NEO'S 50 - Scooter YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis NEO'S 50 YAMAHA in PDF-formaat.
| Producttype | Scooter |
| Merk | Yamaha |
| Model | NEO'S 50 |
| Afmetingen (L x B x H) | 1840 x 793 x 1260 mm |
| Zithoogte | 793 mm |
| Wielbasis | 1275 mm |
| Grondspeling | 146 mm |
| Rijklaar gewicht | 88,0 kg |
| Maximale belading | 163 kg |
| Motortype | Luchtgekoelde 2-takt, 1-cilinder |
| Slagvolume | 49 cm³ |
| Boring x slag | 40,0 x 39,2 mm |
| Compressieverhouding | 11,0:1 (YN50) / 10,0:1 (YN50M) |
| Startsysteem | Elektrische starter en kickstarter |
| Brandstoftankinhoud | 6,1 L (reserve 1,4 L) |
| Brandstof | Normale loodvrije benzine (RON 91+) |
| 2-takt oliereservoir | 1,50 L |
| Versnellingsbakolie | 0,10 L (SAE 10W-40) |
| Voorband | 120/70-12 M/C 51L tubeless |
| Achterband | 130/70-12 M/C 56L tubeless |
| Accu | 12V, 4,0 Ah (YB 4L-B) |
| Bougie | NGK BR8HS (YN50) / BPR4HS (YN50M) |
| Voorrem | Schijfrem, hydraulisch |
| Achterrem | Trommelrem |
| Veiligheid | Helm, beschermende kleding, CO-waarschuwing, beladingslimiet |
| Onderhoudsinterval | Elke 6000 km of jaarlijks (zie schema) |
Veelgestelde vragen - NEO'S 50 YAMAHA
Gebruikersvragen over NEO'S 50 YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NEO'S 50 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NEO'S 50 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING NEO'S 50 YAMAHA
Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.
cytto
HANDLEIDING
YN50 / YN50M
5C2-F819P-D3
DAU46090

Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij de machine te blijven als deze wordt verkocht.
DAU10113
Welkom in de wereld van MBK!
Als eigenaar van de YN50/YN50M profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van MBK op het gebied van het ont-werpen en fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee MBK zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.
Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw YN50/YN50M.
De Gebruikershandleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de scooter, en beschrijft hoe u uzelf en anderen kunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.
De vele tips in deze handleiding helpen u bovendien om uw scooter in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzel dan niet en neem contact op met de MBK dealer.
Het MBK team wenst u veilig en plezierig rijden toe. En vergeet niet, veiligheid voor alles!
MBK werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan er soms sprake zijn van kleine verschillen tussen uw scooter en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recente productinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw MBK dealer.
DWA12411

WAARSCHUWING
Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze scooter gaat gebruiken.
BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING
DAU10132
Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:
| Dit is het Safety Alert-symbol. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico's op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen. | |
| Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan resulteren in ernstig letsel of overlijden. | |
| De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om schade aan de machine of andere eigendommen te voorkomen. | |
| De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen. |
BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING
DAUS1172
YN50 / YN50M
HANDLEIDING
©2010 door MBK MOTOR ESPAÑA S.A.
1e uitgave, juli 2010
Alle rechten voorbehouden.
Elke vorm van herdruk
of onbevoegd gebruik
zonder schriftelijke toestemming van
is uitdrukkelijk verboden.
Gedrukt in Nederland.
INHOUDSOPGAVE
VEILIGHEIDSINFORMATIE .....1-1
Andere aandachtspunten voor veilig rijden ....1-5
BESCHRIJVING 2-1
Aanzicht linkerzijde ......2-1
Aanzicht rechterzijde 2-2
Bedieningen en instrumenten......2-3
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN
EN BEDIENINGEN ....3-1
Contactslot/stuurslot ....3-1
Controle- en waarschuwingslampjes ....3-2
Multifunctioneel display 3-3
Stuurschakelaars ....3-5
Voorremhendel....3-6
Achterremhendel ....3-6
Tankdop en dop van het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering ....3-7
Brandstof 3-8
Tankbeluchtingsslang/ overloopslang....3-9
Uitlaatkatalysator 3-9
2-takt injectiesmering ....3-10
Kickstarter....3-10
Zadel 3-10
Opbergcompartiment ....3-11
Bagagehaak....3-12
VOOR UW VEILIGHEID - CONTROLES VOOR HET RIJDEN 4-1
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE....5-1
Starten van een koude motor......5-1
Wegrijden 5-1
Sneller en langzamer rijden ....5-2
Remmen 5-2
Tips voor een zuinig brandstofverbruik ....5-3
Inrijperiode 5-3
Parkeren....5-4
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN ....6-1
Periodiek onderhoudsschema voor het uitstootcontrolesysteem......6-2
Algemeen smeer- en onderhoudsschema....6-3
Verwijderen en aanbrengen van de stroomlijn- en framepanelen ......6-6
Bougie controleren 6-7
Eindoverbrengingsolie 6-8
Luchtfilterelement 6-9
De vrije slag van de gasgreep controleren ....6-10
Banden 6-10
Gietwielen 6-12
Vrije slag van voorremhendel controleren ....6-12
Vrije slag van achterremhendel afstellen ....6-13
Controleren van voorremblokken en achterremschoenen......6-13
Controleren van remvloeistof niveau 6-14
Remvloeistof verversen 6-15
Kabels controleren en smeren......6-15
Controleren en smeren van gasgreep en gaskabel....6-16
Afstellen van de Autolube pomp ....6-16
Smeren van voor- en achterremhendels....6-16
Middenbok controleren en smeren....6-17
Voorvork controleren 6-17
Stuursysteem controleren......6-18
Controleren van wiellagers ......6-18
Accu....6-19
Zekering vervangen 6-20
Koplampgloeilamp vervangen....6-21
Gloeilamp in voorste richtingaanwijzer vervangen......6-22
Een richtingaanwijzergloeilamp of de gloeilamp in remlicht/achterlicht vervangen....6-23
INHOUDSOPGAVE
Gloeilamp in kentekenverlichting vervangen (Per model verschillend)......6-24
Parkeerlichtgloeilamp vervangen (Per model verschillend)......6-24
Problemen oplossen....6-25 Storingzoekschema ....6-26
VERZORGING EN STALLING VAN
DE SCOOTER 7-1
Matkleur, let op ....7-1
Verzorging 7-1
Stalling 7-3
SPECIFICATIES....8-1
GEBRUIKERSINFORMATIE ......9-1
Identificatienummers ......9-1

VEILIGHEIDSINFORMATIE
DAUT1016
Wees een verantwoordelijke eigenaar
Als eigenaar van de machine bent u verantwoordelijk voor de veilige en juiste bediening ervan.
Scooters zijn tweewielige voertuigen.
Voor een veilig gebruik zijn de toepassing van de juiste rijtechnieken en de ervaring van de bestuurder van belang. Elke bestuurder moet bekend zijn met de volgende vereisten alvorens met deze scooter te gaan rijden.
Hij of zij moet:
●Door een competente informatiebron grondig zijn ingelicht over alle aspecten van scooterrijden.
- Zich houden aan de waarschuwingen en onderhoudseisen zoals vermeld in deze Gebruikershandleiding.
●Grondig getraind zijn in veilige en correcte rijtechnieken.
- Gebruikmaken van professionele technische service, zoals aangegeven in deze Gebruikershandleiding en/of wanneer de mechanische conditions dit vereisen.
Veilig rijden
Voer vóór elke rit de controles voor het rijden uit om u ervan te verzekeren dat de machine in veilige staat verkeert. Onvoldoende inspectie of onderhoud van de machine vergroot het risico op ongeval of schade. Zie pagina 4-1 voor een lijst met controles voor het rijden.
- Deze scooter is gebouwd voor het vervoer van de bestuurder plus een passagier.
OPMERKING
Hoewel deze scooter is gebouwd voor het vervoeren van de bestuurder en een passagier, dient u altijd de lokale wet- en regelgeving na te leven.
- Het niet opmerken en herkennen van scooters door andere weggebruikers vormt de belangrijkste oorzaak van auto-/scooterongevallen. Vaak worden ongevallen veroorzaakt doordat een autobestuurder de scooter niet heeft gezien. Zorg dat u opvalt, dat blijkt het meest effectief om het risico op een dergelijk type ongeval te verminderen.
Dus:
- Draag een jack in felle kleuren.
- Wees extra voorzichtig bij het naderen en passeren van kruisingen, daar doen ongelukken met scooters zich namelijk het meest voor.
- Ga daar rijden waar andere weggebruikers u kunnen zien. Ga niet rijden in de dode zichthoek van een andere weggebruiker.
- Bij veel ongevallen zijn onervaren bestuurders betrokken. Vaak waren bij een ongeval betrokken bestuurders zelfs niet in het bezit van een geldig rijbewijs.
- Zorg dat u bekwaam bent om te rijden en leen uw scooter alleen uit aan ervaren scooterrijders.
- Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uw beperkingen helpt u ongelukken voorkomen.
- We raden aan om het scooterrijden te oefenen op plekken waar geen verkeer is, totdat u grondig bekend bent met de scooter en zijn bediening.
- Ongelukken worden vaak veroorzaakt door een fout van de scooterbestuurder. Veel bestuurders houden bij het ingaan van een bocht een te hoge rijsnelheid aan of gaan onvoldoende schuinliggen voor de rijsnelheid, waardoor ze wijd uit de bocht komen.
- Neem altijd de maximumsnelheid in acht en rijd nooit sneller dan de
wegcondities en het verkeer toes- taan.
- Geef altijd richting aan voordat u afslaat of van rijstrook wisselt. Zorg dat andere weggebruikers u kunnen zien.
- De zithouding van de bestuurder en de passagier is belangrijk voor een goede besturing.
- De bestuurder moet tijdens het rijden beide handen aan het stuur houden en beide voeten op de bestuurdersvoetsteunen, om zo de macht over het stuur te behouden.
- De passagier hoort steeds de bestuurder, de zadelband of de handgreep, indien aanwezig, met beide handen vast te houden en beide voeten op de passagiersvoetsteunen te houden. Neem nooit een passagier mee die niet in staat is om beide voeten stevig op de passagiersvoetsteunen te zetten.
●Rijd nooit onder invloed van alcohol of andere drugs.
- Deze scooter is uitsluitend ontworpen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik.
Beschermende kleding
Scooterongelukken met dodelijke afloop betreffen meestal hoofdletsel. Het dragen van een helm is de belangrijkste factor bij het voorkomen of reduceren van hoofdletsel.
●Draag altijd een goedgekeurde helm.
- Draag ook een vizier of een veiligheidsbril. Zonder oogbescherming kan uw zicht door de rijwind verslechteren, waardoor u gevaren mogelijk te laat opmerkt.
●Door een jack, stevige schoenen, een lange broek, handschoenen e.d. te dragen verkleint u de kans op schaafwonden of ontvellingen.
- Draag nooit loszittende kleding, deze kan blijven haken aan schakelhandgrepen of door de wielen worden gegrepen en zo een ongeval of letsel veroorzaken.
- Draag altijd beschermende kleding die uw benen, enkels en voeten bedekt. De motor en het uitlaatsysteem kunnen tijdens en na het rijden zeer heet zijn en brandwonden veroorzaken.
- De hierboven vermelde voorzorgsmaatregelen gelden ook voor passagiers.
Voorkom koolmonoxidevergiftiging
De uitlaatgassen van verbrandingsmotoren bevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofdpijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid, verwarring en uiteindelijk de dood veroorzaken.
Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos, smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijn als u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Het koolmonoxideniveau kan zeer snel oplopen, waardoor u het bewustzijn kunt verliezen en uzelf niet meer kunt redden. In afgesloten of slecht geventileerde ruimtes kunnen dodelijke hoeveelheden koolmonoxide dagenlang blijven hangen. Als u symptomen van koolmonoxidevergiftiging ervaart, verlaat de ruimte dan onmidde- lijk, ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHE HULP IN.
●Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatoren of open ramen en deuren kan de hoeveelheid koolmonoxide snel oplopen tot gevaarlijke niveaus.
●Laat de motor niet draaien in slecht geventileerde of deels afgesloten ruimtes zoals schuren of garages.
●Laat de motor niet buiten draaien op plaatsen waar de uitlaatgassen in een gebouw kunnen worden getrok-

VEILIGHEIDSINFORMATIE
ken via openingen zoals ramen en deuren.
Beladen
Het monteren van accessoires of het vervoer van bagage kan een negatief effect hebben op de rijstabiliteit en het weggedrag als hierdoor de gewichtsverdeling van de scooter verandert. Wees uiterst voorzichtig bij het monteren van accessoires of het beladen van uw scooter, om zo mogelijke ongevallen te vermijden. Pas extra op wanneer u op een scooter rijdt die beladen is of waaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie over accessoires enkele richtlijnen voor het beladen van uw scooter: Het totale gewicht van de bestuurder, passagier, accessoires en bagage mag de maximale gewichtslimiet niet overschrijden. Rijden met een te zwaar belaste machine kan leiden tot een ongeval.
Maximale belasting:
163 kg (359 lb)
Let op het volgende wanneer u tot deze gewichtslimiet belaadt:
- Het zwaartepunt van bagage en accessoires moet zo laag en zo dicht
mogelijk bij de scooter liggen. Bevestig zware goederen zo dicht mogelijk bij het midden van de machine en verdeel het gewicht zo gelijkmatig mogelijk over beide zijden om onbalans of instabiliteit te minimaliseren.
●Als gewicht gaat schuiven kan zich een plotselinge onbalans voordoen. Controleer voordat u gaat rijden of accessoires en bagage stevig aan de scooter zijn bevestigd. Controleer de bevestigingspunten voor accessoires en bagage regelmatig.
- Pas de vering aan de te vervoeren bagage aan (alleen voor modellen met instelbare vering) en controleer de toestand en spanning van uw banden. - Bevestig nooit omvangrijke of zware goederen aan het stuur, de voorvork of het voorwielspatbord. Dergelijke items kunnen een instabiel weggedrag of een te trage reactie op het stuur veroorzaken.
- Deze machine is niet ontworpen voor het trekken van een aanhanger of bevestiging van een zijspan.
Originele MBK accessoires
De keuze van accessoires voor uw machine vormt een belangrijke beslissing. Originele MBK accessoires, die alleen verkrijgbaar zijn bij de MBK dealer, zijn door MBK ontwikkeld, getest en goedgekeurd voor gebruik op uw machine.
Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aan MBK produceren onderdelen en accessoires of bieden aanpassingssets voor MBK voertuigen. MBK kan niet alle producten testen die deze bedrijven produceren. Om die reden kan MBK accessoires die niet door MBK zijn verkocht of wijzigingen die niet door zijn MBK zijn aangeraden niet goedkeuren of aanbevelen, zelfs niet als deze zijn verkocht en geïnstalleerd door een MBK dealer.
In de handel verkrijgbare onderdelen, accessoires en aanpassingssets
Hoewel er producten verkrijgbaar zijn die qua ontwerp en kwaliteit sterk lijken op originele MBK accessoires, dient u te beseffen dat sommige in de handel verkrijgbare accessoires of aanpassingssets niet geschikt zijn vanwege mogelijke veiligheidsrisico's voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbare producten of het verrichten van aanpassingen die de ontwerp- of bedieningskenmerken van uw machine wijzigen kan het risico op ernstig letsel of overlijden van
uzelf of anderen vergroten. U bent verant- woordelijk voor letsel dat voortvloeit uit wijzigingen aan de machine.
Volg bij de montage van accessoires de onderstaande richtlijnen en die vermeld onder het kopje "Beladen".
- Monteer nooit accessoires en vervoer nooit bagage als deze een nadelige invloed hebben op de prestaties van uw scooter. Inspecteer het accessoire zorgvuldig alvorens het te gebruiken om te waarborgen dat het de grondspeling of de hellinghoek op geen enkele manier vermindert, de veerweg, de stuuruitslag of de bediening niet beperkt en geen lampen of reflectors afdekt.
- Accessoires die aan of nabij het stuur of de voorvork zijn gemonteerd zullen mogelijk instabiliteit veroorzaken door een foutieve gewichtsverdeling of door aerodynamische effecten. Accessoires aan het stuur of nabij de voorvork moeten zo licht mogelijk zijn en tot een minimum worden beperkt.
- Omvangrijke accessoires kunnen door hun aerodynamisch effect van invloed zijn op de rijstabiliteit van de scooter. De scooter kan door rijwind worden opgetild of bij
zijwind instabiel worden. Zulke accessoires kunnen ook instabiliteit veroorzaken terwijl u grote voertuigen inhaalt of door deze wordt ingehaald.
- Sommige accessoires dwingen de bestuurder om een andere dan de normale zitpositie in te nemen. Zo'n verkeerde zitpositie beperkt de bewegingsvrijheid van de bestuurder en kan een comfortabele bediening hinderen, zodat we dergelijke accessoires sterk afraden.
- Wees voorzichtig bij het aanbrengen van elektrische accessoires. Als elektrische accessoires de capaciteit van het elektrisch systeem van de scooter te boven gaan, kan zich een gevaarlijke elektrische storing voordoen waardoor de verlichting of de motor uitvalt.
In de handel verkrijgbare banden en velgen
De banden en velgen die bij uw scooter werden geleverd zijn ontworpen om de mogelijkheden van de machine te ondersteunen en bieden de beste combinatie van rijprestaties, remvermogen en comfort. Andere banden, velgen, maten of combinaties zijn mogelijk niet geschikt.
Zie pagina 6-10 voor bandenspecificaties en meer informatie over het vervangen van uw banden.
De scooter vervoeren
Volg de onderstaande instructies als u de motorfiets in een ander voertuig wilt vervoeren.
- Verwijder alle loszittende voorwerpen van de motorfiets.
- Zorg dat het voorwiel recht naar voren wijst op de aanhanger of de laadvloer en zet het wiel vast in een goot om beweging te voorkomen.
- Zet de motorfiets vast met spanbanden of andere geschikte banden aan stevige delen van de motorfiets, zoals het frame of de bovenste voorvorkklem (en niet aan, bijvoorbeeld, het stuur, de richtingaanwijzers of onderdelen die kunnen afbreken). Kies de plaats voor de spanbanden zorgvuldig om te voorkomen dat deze tijdens het transport schuurplekken op de lak veroorzaken.
- Zorg indien mogelijk dat de vering iets door de spanbanden wordt ingedrukt, zodat de motorfiets tijdens het transport niet overmatig kan stuiteren.

VEILIGHEIDSINFORMATIE
DAU10372
Andere aandachtspunten voor veilig rijden
- Geef duidelijk richting aan wanneer u een bocht neemt.
-Op een nat wegdek kan remmen uiterst lastig zijn. Vermijd te hard remmen, de scooter zou kunnen slippen. Bedien de remmen rustig wanneer u op een nat wegdek wilt stoppen.
●Minder snelheid bij het naderen van een bocht of een afslag. Trek langzaam op nadat u de bocht hebt genomen. - Wees voorzichtig bij het passeren van geparkeerde auto's. Een bestuurder merkt u mogelijk niet op en kan het portier openslaan in uw rijrichting.
- Spoorwegovergangen, tramrails, ijzeren platen gebruikt in de wegenbouw en putdeksels worden in natte toestand zeer glad. Minder snelheid en passeer ze voorzichtig. Houd de scooter recht, anders kan hij gaan schuiven.
- De remvoeringen kunnen nat worden bij het wassen van de scooter. Controleer de remmen na het wassen van de scooter, voordat u gaat rijden.
- Draag steeds een helm, handschoenen, een lange broek (taps toelopend bij de enkel/omslag, om flapperen te voorkomen), en een felgekleurd jack.
●Vervoer op uw scooter niet te veel bagage. Een overbeladen scooter is onstabiel. Gebruik degelijke snelbinders om bagage aan de bagagedrager vast te binden (indien het voertuig is voorzien van een bagagedrager). Losse bagage beïnvloedt de stabiliteit van de scooter en kan uw aandacht afleiden van het verkeer. (Zie pagina 1-1).
Aanzicht linkerzijde
DAU10410

- Opbergcompartiment (pagina 3-11)
- Schokdemperunit
- Vuldop versnellingsbakolie (pagina 6-8)
- Stelmoer vrije slag remhendel (pagina 6-13)
- Aftapplug versnellingsbakolie (pagina 6-8)
- Kickstarter (pagina 3-10)
- Luchtfilterelement (pagina 6-9)
- Voorremblokken (pagina 6-13)
Aanzicht rechterzijde
DAU10420

- Handgreep (pagina 5-1)
- Tankdop (pagina 3-7)
- Oliereservoir voor 2-takt injectiesmering (pagina 3-7/3-10)
- Zadel (pagina 3-10)
- Accu (pagina 6-19)
- Zekeringen (pagina 6-20)
- Bagagehaak (pagina 3-12)
-
Contactslot/stuurslot (pagina 3-1)
-
Voetsteun passagier
-
Middenbok (pagina 6-17)
Bedieningen en instrumenten
DAU10430

- Achterremhendel (pagina 3-6)
- Schakelaargroep linkerstuurzijde (pagina 3-5)
- Multifunctioneel display (pagina 3-3)
- Schakelaar rechterstuurzijde (pagina 3-5)
- Gasgreep (pagina 6-10)
- Voorremhendel (pagina 3-6)
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU10460
DAU47791
Contactslot/stuurslot

Via het contactslot/stuurslot worden het ontstekingssysteem en de verlichtingssystemen bediend en wordt het stuur vergrendeld. De diverse standen worden hierna beschreven.
DAUS1381
ON "
Alle elektrische circuits worden voorzien van stroom, de instrumentenverlichting en het achterlicht gaan branden en de motor kan worden gestart. De sleutel kan niet worden uitgenomen.
OPMERKING
De koplamp en het achterlicht gaan automatisch branden wanneer de motor wordt gestart.
OFF "
Alle elektrische systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan worden uitgenomen. DWA15350
WAARSCHUWING
Draai de sleutel onder het rijden nooit naar "Xof" . Hierdoor worden de elektrische systemen uitgeschakeld, wat mogelijk kan leiden tot verlies van de controle of een ongeval.
DAU10681
LOCK " "
Het stuur is vergrendeld en alle elektrische systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan worden uitgenomen.
Om het stuur te vergrendelen
1

- Drukken
-
Draaien
-
Draai het stuur helemaal naar links.
- Druk de sleutel in de "stand in en draai deze dan naar Houd de sleutel hierbij ingedrukt.
- Neem de sleutel uit.
Om het stuur te ontgrendelen
1

Druk de sleutel in en draai deze dan naar " "Houd de sleutel hierbij ingedrukt.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU11004
DAUM1062
DAU11352
Controle- en
waarschuwingslampjes

- Waarschuwingslampje voor 2-takt injectiesmering "☐".
- Controlelampje grootlicht "∅
- Controlelampje richtingaanwijzers "
- Waarschuwingsindicator brandstofniveau "R"
DAU11020
Controlelampje richtingaanwijzers

Dit controlelampje knippert terwijl de schakelaar voor richtingaanwijzers naar de linker- of rechterstand is gedrukt.
DAU11080
Controlelampje grootlicht "≡D
Dit controlelampje brandt terwijl de koplamp is ingeschakeld voor grootlicht.
Waarschuwingslampje olieniveau “” Dit waarschuwingslampje brandt als de sleutel in de stand “” staat of als het olieniveau in het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering bij draaiende motor te laag is. Als het waarschuwingslampje bij draaiende motor gaat branden, stop dan direct en vul het oliereservoir bij met 2-taktolie van ofwel JASO-klasse “FC” of ISO-klasse “EG-C” of “EG-D”. Het waarschuwingslampje moet doven nadat het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering is bijgevuld.
OPMERKING
Vraag een MBK dealer het elektrisch circuit te controleren als het waarschuwingslampje niet gaat branden als de sleutel in de stand “” staat of niet dooft nadat de olie in het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering is bijgevuld.
DCA16291
LET OP
Gebruik het voertuig alleen als u weet dat het motorolieniveau voldoende hoog is.
Waarschuwingslampje
brandstofniveau "
Dit waarschuwingslampje gaat branden wanneer het brandstofniveau daalt tot beneden ca. 1,4 L (0,37 US gal, 0,31 Imp.gal). Vul in dat geval zo snel mogelijk brandstof bij.
Het elektrisch circuit voor het waarschu-wingslampje controleert u door de sleutel naar “ () te draaien. Het waarschu-wingslampje moet enkele seconden oplichten en dan uitgaan.
Licht het waarschuwingslampje niet meteen op wanneer u de sleutel naar “ () draait of blijft het lampje branden, laat het elektrisch circuit dan door een MBK dealer controleren.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAUS1394
Multifunctioneel display

- Klok
- Snelheidsmeter
- Brandstofniveaumeter
- Kilometerteller/ritteller/ritteller brandstofreserve
- "RESET/SELECT"-toets
OPMERKING
Het multifunctionele display voert gedurende drie seconden een zelftest uit om het elektrische circuit te controleren.
- De weergave van de snelheidsmeter gaat van 0 naar 99 en vervolgens van 99 naar 0 in kilometers. Als de snelheidsmeter op mijlen is ingesteld, gaat de weergave van 0 naar 65 en vervolgens van 65 naar 0.
- Alle LCD-segmenten en waarschu-wingslampjes lichten op en doven dan weer.
DWA12312
WAARSCHUWING
Zet de machine stil voordat u wijzigingen aanbrengt in de instellingen van het multifunctionele display. Het aanbrengen van wijzigingen tijdens het rijden kan u afleiden en vergroot het risico op een ongeval.
Het multifunctionele display toont de volgende voorzieningen:
●een digitale klok
- een digitale snelheidsmeter (die de actuele rijsnelheid aangeeft)
- een kilometerteller (die de totale afgelegde afstand toont)
- een ritteller (die de afgelegde afstand toont sinds de teller het laatst werd teruggesteld op nul)
- een ritteller voor brandstofreserve (die de afstand aangeeft die wordt afgelegd op de brandstofreserve)
●een brandstofniveaumeter
- een voorziening voor zelfdiagnose
OPMERKING
●Vergeet niet de sleutel naar “ ” (te draaien voordat u de toets gebruikt.
-Alleen voor Groot-Brittannië: Om te wisselen tussen de kilometer- en mijlenweergave van de snelheidsmeter en de kilometerteller/ritteller houdt u de toets ten minste acht seconden ingedrukt met het contactslot op “(”)
De klok op tijd zetten:
- Selecteer de kilometerteller en houd de toets ten minste drie seconden ingedrukt.
- Als de uuraanduiding begint te knipperen, drukt u op de toets om de uren in te stellen.

- Om de minutenaanduiding te wijzigen, houdt u de toets ten minste drie seconden ingedrukt.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
- Als de minutenaanduiding begint te knipperen, drukt u op de toets om de minuten in te stellen.

- Houd de toets ten minste drie secon- den ingedrukt om de klok te starten.
OPMERKING
Nadat de klok op tijd is gezet, moet de toets ten minste drie seconden ingedrukt worden gehouden voordat de sleutel naar " wordt gedraaid, anders geeft de klok niet de juiste tijd aan.
Kilometerteller- en rittellermodus
Door indrukken van de toets wisselt de weergave tussen de kilometertellermodus "ODO" en de rittellermodus "TRIP" als volgt:
$$ \mathrm{ODO} \rightarrow \mathrm{TRIP} \rightarrow \mathrm{ODO} $$

flowchart
graph TD
A["Stage 1: Square nodes"] --> B["Stage 2: Square nodes"]
B --> C["Reset/SELECT"]
B --> D["Reset/SELECT"]
Als de indicator brandstofniveau aangaat (zie pagina 3-2), wisselt de weergave automatisch naar de brandstofreserve-rit-tellermodus "TRIP F" en wordt de afge-legde afstand vanaf dat punt aangegeven. Wanneer u nu de toets indrukt, wisselt de weergave van de ritteller en kilometerteller als volgt:
$$ \mathrm{TRIP} \mathrm{F} \rightarrow \mathrm{ODO} \rightarrow \mathrm{TRIP} \rightarrow \mathrm{TRIP} \mathrm{F} $$

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
D["RESET/ SELECT"] --> E["RESET/ SELECT"]
F["RESET/ SELECT"] --> G["RESET/ SELECT"]
Om een ritteller op nul terug te stellen, selecteert u deze door op de toets te drukken, deze los te laten en daarna de toets ten minste drie seconden ingedrukt te houden. Wanneer u de brandstofreserve-ritteller niet zelf met de hand op nul terugstelt, wordt deze automatisch teruggesteld zodra na het tanken 5 km (3 mi) is gereden en verschijnt de vorige weergavemodus weer.
OPMERKING
Het display kan niet worden teruggesteld naar "TRIP F" nadat de toets is ingedrukt.
Brandstofniveaumeter
De brandstofniveaumeter geeft aan hoeveel brandstof in de tank aanwezig is. De displaysegmenten van de brandstofnive-
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
aumeter verdwijnen richting "E" (leeg) naarmate het brandstofniveau verder daalt. Als er nog slechts twee segmenten naast "E" zijn overgebleven, gaat de indicator brandstofniveau branden. Vul zo snel mogelijk brandstof bij.

Dit model is uitgerust met een zelfdiagnosesysteem voor het elektrische circuit van de brandstofregeling.
Bij een probleem in het elektrische circuit van de brandstofregeling gaan alle LCD-segmenten van de brandstofmeter en de indicator brandstofniveau knipperen. Als dit zich voordoet, vraag dan een MBK dealer de machine te controleren.

DAU12348
Stuurschakelaars
Links

- Dimlichtschakelaar "ED"
- Richtingaanwijzerschakelaar "
- Claxonschakelaar

Rechts

Zet deze schakelaar op "voor grootlicht en op "voor dimlicht.
DAU12460
Richtingaanwijzerschakelaar "
Druk deze schakelaar naar “ ” om afslaan naar rechts aan te geven. Druk deze schakelaar naar “ ” om afslaan naar links aan te geven. Na loslaten keert de schakelaar terug naar de middenstand. Om de richtingaanwijzers uit te schakelen wordt de schakelaar ingedrukt nadat hij is teruggekeerd in de middenstand.
DAU12500
Claxonschakelaar "
Druk deze schakelaar in om een claxon-signaal te geven.
DAUM1132
Startknop "
Druk bij bekrachtigde voor- of achterrem deze knop in om de motor via de startmotor te starten. Zie pagina 5-1 voor startinstructies voordat u de motor start.
DAU12900
Voorremhendel

De voorremhendel bevindt zich aan de rechterstuurgreep. Trek deze hendel naar het stuur toe om de voorrem te bekrachtigen.
DAU12950
Achterremhendel

De achterremhendel bevindt zich aan de linkerstuurgreep. Trek deze hendel naar het stuur toe om de achterrem te bekrachtigen.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU13202
Tankdop en dop van het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering

- Dop oliereservoir voor 2-takt injectiesmering
- Tankdop
De tankdop en de dop van het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering bevinden zich onder het zadel. (Zie pagina 3-10).
Tankdop

- Tankdop
Om de tankdop te verwijderen wordt deze linksom gedraaid en dan losgenomen. Om de tankdop aan te brengen wordt deze rechtsom gedraaid.
Dop oliereservoir voor 2-takt injectiesmering

- Dop oliereservoir voor 2-takt injectiesmering
De dop van het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering wordt losgetrokken om te verwijderen.
Om de dop van het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering aan te brengen wordt deze vastgedrukt in de reservoiropening.
DWA10141
WAARSCHUWING
Controleer alvorens te gaan rijden of de tankdop en de dop van het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering correct zijn aangebracht. Door brandstoflekkage ontstaat brandgevaar.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU13221
Brandstof
Controleer of er voldoende brandstof in de brandstoftank aanwezig is.
DWA10681

WAARSCHUWING
Benzine en benzinedampen zijn zeer brandbaar. Volg de onderstaande instructies om brand en ontploffing te voorkomen en het letselrisico tijdens het tanken te verlagen.
- Zet alvorens te tanken de motor af en zorg dat er niemand op de machine zit. Rook nooit tijdens het tanken en tank nooit in de nabijheid van vonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals de waakvlammen van geisers en kledingdrogers.
- Maak de brandstoftank niet te vol. Steek bij het tanken het vulpistool goed in de vulopening van de brandstoftank. Stop met vullen zodra de brandstof de onderkant van de vulhals heeft bereikt. Omdat brandstof uitzet als deze warm wordt, kan de warmte van de motor of de zon ervoor zorgen dat brandstof uit de brandstoftank stroomt.

- Vulopening brandstoftank
-
Maximaal brandstofniveau
-
Veeg uitgestroomde brandstof onmiddellijk af. LET OP: Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af met een schone, droge, zachte doek, aangezien de brandstof de gelakte oppervlakken en kunststof delen kan aantasten. [DCA10071]
-
Draai de tankdop stevig vast.
DWA15151

WAARSCHUWING
Benzine is giftig en kan letsel of overlijden veroorzaken. Spring zorgvuldig om met benzine. Probeer nooit om benzine via de mond over te hevelen. Roep onmiddellijk medische hulp in nadat u benzine heeft ingeslikt, veel benzinedamp heeft ingeademd of benzine in
uw ogen heeft gekregen. Als benzine op uw huid terechtkomt, was deze dan af met water en zeep. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kle- ding aan.
DAU13270
Voorgeschreven brandstof:
UITSLUITEND NORMALE
LOODVRIJE BENZINE
Inhoud brandstoftank:
6,1 L (1,61 US gal, 1,34 Imp.gal)
Brandstofreserve:
1,4 L (0,37 US gal, 0,31 Imp.gal)
Uw MBK motorblok is gebouwd op het gebruik van normale loodvrije benzine met een octaangetal van RON 91 of hoger. Als de motor gaat detoneren (pingelen), gebruik dan benzine van een ander merk of gebruik loodvrije superbenzine. Door loodvrije benzine te gebruiken gaan bougies langer mee en blijven de onderhoudskosten beperkt.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU39451
DAU13433
DCA10701
Tankbeluchtingsslang/overloop slang

Alvorens de motorfiets te gebruiken:
- Controleer de aansluiting van de tankbeluchtingsslang/overloopslang.
- Controleer de tankbeluchtingsslang/overloopslang op scheuren of beschadiging en vervang indien nodig.
- Controleer of het uiteinde van de tankbeluchtingsslang/overloopslang niet verstopt is en reinig indien nodig.
Uitlaatkatalysator
Dit model is uitgerust met een uitlaatkatalysator.
DWA10862
WAARSCHUWING
Het uitlaatsysteem is heet nadat de motor heeft gedraaid. Let op het volgende om brandgevaar of brandwonden te voorkomen:
●Parkeer de machine nooit nabij brandgevaarlijke stoffen, zoals op gras of op ander materiaal dat gemakkelijk vlam vat.
●Parkeer de machine op een plek waar voetgangers of kinderen niet gemakkelijk met het hete uitlaatsysteem in aanraking kunnen komen.
- Controleer of het uitlaatsysteem is afgekoeld alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
●Laat de motor niet langer dan enkele minuten stationair draaien. Lang stationair draaien kan leiden tot oververhitting.
LET OP
Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. Bij gebruik van loodhoudende benzine zal onherstelbare schade worden toegebracht aan de uitlaatkatalysator.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAUM1150
DAUS1050
DAU13932
2-takt injectiesmering
Controleer of voldoende olie aanwezig is in het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering. Vul indien nodig de voorgeschreven 2-takt injectiesmering bij.

Controleer of de dop op het oliereservoir voor 2-takt injectiesmering correct is aan- gebracht.
Aanbevolen olie:
2-takt injectiesmering (JASO
klasse "FC", of ISO klasse "EG-C" of "EG-D")
Oliehoeveelheid:
1,50 L (1,59 US qt, 1,32 Imp.qt)
Kickstarter

Trap om de motor te starten het kickstart-pedaal licht omlaag totdat de tandwielen aangrijpen en trap het pedaal dan soepel maar krachtig omlaag.
Zadel
Openen van het zadel
- Zet de scooter op de middenbok.
- Steek de sleutel in het contactslot en draai deze dan linksom naar "OPEN".

- Openen
OPMERKING
Druk de sleutel niet in terwijl u deze draait.
- Klap het zadel omhoog.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN

- Zadel open
Sluiten van het zadel
- Klap het zadel omlaag en druk dan aan om te vergrendelen.
- Neem de sleutel uit het contactslot als de scooter onbeheerd wordt achtergelaten.
OPMERKING
Controleer of het zadel stevig is vergren- deld alvorens te gaan rijden.
DAUM1191
Opbergcompartiment

- Opbergcompartiment
Onder het zadel is een opbergcompartiment aanwezig. (Zie pagina 3-10).
DWA10961
WAARSCHUWING
- Overschrijd het maximumlaadgewicht van 5 kg (11,0 lb) voor het opbergcompartiment niet.
- Overschrijd het maximumgewicht van 163 kg (359 lb) voor het voertuig niet.
DCA10080
LET OP
Let op het volgende bij het gebruik van het opbergcompartiment.
- Het opbergcompartiment wordt snel warmer als het is blootgesteld aan direct zonlicht, bewaar hierin dus geen goederen die slecht tegen warmte kunnen.
●Wikkel natte voorwerpen in een plastic zak, om zo vochtig worden van het opbergcompartiment te voorkomen. - Het opbergcompartiment kan nat worden als de scooter wordt gewassen, omwikkel te bewaren voorwerpen dus in een plastic zak.
●Bewaar geen waardevolle of breekbare voorwerpen in het opberg-compartment.
Als u een helm wilt opbergen in het opbergcompartiment, moet de helm worden geplaatst met de voorkant naar achteren.
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
OPMERKING
- Sommige helmen kunnen vanwege hun grootte of vorm niet worden weggeborgen in het opbergcompartiment.
●Laat uw scooter niet onbeheerd achter met het zadel open.
DAUT1072
Bagagehaak
DWAT1031
WAARSCHUWING
- Overschrijd het maximumlaadgewicht van 3 kg (6,6 lb) voor de bagagehaak niet.
- Overschrijd het maximumgewicht van 163 kg (369 lb) voor het voertuig niet.

- Bagagehaak
VOOR UW VEILIGHEID - CONTROLES VOOR HET RIJDEN
DAU15596
Inspecteer uw machine voor elk gebruik om te waarborgen dat deze in een veilige werkende staat is. Volg altijd de schema's en procedures voor inspectie en onderhoud in de gebruikershandleiding.
DWA11151
WAARSCHUWING
Onvoldoende inspectie of onderhoud van de machine vergroot het risico op ongeval of schade. Rijd niet met de machine als u een probleem hebt gevonden. Als een probleem niet kan worden opgelost via de procedures in deze handleiding, laat de machine dan nazien door een MBK dealer.
Controleer voor het gebruik van deze machine de volgende punten:
4
| ITEM CONTROLES PAGINA | ||
| Brandstof • Controleer het brandstofniveau in de brandstoftank. | • Vul indien nodig brandstof bij. 3-8• Controleer de brandstofleiding op lekkage. | |
| 2-takt injectiesmering | • Controleer het olieniveau in het oliereservoir.• Vul indien nodig het aanbevolen type olie bij tot aan het voorgeschreven niveau.• Controleer de machine op olielekkage. | 3-10 |
| Versnellingsbakolie • Controleer de machine op olielekkage. 6-8 | ||
| Voorrem • Vervang indien nodig. 6-13, 6-14 | • Controleer de werking.• Als de koppeling zacht of sponzig aanvoelt, vraag dan een MBK dealer het hydraulisch systeem te ontluchten.• Controleer de remblokken op slijtage. | |
| • Controleer het vloeistofniveau in het reservoir.• Vul indien nodig het aanbevolen type remvloeistof bij tot aan het voorgeschreven niveau.• Controleer het hydraulisch systeem op lekkage. | ||
| Achterrem | • Controleer de werking.• Smeer indien nodig de kabel.• Controleer de vrije slag van de koppelingshendel. | 6-13 |
VOOR UW VEILIGHEID - CONTROLES VOOR HET RIJDEN
| ITEM CONTROLES | PAGINA | |
| Gasgreep | Controleer of de werking soepel is.Controleer de vrije slag van de gasgreep.Vraag indien nodig de MBK dealer om de vrije slag van de gasgreep af te stellen en de kabel en het kabelhuis te smeren. | 6-10, 6-16 |
| Wielen en banden | Controleer op schade.Controleer de conditie van de band en de profieldiepte.Controleer de bandspanning.Corrigeer indien nodig. | 6-10, 6-12 |
| Remhendels | Controleer of de werking soepel is.Smeer indien nodig de hendelscharnierpunten. | 6-16 |
| Middenbok | Controleer of de werking soepel is.Smeer indien nodig het scharnierpunt. | 6-17 |
| Framebevestigingen | Controleer of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet.Zet indien nodig vast. | — |
| Instrumenten, verlichting, signaleringssysteem en — schakelaars | Controleer de werking.Corrigeer indien nodig. | |
| Accu | Controleer het voestofniveau.Vul indien nodig bij met gedistilleerd water. | 6-19 |
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
DAU15951
Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door om u vertrouwd te maken met alle bedieningselementen. Als u de werking van een functie of bedieningselement niet begrijpt, vraag dan uw MBK dealer om uitleg.
DWA10271
WAARSCHUWING
Een onvoldoende vertrouwdheid met de bedieningselementen kan leiden tot verlies van de controle, met mogelijk een ongeval of letsel tot gevolg.
DAUT1101
Starten van een koude motor
DCA10250
LET OP
Zie pagina 5-3 voor instructies over het inrijden van de motor alvorens de machine in gebruik wordt genomen.
- Draai de sleutel naar “ ”
- Draai de gasgreep volledig dicht.
- Start de motor door de startknop in te drukken of door de kickstarter in te trappen terwijl de voor- of achterrem wordt bekrachtigd. LET OP: Trek voor een maximale levensduur van de motor nooit hard op als de motor koud is! [DCA11041]
Als de motor na indrukken van de startknop niet wil starten, laat dan de startknop los, wacht een paar seconden en probeer het dan opnieuw. ledere startpoging moet zo kort mogelijk duren om de accu te sparen. Laat de startmotor nooit langer dan vijf seconden achtereen draaien. Probeer de kickstarter als de motor niet via de startmotor wil aanslaan.
DAU16770
Wegrijden
OPMERKING
Laat de motor warmdraaien voordat u wegrijdt.
- Houd met uw linkerhand de achterremhendel ingedrukt, pak met uw rechterhand de drager beet en duw de scooter van de middenbok af.

- Handgreep
-
Achterremhendel
-
Ga schrijlings op het zadel zitten en stel de achteruitkijkspiegels af.
-
Zet de richtingaanwijzer aan.
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
- Controleer op tegemoetkomend verkeer en draai voorzichtig aan de gasgreep (rechts) om weg te rijden.
- Schakel de richtingaanwijzer uit.
DAU16780
Sneller en langzamer rijden

De rijsnelheid wordt geregeld door de gasgreep open of dicht te draaien. Draai de gasgreep richting (a) om sneller te gaan rijden. Draai de gasgreep richting (b) om langzamer te gaan rijden.
Remmen
DAU16793
DWA10300
! WAARSCHUWING
●Vermijd hard en abrupt remmen (met name wanneer u naar één kant overhelt). De scooter zou namelijk kunnen slippen of omvallen.
●Spoorwegovergangen, tramrails, ijzeren platen gebruikt in de wegenbouw en putdeksels worden in natte toestand zeer glad. U dient deze obstakels daarom met aangepaste snelheid te naderen en voorzichtig te passeren.
- Onthoud dat remmen op een nat wegdek veel moeilijker is.
●Rijd langzaam heuvelafwaarts, remmen kan tijdens afdalingen soms lastig zijn.
- Sluit de gasklep volledig.
- Bekrachtig de voor- en achterrem gelijktijdig en oefen daarbij geleidelijk meer druk uit.
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
Voor

Tips voor een zuinig brandstofverbruik
Het brandstofverbruik is vooral afhankelijk van uw rijstijl. Hierna volgen enkele tips om het brandstofverbruik te verlagen:
- Voer het motortoerental tijdens acce-
lereren niet te hoog op.
●Voer het toerental niet te hoog op terwijl de motor onbelast draait.
●Laat de motor niet langdurig stationair draaien maar zet hem af (bijvoorbeeld in files, bij stoplichten of bij spoorwegovergangen).
Achter

De belangrijkste periode in de levensduur van het motorblok is de tijd tussen 0 en 1000 km (600 mi). Lees daarom de volgende informatie aandachtig door.
Omdat het motorblok gloednieuw is, mag dit gedurende de eerste 1000 km (600 mi) niet te zwaar worden belast. De verschillende onderdelen van de motor slijten op elkaar in totdat de juiste bedrijfsspelingen zijn bereikt. Rijd tijdens deze periode nooit langdurig volgas en vermijd ook andere manoeuvres die tot oververhitting van de motor kunnen leiden.
DAUM2091
0–150 km (0–90 mi)
●Houd de gasgreep niet langdurig voorbij 1/3 opengedraaid. Varieer de rijsnelheid van de scooter zo nu en dan. Verander de stand van de gasgreep regelmatig.
150–500 km (90–300 mi)
●Houd de gasgreep niet langdurig voorbij 1/2 opengedraaid.
500–1000 km (300–600 mi)
●Houd geen kruissnelheid aan waarbij de gasgreep voorbij driekwart is opengedraaid.
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
1000 km (600 mi) en verder
●Laat de motor niet langdurig volgas draaien. Varieer het toerental zo nu en dan. LET OP: Na 1000 km (600 mi) moet de eindoverbrengingsolie worden ververst. [DCAM1071]
DCA10270
LET OP
Als tijdens de inrijperiode motorschade optreedt, vraag dan direct een MBK dealer de machine te controleren.
DAU17213
Parkeren
Zet om te parkeren de motor af en neem dan de sleutel uit het contactslot.
DWA10311
WAARSCHUWING
- De motor en het uitlaatsysteem kunnen zeer heet worden, parkeer dus op een plek waar voetgangers of kinderen niet gemakkelijk met deze onderdelen in aanraking kunnen komen en brandwonden kunnen oplopen.
●Parkeer nooit op een helling of een zachte ondergrond, hierdoor kan de machine kantelen met mogelijk brandstoflekkage en brand tot gevolg.
●Parkeer niet nabij gras of andere brandbare materialen die vlam zouden kunnen vatten.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU17241
Door periodiek inspecties, afstellingen en smeerbeurten uit te laten voeren, zorgt u ervoor dat uw machine in zo veilig en effi- ciënt mogelijke conditie blijft. De eigena- ar/bestuurder van de machine is verplicht de optimale veiligheid te waarborgen. Op de volgende pagina's wordt de belang- grijkste informatie met betrekking tot ins- pecties, afstellingen en smeerbeurten gegeven.
De intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema moeten worden beschouwd als een algemene richtlijn onder normale rijcondities. Het is echter mogelijk dat de intervalperioden voor onderhoud moeten worden verkort afhankelijk van het weer, het terrein, de geografische locatie en individuel gebruik.
DWA10321
WAARSCHUWING
Het niet of onjuist uitvoeren van onderhoud aan de machine vergroot het risico op letsel of overlijden tijdens het uitvoeren van onderhoud of het rijden met de machine. Als u niet bekend bent met voertuigonderhoud, laat het onderhoud dan uitvoeren door uw MBK dealer.
DWA15121
WAARSCHUWING
Zet voor het uitvoeren van onderhoud de motor af tenzij anders aangegeven.
- Een draaiende motor heeft bewegende delen die lichaamsdelen of kleding kunnen grijpen en elektrische onderdelen die schokken of brand kunnen veroorzaken.
- Het laten draaien van de motor tijdens het uitvoeren van onderhoud kan leiden tot oogletsel, brandwonden, brand of koolmonoxide-vergiftiging, mogelijk met de dood tot gevolg. Zie pagina 1-1 voor meer informatie over koolmonoxide.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU46871
OPMERKING
- De jaarlijkse controles horen eenmaal per jaar te worden uitgevoerd, behalve wanneer in plaats daarvan een onderhoudsbeurt op kilometerbasis of, voor Groot-Brittannië, op mijlbasis wordt verricht.
- Herhaal de onderhoudsintervallen vanaf 30000 km (17500 mi), beginnend vanaf 6000 km (3500 mi).
- Werkzaamheden gemarkeerd met een asterisk horen te worden uitgevoerd door een MBK dealer, omdat hiertoe speciaal gereedschap, technische gegevens en vakmanschap vereist zijn.
DAU46920
Periodiek onderhoudsschema voor het uitstootcontrolesysteem
| NR. | ITEM ONDERHOUDSBEURT | CONTROLE OF JAARLIJK- | KILOMETERSTAND | SE CONTROLE | |||||
| 1000 km 6000 km 12000 km 18000 km 24000 km (600 mi) (3500 mi) (7000 mi) (10500 mi) (14000 mi) | |||||||||
| 1 | * | Brandstofleiding | • Controleer de brandstof- en onderdrukslangen op scheurtjes of beschadigingen. | √ | √ | √ | √ | √ | |
| 2 | Bougie | • Vervangen. | √ | √ | √ | √ | √ | ||
| 3 | * | Carburateur | • Stel het stationair toerental af. | √ | √ | √ | √ | √ | √ |
| 4 | * | Luchtinlaatsysteem | • Controleer de luchtafsluitklep, de membraanklep en de slang op beschadiging.• Vervang beschadigde onderdelen indien nodig. | √ | √ | √ | √ | √ | |
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
Algemeen smeer- en onderhoudsschema
DAU17717
| NR. | ITEM ONDERHOUDSBEURT | CONTROLE OF JAARLIJK- | KILOMETERSTAND | SECONTROLE | |||||
| 1000 km 6000 km 12000 km 18000 km 24000 km(600 mi) (3500 mi) (7000 mi) (10500 mi) (14000 mi) | |||||||||
| 1 | * | Luchtfilterelement | • Reinigen. √ | √ | |||||
| • Vervangen. √ | √ | ||||||||
| 2 | * | Accu | • Controleer het vloeistofniveau en de soortelijke massa.• Controleer of de ontluchtingsslang correct is geplaatst. | √ | √ | √ | √ | ||
| 3 | * | Voorrem | • Controleer de werking en het vloeistofniveau en controleer de machine op vloeistoflekkage. | √ | √ | √ | √ | √ | |
| • Vervang de remblokken. | Wanneer de slijtagelimiet is bereikt | ||||||||
| 4 | * | Achterrem | • Controleer de werking en stel de speling van de remhendel af. | √ | √ | √ | √ | √ | |
| • Vervang de remschoenen. | Wanneer de slijtagelimiet is bereikt | ||||||||
| 5 | * | Remslang | • Controleer op scheurtjes en beschadigingen. | √ | √ | √ | √ | ||
| • Vervangen. | Elke 4 jaar | ||||||||
| 6 | * | Wielen | • Controleer de speling en controleer op beschadigingen. | √ | √ | √ | √ | ||
| 7 | * | Banden | • Controleer op slijtage en beschadigingen.• Vervang indien nodig.• Controleer de bandspanning.• Corrigeer indien nodig. | √ | √ | √ | √ | √ | |
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
| NR. | ITEM ONDERHOUDSBEURT | CONTROLE OF JAARLIJK- | KILOMETERSTAND | SECONTROLE | |||||
| 1000 km 6000 km (600 mi) (3500 mi) (7000 mi) (10500 mi) (14000 mi) | km 18000 km (10500 mi) (14000 mi) | ||||||||
| 8 | * | Wiellagers • Controleer op speling of beschadigingen. | √ | √ | √ | √ | |||
| 9 | * | Balhoofdlagers | • Controleer de lagers op speling en oppervlakteruwheid. | √ | √ | √ | √ | √ | |
| • Smeren met lithiumvet. | Elke 24000 km (14000 mi) | ||||||||
| 10 | * | Framebevestigingen | • Controleer of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet. | √ | √ | √ | √ | ||
| 11 | Scharnieras van voorremhendel | • Smeren met siliconenvet. | √ | √ | √ | √ | |||
| 12 | Scharnieras van achterremhendel | • Smeren met lithiumvet. | √ | √ | √ | √ | |||
| 13 | Mi | Middenbok | • Controleer de werking.• Smeren. | √ | √ | √ | √ | ||
| 14 | * | Voorvork | • Controleer op een correcte werking en olielekkage. | √ | √ | √ | √ | ||
| 15 | * | Schokdemperunit | • Controleer op een correcte werking en olielekkage. | √ | √ | √ | √ | ||
| 16 | * | Autolube pomp | • Controleer de werking.• Ontlucht indien nodig. | √ | √ | √ | √ | ||
| 17 | Versnellingsbakolie | • Controleer de machine op olielekkage. | √ | √ | √ | ||||
| • Verversen. | √ | √ | √ | ||||||
| 18 | * | V-snaar | • Vervangen. | Elke 10000 km (6000 mi) | |||||
| 19 | * | Voor- en achterremschakelaar | • Controleer de werking. | √ | √ | √ | √ | √ | √ |
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
| NR. | ITEM ONDERHOUDSBEURT | CONTROLE OF JAARLIJK- | KILOMETERSTAND | SECONTROLE | |||||
| 1000 km 6000 km 12000 km 18000 km 24000 km(600 mi) (3500 mi) (7000 mi) (10500 mi) (14000 mi) | |||||||||
| 20 | Bewegende delen en kabels | • Smeren. √ √ | √ | √ | √ | ||||
| 21 | * | Gaskabelhuis en • Stel indien nodig de speling af.gaskabel • Smeer het | • Controleer de werking en speling. | √ | √ | √ | √ | ||
| 22 | * | Lampen, richtingaan-wijzers en scha-kelaars | • Controleer de werking.• Stel de koplamplichtbundel af. | √ | √ | √ | √ | √ | √ |
HAUM2070
OPMERKING
- Het luchtfilter dient vaker te worden gecontroleerd wanneer u in een extreem vochtige of stoffige omgeving rijdt.
● Hydraulisch remsysteem - Controleer regelmatig het remvloeistofniveau en vul indien nodig bij.
- Ververs de remvloeistof elke twee jaar.
- De remslangen dienen elke vier jaar te worden vervangen, of wanneer deze zijn gescheurd of beschadigd.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU18740
Verwijderen en aanbrengen van de stroomlijn- en framepanelen

- Stroomlijnpaneel A
- Paneel A
Bij het uitvoeren van sommige onderhoudswerkzaamheden beschreven in dit hoofdstuk moeten de hierboven afgebeelde stroomlijn- en framepanelen worden verwijderd. Neem deze paragraaf door wanneer een stroomlijn- of framepaneel moet worden verwijderd of aangebracht.
- Stroomlijnpaneel A
- Schroef

- Trek de stekker van de koplamp en de stekker van het parkeerlicht los.


Aanbrengen van het stroomlijnpaneel
- Sluit de stekker van de koplamp en de stekker van het parkeerlicht aan.
- Plaats het stroomlijnpaneel in de oorspronkelijke positie en breng dan de schroeven aan.
DAU19281
Paneel A Verwijderen van het paneel
Verwijder de schroef en trek het paneel dan los zoals getoond.
Stroomlijnpaneel A
Verwijderen van stroomlijnpaneel
- Verwijder de schroeven en trek het stroomlijnpaneel dan los zoals getoond.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

- Schroef
DAUS1760
Bougie controleren
De bougie is een belangrijk motoronderdeel dat gemakkelijk te controleren is. Door hitte en aanslag slijten bougies op de lange duur. Daarom moeten bougies worden verwijderd en gecontroleerd volgens het periodieke onderhouds- en smeerschema. Bovendien kan aan het uiterlijk van de bougie de conditie van de motor worden afgelezen.

De bougie verwijderen
- Verwijder het paneel A. (Zie pagina 6-6).
- Verwijder de bougiedop.

Controleren van de bougie
- Controleer of de porseleinen isolator rondom de centrale elektrode van de bougie een middeldonkere tot lichte kleur vertoont (de ideale kleur als normaal met het voertuig wordt gere- den).
OPMERKING
Wanneer de bougie een heel andere kleur vertoont, werkt de motor mogelijk niet naar behoren. Probeer dergelijke problemen niet zelf vast te stellen. Laat in plaats daarvan uw machine nakijken door een MBK dealer.
Aanbrengen van het paneel Plaats het paneel in de oorspronkelijke positie en breng dan de schroef aan.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
- Controleer de bougie op afslijting van de elektroden en op overmatige koolstof- of andere aanslag. Vervang indien nodig de bougie.
Voorgeschreven bougie:
YN50: NGK/BR8HS
YN50M: NGK/BPR4HS
De bougie monteren
- Meet de elektrodenafstand met een draadvoelmaat. Stel de afstand indien nodig af volgens de specificatie.

-
Reinig het oppervlak van de bougiepakking en het pasvlak en verwijder eventueel vuil uit de schroefdraad van de bougie.
-
Breng de bougie aan met behulp van de bougiesleutel en zet vast met het correcte aanhaalmoment.
Aanhaalmoment:
Bougie:
20 Nm (2,0 m•kgf, 14,5 ft•lbf)
OPMERKING
Als geen momentsleutel beschikbaar is, wordt de bougie correct vastgezet door handvast te zetten en dan nog 1/4-1/2 slag verder te draaien. De bougie moet echter zo snel mogelijk naar het juiste aanhaalmoment worden aangedraaid.
-
Installeer de bougiedop.
-
Monteer het paneel.
DAU20065
Eindoverbrengingsolie
Het eindoverbrengingshuis moet voor elke rit worden gecontroleerd op olielekkage. In geval van lekkage dient u de scooter door een MBK dealer te laten nakijken en repareren. Bovendien dient de eindoverbrengingsolie als volgt te worden ververst op de tijdstippen vermeld in het periodieke onderhouds- en smeerschema.
-
Start de motor, warm de eindoverbrengingsolie op door enkele minuten te rijden en zet dan de motor af.
-
Zet de scooter op de middenbok.
-
Plaats een olieopvangbak onder het eindoverbrengingshuis om de gebruikte olie op te vangen.
-
Verwijder de vuldop van de eindoverbrengingsolie met de o-ring uit het eindoverbrengingshuis.
-
Verwijder de aftapplug van de eindoverbrengingsolie met de pakking om de olie uit het eindoverbrengingshuis te laten stromen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

- Vuldop versnellingsbakolie
-
O-ring
-
Monteer de aftapplug van de eindoverbrengingsolie met de nieuwe pakking en zet de bout vast met het voorgeschreven aanhaalmoment.

- Aftapplug versnellingsbakolie
- Pakking
Aanhaalmoment:
Aftapplug eindoverbrengingsolie: 18 Nm (1,8 m•kgf, 13,0 ft•lbf)
- Vul met de aangegeven hoeveelheid van de aanbevolen eindoverbrengingsolie. WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat geen vreemde materialen in het eindoverbrengingshuis terechtkomen. Zorg ervoor dat geen olie op de band of het wiel terechtkomt. [DWA11311]
Aanbevolen
- Plaats de vuldop van de eindoverbrengingsolie met de nieuwe o-ring en draai de vuldop vast.
- Controleer het eindoverbrengings-huis op olielekkage. Zoek in geval van lekkage naar de oorzaak.
DAU40371
Luchtfilterelement
Het luchtfilterelement moet worden gereinigd of vervangen volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Vraag een MBK dealer het luchtfilterelement te reinigen of te vervangen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU21300
DAU21384
DAU33601
De carburateur vormt een belangrijk onderdeel van de motor en moet zeer precies worden afgesteld. Laat daarom alle carburateurafstellingen over aan een MBK dealer die over de benodigde vakkennis en ervaring beschikt.
De vrije slag van de gasgreep controleren

- Vrije slag van gasgreep
De vrije slag van de gasgreep dient bij de binnenrand van de gasgreep 4,0–6,0 mm (0,16–0,24 in) te bedragen. Controleer de vrije slag van de gasgreep regelmatig en laat de vrije slag indien nodig afstellen door een MBK dealer.
Banden
Let ten aanzien van de voorgeschreven banden op het volgende voor een optimale prestatie, levensduur en veilige werking van uw voertuig.
Bandenspanning

De bandenspanning moet voor elke rit worden gecontroleerd en indien nodig worden bijgesteld.
DWA10501
WAARSCHUWING
Rijden met deze machine met een onjuiste bandenspanning kan leiden tot verlies van de controle met mogelijk ernstig letsel of overlijden tot gevolg. - De bandspanning moet worden gecontroleerd en afgesteld terwijl
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
de banden koud zijn (wanneer de temperatuur van de banden gelijk is aan de omgevingstemperatuur).
- De bandspanning moet worden aangepast aan de rijsnelheid en het totale gewicht van rijder, passagier, bagage en accessoires dat voor dit model is vastgesteld.
Bandenspanning (gemeten op koude banden):
0–90 kg (0–198 lb):
Voor:
175 kPa (1,75 kgf/cm²,
25 psi, 1,75 bar)
Achter:
200 kPa (2,00 kgf/cm²,
29 psi, 2,00 bar)
90-163 kg (198-359 lb)
Voor:
175 kPa (1,75 kgf/cm²,
25 psi, 1,75 bar)
Achter:
225 kPa (2,25 kgf/cm²,
33 psi, 2,25 bar)
Maximale belasting\*:
163 kg (359 lb)
* Totaal gewicht van bestuurder, passagier, bagage en accessoires
DWA10511
WAARSCHUWING
Belaad uw machine nooit te zwaar. Rijden met een te zwaar belaste machine kan leiden tot een ongeval.
Inspectie van banden

-
Bandprofieldiepte
-
Wang van band
Voor elke rit moeten de banden worden gecontroleerd. Als de bandprofieldiepte op het midden van de band de vermelde limiet heeft bereikt, de band spijkers of stukjes glas bevat of wanneer de wang van de band scheurtjes vertoont, moet de band onmiddellijk door een MBK dealer worden vervangen.
Minimale bandprofieldiepte (voor en achter):
1,6 mm (0,06 in)
OPMERKING
De slijtagelimiet voor bandprofieldiepte is voor diverse landen verschillend. Neem altijd de lokale voorschriften in acht.
Bandeninformatie
Dit model is uitgerust met tubeless banden.
Na uitgebreide tests zijn alleen de hieronder vermelde banden voor dit model goedgekeurd door Yamaha Motor Co., Ltd.
Voorband:
Maat:
120/70-12 M/C 51L
Fabrikant/model:
VEE RUBBER
CONTINENTAL / ZIPPY 1
PIRELLI / SL26
Achterband:
Maat:
130/70-12 M/C 56L
Fabrikant/model:
VEE RUBBER
CONTINENTAL / ZIPPY 1
PIRELLI / SL26
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DWA10470
DAU21962
DAUT1221
WAARSCHUWING
●Laat sterk versleten banden door een MBK dealer vervangen. Rijden op een machine met versleten banden is niet alleen verboden, maar dit heeft ook een averechts effect op de rijstabiliteit, waardoor u de macht over het stuur zou kunnen verliezen.
- De vervanging van onderdelen van wielen en remmen, inclusief banden, dient te worden overgelaten aan een MBK dealer, die over de nodige vakkundige kennis en ervaring beschikt.
Gietwielen
Let ten aanzien van de voorgeschreven wielen op het volgende voor een optimale prestatie, levensduur en veilige werking van uw voertuig.
●Voor elke rit moeten de velgranden worden gecontroleerd op scheurtjes, verbuiging, kromheid of andere schade. Laat ingeval van schade het wiel door een MBK dealer vervangen. Probeer het wiel nooit zelf te repareren, hoe klein de reparatie ook is. Vervang een wiel dat vervormd is of haarscheurtjes vertoont.
●Na het vervangen van een wiel of band moet het wiel worden uitgebalanceerd. Een niet uitgebalanceerd wiel zal mogelijk slecht functioneren, of kan een slechte wegligging en een verkorte levensduur van de banden tot gevolg hebben.
Vrije slag van voorremhendel
controleren

- Vrije slag voorremhendel
De vrije slag van de remhendel dient 2,0 - 5,0 mm (0,08 - 0,20 in) te bedragen, zoals weergegeven. Controleer de vrije slag van de remhendel regelmatig en laat indien nodig een MBK dealer het remsysteem controleren.
DWA10641
WAARSCHUWING
Als de vrije slag van de remhendel niet normaal is, wijst dat op een serieus defect in het remsysteem. Laat het remsysteem vóór gebruik van het voertuig nakijken of repareren door een MBK dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU22170
Vrije slag van achterremhendel afstellen

De vrije slag van de remhendel dient 5,0 - 10,0 mm (0,20 - 0,39 in) te bedragen, zoals weergegeven. Controleer de vrije slag van de remhendel regelmatig en stel deze indien nodig als volgt af.
Draai de stelmoer op de remankerplaat richting (a) voor meer vrije slag van de remhendel. Draai de stelmoer richting (b) voor minder vrije slag van de remhendel.

- Stelmoer
DWA10650
WAARSCHUWING
Vraag een MBK dealer de afstelling te doen als de juiste afstelling niet haalbaar is volgens de beschreven werkwijze.
DAU22380
Controleren van voorremblokken en achterremschoenen
De voorremblokken en achterremschoenen moeten worden gecontroleerd op slijtage volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
DAU22400
Remblokken voorrem

Controleer elk voorremblok op schade en meet de remvoeringsdikte. Als een remblok beschadigd is of als de remvoeringsdikte minder is dan 3,1 mm (0,12 in), vraag dan een MBK dealer de remblokken als set te vervangen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU43170
Remschoenen achterrem

De achterrem heeft een slijtage-indicator zodat de remschoenslijtage kan worden gecontroleerd zonder de rem te hoeven demonteren. Bekrachtig de rem en let op de stand van de slijtage-indicator om de remschoenslijtage te controleren. Wanneer een remschoen zover is afgesleten dat de slijtage-indicator bij de slijtagelimiet komt, vraag dan een MBK dealer de remblokken als set te vervangen.
DAU32344
Controleren van
remvloeistofniveau

- Hoofdremcilinder voorrem
Bij een tekort aan remvloeistof kan lucht het remsysteem binnendringen, waarna de remwerking mogelijk minder effectief is.
Controleer alvorens te gaan rijden of de remvloeistof boven de merkstreep voor minimumniveau staat en vul indien nodig bij. Een laag remvloeistofniveau wijst mogelijk op verregaande remblokslijtage en/of lekkage in het remsysteem. Als het remvloeistofniveau laag is, controleer dan de remblokken op slijtage en het remsysteem op lekkage.

Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
●Zorg bij het controleren van het remvloeistofniveau dat de bovenzijde van de hoofdremcilinder horizontaal is door het stuur te draaien.
- Gebruik uitsluitend de voorgeschreven kwaliteit remvloeistof, anders kunnen de rubber afdichtingen verslechteren en zo lekkage en slechte remwerking teweegbrengen.
Aanbevolen remvloeistof: DOT 4
●Vul bij met hetzelfde type remvloeistof. Bij vermengen van verschillende typen remvloeistof kunnen schadelij-
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
ke chemische reacties optreden en kan de remwerking verslechteren.
●Pas op en zorg dat tijdens bijvullen geen water de hoofdremcilinder kan binnendringen. Water zal het kookpunt van de remvloeistof aanzienlijk verlagen zodat dampbelvorming kan optreden.
- Remvloeistof kan gelakte of kunsts-
tof onderdelen aantasten. Veeg
gemorste remvloeistof steeds direct
af.
●Naarmate de remblokken afslijten, zal het remvloeistofniveau geleidelijk verder dalen. Vraag echter wel een MBK dealer om een inspectie als het remvloeistofniveau plotseling sterk is gedaald.
DAUM1360
Remvloeistof verversen
Vraag een MBK dealer de remvloeistof te verversen volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeeren onderhoudsschema. Laat bovendien de remslang eens in de vier jaar vervangen, of zodra deze lek of beschadigd is.
DAU23094
Kabels controleren en smeren
De werking van alle bedieningskabels en de conditie van alle kabels moet voorafgaand aan elke rit worden gecontroleerd en de kabel en kabeleinden moeten indien nodig worden gesmeerd. Vraag een MBK dealer een kabel te controleren of te vervangen wanneer deze is beschadigd of niet soepel beweegt. Schade aan de buitenbehuizing van kabels kan leiden tot interne roestvorming en storing veroorzaken met de beweging van kabels. Vervang beschadigde kabels zo snel mogelijk om onveilige omstandigheden te voorkomen. [DWA10711]
Aanbevolen smeermiddel:
4-takt injectiesmering
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU49920
DAU23120
DAU43641
Controleren en smeren van gasgreep en gaskabel
De werking van de gasgreep hoort voorafgaand aan elke rit te worden gecontroleerd. Daarnaast moet de kabel door een MBK dealer worden gesmeerd volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke onderhoudsschema.
Afstellen van de Autolube pomp
De Autolube 2-takt olie-injectiepomp vormt een vitaal en geavanceerd onderdeel van de motor en moet door een MBK dealer worden afgesteld volgens de intervalperioden zoals vermeld in het periodiek smering- en onderhoudsschema.
Smeren van voor- en achterremhendels
Voorremhendel

De scharnierpunten van de voor- en achterremhendels moeten worden gesmeerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
Aanbevolen smeermiddelen:
Voorremhendel: Siliconenvet Achterremhendel: Lithiumvet
DAU23192
Middenbok controleren en smeren

De werking van de middenbok moet voorafgaand aan elke rit worden gecontroleerd en de scharnierpunten en de metaalop-metaal contactvlakken moeten indien nodig worden gesmeerd.
DWA11301
WAARSCHUWING
Als de middenbok niet soepel omhoog en omlaag beweegt, vraag dan een MBK dealer deze te controleren of te repareren. Een slecht functionerende middenbok kan het wegdek raken en u afleiden, waardoor u de controle over de machine kunt verliezen.
Aanbevolen smeermiddel:
Lithiumvet
DAU23272
Voorvork controleren
De conditie en de werking van de voorvork moeten als volgt worden gecontroleerd volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
Om de conditie te controleren
Controleer de binnenste vorkbuizen op krassen, beschadigingen en overmatige olielekkage.
Om de werking te controleren
-
Zet de machine op een vlakke ondergrond en houd deze rechtop. WAARSCHUWING! Ondersteun de machine zorgvuldig om omvallen en mogelijk letsel te voorkomen. [DWA10751]
-
Bekrachtig de voorrem en druk het stuur een paar keer stevig naar beneden om te controleren of de voorvork soepel in- en uitveert.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

Als schade wordt gevonden of de voorvork niet soepel beweegt, vraag dan een MBK dealer te repareren of te controleren.
DAU45511
DAU23291
Stuursysteem controleren
Losse of versleten balhoofdlagers kunnen gevaarlijk zijn. De werking van het stuursysteem moet als volgt worden gecontroleerd volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
- Zet de machine op de middenbok. WAARSCHUWING! Ondersteun de machine zorgvuldig om omvallen en mogelijk letsel te voorkomen.
[DWA10751]
- Houd de voorvorkpoten aan het onderste uiteinde beet en probeer ze naar voren en achteren te bewegen. Als speling wordt gevoeld, vraag dan een MBK dealer het stuursysteem te inspecteren of repareren.
Controleren van wiellagers

De voor- en achterwiellagers moeten worden gecontroleerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke meer- en onderhoudsschema. Als de wielnaaf speling vertoont of het wiel niet soepel draait, vraag dan een MBK dealer de wiellagers te controleren.

Een slecht onderhouden accu zal gaan corroderen en verliest zijn lading snel. Het elektrolytniveau, de aansluitpolen voor de accukabels en de ligging van de ontluchtingsslang moeten worden gecontroleerd voor iedere rit en volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
Om het elektrolytniveau te controleren
- Zet de scooter op een vlakke ondergrond en houd hem rechtop.
OPMERKING
Zorg dat de scooter rechtop staat bij het controleren van het elektrolytniveau.
- Verwijder het paneel A. (Zie pagina 6-6).
- Controleer het elektrolytniveau in de accu.

- Merkstreep maximumniveau
- Merkstreep minimumniveau
OPMERKING
Het elektrolytniveau moet tussen de merkstrepen voor minimum- en maximumniveau staan.
- Als de elektrolyt bij of beneden de merkstreep voor minimumniveau staat, vul dan gedistilleerd water bij tot de merkstreep voor maximumniveau. LET OP: Gebruik uitsluitend gedistilleerd water, aangezien kraanwater mineralen bevat die schadelijk zijn voor de accu. [DCA10611]
DWA10760
WAARSCHUWING
- Elektrolyt is giftig en gevaarlijk omdat het zwavelzuur bevat, een stof die ernstige brandwonden veroorzaakt. Vermijd contact met de huid, ogen of kleding en bescherm uw ogen altijd bij werkzaamheden nabij accu's. Voer als volgt EERSTE HULP uit als er lichamelijk contact is geweest met elektrolyt.
- UITWENDIG: Spoel overvloedig met water.
- INWENDIG: Drink grote hoeveelheden water of melk en roep direct de hulp in van een arts.
- OGEN: Spoel gedurende 15 minuten met water en roep direct medische hulp in.
- Accu's produceren het explosieve waterstofgas. Houd daarom vonken, open vuur, sigaretten e.d. uit de buurt van de accu en zorg voor voldoende ventilatie bij acculaden in een afgesloten ruimte.
●HOUD DEZE EN ALLE ACCU'S BUITEN BEREIK VAN KINDEREN.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
- Controleer de aansluitingen van de accukabels, zet ze indien nodig vast en corrigeer de ligging van de ontluchtingsslang.
Om de accu op te bergen
- Verwijder de accu als de scooter langer dan een maand niet wordt gebruikt, laad volledig bij en zet dan weg op een koele en droge plek. LET OP: Draai voordat u de accu verwijdert de sleutel naar “ ✝” en haal dan eerst de negatieve kabel en daarna de positieve kabel los.
[DCA16302] - Als de accu langer dan twee maanden wordt opgeborgen, moet het soortelijk gewicht van de elektrolyt minstens eens per maand worden gecontroleerd; laad de accu dan indien nodig steeds volledig bij.
- Laad de accu volledig bij alvorens te installeren.
- Controleer na installatie of de accukabels correct zijn aangesloten op de accupolen en kijk of de ontluchtingsslang de juiste ligging heeft, in goede conditie verkeert en niet verstopt of afgekneld is. LET OP: Als het ontluchtingsslangetje zo wordt geplaatst dat het frame wordt blo-
otgesteld aan elektrolyt of gas uit de accu, kan externe en structure-le schade aan het frame ontstaan.
[DCA10601]
DAU23503
Zekering vervangen

De hoofdzekeringhouder bevindt zich achter paneel A. (Zie pagina 6-6). Vervang de zekering als volgt als deze is doorgebrand.
- Draai de contactsleutel naar " en schakel alle elektrische circuits uit.
- Verwijder de doorgebrande zekering en breng een nieuwe zekering met de voorgeschreven ampèrewaarde aan. WAARSCHUWING! Gebruik geen zekeringen met een hogere amperage dan aanbevolen om ernstige schade aan het elektrische systeem en mogelijk brand te voorkomen. [DWA15131]
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

Voorgeschreven zekering: 7,5 A
- Draai de contactsleutel naar " ” en schakel de elektrische circuits in om te zien of de apparatuur werkt.
- Als de zekering direct opnieuw doorbrandt, vraag dan een MBK dealer het elektrisch systeem te controle- ren.
DAUS1402
Koplampgloeilamp vervangen
Vervang de koplampgloeilamp als volgt als deze is doorgebrand.
DCA10650
LET OP
Pas op en zorg dat de volgende onder- delen niet worden beschadigd:
●Koplampgloeilamp
Raak het glas van de koplampgloeilamp niet aan zodat dit vetvrij blijft, anders kan de doorzichtigheid van het glas, de lichtintensiteit en de levensduur nadelig worden beïnvloed. Wrijf eventuele verontreinigingen en vingerafdrukken op het gloeilampglas weg met een doekje gedrenkt in alcohol of thinner.
●Koplamplens
Plak geen kleurfolie of stickers op de koplamplens.
Gebruik geen koplampgloeilamp met een hoger wattage dan is voorgeschreven.

- Raak het glas van de gloeilamp niet aan.
DCA10670
LET OP
Het is aan te bevelen dit werk uit te laten voeren door een MBK dealer.
- Zet de scooter op de middenbok.
- Verwijder het stroomlijnpaneel A. (Zie pagina 6-6).
- Maak de koplampstekker los.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN

- Stroomlijnpaneel
- Koplampstekker
- Kabelstekker parkeerlicht
- Verwijder de gloeilampkap.

-
Gloeilampkap
-
Haak de gloeilamphouder los en verwijder dan de defecte gloeilamp.

-
Gloeilamphouder
-
Breng een nieuwe koplampgloeilamp aan en zet deze dan vast met de gloeilamphouder.
- Breng de gloeilampkap aan.
- Sluit de koplampstekker aan.
- Breng het stroomlijnpaneel aan.
- Vraag indien nodig een MBK dealer de koplamplichtbundel af te stellen.
DAUT1262
Gloeilamp in voorste richtingaanwijzer vervangen
DCA10670
LET OP
Het is aan te bevelen dit werk uit te laten voeren door een MBK dealer.
- Zet de scooter op de middenbok.
- Verwijder het stroomlijnpaneel A. (Zie pagina 6-6).
- Verwijder de lampfitting (samen met de gloeilamp) door deze linksom te draaien.

- Fitting gloeilamp richtingaanwijzer
- Verwijder de defecte gloeilamp door deze in te drukken en linksom te draaien.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
- Plaats een nieuwe gloeilamp in de fitting, druk deze in en draai rechtsom tot hij stuit.
- Breng de lampfitting aan (samen met de gloeilamp) door deze rechtsom te draaien.
- Breng het stroomlijnpaneel aan.
DAU24283
Een richtingaanwijzergloeilamp of de gloeilamp in remlicht/achterlicht vervangen
- Verwijder de lamplens door de schroeven te verwijderen.

- Schroef
- Lamplens achterlicht/remlicht / Lamplens richtingaawijzer

-
Gloeilamp richtingaanwijzer
-
Verwijder de defecte gloeilamp door deze in te drukken en linksom te draaien.
- Plaats een nieuwe gloeilamp in de fitting, druk deze in en draai rechtsom tot hij stuit.
- Monteer de lamplens door de schroeven aan te brengen. LET OP: Draai de schroeven niet te vast, hierdoor kan de lens breken. [DCA10681]
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAUS1151
Gloeilamp in kentekenverlichting vervangen (Per model verschillend)
- Verwijder de lamplens door de schroef te verwijderen.

- Schroef
-
Gloeilampfitting kentekenverlichting
-
Verwijder de defecte gloeilamp door deze uit te trekken.
- Steek een nieuwe gloeilamp in de fitting.
- Monteer de lamplens door de schroef aan te brengen. LET OP: Draai de schroef niet te vast, hierdoor kan de lens breken. [DCA11191]
Parkeerlichtgloeilamp vervangen (Per model verschillend)
Vervang een parkeerlichtgloeilamp als volgt als deze is doorgebrand.
- Zet de machine op de middenbok.
- Verwijder het stroomlijnpaneel A. (Zie pagina 6-6).
- Verwijder de parkeerlichtlampfitting (samen met de gloeilamp) door deze uit te trekken.

- Fitting parkeerlichtgloeilamp
- Verwijder de defecte gloeilamp door deze uit te trekken.
DAU45462

-
Parkeerlichtgloeilamp
-
Steek een nieuwe gloeilamp in de fitting.
- Bevestig de parkeerlichtlampfitting (samen met de gloeilamp) door deze in te drukken.
- Breng het stroomlijnpaneel aan.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU25861
DWA15141
Problemen oplossen
MBK scooters ondergaan een grondige inspectie voordat ze vanaf de fabriek op transport gaan, maar tijdens gebruik kunnen toch storingen optreden. Problemen in de brandstof-, compressie- of ontstekingssystemen kunnen bijvoorbeeld de oorzaak zijn van slecht starten of een afname in motorvermogen.
In het volgende storingzoekschema is een snelle en gemakkelijke werkwijze weergegeven om deze essentiële systemen zelf te kunnen controleren. Ga met uw scooter echter wel naar een MBK dealer als reparaties nodig zijn, hier zijn vakkundige monteurs aanwezig die beschikken over het benodigde gereedschap en de ervaring en vakkennis om het nodige onderhoud aan de scooter correct te verrichten. Gebruik uitsluitend originele MBK vervangingsonderdelen. Niet-originele onderdelen lijken misschien op MBK onderdelen maar zijn toch vaak van mindere kwaliteit en hebben een kortere levensduur, zodat dan later mogelijk toch dure reparaties nodig zijn.
WAARSCHUWING
Rook niet tijdens het controleren van het brandstofsysteem en let erop dat er geen open vuur of vonken in de omgeving zijn, inclusief waakvlammen van geisers of ovens. Benzine en benzinedampen kunnen vlam vatten of exploderen, met ernstig letsel of schade aan eigendommen tot gevolg.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU25902
Storingzoekschema
1. Brandstof

flowchart
graph TD
A["Controleer het brandstofniveau in de brandstoftank."] --> B["Er is voldoende brandstof aanwezig."]
A --> C["Er is geen brandstof aanwezig."]
B --> D["Controleer de compressie."]
C --> E["Vul brandstof bij."]
E --> F["De motor start niet.<br>Controleer de compressie."]
2. Compressie

flowchart
graph TD
A["Bedien de elektrische startknop."] --> B["Er is compressie."]
A --> C["Er is geen compressie."]
B --> D["Controleer de ontsteking."]
C --> E["Vraag een MBK dealer de machine te controleren."]
3. Ontsteking

flowchart
graph TD
A["Verwijder de bougie en controleer de elektroden."] --> B["Nat"]
A --> C["Droog"]
B --> D["elektrodenafstand van de bougie af of vervang de bougie."]
C --> E["Vraag een MBK dealer de machine te controleren."]
D --> F["en bedien de elektrische startknop."]
E --> G["De motor start niet. Controleer de accu."]
4. Accu

flowchart
graph TD
A["Bedien de elektrische startknop."] --> B["De motor draait snel rond."]
A --> C["De motor draait langzaam rond."]
B --> D["De accu is in orde."]
C --> E["Controleer de aansluitingen van de accukabels en laad de accu indien nodig."]
D --> F["De motor start niet. Vraag een MBK dealer de machine te controleren."]
E --> F
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
DAU37833
Matkleur, let op
DCA15192
LET OP
Sommige modellen zijn uitgerust met matkleurige onderdelen. Raadpleeg een MBK dealer voor advies over wat voor producten gebruikt moeten worden om het voertuig te reinigen.
Het gebruik van een borsteltje, chemische producten of reinigingsmiddelen tijdens het reinigen van deze onderdelen kan het oppervlak bekrassen of beschadigen. Ook was moet niet worden aangebracht op een van de matkleurige onderdelen.
DAU26094
Verzorging
De open constructie van een scooter maakt de fraaie techniek beter zichtbaar, maar de machine is hierdoor ook meer kwetsbaar. Er kan roestvorming en corrosie optreden, ook al zijn hoogwaardige componenten gebruikt. Een roestige uitlaatpijp valt bij een auto niet zo op, bij een scooter is dit echter nadelig voor de algehele aanblik. Regelmatige en correcte verzorging is niet alleen vereist volgens de garantiebepalingen, maar verzekert ook een fraai uiterlijk van de scooter, verlengt de levensduur en verbetert de prestaties.
Alvorens te reinigen
- Dek de uitlaatdemperopening af met een plastic zak nadat de motor is afgekoeld.
- Controleer of alle doppen en afdekpluggen en alle elektrische stekkers en aansluitingen, inclusief de bougie-doppen, stevig zijn bevestigd.
- Verwijder hardnekkige vervuiling, zoals verbrande olie op het carter, met een ontvetter en een borstel, maar gebruik dergelijke producten nooit op afdichtingen, pakkingen en wielassen. Spoel vuil en ontvetter altijd af met water.
Reinigen
DCA10783
LET OP
●Vermijd het gebruik van sterke en bijtende wielreinigingsmiddelen, vooral bij spaakwielen. Als dergelijke producten toch worden gebruikt om hardnekkig vuil los te maken, laat het reinigingsmiddel dan niet langer inwerken dan is vermeld in de gebruiksinstructies. Spoel vervolgens grondig na met water, laat direct drogen en breng daarna een corrosiewerende spray aan.
●Bij verkeerd reinigen kunnen kunststof delen (zoals stroomlijnpanelen, framepanelen, kuipruiten, koplamplenzen, lenzen van de instrumentenverlichting enz.) en de uitlaatdempers beschadigd raken. Gebruik alleen een zachte, schone doek of een spons met water om kunststof delen te reinigen. Als de kunststof delen met water niet afdoende kunnen worden gereinigd, kan een mild reinigingsmiddel met water worden gebruikt. Spoel reinigingsmiddelresten zorgvuldig af met grote hoeveelheden water, aangezien ze de
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
kunststof delen kunnen beschadi- gen.
- Gebruik geen bijtende chemische reinigingsmiddelen op kunststof delen. Vermijd het gebruik van doeken of sponzen die in contact zijn geweest met bijtende of schurende reinigingsmiddelen, oplosmiddelen of thinner, brandstof (benzine), roestverwijderingsmiddelen of corrosieremmers, remvloeistof, antivries of elektrolyt.
- Gebruik geen hogedrukreinigers of stoomreinigers, omdat dan op de volgende plaatsen water kan doordringen en zo schade kan ontstaan: afdichtingen (van wiel- en achterbruglagers, voorvork en remmen), elektrische componenten (kabelstekkers, messtekkers, instrumenten, schakelaars en verlichting), beluchtings- en ontluchtingsslangen.
●Bij scooters met een kuipruit: Gebruik geen bijtende reinigingsmiddelen of harde sponzen, deze veroorzaken dofheid en laten krasjes achter. Sommige reinigingsmiddelen voor kunststof laten eveneens krasjes achter op de kuipruit. Test het product op een
klein, niet-zichtbaar gedeelte van de kuipruit om zeker te zijn dat geen sporen achterblijven op de kuipruit. Als de kuipruit krasjes vertoont, breng dan na wassen een hoogwaardige polish voor gebruik op kunststof aan.
Na normaal gebruik
Verwijder vuil met warm water, een mild reinigingsmiddel en een zachte, schone spons en spoel dan grondig met schoon water. Gebruik een tandenborstel of flessenborstel voor moeilijk bereikbare plekken. Hardnekkig vastzittend vuil en insectenresten laten gemakkelijker los als de bewuste plek alvorens te reinigen een paar minuten met een vochtige doek wordt bedekt.
Na rijden in regen, aan de kust of op bepekelde wegen
Zilte zeelucht en wegenzout waarmee wegen in de winter worden bestrooid hebben in combinatie met water een zeer corrosieve werking; handel daarom als volgt na een rit in een regenbui, nabij de kust of op bepekelde wegen.
OPMERKING
In de winter gestrooid wegenzout kan nog tot in de lente aanwezig blijven.
-
Reinig de scooter met koud water en zachte zeep nadat de motor is afgekoeld. LET OP: Gebruik geen warm water, dit versnelt de corrosieve werking van het zout. [DCA10791]
-
Breng met een spuitbus een corrosiewerend middel aan op alle metalen delen, ook op verchroomde en vernikkelde componenten, om zo corrosie te voorkomen.
Na reiniging
- Droog de scooter met een zeemleren lap of een vochtabsorberende doek.
- Gebruik een chroompolish om verchroomde, aluminium en roestvrijstalen delen te doen glanzen, ook het uitlaatsysteem. (Zelfs thermische verkleuringen op roestvrijstalen uitlaatsystemen kunnen door oppoetsen worden verwijderd.)
- Het is aan te bevelen om met een spuitbus een corrosiewerend middel aan te brengen op alle metalen delen, ook op verchroomde en vernikkelde componenten, om zo corrosie te voorkomen.
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
- Gebruik oliespray als universeel schoonmaakmiddel om nog achtergebleven vuil te verwijderen.
- Werk kleine lakbeschadigingen door steenslag e.d. bij.
- Zet alle gelakte oppervlakken in de was.
- Laat de scooter volledig drogen alvo- rens te stallen of af te dekken.
DWA10942
WAARSCHUWING
Verontreiniging van de remmen of banden kan leiden tot verlies van de controle over de machine.
- Controleer of er geen olie of was op de remmen of banden zit. Reinig de remschijven en remvoeringen indien nodig met een normale remschijfreiniger of aceton en spoel de banden schoon met lauw water en een mild reinigingsmiddel.
- Test voor u de scooter in gebruik neemt eerst de remwerking en het weggedrag in bochten.
DCA10800
LET OP
- Breng een geringe hoeveelheid oliespray en was aan en verwijder overtollige hoeveelheden.
- Breng oliespray of was nooit aan op rubber of kunststof delen, behandel deze met een daartoe bestemd verzorgingsmiddel.
●Vermijd het gebruik van schurende poetsmiddelen, deze tasten de lak aan.
OPMERKING
●Vraag een MBK dealer om advies over de te gebruiken producten.
●Door wassen, regenachtig weer of een vochtig klimaat kan de koplampens beslagen raken. Inschakelen van de koplamp gedurende een korte periode zal helpen bij de verwijdering van het vocht.
Stalling
Korte termijn
Stal uw scooter steeds op een koele en droge plek en bescherm indien nodig tegen stof met een luchtdoorlatende stallinghoes. Zorg ervoor dat de motor en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld alvorens de scooter af te dekken.
DAU26303
DCA10820
LET OP
●Als de scooter wordt gestald in een slecht geventileerde ruimte of in vochtige toestand wordt afgedekt met een dekzeil, zal water en vocht kunnen binnendringen en roestvorming veroorzaken.
- Voorkom corrosie door de machine niet te stallen in een vochtige kelder, een stal (i.v.m. de aanwezigheid van ammoniakdamp) en in een opslagruimte voor sterke chemicaliën.
Lange termijn
Alvorens uw scooter gedurende meerdere maanden aaneen te stallen:
- Volg alle instructies op in de paragraaf "Verzorging" in dit hoofdstuk.
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
- Leeg de vlotterkamer in de carburateur door de aftapplug los te draaien; u voorkomt zo dat neerslag uit de brandstof achterblijft. Giet de afgetapte brandstof terug in de brands-toftank.
- Vul de brandstoftank en voeg een stabilisatoradditief (indien verkrijgbaar) toe om roestvorming in de tank en achteruitgang van de brandstof te voorkomen.
- Voer de volgende stappen uit om de cilinder, de zuigerveren etc. te beschermen tegen corrosie.
a. Verwijder de bougiedop en de bougie.
b. Giet een theelepel motorolie in het bougiegat.
c. Breng de bougiedop aan op de bougie en leg dan de bougie zodanig op de cilinderkop dat de elektroden aan massa liggen. (Dit voorkomt vonken tijdens de volgende stap.)
d. Laat de motor een paar keer ronddraaien op de startmotor. (De cilinderwand wordt zo geolied.) WAARSCHUWING! Verbind de bougie-elektrodes met de massa bij het ronddraaien van de motor om schade of let-
sel door vonkvorming te voorkomen. [DWA10951]
e. Haal de bougiedop los van de bougie en breng dan de bougie en de bougiedop weer aan.
- Smeer alle bedieningskabels en scharnierpunten van alle hendels en pedalen en van de zijstandaard/middenbok.
- Controleer de bandspanning en corrigeer deze indien nodig en breng dan de scooter omhoog zodat beide wielen los van de grond zijn. Een andere mogelijkheid is de wielen elke maand iets te draaien, zodat de banden niet op één gedeelte sterker achteruitgaan.
- Dek de uitlaatdemper af met een plastic zak om te voorkomen dat vocht kan binnendringen.
- Verwijder de accu en laad deze volledig bij. Berg de accu op een koele en droge plek op en laad deze eens per maand bij. Berg de accu niet op een overmatig koude of warme plek op [onder 0 °C (30 °F) of boven 30 °C (90 °F)]. Zie pagina 6-19 voor meer informatie over het opbergen van de accu.
OPMERKING
Verricht eventueel noodzakelijke reparaties alvorens de scooter te stallen.
Afmetingen:
Totale lengte:
1.840 mm (72,4 in)
Totale breedte:
793 mm (31,2 in)
Totale hoogte:
1.260 mm (49,6 in)
Zadelhoogte:
793 mm (31,2 in)
Wielbasis:
1.275 mm (50,2 in)
Grondspeling:
146 mm (5,75 in)
Kleinste draaicirkel:
3.880 mm (152,8 in)
Gewicht:
Rijklaar gewicht:
88,0 kg (194 lb)
Motor:
Type motor:
Luchtgekoeld, 2-takt
Type motor:
Geforceerde luchtkoeling, 2-takt
Cilinderopstelling:
1-cilinder, vooroverhellend
Slagvolume:
49 cm³
Boring x slag:
40,0 x 39,2 mm (1,57 x 1,54 in)
Compressieverhouding:
YN50: 11,00 :1
YN50M: 10,00 :1
Startsysteem:
Elektrische startmotor en kickstarter
Smeersysteem:
Gescheiden smering (MBK autolube)
Type:
YAMALUBE 2 motorolie of 2-takt injectiesmering
Hoeveelheid motorolie:
Hoeveelheid:
1,50 L (1,59 US qt, 1,32 Imp.qt)
Versnellingsbakolie:
Type:
YAMALUBE 4 (10W-40) of SAE 10W-40
Oliehoeveelheid bij verversing:
0,10 L (0,11 US qt, 0,09 Imp.qt)
Luchtfilter:
Luchtfilterelement:
Nat element
Brandstof:
Aanbevolen brandstof:
Uitsluitend normale loodvrije benzine
Inhoud brandstoftank:
6,1 L (1,61 US gal, 1,34 Imp.gal)
Hoeveelheid reservebrandstof:
1,4 L (0,37 US gal, 0,31 Imp.gal)
Carburateur:
Fabrikant:
GURTNER
Model x aantal:
PY12 x 1
Bougie(s):
Fabrikant/model:
YN50: NGK/BR8HS
YN50M: NGK/BRP4HS
Elektrodenafstand:
0,6–0,7 mm (0,024–0,028 in)
Type koppeling:
Droog, automatisch centrifugaal
Versnellingsbak:
Primaire reductieverhouding:
1
Secundair reductiesysteem:
Recht tandwiel
Secundaire reductieverhouding:
YN50: 12,923 (52/13 x 42/13)
YN50M: 15,000 (52/12 x 45/13)
Type versnellingbak:
Automatisch, V-snaar
Chassis:
Type frame:
Underbone
Spoorhoek:
26,50 graad
Naspoor:
92,6 mm (3,65 in)
Voorband:
Type:
Tubeless
Maat:
120/70-12 M/C 51L
Fabrikant/model:
VEE RUBBER
Fabrikant/model:
CONTINENTAL / ZIPPY 1
Fabrikant/model:
PIRELLI / SL26
Achterband:
Type:
Tubeless
Maat:
130/70-12 M/C 56L
Fabrikant/model:
VEE RUBBER
Fabrikant/model:
CONTINENTAL / ZIPPY 1
Fabrikant/model:
PIRELLI / SL26
Belading:
Maximale belasting:
163 kg (359 lb)
(Totaal gewicht van bestuurder, passagier,
bagage en accessoires)
Bandenspanning (gemeten aan koude banden):
Gewichtsverdeling:
0–90 kg (0–198 lb)
Voor:
175 kPa (1,75 kgf/cm², 25 psi, 1,75 bar)
Achter:
200 kPa (2,00 kgf/cm², 29 psi, 2,00 bar)
Gewichtsverdeling:
Bediening met rechterhand
Aanbevolen remvloeistof:
DOT 4
Achterrem:
Type:
Trommelrem
Bediening:
Bediening met linkerhand
Voorwielophanging:
Type:
Telescoopvork
Veer/schokdempertype:
Schroefveer/oliedemper
Veerweg:
70,0 mm (2,76 in)
Achterwielophanging:
Type:
Unit swing
Veer/schokdempertype:
Schroefveer/oliedemper
Veerweg:
60,0 mm (2,36 in)
Elektrische installatie:
Ontstekingssysteem:
CDI
Laadsysteem:
Wisselstroomdynamo met permanente
magneten
Accu:
Model:
YB 4L-B
Voltage, capaciteit:
12 V, 4,0 Ah
Koplamp:
Type gloeilamp:
Halogeenlamp
Gloeilampen voltage, wattage x aantal:
Koplamp:
12 V, 35 W/35 W x 1
Voorste richtingaanwijzer:
12 V, 10,0 W x 2
Achterste richtingaanwijzer:
12 V, 10,0 W x 2
Kentekenverlichting:
12 V, 5,0 W x 1
Instrumentenverlichting:
LED
Waarschuwingslampje olieniveau:
LED
Controlelampje richtingaanwijzers:
LED
Controlelampje brandstofniveau:
LED
Zekeringen:
Hoofdzekering:
7,5 A
GEBRUIKERSINFORMATIE
DAU48611
Identificatienummers
Noteer het voertuigidentificatienummer en de gegevens op de modelinformatiesticker in onderstaande ruimtes. Deze gegevens heeft u nodig om reserveonderdelen bij een MBK dealer te bestellen of wanneer uw voertuig is gestolen.
VOERTUIGIDENTIFICATIENUMMER:

MODELINFORMATIESTICKER:

DAU26410
Voertuigidentificatienummer

- Voertuigidentificatienummer
Het voertuigidentificatienummer is ingeslagen op het frame.
OPMERKING
Het voertuigidentificatienummer is bedoeld voor identificatie van uw machine en kan worden gebruikt om deze in uw land aan te melden voor kentekenregistratie.
DAU26490
Modelinformatiesticker

- Modelinformatiesticker
De modelinformatiesticker is bevestigd aan de onderzijde van het zadel. (Zie pagina 3-10). Noteer de informatie op deze sticker in het daartoe bestemde vakje. Deze informatie is nodig om reserve-onderdelen te bestellen bij een MBK dealer.
INHOUDSOPGAVE
2-takt injectiesmering ....3-10
A
Aandachtspunten voor veilig rijden .....1-5
Accu 6-19
Achterremhendel, afstellen van vrije slag.....6-13
Autolube pomp, afstellen....6-16
B
Bagagehaak 3-12
Banden....6-10
Bougie, controlleren....6-7
Brandstof 3-8
Brandstofverbruik, tips voor een zuinig.....5-3
C
Carburateur,afstellen....6-10
Claxonschakelaar....3-6
Contactslot/stuurslot 3-1
Controle- en waarschuwingslampjes......3-2
Controlelampje grootlicht....3-2
Controlelampje richtingaanwijzers......3-2
D
Dimlichtschakelaar....3-6
E
Eindoverbrengingsolie....6-8
G
Gasgreep en gaskabel, controlleren en
smeren 6-16
Gloeilamp kentekenverlichting,
vervangen 6-24
Gloeilamp richtingaanwijzer (voor),
vervangen 6-22
|
Identificatienummers....9-1
Inrijperiode 5-3
K
Kabels, controlleren en smeren ....6-15
Kickstarter....3-10
Koplampgloeilamp, vervangen ....6-21
L
Luchtfilterelement 6-9
M
Matkleur, let op 7-1
Middenbok, controleren en smeren......6-17
Modelinformatiesticker 9-1
Multifunctioneel display 3-3
0
Onderhoud, uitstootcontrolesysteem .....6-2
Opbergcompartiment....3-11
P
Parkeerlichtgloeilamp, vervangen......6-24
Parkeren....5-4
Plaats van de onderdelen 2-1
Problemen oplossen 6-25
R
Remblokken en remschoenen
controleren....6-13
Remhendel, achterrem....3-6
Remhendels, smeren 6-16
Remmen....5-2
Remvloeistof, verversen....6-15
Remvloeistofniveau, controleren....6-14
Richtingaanwijzergloeilamp of gloeilamp
in remlicht/achterlicht, vervangen .....6-23
Richtingaanwijzerschakelaar....3-6
s
Smering en onderhoud, periodiek ....6-3
Sneller en langzamer rijden 5-2
Specifications....8-1
Stalling 7-3
Starten van een koude motor ....5-1
Startknop 3-6
Storingzoekschema 6-26
Stroomlijnpanelen en framepaneel,
verwijderen en aanbrengen 6-6
Stuurschakelaars 3-5
Stuursysteem, controlleren....6-18
T
Tankbeluchtingsslang/overloopslang.....3-9
Tankdop en dop van het oliereservoir
voor 2-takt injectiesmering ....3-7
U
Uitlaatkatalysator 3-9
V
Veiligheidsinformatie 1-1
Verzorging 7-1
Voertuigidentificatienummer 9-1
Voorremhendel 3-6
Voorremhendel, controleren van vrije
slag 6-12
Voorvork, controleren....6-17
Vrije slag van gasgreep, controleren......6-10
W
Waarschuwingslampje brandstofniveau ....3-2
Waarschuwingslampje olieniveau ....3-2
Wegrijden 5-1
Wielen 6-12
Wiellagers controleren ....6-18
Z
Zadel 3-10
Zekering, vervangen 6-20
MBK
YAMAHA MOTOR ESPAÑA
Aiguaders, 10-16 • Pol. Ind. Riera de Caldes
08184 Palau-Solità i Plegamans • Barcelona • Spain
PRINTED IN THE NETHERLANDS
2010.09
(D)