YZF1000 - Motorfiets YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YZF1000 YAMAHA in PDF-formaat.
| Producttype | Motorfiets |
| Merk | Yamaha |
| Model | YZF1000R |
| Afmetingen (L x B x H) | 2085 mm x 740 mm x 1175 mm |
| Wielbasis | 1430 mm |
| Zadelhoogte | 815 mm |
| Grondspeling | 140 mm |
| Gewicht (met olie en volle tank) | 224 kg |
| Motortype | 4-takt, DOHC, 4 cilinders, 1002 cc |
| Boring x slag | 75,5 x 56,0 mm |
| Compressieverhouding | 11,5:1 |
| Startsysteem | Elektrische starter |
| Brandstoftankinhoud | 20 L (reserve 4,5 L) |
| Transmissie | 5-versnellingsbak, constante aangrijping |
| Aandrijving | Ketting |
| Voorrem | Dubbele schijfrem |
| Achterrem | Enkele schijfrem |
| Voorvering | Telescoopvork, instelbare veervoorspanning en demping |
| Schokbreker achter | Zwaaiarm, gas-olie demper, instelbaar |
| Banden voor | 120/70 ZR17 (tubeless) |
| Banden achter | 180/55 ZR17 (tubeless) |
| Accu | YTX14-BS, 12 V, 12 Ah (gesloten type) |
| Speciale functies | EXUP-uitlaatregeling, zelfdiagnose, zijstandaard-onderbrekingscircuit |
| Onderhoudsinterval | Om de 6000 km of 6 maanden |
| Veiligheid | Lees handleiding volledig voor gebruik; draag beschermende kleding |
Veelgestelde vragen - YZF1000 YAMAHA
Gebruikersvragen over YZF1000 YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YZF1000 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YZF1000 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING YZF1000 YAMAHA
Welkom in de energieke wereld van Yamaha rijders!
Als bezitter van een YZF1000R kunt u genieten van de resultaten van Yamaha's nieuwste technologie en ruime ervaring in het ontwerp en de fabricage van top-klasse produkten, waarmee Yamaha haar verdiende reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.
Neem alstublieft de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, om de mogelijkheden van deze YZF1000R optimaal te benutten. Deze handleiding voor de eigenaar beschrijft niet alleen de bediening, inspektie en onderhoud van uw motorfiets, maar geeft tevens belangrijke aanwijzingen voor uw veiligheid en die van anderen, om ongemak en ongelukken te vermijden.
Daarnaast bevat de handleiding vele handige tips om uw motorfiets in de beste staat te houden. Als bepaalde punten niet duidelijk zijn of u hebt vragen, aarzel dan niet kontakt op te nemen met uw Yamaha dealer.
Het Yamaha team wenst u vele aangename en veilige ritten. Onthoud altijd: veiligheid heeft voorrang!
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE BERIJDER
DAU00005
Informatie die van groot belang is wordt in deze handleiding aangegeven door de volgende symbolen en/of aanduidingen:

Het veiligheidssymbol betekent ATTENTIE! VOORZICHTIG! HET GAAT HIER OM UW PERSOONLIJKE VEILIGHEID!

WAARSCHUWING
Het niet opvolgen van een speciale WAARSCHUWING kan resulteren in ernstig letsel of dood van de berijder, een medepassagier, een andere weggebruiker of een persoon die de motorfiets inspekteert of repareert.
LET OP:
De aanwijzing LET OP! attendeert u op bijzondere voorzorgsmaatregelen die u in acht dient te nemen om beschadiging van de motorfiets te voorkomen.
OPMERKING:
Een OPMERKING verschaft belangrijke informatie om bepaalde procedures te vergemakkelijken of duidelijker te maken.
OPMERKING:
- Deze handleiding dient beschouwd te worden als een bij de motorfiets behorend onderdeel en dient ook bij verkoop bij de motorfiets te blijven.
- Yamaha produkten veranderen kontinu door verbeteringen in het ontwerp en in de technische gegevens. Als gevolg hiervan kunnen er hier en daar kleine verschillen optreden tussen de beschrijving in deze handleiding en uw motorfiets, zelfs al is bij het ter perse gaan van deze handleiding de informatie up to date. Mocht u vragen hebben over deze handleiding, aarzel dan niet om kontakt op te nemen met uw Yamaha dealer.
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE BERIJDER
DW000002
WAARSCHUWING
LEES DEZE HANDLEIDING IN ZIJN GEHEEL AANDACHTIG DOOR ALVORENS TOT GEBRUIK VAN DE MOTORFIETS OVER TE GAAN.
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE BERIJDER
DAU00008
YZF1000R
HANDLEIDING
© 1999 door Yamaha Motor Co., Ltd.
1-ste druk, Augustus 1999
Alle rechten voorbehouden.
ledere vorm van reproduktie, herdruk
of gebruik zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van
Een motorfiets is een fascinerend vervoermiddel, dat je als geen ander een gevoel van vrijheid kan geven. Er zijn echter wel bepaalde spelregels en beperkingen, waar je niet omheen kunt; ook de beste motorfiets kan niet méér dan de natuurwetten toestaan.
Goede verzorging en regelmatig onderhoud zijn de eerste vereisten om te zorgen dat de motorfiets in goede staat blijft en zijn waarde behoudt. En dat geldt evenzeer voor de berijder: om goed en veilig te rijden moet je zelf ook in goede conditie zijn. Rijden onder de invloed van medicijnen, alcohol of drugs is natuurlijk gekkenwerk. De berijder van een motorfiets moet voortdurend meer dan een automobilist fysiek en mentaal in topvorm zijn. Ook de geringste hoeveelheid alcohol geeft ongemerkt een zekere overmoed, die bijzonder gevaarlijk kan zijn.
Beschermende kleding is voor de motorrijder net zo belangrijk als veiligheidsgordels voor de inzittenden van een auto. Je weet nooit wat er kan gebeuren. Draag daarom altijd een integraal motorpak (naar keuze van leer of van scheurbestendig synthetisch materiaal, met knie- en elleboogbeschermers), stevige laarzen, motorhandschoenen en een goed passende helm. Denk echter niet, dat een veilige uitrusting je de kans biedt wat agressiever te rijden. Ook met de beste bescherming blijf je als motorrijder bijzonder kwetsbaar. Vooral bij nat weer zit een ongeluk in een klein hoekje. Ken je eigen grenzen, rijd niet harder dan verstandig is en neem geen onnodige risico's. Een verstandig motorrijder rijdt defensief, met voorspelbaar weggedrag. Ook al weet je zelf precies wat je doet, verrassing bij je medeweggebruikers is gevaarlijk. Houd rekening met de mogelijkheid dat andere weggebruikers fouten kunnen maken; veiligheid is samenwerking.
Veel plezier onderweg!
BESCHRIJVING
Linker aanzicht.... 2-1
Rechter aanzicht 2-2
Bedieningselementen/instrumenten.... 2-3
Linker aanzicht

- Chokeknop (choke) " |" (blz. 3-13)
- Luchtfilter (blz. 6-12)
- Zekeringenkast (blz. 6-28)
- Helmhouder (blz. 3-14)
- Bestuurderszadelslot (blz. 3-13)
- Opbergvak (blz. 3-15)
-
Gereedschapset (blz. 6-1)
-
Instelschroef compressiedempingskracht achterschokbreker (blz. 3-17)
- Hoofdzekering (blz. 6-28)
- Versnellingspedaal (blz. 3-10)
- Instelschroef compressiedempingskracht voorvork (blz. 3-16)
Rechter aanzicht

- Achterlicht/remlicht (blz. 6-30)
- Passagierszadel (blz. 3-14)
- Koelvloeistofreservoir (blz. 6-11)
- Bestuurderszadel (blz. 3-13)
- Afstelring veer-voorbelasting achterschokbreker (blz. 3-17)
-
Benzinetank (blz. 3-11)
-
Insteller veer-voorbelasting voorvork (blz. 3-15)
- Instelschroef terugslagdempingskracht voorvork (blz. 3-16)
- Koplamp (blz. 6-29)
- Achterrempedaal (blz. 3-11)
- Insteller dempingskracht achterschokbreker (blz. 3-18)
- Controlevenster achterremvloeistof
Bedieningselementen/instrumenten

- Koppelingshendel (blz. 3-9)
- Linker stuurschakelaars (blz. 3-8)
- Snelheidsmeter (blz. 3-6)
- Kontaktslot-schakelaar/stuurslot (blz. 3-1)
- Toerenteller (blz. 3-6)
- Koelvloeistoftemperatuur-meter (blz. 3-7)
- Rechter stuurschakelaars (blz. 3-9)
- Gashandvat (blz. 6-15)
- Voorremhendel (blz. 3-10)
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
Kontaktslot-schakelaar/stuurslot....3-1
Kontrolelampjes....3-2
Kontroleren van het circuit voor het oliepeil-kontrolelampje ....3-3
Kontroleprocedure voor het circuit van het brandstofnivo-waarschuwingslampje....3-5
Snelheidsmeter....3-6
Toerenteller....3-6
Diagnosefunktie....3-7
Koelvloeistoftemperatuur-meter....3-7
Stuurschakelaars....3-8
Koppelingshendel 3-9
Versnellingspedaal....3-10
Voorremhendel 3-10
Achterrempedaal 3-11
Benzinetankdop....3-11
Benzine.... 3-12
Ontluchtingsslang van de benzinetank (alleen voor Duitsland) 3-13
Chokeknop (choke) " |.... 3-13
Zadels 3-13
Helmhouder 3-14
Opbergvak.... 3-15
Afstelling van de voorvork.... 3-15
Afstelling van de achterschokbreker .... 3-17
Klemmen voor bagagesnelbinders.... 3-19
EXUP-uitlaatregelingssysteem (EXhaust Ultimate Powervalve)...... 3-19
Zijstandaard 3-19
Kontrole van de zijstandaard/koppelings-onderbrekingsschakelaar.... 3-20
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DAU00027

DAU00029*
Kontaktslot-schakelaar/stuurslot
De kontaktslot-schakelaar (hoofdschakelaar) dient voor het in- en uitschakelen van de ontsteking en van de verlichting. Hieronder volgt de beschrijving van de bediening.
DAU00036
ON
De elektrische circuits worden ingeschakeld en de motor kan nu gestart worden. Als de kontaktslot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel niet verwijderd worden.
DAU00038
OFF
Alle elektrische circuits zijn uitgeschakeld. Als de kontaktslot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel verwijderd worden.

DAU00040
LOCK
Het stuur staat op slot en alle elektrische circuits zijn uitgeschakeld. Als de kontakt-slot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel verwijderd worden. Om het stuur te vergrendelen, draait u het geheel naar links.
Terwijl u de sleutel dieper in de kontaktslotschakelaar drukt, draait u de sleutel van "OFF" naar "LOCK" en verwijdert u de sleutel.
Om het stuur te ontgrendelen draait u de sleutel naar "OFF" terwijl u erop drukt.

- Indrukken
- Draaien
DW000016
WAARSCHUWING
Draai nooit het kontaktsleuteltje in de "OFF" of "LOCK" stand terwijl de motor nog rijdt. De elektrische circuits worden dan uitgeschakeld zodat bepaalde bedieningsfunkties niet meer werken, hetgeen gevaar voor ongelukken kan opleveren. Zorg dat de motorfiets geheel tot stilstand is gekozen, vorrdat u het kontaktsleuteltje naar "OFF" of "LOCK" draait.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DAU00048
P (Parkeren)
Het stuur staat op slot en het achterlicht en het voorste parkeerlicht staan aan maar verder zijn alle elektrische circuits uitgeschakeld. Als de kontaktslot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel verwijderd worden.
Voor het gebruik van de parkeerstand vergrendelt u eerst het stuur en dan draait u de sleutel naar "P".
Deze stand mag u niet te lang achtereen gebruiken, anders kan de accu leegraken.

- Vrijstand-kontrolelampje "N
- Oliepeil-kontrolelampje "
- Brandstofpeil-waarschuwingslampje "
- Richtingsaanwijzer-kontrolelampj " "
- Grootlicht-kontrolelampje "ED
DAU00056
Kontrolelampjes
DAU00057
Richtingsaanwijzer-kontrolelampje
“
Dit kontrolelampje knippert als de richtingaanwijzer naar links of naar rechts wordt gezet.
DAU00061
Vrijstand-kontrolelampje "N
Dit kontrolelampje licht op als de versnelling in zijn vrij staat.
DAU00063
Grootlicht-kontrolelampje "∅
Dit kontrolelampje licht op als het grootlicht wordt ingeschakeld.
DAU01313
Oliepeil-kontrolelampje "
Dit controlelampje licht op als het oliepeil te laag is. Dit elektrische circuit kan gekontroleerd worden volgens de procedure op blz. 3-3.
DC000000
LET OP:
Let op dat u nooit met de motorfiets rijdt als er niet voldoende olie in het carter aanwezig is.
OPMERKING:
Ook al is er olie tot het voorgeschreven peil bijgevuld, dan nog kan het oliepeil-controle-lampje op een helling of tijdens plotseling accelereren of remmen wel eens gaan flikkeren, maar dit is normaal.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
Kontroleren van het circuit voor het oliepeil-kontrolelampje
DAU00071

flowchart
graph TD
A["Zet de kontaktslot-schakelaar op "ON" en de motorstop-schakelaar op "○""] --> B["Het oliepeil-kontrolelampje licht niet op."]
A --> C["Het oliepeil-kontrolelampje licht op."]
B --> D["Druk op de startschakelaar met de versnelling in vrij of met de koppelingshendel ingetrokken."]
D --> E["Het oliepeil-kontrolelampje licht op."]
D --> F["Het oliepeil-kontrolelampje licht not op."]
C --> G["Kontroleer het oliepeil."]
G --> H["Het oliepeil is voldoende."]
G --> I["Het oliepeil is te laag."]
H --> J["Het oliepeil en het elektrische circuit zijn in orde. U kunt met de motorfiets rijden."]
I --> K["Vraag uw Yamaha dealer om het elektrische circuit te inspekteren."]
I --> L["Vul motorolie bij."]
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DAU01154
Brandstofpeil-waarschuwingslampje

Wanneer het brandstofpeil onder circa 4,5 L komt, gaat dit lampje branden. Als het waarschuwingslampje oplicht, laat de brandstoftank dan bij de eerste gelegenheid bijvullen. Dit elektrische circuit kan gekontroleerd worden volgens de procedure op blz. 3-5.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
Kontroleprocedure voor het circuit van het brandstofnivo-waarschuwingslampje
DAU00085

flowchart
graph TD
A["Kontaktslot-schakelaar op "ON" Motorstop-schakelaar op "()"] --> B["Brandstofnivo-waarschu-wingslampje licht niet op."]
A --> C["Brandstofnivo-waarschu-wingslampje licht op."]
B --> D["Zet de versnelling in vrij of trek de koppelingshendel in en druk dan op de startschakelaar."]
C --> E["Kontroleer het brandstofnivo."]
D --> F["Brandstofnivo-waarschuwingslampje licht op."]
D --> G["Brandstofnivo-waarschuwingslampje licht not op."]
E --> H["Er is genoeg benzine."]
E --> I["Het brandstofnivo is te laag."]
F --> J["Het brandstofnivo en het elektrische circuit zijn in orde. U kunt met de motorfiets rijden."]
G --> K["Vraag uw Yamaha dealer om het elektrische circuit te inspekteren."]
I --> L["Vul benzine bij."]
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

De snelheidsmeter geeft de snelheid van de motorfiets aan. De snelheidsmeter is tevens uitgerust met een kilometerteller en een dagteller. De dagteller kan op "0" teruggezet worden met de nulstelknop. Gebruik deze dagteller om te kijken hoeveel kilometer u met één volle tank kunt afleggen. Als u dit enkele malen doet, zult u in de toekomst beter kunnen plannen waar en wanneer u moet stoppen om te tanken.

- Toerenteller
- Rode gebied
DAU00101
Toerenteller
Dit model is uitgerust met een elektrische toerenteller zodat de bestuurder het motortoerental goed kan aflezen, en zodoende de motorbelasting binnen de vereiste grenzen kan houden.
DC000003
LET OP:
Zorg dat de toerenteller nooit in het rode gebied komt.
Rode gebied: 11.500 tpm en hoger
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DAU00106
Diagnosefunktie
Dit model is voorzien van een zelfdiagnose-funktie voor de volgende circuits.
• Gasklep stand-sensorcircuit (T.P.S.)
- Uiteindelijk uitlaatvermogen-klepcircuit (EXUP)
• Brandstofnivo-indikatorcircuit
Mocht er een storing optreden in een van deze circuits, dan zal de toerenteller om en om de volgende diagnose-aanduidingen te zien geven:

flowchart
graph LR
A["3 sekonden lang: 0 tpm"] --> B["2,5 sekonde lang: het ken-merkende diagnose-toerental voor het defekte circuit (zie het onderstaande schema)"]
B --> C["3 sekonden lang: het feitelijke toerental"]
In dit schema kunt u aflezen welk circuit defekt is, aan de hand van het kenmerkende diagnose-toerental dat wordt aangegeven.
| Diagnose-toerental | Defekt circuit |
| 3,000 tpm Gasklep-sensorcircuit (T.P.S.) | |
| 7,000 tpm | Uiteindelijk uitlaatvermogen-klepcircuit (EXUP) |
| 8,000 tpm Brandstofnivo-indikatorcircuit | |
Als uw toerenteller de bovenstaande reeks diagnose-aanduidingen te zien geeft, noteer dan het aangegeven diagnose-toerental en breng uw motorfiets ter reparatie naar een Yamaha dealer.
DC000004
LET OP:
Om schade aan de motor te voorkomen, dient u vooral zo snel mogelijk een Yamaha dealer te raadplegen als uw toerenteller een steeds wisselende reeks toerentallen te zien geeft.

- Koelvloeistoftemperatuur-meter
- Rode gebied
DAU01652
Koelvloeistoftemperatuur-meter
Deze meter geeft de temperatuur van de koelvloeistof aan, als de kontaktslot-schakelaar op "ON" staat. De temperatuur van de motor is afhankelijk van de weersomstandigheden en van de mate waarin de motor belast wordt. Als de naald van de meter in het rode gebied komt, stop de motorfiets dan onmiddellijk en laat de motor afkoelen. (Zie blz. 6-11 voor meer details.)
DC000002
LET OP:
Als de motor oververhit is, stop dan onmiddellijk met rijden.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Inhaal-schakelaar "PASS"
- Grootlicht/dimlicht-schakelaar
- Richtingaanwijzer-schakelaar
- Klaxon-schakelaar "
DAU00118
Stuurschakelaars
DAU00120
Inhaal-schakelaar "PASS"
Druk op de schakelaar om het signaallicht te bedienen.
DAU00121
Grootlicht/dimlicht-schakelaar
Draai de schakelaar naar "Voor groot-
licht en naar "voor dimlicht.
DAU00127
Richtingaanwijzer-schakelaar
Om de rechter-richtingaanwijzer in te schakelen, duwt u de schakelaar naar "→
Om de linker-richtingaanwijzer in te schakelen, duwt u de schakelaar naar "Als u de schakelaar loslaat, keert deze terug naar de middenpositie. Om de richtingaanwijzer weer uit te zetten, drukt u de schakelaar in, terwijl deze in de middenpositie staat.
DAU00130
Klaxon-schakelaar "
Druk de schakelaar in om te klaxoneren.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

Door de lichtschakelaar naar "draaien zal het dimlicht, de meterverlichting en de achterverlichting ingeschakeld worden. Door de lichtschakelaar naar "draaien zal de koplamp ook ingeschakeld worden.
DAU00138
Motorstop-schakelaar
De motorstop-schakelaar is een veiligheids-schakelaar voor gebruik onder noodomstandigheden, zoals wanneer de motorfiets is omgevallen of bij problemen met de gasklep. Draai de schakelaar naar "als u de motor wilt starten. In noodgevallen draait u de schakelaar naar "
DAU00141
Startschakelaar "
Als u de startschakelaar indrukt zal de start- motor de motor doen ronddraaien.
DC000005
LET OP:
Zie, alvorens de motor te starten, de paragraaf met aanwijzingen over het starten.

- Handgreepstand-instelschaal
- Pijlteken
a. Afstand handgeeep
DAU00153
Koppelingshendel
De koppelingshendel is bevestigd aan het linkerhandvat van het stuur. Het is voorzien van een hendel-afsteller en een koppelingschakelaar die is geïntegreerd in het startblokkeersysteem. (Zie de paragrafen over het starten van de motor voor een beschrijving van dit systeem.)
Om te ontkoppelen, trekt u de koppelingshendel in. Om de koppeling weer te laten pakken, laat u de koppelingshendel weer langzaam los. Voor een soepele bediening is het het beste om de koppelingshendel snel in te trekken en langzaam los te laten.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
Voor het bijstellen van de afstand tussen de koppelingshendel en het stuurhandvat, draait u aan de afsteller terwijl u de hendel naar voren duwt. Let op dat de standmarkering op de afsteller recht tegenover het pijlteken staat.

- Versnellingspedaal 1. Handgreepstand-instelschaal
DAU00157

- Pijlteken
a. Afstand handgeeep
Versnellingspedaal
Deze motorfiets is uitgerust met een 5-versnellingsbak met konstante aangrijping.
Het versnellingspedaal bevindt zich links van het motorblok. Schakel nooit op of terug, zonder de koppeling te gebruiken.
DAU00161
Voorremhendel
De voorremhendel is bevestigd aan het rechterhandvat van het stuur en is voorzien van een hendel-afsteller. Om de voorrem aan te trekken, knijpt u de hendel naar het stuur toe.
Om de afstand tussen de voorremhendel en het stuurhandvat bij te stellen, draait u aan de afsteller terwijl u de hendel naar voren trekt. Let op dat de standmarkering op de afsteller recht tegenover het pijlteken staat.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Achterrempedaal 1. Afdekplaatje

De benzinetankdop kan niet op de tank gedraaid worden als de sleutel niet in het sleutelgat steekt. Als de benzinetankdop niet goed is gesloten, kan de sleutel er niet uit verwijderd worden.
DW000023
WAARSCHUWING
Kontroleer altijd of de benzinetankdop goed op de bezinetank zit, alvorens weg te rijden.
DAU00162
Achterrempedaal
Het achterrempedaal bevindt zich rechts van het motorblok. Trap het pedaal in om te remmen.
Benzinetankdop
Openen
Schuif het afdekplaatje weg van het sleutelgat, steek de sleutel in het sleutelgat en draai deze 1/4 slag rechtsom. De dop is nu van het slot gehaald en kan verwijderd worden.
Sluiten
Plaats de benzinetankdop weer op de juiste plaats, met de sleutel er nog steeds ingestoken. Draai de sleutel linksom en verwijder deze. Schuif het afdekplaatje weer voor het sleutelgat.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Vulslang
- Brandstofpeil
DAU01183
Benzine
Kontroleer of er zich voldoende benzine in de benzinetank bevindt. Vul de brandstoftank tot onderaan de vulhals, zoals in de afbeelding aangegeven.
DW000130
WAARSCHUWING
Zorg dat de benzinetank niet al te vol is. Let tevens op dat er geen benzine op een heet motorblok wordt gemorst. Vul de tank nooit verder dan tot onderaan de vulhals, anders bestaat de kans dat de benzinetank overloopt, als de benzine door verwarming uitzet.
DAU00186
LET OP:
- Als er benzine wordt gemorst, veeg deze dan onmiddellijk weg met een droge, zachte doek. Benzine kan geverfde oppervlakken en plastic afwerking aantasten.
- (Alleen voor Duitsland) De modellen voor Duitsland zijn voorzien van een speciaal ontworpen benzinetankdop. Als u de benzinetankdop vervangt, doe dit dan altijd door één van hetzelfde type.
DAU00191
Aanbevolen brandstof:
Normale, loodvrije benzine met een oktaangehalte van 91 ron of hoger (oktaangehalte zoals door onderzoek bepaald).
Inhoud benzinetank:
Totaal:
20 L
Reserve:
4,5 L
OPMERKING:
Als de motor klopt of pingelt, probeer dan een verschillend merk benzine of benzine met een hoger oktaangehalte.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Ontluchtingsslang van de benzinetank

- Chokeknop (choke) "|↘|"

- Bestuurderszadelslot
DAU00196
Ontluchtingsslang van de benzinetank (alleen voor Duitsland)
Dit model is uitgerust met een ontluchtingsslang voor de benzinetank. Kontroleer, alvorens de motorfiets te gebruiken, de volgende punten.
- Kontroleer of de slang goed vast zit.
- Kontroleer de slang op scheurtjes of andere beschadiging. Vervang indien beschadigd.
- Kontroleer of de opening onderaan de slang niet verstopt is. Indien nodig, schoonmaken.
DAU02976
Chokeknop (choke) "
Het starten van een koude motor vereist een rijker mengsel (meer benzine/minder lucht). Een gescheiden choke-startcircuit zorgt voor de toevoer van dit verrijkte mengsel.
Draai in de ⓐ richting om de chokeknop (choke) in te schakelen.
Draai in de ⑥ richting om de chokeknop (choke) uit te schakelen.
DAU01698*
Zadels
Bestuurderszadel
Verwijderen
Steek de sleutel in het zadelslot en draai deze zoals afgebeeld.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Uitsteeksel
- Zadelhouder
Installeren
Steek de nok aan de voorkant van het zadel in de houder van het frame. Druk vervolgens het zadel omlaag vast.

- Uitsteeksel
- Haak (· 2)
- Zadelhouder (· 3)
Passagierszadel
Verwijderen
Verwijder eerst het bestuurderszadel. Trek vervolgens het passagierszadel omhoog. Installeren
Steek de nok aan de voorkant van het zadel en de haken aan de voorkant van het zadel in de houders van het frame en druk het zadel naar achteren. Installeer daarna het bestuurderszadel.
OPMERKING:
Zorg dat beide zadels stevig op hun plaats zitten.

- Helmhouder
DAU00264
Helmhouder
De helmhouder bevindt zich onder het bestuurderszadel. Verwijder het bestuurderszadel en haak de helm in de helmhouder. Plaats het zadel weer en zet dit op slot.
DW000030
WAARSCHUWING
Ga nooit rijden terwijl er zich een helm in de helmhouder bevindt. De helm zou ergens tegenaan kunnen stoten, waardoor u uw evenwicht zou kunnen verliezen met als gevolg een ongeluk.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Instelmechanisme veer-voorbelasting

- Instelstand
- Voorvorkdopbout
Opbergvak
Dit opbergvak is ontworpen voor opslag van een origineel Yamaha U-LOCK beugelslot. (Andere typen sloten zullen wellicht niet passen.) Zorg bij opslag dat het slot goed is vastgemaakt.
Om te zorgen dat de riempjes niet losraken, dient u deze zelfs vast te maken als er geen U-LOCK beugelslot in het opbergvak aanwezig is.
Als u deze gebruiksaanwijzing of andere documenten in het opbergvak wilt bewaren, dient u deze in een plastic zak te doen zo- dat ze niet nat worden. Let bij het wassen van de motorfiets op, dat het opbergvak niet vol water loopt.
DAU01688
Afstelling van de voorvork
Deze voorvork is uitgerust met afstelmechanismen voor de veer-voorbelasting, voor de uitslag-dempingskracht en voor de compressie-dempingskracht.
DW000037
WAARSCHUWING
Beide vorkpoten moeten op dezelfde druk worden ingesteld. Als de druk verschillend is, kan dit resulteren in slechte stuureigenschappen en inferieure stabiliteit.
Afstellen van de voorbelasting
Draai de afstelbout in de ① richting om de veer-voorbelasting te verhogen en draai de afsteller in de ⑥ richting om de veer-voor- belasting te verminderen. Zorg dat de ge- wenste instelling gelijk komt met de bovenkant van de voorvorkdopbout.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DC000013
LET OP:
De groeven geven de afstellings-positie aan. Zorg dat de beide vorkhelften altijd hetzelfde zijn afgesteld.
| Stug | Stan-daard | Zacht | |||
| Stand afsteller | 1 | 2 | 3 | 4 | |

- Instelschroef uitslag-dempingskracht
Afstellen van de uitslag-dempingskracht Draai de stelschroef in de ⓐ richting om de uitslag-dempingskracht te verhogen en in de ⓑ richting om de uitslag-dempingskracht te verminderen.
| Minimum (zacht) 25 klikstanden uitgedraaid* |
| Standaard 9 klikstanden uitgedraaid* |
| Maximum (stug) 0 klikstanden uitgedraaid* |
* Gerekend vanuit de volledig ingedraaide positie.

- Instelschroef compressie-dempingskracht
Afstellen van de compressie-dempingskracht
Draai de stelschroef in de Ⓐ richting om de compressie-dempingskracht te verhogen en in de ⓑ richting om de compressie-dempingskracht te verlagen.
| Minimum (zacht) 25 klikstanden uitgedraaid* |
| Standaard 12 klikstanden uitgedraaid* |
| Maximum (stug) 0 klikstanden uitgedraaid* |
* Gerekend vanuit de volledig ingedraaide positie.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DC000015
LET OP:
Probeer de afsteller nooit voorbij de min- imum- of maximumstand te draaien.
OPMERKING:
Alhoewel het aantal klikjes tussen de minimale en maximale standen voor elke afzonderlijke schokbreker kan variëren en dus niet precies hoeft overeen te komen met deze specificaties, wordt het volledige bereik van de dempingskracht altijd bestreken door het feitelijke aantal klikjes.

Afstelling van de achterschokbreker
Deze schokbreker is uitgerust met afstel-mechanismen voor de veer-voorbelasting en voor de dempingskracht.
DC000015
LET OP:
Probeer de afsteller nooit voorbij de min- imum- of maximumstand te draaien.
Afstellen van de veer-voorbelasting
Draai de afstelring in de ⓐ richting om de veer-voorbelasting te verhogen en in de b richting om de veer-voorbelasting te ver- mideren.
Zorg dat de juiste inkeping van de afstelring tegenover de positiemarkering van de achterschokbreker staat.
| Zacht | Stan-daard | Stug | |||||||
| Stand afsteller | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | |
9
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Insteller uitslag-dempingskracht
Afstellen van de uitslag-dempingskracht Draai de afstelknop in de ⓐ richting om de uitslag-dempingskracht te verhogen en in de ⓑ richting om de uitslag-dempingskracht te verminderen.
| Minimum (zacht) | 20 klikstanden ingedraaid* |
| Standaard 10 | klikstanden ingedraaid* |
| Maximum (stug) 0 | klikstanden ingedraaid* |
* Gerekend vanuit de volledig uitgedraaide positie.

- Instelschroef compressie-dempingskracht
Afstellen van de compressie-dempingskracht
Draai de stelschroef in de ⓐ richting om de compressie-dempingskracht te verhogen en in de ⓑ richting om de compressie-dempingskracht te verminderen.
| Minimum (zacht) 0 | klikstanden ingedraaid* |
| Standaard 10 | klikstanden ingedraaid* |
| Maximum (stug) 24 | klikstanden ingedraaid* |
* Gerekend vanuit de volledig uitgedraaide positie.
DAU00315
WAARSCHUWING
Deze schokbreker bevat stikstofgas onder bijzonder hoge druk. Lees de onderstaande informatie aandachtig door alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden aan de schokbreker. Yamaha is niet verantwoordelijk voor beschadigingen of verwondingen ontstaan door verkeerd behandelen van de schokbreker.
• Probeer de cilinder niet te openen.
- Zorg dat de schokbreker niet in de buurt komt van open vuur of blootgesteld wordt aan hoge temperaturen. Dit zou kunnen leiden tot een ontploffing door uitzetting van het stikstofgas.
- Zorg dat de cilinder niet vervormd of anderzins beschadigd wordt. Dit zal een slechte werking van de schokbreker tot gevolg hebben.
- Als er iets mis is met de schokbreker of er moet onderhoudswerk aan verricht worden, breng uw motorfiets dan naar een Yamaha dealer.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Klemmen voor bagagesnelbinder (· 4)
DAU00324
Klemmen voor bagagesnelbinders
Onder het passagierszadel bevinden zich vier klemmen voor bagagesnelbinders, waarvan er twee naar buiten kunnen worden gedraaid voor gemakkelijker toegang.
DAU01571
EXUP-uitlaatregelingssysteem (EXhaust Ultimate Powervalve)
Dit model is uitgerust met het Yamaha EXUP-uitlaatregelsysteem dat zich in de uitlaat bevindt. De klep wordt bediend door een computergestuurde servomotor die reageert op het motortoerental.
DC000027
LET OP:
- De E.X.U.P. (EXhaust Ultimate Powervalue = uitlaatklep-regeling) is in de afbriek afgesteld, na vele uitgebreide tests. Als de afstellingen worden veranderd door iemand met onvoldoende technische kennis, kan dit leiden tot slechtere motorprestaties en beschadiging van de motor.
- Als de E.X.U.P. niet goed funktioneert, vraag uw Yamaha dealer dan om dit te inspekteren.
DAU00330
Zijstandaard
Dit model is uitgerust met een onderbrekingscircuit voor de onsteking. Rijd nooit met de motorfiets terwijl de zijstandaard is uitgeklapt. De zijstandaard bevindt zich aan de linkerkant. (Zie blz. 5-1 voor een uitleg van dit onderbrekingscircuit).
DW000044
WAARSCHUWING
Rijd nooit met deze motorfiets terwijl de zijstandaard is uitgeklapt. Als de zijstandaard niet volledig is opgeklapt, kan het gebeuren dat deze de grond raakt waardoor u uw balans zou kunnen verliezen met als gevolg een zeer ernstig ongeluk. Yamaha heeft in deze motorfiets een onderbrekingscircuit voor de ontsteking ingebouwd om ongelukken door een niet goed ingeklapte zijstandaard te vermijden. Voer de hieronder beschreven procedure regelmatig uit, om te kontroleren of het onderbrekingscircuit juist funktioneert. Mocht er iets mis zijn met het onderbrekingscircuit, raadpleeg dan onmiddellijk een Yamaha dealer.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
DAU00331
Kontrole van de zijstandaard/ koppelings- onderbrekingsschakelaar
Kontroleer, aan de hand van de onderstaande informatie, de zijstandaard-onderbrekingsschakelaar en de koppelings-onderbrekingsschakelaar op een juiste werking.

flowchart
graph TD
A["DRAAI DE KONTAKTSLOT-SCHAKELAAR NAAR "ON" EN DE MOTORSTOPSCHAKELAAR NAAR "○"."] --> B["ER IS EEN VERSNELLING INGE-SCHAKELD EN DE ZIJSTANDAARD IS OPGEKLAPT."]
B --> C["TREK DE KOPPELINGSHENDEL IN EN DRUK OP DE STARTSCHAKELAAR."]
C --> D["DE MOTOR START."]
DE KOPPELING-ONDERBREKINGS- SCHAKELAAR IS IN ORDE.
KLAP DE ZIJSTANDAARD UIT.
DE MOTOR SLAAT AF.
DE ZIJSTANDAARD-ONDERBRE- KINGSSCHAKELAAR IS IN ORDE.
DW000045
! WAARSCHUWING
Mocht er iets mis zijn met het onderbrekingscircuit, raadpleeg dan onmiddellijk een Yamaha dealer.
KONTROLE VOOR HET RIJDEN
Kontrole voor het rijden 4-1
Als eigenaar bent u verantwoordelijk voor de toestand van uw voertuig. De vitale onderdelen en funkties van uw motorfiets kunnen wel eens onverwacht teruglopen, ook al rijdt u er niet mee (bijvoorbeeld door blootstelling aan de elementen). Elke beschadiging, lekkage of verlies van bandenspanning kan ernstige gevolgen hebben. Daarom is het van groot belang om naast een zorgvuldige visuele inspektie ook voor elke rit de volgende punten grondig te kontroleren.
KONTROLE VOOR HET RIJDEN
DAU00340
| ONDERDEEL KONTROLE BLZ. | ||
| Voorrem | • Kontroleer de remwerking, de speling van de remhendel, het niveau van de rem-vloeistof en eventuele lekkage. | 6-19 ~ 6-22 |
| Achterrem | • Indien nodig, DOT 4 remvloeistof bijvullen. | 6-19 ~ 6-22 |
| Koppeling | • Kontroleer op soepele werking en vrije slag. • Indien nodig, DOT 4 remvloeistof bijvullen. | 6-21 ~ 6-22 |
| Gasgreep en behuizing | • Kontroleer op soepele werking. • Indien nodig, smeren. | 6-15 |
| Motorolie | • Kontroleer oliepeil. • Indien nodig, olie bijvullen. | 6-9 ~ 6-11 |
| Koelvloeistofreservoir | • Kontroleer het koelvloeistofnivo. • Indien noodzakelijk koelvloeistof bijivullen. | 6-11 ~ 6-12 |
| Ketting | • Kontroleer kettingspanning en algehele toestand. • Indien noodzakelijk afstellen. | 6-23 ~ 6-24 |
| Wielen en banden | • Kontroleer bandenspanning, slijtage, beschadiging. 6-16 ~ 6-19 | |
| Bedienings- en meterkabels | • Kontroleer op soepele werking. • Indien nodig, smeren. | 6-24 |
| Rempedaal- en schakelpedaalas | • Kontroleer op soepele werking. • Indien nodig, smeren. | 6-24 |
| Werking van rem- en koppelingshendel | • Kontroleer op soepele werking. • Indien nodig, smeren. | 6-25 |
| Werking van de zijstandaard | • Kontroleer op soepele werking. • Indien nodig, smeren. | 6-25 |
KONTROLE VOOR HET RIJDEN
| ONDERDEEL KONTROLE BLZ. | ||
| Bevestigingsdelen van frame | Kontroleer of alle moeren, bouten en schroeven stevig vastzitten.Indien nodig, aantrekken. | — |
| Benzine | Kontroleer benzinepeil.Indien nodig, benzine tanken. | 3-11 ~ 3-12 |
| Verlichting, richtingaanwijzers en schakelaars | Kontroleer op juiste werking. — | |
OPMERKING:
Deze kontrole vóór het rijden, dient u iedere keer uit te voeren, voordat u wegrijdt. Deze inspektie kan grondig, doch in vrij korte tijd uitgevoerd worden. De korte tijd die u hieraan besteed, weegt ruimschoots op tegen de extra veiligheid die dit oplevert.

WAARSCHUWING
Als één van de onderdelen van de bovenstaande lijst niet juist funktioneert, laat dit dan kontroleren en reparen door uw Yamaha dealer.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
Starten van de motor.... 5-1
Starten van een warme motor.... 5-4
Schakelen 5-4
Aanbevolen snelheden voor op- en terugschakelen (alleen voor Zwitserland).... 5-5
Tips voor het beperken van het benzineverbruik.... 5-5
Inrijden 5-5
Parkeren....5-6
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
DAU00372
DAU00373
WAARSCHUWING
- Leer de motorfiets goed kennen, alvorens ermee te gaan rijden. Maak uzelf vertrouwd met alle bedieningsorganen alvorens op te stappen en weg te rijden. Als er iets niet geheel duidelijk is, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
- Laat de motor nooit langere tijd in een afgesloten ruimte draaien. De uitlaatgassen zijn bijzonder giftig en kunnen binnen zeer korte tijd leiden tot bewusteloosheid en dood. Zorg altijd voor een goede ventilatie.
- Kontroleer alvorens weg te rijden altijd of de zijstandaard is opgeklapt. Een neergeklapte, of gedeeltelijk opgeklapte, zijstandaard kan leiden tot bijzonder ernstige ongelukken.
DAU01627
Starten van de motor
OPMERKING:
Deze motorfiets is uitgerust met een onderbrekingssysteem voor de ontsteking en voor het startcircuit.
De motor kan alleen gestart worden onder een van de volgende omstandigheden:
• de versnelling in zijn vrij staat.
- de zijstandaard opgeklapt is en er is een versnelling ingeschakeld terwijl de koppeling los staat.
Rijd nooit met de motorfiets als de zijstandaard is uitgeklapt.
DW000054
WAARSCHUWING
Lees de informatie over de onderbrekingscircuits van de zijstandaard en van de koppeling nog eens aandachtig door (zie blz. 3-20), alvorens de onderstaande stappen uit te voeren.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN

flowchart
graph TD
A["DRAAI DE KONTAKTSLOT-SCHAKELAAR NAAR "ON" EN DE MOTORSTOPSCHAKELAAR NAAR "○""] --> B["DE VERSNELLING STAAT IN VRIJ EN DE ZIJ-STANDAARD IS NEERGEKLAPT:"]
A --> C["ER IS EEN VERSNELLING INGESCHAKELD EN DE ZIJSTANDAARD IS OPGEKLAPT:"]
B --> D["DRUK OP STARTSCHAKELAAR. DE MOTOR SLAAT AAN."]
C --> E["TREK DE KOPPELINGSHENDEL IN EN START MOTOR MET DE STARTSCHAKELAAR. DE MOTOR SLAAT AAN."]
D --> F["DKAP DE ZIJSTANDAARD OMHOOG EN SCHA-KEL EEN VERSNELLING IN."]
E --> G["U KUNT MET DE MOTORFIETS RIJDEN. U KUNT MET DE MOTORFIETS RIJDEN."]
F --> H["U KUNT MET DE MOTORFIETS RIJDEN. U KUNT MET DE MOTORFIETS RIJDEN."]
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
- Draai de kontaktslot-schakelaar naar "ON" en de motorstop-schakelaar naar "(.)
DC000035
LET OP:
Als het brandstofnivo-waarschuwingslampje oplicht, kontroleer het brandstofnivo dan. Vul, indien noodzakelijk, de tank met benzine bij.
- Zet de versnelling in vrij.
OPMERKING:
Als de versnelling in vrij staat, dient het vrijstand-kontrolelampje op te lichten. Als het kontrolelampje niet oplicht, raadpleeg dan een Yamaha dealer voor kontrole.
- Zet de chokeknop (choke) geheel open en draai de gashendel volledig dicht.
- Start de motor door de startschakelaar in te drukken.
OPMERKING:
Als de motor niet onmiddellijk aanslaat, laat de startschakelaar dan los, wacht enkele sekonden en probeer het nogmaals. Om de accu te sparen, dient u de startmotor nooit langer dan 10 sekonden achtereen te laten draaien.
DC000036
LET OP:
Het oliepeil-kontrolelampje en het brandstofnivo-waarschuwingslampje dienen op te lichten als de startschakelaar wordt ingedrukt en dienen weer te doven als de startschakelaar wordt losgelaten. Als het oliepeil-kontrolelampje knippert of op blijft lichten, stop de motor dan onmiddellijk. Kontroleer het oliepeil en kontroleer op olielekkage. Vul, indien noodzakelijk, olie bij. Start de motor nogmaals en kijk of het oliepeilkontrolelampje uitgaat. Als het oliepeilkontrolelampje niet uitgaat, vraag uw Yamaha dealer dan om dit te inspekteren.
- Als de motor eenmaal loopt, zet u de chokeknop (choke) voor de helft terug.
OPMERKING:
Voor een lange levensduur van de motor dient u de motor voor wegrijden warm te laten lopen. Geef nooit vol gas als de motor nog koud is.
- Als de motor volledig is opgewarmd, zet u de chokeknop (choke) helemaal dicht.
OPMERKING:
De motor is voldoende opgewarmd als deze goed op de gashendel reageert wanneer de chokeknop (choke) volledig uit staat.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
DAU01258
Starten van een warme motor
Als de motor warm is, hoeft u de chokeknop (choke) niet te gebruiken.
DC000046
LET OP:
Alvorens de motorfiets voor de eerste maal te gebruiken, is het raadzaam de paragraaf "Inrijden" aandachtig door te lezen.

- Versnellingspedaal N. Vrijstand
DAU00423
Schakelen
De versnellingsbak regelt de overbrengverhouding tussen de motor en het achterwiel, m.a.w. het vermogen dat u naar het achterwiel kunt overbrengen, bij een gegeven snelheid. Zorg dat u de juiste versnelling kiest voor wegrijden, accelereren en het beklimmen en afdalen van heuvels.
Om de versnelling in zijn vrij te zetten, drukt u het versnellingspedaal meermalen omlaag totdat het niet verder kan, en vervolgens laat u het pedaal iets opkomen.
DC000048
LET OP:
- Rijd niet al te lange tijd met uitgeschakelde motor een heuvel af en sleep de motorfiets niet over al te lange afstanden. Zelfs met de versnelling in vrij, wordt de overbrenging alleen maar goed gesmeerd als de motor draait. Een slechte smering kan leiden tot beschadiging van de overbrenging.
- Schakel nooit over of terug zonder de koppeling te gebruiken. De motor, de versnelling en de aandrijving zijn niet ontworpen voor het opvangen van schokken veroorzaakt door schakelen zonder koppeling, en kunnen hierdoor beschadigd worden.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
DAU02941
Aanbevolen snelheden voor open terugschakelen (alleen voor Zwitserland)
In de onderstaande tabel vindt u de aanbevolen snelheden voor het omschakelen tussen de verschillende versnellingen.
| Aanbevolen snelheid(km/h) | |||
| 1-ste | → | 2-de | 23 |
| 2-de | → | 3-de | 36 |
| 3-de | → | 4-de | 50 |
| 4-de | → | 5-de | 60 |
OPMERKING:
Als u in één keer van de vierde naar de tweede versnelling schakelt, zorg dan dat de snelheid van uw motorfiets niet boven de 35 km/h ligt.
DAU00424
Tips voor het beperken van het benzineverbruik
Het benzineverbruik van uw motorfiets hangt voor een groot deel af van uw rijstijl. Hieronder volgen enkele tips voor het beperken van het benzineverbruik:
- Laat de motor warmdraaien voordat u wegrijdt.
- Zet de chokeknop (choke) zo snel mogelijk in de uit-stand terug.
- Schakel vlot door naar een hogere versnelling en laat de motor tijdens het accelereren niet teveel toeren maken.
- Geef geen gas tussen het schakelen door (dubbel-clutch) of tijdens het te-rugschakelen en vermijd hoge toerentallen bij onbelaste motor.
- Zet de motor af in plaats van deze lang stationair te laten draaien tijdens het wachten voor een stoplicht, een spoorwegovergang e.d..
DAU00436
Inrijden
De meest belangrijke periode voor de prestaties en de levensduur van uw motorfiets zijn de eerste 1.000 km. Lees de onderstaande paragraaf aandachtig door en volg de aanwijzingen hiervan op. Aangezien de motor nieuw is, dient u deze de eerste 1.000 km niet al te zwaar te belasten. De motor-onderdelen dienen zich naar elkaar te zetten en zich harmonieus aan elkaar aan te passen. Tijdens de inrijperiode dient u lange tijd met vol gas rijden en andere omstandigheden die kunnen leiden tot te zware belasting/verhitting van de motor, te vermijden.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
DAU00440
Van 0 tot 150 km
Laat het toerental niet boven de 5.000 tpm uitkomen. Zet de motor na ongeveer 1 uur uit en laat deze 5 à 10 minuten afkoelen. Varieer, tijdens het rijden, de snelheid van de motorfiets.
Van 150 tot 500 km
Laat het toerental niet boven de 6.000 tpm uitkomen. Laat de motorfiets soepel door alle versnellingen heen accelereren, echter zonder vol gas te geven.
500 tot 1.000 km
Vermijd langdurig met vol gas rijden. Laat het motortoerental niet al te lang boven de 7.000 tpm komen.
DC000052
LET OP:
Ververs na de eerste 1.000 km de motorolie en vervang het oliefilter.
1.000 km en verder
U kunt vol gas rijden.
DC000053
LET OP:
- Laat de wijzer van de toerenteller nooit in de rode zone komen.
- Mochten er zich moeilijkheden met de motor voordoen tijdens de inrijperiode, raadpleeg dan onmiddelijk u Yamaha dealer.
DAU00460
Parkeren
Als u de motorfiets parkeert, zet de motor dan af en verwijder de sleutel uit het kontaktslot.
DW000058

WAARSCHUWING
De uitlaatpijp en het samenstel worden bijzonder heet. Parkeer de motorfiets op een plek waar spelende kinderen en voorbijgangers zich niet kunnen branden aan de uitlaat. Parkeer de motorfiets niet op een helling of op een zachte ondergrond, aangezien de kans bestaat dat deze omvalt.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Gereedschapset 6-1
Periodiek onderhoud en eenvoudige reparaties....6-2
Verwijderen en aanbrengen van stroomlijnkappen 6-5
Stroomlijnkap A 6-5
Stroomlijnkap B 6-5
Stroomlijnkap C....6-6
Bougies 6-7
Motorolie....6-9
Koelvloeistof 6-11
Luchtfilter....6-12
Kontroleren van de vrije speling van de gaskabel....6-15
Afstellen van de klepspeling....6-16
Banden....6-16
Wielen 6-19
Afstelling van de remlicht-schakelaar....6-19
Kontrole van de remvoeringen voor en achter.....6-20
Kontrole van het remvloeistofpeil....6-21
Verversen van de remvloeistof 6-22
Kontrole van de kettingspanning 6-23
Afstellen van de kettingspanning....6-23
Smering van de ketting 6-24
Inspektie en smering van de kabels 6-24
Smeren van het rempedaal en versnellingspedaal....6-24
Smeren van de voorremhendel en koppelingshendel....6-25
Smering van de zijstandaard 6-25
Smering van de achterwiel-ophanging .....6-25
Inspektie van de voorvork....6-26
Inspektie van de stuurinrichting 6-26
Wiellagers....6-27
Accu....6-27
Vervangen van zekeringen....6-28
Vervangen van de gloeilamp van de koplamp .....6-29
Vervangen van de gloeilamp van het achterlich/remlicht....6-30
Vervangen van de gloeilamp van de richtingaanwijzer....6-30
Verwijderen van het voorwiel 6-31
Installeren van het voorwiel 6-31
Demonteren van het achterwiel 6-32
Monteren van het achterwiel....6-33
Verhelpen van storingen 6-34
Lijst voor het opsporen van storingen......6-35
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU00462
DAU00464
Het tijdig uitvoeren van het periodieke onderhoud, van de benodigde afstellingen en van de smering zal uw motorfiets in een goede en veilige staat houden. Veiligheid is een "must" voor iedere motorrijder! De onderhoudstabellen en de smeringstabel zijn een ruwe leidraad voor de intervallen waarop deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. VERGEET NIET DAT HET WEER, HET SOORT TERREIN, DE MANIER WAAROP DE MOTORFIETS WORDT BESTUURD EN VELE ANDERE OMSTANDIGHEDEN, AANPASSING VAN DEZE INTERVALLEN NOODZAKELIJK KUNNEN MAKEN. De meest belangrijke punten voor onderhoud, smering en afstelling worden in de volgende bladzijden behandeld.
DW000060
WAARSCHUWING
Als u geen ervaring heeft met onderhouden van een motorfiets, laat dit werk dan over aan een erkende Yamaha dealer.

De aanwijzingen in deze handleiding dienen om u, de eigenaar van deze motorfiets, de nodige informatie te verschaffen over het periodieke onderhoud van de motorfiets en over eenvoudige reparaties. Het gereedschap van de bijgeleverde gereedschapsset zal voldoende zijn voor de meeste van deze reparaties. Het is echter raadzaam om o.a. een momentsleutel aan te schaffen om bouten en moeren met het juiste koppel aan te draaien, opdat u het onderhoud optimaal kunt verrichten.
OPMERKING:
Als u tijdens het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden geen momentsleutel tot uw beschikking heeft, ga dan met uw motorfiets naar een Yamaha dealer om de aantrekkoppels te laten kontroleren.
DW000063
WAARSCHUWING
Veranderingen aan deze motorfiets die niet door Yamaha zijn goedgekeurd, kunnen leiden tot slechtere prestaties en zelfs tot vermindering van de veiligheid van de motorfiets. Raadpleeg altijd eerst een Yamaha dealer, alvorens enige verandering aan te brengen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU00473
| Nr. | ONDERDEEL KONTROLE EN ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN | EERSTE MAAL (na 1.000 km) | IEDERE | |||
| 6.000 km of 6 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | 12.000 km of 12 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | |||||
| 1 | * | Brandstofleiding | • Brandstofslangen en vacuümslangen controleren op barsten of andere schade.• Vervangen indien nodig. | √ | √ | |
| 2 | * | Brandstofffilter | • Controleren.• Vervangen indien nodig. | √ | ||
| 3 | Bougies | • Controleren.• Reinigen, elektrodenafstand bijstellen, indien nodig vervangen. | √ | √ | √ | |
| 4 | * | Kleppen | • Klespeling controleren.• Bijstellen indien nodig. | ledere 42.000 km of 42 maanden (welk het eerst bereikt wordt) | ||
| 5 | Luchtfilter | • Reinigen, indien nodig vervangen. √ √ | ||||
| 6 | * | Koppeling | • Werking en vloeistofpeil controleren en zonodig lekkage opsporen. (Zie OPMERKING op blz. 6-4.)• Corrigeren naar vereist. | √ | √ | √ |
| 7 | * | Voorrem | • Werking en vloeistofpeil controleren en zonodig lekkage opsporen. (Zie OPMERKING op blz. 6-4.)• Corrigeren naar vereist.• Remvoeringen vervangen indien nodig. | √ | √ | √ |
| 8 | * | Achterrem | • Werking en vloeistofpeil controleren en zonodig lekkage opsporen. (Zie OPMERKING op blz. 6-4.)• Corrigeren naar vereist.• Remvoeringen vervangen indien nodig. | √ | √ | √ |
| 9 | * | Wielen | • Controleren op balans, uitloop en schade.• Herbalanceren of vervangen indien nodig. | √ | √ | |
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
| Nr. | ONDERDEEL KONTROLE | EN ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN | EERSTE MAAL (na 1.000 km) | IEDERE | ||
| 6.000 km of 6 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | 12.000 km of 12 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | |||||
| 10 | * | Banden | • Controleren op profieldiepte en schade.• Vervangen indien nodig.• Bandenspanning controleren.• Corrigeren indien nodig. | √ | √ | |
| 11 | * | Wiellagers | • Controleren op loszitten of schade.• Vervangen indien nodig. | √ | √ | |
| 12 | * | Zwaaiarm | • Scharnierpunt controleren op speling.• Corrigeren indien nodig.• Smeren met molybdeen-disulfidevet om de 24.000 km of 24 maanden (welk het eerst bereikt wordt). | √ | √ | |
| 13 | Aandrijfketting | • Controleren op overmatige speling.• Bijstellen indien nodig. Zorgen dat achterwiel juist is uitgelijnd.• Reinigen en smeren. | ledere 1.000 km of na het wassen van de motorfiets of een rit in de regen. | |||
| 14 | * | Stuurlagers | • Controleren op speling en soepele stuurbeweging.• Corrigeren naar vereist.• Smeren met vet op lithiumzeepbasis om de 24.000 km of 24 maanden (welk het eerst bereikt wordt). | √ | √ | |
| 15 | * | Bevestigingspunten aan het frame | • Controleren of alle bouten, moeren en schroeven stevig vast zitten.• Aandraaien indien nodig. | √ | √ | |
| 16 | Zijstandaard | • Controleren.• Smeren en rapareren indien nodig. | √ | √ | ||
| 17 | * | Zijstandaardschakelaar | • Controleren.• Vervangen indien nodig. | √ | √ | √ |
| 18 | * | Voorvork | • Controleren op juiste werking en op olielekkage.• Corrigeren naar vereist. | √ | √ | |
| 19 | * | Achterschokbreker | • Controleren op juiste werking en op olielekkage.• Gehele schokbrekerset vervangen indien nodig. | √ | √ | |
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
| Nr. | ONDERDEEL KONTROLE EN ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN | EERSTE MAAL (na 1.000 km) | IEDERE | |||
| 6.000 km of 6 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | 12.000 km of 12 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | |||||
| 20 | * | Scharnierpunten achterophanging-verbindingsmen | • Controleren.• Smeren met molybdeen-disulfidevet om de 24.000 km of 24 maanden (welk het eerst bereikt wordt). | √ | √ | |
| 21 | * | Carburateurs | • Controleren op stationair-toerental, synchronisatie en werking starter.• Bijstellen indien nodig. | √ | √ | √ |
| 22 | Motorolie | • Controleren op oliepeil en olielekkage.• Corrigeren indien nodig.• Verversen. (Voor aftappen eerst motor laten warmdraaien.) | √ | √ | √ | |
| 23 | Motorolie-filtercassette | • Vervangen. √ √ | ||||
| 24 | * | Koelsysteem | • Controleren op koelvloeistofpeil en koelvloeistoflekkage.• Corrigeren indien nodig.• Koelvloeistof verversen om de 24.000 km of 24 maanden (welk het eerst bereikt wordt). | √ | √ | |
* Onderhoud aan deze onderdelen vereist speciaal gereedschap, technische vaardigheden en service-gegevens. Laat dit onderhoud over aan uw Yamaha dealer.
DAU02971*
OPMERKING:
-
Als u veel op stoffige wegen of in regenachtige gebieden rijdt, dient u het luchtfilter vaker schoon te maken.
• Hydraulische rem- en koppelingssystemen -
Na het demonteren van de hoofdcilinder, de plunjer of de ontkoppelcilinder dient u altijd de remvloeistof te verversen. Normaal kunt u volstaan met het regelmatig kontroleren van het remvloeistofpeil in de hoofdcilinder en de ontkoppelcilinder en het bijvullen van remvloeistof.
- Vervang de oliekeringen binnenin de hoofdcilinder, de plunjercilinder en de ontkoppelcilinder om de twee jaar.
- Vervang alle remleidingen en koppelingsleidingen om de vier jaar of als ze gescheurd of anderszins beschadigd zijn.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

DAU01065
Verwijderen en aanbrengen van stroomlijnkappen
De stroomlijnkappen die hierbij staan afgebeeld, moeten voor bepaalde onderhoudswerkzaamheden in dit hoofdstuk eerst worden verwijderd. Zie de bijgaande beschrijving, telkens wanneer u een stroomlijkap moet verwijderen of weer aanbrengen.

Verwijder de schroeven en trek buiten zoals afgebeeld.
Installeren
Op zijn plaats brengen en de schroeven weer aandraaien.

Verwijder de schroeven.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Op zijn plaats brengen en de schroeven weer aandraaien.

-
Stroomlijnkap C
-
Bout (· 14)
DAU00483
Stroomlijnkap C
Verwijderen
Verwijder de aangegeven bouten en maak de bedrading van de richtingaanwijzerlampjes los.

- Richtingaanwijzerlampje (· 2)
Installeren
Breng de kap op zijn plaats, draai de bouten weer aan en sluit de bedrading van de richtingaanwijzerlampjes aan.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Gebruik de bougiesleutel uit de gereedschapset om de bougies te verwijderen zoals aangegeven.
Probeer dit soort problemen niet zelf te ver- helpen, maar breng de motorfiets naar uw Yamaha dealer. U dient de bougies regel- matig te verwijderen en na te kijken aange- zien de bougies door de hitte en aanslag geleidelijk zullen slijten. Indien de elektrode sterk versleten is of als er sterke koolaan- slag of andere aanslag op de bougie zit, vervangt u de bougie door een van het voorgeschreven type.
Bougies
Verwijderen
- Verwijder de stroomlijnkappen A en C. (Zie blz. 6-5 en 6-6 voor het verwijderen en installeren van de stroomlijnkap.)
- Verwijder de bougiedoppen.
Inspectie
De bougies vormen een belangrijk onderdeel van de motor en u kunt ze gemakkelijk controleren. De conditie van de bougies geeft een aanwijzing betreffende de bedrijfsconditie van de motor.
Onder normale omstandigheden moeten alle bougies in uw motor dezelfde kleur hebben op de isolator rondom de middenelektrode. De ideale kleur van dit gedeelte is bruin tot geelbruin wanneer normaal met de motorfiets wordt gereden. Als een van de bougies een duidelijk andere kleur heeft, is het mogelijk dat de motor niet juist werkt.
Voorgeschreven bougie: DR8EA (NGK) X24ESR-U (DENSO)
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Meet de elektrodenafstand met een voelmaat en stel de afstand indien nodig af.
Elektrodenafstand:
0,6 \~ 0,7 mm
- Maak het pakkingvlak schoon. Veeg eventueel vuil van de schroefdraad.
- Monteer de bougie en trek deze met het voorgeschreven koppel aan.
Aantrekkoppel:
Bougie:
18 Nm (1,8 m·kg)
OPMERKING:
Als u geen momentsleutel hebt bij het aanbrengen van de bougie, is een goede richtlijn voor het juiste koppel om de bougie 1/4 tot 1/2 slag aan te trekken nadat u deze met de hand hebt vastgedraaid. Laat de bougie in dit geval zo spoedig mogelijk nauwkeurig met het juiste koppel aantrekken.
- Breng de bougiedoppen.
- Breng de stroomlijnkap weer aan.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Oliepeil-afleesglas
- Maximum-merkteken
- Minimum-merkteken
DAU01765*
Motorolie
Meting van het oliepeil
- Plaats de motorfiets op een vlakke ondergrond (waterpas) en houd hem rechtop. Laat de motor voor enkele minuten warmdraaien.
OPMERKING:
Let op dat de motorfiets horizontaal staat als u het oliepeil kontroleert. Als de motorfiets iets overhelt, kan dit leiden tot een verkeerde aflezing.

- Motorolie-vuldop 1. Motorolie-aftapbout
- Kontroleer het oliepeil terwijl de motor afgezet is door het oliepeil-afleesglas onderaan de rechterkant van het carterdeksel.
OPMERKING:
Wacht, na het afzetten van de motor, enkele minuten met het kontroleren van het oliepeil.
- Het oliepeil dient tussen de minimumen maximum-merktekens te liggen. Als er te weinig olie in de motor zit, vul dan olie bij tot aan het juiste peil.

Verversen van de motorolie en vervangen van het oliefilterelement
- Verwijder de stroomlijnkap A. (Zie blz. 6-5 voor het verwijderen en weer aanbrengen van het zadel.)
- Laat de motor enkele minuten warmdraaien.
- Zet de motor af. Plaats een opvang- bak onder de motor en verwijder de olievuldop.
- Verwijder de aftapbout en laat alle olie weglopen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

-
Oliefilter
-
Oliefiltersleutel
-
Verwijder het oliefilter m.b.v. een oliefiltersleutel.
OPMERKING:
Als u niet over een oliefiltersleutel beschikt, vraag uw Yamaha dealer hier dan om.
- Monteer de aftapbout en trek deze met het voorgeschreven koppel aan.
Aantrekkoppel:
Aftapbout:
43 Nm (4,3 m·kg)

-
O-ring 1. Momentsleutel
-
Breng een dun laagje motorolie aan op de pakkingring van en het nieuwe oliefilter.
OPMERKING:
Let op dat de pakkingring goed in de groef valt.

- Monteer het oliefilter en trek het met een oliefiltersleutel tot het voorgeschreven vast.
OPMERKING:
Als u het oliefilter plaatst, draai het dan aan met het juiste aantrekkoppel met behulp van een momentsleutel.
Aantrekkoppel:
Oliefilter:
17 Nm (1,7 m·kg)
- Vul de motor tot het juiste peil met olie. Monteer de oliefilterdop en schroef deze vast.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Aanbevolen motorolie:
Zie blz. 8-1.
Hoeveelheid motorolie:
Totale hoeveelheid: 3.5 L
Periodieke verversing: 3.0 L
Verversen van olie en vervangen van oliefilter:
3,2 L
DC000066
LET OP:
- U mag geen chemische middelen aan de motorolie toevoegen. De motorolie dient tevens voor het smeren van de koppeling en toegevoegde middelen zouden de koppeling kunnen doen slippen.
-
Let op dat er geen vreemde voor-werpen in het carter terechtkomen.
-
Start de motor en warm hem enkele minuten op. Controleer tijdens het warmdraaien op olielekken. Mocht er een olielek worden bespeurd, zet de motor dan onmiddellijk af en probeer de oorzaak te vinden.
OPMERKING:
Nadat de motor gestart is, dient het oliepeillampje uit te gaan als olie tot het juiste peil bijgevuld is.
DC000067
LET OP:
Als het kontrolelampje knippert of blijft oplichten, zet de motor dan onmiddelijk af en raadpleeg een Yamaha dealer.
- Monteer de steun en dan de stroomlijnkap zelf.

- Maximum-merkteken
- Minimum-merkteken
DAU01594
Koelvloeistof
Kontroleer het koelvloeistofnivo in de expansietank, terwijl de motor koud is. Het nivo van de koelvloeistof hangt af van de motortemperatuur. Het koelvloeistofnivo dient zich tussen de minimum- en maximum-merktekens op de tank te bevinden. Als het nivo onder het minimum-merkteken komt, vul de tank dan bij met (zacht) kraanwater totdat het nivo tot het maximum-merkteken staat. Laat om de twee jaar uw Yamaha dealer de koelvloeistof vervangen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DW000067
WAARSCHUWING
Verwijder de radiateurdop nooit als de motor nog heet is.
DC000080
LET OP:
Te hard water (te veel kalk) of zout water zal de motor beschadigen. Als u geen zacht water kunt vinden, kunt u gedestilleerd water gebruiken.
Inhoud van de expansietank: 0,23 L
OPMERKING:
De radiateurventilator is volledig automatisch werkend. De ventilator wordt in- of uitgeschakeld, afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof in de radiateur.

Het luchtfilter moet na de voorgeschreven intervallen worden schoongemaakt. Het moet vaker worden schoongemaakt als u in buitengewoon natte of stoffige gebieden rijdt.
- Verwijder de zadels.
- Verwijder de stroomlijnkap B van beide kanten. (Zie blz. 6-5.)
- Verwijder de montagebouten van de brandstoftank.
- Til de brandstoftank op en zet het vast in een positie die de luchtfilter-behuizing vrij laat. (Verwijder de brandstofleidingen niet.)
DW000071
WAARSCHUWING
- Ondersteun de brandstoftank zorgvuldig tijdens deze procedure.
- Til de brandstoftank niet te ver op en trek er niet te hard aan want de brandstofslang-aansluitingen kunnen in zulke gevallen los raken waardoor brandstoflekkages kunnen optreden.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Schroef
-
Luchtfilterhuisdeksel
-
Verwijder de montageschroef van het deksel van de luchtfilter-behuizing.
- Trek het luchtfilter naar buiten.

-
Luchtfilter
-
Tik zachtjes tegen het luchtfilter aan om het meeste vuil en stof te verwijderen. Blaas het overige vuil met behulp van perslucht eruit, zoals aangegeven in de afbeelding. Indien het luchtfilter-element beschadigd is, moet het vervangen worden.
- Breng alle onderdelen weer aan door de demontage in omgekeerde volgorde uit te voeren.

- Zorg dat het luchtfilter naar behoren in de luchtfilter-behuizing zit.
- Laat de motor nooit lopen zonder dat het luchtfilter geinstalleerd is. Dit kan leiden tot bijzonder snelle slijtage van cilinders en/of zuigers.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DW000072
WAARSCHUWING
- Alvorens de benzinetank weer te plaatsen, dient u te kontroleren of de benzineslangen niet beschadigd zijn. Als u ergens een beschadiging of een lek konstateert, laat uw Yamaha dealer dan nieuwe benzineslangen plaatsen.
- Zorg dat de benzineslangen altijd goed zijn aangesloten, langs de juiste plaatsen lopen en niet bekneld zitten.
DAU00630
De carburateur is een bijzonder belangrijk onderdeel van de motor. De afstelling ervan dient bijzonder nauwkeurig te geschieden. Het verdient aanbeveling om deze afstelling over te laten aan uw Yamaha dealer die de nodige kennis van zaken heeft en over ruime ervaring beschikt. Het routine-onderhoud, zoals het afstellen van het stationairtoerental kunt u echter zelf uitvoeren.
DC000095
LET OP:
De carburateur is na vele tests in de Yamaha fabrieken afgesteld. Veranderen van de afstellingen kan leiden tot slecht lopen van de motor en zelfs tot beschadiging hiervan.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Start de motor en laat deze enkele minuten lang warmdraaien met een toerental van 1.000 à 2.000 tpm. Laat de motor af en toe met een wat hoger toerental lopen 4.000 à 5.000 tpm. De motor is warm als deze snel op de beweging van de gasgreep reageert.
- Stel het stationair toerental nu op het voorgeschreven toerental af, door de gasstopschroef te verdraaien. Draai de schroef in de richting ⓐ om het toerental te verhogen en draai de schroef naar ⓑ om het toerental te verlagen.
Standaard stationair toerental:
1.100 tpm (vehalve voor F, S, SF, D)
1.050 tpm (voor F, S, SF, D)
OPMERKING:
Als u het toerental niet op de voorgeschreven waarde krijgt, raadpleeg dan een Yamaha dealer.

Kontroleren van de vrije speling van de gaskabel
De gaskabel dient een voorgeschreven vrije speling van 3 \~ 7 mm te hebben bij het handvat. Als de vrije speling incorrect is, laat de speling dan afstellen door een Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU00637
Afstellen van de klepspeeling
De juiste klepspeeling verandert tijdens het gebruik van de motorfiets, met als gevolg een onjuiste invoer van het benzine-/luchtmengsel of meer lawaai. Om dit te vermijden, dienen de kleppen regelmatig afgesteld te worden. Laat deze afstelling echter aan een Yamaha dealer over.
DAU00658
Banden
Let, voor goede rijprestaties, een lange levensduur en veilig rijden, op de volgende punten:
Bandenspanning
Kontroleer de bandenspanning altijd, voordat u met de motorfiets wegrijdt.
DW000082
WAARSCHUWING
De bandenspanning dient gemeten te worden als de temperatuur van de banden gelijk is aan de omgevingstemperatuur. De bandenspanning is afhankelijk van het totale gewicht van de bagage, de bestuurder, de medepassagier, overige accessoires (stroomlijnkappen, zadel- tassen, enz. - monteer nooit accessoires die niet zijn goedgekeurd voor deze motorfiets) en de snelheid van de motorfiets.
| Maximale belasting* 196 kg | ||
| Bandenspanning bij koude banden | Voor Achter | |
| Belasting tot 90 kg* | 250 kPa(2,50 kg/cm2,2,50 bar) | 250 kPa(2,50 kg/cm2,2,50 bar) |
| 90 kg ~ Maximale belasting* | 290 kPa(2,90 kg/cm2,2,90 bar) | 290 kPa(2,90 kg/cm2,2,90 bar) |
| Bij rijden met hoge snelheid | 290 kPa(2,90 kg/cm2,2,90 bar) | 290 kPa(2,90 kg/cm2,2,90 bar) |
* Belasting is het totale gewicht van bagage, bestuurder, mede-passagier en accessoires.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DW000083
WAARSCHUWING
Een juiste verdeling van het gewicht is van groot belang voor een goede wegligging, juist reageren op het remmen, balans en veiligheid in het algemeen. Zorg ervoor dat bagage die u vervoert, goed vast zit zodat deze niet kan gaan schuiven. Plaats de zwaarste voorwerpen in het midden van de motorfiets en verdeel het gewicht gelijkmatig over rechter- en linkerzijde. Stel de voorbelasting van de schokbrekers in aan de hand van het totale gewicht en breng de bandenspanning ook op de juiste waarde. OVERLAAD UW MOTORFIETS NOOIT. Overschrijdt nooit het totaal toegestane gewicht van bagage, bestuurder, medepassagier, overige accessoires (stroomlijnkappen, zadeltassen, enz. - monteer nooit accessoires die niet zijn goedgekeurd voor deze motorfiets). Een te zwaar beladen motorfiets kan leiden tot beschadiging van de banden, een ongeluk en ernstige verwondingen.

- Zijwand
a. Profieldiepte
Inspekteren van de banden
Kontroleer de banden altijd, voordat u met de motorfiets wegrijdt. Als het middenprofiel de minimale waarde bereikt (zie de afbeelding), als er zich een spijker of stukjes glas in de band bevinden, of als de flank van de band gescheurd is, vraag een Yamaha dealer dan zo snel mogelijk om de band te vervangen.
DW000095
WAARSCHUWING
Rijden met de motorfiets met versleten banden is bijzonder gevaarlijk. Dit zal leiden tot verlies aan wegligging en verlies aan kontrole over de motorfiets. Laat versleten banden onmiddellijk vervangen door een Yamaha dealer. Vervangen van banden, remmen en alle onderdelen die te maken hebben met het wiel, dient alleen te worden uitgevoerd door erkend personeel van een Yamaha dealer.
| Minimale profieldiepte (voor en achter) | 1,6 mm |
OPMERKING:
De voorwaarden voor de minimale profieldiepte, kunnen van land tot land verschillen. Houd u aan de plaatselijke regelingen, en minimaal aan de voorwaarden van Yamaha.
Informatie over de banden
Deze motorfiets is uitgerust met tubeless banden, bandventielen en gegoten wielen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DW000080
WAARSCHUWING
- Na het uitvoeren van vele uitgebreide tests heeft Yamaha Motor Co., Ltd. de hieronder genoemde banden, voor dit model, goedgekeurd. Bij gebruik van andere banden of andere kombinaties van banden, kan er geen garantie worden gegeven over de wegligging en de bestuurbaarheid van de motorfiets. De voorband en de achterband dienen van hetzelfde ontwerp en dezelfde fabrikant te zijn.
- Gebruik van andere ventielen en andere ventielkernen dan degenen die hieronder worden vermeld, kan leiden tot plotseling leeglopen van de banden bij rijden met hoge snelheid. Gebruik altijd originele Yamaha onderdelen of onderdelen van een gelijkwaardige kwaliteit.
- Vergeet niet om de ventieldoppen op de ventielen te plaatsen. De ventieldoppen zijn, met name bij het rijden met hoge snelheid, ook belangrijke onderdelen.

- Bandventiel
- Ventielkern
- Ventieldop met dichting
VOOR
| Bandenmerk B | Bandenmaat Type | |
| Bridgestone 120/70 | ZR17 BT50F | |
| Dunlop 120/70 | ZR17 D204FN | |
| Michelin 120/70 | ZR17 | MACADAM90XM |
| Metzeler 120/70 | ZR17 MEZ1 | |
| Metzeler 120/70 | ZR17 MEZ2 |
ACHTER
| Bandenmerk Bandenmaat Type | |
| Bridgestone 180/55 ZR17 BT50R | |
| Dunlop 180/55 ZR17 D204M | |
| Michelin 180/55 ZR17 | MACADAM90XM |
| Metzeler 180/55 ZR17 MEZ1 | |
| Metzeler 180/55 ZR17 MEZ2 |
| Type | |
| Bandventiel TR412 | |
| Ventielkern #9000A (Genuine) | |
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU00684
DAU00687
WAARSCHUWING
Deze motorfiets is uitgerust met banden voor rijden met uiterst hoge snelheden. Om deze banden op de juiste manier te gebruiken, dient u op de volgende punten te letten.
- Als u een band vervangt, gebruik hier dan altijd de voorgeschreven band voor. Andere banden kunnen uit elkaar klappen bij rijden met zeer hoge snelheden.
- Nieuwe banden, die nog niet ingesleten zijn, hebben minder grip op de weg. Zodoende dient u eerst zo'n 100 km met normale snelheid te rijden, alvorens uw snelheid te verhogen.
- Voordat u met bijzonder hoge snelheid gaat rijden, dient u de banden eerst wat op te warmen.
- Zorg dat de banden altijd de juiste spanning voor de betreffende rijomstandighheden hebben.
Wielen
Voor optimale prestaties, een lange levensduur en een optimale veiligheid, dient u op de volgende punten te letten:
- Kontroleer de wielen op de volgende punten, alvorens te gaan rijden. Kontroleer de velg op scheurtjes, barsten en op vervorming (slag in het wiel). Als er iets mis is met een wiel, raadpleeg dan een Yamaha dealer. Probeer niet zelf reparaties aan het wiel uit te voeren. Een vervormd wiel of een wiel met scheuren dient onmiddellijk vervangen te worden.
- Als er een band of een wiel is vervangen, dient u de wielen te laten uitbalanceren. Een slecht uitgebalanceerd wiel kan leiden tot slechtere prestaties, verminderde wegligging en een kortere levensduur van de banden.
- Rijd in het begin langzaam en voorzichtig, na het verwisselen van een band, om het oppervlak van de nieuwe band in te rijden, zodat de band zijn optimale kwaliteiten kan ontwikke- len.

Het achterste remlicht wordt ingeschakeld door het rempedaal; de schakelaar ervan is juist ingesteld als het remlicht gaat branden vlak voor de rem aangrijpt. Om de schakelaar van het achterste remlicht bij te stellen, houdt u de behuizing van de schakelaar vast zodat deze niet meedraait wanneer u de instelmoer verdraait.
Draai de instelmoer in de richting ⓐ om het remlicht eerder te laten oplichten.
Draai de instelmoer in de richting ⑥ om het remlicht later te laten oplichten.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Slijtagegrens-indicator

- Slijtagegrens-indicator
DAU00715
Kontrole van de remvoeringen voor en achter
Op de remblokken vindt u een slijtagegrens-indikator. Dankzij dit merkteken kunt u de remvoeringen kontroleren zonder dat u de remmen hoeft te demonteren. Trek de voorremhendel in of trap het achterrempedaal in en kijk of de remblokken tot voorbij de slijtagegrens zijn versleten. Als de remblokken BIJNA tot aan de slijtagegrens-indikator zijn versleten, laat u Yamaha dealer dan nieuwe remvoeringen plaatsen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Minimum-merkteken
DAU01800
Kontrole van het remvloeistofpeil
Onvoldoende remvloeistof kan als gevolg hebben dat er lucht in het rem/koppeling-systeem terecht komt, waardoor de rem-men/koppeling kunnen weigeren. Kontroleer of het remvloeistofnivo boven het minimumpeil is, alvorens te gaan rijden en vul indien nodig remvloeistof bij. Een laag remvloeistofpeil kan wijzen op versleten remblokken en/of een lekke remleiding. Als u merkt dat het remvloeistofpeil aan de lage kant is, controleer dan altijd even de remblokken op slijtage en de remleidingen op lekkage.

- Minimum-merkteken
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
- Als u het remvloeistofpeil controleert, zorg dan dat de bovenkant van de hoofdcilinder horizontaal ligt, door het stuur te verdraaien.
- Gebruik alleen de voorgeschreven remvloeistof. Gebruik van andere remvloeistof kan leiden tot aantasting van de rubber dichtingen, met als gevolg lekkage en slecht functioneren van de remmen/koppeling.

- Minimum-merkteken
Aanbevolen remvloeistof: DOT 4
- Vul altijd dezelfde remvloeistof bij. Mengen van verschillende types remvloeistof kan onverwachte chemische reacties teweeg brengen, met als gevolg slecht functioneren van de remmen of koppeling.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES


- Let goed op er geen water in de hoofdcilinder terecht komt. Als er water in de remvloeistof terecht komt, wordt het kookpunt van de remvloeistof verlaagd, met als mogelijk gevolg gasstremming (verstopt raken van de leidingen door gasbellen).
- Remvloeistof kan lakwerk en plastic onderdelen aantasten. Zorg dat u geen remvloeistof morst. Mocht u toch wat remvloeistof gemorst hebben, spoel dit dan zo snel mogelijk weg, met water.
- Als het remvloeistofpeil voortdurend terugloopt, raadpleeg dan een Yamaha dealer.
DAU00742
Verversen van de remvloeistof
Het verversen van de remvloeistof mag alleen maar uitgevoerd worden door erkende Yamaha onderhoudsmonteurs. Laat de onderstaande onderdelen door een Yamaha dealer vervangen als deze beschadigd zijn of lekken; tijdens de periodieke onderhoudsbeurten.
- oliekeringen (om de twee jaar)
• remleidingen (om de vier jaar)
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Kontrole van de kettingspanning
OPMERKING:
Draai het wiel enkele malen rond en laat het staan in de stand waarin de ketting het strakst gespannen is. Kontroleer de kettingsspanning met het wiel in deze stand. Als de kettingspanning net juist is, stelt u deze bij.
Om de kettingspanning te kontroleren, zet u de motorfiets rechtop, onbelast en met beide wielen op de grond. Kontroleer de uitslag van de ketting zoals in de afbeelding aangegeven. De juiste speling is 20 \~ 35 mm. Als de speling meer dan 35 mm is, stel deze dan bij.

- Afstelbout
- Boramoer
- Merktekens
DAU01251
Afstellen van de kettingspanning
- Draai de asmoer los.
- Draai de borgmoeren aan beide zijden los. Om de kettingspanning te verhogen, draait u de kettingspanbouten naar ⓐ. Om de kettingspanning te verlagen, draait u de kettingspanbouten naar ⓑ en duwt u het achterwiel naar voren. Draai de beide kettingspanbouten even ver in of uit zodat het achterwiel in lijn blijft. Aan beide zijden van de zwaaiarm zult u een merkteken aantreffen. Gebruik deze voor het juist uitlijnen van het achterwiel.
DC000096
LET OP:
Als de ketting te strak staat zullen de motor en andere belangrijke onderdelen te zwaar belast worden. Zorg dat de kettingspanning binnen de voorgeschreven limieten blijft.
- Nadat u de kettingspanning heeft afgesteld, draait u de borgmoeren weer aan. Vervolgens draait u de asmoer aan met het voorgeschreven aantrek-koppel.
Aantrekkoppel:
Asmoer:
150 Nm (15 m·kg)
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU03006
Smering van de ketting
Een ketting bestaat uit een groot aantal schakels die allen, t.o.v. elkaar, bewegen. Als de ketting niet goed wordt onderhouden, zal deze bijzonder snel versleten zijn. Zorg dus altijd voor een goed onderhoud, met name als u veel op stoffige wegen rijdt. De ketting op deze motorfiets is een zogenaamde O-ring ketting, met oliekeerringen van speciale materialen. Het wassen van de ketting met stoom, onder hoge druk of met sterke oplosmiddelen kan de ketting beschadigen, dus vermijd deze middelen. Gebruik uitsluitend petroleum voor het reinigen van de ketting. Droog de ketting en meer deze dan grondig met SAE 30 \~ 50W motorolie. Gebruik geen andere smeermiddelen voor de ketting. De kans bestaat dat zich hierin oplosmiddelen bevinden die de O-ringen kunnen aantasten.
DC000097
LET OP:
Vergeet na het wassen van de motorfiets of na een rit in de regen niet om de ketting te oliën.
DAU02962
Inspektie en smering van de kabels
DW000112
WAARSCHUWING
Beschadiging van de buitenkabels kan leiden tot roestvorming in de kabels en kan een soepele beweging in de weg staan. Vervang een beschadigde kabel zo snel mogelijk om onnodig risico te vermijden.
Smeer de binnenkabel en de uiteinden van de kabel. Als een kabel niet soepel beweegt, laat deze dan vervangen door uw Yamaha dealer.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie

Smeren van het rempedaal en versnellingspedaal
Smeer de bewegende delen.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Smering van de achterwiel- ophanging
Smeer de bewegende delen.
Aanbevolen smeermiddel: Molybdeen-disulfide vet
DAU02985
Smeren van de voorremhendel en koppelingshendel
Smeer de bewegende delen.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
DAU02986
Smering van de zijstandaard
Smeer de draaipunten en de raakvlakken van de zijstandaard. Kontroleer de zijstandaard op een soepele beweging.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
DW000113
WAARSCHUWING
Als de zijstandaard niet soepel beweegt, raadpleeg dan een Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU02939
Inspektie van de voorvork Visuele kontrole
DW000115
WAARSCHUWING
Ondersteun de motorfiets goed, zodat u niet het risico loopt dat deze omvalt.
Kontroleer de binnenpoot op krassen en eventuele andere beschadigingen en kontroleer de voorvork op olielekkage.

- Plaats de motorfiets op een horizontaal oppervlak.
- Houd de motorfiets rechtop en trek de voorremhendel in.
- Druk het stuur enkele malen krachtig omlaag en kontroleer of de voorvork soepel genoeg omhoog komt.
DC000098
LET OP:
Als u beschadigingen aan de voorvork bemerkt of als deze niet soepel beweegt, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
DAU00794
Inspektie van de stuurinrichting
Inspekteer de stuurinrichting regelmatig. Versleten of beschadigde stuurlagers kunnen zeer gevaarlijk zijn. Plaats een blok of standaard onder het motorblok zodat het voorwiel los van de grond komt. Pak de onderkant van de voorvork aan beide zijden vast en probeer deze naar achteren te duwen en naar voren te trekken. Als u speling voelt, laat uw Yamaha dealer de stuurinrichting dan nakijken en bijstellen. Het inspekteren verloopt makkelijker als het voorwiel verwijderd is.
DW000115
WAARSCHUWING
Ondersteun de motorfiets goed, zodat u niet het risico loopt dat deze omvalt.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU01144
DAU00800
DW000116
Wiellagers
Als er speling zit in de voor- of achterwielnaaf of als het voor- of achterwiel niet soepel loopt, vraag uw Yamaha dealer dan om de wiellagers te kontroleren.
Accu
Deze motorfiets is uitgerust met een accu van het zogenaamde "gesloten type". U hoeft het elektroliet-nivo dus niet te kontroleren en u hoeft ook geen gedistilleerd water bij te vullen.
- Als de accu ontladen is, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
- Als de motorfiets is voorzien van optionele elektrische accessoires, zal de accu sneller leegraken, dus zorg in dit geval voor regelmatig opladen.
DC000101
LET OP:
Probeer de verzegelde doppen van de accucellen niet te verwijderen. Hier beschadigt u de accu mee.
WAARSCHUWING
Accu-elektrolyet is een gevaarlijke en giftige verbinding die zwavelzuur bevat en brandwonden kan veroorzaken. Zorg dat de elektrolyet nooit in aanraking komt met uw huid, ogen of kleding.
REMEDIES BIJ AANRAKING:
- EXTERN: Spoel uw huid af met veel stromend koud water.
- INTERN: Drink grote hoeveelheden melk of water. Gebruik vervolgens een laxeermiddel, geklopt ei of plantaardige olie. Bel onmiddellijk een arts.
- OGEN: Spoel 15 minuten lang met stromend water en raadpleeg zo snel mogelijk een arts.
Accu's genereren explosieve gassen. Houd de accu uit de buurt van open vuur, vonken, sigaretten, enz. Als u de accu binnen oplaadt of gebruikt, zorg dan voor voldoende ventilatie. Draag altijd een veiligheidsbril als u met accu's werkt.
ZORG DAT KINDEREN NIET BIJ DE ACCU KUNNEN KOMEN.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Opslag van de accu
Als de motorfiets een maand of langer niet wordt gebruikt, verwijder de accu dan, laad deze volledig op en bewaar de accu dan in een koele donkere ruimte.
DC000102
LET OP:
- Zorg dat de accu volledig is opgeladan voordat u deze opbergt. Als de accu in outladen toestand wordt bewaard, kan er onherstelbare schade aan ontstaan.
- Gebruik een acculader voor een geheel gesloten (MF-type) accu. Gebruik van een conventionele acculader kan schade aan de accu veroorzaken. Als uw lader niet van het afgedichte type is, dient u contact op te nemen met uw Yamahadealer.
- Let bij het installeren van de accu goed op dat alle aansluitigen naar behoren zijn gemaakt.

- Koplampzekering
- Ontstekingszekering
- Richtingaanwijzerzekering
- Ventilatorzekering (· 2)
- Reservezekering (· 3)
DAU00820
Vervangen van zekeringen
Eén zekeringhouder bevindt zich onder het bestuurderszadel en de andere achter de stroomlijnkap B. (Zie blz. 6-5.) Als er een zekering is doorgebrand, draai de kontakt-slot-schakelaar dan naar "OFF" en schakel het betreffende circuit uit. Vervang de zekering door een met het voorgeschreven ampérage. Schakel de elektrische circuits weer in en kontroleer of alles naar behoren funktioneert. Als de zekering onmiddellijk weer doorbrandt, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.

- Hoofdzekering
- Reservezekering
DC000103
LET OP:
Gebruik nooit zekeringen met een hoger amperage dan wordt aanbevolen. Dit kan leiden tot ernstige beschadiging van het elektrische systeem en mogelijk zelfs tot brand.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Voorgeschreven zekering:
Hoofdzekering: 30 A
Koplampzekering: 20 A
Richtingaanwijzerzekering: 15 A
Ventilatorzekering: 7,5 A
Ontstekingszekering: 15 A

- Koplamp
- Fittingdekael
DAU00827
Vervangen van de gloeilamp van de koplamp
Deze motorfiets is uitgerust met een koplamp met een halogeen. Als de gloeilamp doorbrandt, vervang deze dan volgens de onderstaande procedure.
- Koppel de bedradingsbundel van de koplamp los en verwijder het deksel van de fitting.

- Fitting
- Haak de fitting van de gloeilamp los en verwijder de doorgebrande gloeilamp.
DW000119
WAARSCHUWING
Houd brandbare stoffen uit de buurt van de gloeilamp als deze warm is en zorg er tevens voor dat u zichzelf niet brandt. Raak de gloeilamp niet aan zolang deze nog warm is.
- Plaats een nieuwe gloeilamp in de fitting en zet deze vast.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Niet aanraken 1. Schroef

Raak het glas van de gloeilamp niet aan met uw vingers. Zorg dat er geen olie op terecht komt. De doorzichtigheid van het glas, de levensduur van de gloeilamp en de hoeveelheid licht die deze afgeeft zullen hierdoor negatief beïnvloed worden. Als er toch olie op de gloeilamp terechtkomt, maak de gloeilamp dan grondig schoon met een doek en wat alkohol of thinner.
- Monteer het deksel van de fitting weer en koppel de bedradingsbundel weer vast. Als de koplamp afgesteld moet worden, verzoek dan uw Yamaha dealer om deze afstelling te maken.
Vervangen van de gloeilamp van het achterlicht/remlicht
- Verwijder het passagierszadel. (Zie blz. 3-14 voor het verwijderen en weer installeren van het zadel.)
- Om de fitting te verwijderen, draait u deze linksom.
- Om de doorgebrande gloeilamp te verwijderen, draait u deze linksom.
- Steek een nieuwe gloeilamp in de fitting en draai deze rechtsom.
- Plaats de fitting weer en draai deze rechtsom.
- Plaats het passagierszadel weer.
Vervangen van de gloeilamp van de richtingaanwijzer
- Verwijder de schroef en de lens.
- Druk de doorgebrande lamp in en draai deze naar links om hem te verwijderen.
- Druk een nieuwe gloeilamp op zijn plaats en draai hem rechtsom vast.
- Breng de lens weer aan en draai de schroef vast.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Snelheidsmeterkabel
- Bout van voorspatbord (· 4)
- Spat bord
- Remklauwbout (· 2)
- Remslang-houder
DAU01252*
Verwijderen van het voorwiel
DW000122
WAARSCHUWING
- Het is aanbevolen een Yamaha dealer de werkzaamheden aan het wiel te laten verrichten.
-
Zorg dat de motorfiets goed ondersteund wordt, zodat deze niet kan omvallen.
-
Maak de snelheidsmeterkabel los aan de kant van het wiel.
- Verwijder de bouten van het voorspatbord en dan het spatbord zelf

- Klembout
- Aantrekkoppel wielas
-
Remklauwbout (· 2)
-
Draai de klembout, de wielas en de remklauwbouten los.
- Til het wiel op.
- Verwijder de bouten, de remslanghouders en de remklauwen.
OPMERKING:
Druk niet de remhendel in terwijl de remklauwen van de remschijven los zijn, anders zullen de remblokken tegen elkaar geklemd worden.
- Verwijder de wielas en het snelheids- meter-aandrijfwerk. Zorg dat de motorfiets goed onder- steund wordt.

- Snelheidsmeter-aandrijfhuis
- Gleuf
- Stopper
DAU01469*
Installeren van het voorwiel
- Monteer het snelheidsmeter-aandrijfhuis in de wielnaaf. Zorg dat de wielnaaf en het snelheidsmeter-aandrijfhuis nauwkeurig aansluiten, met de nokken precies in de gleuven.
- Til het wiel op tussen de poten van de voorvork. Let op dat de gleuf in het snelheidsmeter-aandrijfhuis precies over de stopper aan de buitenste buis van de voorvork valt.
- Installeer de wielas en laat de motorfiets op de grond zakken.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
- Installeer de remklauwen, de remklauwbouten en de remslanghouders. Zorg dat er voldoende ruimte tussen de remblokken is, alvorens u de remklauwen op de remschijven aanbrengt.
- Draai de asmoer, de klembout en de remklauwbouten aan met het voorge-schreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel:
Wielas:
72 Nm (7,2 m·kg)
Klembout:
23 Nm (2,3 m·kg)
Remklauwbout:
40 Nm (4,0 m·kg)
- Druk het stuur enkele malen stevig op en neer om te controleren of de voorvork juist en soepel beweegt.
- Installeer de kabel van de snelheids-meter.
- Installeer het voorspatbord en draai de bouten vast.

Demonteren van het achterwiel
DW000122
WAARSCHUWING
- Laat onderhoudswerkzaamheden aan het wiel over aan uw Yamaha dealer.
-
Zorg dat de motorfiets stabiel staat opgesteld, zodat deze niet kan omvallen.
-
Draai de asmoer en de remzadelbou- ten los.
- Zorg dat het achterwiel los van de grond komt.

-
Remklauwbout (· 2)
-
Verwijder de asmoer, de remklauwbouten en de remklauw zelf.
- Draai de borgmoeren aan weerszijden van de zwaaiarm los.
- Draai de kettingspanmoeren volleding naar buiten.
- Duw het achterwiel naar voren en verwijder de ketting.
- Trek de achterwielas eruit en verwijder het wiel door dit naar achter te trekken.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Trap het rempedaal niet in zolang de remschijf niet tussen de remklauwen zit, anders zullen de remblokken tegen elkaar geklemd worden.
- U hoeft de ketting niet uit elkaar te halen om het achterwiel te kunnen verwijderen.

Monteren van het achterwiel
- Monteer het wiel en de remklauwsteun en steek de as naar brnnen.
- Breng de aandrijfketting aan en stel deze bij. (Zie blz. 6-23 voor het afstellen van de kettingspeling.)
- Breng de asmoer aan en laat de motorfiets zakken.
- Breng de remklauw en de remklauwbouten aan. Zorg dat er voldoende ruimte tussen de remblokken is, alvorens u de remklauwen op de remschijf installeert.
- Draai de asmoer en de remklauwbouten aan met het voorgeschreven aan trekkoppel.
Aantrekkoppel:
Asmoer:
150 Nm (15,0 m·kg)
Remklauwbout:
40 Nm (4,0 m·kg)
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
DAU01008
Verhelpen van storingen
Hoewel Yamaha motorfietsen een uiterst grondige eindkontrole ondergaan, voordat ze de fabriek verlaten, kan er natuurlijk altijd wel eens iets mis gaan.
Problemen in het brandstofsysteem, met de kompressie, of in het ontstekingssysteem, kunnen leiden tot moeilijkheden met het starten of verlies aan vermogen. In deze paragraaf worden snelle en gemakkelijke methods beschreven om de systemen te kontroleren.
Als uw motorfiets gerepareerd dient te worden, breng deze dan naar een Yamaha dealer. De ervaren vakmensen van de Yamaha dealers beschikken over de kennis, de ervaring en het juiste gereedschap om uw motorfiets goed te onderhouden. Gebruik uitsluitend originele Yamaha onderdelen op uw motorfiets. Veel imitatie-onderdelen lijken wellicht op Yamaha onderdelen maar zijn duidelijk van een inferieure kwaliteit. Dit heeft als gevolg een kortere levensduur en in vele gevallen hogere reparatie-rekeningen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Lijst voor het opsporen van storingen
DAU02990*
WAARSCHUWING
DW000125
Voer nooit kontrole- of onderhoudswerkzaamheden aan het brandstofssysteem uit terwijl u rookt of als er open vuur in de buurt is.
1. Benzine

flowchart
graph TD
A["Kontroleer of er benzine in de tank zit."] --> B["Er is benzine."]
A --> C["Er is een beetje benzine."]
B --> D["Vervolg met het kontroleren van de kompressie."]
C --> E["Vul benzine bij. Motor start niet: vervolg met compressiecontrole."]
2. Kompressie

flowchart
graph TD
A["Laat de motor rond-draaien met de start-motor."] --> B["Er is kompressie."]
A --> C["Er is geen kompressie."]
B --> D["Vervolg met het kontroleren van de ontsteking."]
C --> E["Vraag uw Yamaha dealer om inspektie."]
3. Outsteking

flowchart
graph TD
A["Verwijder de bougies en Kontroleer de elektroden-afstand."] --> B["Nat."]
A --> C["Droog."]
B --> D["Veeg de bougies schoon met een droge doek en stel de elektrodenafstand bij of vervang de bougie."]
C --> E["Vraag uw Yamaha dealer om inspektie."]
D --> F["Open de gasklep halverwege en start de motor."]
E --> G["Start de motor niet, Kontrol-eer dan de accu."]
4. Accu

flowchart
graph TD
A["Laat de motor rond-draaien met de start-motor."] --> B["De motor draair snel rond."]
A --> C["De motor draait lang-zaam rond."]
B --> D["De accu is in orde."]
C --> E["Kontroleer de aansluitklemmen en laad de accu op."]
D --> F["Motor start niet: verzoek een Yamaha dealer om inspectie."]
E --> F
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Oververhitting van de motor
DW000070
WAARSCHUWING
Verwijder de radiateurdop nooit als de motor en de radiateur nog heet zijn. Kokend water en stoom kunnen de radiateur uitgespoten worden en bijzonder ernstige brandwonden opleveren. Ga, voor het verwijderen van de radiateurdop als volgt te werk. Wacht totdat de motor is afgekoeld. Plaats een dikke doek (bijvoorbeeld een oude handdoek) over de dop en draai deze linksom totdat de dop iets omhoog komt. Op deze manier kan de overtollige druk ontsnappen zonder dat u het gevaar loopt om brandwonden op te lopen. Als het sissende geluid ophoudt, kunt u de dop verwijderen door deze in te drukken en linksom te draaien.

flowchart
graph TD
A["Wacht totdat de motor afgekoeld is."] --> B["Kontroleer het koelvloeistofpeil in de reservoir tank en/of raditeur."]
B --> C["Kontroleer het koel-systeem op lekken."]
B --> D["Peil is in orde."]
C --> E["Lek."]
C --> F["Geen lek."]
E --> G["Laat een Yamaha dealer om het inspectie en zonodig reparratie."]
F --> H["Voeg koelvloeistof toe. (Zie OPMERKING.)"]
D --> I["Start de motor. Als de motor weer oververhit raakt, verzoek dan een Yamaha dealer om het inspectie en zonodig reparratie."]
OPMERKING:
Als u de voorgeschreven koelvloeistof niet kunt vinden, kunt u tijdelijk kraanwater gebruiken, mits u dat zo spoedig mogelijk vervangt door de voorgeschreven koelvloeistof.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
Onderhoud 7-1
Opslag....7-4
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
DAU01516
Onderhoud
Dat al het technisch vernuft duidelijk zichtbaar is, geeft een motorfiets zijn charme, maar het vormt tegelijk een kwetsbaar punt. Ook al zijn alle onderdelen van hoge kwaliteit, absoluut roestvrij zijn ze niet. En waar een uitlaatpijp met roestplekken bij een auto niet of nauwelijks opvalt, wordt een motorfiets er ernstig door ontsierd. Daarom is regelmatig en zorgvuldig onderhoud van groot belang voor uw motorfiets, voor de aanblik zowel als de prestaties en de levensduur ervan. Bovendien staat in de garantievoorwaarden vermeld dat de motorfiets goed moet worden onderhouden. Om al deze redenen is het aanbevolen de volgende aanwijzingen voor onderhoud en opslag stipt op te volgen.
Voor het reinigen
- Breng plastic zakken aan over de uit- einden van de uitlaatpijpen.
- Zorg dat alle beschermkappen en deksels, vooral ook van de elektrische aansluitingen zoals de bougiedoppen e.d. stevig vast zitten en goed afsluiten.
- Verwijder aangekoekt vuil, zoals verbrande olieresten op het carterhuis, met een ontvettingsmiddel en een borstel, maar gebruik zulke middelen nooit op pakkingen en wielassen. Spoel al het vuil en het reinigingsmiddel zorgvuldig af met water.
Reinigen
Na normaal gebruik
Verwijder het vuil met warm water, een neutraal schoonmaakmiddel en een schone zachte spons en spoel de motorfiets af met volop schoon water. Gebruik een tandenborstel of flessenborstel voor de moeilijk bereikbare plaatsen. Hardnekkig vuil en insecten zijn vaak gemakkelijker te verwijderen als u voor het reinigen enkele minuten lang een natte doek over de betreffende delen laat liggen.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
DCA00010
LET OP:
- Gebruik geen zure of bijtende wielreinigers, vooral op spaakwielen. Als het nodig mocht zijn een dergelijk middel te gebruiken voor erg hardnekkig vuil, laat het middel dan vooral niet langer zitten dan strikt noodzakelijk en spoel het dan grondig af met water. Droog het gereinigde deel af en spuit er een roestwerend middel op.
-
Reinigen met de verkeerde middelen kan schade toebrengen aan het windscherm, stroomlijnkappen, panelen en andere plastic onderdelen. Gebruik voor het reinigen van plastic onderdelen uitsluitend een zachte schone doek of spons met water en mild zeepsop.
-
Gebruik voor het schoonmaken van plastic nooit schuurmiddelen of bijtende chemische middelen. Gebruik ook nooit een doek of spons die in aanraking is geweest met bijtende schoonmaakmiddelen, thinner en dergelijke oplosmiddelen, benzine (of andere brandstoffen), roestwerende of verwijderingsmiddelen, remvloeistof, antivries of elektrolyt.
-
Spuit de motorfiets niet schoon met een hogedrukstraal of een stoomreiniger, want hierbij kan er water binnendringen en schade toebren-gen aan de volgende onderdelen: pakkingen (van de wiellagers, zwaaiarmlagers, voorvork en rem-men), elektrische onderdelen (stekkers en aansluitbussen, instrumenten, schakelaars en lampen), ontluchtingsopeningen en -slangen.
-
Voor motorfietsen met een windscherm: Gebruik geen schuurspons of krachtige reinigingsmiddelen, aangezien deze het windscherm kunnen bekrassen of vertroebelen. Ook sommige schoonmaakmiddelen voor plastic kunnen krassen achterlaten op het windscherm. Mocht u een speciaal schoonmaakmiddel willen gebruiken, probeer dit dan eerst uit op een klein deel waar u normaal niet doorheen kijkt. Krassen op het windscherm kunt u na het wassen verwijderen met een plastic-poetsmiddel van goede kwaliteit.
Na het rijden in de regen, langs de zeekust of over wegen waar pekel gestrooid is
Aangezien zilte zeelucht en 's winters strooizout in combinatie met water extreem corrosief werken, dient u na een rit in de regen, langs de zeekust of over wegen met strooizout, altijd zo spoedig mogelijk de volgende maatregelen te treffen. (Niet alleen 's winters, want strooizout kan nog tot ruim in het voorjaar langs de weg blijven liggen.)
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
- Maak uw motorfiets grondig schoon met water en zeep, nadat de motor is afgekoeld.
DCA00012
LET OP:
Gebruik geen warm water aangezien dit de corrosieve werking van het zout versterkt.
- Spuit een roestwerend middel op alle metalen oppervlakken (ook verchroomde en vernikkelde onderdelen) om roestvorming tegen te gaan.
Na het reinigen
- Droog de motorfiets af met een zemen lap of een goed absorberende doek.
- Droog de aandrijfketting en smeer deze om roestvorming te voorkomen.
- Gebruik een chroompoetsmiddel om alle roestvrij stalen, aluminium en verchroomde onderdelen te poetsen, inclusief de uitlaatpijpen. (Zelfs de door hitte veroorzaakte verkleuring van roestvrij stalen uitlaatpijpen is door goed poetsen te verhelpen.)
- Om roestvorming tegen te gaan, is het aanbevolen alle metalen oppervlakken (ook verchroomde en vernikkelde onderdelen) te bespuiten met een roestwerend middel.
- Gebruik een spuitbus met olie als universeelreiniger om de laatste vuilresten te verwijderen.
- Repareer krassen en lakschade veroorzaakt door steenslag e.d.
- Zet alle gelakte onderdelen in de was.
- Zorg dat de motorfiets geheel droog is voordat u hem afdekt of stalt.
DWA00001
WAARSCHUWING
Zorg dat er geen olie of was achterblijft op de remmen en de banden. Indien nodig kunt u de remschijven en voeringen reinigen met een gewone remschijfreiniger of aceton, en de banden kunt u wassen met warm water en mild zeepsop. Controleer daarna zorgvuldig de remwerking en het weggedrag van de motorfiets in bochten.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
DCA00013
LET OP:
- Breng olie of was zo zuinig mogelijk aan en veeg de overtollige hoeveelheid grondig af.
- Breng nooit olie of was aan op rubber en plastic onderdelen, maar reinig deze met speciale onderhoudsmiddelen.
- Gebruik geen poetsmiddelen met een schurende werking, want deze zullen de laklaag aantasten.
OPMERKING:
Vraag uw Yamaha dealer om advies over de juiste reinigingsmiddelen.
Opslag
Korte tijd
Stal uw motorfiets altijd op een koele, droge plaats en dek hem zonodig af met een luchtdoorlatende hoes tegen stof e.d.
DCA00014
LET OP:
- Bij opslag van de motorfiets in een slecht geventileerde ruimte of afdekken van de motorfiets terwijl deze nog nat is, kan er water of vocht in binnendringen en roest veroorzaken.
- Om roestvorming te voorkomen, dient u vochtige kelders of stallen (waar ammoniadamp hangt) te vermijden, evenals plaatsen waar krachtige chemicaliën zijn opgeslagen.
Lange tijd
Alvorens uw motorfiets enkele maanden te stallen:
- Volg alle aanwijzingen bij "Onderhoud" in dit hoofdstuk.
- Leeg de vlotterkamers van de carburateur door de aftapbouten los te draaien; dit voorkomt dat er brandstofresten aanslibben. Giet de afgetapte benzine terug in de brandstoftank.
- Voor motorfietsen met een brandstofkraantje dat een "OFF" stand heeft : Sluit het brandstofkraantje in de "OFF" stand.
- Vul de brandstoftank en voeg een stabilisatiemiddel toe (indien voorhanden) om roestvorming in de tank en bederven van de brandstof te voorkomen.
- Volg de onderstaande aanwijzingen om de cilinders, zuigerringen e.d. te- gen roest te beschermen.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
a. Verwijder de bougiedoppen en de bougies.
b. Giet door de bougie-openingen een theelepel motorolie in elk van de cilinders.
c. Breng de bougiedoppen op de bougies aan en plaats de bougies op de cilinderkop zodat de elektroden ge-aard zijn. (Dit om het vonken van de bougies tijdens de volgende stap te voorkomen.)
d. Laat nu met de starter de motor enkele slagen ronddraaien. (Hierdoor worden de cilinderwanden bedekt met een laagje motorolie.)
e. Verwijder de bougiedoppen van de bougies en breng de bougies en de bougiedoppen weer op hun plaats aan.
DWA00003
WAARSCHUWING
Voor het laten draaien van de motor dient u de elektroden van de bougies te aarden, om ongelukken of schade door het vonken van de bougies te voorkomen.
- Smeer alle bedieningskabels en de scharnierpunten van alle hendels en pedalen, evenals de zijstandaard/middenstandaard.
- Controleer de bandenspanning en breng de banden zonodig op de juiste spanning, en zet dan de motorfiets op blokken zodat de beide wielen van de grond komen. In plaats hiervan kunt u de motorfiets laten staan, maar dan zult u elke maand de wielen een klein stukje moeten draaien, om te voorkomen dat de banden op het onderste punt teveel slijten.
-
Breng een plastic zak aan over het uit- einde van de uitlaatpijpen, zodat er geen vocht in kan komen.
-
Verwijder de accu en laad deze volledig op. Plaats de accu in een koele droge ruimte en laad de accu eens per maand op. Bewaar de accu niet op een extreem warme of koude plaats (onder de 0 °C of boven de 30 °C). Zie voor nadere bijzonderheden de aanwijzingen onder "Opslag van de accu" in het hoofdstuk "PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES".
OPMERKING:
Zorg dat alle nodige reparaties worden verricht vóór u de motorfiets stalt.
TECHNISCHE GEGEVENS
Grootste lengte 2.085 mm (behalve voor, CH, D,
DK, NL, S, SF)
2.170 mm (voor, CH, D, DK, NL, S, SF)
Grootste breedte 740 mm
Grootste hoogte 1.175 mm
Zadelhoogte 815 mm
Wielbasis 1.430 mm
Grondspeling 140 mm
Minimale draaicirkel 3.100 mm
Basisgewicht (met olie en volle benzinetank)
224 kg
Motor
Type motor Luchtgekoelde 4-takt, DOHC
Cilinder-opstelling 4 cilinders parallel voorwaarts
hellend
Verplaatsing 1.002 cm ^3
Boring · slag 75,5 · 56,0 mm
Kompressieverhouding 11,5:1
Startsysteem Elektrische starter
Smeersysteem Oliecarter-systeem (natte bak)
Motorolie
Type

Aanbevolen klasse motorolie
API service SE, SF, SG type of hoger
LET OP:
Gebruik uitsluitend een motorolie die geen anti-frictie midde- len bevat. Een motorolie bedoeld voor personenauto's (vaak voorzien van het opschrift "Energy Conserving") bevat anti- frictie toevoegingen die slippen van de koppeling en/of de startmotorkoppeling kunnen veroorzaken, met een kortere levensduur van de componenten en slechte motorprestaties tot gevolg.
Aantal
Periodieke verversing 3,0 L
Verversen van olie en
vervangen van oliefilter 3,2 L
Totale hoeveelheid 3,5 L
Luchtfilter
Droog type element
Benzine
Type Gewone benzine zonder lood
Inhoud brandstoftank 20 L
Hoeveelheid reservebrandstof 4,5 L
Carburateur
Type · aantal
BDSR38·4
Merk MIKUNI
Bougies
Vloeistof, meervoudige platen
Overbrenging
Primair reduktie-systeem Recht tandwielenoverbrenging
Primaire reduktie-verhouding 1,659
Secundair reduktie-systeem
Ketting-aandrijving
Secundaire reduktie-
verhouding
2,706 (behalve voor D, S, SF)
2,765 (voor D, S, SF)
Type overbrenging
Konstante aangrijping,
5 versnellingen
Bediening
Pedaal voor de linkervoet
Overbreng-verhoudingen
1-ste 2,571
2-de 1,778
3-de 1,381
4-de 1,174
5-de 1,037
Chassis
Type frame
Dubbele wiegkonstruktie
Casterhoek
24^
Spoorbreedte
97 mm
Banden
Voor
Type
Tubeless, enkelwandig
Bandenmaat
120/70 ZR17
Merk/model
Bridgestone / BT50F
Dunlop / D204FN
Michelin / MACADAM 90XM
Metzeler / MEZ1
Metzeler / MEZ2
Achter
Type
Tubeless, enkelwandig
Bandenmaat 180/55 ZR17
Luchtdruk (koude band)
Belasting tot 90 kg*
Voor 250 kPa (2,50 kg/cm ^2 , 2,50 bar)
Achter 250 kPa (2,50 kg/cm ^2 , 2,50 bar)
90 kg \~ Maximale
belasting*
Voor 290 kPa (2,90 kg/cm ^2 , 2,90 bar)
Achter 290 kPa (2,90 kg/cm ^2 , 2,90 bar)
Bij rijden met hoge
snelheid
Voor 290 kPa (2,90 kg/cm ^2 , 2,90 bar)
Achter 290 kPa (2,90 kg/cm ^2 , 2,90 bar)
* Belasting is het totale gewicht van bagage, bestuurder, passagier en accessoires.
Wielen
Voor
Type Gegoten
Bandenmaat 17 · MT 3,50
Achter
Type Gegoten
Bandenmaat 17 · MT 5,50
Remmen
Voor
Type Dubbele schijfrem
Bediening Bediening met de rechterhand
Vloeistof DOT 4
Achter
Type Enkele schijfrem
Bediening Bediening met de rechtervoet
Vloeistof DOT 4
Wielophanging
Voor
Type Teleskoopvork
Buitendiameter
van binnenste buis 48 mm
Achter
Type
Zwaaiarm
Schroefveer / oliegedempt
Achter
Schroefveer / gas-olie demper
Veerweg
Voor
120 mm
Achter 120 mm
Elektrische installatie
Ontstekingssysteem TCI ontsteking (digitaal)
Laadsysteem
Type Wisselstroom-dynamo
Standaard
vermogen 12 V, 28 A 5.000 tpm
Accu
Type YTX14-BS
Gloeilampen,
capaciteit 12 V, 12 AH
Type koplamp
Kwartslamp (halogeen)
Gloeilampen voltage, wattage · aantal
Koplamp 12 V, 60/55 W (behalve voor GB)
12 V, 35/35 W · 2 (voor GB)
Parkeerlicht 12 V, 5 W · 1
Achterlicht/remlicht 12 V, 5/21 W·2
Richtingaanwijzerlamp 12 V, 21 W · 4
Meter-verlichting 12 V, 1,7 W · 4
Vrijstand-kontrolelampje 12 V, 3,4 W · 1
Grootlicht-kontrolelampje 12 V, 3,4 W - 1
Oliepeil-kontrolelampje 12 V, 3,4 W · 1
Richtingsaanwijzer-
kontrolelampje 12 V, 3,4 W · 1
Brandstofpeil-
12 V, 3,4 W · 1
Zekering
Hoofdzekering
30 A
Ontstekingszekering 15 A
Richtingaanwijzerzekering
15 A
Koplampzekering
20 A
Ventilatorzekering
7,5 A
INFORMATIE VOOR DE CONSUMENT
Identifikatie-nummer.... 9-1
Identifikatienummer van de sleutel.... 9-1
Motorfiets-identifikatienummer.... 9-1
Modelplaatje....9-2
INFORMATIE VOOR DE CONSUMENT
DAU01039
DAU02944
Identifikatie-nummer
Schrijf het sleutel-identifikatienummer, het voertuignummer en de informatie op het modelplaatje op in de daarvoor bestemde ruimtes, voor het geval u nieuwe onderdelen wilt bestellen bij uw Yamaha dealer of voor het geval uw motorfiets gestolen wordt.
- IDENTIFIKATIENUMMER VAN DE SLEUTEL:

- Identifikatienummer van de sleutel 1. Motorfiets-identifikatienummer
DAU01041
Identifikatienummer van de sleutel
Het identifikatienummer van de sleutel is in het plaatje van de sleutel ingeslagen. Schrijf dit nummer op in de daarvoor bestemde ruimte, voor het geval u een nieuwe sleutel nodig heeft.

Motorfiets-identifikatienummer
Het motorfiets-identifikatienummer is ingeslagen in de bovenstang van de voorvork. Noteer dit nummer in de hiervoor bestemde ruimte.
OPMERKING:
Het motorfiets-identifikatienummer is het officiële identifikatienummer van uw motorfiets en dient gebruikt te worden voor het registreren van uw motorfiets bij de daarvoor bevoegde autoriteiten.
INFORMATIE VOOR DE CONSUMENT

Het modelplaatje is gemonteerd op het frame, onder het zadel. (Zie blz. 3-13 voor het verwijderen van het zadel.) Schrijf de informatie van het modelplaatje op in de daarvoor bestemde ruimte. Deze informatie zult u nodig hebben wanneer u nieuwe onderdelen wilt bestellen bij uw Yamaha handelaar.
INDEX
A
Aanbevolen snelheden voor op- en terugschakelen (alleen voor Zwitserland)....5-5
Accu 6-27
Achterrempedaal 3-11
Afstellen van de kettingspanning......6-23
Afstellen van de klepspeeling......6-16
Afstelling stationair toerental 6-15
Afstelling van de achterschokbreker.....3-17
Afstelling van de voorvork....3-15
B
Banden....6-16
Bedieningselementen/instrumenten......2-3
Benzine....3-12
Benzinetankdop....3-11
Bougies....6-7
Brandstofpeil-waarschuwingslampje......3-4
C
Chokeknop (choke) "|N|....3-13
D
Demonteren van het achterwiel....6-32
Diagnosefunktie....3-7
E
EXUP-uitlaatregelingssysteem (EXhaust Ultimate Powervalve) ......3-19
G
Gereedschapset.... 6-1
Identifikatienummer van de sleutel...... 9-1
Inhaal-schakelaar.... 3-8
Inrijden 5-5
Inspektie en smering van de kabels...... 6-24
Inspektie van de stuurinrichting 6-26
Inspektie van de voorvork.... 6-26
Installeren van het voorwiel 6-31
K
Klaxon-schakelaar....3-8
Klemmen voor bagagesnelbinders ..... 3-19
Koelvloeistof.... 6-11
Koelvloeistoftemperatuur-meter.... 3-7
Kontaktslot-schakelaar/stuurslot.... 3-1
Kontrolelampjes.... 3-2
Brandstofpeil-waarschuwings-lampje 3-4
Grootlicht-kontrolelampje 3-2
Oliepeil-kontrolelampje 3-2
Richtingsaanwijzer-kontrolelampje..... 3-2
Vrijstand-kontrolelampje.... 3-2
Kontroleprocedure voor het circuit van het brandstofnivo-waarschuwingslampje 3-5
Kontroleren van de vrije speling van de gaskabel....6-15
Kontroleren van het circuit voor het oliepeil-kontrolelampje 3-3
Kontrole van de kettingspanning......6-23
Kontrole van de remvoeringen voor en achter......6-20
Kontrole van de zijstandaard/ koppelings-onderbrekingss- schakelaar....3-20
Kontrole van het remvloeistofpeil ......6-21
Kontrole voor het rijden....4-1
Koppelingshendel 3-9
L
Lichtschakelaar....3-9
Lijst voor het opsporen van storingen.....6-35
Linker aanzicht....2-1
Luchtfilter 6-12
M
Modelplaatje 9-2
Monteren van het achterwiel 6-33
Motorfiets-identifikatienummer 9-1
Motorolie....6-9
Motorstop-schakelaar....3-9
0
Oliepeil-kontrolelampje....3-2
Onderhoud....7-1
Ontluchtingsslang van de benzinetank (alleen voor Duitsland)....3-13
Opbergvak 3-15
Opslag 7-4
INDEX
P
Parkeren....5-6
Periodiek onderhoud en eenvoudige reparaties.... 6-2
R
Rechter aanzicht....2-2
Richtingaanwijzer-schakelaar 3-8
Richtingsaanwijzer-kontrolelampje......3-2
S
Schakelen 5-4
Smeren van de voorremhendel en koppelingshendel 6-25
Smeren van het rempedaal en versnellingspedaal....6-24
Smering van de achterwiel- ophanging 6-25
Smering van de ketting.... 6-24
Smering van de zijstandaard 6-25
Snelheidsmeter 3-6
Starten van de motor....5-1
Starten van een warme motor....5-4
Startschakelaar 3-9
Stroomlijnkap A 6-5
Stroomlijnkap B 6-5
Stroomlijnkap C....6-6
Stuurschakelaars.... 3-8
Inhaal-schakelaar....3-8
Klaxon-schakelaar.... 3-8
Lichtschakelaar....3-9
Motorstop-schakelaar 3-9
Richtingaanwijzer-schakelaar 3-8
Startschakelaar.... 3-9
T
Tips voor het beperken van het benzineverbruik 5-5
Toerenteller.... 3-6
v
Verhelpen van storingen 6-34
Versnellingspedaal.... 3-10
Vervangen van de gloeilamp van de koplamp.... 6-29
Vervangen van de gloeilamp van de richtingaanwijzer.... 6-30
Vervangen van de gloeilamp van het achterlicht/remlicht.... 6-30
Vervangen van zekeringen...... 6-28
Verversen van de remvloeistof.... 6-22
Verwijderen en aanbrengen van stroomlijnkappen.... 6-5
Verwijderen van het voorwiel.... 6-31
Voorremhendel 3-10
Vrijstand-kontrolelampje.... 3-2
W
Wielen.... 6-19
Wiellagers.... 6-27
Z
Zadels.... 3-13
Zijstandaard 3-19

YAMAHA
YAMAHA MOTOR CO., LTD.
GEDRUKT OP KRINGLOOPPAPIER
PRINTED IN JAPAN
99 · 8 - 0.3 · 1 CR
(D)