is ingeschakeld. Als de toets wordt gebruikt voor een verzending in de wachtrij of een verzending die op dat moment wordt verzonden, kunt u de verzending annuleren of wachten totdat deze is voltooid en vervolgens de toets bewerken of wissen. Als de toets is opgenomen in een groep, verwijder dan eerst de toets uit de groep en bewerk of wis vervolgens de toets. Als de toets is gespecificeerd als doorstuurbestemming, annuleer dan de doorstuurbestemming en bewerk of wis vervolgens de toets. Wanneer "Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak." is ingeschakeld, wis dan deze functie en wijzig of verwijder de toets. Instellingen
Item Beschrijving
Opgeslagen algemene items
AdrestypeSelecteer het adrestype dat in het adresboek moet worden opgeslagen.Selecteer in dit geval [Fax]
ZoeknummerStel een zoeknummer in. Het laagst beschikbare nummer wordt automatisch ingevoerd. Om een nummer te wijzigen, voert u een nummer één van 0001 tot 1000. Een zoeknummer dat al is opgeslagen kan niet worden gebruikt.
Adresnaam Voer een naam voor de adresnaamin (maximaal 36 tekens).
Eerste letterU kunt maximaal 5 karakters voor de initialen invoeren. De eerste letters die u hier invoert bepalen de positie van de sneltoets in de alfabetische index.
ToetsnaamVoer de naam in die u wilt laten verschijnen in het adresboek (deze verschilt van de adresnaam).
Aangepaste IndexSelecteer de aangepaste index waarin het adres verschijnt.
Registreer het Adres dat moet worden toegevoegd aan de index [Veelgebruikt].Veelvuldig gebruikte adressen kunnen worden opgeslagen in de index [Veelgebruikt].
FaxnummerVoer het faxnummer van de bestemming in (maximaal 64 cijfers).Als u de PBX-instellingen* tijdelijk wilt annuleren bij het verzenden van een fax...Druk op de toets [R] voordat u een faxnummer invoert.* In sommige landen en regio's is deze functie niet beschikbaar.Een onderbreking invoeren tussen de cijfers van het nummer.Druk op de [Onderbreking]-toets op de plaats waar u een spatie wilt invoegen.Een F-code (subadres en pascode) invoeren...(1) Voer het faxnummer van de bestemming in via het numerieke toetsenbord.(2) Druk op de [Subadres]-toets."/" verschijnt.(3) Voer het subadres in (maximaal twintig cijfers) via het numerieke toetsenbord.(4) Druk op de [Subadres]-toets."/" verschijnt.(5) Voer het pascode in (maximaal twintig cijfers) via het numerieke toetsenbord.Een pascode is niet vereist als de ontvangende faxmachine geen wachtwoord gebruikt.Een pascode is niet vereist als de ontvangende faxmachine geen wachtwoord gebruikt. Het faxnummer van de bestemming kan bestaan uit maximaal 64 cijfers, inclusief alle nummers en karakters Maar alleen de eerste 32 cijfers verschijnen in de display.
VerzendfunctieStel de verzendsnelheid en de functie Internationale correspondentie in. Het selecteren van de juiste instellingen voor deze items kan communicatiefouten helpen elimineren.Verzendsnelheid33.633.6U kunt kiezen voor de volgende verzendsnelheden: kbps, 14.4 kbps, 9.6 kbps of 4.8 kbps. Hoe hoger het getal des te hoger de snelheid.Stel de overdrachtssnelheid alleen in openbare waarvan u denkt dat deze geschikt is, bijvoorbeeld wanneer u een fax verzendt naar het buitenland en u weet dat de telefoonverbinding slecht kan zijn. Wijzig deze instelling niet als u niet op de hoogte bent van de kwaliteit van de telefoonverbinding.VerzendfunctieU kunt kiezen uit Geen geluid, Mode1, Mode2 of Mode3 voor de functie Internationale correspondentie.Wanneer u een fax stuurt naar het buitenland, kan het voorkomen dat er storing optreedt op de telefoonlijn waardoor de faxverzending wordt onderbroken. Als u regelmatig last heeft van storingen tijdens het faxen naar het buitenland, probeer dan de modi 1 tot 3 en selecteer de modus die het beste resultaat oplevert.

F-Codegeheugenvak

Dit gedeelte legt uit hoe u geheugenvakken voor verschillende typen van F-code communicatie kunt opslaan. Als op de toets [F-Codegeheugenvak] wordt gedrukt, verschijnt het volgende scherm. ![](images/64906f4e274f74ebd8d44f8152cd2befc752a84b910199b5a367a5489507a0de.jpg)

• Toets [Toevoegen]

Gebruik deze toets om een nieuwe geheugenvak toe te voegen.

• Lijstweergave

Hiermee wordt een lijst van de opgeslagen geheugenvakken weergegeven. U kunt een geheugenvak selecteren om het scherm voor bewerking of verwijdering voor dit geheugenvak te openen.

Opslag in een geheugenvak

Druk op de toets [Toevoegen] op het weergegeven scherm om het registratiescherm weer te geven. U kunt maximaal 100 F-Codegeheugenvakken voor alle functies opslaan (navraaggeheugen, vertrouwelijke en doorstuurverzendingen). Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-103) voor meer informatie over de instellingen.

Een geheugenvak bewerken/verwijderen

U kunt een geheugenvak selecteren op het weergegeven scherm om een scherm voor bewerking of verwijdering van het vak te openen. Raadpleeg "Instellingen" (pagina 7-103) voor meer informatie over de instellingen. Verwijder een geheugenvak met behulp van de toets [Wissen]. Instellingen
Item Beschrijving
Items die hetzelfde zijn voor alle typen
VaktypeSelecteer het vaktypeNavraaggeheugen: Sla een geheugenvak op voor navraag met F-code. Het subadres en pascode dat u programmeert in het geheugenvak zijn nodig voor de andere machine om navraag te doen bij uw machine (verzending aanvragen) met behulp van F-code communicatie.Vertrouwelijk: Sla een geheugenvak op voor navraag met F-code. Sla daarnaast een "Afdrukken PIN" op in het geheugenvak om faxen af te drukken die zijn ontvangen met Vertrouwelijke Ontvangst. Het subadres en wachtwoord dat u programmeert in het geheugenvak zijn nodig voor de andere machine om een fax naar nieuwe machine te sturen via een F-code vertrouwelijke verzending.Relay-Distributie: Sla een geheugenvak op voor relay-distributie met F-code. Sla de faxnummers van de uiteindelijke ontvangers (niet meer dan 30) in het geheugenvak. Het subadres en pascode dat u in het geheugenvak programmeert zijn nodig voor de andere machine om een relay-verzoekverzending met F-code uit te voeren (geef uw machine de opdracht om een fax relay uit te voeren).
Geheugenvaknaam Voer een naam in voor het geheugenvak (maximaal 18 tekens).
Subadres / WachtwoordVoer een subadres en wachtwoord in. Elke bestandsnaam mag maximaal 20 tekens lang zijn.Scheidt een subadres en wachtwoord met een schuine streep ("/").
Items die worden weergegeven wanneer u een vertrouwelijk geheugenvak opslaat
Afdruk pincodeStel een "Afdrukken PIN" in voor Vertrouwelijke Ontvangst. Voer een getal van 4 cijfers in.
Items die worden weergegeven wanneer u een relay-navraaggeheugenvak opslaat
OntvangersSelecteer de uiteindelijke ontvangers van de relay-distributieverzending.Selecteer de ontvangers uit het adresboek.Directe Invoer: Een adres dat nog niet is ingevoerd in het adresboek kan rechtstreeks worden ingevoerd. Voer het adres op dezelfde manier in als het opslaan van een adres voor een functie.Adresoverzicht: Hiermee wordt een lijst weergegeven van de geselecteerde ontvangers. Indien nodig kunt u adressen uit deze lijst verwijderen.
![](images/a4a20ac4278ef111c74d4dd3a9d253133ff4cb0c4d54e81a924e9dd88689ac67.jpg) - Wanneer u een nieuw geheugenvak programmeert, kunt u geen subadres gebruiken dat is geprogrammeerd voor een ander geheugenvak. U kunt wel dezelfde pascode gebruiken voor meerdere geheugenvakken. - Het wachtwoord kan worden overgeslagen. - U kunt de tekens [ \*en [#] niet gebruiken in een subadres. - Onthoud de Afdruk pincode. Neem contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende service-leverancier als u de Afdruk pincode ben vergeten of deze wilt controleren.

Faxdata Ontv/ Doorsturen

In dit gedeelte worden de instellingen voor ontvangst en doorsturen uitgelegd.

Faxinstellingen

Wanneer de faxinstellingen zijn geconfigureerd verschijnen de onderstaande items.
Item Beschrijving
OntvangstinstellingStel de methode voor faxontvangst in.Automatische Ontvangst: Wanneer er een oproep binnenkomt, rinkelt de machine en begint vervolgens automatisch de fax te ontvangen.Handmatige Ontvangst: Deze functie kunt u alleen gebruiken wanneer er een bestaande extra telefoon verbonden is met de machine. Door handmatige bediening wordt de fax ontvangen na beantwoording op de extra telefoon.
Instellingen Fax OntvangenGeef aan of er wel of niet twee of meerdere kopieën van ontvangen faxen worden afgedrukt. Het aantal kopieën wordt ingesteld in "Faxuitvoerinstellingen", (pagina 7-112).
NietenGeef aan of het nieten wel of niet wordt uitgevoerd. (Alleen wanneer er een afwerkingeenheid is geïnstalleerd.)De instellingen voor nieten worden ingesteld in "Faxuitvoerinstellingen", (pagina 7-112).
Doorsturen ontvangen faxdataWanneer de machine niet kan afdrukken omdat er geen papier of inkte meer aanwezig is, kunnen ontvangen faxen worden doorgestuurd naar een andere, eerder opgeslagen faxmachine.
![](images/a916d390784edc5076c411fe87a9c65b2716a6907c5e2ac79278dc85b773dffd.jpg) - Als sommige pagina's van een doorgestuurde fax succesvol zijn afgedrukt, worden alleen de pagina's die niet zijn afgedrukt doorgestuurd. - Een doorgestuurde fax wordt een faxverzendopdracht. Als verzending niet plaats vindt omdat de verzending is geannuleerd of er een fout is opgetreden, blijft de fax in het geheugen tot hij kan worden afgedrukt. - Alle ontvangen faxberichten worden doorgestuurd. Denk eraan dat ontvangen faxen binnen een F-code vertrouwelijke geheugenvak niet kunnen worden doorgestuurd. - Om een faxnummer voor doorsturen op te slaan, zie "Telefoonnummer voor doorsturen gegevens instellen" (pagina 7-111) in de systeeminstellingen (beheerder). - Doorsturen is niet mogelijk als er geen faxen werden ontvangen of als er geen faxnummer voor doorsturen is geprogrammeerd. - Wanneer "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" (pagina 7-78) is ingeschakeld, wordt u gevraagd een wachtwoord in te voeren. Voer een correct wachtwoord in met het numerieke toetsenbord.

Lijst met systeeminstellingen voor de fax (Beheerder)

Wanneer de systeeminstellingen voor de fax worden geopend met rechten van de beheerder, verschijnen de onderstaande items. Raadpleeg "Lijst met systeeminstellingen voor de fax (Algemeen)" (pagina 7-99) voorinformatie over de algemene instellingen. ![](images/fbd9e01315261eb2fc7476133ee6ebe1c38a810a8fbf9d5b98f8bc97d738beae.jpg) - Voor de procedure van het gebruiken van de systeeminstellingen (beheerder), zie "Systeeminstellingen (beheerder) openen" (pagina 7-28). - Afhankelijk van de specificaties van de machine en de geïnstalleerde randapparatuur, kan het mogelijk zijn dat sommige instellingen niet beschikbaar zijn. Instell. afbeelding verzenden
Item StandaardinstellingenPagina
■ Instell. afbeelding verzenden7-107
● Faxinstellingen 7-107
► Fax-Standaardinstellingen 7-107
◆ Kiesmodusinstelling*Toon7-107
◆ Afdrukken auto reactiverenIngeschakeld7-107
◆ Instelling OnderbrekingstijdVarieert afhankelijk van land en regio7-107
◆ FaxbestemmingbevestigingsmodusUitgeschakeld7-107
◆ Luidsprekerinstellingen7-107
• Luidspreker Volume: 5
• BelvolumeVolume: 5
• LijncontroleVolume: 5
• Signaal faxontvangst voltooidVolume: 5; Toonpatroon: 3Transmissie Compleet Geluids TijdInstelling: 3 sec.
• Signaal faxverzending voltooidVolume: 5; Toonpatroon: 3Transmissie Compleet Geluids TijdInstelling: 3 sec.
• Foutsignaal faxcommunicatieVolume: 5; Toonpatroon: 3Transmissie Compleet Geluids TijdInstelling: 0,3 sec. elk
◆ Instelling Extern Ontvangstnummer57-107
◆ Origineel afdrukken op transactierapportAlleen Foutrapport Afdrukken7-108
ItemStandaardinstellingenPagina
◆ Instelling Afdrukken Transactierapport7-108
• Enkele Verzending Alleen Foutrapport Afdrukken
• Distribueren Volledig Rapport Afdrukken
• Ontvangen Geen Afgedrukt Rapport
• Vertrouwelijke Ontvangst Kennisgevingspagina Afdrukken
◆ Instelling Afdrukken Activiteitenrapport7-108
• Automatisch afdrukken bij vol geheugenUitgeschakeld
• Dagelijks afdrukken op opgegeven tijd Uitgeschakeld
◆ ECM Ingeschakeld 7-108
◆ Detectie Onderscheidend Belsignaal*Uit7-108
◆ PBX-instelling*Uitgeschakeld7-108
► Instellingen Fax Verzenden7-109
◆ Instelling Verzenden Automatische ReductieIngeschakeld7-109
◆ Instelling Verzenden DraaiingAlle ingeschakeld7-109
◆ Snel On-Line VerzendenIngeschakeld7-109
◆ Paginanummer afdrukken bij ontvangerIngeschakeld7-109
◆ Instelling Afdrukken Datum/Eigen Nr.Buiten origineel beeld7-109
◆ Opnieuw oproepen indien bezetZie "Landdifferentiatie-tabel" (pagina 7-110).7-110
◆ Opnieuw bellen indien communicatiefoutZie "Landdifferentiatie-tabel" (pagina 7-110).7-110
► Instellingen Fax Ontvangen7-111
◆ Aantal oproepen in automatische ontvangst27-111
◆ Overschakelen van handmatige naar automatische ontvangst*Uitgeschakeld7-111
◆ Instelling DuplexontvangstUitgeschakeld7-111
◆ Instelling Reductie Auto OntvangstIngeschakeld7-111
◆ Instelling AfdrukstijlAfdrukken In Werk. Formaat Of Met Reductie7-111
◆ Telefoonnummer voor doorsturen gegevens instellen-7-111
◆ Letter formaat RX verkleint afdrukken*Uitgeschakeld7-112
◆ Ontvangstdatum/-tijd afdrukkenUit7-112
◆ A3 RX verkleinen*Uitgeschakeld7-112
◆ FaxuitvoerinstellingenVarieert afhankelijk van de configuratie van de machine7-112
► Instelling nummer toestaan/weigerenAlle uitgeschakeld7-112
► FaxnavraagbeveiligingIngeschakeld7-113
\* In sommige landen en regio's is deze functie niet beschikbaar.

Instell. afbeelding verzenden

Instellingen met betrekking tot de beeldverzendfunctie (scan, Internetfax, enz.) kunnen worden geconfigureerd. Druk op de toets [Instell. afbeelding verzenden] om de instellingen te configureren.

Faxinstellingen

Fax-Standaardinstellingen

U kunt de instellingen voor fax in- of uitschakelen om deze aan te passen aan uw werkomgeving.

Kiesmodusinstelling

Deze instelling kan alleen geactiveerd worden in Canada. Selecteer de juiste instelling voor uw telefoonlijn.

Kiesmodusinstelling

Selecteer de gewenste lijnsoort uit de lijst.

Automatische keuze

Selecteer dit wanneer de lijn is aangesloten om de machine automatisch te laten detecteren of uw lijn een telefoonlijn op pulse is of een telefoonlijn op toon.

Afdrukken auto reactiveren

Wanneer de knop de [AAN]-toets ( "uit" staat (maar de hoofdschakelaar op "aan") en er een fax binnenkomt, zorgt deze functie ervoor dat de machine automatisch wordt geactiveerd in de fax wordt afgedrukt. Wanneer deze functie is uitgeschakeld, worden ontvangen faxen pas uitgeprint nadat de knop de [AAN]-toets ( ingeschakeld.

Instelling Onderbrekingstijd

Hiermee kunt u de lengte van de pauzes wijzigen die tussen de faxnummers wordt ingevoegd. Wanneer een streepje "-" tijdens het bellen of opslaan van een faxnummer wordt tussengevoegd, wordt een pauze van 2 seconden ingelast. De pauze kan worden gewijzigd in elk getal tussen 1 en 15 seconden. \* Opmerking: In Zuid-Afrika wordt de machine normaal ingesteld op 4 seconden.

Faxbestemmingbevestigingsmodus

Deze instelling bepaalt of een verificatiebericht over de bestemming wordt weergegeven bij het zenden van een fax om onbedoelde verzending naar een verkeerde bestemming te voorkomen.

Luidsprekerinstellingen

Gebruik deze instellingen om geluiden vanuit de speaker in te stellen (voor Luidspreker, Belvolume, Lijncontrole, Signaal faxontvangst voltooid, Signaal faxverzending voltooid en Foutsignaal faxcommunicatie. Voor Faxontvangstsignaal, Signaal faxverzending voltooid en het Foutsignaal faxcommunicatie, kunt u naast het volumen ook de Transmissie Compleet Geluids Tijd Instelling selecteren.

Geluiden bij setupcontrole

Hiermee kunt u het geselecteerde toonpatroon en volume controleren.

Instelling Extern Ontvangstnummer

De faxontvangst kan ook geactiveerd worden vanaf een extra telefoon die met de machine verbonden is door een 1-cijferig nummer in te voeren en de toets op het toetsenbord van de telefoon twee keer in te drukken. Dit nummer worden de ontvangst op afstand genoemd en u kunt deze instellen tussen "0" tot "9".

Origineel afdrukken op transactierapport

Wanneer een transactierapport wordt afgedrukt voor een geheugenverzending, wordt deze instelling gebruikt om een gedeelte van de eerste pagina van de verzending op het transactierapport af te drukken. Selecteer een van de drie onderstaande posities. • Volledig Rapport Afdrukken • Alleen Foutrapport Afdrukken - Geen Afgedrukt Rapport Deze instelling zal niet effectief zijn wanneer "Instelling Afdrukken Transactierapport" hieronder is ingesteld op "Geen Afgedrukt Rapport".

Instelling Afdrukken Transactierapport

Hiermee kunt u selecteren of er wel of geen transactierapport wordt afgedrukt, en als dat wel gebeurt, kunt u de voorwaarden selecteren. Selecteer een instelling voor elk van de volgende handelingen:

Enkele Verzending

• Volledig Rapport Afdrukken • Alleen Foutrapport Afdrukken - Geen Afgedrukt Rapport

Distribueren

• Volledig Rapport Afdrukken • Alleen Foutrapport Afdrukken - Geen Afgedrukt Rapport

Ontvangen

• Volledig Rapport Afdrukken • Alleen Foutrapport Afdrukken - Geen Afgedrukt Rapport

Vertrouwelijke Ontvangst

• Kennisgevingspagina Afdrukken - Geen Afgedrukt Rapport Wanneer een transactierapport wordt afgedrukt, kunt u een gedeelte van de eerste pagina van het verzonden origineel op het transactierapport afdrukken. Raadpleeg "Origineel afdrukken op transactierapport" voor meer informatie. ![](images/0cdc5ad4621c9cce2cdf072fff4c3bb9fe4b3eb853bef549606fecd028a864f3.jpg) Wanneer het afdrukken van een transactierapport staat ingesteld op "Ontvangen", wordt geen rapport afgedrukt voor ontvangst van een nummer dat bij de instelling "Instelling nummer toestaan/weigeren" (pagina 7-112) is opgegeven.

Instelling Afdrukken Activiteitenrapport

Deze instelling wordt gebruikt om het activiteitenrapport Beeld Verzenden, die is opgeslagen in het geheugen van de machine, regelmatig af te drukken. U kunt het activiteitenrapport Beeld Verzenden instellen op automatisch afdrukken na 201 transacties, maar kunt deze ook instellen op automatisch afdrukken op een bepaald tijdstip (bijvoorbeeld één keer per dag). (De instellingen kunnen gelijktijdig worden ingeschakeld.) ![](images/1e9a2a5624bb85aca0fa69f2b9aa8725a530425633d094a47a52fa1e098cdbda.jpg) - Als u alleen de instelling de "Dagelijks afdrukken op opgegeven tijd" selecteert en het aantal transacties groter is dan 201 voor het opgegeven tijdstip, zal bij elke nieuwe transactie de oudste worden verwijderd (de oudste transactie zal niet worden afgedrukt). - Het activiteitenrapport van beeldverzending kan ook handmatig afgedrukt worden. Zie "Lijst afdrukken (beheerder)" (pagina 7-90).

ECM

Ruis op de lijn kan leiden tot onduidelijke afbeeldingen. Wanneer u ECM (Error Correction Mode) inschakelt, worden onduidelijke pagina's automatisch opnieuw verzonden. ![](images/642ce5b3f2e8342c0a5be959ba54c8e3d7b8709c144d92517fd1b7b580e0fd0b.jpg) Als de ontvangende faxmachine Super G3 ondersteunt, zal ECM, ongeacht deze instelling, functioneren.

Detectie Onderscheidend Belsignaal

Deze instelling kan alleen geactiveerd worden in Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Als er meerdere telefoonnummers zijn toegewezen op uw telefoonlijn, kan het nummer dat wordt gebeld worden geïdentificeerd door de ringtoon. Door gebruik te maken van één nummer voor telefoongesprekken en een ander nummer voor faxen, hoort u welk type oproept u ontvangt. U kunt uw machine instellen op het automatisch ontvangen van faxen wanneer uw faxnummer wordt gebeld door een ringtoon te kiezen die hoort bij uw faxnummer. (Let op: in Canada kunt u kiezen uit zes verschillende tonen.)

PBX-instelling

Kan alleen geactiveerd worden in Frankrijk en Duitsland. Wanneer de machine aangesloten is op een PBX, kunt u de "PBX-instelling" inschakelen zodat er elke keer wanneer u normaal belt automatisch een verbinding met de buitenlijn wordt gemaakt. Wanneer de PBX-instelling geactiveerd is, verschijnt de [R]-toets in het basisscherm. Wanneer er op de [R]-toets wordt gedrukt, wordt de PBX-instelling tijdelijk uitgeschakeld. Selecteer [Flash] als uw PBX een Flashmethode gebruikt voor een verbinding met een buitenlijn. Geef het ID-nummer op als uw PBX een ID-nummer gebruikt voor een verbinding met een buitenlijn. ![](images/ab0d55cbf2d04423e6f53c6fdf5d4126de9fcaed55fcb1ee5f86beae86f23133.jpg) Selecteer een nummer voor het eerste getal en vervolgens een nummer of een streepje "-" voor het tweede en derde getal.

Instellingen Fax Verzenden

U kunt de instellingen voor faxverzending configureren.

Instelling Verzenden Automatische Reductie

Deze instelling wordt gebruikt om het formaat van de verzonden faxen automatisch aan te passen aan het papierformaat van de ontvangende machine. Wanneer deze functie is uitgeschakeld, worden faxen op volledig formaat verzonden. Omdat het formaat niet is aangepast aan het formaat van printpapier, kan het zijn dat sommige gedeelten van de fax niet worden afgedrukt.

Instelling Verzenden Draaiing

Wanneer u een afbeelding verzendt met een van de onderstaande formaten, roteert u met deze functie het beeld 90 graden. (De instelling kan voor elk formaat afzonderlijk worden geconfigureerd.) A4, B5R, A5R, 8-1/2" x 11", 5-1/2" x 8-1/2" R, 16K ![](images/c53b233884ffb7333eba6f733140786354513f3543809056286154a4fca58a6e.jpg) De origineelformaten A4R en 8-1/2"x11"R worden niet geroteerd.

Snel On-Line Verzenden

Wanneer deze instelling is ingeschakeld, zal de machine een fax versturen zodra de eerste pagina is gescand. Verzending vindt plaats vlak nadat de overgebleven pagina's zijn gescand. Als u deze instelling uitschakelt zal de fax worden verzonden nadat alle pagina's zijn gescand. NB: deze instelling geldt niet voor handmatige verzending.

Paginanummer afdrukken bij ontvanger

Deze instelling wordt gebruikt om een paginanummer toe te voegen boven aan elke faxpagina die wordt afgedrukt door de ontvangende machine.

Instelling Afdrukken Datum/Eigen Nr.

Met deze instelling bepaalt u de positie van de datum en informatie van de verzender boven aan de faxpagina's die door de ontvangende machine worden afgedrukt. Druk op de [Buiten origineel beeld]-toets om de informatie buiten het verzonden origineel af te drukken. Druk op de [Binnen origineel beeld]-toets om de informatie binnen het verzonden origineel af te drukken. Zie voor meer informatie over de afdrukpositie, "AFZENDERINFORMATIE TOEVOEGEN AAN UW FAXEN (Eigen nummer verzenden)" (pagina 4-98) in "4. FAX".

Opnieuw oproepen indien bezet

Dit programma wordt gebruikt om het aantal belpogingen en ook het interval tussen deze pogingen in te stellen wanneer een verzending mislukt als gevolg van een bezette lijn of een andere reden.

Aantal keren dat opnieuw gebeld moet worden wanneer de lijn bezet is

De instelling geeft aan of opnieuw bellen wel of niet plaatsvindt wanneer de lijn bezet is. Wanneer dat wel gebeurt, kunt u het aantal belpogingen instellen.

Wachtinterval (in minuten) tussen nieuwe belpogingen wanneer de lijn bezet is

U kunt het interval tussen nieuwe belpogingen instellen. Het aantal belpogingen en ook het interval tussen deze pogingen die u kunt instellen in elk land, worden weergegeven in de onderstaande tabel. Landdifferentiatie-tabel
Het aantal terugbelpogingenInterval tussen pogingen
VerenigdKoninkrijk,Frankrijk,Duitsland,Zweden,Italië,Spanje,Nederland,Saudi-Arabië,Zuid-Afrika,Hongarije,Tsjechië,Slowakije,Polen,Griekenland,Rusland1 tot 10(Standaard: 2)Het aantal minuten van 1 tot 15(Standaard: 3)
Canada1 tot 14(Standaard: 2)
Australië,Nieuw-Zeeland,Singapore,Thailand,Maleisië,IndiaFilippijnen1 tot 9(Standaard: 2)
Hongkong1 tot 3(Standaard: 2)
Taiwantot 15(Standaard: 2)Het aantal minuten van 4 tot 15(Standaard: 4)
Indonesië1 tot 5(Standaard: 2)
![](images/24b04391ce83b51dc620b4a5f654ee90a9d81643a0d80b1ee0853ec707651381.jpg) Wanneer deze instelling is ingeschakeld, zal uw machine niet proberen terug te bellen wanneer er gebruik wordt gemaakt van handmatige of rechtstreekse verzending.

Opnieuw bellen indien communicatiefout

Deze instelling bepaalt hoe vaak uw machine automatisch probeert terug te bellen als een faxverzending mislukte door een communicatiefout.

Aantal keren dat opnieuw gebeld moet worden wanneer er een fout optreedt

Geef aan hoe vaak de machine probeert opnieuw te bellen wanneer er een communicatiefout optreedt.

Wachtinterval (in minuten) tussen nieuwe belpogingen wanneer er een fout optreedt

U kunt het interval tussen nieuwe belpogingen instellen. Het aantal belpogingen en ook het interval tussen deze pogingen die u kunt instellen in elk land, worden weergegeven in de onderstaande tabel. Landdifferentiatie-tabel
Het aantal terugbelpogingenInterval tussen pogingen
VerenigdKoninkrijk,Frankrijk,Duitsland,Zweden,Italië,Spanje,Nederland,Saudi-Arabië,Zuid-Afrika,Hongarije,Tsjechië,Slowakije,Polen,Griekenland,Rusland1 tot 5(Standaard: 1)Het aantal minuten van 1 tot 15(Standaard: 1)
Australië,Nieuw-Zeeland,Canada1 poging Het aantalminuten van 1 tot 15(Standaard: 3)
Nieuw-Zeeland,Singapore,Thailand,Maleisië,India1 tot 9(Standaard: 2)Het aantal minuten van 1 tot 15(Standaard: 1)
Hongkong 1 tot 3(Standaard: 2)
Taiwan 1 tot 15(Standaard: 2)
Indonesië 1 tot 5(Standaard: 2)Het aantal minuten van 4 tot 15(Standaard: 4)
![](images/d503a0d367c5da6d4670c8b134b39b9dc43a8815bdeed8906a3e7d0b42a32532.jpg) Wanneer deze instelling is ingeschakeld, zal uw machine niet proberen terug te bellen wanneer er gebruik wordt gemaakt van handmatige of rechtstreekse verzending.

Instellingen Fax Ontvangen

U kunt de instellingen voor faxontvangst configureren.

Aantal oproepen in automatische ontvangst

Deze instelling wordt gebruikt om het aantal oproepen te selecteren waarna de machine automatisch een oproep ontvangt en begint met faxontvangst in de ontvangstmodus. Het "Aantal oproepen in automatische ontvangst" die u kunt instellen in elk land, worden weergegeven in de onderstaande tabel. Landdifferentiatie-tabel
Aantal beltonen
Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Zweden, Italië, Spanje, Nederland, Thailand, Hongkong, Saudi-Arabië, Zuid-Afrika, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Polen, Griekenland, Rusland, Filippijnen en Indonesië.0 tot 9
Australië, Nieuw-Zeeland 2 tot 4
Singapore 0 tot 3
Maleisië, India, Canada, Taiwan 0 tot 15
![](images/b4d215e3ca23e0c26d2835da31a24153ea47d3f317efd21b3849e228ed29d1f7.jpg) Als u "0" selecteert voor het aantal beltonen, zonder machine onmiddellijk opnemen en beginnen met faxontvangst in de Automatische Ontvangstmodus, zonder beltonen af te wachten.

Overschakelen van handmatige naar automatische ontvangst

Deze instelling kan alleen geactiveerd worden in Frankrijk. Wanneer er een fax wordt ontvangen met de Handmatige Ontvangstmodus, kunt u machine automatisch laten overschakelen op Automatische Ontvangst. Het aantal beltonen waarop de overschakeling op Automatische Ontvangst plaatsvindt kan worden ingesteld tussen 1 tot 9.

Instelling Duplexontvangst

Dit wordt gebruikt ontvangen faxen op beide zijden van het papier af te drukken. Wanneer deze instelling is ingeschakeld en er een fax binnenkomt die bestaat uit 2 of meer pagina's (de pagina's moeten hetzelfde formaat hebben), worden de pagina's aan beide zijden van 1 vel papier afgedrukt.

Instelling Reductie Auto Ontvangst

Wanneer er een fax wordt ontvangen waarin de naam en het nummer van de verzender is opgenomen, is het ontvangen beeld iets groter dan het standaardformaat. Deze instelling wordt gebruikt om het beeld automatisch aan het standaardformaat aan te passen. ![](images/9d56e18629269977f1fc7399217f1caa029a8186b606260636f1d41aa36373cc.jpg) - Als Reductie automatisch ontvangen instellen is uitgeschakeld, kunnen delen van de fax worden afgebroken. Het beeld wordt wel duidelijker want er wordt afgedrukt op hetzelfde formaat als het origineel. - Standaardformaten zijn formaten zoals A4 en B5 (8-1/2" x 11" en 8-1/2" x 5-1/2").

Instelling Afdrukstijl

Deze instelling bepaalt de voorwaarden voor papierselectie tijdens het afdrukken van ontvangen faxberichten. Selecteer een van de drie onderstaande voorwaarden.

Werkelijk formaat afrukken bijsnijden uitgeschakeld

De ontvangen fax wordt afgedrukt op volledig formaat zonder dat deze over meerdere vellen papier wordt verdeeld. Als hetzelfde of een groter papierformaat niet is geladen, zal de fax worden opgeslagen in het geheugen en worden afgedrukt totdat er een passend papierformaat is geladen. Als de ontvangen fax echter langer is dan A3-formaat (11"x17"), wordt deze automatisch verdeeld over meerdere vellen papier.

Afdrukken in werk.formaat (splitsing toegestaan)

Elk ontvangen beeld wordt op volledig formaat afgedrukt. Indien nodig wordt het beeld verdeeld over meerdere vellen papier.

Afdrukken In Werk. Formaat Of Met Reductie

Elk ontvangen beeld wordt, indien mogelijk, op volledig formaat afgedrukt. Indien mogelijk wordt het beeld automatisch verkleind voordat deze wordt afgedrukt.

Telefoonnummer voor doorsturen gegevens instellen

Wanneer de machine als gevolg van bijvoorbeeld een storing een ontvangen fax niet kan afdrukken, kan de fax worden doorgestuurd naar een andere faxmachine. Deze instelling wordt gebruikt om het faxnummer van het ontvangende faxapparaat te programmeren. Er kan slechts één faxnummer voor doorsturen worden geprogrammeerd (van maximaal 64 cijfers). Voer het faxnummer in via het numerieke toetsenbord. Druk op de [Onderbreking]-toets om een pauze tussen de getallen in te voeren. Druk op de [Subadres]-toets nadat in het faxnummer hebt ingevoerd en voer de F-code (subadres en pascode) in als u een geheugenvak F-code vertrouwelijk wil specificeren in de ontvangende machine.

Letter formaat RX verkleint afdrukken

Dit programma is niet beschikbaar in Canada. Wanneer en een fax met het letter-R-formaat wordt ontvangen, verkleint deze instelling de fax tot A4R-formaat. ![](images/416c3956bce178ae5869336dab8aa8a80b1f09b9c206b5f5f2d02b308d1218fd.jpg) Wanneer deze instelling is ingeschakeld, worden faxen met A4R-formaat ook verkleind.

Ontvangstdatum/-tijd afdrukken

Schakel deze instelling in om de datum en tijd van ontvangst te laten afdrukken. Selecteer [Binnen het ontvangen beeld] of [Buiten het ontvangen beeld] als positie waar de datum en tijd worden afgedrukt. Wanneer [Binnen het ontvangen beeld] wordt geselecteerd, worden datum en tijd op de ontvangen afbeelding afgedrukt. Wanneer [Buiten het ontvangen beeld] wordt geselecteerd, wordt de ontvangen afbeelding verkleind en datum en tijd worden op het resulterende blanco gedeelte afgedrukt. ![](images/fc825dc9715cd9e77558b39ad29832ed6b028f840bf9a6fb6ae38939a08959b9.jpg) [Buiten het ontvangen beeld] kan niet als afdruk instelling voor de ontvangstdatum en -tijd worden geselecteerd als "Instelling Reductie Auto Ontvangst" (pagina 7-111) niet is ingeschakeld.

A3 RX verkleinen

Deze instelling kan alleen geactiveerd worden in Canada en de Filippijnen. Wanneer een fax met A3-formaat wordt ontvangen, verkleint deze functie de fax tot het formaat ledger (11" x 17"). ![](images/8eb5b4c93c2f3291c121e6425990a2be995d264c6a932bac63c6750313290b3e.jpg) Wanneer deze instelling is ingeschakeld, worden faxen met W-letterformaat ook verkleind.

Faxuitvoerinstellingen

Deze instellingen worden gebruikt om het aantal kopieën en uitvoerlades voor de ontvangen faxen te selecteren. Wanneer er een afwerkingeenheid is geïnstalleerd, kan afwerklade geselecteerd worden als de uitvoerlade en het nieten worden geselecteerd.

Uitvoerlade

Selecteer de uitvoerlade voor ontvangen faxen.

Aantal afdrukken

Stel het aantal ontvangen faxen dat wordt afgedrukt in op een aantal van 1 t/m 99.

Nietpositie

Stel de positie waarin de ontvangen faxen worden geniet in wanneer er een afwerkingeenheid is geïnstalleerd.

Papierformaat

Selecteer het papier dat gebruikt wordt voor het afdrukken van ontvangen faxen wanneer er een afwerkingeenheid is geïnstalleerd. ![](images/271065f93db74facb2cb862cf45ae1fd5ba7cf92a3967da05e4a93b187bd4504.jpg) \- Deze instelling kan alleen worden gebruikt als de selectievakjes [Meer sets printen] en [Nieten] zijn geselecteerd in de "Faxinstellingen" (pagina 7-104). \- Het maximum aantal vellen dat u kunt nieten is 50. (Als de stand van het papier horizontaal is, is het maximum aantal vellen dat u kunt nieten is 30.)

Instelling nummer toestaan/weigeren

Gebruik deze instelling om op te geven of ontvangst vanaf een opgeslagen nummer moet worden toegestaan of geweigerd.
Item Beschrijving
Ontvangst WeigerenWeiger ontvangst vanaf het opgeslagen nummer.
Ontvangst ToestaanSta ontvangst vanaf het opgeslagen nummer toe.
Alle ongeldigZelfs wanneer nummers zijn opgeslagen, de nummers negeren en ontvangst van alle nummers toestaan.
Nieuwe toevoegenSla een nieuw nummer op waarvoor toestaan of weigeren wordt bepaald (maximaal 50 nummers).Voer het nummer in (maximaal 20 tekens) en druk op de toets [Opslaan].
Registratie-nummer lijstEr wordt een lijst met opgeslagen nummers weergegeven.Op dit scherm kunt u een nummer selecteren dat uit de lijst moet worden verwijderd.
![](images/5f8e78911482f92cfec322df12001c9ef5e2405c2bdd1171a0b8b15b2143c4ec.jpg) Als er geen nummers zijn opgeslagen voor toestaan/weigeren, kan alleen de toets [Toevoegen] worden geselecteerd.

Faxnavraagbeveiliging

De volgende instellingen zijn bedoeld voor navraaggeheugen via de openbare box.

Faxnavraagbeveiliging instellen

Wanneer u gebruik maakt van de functie navraaggeheugen, bepaalt deze instelling of elke machine navraag kan doen bij uw machine, of dat alleen de machines die zijn opgeslagen navraag kunnen doen.

Nieuwe Toevoegen

Wanneer u de Instelling Navraagbeveiliging hebt ingeschakeld, gebruik dan deze instelling om faxnummers van de machines die toestemming hebben om navraag te doen bij uw machine op te slaan (of te wissen). De opgeslagen faxnummers worden pascodenummers genoemd. U kunt maximaal 10 wachtwoordnummers opslaan (van elk maximaal 20 cijfers).

Lijst van nummertoetsen voor wachtwoorden

Hiermee wordt een lijst van de opgeslagen wachtwoordnummers getoond. De nummer kan worden geselecteerd om deze te wissen. ![](images/9b01e31ae57e5d595e9e6c22a27967293b13ea0042dfcc8796920a15691e0919.jpg) NB: deze instellingen zijn niet van toepassing op de F-code navraaggeheugen functie. SYSTEEMINSTELLINGENMENU ![](images/71fe5d1a3cd0887c173d0b0a13c67a08ad8c10edc4645abd778976679d8f7e57.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Systeminstellingen"] --> B["Totaal Aantal Kopieën"]
    A --> C["Standaard-Instellingen"]
    A --> D["Lijst afdrukken (gebruiker)"]
    A --> E["Papierlade-Instellingen"]
    A --> F["Adresbeheer"]
    A --> G["Faxdata ontvangen/Doorsturen"]
    A --> H["Voorwaardeinstellingen"]
    A --> I["Beheer Control Documentarchivering"]
    A --> J["USB-apparaatcontrole"]
    A --> K["Gebruikers-bediening"]
    A --> L["Gebruikers-bediening"]
    A --> M["Energie Besparen"]
    A --> N["Bedienings- Instellingen"]
    A --> O["Apparaatbeheer"]
    A --> P["Kopieer- Instellingen"]
    A --> Q["Netwerk- Instellingen"]
    A --> R["Printer- Instellingen"]

    B --> S["Aantal apparatenAantal opdrachten"]
    C --> T["Keuze ToetsbordKlokaanpassing"]
    D --> U["Lijst Alle Gebruikersinstellingen Testpagina Printer Adreslijst Wordt Verzonden List van maagen voor documentarchivering"]
    E --> V["Lade-Instellingen Papiersoor registratie Automatische Lade Selectie Registatie aangepaste grochte (Omloop)"]
    F --> W["Adresboek Aangepaste Index Programma F-Codegeheugehvak"]
    G --> X["Faxinstellingen I-Faxinstellingen"]

    H --> Y["Standaardinstellingen"]
    H --> Z["PCL-instellingen"]
    H --> AA["PostScript-instellingen"]

    I --> AB["Gebruikersinformatie wijzigen"]
    I --> AC["Overige instellingen"]
    I --> AD["Gebruikerslijst"]
    I --> AE["Groepslijst paginalimiet"]
    I --> AF["Groepslijst bevoegdheid"]
    I --> AG["Aantal gebruikers"]

    J --> AH["Toert besparingsmodus Automatisch uitschakelen"]
    J --> AI["Toetsgeluid"]
    J --> AJ["Automatisch Wissen Instellen"]
    J --> AK["Mededelingentijd Instellen"]
    J --> AL["Taalinstelling Weergeven"]

    K --> AM["Acties bij paginalimiet uitvoortaken wordt bereikt"]
    K --> AN["Instell. aantal getoonde gebruikersnamen"]
    K --> AO["Waarschuwing wanneer aanmelden misikt"]
    K --> AP["Uitschakelen van afdrukken door ongeldige gebruiker"]

    AL --> AQ["Toert besparingsmodus Automatisch uitschakelen"]
    AL --> AR["Toetsgeluid"]
    AL --> AS["Automatisch Wissen Instellen"]
    AL --> AT["Mededelingentijd Instellen"]
    AL --> AU["Taalinstelling Weergeven"]

    AM --> AV["Standaardwoergave-instillingen"]
    AM --> AW["Uitschakelen van opdrachtprioriteit"]
    AM --> AX["Uitsch. afdr uk via handinvoer"]
    AM --> AY["Standaardinstelling netwerkauthenticabeserver"]
    AM --> AZ["LDAP servertoegangscontrole uitvoren"]
    AM --> BA["Gobruikstatus voorgeven na aanmoden"]

    AR --> BB["Standaardwoergave-instillingen"]
    AR --> BC["Aanpassen van klok uitschakelen"]
    AR --> BD["Kaften/insteekv. modus uitschakelen"]
    AR --> BE["Toetsbordprioriteit instellen"]
    AR --> BF["Beginwaarde aantal originelen"]

    M --> BG["Invoermodus origineel"]
    M --> BH["Po sitie Nietapparaat Aanpassen"]
    M --> BI["Instelling Voor Automatische Papierselectie Optimalisatie van harde schijf"]

    N --> BJ["Uitschakelen van origineelinvoer"]
    N --> BK["Uitschakelen van duplex"]
    N --> BL["Cassette met grote capaciteit uitschakelen Uitschakelen van afwerkeenheid"]

    O --> BM["Aanpassing Kopiebelichting"]
    O --> BN["Instelling Draaien Kopie"]
    O --> BO["Extra vaste-kopieerfactoren toevoegen of veranderen"]
    O --> BP["Maximum aantal kopieën instellen"]
    O --> BQ["Standaardinstelling Voor De Kantlijnverschuiving"]
    O --> BR["Standaardtreedle Van Westrook Instellen Uitschakelen van auto papierselectie"]

    P --> BS["Aanpassing Kopiebelichting"]
    P --> BT["Instelling Draaien Kopie"]
    P --> BU["Extra vaste-kopieerfactoren toevoegen of veranderen"]
    P --> BV["Maximum aantal kopieën instellen"]

    Q --> BW["Aanpassing Kopiebelichting"]
    Q --> BX["Instelling Draaien Kopie"]
    Q --> BY["Extra vaste-kopieerfactoren toevoegen of veranderen"]

    R --> BZ["Aanpassing Kopiebelichting"]
    R --> CA["Instelling Draaien Kopie"]

    S --> CB["Aidrukking Pigna Niet Afdrukken"]
    S --> CC["Testpagina Niet Afdrukken"]
    S --> CD["A4/Letter-Formaat Auto Veranderen"]

    T --> CE["Kennisgeving Pagina Niet Afdrukken"]
    T --> CF["Testpagina Niet Afdrukken"]

    U --> CG["Aidrukking Pigna Niet Afdrukken"]
    U --> CH["Instelling van handinvoerlade"]

    V --> CI["Opdrachtwachtriplaatsing"]

    W --> CJ["Hexadeclimale Dump"]
    W --> CK["I/O-Time-Out"]

    X --> CL["Nomschakeling USB-poortemulatie"]
    X --> CM["Netwerkpoort Inschakelen"]

    Y --> CN["Omschakeling USB-poortemulatie"]

    Z --> CO["Nomschakeling USB-poortemulatie"]
![](images/a95cb4120cb48c0fae5a03172aea67c39f785e2ca01e29abc30bfc80fe7e4102.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Instellingen Beeld Verz"] --> B["Bedieningsinstellingen Overige instellingen"]
    B --> C["Instel. voor deactiveren van registratie"]
    C --> D["Instel. voor deactiveren van verzending"]
    D --> E["Eigen nummer en naam"]
    A --> F["Scaninstellingen"]
    F --> G["I-Faxinstellingen"]
    G --> H["I-Fax Verzendinstellingen"]
    H --> I["I-Fax Ontvangstinstellingen"]
    I --> J["Lijst Anti-Junkmail/Domeinnamen"]
    A --> K["Faxinstellingen"]
    K --> L["Fax-Standaardinstellingen"]
    L --> M["Instellingen Fax Verzenden"]
    M --> N["Instellingen Fax Ontvangen"]
    N --> O["Instelling aantal toestaan/weigeren"]
    O --> P["Fax Navraagbeveiliging"]

    A --> Q["Instellingen Doc. Archiv."]
    Q --> R["Overige instellingen"]
    R --> S["Opties documentuitvoer Automatisch verwijderen van bestlandsinstellingen"]

    A --> T["Lijst afdrukken (beheerder)"]
    T --> U["Lijst beheerdersinstellingen"]

    B --> V["Standaardweergave-Instellingen"]
    V --> W["Standaardselectie adresboek"]
    W --> X["Instelling Oorspronkelijke Resolutie"]
    X --> Y["Standaard Belichtingsinstellingen Volg adrestoets invoeren bij distributie-instal."]

    C --> Z["Registratie van bestemming via beiziningspaneel uitschakelen"]
    Z --> AA["Registratie van bestemming op webpagina uitschakolen"]

    D --> AB["[Oon, verzenden"] uitschakelen in scan modus]
    AB --> AC["Selecteren uit adresboek uitschakolen"]

    E --> AD["Standaard-Afzenderset"]
    AD --> AE["Compressiomodus bij distributie"]
    AE --> AF["Standaardinstellingen kleurmodus"]
    AF --> AG["Instelling van maximum aantal verzenddata(E-Mail)"]
    AG --> AH["Maximungrode van gegevensbijgen (map FTP/Bureaubladwotwerk)"]

    F --> AI["Afdrukken auto reactiveren"]
    AI --> AJ["Compressie instel."]
    AJ --> AK["Instelling Luidsprekervolume"]

    G --> AL["I-Fax Standaardinstellingen"]
    AL --> AM["I-Fax Ontvanstrapport Aan/Vit Instelling"]
    AM --> AN["Time-Out Aanvraag I-Fax Ontvangstrapport Instellen"]
    AN --> AO["Aantal malon opnieuw zenden bij ontvangsfout"]

    H --> AP["I-Fax Ontvangstinstellingen"]
    AP --> AQ["Verlaag de instelling voor automatische reductie"]
    AQ --> AR["Instelling Duplexontvangst"]
    AR --> AS["Adres voor doorsturen gegevens instellen"]

    I --> AT["Kiesmodusinstelling"]
    AT --> AU["Instelling Extern Ontvangstnummer"]
    AU --> AV["Afdrukken auto reactiverent"]
    AV --> AW["Instelling Onderbrekingstijd"]
    AW --> AX["Faxbestemmingbevestigingsmodus"]
    AX --> AY["Luidsprekerinstellingen"]

    J --> AZ["Instelling Verzenden Automatische Reductie"]
    AZ --> BA["Instelling Verzenden Draaling"]
    BA --> BB["Snel On-Line Verzenden"]

    K --> BC["Aantal oproepen in automatische ontvangst"]
    BC --> BD["Instelling Duplexontvangst"]
    BD --> BE["Vertaag de instelling voor automatische reductie"]

    L --> BF["Standaard Bestichtingsinstellingen"]
    BF --> BG["Standaard Belichtingsinstellingen"]
    BG --> BH["Uitgangsinstellingen resolutie"]
    BH --> BI["Instelling kleurgevenscomprimeringfactor"]
    BI --> BJ["Geluid Bij Voltooide Scan"]

    M --> BK["Standaard Uitvoerlade"]

    T --> BL["Lijst beheerdersinstellingen"]
    BL --> BM["Activitietenrapport verzenden van afbeedingen"]

    R --> BN["Lijst met ontvangen/doorgestuurde gegevens"]

    S --> BO["Metadata Set ListLijst Met Webinstellingen"]

    T --> BP["Webinstellingen IPsec-instellingen IEEE802.1X instelling"]

    U["Bestemmingsregistratie met Global zoeken adres uitschakelen"] --> V
    V --> W
    W --> X
    X --> Y
    Y --> Z
    Z --> AB

    AB --> AA
    AA --> AB

HOOFDSTUK 8 HET OPSPOREN VAN FOUTEN

In dit gedeelte zijn oplossingen voor mogelijke problemen opgenomen in een vraag- en antwoordindeling. Zoek de vraag die betrekking heeft op uw probleem en benut het antwoord om het probleem op te lossen. Als u een probleem niet kunt oplossen met deze handleiding, neem dan contact op met de dealer of dichtstbijzijnde erkende servicevestiging.

Systeeminstellingen

Beschrijvingen van met het volgende voorbeeld vergelijkbare systeeminstellingen komen in deze handleiding voor. Voorbeeld: → Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen Kopieerfunctie" > "Overige instellingen" > "Instelling Draaien Kopie" > Dit is een verkorte schrijfwijze van de procedure voor het selecteren van de instelling. ">" geeft de instellingsvolgorde aan en geeft de status van de instelling na inschakeling aan. Gebruik deze beschrijvingen als een verkorte handleiding om u te helpen met het configureren van de instellingen.

HET OPSPOREN VAN FOUTEN

VEELGESTELDE VRAGEN

- Een kopie maken van een origineel dat geen standaardformaat heeft 8-4 - Op een envelop afdrukken 8-5 - Ik kan niet afdrukken vanaf een computer.... . . . 8-6 - Het papierformaat wijzigen dat wordt gebruikt voor een afdrukopdracht. 8-7 - Het volume van de beltoon aanpassen ..... 8-8 - Het apparaat begint met afdrukken terwijl ik probeer om gegevens door te sturen.... 8-8 - Het communicatierecord van het apparaat controleren 8-8

VERWIJDEREN VAN VASTGELOPEN PAPIER

• VERWIJDEREN VAN VASTGELOPEN PAPIER 8-9 - ILLUSTRATIES VASTGELOPEN PAPIER ... 8-10

VASTGELOPEN NIETJES VERWIJDEREN

• AFWERKINGEENHEID 8-14 • FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) ..... 8-16 • ZADELSTEEK AFWERKINGSEENHEID ..... 8-18

SOFTWARE INSTALLEREN

• ALS DE INSTALLATIE IS MISLUKT ..... 8-22 - De printerdriver kan niet worden geïnstalleerd (Windows 2000/XP/Server 2003) 8-24

KOPIËREN

• PROBLEMEN M.B.T. HET KOPIËREN ..... 8-25 • PROBLEMEN M.B.T. KOPIEERRESULTATEN 8-27

AFDRUKKEN

• PROBLEMEN M.B.T. HET AFDRUKKEN .... 8-28 • PROBLEMEN M.B.T. AFDRUKRESULTATEN. . . . 8-31

FAX

• PROBLEMEN MET BETREKKING TOT HET VERZENDEN 8-34 • PROBLEMEN MET BETREKKING TOT ONTVANGST 8-36 • PROBLEMEN MET BETREKKING TOT TELEFONEREN 8-37 • PROBLEMEN MET BETREKKING TOT GELUIDSIGNALEN 8-37 • PROBLEMEN IN VERBAND MET AFZONDERLIJKE ONE-TOUCH-TOETSEN / GROEPTOETSEN. 8-38

SCANNEN / INTERNETFAX

• PROBLEMEN MET BETREKKING TOT SCANNEN / INTERNETFAXWERKING..... 8-39 • PROBLEMEN M.B.T. SCANRESULTATEN... 8-42 • PROBLEMEN IN VERBAND MET AFZONDERLIJKE ONE-TOUCH-TOETSEN/ GROEPTOETSEN.... 8-44

DOCUMENTOPSLAG

• PROBLEMEN M.B.T. ARCHIVEREN.....8-45 • PROBLEMEN M.B.T. BESTANDSBEHEER 8-46

ALGEMENE PROBLEMEN

• PROBLEMEN M.B.T. DE BEDIENING VAN DE MACHINE.... 8-49 • PROBLEMEN M.B.T. PAPIERTOEVOER EN -UITVOER 8-51 • PROBLEMEN M.B.T. KWALITEIT/AFDRUKRESULTATEN ..... 8-53 • PROBLEMEN M.B.T. RANDAPPARATUUR.... 8-55 • OVERIGE PROBLEMEN 8-57

HET OPSPOREN VAN FOUTEN

Onderstaand overzicht laat de stappen zien die moeten worden gevolgd als zich een probleem voordoet. Gebruik het als richtlijn bij het oplossen van problemen. ![](images/81864dbe42bffd9c6599caa2b6f7b55b228df72ad108ca612464decd9f7f062b.jpg)
natural_image Illustration of a document with a question mark in a thought bubble, no text or symbols present

Controleer eerst dit hoofdstuk

Mogelijk vindt u hier de oplossing voor uw probleem. ![](images/00954c9d875cd2bdbc9159fc1987fbcf5332d5ee62a9260aba9e5f18808defef.jpg) ![](images/f804ba93ee67f78510fe363b0aaad4f5f7646e6fc0df702dad819302f018c35c.jpg)
natural_image Silhouette of a person handling a large object, possibly a device or machine, against a plain yellow background (no text or symbols)

Vraag de beheerder om hulp

Geef de aard van het probleem door aan de beheerder en vraag om hulp. ![](images/713e499e1f58d644afce9cd8b53046b50da6c8beb209bb70df6e0091f7837d48.jpg) ![](images/955ace4fea1d2cbb03d5f5112bd11a03e5b5f6a07f47fa2a9bb61da1a07aadf9.jpg)
natural_image Illustration of a notebook, a stack of documents, and a document with charts (no text or symbols visible)

Raadpleeg andere handleidingen

Soms vindt u de oplossing voor uw probleem in andere hoofdstukken van deze handleiding of in andere handleidingen die bij het apparaat zijn geleverd. ![](images/eb478a77da69e7ad61db15144f75e8f3e126140986eecb6fb453baa82ee03e11.jpg) ![](images/2ce65393277f5dd38c7fc4796fde82aafe9487341a599cee4ab7ffadc4a78da0.jpg)
natural_image Simple illustration of a device emitting orange light beams, enclosed in a rounded rectangular frame (no text or symbols)

Schakel het apparaat uit en weer aan

Door het apparaat uit en weer aan te schakelen kan het probleem in sommige gevallen worden verholpen en is melding van een storing niet nodig. Druk op de toets [AAN] ( ⏻) om het apparaat uit te schakelen en zet de hoofdschakelaar in de stand "off". Wacht tenminste tien seconden en zet de hoofdschakelaar en de toets [AAN] ( ⏻) weer aan, in die volgorde. - Wanneer u het apparaat uitschakelt, moet u altijd 15 seconden wachten nadat u op de toets [AAN] ( Ⓞ ) heeft gedrukt en voordat u de hoofdschakelaar uitschakelt. - Voordat u de hoofdschakelaar uitschakelt, moet u controlleren of de DATA-indicator van de afdrukmodus en de indicatoren LIJN en DATA van de beeldverzendmodus op het bedieningspaneel niet branden of knipperen. ![](images/a4587dbe9c8e26936db6fe3bf93d4e6031d0a1796d8d7196c0da1f89bb689c24.jpg) ![](images/586b3574833293e19ec89686b6383fc3893c0fab55fbc09378679ca6b4d6a7b7.jpg)
natural_image Illustration of a white telephone handset and a yellow question mark, no text or symbols present

Neem contact op met uw dealer of met de dichtstbijzijnde servicedienst van Sharp.

Als het probleem na het volgen van bovenstaande stappen aanhoudt, neem dan contact op met de dealer die u het apparaat heeft verkocht of met de dichtstbijzijnde servicedienst van Sharp

VEELGESTELDE VRAGEN

Een kopie maken van een origineel dat geen standaardformaat heeft

De procedure om een kopie te maken van een betaalstrookje of ander origineel dat geen standaardformaat heeft wordt hieronder beschreven. De speciale functie "Centreren" van de kopieermodus kan worden geselecteerd om de gekopieerde afbeelding in het midden van het papier te plaatsen. ![](images/0a8a0d874fbc9f2e6755c4ed53b8a140ca3fb68bf3a8da8bde270eb69652707e.jpg)
flowchart
graph LR
    A["Input 1"] --> C["Processing Unit"]
    style A fill:#fff,stroke:#000
    style C fill:#fff,stroke:#000

- 1 Plaats de originelen.

![](images/c2ae31e031c4f3a04bdcd94051c969317daa51921d7e855c90aba8dca361c3ad.jpg)
natural_image Illustration of stacked books with a bookmark, no text or symbols present
Als de X-afmeting (breedte) van het document kleiner is dan 140 mm (5-1/2") of de Y-afmeting (hoogte) kleiner is dan 131 mm (5-5/32"), plaatst u het origineel op de glasplaat. Voor een dun origineel gebruikt u "Langzamer Scan Mode.". ![](images/7ad409319a0e2057a7d8316d02cc7d2536be288869b2a87b4db4c0ead9d82abc.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with lid and base (no text or symbols)
![](images/49c3d6345763466c11a5a1c7c72394ab673b861f0de8b2f6330a0c806eb94ff0.jpg)

2 Voer het originele formaat in.

In het basisscherm van de kopieermodus drukt u op [Origineel] en vervolgens op [Invoer Formaat]. ![](images/eb04a621b115a36835d0005e3a7aaa4f47d3be99e8452545ef6fb61742d2d169.jpg)

- 3 Plaats papier in de handinvoer.

De handinvoerlade wordt hier gebruikt om op papier te kopieren dat niet in een papierlade van het apparaat is geladen. ![](images/147ce0f5f115fcf3df17d6653c03d9aef6f3b72fe7b4d41a94939e3d86640b4d.jpg) ![](images/a82cc961d40436900fb73574a00a1822335e28d74fde7367ce9623968d9551a1.jpg)

4 Selecteer de handinvoerlade.

In het basisscherm van de kopieermodus drukt u op [Papierformaat] en vervolgens op "Papiertype handinvoer". ![](images/a6e7506956220ea1a18c6047cb3bfcbe35f17e09243d107048520afba8e56716.jpg) ![](images/2ff54d94f038601289390d5865339d0301a7c490730800214db23884d92f4087.jpg) ![](images/40b6fc69d838b430a3be16d995188f676da776e86e2a598697ff30bc2897c7e3.jpg)

Op een envelop afdrukken

De procedure om op enveloppen af te drukken wordt hieronder besproken. Er kan alleen worden gedrukt op de naam- en adreszijde van een envelop. We raden aan om eerst een testpagina af te drukken om het afdrukresultaat te controlleren voordat u een envelop gebruikt. Zie voor meer informatie over hoe papier in de handinvoerlade kan worden geplaatst, "PAPIER LADEN IN DE HANDINVOERLADE" (pagina 1-34) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT". ![](images/92433009700a2b264e02799820ce51369872f10438d675de4cec369943cf3caa.jpg)
natural_image Simple line drawing of two overlapping geometric shapes (no text or symbols)

1 Plaats papier in de handinvoer.

![](images/e34ff2edc0de003021822a481e617eb21ebe61a3498dcaa4908ef1f796374c97.jpg)

2 Lade-instellingen.

![](images/d004be8d6412ee7e5e21640cda40e80b21b752be0c494ec6db3a0f103f0e7d57.jpg) ![](images/17668bb092533289a83452abbf177ccbeb450b2c8db04117e2155b02c24072aa.jpg) Type: Envelop Formaat: selecteer het formaat envelop

\_3 Selecteer instellingen in het printerstuurprogramma.

![](images/4843c345e2b8f3e85db732a88ec867ebf408f1c0312277045539ff5847c70d12.jpg) (1) Klik op het tabblad [Papier]. (2) Selecteer het formaat van de envelop in "Papierformaat". (3) Selecteer "Handinvoer" van "Papierinvoerbron" in "Papierkeuze". (4) Selecteer [Envelop] in "Papiertype". Selecteer zonodig het keuzevakje "180 graden draaien" ( ) in "Beeldoriëntatie" op tabblad [Algemeen]. (5) Klik op de toets [OK].

Ik kan niet afdrukken vanaf een computer...

Controleer eerst of de printerdriver van het apparaat voor het afdrukken is geselecteerd. Controleer ook of de poort van de printerdriver goed is ingesteld.

- De printernaam controleren

![](images/886d77856243c532c7abbde8e80931bd72b86eb170124650de25f48cb9a45c14.jpg) Controleer of het apparaat is geselecteerd in het dialoogvenster Afdrukken en selecteer het apparaat indien nodig. Als uw apparaat niet in de lijst voorkomt dan is de printerdriver niet geïnstalleerd. Installeer de printerdriver en probeer het opnieuw.

- De poortinstellingen in de printerdriver controleren

![](images/49dc24221aa5f722718d18f06c05031bbe81d42161beaf73ac193af6f19478f5.jpg) Geef het dialoogvenster met de eigenschappen van de printerdriver weer en klik op het tabblad [Poort].

Het papierformaat wijzigen dat wordt gebruikt voor een afdrukopdracht

Als het voor een afdrukopdracht opgegeven papierformaat niet is geladen in één van de papierlades van het apparaat, dan volgt u de stappen hieronder om het papierformaat te wijzigen. ![](images/f1094d10ed1dc510ccb6dcaed63770f302f0efce24c94d1f2579495aa63ed68d.jpg)

-1 Controleer de gegevens van de opdracht.

![](images/616de4501738ba86bedb6efc047b20e4e2752b86a41804b214d7dfc00b0011e4.jpg) Druk op de toets [OPDRACHT STATUS] op het bedieningspaneel om het opdrachtstatuscherm weer te geven. Selecteer de opdracht waarvan de status [Papier Op] is en druk op de toets [Details]. Als u de opdracht wilt verwijderen, drukt u op de toets [Stop./Wis.]. ![](images/171da6d286c3fcc51809a5374df6359b0b691c96ae9ea5bb375c0ca3e4e99c6a.jpg) Controleer het voor de opdracht geselecteerde papierformaat in het detailscherm en druk op de toets [Papierformaat].

- 2 Wijzig het voor de opdracht gebruikte papierformaat.

![](images/0ea57fddb0f3f63a7461e2e0485528f4dda94dace1e211e2b6bb44bae1b86b43.jpg) Selecteer het papierformaat waarop u de opdracht wilt afdrukken uit de ingestelde papierformaten. Om te voorkomen dat een stuk van de afbeelding wordt afgesneden, selecteert u een papierformaat dat groter is dan het voor de opdracht opgegeven papierformaat.

Het volume van de beltoon aanpassen

![](images/64d4372e30e399c7b497b79e498e12beab0831266c81c7e399133c09d2187abf.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with two lightning bolts indicating sound pressure (no text or symbols)
Als de beltoon bij de ontvangst van een fax te hard of te zacht is, volgt u de stappen hieronder om het volume aan te passen. Het faxtoonvolume kan worden aangepast in de systeeminstellingen (beheerder). Druk op de toets [SYSTEEMINSTELLINGEN] op het bedieningspaneel. Druk op [Instellingen Beeld Verz] - [Faxinstellingen] - [Fax-Standaardinstellingen] - [Luidsprekerinstellingen] - [Belvolume], in deze volgorde, en selecteer vervolgens het gewenste volume.

Het apparaat begint met afdrukken terwijl ik probeer om gegevens door te sturen...

Voordat u ontvangen faxgegevens doorstuurt naar een gedeelde map moet u eerst controleren of de bestemmingscomputer is ingeschakeld. Als de computer niet is ingeschakeld dan drukt het apparaat de ontvangen faxgegevens af. Wanneer gegevens worden doorgestuurd naar meerdere computers en één van de computers is uitgeschakeld, dan worden de ontvangen gegevens afgedrukt. ![](images/c755f5b4129bcf8dd43e8bb5d2e6695c31051ceb68c1244eb495ef9d37896c8b.jpg)
flowchart
graph TD
    A["Computer aanzetten"] -->|z/z| B["Bestemming"]
    B -->|z| A
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333

Het communicatierecord van het apparaat controleren

Om het communicatierecord van het apparaat te controleren met de beeldverzendfunctie, volgt u de stappen hieronder om een rapport van de beeldverzendactiviteit af te drukken. Het rapport beeldverzendactiviteit wordt afgedrukt vanuit de systeeminstellingen (beheerder). Druk op de toets [SYSTEEMINSTELLINGEN] op het bedieningspaneel. en druk vervolgens op [Lijst afdrukken (beheerder)] - [Activiteitenrapport verzenden van afbeeldingen] om het rapport af te drukken. ![](images/580c854de502e881bf985f5423705d7d5977120cc63dd6aea3a1a03cd76a537e.jpg)
natural_image Abstract diagram of two overlapping sheets with diagonal hatching and three arrows pointing upward (no text or symbols)

VERWIJDEREN VAN VASTGELOPEN PAPIER

In dit gedeelte wordt uitgelegd wat te doen als het papier vastgelopen is in het apparaat. ![](images/6d04203755565d64c22ca2b1e9997b28fe393631c62dc4b5b68d34ee7c0adc51.jpg)

Let op

De fuseereenheid is heet. Zorg dat u geen brandwonden oploopt als u probeert vastgelopen papier te verwijderen. ![](images/2b857879942b0ded62ae6fce088911e64d8107c62a8a7ddf4ee8f545b7e5ceda.jpg) - Trek het papier er voorzichtig uit zonder het te scheuren. - Het kan zijn dat het papier in de machine is vastgelopen. Controleer dit voorzichtig en verwijder het vastgelopen papier. - Als het papier scheurt, zorg dan dat alle stukjes uit de machine worden verwijderd. ![](images/7ba837f25f9be46b8f025e197a1c0cb01ac41162f4cb5b53f78a27abc3589be3.jpg)

VERWIJDEREN VAN VASTGELOPEN PAPIER

Als het papier vastloopt, verschijnt de mededeling "Er is een invoerfout opgetreden." op het aanraakpaneel en stopt het afdrukken en scannen. Druk in dit geval op de [Informatie] toets op het toetsenpaneel. Als u deze toets indrukt, wordt uitgelegd hoe u het vastgelopen papier verwijdert. Volg deze instructies. Als het vastgelopen papier is verwijderd, verdwijnt de melding automatisch. De waarschijnlijke locaties van het vastgelopen papier wordt aangegeven door knipperende ▼ tekens zoals hieronder. ![](images/0bd3ab34dd95d0f8d25b1b82b9e02614fbd07dd90d2a4cd38cd3aabb0bb20d7f.jpg) locatie vastgelopen papier ![](images/fe167a43fc4af85fce8c5ccfda1443582f33865fbdc0ca39d887d708f30f20da.jpg) - Zolang de melding verschijnt, kan het afdrukken en scannen niet worden vervolgd. - Als de melding niet verdwijnt wanneer het vastgelopen papier is uitgenomen, kan dit om onderstaande redenen zijn. Controleer dit nogmaals. - Het vastgelopen papier is niet goed verwijderd. - Er zit een afgescheurd stuk papier vast in de machine. - Een klep of eenheid die is geopend of verschoven om het vastgelopen papier te verwijderen, is niet in zijn oorspronkelijke positie teruggeplaatst.

ILLUSTRATIES VASTGELOPEN PAPIER

Indien u meer informatie nodig hebt bij het lezen van de instructies op het toetsenpaneel, zie dan de onderstaande illustraties van vastgelopen papier. Kijk eerst naar onderstaande illustratie en ga dan naar de illustratie (1 tot 16) die past bij uw situatie. (1)-(2): pagina 8-10, (3)-(7): pagina 8-11, (8)-(13): pagina 8-12, (14)-(16): pagina 8-13 ![](images/69a25fa10abf988062267f347341c51ec54a043a6ff9cd2dc7f10ae703607563.jpg) (16) (11) (13) (10) (1) Papierstoring in de finisher (grote stapeleenheid) ![](images/d175718f41b216b4116ed9913f311fc5fa6a6ccd706e63db57eb10bf3bc151d9.jpg)
natural_image Pure technical line drawing of a mechanical component without any text, numbers, or symbols
![](images/d6b2c446f525de17397af54a2bd20a3173cd0830d1907c015da22e98ff6a0c98.jpg)
natural_image Diagram of a mechanical assembly with an arrow indicating direction (no text or symbols present)
Open bovenste klep en verwijder het vastgelopen papier. (2) Papierstoring in de perforatiemodule ![](images/509af047f05f2c4a406938947e3ff23a8ff80ac73086d119903fe7e00622ae34.jpg) Draai aan de knop zoals aangegeven op de afbeelding. ![](images/788ab95fda1af8a2c9f39681f834b74dfa9176d9cdd4356d3f8f0ccccf125274.jpg)
natural_image Diagram of a printer or printer with an open lid showing internal components and an upward arrow (no text or symbols present)
Open bovenste klep en verwijder het vastgelopen papier. ![](images/2c87c44654d5b1c05534bb90705b552ab0b084f20bc5d47a0a4c343e8a2e8043.jpg)
natural_image Illustration of a printer's internal structure being inserted into a paper airplane (no text or symbols visible)
Als u het papier niet kunt verwijderen door de bovenste klep te openen, open dan de klep van de perforatiemodule en verwijder het papier.

(3) Papierstoring origineel

![](images/9335c3369f8c4bc379bd1424cb09645c81c1c5eff73fa20c14137b1514b66d1f.jpg)
natural_image Technical line drawing of a mechanical component with no visible text or symbols
Open de klep van origineelinvoer en verwijder verkeerd ingevoerd papier. ![](images/ad0b4a56074a05a6ad0c2a0b19b5e0091bac0b41457afebbf80eee6f9bc6f02b.jpg)
natural_image Diagram of a hand inserting a component into a vehicle engine compartment, showing internal components and motion arrows (no text or labels)
Trek de origineelinvoerlade uit en verwijder het vastgelopen papier. ![](images/9e71e06db46a8865a60ace171e6ee66f86ce6e70a850700add0b52bd41d32846.jpg)
natural_image Illustration of a hand opening a laptop with an icon showing a file or folder (no text or symbols present)
Open de automatische origineelinvoer. Draai de transportrol in de richting van de pijl en verwijder het origineel. (Als u het origineel niet verwijderd krijgt, draai de transportrol dan in tegengestelde richting.) ![](images/5525e4126252abd766ef59a46a42e0044c13475d179a7208e86022b62b0b598a.jpg) Na het vastgelopen papier te hebben verwijderd opent en sluit u de automatische documentinvoer (of het documentdeksel of de invoerlade) zodat de foutmelding van het aanraakscherm verdwijnt.

(4) Papierstoring in de papierdoorvoereenheid

![](images/ef479eb5a6ffedcb2b4a060ccb85807c3ebf8ed7b1e14102b43ef6c1057d2320.jpg)
natural_image Diagram of a microwave oven with a black arrow pointing to the interior portion of the lid (no text or symbols present)
Trek de middenklep naar buiten en verwijder het vastgelopen papier. ![](images/2441b9f4b2074aa7cd38ab9ff4e313526042c96e338c066fe055dc2381ac8aec.jpg)
natural_image Diagram of hands operating a device with a tool, no visible text or symbols
![](images/032043b557779fdb36d82567cf4d2bfe5c7a45a86cd3bece84cd6235c60cfcdc.jpg)
natural_image Diagram of a printer's internal structure showing a hand inserting a component into a machine (no text or symbols visible)
Controleer de papieromkeereenheid binnenin de lade en verwijder het vastgelopen papier.

(5) Papierstoring in de fuseereenheid

![](images/1b36ecaa908699e943e4a85894f1e980bad3b5a5483d3a6537258a4f00baa74d.jpg)
natural_image Mechanical assembly diagram showing a motor or conveyor system with no visible text or symbols
Kantel de klep van de fuseereenheid naar u toe. ![](images/8134bb8804fb94ce0f8d428bde66ea80fc26ef0ab2c49473126e3f1e3b168f01.jpg)
natural_image Technical line drawing of a mechanical assembly with a magnified inset showing a gear mechanism (no text or symbols)
Draai aan de knop en verwijder het vastgelopen papier. ![](images/d15ae2b2eaae6d61e6bbe4eea10bc4cd5c27f5da1eeb832be292ca2a4ad7d338.jpg)
natural_image Mechanical assembly diagram showing a motor or conveyor system with no visible text or symbols
![](images/fce08da37c24382031dbb4cd5021c9c35ab0c29a935e9c716377827798b49ec7.jpg)

Let op

De fuser wordt heet. Zorg dat u zich niet verbrandt. (Raak metalen onderdelen niet aan.) ![](images/f7726087f5af803310f3385eadc5c4013768f8103463570241f556939976cbdc.jpg) Er kan ongefuseerde toner zijn achtergebleven op het papier dat u hebt verwijderd. Let op dat u uw handen en kleding niet vuil maakt.

(6) Papier vastgelopen in de uitvoerlade (rechter lade)

![](images/a8121f1eeb505ca79749fc656839e2eea1ee45e929c964e3f40e8e3acec979ea.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a tray holding a small object (no text or symbols)
Verwijder het vastgelopen papier.

(7) Papier vastgelopen in de omkeerinrichting

![](images/c5c3521baab2760e8f81a81b5a158758613bc66984bb45458f6cef020c99c529.jpg)
natural_image Diagram of a refrigerator interior showing airflow direction arrows (no text or symbols)
Open de klep papieromkeergedeelte en verwijder het vastgelopen papier.

(8) Papierstoring in de handinvoerlade

![](images/a8589e35781fc7deb792310b4329bad99fd72b9c52718bd7267236d3b527d158.jpg)
natural_image Line drawing of a bed tray with a black arrow indicating direction (no text or symbols)
Verwijder het vastgelopen papier.

(9) Papierstoring in lade 1 tot lade 4 (aan de zijkant)

![](images/dec3a695195944504cd889d4349682c888d6dda8044ee2b30c743a319f528267.jpg)
natural_image Line drawing of a computer interface with a hand inserting a device into the chamber (no text or symbols visible)
Het papier kan in het apparaat zijn vastgelopen. Controleer dit behoedzaam en verwijder het. ![](images/f2e23618d1d75a137f6c658c298f80fd0f522c229880b3ec231eba0c2cca792f.jpg)
natural_image Illustration of a hand inserting a device into a rack, showing mechanical components (no text or symbols)

(10) Papier vastgelopen in het transportgedeelte

![](images/9ea25588772d94e2afd6c21d400e84f0bab864d293912ee382147efbdbb9e6f1.jpg)
natural_image Mechanical assembly diagram showing a roller roller with a magnified inset view of the roller (no text or symbols)
Zet de hendel omlaag in de richting van de pijl en verwijder het vastgelopen papier.

(11) Papier vastgelopen in lade 1 tot 4 (zijkant)

![](images/5f1a2737df64b7a56a38014c757046a7d17e8f2cfb646b96938fe72ff4bc0a6e.jpg)
natural_image Illustration of a hand inserting a drawer into a storage unit (no text or symbols visible)
Voor u de lade er uittrekt, opent u eerst het rechter deksel en controleert of er vastgelopen papier zit. Als u de lade naar buiten trekt zonder ze te controleren, kunt u vastgelopen papier scheuren, waardoor het moeilijker wordt om de stukken papier te verwijderen die in de machine achterblijven. (9) Papierstoring in lade 1 tot lade 4 (aan de zijkant)

(12) Papier vastgelopen in de afwerkeenheid

![](images/1f9865cb065a430b17e3a57e979f8112681980ba4cb0d4daa31703aae3b8b463.jpg)
natural_image Hand inserting a rectangular object into a machine (no text or symbols visible)
Open de voorplaat. ![](images/d47181440e7cf9ca076d10ac6f1815463985abd740998feeb4d4e1fe66a2e159.jpg)
natural_image Diagram showing a hand pressing a device into a machine, with an inset magnified view of the device's internal components (no text or symbols present)
Druk de hendel naar links en schuif de afwerkingeenheid naar links totdat deze niet meer verdergaat. ![](images/57440b19a8c0f28cd8f258be5de5b7a16b3b91512292539d727d2ee107471ca7.jpg)
natural_image Diagram showing a printer with a circular inset illustrating the process of rotating a sphere (no text or symbols present)
Draai de draaiknop van de rollen in de richting van de pijl om het vastgelopen papier te verwijderen. ![](images/a59d6dcab67f523795b67095c0d5e6362b1009677329039b5dadeb5e658a8880.jpg)
natural_image Diagram of a printer's internal structure showing paper feed, paper tray, and printer casing (no text or labels)
![](images/bbad0a54a40d911e48a7a045426bf08277e670c9cf3ec0ee9c5c3f05bee3ee01.jpg)
natural_image Interior layout diagram of a room with furniture and a directional arrow (no text or symbols)
Verzeker u ervan dat er geen vastgelopen papier in de machine aanwezig is.

(13) Papierstoring in het uitvoergedeelte

![](images/5773253fbde77b4cc4284900614eb86a1a05b04da1d20daebc4ee0120d263ca9.jpg)
natural_image Line drawing of a printer with a paper airplane being inserted (no text or symbols)
Verwijder het vastgelopen papier.

(14) Papier vastgelopen in de zadelsteek afwerkingeenheid (bovenkant)

![](images/d1f54e2c13e99de8fc5deb961efa0faeeefdc612afc689205e2d4dba8153bb3d.jpg)
natural_image Line drawing of a hand placing a component into a storage tray (no text or symbols)
Open bovenste klep en verwijder het vastgelopen papier.

Wanneer een perforatiemodule is geïnstalleerd.

![](images/0fb292fb906c04b8714c83aa9c5809ab78d5d8d288aedaa083e15e6935bef7d3.jpg)
natural_image Illustration of a hand pressing down on a door panel with an arrow indicating left motion (no text or symbols)
Open de voorplaat. ![](images/dec5ac17c1d238256636f6f2e09b57dba9519ea95739d3fa30a848e49e9455cd.jpg)
natural_image Diagram of a mechanical component with a circular arrow indicating rotation or movement (no text or symbols)
Draai aan de draaiknop zoals aangegeven op de afbeelding. ![](images/614b43a56bd1c9dc72d66df97b811cffc7ba7e3fded8bb50d7d4b8078eec8fcb.jpg)
natural_image Line drawing of a hand placing a plastic bag into a container (no text or symbols)
Open bovenste klep en verwijder het vastgelopen papier.

(15) Papier vastgelopen in hoge capaciteitlade

![](images/b8839b5aaee6915012c78fd5c19aafa88c5cd6b83cc998ab48870a9807b21c7a.jpg)
natural_image Line drawing of a hand adjusting a door panel with an arrow indicating direction (no text or symbols)
Schuif de hoge capaciteitlade voorzichtig weg van de hoofdeenheid tot het niet meer verder gaat, terwijl u de ladeontgrendelingshefboom vasthoudt. ![](images/7701ec4036f7137f50adaa243268b7321cc74083ac96861d58a92f96bd20e47d.jpg)
natural_image Line drawing of a door handle with an arrow indicating direction (no text or symbols)
![](images/db97bab9667a4eb68a9e7a705579ea42e7eeff2e860f810830d2bc6a2c15a0ec.jpg)
natural_image Technical line drawing of a mechanical assembly with a clamping tool inserted (no text or symbols)

(16) Papier vastgelopen in de zadelsteek afwerkingeenheid (onderkant)

![](images/74a1a75f610ce3e4c92e250e6d2a14731b6e8769f045ff3c315e60c0c5389c72.jpg)
natural_image Illustration of a hand pressing down on a door panel with an arrow indicating left motion (no text or symbols)
Open de voorplaat. ![](images/c2977bdb2ff2599d2e316edf5151177fa45549d95b6b23ebd8776fd41bc1d55c.jpg) Duw hendel (A) naar rechts en verwijder het vastgelopen papier. ![](images/a59fb30460f4dade8e080e3b53ffef3710ef8596ba4b2b0c0b5853947339f87f.jpg)
natural_image Diagram of a mechanical or electrical component with an arrow indicating rotation, labeled (B), showing no text or symbols.
Duw hendel (B) naar rechts en verwijder het vastgelopen papier. ![](images/1c0768ad9fc97eefd1949987159079c0529935683b7ea3cb5b6fece9acbd9542.jpg)
natural_image Line drawing of a person seated in a chair, viewed from the side (no text or symbols)
Verwijder het vastgelopen papier. ![](images/c4865ff4fbc460821994e4551b8959110c364afaaa81fe6e3412b71cf0c1c78a.jpg)
natural_image Diagram of hands operating a computer case with arrows indicating movement or operation (no text or symbols present)
Trek aan de hendel en schuif de zadelsteek afwerkingseenheid naar links totdat deze niet meer verdergaat. ![](images/88d93878a997d94c753041de3477f7e92385744673b4877de419b6b9d2a4e797.jpg)
natural_image Line drawing of a computer monitor with a hand holding the screen (no text or symbols)
Verwijder het vastgelopen papier.

VASTGELOPEN NIETJES VERWIJDEREN

Volg de onderstaande procedure om vastgelopen nietjes te verwijderen. AFWERKINGEENHEID FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) (pagina 8-16) ZADELSTEEK AFWERKINGSEENHEID (pagina 8-18)

AFWERKINGEENHEID

1 ![](images/3298885f84510a8788997b9d3d2e6e08679202793370851e8d4afc1f729c5bc6.jpg)
natural_image Illustration of a hand holding a wooden plank with a downward arrow indicating compression (no text or symbols)
Open de klep. 2 ![](images/1299601182b0348f14e3794afc17ecdc9518a71ab76f23f253682f2ef7848e0c.jpg)
natural_image Hand inserting a device into a machine (no text or symbols visible)
Druk de hendel naar links en schuif de afwerkingeenheid naar links totdat deze niet meer verdergaat. Schuif de afwerkingeenheid tot tegen de aanslag. 3 ![](images/8b1391940c50860f2fd314613dad0a58901d507e53675934988ac05b19375bb6.jpg)
natural_image Technical illustration of a printer's internal structure showing hand positioning and clamping mechanism (no text or symbols)
Draai de ontgrendelhendel van het nietjesmagazijn omlaag en verwijder het nietjesmagazijn. Trek het nietjesmagazijn aan de rechterzijde uit. 4 ![](images/182dcdb635a4479fd9dfc326b10cb143bae2c89bb3a2f2805992b5f7979be822.jpg)
natural_image Technical line drawing of a mechanical component with arrows indicating assembly or movement (no text or symbols)
Duw de hendel aan de voorzijde van het nietjesmagazijn omhoog en verwijder het vastgelopen nietje. Verwijder het voorste nietje als dit verbogen is. Als er verbogen nietjes achterblijven, zal het apparaat opnieuw vastlopen. ![](images/15fdea97f01111a400815495b4664370d8cbada3df89a2294acde1fdde0c37c9.jpg) Pas op dat u zich niet verwondt aan een verbogen nietje.

5

![](images/de4b7355e30217ffee9f7647107d857172ee0058caa1ca5ac01a02efcfceedee.jpg)
natural_image Technical line drawing of a mechanical housing component with an arrow indicating a directional movement (no text or symbols present)
Duw de hendel aan de voorzijde van het nietjesmagazijn omlaag.

6

![](images/fd00c14fbfe19dd8f9e35aedb6ba9cd8adf0011fdaf2c5fd8f5a378d7c057345.jpg)
natural_image Technical illustration of a printer's internal structure showing a hand inserting a clip into the base panel (no text or symbols present)
Plaats het nietjesmagazijn terug. Duw het nietjesmagazijn naar binnen totdat dit vastklikt.

7

![](images/1f833a4f620ca64bd1a9179accf744ae5bb8436634bed193cdc666e5b77995f4.jpg)
natural_image Illustration of a hand inserting a device into a machine (no text or symbols visible)
Schuif de afwerkingeenheid terug naar rechts. Schuif de afwerkingeenheid terug naar rechts totdat deze op zijn oorspronkelijke plaats vastklikt.

8

![](images/549b3d0076d2a03040b9ba9b32a77103580adb642e08e4691741f1ee8ee4d0f3.jpg)
natural_image Diagram of a vehicle interior showing a door handle and tray with an arrow indicating direction (no text or symbols)
Sluit de klep. ![](images/18afedbe250f9d4c4e40fe3854e8c7891f0d820e1c637f650a5587e2b28f967a.jpg) Maak een testafdruk of -kopie met de nietfunctie aan om te controleren of het apparaat correct niet.

FINISHER (GROTE STAPELEENHEID)

1SHARP MX-M452N - FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) - 1Open de voorklep.
2SHARP MX-M452N - FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) - 2Knijp in de groene stukken van het nietjesmagazijn en trek het magazijn omhoog en dan eruit.
3SHARP MX-M452N - FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) - 3Duw de hendel aan de voorzijde van het nietjesmagazijn omlaag en verwijder het vastgelopen nietje.Verwijder het voorste nietje als dit verbogen is. Als er verbogen nietjes achterblijven, zal het apparaat opnieuw vastlopen.
SHARP MX-M452N - FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) - 4
SHARP MX-M452N - FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) - 5 Pas op dat u zich niet verwondt aan een verbogen nietje.
4SHARP MX-M452N - FINISHER (GROTE STAPELEENHEID) - 6Plaats de hendel terug in de oorspronkelijke stand.
5 ![](images/e8dc1a02a35fb18e1034cf3a5dec835e25e7e5ef49a3f9326132ef9f60322d7c.jpg)
natural_image Line drawing of a hand inserting a component into a wall socket (no text or symbols)
Duw het nietjesmagazijn weer stevig terug. Duw het nietjesmagazijn naar binnen totdat dit vast klikt. 6 ![](images/862cb2d709a457876a6006b8f1eda6406693a26f250560593e650e0ba68810a2.jpg)
natural_image Line drawing of a hand inserting a card into a printer (no text or symbols visible)
Sluit de voorklep. ![](images/504ad408f93979cbebe52c56a9578291bab67644022b3ce37ac2a5c22ba8486d.jpg) Maak een testafdruk of -kopie met de nietfunctie aan om te controleren of het apparaat correct niet.

ZADELSTEEK AFWERKINGSEENHEID

Afwerkingeenheid

1SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 1Open de voorplaat.
2SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 2Trek aan de hendel en schuif de zadelsteek afwerkingseenheid naar links totdat deze niet meer verdergaat.
3SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 3Draai de ontgrendelhendel van het nietjesmagazijn omlaag en verwijder het nietjesmagazijn.Trek het nietjesmagazijn aan de rechterzijde uit.
4SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 4Duw de hendel aan de voorzijde van het nietjesmagazijn omhoog en verwijder het vastgelopen nietje.Verwijder het voorste nietje als dit verbogen is. Als er verbogen nietjes achterblijven, zal het apparaat opnieuw vastlopen.
SHARP MX-M452N - Afwerkingeenheid - 5Duw de hendel aan de voorzijde van het nietjesmagazijn omlaag.
![](images/7244bf8e2fbe7d66c5190bcc6adb994ec16b03a05777748578db518df747bf03.jpg)

Plaats het nietjesmagazijn terug.

Duw het nietjesmagazijn naar binnen totdat dit vastklikt. Duw de zadelsteek afwerkingseenheid terug en koppel deze aan het apparaat. Sluit de voorklep. ![](images/92b82e7845724a11394b2effddb98098c0e56efc92ca4e91012a9d47440b403f.jpg) Maak een testafdruk in de modus Sorteren/Nieten om te controleren of het apparaat correct niet.

Zadelsteek afwerkingseenheid

Verwijder voordat u met deze procedure begint alle afdrukken uit de uitvoerlade van de zadelsteek afwerkingseenheid. Plaats uitgenomen afdrukken niet in de uitvoerlade terug.
1SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 1Open de zijklep.
2SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 2Verwijder de nietjespatroon uit het nietjesmagazijn.
3SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 3Vergrendel het nietjesmagazijn.Druk het nietmagazijn omhoog tot u een klik hoort.
4SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 4Druk (A) omlaag en trek knop (B) omhoog.
5SHARP MX-M452N - Zadelsteek afwerkingseenheid - 5Verwijder vastgelopen nietjes.
![](images/b199612ad155903242e99b63e1ada94a0f6e6935c7d68cebebfc8dc344a67497.jpg) Verwijder het deksel van elk nietjespatroon en installeer daarna de patroon. Maak een testafdruk in de zadelsteekfunctie om te controleren of het apparaat correct niet.

SOFTWARE INSTALLEREN

ALS DE INSTALLATIE IS MISLUKT

- De software kan niet worden geïnstalleerd. 8-22 - Het apparaat wordt niet gedetecteerd (wanneer het is aangesloten op een netwerk)....8-22 - Het Plug and Play-venster verschijnt niet. (USB-aansluiting in Windows) .....8-23 - De printerdriver wordt niet juist geïnstalleerd door Plug and Play (USB-aansluiting in Windows).. .8-24 - De printerdriver kan niet worden geïnstalleerd (Windows 2000/XP/Server 2003) .....8-24 ALS DE INSTALLATIE IS MISLUKT
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
De software kan niet worden geïnstalleerd.Is er voldoende vrije ruimte op uw vaste schijf?Controleer de beschikbare schijfruimte.Verwijder eventueel bestanden en toepassingen die u niet meer gebruikt om meer vrije ruimte te creëren op uw vaste schijf.
Gebruikt u een besturingssysteem dat niet wordt ondersteund?Controleer of de software op uw besturingssysteem kan draaien.Voor uitvoerige informatie over de installatievereisten voor elk softwareprogramma in Windows klikt u op de knop [README weergeven] in het installatieprogramma.In een Macintosh-omgeving kunt u dit controleren in "ReadMe First" in de map [Dutch] ([Nederlands]) in de map [Readme] van de "Software CD-ROM".
Het apparaat wordt niet gedetecteerd (wanneer het is aangesloten op een netwerk).Is het IP-adres van het apparaat geconfigureerd?Controleer de instellingen van het IP-adres.Als het IP-adres van het apparaat niet is geconfigureerd, wordt het apparaat niet gedetecteerd.Controleer of het IP-adres juist is geconfigureerd bij "Netwerk-Instellingen" in de systeeminstellingen van het apparaat (systeembeheerder).→ Systeeminstellingen (Systeembeheerder) > "Netwerk-instellingen"
Is uw computer aangesloten op hetzelfde netwerk als het apparaat?Controleer de status van de netwerkaansluiting.Windows:Als het apparaat en uw computer niet zijn aangesloten op hetzelfde LAN, wordt het apparaat niet gedetecteerd. Als ze zijn aangesloten op twee verschillende subnetwerken, dan klikt u op de knop [Geef voorwaarde op] en geeft u de naam van het apparaat (hostnaam) of het IP-adres op om te zoeken naar het apparaat.Macintosh:Als er meerdere AppleTalk-zones zijn, dan selecteert u in het menu de zone waarop het apparaat is aangesloten.
Het apparaat wordt niet gedetecteerd (wanneer het is aangesloten op een netwerk).Is het apparaat ingeschakeld?Zet de hoofdschakelaar aan en vervolgens de toets [AAN] (In Windows zoekt u opnieuw nadat u het apparaat hebt ingeschakeld.)Als het apparaat niet is ingeschakeld, wordt het niet gedetecteerd.
Is uw computer juist aangesloten op het apparaat?Controleer of de kabel stevig is aangesloten op de LAN-aansluitingen op uw computer en het apparaat. Controleer ook de aansluitingen op de hub.
Het Plug and Play-venster verschijnt niet.(USB-aansluiting in Windows)Is het apparaat ingeschakeld? Wilt u eenUSB-kabel aansluiten, dan moet u zorgen dat het apparaat is ingeschakeld. Vervolgens sluit u de USB-kabel aan op het apparaat. Wanneer het apparaat niet is ingeschakeld, dan zet u de hoofdschakelaar aan en vervolgens de toets [AAN] ( ).
Beschikt uw computer over een USB-aansluiting?Controleer in Apparaatbeheer of op uw computer een USB-interface kan worden gebruikt. (Informatie over "Apparaatbeheer" vindt u in Help in Windows.) Als u USB kunt gebruiken verschijnen uw controller chipset type en Root Hub in "Universele controller voor seriële bus" in "Apparaatbeheer". (Welke items verschijnen verschilt per computer.)Universele controller voor seriële busIntel(R) 82801FB/FBM USB Universal Host Controller - 2658Intel(R) 82801FB/FBM USB Universal Host Controller - 2659Als deze twee items verschijnen, is USB bruikbaar. Als een geel uitroepteken verschijnt naast "Universele controller voor seriële bus" of als de twee items niet verschijnen, raadpleeg dan uw computerhandleiding of neem contact op met uw computerfabrikant om USB in te schakelen. Vervolgens installeert u de printerdriver opnieuw.
Probleem Wat u moet controleren Oplossing
De printerdriver wordt niet juist geïnstalleerd door Plug and Play (USB-aansluiting in Windows).Hebt u het apparaat aangesloten op uw computer voordat u de printerdriver hebt geïnstalleerd?Controleer onderstaande informatie en installeer de printerdriver opnieuw.Als het apparaat via een USB-kabel was aangesloten op uw computer tijdens de installatie van de printerdriver, controleer dan of er nog informatie overblijft over een mislukte installatie bij "Apparaatbeheer". (Informatie over "Apparaatbeheer" vindt u in Help in Windows.)Als de modelnaam van het apparaat verschijnt in "Overige apparaten" in "Apparaatbeheer", verwijdert u deze. Vervolgens start u uw computer opnieuw op en installeert u de printerdriver opnieuw.Overige apparatenSHARPMX-xxxx

▶ De printerdriver kan niet worden geïnstalleerd (Windows 2000/XP/Server 2003)

Als de printerdriver niet kan worden geïnstalleerd op Windows 2000/XP/Server 2003 volg dan onderstaande stappen om uw computerinstellingen te controleren. 1 Klik op de knop [start] en vervolgens op [Configuratiescherm]. In Windows 2000 klikt u op de knop [Start], wijst u [Instellingen] aan en klikt u op [Configuratiescherm]. Klik op [Prestaties en onderhoud] en vervolgens op [Systeem]. In Windows 2000 dubbelklikt u op het pictogram [Systeem]. 3 Krik op het tabblad [Hardware] en vervolgens op de knop [Handtekeningverificatie]. 4 ![](images/528ed322d95bb9c5b24eb86db6f64f44eb1cc94893601377c4e5a533317440d3.jpg) Controleer de instellingen bij "Wat wilt u dat Windows doet?" ("Controle van bestandshandtekeningen" in Windows 2000). Als [Blokkeren] is geselecteerd, kan de printerdriver niet worden geïnstalleerd. Selecteer [Waarschuwen] en installeer de printerdriver opnieuw.

KOPIËREN

PROBLEMEN M.B.T. HET KÖPIËREN

- Er wordt niet gekopieerd. 8-25 - Beeld wordt niet gedraaid. 8-25 - Dubbelzijdig kopiëren vindt niet plaats....8-26 - Het papierformaat van een lade kan niet worden ingesteld....8-26

PROBLEMEN M.B.T. KOPIEERRESULTATEN

- De afdruk is te licht of te donker. 8-27 - Deel van de afbeelding wordt afgesneden....8-27 • Kopie komt er blanco uit. 8-27 - Als u het onderwerp waar u naar op zoek bent niet kunt vinden in bovenstaande inhoudsopgave, zie "ALGEMENE PROBLEMEN" (pagina 8-48). - Bent u niet in staat een probleem op te lossen met behulp van de oplossingen in deze handleiding, zet de machine dan uit met behulp van de [AAN] knop ( Ⓞ ) en de hoofdschakelaar. Wacht tenminste 10 seconden en druk dan de hoofdschakelaar en de [AAN] ( ⚫knop weer in. Als de LIJN-indicator brandt of de DATA-indicator brandt of knippert, mag u de hoofdschakelaar niet uitschakelen of het netsnoer niet uit het stopcontact halen. Dit zou de harde schijf kunnen beschadigen of kunnen zorgen voor verlies van opgeslagen of ontvangen data.

PROBLEMEN M.B.T. HET KOPIËREN

Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Er wordt niet gekopieerd.Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (systeembeheerder).Als de gebruikersauthenticatie ingeschakeld is, is het mogelijk dat u niet alle functies mag gebruiken. Dat wordt bepaald in uw gebruikersinstellingen.
Beeld wordt niet gedraaid.Heeft u de papiergrootte of kopieerfactor handmatig ingesteld?Kopieer met behulp van automatische papierselectie en automatische kopieerfactorselectie.
Gebruikt u instellingen waarbij gedraaid kopieren niet mogelijk is?Gedraaid kopieren kan doorgaans wel worden gecombineerd met andere speciale instellingen, maar sommige combinaties zijn niet mogelijk. Indien u een combinatie hebt geselecteerd die niet mogelijk is volgt er een melding op het toetsenpaneel.
Is "Instelling Draaien Kopie"uitgeschakeld in de Systeeminstellingen (systeembeheerder)?Controleer bij uw systeembeheerder.Bent u zelf de systeembeheerder, schakel dan "Instelling Draaien Kopie".→ Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen Kopieerfunctie" > "Overige instellingen" > "Instelling Draaien Kopie" > √
Dubbelzijdig kopiëren vindt niet plaats.Geeft de papiersoortinstelling van de geselecteerde lade een papiersoort aan dat niet kan worden gebruikt voor dubbelzijdig kopiëren?Controleer "Lade-Instellingen" in de systeeminstellingen.Indien het [Duplex Uitschakelen] vakje is aangevinkt☑ kan er bij die lade niet dubbelzijdig worden gekopieerd. Verander de papiersoortinstelling in een soort dat wel voor dubbelzijdig kopiëren kan worden gebruikt.→ Systeeminstellingen > "Papierlade-Instellingen" > "Lade-Instellingen" > "Wijzigen"
Gebruikt u een speciaal formaat of een speciaal soort papier?Voor de papiersoorten en -formaten die voor dubbelzijdig afdrukken kunnen worden gebruikt, raadpleegt u "SPECIFICATIES" in de Beknopte bedieningshandleiding.
Gebruikt u instellingen waarbij dubbelzijdig kopiëren niet mogelijk is?Dubbelzijdig kopiëren kan doorgaans wel worden gecombineerd met andere speciale instellingen, maar sommige combinaties zijn niet mogelijk. Indien u een combinatie hebt geselecteerd die niet mogelijk is volgt er een melding op het toetsenpaneel.
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (beheerder).Als de gebruikersauthenticatie ingeschakeld is, is het mogelijk dat u niet alle functies mag gebruiken. Dat wordt bepaald in uw gebruikersinstellingen. Controleer bij uw systeembeheerder.
Het papierformaat van een lade kan niet worden ingesteld.Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (beheerder).
PROBLEMEN M.B.T. KOPIEERRESULTATEN
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
De afdruk is te licht of te donker.Is de afbeelding is te licht of te donker?Selecteer de correcte belichtingsinstelling voor het te kopiëren origineel en pas het belichtingsniveau handmatig aan.
Is de juiste belichtingsinstelling voor het origineel geselecteerd?Selecteer een van de volgende instellingen afhankelijk van het origineel.TekstGebruik deze functie voor normale tekstdocumenten.Tekst/Afged.FotoDeze functie biedt de beste balans voor het kopiëren van een origineel dat uit zowel tekst als afgedrukte foto's bestaat, zoals een tijdschrift of catalogus.Tekst/FotoDeze functie biedt de beste balans voor het kopiëren van een origineel dat uit zowel tekst als foto's bestaat, zoals een tekstdocument met een opgeplakte foto.Afgedrukte FotoDeze functie is het beste voor het kopiëren van afgedrukte foto's, zoals foto's in een tijdschrift of catalogus.FotoGebruik deze functie voor het kopiëren van foto's.MapDeze functie is het best voor het kopiëren van lichte kleurtinten en kleine tekst die vaak op kaarten voorkomen.Met de speciale functie [Scherpte] kunt u de omtrek van de afbeelding verscherpen of de afbeelding verzachten.
Deel van de afbeelding wordt afgesneden.Staat de juiste verhouding ingesteld tussen het formaat van het origineel en het papierformaat?Selecteer de juiste verhoudinginstelling.
Gebruikt u een normaal inch-formaat (AB)?Als u een origineel van een inch-formaat (AB) kopieert, moet u het origineelformaat handmatig specificeren.
Kopie komt er blanco uit.Is het origineel op de juiste manier geplaatst met de afdrukzijde boven of beneden?Op de glasplaat moet het origineel met de afdrukzijde naar beneden worden geplaatst. Het origineel moet met de afdrukzijde naar beneden worden geplaatst wanneer u de automatische origineelinvoer gebruikt.

AFDRUKKEN

PROBLEMEN M.B.T. HET AFDRUKKEN

- Er wordt niet geprint....8-28 - Dubbelzijdig printen vindt niet plaats. 8-30 - Het lukt niet om een bestand uit een gedeelde map op de computer direct af te drukken. . . . . . . . 8-30 - Een lade, afwerkingeenheid of andere randapparatuur van het apparaat kan niet worden gebruikt. . .8-30

PROBLEMEN M.B.T. AFDRUKRESULTATEN

- De afdruk is te licht of te donker. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-31 - Tekst en lijnen zijn vaag en moeilijk te lezen....8-31 - Deel van de afbeelding wordt afgesneden....8-31 - De afbeelding wordt 180 graden gedraaid afgedrukt ....8-32 - Er worden veel nonsenskarakters afgedrukt. 8-32 - Als u het onderwerp waar u naar op zoek bent niet kunt vinden in bovenstaande inhoudsopgave, zie "ALGEMENE PROBLEMEN" (pagina 8-48). - Bent u niet in staat een probleem op te lossen met behulp van de oplossingen in deze handleiding, zet de machine dan uit met behulp van de [AAN] knop ( Ⓞ) en de hoofdschakelaar. Wacht tenminste 10 seconden en druk dan de hoofdschakelaar en de [AAN] ( ⚫) knop weer in. Als de LIJN-indicator brandt of de DATA-indicator brandt of knippert, mag u de hoofdschakelaar niet uitschakelen of het netsnoer niet uit het stopcontact halen. Dit zou de harde schijf kunnen beschadigen of kunnen zorgen voor verlies van opgeslagen of ontvangen data.

PROBLEMEN M.B.T. HET AFDRUKKEN

Probleem Wat u moet controleren Oplossing
Er wordt niet geprint. Is uw computer juist aangesloten op het apparaat?Controleer of de kabel stevig is aangesloten op de LAN-aansluiting of de USB-aansluiting op uw computer en het apparaat.Als uw computer deel uitmaakt van een netwerk controleer dan ook de verbinding met de hub.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "ZIJDE EN ACHTER" (pagina 1-7)
Staat het apparaat geregistreerd op hetzelfde netwerk (LAN, etc) als uw computer?
Het apparaat moet met hetzelfde netwerk verbonden zijn als uw computer.Als u niet weet op welk netwerk het apparaat is aangesloten, vraag dit dan na bij de systeembeheerder.
Er wordt niet geprint. Staat het juiste IP-adres geselecteerd?(Windows)Controleer de instelling van het IP-adres.Als het apparaat geen permanent IP-adres heeft (het apparaat ontvangt een IP-adres van een DHCP-server) kan er niet worden geprint als het IP-adres verandert. Druk om het IP-adres van het apparaat te controleren de "Lijst Alle Gebruikersinstellingen" in de systeeminstellingen af. Als het IP-adres is veranderd, pas dan de poortinstelling in de printerdriver aan.→ Systeeminstellingen > "Lijst afdrukken (gebruiker)" > "Lijst Alle Gebruikersinstellingen"⇨ Beknopte bedieningshandleidingIndien het IP-adres regelmatig verandert verdient het aanbeveling om een permanent IP-adres aan het apparaat toe te wijzen.→ Systeeminstellingen (Systeembeheerder) > "Netwerk-instellingen"
Gebruikt u een printerpoort die werd aangemaakt met standaard-TCP/IP-poort?(Windows 2000/XP/Server 2003/Vista/Server 2008)Controleer de instellingen van uw computer.Wanneer een poort werd gebruikt die werd aangemaakt met standaard-TCP/IP-poort in Windows en het aankruisvakje [SNMP-status ingeschakeld] is ,is het mogelijk dat u niet correct kunt afdrukken. Wijzig het aankruisvakje [SNMP-status ingeschakeld] in .⇨ 1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "SOFTWARE-INSTALLATIE" (pagina 1-78)
Is "Verbind via" ingesteld op [Ethernet] voor AppleTalk?(Mac OS 9.0-9.2.2)Open [AppleTalk] vanuit [Regelpanelen] en zorg dat [Ethernet] geselecteerd staat in het "Verbind via" menu.Printen is niet mogelijk als [Ethernet] niet geselecteerd staat.
Verkeert uw computer in een onstabiele staat?Start uw computer opnieuw op.Soms is printen niet mogelijk als u meerdere applicaties tegelijk open hebt of als u onvoldoende geheugen of ruimte op uw harde schijf hebt.
Is het apparaat correct gespecificeerd in de software-applicatie die u voor het printen gebruikt?Zorg dat de printerdriver van het apparaat geselecteerd staat in het Print scherm van de applicatie.Indien de printerdriver niet in de lijst van beschikbare printerdrivers staat, kan het zijn dat deze niet correct is geïnstalleerd. Verwijder de printerdriver en installeer hem opnieuw.⇨ 1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "SOFTWARE-INSTALLATIE" (pagina 1-78)
Werken de apparaten die zorgen voor de netwerkverbinding naar behoren?Controleer of de routers en andere netwerkapparatuur naar behoren functioneren.Als een apparaat niet is ingeschakeld of een foutmelding geeft, zie dan de handleiding van het apparaat om het probleem te herstellen.
Is de I/O timeout instelling te kort?Controleer bij uw systeembeheerder.Indien de I/O timeout instelling te kort is kunnen er zich fouten voordoen bij het wegschrijven naar de printer. Vraag de systeembeheerder van het apparaat om de correctie tijd in te stellen bij "I/O-Time-Out".→ Systeeminstellingen (Systeembeheerder) > "Printerinstellingen" > "Interface-Instellingen" > "I/O-Time-Out"
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Er wordt niet geprint. Is er een Kennisgeving Pagina afgedrukt?Controleer de afgedrukte Kennisgeving Pagina.Een Kennisgevings Pagina wordt afgedrukt om de oorzaak van het probleem aan te geven als een printopdracht niet zoals aangegeven kan worden uitgevoerd en de oorzaak niet in de display wordt weergegeven. Lees de uitgeprinte pagina en voer de relevante stappen uit.Een Kennisgevings Pagina kan bijvoorbeeld worden afgedrukt in de volgende situaties.Een printopdracht is te groot voor het geheugen.Er is een functie opgegeven die door de systeembeheerder niet wordt toegestaan.De fabrieksinstellingen voor de Kennisgevings Pagina's zijn uitgeschakeld.
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?
Dubbelzijdig printen vindt niet plaats.Geeft de papiersoortinstelling van de geselecteerde papierlade een papiersoort aan dat niet kan worden gebruikt voor dubbelzijdig printen?Controleer "Lade-Instellingen" in de systeeminstellingen.Indien het [Duplex Uitschakelen] hokje is geselecteerdkan er bij die lade niet dubbelzijdig worden gekopieerd. Verander de papiersoortinstelling in een soort dat wel voor dubbelzijdig kopiëren kan worden gebruikt.→ Systeeminstellingen > "Papierlade-Instellingen" > "Lade-Instellingen" > "Wijzigen"
Gebruikt u een speciaal formaat of een speciaal soort papier?Voor de papiersoorten en -formaten die voor dubbelzijdig afdrukken kunnen worden gebruikt, raadpleegt u "SPECIFICATIES" in de Beknopte bedieningshandleiding.
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (systeembeheerder).Als de gebruikersauthenticatie ingeschakeld is, is het mogelijk dat u niet alle functies mag gebruiken. Dat wordt bepaald in uw gebruikersinstellingen. Controleer bij uw systeembeheerder.
Het lukt niet om een bestand uit een gedeelde map op de computer direct af te drukken.Is "IPsec-instellingen" ingeschakeld op de machine?Controleer bij uw systeembeheerder.Wanneer "IPsec-instellingen" is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder), is rechtstreeks afdrukken van een bestand uit een gedeelde map niet mogelijk in sommige computeromgevingen.→ Systeeminstellingen (Systeembeheerder) > "Beveiligingsinstellingen" > "IPsec-instellingen"
Een lade, afwerkingeenheid of andere randapparatuur van het apparaat kan niet worden gebruikt.Is de randapparatuur van het apparaat geconfigureerd in de printerdriver?Open de printerkenmerken en klik op de [Automatische configuratie] knop in de [Configuratie] tab. (Windows)Zie "SOFTWARE-INSTALLATIE" (pagina 1-78) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" als automatische configuratie niet kan worden uitgevoerd.
PROBLEMEN M.B.T. AFDRUKRESULTATEN
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
De afdruk is te licht of te donker.Behoeft de afdruk (vooral in geval van een foto) correctie?(Windows)Controleer de instellingen van de printerdriver.Helderheid en contrast kunnen worden aangepast door [Beeldafstelling] in de [Geavanceerd] tab van de printerdriver. Deze instellingen kunnen worden gebruikt voor eenvoudige correcties wanneer er geen beeldbewerkingssoftware op uw computer is geïnstalleerd.
Tekst en lijnen zijn vaag en moeilijk te lezen.Werden er kleurengegevens afgedrukt?(Windows)Controleer de instellingen van de printerdriver.Als gekleurde tekst en lijnen worden afgedrukt, worden ze soms vaag en moeilijk te lezen. Om gekleurde tekst of lijnen (vakken) die vaag zijn in zwart om te zetten selecteert u [Tekst naar zwart] of [Vector naar zwart] in de [Geavanceerd] tab van de printerdriver.(Rastergegevens zoals bitmapafbeeldingen kunnen niet worden aangepast.)
Deel van de afbeelding wordt afgesneden.Komt het papierformaat zoals dat is opgegeven bij de printopdracht overeen met het papier in de lade?Zorg dat het ingestelde papierformaat overeenkomt met het formaat van het papier in de lade.U selecteert het papierformaat als volgt:Windows:Op de [Papier] tab van de printerdriver.Controleer indien [Aanpassen aan pagina] is geselecteerd het papier in de lade en het ingestelde papierformaat.Macintosh:In het [Pagina-instelling] menu.
Is de afdrukstand (staand of liggend) correct?Pas de afdrukstand aan de afbeelding aan.U selecteert de afdrukstand als volgt:Windows: Op de [Algemeen] tab van de printerdriver.Macintosh: In het [Pagina-instelling] menu.
Staan de marges correct ingesteld in de opmaakinstellingen van de applicatie?Selecteer het juiste papierformaat en de juiste marges in de opmaakinstellingen van de applicatie.Als de marge van de afbeelding buiten het afdrukbare gebied van het apparaat komt zal deze wegvallen.
De afbeelding wordt 180 graden gedraaid afgedruktGebruikt u een papiersoort (tabpapier, geperforeerd papier etc.) dat alleen in een vaste richting kan worden ingeladen?Draai de afbeelding 180 graden voordat u begint met afdrukken.Als de grootte van de afbeelding en het papierformaat gelijk zijn maar de printrichting verschilt, wordt de printrichting van de afbeelding automatisch geroteerd om aan het papier aangepast te worden. Als het papier echter alleen in een vaste richting kan worden ingevoerd kan dit tot gevolg hebben dat de afbeelding 180 graden gedraaid wordt afgedrukt.U selecteert de 180 graden rotatie-instelling als volgt: Windows:Op de [Algemeen] tab van de printerdriver.Macintosh:In het [Pagina-instelling] menu. (Alleen liggende printrichting).(In Mac OS 9.0 tot 9.2.2, in het [PostScript-opties] menu van het [Pagina-instelling] menu.)
Is de juiste inbindpositie geselecteerd voor dubbelzijdig printen?Zorg dat u de juiste inbindoptie hebt ingesteld.Als u dubbelzijdige afdrukken maakt wordt elke tweede pagina 180 graden gedraaid afgedrukt als schrijfblok is geselecteerd als inbindoptie.U selecteert de inbindoptie als volgt:Windows:Op de [Algemeen] tab van de printerdriver.Macintosh:In het [Lay-out] menu van het printerscherm. (In Mac OS 9.0 tot 9.2.2, in [Uitvoer/Documenttype].)
Er worden veel nonsenskarakters afgedrukt.Verkeert uw computer of het apparaat in een onstabiele staat?Annuleer de printopdracht, start uw computer en het apparaat opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken.Indien er nog maar weinig ruimte is in uw geheugen of op de harde schijf van uw computer, of als er veel opdrachten zijn ingegeven en het apparaat nog maar weinig geheugen vrij heeft, kan het zijn dat de afgedrukte tekst veel nonsenskarakters bevat.Om het afdrukken te annulerenWindows:Dubbelklik op het printericoontje rechts onderin de taakbalk en klik op "Alle documenten annuleren" (Printertaken verwijderen) in het [Printer] menu.Macintosh:Dubbelklik op de naam van het apparaat in de printerlijst, selecteer de printopdracht die u wilt annuleren en wis deze. (In Mac OS 9.0 tot 9.2.2, dubbelklik op het printericoontje op uw bureaublad, selecteer de printopdracht die u wilt annuleren en wis deze.)Op het apparaat:Druk op de [OPDRACHT STATUS] knop op het configuratiescherm, druk op de [Afdrukopdr.] knop om van scherm te veranderen, druk op de knop van de printopdracht die u wilt wissen en druk op de [Stop/Wis] knop. Er verschijnt een melding om de annulering te bevestigen. Druk op [Ja].Als het apparaat na de herstart nog steeds nonsenskarakters afdrukt vraag dan uw systeembeheerser om de timeoutinstelling "I/O-Time-Out" in de systeeminstellingen aan te passen (systeembeheerder).→ Systeeminstellingen (Systeembeheerder) > "Printerinstellingen" > "Interface-Instellingen" > "I/O-Time-Out"Indien na bovengenoemde maatregelen nog steeds nonsenskarakters worden afgedrukt, verwijder dan de printerdriver en installeer deze opnieuw.

FAX

PROBLEMEN MET BETREKKING TÓT HET VERZENDEN

- Er vindt geen verzending plaats....8-34 - Het verzonden fax wordt aan de ontvangende zijde blanco afgedrukt. 8-35 - De verzonden fax wordt door de ontvangende faxmachine verkleind....8-35 - Verzending begint niet op het aangegeven tijdstip. 8-36

PROBLEMEN MET BETREKKING TOT ONTVANGST

- Afdrukken vindt niet plaats na ontvangst....8-36 - Handmatige ontvangst / ontvangstnavraag zijn niet mogelijk. 8-36 - Het ontvangen beeld is vaag. 8-36 - De machine begint niet met de faxontvangst....8-37

PROBLEMEN MET BETREKKING TOT TELEFONEREN

- Kiezen is niet mogelijk. 8-37 - U kunt niet met de andere partij spreken....8-37

PROBLEMEN MET BETREKKING TOT GELUIDSIGNALEN

- Het volume is te laag. 8-37 - Er is geen geluid. 8-37

PROBLEMEN IN VERBAND MET AFZONDERLIJKE ONE-TOUCH-TOETSEN / GROEPTOETSEN

- Een afzonderlijke one-touch-toets of een groeptoets kan niet worden opgeslagen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-38 - Een individuele sneltoets of groepstoets kan niet worden gecorrigeerd of gewist.....8-38 - Als u het onderwerp waar u naar op zoek bent niet kunt vinden in bovenstaande inhoudsopgave, zie "ALGEMENE PROBLEMEN" (pagina 8-48). - Bent u niet in staat een probleem op te lossen met behulp van de oplossingen in deze handleiding, zet de machine dan uit met behulp van de [AAN] knop ( Ⓞ ) en de hoofdschakelaar. Wacht tenminste 10 seconden en druk dan de hoofdschakelaar en de [AAN] ( Ⓚknop weer in. Als de LIJN-indicator brandt of de DATA-indicator brandt of knippert, mag u de hoofdschakelaar niet uitschakelen of het netsnoer niet uit het stopcontact halen. Dit zou de harde schijf kunnen beschadigen of kunnen zorgen voor verlies van opgeslagen of ontvangen data. PROBLEMEN MET BETREKKING TOT HET VERZENDEN
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Er vindt geen verzending plaats.Is de telefoonkabel goed aangesloten? Controleer het contact van de telefoonlijn, de wandcontactdoos en eventuele adaptors om er zeker van te zijn dat alle verbindingen goed zijn aangesloten.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "ZIJDE EN ACHTER" (pagina 1-7)
Is de juiste belfunctie voor uw lijn ingesteld?Vraag uw beheerder om na te gaan of de "Kiesmodusinstelling" op de juiste manier is ingesteld voor de lijn die u gebruikt.→ Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen beeld verzenden" > "Faxinstellingen" > "Fax-Standaardinstellingen" > "Kiesmodusinstelling"
Heeft u een "in gesprek"-toon ontvangen?Wanneer u een "in gesprek"-toon ontvangt, wordt de verzending tijdelijk geannuleerd en na een korte onderbreking wordt een nieuwe poging gedaan verbinding te krijgen. (Standaard fabrieksinstelling: 2 pogingen met tussenpozen van 3 min.)→ Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen beeld verzenden" > "Faxinstellingen" > "Instellingen Fax Verzenden" > "Opnieuw oproepen indien bezet"Om de verzending te annuleren drukt u op de [Opdrachtstatus]-toets, op de toets van de opdracht die u wilt annuleren en vervolgens op de [Stop./Wis.]-toets.
Vond er een communicatiefout plaats? Wanneer er een fout optreedt die de verzending verhindert, wordt de verzending tijdelijk geannuleerd en na een korte onderbreking wordt een nieuwe poging gedaan verbinding te krijgen. (Standaard fabrieksinstelling: intervallen van 3 minuten)→ Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen beeld verzenden" > "Faxinstellingen" > "Instellingen Fax Verzenden" > "Opnieuw bellen indien communicatiefout"Om de verzending te annuleren drukt u op de [Opdrachtstatus]-toets, op de toets van de opdracht die u wilt annuleren en vervolgens op de [Stop./Wis.]-toets. De machine ondersteunt ook de foutcorrectiefunctie (ECM) en wordt automatisch ingesteld om elk deel van het faxbericht opnieuw te verzenden dat wegens storing op de lijn niet is overgekomen.→ Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen beeld verzenden" > "Faxinstellingen" > "Fax-Standaardinstellingen" > "ECM"
Verschijnt er een melding die aangeeft dat het geheugen vol is?Als het geheugen vol raakt, zal de verzending geannuleerd worden. Verdeel de originelen in sets en fax elke set afzonderlijk of gebruik directe verzending.
Verschijnt er een melding dat het origineelformaat niet werd gedetecteerd?Plaats nogmaals het origineel. Als het origineelformaat nog steeds niet correct wordt gedetecteerd, voer dan het origineelformaat handmatig in.
Er vindt geen verzending plaats.Geeft het opdrachtstatusscherm (voltooide opdrachten) of het transactierapport aan dat de verzending mislukte?Verricht de transactie opnieuw.Als de verzending na het terugbellen - zoals ingesteld in "Opnieuw oproepen indien bezet" en "Opnieuw bellen indien communicatiefout" - nog steeds niet succesvol is, zal de verzendingsfout aangegeven worden in het opdrachtstatusscherm en het transactierapport.→ Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen beeld verzenden" > "Faxinstellingen" > "Instellingen Fax Verzenden" > "Opnieuw oproepen indien bezet"→ Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen beeld verzenden" > "Faxinstellingen" > "Instellingen Fax Verzenden" > "Opnieuw bellen indien communicatiefout"
Hebt u een origineel van lang formaat op de glasplaat geplaatst bij het scannen?Plaats deze originelen in de origineelinvoerlade van de automatische documentinvoer.Een origineel van lang formaat kunt u niet scannen vanaf de glasplaat.
Hebt u een gevouwen origineel geplaatst?Volg de aanwijzingen op het scherm: vouw het origineel open, plaats het opnieuw in de automatische documentinvoer en scan opnieuw.Als u een gevouwen origineel in de automatische documentinvoer hebt geplaatst, treedt een fout op en wordt het scannen geannuleerd wanneer het werkelijk origineelformaat wordt gedetecteerd tijdens het scannen.
Zijn subadres en wachtwoord correct?(Wanneer u gebruikmaakt van een verzending met F-code)Overleg met degene die de andere machine bedient om er zeker van zijn dat het subadres en wachtwoord correct zijn.
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Als de gebruikersauthenticatie ingeschakeld is, is het mogelijk dat u niet alle functies mag gebruiken. Dat wordt bepaald in uw gebruikersinstellingen.
Het verzonden fax wordt aan de ontvangende zijde blanco afgedrukt.Is het origineel op de juiste manier geplaatst met de afdrukzijde boven of beneden?Plaats het origineel op de juiste manier en verzend de fax opnieuw.Op de glasplaat moet het origineel met de afdrukzijde naar beneden worden geplaatst. Het origineel moet met de afdrukzijde naar beneden worden geplaatst wanneer u de automatische origineelinvoer gebruikt. Plaats het origineel op de juiste manier en verzend de fax opnieuw.
Als de ontvangende machine thermisch papier gebruikt, was het thermische papier met de verkeerde kant naar buiten geplaatst?Overleg met degene die de andere machine bedient.
De verzonden fax wordt door de ontvangende faxmachine verkleind.Is beelddraaiing geactiveerd?Activeer "Instelling Verzenden Draaiing" voor de verzending.Wanneer "Instelling Verzenden Draaiing" niet geactiveerd is (het beeld is niet geroteerd), kan een origineel dat in verticale richting geplaatst is, verkleind worden door de ontvangende machine.→Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen beeld verzenden" > "Faxinstellingen" > "Instellingen Fax Verzenden" > "Instelling Verzenden Draaiing">Als "Origineel gem. form." in de speciale functies is ingeschakeld en er wordt een origineel met een andere breedte verzonden, wordt gedraaid verzenden uitgeschakeld.
Verzending begint niet op het aangegeven tijdstip.Is de klok van de machine op de juiste tijd ingesteld?Stel de klok van de machine op de juiste tijd in.→ Systeeminstellingen > "Standaard-instellingen" > "Klok" > "Klok aanpassen"
Is het systeem bezig met verzenden? Als de machine bezig is met het versturen van een andere verzending op het moment van het opgegeven tijdstip, zal de opdracht worden uitgevoerd nadat deze verzending is voltooid.
PROBLEMEN MET BETREKKING TOT ONTVANGST
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Afdrukken vindt niet plaats na ontvangst.Verschijnt er in het display bericht met de instructie om papier of toner bij te vullen? (Wanneer dit scherm verschijnt is afdrukken niet mogelijk.)Herstel afdrukfunctie zoals aangegeven in de melding.
Verschijnt er een wachtwoord in het invoerscherm?Voer een correct wachtwoord in met het numerieke toetsenbord."Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" is geactiveerd.Als u het wachtwoord niet weet, overleg dan met uw beheerder.
Is afdrukken met beeldafsnijding gedeactiveerd in de systeeminstellingen (beheerder)?Laad hetzelfde papierformaat als de ontvangen fax.Als "Werkelijk formaat afscheuren bijsnijden uitgeschakeld" geactiveerd is in "Instelling Afdrukstijl" van de systeeminstellingen (beheerder) en er wordt een fax ontvangen die groter is dan het papier dat geladen is, dan zal de ontvangen fax zonder te worden afgedrukt in het geheugen worden opgeslagen. (Maar als een fax langer is dan A3-formaat (11" x 17"), zal het worden afgedrukt op meerdere vellen papier.)
Is de optie doorsturen (Inbound routing-functie) geselecteerd in de webpagina voor een ontvangen fax?Vraag uw beheerder als u een ontvangen fax wilt afdrukken.Wanneer de Inbound routing-functie geactiveerd is in de webpagina's, worden ontvangen faxen automatisch naar een ingevoerd adres doorgestuurd. Als de optie "Afdrukken bij fouten" geselecteerd is wanneer Inbound routing-functie is geactiveerd, worden ontvangen faxen alleen afgedrukt wanneer er een fout plaatsvindt.
Handmatige ontvangst/ontvangstnavraag zijn niet mogelijk.Is er weinig geheugen over? Maak geheugen vrij door faxen af te drukken die u hebt ontvangen via vertrouwelijke ontvangst en andere ontvangen gegevens die met een wachtwoord worden beschermd en wis gegevens die in geheugenvakken werden opgeslagen.
Het ontvangen beeld is vaag.Was het origineel dat gefaxt werd ook vaag?Vraag de afzender de fax opnieuw te sturen met een juiste (donkerdere) belichtinginstelling.
De machine begint niet met de faxontvangst.Is de ontvangstfunctie ingesteld op "Handmatige ontvangst" in de systeem instellingen (beheerder)?Stel de ontvangstmodus in op "Automat. Ontvangst". Wanneer de ontvangstfunctie is ingesteld op "Handmatige ontvangst", zal de machine niet automatisch faxen ontvangen. → Systeeminstellingen > "Faxdata ontvangen/doorsturen" > Faxinstellingen" > "Ontvangstinstellingen"
Is er weinig geheugen over?Zorg voor meer beschikbare geheugenruimte.U kunt de hoeveelheid beschikbaar geheugen vergroten door vertrouwelijk ontvangen faxen en andere met een wachtwoord beveiligde gegevens af te drukken en door gegevens te wissen die zijn opgeslagen in geheugenvakken.
PROBLEMEN MET BETREKKING TOT TELEFONEREN
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Kiezen is niet mogelijk.Is de extra telefoon aangesloten? Controleer de aansluitingen.Controleer het contact van de telefoonlijn, het contact van de extra telefoon, de wandcontactdoos en eventuele adaptors om er zeker van te zijn dat alle verbindingen goed zijn aangesloten.
U kunt niet met de andere partij spreken.Hebt u het nummer gevormd met gebruik van de luidspreker?Gebruik de extra telefoon.Als u het nummer vormt met gebruik van de luidspreker, zult u de stem van de andere partij kunnen horen, maar hij of zij zal uw stem niet horen. (Als de extra telefoon niet geïnstalleerd is, kunt u niet met de andere partij praten.)
PROBLEMEN MET BETREKKING TOT GELUIDSIGNALEN
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Het volume is te laag.LuidsprekerB e l v o l u m eLijncontroleFaxontvangstsignaalSignaal faxverzending voltooidFoutsignaal faxcommunicatieIs het volume op een laag niveau ingesteld in de systeeminstellingen (beheerder)?Vraag uw beheerder om het volume in "Luidsprekerinstellingen" op een hoger niveau in te stellen.→Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen beeld verzenden" > "Faxinstellingen" > "Fax-Standaardinstellingen" > "Luidsprekerinstellingen"
Er is geen geluid.B e l v o l u m eLijncontroleFaxontvangstsignaalSignaal faxverzending voltooidFoutsignaal faxcommunicatieIs het belvolume uitgeschakeld in de systeem instellingen (beheerder)?Vraag uw beheerder om het volume in "Luidsprekerinstellingen" anders dan "Geen geluid" in te stellen.→ Systeeminstellingen (beheerder) > "Instellingen beeld verzenden" > "Faxinstellingen" > "Fax-Standaardinstellingen" > "Luidsprekerinstellingen"
PROBLEMEN IN VERBAND MET AFZONDERLIJKE ONE-TOUCH-TOETSEN / GROEPTOETSEN
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Een afzonderlijke one-touch-toets of een groeptoets kan niet worden opgeslagen.Is het maximaal aantal toetsen al opgeslagen?Wis de one-touch-toetsen en groeptoetsen die niet worden gebruikt
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (systeembeheerder).
Een individuele sneltoets of groepstoets kan niet worden gecorrigeerd of gewist.In het geval van een individuele toets: maakt deze deel uit van een groep?Verwijder de toets uit de groep en maak dan de correctie of wis de toets. (Als de toets in meerdere groepen is opgenomen, moet hij uit alle groepen worden verwijderd.)→ Systeeminstellingen > "Adresbeheer" > "Adresboek"Maak indien er meerdere groepstoetsen zijn opgeslagen een uitdraai van de Groepslijst in "Adreslijst Wordt Verzonden" in de systeeminstellingen. De lijst geeft aan waar de toets is opgeslagen.→ Systeeminstellingen > "Lijst afdrukken (gebruiker)" > "Adreslijst Wordt Verzonden" > "Groepslijst"
Wordt de toets gebruikt in een gereserveerde verzending of in een verzending die al gaande is?Wacht tot de verzending is afgerond of annuleer de verzending en corrigeer of verwijder dan de toets.
Maakt de toets deel uit van een programma toets?Verwijder de toets uit het programma en doe dan de aanpassing of annuleer de toets. (Als de toets in meerdere programma's is opgenomen, moet hij uit alle programma's worden verwijderd.)→ Systeeminstellingen > "Adresbeheer" > "Programma"Maak indien er meerdere programmatoetsen zijn opgeslagen een uitdraai van de Progammalijst in "Adreslijst Wordt Verzonden" in de systeeminstellingen. De lijst geeft aan waar de individuele en groepstoetsen zijn opgeslagen.→ Systeeminstellingen > "Lijst afdrukken (gebruiker)" > "Adreslijst Wordt Verzonden" > "Programmalijst"
Is de toets die u wilt bewerken of verwijderen opgeslagen als een relay-bestemming of een relay-distributieverzending met F-code?Verwijder de toets uit de relay-bestemmingen of de relay-distributieverzending met F-code en bewerk of verwijder de toets.Een groeps- of afzonderlijke one-touch-toets die opgeslagen is als een relay-bestemming kan niet bewerkt of gewist worden.→ Systeeminstellingen > "Adresbeheer" > "F-Codegeheugenvak"
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (beheerder).
Heeft de beheerder een functie ingeschakeld die bewerken/verwijderen verhindert?Controleer bij uw systeembeheerder.Als uw beheerder instellingen zoals "Instelling voor inkomende routing" (in de webpagina 's) heeft geactiveerd, zal bewerken/verwijderen niet mogelijk zijn.

SCANNEN / INTERNETFAX

PROBLEMEN MET BETREKKING TOT SCANNEN / INTERNETFAXWERKING

- Er vindt geen verzending plaats....8-39 • U kunt het adres niet opgeven....8-40 - U kunt de modus niet selecteren. 8-40 - Het ontvangen beeldbestand kan niet worden geopend. 8-40 - Verzenden duurt erg lang. 8-41 - Een bestemming staat voorgeselecteerd....8-41 - Kan niet naar USB-geheugen schrijven....8-41

PROBLEMEN M.B.T. SCANRESULTATEN

- Het gescande beeld is afgesneden. 8-42 - De kwaliteit van het gescande beeld is slecht. 8-42 - Het gescande beeld is blanco. 8-42 - Het gescande beeld is 90 of 180 graden gedraaid weergegeven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-42 - Het gescande beeld is zwart-wit. 8-43 - Het bestand was geselecteerd als JPEG, maar werd aangemaakt als TIFF-bestand....8-43 - Het beeld is te licht of te donker. (Bij gebruik van een PC Scan.) 8-43

PROBLEMEN IN VERBAND MET AFZONDERLIJKE ONE-TOUCH-TOETSEN / GROEPTOETSEN

- Een afzonderlijke one-touch-toets of een groeptoets kan niet worden opgeslagen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-44 - Een individuele sneltoets of groepstoets kan niet worden gecorrigeerd of gewist.....8-44 \- Als u het onderwerp waar u naar op zoek bent niet kunt vinden in bovenstaande inhoudsopgave, zie "ALGEMENE PROBLEMEN" (pagina 8-48). \- Bent u niet in staat een probleem op te lossen met behulp van de oplossingen in deze handleiding, zet de machine dan uit met behulp van de [AAN] knop ( Ⓞ ) en de hoofdschakelaar. Wacht tenminste 10 seconden en druk dan de hoofdschakelaar en de [AAN] ( Ⓚknop weer in. Als de LIJN-indicator brandt of de DATA-indicator brandt of knippert, mag u de hoofdschakelaar niet uitschakelen of het netsnoer niet uit het stopcontact halen. Dit zou de harde schijf kunnen beschadigen of kunnen zorgen voor verlies van opgeslagen of ontvangen data.

PROBLEMEN MET BETREKKING TOT SCANNEN / INTERNETFAXWERKING

Probleem Wat u moet controleren Oplossing

Er vindt geen verzending plaats. Heeft u de juiste bestemming geselecteerd? Is de juiste informatie (e-mailadres of FTP serverinformatie) ingevoerd voor die bestemming? Zorg dat de juiste bestemmingsinformatie is ingevoerd voor de bestemming en dat de juiste bestemming staat geselecteerd. Als het gescande document niet per e-mail kon worden verzonden (Scannen naar e-mail), is het mogelijk dat een foutbericht zoals "Undelivered Message" naar het e-mailadres van de beheerder wordt verzonden. Die informatie kan nuttig zijn om de oorzaak van het probleem op te sporen.
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Er wordt niet verzonden.Overschrijdt het beeldbestand de limiet voor e-mailbijlagen in de systeeminstellingen (systeembeheerder)?Controleer bij uw systeembeheerder.Als de beheerder een limiet heeft ingesteld voor de grootte van te verzenden bestanden, kunt u een bestand groter dan de limiet niet verzenden.
Was het beeldbestand groter dan de toegestane grootte voor bijlagen binnen uw mailserver?(Indien Scan naar E-mail wordt gebruikt.)Verklein de omvang van het bestand in de bijlage (beperk het aantal te scannen pagina's).U kunt de grootte van dit bestand ook beperken door te scannen met een lagere resolutie. Vraag aan de beheerder van uw mailserver wat de maximaal toegelaten grootte is voor het bestand dat per e-mail moet worden verzonden.
Is de map op de bestemmingscomputer ingesteld als gedeelde map zodat u bestanden daarheen kunt zenden?(Indien Scan naar Netwerk Map wordt gebruikt.)Indien de bestemmingsfolder niet geconfigureerd is als gedeelde map, selecteer dan "deel" in de mapeigenschappen.Indien de map is verplaatst of anderszins is gewijzigd, kan het zijn dan de deel instelling is geannuleerd.
Is "IPsec-instellingen" ingeschakeld op de machine?(Indien Scan naar Netwerk Map wordt gebruikt.)Wanneer "IPsec-instellingen" is ingeschakeld in de systeeminstellingen (beheerder), is scannen naar een gedeeld bestand niet mogelijk in sommige computeromgevingen.Raadpleeg uw beheerder voor informatie over "IPsec-instellingen".→ Systeeminstellingen (Systeembeheerder) > "Beveiligingsinstellingen" > "IPsec-instellingen"
Hebt u een origineel van lang formaat op de glasplaat geplaatst bij het scannen?Plaats deze originelen in de origineelinvoerlade van de automatische documentinvoer.Een origineel van lang formaat kunt u niet scannen vanaf de glasplaat.
Hebt u een gevouwen origineel geplaatst?Volg de aanwijzingen op het scherm: vouw het origineel open, plaats het opnieuw in de automatische documentinvoer en scan opnieuw.Als u een gevouwen origineel in de automatische documentinvoer hebt geplaatst, treedt een fout op en wordt het scannen geannuleerd wanneer het werkelijk origineelformaat wordt gedetecteerd tijdens het scannen.
U kunt het adres niet opgeven.Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (systeembeheerder). Controleer bij uw systeembeheerder.Als de gebruikersauthenticatie ingeschakeld is, is het mogelijk dat u niet alle functies mag gebruiken. Dat wordt bepaald in uw gebruikersinstellingen.
U kunt de modus niet selecteren.
Het ontvangen beeldbestand kan niet worden geopend.Ondersteunt het viewerprogramma van de ontvanger de bestandsindeling van de ontvangen beelddata?Gebruik een programma dat in staat is het geselecteerde bestandstype en de compressiemodus te openen.Mogelijk kan de ontvanger het bestand wel openen als u het bestandstype en de compressiemodus aanpast voor het verzenden.
Verschijnt er een melding waarin om uw wachtwoord wordt gevraagd?Vraag de zender om het wachtwoord, of laat het beeld opnieuw in ongecodeerde vorm versturen.Het ontvangen bestand is een gecodeerd PDF bestand.
Verzenden duurt erg lang.Is de resolutie-instelling geschikt wanneer u scant?Selecteer de juiste resolutie- en gegevenscompressie-instellingen voor de verzending.Om afbeeldingen te creëren die qua resolutie en bestandsformaat in balans zijn, moet u op het volgende letten:Resolutie-instellingenDe standaardinstelling voor resolutie is [200X200dpi] in scanner- en USB-geheugenmodus en [200X100dpi] in internetfaxmodus. Als het origineel geen halftoonafbeelding bevat zoals een foto of illustratie, krijgt u een praktische, nuttige afbeelding door te scannen op de standaardresolutie. Een hogere resolutie-instelling of de instelling "Halftoon" (in internetfaxmodus) selecteert u alleen als het origineel een foto bevat en u prioriteit wilt geven aan de kwaliteit van de fotoafbeelding. Dan creëert u wel een groter bestand dan met de standaardinstelling.
Een bestemming staat voorgeselecteerd.Is "Instelling standaard adres" ingeschakeld in de systeeminstellingen (systeembeheerder)?Als u iets wilt versturen naar een andere dan de standaard ingegeven bestemming, toetst u de [Annuleren] toets in.Als u de beheerder bent en de standaardbestemming wilt wijzigen of uitschakelen, wijzigt u de instellingen navenant in "Instelling standaard adres".→ Systeeminstellingen (Systeembeheerder) > "Instellingen Beeld Verz" > "Scaninstellingen" > "Instelling standaard adres"
Kan niet naar USB-geheugen schrijven.(Bij gebruik van een USB-geheugen.)Is het aangesloten USB-apparaat juist herkend?Met "USB-apparaatcontrole" in de systeeminstellingen kunt u controleren of het apparaat al dan niet kan worden herkend.→ Systeeminstellingen > "USB-apparaatcontrole" Als het niet wordt herkend, sluit u het opnieuw aan.
PROBLEMEN M.B.T. SCANRESULTATEN
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Het gescande beeld is afgesneden.Is de grootte van de scansetting kleiner dan het origineel?Stel de scangrootte in op de grootte van het origineel. Heeft u opzettelijk een kleinere omvang ingesteld dan de oorspronkelijke grootte zorg dan voor zeer precieze plaatsing van het origineel voor het scannen. Bijvoorbeeld, als u een A4-origineel (8-1/2" x 11") scant met de instelling B5 (5-1/2" x 8-1/2") op de origineelplaat, dan moet u het origineel juist leggen met behulp van de schaalverdeling aan de linkerkant van de origineelplaat, om het gebied dat u wenst in te scannen in het scangebied van het formaat B5 (5-1/2" x 8-1/2") te leggen.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "HET ORIGINEEL OP DE GLASPLAAT PLAATSEN" (pagina 1-40)
De kwaliteit van het gescande beeld is slecht.Komt het origineel uit drukwerk zoals een boek of tijdschrift?Gebruik de volgende methode om verticale patronen (moiré) te beperken.Als het origineel drukwerk is, dan is het mogelijk dat verticale patronen (moiré) verschijnen. Tip op de toets [Belichting] in het basisscherm om het instelscherm voor de belichting te openen. De checkbox [Moiré-Reductie] verschijnt in dit scherm. Die checkbox van worden geselecteerd om het moiré-effect te verminderen. (enkel in de scanmodus en de scanmodus voor USB-geheugen) Soms is het ook mogelijk om het moiré-effect te verminderen door de resolutie-instelling te wijzigen of door het origineel een beetje te verschuiven (of de hoek ervan te wijzigen) op de origineelplaat.
Staat bij het inscannen van een gekleurd of grijsgetint origineel de kleurfunctie ingesteld op "Mono2"?Het instellen van de kleurfunctie of "Mono2" vervangt de kleuren in het origineel door hetzij zwart of wit. Dit is geschikt voor originelen met alleen tekst. Om een document met illustraties of andere afbeeldingen te scannen, stelt u de kleurmodus in op [Grijstinten] of [Meerkleuren].
Is er een bestemming ingevoerd die [TIFF-S] als bestandsindeling geselecteerd heeft?Wilt u een gescand beeld met een hoge resolutie versturen naar scanfunctiebestemmingen, stuur dan het beeld als individueel bestand.Bij verzendingen met zowel scanfunctiebestemmingen als Internet faxbestemmingen met bestandstype [TIFF-S] blijft de resolutie onveranderd op [200X200dpi], zelfs als u een andere resolutie instelt.
Het gescande beeld is blanco.Is het origineel op de juiste manier geplaatst met de afdrukzijde boven of beneden?Plaats het thermische papier op de juiste manier en verzend de fax opnieuw.Op de glasplaat moet het origineel met de afdrukzijde naar beneden worden geplaatst. Het origineel moet met de afdrukzijde naar beneden worden geplaatst wanneer u de automatische origineelinvoer gebruikt.
Het gescande beeld is 90 of 180 graden gedraaid weergegeven.Zijn er bij het verzenden Internet faxadressen betrokken?Stuur de afbeelding in een aparte zending naar de scanfunctiebestemmingen.Als bij de verzending zowel de scanfunctie als Internet faxbestemmingen zijn betrokken, dan krijgt de oorspronkelijke verzendrichting van de Internet fax voorrang, zodat het bestand mogelijk niet in de juiste richting verschijnt wanneer men deze op een computer bekijkt.
Het gescande beeld is zwart-wit.Zijn internetfax of faxbestemmingen opgenomen?Druk op de toets [Start].Als Internetfax- of faxbestemmingen opgenomen zijn, zal er enkel in zwart-wit worden gescand.
Het bestand was geselecteerd als JPEG, maar werd aangemaakt als TIFF-bestand.Is de kleuruitbreidingskit geïnstalleerd?Wijzig de kleurmodus in [Meerkleuren] en druk vervolgens op de toets [START].Wanneer [JPEG] is geselecteerd als bestandstype en de afbeelding wordt gescand in Mono 2 zal er een TIFF-bestand worden aangemaakt.
Het beeld is te licht of te donker. (Bij gebruik van een PC Scan.)Is de drempelwaarde wel geschikt?Controleer de instelling "Zwart/Wit drempel".Wanneer scannen van de TWAIN driver met [Mono 2 gradatie] is geselecteerd vanuit de [Kleurmodus] van het venster "Professioneel", selecteert u de instelling "Zwart/Wit drempel". Een hoge drempelwaarde geeft een donkerder beeld en een lage drempelwaarde geeft een lichter beeld. Om de "Zwart/Wit drempel" automatisch aan te passen klikt u op de [Auto drempel] knop in de [Beeld] tab van het "Professioneel" scherm.
Zijn de helderheid en de contrastinstellingen correct?Wanneer de helderheid en contrastinstellingen niet geschikt zijn (bijvoorbeeld als het gescande beeld te licht is) klikt u op de toets [Automatische afstelling van helderheid / contrast] knop in de tab [Kleur] van het scherm "Professioneel". U kunt ook de [Helderheid / Contrast] knop gebruiken om de helderheid en het contrast in te stellen bij het bekijken van de gescande afbeelding.
PROBLEMEN IN VERBAND MET AFZONDERLIJKE ONE-TOUCH-TOETSEN / GROEPTOETSEN
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Een afzonderlijke one-touch-toets of een groeptoets kan niet worden opgeslagen.Is het maximaal aantal toetsen al opgeslagen?Pas het aantal opgeslagen toetsen aan.Wis de one-touch-toetsen (of groeptoetsen) die niet worden gebruikt
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (beheerder).
Een individuele sneltoets of groepstoets kan niet worden gecorrigeerd of gewist.In het geval van een individuele toets: maakt deze deel uit van een groep?Verwijder de toets uit de groep en maak dan de correctie of wis de toets.(Als de toets in meerdere groepen is opgenomen, moet hij uit alle groepen worden verwijderd.)→ Systeeminstellingen > "Adresbeheer" > "Adresboek"Maak indien er meerdere groepstoetsen zijn opgeslagen een uitdraai van de Groepslijst in "Adreslijst Wordt Verzonden" in de systeeminstellingen. De lijst geeft aan waar de toets is opgeslagen.→ Systeeminstellingen > "Lijst afdrukken (gebruiker)" > "Adreslijst Wordt Verzonden" > "Groepslijst"
Wordt de toets gebruikt in een gereserveerde verzending of in een verzending die al gaande is?Wacht tot de verzending is afgerond of annuleer de verzending en corrigeer of verwijder dan de toets.
Maakt de toets deel uit van een programma toets?Verwijder de toets uit het programma en doe dan de aanpassing of annuleer de toets.(Als de toets in meerdere programma's is opgenomen, moet hij uit alle programma's worden verwijderd.)→ Systeeminstellingen > "Adresbeheer" > "Programma"Maak indien er meerdere programmastoetsen zijn opgeslagen een uitdraai van de Progammalijst in "Adreslijst Wordt Verzonden" in de systeeminstellingen. De lijst geeft aan waar de individuele en groepstoetsen zijn opgeslagen.→ Systeeminstellingen > "Lijst afdrukken (gebruiker)" > "Adreslijst Wordt Verzonden" > "Programmalijst"
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (beheerder).
Heeft de beheerder een functie ingeschakeld die bewerken/verwijderen verhindert?Controleer bij uw systeembeheerder.Als de beheerder "Instelling standaard adres" (op het apparaat) heeft ingeschakeld, of "Instelling voor inkomende routing" (op de webpagina's) is bewerken en verwijderen niet mogelijk.

DOCUMENTOPSLAG

PROBLEMEN M.B.T. ARCHIVEREN

- Er vindt geen documentopslag plaats. 8-45 - Gearchiveerde gegevens kunt u niet afdrukken. 8-45 - Een opdracht kan niet wordt opgeslagen in een aangepaste map. 8-46

PROBLEMEN M.B.T. BESTANDSBEHEER

- Een opgeslagen bestand is verdwenen....8-46 - Een bestand kan niet worden gewist....8-46 - De eigenschappen van een bestand kunnen niet op [Vertrouwelijk] worden ingesteld....8-46 - Een vertrouwelijk bestand of een vertrouwelijke map gaat niet open. 8-46 - Een bestandsnaam kan niet worden opgeslagen of veranderd....8-46 - Een aangepaste mapnaam kan niet worden opgeslagen of veranderd....8-46 - Een bestandsnaam word afgekort....8-47 \- Als u het onderwerp waar u naar op zoek bent niet kunt vinden in bovenstaande inhoudsopgave, zie "ALGEMENE PROBLEMEN" (pagina 8-48). \- Bent u niet in staat een probleem op te lossen met behulp van de oplossingen in deze handleiding, zet de machine dan uit met behulp van de [AAN] knop (⑥) en de hoofdschakelaar. Wacht tenminste 10 seconden en druk dan de hoofdschakelaar en de [AAN] (⑧) knop weer in. Als de LIJN-indicator brandt of de DATA-indicator brandt of knippert, mag u de hoofdschakelaar niet uitschakelen of het netsnoer niet uit het stopcontact halen. Dit zou de harde schijf kunnen beschadigen of kunnen zorgen voor verlies van opgeslagen of ontvangen data.

PROBLEMEN M.B.T. ARCHIVEREN

Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Er vindt geen documentopslag plaats.Heeft u de documentopslag instellingen in de printerdriver geselecteerd?Schakel de instellingen voor documentarchivering in.In afdrukmodus schakelt u documentarchivering in op het tabblad [Taakverwerking] van de printerdriver.In kopieermodus of beeldverzendmodus drukt u op de toets [Snelbestand] of de toets [Bestand] en gebruikt u vervolgens de functie documentarchivering.
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (beheerder).Als de gebruikersauthenticatie ingeschakeld is, is het mogelijk dat u niet alle functies mag gebruiken. Dat wordt bepaald in uw gebruikersinstellingen. Controleer bij uw systeembeheerder.
Gearchiveerde gegevens kunt u niet afdrukken.Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (beheerder).Als de gebruikersauthenticatie ingeschakeld is, is het mogelijk dat u niet alle functies mag gebruiken. Dat wordt bepaald in uw gebruikersinstellingen. Controleerbij uw systeembeheerder.
Een opdracht kan niet wordt opgeslagen in een aangepaste map.Verschijnen er aangepaste mappen in "Mapinformatie"? (Tijdens het printen)Klik op de [Mapnaam opvragen] knop in het documentopslagscherm van de printerdriver om de aangepaste mappen op te halen die op het apparaat zijn aangemaakt.
Heeft de aangepaste map een wachtwoord?Geef het wachtwoord op dat is geconfigureerd op het apparaat in het scherm voor het opslaan van bestanden.
PROBLEMEN M.B.T. BESTANDSBEHEER
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Een opgeslagen bestand is verdwenen.Hebt u op de toets [Gegevens afdrk. en verwijderen] gedrukt om een opgeslagen bestand af te drukken?Een bestand dat is afgedrukt met behulp van de toets [Gegevens afdrk. en verwijderen] wordt automatisch gewist na het printen. Om een bestand af te drukken zonder het te wissen, drukt u op de toets [Gegevens afdrukken en opslaan].Deze bestandseigenschap kan op "Beschermen" worden ingesteld, zodat het bestand niet zomaar kan worden gewist.
Is automatisch verwijderen van documentarchiveringsbestanden ingeschakeld?Mocht een bestand dat u nodig hebt gewist zijn, neem dan contact op met de beheerder van de machine.Wanneer "Automatisch verwijderen van bestandinstelling" ingeschakeld is in de systeeminstellingen (beheerder), worden de bestanden in de opgegeven mappen regelmatig verwijderd. (Zelfs wanneer het een bestand met de eigenschap "Vertrouwelijk" of "Beveiligen" betreft, kan het bestand gewist worden.)
Een bestand kan niet worden gewist.Staat de eigenschappen van het bestand ingesteld op [Beveiligen]?Verander de eigenschappen in [Delen] en wis dan het bestand.Een bestand kan niet worden gewist als de eigenschappen staan ingesteld op [Beveiligen].
De eigenschappen van een bestand kunnen niet op [Vertrouwelijk] worden ingesteld.Staat het bestand in de snelmap? Verplaats het bestand naar een andere map en geef vervolgens "Vertrouwelijk" op.U kunt "Vertrouwelijk" niet opgeven voor een bestand in de snelmap. (U kunt "Beveiligen" opgeven voor een bestand in de snelmap om te voorkomen dat het gemakkelijk wordt verwijderd.)
Een vertrouwelijk bestand of een vertrouwelijke map gaat niet open.Heeft u een foutief wachtwoord ingevoerd?Vraag het uw beheerder.Als u het wachtwoord bent vergeten, is het mogelijk om het wachtwoord van het bestand of de map in de systeeminstellingen (beheerder) te wijzigen in een nieuw wachtwoord.
Een bestandsnaam kan niet worden opgeslagen of veranderd.Bevat de bestandsnaam tekens die niet mogen worden gebruikt in een bestands- of mapnaam?De volgende karakters mogen niet worden gebruikt in de naam van bestanden of mappen:\ ? / "; : , < > ! * & # |
Een aangepaste mapnaam kan niet worden opgeslagen of veranderd.
Een bestandsnaam word afgekort.Is de bestandnaam opgeslagen in de geavanceerde verzendinstellingen bij het verzenden van een scan of Internet fax?Indien de naam werd opgeslagen in de geavanceerde verzendinstellingen voordat het Snelbestand of Bestand werden geconfigureerd zal die naam worden gebruikt voor het opgeslagen bestand. Indien het aantal tekens in de naam het maximum toegestane aantal tekens voor een Snelbestand overschrijdt (30 tekens), worden alle tekens na het 30e teken weggelaten.

ALGEMENE PROBLEMEN

PROBLEMEN M.B.T. DE BEDIENING VAN DE MACHINE

• Gespecificeerde apparaatfuncties kunt u niet gebruiken....8-49 - Het bedieningspaneel kan niet worden gebruikt. 8-49 - Printen is niet mogelijk of het printen stopt tijdens een opdracht....8-50 - Het oorspronkelijke formaat wordt niet automatisch geselecteerd of het verkeerde formaat wordt geselecteerd. 8-50 - Aangegeven papierformaat voor de handinvoerlade is niet correct....8-51

PROBLEMEN M.B.T. PAPIERTOEVOER EN -UITVOER

- Het origineel loopt vast (automatische documentinvoer)....8-51 - Het papier loopt vast. 8-52 - De afbeelding op het papier uit de lade voor handinvoer is scheef gedrukt. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-53 - De afbeelding op papier staat scheef. 8-53 • The automatische documentinvoer functioneert niet.....8-53

PROBLEMEN M.B.T. KWALITEIT/AFDRUKRESULTATEN

- Er verschijnen lijnen in de gescande afbeelding. 8-53 • Vlekken op de print. 8-53 - Toner hecht niet goed of er verschijnen vouwen in het papier. 8-54 - Slechte printkwaliteit. 8-54 - Deel van de afbeelding wordt afgesneden....8-54 - Er wordt op de verkeerde zijde van het papier afgedrukt. 8-54 - Een kaft of insteekvel wordt niet op het opgegeven papier afgedrukt. 8-55

PROBLEMEN M.B.T. RANDAPPARATUUR

- Het aangesloten USB apparaat kan niet worden gebruikt....8-55 - Het aangesloten USB-geheugen kan niet worden gebruikt....8-55 - De afwerkingseenheid / zadelsteek afwerkingseenheid werkt niet. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-55 - Er wordt niet geniet (inclusief pamfletnieten)....8-55 - Er wordt niet geperforeerd....8-57 - De nietpositie of perforatiepositie is niet correct. 8-57 - Er wordt niet gevouwen....8-57

OVERIGE PROBLEMEN

• Voorvertoningen of miniatuurafbeeldingen worden niet weergegeven. 8-57 • Toetsenpaneelscherm is moeilijk af te lezen....8-58 • U bent afgemeld zonder zelf te zijn uitgelogd. 8-58 • U bent het systeembeheerder wachtwoord vergeten. 8-58 Bent u niet in staat een probleem op te lossen met behulp van de oplossingen in deze handleiding, zet de machine dan uit met behulp van de [AAN] knop ( Ⓞ ) en de hoofdschakelaar. Wacht tenminste 10 seconden en druk dan de hoofdschakelaar en de [AAN] ( ⚫knop weer in. Als de LIJN-indicator brandt of de DATA-indicator brandt of knippert, mag u de hoofdschakelaar niet uitschakelen of het netsnoer niet uit het stopcontact halen. Dit zou de harde schijf kunnen beschadigen of kunnen zorgen voor verlies van opgeslagen of ontvangen data. PROBLEMEN M.B.T. DE BEDIENING VAN DE MACHINE
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Gespecificeerde apparaatfuncties kunt u niet gebruiken.Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (systeembeheerder). Controleer bij uw systeembeheerder.Als de gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, zijn de functies die u kunt gebruiken en het totaal aantal pagina's mogelijk beperkt in uw gebruikersinstellingen.
Het bedieningspaneel kan niet worden gebruikt.Brandt het aan-lampje? Als de AAN-indicator niet brandt, schakel het apparaat dan in. Controleer of de stekker stevig in het stopcontact zit, zet de hoofdschakelaar aan en druk op de [AAN] knop ( Ⓤom het apparaat aan te zetten.
Heeft u het apparaat zojuist pas aangezet?Wacht tot een melding verschijnt die aangeeft dat het apparaat klaar voor gebruik is.Nadat de [AAN] knop ( Ⓤis ingedrukt, heeft de machine wat tijd nodig om de opwarmcyclus te doorlopen.Gedurende deze opwarmtijd kunt u al wel functies kiezen, maar het apparaat kan nog geen opdrachten uitvoeren.
Knippert de [SPAARSTAND] toets ( Ⓤ)Druk op de toets [SPAARSTAND] ( Ⓤom Automatisch uitschakelen uit te schakelen.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "TOETS [SPAARSTAND]" (pagina 1-16)
Staat er een deksel open of is een apparaat niet aangesloten op de printer?Lees de melding en voer de relevante stappen uit.Er verschijnt een waarschuwing als er een deksel openstaat of een apparaat niet op de printer is aangesloten.
Kon u drie maal achtereen niet inloggen?Meld u aan met de juiste gebruikersgegevens.Als in de systeeminstellingen "Waarschuwing wanneer aanmelden mislukt" is geactiveerd (systeembeheerder) en u drie maal achtereen niet kunt inloggen, verschijnt er een waarschuwing en is het apparaat 5 minuten geblokkeerd. Als het apparaat weer vrijgegeven wordt logt u in met de juiste gebruikersinformatie. (Als u uw gebruikersinformatie niet kent, neem dan contact op met uw systeembeheerder.)
Verschijnt er een melding die aangeeft dat automatisch inloggen niet is geslaagd?Neem contact op met uw systeembeheerder.Automatisch inloggen is niet geslaagd door een probleem met het netwerk.Bent u de systeembeheerder, activeer dan de [Beheerderswachtw] toets, log in als systeembeheerder en pas de systeeminstellingen tijdelijk aan (systeembeheerder). (Herstel de oorspronkelijke instellingen als het netwerkprobleem weer is opgelost.)
Het bedieningspaneel kan niet worden gebruikt.Verschijnt de melding "Bel servicedienst. Code:xx-xx*. " in het toetsenpaneel?*Er verschijnen letters en cijfers in de plaats van xx-xx.Schakel het apparaat uit en weer aan. Controleer of de LIJN-indicator niet brandt en de DATA indicator niet knippert of brandt en schakel vervolgens de toets [AAN] (Yen de hoofdschakelaar uit. Wacht tenminste tien seconden en zet de hoofdschakelaar en de toets [AAN] (Yeer aan, in die volgorde. Als dezelfde melding blijft verschijnen nadat u de [AAN] knop (Yen de hoofdvoedingsschakelaar meerdere malen hebt uit- en ingeschakeld, is er zeer waarschijnlijk een storing opgetreden waarvoor service is vereist. Stop in dit geval de machine, haal het snoer uit het stopcontact en neem contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger. (Geef uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger de getoonde foutmelding door, wanneer u contact met hen opneemt.)
Printen is niet mogelijk of het printen stopt tijdens een opdracht.Zit er nog papier in de lade?Voeg papier toe volgens de aanwijzingen in het bericht op het toetsenpaneel.
Is de toner in het apparaat op? Vervang de tonercartridge. Als een tonercartridge leeg raakt, verschijnt een melding om aan te geven dat de cartridge moet worden vervangen. Raadpleeg "ONDERHOUD" (pagina 1-66) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor het vervangen van de tonercartridge.
Is het papier vastgelopen?Verwijder het vastgelopen papier volgens de instructies in de display. VERWIJDEREN VAN VASTGELOPEN PAPIER (pagina 8-9)
Is de uitvoerlade vol?Verwijder de output uit de lade en hervat het printen. Als de uitvoerlade vol is, wordt een sensor geactiveerd en stopt de machine met afdrukken.
Is de toner inzamelcontainer vol? Vervang de toner inzamelcontainer volgens de instructies in het bericht op het aanraakscherm. 1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "ONDERHOUD" (pagina 1-66)
Zijn er in de Papierlade-Instellingen van de systeeminstellingen beperkingen gedefinieerd voor de lades die per functie kunnen worden gebruikt (kopiëren, printen, Internet Fax, en documentarchivering)?Controleer de Papierlade-Instellingen en kijk of er bij elke functie een vinkje staat. (Bezig met invoeren van goedgekeurde opdracht) Functies die niet zijn aangevinkt kunnen niet voor printen worden gebruikt bij die lade. → Systeeminstellingen > "Papierlade-Instellingen" > "Lade-Instellingen" > "Wijzigen" >
Het oorspronkelijke formaat wordt niet automatisch geselecteerd of het verkeerde formaat wordt geselecteerd.Is het origineel omgekruld of gevouwen?Strijk het origineel vlak. Het juiste originele formaat kan niet worden gevonden als het origineel omgekruld of gevouwen is.
Heeft u een origineel geplaatst dan kleiner is dan het A5 (5-1/2" x 8-1/2") formaat?Voer het formaat van het origineel handmatig in. Originelen die kleiner zijn dan A5 (5-1/2" x 8-1/2") worden niet herkend. Als u een klein origineel scant op de documentenglasplaat, is het handig om een blanco vel papier bovenopen dit origineel te leggen van het zelfde formaat (A4 (8-1/2" x 11"), B5 (8-1/2" x 11"R), etc.) als het papier dat u wilt gebruiken om op te printen.
Aangegeven papierformaat voor de handinvoerlade is niet correct.Is het uitschuifgedeelte van de handinvoerlade uitgetrokken?Trek het verlengstuk van de handinvoerlade naar buiten.Als u papier in het uitschuifgedeelte van de handinvoerlade doet moet u deze helemaal uittrekken zodat het juiste papierformaat kan worden gevonden.
PROBLEMEN M.B.T. PAPIERTOEVOER EN -UITVOER
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Het origineel loopt vast (automatische documentinvoer).Is er teveel papier geladen in de origineelinvoerlade?Zorg dat de stapel papier in de lade niet boven de aangegeven lijn uitkomt.
Is het origineel een lang origineel?Als u de automatische origineelinvoer gebruikt om een lang origineel te scannen, stel het scanformaat dan in op [Lang Form.].(Let op, lange originelen kunnen niet worden gekopieerd met de kopieerfunctie.)
Is het origineel van dun papier?Gebruik de documentglasplaat voor het scannen van het origineel.Als u de automatische documentinvoer moet gebruiken, gebruik dan de langzame scanfunctie in de speciale functies om het origineel te scannen.
Is de aanvoerrol vuil?Reinig het oppervlak van de aanvoerrol van de origineelinvoer.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "ONDERHOUD" (pagina 1-66)
Het papier loopt vast. Ziter een afgescheurd stuk papier vast in het apparaat?Zorg dat alle papier wordt verwijderd.VERWIJDEREN VAN VASTGELOPEN PAPIER (pagina 8-9)
Zit er te veel papier in de lade? Zorg dat de stapel papier in de lade niet boven de aangegeven lijn uitkomt.
Worden er meerdere vellen papier tegelijk ingevoerd?Waaier het papier goed uit voordat u het plaatst.SHARP MX-M452N - OVERIGE PROBLEMEN - 1
Gebruikt u papier dat niet aan de specificaties voldoet?Gebruik door SHARP aanbevolen papier.Het gebruik van papier dat niet wordt aanbevolen kan leiden tot vastlopen, kreukelen of vlekken."VERBRUIKSGOEDEREN" in de Beknopte bedieningshandleiding.Raadpleeg "BRUIKBAAR PAPIER" (pagina 1-28) in "1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT" voor informatie over papier dat niet is toegestaan of aanbevolen.
Is het papier in de lade vochtig? Als u het papier in een lade langere tijd niet zult gebruiken, verwijder dit dan uit de lade en bewaar het in een zak, op een donkere, droge plaats.
Zijn de geleiders van de handinvoerlade op de breedte van het papier ingesteld?Pas de geleiders van de handinvoerlade aan de breedte van het papier aan.
Is het uitschuifgedeelte van de handinvoerlade uitgetrokken?Bij het invoeren van een groot formaat papier moet u het uitschuifgedeelte uittrekken.
Is de handinvoerrol vuil? Reinig het oppervlak van de handinvoerrol.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "ONDERHOUD" (pagina 1-66)
Is er A5 (5-1/2" x 8-1/2") papier geladen?Plaats papier in lade 3 (tweede lade) of in de handinvoerlade.Papier van A5-formaat (5-1/2" x 8-1/2") kan niet in andere lades worden gebruikt.Als u papier van A5-formaat (5-1/2" x 8-1/2") in de machine laadt, leg het dan in horizontale richting (A5R (5-1/2" x 8-1/2"R)).
Staat het juiste papierformaat ingesteld?Als u een speciaal papierformaat gebruikt zorg dan dat u het formaat instelt.Als er een ander formaat papier in de lade is gedaan controleer dan de papierformaat instelling.→ Systeeminstellingen > "Papierlade-Instellingen" > "Lade-Instellingen"
Heeft u papier in de lade voor handinvoer gedaan?Verwijder bij het toevoegen van papier eventueel resterend papier uit de handinvoerlade, combineer het met het toe te voegen papier en plaats het papier als één stapel terug.Als u papier toevoegt zonder dit te combineren met het resterende papier, kan het apparaat vastlopen.
De afbeelding op het papier uit de lade voor handinvoer is scheef gedrukt.Is het papier op de juiste wijze in de papierlade gedaan?Stel de geleiders af op de maat van het papier.Zorg dat de hoogte van het papier niet boven de aangegeven lijn uitkomt.
Zijn er in de Papierlade-Instellingen van de systeeminstellingen beperkingen gedefinieerd voor de lades die per functie kunnen worden gebruikt (kopiëren, printen, Internet Fax, en documentarchivering)?Controleer de Papierlade-Instellingen en kijk of er bij elke functie een vinkje staat. (Bezig met invoeren van goedgekeurde opdracht).Functies die niet zijn aangevinkt kunnen niet voor printen worden gebruikt bij die lade.→ Systeeminstellingen > "Papierlade-Instellingen" > "Lade-Instellingen" > "Wijzigen" > [√]
De afbeelding op papier staat scheef.Zit er te veel papier in de handinvoerlade?Doe niet meer in de lade dan het maximum toegestane aantal vellen.Het maximum toegestane aantal vellen hangt af van de ingestelde papiersoort. Zie "SPECIFICATIES" in de Beknopte bedieningshandleiding voor meer informatie.
Zijn de geleiders van de handinvoerlade op de breedte van het papier ingesteld?Pas de geleiders van de handinvoerlade aan de breedte van het papier aan.
Zijn de origineelgeleiders aan de breedte van het papier aangepastPas de origineelgeleiders aan de breedte van het papier aan.
The automatische documentinvoer functioneert niet.Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (systeembeheerder).

PROBLEMEN M.B.T. KWALITEIT/AFDRUKRESULTATEN

Probleem Wat u moet controleren Oplossing
Er verschijnen lijnen in de gescande afbeelding.Is de glasplaat of de automatische documentinvoer vuil?Reinig de glasplaat of de automatische documentinvoer.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "ONDERHOUD" (pagina 1-66)
Is de handinvoerrol vuil? Reinig het oppervlak van de handinvoerrol.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "ONDERHOUD" (pagina 1-66)
Vlekken op de print. Gebruikt u papier dat niet aan de specificaties voldoet?Gebruik door SHARP aanbevolen papier.Het gebruik van papier voor andere modellen of speciaal papier dat niet wordt aanbevolen kan leiden tot vastlopen, kreuken of vlekken."VERBRUIKSGOEDEREN" in de Beknopte bedieningshandleiding.
Gebruikt u voorgeperforeerd papier?
Verschijnt er een melding dat er onderhoud noodzakelijk is?
Neem zo snel mogelijk contact op met uw dealer of de dichtst bijzijnde erkende servicevertegenwoordiger.
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Toner hecht niet goed of er verschijnen vouwen in het papier.Gebruikt u papier dat niet aan de specificaties voldoet?Gebruik door SHARP aanbevolen papier.Het gebruik van papier voor andere modellen of speciaal papier dat niet wordt aanbevolen kan leiden tot vastlopen, kreuken of vlekken." "VERBRUIKSGOEDEREN" in de Beknopte bedieningshandleiding.
Heeft u het juiste papiersoort ingesteld?Stel het juiste papiersoort in bij de lade-instellingen.Let vooral op het volgende:U gebruikt een zware kwaliteit papier maar er staat bij de lade-instellingen een andere papiersoort ingesteld. (de afbeelding kan bij wrijving verdwijnen.)Er worden een andere papiersoort gebruikt dan zwaar papier, maar er staat bij de lade-instellingen zwaar papier ingesteld. (Dit kan leiden tot kreuken en vastlopen.)→ Systeeminstellingen > "Papierlade-Instellingen" > "Lade-Instellingen"
Is het papier op zo'n manier geladen dat er op de achterkant wordt afgedrukt?Controleer of het papier zo is geplaatst dat op de juiste zijde van het papier wordt afgedrukt.Indien er op de verkeerde zijde wordt afgedrukt van etiketvellen of transparanten, kan het zijn dat de toner niet goed hecht en dat u geen scherp beeld krijgt.
Is het juiste papiergewicht ingesteld?Door een geschikt papiergewicht in te stellen in de systeeminstellingen (beheerder), verbetert de tonerhechting wellicht.→ Systeeminstellingen (systeembeheerder) > "Apparaatbeheer" > "Instelling fusing-temperatuur"
Slechte printkwaliteit. Is"Tonerbesparingsmodus" ingeschakeldControleer bij uw systeembeheerder.Als de "Tonerbesparingsmodus" ingeschakeld is, wordt afgedrukt met minder toner. Bijgevolg is het afdrukresultaat lichter.
Deel van de afbeelding wordt afgesneden.Staat het juiste papierformaat ingesteld?Als u een speciaal papierformaat gebruikt zorg dan dat u het formaat instelt.Als er een ander formaat papier in de lade is gedaan controleer dan de papierformaat instelling.→ Systeeminstellingen > "Papierlade-Instellingen" > "Lade-Instellingen"
Is het origineel correct geplaatst? Als u gebruik maakt van de documentglasplaatplaats het origineel dan in de linker bovenhoek van de glasplaat.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "HET ORIGINEEL OP DE GLASPLAAT PLAATSEN" (pagina 1-40)
Er wordt op de verkeerde zijde van het papier afgedrukt.Is het papier geladen met de bedrukte kant in de verkeerde richting?Controleer of het papier zo is geplaatst dat op de juiste zijde van het papier wordt afgedrukt.Lade 1 tot 4:Plaats het papier met de voorzijde omhoog*.Handinvoerlade en lade 5:Plaats het papier met de voorzijde omhoog*. IAls u "Voorbedrukt" of "Briefpapier" gebruikt, plaats het papier er dan omgekeerd in. (Behalve wanneer "Uitschakelen van duplex" ingeschakeld is in de systeeminstellingen (systeembeheerder). Vraag aan uw beheerder wat de huidige instelling is.)
Een kaft of insteekvel wordt niet op het opgegeven papier afgedrukt.Is het papiertype correct ingesteld?Stel het juiste papiertype in voor de lade die het papier bevat dat is opgegeven voor de kaft of het insteekvel.Als het ingestelde papiertype voor de kaft of het insteekvel niet overeenkomt met het papiertype dat is ingesteld voor de lade, wordt papier uit een andere lade aangevoerd.→ Systeeminstellingen > "Papierlade-Instellingen" > "Lade-Instellingen"
PROBLEMEN M.B.T. RANDAPPARATUUR
Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Het aangesloten USB apparaat kan niet worden gebruikt.Is het USB apparaat compatibel met het apparaat?Vraag aan uw dealer of het apparaat compatibel is met de machine.
Is het aangesloten USB-apparaat juist herkend?Met "USB-apparaatcontrole" in de systeeminstellingen kunt u controleren of het apparaat al dan niet kan worden herkend.→ Systeeminstellingen > "USB-apparaatcontrole" Als het niet wordt herkend, sluit u het opnieuw aan.
Het aangesloten USB-geheugen kan niet worden gebruikt.Is het geheugen ingedeeld volgens FAT32?Als de indeling van het USB-geheugen geen FAT32 is, wijzig de indeling dan naar FAT32 met uw computer.
Gebruikt u een USB-geheugen met een capaciteit van meer dan 32 GB?Gebruik een USB-geheugen van 32 GB of minder.
De afwerkingseenheid / zadelsteek afwerkingseenheid werkt niet.Verschijnt er een melding die aangeeft dat u het papier uit de niet-eenheid moet halen?Verwijder alle resterend papier uit de niet-eenheid.
Verschijnt het volgende bericht op het toetsenpaneel?"Bel voor service. Code: xx-xx*Controleer de stroomvoorziening van de afwerkeenheid."*Er verschijnen letters en cijfers in de plaats van xx-xx.Controleer de afwerkingeenheid / zadelsteekafwerkingseenheid en de stekker.Haal de stekker uit het stopcontact en stop hem er stevig weer in. Start vervolgens de machine opnieuw op.
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (systeembeheerder).
Er wordt niet geniet (inclusief pamfletnieten).Verschijnt er een melding die u vraagt de perforatiemodule te controleren?Verwijder vastgelopen nietjes."VASTGELOPEN NIETJES VERWIJDEREN"(pagina 8-14)
Er wordt niet geniet (inclusief pamfletnieten).Verschijnt er een melding die u vraagt om nietjes toe te voegen?Vervang de nietjescartridge. Vergeet de nietcassette niet te vervangen. "VASTGELOPEN NIETJES VERWIJDEREN" (pagina 8-14)
Zit tussen een stapel ook papier van een andere breedte?Om verschillende papierformaten te kunnen nieten gebruikt u papier van dezelfde breedte en selecteert u de [Zelfde breedte] instelling. Nieten is niet mogelijk bij verschillende papierbreedtes. Wanneer u kopieert, selecteert u [Zelfde breedte] uit [Origineel gem. form.] in de speciale functies.
Heeft u meer bladen dan in een keer geniet kunnen worden?Voor het maximum aantal vellen dat kan worden geniet, raadpleegt u "RANDAPPARATUUR" (pagina 1-42) bij "1. VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT".
Gebruikt u bij de printopdracht een papierformaat dat niet kan worden geperforeerd?Voor de papierformaten die kunnen worden geniet, raadpleegt u "RANDAPPARATUUR" (pagina 1-42) in "1. VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT".
Is de papiersoort instelling voor de geselecteerde lade in de printerdriver ingesteld op een papiersoort dat niet kan worden geniet?Controleer de papiersoortinstellingen en selecteer een lade met papier dat u kunt nieten*. Klik op de knop [Ladestatus] in "Papierkeuze" op het tabblad [Papier] van het instelvenster voor de printer en controleer de papiersoortinstelling voor elke lade.* Nieten is niet mogelijk bij etiketten, tabpapier, transparanten of enveloppen. Ook als bij het gebruikerstype "Nieten Uitschakelen" is ingesteld kan er niet geniet worden.
Staat het papiersoort voor de geselecteerde papierlade ingesteld op zwaar papier?Pamfletnieten is niet mogelijk met zwaar papier. (Staat echter kaftinvoer geselecteerd, dan kan er wel geniet worden als er een enkel vel zwaar papier wordt ingevoerd die als kaft wordt gebruikt.)
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (beheerder).
Er wordt niet geperforeerd.Verschijnt er een melding die u vraagt de perforatiemodule te controleren?Leeg de snipperbak.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "PERFORATIEMODULE" (pagina 1-60)
Zit tussen een stapel ook papier van een ander formaat?Perforeren is niet mogelijk wanneer u papier van verschillende breedten combineert. Wanneer u papier van verschillende formaten wilt perforeren moet u papier van dezelfde breedte gebruiken en de instelling [Zelfde breedte] selecteren. Wanneer u kopieert, selecteert u [Zelfde breedte] bij [Origineel gem. form.] in de speciale functies.
Gebruikt u bij de printopdracht een papierformaat dat niet kan worden geperforeerd?Voor de papierformaten die kunnen worden geperforeerd, raadpleegt u "RANDAPPARATUUR" (pagina 1-42) in "1. VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT".
Is de lade die is geselecteerd in de printerdriver ingesteld op een papiersoort die niet kan worden geperforeerd?Controleer de papiersoortinstellingen en selecteer een lade met papier dat u kunt perforeren. Klik op de knop [Ladestatus] in "Papierkeuze" op het tabblad [Papier] van het instelvenster voor de printer en controleer de papiersoortinstelling voor elke lade.* Perforeren is niet mogelijk bij etiketten, tabpapier, transparanten of enveloppen. Ook als bij het gebruikerstype "Perforeren Uitschakelen" is ingesteld kan er niet geperforeerd worden.
Zijn er functies die door de beheerder gedeactiveerd zijn?Controleer bij uw systeembeheerder.Sommige functies kunnen gedeactiveerd zijn in de systeeminstellingen (beheerder).
De nietpositie of perforatiepositie is niet correct.Staat de nietpositie correct ingesteld?Controleer de instelling van de nietpositie.2. KOPIEERMACHINE "UITVOER" (pagina 2-31)
Staan de perforatieposities correct ingesteld?Controleer de instelling van de perforatieposities.2. KOPIEERMACHINE "UITVOER" (pagina 2-31)
Er wordt niet gevouwen.Heeft de beheerder de instelling "Uitschakelen van duplex" ingeschakeld?De vouwfunctie kan niet gebruikt worden wanneer "Uitschakelen van duplex" ingeschakeld is in de systeeminstellingen (beheerder). Overleg met de systeembeheerder.
Gebruikt u een papiersoort die een specifieke voor- en achterzijde heeft?De vouwfunctie kan niet worden gebruikt met voorbedrukt papier, briefhoofdpapier, of ander papier met een specifieke voor- en achterzijde.Gebruik bij het vouwen van papier een soort papier zoals normaal papier dat geen specifieke voor- en achterzijde heeft.

OVERIGE PROBLEMEN

Probleem Wat umoet controleren Oplossing
Voorvertoningen of miniatuurafbeeldingen worden niet weergegeven.Wachten er een aantal opdrachten op uitvoering?Wacht tot enkele van de opdrachten zijn uitgevoerd.
Toetsenpaneelscherm is moeilijk af te lezen.Staat het displaycontrast juist afgesteld?Druk op de toets helderheid aanpassen ( ) of de systeembalk om de helderheid van het aanraakscherm aan te passen.1. VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT "SYSTEEMBALK" (pagina 1-13)
U bent afgemeld zonder zelf te zijn uitgelogd.Staat Automatisch Wissen ingesteld? Log opnieuw in.Als er gebruik wordt gemaakt van gebruikersautorisatie zal de huidige gebruiker automatisch worden uitgelogd als Automatisch Wissen wordt geactiveerd. (Behalve in PC Scan modus.)Bent u de systeembeheerder dan kunt u de tijdinstelling van Automatisch Wissen aanpassen of Automatisch Wissen uitschakelen in "Automatisch Wissen Instellen".→ Systeeminstellingen (Systeembeheerder) > "Bedieningsinstellingen" > "Overige instellingen" > "Automatisch Wissen Instellen"
U bent het systeembeheerder wachtwoord vergeten.Is het wachtwoord van de systeembeheerder anders dan de standaard fabrieksinstelling?Neem contact op met uw dealer of de dichtst bijzijnde erkende servicevertegenwoordiger.Voor het standaard fabriekswachtwoord van de beheerder, zie "STANDAARDFABRIEKSWACHTWOORDEN" in de beknopte bedieningshandleiding. Als u het wachtwoord verandert, dient u te zorgen dat dit goed bewaard blijft.
![](images/620efb332e8b78333dd1ab910bca506e434833dba292c2b87c34f6d223dee52b.jpg)
natural_image Stacked folder icon in grayscale, no text or symbols present

SHARP®

SHARP CORPORATION

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SHARP

Model : MX-M452N

Categorie : Printer