KAD92SB30 - Amerikaanse koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KAD92SB30 BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Amerikaanse koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KAD92SB30 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KAD92SB30 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KAD92SB30 BOSCH
m Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken. Bij beschadiging ■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft. Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! Gebruik geen puntige en scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. Voor het reinigen de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden! Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ■ voor het bereiden van ijs, ■ om drinkwater te tappen. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
- Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
- Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. m Waarschuwing Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Zakje met montagemateriaal ■ Gebruiksaanwijzing ■ Montagevoorschrift ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden Opstellen van het apparaat Transport Het toestel is zwaar. Bij het transport en bij de montage beveiligen!. Op grond van het gewicht en de afmetingen van het apparaat en om het risico van letsel of schade aan het apparaat te minimaliseren, zijn ten minste twee personen nodig voor de veilige opstelling van het apparaat. Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker
3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen
om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat
spelen. Verstikkingsgevaar! De juiste plaats Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Naast elektrische- of gasfornuizen: 3 cm. Naast een CV-installatie 30 cm. Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 25 mm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condenswater te vermijden. Wanneer er boven het apparaat een plank of een kast wordt gemonteerd, dient men een opening van 30 mm aan te houden, zodat het apparaat desgewenst uit de nis kan worden getrokken. De verwarmde lucht aan de achterkant van het apparaat moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
Ondergrond m Attentie Het apparaat is zwaar. Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 165 kg bedragen. De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Bij het plaatsen in een hoek of nis de minimumafstanden aan de zijkanten in acht nemen (zie Afmetingen van het apparaat) zodat de deuren tot de aanslag geopend kunnen worden (zie het hoofdstuk „Opstellingsafmetingen”). Als de keukenmeubelen ernaast dieper zijn dan 60 cm, dan moeten aan de zijkant minimumafstanden in acht worden genomen om de openingshoek van de deur ten volle te benutten (zie hoofdstuk „Openingshoek deur”). Beluchting De beluchtings- en ontluchtingsopeningen in de achterzijde van het apparaat in geen geval afdekken. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. Steek de afstandshouder op de daartoe bestemde houder op de achterzijde van het apparaat. Hierdoor wordt de minimumafstand tot de wand in acht genomen. Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting Omgevingstemperatuur De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Deze geeft aan binnen welke omgevingstemperaturen het apparaat gebruikt kan worden. Het typeplaatje bevindt zich rechts onderaan in de koelruimte. Klimaatklasse
Toelaatbare omgevingstemperatuur +10 °C tot 32 °C +16 °C tot 32 °C +16 °C tot 38 °C +16 °C tot 43 °C Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Opstellingsafmetingen
Apparaat horizontaal zetten Om het apparaat perfect te laten functioneren moet het waterpas staan. Als het apparaat scheef staat, dan kan dit ertoe leiden dat het water uit de ijsbereider loopt, dat er ongelijke ijsblokjes geproduceerd worden of dat de deuren niet goed sluiten. Wateraansluiting De wateraansluiting mag alleen door een vakkundig monteur volgens de plaatselijke voorschriften van het waterleidingbedrijf worden uitgevoerd. m Attentie Voor de aansluiting op het drinkwaternet uitsluitend de bijgevoegde slangenset gebruiken. In geen geval aanwezige of reeds gebruikte slangensets gebruiken. Het apparaat alleen aansluiten op een drinkwaterleiding:
Min. druk: 0,2 MPa (2 bar) Max. druk: 0,8 MPa (8 bar) Druk hoger dan 0,8 MPa (8 bar): drukbegrenzer installeren tussen de drinkwateraansluiting en de slangenset Aanwijzing De maximale uitwendige diameter van de waterleiding (zonder verbindingsstukken) bedraagt 10 mm. Elektrische aansluiting Apparaat aansluiten Het apparaat door een vakman volgens bijgesloten montagehandleiding laten plaatsen en aansluiten. De transportbeveiligingen van de legplateaus en de voorraadvakken pas na plaatsing van het apparaat verwijderen. Het apparaat eerst op de waterleiding aansluiten, daarna pas op het elektriciteitsnet. Naast de wettelijk voorgeschreven nationale voorschriften moeten ook de aansluitvoorwaarden van het plaatselijke elektriciteits- en waterleidingbedrijf in acht worden genomen. Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
Geen verlengsnoer of verdeler gebruiken. Voor de aansluiting van dit apparaat is een vast geïnstalleerd stopcontact nodig. Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet met een zekering van 10 tot 16 A of meer beveiligd zijn. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich rechtsonder in het apparaat. Een eventueel noodzakelijke vervanging van de aansluitkabel mag alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Deuren van het apparaat en deurgrepen demonteren Als het apparaat niet door de deur van de woning past, kunnen de deuren van het apparaat en de deurgrepen er worden afgeschroefd. m Attentie Het afschroeven van de deuren mag uitsluitend worden uitgevoerd door de klantenservice.
Kennismaking met het apparaat Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
- Niet bij alle modellen.
Diepvriesruimte Koelruimte
Lichtschakelaars koel- en diepvriesruimte Bedieningspaneel en display Voorraadvak in de deur IJsbereider/ijsblokjesreservoir Luchtopening IJs- en waterdispenser Diepvrieskalender Glasplateau in de diepvriesruimte Voorraadvak in de deur Diepvrieslade
Deurvak (2-sterenvak) voor kortstondig bewaren van levensmiddelen en consumptie-ijs. Verlichting Partikelfilter/waterfilter Boter en kaasvak Luchtopening Flessenrek * Glasplateau in de koelruimte Verstelbaar glasplateau Verskoellade Vak voor grote flessen Groentelade met vochtigheidsregelaar Schroefvoetjes
Bedieningspaneel en display Het bedieningspaneel en display op de deur bestaat uit een aanrakingspaneel. Door een toetsenveld aan te raken wordt de betreffende functie ingeschakeld.
Toets „options” Om speciale functies te kiezen. Toets net zo vaak indrukken tot de gewenste functie met een pijl gemarkeerd is (zie hoofdstuk „Speciale functies”). Toets „select” Om instellingen in de verschillende temperatuurzones (diepvriesruimte, koelruimte) te kunnen uitvoeren. Toets net zo vaak indrukken tot de gewenste zone met een pijl gemarkeerd is. Indicatie diepvriesruimte Toont de actuele temperatuurinstelling voor de diepvriesruimte. Indicatie tijd Toont de actuele tijd of het tijdsverloop wanneer een speciale functie van de timer is geactiveerd. Indicatie Speciale functies Geeft de beschikbare speciale functies aan (zie hoofdstuk „Speciale functies”). Indicatie koelruimte Toont de actuele temperatuurinstelling voor de koelruimte. Toets super De toets wordt gebruikt om de functies Superkoelen (koelcompartiment) of Supervriezen (diepvriescompartiment) in te schakelen (zie het hoofdstuk Superkoelen of Supervriezen).
Toets „alarm off/lock” De toets dient voor Het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarmfunctie”). ■ De toetsenblokkering in en uit te schakelen. Om de toetsenblokkering in en uit te schakelen: toets 5 seconden indrukken. Bij ingeschakelde functie brandt op het display „lock”. Insteltoetsen +/– De toetsen dienen voor
Het instellen van de temperaturen voor de verschillende koelzones. ■ In- en uitschakelen van de speciale functies. ■ Wijzigen van de tijdinstelling van de speciale functie „timer”. Aan-/Uittoets verlichting ijs- en waterdispenser Toets ijsdispenser Dispensertoets crushed ice Dispensertoets water
Apparaat inschakelen Instellen van de temperatuur Na aansluiting is het apparaat ingeschakeld. Het alarmsignaal is te horen. Druk de toets „alarm off/lock” in. Het alarmsignaal gaat uit. De indicatie “alarm” gaat uit als in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt. De vooraf ingestelde temperaturen worden na enkele uren bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. De fabriek adviseert de volgende temperaturen: Om temperatuurinstellingen voor de verschillende klimaatzones (koelruimte, diepvriesruimte) te kunnen uitvoeren moet eerst de gewenste zone gekozen zijn:
Diepvriesruimte: -18 °C Koelruimte: +4 °C
1. De select-toets ingedrukt houden tot de gewenste
klimaatzone met een pijl is gemarkeerd.
2. Met de insteltoetsen + (warmer) of - (kouder)
de temperatuur instellen. De laatst aangegeven waarde wordt in het geheugen opgeslagen. Diepvriesruimte De diepvriesruimte is van -16 °C tot -24 °C instelbaar. Wij raden een instelling van -18 °C aan. Temperatuureenheid instellen De temperatuur kan in graden Celsius (°C) of graden Fahrenheit (°F) worden aangegeven. Temperatuureenheid instellen Om de temperatuureenheid in te stellen de toets super en de toets options tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt houden. Afhankelijk van de voorafgaande instelling wordt overgeschakeld naar de andere temperatuureenheid. Koelruimte De koelruimte is van +2 °C tot +8 °C instelbaar. De temperatuur wordt in stappen van 1 °C ingesteld. Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren. Wij raden een instelling van +4 °C aan.
Speciale functies [timer] Met deze functie kunt u een tijdverloop van 0-99 minuten instellen. U wordt met een signaal eraan herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd uit het vak gehaald moeten worden. In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten ingesteld. m Attentie Flessen met dranken kunnen springen als ze langer dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden opgeslagen. [timer] inschakelen
1. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[timer] met een pijl is gemarkeerd.
2. Om te activeren de insteltoets + indrukken (de
functie is omlijnd).
3. Met de insteltoetsen +/- de gewenste tijd instellen.
Aanwijzing Bij meermaals drukken op de toets kan de tijd in een frequentie van een minuut gewijzigd worden. Na langer indrukken van de toets wordt de tijd in een frequentie van 3 minuten gewijzigd.
4. Met de toets „options” het tijdverloop starten.
[timer] uitschakelen De functie deactiveren door de insteltoetsen + en gelijktijdig 3 seconden ingedrukt te houden. [eco] Met deze functie schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Diepvriesruimte: -16 °C ■ Koelruimte: +6 °C [eco] inschakelen
1. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[eco] met een pijl is gemarkeerd.
2. Om te activeren de insteltoets + indrukken (de
functie is omlijnd). [eco] uitschakelen
1. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[eco] met een pijl is gemarkeerd.
2. Deactiveren door de insteltoets - in te drukken (de
functie wordt niet langer omrand). [vacation] m Attentie Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan! [vacation] inschakelen
1. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[vacation] met een pijl is gemarkeerd.
2. Om te activeren de insteltoets + indrukken (de
functie is omlijnd). [vacation] uitschakelen
1. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[vacation] met een pijl is gemarkeerd.
2. Deactiveren door de insteltoets - in te drukken (de
functie wordt niet langer omrand). [clock] Op de tijdsdisplay wordt de tijd weergegeven. Met de functie [clock] kunt u de tijd instellen. Dagtijd instellen
1. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[clock] met een pijl is gemarkeerd.
2. Om te activeren de insteltoets + indrukken (de
functie is omlijnd).
3. Met de insteltoetsen +/- de gewenste tijd instellen.
4. Met de toets „options” de ingestelde tijd opslaan.
Aanwijzing Bij ingeschakelde [timer] functie wordt de dagtijd niet aangegeven. [IWD off] Met deze functie kunt u de ijs- en waterdispenser uitschakelen. m Attentie
Watertoevoer naar het apparaat beslist een paar uur vóór het uitschakelen van de ijsbereider onderbreken. IJsblokjesreservoir legen en schoonmaken. Reservoir er weer in zetten. Let erop dat het ijsblokjesreservoir op de steunen vastklikt. [IWD off] inschakelen
1. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[IWD off] met een pijl is gemarkeerd.
2. Om te activeren de insteltoets + indrukken (de
functie is omlijnd). [IWD off] uitschakelen
1. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[IWD off] met een pijl is gemarkeerd.
2. Deactiveren door de insteltoets - in te drukken (de
functie wordt niet langer omrand). Bij lange afwezigheid kunt u het apparaat op de energiebesparende vakantiemodus zetten. De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C omgeschakeld.
[filter change] Na verloop van 6 maanden wordt u via de indicatie [filter change] eraan herinnerd de filterpatroon te vervangen. Nieuwe filterpatroon activeren Nadat de filterpatroon is vervangen, moet de functie [filter change] weer worden geactiveerd.
1. Filterpatroon vervangen (zie het hoofdstuk
2. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[filter change] met een pijl is gemarkeerd.
3. Activeren door op de insteltoetsen +/- te drukken.
De indicatie [filter change] gaat uit. Home Connect Dit apparaat is voorzien van Wi-Fi en kan via een mobiel eindapparaat op afstand worden bediend. Aanwijzing Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance. Als het apparaat niet wordt verbonden met het thuisnetwerk, werkt het als een koelapparaat zonder netwerkaansluiting en kan het nog steeds via de bedieningselementen handmatig worden bediend. Om de Home Connect functies te gebruiken, verbindt u het apparaat met een Home Connect Wi-Fi-dongle. Als er geen Home Connect Wi-Fi-dongle met uw apparaat is meegeleverd, kunt u deze bij de Servicedienst bestellen. Aanwijzing Het aansluiten en loskoppelen van de stekker op het apparaat gaat mogelijk moeilijker dan verwacht. Breng de Wi-Fi-dongle aan op één meter hoogte. Aanwijzingen ■ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing. Zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u niet thuis bent en u het apparaat bedient via de Home Connect app. Zie het hoofdstuk Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen. Houd u ook aan de aanwijzingen in de Home Connect app. ■ De directe bediening van het apparaat heeft altijd voorrang. In deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk. Home Connect inrichten Aanwijzing Om instellingen met Home Connect te kunnen uitvoeren, moet de Home Connect app op uw mobiele eindapparaat zijn geïnstalleerd. Zie hiervoor de meegeleverde documentatie van Home Connect. Volg de door de app aangegeven stappen om de instellingen aan te brengen.
Aanwijzing Het Home Connect menu wordt automatisch gesloten wanneer het apparaat langere tijd niet wordt bediend. Aanwijzingen voor het openen van het Home Connect menu vindt u aan het begin van het desbetreffende hoofdstuk. Automatische verbinding met het thuisnetwerk (WLAN) Wanneer er een WLAN-router met WPS-functie beschikbaar is, kan het koelapparaat automatisch met het thuisnetwerk worden verbonden.
1. Options-toets en Alarm off/lock-toets tegelijkertijd
indrukken. Indicatie diepvriesvak geeft “Cn” aan. Aanwijzing Beide toetsen tegelijkertijd indrukken. De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer alleen de Alarm off/lock-toets te lang wordt ingedrukt.
2. Options-toets net zo vaak indrukken totdat indicatie
diepvriesvak “AC” aangeeft en indicatie koelvak “OF”.
3. Insteltoets + indrukken.
Het apparaat is klaar voor de automatische verbinding. Indicatie koelvak geeft 2 minuten een animatie weer. Zolang de animatie wordt weergegeven, is het apparaat klaar voor de automatische verbinding.
4. Binnen 2 minuten de WPS-functie op de
thuisnetwerkrouter activeren (bijv. via de WPS/ WLAN-toets, informatie daarover in de documentatie van de router in acht nemen). Bij een geslaagde verbinding knippert “On” in de indicatie koelvak. Het koelapparaat is klaar voor de verbinding met de app. Aanwijzing Als de indicatie koelvak “OF” aangeeft, kon er geen verbinding worden gemaakt.
1. Controleren of het koelapparaat zich binnen het
bereik van het thuisnetwerk (WLAN) bevindt.
2. Het proces herhalen of handmatig verbinding
maken. Handmatige verbinding met het thuisnetwerkstation (WLAN) Wanneer de beschikbare WLAN-router niet over een WPS-functie beschikt of als dit niet bekend is, kunt u het koelapparaat handmatig verbinden met het thuisnetwerk.
1. Options-toets en Alarm off/lock-toets tegelijkertijd
indrukken. Indicatie diepvriesvak geeft “Cn” aan. Aanwijzing Beide toetsen tegelijkertijd indrukken. De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer alleen de Alarm off/lock-toets te lang wordt ingedrukt.
2. Options-toets net zo vaak indrukken totdat indicatie
diepvriesvak “SA” aangeeft en indicatie koelvak “OF”.
3. Insteltoets + indrukken.
Het apparaat is klaar voor de handmatige verbinding. Indicatie koelvak toont een animatie. Zolang de animatie wordt weergegeven, is het apparaat klaar voor de handmatige verbinding.
4. Het koelapparaat heeft nu een eigen WLAN-netwerk
met de netwerknaam “HomeConnect” ingesteld. Tot dit netwerk kunt u nu met het mobiele eindapparaat toegang krijgen.
5. In het instellingsmenu van het mobiele eindapparaat
de WLAN-instellingen oproepen.
6. Het mobiele eindapparaat verbinden met het WLANnetwerk “HomeConnect”.
Wachtwoord: “HomeConnect” Het maken van verbinding kan tot 60 seconden duren.
7. Na een geslaagde verbinding de Home Connect app
op het mobiele eindapparaat openen. De app zoekt naar het koelapparaat.
8. Zodra het koelapparaat is gevonden, de
netwerknaam “SSID” en het wachtwoord “Key” van het eigen thuisnetwerk (WLAN) in de daarvoor bestemde velden invoeren.
9. Bevestigen met de knop Naar huishoudelijk
Bij een geslaagde verbinding knippert “On” in de indicatie koelvak. U kunt het koelapparaat nu verbinden met de app. Als de indicatie koelvak “OF” aangeeft, kon er geen verbinding worden gemaakt. Controleren of het koelapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk (WLAN) bevindt. Het proces herhalen. Koelapparaat verbinden met app
1. Wanneer er een verbinding tussen het koelapparaat
en thuisnetwerk is gemaakt, Options-toets en Alarm off/lock-toets tegelijkertijd indrukken. Indicatie diepvriesvak geeft “Cn” aan. Aanwijzing Beide toetsen tegelijkertijd indrukken. De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer alleen de Alarm off/lock-toets te lang wordt ingedrukt.
2. Options-toets net zo vaak indrukken totdat indicatie
diepvriesvak “PA” aangeeft en indicatie koelvak “OF”.
3. Insteltoets + indrukken om het apparaat met de app
te verbinden. Indicatie koelvak toont een animatie. Zodra koelapparaat en app verbonden zijn, geeft de indicatie koelvak “On” aan.
4. In de Home Connect app wachten op het mobiele
eindapparaat tot het koelapparaat wordt aangegeven. Vervolgens + (toevoegen) selecteren. Wanneer het koelapparaat niet automatisch wordt weergegeven, in de Home Connect app eerst Huishoudelijke apparaten zoeken en vervolgens Huishoudelijk apparaat verbinden selecteren.
5. De instructies van de app volgen tot het proces is
voltooid. Indicatie diepvriesvak geeft “PA” aan en indicatie koelvak geeft “On” aan. Het koelapparaat is verbonden met de app. Wanneer er geen verbinding kan worden gemaakt, controleren of het mobiele eindapparaat met het thuisnetwerk (WLAN) is verbonden. Vervolgens opnieuw verbinding proberen te maken. Wanneer in de indicatie koelvak “Er” verschijnt, de Home Connect instellingen terugzetten. Aanwijzing Bij het terugzetten worden alle Home Connect instellingen teruggezet. Home Connect instellingen terugzetten Als er bij de poging verbinding te maken een probleem optreedt of als u het apparaat in een ander thuisnetwerk (WLAN) wilt aanmelden, kunnen de Home Connect instellingen worden teruggezet:
1. Options-toets en Alarm off/lock-toets tegelijkertijd
indrukken. Indicatie diepvriesvak geeft “Cn” aan. Aanwijzing Beide toetsen tegelijkertijd indrukken. De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer alleen de Alarm off/lock-toets te lang wordt ingedrukt.
2. Options-toets zo vaak indrukken tot de indicatie
diepvriesvak “rE” aangeeft en de indicatie koelvak “OF” aangeeft.
3. Insteltoets + indrukken.
Indicatie koelvak geeft 15 seconden een animatie weer. Hierna geeft de indicatie koelvak “OF” aan. De Home Connect instellingen zijn teruggezet.
Update van de Home Connect Software installeren De koelkast controleert met regelmatige tussenpozen of er updates voor de Home Connect software beschikbaar zijn. Als er een update beschikbaar is, geeft de Indicatie temperatuur koelvak “UP” aan. Door op een willekeurige toets te drukken, wordt de indicatie op de ingestelde temperatuur teruggezet. Verklaring van overeenstemming Hierbij verklaart Robert Bosch Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 1999/5/EG. Een uitvoerige R&TTE conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.bosch-home.com, op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten. Update installeren:
1. Options-toets en Alarm off/lock-toets tegelijkertijd
indrukken. Indicatie diepvriesvak geeft “Cn” aan. Aanwijzing Beide toetsen tegelijkertijd indrukken. De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer alleen de Alarm off/lock-toets te lang wordt ingedrukt.
2. Options-toets net zo vaak indrukken totdat indicatie
diepvriesvak “Cn” aangeeft en indicatie koelvak “On”.
3. Toets + indrukken.
Indicatie koelvak toont een animatie. De update wordt geïnstalleerd. Tijdens de installatie zijn alle toetsen geblokkeerd.
Als de installatie met succes is voltooid, geeft de indicatie koelvak “On” aan. Als de installatie niet met succes is voltooid, geeft de indicatie koelvak “Er” aan. Update op een later tijdstip opnieuw starten. Wanneer de installatie ook na meerdere pogingen niet kon worden voltooid, Servicedienst inlichten. Aanwijzing over gegevensbescherming Wanneer uw Home Connect koelkast voor de eerste keer wordt verbonden met een WLAN-netwerk dat op het internet is aangesloten, geeft deze de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde Wi-Fi communicatiemodule). ■ Veiligheidscertificaat van de WiFi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding). ■ De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudelijke apparaat. ■ Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen. Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie hoeft pas te worden uitgevoerd wanneer u Home Connect voor het eerst wilt gebruiken.
Aanwijzing Houd er rekening mee dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over de gegevensbeveiliging kan in de Home Connect app worden opgevraagd.
Het akoestische signaal wordt uitgeschakeld. Superkoelen of supervriezen wordt beëindigd (indien geactiveerd). De verlichting wordt uitgeschakeld. De verlichting van het display wordt gereduceerd tot de basisverlichting. De toetsen worden geblokkeerd (behalve de toets „options” en de insteltoets +). Sabbat-modus in- en uitschakelen
1. Activeren door de toets „options” en de insteltoets +
tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt te houden. Op de display verschijnt [sabbath].
2. Deactiveren door de toets „options” en de
insteltoets + tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt te houden.
Alarm function Netto-inhoud Door indrukken van de „alarm/lock”-toets wordt het alarmsignaal uitgeschakeld. In de volgende gevallen kan het alarm afgaan: De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Deuralarm Vriesvermogen volledig benutten Wanneer het apparaat langer dan een minuut openstaat, wordt het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) ingeschakeld. Door de deur te sluiten of op de alarmtoets te drukken, wordt het waarschuwingssignaal uitgeschakeld. Temperatuuralarm Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvries- en koelruimte te warm is en de levensmiddelen gevaar lopen. Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het akoestische en optische signaal worden ingeschakeld bij:
Ingebruikname van het apparaat. Bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen. Diepvriesruimte Op de display van de diepvriesruimte knippert „AL” en wordt „alarm” weergegeven. Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren aan te brengen, kan de bovenste diepvrieslade uit het apparaat worden genomen. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en in de onderste diepvrieslade worden gestapeld. De diepvriesruimte De diepvriesruimte gebruiken
voor het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen. Aanwijzing Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik! Na het sluiten van de deur van de diepvriesruimte ontstaat onderdruk waardoor een zuigend geluid te horen is. Twee tot drie minuten wachten tot de onderdruk is opgeheven. Wij adviseren de ijsblokjesreservoir in het apparaat te laten. Dit waarborgt een optimale temperatuurverdeling in de vriesruimte. Inkopen van diepvriesproducten
De temperatuurindicatie geeft gedurende 10 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt de ingestelde temperatuur weer aangegeven. De indicatie „alarm” gaat uit zodra de ingestelde temperatuur weer is bereikt. Aanwijzing Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-enklaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Koelruimte m Attentie Als het in de koelruimte te warm is geworden: de verwarmde koelwaren vóór het consumeren verhitten. Rauwe levensmiddelen in geval van twijfel niet meer gebruiken.
Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.
4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Groente, fruit: tot 12 maanden. Supervriezen De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven. Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende. Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt. Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen. Kleine hoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg) kunt u zonder snelvriezen invriezen. Aanwijzing Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Supervriezen inschakelen
1. De select-toets ingedrukt houden tot de klimaatzone
Diepvriescompartiment met een pijl is gemarkeerd.
2. Toets super indrukken.
Wanneer het supervriezen is ingeschakeld, wordt op de display "SU" en "super" weergegeven. Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. ■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Supervriezen uitschakelen
1. De select-toets ingedrukt houden tot de klimaatzone
Diepvriescompartiment met een pijl is gemarkeerd.
2. Toets super indrukken.
Wanneer het supervriezen is uitgeschakeld, gaan de indicaties "SU" en "super" op de display uit. Aanwijzing Het supervriezen wordt na 2^ dagen automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
bij omgevingstemperatuur in de koelkast in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator in de magnetron m Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-enklaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Let op de koudezones in de koelruimte Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
De koudste zone is tussen de groentelade en het glazen legplateau daarboven. Aanwijzing Bewaar in de koudste zone boven de groentelade gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees). De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Aanwijzing Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. Verskoellade De koelruimte De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket. In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. Aanwijzing Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen. Geschikt om vers te koelen: In principe alle levensmiddelen die vers zijn en nog langer vers moeten blijven, bijv. vis, zeevruchten, vlees, worstwaren, melkproducten en kant-en-klaargerechten. Niet geschikt voor „verskoelen”: Koudegevoelige fruit en groente (bijv. zuidvruchten zoals ananas, bananen, papaja’s, citrusvruchten en meloenen, evenals tomaten, aubergines, courgettes, paprika’s, komkommers, aardappels). De ideale plaats voor het bewaren van deze levensmiddelen is de koelruimte.
Groentelade met vochtigheidsregelaar Om optimale omstandigheden te scheppen voor het bewaren van groente en fruit, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast aan de hoeveelheid levensmiddelen:
kleine hoeveelheid fruit en groente – hoge luchtvochtigheid grote hoeveelheid fruit en groente – lage luchtvochtigheid Superkoelen Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. om dranken snel te koelen. Aanwijzing Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Superkoelen inschakelen
1. De select-toets ingedrukt houden tot de klimaatzone
Koelcompartiment met een pijl is gemarkeerd.
2. Toets super indrukken.
Wanneer het superkoelen is ingeschakeld, wordt op de display "SU" en "super" weergegeven. Aanwijzingen ■ Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C. ■ Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar. Superkoelen uitschakelen
1. De select-toets ingedrukt houden tot de klimaatzone
Koelcompartiment met een pijl is gemarkeerd.
2. Toets super indrukken.
Wanneer het superkoelen is uitgeschakeld, gaan de indicaties "SU" en "super" op de display uit.
IJs- en waterdispenser Naar wens kunt u eruit halen/tappen:
gekoeld water, crushed ice, ijsblokjes. m Waarschuwing Nooit in de opening van de ijsblokjesdispenser grijpen! Kans op verwondingen. m Attentie Leg nooit flessen of levensmiddelen in het ijsblokjesreservoir om snel te laten koelen. De ijsbereider kan geblokkeerd en daardoor beschadigd worden.
- Niet bij alle modellen. Attentie bij ingebruikneming De ijs en waterdispenser functioneert alleen als het apparaat op de waterleiding is aangesloten. Nadat het apparaat in gebruik is genomen duurt het ca. 24 uur tot de eerste portie ijsblokjes is aangemaakt. Na het aansluiten bevinden zich in de leidingen nog luchtbelletjes. Het drinkwater net zolang aftappen en weggooien tot het water zonder luchtbelletjes getapt kan worden. De eerste 5 glazen leeggooien. Als de ijsblokjesmaker voor het eerst wordt gebruikt: de eerste 30-40 ijsblokjes om hygiënische redenen niet gebruiken. Aanwijzingen bij het gebruik van de ijsbereider Zodra het vriesvak zijn vriestemperatuur heeft bereikt, start de ijsblokjesproductie. Na 2–3 uur worden de geproduceerde ijsblokjes automatisch in het ijsblokjesreservoir gestort. Aanwijzing Het apparaat produceert meer ijs wanneer u de vriesvaktemperatuur kouder instelt. Daardoor wordt het energieverbruik van uw apparaat iets hoger. Soms vriezen ijsblokjes aan elkaar en blokkeren de afgifte:
1. De deur openen en binnenin controleren of er
ijsblokjes vastzitten in de ijs- en waterafgifte.
2. Als de ijs- en waterafgifte niet geblokkeerd is:
m Attentie Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar.
Het ijsblokjesreservoir voorzichtig uittrekken en aan elkaar gevroren ijsblokjes verwijderen. Als het ijsblokjesreservoir vol is, dan wordt de ijsbereiding automatisch uitgeschakeld. Tijdens het aanmaken van de ijsblokjes is het gezoem van het waterventiel, het binnenstromen van het water in het ijsblokjesreservoir en het vallen van de ijsblokjes te horen. Let op de kwaliteit van het drinkwater Alle voor de drinkwaterdispenser gebruikte materialen zijn neutraal van geur en smaak. Als het water een bijsmaak heeft, dan kan dat de volgende oorzaken hebben: het mineraal- en chloorgehalte van het drinkwater; het materiaal van de waterleiding in huis en van de toevoerleiding; ■ de versheid van het drinkwater. Wanneer er langere tijd geen water is afgenomen, kan het water „muf” smaken. In dit geval ca. 15 glazen met water vullen en weggooien. Wij raden u aan regelmatig wat vers water uit de waterdispenser te tappen en het apparaat niet uit te schakelen. Hierdoor blijft de kwaliteit van het water behouden. Het meegeleverde waterfilter filtert uitsluitend kleine deeltjes uit het toegevoerde water, geen bacteriën of microben.
Toets van de ijs- en waterdispenser (water, crushed ice of ijsblokjes) kiezen. Toets net zo lang indrukken tot het glas met de gewenste hoeveelheid gevuld is. Water tappen IJsbereider buiten werking stellen Als er vermoedelijk langer dan 1 week geen ijsblokjes uitgehaald worden ( bijv. tijdens een vakantie) dan moet de ijsbereider tijdelijk buiten werking worden gesteld om te voorkomen dat de ijsblokjes aan elkaar vriezen. De ijsbereider uitschakelen:
1. IJsblokjesreservoir eruit halen.
2. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[IWD off] met een pijl is gemarkeerd.
3. Deactiveren door de insteltoets - in te drukken (de
functie wordt niet langer omrand).
4. IJsblokjesreservoir legen en schoonmaken.
Reservoir er weer in zetten. Let erop dat het ijsblokjesreservoir op de steunen vastklikt. Om het apparaat weer in gebruik te nemen:
1. De toets „options” ingedrukt houden tot de functie
[IWD off] met een pijl is gemarkeerd.
2. Om te activeren de insteltoets + indrukken (de
functie is omlijnd). Aanwijzing Het water van de waterdispenser is op de juiste temperatuur om te drinken gekoeld. Wilt u kouder water, dan moet u vóór het tappen ijsblokjes in het glas doen. Aanwijzing Bij afname van grote hoeveelheden water kan het afgenomen water warmer worden. IJs eruit halen Waterfilter m Waarschuwing Het apparaat in plaatsen waar de kwaliteit van het water twijfelachtig of niet voldoende bekend is, niet zonder adequate desinfectie voor en na het filteren gebruiken. Een filterpatroon voor het partikelfilter kan bij de Servicedienst of bij een vakhandelaar besteld worden. m Attentie
Na montage van een nieuw filter altijd de ijsproductie van de eerste 24 uur na inschakeling van de ijsbereider weggooien. Wanneer het ijs langere tijd niet is gebruikt, alle ijsblokjes uit het reservoir weggooien, evenals de ijsproductie van de volgende 24 uur. Wanneer het apparaat of het ijs meerdere weken of maanden niet actief gebruikt is, of wanneer de ijsblokjes onaangenaam smaken of ruiken, moet het waterfilter worden vervangen. Luchtinsluitingen in het systeem kunnen wateruittreding en het uitwerpen van de filterpatroon veroorzaken. Wees voorzichtig bij het verwijderen. Het filter moet uiterlijk om de 6 maanden worden vervangen.
Belangrijke aanwijzingen bij het waterfilter
Het watersysteem staat na gebruik onder lichte druk. Wees voorzichtig als u het filter eraf haalt. Als het apparaat langere tijd niet gebruikt werd of als het water onaangenaam smaakt of ruikt: watersysteem doorspoelen. Hiertoe een aantal minuten water uit de waterdispenser tappen. Als de onaangename smaak of geur blijft bestaan: filter vervangen.
Water uit de oude filterpatroon gieten. De filterpatroon kan met het huisvuil worden weggedaan. Afsluitkap gebruiken De ijs- en waterdispenser kan ook zonder waterfilter worden gebruikt. In dat geval de afsluitkap aanbrengen. Vervangen van de filterpatroon Na verloop van 6 maanden wordt u via de indicatie [filter change] eraan herinnerd de filterpatroon te vervangen (zie hoofdstuk „Speciale functies”). Filterpatroon als volgt eruit halen: Aanwijzing De afsluitkap en de hierin aanwezige filterzeef moeten met regelmatige tussenpozen onder stromend water worden uitgewassen.
Nieuwe filterpatroon erin zetten. Een paar liter water uit de waterdispenser tappen. Hierdoor wordt de lucht uit het watersysteem verwijderd.
Aanwijzing Hoewel de testen onder standaardlaboratoriumvoorwaarden werden uitgevoerd, kan de daadwerkelijke capaciteit hiervan afwijken. Specificatie- en vermogensgegevens Het systeem werd in model 9000 225 170 door NSF International met betrekking tot ANSI/NSF standaard 53 tot het reduceren van cysten en vertroebelingen alsmede met betrekking tot ANSI/ NSF standaard 42 tot het verminderen van chloorsmaak en chloorstank getest en gecertificeerd. Nominale partikelklasse: I Nominale gebruiksduur: 2.800 liter Voor filtermodel: 9000 225 170 Met gebruik van reservepatroon: 9000 077 104 Het model werd door NSF International op ANSI/NSFStandards 42 & 53 getest en tot het reduceren van de onderstaande substanties gecertificeerd. De concentratie van de aangegeven in water opgeloste substanties die het systeem binnendringen, werd verlaagd tot een waarde minder dan of gelijk aan de toelaatbare grenswaarde volgens ANSI/NSF 42 en 53 voor uit het apparaat afgevoerd water. Substantie Gemiddelde Watertoevoerco Waterafvoercon Gemiddelde in de watertoev ncentratie centratie reductie in % oer Cysten *
99,99 Maximaal Maximale Minimale toelaatbare waterafvoer reductie in % concentratie in de waterafvoer 99,95 99,99 0,3 l 97,10 0,5 NTU 0,49 95,42 Minimaal partikels/ml
- Op basis van gebruik van cryptosporium parvumoöcysten. Toepassingsrichtlijnen/parameters watervoorziening: Waterdruk Watertemperatuur * Doorstroomsnelheid
0,6 °C - 38 °C 2,83 l/min. Het systeem moet volgens de door de fabrikant aanbevolen richtlijnen geïnstalleerd en gebruikt worden. ■ Het filter moet om de 6-9 maanden vervangen worden. ■ Nieuw filter 5 minuten doorspoelen. ■ Nadere gegevens vindt u op de garantiekaart. Dit product mag NIET gebruikt worden als het water microbiologisch schadelijk of van onbekende kwaliteit is, zonder adequate desinfectie voor of na aansluiting op het systeem. Een systeem dat gecertificeerd is voor de reductie van cysten mag gebruikt worden voor gedesinfecteerd water dat eventueel filtreerbare cysten bevat.
Voor het hele systeem (behalve voor de wegwerppatroon) geldt een garantie van een jaar. Met betrekking tot de wegwerppatronen geldt alleen een garantie voor materiaalgebreken en verwerkingsfouten. De gebruiksduur van wegwerppatronen hangt af van de plaatselijke wateromstandigheden, zodat hiervoor geen garantie wordt gegeven. Nadere informatie over de prijzen van reserveonderdelen is te verkrijgen bij de leverancier van uw apparaat of bij de vertegenwoordiger van onderdelen bij u in de buurt. Vervaardigd door: 3 M Material Technology (Guangzhou) Ltd. 9 Nanxiang Er road, Science City, Guangzhou, 510663, P.R. China
Uitvoering van de diepvriesruimte (niet bij alle modellen) Diepvrieskalender Speciale uitvoering (niet bij alle modellen) Verstelbaar glasplateau „easy Lift” Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht. Variabele indeling van de binnenruimte U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen.
Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken.
Vakken in de deur iets optillen en eruit halen. Het legplateau kan in de hoogte versteld worden zonder dat het eruit gehaald hoeft te worden. Levensmiddelen eerst van het legplateau af halen. Maximale belading van het legplateau: 3 kg
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaat Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen. Koelmachine wordt uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
1. Watertoevoer naar het apparaat altijd een paar uur
voor het uitschakelen onderbreken.
2. Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
3. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering
losdraaien resp. uitschakelen.
4. IJsblokjesreservoir legen en schoonmaken. (zie
hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
5. Binnenkant van het apparaat schoonmaken (zie
hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
6. De deuren van het apparaat open laten om
geurvorming te voorkomen. Ontdooien Ga als volgt te werk:
1. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering
2. Diepvriesproducten verwijderen en op een koele
3. Wachten tot de vorstlaag is ontdooid.
4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en
lauw water met een scheutje pH-neutraal afwasmiddel. Het afwaswater mag niet in de verlichting terechtkomen.
5. De deurafdichting alleen met schoon water
schoonmaken en daarna grondig droogwrijven.
6. Na het schoonmaken het apparaat weer aansluiten.
7. Diepvriesproducten weer in het diepvriesvak leggen.
Uitvoering Voor het reinigen kunnen alle variabele delen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Variabele indeling van de binnenruimte) Aanwijzing Open de deuren volledig (90°) om de lades te verwijderen en te reinigen. Lade verwijderen De lade geheel uittrekken, door optillen losmaken van de houder en verwijderen. Diepvriesruimte Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig. Koelruimte Het apparaat wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een verdampingsschaal aan de achterkant van het apparaat. Schoonmaken van het apparaat m Waarschuwing Het apparaat nooit met een stoomreiniger reinigen! m Attentie Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. m Attentie Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. m Attentie De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
Bij het aanbrengen de lade op de rails plaatsen en naar binnen schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken. Groentelade met vochtigheidsregelaar verwijderen
1. Groentelade uittrekken.
2. Glazen legplateau verwijderen.
3. Vochtafdekking verwijderen.
IJsblokjesreservoir schoonmaken Als er langere tijd geen ijsblokjes uit de dispenser worden gehaald, dan krimpen de kant en klare ijsblokjes, smaken ze verschaald en plakken ze aan elkaar. Reservoir eruit trekken, legen en met lauw water schoonmaken. m Attentie Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar! Groentelade met vochtigheidsregelaar aanbrengen
1. Eerst vochtafdekking aanbrengen.
2. Glazen legplateau aanbrengen.
3. Groentelade eronder plaatsen.
Schoonmaken van de wateropvangschaal Overtollig water komt terecht in de wateropvangschaal. Zeef eraf halen om te legen en te reinigen. Wateropvangschaal met een spons of een goed absorberend doekje afwissen. Na reiniging het reservoir en de transportschroef goed droogwrijven om te voorkomen dat de nieuwe ijsblokjes vastvriezen. IJsblokjesreservoir er weer inzetten IJsblokjesreservoir op de steunen helemaal naar achteren schuiven tot het vastklikt. De productie van ijsblokjes gaat verder. Aanwijzing Als het reservoir niet helemaal naar achteren geschoven kan worden: de transportschroef in het reservoir iets verdraaien of aan de inschuifruimte vastgevroren ijsblokjes verwijderen. Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie „Opstellen van het apparaat”, „Beluchting”). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat. Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de leidingen of water in de ijsbereider. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/ uit. Kloppende geluiden De kant en klare ijsblokjes van de ijsbereider vallen in het ijsblokjesreservoir. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Voer een zelftest van het apparaat uit (zie hoofdstuk „Zelftest apparaat”). U moet de kosten voor advies van de monteur van de Servicedienst zelf betalen – ook in de garantietijd! Storing Eventuele oorzaak De temperatuur wijkt erg af van de instelling. Oplossing In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. Display geeft „E..” aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd. Inschakelen van de Servicedienst. Het alarmsignaal is te horen, de temperatuurindicatie van de diepvriesruimte knippert. In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! Druk op de „alarm/lock”-toets om het alarmsignaal uit te schakelen. De indicatie knippert niet meer. De temperatuurindicatie geeft gedurende 10 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Deur van het diepvriesruimte is geopend. Deur sluiten. De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. Max. invriescapacitiet niet overschrijden. Aanwijzing Half en geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren. De verlichting functioneert niet. De verlichting is defect. (Zie hoofdstuk „Verlichting”.) Het apparaat koelt niet. De verlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet Stroomuitval. Controleren of er stroom is. De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. De stekker zit niet goed in het stopcontact. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. De koelmachine wordt steeds vaker De deur van het apparaat werd te vaak en langer ingeschakeld. geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
Water- en ijsdispenser Storing Eventuele oorzaak Oplossing Hoewel de dispenser langere tijd in werking is, komen er geen ijsblokjes uit. De kraan is dicht. Waterkraan openen. De watervoorziening is onderbroken. De waterdruk is te laag. Neem contact op met de installateur. De ijs- en waterdispenser is uitgeschakeld. Op IJs- en waterafgifte inschakelen (zie het hoofdstuk Speciale het display brandt „IWD off”. functies, paragraaf [IWD off] uitschakelen). Er zijn ijsblokjes in het ijsblokjesreservoir maar ze komen er niet uit. Te warm in de diepvriesruimte. Temperatuur in de diepvriesruimte kouder instellen (zie het hoofdstuk Temperatuur instellen). De ijsblokjes zijn aan elkaar vastgevroren. IJsblokjesreservoir eruit halen en legen. De ijsblokjes zitten klem in de opening van het ijsblokjesreservoir of in de ijsmaler. IJsblokjesreservoir eruit halen en de transportschroefas met de hand verdraaien. Eventueel klem zittende ijsbrokjes met een houten staafje losmaken. De ijsblokjes zijn waterig. De ijsblokjes werden ontdooid. IJsblokjesreservoir eruit halen, legen en droogwrijven. Deur van het diepvriesruimte is geopend. Deur sluiten. Stroomuitval. Controleren of er stroom is. De waterdispenser functioneert niet. De kraan is dicht. Waterkraan openen. De watervoorziening is onderbroken. De waterdruk is te laag. Neem contact op met de installateur. De ijsbereider produceert niet genoeg ijs of de ijsblokjes zijn vervormd. Het apparaat of de ijsbereider werd pas kort geleden ingeschakeld. Het duurt ca. 24 uur tot de ijsproductie begint. Er werd een grote hoeveelheid ijs uitgehaald. Het duurt ca. 24 uur tot het ijsblokjesreservoir weer gevuld is. Lage waterdruk. Het apparaat uitsluitend aansluiten op de voorgeschreven waterdruk (zie het hoofdstuk „Apparaat aansluiten”, paragraaf „Wateraansluiting”). Waterfilter verstopt of verbruikt. Waterfilter vervangen. De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. De temperatuur in de vriesruimte iets kouder instellen. Borrelende, gorgelende geluiden uit Watertoevoer is onderbroken of de de waterleiding. waterleiding is verstopt.
2. Controleren of de waterleiding verstopt is.
3. In sommige gevallen is het voldoende om de ijs- en
waterdispenser kort uit te schakelen (zie hoofdstuk Speciale functies, alinea [IWD off]).
Zelftest apparaat Servicedienst Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden. Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD-Nr.) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Zelftest starten
1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
2. Apparaat weer inschakelen.
3. De toets „options” en de select-toets tegelijkertijd
5 seconden ingedrukt houden. Het zelftestprogramma start. Als op het display „E…” verschijnt, dan gaat het om een storing. Neem contact op met de klantenservice wanneer deze foutmelding verschijnt. Zelftest apparaat beëindigen De toets „options” en de select-toets opnieuw tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt houden. Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Notice-Facile