MAJESTY 250 - Scooter YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MAJESTY 250 YAMAHA in PDF-formaat.
| Type product | Scooter |
| Merk | Yamaha |
| Model | MAJESTY 250 |
| Motorinhoud | 250 cc |
| Motortype | 4-takt, eencilinder, vloeistofgekoeld |
| Vermogen | 20 pk (14,7 kW) bij 7500 tpm |
| Koppel | 25 Nm bij 6000 tpm |
| Transmissie | Automatische V-snaar (CVT) |
| Startsysteem | Elektrische starter |
| Brandstofsysteem | Elektronische brandstofinjectie (EFI) |
| Voorrem | Schijfrem, 260 mm |
| Achterrem | Schijfrem, 240 mm |
| Voorband | 120/70-12 |
| Achterband | 140/70-12 |
| Afmetingen (L x B x H) | 2250 mm x 765 mm x 1350 mm |
| Wielbasis | 1550 mm |
| Zithoogte | 750 mm |
| Gewicht (droog) | 165 kg |
| Brandstoftankinhoud | 12 liter |
| Accutype | 12V-12Ah |
| Oliecapaciteit | 1,3 liter (met filter) |
| Onderhoudsinterval olie | Elke 5000 km |
| Koelvloeistof | Specifiek (zie handleiding) |
| Verlichting | Koplamp: 12V 35/35W, richtingaanwijzers: 12V 10W |
| Laadvermogen | 150 kg (inclusief bestuurder) |
Veelgestelde vragen - MAJESTY 250 YAMAHA
Gebruikersvragen over MAJESTY 250 YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MAJESTY 250 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MAJESTY 250 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING MAJESTY 250 YAMAHA
Welkom in de energieke wereld van Yamaha rijders!
Als bezitter van een Yamaha Wild Star™ kunt u genieten van de resultaten van Yamaha's nieuwste technologie en ruime ervaring in het ontwerp en de fabricage van topklasse produkten, waarmee Yamaha haar verdiende reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.
Neem alstublieft de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, om de mogelijkheden van deze Yamaha Wild Star optimaal te benutten. Deze handleiding voor de eigenaar beschrijft niet alleen de bediening, inspektie en onderhoud van uw motorfiets, maar geeft tevens belangrijke aanwijzingen voor uw veiligheid en die van anderen, om ongemak en ongelukken te vermijden.
Daarnaast bevat de handleiding vele handige tips om uw motorfiets in de beste staat te houden. Als bepaalde punten niet duidelijk zijn of u hebt vragen, aarzel dan niet kontakt op te nemen met uw Yamaha dealer.
Het Yamaha team wenst u vele aangename en veilige ritten. Onthoud altijd: veiligheid heeft voorrang!
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE BERIJDER
Informatie die van groot belang is wordt in deze handleiding aangegeven door de volgende symbolen en/of aanduidingen:

Het veiligheidssymbol betekent ATTENTIE! VOORZICHTIG! HET GAAT HIER OM UW PERSOONLIJKE VEILIGHEID!

WAARSCHUWING
Het niet opvolgen van een speciale WAARSCHUWING kan resulteren in ernstig letsel of dood van de berijder, een medepassagier, een andere weggebruiker of een persoon die de motorfiets inspekteert of repareert.
LET OP:
De aanwijzing LET OP! attendeert u op bijzondere voorzorgsmaatregelen die u in acht dient te nemen om beschadiging van de motorfiets te voorkomen.
OPMERKING:
Een OPMERKING verschaft belangrijke informatie om bepaalde procedures te vergemakkelijken of duidelijker te maken.
OPMERKING:
- Deze handleiding dient beschouwd te worden als een bij de motorfiets behorend onderdeel en dient ook bij verkoop bij de motorfiets te blijven.
- Yamaha produkten veranderen kontinu door verbeteringen in het ontwerp en in de technische gegevens. Als gevolg hiervan kunnen er hier en daar kleine verschillen optreden tussen de beschrijving in deze handleiding en uw motorfiets, zelfs al is bij het ter perse gaan van deze handleiding de informatie up to date. Mocht u vragen hebben over deze handleiding, aarzel dan niet om kontakt op te nemen met uw Yamaha dealer.
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE BERIJDER
WAARSCHUWING
LEES DEZE HANDLEIDING IN ZIJN GEHEEL AANDACHTIG DOOR ALVORENS TOT GEBRUIK VAN DE MOTORFIETS OVER TE GAAN.
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE BERIJDER
XV1600A
HANDLEIDING
© 1999 door Yamaha Motor Co., Ltd.
Alle rechten voorbehouden.
ledere vorm van reproduktie, herdruk
of gebruik zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van
Een motorfiets is een fascinerend vervoermiddel, dat je als geen ander een gevoel van vrijheid kan geven. Er zijn echter wel bepaalde spelregels en beperkingen, waar je niet omheen kunt; ook de beste motorfiets kan niet méér dan de natuurwetten toestaan.
Goede verzorging en regelmatig onderhoud zijn de eerste vereisten om te zorgen dat de motorfiets in goede staat blijft en zijn waarde behoudt. En dat geldt evenzeer voor de berijder: om goed en veilig te rijden moet je zelf ook in goede conditie zijn. Rijden onder de invloed van medicijnen, alcohol of drugs is natuurlijk gekkenwerk. De berijder van een motorfiets moet voortdurend meer dan een automobilist fysiek en mentaal in topvorm zijn. Ook de geringste hoeveelheid alcohol geeft ongemerkt een zekere overmoed, die bijzonder gevaarlijk kan zijn.
Beschermende kleding is voor de motorrijder net zo belangrijk als veiligheidsgordels voor de inzittenden van een auto. Je weet nooit wat er kan gebeuren. Draag daarom altijd een integraal motorpak (naar keuze van leer of van scheurbestendig synthetisch materiaal, met knie- en elleboogbeschermers), stevige laarzen, motorhandschoenen en een goed passende helm. Denk echter niet, dat een veilige uitrusting je de kans biedt wat agressiever te rijden. Ook met de beste bescherming blijf je als motorrijder bijzonder kwetsbaar. Vooral bij nat weer zit een ongeluk in een klein hoekje. Ken je eigen grenzen, rijd niet harder dan verstandig is en neem geen onnodige risico's. Een verstandig motorrijder rijdt defensief, met voorspelbaar weggedrag. Ook al weet je zelf precies wat je doet, verrassing bij je medeweggebruikers is gevaarlijk. Houd rekening met de mogelijkheid dat andere weggebruikers fouten kunnen maken; veiligheid is samenwerking.
Veel plezier onderweg!
BESCHRIJVING
Linker aanzicht 2-1
Rechter aanzicht 2-2
Bedieningselementen/instrumenten.... 2-3
Linker aanzicht

- Versnellingspedaal (blz. 3-7)
- Chokeknop (choke) (blz. 3-12)
- Benzinekraan (blz. 3-11)
- Bestuurderszadel (blz. 3-13)
-
Gereedschapset (blz. 6-1)
-
Helmhouder (blz. 3-13)
- Achtersten richtingaanwijzers (blz. 6-31)
- Achterlicht/remlicht (blz. 6-31)
- Zekeringen (blz. 6-28)
Rechter aanzicht

- Passagiersvoetsteun
- Passagierszadel
- Benzinetank (blz. 3-9)
- Benzinetankdop (blz. 3-9)
- Koplamp (blz. 6-29)
-
Voorsten richtingaanwijzers (blz. 6-31)
-
Gasstopschroef (blz. 6-14)
- Achterrempedaal (blz. 3-8)
- Bestuurdersvoetsteun
- Instelmoer voor de veervoorbelasting van de achterschokbreker (blz. 3-14)
- Knaldemper
Bedieningselementen/instrumenten

- Koppelingshendel (blz. 3-7)
- Linker stuurschakelaars (blz. 3-6)
- Snelheidsmeter (blz. 3-3)
-
Kontaktslot-schakelaar/stuurslot (blz. 3-1)
-
Rechter stuurschakelaars (blz. 3-6)
- Gashandvat (blz. 6-14)
- Voorremhendel (blz. 3-8)
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
Kontaktslot-schakelaar/stuurslot....3-1
Kontrolelampjes....3-2
Snelheidsmeter....3-3
Benzinemeter 3-4
Zelfdiagnose-eenheid 3-4
Anti-diefstal alarm (optioneel)....3-4
Digitale klok 3-5
Stuurschakelaars....3-6
Koppelingshendel 3-7
Versnellingspedaal....3-7
Voorremhendel 3-8
Achterrempedaal 3-8
Ontluchtingsslang van de benzinetank 3-10
Benzinekraan 3-11
Chokeknop (choke).... 3-12
Stuurslot.... 3-12
Bestuurderszadel.... 3-13
Helmhouder 3-13
Afstellen van de voorbelasting van de achterschokbreker.... 3-14
Zijstandaard 3-15
Kontrole van de zijstandaard/ koppelings-onderbrekingsschakelaar.... 3-16
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN



Kontaktslot-schakelaar/stuurslot
De kontaktslot-schakelaar (hoofdschakelaar) dient voor het in- en uitschakelen van de ontsteking en van de verlichting. Hieronder volgt de beschrijving van de bediening.
ON
De elektrische circuits worden ingeschakeld en de motor kan nu gestart worden. Als de kontaktslot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel niet verwijderd worden.
OFF
Alle elektrische circuits zijn uitgeschakeld. Als de kontaktslot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel verwijderd worden.
LOCK
Het stuur staat op slot en alle elektrische circuits zijn uitgeschakeld. Als de kontakt-slot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel verwijderd worden.
Om het stuur te vergrendelen, draait u het geheel naar links. Terwijl u de sleutel dieper in de kontaktslot-schakelaar drukt, draait u de sleutel van "OFF" naar "LOCK" en verwijdert u de sleutel.
Om het stuur te ontgrendelen, draait u de sleutel naar "OFF" terwijl u erop drukt.
- Indrukken
- Draaien
WAARSCHUWING
Draai nooit het kontaktsleuteltje in de "OFF" of "LOCK" stand terwijl de motor nog rijdt. De elektrische circuits worden dan uitgeschakeld zodat bepaalde bedieningsfunkties niet meer werken, het- geen gevaar voor ongelukken kan opleveren. Zorg dat de motorfiets geheel tot stilstand is gekozen, vorrdat u het kontaktsleuteltje naar "OFF" of "LOCK" draait.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
P≤ (Parkeren)
Het stuur staat op slot en het achterlicht en het voorste parkeerlicht staan aan maar verder zijn alle elektrische circuits uitgeschakeld. Als de kontaktslot-schakelaar in deze stand staat, kan de sleutel verwijderd worden.
Voor het gebruik van de parkeerstand vergrendelt u eerst het stuur en dan draait u de sleutel naar "P
Deze stand mag u niet te lang achtereen gebruiken, anders kan de accu leegraken.

Kontrolelampjes
1. Brandstofnivo-waarschuwingslampje "
Wanneer het brandstofnivo onder circa 3,5 L komt, gaat dit lampje branden. Draai dan de hendel van de benzinekraan naar "RES", voor de reserve-voorraad, en laat de brandstoftank daarna bij de eerste gelegenheid bijvullen.
2. Grootlicht-kontrolelampje " "
Dit kontrolelampje licht op als het grootlicht wordt ingeschakeld.
3. Richtingsaanwijzer-kontrolelampje

Dit kontrolelampje knippert als de richtingaanwijzer naar links of naar rechts wordt gezet.
4. Vrijstand-kontrolelampje "N
Dit kontrolelampje licht op als de versnelling in zijn vrij staat.
5. Motorstoring-kontrolelampje " "
Dit kontrolelampje gaat branden of knipperen als er ergens storing is in een kontrolecircuit. In dat geval brengt u de motorfiets naar een Yamaha dealer om de zelfdiagnose-circuits te laten kontroleren.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Kilometerteller/dagteller/klok
- Snelheidsmeter
- Benzinemeter
- Insteltoets
- Keuzetoets
Snelheidsmeter
Deze snelheidsmeter is uitgerust met een kilometerteller en twee dagtellers. Druk op de keuzetoets (links) om over te schakelen tussen deze tellers, als volgt.
→ ODO-TRIP A TRIP>B
Bij instellen op "ODO" wordt het totaal aantal verreden kilometers van de motorfiets aangegeven. Bij instellen op de "TRIP A" of de "TRIP B" dagteller verschijnt het aantal kilometers dat er met de motorfiets is gereden sinds de laatste keer dat de dagteller op nul was teruggezet. Gebruik deze dagteller om te bepalen hoeveel kilometer u met één volle tank kunt afleggen. Dan zult u voortaan beter kunnen plannen waar en wanneer u moet stoppen om te tanken.

Om een van de dagtellers op 0 terug te stellen, drukt u op de keuzetoets (links) tot er "TRIP A" of "TRIP B" wordt aangegeven en dan drukt u op de insteltoets (rechts) en houdt u deze ten minste één seconde lang ingedrukt.
OPMERKING:
Deze motorfiets heeft geen toerenteller. Hij is echter wel uitgerust met een toerentalbegrenzer, die zorgt dat het motortoerental niet boven de 4.400 tpm.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
Benzinemeter
De benzinemeter geeft aan hoeveel benzine er nog in de tank is. De naald beweegt van "F" (vol) naar "E" (leeg) naarmate de resterende hoeveelheid benzine minder wordt. Zodra de naald bij "E" komt, dient u zo spoedig mogelijk te gaan tanken.
Zelfdiagnose-eenheid
Dit model is uitgerust met een zelfdiagnose-eenheid voor de elektrische circuits.
Als er in een van de circuits een storing op-treedt, zal het motorstoringslampje gaan branden of het brandstofpeil-waarschu-wingslampje gaan knipperen.
Om schade aan de motor te voorkomen, laat u de motorfiets zo spoedig mogelijk door een Yamaha dealer nakijken wanneer een van de genoemde lampjes gaat branden of knipperen.
LET OP:
Om schade aan de motor te voorkomen, dient u vooral zo snel mogelijk een Yamaha dealer te raadplegen als dit zich voordoet.
Anti-diefstal alarm (optioneel)
Deze motorfiets kan op aanvraag worden uitgerust met een anti-diefstal alarm. Verzoek uw Yamaha dealer om het alarm voor u te bestellen en te installeren.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

- Klok
- Insteltoets
- Keuzetoets
Digitale klok
Deze digitale klok geeft voortdurend de tijd aan, ongeacht de stand van de contactslot-schakelaar.

Gelijkzetten van de klok
- Draai de contactslotschakelaar naar "ON".
- Houd nu de insteltoets (rechts) en de keuzetoets (links) tegelijk ingedrukt totdat de cijfers voor de uren en de minuten gaan knipperen.

- Druk op de linker keuzetoets en alleen de urencijfers gaan knipperen.

- Druk op de rechter insteltoets om het juiste uur te kiezen.

- Druk op de linker keuzetoets en alleen de minutencijfers gaan knipperen.

- Druk op de rechter insteltoets om de juiste minuut te kiezen.

- Druk op de linker keuzetoets en de uren- en minutencijfers gaan weer beide knipperen.

- Houd de rechter insteltoets twee seconden lang ingedrukt om de klok op de gekozen tijd in te stellen en te starten.

FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

Stuurschakelaars
1. Inhaal-schakelaar "查D
Druk op de schakelaar om het signaallicht te bedienen.
2. Grootlicht/dimlicht-schakelaar
Draai de schakelaar naar "☑voor groot- licht en naar "☑voor dimlicht.
3. Richtingaanwijzer-schakelaar
Om de rechter-richtingaanwijzer in te schakelen, duwt u de schakelaar naar "→ Om de linker-richtingaanwijzer in te schakelen, duwt u de schakelaar naar "Als u de schakelaar loslaat, keert deze terug naar de middenpositie. Om de richtingaanwijzer weer uit te zetten, drukt u de schakelaar in, terwijl deze in de middenpositie staat.
4. Klaxon-schakelaar "
Druk de schakelaar in om te klaxoneren.

5. Motorstop-schakelaar
De motorstop-schakelaar is een veiligheids-schakelaar voor gebruik onder noodomstandigheden, zoals wanneer de motorfiets is omgevallen of bij problemen met de gasklep. Draai de schakelaar naar "als u de motor wilt starten. In noodgevallen draait u de schakelaar naar "
6. Lichtschakelaar
Door de lichtschakelaar naar "Dte" draaien zal het dimlicht, de meterverlichting en de achterverlichting ingeschakeld worden. Door de lichtschakelaar naar "te draaien zal de koplamp ook ingeschakeld worden.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

7. Startschakelaar " ②
Als u de startschakelaar indrukt zal de start-motor de motor doen ronddraaien.
LET OP:
Zie, alvorens de motor te starten, de paragraaf met aanwijzingen over het starten.

De koppelingshendel is bevestigd aan het linkerhandvat van het stuur, en het ontstekingsblokkeersysteem is ingebouwd in het koppelingshendel-handvat. Om te ontkoppelen, trekt u de koppelingshendel in. Om de koppeling weer te laten opkomen laat u de koppelingshendel weer langzaam van het stuur weg gaan. Voor een soepele bediening is het het beste om de koppelingshendel snel in te trekken en langzaam te laten opkomen. (Zie de paragraaf met de aanwijzingen over het starten, voor een beschrijving van het circuit van het ontstekingsblokkeersysteem).

Het versnellingspedaal bevindt zich links van het motorblok. Schakel nooit op of terug zonder de koppeling te gebruiken. Gebruik uw tenen of uw hiel om naar een hogere versnelling te schakelen en uw tenen om terug te schakelen.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

De voorremhendel is bevestigd aan het rechterhandvat van het stuur. Trek de hendel in om te remmen.
Achterrempedaal
Het achterrempedaal bevindt zich rechts van het motorblok. Trap het pedaal in om te remmen.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

Schuif het het afsluitplaatje weer over het sleutelgat, steek de sleutel in het sleutelgat en draai deze 1/4 slag rechtsom. De dop is nu van het slot gehaald en kan verwijderd worden.
Sluiten
Plaats de benzinetankdop met de pijl naar voren wijzend en druk de dop vast. Draai de sleutel terug naar links en verwijder deze. Schuif het afsluitplaatje weer over het slot.
OPMERKING:
De benzinetankdop kan niet op de tank gedraaid worden als de sleutel niet in het sleutelgat steekt. Als de benzinetankdop niet goed is gesloten, kan de sleutel er niet uit verwijderd worden.
WAARSCHUWING
Kontroleer altijd of de benzinetankdop goed op de bezinetank zit, alvorens weg te rijden.

- Vulslang
- Brandstofpeil
Benzine
Kontroleer of er zich voldoende benzine in de benzinetank bevindt. Vul de brandstof-tank tot onderaan de vulhals, zoals in de afbeelding aangegeven.
WAARSCHUWING
Zorg dat de benzinetank niet al te vol is. Let tevens op dat er geen benzine op een heet motorblok wordt gemorst. Vul de tank nooit verder dan tot onderaan de vulhals, anders bestaat de kans dat de benzinetank overloopt, als de benzine door verwarming uitzet.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
LET OP:
Als er benzine wordt gemorst, veeg deze dan onmiddellijk weg met een droge, zachte doek. Benzine kan geverfde oppervlakken en plastic afwerking aantasten.
Aanbevolen brandstof:
Normale, loodvrije benzine met een oktaangehalte van 91 ron of hoger (oktaangehalte zoals door onderzoek bepaald).
Inhoud benzinetank:
Totaal:
20 L
Reserve:
3,5 L
OPMERKING:
Als de motor klopt of pingelt, probeer dan een verschillend merk benzine of benzine met een hoger oktaangehalte.

Ontluchtingsslang van de benzinetank
Dit model is uitgerust met een ontluchtingsslang voor de benzinetank. Alvorens de motorfiets te gebruiken:
- Controleer of de slang goed vast zit.
- Controleer de slang op scheurtjes of andere beschadiging. Vervang indien beschadigd.
- Controleer of de opening onderaan de slang niet verstopt is. Indien nodig, schoonmaken.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN



De benzinekraan voert benzine toe aan de carburateur en tegelijkertijd wordt de benzi- ne gefilterd.
De benzinekraan heeft drie verschillende standen:
ON
Met de benzinekraan in deze stand stroomt er benzine naar de carburateur. Zet de benzinekraan in deze stand voor het starten van de motor en het rijden met de motorfiets.
RES
Dit is de reservestand. Als de tank tijdens het rijden leeg raakt, zet u de benzinekraan in deze stand. Vul de tank dan bij de eerste gelegenheid bij. Zet na het bijtanken vooral de benzinekraan weer terug in de normale "ON" stand!
OFF
Met de benzinekraan in deze stand stroomt er geen benzine naar de motor. Zet de benzinekraan altijd in deze stand als de motor niet draait.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

Het starten van een koude motor vereist een rijker mengsel, dat wordt geleverd door de choke (choke).
Zet de knop in de ⓐ richting om de chokeknop (choke) in te schakelen.
Zet de knop in de ⓑ richting om de chokeknop (choke) uit te schakelen.
Stuurslot
Aan de rechterkant van de stuurbuis is er een bevestigingspunt voor een hangslot om het stuur te vergrendelen. Draai het stuur zo dat de openingen in de twee beugels recht tegenover elkaar komen en vergrendel het stuur met een passend hangslot.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

Steek de sleutel in het contactslot en draai deze linksom naar de "OPEN" stand. Trek dan het zadel omhoog om het te verwijderen.
OPMERKING:
Druk de contactsleutel niet in terwijl u er aan draait.

- Uitsteeksel
- Zadelhouder
Aanbrengen
Steek de uitstekende nok aan de achterkant van het zadel in de zadelhouder en druk de voorkant van het zadel omlaag tot het vastklikt; dan kunt u de contactsleutel uit het slot trekken.
OPMERKING:
Controleer of het zadel stevig vastzit, alvo- rens u met de motorfiets gaat rijden.

De helmhouder bevindt zich onder het be- stuurderszadel.
Verwijder het zadel en haak de helm aan de helmhouder vast. Breng dan het zadel weer aan.
WAARSCHUWING
Ga nooit rijden terwijl er zich een helm in de helmhouder bevindt. De helm zou ergens tegenaan kunnen stoten, waardoor u uw evenwicht zou kunnen verliezen met als gevolg een ongeluk.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN

Afstellen van de voorbelasting van de achterschokbreker
Deze schokbreker is uitgevoerd met een afstelmoer voor de veer-voorbelasting. Gebruik de speciale sleutel in de eigenaarsgereedschapset om de veer-voorbelasting af te stellen.
- Draai de borgmoer los.

-
Speciale sleutel A. Afstand "A"
-
Draai de afstelmoer in de Ⓐ richting om de veer-voorbelasting te verhogen en in de ⓑ richting om de veer-voorbelasting te verlagen. De voorbelasting is geheel afhankelijk van de ingestelde lengte van de veer.
Als u de veer korter instelt, geeft dit een hogere voorbelasting en als u de veer langer instelt, zal de voorbelasting minder zijn.

Probeer de afsteller nooit voorbij de min- imum- of maximumstand te draaien.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
- Draai de borgmoer vast met het voorgeschreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel:
Borgmoer:
35 Nm (3,5 m·kg)
LET OP:
Draai de vergrendelmoer altijd tegen de veer-afstelmoer aan en draai de vergren- delmoer met het voorgeschreven aan- trekkoppel vast.
WAARSCHUWING
Deze schokbreker bevat stikstofgas onder bijzonder hoge druk. Lees de onderstaande informatie aandachtig door alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden aan de schokbreker. Yamaha is niet verantwoordelijk voor beschadigingen of verwondingen ontstaan door verkeerd behandelen van de schokbreker.
• Probeer de cilinder niet te openen.
- Zorg dat de schokbreker niet in de buurt komt van open vuur of blootgesteld wordt aan hoge temperaturen. Dit zou kunnen leiden tot een ontploffing door uitzetting van het stikstofgas.
- Zorg dat de cilinder niet vervormd of anderzins beschadigd wordt. Dit zal een slechte werking van de schokbreker tot gevolg hebben.
- Als er iets mis is met de schokbreker of er moet onderhoudswerk aan verricht worden, breng uw motorfiets dan naar een Yamaha dealer.
Zijstandaard
Dit model is uitgerust met een onderbrekingscircuit voor de onsteking. Rijd nooit met de motorfiets terwijl de zijstandaard is uitgeklapt. De zijstandaard bevindt zich aan de linkerkant. (Zie blz. 5-1 voor een uitleg van dit onderbrekingscircuit).
WAARSCHUWING
Rijd nooit met deze motorfiets terwijl de zijstandaard is uitgeklapt. Als de zijstandaard niet volledig is opgeklapt, kan het gebeuren dat deze de grond raakt waardoor u uw balans zou kunnen verliezen met als gevolg een zeer ernstig ongeluk. Yamaha heeft in deze motorfiets een onderbrekingscircuit voor de ontsteking ingebouwd om ongelukken door een niet goed ingeklapte zijstandaard te vermijden. Voer de hieronder beschreven procedure regelmatig uit, om te kontroleren of het onderbrekingscircuit juist funktioneert. Mocht er iets mis zijn met het onderbrekingscircuit, raadpleeg dan onmiddellijk een Yamaha dealer.
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
Kontrole van de zijstandaard/ koppelings- onderbrekingsschakelaar
Kontroleer, aan de hand van de onderstaande informatie, de zijstandaard-onderbrekingsschakelaar en de koppelingsonderbrekingsschakelaar op een juiste werking.

flowchart
graph TD
A["DRAAI DE KONTAKTSLOT-SCHAKELAAR NAAR "ON" EN DE MOTORSTOPSCHAKELAAR NAAR "○"."] --> B["ER IS EEN VERSNELLING INGE-SCHAKELD EN DE ZIJSTANDAARD IS OPGEKLAPT."]
B --> C["TREK DE KOPPELINGSHENDEL IN EN DRUK OP DE STARTSCHAKELAAR."]
C --> D["DE MOTOR START."]

flowchart
graph TD
A["DE KOPPELING-ONDERBREKINGS-SCHAKELAAR IS IN ORDE."] --> B["KLAP DE ZIJSTANDAARD UIT."]
B --> C["DE MOTOR SLAAT AF."]
C --> D["DE ZIJSTANDAARD-ONDERBREKINGS-SCHAKELAAR IS IN ORDE."]
WAARSCHUWING
Mocht er iets mis zijn met het onderbrekingscircuit, raadpleeg dan onmiddellijk een Yamaha dealer.
KONTROLE VOOR HET RIJDEN
Kontrole voor het rijden 4-1
KONTROLE VOOR HET RIJDEN
Als eigenaar bent u verantwoordelijk voor de toestand van uw voertuig. De vitale onderdelen en funkties van uw motorfiets kunnen wel eens onverwacht teruglopen, ook al rijdt u er niet mee (bijvoorbeeld door blootstelling aan de elementen). Elke beschadiging, lekkage of verlies van bandenspanning kan ernstige gevolgen hebben. Daarom is het van groot belang om naast een zorgvuldige visuele inspektie ook voor elke rit de volgende punten grondig te kontroleren.
KONTROLE VOOR HET RIJDEN
| ONDERDEEL KONTROLEPUNTEN BLZ. | ||
| Voorrem | Kontroleer de remwerking, de speling van de remhendel, het niveau van de rem-vloeistof en eventuele lekkage.Indien noodzakelijk, bijvullen met DOT 4 remvloeistof. | 6-18 ~ 6-22 |
| Achterrem | Kontroleer de remwerking, de speling van de remhendel, het niveau van de rem-vloeistof en eventuele lekkage.Indien noodzakelijk, bijvullen met DOT 4 remvloeistof. | |
| Koppeling | Kontroleer op soepele werking en vrije slag.Indien noodzakelijk afstellen. | 6-17 ~ 6-18 |
| Gasgreep en behuizing | Kontroleer op soepele werking.Indien noodzakelijk smeren. | 6-14 |
| Motorolie | Kontroleer oliepeil.Indien nodig, olie bijvullen. | 6-7 ~ 6-10 |
| Wielen en banden | Kontroleer de bandenspanning, de slijtage en eventuele beschadigingen.Indien nodig, de spaken spannen. | 6-15 ~ 6-17 |
| Rempedaal- en scha-kelpedaalas | Kontroleer op soepele werking.Indien nodig, smeren. | 6-24 |
| Werking van rem- en koppelingshendel | Kontroleer op soepele werking.Indien nodig, smeren. | 6-25 |
| Werking van de zijstandaard | Kontroleer op soepele werking.Indien nodig, smeren. | 6-25 |
| Bevestigingsdelen van frame | Kontroleer of alle moeren, bouten en schroeven stevig vastzitten.Indien nodig, aantrekken. | — |
KONTROLE VOOR HET RIJDEN
| ONDERDEEL KONTROLEPUNTEN BLZ. | ||
| Benzine | Kontroleer benzinepeil.Indien nodig, benzine tanken. | 3-9 ~ 3-10 |
| Lichten, indikator-lampjes en schake-laars | Kontroleer op juiste werking. 6-29 ~ 6-31 | |
OPMERKING:
Deze kontrole vóór het rijden dient u iedere keer uit te voeren, voordat u wegrijdt. Deze inspektie kan grondig, doch in vrij korte tijd uitgevoerd worden. De korte tijd die u hieraan besteedt, weegt ruimschoots op tegen de extra veiligheid die dit oplevert.
WAARSCHUWING
Als één van de onderdelen van de bovenstaande lijst niet juist funktioneert, laat dit dan kontroleren en repareren door uw Yamaha dealer.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
Starten van de motor.... 5-1
Starten van een warme motor.... 5-4
Schakelen 5-4
Aanbevolen snelheden voor op- en terugschakelen (alleen voor Zwitserland).... 5-5
Tips voor het beperken van het benzineverbruik.... 5-5
Inrijden 5-5
Parkeren....5-6
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN

- Leer de motorfiets goed kennen, alvorens ermee te gaan rijden. Maak uzelf vertrouwd met alle bedieningsorganen alvorens op te stappen en weg te rijden. Als er iets niet geheel duidelijk is, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
- Laat de motor nooit langere tijd in een afgesloten ruimte draaien. De uitlaatgassen zijn bijzonder giftig en kunnen binnen zeer korte tijd leiden tot bewusteloosheid en dood. Zorg altijd voor een goede ventilatie.
- Kontroleer alvorens weg te rijden altijd of de zijstandaard is opgeklapt. Een neergeklapte, of gedeeltelijk opgeklapte, zijstandaard kan leiden tot bijzonder ernstige ongelukken.
Starten van de motor
OPMERKING:
Deze motorfiets is uitgerust met een onderbrekingssysteem voor de ontsteking en voor het startcircuit. De motor kan alleen gestart worden onder een van de volgende omstandigheden:
- de versnelling in zijn vrij staat.
- de zijstandaard opgeklapt is en er is een versnelling ingeschakeld terwijl de koppeling los staat.
Rijd nooit met de motorfiets als de zijstandaard is uitgeklapt.
! WAARSCHUWING
Lees de informatie over de onderbrekingscircuits van de zijstandaard en van de koppeling nog eens aandachtig door (zie blz. 3-16), alvorens de onderstaande stappen uit te voeren.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN

flowchart
graph TD
A["DRAAI DE KONTAKTSLOT-SCHAKELAAR NAAR "ON" EN DE MOTORSTOPSCHAKELAAR NAAR "○""] --> B["DE VERSNELLING STAAT IN VRIJ EN DE ZIJ-STANDAARD IS NEERGEKLAPT:"]
A --> C["ER IS EEN VERSNELLING INGESCHAKELD EN DE ZIJSTANDAARD IS OPGEKLAPT:"]
B --> D["DRUK OP STARTSCHAKELAAR. DE MOTOR SLAAT AAN."]
C --> E["TREK DE KOPPELINGSHENDEL IN EN START MOTOR MET DE STARTSCHAKELAAR. DE MOTOR SLAAT AAN."]
D --> F["DKAP DE ZIJSTANDAARD OMHOOG EN SCHAKEL EEN VERSNELLING IN."]
E --> G["U KUNT MET DE MOTORFIETS RIJDEN. U KUNT MET DE MOTORFIETS RIJDEN."]
F --> H["U KUNT MET DE MOTORFIETS RIJDEN. U KUNT MET DE MOTORFIETS RIJDEN."]
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN

- Draai de hendel van de benzinekraan naar "ON".
- Draai de kontaktslot-schakelaar naar "ON" en de motorstop-schakelaar naar "☐
- Zet de versnelling vrij.
OPMERKING:
Als de versnelling in vrij staat, dient het vrijstand-kontrolelampje op te lichten. Als het kontrolelampje niet oplicht, raadpleeg dan een Yamaha dealer voor kontrole.

- Open de chokeknop (choke) en draai de gashendel volledig dicht.
- Start de motor door op de startschakelaar te drukken.
OPMERKING:
Als de motor niet onmiddellijk aanslaat, laat de startschakelaar dan los, wacht enkele sekonden en probeer het nogmaals. Om de accu te sparen, dient u de startmotor nooit langer dan 10 sekonden achtereen te laten draaien.
- Nadat u de motor heeft gestart, draait u de chokeknop (choke) ongeveer voor de helft terug.
OPMERKING:
Voor een lange levensduur van de motor dient u de motor voor wegrijden warm te laten lopen. Geef nooit vol gas als de motor nog koud is.
- Als de motor warm is, schakelt u de chokeknop (choke) helemaal uit.
OPMERKING:
De motor is voldoende opgewarmd als deze goed op de gashendel reageert wanneer de chokeknop (choke) volledig uit staat.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
Starten van een warme motor
Als de motor warm is, hoeft u de chokeknop (choke) niet te gebruiken.
LET OP:
Alvorens de motorfiets voor de eerste maal te gebruiken, is het raadzaam de paragraaf "Inrijden" aandachtig door te lezen.

Schakelen
De versnellingsbak regelt de overbrengverhouding tussen de motor en het achterwiel, m.a.w. het vermogen dat u naar het achterwiel kunt overbrengen, bij een gegeven snelheid. Zorg dat u de juiste versnelling kiest voor wegrijden, accelereren en het beklimmen en afdalen van heuvels.
Om de versnelling in zijn vrij te zetten, drukt u het versnellingspedaal meermalen omlaag totdat het niet verder kan, en vervolgens laat u het pedaal iets opkomen.
LET OP:
- Rijd niet al te lange tijd met uitgeschakelde motor een heuvel af en sleep de motorfiets niet over al te lange afstanden. Zelfs met de versnelling in vrij, wordt de overbrenging alleen maar goed gesmeerd als de motor draait. Een slechte smering kan leiden tot beschadiging van de overbrenging.
- Schakel nooit over of terug zonder de koppeling te gebruiken. De motor, de versnelling en de aandrijving zijn niet ontworpen voor het opvangen van schokken veroorzaakt door schakelen zonder koppeling, en kunnen hierdoor beschadigd worden.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN
Aanbevolen snelheden voor op- en terugschakelen (alleen voor Zwitserland)
In de onderstaande tabel vindt u de aanbevolen snelheden voor het omschakelen tussen de verschillende versnellingen.
| Aanbevolen snelheid(km/h) | |||
| 1-ste | → | 2-de | 23 |
| 2-de | → | 3-de | 36 |
| 3-de | → | 4-de | 50 |
| 4-de | → | 5-de | 60 |
OPMERKING:
Als u in één keer van de vierde naar de tweede versnelling schakelt, zorg dan dat de snelheid van uw motorfiets niet boven de 35 km/h ligt.
Tips voor het beperken van het benzineverbruik
Het benzineverbruik van uw motorfiets hangt voor een groot deel af van uw rijstijl. Hieronder volgen enkele tips voor het beperken van het benzineverbruik:
- Laat de motor warmdraaien voordat u wegrijdt.
- Zet de chokeknop (choke) zo snel mogelijk in de uit-stand terug.
- Schakel vlot door naar een hogere versnelling en laat de motor tijdens het accelereren niet teveel toeren maken.
- Geef geen gas tussen het schakelen door (dubbel-clutch) of tijdens het te-rugschakelen en vermijd hoge toerentallen bij onbelaste motor.
- Zet de motor af in plaats van deze lang stationair te laten draaien tijdens het wachten voor een stoplicht, een spoorwegovergang e.d..
Inrijden
De meest belangrijke periode voor de prestaties en de levensduur van uw motorfiets zijn de eerste 1.600 km. Lees de onderstaande paragraaf aandachtig door en volg de aanwijzingen hiervan op. Aangezien de motor nieuw is, dient u deze de eerste 1.600 km niet al te zwaar te belasten. De motor-onderdelen dienen zich naar elkaar te zetten en zich harmonieus aan elkaar aan te passen. Tijdens de inrijperiode dient u lange tijd met vol gas rijden en andere omstandigheden die kunnen leiden tot te zware belasting/verhitting van de motor, te vermijden.
BEDIENING EN BELANGRIJKE TIPS VOOR HET RIJDEN

1.600 km en hoger
U kunt normaal rijden.
LET OP:
Mochten er zich moeilijkheden met de motor voordoen tijdens de inrijperiode, raadpleeg dan onmiddellijk u Yamaha dealer.

Vermijd gebruik met het gas verder dan 1/3 opengedraaid.
1.000 \~ 1.600 km
Vermijd konstante snelheden met het gas verder dan 1/2 opengedraaid.
LET OP:
Na 1000 km rijden dient u de motorolie en de transmissie-olie te verversen en het oliefilter te vervangen.
Parkeren
Als u de motorfiets parkeert, zet de motor dan af en verwijder de sleutel uit het kontaktslot. Draai de hendel van de benzinekraan altijd naar "OFF" als u de motor afzet.
WAARSCHUWING
De uitlaatpijp en het samenstel worden bijzonder heet. Parkeer de motorfiets op een plek waar spelende kinderen en voorbijgangers zich niet kunnen branden aan de uitlaat. Parkeer de motorfiets niet op een helling of op een zachte ondergrond, aangezien de kans bestaat dat deze omvalt.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Gereedschapsset 6-1
Periodiek onderhoud en eenvoudige reparaties....6-3
Inspektie van de bougies....6-6
Motorolie....6-7
Overbrengingsolie....6-10
Luchtfilter 6-11
Kontroleren van de vrije speling van de gaskabel 6-14
Afstellen van de klepspeling 6-14
Banden 6-15
Wielen....6-17
Afstelling van de vrije slag van de koppelingshendel....6-17
Afstellen van de vrije slag van de voorremhendel....6-18
Hoogte-instelling van het achterrempedaal .....6-19
Afstelling van de remlicht-schakelaar ....6-19
Kontrole van de remvoeringen voor en achter....6-20
Kontrole van het remvloeistofnivo 6-21
Verversen van de remvloeistof.... 6-22
Kontrole van de kettingspanning.... 6-22
Afstellen van de kettingspanning 6-23
Smeren van het rempedaal en versnellingspedaal 6-24
Smeren van de voorremhendel en koppelingshendel 6-25
Smering van de zijstandaard.... 6-25
Inspektie van de voorvork 6-26
Inspektie van de stuurinrichting 6-26
Wiellagers 6-27
Accu.... 6-27
Vervangen van zekeringen.... 6-28
Vervangen van de gloeilamp van de koplamp 6-29
Vervangen van de richtingaanwijzerlamp en het achterlicht/remlicht.... 6-31
Verhelpen van storingen 6-31
Lijst voor het opsporen van storingen 6-32
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Het tijdig uitvoeren van het periodieke onderhoud, van de benodigde afstellingen en van de smering zal uw motorfiets in een goede en veilige staat houden. Veiligheid is een "must" voor iedere motorrijder! De onderhoudstabellen en de smeringstabel zijn een ruwe leidraad voor de intervallen waarop deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. VERGEET NIET DAT HET WEER, HET SOORT TERREIN, DE MANIER WAAROP DE MOTORFIETS WORDT BESTUURD EN VELE ANDERE OMSTANDIGHEDEN, AANPASSING VAN DEZE INTERVALLEN NOODZAKELIJK KUNNEN MAKEN. De meest belangrijke punten voor onderhoud, smering en afstelling worden in de volgende bladzijden behandeld.
WAARSCHUWING
Als u geen ervaring heeft met onderhouden van een motorfiets, laat dit werk dan over aan een erkende Yamaha dealer.

De gereedschapset bevindt zich onder het bestuurderszadel. (Zie blz. 3-13 voor het verwijderen en weer aanbrengen daarvan.) Het gereedschap van de bijgeleverde gereedschapset dient voor het verrichten van het periodiek onderhoud. Daarnaast kan echter nog ander gereedschap nodig zijn, zoals een momentsleutel, om het onderhoud geheel naar behoren te verrichten. De aanwijzingen in deze handleiding dienen om u, de eigenaar van deze motorfiets, de nodige informatie te verschaffen over het periodieke onderhoud van de motorfiets en over eenvoudige reparaties.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
OPMERKING:
Als u voor bepaalde onderhoudswerkzaamheden niet het vereiste gereedschap heeft, breng uw motorfiets voor dat onderhoud dan naar een Yamaha dealer.
WAARSCHUWING
Veranderingen aan deze motorfiets die niet door Yamaha zijn goedgekeurd, kunnen leiden tot slechtere prestaties en zelfs tot vermindering van de veiligheid van de motorfiets. Raadpleeg altijd eerst een Yamaha dealer, alvorens enige verandering aan te brengen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
| Nr. | ONDERDEEL KONTROLE | EN ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN | EERSTE MAAL (na 1.000 km) | IEDERE | ||
| 6.000 km of 6 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | 12.000 km of 12 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | |||||
| 1 | * | Brandstofleiding | • Brandstofslangen controleren op barsten of andere schade.• Vervangen indien nodig. | √ | √ | |
| 2 | * | Brandstofffilter | • Controleren.• Vervangen indien nodig. | √ | ||
| 3 | Bougies | • Controleren.• Reinigen, elektrodenafstand bijstellen, indien nodig vervangen. | √ | √ | √ | |
| 4 | * | Kleppen | • Klespeling controleren.• Bijstellen indien nodig. | Iedere 24.000 km of 24 maanden (welk het eerst bereikt wordt) | ||
| 5 | Luchtfilter | • Reinigen, indien nodig vervangen. | √ | √ | ||
| 6 | Koppeling | • Controleren.• Kabel bijstellen of vervangen. | √ | √ | √ | |
| 7 | * | Voorrem | • Werking en vloeistofpeil controleren en zonodig lekkage opsporen. (Zie OPMERKING op blz. 6-5.)• Corrigeren naar vereist.• Remvoeringen vervangen indien nodig. | √ | √ | √ |
| 8 | * | Achterrem | • Werking en vloeistofpeil controleren en zonodig lekkage opsporen. (Zie OPMERKING op blz. 6-5.)• Corrigeren naar vereist.• Remvoeringen vervangen indien nodig. | √ | √ | √ |
| 9 | * | Wielen | • Controleren op balans, uitloop, spakenspanning en schade.• Spaken spannen en herbalanceren, vervangen indien nodig. | √ | √ | |
| 10 | * | Banden | • Controleren op profieldiepte en schade.• Vervangen indien nodig.• Bandenspanning controleren.• Corrigeren indien nodig. | √ | √ | |
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
| Nr. | ONDERDEEL KONTROLE EN ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN | EERSTE MAAL (na 1.000 km) | IEDERE | |||
| 6.000 km of 6 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | 12.000 km of 12 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | |||||
| 11 | * | Wiellagers | • Controleren op loszitten of schade.• Vervangen indien nodig. | √ | √ | |
| 12 | * | Zwaalarm | • Scharnierpunt controleren op speling.• Corrigeren indien nodig.• Smeren met molybdeen-disulfidevet om de 24.000 km of 24 maanden (welk het eerst bereikt wordt). | √ | √ | |
| 13 | * | Aandrijfriem | • Riemspanning controleren.• Bijstellen indien nodig. Zorgen dat achterwiel juist is uitgelijnd. | √ ledere | 4.000 km | |
| 14 | * | Stuurlagers | • Controleren op speling en soepele stuurbeweging.• Corrigeren naar vereist.• Smeren met vet op lithiumzeepbasis om de 24.000 km of 24 maanden (welk het eerst bereikt wordt). | √ | √ | |
| 15 | * | Bevestigingspunten aan het frame | • Controleren of alle bouten, moeren en schroeven stevig vast zitten.• Aandraaien indien nodig. | √ | √ | |
| 16 | Zij | standaard | • Controleren.• Smeren en rapareren indien nodig. | √ | √ | |
| 17 | * | Zijstandaardschakelaar | • Controleren.• Vervangen indien nodig. | √ | √ | √ |
| 18 | * | Voorvork | • Controleren op juiste werking en op olielekkage.• Corrigeren naar vereist. | √ | √ | |
| 19 | * | Achterschokbreker | • Controleren op juiste werking en op olielekkage.• Gehele schokbrekerset vervangen indien nodig. | √ | √ | |
| 20 | * | Scharnierpunten achterophanging-verbindingsarmen | • Controleren.• Smeren met molybdeen-disulfidevet om de 24.000 km of 24 maanden (welk het eerst bereikt wordt). | √ | √ | |
| 21 | * | Carburateur | • Controleren op stationair-toerental en werking van de starter.• Bijstellen indien nodig. | √ | √ | √ |
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
| Nr. | ONDERDEEL KONTROLE EN ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN | EERSTE MAAL (na 1.000 km) | IEDERE | |||
| 6.000 km of 6 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | 12.000 km of 12 maanden (al naar gelang het eerst bereikt wordt) | |||||
| 22 | Motorolie | • Controleren op oliepeil en olielekkage.• Corrigeren indien nodig.• Verversen. (Voor aftappen eerst motor laten warmdraaien.) | √ | √ | √ | |
| 23 | Motorolie-filtercassette | • Vervangen. | √ | √ | ||
| 24 | * | Overbrengingsolie | • Controleren op lekkage.• Olie verversen na de eerste 1.000 km en daarna om de 24.000 km of 24 maanden (welk het eerst bereikt wordt). | √ | √ | |
* Onderhoud aan deze onderdelen vereist speciaal gereedschap, technische vaardigheden en service-gegevens. Laat dit onderhoud over aan uw Yamaha dealer.
OPMERKING:
- Als u veel op stoffige wegen of in regenachtige gebieden rijdt, dient u het luchtfilter vaker schoon te maken.
• Hydraulisch remsysteem
- Na het demonteren van de hoofdcilinder of de plunjer-cilinder dient u altijd de remvloeistof te verversen. Normaal kunt u volstaan met het controleren van het remvloeistofpeil en het bijvullen van remvloeistof.
- Vervang de oliekeringen binnenin de hoofdcilinder en de plunjer om de twee jaar.
- Vervang alle remleidingen om de vier jaar of als ze gescheurd of anderszins beschadigd zijn.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

a. Elektroden-afstand
Probeer niet zelf een diagnose te maken voor dergelijke problemen, maar breng uw motorfiets naar een Yamaha dealer. De bougies dienen regelmatig verwijderd en geïnspekteerd te worden, aangezien de hitte en de aanslag de bougies langzaam aan-tast. Als de elektrodes te ver versleten of als er sterke koolafzetting of andere aan-slag op de bougie is, moet de bougie door een nieuwe van het voorgeschreven type worden vervangen.
Wanneer u een bougie aanbrengt, maak het oppervlak waar de pakkingring tegen-aan komt dan altijd goed schoon en gebruik een nieuwe pakkingring. Maak tevens de schroefdraad zorgvuldig schoon en trek de bougie met het voorgeschreven koppel aan.
Voorgeschreven aantrekkoppel:
Inspektie van de bougies
De bougie is een belangrijk onderdeel van de motor en dient regelmatig te worden geïnspecteerd, bij voorkeur door een Yamaha dealer. De staat van de bougie geeft informatie over de algehele toestand van de motor.
Normaal gesproken moeten de witte porceleinen isolatoren rondom de midden-elek-trode van de bougies van de verschillende cilinders van dezelfde motor, dezelfde kleur hebben. De ideale kleur voor de bougies van een motorfiets waar normaal mee wordt gereden, is lichtbruin. Als één van de bougies een verschillende kleur heeft, kan het zijn dat er iets mis is met de motor.
Standaard bougie:
DPR7EA-9/NGK of
X22EPR-U9/DENSO
Meet, alvorens een bougie te installeren, de elektroden-afstand met behulp van een voelermaatje en stel in op de voorgeschreven afstand.
Elektroden-afstand:
0,8\~0,9mm
OPMERKING:
Als u bij het installeren van de nieuwe bougies geen momentsleutel tot uw beschikking heeft, kunt u het volgende als vuistregel aanhouden: Draai de bougie met uw vingers zo strak mogelijk aan en draai deze hierna nog , 1/4 à 1/2 slag aan met een bougiesleutel. Laat echter wel zo snel mogelijk de bougie met het voorgeschreven aantrekkoppel vastdraaien.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
LET OP:
De bougiekap kan wellicht moeilijk verwijderd worden vanwege de rubber af-dichting van de kap die vastzit in de cilinderboring. Om beschadiging van de bougiekap te voorkomen, mag u geen gereedschap gebruiken om de kap te verwijderen of aan te brengen. Om de bougiekap te verwijderen, draait u deze heen en weer terwijl u hem omhoog trekt; om de bougiekap aan te brengen, draait u deze heen en weer terwijl u hem naar beneden drukt.
Motorolie
Controleren van het oliepeil
- Plaats de motorfiets op een stevige, vlakke ondergrond.
- Verwijder het bestuurderszadel. (Zie blz. 3-13 voor het verwijderen en weer aanbrengen van het zadel.)
- Start de motor en laat deze enkele minuten warmdraaien tot de olie een normale temperatuur van 60 °C heeft bereikt.
OPMERKING:
Om de motorolie op de juiste temperatuur te brengen voor een betrouwbare aflezing van het oliepeil, moet u de motor eerst geheel laten afkoelen en deze vervolgens enkele minuten lang laten warmdraaien tot de normale bedrijfstemperatuur bereikt is.
- Zet de motorfiets rechtop, laat de motor nog 10 seconden lang stationair draaien en zet dan de motor af.

-
Olievuldop
-
Verwijder de motorilievuldop en veeg de olie van de peilstok af. Steek de peilstok weer in de vulopening van de motor, maar draai de vuldop nog niet vast, en trek de peilstok dan weer uit. Het oliepeil moet tussen de maximumen minimum-merktekens liggen. Als er te weinig olie is, vul dan motorolie bij tot het voorgeschreven peil.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Let op dat de motorfiets rechtop staat wanneer u het oliepeil controleert. Als de motorfiets iets overhelt, kan dit leiden tot een verkeerde aflezing.
-
Wees voorzichtig bij het aftoppen van de olie niet te veel olie toe te voegen; bij de bovenste helft van de peilstok zal het peil sneller stijgen dan in het begin.
-
Steek de peilstok in de vulopening, draai de olievuldop vast en installeer dan het bestuurderszadel.
LET OP:
Zorg dat de olievuldop/peilstok stevig is vastgezet, anders kan er olie uit lekken terwijl de motor loopt.

Motorolie verversen en oliefilterelement vervangen
- Laat de motor enkele minuten warmdraaien en zet dan de motor af.
- Plaats een opvangbak onder de aftapbouten van het motorblok en verwijder het bestuurderszadel en de olievuldop.
- Verwijder de aftapbouten en laat de olie weglopen in de opvangbak.
- Verwijder het oliefilter met een oliefiltersleutel.
OPMERKING:
Een oliefiltersleutel is verkrijgbaar bij elke Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Motorolie-aftapbout (motor)
- Monteer de aftapbouten en draai deze aan met het voorgeschreven aantrek-koppel.
Aantrekkoppel:
Aftapbout (olietank):
43 Nm (4,3 m·kg)
Aftapbout (motor):
43 Nm (4,3 m·kg)
- Breng een dun laagje motorolie aan op de pakkingring van het nieuwe oliefilter.
OPMERKING:
Let op dat de pakkingring goed afsluit.

-
Oliefilterelement
-
Installeer het oliefilter en draai het met een oliefiltersleutel vast, met het voorgeschreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel:
Oliefilter:
17 Nm (1,7 m·kg)
- Giet niet meer dan 2,5 L olie in de olietank, breng vervolgens de olievuldop weer aan en draai deze vast.
- Start de motor en laat deze enkele malen op toeren komen.
-
Zet de motor af en verwijder de olie- vuldop.
-
Vul de tank geleidelijk op met de rest van de aanbevolen hoeveelheid olie terwijl u het peil controleert met de peilstok.
Aanbevolen motorolie:
Zie blz. 8-1.
Hoeveelheid motorolie:
Totale hoeveelheid:
5.0 L
Periodieke olieverversing:
3,7 L
Met vervanging oliefilter:
4,1 L
LET OP:
- U mag geen chemische middelen aan de motorolie toevoegen. De motorolie dient tevens voor het smeren van de koppeling en toegevoegde middelen zouden de koppeling kunnen doen slippen.
-
Let op dat er geen vreemde voorwerpen in het carter terechtkomen.
-
Breng de olievuldop aan.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
- Start de motor en laat deze enkele minuten warmdraaien. Controleer in de tussentijd het motorblok op olielekkage. Mocht u sporen van lekkage ontdekken, zet dan onmiddellijk de motor af en probeer de oorzaak te achterhaalen.
- Zet de motor af en controleer opnieuw het oliepeil.

- Overbrengingsolievuldop
- Overbrengingsolie-controlebout
Overbrengingsolie
Controleren van het oliepeil
- Zet de motorfiets goed rechtop.
- Verwijder de oliecontrolebout van het overbrengingshuis.
- Als de olie niet tot aan de rand van de controle-opening komt, verwijdert u de olievuldop en vult u via de olievulopening de vereiste hoeveelheid olie bij.
OPMERKING:
- Breng de oliecontrolebout aan alvo- rens u olie bijvult.
- Breng na het bijvullen van olie de olie-vuldop weer aan.

- Overbrengingsolie-aftapbout
Olie verversen
- Plaats de motorfiets op een stevige, vlakke ondergrond.
- Plaats een opvangbak onder het overbrengingshuis.
- Verwijder de aftapplug en laat de olie weglopen in de opvangbak.
- Installeer de aftapplug en de oliecontrolebout en draai deze vast met het voorgeschreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel:
Aftapbout:
17,5 Nm (1,75 m·kg)
Oliecontrolebout:
7,5 Nm (0,75 m·kg)
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Overbrengingsoliecontrole-opening
- Vul het overbrengingshuis met de vereiste hoeveelheid olie.
Aanbevolen olie:
Zie blz. 8-2.
Hoeveelheid motorolie:
0,4 L

- Bout (· 4)
- Luchtfilterhuisdeksel
Luchtfilter
Het luchtfilter dient regelmatig schoongemaakt te worden, op de in de onderhoudstabel aangegeven tijdstippen.
Als u veel over stoffige wegen of in regenachtige gebieden rijdt, dient u het luchtfilter vaker schoon te maken.
- Verwijder de bouten van het luchtfilter-huis.

-
Carburateurverbindingsschroef
-
Draai de carburateurverbindings- schroef los en trek het luchtfilterhuis ietwat buitenwaarts.
LET OP:
Let op dat er geen voorwerpen in het overbrengingshuis terecht komen.
- Controleer het oliepeil.
- Breng de olievuldop weer aan en draai deze vast.
- Controleer op olielekkage. Mocht u sporen van lekkage ontdekken, pro-beer dan de oorzaak te achterhalen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

-
Schroef (· 2)
-
Slang (· 2)
-
Verwijder het deksel van het luchtfilterhuis door de schroeven er uit te draaien.
-
Maak de luchtslangen los.

-
Schroef (· 2)
-
Verwijder het luchtfilter door de schroeven er uit te draaien.

-
Klop licht tegen het luchtfilter om het meeste stof en vuil er uit te verwijderen en blaas dan de resten vuil er uit met perslucht, zoals aangegeven. Mocht het luchtfilter beschadigd zijn, vervang het dan.
-
Monteer het luchtfilter weer en volg hierbij de omgekeerde procedure.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Vergeet niet de luchtslangen weer vast te maken.
LET OP:
- Zorg dat het luchtfilter naar behoren in de luchtfilter-behuizing zit.
- Laat de motor nooit lopen zonder dat het luchtfilter geïnstalleerd is. Dit kan leiden tot bijzonder snelle slijtage van cilinders en/of zuigers.
De carburateur is een bijzonder belangrijk onderdeel van de motor. De afstelling ervan dient bijzonder nauwkeurig te geschieden. Het verdient aanbeveling om deze afstelling over te laten aan uw Yamaha dealer die de nodige kennis van zaken heeft en over ruime ervaring beschikt. Het hieronder beschreven routine-onderhoudswerk kunt u echter zelf uitvoeren.
LET OP:
De carburateur is na vele tests in de Yamaha fabrieken afgesteld. Veranderen van de afstellingen kan leiden tot slecht lopen van de motor en zelfs tot beschadiging hiervan.
Afstelling stationair toerental
OPMERKING:
Voor deze procedure dient u een diagnose-toerenteller te gebruiken.
- Sluit de toerenteller aan. Start de motor en laat deze enkele minuten lang warmdraaien met een toerental van 1.000 à 2.000 tpm. Laat de motor af en toe met een wat hoger toerental lopen 4.000 à 4.400 tpm. De motor is warm als deze snel op de beweging van de gasgreep reageert.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

-
Gasstopschroef
-
Stel het stationair toerental nu op het voorgeschreven toerental af, door de gasklepstelschroef te verdraaien. Draai de schroef in richting ⓐ om het toerental te verhogen en in richting ⓑ om het toerental te verlagen.
Standaard stationair toerental: 850 \~ 950 tpm

Kontroleren van de vrije speling van de gaskabel
De gaskabel dient een voorgeschreven vrije speling van 4 \~ 6 mm te hebben bij het handvat. Als de vrije speling incorrect is, laat de speling dan afstellen door een Yamaha dealer.
Afstellen van de klepspeeling
De juiste klepspeeling verandert tijdens het gebruik van de motorfiets, met als gevolg een onjuiste invoer van het benzine-/luchtmengsel of meer lawaai. Om dit te vermijden, dienen de kleppen regelmatig afgesteld te worden. Laat deze afstelling echter aan een Yamaha dealer over.
OPMERKING:
Als u het toerental niet op de voorgeschreven waarde krijgt, raadpleeg dan een Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Voor uw veiligheid, de beste prestaties en een lange levensduur dient u op het volgende te letten:
Bandenspanning
Controleer voor het gebruik van de motorfiets altijd even de bandenspanning en corrigeer deze indien nodig.
WAARSCHUWING
De bandenspanning dient gemeten en aangepast te worden wanneer de temperatuur van de banden gelijk is aan de buitenluchttemperatuur. Bij het regelen van de bandenspanning dient u rekening te houden met het totale gewicht van berijder, passagier, bagage en accessoires (windscherm, zadeltassen, enz., mits goedgekeurd voor dit model motorfiets).
| Maximale belasting* XV1600A 196 kg | ||
| Bandenspanning bij koude banden | Voor Achter | |
| Belasting tot 90 kg* | 250 kPa(2,50 kg/cm2,2,50 bar) | 250 kPa(2,50 kg/cm2,2,50 bar) |
| 90 kg ~Maximale belasting* | 250 kPa(2,50 kg/cm2,2,50 bar) | 280 kPa(2,80 kg/cm2,2,80 bar) |
* Belasting is het totale gewicht van bagage, bestuurder, mede-passagier en accessoires.
WAARSCHUWING
Een juiste belading en gewichtsverdeling van uw motorfiets is van groot belang voor een goede wegligging, remwerking en de prestaties en veiligheid in het algemeen. Zorg dat de bagage goed vast zit zodat deze niet kan gaan schuiven. Plaats de zwaarste voorwerpen in het midden van de motorfiets en verdeel de rest van de bagage gelijkmatig over rechter- en linkerzijde. Stel de schokbrekers in aan de hand van het totale gewicht en controleer de toestand van de banden en de bandenspanning. OVERLAAD UW MOTORFIETS NOOIT. Let op dat het totale gewicht van berijder, passagier, bagage en accessoires (windscherm, zadeltassen, enz., mits goedgekeurd voor dit model motorfiets) het maximum toelaatbare gewicht niet overschrijdt. Rijden met een te zwaar beladen motorfiets kan leiden tot overmatige slijtage van de banden, tot ongelukken en verwondingen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Zijwand
a. Trekstang
Inspecteren van de banden
Controleer altijd even de tijdens van de banden, alvorens u met de motorfiets gaat rijden. Als het middenprofiel de minimale waarde bereikt, zoals hierbij aangegeven, of als er zich een spijker of stukjes glas in de band bevinden of de flank van de band beschadigd is, ga dan onverwijld naar een Yamaha dealer om de band te laten vervangen.
VOOR
| Bandenmerk Bandenmaat Type | |
| Dunlop 130/90-16 67H D404FL | |
| Bridgestone 130/90-16 67H G703F |
ACHTER
| Bandenmerk Bandenmaat Type | |
| Dunlop 150/80B-16 71H D404 | |
| Bridgestone 150/80B-16 71H G702 |
| Minimale profieldiepte (voor en achter) | 1,6 mm |
OPMERKING:
De voorschriften voor de minimale profieldiepte kunnen van land tot land verschillen. Houd u aan de voorschriften van uw eigen land en elders de plaatselijk geldende voorschriften.
WAARSCHUWING
- Rijden met versleten banden is bijzonder gevaarlijk. Versleten banden leiden tot moeilijker bediening van de motorfiets en verlies aan wegligging. Laat een versleten band onmiddellijk vervangen door een Yamaha dealer. Vervanging van remmen, banden en andere onderdelen die met het wiel te maken hebben dient u over te laten aan een Yamaha dealer.
- Het is niet raadzaam om een lekke binnenband te plakken. Als het door bepaalde omstandigheden noodzakelijk is om een binnenband te repareren, ga dan zeer zorgvuldig te werk en vervang de binnenband hierna zo snel mogelijk door een nieuwe binnenband van een goede kwaliteit.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Wielen
Let, voor goede rijprestaties, een lange levensduur en veilig rijden, op de volgende punten:
- Kontroleer de wielen altijd, voordat u met de motorfiets wegrijdt. Kontroleer de velgen op barsten, vervorming en andere beschadigingen; kontroleer of de spaken niet loszitten of verbogen en/of beschadigd zijn. Als er iets mis is met de wielen, vraag uw Yamaha dealer dan om dit te inspekteren. Probeer nooit zelf iets aan een wiel te repareren, zelfs geen kleine reparaties. Als een wiel vervormd is of barstjes vertoont, laat het dan vervangen.
- Banden en wielen dienen altijd uitgebalanceerd te worden nadat deze nieuw gemonteerd zijn. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot slechtere prestaties, een moeilijker bediening van de motorfiets en een kortere levensduur van de banden.
- Als u een nieuwe band heeft gemonteerd, rijd dan in het begin voorzichtig, zodat de band zich naar de velg kan zetten en optimale prestaties kan leveren.

Afstelling van de vrije slag van de koppelingshendel
De vrije slag van de koppelingshendel dient van 10 \~ 15 mm te bedragen.
- Draai de borgmoer aan de koppelingshendel los.
- Draai de stelbout aan de koppelingshendel in de richting ⓐ om de vrije slag te vergroten of in de richting Ⓑ om de vrije slag te verkleinen.
- Draai de borgmoer aan de koppelingshendel weer vast.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Afstelmoer
- Borgmoer
Kunt u op deze wijze de juiste vrije slag niet instellen, ga dan als volgt te werk.
- Draai de borgmoer aan de koppelingshendel los.
- Draai de stelbout aan de koppelingshendel in de richting ⓐ om de kabel los te zetten.
- Draai de borgmoer aan de kant van het motorblok los.
- Draai de stelbout aan de kant van het motorblok in de richting ⓐ om de vrije slag te vergroten of in de richting ⓑ om de vrije slag te verkleinen.
- Draai de borgmoeren aan het motorblok en aan de koppelingshendel weer vast.

- Borgmoer
- Afstelbout
c. Vrije slag
Afstellen van de vrije slag van de voorremhendel
De vrije slag aan het uiteinde van de voorremhendel dient ongeveer 2 \~ 5 mm te bedragen.
- Draai de borgmoer los.
- Draai de afstelbout in richting ⓐ om de vrije slag te vergroten of in richting ⓑ om de vrije slag te verkleinen.
- Nadat u de afstelling heeft gemaakt, draait u de borgmoer weer aan.
! WAARSCHUWING
- Kontroleer de vrije slag van de remhendel. Kontroleer tevens of de rem goed funktioneert.
- Als de remhendel sponzig aanvoelt, zit er waarschijnlijk lucht in het remsysteem. In een dergelijk geval dient u het remsysteem te ontluchten. Rijd niet met de motorfiets voordat het remsysteem ontlucht is. Als er lucht in het remsysteem zit, gaat het remvermogen bijzonder sterk achteruit, hetgeen kan leiden tot een ongeluk. Vraag uw Yamaha dealer om het remsysteem te inspekteren en, indien nodig, te ontluchten.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

a. Hoogte van het rempedaal 1. Remlichtschakelaar
Hoogte-instelling van het achterrempedaal
De bovenkant van het achterrempedaal dient 100 mm boven de bovenkant van de voetsteun te liggen. Mocht het rempedaal op uw motorfiets hiervan afwijken, vraag uw Yamaha dealer dan om het achterrempedaal af te stellen.
WAARSCHUWING
Als het achterrempedaal sponzig aanvoelt, kan dit betekenen dat er lucht in het remsysteem zit. Deze lucht moet verwijderd worden door het remsysteem te ontluchten. Rijd nooit met de motorfiets als er zich lucht in het remsysteem bevindt. Lucht in het remsysteem zal het remvermogen van de motorfiets sterk verminderen, met als gevolg verhoogde kans op ongelukken. Laat uw Yamaha dealer het remsysteem inspekteren en ontluchten.

Het achterste remlicht wordt ingeschakeld door het rempedaal; de schakelaar ervan is juist ingesteld als het remlicht gaat branden vlak voor de rem aangrijpt. Om de schakelaar van het achterste remlicht bij te stellen, houdt u de behuizing van de schakelaar vast zodat deze niet meedraait wanneer u de instelmoer verdraait.
Draai de instelmoer in de richting ⓐ om het remlicht eerder te laten oplichten.
Draai de instelmoer in de richting ⓑ om het remlicht later te laten oplichten.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Slijtagemarkeergroef (· 2)

- Slijtagemarkeergroef
Kontrole van de remvoeringen voor en achter
Voorrem
leder remblok is voorzien van slijtage-indicatiegroeven. Aan de hand van deze groeven kan de slijtage van het remblok worden gecontroleerd zonder dat de rem wordt gedemonteerd. Als de groeven bijna geheel verdwenen zijn, dient u naar uw Yamaha dealer te gaan om de remblokken te laten vervangen.
Achterrem
Elk van de remblokken is voorzien van een slijtage-indicatiegroef. Hieraan kunt u zien hoever de remblokken zijn versleten, zonder de rem te hoeven demonteren. Kijk hoeveel er nog van de groef te zien is. Is de groef bijna weggesleten, vraag dan een Yamaha dealer om de remblokken te vervangen.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Minimum-merkteken
Kontrole van het remvloeistofnivo
Onvoldoende remvloeistof kan als gevolg hebben dat er lucht in het remsysteem terecht komt, waardoor de remmen kunnen weigeren. Kontroleerof het remvloeistofnivo boven het minimum-nivo is, alvorens te gaan rijden en vul indien nodig remvloeistof bij.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
- Als u het remvloeistofnivo kontroleert, zorg dan dat de bovenkant van de hoofdcilinder horizontaal ligt, door het stuur te verdraaien.

- Minimum-merkteken
- Gebruik alleen de voorgeschreven remvloeistof. Gebruik van andere remvloeistof kan leiden tot aantasting van de rubber dichtingen met als gevolg lekkage en slecht funktioneren van de remmen.
Aanbevolen remvloeistof: DOT 4
- Vul altijd dezelfde remvloeistof bij. Mengen van verschillende types remvloeistof kan onverwachte chemische reakties teweeg brengen, met als gevolg slecht funktioneren van de remmen.
- Let goed op er geen water in de hoofdcilinder terecht komt. Als er water in de remvloeistof terecht komt, wordt het kookpunt van de remvloeistof verlaagd, met als mogelijk gevolg gasstremming (verstopt raken van de leidingen door gasbellen).
- Remvloeistof kan lakwerk en plastic onderdelen aantasten. Zorg dat u geen remvloeistof morst. Mocht u toch wat remvloeistof gemorst hebben, spoel dit dan zo snel mogelijk weg, met water.
- Als het remvloeistofnivo voortdurend terugloopt, raadpleeg dan een Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Verversen van de remvloeistof
Het verversen van de remvloeistof mag alleen maar uitgevoerd worden door erkende Yamaha onderhoudsmonteurs. Laat de onderstaande onderdelen door een Yamaha dealer vervangen als deze beschadigd zijn of lekken; tijdens de periodieke onderhoudsbeurten.
- oliekeringen (om de twee jaar)
• remleidingen (om de vier jaar)

- Aandrijfriem
- Markeringen
a. Speling
Kontrole van de kettingspanning
- Zet de motorfiets op de zijstandaard en zorg dat beide wielen stevig op de grond rusten.
- Gebruik de referentiemarkeringen naast het controlevenster, links achteraan de motorfiets, om de huidige stand van de ketting te noteren.

-
Riemspanningsmeter
-
Oefen een kracht van 45 N (4,5 kg) uit met de kettingspanningsmeter op de onderste helft van de ketting, zoals in de afbeelding aangegeven en controleer dan weer de stand van de ketting via het controlevenster. De normale speling van de ketting (d.w.z. de afstand tussen de oorspronkelijke stand en de uitslag van de ketting wanneer er kracht op staat) moet ongeveer 7,5 \~ 13 mm bedragen.
- Als de gemeten speling meer dan 13 mm bedraagt, stel dan de kettingspanning bij.
OPMERKING:
De referentiemarkeringen naast het ketting-spanning-controlevenster liggen 5 mm uit elkaar.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Afstellen van de kettingspanning
- Draai de asmoer en de remklauwbeugelbout los.

-
Remklauwbeugelbout
-
Draai de borgmoeren aan beide zijden van de zwaaiarm los.
- Om de kettingspanning te verhogen, draait u de kettingstelmoeren in de richting Ⓐ. Om de kettingspanning te verlagen, draait u de kettingstelmoeren in de richting ⓑ en duwt u het achterwiel naar voren. Draai de beide kettingstelmoeren precies even ver in of uit, zodat het achterwiel goed gericht blijft.
- Draai de borgmoeren weer vast.
LET OP:
Als de ketting te strak staat zal de motor te zwaar belast worden. Zorg dat de kettingspanning binnen de voorgeschreven limieten blijft.

- Afstelbout (· 2)
- Borgmoer (· 2)
- Aantrekkoppel wielas
- Draai de asmoer en de remklauwbeugelbout vast met het voorgeschreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel:
Asmoer:
150 Nm (15 m·kg)
Remklauwbeugelbout:
48 Nm (4,8 m·kg)
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Smeren van het rempedaal en versnellingspedaal
Smeer de bewegende delen.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Smeren van de voorremhendel en koppelingshendel
Smeer de bewegende delen.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
Smering van de zijstandaard
Smeer de draaipunten en de raakvlakken van de zijstandaard. Kontroleer de zijstandaard op een soepele beweging.
Aanbevolen smeermiddel: Motorolie
WAARSCHUWING
Als de zijstandaard niet soepel beweegt, raadpleeg dan een Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Inspektie van de voorvork Visuele kontrole

WAARSCHUWING
Ondersteun de motorfiets goed, zodat u niet het risico loopt dat deze omvalt.
Kontroleer de binnenpoot op krassen en eventuele andere beschadigingen en kontroleer de voorvork op olielekkage.


- Plaats de motorfiets op een horizontaal oppervlak.
- Houd de motorfiets rechtop en trek de voorremhendel in.
- Druk het stuur enkele malen krachtig omlaag en kontroleer of de voorvork soepel genoeg omhoog komt.
LET OP:
Als u beschadigingen aan de voorvork bemerkt of als deze niet soepel beweegt, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
Inspektie van de stuurinrichting
Inspekteer de stuurinrichting regelmatig. Versleten of beschadigde stuurlagers kunnen zeer gevaarlijk zijn. Plaats een blok of standaard onder het motorblok zodat het voorwiel los van de grond komt. Pak de onderkant van de voorvork aan beide zijden vast en probeer deze naar achteren te duwen en naar voren te trekken. Als u speling voelt, laat uw Yamaha dealer de stuurinrichting dan nakijken en bijstellen. Het inspekteren verloopt makkelijker als het voorwiel verwijderd is.

WAARSCHUWING
Ondersteun de motorfiets goed, zodat u niet het risico loopt dat deze omvalt.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Wiellagers
Als er speling zit in de voor- of achterwielnaaf of als het voor- of achterwiel niet soepel loopt, vraag uw Yamaha dealer dan om de wiellagers te kontroleren.

Deze motorfiets is uitgerust met een accu van het zogenaamde "gesloten type". U hoeft het elektroliet-nivo dus niet te kontroleren en u hoeft ook geen gedistilleerd water bij te vullen.
- Als de accu ontladen is, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
- Als de motorfiets is voorzien van optionele elektrische accessoires, zal de accu sneller leegraken, dus zorg in dit geval voor regelmatig opladen.
LET OP:
Probeer de verzegelde doppen van de accucellen niet te verwijderen. Hier beschadigt u de accu mee.
WAARSCHUWING
Accu-elektrolyet is een gevaarlijke en giftige verbinding die zwavelzuur bevat en brandwonden kan veroorzaken. Zorg dat de elektrolyet nooit in aanraking komt met uw huid, ogen of kleding.
REMEDIES BIJ AANRAKING:
- EXTERN: Spoel uw huid af met veel stromend koud water.
- INTERN: Drink grote hoeveelheden melk of water. Gebruik vervolgens een laxeermiddel, geklopt ei of plantaardige olie. Bel onmiddellijk een arts.
- OGEN: Spoel 15 minuten lang met stromend water en raadpleeg zo snel mogelijk een arts.
Accu's genereren explosieve gassen. Houd de accu uit de buurt van open vuur, vonken, sigaretten, enz. Als u de accu binnen oplaadt of gebruikt, zorg dan voor voldoende ventilatie. Draag altijd een veiligheidsbril als u met accu's werkt.
ZORG DAT KINDEREN NIET BIJ DE ACCU KUNNEN KOMEN.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
Opslag van de accu
Als de motorfiets een maand of langer niet wordt gebruikt, verwijder de accu dan, laad deze volledig op en bewaar de accu dan in een koele donkere ruimte.
LET OP:
- Zorg dat de accu volledig is opgeladan voordat u deze opbergt. Als de accu in outladen toestand wordt bewaard, kan er onherstelbare schade aan ontstaan.
- Gebruik een acculader voor een geheel gesloten (MF-type) accu. Gebruik van een conventionele acculader kan schade aan de accu veroorzaken. Als uw lader niet van het afgedichte type is, dient u contact op te nemen met uw Yamahadealer.
- Let bij het installeren van de accu goed op dat alle aansluitigen naar behoren zijn gemaakt.

- Bout 1. Richtingaanwijzerzekering
Vervangen van zekeringen
De zekeringhouders bevindten zich achter de linker zijkap. Verwijder de bout en trek het deksel buitenwaarts om het te verwijderen.
Als er een zekering is doorgebrand, draai de contactslot-schakelaar dan naar "OFF" en schakel het betreffende circuit uit. Vervang de zekering door een met hetjuiste amperage. Schakel de elektrische circuits weer in en controleer of alles naar behoren functioneert. Als de zekering onmiddellijk weer doorbrandt, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.

- Ontstekingszekering
- Koplampzekering
- Carburateurverwarmingszekering
- Kilometertellerzekering
- Reservezekering (· 3)
LET OP:
Gebruik nooit zekeringen met een hoger amperage dan wordt aanbevolen. Dit kan leiden tot ernstige beschadiging van het elektrische systeem en mogelijk zelfs tot brand.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Hoofdzekering
- Reservezekering
Voorgeschreven zekering:
Hoofdzekering: 30 A
Ontstekingszekering: 15 A
Richtingaanwijzerzekering: 10 A
Koplampzekering: 15 A
Vervangen van de gloeilamp van de koplamp
Deze motorfiets is uitgerust met een koplamp met een halogeen. Als de gloeilamp doorbrandt, vervang deze dan volgens de onderstaande procedure.
- Verwijder de schroeven die de gehele koplamp op zijn plaats houden.

-
Fittingdeksel
-
Koppel de bedradingsbundel van de koplamp los en verwijder de fittingkap.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

- Fitting 1. Niet aanraken
- Haak de fitting, die de gloeilamp vergrendelt, los en verwijder de doorgebrande gloeilamp.

Houd brandbare stoffen uit de buurt van de gloeilamp als deze warm is en zorg er tevens voor dat u zichzelf niet brandt. Raak de gloeilamp niet aan zolang deze nog warm is.
- Plaats een nieuwe gloeilamp in de fitting en breng deze op zijn plaats aan.
LET OP:
Raak het glas van de gloeilamp niet aan met uw vingers. Zorg dat er geen olie op terecht komt. De doorzichtigheid van het glas, de levensduur van de gloeilamp en de hoeveelheid licht die deze afgeeft zullen hierdoor negatief beïnvloed worden. Als er toch olie op de gloeilamp terechtkomt, maak de gloeilamp dan grondig schoon met een doek en wat alkohol of thinner.
- Monteer de fittingkap weer en koppel de bedradingsbundel weer vast. Als de koplamp afgesteld moet worden, raadpleeg dan uw Yamaha dealer.
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES

Vervangen van de richtingaanwijzerlamp en het achterlicht/remlicht
- Verwijder de schroeven en dan de lens.
- Duw de gloeilamp naar binnen en draai hem naar links.

-
Schroef (· 3)
-
Steek een nieuwe gloeilamp in de fitting. Duw de lamp naar binnen en draai hem naar rechts totdat deze goed in de fitting vastzit.
- Breng de lens aan en draai de schroeven vast.
LET OP:
Draai de schroeven niet te vast aangezien dit kan resulteren in beschadiging van de lens.
Verhelpen van storingen
Hoewel Yamaha motorfietsen een uiterst grondige eindkontrole ondergaan, voordat ze de fabriek verlaten, kan er natuurlijk altijd wel eens iets mis gaan.
Problemen in het brandstofsysteem, met de kompressie, of in het ontstekingssysteem, kunnen leiden tot moeilijkheden met het starten of verlies aan vermogen. In deze paragraaf worden snelle en gemakkelijke methods beschreven om de systemen te kontroleren.
Als uw motorfiets gerepareerd dient te worden, breng deze dan naar een Yamaha dealer. De ervaren vakmensen van de Yamaha dealers beschikken over de kennis, de ervaring en het juiste gereedschap om uw motorfiets goed te onderhouden. Gebruik uitsluitend originele Yamaha onderdelen op uw motorfiets. Veel imitatie-onderdelen lijken wellicht op Yamaha onderdelen maar zijn duidelijk van een inferieure kwaliteit. Dit heeft als gevolg een kortere levensduur en in vele gevallen hogere reparatie-rekeningen.
Lijst voor het opsporen van storingen
WAARSCHUWING
Voer nooit kontrole- of onderhoudswerkzaamheden aan het brandstofssysteem uit terwijl u rookt of als er open vuur in de buurt is.
1. Benzine
Kontroleer of er benzine in de tank zit.
Er is benzine.
Vervolg met het kontroleren van de kompressie.
Er is een beetje benzine.
Vul benzine bij. Motor start niet: vervolg met compressiecontrole.
2. Kompressie
Laat de motor ronddraaien met de start-motor.
Er is kompressie.
Vervolg met het kontroleren van de ontsteking.
Er is geen kompressie.
Vraag uw Yamaha dealer om inspektie.
3. Outsteking
Verwijder de bougies en Kontroleer de elektroden-afstand.
Nat.
Veeg de bougies schoon met een droge doek en stel de elektrodenafstand bij of vervang de bougie.
Droog.
Vraag uw Yamaha dealer om inspektie.
Open de gasklep halverwege en start de motor.
Start de motor niet, Kontrol-eer dan de accu.
4. Accu
Laat de motor ronddraaien met de start-motor.
De motor draair snel rond.
De accu is in orde.
De motor draait lang- zaam rond.
Kontroleer de aansluitklemmen en laad de accu op.
Motor start niet: verzoek een Yamaha dealer om inspectie.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
Onderhoud 7-1
Opslag....7-4
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS

Dat al het technisch vernuft duidelijk zichtbaar is, geeft een motorfiets zijn charme, maar het vormt tegelijk een kwetsbaar punt. Ook al zijn alle onderdelen van hoge kwaliteit, absoluut roestvrij zijn ze niet. En waar een uitlaatpijp met roestplekken bij een auto niet of nauwelijks opvalt, wordt een motorfiets er ernstig door ontsierd. Daarom is regelmatig en zorgvuldig onderhoud van groot belang voor uw motorfiets, voor de aanblik zowel als de prestaties en de levensduur ervan. Bovendien staat in de garantievoorwaarden vermeld dat de motorfiets goed moet worden onderhouden. Om al deze redenen is het aanbevolen de volgende aanwijzingen voor onderhoud en opslag stipt op te volgen.
Voor het reinigen
- Breng plastic zakken aan over de uit- einden van de uitlaatpijpen.
- Zorg dat alle beschermkappen en deksels, vooral ook van de elektrische aansluitingen zoals de bougiedoppen e.d. stevig vast zitten en goed afsluiten.
- Verwijder aangekoekt vuil, zoals verbrande olieresten op het carterhuis, met een ontvettingsmiddel en een borstel, maar gebruik zulke middelen nooit op pakkingen en wielassen. Spoel al het vuil en het reinigingsmiddel zorgvuldig af met water.
Reinigen
Na normaal gebruik
Verwijder het vuil met warm water, een neutraal schoonmaakmiddel en een schone zachte spons en spoel de motorfiets af met volop schoon water. Gebruik een tandenborstel of flessenborstel voor de moeilijk bereikbare plaatsen. Hardnekkig vuil en insecten zijn vaak gemakkelijker te verwijderen als u voor het reinigen enkele minuten lang een natte doek over de betreffende delen laat liggen.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
LET OP:
- Gebruik geen zure of bijtende wielreinigers, vooral op spaakwielen. Als het nodig mocht zijn een dergelijk middel te gebruiken voor erg hardnekkig vuil, laat het middel dan vooral niet langer zitten dan strikt noodzakelijk en spoel het dan grondig af met water. Droog het gereinigde deel af en spuit er een roestwerend middel op.
-
Reinigen met de verkeerde middelen kan schade toebrengen aan het windscherm, stroomlijnkappen, panelen en andere plastic onderdelen. Gebruik voor het reinigen van plastic onderdelen uitsluitend een zachte schone doek of spons met water en mild zeepsop.
-
Gebruik voor het schoonmaken van plastic nooit schuurmiddelen of bijtende chemische middelen. Gebruik ook nooit een doek of spons die in aanraking is geweest met bijtende schoonmaakmiddelen, thinner en dergelijke oplosmiddelen, benzine (of andere brandstoffen), roestwerende of verwijderingsmiddelen, remvloeistof, antivries of elektrolyt.
- Spuit de motorfiets niet schoon met een hogedrukstraal of een stoomreiniger, want hierbij kan er water binnendringen en schade toebrengen aan de volgende onderdelen: pakkingen (van de wiellagers, zwaaiarmlagers, voorvork en remmen), elektrische onderdelen (stekkers en aansluitbussen, instrumenten, schakelaars en lampen), ontluchtingsopeningen en -slangen.
- Voor motorfietsen met een windscherm: Gebruik geen schuur-spons of krachtige reinigingsmiddelen, aangezien deze het windscherm kunnen bekrassen of vertroebelen. Ook sommige schoonmaakmiddelen voor plastic kunnen krassen achterlaten op het windscherm. Mocht u een speciaal schoonmaakmiddel willen gebruiken, probeer dit dan eerst uit op een klein deel waar u normaal niet doorheen kijkt. Krassen op het windscherm kunt u na het wassen verwijderen met een plastic-poetsmiddel van goede kwaliteit.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
Na het rijden in de regen, langs de zeekust of over wegen waar pekel gestrooid is Aangezien zilte zeelucht en 's winters strooizout in combinatie met water extreem corrosief werken, dient u na een rit in de regen, langs de zeekust of over wegen met strooizout, altijd zo spoedig mogelijk de volgende maatregelen te treffen. (Niet alleen 's winters, want strooizout kan nog tot ruim in het voorjaar langs de weg blijven liggen.)
- Maak uw motorfiets grondig schoon met water en zeep, nadat de motor is afgekoeld.
LET OP:
Gebruik geen warm water aangezien dit de corrosieve werking van het zout versterkt.
- Spuit een roestwerend middel op alle metalen oppervlakken (ook verchroomde en vernikkelde onderdelen) om roestvorming tegen te gaan.
Na het reinigen
- Droog de motorfiets af met een zemen lap of een goed absorberende doek.
- Gebruik een chroompoetsmiddel om alle roestvrij stalen, aluminium en verchroomde onderdelen te poetsen, inclusief de uitlaatpijpen. (Zelfs de door hitte veroorzaakte verkleuring van roestvrij stalen uitlaatpijpen is door goed poetsen te verhelpen.)
- Om roestvorming tegen te gaan, is het aanbevolen alle metalen oppervlakken (ook verchroomde en vernikkelde onderdelen) te bespuiten met een roestwerend middel.
- Gebruik een spuitbus met olie als universeelreiniger om de laatste vuilresten te verwijderen.
- Repareer krassen en lakschade veroorzaakt door steenslag e.d.
- Zet alle gelakte onderdelen in de was.
- Zorg dat de motorfiets geheel droog is voordat u hem afdekt of stalt.
WAARSCHUWING
Zorg dat er geen olie of was achterblijft op de remmen en de banden. Indien nodig kunt u de remschijven en voeringen reinigen met een gewone remschijfreiniger of aceton, en de banden kunt u wassen met warm water en mild zeepsop. Controleer daarna zorgvuldig de remwerking en het weggedrag van de motorfiets in bochten.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
LET OP:
- Breng olie of was zo zuinig mogelijk aan en veeg de overtollige hoeveelheid grondig af.
- Zorg dat er geen olie of was op de aandrijfriem komt.
- Zorg dat er geen olie of was aan op rubber en plastic onderdelen, maar reinig deze met speciale onderhoudsmiddelen.
- Gebruik geen poetsmiddelen met een schurende werking, want deze zullen de laklaag aantasten.
OPMERKING:
Vraag uw Yamaha dealer om advies over de juiste reinigingsmiddelen.

Stal uw motorfiets altijd op een koele, droge plaats en dek hem zonodig af met een luchtdoorlatende hoes tegen stof e.d.
LET OP:
- Bij opslag van de motorfiets in een slecht geventileerde ruimte of afdekken van de motorfiets terwijl deze nog nat is, kan er water of vocht in binnendringen en roest veroorzaken.
- Om roestvorming te voorkomen, dient u vochtige kelders of stallen (waar ammoniadamp hangt) te vermijden, evenals plaatsen waar krachtige chemicaliën zijn opgeslagen.
Lange tijd
Alvorens uw motorfiets enkele maanden te stallen:
- Volg alle aanwijzingen bij "Onderhoud" in dit hoofdstuk.
- Leeg de vlotterkamers van de carburateur door de aftapbouten los te draaien; dit voorkomt dat er brandstofresten aanslibben. Giet de afgetapte benzine terug in de brandstoftank.
- Voor motorfietsen met een brandstofkraantje dat een "OFF" stand heeft : Sluit het brandstofkraantje in de "OFF" stand.
- Vul de brandstoftank en voeg een stabilisatiemiddel toe (indien voorhanden) om roestvorming in de tank en bederven van de brandstof te voorkomen.
- Volg de onderstaande aanwijzingen om de cilinders, zuigerringen e.d. tegen roest te beschermen.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
a. Verwijder de bougiedoppen en de bougies.
b. Giet door de bougie-openingen een theelepel motorolie in elk van de cilinders.
c. Breng de bougiedoppen op de bougies aan en plaats de bougies op de cilinderkop zodat de elektroden ge-aard zijn. (Dit om het vonken van de bougies tijdens de volgende stap te voorkomen.)
d. Laat nu met de starter de motor enkele slagen ronddraaien. (Hierdoor worden de cilinderwanden bedekt met een laagje motorolie.)
e. Verwijder de bougiedoppen van de bougies en breng de bougies en de bougiedoppen weer op hun plaats aan.
- Smeer alle bedieningskabels en de scharnierpunten van alle hendels en pedalen, evenals de zijstandaard/middenstandaard.
- Controleer de bandenspanning en breng de banden zonodig op de juiste spanning, en zet dan de motorfiets op blokken zodat de beide wielen van de grond komen. In plaats hiervan kunt u de motorfiets laten staan, maar dan zult u elke maand de wielen een klein stukje moeten draaien, om te voorkomen dat de banden op het onderste punt teveel slijten.
-
Breng een plastic zak aan over het uit- einde van de uitlaatpijpen, zodat er geen vocht in kan komen.
-
Verwijder de accu en laad deze volledig op. Plaats de accu in een koele droge ruimte en laad de accu eens per maand op. Bewaar de accu niet op een extreem warme of koude plaats (onder de 0 °C of boven de 30 °C). Zie voor nadere bijzonderheden de aanwijzingen onder "Opslag van de accu" in het hoofdstuk "PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES".
OPMERKING:
Zorg dat alle nodige reparaties worden verricht vóór u de motorfiets stalt.
WAARSCHUWING
Voor het laten draaien van de motor dient u de elektroden van de bougies te aarden, om ongelukken of schade door het vonken van de bougies te voorkomen.
TECHNISCHE GEGEVENS
Grootste lengte 2.500 mm
Grootste breedte 980 mm
Grootste hoogte 1.140 mm
Zadelhoogte 710 mm
Wielbasis 1.685 mm
Grondspeling 145 mm
Minimale draaicirkel 3.200 mm
Basisgewicht (met olie en volle benzinetank) 332kg
Motor
Type motor Luchtgekoelde, OHV
Cilinder-opstelling 2 cilinders in V-vorm
Verplaatsing 1.602 cm 3
Kompressieverhouding 8,3:1
Startsysteem Elektrische starter
Smeersysteem Oliecarter-systeem (natte bak)
Motorolie
Type

Aanbevolen klasse motorolie
API service SE, SF, SG type of hoger
LET OP:
Gebruik uitsluitend een motorolie die geen anti-frictie middelen bevat. Een motorolie bedoeld voor personenauto's (vaak voorzien van het opschrift "Energy Conserving") bevat anti-frictie toevoegingen die slippen van de koppeling en/of de startmotorkoppeling kunnen veroorzaken, met een kortere levensduur van de componenten en slechte motor-prestaties tot gevolg.
Aantal
Periodieke olieverversing 3,7 L
Met vervanging oliefilter 4,1 L
Totale hoeveelheid 5,0 L
Overbrengingsolie
Inhoud brandstoftank 20 L
Hoeveelheid
reservebrandstof 3,5 L
Carburateur
Merk MIKUNI
Type · aantal BSR40 · 1
Bougies
Type koppeling Vloeistof, meervoudige platen
Overbrenging
Primair reduktie-systeem Recht tandwiel
Primaire reduktie-verhouding 1,532
Secundair reduktie-systeem As-gaandrijving
Secundaire reduktieverhouding 2,320
| Type overbrenging | Konstante aangrijping,5 versnellingen |
| Bediening | Pedaal voor de linkervoet |
| Overbreng-verhoudingen | |
| 1-ste | 2,438 |
| 2-de | 1,579 |
| 3-de | 1,160 |
| 4-de | 0,906 |
| 5-de | 0,750 |
Chassis
| Type frame | Dubbele wiegkonstruktie |
| Casterhoek | 32° |
| Spoorbreedte | 142 mm |
Banden
Voor
| Type | Buis |
| Bandenmaat | 130/90-16 67H |
| Merk/model | Dunlop / D404FL |
| Bridgestone / G703F |
Achter
| Type | Buis |
| Bandenmaat | 150/80B-16 71H |
| Merk/model | Dunlop / D404 |
| Bridgestone / G702 |
Maximale belasting* 196 kg
Luchtdruk (koube band)
Belasting tot 90 kg*
Voor 250 kPa (2,50 kg/cm ^2 , 2,50 bar)
Achter 250 kPa (2,50 kg/cm ^2 , 2,50 bar)
90 kg \~ Maximale
belasting*
Voor 250 kPa (2,50 kg/cm ^2 , 2,50 bar)
Achter 280 kPa (2,80 kg/cm ^2 , 2,80 bar)
* Belasting is het totale gewicht van bagage, bestuurder, passagier en accessoires.
Wielen
Voor
Type Spaakwiel
Bandenmaat 16 · MT 3,00
Achter
Type Spaakwiel
Bandenmaat 16 · MT 3,50
Remmen
Voor
Type Dubbele schijfrem
Bediening Bediening met de rechterhand
Vloeistof DOT 4
Achter
Type Enkele schijfrem
Bediening Bediening met de rechtervoet
Vloeistof DOT 4
Wielophanging
Voor
Type Teleskoopvork
Achter
Type Zwaaiarm (scharnier-ophanding)
Schokdempers
Voor
Schroefveer/oliegedempt
Achter Schroefveer/gas-olie gedempt
Veerweg
Voor 140 mm
Achter 110 mm
Elektrische installatie
Ontstekingssysteem TCI ontsteking (digitaal)
Laadsysteem
Type Wisselstroom-magneet
Standaard
vermogen 14 V, 21 A 5.000 tpm
Accu
Type YTX20L-BS
Gloeilampen,
capaciteit 12 V, 18 AH
Type koplamp Kwartslamp (halogeen)
Gloeilampen voltage, wattage · aantal
Koplamp 12 V, 60/55 W · 1
Achterlicht/remlicht 12 V, 5/21 W · 1
Richtingaanwijzers 12 V, 21 W · 4
Parkeerlicht 12 V, 4 W · 1
Meter-verlichting 14 V, 0,6 W · 4
Vrijstand-kontrolelampje 12 V, 1 W · 1
Grootlicht-kontrolelampje 12 V, 1 W · 1
Richtingsaanwijzer-kontrole-lampje 12 V, 1 W · 1
Brandstofnivo-waarschuwings-lampje LED · 1
Motorstoring-kontrolelampje LED · 1
Zekering
Hoofdzekering 30 A
Ontstekingszekering 15 A
Richtingaanwijzerzekering 10 A
Koplampzekering 15 A
Carburateurverwarmings- zekering 10 A
Kilometertellerzekering 5 A
INFORMATIE VOOR DE CONSUMENT
Identifikatie-nummer.... 9-1
Identifikatienummer van de sleutel.... 9-1
Motorfiets-identifikatienummer.... 9-1
Modelplaatje.... 9-2
INFORMATIE VOOR DE CONSUMENT
Identifikatie-nummer
Schrijf het sleutel-identifikatienummer, het voertuignummer en de informatie op het modelplaatje op in de daarvoor bestemde ruimtes, voor het geval u nieuwe onderdelen wilt bestellen bij uw Yamaha dealer of voor het geval uw motorfiets gestolen wordt.
- IDENTIFIKATIENUMMER VAN DE SLEUTEL:

- Identifikatienummer van de sleutel 1. Motorfiets-identifikatienummer

Motorfiets-identifikatienummer
Het motorfiets-identifikatienummer is ingeslagen in de bovenstang van de voorvork. Noteer dit nummer in de hiervoor bestemde ruimte.
OPMERKING:
Het motorfiets-identifikatienummer is het officiële identifikatienummer van uw motorfiets en dient gebruikt te worden voor het registreren van uw motorfiets bij de daarvoor bevoegde autoriteiten.
INFORMATIE VOOR DE CONSUMENT

Het modelplaatje is gemonteerd op het frame, onder het zadel. (Zie blz. 3-13 voor het verwijderen en weer aanbrengen van het bestuurderszadel.)
Schrijf de informatie van het modelplaatje op in de daarvoor bestemde ruimte. Deze informatie zult u nodig hebben wanneer u nieuwe onderdelen wilt bestellen bij uw Yamaha handelaar.
INDEX
A
Aanbevolen snelheden voor op- en terugschakelen (alleen voor Zwitserland)....5-5
Accu 6-27
Achterrempedaal ....3-8
Afstellen van de kettingspanning......6-23
Afstellen van de klepspeeling......6-14
Afstellen van de voorbelasting van de achterschokbreker....3-14
Afstellen van de vrije slag van de voorremhendel....6-18
Afstelling stationair toerental 6-13
Afstelling van de vrije slag van de koppelingshendel....6-17
Anti-diefstal alarm (optioneel)....3-4
B
Banden....6-15
Bedieningselementen/instrumenten.....2-3
Benzine....3-9
Benzinekraan....3-11
Benzinemeter....3-4
Bestuurderszadel....3-13
Brandstofnivo-waarschuwingslampje.....3-2
C
Chokeknop (choke)......3-12
D
Digitale klok 3-5
G
Gereedschapset 6-1
Grootlicht/dimlicht-schakelaar.... 3-6
Grootlicht-kontrolelampje.... 3-2
H
Helmhouder.... 3-13
Hoogte-instelling van het achterrempedaal.... 6-19
|
Identifikatie-nummer.... 9-1
Identifikatienummer van de sleutel...... 9-1
Inhaal-schakelaar.... 3-6
Inrijden 5-5
Inspektie van de bougies.... 6-6
Inspektie van de stuurinrichting ....6-26
Inspektie van de voorvork.... 6-26
K
Klaxon-schakelaar....3-6
Kontaktslot-schakelaar/stuurslot.... 3-1
Kontrolelampjes.... 3-2
Brandstofnivo- waarschuwingslampje 3-2
Grootlicht-kontrolelampje 3-2
Motorstoring-kontrolelampje.... 3-2
Richtingsaanwijzer- kontrolelampje.... 3-2
Vrijstand-kontrolelampje.... 3-2
Kontroleren van de vrije speling van de gaskabel.... 6-14
Kontrole van de kettingspanning.... 6-22
Kontrole van de remvoeringen voor en achter....6-20
Kontrole van de zijstandaard/ koppelings-onderbrekingss- schakelaar....3-16
Kontrole van het remvloeistofnivo ......6-21
Kontrole voor het rijden....4-1
Koppelingshendel 3-7
L
Lichtschakelaar....3-6
Lijst voor het opsporen van storingen....6-32
Linker aanzicht....2-1
Luchtfilter 6-11
M
Modelplaatje 9-2
Motorfiets-identifikatienummer 9-1
Motorolie....6-7
Motorstop-schakelaar....3-6
Motorstoring-kontrolelampje....3-2
0
Onderhoud....7-1
Ontluchtingsslang van de benzinetank....3-10
Opslag 7-4
Overbrengingsolie....6-10
P
Parkeren....5-6
Periodiek onderhoud en eenvoudige reparaties....6-3
INDEX
B
Rechter aanzicht....2-2
Richtingaanwijzer-schakelaar ....3-6
Richtingsaanwijzer-kontrolelampje....3-2
S
Schakelen 5-4
Smeren van de voorremhendel en koppelingshendel 6-25
Smeren van het rempedaal en versnellingspedaal.... 6-24
Smering van de zijstandaard 6-25
Snelheidsmeter 3-3
Starten van de motor....5-1
Starten van een warme motor....5-4
Startschakelaar 3-7
Stuurschakelaars....3-6
Grootlicht/dimlicht-schakelaar ....3-6
Inhaal-schakelaar....3-6
Klaxon-schakelaar.... 3-6
Lichtschakelaar....3-6
Motorstop-schakelaar....3-6
Richtingaanwijzer-schakelaar.... 3-6
Startschakelaar....3-7
Stuurslot....3-12
T
Tips voor het beperken van het benzineverbruik....5-5
V
Veiligheid heeft voorrang.... 1-1
Verhelpen van storingen 6-31
Versnellingspedaal 3-7
Vervangen van de gloeilamp van de koplamp.... 6-29
Vervangen van de richtingaanwijzerlamp en het achterlicht/remlicht.... 6-31
Vervangen van zekeringen.... 6-28
Verversen van de remvloeistof.... 6-22
Voorremhendel 3-8
Vrijstand-kontrolelampje 3-2
W
Wielen.... 6-17
Wiellagers.... 6-27
Z
Zelfdiagnose-eenheid.... 3-4
Zijstandaard.... 3-15
